- Publicaties MdH -

 

Seksueel contact tussen hulpverlener en hulpvragende:

waarom het niet ´NIET´ maar ´NOOIT´ mag gebeuren

 

Een wetenschappelijk feit dat de ernst van een trauma opgelopen door grensoverschrijdend gedrag (GOG) door een professional verduidelijkt.

 

 

Redactie Misbruik door Hulpverleners (MdH)

 

30 november 2004

 

 

Wanneer men een schokkende gebeurtenis meemaakt, is het niet altijd mogelijk de gebeurtenis(sen) op het moment zelf te kunnen verwerken. Door een traumatische ervaring verliest het slachtoffer het vertrouwen in zichzelf en haar/zijn omgeving vaak bijna geheel. Dat is een normale reactie op een abnormale gebeurtenis. Veelal zijn mensen in staat traumatische gebeurtenissen zelf te verwerken. Indien het gaat om meerdere op elkaar volgende trauma´s kan dit erg moeilijk worden. Sommigen slagen er niet in de draad van het dagelijkse leven weer op te pakken. Angsten en gevoelens van machteloosheid blijven het slachtoffer kwellen en herinneringen aan de ingrijpende ervaringen zorgen voor herbelevingen van de gebeurtenis(sen) waardoor het trauma is ontstaan. Wanneer psychische en lichamelijke klachten niet binnen drie maanden na de traumatische ervaring verdwijnen, kan gesproken worden van het bestaan van een post traumatisch stress syndroom (PTSS). De gebeurtenis blijft pijn veroorzaken en beperkt het slachtoffer in haar/zijn dagelijks functioneren.

 

Op 24 november jl. werd op Nederland 1 in ´Reporter´ (KRO) de aflevering ´Oorlogsveteranen – Rambo in de polder´ uitgezonden. De uitzending was voor ons aanleiding voor het schrijven van dit artikel. Er bestaat namelijk een verband tussen het trauma waaronder oorlogsveteranen veelal lijden en het trauma dat hulpvragende door GOG door professionals meestal oplopen.

 

De KRO presenteerde het thema als volgt: “Voor het verwerken van emoties is op het moment zelf weinig ruimte. De ervaringen worden als het ware afgescheiden van de gevoelens. Als die twee zaken niet op korte termijn bij elkaar gebracht worden, dan woekeren die gevoelens onderhuids door en duiken ze later op in de vorm van concentratiestoornissen, gevoelens van vervreemding en snel geïrriteerd zijn´. De medische term voor deze psychische schade ten gevolge van oorlogsgeweld is PTSS, het post-traumatische stress syndroom. Het is meestal een optelsom van psychische klachten. Volgens onderzoekers krijgt één op de twintig militairen hiermee te maken. Bij de Nederlandse legerleiding is er inmiddels volop aandacht voor de PTSS-problematiek. Voorbij is de tijd dat praten over psychische problemen werd afgedaan als ´sentimentele introspectie´ die niet past bij de cultuur van ´stoere jongens´. De stoere jongens zelf hebben nogal eens de neiging om trauma´s te negeren en er niet over te praten. Ze vinden dat ze zich over ingrijpende gebeurtenissen heen moeten zetten. Juist daarom is het leren herkennen van de symptomen door de militairen zelf één van de manieren om het probleem aan te pakken.” (Microgids, nr. 47/2004).

 

Doel van dit artikel is het de vraag te beantwoorden wat de relatie tussen een trauma opgelopen door oorlog en een trauma opgelopen door seksueel grensoverschrijdend gedrag (GOG) door professionals is. Wetenschappelijke feiten laten namelijk zien dat er wel degelijk een relatie bestaat tussen de gevolgen van beide genoemde oorzaken van ernstige traumatische ervaringen. De feiten verduidelijken hoe ernstig het trauma is dat vele slachtoffers van GOG door hulpverleners oplopen.

 

De Duitse psychotherapeute dr. Monika Becker-Fischer die sinds vele jaren samen met haar echtgenoot, prof. Gottfried Fischer, een centrum voor psychotraumatologie leidt en vele slachtoffers van GOG door hulpverleners heeft onderzocht en behandeld, heeft onderzoek verricht dat antwoorden geeft op bovenstaande vraag. In hun werk ´Sexueller Missbrauch in der Psychotherapie – was tun?: Orientierungshilfen fuer Therapeuten und interessierte Patienten´ (Asanger, 1996) leggen de auteurs verband tussen de traumatische gevolgen van foltering c.q. marteling en de gevolgen voor slachtoffers van grensoverschrijdend gedrag door psychotherapeuten. De auteurs onderzochten de gevolgen voor slachtoffers van GOG binnen de psychotherapie door middel van het richten van open vragen aan slachtoffers. De vragen die gesteld werden, luidden:

(1)     Welke symptomen verergerden sinds het GOG door de psychotherapeut? (het seksueel GOG werd door de onderzoekers met de neutrale term ´seksueel contact´ aangegeven om het oordeel van de cliënten niet te beïnvloeden).

(2)     Welke symptomen werden na het GOG door de psychotherapeut voor het eerst bij de cliënten geconstateerd?

 

De resultaten worden door Becker-Fischer & Fischer in drie tabellen samengevat:

(1)     Percentueel aandeel van afzonderlijke klachten binnen de steekproef (er werden 61 cliënten onderzocht)

(2)     IES-skala intrusie

(3)     IES-skala vermijding

 

De eerste tabel laat zien dat van de 193 genoemde symptomen die cliënten als ´ingangssymptomen´ noemden 135 symptomen door het GOG binnen de hulpverlening werden versterkt en dat 134 symptomen door het GOG erbij zijn gekomen (dus iatrogene c.q. uit het misbruik voortkomende schade). De ingangssymptomen geven aan dat de steekproef niet noemenswaardig afwijkt van symptomen die cliënten noemen die een psychotherapie gaan volgen. De 30 symptomen die genoemd werden zijn: afhankelijkheid, ambivalentie, angst, hypochondrische angst, de angst ´gek´ te worden, problemen op het werk, relationele problemen, depersonalisatie, depressieve symptomen, derealisatie, storingen in het beleven en hanteren van grenzen, identiteitsproblematiek, intrusie, isolatie en eenzaamheid, gevoelens van leegte, wantrouwen, gevoelens van onmacht, psychosomatische klachten, psychotische reacties, slaapstoornissen, schuldgevoelens, automutilatie, twijfels aan zichzelf, seksuele functiestoornissen, verslavingsproblematiek, suïcidaliteit, kwetsbaarheid, woede en ´andere problemen´. Versterkt werden vooral de symptomen angsten, relatieproblemen, symptomen van depressie, gevoelens van isolatie en eenzaamheid, wantrouwen, psychosomatische klachten, twijfel aan zichzelf, suïcidaliteit en stoornissen in het seksueel functioneren. Terwijl de symptomen die versterkt worden wellicht eerder op een niet specifiek beeld bij GOG lijken te duiden, zouden de symptomen die voor het eerst optreden door het GOG eerder op een specifiek beeld m.b.t. GOG wijzen. Bij de klachten waaronder slachtoffers van GOG voor het eerst gaan lijden door het GOG gaat het o.a. om de symptomen wantrouwen, twijfel aan zichzelf, suïcidaliteit en sterke neigingen tot somatisatie.

 

De tabellen 2 en 3 laten een gemiddelde waarde van de cliënten zien in vergelijking tot twee andere groepen: een groep bestond uit studenten geneeskunde na hun eerste sectie van een ontzield lichaam. De tweede groep bestond uit slachtoffers van foltering c.q. marteling. De gemiddelde waarden van de drie groepen die met elkaar werden vergeleken laten zien dat de psychische/emotionele belasting van de cliënten/patiënten die het slachtoffer werden van GOG door een psychotherapeut op het moment van uitvoering van het onderzoek, veelal dus jaren nadat het GOG heeft plaatsgevonden, nog vrij dicht in de buurt komt van de psychische belasting die slachtoffers van foltering en marteling ervaren. Met betrekking tot ´intrusie´ en ´vermijden´ liggen slachtoffers van GOG gemiddeld slechts 6 punten onder de slachtoffers van marteling en/of foltering terwijl zij ca. 15 punten boven de studenten geneeskunde liggen. Sterke overeenkomsten tussen beide soorten slachtoffers treft men vooral aan op het gebied van de intensiteit van emoties die gevoeld wordt wanneer het slachtoffer met herinneringen aan de traumatische gebeurtenissen van het seksueel GOG c.q. de marteling wordt geconfronteerd. De totaalwaarde van tabel 2 (intrusie) geeft voor de groep van studenten geneeskunde na hun eerste sectie een waarde van 2,5 aan. De groep slachtoffers van foltering en/of marteling laat een waarde van 28,5 zien. De groep slachtoffers van GOG binnen de psychotherapie geeft een waarde van 21,14 aan. De totaalwaarde van tabel 3 (vermijding) geeft voor de groep studenten een waarde van 4,4, voor de groep slachtoffers van foltering/marteling een waarde van 18,67 en voor de groep slachtoffers van GOG een waarde van 15,54.

 

De resultaten tonen aan hoe ernstig de gevolgen van GOG binnen de psychotherapie (andere vormen van therapie c.q. geestelijke hulpverlening zullen hier niet ver vanaf staan) voor cliënten zijn. Het feit dat de psychische en emotionele belasting die door GOG door een hulpverlener ontstaat zo dicht in de buurt komt van de psychische/emotionele belasting die door mensen wordt ervaren die de meest gruwelijke folteringen en martelingen hebben overleefd, moge een bewijs daarvoor zijn dat de schade die GOG binnen de psychotherapie veroorzaakt buitengewoon ernstig is. Deels heeft dit te maken met het feit dat mensen die psychotherapeutische hulp zoeken zich al in een kwetsbare toestand c.q. situatie bevonden. Dit doet echter niets af aan het feit dat het GOG door een psychotherapeut enorme schade berokkent. Een psychotherapeut of andere geestelijk hulpverlener dient zich immers ervan bewust te zijn dat hij/zij met op enig punt of diverse punten kwetsbare mensen werkt c.q. aan mensen hulp verleent die op een bepaald moment in hun leven ten aanzien van het een of ander kwetsbaar zijn. Het veel gehoorde verweer van advocaten van plegers van GOG, namelijk dat de cliënt toch niet voor niets in therapie was en dus toch al beschadigd was en het dus maar de vraag zou zijn welk deel van de schade wel aan de dader toegerekend kan worden, dient in geen geval ervoor te zorgen dat de door GOG ontstane schade gebagatelliseerd kan worden. Dat mogelijke primaire traumata zoals bijvoorbeeld eerder seksueel misbruik ertoe zullen leiden dat het vervolgtrauma veroorzaakt door misbruik door een hulpverlener een grote impact op de cliënt zal hebben, kan de (psycho)therapeut door opgedane beroepsmatige kennis en ervaring van te voren bedenken. Professionals dienen zich te allen tijde ervan bewust te zijn dat het seksueel uitageren van eigen behoeften verdere, ernstige en langdurige schade aan de hulpvragende zal berokkenen. Het feit dat de traumatische gevolgen van GOG nogal sterk lijken op de gevolgen die een slachtoffer van foltering c.q. marteling ondervindt, werd door de publicatie van Becker-Fischer & Fischer dan ook al in 1996 bekend. Ondertussen mag dit feit binnen de betreffende beroepsgroepen en bij professionals en instanties die zich bezighouden met GOG en onder andere met schadeclaims van slachtoffers van GOG, dan ook wel als bekend worden verondersteld.

 

 

Literatuur:

 

 

 

Bij interesse kunt u voor persoonlijk gebruik en tegen vergoeding van kopiëer- en portikosten, een kopie van de voor dit artikel gebruikte delen uit de genoemde vakliteratuur bij ons opvragen: info@misbruikdoorhulpverleners.nl

 

 

© www.misbruikdoorhulpverleners.nl