- Publicaties MdH -

 

Website MISBRUIK DOOR HULPVERLENERS (MdH)


 

Een bijdrage aan de studienamiddag ‘Grensoverschrijdend gedrag (GOG) van zorgverstrekkers t.a.v. personen met psychische problemen’

 

van Tanja Zondervan

7 maart 2006

 

Seksueel GOG door hulpverleners: via FEITEN naar ERKENNING en PREVENTIE

 

Een perspectief vanuit ervaringsdeskundigheid & vrijwilligerswerk op het gebied van seksueel, psychisch/emotioneel en fysiek misbruik door hulpverleners

 

Samenvatting van onderstaand artikel (Engels)

 

 

INLEIDING

 

Historie

Reeds meer dan 2400 jaar geleden besefte Hippocrates dat in de relatie tussen arts en patiënt per definitie sprake is van machtsongelijkheid. Hij formuleerde de EED VAN HIPPOCRATES aan die artsen sindsdien gebonden zijn. De Hippocratische eed (ius iurandum) vormt ook de basis voor alle hedendaagse beroepscodes en ethische richtlijnen die binnen de gezondheidszorg worden gehanteerd. De essentie van de eed geldt in feite voor alle soorten hulpverleners:

 

 

Een hulpverlener dient:

 

·          altijd goed voor zijn/haar cliënten/patiënten[1]                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                   

                 te zorgen en mag nooit enige schade berokkenen aan een aan zijn/haar zorg toevertrouwde

                 cliënt/patiënt.

·          de woning van een cliënt/patiënt slechts in het belang van de zieke/hulpvragende te betreden.

·          zich te onthouden van alle moedwillig verkeerde handelingen, van elke verleiding en in het bijzonder van alle vormen van lichamelijk genot met cliënten/patiënten.

 

 

In de Griekse oudheid werd de ethische basis voor medisch handelen in de expressie ‘primum nihil nocere’, oftewel ‘berokken geen schade!’, verwoord. Ondanks het feit dat het bij seksueel grensoverschrijdend gedrag (GOG) door hulpverleners dus om een oeroud en zeer bekend probleem gaat, treffen wij het probleem vandaag de dag helaas nog steeds veelvuldig aan. Voorlichtingswerkzaamheden[2]

 

gericht op preventie zijn uitermate belangrijk. Naast voorlichting dient in het kader van preventie ook aandacht besteed te worden aan het invoeren en/of herzien van ethische codes voor alle hulpverlenende beroepsgroepen. Tevens heeft de wettelijke basis voor seksueel GOG door hulpverleners in België behoefte aan uitbreiding, o.a. door ontucht met misbruik van gezag ook in het Strafwetboek op te nemen zoals dit in enkele Europese landen[3]

 

al het geval is. Beleidsmakers in de hiervoor aangewezen ministeries zouden een belangrijke rol kunnen en moeten spelen bij het doorbreken van het grote taboe dat helaas nog steeds op dit onderwerp rust.[4]

 

 

GOG met cliënten/patiënten met én zonder psychische problematiek

Ondanks het feit dat deze studiedag gericht is op GOG door hulpverleners met cliënten/patiënten die aan  psychische problematiek lijden, kies ik ervoor slachtoffers van GOG door hulpverleners zonder psychische problematiek in deze bijdrage niet uit te sluiten. Aangezien men er nog steeds niet in is geslaagd algemene, karakteristieke kenmerken te benoemen die voor de meeste cliënten/patiënten die het slachtoffer van GOG worden, van toepassing zijn, is het de vraag of het zinvol is onderscheid te maken tussen cliënten met en zonder psychische problematiek. Afgezien van het feit dat er risicogroepen bestaan, waaronder ook personen met psychische problemen vallen, blijkt uit ervaring en onderzoek dat GOG door een hulpverlener iedereen kan overkomen. Het probleem beperkt zich niet tot een bepaalde gender, leeftijd, opleidingsniveau, sociale status, etnische groep, beroep,… en/of geestelijke gesteldheid. Onderzoek van Pope[5]

 

toont aan dat zelfs ca. 20% van alle psychologen tijdens hun opleiding seksueel GOG door een collega ondergaan die hen als leertherapeut, supervisor, mentor en/of docent tijdens hun opleiding begeleidt. Zelfs goed opgeleide, over kennis van het bestaan van overdrachten, bestaande wetten, regels en richtlijnen beschikkende professionals worden dus regelmatig het slachtoffer van GOG door een hulpverlener aan wiens zorg zij zich in de een of andere vorm hebben toevertrouwd. Psychische problematiek aan de zijde van de cliënt/patiënt is dan ook geen veelzeggende indicator m.b.t. het risico door een hulpverlener seksueel misbruikt te worden.

 

Wel is het zo dat hulpverleners werkzaam binnen de geestelijke gezondheidszorg over bijzonder veel kennis beschikken m.b.t. het heden en het verleden van een cliënt/patiënt en dat zij de via hun opleiding verkregen vakkennis en vaardigheden niet slechts in het belang van de hulpvragende kunnen gebruiken maar die ook ten dienste van het eigen belang kunnen stellen en er misbruik van kunnen maken – in grotere mate dan deze b.v. voor hulpverleners geldt die een opleiding op het gebied van de somatische gezondheidszorg hebben gevolgd. Het is van groot belang er heel duidelijk in te zijn dat de verantwoordelijkheid voor de professionele relatie te allen tijde en volledig bij de hulpverlener ligt – ongeacht eventuele psychische problematiek van een hulpvragende. Een hulpverlener die seksueel GOG met een aan zijn/haar zorg toevertrouwde cliënt/patiënt pleegt, draagt er voor 100% de verantwoordelijkheid voor. Er valt dan ook geen acceptabele reden te bedenken waardoor aan de cliënt/patiënt terecht enige vorm van deelschuld toegewezen zou kunnen worden. Degene die de grenzen van de professionele relatie dient aan te geven, te bewaken en te bewaren is de hulpverlener en nooit de hulpvragende. Een behandelrelatie is per definitie een ongelijkwaardige relatie, ongeacht eventuele psychische problematiek aan de zijde van de hulpvragende. Het cruciale punt waarnaar de aandacht dient uit te gaan is dan ook het  aan professionele relaties inherente machtsverschil waardoor de hulpvragende zich altijd in een ondergeschikte positie c.q. afhankelijkheidspositie bevindt. Binnen afhankelijkheid bestaat geen keuzevrijheid. Bij GOG door hulpverleners kan dus ook nooit sprake zijn van enige vorm van consensus! Hulpverleners die de grenzen overschrijden, maken misbruik van hun gezagspositie en zij maken tevens misbruik van het vertrouwen dat hulpvragende terecht in hen moeten kunnen stellen. Wegens de vele overeenkomsten tussen de ouder-kind-relatie en de relatie tussen hulpverlener en hulpvragende, wordt naar het probleem GOG in de vakliteratuur o.a. ook met de term therapeutische incest [6]

 

 verwezen. Plegers van GOG hebben dan ook veel raakpunten met incestplegers en pedofielen, o.a. door gebruikt te maken van grooming.[7]

 

 

 

FEITEN: dé basis voor erkenning van deze problematiek

 

Waarom gaan sommige hulpverleners over de schreef?

Er zijn diverse redenen bekend die ten grondslag liggen aan GOG door hulpverleners. Hierbij dient men met name te focussen op de hulpverlener bij wie de volledige verantwoordelijkheid ligt. Het is dan ook de hulpverlener die in 80 tot 95% van de gevallen het initiatief voor seksueel contact neemt.[8]

 

In het bijzonder binnen de psychotherapie is het gebruikelijk dat cliënten/patiënten sterke gevoelens van overdracht kunnen ontwikkelen. Positieve overdrachtsgevoelens worden door hulpvragende bijna altijd als gevoelens van verliefdheid geïnterpreteerd omdat die overdrachtsgevoelens het meest op hevige gevoelens van verliefdheids lijken. Het onvermogen van een hulpverlener de professionele grenzen te handhaven kan te maken hebben met diverse oorzaken, waaronder: (1) tekortschieten van de gevolgde opleiding, (2) inadequate functieomschrijving, gebrek aan oriëntatie en supervisie, (3) gebrek aan goede supervisie op de werkvloer of het niet gebruik maken van geboden mogelijkheden in dezen, (4) gebrek aan bewustzijn t.a.v. het fenomeen overdrachten in het algemeen of in een specifieke situatie, (5) extreme behoefte aan bevestiging door de cliënt/patiënt, (6) professionals die naïef zijn en aan een gebrekkig sociaal oordeelvermogen lijden, (7) degenen die omwille van organische handicaps (hersenletsel of andere organische ziekte) disfunctioneren, (8) professionals met problemen t.a.v. hun sociaal oordeelvermogen wegens alcohol- of drugsverslaving en tenslotte (9) psychopathologie die niet gepaard gaat met eerder genoemde problematiek. Bij psychopathologie valt o.a. te denken aan: (a) Schizofrenie of een ernstige vorm van de borderline persoonlijkheidsstoornis, (b) stemmingsstoornissen (vooral de bipolaire stoornis), (c) sociopathie of een ernstige narcistische persoonlijkheidsstoornis, of de combinatie van beide stoornissen en (d) stoornissen in de impulsbeheersing. De kans op succesvolle rehabilitatie van plegers van GOG[9]

 

 die lijden aan genoemde problematiek is helaas niet bijzonder groot. Meestal is er sprake van meerdere oorzaken die leiden tot het GOG.[10]

 

 

Terwijl het zich richten op eventuele psychische problematiek aan de zijde van de cliënt/patiënt niet zinvol is, is het dus wel van groot belang de nodige aandacht te besteden aan eventuele psychische problematiek aan de zijde van de pleger. Meer dan de helft van alle hulpverleners die seksueel GOG met cliënten/patiënten pleegt, lijdt namelijk aan een of zelfs meerdere tot en met zeer ernstige psychiatrische en/of psychoseksuele stoornissen waarbij de betreffende problematiek bijna altijd direct verband houdt met het vertoonde, onprofessionele gedrag.

 

Ernstige problematiek aan de zijde van de pleger kan dan ook wel de belangrijkste oorzaak voor het plegen van GOG worden genoemd. De Orde van Geneesheren evenals strafrechters dienen zich ten einde in feite altijd de vraag te stellen: Zou ik mijn eigen partner, kind of ouder aan de zorg van deze hulpverlener willen en durven toevertrouwen? Zo niet, dienen degenen die over een eventueel beroepsverbod beslissen het welzijn van de gebruikers van de gezondheidszorg even belangrijk te achten als het welzijn van hun naasten. Hoe triest het ook moge zijn, in dergelijke gevallen dient de bevoegdheid van een hulpverlener zijn professie nog langer uit te mogen uitoefenen, aan hem/haar te worden ontnomen. Het algemene, maatschappelijke belang dient in dezen boven het individuele belang van een hulpverlener te staan. De staat zou ervoor kunnen zorgen dat de hulpverlener de kans geboden krijgt een nieuw beroep te leren om in zijn/haar levensonderhoud te kunnen voorzien. Maar, de staat dient vooral ervoor te zorgen dat de kans zo minimaal mogelijk zal zijn dat een hulpverlener, zijn eigen narcistische behoeften voorop stellend, na eerder seksueel GOG met één of meer hulpvragende nog verdere slachtoffers kan maken. Tenslotte gaat het niet slechts om een bijzonder grote hoeveelheid leed die niet in woorden uit te drukken valt maar bij de wetenschappelijk gefundeerde cijfers waarvan wij dienen uit te gaan, gaat het tevens om een enorme kostenpost voor de maatschappij. 

 

 

ERKENNING vanuit de omgeving en door jezelf

 

Alvorens een juridische procedure op te starten, is het voor het slachtoffer van groot belang te weten dat de juridische weg mogelijker wijze geen heil zal brengen. Goede kennis van de diverse juridische mogelijkheden, hun kansen, maar ook hun beperkingen, is van essentieel belang. Het is dan ook van groot belang voor het slachtoffer voor zichzelf duidelijk te krijgen of zij/hij ook zou kunnen leven met het meest negatieve scenario als eindresultaat. Alleen als het slachtoffer ook dat scenario meent aan te kunnen, is het omwille van het belang van goede zelfzorg verantwoord om een juridische procedure aan te spannen. Immers, zulke procedures slepen vaak jarenlang en kosten zeer veel energie en tijd.

 

De behoefte aan erkenning is bijzonder begrijpelijk. Het is ook buitengewoon belangrijk dat er erkenning zal zijn via familie, vrienden, lotgenoten en professionals. Helaas blijkt de essentie van dit thema, het misbruik van macht/positie/gezag, voor velen moeilijk te begrijpen te zijn waardoor het niet makkelijk is voor het slachtoffer om steun en begrip te vinden. Wat m.b.t. erkenning bijzonder belangrijk is, is dat slachtoffers voor erkenning vooral ook bij zichzelf terecht moeten. Een ondersteunende omgeving is heel belangrijk maar erkenning is ook iets dat je voornamelijk aan jezelf dient te geven. Want, alleen wanneer je voor het verkrijgen van erkenning niet volledig afhankelijk bent van de omgeving, zal het (gedeeltelijk) ontbreken van erkenning niet tot hertraumatisering leiden.

Mijn advies aan slachtoffers van GOG luidt dan ook: zoek bronnen die je kunnen helpen de dringend nodige erkenning te verkrijgen.

Lotgenotencontact en vakliteratuur zijn veilige, geduldige bronnen van steun. Zij kunnen houvast bieden, met name in momenten van opkomende twijfels en onterechte schuldgevoelens. De geschreven letter verandert niet als een blad aan een boom. Tevens kun je ook terecht bij literatuur wanneer je vertrouwen in mensen (nog) dusdanig beschadigd is dat je nog niet in staat bent met het probleem GOG bij een persoon in je omgeving aan te kloppen. In het contact met lotgenoten kun je erop vertrouwen dat het door jou meegemaakte niet zal worden gebagatelliseerd of ontkend. Ook zal men je niet beschuldigen van een eigen aandeel[11].

 

Vanuit dit veilige scenario van verkregen steun door lotgenoten en vakliteratuur kan je eraan werken steeds beter in staat te zijn ook erkenning aan jezelf te schenken. Wanneer je zo ver bent dat jij weet hoe e.e.a. geïnterpreteerd dient te worden en het gebrek aan erkenning door de buitenwereld niet meer onmiddellijk twijfels, onzekerheid en onterechte schuldgevoelens oproept maar je desondanks in staat bent jezelf de nodige erkenning te kunnen blijven schenken, dán ben je sterk genoeg een ondeskundige professional, een het onderwerp niet begrijpende vriend en zelfs een rechter die zijn uitspraak baseert op gebrek aan deskundigheid in zaken GOG, aan te kunnen.

 

Op weg naar herstel en rechtvaardigheid wens ik alle slachtoffers van GOG veel erkenning in hun directe en indirecte omgeving. Echter, met name wens ik hen ook erin te slagen in de loop der tijd ook aan zichzelf de nodige erkenning te kunnen schenken. Het aanspannen van procedures in zake GOG door hulpverleners is met zekerheid waardevol en meestal zelfs van groot belang. Voor het slachtoffer zelf, voor degenen die haar/hem nog zullen opvolgen en voor het ontstaan van meer feiten- en ervaringskennis bij professionals die met slachtoffers van GOG in aanraking komen. Het is in het algemeen, maatschappelijk belang dat dit thema veel meer aandacht zal verkrijgen. Deze studiedag is een beginpunt. Echter, denk in eerste instantie aan jezelf en zorg ervoor dat je geen stappen onderneemt terwijl je er nog niet aan toe bent en je de gevolgen van bepaalde keuzes wellicht nog niet geheel kunt overzien en/of dragen.

 

 

PREVENTIE van seksueel GOG in de hulpverlening

 

De sleutel voor het vinden van oplossingen voor een probleem houdt nauw verband met de oorzaken van het probleem. De dringende noodzaak voor preventie wordt vooral duidelijk door het feit dat rond 90% van alle slachtoffers van GOG veelal ernstige, langdurige schade van het GOG ondervindt. Ook wanneer het seksuele contact pas na afloop van het behandelcontact ontstaat, ondervindt de cliënt/patiënt er in rond 80% van de gevallen aanzienlijke schade door. Niet slechts bij uitzondering raken slachtoffers van GOG door hulpverleners voor de rest van hun leven arbeidsongeschikt waardoor zij niet slechts in emotioneel en (psycho)somatisch opzicht maar ook in maatschappelijk, sociaal en financieel opzicht sterk en langdurig worden benadeeld. Velen ontwikkelen een (chronische) Post Traumatische Stress Stoornis (PTSS)[12].

 

Vaak is de schade die bij het slachtoffer ontstaat iatrogeen van aard.[13]

 

 

Naast het directe slachtoffer ontstaan veelal ook indirecte slachtoffers doordat partners, kinderen en/of ouders van het primaire slachtoffer ook onder de gevolgen van het GOG lijden. Daarnaast kan GOG de carrière van de hulpverlener beschadigen en beschadigen gevallen van GOG door hulpverleners het vertrouwen dat gebruikers van de gezondheidszorg in de hulpverlening stellen. Hierdoor loopt ook het aanzien van de beroepsgroepen schade op. Wetenschappelijke studies tonen aan dat tussen de 1 en de 17,7% van alle hulpverleners eenmalig of meermaals seksueel contact met een hulpvragende aangaat. In 33 tot 80% recidiveert de pleger.[14]

 

Wat betreft Nederland dient ervan uit te worden gegaan dat er jaarlijks vele honderden slachtoffers door hulpverleners ontstaan. Naar mijn weten valt er ook geen goede reden te bedenken om redelijker wijze aan te kunnen nemen dat het probleem in België minder frequent voorkomt dan in Nederland. De bevindingen in diverse landen en op diverse continenten lijken sterk op elkaar.

 

GOG door hulpverleners is niet slechts een probleem voor cliënten/patiënten binnen de geestelijke gezondheidszorg maar het is een maatschappelijk probleem. In Canada wordt circa 8% van alle vrouwen in hun leven minimaal één keer seksueel misbruikt of lastig gevallen door een hulpverlener. Verder onderzoek in Canada gaf aan dat circa 1% van de bevolking in de afgelopen 5 jaar fysiek-seksueel was misbruikt door een hulpverlener. Bovendien klaagde rond 2% over inadequaat gedrag zoals het maken van seksuele opmerkingen, dating, begluren tijdens het uitkleden en onzedelijke aanrakingen van patiënten.[15]

 

 

Velen in België werden door de strafzaak tegen de psychiater en gerechtsdeskundige Vincent Martin wellicht voor het eerst geconfronteerd met het bestaan van deze problematiek. De media besteedde in Vlaanderen eerder immers bijzonder weinig aandacht aan dit probleem. De zaak Martin wordt gekenmerkt door elementen die veelal binnen zaken van GOG worden aangetroffen. In feite gaat het bij het geval Martin niet om een uitzonderlijk geval. Zelfs het feit dat de meervoudige zedendelinquent erin slaagde via het Nederlandse Ministerie van Justitie in een van onze tbs-klinieken een baan te bemachtigen, zal bij degenen die veel met deze problematiek te maken hebben niet tot grote verbazing hebben geleid. Toen Martin in België al door zeven ex-patiënten van seksueel misbruik werd beschuldigd, werkte hij in Nederland als behandelaar van o.a. patiënten die een zedendelict hebben gepleegd. Onder meer het feit dat Martin ook in Nederland nog in staat werd gesteld kwetsbare patiënten te ‘behandelen’, heeft ons doen besluiten een formele klacht bij de Orde der Geneesheren in te dienen. Wij verzochten aan de Orde de psychiater definitief uit het artsenregister te schrappen.[16]

 

 

Bij meervoudig seksueel GOG zou de vraag of de betreffende nog wel een verdere kans verdient, niet eens gesteld hoeven worden. Voor meervoudige zedendelinquenten dient geen plaats te zijn binnen de zorgsector. Een psychiater die eigen seksueel delinquent gedrag wegrationaliseert door o.a. als verklaring voor zijn wangedrag naar het korte rokje van een patiënte te verwijzen, is de medische stand waartoe hij behoort geenszins waard. De medische stand echter dient zich in alle duidelijkheid van dergelijke praktijken van een ‘collega’ te distantiëren.  

 

 

Tanja Zondervan

Ervaringsdeskundige seksueel & psychisch machtsmisbruik in de psychotherapie & tevens een van de oprichtsters, beheerder en lid redactie van de Nederlandse website  Misbruik door Hulpverleners (MdH).

 

 

“Wat het slachtoffer het meeste pijn doet, is niet de wreedheid van de onderdrukker maar het stilzwijgen van de omstanders.”

Elie Wiesel, slachtoffer van de Holocaust

 


 

Website Misbruik door Hulpverleners (MdH)

Postbus 402

NL - 1180 AK Amstelveen

T: 0031 - 6 - 137 717 47

E: info@misbruikdoorhulpverleners.nl

 

www.misbruikdoorhulpverleners.nl

 

© MdH, 2006


Nota bene:

Red. MdH, 11 maart 2006,

Update 7 april 2006

 

 

 

www.misbruikdoorhulpverleners.nl



[1] De term ‘cliënten’ wordt in dit stuk gebruikt voor gebruikers van de gezondheidszorg die een behandelovereenkomst zijn aangegaan met hulpverleners die geen arts zijn (b.v. psychologen, sommige psychotherapeuten, verpleegkundigen, fysiotherapeuten etc.). Met de term ‘patiënten’ refereren wij aan degenen die worden behandeld door een medicus (huisartsen, medische specialisten en tandartsen).

[2] De website Misbruik door Hulpverleners (MdH) die sinds oktober 2003 bestaat streeft naast het bieden van enige steun aan slachtoffers van GOG vooral naar meer en betere preventie. Ook onze informatiestand die u op deze studienamiddag aantreft, heeft tot doel d.m.v. het verstrekken van relevante, correcte informatie een voorlichtende taak te vervullen.

[3] Nederland: Art. 249 (2) 3 Wetboek van Strafrecht, sinds 1991

   Duitsland:  Art. 174c Strafgesetzbuch (StGB), sinds 1998

[4] Wiel H.B.M. van de, D. Wilbers & W.C.M. Weimar Schultz (2001) “Seksuele contacten in de arts-patiëntrelatie” in: Lens, P. en P. Kahn (red.) (2001) “Over de  schreef: over functioneren en disfunctioneren van artsen.” Utrecht: Van der Wees.

[5] Kenneth S. Pope (1979) "Sexual Intimacy in Psychology Training: Results and Implications of a National Survey" was published in American Psychologist, vol. 34, issue #8, pages 682-689: http://www.kspope.com/sexiss/research1.php

[6] Voor overeenkomsten tussen incest en therapeutisch incest zie b.v.:

a) Glaser, E. en B. Straver (1991) “Seksueel misbruik door hulpverleners in de gees­telijke en lichamelijke gezondheidszorg: een analyse, aanbeve­lingen en het verslag van de landelijke werkconferentie 'sek­sueel misbruik door hulpverleners'”. Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, Rijswijk & Rutgersstichting, Den Haag. Rijswijk: januari 1991, en:

b) Schoener, Gary Richard, Hofstee Milgrom, J., Gonsiorek, J.C. et al. (1989) “Psychotherapists’ Sexual Involvement with Clients: Intervention and Prevention”. Minneapolis, Minnesota: WICC (Walk-In Counseling Center).

Het laatstgenoemde werk kan als belangrijkste werk m.b.t. het onderwerp GOG door hulpverleners binnen de psychotherapie en psychiatrie gezien worden. Meer informatie over dit waardevolle werk treft u op de navolgende website aan: www.walkin.org.

[7] Grooming  c.q. de slippery slope (glibberige helling) houdt in dat de pleger van GOG pogingen onderneemt het slachtoffer steeds afhankelijker van zich te maken en stapsgewijs emotioneel en fysiek meer toegang tot het slachtoffer probeert te verkrijgen.

[8] Becker-Fischer, M. & G. Fischer 1996 “Sexueller Missbrauch in der Psychotherapie – was tun? Orientierungshilfen fuer Therapeuten und interessierte Patienten”. Heidelberg: Asanger; Nils Friberg (ed.) et al. (1995) "Restoring the Soul of a Church: Healing Congregations Wounded by Clergy Sexual Misconduct". Liturgical Press.

[9] In dit stuk wordt de term ‘pleger’ gebruikt omdat de term ‘dader’ slechts gebruikt dient te worden na veroordeling.

[10] Zie voetnoot 5b.

[11] ‘Blaming the victim’ attitude.

[12]  Therapievormen bij PTSS: EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing), cognitieve therapie en Exposure.

Zondervan, T. (2004) “Seksueel contact tussen hulpverlener en hulpvragende: waarom het niet ´NIET´ maar ´NOOIT´ mag gebeuren. Een wetenschappelijk feit dat de ernst van een trauma opgelopen door grensoverschrijdend gedrag (GOG) door een professional verduidelijkt.” Amstelveen: Red. MdH (www.misbruikdoorhulpverleners.nl): Over de relatie tussen een oorlogstrauma en een trauma opgelopen door seksueel GOG door hulpverleners, gebaseerd op het werk van Becker-Fischer & Fischer (1996).

[13] Iatrogeen: niet eerder geconstateerde problematiek betreffend maar direct voortkomend uit het misbruik zelf.

[14] Zie voetnoot 5b.

[15] Tschan, Werner (2002) “Missbrauchtes Vertrauen: Grenzverletzungen in professionellen Beziehungen. Ursachen und Folgen: Eine transdisziplinäire Darstellung”. Basel: Karger.

[16] Zondervan T. (2005) “TBS: 'Ter beschikking gesteld aan Behandeling door Seksueel delinquent'? ZedenDELINQUENT als ZedenMEESTER aangesteld: Zedendelicten en andere delicten plegende psychiater in dienst van TBS-kliniek”. Amstelveen: Red. MdH. Deze en verdere publicaties van onze redactie treft u aan op de navolgende pagina op onze website: http://www.misbruikdoorhulpverleners.nl/publicaties.html