-      Publicaties MdH:

-      Seksueel grensoverschrijdend gedrag (GOG)

in tbs klinieken -

 

Redactie Misbruik door Hulpverleners (MdH)

 

18 september 2005

 

 

OPEN BRIEF AAN DE MINISTERS

DONNER (justitie) EN HOOGERVORST (VWS)

 

Tevens hebben wij onderstaande brief gericht aan de beide vaste kamercommissies voor Volksgezondheid, Welzijn & Sport (VWS) en Justitie van

de Tweede Kamer der Staten Generaal

 

 


 

 

Website MISBRUIK DOOR HULPVERLENERS (MdH)

 

www.misbruikdoorhulpverleners.nl

 

                                                                                                                                    

                                                                                                                                     Website Misbruik door Hulpverleners (MdH)

                                                                                                                                     www.misbruikdoorhulpverleners.nl

                                                                                                                                     Postbus 402

                                                                                                                                     1180 AK Amstelveen

                                                                                                                                     T: 06 – 137 717 47

                                                                                                                                     E: info@misbruikdoorhulpverleners.nl

 

Amstelveen, 18 september 2005

 

 

Betreft: Verzoek om aandacht voor de problematiek ‘Seksueel grensoverschrijdend gedrag (GOG) door hulpverleners in tbs klinieken

 

 

 

Geachte minister Donner, geachte minister Hoogervorst,

 

 

Door middel van deze open brief beogen wij uw aandacht te vestigen op de problematiek ‘Seksueel grensoverschrijdend gedrag (GOG) door hulpverleners in tbs klinieken.

 

Op vrijdag 16 september jl. was Humphrey Ludwig, ervaringsdeskundige TBS en auteur van het op dezelfde dag als tweede druk verschenen werk ‘Onder dwang: leven in een TBS-inrichting, te gast in het programma Barend en van Dorp. Onder andere werden de kijkers erop geattendeerd dat Ludwigs boek zonet als tweede druk bij uitgeverij L.J. Veen was verschenen. Ludwig schreef zijn eerste boek samen met Rick Blom die toen als journalist werkzaam was. Tijdens de uitzending van Barend en van Dorp kwam het onderwerp dat wij in dit bericht willen belichten, namelijk het grensoverschrijdend gedrag (GOG) door een sociotherapeute, niet aan bod. Dit thema komt wel in het werk Onder dwang aan de orde. Het boek is gebaseerd op de ervaringsdeskundigheid van Humphrey Ludwig die eerder 6 jaar in tbs klinieken doorbracht. Het boek is echter niet slechts een ervaringsverhaal van een ex- ter beschikking gestelde patiënt maar in het werk worden ook veelvuldig officiële documenten geciteerd. Onder andere gaat het hierbij om een onderzoek van de Rijksrecherche dat in 1999 in de Van Mesdagkliniek in Groningen werd uitgevoerd omwille van seksueel grensoverschrijdend gedrag van diverse hulpverleners met aan hun zorg toevertrouwde patiënten. Humphrey was toen een van de slachtoffers:

 

“Dokter Annet moest de brief op tijd krijgen, zodat ze haar best kon doen om weer op onze afdeling terecht te komen als afdelingspsych, zo was de gedachte. Ik had de brief snel geschreven, omdat ik op dat moment dacht dat er veel van af kon hangen. Er stond in: ‘Middels deze wilde ik Uw aandacht vragen voor het volgende. Sedert medio november 1998, al geruime tijd dus, bevind ik mij in een zeer precaire situatie, die rondom mijn persoon is ontstaan. De situatie aangaande mijzelf en de sociotherapeute Marina M., die ik reeds in september 1998 met U besproken heb, is sinds die tijd al snel uitgelopen op een relatie waarin er van beide kanten gevoelens tot uiting kwamen die verder gingen dan de platonische gevoelens, zoals ik die destijds met U besproken heb. Ik ben in de eerste helft van oktober van dat jaar zover gekomen dat ik daarin ben meegegaan en eraan heb toegegeven. Volgens eigen zeggen van Marina M., bestonden haar gevoelens voor mij al langer, ongeveer een jaar, gaf zij toen aan mij toe. Deze situatie duurde voort tot in november waarbij het overigens niet tot daadwerkelijk seksueel contact kwam, daar ik, gezien zij getrouwd was, daar bezwaren tegen had. Wel heeft zij verscheidene keren aangegeven wel seksueel contact met mij te willen. Er begonnen toen ook spanningen te ontstaan daar zij tevens in de knoop raakte met haar professionaliteit, geen van beiden slaagden we er echter in, hier een pasklare oplossing in te vinden.

 

Op 12 november gingen wij samen op landelijk verlof naar mijn familie, terwijl daar vlak voor de spanningen al opliepen, hetzij niet per definitie op een negatieve manier. Het verlof verliep, wat mij betreft, aanvankelijk zonder daadwerkelijke problemen, waarbij er ook de nodige intimiteiten werden uitgewisseld. Na enige tijd bij mijn moeder thuis echter, werd Marina plotseling ziek. Zij kreeg hevige buikpijn en baarmoederlijke bloedingen en gaf toe eigenlijk al ziek te zijn geweest voordat wij uit Groningen vertrokken. Ik heb toen gereageerd door haar, tegen haar aanvankelijke wens in, naar het ziekenhuis te brengen. Daar bracht de behandelend arts mij op de hoogte dat ze de situatie gestabiliseerd had maar dat het maar goed was dat ik die beslissing voor Marina had genomen. Terwijl Marina behandeld en onderzocht werd, heb ik ongeveer anderhalf uur onbegeleid rondgelopen in en rondom het ziekenhuis. Alles verliep echter goed en nog eens tweeënhalf uur later reden we met een inmiddels door Marina gebelde collega terug naar Groningen. De volgende dag echter, werd ik op kantoor gesommeerd en aan een kruisverhoor onderworpen, al snel werd mij duidelijk dat Marina ’s ochtends vroeg had opgebeld met het verhaal dat zij zich zodanig bedreigd, zelfs gegijzeld, door mij had gevoeld dat zij daardoor ziek was geworden. Het contact was even ‘weggevallen’ tijdens het verlof en ik had haar een aantal messen laten zien toen zij enige tijd alleen met mij in een kamer was. Ik zei niets aan haar gemerkt te hebben maar gaf toe dat er even een situatie was geweest waarin ik even geen behoefte aan contact met haar had, dit was echter incidenteel, en dat ik haar inderdaad messen had laten zien, maar dat zij er zelf mee had zitten spelen, laat staan dat zij zich bedreigd voelde.

 

Dit verhaal, zeker gezien in het licht van de relatie tussen ons, kwam voor mij totaal bij verrassing en brak mij. Ik zweeg echter nog steeds over de relatie. Vreemd genoeg werd er geen enkele sanctie of maatregel genomen. Ik ging het weekend erna gewoon met begeleid verlof naar de zitting in Arnhem en ging ook nog steeds met stadsverlof. De week erna ging ik met Edith J. de stad in, die op de hoogte zijnde van de relatie, mij probeerde over te halen om met de hele waarheid naar voren te komen. Ik was echter in een hevig dilemma verwikkeld, daar ik uiteraard nog gevoelens van liefde en loyaliteit naar Marina toe koesterde. Marina was inmiddels, na een kort ziekteverlof, weer gewoon komen werken. Echter, doordat ik met mijn sociale kring binnen de kliniek over mijn problemen was gaan praten, kwam het gerucht op de afdeling terecht dat ik een relatie met Marina had, en heb ik, uit zwakte en omdat ik vrijwel door iedereen die ervan wist onder druk werd gezet, het gerucht bevestigd.

 

De unanieme analyse onder diegenen die het wisten was namelijk dat Marina mij, om wat voor reden dan ook, in diskrediet had willen brengen en zichzelf in had willen dekken. Een weekend daarna ontstond er een moeilijke situatie, mijn verlof werd ingetrokken omdat ik ‘uitlatingen’ had gedaan, ik werd niet geloofd en onder druk gezet terwijl Marina gewoon bleef werken en in feite deed alsof er niets aan de hand was, al had zij sinds het verlof wel een spreekverbod. Ik kreeg te horen dat ik twee jaar verlenging had gekregen, daar Uw vervanger het verhaal van Marina als argument had gebruikt. Ondanks dat het in feite een bizar en ongeloofwaardig verhaal is, zodanig dat mijn advocate in eerste instantie niet eens geloofde dat men het als argument zou gebruiken. Sindsdien is er een waar wespennest ontstaan, Marina ontkent grotendeels, er is grote onrust in het team, Marina’s verhaal wordt door sommige personeelsleden wel en door andere weer niet geloofd, er lijken allerlei belangen mee te spelen, de afdeling lijkt stuurloos en een grote anarchie, betrokkenen worden niet gehoord of hun verklaringen worden aan de kant gezet en er lijken geheime agenda’s te bestaan.

 

Mijn situatie, die een behandelsituatie hoort te zijn, is veranderd in een situatie van overleven. MDB’s (multi disciplinaire behandelbespreking [red.] en vierwekelijkse evaluaties heb ik niet meer en er zijn allerlei spreekverboden en verboden om te rapporteren. Ik ervaar de situatie als beangstigend en penibel. Daar komt nog eens bij dat recentelijk de relatie van Mick met Susan van S. en de relatie van Tony met Edith J. aan het licht is gekomen, relaties waarvan ik ook op de hoogte was en waarin ik persoonlijk garant kan staan dat Mick en Tony er de waarheid over spreken. Maar op een of andere manier lijken er redenen te bestaan om er niet met verantwoordelijkheid en naar behoren mee om te gaan. Ik vind, en daar sta ik zeker niet alleen in, de situatie zeer vreemd maar blijf toch hopen op een uiteindelijke goede en correcte oplossing, voor alle betrokkenen. Ik hoop dan ook zeer dat U ertoe wil bijdragen dat de situatie naar behoren wordt opgelost en dat de rust en stabiliteit op de afdeling op een goede manier terugkeert. Ik doe U hierbij ook enkele relevante stuken toekomen en hoop, dat U hier, gezien de gevoeligheid van de situatie, met de nodige discretie mee zult omgaan. Het gewraakte verlofverslag van Marina heb ik echter niet tot mijn beschikking daar dat mij, zelfs maar tot inzage, wordt onthouden, dus daar zult U zelf navraag naar moeten doen. Ik hoop U hiermede voorlopig voldoende te hebben geïnformeerd en dat de situatie zich dermate goed ontwikkelt dat wij in de toekomst in goede samenwerking verder kunnen.‘

 

Sociotherapeute Marina was inmiddels met ‘buitengewoon verlof’ gestuurd en had zich direct daarop ziek gemeld. Dit is een bekend trucje; je kunt immers niet ontslagen worden als je in de ziektewet zit. Marina was de informele leidster van een clubje sociotherapeuten binnen het team, waartoe ook mijn vaste begeleider Marcel behoorde. Het waren deze achterblijvers die voor de problemen zorgden. Ze deden er alles aan om de afdeling te ontwrichten – ‘de tactiek van de verschroeide aarde’, zoals een collega van hen het noemde. Hun werk deden ze niet meer. Ze rapporteerden nog wel, maar dan alleen nog over mij. De overige gedetineerden konden doen wat ze wilden; aan hen werd geen enkele aandacht meer besteedt. De ‘rapportages’ die er over mij werden geschreven dienden maar één doel: een zo negatief mogelijk beeld van mij geven en mij daarmee het leven zo moeilijk mogelijk maken. Door mijn ‘schuld’ was er een collega in opspraak geraakt, en dat moest koste wat kost gewroken worden. (…).

 

Elke kliniek heeft een Commissie van Toezicht, een instantie die eventuele klachten van de gedetineerden behandelt. Maar, omdat zo’n commissie verbonden is aan een kliniek, lijkt er op de een of andere manier sprake te zijn van een belangenverstrengeling. Als je met kleine problemen bij ze komt, dan helpen ze je wel. Maar als je met een ingewikkeld en gevoelig probleem komt, Hasta la vista… Na een korte babbel met het afdelingshoofd en de directie werd mijn klacht dan ook afgewimpeld. Ik deed opnieuw mijn beklag, maar werd weer niet gehoord. Mijn situatie was gewoon te heavy voor ze; het leek er ook op dat ze de kliniek niet al te veel tegen de haren in wilden strijken. Er zat voor mij niets anders op dan mijn beklag te doen bij elke instantie die maar wilde luisteren. Het wordt je als tbs-gedetineerde niet bijgebracht hoe dat moet, dus moest ik mezelf een stoomcursus geven in klachtzaken en ambtelijk schrijven. Samen met de brief die ik aan dokter Annet had geschreven, had ik ook brieven klaarliggen voor de Nationale Ombudsman, de Centrale Raad voor Strafrechttoepassing, het Medisch Tuchtcollege, de Stichting Patiënten Vertrouwenspersoon en de Inspectie voor de Gezondheidszorg. (…).

 

Het duurde niet lang of ik kreeg reacties op mijn brieven. De Nationale Ombudsman antwoordde: ‘Ingevolge de wet op zijn ambt is de Nationale Ombudsman niet bevoegd een onderzoek in te stellen naar een gedraging waartegen ingevolge de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden een procedure aanhangig is bij de beklag- of beroepscommissie. Buiten het kader van een onderzoek ligt het niet op de weg van de Nationale Ombudsman om te bemiddelen. Het spijt me dat ik u niet anders kan berichten.’ Daar werd ik dus niet veel verder mee geholpen. De Centrale Raad voor Strafrechttoepassing gaf me als antwoord dat ik me maar tot de Commissie van Toezicht moest wenden. Alsof ik dat niet al geprobeerd had. De Stichting Patiënten Vertrouwenspersoon was meelevend, maar bood verder geen hulp. De directeur schreef: ‘Naar aanleiding van Uw brief van 01 februari 1999 waarin U problemen beschrijft, die zijn voortgekomen uit een verhouding met een kliniekmedewerker, moet ik U helaas mededelen dat ik niets voor U kan doen. Het werkgebied van de patiënten vertrouwenspersoon (PVP) is beperkt tot algemene en categoriale psychiatrische ziekenhuizen. Tbs-klinieken die onder het ministerie van Justitie resorteren vallen niet onder onze dienstverlening. Ik wil niettemin toch twee opmerkingen maken naar aanleiding van Uw brief. Een hulpverlener die een relatie aangaat met zijn cliënt gebruikt de hulpverlenerrelatie tot een ander doen dan waarvoor deze is aangegaan. Dit is schadelijk voor de cliënt en vormt naar mijn mening altijd een schending van de professionele norm door de betreffende hulpverlener. Instellingen moeten alert zijn op dit soort gebeurtenissen en voortvarend en corrigerend optreden als deze zich voordoen. Hierbij kan uiteraard niet aan de orde zijn dat de cliënt het verwijt krijgt dat hij een fout heeft gemaakt. Zelfs als de cliënt het initiatief heeft genomen tot het doen ontstaan van een relatie blijft de fout toch bij een hulpverlener liggen. Mijn tweede opmerking is meer een algemene. Met Uw brief bevestigt U mijn al bestaande vermoeden dat cliënten van tbs-klinieken, zoals de Mesdagkliniek, kwetsbaar zijn. Zij kunnen de ondersteuning door een PVP even hard nodig hebben als degenen die zijn opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. Onze ervaring in enkele forensische klinieken waar we wel werken, omdat ze deel uitmaken van de algemene psychiatrie, bevestigen dat. PVP’s die in die klinieken werken hebben flink wat werk. Tot zover mijn reactie op Uw brief. Nogmaals wil ik benadrukken dat het mij spijt dat ik niets voor U kan doen. Ik kan u slechts adviseren om gebruik te maken van de klachtenprocedures die in de Mesdagkliniek bestaan.’

 

De klachtenprocedures in de Mesdagkliniek? Alsof dát zoden aan de dijk zet. Hier blijkt wel uit hoe er van buitenaf veel onterecht vertrouwen bestaat in de ‘goede gang van zaken’ in een tbs-kliniek. Binnen de tbs-kliniek is de regels van de interne beklagprocedures volgen net zoiets als Al Capone vragen om de maffia te bestrijden. Maar daar kom je helaas pas achter als je écht problemen in zo’n kliniek krijgt. Bij het Medisch Tuchtcollege werd inmiddels wel een klachtenprocedure gestart. Ik kon daar niet anders dan de vervanger van dokter Annet, dokter Jan-Willem, aanklagen. Maar zo’n procedure is traag en heeft weinig kans op succes, hoe gegrond de klacht ook mag zijn. Een arts vragen om een andere arts te veroordelen is tenslotte een niet erg solide constructie, ook al was het aantoonbaar dat dokter Jan-Willem over bepaalde zaken loog toen hij bijvoorbeeld achteraf claimde al van de relatie tussen mij en Marina te weten nog voor die was uitgekomen. Een heel ander verhaal was het met de Inspectie van de Gezondheidszorg. Hiervan kwam wel een reactie, en wat voor een. Het duurde niet lang of Mick en ik waren in gesprek met de Inspecteur van Volksgezondheid, mevrouw Plantinga. Nadat we alles hadden uitgelegd, kregen we van haar een weekend de tijd om na te denken en te beslissen of we wilden dat zij zou ingrijpen. Dat ingrijpen zou namelijk nogal wat gevolgen hebben voor de kliniek… (…).”

 

Het gevolg voor de kliniek was onder andere dat de Rijksrecherche een grondig onderzoek in de kliniek instelde waarbij diverse relaties tussen hulpverleensters en ter beschikking gestelde patiënten aan het licht kwamen. Opvallend was dat alle gevallen van seksueel grensoverschrijdend gedrag (GOG) door hulpverleners evenals de grootste zaken op het gebied van drugssmokkel en –verkoop juist op de strengste van alle reguliere afdelingen, konden plaatsvinden. Hoe strenger, hoe veiliger, gaat niet op. In dit geval bloeiden de verkoop van drugs en het plegen van seksueel misbruik nu juist, en dan wel op een bijzonder strenge afdeling. Ondanks het feit dat seksueel grensoverschrijdend gedrag (GOG) door hulpverleners binnen tbs klinieken regelmatig voorkomt, is het meer de uitzondering dan de regel dat dergelijke gebeurtenissen publiek worden. Op het onderwerp ‘GOG door hulpverleners binnen tbs instellingen’ rust helaas een nog veel groter taboe dan op hetzelfde thema binnen de GGZ in het algemeen. Directies van tbs klinieken stoppen dergelijke gebeurtenissen dan ook liefst in de bekende doofpot in plaats van adequaat met de problematiek om te gaan door haar bespreekbaar te maken, gericht op preventie in de toekomst.

Omstreeks die tijd verscheen onder andere een nieuwsbericht in een krant dat kopte met het feit dat wel 125 personeelsleden zouden worden ontslagen. Uiteraard waren dat alleen maar woorden die niet werden opgevolgd door daden. Op papier dient een hulpverlener ontslagen te worden indien hij/zij seksueel GOG met een ter beschikking gestelde patiënt pleegt. In de praktijk ziet men echter dat dit niet altijd gebeurt. Over het algemeen plaatst men grensoverschrijdende professionals over naar een andere tbs kliniek waarmee men het probleem dus slechts verplaatst. En meestal is het nogal een groot probleem waarmee men dan de volgende kliniek opzadelt want meer dan de helft van alle plegers van GOG binnen de gezondheidszorg pleegt het GOG niet slechts eenmalig maar veelal zelfs regelmatig. En meer dan de helft van de plegers van GOG binnen de gezondheidszorg lijdt, zo toont wetenschappelijk onderzoek aan, aan een of zelfs meerdere (zeer) ernstige psychiatrische en/of psychoseksuele stoornissen. Kan of moet dit verplaatsen van het probleem van de ene naar de volgende tbs inrichting ‘collegiaal gedrag’ worden genoemd? Het is niet slechts de volgende patiënt die eveneens zal gaan lijden onder het grenzeloze gedrag van een bepaalde hulpverlener maar ook de naam van de kliniek kan hierdoor in opspraak komen. En afgezien daarvan kent het thema seksueel grensoverschrijdend gedrag binnen tbs klinieken een element dat buiten de tbs sector en dus elders binnen de GGZ en/of gezondheidszorg niet speelt: seksueel GOG door hulpverleners in tbs instellingen kan ook verworden tot een probleem voor de maatschappij, namelijk op het moment dat een hulpverlener besluit de patiënt met wie zij/hij een relatie onderhoudt, te helpen bij een onttrekking en/of vluchtpoging.

Daarnaast is het zeer bedroevend te hebben moeten constateren dat tbs klinieken niet in staat zijn om adequaat met de problematiek GOG door hulpverleners om te kunnen gaan. Een van de patiënten die toen in de Van Mesdagkliniek door hulpverleensters seksueel werden misbruikt, stelde recentelijk naar een lid van onze redactie toe “Het was ook wel mijn eigen schuld. Ik word ook zo snel verliefd.” Is het niet bijzonder droevig dat de patiënt circa 7 jaar na dato en al die tijd in een tbs kliniek door te hebben gebracht, nog steeds niet wist dat het nooit en te nimmer ook maar voor een enkel procent zijn eigen schuld was geweest dat er een relatie tussen een personeelslid en hem was ontstaan? Niemand binnen de sector heeft het blijkbaar ooit voor nodig geacht duidelijkheid in dezen te scheppen. Omwille van ondeskundigheid, desinteresse, omdat men  zich er ongemakkelijk bij voelt of wellicht ook door gemakzucht heeft men hem al die jaren maar in het geloof gelaten dat het vooral zijn schuld was dat er een relatie tussen hem en een hulpverleenster was ontstaan. Een gebeuren waaronder hij leed. Dit is een meer dan droevige constatering die nog aangevuld dient te worden met de mededeling dat de toen misbruikte patiënten omwille van hetgeen er was gebeurd, werden overgeplaatst naar andere klinieken. Hierdoor hebben zij vele maanden t/m anderhalf jaar langer in een tbs kliniek doorgebracht dan het geval was geweest indien zij niet seksueel waren misbruikt op een plek die nu juist veilig – ook voor henzelf – had moeten zijn. Een plek waar menige ter beschikking gestelde ook aan zijn traumata werkt die in sommige gevallen met het gepleegde delict verband houden. De plek waar men soms van een eerder trauma dient te herstellen en waar men zich te allen tijde vooral bewust dient te worden van de impact van het gepleegde, geweldsdelict, verwordt tot een plaats waar men opnieuw een ernstige trauma oploopt en vervolgens tijdens de behandeling als dader ook nog tot slachtoffer verwordt – waardoor de behandeling er niet makkelijker op wordt.

Het is nu al vele weken geleden dat wij een vraag met betrekking tot seksueel grensoverschrijdend gedrag door hulpverleners in tbs klinieken aan de persvoorlichting van het ministerie van Justitie stelden. Na enkele weken te hebben gewacht en bij herhaling navraag te hebben gedaan, mochten wij op 18 augustus 2005 het navolgende antwoord op een door ons gestelde vraag ontvangen: “De Dienst Justitiële Inrichtingen werkt met gedragscodes voor het personeel waarin ook de relatie tot gedetineerden en bewoners wordt behandeld. Over het aantal meldingen van misbruik of vermeend misbruik heb ik tot nu toe geen landelijke cijfers kunnen achterhalen.” Gedurende de afgelopen maand blijkt het nog steeds niet gelukt te zijn om de cijfers m.b.t. grensoverschrijdend gedrag door hulpverleners te achterhalen. Interesseert justitie zich dan zo weinig voor de binnen haar eigen muren door hulpverleners gepleegde strafbare feiten? Is het zo vreemd om ervan uit te gaan dat justitie toch wel over dergelijke cijfers zou moeten beschikken? Men is ondertussen al ongeveer drie maanden bezig te zoeken naar de cijfers betreffend GOG door hulpverleners binnen tbs instellingen. Zullen zij er wel zijn? Boeit het wel iemand op het ministerie dat er onder toezicht van justitie seksuele delicten worden gepleegd binnen tbs klinieken? Is men zich wel bewust van de gevolgen van het gepleegde gresoverschrijdend gedrag voor patiënten, klinieken maar ook in het ergste geval zelfs voor de maatschappij?

Aangezien men de exploitatie van een bar door gedetineerden recentelijk aan banden legde, zou het niet ook aan de tijd zijn, minister Donner, om iets te gaan doen aan het feit dat het regelmatig voorkomt dat ter beschikking gestelde patiënten het slachtoffer van seksueel misbruik binnen tbs klinieken worden? Slachtofferschap of zelfs hertraumatisering zal in geen geval een positieve bijdrage leveren tot de behandeling van ter beschikking gestelde patiënten. Het plegen van ontucht met misbruik van gezag (art. 249(2)3 Wetboek van strafrecht) valt onder het ministerie van Justitie, evenals de ter beschikking gestelde patiënten zelf en de hulpverleners die de professionele en wettelijke grenzen overschrijden onder hetzelfde ministerie vallen. Maar blijkbaar is het plegen van delicten door personeel binnen tbs klinieken evenals het welzijn van patiënten van dusdanig gering belang voor het ministerie dat men het niet eens voor elkaar krijgt de cijfers binnen een kwart jaar te kunnen vinden. Is de doofpot dan zo groot en diep dat het zo moeilijk is een paar getallen bij elkaar te rapen? Het verbaast ons overigens dat degelijke cijfer niet kant-en-klaar, jaar voor jaar, in de vorm van een rapport, beschikbaar worden gesteld. Wij wachten nog steeds op het antwoord op diverse vragen die wij betreffende de tbs hadden gesteld.

Het kan voor het Ministerie van Justitie toch wel niet zo moeilijk zijn de cijfers van binnen de eigen muren gepleegde delicten boven tafel te krijgen? Wilt u er a.u.b. voor zorg dragen dat die cijfers er zullen komen en dat dit onderwerp binnen de tbs sector in de toekomst meer aandacht zal krijgen? Patiënten die na vele jaren nog niet hebben mogen leren dat het niet hun schuld was dat een hulpverlener haar/zijn boekje te buiten ging en in feite een strafbaar delict pleegde… hulpverleners die men voor het gemak maar overplaatst naar een ander kliniek waarbij de kans op ‘overplaatsing naar de volgende plaats van delict’ meer dan 50% bedraagt… . Wij hebben hierover enkele vragen en zien dien dan, zeker gezien het feit dat dit onderwerp eigenlijk nooit aan bod komt en geen enkele aandacht mag verkrijgen behalve enige aandacht daarvoor dat alles in de bekende doofpot wordt gestopt op het moment dat een geval van GOG de kop opsteekt, ook graag beantwoord door het ministerie. U kunt contact met ons opnemen door gebruik te maken van een van de op onze pagina CONTACT genoemde mogelijkheden. Terwijl er niet eens cijfers gevonden kunnen worden bij het ministerie dient het ministerie in feite zelfs op de hoogte te zijn van de namen van alle plegers van GOG en dient het er ook voor te zorgen dat hulpverleners die zich dusdanig grensoverschrijdend en dus onprofessioneel en tegen de wet in gedragen na het plegen van GOG geen verdere kans meer kunnen krijgen nog verder binnen de tbs sector te mogen gaan werken.

De lopende discussie over de ter beschikking stelling gaat onder andere over de vraag hoe ervoor gezorgd kan worden dat de kwaliteit van de behandeling binnen tbs klinieken zal gaan toenemen. Wat betreft het thema GOG kan er een begin mee worden gemaakt. Door degenen die zich seksueel grensoverschrijdend naar patiënten toe gedragen hebben uit de sector te verwijderen, zullen namelijk ook in andere opzichten juist degenen worden uitgesloten die ook op andere gebieden voor problemen zorgen waardoor noch het welzijn van de patiënten noch de veiligheid van de maatschappij gegarandeerd kan worden.

Wij besluiten dit stuk door te refereren aan de woorden van Humphrey Ludwig tijdens Barend en van Dorp afgelopen vrijdag: degenen die niet deugen, dienen te vertrekken. Er moet een mentaliteitsverandering plaatsvinden oftewel een cultuurverandering. Dat kan alleen maar bereikt worden wanneer degenen die al bewezen hebben geen affiniteit met de sector te hebben, zullen vertrekken. Opruimen is immers de enige manier om orde op zaken te stellen. Er valt helaas nog een hoop op te ruimen. Het aan die boodschap inherente goed nieuwsbericht is dat er dus ook veel verbeterd zou kunnen worden binnen ons tbs systeem. Wij hopen dan ook zeer dat men ook daadwerkelijk iets wil gaan onderzoeken en veranderen en het parlementair onderzoek t.z.t. geen ‘schone schijn bedrog actie’ blijkt te zijn geweest. Er gingen eerder stemmen op die wezen op grote mankementen in het systeem. Tot nu toe heeft men nooit de moeite genomen ook eens de doofpotten om te gaan keren die gedurende vele jaren werden gevuld en bewaakt. Tussen alle narigheid die daarin aan te treffen valt, zitten ook de antwoorden op de hamvraag, namelijk hoe het tbs systeem verbeterd kan worden: in het belang van ter beschikking gestelde patiënten evenals in het belang van onze maatschappij. Als verbetering een serieus doel is dat men met een parlementair onderzoek vervolgt, dan dient er ook naar het akeligste in het geheel heel serieus te worden gekeken. In de doofpotten zit waarmee zich niemand uiteen wil zetten. In plaats van zich daarop blind te staren en de dekseltjes van al die potjes maar angstvallig op de potjes te blijven drukken, zou het veel waardevoller zijn de potten eens te gaan doorzoeken naar antwoorden op relevante vragen. Vragen waarop op geen enkele andere manier adequate antwoorden gevonden zullen kunnen worden. Of verzoeken wij nu om zoiets als ‘Al Capone vragen de maffia te bestrijden’? Verbetering begint bij de constatering dat het beter kan en beter moet. Dit te blijven ontkennen zal niet tot verbetering leiden maar het zal ervoor zorgen dat problemen zullen voortbestaan en zelfs zullen verergeren want ooit weet men simpelweg niet meer wat men zoal in die doofpotten heeft gestopt.

Wellicht dat ook de cijfers over binnen klinieken gepleegd seksueel grensoverschrijdend gedrag juist in de potjes aangetroffen zullen worden. Ergens moeten die cijfers immers zijn als zij na drie maanden zoeken op het ministerie nog steeds niet te vinden zijn. Afgezien van de vragen die wij stellen, wilden wij ook aanbieden een bijdrage te leveren aan de bestaande problematiek binnen de tbs sector door onze bereidheid te tonen mee te willen denken over het in het leven roepen van een brochure over grensoverschrijdend gedrag c.q. machtsmisbruik door hulpverleners binnen tbs klinieken. Dit omdat het niet ons doel is alleen maar te zeuren. Het gaat ons er met name om dat er verbeteringen zullen komen. Daar waar mogelijk willen wij graag een positieve bijdrage leveren.

Te zijner tijd zullen wij nog diverse, interessante stukken afkomstig uit het Rijksrecherche onderzoek dat in 1999 in de Van Mesdagkliniek werd uitgevoerd, publiceren. Laatstgenoemde stukken werden tot nu toe niet eerder gepubliceerd. Lees meer hierover.


 

 

Neem ook kennis van de recensie (2002) van Gerdien van der Voet, toen als AIO in opleiding en werkzaam bij de sectie Arbeidsrecht van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Van der Voet schrijft onder andere “Onder dwang is een uniek en verbijsterend relaas en stelt de lezer in staat zelf een oordeel te vellen over de zin en onzin van de veelbesproken tbs-behandeling.” en “Ondanks het feit dat er ernstige onderwerpen in worden aangeroerd is het geenszins een deprimerend boek. In tegendeel. De schrijver blijkt over een gezonde (?) dosis humor te beschikken en het is dan ook onmogelijk om het boek te lezen zonder af en toe in de lach te schieten. Ik kan iedereen dan ook aanraden het boek eens te lezen en dat zoveel mogelijk met een ‘open mind’ te doen. Als wetenschapper zijnde dienen we immers altijd open te staan voor de vraag of iets ook anders, en dan met name beter kan.”

 

Dit bericht zullen wij op 18 september 2005 per post naar de ministers Donner en Hoogervorst zenden, in de hoop dat men zich beraadt en omwille van het welzijn van patiënten en omwille van de veiligheid voor de maatschappij ook eens aandacht zal gaan besteden aan dit vergeten kindje: Grensoverschrijdend gedrag (GOG) door hulpverleners binnen tbs instellingen.


 

 

Geraadpleegde literatuur:

 

Voor publicatie van delen uit het werk van Humphrey Ludwig hebben wij van de auteur toestemming verkregen, waarvoor onze dank aan hem!


 

 

Hartelijk dank voor uw aandacht.

 

Hoogachtend,

 

 

Jeannette,

Een van de oprichtsters, beheerder & lid van de redactie van de website

Misbruik door Hulpverleners (MdH)

 

 

 

Bezoek ook onze RUBRIEK TBS of ga naar onze NIEUWSPAGINA  TBS

 

 

© www.misbruikdoorhulpverleners.nl