-       Nieuws Gezondheidszorg –

2005

 

OM: laten inslapen patiënt niet meer vervolgen -- 30 december 2005 -- Volkskrant -- AMSTERDAM - Artsen die stervende patiënten in slaap brengen en zich daarbij houden aan de nieuwe richtlijn van de artsenorganisatie KNMG(*) zullen door het Openbaar Ministerie voortaan met rust worden gelaten. Dat zegt voorzitter Harm Brouwer van het college van procureurs-generaal donderdag in een interview met NRC Handelsblad. Van alle sterfgevallen in Nederland wordt 4 tot 10 procent voorafgegaan door palliatieve sedatie, zo toonde onderzoek in 2003 aan. Daarbij wordt een patiënt die nog zeer kort te leven heeft in diepe slaap gebracht zodat die het stervensproces en het daarmee gepaard gaande lijden niet meer bewust meemaakt. Brouwers voorganger De Wijkerslooth vond dat palliatieve sedatie ook getoetst zou moeten worden, via het strafrecht of een toetsingscommissie, omdat veel artsen het als alternatief voor euthanasie gebruiken. Bijna de helft van alle medische specialisten erkende ooit patiënten te hebben gesedeerd om ze eerder te laten overlijden. Zij ontliepen daarmee een mogelijke juridische procedure. Vorig jaar vervolgde het OM een 32-jarige arts die bij een 77-jarige stervende man, die dreigde te stikken in zijn eigen slijm, palliatieve sedatie had toegepast. Justitie meende dat hij daarmee bewust diens dood had bespoedigd en dat zou gelijk staan aan moord. De arts zat negen dagen vast maar werd, ook in hoger beroep, vrijgesproken. De KNMG kwam begin deze maand met een richtlijn over palliatieve sedatie waarin onder meer is vastgelegd dat de behandeling louter moet zijn gericht op het verlichten van pijn, benauwdheid en angst. Het versnellen van de dood mag geen doel zijn. Artsen mogen er bovendien geen morfine voor gebruiken. Dat medicijn kan tot nachtmerries leiden en is niet sterk genoeg om het bewustzijn voldoende te verlagen. OM-topman Brouwer heeft besloten de opvatting van De Wijkerslooth niet te volgen. Hij beschouwt palliatieve sedatie als normaal medisch handelen. Het OM stelt voortaan alleen nog een strafrechtelijk onderzoek in als artsen hun eigen richtlijn overtreden.

(*) Link naar de nieuwe richtlijn palliatieve sedatie van de KNMG

 

Maes verliest kort geding van Vereniging tegen Kwakzalverij -- 29 december 2005 -- Medisch Contact -- De Vereniging tegen Kwakzalverij hoeft berichtgeving over psychiater Michael Maes op haar website niet aan te passen. Dit bepaalde de rechtbank in Maastricht(*) vorige week in een kort geding. Maes had verwijdering van berichten geëist naar aanleiding van de nominatie voor de Meester Kackadorisprijs 2005. De Universiteit Maastricht (UM) was genomineerd voor de prijs omdat Maes daar hoogleraar was. Toen bleek dat hij er niet meer werkzaam was, trok de vereniging de nominatie in. Uit het vonnis blijkt dat Maes, wiens aanstelling aan de UM afgelopen jaar werd beëindigd, ‘daarover een procedure aanhangig gemaakt (heeft), die nog niet is afgerond’. De advocaat van Maes bepleitte dat hij ‘schade (heeft) geleden, doordat diverse media, onder andere het ANP, de Volkskrant en Medisch Contact, Maes ook met naam en toenaam in hun berichten hebben vermeld’.

Commentaar red. MdH: Lees ook het nieuwsbericht van 27 december jl. zoals gepubliceerd door de Vereniging tegen de Kwakzalverij dat u eveneens op deze nieuwspagina aantreft. (*) dient te zijn ‘de rechtbank in Amsterdam.

 

Disfunctionerende arts was onprofessionele student -- 28 december 2005 -- Medisch Contact -- Artsen met een veroordeling door de tuchtrechter maakten zich vaak ook als geneeskundestudent al schuldig aan onprofessioneel gedrag. Dat blijkt uit een case-control studie in New England Journal of Medicine. De studie onder leiding van Maxine Papadakis van de Universiteit van California in San Francisco, vergeleek studiedossiers van 235 artsen met een veroordeling door een medisch tuchtcollege met die van 469 ‘ongeschonden’ collega’s. In de dossiers zochten de onderzoekers naar tekenen van onprofessioneel gedrag, zoals gebrek aan initiatief en slechte omgangsvormen. Om de ernst aan te geven werd gedrag dat daaraan voldeed, gewaardeerd met een cijfer. Casussen die boven een bepaalde drempelwaarde kwamen, werden nader onderzocht. Uit de studie blijkt dat veroordeelde artsen zich in hun studententijd drie keer vaker onprofessioneel hebben opgesteld dan gewone artsen. Vooral ernstig onverantwoordelijk gedrag en een onvermogen om zichzelf te verbeteren blijken goede voorspellers van latere tuchtrechtelijke problemen. Daarnaast blijkt dat veroordeelde artsen lager scoorden op de toelatingstest voor de basisopleiding en dat zij slechtere cijfers haalden in de eerste twee jaar van de geneeskundestudie. Papadakis c.s. vinden dat ‘professioneel gedrag’ een expliciet onderdeel van toelatingsexamens en afstudeernormen moet zijn. Zij zijn ervan overtuigd dat professionaliteit kan worden aangeleerd en pleiten voor de verdere ontwikkeling van instrumenten die disfunctionerende studenten weer op het rechte pad kunnen krijgen.

Bron: New England Journal of Medicine (NEJM) 2005; 353: 2673-82 en 2709-11.

 

 

Ex-hoogleraar psychiatrie Maes verliest rechtzaak om kwakzalverij  -- 27 december 2005 -- Bestuur VtdK -- De Belgische psychiater Michael Maes, tot voor kort hoogleraar Moleculaire Psychiatrie aan de Universiteit van Maastricht (UM) , heeft het kort geding dat hij aanspande tegen de VtdK verloren. Aanleiding was de nominatie van de UM (vakgroep psychiatrie) voor de Meester Kackadorisprijs 2005. De UM had Maes jaren gehandhaafd als hoogleraar, ook nadat hij op grote schaal alternatieve geneeswijzen ging toepassen. Ten tijde van de nominatie in september 2005 stond Maes als hoogleraar op de website van de Universiteit. Maes bleek echter in september 2004 door de UM ontslagen wegens wanprestatie. De VtdK trok, toen de UM haar attent maakte op het ontslag van Maes, de nominatie voor de Universiteit in. De Meester Kackadorisprijs wordt uitgereikt aan de instelling of instantie die in dat jaar de kwakzalverij het meest bevorderd heeft. Maes gebruikt bij de behandelingen in zijn klinieken een scala aan kwakzalverijen zoals: acupunctuur, chelatietherapie, visolie-capsules en andere supplementen. Verder paste hij allerlei onzinnige diagnostische technieken toe zoals de MELISA-test voor metaalallergieën, de HPU-test en de Pharmanex-biofotonen scanner. Maes claimde bij moeilijk behandelbare aandoeningen als fibromyalgie, het chronisch vermoeidheidssyndroom, burn out en MS grote successen. Hij past deze behandelingen vooral toe in zijn drie privé-klinieken in Belgie. De rechter was op 22 december 2005 van mening dat de VtdK niet onrechtmatig had gehandeld door de UM, wegens Maes’ praktijken, voor de Meester Kackadorisprijs te nomineren. Naar het oordeel van de rechter heeft de VtdK de effectiviteit  van de door Maes gehanteerde methoden terecht in twijfel getrokken. Alle eisen van Maes - rectificatie op grote schaal, schadevergoeding en een verbod hem ooit nog met kwakzalverij in verband te brengen - werden afgewezen. Maes werd ook veroordeeld in de kosten van het geding. De VtdK is uiteraard ingenomen met dit heldere vonnis. Zij kan zo het publiek blijven waarschuwen voor onbewezen geneeswijzen, kwakzalvers én hun bevorderaars zonder dat zij daarbij in haar woordkeuze te zeer wordt belemmerd.

Het vonnis in PDF format

 

 

Huisartsen herkennen kenmerken mishandeling niet 13 december 2005 – Persbureau Novum -- Nederlandse huisartsen herkennen de uiterlijke kenmerken van mishandeling vaak niet. Dat zou blijken uit onderzoek van forensisch arts Udo Reijnders van de GG&GD Amsterdam. De arts presenteerde zijn bevindingen, gepubliceerd in het gezaghebbende Britse tijdschrift Journal of Clinical Forensic Medicine, dinsdag in het televisieprogramma Nova. Volgens Reijnders worden artsen onvoldoende onderwezen in het herkennen van de fysieke kenmerken van huiselijk geweld. Hij stelt dat 25 procent van de huisartsen aangeeft het idee te hebben daarover voldoende te weten. Een betere opleiding zou nodig zijn omdat slachtoffers vaak niet uit zichzelf over mishandeling kunnen of willen praten. Zij zouden vaak smoezen verzinnen om verwondingen te verklaren. Als de arts specifiek vraagt naar mishandeling is echter 85 procent van de slachtoffers bereid te praten, stelt Reijnders. Artsenorganisatie KNMG en het Nederlands Huisartsen Genootschap wilden tegenover Nova niet reageren.

 

Innovaties in de Nederlandse depressiezorg 5 december 2005 – Trimbos Instituut (TI), Nieuwsflitsen nr. 13 --  Depressie is een ernstige aandoening die veel individueel lijden veroorzaakt, de kwaliteit van leven van de patiënt en diens omgeving ernstig aantast en die sociaal-maatschappelijk grote lasten met zich meebrengt. Reden voor een aparte parallelsessie op de Nationale Kennisdag Geestelijke Gezondheidszorg & Verslaving op 11 januari, waarin vier sprekers van het Trimbos-instituut innovaties en ‘doorbraken’ in de aanpak van depressie bespreken. Van de volwassen Nederlandse bevolking tot 65 jaar lijdt 6% aan een depressie of heeft daar kort geleden mee geworsteld. Dat komt neer op ongeveer 750.000 personen in Nederland. Van iedere 1000 volwassen Nederlanders zijn er jaarlijks 27 die dit jaar voor het eerst een depressie krijgen. De Nederlandse cijfers wijken niet af van de westerse wereldbevolking. Depressie heeft grote gevolgen voor het welbevinden. Er treden belangrijke beperkingen op in het sociaal, emotioneel en lichamelijk functioneren. De kwaliteit van leven is ernstig aangetast. Meer dan bij coronaire hartziekten, alcoholverslaving of COPD (een aandoening van de luchtwegen), zo blijkt uit onderzoek. Leven met iemand met een depressie is zwaar en belastend: de partnerrelatie wordt fors aangetast en de partner komt vaak in een sociaal isolement terecht. De maatschappelijke kosten van depressie, in termen van het extra gebruik van medische voorzieningen (behandelkosten) en productieverlies, overstijgen de 2 miljard euro per jaar. In de parallelsessie over Innovaties in de depressiezorg zal prof. dr. Jan Swinkels, psychiater, hoogleraar Richtlijnontwikkeling in de GGZ, aangeven dat de kwaliteit van de depressiezorg flink verbeterd kan en moet worden. Hij gaat in op de Multidisciplinaire Richtlijn Depressie en de (monodisciplinaire) protocollen en standaarden voor professionals, patiëntenversies van de richtlijnen, decision-aids, algoritmen en andere richtlijnproducten. Hij schetst de huidige, turbulente omgeving van de Nederlandse depressiezorg, waarbij hij het toenemende belang van evidence based handelen in de zorg behandelt, het bevorderen van doelmatigheid, zinnigheid en zuinigheid in de zorg, het toepassen van stepped-care en het afstemmen van de overdrachtsmomenten in de zorgketen. Dr. Christina van der Feltz-Cornelis, psychiater, voorzitter van het Centrum Behandeling, Zorg en Reïntegratie van het Trimbos-instituut, zet uiteen hoe het Trimbos-instituut in 2006 aan de slag gaat met een groot depressie managementprogramma. Hierbij wordt de depressiezorg vanuit de principes van het disease management model aangepakt. Implementatie, kosteneffectiviteitonderzoek en uitkomstenmanagement worden in samenhang ingezet om de depressiezorg te verbeteren. Dr. Lourens Henkelman, psycholoog, voorzitter van het Centrum Beleid & Kwaliteit van het Trimbos-instituut, bespreekt de toepassing van ‘doorbraakprojecten’ als nieuwe innovatiemethode in de GGZ. Als voorbeeld dient de implementatie van de Multidisciplinaire Richtlijn Depressie. Het Trimbos-instituut ontwikkelde, samen met het CBO, analoog aan de doorbraakmethoden in de somatische sector, de eerste doorbraakprojecten voor de GGZ. Eind 2004 startten tien transmurale teams in Nederland met het Doorbraakproject Depressie. Begin 2006 gaat een grootschalig tweede doorbraakproject rond depressie van start. Henkelman bespreekt de algemene principes van deze innovatiemethodiek en algemene kritische succesfactoren, risico’s en valkuilen. Drs. Gerdien Franx, projectleider van het Doorbraakproject Depressie bij het Trimbos-instituut, bespreekt in aansluiting hierop de opzet, doelstellingen en resultaten van het eerste doorbraakproject. Zij gaat in op de resultaten van de implementatie en op de klinische resultaten die gemeten werden door de transmurale teams. Zij trekt voorlopige conclusies en formuleert aan de hand van succesfactoren concrete aanbevelingen en op basis van gesignaleerde knelpunten een aantal te vermijden stappen bij deze nieuwe implementatiemethode. Voor meer informatie over de Nationale Kennisdag Geestelijke Gezondheid & Verslaving kunt u terecht op de speciale site www.trimbos.nl/kennisdag.

 

 

Toespraak van Minister Hoogervorst bij het jubileumcongres van de VtdK -- 2 December 2005 -- Vereniging tegen de Kwakzalverij (VtdK) -- Toespraak van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H. Hoogervorst, bij de het congres van de Vereniging tegen de Kwakzalverij op zaterdag 12 november 2005 in Noordwijkerhout:

 

Dames en heren,

Laat ik beginnen met uw vereniging geluk te wensen met haar verjaardag. U heeft alle reden om trots te zijn. De Nederlandse organisatie van bestrijders van de kwakzalverij is de grootste ter wereld. De strijd tegen de kwakzalverij wordt nergens zo serieus genomen als hier. Nederlanders hebben de naam nuchtere mensen te zijn. Mensen die zich niet snel laten verleiden door wonderdokters, gebedsgenezers en “kackedorussen”. Misschien klopt dat vooroordeel dus wel een beetje. Feit is dat in Nederland per jaar niet meer dan 11 procent van de bevolking een beroep doet op alternatieve geneeswijzen, terwijl dat in Duitsland 65 procent is, in Frankrijk 50 procent en in België 30 procent. Buiten de huisarts om ligt het bezoek aan alternatieve genezers in Nederland zelfs maar op zo’n zes procent. Ik ben daar blij om. Ik sta, dat is algemeen bekend, uitgesproken sceptisch tegenover de alternatieve geneeswijzen. Ik vermoed ook dat uw verzoek of ik op deze bijeenkomst wilde spreken daar wel iets mee te maken heeft. Maar die kritische houding betekent niet, dat ik het onderwerp wil simplificeren. Ik wil vanmiddag dus graag wat dieper ingaan op de mogelijke achtergronden van de keuze voor een alternatief genezer en daarna op de vraag, wat we daar aan zouden kunnen doen.

 

Om te beginnen staat voor mij vast, dat geneeskunde aan de hoogste wetenschappelijke eisen moet voldoen. Het is in dit gezelschap natuurlijk “preaching for the converts”, maar ik benadruk het toch nog maar eens: mijn uitgangspunt is dat bewezen resultaten en aantoonbare werkzaamheid de basis moeten zijn van elk medisch handelen. Ik heb drie redenen om daar zo bij voortduring aandacht voor te vragen.

 

Ten eerste: de reguliere geneeskunde heeft nog veel te doen. Hoe groot de vooruitgang in het medisch wetenschappelijk onderzoek ook is, er zijn nog veel ziektes waarvoor geen medicijn of behandelmethode is gevonden. En dat braakliggend terrein is zeer uitnodigend voor alternatieve genezers. Juist het gebied waar de reguliere gezondheidszorg nog geen vaste grond onder de voeten heeft, biedt ruimte aan de wonderdokters. Maar medisch terra incognita moet niet geëxploreerd worden door charlatans, maar door wetenschappers. De enige weg naar een antwoord op de grote vragen op het gebied van bij voorbeeld kankeronderzoek is de weg van gedegen wetenschappelijk onderzoek.

 

Ten tweede: de reguliere geneeskunde is, als het om evidence-based handelen gaat, bepaald nog niet onfeilbaar. In veel Europese landen is het bij voorbeeld bijna vanzelfsprekend dat de patiënt nooit zonder recept de spreekkamer uitgaat; vooral antibiotica worden er kwistig voorgeschreven. In Nederland zijn we gelukkig wat spartaanser, maar ook hier kent de spreekkamer vreemde geheimen. Ook hier zijn artsen die geen weerstand willen of durven bieden aan de patiënt die ten onrechte een behandeling of geneesmiddel probeert af te dwingen. Onlangs nog kwam hierover in de krant een specialist aan het woord en hij zei: “soms wilde ik dat ik een placebo-operatie kon uitvoeren” – kennelijk zou hij bereid zijn dat dan ook te doen. Van evidence based handelen staat dat wel érg ver af.

 

Ten derde: In de reguliere geneeskunde worden nog veel – te veel - fouten gemaakt. De Inspectie van de Gezondheidszorg heeft daar de afgelopen tijd regelmatig aandacht voor gevraagd. Medische missers hebben helaas in veel gevallen een dodelijke afloop. En voor sommige mensen is een dergelijke ervaring in de omgeving aanleiding om hun heil te zoeken bij kwakzalvers. Ik kan hen dat eigenlijk moeilijk verwijten. Maar medische fouten opsporen en bestrijden, ook dat kan alleen goed in een wetenschappelijke context. Buiten de sfeer van de wetenschap zijn goed en fout immers nauwelijks van elkaar te onderscheiden. Voortdurende aandacht voor de wetenschappelijke basis van het medisch handelen is dus noodzakelijk.

 

Elke patiënt heeft er recht op dat de behandeling die hij ondergaat veilig en doeltreffend is en ik hecht er zeer aan dat die claim wetenschappelijk wordt onderbouwd. Zonder die basis zullen we er niet in slagen de patiënten een zo groot mogelijk vertrouwen te schenken in de medische wetenschap en het regulier medisch handelen. Afwijken van die basis, samen met verwijtbare medische missers, kan mensen aanleiding geven hun toevlucht te zoeken tot de alternatieve sector.

 

Datzelfde geldt voor de klacht, dat reguliere artsen zo veel minder tijd besteden aan een goed gesprek met de patiënt dan de alternatieve genezer. Ik weet het, dat verwijt hoort u al jaren van aanhangers van de alternatieve sector, maar daarmee is het nog niet minder waar. Hoe kan het anders, dat veel hoogopgeleide mensen zich tot de kruidendokter of de paranormale genezer wenden? Hoe kan het anders, dat volgens Amerikaans onderzoek 70 procent van de mensen zegt dat ze óók naar de alternatieve praktijk zouden gaan als er geen énkel bewijs voor de werking van zijn middeltjes zou zijn? Het zou goed zijn als patiënt-onvriendelijk gedrag van de reguliere arts geen rol meer zou spelen bij de beslissing van patiënten om hun heil elders te zoeken. Ik ben er van overtuigd, dat dat het doel van uw vereniging zeker dichterbij zou brengen.

 

Kortom: reguliere artsen kunnen er zelf veel aan doen om de aantrekkingskracht van de alternatieve genezer danig te beperken. Maar dat geldt ook voor andere spelers in het veld. Zoals de apothekers. Volgens cijfers van de Stichting Farmaceutische Kengetallen is er vrijwel geen enkele apotheek in Nederland die géén homeopathische middelen in de schappen heeft. In 2002 – de laatste keer dat dit geteld is – ging er bij de apothekers 1,8 miljoen keer een homeopathisch product over de toonbank, voor een totaalbedrag van 20 miljoen euro. Hoe kan ‘t, dat iemand die acht jaar gestudeerd heeft middeltjes verkoopt, waarvan hij weet dat ze niet werken en vaak nauwelijks meer bevatten dan water? Ik vraag mij af hoe apothekers dit kunnen rijmen met hun wens niet als pillenverkoper beschouwd te worden, maar als volwaardig zorgverlener. Ik vraag mij af wat zo’n apotheker in zijn rol van zorgverlener dan zegt tegen klanten die om zulke middelen vragen.

 

Maar ook de verzekeraars spreek ik aan. Zolang de kruidendrankjes en de homeopathische middelen niet echt schadelijk zijn, kan ik verzekeraars het vergoeden ervan niet verbieden. Wel vind ik dat zij hun klanten altijd de keuze moeten bieden voor een aanvullend pakket zonder vergoeding voor alternatieve medicijnen of geneeswijzen. Voor zover mij bekend heb je die mogelijkheid nu maar bij drie verzekeraars en dat vind ik wel erg weinig.

 

Tenslotte: Wat is de verantwoordelijkheid van de overheid op dit terrein. Ik vind het primair mijn verantwoordelijkheid om te zorgen voor goede, degelijke en betrouwbare consumentenvoorlichting. Eén van de pijlers van mijn beleid is versterking van de positie van de patiënt. Niet om te zorgen dat hij de arts nog meer onder druk kan zetten, maar juist om te zorgen dat hij zich degelijk en betrouwbaar kan informeren over wat hij wel en niet van zijn arts kan verwachten. Betrouwbare informatie geven, geen fabels vertellen, en hem of haar serieus nemen – daar gaat het om in het contact met de patiënt.

 

Internet is daarbij in toenemende mate hét communicatiemiddel. Gezondheid is daar - op sex na - het meest gezochte onderwerp. De overheid speelt daarop in met de site KiesBeter.nl (www.kiesbeter.nl). Nu al biedt die site informatie over zorgverzekeraars en ziekenhuizen, maar dat gaan we uitbreiden. Zo is daar binnenkort ook informatie te vinden over wat het BIG-register inhoudt en hoe je kunt vinden of een arts wel geregistreerd staat. Bovendien gaan we meer informatie geven over waar mensen kunnen klagen tegen ongeoorloofd medisch handelen en kwakzalverij.

 

Overreding en goede voorlichting, daar zie ik meer in dan in verbod. Daarover verschillen wij van mening, zo kan ik uit de geschriften van uw vereniging wel opmaken. Dat zij dan zo. Ik denk overigens dat u als vereniging niet zo erg te klagen heeft. Ik refereerde in het begin van mijn speech al aan de gunstige positie van Nederland in vergelijking met ons omringende landen. En de Nederlandse overheid heeft de laatste tien jaar al veel veranderd in de positie van de alternatieve genezers. Sinds 1993 worden homeopathische en antroposofische geneesmiddelen niet meer vergoed in het basispakket. Ook mogen deze middelen alleen nog worden verkocht als ze veilig zijn en van een constante en controleerbare kwaliteit. Tenslotte wil ik een verbod op onterechte claims over de werking van deze middelen en daarvoor bereid ik een wijziging voor van de nieuwe Geneesmiddelenwet. Op grond van Europese regels kan de overheid een disclaimertekst op de verpakking (zo’n tekst als: de werking van homeopathie is niet bewezen) – niet verplichten.

Maar wat wel kan is het bewijs voor de werking verplicht stellen, voordat een fabrikant op de verpakking mag zetten waarvoor het middel gebruikt zou moeten worden. Die verplichting wil ik dan ook invoeren. Dat geldt dus ook voor eenvoudige omschrijvingen als “te gebruiken bij pijn of koorts”.

 

Dames en heren. Ik vat samen.

Er zijn veel manieren om de aantrekkingskracht van de alternatieve genezers te beperken. Wettelijk verbod hoort daar volgens mij níet bij. Overtuiging op basis van argumenten wel. Verder wil ik als minister van Volksgezondheid niet gaan.

 

Behalve dan spreken op uw verjaardagsfeest. “Management by speech”, zal ik maar zeggen. En een erkend liefhebber van Willem Frederik Hermans zoals uw voorzitter hoef ik vast niet uit te leggen wat de kracht van woorden is. Ik dank u voor uw aandacht. 

Deze toespraak is met toestemming overgenomen van de website van de Vereniging tegen de Kwakzalverij (VtdK): www.kwkazalverij.nl

 

 

 

Homeopathische artsen voorlopig geen lid van de KNMG 2 december 2005 – Red. MdH -- Zes verenigingen voor alternatieve geneeskunde kunnen voorlopig geen lid worden van de artsenfederatie KNMG. Volgens de medische nieuwssite Mednet heeft de KNMG dat deze week besloten. Er vinden al lange tijd gesprekken plaats tussen de KNMG en de artsenverenigingen voor homeopathie, antroposofie, acupunctuur, natuurgeneeskunde, manueel therapeuten en neuraal geneeskundigen. Volgens de KNMG zou de toetreding op het moment te gevoelig zijn. De organisatie was vrijdagmiddag niet bereikbaar voor verdere toelichting, bericht De Telegraaf. De sterke verdeeldheid binnen de artsenwereld over het al dan niet werken van alternatieve geneeswijzen lijkt niet gauw te verdwijnen.

 

HagaZiekenhuis heeft zwangere verpleegkundigen onvoldoende beschermd 1 december 2005 --  Verpleegkundenieuws -- Zwangere verpleegkundigen uit het HagaZiekenhuis in Den Haag zijn onvoldoende beschermd tegen de gevaren van Entonox (lachgas) voor de foetus. Dat concludeert de arbeidsinspectie in een onderzoek op de afdelingen verloskunde en gynaecologie van het ziekenhuis. De arbeidsinspectie heeft het onderzoek ingesteld vanwege berichten dat verpleegkundigen op de OK wel gewaarschuwd zouden worden tegen de risico’s van Entonox en op de verloskamers niet. “We wilden onderzoeken of er überhaupt nog met de gassen gewerkt werd en of er een tweesporenbeleid gevoerd werd”, aldus Magda de Vetten van de arbeidsinspectie. “Dat was dus niet het geval. Maar het Haagse ziekenhuis heeft tussen 1999 en 2002 te weinig maatregelen genomen om zijn verpleegkundigen te beschermen tegen de invloeden van de gassen.” De uitspraak heeft verder geen consequenties voor het ziekenhuis. Vanaf maart volgend jaar gaat de arbeidsinspectie alle ziekenhuizen controleren op het gebruik van Entonox en de toegepaste voorzorgsmaatregelen. (MV)

 

Veel diversiteit op Nationale Kennisdag GGZ&Verslaving -- 21 november 2005 -- Nieuwsbrief Trimbos Instituut -- Depressie, comorbiditeit, empowerment en maatschappelijk onaangepast gedrag, zijn enkele van de onderwerpen die aan bod komen in de parallelsessies van de Nationale Kennisdag Geestelijke Gezondheid & Verslaving van het Trimbos-instituut op 11 januari. De dag wordt gehouden in Muziekgebouw aan het IJ in Amsterdam en bestaat uit een plenair ochtendprogramma, acht of negen parallelsessies in de middag, een KennisFestival en als afsluiting een discussie tussen ‘kennisevangelisten’. De Nationale Kennisdag Geestelijke Gezondheid & Verslaving is een initiatief van het Trimbos-instituut en wordt georganiseerd in samenwerking met GGZ Nederland en een tiental kenniscentra op het gebied van de GGZ. De dag komt in de plaats van de jaarlijkse Trimboslezing. Op dit moment wordt de laatste hand gelegd aan de invulling van het middagprogramma: acht of negen parallelsessies, waarvan de contouren langzaam zichtbaar worden. Zo is er een parallelsessie Comorbiditeit, over de achterliggende mechanismen bij medisch-psychiatrische comorbiditeit, in het bijzonder de rol van het afweersysteem en het endocriene systeem. Gekeken wordt naar de mogelijkheden van het disease management-model in de aanpak hiervan. Deze sessie is gebaseerd op een studie over diabeteszorg in Noord Holland en over onderzoek en ervaring met medische comorbiditeit bij psychiatrische patiënten. Een nieuwe integrale aanpak voor antisociaal gedrag komt aan de orde in de Parallelsessie Maatschappelijk onaangepast gedrag. Corine de Ruiter en Erica de Jong bespreken in deze sessie eveneens het gebruik van het disease management-model. Verder komt in deze sessie de risicotaxatie bij het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) aan de orde. Er worden resultaten gepresenteerd van een onderzoek naar besluitvormingsprocessen over meldingen bij het AMK. Deze besluitvorming is op dit moment verre van optimaal. Een gestructureerd risicotaxatie-instrument (de CARE-NL) dat door het Trimbos-instituut is ontwikkeld, moet daar verandering in brengen. Diana Rose, Jean Campbell en Wilma Boevink gaan in de parallelsessie Empowerment in op de vraag hoe ervaringen en het perspectief van mensen met psychische aandoeningen de basis kunnen vormen voor onderzoek. Zij laten zien hoe mensen met psychische aandoeningen kunnen worden betrokken in onderzoek. In de parallelsessie Verslaving gaan de hoogleraren Garretsen, Vollebergh, Engels en Schippers in op de aard en omvang van de alcoholproblematiek. Zij geven een overzicht van innovatieve interventies die gericht zijn op preventie van alcoholproblemen bij jongeren en op de vroegsignalering van alcoholproblematiek. In de parallelsessie Depressie wordt door vier sprekers van het Trimbos-instituut ingezoomd op innovaties in de Nederlandse depressiezorg. In deze sessie gaat het ook om de toepassing van innovatieve methodieken en instrumenten. Aan bod komt het belang van evidence based handelen in de GGZ en het nut van het gebruik van richtlijnen, protocollen en landelijke basisprogramma’s. Aparte aandacht is er voor de zogenaamde doorbraakprojecten, een door het CBO enkele jaren geleden in Nederland geïntroduceerde implementatiemethode, gericht op snelle invoering van vernieuwingen in de zorg. Het Trimbos-instituut werkte deze methode uit voor depressie in het Doorbraakproject Depressie. Kijk voor een actueel overzicht van het programma op www.trimbos.nl/kennisdag . Let op de aantrekkelijke korting van € 25,- bij aanmelding vóór 22 november. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de heer Hessel den Uijl.

 

Eén op de zes kinderen is slachtoffer van seksueel misbruik -- 19 november 2005 -- medinieuws.be -- De kindermishandeling in Vlaanderen neemt ongekende proporties aan. Dat blijkt uit cijfers van een Antwerps kindercentrum. Elk jaar zijn er 6.000 meldingen van kindermishandeling. Eén op de zes Vlaamse kinderen zou seksueel misbruikt worden.

 

Euthanasiewet voldoet niet -- 19 november 2005 – Zorgkrant -- In Nederland mogen artsen op basis van de Wet Toetsing Levensbeëindiging zonder een scherp criterium beslissen over een verzoek tot euthanasie. In zo’n beslispraktijk is het onwaarschijnlijk dat alle beslissingen consistent genomen worden. De vraag kan derhalve worden opgeworpen of het mogelijk is om een kennissysteem te maken dat euthanasiebeslissingen ondersteunt opdat vorenbedoelde consistentie wordt verbeterd. De Leidse promovendus Fred Hamburg heeft in zijn proefschrift ‘Een Computermodel voor het Ondersteunen van Euthanasiebeslissingen’ een model voor zo’n kennissysteem ontworpen. Hij heeft daarmee een eerste stap gezet op weg naar de ontwikkeling van computersystemen die met ethische problemen kunnen omgaan. Het model draagt de naam ‘Kwaliteit van Leven’ (KVL) en luidt voor juristen èn artsen een gehele nieuwe periode in van denken over euthanasie (en de wetgeving daaromtrent). Met de totstandkoming van dit model is er sprake van een interdisciplinaire doorbraak. Het proefschrift bevat naast dit alles ook een politiek element, namelijk een pleidooi om de euthanasiewet in te trekken en tezelfdertijd de hulp bij zelfdoding te decriminaliseren. De promotie vindt plaats op 24 november 2005 aan de universiteit van Leiden (academiegebouw, 16.15 uur); op 23 november vindt een symposium plaats waar publiekelijk wordt gedebatteerd over de euthanasiewet (eveneens academiegebouw, zaal 08; aanvang 13.00 uur). De organisatie is in handen van het E.M.Meijers Instituut (Universiteit Leiden 071-5275200, www.meijers.leidenuniv.nl). De toegang is gratis (maar aanmelding is noodzakelijk). Voor een samenvatting van het proefschrift klik HIER. Voor informatie over het proefschrift zelf: Fred Hamburg, Oude Singel 176-D, 2312 RH Leiden. Een Computermodel voor het Ondersteunen van Euthanasiebeslissingen is verschenen bij uitgeverij MAKLU, Antwerpen.

 

Artsen vaak oververmoeid aan het werk -- 9 november 2005 -- Red. MdH -- HOUTEN - Bijna drie kwart (74 procent) van de artsen werkt vaker door dan wettelijk is toegestaan. Ruim zes op de tien (63 procent) artsen is wekelijks een of meer keren oververmoeid door of tijdens het werk. Iets meer dan de helft van hen geeft aan wel eens een fout gemaakt te hebben door die oververmoeidheid. Een op de drie van de artsen noemt het een geaccepteerd gegeven dat artsen door oververmoeidheid fouten maken. Dat blijkt uit een onderzoek van MedNet Magazine onder 345 huisartsen, specialisten, basis-, verzekerings- en bedrijfsartsen en studenten geneeskunde. De uitkomsten bevestigen eerdere, grotere onderzoeken in de Verenigde Staten, Engeland en België. Aanleiding voor het onderzoek is het nieuwe Arbeidstijdenbesluit van minister De Geus van Sociale Zaken, waar de Tweede Kamer zich nog over moet buigen. Dat besluit geldt overigens niet voor medisch specialisten en huisartsen. Voor medisch specialisten in loondienst zijn wel afspraken over het maximum aantal uren gemaakt in de CAO's. Volgens het besluit van De Geus mogen alle andere artsen vanaf volgend jaar gemiddeld genomen over een half jaar, zestig uur per week werken, als ze daar zelf mee instemmen. Aanwezigheidsdiensten worden daarin meegeteld. Nu geldt nog per drie maanden gemiddeld maximaal 48 uur per week werken en tellen alleen de gewerkte uren tijdens aanwezigheids- of slaapdiensten mee. Volgens directeur A. van Bolderen van de Landelijke Vereniging van Artsen in Dienstverband (LAD) maakt het besluit van De Geus het in de praktijk mogelijk om diensten van 78 uur te draaien, zonder dat ergens geregistreerd is hoeveel uren een arts of arts in opleiding (aio) heeft geslapen. Vooral die laatste groep loopt daar een ernstig risico, stelt Van Bolderen. Artsen in opleiding tot specialist hebben al een minder sterke positie in ziekenhuizen. Bovendien wil de minister de toestemming van de arts om maximaal zestig uur te werken elk half jaar stilzwijgend laten verlengen. Een arts in opleiding zou dan zelf naar personeelszaken moeten gaan om te zeggen dat hij of zij het niet meer wil. Volgens Van Bolderen is de kans dan groot dat hij of zij te horen krijgt dat hij ergens anders een baan moet zoeken. Hij heeft de Tweede Kamer woensdag een brief gestuurd met de vraag om daar iets aan te doen. Ook de Landelijke Vereniging van Assistent Geneeskundigen LVAG is bezorgd over het plan. Deze vreest dat aio's in de praktijk geen nee kunnen zeggen tegen de 60-urige werkweek.

 

Psychiater Andries Van Dantzig (84) overleden 8 november 2005 -- Red. MdH – Op dinsdag avond berichtte de Telegraaf dat de Amsterdamse psychiater A. van Dantzig is in de nacht van maandag op dinsdag overleden. Van Dantzig is gestorven aan een hersenbloeding, zo maakte de familie dinsdagavond bekend. Hij werd 84 jaar. Andries van Dantzig zette zich in voor een goede geestelijke gezondheidszorg (GGZ) in Nederland. Hij was een voorstander van het aanstellen van een aparte staatssecretaris voor de Geestelijke Volksgezondheid. Toen die er niet kwam, beijverde hij zich voor de instelling van een commissie op hoog niveau die de problemen van de geestelijke volksgezondheid moest bestuderen. De laatste jaren zette hij zich vooral in voor betere jeugdzorg. Als voorzitter van Reflectie- en Actiegroep Aanpak Kindermishandeling (RAAK) noemde hij de behandelingen en therapieën in de jeugdhulpverlening primitief in de discussie rond het drama van de dood van de peuter Savanna. Volgens de psychiater bleef veel geestelijk lijden ongezien en was het vergeleken met fysiek lijden slecht geregeld. Hoewel iedereen recht heeft op elke vorm van geestelijke gezondheidszorg, zouden om financiële redenen alleen de ernstigste problemen worden behandeld. De hoogleraar psychotherapie werd bij het grote publiek bekend met zijn werk 'Normaal is niet gewoon'. Hij deed onder andere onderzoek naar de gevolgen voor degenen die achterbleven toen de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog in Putten de mannen wegvoerden. In 1998 ontving hij de ereprijs van het Nationaal Fonds Geestelijke Volksgezondheid, in 2004 de Clara Meijer-Wichmann Penning wegens zijn verdiensten in de strijd tegen de kindermishandeling.

 

België: Dodelijke drugtablet in omloop 4 november 2005 – Het Laatste Nieuws -- Soortgelijke [red. MdH: zie foto onder eerder genoemde link] dodelijke tablet in omloop. Volksgezondheid waarschuwt voor dodelijke drugtabletten afkomstig uit de provincie Namen. De tabletten hebben een hoge dosis MDMA, het product dat gebruikt wordt om de gevaarlijke drug PMA aan te maken. De gevaarlijke tablet is driehoekig, blauw-turquoise, met het logo van Mitsubishi. Het heeft een gemiddelde dikte van 3,94 mm en een gemiddeld gewicht van 328,6 mg. Dodelijk: "Het gehalte MDMA gevonden in de tablet is hoog en het gebruik van dergelijke tablet zou tot de dood kunnen leiden of tot ernstige gezondheidsproblemen zoals stuipen, hoge lichaamstemperatuur en coma", zegt Volksgezondheid. De dienst waarschuwt dat het gebruik van illegale drugs altijd gevaarlijk is. "Ook synthetische drugs worden immers verkocht op een illegale, niet-gecontroleerde markt wat betekent dat noch de samenstelling, noch de dosering noch de kwaliteit van de gebruikte producten gekend is. Een bepaalde vorm, kleur, logo of naam is nooit een garantie voor de samenstelling. Het is zelfs mogelijk dat twee pillen die er hetzelfde uitzien, een totaal verschillende samenstelling hebben. Druggebruikers weten dus nooit wat ze nemen", besluit Volksgezondheid.

 

61 tot 83% van alle patiënten niet geïnformeerd over medische fouten: U.S. patients report highest rate of medical errors -- November 4, 2005 -- By Matthew DoBias – Modern Physician -- One-third of patients in the U.S. with more serious health problems experienced medical mistakes, medication errors or inaccurate or delayed lab results -- the highest rate among six countries in a survey by the Commonwealth Fund. While the survey of patients with health problems found lax safety and poor care in all six countries, with no country deemed best or worst overall, the U.S. stood out for the high rate of errors, inefficient coordination of care and high out-of-pocket costs, according to the report. Patients in Canada reported the second-highest rate of errors, 30%, followed by Australia (27%), New Zealand (25%), Germany (23%) and the United Kingdom. (22%). Sixty percent of errors happened outside hospitals, and the more physicians involved in a patient's care, the greater the chance of error. Between 61% and 83% of the patients surveyed, depending on the country, said providers did not tell them about mistakes. The survey included responses from 700 to 750 adults in Australia, Canada and New Zealand and 1,500 or more in Germany, the U.K. and U.S. Read the report.

 

Campagne over rechten patiënt gestart -- 3 novemenber 2005 -- Zorgkrant -- De NPCF (Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie) is met een campagne gestart om mensen te wijzen op hun rechten en verantwoordelijkheid als patiënt. Deze campagne heeft als aanleiding het tien jarig bestaan van de Wet Geneeskundige Behandelovereenkomst (WGBO). Deze wet is in 1995 in werking getreden om de positie van de patiënt te versterken. De wet regelt het behandelcontact tussen de patiënt en zijn zorgverlener. Deze wet wordt daarom ook wel de Patiëntenwet genoemd. Thema's zijn informatie en toestemming, dossier en bewaartermijnen en toegang tot patiëntengegevens. Over het algemeen genomen verloopt het behandelcontact naar tevredenheid, maar er kunnen zich situaties voordoen dat dit niet het geval is. Volgens het NPCF is het dan goed om te weten dat er een wettelijke grondslag bestaat voor zorgverlener en patiënt. Wachtkamerposters die de patiënt attendeert op de mogelijkheden die de WGBO biedt, worden door de NPCF verspreidt. Ook worden er tips gegeven hoe een gesprek met een arts kan worden gevoerd. Op 1 november jongst leden hebben medewerkers van Informatie- en Klachtenbureaus Gezondheidszorg (IKG's) aan patiënten die op die dag ziekenhuis, huisarts of een GGZ-instelling bezochten vragen gesteld wat zij over hun rechten als patiënt wisten.

 

IJsselmeerziekenhuizen stellen artsen op non-actief -- 25 oktober 2005 -- Red. MdH -- De IJsselmeerziekenhuizen in Lelystad en Emmeloord hebben de drie huidartsen die vorige week gezamenlijk hun ontslag indienden, maandag met onmiddellijke ingang op non-actief gesteld. Dat zei een van de weggestuurde dermatologen, B. Naafs, maandag, zo bericht De Telegraaf. Volgens Naafs kregen hij en zijn collega's het verwijt, dat ze de IJsselmeerziekenhuizen door alle publiciteit rondom hun vertrek in een kwaad daglicht hebben gezet. De drie krijgen gewoon doorbetaald, totdat hun contract begin volgend jaar afloopt. De dermatoloog liet zaterdag weten dat het drietal zich „uitgebuit” voelt door de Raad van Bestuur. Het ziekenhuis gaf maandag alleen een schriftelijke reactie op de actie van de artsen. Er zou al contact zijn gelegd met nieuwe huidartsen die voor de IJsselmeerziekenhuizen willen werken. Patiënten met een afspraak krijgen zo snel mogelijk een nieuwe datum voorgelegd. 

 

Schizofreniepatiënten kunnen stabiel zijn -- 25 oktober 2005 -- Red. MdH -- AMSTERDAM - Schizofrenie is nog steeds niet te genezen. Maar de schizofreniepatiënten hoeven ook niet meer levenslang genoegen te nemen met een streven naar zoveel mogelijk „stabiele periodes”, zonder al te veel psychiatische aanvallen. Zeker met een nieuwe generatie medicijnen, die als een langwerkend middel een á twee keer per maand kan worden toegediend, is het mogelijk om de symptomen zodanig te verminderen dat ze weer een sociaal leven kunnen opbouwen. Een aantal patiënten kan zelfs werken. Dat zei professor S. Kahn van het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMCU) maandag in Amsterdam, zo bericht De Telegraaf. Vroeger bracht menig schizofreniepatiënt zijn/haar hele leven in een inrichting door. In de jaren zestig en zeventig was het hoogste doel bij de behandeling van schizofreniepatiënten vooral het overleven buiten de instelling. Gedurende de daarop volgende decennia was de hoop van familie en patiënten vooral gericht op zo min mogelijk aanvallen. Ook nu nog hopen artsen vooral dat patiënten op de behandeling reageren en geen terugval krijgen. Een terugval wordt in veel gevallen veroorzaakt door een gebrek aan medicatietrouw. Veel patiënten stoppen met het innemen van hun medicatie, of nemen ze niet regelmatig in. Vaak gebeurde dit ook wegens de bijwerkingen. De nieuwe generatie atypische antipsychotica heeft minder bijwerkingen. Bovendien bestaat er al een injecteerbare versie van, die dagelijks kleine doses afgeeft en die slechts twee keer per maand toegediend hoeft te worden, via een injectie in de bilspier. Concurrerende versies zijn in opkomst, zo stelde Kahn. Volgens een collega van de hoogleraar, prof. J. Peuskens van de Katholieke Universiteit Leuven, neemt met het „depot-medicijn” de kans op terugval van schizofreniepatiënten in psychoses fors af. Dit is belangrijk, zo blijkt uit onderzoek dat Kahn vandaag op het Europese congres voor neuropsychofarmacologie in Amsterdam presenteert. Want elke psychotische 'aanval' tast de hersenen letterlijk aan, zo stelt de hoogleraar. MRI-scans van patiënten laten zien dat vochthoudende ruimtes groter werden en hersenweefsel verdween, precies in dat deel van de hersenen dat taal, organisatievermogen en emoties regelt. Vooral gedurende de eerste vijftien jaar van de ziekte, nemen de symptomen hard toe. Juist in die periode was ook te zien dat hoe vaker patiënten een psychose hadden, hoe meer hersenweefsel er verloren ging. Bovendien bleek dat behandeling met twee medicijnen dat verloren gaan van hersenweefsel tegenhield. Niet doordat psychoses uitbleven, het was een effect dat daarvan los staat, vertelde Kahn. Hij pleit voor zo vroeg mogelijke opsporing en behandeling van de ziekte met medicijnen. Ook omdat er weer bovenop komen na elke aanval moeilijker wordt. Volgens recent onderzoek zouden schizofreniepatiënten zelfs bepaalde vaardigheden kunnen terugkrijgen, die eerder door de ziekte waren verdwenen. Bovendien zou het verlies van dergelijke vaardigheden, zoals het onderhouden van sociale contacten, tegengegaan kunnen worden. Dat is vooral belangrijk omdat de ziekte vaak in de overgang naar het volwassen bestaan, begint. Veel opleidingen en carrièreplannen vallen hierdoor in het water. Inmiddels hebben werkgroepen van de Europese en Amerikaanse beroepsverenigingen geconcludeerd dat schizofreniepatiënten meer kunnen bereiken dan alleen maar stabiliteit van de patiënt. Zij stelden remissie criteria op. ‘Remissie’ is een oude term die bij de meeste aandoeningen slaat op het volledig verdwijnen van ziekesymptomen. Voor schizofreniepatiënten is er sprake van remissie indien symptomen zoals wanen of chaotisch denken minstens een half jaar lang achtereenvolgens in slechts milde vorm aanwezig zijn. Patiëntenorganisaties reageren enthousiast op deze criteria. De criteria zijn meetbaar voor familieleden en patiënten en metn kan hen ook hanteren om te kijken of een behandeling al dan niet heeft gewerkt. Professor Kahn, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NvVP), verwacht dat zijn beroepsvereniging de remissie criteria eveneens zal overnemen. 

 

 

Crisis bij UWV / Pleidooi voor beëindiging herkeuring van WAO’ers 24 oktober 2005 – Trouw -- Uitkeringsinstantie UWV moet de huidige massale herkeuringsoperatie stopzetten. Dat vinden zowel FNV Bondgenoten als de stichting Collectieve Rechtsvordering (CORV) naar aanleiding van de crisis binnen UWV. Ook in de Tweede Kamer is ongerustheid ontstaan na een uitgelekt intern rapport. Daarin stellen verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen dat ze hun werk niet professioneel kunnen uitvoeren, omdat de herkeuringen vooral tot doel hebben bij zoveel mogelijk WAO’ers de uitkering te verlagen of te stoppen. SP heeft al eerder voor stopzetting van de herkeuring gepleit. CDA en PvdA twijfelen of de belofte dat de herkeuringen zorgvuldig en met de menselijke maat worden uitgevoerd kan worden waargemaakt. ,,De manier waarop het gaat is niet aanvaardbaar. Deze ellende moet stoppen’’, zegt Bondgenoten- bestuurder Erica Hemmes naar aanleiding van het UWV-rapport. Al langer merken de WAO-belegeleiders van de bond dat ,,de druk enorm is’’. Hemmes: ,,Het gaat niet om mensen, maar om aantallen.’’ Bondgenoten heeft aanwijzingen dat vrouwen harder worden getroffen. Ze heeft de cliëntenraden verzocht opheldering te vragen. De stichting CORV, die de rechtmatigheid van de herkeuringen aanvecht dreigt met een kort geding als het UWV voor vrijdag niet stopt met de herkeuringen. „Zeker nu er binnen het UWV hierover een crisis is ontstaan is het absoluut onverantwoord om er mee door te gaan”. CDA-kamerlid Verburg wil van de minister weten ,,hoe realistisch” de taakstelling voor de herkeuring van 350 000 WAO’ers is. Zij en PvdA-kamerlid Bussemaker wijzen erop dat minister De Geus de Kamer keer op keer heeft beloofd dat de herkeuringen ’zorgvuldig en op de menselijke maat’ zouden worden verricht. Verburg: ,,Hoe valt deze belofte te rijmen met zo’n rapport?” De minister heeft volgens Bussemaker steeds ontkend dat er signalen waren dat artsen grote problemen hadden met de herkeuringen. Zij wil nu dat het interne UWV-rapport openbaar wordt gemaakt. ,,Mijn conclusie is dat het beleid op deze manier niet uitvoerbaar is.’’ In het rapport stellen medewerkers dat er geen eenduidig beleid is over de herbeoordeling van WAO’ers. Dat leidt ertoe dat er per kantoor grote verschillen en ,,soms zelfs strijdige uitkomsten” zijn. Ze klagen dat de top ,,niet haalbare” kwantitatieve afspraken met de politiek heeft gemaakt over de reductie van het aantal WAO’ers.

 

Lesmateriaal tegen seksueel misbruik doven -- 24 oktober 2004 -- AMSTERDAM - Scholen, zorgverleners en ouders gaan samenwerken om seksueel misbruik bij doven te voorkomen. Dat hebben de grote doveninstituten in Nederland en vertegenwoordigers van ouders van dove kinderen afgesproken. Om betere voorlichting te geven aan dove kinderen ontwikkelen de scholen speciaal lesmateriaal. Daarin wordt in voor dove kinderen begrijpelijke taal uitleg gegeven over seksueel misbruik. Zo komen er cd-roms in Nederlandse Gebarentaal (NGT). Een aantal leerkrachten wordt door de instituten opgeleid om de trainingen te geven. Ook ouders moeten zoveel mogelijk meewerken, vinden de betrokken organisaties. De Nederlandse federatie van ouders van dove kinderen (Fodok), Viataal, de Koninklijke Effatha Guyot groep en de Koninklijke Auris groep hebben deze maand hun afspraken in een convenant vastgelegd. Afgelopen jaren kwam een aantal gevallen van seksueel misbruik van of door dove kinderen aan het licht. Doveninstituten erkenden toen dat dove kinderen daar kwetsbaarder voor zijn en kondigden maatregelen aan.

 

Ross: fiscale stimulans voor vrijwilligers 19 oktober 2005 – Min. VWS, persbericht -- Het kabinet wil vrijwiligersactiviteiten fiscaal aantrekkelijker maken. Daarom doet het kabinet in het Belastingplan 2006 het voorstel om het onbelaste jaarmaximum van de vrijwilligersvergoeding te verhogen naar 1500 euro. Dit schrijft staatssecretaris Ross (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) in haar beleidsbrief "Iedereen moet meedoen" over vrijwillige inzet 2005-2007. Blijft de vrijwilligersvergoeding onder het maximale bedrag van 1500 euro, dan hoeven de verstrekkende organisatie noch de ontvangende vrijwilliger de onkosten op te geven bij de belastingdienst. Dit scheelt de vrijwilligersorganisaties veel administratief werk en leidt tot meer flexibiliteit om vrijwilligers een vergoeding te geven. Daarnaast trekt de staatssecretaris bijna 10 miljoen extra uit voor het vrijwilligersbeleid in de periode 2005-2007. Met partijen in het veld zal worden bekeken hoe het geld het beste kan worden besteed. Staatssecretaris Ross zet in haar brief aan de Tweede Kamer haar visie op het vrijwilligersbeleid voor de komende jaren uiteen. Vrijwilligers zijn onmisbaar in onze samenleving. Nederland telt ruim 4,5 miljoen vrijwilligers. Dat grote aantal vrijwilligers moet op peil blijven. Daarom wordt er meer gezocht naar vrijwilligers in nieuwe doelgroepen. Uit die groepen komen nu relatief weinig vrijwilligers. Met name jongeren, allochtonen en 55+ers krijgen in de brief bijzondere aandacht. Maar de vrijwillige inzet staat onder druk. Dit omdat minder mensen zich inzetten (of korter) als vrijwilliger terwijl het beroep op de vrijwillige inzet juist toeneemt. Maar ook omdat regelgeving het werk van de vrijwilliger soms onnodig lastig maakt. De afgelopen jaren heeft het kabinet al het nodige gedaan aan het schrappen van belemmeringen in wet- en regelgeving. Het stimuleren van vrijwillige inzet is in de eerste plaats een zaak van de burger en de vrijwilligersorganisaties. Overheden kunnen slechts ondersteunen o.a. door activiteiten te ontplooien om mensen enthousiast te maken. Gemeenten hebben daarvoor veel mogelijkheden. De nieuwe – nog in te voeren – Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) zal hiertoe een stevige wettelijke basis bieden. De gemeente krijgt immers een spilfunctie in de nieuwe Wmo en wordt primair verantwoordelijk voor de ondersteuning van vrijwilligers. Het landelijk Kenniscentrum voor Maatschappelijke Inzet stimuleert vernieuwing en kwaliteitsverbetering van de uitvoering in gemeenten. Verwijzingen: Beleidsbrief vrijwillige inzet 2005 - 2007, Kamerstuk

 

 

 

Ruim 230.000 verpleegkundigen in BIG-register -- 18 oktober 2005 – Verpleegkundenieuws -- Eind vorig jaar waren er ruim 230.000 verpleegkundigen ingeschreven in het BIG-register. Dat blijkt uit het jaarverslag van het Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg. In totaal zijn er ruim 360.000 beroepsbeoefenaren in het BIG-register opgenomen. Ruim tweederde daarvan is verpleegkundige. Vorig jaar nam het BIG-register ruim 5900 nieuwe verpleegkundigen op. Het aantal uitschrijvingen is veel lager: 293 verpleegkundigen werden uitgeschreven vanwege overlijden. Drie inschrijvingen vervielen op eigen verzoek en één verpleegkundige is uit het register gehaald vanwege een geestelijke stoornis.

 

 

Een op vier Europeanen heeft psychische ziekte 18 oktober 2005 – Medinieuws -- Een op vier Europeanen kampt met mentale aandoeningen. Psychologische problemen zijn de belangrijkste oorzaak van zelfmoorden en vertragen de groei van de Europese economie. Aan de hand van die vaststellingen heeft de Europese Commisie maandag een debat geopend dat moet leiden tot een gemeenschappelijke strategie tegen mentale problemen.

 

 

Vroege behandeling geeft beter resultaat 18 oktober 2005 -- Universiteit van North Carolina /UNC / Schizofrenie Bulletin -- VOORBURG - Vroegtijdige behandeling van een psychose zorgt voor een beter beloop op lange termijn. Dit is de uitkomst van een wetenschappelijk onderzoek door de School of Medicine van de Amerikaanse universiteit van North Carolina (UNC), dat deze maand is gepubliceerd in de American Journal of Psychiatry. De resultaten laten zien dat schizofrenie niet een invaliderende stoornis hoeft te zijn. Op z'n minst bij een aantal patiënten kunnen symptomen en disfunctioneren voorkomen worden. Bij veel ziektes is het zo dat de patient achteruitgaat naarmate zijn ziekte langer onbehandeld blijft. Ook van schizofrenie werd dit gedacht en al vaker onderzocht, maar nooit op de schaal van het UNC. De onderzoekers ploegden maar liefst 625 eerder gepubliceerde onderzoeken door voordat ze een definitieve conclusie trokken. Het bleek dat hoe korter de onbehandelde psychose duurde, hoe groter het effect van behandeling met antipsychotica. Met andere woorden: vroege behandeling leidt tot beïnvloeding van het beloop. Hoe langer patienten onbehandeld bleven, hoe slechter ze functioneerden en hoe meer symptomen ze hadden, zowel meteen na de behandeling als na 15 jaar. De psychiatrische afdeling van de UNC heeft inmiddels een nieuw behandelprogramma opgezet dat aansluit op de resultaten, OASIS (Outreach and Support Intervention Services) geheten. Zelf spreken ze van een 'uniek' programma, vanwege het maatwerk in vroege herkenning en behandeling van jonge mensen en hun families bij het begin van een psychotische episode, al geven ze toe dat de basis ervan al was terug te vinden in programma's in Australie, Noorwegen, Engeland en Canada. Deze programma's hebben opmerkelijk positieve resultaten laten zien: minder en kortere opname, afgenomen symptomen en hervatting van school of werk. Het Schizofrenie Bulletin is een service van Ypsilon, de vereniging voor familieleden van mensen met schizofrenie of een psychose. Voor meer informatie: http://www.ypsilon.org/schizbul.htm

 

Rechtszaak tegen WAO-herkeuringen -- 17 oktober 2005 -- Reformatorisch Dagblad -- AMSTERDAM (ANP) - Een onlangs opgerichte stichting spant een rechtszaak aan tegen de Staat en eventueel uitkeringsinstantie UWV om de herkeuringen van WAO’ers ongedaan te krijgen. De stichting Collectieve Rechtsvordering (CORV) wil optreden namens iedereen die moet worden herkeurd, zo meldde ze zondag. De herkeuringen zijn volgens CORV onrechtmatig. De WAO moet gezien worden als een normale verzekering. Het kabinet heeft de polisvoorwaarden gewijzigd, nadat mensen al schade hadden geleden. CORV vergelijkt de herkeuringen met een brandverzekering, waarvan de voorwaarden veranderen als het huis is afgebrand. Volgens CORV zullen zo’n 150.000 mensen met een WAO-uitkering er flink in inkomen op achteruit gaan, omdat ze minder of helemaal niet meer arbeidsongeschikt zullen worden verklaard. Het verlagen of stopzetten van de uitkering is zelfs in strijd met het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens, aldus de organisatie. CORV is in augustus van dit jaar opgericht. De stichting is een initiatief van Jan de Jong, hoofd van het Bureau beroepsziekten van vakcentrale FNV. In de raad van advies zit onder anderen oud-FNV voorzitter Lodewijk de Waal. „In mijn jaren bij de vakbeweging ben ik veel mensen tegengekomen die tussen de raderen van ambtelijke molens raakten. Een club die het risico wil nemen voor die mensen op te komen, heeft uiteraard mijn steun”, schrijft De Waal op de website van CORV. WAO’ers kunnen zich op de internetpagina aanmelden bij de stichting. Zij moeten wel 30 euro betalen om zich bij de juridische procedure aan te sluiten. Als CORV de zaak wint, volgt een schadeclaim. Met de herkeuring van WAO’ers is vorig jaar oktober begonnen. In totaal moeten 325.000 mensen opnieuw worden beoordeeld. Dat gebeurt volgens nieuwe, strengere normen. Eerder dit jaar bleek dat ongeveer de helft van de mensen die tot dan toe waren herkeurd, deels of geheel zijn goedgekeurd. Dat was meer dan verwacht.

 

Orde der geneesheren van West-Vlaanderen maakt folder voor klagende patiënten 14  oktober 2005 – Medinews -- De provinciale raad van de Orde van Geneesheren van West-Vlaanderen pakt uit met een origineel initiatief: een folder die klagende patiënten wegwijs maakt in de door de (provinciale raad van) Orde der geneesheren gevolgde procedure. Omdat artsen vaak evenmin goed op de hoogte zijn, is er ook voor hen een folder. Zo wil de provinciale raad haar werking transparanter maken.

 

Therapie seksueel misbruikte man RTV N-H --  13 oktober 2005 --  RTV Noord -- ASSEN - Mannen, die seksueel misbruikt zijn, kunnen nu ook in het Noorden groepstherapie krijgen. Voor de nieuwe behandelmethode kunnen slachtoffers terecht bij de afdeling De Bascule van de GGz Drenthe. De kern van de behandeling is dat de mannen van elkaar kunnen leren door samen te praten over hun problemen. Dit lijkt beter te helpen dan alleen maar praten met therapeuten.

 

Toename meldingen kindermishandeling in 2004 bijna 20% 12 oktober 2005 – ANP – UTRECHT - Het aantal meldingen van kindermishandeling is in 2004 opnieuw gestegen. In dat jaar werd ruim 34.000 keer contact opgenomen met het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) om een vermoeden van kindermishandeling te melden. Dat bleek gisteren uit de jaarcijfers van de AMK's. Ten opzichte van 2003 is het aantal meldingen met 19 procent toegenomen. In 2003 was het aantal meldingen al 13 procent hoger dan het jaar daarvoor. De woordvoerder van de AMK's benadrukt dat een stijging van het aantal meldingen niet direct een stijging van het aantal gevallen van mishandeling hoeft te betekenen. "De reden van de stijging is waarschijnlijk dat steeds meer mensen de weg naar een AMK weten te vinden. Ook is er veel aandacht geweest voor kindermishandeling naar aanleiding van verschillende familiedrama's."

 

Maikel eist gesprek met deskundige in moordzaak - 7 oktober 2005 – ANP -- SCHIEDAM - Maikel, het vriendje van de vermoorde Nienke Kleiss, uit Schiedam verzoekt in een brief aan kinderpsycholoog R. Bullens dringend om een gesprek. Bullens werkte als deskundige in de zaak tegen de verdachte van de
Schiedamse parkmoord. Maikel en zijn vader laten zich in de brief uiterst kritisch uit over de psycholoog. Dat heeft hun advocaat vrijdag laten weten. 'Wij weten niet wat er achter uw weigering om met ons te komen praten zit. Wij geloven niet dat u echt denkt dat u niets verkeerd hebt gedaan', zo staat in de brief. Maikel, destijds net drie dagen elf jaar, werd na de moord zes tot acht keer op een ongeoorloofde wijze verhoord. Advocaat-generaal F. Posthumus, die onderzoek deed naar het optreden van politie en justitie in deze zaak, liet zich in zijn rapport kritisch uit over de deskundige. In de media stelde de psycholoog echter dat hij zijn werk naar behoren heeft gedaan. 'Is het opgevallen dat u de enige bent die dit zo ziet', vragen Maikel en zijn vader zich af. Zij hopen dat Bullens recht in hun gezicht durft uit te leggen waarom het volgens hem goed is gegaan. Alle andere direct betrokken hebben inmiddels gesprekken gehad met het slachtoffer, of hebben hiervoor een afspraak gemaakt. Deze mensen hebben volgens de briefschrijvers hun fouten durven toegeven en hebben hun excuses gemaakt. 'U bent de enige die tot op heden niets van u hebt laten horen.' De twee vragen zich af wat daarachter zit. Is het arrogantie, lafheid of schaamte. 'U hoeft niet bang te zijn dat u bij ons de behandeling krijgt die Maikel in de verhoorstudio heeft gekregen.' In het onderzoek na de moord op de 10-jarige Nienke Kleiss in juni 2000 werden veel fouten gemaakt. Uiteindelijk zat een onschuldige man, Cees B., vier jaar in de cel.
Commentaar red. MdH: Wij vrezen dat de hoogleraar zijn excuses niet aan Maikel aan zal bienden – al heeft hij daar zeker recht op. Daarom o.a. ook een brief aan Maikel met een mogelijker wijze verhelderend antwoord op een paar vragen. Het is al erg genoeg om in een dergelijke situatie geen excuses aangeboden te krijgen.

 

Herre Kingma vertrekt bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg 6 oktober 2005 – Persbericht IGZ -- Begin 2006 verlaat Inspecteur-Generaal Herre Kingma de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Kingma wordt begin volgend jaar voorzitter van de Raad van Bestuur van het Medisch Spectrum in Twente. Vanaf medio 2000 gaf hij leiding aan de inspectie die hij na een jarenlang proces van fusiebewegingen opnieuw op de kaart zette met als missie: veilige, effectieve en patiëntgerichte zorg. In een periode van vijf jaar is Kingma erin geslaagd de inspectie een eigentijds gezicht te geven. De inspectie heeft onder zijn leiding haar werkwijzen drastisch gewijzigd. In de nieuwe werkwijze staan efficiënter en risicogericht toezicht houden centraal. Met deze manier van toezicht houden gaat de aandacht vooral uit naar de grootste gezondheidsrisico's voor patiënten. Met de missie: veilige, effectieve en patiëntgerichte zorg voor iedereen, zette Kingma de inspectie op de kaart. Hij bevorderde openbaarheid van inspectiebevindingen en -rapporten en maakte zich ook sterk voor openheid en openbaarheid van prestaties. In nauwe samenwerking met het veld ontwikkelde hij het gebruik van prestatie-indicatoren die de maat zijn voor kwaliteit en veiligheid in de zorg. Hij bleef ook in de functie van Inspecteur-Generaal de patiënt achter het systeem zien en toonde zich een groot pleitbezorger van patiëntveiligheid en openheid over medisch falen.

Commentaar red. MdH: Een bericht VAN de inspectie OVER de inspectie. Niet iedereen zal het er eens mee kunnen zijn. Wat betreft efficiëntie heeft de IGZ nog een lange weg te gaan helaas. Wat betreft de openbaarheid van stukken en openheid over medisch falen zouden ook den nodige kanttekeningen geplaatst kunnen worden. 

 

Beperking psychotherapie pakt desastreus uit -- 6 oktober 2005 -- Artsennet/NVVP -- 16.500 patiënten met depressies of persoonlijkheidsstoornissen ontvangen onvoldoende psychotherapie. 2000 van hen zijn suïcidaal. 800 patiënten worden doorverwezen voor een aanmerkelijk duurdere klinische behandeling in een psychiatrisch ziekenhuis. Dit blijkt uit gegevens van het Meldpunt Psychotherapie dat de beroepsverenigingen in de geestelijke gezondheidszorg begin dit jaar hebben ingesteld. Psychiaters en psychotherapeuten luidden eind vorig jaar al de noodklok over het besluit van het kabinet om voor psychotherapie het aantal sessies te beperken dat vergoed wordt. De Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie bracht begin dit jaar een analyse uit met de waarschuwing dat de beperking van de vergoeding voor psychotherapie in plaats van de beoogde bezuiniging van 79 miljoen euro per jaar, een veelvoud aan extra kosten met zich mee zou brengen aan duurdere vormen van zorg en arbeidsongeschiktheid. De meerkosten zouden kunnen oplopen tot 1,3 miljard euro over een periode van vijf jaar.

De gegevens over het eerste half jaar van het Meldpunt Psychotherapie bevestigen de analyse van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. De effecten blijken zelfs ernstiger. In haar analyse ging de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie uit van 13.000 patiënten bij wie jaarlijks de behandeling onvoldoende zou worden door voortijdig staken of door overgaan op een andere minder effectieve behandelvorm. Dat blijken er nu 16.500 te zijn en ook lijkt de problematiek van deze patiënten ernstiger dan in de analyse werd aangenomen. Dit aantal patiënten per jaar is berekend op basis van het aantal meldingen bij het Meldpunt Psychotherapie in de eerste helft van 2005.

Ambulante psychotherapie

Van deze 16.500 patiënten moest bij vijfduizend de behandeling voortijdig worden gestaakt en moesten er achthonderd worden doorverwezen naar een psychiatrisch ziekenhuis voor deeltijdbehandeling of langdurige opname. De laagste inkomensgroepen zijn oververtegenwoordigd in deze groepen. Dit had vermeden kunnen worden als de ambulante psychotherapie had kunnen worden voortgezet. Sommige patiënten kiezen ervoor de psychotherapie zelf te betalen, maar dat is vrijwel alleen weggelegd voor patiënten uit de hogere inkomensgroepen.

Algemeen overleg Tweede Kamer

Tijdens het Algemeen Overleg van de Tweede Kamer op 6 oktober wordt de zogenaamde pakketmaatregel psychotherapie geëvalueerd. De beroepsverenigingen (Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie, Nederlandse Vereniging voor Psychotherapie, Nederlandse Vereniging van Vrijgevestigde Psychotherapeuten en Nederlands Instituut voor Psychologen) vinden dat voortgezette psychotherapie weer in het verzekeringspakket moet worden opgenomen. Ze hebben een voorstel uitgewerkt waarmee toch een besparing ten opzichte van de oude regeling kan worden bereikt, zonder de nu gemeten negatieve gevolgen van persoonlijk leed en extra maatschappelijke kosten. Ook brancheorganisatie GGZ Nederland vindt dat langerdurende psychotherapeutische behandeling mogelijk moet zijn.

 

Kabinet wil mogelijkheid van dwangbehandeling snel verruimen1 oktober 2005 – MinVWS / Schizofrenie Bulletin -- DEN HAAG - Onverwacht is het niet, maar de kogel is nu wel door de kerk: Het kabinet heeft vrijdag op voorstel van de ministers Hoogervorst van VWS en Donner van Justitie ingestemd met een tweetal wijzigingen in de wet Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen (wet BOPZ). Het betreft aanpassing van de regeling van de voorwaardelijke rechtelijke machtiging en verruiming van de mogelijkheden om bij een gedwongen opname over te gaan tot dwangbehandeling. Aan beide wijzigingen bestaat in de praktijk dringend behoefte. De belangrijkste wijziging vloeit voort uit wat het kabinet noemt "een dringende behoefte aan verruiming van de mogelijkheden van intramurale dwangbehandeling". Volgens de huidige regeling is dwangbehandeling slechts mogelijk als er gevaar binnen de inrichting is. In het nieuwe wetsvoorstel wordt het mogelijk voor behandelaars bij een dwangopname moeilijk behandelbare en onwillige personen met een behandeling weer naar huis te sturen. Deze wijziging is van toepassing op psychiatrische patienten; voor patienten die zijn opgenomen in een inrichting voor verstandelijk gehandicapten of verpleeginrichting blijft het criterium gevaar binnen de inrichting. De tweede wijziging is een reparatie van de wet om een uitspraak van de Hoge Raad eerder dit jaar ongedaan te maken. De Hoge Raad stelde toen vast dat een voorwaardelijke machtiging slechts verleend mag worden indien de patient uitdrukkelijk heeft ingestemd met de voorwaarden. Dat was niet wat de wetgever voor ogen had. Om de voorwaardelijke machtiging nu toch breder te kunnen toepassen, wordt op dit punt de wet BOPZ gewijzigd. Voortaan is het voor het verlenen van een voorwaardelijke machtiging ook voldoende dat de rechter het vertrouwen heeft dat de patient - ondanks het ontbreken van diens uitdrukkelijke instemming - zich daadwerkelijk aan de voorwaarden houdt. De ministerraad heeft ermee ingestemd dat het wetsvoorstel voor spoedadvies aan de Raad van State zal worden gezonden. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden pas openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer. Het Schizofrenie Bulletin is een service van Ypsilon, de vereniging voor familieleden van mensen met schizofrenie of een psychose. Voor meer informatie: http://www.ypsilon.org/schizbul.htm

 

 

Openbaarmaking sterftecijfers ziekenhuizen risicovol -- 30 september 2005 -- De Telegraaf -- ROTTERDAM - Als de overheid ziekenhuizen dwingt sterftecijfers te publiceren, kan dat ertoe leiden dat specialisten bij operaties minder risico nemen om de patiënt te redden. Voorzitter dr. L. van Herwerden van de Nederlandse Vereniging voor Thoraxchirurgie heeft dat vrijdag gesteld. Donderdag werd bekend dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg een onderzoek heeft ingesteld naar het Universitair Medisch Centrum Sint Radboud in Nijmegen. Het sterftecijfer van de hartafdeling van het ziekenhuis bleek veel hoger (*) te liggen dan bij andere hartcentra. De vereniging van hartspecialisten vindt het een goede zaak dat de inspectie de zaak onderzoekt.

(*) Het Parool: “In 2004 overleed een op de vijftien patiënten (6,7%). Het gemiddelde sterftecijfer in de overige twaalf Nederlandse hartcentra was dat jaar 2,7%.” (Het Parool, 29 sept. 2005, pag. 7). Het sterftecijfer in Sint Radboud is dus meer dan dubbel zo groot dan het gemiddelde van alle hartcentra in Nederland.

 

 

Twaalf familieleden gaan trainers psycho-educatie bijstaan30 september 2005 -- Redactie Schizofrenie Bulletin / Ypsilon -- UTRECHT - Twaalf ervaren familieleden gaan hulpverleners bijstaan bij de nieuwe modelcursus psycho-educatie. Zij zijn deze week getraind om als ervaringsdeskundige de vijfde bijeenkomst van de cursus te leiden. De eersten zullen al in de komende weken bij GGZ-instellingen in hun regio -betaald- aan de slag gaan. Niet zozeer om hun kennis over te dragen of te vertellen over Ypsilon, maar om familieleden die pas net met schizofrenie te maken hebben te stimuleren om hun eigen deskundige te worden. Dat dat kan, daarvan vormen ze zelf het levende bewijs. De keuze om de ervaringsdeskundige cursusleiders juist in de vijfde bijeenkomst in te zetten is dan ook geen toeval: in deze bijeenkomst staan bewustwording en empowerment centraal, thema's die in de doorsnee psycho-educatietraining tot nu toe nauwelijks aan de orde kwamen. In de bijeenkomst maken de cursisten kennis met de principes van Ken Alexander, een Australische 'vader-van' die zijn eigen ervaringen gebruikte bij de ontwikkeling van een eigen familietraining. Op termijn is het de bedoeling dat de "ECL's" zoals de ervaringsdeskundige cursusleiders al worden genoemd ook bij andere bijeenkomsten actief zullen zijn. In bijna het hele land wordt momenteel proefgedraaid met de modelcursus, die het Trimbos-instituut, Ypsilon en preventiewerkers samen ontwikkelden. De komende tijd zullen de ECL's assisteren bij De Meren, GGZ Buitenamstel, GGZ Kop van Noord-Holland, de Symforagroep, Riagg Amersfoort, Parnassia, Elios, Bavo RNO, Riagg RNW, Context, De Grote Rivieren, GGZ Oost-Brabant, Riagg Midden Limburg, de Mondriaan Zorggroep, het Regionaal Centrum GGZ in Weert, GGZ Noord-Holland Noord, GGZ Nijmegen, De Gelderse Roos Rivierenland en de Meerkanten. Is de cursus een succes, dan gaat Ypswilon ervan uit dat ze standaard wordt opgenomen in het cursusaanbod van de instellingen. Alleen in de Noordelijke provincies zullen de opgeleide familieleden nog even moeten wachten voor ze hun ervaring kunnen inzetten. Daar heeft zich vooralsnog geen enkele instelling aangemeld om de cursus aan te gaan bieden. Een kwestie van tijd, denkt Ypsilon. Het Schizofrenie Bulletin is een service van Ypsilon, de vereniging voor familieleden van mensen met schizofrenie of een psychose. Voor meer informatie: http://www.ypsilon.org/schizbul.htm

 

 

De nieuwe zorgverzekering: premie en compensatie -- 27 september 2005 – MinVWS – Over de twee delen van de nieuwe zorgverzekering, de aanvullende maatregelen, de zorgtoeslag,… en informatie over de financiële gevolgen van de nieuwe zorgverzekering die per 1 januari 2006 van kracht wordt.

 

Ex-neuroloog MST stelde verkeerde diagnose -- 27 september 2005 -- Trouw -- ENSCHEDE - Drie mensen houden een voormalig neuroloog van het Medisch Spectrum Twente verantwoordelijk voor een verkeerde diagnose en medicatie. Volgens een zegsman kregen de patiënten te horen dat ze aan de ziekte van Parkinson of aan multiple sclerose leden. Zij kregen daar medicatie voor. Hun gezondheidstoestand is sindsdien ernstig verslechterd. Volgens het Medisch Spectrum Twente en het letselschadebureau zijn de klachten zo ernstig dat ze aan de Inspectie voor de Volksgezondheid zijn voorgelegd. De drie hebben een letselschadebureau ingeschakeld.

 

 

Schiedamse pakmoord: Politie en deskundige zaten fout bij Maikel: -- 27 september 2005 – Trouw -- door Corine de Ruiter – De deskundige die bij de verhoren van Maikel was, greep niet in omdat hij ‘geen trauma’ zou hebben. Maar dat is nog geen excuus.

 

Collega Bullens betoogt in zijn bijdrage van 23 september dat niet alle kinderen die een ernstig misdrijf meemaken, last krijgen van posttraumatische stress. Ook kinderen vertonen immers verschillen in hun reacties op levensbedreigende gebeurtenissen. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat temperament, lichamelijke constitutie, psychologische veerkracht, steun uit de omgeving, en eerder meegemaakte psychotraumata, deze reactie beïnvloeden. Bullens lijkt hiermee zijn optreden als deskundige in de Schiedamse parkmoord-zaak te willen rechtvaardigen.

 

Hij was een van de vier gedragsdeskundigen die door politie en justitie werden ingeschakeld bij het onderzoek naar de moord op Nienke Kleiss. In het evaluatierapport van advocaat-generaal Posthumus wordt uitgebreid ingegaan op zijn rol als deskundige. Hij was aanwezig was bij de zeer harde studioverhoren van het vriendje van Nienke, Maikel, en was volgens het evaluatierapport, aangesteld om te letten op de belangen van Maikel.

 

Bullens beweert dat Maikel niet getraumatiseerd was door het misdrijf waarvan hij het slachtoffer was, en rechtvaardigt daarmee als het ware de harde verhoortechniek. Deze redenering is om twee redenen onjuist. Ten eerste is het onjuist om zo'n korte tijd na een psychotrauma reeds te beweren dat er geen sprake is van nadelige psychische gevolgen. De gevolgen kunnen pas jaren na de traumatische gebeurtenis ontstaan duidelijk worden. Denk aan veteranen die aan oorlogen hebben deelgenomen en vele jaren later een scala aan psychische klachten ontwikkelen. Sommige mensen hebben meteen na het trauma last van psychische klachten als slapeloosheid en nachtmerries, er kan dan gesproken worden van een acute stress stoornis. Maikel had hier volgens de beschikbare informatie geen last van, maar dat zegt niets over de psychische gevolgen op de langere termijn. Ten tweede, en nog veel belangrijker, is het feit dat het niet lijden aan posttraumatische stressklachten geen enkel excuus vormt voor de wijze waarop Maikel in de verhoren is aangepakt. Het rapport-Posthumus laat hierover geen twijfel bestaan: 'De wijze van verhoor was niet afgestem d op het ontwikkelingsniveau van een kind van 11. Hij is als een volwassene verhoord. Met de belangen van Maikel is onvoldoende rekening gehouden. Zelfs als hij verdachte was geweest, zou deze wijze van verhoor niet juist zijn geweest'.

 

Waarom werd een kind van 11 dat slachtoffer was van een afschuwelijk misdrijf als verdachte verhoord? Terwijl bekend was dat hij naakt uit de bosjes in het park te voorschijn was gekomen. Bloedend met acht messteken in zijn lichaam, en met kneuzingen in de hals als gevolg van pogingen tot verwurging. De enige verklaring, is die van het willen 'scoren' van politie en justitie, en de tunnelvisie die dat met zich meebrengt. Het rapport-Posthumus sluit daarop aan: 'In hoeverre in de gedachtevorming rondom Maikel gewicht is toegekend aan feiten en omstandigheden die hem vrij pleitten, blijkt niet of nauwelijks uit het dossier'. Voor het verhoor van kinderen tussen 4 en 12 jaar die slachtoffer zijn van een zedenmisdrijf bestaat sinds 1994 het protocol studioverhoren. De richtlijnen die in dit protocol staan, zoals 'geen opmerkingen maken die druk op het kind uitoefenen om informatie te geven', zijn bij het verhoren van Maikel met voeten getreden.

 

Zelf ben ik in de loop der jaren als gedragsdeskundige betrokken geweest bij vele strafzaken. Wat mij elke keer weer opviel was de 'hardheid' van het politieverhoor. Ook als er weinig technisch bewijs tegen een verdachte was, werd deze beschuldigd en soms ook gekleineerd en vernederd. In het aprilnummer 2005 van het Nederlands Juristenblad geeft gedragsdeskundige Nicole Nierop een overzicht van de geschiedenis van het verdachtenverhoor in Nederland. Het is droevig dat zij moet constateren dat er nauwelijks publicaties zijn over de standaard verhoorstrategie in Nederland. Wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit ervan is al helemaal afwezig.

 

Wat moet er gebeuren om te voorkomen dat kinderen als Maikel opnieuw zo verhoord worden? Posthumus pleit onder meer voor het standaard opnemen van alle verhoren in ernstige zaken op videoband. Nog belangrijker is dat er in Nederland onderzoek zal plaatsvinden naar het politieverhoor. En dan bedoel ik onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek, door onderzoekers die geen belang hebben bij de uitkomsten en niet aangestuurd worden door het ministerie. In de Verenigde Staten bestaat al lang een traditie van psychologisch onderzoek naar recherchetechnieken. Dat heeft aangetoond dat juist onschuldige verdachten vaak aan extreem harde, confronterende verhoren worden onderworpen, ondanks of juist doordat zij ontkennen. Om die reden leggen zij vaak een (valse) bekentenis af. Meer kennis is nodig om ervoor te zorgen dat de Nederlandse burger op een rechtvaardig strafrechtsysteem kan blijven rekenen.

Prof.dr. Corine de Ruiter is bijzonder hoogleraar forensische psychologie, Trimbos-instituut.

 

 

 

 

Bekroonde documentaire Pandora opnieuw op filmfestival -- 27 september 2005 -- Schizofrenie Bulletin / Pandora -- UTRECHT - Het Nederlands Film Festival viert van 28 september tot en met 7 oktober 2005 het vijfentwintigjarig bestaan met een speciale jubileumeditie. Tien dagen lang pakt het festival uit met een uitgebreid jubileumprogramma met onder meer het Jubileumretrospectief met de vertoning van een selectie van Gouden Kalfwinnaars en verschillende programma's rond

makers die de afgelopen 25 jaar een grote rol hebben gespeeld in de ontwikkeling van het festival en de Nederlandse film. Pandora's documentairefilm Levenslied won in 1992 het Gouden Kalf voor beste lange documentaire. De film wordt tijdens het Nederlands Film Festival op donderdag 29 september om 12 uur in 't Hoogt zaal 1 vertoont. Naar aanleiding van het 25 jarig bestaan in 1989 vroeg Stichting Pandora filmer Froukje Bos een serie documentaire films te maken over de maatschappelijke positie (inclusief de arbeidsmarktpositie) van psychiatrische patienten en ex-patienten. Dit resulteerde in vijf documentaire portretten, waarvan Levenslied, over dak- en thuislozen het Gouden Kalf voor de beste lange documentaire won en vanuit de psychiatrie de Kees Trimbos Prijs. Beide jury's  zagen deze film als een belangrijke bijdrage aan de humanisering van de samenleving en de humorvolle beeldende portrettering. In 1992 zond de NPS de films op televisie uit. Het Schizofrenie Bulletin is een service van Ypsilon, de vereniging voor familieleden van mensen met schizofrenie of een psychose. Voor meer informatie: http://www.ypsilon.org/schizbul.htm

 

Bullens pleit voor openheid -- 26 september 2005 -- Volkskrant -- LEIDEN - Rechters en advocaten moeten over alle informatie kunnen beschikken die deskundigen aanleveren in onderzoeken naar schokkende moord- of zedenzaken. Volgens de hoogleraar kinderpsychologie Ruud Bullens zou het Korps Landelijke Politiediensten hierbij een rol kunnen spelen. Bullens denkt dat zo kan worden voorkomen dat het Openbaar Ministerie selectief gebruik maakt van de bevindingen van deskundigen. De Amsterdamse hoogleraar ligt zelf onder vuur voor zijn rol in de onterechte veroordeling van Cees B. voor de Schiedamse parkmoord. In een interview met de Volkskrant stelt de kinderpsycholoog dat hij ‘te vaak’ heeft meegemaakt dat het OM rapporten terzijde schuift of verkeerd gebruikt. Vakgenoten vallen hem bij. ‘De deskundige wordt gebruikt voor eigen doelen’, zegt Crombag, emeritus-hoogleraar rechtspsychologie. ‘Wat niet uitkomt wordt verzwegen of in twijfel getrokken.’ Zijn Leidse collega Wagenaar constateert dat het zelfs de ‘gewoonte’ is om deskundigen verkeerd te interpreteren. Bullens stelt voor om het Korps Landelijke Politiediensten een coördinerende rol te geven als er sprake is van ‘zedenzaken van het niveau Nienke’. Het KLPD zou moeten putten uit een landelijk register van ‘deskundigen van naam en faam’. Ook de advocatuur moet daar vragen kunnen neerleggen. Bullens wil dat deskundigen rapporteren aan het KLPD, dat alle informatie doorstuurt naar het OM, de advocaat en de rechter.

 

Interview met Ruud Bullens: ‘Ik geef een deskundig oordeel, zeer deskundig’ -- 26 september 2005 -- Volskrant -- LEIDEN - Hoogleraar kinderpsychologie Ruud Bullens ligt onder vuur voor zijn rol in de onterechte veroordeling van Cees B. voor de Schiedamse parkmoord. ‘Het is mijn deskundigheid. En ik zeg dat het verantwoord is geweest.’

Hoogleraar kinderpsychologie Ruud Bullens: ‘Het is gek wat er allemaal gebeurt, ik sta plotseling in het oog van een orkaan’. ‘Ik ben me er altijd van bewust geweest dat wat nu gebeurt, gebeuren kon. Ik ben keihard neergezet in de media en word van alle kanten aangevallen. ‘In mijn vak heb ik altijd te maken met conflicten; kinderen tegenover een vader, ouders tegen elkaar. Bij zulke mensen zit veel woede. Dan is de psycholoog een voor de hand liggend doelwit.’ Is dat wat er nu gebeurt? ‘Freud heeft belangrijke dingen gezegd over Verschiebung, het verschijnsel dat mensen hun woede kunnen doorschuiven naar anderen. De commissie-Posthumus heeft vragen gesteld over mijn rapport over Maikel. Helemaal aan het eind werd een enkele terloopse vraag gesteld over de verhoren. ‘Dan komt die evaluatie. Een heel hoofdstuk gaat uitsluitend over die verhoren. Iedereen heeft er een mening over. Maikel zou te hard zijn verhoord, ik had moeten ingrijpen. Maar mij is niks gevraagd. Terwijl dit toch echt mijn deskundigheid is. En ik zeg dat het verantwoord is geweest.’ Posthumus verwijt u nog meer. Die verhoren waren zo hard omdat het politieteam in het begin van het onderzoek uit uw opmerkingen afleidde dat Maikel de dader kon zijn van de moord op Nienke. Later zou u hebben gesuggereerd dat Maikels signalement van de dader onbetrouwbaar was. Justitie greep die twijfel aan om Cees B., die niet op dat signalement leek, toch achter de tralies te krijgen. ‘Mijn mondelinge verklaringen daarover zijn uit hun context gelicht en selectief gebruikt. Later bleek dat mijn rapport, waarin ik Maikel neerzet als betrouwbaar, nooit is toegevoegd aan het dossier. Dat soort dingen gebeurt vaker.’ Vakgenoten vallen u bij. Professor Wagenaar beweert dat het de gewoonte is om oordelen van deskundigen verkeerd te interpreteren. Herkent u dat? ‘Ik heb te vaak meegemaakt dat deskundigen-rapportages verkeerd worden gebruikt. Dat een instantie een rapport terzijde legt omdat het advies onwelgevallig is. ‘Het OM lijkt in bepaalde zaken selectief gebruik te maken van de selectieve antwoorden die men selectief heeft opgevraagd. En de rest wordt eruit gelaten. ‘Meestal weten wij dat niet eens. Wij zien het uiteindelijke vonnis bijna nooit. Er is geen terugkoppeling. Dat vind ik niet goed.’ Wagenaar stelt dat wat er uiteindelijk met zijn rapporten gebeurt de verantwoordelijkheid is van de rechter. ‘Daar ben ik het mee eens. Maar het is ook zo dat de advocaat van Cees B. heeft zitten slapen. Hij had mijn rapport moeten opvragen.’ Mensen moeten u vonnissen opsturen, advocaten moeten wakker worden, en als het toch fout gaat is het de verantwoordelijkheid van de rechter. Het klinkt allemaal nogal lijdzaam, passief. En de deskundige? Heeft die ook nog een verantwoordelijkheid? ‘Jazeker, voor zijn rapport. Niet voor wat er mee gebeurt.’ Is dat niet moeilijk voor degene die aan het kortste eind trekt? Die denkt dat hij een goed gesprek heeft gehad, maar gaat onderuit op grond van een paar uit hun context gehaalde zinnen. ‘Ik kan alleen maar herhalen dat ik een deskundig oordeel moet geven. Dat doe ik. Zeer deskundig. Meer niet.’ Maar stel nou dat het helemaal fout gaat. Uw rapport is misbruikt. Meldt u zich dan bij een advocaat? ‘Dan ga ik er eerder van uit dat de advocaat naar mij komt. Zo zijn de verantwoordelijkheden verdeeld.’ En uw beroepseer dan? Uw rechtvaardigheidsgevoel? ‘Het klinkt u misschien weer passief in de oren, maar het is de verantwoordelijkheid van de rechter. Die kent het hele dossier, ik niet. Ik weet niet op basis van welke informatie de rechter al dan niet veroordeelt. Dat is het geheim van de raadkamer.’ U maakt uw rol klein. Dat botst met andere versies. De commissie-Posthumus dicht u een grote, sturende rol toe in het onderzoek. ‘Die had ik niet. Dat was niet mijn taak.’ Maar er werd tegen u opgekeken. ‘Ik weet niet wat ik daarmee moet. Ik gaf alleen adviezen. Ik kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor alle projecties van de mensheid.’ U zegt dat het contact met Maikel goed was en dat hij tegen de verhoren was opgewassen. Maikel zegt nu dat hij u nooit heeft vertrouwd. ‘Dan hadden zijn ouders dat toch laten blijken? Ik veronderstel dat als hij overstuur was geweest, zijn ouders hem niet aan die verhoren hadden blootgesteld. Ook Maikel heeft nooit iets gezegd.’ Hoe is het mogelijk dat u alles zo anders heeft beleefd dan alle anderen om u heen? ‘Ik weet het niet. Ik heb alleen maar vragen. Is die kritiek op mij soms een rookgordijn voor andere dingen? Dit onderzoek ging over iemand die onterecht veroordeeld is, maar plotseling sta ik in het oog van een orkaan. Het is echt héél gek wat er gebeurt.’

Commentaar red. MdH:

  • In het tweede nieuwsbericht dat eveneens op 26 september 2005 in de Volskrant verscheen (zie bovenstaand), pleit Bullens voor openheid. Laten wij zijn voorbeeld opvolgen. De journalist stelde een bijzonder belangrijke, zelfs cruciale vraag aan Ruud Bullens: “Hoe is het mogelijk dat u alles zo anders heeft beleefd dan alle anderen om u heen?” Het is bijzonder triest dat de hoogleraar psychologie er zelf geen antwoord op weet te geven en in plaats daarvan ‘alleen maar vragen heeft’. Daarbij staat het antwoord op al zijn vragen al in de titel, hetgeen zijn eigen woorden zijn: ‘Zeer deskundig’. Het is niet gek wat er gebeurt. Iemand die zichzelf ‘zeer deskundig’ weet te noemen, beleeft e.e.a. logischer wijze veelal anders dan anderen. De meeste zouden zichzelf immers niet zeer deskundig noemen, zelfs niet als zij buitengewoon briljant waren. ‘Zeer deskundig te zijn’ van jezelf te stellen… dat zal menigeen ‘echt héél gek’ vinden. Twee kleine woorden kunnen een groot struikelblok zijn. Het valt te hopen dat vele vakgenoten al lezend over deze beide, veelzeggende woorden zijn gestruikeld. Het antwoord op al uw vragen, meneer Bullens (wij geven het maar omdat u zo duidelijk aangeeft het zelf niet te kennen), ligt verborgen in de door u zelf gekozen en uitgesproken twee woorden: “Zeer deskundig”.
  • En het antwoord op: “Bij zulke mensen zit veel woede. Dan is de psycholoog een voor de hand liggend doelwit.’ Is dat wat er nu gebeurt?” zou volgens ons moeten luiden: ‘Freud heeft inderdaad belangrijke dingen gezegd over ‘Verschiebung’ oftewel projectie. Zijn Maikels ouders werkelijk erg woedend en projecteren zij die woede op u? Of projecteert u dat op hen omdat u vanuit uw eigen denk- en gevoelskader invult wat zij al dan niet zouden moeten voelen, namelijk dat slachtoffers nu eenmaal woedend moeten zijn en door emotie niet anders kunnen dan projecteren. Wellicht zijn zij niet zo zeer woedend maar bovenal verdrietig? Wellicht zijn zij zelfs verdrietiger wegens alle ontkenning die al de revu passeerde dan om wille van het afschuwelijke dat eraan voorafging? Bent u er wel ooit eens bij stil blijven staan, meneer Bullens, hoe uw ontkenning voor Maikel en zijn ouders zou kunnen aanvoelen? Of projectie hetgeen is dat er nu aan het gebeuren is? Projectie is hier zeker in het spel. Maar, het is de vraag wie hier op wie projecteert. Degenen die meester zijn in het projecteren op anderen, zien het mechanisme van projectie meestal in een ander en zijn haast nooit in staat het mechanisme bij zichzelf te ontdekken. Is dat het niet wat er nu gebeurt?
  • Lees ook over verdere zaken waarin Ruud Bullens een omstreden oordeel velde. Tevens informatie daarover hoe R. Bullens hoogleraar werd. Hoe vaak waste Bullens al zijn handen in onschuld?   

 

Depressie gaat vaak samen met een persoonlijkheidsstoornis: Combinatie psychotherapie en medicijnen het meest effectief 20 september 2005 – Red. MdH -- Tweederde van de depressieve patiënten heeft ook een persoonlijkheidsstoornis (PS). Dat blijkt uit het promotieonderzoek van Simone Kool. Het naast elkaar bestaan van twee of meer stoornissen noemt men comorbiditeit. Een behandeling die bestaat uit een combinatie van psychotherapie en antidepressiva (‘pillen en praten’) is voor deze groep patiënten beter dan alleen het slikken van medicijnen. Deze methode pakt voor hen zelfs gunstiger uit dan voor patiënten met alleen een depressie, stelt Simone Kool. Veertig weken na de start van de combinatiebehandeling blijkt dat vooral de persoonlijkheidspathologie sterk is afgenomen, zelfs als de depressie nog niet volledig voorbij is. Persoonlijkheidsstoornissen zijn volgens de DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders) in te delen in drie clusters: A, B en C. De meeste personen uit het onderzoek bleken aan een persoonlijkheidsstoornis uit cluster C te lijden. Dit uit zich in angstig, vermijdend en/of afhankelijk gedrag. Na hart- en vaatziekten staat depressie op de vierde plaats van de meest voorkomende ziekten volgens de WHO. Eén op de vijf mensen met een depressie lijdt onder een chronische depressie. Simone Kool promoveerde op 14 september 2005 in de geneeskunde. Haar promotors waren prof. dr. F.E.R.E.R. de Jonghe en prof. dr. J.J.M. Dekker. Lees de samenvatting van het promotie onderzoek van Simone Kool die bij Mentrum (Amsterdam) werkzaam is  >>

 

Homeopaten wereldwijd in opstand tegen boycot -- 19 september 2005 – Telegraaf -- AMSTERDAM - Homeopathische artsen zijn wereldwijd in opstand gekomen tegen het boycotten van wetenschappelijk onderzoek over homeopathie door het gerenommeerde medische tijdschrift The Lancet. Het vakblad stelde onlangs onomwonden dat homeopathie niet werkt. “Het is voorgoed bewezen dat homeopathie op een placebo-effect berust,” aldus de redactie in zijn commentaar bij de publicatie, begin september, van een Zwitserse studie. Daarin vergeleken onderzoekers van de Universiteit van Bern 110 studies over de werkzaamheid van homeopathische geneesmiddelen met evenzoveel studies over de werking van reguliere ofwel ‘allopathische’ medicijnen. Het onderzoek viel buitengewoon negatief uit voor homeopathie. Op basis van de onderzoeksbevindingen wil The Lancet vanaf heden geen wetenschappelijk onderzoek over homeopathie meer publiceren. Het redactionele commentaar had dan ook als titel: ‘Het einde van de homeopathie’. De homeopathische wereld is woedend op het toonaangevende medische tijdschrift. Beroepsorganisaties voor homeopathie in tal van landen, die al heel lang strijden voor erkenning van hun behandelingen volgens de leer van Samuel Hahneman, stellen nu dat de Zwitserse onderzoekers, onder leiding van Aijing Shang, de studiegegevens doelbewust hebben gemanipuleerd. En ook, dat de redactie van The Lancet zich liet leiden door vooroordelen. Volgens de Vereniging van Homeopatische Artsen in Nederland (VHAN), een in 1898 opgerichte artsenorganisatie, baseert The Lancet zijn stellige besluit op een uiterst discutabel onderzoek. “Geen van de onderzoekers is geschoold in homeopathie, de leider van het onderzoeksinstituut is zelfs een verklaard tegenstander. De onderzoekers maken van al deze feiten geen melding. Het artikel wordt juichend ontvangen door de Lancet. Hoe kan een tijdschrift van wereldreputatie zich zo laten beetnemen?” De European Committee for Homeopathy zegt, desgevraagd, deze kritiek te delen. Christien Klein, woordvoerder van de VHAN, licht de inhoudelijke kritiek op de kwaliteit van de Lancet-publicatie toe: “Het artikel handelt over een gedeelte van een oorspronkelijk groot Zwitsers onderzoek, waaraan jaren is gewerkt. De Zwitserse overheid vroeg zich af of homeopathie in de basisverzekering thuishoorde en liet de resultaten van homeopathische behandeling testen. Zij wilde weten: ‘Helpt homeopathie, en wat kost het?’ Toen de resultaten van de proef gunstig bleken voor homeopathie, krabden sceptische onderzoekers, zoals Shang en zijn collega’s, zich achter de oren: ‘Dat kan toch niet waar zijn?’ Ze maakten een selectie uit 110 onderzoeken die in een literatuurstudie waren opgenomen en pasten enkele statistische hoogstandjes toe. Zo lukte het hen om de positieve uitkomsten voor homeopathie om te buigen naar een twijfelachtig resultaat. Hun negatieve conclusies baseren zij op slechts acht van de 110 onderzoeken.”

 

 

Psychologen faalden in zaak-Nienke -- 17 september 2005-- Volkskrant -- ROTTERDAM - Niet alleen het Openbaar Ministerie en achtereenvolgende rechtbanken hebben fouten gemaakt in de zaak-Nienke. ‘Ook in psychologisch opzicht is níks goed gegaan’, zegt professor Van Koppen, criticaster van het eerste uur en schrijver van een boek over de zaak. Volgens Van Koppen is de kwalijke rol van het Pieter Baan Centrum (PBC) onterecht buiten het evaluatierapport gelaten. Het PBC rapporteerde in 2000 over de toenmalige verdachte Cees B. ‘B. is een goedzak, een lulletje rozenwater’, zegt Van Koppen. ‘Dat constateerde het PBC ook. Maar toen hadden ze een probleem: B. had immers wel Nienke om het leven gebracht – dachten ze. En dus schreven ze hun rapport naar dat feit toe.’ Opeens heette B. ‘passief-agressief’ te zijn. Van binnen zou hij koken van woede. Dat agressieve aspect baseerden de onderzoekers niet op het persoonlijkheidsonderzoek, maar op het dossier over wat hij zóu hebben gedaan, aldus Van Koppen. ‘Ik heb de onderzoekers van het PBC gezegd dat ze gestoord zijn, met zo’n rapportage. Ik vroeg hun: wie zijn hier nou de gevaarlijke gekken?’ Het PBC-rapport vormde een aanmoediging voor het onderzoeksteam om verder te gaan met het ‘spoor-B’. Zoals ook de inbreng van andere psychologen in de zaak achteraf negatieve effecten bleek te hebben. Zo schrijft advocaat-generaal Posthumus in zijn evaluatierapport dat de hoogleraar kinderpsychologie Ruud Bullens een sterk sturende rol heeft gespeeld in de aanvankelijke verdenkingen jegens Maikel, het vriendje van Nienke. Bullens zei onder meer dat Maikel ‘een groot geheim’ had. Dat was aanleiding om de jongen hard te ondervragen. ‘Het is volkomen onduidelijk waar Bullens dat oordeel op baseerde’, zegt Van Koppen. Posthumus schrijft daarover: ‘Teamleiding en officieren van justitie hebben zich door hem laten leiden, zijn te veel afgegaan op zijn deskundigheid en zijn onvoldoende kritisch geweest ten opzichte van deskundige 2 (Bullens, red.).’ Ook in andere opzichten faalden psychologen in hun bemoeienissen met de zaak. Wik H., naar later bleek de echte dader, werd al in 1999 opgepakt wegens een poging tot verkrachting. Hij kreeg een werkstraf opgelegd, met verplichte seksuele therapie. Zijn intakegesprek had plaats op 21 juni 2000. De volgende dag vermoordde hij Nienke. In de periode daarna ging hij steeds meer drinken en blowen, durfde niet meer naar buiten uit angst dat ‘het beest’ in hem weer naar buiten zou komen.’

 

Klinieken moeten screenen -- 17 september 2005 -- Volkskrant -- AMSTERDAM - Privé-klinieken voor plastische chirurgie moeten patiënten die zich voor een cosmetische operatie melden, serieus psychisch gaan screenen. Van hen lijdt naar schatting 10 procent aan een psychose of heeft een gestoord zelfbeeld. Zij lopen gerede kans na de operaties geestelijk zodanig in de problemen te komen, dat therapie nodig is. Dat zegt de Maastrichtse psychiater Joost à Campo vandaag in de Volkskrant. ‘Deze mensen worden beschadigd als ze ten onrechte worden geopereerd’, waarschuwt hij. Chirurgische teams van ziekenhuizen hebben wel een psycholoog in dienst voor begeleiding van ingrepen aan met name het uiterlijk. Volgens à Campo melden juist psychisch kwetsbare en licht-beïnvloedbare mensen zich gemakkelijk voor cosmetische operaties, die steeds gangbaarder worden. De privé-klinieken die wel psychologen inzetten, doen dat volgens de psychiater gewoonlijk om patiënten de voordelen en het belang van een fraaier uiterlijk voor te houden. ‘Terwijl ze niet doorverwijzen naar de behandeling die ze wél nodig hebben: een psychiatrische.’

 
Psychiater schrijft visolie en kruiden voor  -- 16 september 2005 --  Dagblad van het Noorden – WINSCHOTEN - De GGz Winschoten gaat aanvullende behandelmethodes uit de natuurgeneeskunde toepassen. Het is de eerste instelling voor geestelijke gezondheidszorg in Nederland die de alternatieve pad op gaat. De psychiater schrijft straks visolie, kruiden en beweging voor; na onderzoek volgt later misschien ook healing. De Winschoter psychiater Rogier Hoenders ontdekte dat 45 procent van alle patiënten al op eigen houtje aanvullende en alternatieve therapieën gebruikt. Dat is vijf keer zoveel als bij de instellingen voor geestelijke gezondheidszorg werd gedacht. Volgens Hoenders zijn mensen beter af als de instelling zelf aanvullende en eventueel alternatieve methodes bij de behandeling betrekt. De GGz onderzoekt eerst de veiligheid en effectiviteit van de middelen en methodes. Tot dusver rust binnen de GGz een taboe op alternatieve geneeswijzen. Patiënten zijn bang dat ze worden uitgelachen, artsen zijn vaak onvoldoende geïnformeerd. GGz Winschoten begint met aanvullende en alternatieve therapieën als meer beweging, meditatie, In eerste instantie worden extra therapieën aangeboden aan mensen met angststoornissen en depressiviteit, later mogelijk aan patiënten met andere stoornissen. Volgens Hoenders overweegt de GGz samenwerking met 'alternatieve' therapeuten die jarenlang zijn geschoold en zich hebben verenigd in een beroepsvereniging. "Zij kunnen bij de behandeling aspecten betrekken die wij mogelijk hebben verwaarloosd." Zie verder de weekendbijlage van de papieren versie van Dagblad van het Noorden.

 

Nationale Dag Geestelijke Volksgezondheid: 10 oktober 2005 -- 16 september 2005 – Redactie Misbruik door Hulpverleners (MdH) -- Op maandag 10 oktober a.s. vindt de jaarlijkse Nationale Dag Geestelijke Volksgezondheid plaats. Deze keer heeft men ervoor gekozen om speciaal aandacht te besteden aan het onderwerp depressie. Gedurende de aankomende weken zullen wij enige aandacht besteden aan diverse evenementen die op de Nationale Dag Geestelijke Volksgezondheid 2005 georganiseerd zullen worden.

 

Wet op medisch beroepsgeheim moet worden doorgelicht -- 15 september 2005 – medweb.nl -- DEN HAAG - Het belang van een criminele patiënt mag niet altijd boven de opsporing gaan. Dat stelde Tweede-Kamerlid Schippers (VVD) maandag. Zij vindt dat de wet op het medisch beroepsgeheim moet worden doorgelicht en aangepast, om artsen meer houvast te geven bij de keuze of ze de politie alarmeren. Schippers zei in het radioprogramma 1 op de middag dat medici zelf de afweging moeten maken of ze de politie inschakelen. "Maar ik vind dat we die arts iets meer moeten ondersteunen. Ik vind dat we de wet moeten aanpassen, zodat een arts kan melden dat een Mohammed B. in het ziekenhuis ligt, als daar een opsporingsbevel voor is uitgegaan." Het criterium moet volgens het liberale Kamerlid zijn dat de patiënt een direct gevaar voor zijn omgeving vormt. Overigens wijst ze er op dat psychiaters bijvoorbeeld nu al van het medisch beroepsgeheim kunnen afwijken als ze de kans reëel achten dat hun patiënt zijn of haar criminele plan ook echt gaat uitvoeren.

 

Psychologie in honderd jaar niet veel opgeschoten14 september 2005 – planet.nl -- Onder invloed van doctor Phil en consorten, is de psychologie aan het verschralen. Dit vindt Gerrit Breeuwsma, universitair docent ontwikkelingspsychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ook al zijn er in honderd jaar psychologie veel meer psychologen aan het werk (zo’n tienduizend), beginnen er jaarlijks ruim 3600 studenten aan een studie psychologie en puilen de psychologie- en zelfhulpboeken uit de kast, de werkelijke vragen zijn nog steeds niet opgelost. “Grote vragen over de ziel, de geest en het `ik' blijven onbeantwoord,” aldus Breeuwsma. Aan het begin van de psychologie als wetenschap waren de verwachtingen hooggespannen. Eindelijk zouden er antwoorden gevonden worden opvragen als: hoe werkt het brein, waar huist de ziel. Nu, zo’n honderd jaar later, is daar nog steeds geen antwoord op. En misschien is dat maar goed ook. Powerpsychologie: Volgens Breeuwsma laten patiënten en psychologen zich te veel leiden door modegrillen en kant-en-klaar therapie die ons via Amerikaanse media worden voorgeschoteld. Televisietherapeuten als Dokter Phil, Oprah Winfrey en Supernanny doen ons geloven dat je met drie sessies van al je (opvoed-) problemen af bent. Breeuwsma: “Maar hoe lang beklijft deze `powerpsychologie'? Hoe lang blijven dr. Phils kandidaten gelukkig nadat de camera's gestopt zijn met draaien?”. Ook verzekeraars gaan mee met het idee dat alle kwalen oplosbaar zijn, en wel binnen korte tijd.”Ze vergoeden maximaal tien sessies. Daarna moet het wel een keer over zijn.” Daarbij is er volgens Breeuwsma een overvloed aan overambitieuze psychologen die elk denkbare stoornis beschrijven dan wel ontdekken, en als je niet oppast hun patiënt aanpraten. “Dat is niet per definitie een goede uitbreiding van kennis.” Volgens de psycholoog is er nu eenmaal niet overal een antwoord of oplossing voor, en zouden zijn vakgenoten daar ook niet naar moeten streven. “Moet je er wel alles aan doen om problemen als depressie, melancholie en een gebrek aan zelfvertrouwen altijd maar te willen oplossen? Als iedereen in zijn leven gevrijwaard moet zijn van dit soort kwalen, dan krijg je straks mensen die helemaal nergens meer tegen kunnen. Strandt hun caravan bij Lyon, dan moet er al een traumateam naar toe.” Het zou volgens Breeuwsma een vorm van zelfkennis kunnen zijn dat je jezelf niet volledig kunt kennen. “Dat hoeft niet problematisch te zijn. Als je er maar op een goede manier mee om kunt gaan”, aldus de psycholoog.

 

Meetinstrument SPsy moet psychische stoornissen bij jeugdigen opsporen  -- 13 september 2005 – Trimbos-instituut -- Het Trimbos-instituut start in september met een onderzoek naar de implementatie van de SPsy, een kort en eenvoudig screeningsinstrument voor de Bureau’s Jeugdzorg (BJZ) om bij jeugdigen van 4-18 jaar (een vermoeden van) psychische stoornissen te signaleren. Aanleiding hiertoe is de nieuwe Wet op de Jeugdzorg die op 1 januari 2005 in werking is getreden. Met het van kracht worden van deze wet, zijn de Bureaus Jeugdzorg (BJZ’s) de poortwachters geworden naar de jeugdzorg en de jeugd-GGZ. Accurate signalering van psychische stoornissen bij jeugdigen is cruciaal.

 

Nieuwe gedragscode voor zorginstellingen -- 12 september 2005 --  Zorgkrant -- Afgelopen juni werd de Governancecode aangeboden aan minister Hoogervorst van Volksgezondheid. Vijf organisaties in de zorg, waaronder GGZ Nederland, hebben een gedragscode ontwikkeld voor goed bestuur en zorgvuldig toezicht. In de gedragscode voor zorginstellingen wordt onder meer geregeld dat de raad van toezicht onafhankelijk moet opereren. Nieuwe leden moeten daarom in alle openbaarheid worden geworven op basis van een profielschets. Leden van de raad van toezicht mogen geen bestuursfuncties vervullen bij vergelijkbare organisaties in de regio. Fusies moeten worden gemeld bij belanghebbenden en bestuurders moeten toestemming vragen voor nevenfuncties. Belanghebbenden, zoals patiënten, krijgen het enquêterecht en kunnen zorginstellingen aanklagen bij de ondernemingskamer van het Gerechtshof in Amsterdam. Dit laatste wordt ook nog bij wet geregeld. Instellingen die niet voldoen aan de minimumeisen van de gedragscode zouden hun lidmaatschap van de brancheorganisatie moeten verliezen. Andrée van Es, die de governancecode namens de vijf brancheorganisaties aanbood aan de minister, stelde dat de bezoldiging van de bestuurders 'maatschappelijk passend' zal moeten zijn en openbaar gemaakt moet worden. De governancecode doet geen uitspraak over de maximale hoogte van de honorering. De vereniging van toezichthouders in de zorg (NVTZ) sprak zich, in navolging van de commissie Simons, uit voor salarissen van maximaal 160.000 euro. Maar de vereniging van bestuurders in de zorg (NVZD) wil de maximumgrens liever op 220.000 euro stellen. Van Es zei dat de brancheorganisaties het overleg tussen de verenigingen van toezichthouders en zorgdirecteuren willen afwachten. Minister Hoogervorst drong aan op 'flinke versobering' omdat 'salarissen van meer dan twee ton niet meer zijn uit te leggen in tijden van gegarandeerde budgetten'

 

Zweet voorspeller antisociaal gedrag12 september 2005 – Zorgkrant -- Een lage huidgeleiding door weinig zweten, kan bij jonge, gedragsgestoorde kinderen het antisociaal gedrag op latere leeftijd voorspellen. Antisociale kinderen met een lage huidgeleiding blijken ook minder goed te behandelen. Tot die ontdekking kwam Irene van Bokhoven in haar promotieonderzoek aan het UMC Utrecht. Bij het ontstaan en voortbestaan van agressief en antisociaal gedrag spelen zowel erfelijke als omgevingsfactoren een rol. Van Bokhoven beschrijft in haar proefschrift een aantal neurobiologische kenmerken van agressie en hun rol bij agressief en antisociaal gedrag in opgroeiende kinderen. In deze groep kinderen mat van Bokhoven het stress-hormoon cortisol, de hartslagfrequentie, de huidgeleiding. Verder legde ze een aantal psychologische - en gezinskenmerken vast. Een lage elektrische huidgeleiding bleek samen te hangen met een geringer behandeleffect. Bovendien hadden kinderen met weinig zweet meer antisociale problemen in de adolescentie. Het onderzoek van Bokhoven werd uitgevoerd bij de afdeling Kinder- en Jeugdpsychiatrie van het UMC Utrecht en het Rudolf Magnus Instituut voor Neurowetenschappen.

 

Schizofreniepatiënt makkelijk te verleiden tot valse bekentenis11 september 2005 -- Trimbos-instituut / Schizofrenie Bulletin / Ypsilon -- UTRECHT - Onschuldige verdachten met schizofrenie lopen een grote kans om ten onrechte te worden veroordeeld. Dit beweren de Maastrichtse psychologen Harald Merckelbach, Tom Smeets, Maarten Peter en Marko Jelicic in een artikel in het septembernummer van het Maandblad Geestelijke volksgezondheid (MGv). Mensen met schizofrenie lijden dikwijls aan een ernstige geheugenafwijking, waardoor zij niet kunnen vaststellen of een herinnering op de werkelijkheid berust. Ook accepteren vele patienten gemakkelijk misleidende informatie. Bij een verhoor kan dat tot gevolg hebben dat zij een valse bekentenis afleggen. De schrijvers vinden dat psychologen en psychiaters de rechtbank daarvoor moeten waarschuwen. Volgens de auteurs ontbreekt het veel psychiaters en psychologen aan de vereiste deskundigheid. Ze laten dit zien aan de hand van een praktijkgeval. Hierbij was het niet de door de rechtbank geraadpleegde gedragdeskundige, maar wel de advocaat van de verdachte, die voorkwam dat de man onschuldig werd veroordeeld.

 

Tips tegen depressie -- 6 september 2005 -- Verpleegkundenieuws -- Pot uw gevoelens niet op. Praten lucht op en draagt bij aan uw herstel. Een van de tips in het boekje 46 tips voor depressieve ouderen van Huub Buijssen. Het handzame miniboekje bevat korte, praktische tips voor depressieve ouderen zelf, maar ook voor de naaste omgeving. Die laatste tips zijn uitgesplitst in tips voor wat je wel moet doen en tips voor wat je niet moet doen. De tips zijn met opzet kort gehouden, vanuit de gedachtegang dat depressieve ouderen vaak geen zin hebben om te lezen. Het boekje is voor 2,50 euro te bestellen bij het Nederlands Kenniscentrum Ouderenpsychiatrie, 030 - 6937610, info@ouderenpsychiatrie.nl.

 

Engelse Priory klinieken toegelaten tot het Nederlandse zorgstelsel door CVZ voor behandeling van verslavingen en eetstoornissen6 september 2005 – Persbericht Smith & Jones -- AMSTERDAM - Vijftien psychiatrische klinieken van de in Engeland gevestigde Priory Group hebben hun intrede gedaan in de Nederlandse markt voor behandeling van verslavingen. Op 1 september 2005 heeft het CVZ (college voor zorgverzekeraars) deze Priory- faciliteiten de officiele status van AWBZ-erkende zorgverleners verleend op basis van artikel 8 uit de AWBZ statuten. Met de goedkeuring van het CVZ kunnen Nederlandse patienten nu een vergoeding van de verzekering tegemoet zien voor een medische behandeling in een van de 15 psychiatrische ziekenhuizen van de Priory Group in Engeland. Tot nu toe was het Schotse Castle Craig de enige door het CVZ erkende buitenlandse instelling waar Nederlanders hun behandeling vergoed konden krijgen. De Priory Group bestaat uit 42 priveklinieken en gespecialiseerde instituten met een capaciteit van 1700 bedden en is daarmee de grootste onafhankelijke psychische zorgaanbieder van Europa. De afgelopen jaren heeft de Priory Group een groeiend aantal Nederlandse patienten behandeld voor allerlei soorten verslavingen en eetstoornissen. De Priory Group is in juli voor 1,29 miljard euro overgenomen door ABN AMRO. Het in Amsterdam gevestigde consultancybureau Smith & Jones heeft de Priory Group met raad en daad bijgestaan. "Veel Nederlandse patienten hebben hun heil gezocht in de Priory klinieken, maar moesten de medische behandeling uit eigen zak betalen, aangezien de verzekeraars het tot op heden niet vergoedden. Met de erkenning van het CVZ wordt het eindelijk mogelijk voor Nederlanders om een Priory behandeling in Engeland te ondergaan die gedekt wordt door Nederlandse verzekeraars", aldus Keith Bakker, directeur van Smith & Jones. Deze toelating is een zeer belangrijke ontwikkeling voor de Nederlandse zorgmarkt. Met de invoering van het nieuwe nationale ziektekostenverzekeringssysteem in 2006 zal de concurrentiestrijd verder worden aangewakkerd. Op dit moment hebben patienten slechts 1 behandelingsoptie per regio. Met de toevoeging van de wereldwijd erkende Priory klinieken aan de lijst met AWBZ erkende zorgaanbieders, heeft elke Nederlander er nu 15 opties bij.

 

Meer geld nodig voor beveiliging medische gegevens 6 september 2005 – Telegraaf -- AMSTERDAM - De politiek moet meer geld uittrekken om elektronische medische en patiëntgegevens beter te beveiligen en niet proberen om voor een dubbeltje op de eerste rang te zitten. Ook omdat het mogelijk is om de samenleving te ontwrichten als deze gegevens niet goed genoeg beveiligd zijn. Dat heeft oud-minister van Volksgezondheid E. Borst maandag gezegd tijdens de presentatie van het boekje Medische geheimen, over de risico's van het elektronisch patiëntendossier van publiciste K. Spaink. Borst kreeg bijval van F. Garnier van de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV). Hij vond dat de politiek moet bepalen welke gegevens in welke mate beveiligd moeten worden. Directeur I. van Bennekom van de Nederlandse Patiënten en Consumenten Federatie (NPCF) kondigde aan dinsdag minister Hoogervorst (Volksgezondheid) aan de kaak te voelen over de veiligheid van patiëntgegevens. Volgens Van Bennekom wordt veel te laconiek over veiligheid en privacy gedaan. "Het wordt niet serieus genoeg genomen en dat baart ons grote zorgen." Een groot academisch ziekenhuis dat toestemming gaf aan ICT-beveiligingsspecialisten om op initiatief van Spaink het computersysteem te 'hacken' stelt dat beveiliging van ICT moet worden opgenomen in de ziekenhuistarieven. Nu is dat niet zo. Volgens het ziekenhuis zou beveiliging van de computersystemen ook moeten worden opgenomen in de zogenoemde ,prestatie-indicatoren', de criteria waarop ziekenhuizen kunnen worden afgerekend. J. Vesseur van de Inspectie voor de Gezondheidszorg vindt dat ziekenhuizen zelf prioriteiten moeten stellen. Dat doen ze ook als er vanwege de veiligheid nieuwe schuifdeuren of andere verlichting nodig is, stelde hij. 

 

Slechte behandeling IC-patienten -- 1 september 2005 -- DEN HAAG - De intensive care-afdelingen (IC) van een groot aantal ziekenhuizen leveren slecht werk. Patiënten in levensgevaar lopen daardoor extra risico. Dat stelt de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) in een rapport dat vandaag verschijnt. Ook het transport van instabiele, kwetsbare patiënten van het ene naar het andere ziekenhuis is volgens de IGZ matig geregeld. Volgens de inspectie spelen de problemen bij de helft van de 97 IC-afdelingen. De IC's overschatten zichzelf omdat ze sinds 2000 extra personeel hebben gekregen en denken daarmee de zaken op orde te hebben. Dat extra personeel blijkt echter vaak onvoldoende gekwalificeerd. Patiënten worden bij opname- en ontslag niet altijd goed beoordeeld en er is niet formeel geregeld wie eindverantwoordelijk is. Bovendien ontbreekt een goede evaluatie van de behandeling. Dit alles heeft tot gevolg dat patiënten te lang blijven liggen op de IC. Bedroevend noemt de inspectie het vervoer van zieke patiënten tussen de ziekenhuizen. „Het merendeel van deze transporten wordt verricht door een afdeling die dat slechts een enkele keer per jaar doet en daardoor weinig ervaring heeft. De medische en verpleegkundige begeleiding is onder de maat.“ De ziekenhuizen in een regio moeten meer samenwerken. De Inspectie sloot dit jaar één afdeling, die van het St. Jans Gasthuis in Weert. De vier patiënten die daar op dat moment werden behandeld zijn naar andere ziekenhuizen in de omgeving gebracht. De inspectie waarschuwt dat de ziekenhuizen hun zaken snel op orde moeten krijgen. Volgend jaar volgen nieuwe controles. Dat kans dat dan een IC gesloten wordt is echter klein. Volgens een woordvoerder moet een ziekenhuis op alle punten slecht scoren, anders mag de inspectie niet tot sluiting over gaan. Minister Hoogervorst van volksgezondheid wil dat de IC's zich aan de gestelde regels gaan houden. Voor de verbeteringen van het transport wil hij een 'kernteam' instellen waarin ziekenhuizen, verzekeraars en andere betrokken partijen zitting hebben. Dat team moet volgende maand nog met voorstellen komen voor een sluitend regionaal transportnetwerk.

Klik door naar het rapport ‘Intensieve Zorgen’ van de IGZ.

 

Depressie gaat vaak samen met een persoonlijkheidsstoornis -- 1 september 2005 -- Verpleegkundenieuws -- Tweederde van de mensen met een depressie heeft ook een persoonlijkheidsstoornis. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van Simone Kool van het AMC. Door deze groep te behandelen met antidepressiva èn met psychotherapie is de kans op genezing groter volgens Kool. Vooral de persoonlijkheidsstoornis bleek na veertig weken combinatietherapie bijna verdwenen. Dit was niet het geval bij de groep die alleen antidepressiva gebruikte. Persoonlijkheidsstoornissen zijn volgens de DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders) in te delen in drie clusters: A, B en C. De meeste personen uit het onderzoek bleken een persoonlijkheidsstoornis uit cluster C te hebben: dit uit zich in angstig, vermijdend en afhankelijk gedrag. Na hart- en vaatziekten staat depressie op de vierde plaats van de meest voorkomende ziekten volgens de WHO. Bij een op de vijf mensen met een depressie wordt deze ziekte chronisch. Simone Kool promoveerde op 14 september 2005. Lees de samenvatting van haar onderzoek >>

 

Alarm over foute dosering zware medicijnen -- 22 augustus 2005 -- Volkskrant -- DEN HAAG - De inspectie voor de gezondheidszorg heeft alle apotheken gewaarschuwd zelf de doses te controleren van een aantal zware medicijnen. Door een fout in computersystemen bij de apotheek kunnen daar nu fouten insluipen die ‘tot gevaarlijke situaties’ kunnen leiden. Dat heeft de inspectie alle apothekers, apotheekhoudende huisartsen en ziekenhuisapothekers in een spoedbericht laten weten. De fout kwam aan het licht toen de inspectie hoorde van ‘ernstige overdosering’ van een patiënt. Het computersysteem moet normaal gesproken op basis van het gewicht van de patiënt precies afwegen hoeveel deze van een bepaald geneesmiddel krijgt. Maar dat bewakingssysteem werkt niet naar behoren en geeft geen waarschuwing bij dreigende overdosering. Ook kan het mis gaan bij het afpassen van de dosering voor een patiënt die een medicijn vaker per week moet innemen. Het risico van overdosering door het falende computersysteem bestaat al meer dan een jaar: sinds juli 2004. De dosiscontrole gaat mis bij enkele zware medicijnen tegen bepaalde vormen van kanker, en middelen die de natuurlijke afweer van het lichaam bijvoorbeeld na een orgaantransplantatie onderdrukken en die bij chemokuren gebruikt worden. In totaal kan het systeem fouten maken bij ‘ongeveer tweehonderd verschillende middelen’, meldde hoofdinspecteur Hansen van de IGZ in de nieuwsuitzending van Radio 1. Daar zitten ook minder zware medicamenten bij. De apotheken moeten nu in hun administratie nagaan wie sinds 1 juli 2004 te hoge doseringen hebben gekregen. In die gevallen moeten zij ‘direct maatregelen nemen’ en de patiënt en inspectie inlichten.

 

Gezondheidszorg krijgt nog een voldoende 16 augustus 2005 – Telegraaf -- UTRECHT - Nederlanders geven de gezondheidszorg een ruime voldoende: een zeven. Niet meer dan 7,3 procent geeft een vijf of lager. Dat blijkt uit dinsdag verschenen onderzoek van het bureau Nivel.  De toekomst is echter minder rooskleurig. Bijna twee op de vijf (36 procent) denken dat de waardering zal zakken naar 'onvoldoende'. Als wordt gevraagd naar het vertrouwen in de toekomst, geeft de Nederlander een zes min. Volgens het onderzoek waarbij een panel van 1634 leden werd gevraagd om een oordeel, genieten huisarts en specialist het meeste vertrouwen. Daarna volgen tandarts, apotheker, verpleegkundige en fysiotherapeut. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft het onderzoek gefinancierd. De alternatieve geneeskunde heeft een slecht imago. Slechts 9,2 procent heeft vertrouwen in alternatieve genezers zonder artsendiploma. Alternatieve genezers die arts zijn, genieten weliswaar vaker vertrouwen (46 procent), maar dat percentage is veel lager dan voor de reguliere geneeskunde. Instellingen genieten minder vertrouwen dan de afzonderlijke beroepsgroepen. Of het nu gaat om ziekenhuizen, thuiszorg, verpleeghuizen of geestelijke gezondheidszorg (GGZ). In de GGZ hebben mensen het minste vertrouwen, hoewel diegenen die er het afgelopen jaar onder behandeling waren wat positiever oordeelden. Twee op de drie Nederlanders menen dat ze door zorgverleners goed worden voorgelicht. Minder hoge verwachtingen koesteren de ondervraagden over de samenwerking van zorgverleners onderling. Een kwart van de ondervraagden heeft daar vertrouwen in. Verder denkt de helft dat medici vakbekwaam handelen. Vier op de tien mensen denken zelfs dat artsen alles kunnen en alles weten.
Commentaar red. MdH: Gezien het feit dat de medische wetenschappen tot nu qua kennis van en inzicht in ziekten pas de top van de ijsberg kennen en slechts een klein gedeelte van alle ziekten begrijpen en succesvol kunnen behandelen, zijn bijzonder veel gebruikers van de gezondheidszorg, namelijk 40%, van mening dat artsen alles weten en kunnen. Een zorgwekkende constatering van het onderzoeksbureau Nivel. Het hieruit deels blijkende blinde vertrouwen van mensen in de mogelijkheden van de medische wetenschappen is immers deels niet terecht en zorgt er helaas voor dat menigeen een medische professional als een soort God ziet. Een God in het wit die alles weet en kan en op die men volledig kan vertrouwen. Door dit teveel aan vertrouwen neemt de mate van afhankelijkheid van patiënten ten opzichte van artsen alleen maar toe en groeit de kloof van machtsverschil tussen arts en patiënt. Dit kan een factor zijn die ertoe bijdraagt dat het maken van misbruik van positie en macht door een professional betere kansen heeft en kan dus de kans op grensoverschrijdend gedrag (GOG) door artsen vergroten.

 

Veel dienstapotheken risico voor gezondheid patiënt -- 11 augustus 2005 – zibb.nl -- Veel apotheken doen hun werk in avond, nacht en weekeinde niet goed. Apothekers weten niet welke medicijnen de patiënt al gebruikt. Dat is een groot risico, omdat de patiënt medicijnen kan krijgen die de werking van andere geneesmiddelen beïnvloeden of allergische reacties veroorzaken. Dat blijkt uit een vandaag verschenen onderzoek van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) naar de zogenoemde dienstapotheken. In deze nieuwe dienstenstructuur werken apothekers uit een groot gebied buiten kantooruren samen op één vast adres, vergelijkbaar met huisartsenposten. Geen inzage: De meeste patiënten gaan voor geneesmiddelen overdag naar hun reguliere apotheek, die hun medicatiegegevens beheert. Dienstapotheken hebben vaak geen toegang hebben tot deze gegevens, waardoor de medicatiebewaking afhankelijk is van de informatie die de patiënt zelf geeft. Volgens de inspectie heeft de helft van de dienstapotheken inzage in het dossier door een koppeling met de 'eigen' apotheek van de patiënt. Verder werken in één dienstapotheek soms tientallen apothekers en ruim honderd assistenten. De onderlinge afstemming is vaak slecht. Daarom moet de beroepsorganisatie van apothekers, de KNMP, richtlijnen ontwikkelen voor de organisatie van dienstapotheken. Verder is de afstand tussen de woonplaats van een patiënt en de dienstapotheek meer dan 30 kilometer, constateert de inspectie. Het is dan niet mogelijk te voldoen aan de norm om binnen 20 minuten spoedeisende farmaceutische zorg te verlenen.

 

Kwart patiënten ondervoed -- 8 augustus 2005 – Telegraaf -- BREDA - De landelijke stuurgroep 'Wie beter eet, wordt sneller beter' heeft bij het ministerie van Volksgezondheid aan de bel getrokken over ondervoeding bij de Nederlandse bevolking. De stuurgroep deed dit naar aanleiding van conclusies van het Bredase ziekenhuis Amphia. In een reactie op een bericht in het Algemeen Dagblad van maandag zei een woordvoerster van Amphia dat dit ziekenhuis in november heeft vastgesteld dat een kwart van de patiënten die bij de polikliniek komt, ondervoed is. Ondervoeding heeft overigens weinig met het gewicht te maken. In de stuurgroep zijn verschillende ziekenhuizen vertegenwoordigd. Er is nauw samengewerkt met de Nederlandse Vereniging van Diëtisten.

 

 

Artsen bang voor hulp aan stervenden -- 6 augustus 2005 -- NRC -- ROTTERDAM - Artsen deinzen steeds vaker terug voor het toedienen van morfine bij patiënten in de laatste levensfase, uit angst voor vervolging door het openbaar ministerie. Leden van de Commissie Levenseinde van het Erasmus MC zeggen dit in een vraaggesprek in het personeelsblad van het ziekenhuis. Het openbaar ministerie vervolgde een 32-jarige arts voor moord, na toediening van morfine en een slaapmiddel bij een stervende patiënt. Onlangs werd hij hiervan vrijgesproken. Justitie kon niet bewijzen dat de dood van de patiënt door de toediening van de medicatie werd veroorzaakt. Artsen zijn geschrokken van het feit dat justitie in dit geval tot vervolging overging. Ethicus en secretaris S. van de Vathorst van de commissie Levenseinde: ,,De actie van justitie heeft voor een schokgolf onder artsen gezorgd.'' De toediening van morfine bij ernstig zieken kan een dodelijk effect hebben, maar patiënten kunnen er ook langer door leven, omdat de pijn en stress worden weggenomen. Voorzitter F. Hazebroek van de commissie (hoogleraar kinderheelkunde) zegt in het personeelsblad van het Erasmus MC: ,,Het is geen goede zaak om aan patiënten in de laatste fase goede pijnstilling of onrustbestrijding te onthouden omdat dit door het openbaar ministerie zou kunnen worden gezien als levensbeëindiging zonder verzoek''. Morfine is een van de middelen die wordt toegediend bij patiënten die niet lang meer te leven hebben en die veel pijn of onrust hebben. Ook concludeert de commissie in het jaarverslag dat artsen in het ziekenhuis euthanasieverklaringen van patiënten negeren. Euthanasie zou op sommige afdelingen in het ziekenhuis ,,geheel niet bespreekbaar'' zijn. Ook voor artsen zou het plegen van euthanasie uitermate belastend zijn. Daarnaast zou de ,,rompslomp'' weerstand bij artsen oproepen. Een woordvoerster van het ziekenhuis laat weten dat het onderwerp binnenkort met de staf wordt besproken en dat het daarmee een interne aangelegenheid is. De leiding van het ziekenhuis wil discussiebijeenkomsten met medisch specialisten organiseren om de problemen te bespreken. De Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE) verklaarde al eerder dat artsen euthanasieverzoeken of -verklaringen regelmatig naast zich neerleggen.

 

Middel tegen hormonale pijn: migraine vrouwen te vermijden -- 5 augustus 2005 – Telegraaf -- Voor al die vrouwen die iedere maand weer enkele dagen uit de running zijn", zegt Anita Mensing van de NVvHP. AMSTERDAM - Honderdduizenden vrouwen zijn straks van hun maandelijks terugkerende hoofdpijnaanvallen verlost. Ruim 310.000 vrouwen in ons land hebben hormonale migraine. Door de hevige aanvallen zijn deze vrouwen gemiddeld drie dagen in de maand volledig uitgeschakeld, zo blijkt uit berekeningen van de Nederlandse Vereniging van Hoofdpijnpatiënten (NVvHP). Uit een grootschalig wetenschappelijk Amerikaans onderzoek blijkt dat de antimigrainemiddelen met triptanen preventief kunnen worden geslikt om de hoofdpijnaanvallen te voorkomen."

 

Vertrouwen in alternatieve genezing -- 3 augustus 2005 -- Consumentenbond -- Een test van de Consumentenbond wijst uit dat 87% van de ondervraagden neutraal of positief is over alternatieve therapie.

Hoewel met enige regelmaat negatieve berichten opduiken over alternatieve behandelwijzen blijkt uit deze peiling dat het vertrouwen van mensen vrij groot is. 1400 mensen hebben meegedaan aan onze test. 40% van de ondervraagden heeft zelf wel eens een alternatieve therapeut bezocht. Maar de bezoekers stellen wel eisen. Uit de antwoorden blijkt dat het vooral belangrijk wordt gevonden dat de behandelaar goede informatie geeft en de klant netjes bejegent. Wij willen mensen erop attenderen om bij een bezoek aan een alternatieve therapeut na te gaan van welke beroepsvereniging hij of zij lid is. De ene vereniging stelt namelijk heel andere eisen aan opleiding en praktijkvoering dan de ander. U kunt de informatie vinden in de praktijkfolder, op de deurplaat van de therapeut of het gewoon vragen. Meer informatie over onze peiling vindt u in de Gezondgids die 5 augustus verschijnt. In het septembernummer van de Gezondgids vindt u de resultaten van een groot onderzoek naar de verschillende beroepsorganisaties en hun voorwaarden.

 

Sprookjes maken dociel 31 juli 2005 – OPZIJ (juli/augustus 2005) – Meisjes die het liefst klassieke sprookjes zoals Assepoester en Beauty and the Beast lezen, lopen een groter risico om later in hun leven slachtoffer van huiselijk geweld te worden. Ze stellen zich later in relaties namelijk onderdaniger op. Dat concludeert Susan Darker-Smith, onderzoekster aan de universiteit van Derby (Groot-Brittannië) op basis van gesprekken met vrouwen die slachtoffer zijn van huiselijk geweld en ouders van lagereschoolkinderen. In haar onlangs gepubliceerde studie stelt de onderzoekster dat meisjes zich met de vrouwelijke karakters uit sprookjes identificieren. Die stellen zich nederig op en dit gedrag wordt door de meisjes gekopieerd. Mede hierdoor komen ze in ongelijkwaardige relaties terecht die uiteindelijk zelfs tot geweld kunnen leiden. Net als in de sprookjes geloven deze vrouwen dat liefde overwint en dat zij – mits hun liefde sterk genoeg is – hun partner kunnen veranderen. Intussen hebben meisjes door o.a. televisie meer verschillende vrouwelijke identificatiefiguren. Dat zou volgens Darker-Smith weleens tot gevolg kunnen hebben dat ze zich onafhankelijker opstellen. Wetenschappers noemen de bevindingen van Susan Darker-Smith opzienbarend maar stellen dat meer onderzoek nodig is om de conclusie te onderbouwen. Susan Darker-Smith: The tales we tell our children: Overconditioning of girls to expect partners to change, 2005.

 

Veel mis in gezin met zwakbegaafde ouders 30 juli 2005 – De Gelderlander -- DEN HAAG - In tienduizenden gezinnen met verstandelijk gehandicapte of zwakbegaafde ouders schiet de zorg voor kinderen ernstig tekort. Ze worden verwaarloosd, mishandeld of seksueel misbruikt. Volgens hulpverleners is de problematiek ernstiger dan tot nog toe is verondersteld. Vooral seksueel misbruik is een groot probleem. Sommige kinderen slapen bij hun ouders in bed en verrichten seksuele handelingen. Een aantal verstandelijk gehandicapte moeders is vroeger zelf seksueel misbruikt. "Deze mensen kennen op seksueel gebied nauwelijks grenzen," zegt maatschappelijk werkster Ineke Verdonk van MEE, een landelijke organisatie die mensen met een verstandelijke beperking begeleidt. Als kinderen gevaar lopen, wordt hiervan melding gemaakt bij het Meldpunt voor Kindermishandeling. Bij een meerderheid van gezinnen met verstandelijk gehandicapte ouders, grijpt de Raad voor de Kinderbescherming in en worden de kinderen uit huis geplaatst. De Raad voor de Kinderbescherming vindt dat hulpverleners eerder aan de bel moeten trekken als het mis dreigt te gaan met de kinderen. Volgens de Raad staan hulpverleners te veel aan de kant van de ouders. Inmiddels heeft MEE een landelijk project opgezet waarin hulpverleners onder meer leren de kinderwens te ontmoedigen. Ook wil MEE meer jurdische mogelijkheden om in te grijpen als blijkt dat verstandelijk gehandicapten echt niet in staat zijn kinderen op te voeden. Staatsscretaris Ross-Van Dorp van volksgezondheid onderzoekt of zwangerschap bij ouders met een verstandelijke beperking is te voorkomen. Na de zomer informeert zij de Tweede Kamer hierover.

 

Nieuwe richtlijn behandeling Dissociatieve Identiteitsstoornis (DIS)29 juli 2005 – Peter M. Barach Ph.D. / ISSD -- The website of the International Society for the Study of Dissociation has just posted "Guidelines for Treating Dissociative Identity Disorder in Adults (2005)": This is a completely revised set of treatment guidelines, much longer and more detailed than the last (1997) revision. The Guidelines were written by an ISSD task force: James A. Chu, MD (Chair), Richard Loewenstein, MD, Paul F. Dell, PhD, Peter M. Barach, PhD, Eli Somer, PhD, Richard P. Kluft, MD, Denise J. Gelinas, PhD, Onno van der Hart, PhD, Constance J. Dalenberg, PhD, Ellert R.S. Nijenhuis, PhD, Elizabeth S. Bowman, MD, Suzette Boon, PhD, Jean Goodwin, MD, Mindy Jacobson, ATR, Colin A. Ross, MD, Vedat Sar, MD, Catherine G. Fine, PhD, A. Steven Frankel, PhD, Philip M. Coons, MD, Christine A. Courtois, PhD, Steven N. Gold, PhD. and Elizabeth Howell, PhD. These Guidelines are likely to be adopted as a standard of care in legal contexts and, eventually, by insurance companies. Although they have been carefully worded to leave a lot of discretion in the hands of the treating clinician, they are designed to recognize what research and considerable clinical experience have found to be effective pathways for diagnosis and treatment.

Vitamine E gezond? -- 28 juli 2005 -- Zorgkrant -- Medisch Contact publiceert in het vandaag verschijnende nummer dat het gebruik van vitamine E 'zorgwekkend' is en concludeert onomwonden dat het 'voormalige wondermiddel van zijn voetstuk is gevallen'. Vitamine E vergroot de kans op hartfalen. De remmende invloed op de progressie van Alzheimer is ook een fabeltje. Er zijn vier onderzoeken gehouden in de VS. Deze onderzoeken tonen aan dat Vitamine E niet het wondermiddel is wat er van gedacht werd. Het Amerikaanse instituut Women's Health ontvouwde begin dit jaar dat vitamine niet beschermt tegen kanker, hart- en vaatziekten. Iets wat voorheen wel werd aangenomen. Uit de studie, HOPE TOO, kwam het extra risico van hartfalen naar voren voor mensen die hoge doses (400 IE* per dag) vitamine E slikken en uit twee andere onderzoeken blijkt dat vitamine E geen remmende invloed heeft op Alzheimer. Hiermee lijkt Vitamine E afgedaan. Het voedingssupplement, gepropageerd als wondermiddel tegen veroudering, is ongezond als het in grotere hoeveelheden wordt ingenomen. Gelet op de nu aangetoonde nadelige effecten van vitamine E in hoge doses vindt de commentator van het vakblad Annals of Internal Medicine dat artsen hun patiënten moeten waarschuwen. Volgens apotheker en Diagnose-deskundige Jaap Dik loopt het in Nederland niet zo’n vaart. ‘De meeste leveranciers van supplementen beperken het aandeel vitamine E tot 200 à 300 IE. Hogere doses worden wel aangeboden in sportscholen en in het alternatieve circuit, maar er is nooit onderzocht om hoeveel 'veelslikkers' het bij ons gaat.’ Toch leert een zoektocht op Internet dat ook in Nederland de (semi-)farmaceutische bedrijven vitamine E in doses van 400 IE aanbieden. * IE = Internationale Eenheden

 

Britse undercover-verpleegkundige maakt onthullende beelden28 juli 2005 – Verpleegkundenieuws -- Het Britse televisieprogramma Panorama heeft schokkende beelden uitgezonden over de zorg in een Brits ziekenhuis. Voor de beelden heeft het programma een undercover-verpleegkundige met camera ingezet. De verpleegkundige en journaliste Margaret Haywood werkte drie maanden als uitzendkracht in het ziekenhuis en maakte in die tijd stiekem televisieopnames. Ze werkte op een afdeling waar vooral oudere mensen liggen. In de uitzending was te zien hoe verpleegkundigen het eten van patiënten opaten, terwijl de patiënten niet zelfstandig konden eten. Ook leden terminale patiënten onnodig veel pijn, omdat ze onvoldoende pijnmedicatie toegediend kregen. Daarnaast moesten patiënten lange perioden wachten voordat ze naar het toilet mochten. De verpleegkundigen reageerden niet op verzoeken daartoe. Een van de schokkendste bevindingen was dat patiënten ongemerkt en alleen overleden. Het ziekenhuis (Royal Sussex County Hospital in Bristol) erkent dat er eind vorig jaar nog problemen waren op de betreffende afdeling. Na een aantal klachten is er begin 2005 een nieuwe manager aangesteld en zijn er andere verbeteringen doorgevoerd. Maar volgens het BBC-programma heeft dat niets geholpen: de problemen bleven voortbestaan tot aan de opnames in mei. Volgens de programmamakers was deze undercovermethode de enige manier om het publiek echt te laten zien wat er gebeurt in Britse ziekenhuizen. De verpleegkundige en journaliste schreef ook een dagboek dat is gepubliceerd op de BBC-site. Voor de uitzending van Panorama kun je hier klikken: http://news.bbc.co.uk/1/hi/programmes/panorama/4655929.stm# . Voor het dagboek van Margaret Haywood kun je hier klikken: http://news.bbc.co.uk/1/hi/programmes/panorama/4701651.stm

 

Onderzoek naar combinatie psychische en somatische klachten 27 juli 2005 – Zorgkrant -- Een jaar lang werden alle contacten die patiënten met hun huisartsenpraktijk hadden geregistreerd (195 huisartsen, 104 praktijken). De betrokken huisartsenpraktijken en patiënten vormden een representatieve steekproef voor de Nederlandse populatie. Doel van het onderzoek: achterhalen of mensen met psychische klachten vaker naar de huisarts gaan in vergelijking met mensen met alleen maar somatische klachten en/of zowel psychische als somatische klachten. Het blijkt dat patiënten met psychische en/of sociale problemen bijna twee keer zo vaak contact met de huisartsenpraktijk hebben als patiënten met alleen lichamelijke klachten. Ook blijkt dat deze patiënten dubbel zoveel somatische klachten hebben als mensen zonder psychosociale problemen. Een afdoende verklaring voor deze bevinding is er nog niet. De grote hoeveelheid lichamelijke klachten zou het gevolg kunnen zijn van de psychische aandoeningen. Zo kan stress bijvoorbeeld leiden tot hoofd- of buikpijn. Een andere mogelijke verklaring is dat mensen met psychische problemen gemiddeld minder gezond zijn. “Maar,” zegt NIVEL onderzoeker Else Zantinge, “het kan ook zijn dat mensen die vaak naar de huisarts gaan voor hun psychische problemen, dan ook meteen hun lichamelijke klachten bespreken. Of dat patiënten die vaak hulp zoeken voor lichamelijke klachten makkelijker psychische problemen bespreken omdat ze een sterkere band hebben met hun huisarts”. In landen waar de huisarts poortwachter is, zoals in Nederland, is deze de aangewezen eerste contactpersoon bij zowel somatische als psychische problemen van patiënten. Die psychosociale zorgtaak van de huisartsen kan verlicht worden door een goed netwerk van GGZ-hulpverleners tot wie de huisarts zich kan wenden voor advies of verwijzing en door specifieke aandacht voor psychosociale zorg in de huisartsopleiding of –bijscholing.

 

Agressie in zorg anoniem aangeven -- 26 juli 2005 -- Volkskrant -- AMSTERDAM - Steeds meer psychiatrische instellingen stellen verpleegkundigen in staat om deels anoniem aangifte te doen tegen gewelddadige patiënten. Zij maken afspraken met de politie dat aangifte kan worden gedaan op naam van de leidinggevende en op het adres van de instelling. De verpleegkundigen hoeven dan slechts als getuige te worden gehoord. Dat voorkomt vergelding door van patiënten en verhoogt de aangiftebereidheid. Medewerkers van instellingen voor geestelijke gezondheidszorg (ggz) durven vaak geen aangifte te doen uit vrees dat hun privé-adres in het proces-verbaal komt te staan, zegt Franken van vakbond CNV Publieke Zaak. Er zijn gevallen bekend van verpleegkundigen die thuis werden bedreigd. De vakbonden vinden dat alle ggz-instellingen een aangiftebeleid moeten ontwikkelen en willen dat het in de komende cao wordt vastgelegd. Een volledig anonieme aangifte is onmogelijk. De naam van het slachtoffer moet wel in het proces-verbaal staan. Tot voor kort waren aangiften tegen patiënten ongebruikelijk omdat agressie als onderdeel van hun stoornis werd beschouwd. ‘Maar het personeel trekt steeds vaker een grens’, aldus een woordvoerder van GGZ Nederland. Uit onderzoek blijkt dat in 2003 ruim eenderde van de zestigduizend ggz-medewerkers met agressie te maken kreeg. 14 Procent liep lichamelijk letsel op, 1 procent zelfs ernstig (botbreuken, steekwonden, bewusteloosheid). Hoeveel van hen aangifte doen, wordt niet geregistreerd. Het beroepsgeheim hoeft verpleegkundigen niet te weerhouden. Vorig jaar bepaalde de Haagse rechtbank dat een zorgcoördinator, die door een psychiatrische patiënt met een mes was bedreigd, het recht had om zijn zwijgplicht te schenden en aangifte mocht doen. Volgens het CNV kan het officieel melden de verwerking van een incident bespoedigen. In een onlangs gepubliceerde richtlijn over het beroepsgeheim pleit artsenorganisatie KNMG voor terughoudendheid. Een patiënt bij wie agressie een symptoom van de stoornis is, loopt de kans nergens meer te worden geholpen.

 

Dokter en tandarts vragen 4 miljoen te veel 23 juli 2005 – De Morgen -- BRUSSEL - De zorgverleners in ons land rekenen jaarlijks tot vier miljoen euro te veel aan voor hun ingrepen. Dat blijkt uit onderzoek van de Dienst voor Geneeskundige Evaluatie (DGEC), onderdeel van het RIZIV. Zo meldt Het Belang van Limburg zaterdag. De dienst controleert of zorgverleners, zoals geneesheren, chirurgen, kinesisten, tandartsen en apothekers overbodige, onzorgvuldige of onnodig dure verstrekkingen aanrekenen aan de patiënt. Iedere zorgverlener houdt een register bij waarin elke ingreep die hij doet moet worden vermeld. In heel wat gevallen stemt de rekening die aan de mutualiteiten wordt overgemaakt niet overeen met de geleverde prestaties. Het niet of onjuist bijhouden van dit register kan bestraft worden met administratieve boetes. De DGEC stelt drie soorten inbreuken vast. In heel wat gevallen wordt de operatie gewoon niet uitgevoerd, maar moet de patiënt wel voor de ingreep betalen. Veel behandelingen gebeuren ook niet conform de afspraken in de zorgsector. Een derde inbreuk wordt vastgesteld als de documenten van de zorgverlener niet in orde zijn. Op twee jaar tijd heeft het bevoegde comité al 248 dossiers onderzocht, 202 zorgverleners werden ondervraagd. In 191 gevallen moest de zorgverlener een boete betalen, in totaal goed voor meer dan 1 miljoen euro.

 

Gedwongen opname simpeler in Alkmaar -- 23 juli 2005 -- Zorgkrant -- Personen die met een I.B.S. (In Bewaring Stelling) opgenomen moeten worden hebben nu nog een lange weg te gaan. Op basis van de BOPZ (Wet bijzondere opneming psychiatrische ziekenhuizen) is de Burgemeester verantwoordelijk voor de opname. Als iemand een gevaar voor zichzelf of de samenleving is kan hij/zij via een machtiging van de Burgemeester opgenomen worden. In Alkmaar is besloten dit te vergemakkelijken en een geautomatiseerd systeem in te voeren. Voordeel hiervan is dat de besluitvorming sneller gaat en de papieren rompslomp verminderd wordt. De administratie en het bereiken van de dienstdoende GGZ-arts neemt zo veel tijd in beslag dat de persoon, om wie het gaat, gedurende geruime tijd in een politiecel moet afwachten op een eventuele plaatsing in een psychiatrisch centrum. Dit komt zijn situatie niet ten goede. Iedereen die van doen heeft met een ’in bewaring stelling’ wordt aangesloten op het automatische systeem. Hierdoor ontstaat tijdwinst ca. 4 ½ uur per persoon. De burgemeester kan via de computer zien wat de reden van de aanvraag tot IBS is en kan een virtuele handtekening plaatsen. Zowel voor de betrokkenen, die in de war zijn en voor wie snelle afhandeling belangrijk is, en de hulpverleners is dit automatische systeem een hele aanwinst voor Alkmaar.

 

Jomanda verdachte in zaak Sylvia Millecam -- 22 juli 2005 -- Het Parool -- DEN HAAG - Justitie in Amsterdam heeft het onderzoek naar het overlijden in 2001 van actrice Sylvia Millecam afgerond. In het onderzoeksdossier staan vijf verdachten, onder wie het medium Jomanda. Justitie verdenkt de vijf, allen alternatieve genezers, van dood door schuld, omat ze Millecam onjuiste adviezen over  haar ziekte zouden hebben gegeven.

 

Hulpverleners laten zich opnemen in gesloten inrichting -- 22 juli 2005 -- Telegraaf -- ALMERE - Nicoletta de Haan is een doorgewinterde hulpverleenster. Ze is van huis uit psychiatrisch verpleegkundige, heeft met licht verstandelijk gehandicapten gewerkt en is nu, tijdelijk, sociotherapeute in een tbs-kliniek. Op 10 augustus wordt ze zelf opgenomen en zij weet als geen ander hoe het er in een inrichting aan toe kan gaan. "Als ik maar niet in de kamer op een po naar het toilet moet." De Haan is een van de deelnemers van een voor Nederland nieuwe training voor begeleiders uit de jeugdpsychiatrie, tbs-klinieken, jeugdgevangenissen, de jeugdzorg en instellingen voor verstandelijk gehandicapten. Maar ook managers of directeuren mogen meedoen. De training is opgezet door Inzetbaar, een detacherings- en onderzoeksbureau voor genoemde sector. Om de hulpverleners zelf te laten ervaren "hoe het is om aan de andere kant te staan" worden ze gedurende drie dagen en twee nachten opgenomen in een gesimuleerde, gesloten afdeling voor sterk gedragsgestoorde, licht verstandelijk gehandicapten. In Almere is daarvoor een bestaande afdeling beschikbaar, vertelt S. Markerink van Inzetbaar. De deelnemers krijgen, net als in een echte inrichting, een reglement dat ze moeten naleven, ze volgen een strak programma en ze moeten, net als in het echt, aanwijzingen van de leiding volgen. Eventueel wangedrag wordt bestraft met een maatregel. "Maar we gaan niet zo ver dat we mensen separeren. We vragen de deelnemers om niet meer dan mild verzet te tonen. Er wordt niet gevochten", zegt Markerink. De Haan kan echter wel naar haar kamer worden gestuurd, als ze niet luistert naar de leiding. "Volgens mij heeft iedereen zich wel eens afgevraagd hoe het is", vertelt Nicoletta de Haan. Het is ook haar wel eens overkomen dat ze in gesprek met collega's tot de conclusie kwam dat ze iemand ten onrechte voor een 'time-out' naar zijn kamer stuurde, omdat persoonlijke emoties tijdens een conflict met een patiënt de overhand kregen. "Ik heb ook wel eens een patiënt excuses aangeboden." De Haan heeft tijdens haar opleiding wel geleerd hoe gekrenkt en machteloos een patiënt zich kan voelen. Maar ze wil het nu ook zelf ervaren. Ze verwacht dat ze zich door de training nog bewuster wordt wat het voor patiënten betekent als ze bijvoorbeeld een maatregel oplegt. Ze hoopt dat ze zich nog professioneler kan opstellen. "Dat bijvoorbeeld frustraties geen leidraad kunnen spelen bij het handelen in conflictsituaties." De training is ook bedoeld om te kijken of de deelnemers wel weten wat wel en niet mag. Er zullen bewust beperkingen en maatregelen worden toegepast die volgens de wet niet zijn toegestaan. Ook in het reglement zitten regels, die niet zijn toegestaan. "Deze fouten zijn echter allemaal gebaseerd op voorbeelden die wij in de praktijk tegenkomen", zegt Markerink. Van de deelnemers wordt verwacht dat zij tijdens hun opname aangeven wat er wel en niet mag volgens de wet Bijzondere Opnemingen Psychiatrische Ziekenhuizen, die beperkingen en maatregelen regelt. Een psycholoog volgt de deelnemers voor, tijdens en na de opname en zal op een later moment zijn bevindingen presenteren. De psycholoog toetst niet alleen de kennis, maar onderzoekt ook de beleving van de deelnemers. Markerink denkt dat het best nog wel eens heftig kan zijn voor een begeleider om zelf te ervaren hoe het is. Om die reden is er een uitweg ingebouwd. Mocht een deelnemer tijdens de opname willen stoppen of even een pauze nodig hebben, dan kan deze dat te allen tijde aangeven. Dat zal voor Nicoletta de Haan niet nodig zijn, denkt zij. Hoewel ze de laatste dagen wel een beetje zenuwachtig wordt. Er borrelen steeds meer vragen op. "Moet ik mijn gsm inleveren? Als ik niet kan slapen, mag ik dan een sigaretje roken?"

 

 

Functioneren individuele arts jaarlijks bespeken – 21 juli 2005 – Nieuwsbrief Artsennet -- Artsen die werkzaam zijn in de patiëntenzorg behoren jaarlijks een evaluatiegesprek te voeren over hun functioneren. Naar de mening van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst (KNMG) is dit een wenselijke en noodzakelijke aanvulling op bestaande kwaliteitssystemen voor medisch handelen. Binnen de medische beroepsgroep wordt veel aandacht besteed aan de bewaking van de kwaliteit van zorg. De hiervoor ontwikkelde instrumenten (zoals richtlijnontwikkeling, visitatie en herregistratie) richten zich echter maar in beperkte mate op het individueel handelen van artsen. Om die reden pleit de KNMG ervoor, in aanvulling op de bestaande kwaliteitssystemen, dat artsen jaarlijks een evaluatiegesprek voeren over hun functioneren. Het gaat daarbij om gesprekken over persoonsgebonden kwaliteitsaspecten, die de arts voert met een deskundige gesprekspartner. Zo nodig kunnen in het jaarlijkse gesprek afspraken worden gemaakt over verbeterpunten. Die afspraken kunnen in het volgende gesprek worden getoetst. Dit is de kern van een standpunt over het functioneren en disfunctioneren van artsen dat het Federatiebestuur van de KNMG in juli 2005 heeft vastgesteld. Het gaat om een algemeen standpunt, dat in de verschillende sectoren van de gezondheidszorg zal moeten worden uitgewerkt en ingekleurd. De Orde van Medisch Specialisten is met die uitwerking inmiddels al begonnen. Het voeren van regelmatige evaluatiegesprekken draagt in de visie van de KNMG bij aan de kwaliteit van het functioneren van artsen. Een gunstig neveneffect kan zijn dat disfunctioneren van artsen tijdig kan worden tegengegaan. Doen zich niettemin situaties van disfunctioneren voor, dan is van belang deze situaties door middel van een zorgvuldige procedure te onderzoeken en zo nodig maatregelen te treffen. Artsen die bemerken dat een collega disfunctioneert, mogen dat niet negeren (geen “conspiracy of silence” dus). Zij hebben de verantwoordelijkheid de situatie bespreekbaar te maken. Dat maakt het makkelijker om met een collega over zijn of haar functioneren in gesprek te gaan, waardoor kan worden voorkomen dat deze stap pas gezet wordt als het eigenlijk al te laat is. Download hier het standpunt van de KNMG (pdf)

 

De komende maanden voert de KNMG een onderzoeksproject uit naar de randvoorwaarden voor veilig incident melden. Vanwege de toegenomen aandacht voor patiëntveiligheid pleit men onder meer voor de introductie van systemen voor veilig (incident) melden. Dit houdt kort gezegd in dat hulpverleners in de eigen werkomgeving incidenten en (bijna)fouten kunnen melden, zonder bevreesd te hoeven zijn voor op het individu gerichte sancties. Artsennet vroeg haar bezoekers of men bereid zou zijn fouten in de eigen werkomgeving te melden: 299 brachten hun stem uit. 85% is bereid fouten te melden, omdat daar van geleerd kan worden. 15% vreest voor sancties. De stelling van de komende weken luidt: Evaluatiegesprekken over het functioneren van artsen zijn nodig om het medisch handelen te verbeteren. Eens of oneens? Klik hier om te stemmen!

 

 

Als uiterste maatregel kan een arts zijn baan verliezen -- 20 juli 2005 -- NRC -- Wat als een arts disfunctioneert:

1. Artsen die problemen hebben met betrekking tot het eigen functioneren kunnen zich wenden tot een vertrouwenspersoon.

2. Een arts die een aanwijzing heeft dat een collega disfunctioneert bespreekt dit eerst met die collega, voor het door te geven aan derden.

3. Aanwijzingen voor disfunctioneren worden gemeld aan de voorzitter van de groep waarvan de arts deel uitmaakt (maatschap, vakgroep, huisartsengroep).

4. Indien hier aanleiding toe is, wordt met de arts een verbetertraject afgesproken. De afspraken worden gemeld aan de voorzitter van de groep en, indien van toepassing, aan de raad van bestuur van de instelling.

5. Bij verschil van inzicht over het handelen van de arts en de te treffen maatregelen, wordt een commissie van advies ingesteld. Deze brengt verslag uit aan de voorzitter van de groep en de raad van bestuur. De commissie bestaat uit drie personen, waaronder een onafhankelijk voorzitter.

6. Bij disfunctioneren en als de arts geen medewerking verleent aan het 'verbeteringstraject', of de verbeteringen onvoldoende effect hebben, beslissen de groepsvoorzitter en de raad van bestuur over te treffen maatregelen. Deze kunnen zijn: beëindiging van het lidmaatschap van maatschap, huisartsengroep, medische staf of ander samenwerkingsverband. Of het informeren van de Inspectie voor de Gezondheidszorg, de zorgverzekeraar of de wetenschappelijke vereniging waarvan de arts lid is. Ook kan de arbeids- of toelatingsovereenkomst beëindigd worden.

 

Alle artsen gaan elkaar beoordelen; KNMG: kwaliteit patiëntenzorg hoger -- 20 juli 2005 -- NRC -- ROTTERDAM - Artsen moeten jaarlijks evaluatiegesprekken gaan voeren over hun functioneren. Als ze hun werk niet goed doen, kunnen ze uiteindelijk uit hun functie worden gezet. Het federatiebestuur van artsenorganisatie KNMG, waarbij ruim 33.000 artsen zijn aangesloten, heeft hiertoe vandaag besloten. Het standpunt is met de aangesloten artsenverenigingen besproken en geldt voor alle artsen die met patiënten werken. De Orde van Medisch Specialisten heeft inmiddels een commissie ingesteld die een systeem van jaarlijkse evaluatiegesprekken voor de eigen achterban gaat uitwerken. Volgens de KNMG is zo'n systeem een ,,wenselijke en noodzakelijke'' aanvulling op de huidige kwaliteitscontroles op patiëntenzorg. Ziekenhuizen, vakgroepen en opleidingen worden nu wel beoordeeld, individuele artsen niet. De gesprekken zijn bedoeld om het functioneren van artsen te verbeteren en in een vroeg stadium eventuele problemen te verhelpen. Tijdens een evaluatiegesprek worden de kennis en deskundigheid van de arts besproken, evenals de bejegening van patiënten, omgang met collega's en gezondheidsklachten die het functioneren kunnen beïnvloeden. De gesprekken worden voorlopig op vrijwillige basis gevoerd, met speciaal hiervoor getrainde collega-artsen. De KNMG verwacht dat deelname aan de gesprekken binnen vijf jaar verplicht is, en dat het een voorwaarde wordt voor herregistratie van specialisten. In het Maaslandziekenhuis in Sittard, het enige hospitaal waar deze gesprekken al worden gevoerd, neemt op vrijwillige basis inmiddels meer dan de helft van de 120 medisch specialisten deel. Als artsen niet goed functioneren kunnen zij na een interne procedure van hun functie worden ontheven. Nu kunnen disfunctionerende artsen vaak alleen via dure en lange juridische procedures worden ontslagen. Onder disfunctioneren verstaat de KNMG ,,een structurele situatie van onverantwoorde zorg waarin een patiënt wordt geschaad of het risico loopt te worden geschaad'', waarbij de betrokken arts niet (meer) in staat of bereid is zelf de problemen op te lossen. De evaluatiegesprekken gelden voor alle artsen die met patiënten werken, zoals medisch specialisten, huisartsen, bedrijfsartsen en verzekeringsartsen. Voorwaarde is dat ze in groepsverband werken. Volgens de artsenorganisatie werken de meeste artsen in groepsverband. Ook huisartsen die alleen praktijk voeren, werken voor afstemming over waarneemdiensten of griepvaccinaties meestal met collega's in een huisartsengroep. De KNMG wil dat ook studenten geneeskunde worden getoetst, net als geregistreerde artsen. ,,Daarbij is het advies of het besluit de opleiding te beëindigen niet uit te sluiten.''

 

Geen diagnose verbod door alternatieve artsen -- 15 juli 2005 -- Zorgkrant -- Minister Hoogervorst (Volksgezondheid) neemt het advies van de Raad voor Volksgezondheid en Zorg (RVZ) over om diagnose stelling door alternatieve artsen niet te verbieden. Mogelijke schade door alternatieve behandelaars houdt de aandacht van de minister. De minister treedt in overleg met de IGZ en de minister van Justitie om bestaande wetten aan te scherpen. Dit was een aanbeveling van de raad. In het uiterste geval adviseert de raad om niet de diagnose zelf, maar het in twijfel trekken van een door een arts of tandarts gestelde diagnose, prognose of behandelplan op te nemen als voorbehouden handeling in de wet BIG.

 

Te weinig goede afspraken over voorschrijven -- 14 juli 2005 -- nieuws.nl -- UTRECHT - Ruim de helft van de huisartsen en apothekers in het land maakt nog onvoldoende afspraken over welke medicijnen ze wanneer voorschrijven. Dat is donderdag gebleken uit een onderzoek van het Nederlands instituut voor verantwoord medicijngebruik DGV. Minister Hoogervorst (Volksgezondheid) wil dat minstens 80 procent van de huisartsen en apothekers dergelijke afspraken maken in de zogenoemde farmacotherapeutische overleggroepen (FTO-groepen). DGV onderzocht de kwaliteit van 596 van de in totaal 824 FTO-groepen in het land. Hoewel de uitkomst mager is, is het volgens DGV wel mogelijk om het niveau van het overleg tusssen huisartsen en apothekers op het door Hoogervorst gewenste peil te krijgen. Dat kost eenmalig ongeveer 1,5 miljoen euro. Voor handhaving van dat niveau is jaarlijks nog eens een kleine vijf ton nodig. Zo merkte het instituut dat het niveau in Zuidoost-Brabant, enkele jaren geleden een van de koplopers, zakte, nadat een door een zorgverzekeraar betaald ondersteuningsproject was geëindigd. Op dit moment is Noord-Holland-Noord koploper. Zorgverzekeraar Univé zet de begeleiding daarom ook door. De bedoeling is dat de huisartsen en apothekers tijdens de FTO's onder meer nieuwe wetenschappelijke inzichten en nieuwe medicijnen bespreken en dat ze afspraken maken over het voorschrijfgedrag. Dat moet ertoe leiden dat patiënten de beste medicijnen krijgen voorgeschreven, zonder dat de kosten onnodig de pan uit rijzen. FTO-groepen die optimaal draaien, komen minimaal vijf keer per jaar 1,5 uur per keer bijeen, maken afspraken over het voorschrijven van medicijn, maar toetsen ook of iedereen zich aan die afspraken houdt.

 

Artsen leren gebarentaal: Uniek project moet communicatiekloof tussen artsen en doven dichten -- 13 juli 2005 -- Nieuwsbrief doof.nl --

Washinton – Als onderdeel van het “Doof en Kanker Project” gaan medische studenten van de Universiteit van Californie, San Diego Moores Cancer Center, op Gallaudet de Amerikaanse Gebarentaal leren. Zij zullen zich met name richten op hoe gebarentaal gebruikt moet worden in medische settings en leren daarnaast ook over de ontwikkeling en betekenis van de Dovencultuur. Dit 5 jarige project, dat $1.6 miljoen kost, wordt gefinancierd door het National Cancer Institute. Doel van het project is om medische studenten van communicatievaardigheden en culturele kennis te voorzien. Op vaardigheden en kennis hebben zij nodig hebben om aan dove kankerpatiënten, voor wie de eerste taal de Amerikaanse Gebarentaal, goede medische zorg te kunnen bieden.

Veel dove mensen hebben aangegeven dat ze slechte ervaringen hebben met artsen die er vanuit gaan dat:

  • Doven mensen via spraakafzien alles begrijpen wat er tegen hen wordt gezegd. Dat klopt niet: slechts 30% van Engelse woordenschat is door de meest ervaren liplezers af te lezen.
  • Het opschrijven van informatie tussen dove patiënten en artsen voldoende is. In de praktijk is het een onbevredigende manier van communiceren als het gaat om emotioneel geladen onderwerpen zoals ernstige ziektes.
  • Tolken Gebarentaal de beste manier is voor correcte en tijdelijke communicatie tussen dove en horende mensen. Toegegeven: het inzetten van tolken is beter dan de oplossingen zoals die in 1 en 2 worden genoemd, maar vaak vinden dove mensen het vervelend om over zeer persoonlijke onderwerpen, zoals ernstige ziektes, te praten via een tolk.

Het Doof en Kanker Project is in het belang van zowel de patiënten als de artsen. Voor beiden wordt het mogelijk om rechtstreeks met elkaar te communiceren. Een deel van het programma bestaat er uit dat studenten meedoen in een vierweekse intensief ‘ onderdompeling programma’ op Gallaudet University. Gallaudet is de meest vooraanstaande Amerikaanse Universiteit voor dove studenten en voor studies over de Amerikaanse Gebarentaal en Dovencultuur. UCSD hoopt dat andere Amerikaanse Medische opleidingsinstituten dit project zullen overnemen. “Dit project heeft de potentie om de gezondheidszorg voor dove personen enorm te verbeteren”, zegt de aan Gallaudet verbonden zijnde Professor Linda Lytle. Lytle is coördinator van het Gallaudet deel van het project. “Er is geen substituut voor directe en makkelijke communicatie tussen arts en patiënt. De voordelen van medici die met dove patiënten werken en met hen in ASL kunnen communiceren is duidelijk zichtbaar in Georgetown University Kinderziekenhuis voor Doven. Dit zegt Dr. Rachel St.John, de directeur van het ziekenhuis. St. John gebruikt zelf vloeiend gebaren en heeft op Gallaudet een Master Degree behaald in Psychische Hulpverlening.

Bron: www.4hearingloss.com, Darrick Nicholas, gallaudet University

 

Kamervragen over Jellinek en verslavingszorg in Nederland11 juli 2005 – Persbericht Smith & Jones --
Naar aanleiding van een artikel in de economiekatern van de Volkskrant van 6 juli 2005, stelt het CDA-Tweede Kamerlid Joldersma vragen over de stand van zaken in de verslavingszorg in Nederland. De vragen stelt zij vooral naar aanleiding van de ABN Amro-overname van de partner van Smith & Jones addiction consultants, Priory privé-klinieken in het buitenland. Mvr Joldersma geeft ook aandacht aan de vragen dat Smith and Jones heeft over de privé onderneming van de Jellinek, Jellinek Prive (zie: http://www.nieuwsbank.nl/inp/2005/06/16/f017.htm) en het gebruik van overheids gelden voor een privé onderneming van de Jellinek. In de Engelse Priory-klinieken zijn tot dusver ongeveer honderd Nederlanders behandeld. Keith Bakker van bemiddelingsbureau Smith & Jones in Amsterdam begeleidt de patiënten en werkt daarvoor nauw samen met buitenlandse specialisten van the Priory Group. ABN Amro neemt volgens het artikel in de Volkskrant de schulden en aandelen van Priory over en zoekt investeerders om de schulden te herfinancieren en een belang in de onderneming te nemen. ABN Amro wil beslist een meerderheidsbelang in Priory houden, zegt woordvoerder Alexander Evans van de investeringsarm van ABN Amro in Londen. Kamerlid Joldersma stelt minister Hoogervorst van VWS, een aantal belangrijke vragen over vooral verslavingszorggerelateerde zaken. Deze zijn als volgt:
1. Hebt u kennis genomen van het bericht dat ABN Amro een keten van Britse particuliere klinieken overneemt, waar ook Nederlandse verslaafden worden behandeld?
2. Acht u het een gewenste ontwikkeling dat buitenlandse verslavingsklinieken een AWBZ-erkenning krijgen, zodat verslaafde Nederlanders in het buitenland kunnen afkicken?
3. Wie gaat de indicatie verrichten voor behandeling in dit soort klinieken?
4. Komen nieuwe verslavingsklinieken die zich in Nederland vestigen in aanmerking voor een AWBZ-erkenning en welke belemmeringen ondervinden dergelijke nieuwe toetreders daarbij?
5. Hoe staat u tegenover het bevorderen van concurrentie binnen de verslavingszorg?
6. Welke mogelijkheden ziet u om binnen de verslavingszorg meer keuzevrijheid te realiseren via een persoonsgebonden of persoonsvolgend budget?

7. Is het waar dat de Jellinek kliniek in Amsterdam is gestart met een privé-kliniek? In hoeverre worden overheidsmiddelen gebruikt voor deze privé-kliniek?
Joldersma vraagt zich af of het een gewenste ontwikkeling is dat buitenlandse verslavingsklinieken voor een AWBZ-erkenning in aanmerking kunnen komen, zodat verslaafde Nederlanders in het buitenland kunnen afkicken. Nederlandse patiënten moeten vaak de behandeling zelf betalen (de verzekeraar vergoedt bij hoge uitzondering) Met een AWBZ-erkenning, zijn verzekeraars eerder geneigd een behandeling over de grens te vergoeden. Priory heeft daarom een aanvraag ingediend bij het College voor Zorgverzekering (CVZ) om de hulp aan Nederlanders door Priory standaard te laten vergoeden door de AWBZ-verzekering. Het College heeft de aanvraag momenteel in behandeling. Zij vraagt zich tevens af of verslavingsklinieken die zich in Nederland vestigen in aanmerking komen voor de AWBZ-erkenning en wie de indicatie gaat verzorgen voor de behandelingen in privé-klinieken in binnen en buitenland. In de regio Amsterdam is alleen de Jellinek erkend door de verzekeraars. Smith and Jones wil dat specialisten van de Priory de zelfde mogelijkheid krijgen. Smith and Jones is van plan om samen met een buitenlandse ziekenhuis partner een nieuwe Minnesota Model kliniek te openen in Nederland in 2006.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met: Smith& Jones addiction consultants, Tel: 00-31-(0)20- 3202650, Mobile 06 22373766, info@smithandjones.nl, www.smithandjones.nl

 

Inspectie: werkomstandigheden in ggz schieten nog tekort -- 11 juli 2005 – MinVWS / Schizofrenie Bulletin / Ypsilon, locatie: psychoseplein.nl -- DEN HAAG - Meer dan de helft van de gecontroleerde instellingen in de GGZ spant zich nog niet voldoende in om werknemers te beschermen tegen agressie en geweld van patienten. Op afdelingen waar sprake is van lichamelijke belasting van het personeel, wordt te weinig gedaan om schade aan de gezondheid te voorkomen. Hoewel de werkdruk in de sector blijkt mee te vallen, verdient ook dit onderwerp meer aandacht van werkgevers. Dit concludeert de Arbeidsinspectie in het rapport Geestelijke Gezondheidszorg 2004. Het rapport bevat de resultaten van inspecties bij ruim negentig instellingen. In totaal werden van deze instellingen 414 locaties bezocht. De onderzoeken vonden plaats met het oog op de hoge arbeidsrisico's waarmee werknemers hier te maken hebben. Het gaat om lichamelijke en geestelijke belasting, agressie en geweld. In de sector werken ongeveer 60.000 mensen. De risico's waren voor sociale partners aanleiding begin 2001 een convenant af te sluiten om de arbeidsomstandigheden in de GGZ te verbeteren. De overeenkomst liep tot halverwege 2004. In het kader van dit convenant zijn onder meer hulpmiddelen ontwikkeld om de lichamelijke belasting van werknemers te meten en overbelasting aan te pakken. Uit het onderzoek van de Arbeidsinspectie komt naar voren dat bijna alle instellingen een verplichte risico-inventarisatie en -evaluatie hebben. Hierin moet de werkgever arborisico's in kaart brengen en aangeven wat eraan wordt gedaan. Het hebben van zo'n inventarisatie en evaluatie blijkt in de geestelijke gezondheidszorg geen garantie voor een goede aanpak van risico's op het werk. Zo stelde de Arbeidsinspectie in 240 gevallen vast dat het beleid tegen agressie en geweld niet aan de Arbowet voldeed. Wettelijke regels om een te hoge werkdruk tegen te gaan zijn 59 maal overtreden. Hulpmiddelen bij het tillen, vooral van belang in de psycho-geriatrische psychiatrie, werden vaak niet gebruikt of ontbraken totaal. In totaal zijn 552 overtredingen geconstateerd. De Arbeidsinspectie zegt dan ook te blijven controleren tot alle tekortkomingen zijn weggenomen. Ook vindt hierover overleg plaats met vertegenwoordigers van sociale partners, met het ministerie van VWS en met de Inspectie Gezondheidszorg.
Het Schizofrenie Bulletin is een service van Ypsilon, de vereniging voor familieleden van mensen met schizofrenie of een psychose. Voor meer informatie: http://www.ypsilon.org/schizbul.htm

 

Congres Zorg als beroep en bedrijf: Beroepsethiek en marktwerking in de zorg -- 9 juli 2005 -- CEG  / Zetweb -- Het Tijdschrift voor Gezondheidszorg en Ethiek bestaat 15 jaar. Samen met de Vereniging voor Filosofie en Geneeskunde en het Centrum voor Ethiek en Gezondheid worden in het lustrumcongres de kansen en gevaren van marktwerking in de gezondheidszorg onder de loep genomen. De Nederlandse gezondheidszorg staat steeds sterker onder invloed van marktprincipes. Concurrentie, privatisering, commercialisering en risicoselectie zijn de nieuwe sleutelwoorden. Kostenbesparing is een bedoeld effect van de introductie van marktwerking in een sector die onbetaalbaar dreigt te worden. Maar de argumenten voor de introductie van marktwerking beperken zich niet tot de positieve financiële effecten: de zorg zal ook beter aansluiten bij de vraag van patiënten. En patiënten worden minder afhankelijk van de arts indien zorgvragers behandeld worden als klant en een keuze kunnen maken uit verschillende zorgaanbieders. Tegenstanders van marktwerking zijn bang voor minder samenwerking in de zorgsector, minder aandacht voor preventie en aantasting van solidariteit. Het debat tussen voor- en tegenstanders verscherpt zich en politieke ideologieën gaan de standpunten domineren. Het lustrumcongres stelt de gevolgen van marktwerking voor de beroepsethiek in de zorgsector centraal. En dan gaat het niet alleen om de beroepsethiek van artsen en verpleegkundigen, maar ook die van managers en verzekeraars. Sprekers uit deze beroepsgroepen gaan in op enkele fundamentele waarden uit de gezondheidszorg: welzijn van de patiënt, vertrouwen, rechtvaardigheid, solidariteit, keuzevrijheid van zorgverlener en patiënt, kwaliteit van de zorg, samenwerking. Zij laten zien welke invloed de marktwerking op de ethiek van hun beroepsgroep heeft. Moet de op het individu georiënteerde beroepsethiek opschuiven in de richting van een bedrijfsethiek? Bestaat er een kern van fundamentele waarden in de beroepsethiek waaraan niet mag worden getornd en die in het gedrang komt door de voortschrijdende marktwerking? Wat is ‘goede zorg’? Het Tijdschrift voor Gezondheidszorg en Ethiek nodigt u uit de nuance te zoeken in het debat over beroepsethiek en marktwerking in de zorg.

Het congres zal plaatsvinden op: 28 oktober 2005, van 10:00 tot 16:30, in De Reehorst te Ede. Meer informatie over het lustrumcongres.

 

Verslaafden kampen ook vaak met een persoonlijkheidsstoornis -- 7 juli 2005 --  Zorgkrant -- Psychologe Katinka Damen concludeert dit in haar onderzoek waarin zij promoveerde bij de Radboud Universiteit Nijmegen. 279 heroïneverslaafden werden door Daamen op hun persoonlijkheidskenmerken onderzocht. Zij stelde vast dat zeventig procent van de verslaafden in een kliniek een persoonlijkheidsstoornis zoals een antisociale, borderline of een narcistische stoornis heeft. Het Trimbosinstituut is al langer bekend met deze problematiek. Er wordt echter doorgaans andersom geredeneerd: mensen met een psychische stoornis hebben een grotere kans op een verslaving. “Zeventig procent van de volwassenen met ADHD heeft ook last van depressiviteit, angst – en dwangstoornissen, verslaving aan alcohol en drugs of een persoonlijkheidsstoornis”, aldus het trimbosinstituut. De verslaving kan zowel zijn aan middelen met een stimulerende als kalmerende werking: soft – en harddrugs, alcohol, medicijnen of tabak. Bij de oorzaak van de van de verslaving kan erfelijke aanleg een rol spelen, maar ook de symptomen zelf. Zo komt het voor dat mensen met ADHD genotmiddelen gaan gebruiken omdat daardoor de symptomen verminderen. Ze worden er rustiger van en kunnen zich beter concentreren. Bij borderliners blijkt dit ook het geval. Iemand met een borderlinestoornis kan van het ene op het andere moment veranderen van gevoel en gedrag. Deze mensen hebben vaak een onbehaaglijk gevoel over zichzelf, weinig eigenwaarde, zijn bang om in de steek gelaten te worden. Tevens voelen ze zich veelal eenzaam, zijn bang dat anderen hen niet accepteren en / of zullen afwijzen. Mensen die lijden aan borderline gebruiken dan alcohol of kalmerende middelen om rustiger te worden. Er wordt dan hasj, weed, slaap en / of kalmeringsmiddelen gebruikt. Anderen gebruiken pepmiddelen zoals: speed, cocaïne om zich minder leeg of somber te voelen. Mensen met een narcistische stoornis hebben een onrealistisch gevoel van eigenwaarde en naast een grotere kans op een burn out ook eerder te maken met een verslaving. Conclusie: Het vervormde beeld dat mensen met een persoonlijkheidsstoornis van zichzelf en de buitenwereld hebben geeft een hoop onrust en maakt de wens deze onrust te verdringen met verslavende middelen erg groot. Als er tijdens een behandeling alleen op de verslaving of op de stoornis wordt gefocust heeft weinig kans van slagen. Damen pleit voor het afnemen van en persoonlijkheidsvragenlijst bij elke verslaafde die wordt opgenomen. Het Trimbos voor eventuele opname in een verslavingskliniek van persoonlijkheidsgestoorden. Nederland heeft in vergelijking tot de rest van Europa het laagste aantal verslaafden en drugdoden. In ons land zijn naar schatting 25.000 problematische heroïne gebruikers of heroïneverslaafden. Het aantal alcoholverslaafden is met 300.000 veel groter.


Wetsvoorstel dwangbehandeling houdt mensen uit de goot7 juli 2005 -- Schizofrenie Bulletin / Ypsilon, locatie: psychoseplein.nl -- ROTTERDAM - Het wetsvoorstel van minister Hoogervorst om de mogelijkheden tot dwangbehandeling binnen de instelling uit te breiden zal ertoe leiden dat minder mensen verkommeren en in de goot belanden. Daarvan is Ypsilon overtuigd na bestudering van een wetsvoorstel dat de minister voor commentaar heeft rondgestuurd. Ypsilon ijvert als vereniging van familieleden van mensen met schizofrenie of een psychose al jaren voor aanpassing van de wet, omdat ze in de praktijk steeds opnieuw constateert dat de huidige wet desastreus uitpakt voor dezelfde groep mensen. Met name psychotische mensen zonder ziekte-inzicht krijgen op dit moment niet de zorg waar ze recht op hebben en aan de noden van die groep van 'stille zorgvragers' komt de minister nu tegemoet, constateert een opgeluchte Ypsilon in een brief aan de minister. Voorzitter Gerrit Kersten spreekt van een "gedegen voorstel dat antwoord geeft op het dilemma dat niet iedereen die hulp nodig heeft daar ook zelf om kan vragen". Hij zegt nooit te hebben begrepen waarom de wetgever "op dit moment wel toestaat om iemand in het uiterste geval gedwongen op te nemen, maar verbiedt daarna ook daadwerkelijk te behandelen". Als grootste consumentenvereniging in de psychiatrie weet Ypsilon waar ze het over heeft: van alle leden heeft 90 procent in het gezin een opname meegemaakt, een kwart zelfs 5 tot 10 keer. Ypsilon is via haar zieke familieleden dan ook 'grootgebruiker' van de wet BOPZ die gedwongen opname in een psychiatrisch ziekenhuis regelt. In het nieuwe wetsvoorstel dicht Hoogervorst nog een tweede hiaat door aanpassing van de zogeheten voorwaardelijke machtiging, een maatregel die het mogelijk maakt om mensen thuis te behandelen. De patient hoeft dan niet in het ziekenhuis te worden opgenomen zolang hij zich houdt aan de voorwaarden die de behandelaar hem oplegt. Onlangs heeft de Hoge Raad echter beslist dat deze constructie alleen mag worden toegepast als de patient in kwestie schriftelijk heeft bevestigd dat hij deze voorwaarden zal naleven. Juist van mensen zonder ziekte-inzicht is dat soms teveel gevraagd, weet Kersten. "Een dwangopname is niet altijd te voorkomen, zeker niet in onze groep. Maar als er een vorm van zorg voor in de plaats kan komen die minder ingrijpend is voor de patient, dan verdient die natuurlijk altijd de voorkeur. Het zou weer terug bij af zijn als de patient thuis eerst weer zo moet afglijden dat een dwangopname noodzakelijk wordt, terwijl het anders misschien nooit tot een opname had hoeven komen!" Vanuit die visie tekende Ypsilon tegelijk een oproep van het Platform GGZ om de zorg zo te verbeteren dat dwang en drang minder vaak hoeven worden toegepast. Meer aandacht voor preventie zou daarin kunnen helpen, net als vormen van zorg waarbij hulpverleners erop uittrekken om patienten te blijven volgen. Instellingen moeten daarnaast voorkomen dat ze moeilijke patienten weren uit het ziekenhuis.

Het Schizofrenie Bulletin is een service van Ypsilon, de vereniging voor familieleden van mensen met schizofrenie of een psychose. Voor meer informatie: http://www.ypsilon.org/schizbul.htm

 

Engelse Priory privé-klinieken in Nederlandse handen  -- 5 juli 2005 – AMSTERDAM - Het ANP meldt dat ABN AMRO voor 1,29 miljard euro de Britse keten van privé-klinieken The Priory Group overneemt van de investeringsmaatschappij Doughty Hanson & Co. Zij zullen een meerderheidsbelang houden in de zorginstelling. The Priory Group is de belangrijkste partner van Smith & Jones addiction consultants. Een organisatie die Nederlanders met verslavings- en eetstoornissen helpt. The Priory Group, eigenaar van de wereldberoemde 'celebrity' verslavings- en eetstoornissen kliniek The Roehampton Priory in Londen die onder andere beroemdheden zoals Robbie Williams, Elton John, Eric Clapton en Naomi Campbell behandelde, heeft ook een groeiend aantal cliënten uit Nederland. Daarvoor diende The Priory Group onlangs een aanvraag in bij het CVZ (College voor Zorgverzekeringen) om te worden erkend als een door het CVZ goedgekeurde behandelingsvoorziening voor Nederlandse patiënten met verslavingen en eetstoornissen. Een recente beslissing van 31 januari 2005 door de Minister van Volksgezondheid ten aanzien van de criteria voor dekking van patiëntenverzekeringen heeft het makkelijker gemaakt medische behandelingen in andere EU-staten vergoed te krijgen. Alle vijftien Priory ziekenhuizen die de aanvraag voor de CVZ erkenning hebben ingediend, voldoen aan de richtlijnen voor psychiatrische ziekenhuizen. De klinieken van Priory Group bevatten circa 1700 bedden, verspreid over een veertigtal locaties en is daarmee de grootste private aanbieder van psychiatrische hulpverlening. Het laatste jaar heeft de Priory Groep een groeiend aantal patiënten uit Nederland behandeld voor alcohol - , drugsverslaving en eetstoornissen. Mensen die op een wachtlijst moesten, om privacy redenen niet naar reguliere zorg kunnen, of in de Nederlandse zorg van het kastje naar de muur werden gestuurd. Consultants van Smith & Jones zorgen voor de begeleiding van deze Nederlandse patiënten naar de klinieken in het Verenigd Koninkrijk. Nu is de Priory financieel gezien in Nederlandse handen. Voor 1,26 miljard kochten de ABN AMRO Europa's grootste onafhankelijke aanbieder van gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg. De bank wil een deel van de aandelen doorverkopen aan investeerders, aldus een woordvoerder. Volgens het ANP bericht op 5 juli zal ABN AMRO wel een meerderheidsbelang houden in de zorginstelling. Keith bakker, woordvoeder voor Smith & Jones is zeer tevreden over de nieuwe ontwikkelingen. De ABN AMRO is de beste partij voor overname van The Priory Group. De ABN AMRO toont daarmee een enorm vertrouwen in onze partner en de methodes die zij hanteren. Binnen achttien maanden willen wij ook een nieuwe kliniek in Nederland openen. Door het vertrouwen van de ABN AMRO zullen meer deuren opengaan voor de nieuwe behandelingsmogelijkheden die wij Nederlandse patiënten kunnen bieden.
Contact: Voor meer informatie kunt u contact opnemen met: Smith& Jones addiction consultants, Tel: 00-31-(0)20-4865464, mobile 06-20079182, info@smithandjones.nl, www.smithandjones.nl

  

Aantal zelfdodingen op middelbare leeftijd stijgt -- 4 juli 2005 -- Volkskrant -- VOORBURG - In 2004 hebben 1514 inwoners van Nederland een einde gemaakt aan hun leven. Vrouwen die zichzelf om het leven brengen, zijn met 51,5 jaar gemiddeld ouder dan mannen (47,6 jaar). In de afgelopen jaren is het aantal gevallen van zelfdoding onder personen van middelbare leeftijd toegenomen. Dat heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maandag gemeld. Volgens het CBS ligt het aantal zelfdodingen al jaren op nagenoeg hetzelfde niveau. De groep bestaat voor tweederde uit mannen. Een gemiddelde van vier zelfdodingen per dag is ruim 1 procent van het totaal aantal sterfgevallen in Nederland (circa 370 per dag). Bijna de helft van de mannen berooft zich door verhanging van het leven. Vrouwen kiezen in eenderde van de gevallen voor die methode. Een op de vier neemt een overdosis medicijnen. Voor de trein springen komt onder mannen en vrouwen naar verhouding even vaak voor: een op de negen kiest voor deze wijze van zelfdoding. Voor de trein springen komt relatief vaak voor bij jongeren, maar zelden bij ouderen. Het aantal gevallen van zelfdoding ligt onder inwoners van grote gemeenten ongeveer een kwart hoger dan onder inwoners van kleine en middelgrote gemeenten. Tussen de grote steden bestaan echter grote verschillen. Groningen scoort ongeveer 60 procent boven het landelijk gemiddelde. Ook onder Amsterdammers (40 procent meer) en Eindhovenaren (30 procent meer) komt zelfdoding relatief veel voor. In de afgelopen jaren is het aantal gevallen van zelfdoding onder personen van 40 tot 60 jaar toegenomen; het aantal op jongere en oudere leeftijd is afgenomen. Vorig jaar was 47 procent van de slachtoffers van middelbare leeftijd. Eind jaren negentig was dit nog 36 procent. Het aandeel van zelfdoding in de totale sterfte varieert sterk met de leeftijd. Omdat de totale sterfte onder jongeren laag is, speelt zelfdoding een relatief grote rol. In de leeftijdsgroep van 10 tot 25 jaar vormen verkeersongevallen de belangrijkste doodsoorzaak, gevolgd door zelfdoding. Tussen 25 en 45 jaar is het zelfs de meest voorkomende doodsoorzaak. Vanaf 45 jaar nemen andere doodsoorzaken toe, waardoor het aandeel van zelfdoding in het totaal van de doodsoorzaken sterk afneemt.

Nieuw onderzoek naar verband antidepressiva en zelfmoord -- 2 juli 2005 -- Het Nieuwsblad -- Er komt een nieuw onderzoek naar het verband tussen het stijgend aantal zelfmoorden en het toenemend gebruik van antidepressiva. Het Amerikaanse ministerie van Volksgezondheid begint in samenwerking met de farmaceutische industrie aan een grondige studie. Er werden al verschillende onderzoeken gedaan naar een mogelijk verband tussen medicatie tegen depressie en zelfmoord. Tot nu toe hebben die nog geen uitsluitsel gegeven. Het nieuwe onderzoek richt zich naar de zogenaamde SSRI-antidepressiva, zoals Prozac. Ook een Belgisch middel wordt onderzocht, Luvox, van Solvay Pharma. In ons land heet het Floxyfral. Deze geneesmiddelen pakken de biologische oorzaak van depressie aan. De depressie is vaak een gevolg van een tekort aan serotonine in de hersenen. Dat is een neurotransmitter, een stof die een rol speelt bij het doorgeven van elektrische impulsen in de hersenen en die ook een belangrijke invloed heeft op de stemming van het individu. Het Amerikaanse onderzoek zal minstens een jaar duren omdat er vele testen met grote variaties nodig zijn om uitsluitsel te kunnen geven. Bij Solvay weet men nog niets van het Amerikaanse onderzoek, omdat Luvox al jaren niet meer wordt verkocht in de Verenigde Staten. Bij het ministerie van Volksgezondheid wacht men op het resultaat vooraleer maatregelen te nemen. ,,Er zijn al lang geleden studies gemaakt over een mogelijk verband tussen bepaalde antidepressiva en zelfmoord. Maar dat verband is moeilijk wetenschappelijk vast te leggen. Iemand die lijdt aan een depressie, kan nu eenmaal zelfmoordneigingen hebben. Maar we zijn ons van het mogelijke gevaar bewust. Daarom zijn die antidepressiva enkel verkrijgbaar op doktersvoorschrift en voeren we jaarlijks een campagne om het gebruik van antidepressiva te matigen. Alle Europese landen volgen deze politiek. Maar natuurlijk zullen we die wijzigen als de resultaten van het Amerikaans onderzoek dat nodig maken.''

'Groningse protocol' nu landelijk aangenomen -- 1 juli 2005 -- Dagblad van het Noorden -- GRONINGEN - Het 'Groningse protocol' over de actieve levensbeëindiging van ernstig zieke pasgeborenen is sinds deze week landelijk. De Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK) heeft het overgenomen. Dit zegt voorzitter E. Verhagen van de NVK-commissie Ethiek en Recht. De landelijke vereniging van kinderartsen en neonatologen heeft hiermee de wens uitgevoerd van staatssecretaris Ross (Volksgezondheid), die vorig jaar stelde dat de beroepsgroep een protocol moest uitwerken. De NVK hoopt nu dat het kabinet snel met een voorstel komt voor de invoering van een landelijke toetsings- of adviescommissie om de artsen achteraf te controleren. Op dit moment wordt dat in Groningen, waar het protocol is ontwikkeld, door het openbaar ministerie gedaan. De uiteindelijke beslissing om wel of niet te vervolgen wordt echter via het College van procureurs-generaal overgelaten aan minister Donner van justitie, aldus Verhagen. Het afgelopen jaar en het jaar daarvoor is dat vier keer gebeurd. In geen van de gevallen leidde dit tot vervolging van de betreffende arts.

Artsen willen meer zekerheid over permanente huidvullers -- 1 juli 2005 -- RIJSWIJK - De plastisch chirurgen J. Hage en R. Karim pleiten er in Medisch Contact van volgende week voor dat artsen die permanente huidvullers inbrengen bij rimpels, plooien en littekens hun ervaringen delen. Er moet overeenstemming komen over het toepassen ervan en ook een registratie van bijwerkingen. Daar is nu nog te weinig duidelijkheid over. Genoemde artsen denken dat er op de langere termijn gevolgen optreden als cellulitis, infecties, extra kapselvorming en verplaatsing. Soms zullen de problemen moeilijk meer op te lossen zijn. In Zwitserland mogen permanente vullers daarom voorlopig niet worden gebruikt. Het is op dit moment erg eenvoudig een arts te vinden die de middelen inspuit, als je maar een paar honderd euro te besteden hebt. Een telefoontje naar een schoonheidssalon is vaak al genoeg: zo'n salon heeft nogal eens een samenwerkingsverband met een cosmetisch arts. De meeste middelen zijn nog niet zo lang in omloop. Het Amerikaanse Biopolymer en het Duitse PMS bestaan echter al sinds 1960 en het Nederlandse Artecoll bestaat al ruim veertien jaar. Rond de eeuwwisseling zijn er nog drie blijvende vullers bijgekomen op de Nederlandse markt. Daarnaast zijn er nog wel vijftien semipermanente vullers uit de periode 1981-2004.

Kwaliteit jeugdzorg vaak onvoldoende 29 juni 2005 – Volkskrant -- AMSTERDAM - De kwaliteit van de jeugdzorg was in 2004 vaak onvoldoende. Dat blijkt uit het jaarverslag van de Inspectie Jeugdzorg dat dinsdag is verschenen. De inspectie noemt drie ernstige gevallen, waarin kinderen werden mishandeld en zelfs overleden. In die gevallen schoot de hulp van jeugdzorg tekort. Hulpverleners gaan aan de slag zonder dat helder is afgesproken wie welke hulp gaat bieden en welke problemen moeten worden opgelost. Er wordt weinig planmatig gewerkt. Het kind en zijn ouders weten daardoor vooraf niet wat er gaat gebeuren, schrijft de inspectie. De activiteiten van de hulpverleners worden in de instelling zelden getoetst en beoordeeld. Een systeem om de kwaliteit van de zorg te garanderen, ontbreekt daardoor. Dat weegt vooral zwaar bij de gezinsvoogdij waar doorgaans sprake is van complexe situaties. In die situaties is het noodzakelijk voortdurend in de gaten te houden of het kind voldoende bescherming krijgt. De gezinsvoogden hebben vaak onvoldoende regie over de hulpverlening en maken hun werk weinig inzichtelijk en toetsbaar, vindt de inspectie. Het bureau jeugdzorg, het provinciale ‘loket’ waar een kind met problemen als eerste terechtkomt, maakt zijn rol als regisseur onvoldoende waar. Dat geldt in het bijzonder voor de afdeling jeugdbescherming. Hoewel de inspectie erkent dat de situatie vorig jaar is verbeterd, schiet de continuïteit van de hulpverlening nog altijd tekort. Als de hulp wordt overgedragen aan een andere instantie, wordt niet gecontroleerd of de verantwoordelijkheid ook echt is overgenomen. Ouders en kinderen worden vaker dan voorheen betrokken bij de hulpverlening, stelt de inspectie verheugd vast. Maar vervolgens is nergens vastgelegd wat er met die inbreng is gebeurd. In haar voorwoord schrijft hoofdinspecteur Joke de Vries dat er in 2004 het een en ander is verbeterd. Zo beginnen hulpverleners eraan te wennen dat ze duidelijke doelstellingen moeten formuleren. De betrokken partijen weten daardoor beter wat er moet gebeuren en wat er van ze wordt verwacht. Een minpunt is dan weer dat die doelen te laat worden vastgesteld. Het algemene beeld is ‘minder positief’. Het ontbreekt aan systematisch werken en de professionals worden vaak slecht gestuurd en ondersteund. Ook blijkt nauwelijks dat de jeugdzorg rekening houdt met de bemoeienis van andere instanties die met het kind te maken hebben, zoals de school, de huisarts, en het consultatiebureau. ‘Individuele zaken als die van Savanna hebben dit op een wel heel schrijnende manier duidelijk gemaakt’, aldus de inspecteur.

 

Voorzitter tuchtcollege: 'Huisarts schendt vaker beroepscode' – 29 juni 2005 – UTRECHT - Het Regionaal Tuchtcollege in Eindhoven signaleert dat artsen steeds vaker hun beroepsgeheim schenden of onjuiste verklaringen afleggen. Het gaat vooral om echtscheidingszaken. De voorzitter van het tuchtcollege, Huub van Griensven, zegt dat vandaag in het vakblad Medisch Contact. Het Regionaal Tuchtcollege in Eindhoven kreeg in 2004 22 klachten over 'onjuiste verklaringen' en 20 over 'schendingen van het beroepsgeheim'. Het tuchtcollege verklaart dit soort klachten steeds vaker gegrond. Artsen, zegt Van Griensven, schenden hun beroepsgeheim uit betrokkenheid met hun patiënt. Maar ze moeten het niet doen. ,,Ze geven een verklaring af op een gebied waarop zij niet bevoegd zijn.'' Voor Medisch Contact selecteerde het tuchtcollege een paar voorbeelden. Zo was er een moeder, verwikkeld in een scheiding, die de huisarts had gevraagd om een verklaring af te leggen over de slechte invloed van de vader op hun kind. De huisarts schreef dat het kind elke keer dat het bij zijn vader was geweest 'opvallend seksueel getint gedrag' vertoonde. ,,Ik heb sterk de indruk dat de contacten met zijn vader zeer negatief op E. inwerken. Het is in het belang van E. dat er voorlopig geen omgangsregeling met zijn vader is.'' Toen de huisarts zich moest verantwoorden voor het tuchtcollege had hij 'vreselijke spijt', vooral omdat hij vermoedde dat de beschuldigingen van de moeder niet klopten. Het tuchtcollege oordeelde dat de huisarts onzorgvuldig te werk was gegaan en dat de medische verklaring niet objectief was. Hij kreeg een waarschuwing. In een ander geval verwijst een huisarts een patiënt naar het ziekenhuis wegens snelle geestelijke achteruitgang. De patiënt gaat de dag erna naar de notaris om zijn testament aan te passen. Na zijn dood beginnen de erfgenamen te procederen over de nalatenschap. Op hun verzoek schrijft de huisarts een brief: ,,B. had ten tijde van de ziekenhuisopname onvoldoende verstandelijke vermogens om beslissingen te nemen.'' Hij legt ook een getuigenverklaring af bij de rechtbank. Het tuchtcollege geeft de arts een waarschuwing omdat ,,een arts geen gegevens over een overleden patiënt aan derden mag verstrekken, ook niet aan nabestaanden''. Van Griensven van het tuchtcollege zegt in Medisch Contact dat artsen ,,niet zomaar op verzoeken in moeten gaan en bij rechtszaken betrokken moeten raken''. Ook niet op verzoek van patiënten of advocaten.

Kinderen op intensive care vaak ondervoed -- 27 juni 2005 -- Reformatorisch Dagblad -- AMSTERDAM – Kinderen op een afdeling intensieve zorg krijgen vaak te weinig te eten. Dat komt, omdat artsen doorgaans onbetrouwbare methodes gebruiken om de behoefte aan voedsel van een ziek kind vast te stellen. Artsen moeten meer aandacht krijgen voor de voeding van kinderen op zo’n afdeling. Dat vindt promovendus M. van der Kuip. Voor zijn proefschrift over energiegebruik van enstig zieke kinderen vroeg hij Europese kinder-intensive cares naar hun voedingsbeleid. Slechts een op de zes van de 111 ziekenhuizen die reageerden, gebruikte een apparaat waarmee redelijk betrouwbaar het energiegebruik van de IC-patiëntjes kan worden vastgesteld. Dit gebeurt aan de hand van een analyse van in- en uitgeademde lucht. Uit een studie van 46 kinderen die ernstig ziek waren of een zware ingreep hadden ondergaan, bleek Van der Kuip dat ze pas aan het eind van de eerste week op de afdeling intensieve zorg genoeg te eten kregen. Geopereerde kinderen kregen te weinig voeding. Kinderen aan de beademing kregen via een infuus juist te veel, al is deze groep veel kleiner. De formules die de artsen gebruiken gaan uit van lichaamsgewicht, lengte, geslacht en leeftijd. Deze bieden volgens Van der Kuip slechts een „schijnveiligheid" als het erom gaat de juiste voeding vast te stellen. De bloedsomloop heeft de hoogste prioriteit. „Voeding is een ondergeschoven kindje", concludeert de promovendus. „Op een intensive care mag wel wat agressiever gevoed worden". Ziekenhuizen geven echter de 30.000 euro die het apparaat voor de ademanalyse, de zogeheten metabolemonitor, kost, liever ergens anders aan uit. Met een goede voeding kunnen complicaties voorkomen worden en kan een kind korter op een afdeling intensieve zorg doorbrengen. Hoeveel korter, weet Van der Kuip niet, want daar is geen studie naar gedaan. Over de voeding op Nederlandse intensive cares voor kinderen, kan Van der Kuip niets zeggen, omdat de geënquêteerden anoniem bleven. Wel weet hij dat de in Nederland meestal een metabole monitor gebruikt wordt. Van der Kuip promoveert woensdag op zijn onderzoek aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

De Tijdelijke Overbruggingsafdeling Amsterdam (TOA): Ervaringen met grootstedelijke acute opnames -- Juni 2005 -- Tijdschrift voor Psychiatrie 47 (2005) 6, 383-389; W. Mulder, J. Dekker, C.M.T. Gijsbers van Wijk -- De Tijdelijke Overbruggingsafdeling is het voorportaal van de vijf gesloten opnameafdelingen in Amsterdam. Dit artikel is een verslag van de voorlopige analyses van patiënt- en opnamegegevens van de Tijdelijke Overbruggingsafdeling aan de hand van één jaar prospectieve registratie (2002). Na oprichting van de Tijdelijke Overbruggingsafdeling daalde het aantal gastplaatsingen, bij een stijgend aantal inbewaringstellingen; de druk op de (separeercapaciteit van de) gesloten afdelingen nam af; en de wachttijd in de politiecellen daalde aanzienlijk. Deze cijfers suggereren dat de Tijdelijke Overbruggingsafdeling haar bufferfunctie naar behoren vervult. De acute opnameproblematiek in Amsterdam heeft in de afgelopen jaren regelmatig de media en zelfs de populaire literatuur gehaald (Bakker 2003). Het aantal inbewaringstellingen (ibs) in Amsterdam steeg van 180 in 1992 naar 612 in 2002 (Van der Post e.a. 2004). Steeds vaker verbleven verwarde personen langdurig in een politiecel in afwachting van psychiatrische beoordeling en opname. Onder het motto ‘geen gestoorden in de cel’ protesteerde de politie tegen deze oneigenlijke zorgtaak. Vanwege capaciteitsgebrek plaatsten Amsterdamse psychiatrische ziekenhuizen patiënten noodgedwongen buiten de regio (gastplaatsingen). Dit leidde tot opnames ver van huis, kostbare (nachtelijke) ambulanceritten, afname van continuïteit in de behandeling en een tanende bereidheid in den lande om Amsterdamse gastplaatsingen te accepteren. Problemen in de acute psychiatrie zijn niet uniek voor Nederland, en blijken ook internationaal gekoppeld aan grotestedenproblematiek (Catalona e.a. 2003). Ook elders zijn hiertoe psychiatrische eerstehulpvoorzieningen gecreëerd (Brooks e.a. 1992; Allen 1999). In Amsterdam besloten twee Amsterdamse ggz-instellingen (De Meren en Mentrum) tot de oprichting van een gezamenlijke tussenvoorziening, in samenwerking met de Forensische Observatie- en Begeleidingsafdeling (foba), en later met de verslavingszorg (de Jellinek). Doel van deze voorziening was een buffer te vormen voor de opvang van acute dwangopnames, om daarmee het verblijf van patiënten in politiecellen te bekorten en het aantal gastplaatsingen terug te dringen. Een nevendoel was om de druk op de separeercapaciteit van de gesloten opnameafdelingen te verkleinen. Op grond van een gemiddelde van ongeveer 600 ibs-en per jaar, werd berekend dat 8 bedden die niet langer dan 48 uren belegd dienden te zijn, voldoende capaciteit zouden bieden. Lees het hele artikel door op bovenstaande link te klikken.

Nederland aan top in gezondheidszorg -- 27 juni 2005 --  Nieuwsbrief Sneller Beter --  Volgens een enquête in 12 Europese landen voldoet de Nederlandse gezondheidszorg het best aan verwachtingen van consumenten. Nederland haalde in de vijf onderzochte categorieën 48 punten op een totaal van 60 en kwam daarmee als beste uit de bus, op de voet gevolgd door Zwitserland en Duitsland. Er werd ondermeer gekeken naar wetgeving op het gebied van patiëntenrechten, toegang tot eigen medische gegevens, mortaliteit van borst- en dikkedarmkanker en de frequentie van ziekenhuisinfecties. Minister Hoogervorst is blij met het resultaat van het onderzoek. Hij vindt de index een goed initiatief omdat het nog eens de nadruk legt op het belang van transparantie in de zorg. Ook richt de index zich op zaken die burgers van belang vinden, zoals de resultaten van de zorg, aldus Hoogervorst. De nieuwe enquete, de EuroHealth Consumer index, werd in Brussel gelanceerd tijdens de Health Consumer Summit 2005. De index wordt samengesteld uit een combinatie van openbare statistieken en onafhankelijk onderzoek door de denktank Health Consumer Powerhouse in Brussel. Download: Rapport: 2005 EuroHealth Consumer Index

Prozac vaak overbodig medicijn -- 25 juni 2005 -- NOVA / VARA -- In Nederland slikken zo'n 760 duizend mensen anti-depressiva. In verreweg de meeste gevallen is dat onnodig, zegt de Franse psychiater David Servan-Schreiber. De klinisch psychiater, werkzaam in het Amerikaanse Pittsburgh en gespecialiseerd in stressbehandeling, schreef een succesvol boek over zijn alternatieve behandelingen. Behandelingen die inmiddels wetenschappelijk zijn beproefd en bewezen. Volgens Servan-Schreiber zijn middelen als Prozac de melkkoe van de farmaceutische industrie en kunnen stress en depressiviteit met ogenschijnlijk koddige behandelingen worden bestreden. Met oogtherapie bijvoorbeeld. In Frankrijk is Servan-Schreiber inmiddels een fenomeen.

Onbegrepen ziekten: ’Chirurgen willen snijden - dat is het enge’ -- 25 juni 2005 -- Trouw -- Onbegrepen klachten vormen een van de grootste problemen in de gezondheidszorg. Trouw laat in een serie artikelen zien hoe patiënten eronder lijden, hoe artsen ermee worstelen, en hoe de zorg tekortschiet. Vandaag de slotaflevering: ,,Multidisciplinair moet het sleutelwoord worden, anders komen lichaam en geest nooit bij elkaar.” ’We weten letterlijk niet waar we het zoeken moeten”, zegt psychiater Gerty Casteelen over de oorzaken van ’lichamelijk onverklaarde klachten’. ,,De huidige stand van wetenschap is dat dokters nog niet wéten wat de oorzaak is van het prikkelbare-darmsyndroom, het chronische-vermoeidheidssyndroom en andere, ’vage’ lichamelijke klachten. Er wordt geen lichamelijke afwijking, geen substraat gevonden. Voor de volksmond is ’lichamelijk onverklaard’ daarom een goede term, maar beter zou zijn: nog niet verklaard.” Gerty Casteelen is neuroloog en psychiater, en hoofd van de ’Lok-poli’ in het Amsterdamse Academisch Medisch Centrum. Op deze poli Lichamelijk onverklaarde klachten geeft zij al ruim tien jaar een groepstherapie aan mensen met onder meer onbegrepen hoofdpijn, rugpijn, fibromyalgie, chronische vermoeidheid. En conversie, het fascinerende ziektebeeld waarbij verlammingsverschijnselen optreden waar geen lichamelijke oorzaak voor te vinden is.

Nee, verzekert zij: door deze mensen bij elkaar te zetten in één therapiegroep gooit zij niet ten onrechte allerlei verschillende aandoeningen op één hoop. ,,Er is duidelijk iets mis bij al deze patiënten; zij hebben klachten. Pijn. Malaise. Maar volgens de huidige indeling van ziekten zijn zij niet in een hokje te plaatsen - er blijft een restcategorie over. We hébben nu eenmaal nog zo’n grote hoop.” Daarin ziet zij echter wel een algemene noemer om hulp te verlenen, middels een therapie die bestaat uit inzichten uit onder meer de gedragstherapie, psychotherapie én fysiotherapie (zie kader). ,,Die noemer is heel breed, noem het erkenning en herkenning, maar daarmee laat je deze patiënten in ieder geval niet in de kou staan. Ik waarschuw hen voordat ik met de therapie begin: wij hebben geen wonderpil. Maar we kunnen wel iets aan de klachten dóen: door inzichten uit de therapie toe te passen, door wat liever voor je lijf te zijn. En veel patiënten knappen op, sommige genezen helemaal door de therapie. Dus we zitten op een goed spoor, al tasten we tegelijkertijd nog in het duister.”

Het intrigeert haar mateloos hoezeer lichaam en geest één zijn. ,,Toen ik nog als neuroloog werkte, heb ik dat ook zo vaak gezien. Ik zag mensen compleet veranderen als ze een herpes encefalitis kregen, een virus in de hersenen. Die patiënten kregen een heel andere persoonlijkheid, door een lichamelijke ziekte. Als psychiater werk ik ook in het algemeen ziekenhuis; twintig procent van mijn consulten daar zijn deliren. Dat zijn mensen die knettergek uit een organische operatie komen, aan bijvoorbeeld de lever of de nieren. Dat er na zo’n operatie iets in die hersenen niet helemaal goed loopt, is wel duidelijk. Hoe dat komt, en wat je eraan kunt doen - dat is bij iedere patiënt opnieuw weer de vraag.”

Hersenen zijn dezelfde soort organen als hart, lever en nieren, zegt Casteelen - alleen hebben we voor de hersenen nog niet van die mooie bepalingen. ,,Wanneer wij iemand onder de scan doorhalen, kunnen we nog niet precies zien wat wel en niet goed functioneert in de hersenen. Daar gaat het wel naartoe: over een jaar of tien zijn we hier veel verder mee want er wordt vooruitgang geboekt.”

Ondertussen volhardt bijkans iedereen in dat onterechte onderscheid tussen lichaam en geest, ’lichamelijk’ en ’psychisch’, verzucht ze. Artsen die machteloos uitroepen: ’Het zal wel psychisch zijn’ - alsof er dan geen sprake meer is van echte ziekte. Patiënten die met onbegrepen pijnklachten naar haar doorgestuurd worden en defensief zeggen: ’Psychisch is er niets met mij aan de hand hoor’.

,,Mensen halen lichaam en geest nog steeds uit elkaar; denken kennelijk nog altijd dat de geest ergens boven de wateren zweeft. Terwijl het allemaal biologie is. Alles wat wij denken, voelen en willen zit letterlijk tussen onze oren. Daar zijn lichamelijke processen aan de gang; daar werken signalen, sappen. We weten toch ook dat het geven van antidepressiva, zelfs zonder therapie, depressieve patiënten na een paar weken doet opknappen? Dat is pure chemie.

Omgekeerd werkt het net zo: al heb je alleen maar je been gebroken, dat heeft consequenties voor je beleving. Je baalt ervan, je gedrag wordt anders - allemaal hersenfuncties. Mensen werpen vaak tegen: dat heeft toch niets met de psyche te maken? Jawel: álles heeft met de psyche te maken.

Ik zie ook veel patiënten met diabetes die op een of andere manier vastlopen. Ook voor hen is het belangrijk hoe ze psychisch in elkaar zitten, en hoe ze dus met hun klachten kunnen omgaan. Of de ziekte nu wel of niet lichamelijk aantoonbaar is; wel of geen mooie, officiële naam heeft - het maakt niet uit. Mensen lopen soms vast.”

Neem een patiënt met het prikkelbare-darmsyndroom, een veelvoorkomende aandoening met veel buikpijn en een verstoorde stoelgang, waarbij echter geen lichamelijke afwijkingen gevonden worden. Na lang tobben en veel medisch ’shoppen’ komt een heel klein deel van deze patiënten terecht bij Gerty Casteelen, de psychiater. Direct ontmoet zij dan weerstand. Waarom? ,,Je neemt die patiënten nogal wat af. Ze hebben tenminste een diagnose, ze weten waar ze aan toe zijn - denken ze. Dan komt er iemand als ik die zegt: je kunt er ook op een andere, bredere manier naar kijken. Dat moeten deze mensen dúrven. Want er rust nog altijd een taboe op de ’geest’: iets geestelijks, iets psychisch - dat is toch ’zwak’.”

,,Die weerstand probeer ik weg te nemen door zo lichamelijk mogelijk te formuleren. Ik zeg dan: U heeft fietsbanden in uw buik die te hard zijn opgepompt. Maar waardoor worden die opgepompt? En dan houd ik mijn hele riedel. Waar in de hersenen onze emoties zitten, waar de motoriek, en hoe dat met elkaar geassocieerd is. Dat daar allemaal verbindingen liggen, die we alleen nog niet kunnen zien.”

De eerste reactie van zo’n patiënt? Casteelen doet het voor: armen defensief over elkaar, sceptische blik. ,,Zo iemand zegt dan: ’Ik ben echt niet depressief, hoor’. Of: ’Moet u eens luisteren, u zou zelf eens dagen achter elkaar buikpijn moeten hebben’. Dan grijp ik mijn kans en zeg: ’Als u dagen achtereen klachten heeft, dan heeft dat gevolgen voor uw psyche. Daar wordt een mens moedeloos en kwaad van, somber en prikkelbaar’. Daarna moet ik mijn patiënt overtuigen dat somber en prikkelbaar gedrag de klachten instandhoudt. Dus probeer ik uit te leggen hoe de hersenen de zenuwen beïnvloeden. En hoe de stress-as ontregeld kan zijn bij mensen die al jarenlang te actief, of te gespannen zijn, waardoor er voortdurend te veel hormonen worden geproduceerd.”

De psychiater vraagt de patiënt met onbegrepen klachten vervolgens vaak: Hoe dóet u dat nou? Welke eigenschappen heeft u om overeind te blijven, met zoveel pijn en ellende? Casteelen: ,,Daarmee probeer ik contact te maken, maar ik ben er ook oprecht in geïnteresseerd. Als ikzelf een week griep heb, denk ik al dat ik bijna doodga. Laatst had ik hier een mevrouw die al twaalf jaar in een rolstoel zit. Met overal pijn, en krachtsvermindering aan haar linkerzijde. Er is geen lichamelijke oorzaak gevonden. Ze heeft drie kinderen, een huishouden - hoe doet die mevrouw dat? Ze zat hier wat te glimlachen en zei: ’Als ik me erbij neerleg, dan heb ik helemaal geen leven meer’. Dan denk ik: of ze houdt iets weg, of ze overschreeuwt iets. Maar dat wil ik niet te snel zeggen; we moeten eerst een relatie opbouwen.

Ik heb ook een patiënte gehad met zes jaar rolstoel, die nog één handje kon bewegen. Na anderhalf jaar therapie liep ze weer rond. Ze heeft een dagboek bijgehouden - een heel indrukwekkend verhaal. Haar eigen verklaring is uiteindelijk: het was conversie. Zij had een dramatisch verleden; ze is in therapie met haar trauma aan de gang gegaan. Mijn hypothese is: ze is emotioneel wat geopend, er is een blokkade opgeheven die kennelijk ook haar lichaam blokkeerde. Door haar trauma te verwerken kon ze weer verder. Dat zie ik wel vaker.”

De psychiater probeert haar patiënten te helpen bij het herzien van hun levenswijze, en bij het beantwoorden van vragen als: wie ben ik, wat doe ik in dit leven, wat waren de pijnen in mijn leven? Dat neurologen, internisten en andere specialisten weinig op dit soort vragen gericht zijn, betreurt Casteelen zeer. De geneeskunde-opleiding is te technisch, te eenzijdig, zegt zij. ,,Er rust óók onder artsen en studenten nog een enorm taboe op het ’psychische’. Als ik door collega-artsen wordt ingeschakeld om naar een patiënt te kijken, zeggen ze tegen die patiënt: er komt straks een andere dokter met u praten. Ze durven gewoon niet te zeggen: er komt straks een psychiater.

Ik deed vroeger veel psychiatrische consulten op een afdeling gastro-entrologie. Alle artsen daar zaten maar in de potten te kijken. Hoe de patiënten poepten. Dat moest allemaal bewaard worden en daar ging de hele visite over. Dan kreeg de patiënte een hand en werd besproken hoe de poep eruitzag. Terwijl ik dacht: daar zit een mevrouw met een heel verhaal. Luister daarnaar! Als je geobstipeerd bent, zit je soms helemaal vol, letterlijk en figuurlijk.

Dit soort dingen zie je in het ziekenhuis nog steeds. Dat vind ik slecht. Zonde. We moeten breder kijken maar daar is de zorg nog steeds niet op ingericht. Met als gevolg dat mensen onterechte behandelingen krijgen. Dokters willen helpen, dat is heel mooi, maar voor hen betekent dat: iets dóen. Chirurgen willen snijden - dat is het enge.”

De patiënten die bij haar komen, zijn nu vaak aan het einde van een traject. Zij hebben allerlei soorten onderzoek en medicijnen gehad, tot hun dokter zegt: nu kom ik er niet meer uit, ga maar naar de psychiater. ,,Dat vind ik kwalijk, dat die dokters maar zo lang doorgaan.

Wanneer je als dokter denkt aan het prikkelbare-darmsyndroom, moet je meteen tegen de patiënt zeggen: daar hebben wij hier een heel goed traject voor; we onderzoeken daarbij ook hoe het zit met de spanning in uw leven. Die doorverwijzing moet in een heel vroeg stadium gebeuren, anders zijn de patiënten al gemedicaliseerd. Zij zitten dan in het denkpatroon: ik heb een spastische darm, en het is alleen die darm. Ze leggen geen relatie met hun levenswijze, levensvisie, levenskunst. Ze blijven maar spanning produceren dus gaan hun klachten nooit over, hoeveel medicatie je er ook tegen aangooit.”

In 1991, toen Casteelen afstudeerde als psychiater, hield zij haar eindreferaat over lichamelijk onverklaarde klachten. ,,Toen heb ik al gezegd: de zorg voor deze patiënten zal nooit verbeteren als we niet aan de basis beginnen. Op het moment dat iemand onverklaarde klachten heeft, moet je als arts direct breder gaan kijken. Laat de psycholoog of psychiater die een paar deuren verder zit even meedenken, maar ga niet direct allerlei ingrijpend lichamelijk onderzoek doen. De disciplines moeten veel meer samenwerken. Multidisciplinair moet het sleutelwoord worden, anders komen lichaam en geest nooit bij elkaar.

Dit schiet niet erg op, tot mijn grote verdriet. Ik ben blij dat ik hier een poli heb waar deze patiënten snel naar doorverwezen kunnen worden, of ze nu obstipatie hebben, slikproblemen of vermoeidheidsklachten. Maar het is een druppel op een gloeiende plaat.”

Dit was de laatste aflevering in een serie over onbegrepen ziekten. Eerdere afleveringen stonden in Trouw van 26 en 28 mei en van 2, 4, 6, 11, 16 en 21 juni.

De LOK-therapie

De therapiegroep voor Lichamelijk onverklaarde klachten komt 16 keer bij elkaar in het AMC. Er wordt in de bijeenkomsten veel gewerkt aan het lichaam en aan de geest - die zijn tenslotte één. Daarbij, zegt Casteelen, stuiten de patiënten vaak op problemen uit hun verleden, zoals seksueel misbruik, een rouwreactie, een ouder-kindprobleem. Anderen zijn vastgelopen in allerlei belastende ’patronen’, zoals altijd voor anderen klaar willen staan of met veel angstige gedachten reageren op pijnklachten. ,,Sommigen hebben het niet in huis om met hun klachten aan de gang te gaan. Die hebben hen compleet onderuit gehaald, en ze hebben geen gereedschap om zich daarbovenuit te werken. Terwijl andere mensen wel zoveel introspectie hebben dat ze inzien: ik hol mezelf ook altijd voorbij, er ligt ook een probleem bij mijn gedrag. En dan is er een grote kans dat ze kunnen opknappen.”  Bijna al haar patiënten hebben wat Casteelen noemt ’een slecht lijf-gevoel’ gemeen. ,,Heel opvallend: de meesten houden weinig rekening met de signalen van hun lichaam; gebruiken het als een instrument. Het zijn doeners, die niet stoppen als ze moe zijn. De een leeft zo vanuit onrust, de ander om maar niet te hoeven voelen of denken. Tot ze een relatief klein luxerend incident hebben. Een ongelukje, of een griepje - en dan stort het helemaal in. Ze worden stopgezet en herstellen niet meer. Althans - niet zonder de goede hulp.”

Ziekenhuispsychiatrie niet transparant 24 juni 2005 – Medisch Contact -- Publicatie: Nr. 25 -- Auteur: P.B.M. Robben en W. Tietema --  Pagina: 1071-74

SAMENVATTING:

- De ontwikkeling van Regionale Geestelijke Gezondheidszorg Centra (RGC’s) heeft de relatie tussen psychiatrie en somatische specialismen niet verbeterd.

- De inspectie heeft onvoldoende zicht op de kwaliteit en de risico’s van de ziekenhuispsychiatrie.

- Er is geen multidisciplinair samen-hangend aanbod van alle GGZ-disciplines in het ziekenhuis.

- Psychiatrische comorbiditeit bij ziekenhuispatiënten níet diagnosticeren en níet behandelen brengt grote risico’s mee; dit geldt ook voor patiënten met psychiatrische problematiek op de SEH.

- Integratie van psychiatrie in de curatieve gezondheidszorg, het ge--bruik van richtlijnen in de consultatieve psychiatrie en intensivering van het toezicht kunnen leiden tot toename van transparantie en kwaliteit van ziekenhuispsychiatrie.

Inspectie moet meer zicht krijgen op kwaliteit en risico’s

De relatie tussen de psychiatrie en de somatische specialismen in de ziekenhuizen kan beter. Als psychiatrische comorbiditeit niet wordt gediagnosticeerd en behandeld, brengt dat namelijk grote risico’s mee. Richtlijnen en meer toezicht door de inspectie kunnen de kwaliteit van de ziekenhuispsychiatrie verbeteren.

Paviljoen III van het Wilhelmina Gasthuis in Amsterdam is eind negentiende eeuw een van de eerste psychiatrische afdelingen in een algemeen ziekenhuis. Pas zeventig jaar later is er sprake van een sterke ontwikkeling van deze afdelingen. Tussen 1970 en 1980 verdubbelt het aantal psychiatrische afdelingen van algemene ziekenhuizen (PAAZ’en). Psychiater P. Baan, Hoofdinspecteur voor de Geestelijke Volksgezondheid, is dan van mening dat opname op een PAAZ minder stigmatiseert dan opname in een psychiatrisch ziekenhuis. De geschiedenis van de ziekenhuis-psychiatrie kenmerkt zich door het voortdurend zoeken naar een eigen positie. Maakt de PAAZ onderdeel uit van de ziekenhuiszorg of is de oriëntatie vooral gericht op de geestelijke gezondheidszorg (GGZ)? Het veld én de overheid hebben steeds wisselende standpunten ingenomen. In de jaren negentig wordt beleid ingezet om de integratie en samenwerking tussen geestelijke gezondheidszorg en somatische zorg te bevorderen. De PAAZ, het Regionaal Instituut voor Ambulante Geestelijke Gezondheidszorg (Riagg) en het psychiatrisch ziekenhuis moeten, onder een gemeenschappelijke beleidsregie, kortdurende geestelijke gezondheid bieden in een Regionaal Geestelijk Gezondheidszorg Centrum (RGC) dat wordt gelokaliseerd in of bij een algemeen ziekenhuis. Door de RGC-ontwikkeling neemt het aantal PAAZ’en met ruim eenvijfde af. In 2004 concludeert de minister van VWS dat de RGC-ontwikkeling onbedoeld heeft geleid tot een slechtere positie van de ziekenhuispsychiatrie, met als gevolg onderdiagnostiek en onderbehandeling van somatische patiënten met psychiatrische comorbiditeit. De relatie tussen psychiatrie en somatische specialismen is niet goed van de grond gekomen en is soms zelfs verslechterd. (…).

Complexe interactie tussen lichamelijke en psychische klachten: visieontwikkeling:

Door samenhang tussen geestelijke gezondheidszorg en somatische zorg kan de complexe interactie tussen lichamelijke en psychische klachten beter worden onderkend en behandeld, en kan de psychiatrie zich als medisch specialisme verder ontwikkelen. Om dit te realiseren wordt de kortdurende psychiatrie van de AWBZ overgeheveld naar de standaardzorgverzekering en worden de diagnose-behandeling-combinaties (DBC’s) ook voor de psychiatrie ingevoerd. Ook is het noodzakelijk meer richtlijnen te ontwikkelen op het terrein van screening, diagnostiek en behandeling van psychiatrische comorbiditeit bij somatisch zieke patiënten en deze richtlijnen in de praktijk toe te passen. Ten slotte richt de inspectie het toezicht in de komende periode op de consultatieve psychiatrie als onderdeel van de ziekenhuispsychiatrie, omdat hier het risico van onderdiagnostiek en onderbehandeling groot is. Een ander risico is dat na behandeling op de spoedeisende hulp (SEH) bij patiënten met acute psychiatrische problematiek, de psychiatrische nazorg niet goed zal zijn geregeld. Goede spoedeisende hulpverlening is alleen mogelijk als alle schakels kwalitatief goed functioneren en goed op elkaar zijn afgestemd. Deskundige psychiatrische triage op de SEH vraagt om specifieke deskundigheid van verpleegkundigen en artsen en om het gebruik van triageprotocollen. In het inspectie-onderzoek uit 2004 naar de kwaliteit van de SEH’s is geen aandacht besteed aan dit onderdeel van de spoedeisende hulpverlening. De inspectie zal deze omissie herstellen. Heldere beleidskeuzen, gebruik van richtlijnen bij psychiatrische comorbiditeit en intensivering van het toezicht op de consultatieve psychiatrie kunnen leiden tot meer transparantie en een betere kwaliteit van de ziekenhuispsychiatrie.

Dr. P.B.M. Robben, arts, inspecteur voor de Gezondheidszorg, W. Tietema, verpleegkundige, inspecteur voor de Gezondheidszorg, correspondentieadres: Inspectie voor de Gezondheidszorg, e-mail: f.vt.beek@igz.nl

Het hele artikel kunt u lezen door op bovenstaande link te klikken.

‘Wij zijn gewone medisch specialisten’: NVvP-voorzitter René Kahn over het herziene beroepsprofiel psychiater 24 juni 2005 – Medisch Contact -- Publicatie: Nr. 25 -- Auteur: H. Maassen -- Pagina: 1068-70 -- In de jaren zeventig zonderde de psychiatrie zich af van de rest van de geneeskunde. Daar moeten we nu maar eens vanaf, vond de NVvP. In haar nieuwe beroepsprofiel wordt de psychiater dan ook primair neergezet als arts. En zijn patiënt is ook echt patiënt, en geen cliënt.

                                                                                                                                                                                                                                                                  Onlangs keurde de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) de ‘herziene profielschets psychiater’ goed. Een nieuw beroepsprofiel - de oude dateert uit 1996 - was nodig omdat in het afgelopen decennium psychiaters zich steeds meer zijn gaan zien als ‘gewone’ medisch specialisten. Het is bovendien een profiel geworden met praktische consequenties.

‘Als bestuur vonden we het hoog tijd dat de psychiater primair werd neergezet als arts’, legt René Kahn, hoogleraar psychiatrie aan het UMC Utrecht en voorzitter van de NVvP, uit. ‘Dat was in het vorige profiel veel minder het geval. Daarin werd de nadruk vooral gelegd op de psychiater als teamleider, als ‘playing captain’ in een multidisciplinaire GGZ-organisatie. Wij vinden dat niet langer een adequate omschrijving. Elke arts is primair individueel aansprakelijk, dus ook de psychiater. Daar komt nog bij dat een grote groep psychiaters niet eens teamleider kan zijn, om de simpele reden dat ze zelfstandig gevestigd zijn. En dat worden er alleen maar meer.’

Het is dan ook geen wonder dat de profielschets zegt dat een psychiater een patiënt altijd eerst moet hebben gezien alvorens een oordeel te vellen over diagnostiek, indicatiestelling of behandeling. Kahn: ‘Eigenlijk gaat het hier om een heel gewoon onderdeel van de KNMG-beroepscode. Maar het is toch een revolutionaire cesuur met het verleden, sterker nog, met een deel van de bestaande praktijk. Als medisch specialisten kunnen we niet meer uitsluitend afgaan op rapportages van arts-assistenten, maatschappelijk werkers of SPV’ers. We diagnosticeren zelf en monitoren de behandeling. Dat heeft evident juridische en praktische consequenties. Het zal in ieder geval in een aantal GGZ-instellingen tot een behoorlijke reorganisatie van de zorg moeten leiden.’ Kahn ziet al voor zich hoe die gestalte zal krijgen: ‘Langs de weg van de visitatie van praktijken. Dat is een heel directe manier om te controleren of psychiaters wel aan de door ons opgestelde eisen van beroepsuitoefening voldoen.’

Volgens Kahn kan de herziene profielschets op grote instemming rekenen. ‘We hebben hem aan de leden van de NVvP voorgelegd en hij is uiteindelijk met overweldigende meerderheid aangenomen. Daaruit mag je dus concluderen dat veel psychiaters zich nooit senang hebben gevoeld in de situatie zoals die bestond en deels nog bestaat in de GGZ. Natuurlijk was er ook een groep, voor een groot deel bestaande uit mensen met bestuurlijke functies in de GGZ, die deze wijzigingen minder kon waarderen.’

Volgend jaar wordt een volgende stap gezet: met de komst van de nieuwe zorgverzekering gaat de psychiatrie voor het grootste deel uit de AWBZ en naar het basispakket. ‘Dat past volkomen in de wijze waarop psychiaters hun beroep nu zien. We hebben ons ook erg ingespannen voor die overgang. Door ons net als andere hulpverleners in de GGZ te betalen uit de AWBZ, werd met zoveel woorden beweerd dat psychiatrische ziekten onverzekerbaar zouden zijn. Ik heb dat altijd als een belediging voor de patiënten ervaren. Helaas heeft de beroepsgroep zich deze regeling veel te lang laten aanleunen. Ik denk dat sommigen het ook wel gemakkelijk vonden; het was minder competitief. Hier spelen ook factoren als macht en invloed. De NVvP heeft zich wat mij betreft te weinig laten gelden in de politiek en is te veel naar binnen gericht geweest. Het gevolg was dat tot voor kort in de Haagse politiek het idee bestond dat GGZ en psychiatrie zo’n beetje identiek waren. Gelukkig is dat nu veranderd.’

Een citaat uit de profielschets: ‘Zoals dat geldt voor de verhouding tussen iedere arts en zijn patiënt, geldt ook voor die tussen patiënt en psychiater dat alleen het woord ‘patiënt’ alle aspecten van die verhouding omvat.’ Ergo: het begrip ‘cliënt’ is voortaan uit den boze. ‘Ja. Een persoon met psychische klachten is niet anders dan een individu met andere, lichamelijke klachten. Waarom zou iemand bij de neuroloog een patiënt zijn, maar bij de psychiater een cliënt? In beide gevallen kun je te maken hebben met aandoeningen in het brein, al dan niet uitgelokt door omgevingsfactoren. Er is geen wezenlijk onderscheid tussen beide. Dat overblijfsel uit de jaren zeventig, daar moesten we nu maar eens vanaf, vonden we. Het gaat terug op een ideologische stroming die er bewust voor koos de psychiatrie van de rest van de geneeskunde af te zonderen. De aanduiding ‘patiënt’ is eerlijker. Het klinkt misschien wat paradoxaal, maar het is bedoeld om individuen met psychiatrische ziekten te emanciperen. Door ze cliënt te noemen plaatsen we ze juist buiten de groep van patiënten, hetgeen ze - ten onrechte - anders maakt. Persoonlijk heb ik het altijd een buitengewoon hypocriete benaming gevonden. Het suggereert gelijkheid. Het suggereert dat de patiënt een klant is, op de manier zoals hij dat ook bij een advocaat kan zijn. Maar dat klopt niet. Je moet de indruk wegnemen dat ‘de klant’ bepaalt wat er gaat gebeuren. In het meest extreme geval kunnen psychiaters zelfs - anders dan elders in de geneeskunde - mensen tegen hun zin laten opnemen. Het woord ‘patiënt’, zo staat in het profiel, verwijst dan ook niet naar verminderde rechten van de hulpvrager, maar naar vermeerderde plichten van de hulpverlener.’

Betekent dat mutatis mutandis ook in andere delen van de GGZ het begrip ‘cliënt’ wel mag verdwijnen? ‘Het hangt ervan af wat je tot de geestelijke gezondheidszorg of  - enger - tot de psychiatrie rekent. Het bakent het psychiatrisch domein af ten opzichte van dat van andere hulpverlenende beroepen. Neem iemand die psychische klachten heeft die puur worden veroorzaakt door sociale misstanden in zijn buurt of door huwelijksproblemen. In dat geval is zijn positie vergelijkbaar met die van iemand die hulp zoekt bij een advocaat of bij een sociaal raadsman. Dat is geen psychiatrie; daar zijn wij niet voor. Wij zijn er voor de behandeling van psychische ziekten. Dat staat ook heel duidelijk in de profielschets.’

De psychiatrie heeft de laatste twee decennia op wetenschappelijk gebied veel vooruitgang geboekt. De nieuwe profielschets maakt daar melding van. Maakt dat aansluiting bij de medische beroepsgroep gemakkelijker? ‘Nee, want we zijn altijd dokters geweest. Het feit dat we nu meer weten over de werking van het brein of over genen die betrokken zijn bij bepaalde psychische ziekten, heeft de laatste twintig jaar niet eens geleid tot grote veranderingen in de behandeling van schizofrenie en depressie. Een heel groot deel van onze patiënten behandelen we immers al sinds de jaren zestig met medicijnen. Als het goed is, hebben we ons altijd moeten afvragen wat de lichamelijke bijwerkingen van medicijnen waren en hebben we diagnostisch altijd andere lichamelijke ziekten moeten uitsluiten.’

Dat de psychiatrie weer een ‘gewoon’ medisch specialisme is geworden, is niet uitsluitend een Nederlandse tendens. ‘Ook in de Angelsaksische landen, waar de afscheiding overigens veel minder groot is geweest dan bij ons, hebben we de afgelopen vijftien jaar kunnen zien dat de psychiater weer  deel is gaan uitmaken van de medische beroepsgroep. In die landen is dat samengegaan met  veel meer aandacht voor de combinatie van lichamelijke en psychische stoornissen. Het voorbeeld is bekend: als je een depressie ontwikkelt na een myocardinfarct, heb je een verhoogde kans op overlijden. We moeten weer oog krijgen voor dat soort verbanden. In de oude profielschets klonk nog door dat van de psychiatrie oplossingen voor uiteenlopende maatschappelijke problemen waren te verwachten. Maar dat heeft niets met ons vak te maken. Door zulke foute accenten te leggen is de integrale zorg volstrekt verloren gegaan. Dat wil zeggen: de aandacht voor de patiënt als geheel, en dus ook voor diens lichamelijke klachten. Als het gaat om lichamelijk onderzoek halen veel collega’s het niveau van basisarts niet eens meer. Ik zou tenminste de psychiaters niet graag de kost geven die geen goed neurologisch onderzoek meer kunnen doen. Hebben psychiatrische patiënten lichamelijke klachten, dan is dat vaak een zaak voor de huisarts. Dat vonden wij als beroepsgroep onaanvaardbaar. Natuurlijk, als je er niet uitkomt, dan vraag je een consult bij een collega - daar is niets mis mee. Maar we vinden ook dat psychiaters de basisdia-gnostiek van de algemene geneeskunde moeten beheersen en blijven beheersen.

Ik herinner er in dit verband ook nog maar eens aan dat veel psychiatrische afdelingen in algemene ziekenhuizen (PAAZ’en) soms letterlijk zijn afgebroken. Terwijl die juist zo goed waren: goed voor een heel groot deel van onze patiënten en voor die van onze collega-specialisten, en goed voor de onderlinge medisch-specialistische samenwerking. (zie ook artikel Robben en Tietema op blz. 1071 in dit nummer, red.)’ 

De biopsychosociale zienswijze op ziekten, die elders in de geneeskunde vigeert als hét model, is vastgelegd in het beroepsprofiel. Waarom? ‘Er is wel discussie geweest of we dat model in het profiel moesten opnemen. Wat zegt het nou eigenlijk? Je kunt je afvragen of het niet bedoeld is om iedereen tevreden te houden. Dat mocht niet dé reden zijn een statement over het model op te nemen - dat hadden veel collega’s ook niet elegant gevonden. Wat de doorslag heeft gegeven, was inderdaad de vaststelling dat de rest van de geneeskunde ook zo naar patiënten kijkt. Als een internist of een huisarts een patiënt met diabetes behandelt, kan hij ook de sociale omstandigheden niet veronachtzamen. Dat is nou net één van de krachtige punten van de diabetesbehandeling. Dat geldt in principe voor alle chronische ziekten. Ik geef toe, fundament is vaak de medicatie. Ik bedoel: als je een schizo-freniepatiënt geen medicijnen geeft, kan je de rest vergeten. Psychiatrisch ziek zijn, betekent per definitie een verstoring van de verhouding tussen individu en omgeving. Daarom dient een psychiater altijd aandacht aan die omgeving te besteden. Zo staat het ook in de profielschets. De patiënt met schizofrenie heeft niet alleen pillen nodig, maar ook behoefteaan sociale ondersteuning en aan een gestructureerde invulling van zijn dag.’ 

In het profiel staat dat de psychiatrie een breed terrein bestrijkt. Die breedte komt vooral voort uit het feit dat de discipline ‘geen formeel erkende subspecialismen’  kent. Zolang die er niet zijn, is de psychiater verantwoordelijk voor de afgrenzing van zijn eigen bekwaamheid. ‘Dat is waar. Ik weet overigens niet of je direct van subspecialismen moet spreken, ik zou eerder spreken van een speciale aantekening voor een deelgebied. We kennen al een aantekening voor kinder- en jeugdpsychiatrie, andere gebieden die vaak worden genoemd zijn ouderenpsychiatrie, ziekenhuispsychiatrie -  het vak dat zich bij uitstek zal bezighouden met de wisselwerking tussen psychische en lichamelijke ziekten - en forensische psychiatrie. Het laatste vakgebied is altijd een beetje het weeskindje van de psychiatrie geweest en is wetenschappelijk volstrekt verwaarloosd, terwijl het grote maatschappelijke betekenis heeft. Ook wereldwijd is er veel te weinig onderzoek naar de neurobiologie van agressie en crimineel gedrag.’

Zijn er nu helemaal geen psychiaters meer die vinden dat ze toch een speciale positie innemen te midden van hun medisch-specialistische collega’s? ‘Jawel, die zijn er. En het nieuwe profiel sluit dat ook helemaal niet uit.’ Hier vindt u de Herziene profielschets psychiater (april 2005).

Tonnen geëist na lachgasdrama 24 juni 2005 – Algemeen Dagblad -- Twee echtparen met mismaakt ter wereld gekomen kinderen, eisen 'tonnen' schadevergoeding van het Haagse Ziekenhuis Leyenburg. Ze menen dat het ziekenhuis schuldig is aan de handicaps van hun kinderen. Uit onderzoek is gebleken dat de afwijkingen hoogstwaarschijnlijk zijn ontstaan doordat de vrouwen in het begin van hun zwangerschap hebben gewerkt met lachgas op de afdeling verloskunde van het ziekenhuis. In een exclusief interview met het Algemeen Dagblad vertellen de ouders over de strijd van hun kinderen tegen de dood, de operaties en het onnodige leed dat hun kinderen en henzelf is aangedaan. ,,Al deze ellende was niet nodig geweest. Een Amersfoortse advocaat heeft gisteren het HagaZiekenhuis, waar het Leyenburg deel van uitmaakt, namens deze ouders aansprakelijk gesteld. ,,Uit onderzoek blijkt dat de risico's van lachgas al sinds de jaren 80 bekend zijn. Het ziekenhuis wist of kon weten wat de gevaren waren van lachgas. Bovendien zijn er in 1998 te hoge concentraties in de verloskamers aangetroffen.

Zorgverzekeraar CZ pakt gesjoemel alternatieve genezers aan 20 juni 2005 – Telegraaf -- TILBURG - Zorgverzekeraar CZ gaat geknoei met nota's door alternatieve genezers en hun patiënten aanpakken. De nota's van een centrum voor alternatieve geneeskunst in Noord-Brabant vergoedt CZ voorlopig helemaal niet meer. Volgens de verzekeraar spanden behandelaars van het centrum bij nagenoeg alle nota's samen met patiënten om behandelingen te declareren die niet zijn verzekerd. Ze doen dit door de verrichtingen op de rekening te zetten onder de noemer 'acupunctuurconsult'. CZ heeft tegen een acupuncturist van het centrum een klacht ingediend bij zijn beroepsvereniging.

 

Reïncarnatieprogramma overtuigt niet -- 19 juni 2005 -- Telegraaf -- HILVERSUM - Sceptici hebben zich niet laten overtuigen door het KRO-televisieprogramma 'Wie was ik?', waarin deelnemers zich laten terugvoeren naar een vermeend vorig leven. Dat blijkt uit het programma 'Wie was ik, de discussie', dat de omroep zondagavond voorafgaand aan de laatste aflevering van de achtdelige serie uitzendt. Het programma levert geen bewijs voor de realiteit van reïncarnatie op, vinden sociobioloog Marcel Roele en wetenschapsfilosoof Herman de Regt. Het laat vooral zien "hoe gemakkelijk mensen samenhangende verhalen construeren", aldus Roele. "Je weet niet wat je allemaal nog weet uit je eigen leven, van wat je zelf hebt meegemaakt, wat je op tv hebt gzien of in boeken gelezen, van fantasieën die je hebt gehad in je kindertijd", zegt Roele. " Dat zit allemaal ergens opgeslagen en kan gebruikt worden om een verhaal van een vorig leven te construeren." In Wie was ik? brengt een regressietherapeut de deelnemers in een lichte trance, waarna die vertellen wat ze uit een mogelijk vorig leven voor zich zien. Vervolgens bezoekt programmamaker Derk Bolt met hen plaatsen die ze beschrijven om de vermeende herinneringen te toetsen aan de realiteit. Zo blijkt deelnemer Harrie, die zich een vorig leven als pianist in Salzburg in de tijd van Mozart herinnert, goed de weg te weten in de stad waar hij in zijn huidige leven nooit is geweest. Hij weet zelfs het café te vinden waar hij boven zou hebben gewoond toen er nog chocolade werd gemaakt, hoewel dat geen sporen meer draagt van de chocolaterie die er geweest is. De Regt is niet verbluft door het verhaal. Het is volgens hem algemeen bekend dat Mozart van chocolade hield en dat de lekkernij in zijn tijd populair was in Salzburg. "Harrie heeft dit verhaal in zijn leven op talloze manieren tot zich kunnen nemen." Regressietherapeute Carine Vervelt ziet in het verhaal van Harrie juist aanwijzingen voor de realiteit van vorige levens. De wetenschap moet zich daar volgens haar meer voor openstellen. "Het blijft op z'n minst verwonderlijk dat Harrie precies weet hoe hij in die stad moet lopen en dat hij daar ook sensaties bij krijgt." De Regt, werkzaam aan de Universiteit van Tilburg, die de KRO eerder al van " volksmennerij en populisme" had beschuldigd, hekelt ook de suggestieve vragen van de regressietherapeut. "In zo'n sessie zit voortdurend de suggestie dat je een vorig leven hebt gehad en dat je daar herinneringen aan kunt hebben als je maar goed je best doet." Daan van der Kleij, die in de laatste aflevering centraal staat, zegt echter niets van sturing gemerkt te hebben. 

Klinische blik van tbs-behandelaar onbetrouwbaar -- 19 juni 2005 -- PSY -- Bij het voorspellen van de kans op recidive van ontslagen tbs-patiënten slaan clinici die afgaan op hun inschatting van het effect van de behandeling, de plank meestal mis. Het risico dat een tbs'er na behandeling opnieuw in de fout gaat, hangt vooral samen met de situatie waarin hij of zij verkeerde bij opname in de kliniek. Met die ontnuchterende constatering voedt onderzoeker Martien Philipse van de Nijmeegse Pompekliniek de scepsis over het vermogen van clinici om een goede recidiveprognose te geven voor uitbehandelde patiënten. Hij baseert zijn oordeel op een onderzoek onder 132 uitbehandelde patiënten in zeven tbs-klinieken, die tussen 1996 en 1998 werden ontslagen. Na gemiddeld zeven jaar waren 26 van hen opnieuw voor een soortgelijk delict veroordeeld. Om te kunnen beoordelen in hoeverre deze terugval had kunnen worden voorzien, vroeg Philipse clinici in acht tbs-klinieken om aan te geven welke gedragskenmerken van patiënten volgens hen bepalend zijn voor terugvalrisico. Resultaat was een lijst met 47 zogeheten dynamische kenmerken, gedragskenmerken die vatbaar zijn voor behandeling. Confrontatie met de gegevens van de 132 onderzochte patiënten maakte echter duidelijk dat deze kenmerken geen enkele voorspellende waarde hadden voor het terugvalrisico. In sommige gevallen waren de resultaten zelfs tegengesteld aan de verwachting van de clinici. Zo bleken als empathisch ervaren patiënten niet minder vaak, maar juist vaker te recidiveren. Bij zijn analyse van de data ontdekte Philipse wel een duidelijke samenhang tussen de kans op recidive en een aantal 'statische', onveranderbare gedragskenmerken van de ontslagen patiënten. Zowel het aantal malen dat patiënten gedurende de tbs ongeoorloofd afwezig waren geweest als de aanwezigheid van een persoonlijkheidsstoornis, gecombineerd met een verslaving bij opname bleek een hoger risico op recidive met zich mee te brengen. De aanwezigheid van een psychose bij opname maakte de kans op recidive juist lager. De grootste kans om weer in de fout te gaan, lopen brandstichters. Ongeacht hun behandeling recidiveren zij twee maal zoveel als plegers van gewelds- en zedendelicten. Hoewel hij de eerste is om te wijzen op zwakke punten in zijn onderzoeksopzet, waarschuwt Philipse in het proefschrift Predicting criminal recidivism voor de in de tbs-praktijk nog steeds gangbare 'klinische blik' bij recidiveprognose. Zelfs ervaren clinici zijn vermoedelijk niet in staat om op basis van klinische indrukken alleen, feitelijke vooruitgang bij patiënten te onderscheiden van schijnaanpassing, aldus Philipse, die deze maand in Nijmegen op zijn onderzoek promoveerde. Hoewel hij een bijdrage denkt te hebben geleverd aan een betere voorspelbaarheid van recidiverisico, waarschuwt de Nijmeegse psycholoog aan het slot van zijn dissertatie voor te veel optimisme. 'Er zijn grenzen aan voorspellingsmogelijkheden en het is niet uitgesloten dat die grenzen wat betreft de forensisch psychiatrische delictrisicotaxatie bereikt zijn'. (Erik Hardeman)

Wijziging dwangwet snel naar Kamer -- 19 juni 2005 -- PSY -- Minister Hoogervorst (Gezondheidszorg) wil haast maken met twee wijzigingen in de wet Bopz die ertoe moeten leiden dat psychiatrische patiënten makkelijker onder dwang behandeld kunnen worden. De wetsvoorstellen om dwangbehandeling te vereenvoudigen zijn door de minister naar de beroepsorganisaties van artsen, psychiaters en verpleegkundigen, alsmede naar cliëntenorganisaties en rechtsprekende instanties gestuurd. Deze organisaties moeten voor 1 juli hun mening geven over de voorstellen. Daarna wil de minister de wetswijzigingen zo snel mogelijk aan de Tweede Kamer voorleggen. Het eerste wijzigingsvoorstel is een reactie op de uitspraak van de Hoge Raad eind april 2005, waarin werd gesteld dat een patiënt die met een voorwaardelijke machtiging buiten de kliniek mag verblijven uitdrukkelijk moet instemmen met de behandeling die als voorwaarde wordt gesteld. Deze uitspraak heeft voor veel onrust gezorgd bij ggz-instellingen. Patiënten met weinig ziekte-inzicht zijn namelijk niet zo geneigd uitdrukkelijk in te stemmen met bepaalde voorwaarden, maar in de praktijk houden zij zich er wel redelijk aan, omdat anders de kans bestaat dat ze terug moeten naar de kliniek. De wetswijziging moet meer recht doen aan deze praktijk. De tweede wetswijziging regelt de verruiming van dwangbehandeling in de kliniek. Het kabinet had al verschillende malen toegezegd dat er meer mogelijkheden moeten komen voor gedwongen behandeling na een gedwongen opname. Met deze voorstellen hoopt minister Hoogervorst de toenemende kritiek op de Bopz voorlopig te pareren. Verwacht wordt dat de wetsvoorstellen in het najaar in de Tweede Kamer behandeld zullen worden. (ML)

 

Inspectie tikt kliniek op vingers17 juni 2005 – Algemeen Dagblad -- DEN HAAG – De afslankpillen uit de schoonheidskliniek van Connie Breukhoven bevatten ephedra alkaloïden. Dat heeft onderzoek van de Inspectie voor de Gezondheidszorg uitgewezen. Het gaat om een extract van het kruid ephedra. Dit maakt de pillen tot een niet-regegistreerd geneesmiddel.

Instituut voor victimologie van start -- 16 juni 2005 -- Nieuwsbrief Orde van de Dag -- Slachtoffers van delicten krijgen voor het eerst op een grootschalige manier wetenschappelijke aandacht, nu aan de Universiteit van Tilburg dezer dagen een instituut voor victimologie van start gaat. Bij het onderzoekscentrum, Intervict genaamd, moeten over een half jaar al dertig wetenschappers werkzaam zijn. Intervict is een internationaal en multidisciplinair instituut. Niet alleen slachtofferrechten komen aan bod, maar ook de psychologische kanten van slachtofferschap (van delicten, verkeersongevallen en milieucriminaliteit) en de hulp aan slachtoffers. Tot slot is er aandacht voor vergoedingen voor letselschade. Wetenschappelijk directeur van het instituut is Marc Groenhuijsen, hoogleraar strafrecht aan de UvT. Twintig jaar geleden promoveerde hij op een studie over schadevergoeding voor slachtoffers. Hij staat bekend als een expert op het gebied van slachtofferrechten, herstelrecht en mediation. Frans Willem Winkel, voormalig hoogleraar Victimologie wordt programmaleider psychologische victimologie. Hij zal zich richten op psychische gevolgen van slachtofferschap, preventie en hulpverlening aan slachtoffers van huiselijk geweld. Criminoloog Jan van Dijk, eind jaren negentig voorzitter van de World Society of Victimology, richt zijn onderzoek op menselijke veiligheid in internationaal perspectief.


'Psychose en schizofrenie kan gevolg zijn van kindermisbruik' -- 15 juni 2005 -- Trimbos-instituut via Nieuwsbank / Redactie Schizofrenie Bulletin / Ypsilon, psychoseplein.nl -- ROTTERDAM - Traumatische ervaringen uit de jeugd worden steeds vaker gezien als mogelijke oorzaak voor het ontstaan van psychische problemen zoals schizofrenie op latere leeftijd. In die zin kan schizofrenie als meer dan alleen een ziekte beschouwd worden. Dat zeggen althans het Trimbos-instituut en de Universiteit Maastricht naar aanleiding van de conferentie "Trauma and Psychosis" die ze gisteren organiseerden. Onderzoeksresultaten die op de conferentie werden gepresenteerd laten volgens hen zien dat schizofrenie ook een reactie is op trauma, eenzaamheid en armoede. Kindermishandeling en kindermisbruik lijken een biologische en psychologische kwetsbaarheid tot gevolg te hebben voor de ontwikkeling van psychotische symptomen. Toch wordt er nog te vaak vanuit gegaan dat dit minder relevant zou zijn bij psychotische aandoeningen dan bij andere psychische aandoeningen, aldus het Trimbos in een persbericht. Ten onrechte, want het ondergaan van misbruik en mishandeling in de kindertijd lijkt nauw samen te hangen met de ontwikkeling van psychotische klachten op latere leeftijd. Onderzoek wijst uit dat in de levensloop van mensen met psychose opvallend vaak trauma voorkomt. `Van alle psychische aandoeningen ziet men bij psychose de sterkste associatie met kindermisbruik en kindermishandeling. Waarbij seksueel misbruik de sterkste voorspeller is van latere psychiatrische symptomen. Routinematig vragen naar geweldservaringen bij patiënten met psychotische aandoeningen kan dan ook bijdragen aan de herkenning van slachtoffers van kindermishandeling en geweld`, aldus het Trimbos. Dat zou de ontwikkeling van betere en meer effectieve behandelingen voor psychotische volwassenen met een geschiedenis van mishandeling en of misbruik ten goede komen. Het Schizofrenie Bulletin is een service van Ypsilon, de vereniging voor familieleden van mensen met schizofrenie of een psychose. Voor meer informatie: http://www.ypsilon.org/schizbul.htm

Vooraankondiging clientencongres "Praten over seks!"12 juni 2005 – Zetweb/Stichting “Leren is Leuk”/Ellen Suykerbuyk -- Een initiatief van de stichting “Leren is leuk, voor mensen met een handicap”, georganiseerd en uitgevoerd door “Bosch & Suykerbuyk Trainingscentrum”. Interactieve studiedag voor mensen met een verstandelijke beperking door Ellen Suykerbuyk, Erik Bosch & enkele sprekers met een verstandelijke beperking.

“Weet jij wat seks betekent?”

“Wat is seksuele voorlichting?”

“Leren praten over seks”.

Interactief in de grote zaal. Verder praten en luisteren in workshops. Een dag voor mensen met een verstandelijke beperking zelf. Als zij willen mogen zij een begeleider meenemen. Deze spreekt alleen als de cliënt daarom vraagt.

Interesse in een brochure? Stuur uw adresgegevens naar: “Leren is Leuk!”, p/a “Bosch & Suykerbuyk Trainingscentrum”, Velperweg 34a, 6824 BJ Arnhem (tel. 026 – 3702070 of 06 – 20428185).

 

Patiënten krijgen medicijnen na media-aandacht  -- 10 juni 2005 – Telegraaf -- AMSTELVEEN - Reclame, voorlichting en journalistieke aandacht voor medicijnen beïnvloeden het voorschrijfgedrag van huisartsen. Het is voor een op de tien Nederlanders aanleiding om naar de huisarts te gaan. Van hen krijgt 28 procent het middel ook daadwerkelijk voorgeschreven. Dat blijkt uit een onderzoek van TNS NIPO en communicatiebureau Bennis Porter Novelli onder 507 Nederlanders en 159 huisartsen. Vooral 55-plussers gaan vaker (17 procent) naar de huisarts als ze iets in de media horen over een medicijn. Van de huisarten is 30 procent positief en 28 procent ronduit negatief over het feit dat patiënten met nieuws of reclame uit de media naar hen komen

Ongesteriliseerde naalden bij operaties 10 juni 2005 – Het Parool – ARNHEM – In diverse ziekenhuizen in Nederland zijn in april en mei bij operaties in totaal 180 naalden gebruikt die acheraf niet bleken te zijn gesteriliseerd. Dat kan infecties en complicaties veroorzaken. Bij leverancier Beldico blijkt een fout te zijn gemaakt.

Verpleeghuissector komt met normen verantwoorde zorg -- 8 juni 2005 -- Telegraaf -- DEN HAAG - De koepelorganisaties van verpleeghuizen, verpleeghuisartsen, verpleegkundigen en cliëntenraden hebben woensdag in Den Haag gezamenlijk een document gepresenteerd met daarin normen voor verantwoorde zorg. Ze deden dat in opdracht van staatssecretaris Ross van Volksgezondheid. Enkele maanden geleden ontstond grote ophef toen bleek dat veel verpleeghuizen tekortschieten in de dagelijkse verzorging van hun bewoners. Toen bleek ook dat nergens centraal was vastgelegd aan welke normen verpleeghuizen moeten voldoen in de dagelijkse verzorging en begeleiding van hun patiënten. De verschillende beroepsgroepen die bij de verpleeghuiszorg zijn betrokken, hebben nu bepaald dat de wens van de bewoners een veel grotere rol moet spelen in de dagelijkse zorg. Betrokkenen gaan het plan verder uitwerken zodat over twee tot drie jaar alle medewerkers van de verpleeghuizen de dagelijkse zorg daadwerkelijk volgens de uitgangspunten verlenen. Directeur M. Rompa van koepelorganisatie Arcares noemde de totstandkoming van het gezamenlijke document woensdag een "mega-inspanning". Volgens haar was het heel moeilijk voor alle betrokkenen om op een lijn te komen. Staatssecretaris Ross, die het document in ontvangst nam, waarschuwde dat het nog maar een eerste stap was. Volgens haar is het heel belangrijk om de herziening van de zorg aan verpleeghuisbewoners degelijk en voortvarend aan te pakken.

Arts bepleit poldermodel voor uitzichtloze toestand -- 8 juni 2005 -- Telegraaf -- NIJMEGEN - Een patiënt die in een vegetatieve toestand terechtkomt, is het meest gebaat bij een tijdig en waardig einde, bijvoorbeeld door het staken van sondevoeding. De arts voorkomt daarmee ook een uitzichtloze toestand voor de naaste familie, wier lijden onbeschrijflijk is. Dat zegt verpleeghuisarts J. Lavrijsen die donderdag aan de Radboud Universiteit in Nijmegen promoveert op een onderzoek naar de behandeling van patiënten in vegetatieve toestand in Nederlandse verpleeghuizen. Hij lanceert donderdag het begrip "medisch poldermodel" voor de door hem bepleite werkwijze van zeer intensief overleg tussen artsen en familie van de patient in een tijdig stadium. "Een vegetatieve toestand wil zeggen dat een patiënt wel zijn ogen open heeft, maar verder op geen enkele prikkel reageert. Dat is een andere conditie dan coma of verlaagd bewustzijnsniveau. Naar die laatste groep gaan we vervolgonderzoek doen", zegt Lavrijsen. "De vegetatieve toestand ontstaat naar mijn mening door medisch handelen. Mensen komen na een zwaar ongeluk of herseninfarct in een heel slechte conditie in het ziekenhuis terecht. Door medische technieken blijven zij in leven, maar zonder uitzicht op contact. Vervolgens kunnen ze nog jaren in die toestand blijven, terwijl hun bestaan uitzichtloos is en loodzwaar voor de familie. Ik vind dat de behandelend arts de verantwoordelijkheid heeft en moet nemen, om te besluiten de behandeling te staken, waarna een waardig en pijnloos einde mogelijk is. Stoppen met sondevoeding is beslist geen horrorscenario zoals wel eens wordt beweerd." In Nederland bevinden zich ongeveer dertig mensen in een vegetatieve toestand. Het merendeel van hen is vrouw. Hun leeftijd ligt tussen de 9 en 90 jaar. Gemiddeld blijven vegetatieve patiënten nog zes jaar in leven, maar een van de dertig patiënten wordt al meer dan 20 jaar verzorgd. De mensen sterven door complicaties zoals infecties. Lavrijsen heeft de cijfers als eerste in Nederland op een rijtje gezet door alle verpleeghuisartsen te ondervragen. "Het totale aantal is lager dan we dachten. Dat komt misschien door onze scherpe definitie van vegetatieve toestand en doordat we dementen in hun laatste fase buiten dit onderzoek hebben gehouden." Mensen die na behandeling in het ziekenhuis niet meer bij bewustzijn komen, kunnen tegenwoordig meestal al vroeg terecht op een schakelafdeling van een ziekenhuis, in afwachting van een plekje in een verpleeghuis. De verpleeghuisarts heeft daar al de verantwoordelijkheid. "Ik vind dat op die afdeling een zeer intensief contact met de naaste familie moet worden onderhouden, waarbij de arts duidelijk maakt dat de vegetatieve toestand uitzichtloos is. Hij moet hen begeleiden naar een juiste beslissing. Ik vind zelfs dat de arts degene moet zijn, die uiteindelijk een knoop doorhakt over leven of dood. Het gaat hier namelijk niet over euthanasie, maar over medisch handelen." Het onderzoek van Lavrijsen is begonnen toen in Nederland in het begin van de jaren negentig grote ophef ontstond over de voorgenomen levensbeëindiging van Ineke Stinissen, een vegetatieve vrouw uit Haaksbergen. Aan het eind van zijn onderzoek maakte Lavrijsen de commotie in de Verenigde Staten rond de dood van Terry Schiavo mee. "Ik hoop dat mijn bevindingen ervoor zorgen dat niet elke cultuur in de wereld zijn eigen Stinissen- of Schiavo-dilemma moet doormaken. Want intensieve zorg moet het uitzichtloze voorkomen en het zinvolle doen."

Aantal klachten bij meldpunt fraude CTG over huisartsen valt mee -- 7 juni 2005 -- huisartsvandaag.nl -- In 2004 zijn in totaal bij het Meldpunt College Tarieven Gezondheidszorg 9 meldingen geweest over 'fraude' door huisartsen. Hoogervorst meldt dit in het kader van fraudebestrijding in de zorg aan de Tweede Kamer. In de bijlage het overzicht over het jaar 2004 uitgesplitst naar zorgverlener, gedrag.

Het betreft 1 melding van:

Huisartsen: Het onterecht apart in rekening brengen van een verwijzing voor fysiotherapie.

Huisartsen: In rekening brengen van extra consult voor oren uitspuiten door assistente.

Huisartsen: Declareren 2x consult op dezelfde dag.

Huisartsen: Declareren dubbel consult vanaf 10 minuten en herhalingsrecepten met korte "geldigheid".

Huisartsen: Verwijskaart tijdens consult als apart consult berekenen.

Huisartsen: Declareren dubbel consult voor twee vragen korter dan 20 minuten.

Huisartsen: Declareren ECG tijdens consult.

Huisartsen: Declareren dubbel consult tussen 10 en 20 minuten.

Huisartsen: Declareren dubbel consult voor twee klachten en duur 8 minuten.

Risicomanager als bewaker van veilige zorg -- 7 juni 2005 -- IGZ -- “Zorg in ziekenhuizen moet veiliger worden met de komst van risicomanagers. Zij moeten onveilige situaties signaleren en daarop actie ondernemen.” Ziekenhuizen moeten - naar Deens voorbeeld - bewuster omgaan met risicomanagement. Zo zei Inspecteur-Generaal Kingma tijdens zijn toespraak op het congres “Indicatoren van Veilige zorg”. Op het symposium staat patiëntveiligheid centraal. De risicomanagers zijn geen bureaucraten van buitenaf, maar zorgverleners - zoals artsen en verpleegkundigen - die zijn gespecialiseerd in het herkennen en registreren van medische fouten. Hiervoor moeten speciale trainingen komen. De inspectie krijgt onvoldoende meldingen van medische fouten. Op basis van de indicatoren krijgt de inspectie inzicht op de kwaliteit van zorgverlening. Prestatie-indicatoren zijn meetbare aspecten van de zorg die een aanwijzing geven over bijvoorbeeld de kwaliteit, de veiligheid, de doelmatigheid en de toegankelijkheid van de zorg. Uit het rapport “Het resultaat telt!” van eind mei, over de prestaties in ziekenhuizen bleek al dat de verschillen tussen ziekenhuizen groot zijn. Het dilemma van de inspectie is dat ze op twee benen hinkt. “Aan de ene kant repressie; optreden waar sprake is van onverantwoorde zorg. Aan de andere kant wil de inspectie de best practices zichtbaar maken, zodat andere ziekenhuizen zich daaraan kunnen optrekken”,  aldus Kingma.

Noodzakelijke informatie voor dove oudere ontbreekt vaak6 juni 2005 – Persbericht doof.nl -- Staatssecretaris Ross opent de 2e Nederlandse ouderendag voor doven. Op donderdag 9 juni 2005 wordt de 2e Nederlandse Ouderendag voor doven georganiseerd in Infotainmentcentre Cinemec in Ede. Staatssecretaris Ross van Volksgezondheid, Welzijn en Sport opent de dag die in het teken staat van de verbetering van informatievoorziening aan dove ouderen. Ouderen die doof zijn hebben nog steeds moeilijk toegang tot voor hen onmisbare informatie. Internet kan voor die groep een uitkomst zijn. Alleen maken weinig ouderen nog gebruik van dit nieuwe medium - als ze er al mee kunnen omgaan. Gevaarlijke situatie: Ook de lokale omgeving is niet altijd in staat om dove ouderen de noodzakelijke informatie te geven. Zo hebben woningcorporaties vaak geen alarmsystemen voor doven. En huisartsenposten zijn meestal alleen telefonisch bereikbaar. Door gebrek aan dit soort noodzakelijke informatie kunnen dove ouderen in lastige, soms zelfs gevaarlijke situaties belanden. Hoe komt het dat oudere doven nog steeds verstoken blijven van belangrijke informatie? Wat zijn de knelpunten? Hoe kan een samenhangend beleid worden vormgegeven op het gebied van informatievoorziening? Welke technische oplossingen zijn mogelijk? Over deze en andere vragen zal tijdens de 2e Nederlandse Ouderendag voor doven worden gediscussieerd. Hoog bezoek: Staatssecretaris Clémence Ross-van Dorp van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zal de 2e Nederlandse Ouderendag voor doven om 10:00 uur openen. Zij zal dan ook haar visie geven op verbetering van informatievoorziening voor dove ouderen. Ook de burgemeester van Ede, Roel Robbertsen zal het evenement bezoeken. Bankbus: Na de opening is er een afwisselend programma met discussie, workshops, theater en audiovisuele presentaties. ‘s Middags kunnen de bezoekers rondkijken op een gevarieerde Informatiemarkt, met aanbieders van (hoor)hulpmiddelen, landelijke organisaties voor doven en slechthorenden, maar ook met Winkeliersvereniging Stadspoort en de Gelderhorst. Die middag staat voor de Cinemec een mobiele bank van de ABN AMRO geparkeerd. Twee medewerkers vertellen belangstellenden wat de bank doet om haar diensten toegankelijker en bereikbaarder te maken. In gebarentaal natuurlijk. Organisatie: De organisatie van de dag is in handen van de Gelderhorst en Dovenschap. De Gelderhorst in Ede biedt huisvesting, verzorging, dienstverlening en -waar nodig- verpleging aan oudere doven. Dovenschap is de belangenorganisatie van dove mensen in Nederland.

Gehandicapte kinderen bij verpleegsters6 juni 2005 – NRC – DEN HAAG - Zes verpleegkundigen uit het Leyenburg Ziekenhuis in Den Haag hebben een gehandicapt kind gekregen, mogelijk als gevolg van blootstelling aan het narcosemiddel entonox (lachgas). Naar aanleiding hiervan heeft de Inspectie voor de Gezondheidszorg ziekenhuizen geadviseerd zwangere verpleegkundigen niet langer met lachgas te laten werken. In het Haagse Ziekenhuis Leyenburg, dat tegenwoordig Haga Ziekenhuis heet, hebben over een periode van tien jaar van negentien zwangere verpleegkundigen er zes een kind gekregen met sluitingsdefecten aan slokdarm, anus, lip, gehemelte en hart. Twee van de zes hebben ook nog het downsyndroom. Onderzoek van het Nijmeegse Radboud Ziekenhuis in opdracht van het Haagse Ziekenhuis stelde in augustis 2004 vast dat er 'sterke aanwijzingen' zijn dat blootstaan aan lachgas de oorzaak is van misvormingen. De zes verpleegkundigen, alleen werkzaam op de afdeling verloskunde, hebben het lachgas waarschijnlijk ingeademd bij de behandeling van anderen. Mogelijk gebeurde dat als gevolg van een slecht functionerende afzuiginstallatie, zoals tijdens een routinecontrole in 1998 werd vastgesteld. Hoe andere ziekenhuizen omgaan met het middel weet de Inspectie voor de Gezondheidszorg niet. In hoeverre verpleegkundigen uit andere ziekenhuizen ook kinderen met aangeboren afwijkingen hebben gekregen, mogelijk na blootstelling aan lachgas, is evenmin bekend. Het Haagse Ziekenhuis heeft het gebruik van entonox vorig jaar gestaakt. Tien jaar geleden bleek uit Aamerikaans onderzoek al dat lachgas een negatief effect kan hebben op het aanmaken van zaadcellen, van rode bloedcellen en de aanleg van organen van een ongeboren kind in de eerste drie maanden van de zwangerschap. Vijf jaar geleden deelde de gezondheidsraad lachgas in bij de stoffen die gevaar opleveren voor de vruchtbaarheid en het ongeboren kind. Uit de Haagse operatiekamers werd zwanger ziekenhuispersoneel wel geweerd, zegt een woordvoerster. Maar dat gold niet voor de verloskamer, waar ook lachgas wordt gebruikt. Een algemeen verbod op lachgas wordt vooralsnog niet overwogen. Inspecteur-generaal H. Kingma van de Inspectie voor de Gezondheidszorg zei zaterdag in het radio-1-journaal dat ,,heel veel stoffen gevaarlijk zijn. Het gaat erom dat je er op een goede manier mee omgaat.''

Ex-junk op de barricade tegen Jellinek en GGGD 6 juni 2005 – Telegraaf -- AMSTERDAM - De ex-heroïneverslaafde Keith Bakker gaat op de barricade tegen de verslavingszorg. In 1997 wilde Bakker volgens eigen zeggen afkicken, maar in plaats van de gewenste behandeling zou hij tegen zijn zin methadon en andere verslavende middelen toegediend hebben gekregen. Bakker wil dat de rechter in Amsterdam en de Inspectie voor de Volksgezondheid zich hierover uitspreken. Hij gaat volgende week via de rechter om 1 euro schadevergoeding vragen van twee zorgaanbieders, zegt hij. De euro moet komen van de GGGD en de Jellinek, de instelling voor verslavingszorg en -preventie in Amsterdam en de Gooi- en vechtstreek. Hier zou Bakker herhaaldelijk om detoxificatie en onthoudingstherapie hebben gevraagd, maar tevergeefs. "De verslavingszorg in Nederland heeft veel te bieden op het gebied van huisvesting, voedsel, activiteiten, uitkeringen en gebruikersruimtes, maar simpelweg stoppen is hier niet mogelijk", vindt Bakker, die zelf uiteindelijk ook zijn heil vond in Engeland. "Het is eigenlijk een schending van de mensenrechten. Als je eenmaal in het systeem zit, kom je er ook niet meer uit." Bakker was betrokken bij de oprichting Smith & Jones Addiction Consultants in Amsterdam, een bureau dat volgens Bakker mensen van hun verslaving afhelpt door ze te verwijzen naar speciale klinieken, vooral in het Verenigd Koninkrijk. "Het is particulier, maar we hebben een methode ontwikkeld om ook mensen te helpen die een particuliere behandeling niet kunnen betalen."

Beheerder virtuele genderkliniek vrijuit 5 juni 2005 – Telegraaf – DEN HAAG - De beheerder van de genderkliniek op internet, waar mensen informatie kunnen krijgen over methoden om het geslacht van hun toekomstig kind te bepalen, hoeft niet voor de rechter te verschijnen. De Inspectie voor de Gezondheidszorg meende dat hij de embryowet overtrad, maar volgens het Openbaar Ministerie (OM) is daarvoor onvoldoende bewijs. Dat blijkt uit antwoorden van minister Donner (justitie) op schriftelijke vragen van Tweede-Kamerlid Ormel (cda). Na een langdurig strafrechtelijk onderzoek heeft de officier van justitie de zaak tegen B. van Delen geseponeerd. "Dat is goed nieuws", zei hij zondag in een eerste reactie.

Nederland en België in de ban van gedichten van verstandelijk gehandicapten 1 juni 2005 – persbericht -- Het Poëziegala in Concertzaal Vredenburg te Utrecht op 26 mei was een groot succes. Hoogtepunt was de aanbieding door Freek de Jonge aan Dichter des Vaderlands Driek van Wissen van het eerste exemplaar van de bundel Blijf nog even. 166 gedichten van mensen met een verstandelijke handicap over liefde, vriendschap en familie. De bundel laat zien hoe verstandelijk gehandicapten denken en dichten over de eeuwige thema’s als liefde of geen liefde, leven en dood. Nadat in het 6-uur journaal van 26 mei door de nieuwslezer van dienst uit de bundel werd voorgelezen, na een reportage over de dichters in 2-Vandaag, na aandacht van het radio-1 journaal en het programma Spijkers met Koppen en na de uitzending van een korte spot in het STER-cultuurblok werden samensteller Cees van der Pluijm, non-profituitgeverij De Stiel en de organiserende Stichting AGO overspoeld met positieve reacties en vragen. Inmiddels ligt het boek bij tal van boekhandels en wordt het via het Centraal Boekhuis aan de detailhandel geleverd. Ook op internet is er ruim aandacht voor de bundel. De verstandelijk gehandicapten die in deze bundel publiceren zijn veelal via workshops Taalvorming aan het schrijven geraakt. Ze communiceren zo op een unieke manier, ze ontwikkelen hun taalvermogen, ze worden zelfstandiger, mondiger en zelfverzekerder. Dat waren ook de uitkomsten van een groot onderzoek dat de Stichting AGO uitvoerde onder instellingen waar workshops werden gegeven met de speciaal voor deze doelgroep ontwikkelde methodiek. Het Poëziegala in Vredenburg werd bijgewoond door ruim 1300 verstandelijk gehandicapten. Er waren optredens van o.a. Liesbeth List, Mathilde Santing, Freek de Jonge, Driek van Wissen, Antonie Kamerling en Lenette van Dongen. Laatstgenoemde presenteerde er de cd-single met het lied “Moeder” een tekst uit de bundel Blijf nog even op muziek van Frans Ehlhart. Ook voor deze single blijkt bij radio en tv grote belangstelling te zijn.

Voor meer informatie kunt u terecht bij samensteller Cees van der Pluijm [026-351 98 48 of 06-54 9 36 36 7] cees@vanderpluijm.demon.nl 

Voor informatie over het hele project: www.hetgedicht.nl

Non-profituitgeverij De Stiel www.de-stiel.demon.nl

Blijf nog even. 166 gedichten van mensen met een verstandelijke handicap over liefde, vriendschap en familie. 160 blz. € 11,90, ISBN 90 70415 35 6

Psychiatrie: Patiënten dwingen tot behandeling 1 juni 2005 – Trouw -- Het moet mogelijk worden voor rechters om psychiatrisch patiënten die zelf niet door hebben dat ze ziek zijn, buiten een kliniek tot behandeling te dwingen. De wet staat dit nu nog niet toe, maar de ministers Hoogervorst (volksgezondheid) en zijn collega Donner (justitie) willen de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen hiervoor aanpassen. Ze hebben dit gisteren aan betrokken instellingen geschreven. Aanleiding voor de aanpassing is een oordeel van de Hoge Raad van eind april. De raad stelde dat een rechter alleen een voorwaardelijke machtiging tot behandeling mag afgeven als de patiënt inziet dat dit noodzakelijk is. Nu staat in de wet dat de rechter kan bepalen dat een patiënt gedwongen wordt opgenomen, als hij zich niet aan bepaalde voorwaarden houdt. In de meeste gevallen bestaan die voorwaarden uit het gebruik van medicijnen waarmee bijvoorbeeld een psychose onder controle kan worden gehouden. Volgens de Hoge Raad mag een rechter dit echter alleen opleggen als de patiënt uitdrukkelijk heeft ingestemd met die voorwaarden. De ministers Hoogervorst en Donner willen die uitdrukkelijke toestemming nu juist uit de wet verwijderen. De bewindslieden willen verder de mogelijkheden tot dwangbehandeling voor mensen in een inrichting verruimen. Nu kunnen patiënten alleen gedwongen worden behandeld als er sprake is van acuut gevaar voor de patiënt of anderen binnen de inrichting. Hoogervorst wil dwangbehandeling ook mogelijk maken als redelijkerwijs aan te nemen valt dat het gevaar op grond waarvan de patiënt in het ziekenhuis moet verblijven niet binnen een redelijke termijn kan worden weggenomen. De ministers willen voor 1 juli van de betrokken instellingen horen wat zij van de wetswijzigingen vinden. De vereniging voor familieleden van schizofrenen en mensen met een psychose, Ypsilon, heeft al eerder laten weten dat de rechter wils onbekwame schizofrenen moet kunnen dwingen tot behandeling. Een schizofreen kan aan het begin van een behandeling zelf niet goed inschatten of hij ziek is, dus moet een ander dat voor hem doen, stelde voorzitter B. Stavenuiter van Ypsilon eind april. Pas als de patiënt door medicatie is opgeknapt, is hij zelf in staat om te oordelen over zijn verdere behandeling.

Commentaar red. MdH: Een prima besluit van beide ministers. De wettelijke verandering zal ertoe leiden dat patiënten die dringend hulp behoeven maar die dit zelf omwille van de aard van hun problematiek niet kunnen zien, eerder de nodige hulp zullen verkrijgen. De verandering zal zeer waarschijnlijk ook ertoe leiden dat het aantal incidenten betreffend overlast door met name psychotische patiënten zal afnemen. Toch is er een MAAR waarmee heel goed rekening gehouden zal moeten worden: de kans op machtsmisbruik binnen instellingen neemt hierdoor helaas toe. Signalen over machtsmisbruik dienen daarom te allen tijde serieus genomen te worden en zorgvuldig onderzocht te worden. Het mag niet zo zijn dat de nieuwe wet die naar onze mening niet slechts welkom maar inderdaad noodzakelijk is in sommige gevallen ertoe kan leiden dat nog meer machtsmisbruik zal plaatsvinden. Machtsmisbruik binnen instellingen, hetzij seksueel, emotioneel, psychisch en/of fysiek van aard komt helaas veelvuldig voo. Het is dan ook dringend noodzakelijk dat er naar oplossingen wordt gezocht waardoor de patiënt beter tegen machtsmisbruik door hulpverleners zal worden beschermd en waarbij op het moment van signalering snel en adequaat op misstanden kan worden gereageerd zodat patiënten zo veilig mogelijk zullen zijn. Het nieuwe systeem zal meer oplettendheid en meer controle noodzakelijk maken. Wij hopen dan ook zeer dat men in dezen een en ander heeft ondernomen dat ervoor kan zorgen dat de kans op machtsmisbruik door invoering van de nieuwe wet niet verder zal gaan toenemen.

"Simpele" therapie gaat de markt op -- 31 mei 2005 -- Zorgkrant -- Parnassia, de grootste psychiatrische instelling van Nederland, gaat de markt op met een nieuwe instelling, waar patiënten met eenvoudige, buiten de kliniek te behandelen psychische kwalen binnen een week terechtkunnen, ook 's avonds en op zaterdag. De verzekering betaalt. De nieuwe instelling, PsyQ (spreek uit: psie-kuu) behandelt het komend jaar vooral cliënten uit de regio Den Haag, de thuisbasis van Parnassia. Daarna brengt PsyQ zijn therapieën ook elders in Nederland op de markt. Dan gaan lokale therapeuten concurreren om de gunst van de patiënt, verwacht Parnassia-bestuurder Frits Verschoor. De naam Parnassia blijft bestaan voor de zogeheten ketenzorg, waarbij de hulpverleners samenwerken met onder meer de politie en de gemeente. Maar die naam wil Verschoor niet langer associëren met de "eenvoudiger" hulp van het nieuwe merk. De PsyQ-formule wordt onder meer toegepast bij eetstoornissen, depressie, angstklachten en ADHD bij volwassenen. De behandelingen voor elke aandoening zijn strikt omschreven. De nieuwe instelling zal meer dan twaalfduizend patiënten per jaar behandelen, verwacht Verschoor. Van hen zal 80% binnen een jaar geheel zijn genezen. Eventuele winsten van PsyQ komen ten goede aan het moederbedrijf, zegt Verschoor. "We zijn een stichting zonder winstoogmerk. Als we geld overhouden, stoppen we dat in wetenschappelijk onderzoek en de opleiding van nieuwe hulpverleners." Het is voor het eerst dat een reguliere instelling voor de geestelijke gezondheidszorg (ggz) de markt op gaat met zorg die in het verzekeringspakket zit. Er bestaat al langer een commercieel hulpverleningscircuit om werknemers met psychische problemen weer aan het werk te helpen. Ook voor dat type hulp gelden strikte protocollen. De kosten daarvan worden betaald door de werkgevers of de verzuimverzekeraar. Verschoor bestrijdt dat de hulp van PsyQ "yuppenzorg" is, voor hoogopgeleide mensen die de weg weten. "We hebben geen enkele relatie ontdekt tussen deze doelgroep en afkomst, inkomen en opleiding." De oprichting van PsyQ past in het beleid van GGZ Nederland, de branche-organisatie. Deze koepel meldde deze week, op basis van onderzoek door de Erasmus Universiteit, dat marktwerking voor simpele ggz wel kan, maar niet bij complexe zorg.

Reken dansend met 'ontucht'-trauma af 30 mei 2005 --  Algemeen Dagblad -- Mannen die ooit seksueel zijn misbruikt, hebben hun trauma vaak diep weggestopt. Ze houden mensen op afstand. Vluchten in hun werk en hebben zo een eigen overlevingsmechanisme gecreëerd. Maar het trauma is niet weg. Danstherapeut Zvika Frank laat hen in het Delta Psychiatrisch Ziekenhuis dansen om hun trauma's te verwerken. Waarom dansen als therapie? ,,Omdat het een manier van therapie is die op het lichaam is gericht. Ik heb gemerkt dat er mannen bij mij komen die zeggen: ik heb het seksueel misbruik verwerkt. Maar dan hebben ze het alleen rationeel verwerkt. En dat is niet genoeg. Als je misbruikt bent, moet je lichaam dat ook verwerken. Want het lichaam heeft het ondergaan. Dus het lichaam moet bij de verwerking betrokken worden.'' Dat klinkt op het eerste gezicht wat vreemd. Je zou verwachten dat een trauma toch vooral in het hoofd zit. ,,Het zit in allebei. In het hoofd en in het lichaam. Het lichaam raakt geblokkeerd. Een heel simpel voorbeeld: veel misbruikte mannen ademen heel hoog. Omdat ze dan minder voelen. Dat soort blokkades kom je in het lichaam tegen. En die moeten er dus uit. Het lichaam moet weer gaan leven. Ik zeg altijd: 80 procent van onze communicatie is non-verbaal. Dat geeft aan hoe belangrijk je lichaam is; hoe belangrijk het is om te weten wat je doet en te weten wat je uitstraalt.'' En wat zie je dan, als die mannen een eerste keer met u komen dansen? ,,Een heleboel. Je ziet een man die de hele tijd achter zich kijkt of er niemand achter hem aan komt. Of je ziet een man de hele tijd langs de muren bewegen, omdat dat veiliger aanvoelt. Een andere man schrikt enorm op het moment dat een andere danser dicht bij hem in de buurt komt. Of deinst terug als hij zelf bij iemand in de buurt komt. Dat soort dingen observeer ik. En daarover gaan we dan daarna praten. We doen elke week vijf kwartier aan dansen en aansluitend praten we vijf kwartier over wat dat heeft losgemaakt. Dat is de transactionele analyse, waarin we gevoelens, gedachten en gedrag beter kunnen plaatsen. Alles wat tijdens het dansen los komt, gaan we in het tweede deel ordenen. Dat doe ik samen met Truda Henselmans, waarmee ik samen de opleiding voor transactionele analyse heb gedaan.'' Is de dans dan vooral een middel voor de therapeuten om de blokkades te lokaliseren of is het dansen ook echt heilzaam voor de mannen zelf? ,,De mannen bereiken écht iets door te dansen. Het gaat erom dat ze blokkades doorbreken. In het begin zijn ze voorzichtig en terughoudend, maar op den duur vergeten ze heel even de controle, en dan gebeurt er iets. Dan komen de gevoelens los. En daar gaan we dan vervolgens op in.'' Toch lijkt het een methode met een forse drempel. Veel niet-getraumatiseerde mannen hebben al moeite om simpelweg op stijldansen te gaan. ,,Er zijn inderdaad mannen bij die nooit, nooit, nóóit hebben gedanst. Die noemen zichzelf ook houterig. Als ze dansen, doen ze eigenlijk meer gymnastiek. Ze vinden het moeilijk. Mannen voetballen, vrouwen dansen, zie ik ze dan denken. Maar ik leg ook altijd uit: het gaat niet om de dans zelf, maar om hoe je je lichaam gebruikt. Wat je doet, hoe je beweegt. Dat gaan we bekijken en analyseren. Het gaat niet om het leren van pasjes. Een patiënt van mij vertelde ooit in een interview: 'Je moet niet denken dat we meteen de tango dansen. Als ik alleen mijn wenkbrauw bewoog, was het voor mij allang dansen. En als ik de tweede keer mijn pink heb bewogen, was het ook al heel veel.' Dat is precies wat ik hen eigenlijk leer. Ik leer niet om te performen. Wees jezelf; daar gaat het om. Van daaruit kan ik zien wat er gebeurt.'' Het klinkt onschuldig, maar de gevolgen kunnen ingrijpend zijn. Sommige deelnemers moeten tijdelijk worden opgenomen. ,,Dat gebeurt, incidenteel. Mensen met een trauma hebben geleerd dat trauma ergens te parkeren. Als je daaraan komt, valt hun hele overlevingsmechanisme in elkaar. Ik vergelijk het wel eens met een legpuzzel. Als je een paar stukjes verkeerd legt, krijg je ze er met wat kracht heus wel in gedrukt. Maar het plaatje klopt dan niet meer. Die stukjes haal ik er weer uit, om ze goed neer te leggen. Soms stort iemand dan helemaal in, en is het nodig om hem een weekje, of twee weken in het ziekenhuis op te nemen. Dat kan dan. Ik geef bij de intake al aan dat zoiets kan gebeuren. En dan vraag ik de mannen ook of ze bereid zijn zo ver te gaan.'' U heeft de afgelopen paar jaar drie groepen van acht mannen behandeld. Dat is niet zo heel veel. ,,Het is zeker niet zo dat de deelnemers binnenstromen. Een jaar of twee geleden bleek uit een onderzoek van stichting TransAct dat 15 procent van de bevolking ooit is misbruikt. En van die 15 procent is één op de drie een man. Toch krijg ik maar met heel veel moeite een groep van acht mannen vol, terwijl vrouwengroepen makkelijk gevuld raken. Dan vragen wij ons af: waar blijven de mannen? Ik weet het wel, want ik werk ook in de verslavingszorg. Veel mannen vluchten in verslavingen.'' En dat terwijl u hiermee op aandringen van een paar misbruikte mannen bent begonnen. ,,Klopt. Ik werk nu 21 jaar in het Delta ziekenhuis, maar pas de laatste paar jaar met misbruikte mannen. Ik ben begonnen met bejaarden. Daarna behandelde ik mensen met verschillende ziektebeelden, zoals angststoornissen en depressies. En toen heb ik een tijd met misbruikte vrouwen gewerkt. Tot ik in 1990 een man sprak. Ik vertelde hem wat ik deed en hij zei: ,,Dan kun je mij ook helpen.'' Kort daarop ging ik twee maanden stage lopen in New York en daar heeft een man mij de hele nacht zitten vertellen over hoe hij was misbruikt door zijn stiefvader. Toen dacht ik: Zvika, word wakker, er is in deze wereld iets gaande wat je niet weet. En ik dacht: Dit wordt mijn missie. Ik ga me specialiseren op mannen die misbruikt zijn. Er was toen heel weinig bekend over deze categorie patiënten. Ik moest er zelf een methode voor ontwikkelen.'' Wat mogen mannen van uw methode verwachten? Komen ze van hun trauma af? ,,Ik zeg altijd: zo'n trauma is een dichte wond. Die maak ik open en dan laat ik de puss eruit, maar het zal altijd een litteken blijven. Je blijft het altijd meedragen. Maar de bedoeling is wel om het verleden echt af te sluiten. Dat doen we zelfs met een ritueel. Helemaal aan het eind van het jaar krijgt iedereen één dagdeel voor een eigen ritueel. Al die mannen hebben een fantasie over hoe ze hun dader zouden willen afmaken. Die fantasieën geven we hier de ruimte. Een man heeft hier een keer een levensgrote pop gemaakt en opgehangen en verbrand. Een ander heeft bepaalde spullen begraven en daar vervolgens een struik geplant, om nieuw leven te symboliseren. Weer iemand anders heeft ballonnen vastgehouden en losgelaten. Een man die was misbruikt door een blinde, heeft een braille-machine begraven. Allemaal met de bedoeling om het echt af te ronden. Littekens blijven, maar je verwerkt het wel.'' Voor meer informatie: Delta MFC Spijkenisse: 0181 – 65 56 00.

Commentaar red. MdH: Wij hebben contact opgenomen met danstherapeut Zvika Frank om hem over het bestaan van onze website te informeren zodat ook mannelijke slachtoffers van seksueel grensoverschrijdend gedrag door professionals ons beter zullen weten te vinden. De therapeut gaf aan regematig in contact te komen met mannen die het slachtoffer van seksueel misbruik door hulpverleners, leerkrachten of geestelijken zijn geworden en was verblijd van ons bestaan op de hoogte te worden gesteld.

Wet Maatschappelijke Ondersteuning ingediend bij de Tweede Kamer 30 mei 2005 -- Persbericht MinVWS -- De Wet Maatschappelijk Ondersteuning (Wmo) is ingediend bij de Tweede Kamer. Het doel van de Wmo is zoveel mogelijk mensen te laten meedoen in de samenleving. Gemeenten krijgen bijvoorbeeld de taak sociale samenhang te bevorderen, mantelzorg te ondersteunen en voorzieningen aan te bieden voor mensen met een beperking, zoals huishoudelijke hulp. Staatssecretaris Ross van Volksgezondheid, Welzijn en Sport wil de wet op 1 juli 2006 invoeren, hierbij volgt de staatssecretaris het advies van de Raad van State. Gemeenten worden met de Wmo verantwoordelijk voor het organiseren van de lokale maatschappelijke ondersteuning. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om sociale activering, ondersteunen van mantelzorg en voorlichtingsloketten. De Wmo legt de verantwoordelijkheid voor die participatie bij burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties. De gemeente is verantwoordelijk voor een voorzieningenaanbod dat burgers in staat stelt om mee te doen in de maatschappij en elkaar daarbij te helpen. In de Wmo gaan de Welzijswet, de Wet voorzieningen gehandicapten en delen van de AWBZ op. Op dit moment zijn er nog teveel verschillende regels voor verschillende voorzieningen. Met de Wmo kunnen gemeenten al die regelingen bij één loket onderbrengen.

Jeugdzorg wil eigen tuchtrecht invoeren 30 mei 2005 – Telegraaf -- UTRECHT - Binnen de jeugdzorg gaan stemmen op om tuchtrechtspraak in te voeren, die de eigen beroepsgroep controleert en sanctioneert. Gevallen waarin het misgaat, worden dan voorgelegd aan de eigen rechter. Die toetst volgens de gangbare en wenselijke maatstaven van de jeugdzorg. De landelijke branchecommissie Bureaus Jeugdzorg (MO-groep) krijgt veel signalen van de bureaus Jeugdzorg om tuchtrecht te bewerkstelligen, meldde een woordvoerster van de MO-Groep maandag. Aanleiding hiervoor is de dood van de Alphense peuter Savanna, die door haar moeder en diens vriend zodanig zou zijn mishandeld en verwaarloosd dat ze overleed. Maandag begon de rechtszaak tegen beiden. Het Openbaar Ministerie heeft een onderzoek ingesteld naar de gezinsvoogd die voor het gezin werkzaam was, om te beoordelen of ze laakbaar heeft gehandeld. Ook andere beroepsgroepen zoals medisch beroepsbeoefenaren en advocaten hebben een eigen rechter. Overigens kan het OM toch nog in actie komen als de wet is overtreden.

Ex-psychiatrisch patiënt opleiden tot hulpverlener -- 26 mei 2005 – Verpleegkundenieuws -- In september start in Haarlem de tweejarige opleiding ‘begeleider in de GGZ met ervaringsdeskundigheid niveau 4’. Deze opleiding is voor ex-psychiatrisch patiënten, die worden opgeleid tot woon- en activiteitenbegeleider in de psychiatrie. In Rotterdam is deze opleiding, die twee jaar duurt en bestaat uit werken en leren, vorig jaar begonnen. Volgens Marianne Bassant, opleidingsmanager van het ROC Zadkine in Rotterdam hebben veel instellingen belangstelling getoond om iemand met deze opleiding in dienst te nemen. “Het personeel van de psychiatrische instelling reageert heel verschillend. Sommige afdelingen hebben onze stagiaires heel enthousiast ontvangen en anderen zijn sceptisch. We begeleiden de cursisten intensief. Vooral omdat de confrontatie met bepaalde situaties, waar iemand voorheen zelf in heeft gezeten, best heftig kan zijn. Van tevoren hebben we een intakegesprek met potentiële deelnemers waarin we voorlichting geven en waarin we vragen naar iemands motieven”, vertelt Bassant.

Misbruik bij voorschrijven via internet voorkomen -- 26 mei 2005 -- Nieuwsbrief Artsennet -- De IGZ maakt zich zorgen over het feit dat patiënten hun medicijnen steeds vaker via internet bestellen, zonder eerst gezien te zijn door een arts. Artsenorganistatie KNMG heeft dit jaar richtlijnen opgesteld om de risico’s bij voorschrijven via internet zoveel mogelijk te beperken. Volgens de IGZ gaan deze echter niet ver genoeg: voorschrijven via internet moet beperkt blijven binnen de bestaande arts-patiëntrelatie. In een begeleidende brief aan de Tweede Kamer schrijft minister Hoogervorst dat e-consult een belangrijke bijdrage kan leveren aan een efficiënte en servicegerichte zorgverlening. “Ik wil wel blijven waken voor misbruik”, aldus de minister. Hij ziet de richtlijnen van de KNMG als een belangrijke randvoorwaarde om ook in het online contact verantwoorde zorg te kunnen leveren.

Omgaan met depressie -- 26 mei 2005 -- Nieuwsbank / Protestantse Kerk in Nederland -- Op maandag 30 mei vindt in De Hezenberg in Hattem een studiemiddag over depressie plaats voor allen die actief zijn in het pastoraat. Aan dit mini-symposium, georganiseerd door het Protestants Landelijk Dienstencentrum en De Hezenberg, wordt meegewerkt door o.a. prof. J.J. Rebel en mw. drs.E. Tilanus (namens de werkgroep Pastoraat in de Gezondheidszorg), psychiater F. Gimbrère en therapeut en pastor drs H. Menkveld. Aanleiding voor de middag is het verschijnen van een nieuwe Handreiking voor het pastoraat, getiteld 'Luisteren naar fluisteren, pastoraat aan mensen met een depressie'. Aan pastoraal werker, ouderling en predikant biedt deze brochure goede, ter zake doende handreikingen om gemeenteleden met een depressie adequaat te begeleiden. De middag vindt plaats op maandag 30 mei van 13.00 tot 16.00 uur in De Hezenberg, Hezenberg 6 te Hattem, tel. (038) 444 52 51. Deelname aan dit mini-symposium kost EUR 20,-. Opgave via pastoraalcentrum@hezenberg.nl  (of telefonisch: (038) 444 52 51 / (030) 880 18 70).

Kinder- en jeugdpsychiater in een justitiële jeugdinrichting -- 26 mei 2005 -- Nieuwsbrief Medisch Contact nr. 21 -- 'Verdriet komt wel als ik twintig ben’: De inspectie luidde de alarmbel over de psychiatrische zorg in jeugdgevangenissen. Philip Teepe, kinder- en jeugdpsychiater in een justitiële jeugdinrichting, toont de praktijk. Hij behandelt ontspoorde jongeren. Forensisch kinder- en jeugdpsychiater Philip Teepe werkt met jongeren die vastzitten in een justitiële jeugdinrichting. Hij behandelt jongens en meisjes die iemand hebben neergestoken of die juist tegen zichzelf in bescherming moeten worden genomen. In tegenstelling tot de Inspectie voor de Gezondheidszorg vindt hij dat het met de psychiatrische zorg in de jeugdgevangenissen prima is gesteld. Via bovenstaande link kunt u het hele artikel lezen.

Vakanties op maat voor GGZ-cliënten -- 26 mei 2005 – Nederlands Dagblad -- BUNNIK - ,,Voor gezonde mensen staat 'vakantie' tegenover 'werk'. Voor mensen met ernstige psychiatrische problemen staat 'vakantie' tegenover 'therapie'. Of tegenover 'overleven'.'' Onderzoekster dr. Jeanette Pols van het Trimbos-instituut presenteerde gisteren de resultaten van een verkennend onderzoek naar de rol die vakantie speelt voor mensen die psychische problemen hebben. Voor haar staat als een paal boven water dat mensen die met psychiatrische moeite kampen, vakantie nodig hebben. Pols: ,,Vakantie is voor deze categorie een vorm van rehabilitatie. Ze deden het vroeger ook. En als ze nu wéér op vakantie kunnen, is dat een teken dat ze op de goede weg zijn, een stuk herstel van het 'gewone leven', een stap in het herstelproces.'' Voor mensen met een lichamelijke handicap zijn vakantiemogelijkheden er al langer, denk bijvoorbeeld aan een organisatie als de Zonnebloem. Voor cliënten in de geestelijke gezondheidszorg waren die mogelijkheden er tot nu toe echter nauwelijks. Een van de weinige organisaties die zich in Nederland hiermee wél bezighoudt, is Radar Reizen. Het Trimbos-instituut heeft het onderzoek uitgevoerd in opdracht van de Stichting Radar, waaronder Radar Reizen valt. De non-profitorganisatie uit Zutphen biedt een echte reisbrochure aan, met reisbestemmingen in binnen- en buitenland, en er worden tientallen reizen per jaar georganiseerd. Toch is de reisorganisatie nauwelijks bekend. ,,Ja, dat is ons probleem'', zegt manager Erik van Beek. ,,We willen dat graag gaan veranderen.'' Radar Reizen is ook een teken van verdere professionalisering, vult voorzitter drs. Hugo Kuyper van de Raad van Bestuur van de organisatie aan. ,,Het is een lange ontwikkeling geweest: van het 'afdelingsuitje' naar Radar Reizen.'' In 2004 gingen 249 GGZ-cliënten met Radar Reizen op vakantie; 138 mensen gingen mee met dagtochten van Radar. Deze dagtochten en vakanties worden begeleid door vrijwilligers en psychiatrische verpleegkundigen. Zij bieden ondersteuning op maat. De studie van Pols is een stap verder in die professionalisering. Zelf heeft ze voor haar onderzoek een paar reizen meegemaakt en ze is ervan overtuigd dat vakantie goed is voor deze categorie. Je kunt je afvragen, zegt ze, of daarvoor een eigen reisorganisatie nodig is. Toch wel, vindt ze. ,,Een 'gewone' reis durven ze niet aan, zeggen veel mensen die ik het gevraagd heb. Dan vragen andere reisgenoten steeds wat voor pillen ze allemaal halen uit die grote doos die ze bij zich hebben. En zij balen ervan als ze op de vraag 'waar werk je?' moeten antwoorden: in de sociale werkplaats. Dus is het voor velen van hen: vakantie met Radar of geen vakantie.'' De deelnemers vinden een vakantie-onder-elkaar vooral fijn, zegt Pols, omdat ze dan ,,op de groep kunnen meedeinen'' en ,,nieuwe verhalen voor het thuisfront hebbben''. Pols: ,,Onderschat niet wat dat laatste doet voor hun gevoel van eigenwaarde. Zíj hebben iets nieuws te vertellen. Ze kunnen foto's laten zien! Ik heb een paar reizen meegemaakt, maar tjonge, ik heb vakantiegangers nog nooit zóveel ansichtkaartjes zien schrijven. En cadeautjes zien kopen voor thuis.'' En nog iets, zegt Pols: al die tijd zijn de mantelzorgers even ontlast. Meer informatie: www.radar-reizen.nl

 ; tel: 0575 – 51 85 20.

Seksueel misbruik: het misbruikverleden, risicovol seksueel gedrag en SOAs: de impact van leeftijd op misbruik --

Sexual abuse history, risk behavior, and sexually transmitted diseases: The impact of age at abuse – 25 mei 2005 -- Ohene SA, Halcon L, Ireland M, Carr P, McNeely C. ; Sex Transm Dis 2005 Jun; 32(6):358-363.

OBJECTIVE: The objective of this study was to examine the relationship between age at onset of sexual abuse, risk behaviors, and a diagnosis of sexually transmitted disease (STD) in a clinic-attending adolescent population.
METHODS: Bivariate analyses were used to test association among age at onset of sexual abuse, risk behaviors, and STD diagnosis (n = 2175). Relationship between sexual abuse and STD acquisition was assessed by regression analysis.
RESULTS: More females than males reported sexual abuse, 26.75% and 5.4%, respectively. Abuse at or before 10 years of age was associated with more lifetime and recent partners. History of abuse was associated with higher rates of STD tests. In regression analysis, for males and females, the odds of having an STD were 2.5 times greater if abuse occurred at 10 years or younger.
CONCLUSION: Sexual abuse at a younger age is associated with more sexual risk behaviors and is a risk factor for STDs.
From: Center for Adolescent Health and Development and the School of Nursing, University of Minnesota, Minneapolis, Minnesota; Minnesota Department of Health, Minneapolis, Minnesota.

Geheimhoudingsplicht in nieuwe zorgwet slecht geregeld 25 mei 2005 – Telegraaf -- DEN HAAG - Niet alleen de huisartsen, ook de specialisten, verpleeghuisartsen en andere doktoren vinden dat de privacy van verzekerden niet genoeg beschermd wordt in de nieuwe zorgverzekeringswet. Dat blijkt uit een brief die artsenorganisatie KNMG woensdag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Volgens de KNMG schort er nog meer aan de wet. Zo vreest de organisatie een versnippering van de huisartsenzorg, omdat de wet niet garandeert dat deze door huisartsen aangeboden hoeft te worden. Ze zijn ertegen dat minister Hoogervorst (Volksgezondheid) een bezoek aan de specialist ook zonder doorverwijzing door de huisarts mogelijk wil maken. De artsen wijzen ook op de mogelijkheid dat door de nieuwe wet de vrije artsenkeuze in het geding komt. Zorgverzekeraars hoeven straks niet meer met elke arts een contract aan te gaan. Dit zou kunnen betekenen dat een bezoek aan de specialist zonder contract voor bepaalde patiënten te duur wordt, stellen de medici. Verder pleiten ze voor een financieel vangnet voor mensen die niet of niet voldoende verzekerd zijn. Donderdag praat de Tweede Kamer over de zorgverzekeringswet.

 

Geen PGB meer voor activerende begeleiding bij psychiatrische problemen -- 25 mei 2005Schizofrenie Bulletin / Ypsilon, bron: Per Saldo -- DEN HAAG - Vanaf 1 januari 2007 is het niet meer mogelijk om een persoonsgebonden budget te krijgen voor de zogeheten activerende begeleiding bij psychiatrische problemen. Dat blijkt uit een brief die minister Hoogervorst deze week aan de Tweede Kamer heeft gestuurd. Activerende begeleiding is de beleidsterm voor gerichte hulp die bijdraagt aan het herstel van de patient, zoals casemanagement, het oefenen van sociale vaardigheden of het bezoek aan een dagactiviteitencentrum. De maatregel treft duizenden budgethouders, onder wie volwassenen met psychiatrische problemen en ouders van kinderen met psychiatrische problemen. Per Saldo, de vereniging van budgethouders roept de Tweede Kamer op om de plannen van minister Hoogervorst niet te accepteren. Als de plannen van minister Hoogervorst doorgaan, wordt activerende begeleiding bij psychiatrische problemen straks niet meer vergoed vanuit de AWBZ, maar vanuit de nieuwe Zorgverzekeringswet. Die nieuwe Zorgverzekeringswet kent geen persoonsgebonden budget. De Zorgverzekeringswet gaat al op 1 januari 2006 van start. Maar het duurt nog een jaar voordat de GGZ-zorg in die nieuwe wet wordt ondergebracht. Minister Hoogervorst wil dan alle verpleging, activerende begeleiding en behandeling van mensen met psychiatrische problemen overhevelen naar de nieuwe wet. Budgethouders kunnen in het plan van de minister vanaf 1 januari 2007 wel gebruik maken van een zogenoemd 'restitutiesysteem' in de nieuwe Zorgverzekeringswet. Ze moeten dan een zorgverzekeraar uitzoeken die zo'n restitutiesysteem aanbiedt als alternatief voor zorg in natura via een instelling. Het staat volgens Per Saldo echter vrijwel vast dat je met het restitutiesysteem niet op dezelfde manier activerende begeleiding kunt inkopen als nu met het persoonsgebonden budget. Hoogstwaarschijnlijk mag men alleen begeleiding inkopen bij een erkende zorgaanbieder of GGZ-instelling. "Dat zou betekenen dat het onmogelijk wordt om nog activerende begeleiding in te kopen bij particuliere of vrij gevestigde begeleiders. Ook is het dan niet langer mogelijk om als ouders je kind tegen betaling intensief te begeleiden." Wat er allemaal wel en niet kan, zal opnieuw afhangen van de polisvoorwaarden die de zorgverzekeraars straks hanteren. Per Saldo toont zich erg ongerust over de ontwikkelingen en noemt het restitutiesysteem in de nieuwe Zorgverzekeringswet geen volwaardig alternatief voor het huidige persoonsgebonden budget in de AWBZ. "Bovendien levert de overgang veel onduidelijkheid en rompslomp op". Veel volwassenen en kinderen met psychiatrische problemen krijgen niet alleen activerende begeleiding, maar ook ondersteunende begeleiding, waar weer een andere regeling voor geldt. De budgethoudersorganisatie roept de Tweede Kamer dan ook op om de plannen van minister Hoogervorst niet te accepteren. Het Schizofrenie Bulletin is een service van Ypsilon, de vereniging voor familieleden van mensen met schizofrenie of een psychose. Voor meer informatie: http://www.ypsilon.org/schizbul.htm

Huisartsen vragen patiënten om kort geding -- 24 mei 2005 – Volkskrant -- AMSTERDAM - Tientallen huisartsen hebben de landelijke patiëntenfederatie NPCF gevraagd een kort geding aan te spannen tegen hun collega’s, om daarmee de driedaagse staking die woensdag begint, te verhinderen. De NPCF stapt nog niet naar de rechter, om het conflict niet te laten escaleren. Maar als er ongelukken gebeuren of er volgen nieuwe stakingen, dan volgt onmiddellijk een kort geding tegen de huisartsenorganisatie LHV. Volgens het onderzoeksbureau Nivel sluit 68 procent van de praktijken woensdag de deuren, vooral in de grote steden. De patiëntenorganisatie acht de staking onrechtmatig, omdat de rechter in het verleden heeft uitgesproken dat artsenacties niet langer dan twee dagen mogen duren en niet vlak voor een weekeinde mogen plaatsvinden. Om de verstoorde verhoudingen te herstellen, wil de Tweede Kamer dat een commissie van wijze mensen wordt ingesteld. Een eerder voorstel daartoe van het PvdA-kamerlid Arib wordt sinds maandag gesteund door het CDA en heeft daarmee een meerderheid. Minister Hoogervorst van Volksgezondheid probeert de kou uit de lucht te halen door de instelling van een arbitragecommissie waaraan huisartsen en zorgverzekeraars hun conflicten over de honorering kunnen voorleggen.

Misbruik kind forse kostenpost 24 mei 2005 --  Nederlands Dagblad -- DEN HAAG - Kindermishandeling kost de Nederlandse samenleving jaarlijks minstens één miljard euro, zo blijkt uit nieuw onderzoek. Hoogleraar kindermishandeling Herman Baartman vindt het geoorloofd om de slachtoffers te tonen als een forse kostenpost. ,,Misschien loopt de politiek wat harder nu ze weet welk prijskaartje aan alle ellende hangt.'' Het is nog een voorzichtige becijfering, de 965 miljoen euro per jaar die de maatschappij kwijt is aan de gevolgen van kindermishandeling. Jaarlijks worden tussen de 50.000 en 80.000 kinderen in Nederland het slachtoffer van mishandeling. ,,Maar dat zijn alleen de slachtoffertjes die bekend zijn bij instanties als de kinderbescherming, jeugdzorg en huisartsen'', zegt Baartman, hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Pleegzorg: De berekening is uitgevoerd door Willem Jan Meerding, als gezondheidseconoom verbonden aan het Erasmus Universitair Medisch Centrum in Rotterdam. Bijna de helft van de één miljard euro gaat op aan directe zorg bij kindermishandeling. ,,Denk aan het oplappen van de kinderen bij de huisarts of in het ziekenhuis, maar ook aan pleegzorg. Dat kost jaarlijks honderden miljoenen euro's'', zegt Baartman. Nog veel meer geld gaat op aan de indirecte schade, die zich vaak pas jaren later openbaart. Slachtoffers van kindermishandeling blijven hun hele leven relatief 'duur': ze belanden eerder in de criminaliteit, hebben vaker speciaal onderwijs nodig en ze behoeven ook op latere leeftijd nog vaak extra gezondheidszorg. ,,Vooral de behoefte aan psychische zorg kan op latere leeftijd opeens enorm toenemen'', zegt Baartman. In landen als de VS, Australië en Canada hebben onderzoekers eerder al de kosten van kindermishandeling becijferd. ,,In sommige andere landen valt de schade gemidddeld nog veel hoger uit. Maar wij hebben met opzet gekozen voor een voorzichtige becijfering. Vooral de jeugdhulpverlening, politie, onderwijs en pleegzorg zijn waarschijnlijk nog veel meer geld kwijt aan de gevolgen van kindermishandeling dan wat we tot nu toe hebben kunnen achterhalen'', zegt econoom Meerding. Prijskaartje: Baartman erkent dat de berekening van de financiële maatschappelijke schade van kindermishandeling nogal kil overkomt. ,,De eerste keer denk je: moet het nou over die boeg? Maar we leven nu eenmaal in een samenleving die geweldig zakelijk is geworden.'' Volgens Baartman is het juist daarom goed om een 'prijskaartje' aan het fenomeen kindermishandeling te hangen. ,,Dit onderzoek toont aan dat het driedubbel loont nog meer te investeren in het voorkomen van geweld tegen kinderen'', aldus Baartman. ,,Want geld dat je in de aanpak van kindermishandeling investeert, verdien je op termijn terug. Minder speciaal onderwijs, minder politie-inzet, minder psychische zorg. En minder slachtoffers. Want uiteindelijk weegt het leed van de kinderen natuurlijk wel zwaarder dan de kosten die ermee gemoeid zijn.''

Master ethiek voor verpleegkundigen 23 mei 2005 – Verpleegkundenieuws -- De theologische faculteit Tilburg start in september een mastersopleiding zorg, ethiek en beleid die toegankelijk is voor verpleegkundigen. Ook andere hbo’ers en wo’ers uit de gezondheidszorg kunnen de opleiding volgen. Deelnemers moeten eerst een jaar lang een schakelprogramma volgen. Daarna komt de echte opleiding die anderhalf jaar duurt. Beide programma’s zijn in deeltijd. Volgens een woordvoerder van de faculteit is er vanuit zorginstellingen behoefte aan een dergelijke opleiding. De opleiding kent drie speerpunten: zielzorg, ethiek van de zorg en de psychologische dimensies van (religieuze) zingeving in de zorg. Afgestudeerden van de opleiding kunnen aan de slag als geestelijk verzorger, consulent ethiek of consulent religie en gezondheid. Deze functies zijn nog tamelijk onbekend in de zorg. Op 21 mei was er een voorlichtingsbijeenkomst in Tilburg.

Persoonlijkheidsstoornissen mogelijk behandelbaar -- Jaarboek 2004 Nationale Monitor Geestelijke Gezondheid --  23 mei 2005 -- Mensen met persoonlijkheidsstoornissen werden lange tijd gezien als onbehandelbaar. Sinds kort bestaan er voor enkele psychotherapeutische behandelingen aanwijzingen dat ze werken voor persoonlijkheidsstoornissen. Dat geldt vooral voor de cognitieve gedragstherapie bij de antisociale persoonlijkheidsstoornis, en dialectische gedragstherapie bij de borderline persoonlijkheidsstoornis. Dit blijkt uit het Jaarboek 2004 van de Nationale Monitor Geestelijke Gezondheid van het Trimbos-instituut, dat door de minister van VWS is aangeboden aan de Tweede Kamer. Het Jaarboek beschrijft helder en beknopt de meest recente stand van zaken rond een aantal psychische stoornissen. Naast de borderline stoornis en de antisociale persoonlijkheidsstoornissen wordt in het Jaarboek 2004 van de NMG ook uitgebreid aandacht besteed aan de autismespectrum stoornissen, de posttraumatische stress-stoornis (PTSS) en de specifieke fobie. De antisociale persoonlijkheidsstoornis (ASP) komt vooral voor bij mannen tussen 20 en 40 jaar. Zij tonen in hun gedrag een diepgaand gebrek aan achting voor de rechten van anderen, en zijn onverschillig voor de gevolgen van hun vaak gewelddadig gedrag. Er is een duidelijk verband met criminaliteit. Van de gedetineerden in Nederlandse gevangenissen lijdt meer dan de helft aan ASP. Belangrijkste doel van de behandelingen is het aanleren van woedebeheersing. Er zijn inmiddels enkele cognitief-gedragstherapeutische methoden ontwikkeld waarmee de agressie daadwerkelijk vermindert. Over de effecten van medicijnen bij mensen met ASP is nog niet zo veel met zekerheid te zeggen. In Nederland lijden naar schatting 100.000 mensen aan de borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS). Deze stoornis komt bij mannen en vrouwen evenveel voor. Mensen met BPS zijn grillig in hun relaties, zelfbeeld, en emoties. Ze zijn daarnaast erg impulsief, wat zich kan uiten in suïcide-pogingen. Uiteindelijk overlijdt 1 op de 10 mensen met BPS door zelfdoding. De dialectische gedragstherapie is een gestructureerde vorm van cognitieve gedragstherapie. Deze interventie blijkt te leiden tot een vermindering van suïcidaal gedrag. De Nationale Monitor Geestelijke Gezondheid is ontstaan op initiatief van het ministerie van VWS en voorziet beleidsmakers en professionals in de gezondheidszorg van actuele, betrouwbare wetenschappelijke informatie over de geestelijke volksgezondheid en de geestelijke gezondheidszorg. Het is een instrument om de kwaliteit van de geestelijke gezondheidszorg in Nederland te verbeteren. De NMG wordt gecoördineerd door het Trimbos-instituut, en ondersteund door een Wetenschappelijke Raad onder voorzitterschap van prof. dr. Paul Schnabel. De teksten van het Jaarboek 2004 staan - evenals die van de eerdere jaarboeken (met aandacht voor onder meer schizofrenie, depressie, ADHD en dementie) - op de website van het Trimbos-instituut www.trimbos.nl  , onder de knop Psychische stoornissen; informatie voor professionals. Nationale Monitor Geestelijke Gezondheid. Jaarboek 2004. Dr. C. Schoemaker, prof dr. C. de Ruiter. Uitgave: Trimbos-instituut. Utrecht 2004. Te bestellen via www.trimbos.nl/producten of via 030-2971180, bestelnummer AF 0556, prijs 20 Euro.

Inspectie waarschuwt huisartsen -- 23 mei 2005 – huisartsvandaag.nl -- De Inspectie waarschuwt huisartsen i.v.m. de acties: huisartsen worden bij onverantwoorde zorg persoonlijk aangesproken, antwoordapparaat met verwijzing naar SEH en 112 is onvoldoende. Brief IGZ: “Nu de acties een feit zijn, wil de inspectie zich tot de individuele huisartsen richten. Vorige week is de voorzitter van de Landelijke Huisartsen Vereniging door een brief van de Inspectie voor de Gezondheidszorg gewezen op de risico’s van mogelijke acties met betrekking tot het leveren van verantwoorde zorg. De huisartsen hebben kenbaar gemaakt te willen overgaan tot stakingen die een publieksonvriendelijk’ karakter zullen hebben. De inspectie is geen partij in het conflict dat aan de voorgenomen acties ten grondslag ligt. De inspectie toetst ten behoeve van de burger wel of eventuele acties gevaar kunnen opleveren voor de volksgezondheid. Als huisarts bent u krachtens de Wet BIG gehouden om verantwoorde zorg te leveren. Het waarborgen van de kwaliteit van de continuïteit van zorg is daar nadrukkelijk onderdeel van. Conform artikel 40 lid 1 van de Wet BIG dient u als beroepsbeoefenaar uw beroeps-uitoefening op zodanige wijze te organiseren, dat een en ander leidt of rederlijkerwijze moet leiden tot verantwoorde zorg. Dit houdt in dat de continuïteit van huisartsenzorg aan uw patiënten gewaarborgd moet zijn. U kunt daarbij niet volstaan met het sluiten van de praktijk zonder nadere maatregelen of onder verwijzing naar het telefoonnummer 112 of de afdeling spoedeisende hulp (SEH) van een ziekenhuis. De ambulancediensten en de SEH-afdelingen kunnen de gevolgen van extra druk tijdens de acties aan de inspectie kenbaar maken op telefoonnummer 070 – 340 70 80. Ook door huisartsen kunnen problemen ten gevolge van de acties gemeld worden op dit telefoonnummer. De inspectie zal daarbij oog hebben voor consequenties voor patiënten. De Inspectie voor de Gezondheidszorg beschermt en bevordert de gezondheid van burgers door toezicht op de volksgezondheid en de gezondheidszorg. De inspectie wijst u er met klem op dat indien zij constateert dat in uw praktijk sprake is van onverantwoorde zorg als gevolg van de acties, u hierop als individuele beroepsbeoefenaar zult worden aangesproken. De inspectie verzoekt u hiervan goede nota te nemen. Hoogachtend, De Inspecteur-Generaal voor de Gezondheidszorg”

 

Bezorgde burgers doen oproep aan artsen en Hoogervorst -- 23 mei 2005 -- Volkskrant --  TILBURG - Een groep bezorgde burgers is onder de noemer ‘een gezond gebaar’ met een actie begonnen om ontevreden huisartsen en minister Hoogervorst van Volksgezondheid dichter bij elkaar te krijgen. De groep, die een handtekeningenactie is begonnen, stelde maandag dat zowel de artsen als de overheid en de burgers het slachtoffer van de situatie zijn. ‘De huisartsen hebben besloten om vanaf woensdag te gaan staken’, aldus het burgerinitiatief ‘een gezond gebaar’. ‘We zijn ongerust over de manier waarop dit conflict beslecht wordt en roepen op tot dialoog. Iedereen verdient immers een betere behandeling. De burger die de huisarts hard nodig heeft voor hulp en advies. De huisartsen die erkenning en waardering verdienen voor hun inzet voor patiënten. En de minister die een kans wil krijgen de zorg te moderniseren. Met deze machtsstrijd verliest iedereen en gaat onze goede gezondheidszorg naar de knoppen.’ Een groep bezorgde mensen in Delft en omgeving heeft het initiatief opgezet. Inmiddels heeft het Regionaal Patiënten Consumenten Platform Midden-Brabant zich erbij aangesloten. Op de website www.eengezondgebaar.nl  kunnen mensen een petitie ondertekenen die aan zowel de huisartsen als aan minister Hoogervorst zal worden overhandigd. Tussen zaterdag en maandagmiddag hebben ongeveer 140 mensen het verzoekschrift getekend.

  

Symposium Indicatoren van Veilige Zorg 23 mei 2005 – Red. MdH  -- Op 7 juni a.s organiseert de Inspectie voor de Gezondheidszorg het tweede symposium Patiëntveiligheid in De Doelen te Rotterdam. De Inspecteur-Generaal voor de Gezondheidszorg, prof. dr. J.H. Kingma, zal de opening en inleiding van dit symposium verzorgen. Tijdens het symposium zullen zes parallelle sessies plaatsvinden. Tijdens de sessies komen de navolgende thema’s aan bod: 1) Indicatoren voor ziekenhuizen; openbaar maken of intern houden?, 2) Gefixeerd op veiligheid; dwang en drang als risico-indicator voor falende zorg,  3) Vóórkomen van ondervoeding vraagt om een helder beleid, 4) Suïcide als risico-indicator, 5) Medicatiegebruik in de zorg; vol risico of alleen risicovol? en 6) Workshop analyse van incidenten; (op)vallen en opstaan. Keynote speakers zijn prof. David Cousins, National Patient Safety Agency (Engeland) en de heer Jørgen Hansen, National Board of Health (Denemarken). Onderstaand treft u informatie aan over de lezingen van de keynote speakers en over de inhoud van de verschillende sessies.

0800-Meldlijn voor klachten in de UK: Van klacht naar oplossing

Prof. David Cousins, Engeland, National Patient Safety Agency

Dit jaar is de inspectie begonnen met een meldlijn voor klachten over de verpleeghuiszorg. De eerste dagen stonden de lijnen roodgloeiend. In Engeland heeft men enige jaren ervaring met een 0800-nummer voor de gehele gezondheidszorg. Men schat dat in de Britse gezondheidszorg ongeveer 100 incidenten per uur plaatsvinden.

Prof. David Cousins van het National Patient Safety Agency zal ingaan op hoe het systeem is opgezet en hoe effectief die is. Met name van de fouten en teleurstellingen daar kunnen wij in Nederland leren. Daarnaast is hij als hoofd van de afdeling Safe Medication Practice betrokken bij belangrijke projecten om de medicatie echt veiliger te maken. De eerste resultaten zijn zichtbaar en prof. Cousins wil graag vertellen over hun oplossingen en plannen voor de toekomst. Welke ideeën zijn in Nederland direct uitvoerbaar? Een aanrader voor allen die al jaren meelopen in de zorg.

 

Blame free reporting in Denemarken:  Van theorie naar praktijk

Jørgen Hansen, Denemarken, National Board of Health

“The argument is that there are no technical, financial or legal obstacles. The difficulties we encounter when establishing a blame free incidents reporting system are solely of a cultural nature”, schrijft Jørgen Hansen. In zijn lezing gaat hij in op welke wijze er in Denemarken een blame free reporting system is opgezet en welke obstakels daarvoor genomen moeten worden. Toen hij aan zijn project begon, riep de Deense Minister nog in de krant dat artsen die fouten maken maar voor moesten boeten. Twee jaar later verdedigde diezelfde Minster het wetsvoorstel dat zonder amendementen en met instemming van alle partijen door de Kamer ging. Mr. Hansen gaat in op de culturele barrières die er liggen in de gezondheidszorg zelf, bij de patiënten en de media en tenslotte gaat hij in op weerstanden en denkbeelden bij de politici en de beleidsmakers. Het systeem is nu 1 jaar van kracht en Mr. Hansen zal ingaan op de veranderingen en de problemen bij de realisatie. Voor iedereen die blame free reporting een warm hart toedraagt.

Sessie 1: Indicatoren voor ziekenhuizen

Openbaar maken of intern houden? Openbaarheid werkt zo sterk dat het ook bijwerkingen kan hebben. Leidt de extra aandacht voor de te publiceren doorlooptijd voor

diagnostiek van bijvoorbeeld borstkankerpatiënten ook automatisch tot snellere prostaatdiagnostiek, of wordt het juist langer omdat die resultaten niet openbaar zijn? Kan het streven naar goede resultaten leiden tot selectie aan de poort? En zijn de resultaten van verschillende ziekenhuizen wel vergelijkbaar? In het ene ziekenhuis komen toch patiënten met complexere problemen dan in het andere. Voor het bevorderen van de kwaliteit van zorg, het evalueren van het gebruik van ‘best practices’ en

het nut daarvan zijn interne, niet-openbare, indicatoren misschien geschikter. De inspectie gebruikt indicatoren om inzicht te krijgen in de zorgverlening in ziekenhuizen.

Daarnaast heeft zij het initiatief genomen om met een aantal wetenschappelijke verenigingen, tezamen met de Orde van Medisch Specialisten en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), interne indicatoren te ontwikkelen. Deze zijn bedoeld voor de beroepsgroep, die ze kan gebruiken bij haar kwaliteitsbeleid. Voor de verloskunde richt deze ontwikkeling zich op indicatoren die meten of de evidence based richtlijnen van de beroepsvereniging worden gebruikt en of zij leiden tot

het gewenste resultaat.

Inleiders: dhr. dr. N.W.E. Schuitemaker, gynaecoloog, voorzitter commissie indicatoren NVOG (Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie); dhr. drs. J. Haeck, senior-inspecteur i.a.d. Curatieve Somatische Gezondheidszorg. Moderator sessie: mw. dr. A.L. den Ouden, senior-inspecteur i.a.d. Curatieve Somatische Gezondheidszorg.

Sessie 2: Gefixeerd op veiligheid

Dwang en drang als risico-indicator voor falende zorg? Zijn vrijheidsbeperkende maatregelen eigenlijk wel noodzakelijk in de zorg? Veel patiënten opgenomen binnen de psychiatrie, de ouderenzorg of verstandelijke gehandicaptenzorg lopen dat risico. Vaak gaat het om patiënten die conform de Wet BOPZ zijn opgenomen en die ter

voorkoming van gevaar voor zichzelf of voor anderen gefixeerd, gesepareerd of afgezonderd worden. De toepassing van vrijheidsbeperkende maatregelen kan de patiëntveilgheid vergroten, maar brengt ook de nodige gevaren en risico’s met zich mee. Deze risico’s zullen bij de beslissing zorgvuldig afgewogen moeten worden.

In de workshop wordt het antwoord gezocht op de vraag of de toepassing van vrijheidsbeperkende maatregelen niet een risico-indicator is.

Inleiders: Hans Houweling, verpleeghuisarts/sociaal geriater, disciplinemanager behandeling V&V;  dhr. dr. A.J.K. Hondius, psychiater, geneesheer directeur Spatie Centrum Geestelijke Gezondheid Apeldoorn. Moderator sessie: mw. drs. T.A. Ruitenbeek, senior inspecteur/clustercoördinator Geestelijke Gezondheidszorg en Gehandicaptenzorg.

Sessie 3: Vóórkomen van ondervoeding vraagt om een helder beleid

Voeding of eigenlijk ondervoeding is opnieuw actueel in de zorg. 10 tot 20% van de patiënten in ziekenhuizen is in feite ondervoed en dat wordt niet herkend. Voeding en vocht zijn de twee basisvoorwaarden als het gaat om gezondheid, levensverwachting en kwaliteit van leven van patiënten. Bij de opname blijken veel  verpleeghuispatiënten al in een slechte voedingstoestand te verkeren en 26% van de populatie in verpleeghuizen blijkt ondervoed te zijn; die achterstand wordt doorgaans niet meer ingehaald. Waar ligt het probleem? Is men alert genoeg op het vóórkomen en voorkómen van ondervoeding? Zijn er genoeg protocollen en richtlijnen? Zijn ze

praktisch genoeg? Waarom worden ze niet gebruikt? Op de patiënt toegesneden voeding, een voedingsplan bij opname, de juiste ambiance rond de maaltijden en prestatie-indicatoren voor verantwoorde voeding en vocht zijn belangrijke voorwaarden voor verantwoorde zorg en zullen in deze sessie besproken worden. Is het ontbreken van de actuele voedingsstatus bij opname geen indicator van falende zorg?

Inleiders: dhr. prof. dr. J.M.G.A. Schols, hoogleraar Chronische Zorg, Universiteit van Tilburg; mw. ir. H.M. Kruizinga, diëtist afdeling Diëtetiek en Voedingswetenschappen VU Medisch Centrum. Moderator sessie: mw. drs. J.A.H. van Veen, hoofdinspecteur Verpleging, Verzorging en Thuiszorg.

Sessie 4: Suïcide als risico-indicator

Nederland telt jaarlijks ruim 1500 suïcides. De inspectie krijgt jaarlijks meer dan 500 meldingen van geslaagde suïcides in instellingen. Uit onderzoek blijkt dat suïcides samenhangen met behandelaspecten. Zo is bekend dat het begin en de afsluiting van een klinische behandeling risicovol zijn. Daarmee is de vraag gesteld of het ptreden van suïcides een risicoindicator is voor de kwaliteit van de zorg. In deze workshop wordt een overzicht gegeven van het onderzoek naar risicofactoren voor suïcide en komt de dagelijkse praktijk in een instelling voor geestelijke gezondheidszorg aan de orde. Hoe wordt een suïcide door de hulpverleners geanalyseerd en wat wordt er van geleerd? Is suïcide niet een indicator voor falend suïcidepreventiebeleid?

Inleiders: dhr. prof. dr. A.J.F.M. Kerkhof, hoogleraar Klinische Psychologie VU Amsterdam; dhr. drs. J.R. Niemantsverdriet, psychiater, directeur behandelzaken GGZ-Groningen Zuid. Moderator sessie: dhr. dr. P.B.M. Robben, senior-inspecteur/clustercoördinator Geestelijke Gezondheidszorg.

Sessie 5: Medicatiegebruik in de zorg

Vol risico of alleen risicovol? We weten dat er veel meldingen zijn van incidenten en bijna-incidenten rond het toedienen van geneesmiddelen in de langdurige zorg.

Onderzoek van de inspectie heeft uitgewezen dat de omvang van vermijdbare schade in Nederland moeilijk in een getal is uit te drukken. Dit is echter geen reden om niet aan de slag te gaan met medicatieveiligheid. In deze sessie zullen we aandacht besteden aan de volgende vragen:

- Hoe kan het aantal fouten bij het gebruik van geneesmiddelen in de langdurige zorg worden teruggedrongen?

- Is geautomatiseerde distributie een oplossing of leidt dit slechts tot schijnzekerheid?

- Zijn fouten in de geneesmiddelentoediening geen indicator van falende zorg?

Inleiders: dhr. drs. C.C. de Maar, apotheker, Directeur SPITS bv; dhr. drs. J. Hiel, lid van de Raad van Bestuur van de Gemiva-SVG groep. Moderatoren sessie: mw. drs. J. van der Graaf, senior-inspecteur/clustercoördinator Geestelijke Gezondheidszorg en Gehandicaptenzorg, dhr. drs. H.P.A. Scheepers, sSenior-inspecteur Farmacie en Medische Technologie.

Sessie 6: Workshop analyse van incidenten: (op)vallen en opstaan

Hoe voorkomt men dat een incident nog een keer gebeurd? Dat is de vraag die iedereeen stelt na een ongeluk. In de workshop leert u de gebeurtenissen rond een incident te analyseren en terug te brengen tot basisoorzaken. In de workshop maakt u kennis met de PRISMA-methode en gaat u met deze methode oefenen. Deze methode voor het analyseren van incidenten wordt door de inspectie steeds vaker toegepast. Inspecteurs hebben ervaren dat deze methode helpt om de basisoorzaken van een vermijdbaar incident te achterhalen. En, als u de basisoorzaken kent, zijn zinvolle maatregelen te nemen. Met het bijbehorende classificatiesysteem voor basisoorzaken is het mogelijk om data te aggregeren en trendanalyses uit te voeren. Daarmee komt u te weten welk soort incidenten met welke frequentie binnen uw instelling zijn opgetreden en welke basisoorzaken hieraan ten grondslag lagen. Het levert u informatie op om de zorg voor patiënten veiliger te maken. Deze workshop richt zich op kwaliteitsfunctionarissen, MIP/FONA-commissieleden, en allen die zich bezighouden met analyse van incidenten.

Moderator sessie: mw. ir. C. Huygelen, Projectmedewerker Curatieve Somatische Gezondheidszorg.

Aanmelding en kosten: U kunt zich online inschrijven en eventueel betalen via www.igz.nl  (ga naar Symposium Indicatoren van veilige zorg en ga naar On line Registratie). Kosten voor deelname aan het symposium zijn € 120, - (inclusief lunch) per persoon. Vragen kunt u mailen naar igz2005@fbu.uu.nl of via het FBUcongresbureau. Sessietoewijzing gaat op volgorde van voorkeur en datum van aanmelding.

 

Patiënten stellen dokters ultimatum -- 21 mei 2005 -- Trouw -- Het conflict rond de aangekondigde huisartsenstaking verhardt. Patiëntenverenigingen stellen een ultimatum en bereiden een kort geding voor. Uit een peiling van Medisch Contact bleek gisteren dat bijna driekwart van de ruim 4500 huisartsenpraktijken wil meedoen aan de stakingsactie. Het artsenblad liet onderzoeksinstituut Nivel 263 huisartsenpraktijken bellen. De federatie van patiënten en consumenten NPCF heeft de actieleiding gisteren gesommeerd inzage te geven in de draaiboeken. De NPCF valt vooral over de lange duur van de staking. Door het op de driedaagse staking aansluitende weekeinde, zijn de artsen volgende week vijf dagen onbereikbaar. Vanwege die lange duur is het volgens de NPCF de vraag of de actie rechtmatig is. Volgens een woordvoerster van de NPCF mag iedereen staken, ook huisartsen. ,,Maar hun stakingen moeten wel aan bepaalde juridische criteria voldoen. Daarover liggen er rechterlijke uitspraken na eerdere stakingen van huisartsen en specialisten. De criteria gaan onder meer over de duur van de acties. De voorgenomen drie stakingsdagen sluiten aan op een weekeinde, zodat patiënten in feite vijf dagen achter elkaar niet terecht zullen kunnen bij hun eigen huisarts. Dat is wel erg lang.'' De NPCF eiste gisteren dat de Landelijke Huisartsen Vereniging inzage geeft in de actiedraaiboeken. Volgens een NPCF-woordvoerster zal op basis daarvan worden beoordeeld of de voorgenomen acties aan de juridische voorwaarden voldoen. Weigert de LHV, dan stappen de patiënten naar de rechter. De NPCF wil er ook op toezien dat de patiënten goed worden geïnformeerd. ,,Een huisarts kan wel een antwoordapparaat inschakelen, maar de ervaring leert dat de huisartsentelefoon roodgloeiend zal staan en daardoor onbereikbaar is. In een stad als Amsterdam kunnen bovendien veel patiënten een Nederlandstalig bandje niet verstaan.'' De LHV zegt dat de acties voldoen aan de regels. De zorgverzekeraars hebben de huisartsenstaking eerder onverantwoord genoemd. De koepelorganisatie Zorgverzekeraars Nederland zal pas weer reageren na een overleg in de Tweede Kamer volgende week. De actie van de huisartsen is gericht tegen het voornemen van minister Hoogervorst van volksgezondheid om de financiering van hun praktijken voor een deel afhankelijk te maken van hun prestaties. Praktijken met veel 'moeilijke' patiënten zullen meer geld krijgen dan andere. De verdeelsleutel ligt in handen van de verzekeraars. De Maastrichtse hoogleraar gezondheidseconomie W. Groot vindt dat huisartsen 'zich gedragen als prima donna's'. ,,Het is nooit genoeg.'' Volgens hem maken de huisartsen zich vooral druk om hun eigen portemonnee, ondanks nobele verhalen.

Alternatieve arts ‘niet verbieden’ -- 21 mei 2005 -- Volkskrant -- AMSTERDAM - Het is zinloos alternatieve genezers wettelijk te verbieden een medische diagnose te stellen. Zo’n verbod is niet te handhaven en helpt dus niet om het aantal slachtoffers van alternatieven te verlagen. Dit schrijft de Raad voor Volksgezondheid en Zorg (RVZ) in een vrijdag uitgebracht advies aan minister Hoogervorst van Volksgezondheid. Die had om zo’n verbod gevraagd naar aanleiding van de dood van de tv-ster Sylvia Millecam, die stierf aan borstkanker. Haar alternatieve behandelaars bestreden deze diagnose die door reguliere artsen was gesteld. Volgens de RVZ is het begrip medische diagnose moeilijk af te bakenen. De drogist die vaststelt dat zijn klant een koortslip heeft en hem een zalfje meegeeft, stelt ook een medische diagnose, maar geen mens wil die drogist voor de rechter slepen, stelt de raad vast. Het is onbekend hoeveel mensen het slachtoffer worden van fouten door alternatieve genezers. Daarom pleit de raad voor onderzoek daarnaar.

Aantal gokverslaafden neemt opnieuw toe 21 mei 2005 – De Telegraaf -- HOUTEN - Het aantal gokverslaafden dat hulp zoekt, is voor het tweede jaar op rij toegenomen. In 2004 steeg het aantal met 8 procent, aldus de Stichting Informatievoorziening Zorg (SIVZ) zaterdag. De stichting komt tot die conclusie op basis van voorlopige cijfers. In 2003 was voor het eerst sinds jaren een toename van 7 procent te zien. Of daadwerkelijk sprake is van een trend is volgens een woordvoerder van de SIVZ onduidelijk. Het kan zijn dat meer mensen hulp zoeken, het kan ook zijn dat meer mensen verslaafd raken aan gokspelletjes. Naar schatting vragen jaarlijks ongeveer 3000 mensen om hulp. Dat is echter niet het totale aantal gokverslaafden in Nederland, omdat niet iedereen hulp zoekt. Halverwege de jaren negentig zochten ongeveer 7000 mensen per jaar hulp voor hun gokproblemen. Daarna daalde dat aantal naar ongeveer 2500, aldus de woordvoerder.

Autist vaak slachtoffer kennistekort -- 20 mei 2005 -- Volkskrant -- AMSTERDAM - Mensen met een autistische stoornis, hun ouders of partners lopen aan tegen een groot gebrek aan kennis over die aandoening in de samenleving. Daardoor wordt de diagnose vaak laat gesteld en is die weinig specifiek. De begeleiding naar adequaat onderwijs, zorg, werk en huisvesting is matig tot slecht. Dit blijkt uit een grootschalige enquête onder mensen met autisme en hun ouders. ‘Buiten de boot’ van stichting de Ombudsman en de Nederlandse Vereniging voor Autisme, dat donderdag in Den Haag werd gepresenteerd, werden ruim drieduizend mensen met autisme, hun ouders en partners uitgebreid geënquêteerd. Gemiddeld bleek de diagnose op 9-jarige leeftijd te worden gesteld. Dat is aan de late kant, waardoor veel kinderen er lang over doen voor ze een geschikte plek op school hebben gevonden. In het rapport zegt een vader: ‘Het duurde twee jaar voordat we eindelijk de diagnose Asperger hadden. Al die tijd is onze zoon niet naar school gegaan.’ In Nederland blijkt het vaakst de diagnose PDD-NOS te worden gesteld, wat eigenlijk niet veel meer wil zeggen dan dat er een vorm van autisme is geconstateerd, maar dat deze niet is gespecificeerd. Mede daardoor blijkt goede medicatie en geschikte zorgverlening moeilijk. Veel ouders hebben het gevoel dat er slecht naar hen geluisterd wordt. Ouders voelen zich vaak van het kastje naar de muur gestuurd, en zijn onzeker over de toekomst. Ze hebben veel behoefte aan meer begeleiding bij het vinden van de goede zorgvoorzieningen en financiële regelingen. De onderzoekers vinden dat de kennis over autisme beter moet worden verzameld en beschikbaar moet worden gemaakt. Met name zorgverleners en leerkrachten moeten beter op de hoogte worden gebracht. In de opleidingen voor psychiatrie, psychologie, orthopedagogiek, maatschappelijk werk en op de lerarenopleidingen moet er meer aandacht aan worden besteed. Er zou meer capaciteit moeten komen voor speciaal onderwijs op het havo- en vwo-niveau, om te voorkomen dat kinderen vastlopen en thuis komen te zitten met gedragsproblemen als gevolg van autisme in combinatie met een hoog IQ. Meer mogelijkheden voor logeeropvang kan de ouders ontlasten, waardoor zij de zorg voor hun kinderen de rest van de tijd beter aankunnen.

Child Sex Abuse Affects Both Genders Long Term 19 mei 2005 --  Fox News Channel – Bron: Dube, S. American Journal of Preventive Medicine, June 2005; vol 28: pp 430-438. News release, Health Behavior News Service -- Men and women may suffer nearly equally from the long-term effects of childhood sexual abuse. Although most research on the consequences of childhood sexual abuse has focused on female survivors, a new study suggests that men who were the victims of sexual abuse as children may suffer from similar issues. Researchers found the impact of childhood sexual abuse on the risk later in life of health and social problems was similar for both men and women. These problems include drug and alcohol abuse, mental illness, and marital difficulties. The results of the study appear in the June issue of the American Journal of Preventive Medicine. Results of Survey on Childhood Sexual Abuse: In the study, researchers surveyed more than 17,000 adults who belonged to an HMO in California. The participants were asked about their history of childhood sexual abuse as well as current health and social problems. In the survey, 25 percent of females and 16 percent of males reported experiencing childhood sexual abuse. When asked about the gender of the perpetrators, women reported that men committed the abuse 94 percent of the time. But men reported that the abusers were nearly equally divided among men and women, with women accounting for 40 percent of the perpetrators. The survey also asked the participants if the childhood sexual abuse involved intercourse or inappropriate touching only. Researchers found that the risk of lasting negative effects was slightly higher for both men and women if the abuse included attempted or completed intercourse. Lasting Impact of Sexual Abuse: Previous studies in women have shown that childhood sexual abuse increases the risk of mental health problems as well as social problems, and this study confirmed that men share that risk. The study showed that a history of attempted suicide was more than twice as likely among both male and female victims of childhood sexual abuse compared with others. In addition, sexually abused adults of both genders had a 40% greater risk of marrying an alcoholic and they were 40-50 percent more likely to report current problems in their marriage. Lees ook de samenvatting van het dit onderzoek: ‘Long-Term Consequences of Childhood Sexual Abuse by Gender of Victim’. U treft het stuk op deze pagina aan, gedateerd 13 mei 2005.

Patiëntenverenigingen willen gedragscode voor sponsorgeld 19 mei 2005 -- Patiëntenorganisaties gaan een gedragscode opstellen voor de omgang met sponsors als de farmaceutische industrie. Dit jaar nog moet de code klaar zijn. Nog niet een op de vijf patiëntenorganisaties heeft een eigen beleid voor sponsoring door het bedrijfsleven, blijkt uit een peiling onder 150 verenigingen. De enquête werd uitgevoerd door DGV, Instituut voor verantwoord medicijngebruik. De farmaceutische industrie draagt gemiddeld 8 procent bij aan de begroting van organisaties die zich laten sponsoren. Maar DGV vond ook een uitschieter: een vereniging die 60 procent van het budget van de industrie ontvangt. Gisteren presenteerde het instituut de uitkomsten in Den Bosch en kreeg er stevige kritiek op het onderzoek. Volgens patiëntenorganisaties is er geen bewijs gevonden dat sponsors onaanvaardbare invloed uitoefenen. Niettemin willen de verenigingen een gedragscode. In februari meldde Trouw na onderzoek dat de farmaceutische industrie veel geld steekt in sponsoring van patiëntengroepen. Een mediacampagne van het Astma Fonds voor de longaandoening COPD werd voor een groot deel gefinancierd door producenten van middelen tegen astma en COPD. De Stichting Bloedlink, voor patiënten met erfelijke hart- en vaatziekten, kreeg in 2004 ruim 200.000 euro van producenten van cholesterolverlagers. De nieuwe spelregels zullen worden opgesteld door het samenwerkingsverband NPCF, de Nederlandse Patiënten en Consumenten Federatie. De NCPF gaat zich mede baseren op een code van het Instituut voor Sponsoring en Fondswerving. Over het toezicht op naleving van de gedragscode zijn gisteren nog geen beslissingen genomen. Een aantal patiëntenorganisaties vindt dat sancties niet nodig zijn, omdat 'de branche heel goed weet dat men zich geen fouten kan veroorloven', aldus een deelnemer aan de conferentie. Voorzitter Winnie Sorgdrager van het Fonds PGO, dat namens de overheid subsidiegeld verdeelt, liet eerder deze week al weten dat het al of niet ondertekenen van een gedragscode in de toekomst bepalend kan worden voor het verlenen van subsidie.

Proef met seksuele zorg voor gehandicapten: Jan Troost krijgt proef bij vertrek CG-Raad ‘cadeau’ -- 18 mei 2005 -- ANP / Nieuwsredactie Elsevier Gezondheidszorg -- UTRECHT - Seksloze wezen, zo worden chronisch zieken en gehandicapten vaak gezien. Dat zei vertrekkend voorzitter Jan Troost van de Chronisch Zieken en Gehandicaptenraad. Wat hem betreft, komt er een aanvullend pakket waarin seksuele gezondheidszorg voor bijvoorbeeld mensen met een dwarslaesie is opgenomen. Daarom was hij blij om op zijn afscheidsreceptie te kunnen vertellen dat zorgverzekeraar Agis bij wijze van afscheidscadeau bereid is een proef te financieren om te kijken of dat mogelijk is. Troost, die is opgevolgd door voormalig staatssecretaris voor Sociale Zaken A. Verstand, groeide zelf op in een tijd waarin 'gehandicapten niet aan seks deden'. Eigenlijk is dat nu vaak nog zo. Uit een nog niet gepubliceerd onderzoek van de Rutgers Nissogroep en ZonMw onder 105 revalidatiepatiënten en 55 partners blijkt het hulpaanbod nog steeds uitblijft. Eenderde vroeg zelf om hulp, maar kreeg dat daarna slechts mondjesmaat aangeboden, aldus drs. J. Bender die de pilot van Agis gaat opzetten. “Het is een blinde vlek in de gezondheidszorg.” Bender, als seksuoloog werkzaam bij de Sophia Revalidatiecentra in Den Haag en voor de Rutgers Nissogroep, vertelt dat 70 procent van de ondervraagden aangaf een verandering in hun seksleven te hebben meegemaakt. Meer dan de helft van deze groep had daar echt last van. De proef van Agis is bedoeld voor zowel mensen die met een handicap geboren zijn als voor mensen die tijdens hun leven een handicap of chronische ziekte krijgen. In totaal kunnen 50 mensen na de zomer aan de proef meedoen. De bedoeling is dat zij na een intakegesprek met een seksuoloog een aantal gesprekken voert om te kijken wat zij nodig hebben. Dat kan een erectiemiddel zijn, maar ook een afspraak met een ergotherapeut. Bender benadrukt dat de zorg verder gaat dan de vraag of de geslachtsdelen naar behoren functioneren. “Het gaat ook over contact, bewegen en voelen. Het niet kunnen praten na een beroerte, hoe kan iemand met een tremor een ander teder aanraken.” Einddoel is een vorm van satisfactie voor de patiënt en dat hoeft niet altijd geslachtsgemeenschap te zijn.

Long-Term Consequences of Childhood Sexual Abuse by Gender of Victim -- 13 May 2005 -- American Journal of Preventive Medicine Volume 28, Issue 5 , June 2005, Pages 430-438 – By: Shanta R. Dube MPHa, Robert F. Anda MD, MSa, Charles L. Whitfield MDb, David W. Brown MSPH, MSa, Vincent J. Felitti MDc, Maxia Dong MD, PhDa and Wayne H. Giles MD, MSa – A National Center for Chronic Disease Prevention and Health Promotion, Centers for Disease Control and Prevention, Atlanta, Georgia Private Practice in Addiction and Trauma Medicine, Atlanta, Georgia;  Department of Preventive Medicine, Southern California Permanente Medical Group, San Diego, CaliforniaBackground: Childhood sexual abuse (CSA) is a worldwide problem. Although most studies on the long-term consequences of CSA have focused on women, sexual abuse of both boys and girls is common. Thus, a comparison of the long-term effects of CSA by gender of the victim will provide perspective on the need for future research, prevention activities, and treatment of survivors. Methods: A retrospective cohort study was conducted from 1995 to 1997 among 17,337 adult HMO members in San Diego, California. Participants completed a survey about abuse or household dysfunction during childhood, and multiple other health-related issues. Multivariate logistic regression was used to examine the relationships between severity of CSA (intercourse vs no intercourse) and long-term health and social problems (substance use and abuse, mental illness, and current problems with marriage and family) by gender of victim. Models controlled for exposure to other forms of adverse childhood experiences that co-occur with CSA. Among men, the relationship between the gender of the CSA perpetrator to the outcomes was also examined. Results: Contact CSA was reported by 16% of males and 25% of females. Men reported female perpetration of CSA nearly 40% of the time, and women reported female perpetration of CSA 6% of the time. CSA significantly increased the risk of the outcomes. The magnitude of the increase was similar for men and women. For example, compared to reporting no sexual abuse, a history of suicide attempt was more than twice as likely among both men and women who experienced CSA (p<0.05). Compared with those who did not report CSA, men and women exposed to CSA were at a 40% increased risk of marrying an alcoholic, and a 40% to 50% increased risk of reporting current problems with their marriage (p<0.05). Conclusions: In this cohort of adult HMO members, experiencing CSA was common among both men and women. The long-term impact of CSA on multiple health and social problems was similar for both men and women. These findings strongly indicate that boys and girls are vulnerable to this form of childhood maltreatment; the similarity in the likelihood for multiple behavioral, mental, and social outcomes among men and women suggests the need to identify and treat all adults affected by CSA.

Scholingsvoorstel vrijheidsbeperkende interventies wint prijs -- 13 mei 2005 – Zorgportaal -- Het projectvoorstel ‘Scholing vrijheidsbeperkende interventies’ van verpleegkundigen Michelle Mutschelknauss en Marga Jaspers heeft op 12 mei de verpleegkundeprijs gewonnen die jaarlijks wordt uitgereikt door het VU medisch centrum in Amsterdam. Met het project willen de verpleegkundigen de deskundigheid bevorderen op het gebied van vrijheidsbeperkende interventies, via een ‘train-de-trainer’ constructie. De seniorverpleegkundige Mutschelknauss en verpleegkundig specialist Jaspers krijgen buiten een beeldje één dag per week extra fte en een geldbedrag van 1000 euro dat de VU Windesheim Vereniging beschikbaar stelt. Het geld zullen de twee besteden aan het lesmateriaal dat gebruikt wordt voor de scholing van de trainers en een kenniskaart, zodat de opgedane kennis op de zorgeenheden behouden blijft. Het projectvoorstel bestaat uit het ontwikkelen en verzorgen van een scholing voor deze verpleegkundige trainers, waarin de richtlijn, het registratieformulier, de zorgprotocollen en het fixatiemateriaal een centrale rol zullen spelen. Naast theoretische onderbouwing zal aan de hand van casuïstiek geoefend worden met de vaak ingewikkelde besluitvorming rondom vrijheidsbeperking en de specifieke rol van de verpleegkundige in dit proces. De trainers krijgen bovendien een implementatiemodel aangereikt dat als leidraad dient bij het scholen van hun eigen team. De projectgroep fungeert als supervisor tijdens de implementatie op de zorgeenheid. De jury, bestaande uit in- en externe deskundigen van onder meer hogescholen en de cliëntenadviesraad (CRAZ), beoordeelden de inzendingen op het verbeteren van de kwaliteit van de patiëntenzorg, het expliciet belichten van het perspectief van de patiënt, op het gebruik van eigentijdse, nieuwe verpleegkundige beroepskennis en inzichten, de relatie tussen het beleid van de zorgeenheid en andere projecten, de praktische uitvoerbaarheid en een duidelijk tijdspad.

Steun- en adviesbalie voor huiselijk geweld -- 12 mei 2005 – Noordhollands Dagblad -- ALKMAAR - In Alkmaar wordt een steunpunt huiselijk geweld opgericht. Aan de Muiderwaard wordt het begin juni geopend, voluit genaamd: Advies- en steunpunt huiselijk geweld Noord-Kennemerland. De kracht van het steunpunt moet worden dat het probleem van huiselijk geweld vanuit alle disciplines wordt benaderd. Het maatschappelijk werk is betrokken, Slachtofferhulp, openbaar ministerie, GGD, GGZ en de gemeenten in Noord-Kennemerland. Het moet een organisatie opleveren waar iedereen die met het probleem te maken heeft makkelijk binnenloopt. Niet alleen de slachtoffers, die er voor hulp terecht kunnen. Maar bijvoorbeeld ook getuigen van huiselijk geweld: een bezorgde buur die iets merkt in zijn omgeving, maar niet weet wat hij met die kennis moet. Artsen of docenten kunnen zich voor advies wenden tot het steunpunt. Het gaat adviseren, maar heeft ook als taak om hulpverleningstrajecten te starten. Het signaleren en in kaart brengen van huiselijk geweld is van belang. Het steunpunt moet ook aan preventie gaan werken, het onderwerp moet onder de aandacht gebracht en uit de taboesfeer gehaald worden. Volgens de politie zijn er in Nederland jaarlijks een half miljoen gevallen van huiselijk geweld. Slechts in een op de tien gevallen wordt aangifte gedaan. Eén op de vijf vrouwen in Nederland heeft ervaring met huiselijk geweld. Jaarlijks sterven tachtig vrouwen aan de gevolgen van huiselijk geweld, maar ook 25 mannen en 50 kinderen. Niet alleen vrouwen zijn dus slachtoffer. Het ministerie van VWS betaalt zestig procent van de kosten, bijna twee ton. De rest past de gemeente Alkmaar bij.

Tips tegen spierpijn -- 12 mei 2005 -- Algemeen Dagblad (serie zelfzorg) -- Zowel vóórdat u spierpijn krijgt als wanneer het al zover is, kan verstandig bewegen veel leed voorkomen.

VERSTANDIG BEWEGEN: Minimaal vijf minuten rustig opwarmen voor de training, het spitten of het sauzen. Maak de warming up, bijvoorbeeld een stukje fietsen of flink doorlopen, zo zwaar dat u er net iets sneller van gaat ademen. Een beetje zweet is ook een goed teken. Verder is het natuurlijk belangrijk de training rustig op te bouwen. Wees vooral voorzichtig met die excentrische bewegingen. Kies in de fitnesszaal liever voor meer herhalingen dan hogere gewichten. Een beproefd programma: kies een gewicht waarmee u gemakkelijk 10 tot 15 herhalingen redt, doe drie series. Haalt u met het gewicht makkelijk 20 herhalingen, ga dan een tandje zwaarder. Heeft u al spierpijn, dan helpt bewegen ook. Voorzichtig bewegen met de aangedane spieren, meer inspanning met de rest van het lijf. Huisarts Jansen: ,,Iedereen weet dat het met spierpijn 's ochtend onmogelijk kan lijken om uit bed te komen. 's Middags gaat het dan al een stuk beter door het bewegen.'' Jansen adviseert ook de zere spieren voorzichtig te rekken. Forceer het niet en rek níet verend. Gewoon drie keer acht tellen de spier op lengte brengen zonder pijn.

VEEL DRINKEN: Verder is het handig tijdens inspanning veel te drinken. Jansen: ,,Je ziet mensen overal met van die spaflesjes, maar bij het sporten of tuinieren nog te weinig. Juist dan heb je vocht nodig.''

AFKOELEN EN OPWARMEN: Amerikaanse onderzoekers hebben ontdekt dat spierpijn minder is als u zwaar belaste spieren direct na de training een kwartier onderdompelt in ijswater, en deze behandeling drie dagen lang tweemaal daags herhaalt. Maar ja, zo krijgt de remedie wel veel weg van een nieuwe kwelling.

Een ervaringsfeit is dat een rondje sauna na de training ook werkt. En als u daarna nog een paar rustige baantjes trekt in het zwembad, moet u toch wel bijna alle afvalstoffen kwijt zijn voordat u thuis bent.

SMEREN EN MASSEREN: Tijgerbalsem, Midalgan, Spiroflor, warmtepleisters (van Hansaplast), allemaal maken ze de huid boven de zere spier warm. ,,Van geen enkele van deze middelen is bewezen dat ze werken tegen spierpijn'', zegt Jansen. ,,Het grootste effect wordt bereikt door het masseren, niet door de stof die er in zit.'' Dat verhoogt de doorbloeding en maakt de stijve spier weer los. Dat geldt ook voor crèmes met al dan niet ontstekingsremmende en pijnstillende stoffen. ,,Het is een illusie dat de werkzame stof in zo'n crème de spieren kan bereiken'', zegt Jansen. ,,De bloedvaatjes vlak onder de huid hebben die stoffen allang weggevoerd, voordat ze dieper kunnen doordringen.'' Onder die bloedvaatjes ligt eerst nog een laagje vet, en daaronder nog een stevig bindweefselvlies, dat de spier verpakt.

PILLEN EN POEDERS: Neem als u niet meer vóór of achteruit kunt van de spierpijn eventueel een paracetamol. Dat blijft volgens het NHG de pijnstiller met de minste bijwerkingen. Ook als u er niets aan doet, is de spierpijn binnen een paar dagen vanzelf verdwenen.

Farmaceut is kritiek op antidepressiva beu -- 12 mei 2005 -- PSY -- Aanhoudende kritische berichten over antidepressiva in de media waren voor fabrikant Wyeth Pharmaceuticals aanleiding een positiever geluid te laten horen. De Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie krijgt kritiek omdat ze met de resultaten van dit haastige onderzoek naar buiten trad. Verschillende media meldden begin maart dat antidepressiva slecht zouden werken en als aspirientjes worden voorgeschreven. Voor farmaceut Wyeth was de maat vol. 'Als onzin de zin structureel overstijgt dan wordt het tijd om een ander geluid te laten horen', aldus een woordvoerder. De farmaceut schakelde TNS Nipo in om de tevredenheid over antidepressiva te peilen. In een tijdsbestek van twee weken werden vragenlijsten gestuurd naar 273 psychiaters, 154 huisartsen, 301 gebruikers en 316 levenspartners van gebruikers én werden de gegevens verwerkt. Eén van de conclusies van het onderzoek is dat het gebruik van antidepressiva het ziekteverzuim sterk doet dalen. Dit zou een besparing van 1,25 miljard euro opleveren. Neuropsycholoog Willem van den Burg heeft het onderzoek zelf niet kunnen inzien, omdat het niet af is, maar hij 'gelooft er geen bal van dat je op basis van vragenlijsten kunt concluderen dat je 1,25 miljard bespaart. Hoe denken ze dat te kunnen berekenen?' Uit het onderzoek blijkt verder dat een overgrote meerderheid van de gebruikers tevreden is over de middelen. Van den Burg merkt op dat de onderzoekers niets hebben gevraagd aan voortijdige stakers van antidepressiva. 'Waren die mensen bij het onderzoek betrokken, dan had je waarschijnlijk een ander beeld gekregen.' Opmerkelijk is dat de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) tijdens haar Voorjaarscongres zelf actief naar buiten trad met de premature resultaten van het TNS Nipo-onderzoek. In het persbericht zegt NVvP-voorzitter René Kahn: 'Dit onderzoek toont aan dat in de dagelijkse praktijk antidepressiva van grote waarde zijn voor zowel patiënt als behandelaar.' Het persbericht vermeldt niet dat Wyeth de opdrachtgever van het onderzoek is. De NVvP vond dat 'niet relevant' omdat de resultaten berusten op een representatieve steekproef. Froukje Bos van stichting Pandora vindt het verontrustend dat TNS Nipo en NVvP de resultaten samen naar buiten brachten 'nota bene nog voordat het onderzoek was afgerond. Dit wekt de indruk dat ook de NVvP de kritiek op antidepressiva wil overschreeuwen. Dat verwacht je niet van een wetenschappelijke beroepsvereniging.' Volgens psychiater Christina van der Feltz-Cornelis van de NVvP was de vereniging niet betrokken bij het onderzoek. 'Wij zijn geschrokken van de resultaten, omdat vier procent van de patiënten zegt te zijn gestopt met de medicijnen vanwege de negatieve berichtgeving. Wij hebben er belang bij dat patiënten goede informatie krijgen en niet stoppen met hun medicatie vanwege verkeerde informatie in de pers.' Van den Burg: 'Met het laatste ben ik het natuurlijk roerend eens. Maar het eerste suggereert dat je negatieve berichtgeving uit de openbaarheid moet houden. Mond houden, anders wordt de patiënt ongerust en staakt hij misschien zijn medicatie.'(BP)

 

Geen diagnoses op formulieren zorgkantoor -- 12 mei 2005 -- PSY -- Verzekeraars kunnen niet van vrijgevestigde psychotherapeuten eisen dat ze diagnoses vermelden op aanvraagformulieren voor psychotherapie. Bij verlenging van de therapie vanwege een persoonlijkheidsstoornis is slechts een algemene code van de diagnose nodig. De beroepsvereniging had eerder alarm geslagen over de aantasting van de privacy van cliënten. De Nederlandse Vereniging van Vrijgevestigde Psychotherapeuten (NVVP) riep haar leden onlangs op om op aanvraagformulieren voor psychotherapie geen codes van DSM-diagnoses meer te vermelden. De privacy van cliënten komt in gevaar wanneer persoonsgegevens in combinatie met psychiatrische diagnosegegevens bij de verzekeraar terecht zouden komen. Volgens de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (Wgbo) is dit niet toegestaan. Steeds meer zorgkantoren eisen echter uitgebreide diagnosegegevens van de psychotherapeuten. Volgens de beroepsvereniging is dit ontoelaatbaar. De kwestie is urgent geworden sinds het maximaal aantal vergoede psychotherapie-sessies is teruggebracht tot 25. Alleen wanneer sprake is van een persoonlijkheidsstoornis kan een verlenging tot vijftig zittingen worden aangevraagd bij het zorgkantoor. Daarnaast speelt mee dat de psychotherapeutische hulp per 2007 uit de Awbz gaat en in de polissen van de zorgverzekeraars wordt opgenomen. De oproep van de NVVP om te stoppen met het invullen van DSM-codes op aanvraagformulieren is Zorgverzekeraars Nederland (ZN) in het verkeerde keelgat geschoten. ZN is verontwaardigd dat de beroepsvereniging op z'n minst gesuggereerd heeft dat zorgverzekeraars niet zorgvuldig met de privacy van cliënten zouden omgaan. Verder stelt ZN dat zorgkantoren moeten kunnen controleren of er een indicatie is voor de geleverde zorg. De NVVP stelt daar tegenover dat de verwijzing door huisarts of specialist en controle door de medisch adviseur van het zorgkantoor voldoende is. De NVVP heeft inmiddels steun gekregen van het College voor zorgverzekeringen (CVZ). Dit college is van mening dat voor de aanvraag van psychotherapie geen diagnose vermeld hoeft te worden. Wanneer verlenging wordt aangevraagd tot vijftig zittingen voldoet de aanduiding persoonlijkheidsstoornis. 'Voor de NVVP is hiermee het probleem voorlopig opgelost', laat Jeanne Janssen van de NVVP weten. De beroepsorganisatie verwacht binnenkort nog wel een uitspraak van het College Bescherming Persoonsgegevens over de vraag of het toelaatbaar is dat therapeuten de aanduiding persoonlijkheidsstoornis in combinatie met persoonsgegevens aan de verzekeraar doorgeven. (ML)

Cliënten en familieleden vrezen achteruitgang zorg -- 12 mei 2005 -- PSY -- Cliënten en familieleden in de geestelijke gezondheidszorg zijn bezorgd over de invoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning per 1 januari 2006. Het is onduidelijk welke taken de gemeenten gaan uitvoeren voor ggz-cliënten. De vrees is groot dat de belasting van familieleden fors zal toenemen. Het Platform GGZ, waarin twaalf cliënten- en familieorganisaties zijn georganiseerd, heeft in een brief aan de Tweede Kamer zijn ongerustheid geuit over de invoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning per 1 januari 2006. Door deze wet krijgen gemeenten veel extra taken op het gebied van ondersteuning, begeleiding en huishoudelijke verzorging van psychiatrische patiënten. Een deel van de hulp die nu vergoed wordt door de Awbz zal worden overgeheveld naar de gemeenten. Hetzelfde geldt voor subsidiepotjes waaruit nu nog cliënteninitiatieven worden betaald. Het Platform GGZ vraagt zich af of gemeenten al voldoende toegerust zijn om deze taken te gaan vervullen. De angst bestaat dat het ggz-pakket uit elkaar zal vallen, doordat een deel van het aanbod onder de Awbz zal vallen, een ander deel in de nieuwe Zorgverzekeringswet wordt ondergebracht en een derde deel door de gemeenten zal worden aangeboden. Juist voor mensen die gebruik maken van verschillende voorzieningen en kampen met een sterk wisselend ziektebeeld is het van belang dat er een samenhang bestaat tussen de verschillende voorzieningen, aldus het Platform GGZ. Het vreest bovendien dat de invoering van de WMO zal leiden tot een zwaardere belasting van familieleden van psychiatrische patiënten. Daarom zou staatssecretaris Ross er goed aan doen om de familieorganisaties uit de ggz bij haar plannen te betrekken. Ongerust is het platform ook over het geld van de subsidieregeling Zorgvernieuwingsprojecten, dat bij de gemeenten terechtkomt. De Vereniging Nederlandse Gemeenten heeft de staatssecretaris in een brief laten weten dit geld te willen gebruiken voor bemoeizorg. Nu worden daar cliënteninitiatieven mee gefinancierd. De toon van de brief bevalt het platform allerminst, omdat hierin een eenzijdig verband gelegd wordt tussen ggz-cliënten en overlast en verloedering. Het is de bedoeling dat het wetsvoorstel WMO voor het zomerreces in de Tweede Kamer wordt behandeld. (ML)

Vertaling Notes on Nursing in de herdruk -- 11 mei 2005 -- Zorgkrant -- Het Nationaal Museum Verpleging en Verzorging presenteert donderdag 12 mei, de Dag van de Verpleging, de Nederlandse vertaling van het legendarische werk van Florence Nightingale Notes on Nursing. Wie in de verpleging werkt, hoort Notes on Nursing, te kennen. Niet omdat je er nog de kneepjes van het vak van heden uit kunt halen, maar omdat het nog steeds de grondslag vormt van de beroepsuitoefening. Na de oorlog op de Krim, waar Nightingale beroemd zou worden als de 'Lady with the lamp', heeft ze haar ervaring en onderzoek rond het onderdeel van het vak dat we nog steeds als bedverpleging aanduiden, in dit boekje samengevat. Revolutionair klinkt het allemaal niet meer, essentieel was het toen en is het eigenlijk nog steeds. Notes on nursing werd al spoedig wereldberoemd; het werd in allerlei talen vertaald, zo ook, drie jaar na verschijnen, in het Nederlands onder de titel Over ziekenverpleging. Het is daarom een boekje dat elke verpleegkundige tussen de vakliteratuur moet hebben staan. De Nederlandse vertaling van het boekje, waarvan in 1980 een herdruk verscheen, is al jaren niet meer verkrijgbaar. Dankzij de steun van de Noaber Foundation kon het opnieuw worden uitgegeven en is het bij deze gelegenheid door prof.dr. Mart J. van Lieburg van een geactualiseerde inleiding voorzien. Het boekje wordt op 12 mei in Ziekenhuis Gelderse Vallei (Ede) aangeboden en is vanaf 12 mei te koop in de museumwinkel. Bezoekadres: Nationaal Museum Verpleging en Verzorging, Stationsstraat 27, 6671 AW Zetten. Telefoon: (0488) 47 33 90, e-mail museum@zorgportaal.nl , website: http://www.nmvv.nl/ 

Meer informatie over het leven en werk van Florence Nightingale treft u onder deze link aan. Bekijk ook deze pagina voor meer informatie over het leven en werk van de beroemde verpleegkundige.

Mogelijke legionellabesmetting in AMC -- 11 mei 2005 -- De Telegraaf -- AMSTERDAM - Het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam heeft 190 patiënten ingelicht, omdat zij mogelijk met de legionellabacterie in aanraking zijn gekomen. De bacterie is het afgelopen weekeinde aangetroffen in het ziekenhuis. Volgens een woensdag verstrekte mededeling van het AMC is de kans op besmetting zeer gering. De bacterie werd gevonden in een kraan, nadat op een afdeling een verwarmingselement defect was geraakt. De verwarming is inmiddels gerepareerd en de leidingen zijn doorgespoeld. Uit voorzorg zijn alle patiënten die sinds 25 april op de betreffende afdelingen opgenomen waren, geïnformeerd. Het AMC heeft die stap genomen omdat de aanwezigheid van de bacterie tot grote ongerustheid kan leiden. Van alle mensen die met de bacterie in aanraking komen, krijgt er slechts een enkeling longontsteking. Meestal duurt het een week voordat de ziekte zich openbaart. Overigens is het in dit geval niet zeker of patiënten met de bacterie in aanraking zijn gekomen. Mensen met longontsteking door legionella hebben hoge koorts, hoesten, zijn kortademig en hebben hoofd- of spierpijn.

Angststoornissen zichtbaar op scan -- 10 mei 2005 -- Zorgkrant -- Angst is op hersenscans zichtbaar als een verhoogde activiteit van de amygdala, ook wel de amandelkern genoemd. De reactiviteit van de amygdala wordt onderdrukt door andere hersengebieden, zoals de prefrontale schors. Bij mensen met angststoornissen werkt de controle vanuit de prefrontale schors echter onvoldoende en is overmatige en irreële angst het gevolg. Promovenda Odile van den Heuvel verdedigt de conclusies van haar hersenscanonderzoek op 12 mei aan het VU medisch centrum te Amsterdam. Van den Heuvel liet tijdens haar experimenten gezonde proefpersonen en patiënten met angststoornissen kijken naar vieze plaatjes of ze gaf hun emotioneel geladen woorden zoals ‘twijfel’ te lezen. De hersenscans van de gezonde proefpersonen lieten een verhoogde activiteit zien van de prefrontale schors. Echter, bij de proefpersonen met angststoornissen was juist een sterk verhoogde activiteit van de amygdala te zien. Van de prefrontale schors is bekend dat deze betrokken is bij allerlei sturende functies. Van den Heuvel concludeert daarom dat de angstklachten worden veroorzaakt door een falen van dit controlecentrum van de hersenen. Daarbij toonde de promovenda aan dat mensen met angstklachten ook slechter presteren bij emotioneel neutrale taken, zoals het oplossen van een denkoefening. Ook hier lieten deze proefpersonen een verstoorde functie zien van de prefrontale schors. Het in beeld brengen van gevoel en gedachte en hun onderlinge interacties, zal op langere termijn bijdragen aan de ontwikkeling van nieuwe behandeltechnieken voor angst.

Jeugdartsen sceptisch over meer schoolbezoek -- 7 mei 2005 -- Volkskrant – AMSTERDAM - Vaker naar de schoolarts, levert dat wat op? De artsen betwijfelen het. Bovendien: ‘Dat heeft alleen zin als de minister ook geld reserveert voor de wachtlijsten in de jeugdzorg’. Overgewicht. Kindermishandeling. Meisjesbesnijdenis. Elke keer als de veiligheid en gezondheid van de jeugd in het geding is, wordt gepleit voor de invoering van een jaarlijks bezoek van de schoolarts. Ook het parlement dringt daar al meer dan een jaar op aan bij de minister van Volksgezondheid. Nog voor de zomer beslist minister Hoogervorst of hij daar extra geld voor uit wil trekken. De jeugdartsen betwijfelen of jaarlijks onderzoek wel zo zinvol is. ‘Dat wordt een hele kostbare operatie die relatief weinig oplevert’, waarschuwt Fré Schaaphok, schoolarts bij de GGD Friesland. ‘Vergeet niet dat het met 75procent van de kinderen gewoon goed gaat.’ De schoolartsen roepen alle kinderen op voor preventief onderzoek als ze 5, 10 en 14 jaar oud zijn. Veel mensen verlangen terug naar de jaren tachtig toen kinderen nog jaarlijks werden opgeroepen. Ineke van Eerdenburg, een kwarteeuw schoolarts en bestuurslid van de Artsenvereniging Jeugdgezondheidszorg Nederland, verlangt niet terug naar vroeger. ‘Dat waren puur lichamelijke onderzoeken van vijf à tien minuten waarbij vooral naar oren en ogen werd gekeken.’ De aandacht van de schoolartsen is de afgelopen decennia verschoven naar de ontwikkeling van de motoriek, gedrags- en psychosociale problemen. Het onderzoek is veel uitgebreider geworden. ‘We zien de kinderen minder vaak, maar er wordt meer tijd voor uitgetrokken. Met de kleuters zijn we gauw driekwartier bezig’, benadrukt Van Eerdenburg. Het bezoek van de schoolarts op 5-, 10- en 14-jarige leeftijd is het minimum. Tussentijds bezoekt de schoolarts heel wat kinderen die tot risicogroepen behoren en kinderen over wie de schoolarts extra zorgen heeft naar aanleiding van het eerste onderzoek op 5-jarige leeftijd. Als zich onverwachte problemen voordoen, maakt de school daar veelal melding van bij de jeugdarts die vervolgens tot extra controle overgaat en het kind eventueel doorverwijst naar huisarts, specialist of hulpverlening. Want de jeugdarts behandelt niet. Fré Schaaphok vindt een extra controle tussen het vijfde en tiende levensjaar wel zinvol. ‘Dat gat van vijf jaar is erg groot’, vindt hij. ‘Het onderzoek op 5-jarige leeftijd is bedoeld om te inventariseren welke risico’s het kind loopt, maar dat is op die leeftijd niet altijd te zien. En als de school tussentijds aan de bel trekt, omdat het kind bijvoorbeeld leer- of gedragsproblemen heeft, blijkt vaak veel meer aan de hand te zijn. En dan zijn we er met zijn allen te laat bij.’ In het blad 0-25, vakblad voor de jeugdzorg, pleit kinderpsychiater Theo Doreleijers deze maand zelfs voor tweejaarlijks bezoek van de schoolarts. Volgens de hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie is dat nodig om gedragsproblemen bij kinderen eerder op te sporen en te behandelen zodat kinderen op latere leeftijd minder kans hebben te ontsporen. Ook dit pleidooi wordt door de schoolartsen met scepsis ontvangen. ‘Er is al veel aandacht voor juist de gedragsproblemen. En meer contact betekent niet automatisch dat het individuele kind er beter van wordt’, waarschuwt Van Eerdenburg. ‘Want wat gebeurt er nadat er gedragsproblemen bij het kind worden gesignaleerd? Dan komt het op een wachtlijst en gebeurt er nog niets. Extra bezoek van de schoolarts heeft alleen zin als de minister ook geld reserveert voor het wegwerken van de wachtlijsten in de jeugdzorg.’ Fré Schaaphok houdt het op een extra controle tussen het vijfde en tiende levensjaar. Hij wil er als schoolarts eerder bij zijn als een kind te dik wordt, adhd ontwikkelt, angststoornissen krijgt, extreem gepest wordt of thuis niet meer te houden is. ‘Als je er vroeg bij bent, is een gezin makkelijker te helpen, veelal buiten jeugdzorg om en dus zonder dat het gezin op de wachtlijst hoeft. Door de late signalering laten we de zaak onnodig uit de hand lopen, waardoor de boel bij jeugdzorg verstopt en wachtlijsten ontstaan.’

Artsen nemen ontslag na dood premature baby 6 mei 2005 – Nieuwsblad -- Twee kinderartsen van het Sint-Elizabethziekenhuis in Namen hebben hun ontslag ingediend omdat zij menen dat hun collega's gynaecologen niet al het nodige gedaan hebben om de premature baby Adrien te redden. In de nacht van 17 op 18 februari werd de baby geboren. Dokter Hemelsoet vond het hemeltergend hoe het kindje volgens hem niet de nodige zorgen kreeg om te overleven. Toen hij tussenbeide wilde komen, werd hij door de ouders weggestuurd: zij hadden van de gynaecologen gehoord dat voor Adrien niets meer kon ondernomen worden. Het jongetje stierf kort nadien. Het gerecht heeft daarop zowel de ouders als het medisch personeel dat bij zijn geboorte aanwezig was (een gynaecoloog, een verloskundige verpleegster en een assistente in de gynaecologie) in verdenking gesteld van kindermoord. Sindsdien heerst in het ziekenhuis een stille oorlog tussen pediaters en gynaecologen.

Vrouw haalt man in bij AA: Drankprobleem bespreekbaar dankzij tv-soaps 6 mei 2005 --  Nieuwsblad -- Steeds meer vrouwen sluiten zich aan bij de Anonieme Alcoholisten (AA). In Limburg zijn er nu al evenveel mannelijke als vrouwelijke AA'ers. ,,De Vlaamse soapseries werken wervend'', luidt het. België telt naar schatting een half miljoen alcoholverslaafden. Van de vrouwen heeft 3,6 procent een drankprobleem. Zowel in Familie als Thuis duiken geregeld vrouwen op met een drankprobleem. Vaak gaan die naar de AA. Veel vrouwelijke kijkers met dezelfde problemen herkennen zichzelf en nemen een voorbeeld aan de drankverslaafde op tv.'' Dat zegt Jos, woordvoerder van de Limburgse Anonieme Alcoholisten, die zoals andere AA-leden alleen maar zijn voornaam bekend maakt. Om aan te geven hoe snel de evolutie gaat, schetst hij de situatie van een paar jaar geleden. ,,Toen was de verhouding vrouwen-mannen één tegen zeven. Vandaag één tegen één.'' In West-Vlaanderen, waar de meeste AA-groepen zitten, is de verhouding voorlopig nog één vrouw tegen drie mannen. Een paar jaar geleden was dat één tegen tien. Danny, de West-Vlaamse woordvoerder, schrijft de stijging van het aantal vrouwelijke AA'ers ook toe aan de emancipatie. ,,Daardoor komen vrouwen meer buiten, is er meer contact met alcohol en meer gevaar voor verslaving, maar daardoor durft men ook sneller naar de AA stappen.'' In 2001 werd geschat dat 9,5 procent van de Belgische mannen een alcoholprobleem heeft, tegenover 3,6 procent van de vrouwen. Vorig jaar waarschuwde het Hoger Instituut van de Arbeid dat het alcoholprobleem nog veel groter is, omdat we meer gebruiken dan we toegeven in onderzoeken. Zij spreken van 800.000 Belgen met een probleem, tegenover het half miljoen dat steevast als cijfer gebruikt wordt.

Zorgverzekeraars willen slechte verpleeghuizen korten op budget 6 mei 2005 – Eindhovens Dagblad -- DEN HAAG - Verpleeg- en verzorgingshuizen waar de kwaliteit van de zorg slecht is en bewoners geen prettige leefomgeving hebben, moeten minder geld krijgen. Daarvoor pleiten de drie grote zorgverzekeraars Achmea, CZ en VGZ. De maatschappijen gaan van alle instellingen waar zij contracten mee afsluiten, eisen dat ze zich onderwerpen aan een speciale keuring. De onafhankelijke stichting Perspekt gaat de keuring wordt uitvoeren. Verpleeg- en verzorgingshuizen kunnen zich nu al voor het zogenoemde Bronzen Keurmerk laten testen, maar alleen vrijwillig. Verpleeg- en verzorgingshuizen die zitten in de gebieden waar Achmea actief is, worden binnen drie jaar verplicht om de test te ondergaan. Het idee is door Achmea bedacht na de commotie rondom de 'pyjamadagen', twee jaar geleden. Het bleek dat in sommige verpleeghuizen bewoners niet werden aangekleed omdat het personeel daar geen tijd voor had. CZ en VGZ hebben zich bij het keuringsplan aangesloten. Brancheorganisatie Zorgverzekeraars Nederland pleit ervoor dat op termijn alle zorgverzekeraars meedoen. De drie initiatiefnemers, waarbij ruim 5,5 miljoen mensen zijn verzekerd, willen er zeker van zijn dat in instellingen waar zij zaken mee doen de kwaliteit van de zorg goed is. „Nu weten we dat vaak niet omdat het erg gesloten organisaties zijn,“ zegt Jacco Visser, beleidsadviseur bij Achmea. Uniek aan de keuring is dat ook wordt onderzocht wat de bewoners zelf en hun familieleden van het verzorgings- of verpleeghuis vinden. Bestaande keuringen letten vooral op hoe de zorg georganiseerd is. „Terwijl het uiteindelijk het belangrijkste is dat de mensen die er wonen of verzorgd worden, het er naar hun zin hebben. In dit onderzoek telt dus ook mee of het eten vaak te koud is,“ zegt Visser. De zorgverzekeraars willen verpleeghuizen die niet door de test komen, straffen. „Ze moeten gekort worden op hun budget,“ zegt de Dik-Jan Westerwoudt van CZ. Nu kan dat nog niet, omdat de wet de zorgverzekeraars dwingt om zorg in te kopen in hun regio's. Verpleeghuizen krijgen een bepaald budget per cliënt. „Of ze nou slecht of goed presteren.“ Bij Achmea en CZ zijn de keuringen al in volle gang. Tot nu toe is alleen verpleeghuis Zandhove in Zwolle geslaagd voor de test.

Column Monique Biesaart: Tuchtrecht in de revisie: komt er nog wat van? -- 4 mei 2005 -- Nieuwsbrief Artsennet & KNMG -- Op 23 april kopte de Telegraaf: ‘Toename klachten over zorgverleners’. Het bleek te gaan over cijfers van het Regionaal Tuchtcollege Amsterdam: van 255 klachten in 2003 naar 311 klachten in 2004. Is dit beeld over de gehele linie zo? Het laatste jaarrapport van de Inspectie (2003) laat een toename van tuchtklachten zien van 15% (893 klachten) ten opzichte van het jaar daarvoor (776 klachten). In de zeven jaren ervoor is het verloop grillig, met een gemiddelde van 830 klachten per jaar. Overigens is de toename relatief, als men bedenkt dat sinds 1997 vier nieuwe beroepsgroepen onder het tuchtrecht zijn gebracht. Dat zijn vier keer zoveel beroepsbeoefenaren als de oude beroepen samen (ca. 275.000 fysiotherapeuten, verpleegkundigen, psychotherapeuten en gezondheidszorgpsychologen; ca 75.000 artsen, tandartsen, verloskundigen en apothekers). Natuurlijk speelt hier ook een rol de invoering van de Klachtencommissies in 1995, maar van een verontrustende toename van tuchtklachten lijkt toch geen sprake. Zorgelijker is het feit dat het percentage klachten, waarop een maatregel volgt, laag is en laag blijft: dit schommelt al jaren rond de 17%. Na onderzoek naar de oorzaken hiervan wees de evaluatiecommissie er in 2002 al op dat dit niet goed is voor het vertrouwen van de burger in het tuchtrecht. Een jaar later(1) toonde de Minister zich in reactie op de BIG-evaluatie bereid een goed voorlichtingsplan te laten ontwikkelen over het tuchtrecht in verband met het ‘zorgelijk hoge percentage ongegronde klachten’. Een dergelijk plan heb ik nog niet voorbij zien komen. Uit de BIG-evaluatie kwam naar voren dat het tuchtrecht een prominente rol speelt in de kwaliteitsbewaking in de zorg, maar dat er wel knelpunten zijn. Door enkele ingrepen in de Wet BIG, die de evaluatiecommissie vertaalde in 20 concrete voorstellen(2), zou de kwaliteit van het tuchtrecht en daarmee het vertrouwen van burgers en beroepsbeoefenaren in het tuchtrecht verbeterd kunnen worden. In zijn brief van 2003 kondigde de Minister (zonder nadere uitleg) aan verbeteringen te overwegen op de volgende vijf punten, gevolgd door de aanbevelingen van de evaluatiecommissie:

De Minister zou hierover met de tuchtcolleges gaan overleggen. Voor zover mij bekend, heeft een dergelijk overleg tot op heden niet plaatsgevonden. Daarnaast deed de evaluatiecommissie belangrijke aanbevelingen, zoals over de controle op opgelegde maatregelen (bijvoorbeeld de voorwaardelijke schorsing) en over het publicatiebeleid. Zeer weinig zaken worden gepubliceerd en dat is een gemiste kans voor normontwikkeling – en dus kwaliteitsverbetering - binnen beroepsgroepen.  In een recente brief(3) schrijft de Minister dat de Kamer in 2006 voorstellen over enkele inhoudelijke en organisatorische aspecten van het tuchtrecht tegemoet kan zien. Onder meer hierover zou het algemeen overleg gaan tussen Vaste Kamercommissie en Minister op 28 april. Maar dat is afgeblazen. Reden: andere prioriteiten. Waarschijnlijk: uitstel tot na het zomerreces. In een vorig leven maakte ik deel uit van de BIG-evaluatiecommissie. Met Joep Hubben verrichtte ik het onderzoek naar het tuchtrecht. Vertaalden we knelpunten in concrete suggesties. In 2006 kunnen we eindelijk iets tegemoet zien. Dan zijn we vier jaar verder. Mag ik even verontwaardigd zijn? Monique Biesaart, beleidsmedewerker gezondheidsrecht KNMG. Correspondentie-adres: m.biesaart@fed.knmg.nl

Noten:

1) Brief Minister VWS aan TK 31-10-2003, bijlage Standpunt Evaluatie Wet BIG, p.13.

2) Evaluatie Wet BIG ZonMw, okt. 2002, p. 210-213 (voorstellen. 50-70).

3) Brief Minister VWS aan TK 8-3-2005, TK 29 282, nr.20: Tijdspad voor wijzigingen in de Wet BIG.

PTSS geassocieerd met kindermisbruik: verhoogde schildklieractiviteit 5 mei 2005 – Biol. Psychiatry --  Altered thyroid activity, especially elevated Total T(3) levels, was found in women with PTSD associated with childhood sexual abuse. Thyroid hormone alterations among women with posttraumatic stress disorder due to childhood sexual abuse.
Friedman MJ, Wang S, Jalowiec JE, McHugo GJ, McDonagh-Coyle A. Biol Psychiatry 2005 May 15; 57(10):1186-92.
BACKGROUND: Research on thyroid activity among
male combat veterans with posttraumatic stress disorder (PTSD) has consistently shown elevations in total triiodothyronine (TT(3)) and inconsistent elevations of other thyroid variables. This study is the first large-scale investigation of thyroid function in women with PTSD.

METHODS: Thyroid function was measured in 63 women with PTSD due to childhood sexual abuse (PTSD-CSA) in comparison with a community sample of 42 women without current PTSD-CSA. Clinical measures included the Clinician Administered PTSD Scale (CAPS), the Evaluation of Lifetime Stressors, the Trauma Assessment for Adults and the Beck Depression Inventory.
RESULTS: Women with PTSD-CSA showed significant elevations in Total T(3) and the TT(3)/free thyroxine (TT(3)/FT(4)) ratio, the FT(3)/TT(3) ratio, and modest reductions in thyroid stimulating hormone relative to our community sample. These findings could not be explained by the influence of prior trauma, lifetime PTSD or depressive symptoms.
CONCLUSIONS: Altered thyroid activity, especially elevated Total T(3) levels, was found in women with PTSD associated with childhood sexual abuse.
From: Department of Psychiatry, Dartmouth Medical School, Hanover; NH-Dartmouth Psychiatric Research Center; Lebanon, New Hampshire; National Center for PTSD VA Medical Center, White River Junction, Vermont.

Nep-onderzoek pillenmaker -- 4 mei 2005 -- Trouw -- Een geneesmiddelfabrikant heeft een pseudo-onderzoek opgezet om een nieuw middel tegen schizofrenie in de pen van de psychiater te krijgen. Het bedrijf moet direct stoppen. Bristol Myers Squibb (BMS), producent van een nieuw middel (Abilify) voor schizofrenie-patiënten moet van de Codecommissie geneesmiddelenreclame ruim 100 psychiaters per brief meedelen dat het onderzoek waaraan zij meedoen strijdig is met de Geneesmiddelenwet. De psychiaters kregen 100 euro per aangeleverde patiënt. Het is voor het eerst dat het zelfreguleringsorgaan van de farma-sector een seeding-trial verbiedt. Het gaat hier om een studie die niet aan een medisch ethische toetsingscommissie hoeft te worden voorgelegd. Farmaceutische bedrijven ontkennen al jaren furieus dat ze nep-onderzoekjes opzetten zonder wetenschappelijke pretentie, met slechts als doel een middel bij voorschrijvers te promoten. In de gisteren gepubliceerde uitspraak zegt de codecommissie dat de studie 'duidelijke kenmerken vertoont van een seeding trial'. De beslissing volgt op een klacht van een concurrent van BMS. Eli Lilly is met de pil Zyprexa marktleider van medicijnen voor schizofrenie-patiënten. In 2003 werden voor Zyprexa bijna 334000 recepten uitgeschreven, de omzet bedroeg in dat jaar 35 miljoen euro. Antipsychotica worden langdurig, vaak levenslang geslikt. Het nog nieuwe Abilify van BMS vormt een bedreiging voor de marktpositie van Eli Lilly. Tijdens de zitting, twee weken geleden, toonde BMS zich uiterst verbolgen over de beschuldiging dat het onderzoek 'nep' is. Eli Lilly zag vooral in het ongewoon grote aantal patiënten dat de concurrent in het onderzoek wilde betrekken een aanwijzing dat BMS commerciële bedoelingen had. BMS zocht 1200 deelnemers, dat is zes tot acht procent van alle patiënten in Nederland die met antipsychotica (zoals Zyprexa en Abilify) worden behandeld.

BMS slaagde er niet in de codecommissie duidelijk te maken waarom het op zoveel patiënten mikte. Eli Lilly had wel een idee: BMS wilde in één klap een fiks marktaandeel in handen krijgen. De psychiaters werden volgens Eli Lilly lekker gemaakt met een gratis computer en een peperdure pda-telefoon met gratis abonnement, bovenop de betaling van 100 euro per patiënt. BMS ontkende dat de psychiaters de telefoon gratis kregen en de codecommissie oordeelde dat de betaling voor de deelnemende patiënten niet buitensporig was. Het bedrijf zei dat het grote aantal patiënten nodig was om wetenschappelijk verantwoorde conclusies te kunnen trekken over de effectiviteit van Abilify en de mogelijke bijwerkingen. Volgens de codecommissie heeft BMS met het onderzoek getracht 'het voorschrijfgedrag van de deelnemende psychiaters op ongewenste wijze' te beïnvloeden.

Psychiatrie: Gedwongen pillen slikken beperkt -- 3 mei 2005 -- Trouw -- Psychiatrische patiënten mogen niet zomaar worden gedwongen medicijnen te slikken, met als stok achter de deur een dwangopname. Dat heeft de Hoge Raad bepaald. Of de uitspraak goed uitpakt voor patiënten, valt nog te bezien. Volgens psychiaters kunnen veel patiënten thuis blijven wonen, mits ze hun pillen innemen. Daarbij is vaak enige drang vereist. Als dat niet mag, vrezen psychiaters dat ze moeten terugvallen op een veel zwaarder middel: rechtstreekse dwangopnames. Want die mogen nog wél. De zaak was aangespannen door een vrouw van in de veertig met een chronische psychose. Zij heeft diverse gedwongen opnames achter de rug. Haar behandelaar vreesde dat ze thuis zou stoppen met haar pillen, waarna ze terug zou vallen in een ernstige psychose. Daarom werd een nieuw instrument ingezet: de vorig jaar ingevoerde 'voorwaardelijke machtiging'. Daarmee kunnen patiënten ontkomen aan dwangopname. Ze moeten dan wel instemmen met voorwaarden als regelmatige controle en het innemen van geneesmiddelen. Houden ze zich daar niet aan, dan volgt alsnog een gedwongen opname. De rechter in Rotterdam verleende deze machtiging vorig najaar, tegen de zin van de vrouw. ,,Ze wil de medicatie niet'', verklaart haar raadsvrouw D. Lösing. Dat had de patiënte al duidelijk gemaakt aan de rechter, maar die dacht dat ze met een voorwaardelijke machtiging wel overstag zou gaan. Overigens kwam de vrouw toen volgens de rechter niet in aanmerking voor opname. De Hoge Raad geeft de patiënte gelijk: de nieuwe wettelijke regeling is alleen bedoeld voor patiënten die inzien dat behandeling nodig is, en zich tegenover de rechter bereid verklaren daaraan mee te werken. Juridisch valt er op de uitspraak, die de Hoge Raad vrijdag deed, niets aan te merken, zegt psychiater R. van Veldhuizen, woordvoerder van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVVP). ,,De Hoge Raad volgt de wet.'' Minister Hoogervorst had de psychiaters een soepele interpretatie voorgespiegeld van de vereiste 'instemming' van de patiënt. Daarin is de bewindsman nu teruggefloten, aldus Van Veldhuizen. Dat neemt niet weg dat de beroepsvereniging van psychiaters diep ongelukkig is met de uitspraak. Honderden patiënten, zegt de NVVP, worden met een voorwaardelijke machtiging buiten het ziekenhuis begeleid op een voor hen redelijk acceptabele manier. Van Veldhuizen: ,,De Hoge Raad vraagt nu instemming van de patiënt, en die kan die instemming door zijn ziektebeeld vaak niet geven. Psychiaters kunnen proberen de behandeling vrijwillig voort te zetten, maar dat zal niet altijd lukken.'' Patiënten krijgen dan geen zorg meer en verkommeren, of belanden toch onder dwang in een psychiatrisch ziekenhuis -als daar plek is. De NVVP vreest tientallen tot mogelijk 200 extra dwangopnames per jaar. Stichting Pandora, de belangenbehartiger van psychiatrische patiënten, beschuldigt de NVVP van stemmingmakerij. L. Broekaar: ,,Zij heeft weinig vertrouwen in haar eigen beroepsgroep en in patiënten. Die weten meestal prima afspraken met elkaar te maken.'' Het eenzijdig opleggen van behandelingen vindt Pandora ongewenst en weinig zinvol.

Inspectie pakt ooglasercentra aan 4 mei 2005 – Algemeen Dagblad -- De Inspectie voor de Gezondheidszorg onderzoekt de handel en wandel van twee ooglaserklinieken die zich niet aan de regels zouden houden. Het gaat om Eye Q Vision in Amstelveen, dat laserbehandelingen tegen bodemprijzen aanbiedt, en Eye Center Europe (ECE) met vestigingen op Schiphol en in Eindhoven. Volgend jaar volgt een groot onderzoek naar tientallen andere oogklinieken. De inspectie heeft serieuze aanwijzingen dat Eye Q Vision niet aan de kwaliteitseisen voldoet. Bij Eye Center Europe zouden Turkse oogartsen werken die in Nederland niet als specialist zijn ingeschreven. Zij mogen hier geen medische handelingen verrichten zonder toezicht. De Rotterdamse oogspecialist G. Luyten, bij het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap verantwoordelijk voor onder meer de kwaliteit van laseroperaties, riep de Inspectie gisteren in deze krant op in te grijpen. Hij reageerde daarmee op collega's die oogcorrecties tegen bodemprijzen aanbieden. Hoewel de inspectie meldde maatregelen nog niet nodig te vinden, blijkt een inspecteur van de dienst in Noord-Holland de twee klinieken al een tijdje in de peiling te hebben. Een woordvoerder wil niet al te veel kwijt over de lopende onderzoeken. ECE bevestigt dat zeker één oogarts geen registratie heeft. ,,Maar er gebeurt hier niets illegaals. De Turkse oogspecialist is een topper van wie Nederlandse collega's nog veel zouden kunnen leren. Tot hij officieel is geregistreerd, werkt hij onder supervisie van een Nederlandse specialist. Dat is helemaal volgens de regels.'' De Inspectie begint in 2006 een groot onderzoek naar ooglasercentra die volgens de dienst als paddestoelen uit de grond schieten. ,,We willen beter zicht krijgen op wat daar precies gebeurt en of de artsen, apparatuur en behandelruimten aan de eisen voldoen'', zegt een woordvoerder. De inspectie gaat ook na of zij iets kan doen tegen buitenlandse klinieken die hier klanten werven. Die klinieken hebben vaak een vestiging in ons land waar vooronderzoeken en nacontroles worden uitgevoerd. De laserbehandeling zelf vindt plaats in landen als Turkije, Tunesië en Portugal. Deze krant schreef gisteren dat er een stevige prijzenslag woedt in de ooglaserbranche. Bij Eye Q Vision kunnen klanten nu al terecht voor het actietarief van 595 euro per oog. Oogspecialist Luyten zei dat een behandeling die aan alle eisen voldoet voor zo'n bedrag niet is uit te voeren.

Leren van fouten is vanzelfsprekend -- 2 mei 2005 -- Verpleegkundenieuws -- Verpleegkundigen en artsen moeten het vanzelfsprekend gaan vinden om van fouten te leren. Dat zegt Ian Leistikow, coördinator patiëntveiligheid in het universitair medisch centrum Utrecht. Leistikow sprak deze week op een bijeenkomst van het verpleegkundig genootschap Rho Chi Chapter in Utrecht. De titel van zijn lezing was: risicoanalyse in de patiëntenzorg. “Patiëntenzorg is nooit risicoloos”, aldus Leistikow. “Artsen en verpleegkundigen nemen soms beslissingen die achteraf niet de juiste blijken te zijn. Of ze moeten werken in een omgeving waar fouten in de hand worden gewerkt. Maar het is wel onze verantwoordelijkheid de risico’s tot een haalbaar minimum terug te brengen. Daarom is het belangrijk om incidenten te melden, te onderzoeken en ervan te leren.” Het is onbekend hoe vaak vermijdbare schade voorkomt in de Nederlandse gezondheidszorg. Schattingen van de omvang van vermijdbare sterfgevallen lopen uiteen van 1.500 tot 6.000 per jaar in Nederland. De vermijdbare schade zou vele malen groter zijn. Leistikow: “Het gaat om het wat, hoe en waarom. De schuldvraag doet niet terzake.” Volgens Leistikow moet het onderzoek alleen gericht worden op het incident. “Je kunt niet gelijk het hele ziekenhuis verbeteren.” De medisch centra in Nederland willen een daling van 10 procent per jaar van het aantal vermijdbare sterfgevallen vanaf 2007. Verder is het streven dat er dan 50 procent van de incidenten met schade aan de patiënt wordt gemeld.

Forse daling ziekteverzuim door antidepressiva -- 2 mei 2005 – Verpleegkundenieuws -- Door het gebruik van antidepressiva daalt het ziekteverzuim van 31 naar 8 dagen. Dit blijkt uit een onderzoek dat TNS NIPO heeft uitgevoerd onder huisartsen, psychiaters en partners van patiënten. Dit onderzoek is gedaan naar aanleiding van eerdere negatieve berichtgeving dat antidepressiva niet zouden werken en te vaak zouden worden voorgeschreven. Gebruikers van antidepressiva zijn over het algemeen zeer tevreden over het gebruik er van. Maar liefst 85 procent van de patiënten ervaart dat de kwaliteit van leven verbeterd is, ondanks de bijwerkingen. Van de mannen ervaart 80 procent bijwerkingen, waarvan de meest voorkomende seksuele problemen (67 procent) zijn. “Dit onderzoek laat zien dat antidepressiva wel degelijk effectief zijn en de kwaliteit van leven kan verbeteren”, aldus Henk Foekema van TNS NIPO. Het Nationaal fonds geestelijke volksgezondheid (NFGV) denkt daar anders over. Volgens Aly van Geleuken, psycholoog en hoofd van het NFGV-depressiecentrum, worden antidepressiva toch nog te vaak voorgeschreven door huisartsen. “Wij maken onderscheid tussen depressiviteit en een echte depressie. Van depressiviteit heeft iedereen weleens last. Je komt je bed moeilijk uit en ziet het leven somber in. Dit kan soms zijn naar aanleiding van een ingrijpende levensgebeurtenis. Maar bij een echte depressie kun je niet meer functioneren en ben je ook niet meer af te leiden. Wij werken volgens het ‘stepped care-systeem’. Als iemand korter dan drie maanden depressieve klachten heeft, maar wel kan functioneren, geven we allerlei zelfhulpadviezen. Pas als iemand na een aantal weken nog niet opknapt, kijken we verder. We leggen de autonomie terug bij de patiënt”, aldus Geleuken. Bel voor meer informatie over depressie: 0900 - 90 39 039 (ook voor behandelaars).

Seksualiteit / seksueel misbruik -- 1 mei 2005 – Landelijk Kennisnetwerk Gehandicaptenzorg -- Tot het begin van de jaren negentig is er niet veel (betrouwbaar) onderzoek gedaan naar seksualiteit en seksueel misbruik van en door mensen met een verstandelijke handicap. In Nederland lijkt het onderzoek van Van Berlo (1995) hierin een keerpunt te zijn. Geschokt en verbijsterd werd er gereageerd op de resultaten uit dat onderzoek. Seksueel misbruik komt beduidend vaker voor bij mensen met een verstandelijke handicap dan werd vermoed. Vanaf die tijd zijn er verschillende onderzoeksprojecten uitgevoerd naar seksualiteit en seksueel misbruik. Onderzoek naar seksualiteit was met name gericht op seksuele voorlichting en minder op de seksuele ontwikkeling en beleving van mensen met een verstandelijke handicap. Naar seksueel misbruik is eind jaren negentig van de vorige eeuw relatief veel onderzoek gedaan. Veel aandacht is hierin uitgegaan naar preventie en behandeling na seksueel misbruik (o.a. door de Universiteit Leiden en Groot-Emaus/Paedologisch Instituut). Deze onderzoeken hebben inzicht opgeleverd in de risicofactoren en achtergronden van seksueel misbruik en de daaruit af te leiden maatregelen die getroffen kunnen worden om seksueel misbruik bij deze kwetsbare groep mensen te voorkomen. Daarnaast is er nu meer bekend over de verschillende behandelmogelijkheden voor verstandelijk gehandicapten die slachtoffer en/of pleger zijn geworden van seksueel misbruik (Douma, Van den Bergh & Hoekman, 1998; Grijpma & Spanjaard, 1998; Terstegen, Hoekman & Van den Bergh, 1998; Roos & Spanjaard, 1999). Een thema waarop empirisch onderzoek erg gewenst is, is de beleving van seksualiteit. Het LKNG heeft wel de bestaande kennis hierover in kaart gebracht (Kersten, 2003).

Literatuur

Berlo, W. van (1995). Seksueel misbruik bij mensen met een verstandelijke handicap: Een onderzoek naar omvang, kenmerken en preventiemogelijkheden. Delft: Eburon.

Douma, J., Bergh, P. van den & Hoekman, J. (1998). Verstandelijke handicap en seksueel misbruik. Rotterdam: Lemniscaat.

Grijpma, G. & Spanjaard, H.J.M. (1998). Behandeling van jeugdige (licht verstandelijk gehandicapte) plegers van seksueel geweld: Werkboek met hulpmiddelen en werkvormen voor individuele en groepstherapie. Ermelo: Groot-Emaus; Amsterdam/Duivendrecht: Paedologisch Instituut.

Kersten, M. (2003). Seksualiteit van mensen met een handicap. Een analyse van bestaande kennis en aanwijzingen voor praktijk en verdere kennisverwerving. Utrecht: LKNG.

Roos, I.W.J. & Spanjaard, H.J.M. (1999). Eindverslag van het project ‘Preventie van seksueel grensoverschrijdend en gewelddadig gedrag van en tussen licht verstandelijk gehandicapte jongeren’. Ermelo: Groot-Emaus.

Terstegen, C., Hoekman, J. & Bergh, P. van den (1998). Behandeling en begeleiding na seksueel misbruik: Een inventariserend onderzoek naar mogelijkheden voor behandeling en begeleiding voor verstandelijk gehandicapte slachtoffers en plegers van seksueel misbruik. Leiden: Universiteit Leiden, Afdeling Orthopedagogiek.

GGZ Nederland: Wachtlijst dreigt voor 25.000 kinderen -- 28 april 2005 -- Nieuwsbrief Zorgkrant -- De jeugd-ggz is halverwege 2005 al door haar budget voor diagnostiek heen. Daardoor dreigen dit jaar 25.000 kinderen op de wachtlijst te komen. Dit schrijft de brancheorganisatie GGZ Nederland. Oorzaak is de overheveling van het budget voor de jeugd-ggz naar de bureaus jeugdzorg. In het kader van de Wet op de Jeugdzorg nemen de bureaus jeugdzorg per 1 januari 2005 taken op het gebied van diagnostiek over van de jeugd-ggz. Daarom is in opdracht van VWS 25 miljoen euro (de helft) van het diagnostiekbudget voor de jeugd-ggz overgeheveld naar de bureaus jeugdzorg. Aan de budgetoverheveling ligt de gedachte ten grondslag dat driekwart van de kinderen die bij de jeugd-ggz terecht komen door de bureaus jeugdzorg worden doorverwezen en een kwart door de huisarts. Maar volgens GGZ Nederland is die verhouding precies omgekeerd en komt de helft van de kinderen via de huisarts en een kwart via de bureaus jeugdzorg. Omdat de jeugd-ggz bij een kind dat via de huisarts binnenkomt veel meer diagnostiek moet verrichten dan bij een kind dat via de bureaus jeugdzorg binnenkomt, ontstaat er een budgettaire tekort. Daarnaast veronderstelt VWS dat de bureaus jeugdzorg alle activiteiten op het gebied van diagnostiek kunnen uitvoeren. In werkelijkheid is echter voor elke behandeling diagnostiek vanuit de jeugd-ggz nodig. Volgens de brancheorganisatie verricht de jeugd-ggz dus met een gehalveerd budget evenveel diagnostiek als voor 1 januari 2005. Naar verwachting heeft de jeugd-ggz daadoor begin juni 2005 geen budget meer om diagnostiek te verrichten. Het onvermijdelijke gevolg hiervan is het ontstaan van wachtlijsten, die in de tweede helft van 2005 kunnen oplopen tot 25.000 kinderen. VWS erkent het probleem maar neemt geen maatregelen, aldus GGZ Nederland.

Gebarenwoordenboek speciaal voor kinderen -- 28 april 2005 -- Nieuwsbrief Zorgkrant -- Het Gebarenwoordenboek is het eerste woordenboek met gestandaardiseerde gebaren uit de Nederlandse Gebarentaal dat speciaal gericht is op kinderen. De tekeningen zijn voor kinderen herkenbaar, aansprekend en uitnodigend waardoor de kinderen sneller en leuker leren. Elk gebaar is goedgekeurd door het Nederlands Gebarencentrum. Het woordenboek is geschikt als lesmateriaal voor docenten en begeleiders en kan dienen als een handig naslagwerk voor ouders, verzorgers en familie. Het boek is een initiatief van de Stichting Maak een Leuk Gebaar en is in samenwerking met het Nederlands Gebarencentrum uitgebracht. In het boek staan 600 gebaren. Het Gebarenwoordenboek voor kinderen (1) is te bestellen via de bestelpagina van het Gebarencentrum en kost € 20 (incl. administratie en verzendkosten).

Nieuwe techniek klinkt als muziek in de oren van doven -- 28 april 2005 -- Nieuwsbrief Zorgkrant -- Volledig dove mensen kunnen opnieuw muziek horen en melodieën herkennen dankzij een nieuwe techniek voor cochleaire implantaten. De techniek geeft de patiënten een veel beter gevoel voor toonhoogte. Daardoor kunnen ze ook beter sprekers herkennen of intonatie horen. De techniek is ontwikkeld door Johan Laneau in het kader van zijn doctoraatsonderzoek aan de Katholieke Universiteit Leuven (België). Doofheid, die aangeboren is of op latere leeftijd kan ontstaat, is nog niet te genezen. In de jaren tachtig en negentig is voor doven het zogenaamde cochleair implantaat ontwikkeld. Dat is een hoorapparaat dat chirurgisch in het binnenoor van de patiënt wordt ingebracht rechtstreeks de gehoorzenuw met elektrische pulsen stimuleert. De reactie van de gehoorzenuw op deze elektrische pulsen wekt een bepaald geluid op bij de patiënten, waardoor ernstig slechthorenden kunnen ‘horen’. Er zijn echter een paar nadelen. Hoewel spraak vrij duidelijk kan klinken in een stille omgeving, klinkt muziek erg slecht met een cochleair implantaat. Laneau onderzocht daarom eerst hoe patiënten met een cochleair implantaat toonhoogte ervaren, of met andere woorden: welke fundamentele mechanismen een rol spelen als patiënten met een cochleair implantaat toonhoogte bepalen. Die informatie werd gebruikt voor het ontwerpen van een nieuwe techniek die het gevoel voor toonhoogte verbetert. Elk cochleair implantaat berekent welke elektrische pulsen die het implantaat moet uitsturen naar gelang van het signaal dat wordt opgenomen door een microfoontje. De techniek van Laneau optimaliseert de berekende elektrische pulsen om toonhoogte zo correct mogelijk door te geven. Uit testen met proefpersonen bleek dat het gevoel voor toonhoogte tot driemaal beter was. Een gevolg was dat dankzij deze nieuwe techniek de proefpersonen meer melodieën konden herkennen.

Niet zo katholieke artsen -- 27 april 2005 -- Katholiek Nieuwsblad -- De meerderheid van de Amerikaanse katholieke artsen nemen medische en ethische standpunten in die strijden met de katholieke leer. Dat blijkt uit een enquête onder artsen. 87% van de katholieke artsen is bereid de pil voor te schrijven aan iedere meerderjarige vrouw die erom vraagt. Van alle artsen is dat 93%. 90% deelt de mening dat condooms het beste helpen tegen hiv/aids in ontwikkelingslanden. Van alle gelovige artsen zijn de katholieke (49%) het meest permissief waar het gaat om de vraag of homoseksualiteit moreel aanvaardbaar is. Alleen op het gebied van stamcelonderzoek nemen de katholieke medici een ander standpunt in dan 49% van hun collega’s. Slechts 27% is er voor.

Landelijk Meldpunt Veiligheid in de Zorg van start: Meldweek van 21 april tot en met 3 mei -- 27 april 2005 -- Nieuwsbrief zetweb / NU91 -- Dagelijks wordt NU’91 geconfronteerd met verhalen over onveilige situaties die verpleegkundigen en verzorgenden tegenkomen bij het uitoefenen van hun beroep. Uit deze verhalen blijkt dat veiligheid in de zorg niet vanzelfsprekend is en dat de grenzen van tolerantie verlegd worden. Verbaal geweld en bedreigingen ‘‘horen er bij’’ en blauwe plekken zijn een “risico van het vak”. NU’91 vindt dat dit absoluut niet kan worden getolereerd. Elke verpleegkundige en verzorgende heeft recht op een veilige werkplek.

Om de omvang van deze problematiek goed in kaart te brengen organiseert NU’91 de meldweek voor onveilige situaties. In deze week kunnen verpleegkundigen en verzorgenden, desnoods anoniem, aan NU’91 melden. ‘We hopen tijdens de meldweek een compleet beeld te krijgen van de onveiligheid in de zorg. Tijdens verschillende bijeenkomsten worden de uitkomsten gecommuniceerd,’ vertelt districtsmedewerker Peer Meesters. Samen met de verpleegkundigen en verzorgenden bekijken we welke acties we moeten ondernemen om een veilige werkplek voor verpleegkundigen en verzorgenden te kunnen garanderen. Er kan gedacht worden aan afspraken in de verschillende CAO’s of met afzonderlijke werkgevers. Iedere verpleegkundige en verzorgende heeft recht op een veilige werkplek. Landelijke Meldweek: van 21 april t/m 3 mei, iedere werkdag van 10.00 uur tot 22.00 uur: Telefoon: 040-296 13 55, E-mail: veiligheid@nu91.nl, www.nu91.nl/veiligheid. NU’91 is de grootste beroepsorganisatie van verpleegkundigen en verzorgenden in Nederland. De organisatie behartigt de beroepsvoorwaardelijke belangen van 22.000 leden.

Meldpunt verpleeghuiszorg duizend maal gebeld 27 april 2005 Persbericht MinVWS -- Het meldpunt voor de verpleeghuiszorg dat sinds 1 maart bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg is ingericht, is de eerste drie weken duizend maal gebeld. Vier van de vijf telefoontjes betroffen klachten over een specifieke instelling. De andere telefoontjes gingen over verzoeken om informatie of ongenoegen over de algemene situatie in verpleeghuizen. Negen meldingen werden door de inspectie beoordeeld als acuut. Dat schrijft staatsssecretaris Ross-Van Dorp van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan de Tweede Kamer. Op de meldingen die acuut leken is direct actie ondernomen door de regionale inspecteurs. Zij hebben onderzocht óf er inderdaad sprake was van een acute kwestie en welke stappen gezet moesten worden. De overige klachten worden nader onderzocht. De bellers waren vooral familieleden van patiënten en beroepsbeoefenaren (artsen, verplegenden en verzorgenden). Enkele meldingen waren anoniem. Na de eerste week daalde het aantal bellers sterk. Na drie weken bedroeg het aantal telefoontjes 20 tot 25 per dag. Uit recente gegevens blijkt dat tussen 17 maart en 13 april het aantal meldingen 234 meldingen bedroeg; twaalf tot vijftien per dag. Behalve via het meldpunt krijgt de Inspectie voor de gezondheidszorg ook via de website en via brieven meldingen over verpleeghuizen binnen. De website is de eerste drie weken bijna 9713 keer bezocht. Een bezoek betreft echter niet automatisch een melding. De omvang van de meldingen via de internet-site is nog niet in cijfers uit te drukken. De meldingen worden geanalyseerd. De klachten gingen in grote lijnen over de bejegening van de patiënt, communicatie en afhandeling van klachten. Ook werd er geklaagd over verzorging, verpleegkundige handelingen, medische zorg en vrijheidsbeperkende maatregelen. De derde categorie klachten betrof de organisatie van de zorg: het management, overleg en het personeel. Ook vonden enkele klagers dat een bepaalde patiënt niet in de juiste omgeving wordt verzorgd. De meeste meldingen kunnen volgens de inspectie via bemiddeling worden opgelost. Daarnaast zijn er meldingen met een acuut karakter. De eerste drie weken waren dat er negen. Na 23 maart is er nog een enkele melding geweest die een acuut karakter leek te hebben. Die meldingen gaan direct door naar de regionaal inspecteur die de zaak onderzoekt. In enkele gevallen is tot nog toe nodig gebleken dat de inspecteur actie onderneemt. Staatssecretaris Ross concludeert uit de bevindingen van de IGZ dat het meldpunt in eerste instantie veel meldingen binnen kreeg, maar dat het aantal afneemt. Zij zegt de Tweede Kamer toe dat zij haar over de ontwikkelingen bij het meldpunt regelmatig zal informeren.

Arts leert te weinig over pillen 26 april 2005 – Trouw -- In het medisch onderwijs is nauwelijks aandacht voor geneesmiddelen. Mede daardoor krijgt de farmaceutische industrie kans de wetenschap te beïnvloeden, aldus een hoogleraar tijdens een hoorzitting in de Kamer. 'Bedroevend' vindt prof.dr. C.J. van Boxtel, hoogleraar klinische farmacologie in Amsterdam, het peil van het onderwijs over pillen aan studenten medicijnen. ,,Farmacologie ligt erg ver van het bed van de dokters.'' Van Boxtel was een van een grote groep wetenschappers die gisteren op initiatief van de SP door de Tweede Kamer werden gehoord over de invloed van de farmaceutische industrie op de Nederlandse wetenschap. Er zijn serieuze signalen dat fabrikanten studies naar hun hand zetten. In een ijzeren tempo hoorde de Kamer in krap vijf uur 26 wetenschappelijk onderzoekers, wetenschappers van medische vakbladen en vertegenwoordigers van het farmaceutische bedrijfsleven. De meningen waren en bleven verdeeld. ,,Ik merk in mijn eigen praktijk niet dat er in Nederland heel veel in schimmigheid gebeurt tussen wetenschap en industrie. Ik heb bezwaar tegen die suggestie'', aldus de Groninger geneesmiddelenonderzoeker prof.dr. W.H. van Gilst. Psychiater prof.dr. H. Rooijmans, voorzitter van de Raad voor Gezondheidsonderzoek, vond wel dat artsen bij zichzelf te rade moeten gaan. ,,Dokters zijn net zo ontvankelijk voor gunsten als andere mensen. Als ik zie hoeveel artsen op kosten van de industrie naar buitenlandse congressen gaan, dan vind ik dat zorgelijk. Het is een voedingsbodem voor smoezelig contact. In academische medische centra krijgen specialisten een speciale toelage voor congressen.'' Prof.dr. A. Cohen, hoogleraar klinische farmacologie in Leiden, vond ook dat medische studenten onvoldoende opleiding krijgen in werking en toepassing van geneesmiddelen. Maar hij sprak tegen dat de industrie daarvan profiteert. Volgens Cohen is nergens ter wereld de controle op medicijnen en geneesmiddelenonderzoek zo goed geregeld als in Nederland. Hij kreeg weerwoord van prof.dr. F. Rosendaal, hoogleraar klinische epidemiologie in Leiden. ,,Het is prachtig dat er een controlesysteem is, maar dat betekent niet dat er geen sprake is van beïnvloeding. Het probleem is het geld. We weten toch dat medisch specialisten in perifere ziekenhuizen BV'tjes oprichten om geld te verdienen?'' Prof.dr. T. Dehue, hoogleraar theorie en geschiedenis van de psychologie in Groningen, pleitte voor de vorming van een onafhankelijk fonds voor de financiering van wetenschappelijk onderzoek. Dat fonds zou moeten worden gevuld met geld van de overheid en de farmaceutische industrie. Haar voorstel kreeg ruime steun. Dr. C. de Visser, directeur van de koepel van farmaceutische bedrijven Nefarma, wees de Kamer op de grote economische waarde van zijn bedrijfstak. ,,We besteden 600 miljoen euro per jaar aan onderzoek in Nederland en 15000 arbeidsplaatsen worden direct of indirect door de industrie gefinancierd.'' Volgens dr. H.J. Out, directeur klinisch onderzoek van Organon, blazen tegenstanders van de industrie incidenten op tot structurele problemen.

Gedragscode voor wetenschappers geneesmiddelenonderzoek 25 april 2005 – De Telegraaf -- DEN HAAG - Universiteiten moeten meer aandacht besteden aan de integriteit van hun wetenschappers die zich bezig houden met onderzoek naar medicijnen. Dat heeft prof. dr. van Herwaarden, hoogleraar longziekten en voorzitter van de Raad van Bestuur van het Universitair Medisch Centrum Sint Radboud in Nijmegen, maandag gezegd tijdens een rondetafelgesprek met leden van de Tweede Kamer. Volgens Van Herwaarden bestaat er in Nederland grote integriteit onder onderzoekers. Maar de druk van de geneesmiddelenindustrie op de wetenschappers is groot. Een duidelijke gedragscode waaraan de onderzoekers zich moeten houden, kan volgens de hoogleraar helpen de beroepsgroep op het juiste pad te houden. Veel wetenschappers roepen al jaren dat de farmaceutische industrie te veel greep heeft op het onderzoek naar medicijnen. De Tweede Kamer had maandag een groep wetenschappers uitgenodigd om over het onderwerp te praten. Niet iedereen deelde het vertrouwen van Van Herwaarden in de integriteit van de wetenschappelijke onderzoekers. Volgens prof. dr. T. Dehue van de Rijksuniversiteit Groningen worden onderzoekers vaak door hun financiers, farmaceutische bedrijven, gedwongen negatieve onderzoeksconclusies over bepaalde medicijnen onder tafel te houden. Volgens neuropsycholoog dr. W. van den Burg van de Rijksuniversiteit Groningen doen onderzoekers geen of te weinig onderzoek naar de vraag of er een verband bestaat tussen zelfmoord en het slikken van antidepressiva. Dat komt volgens hem omdat de industrie niet bereid is het onderzoek te betalen.

  

Misbruik bij jonge kinderen Mei 2005 – Psychologie Magazine, 24e jaargang – Van de slachtoffers van seksueel misbruik is 25 tot 35 procent jonger dan zeven jaar. Orthopedagoog Sonja Brilleslijper deed onderzoek naar de signalen. Hoe weet je of een kleuter misbruikt is? ‘Er zijn veel mogelijke signalen – nachtmerries, bedplassen, afnemende prestaties. De duidelijkste is afwijkend seksueel gedrag. Een jongetje dat alsmaar onder het rokje van een klasgenootje wil kijken bijvoorbeeld, of haar steeds wil kussen terwijl zij dat niet wil. Toch hóéft dat niet te wijzen op misbruik.‘ Dus keken jullie naar de seksuele kennis van het kind. ‘Ja, want misbruik leidt tot kennis die niet past bij de leeftijd, veronderstelden we. Aan de hand van praten stelden we kinderen vragen over geslachtsidentiteit, lichaamsdelen, geboorte, seksueel gedrag en interactis tussen ouders en kind. ‘En misbruikte kinderen wisten meer? ‘Sommigen hadden zeer ongewone kennis. Een meisje stelde dat verschillende lichaamsdelen dienden ‘om te douchen’, bijvoorbeeld. Later bleek ze in de douche misbruikt te zijn. Maar wat vooral duidelijk werd, is dat misbruikte kinderen de onbevangenheid misten waarmee niet-misbruikte kinderen antwoord gaven. Ze reageerden helemaal niet of zeiden ‘ik weet het niet’, begonnen te friemelen, werden onrustig en vermeden oogcontact. Verder onderzoek moet uitwijzen of we op basis hiervan een diagnostisch instrument kunnen ontwikkelen. ‘Beyond Words’, promotie-onderzoek VU, januari 2005.

Bezuiniging op psychotherapie werkt averechts  -- 22 april 2005 --  PSY -- Door de bezuinigingen die begin 2004 zijn doorgevoerd op ambulante psychotherapie kunnen jaarlijks 13.000 patiënten niet de behandeling krijgen die het meest aangewezen is. De kosten zullen daardoor binnen vijf jaar explosief stijgen. Dat meldde de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie bij de start van haar jaarlijkse voorjaarscongres. De bezuiniging op de langerdurende psychotherapie die minister Hoogervorst van Volksgezondheid per 1 januari 2004 heeft doorgevoerd, dreigt een averechts effect te krijgen. Het maximaal aantal sessies dat vergoed wordt, is door de minister teruggebracht van negentig tot 25. Alleen kinderen tot achttien jaar en patiënten met een persoonlijkheidsstoornis krijgen maximaal vijftig sessies vergoed. Uit gegevens die de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) aan het begin van haar jaarlijkse voorjaarscongres presenteerde blijkt dat een groep van 13.000 patiënten door deze bezuiniging niet de hulp krijgt die nodig is. Inmiddels hebben achthonderd psychotherapeuten bij twee Meldpunten Psychotherapie laten weten dat ze de behandelingen voortijdig moesten stoppen. Vijfhonderd meldingen kwamen de laatste twee maanden binnen, zo licht psychiater Patrick Knapen namens de NVvP toe. Omdat de effecten van de bezuinigingsmaatregel nu pas voelbaar worden, verwacht Knapen dat het aantal meldingen nog flink zal stijgen. Bij de meldpunten kunnen alleen psychotherapeuten en psychiaters terecht onder vermelding van hun big-registratienummer. Op grond van een wetenschappelijke analyse stelt de NVvP dat de economische gevolgen van de inperking van langerdurende psychotherapie groot zijn. Reeds in 2006 zullen de meerkosten van de bezuinigingsmaatregel de opbrengsten overstijgen. Patiënten die bij het maximale aantal sessies niet uitbehandeld zijn, zullen vaker een beroep doen op duurdere vormen van hulp, zoals klinische psychotherapie. Binnen vijf jaar, zo voorspelt psychiater Knapen, leidt de bezuiniging van Hoogervorst tot 211 miljoen euro meerkosten. Worden arbeidsverzuim en wao-uitkeringen meegerekend dan moet daar nog eens 1,1 miljard euro bij worden opgeteld. Op grond van de tot nu toe binnengekomen meldingen stelt psychiater Knapen vast dat vijftien procent van de cliënten noodgedwongen wordt doorverwezen naar klinische opname of deeltijdbehandeling, omdat de ambulante behandeling moet stoppen. 'Dat gaat om ernstige, vaak suïcidale gevallen', aldus Knapen. Hij concludeert: 'Met deze bezuiniging schiet de minister zijn doel rigoureus voorbij.' De NVvP hoopt met minister Hoogervorst tot een constructie te komen waarin verlenging van de psychotherapie op indicatie mogelijk wordt.

Cliënt weet weinig van behandelplan 22 april 2005 – PSY -- De meeste bewoners van HVO-Querido die cliënt zijn bij De Meren hebben nauwelijks weet van hun behandel- of begeleidingsplan. Dit blijkt uit onderzoek van de centrale cliëntenraden van de Amsterdamse ggz-instelling en de Amsterdamse dak- en thuislozen-instelling. De cliëntenraden vroegen zich af welke plaats behandel- of begeleidingsplannen in de praktijk hebben bij HVO-Querido-bewoners die bij De Meren in behandeling zijn. De zoektocht naar de plannen van 44 bewoners van de grootste instelling voor dak- en thuislozen in Nederland leverde een treurig antwoord op. Eén op de vijf plannen ontbreekt en nog eens eenvijfde was verouderd. Volgens de schrijvers van het rapport geven deze cijfers inmiddels een vertekend beeld omdat na het onderzoek de plannen meteen werden opgesteld of verbeterd. De onderzoekers waren verrast door de verschillen tussen de behandelplannen. Maar liefst zeven verschillende modellen kwamen ze tegen. De lengte varieerde van enkele korte zinnen tot ettelijke bladzijden vol en bij bijna de helft stond niet vermeld of de cliënt mondeling akkoord was gegaan met de voorgestelde behandeling. Bij 85 procent van de begeleidingsplannen ontbrak de handtekening van de bewoner. Volgens de onderzoekers leven de plannen niet onder bewoners mede doordat ze in onbegrijpelijke taal zijn geschreven. Vaak hebben bewoners er niet eens weet van dat er iets op papier staat. Slechts een kleine minderheid van de geïnterviewden kan daarom zeggen dat ze het eens is met zijn behandel- of begeleidingsplan. Door het gebrek aan informatie menen vrij veel bewoners dat behandelplannen onbelangrijk zijn; daarom zijn ze, zo stellen de cliëntenraden 'geen middel om de kwetsbare positie van bewoners te verbeteren'. Beide cliëntenraden tonen overigens begrip voor de gebrekkige informatie rond de plannen. 'Hulpverleners die hart hebben voor hun cliënten proberen met beperkte middelen zorg te bieden, soms ondanks personeelsgebrek en een hoge caseload.'

Jaarverslag toetsingscommissies euthanasie  -- 21 april 2005 – Persbericht MinVWS -- De vijf regionale toetsingscommissies euthanasie hebben vorig jaar 1886 meldingen van levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding getoetst. In 1714 gevallen ging het om euthanasie, in 141 gevallen om hulp bij zelfdoding en 31 keer betrof het een combinatie van beide. Dit blijkt uit het jaarverslag over 2004 van de regionale toetsingscommissies euthanasie dat vandaag is gepubliceerd. De toetsingscommissies oordeelden in bijna alle gevallen dat de arts overeenkomstig de zorgvuldigheidseisen had gehandeld. In 2004 is in vier gevallen geoordeeld dat de arts niet volgens de zorgvuldigheidseisen heeft gehandeld. Deze 4 zaken zijn doorgezonden aan het College van procureurs-generaal en de Inspectie voor de gezondheidszorg. De levensbeëindiging vond in 1530 gevallen thuis plaats, 177 keer in een ziekenhuis, 65 keer in een verpleeghuis, in 62 gevallen in een verzorgingstehuis en 52 keer elders (bijvoorbeeld in een ander soort instelling, hospice of bij familie). In verreweg de meeste gevallen leden mensen aan kanker. Het aantal meldingen is in 2004 is gestegen ten opzichte van voorgaande jaren 2003 en 2002 (respectievelijk 1815 en 1882 gevallen). Er zijn vijf regionale toetsingscommissies. Elke commissie bestaat uit drie leden, namelijk een jurist, die tevens voorzitter is, een arts en een ethicus. Vanaf 1 april 2002 is de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding in werking getreden. De commissies toetsen of de arts al dan niet heeft gehandeld volgens de wettelijke zorgvuldigheidseisen. Zo moet er onder meer sprake zijn van een vrijwillig en weloverwogen verzoek en van uitzichtloos en ondraaglijk lijden van de patiënt. Ook moet de behandelend arts ten minste één onafhankelijk arts hebben geraadpleegd en moet de levensbeëindiging medisch zorgvuldig zijn uitgevoerd. De commissies brengen hun oordeel alleen ter kennis van het Openbaar Ministerie en de Inspectie voor de Gezondheidszorg als de arts niet volgens deze zorgvuldigheidseisen heeft gehandeld.

Consumentenbond opent advieslijn over klachten tegen artsen -- 21 april 2005 -- Nieuwsbrief Artsennet -- Het komt regelmatig voor dat consumenten niet tevreden zijn over hun arts. De Consumentenbond heeft daarom de telefonische advieslijn "Wat kan ik doen met een klacht over mijn arts?" geopend. Mensen kunnen om allerlei redenen ontevreden zijn over hun arts. Het duurt te lang voordat men aan de beurt is. Men twijfelt bijvoorbeeld aan de noodzaak van een behandeling die de arts voorschrijft. Of men is ontevreden over de diagnose of er is onenigheid over de hoogte van de rekening. Net als in "reguliere" bedrijfstakken worden er in de medische wereld fouten gemaakt, zijn er misverstanden of meningsverschillen. En net als in andere sectoren het geval is, kunnen consumenten ook hier actie ondernemen, bijvoorbeeld hun beklag doen over hetgeen hen is overkomen. Maar vaak hebben mensen geen idee wat er mogelijk is. De telefonische advieslijn van de Consumentenbond (open tot september) kan mensen adviseren over bijvoorbeeld het overstappen naar een andere arts, het aanvragen van een second opinion en bij het indienen van een klacht. Het telefoonnummer van de Consumentenbond is (070) 445 40 00. Voor leden is het advies gratis, niet-leden krijgen voor €10 eenmalig uitgebreid advies.

Nascholingseisen aan huisartsen en apothekers onvoldoende -- 14 april 2005 -- Nieuwsbrief Artsennet en KNMG -- De nascholingseisen die aan huisartsen en apothekers worden gesteld in het kader van de herregistratie, zijn volgens DGV, Nederlands instituut voor verantwoord medicijngebruik zowel kwantitatief als kwalitatief niet voldoende. Dat constateert het instituut in een beleidssignalement dat eerder deze week is uitgebracht aan het ministerie van VWS. Zowel huisartsen als apothekers moeten verplicht gemiddeld 40 uur per jaar deelnemen aan activiteiten die gericht zijn op deskundigheidsbevordering voor hun vijfjaarlijkse herregistratie. In deze 40 uur mogen zij een veelvoud aan activiteiten volgen: van cursorische nascholing tot het bijwonen van het jaarlijkse congres van hun beroepsvereniging. Voor de cursorische nascholing kunnen zij kiezen uit zowel inhoudelijke trainingen (o.a. over de behandeling met geneesmiddelen) als trainingen op het gebied van management en praktijkorganisatie. Alleen voor apothekers geldt dat 50% van de cursorische nascholing moet gaan over farmacotherapie of farmaceutische patiëntenzorg. In de praktijk vindt hierop echter geen enkele controle plaats. DGV is van mening dat de commissies die de eisen opstellen voor herregistratie, strengere eisen moeten stellen aan de onderwerpen die huisartsen en apothekers kunnen kiezen voor hun cursorische nascholing. Nu geldt in feite dat elke nascholingscursus meetelt, zolang deze maar geaccrediteerd is door de eigen beroepsorganisatie. In de praktijk betekent dit dat een huisarts zich vijf jaar lang kan nascholen in één onderwerp. DGV vindt dat - bijvoorbeeld voor een periode van vijf jaar - een aantal onderwerpen op het gebied van kwaliteit en doelmatigheid van de farmacotherapie (behandeling met geneesmiddelen) moet worden vastgesteld. Huisartsen en apothekers zouden hieruit tenminste een afgesproken aantal moeten kiezen. Dat betekent dat de 40 uur nascholing per jaar verhoogd moet worden. Alleen op die manier kan de nascholing in het kader van de herregistratie bijdragen aan het verbeteren van de kwaliteit en doelmatigheid van het medicijngebruik. In het beleidssignalement constateert DGV ook dat een groot deel van de nascholing aan met name huisartsen georganiseerd wordt door de farmaceutische industrie. Verder laten veel regionale of departementale afdelingen van huisartsen en apothekers zich sponsoren door een farmaceutische bedrijf. En hoewel de gedragscode van de Stichting Code Geneesmiddelenreclame (CGR) regels bevat voor het maken van reclame en het verlenen van 'gastvrijheid' - bijvoorbeeld door het (gedeeltelijk) vergoeden van de reis-, verblijf- en inschrijvingskosten van een nascholingsbijeenkomst - is volgens DGV het risico aanwezig dat de nascholing door de farmaceutische industrie gebruikt wordt als marketinginstrument. Bovendien worden nascholingsbijeenkomsten door - of mogelijk gemaakt door - de farmaceutische industrie ver onder de kostprijs aangeboden. DGV vindt dit niet aanvaardbaar. Onafhankelijke aanbieders kunnen daardoor wat betreft prijs niet concurreren. Het gaat bovendien om publiek geld. De kosten worden namelijk verhaald op de medicijngebruiker, die dit voor een deel weer declareert bij zijn ziekenfonds.

Kinderkreet vernieuwt website 13 april 2005 – Tijdnet -- De vzw Kinderkreet lanceert op 16 april zijn nieuwe meertalige website onder de naam Childcry (www.childcry.com). Dat meldt de organisatie in een persbericht. Kinderkreet is opgericht om slachtoffers van seksueel misbruik te helpen. Het initiatief is gegroeid vanuit de persoonlijke ervaring van twee van de stichters van de vzw om steun te bieden, door te verwijzen en een luisterend oor te bieden. De organisatie verwijst slachtoffers eveneens door naar de professionele hulpverleners. De vzw zegt zich te onderscheiden van andere vergelijkbare initiatieven door zijn lage drempel, de persoonlijke benadering en de garantie van absolute anonimiteit. Volgens de vzw telden de oude en nieuwe website al meer dan 150.000 bezoekers. De nieuwe website is uitgebreid met speciale pagina's voor kinderen en jongeren. Bovendien worden er ook teksten aangeboden in het Frans en het Engels. Het oude adres www.kinderkreet.be  blijft bestaan.

Man overrijdt verkeerde tandarts – 14 april 2005 – Het Laatste Nieuws -- Twaalf jaar nadat een tandarts de verkeerde tand getrokken had en daarbij ook nog eens de rest van zijn gebit stevig verwondde, was een 47-jarige Duitser uit op wraak. Hij dronk zichzelf moed in, sprong in zijn wagen en reed naar de tandartspraktijk om de boosdoener van weleer eens goed zijn vet te geven. Toen hij dacht de man in kwestie de straat te zien oversteken, kon hij zijn lang opgekropte woede niet langer intomen. Hij gaf volle gas en reed de sukkelaar overhoop. Jammer genoeg voor hem bleek het... een andere tandarts te zijn die net zijn werkplek verliet. Politieagenten zeiden dat het een mirakel was dat de ongelukkige aan de geweldige klap enkel wat diepe snijwonden overgehouden heeft. "Ik haat hem zo diep. Ik lijd al jaren ondraaglijke pijnen door hem sinds hij aan mijn tanden werkte", luidde de verklaring van de excentriekeling.

Papierwerk vreet tijd specialisten 9 april 2005 – Telegraaf -- UTRECHT - Medisch specialisten raken steeds meer tijd kwijt aan papierwerk. Dat komt niet alleen door de invoering van een nieuw declaratiesysteem, maar ook door de eis dat alles transparanter moet worden. De Orde van Medisch Specialisten (OMS) is in overleg met minister Hoogervorst van Volksgezondheid om te kijken wat hieraan kan worden gedaan. Patiënten mogen er niet de dupe van worden, vindt de OMS. De orde kan niet aangeven hoeveel tijd specialisten nu kwijt zijn aan bureaucratische rompslomp. "Dat verschilt per specialist en per ziekenhuis", aldus een woordvoerster. Het nieuwe declaratiesysteem is in januari ingevoerd. Specialisten moeten nu dubbel papierwerk doen, voor zowel het oude als voor het nieuwe systeem, aldus de OMS. Dat is echter van tijdelijke aard. Alles moet echter ook transparanter en ook dat levert meer rompslomp op. De OMS heeft afgelopen dinsdag met minister Hoogervorst een gesprek gehad en dat krijgt dinsdag een vervolg.

VWS gaat tuchtcolleges beheren -- 8 april 2005 – Medisch Contact -- Publicatie: Nr. 14, p. 556 -- Het ministerie van VWS neemt het beheer van de medische tuchtcolleges op zich. Voorzitters van de colleges zijn niet onverdeeld enthousiast. ‘Het wordt duurder, maar niet beter.’ Jaren geleden maakte VWS met Justitie de afspraak dat dit ministerie de tuchtcolleges zou beheren. Maar door reorganisaties daar is dat plan nooit uitgevoerd. VWS heeft daarom onlangs besloten het beheer van de colleges onder te brengen bij het Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg (CIBG), een uitvoeringsorganisatie van het ministerie. Deze zomer wordt duidelijk hoe het beheer er precies gaat uitzien. Voor elk tuchtcolleges is het beheer anders geregeld. Bij sommige colleges zijn de voorzitters bijvoorbeeld in dienst bij het ministerie van Justitie en worden de rekeningen van de collegeleden voor een zitting via een advocatenkantoor naar VWS gestuurd. Gon Schiereck, hoofd van de afdeling Beroepen en Opleidingen van VWS, legt uit wat dit betekent. ‘Wij moeten iedere keer voor elk tuchtcollege apart beslissingen nemen over bijvoorbeeld informatisering. En we betalen steeds de giro’s voor de leden die bij een zitting aanwezig waren. Als het CIBG het beheer op zich neemt, kan dit uniform worden geregeld. Ook kunnen wij dan de gegevens over de klachten centraal registreren, waardoor we aantallen en soort klachten met elkaar kunnen vergelijken.’ Tjeerd Duursma, voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege Groningen, is niet blij met de verandering. Dit tuchtcollege blijkt zo goed te functioneren dat het Centraal Tuchtcollege in hoger beroep slechts 10 procent van de Groningse uitspraken vernietigt (MC 13/2005: 520). Duursma: ‘Ik heb nu een goed secretariaat dat efficiënt werkt. Als het nodig is, doen we een grondig vooronderzoek en bekijken we of de klachten helder zijn geformuleerd. Daardoor kunnen wij tijdens de zitting de zaken altijd goed beoordelen. Ik ben bang dat ik straks met een ambtelijk secretariaat moet werken, dat misschien weer helemaal opnieuw moet worden opgetuigd.’ Momenteel inventariseert VWS wat er precies moet gebeuren bij het overhevelen van het beheer. De voorzitter van het college in Zwolle, Alex Smit, hoopt dat het ministerie een werklastmeting gaat uitvoeren. ‘Alleen dan komen wij erachter wat de juiste bezetting bij de colleges is. Bij sommige colleges zijn de klachten verdubbeld. Je zou dus denken dat er meer personeel nodig is, maar zonder meting weet je dat niet zeker.’ P.A. Offers, sinds 18 jaar voorzitter bij het Tuchtcollege Den Haag, is sceptisch over de veranderingen. ‘Het wordt duurder, maar of het ook beter wordt? Kennelijk moet het een ambtelijke toestand worden. Het tuchtcollege in Amsterdam is in dienst van het ministerie van Justitie. Hier in Den Haag heeft een advocatenkantoor de administratie op zich genomen. Dat blijkt aanzienlijk goedkoper te zijn. Ik zou het beter vinden als de colleges zelf konden kiezen of ze bij het ministerie willen worden ondergebracht. Dan zouden de colleges die met een advocatenkantoor werken, dat gewoon kunnen blijven doen.’

Psychiater komt pas in 2006 in basisverzekering 8 april 2005 – huisartsvandaag.nl / zibb.nl --

De overheveling van de kortdurende geestelijke gezondheidszorg (GGZ) van de AWBZ naar de basisverzekering wordt gefaseerd ingevoerd. Zorgverzekeraars worden in 2006 nog niet risicodragend maar een jaar later, dit meldt het Financieele Dagblad. Volgens deze krant maakt het kabinet aanstaande vrijdag de plannen bekend. De zorgverzekeraars en de vertegenwoordigers van de GGZ hebben hierover een compromis bereikt, minister Hoogervorst moet het compromis nog wel voorleggen aan de ministerraad. Kern van het compromis is dat de kortdurende GGZ per 1 januari 2006 in de basisverzekering wordt opgenomen, maar dat de zorgverzekeraars meer tijd krijgen om te wennen. Ze hoeven niet meteen met de instellingen te onderhandelen over volume en kwaliteit. Dat gebeurt pas vanaf 1 januari 2007. De financiering van de kortdurende ggz loopt volgend jaar wel via de basisverzekering. Dat betekent dat in de premie voor de nieuwe ziektekostenverzekering ook de kosten zijn verwerkt van de ambulante zorg en de zorg die korter dan een jaar duurt. Het gaat daarbij om circa 2,5 miljard euro van de in totaal 3,7 miljard euro die in de sector omgaat. 

Veel euthanasie bij baby's – 8 april 2005 – Telegraaf -- BRUSSEL - Bij baby's die overlijden, is meestal euthanasie toegepast na een ziekte. Dat blijkt uit onderzoek in Vlaanderen door de universiteiten van Brussel, Gent en Amsterdam. De resultaten zijn vrijdag bekendgemaakt in het wetenschappelijke blad The Lancet. Bij 143 van de 253 onderzochte sterfgevallen (57 procent) in 2000 zei de arts dat hij het overlijden een handje had geholpen. Ze stopten een behandeling of gaven pijnstillers die het leven bekorten. In zeventien gevallen werd een dodend middel gegeven. De meeste artsen vonden het bij hun taak horen dat ze de kleintjes onnodig lijden besparen.

Bextra van de markt en waarschuwing voor alle NSAID’s -- 8 april 2005 -- Zorgkrant -- Na de COX-2 remmer Vioxx (rofecoxib) haalt fabrikant Pfizer ook de COX-2 selectieve pijnstiller Bextra (valdecoxib) van de Amerikaanse markt op advies van de Federal Drugs Administration (FDA). Het besluit om de NSAID Bextra van de Amerikaanse markt te halen is genomen omdat volgens de FDA de risico’s niet tegen de voordelen opwegen. Uit gegevens van kortdurende studies bleek een verhoogd risico op cardiovasculaire complicaties na een bypassoperatie. Ook zijn er meldingen geweest van ernstige huidreacties en laat valdecoxib geen voordelen zien ten opzichte van andere pijnstillers uit de groep NSAID’s, zo schrijft het meldpunt voor bijwerkingen Lareb. Als tweede maatregel wordt in de Verenigde Staten aan de bijsluiters van alle NSAID’s (zowel de recept-plichtige als vrij verkrijgbare middelen) een uitgebreide waarschuwing toegevoegd voor wat betreft het risico op cardiovasculaire complicaties, maagbloedingen en ernstige huidreacties In overleg met de Europese registratieautoriteiten (EMEA) is ook de verkoop van Bextra op de Europese markt voorlopig gestaakt. Dit in afwachting van de herbeoordeling van alle COX-2 remmers. Die herbeoordeling startte in oktober 2004 op verzoek van de Europese Commissie. De resultaten van worden deze maand verwacht. Sinds 17 februari 2005 beperkende maatregelen bij het voorschrijven van COX-2 remmers en is de productinformatie gewijzigd. Volgens het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) wordt Bextra in Nederland slechts door een kleine groep patiënten gebruikt.

Vijf klassieke valkuilen voor artsen -- 8 april 2005 – huisartsvandaag.nl -- De meeste fouten die artsen maken, hebben niet te maken met tijdsgebrek of liggen aan het feit dat ze onvoldoende vragen stellen. De oorzaak ligt eerder in 'cognitieve vertekeningen', die het oordeel van begin af aan een verkeerde richting uitsturen, verklaart sociaal psychologe Jill G Klein in BMJ [British Medical Journal]. Ze gaat enkele belangrijke oorzaken na die diverse onderzoeken aan het licht hebben gebracht.

1. Vooringenomenheid

Eerste oorzaak is de neiging om de dingen op basis van een representatief kenmerk onder te brengen in een bepaalde klasse: de zogenaamde 'representativeness heuristic '. Een eenvoudig voorbeeld: in een experiment krijgen twee groepen verpleegkundigen een denkbeeldig scenario van een patiënt met een mogelijke CVA. Als het verhaal wil dat de adem van de patiënt sterk naar alcohol ruikt, is de kans kleiner dat de ondervraagden de symptomen toeschrijven aan een ernstige organische oorzaak. Of met andere woorden: de patiënt is zo representatief voor een geval van 'alcoholmisbruik' dat de diagnose automatisch in die richting neigt. Opmerkelijk is ook nog dat de resultaten zowat dezelfde zijn bij studenten als bij afgestudeerden. Training blijkt dus weinig effect te hebben op deze 'ingebakken' valkuil. Hoe kunnen we aan deze valkuil ontsnappen? Antwoord: ga niet alleen uit van de kans op een CVA bij overdadig alcoholgebruik, maar vraag je gewoon af hoe groot die kans zou zijn zonder die ene, bijkomende informatie. Met andere woorden: blijf je steeds bewust van de basisincidenties van de aandoeningen en hecht niet teveel waarde aan één element in de informatie.

2. Beschikbaarheid

Een tweede frequent voorkomende valkuil is de 'availability heuristic': artsen hebben de neiging om die gedachten aan te grijpen die door hun grotere 'beschikbaarheid' het eerst opkomen. Vandaar dat ze sneller aan een bacteriëmie denken als ze net een patiënt met bacteriëmie hebben verzorgd. Deze valkuil zou bijvoorbeeld kunnen verklaren waarom artsen soms zo terughoudend zijn bij het voorschrijven van opiaten tegen pijn. De gevaren van opiatenverslaving krijgen namelijk heel wat meer aandacht dan de voordelen van pijnbestrijding. Door de hogere 'beschikbaarheid' van deze informatie wordt de kans op verslaving bij pijnbestrijding verkeerd ingeschat. Hier gaat het er dus om uit te maken: is deze informatie werkelijk relevant, of springt ze mij alleen maar in het oog?

3. Zelfverzekerdheid

Teveel zelfverzekerdheid is een derde en niet te onderschatten rem op een optimalisatie van het klinisch beleid. Dat komt bijvoorbeeld duidelijk naar voren in een recent onderzoek over pijnbestrijding, waarin artsen hun eigenlijke vaardigheden terzake merkbaar overschatten. Intercollegiale contacten kunnen allicht een gezondere visie op het eigen kunnen bewerkstelligen.

4. Bevestiging

Artsen hebben ook wel eens de neiging om bij het vormen van hun oordeel vooral te zoeken naar bevestiging van reeds aanwezige verwachtingen, aldus de auteur. Informatie die niet met de verwachtingen overeenstemt, wordt sneller als onbelangrijk afgedaan. In de anamnese betekent het vaak dat bijkomende vragen er vooral toe dienen een eerste oordeel verder te ondersteunen, terwijl elementen die dit tegenspreken verwaarloosd blijven.

5. Correlatie

Een laatste belangrijke valkuil tenslotte is de 'denkbeeldige correlatie': de tendens om een verband tussen gebeurtenissen te leggen, zonder dat een bewijs voor dit verband voorhanden is. Dit verklaart onder meer het succes van diverse alternatieve behandelingen. Zowel arts als patiënt onthouden bij die gelegenheden vooral die gevallen waarbij de patiënt het beter stelde na behandeling. Meer aandacht is dus nodig voor gevallen waarbij het vermeende verband niet blijkt te kloppen. Geschreven notities vormen een objectieve controle voor iedereen die zijn therapeutisch beleid ernstig neemt. Ironisch genoeg zullen juist die mensen die neigen tot cognitieve vertekeningen, oordelen dat ze uitstekende beslissingnemers zijn. Ook hier blijkt 'weten dat je niet weet' de grootste wijsheid, besluit Klein. Bron: Medisurf.be/ BMJ 2005; 330: 781-783 (2 April)

 

Verwijt advocaat Eindhovense verdachte: ’GGzE liet gestoorde geweldpleger lopen’ -- 7 april 2005 – Eindhovens Dagblad - DEN BOSCH – De GGzE heeft maandenlang nagelaten crisishulp te bieden in een Eindhovens gezin waarin een 26-jarige gestoorde man zijn moeder naar het leven stond. Dat verwijt uitte de advocaat van de man donderdag voor de rechtbank in Den Bosch, waar de Eindhovenaar poging tot doodslag ten laste is gelegd. Er wordt tien maanden gevangenisstraf tegen hem geëist, en tbs met dwangverpleging. De moeder van de Eindhovenaar zegt dat hij haar al sinds 1996 bedreigt en mishandelt. Sinds 2000 is hij hiervoor al vier keer veroordeeld. In 2003 kreeg hij een jaar gevangenisstraf nadat hij zijn moeder met een schaar had bedreigd. Een onderzoek van het Pieter Baan Centrum (PBC) naar zijn geestesgesteldheid leverde niet veel op omdat hij niet wilde meewerken. In juni 2004 kwam de Eindhovenaar vrij. Zijn advocaat, mr. M. Michiels, vindt het onbegrijpelijk dat de Eindhovenaar toen geen begeleiding kreeg, hoewel duidelijk was dat het om een gevaarlijke man ging. „Een behandeling had in de maanden daarna het een en ander kunnen voorkomen“, zei Michiels donderdag. Lees morgen meer in het Eindhovens Dagblad

Inspectie dreigt met sluiting methadonposten  -- 7 april 2005 – De Telegraaf -- DEN HAAG - De Inspectie voor de Gezondsheidszorg dreigt behandelposten te sluiten, als de verstrekking van methadon niet snel verbetert. Bij kleine instellingen is de behandeling van verslaafden vaak onder de maat. Dat stelt de inspectie in een donderdag verschenen rapport. De huisvesting is dikwijls slecht en er zijn geen behandelplannen, blijkt uit een onderzoek onder alle zeventien instellingen in Nederland die methadon verstrekken. Eind dit jaar moeten de beroepsgroepen en GGZ-Nederland landelijke richtlijnen hebben ontwikkeld voor de behandeling van methadongebruikers, aldus de inspectie. Van de ongeveer 28.000 heroïneverslaafden in Nederland gebruiken er 12.000 het vervangende middel methadon. Het middel wordt al dertig jaar voorgeschreven. Tweederde van de patiënten heeft naast de verslaving andere ernstige gezondheidsproblemen. Uit het rapport blijkt dat in een aantal instellingen het management beslissingen neemt over de manier waarop en hoeveel methadon er wordt verstrekt. De inspectie vindt dat onverantwoord, want een arts is verantwoordelijk voor de behandeling. De dosering van methadon moet individueel worden bepaald op basis van medische-inhoudelijke argumenten, benadrukt de inspectie. Verder acht zij de grote kwaliteitsverschillen tussen de methadonposten onverantwoord. Een van de problemen is dat is dat er geen landelijke richtlijnen bestaan. Zo is er geen overeenstemming over de minimumleeftijd waarbij methadon mag worden voorgeschreven. Bij de ene instelling is dat 16 jaar, de ander van 20 jaar en een derde instelling past geen enkele leeftijdsgrens toe. Verder zijn dossiers onvolledig, worden behandelplannen niet geëvalueerd en is er op veel posten geen structureel patiëntenoverleg. Ook op de veiligheid en hygiëne valt volgens de inspectie wel wat af te dingen.

 

Homeopaten en antikwakzalvers jubileren 7 april 2005 -- RIJSWIJK - Maandag is het 250 jaar geleden dat Samuel Hahnemann, de grondlegger van de homeopathie, werd geboren in de Oost-Duitse stad Meissen. Homeopaten van over de hele wereld zullen dat vieren. Het is echter ook een feestjaar voor de Vereniging tegen de Kwakzalverij, die al tijden ageert tegen de homeopathie. De antikwakzalversorganisatie werd 125 jaar geleden opgericht. Professor I. Wolffers van het VU medisch centrum is sceptisch over beide. Hahnemann, zoon van een porseleinschilder, haalde in 1779 zijn doktersbul. In 1789 werkte hij aan een vertaling van een Schots werk over de werking van kinine. De Duitser geloofde er niets van, nam zelf kinine en kreeg verschijnselen die erg leken op malaria. Dat bracht hem op de ontdekking van wat nu nog als het belangrijkste beginsel van de homeopathie wordt gezien: wat iets veroorzaakt kan het ook genezen. In theorie zou dat ook gezegd kunnen worden van vaccins. Maar daar worden de werkelijke ziekmakers gebruikt om antistoffen op te roepen. Homeopaten gebruiken stoffen die met water verdund worden om het evenwicht in het lichaam te herstellen. Volgens Wolffers worden de stoffen soms zo verdund dat er bij wijze van spreken maar één molecuul in het water overblijft. Volgens een van de theorieën is de stof er dan weliswaar niet meer in aanwezig, maar heeft die stof wel invloed gehad op de structuur van het water, legt Wolffers uit. De homeopathie is in de afgelopen decennia uitgegroeid tot een ware industrie. VSM, een van de grootste producenten, schat dat jaarlijks in Nederland 100 miljoen euro aan homeopatische middelen wordt uitgegeven. Desgevraagd zegt tussen 45 en 48 procent van de Nederlanders regelmatig een homeopatisch medicijn te gebruiken. Vaak weten mensen echter niet dat ze een homeopatisch middel gebruiken, stelt een woordvoerster. Wanneer mensen gevraagd wordt naar het gebruik van de specifieke middelen, waar ook bijvoorbeeld een medicijn tegen jeuk van muggenbulten onder valt, blijkt tweederde van de Nederlanders aan de homeopatische middelen te zijn. Velen combineren homeopatische medicijnen met reguliere geneeskunde. De artsenorganisatie voor homeopathie (VHAN) heeft volgens de laatste cijfers (2003) 372 leden, onder wie 346 artsen met een reguliere opleiding. Daarnaast zijn er nog zo'n 650 klassiek homeopaten, die niet altijd een gewone artsenopleiding hebben genoten. Er is al sinds 2000 een homeopathische internetapotheek en er bestaan homeopathische dierenartsen. De Vereniging tegen de Kwakzalverij ontstond in 1880. De leraar scheikunde en voorzitter van de Friese Volkspartij Vitus Jacobus Bruinsma en zijn broer, de arts G.W. Bruinsma, vonden dat onvoldoende werd opgetreden tegen onbevoegden die de in 1865 ingevoerde Wet op de Uitoefening van de Geneeskunst overtraden. In het begin onderschepten ze kwakzalversmiddelen om deze chemisch te analyseren en de resultaten te publiceren. De resultaten werden niet alleen verspreid onder leden, maar belandden ook in openbare bibliotheken, wachtkamers en op politiebureaus. Eind jaren zeventig van de vorige eeuw besloot de vereniging zich vooral te gaan richten op de 'alternatieve geneeskunde'. Ook de homeopathie moet het ontgelden. Voorzitter en vrouwenarts C. Renckens promoveerde eind vorig jaar op alternatieve geneeswijzen en trekt in zijn onderzoek flink van leer tegen de opvolgers van Hahnemann. Professor I. Wolffers spreekt van een 'soort heksenjacht'. Ook hij stelt dat er nog nooit iets overtuigend wetenschappelijk is bewezen. Desondanks zou hij zelf, als hij huisarts was, misschien ook wel eens een homeopathisch middel voorschrijven. Er zijn volgens hem ondanks het gebrek aan bewijs absoluut mensen die er baat bij kunnen hebben. "Wat mensen geloven is ook vreselijk belangrijk" , stelt de professor. Hij verwijst naar onderzoek onder mensen met hiv of aids. Zes op de tien gebruiken alternatieve geneeswijzen, naast de aidsremmers. "Zij hebben er baat bij. Dat is toch fantastisch, geef die mensen dat." Minister Hoogervorst (Volksgezondheid) is sceptischer. Een jaar geleden haalde hij hard uit tegen artsen "die druppeltjes" voorschrijven die vooral uit water bestaan. De homeopaten reageerden woest. De minister stelde bijna een jaar later dat reguliere artsen nog wel kunnen leren van homeopaten hoe ze met patiënten om moeten gaan. Volgens Hoogervorst slagen sommige alternatieve genezers er beter in de patiënt centraal te stellen. Als reguliere artsen hen daarin zouden volgen, zouden de homeopaten minder klanten krijgen. Artsenvereniging voor homeopathie VHAN erkent dat de wetenschappelijke basis van hun "aanvullende geneeskunde" versterkt moet worden. De vereniging doet momenteel erg haar best om wetenschappelijk onderzoek te stimuleren.

Anorexia wordt veroorzaakt door hersenafwijking – 7 april 2005 – Het Laatste Nieuws -- Anorexia wordt veroorzaakt door een abnormale bloedstroom in het hersengedeelte dat het lichaamsbeeld bepaalt. Dat zegt professor Bryan Lask, kinder- en jeugdpychiater aan het Sint-Georgehospitaal in Zuid-Londen. Zijn onderzoek, gebaseerd op hersenscans, werd woensdag gepresenteerd op een internationaal congres in Londen en zal verschijnen in het International Journal of Eating Disorders. Het is de eerste keer dat er een biologische oorzaak voor anorexia wordt ontdekt. Deze ontdekking kan tot nieuwe behandelingen van anorexia leiden.

Dominee Visser klaagt over medische zorg illegalen 7 april 2005 – De Telegraaf -- ROTTERDAM - Sommige Rotterdamse ziekenhuizen bieden illegalen en uitgeprocedeerde vluchtelingen niet de medische zorg die ze nodig hebben. Ze helpen alleen als er sprake is van een levensbedreigende situatie. Dat schrijft dominee Visser van de Pauluskerk in een brief aan de ziekenhuizen. Visser kwam in actie naar aanleiding van klachten van de artsen die in de Pauluskerk werkzaam zijn voor illegalen en vluchtelingen. Die hebben geconstateerd dat ziekenhuizen niet altijd de medische noodzaak van een behandeling of ingreep erkennen. Volgens Visser is het een geldkwestie. De ziekenhuizen beseffen dat ze bij deze doelgroep een deel van de medische kosten zelf moeten betalen, zoals de overheid heeft bepaald, aldus Visser

Diagnostiek met vragenlijsten in de eerstelijnspsychologie -- 6 april 2005 --  Zorgkrant -- In Nederland doen mensen via hun huisarts in toenemende mate een beroep op de eerstelijnspsycholoog. Voorafgaand aan de behandeling vindt een intake of taxatiegesprek plaats om een diagnose te kunnen stellen. Als aanvulling op dit gesprek wordt veel gebruik gemaakt van verschillende psychologische vragenlijsten. De kwaliteit van deze tests is echter nog nooit wetenschappelijk onderzocht. Gert Jan Kloens onderzocht de waarde van psychologische vragenlijsten in de eerstelijnspraktijk door middel van meerdere deelonderzoeken naar de meest gebruikte vragenlijsten. Hij komt tot de conclusie dat vier van deze lijsten (NPST, NPV, UCL en SCL-90) ieder een eigen bijdrage leveren aan het diagnostisch proces. De promovendus pleit ervoor deze set standaard af te nemen in de intakefase. Kloens hoopt 14 april aan de Rijksuniversiteit Groningen op zijn onderzoek te promoveren. Niet alleen hulpmiddel. Voor de eerstelijnspsycholoog zijn de vragenlijsten niet alleen een hulpmiddel om de juiste cliënt op de juiste (behandel)plek te krijgen. Een ervan (de SCL-90) blijkt ook geschikt voor de evaluatie van de behandeling en drie andere (NPST, NPV en UCL) hebben een voorspellende waarde voor de mate waarin cliënten na afloop van de therapie nog last hebben van hun klachten. De MMPI-2 lijkt daarentegen weinig toegevoegde waarde te hebben.

Bezuinigingen psychotherapie nadelig 6 april 2005 – Spits /  ANP -- DEN HAAG - De bezuinigingen op psychotherapie zullen de maatschappij over vijf jaar 1,1 miljard aan extra ziekteverzuim en 211 miljoen aan extra zorgkosten opleveren. Dat heeft de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) becijferd op basis van ervaringen met de bezuinigingsmaatregel die op 1 januari 2004 is ingegaan. Ziekenfondsen vergoeden sinds die datum minder behandelingen voor psychotherapie. Het aantal sessies is teruggebracht van negentig naar 25. Patiënten met ernstige stoornissen en kinderen onder de 18 jaar krijgen vijftig zittingen vergoed. De NVvP presenteert haar bevindingen morgen in Den Haag. Volgens de organisatie krijgen 13.000 van de 80.000 patiënten in Nederland nu geen adequate behandeling meer.

Maandelijks spuitje kan alcoholverslaving onder controle houden -- 5 april 2005 -- Het Laatste Nieuws -- Een maandelijkse injectie met de substantie naltrexone, gecombineerd met psychotherapie, kan alcoholisten helpen hun verslaving onder controle te houden. Dat blijkt uit een studie van de universiteit van Pennsylvania samen met 23 andere universitaire centra. Het onderzoek gebeurde bij 627 alcoholverslaafden. Tijdens de zes maanden durende behandeling nam de frequentie van excessieve alcoholconsumptie sterk af- van negentien naar drie dagen per maand. Naltrexone neutraliseert de verslavingsverschijnselen. "De duurzame effecten van naltrexone zijn veelbelovend voor de aanpak van alcoholverslaving", aldus Helen Pettinati, professor psychiatrie aan de universiteit van Pennsylvania die het onderzoek leidde. Alcoholisme is de vierde oorzaak voor fysieke en mentale onbekwaamheid in de wereld, zo blijkt uit statistieken van de Wereldgezondheidsorganisatie. In de Verenigde Staten kost alcoholmisbruik jaarlijks het leven aan 100.000 mensen.

Werkkenmerken belangrijke voorspellers voor psychische gezondheid -- 4 april 2005 --  Zorgkrant -- Psychische klachten kunnen niet alleen negatieve gevolgen voor de werknemer hebben, maar ook voor de betrokken werkgever en organisatie. Annet de Lange heeft in haar proefschrift de relatie tussen psychosociale werkkenmerken (zoals werkdruk en regelmogelijkheden) en psychische klachten (zoals depressie en burnout) nader onderzocht. Het onderzoek van De Lange laat zien dat de werkbeleving de psychische gezondheid van werknemers voorspelt. Eerder onderzoek had al een dergelijk verband aangetoond, maar uit De Lange’s studie blijkt dat er sprake is van een oorzaak-gevolg relatie. Bovendien beïnvloedt het werk niet alleen de psychische gezondheid van de werknemers maar het omgekeerde is ook het geval. De Lange maakte in haar onderzoek gebruik van een grootschalige en ook in internationaal verband unieke dataset, die werd verzameld door TNO in Hoofddorp. In dit onderzoek werden 1789 werknemers uit 34 verschillende bedrijven drie jaar lang gevolgd. In die periode werden zij vier keer bevraagd. Zo verkreeg de onderzoekster een betrouwbaar beeld van werkkenmerken en eventuele gezondheidsproblemen. Hoge werkdruk, het ontbreken van regelmogelijkheden en sociale steun op de werkvloer bleken belangrijke voorspellers van psychische klachten te zijn. Wanneer deze aspecten niet in balans zijn kan een werknemer binnen een jaar psychische gezondheidsklachten ontwikkelen, met arbeidsongeschiktheid als meest vergaande consequentie. Annet de Lange promoveerde vorige week donderdag aan de Radboud Universiteit Nijmegen (Institute for Behavioural Science).

Therapie even heilzaam als medicijn bij depressie 4 april 2005 – De Telegraaf -- CHICAGO - Bij matige tot zware depressies in een vroeg stadium kan psychotherapie net zo effectief zijn als medicatie. Dat is de maandag gepubliceerde uitkomst van een Amerikaanse studie, die haaks staat op de gangbare praktijk.

"Over het geheel genomen steunen de resultaten de huidige richtlijnen van de Amerikaanse Associatie voor Psychiatrie niet", stellen de onderzoekers van de Universiteit van Pennsylvania. Volgens die richtlijnen hebben de meeste patiënten in dat stadium medicijnen nodig. De wetenschappers onderzochten 240 matig tot zwaar depressieve poliklinische patiënten. Sommigen van hen kregen medicijnen en anderen één of twee keer per week 50 minuten cognitieve therapie. Na zestien weken was in zowel de groep die medicijnen kreeg als in de groep die pschychotherapie kreeg, bij 58 procent van de patiënten de behandeling aangeslagen.

 

Jonge huisartsen krijgen dagelijks agressieve patiënten over de vloer4 april 2005 – Het Laatste Nieuws – VLAANDEREN - Jonge huisartsen zien gemiddeld één agressieve patiënt per dag. Dat komt neer op 5 à 6 procent van hun aantal patiënten, blijkt uit de resultaten van een enquête van de Artsenkrant bij huisartsen jonger dan 35 jaar. In februari dit jaar stemde de Orde van Geneesheren in met een 'zwarte lijst' met gewelddadige patiënten voor huisartsenwachtdiensten. Wanneer zo'n patiënt de huisarts raadpleegt, kan die om politiebijstand vragen. Die beslissing van de Orde lokte heel wat protest uit. De enquête toont ook aan dat één op vijf jonge huisartsen (19%) er aan denkt binnen de eerstvolgende vijf jaar uit het beroep te stappen. Daar zijn een aantal andere redenen voor. De jonge huisartsen spreken van een slechte verloning, de onregelmatige uren en de moeilijke verenigbaarheid met het gezinsleven. Ook de grote werkbelasting en veeleisende patiënten vormen vaak een breekpunt. Ruim een derde van de jonge huisartsen (35%) rapporteert mobiliteitsproblemen bij huisbezoeken overdag. Jonge huisartsen willen hun beroep gemiddeld uitoefenen tot hun 59ste. Mannen hopen door te gaan tot hun 61ste, vrouwen denken te zullen stoppen op hun 57ste. Slechts iets meer dan een kwart wil stoppen op de leeftijd van 65. De enquête vroeg de jonge huisartsen ook om hun mening over de toekomst. Een kwart (27%) denkt dat alles bij het oude zal blijven. Ruim een derde (37%) verwacht dat de situatie van de huisartsen zal verslechteren. Ongeveer evenveel jonge huisartsen (36%) verwachten precies het omgekeerde: namelijk dat de situatie er beter op zal worden.


Noorderlicht over cannabis en schizofrenie4 april 2005 – Schizofrenie Bulletin / VPRO - Hoe kan het dat zoveel mensen met schizofrenie cannabis roken? Worden zij gek van de wiet? Of blowen ze juist om de ziekteverschijnselen te onderdrukken? Psychiater Don Linszen staat bekend als fel tegenstander van de zelfmedicatie-theorie, maar nieuw onderzoek heeft hem van gedachten doen veranderen. Hij praat erover bij de VPRO in de radiouitzending van Noorderlicht op dinsdag 5 april 2005 om 11.02 uur op Radio 1. De uitzending is na afloop ook te beluisteren in Real Audio op de website, http://noorderlicht.vpro.nl/radio20050405. Overigens kan bij nieuwsprogramma's het onderwerp altijd worden verdrongen door een actueler thema. In dat geval volgt de uitzending zo spoedig mogelijk daarna. Het Schizofrenie Bulletin is een service van Ypsilon, de vereniging voor familieleden van mensen met schizofrenie of een psychose. Voor meer informatie: http://www.ypsilon.org/schizbul.htm
 

Terugvalrisico verslaafde artsen berekend 1 april 2005 – Medisch Contact nr. 13, p. 534 – De Verenigde Staten kennen een goed geoutileerd systeem voor de opvang en behandeling van verslaafde artsen. Desondanks valt een flink aantal van hen terug in hun oude gewoonte. Een belaste familiegeschiedenis en bijkomende psychiatrische aandoeningen zijn de belangrijkste risicofactoren. Amerikaanse artsen met een verslavingsprobleem kunnen terecht bij een van de vele physicians health programs (PHP’s). In anonimiteit en zonder dreiging van tuchtmaatregelen kunnen zij daar een intensief rehabilitatieprogramma volgen. Na de initiële ontwenning worden ze nog vijf jaar lang intensief gevolgd en begeleid. Uit een retrospectief onderzoek met gegevens van het PHP in Washington blijkt dat desonanks veel artsen tijdens of na de behandeling terugvallen in hun verslavingsgedrag. In JAMA van 23 maart beschrijven anesthesiologen een psychiaters van de universiteit van Washington hun bevindingen. Van 292 artsen die tussen 1991 en 2001 bij het PHP afkickten, vielen er 74 terug [meer dan 25%]. Anders dan verwacht, maakte het daarbij niet uit of de arts verslaafd was aan opiaten, cocaïne, alcohol of andere middelen. Andere factoren bleken wel van invloed te zijn. Artsen met een verslaafd familielid hadden een verdubbeld risico op een terugval. Opiaatverslaafde artsen met psychiatrische comorbiditeit vielen vijf keer vaker terug. Het grootste terugvalrisico werd gevonden als deze risicofactoren samenvielen. Opiaatverslaafde en familiebelaste artsen met een psychiatrische aandoening hadden een dertien keer hoger terugvalrisico. Volgens de auteurs geven de resultaten aanleiding om bij de behandeling te streven naar een zo vroeg mogelijke diagnose van eventuele psychiatrische comorbiditeit. Zij startten het onderzoek overigens met als hypothese dat anesthesiologen eerder terugvallen dan andere artsen. Vertegenwoordigers van deze beroepsgroep raken vaker dan gemiddeld verslaafd en de eenvoudige beschikbaarheid van geestverruimende middelen zou het terugvalrisico vergroten. Het onderzoek bleek te klein om daarover harde uitspraken te doen. De auteurs otnraden ex-opiaatverslaafde anesthesiologen desondanks om terug te keren in hun eigen specialisme als de risicofactoren voor terugval bij hen aanwezig zijn. << RC

Commentaar red. MdH: Hulpverleners met verslavings- en/of psychiatrische problematiek – 4 april 2005 – Red. MdH - Wij waarderen het zeer dat Medisch Contact een artikel publiceerde waarin het thema ‘verslavingsproblematiek en psychiatrische problematiek onder medische professionals’ aan bod komt. Ondanks het feit dat zowel het een als het ander bestwel vaak voorkomt, krijgt dit thema helaas buitengewoon weinig aandacht. Daarbij spreekt het voor zich dat verslavingsproblematiek en psychiatrische stoornissen onder artsen en andere hulpverleners met zekerheid niet bijdragen tot kwaliteit en veiligheid binnen de zorg, in tegendeel. Patiënten lopen een groot risico wanneer zij in aanraking komen met een disfunctionerende hulpverlener. Verslavingsproblematiek en psychiatrische stoornissen vertroebelen immers in sterke mate het vermogen van de hulpverlener om betrouwbare, zorgvuldige inschattingen van situaties en omstandigheden te kunnen maken en correcte diagnoses te stellen. Daarnaast lopen patiënten met hulpverleners die aan een psychiatrische problematiek en/of drugsverslaving lijden een aanzienlijk groter risico dat de betreffende hulpverlener ook in seksueel opzicht zijn grenzen overschrijdt. Indien het disfunctioneren lange tijd voortduurt en er klachten over de hulpverlener zijn, kan de Inspectie voor de Gezondheidszorg ervoor kiezen de zaak niet in behandeling van een Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te geven maar in plaats daarvan bij het College van Medisch Toezicht (CvMT) in Den Haag aan te dragen. Alleen inspectie kan bij het CvMT gaan klagen en alleen dan wanneer het disfunctioneren van een hulpverlener voortkomt uit drugsmisbruik, geestelijke of lichamelijke beperkingen en stoornissen. Het aantal gevallen dat bij het CvMT terecht komt is in verhouding tot het aantal hulpverleners die aan een van de genoemde problemen lijden, zeer gering. Inspectie is helaas zeer terughoudend in het aandragen van gevallen bij het CvMT. De verslaafde hulpverlener, maar in het bijzonder de geestelijk gestoorde hulpverlener, is HET grote taboe binnen de gezondheidszorg. Jammer genoeg onderneemt inspectie weinig tot niets om deze problematiek beter bespreekbaar te maken. Hierdoor worden zaken die eigenlijk om behandeling door het CvMT vragen regelmatig door regionale medische tuchtcolleges behandeld alwaar het ontbreekt aan de deskundigheid om met disfunctioneren gebaseerd op psychische stoornissen en/of verslavingsproblematiek om te gaan, zoals in het verleden al meermaals bleek. Uiteindelijk blijven professionals dan om die reden ten onrechte in het vak waardoor de misstanden niet worden opgelost maar juist in stand gehouden. Gevallen van grensoverschrijdend gedrag (GOG) door professionals worden helaas slechts bij grote uitzondering bij het CvMT aangedragen en behandeld. Zaken die het CvMT behandelt betreffen vooral wegens verslavingsproblematiek disfunctionerende beroepsbeoefenaren. Daarbij is in meer dan 50% van de gevallen van seksueel grensoverschrijdend gedrag door hulpverleners sprake van een (zeer) ernstige stoornis aan de zijde van de professional zoals onderzoek al lang aantoonde (Voor meer infomatie over dit onderwerp kunt u onze pagina WETENSCHAPPELIJKE FEITEN bezoeken). Droeviger wijze is inspectie regelmatig teleurgsteld in uitspraken van medische tuchtcolleges. Attendering op een groot gevaar voor recidive betreffend seksueel GOG door hulpverleners wordt door de regionale tuchtcolleges over het algemeen niet voldoende serieus genomen en als buitengewoon confronterend ervaren. Aangezien in het verleden veelvuldig bleek dat de regionale tuchtcolleges niet goed om weten te gaan met beklaagden die aan een van de eerder genoemde problemen lijden, is het naar onze mening dan ook de taak van inspectie om opener om te gaan met de problematiek ‘verslaving en stoornis onder hulpverleners’ en is het ons inziens ook juist haar taak om te zorgen dat er in het geval van een klacht over seksueel misbruik c.q. seksuele intimidatie door een hulpverlener de betreffende standaard aan een psychiatrisch onderzoek deelneemt. Het psychiatrisch rapport zou ervoor zorgen dat de mening van inspectie niet meer zo makkelijk door tuchtcolleges van tafel zou kunnen worden geveegd. Tevens zou dan de basis voor een klacht bij het CvMT ook vast komen te staan. Het is erg jammer dat de inspectie nog steeds grote moeite lijkt te hebben met gevallen waarbij er aanwijzingen zijn voor het bestaan van een (zeer) ernstige psychische stoornis van de hulpverlener. Een verandering in dezen is dan naar onze mening ook dringend noodzakelijk. Inspectie beklaagt zich terecht regelmatig over het niet hebben van bepaalde middelen en mogelijkheden om e.e.a. voor elkaar te krijgen dat wenselijk of zelfs nodig zou zijn. Daarnaast is het echter zo dat zij de middelen en macht die zij wel degelijk heeft veelal niet gebruikt. De gang naar en de klacht bij het College van Medisch Toezicht is een goed voorbeeld hiervan. Informatie voor artsen die door diverse soorten problemen niet meer goed (dreigen te) functioneren, kunt u aantreffen op de website van de KNMG. Artsen met verslavingsproblematiek en andere hun functioneren belemmerende problemen kunnen contact opnemen met het Steun- en Verwijspunten Artsen (SVA) en met de zelfhulpgroep Anonieme Dokters. Voor meer inforamtie kunt u ook mailen naar: artseninfolijn@fed.knmg.nl. Binnenkort zullen wij onder de link DE HULPVERLENER ook een aparte pagina met informatie voor hulpverleners creëren die in de problemen zijn gekomen c.q. dreigen te komen. 

Hoogervorst wil zelfbindingscontract 31 maart 2005 – Verpleegkundenieuws -- Minister H. Hoogervorst wil laten bekijken of het zogeheten zelfbindingscontract voor dwangopname alsnog ingevoerd kan worden. Dat liet hij deze week weten bij de behandeling van de Wet BOPZ in de Tweede Kamer. Met een zogenaamde wettelijke zelfbindingscontract of –verklaring kunnen psychiatrische patiënten vrijwillig aangeven wat medici mogen doen in geval van crisis. Ook kan de patiënt van tevoren aangeven dat hij in geval van crisis opgenomen mag worden. De verklaring wordt opgesteld als de patiënt in goede doen is en het blijft gelden als hij eventueel niet meer voor rede vatbaar is en behandeling weigert. Op sommige plaatsen wordt ook met succes de zogenaamde crisiskaart gebruikt. Daarop staan de wensen van de patiënt om hulpverleners beter te laten inspelen op zijn behoefte, zoals waar de patiënt graag wordt opgenomen en welk medicijn hij niet wil.

Muziek ‘helpt’ tegen pijn en stress 31 maart 2005 – Het Laatste Nieuws -- Wetenschappers menen dat muziek pijn doet afnemen en een effectief middel is tegen stress. Schotse vrijwilliger dienden hun handen in ijskoud water te houden, terwijl ze naar muziek luisterden, berekeningen oplosten of naar de komiek Billy Connolly luisterden. De vrijwilligers die muziek te horen kregen, hielden de pijn langer vol-  tot vijfmaal langer zelfs. “Muziek blijkt effectief te zijn als afleidingsmiddel. Daarom dat het mogelijk daarom helpt tijdens het fitnessen,” meent onderzoekster Laura Mitchell.

Therapeut bezorgd om privacy -- 30 maart 2005 -- Nederlands Dagblad -- DEN HAAG - De Vereniging van Vrijgevestigde Psychotherapeuten (NVVP) roept haar leden op te weigeren nog langer diagnoses door te geven aan verzekeraars. Dat is een inbreuk op de privacy van hun patiënten. Steeds meer behandelingen zouden voortijdig worden gestaakt. De druk op psychotherapeuten om persoonlijke informatie over hun patiënten aan zorgverzekeraars te geven, is afgelopen jaar toegenomen. Door bezuinigingen op de psychotherapie krijgen alleen patiënten met ernstige klachten, kinderen en mensen met een persoonlijkheidsstoornis meer dan 25 behandelingen vergoed. Vóór de bezuinigingen kon bijna iedere patiënt aanspraak maken op ongeveer 90 sessies. Psychotherapeuten moeten hun diagnose aan het zorgkantoor in hun regio doorgeven, als ze na 25 sessies door willen gaan met behandelen. De NVVP heeft daar bezwaar tegen. Ze vindt dat de huidige regels te veel ruimte bieden voor misbruik van persoonlijke gegevens door verzekeraars. Die zouden bijvoorbeeld naar de medische informatie kunnen kijken als patiënten andere verzekeringen of hypotheken proberen af te sluiten. Uit angst voor die koppeling van gegevens besluiten volgens de vereniging steeds meer therapeuten in overleg met hun patiënten voortijdig met de behandeling te stoppen. De NVVP adviseert haar leden daarom met onmiddellijke ingang te stoppen met het doorgeven van diagnoses. In plaats van een gedetailleerde omschrijving zouden ze overal de algemene typering 'persoonlijkheidsstoornis niet nader omschreven', neer moeten zetten. De vereniging heeft een toelichting op haar oproep doorgegeven aan het ministerie van Volksgezondheid en het College voor Zorgverzekeringen (CVZ), dat de regelingen namens het ministerie uitvoert. CVZ wil op korte termijn overleg met het ministerie en Zorgverzekeraars Nederland (ZN) om te zien of aanpassing van de regels nodig is. Of het in de tussentijd consequenties heeft voor patiënten als hun psychotherapeut niet aan de regels voldoet, kon de woordvoerder niet zeggen. Zorgverzekeraars Nederland noemt de angst van de psychotherapeuten onterecht. ,,Hoe moeten wij controleren of iemand recht heeft op een vergoeding als we niet mogen weten wat iemand heeft?'', vraagt een woordvoerder zich hardop af. De NVVP hoopt dat het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) de verzekeraars tot de orde roept. De vereniging verzocht CBP een paar maanden geleden om een uitspraak. Het CBP liet afgelopen week weten daar pas in de loop van april antwoord op te kunnen geven. De NVVP wil daar niet op wachten.

Topman leidt onderzoek verpleegtehuizen 30 maart 2005 – Telegraaf -- DEN HAAG - Topman H. Kennedie van hotelconcern Golden Tulip gaat een onderzoek doen naar de de oorzaken van de problemen in de Nederlandse verpleeghuizen. Het onderzoek heeft plaats in opdracht van staatssecretaris Ross van Volksgezondheid. De eerste resultaten worden eind mei of begin juni verwacht. Dat heeft het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport dinsdag laten weten. Kennedie krijgt bij zijn naspeuringen hulp van een team deskundigen. Ross verwacht dat Kennedie vanuit zijn "sterk op kwaliteit en dienstverlening georiënteerde sector een deskundig en onafhankelijk oordeel kan geven" over de problemen in de verpleeghuizen. De hotelkenner gaat de problemen niet alleen in kaart brengen, maar komt ook met aanbevelingen voor de toekomst. Hij zegt "gaarne bereid" te zijn om samen met zijn commissie de verpleegsector vanuit de 'hospitality wereld' te bestuderen. "Golden Tulip is van mening dat het bedrijfsleven en de overheid zoveel mogelijk moeten samenwerken om bepaalde processen kwalitatief te verbeteren", aldus Kennedie. Ross wil onder meer antwoord op de vraag waarom de ene instelling met hetzelfde budget wèl goede zorg kan bieden en de andere niet. De bewindsvrouw wil verder weten of de tekortschietende kwaliteit aan de organisatie van de zorg ligt, aan de manier van zorgen, aan de kwaliteit van het personeel, leiderschap, wet- en regelgeving of aan financiële armslag voor de verpleeghuizen. Kennedie moet ook in kaart brengen wat de verschillen zijn met verpleeghuizen in andere landen. De commissie gaat verpleeghuizen bezoeken en krijgt hulp van deskundigen op het gebied van zorg, eten en drinken, inrichting, organisatie, financiën, logistiek, personeel en opleidingen. Het onderzoek van de Kennedie-commissie is onderdeel van een reeks maatregelen. Zo voert de Inspectie voor de Gezondheidszorg een eigen onderzoek uit in de hele verpleeghuissector en is er een meldpunt bij de Inspectie geopend waar mensen terecht kunnen met klachten. Ross heeft daarnaast tien miljoen euro beschikbaar gesteld om consulententeams te kunnen laten ingrijpen bij verpleeghuizen die onder de maat blijven presteren.

 

Slechte kindertijd verhoogt kans op hartinfarct 29 maart 2005 – Het Laatste Nieuws -- Wie tijdens zijn kinderjaren geconfronteerd werd met negatieve gezinservaringen zoals veel ouderlijke ruzies en conflicten, gebruik van geweld, emotioneel, fysiek of seksueel misbruik of verwaarlozing, loopt als volwassene een grotere kans op hartproblemen. Dit blijkt uit een Amerikaanse studie waarvan de resultaten recent in het vakblad Circulations gepubliceerd werden en samengevat te lezen staan in de UZ Gezondheidsbrief. Bij het onderzoek werd de ziektegeschiedenis bestudeerd van 9.000 vrouwen en 8.000 mannen in San Diego (Californië) met een gemiddelde leeftijd van 56 jaar. Het risico op een ernstige aantasting van kransslagaders of hartinfarct lag liefst 30 tot 70 procent hoger voor volwassenen met een problematische kindertijd. Hoe meer negatieve ervaringen, hoe groter de betrokkenen kans liepen op hartproblemen. Enkel de scheiding van ouders had geen significante invloed. Eerste studie die verband aantoont met hartproblemen Eerder was al bekend dat negatieve ervaringen of trauma's tijdens de kinderjaren een aanzienlijke weerslag kunnen hebben op de emotionele, cognitieve en sociale ontwikkeling van het kind en het risico vergroten op aandoeningen zoals seksueel overdraagbare ziekten, chronische long- en leveraandoeningen en zelfs botbreuken. De Amerikaanse studie is volgens professor Boudewijn Van Houdenhove (KUL) de eerste die een verband aantoont met hartproblemen. Emotionele problemen tijdens de kindertijd blijken ongezond gedrag te bevorderen zoals roken, drinken en teveel eten om spanningen te verdrijven of compensatie te zoeken. Bovendien raakt het zich ontwikkelende stressysteem overprikkelbaar, waardoor men later meer gevoelig is voor stress, wat eveneens ongunstig is voor hart en bloedvaten. Bij wie minstens vier verschillende negatieve ervaringen had gehad tijdens de kinderjaren, was twee- tot driemaal meer sprake van later optredende depressie en vijandige gevoelens. 

Ziekenhuizen aangesproken op missers: Patiënten dienen meer claims in 26 maart 2005 – NRC – UTRECHT - Ziekenhuispatiënten hebben het afgelopen anderhalf jaar meer en hogere schadeclaims ingediend dan in voorgaande jaren. Tot najaar 2003 bleef het aantal claims jarenlang vrijwel gelijk. De meeste schadeclaims betreffen gemiste diagnoses, terwijl voorheen met name bij mislukte operaties een vergoeding werd gevraagd. Dit blijkt uit gegevens van MediRisk, de schadeverzekeraar van meer dan driekwart van alle ziekenhuizen in Nederland. In het laatste kwartaal van 2003 is het aantal ingediende schadeclaims gaan stijgen. Die stijging blijft zich doorzetten. Alleen al in het eerste kwartaal van dit jaar steeg het aantal nieuwe meldingen met eenvijfde ten opzichte van de eerste drie maanden vorig jaar. Ook de hoogte van gemelde claims neemt fors toe. Een patiënt eiste in 1993 (omgerekend) nog gemiddeld 3.600 euro van zijn ziekenhuis, 4.980 euro in 2003, en vorig jaar was dit toegenomen tot 5.200 euro. Schadeclaims lopen op tot soms 2 miljoen euro. Patiënten hebben volgens artsen en verzekeraars vaak overspannen verwachtingen van de resultaten van een behandeling. Daarnaast stijgt het aantal verrichtingen in ziekenhuizen waardoor ook de kans op fouten toeneemt. Bovendien stellen letselschade-advocaten zich ,,steeds professioneler'' op, zegt directeur aansprakelijkheid H. Henschen van MediRisk. Hij verwacht dat de geëiste vergoedingen de komende jaren nog hoger zullen worden. Ziekenhuizen betalen daarom dit jaar voor het eerst sinds 1996 meer premie voor hun aansprakelijkheidsverzekering, zo'n 100.000 tot 250.000 euro per jaar en enkele grote ziekenhuizen betalen drie à vier ton. De ziekenhuizen zijn verzekerd voor maximaal 2,5 miljoen euro per claim. De meeste van de ingediende schadeclaims betreffen gemiste diagnoses, dit soort claims stijgt ook het hardst. Het gaat daarbij meestal om aandoeningen waarbij een arts besluit niet te behandelen, terwijl hij dat volgens de patiënt wel had moeten doen. Daarna volgen gemiste fracturen, gemiste tumoren en gemist hand-, pees-, en zenuwletsel. Een kwart van de civiele procedures tegen medisch specialisten mondt uit in een vonnis. In ongeveer de helft van de overige gevallen eindigt de procedure in een schikking. De overige procedures worden afgelast. Patiënten klagen artsen vaker aan voor een verkeerde inschatting, dan voor een verkeerde behandeling. Vooral radiologen zijn vaak bij rechtszaken betrokken.

Verpleeghuis niet gewild bij personeel 26 maart 2005 – Volkskrant -- AMSTERDAM - Het aantal gediplomeerde verpleegkundigen dat beschikbaar is voor zorg aan demente ouderen, is in vijftien jaar bijna gehalveerd. Vorig jaar was gemiddeld één fulltime gediplomeerde verpleegkundige aanwezig of oproepbaar voor een psycho-geriatrische afdeling van dertig mensen. In 1989 waren dat er gemiddeld twee. Ook in verzorgingstehuizen neemt het aantal gediplomeerde verpleegkundigen sterk af. Tussen 1990 en 1999 was er sprake van een daling van bijna 30 procent. Dat blijkt uit cijfers van de Inspectie voor de Volksgezondheid en het Nivel, het Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg. De cijfers onderbouwen het beeld dat de kwaliteit van de zorg in verzorgings- en de verpleeghuizen de laatste vijftien jaar is gedaald. Het opleidingsniveau van het personeel is daarvan een belangrijke oorzaak, zegt de Inspectie. 'Een gediplomeerde verpleegkundige kom je in een verpleeghuis nauwelijks meer tegen', aldus inspecteur-generaal Herre Kingma. Hooggekwalificeerd personeel maakt in de verzorgings- en de verpleeghuizen in snel tempo plaats voor lager opgeleide ziekenverzorgenden en bejaardenverzorgenden, bevestigen de de statistieken. Op psycho-geriatrische afdelingen verdwenen met name verpleegkundigen van hbo- en mbo-niveau en daalde het aantal mbo-opgeleide ziekenverzorgenden. De groei zat in verzorgenden met lager beroepsonderwijs en in personeel zonder gekwalificeerde verzorgende beroepsopleiding. De cijfers zijn afkomstig uit twee vergelijkende onderzoeken van de Inspectie in de provincie Utrecht in 1989 en 2004. In de verzorgingshuizen stond tegenover een daling van het aantal verpleegkundigen (min 30 procent) een stijging van bijna 40 procent van het aantal bejaardenverzorgenden. Volgens onderzoeker Willem van der Wind van onderzoeks- en adviesbureau Prismant zijn er onvoldoende harde gegevens over de situatie in verpleeghuizen. Behalve in de vergelijkende studie van de inspectie zijn daarover geen cijfers verzameld. De Algemene Vereniging Verpleegkundigen en Verzorgenden AVVV ziet gediplomeerde verpleegkundigen wel stelselmatig uit de ouderenzorg verdwijnen. De behoefte aan meer handen bij het bed maakt daardoor plaats voor 'meer hersens'. Volgens woordvoerder Bas Vogel heeft de trend drie oorzaken: 'Verpleegkundigen uit een verpleegtehuis kunnen méér verdienen in een ziekenhuis en gaan dus liever daar werken. Verpleeghuizen werken wegens budgetproblemen liever met goedkoper en dus lager geschoold personeel. En de werkdruk in de verpleegzorg is hoog.' Vanwege het slechte imago stijgt niet alleen de uitstroom, maar neemt ook de instroom van nieuw personeel af.

Velen verslaafd aan slaapmiddelen 26 maart 2005 – Nederlands Dagblad -- DEN HAAG - Honderdduizenden Nederlanders slikken langer dan een jaar vrijwel dagelijks slaap- en kalmeringsmiddelen. Huisartsen doen weinig om het gebruik van deze middelen terug te dringen. Het aantal recepten dat wordt uitgeschreven groeit zelfs: van 10,4 miljoen in 1999 naar 11,3 miljoen vorig jaar. Het Instituut voor Onderzoek naar Leefwijzen & Verslaving (IVO) en het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam hebben onderzoek gedaan naar het gebruik van slaap- en kalmeringsmiddelen die bezodiazepinen bevatten (benzo's). Dit zijn middelen als librium, valium, seresta, oxazepam en temazepam. Hoewel deze middelen maar korte tijd werken, worden ze vaak jaren achtereen gebruikt. Bij langdurig gebruik zijn deze middelen sterk verslavend en schadelijk voor de gezondheid. Vooral ouderen zijn grootgebruikers. Uit het onderzoek onder bijna achtduizend Rotterdamse 55-plussers blijkt dat artsen lang niet altijd moeite doen om het langdurig gebruik van de middelen terug te dringen. Volgens de onderzoekers zijn er duidelijk verschillen in voorschrijfgedrag bij huisartsen. Sommigen proberen het langdurig gebruik flink terug te dringen. Die hebben nog weinig patiënten die deze middelen langdurig slikken. Veel andere huisartsen laten aan de patiënt zelf over om met het gebruik te stoppen. Ze hebben dan vaak geen enkel idee hoeveel van hun patiënten de middelen al jaren achtereen voorgeschreven krijgen. Stoppen met slikken is voor patiënten vaak moeilijk, omdat ze ontwenningsverschijnselen krijgen die lijken op de oorspronkelijke klachten. Uit cijfers van de Stichting Farmaceutische Kengetallen blijkt dat het aantal uitgeschreven recepten van benzo's nog steeds toeneemt. Het aantal gebruikers daalde echter licht: van 1,9 miljoen mensen in 1999 naar 1,7 miljoen in 2004. Nogal wat van deze mensen slikken beide middelen. Hoevelen langdurig slaap- en/of kalmeringsmiddelen gebruiken is niet exact bekend. Volgens het IVO zijn er honderdduizenden. Benzo's staan in de top-drie van meest verstrekte (genees)middelen. Het slaap- en kalmeringsmiddel oxazepam staat in Nederland op nummer één, het slaapmiddel temazepam op nummer drie. Oxapam en temazepam nemen samen bijna de helft van alle verstrekte benzo's voor hun rekening. Paracetemol staat overigens op de tweede plaats. Het Nederlands Huisartsen Genootschap adviseert de slaapmiddelen voor ten hoogste drie weken voor te schrijven en de kalmeringsmiddelen voor niet langer dan drie maanden. De praktijk blijkt weerbarstiger.

Investeer in zelfvertrouwen en kansen psychisch gehandicapten 25 maart 2005 – Zorgkrant -- De overheid moet blijven investeren in de cliëntgestuurde voorzieningen voor mensen met een psychische handicap. Deze kwetsbare groep heeft veel steun aan de opvangvormen die buiten het reguliere aanbod van de geestelijke gezondheidszorg bestaan. Daarom roept de Landelijke federatie ongebonden schilvoorzieningen (Lfos) de overheid op de financiering van deze voorzieningen te waarborgen. Dit schrijft de Lfos in een brief die onlangs met het onderzoeksrapport 'Maatschappelijke participatie van mensen met een psychische handicap' is overhandigd aan voorzitter Blok van de Vaste Kamercommissie voor Volksgezondheid. Nederland kent circa 200 cliëntgestuurde voorzieningen voor mensen met een psychische handicap. Deze initiatieven variëren van opvang, lotgenotencontact of vriendendiensten tot arbeidsbemiddeling en informatievoorziening. Ongeveer een kwart hiervan zijn ongebonden schilvoorzieningen. Deze voorzieningen bestaan buiten het reguliere aanbod van de geestelijke gezondheidszorg en vormen er als het ware een schil omheen. Het onderzoek wijst uit dat de onderzochte voorzieningen een onmisbare functie hebben voor mensen met een psychische handicap. Ze vormen een steun in de rug, zijn een plaats voor het onderhouden van sociale contacten en dragen bij aan kansen en zelfvertrouwen. Gemeenten zijn binnen de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) verantwoordelijk voor een keten van voorzieningen voor wonen, welzijn en zorg. Het onderzoeksrapport beschrijft diverse methodieken die gemeenten en werkgevers kunnen benutten voor het bevorderen van de maatschappelijke participatie van (ex-)ggz-cliënten. In de WMO is het voortbestaan van de ongebonden schilvoorzieningen en andere cliëntgestuurde voorzieningen echter niet gewaarborgd. De Lfos roept de overheid op de financiering van deze voorzieningen te handhaven en de komende jaren te oormerken of op te nemen in de AWBZ.

Richtlijn voor opvang getraumatiseerde patiënten 25 maart 2005 – Medisch Contact -- publicatie: Nr. 12 - 25 maart 2005, p. 478 -- Het Diakonessenhuis in Utrecht heeft een richtlijn voor de opvang van patiënten die op de vrouw/kindafdelingen een trauma hebben opgelopen. Andere ziekenhuizen tonen belangstelling voor de richtlijn, maar enige aanpassing is nog nodig. Het Diakonessenhuis kwam met de richtlijn naar aanleiding van een bevalling met een stuitligging waarbij het kindje overleed. Marieke Fonk, klinisch psycholoog en een van de opstellers van de richtlijn: ‘De betrokken verpleegkundigen en gynaecoloog hebben op hun eigen gevoel de ouders begeleid. Daardoor bleek dat er onvoldoende beleid was bij traumatische gebeurtenissen.’ De richtlijn moet er vooral voor zorgen dat er gestructureerd aandacht komt voor emotionele of schokkende gebeurtenissen in het ziekenhuis. Fonk: ‘Door werkdruk en routinematig werken kan het gebeuren dat artsen en verpleegkundigen traumatische zaken niet herkennen.’ In de leidraad staan concrete voorbeelden van traumatische gebeurtenissen en wie dat moet signaleren. Artsen moeten volgens de richtlijn bijvoorbeeld letten op symptomen van een acute stressstoornis. Inmiddels krijgt het Diakonessenhuis vragen van andere ziekenhuizen over de richtlijn. Fonk: ‘Wij gaan de richtlijn binnenkort evalueren en aanpassen. De communicatie met de huisarts moet bijvoorbeeld nog beter. Vanwege de privacy van patiënten is nu nog niet duidelijk hoe wij ervaringen kunnen doorgeven aan de huisarts. Wij willen in de richtlijn opnemen wanneer de huisarts een brief over de traumatische gebeurtenis krijgt en daarbij een standaardbrief opstellen .’

Beeldvorming 25 maart 2005 – Medisch Contact -- Publicatie: Nr. 12 -- Auteur: Ben V.M. Crul, p.  475 -- Een kwart eeuw geleden geboden ‘de gedragsregels voor artsen’ ons om nóóit in de schijnwerpers te treden. Geen deelname aan wat voor mediaoptreden dan ook. Het zou kunnen worden uitgelegd als reclame voor jezelf - een doodzonde in die tijd. Verder behoorden dokters zich niet als filmsterren te gedragen; het imago van ‘onkreukbare dienaren van de gezondheidszorg’ zou schade oplopen. Alleen de voorzitter mocht zich - na een spontaniteit dodende mediatraining - laten interviewen. De tijden zijn veranderd. Dokters zijn veelgevraagde verschijningen op de buis: zowel live als nagespeeld. Van Make me beautiful tot De plattelandsdokter, van ER tot binnenkort De Grootmeesters (zie NieuwsReflex blz. 476). Elke journalist heeft wel een lijstje van gemakkelijk benaderbare artsen op zijn bureau. Het eigenbelang van u en uw instellingen mag daarbij ook weer meespelen, of u dat nu wilt of niet. Van overheidswege moet er immers onderling worden geconcurreerd en dan helpt elk beetje gratis media-aandacht. Politieke discussies kunnen ineens een hele andere wending krijgen als u er als arts een schrijnende casus naast legt. Dat artsen afdalen uit hun ivoren torens, is een goede zaak. Een enquête zoals die onder medisch specialisten draagt bij aan een meer realistische beeldvorming. Met dat profiel dienen patiënten, maar ook overheid, verzekeraars, rechterlijke macht en management rekening te houden. Aankomend artsen kunnen zich eraan spiegelen. Niks pathetisch gedoe van ‘mensen redden’. De meesten van u vinden hun vak gewoon interessant en veelzijdig, en zouden het zo weer kiezen. U maakt zich daarbij terecht zorgen over negatieve ontwikkelingen in de gezondheidszorg. Uw signalen daarover - en niet alleen die van medisch specialisten - moeten goed worden gehoord. U bent immers een betrouwbare boodschapper omdat u dicht bij het vuur staat. U moet er echter voor waken geen karikatuur van uzelf en uw beroepsgroep te maken. Journalisten tekenen graag gepeperde uitspraken op. Maar boude en onzinuitspraken hebben in de media toch echt een ander effect dan in de veilige omgeving van spreek- of koffiekamer. U kúnt er natuurlijk handig gebruik van maken, maar het kan ook contraproductief uitpakken. Door te overdreven (‘water staat ons aan de lippen’) of feitelijk onjuiste weergaven, zal uw gehoor uw wél verifieerbare zaken ook met een korrel zout nemen. Als tegenwicht hebben we daarom minister Hoogervorst ook eens aan het woord gelaten.

Grenzen stellen -- 24 maart 2005 -- Nieuwsbrief Psychologie Magazine -- Nee zeggen is niet eenvoudig. Maar wie altijd toegeeft aan anderen, pleegt roofbouw op zichzelf. Waarom is grenzen stellen zo moeilijk? Hoe kun je je assertiviteit vergroten? En hoe ga je om met die lastpakken die altijd weer een voet tussen de deur weten te wurmen? Het is ’s ochtends vroeg, u draait de deur op slot en wilt net op de fiets stappen om naar uw werk te gaan. ‘Goeiemorgen buurman!’ Daar klinkt de opgewekte stem van de buurvrouw. Ze heeft duidelijk zin in een praatje. De buurvrouw is altijd zo vriendelijk, ze past op uw katten als u met vakantie bent, u wilt haar niet voor het hoofd stoten en luistert ‘geduldig’ naar haar monoloog. Maar intussen tikt de tijd weg. U rinkelt met uw sleutels, kijkt vluchtig op uw horloge... U zult te laat komen voor die vergadering. Dagelijks raken we verzeild in situaties waarin we grenzen moeten stellen, willen we niet ondergesneeuwd raken door anderen. Een vriend weigeren je auto aan hem uit te lenen, teruggaan naar de groenteboer omdat hij je rotte mandarijntjes heeft verkocht, een opdracht weigeren omdat je daarvoor niet bent aangenomen: lang niet iedereen durft het. Uit angst om niet aardig gevonden te worden of uit angst voor repercussies stemmen we in met een verzoek, terwijl we daar eigenlijk helemaal geen zin in of tijd voor hebben. Achteraf betalen we de rekening: het vreet energie, we krijgen niet wat je willen, anderen weten niet wat ze werkelijk aan ons hebben en we komen niet toe aan de dingen die we zelf belangrijk vinden. Aardig gevonden worden heeft een hoge prijs. Lees verder in het aprilnummer

Psychiatrisch patiënten vrezen einde van zelfhulpprojecten 23 maart 2005 – Spits -- DEN HAAG - Mensen met een psychiatrisch heden of verleden zijn bang dat hun eigen projecten verdwijnen. Op dit moment krijgen zij 6,6 miljoen euro, waarmee ze onder meer zelf uitstapjes organiseren, een kunstenaarsatelier onderhouden, elkaar opvangen als ze suïcidaal zijn, mensen weer aan het werk helpen en een dak aanbieden voor soortgenoten in nood. De 6,6 miljoen, meldt belangenorganisatie LFOS, was afkomstig uit diverse overheidspotjes. Met de nieuwe welzijnswet WMO zijn de gemeenten verantwoordelijk voor die projecten. De LFOS vreest dat die het belang van hun werk niet inzien en andere prioriteiten stellen en riep de Tweede Kamer gisteren op om de financiering te waarborgen. 

Kunst als communicatiemiddel 23 maart 2005 – Spits -- AMSTERDAM - De 31e editie van de Week van de Psychiatrie, die volgende week plaatsheeft, wordt anders dan anders. Stond totnogtoe elk jaar een maatschappelijk thema centraal, zoals arbeidspositie of de beeldvorming, nu heeft de organisatie gekozen voor de psychiatrisch patiënt en zijn kunst. Onder de noemer 'Uit de kunst' gaan deze patiënten via onder meer exposities contact proberen te leggen met het grote publiek. De Week van de Psychiatrie stapt af van platgetreden paden. De week blijft overeind, de invulling ervan is anders. Het accent van de week, die is bedoeld om het beeld dat mensen hebben van deze patiënten te verbeteren, ligt niet meer de relatie tussen maatschappelijke thema's en op de psychiatrisch patiënt, maar op het contact tussen patiënt en het grote publiek. Het thema is 'Uit de kunst'. De veranderde koers houdt ook in dat de discussiedag, de zogeheten Breingeindag die altijd op de slotdag werd gehouden, vervalt. "We wilden af van de eeuwige politieke discussies waar toch geen hond op af komt'', zegt woordvoerder Toon Vriens van Stichting Pandora, een organisatie die zich inzet voor mensen met psychische en psychiatrische problemen. "Het is altijd moeilijk gebleken andere mensen dan die uit de zorg voor de week te interesseren. We hopen nu het grote publiek naar de instellingen te krijgen.'' Al doende leert men, lijkt Vriens hiermee te willen zeggen. "Het is eigenlijk zo dat we al vijf jaar lang steeds terugkomen op de kunstwerken die psychiatrisch patiënten maken. Prachtige dingen, overigens. Omdat we echter altijd een maatschappelijk thema bedachten, kreeg kunst geen ruimte. Nu hebben we besloten dat juist wel te doen, omdat het de mogelijkheid tot communicatie biedt. Dáár gaat het uiteindelijk om.'' Hoewel instellingen in de regio's altijd betrokken zijn geweest bij de organisatie van de week, is met het verdwijnen van de landelijke regie de rol van de instellingen nadrukkelijker, zegt Vriens. "Voor het communiceren met de omgeving, hebben regio's met dit thema iets in handen waar ze iets mee kunnen. Met expositie haal je makkelijker mensen naar binnen dan met een lezing of debat. Kunst is een perfect communicatiemiddel. Daar hoef je namelijk geen gesprek over te voeren, daar kijk je gewoon naar.'' Een passende aanloop naar de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) overigens, merkt Vriens op. Deze nieuwe welzijnswet regelt dat gemeenten verantwoordelijk worden voor de zorgvragen en -voorzieningen van hun inwoners opdat deze zolang mogelijk in hun eigen omgeving kunnen blijven wonen. De wet gaat naar alle waarschijnlijkheid 1 januari volgend jaar in. "Gemeenten krijgen een nieuwe verantwoordelijkheid in het contact met hun burgers. Bovendien is het contact met de omgeving voor deze groep patiënten ook van belang. Het is fijn als omwonenden interesse tonen voor het leven in de instelling. De week is daar een goede gelegenheid voor.'' Op tal van plaatsen in ons land zal vanaf volgende week maandag tot en met 1 april kunst van psychiatrisch patiënten zijn te bewonderen. Gedichten, schilderijen, maar ook korte verhalen een beeldhouwwerken. In de regio Rijnmond bijvoorbeeld heeft een speciale werkgroep - bestaande uit deelnemers die (ex-)cliënten zijn van instellingen uit de geestelijke gezondheidszorg, maatschappelijke opvang en verslavingszorg uit die regio - schrijfworkshops en dansmiddagen georganiseerd. In het Centraal Museum in Utrecht is op 30 maart de Avond van de Poëzie. Toch heeft niet elke regio de nieuwe koers opgepikt. In Hoorn bijvoorbeeld, vertoont het filmhuis aldaar gewoon films en verwijst het naar de Breingeindag. Het is vast even wennen na dertig jaar... Kijk voor activiteiten van de Week van de Psychiatrie op www.weekvandepsychiatrie.nl.

Spoeddebat over verpleeghuiszorg 22 maart 2005 – ANP / NRC -- DEN HAAG - De Tweede Kamer houdt donderdag een spoeddebat over de kwaliteit van de zorg in verpleeghuizen. PvdA en de SP vroegen hier dinsdag om. Zij willen staatssecretaris Ross-van Dorp onder meer vragen stellen over ondervoeding en uitdroging bij verpleeghuisbewoners. De Inspectie voor de Gezondheidszorg presenteerde dinsdag een rapport waaruit blijkt dat in 60 procent van de verpleeghuizen de richtlijnen voor vocht en voeding niet worden nageleefd. Ook is de toediening van medicijnen en het veilig gebruik van bedden onder de maat. Uit het rapport blijkt verder dat 47 van de 48 verpleeghuizen, die eind vorig jaar nog onder de maat presteerden, nu wel in staat zijn de minimaal vereiste zorg te bieden. De Landelijke Organisatie Cliëntenraden (LOC) zegt in een reactie op het rapport dat het te lang duurt voordat verzorgings- en verpleeghuizen de kwaliteit van de zorg op peil brengen. Ook zijn medewerkers niet overal voldoende geschoold om de verschijnselen van ondervoeding en uitdroging te herkennen. De LOC zegt veel energie te hebben gestoken in zaken als het opstellen van een richtlijn voor vocht en voeding. Maar die wordt nog steeds niet overal nageleefd, stelt de LOC. Het is tijd voor een deltaplan voor de verpleeghuiszorg. Alle betrokkenen moeten hun schouders eronder zetten om de normen voor de zorg, de scholing van het personeel en het imago voor de verpleeghuizen te verbeteren en daar het nodige geld voor te vinden. Dat zeggen verpleegkundigen, verzorgenden en verpleeghuisartsen dinsdag in een reactie op het inspectierapport.

Theorie homeopathie valt in het water -- 21 maart 2005 -- ziekenhuis.nl / Medisch Contact -- Lang bleef de verklaring overeind dat homeopathie zou werken omdat water een geheugenfunctie zou hebben. Echter, na onderzoek van de Universiteit van Toronto is de theorie gevallen. De vloeistof zou niet langer dan een picoseconde (een miljoenste van een miljoenste seconde) iets onthouden. Bij lange na niet genoeg voor homeopathie. Het geheugen van water wordt gevormd door de positie van de moleculen ten opzichte van elkaar. Via de waterstofbruggen kunnen watermoleculen tijdelijk een positie vasthouden. Deze theorie was eigenlijk al een zeer zwakke onderbouwing voor homeopathie maar met het onderzoek uit Toronto is het geheugen van water definitief ongeloofwaardig.

Ouders vertellen relaas op NCRV-televisie -- 21 maart 2005 – NCRV / Redactie Schizofrenie Bulletin / Ypsilon -- HILVERSUM - Wat betekent het ouders te zijn van een kind, dat niet in staat is liefde te geven of te ontvangen? In Schepper & Co gaat de NCRV-televisie vandaag, maandag 21 maart 2005, in op het aangrijpende relaas van een echtpaar met probleemkinderen, onder wie een kind met schizofrenie. Het programma wordt uitgezonden om 17.10 uur op Nederland 1
en
herhaald op zondag 27 maart om 16.45 uur, eveneens op Nederland 1. Websurfers kunnen ook terecht op Jaap en Els Lodewijks kregen drie kinderen aan hun zorg toevertrouwd: dochter Anna, zoon Daan en pleegzoon Zach. De komst van de toen 6-jarige Zach maakte een grote inbreuk op hun gezinssituatie en de sfeer in huis. Er werd veel van hun incasseringsvermogen en hun ouderliefde gevraagd. De druk werd zo groot, dat een gegeven moment uithuisplaatsing van Zach uit hun midden onvermijdelijk bleek. Over hun ervaringen schreven Jaap en Els Lodewijks een indrukwekkend boek: Wachten op Zach. Maar intussen glipte ook hun zoon Daan hen uit de vingers. Hij bleek te lijden aan schizofrenie en het werd steeds moeilijker voor hen om tot hem door te dringen. In het programma Schepper & Co praat Jacobine Geel met Jaap en Els over hoe zij als ouders met deze gebeurtenissen zijn omgegaan. Wat deed het met hen? Hoe hou je het vol als er zoveel van je gevraagd wordt. Zijn er grenzen aan ouderliefde? Wat zouden ze aan andere ouders willen meegeven? Overigens kan bij nieuwsprogramma's het onderwerp altijd worden verdrongen door een actueler thema. In dat geval volgt de uitzending zo spoedig mogelijk daarna. Het Schizofrenie Bulletin is een service van Ypsilon, de vereniging voor familieleden van mensen met schizofrenie of een psychose.Voor meer informatie: http://www.ypsilon.org/schizbul.htm

Artsen willen verbod op zware internetmedicijnen -- 21 maart 2005 -- nu.nl --  HILVERSUM - Artsenorganisatie KNMG wil dat er een eind komt aan de verstrekking van zware medicijnen via internet. "Wij vinden dat het voorschrijven van geneesmiddelen via internet heel beperkt moet plaatsvinden en alleen als je weet dat het geen risico's met zich meebrengt", verklaarde beleidscoördinator gezondheidsrecht J. Legemaate zaterdag in televisieprogramma NOVA. De KNMG reageerde zaterdag op de zelfmoord van een 44-jarige vrouw met middelen die ze van een internetarts op doktersonline.com kreeg. De arts schreef haar de pijnstiller Depronal voor. "Je kunt dat gebruiken bij zelfdoding. Een arts moet de aanvrager eerst gezien en onderzocht hebben voor hij zo'n recept uitschrijft", zei Legemaate. Minister Hoogervorst noemde het deze week een "ongewenste ontwikkeling" dat internetartsen medicijnen voorschrijven aan mensen met wie ze geen behandelrelatie of fysiek contact hebben. Internet moet ondersteunend zijn, benadrukte hij. Volgens de minister is er geen nieuw verbod nodig, zoals de Kamer bepleitte.

 

Zinvol melden: Meldingscommissies moeten incidentanalyse professionaliseren   18 maart 2005 – Medisch Contact, publicatie nr. 11, pp.: 458-61 -- Alleen door meldingen van incidenten centraal te bundelen kunnen meldingscommissies een hoofdrol spelen bij de bevordering van de patiëntveiligheid. Dat vraagt echter wel om een aanpassing van de werkwijze. Artikelen in Medisch Contact (1, 2) en het rapport-Willems over patiëntveiligheid (3) waren mede aanleiding voor een discussie over de werkwijze van de meldingscommissies incidenten patiëntenzorg (MIP’s). Een van de discussiepunten was dat deze commissies nauwelijks zouden bijdragen aan patiëntveiligheid. Als onderdeel van het in 2004 gestarte project patiëntveiligheid is het UMC Utrecht begonnen met het herzien van de werkwijze van zijn MIP.

SAMENVATTING

-          Alleen met een centrale meldingscommissie incidenten patiëntenzorg (MIP) is een goed overzicht mogelijk over incidenten, onderbouwde selectie voorafgaand aan analyse en sturing op veiligheid.

-          Gebruikmaken van incidenten om de zorg veiliger te maken vereist dat het melden van incidenten evident zinvol en veilig is.

-          Hiervoor moet het proces van melden, selectie, analyse en rapportage helder, uniform, bekend en controleerbaar zijn.

-          Juridische bescherming van gegevens die tijdens dit proces bekend worden, is noodzakelijk.

Anoniem

In 2003 kwamen bij de MIP van het UMC Utrecht ongeveer 700 meldingen binnen van incidenten in de patiëntenzorg; dit betekent 1 melding op 40 opnamen of 1 melding per 350 verpleegdagen. Bij 15 procent van die 700 MIP-meldingen was er sprake van schade bij de patiënt. Viermaal betrof het een melding van mogelijk vermijdbaar overlijden. Vergeleken met buitenlands onderzoek naar het vóórkomen van vermijdbare schade in de zorg wekken deze cijfers het vermoeden dat er minder wordt gerapporteerd dan zich voordoet. Om dit te onderzoeken zijn in 2004 op een afdeling van het UMC Utrecht een maand lang anonieme incidentmeldingsformulieren aan alle statussen toegevoegd. Tot die tijd kwamen van deze afdeling gemiddeld 15 MIP-meldingen per jaar. In de onderzochte maand werden 260 incidenten geregistreerd, waarvan er 7 ook aan de MIP zijn gemeld. Deze ruim vijfvoudige stijging van het aantal MIP-meldingen bevestigde het vermoeden dat lang niet alle incidenten worden gemeld. In 2003 is in een ander ziekenhuis onderzoek gedaan naar de redenen waarom medewerkers incidenten niet melden (ongepubliceerd). Daaruit kwamen twee hoofdredenen naar voren: het gevoel dat er niets met de melding wordt gedaan, en de angst dat melden negatieve gevolgen kan hebben voor de melder. Ook in een onlangs uitgevoerde enquête in het UMC Utrecht bleek dat sommige medewerkers uit angst voor consequenties spaarzaam zijn met MIP-meldingen. Dit, terwijl 99 procent van de respondenten aangeeft het belangrijk te vinden dat incidenten worden gemeld. Gebruikmaken van incidenten om de zorg veiliger te maken vereist dus twee belangrijke voorwaarden: incidenten melden moet evident zinvol én veilig zijn. Voor het eerste punt zijn selectie en analyse van belang, voor het tweede een ondubbelzinnig nationaal beleid met betrekking tot de veiligheid van de melder.

Centraal of decentraal

Het is niet zinvol en ook niet mogelijk om alle meldingen even nauwkeurig te onderzoeken. Voor het efficiënt inzetten van middelen is het van belang om te selecteren. Het UMC Utrecht kiest ervoor de centrale MIP te behouden, omdat deze een overzicht heeft over het totaal aan meldingen binnen de organisatie. Hierdoor vindt selectie plaats vanuit een grotere pool meldingen, kan de kennis over incidenten gemakkelijker worden gedeeld, en is de Raad van Bestuur beter in staat op veiligheid te sturen. Een nadeel van de centrale MIP is dat deze een grote hoeveelheid meldingen moet beoordelen. In 2003 waren dat er gemiddeld 15, maar als de vijfvoudige stijging in het hele UMC Utrecht doorzet, worden dat er 75 per week. In sommige vergelijkbare Britse ziekenhuizen gaat het om 140 meldingen per week. Dit zijn aantallen die de traditionele werkwijze van de MIP onmogelijk maken. Niet alle meldingen kunnen dan door de MIP worden afgehandeld en lang niet alle meldingen kunnen worden geanalyseerd. Hoewel wij voorstander zijn van een centrale commissie, is het duidelijk dat deze haar taken deels zal moeten gaan delegeren op divisie- of afdelingsniveau. De selectie bestaat uit twee stappen: de eerste bepaalt op welk niveau van de organisatie een melding moet worden behandeld, de tweede bepaalt of een melding aanleiding vormt tot nadere analyse. De MIP bepaalt welke incidenten van belang zijn op ziekenhuis-, divisie- of afdelingsniveau. Een hulpmiddel hierbij is een risicomatrix, waarbij de ernst van het gevolg wordt afgezet tegen de frequentie van vóórkomen. Hieruit komt een getal tussen de 1 en de 3 (zie het overzicht op blz. 460). Type-3-incidenten zijn van belang voor de hele organisatie. Nader onderzoek dient dan ook van door de MIP te worden gecoördineerd. Bij incidenten van het type 2 of 1 ligt de verantwoordelijkheid om hiernaar te handelen bij de divisie respectievelijk de afdeling. De risicomatrix is een handvat en geen absoluut criterium. Er kan van worden afgeweken, bijvoorbeeld als het gevolg niet ernstig was maar dat wel had kunnen zijn.

Beslisboom

De volgende stap is te selecteren welke meldingen in aanmerking komen voor nadere analyse. De rol van de individuele betrokkenen en de risicoscore van het incident bepalen of analyse zinvol is. Het Britse National Patient Safety Agency (NPSA) heeft in 2004 de ‘Incident Decision Tree’ uitgebracht (zie www.npsa.nhs.uk): een stroomdiagram waarmee leidinggevenden na een incident kunnen beoordelen in hoeverre er sprake was van systeemfalen of van verwijtbaarheid van een individu. Dat laatste speelt alleen bij opzettelijk wangedrag of bij grove nalatigheid. In deze sporadische gevallen past een interne analyse niet en moeten er maatregelen worden genomen ten aanzien van het individu. Als systeemfalen de oorzaak was, is analyse zinvol. De NPSA zal de werkzaamheid van de beslisboom in 2006 beoordelen. Er is onderzoek nodig om de werkzaamheid in de Nederlandse situatie te beoordelen. Met behulp van de eerdergenoemde risicomatrix kan elk incident worden getypeerd met een risicoscore. Alle incidenten van het type 3 worden geanalyseerd. Bij incidenten met een lagere risicoscore wordt decentraal bepaald of analyse plaatsvindt. De beslissing om wel of niet te analyseren hangt ook hier af van de ernst en de frequentie van het incident.

Analyse

Meldingscommissies bestaan in de regel uit artsen en verpleegkundigen. Ondanks hun inzet en integriteit zijn zij vaak onvoldoende in staat om op professionele en uniforme wijze een incident te analyseren. Dit is niet verwonderlijk: in de Nederlandse opleiding van artsen en verpleegkundigen is er geen aandacht voor de psychologie en dynamiek van het ontstaan van fouten en hoe deze kunnen leiden tot schade. Hierdoor ontbreekt de kennis voor gedegen incidentanalyse. (4) Dit probleem kan vrij eenvoudig worden opgelost door de incidentonderzoekers te trainen. Het opleidingscentrum van het UMC Utrecht heeft een tweedaagse training opgezet voor systematische incident reconstructie en -evaluatie (SIRE), de Nederlandse vertaling van Root Cause Analysis. SIRE is in Angelsaksische landen de meest gebruikte methode om incidenten in de zorg te analyseren (zie ook www.patientveiligheid.nl). (5) Sinds oktober 2004 beschikken alle divisies van het UMC Utrecht over twee tot vier medewerkers die bekwaam zijn in SIRE. De MIP verzoekt deze medewerkers om geselecteerde incidenten volgens de SIRE-methode te analyseren. Divisies of afdelingen kunnen ook beslissen om zelf een incident te analyseren; ze beschikken over geschoolde medewerkers die hiertoe in staat zijn. Bij voorkeur wordt SIRE gedaan door iemand uit de betreffende divisie en iemand uit een andere divisie. Specifieke kennis wordt zo gecombineerd met een onbevangen blik. De laatste stap van SIRE is het schrijven van een rapport met aanbevelingen voor verbeteringen. Als de MIP de opdrachtgever is, worden de aanbevelingen gerapporteerd aan de divisieleiding of de Raad van Bestuur. Wordt SIRE uitgevoerd in opdracht van de divisie of afdeling, dan beoordeelt het decentrale management het rapport en beargumenteert het schriftelijk welke suggesties het wel of niet overneemt. Er is onderzoek gestart om te beoordelen of SIRE ook leidt tot verbetering van de patiëntveiligheid.

Veiligheid

Alles wat hier is beschreven, valt of staat met de bereidheid van medewerkers om incidenten te melden en mee te werken aan de analyse ervan. Zonder hen is het als organisatie onmogelijk om van incidenten te leren. Het UMC Utrecht garandeert dat het melden van een incident geen nadelige gevolgen heeft voor de melder of de betrokkenen. Een uitzondering wordt gemaakt bij opzettelijk wangedrag of grove nalatigheid. Deze veiligheid geldt echter alleen binnen de muren van het UMC Utrecht. Deze instelling valt namelijk onder de Wet Openbaarheid Bestuur (WOB), waardoor het voor iedereen mogelijk is om MIP-rapporten op te vragen. Hoewel de rapporten altijd anoniem zijn, zijn ernstige incidenten vaak dermate specifiek van aard dat de betrokken medewerkers gemakkelijk kunnen worden herkend in het verslag. Dit vormt een ernstige bedreiging voor de bereidheid van medewerkers om incidenten te melden en aan analyse mee te werken. Gelukkig spraken VWS en de Inspectie voor de Gezondheidszorg tijdens een werkconferentie op 19 november 2004 zich uit voor het veilig kunnen melden. Eerder beschreef Legemaate hoe dit in andere landen is geregeld. (6) Het bereiken van de situatie waarbij intern incidentonderzoek niet kan worden gebruikt voor juridische procedures, zou in alle ziekenhuizen veel helderheid scheppen en onrust wegnemen. Dit lijkt sinds kort ook mogelijk. In de Instellingswet voor de Onderzoeksraad voor Veiligheid (een zelfstandig bestuursorgaan dat onderzoek doet naar rampen, zware ongevallen en incidenten) is het beginsel opgenomen dat verklaringen die melders hebben afgelegd in het kader van een incidentonderzoek, nooit mogen worden gebruikt als bewijs in een strafrechtelijke, tuchtrechtelijke of civielrechtelijke procedure en dat evenmin de oplegging van een disciplinaire maat-regel of sanctie daarop kan worden gebaseerd. Het is tijd voor een vergelijkbare wet voor de gezondheidszorg. Voor de universitaire medische centra is het daarnaast van belang dat zij niet meer komen te vallen onder de WOB. Als tegenprestatie zouden de ziekenhuizen dan moeten kunnen aantonen dat zij op professionele wijze omgaan met incidenten.

Bundelen

De MIP kan een belangrijke rol blijven spelen bij patiëntveiligheid. Alleen door meldingen centraal te bundelen ontstaat een goed overzicht, kan een onderbouwde selectie plaatsvinden van de incidenten die nader moeten worden onderzocht en kan het management op veiligheid sturen. De MIP zal haar werkwijze hiervoor wel moeten aanpassen. De nadruk moet meer komen te liggen op het selectieproces en het professionaliseren van de incidentanalyse. De analyse wordt bij voorkeur gedelegeerd naar hiervoor getrainde medewerkers. Een uniforme en professionele manier van incidentanalyse zorgt ervoor dat over het ontstaan en voorkómen van incidenten meer bekend wordt, en dat deze kennis gemakkelijker is te delen. Het maakt het melden van incidenten evident zinvol. We kunnen dan een toename van het aantal meldingen verwachten, waardoor er meer inzicht ontstaat in het aantal en de aard van de incidenten. Inzet vanuit de gezondheidszorg alleen is echter onvoldoende. Er is dringend behoefte aan juridische bescherming van de gegevens, zodat incidentanalyse alleen wordt gebruikt waarvoor het is bedoeld: het verbeteren van de kwaliteit en de veiligheid van zorg.

I.P. Leistikow, arts, staflid Raad van Bestuur, coördinator patiëntveiligheid, lid dagelijks bestuur MIP, UMC Utrecht

prof. dr. A.J. van Vught, kinderarts-intensivist, voorzitter MIP, UMC Utrecht

prof. dr. G.H. Blijham, voorzitter Raad van Bestuur, UMC Utrecht

Correspondentieadres: i.leistikow@umcutrecht.nl

Referenties

1. Bekker JMAHMJ de, Steeg HJ van der. Een overzichtelijk traject. Patiëntveiligheid in kaart gebracht. Medisch Contact 2004; 59: 1525-8.  2. Bekker JMAHMJ de, Steeg HJ van der. Een som van misverstanden. Medingscommissies dragen nauwelijks bij aan patiëntveiligheid. Medisch Contact 2004; 59:1744-7.  3. Hier werk je veilig of je werkt hier niet. Sneller beter, de veiligheid in zorg. Eindrapportage Shell Nederland, november 2004.  4. Kohn LT, Corrigan JM, Donaldson MS, eds. To err is human, building a safer health system. Washington, DC: National Academy Press, 1999.  5. Leistikow IP, Blijham GH. Nieuw licht op incidenten. Een methode voor risicoanalyse in de patiëntenzorg. Medisch Contact 2004; 59: 1022-4.  6. Legemaate J. Veilig melden. Wettelijk kader zo gek nog niet, mits … Medisch Contact 2004; 59: 1169-71.

 

Uitbraak zeldzame infectie verzwegen door medisch specialisten 17 maart 2005 – Artsennet -- De infectieziekte Lymfogranuloma Venereum (LGV) was al ruim tien jaar niet meer in Nederland gesignaleerd. Inmiddels is er sprake van een epidemie die zich in West Europa en de Verenigde Staten onder homoseksuele mannen heeft verspreid. De specialisten van de polikliniek voor seksueel overdraagbare aandoeningen hebben volgens de Inspectie voor de Gezondheidszorg het belang van een wetenschappelijke publicatie boven het belang van de volksgezondheid gesteld. De inspectie vindt deze handelwijze onaanvaardbaar. LGV is een seksueel overdraagbare aandoening die normaal alleen in tropische landen voorkomt. Bij deze uitbraak gaat het om een ernstige anale infectie die zich verspreid heeft onder mannen met homoseksuele contacten. Klachten zijn constipatie, pijnlijke ontlasting, darmkrampen en abcesvorming. De ziekte is goed te behandelen met antibiotica maar moeilijk te herkennen. Zonder juiste behandeling kunnen de klachten chronisch worden. De eerste patiënt meldde zich in januari 2003 bij de polikliniek met een aandoening waarvan men eerst dacht dat het om een herpes-infectie ging. In februari ontdekte men dat het om een LGV-infectie ging. Kort hierna kwam er nog een patiënt met LGV en deze patiënt heeft anderen gewaarschuwd die mogelijk ook besmet waren. In de zomer van 2003 waren al 14 patiënten bekend. De medisch specialisten spraken af geen ruchtbaarheid te geven aan hun ontdekking, ondanks aandringen van andere medewerkers om het aan de GGD te melden. De GGD Rotterdam kwam er pas in december 2003 achter door een artikel in een tijdschrift en sloeg alarm. In Nederland zijn tenminste 101 personen door de ziekte getroffen. Actuele informatie kunt u vinden op www.soahiv.nl. De Inspectie voor de Gezondheidszorg concludeert dat de medisch specialisten de volksgezondheid onnodig in gevaar hebben gebracht en dient om de volgende redenen een tuchtklacht tegen hen in: 1) De medisch specialisten hebben het belang van een wetenschappelijke publicatie boven het belang van de volksgezondheid gesteld. De verspreiding van de infectieziekte had beperkt kunnen worden als de ontdekking van LGV direct aan de GGD was gemeld. 2) De bron- en contactopsporing naar LGV is niet goed uitgevoerd. Door de geheimhouding kon geen gebruik worden gemaakt van de expertise van de GGD op dit gebied. U kunt het rapport op de site van de IGZ downloaden.

Hoogervorst wil diagnose recept 17 maart 2005 – Volkskrant -- DEN HAAG - De huisarts wordt verplicht bij het uitschrijven van een recept niet alleen de medicijnen te vermelden maar ook de kwaal die ze moeten genezen. De apotheker is daarmee beter in staat fouten bij de medicatie te voorkomen. Minister Hoogervorst van Volksgezondheid overlegt op korte termijn met alle betrokken partijen over het toevoegen van de diagnose aan het recept. Als zij niet vrijwillig meewerken, dwingt de minister het wettelijk af. 'Maar ik ben ervan overtuigd dat iedereen het een verstandig besluit vindt', aldus Hoogervorst woensdag in de Tweede Kamer. Jaarlijks overlijden zeker zevenhonderd mensen doordat ze verkeerde medicijnen krijgen voorgeschreven. Vooral ouderen en kinderen zijn hier het slachtoffer van, concludeerde de Inspectie voor de Gezondheidszorg onlangs in een rapport. Andere medische deskundigen schatten het aantal patiënten dat door foutieve medicatie overlijdt, op 3500. Door de diagnose op het recept te zetten, kan de apotheker controleren of het voorgeschreven middel wel het juiste is voor de patiënt. Volgens Hoogervorst is de privacy van de burger niet in het geding. Hij wees erop dat vanaf 2006 het medicijngebruik van iedereen elektronisch opvraagbaar moet zijn voor alle apothekers. Alle ziekenhuizen moeten uiterlijk in 2008 de 'patiëntveiligheid' in hun beleid verankeren. Hoogervorst sprak over een 'gouden standaard voor verantwoorde zorg'. Onderdeel van het veiligheidsmanagement is de registratie van alle medische missers. Kleinere fouten kunnen anoniem worden gemeld, zodat de betrokken arts, specialist of verpleegkundige geen angst hoeft te hebben voor eventuele sancties. Ernstige incidenten worden altijd met naam geregistreerd, in verband met de mogelijke tucht- of strafrechtelijke procedures. Ziekenhuizen die de patiëntveiligheid onvoldoende garanderen, kunnen rekenen op boetes van de inspectie. Hoogervorst wil nog geen verbod voor internetartsen op het voorschrijven van medicijnen. De Tweede Kamer dringt daarop aan na publicaties over een vrouw die zelfmoord pleegde met medicijnen die zij via een elektronisch consult kreeg. De arts heeft de vrouw nooit gezien of gesproken. De inspectie heeft de arts inmiddels voor het Medisch Tuchtcollege gedaagd. Dat moet duidelijk maken of de internetdokter de regels voor elektronische consulten heeft overtreden of dat de regels niet streng genoeg zijn. In het laatste geval is de minister bereid het voorschrijven van medicijnen via internet te verbieden.

Therapeut Hellinger blijft flirten met Hitler 15 maart 2005 – Trouw -- De populaire Duitse new age-therapeut Bert Hellinger (79) heeft ook in Nederland duizenden fans. Maar Hellinger (van 'familieopstellingen') verhult zijn nazi-sympathieën steeds minder. In Duitsland lijkt Hellingers verval begonnen. Bert Hellinger wilde een tijdelijk therapiecentrum beginnen in Hitlers voormalige Reichskanzlei in het Oostenrijkse Berchtesgaden, in de buurt van zijn buitenverblijf op de Obersalzberg. Geschrokken door de storm van kritiek heeft hij de huur ervan weer opgezegd. In zijn onlangs verschenen boek 'Gottesgedanken' richt Hellinger zich rechtstreeks tot Adolf Hitler. ,,Velen noemen je een onmens, alsof er ooit iemand is geweest die men zo noemen mag. Wanneer ik jou waardeer, dan waardeer ik ook mijzelf. Wanneer ik jou verafschuw, dan verafschuw ik ook mezelf. Mag ik je dan liefhebben? Moet ik je misschien liefhebben omdat ik anders ook mezelf niet liefhebben kan? Als ik beken dat jij een mens was net zoals ik, dan zie ik iets dat zowel jouw als mijn oorzaak is - en ons einde.'' Deze uitspraak past in Hellingers populaire methode van 'familieopstellingen', waarbij je naast families ook bedrijven, landen of volken kunt opstellen. In een therapiesessie worden deelnemers opgesteld die bijvoorbeeld familieleden spelen van degene die een probleem heeft. In dit kortdurende 'spel' wordt hetprobleem dat iemand heeft met de opgestelde geanalyseerd en symbolisch opgelost. Hellinger houdt er opvallende ideeën op na over wat recht is en wat krom. Zijn sympathie ligt doorgaans bij de dader. De slachtoffers zouden geen haar beter zijn dan degenen die hun wat hebben aangedaan. Sterker nog, het slachtoffer staat de goede orde in de weg. Zo is de vader het hoofd van het gezin, en die is aan niemand verantwoording schuldig. De ondergeschikte dient zich weer te schikken onder het gezag van degene die erboven staat. Dader en slachtoffer worden verzoend door het slachtoffer tijdens de therapie voor degene die dader speelt te laten buigen en vergiffenis te laten vragen. Misbruikte dochter aan incestvader, kampslachtoffer aan nazi-beul. Dit alles omdat allen onderdeel zouden zijn van een groter geheel, waarin goede en kwade invloeden op een hoger niveau met elkaar samenwerken. Het individu heeft zich daarin te schikken. Hellinger heeft speciaal een hekel aan degenen die zich tegen het Hitler-regime hebben verzet. ,,Die mensen dachten dat ze aan de geschiedenis een andere draai konden geven'', zegt hij. En ,,dat kan gewoon niet''. Hellinger begrijpt wel waarom slachtoffers zoveel compassie krijgen. ,,Men wil zich identificeren met het vermeende lot van slachtoffers om zich dan beter en verhevener te voelen, zonder een eigen lijdensweg te ervaren.'' Hellinger heeft over veel slachtoffers wel wat aardigs te zeggen. Zo hebben Joden in hun houding jegens de Palestijnen de energie overgenomen van de nazi's die hen vroeger vervolgden. Met dictators als Pinochet heeft hij mededogen. ,,Je mag van hen die zo'n staatsgreep op hun geweten hebben geen schuldbekentenissen verwachten.'' Het tijdschrift Alert presenteerde onlangs een ruime opsomming van prikkelende uitspraken van Hellinger. Vanwege alle publiciteit die Hellingers opmerkingen in Duitsland genereerde is daar inmiddels onder Hellinger-therapeuten beroering ontstaan. Zo schreef de vooraanstaande therapeut Arist von Schlippe in een open brief dat hij in het bijzonder was gevallen over Hellingers recente ode aan Hitler en diens uitspraak dat de Joden pas vrede zullen hebben met hun Arabische buurlanden en met zichzelf als ook de laatste Jood een dodengebed voor Hitler heeft uitgesproken. Vorig jaar nam Von Schlippe het initiatief tot een open brief, ondertekend door meer dan 150 Hellinger-therapeuten die zich van Hellingers gepeperde uitspraken distantiëren. In Nederland is in new-agekringen van kritiek op Hellinger nauwelijks sprake. New-agejournalist en VolZinredacteur Lisette Thooft zag ,,een wijze, oude, diep religieuze man die in enorme liefde voor mensen door de pantsers van de gekwetste persoonlijkheid heen kan kijken''. Dat schreef ze als reactie op een kritisch artikel in Trouw twee jaar geleden. Hellinger-therapeut Jaap Hollander uit Nijmegen vond het toen ,,juist verfrissend om iemand van de vorige generatie ideeën te horen verkondigen zonder zich iets aan te trekken van overdreven regels over wat politiek correct is en wat niet''. Het tijdschrift Religie en mystiek schreef onlangs bewonderend dat Hellinger ervan geniet de bestaande orde te provoceren en op stang te jagen. Het blad Onkruid benadrukt het verschil tussen Hellingers inspirerende therapie en de 'regelmatig onbetamelijke' persoon van Hellinger. 'Hoe groter de geest, hoe groter het beest', zegt hoofdredacteur Yoeke Nagel. In het volgende nummer van het tijdschrift Alert zegt Nagel dat voor Onkruid de maat met de persoon Hellinger pas vol is als hij betrapt wordt op het brengen van de Hitlergroet. ,,Maar dat maakt zijn werkwijze niet minder waardevol.''

Antidepressiva werken slecht 15 maart 2005 – Telegraaf -- UTRECHT - Bij bijna driekwart (72 procent) van de gebruikers van antidepressiva werkt het geneesmiddel niet optimaal. Soms is het effect ervan te sterk, soms ook is er onvoldoende of helemaal geen werking. Dat blijkt uit een onderzoek onder 232 patiënten van vier huisartspraktijken in Ermelo. Volgens de onderzoekers zijn de uitkomsten van deze studie landelijk te vertalen. In Nederland gebruiken ongeveer 850.000 mensen een antidepressiemiddel; onder hen zijn circa 80.000 kinderen en jongeren. Deze zware medicijnen worden ook voorgeschreven bij angsten en fobieën. De onderzoekers presenteren hun zorgwekkende gegevens vandaag tijdens de jaarlijkse Wetenschappelijke Voorjaarsdag in Utrecht van de apothekersorganisatie KNMP, de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie. Zij zeggen te zijn geschrokken van deze cijfers en percentages. "Het betekent dat er enige honderdduizenden gebruikers zijn in ons land die in meer of mindere mate problemen hebben met de middelen die zij gebruiken. Het middel werkt bij hen niet op een wijze zoals bedoeld. Dat is ernstig."

 

Dode door medicijn via internet -- 15 maart 2005 -- Reformatorisch Dagblad -- HILVERSUM (ANP) – De Tweede Kamer wil dat minister Hoogervorst (Volksgezondheid) het voorschrijven van medicijnen via internet verbiedt. Dit zei VVD-Kamerlid Schippers maandag in het televisieprogramma NOVA. Aanleiding is de dood van een 44-jarige, suïcidale vrouw uit Gelderland. Zij pleegde zelfmoord met middelen die ze van een internetarts op www.doktersonline.com  kreeg. De arts had geen persoonlijk contact met de vrouw en schreef haar de pijnstiller Depronal voor. De vrouw had al enkele zelfmoordpogingen gedaan. Dit medicijn valt onder de Opiumwet. Het middel Depronal wordt in Nederland vrij weinig voorgeschreven, juist omdat het makkelijk gebruikt kan worden om zelfmoord te plegen. De Inspectie voor Gezondheidszorg heeft genoemde arts van www.doktersonline.com eind vorig jaar al gesommeerd te stoppen. Ook twee andere internetartsen, van andere sites, kregen een dergelijke sommatie. Alleen in het geval van www.doktersonline.com overweegt de inspectie een tuchtzaak te beginnen. De arts C. V. zei zich in de uitzending gedeeltelijk verantwoordelijk te voelen voor de dood van de vrouw. „Onlineconsult heeft beperkingen. Patiënten die iets aanvragen, zijn zich daar van bewust", zei de arts. „In het algemeen spreken mensen, neem ik aan de waarheid bij een internetconsult". Zijn site www.doktersonline.com, die vorig jaar in de lucht ging, was maandagavond niet meer actief.            

Relief in court is rare for hospitals' injured13 maart 2005 – The Boston Globe -- While the medical malpractice debate in Washington focuses on patients who receive enormous jury awards or settlements, doctors, consumer advocates, and others in the healthcare industry are starting to worry about a much larger group: injured patients who receive nothing at all.

Fewer than one in 15 of the more than 750,000 patients who suffer injuries in the hospital each year ever file a lawsuit, according to figures from the Harvard School of Public Health, and only about a quarter of patients who sue ever receive money. For every plaintiff who wins millions of dollars, say critics of the malpractice system, there are many more patients like 13-year-old Sarah Deckert of Framingham.

Sarah was taken by helicopter to Children's Hospital in Boston in July 2001, suffering from a cerebral hemorrhage just shy of her 10th birthday. Though the hemorrhage eventually stopped on its own, a test that doctors used to study the bleeding caused a rare spinal injury that left Sarah's arm and leg muscles wasted and her hands permanently clenched, unable to tie shoes or open a jar. Today, she is so unsteady that she requires leg braces, and she has broken her arm four times in falls since the stroke.

Yet, three different law firms rejected Cheryl Deckert's proposal to sue Children's and the doctors who performed the angiogram test on her daughter, saying they did not have enough evidence to prove the care was negligent rather than just tragically unlucky. Cheryl Deckert, a single mother, was left to pay thousands a year in medical and transportation costs for her daughter and still suspects that the hospital is covering up doctors' mistakes.

''I see disasters all the time" similar to Sarah Deckert's disabilities, said longtime malpractice attorney Leonard Simon, who advised Cheryl Deckert not to sue. He said he turns away about 49 out of 50 potential clients, largely because litigation is so time-consuming and costly that evidence must be clear-cut. Even then, he added, doctors usually win cases that reach a jury.

Children's Hospital said Sarah's injuries -- caused by a stroke that struck her spine rather than her brain -- were an ''unpreventable complication" of good care given while doctors feared her life was in danger. But hospital officials agree that the liability system is so focused on assigning blame that victims such as Sarah Deckert and her family get shortchanged. Under Massachusetts law, the amount of damages that can be collected from a hospital is severely limited, making it necessary for a plaintiff to focus on individuals.

''There are gaps in our nation's healthcare and insurance systems and this is one," the hospital said in a prepared statement. ''As a society, we need to develop better systems to provide support to these families."

The current malpractice debate scarcely mentions people like Sarah Deckert, concentrating instead on the soaring liability insurance premiums for doctors that have driven some practitioners out of high-risk specialties like obstetrics. Malpractice insurers blame legal defense costs as well as the rising cost of settlements and verdicts, which now top $300,000 per payment, though trial lawyers say the insurance crisis has been exaggerated.

The main malpractice reform plan in Washington, President Bush's proposal to cap damage awards for plaintiffs, is intended to curb insurance increases, but doesn't address the deeper problems, even cap supporters admit. The Physician Insurers Association of America, which represents doctor-led malpractice insurers, calls the proposed $250,000 limit on awards for pain and suffering a good ''evolutionary" change, but also calls for ''revolutionary" reform such as the creation of courts to hear only medical claims, so that liability standards are more uniform and more patients have their day in court.

''We have no problem compensating injured victims. That's what we're here for," said association spokesman Dax Gonzalez. ''We have a problem with all the inefficiencies" in the current system, such as the four to five years for an average case to be settled and the fact that half the money paid in malpractice premiums goes to legal costs rather than patients.

Other advocates say that the malpractice system encourages healthcare providers to remain silent about mistakes, undercutting efforts to improve patient safety. They want to get away from courts altogether, setting up a schedule of payments for victims of medical mistakes if they can simply prove their injury was ''avoidable" rather than a result of negligence. Last month, the panel that sets standards for US hospitals, the Joint Commission on the Accreditation of Healthcare Organizations, included this so-called ''no fault" system in its menu of reforms that could create a ''patient-centered" malpractice system.

''Medical justice is no longer reliable and has infected healthcare with a debilitating distrust," said Philip K. Howard, chairman of Common Good, a legal reform group, at the Washington press conference unveiling the joint commission's reform agenda.

It's by no means certain how Sarah Deckert would have fared under the various reform proposals, but longtime reform advocates such as Dr. Troyen Brennan of Brigham and Women's Hospital say Deckert could be a poster child for what is wrong with medical justice today.

The Deckerts' ordeal began on July 27, 2001, when Cheryl Deckert took her daughter, then 9, to MetroWest Medical Center in Framingham after she complained of headaches and nausea. A CT scan revealed a potentially life-threatening cerebral hemorrhage, and MetroWest doctors immediately arranged an emergency flight to Children's Hospital, which specializes in pediatric neurosurgery.

In children, cerebral hemorrhages are sometimes onetime events that stop on their own and don't recur, according to Dr. James Drake, chief of neurosurgery at the Hospital for Sick Children in Toronto, and that is apparently what happened to Sarah Deckert. However, doctors at the time had no way of knowing that she would be all right, Drake said, so they were right to prepare for brain surgery and to call for an angiogram to give them a better view of Sarah's hemorrhage.

An angiogram involves injecting dye into the bloodstream so that vessels show up clearly on an X-ray. Healthy children have complications from angiograms less than 1 percent of the time, and Drake said he had never heard of a stroke in a child's spine, though he said it was biologically plausible.

Cheryl Deckert said the junior doctor assigned to brief her on the treatment plan didn't fully explain angiogram risks when she asked if it was ''really necessary." She said Dr. Sandip Basak told her the main risk was a skin infection and did not explain that a stroke in the spine was possible. Children's officials declined to discuss details of the case, and Basak, who has left the hospital, could not be reached.

Had she understood the dangers, Deckert said, she would have urged doctors to delay the test since Sarah's condition seemed to be improving on its own. Instead, she signed a consent form that listed ''stroke" as a possible complication, and Sarah underwent the angiogram that evening. The next morning, Cheryl Deckert discovered her daughter completely paralyzed, something that the overnight nurse had failed to notice.

Sarah gradually recovered movement in her arms and legs. Today, she can walk with difficulty and do some things with her hands, such as grip a pen. But she will never again be the soccer player in the pictures on her mother's refrigerator, and she had to stop playing the flute as well.

A Children's Hospital investigation concluded that Sarah's stroke was caused after a blood clot formed on the catheter used to inject the angiogram dye. When the clot broke apart, a portion blocked a blood vessel near Sarah's spine, killing tissue in the area.

Children's officials did find fault with aspects of Sarah's care in a report last fall to the state Department of Public Health. The report noted that Sarah's overnight nurse failed to document the girl's growing paralysis, and said it was ''not clear" whether Basak followed Children's procedures for fully informing Cheryl Deckert about the angiogram risks.

However, the hospital found that there was nothing the doctors and nurse could have done to prevent Sarah's stroke. ''Despite the best efforts of the Children's Hospital clinical staff, Sarah Deckert experienced an unpreventable complication following the angiogram," concluded the hospital's report to the state last fall after Cheryl Deckert requested an investigation.

Deckert remains skeptical of the hospital's findings about her daughter's care. For instance, Deckert, a scientist with a doctorate in chemistry, found that more time elapsed between each X-ray image taken during the angiogram on the night of Sarah's stroke compared with subsequent angiograms. She speculates that the slower pace increased the risk of a blood clot forming.

But Simon, the lawyer, said, ''I don't think anyone can say whether what was done was proper or improper."

Deckert asked Children's Hospital to help pay Sarah's expenses. But Eileen Sporing, senior vice president for patient care operations, rejected the request after consulting with the hospital's insurer, concluding in a Dec. 1, 2004, letter, ''I wish the best for Sarah's continued recovery."

Ultimately, what kind of settlement the Deckerts could get under another liability system would depend on the specifics -- and how much society is prepared to pay.

Brennan, of Brigham and Women's, said cases like Deckert's would generate a great deal of sympathy if state or federal governments write new malpractice rules.

''Maybe this person who's left with a disabled child gets compensation and maybe someone who's hurt less severely but there's negligence does not," he said.

 

Stichting Meded -- 13 maart 2005 -- Zetweg / Meded -- Stichting Meded organiseert dolfijntherapie voor kinderen tussen 3 en 13 jaar. Het doel is naast het bieden van een uitstekende therapie aanbod, mensen die soms jaren moeten wachten voor deze vorm van therapie snel en effectief van dienst te zijn. Tevens organiseert ze begeleide vakanties in een zorghotel voor kinderen met autisme, ADHD en/of een vertraagde ontwikkeling vanwege een verstandelijke beperking en hun gezin. Het doel is het verzorgen van een voortreffelijke vakantie voor kinderen en het ontlasten van de ouders tijdens de vakantieperiode. Voor informatie: www.mededreizen.nl. Schrijf ons via info@mededreizen.nl of bel: 010 – 214 04 45. Relevante links: www.zetweb.nl & www.medereizen.nl.  

Agressie maakt ziek -- 10 maart 2005 -- Zorgkrant -- De medewerkers in de branche Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening krijgen gemiddeld vier keer per jaar met agressie te maken. Naar schatting heeft een op de tien ziekmeldingen in de branche te maken met agressie. Dit schrijft de Maatschappelijk Ondernemers groep (MOgroep). In bijna de helft van de incidenten gaat het om fysiek geweld, schoppen, slaan of zelfs gebruik van mes of pistool. In de helft van de gevallen hebben maatschappelijk werkers, sociale raadslieden, jongerenwerkers of bijvoorbeeld beheerders van buurthuizen te maken met verbaal geweld. Agressie is een serieus probleem. Het maakt werknemers ziek. Ze worden angstig, raken gefrustreerd en verliezen het plezier in hun werk. Soms is het lichamelijk letsel zo ernstig dat een medewerker voor langere tijd niet kan werken. De MOgroep, brancheorganisatie voor Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening, heeft met de vakbonden ABVAKABO en CNV Publieke Zaak in het Arboconvenant afgesproken dat in drie jaar het aantal agressie-incidenten met twintig procent verminderd moet zijn. Door incidenten te registreren, grenzen te stellen, voorlichting te geven en richtlijnen te ontwikkelen en toe te passen. Hiervoor zijn praktische instrumenten ontwikkeld. Een praktijkcoach helpt bij de toepassing van deze instrumenten.

Rechter strenger dan wet bij euthanasie -- 9 maart 2005 -- Volkskrant -- UTRECHT - Artsen moeten bij euthanasie, levensbeëindiging zonder verzoek of bij staken van een behandeling, zorgvuldiger te werk gaan dan de wet vereist. Rechters en toetsingscommissies stellen meer eisen dan de zes zorgvuldigheidseisen die in de Euthanasiewet staan. Dat blijkt uit een woensdag gepubliceerd onderzoek van artsenorganisatie KNMG naar rechterlijke uitspraken tussen 1980 en 2004. Daaruit blijkt dat de commissies bijvoorbeeld ook de tijd tussen het euthanasieverzoek en de uitvoering daarvan in hun oordeel meewegen. Verder kijken ze naar de relevantie van toekomstig lijden, de levensbeëindiging van comateuze patiënten en de vraag of euthanasie door een niet-behandelend arts mogelijk is. De KNMG juicht deze bijkomstige eisen toe. Door de uitspraken van rechters en toetsingscommissies onstaat een verfijnder stelsel van zorgvuldigheidseisen. Dat komt de kwaliteit van de medische besluitvorming ten goede, stelt de artsenorganisatie.

 

Kinderartsen hebben regelmatig te maken met geweld 6 maart 2005 – Volkskrant -- ROTTERDAM - Kinderartsen hebben regelmatig te maken met geweld. Bijna vier van de vijf artsen zeggen wel eens geconfronteerd te zijn met agressief gedrag van hun patiënten of van hun ouders. In driekwart van de gevallen betrof het verbaal geweld. Dat blijkt uit een enquete van het Erasmus Medisch Centrum en het Medisch Centrum Rijnmond-Zuid onder bijna vierhonderd kinderartsen en assistent-geneeskundigen. De resultaten staan in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde van deze week. Vooral beginnende kinderartsen worden de dupe van agressief gedrag: van hen gaf bijna tweederde aan hier ervaring mee te hebben. Vrouwen worden meer geconfronteerd met verbale agressie en mannen meer met bedreigingen en fysieke agressie. Bijna een kwart van de artsen liet zich beïnvloeden door de agressie, met als gevolg dat patiënten eerder werden opgenomen of aanvullend onderzoek kregen. Ongeveer 14 procent van de artsen gaf aan dat de agressie bij hen had geleid tot angst, onderzekerheid en minder plezier in werken. Bijna 20 procent van de ondervraagden deed aangifte bij het ziekenhuis, 8 procent deed dat bij de politie. De helft van de kinderartsen die reageerden op de enquete, gaf aan behoefte te hebben aan training om beter met gewelddadig gedrag om te kunnen gaan. De onderzoekers bevelen aan zo'n training op te nemen in de opleiding tot kinderarts.

Open dag Zorg -- 4 maart 2005 -- Zorgkrant -- Op zaterdag 19 maart aanstaande houden vele zorginstellingen in het land een open dag voor belangstellende bezoekers. Een greep uit de activiteiten die tijdens de Open dag Zorg georganiseerd worden. Zorginstellingen in de Oosterschelderegio organiseren een markt met verschillende activiteiten in Goes. Instellingen en opleidingsinstanties uit de provincie Drenthe presenteren zich in Assen en bekende Drenten zullen in de week voorafgaand aan de Open Dag meelopen in zorginstellingen om een indruk te krijgen van het werken in de zorg. Op verschillende locaties in Noord-Holland worden workshops georganiseerd. Bijvoorbeeld voor zwangeren, maar ook babymassage, valpreventie en ehbo voor kinderen. Instellingen uit Steenwijk leggen link naar het 750-jarige bestaan van Steenwijk met het thema 'Zorg, vroeger en nu'. Deze tentoonstelling is gedurende de 'Week van de Zorg in Steenwijkerland' te bezichtigen.

Meer activiteiten zijn onder andere te vinden op de website van de Landelijke Vereniging voor de Thuiszorg.

Patiënten melden ernstige bijwerkingen medicijnen 4 maart 2005 – zibb.nl – DEN BOSCH - Bijna eenderde van de bijwerkingen van medicijnen die patiënten melden op www.meldpuntbijwerkingen.nl  zijn ernstig. De meeste meldingen gaan over geneesmiddelen tegen depressies. Dat meldt het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb. Sinds twee jaar kunnen medicijngebruikers aan de bel trekken over nadelige effecten van geneesmiddelen. Voorheen konden alleen artsen en apothekers bij Lareb terecht. Deze laatste groep bleek niet zoveel zware bijwerkingen te melden als de gebruikers: eenvijfde van de meldingen ging over kwalijke neveneffecten van geneesmiddelen. In de twee jaar dat patiënten via internet bij Lareb terechtkunnen, steeg het aantal klachten. In het eerste jaar waren dat er 276, het volgende jaar 407. Lareb zegt redelijk goed met de meldingen uit de voeten te kunnen: eenderde is goed gedocumenteerd, ruim de helft redelijk. Een duidelijke omschrijving is van belang voor een goede beoordeling van de bijwerkingen.

Ross kondigt verplicht gebruik meldcode kindermishandeling aan 4 maart 2005 – MinVWS persbericht --  Beroepsbeoefenaren die tijdens hun werk in contact komen met kinderen, moeten een meldcode kindermishandeling gaan gebruiken. Staatssecretaris Clémence Ross-van Dorp wil deze plicht vastleggen in de Wet op de Jeugdzorg. Dit staat in een brief die Ross vandaag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Ross legt in de brief uit waarom ze kiest voor verplichte meldcode en niet voor een meldplicht. Bij een meldplicht moeten de beroepsbeoefenaren altijd een mogelijk geval van kindermishandeling melden, wat – zo blijkt in andere landen – zal leiden tot een stijging van vals positieve meldingen, meldingen die bij nader inzien geen mishandeling blijken te zijn. Bovendien kunnen ouders bij een meldplicht artsen of hulpverleners gaan mijden, uit angst voor een verplichte melding. Een verplicht gebruik van een meldcode zal ertoe leiden dat in iedere situatie een zorgvuldige afweging wordt gemaakt. ‘Dit heeft veruit mijn voorkeur boven een meldplicht’, aldus Ross. In Nederland wordt momenteel al vrijwillig met een meldcode kindermishandeling gewerkt. Begin volgend jaar zal naar verwachting 60 tot 80 procent van de beroepsgroepen in de jeugdgezondheidszorg, de kinderopvang en het onderwijs met een meldcode werken. Ross denkt in de Wet op de jeugdzorg te regelen dat instellingen, waar beroepsbeoefenaren werken die met kindermishandeling in aanraking kunnen komen, zelf een meldcode moeten vaststellen, die wordt goedgekeurd door de ministeries van VWS en Justitie. ‘Verder wil ik regelen dat de beroepsbeoefenaren die bij deze instellingen werken, dan ook werken volgens die meldcode.’ Ook zal Ross bekijken hoe en waar de naleving van het verplichte gebruik van de meldcode een plek kan krijgen.

In twee dagen meer dan 1000 telefoontjes -- Klachtenregen over verpleeghuizen3 maart 2005 – Algemeen Dagblad -- Het meldpunt verpleeghuizen krijgt sinds de start afgelopen maandag een stortvloed aan klachten te verwerken. Via het meldpunt wil de Inspectie voor de Gezondheidszorg duidelijkheid krijgen over de situatie in de Nederlandse verpleeghuizen. In een kamer op het Haagse ministerie staan tien ambtenaren van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport klagende bellers te woord. Volgens hoofdinspecteur J. van Veen, verantwoordelijk voor de verpleeghuizen, is het aantal klachten wel een openbaring, de aard ervan echter niet. ,,Het beeld is herkenbaar'', aldus Van Veen. ,,In een rapport van onze dienst hebben we vorig jaar al een aantal zwakke plekken in de zorg blootgelegd. Nu zien we veel zaken weer de revue passeren.'' In twee dagen tijd belden 1044 verplegers, familieleden van de bewoners van de huizen en patiënten naar 0800 -1205. Via de website van de dienst kwamen er nog eens 110 e-mailtjes binnen. Van Veen: ,,Het zijn vooral familieleden die bellen, maar een deel van hen wil wel anoniem blijven. Vaak zijn ze bang voor de reactie van de verpleeghuizen. De patiënten in de verpleeghuizen zijn natuurlijk erg afhankelijk van de aandacht en zorg van de verpleegkundigen. Ze zijn al snel bang dat ze minder aandacht krijgen als ze te veel klagen.'' Naast veel klachten over het tekort aan personeel, slechte voeding en verkeerde medicatie worden de callcenter-medewerkers ook regelmatig verrast met positieve verhalen. Van bewoners die bellen dat het personeel in hun verpleeghuis zo aardig is en zo hard werkt. Meestal sluit zo'n beller af met: 'Ja het gaat niet altijd goed, maar ze hebben maar twee handen, toch.' De klagers krijgen van de inspectie binnen twee weken een bevestiging van hun klacht. Binnen zestien weken krijgen ze een rapportage over de afhandeling ervan. Sommige bellers zetten de inspectie meteen aan het werk. ,,Zaken die direct moeten worden opgepakt, gaan rechtstreeks naar onze regionale inspecteurs'', aldus Van Veen. ,,Die gaan dan binnen enkele dagen op pad om de klacht te onderzoeken.'' Meer privacy voor bewoners: De privacy voor bewoners van verpleeghuizen stijgt. Het aantal kamers voor drie of meer mensen is de afgelopen anderhalf jaar met 2200 gedaald. Volgens het College bouw ziekenhuisvoorzieningen verloopt de verbouwing van meerpersoonskamers tot kamers voor een of twee patiënten veel sneller dan verwacht. Staatssecretaris Ross (Volksgezondheid) wil dat in 2010 in de verpleeghuizen alleen nog maar een- en tweepersoonskamers zijn. Op 1 januari van dit jaar zaten nog 18.700 van de ruim 54.000 verpleeghuisbewoners met drie of nog meer bewoners op een kamer. Vooral vijf- en zespersoonskamers zijn de laatste tijd snel verdwenen. Dit komt door nieuwbouw van de verpleeghuizen en de komst van driepersoonskamers. Samen met de vereniging van verpleeghuizen Arcares heeft het bouwcollege 80 instellingen benaderd voor verbouw. Bijna de helft kwam vorig jaar met een bouwplan. Het bouwcollege verwacht dat de rest dit jaar grotendeels volgt. Geld hoeft geen probleem te zijn, omdat Ross extra geld heeft uitgetrokken voor de privacy van verpleeghuisbewoners.

 

Chirurg veroordeeld wegens dodelijke blunder 2 maart 2005 -- Een Luikse chirurg is gisteren veroordeeld tot zes maanden voorwaardelijke celstraf omdat een patiënte in maart 2000 overleed na een blunder bij de operatie. Bij het verwijderen van een gezwel op de eierstokken sneed de chirurg de darm van de vrouw door. Daardoor stierf ze. Begin 2000 hadden artsen bij Marcelle Mosstelle (59) uit Seraing een gezwel op een eierstok vastgesteld. In samenspraak met de familie van de vrouw werd besloten om via een kijkoperatie het gezwel te verwijderen in plaats van zoals vroeger de buik open te snijden. De ingreep vond plaats op 2 maart 2000. In eerste instantie leek alles goed te verlopen, maar de chirurg had al meteen na de ingreep een bedenking. ,,Het gezwel was merkelijk groter dan het voorafgaandelijk onderzoek had laten vermoeden'', luidde zijn oordeel. De chirurg kwam in de twee dagen na de ingreep geregeld horen hoe het met Marcelle Mostelle gesteld was. Hij was bezorgd omdat de operatie gepaard ging met zwaardere bloedingen dan verwacht. Uitgerekend toen de chirurg een weekend vrij nam, ging het met Marcelle plots van kwaad naar erger. Zij bleef klagen over pijn in de buikstreek en kampte met ademhalingsproblemen. Uiteindelijk is de vrouw in het ziekenhuis overleden. Waarom kijkoperatie? Wat is er fout gelopen? De nabestaanden van het slachtoffer denken dat niet alles in het werk is gesteld om de patiënte te redden. Het gerechtelijk onderzoek plaatst een vraagteken achter de keuze voor een kijkoperatie eerder dan voor een conventionele ingreep. Dat laatste zou een ongelukkige en fatale snijwonde in de darm zou kunnen voorkomen hebben. De chirurg die de ingreep uitgevoerd heeft, meende dat de ploeg die de verzorging van de patiënte van hem had overgenomen, te laat alarm heeft geslagen om de vrouw nog te kunnen redden. De rechtbank was een andere mening toegedaan, ook al stemt de strafmaat de nabestaanden van Marcelle Mostelle tot nadenken.

Inspectie gaat falende arts bij naam noemen – 2 maart 2005 -- Sdu – Overheidsinformatie -- De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) gaat veel meer informatie openbaar maken dan tot nu toe het geval was. Zo worden falende ziekenhuizen en artsen voortaan bij naam genoemd, aldus minister Hoogervorst van Volksgezondheid in een brief aan de Kamer. Op termijn moeten alle inspectierapporten op de website van de toezichthouder verschijnen. Gegevens over instellingen en medici worden hierin niet meer geanonimiseerd, zoals altijd gebruikelijk was. Voor de meeste onderzoeken geldt dat ze openbaar worden als ze na 1 januari van dit jaar in gang zijn gezet. Inspecties die eerder begonnen, worden 'zo mogelijk' volledig prijsgegeven. Of dit lukt, hangt af van eerder gemaakte afspraken, aldus Hoogervorst. De VVD-bewindsman schrijft dat de inspectie er is voor de burger en dat de gegevens daarom openbaar horen te zijn. In verband met toenemende marktwerking meent hij bovendien dat patiënten meer informatie nodig hebben om hun rol als zorgconsument te kunnen spelen. Ook vindt Hoogervorst dat de IGZ zich vanwege het streven naar een meer transparante overheid moet verantwoorden. 'Het moet duidelijk zijn welke feiten aan de conclusies van een rapportage ten grondslag liggen.' De minister erkent dat openbaarmaking van individuele gegevens nadelige gevolgen kan hebben voor instellingen en personen. 'Deze wegen echter in het algemeen niet op tegen het belang van publieke verantwoording.' Bovendien, stelt hij, kan dit vooruitzicht juist een aanmoediging zijn om betere kwaliteit te leveren. Verder gelden er spelregels die bijvoorbeeld artsen in staat stellen zich te verdedigen. Zo worden betrokkenen drie weken voor publicatie ingelicht en mogen ze desgewenst een weerwoord geven in een rapport.

Commentaar red. MdH: Een hoopgevende ontwikkeling. Meer transparantie, meer preventie. Het algemeen belang voorop. Precies wat wij nodig hebben. Dit bericht zal op onze pagina NIEUW OP DEZE SITE onder de goed-nieuws-berichten worden opgenomen.  

Beyond Betrayal: Men Cope With Being the Victims:  A CONVERSATION WITH RICHARD GARTNER – 1 maart 2005The New York Times -- By CLAUDIA DREIFUS

For the past 25 years, Dr. Richard B. Gartner, a faculty member at the William Alanson White Institute in Manhattan, has been developing therapies and treating men who suffered sexual abuse during childhood.

With a new book about to be released by John Wiley & Sons, "Beyond Betrayal: Taking Charge of Your Life After Boyhood Sexual Abuse," Dr. Gartner, 58, sat in a Chelsea kitchen on a recent Saturday morning and spoke about the experiences that drew him to this work.

Dr. Gartner is a past president of MaleSurvivor: The National Organization Against Male Sexual Victimization, a support network devoted to "overcoming sexual victimization of boys and men."

Q. How did the issue of sexual victimization among men and boys become important to you?

A. In the mid-80's, I began to see a male patient who very slowly began to recover some memories of childhood sexual abuse, which took us a long time to identify.

At first, the memories came in very strange fragments. Mainly he was remembering images of roses, which turned out to be the wallpaper in the living room where he'd been molested. It took us a long time to put together what he was talking about. I didn't know what to make of it.

Although I'd previously had other male patients tell me about childhood sexual abuse, I wasn't thinking much in those terms. I'd done my analytic training in the 1970's, and in those days, thanks to the later writings of Freud, the conventional wisdom was that memories of abuse were fantasy or wish fulfillment.

So I began to look in the professional literature. There wasn't much to be found, and most implied that this was very rare and that you should treat men and women in the same way. Neither turns out to be true. So I had to make my own way.

With time, I connected with the handful of professionals across the country who worked in this area, and we shared ideas. Eventually, my patient needed group therapy with men who'd been through similar experiences. Well, in New York, the city with everything, there was no such group. So in 1991, I started one. It's still running today, with different men.

Q. How widespread is this problem of sexual abuse of children?

A. If you read the professional literature, the research supports the idea that somewhere between 1 in 6 or 1 in 10 males have, by the age of 16, experienced some explicit unwanted sexual contact from an adult or an older child.

Depending on what questions they are asked, there's wide variation in what the men report. If you ask whether they've been abused, they tend to say they weren't. If you ask about "unwanted sexual activity" and you start to go through it, they'll tell you it happened.

For females, the literature says 1 in 3 admit to unwanted childhood sexual contact. Girls tend to be more frequently victimized by family members, often by their fathers. But plenty of boys are molested by fathers and stepfathers.

Q. Why, until recently, was the sexual abuse of boys something one heard little about?

A. I think it strikes a raw nerve, particularly in men. There's a piece in our culture about what it means to be a man that says "a man can't be a sexual victim, that's the province of women."

To many victims, their abuse translates as, "I'm not male" or "I'm gay" or "I'm a woman." For some, recognizing the abuse brings up fear of homosexuality. If the patient was abused by a man, he might ask: "Why was I chosen? Did the abuser know something about me I didn't?"

Some gay men might even blame their homosexuality on the molestation. They have a tough time developing a positive sexual identity.

They may think that to say "I feel good about being gay" would mean "my abuser won."

What childhood abuse creates in most men, gay or straight, is a great confusion about sexual relations.

Often, there's a lot of acting out. But the most important thing is that adult intimate relations are ravaged.

Q. You've written about the lengths some men will go to keep from defining themselves as victims. Why the resistance?

A. If you've decided that being a man means not being a victim, then you can only keep your self-concept by saying, "I have not been victimized," even if that isn't true.

So you put yourself in charge of the situation by saying, "I created it," or "It wasn't a trauma." Almost every man in my group therapy first said: "I don't really belong here. My experience wasn't really that bad."

Men tend to minimize their own trauma. Women survivors, I think, are different. They'll say, "This really was terrible." And it'll take a man a while to get to that point. While men are getting there, they tend to manifest a range of symptoms.

Alcoholism, drug addiction, gambling, sex addiction, inability to have a relationship are very common. Men tend to come for treatment in their 30's and 40's, after trying a whole lot of other "solutions" like substance abuse.

Sometimes they come because they've never had a relationship that lasted more than three months. And yet they'll say, "The abuse wasn't really that bad."

Q. Can a boy be molested by a woman?

A. Of course he can, as we've seen in those cases of schoolteachers and young boys.

When it comes to sex, we live in a society where boys and men are supposed to be in "in charge" and thus able to get out of sexual situations, if they want to.

So if a reluctant adolescent boy has been molested by a woman and if he feels anxious about it, he won't find a lot of places where he can voice his anxiety. His friends and even his family are likely to tell him he was "lucky," not abused.

Q. When the news stories of sexual abuse within the Roman Catholic Church first hit the headlines, were you surprised by them?

A. I thought, What took them so long? I certainly knew about many, many men who'd been abused by clergy, Catholic or others. These men were coming to me as patients. For the Catholic men, the problem wasn't just the abusive priests, but also how the church had handled their accusations.

I have great admiration for the men who came forward. They were disbelieved for such a long time - even, often, by their families. As horrible as their stories are, the good part is that the scandal has opened up public discussion of male sexual abuse. For many, it's now easier to talk about it.

Q. You've said that therapists who work in the area of child sexual abuse will be traumatized by it. Did that happen to you?

A. Absolutely. Writing the book was traumatic. As I was going through these men's stories and thinking through their implications, I felt the world was evil. I looked for exploitation everywhere. I felt depressed. Luckily, I have wonderful colleagues I can talk to about these things.

Q. How have therapists and other professionals changed on the issue of child sexual abuse since the 1970's?

A. I used to go to professional meetings and ask colleagues, "Who here is treating male sexual abuse patients?" It was rare that anyone raised their hands. These days you can see many more therapists working with these sorts of men, and finally more men are coming in for treatment.

Meldpunt Verpleeghuizen opent dinsdag 28 februari 2005 – Telegraaf -- DEN HAAG - De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) opent dinsdag een centraal meldpunt voor verpleeghuizen. Patiënten, cliënten, familieleden, vrijwilligers, zorgverleners en artsen kunnen hier hun klachten over de zorg in de tehuizen kwijt. De IGZ hoopt hiermee de veiligheid en kwaliteit van de zorg te verbeteren. Een speciaal team van inspecteurs beoordeelt naar aanleiding van een telefoontje of het om een calamiteit gaat, een onverwachte gebeurtenis die tot de dood of ernstige schade leidt, of een structurele tekortkoming. Beiden kunnen voor de inspectiedienst aanleiding zijn voor een onderzoek. Ook kan de IGZ doorverwijzen naar de klachtencommissie van het verpleeghuis. Het meldpunt is te bereiken via telefoonnummer 0800 – 1205, per brief of via internet: www.meldpunt-verpleeghuiszorg.nl. De inspectie informeert de melder altijd over de afhandeling van de klacht.

 

Staat: wel behandeling op gesloten tbs-afdeling 28 februari 2005 – Telegraaf -- DEN HAAG - Tot tbs veroordeelde criminelen die op een zogeheten longstay-afdeling worden geplaatst, worden wel degelijk behandeld. Dat betoogde landsadvocaat A. ten Broeke maandag tijdens een kort geding voor de rechtbank in Den Haag. Tbs'er R. van der M., die op zo'n longstay-afdeling zit, spande het geding aan wegens de uitzichtloosheid van zijn situatie. Van der M., die in 1996 werd veroordeeld tot acht jaar cel en tbs wegens verkrachting en doodslag die hij pleegde nadat hij uit een tbs-inrichting was ontsnapt, vindt dat hij niet behandeld wordt in de kliniek waar hij nu zit. Daardoor heeft hij in feite een levenslange straf, aldus zijn advocaat R. Polderman. Een tbs'er wordt op een gesloten afdeling geplaatst als duidelijk wordt dat hij of zij geen vooruitgang boekt en een gevaar voor de samenleving blijft.

Job in witte sector voor 41 procent emotioneel te zwaar -- 26 februari 2005 -- De Morgen – VLAANDEREN - Voor 41 procent van de loontrekkenden in de welzijns- en gezondheidssector, die de voorbije dagen massaal staakten, is hun werk emotioneel te belastend. In vergelijking met andere arbeidssectoren is dat twee keer zoveel. Voor elf procent van werknemers uit de witte sector is dat aspect van hun job zelfs acuut problematisch, het sectorgemiddelde bedraagt vier procent. "Die emotionele belasting die specifiek voor deze sector erg hoog is, vormt samen met de hoge werkdruk de belangrijkste risico-factor die die jobs ‘onwerkbaar’ kunnen maken." Dat zegt onderzoekster Ria Bourdeaud’hui van het STV Innovatie en Arbeid op basis van een verdere analyse van de eerste meting van de Vlaamse 'werkbaarheidsmonitor'. Die monitor moest zicht bieden op de jobkwaliteit op de Vlaamse arbeidsmarkt. Daarvoor werden in 2004 12.000 werknemers ondervraagd, waarvan 1500 in de witte sector. Iemand heeft een 'werkbare' job als hij niet problematisch veel stress heeft, geen tekort aan leermogelijkheden, geen gebrek aan motivatie heeft en geen systematisch problemen heeft om werk en privé te combineren. Daaruit bleek eerder al dat binnen de gezondheidssector 56 procent van de werknemers een kwaliteitsvolle job heeft. Nieuw is dat de onderzoekers nu in een verdere analyse kijken naar de risico’s van de arbeidssituatie die kunnen zorgen voor een lagere jobkwaliteit. Binnen de witte sector is dat ondermeer de werkdruk. Die ligt voor éénderde van de werknemers te hoog, wat vergelijkbaar is met andere sectoren. Op het vlak van emotionele belasting scoort de witte sector echter het hoogst van allemaal. Daarna volgt onderwijs waar dertig procent zijn job emotioneel te zwaar vindt.

Tijdelijk hoofd intensive care -- 26 februari 2005 -- Algemeen Dagblad -- WEERT -- De ic-afdeling van het Sint Jans Gasthuis in Weert gaat op 7 maart weer open onder een nieuw tijdelijk hoofd. De afdeling werd vorige week gesloten op last van de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Volgens de inspectie was de gezondheid van de patiënten in gevaar door ruzie tussen longartsen en anesthesisten.

SP-voorstel aangenomen voor verplichte meldcode kindermishandeling 25 februari 2005 – SP --  Na herhaaldelijk aandringen van SP-kamerlid Agnes Kant zegde staatssecretaris Ross toe een verplichte meldcode kindermishandeling in te voeren. Door die code krijgen volwassenen die beroepsmatig met kinderen te maken hebben, de plicht om te handelen als zij een vermoeden hebben van mishandeling. Kant: "Er komt een einde aan de vrijblijvendheid. Voor wie bijvoorbeeld werkt in de kinderopvang, in het onderwijs of op de peuterspeelzaal wordt de norm dat je handelt. Je doet dus iets, als je kindermishandeling vermoed. Dat kan het inwinnen van advies zijn bij een Advies en Meldpunt Kindermishandeling over wat te doen, of het melden van de mishandeling. Niets doen is in ieder geval geen optie meer, en dat is grote winst voor de kinderen die het treft. Kindermishandeling vergalt het leven van een kind en vormt een ernstige bedreiging voor zijn ontwikkeling. Ieder jaar sterven er zo’n vijftig kinderen na mishandeling." De invoering van de meldcode is het tweede succes van de SP op dit dossier. Het voorstel maakte deel uit een reeks voorstellen die Kant onlangs lanceerde samen met professor Baartman, gespecialiseerd in de studie van het fenomeen kindermishandeling. Eerder al nam de staatssecretaris een ander punt over, en garandeerde dat de wachtlijsten na meldingen kindermishandeling voor het eind van dit jaar uit niet meer mogen voorkomen.

Radicale christenen mikken op Britse abortusklinieken 26 februari 2005 – Telegraaf -- LONDEN - De christelijke Britse groepering Christian Voice is van plan om abortusklinieken in Groot-Brittannië aan te gaan pakken. Volgens The Times van zaterdag zal een parlementslid de komende dagen aan de minister van Binnenlandse Zaken vragen om een onderzoek naar Christian Voice. In de krant zegt de leider van de groep, Stephen Green, dat in abortusklinieken 'onschuldig bloed' vloeit en dat dat om wraak roept. De groep mikt op sluiting van de klinieken. "Daar is niet veel voor nodig, gewoon een paar wakes buiten op de stoep", aldus Green in The Times. De groep zou ook van plan zijn telefoonnummers en adressen van kliniekpersoneel op internet te zetten. De klinieken stelden in de krant bang te zijn voor 'Amerikaanse toestanden', waarbij prolife-activisten geweld niet schuwen. In Groot-Brittannië is het aantal abortussen (181.600 in 2003) nog nooit zo hoog geweest.

 

Conclusies verbazen gevangenisarts niet 26 februari 2005 – Gooi en Eemlander -- HAARLEM - Gevangenisarts D. Kuenen is niet verbaasd over de conclusies van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) over de ondermaatse zorg in jeugdgevangenissen. ,,De corebusiness van het gevangeniswezen is het opsluiten van mensen. Als arts ben je in die wereld een vreemde eend in de bijt'', aldus Kuenen vrijdag. De gebrekkige gezondheidszorg in de gevangenissen leidde drie jaar geleden al tot het project Verantwoorde Medische Zorg (VMZ) van de Dienst Justitiële Inrichtingen. Volgens Kuenen, die tevens voorzitter is van de Landelijke Vereniging voor Penitentiaire Geneeskunde, leidt het project tot een enorme inhaalslag om de kwaliteit van de zorg in de instellingen op peil te brengen. ,,Met het VMZ is een veranderingsproces in gang gezet, dat ook bij de jeugdinstellingen zou kunnen werken.'' Kuenen vindt dat de zorg zowel binnen de gevangenismuren als daarbuiten gelijk moet zijn. ,,In de instellingen is de aandacht voor zorg miniem, terwijl de meeste gevangenen eigenlijk in een zorginrichting thuishoren. Eenderde van de populatie in de instellingen wordt gevormd door mensen met een storing of een verslaving of die op een andere manier die ziek zijn.'' Kuenen gaf aan dat het niet uitmaakt of de verantwoordelijkheid voor de zorg bij Justitie ligt of het ministerie van Volksgezondheid. ,,Hoewel zorg niet thuishoort bij Justitie moet je je wel afvragen of het er bij een ander ministerie beter op wordt.''   

Onderzoek naar psychische gezondheid Amsterdammers -- 25 februari 2005 -- Zorgkrant -- De Amsterdamse GG&GD is gestart met een onderzoek naar de psychische gezondheid in de Amsterdamse bevolking. De GG&GD gaat in kaart brengen hoe het staat met het psychosociale welbevinden van de Amsterdammers. De hoofdstedelijke gezondheidsdienst onderzoekt welke psychische klachten Amsterdammers hebben, wat heeft dit voor invloed heeft op hun leven, zoeken zij hulp en zijn zij daar tevreden over zijn. Ook onderzoekt de hoofdstedelijke GG&GD of hierin verschillen zijn tussen leeftijdsgroepen, etnische groepen, mannen en vrouwen. Om op deze vragen antwoord te krijgen gaan de komende vier maanden dertig interviewers op pad om in totaal 850 mensen te interviewen. Het onderzoek is een samenwerkingsproject tussen de GG&GD Amsterdam en de drie instellingen voor geestelijke gezondheidszorg in Amsterdam: Mentrum, de Meren en GGZ Buitenamstel. Het onderzoek sluit aan op de gezondheidsenquête Amsterdam die de GG&GD in het voorjaar van 2004 uitvoerde en die met name de lichamelijke gezondheid van de Amsterdammers in kaart bracht.

Psychiatrische zorg in justitiële jeugdinrichtingen kwetsbaar -- 25 februari 2005 -- De screening en behandeling van psychiatrische problemen bij jongeren in justitiële jeugdinrichtingen laat te wensen over, blijkt uit onderzoek van de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Het gaat om criminele jongeren, maar ook om jongeren die alleen gedragsproblemen hebben. De justitiële inrichtingen worden als laatste opvangmogelijkheid gebruikt bij gebrek aan plaatsen in de reguliere opvang. Ondanks de inzet van het personeel, zijn deze inrichtingen onvoldoende in staat adequate psychiatrische zorg te bieden. Het aantal jongeren met psychiatrische stoornissen groeit. De groepsleiding heeft een belangrijke signalerende functie voor het herkennen van psychiatrische symptomen die niet eerder zijn opgemerkt of zich net manifesteren. Het ontbreekt de groepsleiding aan psychiatrische kennis en aan scholing wordt op dit punt te weinig gedaan. Hier valt nog veel te winnen, want als jongeren tijdig behandeld worden, hebben ze kans op een betere toekomst. In de meeste jeugdinrichtingen is te weinig medisch personeel aanwezig. Zorgelijk is vooral het tekort aan psychiaters: er is één psychiater voor ruim 400 jongeren beschikbaar, terwijl er minimaal één psychiater voor 58 jongeren nodig is. Verder is er maar één verpleegkundige voor 90 jongeren, terwijl de adviesnorm stelt dat er één verpleegkundige op 50 jongeren moet zijn. In de inrichtingen ligt de nadruk op behandeling met medicijnen. Aan andere behandelingsmethoden, zoals psychotherapie, komt men te weinig toe. Hiervoor kunnen gedragswetenschappers beter worden ingezet. Ook zijn er risico’s bij het verstrekken van medicatie. Bij het uitdelen zijn de geneesmiddelen al uit de originele verpakking en kan de groepsleiding niet meer controleren of het om het juiste middel gaat. Als de groepsleiding afwezig is, delen beveiligingsbeambten soms de medicijnen uit, terwijl zij niets weten over de medicatie en geen tijd hebben om erop toe te zien dat de jongeren de medicijnen daadwerkelijk innemen. De inspectie vindt dat de jongeren direct bij binnenkomst standaard gescreend moeten worden op psychische stoornissen. Dat kan alleen als het personeel hierin bijscholing krijgt. De doorstroming van jongeren na een verblijf in een justitiële jeugdinrichting naar de reguliere jeugdzorg moet beter. Ook is het nodig dat de opvang- en behandelmogelijkheden van de reguliere kinder- en jeugdpsychiatrie en de gehandicaptenzorg als alternatief voor een verblijf in een justitiële jeugdinrichting beter worden benut. Klik hier om het rapport 'Jongeren in justitiële jeugdinrichtingen: met betere zorg nog veel te winnen' te downloaden. (PDF)

Melden van fouten kan klachten voorkomen – Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF) – Presentatie van de NPCF op het symposium ‘Melden van fouten’ van de KNMG, gehouden op 23 februari 2005 – Iris van Bennekom-Stompedissel, directeur NPCF – 24 februari 2005 – “… Melden van (bijna-)fouten essentieel voor kwaliteitsverbetering” … “Fouten maken kan gebeuren maar het niet melden van fouten is onacceptabel” … “Een klacht is wellicht niet leuk maar wel een gratis advies…” … door op bovenstaande link te klikken, kunt u de hele diavoorstelling bekijken.

Ross wil wachtlijsten AMK’s wegwerken 24 februari 2005 – Nieuwsbrief nr.8 Medisch Contact / Artsennet (Bron: VWS) -- Staatssecretaris Ross wil van alle provincies en grote steden voor 15 maart weten hoe het staat met de wachtlijsten op het gebied van kindermishandeling. In een brief vraagt zij wat de provincies doen om de wachtlijsten bij de Advies- en Meldpunten Kindermishandeling (AMK’s) aan te pakken. Zij wil onder meer dat provincies en grote steden elke twee maanden inzicht geven in de voortgang van de aanpak en cijfers. Vorige maand beloofde Ross de Tweede Kamer dat de wachtlijsten bij de AMK’s eind dit jaar zullen zijn weggewerkt. “Met extra inspanning moet het mogelijk zijn om eind dit jaar de wachtlijsten bij de AMK’s weg te werken”, aldus de staatssecretaris. “Daar waar de problemen onoplosbaar lijken, zullen we ondersteuning bieden.”

Een klokkenluider-regeling voor artsen: Kunstgreep moet leiden tot openheid over fouten24 februari 2005 – Nieuwsbrief nr.8 Medisch Contact / Artsennet -- Auteur: E-J. Pronk -- Fouten melden komt de kwaliteit van de gezondheidszorg ten goede. Daarom is een wettelijke regeling voor blamefree melden nodig. Critici vinden een mentaliteitsverandering belangrijker. ‘De rechtbank Haarlem heeft in hoger beroep bewezen verklaard dat drie luchtverkeersleiders gezamenlijk op zodanige wijze luchtverkeersleiding hebben gegeven, dat daardoor de veiligheid van personen en zaken in gevaar is gebracht. (...) Het was aan de piloten te danken dat er geen ernstig luchtvaartongeluk is gebeurd.’ Dit zijn fragmenten uit een persbericht najaar 2002. Bijna vier jaar eerder zorgden lage wolken voor slecht zicht op de landingsbanen. Een Boeing 767 van het Amerikaanse Delta Airlines met 138 passagiers kreeg toestemming voor de start. Bij een snelheid van 240 kilometer per uur ging de piloot vol in de remmen en voorkwam hiermee een botsing met een gesleepte Boeing 747 van KLM die de startbaan kruiste. In luchtvaartkringen staat dit voorval bekend als het ‘Delta-incident’. Het bijna-ongeluk zorgde voor ophef binnen de sector, maar de veroordeling van de luchtverkeersleiding deed dat misschien nog wel meer. De luchtverkeersleiders hadden zoals gewoonlijk keurig gemeld wat er misging. Gevolg: een strafrechtelijk onderzoek, een rechtszaak en een veroordeling in hoger beroep. Mede omdat bleek dat de kwestie diep ingreep in het leven van de verdachten, legde de rechtbank geen straf op. De zaak had niet alleen consequenties voor de drie luchtverkeersleiders. Een ander effect was de daling van het aantal meldingen van incidenten. De luchtverkeersleiders keken in het vervolg wel beter uit. Angst: Net als in de luchtvaart is men in de zorg ervan overtuigd dat incidenten en bijna-ongelukken nuttige informatie bevatten voor kwaliteitsverbetering. Een probleem is echter dat er nauwelijks wordt gemeld. Afgelopen woensdag vond het KNMG-symposium ‘Melden van fouten’ plaats. Specialisten, huisartsen, ziekenhuisdirecteuren, juristen, veiligheidsfunctionarissen en patiëntenvertegenwoordigers spraken over een cultuur waarin open kan worden gesproken over incidenten en over een systeem waarin artsen incidenten kunnen melden zonder bang te hoeven zijn voor repercussies. Een wettelijk verankerde regeling voor het ‘blamefree’ of ‘veilig’ melden van incidenten kent echter nog een aantal haken en ogen. ‘Uit onderzoek is duidelijk geworden waarom artsen incidenten niet melden’, zegt Johan Legemaate, beleidscoördinator gezondheidsrecht van de KNMG. ‘Net als de luchtverkeersleiders zijn artsen en verpleegkundigen bang voor de juridische consequenties. Dat is niet terecht. In de meeste gevallen zal het nooit tot een rechtszaak komen. Maar willen we dat er meer incidenten worden gemeld zodat er structureel onderzoek naar de oorzaken daarvan kan worden verricht, dan moeten we iets tegen die angst doen.’ Legemaate voelt wel wat voor een wettelijke regeling die de klokkenluider bescherming biedt tegen repercussies. ‘Voor de Onderzoeksraad voor veiligheid (voorheen de Raad op de transportveiligheid, EJP) bestaat al een wettelijke regeling waardoor informatie verkregen uit onderzoek van de raad niet als bewijs mag worden gebruikt in een gerechtelijke procedure. De informatie mag ook niet leiden tot een disciplinaire of bestuurlijke maatregel of sanctie.’ In Denemarken en in delen van de VS geldt een dergelijke wettelijke regeling ook in de gezondheidszorg. De Deense Act on Patient Safety in the Danish Health Care System stelt dat een melding van een professional in de zorg niet mag leiden tot disciplinaire maatregelen of gerechtelijke vervolging. Biedt dit een arts die een fout maakt niet een vrijbrief? Legemaate: ‘De regeling stelt dat de melding niet het uitgangspunt voor vervolging mag zijn. Een patiënt, maar ook het Openbaar Ministerie, heeft natuurlijk nog steeds de mogelijkheid om een rechtszaak te beginnen. Ze zullen hiervoor zelf de benodigde informatie moeten inwinnen.’ Volgens Legemaate kent een regeling ook andere grenzen. ‘Tegen de sporadische gevallen van opzet, roekeloosheid en grove schuld zou een regeling geen bescherming moeten bieden.’ Legemate erkent dat hierdoor een grijs gebied ontstaat. Je hebt immers eerst rechtspraak nodig om te weten of er sprake is van schuld. ‘Dat is niet anders. Het doel van de regeling is niet het creëren van maximale bescherming, maar het vinden van een balans tussen de verschillende belangen.’ Vraagtekens: De Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie staat niet negatief tegenover een regeling voor zorgverleners die incidenten melden. ‘Patiënten zijn niet uit op rechtszaken. Meestal willen ze alleen weten wat er is gedaan om herhaling te voorkomen. Daarvoor moet de patiënt weten wat er is gebeurd. Als de patiënt daarvoor een rapport over een incident nodig heeft, moet hij daar ook over kunnen beschikken.’ Ook schadeverzekeraar Medirisk is voor bescherming van de melder. Dat wettelijke bescherming onderdeel is van een cultuurverandering waarin artsen opener met patiënten over incidenten gaan praten, doet daar volgens directeur John Stappers niets aan af. ‘Wij zijn geen tegenstander van openheid. Onderzoek toont aan dat meer openheid juist een dempend effect heeft.’ Stappers vindt dat er ook iets tegenover de juridische bescherming moet staan. ‘Ziekenhuizen moeten verplicht zijn de informatie te gebruiken ter verbetering van de kwaliteit van de patiëntenzorg.’ Legemaate is het hiermee eens. ‘Dit aspect behoeft nog aandacht. Zo ook de vraag of het melden van incidenten verplicht moet worden. En zo ja, wat voor sanctie er dan moet komen te staan op niet-melden.’ Een andere zaak die nog moet worden opgehelderd, is in hoeverre de Wet op de openbaarheid van bestuur (WOB) betrekking heeft op de meldingenregistratie. De academische ziekenhuizen vallen vooralsnog onder die wet. Dan is er nog het feit dat de inspectie zich positief uitlaat over het bieden van bescherming aan melders van incidenten, maar zich tegelijkertijd sterk maakt voor een wettelijke verplichting om calamiteiten aan de inspectie te melden. Die incidenten kunnen dan vervolgens via de WOB in de openbaarheid komen. ‘Vooralsnog allemaal vraagtekens’, zegt Legemaate. ‘Desalniettemin willen we rond de zomer een voorstel doen voor een regeling.’ Kritiek: Hoewel nog nauwelijks uitgekristaliseerd, werden de termen ‘blamefree’ en ‘veilig’ de afgelopen jaren door de minister van VWS, de inspectie en de KNMG als een soort haarlemmerolie aangeprezen. Toch zijn er ook critici. In het nog te verschijnen maartnummer van Medirisk Magazine noemt Harry Büller, bestuursvoorzitter van het Erasmus Medisch Centrum, ‘het typisch Nederlands om de aandacht op procedures te richten’. ‘Met blamefree melden kom je niet tot de wortel van het probleem’, zegt Büller. ‘En met het analyseren van meldingen ook niet. Dat is allemaal methode. Je zult het moeten zoeken in de mentaliteit. Niet naar jezelf te kijken als een onfeilbare dokter, maar als iemand die fouten maakt, die verbetering behoeft. En dat je soms een ander nodig hebt die dat tegen je zegt. Dat kan een collega zijn, maar ook een patiënt.’ H.E. Schaafsma, patholoog in het Wilhelmina Canisius en deelnemer aan het KNMG-symposium, is het met Büller eens. Op een wettelijke regeling die artsen bescherming biedt, zit hij niet te wachten. ‘Immuniteit past niet bij je verantwoordelijkheid als arts. Bovendien houdt het nooit lang stand. Het recht van de patiënt is sterk. Feitelijk is het oude wijn in nieuwe zakken. De MIP en FONA zouden ook alleen voor intern gebruik zijn. Ik ben er voor de zekerheid altijd maar van uitgegaan dat alles wat op papier staat, uiteindelijk door de patiënt opvraagbaar is.’ Kinderachtig:” Letselschadeadvocaat Atty Vogelzang gaat nog iets verder dan Schaafsma en Büller. Ze noemt een regeling die wettelijke bescherming biedt ‘kinderachtig’. ‘Een professional hoort te staan voor wat hij doet en met naam en toenaam verantwoording te nemen. Ik begrijp dat de artsencultuur anders is. Als het dan niet anders kan, moet er inderdaad maar een regeling komen. Maar of daar een wet voor nodig is? Je kunt het toch ook gewoon met de betrokken partijen afspreken. En na 5 tot 10 jaar schaf je de regel weer af. In de tussentijd moet de cultuurverandering hebben plaatsgevonden. Dan moet er wel open met patiënten worden gesproken als er iets is misgegaan. Dat is een gedragsregel die we in de advocatuur wel hebben.’ Harry Molendijk, neonatoloog in de Zwolse Isala klinieken en min of meer de Nederlandse grondlegger van het veilig melden kan zich vinden in de kritiek. ‘Het gaat uiteindelijk om de cultuur. Jarenlang zijn artsen opgeleid met het idee dat ze geen fouten mogen maken. Dat verander je niet zomaar. Een regeling die melders bescherming biedt tegen repercussies, is een kunstgreep waarmee je een cultuur kunt creëren waarin open over incidenten kan worden gesproken. Dat moeten we gewoon doen, ook al weten we dat er een grijs gebied blijft. Onze ervaringen zijn goed.’ Winst: In de Isala klinieken is met de directie afgesproken dat een melding geen negatieve gevolgen voor de melder heeft. Het aantal meldingen van incidenten op de afdeling van Molendijk is in drie jaar gestegen van 6 per 100 opnames naar 57 per 100 opnames. De meldingen werden in die tijd steeds minder ernstig van aard. Doorgevoerde verbeteringen betreffen vooral de overdracht en het opstellen van een aantal protocollen. Ook kwam naar voren dat er structureel problemen waren met luchtbevochtigers voor de beademing. Molendijk: Dat is pure winst. In de tussentijd moeten we artsen zo opleiden dat ze niet meer de illusie koesteren dat ze onfeilbaar zijn. Dan volgt de cultuurverandering vanzelf.’

Melden van fouten in de zorg kan en moet veel beter 24 februari 2005 – Nieuwsbrief nr.8 Medisch Contact / Artsennet -- In het belang van de patiëntveiligheid moeten fouten in de zorg worden gemeld en besproken. Recente berichten over medicijngebruik of de zorg in verpleeghuizen verhogen het urgentiebesef dat melden noodzaak is. Het beleid daarover vertoont echter gaten en tegenstrijdigheden. De KNMG pleit voor beleidsmaatregelen die leiden tot een goed en effectief systeem voor het melden van fouten, in het belang van de kwaliteit van de zorg. Zorgverleners en instellingen erkennen steeds vaker hoe belangrijk het is om fouten en incidenten te melden en openlijk te bespreken. De kwaliteit van de zorg en de patiëntveiligheid kunnen daardoor sterk verbeteren. De praktijk laat echter zien dat er nog tal van problemen zijn die om een oplossing vragen. Een van de problemen is dat er de afgelopen jaren, los van elkaar, verschillende systemen en procedures voor het melden van fouten en incidenten zijn ontwikkeld:

-          het al vele jaren bestaande systeem om incidenten in de patiëntenzorg te melden bij instellingscommissies (de zogenaamde MIP-commissie)

-          het voorstel om binnen afdelingen van zorginstellingen procedures voor ‘veilig melden’ te ontwikkelen

-          het wetsvoorstel dat instellingen verplicht om ‘calamiteiten’ aan de Inspectie te melden

-          het wetsvoorstel dat klachtencommissies verplicht om ‘structurele ernstige situaties’ aan de Inspectie te melden.

Van afbakening en afstemming tussen deze verschillende meldmogelijkheden en -plichten is tot nu toe geen sprake. Het risico daarvan is, dat een goed systeem van melden en bespreken van fouten niet van de grond komt. En dat is niet in het belang van arts én patiënt. Het ander evident probleem is dat er geen duidelijke keuze wordt gemaakt over de verantwoordelijkheidsverdeling: ligt de nadruk op de eigen verantwoordelijkheid van hulpverleners en instellingen of op de wettelijke dwang om te melden? Er bestaat brede steun voor de opvatting dat het meeste valt te verwachten van een benadering die uitgaat van de eigen verantwoordelijkheid. Daarop is ook het hiervoor genoemde ‘veilig melden’ systeem gebaseerd. Tegenstrijdig is dan dat de wetgever van plan is allerlei meldplichten te introduceren. Vooral de voorgenomen meldplicht voor klachtencommissies zal naar verwachting contraproductief zijn en, met als neveneffect, een bedreiging kunnen vormen voor de kwaliteit van de klachtenbehandeling (wetsvoorstel 29931). De KNMG pleit voor een brede discussie over het melden en bespreken van fouten in de gezondheidszorg. Die discussie moet resulteren in een doordacht systeem van activiteiten. Dat systeem moet zijn gericht op twee doelen: het bevorderen van de kwaliteit van zorg en het respecteren van de rechten van de patiënt. Om input te krijgen voor deze discussie organiseert de KNMG op 23 februari een symposium over het melden van fouten. (Bron: KNMG).

Grootschalige staking in Belgische zorgsector 24 februari 2005 – Verpleegkundenieuws -- Vanaf vandaag staken de werknemers in de Belgische zorgsector. De staking is van onbeperkte duur en wordt gevoerd in ziekenhuizen en rusthuizen. Er wordt ook in de thuiszorg, diensten voor het Bloed van het Rode Kruis en de revalidatie- en wijkgezondheidscentra gestaakt. De werknemers in de non-profitsector staken voor betere werk- en arbeidsvoorwaarden. Zij eisen een volwaardige dertiende maand én extra vakantiedagen voor 45-plussers. De werknemers in de non-profitsector verdienen minder dan werknemers met een gelijkwaardige opleiding. Ze willen het werk aantrekkelijker maken door meer salaris krijgen, waardoor er meer werknemers zullen komen. Dit is vooral belangrijk met het oog op de toekomst, want België kampt ook met de vergrijzing. Om toch een minimale zorg te kunnen verlenen, zijn er 20.000 mensen ‘opgevorderd’ om de goede gang van zaken in de ziekenhuizen en verzorgingshuizen te verzekeren. Politieagenten moeten de vorderingsbevelen overhandigen en zijn daar al vanaf woensdagnacht mee bezig. De bonden willen staken tot er een sociaal akkoord is, maar de federale minister van Werk, minister Freya van den Bossche weigert te onderhandelen zolang er wordt gestaakt.

Meer fouten melden, minder fouten maken 22 februari 2005 – NRC -- Ziekenhuispersoneel zou fouten onbestraft moeten melden. Dan kunnen gevaarlijke situaties aangepakt worden. Nadeel is dat de patiënten minder informatie krijgen. UTRECHT - Soms gebeurt het, als een verpleegkundige een infuus inbrengt bij een pasgeboren baby, dat de bijtende infuusvloeistof niet alleen in het bloedvat komt, maar ook onderhuids. Dat kan brandblaren veroorzaken, en in het ergste geval kan het de functie van de spieren belemmeren. De verpleegkundige die tegen een collega vertelt wat er is gebeurd, krijgt te horen dat ze beter op moet letten. Op de afdeling neonatologie van de Isala-klinieken in Zwolle krijgt de verpleegkundige een compliment. Daar mogen hulpverleners sinds drie jaar hun fouten blamefree (niet-bestrafbaar) melden. Dat betekent dat ze zichzelf niets hoeven te verwijten, dat collega's elkaar niets verwijten en dat het ziekenhuis hen ook niets kwalijk neemt. In drie jaar tijd vertienvoudigde het aantal foutmeldingen van zes per honderd patiëntjes naar 57. Het ging om bijna-incidenten (een tienvoudige medicatie wordt net op tijd door een collega ontdekt) en incidenten (een tienvoudige overdosering van vitaminen die patiënt binnenkrijgt maar geen ernstige gevolgen heeft). Voor calamiteiten, bijvoorbeeld een overdosering medicijnen met ernstige gevolgen, gelden andere regels. ,,Op iedere calamiteit vinden tien incidenten en honderd bijna-incidenten plaats'', zegt kinderarts-neonatoloog Harry Molendijk die het systeem op de afdeling invoerde. ,,We leerden intern over fouten te praten, en waren opener naar de ouders van de patiëntjes. Die reageerden bijna altijd begripvol.'' Artsenorganisatie KNMG vindt dat meer ziekenhuizen het voorbeeld van de Isala-klinieken over zouden kunnen nemen, maar het voorstel van de KNMG gaat verder. Artsen zouden niet alleen intern, maar ook juridisch beter beschermd moeten worden. Toen een commissie vier jaar geleden in Utrecht onderzoek deed naar de dood van een zeven maanden oude baby, kregen alle betrokkenen te horen dat de gesprekken over de fatale operatie vertrouwelijk waren. Alleen zo zou boven kunnen komen wat tijdens de dotterbehandeling was voorgevallen. Het onderzoeksrapport ging rechtstreeks naar de ziekenhuisdirectie, alleen de Inspectie voor de Gezondheidszorg kreeg een exemplaar. Zelfs de ouders van de baby mochten het rapport niet inzien. De ouders waren woedend, hun advocaat deed een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur en toen kon iedereen van minuut tot minuut meelezen hoe de kindercardioloog en zijn collega's hadden geblunderd. Artsen zouden incidenten vertrouwelijk moeten kunnen melden, vindt artsenorganisatie KNMG die morgen een congres houdt over het melden van fouten. Zonder direct openlijk aan de schandpaal genageld te worden, en zonder direct strafrechtelijk of tuchtrechtelijk vervolgd te kunnen worden. Alleen als artsen openlijk over fouten, mogelijke fouten en complicaties kunnen spreken, zullen zij dat ook vrijuit doen. En pas dan kan er iets gedaan worden om veelvoorkomende fouten te voorkomen. Een arts moet de garantie hebben dat hij niet persoonlijk de dupe wordt, vindt juridisch adviseur Johan Legemaate van de KNMG, tenzij er sprake is van opzet, roekeloosheid, ernstige nalatigheid of grove fouten. ,,Zo'n meldsysteem moet geen vluchtroute zijn voor mensen die er een potje van maken.'' Ook inspecteur-generaal Kingma van de Inspectie voor de Gezondheidszorg pleitte er onlangs voor dat artsen fouten moeten kunnen melden zonder dat dit direct leidt tot straf- of tuchtrechtelijke vervolging. Zoals in Denemarken, het Verenigd Koninkrijk, Australië en in een enkele Amerikaanse staat al gewoon is. De Onderzoeksraad voor Veiligheid, die onder leiding van Pieter van Vollenhoven vervoersrampen onderzoekt, heeft de vertrouwelijkheid van zijn onderzoeksgesprekken al wettelijk geregeld. Ook de luchtverkeersleiders in Nederland voeren dezelfde discussie als de artsen nu doen. John Beer, de advocaat die destijds het vertrouwelijk rapport in Utrecht opvroeg en openbaarde, vindt de term blame-free misleidend. ,,Het is niet aan de dokters om te bepalen of ze wel of niet strafrechterlijk of tuchtrechterlijk te vervolgen zijn. Het staat een patiënt altijd vrij een arts aan te klagen, evenals Justitie zich niet laat tegenhouden. Ik voorspel dat als dit ingevoerd wordt, patiënten alle betrokkenen voor getuigenverhoren op laten roepen.'' Beer twijfelt bovendien aan het nut ervan, omdat artsen sinds een aantal jaren fouten van zichzelf en anderen al geheim kunnen melden bij de MIP-commissies (Melding Incidenten Patiënten) in ieder ziekenhuis. Dat heeft niet tot meer meldingen geleid. Beer: ,,Het recht dat artsen hier krijgen wordt bij de patiënten weggehaald. De conspiracy of silence wordt hiermee geformaliseerd.'' Maar voor Legemaate staat het 'algemeen belang van kwaliteitsverbetering' voorop, wat soms ten koste kan van informatie die voor patiënten beschikbaar is. ,,Dat is de prijs die je ervoor betaalt.'' Er moet ook iets tegenover staan, vindt hij. Als artsen juridische bescherming krijgen, mag van ze worden verwacht dat ze niet meer mogen maar móéten melden. Artsen geloven niet dat zij zomaar vrijuit kunnen spreken. Simo Brada is voorzitter van de medische staf in het Jeroen Bosch ziekenhuis in Den Bosch. Hij zegt: ,,Als arts blijf je altijd verantwoordelijk voor wat je doet.'' Ook in zijn ziekenhuis wordt waarschijnlijk een nieuw meldsysteem voor fouten ingevoerd. ,,De bedoeling is dat we de drempel verlagen. Mensen moeten weten dat ze geen directe interne consequenties hoeven te verwachten en dat, als ze fouten melden van zichzelf of anderen, daar ook echt iets mee gedaan wordt.'' Het openlijk voor fouten kunnen uitkomen leverde de afdeling neonatologie van de Isalaklinieken een 'goudmijn' aan informatie op, zegt Molendijk. Bij het verwarmen van de beademingsgassen knapte soms de verwarmingskamer van het bevochtigingsapparaat. Soms? Te vaak, weten ze nu in Zwolle en de fabrikant paste de apparatuur aan.

KNMG: 'Arts vaker aanspreken op functioneren’ -- 22 februari 2005 – NRC – UTRECHT - Artsen zouden functioneringsgesprekken moeten voeren. Hiervoor pleit artsenorganisatie KNMG. Nu worden artsen pas op hun functioneren aangesproken wanneer ze fouten maken. Door het functioneren van artsen regelmatig te evalueren zouden ernstige misstanden, zoals in het St. Jans Gasthuis in Weert vorige week, mogelijk voorkomen kunnen worden. In Weert werd de afdeling intensive care op last van de Inspectie voor de Gezondheidszorg per onmiddelijk gesloten omdat de patiëntenzorg in gevaar kwam na jarenlange ruzies tussen specialisten. ,,Soms voert een ziekenhuis wel gesprekken met artsen die in dienst zijn van het ziekenhuis, maar dat gaat vaak over procedurele issues'', zegt Johan Legemaate, juridisch adviseur van de KNMG. De meeste specialisten echter, ook die in Weert, zijn vrij gevestigd en werken dus als zelfstandig ondernemer. Legemaate voegt eraan toe dat het voeren van functioneringsgesprekken alleen werkt als de hele medische staf er achter staat. Specialisten zouden deze gesprekken onderling moeten voeren, omdat managers onvoldoende weet hebben van de medische beroepsuitoefening. Een chirurg zou bijvoorbeeld met een psychiater kunnen praten, niet zozeer over de juistheid van diagnoses, maar wel over de manier waarop hij zijn dossier bijhoudt, of hij voldoende bij- en nascholing krijgt, hoe hij met patiënten en collega's omgaat, wat voor wetenschappelijk onderzoek hij doet en hoe zijn contacten zijn met verwijzende artsen in de buurt. ,,Als een arts zijn systeem op orde heeft, dan is de rest meestal ook goed'', zegt Legemaate. Het Maaslandziekenhuis in Sittard is tot nu toe het enige ziekenhuis dat functioneringsgesprekken met specialisten voert. ,,We noemen het geen functioneringsgesprekken, omdat we bang waren dat bij alle artsen de hakken in het zand zouden gaan'', zegt Ton Hoofwijk, opleider chirurgie en lid van het medisch stafbestuur. Een van de redenen om het systeem in te voeren is om tijdig te signaleren als een arts disfunctioneert. Het ziekenhuis leidde zeven specialisten op om gesprekken met voorlopig 45 specialisten te voeren. De chirurg die bijvoorbeeld de gynaecoloog beoordeelt doet navraag bij collega's en verzamelt mogelijke klachten bij de desbetreffende commissies en het medisch tuchtcollege. De gynaecoloog levert zelf informatie over de tijd die hij besteed aan management, opleiding, onderzoek en vertelt wat voor plannen hij heeft. Een jaar later wordt hij daarop beoordeeld.

Toezicht medicijnen gehandicapten schiet tekort -- 21 februari 2005 – Verpleegkundenieuws -- Er kan heel wat verbeteren in het beheer van geneesmiddelen bij verstandelijk gehandicapten die in zogenoemde gezinsvervangende tehuizen (GVT) wonen. De Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft een onderzoek gedaan naar veilig geneesmiddelengebruik in deze huizen. Omdat verstandelijk gehandicapten minder zelfredzaam zijn, moet er extra aandacht zijn voor het beheersen van de risico’s. De inspectie hield een enquête onder 73 stichtingen met gezinsvervangende tehuizen en is ook zelf gaan kijken bij 59 tehuizen. Het gros van de tehuizen heeft bijvoorbeeld geen criteria vastgelegd om te bepalen of een bewoner zelf zijn medicijnen geheel of gedeeltelijk kan beheren. Eenderde van de tehuizen registreert geen fouten of meldingen en in veel gevallen is niet duidelijk wie er verantwoordelijk is. Aan slechts de helft van deze tehuizen is een verpleegkundige verbonden. Bij tweederde daarvan was de verpleegkundige dagelijks aanwezig, bij eenderde wekelijks.

Traumazorg onder de maat -- 21 februari 2005 -- Eindhovens Dagblad -- DEN HAAG - De traumazorg in Nederland laat veel te wensen over. Binnen de tien traumacentra is sprake van interne verdeeldheid en het ontbreekt aan goede samenwerking. Dat blijkt uit een onderzoek van het College voor Zorgverzekeringen (CVZ), dat het 'ronduit verbijsterend' noemt dat ambulancepersoneel soms letterlijk moet leuren met gewonden bij ziekenhuizen, omdat niet altijd duidelijk is waar de patiënten heen moeten. Het CVZ stelt dat het niet duidelijk is of de traumacentra de 4,5 miljoen euro van het kabinet doelmatig hebben ingezet. Daardoor ontbreekt het nog aan een duidelijke indeling van de regio's. Ook is er nog geen inzicht in de opvangcapaciteit van trauma-slachtoffers en de beschikbaarheid van de Medische Mobiele Teams. Na ernstige ongevallen weten familieleden van een slachtoffer soms totaal niet waar ze moeten zijn. Al in 1998 in omschreven waar traumacentra aan moeten voldoen. Een jaar later wees toenmalig minister Borst van volksgezondheid tien ziekenhuizen aan die zich moesten ontwikkelen tot gespecialiseerde traumacentra. Dat is in 2002 geëvalueerd door het CVZ. Dezelfde problemen die destijds speelden, zijn nu nog steeds niet opgelost, stelt een woordvoerder van het college.

Er moet één tbs-kliniek komen -- 19 februari 2005 -- Trouw -- Weg met de jeugdgevangenissen, meldden de provincies gisteren in Trouw. Minderjarigen die met de rechter in aanraking komen zijn beter af in besloten behandelcentra. Twee directeuren van gevangenissen reageren. Kinderen die een misdrijf plegen en zij die 'slechts' gedragsproblemen hebben, hoeven niet apart behandeld te worden in die centra. Joh. Krist, directeur van justitiële jeugdinrichting De Sprengen in Zutphen: ,,Ik ben blij met deze stellingname van de provincie. Op termijn is het een goede zaak als de jeugdgevangenissen verdwijnen. Want als je wat wilt doen aan de veiligheid in Nederland, dan moet je opvoeden, niet straffen. Het klinkt ongebruikelijk dat je als directeur van een jeugdgevangenis meldt een voorstander te zijn van opheffen van je inrichting. Maar er zit ook een tweeslachtigheid in mijn functie. Als ik naar mijn werk ga, moet ik door een heel hoge grijze muur en hoge gesloten deuren. Ik kan moeilijk beweren dat dit geen gevangenis is. Maar kom ik binnen die muren dan proberen wij zo pedagogisch mogelijk te werk te gaan. Wij willen opvoeden. Het is de laatste jaren moeilijker geworden om dat te doen. Het accent is in de jaren negentig komen te liggen op beheersbaar houden van de inrichting, er mogen geen incidenten zijn. Er mogen dus geen risico's worden genomen. Als een jongen ontsnapt, wordt dat gezien als een ramp. Er zitten in De Sprengen 150 jongens. Van twee daarvan zeg ik: die zijn zó ernstig gestoord, die moeten echt niet ontsnappen. Voor al die anderen geldt: het zou heel vervelend zijn en we moeten er keihard aan werken om ze terug te halen. Maar het is niet de reden om het accent te leggen op het insluiten van de jongens. Want daardoor is er te weinig accent op datgene doen wat goed voor hen is. Ook bij ons zitten jongens die niet voor een misdrijf zijn veroordeeld en jongens voor wie dat wel geldt. De twee groepen hebben gelijksoortige gedragsproblemen. Ook op dit punt ben ik het eens met de provincie: laat ze bij elkaar. Er moet één tbs-kliniek komen voor de echt gestoorde minderjarigen, die zeer ernstige delicten hebben gepleegd. De overige 95 procent kan in regionale pedagogische centra worden behandeld.''

Arts moet 80.000 euro schadevergoeding betalen voor misvormde foetus -- 18 februari 2005 -- Het Belang van Limburg -- Een Franse arts moet 80.000 euro betalen aan de ouders van een gehandicapt meisje omdat de handicap niet voor de geboorte werd vastgesteld. De kleine Carla werd in 1997 geboren zonder een bovendij aan haar rechterbeen. Haar rechterknie zit rechtstreeks aan haar bekken vast. De gynaecologe had de misvorming bij drie echografieën niet opgemerkt. Een hof van beroep in Angers kende beide ouders 40.000 euro toe omdat de gynaecologe verantwoordelijk zou zijn "voor de schadelijke gevolgen", zo deelde de advocate van het ouderpaar donderdagavond mee. De ouders eisten 161.000 euro schadevergoeding en 153.000 euro omdat ze nooit de kans kregen om abortus te plegen.

Zorg voor kwetsbare burgers in gevaar -- 18 februari 2005 – Volkskrant / ANP -- AMSTERDAM - Meer dan duizend dak- en thuislozen, drugsverslaafden, prostituees, psychiatrische patiënten, tienermoeders en andere 'kwetsbare' burgers in Utrecht en Amsterdam dreigen per 1 maart verstoken te blijven van zorg. Dit komt omdat het ministerie van Volksgezondheid dit jaar veel te weinig geld uit de Algemene Wet Bijzonder Ziektekosten (AWBZ) ter beschikking stelt, lieten beide gemeenten vrijdag weten. 'Het AWBZ-budget voor 2005 is volstrekt onvoldoende, we komen 6 tot 7 miljoen euro te kort', aldus een woordvoerder van de gemeente Amsterdam. Als er niets gebeurt, vreest de gemeente het ergste. 'Al die mensen komen op straat te staan. Dat veroorzaakt overlast, mensen met ziektes kunnen niet tijdig geholpen worden en politiecellen zullen overvol raken.' De wethouders Spekman van Utrecht en Belliot van Amsterdam willen voor 1 maart een spoedoverleg met het ministerie om een oplossing te vinden. Het ministerie laat weten dat er volgende week overleg is met de zorgkantoren die de AWBZ-gelden verdelen. Volgens een woordvoerder van Volksgezondheid zijn er meer steden met dit probleem. Het speelt bijvoorbeeld ook in Hilversum. Vorig jaar trok de koepelorganisatie Federatie Opvang ook al aan de bel over dit onderwerp. Er is echter geen sprake van dat de mensen uit de instellingen op straat moeten slapen, legt de woordvoerder uit. De AWBZ-gelden waren bestemd voor begeleiding en ondersteuning. Hij wijst erop dat 'vorig jaar zoveel instellingen een beroep hebben gedaan op de AWBZ dat het rijk wel aan de noodrem moest trekken'. Anders was staatssecretaris Ross-van Dorp (Volksgezondheid) volgens de woordvoerder met een half miljard euro over het budget heen gegaan.

Ecstasy trials for combat stress -- February 17, 2005 – The Guardian (David Adam, science correspondent) -- American soldiers traumatised by fighting in Iraq and Afghanistan are to be offered the drug ecstasy to help free them of flashbacks and recurring nightmares. The US food and drug administration has given the go-ahead for the soldiers to be included in an experiment to see if MDMA, the active ingredient in ecstasy, can treat post-traumatic stress disorder. Scientists behind the trial in South Carolina think the feelings of emotional closeness reported by those taking the drug could help the soldiers talk about their experiences to therapists. Several victims of rape and sexual abuse with post-traumatic stress disorder, for whom existing treatments are ineffective, have been given MDMA since the research began last year. Michael Mithoefer, the psychiatrist leading the trial, said: "It's looking very promising. It's too early to draw any conclusions but in these treatment-resistant people so far the results are encouraging. "People are able to connect more deeply on an emotional level with the fact they are safe now." He is about to advertise for war veterans who fought in the last five years to join the study.
do 17 feb 2005, 20:37

Inspectie sluit Intensive Care Weert 17 februari 2005 – Telegraaf -- DEN HAAG - De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) sluit vrijdag de Intensive Care van het Sint Jans Gasthuis in Weert. De inspectie heeft dat donderdag bekendgemaakt. Volgens de IGZ loopt de gezondheid van de patiënten er gevaar. Dat komt, aldus de inspectie, onder meer door ruzies tussen de longartsen en anesthesisten. Volgens een woordvoerder van de inspectie is het nog nooit voorgekomen in Nederland dat een Intensive Care-afdeling per onmiddellijk wordt gesloten. Op de afdeling is plaats voor vijf patiënten. Volgens de inspectie zijn vier bedden bezet. De longartsen en anesthesisten communiceren niet genoeg met elkaar om de patiënten goede zorg te kunnen bieden. De maatschap anesthesie beschikt bovendien over te weinig artsen om de patiënten op de afdeling intensieve zorg naar behoren te kunnen behandelen. Naar het oordeel van de inspectie is op de afdeling niet duidelijk wie eindverantwoordelijk is voor de zorg aan de patiënten. De woordvoerder van de IGZ noemt het verontrustend dat patiënten op de Intensive Care-afdeling van het Gasthuis veel langer aan de beademingsapparatuur liggen dan bij andere ziekenhuizen van hetzelfde niveau. Gemiddeld liggen patiënten bij die afdelingen twee tot drie dagen aan de apparatuur. In het Sint Jans Gasthuis krijgen patiënten op de Intensive Care gemiddeld tien dagen kunstmatige beademing. Dat kan volgens de inspectie betekenen dat de kwaliteit van de zorgverlening onvoldoende is. De Intensive Care wordt vrijdag 12.00 uur gesloten. De patiënten worden donderdagavond of in de loop van de nacht nog naar het Catharinaziekenhuis in Eindhoven gebracht, aldus een woordvoerder van het Eindhovense ziekenhuis.

TBS / Ook binnen de kliniek moet het veilig zijn 17 februari 2005 – Trouw -- Achter de muren van de tbs-kliniek vormen de daders van zware misdrijven geen bedreiging meer voor de samenleving. Maar veiligheid in die kliniek is een heel ander verhaal. Patiënten en medewerkers van de forensische kliniek in Eindhoven vertellen wat dat betekent. Alles heeft een slot. De wc, de slaapkamers, de geloofsruimte. Elk verpleegkundigenkantoor heeft twee deuren, zodat er altijd een ontsnappingsmogelijkheid is. Om vanuit de binnentuin naar de gewone wereld te komen, moet je vijf sloten openen. De acht afdelingen, waar in totaal zo'n zeventig tbs-gestelden wonen, zijn rond die binnenplaats gebouwd. Een paar maanden geleden zijn de bomen, struiken en andere beplanting gekortwiekt, zodat de nieuw geplaatste camera's een beter zicht bieden op wat er in de tuin gebeurt. ,,Vervelend'', vindt een patiënt. ,,Eerst kon je nog stiekem een stickie roken tussen de struiken. Nu zien ze alles.'' De bakstenen jaren tachtig-bouw oogt gezellig, de omschrijving ervan is dat allerminst: tbs1, waar de psychotici wonen en tbs2, waar de persoonlijkheidsstoornissen worden behandeld. Meer dan de helft van de bewoners zit voor ernstige mishandeling of poging tot moord of doodslag. Vijftien procent pleegde daadwerkelijk moord of doodslag, de rest heeft tbs voor brandstichting of dreiging met geweld. Bart (44) wil niet zeggen waarom hij in de tbs-kliniek zit, ,,want dat is niet belangrijk. Het was een zwaar delict.'' Hij heeft drie onzichtbare mannen in zijn hoofd, vertelt Bart in de rookkamer van afdeling 1D, waar hij woont. ,,En Diana en Christien, maar die zijn er pas later bij gekomen. Ik weet niet hoe lang de onzichtbare mannen er nu zijn. Ze waren er in ieder geval al voordat ik het delict pleegde, dat was in 1993.'' De drie onzichtbare mannen zijn er altijd en 'dat is klote', vindt Bart. ,,Ik krijg koppijn van ze. Ze maken me nerveus en angstig. De stemmen in mijn hoofd manipuleren me. Zelfs als ik in mijn kamer zit, ben ik niet alleen.'' Soms hoort hij ook stemmen van medewerkers, zegt Aafke van Veen, senior verpleegkundige op Barts afdeling. ,,Dat is best lastig. Dan zit hij 's avonds achter slot op zijn kamer en ga ik even kijken hoe het met hem is. Soms is hij heel boos op me, omdat ik iets tegen hem heb gezegd. Dat heb ik dan niet echt gezegd, maar als stem in zijn hoofd.'' Bart krijgt zware medicatie, net als 90 procent van de patiënten in de kliniek, die zijn stoornis redelijk onder controle houdt. ,,Maar ik kan nog steeds psychotisch worden, van het ene op het andere moment. Dan ga ik in de isoleer. Dat is voor mijn eigen veiligheid en voor die van anderen'', weet Bart. Verpleegkundige Van Veen laat even later de isoleerkamer zien. Aan één van de muren zit een soort houten bank vastgemaakt die als bed moet dienen, erboven een groot raam van onbreekbaar glas. Tussen de binnen- en buitenruit is een ruimte van zo'n tien centimeter waarin luxaflex hangt. Medewerkers kunnen die 's nachts via een knop op de gang dicht doen. In de kamer staat een spijlenbed, dat niet in alle isoleerkamers aanwezig is. Van Veen: ,,Dat bed is voor onze veiligheid. Als we een cliënt hier brengen, moeten we zonder problemen weg kunnen. Door de benen van een patiënt tussen de spijlen te doen, hebben we meer tijd om de ruimte te verlaten.'' De separeer wordt vooral gebruikt als afkoelruimte voor bewoners die bijvoorbeeld in een psychose zitten. Om iemand de cel in te krijgen zijn vijf medewerkers nodig, voor ieder arm en been één en iemand die het hoofd onder bedwang houdt zodat de patiënt niet kan bijten. Ideaal is een zesde verpleegkundige die aanwijzingen geeft, zo horen de medewerkers tijdens een cursus, voorafgaande aan de eerste werkdag. Daarin leren ze speciale grepen waarmee je iemand het stevigst vasthoudt. Wekelijks worden de grepen geoefend. Volgens verpleegkundige Van Veen verblijft een aantal bewoners regelmatig een paar dagen in een van de acht isoleervertrekken. Bart vindt de isoleer wel prettig. ,,Ik maak me wel eens zorgen dat ik ooit naar een gewone woning moet, want daar is geen isoleer. Daarom zie ik mezelf niet buiten zitten, ik blijf liever hier. Ik voel me hier veiliger dan buiten.'' Op dezelfde afdeling woont Simon, die niet zo nodig in de separeer hoeft. ,,Ik zit liever op mijn kamer.'' Zijn privé-ruimte bestaat uit twaalf vierkante meter. Er staat een tafel, bed, televisie en kledingkast. Op zijn tafel ligt het boek 'Meesters der misdaad'. ,,Dat heb ik van een verpleegkundige geleend. Niet omdat ik nou zo ontzettend geïnteresseerd ben in misdaad hoor. Ik lees gewoon veel thrillers. Romans zijn voor gewone mensen, die vind ik saai.'' Simon -veroordeeld voor diefstal en brandstichting- is 41, weet hij te vertellen nadat hij zijn leeftijd aan een verpleegkundige heeft gevraagd. Hij lijkt high van heroïne, met pupillen zo klein als speldenknoppen, maar, zegt Simon, door drugs komt het niet. ,,Ik heb flinke medicatie, die slaat goed aan. Ik neem die gewoon, want ik wil niet dat ze me onder dwang platspuiten.'' Drugs gebruikt hij niet meer. Tijdens de feestdagen afgelopen december had hij wat hasj aangenomen van een medepatiënt. ,,Maar ik werd gepakt bij een urinecontrole. Dat heeft toch gevolgen. Als de rechter straks beslist of mijn straf verlengd moet worden, speelt dat drugsgebruik mee.'' Iedere twee jaar bekijkt de rechter of de tbs verlengd moet worden of niet. Geen enkele afdeling in de kliniek is drugsvrij. Iedere twee weken wordt de urine gecontroleerd van patiënten waarvan het personeel vermoedt dat ze verdovende middelen hebben gebruikt. ,,Veel van hen pleegden hun delict ook onder invloed van drugs'', zegt psychotherapeut Ingrid van den Bogerd. ,,We proberen hier vooral de omstandigheden rond het delict te veranderen. Iemand heeft ernstig geweld gepleegd toen hij zijn medicatie tegen psychose niet had gebruikt. Tegelijkertijd nam hij ook nog eens drugs. De patiënt moet leren die situatie te vermijden als hij weer naar buiten gaat. Dus zorgen dat hij niet tegelijkertijd van medicatie afziet, high wordt én ruzie maakt.'' Tbs'ers vormen ook in de kliniek een gevaar als ze drugs hebben gebruikt, zegt verpleegkundige Van Veen. ,,Deze mensen zijn al psychisch ziek. Drugs versterken dat alleen maar. Ze worden er angstig of zelfs paranoïde van.'' Bewoners die vrijheden hebben, en onbegeleid de buitenwereld in mogen, worden soms onder druk gezet door tbs'ers zonder vrijheden om drugs voor ze mee te nemen, zegt de verpleegkundige. Simon heeft weinig vrijheden, omdat hij volgens zijn begeleiders een te groot risico is. Hij zit dus veel in de kliniek, waar hij bij sommige patiënten uit de buurt blijft. ,,Er zijn erbij die graag stoeien en je aanvallen. Ze tillen je op en laten je vallen op de grond. Dat doet pijn aan je ribben.'' Veiligheid in de kliniek zit dan ook meer in de inschatting van de bewoners, dan in de gesloten deuren, zegt Giedo Vissers, senior verpleegkundige op afdeling 2B, waar negen verstandelijk gehandicapte tbs'ers wonen. ,,Je moet vooral op je gevoel afgaan, je intuïtie. Deze mensen zijn het ene moment heel rustig, het volgende moment barst de bom. Nu we al een tijd met deze groep bezig zijn, kunnen we ze beter inschatten. Want daar gaat het om: dat je anticipeert op wat er kan gebeuren, in plaats van alleen te reageren als het mis gaat. We zijn de dingen voor.'' Woongroep 2B is de enige afdeling waar een camera hangt, op de gang waar de slaapkamers aan liggen. Vissers: ,,We zijn een jaar geleden met de verstandelijk gehandicapten begonnen en hadden geen idee wat voor groep we nou eigenlijk binnen kregen. Zo kunnen we toch in de gaten houden wat hier allemaal gebeurt.'' Op de andere afdelingen zijn geen camera's, omdat die volgens het management van de kliniek ,,alleen schijnveiligheid bieden''. Vissers is het daarmee eens. ,,Sleutels of camera's zijn een hulpmiddel. We hebben jaren zonder gedaan. Je kunt het hier niet honderd procent afdichten. Dan moet je de omgeving zo inrichten dat er geen privacy meer is, met overal camera's. Dat is té veilig. Als je dat doet, kun je ook niet meer zien hoe het buiten zou gaan.'' De bewoners van 2B vormen een speciale groep, zegt Vissers. ,,De verstandelijke handicap ligt vaak veel meer op de voorgrond dan de psychische stoornis. Ze hebben een delict gepleegd, maar als je de motivatie hoort, krab je je toch wel achter je oren.'' Hans is daar een goed voorbeeld van. Trots laat hij zijn kamer zien, de muren vol geplakt met kleurplaten, op tafel ligt zijn kunstgebit. Zijn gele parkiet Ukkie zit in een kooi. ,,En dat is mijn bed'', wijst Hans (57). ,,Eerst plaste ik in mijn bed, maar dat is nu opgelost.'' Dan, uit het niets: ,,Ik zit hier voor poging tot doodslag. Mijn kostbaas gaf me elke ochtend twee broodjes bal gehakt, verder niks. Op een gegeven moment had ik daar genoeg van.'' Hij doet zijn armen een halve meter uit elkaar en zegt: ,,Er lag zo'n mes in de keuken. Dat heb ik gepakt en hem toen zó'', hij maakt een neerwaartse beweging, ,,in zijn nek gestoken. Terwijl hij op de bank lag te slapen. Het is toch ook veel te weinig, twee sneetjes bal gehakt?'' Op de afdeling een verdieping lager pakt senior verpleegkundige Frans van Mil zijn pieper. Die heeft hij altijd bij zich als hij het medewerkerskantoor verlaat. Met een knop kan hij een stil of luid alarm afgeven als hij hulp nodig heeft, omdat een tbs'er bijvoorbeeld agressief is. Op iedere afdeling zitten overdag drie medewerkers, maar er zijn per woongroep twee piepers. ,,Ik ben blij dat we over een tijd allemaal een pieper krijgen. Het is toch veiliger. Soms kan het snel gaan met deze mensen. Ik heb er niks aan als een collega iets overkomt door gebrek aan een pieper.'' Van Mil werkt op 2A, waar mensen met een persoonlijkheidsstoornis -zoals een narcistische of antisociale stoornis- zitten. ,,Deze mensen denken heel erg zwart-wit, er is geen grijs middengebied. Vaak handelen ze ook naar de plaats waar ze zich bevinden.'' Een van de tbs'ers op 2A is in hongerstaking gegaan en de avond ervoor naar een penitentiair ziekenhuis overgeplaatst. Niet alleen vanwege zijn gezondheid, maar ook omdat hij een gevaar vormde voor medewerkers. De man gaat regelmatig in hongerstaking en laat dan zijn nagels heel lang groeien. Vervolgens haalt hij soms op een onbewaakt moment uit naar medewerkers. Riet (54) werd in het verleden ook aangevallen door medepatiënten. ,,Ik kreeg wel eens een oplawaai, maar die mensen zijn hier nu niet meer. Anderen gooien met kopjes. Gericht, of een beetje gericht. Maar ik voel me wel veilig hier. Als er iets gebeurt, grijpen de verpleegkundigen in.'' Zelf probeert Riet 'normaal te doen', zegt ze. Dat betekent volgens haar niet smijten met dingen, mensen niet slaan en geen grenzen over gaan. ,,Ze hebben mij het borderline-etiket gegeven. Ik geloof niet zo in ziektes. Ik ben doodnormaal eigenlijk.'' Riet heeft geen idee wanneer ze weer vrijkomt, wat eigenlijk voor iedere tbs'er geldt. Verblijf in de kliniek duurt zo lang als nodig is en soms betekent dat voor de rest van iemands leven. ,,Sommige patiënten zijn razend omdat ze tbs hebben en niet weten wanneer het afgelopen is'', zegt psychotherapeut Ingrid van den Bogerd. ,,Dat zijn niet de makkelijkste. En niet de veiligste voor medewerkers.'' Verpleegkundigen houden daarom constant in de gaten hoe het met de patiënten gaat en of ze een gevaar vormen. Van den Bogerd: ,,Kan iemand alleen in zijn kamer zitten? Onbegeleid in de binnentuin? Begeleid naar buiten? Of zelfs onbegeleid? Die inschatting maak je niet één keer, dat doe je dagelijks. Veiligheid is niet honderd procent te garanderen, maar wel zoveel mogelijk.'' Vanwege de privacy van de tbs'ers zijn hun namen gefingeerd.

Virtuele behandeling angsten -- 17 februari 2005 -- Zorgkrant -- Als eerste GGz-instelling van Nederland biedt het Centrum Angststoornissen van het Haagse Parnassia, in samenwerking met de TU Delft en de Universiteit van Amsterdam, de zogenaamde Virtual Reality Exposure Therapy (VRET) aan. Voor mensen met hoogtevrees, vliegangst en claustrofobie blijkt VRET een effectieve behandelmethode te zijn. Bij de virtuele therapie krijgt de patiënt een bril op waarin beelden te zien zijn die levensecht lijken. Via de computerwerelden wordt de patiënt, onder begeleiding van een therapeut, blootgesteld aan de voor hem of haar angstige situaties. Dit is vergelijkbaar met de huidige methode ‘exposure in vivo’, waarbij mensen stapsgewijs aan hun angsten worden blootgesteld. In plaats van de situaties te vermijden worden de situaties die angst oproepen juist opgezocht. Wanneer mensen lang genoeg aan de gevreesde situatie worden blootgesteld zal de angst afnemen. Uit onderzoek blijkt dit een goede behandeling te zijn voor hoogtevrees, vliegangst en claustrofobie. De virtuele werelden worden aan de Technische Universiteit van Delft ontwikkeld en door de Universiteit van Amsterdam onderzocht op hun effectiviteit. Meer info over de virtuele therapie en afbeeldingen zijn hier te vinden.

Antidepressivum sint-janskruid moet op recept 16 februari 2005 – Trouw -- Sint-janskruid, het 'natuurlijke' middel tegen depressies is nu nog vrij verkrijgbaar, maar moet een receptgeneesmiddel worden. Dat vindt hoogleraar P. de Smet. Er zijn inmiddels veel bewijzen dat het kruid effectief is bij (matige) depressiviteit. Het gaat dan wel om een sint-janskruidpreparaat dat een hoge concentratie van de stof hyperflorine bevat, en dat in een hoge dosis wordt gegeven. ,,Het is tijd om hiermee naar het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen te stappen'', vindt prof.dr. P. de Smet, hoogleraar farmaceutische patiëntenzorg. De werkzaamheid van dit type sint-janskruid bij matige tot ernstige depressies blijkt uit recente onderzoeken vergelijkbaar met die van paroxetine, de werkzame stof in Seroxat. Dat is momenteel het meest geslikte moderne antidepressivum. Maar anders dan voor Seroxat, heeft een gebruiker van sint-janskruid geen recept nodig. Om verschillende redenen vindt de hoogleraar dit niet langer houdbaar. ,,Matige tot ernstige depressies -daar is weinig matigs aan'', zegt De Smet. ,,Dat is een aandoening die door een arts begeleid moet worden.'' Halen mensen zelf hun pillen bij de drogist, dan is het risico groot dat zij daarmee te snel stoppen, met een terugval als gevolg. ,,Juist depressies moeten voldoende lang behandeld worden'', zegt De Smet. ,,Het grootste gevaar zijn anders suïcideneigingen. De kans daarop neemt af als iemand deskundig begeleid wordt met praten én pillen.'' Medisch toezicht is zeker ook gewenst, stelt De Smet, wanneer de dosering en de concentratie van de werkzame stof in sint-janskruid omhoog gaan. ,,Dan hebben we eigenlijk te maken met een nieuw product. We hebben goede post marketingsurveillance-studies nodig om de ervaringen met dit product te volgen, want over de bijwerkingen weten we nog te weinig. In de literatuur zijn bij sint-janskruid wel ernstige incidenten beschreven, zoals een extreme bloeddrukstijging bij een gebruiker. Is dat wel of geen toeval? Wanneer het als geneesmiddel geregistreerd wordt, kunnen we de veiligheid ervan monitoren.'' Ook vanwege de wisselwerking die het kruid heeft met andere medicijnen is toezicht door arts of apotheker gewenst, vindt de hoogleraar. En al wordt de drempel voor gebruik wellicht hoger na officiële registratie, de kans dat het daarna vergoed wordt neemt dan eveneens toe. Het werkt goed, maar hoe goed? Sint-janskruid, een gewoon plantje, blijkt het gemoed werkelijk goed te kunnen doen. De meest recente aanwijzingen kwamen vorige week: het British Medical Journal publiceerde een onderzoek naar sint-janskruid extract bij matige tot ernstige depressie, waarbij het effectiever bleek dan paroxetine. Maar die bewering is prof. De Smet toch 'een brug te ver'. ,,De helft van die onderzoeksgroep had een matige tot ernstige depressie, de andere helft een ernstige. Het effect was er zeker, maar niet duidelijk is voor welke groep dat gold. Bij écht ernstige depressies is nog niet goed aangetoond dat sint-janskruid effectiever of even effectief is als paroxetine.'' Bij matige depressies is er wel bewijs voor de effectiviteit van het plantje. ,,Voor die aandoening kan het als een serieus alternatief worden gezien.''

Verpleeghuizen voldoen niet aan eisen 16 februari 2005 – Algemeen Dagblad -- Een op de zes verpleeghuizen voldoet niet aan de minimale kwaliteitseisen. Dat is de voorlopige uitkomst van een onderzoek van de Inspectie voor de Gezondheidszorg onder alle verpleeginstellingen. De slecht presterende verpleeghuizen krijgen binnen drie maanden opnieuw bezoek van de inspectie. Als de kwaliteit dan nog niet is verbeterd, zal CDA-staatssecretaris Ross (Volksgezondheid) de instellingen onder curatele plaatsen. In het uiterste geval worden de ondermaatse verpleeghuizen gesloten. Het is voor het eerst dat alle 630 verpleeghuizen en verzorgingshuizen met een verpleegafdeling zijn onderzocht. Het betrof een schriftelijk onderzoek. De inspectie bestempelt ongeveer 95 verpleeginstellingen als 'risicogroep'. De wantoestanden lopen uiteen van ouderen met doorligwonden en uitdrogingsverschijnselen tot volle luiers omdat er geen hulp is voor toiletbezoek. Het onderzoek is een vervolg op de steekproef die de inspectie vorig jaar onder verpleeghuizen hield. Daaruit bleek dat bijna 80 procent van de onderzochte instellingen steken liet vallen. De meeste problemen in die verpleeghuizen zijn intussen opgelost. De inspectie wil voor 1 juli alle ondermaatse verpleeghuizen hebben bezocht. Ross kondigde vorige week aan dat ook alle andere verpleeghuizen de komende maanden bezoek krijgen van de inspectie. De staatssecretaris deed de toezegging onder druk van de Kamer. De partijen waren woedend over de wantoestanden die steeds via de media naar buiten kwamen. De extra controle van alle instellingen moet misstanden opsporen die in het huidige onderzoek eventueel niet aan het licht zijn gekomen. Arcares, de koepel van verpleeg- en verzorgingshuizen, wil nog niet reageren op de voorlopige uitkomsten.

Pas op voor oudere arts -- 16 februari 2005 – Algemeen Dagblad – VERENIGDE STATEN – De professionele kennis van oudere artsen loopt duidelijk achter bij die van jongere collega’s. Patiënten hebben bij een jongere arts meer kans op optimale behandeling, blijkt uit een studie van de Harvard Medical School. Oudere artsen zijn minder goed op de hoogte van moderne behandelpraktijken dan pas afgestudeerden. Als ze de nieuwe methodes al kennen, dan passen ze die minder vaak toe.

Leerstoel Psychotraumatologie15 februari 2005 – Nieuwsbrief IvP (Instituut voor Psychotrauma) -- In februari 2005 is de Leerstoel "Psychotraumatologie" definitief gevestigd aan de Universiteit Utrecht. Prof. dr. R.J. (Rolf) Kleber is daarmee benoemd tot bijzonder hoogleraar Psychotraumatologie aan de Capaciteitsgroep Klinische Psychologie van deze universiteit. De leerstoel is een samenwerking tussen het Instituut voor Psychotrauma en Centrum '45. Met deze leerstoel bieden het IvP en Centrum '45 de Universiteit Utrecht de gelegenheid om onderzoek en onderwijs over de gevolgen van en de psychologische verwerkingsprocessen na traumatische ervaringen, zoals geweld, ongevallen, oorlogen en rampen een verdieping te geven. Daarnaast zal ook de studie van interventies ter voorkoming van gezondheidsproblemen en ter bevordering van normale verwerking tot het object van deze leerstoel horen. Speciale aandacht wordt geschonken aan de relatie werk en trauma, aan de culturele aspecten van trauma en stress én aan de problematiek ten gevolgen van oorlogsgeweld en vervolging.


Nieuwe bloedtest zou aanwezigheid schizofrenie aantonen14 februari 2005 -- Redactie Schizofrenie Bulletin / Ypsilon (bron: New Scientist) -- SAN DIEGO - Niets lijkt toch idealer dan een simpele test met een druppel bloed dat uitsluitsel kan geven of sprake is van schizofrenie of niet. Af en toe duikt er dan ook een onderzoeksteam op dat claimt met een nieuwe methode het bloed te kunnen onderzoeken op schizofrenie. De meest recente claim komt van de Universiteit van California. Daar zou een team onder leiding van Ming Tsuang erin zijn geslaagd om gezonde mensen te onderscheiden van mensen met schizofrenie en manische depressie. De New Scientist maakt melding van de resultaten van het nog kleinschalige onderzoek, dat eerder is gepubliceerd in het American Journal of Medical
Genetics B.
Tsuang nam van in totaal 74 proefpersonen wat bloed af en onderzocht het RNA-gehalte. RNA fungeert als de intermediair tussen DNA (dat zorgt voor informatie en instructies) en eiwit (dat fungeert als uitvoerder). Door middel van RNA worden de juiste eiwitten in de juiste hoeveelheden op het juiste tijdstip aangemaakt. Daarmee worden de celprocessen beslissend aangestuurd. Op basis van de aangetroffen hoeveelheid RNA-moleculen zegt Tsuang met een nauwkerigheid van 95 tot 97 procent de onderzoeksgroep uit te splitsen in 30 mensen met schizofrenie, 16 met een bipolaire stoornis (manische depressie) en 28 gezonde mensen die fungeerden als controlegroep. Peter Liddle, waarnemend directeur van Nottingham Institute of Neuroscience in Groot-Brittannie, haast zich om in de New Scientist te waarschuwen dat het vaststellen van een bepaald molecuulgehalte nog niets zegt over de oorzaak. Misschien zijn de bevindingen van Tsuang gewoon toeval, oppert LIddle, of zijn ze het gevolg van de medicatie. Tsuang zelf is inmiddels begonnen aan een tweede, groter onderzoek en hoopt ook nog een derde te starten waarin ook patienten deelnemen die geen medicatie gebruiken. Daarmee zou hij de speculaties van Liddle wetenschappelijk uit kunnen bannen.
Het Schizofrenie Bulletin is een service van Ypsilon, de vereniging voor familieleden van mensen met schizofrenie of een psychose. Voor meer informatie: http://www.ypsilon.org/schizbul.htm

Turkse arts stapt naar Europees hof: Vrouw mag met diploma's in Nederland haar vak niet uitoefenen 12 februari 2005 – Algemeen Dagblad -- Een Turkse arts die hier na vier jaar wachten nog steeds haar vak niet mag uitoefenen, klaagt de Nederlandse staat aan bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Müge Herrewegh-Trak (33) heeft die stap gezet, omdat zij zich oneerlijk en ongelijk behandeld voelt. Zij stelt dat haar diploma's niet serieus zijn beoordeeld door achtereenvolgens de onderwijsorganisatie Nuffic, de Commissie Buitenlands Gediplomeerden Volksgezondheid én de minister van Volksgezondheid. Bovendien verbaast ze zich erover dat een andere Turkse arts met exact dezelfde papieren onlangs wel is erkend. Buitenlandse artsen van buiten de Europese Unie zijn al jaren ontevreden over de wijze waarop Nederland hen behandelt. Aanvragen voor erkenning worden steeds vaker afgewezen, blijkt uit cijfers van het ministerie van Volksgezondheid. De artsen menen de lat expres te hoog wordt gelegd om zo de broodwinning van Nederlandse artsen te beschermen. ,,De regeltjes worden erg streng toegepast'', stelt Herreweghs advocate mr. M. Rijken. Müge Herrewegh-Trak studeerde zeven jaar medicijnen aan de Hacettepe Universiteit in Ankara, volledig in het Engels. Ze trouwde met een Nederlandse man en kwam in september 2000 hierheen. Onder supervisie werkte ze als arts, onder meer bij de verslavingsinstelling Delta Bouman in Rotterdam en de Rijngeest Groep in Leiden, een organisatie voor geestelijke gezondheidszorg. Ze wil specialiseren tot psychiater, maar mag zich na vier jaar nog steeds geen basisarts noemen. Na de laatste tegenslag in januari besloot ze haar heil elders te zoeken. ,,Als ik zelfs de professoren hier niet kan vertrouwen, wie dan nog wel? Het is geen spelletje, het gaat om mijn leven.'' Ze gaat emigreren, waarschijnlijk naar Engeland. ,,Ik ben al aan het studeren voor het toelatingsexamen daar. Hier word ik gek. Nederland verdient mij niet meer.'' De procedure bij het hof in Straatsburg zet ze echter door om het onrecht aan de kaak te stellen. Deze week stuurde ze ook een brief aan prinses Máxima, die lid is van de commissie PaVEM (participatie van vrouwen uit etnische minderheden). ,,Het is een nobel streven om vrouwen uit minderheidsgroepen te onderwijzen en hen zo uit een sociaal isolement te krijgen'', schrijft Müge. ,,Maar als ik kijk naar wat ik allemaal heb meegemaakt, vind ik het moeilijk om positief over Nederland te denken.''

Ross verscherpt het toezicht op verpleeghuizen -- 10 februari 2005 -- Persbericht MinVWS -- De Inspectie voor de Gezondheidszorg verscherpt het toezicht op de kwaliteit van de zorg in verpleeghuizen. De hele verpleeghuissector zal de komende 22 maanden onder de loep worden genomen. Daartoe wordt de inspectie uitgebreid met extra mensen. Daarnaast opent de inspectie per 1 maart een gratis meldpunt waar cliënten, hun familie en personeel van verpleeghuizen, zo nodig vertrouwelijk, hun klachten over de kwaliteit van de zorg kunnen neerleggen. Consulententeams zullen de verpleeghuizen zo nodig verplicht ondersteunen bij het verbeteren van de kwaliteit. Dat schrijft staatssecretaris Ross-Van Dorp van Volksgezondheid vandaag in een brief aan de Tweede Kamer. Tijdens het debat over verpleeghuiszorg van 3 februari vroeg de vaste Kamercommissie Volksgezondheid inzicht te geven in de acties die zijn ingezet na het inspectierapport over de kwaliteit van verpleeghuiszorg, dat eind vorig jaar verscheen, en een oordeel te geven over aanvullende voorstellen uit de Tweede Kamer. De 48 verpleeghuizen die volgens het rapport niet aan de minimale normen voldeden, zijn de afgelopen weken opnieuw geïnspecteerd nadat zij verbeterplannen hebben doorgevoerd, zo meldt Ross de Tweede Kamer. Op 22 maart zal de inspectie de resultaten van dat vervolgonderzoek presenteren en de namen van de huizen bekend maken waar nog altijd niet aan de normen wordt voldaan en verscherpt toezicht is ingesteld. Daarnaast is de inspectie direct begonnen met een schriftelijke enquête onder alle 377 verpleeghuizen en 253 verzorgingshuizen met verpleegafdelingen: de eerste fase van nieuw gefaseerd toezicht. Voor 1 juli volgt de tweede fase waarin instellingen worden bezocht, die als slechtsten uit de enquête kwamen. Voor 31 december 2006 zullen ook alle andere instellingen door de inspectie worden bezocht. De resultaten daarvan zullen openbaar gemaakt worden. Als een verpleeghuis onder de maat presteert krijgt de directie drie maanden om de zorgverlening te verbeteren. Als de kwaliteit dan nog niet is verbeterd dan zal de staatssecretaris gebruik maken van de mogelijkheid een aanwijzing te geven en de zorginstelling verplichten een consulententeam, bestaand uit deskundigen uit de sector, toe te laten. Als de kwaliteit daarna nog niet beter wordt, zal zij bestuursdwang toepassen en het verpleeghuis in het uiterste geval sluiten. Per 1 maart zal daarnaast een gratis meldpunt bij de inspectie worden ingericht waar mensen terecht kunnen met klachten over de kwaliteit van de zorg in verpleeghuizen. Het gaat daarbij om cliënten, hun familie, maar ook personeel van verpleeghuizen zoals verzorgenden en verpleeghuisartsen. Klokkenluiders zullen hun klacht vertrouwelijk bij het meldpunt kunnen neerleggen. De inspectie onderneemt actie naar aanleiding van de klachten. Omdat het onderzoek door het advies- en onderzoeksbureau Twijnstra en Gudde naar de bestuurskracht van verpleeghuisdirecties niet representatief wordt geacht voor de sector, gaat de staatssecretaris een gezant, deskundige van buiten, aanzoeken om gedurende drie maanden de succes- en faalfactoren voor de kwaliteit van de zorg in de bedrijfsvoering te onderzoeken. Dat onderzoek zal in april van start gaan en gelijkenis vertonen met het doorlichten van de ziekenhuizen. De particuliere verpleeghuizen, die ook onder de Kwaliteitswet vallen, zullen zich moeten gaan registreren. Op dit moment is de inspectie niet in staat alle particuliere verpleeghuizen te controleren, omdat zij niet geregistreerd zijn. Alleen de instellingen die zijn aangesloten bij de brancheorganisatie zijn bekend. Staatssecretaris Ross wil die lacune dichten door alle particuliere instellingen te verplichten zich in te schrijven in een register, zoals dat ook voor privé-klinieken gaat gelden. Met de verpleeghuissector heeft Ross verder afgesproken dat die eind maart met een set aangescherpte concept-veldnormen voor kwaliteit van verpleeghuiszorg komt. Verzuimt de sector invulling te geven aan dat verzoek, dan zal Ross een commissie van deskundigen benoemen die de sector helpt de huidige normen verder uit te werken. Voor 1 juni moeten de uitgewerkte veldnormen geformuleerd zijn. Tot die tijd zal de inspectie werken met de huidige normen, die ook zijn gebruikt zijn voor het onderzoek van vorig jaar, en eerder door de sector zelf zijn gemaakt.

Arrestatie in moordzaak op verpleegkundige 10 februari 2005 – Verpleegkundenieuws -- De Franse politie heeft een psychiatrische patiënt gearresteerd op verdenking van de moord op een verpleegkundige en een ziekenverzorgende. De moord werd in december gepleegd in een psychiatrische kliniek in de Zuid-Franse stad Pau. Verpleegkundigen van de afdeling psychogeriatrie troffen ’s morgens vroeg hun collega’s uit de nachtdienst dood aan. Een van de twee vrouwen was onthoofd. Haar hoofd was op een televisie gezet. De andere vrouw was met messteken in haar hals gedood. De 22-jarige dader, zo blijkt nu, was een ontsnapte patiënt van de kliniek.

Melden van fouten vergroot patiëntveiligheid -- 9 februari 2005 – Verpleegkundenieuws -- Zorginstellingen moeten het veilig melden van fouten en bijnaongelukken inzetten als middel om de patiëntveiligheid te vergroten. Binnen vier jaar moeten alle zorginstellingen een gecertificeerd veiligheidsmanagementsysteem hebben. In 2006 moet het landelijk elektronisch medicatiedossier zijn ingevoerd. Minister H. Hoogervorst en staatssecretaris C. Ross-van Dorp schrijven dit na de verschijning twee weken geleden van het rapport over patiëntveiligheid. Het onnodig overlijden in de zorg moet worden teruggedrongen. Leren van eerder gemaakte fouten is daarbij een belangrijk middel. Daarom moet het melden van fouten makkelijker en veiliger worden gemaakt. De AVVV is groot voorstander van het zogenoemde ‘blame free’ melden, waarmee op verschillende plaatsen in Nederland al wordt geëxperimenteerd. “Natuurlijk moeten verantwoordelijken wel worden aangesproken”, aldus een woordvoerder.“ Maar veel fouten hebben te maken met het systeem en dat moet worden verbeterd. Verpleegkundigen staan overigens bekend als trouwe melders.

Regiopastor biedt gratis pastorale hulp op internet 9 februari 2005 – Trouw – AMSTERDAM – Een nieuwe website helpt bij het vinden van pastorale hulp. De regiopastor: “Ik kijk naar mensen zoals Jezus deed.” Voor mensen in geestelijke nood die geen binding voelen met de traditionele kerk is er uitkomst. Zij kunnen sinds kort terecht op www.regiopastor.nl, waar de telefoonnummers en e-mail adressen te vinden zijn van ‘regiopastores’. De website is een initiatief van Hans Blaauw uit Hoogezand-Sappemeer. Nadat God tot hem had gesproken in een droom, richtte hij in september 2004 de Stichting Regiopastor op, ‘om een brug te vormen tussen kerk, mensen, God de vader, de zoon Jezus en de Heilige Geest’. De stichting werkt op non-profit basis. De medewerkers van regiopastor.nl zijn vrijwilligers. Zij bieden gratis ‘pastorale counseling’ per telefoon, chat en e-mail en door huisbezoeken. Ze noemen zichzelf ‘praatpalen met een luisterend oor’ en hebben uiteenlopende achtergronden; onder de 23 ‘praatpalen’ bevinden zich onder meer een Nederlands gereformeerde predikant, evangelisch ingestelde zendelingen en een vrij gevestigde psychotherapeut. Iedereen met een christelijke levensovertuiging en de bereidheid anderen te helpen kan zich als regiopastor aanmelden. De pastor hoeft geen afgestudeerd theoloog te zijn, zegt Blaauw. Inlevingsvermogen is belangrijker. “Niet iedereen die kan preken is ook goed in het pastoraat.” Vrijwel iedere dag meldt zich iemand bij Blaauw met een ‘hulpvraag’. “Veel mensen hebben een update in hun leven nodig”, zegt de regiopastor. “Ik kijk naar hen op een niet afkeurende manier, net zoals Jezus deed.”

Gespreksgroep voor vrouwen die slachtoffer zijn van huiselijk geweld -- 7 februari 2005 -- Netwerk Huiselijk Geweld -- Fiom-bureau Eindhoven start op 8 maart 2005 een gespreksgroep voor vrouwen die slachtoffer zijn van huiselijk geweld. De 12 bijeenkomsten vinden wekelijks plaats op dinsdagochtend van 9.15 tot 11.30 uur op het Fiom-bureau van Eindhoven, Ploegstraat 1. Doel van de groep is het vergroten van de eigen weerbaarheid, het leren omgaan met gevoelens van verdriet en boosheid en het doorbreken van een mogelijk isolement. Ongeveer 1 op de 5 vrouwen krijgt ooit in haar leven te maken met lichamelijk, geestelijk en / of seksueel geweld door de (ex)partner. Schuldgevoelens en angst voor de gevolgen weerhoudt vrouwen er vaak van om hulp te zoeken. Zelf het geweld stoppen is moeilijk. Vaak raken vrouwen ten gevolge van het geweld in een sociaal isolement. Ook kunnen gevolgen op materieel en financieel gebied groot zijn. Bijeenkomsten: Tijdens de bijeenkomsten komen onderwerpen aan bod zoals schaamtegevoelens, machteloosheid, verwerken van verlies, en het maken van een nieuw begin. Informatie: Belangstellenden die deel willen nemen of meer informatie willen, kunnen op werkdagen tussen 9.00 - 13.00 uur en 13.30 -16.30 uur contact opnemen met het Fiom-bureau in Eindhoven (040-2453335). Vóór deelname vindt een informatiegesprek plaats. De deelname aan de groep is gratis. De Fiom biedt hulp, informatie en advies aan personen die vragen of problemen hebben op het gebied van zwangerschap, afstand, adoptie & zoekacties en huiselijk geweld. Extra informatie over de Fiom is te vinden op www.fiom.nl.    

Verwerkingsgroep voor seksueel misbruikte mannen 7 februari 2005 – De Stentor -- ZWOLLE - Nog meer dan bij vrouwen is seksueel misbruik voor mannelijke slachtoffers een groot taboe. De slachtoffers dragen vaak vele jaren ‘het grote geheim’ met zich mee. Vrouwelijke slachtoffers zijn veel meer geneigd erover te praten met lotgenoten of vriendinnen. Mannen zijn zo niet - zij zien misbruik als een aantasting van hun mannelijkheid. FIOM en Riagg Zwolle proberen seksueel misbruik van mannen wel bespreekbaar te stellen en beginnen daarom volgende maand een verwerkingsgroep. Het is de bedoeling dat de groep achttien keer bij elkaar komt, steeds op de woensdagmiddag. VERTROUWEN: Aan de hand van thema’s, (huiswerk)opdrachten en oefeningen komen herkenbare thema’s aan de orde. Gedacht moet dan worden aan overlevingsmechanismen, contacten en relaties, vertrouwen, seksualiteit en identiteit. Ongeacht of iemand nou man of vrouw is: seksueel misbruik is immer een traumatische ervaring. Omdat seksueel misbruik onder mannen vrijwel altijd gepleegd wordt door andere mannen, worstelt ‘het sterke geslacht’ vaak met zijn seksuele identiteit. ‘Lichamelijke reacties zijn niet altijd onder controle te houden’, zegt Tom Hendriks, wijzend op het krijgen van een erectie terwijl die niet gewenst is. Maatschappelijk werker Hendriks is namens de FIOM gespreksleider. Hij leidt de gespreksgroepen samen met sociaal psychiatrisch verpleegkundige Henny Egberink van het Riagg. ‘Door die lichamelijke reacties gaan mannen aan zichzelf twijfelen en vragen ze zich af of ze homo- dan wel biseksueel zijn. Misbruik is sowieso al een traumatische ervaring. Mannen kunnen een overlevingsstijl gaan creëren. Ze koesteren een wantrouwen ten opzichte van anderen, zoeken hun toevlucht tot drank en/of drugs en kunnen niet omgaan met intimiteit.’ JEUGD: Seksueel misbruik van mannen heeft vrijwel altijd plaats gehad tijdens hun jeugd. Ze zijn het slachtoffer geworden van hun vader, een familielid of -vriend of bijvoorbeeld een buurman. ‘Mannen worden opgevoed met het idee dat ze sterk moeten zijn. Daarom kunnen mannen slecht omgaan met de slachtofferrol. Mannen zijn wel goed in staat hun problemen te parkeren’, stelt Tom Hendriks. Dat blijkt. Voor de verwerkingsgroep hebben zich tot nu zes mannen aangemeld en in alle gevallen gaat het om veertigers en vijftigers. ‘Op die leeftijd komen mannen tot de constatering dat het probleem niet weg gaat. Mannen hebben zoiets van: als je er niet over praat, gaat het vanzelf weg. Maar dat doet het dus niet.’ Mannen zijn niet zo snel met verwerken: Tijd en cultuur spelen volgens maatschappelijk werker Tom Hendriks van de FIOM een nadrukkelijke rol. In de jaren dat de veertigers en vijftigers van nu jong waren, werd homoseksualiteit onderdrukt. Je kwam er niet voor uit. Dan was het vaak ‘eenvoudiger’ om je dan maar aan een jongere te vergrijpen. ‘De twintigers van nu zijn met een heel andere cultuur opgegroeid.’ Dat betekent volgens Hendriks niet dat seksueel misbruik van mannen een gemakkelijk gespreksonderwerp is. ‘Er is een groot verschil tussen mannelijke en vrouwelijke slachtoffers. Vrouwen ontwikkelen veel nadrukkelijker een wij-gevoel, maken het bespreekbaar met vriendinnen en lotgenoten. Mannen zeggen het niet zo belangrijk te vinden, ook omdat ze het moeilijk vinden om gevoelige onderwerpen op tafel te leggen. Mannen zijn niet zo snel met verwerken.’ Deelname aan de verwerkingsgroep kan volgens Hendriks leiden tot onderlinge herkenning én erkenning. ‘Het kan ervoor zorgen dat ze er meer mee kunnen omgaan. Het biedt verlichting en daarmee kom je verder. Inzicht kan leiden tot verandering.’ AANMELDEN: Voor de op woensdag 2 maart (15.30 tot 17.30 uur) te beginnen verwerkingsgroep van FIOM en Riagg kunnen mannen zich nog aanmelden. Het project richt zich op mannen in West - Overijssel inclusief Deventer, Zuidwest - Drenthe, Flevoland en het deel van Gelderland tot Apeldoorn. Informatie en aanmelden bij Tom Hendriks van FIOM Zwolle, 038 - 4218681 of Henny Egberink van Riagg Hardenberg, 0523 - 280280. Aan een eventuele deelname gaat een intakegesprek vooraf. Deelnemers moeten voorts een verwijzing van hun huisarts hebben, tenzij daar gegronde bezwaren tegen bestaan.

Minimale zorgkwaliteit in CAO’s regelen -- 7 februari 2005 --  Zorgkrant -- CNV Publieke Zaak is geschrokken van de inhoud van het eerder gepubliceerde rapport van de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Daarin concludeert de inspectie dat het slecht is gesteld met de patiëntveiligheid in de zorgsector. De vakbond wil de geconstateerde misstanden aan de orde stellen bij de komende CAO-onderhandelingen in de zorgsector. Volgens bestuurder Leon Vincken van CNV Publieke Zaak is actie geboden. “Meer ongelukken en incidenten in onder meer de ouderenzorg moeten voorkomen worden. Het is triest om te lezen dat er doden vallen door onzorgvuldigheid, overdrachtsproblemen en toepassingsfouten bij medicatieverstrekking en het gebruik van medische hulpmiddelen.” De bond staat niet afwijzend tegenover het idee van staatssecretaris Ross-van Dorp een klokkenluidersregeling voor het personeel in verpleeg- en verzorgingshuizen in te stellen. “Maar dat werkt alleen maar als er sprake is van een open cultuur in de instellingen en dat is nu vaak niet het geval.” Dat is de reden waarom CNV Publieke Zaak bij de CAO-onderhandelingen in de zorgsector (waaronder de verpleeg- en verzorgingshuizen) de kwaliteit van de zorg- en dienstverlening bovenaan de agenda zet. De bond wil in de CAO’s voor de Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg (360.000 werknemers) geregeld zien dat per bedrijfsunit de minimale kwaliteit in kaart wordt gebracht. Deze kwaliteit dient vervolgens uitgevoerd te worden met het daaraan gekoppelde noodzakelijke personeel van het juiste kwaliteitsniveau. Is er te weinig vakkundig personeel voorhanden dan moet de hoeveelheid te verlenen zorg teruggebracht worden. Ook bij de CAO Apotheken vraagt de bond aandacht voor de signalen uit het rapport. Inzet van CNV Publieke Zaak is het voorkomen van fouten en ongelukken bij medicijnverstrekking door het creëren van een open cultuur waarin fouten gemeld en besproken worden. Ook het nog beter toepassen van de huidige systemen staat op de agenda.


Impact of childhood abuse on the clinical course of bipolar disorder.
Garno JL, Goldberg JF, Ramirez PM, Ritzler BA.
British Journal of Psychiatry, February 2005, 186:121-5.
BACKGROUND: Few investigations have examined the impact of childhood trauma, and domains of childhood abuse, on outcome in bipolar disorder.
AIMS: To evaluate the prevalence and subtypes of childhood abuse reported by adult patients with bipolar disorder and relationship to clinical outcome.
METHOD: Prevalence rates of childhood abuse were retrospectively assessed and examined relative to illness complexity in a sample of 100 patients at an academic specialty centre for the treatment of bipolar disorder.
RESULTS: Histories of severe childhood abuse were identified in about half of the sample and were associated with early age at illness onset. Abuse subcategories were strongly inter-related. Severe emotional abuse was significantly associated with lifetime substance misuse comorbidity and past-year rapid cycling. Logistic regression indicated a significant association between lifetime suicide attempts and severe childhood sexual abuse. Multiple forms of abuse showed a graded increase in risk for both suicide attempts and rapid cycling.
CONCLUSIONS: Severe childhood trauma appears to have occurred in about half of patients with bipolar disorder, and may lead to more complex psychopathological manifestations. Author contact: The Zucker Hillside Hospital, 75-79 263rd Street, Glen Oaks, New York 11004, USA.
Jgoldber@lij.edu.

Verbazing over legalisering kindereuthanasie -- 5 februari 2005 -- Reformatorisch Dagblad -- ROTTERDAM - Toen hij begon als arts, hoorde hij het al regelmatig: „Het aborteren of laten inslapen van kinderen met een open rug is wellicht voor iedereen het beste. Hun lijden is uitzichtloos en ondraaglijk.” Na tien jaar ervaring kwam kinderneurochirurg drs. Rob de Jong tot een andere slotsom. „Het gaat om een groep vitale mensen, uiteraard in meer of mindere mate gehandicapt, maar in 2005 met een vrijwel normale levensverwachting.” Is het doden van baby’s met een open rug medisch verantwoord? Ja, aldus drie artsen van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG). Enkele weken geleden traden ze met een onderzoek naar buiten. Daaruit bleek dat justitie de afgelopen zeven jaar alle strafzaken had geseponeerd tegen artsen die zich na het doden van een baby met ernstig aangeboren afwijkingen vrijwillig hadden gemeld. Het ging in totaal om 22 zaken. Volgens de onderzoekers ging het om baby’s met een open rug ter hoogte van de nek. „De nieren werkten niet, het defect was niet te opereren, sowieso zouden in het eerste levensjaar twintig à dertig operaties nodig zijn”, aldus een van hen. Na een opmerkelijke stilte van een week verscheen in de Volkskrant een ingezonden stuk. Daarin schreef een arts: „Gek, kinderen met dit soort aandoeningen ken ik niet uit mijn praktijk en ik twijfel van de gegevens uit Groningen.” De arts in kwestie, kinderneurochirurg Rob de Jong van het Erasmus MC/Sophia Kinderziekenhuis in Rotterdam, maakt uit het onderzoek op dat het doden van deze kinderen weer een stuk verder is gelegaliseerd. „Ik verbaas me er nog steeds over”, zegt hij desgevraagd, enkele dagen na plaatsing van zijn ingezonden stuk. Hij benadrukt op persoonlijke titel te spreken. Wat is medisch gezien uw oordeel over dergelijke kinderen? „Het ruggenmerg, vanaf de plaats waar hun rug open is, werkt niet. Dit leidt tot een uitval van neurologische functies. Afhankelijk van de hoogte van de opening is de bewegingsvrijheid van deze kinderen ernstig ingeperkt. Zit de opening laag, dan zijn de voetjes vaak verlamd, terwijl de boven- en onderbenen nog prima functioneren. Bij een hoge opening zie je vaak dat heel het onderlichaam is verlamd. Deze kinderen hebben veelal ook blaasproblemen. Veel van deze patiëntjes worden geboren met een waterhoofd en dat was tot aan de jaren ’60 een belangrijke doodsoorzaak. Inmiddels zijn er diverse operatietechnieken ontwikkeld waarmee een waterhoofd prima kan worden behandeld.” Een kindje dat met een open rug wordt geboren staat aan het begin van een enorme lijdensweg, stellen uw collega’s uit Groningen. „Dat vind ik té eenzijdig belicht en daarom onjuist. Enkele dagen na publicatie van het rapport sprak ik met enkele artsen die het onderzoeksrapport nog niet kenden. Ik vroeg hun: Als je -als laatste uitweg- zou besluiten een pasgeboren kind te doden, aan wat voor aandoeningen denk je dan? De collega’s zeiden: Aan kinderen met een zeer ernstige onbehandelbare hartafwijking, of aan kinderen met een huidziekte die zo ernstig is dat de huid loslaat als je hen aanraakt. Of aan kinderen met een inoperabele hersentumor. Toen duidelijk werd dat het alleen kinderen met een open rug betrof bij wie het leven zonder strafoplegging door justitie actief was beëindigd, reageerden ze geschokt.” Wat u zegt, geldt ook voor kinderen met een open rug in de ergste vorm? „Ze leven gewoon! Ze zijn vitaal! Enkele jaren terug is becijferd dat 50 tot 70 procent van deze kinderen een levensverwachting heeft van meer dan twintig jaar. Inmiddels wordt aangenomen dat hun levensverwachting vrijwel gelijk is aan die van ieder ander mens. Ongeveer 70 procent van hen heeft een normale intelligentie en volgt normaal onderwijs. Een kleine 40 procent woont zelfstandig.” U verzet zich tegen het standpunt dat deze kinderen dood beter af zijn. Vanuit welke overtuiging? Niet vanuit een religieuze. Wat ik vind, vind ik op basis van mijn ervaring. Deze kinderen drinken, nadat ze geboren zijn gewoon hun flesje. Ze hebben geen intensieve zorg nodig. Moet je die kinderen dan preventief doodmaken omdat je verwacht dat ze ellende krijgen? Dat vind ik onredelijk; ik zie er de logica niet van in. Bovendien, het kind zelf kan geen dankjewel meer zeggen want het is doodgemaakt. Daar doe je het dus niet voor. Volwassenen met een open rug, spina bifida, stellen dat hun leven even volwaardig is als dat van ieder ander. Zij vinden het geen reden voor preventieve abortus. Ook de vraag naar de zin van iemands leven vind ik onjuist; dat kan ik voor niemand bepalen. En het is té beperkt om die zin alleen af te meten aan de fysieke mogelijkheden waar iemand wel of niet over beschikt.” Een massaal protest naar aanleiding van het Groningse onderzoek bleef uit. Hoe verklaart u dat? „In dit geval gaat het om kinderen met een open ruggetje. Zij hebben een pr-probleem. Vergelijk het eens met veel te vroeg geborenen, voor hen spannen we ons tot het uiterste in. Of met jonge kinderen die een ernstige tumor krijgen. Ook hen behandelen we vrijwel altijd maximaal. Ik zeg niet dat een open rug een onschuldige aandoening is. Natuurlijk hebben deze kinderen hun moeilijke en verdrietige periodes. Hun maatjes gaan voetballen, krijgen een vriendje of vriendinnetje en zij moeten zich vijf keer per dag katheteriseren. Maar ze zitten niet hun hele leven door in één groot zwart gat.” Inmiddels is bekend dat de Groningse artsen niet op het standpunt van De Jong willen reageren. „Ze vinden het geen vruchtbare bijdrage aan de discussie”, zegt De Jong. Vragend: „Maar aan welke discussie?” Rob de Jong benadrukt te hebben gesproken op persoonlijke titel.

Nieuwe regels voor studiereizen artsen 4 februari 2005 – Telegraaf -- GOUDA - De Stichting Code Geneesmiddelenreclame (CGR) stelt strengere eisen aan sponsoring door de farmaceutische industrie van studiereizen voor artsen, nascholing en andere bijeenkomsten. De CGR maakte vrijdag bekend voortaan precies te willen weten of er een objectieve reden is voor de keuze van bijvoorbeeld een buitenlandse locatie die critici vaak als een snoepreisje zien. Ook stelt de stichting, die zich buigt over klachten over de handelwijze van de industrie, dat de "gastvrijheid binnen redelijke perken moet blijven en ondergeschikt moet zijn aan het hoofddoel van de bijeenkomst." Deze voorwaarden waren er al voor individuele sponsoring van een arts of apotheker. Nu wordt ook de zogenoemde collectieve sponsoring aan banden gelegd. Volgens woordvoerder J. Oosting wil de CGR voorkomen dat de geneesmiddelenbranche de collectieve sponsoring als dekmantel gebruikt om medici gunstig te stemmen. "Het betekent een behoorlijke aanscherping van de regels. Wanneer een bedrijf financieel wil bijdragen aan een bijscholingsproject of een studiereis, worden daar vanaf nu duidelijke randvoorwaarden aan gesteld."

Melleril uit handel 4 februari 2005 – Medisch Contact / Artsennet -- Publicatie: Nr. 05 - 4 februari 2005 -- Novartis Pharma staakt wereldwijd de verkoop van het anti-psychoticum Melleril. Gebruik van thioridazine geeft bij patiënten met schizofrenie een te hoog risico op hartritmestoornissen en plotselinge dood. Volgens Novartis Pharma blijkt uit nieuwe wetenschappelijke publicaties dat patiënten die worden behandeld met thioridazine in vergelijking met gebruikers van ander antipsychotica, vaker plotseling overlijden. Door dit effect voldoet het middel niet meer aan de door overheden voorgeschreven richtlijnen. Melleril werd 45 jaar geleden geïntroduceerd.De afgelopen twee jaar werd al geadviseerd patiënten met cardiovasculaire ziekten uit te sluiten van behandeling.

Onthoudingsverschijnselen pasgeborene groter probleem bij paroxetine -- 4 februari 2005 – huisartsvandaag.nl -- SSRIs zijn de middelen van keus bij een depressie. Echter het staken van de toediening kan onthoudingsverschijnselen geven. Emilio Sanz en collegea deden een database analyse om te kijken welke SSRIs neonatale onthoudingsverschijnselen gaven. Het risico daarop was verhoogd in bij twee derde van de gerapporteerde gevallen met het gebruik van paroxetine. Het gebruik van paroxetine in de zwangerschap dient zorgvuldig afgewogen te worden tegen de achtergrond van deze bevindingen. Selective serotonin reuptake inhibitors in pregnant women and neonatal withdrawal syndrome: a database analysis Lancet 2005; 365: 482-87.

Verpleger kan misstand melden -- 3 februari 2005 – Algemeen Dagblad --  DEN HAAG – Verplegend personeel moet misstanden in verpleeghuizen vertrouwelijk kunnen melden bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Het CDA wil dat Staatssecretaris Ross (Welzijn) hiervoor een ‘klokkenluidersregeling’ in het leven roept. Verpleegkundigen kunnen nog niet met hun verhaal terecht bij de inspectie. Alleen klachten van belanghebbenden, zoals patiënten en hun familie, worden in behandeling genomen. Bovendien durven verpleegkundigen mistanden vaak niet te melden uit vrees voor hun baan, stelt CDA-Kamerlid Vietsch. Het CDA pleit daarom voor een apart meldpunt voor verplegend personeel. De inspectie moet de meldingen vertrouwelijk behandelen, zodat de klokkenluiders niet hoeven te vrezen voor hun baan. “Het is van groot belang dat de inspectie beter zicht krijgt op misstanden in verpleeghuizen. Zij doet nu alleen onderzoek op basis van steekproeven. Daardoor kunnen schrijnende situaties blijven bestaan”, aldus Vietsch. De Tweede Kamer praat vandaag met Ross over de verpleeghuizen. Kamerleden krijgen dagelijks berichten over wantoestanden. Het gaat meestal om patiënten met doorligwonden en uitdrogingsverschijnselen. Vietsch hoopt dat ook medisch personeel in ziekenhuizen gebruik zal maken van de klokkenluidersregeling. Omdat zij patiënten zien uit verschillende verpleeghuizen, weten zij vaak heel goed welke instellingen slechte zorg leveren. Met die informatie wordt nu zelden iets gedaan.”

Patiënt bekent tweevoudige moord3 februari 2005 – Algemeen Dagblad – FRANKRIJK- Een 21-jarige man heeft bekend dat hij op 18 december in een psychiatrisch ziekenhuis in Pau twee vrouwelijke medewerkers van de kliniek heeft vermoord. De moordenaar is een voormalige patiënt van de kliniek maar hij kende zijn slachtoffers niet. Hij zou hebben gehandeld uit een diepe haat tegen de verpleging en verplegend personeel.

Richtlijn voor palliatieve sedatie in de maak 3 februari 2005 – Telegraaf -- UTRECHT - Een commissie van artsenorganisatie KNMG werkt aan een landelijke richtlijn voor palliatieve sedatie. Dat heeft E. van Wijlick van de organisatie donderdag laten weten. Palliatieve sedatie is het verminderen van het bewustzijn van patiënten in de laatste levensfase door het toedienen van medicijnen. Het doel is op die manier onbehandelbare en ondraaglijke lichamelijke of psychische klachten te verzachten. Dit kan in lichte vorm, maar ook in een diepe vorm waarbij de patiënt in slaap gehouden wordt. Juist toegepaste sedatie verkort het leven niet. Dat is anders bij euthanasie. Bij palliatieve, of terminale, sedatie zijn artsen ook niet verplicht dat aan de toetsingscommissie te melden. De laatste twee jaar is er veel discussie over het onderwerp. Eigenlijk wordt de methodiek al tijden toegepast. Hoe vaak het voorkomt, is volgens Van Wijlick van de KNMG niet bekend. Vorig jaar verscheen een onderzoek waaruit bleek dat meer dan de helft van 410 ondervraagde artsen met diverse specialisaties het wel eens had gedaan. Die artsen waren echter in 2000 en 2001 ondervraagd. De Nijmeegse hoogleraar B. Crul noemde sedatie vorig jaar een alternatief voor euthanasie. Met goede palliatieve sedatie was euthanasie overbodig, stelde hij. Maar daar zijn lang niet alle leden van de beroepsgroep het mee eens. Huisarts W. Suis, die als SCEN-arts, artsen die met een euthanasieverzoek bijstaat, signaleert een afname van euthanasieconsultaties. "Het lijkt wel alsof palliatieve sedatie de plaats van euthanasie heeft ingenomen" , schrijft hij in het vakblad Medisch Contact dat vrijdag verschijnt. Het valt de arts op hoe onhandig sommige artsen met het einde van ernstig zieke patiënten omspringen. Ze vragen soms pas heel laat om advies en hebben dan te maken met een patiënt die alleen nog maar dood wil. Hoewel er telefonische helpdesks bestaan waar artsen met vragen over palliatieve sedatie terecht kunnen, pleit Suis ervoor om de taak van SCEN-artsen uit te breiden. De helpdesk is iemand aan de telefoon, niet voor ondersteuning aan het bed, stelt hij. Als SCEN-artsen bovendien in een eerder stadium worden ingeschakeld kunnen euthanasie en sedatie gelijkwaardig aan de orde komen in het contact met de patiënt. De KNMG steunt de oproep van de SCEN-arts, maar wel onder de voorwaarde dat er duidelijke richtlijnen, training en tarieven voor komen.

 

Artsen mijden euthanasie -- 3 februari 2005 --  Volkskrant -- AMSTERDAM - De Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE) krijgt voortdurend signalen dat artsen onder verzoeken tot euthanasie proberen uit te komen of uitvoering blijven uitstellen. De NVVE gaat daarom onder nabestaanden een grootschalig onderzoek doen naar niet ingewilligde euthanasieverzoeken. Bekend is dat tweederde van alle verzoeken om actieve levensbeëindiging niet tot euthanasie leidt, in veel gevallen omdat de patiënt voortijdig overlijdt. De NVVE presenteert vandaag een boek vol interviews met nabestaanden. Een aantal van die gesprekken geeft volgens NVVE-directeur Rob Jonquière voeding aan het idee dat artsen uitvluchten zoeken om geen euthanasie te hoeven uitvoeren. 'Wij willen weten hoe vaak dat voorkomt.' Uit het laatste onderzoek naar de euthanasiepraktijk, uitgevoerd op verzoek van de regering, blijkt dat in 2001 9700 euthanasieverzoeken werden gedaan, waarvan er 3800 werden ingewilligd. Van de bijna zesduizend verzoeken die niet werden uitgevoerd was volgens de artsen in eenderde van de gevallen de patiënt al overleden voordat de euthanasie kon plaatsvinden. Bij 20 procent van de niet-uitgevoerde verzoeken waren artsen niet bereid tot hulp bij levensbeëindiging omdat niet aan alle zorgvuldigheidseisen zou zijn voldaan. De visie van patiënten en nabestaanden komt in dat onderzoek, net als in de twee voorgaande onderzoeken, niet aan bod. Onduidelijk blijft of het verhaal van de dokters altijd klopt, zegt Jonquière. 'Als artsen traineren, zullen zij dat niet snel tegen de onderzoekers zeggen.' Jonquière noemt het 'onthutsend' hoe artsen soms met een euthanasieverzoek omgaan. Ze weten volgens hem heel basale dingen niet, over de standaardprocedure, of welke middelen ze voor euthanasie dienen te gebruiken. Sommige artsen denken ten onrechte dat een mondeling euthanasieverzoek niet voldoende is en dat een schriftelijk verzoek altijd mondeling moet worden bevestigd. De NVVE krijgt vijftienhonderd keer per jaar het verzoek met spoed een euthanasieverklaring af te leveren; soms wordt zelfs een koerier ingeschakeld om de verklaring nog dezelfde dag bij de patiënt te krijgen. Dikwijls onnodige paniek, aldus Jonquière.  De NVVE heeft Gerrit van der Wal, hoogleraar sociale geneeskunde aan het Amsterdamse VU medisch centrum, gevraagd de studie onder nabestaanden te verrichten. Van der Wal gaf de afgelopen jaren leiding aan twee onderzoeken onder artsen naar de euthanasiepraktijk. De NVVE moet het onderzoeksvoorstel nog aan de ledenvergadering voorleggen, maar verwacht dat het wordt goedgekeurd. Het is de bedoeling een groot aantal leden te vragen naar hun ervaringen en de behandelend arts om weerwoord te vragen. Eind volgend jaar moet het onderzoek zijn afgerond.

Inspectie eist namen van slechte verpleeghuizen -- 2 februari 2005 – Volkskrant -- DEN HAAG - De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) eist dat de Nederlandse Vereniging van Verpleeghuisartsen (NVVA) de namen bekendmaakt van drie verpleeghuizen waar de zorg voor patiënten extreem slecht zou zijn. De inspectie heeft dat woensdag bevestigd. De voorzitter van de NVVA zei dinsdagavond in het televisieprogramma NOVA dat verpleeghuisartsen in drie tehuizen zijn opgestapt omdat de kwaliteit van de zorg er abominabel was. De NVVA had de artsen geadviseerd ontslag te nemen omdat ze anders kans liepen verantwoordelijk te worden gesteld. De NVVA stuurde de inspectie dinsdag een brief waarin ze haar zorgen uitsprak over de situatie. De vereniging weigerde de namen bekend te maken van de drie huizen. De inspectie kan de NVVA niet dwingen de namen aan haar bekend te maken. 'Maar ze hebben de morele plicht dat wel te doen. Anders zijn ze medeplichting', zegt een woordvoerster. Ook het ministerie van Volksgezondheid vindt dat de vereniging man en paard moet noemen. Als de namen van de verpleeghuizen bekend zijn, kan de inspectie er nader onderzoek doen. Woordvoerster B. Liedmeier van de NVVA heeft woensdagmorgen gezegd dat haar organisatie waarschijnlijk alsnog ingaat op het verzoek van de inspectie en de namen zal melden. De inspectie moet volgens haar dan wel eerst formeel om de namen vragen. De NVVA stelt zich volgens Liedmeier zo terughoudend op om de belangen van individuele verpleeghuisartsen te beschermen. 'Ook dat is onze taak. Als een verpleeghuisarts ontslag heeft genomen bij een huis vanwege de slechte zorg, wil die persoon weer verder solliciteren. Het is niet in zijn of haar belang dat de kwestie in grotere kring bekend wordt.' In de brief die de NVVA dinsdag aan de inspectie heeft gestuurd, staat dat een verpleeghuisarts door de directie op non-actief werd gesteld nadat hij de inspectie had gewaarschuwd over het niveau van de zorg in zijn verpleeghuis. Liedmeier wil niet spreken over een sfeer van intimidatie van verpleeghuisdirecteuren in de richting van het personeel. 'Maar alle partijen staan onder grote druk. Daardoor ontstaat er stress, en kunnen dit soort dingen gebeuren.' Koepelorganisatie Arcares van verpleeg- en verzorgingshuizen bestrijdt de beschuldiging van de NVVA over de kwaliteit van de patiëntenzorg in verpleeghuizen. Volgens Arcares is de beschuldiging uit de lucht gegrepen. Vorig jaar stelde de Inspectie voor de Gezondheidszorg al vier verpleeghuizen in Tilburg, Velp, Winsum en Oss onder verscherpt toezicht. Daarvan worden nu nog de huizen in Tilburg en Velp extra in de gaten gehouden. Bij de andere twee is de verzorging en begeleiding van de ouderen verbeterd. In de verpleeghuiszorg gold tot 1996 de plicht om misstanden te melden. De Tweede Kamer voerde daarna een nieuwe wet in waardoor de verplichting verdween. De inspectie zegt al sinds de jaren negentig aan te dringen op herinvoering van de plicht. Een wetsvoorstel hiertoe ligt al lange tijd bij de Tweede Kamer voor behandeling. 'Maar het schiet maar niet op', zegt de woordvoerster. De Inspectie voor de Gezondheidszorg constateerde vorig najaar al dat bij 80 procent van de verpleeghuizen de zorg niet aan de minimumeisen voldoet. Zo mogen bewoners niet vaak genoeg onder de douche of in bad, biedt het personeel onvoldoende hulp bij het eten en is er te weinig toezicht bij demente bejaarden. Bewoners worden verder geregeld onnodig vastgebonden in hun stoel. Personeelsleden hebben bovendien in veel gevallen niet de juiste diploma's voor het werk dat ze doen. Koepelorganisatie Arcares van de verpleeghuizen zei ook toen dat de beschuldigingen onjuist waren.

Artsenclub adviseert verpleeghuisartsen op te stappen 2 februari 2005 – Telegraaf -- ILVERSUM - Artsen van verpleeghuizen krijgen soms van de Nederlandse Vereniging van Verpleeghuisartsen (NVVA) het advies om maar op te stappen omdat de omstandigheden in een tehuis te belabberd zijn. Dat zei voorzitter Roelie Dijkman dinsdagavond in het tv-programma NOVA. "We krijgen als vereniging steeds meer te maken met artsen die zeggen: ik kan zo niet meer verantwoord werken, ik ben bang dat ik voor de tuchtrechter kom omdat de zorg onder de maat is. Wij adviseren om eerst met de directie te praten, zorgen dat de zorg verbeterd wordt, en als dat niet gebeurt, ontslag te nemen," aldus Dijkman. "Als je blijft, maken zachte heelmeesters stinkende wonden. Als je het met woorden niet bereikt, zal het met daden moeten. Ik weet van drie verpleeghuizen waar alle artsen zijn opgestapt." Ze denkt dat de situatie eerst 'door de put heen moet', om verbetering te bewerkstellingen.

Website Psychisch & Werk gelanceerd 1 februari 2005 – Zorgkrant -- Op de nieuwe website Psychisch & Werk zijn de resultaten van het onderzoeksprogramma Psychische Vermoeidheid in de Arbeidssituatie (PVA) van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) toegankelijk gemaakt voor arboprofessionals. De site levert informatie over en methoden ter preventie van psychische aandoeningen en vermoeidheid op het werk. Arboprofessionals zoals bedrijfsartsen, arboverpleegkundigen en arbeids- en organisatiedeskundigen spelen een belangrijke rol in de preventie en behandeling van psychische aandoeningen en vermoeidheid bij werknemers. Om deze professionals met wetenschappelijke kennis te ondersteunen, is in 1995 het onderzoeksprogramma PVA gestart. Binnen dit programma zijn onder andere innovatieve werkstress-modellen en nieuwe behandelmethoden en instrumenten ontwikkeld om eenvoudig en betrouwbaar een diagnose te stellen. De website http://www.psychischenwerk.nl  bestaat uit verschillende onderdelen, zoals een overzicht van vragen die arboprofessionals vaak stellen en een lijst met bruikbare instrumenten, waarmee bijvoorbeeld vermoeidheid is te meten of verzuim te voorspellen.

PvdA: gedwongen anticonceptie mogelijk maken -- 31 januari 2005 -- ANP/Volkskrant -- DEN HAAG (ANP) - Rechters moeten verstandelijk gehandicapten, tijdelijk, gedwongen anticonceptie kunnen opleggen. Tweede-Kamerlid Van Dijken van de PvdA zei dat maandagavond in het tv-programma Netwerk. ,,Je moet er wel heel voorzichtig mee zijn'', nuanceerde ze. ,,Het gaat heel erg ver, het is het laatste wat je moet willen.'' Het Kamerlid reageerde op een rechtszaak tegen twee zwakbegaafde ouders, die ervan worden verdacht hun tien dagen oude dochter Naomi gedood te hebben. Ze zouden niet opgewassen zijn geweest tegen de opvoeding van hun kind. Staatssecretaris Ross van Volksgezondheid zei vorig jaar al dat hulpverleners er goed aan doen de kinderwens bij verstandelijk gehandicapten te ontmoedigen, omdat deze groep vaak niet in staat is hun kind goed op te voeden. Het pleidooi van Van Dijken om gedwongen anticonceptie voor een bepaalde periode mogelijk te maken, wordt gesteund door de Nederlandse Vereniging van Artsen voor Verstandelijk Gehandicapten, aldus voorzitter Scholte in Netwerk.
 

Psychische problemen sluipmoordenaar van Europa 29 januari 2005 – NRC -- DEN HAAG -. Het aantal zelfmoorden in Europa is hoog. Langzaam dringt het besef van de ernst door. Wetenschappers en politici speuren naar oplossingen. Elke dag plegen 159 mensen in de Europese Unie zelfmoord. Zo'n 58.000 per jaar. Dat zijn er méér dan er omkomen in het verkeer (139 per dag) en worden vermoord (15) bij elkaar. ,,Psychische problemen zijn de sluipmoordenaar van Europa'', zei Europees Commissaris Markos Kyprianou (Gezondheid) half januari op een conferentie in Helsinki over 'geestelijke gezondheid in Europa'. ,,Psychische problemen zijn net zo dodelijk als lichamelijke kwalen, maar ze krijgen verrassend genoeg veel minder aandacht'', aldus de eurocommissaris. Hij maande de regeringen tot actie en zag daarbij voor Brussel een rol als makelaar. Zelfmoord is de belangrijkste doodsoorzaak bij psychische problemen. Hoe dat komt weet niemand. Wel zijn er aanwijzingen voor minder zelfdodingen bij meer sociale cohesie en saamhorigheid. ,,Het lijkt een open deur: géén gezondheid zonder geestelijke gezondheid. Toch dringt dat besef nog maar langzaam door'', zegt Jan Walburg, directeur van het Trimbos Instituut in Utrecht, en deelnemer aan conferentie in Helsinki. ,,Vaak is het nog een heikel onderwerp'', zegt Walburg. ,,In verschillende westerse landen, waaronder Nederland, zijn we mensen met psychische of psychiatrische stoornissen langzamerhand gaan zien en behandelen als patiënten met een ziekte. Maar in veel landen - niet alleen in Oost-Europa - worden ze nog gestigmatiseerd, mag je met ze sollen en stelt de zorg voor deze patiënten hoegenaamd niets voor.'' Eén op de vier Europeanen krijgt tijdens zijn leven te maken met psychische problemen, blijkt uit onderzoek. Ongeveer een derde van (arbeids-)ongeschiktheid is te herleiden tot psychische gebreken. Eén op de vijf hartpatiënten ontwikkelt ook ernstige depressies. Hetzelfde geldt voor één op de drie kankerpatiënten. ,,De economische kosten van geestelijke ongezondheid zijn enorm'', zegt Eva Jané-Llopis van het Preventie Onderzoekscentrum van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Psychische problemen kosten de EU-landen meer dan 300 miljard euro per jaar aan uitval, opvang en zorg. ,,Maar twintig procent van de mensen die psychische of psychiatrische hulp nodig hebben, krijgt een adequate behandeling. Ook landen waar de gezondheidszorg goed heet te zijn, schieten dikwijls ernstig tekort.'' Daar ligt volgens commissaris Kyprianou ook een taak voor Europa. Een goede geestelijke gezondheid acht hij ,,noodzakelijk'' om de Europa's ambitie te verwezenlijken om de meest concurrerende economie in de wereld te worden. Brussel moet zich volgens hem onder meer toeleggen op het bevorderen van de uitwisseling van informatie en ervaringen tussen de EU-landen. ,,Als we de geestelijke volksgezondheid echt willen verbeteren dan moeten zorg en revalidatie hand in hand gaan met hulp en preventie'', zegt Jané-Llopis. Bij dat laatste doelt ze onder andere op vroege signalering van probleemgevallen, effectieve interventie bij leer- en opvoedingsmoeilijkheden, bestrijding van alcohol- en drugmisbruik, beteugeling van stress en voorkoming van zelfmoord. ,,Helsinki was een doorbraak'', zegt Jané-Llopis. Tweeënvijftig landen - tezamen de 'Europese regio' in de Wereldgezondheidsorganisatie, waaronder de EU-landen, maar ook alle voormalige sovjetrepublieken en Joegoslavische deelrepublieken, en ministaatjes als Andorra en San Marino - ondertekenden een verklaring over verbetering van de geestelijke gezondheidszorg en bevordering van de geestelijke volksgezondheid. Dat was nog niet eerder vertoond. Bovendien - tweede primeur - schaarden alle landen zich achter een actieplan voor de komende vijf jaar. ,,Het bevat weliswaar geen concrete doelen, maar het is specifiek genoeg om in 2010 te kunnen beoordelen of er op het gebied van de zorgverlening, de financiering, de rechtspositie van patiënten en de preventie vooruitgang is geboekt'', zegt directeur Paul Schnabel van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Schnabel belichtte in Helsinki belangrijke trends in de geestelijke gezondheidszorg. Zo heeft zich volgens hem de afgelopen vijftig jaar ,,een enorme revolutie'' voltrokken in de symptoombestrijding. ,,Er zijn hele effectieve middelen - geen echte geneesmiddelen helaas - beschikbaar gekomen om psychoses en depressies te verlichten.'' Parallel daaraan rees de vraag of die grote psychiatrische inrichtingen nog wel nodig waren (nee dus), en raakte de psycho-analyse haar monopoliepositie kwijt door de opkomst van allerlei andere therapieën. De komende vijftig jaar, voorziet Schnabel, springen er drie ontwikkelingen uit. In de eerste plaats zullen de belangrijkste aandoeningen - schizofrenie, depressies, fobieën, neuroses, verslavingen, kortom alle aandoeningen die ook een biologische component hebben - goed beheersbaar worden met medicijnen en (geïmplanteerde) chips die hersenimpulsen regelen (te vergelijken met pacemakers). Bovendien verwacht hij dat mensen deze middelen ook in toenemende mate gaan opeisen voor preventief gebruik, zoals nu al met ADHD-medicijnen gebeurt door ouders van hyperactieve kinderen. Wat níet verandert, voorspelt Schnabel ten slotte, zijn de problemen die mensen met elkaar hebben en maken - met buren, op school, op het werk - en die zulke ernstige vormen kunnen aannemen dat ze het leven tot een hel maken. ,,Deze moeilijkheden zullen er over vijftig jaar nog steeds zijn, en wellicht toenemen doordat men ook steeds hogere eisen stelt aan de kwaliteit van het leven.'' Overheden - nationaal en transnationaal - doen er volgens de SCP-directeur verstandig aan daar in hun volksgezondheidspolitiek rekening mee te houden.

Bezuiniging psychotherapie leidt tot problemen28 januari 2005 -- PSY -- Psychotherapeuten melden steeds vaker dat het aantal sessies voor hun cliënten ontoereikend is. De vier beroepsverenigingen hebben hiervoor een meldpunt ingesteld. Het ministerie houdt echter onverkort vast aan de bezuinigingsmaatregel. Wel wil het ministerie van VWS nagaan wat de effecten van de maatregel zijn. Het aantal psychotherapiesessies dat door de Awbz betaald wordt, is sinds half oktober fors verminderd. In de regel krijgen cliënten 25 zittingen vergoed, en in het geval van een persoonlijkheidsstoornis vijftig. Voor 70 à 80 procent van de cliënten blijkt dat voldoende te zijn, laat brancheorganisatie GGZ Nederland weten. Maar de overigen kunnen wel in de problemen komen. Zij moeten de behandeling dan afbreken of zelf voor de kosten opdraaien. Een niet ongebruikelijk alternatief is, zo blijkt uit een rondgang van GPD-journaliste Marloes de Koning langs ggz-instellingen, dat de behandeling omgezet wordt in een begeleidingscontact. Of dat de therapeut de diagnose bijstelt, waardoor de cliënt recht krijgt op meer zittingen. Volgens beleidsmedewerker Monique Buitenhuis van de Nederlandse Vereniging voor Psychotherapie hebben tot nu toe vooral vrijgevestigde psychotherapeute van zich  laten horen. 'Bij vrijwel alle gemelde gevallen is er sprake van cliënten die kampen met meerdere stoornissen. Ronduit dramatisch is dat stopzetting van de behandeling bij liefst tien à vijftien procent van de gemelde cliënten leidt tot een verhoogd suïciderisico.' Ook laten therapeuten en psychiaters het meldpunt (www.psychotherapie.nl of www.nvvp.net) weten dat zij cliënten soms doorverwijzen naar duurdere vormen van zorg, zoals dagbehandeling of klinische opname. Inmiddels is het ministerie van VWS begonnen met een onderzoek om in kaart te brengen of de beoogde bezuiniging gehaald wordt. Tevens wordt bekeken wat de effecten van de maatregel zijn. Naar verluidt stuurt de minister op korte termijn een brief naar de zorgkantoren, waarin hij wijst op mogelijk 'gesjoemel' en nogmaals aandringt op een strikte handhaving van de bezuinigingsmaatregel.

 

Meer dwang voor zorgmijders 28 januari 2005 – PSY -- Chronisch verslaafden die verloederen en overlast veroorzaken moeten makkelijker onder dwang kunnen worden opgenomen en behandeld. Als behandeling niet mogelijk is, moeten er - liefst buiten de stad - opvangvoorzieningen komen. Eind december 2004 stuurde het kabinet het langverwachte Plan van aanpak verloedering en overlast 2005-2007 naar de Tweede Kamer. Daarin worden plannen gepresenteerd om de zorg te verbeteren voor overlastgevende zorgmijders die veelal kampen met een combinatie van psychiatrische stoornissen en verslavingsproblemen. Het kabinet wil dat er meer drang wordt uitgeoefend op deze groep zorgmijders, waarbij de plannen zich uitdrukkelijk ook richten op chronisch verslaafden. Hulpverleners moeten zich nog actiever opstellen om deze mensen in zorg te krijgen. Als dat echt niet lukt, moet er makkelijker met dwang kunnen worden ingegrepen. In het voorjaar van 2005 komt er een nieuwe Bopz-richtlijn voor gedwongen opname van verslaafden die ernstig in de war zijn en een gevaar vormen voor zichzelf of de omgeving. Binnen enkele maanden komt er ook een voorstel om de mogelijkheid voor dwangbehandeling binnen de instelling verder te verruimen. Bovendien streeft het kabinet naar een 'nazorg onder toezicht-register', een regeling die moet voorkomen dat patiënten na ontslag aan hun lot worden overgelaten en die voorwaarden stelt aan het gedrag van de cliënt op straffe van hernieuwde dwangopname. Er moeten speciale voorzieningen komen - liefst  buiten de stad - voor de groep chronisch verslaafden die onbehandelbaar is. Ze krijgen daar wel onderdak, bescherming en een nuttige dagbesteding aangeboden, maar geen behandeling. De gemeente krijgt de leidende rol als het gaat om hulp aan zorgmijders via de openbare geestelijke gezondheidszorg (oggz). 'De gemeenten moeten meer zeggenschap krijgen over de ggz', zo luidt het oordeel van het kabinet. Daarom worden de Awbz-gelden voor oggz overgeheveld naar de gemeenten die hiermee zorg kunnen inkopen bij ggz-instellingen. Het is nog niet duidelijk om hoeveel geld het zal gaan. Het kabinet belooft voor 1 april 2005 met een uitgewerkt voorstel voor de overheveling te komen. Een deel van de voorstellen die het kabinet in zijn nota noemt, wordt in Rotterdam al in de praktijk gebracht. Zo hanteert deze stad sinds enkele maanden een eigen richtlijn om chronisch verslaafden met een rechterlijke machtiging op te nemen. Hierover zijn afspraken gemaakt met het Openbaar Ministerie. Daarnaast heeft Rotterdam concrete plannen voor longstay-voorzieningen voor onbehandelbare zorgmijders met ernstige verslavingsproblemen. Deze plannen worden op dit moment samen met de drie andere grote steden, Amsterdam, Utrecht en Den Haag, verder uitgewerkt.

 
Patiënt betaalt voor ongevraagde keuzevrijheid -- 28 januari 2005 -- Margo Trappenburg / Red. Schizofrenie Bulletin / Ypsilon -- ROTTERDAM - Het oude ideaal dat het voor de dokter niet uitmaakt of mensen rijk of arm zijn, omdat de dokter alleen maar geinteresseerd is in onze medische behoeften, zal geleidelijk aan verdwijnen. Dit stelde Margo Trappenburg de afgelopen week tijdens haar inaugurele rede bij haar aanvaarding van de bijzondere leerstoel Patientenperspectief. Deze leerstoel is verbonden aan het instituut Beleid en Management van de Gezondheidszorg van het Erasmus MC. De stichting Fonds PGO (Patienten- en Gehandicaptenorganisaties en Ouderenbonden) financiert de leerstoel. In haar oratie constateert Trappenburg dat de ontkokering van de gezondheidszorg sinds eind jaren '70 tamelijk ver gevorderd is. Ze betwijfelt echter of dit de beloofde zegeningen heeft opgeleverd. Patienten hebben weliswaar meer rechten gekregen, meer zeggenschap en krijgen ook meer keuzevrijheid als het nieuwe ziektekostenstelsel wordt ingevoerd. En met de komst van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning krijgen gemeenten bovendien meer ruimte om de zorgbehoeften van gehandicapte, chronisch zieke of oudere inwoners in te vullen. Allemaal mooi en aardig, maar de effecten van de ontkokering in de gezondheidszorg zijn veel minder gunstig dan ze lijken, constateert Trappenburg. Onderzoek wijst uit dat de meeste patienten nauwelijks behoefte hebben aan keuzevrijheid in de zorg. Voor veel mensen betekent de overgang naar een nieuw stelsel meer administratieve lasten en een hogere premie. Bovendien stelt zij vast, zal de overgang naar een systeem gebaseerd op vraagsturing en individuele keuzevrijheid leiden tot meer ongelijkheid in de zorg. "Als het aan de politiek ligt zullen we de zorg voortaan gaan beschouwen als iets dat we niet alleen zelf kiezen, maar ook voor onszelf kiezen en zelf zullen moeten betalen." In een tijd waarin de sociale cohesie toch al onder zware druk staat is het zeer de vraag of je de gezondheidszorg moet willen individualiseren, aldus de kersverse hoogleraar. Het Schizofrenie Bulletin is een service van Ypsilon, de vereniging voor familieleden van mensen met schizofrenie of een psychose.
Voor meer informatie:
http://www.ypsilon.org/schizbul.htm

Meer aandacht voor perspectief van patiënten27 januari 2005 – Verpleegkundenieuws -- Wanneer een patiënt een beslissing neemt over zijn behandeling is het belangrijk dat hij niet alleen informatie krijgt over de medische mogelijkheden, maar dat er ook aandacht is voor het perspectief van de patiënt. Dit is vooral belangrijk wanneer patiënten irrationele beslissingen lijken te nemen. Een goede communicatie tussen hulpverlener en patiënt is dus van essentieel belang. Hierbij moeten vooral het medische perspectief én het gezichtspunt van de patiënt worden besproken. Dit concludeert Titia Kleffens in haar onderzoek waarop zij woensdag 26 januari is gepromoveerd aan het VU medisch centrum Amsterdam. Kleffens bestudeerde de redenen van patiënten met kanker om van een behandeling af te zien. Zij onderzocht die redenen in relatie tot de houding van artsen ten aanzien van zo’n beslissing. Kleffens onderzocht ook hoe patiënten het besluitvormingsproces hadden ervaren. Omdat patiënten een steeds actievere rol spelen bij beslissingen over behandeling van hun ziekte, kan het voorkomen dat een patiënt besluit af te zien van de voorgestelde behandeling. In dat geval spelen behalve medische-, vooral persoonlijke overwegingen een rol. Dan blijken de levenswaarden van de patiënt en zijn ervaringen met ziekte en behandeling te domineren. Literatuurtip van onze redactie: ‘Medische communicatie: gespreksvaardigheden voor de arts’ (2000), Jan Wouda, Harry van de Wiel & Katja van Vliet, De Tijdstroom.

Seksuele problemen verdienen serieuze aandacht -- 27 januari 2005 -- Zorgkrant -- Seksuele problemen staan bovenaan in de top tien van onderwerpen waarover de Stichting Korrelatie wordt gebeld. Toch is de seksuele hulpverlening in de eerste lijn de laatste jaren vrijwel geruisloos de das omgedaan. Nederland dreigt daardoor zijn koppositie op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid te verliezen. Volgens prof. dr. Willibrord Weijmar Schultz, hoogleraar Psychosomatische Obstetrie en Gynaecologie, zou seksualiteit een belangrijk onderdeel moeten zijn van de geneeskunde. Weijmar Schultz zei dit 25 januari in zijn oratie aan de Rijksuniversiteit Groningen. "Seksuele contacten zijn immers bovenal sociale contacten. En juist in tijden van nood, zoals bij ziekte of handicap, kan seksueel contact werken als troost, als bevestiging er ondanks alles nog bij te horen en ondanks alles nog beminnenswaardig te zijn. Ook helpt seks soms tegen pijn, is het een fysiek ontspanningsmiddel en kan een manier zijn om verwarrende emoties te verwerken. Wil men volwaardig dokter zijn, dan is kennis van de seksualiteit onontbeerlijk." De hoogleraar constateert dat de financiering van de seksuele hulpverlening in Nederland nog steeds niet goed is geregeld. De hulpverlening in de eerste lijn is de laatste jaren zelfs bijna geruisloos de das is omgedaan. Het Rutgershuis, van oudsher hét adres voor hulp bij seksuele problemen, bestaat nog wel maar de taken zijn sterk gereduceerd en gekoppeld aan abortusklinieken. Preventie wordt niet lager gefinancierd. Het gevolg is dat patiënten nu worden doorverwezen naar ziekenhuizen, terwijl ze uitstekend en veel goedkoper te helpen zijn in de eerste lijn. Weijmar Schultz doet daarom een beroep op de zorgverzekeraars om de hulp bij seksuele problemen serieus te nemen en dit adequaat te financieren.

Zorg moet patiëntveiligheid aanpakken 27 januari 2005 – Zorgkrant -- Minister Hoogervorst en staatssecretaris Ross (VWS) willen dat alle zorginstellingen binnen vier jaar met een gecertificeerd veiligheidsmanagementsysteem werken. Het verzamelen van informatie over de patiëntveiligheid in de eigen instelling moet deel gaan uitmaken van het reguliere administratieve proces. Daarmee kan de kwaliteit en veiligheid worden verbeterd. Dat schrijven Hoogervorst en Ross in een reactie op het rapport Patiëntveiligheid: de toepassing van geneesmiddelen en medische hulpmiddelen in zorginstellingen en thuis, dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) vorige week publiceerde. Volgens de inspectie komen per jaar honderden mensen onnodig te overlijden als gevolg van medicatieproblemen. De bewindslieden benadrukken dat zorginstellingen veel aandacht moeten schenken aan het ‘veilig’ melden van fouten en bijna-ongelukken en de patiënt tijdig en volledig hierover moeten informeren. De invoering van een landelijk elektronisch medicatiedossier in 2006 moet hierbij helpen. De aanbevelingen van de inspectie komen overeen met de bevindingen van de president-directeur van Shell Nederland, Rein Willems. Hij pleitte vorig jaar in zijn rapport 'Hier werk je veilig of je werkt hier niet' voor een veiligheidsmanagementsysteem in ziekenhuizen. VWS heeft dit advies inmiddels overgenomen.

Verpleeghuis maakte fouten tijdens stervensproces: Zoon overleden vrouw ontevreden 27 januari 2005 -- Goudsche Courant / zibb.nl -- DEN HAAG - Het Haagse verpleeghuis Vrederust-West heeft fouten gemaakt in de communicatie tussen de verpleging en de artsen tijdens het stervensproces van mevrouw J. van Hooff-Halverhout. Dat schrijft de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) aan A. van Hooff, de zoon van de vrouw. Van Hooff diende in december een klacht in tegen het Haagse verpleeghuis. Volgens Van Hooff had de verpleging bewust zijn moeder voedsel en vocht onthouden om haar sterven te bespoedigen, zonder daarover te hebben overlegd met de familie. Ook was er geen verpleeghuisarts aanwezig geweest, wat nodig is bij versterving, vindt Van Hooff. Volgens de Inspectie voor de Gezondheidszorg is er, na bestudering van het medisch dossier en gesprekken met de verpleeghuisarts, echter geen sprake geweest van versterving. De gezondheidstoestand van mevrouw Van Hooff was op de bewuste zaterdagochtend dusdanig verslechterd dat zij niet meer in staat was vocht en/of voeding tot zich te nemen, aldus inspecteur H. Rappard in de brief. Van Hooff is nog niet tevreden over het antwoord. Over de communicatie tussen het verpleeghuis en de familie, een belangrijk punt voor Van Hooff, schrijft de IGZ niets. A. Vermeulen, directeur van Meavita Woonzorg, waar het Haagse verpleeghuis Vrederust-West onder valt, is blij met de conclusies van de Inspectie. Wel gaat het verpleeghuis nauwkeuriger omschrijven wanneer de verpleging een verpleeghuisarts moet inschakelen.

Meer aandacht voor seksuele problemen – Hoogleraar wil seksuele koppositie weer terug -- 26 januari 2005 – ANP /  zibb.nl -- GRONINGEN - De seksuele hulpverlening die in Nederland bijna geruisloos de das is omgedaan moet in ere hersteld worden. Dat zei de nieuwe hoogleraar psychosomatische Obstetrie en Gynaecologie W. Weijmar Schultz dinsdag tijdens zijn oratie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Volgens Schultz moeten instanties als Het Rutgershuis hun taken weer snel kunnen uitbreiden. “Nu worden patiënten doorverwezen naar ziekenhuizen, terwijl ze uitstekend en veel goedkoper zijn te helpen in de eerste lijn. Zorgverzekeraars moeten daarom in de ogen van de hoogleraar seksuele hulpverlening weer adequaat gaan financieren.” Ook allochtone vrouwen zouden baat hebben bij betere seksuele hulpverlening. Hulpverleners moeten kennis en informatie verstrekken aan deze groep vrouwen, meent Schultz. Hierdoor kan ook het probleem van de vrouwenbesnijdenis effectief worden aangepakt. “Geef allochtonen die hier wonen een aantal generaties de tijd en het probleem is opgelost. - Met een beschuldigende vinger naar allochtonen wijzen heeft geen zin”, zegt Schultz. “Wie zijn wij, die eeuwen nodig hadden om de aderlating te verbannen, die tot diep in de jaren tachtig van de twintigste eeuw vaginisme meenden te moeten behandelen met het mes, die anno 2005 nog steeds moeite hebben om de zorg voor seksualiteit in ons reguliere verzorgingspakket op te nemen, om daar nu met de zweep over te gaan?”

Structurele verandering 26 januari 2005 – Nieuwsbrief NPI (Nederlands Psychoanalytisch Instituut) – dr. Thijs de Wolf -- Bewerking van een lezing gehouden op het IPA-congres in New Orleans, maart 2004 -- Structurele verandering is niet voorbehouden aan de psychoanalyse en staat ook niet tegenover symptoomreductie. Wat het wel is wordt hier behandeld.

Inleiding

Psychoanalyse beoogt een specifieke vorm van verandering: niet zozeer op het niveau van symptoomreductie als wel op het niveau van de onderliggende structuur. Traditioneel wenst de psychoanalyse zich te onderscheiden van andere vormen van psychotherapeutisch handelen door de claim dat een psychoanalyse leidt tot structurele verandering, terwijl andere vormen van psychotherapie leiden tot een meer oppervlakkige vorm van veranderen, te weten klachtvermindering. De vraag is echter of dit waar is, en zo ja, wat er dan wel verandert en waardoor. Kan structurele verandering wel onderscheiden worden van symptoomreductie? Zijn alle veranderingen die in een psychoanalytische behandeling optreden 'structureel'? Zijn structurele veranderingen specifiek voor de psychoanalyse of komen ze ook voor in behandelingen vanuit andere psychotherapeutische referentiekaders? Is structurele verandering voorbehouden aan openleggende vormen van behandeling of treedt zij ook op binnen meer steunende behandelingen? De benadering die in dit artikel wordt voorgestaan sluit aan bij de op 'mentalisatie' gebaseerde benadering van Fonagy, Bateman en Target. In het verleden waren psychoanalytici vooral gericht op het ontwikkelen van theorieën over het karakter en over hoe symptomen of ziektebeelden ontstonden. Heden ten dage is de focus meer verschoven naar het veranderingsproces zelf. De doelstelling van de psychoanalytische behandeling is een transformatie te bewerkstelligen dan wel te faciliteren van een destructief werkend innerlijk werkmodel naar een meer productief innerlijk werkmodel. Ik verwijs in dit verband naar Psychic structure and psychic change een bundel essays in honour of R.S. Wallerstein (Horowitz e.a. 1993). In hedendaagse termen gesproken beoogt de psychoanalytische behandeling een verandering van het psychische functioneren.

Structurele verandering

Voordat ik dieper inga op het begrip 'structurele verandering' sta ik kort stil bij wat verstaan wordt onder een psychoanalytische behandeling. In het kader van dit artikel wordt een beknopte beschrijving gegeven van wat een psychoanalytische behandeling zou behoren te zijn. Centraal staat het concept van de 'intersubjectiviteit' zoals in de gehele psychische ontwikkeling. Meer concreet toegespitst op de behandelsituatie, gaat het om het psychoanalytische paar, de patiënt en de behandelaar. Het is binnen de wederkerige interactie dat individuen hun innerlijke werkmodellen opbouwen. Onder 'innerlijke werkmodellen' wordt verstaan de wijze waarop individuen de werkelijkheid om hen heen tegemoettreden en organiseren. In zekere zin komt het begrip 'innerlijk werkmodel' overeen met het concept 'schema' zoals dat in de cognitieve gedragstherapie wordt gebruikt. Het zijn deze innerlijke werkmodellen, gelokaliseerd en vastgelegd in het impliciete geheugen, die zich in de behandeling manifesteren. In het impliciete geheugen worden die ervaringen vastgelegd die wij ons niet bewust zijn, zoals bijvoorbeeld de wijze waarop wij pianospelen. Het zijn niet alleen vaardigheden maar ook gewoonten die vastgelegd zijn in het impliciete geheugen. Ook de wijze waarop onze ervaringen in het impliciete geheugen zijn vastgelegd is speciaal. Wat vastgelegd wordt zijn namelijk niet de specifieke gebeurtenissen maar een geabstraheerde vorm van onze wijze van doen. Het doel van de psychoanalytische behandeling is tot een revisie van deze werkmodellen te komen. Het gaat er in de behandeling niet om het verleden, dat verdrongen is, weer in herinnering te brengen en 'vergeten' objectieve gebeurtenissen te reconstrueren. De behandeling is daarentegen gericht op de wijze waarop de patiënt de ander beleeft en met hem interacteert - weliswaar beïnvloed door het verleden. Het gaat het in een psychoanalyse om het hier-en-nu in relatie tot de toekomst. In de behandeling worden impliciete structuren gereactiveerd in het hier-en-nu. Centraal staat de manier waarop de patiënt door zijn primaire objecten is behandeld, hoe hij daarop reageerde, de wijze waarop de ouderobjecten weer met de reactie van hun kind omgingen, en ook de fantasieën die het kind daarbij had. Dit alles vindt plaats binnen de context van een specifieke gehechtheidsrelatie. De kwaliteit van deze gehechtheidsrelatie reguleert hoe en wat er verinnerlijkt wordt en in het impliciete procedurele geheugen wordt vastgelegd. Kortom, het gaat niet om een objectieve realiteit maar om een subjectief psychisch functioneren. Het is dit psychisch functioneren dat in de behandeling dient te worden geëxploreerd en, daar waar nodig, bijgesteld. Dit gebeurt doordat de verschillen tussen het (impliciete) werkmodel van de patiënt en de psychische toestanden ('mental states') van de behandelaar in het hier-en-nu binnen de context van een nieuwe gehechtheidsrelatie aan de orde gesteld worden. De patiënt kan nieuwe ervaringen in de interpersoonlijke relatie met de therapeut opdoen. De patiënt gaat ervaren dat de dingen niet samenvallen met de betekenis die hij eraan geeft, er ontstaat een alternatieve wijze van zien en/of betekenisverlening, er ontstaat binnen de patiënt ruimte voor het beleven van alternatieve mogelijkheden. Hij gaat zich realiseren dat hij gedachten heeft over de ander net zoals de ander gedachten heeft over hem, zonder dat hij of de ander daarmee samenvalt. Dat is wat we 'reflectief functioneren' noemen. Het proces van leren mentaliseren wordt hernomen in de zin van het ontwikkelen en herkennen van 'mental states' in zichzelf en in de ander. Dit is één aspect van wat we 'structurele verandering' kunnen noemen. Een ander aspect heeft betrekking op het oplossen van conflicten tussen mentale representaties; ik kom hier later op terug. Nu zal ik het begrip 'structurele verandering' bespreken aan de hand van drie aspecten, te weten de verschuiving van het belang van de interpretatie naar dat van de relatie, de relatie met mentaliseren en mentale representaties en ten slotte ga ik in op de relatie tussen structurele verandering en het geheugen. (…)

Conclusie

Structurele veranderingen zijn niet voorbehouden aan psychoanalytische behandelingen maar komen ook buiten het psychoanalytische domein voor. Ook is het niet zo dat structurele veranderingen voorbehouden zijn aan openleggende behandelingen en niet voorkomen bij meer steunende behandelingen die gericht zijn op het verminderen van klachten. Het verminderen van klachten kan wel degelijk op structurele verandering wijzen in de zin van veranderingen binnen het innerlijk impliciete werkmodel. Bij structurele verandering gaat het om een verandering in het psychische verwerkingssysteem. Het gaat om het oplossen van conflicten tussen mentale representaties en om de revisie van impliciete werkmodellen, wat wordt gefaciliteerd door een verandering naar een meer veilige gehechtheidsrepresentatie. Vanuit die context zijn de bevindingen van onder meer Erle and Goldberg (1984) belangrijk, dat langerdurende behandelingen een beter resultaat leveren dan kortdurende. Ook het onderzoek van Perry (1995) naar veranderingen in de kwaliteit van de afweerstructuur wijst in die richting. Hij vond dat pas na verloop van een aantal jaren psychotherapeutisch behandelen patiënten minder gebruikmaakten van archaïsche vormen van afweer en meer van neurotische afweerformaties. Ook wordt nu begrijpelijk waarom de effectiviteit van psychoanalytische behandelingen pas na een langdurige follow-up zichtbaar wordt (Sandell e.a. 1997) en waarom bij patiënten met een ernstige persoonlijkheidsstoornis een psychoanalytische behandeling gericht op het bevorderen van het mentaliseren zo doelmatig is (Kernberg 1992; Bateman and Fonagy 1999). Het gaat allemaal om het opbouwen van nieuwe relationele patronen die op een procedurele wijze dienen te worden vastgelegd en opgeslagen in het impliciete geheugensysteem. De alhier niet gepubliceerde hoofdstukken ‘Van interpretatie naar relatie’, ‘Mentaliseren en mentale representaties’, ‘Geheugen’, ‘Klinische illustratie’, ‘Klachten’, ‘Behandeling’ en ‘Follow-up’ treft u, via bovenstaande link, op de website van het NPI aan. Dr. M.H.M. de Wolf is inhoudelijk directeur van het Nederlands Psychoanalytisch Instituut, hoofdopleider psychotherapie aan de RINO Noord-Holland, opleider bij de NVPA, de NVPP en tevens lid van het NPG. Correspondentieadres: NPI, Olympiaplein 4, 1076 AB Amsterdam.

Nieuwe richtlijn voor behandeling van depressie: Depressie: lopen beter dan pillen -- 26 januari 2005 – Algemeen Dagblad -- Een nieuwe richtlijn voor de behandeling van depressie stelt paal en perk aan het veelvuldig voorschrijven van antidepressiva in Nederland. Praten en meer lichaamsbeweging zijn bij de bestrijding van milde klachten ten minste zo effectief als pillen. De laatste jaren is het gebruik van antidepressiva sterk toegenomen. Met hetzelfde gemak waarmee mensen een pijnstiller nemen, gaan ze aan de Seroxat - zo lijkt het wel. Een pilletje en alle problemen zijn voorbij. Psychologen, psychiaters, huisartsen, GGZ-verpleegkundigen, apothekers en patiënten hebben drie jaar lang gewerkt aan de nieuwe richtlijn, die is gestoeld op de laatste wetenschappelijke inzichten en ervaringen. Antidepressiva behoren tot de meest gebruikte medicijnen in Nederland. Het gebruik is de laatste jaren steeds toegenomen. De jongste cijfers laten zien dat apotheken in 2003 5,1 miljoen keer een antidepressivum verstrekten. De Amsterdamse hoogleraar psychiatrie A. Schene: ,,De farmaceutische industrie wil zoveel mogelijk mensen met een depressie aan de tabletten hebben, maar er is meer mogelijk. De werking van gesprekstherapie en beweging is gemiddeld zeker zo goed.'' In Nederland kampen jaarlijks 750.000 mensen met depressieklachten. De nieuwe richtlijn moet ervoor zorgen dat alle patiënten de juiste behandeling krijgen. L. Henkelman, klinisch psycholoog en secretaris van de stuurgroep die de richtlijn heeft opgesteld: ,,Bij mensen met milde depressies die nog geen halfjaar duren, is voorlichting in eerste instantie belangrijk. Huisartsen moeten hen leren dat de klachten kunnen verminderen door veel te bewegen en door contact te hebben met lotgenoten. Zo kun je overbehandeling voorkomen.'' Bij mensen met klachten die al langer duren, is juist veelal sprake van onderbehandeling. Henkelman: ,,Het is zaak dat deze patiënten, die wel baat hebben bij medicatie, psychotherapie of een combinatie van beide, op tijd worden doorverwezen naar een psycholoog of psychiater. Als dat niet het geval is, bestaat het risico dat de klachten chronisch worden.'' Henkelman verwacht dat huisartsen voortaan minder antidepressiva zullen voorschrijven. Antidepressiva hebben nadelen. Ze zijn relatief duur en zijn in verband gebracht seksuele problemen, zoals een verminderd libido en het moeilijker krijgen van een orgasme. Bepaalde soorten antidepressiva kunnen bijwerkingen hebben op onder meer het hart- en vaatstelsel. Zo simpel ligt het echter niet. Hoe gewoon antidepressiva-gebruik ook lijkt te zijn, het betreft wél medicijnen die gepaard kunnen gaan met ernstige bijwerkingen, zoals seksuele problemen en hart- en vaatziekten. De middelen zouden bij jongeren bovendien het risico op zelfmoord vergroten. Het is dan ook wenselijk dat diverse betrokkenen nu een richtlijn hebben opgesteld die aanbeveelt terughoudend te zijn in het voorschrijven van medicijnen bij milde klachten. Praten en beweging kunnen net zo goed uitkomst bieden. Waarom niet eerst voor deze veiliger alternatieven kiezen om van sombere gevoelens af te komen? Het is te hopen dat huisartsen sterk genoeg in de schoenen staan om de richtlijn op te volgen. De farmaceutische industrie zal er alles aan doen haar waar aan te blijven prijzen. En ook de mondige patiënt biedt waarschijnlijk verzet. Niet iedereen heeft immers zin om uit de luie stoel te komen of over zijn problemen te praten. Iets slikken lijkt altijd gemakkelijker dan iets doen. En om dát aan te pakken, is een mentaliteitsverandering nodig.

12 mei in teken van neppillen -- 26 januari 2005 – verpleegkundenieuws.nl -- De Dag van de Verpleging op 12 mei staat dit jaar in het teken van de strijd tegen illegale medicijnen en neppillen. Dat heeft de International Council of Nurses (ICN) bekendgemaakt. 12 mei is de geboortedag van Florence Nightingale (1820-1910). Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie deugt wereldwijd meer dan 10 procent van de geneesmiddelen niet. Ze hebben niet de juiste samenstelling of zijn gewoonweg vervalst. Daardoor zijn deze middelen niet doeltreffend en vaak ook gevaarlijk. In westerse landen gaat het vaak om nieuwe levensstijlgeneesmiddelen, zoals hormonen, steroïden en antihistamines. In ontwikkelingslanden worden vooral geneesmiddelen voor malaria, tuberculose en HIV/aids vervalst. Een van de meest vervalste medicijnen is Viagra, dat vaak op internet wordt aangeboden. Volgens de ICN zijn verpleegkundigen belangrijke bondgenoten in de strijd tegen valse medicijnen. Bijvoorbeeld door er melding van te maken wanneer de patiënt zegt geen baat te hebben bij een middel. Of als er met middelen zelf of de verpakking lijkt te zijn geknoeid.

A Pill's Surprises, for Patient and Doctor Alike (Titel MdH: Psychofarmaca tegen depressie: wees alert op hypomanie & hyperseksualiteit ) -- January 25, 2005 – New York Times -- By RICHARD A. FRIEDMAN, M.D. -- As a psychopharmacologist, I know that every patient responds slightly differently to medication. But it wasn't until I met Susan that I understood just how differently. She'd come to see me because she was depressed, and I'd successfully treated her with a course of Zoloft, a popular antidepressant. But as often happens, Susan's desire for sex had vanished along with her depressed mood. "I kind of miss it, but I feel really bad for my husband, who's getting very frustrated," she said. The sexual side effects of antidepressants like Zoloft and Prozac - the class of drugs known as selective serotonin reuptake inhibitors, or S.S.R.I.'s - are well known. The drugs frequently cause diminished libido, erectile dysfunction in men, and delayed orgasm or an inability to climax at all in women. The same flooding of the brain with serotonin that alleviates depression leads to sexual effects in many patients. Early on, the rates of sexual side effects from S.S.R.I.'s reported in the medical literature were quite low, in the range of 10 percent to 20 percent. But clinicians knew better. Most of their patients reported some sexual effects, and it quickly became clear that the early reports were wrong. The reason for this error was simple. Early clinical trials of the drugs did not look for sexual side effects; they just recorded problems that patients spontaneously reported. Because most patients are reluctant to bring up any sexual side effects on their own, the researchers got the false impression that these drugs had little effect on sexuality. When the subjects were specifically asked about sexual side effects, the rates rose to 40 percent to 50 percent. Susan fell into that unlucky percentage, and she asked me if anything could be done. There were three possible approaches, I told her. She could stop the drug from time to time, a strategy that might temporarily restore her sex drive but could cause discontinuation symptoms; she could lower the dose of the antidepressant, which might provoke a relapse of depression; or we could try to counteract the side effects with another medication. A temporary escape didn't appeal to Susan, so we decided on the third approach, an antidote. The question was, Which one? Serotonin-blocking drugs like Periactin, an antihistamine, treat sexual side effects, but they can also undo the drugs' antidepressant effects. I decided to prescribe Wellbutrin, a different class of antidepressant that has shown some ability to counteract sexual dysfunction caused by S.S.R.I.'s. Little did I know. Two weeks later, Susan called from her cellphone to say that the antidote was working. While shopping, she said, she spontaneously had an orgasm that had lasted on and off for nearly two hours. She was more delighted than alarmed, but I was stunned. I have had my share of therapeutic surprises, but this was hard to believe. Was this a medical emergency or unrepeatable fluke that Susan needn't worry about? When I saw her the next day in my office, she was calm and somewhat amused by my concern. After all, since when is an orgasm a cause for alarm? I was worried, though, that the addition of Wellbutrin had set off an episode of mania, an effect that antidepressants can have in up to 5 percent of patients. In that case, her prolonged orgasm might be a symptom of hypersexuality, common in mania. (*) But Susan didn't seem either manic or depressed. It seems that for her, the Wellbutrin just had an extreme sexually enhancing effect. Several colleagues told me about patients of theirs who had experienced heightened sexual desire on Wellbutrin, but none of the reports came close to Susan's. That Wellbutrin can enhance sexual pleasure isn't surprising: it increases the activity of dopamine, a key neurotransmitter in the brain's reward pathway. In fact, drugs of abuse, like cocaine, alcohol and opiates, release dopamine in this circuit - and so does sex. A year has passed without a recurrence of this surprising side effect. But Susan is enjoying sex now - clearly more than she did before she became depressed. Because this was her first episode of major depression, the chance of a recurrence was only about 50 percent, so I suggested stopping the antidepressant. She liked that idea, but then paused and asked, "Do I have to stop the Wellbutrin, too?" We both laughed.

Commentaar red. MdH: (*) Wees alert als antidepressiva zoals PROZAC libidoverhogend zijn. De patiënte in dit nieuwsbericht  was blij met de bijwerking van Wellbutrin die haar libido verhoogde. De keerzijde van de medaille kan helaas een heel stuk minder rozekleurig zijn en kan zelfs leiden tot een (succesvolle) suïcidepoging. Patiënten die op seksueel gebied behoudend zijn of wellicht zelfs preuts zijn, kunnen het als verwoestend ervaren als hun seksuele behoeften en gedragingen in ene in sterke mate veranderen. Als de patiënt niet op de hoogte is van dit gevaar, is het mogelijk dat zij/hij te maken krijgt met ernstige schuldgevoelens door het veranderde en niet begrepen seksueel gedrag van haar/hemzelf. De schuld- en schaamtegevoelens, gepaard gaand met gebrek aan informatie over de medicatie, kunnen zo sterk zijn dat een patiënt in een groot moreel dilemma belandt en er uiteindelijk voor kiest ZO niet meer verder te willen leven en daarom een poging tot zelfdoding onderneemt. Wat de een als prettig ervaart, kan voor de ander rampzalige gevolgen hebben en zelfs tot suïcide leiden.

Aparte opvang voor moeilijke kinderen: Niet-criminelen niet meer in gevangenis -- 25 januari 2005 -- DEN HAAG - Binnen de jeugdzorg komen nog dit jaar gesloten behandelplaatsen in internaten beschikbaar, met voorrang voor kinderen tot en met twaalf jaar. Daarmee moet het opsluiten van gedragsgestoorde, niet-criminele kinderen en jongeren in een jeugdgevangenis worden teruggedrongen. Dit schrijven minister Donner (Justitie) en staatssecretaris Ross (Volksgezondheid) in een vertrouwelijk conceptrapport van begin deze maand. Het definitieve rapport wordt eind deze week openbaar gemaakt. De nieuwe Wet op de jeugdzorg, die deze maand is ingegaan, wordt aangepast, zodat ,,vrijheidbenemende en dwangmaatregelen'' ook binnen de jeugdzorg mogelijk worden. Vanuit de politiek en de maatschappij is kritiek op het 'samenplaatsen' van niet-criminele en criminele jongeren. Donner en Ross reageren ook op het vorig jaar juni verschenen rapport een werkgroep die adviseerde een einde te maken aan het 'samenplaatsen'. In de vijftien justitiële jeugdinrichtingen werd op 1 januari 2003 iets minder dan de helft van de 2.400 plaatsen bezet door kinderen die een ernstig delict hadden gepleegd. De overige plaatsen werden bezet door kinderen die geen delict hebben gepleegd, maar die door de kinderrechter onder toezicht zijn gesteld. Veel niet-criminele kinderen en jongeren (695 in 2003) worden in een justitiële jeugdinrichting ondergebracht om een crisisperiode te overbruggen. Zij hebben crisisinterventie nodig, nadere diagnostiek of behandeling. De bedoeling is dat zij binnen twaalf weken de jeugdinrichting verlaten. Omdat er binnen de jeugdzorg geen plaats voor hen is, blijven zij in de praktijk vaak veel langer - in 2003 bleef 60 procent langer dan twaalf weken. De bewindslieden willen om te beginnen de doorstroom van deze kinderen bevorderen door, naast het aantal gesloten plaatsen, ook het aantal open behandelplaatsen in internaten uit te breiden. Ook moeten er meer ambulante behandelingen komen, waarbij het kind thuis woont en het gehele gezin bij de therapie wordt betrokken. De bewindslieden noemen in hun conceptrapport geen termijn waarbinnen alle niet-criminele kinderen buiten de justitiële jeugdinrichting moeten worden opgevangen en behandeld. Volgens de prognose van de werkgroep vorig jaar zal het enkele jaren duren voordat de capaciteit voldoende is uitgebreid. Tot die tijd worden gedragsgestoorde kinderen en jongeren in de justitiële jeugdinrichtingen ,,zoveel mogelijk gescheiden van de jeugdigen met een strafrechtelijke titel''.

Paniek bestrijden via internet 23 mei 2005 – Algemeen Dagblad -- Hoogleraar Alfred Lange (64) bedacht eind jaren 90 Interapy, internettherapie voor mensen met psychiatrische stoornissen via internet. Alfred Lange: ‘Mensen met paniekaanvallen zijn bang voor de angst.' Sinds kort richt hij zich op paniekstoornissen. Je straatvrees of panische angst voor de lift bestrijden op internet, het kan sinds kort. De behandeling van paniekstoornissen bij Interapy verkeert in de testfase. Eerder al ontwikkelde Alfred Lange, bijzonder hoogleraar relatie- en gezinstherapie in Amsterdam, programma's om posttraumatische stress, depressies en burnout te behandelen. Die zijn intussen het experimentele stadium voorbij, terdege onderzocht en effectief bevonden. Het volgende programma staat ook al op de rails: de behandeling van eetbuien, ofwel boulimia nervosa. Vindt u het behandelen van psychiatrische stoornissen per internet een goede ontwikkeling? ,,Het is een goede ontwikkeling, mits de behandelingen zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzochte procedures en effecten en op voorwaarde dat de behandelaars werken volgens een goed bevonden protocol. Het voordeel is dat de behandelaars allemaal dezelfde aanpak hanteren en dat alles wat zij doen te controleren is.'' Hoe is het voor uzelf om te behandelen via internet in plaats van face-to-face? ,,Ik behandel niet zelf, ik leid de behandelaars op. Zij steken er veel energie in en vinden het internetcontact heel positief. Van patiënten ontvangen we achteraf soms e-mails waarin ze zeggen dat ze het contact met de behandelaar fantastisch hebben gevonden.'' Aan welke voorwaarden moet iemand voldoen om zich te kunnen laten behandelen via internet? ,,We zullen nooit mensen met wanen, psychoses of zelfmoordneigingen behandelen. Ook behandeling van een levensbedreigende eetstoornis als anorexia via internet vinden we onverantwoord. Ernstige dwangstoornissen lijken me op dit moment niet haalbaar, maar je moet nooit 'nooit' zeggen. Twee jaar geleden zei ik nog dat depressie niet via Interapy te behandelen was. Afgezien daarvan geldt dat iedereen die met een computer overweg kan, zich kan aanmelden. Gebleken is dat onze deelnemers hoger zijn opgeleid dan gemiddeld, maar dat is geen vereiste. Onderzoek laat zien dat het niveau van de opleiding niet bepaalt of iemand baat heeft bij de behandeling. Het nadenken over en je concentreren op hoe je je gevoelens en gedachten betekenis kunt geven, zijn het belangrijkst.'' Hoe behandel je iemand met een paniekstoornis op internet? ,,Alle behandelingen werken met een stappenplan. Het gaat om een vorm van begeleide zelfhulp. De patiënt doorloopt een programma en rapporteert daarover aan de behandelaar. Die levert bij elke stap commentaar. Bij mensen met een paniekstoornis is de bedoeling dat zij zich ervan bewust worden wanneer ze in paniek raken. Op welk moment ontstaan de angstige gedachten, op welk punt begin je dingen te vermijden? Je geeft ze informatie over wat er gebeurt op die momenten en daarna laat je ze experimenteren met dingen waarvoor ze bang zijn. Om de confrontatie met angstige situaties te kunnen aangaan, leren mensen te ontspannen, bijvoorbeeld door met hun buik adem te halen. Dat moeten ze elke dag oefenen. Daarna krijgen ze opdracht om een de situatie waarvoor ze bang zijn, op te zoeken. Mensen met paniekaanvallen zijn bang voor de angst. Ze zijn steeds gericht op lichamelijke sensaties die het begin van een aanval zouden kunnen betekenen. Daardoor ontstaat juist een aanval, terwijl er medisch gezien niets aan de hand is. Wij laten ze dit ervaren. Als ze hun ademhaling onder controle kunnen brengen zo gauw ze de angst voelen, merken ze dat het helemaal niet zo erg is om een paniekaanval te krijgen. Aan het behandelprogramma voor paniekstoornissen kunnen overigens nu nog enkele tientallen mensen gratis meedoen.'' Hoezo 'nu nog'? Wordt behandeling door Interapy niet vergoed? ,,De behandeling van paniekstoornissen is nu nog gratis omdat het programma in de testfase verkeert. De andere behandelingen moeten worden betaald. Verzekeraars gaan daar heel verschillend mee om. Sommige vergoeden het zonder meer, andere gedeeltelijk of helemaal niet.'' Wat moet een patiënt doen voordat hij met de behandeling kan beginnen? ,,Deelnemers aan alle behandelprogramma's gaan door een uitgebreide screening.Daartoe vullen zij een aantal vragenlijsten in. Het enige papieren contact bestaat uit een ondertekende verklaring van de patiënt dat hij weet waaraan hij begint en dat hij daarmee akkoord gaat.'' Laten mensen zich niet weerhouden door al die vragenlijsten? ,,Als het goed is, komen vragenlijsten ook in behandelingen met face-to-face contact steeds meer voor. Uit onderzoek is bovendien gebleken dat mensen het prettiger vinden vragenlijsten op computer in te vullen dan op papier.'' Waarom zegt u 'als het goed is'? ,,Het besef dat een diagnose stellen aan de hand van systematische vragenlijsten het beste resultaat geeft, dringt langzaam in de geestelijke gezondheidszorg door. Interapy loopt daarin voorop. Een aantal instellingen in de ggz maakt al gebruik van de vragenlijsten van Interapy.'' Hoe zit het met de resultaten? ,,De effecten van onze behandelingen zijn uitgebreid onderzocht. Op kortere termijn zijn de resultaten beter dan die bij face-to-face contact. Wij zoeken naar verklaringen daarvoor. We denken dat we goede protocollen hebben opgesteld. Onze behandelaars zijn goed getraind in het motiveren van deelnemers.'' En op langere termijn? ,,Zes weken na het beëindigen van de behandeling kijken we hoe de patiënten er voor staan. De bedoeling is natuurlijk dat ze er ook op de langere termijn baat bij hebben. De eerste behandeling die wij deden, was posttraumatische stress. Daar hebben we na 18 maanden de deelnemers aan de testsessies nog eens gevraagd hoe het met ze ging. Van terugval was nauwelijks sprake. Bij burnout en depressie zijn we nu bezig zo'n controlemoment na 18 maanden te introduceren.'' Het risico ligt op de loer dat mensen de boel beduvelen als een behandelaar de patiënt niet in zijn ogen kan kijken. ,,Daarvoor hebben wij geen enkele aanwijzing. Een pathologische leugenaar heeft geen plezier in internetcontact, die wil zijn grote verhalen vertellen aan een publiek. Ook mensen die proberen voordeel te halen uit een ziekte, bijvoorbeeld om een uitkering te krijgen, zullen eerder naar een reguliere instantie gaan. Een enkele keer hebben we meegemaakt dat iemand zich aanmeldde voor de verkeerde stoornis. Zo was er iemand die zich wilde laten behandelen voor een depressie, terwijl hij aan een paniekstoornis bleek te lijden.'' Interapy zal binnenkort boulimia behandelen. Wat volgt daarna? ,,Na boulimia zullen we ons vermoedelijk richten op obesitas, mensen met ernstig overgewicht. Ik denk dat we de ervaringen van de behandeling van boulimia daarbij kunnen gebruiken. Ik denk ook aan opvoeding, het coachen van ouders bij gedragsproblemen van kinderen. Ook zie ik mogelijkheden voor de behandeling van relatieproblemen. Dat zal meer tijd kosten. Je hebt dan immers met twee mensen te maken; dat is wel een stuk ingewikkelder.''

Doden van zieke baby niet bestraft – Zorgvuldige arts ontloopt rechtszaak -- 22 januari 2005 – Volkskrant -- GRONINGEN - Artsen die het leven van een ernstig zieke baby beëindigen, ontlopen een rechtszaak als ze zich aan vier zorgvuldigheidseisen houden. Justitie seponeerde alle 22 zaken die de afgelopen zeven jaar werden aangemeld en hanteerde daarbij vaste richtlijnen. De seponering is opmerkelijk omdat levensbeëindiging bij baby's niet onder de euthanasiewet valt en juridisch gezien als moord geldt. Dat blijkt uit onderzoek door vier artsen van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) dat vandaag wordt gepubliceerd in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Artsen die het leven beëindigen van een pasgeborene moeten zichzelf bij justitie aangeven. De Groningse onderzoekers kregen van het college van procureurs-generaal toestemming de dossiers van alle gemelde zaken van de afgelopen zeven jaar in te zien. Het is voor het eerst dat inzicht wordt gegeven in de aard van de meldingen en de juridische afdoening. Volgens kinderarts Eduard Verhagen, een van de samenstellers van de studie, was justitie zeer bereidwillig om mee te werken omdat het aantal artsen dat zich bij hen meldt laag blijft. Uit eerder onderzoek blijkt dat artsen jaarlijks van ongeveer vijftien baby's het leven beëindigen. Slechts eenvijfde van die zaken krijgt het Openbaar Ministerie (OM) onder ogen. Verhagen hoopt dat duidelijkheid over de werkwijze van het OM artsen ertoe zal bewegen zich vaker te melden. De 22 zaken werden geseponeerd omdat artsen volgens het OM terecht een beroep hadden gedaan op de noodtoestand. Justitie gebruikte bij de beoordeling vaste criteria. Twee daarvan komen overeen met zorgvuldigheidseisen uit de euthanasiewet: ondraaglijk en uitzichtloos lijden en verplichte consultatie van een tweede arts. Daarnaast is toestemming van de ouders noodzakelijk. Ook een zorgvuldige uitvoering van de levensbeëindiging, met de juiste medicamenten, is vereist. De criteria komen van proefprocessen in de jaren negentig tegen artsen die het leven van twee ernstig zieke baby's beëindigden.

Één kennisbank voor gezondheidsbevordering en preventie -- 21 januari 2005 -- Zorgkrant - De QUI-databank, een landelijke databank met projecten en activiteiten op het gebied van gezondheidsbevordering en preventie, is vandaag officieel gelanceerd. Acht partners betrokken bij de preventieve zorg, hebben hieraan gewerkt. Via de kennisdatabank zijn duizenden projecten te raadplegen. De kennisbank geeft informatie over wie waar in Nederland en op welke wijze activiteiten uitvoeren op een bepaald thema. Dit inzicht speelt een belangrijke rol bij bijvoorbeeld het ontwikkelen en opstarten van nieuwe projecten. QUI maakt het mogelijk door verschillende databanken te zoeken. De QUI-databank voegt verschillende databanken bijeen: Thuiszorginstellingen, ziekenhuizen en landelijke voorlichtingsinstellingen voeren projecten en activiteiten rechtstreeks in via de QUI-databank. Daarnaast kunnen ook andere professionals in QUI eigen projecten toevoegen en wijzigen. De Verslavingszorg- en GGZ-instellingen kunnen de eigen projecten invoeren via de LSP-databank. GGD’en doen dit via de projectenmodule in GGD Kennisnet. De sportbonden en sportorganisaties voeren hun projecten in via de projectenbank Sport, Bewegen & Gezondheid van NISB. Het QUI-project is een samenwerkingsverband tussen het NIGZ, Trimbos-instituut/LSP, GGD Nederland, NISB, NIZW, VNG, ZonMw en het RIVM. In 2000 spraken de organisaties de intentie uit om verscheidene, los van elkaar ontwikkelde, databanken met preventieprojecten samen te voegen tot één databank.

Slechtziende kinderen lezen beter dan dove -- 21 januari 2005 -- Zorgkrant -- Slechtziende kinderen lezen weliswaar minder goed dan normaalziende leeftijdgenootjes, maar er zijn ook slechtzienden die, zij het langzamer, uitstekend kunnen lezen. In tekstbegrip en spellingvaardigheid doen ze doorgaans nauwelijks onder voor normaalziende kinderen. Anders is dat bij dove kinderen: Hoewel ook hun ‘technisch’ lezen gemiddeld nauwelijks verschilt van dat van horende kinderen, heeft driekwart van de dove kinderen problemen met begrijpend lezen. Doven hebben als gevolg van hun handicap, maar ook vanwege hun tweetaligheid (gebarentaal en Nederlandse taal) doorgaans een beperkter woordenschat. Zij hebben vooral problemen met begrijpend lezen, omdat ze moeite hebben met de betekenis van de woorden. Woorden waarvan de betekenis met behulp van taal uitgelegd moet worden zijn voor dove kinderen veel moeilijker te begrijpen dan woorden waarbij taal niet noodzakelijk is om de betekenis te leren. Eind januari promoveren aan de Radboud Universiteit Nijmegen twee onderzoekers op lezen met een handicap. Orthopedagoge en onderwijskundige Loes Wauters deed onderzoek naar het lezen van dove kinderen. Ze promoveert op vrijdag 28 januari. Psychologe Marjolein Gompel onderzocht lezen en spellen van slechtzienden en promoveert op 31 januari.

Zwaardere straffen voor geweld op buschauffeurs en artsen -- 21 januari 2004 – Gazet van Antwerpen -- De ministerraad heeft vrijdag ingestemd met een wetsvoorstel dat de straffen voor geweld op mensen met een beroep "ten dienste van de gemeenschap" zoals buschauffeurs en artsen, gevoelig verzwaart. Er komt ook een werkgroep van de overheden die bij de preventie en repressie van zulke gewelddaden betrokken zijn, zo meldt minister van justitie Laurette Onkelinx. Het wetsvoorstel heeft betrekking op daders die geweld plegen op mensen met een beroep "ten dienste van de gemeenschap". Het gaat zowel om werknemers van openbare vervoersmaatschappijen als postbodes, brandweerlui, geneesheren, ambulanciers, sociaal assistenten van het OCMW, werknemers uit de gezondheidszorg, werknemers van de noodhulpdiensten en leerkrachten. Het wettelijke minimum voor slagen en verwondingen die een tijdelijke arbeidsongeschiktheid met zich meebrengen, wordt verdubbeld van twee tot vier maanden en van twee tot vier jaar in geval van permanente arbeidsongeschiktheid. Voor vrijwillige slagen en verwondingen met de dood tot gevolg maar zonder het oogmerk om te doden wordt de minimumstraf verhoogd van 5 tot 7 jaar. De verzwarende omstandigheid geldt slechts indien de feiten worden gepleegd ten aanzien van de personen die in de uitoefening van hun functie worden geviseerd en die in contact komen met het publiek. De ministerraad keurde ook de oprichting goed van een interministeriële werkgroep die de verschillende overheden samenbrengt die betrokken zijn bij de preventie en repressie van zulke gewelddaden. Ze moeten een actieplan opstellen om dit soort van geweld beter te bestrijden. In de werkgroep zitten vertegenwoordigers van de gemeenschappen en gewesten, en de federale ministers van Binnenlandse Zaken, Sociale Zaken en Volksgezondheid, Maatschappelijke Integratie, Werk en Justitie.

Artsen steunen inspectievoorstel 'blamefree melden'-- 20 januari 2005 -- Zorgportaal -- In het vandaag verschenen rapport 'Staat van de Gezondheidszorg 2004' pleit de Inspectie voor de Gezondheidszorg voor het verbeteren van de patiëntveiligheid, juist ook met betrekking tot het voorschrijven van medicatie. De inspectie pleit voor landelijke melding en registratie van fouten respectievelijk een regeling van 'blamefree melden'. Onder bepaalde voorwaarden steunt           deze voorstellen. De KNMG ziet een landelijke registratie van fouten en incidenten niet als een op zichzelfstaande activiteit. Eerst en vooral is van belang dat fouten en incidenten worden gemeld en besproken binnen afdelingen en instellingen. Daar kunnen de zorgverleners het meeste van leren en kunnen snel verbetermaatregelen worden genomen. De geleerde lessen kunnen worden gebruikt voor landelijke analyses en vergelijkingen. Een landelijke registratie is dan het logische sluitstuk van een breder opgezet systeem. Bij 'blamefree' of 'veilig melden' kan een hulpverlener fouten en incidenten melden zonder bang te zijn voor sancties van bijvoorbeeld werkgever of inspectie. Ervaringen uit andere sectoren (zoals de luchtvaart) wijzen uit dat 'blamefree melden' de bereidheid om te melden vergroot en een belangrijke bijdrage levert aan de vergroting van de kwaliteit en de patiëntveiligheid. 'Blamefree melden' mag er overigens nooit toe leiden dat hulpverleners die ernstige fouten maken eenvoudig de dans kunnen ontspringen. De inspectie wijst in haar rapport nadrukkelijk op veiligheidsproblemen bij het voorschrijven van medicatie. De artsenfederatie vindt dat artsen zich moeten inspannen om veilig en doelmatig geneesmiddelen voor te schrijven.

Streepjescode moet handel in Californische lijken voorkomen 20 januari 2005 – Het Laatste Nieuws -- De Universiteit van de Amerikaanse staat Californië eist van zijn medische faculteiten dat die streepjescodes implanteren in lichamen die beschikbaar zijn gesteld aan de wetenschap. De maatregel moet voorkomen dat de universiteit opnieuw te maken krijgt met schandalen over de illegale verkoop van honderden lijken. Behalve de elektronica die in botten moet worden geïmplanteerd of eraan vastgemaakt, worden ook camera's in de opslagplaatsen verplicht. Die moeten registreren wat daar buiten kantoortijd met de lijken gebeurt. In de afgelopen tien jaar is de universiteit zeker vier keer in opspraak geraakt door verdwijning van lichamen die ter beschikking van de wetenschap waren gesteld. Bij het laatste schandaal werd het donorprogramma in Los Angeles stopgezet en de directeur ontslagen. Hij zou lichaamsdelen illegaal hebben verkocht aan particuliere onderzoeksinstellingen. Die zaak is nog in onderzoek.

Voorlezen goed tegen dislexie20 januari 2005 – Algemeen Dagblad – LEIDEN – Ouders die hun peuters en kleuters voorlezen, verkleinen daarmee het risico dat hun kinderen leesproblemen of dislexie krijgen. Door het voorlezen ontwikkelen de kinderen van jongs af aan hun woordenschat en het begrip van zinnen en verhalen. Leren lezen kost de kinderen dan minder moeite, blijkt uit onderzoek van A. Bos, bijzonder hoogleraar aan de faculteit der sociale wetenschappen van de Universiteit Leiden.

Tienduizenden krijgen verkeerd medicijn -- 20 januari 2005 -- Volkskrant -- DEN HAAG - Tienduizenden mensen per jaar krijgen medicijnen die schadelijk voor hen zijn. Honderden mensen overlijden of lopen letsel op door dergelijke vermijdbare fouten. Vooral ouderen en kinderen zijn een risicogroep. Het gaat bijvoorbeeld om te hoge doseringen, medicijnen die niet geschikt zijn, of voorschrijven van teveel verschillende medicijnen aan ouderen. Dat stelt de Inspectie voor de Gezondheidszorg in het rapport de Staat van de Gezondheidszorg 2004, dat donderdag is verschenen. De inspectie baseert zich in het onderzoek voor het eerst ook op databestanden van anderen, zoals ziekenhuizen, universitaire onderzoeksgroepen en het College voor zorgverzekeringen. Op basis van buitenlandse cijfers, vertaald naar de Nederlandse situatie, gaan er in Nederland jaarlijks enkele duizenden mensen per jaar dood en ondervindt een veelvoud daarvan ernstige schade door fouten in de hele zorgsector, schrijft de inspectie. Harde Nederlandse cijfers bestaan niet. Generaal- inspecteur H. Kingma wil daarom een landelijk registratiesysteem voor fouten die voorkomen hadden kunnen worden. Hij wil zo risico's in kaart brengen. Kingma pleit al een tijd voor zo'n systeem van schuldvrij melden. Fouten door nalatigheid moeten bijvoorbeeld wel tuchtrechtelijk worden vervolgd. Minister Hoogervorst (Volksgezondheid) is voorstander van schuldvrij melden en registreren, maar buigt zich nog over de juridische aspecten. Een op de vijf ouderen krijgt elk jaar minstens een recept voorgeschreven dat schadelijk voor zijn of haar gezondheid kan zijn. Het gaat daarbij om middelen die niet geschikt zijn voor ouderen of in lagere dosering moeten worden voorgeschreven. Ouderen die vijf verschillende medicijnen gebruiken, lopen bovendien bij elk geneesmiddel dat daarbij komt 10 procent meer kans om te vallen. Niet goed bewaken van de medicatie van patiënten is tuchtrechtelijk verwijtbaar. Dat geldt voor apotheken die geen contact opnemen met de arts om ze te waarschuwen èn voor artsen die zo'n waarschuwing in de wind slaan. In ziekenhuizen worden fouten lang niet altijd gemeld, laat staan dat er maatregelen worden genomen om ze te herstellen. Zo blijkt uit gesprekken met verpleegkundigen dat maar de helft van incidenten met infusen worden gemeld. Het kan zijn dat dit niet gebeurt uit angst voor repressailles, of omdat mensen geen zin hebben in de administratieve rompslomp waarmee een melding gepaard gaat. In verpleeghuizen bestaan wel goede registratiesystemen, maar ook hier worden fouten, zoals ongelukken met tilliften, niet altijd gemeld. Vier van de tien thuiszorginstellingen hebben helemaal geen registratiesysteem. Het rapport 'Staat van de Gezondheidszorg 2004. Patiëntveiligheid: de toepassing van geneesmiddelen en medische hulpmiddelen in zorginstellingen en thuis' kunt u via deze link downloaden.

Medical mistakes linked to 20 deaths in Minnesota hospitals -- January 20, 2005 -- HOSPITAL0120 / Maura Lerner,  Star Tribune -- Minnesota hospitals performed surgery on the wrong body parts, gave the wrong medications or made other mistakes that endangered patients 99 times in a 15-month period starting in the summer of 2003, according to the first such report in the nation. The hospitals reported that 20 deaths were associated with the errors, including eight people who died after falls and four after medication errors. But they stopped short of saying the errors caused the deaths. The report, released today by the Minnesota Health Department, offers a rare glimpse into what was once the most closely guarded secret in medicine. For the first time, Minnesota hospitals were required by law to report 27 categories of mistakes known as "never events," which experts say never should happen, to a state registry. In all, 30 of the state's 145 hospitals reported at least one "never" event at their facilities between June, 2003 and October, 2004.  Some of the most respected hospitals in the state were among those reporting the most errors. Fairview-University Medical Center, the state's premier teaching hospital, had the largest number of reported errors: 13, including one associated with the death of a patient, according to the report. Another Minneapolis hospital, Abbott Northwestern, came in second, with nine errors and two associated deaths. The Mayo Clinic reported six errors at its two Rochester hospitals, including two deaths associated with medication errors, and one operation on the wrong body part. Hospital officials say the disclosures, while painful, are intended to help them learn from each other's mistakes and improve patient safety. The reports are to be published annually, allowing anyone to track hospitals' progress. Already, they say, they have take steps to reduce the chances these mistakes will happen again. "I'm sure all of us will be sobered by the report," said Barbara Balik, executive vice president for safety and quality at Allina hospitals and clinics, which owns Abbott Northwestern. And yet, she said, health officials are starting to learn the lessons of the airline industry. "The way you improve safety is by reporting, learning and then fixing the problems." More than half the mistakes occurred during surgery. Almost a third of all mistakes involved surgical teams leaving foreign objects, such as sponges and needles, inside patients. It also included a surprisingly large number of preventable bed sores -- 24 cases -- which can be dangerous if they become infected. Most of the patient deaths were associated with falls, medication errors and faulty or misused medical devices. St. Luke's Hospital in Duluth reported the most deaths: four patients in four separate categories: a fall, a burn, a medication error and a problem with a device. Fairview Southdale Hospital in Edina came in second, with three deaths. But hospital officials say the reports do not necessarily mean that the hospital errors caused the deaths. Jo Ann Hoag, a nurse who cochairs St. Luke's patient safety program, said hospitals were required to report any death "associated with" an error, and the hospital took the broadest possible approach. "We didn't look at cause and effect, we looked at 'did it occur during that stay," she said. "We're not trying to explain this away. We're trying to say how we interpreted the intent of the law." Fairview Health Services officials agreed. Neither hospital would discuss the individual cases, and the report contained no patient names or details. "What we're here to talk about is what we're learning from these situations and not individual events," said Hoag. Hospital officials admit they've worried about how the report will affect their reputations. In spite of such concerns, the Minnesota Hospital Association, the trade group for hospitals, pushed for the state law that set the reporting in motion in 2003. Minnesota was the first to adopt a list of 27 reportable events proposed by a national organization, the National Quality Forum, based in Washington, D.C. Two other states, New Jersey and Connecticut, have since followed suit. The list was inspired by a 1999 Institute of Medicine report that estimated that tens of thousands of patients died each year from hospital errors. One problem, experts say, is that some of the mistakes are so rare, hospitals may not realize the danger until the numbers are tallied statewide. And that's the purpose of this kind of report, said Dr. Kenneth Kizer, president of the National Quality Forum. "If you got human beings involved, you're going to have errors," he said. "The two go together. If so, then let's design systems so you minimize those errors. Let's change the whole culture so we view these things as learning experiences." More on this story will be available in Thursday's Star Tribune.

The report can be found online at www.minnesotahealthinfo.org or www.health.state.mn.us.

Betere opsporing kindermishandeling -- 19 januari 2005 – Algemeen Dagblad – Het gebruik van een speciaal formulier in ziekenhuizen helpt kindermishandeling op te sporen. Op het formulier moeten artsen expliciet invullen of het letsel waarmee een kind op de spoedeisende hulp binnenkomt, overeenkomt met het verhaal dat ouders of begeleiders over de oorzaak van dat letsel vertellen. In het Flevoziekenhuis werden in vier maanden 33 meldingen van vermoedelijke mishandeling gedaan. Voordat het ziekenhuis het formulier gebruikte, werd nooit melding gedaan van kindermishandeling.

Minder mensen om psychische klachten in WAO 19 januari 2005 – Telegraaf -- DEN HAAG - Het aantal mensen dat door psychische problemen in de WAO terechtkomt, neemt af. Vooral bij vrouwen is een afname te zien. Dit blijkt uit het rapport 'Een gebroken been is toch gemakkelijker' dat de werkgroep Psychische Problematiek woensdag in Den Haag heeft gepresenteerd. Per duizend werknemers kwamen in 2001 ruim zeven vrouwen en vier mannen met psychische klachten in de WAO terecht. In 2003 liep dit terug tot vier vrouwen en ongeveer drie mannen per duizend. Professor P. van Lieshout sprak bij de presentatie van het rapport van een trendbreuk. Desondanks vormen mensen met psychische klachten nog steeds 32 procent van het totale aantal werknemers dat in de WAO komt. Maar in 2001 was dat nog 38 procent, aldus Van Lieshout. Werkgevers en werknemers praten niet of nauwelijks over problemen thuis of op het werk. Die kunnen daardoor zulke proporties aannemen dat zij leiden tot verzuim. "Over een gebroken been is het toch een stuk gemakkelijk praten", aldus de opstellers van het rapport, dat werd aangeboden aan minister De Geus van Sociale Zaken. Een betere communicatie kan ertoe bijdragen het verzuim door dit soort problemen terug te dringen. De Geus wees erop dat de aanpak van het ziekeverzuim in eerste instantie een taak is van werkgevers en werknemers samen. Zij moeten in CAO's daarover afspraken maken, aldus de minister. Als mensen op hun werk iemand kennen die van psychische klachten is genezen, dan helpt dat. "Het verschijnsel wordt herkend en bespreekbaar gemaakt" , aldus De Geus. Ook een gebroken geest kan worden gespalkt, maar loop er niet te lang mee door."

 

Zorgverzekeraars kritisch over website 19 januari 2005 – Telegraaf -- ZEIST - Zorgverzekeraars Nederland (ZN), de koepeldorganisatie van ziektenkostenverzekeraars, is verbolgen over de website www.kiesbeter.nl  die minister Hoogervorst (Volksgezondheid) woensdag opende. Op de site kunnen consumenten onder meer ziekenfondsverzekeringen vergelijken. Volgens ZN is de website deels gebaseerd op oude informatie en zijn de prestaties van zorgverzekeraars niet eerlijk beoordeeld. Dat staat in een brief die de zorgverzekeraars naar de Consumentenbond hebben gestuurd. De website, die door het ministerie van Volksgezondheid is gefinancierd, maakt gebruik van onderzoeksresultaten van de Consumentenbond. De Consumentenbond is het echter niet eens met de kritiek. In het onderzoek gebruikte de Consumentenbond onder meer gegevens over de bereikbaarheid en de klachtenafhandeling van de verzekeraars die dateren uit 2003. Volgens ZN geven de resultaten daardoor een vertekend beeld. "Die cijfers zijn twee jaar oud. In die periode kan al veel verbeterd zijn", aldus een woordvoerder van ZN. Verder vindt ZN dat de bond de scores op bijvoorbeeld keuzevrijheid of het opzegbeleid baseert op te beperkte informatie. Hierdoor ontstaat een beeld van de prestaties van de verzekeraars dat niet overeenkomt met de werkelijkheid, stellen de verzekeraars. De Consumentenbond benadrukt echter dat de oude cijfers afkomstig zijn van toezichthouder CTZ en die had geen recentere cijfers. Bovendien komen ze overeen met de resultaten van een tevredenheidsenquête die de bond zelf onlangs heeft gehouden, stelt een voorlichter. Verder stelt hij dat de bond in het onderzoek verzekeraars beoordeeld op punten waarvan consumenten hebben aangegeven dat ze die belangrijk vinden. De verzekeraars waren daarvan op de hoogte. "Over elke stap en elk aspect is met de verzekeraars overlegd." De woordvoerder van de bond doet de reactie van de verzekeraars daarom af als "koudwatervrees". Met de site is voor het eerst blootgelegd op welke punten ze goed en slecht presteren. "Dat is even wennen."

 

Ook Inspectie Gezondheidzorg onderzoekt hulp Savanna 18 januari 2005 – Telegraaf -- DEN HAAG - De Inspectie Jeugdzorg en de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) doen samen onderzoek naar de hulpverlening aan het gezin van de 3-jarige Savanna. Dit heeft een woordvoerster van de IGZ dinsdag laten weten. De IGZ kijkt naar de medische kant. De peuter uit Alphen aan den Rijn werd vorig jaar september dood aangetroffen in de kofferbak van een auto. Justitie verdenkt haar moeder en de vriend van haar moeder van stelselmatige uithongering en mishandeling van het meisje. Het gezin was bekend bij de hulpverlening en het stond onder toezicht van een gezinsvoogd, omdat er al langer problemen waren. Na de dood van het meisje stelde het bureau Jeugdzorg Noord-Holland-Noord een onderzoek in naar zijn functioneren. Toen dat klaar was, begon de Inspectie Jeugdzorg haar onderzoek. De IGZ sloot zich daarbij aan, aldus een woordvoerster van de Inspectie Jeugdzorg. Het onderzoek is naar verwachting eind deze maand afgerond.

Baby Meerle raakte klem door kapot bedje: 'Dagverblijf schuldig aan dood baby' 18 januari 2005 -- Algemeen Dagblad -- De stichting Kinderopvang Rotterdam Noord (Korn) is volgens justitie schuldig aan de dood van een half jaar oud meisje dat in augustus 2003 stikte toen zij bekneld zat in een kapot ledikantje in haar kinderdagverblijf. De stichting bestrijdt dat en vindt dat groepsleidsters verantwoordelijk zijn. Het Openbaar Ministerie eiste gisteren voor de rechtbank in Rotterdam dat de stichting 20.000 euro betaalt aan het Liliane Fonds en Warchild. Baby Meerle Rutten werd op de bloedhete middag van 11 augustus 2003 te slapen gelegd in een kapot bedje in kinderdagverblijf Het Kleine Rijk aan de Parklaan in Rotterdam. Het hekje van het bovenste deel van het stapelledikantje zat aan de onderkant los waardoor er een speling van 12 centimeter tussen de bedbodem en het hekje ontstond. In het kwartier dat Meerle zonder begeleiding in de slaapkamer lag, rolde ze tegen het hekje aan. Ze viel met haar onderlichaam tussen het hek en de bedbodem en kwam klem te zitten. Haar kin rustte op de bedbodem. Toen zij door groepsleidster Bianca werd gevonden, was Meerle helemaal slap en zag ze bleek. Enkele dagen later overleed ze in het ziekenhuis. Officier van justitie E. Pols wilde de leidsters van Het Kleine Rijk niet vervolgen, hoewel hij vond dat ze nalatig hadden gehandeld. Een aantal leidsters en de manager wisten al een paar dagen dat het bedje kapot was. Ze hadden een reiswieg in het ledikant gelegd om te voorkomen dat het zou worden gebruikt. Maar toen Meerle naar bed werd gebracht door een leidster die dat niet wist, was de wieg weg. ,,Iedereen heeft een beetje schuld. Alle beetjes schuld reken ik toe aan de stichting als geheel'', zegt Pols. Volgens hem is uiteindelijk Korn verantwoordelijk voor wat er in het kinderdagverblijf gebeurt. ,,Door de stichting te vervolgen, bevorder je de zorgzaamheid in de toekomst. Bovendien brengen ouders hun kinderen niet naar een bepaalde leidster maar naar het kinderdagverblijf'', aldus Pols. Hij vond dat Korn afspraken had moeten maken over kapot materiaal. ,,Het bed is niet apart gezet, het matras is er niet uitgehaald. Dit ongeluk had niet hoeven gebeuren met duidelijke afspraken.'' Ook had de stichting volgens Pols regelmatig onderhoud moeten plegen op de bedjes, omdat er vaker mankementen aan de schroeven waren geconstateerd. Na het ongeval met Meerle heeft de fabrikant van de ledikantjes de constructie op last van de Keuringsdienst van Waren verbeterd. 363 kinderdagverblijven in Nederland gebruiken dit soort bedjes. De stichting was het niet eens met de lezing van de officier. Zij had de verantwoordelijkheid voor de kinderen, het materiaal en het gebouw immers gedelegeerd aan de manager en de groepsleidsters. De directie van Korn was niet op de hoogte van het kapotte bedje, noch van de afspraak met de reiswieg die de leidster onderling hadden gemaakt. ,,Er waren wel degelijk afspraken, maar de leidsters hebben onvoldoende maatregelen genomen'', zegt advocaat S. Hoek van de stichting Korn. Ze pleitte voor vrijspraak. ,,De gedragingen van leidster kunnen niet worden toegerekend aan de stichting. Als je dat doet, heeft dat gevolgen voor de hele branche'', waarschuwde Hoek. De boete van 20.000 euro aan goede doelen kon Korn moeilijk betalen. Hoek: ,,Uiteraard zijn we voor goede doelen, maar besef dat een dergelijke gift nadelig is voor de kwaliteit van de stichting.'' Uitspraak over twee weken.

Fysiotherapeuten Eye4Care gaan vrijuit -- 17 januari 2005 -- ANP -- GRONINGEN - Twee fysiotherapeuten van de kliniek Eye4Care in Harlingen zijn niet buiten hun boekje gegaan bij de behandeling van terminale patiënten. Dat heeft het Regionaal Medisch Tuchtcollege in Groningen maandag bepaald. De inmiddels gesloten kliniek behandelde met omstreden methoden vooral terminale kankerpatiënten. De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) bracht de zaak bij het tuchtcollege aan, omdat zij vindt dat de fysiotherapeuten behandelingen uitvoerden zonder de benodigde kwalificaties. Bij onder meer een zuurstoftherapie zou de gezondheid van Eye4Care-patiënten zelfs ernstig in gevaar zijn gekomen. Het tuchtcollege acht de klacht van de IGZ tegen de fysiotherapeuten echter ongegrond. Na een onderzoek door de IGZ besloot de rechtbank in Leeuwarden in juli vorig jaar dat de kliniek 32 behandelmethodes niet meer mag uitvoeren. Sinds die uitspraak is de in 2002 begonnen kliniek vleugellam en zijn alle zeventien medewerkers ontslagen. Directeur D. Pathuis en medisch hoofd J. Bos van Eye4Care werden in december vorig jaar beide veroordeeld tot een maand voorwaardelijke gevangenisstraf en een boete van 500 euro voor de omstreden behandelingen.

 

Ouders bouwen woningen voor schizofreen kind 17 januari 2005 – Volkskrant -- ALMERE - Ouders van kinderen met schizofrenie laten gezamenlijk woonvoorzieningen bouwen. In Almere wordt volgende maand het eerste complex voor 39 bewoners geopend; In Breda, Den Bosch en Zeeuws-Vlaanderen komen vergelijkbare initiatieven. Net als in de gehandicaptensector zijn ook de ouderinitiatieven in de psychiatrie ontstaan uit onvrede over het huidige zorgaanbod. Schizofrenie openbaart zich pas op volwassen leeftijd en ouders zeggen dat zij daarom nauwelijks bij de zorg voor hun kinderen worden betrokken. De bewoners van het Acomplex in Almere worden ondersteund door 22 personeelsleden die worden betaald uit de AWBZ-verzekering. De appartementen zijn eigendom van woningcorporatie Ymere, bewoners huren ze of krijgen het verblijf vergoed vanuit de AWBZ.

Handboek "Seksualiteitsbeleid? Gewoon doen!" weer voorradig --  Januari 2005 – RNG -- U kunt het handboek "Seksualiteitsbeleid? Gewoon doen!" weer bestellen via de E-shop op deze website. Kijk daarvoor in de rubriek 'Materiaal voor voorlichters'. Het handboek is specifiek bedoeld voor het ontwikkelen van visie en beleid omtrent seksualiteit in GGZ-instellingen. Lees ook het artikel ‘Handboek voor opstellen seksualiteit-beleid GGZ’ van 30 april 2004 (Zorgkrant) in dezelfde nieuwsrubriek van vorig jaar. 

Huisartsen in opleiding gaan positieve acties voeren 14 januari 2005 – Zorgkrant -- De Landelijke Organisatie Van Aspirant Huisartsen (LOVAH), de landelijke belangen vereniging van huisartsen in opleiding, gaat tijdens de landelijke actiedag van de huisartsen positieve acties voeren. De huisartsen in spe gaan die dag visites afleggen bij chronisch zieke patiënten. Visites die nu al in het gedrang komen door het gebrek aan tijd. Daarnaast bieden zij tijdens de actiedag op 20 januari, Kamerleden een gratis preventief consult aan. Daarvoor wordt een tent naast de Tweede Kamer ingericht als spreekkamer. Volgens de LOVAH komen door de bezuinigingen ook de preventieve en signalerende taak van huisartsen in het nauw. De aankomende huisartsen zijn, net als veel andere huisartsen, bezorgd over de toekomst van het vak en daarmee de kwaliteit van de patiëntenzorg. Zij willen behoud van kwaliteit en verdere modernisering van de huisartsenzorg.

Moslimvrouw geestelijk verzorger in ziekenhuis 14 januari 2005 – Telegraaf -- DEN HAAG - De moslimvrouw Mualla Kaya werkt sinds 1 januari als geestelijk verzorger in het Medisch Centrum Haaglanden (MCH). Zij is voorzover bekend de eerste islamitische vrouw die deze functie in een ziekenhuis bekleedt. Dat meldde MCH vrijdag. In MCH Westeinde maakt Kaya deel uit van een multireligieus team van rooms-katholieke, protestantse, hindoeïstische en islamitische geestelijk verzorgers. Nederland kent al wel een vrouwelijke islamitische geestelijk verzorger die in een gevangenis werkt. Voorzitter C. Pektas-Weber van de islamitische vrouwenorganisatie Al Nisa verwacht dat moslimvrouwen in de toekomst steeds vaker in zulke functies terecht zullen komen. Daar bestaan volgens haar geen godsdienstige bezwaren tegen. "Geestelijk verzorgers werken wel vanuit een religieuze bewogenheid maar zijn geen imams, die veel meer een puur religieuze functie hebben." Pektas-Weber ziet vrouwen niet snel de rol van voorganger in het gebed voor gemengde groepen gelovigen in de moskee vervullen. Wel zijn er vrouwen die voor een groep van uitsluitend seksegenoten voorgaan in het gebed. Zelf doet ze dat ook. Vrouwen rukken volgens haar wel op in moskeebesturen.

Aangepaste meldplicht klachtencommissies 13 januari 2005 – KNMG -- Op 10 december 2004 heeft de regering bij de Tweede Kamer het wetsvoorstel ingediend dat de impasse rond de voorgenomen wettelijke meldplicht van klachtencommissies moet doorbreken (wetsvoorstel 29931). Dit nieuwe wetsvoorstel beperkt de meldplicht ten opzichte van een eerder wetsvoorstel, maar roept ook nieuwe vragen op. Mede op grond van kritiek op het eerdere wetsvoorstel 28489 besloot de Eerste Kamer dit voorstel aan te houden tot de regering via een nieuw wetsvoorstel de meldplicht heeft afgezwakt. Zodra de Tweede Kamer met het nieuwe voorstel 29931 heeft ingestemd, zal de Eerste Kamer de wetsvoorstellen 28489 en 29931 gezamenlijk behandelen. Wetsvoorstel 29931 bevat twee belangrijke inperkingen van de oorspronkelijke meldingsplicht. De eerste inperking is dat de meldingsplicht alleen betrekking heeft op een ‘klacht over een ernstige situatie met een structureel karakter’. Hiermee worden bedoeld: klachten waaruit een structurele situatie van onverantwoorde zorg blijkt (art. 2a, wetsvoorstel 29931). In de oorspronkelijke tekst was deze beperking tot structurele kwesties niet opgenomen. De tweede inperking is dat de meldplicht alleen geldt in gevallen waarin de zorg-aanbieder die door de klachtencommissie over de ernstige situatie is geïnformeerd, nalaat daaraan iets te doen. De KNMG blijft ten principale van mening dat aan klachtencommissies geen wettelijke meldplicht behoort te worden opgelegd. Een meldingsmogelijkheid volstaat. Maar we kunnen concluderen dat de in wetsvoorstel 29931 opgenomen meldingsplicht in een aantal opzichten minder problematisch is dan het oorspronkelijke voorstel. De toelichting bij wetsvoorstel 29931 roept echter wel een nieuw discussiepunt op. Uit deze toelichting blijkt dat de meldplicht van de klachtencommissie al geldt op het moment dat de klacht is ontvangen, en dus voordat de klacht door de commissie is behandeld. Volgens de KNMG is dat alleen uitvoerbaar als de commissie over de betreffende situatie al eerder een klacht gegrond heeft verklaard, en op basis van die kennis snel kan concluderen dat er een structureel probleem is. Meestal zal de commissie op het moment van het indienen van de klacht nog niet in staat zijn te beoordelen of de klacht een structurele situatie van onverantwoorde zorg betreft. Juist door de klacht te behandelen en te beoordelen zal de commissie kunnen ontdekken of er van zo’n structurele situatie sprake is. Melden ten tijde van het indienen van de klacht is uit een oogpunt van zorgvuldigheid veelal ook onwenselijk. Een te snelle en ondoordachte actie van de klachtencommissie kan het vertrouwen van klager en aangeklaagde schaden en kan leiden tot aansprakelijkheid (bijvoorbeeld als tijdens de klachtenbehandeling blijkt dat de commissie ten onrechte eerder een ‘structurele misstand’ had aangenomen en gemeld, met schade voor de aangeklaagde). Wat dat betreft lijkt de verwachting van de regering dat een snelle melding geen invloed zal hebben op de latere klachtenbehandeling niet erg reëel. Daarnaast is wetsvoorstel 29931 volgens de KNMG op een aantal punten ondoordacht. Hoe komt bijvoorbeeld de klachtencommissie te weten dat de zorgaanbieder nalaat de structurele situatie te verbeteren? Via de procedure van art. 2 lid 5 van de Wet klachtrecht, die een termijn noemt voor het geven van een oordeel door de zorgaanbieder, zal de melding aan de inspectie pas vele maanden na het indienen van de klacht kunnen plaatsvinden. In het nieuwe wetsvoorstel ontbreekt verder een bepaling op basis waarvan de naam van de klager, met diens toestemming, in de melding aan de inspectie kan worden genoemd. Daarnaast ligt het voor de hand te bepalen dat ook de aangeklaagde over de melding wordt geïnformeerd. Op deze punten behoeft het voorstel in elk geval aanvulling. Op 23 februari 2005 organiseert de KNMG een symposium over het melden van fouten, waar onder meer wetsvoorstel 29931 aan de orde komt. Zie ook www.knmg.nl/symposia

.

Commentaar red. MdH: Het nieuwe wetsvoorstel inzake meldingsplicht van klachtencommissies is nadelig t.a.v. de nodige preventie m.b.t. GOG door professionals. Doordat dan alleen maar klachten waarbij het om een structureel karakter gaat aan inspectie gemeld zouden moeten worden, voldoet dit wetsvoorstel inzake seksueel grensoverschrijdend gedrag door hulpverleners niet aan de eisen die t.a.v. preventie gesteld zouden moeten worden. Immers, ondanks het feit dat bij GOG door professionals in de meeste gevallen sprake is van een structureel probleem door a) de aanwezigheid van een ernstige stoornis bij de professional in meer dan de helft van de gevallen en b) het feit dat er in veel gevallen sprake is van recidiverend GOG (kans op herhaling: 33 – 80% [laatstgenoemd cijfer geldt zeker voor het onder a) genoemde]), zal meestal zelfs na afhandeling van de klacht door de klachtencommissie niet duidelijk zijn of het om structureel disfunctioneren gaat. Dit omdat het 1) geenszins  gebruikelijk is de professional i.v.m. zijn geestvermogens te laten onderzoeken waardoor het onder a) genoemde niet op een aantoonbare manier geconstateerd kan worden en 2) omdat er geen onderzoek wordt ingesteld of elders (beroepsverenigingen, andere klachtencommissies, tuchtcolleges, IKG’s (Informatie- en Klachtenbureau’s Gezondheidszorg), Slachtofferhulp, Meldpunten seksueel GOG door hulpverleners enz.) klachten over soortgelijk onprofessioneel & onethisch gedrag bekend zijn geworden. Ten derde is het zo dat de meeste gevallen van seksueel GOG door sterke onderrapportage niet bij instanties bekend zijn. Ondanks het feit dat aan de meeste gevallen van GOG door professionals een structureel probleem (a, b of a+b) ten grondslag ligt, biedt het nieuwe wetsvoorstel geen enkele preventie t.a.v. GOG. Het verdient aanbeveling om over de mogelijkheid na te gaan denken of het opnemen van een aparte clausule in deze voor seksueel GOG door professionals, gericht op het belang van preventie van seksueel misbruik binnen de hulpverlening, uitkomst kan bieden. Een meldplicht inzake GOG is echter pas werkelijk zinvol als de meldingsplicht ook voor andere partijen, zoals hulpverleners, politie, OM, tuchtcolleges, beroepsverenigingen etc., geldt en er een centraal orgaan zal komen dat alle meldingen in deze verzamelt en t.b.v. preventie bij behandeling van klachten en/of lopende juridische procedures ter beschikking stelt. Hierbij is het verder noodzakelijk dat het betreffende orgaan meldingen veel langer dan slechts 5 jaar mag bewaren aangezien gevallen van GOG vaak pas veel later aan het licht komen en het structureel wangedrag veelal een geschiedenis van jaren, zo niet tientallen jaren, binnen de carrière van een hulpverlener heeft. 

Psychiaters over antipsychotica bij kinderen met ADHD -- 13 januari 2004 -- Zorgkrant -- De Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) heeft vandaag haar standpunt gepubliceerd over het gebruik van het antipsychoticum risperon (Risperdal) bij kinderen met ADHD. Aanleiding is de onrust die ontstond na publicaties over mogelijke bijwerkingen, zoals gewichtstoename, en het feit dat dit middel niet is geregistreerd voor gebruik bij kinderen. ADHD is de meest voorkomende psychiatrische stoornis bij kinderen. De ziekte gaat vaak gepaard met andere ernstige problemen zoals opstandig, anti-sociaal en agressief gedrag. Over de medicatiekeuze bij kinderen met ADHD betaat internationaal consensus en het middel Methylfenidaat (Ritalin) is daarbij eerste keus. Echter, bij sommige kinderen kan er een indicatie zijn voor behandeling met Risperdal. Bijvoorbeeld bij kinderen bij wie Ritalin onvoldoende effect heeft op het impulsieve en agressieve gedrag met als gevolg dat zij niet kunnen functioneren op school, in het gezin of sociaal. In onderzoek is het positieve effect van Risperdal op agressief gedrag bij kinderen aangetoond. Indien geïndiceerd mag medicatie niet aan patiënten worden onthouden. Bijwerkingen: Gewichtstoename bij gebruik van Risperdal komt regelmatig voor en bedraagt gemiddeld 7-10%. Daarom worden er dieetadviezen gegeven. Ouders en patiënten dienen goed voorgelicht te worden en er moet een zorgvuldige controle van de werking en bijwerkingen van de medicatie plaatsvinden. Registratie: In de geneeskundige praktijk is het niet ongebruikelijk dat medicatie die niet als zodanig is geregistreerd, aan kinderen wordt voorgeschreven. Dat de voorgeschreven medicatie niet officieel geregistreerd is, heeft mede te maken met het beperkte aantal onderzoeken naar effecten en bijwerkingen van medicatie bij kinderen. Gezien de vereiste expertise zouden de indicatiestelling voor Risperdal bij kinderen voorbehouden moeten zijn aan kinder- en jeugdpsychiaters, aldus de NVvP.

Voorlichting medische hulpverleners illegalen 13 januari 2004 – Het Parool – AMSTERDAM – De gemeente gaat hulpverleners beter voorlichten over medische hulp aan illegalen. Teveel artsen weten niet hoe zij de kosten van hulp aan illegalen kunnen declareren. Ook zal de gemeente beter proberen te volgen welke Amsterdamse uitgeprocedeerden buiten hun schuld het land niet uitgezet kunnen worden. Die mensen krijgen dan alsnog woonruimte aangeboden om na vertrek uit het uitzetcentrum in hun oude sociale omgeving te kunnen terugkeren.

  

Een vent loopt hiermee niet te koop 13 januari 2005 – De Gelderlander -- De man als incestslachtoffer is een taboe, merkte de Beusichemse predikant Nico de Lange. Hij schreef een boek Duister baken. 'Voor mannelijke slachtoffers van incest en seksueel geweld is er weinig toegankelijk materiaal op dit gebied. Het meest recente is nogal wetenschappelijk van aard. Voor vrouwen is er vanuit de feministische hoek heel veel over incest geschreven. De haast radicale keuze voor de vrouw in deze literatuur en - soms ook - de hulpverlening heeft er mede toe bijgedragen dat de man meestal als dader wordt afgeschilderd, terwijl er ook jongens de dupe van zijn. Ik geef toe dat het mede daardoor knap lastig is om de man als slachtoffer te thematiseren." Nico de Lange, protestants predikant in Beusichem-Zoelmond, verdiepte zich in het verschijnsel incest en stelde vast dat het voor jongens en mannen op latere leeftijd een taboe is om er over te beginnen. Lees het hele artikel in onze rubriek NIEUWS GOG KERKEN NEDERLAND.

Project 'Je lieve lijf' 12 januari 2005www.fvo.nl -- De FvO gaat samen met TransAct, het landelijke expertisecentrum seksespecifieke zorg en seksueel geweld, voorlichtingsmateriaal ontwikkelen rond het thema seksualiteit. Er bestaat al divers materiaal over seksualiteit, intimiteit en relaties voor mensen met een verstandelijke handicap. De FvO en TransAct constateerden echter dat er behoefte is aan voorlichtingsmateriaal met aandacht voor de ontwikkeling van een positief lichaamsbeeld en een positieve lichaamsbeleving en voor seksuele ontwikkeling al vanaf de prille jeugd. Ook voor een goede afweging rond anticonceptie en ouderschap op latere leeftijd is er aanvullend voorlichtingsmateriaal nodig. Voor het ontwikkelen van dit materiaal werken de FvO en TransAct samen in het project ‘Je lieve lijf’. Het project is in januari van start gegaan. Dit wordt mogelijk gemaakt door financiering van de RVVZ (Reserves Voormalige Vrijwillige Ziekenfondsverzekeringen). Het project wordt ondersteund door LFB/Onderling Sterk, VGN en Mee Nederland. Meer informatie: Nicole Houdijk, n.houdijk@fvo.nl.

Groep voor verwerking seksueel misbruik --  12 januari 2005 -- Heerenveense Courant -- HEERENVEEN - Maatschappelijk Werk Fryslân gaat van start met een groep 'Verwerking van seksueel misbruik.' Er zijn veertien wekelijkse bijeenkomsten op maandagmiddag van 13.30 tot 17.00 uur in Heerenveen.

Opgave is mogelijk bij Margo Biewinga (0512-586878) en Sietske Visser (0513-623421). Men kan zich aanmelden tot en met 17 januari, aan de groep zijn geen kosten verbonden. De groep wordt begeleid door twee maatschappelijk werksters en is bedoeld voor vrouwen vanaf twintig jaar. In de groep wordt gepraat over ervaringen met seksueel misbruik en de gevolgen die dat voor hun leven heeft. Zowel vrouwen die als kind misbruikt zijn als vrouwen die op latere leeftijd tegen hun wil seksuele ervaringen hebben gehad, kunnen meedoen. Het is wel belangrijk dat vrouwen die meedoen al een aantal gesprekken met een hulpverlener hebben gehad, zodat de groep niet de eerste stap is om erover te vertellen.

Geestesziekten zijn Europa's stille moordenaars' 12 januari 2005 – Telegraaf -- BRUSSEL - Elk jaar komen in Europa meer mensen om door zelfmoord dan in het verkeer. De gezondheidscommissaris van de Europese Unie, Markos Kyprianou, heeft dat woensdag gezegd bij het begin van een omvangrijke campagne die het bewustzijn over psychische stoornissen moet vergroten. Ieder jaar plegen ongeveer 58.000 Europeanen zelfmoord, sterven er 50.700 in het verkeer en worden er 5.350 vermoord. "Psychische ziektes zijn net zo ernstig als kanker", zei Kyprianou. "Toch is er verbazingwekkend weinig aandacht voor de geestelijke gezondheidszorg." Kyprianou riep Europese overheden op om psychische problemen hoger op de agenda te zetten. Hij kondigde aan dat de Europese Commissie een beleidsplan voorbereidt dat is bedoeld om in de hele EU een goede geestelijke gezondheid te promoten.

 

Amsterdam krijgt nieuw academisch psychiatrisch centrum --  11 januari 2005 – Zorgkrant -- Naast het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam verrijst een nieuw Academisch Psychiatrisch Centrum (APC). Op 17 januari wordt officieel de eerste paal geslagen. In het centrum zal een deel van Psychiatrie AMC/De Meren, een academisch centrum voor volwassenenpsychiatrie, en van de Bascule, het academisch centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie worden gehuisvest. Het academisch psychiatrisch centrum, eigendom van het AMC , beslaat een afmeting van twee voetbalvelden, bestaat uit vier gebouwen en grenst aan de polikliniek van het AMC. Het behandelgebouw wordt vijf bouwlagen hoog en zal 200 bedden tellen. Het centrum biedt plaats aan zowel cliënten in 24-uurszorg als cliënten in dagbehandeling. Daarnaast krijgt het APC een polifunctie voor een groot aantal cliënten in ambulante behandeling.

Wijziging etiketten homeopathische middelen 11 januari 2005 – MinVWS -- Op sommige homeopathische middelen mag niet langer worden vermeld dat de werking niet wetenschappelijk bewezen is. Dat is het gevolg van een uitspraak van de Raad van State. Door de uitspraak van de Raad van State mag op de verpakkingen en etiketten van de zogenaamde zelfzorghomeopathica (die vrij verkrijgbaar zijn bij apotheker en drogist) niet langer worden vermeld dat ‘de werking van het middel niet wetenschappelijk bewezen is’ (de zogenaamde ‘disclaimer’). Dit is namelijk in strijd met Europese etiketteringsvoorschriften. Minister Hoogervorst vindt dat de consument hierdoor niet meer objectief wordt geïnformeerd. Ook het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) vindt het ongewenst als de overheid zou bijdragen aan het wekken van de schijn van werkzaamheid. Uiterlijk per 30 oktober 2005 moet de nieuwe Geneesmiddelenwet in werking treden. Hoogervorst wil de regeling dan zodanig aanpassen dat voor nieuwe zelfzorghomeopathica alleen een aanduiding van de kwaal waartegen het middel is bedoeld (een ‘claim’) mag worden gevoerd als de werking van dat middel wetenschappelijk is bewezen. Voor zelfzorghomeopathica die nu in de handel zijn wil de minister een overgangsregeling treffen. De maatregel geldt dus niet voor de klassieke, verdunde, homeopathische middelen. Totdat de nieuwe regeling in werking treedt, beslist het CBG wat er moet gebeuren met homeopathica waarvan de fabrikant de disclaimertekst wil verwijderen. De fabrikant staat in zijn recht als hij daarom verzoekt. Maar op het etiket van die homeopathische geneesmiddelen mag dan niet langer worden aangegeven tegen welke kwaal het middel is bedoeld.

Wat deden vrouwen zelf om geweld te keren? 11 januari 2005 – Volkskrant -- HAARLEM - De Blijf-van-mijn-Lijfhuizen in Nederland zitten overvol. De Volkskrant koos er domicilie en doet daarvan in acht afleveringen verslag. Aflevering 5: 'Wat deden vrouwen zelf om geweld te keren?' Uithuilen mag in het Blijf-van-mijn-Lijfhuis, maar daarna komt de spiegel en die is vaak meedogenloos. 'Vrouwen hebben een aandeel in wat hun overkomt', zegt directeur Jacqueline Dingemanse. 'Vaak is in het gezin sprake van een wisselwerking.' Die boodschap is confronterend, beseft groepswerker Ruud Bosbeek. 'We willen weten wat vrouwen zelf hebben gedaan om het geweld te keren. Weerbaarheid leren ze door naar zichzelf te kijken.' In het eerste gesprek na binnenkomst wordt globaal doorgenomen wat er is voorgevallen en mogen de kinderen vertellen hoe het thuis voor hen was. De week erna wordt in aparte gesprekken op de details ingegaan en een hulpverleningsplan opgesteld. Tijdens het wekelijkse overleg van de gezinsbegeleiders blijkt hoe ver die steun kan reiken. Van hulp bij het aanvragen van een verblijfsvergunning tot speltherapie voor de kinderen. Het Blijfhuis onderhoudt contacten met talloze instellingen, van jeugdhulp- tot schuldhulpverlening. Voor Esther, die nog een celstraf moest uitzitten vanwege onbetaalde boetes, is zelfs gepoogd in het Blijfhuis elektronisch huisarrest te regelen. Toen dat niet mogelijk bleek, kon ze tijdelijk bij een ex-bewoonster logeren. Van Patricia, die twee weken geleden is binnengekomen, wordt een genogram gemaakt - een soort schema van haar gezin en haar gezin van herkomst - om te achterhalen waar haar kracht ligt of waar die vroeger lag. Patricia moet worden geactiveerd, zeggen de begeleiders. Haar kinderen zijn bovendien nogal claimend, haar zoon van 3 praat slecht. 'Daar is iets misgegaan thuis.' Gezinsbegeleider Sandra van der Meer gaat videotraining doen. Voor alle vrouwen geldt dat ze grenzen moeten leren stellen, zegt Koosje Kaspers, die in het Blijfhuis assertiviteitstraining geeft. Ze praat met hen onder meer over de reddersdriehoek; het rollenpatroon waarin ze vast zijn komen te zitten. Kaspers: 'Vrouwen werpen zich vaak op als redder van de man. Ze denken: als ik hem help, raakt hij wel van de drank af of stopt hij met de criminaliteit.' Gebrek aan zelfvertrouwen is een ander gemeenschappelijk probleem. De eerste vraag die therapeute Sylvia Mastenbroek donderdagmorgen tijdens de training stresshantering stelt, is dan ook een moeilijke: 'Waar zijn jullie de afgelopen week tevreden over geweest?' Marijke weet het echt niet. 'Jongens, verzin effe wat voor mij', roept ze tegen de vrouwen aan tafel. Groepswerker Hennie Stegens roemt haar optimisme, maar Marijke haalt onwennig de schouders op. Na ontspanningsoefeningen wordt de training afgesloten met een tekenopdracht: 'Wat wens je jezelf toe voor het komende jaar?' Marijke tegen Astrid: 'Nee, geen nieuwe man!' Patricia tekent een huis met een geldboom, Astrid een zon, een hart, een knuist en een bed. En Marijke schetst, na veel zuchten, een flat zonder deur maar met brievenbus. 'Goede grensbewaking', constateert Stegens droog. De meeste vrouwen schudden na verloop van tijd de onzekerheid van zich af. Irina heeft zelf een bezoekregeling met haar ex-man getroffen, Patricia heeft de regie over haar kinderen terug. Astrid, na elf maanden in het Blijfhuis: 'Ik ben ook boos op mezelf: waarom heb ik het zo ver laten komen?' Van de vrouwen in de Blijfhuizen heeft 60 procent eerder in een opvangcentrum gezeten. Astrid legt het uit: 'Op het laatst denk je dat het aan jezelf ligt. Mijn man zei: voor jou tien anderen. Ik had de kracht niet hem te verlaten.' Haar dochter Marit heeft op school een spreekbeurt gehouden over huiselijk geweld. Gemaakt op de computer van het Blijfhuis. 'We leren kinderen te ontheimen', zegt directeur Dingemanse. 'We vertellen dat er goede en slechte geheimen zijn en dat je met een slecht geheim nooit moet blijven rondlopen.' Marit besloot haar spreekbeurt met: 'Ik weet er zoveel van omdat ik het allemaal zelf heb meegemaakt.' De hele klas, vertelde haar mentor later, was diep onder de indruk.

Medische stukken in Leeuwarden op straat 11 januari 2005 – Telegraaf -- LEEUWARDEN - Tien tot twintig ontwerpstukken uit medische dossiers van ziekenhuis Medisch Centrum Leeuwarden (MCL) zijn letterlijk op straat komen te liggen. Dat heeft een woordvoerder van het ziekenhuis in de Friese hoofdstad dinsdag gezegd. De stukken waaiden over de Mr. P.J. Troelstraweg nadat was begonnen met de sloop van de leegstaande MCL-locatie Noord. De woordvoerder kan niet verklaren hoe de stukken op straat zijn gekomen en noemt de zaak erg vervelend. Het ziekenhuis sluit niet uit dat er medische stukken door mensen zijn meegenomen. Of de patiënten waarop de stukken betrekking hebben, worden geïnformeerd, is nog niet bekend. Dinsdagochtend is een team van het ziekenhuis begonnen met het zoeken naar en verzamelen van de stukken. Volgens het MCL zijn alle patiëntendossiers van het ziekenhuis nog wel compleet, omdat de stukken die zijn zoekgeraakt concepten zijn.

Nederland levert abortusartsen niet uit 10 januari 2005 – Medisch Contact -- Staatssecretaris Ross-van Dorp (VWS) zegt dat de Nederlandse overheid Nederlandse artsen die een abortus hebben uitgevoerd bij een buitenlandse patiënt, niet zal uitleveren. Als een ander land een Nederlandse arts in eigen land aanhoudt, kan Nederland hier echter ‘niets tegen doen’, zo schrijft de staatssecretaris in een brief aan het Nederlands Genootschap van Abortusartsen. Deze artsenorganisatie had naar aanleiding van het Medisch Contact-artikel ‘Vogelvrij in Europa’ een brief aan VWS gestuurd over deze kwestie. In dit artikel stellen de auteurs dat nieuwe uitleveringsregels problemen kunnen opleveren voor artsen die betrokken zijn bij abortus of euthanasie. Als een arts in Nederland een abortus uitvoert bij een patiënt die uit een land komt waar abortus verboden is, zouden zij het risico kunnen lopen om uitgeleverd te worden. ‘In het geval dat een ander land om uitlevering van de arts verzoekt, zal Nederland medewerking weigeren wanneer het feit in Nederland heeft plaatsgevonden’, schrijft Ross-van Dorp. ‘De Nederlandse regering werkt niet mee aan de vervolging in het buitenland van Nederlandse artsen, die zich bij hun optreden in Nederland aan de wet houden.’ Als een Nederlandse arts in het buitenland wordt aangehouden, ligt de zaak ingewikkelder. De Nederlandse overheid kan niet ingrijpen; iets wat volgens de staatssecretaris overigens al voor de nieuwe regels voor uitlevering het geval was. VWS noemt het echter niet waarschijnlijk dat dit ook daadwerkelijk gebeurt. Om tot aanhouding over te gaan moet de betreffende buitenlandse regering weten dat de abortus heeft plaatsgevonden en een dossier met bewijsmateriaal hebben. ‘Het spreekt vanzelf dat de Nederlandse regering in die gevallen niet meewerkt aan het verzamelen van informatie of op andere wijze meewerkt aan het opbouwen van een dossier tegen een arts die op Nederlands grondgebied en binnen de grenzen van de Nederlandse wet handelt’, schrijft Ross-van Dorp.

Nieuwe brochure verschenen: Brochure ‘Zorg en ethiek gaan hand in hand10 januari 2005 – Zetweb.nl  – Eind december is er een nieuwe brochure veschenen: ‘Zorg en ethiek gaan hand in hand’. De commissie ethiek van CNV Verzorging en Verpleging heeft deze brochure geschreven om verzorgenden en verpleegkundigen te informeren en enthousiast te maken om aandacht te geven aan de ethische aspecten van hun werk. Ook richt deze brochure zich op managers en opleiders, die voorwaarden kunnen scheppen voor het bespreken van ethische aspecten in zorgverlening. Daarnaast wil de commissie met de brochure stimuleren dat verzorgenden en verpleegkundigen zichzelf bewust worden van de ethische aspecten van hun werk en hierover in gesprek gaan. Daarom wordt ook het belang van ethische discussie op de werkvloer uitgelegd. De brochure beschrijft wat u zelf kunt doen en wat CNV Verzorging en Verpleging te bieden heeft. Achtereenvolgens wordt uitgelegd wat we bedoelen als we het hebben over ethiek en wat het belang is van ethische discussie op de werkvloer. Er wordt beschreven wat de commissie ethiek doet. Daarna leest u over de mogelijkheden van ondersteuning en extra informatie van de beroepscode, de website zorgethiek en de ethische bibliotheek. Tot slot kunt u lezen wat u als zorgverleners zelf kan doen en wat de rol van andere betrokkenen is bij het bespreken van ethische aspecten van de zorgverlening. Er zijn verschillende casussen als illustratie gebruikt, herkenbare voorbeelden die u aan het denken zetten over deze of uw eigen voorbeelden uit de praktijk. De brochure is gratis. U kunt hem bestellen door een briefkaart of e-mail te sturen naar:

CNV Publieke Zaak

t.a.v. Post en Reproductie

Postbus 84500

2508 AM Den Haag

o.v.v. brochure ‘Zorg en ethiek gaan hand in hand’

E-mail: postkamer@cnvpubliekezaak.nl

Download, Relevante links: www.zetweb.nl, www.zorgethiek.nl


Ziekenhuizen werken onvoldoende steriel 8 januari 2005 – Telegraaf -- AMERSFOORT - In 60 procent van de Nederlandse ziekenhuizen is onvoldoende gegarandeerd dat de chirurgische instrumenten steriel zijn. De ziekenhuizen voldoen niet aan de Europese normen en richtlijnen, aldus onderzoeker en sterilisatiedeskundige J. van Doornmalen van het bureau KW2 uit Amersfoort. Van Doornmalen voerde zijn onderzoek uit samen met de (inmiddels overleden) hoogleraar microbiologie Dankert van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam. Van Doornmalen onderzocht 197 zogeheten stoomsterilisatoren in ziekenhuizen. Deze apparaten moeten medische instrumenten, na een intensief wasproces, ontdoen van schadelijke micro-organismen. In 40 procent waren de ziektekiemen ook zeker dood, bij 60 procent was dat niet zeker. Van Doornmalen maakt zich grote zorgen. Hij pleit voor een betere opleiding van gespecialiseerd personeel en strengere controles op de normen en richtlijnen. Wel beaamt hij dat niet elk instrument nu "krioelt van de ziekteverwekkers". Maar wel is volgens Van Doornmalen voor het eerst wetenschappelijk vastgesteld dat 60 procent van de ziekenhuizen niet kan garanderen dat de instrumenten steriel zijn. Mei vorig jaar bleek al dat de sterilisatie van instrumenten voor kijkoperaties problemen kan opleveren. Sommige instrumenten zijn zo klein dat ze moeilijk zijn schoon te krijgen, bleek toen uit onderzoek van hoogleraar endoscopische chirurgie J. Bonjer. Een week later meldde de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) dat ziekenhuizen te laks zijn met het bestrijden van infectieziekten. Als er al een aanpak voor is, wordt die in de praktijk niet goed genoeg uitgevoerd, liet de inspectie toen weten.
 

Steeds meer ADHD-kinderen krijgen pillen voor volwassenen – 8 januari 2005 -- HILVERSUM - Kinderen met ADHD of andere gedragsstoornissen krijgen steeds vaker medicijnen voorgeschreven die zijn bedoeld voor volwassenen met psychosen. Bijna 35.000 kinderen slikken zulke middelen, heeft de Stichting Farmaceutische Kengetallen voor het televisieprogramma NOVA uitgerekend. Dat meldde NOVA zaterdagavond. Kinderpsychiaters schrijven antipsychosemiddelen als Risperdal voor aan kinderen met ADHD en andere gedragsproblemen die onvoldoende baat hebben bij gangbare medicijnen als Ritalin. Dat geldt voor 8300 kinderen van nul tot tien jaar en 26.400 van elf tot negentien jaar. In het noorden van het land is het gebruik van zulke middelen door kinderen in tien jaar verdubbeld, blijkt uit onderzoek van het Academisch Ziekenhuis Groningen. Medicijnen als Risperdal zijn niet voor kinderen geregistreerd omdat bij hen onvoldoende onderzoek is gedaan naar de gevolgen van het gebruik. Als bijwerkingen zijn onder meer ernstig overgewicht en op lange termijn diabetes bekend. De Inspectie voor de Volksgezondheid heeft NOVA laten weten dat artsen deze middelen bij kinderen mogen voorschrijven en dat ze pas kan optreden als een patiënt een klacht indient.

Honger stillen met een snoepje 8 januari 2005 – Nederlands Dagblad -- AMSTERDAM - Seksverslaving is onder christenen een groot probleem. Bij Different (de voormalige EHAH) in Amsterdam gaat veertig procent van de hulpvragen over seksverslaving. Onlangs begon stichting De Driehoek in Amersfoort met hulp aan seksverslaafden. Ruwe schattingen geven volgens de organisatie aan dat vijftig procent van de christenmannen verslaafd is of was aan seks. Lees het hele artikel in onze nieuwsrubriek NIEUWS GOG KERKEN NEDERLAND 2005.

Stichting Lieve Engeltjes geeft informatiepakket aan huisartsen 6 januari 2005 – Artsennet / Medisch Contact - De Stichting Lieve Engeltjes, een e-mail contactgroep voor mensen die zijn getroffen door het overlijden van een kind, hoopt door de huisartsen te voorzien van folders en posters, dat zij lotgenoten vaker zullen wijzen op de mogelijkheid van lotgenotencontact. Gebleken is dat dit contact erg belangrijk is voor het verwerkingsproces. Mensen zijn hierdoor eerder in staat de draad van het dagelijks leven weer op te pakken. Zelfs de terugkeer in het arbeidsproces kan hierdoor worden versneld. Desondanks worden slechts weinig mensen door hun huisarts gewezen op de mogelijkheid van lotgenotencontact. De Stichting Lieve Engeltjes heeft onder de eigen ruim 750 leden onderzocht hoe zij bij LE terecht waren gekomen. Hieruit bleek minder dan 1% van de mensen door de huisarts op het bestaan van LE te zijn gewezen. Dit, terwijl huisartsen als eerstelijns hulpverleners in nagenoeg alle gevallen in contact komen met de getroffenen van een overleden kind. Zij kunnen dan ook een cruciale rol spelen bij de rouwverwerking. Betere informatieverstrekking speelt daarbij een belangrijke rol. Begin januari krijgen alle huisartsenpraktijken in Nederland daarom een informatiepakket toegestuurd bestaande uit een tiental uitdeelfolders en een poster voor in de wachtkamer. In 2004 is LE gestart met een landelijk project “Voorlichting Huisartsen”. LE heeft dit initiatief genomen om de naamsbekendheid en de weg naar lotgenotencontact toegankelijker te maken. LE heeft al eerder haar kennis gedeeld met professionals in de zorg. Door het dagelijks contact met lotgenoten en eigen ervaring is LE een bron van kennis en informatie voor mensen die werkzaam zijn in de zorgsector.LE biedt getroffenen steun zonder financiële voorwaarden en kent daarom geen contributiesysteem. Bron: Stichting Lieve Engeltjes.

Steun van cd-rom bij omgang met oorlogstrauma 6 januari 2005 – Verpleegkundenieuws -- Om verpleegkundigen en verzorgenden te helpen in de omgang met oorlogsslachtoffers, is er een cd-rom ontwikkeld. Bewoners van verzorgings- en verpleeghuizen hebben namelijk vaak de Tweede Wereldoorlog of een andere traumatische gebeurtenis meegemaakt. Juist op latere leeftijd komt zo’n gebeurtenis in volle hevigheid op mensen af en kan het van grote invloed zijn op het dagelijks leven. Voor verzorgenden en verpleegkundigen is het op het eerste gezicht vaak niet duidelijk of en hoe de ervaringen uit de oorlog impact hebben op de bewoner. Op onverwachte momenten kunnen bewoners bijvoorbeeld opeens heel bang worden zonder duidelijke reden. De cd-rom helpt verzorgenden en verpleegkundigen op weg om hier mee om te gaan. Stichting Informatie- en coördinatieorgaan Dienstverlening Oorlogsgetroffenen: tel. 030-2343436.

CPA-verpleegkundige aangeklaagd bij tuchtcollege -- 6 januari 2005 -- Verpleegkundenieuws -- Een verpleegkundige van de Centrale Post Ambulancedienst (CPA) in Apeldoorn wordt een verkeerde indicatiestelling en een onduidelijke overdracht aan een huisartsenpost verweten. Zij is aangeklaagd bij het Regionaal Tuchtcollege door de Inspecteur voor de Gezondheidszorg en een weduwnaar. De verpleegkundige werd in september 2002, toen zij vier maanden bij de CPA werkte, in de centrale meldkamer gebeld door een man die om een ambulance vroeg voor zijn vrouw wegens acute pijn op de borst, in polsen en schouders. De verpleegkundige twijfelde tussen hartklachten en hyperventilatie. Omdat alleen de piketambulance nog ter plaatse was en omdat het meer dan tien minuten zou duren om die op te roepen, besloot ze de huisartsenpost te bellen. Ze vroeg alleen aan de doktersassistente ‘of er misschien een huisarts kon gaan kijken’. Er volgde geen bezoek, maar de man werd gevraagd met zijn vrouw naar de huisartsenpost te komen. Daar aangekomen, bleek de dienstdoende huisarts naar een spoedgeval te zijn. Op advies van de doktersassistente reed de man zelf naar het Lukasziekenhuis. De vrouw overleed onderweg aan een ernstig hartinfarct. De inspecteur vindt dat de verpleegkundige onvoldoende ervaring had om als zelfstandig CPA-centraliste te werken. Haar advocate bracht als verdediging in dat het niet de keus van haar cliënte is geweest om in een hectische omgeving als een meldkamer te moeten werken en geconfronteerd te worden met het probleem van een gebrek aan ambulances. De uitspraak is op 17 februari 2005.

Patiënt mag stoornis bijna zelf uitkiezen – 6 januari 2005 – BN /  De Stem -- Een andere diagnose, opname in een kliniek of begeleiding in plaats van behandeling. Patiënten en therapeuten doen al het mogelijke om de bezuinigingen op psychotherapie te ontwijken, omdat voortijdig stoppen van behandelingen schadelijk is. „Als de regels veranderen, verandert het spel.“ Niettemin bestaat vrees voor meer zelfmoorden. Op een briefje aan de verzekeraar staat dat Anneke (niet haar echte naam) een persoonlijkheidsstoornis heeft. Die heeft ze niet; ze heeft depressieve klachten. Maar met dit briefje krijgt ze wel een vergoeding voor 25 extra sessies psychotherapie. Ze kan geen 77 euro per behandeling betalen en ermee stoppen is ook geen optie. „Dan moeten we twee jaar van mijn leven in een sessie van drie kwartier doen. Alleen op mijn vijfde is al zovéél gebeurd.“ Haar therapeut loste het probleem op door Anneke voor de verzekering een andere diagnose te geven. Iemand met andere klachten een persoonlijkheidsstoornis toeschrijven is een van de manieren waarop psychotherapeuten de bezuinigingen omzeilen. Sinds 1 januari 2004 is het aantal behandelingen dat vergoed wordt al beperkt tot dertig per persoon; sinds oktober tot vijfentwintig of vijftig. Voorheen kon iedere patiënt negentig sessies krijgen. Voor tachtig procent van de patiënten zijn 25 gesprekken met een therapeut voldoende, schat Dick Bouman, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Vrijgevestigde Psychotherapeuten (NVVP). Vijftien tot twintig procent heeft echter meer nodig, vaak ook meer dan vijftig sessies. Als ze de behandeling zelf niet kunnen betalen, zouden ze ermee moeten stoppen. „Als de regels veranderen, verandert het spel“, zegt Bouman. „Mensen worden nu eerder overgeheveld naar een psychiatrisch ziekenhuis. Of hun problemen worden niet behandeld.“ „Ik selecteer ook scherper“, zegt Bouman, die een praktijk in Den Haag heeft. Patiënten die een lange behandeling nodig hebben, adviseert hij naar een GGZ-instelling te gaan, hoewel ze daar na slechte ervaringen soms juist niet meer heen willen. Instellingen bevestigen dat de toestroom van patiënten met moeilijk behandelbare klachten toeneemt. Patiënten van wie gevreesd wordt dat ze zelfmoord plegen als de behandeling stopt, krijgen sessies onder de noemer ‘begeleiding’. De gesprekken duren korter en de instelling legt erop toe. „Op termijn is dit niet vol te houden,“ waarschuwt Paul Spronken, voorzitter van de Raad van Bestuur van GGZ Brabant. „Wij moeten ook steeds commerciëler gaan werken.“ Ook psychotherapeutische centra waar mensen kunnen worden opgenomen of in dagbehandeling kunnen, melden een toename sinds afgelopen najaar. Psychotherapeut Marleen van Asperen Vervenne uit Amsterdam pakt een aantal patiëntendossiers van mensen die getroffen worden door de bezuiniging. Een jongen die niet naar school wil. Een echtpaar met drie kinderen dat elkaar voortdurend vernedert. Een Marokkaanse jongeman die ‘kapseisde’ na een verbroken relatie en jarenlange vernederingen door zijn vader. Meerdere gevallen van seksueel misbruik. „Dit soort dingen vergen soms jaren werk en geduld; je moet vastigheid met iemand opbouwen.“ Om mensen ‘binnenboord’ te houden probeert Van Asperen Vervenne de behandelingen te spreiden: twee keer per maand therapie in plaats van eens per week, of contact houden per e-mail. „Allemaal lapmiddelen. Het e-mailen kost me elke avond bijna een uur. Onbezoldigd.“ De therapeute is ervan overtuigd dat de bezuiniging de overheid op den duur geld kost. „Klachten die nu blijven zitten, komen vaak terug als lichamelijke klachten. Of mensen worden langdurig depressief.“ De gevolgen kunnen ernstig zijn, meent hoogleraar persoonlijkheidsstoornissen Roel Verheul. „Ik verwacht een stijging in het gebruik van antidepressiva en meer suïcides.“ Constance Tiemens mocht haar persoonlijkheidsstoornis bij wijze van spreken zelf uitzoeken. Het is niet de hoofdstoornis waarvoor ze behandeld wordt op het centrum intensieve behandeling van Parnassia, de instelling voor geestelijke gezondheidszorg in Zuid-Holland. Om te genezen van haar ‘complexe psychische stoornis’ heeft ze naar schatting vier tot vijf jaar therapie nodig. De vijftig sessies die volledig worden vergoed, zijn genoeg voor ongeveer één jaar. Voorlopig is ze ‘gered’. De instelling heeft een uitzondering gemaakt voor patiënten van haar afdeling. Ook bij haar gaat de behandeling door onder de noemer ‘begeleiding’. Andere patiënten hebben minder mazzel. Ze moeten naar een andere locatie, krijgen hulp van een sociaal werker in plaats van een therapeut of moeten helemaal stoppen. Tiemens vreest dat haar op termijn toch hetzelfde lot treft. „Als cliënt ben je overgeleverd aan de willekeur van instellingen die oplossingen bedenken.“

KNMG lanceert Richtlijn voor online arts-patiënt contacten - Online contact onder voorwaarden mogelijk

6 januari 2005 – KNMG -- Steeds vaker gebruiken artsen in hun praktijk online communicatiemiddelen, zoals e-mail en chat. Tot voor kort bestonden hiervoor geen richtlijnen. De KNMG heeft een richtlijn opgesteld die aangeeft onder welke voorwaarden verantwoorde online arts-patiëntcontacten kunnen plaatsvinden.

De KNMG-richtlijn gaat in op alle online contacten tussen arts en patiënt waarbij de arts:

Kenmerkend voor dergelijke online contacten is dat er geen mogelijkheid is de patiënt lichamelijk te onderzoeken. Niet alle situaties lenen zich daarom voor een online contact. Vaak zal immers lichamelijk onderzoek nodig zijn voordat de arts een diagnose kan stellen. Spoedeisende zaken lenen zich doorgaans ook niet goed voor een online consultatie. Een probleem van andere orde is hoe arts en patiënt zich kunnen identificeren. Nu is dit nog niet goed mogelijk, ICT-mogelijkheden moeten verder verbeteren. In het belang van de kwaliteit van de zorg is daarom terughoudendheid geboden bij online contacten. Het uitgangspunt van de richtlijn is dat online contacten ingebed moeten zijn in een al bestaande behandelrelatie, dat wil zeggen een relatie waarin arts en patiënt elkaar kennen, elkaar hebben ontmoet en elkaar zo nodig weer kunnen ontmoeten. Het is echter niet uit te sluiten dat ook buiten een bestaande behandelrelatie online contacten mogelijk zijn. De beslissing om online advies te geven of te behandelen moet elke keer door de arts worden gemaakt. Hij moet deze keuze kunnen motiveren. Een arts kan besluiten tot online contact met een patiënt als hij eventuele risico’s heeft afgewogen en de kwaliteit van zorg voldoende gegarandeerd is. De beslissing van de arts moet medisch-inhoudelijk verantwoord zijn. De richtlijn moet worden gezien als een aanvulling op de professionele standaard. Besluit een arts tot online contact met een patiënt, dan gelden dus ook alle voorwaarden uit de richtlijn naast de bestaande professionele zorgvuldigheidsnormen. Dit houdt onder andere in dat ook van een online consult een dossier bijgehouden moet worden, de arts een bewaarplicht heeft en dat de arts de overige patiëntenrechten moet respecteren. De richtlijn is op 1 januari 2005 in werking getreden en is te downloaden op www.knmg.nl/publicaties.

Onderzoek medicijnen openbaar -- Farma-industrie akkoord 6 januari 2005 – NRC – ROTTERDAM - De grote farmaceutische bedrijven gaan alle resultaten van geneesmiddelenonderzoeken openbaar maken. Ook als het onderzoek negatief heeft uitgepakt voor het onderzochte nieuwe geneesmiddel volgt binnen een jaar openbaarmaking. Iedereen kan binnenkort ook inzage krijgen in lijsten met nog lopende geneesmiddelenonderzoeken. De openheid is een initiatief van vier federaties van farmaceutische industrieën, de Japanse, Amerikaanse, Europese en de overkoepelende International Federation of Pharmaceutical Industries and Associations. De grootste bedrijven hebben, zei de Europese federatie vanmorgen, ingestemd met de nieuwe regels. ,,De bedrijfstak erkent dat het goed is voor de volksgezondheid om gegevens over de klinische experimenten beschikbaar te stellen aan artsen, patiënten en andere belangstellenden.'' De farmaceutische industrie staat sinds vorig jaar onder grote druk om onderzoekgegevens openbaar te maken, nadat was gebleken dat commercieel onwelgevallige onderzoeksresultaten geheim waren gehouden, met verlies van mensenlevens als gevolg. Veel belangstelling trokken de eind 2003 en begin 2004 bekend geworden zelfmoorden bij kinderen en pubers, kort nadat ze een van de moderne, prozac-achtige medicijnen tegen depressie waren gaan slikken. De gedachten aan zelfmoord waren in enkele onderzoeken met de antidepressiva bij kinderen wel waargenomen, maar waren niet zo geadministreerd. Eind september 2004 trok fabrikant Merck de moderne pijnstiller Vioxx terug van de markt omdat mensen die het middel slikten een grotere kans hebben om aan een hartaanval te overlijden. De hartproblemen die Vioxx kan veroorzaken waren al in onderzoeksresultaten zichtbaar, bleek achteraf. Deze kwesties leidden tot acties in de parlementen van Groot-Brittannië en de Verenigde Staten, waarbij met scherpere wetgeving wordt gedreigd. De belangrijkste medisch-wetenschappelijke tijdschriften kondigden vorig najaar aan alleen nog artikelen te zullen publiceren van medicijnenonderzoek waarvan het protocol van te voren openbaar was gemaakt. Nefarma, de Nederlandse vereniging van farmaceutische industrie, heeft al drie jaar een database van in Nederland opgezette onderzoeken naar geneesmiddelen. ,,Maar die is nog niet openbaar'', zegt een Nefarma-woordvoerder. De database is eigenlijk opgezet om te kijken hoe lang het duurt voordat ethische commissies een studieopzet goedkeuren. Goedkeuring duurt nu gemiddeld honderd dagen. Een nog niet ingevoerde Europese richtlijn stelt een maximum van zestig dagen.

Pijnstillers schaden dunne darm --  5 januari 2005 – De Standaard -- WASHINGTON (reuters) - Meer dan 70 procent van pijnpatiënten die pijnstillers als ibuprofen langer dan drie maanden aan een stuk slikken, lopen daarbij schade op aan hun dunne darm, rapporteren Amerikaanse artsen. Hun studie betekent een nieuwe klap voor reumapatiënten, na vroegere rapporten dat veelgebruikte pijnstillers van een ander type, de zogeheten cox-2-remmers, hun risico op hartziekte en beroerte verhogen.

Publicaties voor hulpverleners die Nederlandse getroffenen zeebeving begeleiden 4 januari 2005 – Zorgkrant -- Het Instituut voor Psychotrauma (IvP) in Zaltbommel, het expertisecentrum voor traumaopvang, is sinds Tweede Kerstdag betrokken bij hulpverleningsactiviteiten voor de Nederlandse getroffenen in Zuid-Oost Azië. Op de website van het IvP is informatie te vinden over de psychosociale hulpverlening bij mogelijke (stress)reacties van getroffenen en hun familie. Het instituut publiceerde maandag informatie voor huisartsen ten behoeve van de begeleiding van getroffenen en hun familie. Verder staan op de website verwijzingen naar het Landelijk Kenniscentrum Psychosociale Zorg na Rampen van stichting Impact, gevestigd in het Academisch Medisch Centrum (AMC) te Amsterdam. Op de website van het Impact kenniscentrum zijn, na registratie, relevante artikelen te downloaden over de mogelijke psychosociale gevolgen van rampen en de begeleiding daarbij. Op de site van het IvP treft u ook informatie aan voor getroffenen over verwerking en stress-reacties.

Slachtoffers incest denken dat zíj gek zijn en niemand hetzelfde ervaart 4 januari 2005 --  Rotterdams Dagblad -- Vrouwen die het slachtoffer zijn van seksueel misbruik vinden het moeilijk daarover te praten. Vaak zwijgen ze jarenlang over wat hen is aangedaan. Ze schamen zich of zijn bang dat ze de schuld in de schoenen geschoven krijgen. Soms lopen ze ook tegen een muur van onbegrip aan. Maar opkroppen is slecht en kan later tot problemen leiden. Praten biedt steun en daarom begint het algemeen maatschappelijk werk Opmaat dit jaar weer een praatgroep voor vrouwen met incestervaring. DORDRECHT - ,,Er is voor slachtoffers van incest moed nodig om over de drempel te stappen en aan de gespreksgroep mee te doen. Veel mensen vinden het al moeilijk genoeg om bij de hulpverlening aan te kloppen, laat staan dat ze er met anderen, al zijn het lotgenoten, over praten. Maar praten helpt, echt!'' Margreet de Jonge van thuiszorgorganisatie Opmaat spreekt uit ervaring. ,,Ik heb inmiddels acht groepen geleid en er is nog nooit iemand geweest die achteraf spijt had dat ze heeft deelgenomen.'' De gespreksgroep moet niet worden gezien als therapie, waarschuwt De Jonge. ,,Nee, eerder als iets waarbij de deelnemers in de anderen veel zullen erkennen en herkennen. De meeste slachtoffers denken dat zíj gek zijn en dat niemand anders hetzelfde ervaart. Echter, als ze eenmaal in gesprek raken met lotgenoten, zien ze dat zij niet de enige zijn. Als je van een ander ziet dat het diens schuld niet is geweest, dan opent dat ook jouw ogen. Het geeft je dan inzicht in je eigen situatie en op dat moment dringt het tot je door dat het niet jouw schuld was dat je bent misbruikt. Het is ook belangrijk dat de deelnemers van elkaar zien dat het allemaal gewone vrouwen zijn die het is overkomen.'' Lees verder in het Rotterdams Dagblad van dinsdag 4 januari.

Visuele bijsluiter voor doven ontwikkeld 4 januari 2005 – Rijksuniversiteit Groningen - De Wetenschapswinkels van de Rijksuniversiteit Groningen hebben op verzoek van de dovenhulpverlening een visuele bijsluiter ontwikkeld. Deze bijsluiter is bedoeld om de geneesmiddelenvoorlichting aan doven met een verstandelijke handicap te verbeteren. Deze groep doven communiceert door middel van gebarentaal en kan op zijn hoogst enkele losse woorden lezen. Dat betekent dat gewone bijsluiters voor hen onbegrijpelijk zijn. De hulpverleners die goede voorlichting kunnen geven over medicijngebruik, bijvoorbeeld apotheekmedewerkers, beheersen meestal geen gebarentaal. Het gevolg is dat doven met een verstandelijke handicap vaak niet de informatie krijgen, waar ze wettelijk recht op hebben. Dit leidt regelmatig tot verkeerd gebruik van medicijnen en een gebrek aan motivatie om de geneesmiddelen in te nemen. De wetenschapswinkels Geneesmiddelen en Taal, Cultuur en Communicatie hebben daarom in een gezamenlijk project een visuele bijsluiter ontwikkeld. De belangrijkste elementen uit de schriftelijke bijsluiter worden daarin verbeeld, zoals waarom je het geneesmiddel krijgt, hoe je het moet innemen en wat eventuele bijwerkingen zijn. Ook is er een doseringsschema toegevoegd. Deze bijsluiter is getest en daaruit bleek dat het zelfs voor anti-psychotica en anti-depressiva mogelijk was om begrijpelijk te verbeelden wat het geneesmiddel doet. Ook andere groepen kunnen in een later stadium baat hebben bij de visuele bijsluiter, zoals verstandelijk gehandicapten, functioneel analfabeten en laagopgeleide anderstaligen. De visuele bijsluiter bestaat uit een stramien en afbeeldingen die getest zijn op het begrip van de doelgroep. Daardoor is voor elke patiënt afzonderlijk een visuele bijsluiter samen te stellen. Het aantal afbeeldingen is momenteel nog beperkt, maar er wordt gezocht naar mogelijkheden om dit uit te breiden. Voor hulpverleners die professioneel te maken hebben met geneesmiddelenvoorlichting aan deze groep komt het materiaal binnenkort beschikbaar via een CD-rom met een handleiding. De cd-rom is te bestellen via de website. Op de site staan ook voorbeelden van de visuele bijsluiter.

Titel:  Mogelijkheden voor een visuele bijsluiter, een onderzoek naar de verbetering van geneesmiddelenvoorlichting aan vroegdoven - Auteur:  Saskia Visser - Uitgave: Wetenschapswinkel Taal, Cultuur en Communicatie - Bestellen: www.rug.nl/wewi/deWetenschapswinkels/talen/publicaties - Informatie: Saskia Visser, Wetenschapswinkel Taal, Cultuur en Communicatie, tel. (050)363 52 71, tawi@let.rug.nl   

Symposium over kindermishandeling 2 januari 2005 -- Johannes Wier Stichting / Nieuwsbank -- Op 21 april 2005 vindt in Tilburg een symposium plaats over kindermishandeling, georganiseerd onder auspicien van de KNMG afd Midden Brabant. Naast diagnostische aspecten wordt aandacht besteed aan hoe om te gaan met (vermoedens van) kindermishandeling in de verschillende disciplines en de aarzeling bij het bespreekbaar maken ervan; de verschillende netwerken en protocollen; de rol van het AMK; en juridische aspecten. Plaats: Tilburg, Concertzaal. Tijd: 13.30-17.00 uur.

Orthopedisch chirurg door tuchtcollege gewaarschuwd 1 januari 2005 – Red. MdH – Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam heeft op 28 december 2004 een waarschuwing aan de orthopedisch chirurg B. opgelegd (zaaknummer 03/180). Van de drie klagers zijn ter zitting op 2 november 2004 twee klagers verschenen. Klagers verwijten de arts nalatig te zijn geweest door pas na vier en een half uur naar het ziekenhuis te zijn gekomen ondanks het feit dat de dienstdoende arts-assistent die een spoedoperatie nodig achtte hem herhaaldelijk had verzocht zelf naar de patiënte, een dame in de 90, te gaan kijken. Tevens klaagde de familie erover door de arts onheus te zijn bejegend en met verbaal geweld te woord te zijn gestaan. Verweerder betwist dat een spoedoperatie nodig zou zijn geweest. Hij geeft aan dat de communicatie met de arts-assistent niet optimaal verliep en heeft binnen het ziekenhuis stappen ondernomen zodat de opvang van fractuurpatiënten in de toekomst gestroomlijnder kan worden georganiseerd en assistenten intensiever zullen worden begeleid. Over de bejegeningklacht merkte hij op dat het te loven is als men beledigende opmerkingen van patiënten naast zich neer kan leggen. Hij zelf echter zou ook de volgende keer weer op dezelfde wijze reageren. De familie zou hem gedreigd hebben zoveel mogelijk klachten tegen hem in te dienen waardoor hij geïrriteerd raakte. Het oordeel van het tuchtcollege houdt in dat de orthopedisch chirurg als achterwacht verantwoordelijk was en de problemen voorkomen hadden kunnen worden indien hij zelf meteen naar het ziekenhuis was gekomen. De arts-assistent was volgens de Wet BIG zelfs niet bevoegd de door de arts opgedragen handelingen bij de patiënte te verrichten. Doordat de arts onjuist heeft gehandeld werd aan de patiënte optimale behandeling onthouden. Het college acht ook het tweede klachtonderdeel gegrond aangezien van een hulpverlener verwacht mag worden dat hij indien hij zich onheus bejegend voelt door een patiënt of diens naasten, in staat is om deëscalerend op te treden c.q. te volstaan met een zakelijke terechtwijzing. De in het geheel door het tuchtcollege gegrond verklaarde klacht waarvoor aan de orthopedisch chirurg een waarschuwing werd opgelegd, werd door het college aan het tijdschrift Medisch Contact voor publicatie aangeboden en zal in de Nederlandse Staatscourant worden bekendgemaakt. De patiënte overleed in augustus 2003, enkele dagen na de doorgevoerde operatie. Het college bestond uit de leden-artsen Lyppens, Vogelenzang en van Vliet en uit de leden-juristen de Vries (voorzitter), Bartels en de secretaris Coert. Dit nieuwsbericht heeft onze redactie op 3 januari 2005 als persbericht aan Nieuwsbank, een interactief Nederlands persbureau, verzonden.

www.misbruikdoorhulpverleners.nl