-
Publicaties MdH:
-
Seksueel
grensoverschrijdend gedrag (GOG)
in tbs klinieken -

Redactie Misbruik door Hulpverleners (MdH)
23 september 2005
TBS:
SEKS, DRUGS & ROCK’N ROLL
Verzoek aan
minister Donner zijn best te doen wat betreft het bestrijden van de bestaande
misstanden in de tbs-sector
Aankondiging
van het artikel ‘TBS: seks, drugs & rock’n roll’ op onze voorpagina (september 2005)
Vandaag nog zullen wij het artikel ‘TBS: Seks, drugs en
rock’n roll’
publiceren. Dit in reactie op de momentele problemen in de Groningse Van Mesdagkliniek waar men de afgelopen jaren hard werkte
aan verbeteringen nadat de Inspectie
voor de Gezondheidszorg in 1999 omwille van het feit dat diverse
hulpverleensters toen een relatie met een ter beschikking gestelde patiënt
waren aangegaan, een uitgebreid onderzoek had ingesteld. Het lopende onderzoek
i.v.m. het smokkelen van alcohol door een
medewerker van de Van Mesdag kliniek
maakt helaas duidelijk dat de inspanningen van de afgelopen 6 jaar om
verbetering aan te brengen sinds de resultaten van het Rijksrecherche onderzoek
bekend werden, weinig hebben opgeleverd. Daarnaast zullen wij enig zicht geven
op de problematiek ‘seksueel GOG door
hulpverleners binnen tbs klinieken’. Met toenemende bezorgdheid vermoeden
wij dat het probleem binnen de tbs-sector vaker speelt dan binnen de GGZ in het algemeen. Binnen de GGZ, zo neemt men gebaseerd op
wetenschappelijk onderzoek aan, ligt het percentage hulpverleners dat over de schreef gaat (circa 15%) door ontucht met misbruik van
gezag te plegen met patiënten ongeveer 5% hoger dan binnen de gezondheidszorg
in het algemeen (10%). Enkele dagen geleden attendeerden wij de ministers Donner en Hoogervorst al
d.m.v. een brief erop dat dit thema dringend
aandacht behoeft. Over de cijfers voor seksueel GOG
door hulpverleners in tbs klinieken heeft het
ministerie van Justitie na drie maanden helaas nog steeds geen openheid
gegeven. Wij zullen enkele gegevens geanonimiseerd publiceren waaruit blijkt
dat dit thema heel dringend aandacht behoeft.
TBS: seks, drugs & rock’n roll…
Via het Algemeen Dagblad konden wij vandaag
vernemen dat er een groot probleem is ontstaan in de Van Mesdagkliniek in
Groningen. Tot dusver heeft het ministerie van Justitie bevestigd dat een
personeelslid van de tbs-kliniek ervan wordt verdacht drank te hebben
gesmokkeld in de kliniek. Daarmee zijn de meest stuitende ingrediënten van het
geheel helaas nog niet bevestigd. Wij ontvingen een melding over dit ‘incident’
dat wij eerder in termen van een nogal structureel probleem binnen de genoemde
kliniek zien. Dit zowel omwille van de geschiedenis die de dr. Van
Mesdagkliniek o.a. in dit opzicht schreef als ook omwille van hetgeen tot dusver nog niet door justitie werd bevestigd. De
melding die wij ontvingen was van dien aard dat wij de schrijnende inhoud van
de melding ook wel enigszins in dit stuk tot uitdrukking wilden brengen.
Volgens de melding die ons bereikte, waarbij wij voor de goede orde willen
benadrukken dat het slechts om één informatiebron gaat, is er heel wat meer aan
de hand dan het ministerie tot nu toe wilde bevestigen.
De drugsvondst beperkte zich volgens de
door ons ontvangen informatie niet slechts tot alcohol. Wat de alcohol betreft
lijkt het om nogal grote hoeveelheden te gaan die gedurende enkele weken dan
ook dagelijks door patiënten verorberd konden worden. In ieder geval bereikte
ons de bezorgde vraag hoe het toch mogelijk was dat het wekenlang niet aan het
personeel was opgevallen dat bijna alle patiënten van de betreffende afdeling,
waaronder nota bene ex-alcoholverslaafden en ex-drugsverslaafden, dagelijks
dronken waren. Het moge duidelijk zijn dat het moeilijk is een plausibel antwoord op deze vraag te formuleren. Wij zijn dan
ook van mening dat de kliniek zelf c.q. het ministerie van Justitie het
antwoord op deze vraag zal moeten geven. Afgezien van het feit dat de
informatie die ons bereikte slechts van een enkele bron afkomstig is, willen
wij toch ook graag opmerken dat wij geen enkele reden hebben het gemelde in
twijfel te trekken. De kern van de klacht werd ondertussen dan ook al door het
ministerie bevestigd. Met het gestelde is dan ook nog niet alles gezegd en
gevraagd maar op dit moment willen wij hiermee volstaan. Volgens de ons ter
beschikking staande informatie gaat het om een mannelijke
activiteitenbegeleider van de Van Mesdagkliniek. Hij werd recentelijk naar huis
gestuurd hetgeen met grote waarschijnlijkheid inhoudt
dat hij op non-actief werd gesteld. Tot zover over het onderwerp ‘drugs binnen
de tbs-sector’.
Bijzonder opmerkelijk is het dat in de
recentelijk verschenen nieuwsbrief van het
Expertisecentrum Forensische Psychiatrie (nr. 4,
september 2005) hele andere geluiden over de Van
Mesdagkliniek in Groningen te horen zijn. In het artikel ”Corstiaan Bruinsma
verlaat de Dr. S. van Mesdagkliniek” wordt van de kliniek een bijzonder positief beeld geschetst. In het stuk
valt onder andere te lezen: “Ik ben de afgelopen vierenhalf jaar directeur Behandelzaken
geweest in de dr. S. van Mesdagkliniek te Groningen. Ik heb daar leiding gegeven aan een intensief
verbetertraject dat noodzakelijk was nadat de Inspectie in 1999 had
geconstateerd dat de zorg in de Van Mesdagkliniek ernstig tekort schoot. Toen
ik in 2000 begon in deze functie was dit verbetertraject een geweldige
uitdaging voor mij. In de vierenhalf jaar dat ik me ermee heb beziggehouden,
heb ik het perfect naar mijn zin gehad. Met
mijn directe collega Gabriël Anthonio,
een geweldig team van managers en inhoudelijk leidinggevende professionals
hebben we de kliniek weer op de rails gekregen, hetgeen
ruim een jaar geleden ook werd bevestigd door de Inspectie. De Inspectie
constateerde dat de kliniek weer aan alle kwaliteitseisen voldeed. Dat laatste
is natuurlijk mooi, maar wat ik het mooiste vond was dat de Inspectie ook had
opgemerkt dat er sprake was van een forse cultuurverandering. Verandering van
beheersen naar onderhandelen en behandelen. Met de terugkeer van een
behandelcultuur in de Van Mesdagkliniek is het hart weer terug in de kliniek en
het klopt ook nog. Consistent bouwen aan een goede behandeling, kwalitatief
goede professionals aantrekken en het integreren van behandelen en beveiligen
zijn daarbij de belangrijkste succesfactoren geweest.” Verder lezen wij in de nieuwsbrief, die uit de tbs-sector
zelf afkomstig is, en die dezelfde sector vol lof presenteert: “Wat waren de voornaamste ontwikkelingen die
hebben plaatsgevonden in de Van Mesdagkliniek? Ik heb hier al veel
over gezegd, maar de voornaamste ontwikkeling is dat er in de Van Mesdagkliniek
weer wordt behandeld, dat mensen plezier hebben in hun werk en het gevoel weer
hebben teruggekregen dat hun werk zinvol is. Mensen zijn immers de moeite waard
en dat houdt in dat patiënten de moeite waard zijn, maar ook de medewerkers die
deze patiënten behandelen. Niet voor niets heeft de Van Mesdagkliniek veel
energie gestoken in professionalisering. Met professionalisering laat je zien dat zowel je medewerkers
als je patiënten het beste verdienen. Ik denk dat deze professionalisering een
belangrijke basis is geweest voor het weer op de rails krijgen van de Van
Mesdagkliniek. Wat ik leuk vond was dat dit bij ITZ ook werd geconstateerd, wat
er toe heeft geleid dat een aantal socio-therapeuten onder leiding van het
bureau Deskundigheidsbevordering van de Van Mesdagkliniek een traject zijn
gestart in Flevo Future om
ook daar te komen tot verbeteringen.”
Het stuk is een leuke PR stunt maar
verveelt zijn doel toch wel behoorlijk als men het genoemde naast hetgeen plaatst dat momenteel in de Van Mesdagkliniek door
intern onderzoek wordt bekeken. Met professionalisering ZOU men inderdaad laten
zien dat medewerkers en patiënten van een tbs-kliniek het beste verdienen. Op dit moment is het zo dat men zich nogal grote zorgen moet maken
om het welzijn van patiënten en is het ronduit beschamend een antwoord te
moeten geven op de eerder genoemde vraag die ons bereikte. Alvorens het
‘culturele erfgoed’ vanuit de Van Mesdag ook nog over de
dragen op Flevo Futuur, zal men hopelijk nog eerst
enkele jaren hard werk inzake professionalisering verrichten – en dan wel deze
keer met het gevolg dat de praktijk werkelijk verbetert zodat wij niet over
enkele jaren weer een paar buitengewoon positieve regels in een nieuwsbrief
over de tbs-sector moeten lezen die als een kaarthuis instorten zodra men de
praktijk ernaast houdt.
Bruinsma heeft, zo
begrijpen wij uit de nieuwsbrief, ongeveer vijf jaar lang zijn hele best gedaan
om de problemen die de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) in 1999 in de
kliniek constateerde, op te lossen. Trots bericht hij van prachtige, behaalde
resultaten. Wij vragen ons af, of de theoretische, goede bedoelingen wel ooit
in de praktijk werden omgezet. In ieder geval blijkt dat het met het aantrekken
van kwalitatief goede professionals en het beveiligen van de kliniek niet al te
best is gesteld. Een professional die alcohol meeneemt voor o.a. voormalig alcohol- en drugsverslaafden… mogen wij vragen
‘hoe professioneel ben je dan wel?’ Afgezien daarvan dat de ‘professional’ in
kwestie daarmee ervoor heeft gezorgd dat menigeen, wat betreft zijn
verslavingsproblematiek, een terugval zal hebben gekregen, gaat heel wat
medicatie die binnen tbs-instellingen aan patiënten wordt verstrekt ook geenszins samen met het gebruiken van alcohol. Hoe
professioneel ben je als je je patiënten aan
dergelijke risico’s blootstelt? Een beter voorbeeld van onprofessioneel gedrag
valt haast niet te bedenken.
Het lijkt er veel meer op dat het oude
cultuurtje in Groningen nog steeds heerst, beheerst en overheerst en dat er
slechts weinig tot geen cultuurverandering heeft plaatsgevonden. “De kliniek
weer op de rails…”… waar heeft meneer Bruinsma het over? Het is dan ook opvallend dat er verder
geen concrete feiten worden gemeld, behalve het feit dat de inspectie in het
verleden constateerde dat e.e.a. verbeterd was.
Gezien de huidige omstandigheden zal men zich toch op z’n
minst de vraag moeten stellen of er niet een verdere periode gericht op
cultuurverandering nodig zal zijn. Deze keer zou men zich dan ons inziens naar echter moeten richten op daadwerkelijke
veranderingen en ‘zijn best doen’, zo blijkt, is helaas niet goed genoeg c.q.
het is de vraag hoe het eerder geschetste het resultaat kan zijn indien men
werkelijk jarenlang zijn best heeft gedaan.
Waar zijn de feiten die het betoog van Bruinsma onderbouwen? Wellicht is de huidige directeur
behandelzaken van de Van Mesdagkliniek bereid om de cijfers betreffende
seksueel gresoverschrijdend gedrag (GOG) van de afgelopen jaren bekend te
maken? Daaraan kunnen wij namelijk aflezen hoe het zit m.b.t. veranderingen
t.a.v. cultuur en professionaliteit. Aangezien de veranderingen zo bijzonder
positief zijn, zal het geen probleem voor de kliniek zijn de cijfers bekend te
maken. Immers… ‘in de Van Mesdag is nu alles op orde…’. Hoe vaak gebeurt het
dat een hulpverleenster seksueel contact met een patiënt zoekt en dus ontucht
met misbruik van gezag pleegt zoals art. 249(2)3 van ons Wetboek van Strafrecht
een dergelijk ‘incident’ tussen behandelaar en patiënt noemt? Hoe vaak per jaar
gebeurt het? Tevens zouden wij graag willen weten wat er dan met degenen die
over schreef gingen, gebeurt. Ook daaraan valt namelijk de mate van
professionaliteit en de ‘cultuur’ van een kliniek af te lezen. Wij worden er
graag van op de hoogte gesteld.
Om
een voorbeeld te geven wat betreft het onderwerp ‘seksuele grensoverschrijdend
gedrag (GOG) binnen tbs-klinieken, hebben wij onderstaand enige informatie die
ons bereikte op een rij gezet. De feiten die ons bekend zijn, hebben wij
geanonimiseerd. Zes scenario’s van seksueel GOG: 5 ter beschikking gestelde
patiënten en 5 plegers van seksueel GOG binnen 2 tbs-klinieken:
1. Patiënt 1 had
met hulpverleenster A een relatie in tbs kliniek X (eind jaren ‘90)
2. Patiënt 2 had met hulpverleenster B een relatie in tbs kliniek X
(eind jaren ‘90) [verdere 2 c.q. 3 gevallen van GOG gedurende dezelfde
tijd in kliniek X alhier niet genoemd].
3. Patiënt 2 had
met hulpverleenster C een relatie in tbs kliniek Y (omstreeks 02/03)
4. Patiënt 3 werd
door hulpverleenster D seksueel geïntimideerd in tbs kliniek Y (omstreeks begin
2005)
5. Patiënt 4 werd
verbaal en visueel lastig gevallen door hulpverleenster E in tbs kliniek Y
(omstreeks augustus 2005)
… enkele weken geleden,
direct na overplaatsing naar een andere afdeling...
6. Patiënt 5 werd
geconfronteerd met ‘de gevoelens van verliefdheid’ van hulpverleenster E in tbs
kliniek Y (omstreeks augustus 2005)
Men had hulpverleenster E niet
overgeplaatst omdat zij patiënt 4 lastig was gevallen. Dat geloofde men zelfs
niet. Men beschuldigde patiënt 4 er zelfs nog van verliefd te zijn geweest op
hulpverleenster E. Daarbij had patiënt 4 helemaal geen boodschap aan de avances
van hulpverleenster E. In tegendeel, hij heeft die als lastig
ervaren. Hulpverleenster E zei tegen patiënt 4 dat hij een leuke jongen
was en gluurde vaak naar hem. Tegen patiënt 5 zei dezelfde hulpverleenster een
paar weken later verliefd op hem te zijn. Zou patiënt 5 weten dat zij om de paar weken op een andere patiënt ‘verliefd wordt’ en die
gevoelens dan ook in woord en gedrag naar patiënten toe vertaald? Er moet erbij
worden vermeld dat hulpverleenster E binnen het mogelijke scenario van GOG nog
enigszins professioneel heeft gehandeld door het tenminste
te melden nadat zij de patiënt van haar gevoelens had verteld. Desalniettemin is er een probleem dat dringend aandacht
behoeft en zal het probleem binnenkort mee worden genomen naar een andere
kliniek indien men niet adequaat met het probleem zal omgaan. Zo niet, zal de
volgende ‘verliefdheid’ wel over enkele weken de kop opsteken en op het bordje
van een derde patiënt komen te liggen die zich eveneens weer speciaal zal
voelen doordat een therapeute zogenaamd verliefd op hem is. Zowel de
grensoverschrijdende hulpverlener als ook de staf later gaat de patiënt immers
niet voorlichten. Van overdrachtsgevoelens heeft patiënt 5 dan ook tot kort nog
nooit gehoord, zo moesten wij leren.
Wat valt er te constateren wat betreft de
vraag ‘hoe vaak komt seksueel GOG binnen tbs klinieken voor’? In ieder geval
moeten wij helaas concluderen dat het bij het plegen van seksueel GOG door
hulpverleners in tbs-klinieken niet gaat om incidenten. Met toenemende
bezorgdheid vermoeden wij dat het probleem binnen de tbs-sector vaker speelt
dan binnen de GGZ in het algemeen. Binnen de GGZ, zo
neemt men gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek aan, ligt het percentage
hulpverleners dat over de schreef gaat (circa 15%)
door ontucht met misbruik van gezag met patiënten te plegen ongeveer 5% hoger
dan binnen de gezondheidszorg in het algemeen (10%). Enkele dagen geleden
attendeerden wij de ministers Donner en
Hoogervorst al d.m.v. een brief erop dat dit thema dringend
aandacht behoeft. Over de cijfers voor seksueel GOG
door hulpverleners in tbs klinieken heeft het
ministerie van Justitie na drie maanden helaas nog steeds geen openheid
gegeven.
Afgezien van het vóórkomen van GOG binnen
tbs klinieken, dient ook gekeken te worden naar hoe men bij constatering van
seksueel GOG door hulpverleners met deze problematiek omgaat. In theorie houdt
het in dezen gevoerde beleid in dat werknemers die seksueel misbruik met
patiënten plegen onmiddellijk ontslagen worden. Zo hoort het ook. Immers, meer
dan de helft van de plegers van GOG lijdt aan een of meerdere ernstige
stoornissen. Daarmee willen wij onze meest ernstig gestoorde psychiatrische
patiënten toch wel niet opzadelen?! Zij behoeven immers juist bijzonder goede zorg. Toch vrezen wij
dat de praktijk op dit punt niet bij de theorievorming aansluit. Het werd ons
bekend dat toen in 1999 hulpverleners die seksueel misbruik hadden gepleegd met
patiënten simpelweg naar een andere kliniek werden overgeplaatst – waarmee het
probleem geenszins kon worden opgelost. Het probleem
werd alleen maar verplaatst. Het
ministerie zou er dan ook goed aan doen om bij overplaatsing na GOG het vervolg
in retrospectie te gaan volgen. In veel of zelfs de meeste gevallen zal
namelijk blijken dat met de overplaatsing van het personeelslid dat over de schreef ging ook het probleem van seksueel misbruik van
de ene naar de andere kliniek werd doorgegeven.
Wat betreft de bovengenoemde gevallen
waarvan wij op de hoogte kwamen, kan in ieder geval gesteld worden dat
hulpverleenster E hetgeen haar op de ene afdeling niet
lukte even later wel op een andere afdeling lukte. Zij maakt door haar gedrag
dan ook goed duidelijk dat het haar zeker niet om de persoon zelf ging. Van
echte verliefdheid is dan ook slechts zeer zelden sprake in gevallen van GOG
door hulpverleners. Het ging haar bovenal om de macht en wellicht ook om de
seks. In ieder geval dient het aangaan van een seksuele relatie ertoe om nog
meer macht over patiënten te verkrijgen. Hulpverleenster E werd onlangs op
non-actief gesteld. Helaas is het ook in haar geval de bedoeling haar gewoon
over te plaatsen naar een andere kliniek. Aangezien het thema ‘seksueel
grensoverschrijdend gedrag (GOG) door hulpverleners’ in het algemeen al
moeilijk bespreekbaar is, hetgeen voor de tbs-sector
in het bijzonder geldt, en omwille van de constatering dat de patiënt in
kwestie weken na dato nog niet weet wat er eigenlijk is gebeurd en wat het naar
hem toe gehandhaafde gedrag inhoudt omdat men niet de moeite nam hem e.e.a. uit te leggen over gevoelens van overdracht en over seksueel GOG door hulpverleners in
het algemeen. Dit is helaas een nogal typisch fenomeen binnen de
gezondheidszorg. Zodra er sprake is van seksueel grensoverschrijdend gedrag
door een hulpverlener, kiest men helaas veelal ervoor te doen alsof er niets
aan de hand is. Aan de patiënt wordt dan
ook geen informatie verstrekt die dringend noodzakelijk zou zijn om het
gebeurde beter te kunnen begrijpen en te kunnen verwerken en die tevens
noodzakelijk is om een verder ‘incident’ in de toekomst te voorkomen. Men kiest
ervoor ‘geen slapende honden wakker te willen maken’ i.p.v. al het mogelijke te
gaan doen om verdere ‘incidenten’ te voorkomen.
Men kiest voor ‘geen slapende honden wakker
maken’ i.p.v. al het mogelijke te gaan doen om verdere ‘incidenten’ te
voorkomen. Preventie wordt dus in ieder geval in dit opzicht binnen
tbs-klinieken zeer zeker niet met hoofdletters geschreven. Dit is stuitend
aangezien men zich toch juist met preventie bezighoudt in tbs-klinieken. Zal
patiënt 5 hetzelfde te wachten staan als patiënt 2 die zich na overplaatsing
door gebrek aan informatie niet ervoor kon beschermen een verder incident mee
te maken?
Tbs-kliniek Y, plaatste eerder
hulpverleenster D over naar een andere kliniek. Zij werd simpelweg
overgeplaatst en met haar de grote kans m.b.t. recidive. Het is dan ook
bijzonder opmerkelijk dat juist daar waar men dag in dag uit met het thema
‘kans op recidive’ bezig is, niet lijkt te weten dat de kans op recidive bij
GOG door hulpverleners bijzonder groot is. Voor het merendeel van de
hulpverleners die zich schuldig maken aan seksueel GOG geldt dat de kans op
herhaling bij ongeveer 80% ligt. Dat noemt men dan ‘collegialiteit onder
klinieken’ en ‘kwalitatief goede zorg’ voor patiënten… het probleem c.q. de
tijdbom wordt gewoon verplaatst.
Het derde geval van GOG had overigens met
grote waarschijnlijkheid voorkomen kunnen worden indien een van de beide
klinieken ooit de moeite had genomen aan de patiënt enige voorlichting te
bieden. Helaas doen tbs-klinieken dat niet. Ter beschikking gestelde patiënten
zijn zich dan over het algemeen ook niet ervan bewust dat het niet om iets
leuks of gewoons gaat als een therapeute avances maakt maar dat er zelfs sprake
is van het plegen van een delict, dat hierbij hun vertrouwen wordt beschaamd en
men misbruikt maakt van het machtsverschil dat aan de relatie tussen
hulpverlener en patiënt inherent is. Ter beschikking gestelde patiënten zijn
bijzonder afhankelijk doordat zij naast de aan een behandelrelatie inherente
afhankelijkheid tevens opgesloten zitten en ook slechts 2 kansen voor
behandeling krijgen. Manipulatie van gegevens, chantage van patiënten,
onterechte ernstige beschuldigingen door plegers en zelfs de mogelijkheid dat
een over de schreef gaande pleger de patiënt zal
helpen te ontsnappen zijn verdere, mogelijke, zorgwekkende consequenties van
seksueel machtsmisbruik binnen de tbs-sector. Dat een patiënt er niet bij
gebaat is tijdens zijn behandeling ook nog seksueel
misbruikt te worden, behoeft geen betoog. Ook mannelijke slachtoffers binnen de
tbs-sector kunnen ernstige problemen door seksueel GOG door hulpverleners ondervinden. Bovendien worden ter beschikking
gestelde slachtoffers van GOG door hulpverleners tevens met het probleem
geconfronteerd dat zij in de meeste gevallen worden overgeplaatst en daardoor elders opnieuw moeten starten met de al begonnen of zelfs al
bijna afgeronde therapie. Dit houdt in dat slachtoffers van GOG door het
slachtoffer van een strafbaar feit te worden binnen de ‘veilige’ muren van een
kliniek alleen al erdoor gestraft worden omdat hun behandeling binnen de
tbs-sector ongeveer 1 á 2 jaar langer zal duren. Patiënten krijgen geen tot
weinig kans over het gebeurde te kunnen spreken. Zij ontvangen geen informatie
over het onderwerp en blijven om die reden ook veelal jarenlang ten onrechte
met het idee rondlopen dat het gebeurde hun eigen schuld was waarbij zij net
als iedere andere cliënt en/of patiënt die het slachtoffer wordt van GOG door
een professional geen enkele verantwoordelijkheid dragen voor de professionele
relatie die zij zijn aangegaan. De factor ‘stoornis’ aan de zijde van de over de schreef gaande hulpverlener valt patiënten binnen de
tbs-sector overigens wel degelijk op. Dit o.a. zou vragen moeten gaan oproepen.
Gezien het feit dat elk geval van GOG met een aanzienlijke verlenging van het
verblijf van de patiënt binnen de tbs-sector gepaard gaat en gezien het feit
dat het hierbij niet om incidenten gaat, is het bovendien terecht ook een blik
op het kostenplaatje te werpen dat onnodig ontstaat
alleen maar omdat hulpverleners hun gevoelens niet onder controle hebben,
waarbij de hoofdzorg uiteraard daar ligt waar het welzijn van patiënten in het
geding komt c.q. schade oploopt.
Ten einde nog een verder feit betreffend de
relatie tussen de tbs-sector en het thema seksueel grensoverschrijdend gedrag
(GOG) door hulpverleners. Op 3 oktober a.s. zal de rechtbank in Dendermonde (Vlaanderen) de uitspraak in de zaak tegen de
Vlaamse psychiater Vincent Martin bekend maken. De ‘sterpsychiater’ en
gerechtsdeskundige was zelf gespecialiseerd in het
optreden als getuige deskundige voor slachtoffers van seksueel misbruik. Daarnaast behandelde hij zedendelinquenten en bekleedde hij een
functie bij het Vlaamse ministerie van Justitie. De psychiater wordt
ervan verdacht 5 patiënten verkracht en twee verdere patiënten seksueel
misbruikt te hebben. Daarnaast gaf een slachtoffer aan dat hij haar tot zelfmoord
zou hebben aangezet. Lees bijvoorbeeld het recentelijk in het Vlaamse
tijdschrift HUMO verschenen artikel ’Dubieuze praktijk: op de sofa bij tv-psychiater Vincent
Martin -- Het slachtoffer: 'De sessies leken min of meer normaal. Tot hij zijn kleren uitdeed' op onze website.
Volgens de veelal gelijkluidende
getuigenissen van de slachtoffers van Vincent Martin liet hij zich door zijn
patiënten tijdens de sessie masseren. Hij stelde voor een therapeutische
afspraak te maken in een sauna. De psychiater
mailde naar één van zijn patiënten: 'Mijn
allerliefste koekeloerepoezewoefske.' Dit bericht verzond
hij vanuit het ministerie van Justitie. Toen de psychiater in België al niet
meer werkzaam mocht zijn als psychiater en hij zijn functie bij het ministerie
van Justitie al heeft moeten opgeven, was het hem wel mogelijk om, hangende het
onderzoek m.b.t. veelvoudig seksueel misbruik van patiënten, een baan in
Nederland te bemachtigen.
Vincent Martin werd als psychiater in de
Nederlandse tbs-kliniek De Kijvelanden (Rotterdam) aangenomen. In HUMO lezen
wij: “Na zijn ontslag in Merksplas
vindt hij onmiddellijk een nieuwe baan in het centrum De Kijvelanden in
Rotterdam”. Hij kwam volgens HUMO daar wel slechts met mannelijke patiënten in
contact maar gezien het feit dat het niet slechts bij grote uitzondering
gebeurt dat seksueel grensoverschrijdende professionals ‘van beide walletjes
eten’, is deze mededeling niet per sé geruststellend
van aard. Martins advocaat Vermassen
merkte op “Hij had een job, daar in Rotterdam, tot een
Belgische collega de Nederlanders is gaan vertellen: 'Weet gij wel wie dat is?...” De van meervoudig seksueel misbruik
beschuldigde Vlaamse psychiater had niet zomaar ‘een job’
in Nederland binnen de gezondheidszorg gekregen maar het was hem mogelijk om in
een van de meest beveiligde instituten van ons land een baan te verkrijgen die
met veel verantwoordelijkheid gepaard gaat. Niet slechts in Vlaanderen, maar
daarna ook in Nederland, kon de van zedendelinquentie verdachte psychiater
zomaar aan de slag om met o.a. zedendelinquenten - oftewel
‘lotgenoten’ – aan het werk te gaan. De Kijvelanden, een van onze
tbs-klinieken, had dus blijkbaar geen navraag gedaan wat betreft het
professionele verleden van de psychiater. De tbs-kliniek zadelde zichzelf met
een behoorlijk probleem op door de uit ons buurland afkomstige arts niet te
screenen. Maar vooral bracht de kliniek hiermede ook haar patiënten in gevaar.
Immers, wat moeten onze zedendelinquenten gaan leren van een van
zedendelinquentie beschuldigde professional die om zichzelf te verdedigen tegen
de beschuldiging van meervoudige verkrachting roept “ze was ook vaak kort
gerokt!”? Dergelijke rationalisaties zijn onder zedendelinquenten al lang
bekend en tbs-klinieken zouden er nu juist op gericht moet zijn dergelijke
rationele vertekeningen te behandelen en niet, zoals in De Kijvelanden
gebeurde, ook nog als ‘professioneel element’ in de kliniek halen. Hoe zit het met de veiligheid van onze
tbs-klinieken, hoe zit het met de deskundigheid van het personeel? Hoe zit het met de zorgvuldigheid die men betracht bij het aannemen
van personeel en hoe zit het met de kwaliteit van de zorg die men aan ter
beschikking gestelde patiënten biedt? Een
reeks vragen die wij bij dezen dan ook graag aan de ministers Donner en
Hoogervorst willen stellen en waarop wij hopen een uitvoerig antwoord te mogen
verkrijgen. Omwille van de problemen die ons bereiken vanuit de tbs-sector,
plaatsen wij zeer grote vraagtekens bij de kwaliteit van de geboden zorg in
onze tbs-instellingen. Sterker nog: wij constateren regelmatig dat er weinig
sprake van zorg is maar veel reden tot bezorgdheid. In plaats van zorg worden
ter beschikking gestelde patiënten regelmatig en dus structureel geconfronteerd
met diverse vormen van machtsmisbruik. Nadere informatie hierover zullen wij
aan minister Piet Hein Donner in ons e-mail ‘Wist u al dat…?’
verstrekken. Tot zover over het onderwerp ‘seksueel grensoverschrijdend gedrag (GOG)
binnen de tbs-sector’.
Nu staat er volgens de gekozen titel van
dit nieuwsbericht nog een verder onderwerp op het programma: ‘rock’n roll binnen de
tbs-sector’. Maar helaas…, in dit opzicht is er geen nieuws. Dit gedeelte van
de titel was misleidend. Met muziek klinkt het allemaal net iets aangenamer.
Helaas… alleen maar zorgwekkende geluiden vanuit de tbs-sector en zeer zeker
geen rock’n roll. Ons
verzoek aan de beide ministers is het dan ook om ervoor zorg te dragen dat er
voortaan positievere berichten over de tbs sector te schrijven zullen zijn.
Laten wij de fictieve titel ‘TBS: rock’n roll zonder seks en drugs’ voor een nieuwsbericht in de
toekomst als doel formuleren. Als het zo ver is willen wij daarover met alle
plezier berichten. Dit zal echter pas gebeuren wanneer de berichten die ons
vanuit de tbs sector bereiken en dergelijk nieuwsbericht ook onderbouwen en
wanneer wij niet meer aan de lopende band geconfronteerd worden met de meest
schrijnende toestanden die maar te bedenken vallen. Anno 2005 is het ‘seks en drugs’ in tbs-klinieken. Er lijkt dus weinig
veranderd te zijn. Wij hopen dat de ministers zich ervoor zullen inzetten dat
dit beeld van de sector geleidelijk zal wijzigen. Met enkelbandjes komen wij er
helaas niet. Er zal veel voor nodig zijn om een daadwerkelijke
cultuurverandering te bewerkstellingen. Corstiaan Bruinsma lijkt het in ieder geval gedurende 5 jaar niet
bepaald gelukt te zijn in de Van Mesdagkliniek. Er valt een hoop te doen in de
tbs-sector. Er valt heel veel te verbeteren. Er is sprake van hele structurele problemen. Die problemen behoeven dan ook
een hele structurele aanpak.
Met onze hartelijke dank aan al degenen die door hun ervaringen met ons te delen de basis voor deze publicatie hebben gecreëerd. In de hoop dat dit bericht menigeen zal wakker schudden. In de hoop dat men zich vragen zal gaan stellen en dat men op zoek zal gaan naar antwoorden op die vragen. Helaas is de vraag ‘hoe is het mogelijk dat…?’ een prominent terugkerende vraag zodra de tbs-sector in beeld komt. Wij hopen dan ook heel erg dat wij ons die vraag in de toekomst steeds minder vaak zullen moeten stellen en dat men bereid zal zijn met hetgeen wij aandragen datgene te doen dat nodig is om de kwaliteit en veiligheid van onze tbs-klinieken te verbeteren. Dit artikel werd in het algemeen belang geschreven. Opdat het onderwerp binnen de tbs-sector onder de aandacht zal worden gebracht zodat patiënten voortaan kwalitatief betere zorg zullen verkrijgen en minder kans zullen lopen in seksueel of seksueel getint opzicht last te ondervinden door hulpverleners. Tevens heeft deze publicatie tot doel ook op het veiligheidsaspect wat betreft onze maatschappij te attenderen. Grensoverschrijdend gedrag gepleegd door hulpverleners in tbs-klinieken is ook een bron van zorg wat betreft de veiligheid van onze maatschappij. Immers, zodra een persoonlijke relatie naast een professionele relatie ontstaat, is het oordeel van de professional in kwestie niet meer zuiver. Emoties kunnen ertoe leiden dat de professional besluiten neemt die zelfs voor de maatschappij gevaarlijk kunnen zijn. Daarom juist zou het thema GOG binnen tbs-klinieken bespreekbaar moeten worden. Het is van groot belang dat zowel hulpverleners als ook patiënten op de gevaren van het aangaan van een seksuele en/of persoonlijke relatie met elkaar gewezen worden. GOG is dan ook geen thema dat slechts eenmalig aan de orde dient te komen maar het is iets dat regelmatig onder de aandacht van personeel en patiënten moet worden gebracht. In het taboe schuilt juist het grote gevaar. Indien er meer openheid over zou bestaan, zou dit met zekerheid een hele positieve uitwerking hebben t.a.v. preventie. Wij zijn dan ook graag bereid mee te denken over het handhaven van dit probleem binnen de tbs-sector en tevens bereid in overleg en/of samenwerking een specifiek voor de tbs-sector toegesneden informatiebrochure te ontwikkelen. Het doel van dit bericht is het dan ook niet om te klagen maar bovenal om een het thema uit de taboezone te halen zodat er zoveel mogelijk aan preventie van GOG door hulpverleners gedaan kan worden. Ons verzoek is met name gericht aan het ministerie van Justitie en aan het ministerie voor Volksgezondheid. Tevens willen wij hetzelfde verzoek richten aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) die als organisatie regelmatig met het probleem seksueel grensoverschrijdend gedrag door hulpverleners te maken krijgt.
Geraadpleegde literatuur:
Deze publicatie
hebben wij op 23 september 2005 onder de aandacht bij onze minister van
Justitie, mr. Piet Hein Donner, gebracht.
Neem ook kennis van
de ander beide stukken die wij eerder dit jaar over het tbs-systeem
hebben gepubliceerd.
Bezoek ook onze RUBRIEK TBS of ga naar onze NIEUWSPAGINA TBS
© www.misbruikdoorhulpverleners.nl