- Nieuws Gezondheidszorg –
![]()
OM: laten inslapen
patiënt niet meer vervolgen -- 30 december
2005 -- Volkskrant -- AMSTERDAM - Artsen die stervende patiënten in
slaap brengen en zich daarbij houden aan de nieuwe richtlijn van de artsenorganisatie
KNMG(*) zullen door het Openbaar Ministerie voortaan met rust worden gelaten.
Dat zegt voorzitter Harm Brouwer van het college van procureurs-generaal
donderdag in een interview met NRC Handelsblad. Van alle sterfgevallen in
Nederland wordt 4 tot 10 procent voorafgegaan door palliatieve sedatie, zo
toonde onderzoek in 2003 aan. Daarbij wordt een patiënt die nog zeer kort te
leven heeft in diepe slaap gebracht zodat die het stervensproces en het daarmee
gepaard gaande lijden niet meer bewust meemaakt. Brouwers voorganger De
Wijkerslooth vond dat palliatieve sedatie ook getoetst zou moeten worden, via
het strafrecht of een toetsingscommissie, omdat veel artsen het als alternatief
voor euthanasie gebruiken. Bijna de helft van alle medische specialisten
erkende ooit patiënten te hebben gesedeerd om ze eerder te laten overlijden.
Zij ontliepen daarmee een mogelijke juridische procedure. Vorig jaar
vervolgde het OM een 32-jarige arts die bij een 77-jarige stervende man, die
dreigde te stikken in zijn eigen slijm, palliatieve sedatie had toegepast.
Justitie meende dat hij daarmee bewust diens dood had bespoedigd en dat zou
gelijk staan aan moord. De arts zat negen dagen vast maar werd, ook in hoger
beroep, vrijgesproken. De KNMG kwam begin deze maand met een richtlijn over
palliatieve sedatie waarin onder meer is vastgelegd dat de behandeling louter
moet zijn gericht op het verlichten van pijn, benauwdheid en angst. Het
versnellen van de dood mag geen doel zijn. Artsen mogen er bovendien geen morfine
voor gebruiken. Dat medicijn kan tot nachtmerries leiden en is niet sterk
genoeg om het bewustzijn voldoende te verlagen. OM-topman Brouwer heeft
besloten de opvatting van De Wijkerslooth niet te volgen. Hij beschouwt
palliatieve sedatie als normaal medisch handelen. Het OM stelt voortaan alleen
nog een strafrechtelijk onderzoek in als artsen hun eigen richtlijn overtreden.
(*) Link
naar de nieuwe richtlijn palliatieve sedatie van de KNMG
Maes
verliest kort geding van Vereniging tegen Kwakzalverij -- 29 december 2005 -- Medisch Contact -- De Vereniging tegen
Kwakzalverij hoeft berichtgeving over psychiater Michael Maes op
haar website niet aan te passen. Dit bepaalde de rechtbank in Maastricht(*)
vorige week in een kort geding. Maes had verwijdering van berichten geëist naar
aanleiding van de nominatie voor de Meester Kackadorisprijs 2005. De Universiteit
Maastricht (UM) was genomineerd voor de prijs omdat Maes daar hoogleraar
was. Toen bleek dat hij er niet meer werkzaam was, trok de vereniging de
nominatie in. Uit het vonnis blijkt dat Maes, wiens
aanstelling aan de UM afgelopen jaar werd beëindigd, ‘daarover een procedure
aanhangig gemaakt (heeft), die nog niet is afgerond’. De advocaat van Maes
bepleitte dat hij ‘schade (heeft) geleden, doordat diverse media, onder andere
het ANP, de Volkskrant en Medisch Contact, Maes ook met naam en toenaam in hun
berichten hebben vermeld’.
Commentaar red. MdH: Lees ook het
nieuwsbericht van 27 december jl. zoals gepubliceerd door de Vereniging tegen
de Kwakzalverij dat u eveneens op deze nieuwspagina aantreft. (*) dient te zijn ‘de rechtbank in Amsterdam.
Disfunctionerende
arts was onprofessionele student -- 28
december 2005 -- Medisch Contact -- Artsen met een veroordeling door de
tuchtrechter maakten zich vaak ook als geneeskundestudent al schuldig aan
onprofessioneel gedrag. Dat blijkt uit een case-control studie in New England
Journal of Medicine. De studie onder leiding van Maxine Papadakis van de
Universiteit van California in San Francisco, vergeleek studiedossiers van 235
artsen met een veroordeling door een medisch tuchtcollege met die van 469
‘ongeschonden’ collega’s. In de dossiers zochten de onderzoekers naar tekenen
van onprofessioneel gedrag, zoals gebrek aan initiatief en slechte
omgangsvormen. Om de ernst aan te geven werd gedrag dat daaraan voldeed,
gewaardeerd met een cijfer. Casussen die boven een bepaalde drempelwaarde
kwamen, werden nader onderzocht. Uit de studie blijkt dat veroordeelde artsen
zich in hun studententijd drie keer vaker onprofessioneel hebben opgesteld dan
gewone artsen. Vooral ernstig onverantwoordelijk gedrag en een onvermogen om
zichzelf te verbeteren blijken goede voorspellers van latere tuchtrechtelijke
problemen. Daarnaast blijkt dat veroordeelde artsen lager scoorden op de
toelatingstest voor de basisopleiding en dat zij slechtere cijfers haalden in
de eerste twee jaar van de geneeskundestudie. Papadakis c.s. vinden dat
‘professioneel gedrag’ een expliciet onderdeel van toelatingsexamens en
afstudeernormen moet zijn. Zij zijn ervan overtuigd dat professionaliteit kan
worden aangeleerd en pleiten voor de verdere ontwikkeling van instrumenten die
disfunctionerende studenten weer op het rechte pad kunnen krijgen.
Bron:
Ex-hoogleraar
psychiatrie Maes verliest rechtzaak om kwakzalverij -- 27 december 2005 -- Bestuur VtdK -- De Belgische psychiater Michael Maes, tot voor
kort hoogleraar Moleculaire Psychiatrie aan de Universiteit van Maastricht (UM)
, heeft het kort geding dat hij aanspande tegen de
VtdK verloren. Aanleiding was de nominatie van de UM (vakgroep psychiatrie) voor
de Meester Kackadorisprijs 2005. De UM had Maes jaren gehandhaafd als
hoogleraar, ook nadat hij op grote schaal alternatieve geneeswijzen ging
toepassen. Ten tijde van de nominatie in september 2005 stond Maes als
hoogleraar op de website van de Universiteit. Maes bleek echter in september
2004 door de UM ontslagen wegens wanprestatie. De VtdK trok, toen de UM
haar attent maakte op het ontslag van Maes, de nominatie voor de Universiteit
in. De Meester Kackadorisprijs wordt uitgereikt aan de instelling of instantie
die in dat jaar de kwakzalverij het meest bevorderd heeft. Maes gebruikt bij
de behandelingen in zijn klinieken een scala aan kwakzalverijen zoals:
acupunctuur, chelatietherapie, visolie-capsules en andere supplementen. Verder
paste hij allerlei onzinnige diagnostische technieken toe zoals de MELISA-test
voor metaalallergieën, de HPU-test en de Pharmanex-biofotonen scanner. Maes
claimde bij moeilijk behandelbare aandoeningen als fibromyalgie, het chronisch vermoeidheidssyndroom, burn out en MS grote
successen. Hij past deze behandelingen vooral toe in zijn drie privé-klinieken
in Belgie. De rechter was op 22 december 2005 van mening dat de VtdK niet
onrechtmatig had gehandeld door de UM, wegens Maes’ praktijken, voor de Meester
Kackadorisprijs te nomineren. Naar het oordeel van de rechter heeft de VtdK de effectiviteit van de
door Maes gehanteerde methoden terecht in twijfel getrokken. Alle eisen van
Maes - rectificatie op grote schaal, schadevergoeding
en een verbod hem ooit nog met kwakzalverij in verband te brengen - werden
afgewezen. Maes werd ook veroordeeld in de kosten van het geding. De VtdK is
uiteraard ingenomen met dit heldere vonnis. Zij kan zo het publiek blijven waarschuwen
voor onbewezen geneeswijzen, kwakzalvers én hun bevorderaars zonder dat zij
daarbij in haar woordkeuze te zeer wordt belemmerd.
Huisartsen
herkennen kenmerken mishandeling niet – 13 december
2005 – Persbureau Novum -- Nederlandse huisartsen herkennen de
uiterlijke kenmerken van mishandeling vaak niet. Dat zou blijken uit onderzoek
van forensisch arts Udo Reijnders van de GG&GD Amsterdam. De arts
presenteerde zijn bevindingen, gepubliceerd in het gezaghebbende Britse
tijdschrift Journal of Clinical Forensic Medicine, dinsdag in het
televisieprogramma Nova. Volgens Reijnders worden artsen onvoldoende onderwezen
in het herkennen van de fysieke kenmerken van huiselijk geweld. Hij stelt dat
25 procent van de huisartsen aangeeft het idee te hebben daarover voldoende te
weten. Een betere opleiding zou nodig zijn omdat slachtoffers vaak niet uit
zichzelf over mishandeling kunnen of willen praten. Zij zouden vaak smoezen
verzinnen om verwondingen te verklaren. Als de arts specifiek vraagt naar
mishandeling is echter 85 procent van de slachtoffers bereid te praten, stelt
Reijnders. Artsenorganisatie KNMG en het Nederlands Huisartsen Genootschap
wilden tegenover Nova niet reageren.
Innovaties in de
Nederlandse depressiezorg – 5 december
2005 – Trimbos Instituut (TI), Nieuwsflitsen nr. 13 -- Depressie is een ernstige aandoening
die veel individueel lijden veroorzaakt, de kwaliteit van leven van de patiënt
en diens omgeving ernstig aantast en die sociaal-maatschappelijk grote lasten
met zich meebrengt. Reden voor een aparte parallelsessie op de Nationale
Kennisdag Geestelijke Gezondheidszorg & Verslaving op 11 januari, waarin
vier sprekers van het Trimbos-instituut innovaties en ‘doorbraken’ in de aanpak
van depressie bespreken. Van de volwassen Nederlandse bevolking tot 65
jaar lijdt 6% aan een depressie of heeft daar kort geleden mee geworsteld. Dat
komt neer op ongeveer 750.000 personen in Nederland. Van iedere 1000 volwassen
Nederlanders zijn er jaarlijks 27 die dit jaar voor het eerst een depressie
krijgen. De Nederlandse cijfers wijken niet af van de westerse wereldbevolking.
Depressie heeft grote gevolgen voor het welbevinden. Er treden belangrijke
beperkingen op in het sociaal, emotioneel en lichamelijk functioneren. De
kwaliteit van leven is ernstig aangetast.
Meer dan bij coronaire hartziekten, alcoholverslaving of COPD (een aandoening
van de luchtwegen), zo blijkt uit onderzoek. Leven met iemand met een depressie
is zwaar en belastend: de partnerrelatie wordt fors aangetast en de partner
komt vaak in een sociaal isolement terecht. De maatschappelijke kosten van
depressie, in termen van het extra gebruik van medische voorzieningen
(behandelkosten) en productieverlies, overstijgen de 2 miljard euro per jaar.
In de parallelsessie over Innovaties in de depressiezorg zal prof. dr. Jan Swinkels, psychiater, hoogleraar Richtlijnontwikkeling in de
GGZ, aangeven dat de kwaliteit van de
depressiezorg flink verbeterd kan en moet worden. Hij gaat in
op de Multidisciplinaire Richtlijn Depressie en de (monodisciplinaire)
protocollen en standaarden voor professionals, patiëntenversies van de
richtlijnen, decision-aids, algoritmen en andere richtlijnproducten. Hij
schetst de huidige, turbulente omgeving van de Nederlandse depressiezorg,
waarbij hij het toenemende belang van evidence based handelen in de zorg
behandelt, het bevorderen van doelmatigheid, zinnigheid en zuinigheid in de
zorg, het toepassen van stepped-care en het afstemmen van de
overdrachtsmomenten in de zorgketen. Dr.
Christina van der Feltz-Cornelis, psychiater, voorzitter van het Centrum
Behandeling, Zorg en Reïntegratie van het Trimbos-instituut, zet uiteen hoe
het Trimbos-instituut in 2006 aan de slag gaat met een groot depressie
managementprogramma. Hierbij wordt de depressiezorg vanuit de principes van het
disease management model aangepakt. Implementatie,
kosteneffectiviteitonderzoek en uitkomstenmanagement worden in samenhang
ingezet om de depressiezorg te verbeteren. Dr.
Lourens Henkelman, psycholoog, voorzitter van het Centrum Beleid &
Kwaliteit van het Trimbos-instituut, bespreekt de toepassing van
‘doorbraakprojecten’ als nieuwe innovatiemethode in de GGZ. Als voorbeeld dient
de implementatie van de Multidisciplinaire
Richtlijn Depressie. Het Trimbos-instituut ontwikkelde, samen met het CBO,
analoog aan de doorbraakmethoden in de somatische sector, de eerste
doorbraakprojecten voor de GGZ. Eind 2004 startten tien transmurale teams in
Nederland met het Doorbraakproject Depressie. Begin 2006 gaat een
grootschalig tweede doorbraakproject rond depressie van start. Henkelman bespreekt
de algemene principes van deze innovatiemethodiek en algemene kritische
succesfactoren, risico’s en valkuilen. Drs. Gerdien Franx, projectleider van
het Doorbraakproject Depressie bij het Trimbos-instituut, bespreekt in
aansluiting hierop de opzet, doelstellingen en resultaten van het eerste
doorbraakproject. Zij gaat in op de resultaten van de implementatie
en op de klinische resultaten die gemeten werden door de transmurale teams. Zij
trekt voorlopige conclusies en formuleert aan de hand van succesfactoren
concrete aanbevelingen en op basis van gesignaleerde knelpunten een aantal te
vermijden stappen bij deze nieuwe implementatiemethode. Voor meer informatie
over de Nationale Kennisdag Geestelijke Gezondheid & Verslaving kunt u
terecht op de speciale site www.trimbos.nl/kennisdag.
Toespraak van Minister
Hoogervorst bij het jubileumcongres van de VtdK -- 2 December 2005 -- Vereniging tegen
de Kwakzalverij (VtdK) -- Toespraak van
de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H. Hoogervorst, bij de het
congres van de Vereniging tegen de Kwakzalverij op zaterdag 12 november
Dames en heren,
Laat ik beginnen met uw vereniging geluk te
wensen met haar verjaardag. U heeft alle reden om
trots te zijn. De Nederlandse
organisatie van bestrijders van de kwakzalverij is de grootste ter wereld. De
strijd tegen de kwakzalverij wordt nergens zo serieus genomen als hier.
Nederlanders hebben de naam nuchtere mensen te zijn. Mensen die zich niet snel
laten verleiden door wonderdokters, gebedsgenezers en “kackedorussen”.
Misschien klopt dat vooroordeel dus wel een beetje. Feit is dat in Nederland
per jaar niet meer dan 11 procent van de bevolking een beroep doet op
alternatieve geneeswijzen, terwijl dat in Duitsland 65 procent is, in Frankrijk
50 procent en in België 30 procent. Buiten de huisarts om ligt het bezoek aan
alternatieve genezers in Nederland zelfs maar op zo’n
zes procent. Ik ben daar blij om. Ik sta, dat is algemeen bekend, uitgesproken
sceptisch tegenover de alternatieve geneeswijzen. Ik vermoed ook dat uw
verzoek of ik op deze bijeenkomst wilde spreken daar wel iets mee te maken
heeft. Maar die kritische houding betekent niet, dat ik het onderwerp wil
simplificeren. Ik wil vanmiddag dus graag wat dieper ingaan op de mogelijke
achtergronden van de keuze voor een alternatief genezer en daarna op de vraag,
wat we daar aan zouden kunnen doen.
Om te
beginnen staat voor mij vast, dat geneeskunde aan de hoogste wetenschappelijke
eisen moet voldoen. Het is in dit gezelschap natuurlijk “preaching for the
converts”, maar ik benadruk het toch nog maar eens: mijn uitgangspunt is dat
bewezen resultaten en aantoonbare werkzaamheid de basis moeten zijn van elk
medisch handelen. Ik heb drie redenen om daar zo bij voortduring aandacht voor
te vragen.
Ten eerste: de reguliere geneeskunde heeft
nog veel te doen. Hoe groot de vooruitgang in het medisch wetenschappelijk
onderzoek ook is, er zijn nog veel ziektes waarvoor geen medicijn of
behandelmethode is gevonden. En dat braakliggend terrein is zeer uitnodigend
voor alternatieve genezers. Juist het gebied waar de reguliere gezondheidszorg
nog geen vaste grond onder de voeten heeft, biedt ruimte aan de wonderdokters.
Maar medisch terra incognita moet niet geëxploreerd worden door charlatans,
maar door wetenschappers. De enige weg naar een antwoord op de grote vragen op
het gebied van bij voorbeeld kankeronderzoek is de weg van gedegen
wetenschappelijk onderzoek.
Ten tweede: de reguliere geneeskunde is,
als het om evidence-based handelen gaat, bepaald nog niet onfeilbaar. In veel
Europese landen is het bij voorbeeld bijna vanzelfsprekend dat de patiënt nooit
zonder recept de spreekkamer uitgaat; vooral antibiotica worden er kwistig
voorgeschreven. In Nederland zijn we gelukkig wat spartaanser, maar ook hier
kent de spreekkamer vreemde geheimen. Ook hier zijn artsen die geen weerstand
willen of durven bieden aan de patiënt die ten onrechte een behandeling of
geneesmiddel probeert af te dwingen. Onlangs nog kwam hierover in de krant een
specialist aan het woord en hij zei: “soms wilde ik dat ik een placebo-operatie
kon uitvoeren” – kennelijk zou hij bereid zijn dat dan ook te doen. Van evidence
based handelen staat dat wel érg ver af.
Ten derde: In de reguliere geneeskunde
worden nog veel – te veel - fouten gemaakt. De Inspectie van de Gezondheidszorg
heeft daar de afgelopen tijd regelmatig aandacht voor gevraagd. Medische
missers hebben helaas in veel gevallen een dodelijke afloop. En voor sommige
mensen is een dergelijke ervaring in de omgeving aanleiding om hun heil te
zoeken bij kwakzalvers. Ik kan hen dat eigenlijk moeilijk verwijten. Maar
medische fouten opsporen en bestrijden, ook dat kan alleen goed in een
wetenschappelijke context. Buiten de sfeer van de wetenschap zijn goed en fout
immers nauwelijks van elkaar te onderscheiden. Voortdurende aandacht voor de
wetenschappelijke basis van het medisch handelen is dus noodzakelijk.
Elke
patiënt heeft er recht op dat de behandeling die hij ondergaat veilig en
doeltreffend is en ik hecht er zeer aan dat die claim wetenschappelijk wordt
onderbouwd. Zonder die basis zullen we er niet in slagen de patiënten een zo
groot mogelijk vertrouwen te schenken in de medische wetenschap en het regulier
medisch handelen. Afwijken van die basis, samen met verwijtbare medische
missers, kan mensen aanleiding geven hun toevlucht te zoeken tot de
alternatieve sector.
Datzelfde geldt voor de klacht, dat
reguliere artsen zo veel minder tijd besteden aan een goed gesprek met de
patiënt dan de alternatieve genezer. Ik weet het, dat verwijt hoort u al jaren
van aanhangers van de alternatieve sector, maar daarmee is het nog niet minder
waar. Hoe kan het anders, dat veel hoogopgeleide mensen zich tot de
kruidendokter of de paranormale genezer wenden? Hoe kan het anders, dat volgens
Amerikaans onderzoek 70 procent van de mensen zegt dat ze óók naar de
alternatieve praktijk zouden gaan als er geen énkel bewijs voor de werking van
zijn middeltjes zou zijn? Het zou goed zijn als patiënt-onvriendelijk gedrag
van de reguliere arts geen rol meer zou spelen bij de beslissing van patiënten
om hun heil elders te zoeken. Ik ben er van overtuigd,
dat dat het doel van uw vereniging zeker dichterbij zou brengen.
Kortom:
reguliere artsen kunnen er zelf veel aan doen om de aantrekkingskracht van de
alternatieve genezer danig te beperken. Maar
dat geldt ook voor andere spelers in het veld. Zoals de apothekers. Volgens cijfers
van de Stichting Farmaceutische Kengetallen is er vrijwel geen enkele apotheek
in Nederland die géén homeopathische middelen in de schappen heeft. In 2002 –
de laatste keer dat dit geteld is – ging er bij de apothekers 1,8 miljoen keer
een homeopathisch product over de toonbank, voor een totaalbedrag van 20
miljoen euro. Hoe kan ‘t, dat iemand die acht jaar
gestudeerd heeft middeltjes verkoopt, waarvan hij weet dat ze niet werken en
vaak nauwelijks meer bevatten dan water? Ik vraag mij af hoe apothekers dit
kunnen rijmen met hun wens niet als pillenverkoper beschouwd te worden, maar
als volwaardig zorgverlener. Ik vraag mij af wat zo’n
apotheker in zijn rol van zorgverlener dan zegt tegen klanten die om zulke
middelen vragen.
Maar ook de verzekeraars spreek ik aan.
Zolang de kruidendrankjes en de homeopathische middelen niet echt schadelijk
zijn, kan ik verzekeraars het vergoeden ervan niet verbieden. Wel vind ik dat
zij hun klanten altijd de keuze moeten bieden voor een aanvullend pakket zonder vergoeding voor alternatieve medicijnen of
geneeswijzen. Voor zover mij bekend heb je die mogelijkheid
nu maar bij drie verzekeraars en dat vind ik wel erg weinig.
Tenslotte: Wat
is de verantwoordelijkheid van de overheid op dit terrein. Ik vind het primair mijn verantwoordelijkheid om te zorgen voor
goede, degelijke en betrouwbare consumentenvoorlichting. Eén van de pijlers van
mijn beleid is versterking van de positie van de patiënt. Niet om te zorgen
dat hij de arts nog meer onder druk kan zetten, maar juist om te zorgen dat hij
zich degelijk en betrouwbaar kan informeren over wat hij wel en niet van zijn
arts kan verwachten. Betrouwbare informatie geven, geen fabels vertellen, en
hem of haar serieus nemen – daar gaat het om in het contact met de patiënt.
Internet
is daarbij in toenemende mate hét communicatiemiddel. Gezondheid is daar - op
sex na - het meest gezochte onderwerp. De overheid speelt daarop in met de site
KiesBeter.nl (www.kiesbeter.nl). Nu al
biedt die site informatie over zorgverzekeraars en ziekenhuizen, maar dat gaan
we uitbreiden. Zo is daar binnenkort ook informatie te vinden over wat
het BIG-register inhoudt en hoe je kunt vinden of een arts wel geregistreerd
staat. Bovendien gaan we meer informatie geven over waar
mensen kunnen klagen tegen ongeoorloofd medisch handelen en kwakzalverij.
Overreding
en goede voorlichting, daar zie ik meer in dan in verbod. Daarover verschillen
wij van mening, zo kan ik uit de geschriften van uw vereniging wel opmaken. Dat
zij dan zo. Ik denk overigens dat u als vereniging niet zo erg te klagen heeft.
Ik refereerde in het begin van mijn speech al aan de
gunstige positie van Nederland in vergelijking met ons omringende landen. En de
Nederlandse overheid heeft de laatste tien jaar al veel veranderd in de positie
van de alternatieve genezers. Sinds 1993 worden homeopathische en
antroposofische geneesmiddelen niet meer vergoed in het basispakket. Ook mogen
deze middelen alleen nog worden verkocht als ze veilig zijn en van een
constante en controleerbare kwaliteit. Tenslotte wil
ik een verbod op onterechte claims over de werking van deze middelen en
daarvoor bereid ik een wijziging voor van de nieuwe Geneesmiddelenwet. Op grond
van Europese regels kan de overheid een disclaimertekst op de verpakking (zo’n tekst als: de werking van homeopathie is niet bewezen)
– niet verplichten.
Maar
wat wel kan is het bewijs voor de werking verplicht stellen, voordat een
fabrikant op de verpakking mag zetten waarvoor het middel gebruikt zou moeten
worden. Die verplichting wil ik dan ook invoeren. Dat geldt dus ook voor
eenvoudige omschrijvingen als “te gebruiken bij pijn of koorts”.
Dames en heren. Ik vat samen.
Er
zijn veel manieren om de aantrekkingskracht van de alternatieve genezers te
beperken. Wettelijk verbod hoort daar volgens mij níet bij. Overtuiging op
basis van argumenten wel. Verder wil ik als minister van Volksgezondheid niet
gaan.
Behalve dan spreken op uw verjaardagsfeest.
“Management by speech”, zal ik maar zeggen. En een erkend liefhebber van Willem Frederik Hermans zoals uw
voorzitter hoef ik vast niet uit te leggen wat de kracht van woorden is. Ik
dank u voor uw aandacht.
Deze toespraak is met toestemming
overgenomen van de website van de Vereniging tegen de Kwakzalverij (VtdK): www.kwkazalverij.nl
Homeopathische
artsen voorlopig geen lid van de KNMG – 2
december 2005 – Red. MdH -- Zes verenigingen voor alternatieve geneeskunde kunnen voorlopig geen
lid worden van de artsenfederatie KNMG. Volgens de medische nieuwssite Mednet
heeft de KNMG dat deze week besloten. Er vinden al lange tijd gesprekken plaats
tussen de KNMG en de artsenverenigingen voor homeopathie, antroposofie,
acupunctuur, natuurgeneeskunde, manueel therapeuten en neuraal geneeskundigen.
Volgens de KNMG zou de toetreding op het moment te gevoelig zijn. De
organisatie was vrijdagmiddag niet bereikbaar voor verdere toelichting, bericht
De Telegraaf. De sterke verdeeldheid binnen de artsenwereld over het al dan
niet werken van alternatieve geneeswijzen lijkt niet gauw te verdwijnen.
HagaZiekenhuis
heeft zwangere verpleegkundigen onvoldoende beschermd – 1 december 2005 -- Verpleegkundenieuws -- Zwangere verpleegkundigen uit het HagaZiekenhuis in Den Haag zijn
onvoldoende beschermd tegen de gevaren van Entonox (lachgas) voor de foetus.
Dat concludeert de arbeidsinspectie in een onderzoek op de afdelingen
verloskunde en gynaecologie van het ziekenhuis. De arbeidsinspectie heeft
het onderzoek ingesteld vanwege berichten dat verpleegkundigen op de OK wel
gewaarschuwd zouden worden tegen de risico’s van Entonox en op de verloskamers
niet. “We wilden onderzoeken of er überhaupt nog met de gassen gewerkt werd en
of er een tweesporenbeleid gevoerd werd”, aldus Magda de Vetten van de arbeidsinspectie. “Dat was dus niet het
geval. Maar het Haagse ziekenhuis heeft tussen 1999 en 2002 te weinig
maatregelen genomen om zijn verpleegkundigen te beschermen tegen de invloeden
van de gassen.” De uitspraak heeft verder geen consequenties voor het
ziekenhuis. Vanaf maart volgend jaar gaat de arbeidsinspectie alle ziekenhuizen
controleren op het gebruik van Entonox en de toegepaste voorzorgsmaatregelen.
(MV)
Veel diversiteit op
Nationale Kennisdag GGZ&Verslaving -- 21 november 2005 -- Nieuwsbrief Trimbos Instituut -- Depressie, comorbiditeit, empowerment en
maatschappelijk onaangepast gedrag, zijn enkele van de onderwerpen die aan bod
komen in de parallelsessies van de Nationale Kennisdag Geestelijke Gezondheid
& Verslaving van het Trimbos-instituut op 11 januari. De dag wordt gehouden in Muziekgebouw aan
het IJ in Amsterdam en bestaat uit een plenair
ochtendprogramma, acht of negen parallelsessies in de middag, een
KennisFestival en als afsluiting een discussie tussen ‘kennisevangelisten’. De
Nationale Kennisdag Geestelijke Gezondheid & Verslaving is een initiatief
van het Trimbos-instituut en wordt georganiseerd in samenwerking met GGZ Nederland
en een tiental kenniscentra op het gebied van de GGZ. De dag komt in de plaats
van de jaarlijkse Trimboslezing. Op dit moment wordt de laatste hand gelegd
aan de invulling van het middagprogramma: acht of negen parallelsessies,
waarvan de contouren langzaam zichtbaar worden. Zo is er een parallelsessie Comorbiditeit, over de achterliggende mechanismen
bij medisch-psychiatrische comorbiditeit, in het bijzonder de rol van het
afweersysteem en het endocriene systeem. Gekeken wordt naar de mogelijkheden
van het disease management-model in de aanpak hiervan. Deze sessie is gebaseerd
op een studie over diabeteszorg in Noord Holland en over onderzoek en ervaring
met medische comorbiditeit bij psychiatrische patiënten. Een nieuwe integrale aanpak voor antisociaal gedrag komt aan de orde in
de Parallelsessie Maatschappelijk onaangepast gedrag. Corine de Ruiter en Erica
de Jong bespreken in deze sessie eveneens het gebruik van het disease
management-model. Verder komt in deze sessie de risicotaxatie bij het Advies-
en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) aan de orde. Er worden resultaten
gepresenteerd van een onderzoek naar besluitvormingsprocessen over meldingen
bij het AMK. Deze besluitvorming is op dit moment verre van optimaal. Een
gestructureerd risicotaxatie-instrument (de CARE-NL) dat door het
Trimbos-instituut is ontwikkeld, moet daar verandering in brengen. Diana Rose,
Jean Campbell en Wilma Boevink gaan in de parallelsessie Empowerment in op de
vraag hoe ervaringen en het perspectief van mensen met psychische aandoeningen
de basis kunnen vormen voor onderzoek. Zij laten zien hoe mensen met psychische
aandoeningen kunnen worden betrokken in onderzoek. In de parallelsessie
Verslaving gaan de hoogleraren Garretsen, Vollebergh, Engels en Schippers in op
de aard en omvang van de alcoholproblematiek. Zij geven een overzicht van
innovatieve interventies die gericht zijn op preventie van alcoholproblemen bij
jongeren en op de vroegsignalering van alcoholproblematiek. In de
parallelsessie Depressie wordt door vier sprekers van het Trimbos-instituut
ingezoomd op innovaties in de Nederlandse depressiezorg. In deze sessie
gaat het ook om de toepassing van innovatieve methodieken en instrumenten. Aan
bod komt het belang van evidence based handelen in de GGZ en het nut van het
gebruik van richtlijnen, protocollen en landelijke basisprogramma’s. Aparte
aandacht is er voor de zogenaamde doorbraakprojecten, een door het CBO enkele
jaren geleden in Nederland geïntroduceerde implementatiemethode, gericht op
snelle invoering van vernieuwingen in de zorg. Het Trimbos-instituut werkte
deze methode uit voor depressie in het Doorbraakproject Depressie. Kijk voor
een actueel overzicht van het programma op www.trimbos.nl/kennisdag . Let op de
aantrekkelijke korting van € 25,- bij aanmelding vóór 22 november. Voor
meer informatie kunt u contact opnemen met de heer Hessel den Uijl.
Eén
op de zes kinderen is slachtoffer van seksueel misbruik -- 19 november 2005 -- medinieuws.be -- De kindermishandeling in Vlaanderen neemt
ongekende proporties aan. Dat blijkt uit cijfers van een Antwerps kindercentrum. Elk jaar zijn
er 6.000 meldingen van kindermishandeling. Eén op de zes Vlaamse kinderen zou
seksueel misbruikt worden.
Euthanasiewet voldoet niet -- 19
november 2005 – Zorgkrant -- In Nederland mogen artsen op basis van de Wet Toetsing Levensbeëindiging
zonder een scherp criterium beslissen over een verzoek tot euthanasie. In zo’n beslispraktijk is het onwaarschijnlijk dat alle
beslissingen consistent genomen worden. De
vraag kan derhalve worden opgeworpen of het mogelijk
is om een kennissysteem te maken dat euthanasiebeslissingen ondersteunt opdat
vorenbedoelde consistentie wordt verbeterd. De Leidse promovendus Fred Hamburg
heeft in zijn proefschrift ‘Een Computermodel voor het Ondersteunen van
Euthanasiebeslissingen’ een model voor zo’n
kennissysteem ontworpen. Hij heeft daarmee een eerste stap gezet op weg naar de
ontwikkeling van computersystemen die met ethische problemen kunnen omgaan. Het
model draagt de naam ‘Kwaliteit van Leven’ (KVL) en luidt voor juristen èn
artsen een gehele nieuwe periode in van denken over euthanasie (en de wetgeving
daaromtrent). Met
de totstandkoming van dit model is er sprake van een interdisciplinaire
doorbraak. Het proefschrift bevat naast dit alles ook een politiek element,
namelijk een pleidooi om de euthanasiewet in te trekken en tezelfdertijd de
hulp bij zelfdoding te decriminaliseren. De promotie vindt plaats op 24
november 2005 aan de universiteit van Leiden (academiegebouw, 16.15 uur);
op 23 november vindt een symposium plaats waar publiekelijk wordt gedebatteerd
over de euthanasiewet (eveneens academiegebouw, zaal 08; aanvang 13.00 uur). De
organisatie is in handen van het
E.M.Meijers Instituut (Universiteit Leiden 071-5275200, www.meijers.leidenuniv.nl). De toegang is gratis (maar
aanmelding is noodzakelijk). Voor een samenvatting van het proefschrift klik HIER. Voor informatie over het
proefschrift zelf: Fred Hamburg, Oude Singel 176-D, 2312 RH Leiden. Een
Computermodel voor het Ondersteunen van Euthanasiebeslissingen is verschenen
bij uitgeverij MAKLU, Antwerpen.
Artsen
vaak oververmoeid aan het werk -- 9 november 2005
-- Red. MdH -- HOUTEN - Bijna drie kwart (74 procent) van de artsen werkt vaker door dan
wettelijk is toegestaan. Ruim zes op de tien (63
procent) artsen is wekelijks een of meer keren oververmoeid door of tijdens het
werk. Iets meer dan de helft van hen geeft aan wel eens een fout gemaakt te
hebben door die oververmoeidheid. Een op de drie van de artsen noemt het een
geaccepteerd gegeven dat artsen door oververmoeidheid fouten maken. Dat blijkt
uit een onderzoek van MedNet Magazine onder 345 huisartsen, specialisten,
basis-, verzekerings- en bedrijfsartsen en studenten geneeskunde. De uitkomsten bevestigen eerdere, grotere
onderzoeken in de Verenigde Staten, Engeland en België. Aanleiding voor het
onderzoek is het nieuwe Arbeidstijdenbesluit van minister De Geus van Sociale
Zaken, waar de Tweede Kamer zich nog over moet buigen. Dat besluit geldt
overigens niet voor medisch specialisten en
huisartsen. Voor medisch specialisten in loondienst
zijn wel afspraken over het maximum aantal uren gemaakt in de CAO's. Volgens
het besluit van De Geus mogen alle andere artsen vanaf volgend jaar gemiddeld
genomen over een half jaar, zestig uur per week werken, als ze daar zelf mee
instemmen. Aanwezigheidsdiensten worden daarin meegeteld. Nu geldt nog per drie
maanden gemiddeld maximaal 48 uur per week werken en tellen alleen de gewerkte
uren tijdens aanwezigheids- of slaapdiensten mee. Volgens directeur A. van Bolderen van de Landelijke Vereniging van
Artsen in Dienstverband (LAD) maakt het besluit van De Geus het in de praktijk
mogelijk om diensten van 78 uur te draaien, zonder dat ergens geregistreerd is
hoeveel uren een arts of arts in opleiding (aio) heeft geslapen. Vooral die
laatste groep loopt daar een ernstig risico, stelt Van Bolderen. Artsen in
opleiding tot specialist hebben al een minder sterke positie in ziekenhuizen.
Bovendien wil de minister de toestemming van de arts om maximaal zestig uur te
werken elk half jaar stilzwijgend laten verlengen. Een arts in opleiding zou
dan zelf naar personeelszaken moeten gaan om te zeggen dat hij of zij het niet
meer wil. Volgens Van Bolderen is de kans dan groot dat hij of zij te horen
krijgt dat hij ergens anders een baan moet zoeken. Hij heeft de Tweede Kamer
woensdag een brief gestuurd met de vraag om daar iets aan te doen. Ook de
Landelijke Vereniging van Assistent Geneeskundigen LVAG is bezorgd over het
plan. Deze vreest dat aio's in de praktijk geen nee kunnen zeggen tegen de
60-urige werkweek.
Psychiater
Andries Van Dantzig (84) overleden – 8 november 2005 -- Red. MdH – Op dinsdag avond berichtte de Telegraaf dat de Amsterdamse psychiater A. van Dantzig is in de nacht van maandag
op dinsdag overleden. Van Dantzig is gestorven aan een hersenbloeding, zo
maakte de familie dinsdagavond bekend. Hij werd 84 jaar. Andries van Dantzig zette zich in voor een goede geestelijke
gezondheidszorg (GGZ) in Nederland. Hij was een voorstander van het aanstellen
van een aparte staatssecretaris voor de Geestelijke Volksgezondheid. Toen die
er niet kwam, beijverde hij zich voor de instelling van een commissie op hoog
niveau die de problemen van de geestelijke volksgezondheid moest bestuderen. De
laatste jaren zette hij zich vooral in voor betere jeugdzorg. Als voorzitter
van Reflectie- en Actiegroep Aanpak Kindermishandeling (RAAK) noemde hij de
behandelingen en therapieën in de jeugdhulpverlening primitief in de discussie
rond het drama van de dood van de peuter Savanna. Volgens de
psychiater bleef veel geestelijk lijden ongezien en was het vergeleken met
fysiek lijden slecht geregeld. Hoewel
iedereen recht heeft op elke vorm van geestelijke gezondheidszorg, zouden om
financiële redenen alleen de ernstigste problemen worden behandeld. De hoogleraar psychotherapie werd bij het
grote publiek bekend met zijn werk
'Normaal is niet gewoon'. Hij deed onder andere
onderzoek naar de gevolgen voor degenen die achterbleven toen de Duitsers in de
Tweede Wereldoorlog in Putten de mannen wegvoerden. In 1998 ontving hij de ereprijs van het Nationaal Fonds Geestelijke
Volksgezondheid, in 2004 de Clara Meijer-Wichmann Penning wegens zijn
verdiensten in de strijd tegen de kindermishandeling.
België: Dodelijke
drugtablet in omloop – 4 november 2005
– Het Laatste Nieuws -- Soortgelijke [red.
MdH: zie foto onder eerder genoemde link] dodelijke tablet in omloop.
Volksgezondheid waarschuwt voor dodelijke drugtabletten afkomstig uit de
provincie Namen. De tabletten hebben een hoge dosis MDMA, het product dat
gebruikt wordt om de gevaarlijke drug PMA aan te maken. De gevaarlijke tablet
is driehoekig, blauw-turquoise, met het logo van Mitsubishi. Het heeft een gemiddelde
dikte van
61 tot 83% van alle patiënten niet
geïnformeerd over medische fouten: U.S. patients report
highest rate of medical errors -- November 4, 2005 -- By Matthew DoBias –
Modern Physician -- One-third of
patients in the U.S. with more serious health problems experienced medical
mistakes, medication errors or inaccurate or delayed lab results -- the highest
rate among six countries in a survey by the Commonwealth Fund. While the
survey of patients with health problems
found lax safety and poor care in all six countries, with no country deemed
best or worst overall, the U.S. stood out for the high rate of errors,
inefficient coordination of care and high out-of-pocket costs, according to the
report. Patients in
Campagne over
rechten patiënt gestart -- 3 novemenber
2005 -- Zorgkrant -- De NPCF
(Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie) is met een campagne gestart om
mensen te wijzen op hun rechten en verantwoordelijkheid als patiënt. Deze
campagne heeft als aanleiding het tien jarig bestaan van de Wet Geneeskundige
Behandelovereenkomst (WGBO). Deze wet is in
IJsselmeerziekenhuizen
stellen artsen op non-actief -- 25
oktober 2005 -- Red. MdH -- De
IJsselmeerziekenhuizen in Lelystad en Emmeloord hebben de drie huidartsen die
vorige week gezamenlijk hun ontslag indienden, maandag met onmiddellijke ingang
op non-actief gesteld. Dat zei een van de weggestuurde dermatologen, B. Naafs, maandag, zo bericht De Telegraaf.
Volgens Naafs kregen hij en zijn
collega's het verwijt, dat ze de IJsselmeerziekenhuizen door alle publiciteit
rondom hun vertrek in een kwaad daglicht hebben gezet. De drie krijgen
gewoon doorbetaald, totdat hun contract begin volgend jaar afloopt. De dermatoloog liet zaterdag weten dat het
drietal zich „uitgebuit” voelt door de Raad van Bestuur. Het ziekenhuis gaf
maandag alleen een schriftelijke reactie op de actie van de artsen. Er zou al
contact zijn gelegd met nieuwe huidartsen die voor de IJsselmeerziekenhuizen
willen werken. Patiënten met een afspraak krijgen zo snel mogelijk een nieuwe
datum voorgelegd.
Schizofreniepatiënten
kunnen stabiel zijn -- 25 oktober 2005
-- Red. MdH -- AMSTERDAM - Schizofrenie
is nog steeds niet te genezen. Maar de schizofreniepatiënten hoeven ook niet
meer levenslang genoegen te nemen met een streven naar zoveel mogelijk
„stabiele periodes”, zonder al te veel psychiatische aanvallen. Zeker met een
nieuwe generatie medicijnen, die als een langwerkend middel een á twee keer per
maand kan worden toegediend, is het mogelijk om de symptomen zodanig te
verminderen dat ze weer een sociaal leven kunnen opbouwen. Een aantal patiënten
kan zelfs werken. Dat zei professor S. Kahn van het Universitair Medisch
Centrum Utrecht (UMCU) maandag in Amsterdam, zo bericht De Telegraaf.
Vroeger bracht menig schizofreniepatiënt zijn/haar hele leven in een inrichting
door. In de jaren zestig en zeventig was het hoogste doel bij de behandeling
van schizofreniepatiënten vooral het overleven buiten de instelling. Gedurende
de daarop volgende decennia was de hoop van familie en patiënten vooral gericht
op zo min mogelijk aanvallen. Ook nu nog hopen artsen vooral dat patiënten op
de behandeling reageren en geen terugval krijgen. Een terugval wordt in veel gevallen veroorzaakt door een gebrek aan
medicatietrouw. Veel patiënten stoppen met het innemen van hun medicatie, of
nemen ze niet regelmatig in. Vaak gebeurde dit ook wegens de bijwerkingen. De
nieuwe generatie atypische antipsychotica heeft minder bijwerkingen. Bovendien
bestaat er al een injecteerbare versie van, die dagelijks kleine doses afgeeft
en die slechts twee keer per maand toegediend hoeft te worden, via een injectie
in de bilspier. Concurrerende versies zijn in opkomst, zo stelde Kahn. Volgens
een collega van de hoogleraar, prof. J. Peuskens van de Katholieke Universiteit
Leuven, neemt met het „depot-medicijn” de kans op terugval van
schizofreniepatiënten in psychoses fors af. Dit is belangrijk, zo blijkt uit
onderzoek dat Kahn vandaag op het Europese congres voor neuropsychofarmacologie
in Amsterdam presenteert. Want elke
psychotische 'aanval' tast de hersenen letterlijk aan, zo stelt de hoogleraar.
MRI-scans van patiënten laten zien dat vochthoudende ruimtes groter werden en
hersenweefsel verdween, precies in dat deel van de hersenen dat taal, organisatievermogen en emoties
regelt. Vooral gedurende de eerste vijftien jaar van de ziekte, nemen de
symptomen hard toe. Juist in die periode was ook te zien dat hoe vaker
patiënten een psychose hadden, hoe meer hersenweefsel er verloren ging.
Bovendien bleek dat behandeling met twee medicijnen dat verloren gaan van
hersenweefsel tegenhield. Niet doordat psychoses uitbleven, het was een effect
dat daarvan los staat, vertelde Kahn. Hij pleit voor zo vroeg mogelijke
opsporing en behandeling van de ziekte met medicijnen. Ook omdat er weer
bovenop komen na elke aanval moeilijker wordt. Volgens recent onderzoek zouden schizofreniepatiënten zelfs bepaalde
vaardigheden kunnen terugkrijgen, die eerder door de ziekte waren verdwenen.
Bovendien zou het verlies van dergelijke vaardigheden, zoals het onderhouden
van sociale contacten, tegengegaan kunnen worden. Dat is vooral belangrijk
omdat de ziekte vaak in de overgang naar het volwassen bestaan, begint. Veel
opleidingen en carrièreplannen vallen hierdoor in het water. Inmiddels hebben
werkgroepen van de Europese en Amerikaanse beroepsverenigingen geconcludeerd
dat schizofreniepatiënten meer kunnen bereiken dan alleen maar stabiliteit van
de patiënt. Zij stelden remissie criteria op. ‘Remissie’ is een oude term die
bij de meeste aandoeningen slaat op het volledig verdwijnen van ziekesymptomen.
Voor schizofreniepatiënten is er sprake van remissie indien symptomen zoals
wanen of chaotisch denken minstens een half jaar lang achtereenvolgens in
slechts milde vorm aanwezig zijn. Patiëntenorganisaties reageren enthousiast op
deze criteria. De criteria zijn meetbaar voor familieleden en patiënten en metn
kan hen ook hanteren om te kijken of een behandeling al dan niet heeft gewerkt.
Professor Kahn, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie
(NvVP), verwacht dat zijn beroepsvereniging de remissie criteria eveneens zal
overnemen.
Crisis
bij UWV / Pleidooi voor beëindiging herkeuring van WAO’ers – 24 oktober 2005 – Trouw --
Uitkeringsinstantie UWV moet de huidige
massale herkeuringsoperatie stopzetten. Dat vinden zowel FNV Bondgenoten als de
stichting Collectieve Rechtsvordering (CORV) naar aanleiding van de crisis
binnen UWV. Ook in de Tweede Kamer is ongerustheid ontstaan na een uitgelekt
intern rapport. Daarin stellen verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen dat ze
hun werk niet professioneel kunnen uitvoeren, omdat de herkeuringen vooral tot
doel hebben bij zoveel mogelijk WAO’ers de uitkering te verlagen of te stoppen.
SP heeft al eerder voor stopzetting van de herkeuring gepleit. CDA en PvdA twijfelen
of de belofte dat de herkeuringen zorgvuldig en met de menselijke maat worden
uitgevoerd kan worden waargemaakt. ,,De manier waarop het gaat is niet
aanvaardbaar. Deze ellende moet stoppen’’, zegt Bondgenoten- bestuurder Erica
Hemmes naar aanleiding van het UWV-rapport. Al langer merken de
WAO-belegeleiders van de bond dat ,,de druk enorm is’’. Hemmes: ,,Het gaat niet
om mensen, maar om aantallen.’’ Bondgenoten heeft aanwijzingen dat vrouwen
harder worden getroffen. Ze heeft de cliëntenraden verzocht opheldering te
vragen. De stichting CORV, die de rechtmatigheid van de herkeuringen aanvecht
dreigt met een kort geding als het UWV voor vrijdag niet stopt met de
herkeuringen. „Zeker nu er binnen het UWV hierover een crisis is ontstaan is
het absoluut onverantwoord om er mee door te gaan”. CDA-kamerlid Verburg wil
van de minister weten ,,hoe realistisch” de taakstelling voor de herkeuring van
350 000 WAO’ers is. Zij en PvdA-kamerlid Bussemaker wijzen erop dat minister De
Geus de Kamer keer op keer heeft beloofd dat de herkeuringen ’zorgvuldig en op
de menselijke maat’ zouden worden verricht. Verburg: ,,Hoe valt deze belofte te
rijmen met zo’n rapport?” De minister
heeft volgens Bussemaker steeds ontkend dat er signalen waren dat artsen grote
problemen hadden met de herkeuringen. Zij wil nu dat het interne UWV-rapport
openbaar wordt gemaakt. ,,Mijn conclusie is dat het beleid op deze manier niet
uitvoerbaar is.’’ In het rapport stellen medewerkers dat er geen eenduidig
beleid is over de herbeoordeling van WAO’ers. Dat leidt ertoe dat er per
kantoor grote verschillen en ,,soms zelfs strijdige uitkomsten” zijn. Ze klagen
dat de top ,,niet haalbare” kwantitatieve afspraken met de politiek heeft
gemaakt over de reductie van het aantal WAO’ers.
Lesmateriaal tegen
seksueel misbruik doven -- 24 oktober 2004 -- AMSTERDAM - Scholen, zorgverleners en ouders gaan
samenwerken om seksueel misbruik bij doven te voorkomen. Dat hebben de grote
doveninstituten in Nederland en vertegenwoordigers van ouders van dove kinderen
afgesproken. Om betere voorlichting te geven aan dove kinderen ontwikkelen de
scholen speciaal lesmateriaal. Daarin wordt in voor dove kinderen begrijpelijke
taal uitleg gegeven over seksueel misbruik. Zo komen er cd-roms in
Nederlandse Gebarentaal (NGT). Een aantal leerkrachten wordt door de instituten
opgeleid om de trainingen te geven. Ook ouders moeten zoveel mogelijk
meewerken, vinden de betrokken organisaties. De Nederlandse federatie van
ouders van dove kinderen (Fodok), Viataal, de Koninklijke Effatha Guyot groep
en de Koninklijke Auris groep hebben deze maand hun afspraken in een convenant
vastgelegd. Afgelopen jaren kwam een aantal gevallen van seksueel misbruik van of
door dove kinderen aan het licht. Doveninstituten erkenden toen dat dove
kinderen daar kwetsbaarder voor zijn en kondigden maatregelen aan.
Ross:
fiscale stimulans voor vrijwilligers – 19 oktober 2005 – Min. VWS, persbericht -- Het kabinet wil vrijwiligersactiviteiten fiscaal aantrekkelijker maken.
Daarom doet het kabinet in het Belastingplan 2006 het voorstel om het onbelaste
jaarmaximum van de vrijwilligersvergoeding te verhogen naar 1500 euro. Dit
schrijft staatssecretaris Ross (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) in haar
beleidsbrief "Iedereen moet meedoen" over vrijwillige inzet
2005-2007. Blijft de vrijwilligersvergoeding onder het maximale bedrag van
1500 euro, dan hoeven de verstrekkende organisatie noch de ontvangende
vrijwilliger de onkosten op te geven bij de belastingdienst. Dit scheelt de
vrijwilligersorganisaties veel administratief werk en leidt tot meer
flexibiliteit om vrijwilligers een vergoeding te geven. Daarnaast trekt de
staatssecretaris bijna 10 miljoen extra
uit voor het vrijwilligersbeleid in de periode 2005-2007. Met partijen in
het veld zal worden bekeken hoe het geld het beste kan worden besteed.
Staatssecretaris Ross zet in haar brief aan de Tweede Kamer haar visie op het
vrijwilligersbeleid voor de komende jaren uiteen. Vrijwilligers zijn onmisbaar
in onze samenleving. Nederland telt ruim 4,5 miljoen vrijwilligers. Dat grote
aantal vrijwilligers moet op peil blijven. Daarom wordt er meer gezocht naar
vrijwilligers in nieuwe doelgroepen. Uit die groepen komen nu relatief weinig
vrijwilligers. Met name jongeren, allochtonen en 55+ers krijgen in de brief
bijzondere aandacht. Maar de vrijwillige inzet staat onder druk. Dit omdat
minder mensen zich inzetten (of korter) als vrijwilliger terwijl het beroep op
de vrijwillige inzet juist toeneemt. Maar ook omdat regelgeving het werk van de
vrijwilliger soms onnodig lastig maakt. De afgelopen jaren heeft het kabinet al
het nodige gedaan aan het schrappen van belemmeringen in wet- en regelgeving. Het stimuleren van vrijwillige inzet is in
de eerste plaats een zaak van de burger en de vrijwilligersorganisaties.
Overheden kunnen slechts ondersteunen o.a. door activiteiten te ontplooien om
mensen enthousiast te maken. Gemeenten hebben daarvoor veel mogelijkheden. De
nieuwe – nog in te voeren – Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) zal
hiertoe een stevige wettelijke basis bieden. De gemeente krijgt immers een
spilfunctie in de nieuwe Wmo en wordt primair verantwoordelijk voor de
ondersteuning van vrijwilligers. Het landelijk Kenniscentrum voor
Maatschappelijke Inzet stimuleert vernieuwing en kwaliteitsverbetering van de
uitvoering in gemeenten. Verwijzingen: Beleidsbrief vrijwillige inzet 2005 - 2007,
Kamerstuk
Ruim 230.000 verpleegkundigen
in BIG-register -- 18 oktober 2005
– Verpleegkundenieuws -- Eind vorig jaar waren er ruim 230.000 verpleegkundigen ingeschreven in het BIG-register. Dat
blijkt uit het jaarverslag van het
Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg. In totaal zijn er ruim 360.000 beroepsbeoefenaren in het
BIG-register opgenomen. Ruim
tweederde daarvan is verpleegkundige. Vorig jaar nam het BIG-register ruim
5900 nieuwe verpleegkundigen op. Het aantal uitschrijvingen is veel lager: 293
verpleegkundigen werden uitgeschreven vanwege overlijden. Drie inschrijvingen
vervielen op eigen verzoek en één
verpleegkundige is uit het register gehaald vanwege een geestelijke stoornis.
Een op vier Europeanen heeft psychische ziekte – 18 oktober 2005 – Medinieuws --
Een op vier Europeanen kampt met mentale
aandoeningen. Psychologische problemen zijn de belangrijkste oorzaak van
zelfmoorden en vertragen de groei van de Europese economie. Aan de hand van die
vaststellingen heeft de Europese Commisie maandag een debat geopend dat moet
leiden tot een gemeenschappelijke strategie tegen mentale problemen.
Vroege
behandeling geeft beter resultaat – 18
oktober 2005 -- Universiteit van North Carolina /UNC / Schizofrenie
Bulletin -- VOORBURG - Vroegtijdige behandeling van een psychose zorgt voor een beter beloop
op lange termijn. Dit is de uitkomst van een wetenschappelijk onderzoek door de
School of Medicine van de Amerikaanse universiteit van North Carolina (UNC),
dat deze maand is gepubliceerd in de American Journal of Psychiatry. De
resultaten laten zien dat schizofrenie niet een invaliderende stoornis hoeft te
zijn. Op z'n minst bij een aantal patiënten kunnen symptomen en disfunctioneren
voorkomen worden. Bij veel ziektes is
het zo dat de patient achteruitgaat naarmate zijn ziekte langer onbehandeld
blijft. Ook van schizofrenie werd dit gedacht en al vaker onderzocht, maar
nooit op de schaal van het UNC. De onderzoekers ploegden maar liefst 625 eerder
gepubliceerde onderzoeken door voordat ze een definitieve conclusie trokken.
Het bleek dat hoe korter de onbehandelde psychose duurde, hoe groter het effect
van behandeling met antipsychotica. Met andere woorden: vroege behandeling
leidt tot beïnvloeding van het beloop. Hoe langer patienten onbehandeld bleven,
hoe slechter ze functioneerden en hoe meer symptomen ze hadden, zowel meteen na
de behandeling als na 15 jaar. De psychiatrische afdeling van de UNC heeft
inmiddels een nieuw behandelprogramma opgezet dat aansluit op de resultaten,
OASIS (Outreach and Support Intervention Services) geheten. Zelf spreken ze van
een 'uniek' programma, vanwege het maatwerk in vroege herkenning en behandeling
van jonge mensen en hun families bij het begin van een psychotische episode, al
geven ze toe dat de basis ervan al was terug te vinden in programma's in
Australie, Noorwegen, Engeland en Canada. Deze programma's hebben opmerkelijk
positieve resultaten laten zien: minder en kortere opname, afgenomen symptomen
en hervatting van school of werk. Het Schizofrenie Bulletin is een service van
Ypsilon, de vereniging voor familieleden van mensen met schizofrenie of een
psychose. Voor meer informatie: http://www.ypsilon.org/schizbul.htm
Rechtszaak
tegen WAO-herkeuringen -- 17 oktober
2005 -- Reformatorisch Dagblad -- AMSTERDAM (ANP) - Een onlangs opgerichte stichting spant een rechtszaak aan tegen de
Staat en eventueel uitkeringsinstantie UWV om de herkeuringen van WAO’ers
ongedaan te krijgen. De stichting Collectieve Rechtsvordering (CORV) wil
optreden namens iedereen die moet worden herkeurd, zo meldde ze zondag. De
herkeuringen zijn volgens CORV onrechtmatig. De WAO moet gezien worden als een
normale verzekering. Het kabinet heeft de polisvoorwaarden gewijzigd, nadat
mensen al schade hadden geleden. CORV vergelijkt de herkeuringen met een
brandverzekering, waarvan de voorwaarden veranderen als het huis is afgebrand.
Volgens CORV zullen zo’n 150.000 mensen met een WAO-uitkering er flink in
inkomen op achteruit gaan, omdat ze minder of helemaal niet meer
arbeidsongeschikt zullen worden verklaard. Het
verlagen of stopzetten van de uitkering is zelfs in strijd met het Europees
Verdrag van de Rechten van de Mens, aldus de organisatie. CORV is in augustus
van dit jaar opgericht. De stichting is een initiatief van Jan de Jong, hoofd
van het Bureau beroepsziekten van vakcentrale FNV. In de raad van advies zit
onder anderen oud-FNV voorzitter Lodewijk de Waal. „In mijn jaren bij de
vakbeweging ben ik veel mensen tegengekomen die tussen de raderen van
ambtelijke molens raakten. Een club die het risico wil nemen voor die mensen op
te komen, heeft uiteraard mijn steun”, schrijft De Waal op de website van CORV.
WAO’ers kunnen zich op de internetpagina aanmelden bij de stichting. Zij moeten wel 30 euro betalen om zich bij
de juridische procedure aan te sluiten. Als CORV de zaak wint, volgt een
schadeclaim. Met de herkeuring van WAO’ers is vorig jaar oktober begonnen. In
totaal moeten 325.000 mensen opnieuw worden beoordeeld. Dat gebeurt volgens
nieuwe, strengere normen. Eerder dit jaar bleek dat ongeveer de helft van de
mensen die tot dan toe waren herkeurd, deels of geheel zijn goedgekeurd. Dat
was meer dan verwacht.
Orde
der geneesheren van West-Vlaanderen maakt folder voor
klagende patiënten – 14 oktober 2005 – Medinews --
De provinciale raad van de Orde van
Geneesheren van West-Vlaanderen pakt uit met een origineel initiatief: een
folder die klagende patiënten wegwijs maakt in de door de (provinciale raad
van) Orde der geneesheren gevolgde procedure. Omdat artsen vaak evenmin goed op
de hoogte zijn, is er ook voor hen een folder. Zo wil de provinciale raad haar
werking transparanter maken.
Therapie
seksueel misbruikte man RTV N-H -- 13 oktober 2005 -- RTV Noord -- ASSEN - Mannen, die seksueel
misbruikt zijn, kunnen nu ook in het Noorden groepstherapie krijgen. Voor de
nieuwe behandelmethode kunnen slachtoffers terecht bij de afdeling De Bascule van de GGz Drenthe. De kern van de behandeling
is dat de mannen van elkaar kunnen leren door samen te praten over hun problemen. Dit lijkt beter te helpen dan alleen maar praten met therapeuten.
Toename
meldingen kindermishandeling in 2004 bijna 20% – 12 oktober 2005 – ANP – UTRECHT - Het aantal
meldingen van kindermishandeling is in 2004
opnieuw gestegen. In dat jaar werd ruim 34.000 keer contact opgenomen met het Advies- en
Meldpunt Kindermishandeling (AMK) om een vermoeden van kindermishandeling te melden. Dat bleek gisteren
uit de jaarcijfers van de AMK's. Ten opzichte van 2003 is het aantal meldingen met 19 procent toegenomen. In 2003 was
het aantal meldingen al 13 procent hoger
dan het jaar daarvoor. De woordvoerder van de AMK's benadrukt dat een
stijging van het aantal meldingen niet direct een stijging van het aantal
gevallen van mishandeling hoeft te betekenen. "De reden van de stijging is
waarschijnlijk dat steeds meer mensen de weg naar een AMK weten te vinden. Ook
is er veel aandacht geweest voor kindermishandeling naar aanleiding van
verschillende familiedrama's."
Maikel
eist gesprek met deskundige in moordzaak - 7
oktober 2005 – ANP -- SCHIEDAM - Maikel, het vriendje van de vermoorde
Nienke Kleiss, uit Schiedam verzoekt in een brief aan kinderpsycholoog R. Bullens dringend om een gesprek. Bullens werkte
als deskundige in de zaak tegen de verdachte van de
Schiedamse parkmoord. Maikel en zijn
vader laten zich in de brief uiterst kritisch uit over de psycholoog. Dat heeft
hun advocaat vrijdag laten weten. 'Wij weten niet wat er achter uw weigering om
met ons te komen praten zit. Wij geloven niet dat u echt denkt dat u niets
verkeerd hebt gedaan', zo staat in de brief. Maikel, destijds net drie dagen elf
jaar, werd na de moord zes tot acht keer op een ongeoorloofde wijze verhoord.
Advocaat-generaal F. Posthumus, die onderzoek deed naar het optreden van
politie en justitie in deze zaak, liet zich in zijn rapport kritisch uit over
de deskundige. In de media stelde de psycholoog echter dat hij zijn werk naar
behoren heeft gedaan. 'Is het opgevallen dat u de enige bent die dit zo ziet',
vragen Maikel en zijn vader zich af. Zij hopen dat Bullens recht in hun gezicht
durft uit te leggen waarom het volgens hem goed is gegaan. Alle andere direct
betrokken hebben inmiddels gesprekken gehad met het slachtoffer, of hebben
hiervoor een afspraak gemaakt. Deze mensen hebben volgens de briefschrijvers
hun fouten durven toegeven en hebben hun excuses gemaakt. 'U bent de enige die
tot op heden niets van u hebt laten horen.' De twee vragen zich af wat
daarachter zit. Is het arrogantie, lafheid of schaamte. 'U hoeft niet bang te
zijn dat u bij ons de behandeling krijgt die Maikel in de verhoorstudio heeft
gekregen.' In het onderzoek na de moord op de 10-jarige Nienke Kleiss in
juni 2000 werden veel fouten gemaakt. Uiteindelijk zat een onschuldige man,
Cees B., vier jaar in de cel.
Commentaar red. MdH: Wij vrezen dat de
hoogleraar zijn excuses niet aan Maikel aan zal bienden – al heeft hij daar
zeker recht op. Daarom o.a. ook een brief aan Maikel met een mogelijker wijze
verhelderend antwoord op een paar vragen. Het is al erg genoeg om in een
dergelijke situatie geen excuses aangeboden te krijgen.
Herre Kingma vertrekt bij de
Inspectie voor de Gezondheidszorg – 6
oktober 2005 – Persbericht IGZ -- Begin 2006 verlaat Inspecteur-Generaal Herre Kingma de
Inspectie voor de Gezondheidszorg. Kingma wordt begin volgend jaar voorzitter van de Raad van Bestuur van het
Medisch Spectrum in Twente. Vanaf medio 2000 gaf hij leiding aan de
inspectie die hij na een jarenlang
proces van fusiebewegingen opnieuw op de kaart zette met als missie: veilige,
effectieve en patiëntgerichte zorg. In een periode van vijf jaar is Kingma
erin geslaagd de inspectie een eigentijds gezicht te geven. De inspectie heeft
onder zijn leiding haar werkwijzen drastisch gewijzigd. In de nieuwe werkwijze
staan efficiënter en risicogericht
toezicht houden centraal. Met deze manier van toezicht houden gaat de
aandacht vooral uit naar de grootste gezondheidsrisico's voor patiënten. Met de
missie: veilige, effectieve en patiëntgerichte zorg voor iedereen, zette Kingma
de inspectie op de kaart. Hij bevorderde
openbaarheid van inspectiebevindingen en -rapporten en maakte zich ook sterk
voor openheid en openbaarheid van prestaties. In nauwe samenwerking met het
veld ontwikkelde hij het gebruik van prestatie-indicatoren die de maat zijn
voor kwaliteit en veiligheid in de zorg. Hij bleef ook in de functie van
Inspecteur-Generaal de patiënt achter het systeem zien en toonde zich een groot
pleitbezorger van patiëntveiligheid en openheid over medisch falen.
Commentaar red. MdH: Een bericht VAN de
inspectie OVER de inspectie. Niet iedereen zal het er eens mee kunnen zijn. Wat betreft efficiëntie heeft de IGZ nog een
lange weg te gaan helaas. Wat betreft de openbaarheid van stukken en openheid
over medisch falen zouden ook den nodige kanttekeningen geplaatst kunnen
worden.
Beperking
psychotherapie pakt desastreus uit -- 6
oktober 2005 -- Artsennet/NVVP -- 16.500
patiënten met depressies of persoonlijkheidsstoornissen ontvangen onvoldoende
psychotherapie. 2000 van hen zijn suïcidaal. 800 patiënten worden doorverwezen
voor een aanmerkelijk duurdere klinische behandeling in een psychiatrisch
ziekenhuis. Dit blijkt uit gegevens van het Meldpunt Psychotherapie dat de
beroepsverenigingen in de geestelijke gezondheidszorg begin dit jaar hebben
ingesteld. Psychiaters en psychotherapeuten luidden eind vorig jaar al de
noodklok over het besluit van het kabinet om voor psychotherapie het aantal
sessies te beperken dat vergoed wordt. De Nederlandse Vereniging voor
Psychiatrie bracht begin dit jaar een analyse uit met de waarschuwing dat de
beperking van de vergoeding voor psychotherapie in plaats van de beoogde
bezuiniging van 79 miljoen euro per jaar, een veelvoud aan extra kosten met
zich mee zou brengen aan duurdere vormen van zorg en arbeidsongeschiktheid. De
meerkosten zouden kunnen oplopen tot 1,3 miljard euro over een periode van vijf
jaar.
De
gegevens over het eerste half jaar van het Meldpunt Psychotherapie bevestigen
de analyse van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. De effecten blijken
zelfs ernstiger. In haar analyse ging de Nederlandse Vereniging voor
Psychiatrie uit van 13.000 patiënten bij wie jaarlijks de behandeling
onvoldoende zou worden door voortijdig staken of door overgaan op een andere
minder effectieve behandelvorm. Dat blijken er nu 16.500 te zijn en ook lijkt
de problematiek van deze patiënten ernstiger dan in de analyse werd aangenomen.
Dit aantal patiënten per jaar is berekend op basis van het aantal meldingen bij
het Meldpunt Psychotherapie in de eerste helft van 2005.
Ambulante psychotherapie
Van deze 16.500 patiënten moest bij
vijfduizend de behandeling voortijdig worden gestaakt en moesten er achthonderd
worden doorverwezen naar een psychiatrisch ziekenhuis voor deeltijdbehandeling
of langdurige opname. De laagste inkomensgroepen zijn oververtegenwoordigd in
deze groepen. Dit had vermeden kunnen worden als de ambulante psychotherapie
had kunnen worden voortgezet. Sommige patiënten kiezen ervoor de psychotherapie
zelf te betalen, maar dat is vrijwel alleen weggelegd voor patiënten uit de
hogere inkomensgroepen.
Algemeen overleg Tweede Kamer
Tijdens het Algemeen Overleg van de Tweede
Kamer op 6 oktober wordt de zogenaamde pakketmaatregel
psychotherapie geëvalueerd. De beroepsverenigingen (Nederlandse Vereniging
voor Psychiatrie, Nederlandse Vereniging voor Psychotherapie, Nederlandse
Vereniging van Vrijgevestigde Psychotherapeuten en Nederlands Instituut voor
Psychologen) vinden dat voortgezette psychotherapie weer in het
verzekeringspakket moet worden opgenomen. Ze hebben een voorstel uitgewerkt
waarmee toch een besparing ten opzichte van de oude regeling kan worden
bereikt, zonder de nu gemeten negatieve gevolgen van persoonlijk leed en extra
maatschappelijke kosten. Ook brancheorganisatie GGZ Nederland vindt dat
langerdurende psychotherapeutische behandeling mogelijk moet zijn.
Kabinet
wil mogelijkheid van dwangbehandeling snel verruimen – 1 oktober 2005 – MinVWS / Schizofrenie
Bulletin -- DEN HAAG - Onverwacht is het niet, maar de kogel is nu wel door de
kerk: Het kabinet heeft vrijdag op
voorstel van de ministers Hoogervorst van VWS en Donner van Justitie ingestemd
met een tweetal wijzigingen in de wet Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische
Ziekenhuizen (wet BOPZ). Het betreft aanpassing van de regeling van de
voorwaardelijke rechtelijke machtiging en verruiming van de mogelijkheden om
bij een gedwongen opname over te gaan tot dwangbehandeling. Aan beide
wijzigingen bestaat in de praktijk dringend behoefte. De belangrijkste
wijziging vloeit voort uit wat het kabinet noemt "een dringende behoefte
aan verruiming van de mogelijkheden van intramurale dwangbehandeling".
Volgens de huidige regeling is dwangbehandeling slechts mogelijk als er gevaar
binnen de inrichting is. In het nieuwe wetsvoorstel wordt het mogelijk voor
behandelaars bij een dwangopname moeilijk behandelbare en onwillige personen
met een behandeling weer naar huis te sturen. Deze wijziging is van toepassing
op psychiatrische patienten; voor patienten die zijn opgenomen in een
inrichting voor verstandelijk gehandicapten of verpleeginrichting blijft het
criterium gevaar binnen de inrichting. De tweede wijziging is een reparatie
van de wet om een uitspraak van de Hoge Raad eerder dit jaar ongedaan te maken.
De Hoge Raad stelde toen vast dat een voorwaardelijke machtiging slechts
verleend mag worden indien de patient uitdrukkelijk heeft ingestemd met de
voorwaarden. Dat was niet wat de wetgever voor ogen had. Om de voorwaardelijke
machtiging nu toch breder te kunnen toepassen, wordt op dit punt de wet BOPZ
gewijzigd. Voortaan is het voor het verlenen van een voorwaardelijke machtiging
ook voldoende dat de rechter het vertrouwen heeft dat de patient - ondanks het
ontbreken van diens uitdrukkelijke instemming - zich daadwerkelijk aan de
voorwaarden houdt. De ministerraad heeft
ermee ingestemd dat het wetsvoorstel voor spoedadvies aan de Raad van State zal
worden gezonden. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad
van State worden pas openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer. Het Schizofrenie Bulletin is een service van
Ypsilon, de vereniging voor familieleden van mensen met schizofrenie of een
psychose. Voor meer informatie: http://www.ypsilon.org/schizbul.htm
Openbaarmaking sterftecijfers ziekenhuizen risicovol -- 30 september 2005 -- De Telegraaf --
ROTTERDAM - Als de overheid ziekenhuizen dwingt sterftecijfers te publiceren,
kan dat ertoe leiden dat specialisten bij operaties minder risico nemen om de
patiënt te redden. Voorzitter dr. L. van
Herwerden van de Nederlandse Vereniging voor Thoraxchirurgie heeft dat
vrijdag gesteld. Donderdag werd bekend dat de
Inspectie voor de Gezondheidszorg een onderzoek heeft ingesteld naar het Universitair Medisch Centrum Sint
Radboud in Nijmegen. Het sterftecijfer van de hartafdeling van het ziekenhuis
bleek veel hoger (*) te liggen dan bij andere hartcentra. De vereniging van
hartspecialisten vindt het een goede zaak dat de inspectie de zaak onderzoekt.
(*) Het Parool: “In 2004 overleed een op de
vijftien patiënten (6,7%). Het gemiddelde sterftecijfer in de overige twaalf
Nederlandse hartcentra was dat jaar 2,7%.” (Het Parool, 29 sept. 2005, pag. 7).
Het sterftecijfer in Sint Radboud is dus
meer dan dubbel zo groot dan het gemiddelde van alle hartcentra in Nederland.
Twaalf
familieleden gaan trainers psycho-educatie bijstaan – 30 september 2005 -- Redactie
Schizofrenie Bulletin / Ypsilon -- UTRECHT - Twaalf ervaren familieleden gaan hulpverleners bijstaan bij de nieuwe
modelcursus psycho-educatie. Zij zijn deze week getraind om als
ervaringsdeskundige de vijfde bijeenkomst van de cursus te leiden. De eersten
zullen al in de komende weken bij GGZ-instellingen in hun regio -betaald- aan
de slag gaan. Niet zozeer om hun kennis over te dragen of te vertellen over
Ypsilon, maar om familieleden die pas net met schizofrenie te maken hebben te
stimuleren om hun eigen deskundige te worden. Dat dat kan, daarvan vormen
ze zelf het levende bewijs. De keuze om de ervaringsdeskundige cursusleiders
juist in de vijfde bijeenkomst in te zetten is dan ook geen toeval: in deze
bijeenkomst staan bewustwording en empowerment
centraal, thema's die in de doorsnee psycho-educatietraining tot nu toe
nauwelijks aan de orde kwamen. In de bijeenkomst maken de cursisten kennis met
de principes van Ken Alexander, een Australische 'vader-van' die zijn eigen
ervaringen gebruikte bij de ontwikkeling van een eigen familietraining. Op
termijn is het de bedoeling dat de "ECL's" zoals de
ervaringsdeskundige cursusleiders al worden genoemd ook bij andere bijeenkomsten
actief zullen zijn. In bijna het hele land wordt momenteel proefgedraaid met de
modelcursus, die het Trimbos-instituut, Ypsilon en preventiewerkers samen
ontwikkelden. De komende tijd zullen de ECL's assisteren bij De Meren, GGZ
Buitenamstel, GGZ Kop van Noord-Holland, de Symforagroep, Riagg Amersfoort,
Parnassia, Elios, Bavo RNO, Riagg RNW, Context, De Grote Rivieren, GGZ
Oost-Brabant, Riagg Midden Limburg, de Mondriaan Zorggroep, het Regionaal
Centrum GGZ in Weert, GGZ Noord-Holland Noord, GGZ Nijmegen, De Gelderse Roos
Rivierenland en de Meerkanten. Is de cursus een succes, dan gaat Ypswilon ervan
uit dat ze standaard wordt opgenomen in het cursusaanbod van de instellingen.
Alleen in de Noordelijke provincies zullen de opgeleide familieleden nog even moeten
wachten voor ze hun ervaring kunnen inzetten. Daar heeft zich vooralsnog geen
enkele instelling aangemeld om de cursus aan te gaan bieden. Een kwestie van
tijd, denkt Ypsilon. Het Schizofrenie
Bulletin is een service van Ypsilon, de vereniging voor familieleden van mensen
met schizofrenie of een psychose. Voor meer informatie: http://www.ypsilon.org/schizbul.htm
De
nieuwe zorgverzekering: premie en compensatie --
27 september 2005 – MinVWS – Over de
twee delen van de nieuwe zorgverzekering, de aanvullende maatregelen, de
zorgtoeslag,… en informatie over de financiële gevolgen van de nieuwe zorgverzekering
die per 1 januari 2006 van kracht wordt.
Ex-neuroloog
MST stelde verkeerde diagnose -- 27
september 2005 -- Trouw -- ENSCHEDE - Drie mensen houden een voormalig neuroloog van het Medisch
Spectrum Twente verantwoordelijk voor een verkeerde diagnose en medicatie.
Volgens een zegsman kregen de patiënten te horen dat ze aan de ziekte van
Parkinson of aan multiple sclerose leden. Zij kregen daar medicatie voor. Hun
gezondheidstoestand is sindsdien ernstig verslechterd. Volgens het Medisch Spectrum Twente en het letselschadebureau zijn de
klachten zo ernstig dat ze aan de Inspectie voor de Volksgezondheid zijn
voorgelegd. De drie hebben een letselschadebureau ingeschakeld.
Schiedamse pakmoord: Politie en
deskundige zaten fout bij Maikel: -- 27
september 2005 – Trouw -- door Corine
de Ruiter – De deskundige die bij de verhoren van Maikel was, greep niet in omdat
hij ‘geen trauma’ zou hebben. Maar dat is nog geen excuus.
Collega
Bullens betoogt in zijn bijdrage van 23 september dat niet alle kinderen die
een ernstig misdrijf meemaken, last krijgen van posttraumatische stress. Ook
kinderen vertonen immers verschillen in hun reacties op levensbedreigende
gebeurtenissen. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat temperament,
lichamelijke constitutie, psychologische veerkracht, steun uit de omgeving, en
eerder meegemaakte psychotraumata, deze reactie beïnvloeden. Bullens lijkt
hiermee zijn optreden als deskundige in de Schiedamse parkmoord-zaak te willen
rechtvaardigen.
Hij was een van de vier gedragsdeskundigen
die door politie en justitie werden ingeschakeld bij het onderzoek naar de
moord op Nienke Kleiss. In het evaluatierapport van advocaat-generaal Posthumus
wordt uitgebreid ingegaan op zijn rol als deskundige. Hij was aanwezig was bij
de zeer harde studioverhoren van het vriendje van Nienke, Maikel, en was
volgens het evaluatierapport, aangesteld om te letten op de belangen van
Maikel.
Bullens
beweert dat Maikel niet getraumatiseerd was door het misdrijf waarvan hij het
slachtoffer was, en rechtvaardigt daarmee als het ware de harde
verhoortechniek. Deze redenering is om twee redenen onjuist. Ten eerste is het
onjuist om zo'n korte tijd na een psychotrauma reeds te beweren dat er geen sprake
is van nadelige psychische gevolgen. De gevolgen kunnen pas jaren na de
traumatische gebeurtenis ontstaan duidelijk worden. Denk aan veteranen
die aan oorlogen hebben deelgenomen en vele jaren later een scala aan
psychische klachten ontwikkelen. Sommige mensen hebben meteen na het trauma
last van psychische klachten als slapeloosheid en nachtmerries, er kan dan
gesproken worden van een acute stress stoornis. Maikel had hier volgens de
beschikbare informatie geen last van, maar dat zegt niets over de psychische
gevolgen op de langere termijn. Ten
tweede, en nog veel belangrijker, is het feit dat het niet lijden aan
posttraumatische stressklachten geen enkel excuus vormt voor de wijze waarop
Maikel in de verhoren is aangepakt. Het rapport-Posthumus laat hierover
geen twijfel bestaan: 'De wijze van verhoor was niet afgestem d op het
ontwikkelingsniveau van een kind van 11. Hij is als een volwassene verhoord.
Met de belangen van Maikel is onvoldoende rekening gehouden. Zelfs als hij verdachte was geweest, zou
deze wijze van verhoor niet juist zijn geweest'.
Waarom werd een kind van 11 dat slachtoffer
was van een afschuwelijk misdrijf als verdachte verhoord? Terwijl bekend was
dat hij naakt uit de bosjes in het park te voorschijn was gekomen. Bloedend met
acht messteken in zijn lichaam, en met kneuzingen in de hals als gevolg van
pogingen tot verwurging. De enige verklaring, is die van het willen 'scoren'
van politie en justitie, en de tunnelvisie die dat met zich meebrengt. Het
rapport-Posthumus sluit daarop aan: 'In hoeverre in de gedachtevorming rondom
Maikel gewicht is toegekend aan feiten en omstandigheden die hem vrij pleitten,
blijkt niet of nauwelijks uit het dossier'. Voor het verhoor van kinderen
tussen 4 en 12 jaar die slachtoffer zijn van een zedenmisdrijf bestaat sinds
1994 het protocol studioverhoren. De
richtlijnen die in dit protocol staan, zoals 'geen opmerkingen maken die druk
op het kind uitoefenen om informatie te geven', zijn bij het verhoren van
Maikel met voeten getreden.
Zelf
ben ik in de loop der jaren als gedragsdeskundige betrokken geweest bij vele
strafzaken. Wat mij elke keer weer opviel was de 'hardheid' van het
politieverhoor. Ook als er weinig technisch bewijs tegen een verdachte was,
werd deze beschuldigd en soms ook gekleineerd en vernederd. In het aprilnummer
2005 van het Nederlands Juristenblad geeft gedragsdeskundige Nicole Nierop een
overzicht van de geschiedenis van het verdachtenverhoor in Nederland. Het is droevig dat zij moet constateren dat
er nauwelijks publicaties zijn over de standaard verhoorstrategie in Nederland.
Wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit ervan is al helemaal afwezig.
Wat
moet er gebeuren om te voorkomen dat kinderen als Maikel opnieuw zo verhoord
worden? Posthumus pleit onder meer voor het standaard opnemen van alle verhoren
in ernstige zaken op videoband. Nog belangrijker is dat er in Nederland
onderzoek zal plaatsvinden naar het politieverhoor. En dan bedoel ik
onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek, door onderzoekers die geen belang
hebben bij de uitkomsten en niet aangestuurd worden door het ministerie. In de
Verenigde Staten bestaat al lang een traditie van psychologisch onderzoek naar
recherchetechnieken. Dat heeft aangetoond dat juist onschuldige verdachten vaak
aan extreem harde, confronterende verhoren worden onderworpen, ondanks of juist
doordat zij ontkennen. Om die reden leggen zij vaak een (valse) bekentenis af.
Meer kennis is nodig om ervoor te zorgen dat de Nederlandse burger op een
rechtvaardig strafrechtsysteem kan blijven rekenen.
Prof.dr. Corine de Ruiter is bijzonder
hoogleraar forensische psychologie, Trimbos-instituut.
Bekroonde
documentaire Pandora opnieuw op filmfestival -- 27 september 2005 -- Schizofrenie Bulletin / Pandora -- UTRECHT -
Het Nederlands Film Festival viert van 28 september tot en met 7 oktober 2005
het vijfentwintigjarig bestaan met een speciale jubileumeditie. Tien dagen lang
pakt het festival uit met een uitgebreid jubileumprogramma met onder meer het
Jubileumretrospectief met de vertoning van een selectie van Gouden Kalfwinnaars
en verschillende programma's rond
makers die de afgelopen 25 jaar een grote
rol hebben gespeeld in de ontwikkeling van het festival en de Nederlandse film.
Pandora's documentairefilm Levenslied
won in 1992 het Gouden Kalf voor beste lange documentaire. De film wordt
tijdens het Nederlands Film Festival op donderdag 29 september om 12 uur in 't
Hoogt zaal 1 vertoont. Naar aanleiding van het 25 jarig bestaan in 1989 vroeg
Stichting Pandora filmer Froukje Bos een serie documentaire films te maken over
de maatschappelijke positie (inclusief de arbeidsmarktpositie) van
psychiatrische patienten en ex-patienten. Dit resulteerde in vijf documentaire
portretten, waarvan Levenslied, over
dak- en thuislozen het Gouden Kalf voor de beste lange documentaire won en
vanuit de psychiatrie de Kees Trimbos Prijs. Beide jury's zagen deze film als een belangrijke bijdrage
aan de humanisering van de samenleving en de humorvolle beeldende
portrettering. In 1992 zond de NPS de films op televisie uit. Het Schizofrenie Bulletin is een service van
Ypsilon, de vereniging voor familieleden van mensen met schizofrenie of een
psychose. Voor meer informatie: http://www.ypsilon.org/schizbul.htm
Bullens pleit
voor openheid -- 26 september 2005
-- Volkskrant -- LEIDEN - Rechters en advocaten moeten over alle informatie kunnen
beschikken die deskundigen aanleveren in onderzoeken naar schokkende moord- of
zedenzaken. Volgens de hoogleraar
kinderpsychologie Ruud Bullens zou het Korps Landelijke Politiediensten
hierbij een rol kunnen spelen. Bullens denkt dat zo kan worden voorkomen dat
het Openbaar Ministerie selectief gebruik maakt van de bevindingen van
deskundigen. De Amsterdamse hoogleraar ligt zelf onder vuur voor zijn rol in de
onterechte veroordeling van Cees B. voor de Schiedamse parkmoord. In een
interview met de Volkskrant stelt de kinderpsycholoog dat hij ‘te vaak’ heeft
meegemaakt dat het OM rapporten terzijde schuift of verkeerd gebruikt.
Vakgenoten vallen hem bij. ‘De deskundige wordt gebruikt voor eigen doelen’,
zegt Crombag, emeritus-hoogleraar rechtspsychologie. ‘Wat niet uitkomt wordt
verzwegen of in twijfel getrokken.’ Zijn Leidse collega Wagenaar constateert
dat het zelfs de ‘gewoonte’ is om deskundigen verkeerd te interpreteren.
Bullens stelt voor om het Korps Landelijke Politiediensten een coördinerende rol
te geven als er sprake is van ‘zedenzaken van het niveau Nienke’. Het KLPD zou
moeten putten uit een landelijk register van ‘deskundigen van naam en faam’.
Ook de advocatuur moet daar vragen kunnen neerleggen. Bullens wil dat
deskundigen rapporteren aan het KLPD, dat alle informatie doorstuurt naar het
OM, de advocaat en de rechter.
Interview met
Ruud Bullens: ‘Ik geef een deskundig oordeel, zeer deskundig’ -- 26 september 2005 -- Volskrant -- LEIDEN - Hoogleraar
kinderpsychologie Ruud Bullens ligt onder vuur voor zijn rol in de onterechte
veroordeling van Cees B. voor de Schiedamse parkmoord. ‘Het is mijn
deskundigheid. En ik zeg dat het verantwoord is geweest.’
Hoogleraar
kinderpsychologie Ruud Bullens: ‘Het is gek wat er allemaal gebeurt, ik
sta plotseling in het oog van een orkaan’. ‘Ik ben me er altijd van bewust
geweest dat wat nu gebeurt, gebeuren kon. Ik ben keihard neergezet in de media
en word van alle kanten aangevallen. ‘In mijn vak heb ik altijd te maken met
conflicten; kinderen tegenover een vader, ouders tegen elkaar. Bij zulke mensen zit veel woede. Dan is de
psycholoog een voor de hand liggend doelwit.’ Is dat wat er nu gebeurt?
‘Freud heeft belangrijke dingen gezegd over Verschiebung, het verschijnsel dat
mensen hun woede kunnen doorschuiven naar anderen. De commissie-Posthumus heeft
vragen gesteld over mijn rapport over Maikel. Helemaal aan het eind werd een
enkele terloopse vraag gesteld over de verhoren. ‘Dan komt die evaluatie. Een
heel hoofdstuk gaat uitsluitend over die verhoren. Iedereen heeft er een mening
over. Maikel zou te hard zijn verhoord, ik had moeten ingrijpen. Maar mij is
niks gevraagd. Terwijl dit toch echt mijn deskundigheid is. En ik zeg dat het verantwoord is geweest.’
Posthumus verwijt u nog meer. Die verhoren waren zo hard omdat het politieteam
in het begin van het onderzoek uit uw opmerkingen afleidde dat Maikel de dader
kon zijn van de moord op Nienke. Later zou u hebben gesuggereerd dat Maikels
signalement van de dader onbetrouwbaar was. Justitie greep die twijfel aan om
Cees B., die niet op dat signalement leek, toch achter de tralies te krijgen.
‘Mijn mondelinge verklaringen daarover zijn uit hun context gelicht en
selectief gebruikt. Later bleek dat mijn rapport, waarin ik Maikel neerzet als
betrouwbaar, nooit is toegevoegd aan het dossier. Dat soort dingen gebeurt
vaker.’ Vakgenoten vallen u bij. Professor Wagenaar beweert dat het de gewoonte
is om oordelen van deskundigen verkeerd te interpreteren. Herkent u dat? ‘Ik
heb te vaak meegemaakt dat deskundigen-rapportages verkeerd worden gebruikt.
Dat een instantie een rapport terzijde legt omdat het advies onwelgevallig is.
‘Het OM lijkt in bepaalde zaken selectief gebruik te maken van de selectieve
antwoorden die men selectief heeft opgevraagd. En de rest wordt eruit gelaten.
‘Meestal weten wij dat niet eens. Wij zien het uiteindelijke vonnis bijna
nooit. Er is geen terugkoppeling. Dat vind ik niet goed.’ Wagenaar stelt dat
wat er uiteindelijk met zijn rapporten gebeurt de verantwoordelijkheid is van
de rechter. ‘Daar ben ik het mee eens. Maar het is ook zo dat de advocaat van
Cees B. heeft zitten slapen. Hij had mijn rapport moeten opvragen.’ Mensen
moeten u vonnissen opsturen, advocaten moeten wakker worden, en als het toch
fout gaat is het de verantwoordelijkheid van de rechter. Het klinkt allemaal
nogal lijdzaam, passief. En de deskundige? Heeft die ook nog een
verantwoordelijkheid? ‘Jazeker, voor zijn rapport. Niet voor wat er mee gebeurt.’
Is dat niet moeilijk voor degene die aan het kortste eind trekt? Die denkt dat
hij een goed gesprek heeft gehad, maar gaat onderuit op grond van een paar uit
hun context gehaalde zinnen. ‘Ik kan
alleen maar herhalen dat ik een deskundig oordeel moet geven. Dat doe ik. Zeer
deskundig. Meer niet.’ Maar stel nou dat het helemaal fout gaat. Uw rapport
is misbruikt. Meldt u zich dan bij een advocaat? ‘Dan ga ik er eerder van uit
dat de advocaat naar mij komt. Zo zijn de verantwoordelijkheden verdeeld.’ En
uw beroepseer dan? Uw rechtvaardigheidsgevoel? ‘Het klinkt u misschien weer
passief in de oren, maar het is de verantwoordelijkheid van de rechter. Die
kent het hele dossier, ik niet. Ik weet niet op basis van welke informatie de
rechter al dan niet veroordeelt. Dat is het geheim van de raadkamer.’ U maakt
uw rol klein. Dat botst met andere versies. De commissie-Posthumus dicht u een
grote, sturende rol toe in het onderzoek. ‘Die had ik niet. Dat was niet mijn
taak.’ Maar er werd tegen u opgekeken. ‘Ik weet niet wat ik daarmee moet. Ik
gaf alleen adviezen. Ik kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor alle
projecties van de mensheid.’ U zegt dat het contact met Maikel goed was en dat
hij tegen de verhoren was opgewassen. Maikel zegt nu dat hij u nooit heeft
vertrouwd. ‘Dan hadden zijn ouders dat toch laten blijken? Ik veronderstel dat
als hij overstuur was geweest, zijn ouders hem niet aan die verhoren hadden
blootgesteld. Ook Maikel heeft nooit iets gezegd.’ Hoe is het mogelijk dat u alles zo anders heeft beleefd dan alle
anderen om u heen? ‘Ik weet het niet. Ik heb alleen maar vragen. Is die kritiek
op mij soms een rookgordijn voor andere dingen? Dit onderzoek ging over iemand
die onterecht veroordeeld is, maar plotseling sta ik in het oog van een orkaan.
Het is echt héél gek wat er gebeurt.’
Commentaar red. MdH:
Depressie gaat vaak samen met een
persoonlijkheidsstoornis: Combinatie psychotherapie en medicijnen het meest
effectief – 20 september 2005 – Red. MdH -- Tweederde
van de depressieve patiënten heeft ook een persoonlijkheidsstoornis
(PS). Dat blijkt uit het promotieonderzoek van Simone Kool. Het naast elkaar bestaan van twee of meer
stoornissen noemt men comorbiditeit. Een behandeling die bestaat uit een
combinatie van psychotherapie en antidepressiva (‘pillen en praten’) is voor deze groep patiënten beter dan alleen
het slikken van medicijnen. Deze methode pakt voor hen zelfs gunstiger uit dan
voor patiënten met alleen een depressie, stelt Simone Kool. Veertig weken na de start
van de combinatiebehandeling blijkt dat vooral de persoonlijkheidspathologie
sterk is afgenomen, zelfs als de depressie nog niet volledig voorbij is. Persoonlijkheidsstoornissen
zijn volgens de DSM
(Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders) in te delen in drie
clusters: A, B en C. De meeste personen uit het onderzoek bleken aan een
persoonlijkheidsstoornis uit cluster C te lijden. Dit uit zich in angstig,
vermijdend en/of afhankelijk gedrag. Na hart- en vaatziekten staat depressie op
de vierde plaats van de meest voorkomende ziekten volgens de WHO. Eén op de
vijf mensen met een depressie lijdt onder een chronische depressie. Simone Kool promoveerde op 14 september
Homeopaten
wereldwijd in opstand tegen boycot -- 19
september 2005 – Telegraaf -- AMSTERDAM - Homeopathische
artsen zijn wereldwijd in opstand gekomen tegen het boycotten van
wetenschappelijk onderzoek over homeopathie door het gerenommeerde medische
tijdschrift The Lancet. Het vakblad stelde onlangs onomwonden dat homeopathie
niet werkt. “Het is voorgoed bewezen dat homeopathie op een placebo-effect
berust,” aldus de redactie in zijn commentaar bij de publicatie, begin
september, van een Zwitserse studie. Daarin vergeleken onderzoekers van de
Universiteit van Bern 110 studies over de werkzaamheid van homeopathische
geneesmiddelen met evenzoveel studies over de werking van reguliere ofwel
‘allopathische’ medicijnen. Het onderzoek viel buitengewoon negatief uit voor
homeopathie. Op basis van de onderzoeksbevindingen wil The Lancet vanaf heden
geen wetenschappelijk onderzoek over homeopathie meer publiceren. Het
redactionele commentaar had dan ook als titel: ‘Het einde van de homeopathie’.
De homeopathische wereld is woedend op het toonaangevende medische tijdschrift.
Beroepsorganisaties voor homeopathie in
tal van landen, die al heel lang strijden voor erkenning van hun behandelingen
volgens de leer van Samuel Hahneman, stellen nu dat de Zwitserse onderzoekers,
onder leiding van Aijing Shang, de studiegegevens doelbewust hebben
gemanipuleerd. En ook, dat de redactie van The Lancet zich liet leiden door
vooroordelen. Volgens de Vereniging van Homeopatische Artsen in Nederland
(VHAN), een in 1898 opgerichte artsenorganisatie, baseert The Lancet zijn
stellige besluit op een uiterst discutabel onderzoek. “Geen van de onderzoekers
is geschoold in homeopathie, de leider van het onderzoeksinstituut is zelfs een
verklaard tegenstander. De onderzoekers maken van al deze feiten geen melding.
Het artikel wordt juichend ontvangen door de Lancet. Hoe kan een tijdschrift
van wereldreputatie zich zo laten beetnemen?” De European Committee for
Homeopathy zegt, desgevraagd, deze kritiek te delen. Christien Klein,
woordvoerder van de VHAN, licht de inhoudelijke kritiek op de kwaliteit van de
Lancet-publicatie toe: “Het artikel handelt over een gedeelte van een
oorspronkelijk groot Zwitsers onderzoek, waaraan jaren is gewerkt. De Zwitserse
overheid vroeg zich af of homeopathie in de basisverzekering thuishoorde en
liet de resultaten van homeopathische behandeling testen. Zij wilde weten: ‘Helpt
homeopathie, en wat kost het?’ Toen de resultaten van de proef gunstig bleken
voor homeopathie, krabden sceptische onderzoekers, zoals Shang en zijn
collega’s, zich achter de oren: ‘Dat kan toch niet waar zijn?’ Ze maakten een
selectie uit 110 onderzoeken die in een literatuurstudie waren opgenomen en
pasten enkele statistische hoogstandjes toe. Zo lukte het hen om de positieve
uitkomsten voor homeopathie om te buigen naar een twijfelachtig resultaat. Hun
negatieve conclusies baseren zij op slechts acht van de 110 onderzoeken.”
Psychologen
faalden in zaak-Nienke -- 17 september
2005-- Volkskrant -- ROTTERDAM - Niet alleen het Openbaar
Ministerie en achtereenvolgende rechtbanken hebben fouten gemaakt in de
zaak-Nienke. ‘Ook in psychologisch opzicht is níks goed gegaan’, zegt professor Van Koppen, criticaster van het
eerste uur en schrijver van een boek over de zaak. Volgens Van Koppen is de
kwalijke rol van het Pieter Baan Centrum (PBC) onterecht buiten het
evaluatierapport gelaten. Het PBC rapporteerde in 2000 over de toenmalige
verdachte Cees B. ‘B. is een goedzak, een lulletje rozenwater’, zegt Van
Koppen. ‘Dat constateerde het PBC ook. Maar toen hadden ze een probleem: B. had
immers wel Nienke om het leven gebracht – dachten ze. En dus schreven ze hun
rapport naar dat feit toe.’ Opeens heette B. ‘passief-agressief’ te zijn. Van
binnen zou hij koken van woede. Dat
agressieve aspect baseerden de onderzoekers niet op het persoonlijkheidsonderzoek,
maar op het dossier over wat hij zóu hebben gedaan, aldus Van Koppen. ‘Ik heb
de onderzoekers van het PBC gezegd dat ze gestoord zijn, met zo’n rapportage.
Ik vroeg hun: wie zijn hier nou de gevaarlijke gekken?’ Het PBC-rapport vormde
een aanmoediging voor het onderzoeksteam om verder te gaan met het ‘spoor-B’.
Zoals ook de inbreng van andere psychologen in de zaak achteraf negatieve
effecten bleek te hebben. Zo schrijft advocaat-generaal
Posthumus in zijn evaluatierapport dat de
hoogleraar kinderpsychologie Ruud Bullens een sterk sturende rol heeft
gespeeld in de aanvankelijke verdenkingen jegens Maikel, het vriendje van
Nienke. Bullens zei onder meer dat Maikel ‘een groot geheim’ had. Dat was
aanleiding om de jongen hard te ondervragen. ‘Het is volkomen onduidelijk waar Bullens dat oordeel op baseerde’,
zegt Van Koppen. Posthumus schrijft daarover: ‘Teamleiding en officieren van
justitie hebben zich door hem laten leiden, zijn te veel afgegaan op zijn
deskundigheid en zijn onvoldoende kritisch geweest ten opzichte van deskundige
2 (Bullens, red.).’ Ook in andere opzichten faalden psychologen in hun
bemoeienissen met de zaak. Wik H., naar later bleek de echte dader, werd al
in 1999 opgepakt wegens een poging tot verkrachting. Hij kreeg een werkstraf
opgelegd, met verplichte seksuele therapie. Zijn intakegesprek had plaats op 21
juni 2000. De volgende dag vermoordde hij Nienke. In de periode daarna ging hij
steeds meer drinken en blowen, durfde niet meer naar buiten uit angst dat ‘het
beest’ in hem weer naar buiten zou komen.’
Klinieken moeten
screenen -- 17 september 2005
-- Volkskrant -- AMSTERDAM - Privé-klinieken voor plastische
chirurgie moeten patiënten die zich voor een cosmetische operatie melden,
serieus psychisch gaan screenen. Van hen lijdt naar schatting 10 procent aan
een psychose of heeft een gestoord zelfbeeld. Zij lopen gerede kans na de
operaties geestelijk zodanig in de problemen te komen, dat therapie nodig is.
Dat zegt de Maastrichtse psychiater Joost à Campo vandaag in de Volkskrant.
‘Deze mensen worden beschadigd als ze ten onrechte worden geopereerd’,
waarschuwt hij. Chirurgische teams van ziekenhuizen hebben wel een psycholoog
in dienst voor begeleiding van ingrepen aan met name het uiterlijk. Volgens à
Campo melden juist psychisch kwetsbare en licht-beïnvloedbare mensen zich
gemakkelijk voor cosmetische operaties, die steeds gangbaarder worden. De
privé-klinieken die wel psychologen inzetten, doen dat volgens de psychiater
gewoonlijk om patiënten de voordelen en het belang van een fraaier uiterlijk
voor te houden. ‘Terwijl ze niet doorverwijzen naar de behandeling die ze wél
nodig hebben: een psychiatrische.’
Psychiater schrijft visolie en kruiden
voor
-- 16 september 2005 -- Dagblad
van het Noorden – WINSCHOTEN - De GGz
Winschoten gaat aanvullende behandelmethodes uit de natuurgeneeskunde toepassen.
Het is de eerste instelling voor
geestelijke gezondheidszorg in Nederland die de alternatieve pad op gaat. De
psychiater schrijft straks visolie, kruiden en beweging voor; na onderzoek
volgt later misschien ook healing. De
Winschoter psychiater Rogier Hoenders ontdekte dat 45 procent van alle
patiënten al op eigen houtje aanvullende en alternatieve therapieën gebruikt.
Dat is vijf keer zoveel als bij de instellingen voor geestelijke
gezondheidszorg werd gedacht. Volgens Hoenders zijn mensen beter af als de
instelling zelf aanvullende en eventueel alternatieve methodes bij de
behandeling betrekt. De GGz onderzoekt eerst de veiligheid en effectiviteit van
de middelen en methodes. Tot dusver rust binnen de GGz een taboe op
alternatieve geneeswijzen. Patiënten zijn bang dat ze worden uitgelachen,
artsen zijn vaak onvoldoende geïnformeerd. GGz Winschoten begint met
aanvullende en alternatieve therapieën als meer beweging, meditatie, In eerste
instantie worden extra therapieën aangeboden aan mensen met angststoornissen en
depressiviteit, later mogelijk aan patiënten met andere stoornissen. Volgens
Hoenders overweegt de GGz samenwerking met 'alternatieve' therapeuten die
jarenlang zijn geschoold en zich hebben verenigd in een beroepsvereniging.
"Zij kunnen bij de behandeling aspecten betrekken die wij mogelijk hebben
verwaarloosd." Zie verder de weekendbijlage van de papieren versie van
Dagblad van het Noorden.
Nationale
Dag Geestelijke Volksgezondheid: 10 oktober 2005 -- 16 september 2005 – Redactie Misbruik
door Hulpverleners (MdH) -- Op maandag
10 oktober a.s. vindt de jaarlijkse Nationale
Dag Geestelijke Volksgezondheid plaats. Deze keer heeft men ervoor gekozen
om speciaal aandacht te besteden aan het
onderwerp depressie. Gedurende de aankomende weken zullen wij enige
aandacht besteden aan diverse evenementen die op de Nationale Dag Geestelijke Volksgezondheid
2005 georganiseerd zullen worden.
Wet
op medisch beroepsgeheim moet worden doorgelicht -- 15 september 2005
– medweb.nl -- DEN HAAG - Het belang van een
criminele patiënt mag niet altijd boven de opsporing gaan. Dat stelde
Tweede-Kamerlid Schippers (VVD) maandag. Zij vindt dat de wet op het medisch
beroepsgeheim moet worden doorgelicht en aangepast, om artsen meer houvast te
geven bij de keuze of ze de politie alarmeren. Schippers zei in het
radioprogramma 1 op de middag dat medici zelf de afweging moeten maken of ze de
politie inschakelen. "Maar ik vind dat we die arts iets meer moeten
ondersteunen. Ik vind dat we de wet moeten aanpassen, zodat een arts kan melden
dat een Mohammed B. in het ziekenhuis ligt, als daar een opsporingsbevel voor
is uitgegaan." Het criterium moet
volgens het liberale Kamerlid zijn dat de patiënt een direct gevaar voor zijn
omgeving vormt. Overigens wijst ze er op dat psychiaters bijvoorbeeld nu al
van het medisch beroepsgeheim kunnen afwijken als ze de kans reëel achten dat
hun patiënt zijn of haar criminele plan ook echt gaat uitvoeren.
Psychologie
in honderd jaar niet veel opgeschoten – 14 september 2005 – planet.nl -- Onder invloed van doctor Phil en consorten, is de
psychologie aan het verschralen. Dit vindt Gerrit
Breeuwsma, universitair docent ontwikkelingspsychologie aan de
Rijksuniversiteit Groningen. Ook al zijn er in honderd jaar psychologie
veel meer psychologen aan het werk (zo’n tienduizend), beginnen er jaarlijks
ruim 3600 studenten aan een studie psychologie en puilen de psychologie- en
zelfhulpboeken uit de kast, de werkelijke vragen zijn nog steeds niet opgelost.
“Grote vragen over de ziel, de geest en het `ik' blijven onbeantwoord,” aldus
Breeuwsma. Aan het begin van de psychologie als wetenschap waren de
verwachtingen hooggespannen. Eindelijk zouden er antwoorden gevonden worden
opvragen als: hoe werkt het brein, waar huist de ziel. Nu, zo’n honderd jaar
later, is daar nog steeds geen antwoord op. En misschien is dat maar goed ook. Powerpsychologie: Volgens Breeuwsma laten
patiënten en psychologen zich te veel leiden door modegrillen en kant-en-klaar
therapie die ons via Amerikaanse media worden voorgeschoteld.
Televisietherapeuten als Dokter Phil, Oprah Winfrey en Supernanny doen ons
geloven dat je met drie sessies van al je (opvoed-) problemen af bent.
Breeuwsma: “Maar hoe lang beklijft deze `powerpsychologie'? Hoe lang blijven
dr. Phils kandidaten gelukkig nadat de camera's gestopt zijn met draaien?”. Ook
verzekeraars gaan mee met het idee dat alle kwalen oplosbaar zijn, en wel
binnen korte tijd.”Ze vergoeden maximaal tien sessies. Daarna moet het wel een
keer over zijn.” Daarbij is er volgens Breeuwsma een overvloed aan
overambitieuze psychologen die elk denkbare stoornis beschrijven dan wel
ontdekken, en als je niet oppast hun patiënt aanpraten. “Dat is niet per
definitie een goede uitbreiding van kennis.” Volgens de psycholoog is er nu
eenmaal niet overal een antwoord of oplossing voor, en zouden zijn vakgenoten
daar ook niet naar moeten streven. “Moet je er wel alles aan doen om problemen
als depressie, melancholie en een gebrek aan zelfvertrouwen altijd maar te
willen oplossen? Als iedereen in zijn leven gevrijwaard moet zijn van dit
soort kwalen, dan krijg je straks mensen die helemaal nergens meer tegen
kunnen. Strandt hun caravan bij Lyon, dan moet er al een traumateam naar toe.”
Het zou volgens Breeuwsma een vorm van zelfkennis kunnen zijn dat je jezelf
niet volledig kunt kennen. “Dat hoeft niet problematisch te zijn. Als je er
maar op een goede manier mee om kunt gaan”, aldus de psycholoog.
Meetinstrument
SPsy moet psychische stoornissen bij jeugdigen opsporen -- 13
september 2005 – Trimbos-instituut --
Het Trimbos-instituut start in
september met een onderzoek naar de implementatie
van de SPsy, een kort en eenvoudig screeningsinstrument voor de Bureau’s
Jeugdzorg (BJZ) om bij jeugdigen van 4-18 jaar (een vermoeden van) psychische
stoornissen te signaleren. Aanleiding hiertoe is de nieuwe Wet op de Jeugdzorg
die op 1 januari
Nieuwe gedragscode voor
zorginstellingen -- 12 september 2005 -- Zorgkrant -- Afgelopen juni werd de Governancecode aangeboden aan minister Hoogervorst van Volksgezondheid.
Vijf organisaties in de zorg, waaronder GGZ Nederland, hebben een gedragscode
ontwikkeld voor goed bestuur en zorgvuldig toezicht. In de gedragscode voor
zorginstellingen wordt onder meer geregeld dat de raad van toezicht onafhankelijk moet opereren. Nieuwe leden moeten
daarom in alle openbaarheid worden geworven op basis van een profielschets. Leden van de raad van toezicht mogen geen
bestuursfuncties vervullen bij vergelijkbare organisaties in de regio.
Fusies moeten worden gemeld bij belanghebbenden en bestuurders moeten
toestemming vragen voor nevenfuncties. Belanghebbenden,
zoals patiënten, krijgen het enquêterecht en kunnen zorginstellingen aanklagen
bij de ondernemingskamer van het Gerechtshof in Amsterdam. Dit laatste wordt ook nog bij wet geregeld.
Instellingen die niet voldoen aan de minimumeisen van de gedragscode zouden
hun lidmaatschap van de brancheorganisatie moeten verliezen. Andrée van Es, die
de governancecode namens de vijf brancheorganisaties aanbood aan de minister,
stelde dat de bezoldiging van de
bestuurders 'maatschappelijk passend' zal moeten zijn en openbaar gemaakt moet
worden. De governancecode doet geen uitspraak over de maximale hoogte van
de honorering. De vereniging van toezichthouders in de zorg (NVTZ) sprak zich,
in navolging van de commissie Simons, uit voor salarissen van maximaal 160.000
euro. Maar de vereniging van bestuurders in de zorg (NVZD) wil de maximumgrens
liever op 220.000 euro stellen. Van Es zei dat de brancheorganisaties het
overleg tussen de verenigingen van toezichthouders en zorgdirecteuren willen
afwachten. Minister Hoogervorst drong aan op 'flinke versobering' omdat
'salarissen van meer dan twee ton niet meer zijn uit te leggen in tijden van
gegarandeerde budgetten'
Zweet
voorspeller antisociaal gedrag – 12
september 2005 – Zorgkrant -- Een
lage huidgeleiding door weinig zweten, kan bij jonge, gedragsgestoorde kinderen
het antisociaal gedrag op latere leeftijd voorspellen. Antisociale kinderen met
een lage huidgeleiding blijken ook minder goed te behandelen. Tot die
ontdekking kwam Irene van Bokhoven in
haar promotieonderzoek aan het UMC Utrecht. Bij het ontstaan en
voortbestaan van agressief en antisociaal gedrag spelen zowel erfelijke als
omgevingsfactoren een rol. Van Bokhoven beschrijft in haar proefschrift een aantal
neurobiologische kenmerken van agressie en hun rol bij agressief en antisociaal
gedrag in opgroeiende kinderen. In deze groep kinderen mat van Bokhoven het
stress-hormoon cortisol, de hartslagfrequentie, de huidgeleiding. Verder legde
ze een aantal psychologische - en gezinskenmerken vast. Een lage elektrische
huidgeleiding bleek samen te hangen met een geringer behandeleffect. Bovendien
hadden kinderen met weinig zweet meer antisociale problemen in de adolescentie.
Het onderzoek van Bokhoven werd uitgevoerd
bij de afdeling Kinder- en Jeugdpsychiatrie van het UMC Utrecht en het Rudolf
Magnus Instituut voor Neurowetenschappen.
Schizofreniepatiënt makkelijk te verleiden tot valse bekentenis – 11 september 2005 -- Trimbos-instituut / Schizofrenie Bulletin / Ypsilon -- UTRECHT - Onschuldige verdachten met schizofrenie lopen een grote kans om ten onrechte te worden veroordeeld. Dit beweren de Maastrichtse psychologen Harald Merckelbach, Tom Smeets, Maarten Peter en Marko Jelicic in een artikel in het septembernummer van het Maandblad Geestelijke volksgezondheid (MGv). Mensen met schizofrenie lijden dikwijls aan een ernstige geheugenafwijking, waardoor zij niet kunnen vaststellen of een herinnering op de werkelijkheid berust. Ook accepteren vele patienten gemakkelijk misleidende informatie. Bij een verhoor kan dat tot gevolg hebben dat zij een valse bekentenis afleggen. De schrijvers vinden dat psychologen en psychiaters de rechtbank daarvoor moeten waarschuwen. Volgens de auteurs ontbreekt het veel psychiaters en psychologen aan de vereiste deskundigheid. Ze laten dit zien aan de hand van een praktijkgeval. Hierbij was het niet de door de rechtbank geraadpleegde gedragdeskundige, maar wel de advocaat van de verdachte, die voorkwam dat de man onschuldig werd veroordeeld.
Tips tegen depressie -- 6 september 2005 -- Verpleegkundenieuws
-- Pot uw gevoelens niet op. Praten lucht op en draagt bij aan uw herstel. Een
van de tips in het boekje 46 tips voor depressieve
ouderen van Huub Buijssen. Het handzame miniboekje bevat korte, praktische
tips voor depressieve ouderen zelf, maar ook voor de naaste omgeving. Die
laatste tips zijn uitgesplitst in tips voor wat je wel moet doen en tips voor
wat je niet moet doen. De tips zijn met opzet kort gehouden, vanuit de
gedachtegang dat depressieve ouderen vaak geen zin hebben om te lezen. Het
boekje is voor 2,50 euro te bestellen bij het Nederlands Kenniscentrum
Ouderenpsychiatrie, 030 - 6937610, info@ouderenpsychiatrie.nl.
Engelse Priory klinieken toegelaten tot
het Nederlandse zorgstelsel door CVZ voor behandeling van verslavingen en
eetstoornissen – 6 september 2005
– Persbericht Smith & Jones -- AMSTERDAM - Vijftien psychiatrische klinieken van de in Engeland gevestigde Priory
Group hebben hun intrede gedaan in de Nederlandse markt voor behandeling
van verslavingen. Op 1 september 2005
heeft het CVZ (college voor
zorgverzekeraars) deze Priory- faciliteiten de officiele status van AWBZ-erkende zorgverleners verleend op
basis van artikel 8 uit de AWBZ statuten. Met de goedkeuring van het CVZ kunnen
Nederlandse patienten nu een vergoeding van de verzekering tegemoet zien voor
een medische behandeling in een van de 15 psychiatrische ziekenhuizen van de
Priory Group in Engeland. Tot nu toe was het Schotse Castle Craig de enige door
het CVZ erkende buitenlandse instelling waar Nederlanders hun behandeling
vergoed konden krijgen. De Priory Group
bestaat uit 42 priveklinieken en gespecialiseerde instituten met een capaciteit
van 1700 bedden en is daarmee de grootste onafhankelijke psychische
zorgaanbieder van Europa. De afgelopen jaren heeft de Priory Group een
groeiend aantal Nederlandse patienten behandeld voor allerlei soorten verslavingen en eetstoornissen. De Priory Group is
in juli voor 1,29 miljard euro overgenomen door ABN AMRO. Het in Amsterdam gevestigde consultancybureau Smith & Jones heeft
de Priory Group met raad en daad bijgestaan. "Veel Nederlandse patienten
hebben hun heil gezocht in de Priory klinieken, maar moesten de medische
behandeling uit eigen zak betalen, aangezien de verzekeraars het tot op heden
niet vergoedden. Met de erkenning van het CVZ wordt het eindelijk mogelijk voor
Nederlanders om een Priory behandeling in Engeland te ondergaan die gedekt
wordt door Nederlandse verzekeraars", aldus Keith Bakker, directeur van
Smith & Jones. Deze toelating is een zeer belangrijke ontwikkeling voor
de Nederlandse zorgmarkt. Met de invoering van het nieuwe nationale
ziektekostenverzekeringssysteem in 2006 zal de concurrentiestrijd verder worden
aangewakkerd. Op dit moment hebben
patienten slechts 1 behandelingsoptie per regio. Met de toevoeging van de
wereldwijd erkende Priory klinieken aan de lijst met AWBZ erkende
zorgaanbieders, heeft elke Nederlander er nu 15 opties bij.
Meer
geld nodig voor beveiliging medische gegevens – 6 september 2005 – Telegraaf -- AMSTERDAM - De
politiek moet meer geld uittrekken om elektronische medische en patiëntgegevens
beter te beveiligen en niet proberen om voor een dubbeltje op de eerste rang te
zitten. Ook omdat het mogelijk is om de samenleving te ontwrichten als deze
gegevens niet goed genoeg beveiligd zijn. Dat heeft oud-minister van Volksgezondheid E. Borst maandag gezegd tijdens de
presentatie van het boekje Medische
geheimen, over de risico's van het elektronisch patiëntendossier van publiciste
K. Spaink. Borst kreeg bijval van F. Garnier van de Landelijke Huisartsen
Vereniging (LHV). Hij vond dat de politiek moet bepalen welke gegevens in welke
mate beveiligd moeten worden. Directeur
I. van Bennekom van de Nederlandse Patiënten en Consumenten Federatie (NPCF)
kondigde aan dinsdag minister
Hoogervorst (Volksgezondheid) aan de kaak te voelen over de veiligheid van
patiëntgegevens. Volgens Van Bennekom wordt veel te laconiek over veiligheid en
privacy gedaan. "Het wordt niet serieus genoeg genomen en dat baart ons
grote zorgen." Een groot academisch ziekenhuis dat toestemming gaf aan
ICT-beveiligingsspecialisten om op initiatief van Spaink het computersysteem te
'hacken' stelt dat beveiliging van ICT moet worden opgenomen in de
ziekenhuistarieven. Nu is dat niet zo. Volgens het ziekenhuis zou beveiliging
van de computersystemen ook moeten worden opgenomen in de zogenoemde
,prestatie-indicatoren', de criteria waarop ziekenhuizen kunnen worden
afgerekend. J. Vesseur van de Inspectie
voor de Gezondheidszorg vindt dat ziekenhuizen zelf prioriteiten moeten
stellen. Dat doen ze ook als er vanwege de veiligheid nieuwe schuifdeuren of
andere verlichting nodig is, stelde hij.
Slechte
behandeling IC-patienten -- 1
september 2005 -- DEN HAAG - De
intensive care-afdelingen (IC) van een groot aantal ziekenhuizen leveren
slecht werk. Patiënten in levensgevaar lopen daardoor extra risico. Dat stelt de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) in
een rapport dat vandaag verschijnt.
Ook het transport van instabiele, kwetsbare patiënten van het ene naar het
andere ziekenhuis is volgens de IGZ matig geregeld. Volgens de inspectie spelen
de problemen bij de helft van de 97
IC-afdelingen. De IC's overschatten zichzelf omdat ze sinds 2000 extra
personeel hebben gekregen en denken daarmee de zaken op orde te hebben. Dat
extra personeel blijkt echter vaak onvoldoende gekwalificeerd. Patiënten worden
bij opname- en ontslag niet altijd goed
beoordeeld en er is niet formeel geregeld wie eindverantwoordelijk is.
Bovendien ontbreekt een goede evaluatie van de behandeling. Dit alles heeft tot
gevolg dat patiënten te lang blijven liggen op de IC. Bedroevend noemt de inspectie
het vervoer van zieke patiënten tussen
de ziekenhuizen. „Het merendeel van deze transporten wordt verricht door
een afdeling die dat slechts een enkele keer per jaar doet en daardoor weinig
ervaring heeft. De medische en
verpleegkundige begeleiding is onder de maat.“ De ziekenhuizen in een regio
moeten meer samenwerken. De Inspectie sloot dit jaar één afdeling, die van het
St. Jans Gasthuis in Weert. De vier patiënten die daar op dat moment werden
behandeld zijn naar andere ziekenhuizen in de omgeving gebracht. De inspectie waarschuwt dat de ziekenhuizen
hun zaken snel op orde moeten krijgen. Volgend jaar volgen nieuwe controles.
Dat kans dat dan een IC gesloten wordt is echter klein. Volgens een
woordvoerder moet een ziekenhuis op alle punten slecht scoren, anders mag de
inspectie niet tot sluiting over gaan. Minister Hoogervorst van volksgezondheid
wil dat de IC's zich aan de gestelde regels gaan houden. Voor de verbeteringen
van het transport wil hij een 'kernteam' instellen waarin ziekenhuizen, verzekeraars
en andere betrokken partijen zitting hebben. Dat team moet volgende maand nog
met voorstellen komen voor een sluitend regionaal transportnetwerk.
Klik door naar het rapport ‘Intensieve Zorgen’ van de IGZ.
Depressie gaat
vaak samen met een persoonlijkheidsstoornis -- 1 september 2005 -- Verpleegkundenieuws
-- Tweederde van de mensen met een depressie
heeft ook een persoonlijkheidsstoornis. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van Simone Kool van het
AMC. Door deze groep te behandelen met antidepressiva èn met psychotherapie
is de kans op genezing groter volgens Kool. Vooral de persoonlijkheidsstoornis
bleek na veertig weken combinatietherapie bijna verdwenen. Dit was niet het
geval bij de groep die alleen antidepressiva gebruikte. Persoonlijkheidsstoornissen zijn volgens de DSM (Diagnostic and
Statistical Manual of Mental Disorders) in te delen in drie clusters: A, B en
C. De meeste personen uit het onderzoek bleken een persoonlijkheidsstoornis uit
cluster C te hebben: dit uit zich in angstig, vermijdend en afhankelijk gedrag.
Na hart- en vaatziekten staat depressie op de vierde plaats van de meest
voorkomende ziekten volgens de WHO. Bij een op de vijf mensen met een depressie
wordt deze ziekte chronisch. Simone Kool promoveerde op 14 september
2005. Lees de samenvatting van haar onderzoek >>
Alarm over foute
dosering zware medicijnen -- 22
augustus 2005 -- Volkskrant -- DEN HAAG - De inspectie voor de gezondheidszorg heeft alle apotheken
gewaarschuwd zelf de doses te controleren van een aantal zware medicijnen. Door
een fout in computersystemen bij de apotheek kunnen daar nu fouten insluipen
die ‘tot gevaarlijke situaties’ kunnen leiden. Dat heeft de inspectie alle
apothekers, apotheekhoudende huisartsen en ziekenhuisapothekers in een
spoedbericht laten weten. De fout kwam aan het licht toen de inspectie hoorde
van ‘ernstige overdosering’ van een patiënt. Het computersysteem moet normaal
gesproken op basis van het gewicht van de patiënt precies afwegen hoeveel deze
van een bepaald geneesmiddel krijgt. Maar dat bewakingssysteem werkt niet naar
behoren en geeft geen waarschuwing bij dreigende overdosering. Ook kan het mis
gaan bij het afpassen van de dosering voor een patiënt die een medicijn vaker
per week moet innemen. Het risico van
overdosering door het falende computersysteem bestaat al meer dan een jaar:
sinds juli 2004. De dosiscontrole gaat mis bij enkele zware medicijnen tegen
bepaalde vormen van kanker, en middelen die de natuurlijke afweer van het
lichaam bijvoorbeeld na een orgaantransplantatie onderdrukken en die bij
chemokuren gebruikt worden. In totaal kan het systeem fouten maken bij
‘ongeveer tweehonderd verschillende middelen’, meldde hoofdinspecteur Hansen
van de IGZ in de nieuwsuitzending van Radio 1. Daar zitten ook minder zware
medicamenten bij. De apotheken moeten nu in hun administratie nagaan wie sinds
1 juli 2004 te hoge doseringen hebben gekregen. In die gevallen moeten zij
‘direct maatregelen nemen’ en de patiënt en inspectie inlichten.
Gezondheidszorg krijgt nog een voldoende – 16 augustus 2005 – Telegraaf --
UTRECHT
- Nederlanders geven de gezondheidszorg
een ruime voldoende: een zeven. Niet meer dan 7,3 procent geeft een vijf of
lager. Dat blijkt uit dinsdag verschenen onderzoek van het bureau Nivel.
De toekomst is echter minder rooskleurig. Bijna twee op de vijf (36 procent) denken dat de waardering zal zakken
naar 'onvoldoende'. Als wordt gevraagd naar het vertrouwen in de toekomst,
geeft de Nederlander een zes min. Volgens het onderzoek waarbij een panel van
1634 leden werd gevraagd om een oordeel, genieten huisarts en specialist het meeste vertrouwen. Daarna volgen
tandarts, apotheker, verpleegkundige en fysiotherapeut. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft het
onderzoek gefinancierd. De alternatieve
geneeskunde heeft een slecht imago. Slechts 9,2 procent heeft vertrouwen in
alternatieve genezers zonder artsendiploma. Alternatieve genezers die arts
zijn, genieten weliswaar vaker vertrouwen (46 procent), maar dat percentage is
veel lager dan voor de reguliere geneeskunde. Instellingen genieten minder
vertrouwen dan de afzonderlijke beroepsgroepen. Of het nu gaat om ziekenhuizen,
thuiszorg, verpleeghuizen of geestelijke gezondheidszorg (GGZ). In de GGZ
hebben mensen het minste vertrouwen, hoewel diegenen die er het afgelopen jaar
onder behandeling waren wat positiever oordeelden. Twee op de drie
Nederlanders menen dat ze door zorgverleners goed worden voorgelicht. Minder
hoge verwachtingen koesteren de ondervraagden over de samenwerking van
zorgverleners onderling. Een kwart van de ondervraagden heeft daar vertrouwen
in. Verder denkt de helft dat medici vakbekwaam handelen. Vier op de tien mensen denken zelfs dat artsen alles kunnen en alles
weten.
Commentaar red. MdH: Gezien
het feit dat de medische wetenschappen tot nu qua kennis van en inzicht in
ziekten pas de top van de ijsberg kennen en slechts een klein gedeelte van alle
ziekten begrijpen en succesvol kunnen behandelen, zijn bijzonder veel gebruikers
van de gezondheidszorg, namelijk 40%, van mening dat artsen alles weten en
kunnen. Een zorgwekkende constatering van het onderzoeksbureau Nivel. Het
hieruit deels blijkende blinde vertrouwen van mensen in de mogelijkheden van de
medische wetenschappen is immers deels niet terecht en zorgt er helaas voor dat
menigeen een medische professional als een soort God ziet. Een God in het wit
die alles weet en kan en op die men volledig kan vertrouwen. Door dit teveel
aan vertrouwen neemt de mate van afhankelijkheid van patiënten ten opzichte van
artsen alleen maar toe en groeit de kloof van machtsverschil tussen arts en
patiënt. Dit kan een factor zijn die ertoe bijdraagt dat het maken van misbruik
van positie en macht door een professional betere kansen heeft en kan dus de
kans op grensoverschrijdend gedrag (GOG) door artsen vergroten.
Veel
dienstapotheken risico voor gezondheid patiënt -- 11 augustus 2005 – zibb.nl --
Veel apotheken doen hun werk in avond,
nacht en weekeinde niet goed. Apothekers weten niet welke medicijnen de patiënt
al gebruikt. Dat is een groot risico, omdat de patiënt medicijnen kan krijgen
die de werking van andere geneesmiddelen beïnvloeden of allergische reacties
veroorzaken. Dat blijkt uit een vandaag verschenen onderzoek van de Inspectie
voor de Gezondheidszorg (IGZ) naar de zogenoemde dienstapotheken. In deze nieuwe
dienstenstructuur werken apothekers uit een groot gebied buiten kantooruren
samen op één vast adres, vergelijkbaar met huisartsenposten. Geen inzage: De
meeste patiënten gaan voor geneesmiddelen overdag naar hun reguliere apotheek,
die hun medicatiegegevens beheert. Dienstapotheken hebben vaak geen toegang
hebben tot deze gegevens, waardoor de medicatiebewaking afhankelijk is van de
informatie die de patiënt zelf geeft. Volgens de inspectie heeft de helft van
de dienstapotheken inzage in het dossier door een koppeling met de 'eigen'
apotheek van de patiënt. Verder werken in één dienstapotheek soms tientallen
apothekers en ruim honderd assistenten. De onderlinge afstemming is vaak
slecht. Daarom moet de
beroepsorganisatie van apothekers, de KNMP, richtlijnen ontwikkelen voor de
organisatie van dienstapotheken. Verder is de afstand tussen de woonplaats van
een patiënt en de dienstapotheek meer dan
Kwart
patiënten ondervoed -- 8 augustus
2005 – Telegraaf -- BREDA - De
landelijke stuurgroep 'Wie beter eet, wordt sneller
beter' heeft bij het ministerie van
Volksgezondheid aan de bel getrokken over ondervoeding bij de Nederlandse
bevolking. De stuurgroep deed dit naar aanleiding van conclusies van het
Bredase ziekenhuis Amphia. In een reactie op een bericht in het Algemeen
Dagblad van maandag zei een woordvoerster van Amphia dat dit ziekenhuis in november
heeft vastgesteld dat een kwart van de patiënten die bij de polikliniek komt,
ondervoed is. Ondervoeding heeft overigens weinig met het gewicht te maken. In
de stuurgroep zijn verschillende ziekenhuizen vertegenwoordigd. Er is nauw
samengewerkt met de Nederlandse
Vereniging van Diëtisten.
Artsen bang voor
hulp aan stervenden -- 6 augustus 2005 -- NRC -- ROTTERDAM - Artsen
deinzen steeds vaker terug voor het toedienen van morfine bij patiënten in de
laatste levensfase, uit angst voor vervolging door het openbaar ministerie.
Leden van de Commissie Levenseinde van
het Erasmus MC zeggen dit in een vraaggesprek in het personeelsblad van het
ziekenhuis. Het openbaar ministerie vervolgde een 32-jarige arts voor moord, na
toediening van morfine en een slaapmiddel bij een stervende patiënt. Onlangs
werd hij hiervan vrijgesproken. Justitie kon niet bewijzen dat de dood van de patiënt
door de toediening van de medicatie werd veroorzaakt. Artsen zijn geschrokken
van het feit dat justitie in dit geval tot vervolging overging. Ethicus en secretaris S. van de Vathorst
van de commissie Levenseinde: ,,De actie van justitie heeft voor een
schokgolf onder artsen gezorgd.'' De toediening van morfine bij ernstig zieken
kan een dodelijk effect hebben, maar patiënten kunnen er ook langer door leven,
omdat de pijn en stress worden weggenomen. Voorzitter
F. Hazebroek van de commissie (hoogleraar kinderheelkunde) zegt in het
personeelsblad van het Erasmus MC: ,,Het is geen goede zaak om aan patiënten in
de laatste fase goede pijnstilling of onrustbestrijding te onthouden omdat dit
door het openbaar ministerie zou kunnen worden gezien als levensbeëindiging
zonder verzoek''. Morfine is een van de middelen die wordt toegediend bij
patiënten die niet lang meer te leven hebben en die veel pijn of onrust hebben.
Ook concludeert de commissie in het jaarverslag dat artsen in het ziekenhuis
euthanasieverklaringen van patiënten negeren. Euthanasie zou op sommige
afdelingen in het ziekenhuis ,,geheel niet bespreekbaar'' zijn. Ook voor artsen
zou het plegen van euthanasie uitermate belastend zijn. Daarnaast zou de
,,rompslomp'' weerstand bij artsen oproepen. Een woordvoerster van het
ziekenhuis laat weten dat het onderwerp binnenkort met de staf wordt besproken
en dat het daarmee een interne aangelegenheid is. De leiding van het ziekenhuis
wil discussiebijeenkomsten met medisch specialisten organiseren om de problemen
te bespreken. De Nederlandse Vereniging
voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE) verklaarde al eerder dat artsen
euthanasieverzoeken of -verklaringen regelmatig naast zich neerleggen.
Middel
tegen hormonale pijn: migraine vrouwen te vermijden -- 5 augustus 2005 – Telegraaf -- Voor al
die vrouwen die iedere maand weer enkele dagen uit de running zijn", zegt Anita Mensing van de NVvHP. AMSTERDAM -
Honderdduizenden vrouwen zijn straks van hun maandelijks terugkerende
hoofdpijnaanvallen verlost. Ruim 310.000 vrouwen in ons land hebben hormonale migraine. Door de hevige
aanvallen zijn deze vrouwen gemiddeld drie dagen in de maand volledig
uitgeschakeld, zo blijkt uit berekeningen van de Nederlandse Vereniging van Hoofdpijnpatiënten (NVvHP). Uit een
grootschalig wetenschappelijk Amerikaans onderzoek blijkt dat de antimigrainemiddelen met triptanen
preventief kunnen worden geslikt om de hoofdpijnaanvallen te voorkomen."
Vertrouwen
in alternatieve genezing -- 3 augustus 2005 -- Consumentenbond -- Een test van
de Consumentenbond wijst uit dat 87% van
de ondervraagden neutraal of positief is over alternatieve therapie.
Hoewel met enige regelmaat negatieve
berichten opduiken over alternatieve behandelwijzen blijkt uit deze peiling dat
het vertrouwen van mensen vrij groot is. 1400 mensen hebben meegedaan aan onze
test. 40% van de ondervraagden heeft
zelf wel eens een alternatieve therapeut bezocht. Maar de bezoekers stellen
wel eisen. Uit de antwoorden blijkt dat het vooral belangrijk wordt gevonden
dat de behandelaar goede informatie geeft en de klant netjes bejegent. Wij willen mensen erop attenderen om bij
een bezoek aan een alternatieve therapeut na te gaan van welke
beroepsvereniging hij of zij lid is. De ene vereniging stelt namelijk heel
andere eisen aan opleiding en praktijkvoering dan de ander. U kunt de
informatie vinden in de praktijkfolder, op de deurplaat van de therapeut of het
gewoon vragen. Meer informatie over onze peiling vindt u in de Gezondgids die 5
augustus verschijnt. In het septembernummer van de Gezondgids vindt u de
resultaten van een groot onderzoek naar de verschillende beroepsorganisaties en
hun voorwaarden.
Sprookjes
maken dociel – 31 juli 2005 –
OPZIJ (juli/augustus 2005) – Meisjes die het liefst klassieke sprookjes zoals Assepoester en Beauty and the Beast lezen, lopen een groter risico om later in hun
leven slachtoffer van huiselijk geweld
te worden. Ze stellen zich later in relaties namelijk onderdaniger op. Dat
concludeert Susan Darker-Smith,
onderzoekster aan de universiteit van Derby (Groot-Brittannië) op basis van
gesprekken met vrouwen die slachtoffer zijn van huiselijk geweld en ouders van
lagereschoolkinderen. In haar onlangs gepubliceerde studie stelt de
onderzoekster dat meisjes zich met de vrouwelijke karakters uit sprookjes
identificieren. Die stellen zich nederig op en dit gedrag wordt door de meisjes
gekopieerd. Mede hierdoor komen ze in ongelijkwaardige relaties terecht die
uiteindelijk zelfs tot geweld kunnen leiden. Net als in de sprookjes geloven deze vrouwen dat liefde overwint en dat
zij – mits hun liefde sterk genoeg is – hun partner kunnen veranderen. Intussen
hebben meisjes door o.a. televisie meer verschillende vrouwelijke
identificatiefiguren. Dat zou volgens Darker-Smith weleens tot gevolg kunnen
hebben dat ze zich onafhankelijker opstellen. Wetenschappers noemen de
bevindingen van Susan Darker-Smith opzienbarend maar stellen dat meer onderzoek
nodig is om de conclusie te onderbouwen. Susan Darker-Smith: The tales we tell our children: Overconditioning of
girls to expect partners to change, 2005.
Veel
mis in gezin met zwakbegaafde ouders – 30
juli 2005 – De Gelderlander -- DEN HAAG - In tienduizenden gezinnen met verstandelijk
gehandicapte of zwakbegaafde ouders schiet de zorg voor kinderen ernstig
tekort. Ze worden verwaarloosd, mishandeld of seksueel misbruikt. Volgens
hulpverleners is de problematiek ernstiger dan tot nog toe is verondersteld.
Vooral seksueel misbruik is een groot
probleem. Sommige kinderen slapen bij hun ouders in bed en verrichten
seksuele handelingen. Een aantal verstandelijk gehandicapte moeders is vroeger
zelf seksueel misbruikt. "Deze mensen kennen op seksueel gebied nauwelijks
grenzen," zegt maatschappelijk
werkster Ineke Verdonk van MEE, een landelijke organisatie die mensen met een
verstandelijke beperking begeleidt. Als kinderen gevaar lopen, wordt
hiervan melding gemaakt bij het Meldpunt voor
Kindermishandeling. Bij een meerderheid van gezinnen met
verstandelijk gehandicapte ouders, grijpt de
Raad voor de Kinderbescherming in en worden de kinderen uit huis geplaatst.
De Raad voor de Kinderbescherming vindt dat hulpverleners eerder aan de bel
moeten trekken als het mis dreigt te gaan met de kinderen. Volgens de Raad
staan hulpverleners te veel aan de kant van de ouders. Inmiddels heeft MEE een
landelijk project opgezet waarin hulpverleners onder meer leren de kinderwens
te ontmoedigen. Ook wil MEE meer jurdische mogelijkheden om in te grijpen als
blijkt dat verstandelijk gehandicapten echt niet in staat zijn kinderen op te
voeden. Staatsscretaris Ross-Van Dorp
van volksgezondheid onderzoekt of zwangerschap bij ouders met een
verstandelijke beperking is te voorkomen. Na de zomer informeert zij de
Tweede Kamer hierover.
Nieuwe richtlijn behandeling Dissociatieve
Identiteitsstoornis (DIS) – 29 juli 2005 – Peter M. Barach Ph.D. / ISSD -- The website
of the International Society for the Study of Dissociation
has just posted "Guidelines for
Treating Dissociative Identity Disorder in Adults (2005)": This is a
completely revised set of treatment guidelines, much longer and more detailed
than the last (1997) revision. The Guidelines were written by an ISSD task force: James A. Chu, MD
(Chair), Richard Loewenstein, MD, Paul F. Dell, PhD, Peter M. Barach, PhD, Eli
Somer, PhD, Richard P. Kluft, MD, Denise J. Gelinas, PhD, Onno van der Hart,
PhD, Constance J. Dalenberg, PhD, Ellert R.S. Nijenhuis, PhD, Elizabeth S.
Bowman, MD, Suzette Boon, PhD, Jean Goodwin, MD, Mindy Jacobson, ATR, Colin A.
Ross, MD, Vedat Sar, MD, Catherine G. Fine, PhD, A. Steven Frankel, PhD, Philip
M. Coons, MD, Christine A. Courtois, PhD, Steven N. Gold, PhD. and Elizabeth
Howell, PhD. These Guidelines are likely
to be adopted as a standard of care in legal contexts and, eventually, by
insurance companies. Although they have been carefully worded to leave a lot of
discretion in the hands of the treating clinician, they are designed to
recognize what research and considerable clinical experience have found to be
effective pathways for diagnosis and treatment.
Vitamine E gezond?
-- 28 juli 2005 -- Zorgkrant -- Medisch Contact publiceert in het
vandaag verschijnende nummer dat het gebruik van vitamine E 'zorgwekkend' is en
concludeert onomwonden dat het 'voormalige wondermiddel van zijn voetstuk is
gevallen'. Vitamine E vergroot de kans op hartfalen. De remmende invloed op de
progressie van Alzheimer is ook een fabeltje. Er zijn vier onderzoeken gehouden
in de VS. Deze onderzoeken tonen aan dat Vitamine E niet het wondermiddel is
wat er van gedacht werd. Het Amerikaanse
instituut Women's Health ontvouwde begin dit jaar dat vitamine niet
beschermt tegen kanker, hart- en vaatziekten. Iets wat voorheen wel werd
aangenomen. Uit de studie, HOPE TOO,
kwam het extra risico van hartfalen naar voren voor mensen die hoge doses (400
IE* per dag) vitamine E slikken en uit twee andere onderzoeken blijkt dat
vitamine E geen remmende invloed heeft op Alzheimer. Hiermee lijkt Vitamine E
afgedaan. Het voedingssupplement,
gepropageerd als wondermiddel tegen veroudering, is ongezond als het in grotere
hoeveelheden wordt ingenomen. Gelet op de nu aangetoonde nadelige effecten
van vitamine E in hoge doses vindt de commentator van het vakblad Annals of Internal Medicine dat artsen hun patiënten
moeten waarschuwen. Volgens apotheker en
Diagnose-deskundige Jaap Dik loopt het in Nederland niet zo’n vaart. ‘De
meeste leveranciers van supplementen beperken het aandeel vitamine E tot 200 à
300 IE. Hogere doses worden wel aangeboden in sportscholen en in het
alternatieve circuit, maar er is nooit onderzocht om hoeveel 'veelslikkers' het
bij ons gaat.’ Toch leert een zoektocht op Internet dat ook in Nederland de
(semi-)farmaceutische bedrijven vitamine E in doses van 400 IE aanbieden. * IE = Internationale Eenheden
Britse
undercover-verpleegkundige maakt onthullende beelden – 28 juli 2005 – Verpleegkundenieuws -- Het Britse televisieprogramma Panorama
heeft schokkende beelden uitgezonden over de zorg in een Brits ziekenhuis. Voor
de beelden heeft het programma een undercover-verpleegkundige met camera
ingezet. De verpleegkundige en
journaliste Margaret Haywood werkte drie maanden als uitzendkracht in het
ziekenhuis en maakte in die tijd stiekem televisieopnames. Ze werkte op een
afdeling waar vooral oudere mensen liggen. In de uitzending was te zien hoe
verpleegkundigen het eten van patiënten opaten, terwijl de patiënten niet
zelfstandig konden eten. Ook leden terminale patiënten onnodig veel pijn, omdat
ze onvoldoende pijnmedicatie toegediend kregen. Daarnaast moesten patiënten
lange perioden wachten voordat ze naar het toilet mochten. De verpleegkundigen
reageerden niet op verzoeken daartoe. Een van de schokkendste bevindingen was
dat patiënten ongemerkt en alleen overleden. Het ziekenhuis (Royal Sussex County Hospital in Bristol) erkent dat
er eind vorig jaar nog problemen waren op de betreffende afdeling. Na een
aantal klachten is er begin 2005 een nieuwe manager aangesteld en zijn er
andere verbeteringen doorgevoerd. Maar volgens het BBC-programma heeft dat
niets geholpen: de problemen bleven voortbestaan tot aan de opnames in mei.
Volgens de programmamakers was deze undercovermethode de enige manier om het
publiek echt te laten zien wat er gebeurt in Britse ziekenhuizen. De verpleegkundige en journaliste schreef
ook een dagboek dat is gepubliceerd op de BBC-site. Voor de uitzending van
Panorama kun je hier klikken: http://news.bbc.co.uk/1/hi/programmes/panorama/4655929.stm# . Voor het dagboek
van Margaret Haywood kun je hier klikken: http://news.bbc.co.uk/1/hi/programmes/panorama/4701651.stm
Onderzoek naar combinatie
psychische en somatische klachten – 27
juli 2005 – Zorgkrant -- Een jaar lang werden alle contacten die patiënten
met hun huisartsenpraktijk hadden geregistreerd (195 huisartsen, 104
praktijken). De betrokken huisartsenpraktijken en patiënten vormden een
representatieve steekproef voor de Nederlandse populatie. Doel van het
onderzoek: achterhalen of mensen met psychische klachten vaker naar de huisarts
gaan in vergelijking met mensen met alleen maar somatische klachten en/of zowel
psychische als somatische klachten. Het
blijkt dat patiënten met psychische en/of sociale problemen bijna twee keer zo
vaak contact met de huisartsenpraktijk hebben als patiënten met alleen
lichamelijke klachten. Ook blijkt dat deze patiënten dubbel zoveel somatische
klachten hebben als mensen zonder psychosociale problemen. Een afdoende verklaring voor deze bevinding
is er nog niet. De grote hoeveelheid lichamelijke klachten zou het gevolg
kunnen zijn van de psychische aandoeningen. Zo kan stress bijvoorbeeld leiden
tot hoofd- of buikpijn. Een andere mogelijke verklaring is dat mensen met
psychische problemen gemiddeld minder gezond zijn. “Maar,” zegt NIVEL
onderzoeker Else Zantinge, “het kan ook zijn dat mensen die vaak naar de
huisarts gaan voor hun psychische problemen, dan ook meteen hun lichamelijke
klachten bespreken. Of dat patiënten die vaak hulp zoeken voor lichamelijke
klachten makkelijker psychische problemen bespreken omdat ze een sterkere band
hebben met hun huisarts”. In landen waar de huisarts poortwachter is, zoals in
Nederland, is deze de aangewezen eerste contactpersoon bij zowel somatische als
psychische problemen van patiënten. Die psychosociale zorgtaak van de
huisartsen kan verlicht worden door een goed netwerk van GGZ-hulpverleners tot
wie de huisarts zich kan wenden voor advies of verwijzing en door specifieke
aandacht voor psychosociale zorg in de huisartsopleiding of –bijscholing.
Agressie in zorg
anoniem aangeven -- 26 juli 2005 --
Volkskrant -- AMSTERDAM - Steeds meer
psychiatrische instellingen stellen verpleegkundigen in staat om deels anoniem
aangifte te doen tegen gewelddadige patiënten. Zij maken afspraken met de
politie dat aangifte kan worden gedaan op naam van de leidinggevende en op het
adres van de instelling. De verpleegkundigen hoeven dan slechts als getuige te
worden gehoord. Dat voorkomt vergelding door van patiënten en verhoogt de
aangiftebereidheid. Medewerkers van instellingen voor geestelijke
gezondheidszorg (ggz) durven vaak geen aangifte te doen uit vrees dat hun
privé-adres in het proces-verbaal komt te staan, zegt Franken van vakbond CNV
Publieke Zaak. Er zijn gevallen bekend van verpleegkundigen die thuis
werden bedreigd. De vakbonden vinden dat alle ggz-instellingen een
aangiftebeleid moeten ontwikkelen en willen dat het in de komende cao wordt
vastgelegd. Een volledig anonieme aangifte is onmogelijk. De naam van het
slachtoffer moet wel in het proces-verbaal staan. Tot voor kort waren aangiften
tegen patiënten ongebruikelijk omdat agressie als onderdeel van hun stoornis
werd beschouwd. ‘Maar het personeel trekt steeds vaker een grens’, aldus een
woordvoerder van GGZ Nederland. Uit onderzoek blijkt dat in 2003 ruim eenderde van de zestigduizend
ggz-medewerkers met agressie te maken kreeg. 14 Procent liep lichamelijk
letsel op, 1 procent zelfs ernstig (botbreuken, steekwonden, bewusteloosheid).
Hoeveel van hen aangifte doen, wordt niet geregistreerd. Het beroepsgeheim hoeft verpleegkundigen niet te weerhouden. Vorig
jaar bepaalde de Haagse rechtbank dat een zorgcoördinator, die door een
psychiatrische patiënt met een mes was bedreigd, het recht had om zijn
zwijgplicht te schenden en aangifte mocht doen. Volgens het CNV kan het
officieel melden de verwerking van een incident bespoedigen. In een onlangs
gepubliceerde richtlijn over het beroepsgeheim pleit artsenorganisatie KNMG
voor terughoudendheid. Een patiënt bij wie agressie een symptoom van de
stoornis is, loopt de kans nergens meer te worden geholpen.
Dokter en tandarts
vragen 4 miljoen te veel – 23
juli 2005 – De Morgen -- BRUSSEL - De zorgverleners in ons land rekenen
jaarlijks tot vier miljoen euro te veel aan voor hun ingrepen. Dat blijkt uit
onderzoek van de Dienst voor
Geneeskundige Evaluatie (DGEC), onderdeel van het RIZIV. Zo meldt Het
Belang van Limburg zaterdag. De dienst controleert of zorgverleners, zoals
geneesheren, chirurgen, kinesisten, tandartsen en apothekers overbodige,
onzorgvuldige of onnodig dure verstrekkingen aanrekenen aan de patiënt. Iedere
zorgverlener houdt een register bij waarin elke ingreep die hij doet moet
worden vermeld. In heel wat gevallen stemt de rekening die aan de mutualiteiten
wordt overgemaakt niet overeen met de geleverde prestaties. Het niet of onjuist
bijhouden van dit register kan bestraft worden met administratieve boetes. De DGEC stelt drie soorten inbreuken vast.
In heel wat gevallen wordt de operatie gewoon niet uitgevoerd, maar moet de
patiënt wel voor de ingreep betalen. Veel behandelingen gebeuren ook niet
conform de afspraken in de zorgsector. Een derde inbreuk wordt vastgesteld als
de documenten van de zorgverlener niet in orde zijn. Op twee jaar tijd
heeft het bevoegde comité al 248 dossiers onderzocht, 202 zorgverleners werden
ondervraagd. In 191 gevallen moest de zorgverlener een boete betalen, in totaal
goed voor meer dan 1 miljoen euro.
Gedwongen
opname simpeler in Alkmaar -- 23
juli 2005 -- Zorgkrant -- Personen die met een I.B.S. (In Bewaring
Stelling) opgenomen moeten worden hebben nu nog een lange weg te gaan. Op basis
van de BOPZ (Wet bijzondere opneming
psychiatrische ziekenhuizen) is de Burgemeester verantwoordelijk voor de
opname. Als iemand een gevaar voor zichzelf of de samenleving is kan hij/zij
via een machtiging van de Burgemeester opgenomen worden. In Alkmaar is besloten
dit te vergemakkelijken en een geautomatiseerd systeem in te voeren. Voordeel
hiervan is dat de besluitvorming sneller gaat en de papieren rompslomp
verminderd wordt. De administratie en het bereiken van de dienstdoende GGZ-arts
neemt zo veel tijd in beslag dat de persoon, om wie het gaat, gedurende geruime
tijd in een politiecel moet afwachten op een eventuele plaatsing in een
psychiatrisch centrum. Dit komt zijn situatie niet ten goede. Iedereen die van
doen heeft met een ’in bewaring stelling’ wordt aangesloten op het automatische
systeem. Hierdoor ontstaat tijdwinst ca. 4 ½ uur per persoon. De burgemeester
kan via de computer zien wat de reden van de aanvraag tot IBS is en kan een
virtuele handtekening plaatsen. Zowel voor de betrokkenen, die in de war zijn
en voor wie snelle afhandeling belangrijk is, en de hulpverleners is dit
automatische systeem een hele aanwinst voor Alkmaar.
Jomanda
verdachte in zaak Sylvia Millecam -- 22 juli 2005 -- Het Parool -- DEN HAAG - Justitie in Amsterdam heeft het onderzoek naar het overlijden in
2001 van actrice Sylvia Millecam afgerond. In het onderzoeksdossier staan vijf verdachten, onder wie het medium
Jomanda. Justitie verdenkt de vijf, allen
alternatieve genezers, van dood door schuld, omat ze Millecam onjuiste
adviezen over haar ziekte zouden hebben
gegeven.
Hulpverleners
laten zich opnemen in gesloten inrichting -- 22 juli 2005 -- Telegraaf -- ALMERE - Nicoletta de Haan is een doorgewinterde
hulpverleenster. Ze is van huis uit psychiatrisch
verpleegkundige, heeft met licht verstandelijk gehandicapten gewerkt en is
nu, tijdelijk, sociotherapeute in een
tbs-kliniek. Op 10 augustus wordt ze zelf opgenomen en zij weet als geen
ander hoe het er in een inrichting aan toe kan gaan. "Als ik maar niet in
de kamer op een po naar het toilet moet." De Haan is een van de deelnemers van een voor Nederland nieuwe training
voor begeleiders uit de jeugdpsychiatrie, tbs-klinieken, jeugdgevangenissen, de
jeugdzorg en instellingen voor verstandelijk gehandicapten. Maar ook managers
of directeuren mogen meedoen. De training is opgezet door Inzetbaar, een
detacherings- en onderzoeksbureau voor genoemde sector. Om de hulpverleners
zelf te laten ervaren "hoe het is om aan de andere kant te staan"
worden ze gedurende drie dagen en twee nachten opgenomen in een gesimuleerde,
gesloten afdeling voor sterk gedragsgestoorde, licht verstandelijk
gehandicapten. In Almere is daarvoor een bestaande afdeling beschikbaar,
vertelt S. Markerink van Inzetbaar. De deelnemers krijgen, net als in een echte
inrichting, een reglement dat ze moeten naleven, ze volgen een strak programma
en ze moeten, net als in het echt, aanwijzingen van de leiding volgen.
Eventueel wangedrag wordt bestraft met een maatregel. "Maar we gaan niet
zo ver dat we mensen separeren. We vragen de deelnemers om niet meer dan mild
verzet te tonen. Er wordt niet gevochten", zegt Markerink. De Haan kan
echter wel naar haar kamer worden gestuurd, als ze niet luistert naar de
leiding. "Volgens mij heeft iedereen zich wel eens afgevraagd hoe het
is", vertelt Nicoletta de Haan. Het is ook haar wel eens overkomen dat ze
in gesprek met collega's tot de conclusie kwam dat ze iemand ten onrechte voor
een 'time-out' naar zijn kamer stuurde, omdat persoonlijke emoties tijdens een
conflict met een patiënt de overhand kregen. "Ik heb ook wel eens een
patiënt excuses aangeboden." De Haan heeft tijdens haar opleiding wel
geleerd hoe gekrenkt en machteloos een patiënt zich kan voelen. Maar ze wil het
nu ook zelf ervaren. Ze verwacht dat ze
zich door de training nog bewuster wordt wat het voor patiënten betekent als ze
bijvoorbeeld een maatregel oplegt. Ze hoopt dat ze zich nog professioneler kan
opstellen. "Dat bijvoorbeeld frustraties geen leidraad kunnen spelen bij
het handelen in conflictsituaties." De training is ook bedoeld om te
kijken of de deelnemers wel weten wat wel en niet mag. Er zullen bewust
beperkingen en maatregelen worden toegepast die volgens de wet niet zijn
toegestaan. Ook in het reglement zitten regels, die niet zijn toegestaan.
"Deze fouten zijn echter allemaal gebaseerd op voorbeelden die wij in de
praktijk tegenkomen", zegt Markerink. Van de deelnemers wordt verwacht dat
zij tijdens hun opname aangeven wat er wel en niet mag volgens de wet
Bijzondere Opnemingen Psychiatrische Ziekenhuizen, die beperkingen en
maatregelen regelt. Een psycholoog volgt de deelnemers voor, tijdens en na de
opname en zal op een later moment zijn bevindingen presenteren. De psycholoog
toetst niet alleen de kennis, maar onderzoekt ook de beleving van de
deelnemers. Markerink denkt dat het best nog wel eens heftig kan zijn voor een
begeleider om zelf te ervaren hoe het is. Om die reden is er een uitweg
ingebouwd. Mocht een deelnemer tijdens de opname willen stoppen of even een
pauze nodig hebben, dan kan deze dat te allen tijde aangeven. Dat zal voor
Nicoletta de Haan niet nodig zijn, denkt zij. Hoewel ze de laatste dagen wel
een beetje zenuwachtig wordt. Er borrelen steeds meer vragen op. "Moet ik
mijn gsm inleveren? Als ik niet kan slapen, mag ik dan een sigaretje
roken?"
Functioneren
individuele arts jaarlijks bespeken – 21 juli 2005 – Nieuwsbrief Artsennet -- Artsen die werkzaam
zijn in de patiëntenzorg behoren jaarlijks een evaluatiegesprek te voeren over
hun functioneren. Naar de mening van de
Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst (KNMG) is
dit een wenselijke en noodzakelijke aanvulling op bestaande kwaliteitssystemen
voor medisch handelen. Binnen de medische beroepsgroep wordt veel aandacht
besteed aan de bewaking van de kwaliteit van zorg. De hiervoor ontwikkelde
instrumenten (zoals richtlijnontwikkeling, visitatie en herregistratie) richten
zich echter maar in beperkte mate op het individueel handelen van artsen. Om
die reden pleit de KNMG ervoor, in aanvulling op de bestaande
kwaliteitssystemen, dat artsen jaarlijks een evaluatiegesprek voeren over hun
functioneren. Het gaat daarbij om gesprekken
over persoonsgebonden kwaliteitsaspecten, die de arts voert met een
deskundige gesprekspartner. Zo nodig kunnen in het jaarlijkse gesprek afspraken
worden gemaakt over verbeterpunten. Die afspraken kunnen in het volgende
gesprek worden getoetst. Dit is de kern van een standpunt over het functioneren
en disfunctioneren van artsen dat het Federatiebestuur van de KNMG in juli 2005
heeft vastgesteld. Het gaat om een algemeen standpunt, dat in de verschillende
sectoren van de gezondheidszorg zal moeten worden uitgewerkt en ingekleurd. De
Orde van Medisch Specialisten is met die uitwerking inmiddels al begonnen. Het voeren van regelmatige
evaluatiegesprekken draagt in de visie van de KNMG bij aan de kwaliteit van het
functioneren van artsen. Een gunstig neveneffect kan zijn dat disfunctioneren
van artsen tijdig kan worden tegengegaan. Doen zich niettemin situaties van
disfunctioneren voor, dan is van belang deze situaties door middel van een
zorgvuldige procedure te onderzoeken en zo nodig maatregelen te treffen. Artsen
die bemerken dat een collega disfunctioneert, mogen dat niet negeren (geen
“conspiracy of silence” dus). Zij hebben de verantwoordelijkheid de situatie
bespreekbaar te maken. Dat maakt het makkelijker om met een collega over zijn
of haar functioneren in gesprek te gaan, waardoor kan worden voorkomen dat deze
stap pas gezet wordt als het eigenlijk al te laat is. Download hier het standpunt van de KNMG (pdf)
De komende maanden voert de KNMG een onderzoeksproject
uit naar de randvoorwaarden voor veilig incident melden. Vanwege de
toegenomen aandacht voor patiëntveiligheid pleit men onder meer voor de
introductie van systemen voor veilig (incident) melden. Dit houdt kort gezegd
in dat hulpverleners in de eigen werkomgeving incidenten en (bijna)fouten
kunnen melden, zonder bevreesd te hoeven zijn voor op het individu gerichte
sancties. Artsennet vroeg haar bezoekers
of men bereid zou zijn fouten in de eigen werkomgeving te melden: 299 brachten
hun stem uit. 85% is bereid fouten te melden, omdat daar van geleerd kan
worden. 15% vreest voor sancties. De
stelling van de komende weken luidt: Evaluatiegesprekken over het functioneren
van artsen zijn nodig om het medisch handelen te verbeteren. Eens
of oneens? Klik hier
om te stemmen!
Als uiterste
maatregel kan een arts zijn baan verliezen -- 20 juli 2005 -- NRC -- Wat als een arts disfunctioneert:
1. Artsen die problemen hebben met
betrekking tot het eigen functioneren kunnen zich wenden tot een vertrouwenspersoon.
2. Een arts die een aanwijzing heeft dat
een collega disfunctioneert bespreekt
dit eerst met die collega, voor het door te geven aan derden.
3. Aanwijzingen voor disfunctioneren worden
gemeld aan de voorzitter van de groep
waarvan de arts deel uitmaakt (maatschap, vakgroep, huisartsengroep).
4. Indien hier aanleiding toe is, wordt met
de arts een verbetertraject afgesproken.
De afspraken worden gemeld aan de voorzitter van de groep en, indien van
toepassing, aan de raad van bestuur van de instelling.
5. Bij verschil van inzicht over het handelen
van de arts en de te treffen maatregelen, wordt een commissie van advies ingesteld. Deze brengt verslag uit aan de
voorzitter van de groep en de raad van bestuur. De commissie bestaat uit drie
personen, waaronder een onafhankelijk voorzitter.
6. Bij disfunctioneren en als de arts geen
medewerking verleent aan het 'verbeteringstraject', of de verbeteringen
onvoldoende effect hebben, beslissen de groepsvoorzitter
en de raad van bestuur over te treffen maatregelen. Deze kunnen zijn:
beëindiging van het lidmaatschap van maatschap, huisartsengroep, medische staf
of ander samenwerkingsverband. Of het informeren van de Inspectie voor de Gezondheidszorg, de zorgverzekeraar of de
wetenschappelijke vereniging waarvan de arts lid is. Ook kan de arbeids- of
toelatingsovereenkomst beëindigd worden.
Alle artsen gaan
elkaar beoordelen; KNMG: kwaliteit patiëntenzorg hoger -- 20 juli 2005 -- NRC -- ROTTERDAM - Artsen moeten jaarlijks evaluatiegesprekken
gaan voeren over hun functioneren. Als ze hun werk niet goed doen, kunnen ze
uiteindelijk uit hun functie worden gezet. Het federatiebestuur van
artsenorganisatie KNMG, waarbij ruim 33.000 artsen zijn aangesloten, heeft
hiertoe vandaag besloten. Het standpunt is met de aangesloten
artsenverenigingen besproken en geldt voor alle artsen die met patiënten
werken. De Orde van Medisch Specialisten heeft inmiddels een commissie
ingesteld die een systeem van jaarlijkse evaluatiegesprekken voor de eigen
achterban gaat uitwerken. Volgens de KNMG is zo'n systeem een ,,wenselijke en
noodzakelijke'' aanvulling op de huidige kwaliteitscontroles op patiëntenzorg.
Ziekenhuizen, vakgroepen en opleidingen worden nu wel beoordeeld, individuele
artsen niet. De gesprekken zijn bedoeld om het functioneren van artsen te
verbeteren en in een vroeg stadium eventuele problemen te verhelpen. Tijdens
een evaluatiegesprek worden de kennis en deskundigheid van de arts besproken,
evenals de bejegening van patiënten, omgang met collega's en
gezondheidsklachten die het functioneren kunnen beïnvloeden. De gesprekken
worden voorlopig op vrijwillige basis gevoerd, met speciaal hiervoor getrainde
collega-artsen. De KNMG verwacht dat
deelname aan de gesprekken binnen vijf jaar verplicht is, en dat het een
voorwaarde wordt voor herregistratie van specialisten. In het
Maaslandziekenhuis in Sittard, het enige hospitaal waar deze gesprekken al
worden gevoerd, neemt op vrijwillige basis inmiddels meer dan de helft van de
120 medisch specialisten deel. Als artsen niet goed functioneren kunnen zij na
een interne procedure van hun functie worden ontheven. Nu kunnen
disfunctionerende artsen vaak alleen via dure en lange juridische procedures
worden ontslagen. Onder disfunctioneren
verstaat de KNMG ,,een structurele situatie van onverantwoorde zorg waarin een
patiënt wordt geschaad of het risico loopt te worden geschaad'', waarbij de
betrokken arts niet (meer) in staat of bereid is zelf de problemen op te
lossen. De evaluatiegesprekken gelden voor alle artsen die met patiënten
werken, zoals medisch specialisten, huisartsen, bedrijfsartsen en
verzekeringsartsen. Voorwaarde is dat ze in groepsverband werken. Volgens de
artsenorganisatie werken de meeste artsen in groepsverband. Ook huisartsen die
alleen praktijk voeren, werken voor afstemming over waarneemdiensten of
griepvaccinaties meestal met collega's in een huisartsengroep. De KNMG wil dat ook studenten geneeskunde
worden getoetst, net als geregistreerde artsen. ,,Daarbij is het advies of het
besluit de opleiding te beëindigen niet uit te sluiten.''
Geen diagnose verbod door alternatieve artsen -- 15 juli 2005 -- Zorgkrant -- Minister Hoogervorst (Volksgezondheid)
neemt het advies van de Raad voor
Volksgezondheid en Zorg (RVZ) over om diagnose stelling door alternatieve
artsen niet te verbieden. Mogelijke schade door alternatieve behandelaars houdt
de aandacht van de minister. De minister
treedt in overleg met de IGZ en de minister van Justitie om bestaande wetten
aan te scherpen. Dit was een aanbeveling van de raad. In het uiterste geval
adviseert de raad om niet de diagnose zelf, maar het in twijfel trekken van een
door een arts of tandarts gestelde diagnose, prognose of behandelplan op te
nemen als voorbehouden handeling in de
wet BIG.
Te weinig goede afspraken over
voorschrijven -- 14 juli 2005
-- nieuws.nl -- UTRECHT - Ruim de helft van de huisartsen en apothekers in het
land maakt nog onvoldoende afspraken over welke medicijnen ze wanneer
voorschrijven. Dat is donderdag gebleken uit een onderzoek van het Nederlands instituut voor verantwoord
medicijngebruik DGV. Minister Hoogervorst (Volksgezondheid) wil dat
minstens 80 procent van de huisartsen en apothekers dergelijke afspraken maken
in de zogenoemde farmacotherapeutische overleggroepen (FTO-groepen). DGV
onderzocht de kwaliteit van 596 van de in totaal 824 FTO-groepen in het land.
Hoewel de uitkomst mager is, is het volgens DGV wel mogelijk om het niveau van
het overleg tusssen huisartsen en apothekers op het door Hoogervorst gewenste
peil te krijgen. Dat kost eenmalig ongeveer 1,5 miljoen euro. Voor handhaving
van dat niveau is jaarlijks nog eens een kleine vijf ton nodig. Zo merkte het
instituut dat het niveau in Zuidoost-Brabant, enkele jaren geleden een van de
koplopers, zakte, nadat een door een zorgverzekeraar betaald
ondersteuningsproject was geëindigd. Op dit moment is Noord-Holland-Noord
koploper. Zorgverzekeraar Univé zet de begeleiding daarom ook door. De
bedoeling is dat de huisartsen en apothekers tijdens de FTO's onder meer nieuwe
wetenschappelijke inzichten en nieuwe medicijnen bespreken en dat ze afspraken
maken over het voorschrijfgedrag. Dat moet ertoe leiden dat patiënten de beste
medicijnen krijgen voorgeschreven, zonder dat de kosten onnodig de pan uit
rijzen. FTO-groepen die optimaal draaien, komen minimaal vijf keer per jaar 1,5
uur per keer bijeen, maken afspraken over het voorschrijven van medicijn, maar
toetsen ook of iedereen zich aan die afspraken houdt.
Artsen
leren gebarentaal: Uniek project moet communicatiekloof
tussen artsen en doven dichten -- 13
juli 2005 -- Nieuwsbrief doof.nl --
Washinton – Als onderdeel van het “Doof en Kanker Project” gaan medische
studenten van de Universiteit van
Californie, San Diego Moores Cancer Center, op Gallaudet de Amerikaanse Gebarentaal leren. Zij zullen zich met
name richten op hoe gebarentaal gebruikt moet worden in medische settings en
leren daarnaast ook over de ontwikkeling en betekenis van de Dovencultuur. Dit
5 jarige project, dat $1.6 miljoen kost, wordt gefinancierd door het National Cancer Institute. Doel van
het project is om medische studenten van communicatievaardigheden en culturele
kennis te voorzien. Op vaardigheden en kennis hebben zij nodig hebben om aan
dove kankerpatiënten, voor wie de eerste taal de Amerikaanse Gebarentaal, goede
medische zorg te kunnen bieden.
Veel
dove mensen hebben aangegeven dat ze slechte ervaringen hebben met artsen die er
vanuit gaan dat:
Het Doof en Kanker Project is in het belang
van zowel de patiënten als de artsen. Voor beiden wordt het mogelijk om
rechtstreeks met elkaar te communiceren. Een deel van het programma bestaat er
uit dat studenten meedoen in een vierweekse intensief ‘ onderdompeling programma’
op Gallaudet University. Gallaudet is de meest vooraanstaande Amerikaanse
Universiteit voor dove studenten en voor studies over de Amerikaanse
Gebarentaal en Dovencultuur. UCSD hoopt dat andere Amerikaanse Medische
opleidingsinstituten dit project zullen overnemen. “Dit project heeft de
potentie om de gezondheidszorg voor dove personen enorm te verbeteren”, zegt de
aan Gallaudet verbonden zijnde Professor
Linda Lytle. Lytle is coördinator van het Gallaudet deel van het project.
“Er is geen substituut voor directe en makkelijke communicatie tussen arts en
patiënt. De voordelen van medici die met dove patiënten werken en met hen in
ASL kunnen communiceren is duidelijk zichtbaar in Georgetown University Kinderziekenhuis voor Doven. Dit zegt Dr. Rachel St.John, de directeur van
het ziekenhuis. St. John gebruikt zelf vloeiend gebaren en heeft op Gallaudet
een Master Degree behaald in Psychische Hulpverlening.
Bron: www.4hearingloss.com, Darrick Nicholas,
Kamervragen
over Jellinek en verslavingszorg in Nederland – 11 juli 2005 – Persbericht Smith & Jones --
Naar aanleiding van een artikel in de economiekatern van de Volkskrant van 6
juli 2005, stelt het CDA-Tweede Kamerlid
Joldersma vragen over de stand van zaken in de verslavingszorg in
Nederland. De vragen stelt zij vooral naar aanleiding van de ABN Amro-overname
van de partner van Smith & Jones addiction consultants, Priory
privé-klinieken in het buitenland. Mvr Joldersma geeft ook aandacht aan de
vragen dat Smith and Jones heeft over de privé onderneming van de Jellinek,
Jellinek Prive (zie: http://www.nieuwsbank.nl/inp/2005/06/16/f017.htm)
en het gebruik van overheids gelden voor een privé onderneming van de Jellinek.
In de Engelse Priory-klinieken zijn tot dusver ongeveer honderd Nederlanders
behandeld. Keith Bakker van
bemiddelingsbureau Smith & Jones in Amsterdam begeleidt de patiënten en
werkt daarvoor nauw samen met buitenlandse specialisten van the Priory Group.
ABN Amro neemt volgens het artikel in de Volkskrant de schulden en aandelen van
Priory over en zoekt investeerders om de schulden te herfinancieren en een
belang in de onderneming te nemen. ABN Amro wil beslist een meerderheidsbelang
in Priory houden, zegt woordvoerder Alexander Evans van de investeringsarm van
ABN Amro in Londen. Kamerlid Joldersma stelt minister Hoogervorst van VWS, een aantal belangrijke vragen over
vooral verslavingszorggerelateerde zaken. Deze zijn als volgt:
1. Hebt u kennis genomen van het bericht
dat ABN Amro een keten van Britse particuliere klinieken overneemt, waar ook
Nederlandse verslaafden worden behandeld?
2. Acht u het een gewenste ontwikkeling dat buitenlandse verslavingsklinieken
een AWBZ-erkenning krijgen, zodat verslaafde Nederlanders in het buitenland
kunnen afkicken?
3. Wie gaat de indicatie verrichten voor behandeling in dit soort klinieken?
4. Komen nieuwe verslavingsklinieken die zich in Nederland vestigen in
aanmerking voor een AWBZ-erkenning en welke belemmeringen ondervinden
dergelijke nieuwe toetreders daarbij?
5. Hoe staat u tegenover het bevorderen van concurrentie binnen de
verslavingszorg?
6. Welke mogelijkheden ziet u om binnen de verslavingszorg meer keuzevrijheid
te realiseren via een persoonsgebonden of persoonsvolgend budget?
7. Is het waar dat de Jellinek kliniek
in Amsterdam is gestart met een privé-kliniek? In hoeverre worden
overheidsmiddelen gebruikt voor deze privé-kliniek?
Joldersma vraagt zich af of het een gewenste ontwikkeling is dat buitenlandse
verslavingsklinieken voor een AWBZ-erkenning in aanmerking kunnen komen, zodat
verslaafde Nederlanders in het buitenland kunnen afkicken. Nederlandse
patiënten moeten vaak de behandeling zelf betalen (de verzekeraar vergoedt bij
hoge uitzondering) Met een AWBZ-erkenning, zijn verzekeraars eerder geneigd een
behandeling over de grens te vergoeden. Priory heeft daarom een aanvraag
ingediend bij het College voor Zorgverzekering (CVZ) om de hulp aan
Nederlanders door Priory standaard te laten vergoeden door de AWBZ-verzekering.
Het College heeft de aanvraag momenteel in behandeling. Zij vraagt zich tevens
af of verslavingsklinieken die zich in Nederland vestigen in aanmerking komen
voor de AWBZ-erkenning en wie de indicatie gaat verzorgen voor de behandelingen
in privé-klinieken in binnen en buitenland. In de regio Amsterdam is alleen de
Jellinek erkend door de verzekeraars. Smith and Jones wil dat specialisten van
de Priory de zelfde mogelijkheid krijgen. Smith and Jones is van plan om samen
met een buitenlandse ziekenhuis partner een nieuwe Minnesota Model kliniek te
openen in Nederland in 2006.
Voor
meer informatie kunt u contact opnemen met: Smith& Jones addiction
consultants, Tel: 00-31-(0)20- 3202650, Mobile 06 22373766, info@smithandjones.nl, www.smithandjones.nl
Inspectie: werkomstandigheden in ggz
schieten nog tekort -- 11 juli 2005 –
MinVWS / Schizofrenie Bulletin / Ypsilon, locatie: psychoseplein.nl -- DEN HAAG
- Meer dan de helft van de gecontroleerde instellingen in de GGZ spant zich nog
niet voldoende in om werknemers te beschermen tegen agressie en geweld van
patienten. Op afdelingen waar sprake is van lichamelijke belasting van het
personeel, wordt te weinig gedaan om schade aan de gezondheid te voorkomen.
Hoewel de werkdruk in de sector blijkt mee te vallen, verdient ook dit
onderwerp meer aandacht van werkgevers. Dit concludeert de Arbeidsinspectie in het rapport Geestelijke Gezondheidszorg 2004.
Het rapport bevat de resultaten van inspecties bij ruim negentig instellingen.
In totaal werden van deze instellingen 414 locaties bezocht. De onderzoeken
vonden plaats met het oog op de hoge arbeidsrisico's waarmee werknemers hier te
maken hebben. Het gaat om lichamelijke en geestelijke belasting, agressie en
geweld. In de sector werken ongeveer 60.000 mensen. De risico's waren voor
sociale partners aanleiding begin 2001 een convenant af te sluiten om de
arbeidsomstandigheden in de GGZ te verbeteren. De overeenkomst liep tot
halverwege
Het
Schizofrenie Bulletin is een service van Ypsilon, de vereniging voor
familieleden van mensen met schizofrenie of een psychose. Voor meer informatie: http://www.ypsilon.org/schizbul.htm
Congres Zorg als beroep en
bedrijf: Beroepsethiek en marktwerking in de zorg -- 9 juli 2005 -- CEG / Zetweb -- Het Tijdschrift voor Gezondheidszorg en Ethiek bestaat 15 jaar.
Samen met de Vereniging voor Filosofie
en Geneeskunde en het Centrum voor
Ethiek en Gezondheid worden in het lustrumcongres de kansen en gevaren van
marktwerking in de gezondheidszorg onder de loep genomen. De Nederlandse
gezondheidszorg staat steeds sterker onder invloed van marktprincipes.
Concurrentie, privatisering, commercialisering en risicoselectie zijn de nieuwe
sleutelwoorden. Kostenbesparing is een bedoeld effect van de introductie van
marktwerking in een sector die onbetaalbaar dreigt te worden. Maar de argumenten
voor de introductie van marktwerking beperken zich niet tot de positieve
financiële effecten: de zorg zal ook beter aansluiten bij de vraag van
patiënten. En patiënten worden minder afhankelijk van de arts indien
zorgvragers behandeld worden als klant en een keuze kunnen maken uit
verschillende zorgaanbieders. Tegenstanders van marktwerking zijn bang voor
minder samenwerking in de zorgsector, minder aandacht voor preventie en
aantasting van solidariteit. Het debat tussen voor- en tegenstanders verscherpt
zich en politieke ideologieën gaan de standpunten domineren. Het lustrumcongres
stelt de gevolgen van marktwerking voor de beroepsethiek in de zorgsector
centraal. En dan gaat het niet alleen om de beroepsethiek van artsen en
verpleegkundigen, maar ook die van managers en verzekeraars. Sprekers uit deze
beroepsgroepen gaan in op enkele
fundamentele waarden uit de gezondheidszorg: welzijn van de patiënt,
vertrouwen, rechtvaardigheid, solidariteit, keuzevrijheid van zorgverlener en
patiënt, kwaliteit van de zorg, samenwerking. Zij laten zien welke invloed
de marktwerking op de ethiek van hun beroepsgroep heeft. Moet de op het
individu georiënteerde beroepsethiek opschuiven in de richting van een
bedrijfsethiek? Bestaat er een kern van fundamentele waarden in de beroepsethiek
waaraan niet mag worden getornd en die in het gedrang komt door de
voortschrijdende marktwerking? Wat is ‘goede zorg’? Het Tijdschrift voor Gezondheidszorg en Ethiek nodigt u uit de nuance
te zoeken in het debat over beroepsethiek en marktwerking in de zorg.
Het congres zal plaatsvinden op: 28 oktober
2005, van 10:00 tot 16:30, in De Reehorst te Ede. Meer
informatie over het lustrumcongres.
Verslaafden
kampen ook vaak met een persoonlijkheidsstoornis -- 7 juli 2005 -- Zorgkrant -- Psychologe Katinka Damen concludeert dit in haar onderzoek waarin zij
promoveerde bij de Radboud Universiteit
Nijmegen. 279 heroïneverslaafden werden door Daamen op hun
persoonlijkheidskenmerken onderzocht. Zij stelde vast dat zeventig procent van
de verslaafden in een kliniek een persoonlijkheidsstoornis zoals een antisociale,
borderline of een narcistische stoornis heeft. Het Trimbosinstituut is al langer bekend met deze problematiek. Er
wordt echter doorgaans andersom geredeneerd: mensen met een psychische stoornis
hebben een grotere kans op een verslaving. “Zeventig procent van de volwassenen
met ADHD heeft ook last van depressiviteit, angst – en dwangstoornissen,
verslaving aan alcohol en drugs of een persoonlijkheidsstoornis”, aldus het
trimbosinstituut. De verslaving kan zowel zijn aan middelen met een stimulerende
als kalmerende werking: soft – en harddrugs, alcohol, medicijnen of tabak. Bij
de oorzaak van de van de verslaving kan erfelijke aanleg een rol spelen, maar
ook de symptomen zelf. Zo komt het voor dat mensen met ADHD genotmiddelen gaan
gebruiken omdat daardoor de symptomen verminderen. Ze worden er rustiger van en
kunnen zich beter concentreren. Bij borderliners blijkt dit ook het geval.
Iemand met een borderlinestoornis kan van het ene op het andere moment
veranderen van gevoel en gedrag. Deze mensen hebben vaak een onbehaaglijk
gevoel over zichzelf, weinig eigenwaarde, zijn bang om in de steek gelaten te
worden. Tevens voelen ze zich veelal eenzaam, zijn bang dat anderen hen niet
accepteren en / of zullen afwijzen. Mensen die lijden aan borderline gebruiken
dan alcohol of kalmerende middelen om rustiger te worden. Er wordt dan hasj,
weed, slaap en / of kalmeringsmiddelen gebruikt. Anderen gebruiken pepmiddelen
zoals: speed, cocaïne om zich minder leeg of somber te voelen. Mensen met een
narcistische stoornis hebben een onrealistisch gevoel van eigenwaarde en naast
een grotere kans op een burn out ook eerder te maken met een verslaving.
Conclusie: Het vervormde beeld dat mensen met een persoonlijkheidsstoornis van
zichzelf en de buitenwereld hebben geeft een hoop onrust en maakt de wens deze
onrust te verdringen met verslavende middelen erg groot. Als er tijdens een
behandeling alleen op de verslaving of op de stoornis wordt gefocust heeft
weinig kans van slagen. Damen pleit voor het afnemen van en persoonlijkheidsvragenlijst
bij elke verslaafde die wordt opgenomen. Het Trimbos voor eventuele opname in
een verslavingskliniek van persoonlijkheidsgestoorden. Nederland heeft in
vergelijking tot de rest van Europa het laagste aantal verslaafden en
drugdoden. In ons land zijn naar schatting 25.000 problematische heroïne
gebruikers of heroïneverslaafden. Het aantal alcoholverslaafden is met 300.000
veel groter.
Wetsvoorstel
dwangbehandeling houdt mensen uit de goot – 7 juli 2005 -- Schizofrenie Bulletin / Ypsilon, locatie:
psychoseplein.nl -- ROTTERDAM - Het wetsvoorstel van minister Hoogervorst om de mogelijkheden tot dwangbehandeling
binnen de instelling uit te breiden zal ertoe leiden dat minder mensen
verkommeren en in de goot belanden. Daarvan is Ypsilon overtuigd na bestudering
van een wetsvoorstel dat de minister voor commentaar heeft rondgestuurd.
Ypsilon ijvert als vereniging van familieleden van mensen met schizofrenie of
een psychose al jaren voor aanpassing van de wet, omdat ze in de praktijk
steeds opnieuw constateert dat de huidige wet desastreus uitpakt voor dezelfde
groep mensen. Met name psychotische
mensen zonder ziekte-inzicht krijgen op dit moment niet de zorg waar ze
recht op hebben en aan de noden van die groep van 'stille zorgvragers' komt de
minister nu tegemoet, constateert een opgeluchte Ypsilon in een brief aan de
minister. Voorzitter Gerrit Kersten
spreekt van een "gedegen voorstel dat antwoord geeft op het dilemma dat
niet iedereen die hulp nodig heeft daar ook zelf om kan vragen". Hij zegt
nooit te hebben begrepen waarom de wetgever "op dit moment wel toestaat om
iemand in het uiterste geval gedwongen op te nemen, maar verbiedt daarna ook
daadwerkelijk te behandelen". Als grootste consumentenvereniging in de
psychiatrie weet Ypsilon waar ze het over heeft: van alle leden heeft 90
procent in het gezin een opname meegemaakt, een kwart zelfs 5 tot 10 keer.
Ypsilon is via haar zieke familieleden dan ook 'grootgebruiker' van de wet BOPZ
die gedwongen opname in een psychiatrisch ziekenhuis regelt. In het nieuwe
wetsvoorstel dicht Hoogervorst nog een tweede hiaat door aanpassing van de
zogeheten voorwaardelijke machtiging, een maatregel die het mogelijk maakt om
mensen thuis te behandelen. De patient hoeft dan niet in het ziekenhuis te
worden opgenomen zolang hij zich houdt aan de voorwaarden die de behandelaar
hem oplegt. Onlangs heeft de Hoge Raad
echter beslist dat deze constructie alleen mag worden toegepast als de patient
in kwestie schriftelijk heeft bevestigd dat hij deze voorwaarden zal naleven.
Juist van mensen zonder ziekte-inzicht is dat soms teveel gevraagd, weet
Kersten. "Een dwangopname is niet altijd te voorkomen, zeker niet in onze
groep. Maar als er een vorm van zorg voor in de plaats kan komen die minder
ingrijpend is voor de patient, dan verdient die natuurlijk altijd de voorkeur.
Het zou weer terug bij af zijn als de patient thuis eerst weer zo moet
afglijden dat een dwangopname noodzakelijk wordt, terwijl het anders misschien
nooit tot een opname had hoeven komen!" Vanuit die visie tekende Ypsilon
tegelijk een oproep van het Platform GGZ om de zorg zo te verbeteren dat dwang
en drang minder vaak hoeven worden toegepast. Meer aandacht voor preventie zou
daarin kunnen helpen, net als vormen van zorg waarbij hulpverleners erop
uittrekken om patienten te blijven volgen. Instellingen moeten daarnaast
voorkomen dat ze moeilijke patienten weren uit het ziekenhuis.
Het Schizofrenie
Bulletin is een service van Ypsilon, de vereniging voor familieleden van mensen
met schizofrenie of een psychose. Voor meer informatie: http://www.ypsilon.org/schizbul.htm
Engelse Priory privé-klinieken in
Nederlandse handen -- 5 juli 2005 – AMSTERDAM - Het ANP meldt dat
ABN AMRO voor 1,29 miljard euro de Britse keten van privé-klinieken The Priory Group overneemt van de investeringsmaatschappij Doughty Hanson
& Co. Zij zullen een meerderheidsbelang houden in de zorginstelling. The Priory Group is de belangrijkste partner
van Smith & Jones addiction consultants. Een organisatie die Nederlanders
met verslavings- en eetstoornissen helpt. The Priory Group, eigenaar van de
wereldberoemde 'celebrity' verslavings- en eetstoornissen kliniek The
Roehampton Priory in Londen die onder andere beroemdheden zoals Robbie
Williams, Elton John, Eric Clapton en Naomi Campbell behandelde, heeft ook een
groeiend aantal cliënten uit Nederland. Daarvoor diende The Priory Group
onlangs een aanvraag in bij het CVZ (College voor Zorgverzekeringen) om te
worden erkend als een door het CVZ goedgekeurde behandelingsvoorziening voor
Nederlandse patiënten met verslavingen en eetstoornissen. Een recente
beslissing van 31 januari 2005 door de Minister van Volksgezondheid ten aanzien
van de criteria voor dekking van patiëntenverzekeringen heeft het makkelijker
gemaakt medische behandelingen in andere EU-staten vergoed te krijgen. Alle
vijftien Priory ziekenhuizen die de aanvraag voor de CVZ erkenning hebben
ingediend, voldoen aan de richtlijnen voor psychiatrische ziekenhuizen. De
klinieken van Priory Group bevatten circa 1700 bedden, verspreid over een
veertigtal locaties en is daarmee de grootste private aanbieder van
psychiatrische hulpverlening. Het laatste jaar heeft de Priory Groep een
groeiend aantal patiënten uit Nederland behandeld voor alcohol - ,
drugsverslaving en eetstoornissen. Mensen die op een wachtlijst moesten, om
privacy redenen niet naar reguliere zorg kunnen, of in de Nederlandse zorg van
het kastje naar de muur werden gestuurd. Consultants van Smith & Jones
zorgen voor de begeleiding van deze Nederlandse patiënten naar de klinieken in
het Verenigd Koninkrijk. Nu is de Priory financieel gezien in Nederlandse
handen. Voor 1,26 miljard kochten de ABN AMRO Europa's grootste onafhankelijke aanbieder
van gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg. De bank wil een deel van de
aandelen doorverkopen aan investeerders, aldus een woordvoerder. Volgens het
ANP bericht op 5 juli zal ABN AMRO wel een meerderheidsbelang houden in de
zorginstelling. Keith bakker,
woordvoeder voor Smith & Jones is zeer tevreden over de nieuwe
ontwikkelingen. De ABN AMRO is de beste partij voor overname van The Priory
Group. De ABN AMRO toont daarmee een enorm vertrouwen in onze partner en de
methodes die zij hanteren. Binnen achttien maanden willen wij ook een nieuwe
kliniek in Nederland openen. Door het vertrouwen van de ABN AMRO zullen meer
deuren opengaan voor de nieuwe behandelingsmogelijkheden die wij Nederlandse
patiënten kunnen bieden.
Contact:
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met: Smith& Jones addiction
consultants, Tel: 00-31-(0)20-4865464, mobile 06-20079182, info@smithandjones.nl, www.smithandjones.nl
Nieuw
onderzoek naar verband antidepressiva en zelfmoord -- 2 juli 2005 -- Het Nieuwsblad -- Er komt
een nieuw onderzoek naar het verband tussen het stijgend
aantal zelfmoorden en het toenemend gebruik van antidepressiva. Het Amerikaanse ministerie van Volksgezondheid begint in samenwerking met de
farmaceutische industrie aan een grondige studie. Er werden al verschillende
onderzoeken gedaan naar een mogelijk verband tussen medicatie tegen depressie
en zelfmoord. Tot nu toe hebben die nog geen uitsluitsel gegeven. Het nieuwe
onderzoek richt zich naar de zogenaamde SSRI-antidepressiva,
zoals Prozac. Ook een Belgisch
middel wordt onderzocht, Luvox, van Solvay
Pharma. In ons land heet
het Floxyfral. Deze geneesmiddelen pakken de
biologische oorzaak van depressie aan. De depressie is vaak een gevolg van een
tekort aan serotonine in de hersenen. Dat is een neurotransmitter, een stof die
een rol speelt bij het doorgeven van elektrische impulsen in de hersenen en die
ook een belangrijke invloed heeft op de stemming van het individu. Het
Amerikaanse onderzoek zal minstens een jaar duren omdat er vele testen met
grote variaties nodig zijn om uitsluitsel te kunnen geven. Bij Solvay weet men
nog niets van het Amerikaanse onderzoek, omdat Luvox al jaren niet meer wordt
verkocht in de Verenigde Staten. Bij het
ministerie van Volksgezondheid wacht men op het resultaat vooraleer maatregelen te nemen. ,,Er zijn al
lang geleden studies gemaakt over een mogelijk verband tussen bepaalde
antidepressiva en zelfmoord. Maar dat verband is moeilijk wetenschappelijk vast
te leggen. Iemand die lijdt aan een depressie, kan nu eenmaal
zelfmoordneigingen hebben. Maar we zijn ons van het mogelijke gevaar bewust.
Daarom zijn die antidepressiva enkel verkrijgbaar op doktersvoorschrift en
voeren we jaarlijks een campagne om het gebruik van antidepressiva te matigen.
Alle Europese landen volgen deze politiek. Maar natuurlijk zullen we die wijzigen
als de resultaten van het Amerikaans onderzoek dat nodig maken.''
'Groningse
protocol' nu landelijk aangenomen -- 1 juli 2005 -- Dagblad van het Noorden --
GRONINGEN - Het 'Groningse protocol' over de
actieve levensbeëindiging van ernstig zieke pasgeborenen is sinds deze week landelijk. De Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK) heeft het overgenomen. Dit zegt voorzitter E. Verhagen van de NVK-commissie Ethiek en
Recht. De landelijke
vereniging van kinderartsen en neonatologen heeft hiermee de wens uitgevoerd
van staatssecretaris Ross
(Volksgezondheid),
die vorig jaar stelde dat de beroepsgroep een protocol moest uitwerken. De NVK
hoopt nu dat het kabinet snel met een voorstel komt voor de invoering van een
landelijke toetsings- of adviescommissie om de artsen achteraf te controleren.
Op dit moment wordt dat in Groningen, waar het protocol is ontwikkeld, door het
openbaar ministerie gedaan. De uiteindelijke beslissing om wel of niet te
vervolgen wordt echter via het College van
procureurs-generaal
overgelaten aan minister Donner van
justitie, aldus Verhagen.
Het afgelopen jaar en het jaar daarvoor is dat vier keer gebeurd. In geen van
de gevallen leidde dit tot vervolging van de betreffende arts.
Artsen willen meer zekerheid
over permanente huidvullers -- 1 juli 2005 -- RIJSWIJK - De
plastisch chirurgen J. Hage en R. Karim pleiten er in
Medisch Contact van volgende week voor dat artsen die permanente huidvullers inbrengen bij
rimpels, plooien en littekens hun ervaringen delen. Er moet overeenstemming
komen over het toepassen ervan en ook een registratie van bijwerkingen. Daar is
nu nog te weinig duidelijkheid over. Genoemde artsen denken dat er op de
langere termijn gevolgen optreden als cellulitis, infecties, extra
kapselvorming en verplaatsing. Soms zullen de problemen moeilijk meer op te
lossen zijn. In Zwitserland mogen permanente vullers daarom voorlopig niet
worden gebruikt. Het is op dit moment erg eenvoudig een arts te vinden die de
middelen inspuit, als je maar een paar honderd euro te besteden hebt. Een
telefoontje naar een schoonheidssalon is vaak al genoeg: zo'n salon heeft nogal
eens een samenwerkingsverband met een cosmetisch arts. De meeste middelen zijn
nog niet zo lang in omloop. Het Amerikaanse Biopolymer en het Duitse PMS
bestaan echter al sinds 1960 en het Nederlandse Artecoll bestaat al ruim veertien
jaar. Rond de eeuwwisseling zijn er nog drie blijvende vullers bijgekomen op de
Nederlandse markt. Daarnaast zijn er nog wel vijftien semipermanente vullers
uit de periode 1981-2004.
Kwaliteit
jeugdzorg vaak onvoldoende – 29 juni 2005 –
Volkskrant -- AMSTERDAM - De kwaliteit van de jeugdzorg was in
2004 vaak onvoldoende. Dat blijkt uit het
jaarverslag van de Inspectie Jeugdzorg dat dinsdag is verschenen. De inspectie noemt drie
ernstige gevallen, waarin kinderen werden mishandeld en zelfs overleden. In die
gevallen schoot de hulp van jeugdzorg tekort. Hulpverleners gaan aan de slag
zonder dat helder is afgesproken wie welke hulp gaat bieden en welke problemen
moeten worden opgelost. Er wordt weinig planmatig gewerkt. Het kind en zijn
ouders weten daardoor vooraf niet wat er gaat gebeuren, schrijft de inspectie.
De activiteiten van de hulpverleners worden in de instelling zelden getoetst en
beoordeeld. Een systeem om de kwaliteit van de zorg te garanderen, ontbreekt
daardoor. Dat weegt vooral zwaar bij de gezinsvoogdij waar doorgaans sprake is
van complexe situaties. In die situaties is het noodzakelijk voortdurend in de
gaten te houden of het kind voldoende bescherming krijgt. De gezinsvoogden
hebben vaak onvoldoende regie over de hulpverlening en maken hun werk weinig
inzichtelijk en toetsbaar, vindt de inspectie. Het bureau jeugdzorg, het
provinciale ‘loket’ waar een kind met problemen als eerste terechtkomt, maakt
zijn rol als regisseur onvoldoende waar. Dat geldt in het bijzonder voor de
afdeling jeugdbescherming. Hoewel de inspectie erkent dat de situatie vorig
jaar is verbeterd, schiet de continuïteit van de hulpverlening nog altijd
tekort. Als de hulp wordt overgedragen aan een andere instantie, wordt niet
gecontroleerd of de verantwoordelijkheid ook echt is overgenomen. Ouders en
kinderen worden vaker dan voorheen betrokken bij de hulpverlening, stelt de
inspectie verheugd vast. Maar vervolgens is nergens vastgelegd wat er met die
inbreng is gebeurd. In haar voorwoord schrijft hoofdinspecteur Joke de Vries dat er in 2004 het een en ander is verbeterd. Zo beginnen
hulpverleners eraan te wennen dat ze duidelijke doelstellingen moeten
formuleren. De betrokken partijen weten daardoor beter wat er moet gebeuren en
wat er van ze wordt verwacht. Een minpunt is dan weer dat die doelen te laat
worden vastgesteld. Het algemene beeld is ‘minder positief’. Het ontbreekt aan
systematisch werken en de professionals worden vaak slecht gestuurd en
ondersteund. Ook blijkt nauwelijks dat de jeugdzorg rekening houdt met de
bemoeienis van andere instanties die met het kind te maken hebben, zoals de
school, de huisarts, en het consultatiebureau. ‘Individuele zaken als die van
Savanna hebben dit op een wel heel schrijnende manier duidelijk gemaakt’, aldus
de inspecteur.
Voorzitter
tuchtcollege: 'Huisarts schendt vaker beroepscode' – 29 juni 2005 – UTRECHT - Het
Regionaal Tuchtcollege in Eindhoven signaleert dat
artsen steeds vaker hun beroepsgeheim schenden of onjuiste verklaringen
afleggen. Het gaat vooral om echtscheidingszaken. De voorzitter van het
tuchtcollege, Huub van Griensven, zegt dat vandaag in het vakblad Medisch
Contact. Het Regionaal
Tuchtcollege in Eindhoven kreeg in 2004 22 klachten over 'onjuiste
verklaringen' en 20 over 'schendingen van het beroepsgeheim'. Het tuchtcollege
verklaart dit soort klachten steeds vaker gegrond. Artsen, zegt Van Griensven,
schenden hun beroepsgeheim uit betrokkenheid met hun patiënt. Maar ze moeten
het niet doen. ,,Ze geven een verklaring af op een gebied waarop zij niet
bevoegd zijn.'' Voor Medisch Contact selecteerde het tuchtcollege een paar
voorbeelden. Zo was er een moeder, verwikkeld in een scheiding, die de huisarts
had gevraagd om een verklaring af te leggen over de slechte invloed van de
vader op hun kind. De huisarts schreef dat het kind elke keer dat het bij zijn
vader was geweest 'opvallend seksueel getint gedrag' vertoonde. ,,Ik heb sterk
de indruk dat de contacten met zijn vader zeer negatief op E. inwerken. Het is
in het belang van E. dat er voorlopig geen omgangsregeling met zijn vader is.''
Toen de huisarts zich moest verantwoorden voor het tuchtcollege had hij
'vreselijke spijt', vooral omdat hij vermoedde dat de beschuldigingen van de
moeder niet klopten. Het tuchtcollege oordeelde dat de huisarts onzorgvuldig te
werk was gegaan en dat de medische verklaring niet objectief was. Hij kreeg een
waarschuwing. In een ander geval verwijst een huisarts een patiënt naar het
ziekenhuis wegens snelle geestelijke achteruitgang. De patiënt gaat de dag erna
naar de notaris om zijn testament aan te passen. Na zijn dood beginnen de
erfgenamen te procederen over de nalatenschap. Op hun verzoek schrijft de
huisarts een brief: ,,B. had ten tijde van de ziekenhuisopname onvoldoende
verstandelijke vermogens om beslissingen te nemen.'' Hij legt ook een
getuigenverklaring af bij de rechtbank. Het tuchtcollege geeft de arts een
waarschuwing omdat ,,een arts geen gegevens over een overleden patiënt aan
derden mag verstrekken, ook niet aan nabestaanden''. Van Griensven van het tuchtcollege zegt in Medisch Contact
dat artsen ,,niet zomaar op verzoeken in moeten gaan en bij rechtszaken
betrokken moeten raken''. Ook niet op verzoek van patiënten of advocaten.
Kinderen op intensive care
vaak ondervoed -- 27 juni 2005 --
Reformatorisch Dagblad -- AMSTERDAM – Kinderen op een
afdeling intensieve zorg krijgen vaak te weinig te eten. Dat komt, omdat artsen
doorgaans onbetrouwbare methodes gebruiken om de behoefte aan voedsel van een
ziek kind vast te stellen. Artsen moeten meer aandacht krijgen voor de voeding
van kinderen op zo’n afdeling. Dat vindt promovendus
M. van der Kuip.
Voor zijn proefschrift over energiegebruik van enstig zieke kinderen vroeg hij
Europese kinder-intensive cares naar hun voedingsbeleid. Slechts een op de zes van de 111 ziekenhuizen die
reageerden, gebruikte een apparaat waarmee redelijk betrouwbaar het
energiegebruik van de IC-patiëntjes kan worden vastgesteld. Dit gebeurt aan de
hand van een analyse van in- en uitgeademde lucht. Uit een studie van 46
kinderen die ernstig ziek waren of een zware ingreep hadden ondergaan, bleek
Van der Kuip dat ze pas aan het eind van de eerste week op de afdeling
intensieve zorg genoeg te eten kregen. Geopereerde kinderen kregen te weinig
voeding. Kinderen aan de beademing kregen via een infuus juist te veel, al is
deze groep veel kleiner.
De formules die de artsen gebruiken gaan uit van lichaamsgewicht, lengte,
geslacht en leeftijd. Deze bieden volgens Van der Kuip slechts een
„schijnveiligheid" als het erom gaat de juiste voeding vast te stellen. De
bloedsomloop heeft de hoogste prioriteit. „Voeding is een ondergeschoven
kindje", concludeert de promovendus. „Op een intensive care mag wel wat
agressiever gevoed worden". Ziekenhuizen geven echter de 30.000 euro die
het apparaat voor de ademanalyse, de zogeheten metabolemonitor, kost, liever
ergens anders aan uit. Met een goede voeding kunnen complicaties voorkomen
worden en kan een kind korter op een afdeling intensieve zorg doorbrengen.
Hoeveel korter, weet Van der Kuip niet, want daar is geen studie naar gedaan.
Over de voeding op Nederlandse intensive cares voor kinderen, kan Van der Kuip
niets zeggen, omdat de geënquêteerden anoniem bleven. Wel weet hij dat de in
Nederland meestal een metabole monitor gebruikt wordt. Van der Kuip promoveert woensdag
op zijn onderzoek aan de Vrije
Universiteit in Amsterdam.
De Tijdelijke Overbruggingsafdeling Amsterdam (TOA):
Ervaringen met grootstedelijke acute opnames -- Juni 2005 -- Tijdschrift voor Psychiatrie 47 (2005) 6, 383-389; W. Mulder, J. Dekker, C.M.T. Gijsbers van
Wijk -- De Tijdelijke Overbruggingsafdeling
is het voorportaal van de vijf gesloten opnameafdelingen in Amsterdam. Dit
artikel is een verslag van de voorlopige analyses van patiënt- en
opnamegegevens van de Tijdelijke Overbruggingsafdeling aan de hand van één jaar
prospectieve registratie (2002). Na oprichting van de Tijdelijke
Overbruggingsafdeling daalde het aantal gastplaatsingen, bij een stijgend
aantal inbewaringstellingen; de druk op de (separeercapaciteit van de) gesloten
afdelingen nam af; en de wachttijd in de politiecellen daalde aanzienlijk. Deze
cijfers suggereren dat de Tijdelijke Overbruggingsafdeling haar bufferfunctie
naar behoren vervult.
De acute opnameproblematiek in Amsterdam heeft in de afgelopen jaren regelmatig
de media en zelfs de populaire literatuur gehaald (Bakker
2003).
Het aantal inbewaringstellingen (ibs) in Amsterdam steeg van 180 in 1992 naar
612 in 2002 (Van der Post e.a. 2004). Steeds vaker verbleven verwarde personen
langdurig in een politiecel in afwachting van psychiatrische beoordeling en
opname. Onder het motto ‘geen gestoorden in de cel’ protesteerde de politie
tegen deze oneigenlijke zorgtaak. Vanwege capaciteitsgebrek plaatsten
Amsterdamse psychiatrische ziekenhuizen patiënten noodgedwongen buiten de regio
(gastplaatsingen). Dit leidde tot opnames ver van huis, kostbare (nachtelijke)
ambulanceritten, afname van continuïteit in de behandeling en een tanende
bereidheid in den lande om Amsterdamse gastplaatsingen te accepteren. Problemen
in de acute psychiatrie zijn niet uniek voor Nederland, en blijken ook
internationaal gekoppeld aan grotestedenproblematiek (Catalona e.a. 2003). Ook elders
zijn hiertoe psychiatrische eerstehulpvoorzieningen gecreëerd (Brooks e.a.
1992; Allen 1999). In Amsterdam besloten twee Amsterdamse ggz-instellingen (De
Meren en Mentrum) tot de oprichting van een gezamenlijke tussenvoorziening, in
samenwerking met de Forensische Observatie- en Begeleidingsafdeling (foba), en
later met de verslavingszorg (de Jellinek). Doel van deze voorziening was een
buffer te vormen voor de opvang van acute dwangopnames, om daarmee het verblijf
van patiënten in politiecellen te bekorten en het aantal gastplaatsingen terug
te dringen. Een nevendoel was om de druk op de separeercapaciteit van de
gesloten opnameafdelingen te verkleinen. Op grond van een gemiddelde van
ongeveer 600 ibs-en per jaar, werd berekend dat 8 bedden die niet langer dan 48
uren belegd dienden te zijn, voldoende capaciteit zouden bieden. Lees het hele
artikel door op bovenstaande link te klikken.
Nederland aan top in
gezondheidszorg -- 27 juni 2005
-- Nieuwsbrief Sneller
Beter
-- Volgens een enquête in 12 Europese
landen voldoet de Nederlandse gezondheidszorg het best aan verwachtingen van
consumenten. Nederland haalde in de vijf
onderzochte categorieën 48 punten op een totaal van 60 en kwam daarmee als
beste uit de bus, op de voet gevolgd door Zwitserland en Duitsland. Er werd ondermeer gekeken naar wetgeving op het gebied van patiëntenrechten, toegang tot
eigen medische gegevens, mortaliteit van borst- en dikkedarmkanker en de
frequentie van ziekenhuisinfecties. Minister Hoogervorst is blij met het resultaat van het
onderzoek. Hij vindt de index een goed initiatief omdat het nog eens de nadruk
legt op het belang van transparantie in de
zorg. Ook richt de
index zich op zaken die burgers van belang vinden, zoals de resultaten van de zorg,
aldus Hoogervorst. De nieuwe enquete,
de EuroHealth Consumer index, werd in Brussel gelanceerd tijdens de
Health Consumer Summit 2005. De index wordt samengesteld uit een combinatie van openbare
statistieken en onafhankelijk onderzoek door de denktank Health Consumer
Powerhouse in Brussel. Download: Rapport:
2005 EuroHealth Consumer Index
Prozac
vaak overbodig medicijn -- 25 juni 2005
-- NOVA / VARA -- In Nederland slikken zo'n 760
duizend mensen anti-depressiva. In verreweg de meeste gevallen is
dat onnodig, zegt de Franse psychiater
David Servan-Schreiber.
De klinisch psychiater, werkzaam in het Amerikaanse Pittsburgh en gespecialiseerd in stressbehandeling, schreef een succesvol boek over
zijn alternatieve behandelingen. Behandelingen die inmiddels wetenschappelijk
zijn beproefd en bewezen. Volgens Servan-Schreiber zijn middelen als Prozac de
melkkoe van de farmaceutische industrie en kunnen stress en depressiviteit met
ogenschijnlijk koddige behandelingen worden bestreden. Met oogtherapie bijvoorbeeld. In Frankrijk is Servan-Schreiber inmiddels een
fenomeen.
Ziekenhuispsychiatrie niet transparant – 24
juni 2005 – Medisch Contact -- Publicatie: Nr. 25 -- Auteur: P.B.M. Robben en W. Tietema
-- Pagina: 1071-74
- De
inspectie heeft onvoldoende zicht op de kwaliteit en de risico’s van de
ziekenhuispsychiatrie.
- Er is geen
multidisciplinair samen-hangend aanbod van alle GGZ-disciplines in het
ziekenhuis.
Inspectie
moet meer zicht krijgen op kwaliteit en risico’s
Complexe interactie tussen lichamelijke en psychische klachten:
visieontwikkeling:
Het hele artikel
kunt u lezen door op bovenstaande link te klikken.
‘Wij zijn gewone medisch specialisten’: NVvP-voorzitter
René Kahn over het herziene beroepsprofiel psychiater –
24 juni 2005 – Medisch Contact --
Publicatie: Nr. 25 -- Auteur: H. Maassen -- Pagina: 1068-70 -- In de jaren
zeventig zonderde de psychiatrie zich af van de rest van de geneeskunde. Daar
moeten we nu maar eens vanaf, vond de NVvP. In haar nieuwe beroepsprofiel wordt
de psychiater dan ook primair neergezet als arts. En zijn patiënt is ook echt
patiënt, en geen cliënt.
Tonnen geëist na lachgasdrama – 24
juni 2005 – Algemeen Dagblad -- Twee echtparen met mismaakt ter wereld
gekomen kinderen, eisen 'tonnen' schadevergoeding
van het Haagse Ziekenhuis Leyenburg. Ze menen dat het ziekenhuis schuldig is aan de handicaps
van hun kinderen. Uit onderzoek is gebleken dat de afwijkingen
hoogstwaarschijnlijk zijn ontstaan doordat de vrouwen in het begin van hun
zwangerschap hebben gewerkt met lachgas
op de afdeling verloskunde van het ziekenhuis. In een exclusief interview met het Algemeen Dagblad
vertellen de ouders over de strijd van hun kinderen tegen de dood, de operaties
en het onnodige leed dat hun kinderen en henzelf is aangedaan. ,,Al deze
ellende was niet nodig geweest. Een Amersfoortse advocaat heeft gisteren het HagaZiekenhuis, waar het Leyenburg deel van uitmaakt, namens deze ouders
aansprakelijk gesteld. ,,Uit onderzoek blijkt dat de risico's van lachgas al
sinds de jaren 80 bekend zijn. Het ziekenhuis wist of kon weten wat de gevaren
waren van lachgas. Bovendien zijn er in 1998 te hoge concentraties in de
verloskamers aangetroffen.
Zorgverzekeraar CZ pakt gesjoemel alternatieve genezers
aan –
20 juni 2005 – Telegraaf -- TILBURG -
Zorgverzekeraar CZ gaat geknoei met nota's door alternatieve genezers en hun
patiënten aanpakken. De nota's van een
centrum voor alternatieve geneeskunst in Noord-Brabant vergoedt CZ voorlopig helemaal niet
meer. Volgens de verzekeraar spanden behandelaars van het centrum bij nagenoeg
alle nota's samen met patiënten om behandelingen te declareren die niet zijn
verzekerd. Ze doen dit door de verrichtingen op
de rekening te zetten onder de noemer 'acupunctuurconsult'. CZ heeft tegen een
acupuncturist van het centrum een klacht ingediend bij zijn beroepsvereniging.
Reïncarnatieprogramma overtuigt niet -- 19 juni 2005 -- Telegraaf -- HILVERSUM - Sceptici hebben zich niet
laten overtuigen door het
KRO-televisieprogramma 'Wie was ik?', waarin deelnemers zich laten
terugvoeren naar een vermeend vorig leven. Dat blijkt uit het programma 'Wie
was ik, de discussie', dat de omroep zondagavond voorafgaand aan de laatste
aflevering van de achtdelige serie uitzendt. Het programma levert geen bewijs
voor de realiteit van reïncarnatie op, vinden sociobioloog Marcel Roele en wetenschapsfilosoof Herman de Regt. Het laat vooral zien "hoe
gemakkelijk mensen samenhangende verhalen construeren", aldus Roele.
"Je weet niet wat je allemaal nog weet uit je eigen leven, van wat je zelf
hebt meegemaakt, wat je op tv hebt gzien of in boeken gelezen, van fantasieën
die je hebt gehad in je kindertijd", zegt Roele. " Dat zit allemaal
ergens opgeslagen en kan gebruikt worden om een verhaal van een vorig leven te
construeren." In Wie was ik? brengt een regressietherapeut de
deelnemers in een lichte trance, waarna die vertellen wat ze uit een mogelijk
vorig leven voor zich zien. Vervolgens bezoekt programmamaker Derk Bolt met hen
plaatsen die ze beschrijven om de vermeende herinneringen te toetsen aan de
realiteit. Zo blijkt deelnemer Harrie, die zich een vorig leven als pianist in
Salzburg in de tijd van Mozart herinnert, goed de weg te weten in de stad waar
hij in zijn huidige leven nooit is geweest. Hij weet zelfs het café te vinden
waar hij boven zou hebben gewoond toen er nog chocolade werd gemaakt, hoewel
dat geen sporen meer draagt van de chocolaterie die er geweest is. De Regt is
niet verbluft door het verhaal. Het is volgens hem algemeen bekend dat Mozart
van chocolade hield en dat de lekkernij in zijn tijd populair was in Salzburg.
"Harrie heeft dit verhaal in zijn leven op talloze manieren tot zich
kunnen nemen." Regressietherapeute
Carine Vervelt ziet in het
verhaal van Harrie juist aanwijzingen voor de realiteit van vorige levens. De
wetenschap moet zich daar volgens haar meer voor openstellen. "Het blijft
op z'n minst verwonderlijk dat Harrie precies weet hoe hij in die stad moet
lopen en dat hij daar ook sensaties bij krijgt." De Regt, werkzaam aan de
Universiteit van Tilburg, die de KRO eerder al van " volksmennerij en
populisme" had beschuldigd, hekelt ook de suggestieve vragen van de
regressietherapeut. "In zo'n sessie zit voortdurend de suggestie dat je
een vorig leven hebt gehad en dat je daar herinneringen aan kunt hebben als je
maar goed je best doet." Daan van der Kleij, die in de laatste aflevering
centraal staat, zegt echter niets van sturing gemerkt te hebben.
Klinische blik van tbs-behandelaar onbetrouwbaar -- 19 juni 2005 -- PSY -- Bij het voorspellen
van de kans op recidive van ontslagen tbs-patiënten slaan clinici die afgaan op
hun inschatting van het effect van de behandeling, de plank meestal mis. Het
risico dat een tbs'er na behandeling opnieuw in de fout gaat, hangt vooral
samen met de situatie waarin hij of zij verkeerde bij opname in de kliniek. Met
die ontnuchterende constatering voedt onderzoeker
Martien Philipse
van de Nijmeegse Pompekliniek de scepsis over het vermogen van
clinici om een goede recidiveprognose te geven voor uitbehandelde patiënten.
Hij baseert zijn oordeel op een onderzoek onder 132 uitbehandelde patiënten in
zeven tbs-klinieken, die tussen 1996 en 1998 werden ontslagen. Na gemiddeld zeven jaar waren 26 van hen opnieuw voor een
soortgelijk delict veroordeeld. Om te kunnen beoordelen in hoeverre deze terugval had kunnen worden
voorzien, vroeg Philipse clinici in acht tbs-klinieken om aan te geven welke
gedragskenmerken van patiënten volgens hen bepalend zijn voor terugvalrisico. Resultaat was een lijst met 47 zogeheten dynamische
kenmerken, gedragskenmerken die vatbaar zijn voor behandeling. Confrontatie met
de gegevens van de 132 onderzochte patiënten maakte echter duidelijk dat deze
kenmerken geen enkele voorspellende waarde hadden voor het terugvalrisico. In
sommige gevallen waren de resultaten zelfs tegengesteld aan de verwachting van
de clinici. Zo bleken als empathisch ervaren patiënten niet minder
vaak, maar juist vaker te recidiveren. Bij zijn analyse van de data ontdekte Philipse wel een
duidelijke samenhang tussen de kans op recidive en een aantal 'statische',
onveranderbare gedragskenmerken van de ontslagen patiënten. Zowel het aantal malen dat patiënten gedurende de tbs
ongeoorloofd afwezig waren geweest als de aanwezigheid van een
persoonlijkheidsstoornis, gecombineerd met een verslaving bij opname bleek een
hoger risico op recidive met zich mee te brengen. De aanwezigheid van een
psychose bij opname maakte de kans op recidive juist lager. De grootste kans om
weer in de fout te gaan, lopen brandstichters. Ongeacht hun behandeling
recidiveren zij twee maal zoveel als plegers van gewelds- en zedendelicten. Hoewel hij de eerste is om te wijzen
op zwakke punten in zijn onderzoeksopzet, waarschuwt Philipse in het
proefschrift Predicting criminal recidivism voor de in de tbs-praktijk nog
steeds gangbare 'klinische blik' bij recidiveprognose. Zelfs ervaren clinici
zijn vermoedelijk niet in staat om op basis van klinische indrukken alleen,
feitelijke vooruitgang bij patiënten te onderscheiden van schijnaanpassing,
aldus Philipse, die deze maand in Nijmegen op zijn onderzoek promoveerde.
Hoewel hij een bijdrage denkt te hebben geleverd aan een betere
voorspelbaarheid van recidiverisico, waarschuwt de Nijmeegse psycholoog aan het
slot van zijn dissertatie voor te veel optimisme. 'Er zijn grenzen aan
voorspellingsmogelijkheden en het is niet uitgesloten dat die grenzen wat
betreft de forensisch psychiatrische delictrisicotaxatie bereikt zijn'. (Erik
Hardeman)
Wijziging dwangwet snel naar Kamer -- 19 juni 2005 -- PSY -- Minister Hoogervorst (Gezondheidszorg) wil haast maken met twee wijzigingen
in de wet Bopz die ertoe moeten leiden dat
psychiatrische patiënten makkelijker onder dwang behandeld kunnen worden. De
wetsvoorstellen om dwangbehandeling te vereenvoudigen zijn door de minister
naar de beroepsorganisaties van artsen, psychiaters en verpleegkundigen,
alsmede naar cliëntenorganisaties en rechtsprekende instanties gestuurd. Deze
organisaties moeten voor 1 juli hun mening geven over de voorstellen. Daarna
wil de minister de wetswijzigingen zo snel mogelijk aan de Tweede Kamer voorleggen. Het eerste wijzigingsvoorstel is een reactie
op de uitspraak van de Hoge Raad eind april 2005, waarin werd gesteld dat een
patiënt die met een voorwaardelijke machtiging buiten de kliniek mag verblijven
uitdrukkelijk moet instemmen met de behandeling die als voorwaarde wordt
gesteld. Deze uitspraak heeft voor veel onrust gezorgd bij ggz-instellingen.
Patiënten met weinig ziekte-inzicht zijn namelijk niet zo geneigd uitdrukkelijk
in te stemmen met bepaalde voorwaarden, maar in de praktijk houden zij zich er
wel redelijk aan, omdat anders de kans bestaat dat ze terug moeten naar de
kliniek. De wetswijziging moet meer recht doen aan deze praktijk. De tweede
wetswijziging regelt de verruiming van dwangbehandeling in de kliniek. Het
kabinet had al verschillende malen toegezegd dat er meer mogelijkheden moeten
komen voor gedwongen behandeling na een gedwongen opname. Met deze voorstellen
hoopt minister Hoogervorst de toenemende kritiek op de Bopz voorlopig te
pareren. Verwacht wordt dat de wetsvoorstellen in het najaar in de Tweede Kamer
behandeld zullen worden. (ML)
Inspectie tikt kliniek op vingers – 17 juni 2005 – Algemeen Dagblad -- DEN HAAG – De afslankpillen uit de schoonheidskliniek van Connie Breukhoven bevatten ephedra alkaloïden. Dat heeft
onderzoek van de Inspectie voor de Gezondheidszorg uitgewezen. Het gaat om een
extract van het kruid ephedra. Dit maakt de pillen tot een niet-regegistreerd
geneesmiddel.
Instituut voor victimologie van start -- 16 juni 2005 -- Nieuwsbrief Orde van de Dag --
Slachtoffers van delicten krijgen voor het eerst op een grootschalige manier
wetenschappelijke aandacht, nu aan de
Universiteit van Tilburg
dezer dagen een instituut
voor victimologie van start gaat. Bij het
onderzoekscentrum, Intervict genaamd, moeten over een half jaar al dertig wetenschappers werkzaam zijn.
Intervict is een internationaal en multidisciplinair instituut. Niet alleen slachtofferrechten komen aan bod, maar ook de psychologische kanten van slachtofferschap (van delicten, verkeersongevallen en
milieucriminaliteit) en de hulp aan
slachtoffers. Tot slot is er
aandacht voor vergoedingen voor letselschade. Wetenschappelijk directeur van
het instituut is Marc Groenhuijsen,
hoogleraar strafrecht aan de UvT. Twintig jaar geleden promoveerde hij op een studie over
schadevergoeding voor slachtoffers. Hij staat bekend als een expert op het
gebied van slachtofferrechten, herstelrecht en mediation. Frans Willem Winkel, voormalig hoogleraar Victimologie
wordt programmaleider psychologische victimologie. Hij zal zich richten op psychische
gevolgen van slachtofferschap, preventie en hulpverlening aan slachtoffers van
huiselijk geweld. Criminoloog Jan van
Dijk, eind jaren
negentig voorzitter van de World Society of Victimology, richt zijn onderzoek
op menselijke veiligheid in internationaal perspectief.
'Psychose en schizofrenie kan gevolg zijn van
kindermisbruik' -- 15 juni 2005
-- Trimbos-instituut via Nieuwsbank / Redactie Schizofrenie Bulletin / Ypsilon,
psychoseplein.nl -- ROTTERDAM - Traumatische
ervaringen uit de jeugd worden steeds vaker gezien als mogelijke oorzaak voor
het ontstaan van psychische problemen zoals schizofrenie op latere leeftijd. In
die zin kan schizofrenie als meer dan alleen een ziekte beschouwd worden. Dat
zeggen althans het Trimbos-instituut en de Universiteit Maastricht naar
aanleiding van de conferentie "Trauma and Psychosis" die ze gisteren
organiseerden. Onderzoeksresultaten die op de conferentie werden
gepresenteerd laten volgens hen zien dat schizofrenie ook een reactie is op
trauma, eenzaamheid en armoede. Kindermishandeling
en kindermisbruik lijken een biologische en psychologische kwetsbaarheid tot
gevolg te hebben voor de ontwikkeling van psychotische symptomen. Toch
wordt er nog te vaak vanuit gegaan dat dit minder relevant zou zijn bij
psychotische aandoeningen dan bij andere psychische aandoeningen, aldus het
Trimbos in een persbericht. Ten onrechte, want het ondergaan van misbruik en
mishandeling in de kindertijd lijkt nauw samen te hangen met de ontwikkeling van
psychotische klachten op latere leeftijd. Onderzoek wijst uit dat in de
levensloop van mensen met psychose opvallend vaak trauma voorkomt. `Van alle psychische aandoeningen ziet men
bij psychose de sterkste associatie met kindermisbruik en kindermishandeling.
Waarbij seksueel misbruik de sterkste voorspeller is van latere psychiatrische
symptomen. Routinematig vragen naar geweldservaringen bij patiënten met
psychotische aandoeningen kan dan ook bijdragen aan de herkenning van
slachtoffers van kindermishandeling en geweld`, aldus het Trimbos. Dat zou de
ontwikkeling van betere en meer effectieve behandelingen voor psychotische
volwassenen met een geschiedenis van mishandeling en of misbruik ten goede
komen. Het Schizofrenie Bulletin is
een service van Ypsilon, de vereniging voor familieleden van mensen met
schizofrenie of een psychose. Voor meer informatie: http://www.ypsilon.org/schizbul.htm
Vooraankondiging clientencongres "Praten over
seks!" – 12 juni 2005 –
Zetweb/Stichting “Leren is Leuk”/Ellen Suykerbuyk -- Een initiatief van de stichting
“Leren is leuk, voor mensen met een handicap”, georganiseerd en uitgevoerd door
“Bosch & Suykerbuyk Trainingscentrum”. Interactieve studiedag voor mensen
met een verstandelijke beperking door Ellen Suykerbuyk, Erik Bosch & enkele
sprekers met een verstandelijke beperking.
“Wat is seksuele voorlichting?”
Patiënten krijgen medicijnen na media-aandacht -- 10 juni 2005
– Telegraaf -- AMSTELVEEN
- Reclame, voorlichting en journalistieke aandacht voor medicijnen beïnvloeden
het voorschrijfgedrag van huisartsen. Het is voor een op de tien Nederlanders
aanleiding om naar de huisarts te gaan. Van hen krijgt 28 procent het middel
ook daadwerkelijk voorgeschreven. Dat blijkt uit een onderzoek van TNS NIPO en communicatiebureau Bennis Porter
Novelli onder 507
Nederlanders en 159 huisartsen. Vooral 55-plussers gaan vaker (17 procent) naar
de huisarts als ze iets in de media horen over een medicijn. Van de huisarten
is 30 procent positief en 28 procent ronduit negatief over het feit dat
patiënten met nieuws of reclame uit de media naar hen komen
Ongesteriliseerde naalden bij
operaties – 10 juni 2005 – Het Parool – ARNHEM – In diverse ziekenhuizen in Nederland zijn in april en mei bij operaties
in totaal 180 naalden gebruikt die acheraf niet bleken te zijn gesteriliseerd.
Dat kan infecties en complicaties veroorzaken. Bij leverancier Beldico blijkt een fout te zijn gemaakt.
Arts bepleit poldermodel voor uitzichtloze toestand -- 8 juni 2005 -- Telegraaf -- NIJMEGEN - Een
patiënt die in een vegetatieve toestand terechtkomt, is het meest gebaat bij
een tijdig en waardig einde, bijvoorbeeld door het staken van sondevoeding. De
arts voorkomt daarmee ook een uitzichtloze toestand voor de naaste familie,
wier lijden onbeschrijflijk is. Dat zegt verpleeghuisarts
J. Lavrijsen die donderdag aan de Radboud Universiteit in Nijmegen
promoveert op een onderzoek naar de behandeling van patiënten in vegetatieve toestand
in Nederlandse verpleeghuizen. Hij lanceert donderdag het begrip "medisch
poldermodel" voor de door hem bepleite werkwijze van zeer intensief
overleg tussen artsen en familie van de patient in een tijdig stadium. "Een vegetatieve toestand wil
zeggen dat een patiënt wel zijn ogen open heeft, maar verder op geen enkele
prikkel reageert. Dat is een andere conditie dan coma of verlaagd
bewustzijnsniveau. Naar die laatste groep gaan we vervolgonderzoek doen",
zegt Lavrijsen. "De vegetatieve toestand ontstaat naar mijn mening door
medisch handelen. Mensen komen na een zwaar ongeluk of herseninfarct in een
heel slechte conditie in het ziekenhuis terecht. Door medische technieken
blijven zij in leven, maar zonder uitzicht op contact. Vervolgens kunnen ze nog
jaren in die toestand blijven, terwijl hun bestaan uitzichtloos is en loodzwaar
voor de familie. Ik vind dat de behandelend arts de verantwoordelijkheid heeft
en moet nemen, om te besluiten de behandeling te staken, waarna een waardig en
pijnloos einde mogelijk is. Stoppen met sondevoeding is beslist geen
horrorscenario zoals wel eens wordt beweerd." In Nederland bevinden zich ongeveer dertig mensen in een
vegetatieve toestand. Het merendeel van hen is vrouw. Hun leeftijd ligt tussen
de 9 en 90 jaar. Gemiddeld blijven vegetatieve patiënten nog zes jaar in leven,
maar een van de dertig patiënten wordt al meer dan 20 jaar verzorgd. De mensen
sterven door complicaties zoals infecties. Lavrijsen heeft de cijfers als eerste in Nederland op een
rijtje gezet door alle verpleeghuisartsen te ondervragen. "Het totale
aantal is lager dan we dachten. Dat komt misschien door onze scherpe definitie
van vegetatieve toestand en doordat we dementen in hun laatste fase buiten dit
onderzoek hebben gehouden." Mensen die na behandeling in het ziekenhuis
niet meer bij bewustzijn komen, kunnen tegenwoordig meestal al vroeg terecht op
een schakelafdeling van een ziekenhuis, in afwachting van een plekje in een
verpleeghuis. De verpleeghuisarts heeft daar al de verantwoordelijkheid. "Ik
vind dat op die afdeling een zeer intensief contact met de naaste familie moet
worden onderhouden, waarbij de arts duidelijk maakt dat de vegetatieve toestand
uitzichtloos is. Hij moet hen begeleiden naar een juiste beslissing. Ik vind
zelfs dat de arts degene moet zijn, die uiteindelijk een knoop doorhakt over
leven of dood. Het gaat hier namelijk niet over euthanasie, maar over medisch
handelen." Het onderzoek van Lavrijsen is begonnen toen in Nederland in
het begin van de jaren negentig grote ophef ontstond over de voorgenomen
levensbeëindiging van Ineke Stinissen, een vegetatieve vrouw uit Haaksbergen.
Aan het eind van zijn onderzoek maakte Lavrijsen de commotie in de Verenigde
Staten rond de dood van Terry Schiavo mee. "Ik hoop dat mijn bevindingen ervoor
zorgen dat niet elke cultuur in de wereld zijn eigen Stinissen- of
Schiavo-dilemma moet doormaken. Want intensieve zorg moet het uitzichtloze
voorkomen en het zinvolle doen."
Huisartsen:
Het onterecht apart in rekening brengen van een verwijzing voor fysiotherapie.
Huisartsen:
In rekening brengen van extra consult voor oren uitspuiten door assistente.
Huisartsen:
Declareren 2x consult op dezelfde dag.
Huisartsen:
Declareren dubbel consult vanaf 10 minuten en herhalingsrecepten met korte
"geldigheid".
Huisartsen:
Verwijskaart tijdens consult als apart consult berekenen.
Huisartsen:
Declareren dubbel consult voor twee vragen korter dan 20 minuten.
Huisartsen:
Declareren ECG tijdens consult.
Huisartsen: Declareren
dubbel consult tussen 10 en 20 minuten.
Huisartsen:
Declareren dubbel consult voor twee klachten en duur 8 minuten.
Risicomanager als bewaker van veilige zorg --
7 juni 2005 -- IGZ
-- “Zorg in ziekenhuizen moet veiliger worden met de komst van
risicomanagers. Zij moeten onveilige situaties signaleren en daarop actie
ondernemen.” Ziekenhuizen moeten - naar Deens voorbeeld - bewuster omgaan met
risicomanagement. Zo zei Inspecteur-Generaal
Kingma tijdens zijn
toespraak op het
congres “Indicatoren van Veilige zorg”. Op het symposium staat patiëntveiligheid centraal. De
risicomanagers zijn geen bureaucraten van buitenaf, maar zorgverleners - zoals
artsen en verpleegkundigen - die zijn gespecialiseerd in het herkennen en
registreren van medische fouten. Hiervoor moeten speciale trainingen komen. De inspectie krijgt onvoldoende
meldingen van medische fouten. Op basis van de indicatoren krijgt de inspectie
inzicht op de kwaliteit van zorgverlening. Prestatie-indicatoren zijn meetbare
aspecten van de zorg die een aanwijzing geven over bijvoorbeeld de kwaliteit,
de veiligheid, de doelmatigheid en de toegankelijkheid van de zorg. Uit het
rapport “Het resultaat telt!” van eind mei, over de prestaties in ziekenhuizen
bleek al dat de verschillen tussen ziekenhuizen groot zijn. Het dilemma van de inspectie is dat ze op twee benen
hinkt. “Aan de ene kant repressie; optreden waar sprake is van onverantwoorde
zorg. Aan de andere kant wil de inspectie de best practices zichtbaar maken,
zodat andere ziekenhuizen zich daaraan kunnen optrekken”, aldus Kingma.
Ex-junk op de barricade tegen Jellinek en GGGD
– 6 juni 2005 – Telegraaf -- AMSTERDAM - De ex-heroïneverslaafde Keith Bakker gaat op de barricade tegen de
verslavingszorg. In 1997 wilde Bakker volgens eigen zeggen afkicken, maar in
plaats van de gewenste behandeling zou hij tegen zijn zin methadon en andere
verslavende middelen toegediend hebben gekregen. Bakker wil dat de rechter in
Amsterdam en de Inspectie voor de Volksgezondheid zich hierover uitspreken. Hij
gaat volgende week via de rechter om 1 euro schadevergoeding vragen van twee
zorgaanbieders, zegt hij. De euro moet komen van de GGGD en de Jellinek, de
instelling voor verslavingszorg en -preventie in Amsterdam en de Gooi- en
vechtstreek. Hier zou Bakker herhaaldelijk om detoxificatie en
onthoudingstherapie hebben gevraagd, maar tevergeefs. "De verslavingszorg
in Nederland heeft veel te bieden op het gebied van huisvesting, voedsel,
activiteiten, uitkeringen en gebruikersruimtes, maar simpelweg stoppen is hier
niet mogelijk", vindt Bakker, die zelf uiteindelijk ook zijn heil vond in
Engeland. "Het is eigenlijk een schending van de mensenrechten. Als je
eenmaal in het systeem zit, kom je er ook niet meer uit." Bakker was
betrokken bij de oprichting Smith & Jones Addiction Consultants in
Amsterdam, een bureau dat volgens Bakker mensen van hun verslaving afhelpt door
ze te verwijzen naar speciale klinieken, vooral in het Verenigd Koninkrijk.
"Het is particulier, maar we hebben een methode ontwikkeld om ook mensen
te helpen die een particuliere behandeling niet kunnen betalen."
Nederland en België in de ban
van gedichten van verstandelijk gehandicapten – 1
juni 2005 – persbericht -- Het Poëziegala
in Concertzaal Vredenburg te Utrecht op 26 mei was een groot succes. Hoogtepunt
was de aanbieding door Freek de Jonge aan Dichter des Vaderlands Driek van
Wissen van het eerste exemplaar van de bundel Blijf nog even. 166 gedichten
van mensen met een verstandelijke handicap over liefde, vriendschap en familie.
De bundel laat zien hoe verstandelijk gehandicapten denken en dichten over
de eeuwige thema’s als liefde of geen liefde, leven en dood. Nadat in het 6-uur journaal van 26 mei door de nieuwslezer van dienst uit de
bundel werd voorgelezen, na een reportage over de dichters in 2-Vandaag, na aandacht van het radio-1 journaal en het programma Spijkers met Koppen en na de uitzending
van een korte spot in het STER-cultuurblok werden samensteller Cees van der Pluijm, non-profituitgeverij De
Stiel en de organiserende Stichting AGO overspoeld met positieve reacties en vragen. Inmiddels
ligt het boek bij tal van boekhandels en wordt het via het Centraal Boekhuis
aan de detailhandel geleverd. Ook op internet is er ruim aandacht voor de
bundel. De verstandelijk gehandicapten die in deze bundel publiceren zijn
veelal via workshops Taalvorming aan het schrijven geraakt. Ze communiceren zo
op een unieke manier, ze ontwikkelen hun taalvermogen, ze worden zelfstandiger,
mondiger en zelfverzekerder. Dat waren ook de uitkomsten van een groot
onderzoek dat de Stichting AGO uitvoerde onder instellingen waar workshops
werden gegeven met de speciaal voor deze doelgroep ontwikkelde methodiek. Het
Poëziegala in Vredenburg werd bijgewoond door ruim 1300 verstandelijk
gehandicapten. Er waren optredens van o.a. Liesbeth List, Mathilde Santing,
Freek de Jonge, Driek van Wissen, Antonie Kamerling en Lenette van Dongen.
Laatstgenoemde presenteerde er de cd-single met het lied “Moeder” een tekst uit
de bundel Blijf nog even op muziek
van Frans Ehlhart. Ook voor deze single blijkt bij radio en tv grote
belangstelling te zijn.
Voor
informatie over het hele project: www.hetgedicht.nl
Non-profituitgeverij
De Stiel www.de-stiel.demon.nl
Psychiatrie: Patiënten dwingen tot behandeling
– 1 juni 2005 – Trouw -- Het moet mogelijk worden voor rechters om psychiatrisch patiënten die zelf niet door hebben dat ze
ziek zijn, buiten een kliniek tot behandeling te dwingen. De wet staat dit nu
nog niet toe, maar de ministers Hoogervorst (volksgezondheid) en zijn collega
Donner (justitie) willen de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische
ziekenhuizen hiervoor aanpassen. Ze hebben dit gisteren aan betrokken instellingen
geschreven. Aanleiding voor de aanpassing is een oordeel van de Hoge Raad van
eind april. De raad stelde dat een rechter alleen een voorwaardelijke
machtiging tot behandeling mag afgeven als de patiënt inziet dat dit
noodzakelijk is. Nu staat in de wet dat de rechter kan bepalen dat een patiënt
gedwongen wordt opgenomen, als hij zich niet aan bepaalde voorwaarden houdt. In
de meeste gevallen bestaan die voorwaarden uit het gebruik van medicijnen
waarmee bijvoorbeeld een psychose onder controle kan worden gehouden. Volgens
de Hoge Raad mag een rechter dit echter alleen opleggen als de patiënt uitdrukkelijk
heeft ingestemd met die voorwaarden. De ministers Hoogervorst en Donner willen
die uitdrukkelijke toestemming nu juist uit de wet verwijderen. De
bewindslieden willen verder de mogelijkheden tot dwangbehandeling voor mensen
in een inrichting verruimen. Nu kunnen patiënten alleen gedwongen worden
behandeld als er sprake is van acuut gevaar voor de patiënt of anderen binnen
de inrichting. Hoogervorst wil dwangbehandeling ook mogelijk maken als
redelijkerwijs aan te nemen valt dat het gevaar op grond waarvan de patiënt in
het ziekenhuis moet verblijven niet binnen een redelijke termijn kan worden
weggenomen. De ministers willen voor 1 juli van de betrokken instellingen horen
wat zij van de wetswijzigingen vinden. De
vereniging voor familieleden van schizofrenen en mensen met een psychose,
Ypsilon, heeft al eerder
laten weten dat de rechter wils onbekwame schizofrenen moet kunnen dwingen tot
behandeling. Een schizofreen kan aan het begin van een behandeling zelf niet
goed inschatten of hij ziek is, dus moet een ander dat voor hem doen, stelde voorzitter B. Stavenuiter van Ypsilon eind april. Pas als de patiënt door
medicatie is opgeknapt, is hij zelf in staat om te oordelen over zijn verdere
behandeling.
Reken dansend met 'ontucht'-trauma
af – 30 mei 2005 -- Algemeen Dagblad -- Mannen die ooit seksueel zijn misbruikt, hebben hun trauma vaak diep
weggestopt. Ze houden mensen op afstand. Vluchten in hun werk en hebben zo een eigen
overlevingsmechanisme gecreëerd. Maar het trauma is niet weg. Danstherapeut Zvika Frank laat hen in het
Delta Psychiatrisch Ziekenhuis dansen om hun trauma's te verwerken. Waarom dansen als therapie? ,,Omdat
het een manier van therapie is die op het lichaam is gericht. Ik heb gemerkt
dat er mannen bij mij komen die zeggen: ik heb het seksueel misbruik verwerkt.
Maar dan hebben ze het alleen rationeel verwerkt. En dat is niet genoeg. Als je
misbruikt bent, moet je lichaam dat ook verwerken. Want het lichaam heeft het
ondergaan. Dus het lichaam moet bij de verwerking betrokken worden.'' Dat
klinkt op het eerste gezicht wat vreemd. Je
zou verwachten dat een trauma toch vooral in het hoofd zit. ,,Het zit in
allebei. In het hoofd en in het lichaam. Het lichaam raakt geblokkeerd. Een
heel simpel voorbeeld: veel misbruikte mannen ademen heel hoog. Omdat ze dan
minder voelen. Dat soort blokkades kom je in het lichaam tegen. En die moeten
er dus uit. Het lichaam moet weer gaan leven. Ik zeg altijd: 80 procent van
onze communicatie is non-verbaal. Dat geeft aan hoe belangrijk je lichaam is;
hoe belangrijk het is om te weten wat je doet en te weten wat je uitstraalt.''
En wat zie je dan, als die mannen een eerste keer met u komen dansen? ,,Een
heleboel. Je ziet een man die de hele tijd achter zich kijkt of er niemand
achter hem aan komt. Of je ziet een man de hele tijd langs de muren bewegen,
omdat dat veiliger aanvoelt. Een andere man schrikt enorm op het moment dat een
andere danser dicht bij hem in de buurt komt. Of deinst terug als hij zelf bij
iemand in de buurt komt. Dat soort dingen observeer ik. En daarover gaan we dan
daarna praten. We doen elke week vijf kwartier aan dansen en aansluitend praten
we vijf kwartier over wat dat heeft losgemaakt. Dat is de transactionele
analyse, waarin we gevoelens, gedachten en gedrag beter kunnen plaatsen. Alles wat tijdens het dansen los
komt, gaan we in het tweede deel ordenen. Dat doe ik samen met Truda Henselmans, waarmee ik samen de opleiding voor transactionele
analyse heb gedaan.'' Is de dans dan vooral een middel voor de therapeuten om
de blokkades te lokaliseren of is het dansen ook echt heilzaam voor de mannen
zelf? ,,De mannen bereiken écht iets door te dansen. Het gaat erom dat ze
blokkades doorbreken. In het begin zijn ze voorzichtig en terughoudend, maar op
den duur vergeten ze heel even de controle, en dan gebeurt er iets. Dan komen
de gevoelens los. En daar gaan we dan vervolgens op in.'' Toch lijkt het een
methode met een forse drempel. Veel niet-getraumatiseerde mannen hebben al
moeite om simpelweg op stijldansen te gaan. ,,Er zijn inderdaad mannen bij die
nooit, nooit, nóóit hebben gedanst. Die noemen zichzelf ook houterig. Als ze
dansen, doen ze eigenlijk meer gymnastiek. Ze vinden het moeilijk. Mannen voetballen,
vrouwen dansen, zie ik ze dan denken. Maar ik leg ook altijd uit: het gaat niet
om de dans zelf, maar om hoe je je lichaam gebruikt. Wat je doet, hoe je
beweegt. Dat gaan we bekijken en analyseren. Het gaat niet om het leren van
pasjes. Een patiënt van mij vertelde ooit in een interview: 'Je moet niet
denken dat we meteen de tango dansen. Als ik alleen mijn wenkbrauw bewoog, was
het voor mij allang dansen. En als ik de tweede keer mijn pink heb bewogen, was
het ook al heel veel.' Dat is precies wat ik hen eigenlijk leer. Ik leer niet
om te performen. Wees jezelf; daar gaat het om. Van daaruit kan ik zien wat er
gebeurt.'' Het klinkt onschuldig, maar de
gevolgen kunnen ingrijpend zijn. Sommige deelnemers moeten tijdelijk worden
opgenomen. ,,Dat gebeurt, incidenteel. Mensen met een trauma hebben geleerd dat
trauma ergens te parkeren. Als je daaraan komt, valt hun hele
overlevingsmechanisme in elkaar. Ik vergelijk het wel eens met een legpuzzel.
Als je een paar stukjes verkeerd legt, krijg je ze er met wat kracht heus wel
in gedrukt. Maar het plaatje klopt dan niet meer. Die stukjes haal ik er weer
uit, om ze goed neer te leggen. Soms stort iemand dan helemaal in, en is het
nodig om hem een weekje, of twee weken in het ziekenhuis op te nemen. Dat kan
dan. Ik geef bij de intake al aan dat zoiets kan gebeuren. En dan vraag ik de
mannen ook of ze bereid zijn zo ver te gaan.'' U heeft de afgelopen paar jaar drie groepen van acht
mannen behandeld. Dat is niet zo heel veel. ,,Het is zeker niet zo dat de
deelnemers binnenstromen. Een jaar of
twee geleden bleek uit een onderzoek van stichting TransAct dat 15 procent van
de bevolking ooit is misbruikt. En van die 15 procent is één op de drie een
man. Toch krijg ik maar met heel veel moeite een groep van acht mannen vol,
terwijl vrouwengroepen makkelijk gevuld raken. Dan vragen wij ons af: waar
blijven de mannen? Ik weet het wel, want ik werk ook in de verslavingszorg.
Veel mannen vluchten in verslavingen.'' En dat terwijl u hiermee op aandringen van een paar
misbruikte mannen bent begonnen. ,,Klopt. Ik werk nu 21 jaar in het Delta
ziekenhuis, maar pas de laatste paar jaar met misbruikte mannen. Ik ben
begonnen met bejaarden. Daarna behandelde ik mensen met verschillende
ziektebeelden, zoals angststoornissen en depressies. En toen heb ik een tijd
met misbruikte vrouwen gewerkt. Tot ik in 1990 een man sprak. Ik vertelde hem
wat ik deed en hij zei: ,,Dan kun je mij ook helpen.'' Kort daarop ging ik twee
maanden stage lopen in New York en daar heeft een man mij de hele nacht zitten
vertellen over hoe hij was misbruikt door zijn stiefvader. Toen dacht ik:
Zvika, word wakker, er is in deze wereld iets gaande wat je niet weet. En ik
dacht: Dit wordt mijn missie. Ik ga me specialiseren op mannen die misbruikt
zijn. Er was toen heel weinig bekend over deze categorie patiënten. Ik moest er
zelf een methode voor ontwikkelen.'' Wat mogen mannen van uw methode
verwachten? Komen ze van hun trauma af? ,,Ik zeg altijd: zo'n trauma is een
dichte wond. Die maak ik open en dan laat ik de puss eruit, maar het zal altijd
een litteken blijven. Je blijft het altijd meedragen. Maar de bedoeling is wel
om het verleden echt af te sluiten. Dat doen we zelfs met een ritueel. Helemaal
aan het eind van het jaar krijgt iedereen één dagdeel voor een eigen ritueel.
Al die mannen hebben een fantasie over hoe ze hun dader zouden willen afmaken.
Die fantasieën geven we hier de ruimte. Een man heeft hier een keer een
levensgrote pop gemaakt en opgehangen en verbrand. Een ander heeft bepaalde
spullen begraven en daar vervolgens een struik geplant, om nieuw leven te
symboliseren. Weer iemand anders heeft ballonnen vastgehouden en losgelaten.
Een man die was misbruikt door een blinde, heeft een braille-machine begraven.
Allemaal met de bedoeling om het echt af te ronden. Littekens blijven, maar je
verwerkt het wel.'' Voor meer
informatie: Delta MFC Spijkenisse: 0181 – 65 56 00.
Wet Maatschappelijke Ondersteuning ingediend bij de
Tweede Kamer – 30 mei 2005 -- Persbericht
MinVWS -- De Wet Maatschappelijk Ondersteuning
(Wmo) is ingediend bij
de Tweede Kamer. Het doel van de Wmo is zoveel mogelijk mensen te laten meedoen
in de samenleving. Gemeenten krijgen bijvoorbeeld de taak sociale samenhang te
bevorderen, mantelzorg te ondersteunen en voorzieningen aan te bieden voor
mensen met een beperking, zoals huishoudelijke hulp. Staatssecretaris Ross van Volksgezondheid, Welzijn en
Sport wil de wet op 1 juli 2006 invoeren, hierbij volgt de staatssecretaris het advies
van de Raad van State. Gemeenten worden met de Wmo
verantwoordelijk voor het organiseren van de lokale maatschappelijke
ondersteuning. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om sociale activering,
ondersteunen van mantelzorg en voorlichtingsloketten. De Wmo legt de
verantwoordelijkheid voor die participatie bij burgers, bedrijven en
maatschappelijke organisaties. De gemeente is verantwoordelijk voor een
voorzieningenaanbod dat burgers in staat stelt om mee te doen in de
maatschappij en elkaar daarbij te helpen. In
de Wmo gaan de Welzijswet, de Wet voorzieningen gehandicapten en delen van de
AWBZ op. Op dit moment
zijn er nog teveel verschillende regels voor verschillende voorzieningen. Met
de Wmo kunnen gemeenten al die regelingen bij één loket onderbrengen.
Jeugdzorg wil eigen tuchtrecht invoeren
– 30 mei 2005 – Telegraaf -- UTRECHT - Binnen de jeugdzorg gaan
stemmen op om tuchtrechtspraak in te voeren, die de eigen beroepsgroep
controleert en sanctioneert. Gevallen waarin het misgaat, worden dan voorgelegd
aan de eigen rechter. Die toetst volgens de gangbare en wenselijke maatstaven
van de jeugdzorg. De landelijke
branchecommissie Bureaus Jeugdzorg (MO-groep) krijgt veel signalen van de bureaus Jeugdzorg om
tuchtrecht te bewerkstelligen, meldde een woordvoerster van de MO-Groep
maandag. Aanleiding hiervoor is de dood van de Alphense peuter Savanna, die
door haar moeder en diens vriend zodanig zou zijn mishandeld en verwaarloosd
dat ze overleed. Maandag begon de rechtszaak tegen beiden. Het Openbaar
Ministerie heeft een onderzoek ingesteld naar de gezinsvoogd die voor het gezin
werkzaam was, om te beoordelen of ze laakbaar heeft gehandeld. Ook andere
beroepsgroepen zoals medisch beroepsbeoefenaren en advocaten hebben een eigen
rechter. Overigens kan het OM toch nog in actie komen als de wet is overtreden.
Ex-psychiatrisch
patiënt opleiden tot hulpverlener -- 26 mei 2005
– Verpleegkundenieuws -- In september start in Haarlem de tweejarige opleiding ‘begeleider
in de GGZ met ervaringsdeskundigheid niveau 4’. Deze opleiding is voor
ex-psychiatrisch patiënten, die worden opgeleid tot woon- en
activiteitenbegeleider in de psychiatrie. In Rotterdam is deze opleiding, die
twee jaar duurt en bestaat uit werken en leren, vorig jaar begonnen. Volgens
Marianne Bassant, opleidingsmanager van het ROC Zadkine in Rotterdam hebben
veel instellingen belangstelling getoond om iemand met deze opleiding in dienst
te nemen. “Het personeel van de psychiatrische instelling reageert heel
verschillend. Sommige afdelingen hebben onze stagiaires heel enthousiast
ontvangen en anderen zijn sceptisch. We begeleiden de cursisten intensief.
Vooral omdat de confrontatie met bepaalde situaties, waar iemand voorheen zelf
in heeft gezeten, best heftig kan zijn. Van tevoren hebben we een intakegesprek
met potentiële deelnemers waarin we voorlichting geven en waarin we vragen naar
iemands motieven”, vertelt Bassant.
Misbruik bij voorschrijven via internet voorkomen
-- 26 mei 2005 -- Nieuwsbrief Artsennet --
De IGZ maakt zich zorgen over het feit dat patiënten hun medicijnen steeds
vaker via internet bestellen, zonder eerst gezien te
zijn door een arts. Artsenorganistatie KNMG heeft dit jaar richtlijnen
opgesteld om de risico’s bij voorschrijven via internet zoveel mogelijk te
beperken. Volgens de IGZ gaan deze echter niet ver genoeg: voorschrijven via
internet moet beperkt blijven binnen de bestaande arts-patiëntrelatie. In een
begeleidende brief aan de Tweede Kamer schrijft minister Hoogervorst dat
e-consult een belangrijke bijdrage kan leveren aan een efficiënte en
servicegerichte zorgverlening. “Ik wil wel blijven waken voor misbruik”, aldus
de minister. Hij ziet de richtlijnen van de KNMG als een belangrijke
randvoorwaarde om ook in het online contact verantwoorde zorg te kunnen
leveren.
Omgaan met depressie -- 26 mei 2005 -- Nieuwsbank / Protestantse Kerk in Nederland -- Op maandag 30 mei vindt in De Hezenberg in
Hattem een studiemiddag over depressie plaats voor allen die actief zijn in het pastoraat.
Aan dit mini-symposium, georganiseerd door het
Protestants Landelijk Dienstencentrum en De Hezenberg, wordt meegewerkt door o.a. prof. J.J. Rebel en mw. drs.E. Tilanus (namens de werkgroep Pastoraat in de
Gezondheidszorg), psychiater F.
Gimbrère en therapeut en pastor drs H. Menkveld. Aanleiding voor de middag is het verschijnen van
een nieuwe Handreiking voor het pastoraat, getiteld 'Luisteren naar fluisteren,
pastoraat aan mensen met een depressie'. Aan pastoraal werker, ouderling en
predikant biedt deze brochure goede, ter zake doende handreikingen om
gemeenteleden met een depressie adequaat te begeleiden. De middag vindt plaats
op maandag 30 mei van 13.00 tot 16.00 uur in De Hezenberg, Hezenberg 6 te
Hattem, tel. (038) 444 52 51. Deelname aan dit mini-symposium kost EUR 20,-.
Opgave via pastoraalcentrum@hezenberg.nl (of telefonisch: (038) 444 52 51 / (030) 880 18 70).
Kinder- en jeugdpsychiater in een justitiële
jeugdinrichting -- 26 mei 2005 -- Nieuwsbrief Medisch Contact nr. 21 -- 'Verdriet komt wel
als ik twintig ben’: De inspectie luidde de alarmbel over de psychiatrische
zorg in jeugdgevangenissen. Philip Teepe, kinder- en jeugdpsychiater in een
justitiële jeugdinrichting, toont de praktijk. Hij behandelt ontspoorde
jongeren. Forensisch kinder- en jeugdpsychiater
Philip Teepe werkt met jongeren
die vastzitten in een justitiële jeugdinrichting. Hij behandelt jongens en
meisjes die iemand hebben neergestoken of die juist tegen zichzelf in bescherming
moeten worden genomen. In tegenstelling tot de
Inspectie voor de Gezondheidszorg vindt hij dat het met de psychiatrische zorg in de
jeugdgevangenissen prima is gesteld. Via bovenstaande link kunt u het hele
artikel lezen.
Vakanties op maat voor GGZ-cliënten -- 26 mei 2005 – Nederlands Dagblad -- BUNNIK - ,,Voor gezonde mensen staat 'vakantie' tegenover 'werk'. Voor mensen met ernstige psychiatrische problemen staat 'vakantie' tegenover 'therapie'. Of tegenover 'overleven'.'' Onderzoekster dr. Jeanette Pols van het Trimbos-instituut presenteerde gisteren de resultaten van een verkennend onderzoek naar de rol die vakantie speelt voor mensen die psychische problemen hebben. Voor haar staat als een paal boven water dat mensen die met psychiatrische moeite kampen, vakantie nodig hebben. Pols: ,,Vakantie is voor deze categorie een vorm van rehabilitatie. Ze deden het vroeger ook. En als ze nu wéér op vakantie kunnen, is dat een teken dat ze op de goede weg zijn, een stuk herstel van het 'gewone leven', een stap in het herstelproces.'' Voor mensen met een lichamelijke handicap zijn vakantiemogelijkheden er al langer, denk bijvoorbeeld aan een organisatie als de Zonnebloem. Voor cliënten in de geestelijke gezondheidszorg waren die mogelijkheden er tot nu toe echter nauwelijks. Een van de weinige organisaties die zich in Nederland hiermee wél bezighoudt, is Radar Reizen. Het Trimbos-instituut heeft het onderzoek uitgevoerd in opdracht van de Stichting Radar, waaronder Radar Reizen valt. De non-profitorganisatie uit Zutphen biedt een echte reisbrochure aan, met reisbestemmingen in binnen- en buitenland, en er worden tientallen reizen per jaar georganiseerd. Toch is de reisorganisatie nauwelijks bekend. ,,Ja, dat is ons probleem'', zegt manager Erik van Beek. ,,We willen dat graag gaan veranderen.'' Radar Reizen is ook een teken van verdere professionalisering, vult voorzitter drs. Hugo Kuyper van de Raad van Bestuur van de organisatie aan. ,,Het is een lange ontwikkeling geweest: van het 'afdelingsuitje' naar Radar Reizen.'' In 2004 gingen 249 GGZ-cliënten met Radar Reizen op vakantie; 138 mensen gingen mee met dagtochten van Radar. Deze dagtochten en vakanties worden begeleid door vrijwilligers en psychiatrische verpleegkundigen. Zij bieden ondersteuning op maat. De studie van Pols is een stap verder in die professionalisering. Zelf heeft ze voor haar onderzoek een paar reizen meegemaakt en ze is ervan overtuigd dat vakantie goed is voor deze categorie. Je kunt je afvragen, zegt ze, of daarvoor een eigen reisorganisatie nodig is. Toch wel, vindt ze. ,,Een 'gewone' reis durven ze niet aan, zeggen veel mensen die ik het gevraagd heb. Dan vragen andere reisgenoten steeds wat voor pillen ze allemaal halen uit die grote doos die ze bij zich hebben. En zij balen ervan als ze op de vraag 'waar werk je?' moeten antwoorden: in de sociale werkplaats. Dus is het voor velen van hen: vakantie met Radar of geen vakantie.'' De deelnemers vinden een vakantie-onder-elkaar vooral fijn, zegt Pols, omdat ze dan ,,op de groep kunnen meedeinen'' en ,,nieuwe verhalen voor het thuisfront hebbben''. Pols: ,,Onderschat niet wat dat laatste doet voor hun gevoel van eigenwaarde. Zíj hebben iets nieuws te vertellen. Ze kunnen foto's laten zien! Ik heb een paar reizen meegemaakt, maar tjonge, ik heb vakantiegangers nog nooit zóveel ansichtkaartjes zien schrijven. En cadeautjes zien kopen voor thuis.'' En nog iets, zegt Pols: al die tijd zijn de mantelzorgers even ontlast. Meer informatie: www.radar-reizen.nl
Seksueel misbruik:
het misbruikverleden, risicovol seksueel gedrag en SOAs: de impact van leeftijd
op misbruik --
Geheimhoudingsplicht
in nieuwe zorgwet slecht geregeld – 25 mei 2005 – Telegraaf
-- DEN HAAG - Niet alleen de huisartsen, ook de specialisten,
verpleeghuisartsen en andere doktoren vinden dat de privacy van verzekerden
niet genoeg beschermd wordt in de nieuwe zorgverzekeringswet. Dat blijkt uit
een brief die artsenorganisatie KNMG woensdag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Volgens de KNMG schort er nog meer aan de
wet. Zo vreest de organisatie een versnippering van de huisartsenzorg, omdat de
wet niet garandeert dat deze door huisartsen aangeboden hoeft te worden. Ze
zijn ertegen dat minister Hoogervorst (Volksgezondheid) een bezoek aan de
specialist ook zonder doorverwijzing door de huisarts mogelijk wil maken. De
artsen wijzen ook op de mogelijkheid dat door de nieuwe wet de vrije
artsenkeuze in het geding komt. Zorgverzekeraars
hoeven straks niet meer met elke arts een contract aan te gaan. Dit zou kunnen betekenen dat een
bezoek aan de specialist zonder contract voor bepaalde patiënten te duur wordt,
stellen de medici. Verder pleiten ze voor een financieel vangnet voor mensen
die niet of niet voldoende verzekerd zijn. Donderdag
praat de Tweede Kamer over de zorgverzekeringswet.
Geen PGB meer voor activerende
begeleiding bij psychiatrische problemen -- 25 mei 2005
– Schizofrenie
Bulletin / Ypsilon,
bron: Per Saldo -- DEN HAAG - Vanaf 1 januari
2007 is het niet meer mogelijk
om een persoonsgebonden budget te krijgen voor de zogeheten activerende
begeleiding bij psychiatrische problemen. Dat blijkt uit een brief die minister Hoogervorst deze week aan de
Tweede Kamer heeft gestuurd.
Activerende begeleiding is de beleidsterm voor gerichte hulp die bijdraagt aan
het herstel van de patient, zoals casemanagement, het oefenen van sociale
vaardigheden of het bezoek aan een dagactiviteitencentrum. De maatregel treft duizenden budgethouders, onder wie
volwassenen met psychiatrische problemen en ouders van kinderen met
psychiatrische problemen. Per Saldo, de vereniging van budgethouders roept de Tweede Kamer op om de
plannen van minister Hoogervorst niet te accepteren. Als de plannen van
minister Hoogervorst doorgaan, wordt activerende begeleiding bij psychiatrische
problemen straks niet meer vergoed vanuit de AWBZ, maar vanuit de nieuwe
Zorgverzekeringswet. Die nieuwe Zorgverzekeringswet kent geen persoonsgebonden
budget. De Zorgverzekeringswet gaat al op 1 januari 2006 van start. Maar het
duurt nog een jaar voordat de GGZ-zorg in die nieuwe wet wordt ondergebracht.
Minister Hoogervorst wil dan alle verpleging, activerende begeleiding en
behandeling van mensen met psychiatrische problemen overhevelen naar de nieuwe
wet. Budgethouders kunnen in het plan van de minister vanaf 1 januari 2007 wel
gebruik maken van een zogenoemd 'restitutiesysteem' in de nieuwe
Zorgverzekeringswet. Ze moeten dan een zorgverzekeraar uitzoeken die zo'n
restitutiesysteem aanbiedt als alternatief voor zorg in natura via een
instelling. Het staat volgens Per Saldo echter vrijwel vast dat je met het
restitutiesysteem niet op dezelfde manier activerende begeleiding kunt inkopen
als nu met het persoonsgebonden budget. Hoogstwaarschijnlijk mag men alleen
begeleiding inkopen bij een erkende zorgaanbieder of GGZ-instelling. "Dat
zou betekenen dat het onmogelijk wordt om nog activerende begeleiding in te
kopen bij particuliere of vrij gevestigde begeleiders. Ook is het dan niet
langer mogelijk om als ouders je kind tegen betaling intensief te
begeleiden." Wat er allemaal wel en niet kan, zal opnieuw afhangen van de
polisvoorwaarden die de zorgverzekeraars straks hanteren. Per Saldo toont zich erg ongerust over de ontwikkelingen
en noemt het restitutiesysteem in de nieuwe Zorgverzekeringswet geen volwaardig
alternatief voor het huidige persoonsgebonden budget in de AWBZ.
"Bovendien levert de overgang veel onduidelijkheid en rompslomp op".
Veel volwassenen en kinderen met psychiatrische problemen krijgen niet alleen
activerende begeleiding, maar ook ondersteunende begeleiding, waar weer een
andere regeling voor geldt. De budgethoudersorganisatie roept de
Tweede Kamer dan ook op om de plannen van minister Hoogervorst niet te
accepteren. Het Schizofrenie Bulletin is een service van
Ypsilon, de vereniging voor familieleden van mensen met schizofrenie of een
psychose. Voor meer informatie: http://www.ypsilon.org/schizbul.htm
Huisartsen
vragen patiënten om kort geding -- 24 mei 2005 –
Volkskrant -- AMSTERDAM - Tientallen huisartsen hebben de landelijke patiëntenfederatie NPCF gevraagd een kort geding aan te
spannen tegen hun collega’s, om daarmee de driedaagse staking die woensdag
begint, te verhinderen. De NPCF stapt nog niet naar de rechter, om het conflict
niet te laten escaleren. Maar als er ongelukken gebeuren of er volgen nieuwe
stakingen, dan volgt onmiddellijk een kort geding tegen de huisartsenorganisatie LHV. Volgens het onderzoeksbureau Nivel sluit 68 procent
van de praktijken woensdag de deuren, vooral in de grote steden. De patiëntenorganisatie acht de staking onrechtmatig,
omdat de rechter in het verleden heeft uitgesproken dat artsenacties niet
langer dan twee dagen mogen duren en niet vlak voor een weekeinde mogen
plaatsvinden. Om de verstoorde
verhoudingen te herstellen, wil de Tweede Kamer dat een commissie van wijze
mensen wordt ingesteld. Een eerder voorstel daartoe van het PvdA-kamerlid Arib wordt sinds maandag gesteund door het CDA en heeft
daarmee een meerderheid. Minister Hoogervorst
van Volksgezondheid
probeert de kou uit de lucht te halen door de instelling van een
arbitragecommissie waaraan huisartsen en zorgverzekeraars hun conflicten over
de honorering kunnen voorleggen.
Misbruik
kind forse kostenpost – 24 mei 2005 -- Nederlands Dagblad -- DEN HAAG - Kindermishandeling kost de
Nederlandse samenleving jaarlijks minstens één miljard euro, zo blijkt uit
nieuw onderzoek. Hoogleraar
kindermishandeling Herman Baartman vindt het geoorloofd om de slachtoffers te tonen als een
forse kostenpost. ,,Misschien loopt de politiek wat harder nu ze weet welk
prijskaartje aan alle ellende hangt.'' Het is nog een voorzichtige becijfering,
de 965 miljoen euro per jaar die de maatschappij kwijt is aan de gevolgen van
kindermishandeling. Jaarlijks worden tussen de 50.000 en 80.000 kinderen in
Nederland het slachtoffer van mishandeling. ,,Maar dat zijn alleen de
slachtoffertjes die bekend zijn bij instanties als de kinderbescherming, jeugdzorg
en huisartsen'', zegt Baartman, hoogleraar aan de Vrije Universiteit in
Amsterdam. Pleegzorg: De berekening is uitgevoerd door Willem Jan Meerding, als gezondheidseconoom verbonden aan
het Erasmus Universitair Medisch Centrum in Rotterdam. Bijna de helft van de één miljard
euro gaat op aan directe zorg bij kindermishandeling. ,,Denk aan het oplappen
van de kinderen bij de huisarts of in het ziekenhuis, maar ook aan pleegzorg.
Dat kost jaarlijks honderden miljoenen euro's'', zegt Baartman. Nog veel meer
geld gaat op aan de indirecte schade, die zich vaak pas jaren later openbaart.
Slachtoffers van kindermishandeling blijven hun hele leven relatief 'duur': ze
belanden eerder in de criminaliteit, hebben vaker speciaal onderwijs nodig en
ze behoeven ook op latere leeftijd nog vaak extra gezondheidszorg. ,,Vooral de
behoefte aan psychische zorg kan op latere leeftijd opeens enorm toenemen'',
zegt Baartman. In landen als de VS, Australië en Canada hebben onderzoekers
eerder al de kosten van kindermishandeling becijferd. ,,In sommige andere
landen valt de schade gemidddeld nog veel hoger uit. Maar wij hebben met opzet
gekozen voor een voorzichtige becijfering. Vooral de jeugdhulpverlening,
politie, onderwijs en pleegzorg zijn waarschijnlijk nog veel meer geld kwijt
aan de gevolgen van kindermishandeling dan wat we tot nu toe hebben kunnen
achterhalen'', zegt econoom Meerding. Prijskaartje:
Baartman erkent
dat de berekening van de financiële maatschappelijke schade van
kindermishandeling nogal kil overkomt. ,,De eerste keer denk je: moet het nou
over die boeg? Maar we leven nu eenmaal in een samenleving die geweldig
zakelijk is geworden.'' Volgens Baartman is het juist daarom goed om een
'prijskaartje' aan het fenomeen kindermishandeling te hangen. ,,Dit onderzoek
toont aan dat het driedubbel loont nog meer te investeren in het voorkomen van
geweld tegen kinderen'', aldus Baartman. ,,Want geld dat je in de aanpak van
kindermishandeling investeert, verdien je op termijn terug. Minder speciaal
onderwijs, minder politie-inzet, minder psychische zorg. En minder
slachtoffers. Want uiteindelijk weegt het leed van de kinderen natuurlijk wel
zwaarder dan de kosten die ermee gemoeid zijn.''
Master
ethiek voor verpleegkundigen – 23 mei 2005 –
Verpleegkundenieuws -- De theologische
faculteit Tilburg start in september een mastersopleiding zorg, ethiek en
beleid die toegankelijk is voor verpleegkundigen. Ook andere hbo’ers en wo’ers uit de gezondheidszorg
kunnen de opleiding volgen. Deelnemers moeten eerst een jaar lang een
schakelprogramma volgen. Daarna komt de echte opleiding die anderhalf jaar
duurt. Beide programma’s zijn in deeltijd. Volgens een woordvoerder van de
faculteit is er vanuit zorginstellingen behoefte aan een dergelijke opleiding.
De opleiding kent drie speerpunten:
zielzorg, ethiek van de zorg en de psychologische dimensies van (religieuze)
zingeving in de zorg.
Afgestudeerden van de opleiding kunnen aan de slag als geestelijk verzorger,
consulent ethiek of consulent religie en gezondheid. Deze functies zijn nog
tamelijk onbekend in de zorg. Op 21 mei was er een voorlichtingsbijeenkomst in
Tilburg.
Persoonlijkheidsstoornissen mogelijk behandelbaar
-- Jaarboek 2004
Nationale Monitor Geestelijke Gezondheid -- 23 mei 2005 -- Mensen met persoonlijkheidsstoornissen werden lange tijd
gezien als onbehandelbaar. Sinds kort bestaan er voor enkele
psychotherapeutische behandelingen aanwijzingen dat ze werken voor
persoonlijkheidsstoornissen. Dat geldt vooral voor de cognitieve gedragstherapie bij de antisociale
persoonlijkheidsstoornis, en dialectische gedragstherapie bij de borderline
persoonlijkheidsstoornis.
Dit blijkt uit het Jaarboek 2004
van de Nationale Monitor Geestelijke Gezondheid van het Trimbos-instituut, dat door de minister van VWS is
aangeboden aan de Tweede Kamer. Het Jaarboek beschrijft helder en beknopt de
meest recente stand van zaken rond een aantal psychische stoornissen. Naast de
borderline stoornis en de antisociale persoonlijkheidsstoornissen wordt in het
Jaarboek 2004 van de NMG ook uitgebreid aandacht besteed aan de autismespectrum stoornissen, de
posttraumatische stress-stoornis (PTSS) en de specifieke fobie. De antisociale persoonlijkheidsstoornis (ASP) komt vooral
voor bij mannen tussen 20 en 40 jaar. Zij tonen in hun gedrag een diepgaand
gebrek aan achting voor de rechten van anderen, en zijn onverschillig voor de
gevolgen van hun vaak gewelddadig gedrag. Er is een duidelijk verband met
criminaliteit. Van de gedetineerden in Nederlandse gevangenissen lijdt meer dan
de helft aan ASP. Belangrijkste doel van de behandelingen is het aanleren van
woedebeheersing. Er zijn inmiddels enkele cognitief-gedragstherapeutische
methoden ontwikkeld waarmee de agressie daadwerkelijk vermindert. Over de
effecten van medicijnen bij mensen met ASP is nog niet zo veel met zekerheid te
zeggen. In Nederland lijden naar schatting 100.000 mensen aan de borderline
persoonlijkheidsstoornis (BPS). Deze stoornis komt bij mannen en vrouwen
evenveel voor. Mensen met BPS zijn grillig in hun relaties, zelfbeeld, en
emoties. Ze zijn daarnaast erg impulsief, wat zich kan uiten in
suïcide-pogingen. Uiteindelijk overlijdt 1 op de 10 mensen met BPS door
zelfdoding. De dialectische gedragstherapie is een gestructureerde vorm van
cognitieve gedragstherapie. Deze interventie blijkt te leiden tot een
vermindering van suïcidaal gedrag. De Nationale Monitor Geestelijke Gezondheid
is ontstaan op initiatief van het ministerie van VWS en voorziet beleidsmakers
en professionals in de gezondheidszorg van actuele, betrouwbare
wetenschappelijke informatie over de geestelijke volksgezondheid en de
geestelijke gezondheidszorg. Het is een instrument om de kwaliteit van de
geestelijke gezondheidszorg in Nederland te verbeteren. De NMG wordt
gecoördineerd door het Trimbos-instituut, en ondersteund door een
Wetenschappelijke Raad onder voorzitterschap van prof. dr. Paul Schnabel. De
teksten van het Jaarboek 2004 staan - evenals die van de eerdere jaarboeken
(met aandacht voor onder meer schizofrenie, depressie, ADHD en dementie) - op
de website van het Trimbos-instituut www.trimbos.nl
, onder de knop Psychische stoornissen;
informatie voor professionals. Nationale Monitor Geestelijke Gezondheid. Jaarboek 2004. Dr. C. Schoemaker, prof dr. C. de Ruiter.
Uitgave: Trimbos-instituut. Utrecht 2004. Te bestellen via
www.trimbos.nl/producten of via 030-2971180, bestelnummer AF 0556, prijs 20
Euro.
Inspectie waarschuwt huisartsen -- 23 mei 2005 – huisartsvandaag.nl -- De
Inspectie waarschuwt huisartsen i.v.m. de acties: huisartsen worden bij
onverantwoorde zorg persoonlijk aangesproken, antwoordapparaat met verwijzing
naar SEH en 112 is onvoldoende. Brief IGZ: “Nu de acties een feit zijn, wil de
inspectie zich tot de individuele huisartsen richten. Vorige week is de voorzitter van de Landelijke
Huisartsen Vereniging door een brief van de Inspectie voor de Gezondheidszorg gewezen op de
risico’s van mogelijke acties met betrekking tot het leveren van verantwoorde
zorg. De huisartsen hebben kenbaar gemaakt te willen overgaan tot stakingen die
een publieksonvriendelijk’ karakter zullen hebben. De inspectie is geen partij
in het conflict dat aan de voorgenomen acties ten grondslag ligt. De inspectie
toetst ten behoeve van de burger wel of eventuele acties gevaar kunnen
opleveren voor de volksgezondheid. Als huisarts bent u krachtens de Wet BIG gehouden om
verantwoorde zorg te leveren. Het waarborgen van de kwaliteit van de
continuïteit van zorg is daar nadrukkelijk onderdeel van. Conform artikel 40
lid 1 van de Wet BIG dient u als beroepsbeoefenaar uw beroeps-uitoefening op
zodanige wijze te organiseren, dat een en ander leidt of rederlijkerwijze moet
leiden tot verantwoorde zorg. Dit houdt in dat de continuïteit van
huisartsenzorg aan uw patiënten gewaarborgd moet zijn. U kunt daarbij niet
volstaan met het sluiten van de praktijk zonder nadere maatregelen of onder
verwijzing naar het telefoonnummer 112 of de afdeling spoedeisende hulp (SEH)
van een ziekenhuis. De ambulancediensten en de SEH-afdelingen kunnen de
gevolgen van extra druk tijdens de acties aan de inspectie kenbaar maken op
telefoonnummer 070 – 340 70 80. Ook door huisartsen kunnen problemen ten
gevolge van de acties gemeld worden op dit telefoonnummer. De inspectie zal
daarbij oog hebben voor consequenties voor patiënten. De Inspectie voor de
Gezondheidszorg beschermt en bevordert de gezondheid van burgers door toezicht
op de volksgezondheid en de gezondheidszorg. De inspectie wijst u er met klem
op dat indien zij constateert dat in uw praktijk sprake is van onverantwoorde
zorg als gevolg van de acties, u hierop als individuele beroepsbeoefenaar zult
worden aangesproken. De inspectie verzoekt u hiervan goede nota te nemen.
Hoogachtend, De Inspecteur-Generaal voor de Gezondheidszorg”
Bezorgde
burgers doen oproep aan artsen en Hoogervorst -- 23 mei 2005 -- Volkskrant --
TILBURG - Een groep bezorgde burgers is onder de noemer ‘een gezond gebaar’ met een actie begonnen om ontevreden huisartsen en
minister Hoogervorst van Volksgezondheid dichter bij elkaar te krijgen. De
groep, die een handtekeningenactie is begonnen, stelde maandag dat zowel de
artsen als de overheid en de burgers het slachtoffer van de situatie zijn. ‘De
huisartsen hebben besloten om vanaf woensdag te gaan staken’, aldus het burgerinitiatief
‘een gezond gebaar’. ‘We zijn ongerust over de manier waarop dit conflict
beslecht wordt en roepen op tot dialoog. Iedereen verdient immers een betere
behandeling. De burger die de huisarts hard nodig heeft voor hulp en advies. De
huisartsen die erkenning en waardering verdienen voor hun inzet voor patiënten.
En de minister die een kans wil krijgen de zorg te moderniseren. Met deze
machtsstrijd verliest iedereen en gaat onze goede gezondheidszorg naar de
knoppen.’ Een groep bezorgde mensen in Delft en omgeving heeft het initiatief
opgezet. Inmiddels heeft het Regionaal
Patiënten Consumenten Platform Midden-Brabant zich erbij aangesloten. Op de website www.eengezondgebaar.nl
kunnen mensen een petitie ondertekenen die aan
zowel de huisartsen als aan minister Hoogervorst zal worden overhandigd. Tussen
zaterdag en maandagmiddag hebben ongeveer 140 mensen het verzoekschrift
getekend.
Symposium
Indicatoren van Veilige Zorg – 23 mei 2005 –
Red. MdH -- Op 7 juni a.s organiseert de Inspectie voor de Gezondheidszorg het tweede symposium Patiëntveiligheid in De Doelen te Rotterdam. De Inspecteur-Generaal voor de Gezondheidszorg, prof. dr.
J.H. Kingma, zal de opening
en inleiding van dit symposium verzorgen. Tijdens het symposium zullen zes
parallelle sessies plaatsvinden. Tijdens de sessies komen de navolgende thema’s
aan bod: 1) Indicatoren voor ziekenhuizen; openbaar maken of intern houden?, 2)
Gefixeerd op veiligheid; dwang en drang als risico-indicator voor falende
zorg, 3) Vóórkomen van ondervoeding
vraagt om een helder beleid, 4) Suïcide als risico-indicator, 5)
Medicatiegebruik in de zorg; vol risico of alleen risicovol? en 6) Workshop
analyse van incidenten; (op)vallen en opstaan. Keynote speakers zijn prof.
David Cousins, National Patient Safety Agency (Engeland) en de heer Jørgen
Hansen, National Board of Health (Denemarken). Onderstaand treft u informatie
aan over de lezingen van de keynote speakers en over de inhoud van de
verschillende sessies.
0800-Meldlijn
voor klachten in de UK: Van klacht naar oplossing
Prof. David
Cousins, Engeland, National Patient Safety Agency
Blame free
reporting in Denemarken:
Van theorie naar praktijk
Jørgen
Hansen, Denemarken, National Board of Health
Sessie 1: Indicatoren
voor ziekenhuizen
Sessie 2: Gefixeerd op
veiligheid
Sessie 3: Vóórkomen van
ondervoeding vraagt om een helder beleid
Sessie 4: Suïcide als
risico-indicator
Sessie 5: Medicatiegebruik
in de zorg
- Is
geautomatiseerde distributie een oplossing of leidt dit slechts tot
schijnzekerheid?
- Zijn fouten
in de geneesmiddelentoediening geen indicator van falende zorg?
Sessie 6: Workshop
analyse van incidenten: (op)vallen en opstaan
Moderator
sessie: mw. ir. C. Huygelen, Projectmedewerker Curatieve Somatische
Gezondheidszorg.
Patiënten
stellen dokters ultimatum -- 21 mei 2005 -- Trouw -- Het conflict rond de aangekondigde
huisartsenstaking verhardt. Patiëntenverenigingen
stellen een ultimatum en bereiden een kort geding voor. Uit een peiling van Medisch Contact bleek gisteren dat bijna driekwart van de ruim 4500 huisartsenpraktijken
wil meedoen aan de stakingsactie. Het artsenblad liet onderzoeksinstituut Nivel 263 huisartsenpraktijken bellen. De federatie van
patiënten en consumenten NPCF heeft de actieleiding gisteren gesommeerd inzage
te geven in de draaiboeken. De NPCF valt vooral over de lange duur van de
staking. Door het op de driedaagse staking aansluitende weekeinde, zijn de
artsen volgende week vijf dagen onbereikbaar. Vanwege die lange duur is het
volgens de NPCF de vraag of de actie rechtmatig is. Volgens een woordvoerster
van de NPCF mag iedereen staken, ook huisartsen. ,,Maar hun stakingen moeten
wel aan bepaalde juridische criteria voldoen. Daarover liggen er rechterlijke
uitspraken na eerdere stakingen van huisartsen en specialisten. De criteria
gaan onder meer over de duur van de acties. De voorgenomen drie stakingsdagen
sluiten aan op een weekeinde, zodat patiënten in feite vijf dagen achter elkaar
niet terecht zullen kunnen bij hun eigen huisarts. Dat is wel erg lang.'' De
NPCF eiste gisteren dat de Landelijke
Huisartsen Vereniging
inzage geeft in de actiedraaiboeken. Volgens een NPCF-woordvoerster zal op
basis daarvan worden beoordeeld of de voorgenomen acties aan de juridische
voorwaarden voldoen. Weigert de LHV, dan stappen de patiënten naar de rechter.
De NPCF wil er ook op toezien dat de patiënten goed worden geïnformeerd. ,,Een
huisarts kan wel een antwoordapparaat inschakelen, maar de ervaring leert dat
de huisartsentelefoon roodgloeiend zal staan en daardoor onbereikbaar is. In
een stad als Amsterdam kunnen bovendien veel patiënten een Nederlandstalig
bandje niet verstaan.'' De LHV zegt dat de acties voldoen aan de regels. De zorgverzekeraars hebben de huisartsenstaking eerder onverantwoord genoemd.
De koepelorganisatie Zorgverzekeraars Nederland zal pas weer reageren na een
overleg in de Tweede Kamer volgende week. De actie van de huisartsen is gericht
tegen het voornemen van minister Hoogervorst van volksgezondheid om de
financiering van hun praktijken voor een deel afhankelijk te maken van hun prestaties.
Praktijken met veel 'moeilijke' patiënten zullen meer geld krijgen dan andere.
De verdeelsleutel ligt in handen van de verzekeraars. De Maastrichtse hoogleraar gezondheidseconomie W. Groot vindt dat huisartsen 'zich gedragen
als prima donna's'. ,,Het is nooit genoeg.'' Volgens hem maken de huisartsen
zich vooral druk om hun eigen portemonnee, ondanks nobele verhalen.
Alternatieve
arts ‘niet verbieden’ -- 21 mei 2005 -- Volkskrant -- AMSTERDAM - Het is zinloos alternatieve
genezers wettelijk te verbieden een medische diagnose te stellen. Zo’n verbod
is niet te handhaven en helpt dus niet om het aantal slachtoffers van
alternatieven te verlagen. Dit schrijft de
Raad voor Volksgezondheid en Zorg (RVZ) in een vrijdag uitgebracht advies aan minister Hoogervorst van Volksgezondheid. Die had om zo’n verbod gevraagd
naar aanleiding van de dood van de tv-ster Sylvia Millecam, die stierf aan
borstkanker. Haar alternatieve behandelaars bestreden deze diagnose die door
reguliere artsen was gesteld. Volgens de RVZ is het begrip medische diagnose
moeilijk af te bakenen. De drogist die vaststelt dat zijn klant een koortslip
heeft en hem een zalfje meegeeft, stelt ook een medische diagnose, maar geen mens
wil die drogist voor de rechter slepen, stelt de raad vast. Het is onbekend hoeveel mensen het slachtoffer worden van
fouten door alternatieve genezers. Daarom pleit de raad voor onderzoek
daarnaar.
Aantal
gokverslaafden neemt opnieuw toe – 21 mei 2005 – De Telegraaf -- HOUTEN - Het aantal gokverslaafden dat
hulp zoekt, is voor het tweede jaar op rij toegenomen. In 2004 steeg het aantal
met 8 procent, aldus de Stichting
Informatievoorziening Zorg (SIVZ) zaterdag. De stichting komt tot die conclusie op basis van
voorlopige cijfers. In 2003 was voor het eerst sinds jaren een toename van 7
procent te zien. Of daadwerkelijk sprake is van een trend is volgens een
woordvoerder van de SIVZ onduidelijk. Het kan zijn dat meer mensen hulp zoeken,
het kan ook zijn dat meer mensen verslaafd raken aan gokspelletjes. Naar schatting vragen jaarlijks ongeveer 3000 mensen om
hulp. Dat is echter
niet het totale aantal gokverslaafden in Nederland, omdat niet iedereen hulp
zoekt. Halverwege de jaren negentig zochten ongeveer 7000 mensen per jaar hulp
voor hun gokproblemen. Daarna daalde dat aantal naar ongeveer 2500, aldus de
woordvoerder.
Autist
vaak slachtoffer kennistekort -- 20 mei 2005 -- Volkskrant -- AMSTERDAM - Mensen met een autistische
stoornis, hun ouders of partners lopen aan tegen een groot gebrek aan kennis over die aandoening in de samenleving. Daardoor wordt de diagnose vaak
laat gesteld en is die weinig specifiek. De begeleiding naar adequaat
onderwijs, zorg, werk en huisvesting is matig tot slecht. Dit blijkt uit een
grootschalige enquête onder mensen met autisme en hun ouders. ‘Buiten de boot’
van stichting de Ombudsman en de Nederlandse Vereniging voor Autisme, dat
donderdag in Den Haag werd gepresenteerd, werden ruim drieduizend mensen met
autisme, hun ouders en partners uitgebreid geënquêteerd. Gemiddeld bleek de
diagnose op 9-jarige leeftijd te worden gesteld. Dat is aan de late kant,
waardoor veel kinderen er lang over doen voor ze een geschikte plek op school
hebben gevonden. In het rapport zegt een vader: ‘Het duurde twee jaar voordat
we eindelijk de diagnose Asperger hadden. Al die tijd is onze zoon
niet naar school gegaan.’ In Nederland blijkt het vaakst de diagnose PDD-NOS te worden gesteld, wat eigenlijk niet veel meer wil
zeggen dan dat er een vorm van autisme is geconstateerd, maar dat deze niet is
gespecificeerd. Mede daardoor blijkt goede medicatie en geschikte zorgverlening
moeilijk. Veel ouders hebben het gevoel dat er slecht naar hen geluisterd
wordt. Ouders voelen zich vaak van het kastje naar de muur gestuurd, en zijn
onzeker over de toekomst. Ze hebben veel behoefte aan meer begeleiding bij het
vinden van de goede zorgvoorzieningen en financiële regelingen. De onderzoekers vinden dat de kennis over autisme beter
moet worden verzameld en beschikbaar moet worden gemaakt. Met name
zorgverleners en leerkrachten moeten beter op de hoogte worden gebracht. In de
opleidingen voor psychiatrie, psychologie, orthopedagogiek, maatschappelijk
werk en op de lerarenopleidingen moet er meer aandacht aan worden besteed. Er zou meer capaciteit moeten komen
voor speciaal onderwijs op het havo- en vwo-niveau, om te voorkomen dat
kinderen vastlopen en thuis komen te zitten met gedragsproblemen als gevolg van
autisme in combinatie met een hoog IQ. Meer mogelijkheden voor logeeropvang kan
de ouders ontlasten, waardoor zij de zorg voor hun kinderen de rest van de tijd
beter aankunnen.
Child Sex Abuse Affects Both
Genders Long Term –
19
mei 2005 -- Fox News Channel – Bron:
Dube, S. American Journal of Preventive Medicine, June 2005; vol 28: pp
430-438. News release, Health Behavior News Service -- Men and women may
suffer nearly equally from the long-term effects of childhood sexual abuse.
Although most research on the consequences of childhood sexual abuse has
focused on female survivors, a new study suggests that men who were the victims
of sexual abuse as children may suffer from similar issues. Researchers found the impact of childhood sexual abuse on
the risk later in life of health and social problems was similar for both men
and women. These problems include drug and alcohol abuse, mental illness, and
marital difficulties.
The results of the study appear in the June issue of the American Journal of
Preventive Medicine. Results of Survey on Childhood
Sexual Abuse: In the study,
researchers surveyed more than 17,000 adults who belonged to an HMO in
California. The participants were asked about their history of childhood sexual
abuse as well as current health and social problems. In the survey, 25 percent of females and 16 percent of males reported
experiencing childhood sexual abuse. When asked about the
gender of the perpetrators, women reported that men committed the abuse 94
percent of the time. But men reported that the abusers were nearly equally
divided among men and women, with women accounting for 40 percent of the
perpetrators. The survey also
asked the participants if the childhood sexual abuse involved intercourse or
inappropriate touching only. Researchers found that the risk of lasting
negative effects was slightly higher for both men and women if the abuse
included attempted or completed intercourse. Lasting
Impact of Sexual Abuse: Previous
studies in women have shown that childhood sexual abuse increases the risk of
mental health problems as well as social problems, and this study confirmed
that men share that risk. The study showed that a history of attempted suicide
was more than twice as likely among both male and female victims of childhood
sexual abuse compared with others. In addition, sexually abused adults of both
genders had a 40% greater risk of marrying an alcoholic and they were 40-50
percent more likely to report current problems in their marriage. Lees ook de samenvatting van het dit onderzoek: ‘Long-Term
Consequences of Childhood Sexual Abuse by Gender of Victim’. U treft het stuk
op deze pagina aan, gedateerd 13 mei 2005.
Patiëntenverenigingen
willen gedragscode voor sponsorgeld – 19 mei 2005 -- Patiëntenorganisaties gaan een
gedragscode opstellen voor de omgang met sponsors als de farmaceutische
industrie. Dit jaar nog moet de code klaar zijn. Nog niet een op de vijf
patiëntenorganisaties heeft een eigen beleid voor sponsoring door het
bedrijfsleven, blijkt uit een peiling onder 150 verenigingen. De enquête werd
uitgevoerd door DGV, Instituut voor verantwoord medicijngebruik.
De farmaceutische industrie draagt gemiddeld 8 procent
bij aan de begroting van organisaties die zich laten sponsoren. Maar DGV vond
ook een uitschieter: een vereniging die 60 procent van het budget van de
industrie ontvangt. Gisteren presenteerde het instituut de uitkomsten in Den
Bosch en kreeg er stevige kritiek op het onderzoek. Volgens
patiëntenorganisaties is er geen bewijs gevonden dat sponsors onaanvaardbare
invloed uitoefenen. Niettemin willen de verenigingen een gedragscode. In
februari meldde Trouw na onderzoek dat de farmaceutische industrie veel geld
steekt in sponsoring van patiëntengroepen. Een mediacampagne van het Astma
Fonds voor de longaandoening COPD werd voor een groot deel gefinancierd door
producenten van middelen tegen astma en COPD. De Stichting Bloedlink, voor
patiënten met erfelijke hart- en vaatziekten, kreeg in 2004 ruim 200.000 euro
van producenten van cholesterolverlagers. De nieuwe spelregels zullen worden opgesteld
door het samenwerkingsverband NPCF, de Nederlandse Patiënten en Consumenten
Federatie. De NCPF gaat zich mede baseren op een code van het
Instituut voor Sponsoring en Fondswerving. Over het toezicht op naleving van de
gedragscode zijn gisteren nog geen beslissingen genomen. Een aantal
patiëntenorganisaties vindt dat sancties niet nodig zijn, omdat 'de branche
heel goed weet dat men zich geen fouten kan veroorloven', aldus een deelnemer
aan de conferentie. Voorzitter Winnie Sorgdrager van het Fonds PGO, dat namens de
overheid subsidiegeld verdeelt, liet eerder deze week al weten dat het al of
niet ondertekenen van een gedragscode in de toekomst bepalend kan worden voor
het verlenen van subsidie.
Long-Term Consequences of Childhood Sexual Abuse by
Gender of Victim -- 13 May 2005 -- American
Journal of Preventive Medicine Volume 28, Issue 5 , June 2005, Pages 430-438 – By: Shanta R. Dube MPHa, Robert F. Anda MD, MSa,
Charles L. Whitfield MDb, David W. Brown MSPH, MSa, Vincent J. Felitti MDc,
Maxia Dong MD, PhDa and Wayne H. Giles MD, MSa – A National Center for Chronic
Disease Prevention and Health Promotion, Centers for Disease Control and
Prevention, Atlanta, Georgia Private Practice in Addiction and Trauma Medicine,
Atlanta, Georgia; Department of Preventive Medicine, Southern California
Permanente Medical Group, San Diego, California – Background: Childhood sexual
abuse (CSA) is a worldwide problem. Although most studies on the long-term consequences
of CSA have focused on women, sexual abuse of both boys and girls is common.
Thus, a comparison of
the long-term effects of CSA by gender of the victim will provide
perspective on the need for future research, prevention activities, and
treatment of survivors. Methods: A retrospective cohort study was conducted from 1995 to
1997 among 17,337 adult HMO members in San Diego, California. Participants
completed a survey about abuse or household dysfunction during childhood, and
multiple other health-related issues. Multivariate logistic regression was used
to examine the relationships between severity of CSA (intercourse vs no
intercourse) and long-term health and social problems (substance use and abuse,
mental illness, and current problems with marriage and family) by gender of
victim. Models controlled for exposure to other forms of adverse childhood
experiences that co-occur with CSA. Among men, the relationship between the gender of the CSA
perpetrator to the outcomes was also examined. Results: Contact CSA was reported by 16% of males and 25% of females. Men reported female perpetration of
CSA nearly 40% of the time, and women reported female perpetration of CSA 6% of
the time. CSA significantly increased the risk of the outcomes. The magnitude of
the increase was similar for men and women. For example, compared to reporting
no sexual abuse, a
history of suicide attempt was more than twice as likely among both men and
women who experienced CSA (p<0.05). Compared with those who did not report
CSA, men and women exposed to CSA were at a 40% increased risk of marrying an
alcoholic, and a 40% to 50% increased risk of reporting current problems with
their marriage (p<0.05). Conclusions: In this cohort of adult HMO members,
experiencing CSA was common among both men and women. The long-term impact of CSA on
multiple health and social problems was similar for both men and women. These
findings strongly indicate that boys and girls are vulnerable to this form of
childhood maltreatment; the similarity in the likelihood for multiple
behavioral, mental, and social outcomes among men and women suggests the need
to identify and treat all adults affected by CSA.
Scholingsvoorstel
vrijheidsbeperkende interventies wint prijs -- 13 mei 2005 – Zorgportaal -- Het projectvoorstel ‘Scholing
vrijheidsbeperkende interventies’ van verpleegkundigen Michelle Mutschelknauss
en Marga Jaspers heeft op 12 mei de
verpleegkundeprijs gewonnen die jaarlijks wordt uitgereikt
door het
VU medisch centrum in Amsterdam. Met het project willen de verpleegkundigen
de deskundigheid bevorderen op het gebied van vrijheidsbeperkende interventies,
via een
‘train-de-trainer’ constructie. De seniorverpleegkundige Mutschelknauss
en verpleegkundig specialist Jaspers krijgen buiten een
beeldje één dag per week extra fte en een geldbedrag van 1000 euro dat de VU Windesheim
Vereniging beschikbaar stelt. Het geld zullen de twee besteden aan
het lesmateriaal dat gebruikt wordt voor de scholing van de trainers en een
kenniskaart, zodat de opgedane kennis op de zorgeenheden behouden blijft. Het
projectvoorstel bestaat uit het ontwikkelen en verzorgen van een scholing voor
deze verpleegkundige trainers, waarin de richtlijn, het registratieformulier,
de zorgprotocollen en het fixatiemateriaal een centrale rol zullen spelen.
Naast theoretische onderbouwing zal aan de hand van casuïstiek geoefend worden
met de vaak ingewikkelde besluitvorming rondom vrijheidsbeperking en de
specifieke rol van de verpleegkundige in dit proces. De trainers krijgen
bovendien een implementatiemodel aangereikt dat als leidraad dient bij het
scholen van hun eigen team. De projectgroep fungeert als supervisor tijdens de
implementatie op de zorgeenheid. De jury, bestaande uit in- en externe
deskundigen van onder meer hogescholen en de cliëntenadviesraad (CRAZ),
beoordeelden de inzendingen op het verbeteren van de kwaliteit van de
patiëntenzorg, het expliciet belichten van het perspectief van de patiënt, op
het gebruik van eigentijdse, nieuwe verpleegkundige beroepskennis en inzichten,
de relatie tussen het beleid van de zorgeenheid en andere projecten, de
praktische uitvoerbaarheid en een duidelijk tijdspad.
Steun-
en adviesbalie voor huiselijk geweld -- 12 mei 2005 – Noordhollands Dagblad -- ALKMAAR -
In Alkmaar wordt een steunpunt huiselijk geweld opgericht. Aan de Muiderwaard
wordt het begin juni geopend, voluit genaamd: Advies- en steunpunt huiselijk geweld Noord-Kennemerland. De kracht van het steunpunt moet
worden dat het probleem van huiselijk geweld vanuit alle disciplines wordt
benaderd. Het maatschappelijk werk is betrokken, Slachtofferhulp, openbaar
ministerie, GGD, GGZ en de gemeenten in Noord-Kennemerland. Het moet een
organisatie opleveren waar iedereen die met het probleem te maken heeft
makkelijk binnenloopt. Niet alleen de slachtoffers, die er voor hulp terecht
kunnen. Maar bijvoorbeeld ook getuigen van huiselijk geweld: een bezorgde buur
die iets merkt in zijn omgeving, maar niet weet wat hij met die kennis moet.
Artsen of docenten kunnen zich voor advies wenden tot het steunpunt. Het gaat
adviseren, maar heeft ook als taak om hulpverleningstrajecten te starten. Het
signaleren en in kaart brengen van huiselijk geweld is van belang. Het
steunpunt moet ook aan preventie gaan werken, het onderwerp moet onder de
aandacht gebracht en uit de taboesfeer gehaald worden. Volgens de politie zijn er in Nederland jaarlijks een half
miljoen gevallen van huiselijk geweld. Slechts in een op de tien gevallen wordt
aangifte gedaan. Eén op de vijf vrouwen in Nederland heeft ervaring met
huiselijk geweld. Jaarlijks sterven tachtig vrouwen aan de gevolgen van
huiselijk geweld, maar ook 25 mannen en 50 kinderen. Niet alleen vrouwen zijn
dus slachtoffer.
Het ministerie van VWS betaalt zestig procent van de kosten, bijna twee ton. De
rest past de gemeente Alkmaar bij.
Geen
diagnoses op formulieren zorgkantoor -- 12 mei 2005 -- PSY -- Verzekeraars kunnen niet van vrijgevestigde psychotherapeuten eisen dat ze diagnoses vermelden op
aanvraagformulieren voor psychotherapie. Bij verlenging van de therapie vanwege
een persoonlijkheidsstoornis is slechts een algemene code van de diagnose
nodig. De beroepsvereniging had eerder alarm geslagen over de aantasting van de
privacy van cliënten. De Nederlandse
Vereniging van Vrijgevestigde Psychotherapeuten (NVVP) riep haar leden onlangs op om op aanvraagformulieren
voor psychotherapie geen codes van DSM-diagnoses meer te vermelden. De privacy
van cliënten komt in gevaar wanneer persoonsgegevens in combinatie met
psychiatrische diagnosegegevens bij de verzekeraar terecht zouden komen.
Volgens de Wet op de geneeskundige
behandelingsovereenkomst (Wgbo) is dit niet toegestaan. Steeds meer zorgkantoren eisen echter
uitgebreide diagnosegegevens van de psychotherapeuten. Volgens de
beroepsvereniging is dit ontoelaatbaar. De kwestie is urgent geworden sinds het
maximaal aantal vergoede psychotherapie-sessies is teruggebracht tot 25. Alleen
wanneer sprake is van een persoonlijkheidsstoornis kan een verlenging tot
vijftig zittingen worden aangevraagd bij het zorgkantoor. Daarnaast speelt mee
dat de psychotherapeutische hulp per 2007
uit de Awbz gaat
en in de polissen van de zorgverzekeraars wordt opgenomen. De oproep van de
NVVP om te stoppen met het invullen van DSM-codes op aanvraagformulieren is Zorgverzekeraars Nederland (ZN) in het verkeerde keelgat geschoten.
ZN is verontwaardigd dat de beroepsvereniging op z'n minst gesuggereerd heeft
dat zorgverzekeraars niet zorgvuldig met de privacy van cliënten zouden omgaan.
Verder stelt ZN dat zorgkantoren moeten kunnen controleren of er een indicatie
is voor de geleverde zorg. De NVVP stelt daar tegenover dat de verwijzing door
huisarts of specialist en controle door de medisch adviseur van het zorgkantoor
voldoende is. De NVVP heeft inmiddels steun gekregen van het College voor zorgverzekeringen (CVZ). Dit college is van mening dat voor
de aanvraag van psychotherapie geen diagnose vermeld hoeft te worden. Wanneer
verlenging wordt aangevraagd tot vijftig zittingen voldoet de aanduiding
persoonlijkheidsstoornis. 'Voor de NVVP is hiermee het probleem voorlopig opgelost',
laat Jeanne Janssen van de NVVP weten. De beroepsorganisatie verwacht
binnenkort nog wel een uitspraak van het College Bescherming Persoonsgegevens
over de vraag of het toelaatbaar is dat therapeuten de aanduiding
persoonlijkheidsstoornis in combinatie met persoonsgegevens aan de verzekeraar
doorgeven. (ML)
Cliënten
en familieleden vrezen achteruitgang zorg -- 12 mei 2005 -- PSY -- Cliënten en familieleden in de geestelijke
gezondheidszorg zijn bezorgd over de invoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning per 1 januari 2006. Het is onduidelijk welke taken de
gemeenten gaan uitvoeren voor ggz-cliënten. De vrees is groot dat de belasting
van familieleden fors zal toenemen. Het
Platform GGZ, waarin twaalf
cliënten- en familieorganisaties zijn georganiseerd, heeft in een brief aan de
Tweede Kamer zijn ongerustheid geuit over de invoering van de Wet
Maatschappelijke Ondersteuning per 1 januari 2006. Door deze wet krijgen
gemeenten veel extra taken op het gebied van ondersteuning, begeleiding en
huishoudelijke verzorging van psychiatrische patiënten. Een deel van de hulp
die nu vergoed wordt door de Awbz zal worden overgeheveld naar de gemeenten.
Hetzelfde geldt voor subsidiepotjes waaruit nu nog cliënteninitiatieven worden
betaald. Het Platform GGZ vraagt zich af of gemeenten al voldoende toegerust
zijn om deze taken te gaan vervullen. De angst bestaat dat het ggz-pakket uit
elkaar zal vallen, doordat een deel van het aanbod onder de Awbz zal vallen,
een ander deel in de nieuwe Zorgverzekeringswet wordt ondergebracht en een
derde deel door de gemeenten zal worden aangeboden. Juist voor mensen die
gebruik maken van verschillende voorzieningen en kampen met een sterk wisselend
ziektebeeld is het van belang dat er een samenhang bestaat tussen de
verschillende voorzieningen, aldus het Platform GGZ. Het vreest bovendien dat
de invoering van de WMO zal leiden tot een zwaardere belasting van familieleden
van psychiatrische patiënten. Daarom zou staatssecretaris
Ross er goed aan doen
om de familieorganisaties uit de ggz bij haar plannen te betrekken. Ongerust is
het platform ook over het geld van de subsidieregeling
Zorgvernieuwingsprojecten, dat bij de gemeenten terechtkomt. De Vereniging
Nederlandse Gemeenten heeft de staatssecretaris in een brief laten weten dit
geld te willen gebruiken voor bemoeizorg. Nu worden daar cliënteninitiatieven
mee gefinancierd. De toon van de brief bevalt het platform allerminst, omdat
hierin een eenzijdig verband gelegd wordt tussen ggz-cliënten en overlast en
verloedering. Het is de bedoeling dat het wetsvoorstel WMO voor het zomerreces
in de Tweede Kamer wordt behandeld. (ML)
Vertaling
Notes on Nursing in de herdruk -- 11 mei 2005
-- Zorgkrant -- Het Nationaal Museum
Verpleging en Verzorging
presenteert donderdag 12 mei, de Dag van de
Verpleging, de Nederlandse
vertaling van het legendarische werk van Florence
Nightingale Notes on Nursing. Wie in de verpleging werkt, hoort Notes on Nursing, te kennen. Niet
omdat je er nog de kneepjes van het vak van heden uit kunt halen, maar omdat
het nog steeds de grondslag vormt van de beroepsuitoefening. Na de oorlog op de
Krim, waar Nightingale beroemd zou worden als de 'Lady with the lamp', heeft ze
haar ervaring en onderzoek rond het onderdeel van het vak dat we nog steeds als
bedverpleging aanduiden, in dit boekje samengevat.
Revolutionair klinkt het allemaal niet meer, essentieel was het toen en is het
eigenlijk nog steeds. Notes on nursing werd al spoedig wereldberoemd; het werd
in allerlei talen vertaald, zo ook, drie jaar na verschijnen, in het Nederlands
onder de titel Over
ziekenverpleging.
Het is daarom een boekje dat elke verpleegkundige tussen de vakliteratuur moet
hebben staan. De Nederlandse vertaling van het boekje, waarvan in 1980 een
herdruk verscheen, is al jaren niet meer verkrijgbaar. Dankzij de steun van de Noaber Foundation kon het opnieuw worden uitgegeven en is het bij deze
gelegenheid door prof.dr. Mart J. van Lieburg van een geactualiseerde inleiding
voorzien. Het boekje wordt op 12 mei in
Ziekenhuis Gelderse Vallei (Ede) aangeboden en is vanaf 12 mei te koop in de
museumwinkel. Bezoekadres: Nationaal Museum Verpleging en Verzorging,
Stationsstraat 27, 6671 AW Zetten. Telefoon: (0488) 47 33 90, e-mail museum@zorgportaal.nl
, website: http://www.nmvv.nl/
Jeugdartsen sceptisch over
meer schoolbezoek -- 7 mei 2005 -- Volkskrant – AMSTERDAM - Vaker naar de schoolarts, levert
dat wat op? De artsen betwijfelen het. Bovendien: ‘Dat heeft alleen zin als de
minister ook geld reserveert voor de wachtlijsten in de jeugdzorg’.
Overgewicht. Kindermishandeling. Meisjesbesnijdenis. Elke keer als de
veiligheid en gezondheid van de jeugd in het geding is, wordt gepleit voor de
invoering van een jaarlijks bezoek van de
schoolarts. Ook het
parlement dringt daar al meer dan een jaar op aan bij de minister van
Volksgezondheid. Nog voor de zomer beslist minister Hoogervorst of hij daar
extra geld voor uit wil trekken. De jeugdartsen betwijfelen of jaarlijks
onderzoek wel zo zinvol is. ‘Dat wordt een hele kostbare operatie die relatief
weinig oplevert’, waarschuwt Fré Schaaphok, schoolarts bij de GGD Friesland.
‘Vergeet niet dat het met 75procent van de kinderen gewoon goed gaat.’ De
schoolartsen roepen alle kinderen op voor preventief onderzoek als ze 5, 10 en
14 jaar oud zijn. Veel mensen verlangen terug naar de jaren tachtig toen
kinderen nog jaarlijks werden opgeroepen. Ineke van Eerdenburg, een kwarteeuw
schoolarts en bestuurslid van de Artsenvereniging Jeugdgezondheidszorg
Nederland, verlangt niet terug naar vroeger. ‘Dat waren puur lichamelijke
onderzoeken van vijf à tien minuten waarbij vooral naar oren en ogen werd
gekeken.’ De aandacht van de schoolartsen is de afgelopen decennia verschoven
naar de ontwikkeling van de motoriek, gedrags- en psychosociale problemen. Het
onderzoek is veel uitgebreider geworden. ‘We zien de kinderen minder vaak, maar
er wordt meer tijd voor uitgetrokken. Met de kleuters zijn we gauw driekwartier
bezig’, benadrukt Van Eerdenburg. Het bezoek van de schoolarts op 5-, 10- en
14-jarige leeftijd is het minimum. Tussentijds bezoekt de schoolarts heel wat
kinderen die tot risicogroepen behoren en kinderen over wie de schoolarts extra
zorgen heeft naar aanleiding van het eerste onderzoek op 5-jarige leeftijd. Als
zich onverwachte problemen voordoen, maakt de school daar veelal melding van
bij de jeugdarts die vervolgens tot extra controle overgaat en het kind
eventueel doorverwijst naar huisarts, specialist of hulpverlening. Want de
jeugdarts behandelt niet. Fré Schaaphok vindt een extra controle tussen het
vijfde en tiende levensjaar wel zinvol. ‘Dat gat van vijf jaar is erg groot’,
vindt hij. ‘Het onderzoek op 5-jarige leeftijd is bedoeld om te inventariseren
welke risico’s het kind loopt, maar dat is op die leeftijd niet altijd te zien.
En als de school tussentijds aan de bel trekt, omdat het kind bijvoorbeeld
leer- of gedragsproblemen heeft, blijkt vaak veel meer aan de hand te zijn. En
dan zijn we er met zijn allen te laat bij.’ In het blad 0-25, vakblad voor de
jeugdzorg, pleit kinderpsychiater Theo Doreleijers deze maand zelfs voor
tweejaarlijks bezoek van de schoolarts. Volgens de hoogleraar kinder- en
jeugdpsychiatrie is dat nodig om gedragsproblemen bij kinderen eerder op te
sporen en te behandelen zodat kinderen op latere leeftijd minder kans hebben te
ontsporen. Ook dit pleidooi wordt door de schoolartsen met scepsis ontvangen.
‘Er is al veel aandacht voor juist de gedragsproblemen. En meer contact
betekent niet automatisch dat het individuele kind er beter van wordt’,
waarschuwt Van Eerdenburg. ‘Want wat gebeurt er nadat er gedragsproblemen bij
het kind worden gesignaleerd? Dan komt het op een wachtlijst en gebeurt er nog
niets. Extra bezoek van de schoolarts heeft alleen zin als de minister ook geld
reserveert voor het wegwerken van de wachtlijsten in de jeugdzorg.’ Fré
Schaaphok houdt het op een extra controle tussen het vijfde en tiende
levensjaar. Hij wil er als schoolarts eerder bij zijn als een kind te dik
wordt, adhd ontwikkelt, angststoornissen krijgt, extreem gepest wordt of thuis
niet meer te houden is. ‘Als je er vroeg bij bent, is een gezin makkelijker te
helpen, veelal buiten jeugdzorg om en dus zonder dat het gezin op de wachtlijst
hoeft. Door de late signalering laten we de zaak onnodig uit de hand lopen,
waardoor de boel bij jeugdzorg verstopt en wachtlijsten ontstaan.’
Artsen
nemen ontslag na dood premature baby – 6
mei 2005 – Nieuwsblad -- Twee kinderartsen van het Sint-Elizabethziekenhuis in
Namen hebben hun ontslag ingediend omdat zij menen dat hun collega's
gynaecologen niet al het nodige gedaan hebben om de premature baby
Adrien te redden. In de nacht van 17 op 18 februari werd de baby geboren. Dokter Hemelsoet
vond het hemeltergend hoe het kindje volgens hem niet de nodige zorgen kreeg om
te overleven. Toen hij tussenbeide wilde komen, werd hij door de ouders
weggestuurd: zij hadden van de gynaecologen gehoord dat voor Adrien niets meer kon
ondernomen worden. Het jongetje stierf kort nadien. Het gerecht heeft daarop
zowel de ouders als het medisch personeel dat bij zijn geboorte aanwezig was
(een gynaecoloog, een verloskundige verpleegster en een assistente in de
gynaecologie) in verdenking gesteld van kindermoord. Sindsdien heerst in het
ziekenhuis een stille oorlog tussen pediaters en gynaecologen.
Vrouw
haalt man in bij AA: Drankprobleem bespreekbaar dankzij tv-soaps – 6 mei 2005 -- Nieuwsblad --
Steeds meer vrouwen sluiten zich aan bij de Anonieme Alcoholisten (AA).
In Limburg zijn er nu al evenveel mannelijke als vrouwelijke AA'ers. ,,De
Vlaamse soapseries werken wervend'', luidt het. België telt naar schatting een
half miljoen alcoholverslaafden. Van de vrouwen heeft 3,6 procent een
drankprobleem. Zowel in Familie als Thuis duiken geregeld vrouwen op met een
drankprobleem. Vaak gaan die naar de AA. Veel vrouwelijke kijkers met dezelfde
problemen herkennen zichzelf en nemen een voorbeeld aan de drankverslaafde op
tv.'' Dat zegt Jos, woordvoerder van de Limburgse Anonieme Alcoholisten,
die zoals andere AA-leden alleen maar zijn voornaam bekend maakt. Om aan te
geven hoe snel de evolutie gaat, schetst hij de situatie van een paar jaar
geleden. ,,Toen was de verhouding vrouwen-mannen één tegen zeven. Vandaag één
tegen één.'' In West-Vlaanderen, waar de meeste AA-groepen zitten, is
de verhouding voorlopig nog één vrouw tegen drie mannen. Een paar jaar geleden
was dat één tegen tien. Danny, de West-Vlaamse woordvoerder, schrijft de
stijging van het aantal vrouwelijke AA'ers ook toe aan de emancipatie.
,,Daardoor komen vrouwen meer buiten, is er meer contact met alcohol en meer
gevaar voor verslaving, maar daardoor durft men ook sneller naar de AA
stappen.'' In 2001 werd geschat dat 9,5 procent van de Belgische mannen een
alcoholprobleem heeft, tegenover 3,6 procent van de vrouwen. Vorig jaar
waarschuwde het
Hoger Instituut van de Arbeid dat het alcoholprobleem nog veel
groter is, omdat we meer gebruiken dan we toegeven in onderzoeken. Zij spreken
van 800.000 Belgen met een probleem, tegenover het half miljoen dat steevast
als cijfer gebruikt wordt.
Zorgverzekeraars
willen slechte verpleeghuizen korten op budget –
6 mei 2005 – Eindhovens Dagblad --
DEN HAAG - Verpleeg- en verzorgingshuizen waar de kwaliteit van de zorg slecht
is en bewoners geen prettige leefomgeving hebben, moeten minder geld krijgen.
Daarvoor pleiten de drie grote zorgverzekeraars Achmea, CZ en VGZ.
De maatschappijen gaan van alle instellingen waar zij contracten mee afsluiten,
eisen dat ze zich onderwerpen aan een speciale keuring. De onafhankelijke
stichting Perspekt gaat de keuring wordt uitvoeren.
Verpleeg- en verzorgingshuizen kunnen zich nu al voor het zogenoemde Bronzen
Keurmerk laten testen, maar alleen vrijwillig. Verpleeg- en verzorgingshuizen
die zitten in de gebieden waar Achmea actief is, worden binnen drie jaar
verplicht om de test te ondergaan. Het idee is door Achmea bedacht na de
commotie rondom de 'pyjamadagen', twee jaar geleden. Het bleek dat in sommige
verpleeghuizen bewoners niet werden aangekleed omdat het personeel daar geen
tijd voor had. CZ en VGZ hebben zich bij het keuringsplan aangesloten.
Brancheorganisatie Zorgverzekeraars Nederland pleit ervoor dat op termijn alle
zorgverzekeraars meedoen. De drie initiatiefnemers, waarbij ruim 5,5 miljoen
mensen zijn verzekerd, willen er zeker van zijn dat in instellingen waar zij
zaken mee doen de kwaliteit van de zorg goed is. „Nu weten we dat vaak niet
omdat het erg gesloten organisaties zijn,“ zegt Jacco Visser, beleidsadviseur bij
Achmea. Uniek aan de keuring is dat ook wordt onderzocht wat de
bewoners zelf en hun familieleden van het verzorgings- of verpleeghuis vinden.
Bestaande keuringen letten vooral op hoe de zorg georganiseerd is. „Terwijl het
uiteindelijk het belangrijkste is dat de mensen die er wonen of verzorgd
worden, het er naar hun zin hebben. In dit onderzoek telt dus ook mee of het
eten vaak te koud is,“ zegt Visser. De zorgverzekeraars willen verpleeghuizen
die niet door de test komen, straffen. „Ze moeten gekort worden op hun budget,“
zegt de Dik-Jan
Westerwoudt van CZ. Nu kan dat nog niet, omdat de wet de
zorgverzekeraars dwingt om zorg in te kopen in hun regio's. Verpleeghuizen
krijgen een bepaald budget per cliënt. „Of ze nou slecht of goed presteren.“ Bij Achmea en CZ
zijn de keuringen al in volle gang. Tot nu toe is alleen verpleeghuis Zandhove
in Zwolle geslaagd voor de test.
1)
Brief Minister VWS aan TK 31-10-2003, bijlage Standpunt Evaluatie Wet BIG,
p.13.
2)
Evaluatie Wet BIG ZonMw, okt. 2002, p. 210-213 (voorstellen. 50-70).
3)
Brief Minister VWS aan TK 8-3-2005, TK 29 282, nr.20: Tijdspad voor wijzigingen
in de Wet BIG.
PTSS
geassocieerd met kindermisbruik: verhoogde schildklieractiviteit –
5 mei 2005 – Biol. Psychiatry --
Altered thyroid
activity, especially elevated Total T(3) levels, was found in women with PTSD associated with childhood sexual abuse. Thyroid hormone alterations among women with
posttraumatic stress disorder due to childhood sexual abuse.
Friedman MJ, Wang S, Jalowiec JE, McHugo GJ,
McDonagh-Coyle A. Biol Psychiatry 2005 May 15; 57(10):1186-92.
BACKGROUND: Research on thyroid activity among male
combat veterans with posttraumatic stress disorder (PTSD) has consistently shown elevations in total
triiodothyronine (TT(3)) and inconsistent elevations of other thyroid
variables. This study is the first large-scale
investigation of thyroid function in women with PTSD.
Psychiatrie:
Gedwongen pillen slikken beperkt -- 3 mei 2005 -- Trouw -- Psychiatrische patiënten mogen niet zomaar
worden gedwongen medicijnen te slikken, met als stok achter de deur een
dwangopname. Dat heeft de Hoge Raad bepaald. Of de uitspraak goed uitpakt voor
patiënten, valt nog te bezien. Volgens psychiaters kunnen veel patiënten thuis
blijven wonen, mits ze hun pillen innemen. Daarbij is vaak enige drang vereist.
Als dat niet mag, vrezen psychiaters dat ze moeten terugvallen op een veel
zwaarder middel: rechtstreekse dwangopnames. Want die mogen nog wél. De zaak
was aangespannen door een vrouw van in de veertig met een chronische psychose.
Zij heeft diverse gedwongen opnames achter de rug. Haar behandelaar vreesde dat
ze thuis zou stoppen met haar pillen, waarna ze terug zou vallen in een
ernstige psychose. Daarom werd een nieuw instrument ingezet: de vorig jaar
ingevoerde 'voorwaardelijke machtiging'. Daarmee kunnen patiënten ontkomen aan
dwangopname. Ze moeten dan wel instemmen met voorwaarden als regelmatige
controle en het innemen van geneesmiddelen. Houden ze zich daar niet aan, dan
volgt alsnog een gedwongen opname. De rechter in Rotterdam verleende deze
machtiging vorig najaar, tegen de zin van de vrouw. ,,Ze wil de medicatie
niet'', verklaart haar raadsvrouw D. Lösing. Dat had de patiënte al duidelijk
gemaakt aan de rechter, maar die dacht dat ze met een voorwaardelijke
machtiging wel overstag zou gaan. Overigens kwam de vrouw toen volgens de
rechter niet in aanmerking voor opname. De Hoge Raad geeft de patiënte gelijk:
de nieuwe wettelijke regeling is alleen bedoeld voor patiënten die inzien dat
behandeling nodig is, en zich tegenover de rechter bereid verklaren daaraan mee
te werken. Juridisch valt er op de uitspraak, die de Hoge Raad vrijdag deed,
niets aan te merken, zegt psychiater R. van Veldhuizen, woordvoerder van de
Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVVP). ,,De Hoge Raad volgt de wet.''
Minister Hoogervorst had de psychiaters een soepele interpretatie
voorgespiegeld van de vereiste 'instemming' van de patiënt. Daarin is de
bewindsman nu teruggefloten, aldus Van Veldhuizen. Dat neemt niet weg dat de
beroepsvereniging van psychiaters diep ongelukkig is met de uitspraak. Honderden
patiënten, zegt de NVVP, worden met een voorwaardelijke machtiging buiten het
ziekenhuis begeleid op een voor hen redelijk acceptabele manier. Van
Veldhuizen: ,,De Hoge Raad vraagt nu instemming van de patiënt, en die kan die
instemming door zijn ziektebeeld vaak niet geven. Psychiaters kunnen proberen
de behandeling vrijwillig voort te zetten, maar dat zal niet altijd lukken.''
Patiënten krijgen dan geen zorg meer en verkommeren, of belanden toch onder
dwang in een psychiatrisch ziekenhuis -als daar plek is. De NVVP vreest
tientallen tot mogelijk 200 extra dwangopnames per jaar. Stichting Pandora, de
belangenbehartiger van psychiatrische patiënten, beschuldigt de NVVP van
stemmingmakerij. L. Broekaar: ,,Zij heeft weinig vertrouwen in haar eigen
beroepsgroep en in patiënten. Die weten meestal prima afspraken met elkaar te
maken.'' Het eenzijdig opleggen van behandelingen vindt Pandora ongewenst en
weinig zinvol.
Inspectie
pakt ooglasercentra aan –
4 mei 2005 – Algemeen Dagblad -- De Inspectie voor de Gezondheidszorg
onderzoekt de handel en wandel van twee ooglaserklinieken
die zich niet aan de regels zouden houden. Het gaat om Eye Q Vision in
Amstelveen, dat laserbehandelingen tegen bodemprijzen aanbiedt, en Eye Center Europe
(ECE) met vestigingen op Schiphol en in Eindhoven. Volgend jaar
volgt een groot onderzoek naar tientallen andere oogklinieken. De inspectie
heeft serieuze aanwijzingen dat Eye Q Vision niet aan de kwaliteitseisen
voldoet. Bij Eye Center Europe zouden Turkse oogartsen werken die in Nederland
niet als specialist zijn ingeschreven. Zij mogen hier geen medische handelingen
verrichten zonder toezicht. De Rotterdamse oogspecialist G. Luyten,
bij het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap verantwoordelijk voor onder meer de
kwaliteit van laseroperaties, riep de Inspectie gisteren in deze krant op in te
grijpen. Hij reageerde daarmee op collega's die oogcorrecties tegen
bodemprijzen aanbieden. Hoewel de inspectie meldde maatregelen nog niet nodig
te vinden, blijkt een inspecteur van de dienst in Noord-Holland de twee
klinieken al een tijdje in de peiling te hebben. Een woordvoerder wil niet al
te veel kwijt over de lopende onderzoeken. ECE bevestigt dat zeker één oogarts
geen registratie heeft. ,,Maar er gebeurt hier niets illegaals.
De Turkse oogspecialist is een topper van wie Nederlandse collega's nog veel
zouden kunnen leren. Tot hij officieel is geregistreerd, werkt hij onder
supervisie van een Nederlandse specialist. Dat is helemaal volgens de regels.''
De Inspectie begint in 2006 een groot onderzoek naar ooglasercentra die volgens
de dienst als paddestoelen uit de grond schieten. ,,We willen beter zicht
krijgen op wat daar precies gebeurt en of de artsen, apparatuur en
behandelruimten aan de eisen voldoen'', zegt een woordvoerder. De inspectie
gaat ook na of zij iets kan doen tegen buitenlandse klinieken die hier klanten
werven. Die klinieken hebben vaak een vestiging in ons land waar vooronderzoeken
en nacontroles worden uitgevoerd. De laserbehandeling zelf vindt plaats in
landen als Turkije, Tunesië en Portugal. Deze krant schreef gisteren dat er een
stevige prijzenslag woedt in de ooglaserbranche. Bij Eye Q Vision kunnen
klanten nu al terecht voor het actietarief van 595 euro per oog. Oogspecialist
Luyten zei dat een behandeling die aan alle eisen voldoet voor zo'n bedrag niet
is uit te voeren.
Forse daling ziekteverzuim door antidepressiva
--
2 mei 2005 –
Verpleegkundenieuws -- Door het gebruik van antidepressiva daalt het
ziekteverzuim van 31 naar 8 dagen. Dit blijkt uit een onderzoek dat TNS NIPO heeft uitgevoerd
onder huisartsen, psychiaters en partners van patiënten. Dit onderzoek is
gedaan naar aanleiding van eerdere negatieve berichtgeving dat antidepressiva
niet zouden werken en te vaak zouden worden voorgeschreven. Gebruikers van
antidepressiva zijn over het algemeen zeer tevreden over het gebruik er van.
Maar liefst 85 procent van de patiënten ervaart dat de kwaliteit van leven
verbeterd is, ondanks de bijwerkingen. Van de mannen ervaart 80 procent
bijwerkingen, waarvan de meest voorkomende seksuele problemen (67 procent)
zijn. “Dit onderzoek laat zien dat antidepressiva wel degelijk effectief zijn
en de kwaliteit van leven kan verbeteren”, aldus Henk Foekema van TNS NIPO. Het Nationaal fonds geestelijke
volksgezondheid (NFGV) denkt daar anders over. Volgens Aly van Geleuken, psycholoog en hoofd
van het NFGV-depressiecentrum, worden antidepressiva toch nog te vaak
voorgeschreven door huisartsen. “Wij maken onderscheid tussen depressiviteit en
een echte depressie. Van depressiviteit heeft iedereen weleens last. Je komt je
bed moeilijk uit en ziet het leven somber in. Dit kan soms zijn naar aanleiding
van een ingrijpende levensgebeurtenis. Maar bij een echte depressie kun je niet
meer functioneren en ben je ook niet meer af te leiden. Wij werken volgens het ‘stepped care-systeem’. Als iemand
korter dan drie maanden depressieve klachten heeft, maar wel kan functioneren, geven
we allerlei zelfhulpadviezen. Pas als iemand na een aantal weken nog niet
opknapt, kijken we verder. We leggen de autonomie terug bij de patiënt”, aldus
Geleuken. Bel voor meer
informatie over depressie: 0900 - 90 39 039 (ook voor behandelaars).
Seksualiteit / seksueel misbruik -- 1 mei 2005 – Landelijk Kennisnetwerk
Gehandicaptenzorg -- Tot het begin van de jaren negentig is er niet veel
(betrouwbaar) onderzoek gedaan naar seksualiteit en seksueel misbruik van en door mensen met een
verstandelijke handicap. In Nederland lijkt het onderzoek van Van Berlo (1995)
hierin een keerpunt te zijn. Geschokt en verbijsterd werd er gereageerd op de
resultaten uit dat onderzoek. Seksueel misbruik komt beduidend vaker voor bij
mensen met een verstandelijke handicap dan werd vermoed. Vanaf die tijd zijn er
verschillende onderzoeksprojecten uitgevoerd naar seksualiteit en seksueel
misbruik. Onderzoek naar seksualiteit was met name gericht op seksuele
voorlichting en minder op de seksuele ontwikkeling en beleving van mensen met
een verstandelijke handicap. Naar seksueel misbruik is eind jaren negentig van
de vorige eeuw relatief veel onderzoek gedaan. Veel aandacht is hierin
uitgegaan naar preventie en behandeling na seksueel misbruik (o.a. door de
Universiteit Leiden en Groot-Emaus/Paedologisch Instituut). Deze onderzoeken
hebben inzicht opgeleverd in de risicofactoren en achtergronden van seksueel
misbruik en de daaruit af te leiden maatregelen die getroffen kunnen worden om
seksueel misbruik bij deze kwetsbare groep mensen te voorkomen. Daarnaast is er
nu meer bekend over de verschillende behandelmogelijkheden voor verstandelijk
gehandicapten die slachtoffer en/of pleger zijn geworden van seksueel misbruik
(Douma, Van den Bergh & Hoekman, 1998; Grijpma & Spanjaard, 1998;
Terstegen, Hoekman & Van den Bergh, 1998; Roos & Spanjaard, 1999). Een
thema waarop empirisch onderzoek erg gewenst is, is de beleving van
seksualiteit. Het LKNG heeft wel de bestaande kennis hierover in kaart gebracht
(Kersten, 2003).
GGZ
Nederland: Wachtlijst dreigt voor 25.000 kinderen --
28 april 2005 -- Nieuwsbrief Zorgkrant
-- De jeugd-ggz is halverwege 2005 al door haar budget voor diagnostiek heen.
Daardoor dreigen dit jaar 25.000 kinderen op de wachtlijst te komen. Dit
schrijft de
brancheorganisatie GGZ Nederland. Oorzaak is de
overheveling van het budget voor de jeugd-ggz naar de bureaus jeugdzorg. In het
kader van de
Wet op de Jeugdzorg nemen de bureaus jeugdzorg per 1 januari
2005 taken op het gebied van diagnostiek over van de jeugd-ggz. Daarom is in
opdracht van VWS 25 miljoen euro (de helft) van het diagnostiekbudget voor de
jeugd-ggz overgeheveld naar de bureaus jeugdzorg. Aan de budgetoverheveling
ligt de gedachte ten grondslag dat driekwart van de kinderen die bij de
jeugd-ggz terecht komen door de bureaus jeugdzorg worden doorverwezen en een
kwart door de huisarts. Maar volgens GGZ Nederland is die verhouding precies
omgekeerd en komt de helft van de kinderen via de huisarts en een kwart via de
bureaus jeugdzorg. Omdat de jeugd-ggz bij een kind dat via de huisarts
binnenkomt veel meer diagnostiek moet verrichten dan bij een kind dat via de
bureaus jeugdzorg binnenkomt, ontstaat er een budgettaire tekort. Daarnaast
veronderstelt VWS dat de bureaus jeugdzorg alle activiteiten op het gebied van
diagnostiek kunnen uitvoeren. In werkelijkheid is echter voor elke behandeling
diagnostiek vanuit de jeugd-ggz nodig. Volgens de brancheorganisatie verricht
de jeugd-ggz dus met een gehalveerd budget evenveel diagnostiek als voor 1
januari 2005. Naar verwachting heeft de jeugd-ggz daadoor begin juni 2005 geen
budget meer om diagnostiek te verrichten. Het onvermijdelijke gevolg hiervan is
het ontstaan van wachtlijsten, die in de tweede helft van 2005 kunnen oplopen
tot 25.000 kinderen. VWS erkent het probleem maar neemt geen maatregelen, aldus
GGZ Nederland.
Gebarenwoordenboek
speciaal voor kinderen -- 28 april 2005 -- Nieuwsbrief Zorgkrant -- Het Gebarenwoordenboek is
het eerste woordenboek met gestandaardiseerde gebaren uit de Nederlandse
Gebarentaal dat speciaal gericht is op kinderen. De tekeningen zijn voor
kinderen herkenbaar, aansprekend en uitnodigend waardoor de kinderen sneller en
leuker leren. Elk gebaar is goedgekeurd door het Nederlands Gebarencentrum.
Het woordenboek is geschikt als lesmateriaal voor docenten en begeleiders en
kan dienen als een handig naslagwerk voor ouders, verzorgers en familie. Het
boek is een initiatief van de Stichting Maak een Leuk Gebaar en
is in samenwerking met het Nederlands Gebarencentrum uitgebracht. In het boek
staan 600 gebaren. Het Gebarenwoordenboek voor kinderen (1) is te bestellen via
de
bestelpagina van het Gebarencentrum en kost € 20
(incl. administratie en verzendkosten).
Nieuwe
techniek klinkt als muziek in de oren van doven --
28 april 2005 -- Nieuwsbrief
Zorgkrant -- Volledig dove mensen kunnen opnieuw muziek horen en melodieën
herkennen dankzij een nieuwe techniek voor cochleaire implantaten. De techniek
geeft de patiënten een veel beter gevoel voor toonhoogte. Daardoor kunnen ze
ook beter sprekers herkennen of intonatie horen. De techniek is ontwikkeld door
Johan
Laneau in het kader van zijn doctoraatsonderzoek aan de Katholieke
Universiteit Leuven (België). Doofheid, die aangeboren is of op
latere leeftijd kan ontstaat, is nog niet te genezen. In de jaren tachtig en
negentig is voor doven het zogenaamde cochleair implantaat ontwikkeld. Dat is
een hoorapparaat dat chirurgisch in het binnenoor van de patiënt wordt
ingebracht rechtstreeks de gehoorzenuw met elektrische pulsen stimuleert. De
reactie van de gehoorzenuw op deze elektrische pulsen wekt een bepaald geluid
op bij de patiënten, waardoor ernstig slechthorenden kunnen ‘horen’. Er zijn
echter een paar nadelen. Hoewel spraak vrij duidelijk kan klinken in een stille
omgeving, klinkt muziek erg slecht met een cochleair implantaat. Laneau
onderzocht daarom eerst hoe patiënten met een cochleair implantaat toonhoogte
ervaren, of met andere woorden: welke fundamentele mechanismen een rol spelen
als patiënten met een cochleair implantaat toonhoogte bepalen. Die informatie
werd gebruikt voor het ontwerpen van een nieuwe techniek die het gevoel voor
toonhoogte verbetert. Elk cochleair implantaat berekent welke elektrische
pulsen die het implantaat moet uitsturen naar gelang van het signaal dat wordt
opgenomen door een microfoontje. De techniek van Laneau optimaliseert de
berekende elektrische pulsen om toonhoogte zo correct mogelijk door te geven.
Uit testen met proefpersonen bleek dat het gevoel voor toonhoogte tot driemaal
beter was. Een gevolg was dat dankzij deze nieuwe techniek de proefpersonen
meer melodieën konden herkennen.
Niet
zo katholieke artsen -- 27
april 2005 -- Katholiek Nieuwsblad -- De meerderheid van de Amerikaanse katholieke
artsen nemen medische en ethische standpunten in die strijden met
de katholieke leer. Dat blijkt uit een enquête onder artsen. 87% van de
katholieke artsen is bereid de pil voor te schrijven aan iedere meerderjarige
vrouw die erom vraagt. Van alle artsen is dat 93%. 90% deelt de mening dat
condooms het beste helpen tegen hiv/aids in ontwikkelingslanden. Van alle
gelovige artsen zijn de katholieke (49%) het meest permissief waar het gaat om
de vraag of homoseksualiteit moreel aanvaardbaar is. Alleen op het gebied van stamcelonderzoek
nemen de katholieke medici een ander standpunt in dan 49% van hun collega’s.
Slechts 27% is er voor.
Gedragscode voor
wetenschappers geneesmiddelenonderzoek – 25 april 2005 – De Telegraaf -- DEN HAAG - Universiteiten moeten
meer aandacht besteden aan de integriteit van hun wetenschappers
die zich bezig houden met onderzoek naar medicijnen. Dat heeft prof. dr. van
Herwaarden, hoogleraar longziekten en voorzitter van de Raad van Bestuur van
het Universitair Medisch Centrum Sint Radboud in Nijmegen,
maandag gezegd tijdens een rondetafelgesprek met leden van de Tweede Kamer.
Volgens Van Herwaarden bestaat er in Nederland grote integriteit onder
onderzoekers. Maar de druk van de geneesmiddelenindustrie op de wetenschappers
is groot. Een duidelijke gedragscode waaraan de onderzoekers zich moeten
houden, kan volgens de hoogleraar helpen de beroepsgroep op het juiste pad te
houden. Veel wetenschappers roepen al jaren dat de farmaceutische industrie te
veel greep heeft op het onderzoek naar medicijnen. De Tweede Kamer had maandag
een groep wetenschappers uitgenodigd om over het onderwerp te praten. Niet
iedereen deelde het vertrouwen van Van Herwaarden in de integriteit van de
wetenschappelijke onderzoekers. Volgens prof. dr. T. Dehue van de Rijksuniversiteit
Groningen worden onderzoekers vaak door hun financiers,
farmaceutische bedrijven, gedwongen negatieve onderzoeksconclusies over bepaalde
medicijnen onder tafel te houden. Volgens neuropsycholoog dr. W. van den Burg van de
Rijksuniversiteit Groningen doen onderzoekers geen of te weinig
onderzoek naar de vraag of er een verband bestaat tussen zelfmoord en het
slikken van antidepressiva. Dat komt volgens hem omdat de industrie niet bereid
is het onderzoek te betalen.
Misbruik
bij jonge kinderen –
Mei 2005 – Psychologie Magazine, 24e
jaargang – Van de slachtoffers van seksueel misbruik is 25 tot 35 procent
jonger dan zeven jaar. Orthopedagoog Sonja Brilleslijper deed
onderzoek naar de signalen. Hoe weet je of een kleuter misbruikt is? ‘Er zijn
veel mogelijke signalen – nachtmerries, bedplassen, afnemende prestaties. De
duidelijkste is afwijkend seksueel gedrag. Een jongetje dat
alsmaar onder het rokje van een klasgenootje wil kijken bijvoorbeeld, of haar
steeds wil kussen terwijl zij dat niet wil. Toch hóéft dat niet te wijzen op
misbruik.‘ Dus keken jullie naar de seksuele kennis van het kind. ‘Ja, want
misbruik leidt tot kennis die niet past bij de leeftijd,
veronderstelden we. Aan de hand van praten stelden we kinderen vragen over
geslachtsidentiteit, lichaamsdelen, geboorte, seksueel gedrag en interactis
tussen ouders en kind. ‘En misbruikte kinderen wisten meer? ‘Sommigen hadden
zeer ongewone kennis. Een meisje stelde dat verschillende lichaamsdelen dienden
‘om te douchen’, bijvoorbeeld. Later bleek ze in de douche misbruikt te zijn.
Maar wat vooral duidelijk werd, is dat misbruikte kinderen de onbevangenheid
misten waarmee niet-misbruikte kinderen antwoord gaven. Ze
reageerden helemaal niet of zeiden ‘ik weet het niet’, begonnen te friemelen,
werden onrustig en vermeden oogcontact. Verder onderzoek moet uitwijzen of we
op basis hiervan een diagnostisch instrument kunnen ontwikkelen. ‘Beyond Words’, promotie-onderzoek VU, januari 2005.
Bezuiniging op psychotherapie werkt averechts -- 22 april 2005
-- PSY -- Door de bezuinigingen die begin
2004 zijn doorgevoerd op ambulante psychotherapie kunnen jaarlijks 13.000
patiënten niet de behandeling krijgen die het meest aangewezen is. De kosten
zullen daardoor binnen vijf jaar explosief stijgen. Dat meldde de Nederlandse Vereniging voor
Psychiatrie bij de start van haar jaarlijkse voorjaarscongres. De bezuiniging op
de langerdurende psychotherapie die minister Hoogervorst van Volksgezondheid per 1 januari
2004 heeft doorgevoerd, dreigt een averechts effect te krijgen. Het maximaal
aantal sessies dat vergoed wordt, is door de minister teruggebracht van
negentig tot 25. Alleen kinderen
tot achttien jaar en patiënten met een persoonlijkheidsstoornis krijgen maximaal
vijftig sessies vergoed. Uit gegevens die de Nederlandse Vereniging voor
Psychiatrie (NVvP) aan het begin van haar jaarlijkse voorjaarscongres
presenteerde blijkt dat een groep van 13.000 patiënten door deze bezuiniging
niet de hulp krijgt die nodig is. Inmiddels hebben achthonderd
psychotherapeuten bij twee
Meldpunten Psychotherapie laten weten dat ze de behandelingen voortijdig moesten
stoppen. Vijfhonderd meldingen kwamen de laatste twee maanden binnen, zo licht psychiater Patrick Knapen namens de NVvP
toe. Omdat de effecten van de bezuinigingsmaatregel nu pas voelbaar worden,
verwacht Knapen dat het aantal meldingen nog flink zal stijgen. Bij de
meldpunten kunnen alleen
psychotherapeuten en psychiaters terecht onder vermelding van hun
big-registratienummer. Op grond van een wetenschappelijke analyse stelt de NVvP
dat de economische gevolgen van de inperking van langerdurende psychotherapie
groot zijn. Reeds in 2006 zullen de meerkosten van de bezuinigingsmaatregel de
opbrengsten overstijgen. Patiënten die bij het maximale aantal sessies niet
uitbehandeld zijn, zullen vaker een beroep doen op duurdere vormen van hulp,
zoals klinische psychotherapie. Binnen vijf jaar, zo voorspelt psychiater
Knapen, leidt de bezuiniging van Hoogervorst tot 211 miljoen euro meerkosten.
Worden arbeidsverzuim en wao-uitkeringen meegerekend dan moet daar nog eens 1,1
miljard euro bij worden opgeteld. Op grond van de tot nu toe binnengekomen meldingen
stelt psychiater Knapen vast dat vijftien procent van de cliënten noodgedwongen wordt
doorverwezen naar klinische opname of deeltijdbehandeling, omdat de
ambulante behandeling moet stoppen. 'Dat gaat om ernstige, vaak suïcidale
gevallen', aldus Knapen. Hij concludeert: 'Met deze bezuiniging schiet de
minister zijn doel rigoureus voorbij.' De NVvP hoopt met minister Hoogervorst
tot een constructie te komen waarin verlenging van de psychotherapie op
indicatie mogelijk wordt.
Cliënt weet weinig van behandelplan – 22 april 2005 – PSY -- De meeste bewoners
van HVO-Querido die cliënt zijn
bij De Meren hebben nauwelijks
weet van hun behandel- of begeleidingsplan. Dit blijkt uit onderzoek van de centrale
cliëntenraden van de Amsterdamse ggz-instelling en de Amsterdamse dak- en
thuislozen-instelling. De cliëntenraden vroegen zich af welke plaats behandel- of
begeleidingsplannen in de praktijk hebben bij HVO-Querido-bewoners die bij De
Meren in behandeling zijn. De zoektocht naar de plannen van 44 bewoners van de
grootste instelling voor dak- en thuislozen in Nederland leverde een treurig
antwoord op. Eén op de
vijf plannen ontbreekt en nog eens eenvijfde was verouderd. Volgens de schrijvers
van het rapport geven deze cijfers inmiddels een vertekend beeld omdat na het
onderzoek de plannen meteen werden opgesteld of verbeterd. De onderzoekers
waren verrast door de verschillen tussen de behandelplannen. Maar liefst zeven
verschillende modellen kwamen ze tegen. De lengte varieerde van enkele korte
zinnen tot ettelijke bladzijden vol en bij bijna de helft stond niet vermeld of
de cliënt mondeling akkoord was gegaan met de voorgestelde behandeling. Bij 85
procent van de begeleidingsplannen ontbrak de handtekening van de bewoner.
Volgens de onderzoekers leven de plannen niet onder bewoners mede doordat ze in
onbegrijpelijke taal zijn geschreven. Vaak hebben bewoners er niet eens weet
van dat er iets op papier staat. Slechts een kleine minderheid van de
geïnterviewden kan daarom zeggen dat ze het eens is met zijn behandel- of
begeleidingsplan. Door het gebrek aan informatie menen vrij veel bewoners dat
behandelplannen onbelangrijk zijn; daarom zijn ze, zo stellen de cliëntenraden
'geen middel om de kwetsbare positie van bewoners te verbeteren'. Beide
cliëntenraden tonen overigens begrip voor de gebrekkige informatie rond de
plannen. 'Hulpverleners die hart hebben voor hun cliënten proberen met beperkte
middelen zorg te bieden, soms ondanks personeelsgebrek en een hoge caseload.'
Jaarverslag toetsingscommissies euthanasie -- 21 april 2005 – Persbericht MinVWS -- De vijf regionale toetsingscommissies
euthanasie hebben vorig jaar 1886 meldingen van levensbeëindiging op verzoek en
hulp bij zelfdoding getoetst. In 1714 gevallen ging het om euthanasie, in 141
gevallen om hulp bij zelfdoding en 31 keer betrof het een combinatie van beide.
Dit blijkt uit het jaarverslag over 2004 van de regionale toetsingscommissies
euthanasie dat vandaag is gepubliceerd. De toetsingscommissies oordeelden in
bijna alle gevallen dat de arts overeenkomstig de zorgvuldigheidseisen had
gehandeld. In 2004 is in
vier gevallen geoordeeld dat de arts niet volgens de zorgvuldigheidseisen heeft
gehandeld. Deze 4 zaken zijn doorgezonden aan het College van
procureurs-generaal en de Inspectie voor de gezondheidszorg. De
levensbeëindiging vond in 1530 gevallen thuis plaats, 177 keer in een
ziekenhuis, 65 keer in een verpleeghuis, in 62 gevallen in een
verzorgingstehuis en 52 keer elders (bijvoorbeeld in een ander soort
instelling, hospice of bij familie). In verreweg de meeste gevallen leden
mensen aan kanker. Het aantal meldingen is in 2004 is gestegen ten opzichte van
voorgaande jaren 2003 en 2002 (respectievelijk 1815 en 1882 gevallen). Er zijn
vijf regionale toetsingscommissies. Elke commissie bestaat uit drie leden, namelijk een jurist,
die tevens voorzitter is, een arts en een ethicus. Vanaf 1 april 2002 is de Wet
toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding in werking
getreden. De commissies toetsen of de arts al dan niet heeft gehandeld volgens
de wettelijke zorgvuldigheidseisen. Zo moet er onder meer sprake zijn van een
vrijwillig en weloverwogen verzoek en van uitzichtloos en ondraaglijk lijden
van de patiënt. Ook moet de behandelend arts ten minste één onafhankelijk arts
hebben geraadpleegd en moet de levensbeëindiging medisch zorgvuldig zijn
uitgevoerd. De commissies brengen hun oordeel alleen ter kennis van het
Openbaar Ministerie en de Inspectie voor de Gezondheidszorg als de arts niet
volgens deze zorgvuldigheidseisen heeft gehandeld.
Consumentenbond opent advieslijn over klachten tegen
artsen -- 21 april 2005
-- Nieuwsbrief Artsennet -- Het komt regelmatig voor dat consumenten niet
tevreden zijn over hun arts. De Consumentenbond heeft daarom de telefonische advieslijn "Wat
kan ik doen met een klacht over mijn arts?" geopend. Mensen kunnen om allerlei
redenen ontevreden zijn over hun arts. Het duurt te lang voordat men aan de
beurt is. Men twijfelt bijvoorbeeld aan de noodzaak van een behandeling die de
arts voorschrijft. Of men is ontevreden over de diagnose of er is onenigheid
over de hoogte van de rekening. Net als in "reguliere" bedrijfstakken
worden er in de medische wereld fouten gemaakt, zijn er misverstanden of
meningsverschillen. En net als in andere sectoren het geval is, kunnen
consumenten ook hier actie ondernemen, bijvoorbeeld hun beklag doen over hetgeen
hen is overkomen. Maar vaak hebben mensen geen idee wat er mogelijk is. De
telefonische advieslijn van de Consumentenbond (open tot september) kan mensen
adviseren over bijvoorbeeld het overstappen naar een andere arts, het aanvragen
van een second opinion en bij het indienen van een klacht. Het telefoonnummer van de
Consumentenbond is (070) 445 40 00. Voor leden is het advies gratis,
niet-leden krijgen voor €10 eenmalig uitgebreid advies.
Nascholingseisen
aan huisartsen en apothekers onvoldoende -- 14 april 2005 -- Nieuwsbrief Artsennet en KNMG -- De nascholingseisen
die aan huisartsen en apothekers worden gesteld in het kader van de
herregistratie, zijn volgens DGV, Nederlands instituut voor verantwoord
medicijngebruik zowel kwantitatief als kwalitatief niet
voldoende. Dat constateert het instituut in een beleidssignalement dat eerder
deze week is uitgebracht aan het ministerie van VWS. Zowel huisartsen
als apothekers moeten verplicht gemiddeld 40 uur per jaar deelnemen aan
activiteiten die gericht zijn op deskundigheidsbevordering voor hun vijfjaarlijkse
herregistratie. In deze 40 uur mogen zij een veelvoud aan activiteiten volgen:
van cursorische nascholing tot het bijwonen van het jaarlijkse congres van hun
beroepsvereniging. Voor de cursorische nascholing kunnen zij kiezen uit zowel
inhoudelijke trainingen (o.a. over de behandeling met geneesmiddelen) als
trainingen op het gebied van management en praktijkorganisatie. Alleen voor
apothekers geldt dat 50% van de cursorische nascholing moet gaan over
farmacotherapie of farmaceutische patiëntenzorg. In de praktijk vindt hierop
echter geen enkele controle plaats. DGV is van mening dat de commissies die de
eisen opstellen voor herregistratie, strengere eisen moeten stellen aan de
onderwerpen die huisartsen en apothekers kunnen kiezen voor hun cursorische nascholing.
Nu geldt in feite dat elke nascholingscursus meetelt, zolang deze maar
geaccrediteerd is door de eigen beroepsorganisatie. In de praktijk betekent dit
dat een huisarts zich vijf jaar lang kan nascholen in één onderwerp. DGV vindt
dat - bijvoorbeeld voor een periode van vijf jaar - een aantal onderwerpen op
het gebied van kwaliteit en doelmatigheid van de farmacotherapie (behandeling
met geneesmiddelen) moet worden vastgesteld. Huisartsen en apothekers zouden
hieruit tenminste een afgesproken aantal moeten kiezen. Dat betekent dat de 40
uur nascholing per jaar verhoogd moet worden. Alleen op die manier kan de
nascholing in het kader van de herregistratie bijdragen aan het verbeteren van
de kwaliteit en doelmatigheid van het medicijngebruik.
In het beleidssignalement constateert DGV ook dat een groot deel van de
nascholing aan met name huisartsen georganiseerd wordt door de farmaceutische
industrie. Verder laten veel regionale of departementale afdelingen van
huisartsen en apothekers zich sponsoren door een farmaceutische bedrijf. En
hoewel de
gedragscode van de Stichting Code Geneesmiddelenreclame (CGR)
regels bevat voor het maken van reclame en het verlenen van 'gastvrijheid' -
bijvoorbeeld door het (gedeeltelijk) vergoeden van de reis-, verblijf- en
inschrijvingskosten van een nascholingsbijeenkomst - is volgens DGV het risico
aanwezig dat de nascholing door de farmaceutische industrie gebruikt wordt als
marketinginstrument. Bovendien worden nascholingsbijeenkomsten door - of
mogelijk gemaakt door - de farmaceutische industrie ver onder de kostprijs
aangeboden. DGV vindt dit niet aanvaardbaar. Onafhankelijke aanbieders kunnen
daardoor wat betreft prijs niet concurreren. Het gaat bovendien om publiek
geld. De kosten worden namelijk verhaald op de medicijngebruiker, die dit voor
een deel weer declareert bij zijn ziekenfonds.
Kinderkreet vernieuwt website – 13 april 2005 – Tijdnet -- De vzw Kinderkreet lanceert op 16 april zijn nieuwe meertalige website onder de naam Childcry (www.childcry.com). Dat meldt de
organisatie in een persbericht. Kinderkreet is opgericht om slachtoffers van seksueel misbruik te helpen. Het
initiatief is gegroeid vanuit de persoonlijke ervaring van twee van de
stichters van de vzw om steun te bieden, door te verwijzen en een luisterend
oor te bieden. De organisatie verwijst slachtoffers eveneens door naar de
professionele hulpverleners. De vzw zegt zich te onderscheiden van andere vergelijkbare initiatieven
door zijn lage drempel, de persoonlijke benadering en de garantie van absolute
anonimiteit. Volgens de vzw telden de oude en nieuwe website al meer dan
150.000 bezoekers. De nieuwe website is uitgebreid met speciale pagina's voor
kinderen en jongeren. Bovendien worden er ook teksten aangeboden in het Frans
en het Engels. Het oude adres www.kinderkreet.be
blijft bestaan.
Man overrijdt verkeerde tandarts – 14 april 2005 – Het Laatste Nieuws -- Twaalf jaar nadat
een tandarts de verkeerde tand getrokken had en daarbij ook nog eens de rest
van zijn gebit stevig verwondde, was een 47-jarige Duitser uit op wraak. Hij dronk zichzelf moed in,
sprong in zijn wagen en reed naar de tandartspraktijk om de boosdoener van
weleer eens goed zijn vet te geven. Toen hij dacht de man in kwestie de straat
te zien oversteken, kon hij zijn lang opgekropte woede niet langer intomen. Hij
gaf volle gas en reed de sukkelaar overhoop. Jammer genoeg voor hem bleek het...
een andere tandarts te zijn die net zijn werkplek verliet. Politieagenten
zeiden dat het een mirakel was dat de ongelukkige aan de geweldige klap enkel
wat diepe snijwonden overgehouden heeft. "Ik haat hem zo diep. Ik lijd al
jaren ondraaglijke pijnen door hem sinds hij aan mijn tanden werkte",
luidde de verklaring van de excentriekeling.
Papierwerk vreet tijd specialisten – 9 april 2005 – Telegraaf -- UTRECHT - Medisch
specialisten raken steeds meer tijd kwijt aan papierwerk. Dat komt niet alleen
door de invoering van een nieuw declaratiesysteem, maar ook door de eis dat
alles transparanter moet worden. De Orde van Medisch Specialisten (OMS) is in overleg met
minister Hoogervorst van
Volksgezondheid om te kijken wat hieraan kan worden gedaan. Patiënten mogen er
niet de dupe van worden, vindt de OMS. De orde kan niet aangeven hoeveel tijd
specialisten nu kwijt zijn aan bureaucratische rompslomp. "Dat verschilt
per specialist en per ziekenhuis", aldus een woordvoerster. Het nieuwe
declaratiesysteem is in januari ingevoerd. Specialisten moeten nu dubbel
papierwerk doen, voor zowel het oude als voor het nieuwe systeem, aldus de OMS.
Dat is echter van tijdelijke aard. Alles moet echter ook transparanter en ook
dat levert meer rompslomp op. De OMS heeft afgelopen dinsdag met minister
Hoogervorst een gesprek gehad en dat krijgt dinsdag een vervolg.
VWS gaat tuchtcolleges beheren -- 8 april 2005 – Medisch Contact -- Publicatie: Nr. 14,
p. 556 -- Het ministerie
van VWS
neemt het beheer van de
medische tuchtcolleges op zich. Voorzitters van de colleges zijn niet onverdeeld
enthousiast. ‘Het wordt duurder, maar niet beter.’ Jaren geleden maakte VWS met
Justitie de afspraak dat dit ministerie de tuchtcolleges zou beheren. Maar door
reorganisaties daar is dat plan nooit uitgevoerd. VWS heeft daarom onlangs
besloten het beheer van de colleges onder te brengen bij het Centraal Informatiepunt Beroepen
Gezondheidszorg (CIBG), een uitvoeringsorganisatie van het ministerie. Deze zomer
wordt duidelijk hoe het beheer er precies gaat uitzien. Voor elk tuchtcolleges
is het beheer anders geregeld. Bij sommige colleges zijn de voorzitters
bijvoorbeeld in dienst bij het ministerie van Justitie en worden de rekeningen
van de collegeleden voor een zitting via een advocatenkantoor naar VWS
gestuurd. Gon Schiereck,
hoofd van de afdeling Beroepen en Opleidingen van VWS, legt uit wat dit
betekent. ‘Wij moeten iedere keer voor elk tuchtcollege apart beslissingen
nemen over bijvoorbeeld informatisering. En we betalen steeds de giro’s voor de
leden die bij een zitting aanwezig waren. Als het CIBG het beheer op zich
neemt, kan dit uniform worden geregeld. Ook kunnen wij dan de gegevens over de
klachten centraal registreren, waardoor we aantallen en soort klachten met
elkaar kunnen vergelijken.’ Tjeerd Duursma, voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege Groningen, is niet blij met
de verandering. Dit tuchtcollege blijkt zo goed te functioneren dat het
Centraal Tuchtcollege in hoger beroep slechts 10 procent van de Groningse
uitspraken vernietigt (MC 13/2005: 520). Duursma: ‘Ik heb nu een goed
secretariaat dat efficiënt werkt. Als het nodig is, doen we een grondig vooronderzoek
en bekijken we of de klachten helder zijn geformuleerd. Daardoor kunnen wij
tijdens de zitting de zaken altijd goed beoordelen. Ik ben bang dat ik straks
met een ambtelijk secretariaat moet werken, dat misschien weer helemaal opnieuw
moet worden opgetuigd.’ Momenteel inventariseert VWS wat er precies moet
gebeuren bij het overhevelen van het beheer. De voorzitter van het college in Zwolle, Alex Smit, hoopt dat het
ministerie een werklastmeting gaat uitvoeren. ‘Alleen dan komen wij erachter
wat de juiste bezetting bij de colleges is. Bij sommige colleges zijn de
klachten verdubbeld. Je zou dus denken dat er meer personeel nodig is, maar
zonder meting weet je dat niet zeker.’ P.A. Offers, sinds 18 jaar voorzitter bij het Tuchtcollege
Den Haag,
is sceptisch over de veranderingen. ‘Het wordt duurder, maar of het ook beter
wordt? Kennelijk moet het een ambtelijke toestand worden. Het tuchtcollege in
Amsterdam is in dienst van het ministerie van Justitie. Hier in Den Haag heeft
een advocatenkantoor de administratie op zich genomen. Dat blijkt aanzienlijk
goedkoper te zijn. Ik zou het beter vinden als de colleges zelf konden kiezen
of ze bij het ministerie willen worden ondergebracht. Dan zouden de colleges
die met een advocatenkantoor werken, dat gewoon kunnen blijven doen.’
Psychiater komt pas in 2006 in basisverzekering
– 8 april 2005 – huisartsvandaag.nl /
zibb.nl --
Veel euthanasie bij baby's – 8 april 2005 – Telegraaf -- BRUSSEL - Bij
baby's die overlijden, is meestal euthanasie toegepast na een ziekte. Dat
blijkt uit onderzoek in
Vlaanderen door de
universiteiten van Brussel, Gent en Amsterdam. De resultaten zijn vrijdag
bekendgemaakt in het wetenschappelijke blad The Lancet. Bij 143 van de 253 onderzochte sterfgevallen (57 procent)
in 2000 zei de arts dat hij het overlijden een handje had geholpen. Ze stopten
een behandeling of gaven pijnstillers die het leven bekorten. In zeventien
gevallen werd een dodend middel gegeven. De meeste artsen vonden het bij hun
taak horen dat ze de kleintjes onnodig lijden besparen.
Bextra
van de markt en waarschuwing voor alle NSAID’s -- 8 april 2005 -- Zorgkrant -- Na de COX-2 remmer Vioxx (rofecoxib) haalt fabrikant
Pfizer ook de COX-2 selectieve pijnstiller Bextra (valdecoxib) van de
Amerikaanse markt op advies van de Federal Drugs Administration (FDA).
Het besluit om de NSAID Bextra van de Amerikaanse markt te halen is genomen
omdat volgens de FDA de risico’s niet tegen de voordelen opwegen. Uit gegevens
van kortdurende studies bleek een verhoogd risico op cardiovasculaire
complicaties na een bypassoperatie. Ook zijn er meldingen geweest van ernstige
huidreacties en laat valdecoxib geen voordelen zien ten opzichte van andere
pijnstillers uit de groep NSAID’s, zo schrijft het meldpunt voor bijwerkingen
Lareb. Als tweede maatregel wordt in de Verenigde Staten aan de bijsluiters van
alle NSAID’s (zowel de recept-plichtige als vrij verkrijgbare middelen) een uitgebreide
waarschuwing toegevoegd voor wat betreft het risico op cardiovasculaire
complicaties, maagbloedingen en ernstige huidreacties In overleg met de Europese
registratieautoriteiten (EMEA) is ook de verkoop van Bextra op de
Europese markt voorlopig gestaakt. Dit in afwachting van de herbeoordeling van
alle COX-2 remmers. Die herbeoordeling startte in oktober 2004 op verzoek van
de Europese Commissie. De resultaten van worden deze maand verwacht. Sinds 17
februari 2005 beperkende maatregelen bij het voorschrijven van COX-2 remmers en
is de productinformatie gewijzigd. Volgens het College ter Beoordeling van
Geneesmiddelen (CBG) wordt Bextra in Nederland slechts door
een kleine groep patiënten gebruikt.
Vijf klassieke valkuilen voor artsen -- 8 april 2005 –
huisartsvandaag.nl -- De
meeste fouten die artsen maken, hebben niet te maken met tijdsgebrek of liggen
aan het feit dat ze onvoldoende vragen stellen. De oorzaak ligt eerder in
'cognitieve vertekeningen', die het oordeel van begin af aan een verkeerde
richting uitsturen, verklaart sociaal psychologe Jill G Klein in BMJ [British
Medical Journal]. Ze gaat enkele belangrijke oorzaken na die diverse
onderzoeken aan het licht hebben gebracht.
Verwijt advocaat Eindhovense verdachte: ’GGzE liet
gestoorde geweldpleger lopen’ -- 7
april 2005 – Eindhovens Dagblad - DEN BOSCH – De GGzE heeft maandenlang
nagelaten crisishulp te bieden in een Eindhovens gezin waarin een 26-jarige
gestoorde man zijn moeder naar het leven stond. Dat verwijt uitte de advocaat
van de man donderdag voor de rechtbank in Den Bosch, waar de Eindhovenaar poging tot doodslag ten laste
is gelegd. Er wordt tien maanden gevangenisstraf tegen hem geëist, en tbs met
dwangverpleging. De moeder van de Eindhovenaar zegt dat hij haar al sinds 1996
bedreigt en mishandelt. Sinds 2000 is hij hiervoor al vier keer veroordeeld. In
2003 kreeg hij een jaar gevangenisstraf nadat hij zijn moeder met een schaar
had bedreigd. Een onderzoek van het Pieter Baan Centrum (PBC) naar zijn geestesgesteldheid
leverde niet veel op omdat hij niet wilde meewerken. In juni 2004 kwam de Eindhovenaar
vrij. Zijn advocaat, mr. M. Michiels, vindt het onbegrijpelijk dat de
Eindhovenaar toen geen begeleiding kreeg, hoewel duidelijk was dat het om een
gevaarlijke man ging. „Een behandeling had in de maanden daarna het een en
ander kunnen voorkomen“, zei Michiels donderdag. Lees morgen meer in het
Eindhovens Dagblad
Inspectie dreigt met sluiting methadonposten -- 7 april 2005
– De Telegraaf -- DEN HAAG - De Inspectie voor de Gezondsheidszorg dreigt behandelposten te sluiten, als de
verstrekking van methadon niet snel verbetert. Bij kleine instellingen is de behandeling van
verslaafden vaak onder de maat. Dat stelt de inspectie in een donderdag
verschenen rapport. De huisvesting is
dikwijls slecht en er zijn geen behandelplannen, blijkt uit een onderzoek onder
alle zeventien instellingen in Nederland die methadon verstrekken. Eind dit
jaar moeten de
beroepsgroepen en GGZ-Nederland landelijke richtlijnen hebben ontwikkeld
voor de behandeling van methadongebruikers, aldus de inspectie. Van de ongeveer
28.000 heroïneverslaafden in Nederland gebruiken er 12.000 het vervangende
middel methadon. Het middel wordt al dertig jaar voorgeschreven. Tweederde van
de patiënten heeft naast de verslaving andere ernstige gezondheidsproblemen.
Uit het rapport blijkt dat in een aantal instellingen het management
beslissingen neemt over de manier waarop en hoeveel methadon er wordt
verstrekt. De inspectie vindt dat onverantwoord, want een arts is
verantwoordelijk voor de behandeling. De dosering van methadon moet individueel
worden bepaald op basis van medische-inhoudelijke argumenten, benadrukt de
inspectie. Verder acht zij de grote kwaliteitsverschillen tussen de methadonposten onverantwoord. Een van de
problemen is dat is dat er geen landelijke richtlijnen bestaan. Zo is er geen overeenstemming
over de minimumleeftijd waarbij methadon mag worden voorgeschreven. Bij de ene
instelling is dat 16 jaar, de ander van 20 jaar en een derde instelling past
geen enkele leeftijdsgrens toe. Verder zijn dossiers onvolledig, worden
behandelplannen niet geëvalueerd en is er op veel posten geen structureel
patiëntenoverleg. Ook op de veiligheid en hygiëne valt volgens de inspectie wel
wat af te dingen.
Anorexia wordt veroorzaakt door hersenafwijking
– 7 april 2005 – Het Laatste Nieuws -- Anorexia wordt
veroorzaakt door een abnormale bloedstroom in het hersengedeelte dat het
lichaamsbeeld bepaalt. Dat zegt professor Bryan Lask, kinder- en jeugdpychiater aan het
Sint-Georgehospitaal in Zuid-Londen. Zijn onderzoek, gebaseerd op
hersenscans, werd woensdag gepresenteerd op een internationaal congres in
Londen en zal verschijnen in het International Journal of Eating Disorders. Het is de eerste
keer dat er een biologische oorzaak voor anorexia wordt ontdekt. Deze
ontdekking kan tot nieuwe behandelingen van anorexia leiden.
Dominee Visser klaagt over medische zorg illegalen
– 7 april 2005 – De Telegraaf -- ROTTERDAM - Sommige Rotterdamse ziekenhuizen bieden illegalen
en uitgeprocedeerde vluchtelingen niet de medische zorg die ze nodig hebben. Ze
helpen alleen als er sprake is van een levensbedreigende situatie. Dat schrijft
dominee Visser van de
Pauluskerk in een brief aan de ziekenhuizen. Visser kwam in actie naar aanleiding
van klachten van de artsen die in de Pauluskerk werkzaam zijn voor illegalen en
vluchtelingen. Die hebben geconstateerd dat ziekenhuizen niet altijd de
medische noodzaak van een behandeling of ingreep erkennen. Volgens Visser is
het een geldkwestie. De ziekenhuizen beseffen dat ze bij deze doelgroep een
deel van de medische kosten zelf moeten betalen, zoals de overheid heeft
bepaald, aldus Visser
Diagnostiek met vragenlijsten in de
eerstelijnspsychologie -- 6
april 2005 -- Zorgkrant -- In
Nederland doen mensen via hun huisarts in toenemende mate een beroep op de eerstelijnspsycholoog. Voorafgaand aan
de behandeling vindt een intake of taxatiegesprek plaats om een diagnose te
kunnen stellen. Als aanvulling op dit gesprek wordt veel gebruik gemaakt van verschillende psychologische
vragenlijsten. De kwaliteit van deze tests is echter nog nooit wetenschappelijk
onderzocht. Gert Jan
Kloens
onderzocht de waarde van psychologische vragenlijsten in de eerstelijnspraktijk
door middel van meerdere deelonderzoeken naar de meest gebruikte vragenlijsten.
Hij komt tot de conclusie dat vier van deze lijsten (NPST, NPV, UCL en SCL-90) ieder een eigen
bijdrage leveren aan het diagnostisch proces. De promovendus pleit ervoor deze
set standaard af te nemen in de intakefase. Kloens hoopt 14 april aan de
Rijksuniversiteit Groningen op zijn onderzoek te promoveren. Niet alleen
hulpmiddel. Voor de eerstelijnspsycholoog zijn de vragenlijsten niet alleen een
hulpmiddel om de juiste cliënt op de juiste (behandel)plek te krijgen. Een ervan (de SCL-90) blijkt ook
geschikt voor de evaluatie van de behandeling en drie andere (NPST, NPV en UCL)
hebben een voorspellende waarde voor de mate waarin cliënten na afloop van de
therapie nog last hebben van hun klachten. De MMPI-2 lijkt daarentegen weinig toegevoegde waarde te
hebben.
Bezuinigingen psychotherapie nadelig – 6 april 2005 – Spits / ANP -- DEN HAAG - De bezuinigingen op psychotherapie
zullen de maatschappij over vijf jaar 1,1 miljard aan extra ziekteverzuim en
211 miljoen aan extra zorgkosten opleveren. Dat heeft de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) becijferd op
basis van ervaringen met de bezuinigingsmaatregel die op 1 januari 2004 is
ingegaan. Ziekenfondsen vergoeden sinds die datum minder behandelingen voor
psychotherapie. Het aantal sessies is teruggebracht van negentig naar 25.
Patiënten met ernstige stoornissen en kinderen onder de 18 jaar krijgen vijftig
zittingen vergoed. De NVvP presenteert haar bevindingen morgen in Den Haag. Volgens de organisatie krijgen 13.000
van de 80.000 patiënten in Nederland nu geen adequate behandeling meer.
Maandelijks spuitje kan alcoholverslaving onder controle
houden -- 5 april 2005
-- Het Laatste Nieuws -- Een maandelijkse injectie met de substantie naltrexone,
gecombineerd met psychotherapie, kan alcoholisten helpen hun verslaving onder
controle te houden. Dat blijkt uit een studie van de universiteit van Pennsylvania
samen met 23 andere universitaire centra. Het onderzoek gebeurde bij 627
alcoholverslaafden. Tijdens de zes maanden durende behandeling nam de
frequentie van excessieve alcoholconsumptie sterk af- van negentien naar drie
dagen per maand. Naltrexone neutraliseert de verslavingsverschijnselen.
"De duurzame effecten van naltrexone zijn veelbelovend voor de aanpak van
alcoholverslaving", aldus Helen Pettinati, professor psychiatrie aan de universiteit van
Pennsylvania die het onderzoek leidde. Alcoholisme is de vierde oorzaak voor
fysieke en mentale onbekwaamheid in de wereld, zo blijkt uit statistieken van
de Wereldgezondheidsorganisatie. In de Verenigde Staten kost alcoholmisbruik
jaarlijks het leven aan 100.000 mensen.
Werkkenmerken belangrijke voorspellers voor psychische
gezondheid -- 4 april 2005 -- Zorgkrant -- Psychische klachten kunnen niet
alleen negatieve gevolgen voor de werknemer hebben, maar ook voor de betrokken
werkgever en organisatie. Annet de Lange heeft in haar proefschrift de relatie tussen psychosociale werkkenmerken (zoals
werkdruk en regelmogelijkheden) en psychische klachten (zoals depressie en
burnout)
nader onderzocht. Het onderzoek van De Lange laat zien dat de werkbeleving de
psychische gezondheid van werknemers voorspelt. Eerder onderzoek had al een
dergelijk verband aangetoond, maar uit De Lange’s studie blijkt dat er sprake
is van een oorzaak-gevolg relatie. Bovendien beïnvloedt het werk niet alleen de
psychische gezondheid van de werknemers maar het omgekeerde is ook het geval.
De Lange maakte in haar onderzoek gebruik van een grootschalige en ook in
internationaal verband unieke dataset, die werd verzameld door TNO in
Hoofddorp. In dit onderzoek werden 1789 werknemers uit 34 verschillende
bedrijven drie jaar lang gevolgd. In die periode werden zij vier keer bevraagd.
Zo verkreeg de onderzoekster een betrouwbaar beeld van werkkenmerken en
eventuele gezondheidsproblemen. Hoge werkdruk, het ontbreken van regelmogelijkheden en
sociale steun op de werkvloer bleken belangrijke voorspellers van psychische
klachten te zijn. Wanneer deze aspecten niet in balans zijn kan een werknemer
binnen een jaar psychische gezondheidsklachten ontwikkelen, met
arbeidsongeschiktheid als meest vergaande consequentie. Annet de Lange
promoveerde vorige week donderdag aan de Radboud Universiteit Nijmegen (Institute
for Behavioural Science).
Therapie even heilzaam als medicijn bij depressie
– 4 april 2005 – De Telegraaf -- CHICAGO - Bij matige tot zware depressies in een vroeg stadium kan
psychotherapie net zo effectief zijn als medicatie. Dat is de maandag
gepubliceerde uitkomst van een Amerikaanse studie, die haaks staat op de
gangbare praktijk.
Jonge huisartsen krijgen dagelijks agressieve patiënten
over de vloer – 4 april 2005 –
Het Laatste Nieuws – VLAANDEREN - Jonge huisartsen zien gemiddeld één agressieve patiënt per
dag. Dat komt neer op 5 à 6 procent van hun aantal patiënten, blijkt uit de
resultaten van een enquête van de Artsenkrant bij huisartsen jonger dan 35
jaar.
In februari dit jaar stemde de Orde van Geneesheren in met een 'zwarte lijst' met gewelddadige patiënten voor
huisartsenwachtdiensten. Wanneer zo'n patiënt de huisarts raadpleegt, kan die
om politiebijstand vragen. Die beslissing van de Orde lokte heel wat protest
uit. De enquête toont ook aan dat één op vijf jonge huisartsen (19%) er aan
denkt binnen de eerstvolgende vijf jaar uit het beroep te stappen. Daar zijn een
aantal andere redenen voor. De jonge huisartsen spreken van een slechte
verloning, de onregelmatige uren en de moeilijke verenigbaarheid met het
gezinsleven. Ook de grote werkbelasting en veeleisende patiënten vormen vaak
een breekpunt. Ruim een derde van de jonge huisartsen (35%) rapporteert
mobiliteitsproblemen bij huisbezoeken overdag. Jonge huisartsen willen hun
beroep gemiddeld uitoefenen tot hun 59ste. Mannen hopen door te gaan tot hun
61ste, vrouwen denken te zullen stoppen op hun 57ste. Slechts iets meer dan een
kwart wil stoppen op de leeftijd van 65. De enquête vroeg de jonge huisartsen
ook om hun mening over de toekomst. Een kwart (27%) denkt dat alles bij het
oude zal blijven. Ruim een derde (37%) verwacht dat de situatie van de
huisartsen zal verslechteren. Ongeveer evenveel jonge huisartsen (36%)
verwachten precies het omgekeerde: namelijk dat de situatie er beter op zal
worden.
Noorderlicht
over cannabis en schizofrenie – 4
april 2005 – Schizofrenie Bulletin / VPRO - Hoe kan het dat zoveel mensen
met schizofrenie cannabis roken? Worden zij gek van de wiet? Of blowen ze juist
om de ziekteverschijnselen te onderdrukken? Psychiater Don Linszen staat bekend als fel tegenstander van de
zelfmedicatie-theorie, maar nieuw onderzoek heeft hem van gedachten doen
veranderen. Hij praat erover bij de VPRO in de radiouitzending van Noorderlicht op dinsdag 5 april 2005 om 11.02 uur
op Radio 1. De uitzending is na afloop ook te beluisteren in Real Audio op
de website, http://noorderlicht.vpro.nl/radio20050405.
Overigens kan bij nieuwsprogramma's het onderwerp altijd worden verdrongen door
een actueler thema. In dat geval volgt de uitzending zo spoedig mogelijk
daarna. Het Schizofrenie Bulletin is een
service van Ypsilon, de vereniging voor familieleden van mensen met
schizofrenie of een psychose. Voor meer informatie: http://www.ypsilon.org/schizbul.htm
Terugvalrisico
verslaafde artsen berekend –
1 april 2005 – Medisch Contact nr.
13, p. 534 – De Verenigde Staten kennen een goed geoutileerd systeem voor de
opvang en behandeling van verslaafde artsen. Desondanks valt een flink aantal
van hen terug in hun oude gewoonte. Een belaste familiegeschiedenis en
bijkomende psychiatrische aandoeningen zijn de belangrijkste risicofactoren.
Amerikaanse artsen met een verslavingsprobleem kunnen terecht bij een van de
vele physicians
health programs (PHP’s). In anonimiteit en zonder dreiging van
tuchtmaatregelen kunnen zij daar een intensief rehabilitatieprogramma
volgen. Na de initiële ontwenning worden ze nog vijf jaar lang intensief
gevolgd en begeleid. Uit een retrospectief onderzoek met gegevens van het PHP
in Washington blijkt dat desonanks veel artsen tijdens of na de behandeling
terugvallen in hun verslavingsgedrag. In JAMA van 23 maart beschrijven anesthesiologen een
psychiaters van de universiteit van Washington hun bevindingen. Van 292 artsen die
tussen 1991 en 2001 bij het PHP afkickten, vielen er 74 terug [meer dan 25%]. Anders dan verwacht,
maakte het daarbij niet uit of de arts verslaafd was aan opiaten, cocaïne,
alcohol of andere middelen. Andere factoren bleken wel van invloed te zijn.
Artsen met een verslaafd familielid hadden een verdubbeld risico op een
terugval. Opiaatverslaafde artsen met psychiatrische comorbiditeit vielen vijf
keer vaker terug. Het grootste terugvalrisico werd gevonden als deze
risicofactoren samenvielen. Opiaatverslaafde en familiebelaste artsen met een
psychiatrische aandoening hadden een dertien keer hoger terugvalrisico.
Volgens de auteurs geven de resultaten aanleiding om bij de behandeling te
streven naar een zo vroeg mogelijke diagnose van eventuele psychiatrische
comorbiditeit. Zij startten het onderzoek overigens met als hypothese dat
anesthesiologen eerder terugvallen dan andere artsen. Vertegenwoordigers van
deze beroepsgroep raken vaker dan gemiddeld verslaafd en de eenvoudige
beschikbaarheid van geestverruimende middelen zou het terugvalrisico vergroten.
Het onderzoek bleek te klein om daarover harde uitspraken te doen. De auteurs
otnraden ex-opiaatverslaafde anesthesiologen desondanks om terug te keren in
hun eigen specialisme als de risicofactoren voor terugval bij hen aanwezig
zijn. << RC
Commentaar
red. MdH: Hulpverleners met verslavings- en/of psychiatrische
problematiek – 4 april 2005 – Red. MdH - Wij waarderen het zeer
dat Medisch Contact een artikel publiceerde waarin het thema
‘verslavingsproblematiek en psychiatrische problematiek onder medische
professionals’ aan bod komt. Ondanks het feit dat zowel het een als het ander
bestwel vaak voorkomt, krijgt dit thema helaas buitengewoon weinig aandacht.
Daarbij spreekt het voor zich dat verslavingsproblematiek en psychiatrische
stoornissen onder artsen en andere hulpverleners met zekerheid niet bijdragen
tot kwaliteit en veiligheid binnen de zorg, in tegendeel. Patiënten lopen een
groot risico wanneer zij in aanraking komen met een disfunctionerende
hulpverlener. Verslavingsproblematiek en psychiatrische stoornissen
vertroebelen immers in sterke mate het vermogen van de hulpverlener om
betrouwbare, zorgvuldige inschattingen van situaties en omstandigheden te
kunnen maken en correcte diagnoses te stellen. Daarnaast lopen patiënten met
hulpverleners die aan een psychiatrische problematiek en/of drugsverslaving
lijden een aanzienlijk groter risico dat de betreffende hulpverlener ook in
seksueel opzicht zijn grenzen overschrijdt. Indien het disfunctioneren lange
tijd voortduurt en er klachten over de hulpverlener zijn, kan de Inspectie voor
de Gezondheidszorg ervoor kiezen de zaak niet in behandeling van een Regionaal
Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te geven maar in plaats daarvan bij het
College van Medisch Toezicht (CvMT) in Den Haag aan te dragen. Alleen inspectie
kan bij het CvMT gaan klagen en alleen dan wanneer het disfunctioneren van een
hulpverlener voortkomt uit drugsmisbruik, geestelijke of lichamelijke
beperkingen en stoornissen. Het aantal gevallen dat bij het CvMT terecht komt
is in verhouding tot het aantal hulpverleners die aan een van de genoemde
problemen lijden, zeer gering. Inspectie is helaas zeer terughoudend in het
aandragen van gevallen bij het CvMT. De verslaafde hulpverlener, maar in het
bijzonder de geestelijk gestoorde hulpverlener, is HET grote taboe binnen de
gezondheidszorg. Jammer genoeg onderneemt inspectie weinig tot niets om deze
problematiek beter bespreekbaar te maken. Hierdoor worden zaken die eigenlijk
om behandeling door het CvMT vragen regelmatig door regionale medische
tuchtcolleges behandeld alwaar het ontbreekt aan de deskundigheid om met
disfunctioneren gebaseerd op psychische stoornissen en/of
verslavingsproblematiek om te gaan, zoals in het verleden al meermaals bleek.
Uiteindelijk blijven professionals dan om die reden ten onrechte in het vak
waardoor de misstanden niet worden opgelost maar juist in stand gehouden.
Gevallen van grensoverschrijdend gedrag (GOG) door professionals worden helaas
slechts bij grote uitzondering bij het CvMT aangedragen en behandeld. Zaken die
het CvMT behandelt betreffen vooral wegens verslavingsproblematiek
disfunctionerende beroepsbeoefenaren. Daarbij is in meer
dan 50% van de gevallen van seksueel
grensoverschrijdend gedrag door hulpverleners sprake van een (zeer) ernstige
stoornis aan de zijde van de professional zoals onderzoek al lang aantoonde
(Voor meer infomatie over dit onderwerp kunt u onze pagina WETENSCHAPPELIJKE
FEITEN bezoeken). Droeviger wijze is inspectie
regelmatig teleurgsteld in uitspraken van medische tuchtcolleges. Attendering
op een groot gevaar voor recidive betreffend seksueel GOG door hulpverleners
wordt door de regionale tuchtcolleges over het algemeen niet voldoende serieus
genomen en als buitengewoon confronterend ervaren. Aangezien in het verleden
veelvuldig bleek dat de regionale tuchtcolleges niet goed om weten te gaan met
beklaagden die aan een van de eerder genoemde problemen lijden, is het naar
onze mening dan ook de taak van inspectie om opener om te gaan met de
problematiek ‘verslaving en stoornis onder hulpverleners’ en is het ons inziens
ook juist haar taak om te zorgen dat er in het geval van een klacht over
seksueel misbruik c.q. seksuele intimidatie door een hulpverlener de
betreffende standaard
aan een psychiatrisch onderzoek deelneemt. Het psychiatrisch
rapport zou ervoor zorgen dat de mening van inspectie niet meer zo makkelijk
door tuchtcolleges van tafel zou kunnen worden geveegd. Tevens zou dan de basis
voor een klacht bij het CvMT ook vast komen te staan. Het is erg jammer dat de
inspectie nog steeds grote moeite lijkt te hebben met gevallen waarbij er
aanwijzingen zijn voor het bestaan van een (zeer) ernstige psychische stoornis
van de hulpverlener. Een verandering in dezen is dan naar onze mening ook
dringend noodzakelijk. Inspectie beklaagt zich terecht regelmatig over het niet
hebben van bepaalde middelen en mogelijkheden om e.e.a. voor elkaar te krijgen
dat wenselijk of zelfs nodig zou zijn. Daarnaast is het echter zo dat zij de
middelen en macht die zij wel degelijk heeft veelal niet gebruikt. De gang naar
en de klacht bij het College van Medisch Toezicht is een goed voorbeeld
hiervan. Informatie
voor artsen die door diverse soorten problemen niet meer goed (dreigen te)
functioneren, kunt u aantreffen op de
website van de KNMG. Artsen met verslavingsproblematiek en andere
hun functioneren belemmerende problemen kunnen contact opnemen met het Steun-
en Verwijspunten Artsen (SVA) en met de zelfhulpgroep Anonieme Dokters. Voor
meer inforamtie kunt u ook mailen naar: artseninfolijn@fed.knmg.nl.
Binnenkort
zullen wij onder de link DE HULPVERLENER ook een aparte pagina met informatie
voor hulpverleners creëren die in de problemen zijn gekomen c.q. dreigen te
komen.
Hoogervorst
wil zelfbindingscontract – 31 maart 2005 –
Verpleegkundenieuws -- Minister H.
Hoogervorst wil laten
bekijken of het zogeheten zelfbindingscontract voor dwangopname alsnog
ingevoerd kan worden. Dat liet hij deze week weten bij de behandeling van de Wet BOPZ in de Tweede Kamer. Met een zogenaamde wettelijke
zelfbindingscontract of –verklaring kunnen psychiatrische patiënten vrijwillig
aangeven wat medici mogen doen in geval van crisis. Ook kan de patiënt van
tevoren aangeven dat hij in geval van crisis opgenomen mag worden. De
verklaring wordt opgesteld als de patiënt in goede doen is en het blijft gelden
als hij eventueel niet meer voor rede vatbaar is en behandeling weigert. Op
sommige plaatsen wordt ook met succes de zogenaamde crisiskaart gebruikt.
Daarop staan de wensen van de patiënt om hulpverleners beter te laten inspelen
op zijn behoefte, zoals waar de patiënt graag wordt opgenomen en welk medicijn
hij niet wil.
Muziek
‘helpt’ tegen pijn en stress – 31 maart 2005
– Het Laatste Nieuws -- Wetenschappers menen dat muziek pijn doet afnemen en een
effectief middel is tegen stress. Schotse vrijwilliger dienden hun handen in
ijskoud water te houden, terwijl ze naar muziek luisterden, berekeningen
oplosten of naar de komiek Billy Connolly luisterden. De vrijwilligers die
muziek te horen kregen, hielden de pijn langer vol- tot vijfmaal langer zelfs. “Muziek blijkt
effectief te zijn als afleidingsmiddel. Daarom dat het mogelijk daarom helpt
tijdens het fitnessen,” meent onderzoekster Laura Mitchell.
Therapeut
bezorgd om privacy -- 30 maart 2005 -- Nederlands Dagblad -- DEN HAAG - De Vereniging van Vrijgevestigde Psychotherapeuten (NVVP) roept haar leden op te weigeren nog
langer diagnoses door te geven aan verzekeraars. Dat is een inbreuk op de
privacy van hun patiënten. Steeds meer behandelingen zouden voortijdig worden
gestaakt. De druk op psychotherapeuten om persoonlijke informatie over hun
patiënten aan zorgverzekeraars te geven, is afgelopen jaar toegenomen. Door
bezuinigingen op de psychotherapie krijgen alleen patiënten met ernstige
klachten, kinderen en mensen met een persoonlijkheidsstoornis meer dan 25
behandelingen vergoed. Vóór de bezuinigingen kon bijna iedere patiënt aanspraak
maken op ongeveer 90 sessies. Psychotherapeuten moeten hun diagnose aan het
zorgkantoor in hun regio doorgeven, als ze na 25 sessies door willen gaan met
behandelen. De NVVP heeft daar bezwaar tegen. Ze vindt dat de huidige regels te
veel ruimte bieden voor misbruik van persoonlijke gegevens door verzekeraars.
Die zouden bijvoorbeeld naar de medische informatie kunnen kijken als patiënten
andere verzekeringen of hypotheken proberen af te sluiten. Uit angst voor die
koppeling van gegevens besluiten volgens de vereniging steeds meer therapeuten
in overleg met hun patiënten voortijdig met de behandeling te stoppen. De NVVP adviseert haar leden daarom met onmiddellijke
ingang te stoppen met het doorgeven van diagnoses. In plaats van een
gedetailleerde omschrijving zouden ze overal de algemene typering
'persoonlijkheidsstoornis niet nader omschreven', neer moeten zetten. De vereniging
heeft een toelichting op haar oproep doorgegeven aan het ministerie van
Volksgezondheid en het College voor Zorgverzekeringen (CVZ), dat de regelingen
namens het ministerie uitvoert. CVZ wil op korte termijn overleg met het
ministerie en Zorgverzekeraars Nederland (ZN) om te zien of aanpassing van de
regels nodig is. Of het in de tussentijd consequenties heeft voor patiënten als
hun psychotherapeut niet aan de regels voldoet, kon de woordvoerder niet
zeggen. Zorgverzekeraars Nederland noemt de angst van de psychotherapeuten
onterecht. ,,Hoe moeten wij
controleren of iemand recht heeft op een vergoeding als we niet mogen weten wat
iemand heeft?'', vraagt een woordvoerder zich hardop af. De NVVP hoopt dat het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) de verzekeraars tot de orde roept. De
vereniging verzocht CBP een paar maanden geleden om een uitspraak. Het CBP liet
afgelopen week weten daar pas in de loop van april antwoord op te kunnen geven.
De NVVP wil daar niet op wachten.
Topman
leidt onderzoek verpleegtehuizen – 30 maart 2005 – Telegraaf -- DEN HAAG - Topman H. Kennedie van hotelconcern Golden Tulip gaat een onderzoek doen naar de de
oorzaken van de problemen in de Nederlandse verpleeghuizen. Het onderzoek heeft
plaats in opdracht van staatssecretaris Ross
van Volksgezondheid.
De eerste resultaten worden eind mei of begin juni verwacht. Dat heeft het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport dinsdag laten weten. Kennedie krijgt
bij zijn naspeuringen hulp van een team deskundigen. Ross verwacht dat Kennedie
vanuit zijn "sterk op kwaliteit en dienstverlening georiënteerde sector
een deskundig en onafhankelijk oordeel kan geven" over de problemen in de
verpleeghuizen. De hotelkenner gaat de problemen niet alleen in kaart brengen,
maar komt ook met aanbevelingen voor de toekomst. Hij zegt "gaarne
bereid" te zijn om samen met zijn commissie de verpleegsector vanuit de
'hospitality wereld' te bestuderen. "Golden Tulip is van mening dat het
bedrijfsleven en de overheid zoveel mogelijk moeten samenwerken om bepaalde
processen kwalitatief te verbeteren", aldus Kennedie. Ross wil onder meer antwoord op de vraag waarom de ene instelling
met hetzelfde budget wèl goede zorg kan bieden en de andere niet. De
bewindsvrouw wil verder weten of de tekortschietende kwaliteit aan de
organisatie van de zorg ligt, aan de manier van zorgen, aan de kwaliteit van
het personeel, leiderschap, wet- en regelgeving of aan financiële armslag voor
de verpleeghuizen. Kennedie moet ook in kaart brengen wat de verschillen zijn
met verpleeghuizen in andere landen. De commissie gaat verpleeghuizen bezoeken en krijgt hulp
van deskundigen op het gebied van zorg, eten en drinken, inrichting,
organisatie, financiën, logistiek, personeel en opleidingen. Het onderzoek van
de Kennedie-commissie is onderdeel van een reeks maatregelen. Zo voert de Inspectie voor de Gezondheidszorg een eigen onderzoek uit in de hele
verpleeghuissector en is er een meldpunt bij de Inspectie geopend waar mensen
terecht kunnen met klachten. Ross heeft daarnaast tien miljoen euro beschikbaar
gesteld om consulententeams te kunnen laten ingrijpen bij verpleeghuizen die
onder de maat blijven presteren.
Ziekenhuizen aangesproken op missers: Patiënten dienen
meer claims in – 26 maart 2005 –
NRC – UTRECHT
- Ziekenhuispatiënten hebben het afgelopen anderhalf jaar meer en hogere
schadeclaims ingediend dan in voorgaande jaren. Tot najaar 2003 bleef het
aantal claims jarenlang vrijwel gelijk. De meeste schadeclaims betreffen gemiste diagnoses, terwijl
voorheen met name bij mislukte operaties een vergoeding werd gevraagd. Dit blijkt uit
gegevens van MediRisk,
de schadeverzekeraar van meer dan driekwart van alle ziekenhuizen in Nederland. In het laatste
kwartaal van 2003 is het aantal ingediende schadeclaims gaan stijgen. Die
stijging blijft zich doorzetten. Alleen al in het eerste kwartaal van dit jaar
steeg het aantal nieuwe meldingen met eenvijfde ten opzichte van de eerste drie
maanden vorig jaar. Ook de hoogte van gemelde claims neemt fors toe. Een
patiënt eiste in 1993 (omgerekend) nog gemiddeld 3.600 euro van zijn
ziekenhuis, 4.980 euro in 2003, en vorig jaar was dit toegenomen tot 5.200
euro. Schadeclaims lopen op tot soms 2 miljoen euro. Patiënten hebben volgens
artsen en verzekeraars vaak overspannen verwachtingen van de resultaten van een
behandeling. Daarnaast stijgt het aantal verrichtingen in ziekenhuizen waardoor
ook de kans op fouten toeneemt. Bovendien stellen letselschade-advocaten zich
,,steeds professioneler'' op, zegt directeur aansprakelijkheid H. Henschen van MediRisk. Hij verwacht dat
de geëiste vergoedingen de komende jaren nog hoger zullen worden. Ziekenhuizen
betalen daarom dit jaar voor het eerst sinds 1996 meer premie voor hun
aansprakelijkheidsverzekering, zo'n 100.000 tot 250.000 euro per jaar en enkele
grote ziekenhuizen betalen drie à vier ton. De ziekenhuizen zijn verzekerd voor
maximaal 2,5 miljoen euro per claim. De meeste van de ingediende schadeclaims
betreffen gemiste diagnoses, dit soort claims stijgt ook het hardst. Het gaat
daarbij meestal om aandoeningen waarbij een arts besluit niet te behandelen,
terwijl hij dat volgens de patiënt wel had moeten doen. Daarna volgen gemiste
fracturen, gemiste tumoren en gemist hand-, pees-, en zenuwletsel. Een kwart van de civiele procedures
tegen medisch specialisten mondt uit in een vonnis. In ongeveer de helft van de
overige gevallen eindigt de procedure in een schikking. De overige procedures
worden afgelast. Patiënten klagen artsen vaker aan voor een verkeerde
inschatting, dan voor een verkeerde behandeling. Vooral radiologen zijn vaak
bij rechtszaken betrokken.
Verpleeghuis
niet gewild bij personeel – 26 maart 2005 – Volkskrant -- AMSTERDAM - Het aantal
gediplomeerde verpleegkundigen dat beschikbaar is voor zorg aan demente
ouderen, is in vijftien jaar bijna gehalveerd. Vorig jaar was gemiddeld één
fulltime gediplomeerde verpleegkundige aanwezig of oproepbaar voor een
psycho-geriatrische afdeling van dertig mensen. In 1989 waren dat er gemiddeld
twee. Ook in verzorgingstehuizen neemt het aantal gediplomeerde
verpleegkundigen sterk af. Tussen 1990 en 1999 was er sprake van een daling van
bijna 30 procent. Dat blijkt uit cijfers van de Inspectie voor de Volksgezondheid en het Nivel, het
Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg. De cijfers onderbouwen het beeld dat
de kwaliteit van de zorg in verzorgings- en de verpleeghuizen de laatste
vijftien jaar is gedaald. Het opleidingsniveau van het personeel is daarvan een
belangrijke oorzaak, zegt de Inspectie. 'Een gediplomeerde verpleegkundige kom
je in een verpleeghuis nauwelijks meer tegen', aldus inspecteur-generaal Herre Kingma. Hooggekwalificeerd personeel maakt
in de verzorgings- en de verpleeghuizen in snel tempo plaats voor lager
opgeleide ziekenverzorgenden en bejaardenverzorgenden, bevestigen de de
statistieken. Op psycho-geriatrische afdelingen verdwenen met name
verpleegkundigen van hbo- en mbo-niveau en daalde het aantal mbo-opgeleide
ziekenverzorgenden. De groei zat in verzorgenden met lager beroepsonderwijs en
in personeel zonder gekwalificeerde verzorgende beroepsopleiding. De cijfers
zijn afkomstig uit twee vergelijkende onderzoeken van de Inspectie in de
provincie Utrecht in 1989 en 2004. In de verzorgingshuizen stond tegenover een
daling van het aantal verpleegkundigen (min 30 procent) een stijging van bijna
40 procent van het aantal bejaardenverzorgenden. Volgens onderzoeker Willem van der Wind van onderzoeks- en
adviesbureau Prismant
zijn er onvoldoende harde gegevens over de situatie in verpleeghuizen. Behalve
in de vergelijkende studie van de inspectie zijn daarover geen cijfers
verzameld. De Algemene Vereniging
Verpleegkundigen en Verzorgenden AVVV ziet gediplomeerde verpleegkundigen wel stelselmatig uit
de ouderenzorg verdwijnen. De behoefte aan meer handen bij het bed maakt
daardoor plaats voor 'meer hersens'. Volgens woordvoerder Bas Vogel heeft de
trend drie oorzaken: 'Verpleegkundigen uit een verpleegtehuis kunnen méér
verdienen in een ziekenhuis en gaan dus liever daar werken. Verpleeghuizen
werken wegens budgetproblemen liever met goedkoper en dus lager geschoold
personeel. En de werkdruk in de verpleegzorg is hoog.' Vanwege het slechte
imago stijgt niet alleen de uitstroom, maar neemt ook de instroom van nieuw
personeel af.
Investeer in zelfvertrouwen en kansen psychisch
gehandicapten – 25 maart 2005 – Zorgkrant -- De overheid moet blijven investeren
in de cliëntgestuurde voorzieningen voor
mensen met een psychische handicap. Deze kwetsbare groep heeft veel steun aan de
opvangvormen die buiten het reguliere aanbod van de geestelijke gezondheidszorg
bestaan. Daarom roept de Landelijke
federatie ongebonden schilvoorzieningen (Lfos) de overheid op de financiering van deze
voorzieningen te waarborgen. Dit schrijft de Lfos in een brief die onlangs met het onderzoeksrapport 'Maatschappelijke participatie van
mensen met een psychische handicap' is overhandigd aan voorzitter
Blok van de Vaste Kamercommissie voor Volksgezondheid. Nederland kent circa 200
cliëntgestuurde voorzieningen voor mensen met een psychische handicap. Deze
initiatieven variëren van opvang, lotgenotencontact of vriendendiensten tot
arbeidsbemiddeling en informatievoorziening. Ongeveer een kwart hiervan zijn
ongebonden schilvoorzieningen. Deze voorzieningen bestaan buiten het reguliere
aanbod van de geestelijke gezondheidszorg en vormen er als het ware een schil
omheen. Het onderzoek wijst uit dat de onderzochte voorzieningen een onmisbare
functie hebben voor mensen met een psychische handicap. Ze vormen een steun in
de rug, zijn een plaats voor het onderhouden van sociale contacten en dragen
bij aan kansen en zelfvertrouwen. Gemeenten zijn binnen de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) verantwoordelijk voor een keten van
voorzieningen voor wonen, welzijn en zorg. Het onderzoeksrapport beschrijft
diverse methodieken die gemeenten en werkgevers kunnen benutten voor het
bevorderen van de maatschappelijke participatie van (ex-)ggz-cliënten. In de WMO is het voortbestaan van de ongebonden
schilvoorzieningen en andere cliëntgestuurde voorzieningen echter niet
gewaarborgd. De Lfos roept de overheid op de financiering van deze
voorzieningen te handhaven en de komende jaren te oormerken of op te nemen in
de AWBZ.
Beeldvorming – 25
maart 2005 – Medisch Contact -- Publicatie: Nr. 12 -- Auteur: Ben V.M.
Crul, p. 475 -- Een kwart eeuw geleden
geboden ‘de gedragsregels voor artsen’ ons om nóóit in de schijnwerpers te
treden. Geen deelname aan wat voor mediaoptreden dan ook. Het zou kunnen worden
uitgelegd als reclame voor jezelf - een doodzonde in die tijd. Verder behoorden
dokters zich niet als filmsterren te gedragen; het imago van ‘onkreukbare
dienaren van de gezondheidszorg’ zou schade oplopen. Alleen de voorzitter mocht
zich - na een spontaniteit dodende mediatraining - laten interviewen. De tijden
zijn veranderd. Dokters zijn veelgevraagde verschijningen op de buis: zowel
live als nagespeeld. Van Make me beautiful tot De plattelandsdokter, van ER tot
binnenkort De Grootmeesters (zie NieuwsReflex blz. 476). Elke journalist heeft
wel een lijstje van gemakkelijk benaderbare artsen op zijn bureau. Het
eigenbelang van u en uw instellingen mag daarbij ook weer meespelen, of u dat
nu wilt of niet. Van overheidswege moet er immers onderling worden
geconcurreerd en dan helpt elk beetje gratis media-aandacht. Politieke
discussies kunnen ineens een hele andere wending krijgen als u er als arts een
schrijnende casus naast legt. Dat artsen afdalen uit hun ivoren torens, is een
goede zaak. Een enquête zoals die onder medisch specialisten draagt bij aan een
meer realistische beeldvorming. Met dat profiel dienen patiënten, maar ook
overheid, verzekeraars, rechterlijke macht en management rekening te houden.
Aankomend artsen kunnen zich eraan spiegelen. Niks pathetisch gedoe van ‘mensen
redden’. De meesten van u vinden hun vak gewoon interessant en veelzijdig, en zouden
het zo weer kiezen. U maakt zich daarbij terecht zorgen over negatieve
ontwikkelingen in de gezondheidszorg. Uw signalen daarover - en niet alleen die
van medisch specialisten - moeten goed worden gehoord. U bent immers een
betrouwbare boodschapper omdat u dicht bij het vuur staat. U moet er echter
voor waken geen karikatuur van uzelf en uw beroepsgroep te maken. Journalisten
tekenen graag gepeperde uitspraken op. Maar boude en onzinuitspraken hebben in
de media toch echt een ander effect dan in de veilige omgeving van spreek- of
koffiekamer. U kúnt er natuurlijk handig gebruik van maken, maar het kan ook
contraproductief uitpakken. Door te overdreven (‘water staat ons aan de
lippen’) of feitelijk onjuiste weergaven, zal uw gehoor uw wél verifieerbare zaken
ook met een korrel zout nemen. Als tegenwicht hebben we daarom minister
Hoogervorst ook eens aan het woord gelaten.
Grenzen stellen -- 24 maart 2005 -- Nieuwsbrief Psychologie Magazine
-- Nee zeggen is niet eenvoudig. Maar wie altijd toegeeft aan anderen,
pleegt roofbouw op zichzelf. Waarom is grenzen stellen zo moeilijk? Hoe kun je
je assertiviteit vergroten? En hoe ga je om met die lastpakken die altijd weer
een voet tussen de deur weten te wurmen? Het is ’s ochtends vroeg, u draait de
deur op slot en wilt net op de fiets stappen om naar uw werk te gaan.
‘Goeiemorgen buurman!’ Daar klinkt de opgewekte stem van de buurvrouw. Ze heeft
duidelijk zin in een praatje. De buurvrouw is altijd zo vriendelijk, ze past op
uw katten als u met vakantie bent, u wilt haar niet voor het hoofd stoten en
luistert ‘geduldig’ naar haar monoloog. Maar intussen tikt de tijd weg. U
rinkelt met uw sleutels, kijkt vluchtig op uw horloge... U zult te laat komen
voor die vergadering. Dagelijks raken we verzeild in situaties waarin we
grenzen moeten stellen, willen we niet ondergesneeuwd raken door anderen. Een
vriend weigeren je auto aan hem uit te lenen, teruggaan naar de groenteboer
omdat hij je rotte mandarijntjes heeft verkocht, een opdracht weigeren omdat je
daarvoor niet bent aangenomen: lang niet iedereen durft het. Uit angst om niet
aardig gevonden te worden of uit angst voor repercussies stemmen we in met een
verzoek, terwijl we daar eigenlijk helemaal geen zin in of tijd voor hebben.
Achteraf betalen we de rekening: het vreet energie, we krijgen niet wat je
willen, anderen weten niet wat ze werkelijk aan ons hebben en we komen niet toe
aan de dingen die we zelf belangrijk vinden. Aardig gevonden worden heeft een
hoge prijs. Lees verder in het aprilnummer
Psychiatrisch patiënten vrezen einde van
zelfhulpprojecten – 23 maart 2005
– Spits -- DEN HAAG - Mensen met een psychiatrisch heden of verleden zijn bang
dat hun eigen projecten verdwijnen. Op dit moment krijgen zij 6,6 miljoen euro,
waarmee ze onder meer zelf uitstapjes organiseren, een kunstenaarsatelier
onderhouden, elkaar opvangen als ze suïcidaal zijn, mensen weer aan het werk
helpen en een dak aanbieden voor soortgenoten in nood. De 6,6 miljoen, meldt belangenorganisatie LFOS, was afkomstig
uit diverse overheidspotjes. Met de nieuwe welzijnswet WMO zijn de gemeenten verantwoordelijk voor
die projecten. De LFOS vreest dat die het belang van hun werk niet inzien en
andere prioriteiten stellen en riep de Tweede Kamer gisteren op om de financiering te
waarborgen.
Kunst
als communicatiemiddel – 23 maart 2005 – Spits --
AMSTERDAM - De 31e editie van de Week van de
Psychiatrie, die volgende week plaatsheeft, wordt anders dan anders. Stond
totnogtoe elk jaar een maatschappelijk thema centraal, zoals arbeidspositie of
de beeldvorming, nu heeft de organisatie gekozen voor de psychiatrisch patiënt
en zijn kunst. Onder de noemer 'Uit
de kunst' gaan deze
patiënten via onder meer exposities contact proberen te leggen met het grote
publiek. De Week van de Psychiatrie stapt af van platgetreden paden. De week
blijft overeind, de invulling ervan is anders. Het accent van de week, die is bedoeld om het beeld dat mensen hebben van
deze patiënten te verbeteren, ligt niet meer de relatie tussen maatschappelijke
thema's en op de psychiatrisch patiënt, maar op het contact tussen patiënt en
het grote publiek.
Het thema is 'Uit de kunst'. De veranderde koers houdt ook in dat
de discussiedag, de zogeheten Breingeindag die altijd op de slotdag werd
gehouden, vervalt. "We wilden af van de eeuwige politieke discussies waar
toch geen hond op af komt'', zegt woordvoerder
Toon Vriens van Stichting Pandora, een organisatie die zich inzet voor mensen met psychische
en psychiatrische problemen. "Het is altijd moeilijk gebleken andere
mensen dan die uit de zorg voor de week te interesseren. We hopen nu het grote
publiek naar de instellingen te krijgen.'' Al doende leert men, lijkt Vriens
hiermee te willen zeggen. "Het is eigenlijk zo dat we al vijf jaar lang
steeds terugkomen op de kunstwerken die psychiatrisch patiënten maken.
Prachtige dingen, overigens. Omdat we echter altijd een maatschappelijk thema
bedachten, kreeg kunst geen ruimte. Nu hebben we besloten dat juist wel te
doen, omdat het de mogelijkheid tot communicatie biedt. Dáár gaat het
uiteindelijk om.'' Hoewel instellingen in de regio's altijd betrokken zijn
geweest bij de organisatie van de week, is met het verdwijnen van de landelijke
regie de rol van de instellingen nadrukkelijker, zegt Vriens. "Voor het
communiceren met de omgeving, hebben regio's met dit thema iets in handen waar
ze iets mee kunnen. Met expositie haal je makkelijker mensen naar binnen dan
met een lezing of debat. Kunst is een perfect communicatiemiddel. Daar hoef je
namelijk geen gesprek over te voeren, daar kijk je gewoon naar.'' Een passende
aanloop naar de Wet maatschappelijke ondersteuning
(WMO) overigens, merkt
Vriens op. Deze nieuwe welzijnswet regelt dat gemeenten verantwoordelijk worden
voor de zorgvragen en -voorzieningen van hun inwoners opdat deze zolang
mogelijk in hun eigen omgeving kunnen blijven wonen. De wet gaat naar alle
waarschijnlijkheid 1 januari volgend jaar in. "Gemeenten krijgen een
nieuwe verantwoordelijkheid in het contact met hun burgers. Bovendien is het
contact met de omgeving voor deze groep patiënten ook van belang. Het is fijn
als omwonenden interesse tonen voor het leven in de instelling. De week is daar
een goede gelegenheid voor.'' Op tal van
plaatsen in ons land zal vanaf volgende week maandag tot en met 1 april kunst
van psychiatrisch patiënten zijn te bewonderen. Gedichten, schilderijen, maar
ook korte verhalen een beeldhouwwerken. In de regio Rijnmond bijvoorbeeld heeft
een speciale werkgroep - bestaande uit deelnemers die (ex-)cliënten zijn van
instellingen uit de geestelijke gezondheidszorg, maatschappelijke opvang en
verslavingszorg uit die regio - schrijfworkshops en dansmiddagen georganiseerd.
In het Centraal Museum in Utrecht is op 30 maart de Avond van de Poëzie. Toch
heeft niet elke regio de nieuwe koers opgepikt. In Hoorn bijvoorbeeld, vertoont
het filmhuis aldaar gewoon films en verwijst het naar de Breingeindag. Het is
vast even wennen na dertig jaar... Kijk voor
activiteiten van de Week van de Psychiatrie op www.weekvandepsychiatrie.nl.
Spoeddebat over verpleeghuiszorg – 22 maart 2005 – ANP / NRC -- DEN HAAG - De Tweede Kamer houdt donderdag
een spoeddebat over de kwaliteit van de zorg in verpleeghuizen. PvdA en de SP vroegen hier
dinsdag om. Zij willen staatssecretaris
Ross-van Dorp onder meer vragen stellen over ondervoeding en uitdroging bij
verpleeghuisbewoners. De
Inspectie voor de Gezondheidszorg presenteerde dinsdag een rapport waaruit
blijkt dat in 60 procent
van de verpleeghuizen de richtlijnen voor vocht en voeding niet worden
nageleefd. Ook is de toediening van medicijnen en het veilig gebruik van bedden
onder de maat. Uit het rapport blijkt verder dat 47 van de 48 verpleeghuizen,
die eind vorig jaar nog onder de maat presteerden, nu wel in staat zijn de
minimaal vereiste zorg te bieden. De Landelijke Organisatie Cliëntenraden
(LOC) zegt in een reactie op het rapport dat het te lang duurt voordat
verzorgings- en verpleeghuizen de kwaliteit van de zorg op peil brengen. Ook
zijn medewerkers niet overal voldoende geschoold om de verschijnselen van
ondervoeding en uitdroging te herkennen. De LOC zegt veel energie te hebben
gestoken in zaken als het opstellen van een richtlijn voor vocht en voeding.
Maar die wordt nog steeds niet overal nageleefd, stelt de LOC. Het is tijd voor
een deltaplan voor de
verpleeghuiszorg. Alle betrokkenen moeten hun schouders eronder zetten om
de normen voor de zorg, de scholing van het personeel en het imago voor de
verpleeghuizen te verbeteren en daar het nodige geld voor te vinden. Dat zeggen
verpleegkundigen, verzorgenden en verpleeghuisartsen dinsdag in een reactie op
het inspectierapport.
Theorie
homeopathie valt in het water -- 21 maart 2005 -- ziekenhuis.nl / Medisch Contact
-- Lang bleef de verklaring overeind dat homeopathie zou werken omdat water een
geheugenfunctie zou hebben. Echter, na onderzoek van de Universiteit van Toronto is de theorie gevallen. De vloeistof
zou niet langer dan een picoseconde (een miljoenste van een miljoenste seconde)
iets onthouden. Bij lange na niet genoeg voor homeopathie. Het geheugen van
water wordt gevormd door de positie van de moleculen ten opzichte van elkaar.
Via de waterstofbruggen kunnen watermoleculen tijdelijk een positie vasthouden.
Deze theorie was eigenlijk al een zeer zwakke onderbouwing voor homeopathie
maar met het onderzoek uit Toronto is het geheugen van water definitief
ongeloofwaardig.
Ouders vertellen relaas op NCRV-televisie -- 21 maart 2005 – NCRV / Redactie
Schizofrenie Bulletin / Ypsilon -- HILVERSUM - Wat betekent het ouders te zijn
van een kind, dat niet in staat is liefde te geven of te ontvangen? In Schepper & Co gaat de NCRV-televisie vandaag, maandag 21
maart 2005, in op het aangrijpende relaas van een echtpaar met probleemkinderen,
onder wie een kind met
schizofrenie. Het programma wordt uitgezonden om 17.10 uur op Nederland 1
en herhaald op zondag 27
maart om 16.45 uur, eveneens op Nederland 1. Websurfers kunnen ook terecht op Jaap en
Els Lodewijks kregen drie kinderen aan hun zorg toevertrouwd: dochter Anna,
zoon Daan en pleegzoon Zach. De komst van de toen 6-jarige Zach maakte een
grote inbreuk op hun gezinssituatie en de sfeer in huis. Er werd veel van hun
incasseringsvermogen en hun ouderliefde gevraagd. De druk werd zo groot, dat
een gegeven moment uithuisplaatsing van Zach uit hun midden onvermijdelijk
bleek. Over hun ervaringen schreven Jaap en Els Lodewijks een indrukwekkend
boek: Wachten op Zach. Maar intussen glipte ook hun zoon Daan hen uit de
vingers. Hij bleek te lijden aan schizofrenie en het werd steeds moeilijker
voor hen om tot hem door te dringen. In het programma Schepper & Co praat
Jacobine Geel met Jaap en Els over hoe zij als ouders met deze gebeurtenissen
zijn omgegaan. Wat deed het met hen? Hoe hou je het vol als er zoveel van je
gevraagd wordt. Zijn er grenzen aan ouderliefde? Wat zouden ze aan andere
ouders willen meegeven? Overigens kan bij nieuwsprogramma's het onderwerp
altijd worden verdrongen door een actueler thema. In dat geval volgt de
uitzending zo spoedig mogelijk daarna. Het
Schizofrenie Bulletin is een service van Ypsilon, de vereniging voor
familieleden van mensen met schizofrenie of een psychose.Voor meer informatie: http://www.ypsilon.org/schizbul.htm
Artsen willen verbod op zware internetmedicijnen
-- 21 maart 2005 -- nu.nl -- HILVERSUM - Artsenorganisatie KNMG wil dat er een eind komt aan de
verstrekking van zware medicijnen via internet. "Wij vinden dat het voorschrijven
van geneesmiddelen via internet heel beperkt moet plaatsvinden en alleen als je
weet dat het geen risico's met zich meebrengt", verklaarde beleidscoördinator gezondheidsrecht
J. Legemaate zaterdag in televisieprogramma NOVA. De KNMG reageerde zaterdag op de
zelfmoord van een 44-jarige vrouw met middelen die ze van een internetarts op
doktersonline.com kreeg. De arts schreef haar de pijnstiller Depronal voor.
"Je kunt dat gebruiken bij zelfdoding. Een arts moet de aanvrager eerst
gezien en onderzocht hebben voor hij zo'n recept uitschrijft", zei
Legemaate. Minister
Hoogervorst noemde het deze week een "ongewenste ontwikkeling" dat
internetartsen medicijnen voorschrijven aan mensen met wie ze geen
behandelrelatie of fysiek contact hebben. Internet moet ondersteunend zijn,
benadrukte hij. Volgens de minister is er geen nieuw verbod nodig, zoals de
Kamer bepleitte.
-
Juridische
bescherming van gegevens die tijdens dit proces bekend worden, is noodzakelijk.
prof.
dr. A.J. van Vught, kinderarts-intensivist, voorzitter MIP, UMC Utrecht
prof.
dr. G.H. Blijham, voorzitter Raad van Bestuur, UMC Utrecht
Correspondentieadres:
i.leistikow@umcutrecht.nl
Uitbraak zeldzame infectie verzwegen door medisch
specialisten – 17 maart 2005 –
Artsennet -- De
infectieziekte Lymfogranuloma Venereum (LGV) was al ruim tien jaar niet meer in
Nederland gesignaleerd. Inmiddels is er sprake van een epidemie die zich in
West Europa en de Verenigde Staten onder homoseksuele mannen heeft verspreid. De specialisten van de polikliniek
voor seksueel overdraagbare aandoeningen hebben volgens de Inspectie voor de
Gezondheidszorg het belang van een wetenschappelijke publicatie boven het
belang van de volksgezondheid gesteld. De inspectie vindt deze handelwijze
onaanvaardbaar. LGV is een seksueel overdraagbare aandoening die normaal
alleen in tropische landen voorkomt. Bij deze uitbraak gaat het om een ernstige
anale infectie die zich verspreid heeft onder mannen met homoseksuele
contacten. Klachten zijn constipatie, pijnlijke ontlasting, darmkrampen en
abcesvorming. De ziekte is goed te behandelen met antibiotica maar moeilijk te
herkennen. Zonder juiste behandeling kunnen de klachten chronisch worden. De
eerste patiënt meldde zich in januari 2003 bij de polikliniek met een
aandoening waarvan men eerst dacht dat het om een herpes-infectie ging. In
februari ontdekte men dat het om een LGV-infectie ging. Kort hierna kwam er nog
een patiënt met LGV en deze patiënt heeft anderen gewaarschuwd die mogelijk ook
besmet waren. In de zomer van 2003 waren al 14 patiënten bekend. De medisch specialisten spraken af
geen ruchtbaarheid te geven aan hun ontdekking, ondanks aandringen van andere
medewerkers om het aan de GGD te melden. De GGD Rotterdam kwam er pas in
december 2003 achter door een artikel in een tijdschrift en sloeg alarm. In Nederland
zijn tenminste 101 personen door de ziekte getroffen. Actuele informatie kunt u
vinden op www.soahiv.nl.
De Inspectie voor de
Gezondheidszorg concludeert dat de medisch specialisten de volksgezondheid
onnodig in gevaar hebben gebracht en dient om de volgende redenen een
tuchtklacht tegen hen in: 1) De medisch specialisten hebben het belang van een
wetenschappelijke publicatie boven het belang van de volksgezondheid gesteld.
De verspreiding van de infectieziekte had beperkt kunnen worden als de
ontdekking van LGV direct aan de GGD was gemeld. 2) De bron- en
contactopsporing naar LGV is niet goed uitgevoerd. Door de geheimhouding kon
geen gebruik worden gemaakt van de expertise van de GGD op dit gebied. U kunt het
rapport op de site van de IGZ downloaden.
Therapeut
Hellinger blijft flirten met Hitler –
15 maart 2005 – Trouw -- De populaire Duitse
new age-therapeut Bert Hellinger (79) heeft ook in Nederland
duizenden fans. Maar Hellinger (van 'familieopstellingen') verhult zijn
nazi-sympathieën steeds minder. In Duitsland lijkt Hellingers verval begonnen.
Bert Hellinger wilde een tijdelijk therapiecentrum beginnen in Hitlers
voormalige Reichskanzlei in het Oostenrijkse Berchtesgaden, in de buurt van
zijn buitenverblijf op de Obersalzberg. Geschrokken door de storm van kritiek
heeft hij de huur ervan weer opgezegd. In zijn onlangs verschenen boek
'Gottesgedanken' richt Hellinger zich rechtstreeks tot Adolf Hitler. ,,Velen
noemen je een onmens, alsof er ooit iemand is geweest die men zo noemen mag.
Wanneer ik jou waardeer, dan waardeer ik ook mijzelf. Wanneer ik jou verafschuw,
dan verafschuw ik ook mezelf. Mag ik je dan liefhebben? Moet ik je misschien
liefhebben omdat ik anders ook mezelf niet liefhebben kan? Als ik beken dat jij
een mens was net zoals ik, dan zie ik iets dat zowel jouw als mijn oorzaak is -
en ons einde.'' Deze uitspraak past in Hellingers populaire methode van
'familieopstellingen', waarbij je naast families ook bedrijven, landen of
volken kunt opstellen. In een therapiesessie worden deelnemers opgesteld die
bijvoorbeeld familieleden spelen van degene die een probleem heeft. In dit
kortdurende 'spel' wordt hetprobleem dat iemand heeft met de opgestelde
geanalyseerd en symbolisch opgelost. Hellinger houdt er opvallende ideeën op na
over wat recht is en wat krom. Zijn sympathie ligt doorgaans bij de dader. De
slachtoffers zouden geen haar beter zijn dan degenen die hun wat hebben
aangedaan. Sterker nog, het slachtoffer staat de goede orde in de weg. Zo is de
vader het hoofd van het gezin, en die is aan niemand verantwoording schuldig.
De ondergeschikte dient zich weer te schikken onder het gezag van degene die
erboven staat. Dader en slachtoffer worden verzoend door het slachtoffer
tijdens de therapie voor degene die dader speelt te laten buigen en vergiffenis
te laten vragen. Misbruikte dochter aan incestvader, kampslachtoffer aan
nazi-beul. Dit alles omdat allen onderdeel zouden zijn van een groter geheel,
waarin goede en kwade invloeden op een hoger niveau met elkaar samenwerken. Het
individu heeft zich daarin te schikken. Hellinger heeft speciaal een hekel aan
degenen die zich tegen het Hitler-regime hebben verzet. ,,Die mensen dachten
dat ze aan de geschiedenis een andere draai konden geven'', zegt hij. En ,,dat
kan gewoon niet''. Hellinger begrijpt wel waarom slachtoffers zoveel compassie
krijgen. ,,Men wil zich identificeren met het vermeende lot van slachtoffers om
zich dan beter en verhevener te voelen, zonder een eigen lijdensweg te
ervaren.'' Hellinger heeft over veel slachtoffers wel wat aardigs te zeggen. Zo
hebben Joden in hun houding jegens de Palestijnen de energie overgenomen van de
nazi's die hen vroeger vervolgden. Met dictators als Pinochet heeft hij
mededogen. ,,Je mag van hen die zo'n staatsgreep op hun geweten hebben geen
schuldbekentenissen verwachten.'' Het tijdschrift Alert presenteerde onlangs
een ruime opsomming van prikkelende uitspraken van Hellinger. Vanwege alle
publiciteit die Hellingers opmerkingen in Duitsland genereerde is daar
inmiddels onder Hellinger-therapeuten beroering ontstaan. Zo schreef de
vooraanstaande therapeut Arist von Schlippe in een open brief dat hij in het
bijzonder was gevallen over Hellingers recente ode aan Hitler en diens
uitspraak dat de Joden pas vrede zullen hebben met hun Arabische buurlanden en
met zichzelf als ook de laatste Jood een dodengebed voor Hitler heeft
uitgesproken. Vorig jaar nam Von Schlippe het initiatief tot een open brief,
ondertekend door meer dan 150 Hellinger-therapeuten die zich van Hellingers
gepeperde uitspraken distantiëren. In Nederland is in new-agekringen van
kritiek op Hellinger nauwelijks sprake. New-agejournalist en VolZinredacteur
Lisette Thooft zag ,,een wijze, oude, diep religieuze man die in enorme liefde
voor mensen door de pantsers van de gekwetste persoonlijkheid heen kan
kijken''. Dat schreef ze als reactie op een kritisch artikel in Trouw twee jaar
geleden. Hellinger-therapeut Jaap Hollander uit Nijmegen vond het toen ,,juist
verfrissend om iemand van de vorige generatie ideeën te horen verkondigen
zonder zich iets aan te trekken van overdreven regels over wat politiek correct
is en wat niet''. Het tijdschrift Religie en mystiek schreef onlangs
bewonderend dat Hellinger ervan geniet de bestaande orde te provoceren en op
stang te jagen. Het blad Onkruid benadrukt het verschil tussen Hellingers
inspirerende therapie en de 'regelmatig onbetamelijke' persoon van Hellinger.
'Hoe groter de geest, hoe groter het beest', zegt hoofdredacteur Yoeke Nagel.
In het volgende nummer van het tijdschrift Alert zegt Nagel dat voor Onkruid de
maat met de persoon Hellinger pas vol is als hij betrapt wordt op het brengen
van de Hitlergroet. ,,Maar dat maakt zijn werkwijze niet minder waardevol.''
Antidepressiva werken slecht – 15 maart 2005 – Telegraaf -- UTRECHT -
Bij bijna driekwart (72
procent) van de gebruikers van antidepressiva werkt het geneesmiddel niet
optimaal. Soms is het effect ervan te sterk, soms ook is er onvoldoende of helemaal
geen werking. Dat blijkt uit een onderzoek onder 232 patiënten van vier
huisartspraktijken in Ermelo. Volgens de onderzoekers zijn de uitkomsten van
deze studie landelijk te vertalen. In Nederland gebruiken ongeveer 850.000
mensen een antidepressiemiddel; onder hen zijn circa 80.000 kinderen en
jongeren. Deze zware medicijnen worden ook voorgeschreven bij angsten en
fobieën. De onderzoekers presenteren hun zorgwekkende gegevens vandaag tijdens
de jaarlijkse Wetenschappelijke Voorjaarsdag in Utrecht van de
apothekersorganisatie KNMP, de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter
bevordering der Pharmacie. Zij zeggen te zijn geschrokken van deze cijfers en
percentages. "Het betekent dat er enige honderdduizenden gebruikers zijn
in ons land die in meer of mindere mate problemen hebben met de middelen die
zij gebruiken. Het middel werkt bij hen niet op een wijze zoals bedoeld. Dat is
ernstig."
Dode door medicijn via internet -- 15 maart 2005 -- Reformatorisch Dagblad
-- HILVERSUM (ANP) – De
Tweede Kamer wil dat minister
Hoogervorst (Volksgezondheid) het voorschrijven van medicijnen via internet
verbiedt. Dit zei VVD-Kamerlid
Schippers maandag in het televisieprogramma NOVA. Aanleiding is de dood van een
44-jarige, suïcidale vrouw uit Gelderland. Zij pleegde zelfmoord met middelen
die ze van een internetarts op www.doktersonline.com kreeg. De arts had geen persoonlijk contact
met de vrouw en schreef haar de pijnstiller Depronal voor. De vrouw had al enkele zelfmoordpogingen
gedaan. Dit medicijn valt onder de Opiumwet. Het middel Depronal wordt in
Nederland vrij weinig voorgeschreven, juist omdat het makkelijk gebruikt kan
worden om zelfmoord te plegen. De Inspectie voor Gezondheidszorg heeft genoemde arts van
www.doktersonline.com eind vorig jaar al gesommeerd te stoppen. Ook twee andere
internetartsen, van andere sites, kregen een dergelijke sommatie. Alleen in het
geval van www.doktersonline.com overweegt de inspectie een tuchtzaak te
beginnen. De arts C. V. zei zich in de uitzending gedeeltelijk verantwoordelijk te
voelen voor de dood van de vrouw. „Onlineconsult heeft beperkingen. Patiënten
die iets aanvragen, zijn zich daar van bewust", zei de arts. „In het
algemeen spreken mensen, neem ik aan de waarheid bij een internetconsult".
Zijn site
www.doktersonline.com, die vorig jaar in de lucht ging, was maandagavond niet
meer actief.
Stichting
Meded --
13 maart 2005 -- Zetweg / Meded --
Stichting Meded organiseert dolfijntherapie voor kinderen tussen 3 en 13 jaar.
Het doel is naast het bieden van een uitstekende therapie aanbod, mensen die
soms jaren moeten wachten voor deze vorm van therapie snel en effectief van
dienst te zijn. Tevens organiseert ze begeleide
vakanties in een zorghotel voor kinderen met autisme, ADHD en/of een vertraagde
ontwikkeling vanwege een verstandelijke beperking en hun gezin. Het doel is het verzorgen van een
voortreffelijke vakantie voor kinderen en het ontlasten van de ouders tijdens
de vakantieperiode. Voor informatie: www.mededreizen.nl. Schrijf ons via info@mededreizen.nl of bel: 010 – 214 04 45. Relevante
links: www.zetweb.nl & www.medereizen.nl.
Agressie
maakt ziek --
10 maart 2005 --
Zorgkrant -- De medewerkers in de
branche Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening krijgen gemiddeld vier keer per jaar
met agressie te maken. Naar schatting heeft een
op de tien ziekmeldingen
in de branche te maken met agressie. Dit schrijft de Maatschappelijk Ondernemers groep (MOgroep). In
bijna de helft van de incidenten gaat het om fysiek geweld, schoppen, slaan of
zelfs gebruik van mes of pistool. In de helft van de gevallen hebben
maatschappelijk werkers, sociale raadslieden, jongerenwerkers of bijvoorbeeld
beheerders van buurthuizen te maken met verbaal geweld. Agressie is een serieus probleem.
Het maakt werknemers ziek. Ze worden angstig, raken gefrustreerd en verliezen
het plezier in hun werk. Soms is het lichamelijk letsel zo ernstig dat een
medewerker voor langere tijd niet kan werken. De MOgroep, brancheorganisatie
voor Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening, heeft met de vakbonden ABVAKABO en CNV Publieke Zaak in het Arboconvenant afgesproken dat
in drie jaar het aantal agressie-incidenten met twintig procent verminderd moet
zijn. Door incidenten te registreren, grenzen te stellen, voorlichting te geven
en richtlijnen te ontwikkelen en toe te passen. Hiervoor zijn praktische
instrumenten ontwikkeld. Een praktijkcoach helpt bij de toepassing van deze
instrumenten.
Rechter strenger dan wet bij euthanasie
-- 9 maart 2005 -- Volkskrant -- UTRECHT -
Artsen moeten bij euthanasie, levensbeëindiging zonder verzoek of bij staken
van een behandeling, zorgvuldiger te werk gaan dan de wet vereist. Rechters en
toetsingscommissies stellen meer eisen dan de zes zorgvuldigheidseisen die in
de Euthanasiewet staan. Dat blijkt uit een woensdag gepubliceerd onderzoek van artsenorganisatie KNMG
naar rechterlijke uitspraken tussen 1980 en 2004. Daaruit blijkt dat de commissies
bijvoorbeeld ook de tijd tussen het euthanasieverzoek en de uitvoering daarvan
in hun oordeel meewegen. Verder kijken ze naar de relevantie van toekomstig
lijden, de levensbeëindiging van comateuze patiënten en de vraag of euthanasie
door een niet-behandelend arts mogelijk is. De KNMG juicht deze bijkomstige eisen toe. Door de uitspraken
van rechters en toetsingscommissies onstaat een verfijnder stelsel van
zorgvuldigheidseisen. Dat komt de kwaliteit van de medische besluitvorming ten
goede, stelt de artsenorganisatie.
Kinderartsen hebben regelmatig te maken met geweld
– 6 maart 2005 – Volkskrant -- ROTTERDAM -
Kinderartsen hebben regelmatig te maken met geweld. Bijna vier van de vijf artsen zeggen wel eens
geconfronteerd te zijn met agressief gedrag van hun patiënten of van hun
ouders. In driekwart van
de gevallen betrof het verbaal geweld. Dat blijkt uit een enquete van het Erasmus Medisch
Centrum en het Medisch Centrum Rijnmond-Zuid onder bijna vierhonderd kinderartsen en
assistent-geneeskundigen. De resultaten staan in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde van deze week.
Vooral beginnende kinderartsen worden de dupe van agressief gedrag: van hen gaf
bijna tweederde aan hier ervaring mee te hebben. Vrouwen worden meer
geconfronteerd met verbale agressie en mannen meer met bedreigingen en fysieke
agressie. Bijna een kwart van de artsen liet zich beïnvloeden door de agressie,
met als gevolg dat patiënten eerder werden opgenomen of aanvullend onderzoek
kregen. Ongeveer 14 procent van de artsen gaf aan dat de agressie bij hen had
geleid tot angst, onderzekerheid en minder plezier in werken. Bijna 20 procent
van de ondervraagden deed aangifte bij het ziekenhuis, 8 procent deed dat bij
de politie. De helft van
de kinderartsen die reageerden op de enquete, gaf aan behoefte te hebben aan
training om beter met gewelddadig gedrag om te kunnen gaan. De onderzoekers
bevelen aan zo'n training op te nemen in de opleiding tot kinderarts.
Open dag Zorg -- 4 maart 2005 -- Zorgkrant -- Op zaterdag 19 maart aanstaande houden vele zorginstellingen in het land een open dag voor
belangstellende bezoekers. Een greep uit de activiteiten die tijdens de Open
dag Zorg georganiseerd worden. Zorginstellingen in de Oosterschelderegio
organiseren een markt met verschillende activiteiten in Goes. Instellingen en
opleidingsinstanties uit de provincie Drenthe presenteren zich in Assen en
bekende Drenten zullen in de week voorafgaand aan de Open Dag meelopen in
zorginstellingen om een indruk te krijgen van het werken in de zorg. Op
verschillende locaties in Noord-Holland worden workshops georganiseerd.
Bijvoorbeeld voor zwangeren, maar ook babymassage, valpreventie en ehbo voor
kinderen. Instellingen uit Steenwijk leggen link naar het 750-jarige bestaan
van Steenwijk met het thema 'Zorg, vroeger en nu'. Deze tentoonstelling is
gedurende de 'Week van de Zorg in Steenwijkerland' te bezichtigen.
Patiënten melden ernstige bijwerkingen medicijnen
– 4 maart 2005 – zibb.nl – DEN BOSCH - Bijna
eenderde van de bijwerkingen van medicijnen die patiënten melden op www.meldpuntbijwerkingen.nl zijn ernstig. De meeste meldingen gaan
over geneesmiddelen
tegen depressies. Dat meldt het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb. Sinds twee jaar
kunnen medicijngebruikers aan de bel trekken over nadelige effecten van
geneesmiddelen. Voorheen konden alleen artsen en apothekers bij Lareb terecht.
Deze laatste groep bleek niet zoveel zware bijwerkingen te melden als de
gebruikers: eenvijfde van de meldingen ging over kwalijke neveneffecten van
geneesmiddelen. In de twee jaar dat patiënten via internet bij Lareb terechtkunnen,
steeg het aantal klachten. In het eerste jaar waren dat er 276, het volgende
jaar 407. Lareb zegt redelijk goed met de meldingen uit de voeten te kunnen:
eenderde is goed gedocumenteerd, ruim de helft redelijk. Een duidelijke
omschrijving is van belang voor een goede beoordeling van de bijwerkingen.
Ross kondigt verplicht gebruik meldcode
kindermishandeling aan – 4
maart 2005 – MinVWS persbericht --
Beroepsbeoefenaren die tijdens hun werk in contact komen met kinderen,
moeten een meldcode kindermishandeling gaan gebruiken. Staatssecretaris Clémence Ross-van
Dorp
wil deze plicht vastleggen in de Wet op de Jeugdzorg. Dit staat in een brief
die Ross vandaag naar de
Tweede Kamer heeft gestuurd. Ross
legt in de brief uit waarom ze kiest voor verplichte meldcode en niet voor een
meldplicht. Bij een meldplicht moeten de beroepsbeoefenaren altijd een mogelijk
geval van kindermishandeling melden, wat – zo blijkt in andere landen – zal
leiden tot een stijging van vals positieve meldingen, meldingen die bij nader
inzien geen mishandeling blijken te zijn. Bovendien kunnen ouders bij een
meldplicht artsen of hulpverleners gaan mijden, uit angst voor een verplichte
melding. Een verplicht gebruik van een meldcode zal ertoe leiden dat in iedere
situatie een zorgvuldige afweging wordt gemaakt. ‘Dit heeft veruit mijn voorkeur
boven een meldplicht’, aldus Ross. In Nederland wordt momenteel al vrijwillig
met een meldcode kindermishandeling gewerkt. Begin volgend jaar zal naar
verwachting 60 tot 80 procent van de beroepsgroepen in de jeugdgezondheidszorg,
de kinderopvang en het onderwijs met een meldcode werken. Ross denkt in de Wet
op de jeugdzorg te regelen dat instellingen, waar beroepsbeoefenaren werken die
met kindermishandeling in aanraking kunnen komen, zelf een meldcode moeten
vaststellen, die wordt goedgekeurd door de ministeries van VWS en Justitie. ‘Verder wil ik
regelen dat de beroepsbeoefenaren die bij deze instellingen werken, dan ook
werken volgens die meldcode.’ Ook zal Ross bekijken hoe en waar de naleving van
het verplichte gebruik van de meldcode een plek kan krijgen.
In
twee dagen meer dan 1000 telefoontjes -- Klachtenregen over verpleeghuizen
– 3 maart 2005 – Algemeen Dagblad -- Het meldpunt
verpleeghuizen krijgt sinds de start afgelopen maandag een stortvloed aan
klachten te verwerken. Via het meldpunt wil de Inspectie voor de Gezondheidszorg
duidelijkheid krijgen over de situatie in de Nederlandse verpleeghuizen. In een
kamer op het Haagse ministerie staan tien ambtenaren van het ministerie van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport klagende bellers te woord. Volgens hoofdinspecteur J.
van Veen, verantwoordelijk voor de verpleeghuizen, is het aantal
klachten wel een openbaring, de aard ervan echter niet. ,,Het beeld is
herkenbaar'', aldus Van Veen. ,,In een rapport van onze dienst hebben we vorig
jaar al een aantal zwakke plekken in de zorg blootgelegd. Nu zien we veel zaken
weer de revue passeren.'' In twee dagen tijd belden 1044 verplegers,
familieleden van de bewoners van de huizen en patiënten naar 0800 -1205.
Via de website van de dienst kwamen er nog eens 110 e-mailtjes binnen. Van
Veen: ,,Het zijn vooral familieleden die bellen, maar een deel van hen wil wel
anoniem blijven. Vaak zijn ze bang voor de reactie van de verpleeghuizen. De
patiënten in de verpleeghuizen zijn natuurlijk erg afhankelijk van de aandacht
en zorg van de verpleegkundigen. Ze zijn al snel bang dat ze minder aandacht
krijgen als ze te veel klagen.'' Naast veel klachten over het tekort aan
personeel, slechte voeding en verkeerde medicatie worden de
callcenter-medewerkers ook regelmatig verrast met positieve verhalen. Van
bewoners die bellen dat het personeel in hun verpleeghuis zo aardig is en zo
hard werkt. Meestal sluit zo'n beller af met: 'Ja het gaat niet altijd goed,
maar ze hebben maar twee handen, toch.' De klagers krijgen van de inspectie
binnen twee weken een bevestiging van hun klacht. Binnen zestien weken krijgen
ze een rapportage over de afhandeling ervan. Sommige bellers zetten de
inspectie meteen aan het werk. ,,Zaken die direct moeten worden opgepakt, gaan
rechtstreeks naar onze regionale inspecteurs'', aldus Van Veen. ,,Die gaan dan
binnen enkele dagen op pad om de klacht te onderzoeken.''
Meer privacy voor bewoners: De privacy voor bewoners van verpleeghuizen stijgt.
Het aantal kamers voor drie of meer mensen is de afgelopen anderhalf jaar met
2200 gedaald. Volgens het College bouw ziekenhuisvoorzieningen verloopt de
verbouwing van meerpersoonskamers tot kamers voor een of twee patiënten veel
sneller dan verwacht. Staatssecretaris Ross (Volksgezondheid) wil
dat in 2010 in de verpleeghuizen alleen nog maar een- en tweepersoonskamers
zijn. Op 1 januari van dit jaar zaten nog 18.700 van de ruim 54.000
verpleeghuisbewoners met drie of nog meer bewoners op een kamer. Vooral vijf-
en zespersoonskamers zijn de laatste tijd snel verdwenen. Dit komt door
nieuwbouw van de verpleeghuizen en de komst van driepersoonskamers. Samen met
de vereniging van verpleeghuizen Arcares heeft het bouwcollege 80 instellingen
benaderd voor verbouw. Bijna de helft kwam vorig jaar met een bouwplan. Het
bouwcollege verwacht dat de rest dit jaar grotendeels volgt. Geld hoeft geen
probleem te zijn, omdat Ross extra geld heeft uitgetrokken voor de privacy van
verpleeghuisbewoners.
Chirurg veroordeeld wegens dodelijke blunder
– 2 maart 2005 -- Een Luikse chirurg is gisteren
veroordeeld tot zes maanden voorwaardelijke celstraf omdat een patiënte in
maart 2000 overleed na een blunder bij de operatie. Bij het verwijderen van een
gezwel op de eierstokken sneed de chirurg de darm van de vrouw door. Daardoor
stierf ze. Begin 2000 hadden artsen bij Marcelle Mosstelle (59) uit Seraing een
gezwel op een eierstok vastgesteld. In samenspraak met de familie van de vrouw
werd besloten om via een kijkoperatie het gezwel te verwijderen in plaats van
zoals vroeger de buik open te snijden. De ingreep vond plaats op 2 maart 2000.
In eerste instantie leek alles goed te verlopen, maar de chirurg had al meteen
na de ingreep een bedenking. ,,Het gezwel was merkelijk groter dan het
voorafgaandelijk onderzoek had laten vermoeden'', luidde zijn oordeel. De
chirurg kwam in de twee dagen na de ingreep geregeld horen hoe het met Marcelle
Mostelle gesteld was. Hij was bezorgd omdat de operatie gepaard ging met
zwaardere bloedingen dan verwacht. Uitgerekend toen de chirurg een weekend vrij
nam, ging het met Marcelle plots van kwaad naar erger. Zij bleef klagen over
pijn in de buikstreek en kampte met ademhalingsproblemen. Uiteindelijk is de
vrouw in het ziekenhuis overleden. Waarom kijkoperatie? Wat is er fout gelopen?
De nabestaanden van het slachtoffer denken dat niet alles in het werk is
gesteld om de patiënte te redden. Het gerechtelijk onderzoek plaatst een
vraagteken achter de keuze voor een kijkoperatie eerder dan voor een
conventionele ingreep. Dat laatste zou een ongelukkige en fatale snijwonde in de
darm zou kunnen voorkomen hebben. De chirurg die de ingreep uitgevoerd heeft,
meende dat de ploeg die de verzorging van de patiënte van hem had overgenomen,
te laat alarm heeft geslagen om de vrouw nog te kunnen redden. De rechtbank was
een andere mening toegedaan, ook al stemt de strafmaat de nabestaanden van
Marcelle Mostelle tot nadenken.
Inspectie gaat falende arts bij naam noemen
– 2 maart 2005 -- Sdu – Overheidsinformatie -- De Inspectie voor de Gezondheidszorg
(IGZ)
gaat veel meer informatie openbaar maken dan tot nu toe het geval was. Zo
worden falende
ziekenhuizen en artsen voortaan bij naam genoemd, aldus minister Hoogervorst van
Volksgezondheid in een brief aan de Kamer. Op termijn moeten alle inspectierapporten op de
website van de toezichthouder verschijnen. Gegevens over instellingen en medici
worden hierin niet meer geanonimiseerd, zoals altijd gebruikelijk was. Voor de
meeste onderzoeken geldt dat ze openbaar worden als ze na 1 januari van dit
jaar in gang zijn gezet. Inspecties die eerder begonnen, worden 'zo mogelijk'
volledig prijsgegeven. Of dit lukt, hangt af van eerder gemaakte afspraken,
aldus Hoogervorst. De
VVD-bewindsman schrijft dat de inspectie er is voor de burger en dat de
gegevens daarom openbaar horen te zijn. In verband met toenemende marktwerking
meent hij bovendien dat patiënten meer informatie nodig hebben om hun rol als
zorgconsument te kunnen spelen. Ook vindt Hoogervorst dat de IGZ zich vanwege
het streven naar een meer transparante overheid moet verantwoorden. 'Het moet
duidelijk zijn welke feiten aan de conclusies van een rapportage ten grondslag
liggen.' De minister
erkent dat openbaarmaking van individuele gegevens nadelige gevolgen kan hebben
voor instellingen en personen. 'Deze wegen echter in het algemeen niet op tegen
het belang van publieke verantwoording.' Bovendien, stelt hij, kan dit
vooruitzicht juist een aanmoediging zijn om betere kwaliteit te leveren. Verder
gelden er spelregels die bijvoorbeeld artsen in staat stellen zich te
verdedigen. Zo worden betrokkenen drie weken voor publicatie ingelicht en mogen
ze desgewenst een weerwoord geven in een rapport.
Q.
How did the issue of sexual victimization among men and boys become important
to you?
Q.
How widespread is this problem of sexual abuse of children?
Q.
Why, until recently, was the sexual abuse of boys something one heard little
about?
They
may think that to say "I feel good about being gay" would mean
"my abuser won."
Q.
Can a boy be molested by a woman?
A.
Of course he can, as we've seen in those
cases of schoolteachers and young boys.
Meldpunt Verpleeghuizen opent dinsdag – 28 februari 2005 – Telegraaf -- DEN HAAG - De Inspectie voor de Gezondheidszorg
(IGZ)
opent dinsdag een centraal
meldpunt voor verpleeghuizen. Patiënten, cliënten, familieleden, vrijwilligers,
zorgverleners en artsen kunnen hier hun klachten over de zorg in de tehuizen kwijt. De IGZ
hoopt hiermee de veiligheid en kwaliteit van de zorg te verbeteren. Een
speciaal team van inspecteurs beoordeelt naar aanleiding van een telefoontje of
het om een calamiteit gaat, een onverwachte gebeurtenis die tot de dood of
ernstige schade leidt, of een structurele tekortkoming. Beiden kunnen voor de
inspectiedienst aanleiding zijn voor een onderzoek. Ook kan de IGZ
doorverwijzen naar de klachtencommissie van het verpleeghuis. Het meldpunt is te bereiken via
telefoonnummer 0800 – 1205, per brief of via internet: www.meldpunt-verpleeghuiszorg.nl. De inspectie informeert de melder altijd
over de afhandeling van de klacht.
Staat: wel behandeling op gesloten tbs-afdeling
– 28 februari 2005 – Telegraaf -- DEN HAAG - Tot tbs
veroordeelde criminelen die op een zogeheten longstay-afdeling worden
geplaatst, worden wel degelijk behandeld. Dat betoogde landsadvocaat A. ten
Broeke maandag tijdens een kort geding voor de rechtbank in Den Haag. Tbs'er R.
van der M., die op zo'n longstay-afdeling zit, spande het geding aan wegens de
uitzichtloosheid van zijn situatie. Van der M., die in 1996 werd veroordeeld
tot acht jaar cel en tbs wegens verkrachting en doodslag die hij pleegde nadat
hij uit een tbs-inrichting was ontsnapt, vindt dat hij niet behandeld wordt in
de kliniek waar hij nu zit. Daardoor heeft hij in feite een levenslange straf,
aldus zijn advocaat R. Polderman. Een tbs'er wordt op een gesloten afdeling
geplaatst als duidelijk wordt dat hij of zij geen vooruitgang boekt en een
gevaar voor de samenleving blijft.
Job in witte sector voor 41 procent emotioneel te zwaar
-- 26 februari 2005 -- De Morgen –
VLAANDEREN - Voor 41
procent van de loontrekkenden in de welzijns- en gezondheidssector, die de voorbije
dagen massaal staakten, is hun werk emotioneel te belastend. In vergelijking
met andere arbeidssectoren is dat twee keer zoveel. Voor elf procent van
werknemers uit de witte sector is dat aspect van hun job zelfs acuut
problematisch, het sectorgemiddelde bedraagt vier procent. "Die emotionele
belasting die specifiek voor deze sector erg hoog is, vormt samen met de hoge
werkdruk de belangrijkste risico-factor die die jobs ‘onwerkbaar’ kunnen
maken." Dat zegt onderzoekster
Ria Bourdeaud’hui van het STV Innovatie en Arbeid op basis van een verdere analyse
van de eerste meting van de
Vlaamse 'werkbaarheidsmonitor'. Die monitor moest zicht bieden op de jobkwaliteit op
de Vlaamse arbeidsmarkt. Daarvoor werden in 2004 12.000 werknemers ondervraagd,
waarvan 1500 in de witte sector. Iemand heeft een 'werkbare' job als hij niet
problematisch veel stress heeft, geen tekort aan leermogelijkheden, geen gebrek
aan motivatie heeft en geen systematisch problemen heeft om werk en privé te
combineren. Daaruit bleek eerder al dat binnen de gezondheidssector 56 procent
van de werknemers een kwaliteitsvolle job heeft. Nieuw is dat de onderzoekers
nu in een verdere analyse kijken naar de risico’s van de arbeidssituatie die
kunnen zorgen voor een lagere jobkwaliteit. Binnen de witte sector is dat
ondermeer de werkdruk. Die ligt voor éénderde van de werknemers te hoog, wat
vergelijkbaar is met andere sectoren. Op het vlak van emotionele belasting scoort de witte sector
echter het hoogst van allemaal. Daarna volgt onderwijs waar dertig procent zijn
job emotioneel te zwaar vindt.
Tijdelijk
hoofd intensive care --
26 februari 2005 -- Algemeen Dagblad
-- WEERT -- De
ic-afdeling van het Sint Jans Gasthuis in Weert gaat op 7 maart
weer open onder een nieuw tijdelijk hoofd. De afdeling werd vorige week
gesloten op last van de Inspectie voor de Gezondheidszorg.
Volgens de inspectie was de gezondheid van de patiënten in gevaar door ruzie
tussen longartsen en anesthesisten.
SP-voorstel aangenomen voor verplichte meldcode kindermishandeling
– 25 februari 2005 – SP -- Na herhaaldelijk aandringen van SP-kamerlid Agnes Kant zegde staatssecretaris Ross toe een verplichte meldcode
kindermishandeling in te voeren. Door die code krijgen volwassenen die
beroepsmatig met kinderen te maken hebben, de plicht om te handelen als zij een
vermoeden hebben van mishandeling. Kant: "Er komt een einde aan de
vrijblijvendheid. Voor wie bijvoorbeeld werkt in de kinderopvang, in het
onderwijs of op de peuterspeelzaal wordt de norm dat je handelt. Je doet dus
iets, als je kindermishandeling vermoed. Dat kan het inwinnen van advies zijn
bij een Advies en
Meldpunt Kindermishandeling over wat te doen, of het melden van de mishandeling.
Niets doen is in ieder geval geen optie meer, en dat is grote winst voor de
kinderen die het treft. Kindermishandeling vergalt het leven van een kind en
vormt een ernstige bedreiging voor zijn ontwikkeling. Ieder jaar sterven er
zo’n vijftig kinderen na mishandeling." De invoering van de meldcode is
het tweede succes van de SP op dit dossier. Het voorstel maakte deel uit een
reeks voorstellen die Kant onlangs lanceerde samen met professor Baartman, gespecialiseerd
in de studie van het fenomeen kindermishandeling. Eerder al nam de staatssecretaris
een ander punt over, en garandeerde dat de wachtlijsten na meldingen
kindermishandeling voor het eind van dit jaar uit niet meer mogen voorkomen.
Radicale christenen mikken op Britse abortusklinieken
– 26 februari 2005 – Telegraaf -- LONDEN - De christelijke Britse groepering
Christian Voice is van plan om abortusklinieken in Groot-Brittannië aan te
gaan pakken. Volgens The
Times van zaterdag zal een parlementslid de komende dagen aan de minister van
Binnenlandse Zaken vragen om een onderzoek naar Christian Voice. In de krant
zegt de leider van de
groep, Stephen Green, dat in abortusklinieken 'onschuldig bloed' vloeit en dat
dat om wraak roept. De groep mikt op sluiting van de klinieken. "Daar is
niet veel voor nodig, gewoon een paar wakes buiten op de stoep", aldus
Green in The Times. De groep zou ook van plan zijn telefoonnummers en adressen
van kliniekpersoneel op internet te zetten. De klinieken stelden in de krant
bang te zijn voor 'Amerikaanse toestanden', waarbij prolife-activisten geweld
niet schuwen. In Groot-Brittannië is het aantal abortussen (181.600 in 2003)
nog nooit zo hoog geweest.
Conclusies verbazen gevangenisarts niet
– 26 februari 2005 – Gooi en Eemlander --
HAARLEM - Gevangenisarts D. Kuenen is niet verbaasd
over de conclusies van de
Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) over de ondermaatse zorg in jeugdgevangenissen.
,,De corebusiness van het gevangeniswezen is het opsluiten van mensen. Als arts
ben je in die wereld een vreemde eend in de bijt'', aldus Kuenen vrijdag. De
gebrekkige gezondheidszorg in de gevangenissen leidde drie jaar geleden al tot het project Verantwoorde Medische
Zorg (VMZ) van de Dienst Justitiële Inrichtingen. Volgens Kuenen, die tevens voorzitter is van de Landelijke
Vereniging voor Penitentiaire Geneeskunde, leidt het project tot een enorme
inhaalslag om de kwaliteit van de zorg in de instellingen op peil te brengen.
,,Met het VMZ is een veranderingsproces in gang gezet, dat ook bij de
jeugdinstellingen zou kunnen werken.'' Kuenen vindt dat de zorg zowel binnen de
gevangenismuren als daarbuiten gelijk moet zijn. ,,In de instellingen is de
aandacht voor zorg miniem, terwijl de meeste gevangenen eigenlijk in een
zorginrichting thuishoren. Eenderde van de populatie in de instellingen wordt gevormd door mensen
met een storing of een verslaving of die op een andere manier die ziek zijn.''
Kuenen gaf aan dat het niet uitmaakt of de verantwoordelijkheid voor de zorg
bij Justitie ligt of het ministerie van Volksgezondheid. ,,Hoewel zorg niet
thuishoort bij Justitie moet je je wel afvragen of het er bij een ander
ministerie beter op wordt.''
Onderzoek naar psychische gezondheid Amsterdammers
-- 25 februari 2005 -- Zorgkrant -- De Amsterdamse GG&GD is gestart met
een onderzoek naar de psychische gezondheid in de Amsterdamse bevolking. De
GG&GD gaat in kaart brengen hoe het staat met het psychosociale welbevinden
van de Amsterdammers. De hoofdstedelijke gezondheidsdienst onderzoekt welke
psychische klachten Amsterdammers hebben, wat heeft dit voor invloed heeft op hun
leven, zoeken zij hulp en zijn zij daar tevreden over zijn. Ook onderzoekt de
hoofdstedelijke GG&GD of hierin verschillen zijn tussen leeftijdsgroepen,
etnische groepen, mannen en vrouwen. Om op deze vragen antwoord te krijgen gaan
de komende vier maanden dertig interviewers op pad om in totaal 850 mensen te
interviewen. Het onderzoek is een samenwerkingsproject tussen de GG&GD Amsterdam en de drie
instellingen voor geestelijke gezondheidszorg in Amsterdam: Mentrum, de Meren
en GGZ Buitenamstel. Het onderzoek sluit aan op de gezondheidsenquête Amsterdam die de GG&GD in
het voorjaar van 2004 uitvoerde en die met name de lichamelijke gezondheid van de
Amsterdammers in kaart bracht.
Psychiatrische zorg in justitiële
jeugdinrichtingen kwetsbaar -- 25 februari 2005 -- De screening en behandeling van psychiatrische
problemen bij jongeren in justitiële jeugdinrichtingen laat te wensen over,
blijkt uit onderzoek van de Inspectie
voor de Gezondheidszorg. Het gaat om criminele jongeren, maar ook om
jongeren die alleen gedragsproblemen hebben. De justitiële inrichtingen worden
als laatste opvangmogelijkheid gebruikt bij gebrek aan plaatsen in de reguliere
opvang. Ondanks de inzet van het personeel, zijn deze inrichtingen onvoldoende
in staat adequate psychiatrische zorg te bieden. Het aantal jongeren met
psychiatrische stoornissen groeit. De groepsleiding heeft een belangrijke
signalerende functie voor het herkennen van psychiatrische symptomen die niet
eerder zijn opgemerkt of zich net manifesteren. Het ontbreekt de groepsleiding aan psychiatrische kennis en aan scholing
wordt op dit punt te weinig gedaan. Hier valt nog veel te winnen, want als
jongeren tijdig behandeld worden, hebben ze kans op een betere toekomst. In de
meeste jeugdinrichtingen is te weinig medisch personeel aanwezig. Zorgelijk is
vooral het tekort aan psychiaters: er is één psychiater voor ruim 400 jongeren
beschikbaar, terwijl er minimaal één psychiater voor 58 jongeren nodig is.
Verder is er maar één verpleegkundige voor 90 jongeren, terwijl de adviesnorm
stelt dat er één verpleegkundige op 50 jongeren moet zijn. In de inrichtingen
ligt de nadruk op behandeling met medicijnen. Aan andere behandelingsmethoden,
zoals psychotherapie, komt men te weinig toe. Hiervoor kunnen
gedragswetenschappers beter worden ingezet. Ook zijn er risico’s bij het verstrekken
van medicatie. Bij het uitdelen zijn de geneesmiddelen al uit de originele
verpakking en kan de groepsleiding niet meer controleren of het om het juiste
middel gaat. Als de groepsleiding afwezig is, delen beveiligingsbeambten soms
de medicijnen uit, terwijl zij niets weten over de medicatie en geen tijd
hebben om erop toe te zien dat de jongeren de medicijnen daadwerkelijk innemen.
De inspectie vindt dat de jongeren
direct bij binnenkomst standaard gescreend moeten worden op psychische
stoornissen. Dat kan alleen als het personeel hierin bijscholing krijgt. De
doorstroming van jongeren na een verblijf in een justitiële jeugdinrichting
naar de reguliere jeugdzorg moet beter. Ook is het nodig dat de opvang- en
behandelmogelijkheden van de reguliere kinder- en jeugdpsychiatrie en de
gehandicaptenzorg als alternatief voor een verblijf in een justitiële
jeugdinrichting beter worden benut. Klik hier om het
rapport 'Jongeren in justitiële jeugdinrichtingen: met betere zorg nog veel te
winnen' te downloaden. (PDF)
Melden van fouten kan klachten voorkomen
– Nederlandse
Patiënten Consumenten Federatie (NPCF) – Presentatie van de NPCF op het
symposium ‘Melden van fouten’ van de KNMG, gehouden op 23 februari 2005 – Iris
van Bennekom-Stompedissel, directeur NPCF – 24
februari 2005 – “… Melden van (bijna-)fouten essentieel voor
kwaliteitsverbetering” … “Fouten maken kan gebeuren maar het niet melden van
fouten is onacceptabel” … “Een klacht is wellicht niet leuk maar wel een gratis
advies…” … door op bovenstaande link te klikken, kunt u de hele
diavoorstelling bekijken.
Ross wil wachtlijsten AMK’s wegwerken – 24 februari 2005 – Nieuwsbrief nr.8
Medisch Contact / Artsennet (Bron: VWS) -- Staatssecretaris Ross wil van alle provincies en grote steden voor 15 maart weten hoe het
staat met de wachtlijsten op het gebied van kindermishandeling. In een brief
vraagt zij wat de provincies doen om de wachtlijsten bij de Advies- en Meldpunten
Kindermishandeling (AMK’s) aan te pakken. Zij wil onder meer dat provincies en
grote steden elke twee maanden inzicht geven in de voortgang van de aanpak en
cijfers. Vorige maand beloofde Ross de Tweede Kamer dat de wachtlijsten bij de AMK’s eind dit
jaar zullen zijn weggewerkt. “Met extra inspanning moet het mogelijk zijn om
eind dit jaar de wachtlijsten bij de AMK’s weg te werken”, aldus de
staatssecretaris. “Daar waar de problemen onoplosbaar lijken, zullen we
ondersteuning bieden.”
Een klokkenluider-regeling voor artsen: Kunstgreep moet leiden tot openheid over fouten – 24 februari 2005 – Nieuwsbrief nr.8
Medisch Contact / Artsennet -- Auteur: E-J. Pronk -- Fouten melden komt de
kwaliteit van de gezondheidszorg ten goede. Daarom is een wettelijke regeling voor
blamefree melden nodig. Critici vinden een mentaliteitsverandering
belangrijker. ‘De rechtbank Haarlem heeft in hoger beroep bewezen verklaard dat
drie luchtverkeersleiders gezamenlijk op zodanige wijze luchtverkeersleiding
hebben gegeven, dat daardoor de veiligheid van personen en zaken in gevaar is
gebracht. (...) Het was aan de piloten te danken dat er geen ernstig
luchtvaartongeluk is gebeurd.’ Dit zijn fragmenten uit een persbericht najaar
2002. Bijna vier jaar eerder zorgden lage wolken voor slecht zicht op de
landingsbanen. Een Boeing 767 van het Amerikaanse Delta Airlines met 138
passagiers kreeg toestemming voor de start. Bij een snelheid van 240 kilometer
per uur ging de piloot vol in de remmen en voorkwam hiermee een botsing met een
gesleepte Boeing 747 van KLM die de startbaan kruiste. In luchtvaartkringen
staat dit voorval bekend als het ‘Delta-incident’. Het bijna-ongeluk zorgde
voor ophef binnen de sector, maar de veroordeling van de luchtverkeersleiding
deed dat misschien nog wel meer. De luchtverkeersleiders hadden zoals
gewoonlijk keurig gemeld wat er misging. Gevolg: een strafrechtelijk onderzoek,
een rechtszaak en een veroordeling in hoger beroep. Mede omdat bleek dat de
kwestie diep ingreep in het leven van de verdachten, legde de rechtbank geen
straf op. De zaak had niet alleen consequenties voor de drie
luchtverkeersleiders. Een ander effect was de daling van het aantal meldingen
van incidenten. De luchtverkeersleiders keken in het vervolg wel beter uit. Angst: Net als in de luchtvaart is men in de zorg ervan overtuigd dat incidenten
en bijna-ongelukken nuttige informatie bevatten voor kwaliteitsverbetering. Een
probleem is echter dat er nauwelijks wordt gemeld. Afgelopen woensdag vond het
KNMG-symposium ‘Melden van fouten’ plaats. Specialisten, huisartsen,
ziekenhuisdirecteuren, juristen, veiligheidsfunctionarissen en
patiëntenvertegenwoordigers spraken over een cultuur waarin open kan worden
gesproken over incidenten en over een systeem waarin artsen incidenten kunnen
melden zonder bang te hoeven zijn voor repercussies. Een wettelijk verankerde
regeling voor het ‘blamefree’ of ‘veilig’ melden van incidenten kent echter nog
een aantal haken en ogen. ‘Uit onderzoek is duidelijk geworden waarom artsen
incidenten niet melden’, zegt Johan Legemaate, beleidscoördinator gezondheidsrecht van de KNMG. ‘Net als de
luchtverkeersleiders zijn artsen en verpleegkundigen bang voor de juridische
consequenties. Dat is niet terecht. In de meeste gevallen zal het nooit tot een
rechtszaak komen. Maar willen we dat er meer incidenten worden gemeld zodat er
structureel onderzoek naar de oorzaken daarvan kan worden verricht, dan moeten
we iets tegen die angst doen.’ Legemaate voelt wel wat voor een wettelijke
regeling die de klokkenluider bescherming biedt tegen repercussies. ‘Voor de
Onderzoeksraad voor veiligheid (voorheen de Raad op de transportveiligheid,
EJP) bestaat al een wettelijke regeling waardoor informatie verkregen uit
onderzoek van de raad niet als bewijs mag worden gebruikt in een gerechtelijke procedure.
De informatie mag ook niet leiden tot een disciplinaire of bestuurlijke
maatregel of sanctie.’ In
Denemarken en in delen van de VS geldt een dergelijke wettelijke regeling ook
in de gezondheidszorg. De Deense Act on Patient Safety in the Danish Health
Care System stelt dat een melding van een professional in de zorg niet mag
leiden tot disciplinaire maatregelen of gerechtelijke vervolging. Biedt dit een
arts die een fout maakt niet een vrijbrief? Legemaate: ‘De regeling stelt dat
de melding niet het uitgangspunt voor vervolging mag zijn. Een patiënt, maar
ook het Openbaar Ministerie, heeft natuurlijk nog steeds de mogelijkheid om een
rechtszaak te beginnen. Ze zullen hiervoor zelf de benodigde informatie moeten
inwinnen.’ Volgens Legemaate kent een regeling ook andere grenzen. ‘Tegen de
sporadische gevallen van opzet, roekeloosheid en grove schuld zou een regeling
geen bescherming moeten bieden.’ Legemate erkent dat hierdoor een grijs
gebied ontstaat. Je hebt immers eerst rechtspraak nodig om te weten of er
sprake is van schuld. ‘Dat is niet anders. Het doel van de regeling is niet het
creëren van maximale bescherming, maar het vinden van een balans tussen de
verschillende belangen.’ Vraagtekens: De Nederlandse Patiënten Consumenten
Federatie staat niet negatief tegenover een regeling voor zorgverleners die
incidenten melden. ‘Patiënten
zijn niet uit op rechtszaken. Meestal willen ze alleen weten wat er is gedaan
om herhaling te voorkomen. Daarvoor moet de patiënt weten wat er is gebeurd.
Als de patiënt daarvoor een rapport over een incident nodig heeft, moet hij
daar ook over kunnen beschikken.’ Ook schadeverzekeraar Medirisk is voor
bescherming van de melder. Dat wettelijke bescherming onderdeel is van een
cultuurverandering waarin artsen opener met patiënten over incidenten gaan
praten, doet daar volgens directeur John Stappers niets aan af. ‘Wij zijn geen
tegenstander van openheid. Onderzoek toont aan dat meer openheid juist een
dempend effect heeft.’ Stappers vindt dat er ook iets tegenover de juridische
bescherming moet staan.
‘Ziekenhuizen moeten verplicht zijn de informatie te gebruiken ter verbetering
van de kwaliteit van de patiëntenzorg.’ Legemaate is het hiermee eens. ‘Dit
aspect behoeft nog aandacht. Zo ook de vraag of het melden van incidenten
verplicht moet worden. En zo ja, wat voor sanctie er dan moet komen te staan op
niet-melden.’ Een andere zaak die nog moet worden opgehelderd, is in hoeverre de Wet op de openbaarheid van bestuur
(WOB)
betrekking heeft op de meldingenregistratie. De academische ziekenhuizen vallen
vooralsnog onder die wet. Dan is er nog het feit dat de inspectie zich positief
uitlaat over het bieden van bescherming aan melders van incidenten, maar zich
tegelijkertijd sterk maakt voor een wettelijke verplichting om calamiteiten aan
de inspectie te melden. Die incidenten kunnen dan vervolgens via de WOB in de
openbaarheid komen. ‘Vooralsnog allemaal vraagtekens’, zegt Legemaate.
‘Desalniettemin willen we rond de zomer een voorstel doen voor een regeling.’ Kritiek: Hoewel nog nauwelijks uitgekristaliseerd,
werden de termen ‘blamefree’ en ‘veilig’ de afgelopen jaren door de minister van VWS, de inspectie en
de KNMG
als een soort haarlemmerolie aangeprezen. Toch zijn er ook critici. In het nog
te verschijnen maartnummer van Medirisk Magazine noemt Harry Büller, bestuursvoorzitter van het
Erasmus Medisch Centrum, ‘het typisch Nederlands om de aandacht op procedures te
richten’. ‘Met blamefree
melden kom je niet tot de wortel van het probleem’, zegt Büller. ‘En met het
analyseren van meldingen ook niet. Dat is allemaal methode. Je zult het moeten
zoeken in de mentaliteit. Niet naar jezelf te kijken als een onfeilbare dokter,
maar als iemand die fouten maakt, die verbetering behoeft. En dat je soms een
ander nodig hebt die dat tegen je zegt. Dat kan een collega zijn, maar ook een
patiënt.’ H.E. Schaafsma, patholoog in het Wilhelmina Canisius en deelnemer aan
het KNMG-symposium, is het met Büller eens. Op een wettelijke regeling die
artsen bescherming biedt, zit hij niet te wachten. ‘Immuniteit past niet bij je
verantwoordelijkheid als arts. Bovendien houdt het nooit lang stand. Het recht
van de patiënt is sterk. Feitelijk is het oude wijn in nieuwe zakken. De MIP en
FONA zouden ook alleen voor intern gebruik zijn. Ik ben er voor de zekerheid
altijd maar van uitgegaan dat alles wat op papier staat, uiteindelijk door de
patiënt opvraagbaar is.’ Kinderachtig:” Letselschadeadvocaat Atty Vogelzang
gaat nog iets verder dan Schaafsma en Büller. Ze noemt een regeling die
wettelijke bescherming biedt ‘kinderachtig’. ‘Een professional hoort te staan
voor wat hij doet en met naam en toenaam verantwoording te nemen. Ik begrijp
dat de artsencultuur anders is. Als het dan niet anders kan, moet er inderdaad
maar een regeling komen. Maar of daar een wet voor nodig is? Je kunt het toch
ook gewoon met de betrokken partijen afspreken. En na 5 tot 10 jaar schaf je de
regel weer af. In de tussentijd moet de cultuurverandering hebben
plaatsgevonden. Dan moet er wel open met patiënten worden gesproken als er iets
is misgegaan. Dat is een gedragsregel die we in de advocatuur wel hebben.’ Harry
Molendijk, neonatoloog in de Zwolse Isala klinieken en min of meer de
Nederlandse grondlegger van het veilig melden kan zich vinden in de kritiek.
‘Het gaat uiteindelijk om de cultuur. Jarenlang zijn artsen opgeleid met het
idee dat ze geen fouten mogen maken. Dat verander je niet zomaar. Een regeling
die melders bescherming biedt tegen repercussies, is een kunstgreep waarmee je
een cultuur kunt creëren waarin open over incidenten kan worden gesproken. Dat
moeten we gewoon doen, ook al weten we dat er een grijs gebied blijft. Onze
ervaringen zijn goed.’ Winst: In de Isala
klinieken is met de directie afgesproken dat een melding geen negatieve
gevolgen voor de melder heeft. Het aantal meldingen van incidenten op de
afdeling van Molendijk is in drie jaar gestegen van 6 per 100 opnames naar 57
per 100 opnames. De meldingen werden in die tijd steeds minder ernstig van
aard. Doorgevoerde verbeteringen betreffen vooral de overdracht en het
opstellen van een aantal protocollen. Ook kwam naar voren dat er structureel
problemen waren met luchtbevochtigers voor de beademing. Molendijk: Dat is pure
winst. In de tussentijd moeten we artsen zo opleiden dat ze niet meer de
illusie koesteren dat ze onfeilbaar zijn. Dan volgt de cultuurverandering
vanzelf.’
Melden van fouten in de zorg kan en moet veel beter
– 24 februari 2005 – Nieuwsbrief nr.8
Medisch Contact / Artsennet -- In het belang van de patiëntveiligheid moeten fouten
in de zorg worden gemeld en besproken. Recente berichten over medicijngebruik
of de zorg in verpleeghuizen verhogen het urgentiebesef dat melden noodzaak is.
Het beleid daarover vertoont echter gaten en tegenstrijdigheden. De KNMG pleit
voor beleidsmaatregelen die leiden tot een goed en effectief systeem voor het
melden van fouten, in het belang van de kwaliteit van de zorg. Zorgverleners en
instellingen erkennen steeds vaker hoe belangrijk het is om fouten en
incidenten te melden en openlijk te bespreken. De kwaliteit van de zorg en de
patiëntveiligheid kunnen daardoor sterk verbeteren. De praktijk laat echter
zien dat er nog tal van problemen zijn die om een oplossing vragen. Een van de problemen is dat er de
afgelopen jaren, los van elkaar, verschillende systemen en procedures voor het
melden van fouten en incidenten zijn ontwikkeld:
-
het
wetsvoorstel dat instellingen verplicht om ‘calamiteiten’ aan de Inspectie te
melden
Grootschalige staking in Belgische zorgsector
– 24 februari 2005 – Verpleegkundenieuws -- Vanaf vandaag staken de werknemers in
de Belgische zorgsector. De staking is van onbeperkte duur en wordt gevoerd in
ziekenhuizen en rusthuizen. Er wordt ook in de thuiszorg, diensten voor het
Bloed van het Rode Kruis en de revalidatie- en wijkgezondheidscentra gestaakt.
De werknemers in de non-profitsector staken voor betere werk- en
arbeidsvoorwaarden. Zij eisen een volwaardige dertiende maand én extra
vakantiedagen voor 45-plussers. De werknemers in de non-profitsector verdienen
minder dan werknemers met een gelijkwaardige opleiding. Ze willen het werk
aantrekkelijker maken door meer salaris krijgen, waardoor er meer werknemers
zullen komen. Dit is vooral belangrijk met het oog op de toekomst, want België
kampt ook met de vergrijzing. Om toch een minimale zorg te kunnen verlenen,
zijn er 20.000 mensen ‘opgevorderd’ om de goede gang van zaken in de
ziekenhuizen en verzorgingshuizen te verzekeren. Politieagenten moeten de
vorderingsbevelen overhandigen en zijn daar al vanaf woensdagnacht mee bezig.
De bonden willen staken tot er een sociaal akkoord is, maar de federale
minister van Werk, minister
Freya van den Bossche weigert te onderhandelen zolang er wordt gestaakt.
KNMG: 'Arts vaker aanspreken op functioneren’
-- 22 februari 2005 – NRC – UTRECHT - Artsen zouden
functioneringsgesprekken moeten voeren. Hiervoor pleit artsenorganisatie KNMG.
Nu worden artsen pas op hun functioneren aangesproken wanneer ze fouten maken.
Door het functioneren van
artsen regelmatig te evalueren zouden ernstige misstanden, zoals in het St.
Jans Gasthuis in Weert vorige week, mogelijk voorkomen kunnen worden. In Weert
werd de afdeling intensive care op last van de Inspectie voor de
Gezondheidszorg per onmiddelijk gesloten omdat de patiëntenzorg in gevaar kwam
na jarenlange ruzies tussen specialisten. ,,Soms voert een ziekenhuis wel
gesprekken met artsen die in dienst zijn van het ziekenhuis, maar dat gaat vaak
over procedurele issues'', zegt Johan Legemaate, juridisch adviseur van de KNMG. De meeste
specialisten echter, ook die in Weert, zijn vrij gevestigd en werken dus als
zelfstandig ondernemer. Legemaate voegt eraan toe dat het voeren van
functioneringsgesprekken alleen werkt als de hele medische staf er achter
staat. Specialisten zouden deze gesprekken onderling moeten voeren, omdat
managers onvoldoende weet hebben van de medische beroepsuitoefening. Een
chirurg zou bijvoorbeeld met een psychiater kunnen praten, niet zozeer over de
juistheid van diagnoses, maar wel over de manier waarop hij zijn dossier
bijhoudt, of hij voldoende bij- en nascholing krijgt, hoe hij met patiënten en
collega's omgaat, wat voor wetenschappelijk onderzoek hij doet en hoe zijn
contacten zijn met verwijzende artsen in de buurt. ,,Als een arts zijn systeem
op orde heeft, dan is de rest meestal ook goed'', zegt Legemaate. Het Maaslandziekenhuis in Sittard is tot nu toe het
enige ziekenhuis dat functioneringsgesprekken met specialisten voert. ,,We
noemen het geen functioneringsgesprekken, omdat we bang waren dat bij alle
artsen de hakken in het zand zouden gaan'', zegt Ton Hoofwijk, opleider chirurgie en lid van het
medisch stafbestuur. Een
van de redenen om het systeem in te voeren is om tijdig te signaleren als een
arts disfunctioneert. Het ziekenhuis leidde zeven specialisten op om gesprekken
met voorlopig 45 specialisten te voeren. De chirurg die bijvoorbeeld de
gynaecoloog beoordeelt doet navraag bij collega's en verzamelt mogelijke
klachten bij de desbetreffende commissies en het medisch tuchtcollege. De
gynaecoloog levert zelf informatie over de tijd die hij besteed aan management,
opleiding, onderzoek en vertelt wat voor plannen hij heeft. Een jaar later
wordt hij daarop beoordeeld.
Toezicht
medicijnen gehandicapten schiet tekort -- 21 februari 2005 – Verpleegkundenieuws -- Er kan heel wat
verbeteren in het beheer van geneesmiddelen bij verstandelijk gehandicapten die
in zogenoemde gezinsvervangende tehuizen (GVT) wonen. De Inspectie voor de
Gezondheidszorg heeft een onderzoek gedaan naar veilig
geneesmiddelengebruik in deze huizen. Omdat verstandelijk gehandicapten minder
zelfredzaam zijn, moet er extra aandacht zijn voor het beheersen van de
risico’s. De inspectie hield een enquête onder 73 stichtingen met gezinsvervangende
tehuizen en is ook zelf gaan kijken bij 59 tehuizen. Het gros van de tehuizen
heeft bijvoorbeeld geen criteria vastgelegd om te bepalen of een bewoner zelf
zijn medicijnen geheel of gedeeltelijk kan beheren. Eenderde van de
tehuizen registreert geen fouten of meldingen en in veel gevallen is niet
duidelijk wie er verantwoordelijk is. Aan slechts de helft van deze tehuizen is
een verpleegkundige verbonden. Bij tweederde daarvan was de verpleegkundige
dagelijks aanwezig, bij eenderde wekelijks.
Traumazorg onder de maat -- 21 februari 2005 -- Eindhovens Dagblad
-- DEN HAAG - De
traumazorg in Nederland laat veel te wensen over. Binnen de tien traumacentra
is sprake van interne verdeeldheid en het ontbreekt aan goede samenwerking. Dat
blijkt uit een onderzoek van het College voor Zorgverzekeringen (CVZ), dat het
'ronduit verbijsterend' noemt dat ambulancepersoneel soms letterlijk moet
leuren met gewonden bij ziekenhuizen, omdat niet altijd duidelijk is waar de
patiënten heen moeten. Het CVZ stelt dat het niet duidelijk is of de traumacentra
de 4,5 miljoen euro van het kabinet doelmatig hebben ingezet. Daardoor
ontbreekt het nog aan een duidelijke indeling van de regio's. Ook is er nog
geen inzicht in de opvangcapaciteit van trauma-slachtoffers en de
beschikbaarheid van de Medische Mobiele Teams. Na ernstige ongevallen weten familieleden
van een slachtoffer soms totaal niet waar ze moeten zijn. Al in 1998 in omschreven waar
traumacentra aan moeten voldoen. Een jaar later wees toenmalig minister Borst van
volksgezondheid tien ziekenhuizen aan die zich moesten ontwikkelen tot
gespecialiseerde traumacentra. Dat is in 2002 geëvalueerd door het CVZ. Dezelfde problemen die destijds
speelden, zijn nu nog steeds niet opgelost, stelt een woordvoerder van het
college.
Er moet één tbs-kliniek komen -- 19 februari 2005 -- Trouw -- Weg met de
jeugdgevangenissen, meldden de provincies gisteren in Trouw. Minderjarigen die
met de rechter in aanraking komen zijn beter af in besloten behandelcentra.
Twee directeuren van gevangenissen reageren. Kinderen die een misdrijf plegen
en zij die 'slechts' gedragsproblemen hebben, hoeven niet apart behandeld te
worden in die centra. Joh.
Krist, directeur van justitiële jeugdinrichting De Sprengen in Zutphen: ,,Ik ben blij
met deze stellingname van de provincie. Op termijn is het een goede zaak als de
jeugdgevangenissen verdwijnen. Want als je wat wilt doen aan de veiligheid in
Nederland, dan moet je opvoeden, niet straffen. Het klinkt ongebruikelijk dat
je als directeur van een jeugdgevangenis meldt een voorstander te zijn van
opheffen van je inrichting. Maar er zit ook een tweeslachtigheid in mijn
functie. Als ik naar mijn werk ga, moet ik door een heel hoge grijze muur en
hoge gesloten deuren. Ik kan moeilijk beweren dat dit geen gevangenis is. Maar
kom ik binnen die muren dan proberen wij zo pedagogisch mogelijk te werk te
gaan. Wij willen opvoeden. Het is de laatste jaren moeilijker geworden om dat
te doen. Het accent is in de jaren negentig komen te liggen op beheersbaar
houden van de inrichting, er mogen geen incidenten zijn. Er mogen dus geen risico's
worden genomen. Als een jongen ontsnapt, wordt dat gezien als een ramp. Er
zitten in De Sprengen 150 jongens. Van twee daarvan zeg ik: die zijn zó ernstig
gestoord, die moeten echt niet ontsnappen. Voor al die anderen geldt: het zou
heel vervelend zijn en we moeten er keihard aan werken om ze terug te halen.
Maar het is niet de reden om het accent te leggen op het insluiten van de
jongens. Want daardoor is er te weinig accent op datgene doen wat goed voor hen
is. Ook bij ons zitten jongens die niet voor een misdrijf zijn veroordeeld en
jongens voor wie dat wel geldt. De twee groepen hebben gelijksoortige
gedragsproblemen. Ook op dit punt ben ik het eens met de provincie: laat ze bij
elkaar. Er moet één
tbs-kliniek komen voor de echt gestoorde minderjarigen, die zeer ernstige
delicten hebben gepleegd. De overige 95 procent kan in regionale pedagogische
centra worden behandeld.''
Arts moet 80.000 euro schadevergoeding betalen voor
misvormde foetus -- 18 februari
2005 -- Het Belang van Limburg -- Een Franse arts moet 80.000 euro betalen aan de ouders
van een gehandicapt meisje omdat de handicap niet voor de geboorte werd vastgesteld. De kleine Carla
werd in 1997 geboren zonder een bovendij aan haar rechterbeen. Haar rechterknie
zit rechtstreeks aan haar bekken vast. De gynaecologe had de misvorming bij drie echografieën niet
opgemerkt. Een hof van beroep in Angers kende beide ouders 40.000 euro toe omdat
de gynaecologe verantwoordelijk zou zijn "voor de schadelijke
gevolgen", zo deelde de advocate van het ouderpaar donderdagavond mee. De
ouders eisten 161.000 euro schadevergoeding en 153.000 euro omdat ze nooit de
kans kregen om abortus te plegen.
Zorg voor kwetsbare burgers in gevaar -- 18 februari 2005 – Volkskrant / ANP --
AMSTERDAM - Meer dan duizend
dak- en thuislozen, drugsverslaafden, prostituees, psychiatrische patiënten,
tienermoeders en andere 'kwetsbare' burgers in Utrecht en Amsterdam dreigen per
1 maart verstoken te blijven van zorg. Dit komt omdat het ministerie van Volksgezondheid dit jaar veel te
weinig geld uit de
Algemene Wet Bijzonder Ziektekosten (AWBZ) ter beschikking stelt, lieten beide
gemeenten vrijdag weten. 'Het AWBZ-budget voor 2005 is volstrekt onvoldoende,
we komen 6 tot 7 miljoen euro te kort', aldus een woordvoerder van de gemeente
Amsterdam. Als er niets gebeurt, vreest de gemeente het ergste. 'Al die mensen
komen op straat te staan. Dat veroorzaakt overlast, mensen met ziektes kunnen
niet tijdig geholpen worden en politiecellen zullen overvol raken.' De wethouders Spekman van Utrecht en
Belliot van Amsterdam willen voor 1 maart een spoedoverleg met het ministerie om een oplossing
te vinden. Het ministerie laat weten dat er volgende week overleg is met de
zorgkantoren die de AWBZ-gelden verdelen. Volgens een woordvoerder van
Volksgezondheid zijn er meer steden met dit probleem. Het speelt bijvoorbeeld
ook in Hilversum. Vorig jaar trok de koepelorganisatie Federatie Opvang ook al aan de bel
over dit onderwerp. Er is echter geen sprake van dat de mensen uit de
instellingen op straat moeten slapen, legt de woordvoerder uit. De AWBZ-gelden
waren bestemd voor begeleiding en ondersteuning. Hij wijst erop dat 'vorig jaar
zoveel instellingen een beroep hebben gedaan op de AWBZ dat het rijk wel aan de
noodrem moest trekken'. Anders was staatssecretaris Ross-van Dorp (Volksgezondheid) volgens de
woordvoerder met een half miljard euro over het budget heen gegaan.
Ecstasy trials for combat stress -- February 17, 2005 – The Guardian
(David Adam, science correspondent) -- American soldiers traumatised by fighting in Iraq and
Afghanistan are to be offered the drug ecstasy to help free them of flashbacks
and recurring nightmares. The US food and drug administration has given the go-ahead
for the soldiers to be included in an experiment to see if MDMA, the active ingredient in
ecstasy, can treat post-traumatic stress disorder. Scientists behind
the trial in South Carolina think the feelings of emotional closeness reported
by those taking the drug could help the soldiers talk about their experiences
to therapists. Several victims of rape and sexual abuse with post-traumatic
stress disorder, for whom existing treatments are ineffective, have been given
MDMA since the research began last year. Michael Mithoefer, the psychiatrist leading the trial, said: "It's
looking very promising. It's too early to draw any conclusions but in these
treatment-resistant people so far the results are encouraging. "People are
able to connect more deeply on an emotional level with the fact they are safe
now." He is about to advertise for war veterans who fought in the last five
years to join the study.
do 17 feb 2005, 20:37
Inspectie sluit Intensive Care Weert – 17 februari 2005 – Telegraaf -- DEN HAAG - De Inspectie voor de Gezondheidszorg
(IGZ) sluit
vrijdag de Intensive
Care van het Sint Jans Gasthuis in Weert. De inspectie heeft dat donderdag
bekendgemaakt. Volgens de IGZ loopt de gezondheid van de patiënten er gevaar.
Dat komt, aldus de inspectie, onder meer door ruzies tussen de longartsen en anesthesisten. Volgens een
woordvoerder van de inspectie is het nog nooit voorgekomen in Nederland dat een
Intensive Care-afdeling per onmiddellijk wordt gesloten. Op de afdeling is
plaats voor vijf patiënten. Volgens de inspectie zijn vier bedden bezet. De
longartsen en anesthesisten communiceren niet genoeg met elkaar om de patiënten
goede zorg te kunnen bieden. De maatschap anesthesie beschikt bovendien over te
weinig artsen om de patiënten op de afdeling intensieve zorg naar behoren te
kunnen behandelen. Naar het oordeel van de inspectie is op de afdeling niet
duidelijk wie eindverantwoordelijk is voor de zorg aan de patiënten. De woordvoerder
van de IGZ noemt het verontrustend dat patiënten op de Intensive Care-afdeling
van het Gasthuis veel langer aan de beademingsapparatuur liggen dan bij andere
ziekenhuizen van hetzelfde niveau. Gemiddeld liggen patiënten bij die
afdelingen twee tot drie dagen aan de apparatuur. In het Sint Jans Gasthuis
krijgen patiënten op de Intensive Care gemiddeld tien dagen kunstmatige
beademing. Dat kan volgens de inspectie betekenen dat de kwaliteit van de
zorgverlening onvoldoende is. De Intensive Care wordt vrijdag 12.00 uur
gesloten. De patiënten worden donderdagavond of in de loop van de nacht nog
naar het
Catharinaziekenhuis in Eindhoven gebracht, aldus een woordvoerder van het
Eindhovense ziekenhuis.
TBS / Ook binnen de kliniek moet het veilig zijn
– 17 februari 2005 – Trouw -- Achter de muren
van de tbs-kliniek vormen de daders van zware misdrijven geen bedreiging meer
voor de samenleving. Maar veiligheid in die kliniek is een heel ander verhaal.
Patiënten en medewerkers van de forensische kliniek in Eindhoven vertellen wat
dat betekent. Alles heeft een slot. De wc, de slaapkamers, de geloofsruimte.
Elk verpleegkundigenkantoor heeft twee deuren, zodat er altijd een
ontsnappingsmogelijkheid is. Om vanuit de binnentuin naar de gewone wereld te
komen, moet je vijf sloten openen. De acht afdelingen, waar in totaal zo'n
zeventig tbs-gestelden wonen, zijn rond die binnenplaats gebouwd. Een paar
maanden geleden zijn de bomen, struiken en andere beplanting gekortwiekt, zodat
de nieuw geplaatste camera's een beter zicht bieden op wat er in de tuin
gebeurt. ,,Vervelend'', vindt een patiënt. ,,Eerst kon je nog stiekem een
stickie roken tussen de struiken. Nu zien ze alles.'' De bakstenen jaren
tachtig-bouw oogt gezellig, de omschrijving ervan is dat allerminst: tbs1, waar
de psychotici wonen en tbs2, waar de persoonlijkheidsstoornissen worden
behandeld. Meer dan de helft van de bewoners zit voor ernstige mishandeling of
poging tot moord of doodslag. Vijftien procent pleegde daadwerkelijk moord of
doodslag, de rest heeft tbs voor brandstichting of dreiging met geweld. Bart
(44) wil niet zeggen waarom hij in de tbs-kliniek zit, ,,want dat is niet
belangrijk. Het was een zwaar delict.'' Hij heeft drie onzichtbare mannen in
zijn hoofd, vertelt Bart in de rookkamer van afdeling 1D, waar hij woont. ,,En
Diana en Christien, maar die zijn er pas later bij gekomen. Ik weet niet hoe
lang de onzichtbare mannen er nu zijn. Ze waren er in ieder geval al voordat ik
het delict pleegde, dat was in 1993.'' De drie onzichtbare mannen zijn er
altijd en 'dat is klote', vindt Bart. ,,Ik krijg koppijn van ze. Ze maken me
nerveus en angstig. De stemmen in mijn hoofd manipuleren me. Zelfs als ik in
mijn kamer zit, ben ik niet alleen.'' Soms hoort hij ook stemmen van
medewerkers, zegt Aafke van Veen, senior verpleegkundige op Barts afdeling.
,,Dat is best lastig. Dan zit hij 's avonds achter slot op zijn kamer en ga ik
even kijken hoe het met hem is. Soms is hij heel boos op me, omdat ik iets
tegen hem heb gezegd. Dat heb ik dan niet echt gezegd, maar als stem in zijn
hoofd.'' Bart krijgt zware medicatie, net als 90 procent van de patiënten in de
kliniek, die zijn stoornis redelijk onder controle houdt. ,,Maar ik kan nog
steeds psychotisch worden, van het ene op het andere moment. Dan ga ik in de
isoleer. Dat is voor mijn eigen veiligheid en voor die van anderen'', weet
Bart. Verpleegkundige Van Veen laat even later de isoleerkamer zien. Aan één
van de muren zit een soort houten bank vastgemaakt die als bed moet dienen,
erboven een groot raam van onbreekbaar glas. Tussen de binnen- en buitenruit is
een ruimte van zo'n tien centimeter waarin luxaflex hangt. Medewerkers kunnen
die 's nachts via een knop op de gang dicht doen. In de kamer staat een
spijlenbed, dat niet in alle isoleerkamers aanwezig is. Van Veen: ,,Dat bed is
voor onze veiligheid. Als we een cliënt hier brengen, moeten we zonder
problemen weg kunnen. Door de benen van een patiënt tussen de spijlen te doen,
hebben we meer tijd om de ruimte te verlaten.'' De separeer wordt vooral gebruikt
als afkoelruimte voor bewoners die bijvoorbeeld in een psychose zitten. Om
iemand de cel in te krijgen zijn vijf medewerkers nodig, voor ieder arm en been
één en iemand die het hoofd onder bedwang houdt zodat de patiënt niet kan
bijten. Ideaal is een zesde verpleegkundige die aanwijzingen geeft, zo horen de
medewerkers tijdens een cursus, voorafgaande aan de eerste werkdag. Daarin
leren ze speciale grepen waarmee je iemand het stevigst vasthoudt. Wekelijks
worden de grepen geoefend. Volgens verpleegkundige Van Veen verblijft een
aantal bewoners regelmatig een paar dagen in een van de acht isoleervertrekken.
Bart vindt de isoleer wel prettig. ,,Ik maak me wel eens zorgen dat ik ooit
naar een gewone woning moet, want daar is geen isoleer. Daarom zie ik mezelf
niet buiten zitten, ik blijf liever hier. Ik voel me hier veiliger dan
buiten.'' Op dezelfde afdeling woont Simon, die niet zo nodig in de separeer
hoeft. ,,Ik zit liever op mijn kamer.'' Zijn privé-ruimte bestaat uit twaalf
vierkante meter. Er staat een tafel, bed, televisie en kledingkast. Op zijn
tafel ligt het boek 'Meesters der misdaad'. ,,Dat heb ik van een
verpleegkundige geleend. Niet omdat ik nou zo ontzettend geïnteresseerd ben in
misdaad hoor. Ik lees gewoon veel thrillers. Romans zijn voor gewone mensen,
die vind ik saai.'' Simon -veroordeeld voor diefstal en brandstichting- is 41,
weet hij te vertellen nadat hij zijn leeftijd aan een verpleegkundige heeft
gevraagd. Hij lijkt high van heroïne, met pupillen zo klein als speldenknoppen,
maar, zegt Simon, door drugs komt het niet. ,,Ik heb flinke medicatie, die
slaat goed aan. Ik neem die gewoon, want ik wil niet dat ze me onder dwang
platspuiten.'' Drugs gebruikt hij niet meer. Tijdens de feestdagen afgelopen
december had hij wat hasj aangenomen van een medepatiënt. ,,Maar ik werd gepakt
bij een urinecontrole. Dat heeft toch gevolgen. Als de rechter straks beslist
of mijn straf verlengd moet worden, speelt dat drugsgebruik mee.'' Iedere twee
jaar bekijkt de rechter of de tbs verlengd moet worden of niet. Geen enkele
afdeling in de kliniek is drugsvrij. Iedere twee weken wordt de urine
gecontroleerd van patiënten waarvan het personeel vermoedt dat ze verdovende
middelen hebben gebruikt. ,,Veel van hen pleegden hun delict ook onder invloed
van drugs'', zegt psychotherapeut Ingrid van den Bogerd. ,,We proberen hier
vooral de omstandigheden rond het delict te veranderen. Iemand heeft ernstig
geweld gepleegd toen hij zijn medicatie tegen psychose niet had gebruikt.
Tegelijkertijd nam hij ook nog eens drugs. De patiënt moet leren die situatie
te vermijden als hij weer naar buiten gaat. Dus zorgen dat hij niet
tegelijkertijd van medicatie afziet, high wordt én ruzie maakt.'' Tbs'ers
vormen ook in de kliniek een gevaar als ze drugs hebben gebruikt, zegt
verpleegkundige Van Veen. ,,Deze mensen zijn al psychisch ziek. Drugs
versterken dat alleen maar. Ze worden er angstig of zelfs paranoïde van.''
Bewoners die vrijheden hebben, en onbegeleid de buitenwereld in mogen, worden
soms onder druk gezet door tbs'ers zonder vrijheden om drugs voor ze mee te
nemen, zegt de verpleegkundige. Simon heeft weinig vrijheden, omdat hij volgens
zijn begeleiders een te groot risico is. Hij zit dus veel in de kliniek, waar
hij bij sommige patiënten uit de buurt blijft. ,,Er zijn erbij die graag
stoeien en je aanvallen. Ze tillen je op en laten je vallen op de grond. Dat
doet pijn aan je ribben.'' Veiligheid in de kliniek zit dan ook meer in de
inschatting van de bewoners, dan in de gesloten deuren, zegt Giedo Vissers,
senior verpleegkundige op afdeling 2B, waar negen verstandelijk gehandicapte
tbs'ers wonen. ,,Je moet vooral op je gevoel afgaan, je intuïtie. Deze mensen
zijn het ene moment heel rustig, het volgende moment barst de bom. Nu we al een
tijd met deze groep bezig zijn, kunnen we ze beter inschatten. Want daar gaat
het om: dat je anticipeert op wat er kan gebeuren, in plaats van alleen te
reageren als het mis gaat. We zijn de dingen voor.'' Woongroep 2B is de enige
afdeling waar een camera hangt, op de gang waar de slaapkamers aan liggen.
Vissers: ,,We zijn een jaar geleden met de verstandelijk gehandicapten begonnen
en hadden geen idee wat voor groep we nou eigenlijk binnen kregen. Zo kunnen we
toch in de gaten houden wat hier allemaal gebeurt.'' Op de andere afdelingen
zijn geen camera's, omdat die volgens het management van de kliniek ,,alleen
schijnveiligheid bieden''. Vissers is het daarmee eens. ,,Sleutels of camera's
zijn een hulpmiddel. We hebben jaren zonder gedaan. Je kunt het hier niet
honderd procent afdichten. Dan moet je de omgeving zo inrichten dat er geen
privacy meer is, met overal camera's. Dat is té veilig. Als je dat doet, kun je
ook niet meer zien hoe het buiten zou gaan.'' De bewoners van 2B vormen een
speciale groep, zegt Vissers. ,,De verstandelijke handicap ligt vaak veel meer
op de voorgrond dan de psychische stoornis. Ze hebben een delict gepleegd, maar
als je de motivatie hoort, krab je je toch wel achter je oren.'' Hans is daar
een goed voorbeeld van. Trots laat hij zijn kamer zien, de muren vol geplakt
met kleurplaten, op tafel ligt zijn kunstgebit. Zijn gele parkiet Ukkie zit in
een kooi. ,,En dat is mijn bed'', wijst Hans (57). ,,Eerst plaste ik in mijn
bed, maar dat is nu opgelost.'' Dan, uit het niets: ,,Ik zit hier voor poging
tot doodslag. Mijn kostbaas gaf me elke ochtend twee broodjes bal gehakt,
verder niks. Op een gegeven moment had ik daar genoeg van.'' Hij doet zijn
armen een halve meter uit elkaar en zegt: ,,Er lag zo'n mes in de keuken. Dat
heb ik gepakt en hem toen zó'', hij maakt een neerwaartse beweging, ,,in zijn
nek gestoken. Terwijl hij op de bank lag te slapen. Het is toch ook veel te
weinig, twee sneetjes bal gehakt?'' Op de afdeling een verdieping lager pakt
senior verpleegkundige Frans van Mil zijn pieper. Die heeft hij altijd bij zich
als hij het medewerkerskantoor verlaat. Met een knop kan hij een stil of luid
alarm afgeven als hij hulp nodig heeft, omdat een tbs'er bijvoorbeeld agressief
is. Op iedere afdeling zitten overdag drie medewerkers, maar er zijn per
woongroep twee piepers. ,,Ik ben blij dat we over een tijd allemaal een pieper
krijgen. Het is toch veiliger. Soms kan het snel gaan met deze mensen. Ik heb
er niks aan als een collega iets overkomt door gebrek aan een pieper.'' Van Mil
werkt op 2A, waar mensen met een persoonlijkheidsstoornis -zoals een
narcistische of antisociale stoornis- zitten. ,,Deze mensen denken heel erg
zwart-wit, er is geen grijs middengebied. Vaak handelen ze ook naar de plaats
waar ze zich bevinden.'' Een van de tbs'ers op 2A is in hongerstaking gegaan en
de avond ervoor naar een penitentiair ziekenhuis overgeplaatst. Niet alleen
vanwege zijn gezondheid, maar ook omdat hij een gevaar vormde voor medewerkers.
De man gaat regelmatig in hongerstaking en laat dan zijn nagels heel lang
groeien. Vervolgens haalt hij soms op een onbewaakt moment uit naar
medewerkers. Riet (54) werd in het verleden ook aangevallen door medepatiënten.
,,Ik kreeg wel eens een oplawaai, maar die mensen zijn hier nu niet meer.
Anderen gooien met kopjes. Gericht, of een beetje gericht. Maar ik voel me wel
veilig hier. Als er iets gebeurt, grijpen de verpleegkundigen in.'' Zelf
probeert Riet 'normaal te doen', zegt ze. Dat betekent volgens haar niet
smijten met dingen, mensen niet slaan en geen grenzen over gaan. ,,Ze hebben
mij het borderline-etiket gegeven. Ik geloof niet zo in ziektes. Ik ben
doodnormaal eigenlijk.'' Riet heeft geen idee wanneer ze weer vrijkomt, wat
eigenlijk voor iedere tbs'er geldt. Verblijf in de kliniek duurt zo lang als
nodig is en soms betekent dat voor de rest van iemands leven. ,,Sommige
patiënten zijn razend omdat ze tbs hebben en niet weten wanneer het afgelopen
is'', zegt psychotherapeut Ingrid van den Bogerd. ,,Dat zijn niet de
makkelijkste. En niet de veiligste voor medewerkers.'' Verpleegkundigen houden
daarom constant in de gaten hoe het met de patiënten gaat en of ze een gevaar
vormen. Van den Bogerd: ,,Kan iemand alleen in zijn kamer zitten? Onbegeleid in
de binnentuin? Begeleid naar buiten? Of zelfs onbegeleid? Die inschatting maak
je niet één keer, dat doe je dagelijks. Veiligheid is niet honderd procent te
garanderen, maar wel zoveel mogelijk.'' Vanwege
de privacy van de tbs'ers zijn hun namen gefingeerd.
Virtuele behandeling angsten -- 17 februari 2005 -- Zorgkrant -- Als
eerste GGz-instelling van Nederland biedt het Centrum Angststoornissen van het Haagse Parnassia, in samenwerking met de TU Delft en de Universiteit van
Amsterdam, de zogenaamde Virtual
Reality Exposure Therapy (VRET) aan. Voor mensen met hoogtevrees, vliegangst en claustrofobie blijkt VRET een
effectieve behandelmethode te zijn. Bij de virtuele therapie krijgt de patiënt
een bril op waarin beelden te zien zijn die levensecht lijken. Via de
computerwerelden wordt de patiënt, onder begeleiding van een therapeut,
blootgesteld aan de voor hem of haar angstige situaties. Dit is vergelijkbaar
met de huidige methode
‘exposure in vivo’, waarbij mensen stapsgewijs aan hun angsten worden
blootgesteld. In plaats van de situaties te vermijden worden de situaties die
angst oproepen juist opgezocht. Wanneer mensen lang genoeg aan de gevreesde
situatie worden blootgesteld zal de angst afnemen. Uit onderzoek blijkt dit een
goede behandeling te zijn voor hoogtevrees, vliegangst en claustrofobie. De
virtuele werelden worden aan de Technische Universiteit van Delft ontwikkeld en door de Universiteit van Amsterdam onderzocht op hun
effectiviteit. Meer info over de virtuele therapie en afbeeldingen zijn hier
te
vinden.
Verpleeghuizen
voldoen niet aan eisen – 16
februari 2005 – Algemeen Dagblad -- Een op de zes verpleeghuizen voldoet niet
aan de minimale kwaliteitseisen. Dat is de voorlopige
uitkomst van een onderzoek van de Inspectie voor de Gezondheidszorg onder alle
verpleeginstellingen. De slecht presterende verpleeghuizen
krijgen binnen drie maanden opnieuw bezoek van de inspectie. Als de kwaliteit
dan nog niet is verbeterd, zal CDA-staatssecretaris Ross (Volksgezondheid)
de instellingen onder curatele plaatsen. In het uiterste geval worden de
ondermaatse verpleeghuizen gesloten. Het is voor het eerst dat alle 630
verpleeghuizen en verzorgingshuizen met een verpleegafdeling zijn onderzocht.
Het betrof een schriftelijk onderzoek. De inspectie bestempelt ongeveer 95
verpleeginstellingen als 'risicogroep'. De wantoestanden lopen
uiteen van ouderen met doorligwonden en uitdrogingsverschijnselen tot volle
luiers omdat er geen hulp is voor toiletbezoek. Het onderzoek is een vervolg op
de steekproef die de inspectie vorig jaar onder verpleeghuizen hield. Daaruit
bleek dat bijna 80 procent van de onderzochte instellingen steken liet vallen.
De meeste problemen in die verpleeghuizen zijn intussen opgelost. De inspectie
wil voor 1 juli alle ondermaatse verpleeghuizen hebben bezocht. Ross kondigde
vorige week aan dat ook alle andere verpleeghuizen de komende maanden bezoek
krijgen van de inspectie. De staatssecretaris deed de toezegging onder druk van
de Kamer. De partijen waren woedend over de wantoestanden die steeds via de
media naar buiten kwamen. De extra controle van alle instellingen moet
misstanden opsporen die in het huidige onderzoek eventueel niet aan het licht
zijn gekomen. Arcares, de koepel van verpleeg- en verzorgingshuizen, wil nog
niet reageren op de voorlopige uitkomsten.
Pas
op voor oudere arts -- 16 februari 2005
– Algemeen Dagblad – VERENIGDE STATEN – De professionele kennis van oudere
artsen loopt duidelijk achter bij die van jongere collega’s. Patiënten hebben
bij een jongere arts meer kans op optimale behandeling, blijkt uit een studie
van de Harvard
Medical School. Oudere artsen zijn minder goed op de hoogte van moderne
behandelpraktijken dan pas afgestudeerden. Als ze de nieuwe methodes al kennen,
dan passen ze die minder vaak toe.
Leerstoel Psychotraumatologie – 15 februari 2005 – Nieuwsbrief IvP
(Instituut voor Psychotrauma) -- In februari 2005 is de Leerstoel
"Psychotraumatologie" definitief gevestigd aan de Universiteit Utrecht. Prof. dr.
R.J. (Rolf) Kleber is daarmee benoemd tot bijzonder hoogleraar Psychotraumatologie aan de
Capaciteitsgroep Klinische Psychologie van deze universiteit. De leerstoel is een samenwerking tussen het Instituut
voor Psychotrauma en Centrum '45. Met deze leerstoel bieden het IvP en
Centrum '45 de Universiteit Utrecht de gelegenheid om onderzoek en onderwijs
over de gevolgen van en de psychologische verwerkingsprocessen na traumatische
ervaringen, zoals geweld, ongevallen, oorlogen en rampen een verdieping te
geven. Daarnaast zal ook de studie van interventies ter voorkoming van
gezondheidsproblemen en ter bevordering van normale verwerking tot het object
van deze leerstoel horen. Speciale aandacht wordt geschonken aan de relatie werk en trauma, aan de
culturele aspecten van trauma en stress én aan de problematiek ten gevolgen van
oorlogsgeweld en vervolging.
Nieuwe
bloedtest zou aanwezigheid schizofrenie aantonen – 14 februari 2005 -- Redactie
Schizofrenie Bulletin / Ypsilon (bron: New Scientist) -- SAN DIEGO - Niets
lijkt toch idealer dan een simpele test met een druppel bloed dat uitsluitsel
kan geven of sprake is van schizofrenie of niet. Af en toe duikt er dan
ook een onderzoeksteam op dat claimt met een nieuwe methode het bloed te
kunnen onderzoeken op schizofrenie. De meest recente claim komt van de Universiteit van California. Daar
zou een team onder leiding van Ming
Tsuang erin zijn geslaagd om gezonde mensen te onderscheiden van mensen met
schizofrenie en manische depressie. De New Scientist maakt melding van de
resultaten van het nog kleinschalige onderzoek, dat eerder is gepubliceerd in het American Journal of Medical
Genetics B. Tsuang nam van in totaal 74 proefpersonen wat bloed af en
onderzocht het RNA-gehalte. RNA fungeert als de intermediair tussen DNA (dat
zorgt voor informatie en instructies) en eiwit (dat fungeert als uitvoerder).
Door middel van RNA worden de juiste eiwitten in de juiste hoeveelheden op het
juiste tijdstip aangemaakt. Daarmee worden de celprocessen beslissend
aangestuurd. Op basis van de aangetroffen hoeveelheid RNA-moleculen zegt Tsuang
met een nauwkerigheid van 95 tot 97 procent de onderzoeksgroep uit te splitsen
in 30 mensen met schizofrenie, 16 met een bipolaire stoornis (manische
depressie) en 28 gezonde mensen die fungeerden als controlegroep. Peter Liddle, waarnemend directeur van
Nottingham Institute of Neuroscience in Groot-Brittannie, haast zich om in de New Scientist te waarschuwen dat het
vaststellen van een bepaald molecuulgehalte nog niets zegt over de oorzaak.
Misschien zijn de bevindingen van Tsuang gewoon toeval, oppert LIddle, of zijn
ze het gevolg van de medicatie. Tsuang zelf is inmiddels begonnen aan een
tweede, groter onderzoek en hoopt ook nog een derde te starten waarin ook
patienten deelnemen die geen medicatie gebruiken. Daarmee zou hij de
speculaties van Liddle wetenschappelijk uit kunnen bannen.
Het Schizofrenie Bulletin is een service van Ypsilon, de
vereniging voor familieleden van mensen met schizofrenie of een psychose. Voor
meer informatie: http://www.ypsilon.org/schizbul.htm
Arrestatie in moordzaak op verpleegkundige
– 10 februari 2005 –
Verpleegkundenieuws -- De Franse politie heeft een psychiatrische
patiënt gearresteerd op verdenking van de moord op een
verpleegkundige en een ziekenverzorgende. De moord werd in
december gepleegd in een psychiatrische kliniek in de Zuid-Franse stad Pau.
Verpleegkundigen van de afdeling psychogeriatrie troffen ’s morgens vroeg hun
collega’s uit de nachtdienst dood aan. Een van de twee vrouwen was onthoofd.
Haar hoofd was op een televisie gezet. De andere vrouw was met messteken in
haar hals gedood. De 22-jarige dader, zo blijkt nu, was een ontsnapte patiënt
van de kliniek.
Impact of childhood abuse on the clinical course of
bipolar disorder.
Garno JL, Goldberg JF, Ramirez PM, Ritzler BA.
British Journal of Psychiatry, February 2005, 186:121-5.
BACKGROUND: Few investigations have examined the impact of
childhood trauma, and domains of childhood abuse, on outcome in bipolar
disorder.
AIMS: To evaluate the prevalence and
subtypes of childhood abuse reported by adult patients with bipolar disorder
and relationship to clinical outcome.
METHOD: Prevalence rates of
childhood abuse were retrospectively assessed and examined relative to illness
complexity in a sample of 100 patients at an academic specialty centre for the
treatment of bipolar disorder.
RESULTS: Histories of severe
childhood abuse were identified in about half of the sample and were associated
with early age at illness onset. Abuse subcategories were strongly
inter-related. Severe emotional abuse was significantly associated with
lifetime substance misuse comorbidity and past-year rapid cycling. Logistic
regression indicated a significant association between lifetime suicide
attempts and severe childhood sexual abuse. Multiple forms of abuse showed a
graded increase in risk for both suicide attempts and rapid cycling.
CONCLUSIONS: Severe childhood trauma
appears to have occurred in about half of patients with bipolar disorder, and
may lead to more complex psychopathological manifestations. Author
contact: The Zucker Hillside Hospital, 75-79 263rd Street, Glen Oaks, New York
11004, USA. Jgoldber@lij.edu.
Nieuwe regels voor
studiereizen artsen – 4 februari 2005 – Telegraaf -- GOUDA - De
Stichting Code Geneesmiddelenreclame (CGR) stelt strengere
eisen aan sponsoring door de farmaceutische industrie van studiereizen voor
artsen, nascholing en andere bijeenkomsten. De CGR maakte vrijdag bekend
voortaan precies te willen weten of er een objectieve reden is voor de keuze
van bijvoorbeeld een buitenlandse locatie die critici vaak als een snoepreisje
zien. Ook stelt de stichting, die zich buigt over klachten over de handelwijze
van de industrie, dat de "gastvrijheid binnen redelijke perken moet
blijven en ondergeschikt moet zijn aan het hoofddoel van de bijeenkomst."
Deze voorwaarden waren er al voor individuele sponsoring van een arts of
apotheker. Nu wordt ook de zogenoemde collectieve sponsoring aan banden gelegd.
Volgens woordvoerder J.
Oosting wil de CGR voorkomen dat de
geneesmiddelenbranche de collectieve sponsoring als dekmantel gebruikt om
medici gunstig te stemmen. "Het betekent een behoorlijke aanscherping van
de regels. Wanneer een bedrijf financieel wil bijdragen aan een
bijscholingsproject of een studiereis, worden daar vanaf nu duidelijke randvoorwaarden
aan gesteld."
Melleril uit handel
– 4 februari 2005 – Medisch Contact / Artsennet -- Publicatie: Nr. 05 - 4
februari 2005 -- Novartis
Pharma staakt wereldwijd de verkoop van het anti-psychoticum Melleril. Gebruik van thioridazine
geeft bij patiënten met schizofrenie een te hoog
risico op hartritmestoornissen en plotselinge dood. Volgens Novartis Pharma
blijkt uit nieuwe wetenschappelijke publicaties dat patiënten die worden
behandeld met thioridazine in vergelijking met gebruikers van ander
antipsychotica, vaker plotseling overlijden. Door dit effect voldoet het middel
niet meer aan de door overheden voorgeschreven richtlijnen. Melleril werd 45 jaar
geleden geïntroduceerd.De afgelopen twee jaar werd al geadviseerd patiënten met
cardiovasculaire ziekten uit te sluiten van behandeling.
Onthoudingsverschijnselen
pasgeborene groter probleem bij paroxetine -- 4 februari 2005 – huisartsvandaag.nl -- SSRIs zijn de
middelen van keus bij een depressie. Echter het staken van de toediening kan
onthoudingsverschijnselen geven. Emilio Sanz en collegea deden een
database analyse om te kijken welke SSRIs neonatale onthoudingsverschijnselen
gaven. Het risico daarop was verhoogd in bij twee derde van de gerapporteerde
gevallen met het gebruik van paroxetine. Het gebruik van paroxetine in
de zwangerschap dient zorgvuldig afgewogen te worden tegen de achtergrond van
deze bevindingen. Selective serotonin reuptake
inhibitors in pregnant women and neonatal withdrawal syndrome: a database
analysis Lancet 2005; 365: 482-87.
Verpleger
kan misstand melden -- 3 februari 2005 – Algemeen Dagblad -- DEN HAAG –
Verplegend personeel moet misstanden in verpleeghuizen vertrouwelijk kunnen
melden bij de
Inspectie voor de Gezondheidszorg.
Het CDA wil dat Staatssecretaris Ross
(Welzijn) hiervoor een ‘klokkenluidersregeling’ in het leven roept. Verpleegkundigen
kunnen nog niet met hun verhaal terecht bij de inspectie. Alleen klachten van
belanghebbenden, zoals patiënten en hun familie, worden in behandeling genomen.
Bovendien durven verpleegkundigen mistanden vaak niet te melden uit vrees voor
hun baan, stelt CDA-Kamerlid Vietsch.
Het CDA pleit daarom voor een apart meldpunt voor verplegend personeel. De
inspectie moet de meldingen vertrouwelijk behandelen, zodat de klokkenluiders niet
hoeven te vrezen voor hun baan. “Het is van groot belang dat de inspectie beter
zicht krijgt op misstanden in verpleeghuizen. Zij doet nu alleen onderzoek op
basis van steekproeven. Daardoor kunnen schrijnende situaties blijven bestaan”,
aldus Vietsch. De Tweede Kamer
praat vandaag met Ross over de verpleeghuizen. Kamerleden krijgen dagelijks
berichten over wantoestanden. Het gaat meestal om patiënten met doorligwonden
en uitdrogingsverschijnselen. Vietsch hoopt dat ook medisch personeel in
ziekenhuizen gebruik zal maken van de klokkenluidersregeling. Omdat zij
patiënten zien uit verschillende verpleeghuizen, weten zij vaak heel goed welke
instellingen slechte zorg leveren. Met die informatie wordt nu zelden iets
gedaan.”
Patiënt
bekent tweevoudige moord – 3 februari 2005 – Algemeen Dagblad – FRANKRIJK- Een 21-jarige man heeft bekend dat hij
op 18 december in een psychiatrisch ziekenhuis in Pau twee vrouwelijke medewerkers van de kliniek heeft vermoord. De
moordenaar is een voormalige patiënt van de kliniek maar hij kende zijn
slachtoffers niet. Hij zou hebben gehandeld uit een diepe haat tegen de
verpleging en verplegend personeel.
Richtlijn voor palliatieve sedatie in de
maak – 3 februari 2005 – Telegraaf -- UTRECHT - Een commissie van artsenorganisatie KNMG werkt aan een landelijke richtlijn voor palliatieve
sedatie. Dat heeft E. van Wijlick van de organisatie donderdag laten weten. Palliatieve sedatie is het
verminderen van het bewustzijn van patiënten in de laatste levensfase door het
toedienen van medicijnen. Het doel is op die manier onbehandelbare en
ondraaglijke lichamelijke of psychische klachten te verzachten. Dit kan in
lichte vorm, maar ook in een diepe vorm waarbij de patiënt in slaap gehouden
wordt. Juist toegepaste sedatie verkort het leven niet. Dat is anders bij
euthanasie. Bij palliatieve, of terminale, sedatie zijn artsen ook niet
verplicht dat aan de toetsingscommissie te melden. De laatste twee jaar is er
veel discussie over het onderwerp. Eigenlijk wordt de methodiek al tijden
toegepast. Hoe vaak het voorkomt, is volgens Van Wijlick van de KNMG niet
bekend. Vorig jaar verscheen een onderzoek waaruit bleek dat meer dan de helft
van 410 ondervraagde artsen met diverse specialisaties het wel eens had gedaan.
Die artsen waren echter in 2000 en 2001 ondervraagd. De Nijmeegse
hoogleraar B. Crul noemde sedatie
vorig jaar een alternatief voor euthanasie. Met goede palliatieve sedatie was
euthanasie overbodig, stelde hij. Maar daar zijn lang niet alle leden van de
beroepsgroep het mee eens. Huisarts W. Suis, die als SCEN-arts, artsen die met een
euthanasieverzoek bijstaat,
signaleert een afname van euthanasieconsultaties. "Het lijkt wel alsof
palliatieve sedatie de plaats van euthanasie heeft ingenomen" , schrijft
hij in het
vakblad Medisch Contact dat vrijdag
verschijnt. Het valt de arts op hoe onhandig sommige artsen met het einde van
ernstig zieke patiënten omspringen. Ze vragen soms pas heel laat om advies en
hebben dan te maken met een patiënt die alleen nog maar dood wil. Hoewel er
telefonische helpdesks bestaan waar artsen met vragen over palliatieve sedatie
terecht kunnen, pleit Suis ervoor om de taak van SCEN-artsen uit te breiden. De
helpdesk is iemand aan de telefoon, niet voor ondersteuning aan het bed, stelt
hij. Als SCEN-artsen bovendien in een eerder stadium worden ingeschakeld kunnen
euthanasie en sedatie gelijkwaardig aan de orde komen in het contact met de
patiënt. De KNMG steunt de oproep van de SCEN-arts, maar wel onder de
voorwaarde dat er duidelijke richtlijnen, training en tarieven voor komen.
Inspectie eist namen van slechte
verpleeghuizen -- 2 februari 2005 – Volkskrant -- DEN HAAG - De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) eist dat de Nederlandse Vereniging van
Verpleeghuisartsen (NVVA) de namen
bekendmaakt van drie verpleeghuizen waar de zorg voor patiënten extreem slecht
zou zijn. De inspectie heeft dat woensdag bevestigd. De voorzitter van de NVVA
zei dinsdagavond in het televisieprogramma NOVA dat verpleeghuisartsen in drie
tehuizen zijn opgestapt omdat de kwaliteit van de zorg er abominabel was. De
NVVA had de artsen geadviseerd ontslag te nemen omdat ze anders kans liepen verantwoordelijk
te worden gesteld. De NVVA stuurde de inspectie dinsdag een brief waarin ze
haar zorgen uitsprak over de situatie. De vereniging weigerde de namen bekend
te maken van de drie huizen. De inspectie kan de NVVA niet dwingen de namen aan
haar bekend te maken. 'Maar ze hebben de morele plicht dat wel te doen. Anders
zijn ze medeplichting', zegt een woordvoerster. Ook het ministerie van
Volksgezondheid vindt dat de
vereniging man en paard moet noemen. Als de namen van de verpleeghuizen bekend
zijn, kan de inspectie er nader onderzoek doen. Woordvoerster B. Liedmeier van
de NVVA heeft woensdagmorgen gezegd dat haar organisatie waarschijnlijk alsnog
ingaat op het verzoek van de inspectie en de namen zal melden. De inspectie
moet volgens haar dan wel eerst formeel om de namen vragen. De NVVA stelt zich
volgens Liedmeier zo terughoudend op om de belangen van individuele
verpleeghuisartsen te beschermen. 'Ook dat is onze taak. Als een
verpleeghuisarts ontslag heeft genomen bij een huis vanwege de slechte zorg,
wil die persoon weer verder solliciteren. Het is niet in zijn of haar belang
dat de kwestie in grotere kring bekend wordt.' In de brief die de NVVA dinsdag aan
de inspectie heeft gestuurd, staat dat een verpleeghuisarts door de directie op
non-actief werd gesteld nadat hij de inspectie had gewaarschuwd over het niveau
van de zorg in zijn verpleeghuis.
Liedmeier wil niet spreken over een sfeer van intimidatie van
verpleeghuisdirecteuren in de richting van het personeel. 'Maar alle partijen
staan onder grote druk. Daardoor ontstaat er stress, en kunnen dit soort dingen
gebeuren.' Koepelorganisatie Arcares van verpleeg- en verzorgingshuizen
bestrijdt de beschuldiging van de NVVA over de kwaliteit van de patiëntenzorg
in verpleeghuizen. Volgens Arcares is de beschuldiging uit de lucht gegrepen.
Vorig jaar stelde de Inspectie voor de Gezondheidszorg al vier verpleeghuizen
in Tilburg, Velp, Winsum en Oss onder verscherpt toezicht. Daarvan worden nu
nog de huizen in Tilburg en Velp extra in de gaten gehouden. Bij de andere twee
is de verzorging en begeleiding van de ouderen verbeterd. In de
verpleeghuiszorg gold tot 1996 de plicht om misstanden te melden. De Tweede
Kamer voerde daarna een nieuwe wet in waardoor de verplichting verdween. De
inspectie zegt al sinds de jaren negentig aan te dringen op herinvoering van de
plicht. Een wetsvoorstel hiertoe ligt al lange tijd bij de Tweede Kamer voor
behandeling. 'Maar het schiet maar niet op',
zegt de woordvoerster. De Inspectie voor de Gezondheidszorg constateerde vorig
najaar al dat bij 80 procent van de verpleeghuizen de zorg niet aan de
minimumeisen voldoet. Zo mogen bewoners niet vaak genoeg onder de douche of in
bad, biedt het personeel onvoldoende hulp bij het eten en is er te weinig
toezicht bij demente bejaarden. Bewoners worden verder geregeld onnodig
vastgebonden in hun stoel. Personeelsleden hebben bovendien in veel gevallen
niet de juiste diploma's voor het werk dat ze doen. Koepelorganisatie Arcares
van de verpleeghuizen zei ook toen dat de beschuldigingen onjuist waren.
Website Psychisch & Werk gelanceerd
– 1
februari 2005 – Zorgkrant --
Op de
nieuwe website Psychisch & Werk
zijn de resultaten van het onderzoeksprogramma Psychische Vermoeidheid in de
Arbeidssituatie (PVA) van de Nederlandse Organisatie voor
Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) toegankelijk gemaakt voor arboprofessionals. De
site levert informatie over en methoden ter preventie van psychische
aandoeningen en vermoeidheid op het werk. Arboprofessionals zoals
bedrijfsartsen, arboverpleegkundigen en arbeids- en organisatiedeskundigen
spelen een belangrijke rol in de preventie en behandeling van psychische
aandoeningen en vermoeidheid bij werknemers. Om deze professionals met
wetenschappelijke kennis te ondersteunen, is in 1995 het onderzoeksprogramma
PVA gestart. Binnen dit programma zijn onder andere innovatieve
werkstress-modellen en nieuwe behandelmethoden en instrumenten ontwikkeld om
eenvoudig en betrouwbaar een diagnose te stellen. De website http://www.psychischenwerk.nl bestaat uit
verschillende onderdelen, zoals een overzicht van vragen die arboprofessionals
vaak stellen en een lijst met bruikbare instrumenten, waarmee bijvoorbeeld
vermoeidheid is te meten of verzuim te voorspellen.
PvdA:
gedwongen anticonceptie mogelijk maken -- 31 januari 2005 -- ANP/Volkskrant -- DEN HAAG (ANP) - Rechters moeten verstandelijk
gehandicapten, tijdelijk, gedwongen anticonceptie kunnen opleggen. Tweede-Kamerlid Van
Dijken van de PvdA zei dat
maandagavond in het tv-programma Netwerk. ,,Je moet er wel heel voorzichtig mee
zijn'', nuanceerde ze. ,,Het gaat heel erg ver, het is het laatste wat je moet
willen.'' Het Kamerlid reageerde op een rechtszaak tegen twee zwakbegaafde
ouders, die ervan worden verdacht hun tien dagen oude dochter Naomi gedood te
hebben. Ze zouden niet opgewassen zijn geweest tegen de opvoeding van hun kind.
Staatssecretaris
Ross van Volksgezondheid zei vorig jaar
al dat hulpverleners er goed aan doen de kinderwens bij verstandelijk gehandicapten
te ontmoedigen, omdat deze groep vaak niet in staat is hun kind goed op te
voeden. Het pleidooi van Van Dijken om gedwongen anticonceptie voor een
bepaalde periode mogelijk te maken, wordt gesteund door de Nederlandse
Vereniging van Artsen voor Verstandelijk Gehandicapten, aldus voorzitter Scholte in Netwerk.
Meer dwang voor zorgmijders
– 28 januari 2005 – PSY -- Chronisch verslaafden die verloederen
en overlast veroorzaken moeten makkelijker onder dwang kunnen worden opgenomen
en behandeld. Als behandeling niet mogelijk is, moeten er - liefst buiten de
stad - opvangvoorzieningen komen. Eind december 2004 stuurde het kabinet het
langverwachte Plan van
aanpak verloedering en overlast 2005-2007 naar de Tweede
Kamer. Daarin worden plannen gepresenteerd om de zorg te verbeteren voor
overlastgevende zorgmijders die veelal kampen met een combinatie van
psychiatrische stoornissen en verslavingsproblemen. Het kabinet wil dat er meer
drang wordt uitgeoefend op deze groep zorgmijders, waarbij de plannen zich
uitdrukkelijk ook richten op chronisch verslaafden. Hulpverleners moeten zich
nog actiever opstellen om deze mensen in zorg te krijgen. Als dat echt niet
lukt, moet er makkelijker met dwang kunnen worden ingegrepen. In het voorjaar van 2005 komt er een
nieuwe Bopz-richtlijn voor gedwongen opname van verslaafden die ernstig in de
war zijn en een gevaar vormen voor zichzelf of de omgeving. Binnen enkele maanden komt er ook een voorstel om de mogelijkheid voor
dwangbehandeling binnen de instelling verder te verruimen. Bovendien streeft
het kabinet naar een 'nazorg onder toezicht-register', een regeling die moet
voorkomen dat patiënten na ontslag aan hun lot worden overgelaten en die
voorwaarden stelt aan het gedrag van de cliënt op straffe van hernieuwde
dwangopname. Er moeten speciale voorzieningen komen - liefst buiten de stad - voor de groep chronisch
verslaafden die onbehandelbaar is. Ze krijgen daar wel onderdak, bescherming en
een nuttige dagbesteding aangeboden, maar geen behandeling. De gemeente krijgt
de leidende rol als het gaat om hulp aan zorgmijders via de openbare geestelijke
gezondheidszorg (oggz). 'De gemeenten moeten meer
zeggenschap krijgen over de ggz', zo luidt het oordeel van het kabinet. Daarom
worden de Awbz-gelden voor oggz overgeheveld naar de gemeenten die hiermee zorg
kunnen inkopen bij ggz-instellingen. Het is nog niet duidelijk om hoeveel geld
het zal gaan. Het kabinet belooft voor 1 april 2005 met een uitgewerkt voorstel
voor de overheveling te komen. Een deel van de voorstellen die het kabinet in
zijn nota noemt, wordt in Rotterdam al in de praktijk gebracht. Zo hanteert
deze stad sinds enkele maanden een eigen richtlijn om chronisch verslaafden met
een rechterlijke machtiging op te nemen. Hierover zijn afspraken gemaakt met het Openbaar Ministerie. Daarnaast heeft Rotterdam concrete plannen voor longstay-voorzieningen
voor onbehandelbare zorgmijders met ernstige verslavingsproblemen. Deze plannen
worden op dit moment samen met de drie andere grote steden, Amsterdam, Utrecht
en Den Haag, verder uitgewerkt.
Meer aandacht voor perspectief van patiënten – 27 januari 2005 – Verpleegkundenieuws -- Wanneer een patiënt
een beslissing neemt over zijn behandeling is het belangrijk dat hij niet alleen
informatie krijgt over de medische mogelijkheden, maar dat er ook aandacht is
voor het perspectief van de patiënt. Dit is vooral belangrijk wanneer patiënten
irrationele beslissingen lijken te nemen. Een goede communicatie tussen hulpverlener en patiënt is dus
van essentieel belang. Hierbij moeten vooral het
medische perspectief én het gezichtspunt van de patiënt worden besproken. Dit
concludeert Titia
Kleffens in haar onderzoek waarop zij woensdag 26
januari is gepromoveerd aan het VU medisch centrum Amsterdam. Kleffens
bestudeerde de redenen van patiënten met kanker om van een behandeling af te
zien. Zij onderzocht die redenen in relatie tot de houding van artsen ten
aanzien van zo’n beslissing. Kleffens onderzocht ook hoe patiënten het
besluitvormingsproces hadden ervaren. Omdat patiënten een steeds actievere rol
spelen bij beslissingen over behandeling van hun ziekte, kan het voorkomen dat
een patiënt besluit af te zien van de voorgestelde behandeling. In dat geval
spelen behalve medische-, vooral persoonlijke overwegingen een rol. Dan blijken
de levenswaarden van de patiënt en zijn ervaringen met ziekte en behandeling te
domineren. Literatuurtip
van onze redactie: ‘Medische communicatie:
gespreksvaardigheden voor de arts’ (2000), Jan Wouda, Harry van de Wiel &
Katja van Vliet, De Tijdstroom.
A Pill's Surprises, for Patient and Doctor Alike
(Titel MdH: Psychofarmaca tegen depressie: wees
alert op hypomanie & hyperseksualiteit ) -- January
25, 2005 – New York Times -- By RICHARD A. FRIEDMAN, M.D. -- As a psychopharmacologist, I know that every patient responds
slightly differently to medication. But it wasn't until I met Susan that I
understood just how differently. She'd come to see me because she was
depressed, and I'd successfully treated her with a course of Zoloft, a popular
antidepressant. But as often happens, Susan's desire for sex had vanished along
with her depressed mood. "I kind of miss it, but I feel really bad for my
husband, who's getting very frustrated," she said. The sexual side effects of
antidepressants like Zoloft and Prozac - the class of drugs known as selective
serotonin reuptake inhibitors, or S.S.R.I.'s - are well known. The drugs
frequently cause diminished libido, erectile dysfunction in men, and delayed
orgasm or an inability to climax at all in women. The same flooding of the
brain with serotonin that alleviates depression leads to sexual effects in many
patients. Early on, the rates of sexual side effects from S.S.R.I.'s reported in
the medical literature were quite low, in the range of 10 percent to 20
percent. But clinicians knew better. Most of their patients reported some
sexual effects, and it quickly became clear that the early reports were wrong.
The reason for this error was simple. Early clinical trials of the drugs did
not look for sexual side effects; they just recorded problems that patients
spontaneously reported. Because
most patients are reluctant to bring up any sexual side effects on their own,
the researchers got the false impression that these drugs had little effect on
sexuality. When the subjects were specifically asked about sexual side effects,
the rates rose to 40 percent to 50 percent. Susan fell into that unlucky percentage,
and she asked me if anything could be done. There were three possible approaches,
I told her. She could stop the drug from time to time, a strategy that might
temporarily restore her sex drive but could cause discontinuation symptoms; she
could lower the dose of the antidepressant, which might provoke a relapse of
depression; or we could try to counteract the side effects with another
medication. A temporary escape didn't appeal to Susan, so we decided on the
third approach, an antidote. The question was, Which one? Serotonin-blocking
drugs like Periactin, an antihistamine, treat sexual side effects, but they can
also undo the drugs' antidepressant effects. I decided to prescribe Wellbutrin, a different class of
antidepressant that has shown some ability to counteract sexual dysfunction
caused by S.S.R.I.'s. Little did I know. Two weeks later, Susan called from her
cellphone to say that the antidote was working. While shopping, she said, she
spontaneously had an orgasm that had lasted on and off for nearly two hours.
She was more delighted than alarmed, but I was stunned. I have had my share of
therapeutic surprises, but this was hard to believe. Was this a medical
emergency or unrepeatable fluke that Susan needn't worry about? When I saw her
the next day in my office, she was calm and somewhat amused by my concern.
After all, since when is an orgasm a cause for alarm? I was worried, though, that the
addition of Wellbutrin had set off an episode of mania, an effect that
antidepressants can have in up to 5 percent of patients. In that case, her prolonged orgasm
might be a symptom of hypersexuality, common in mania. (*) But Susan didn't
seem either manic or depressed. It seems that for her, the Wellbutrin just had
an extreme sexually enhancing effect. Several colleagues told me about patients
of theirs who had experienced heightened sexual desire on Wellbutrin, but none
of the reports came close to Susan's. That Wellbutrin can enhance sexual pleasure isn't surprising:
it increases the activity of dopamine, a key neurotransmitter in the brain's
reward pathway. In fact, drugs of abuse, like cocaine, alcohol and opiates,
release dopamine in this circuit - and so does sex. A year has passed
without a recurrence of this surprising side effect. But Susan is enjoying sex
now - clearly more than she did before she became depressed. Because this was
her first episode of major depression, the chance of a recurrence was only
about 50 percent, so I suggested stopping the antidepressant. She liked that
idea, but then paused and asked, "Do I have to stop the Wellbutrin,
too?" We both laughed.
Aparte opvang voor moeilijke kinderen: Niet-criminelen niet meer in gevangenis -- 25 januari 2005 -- DEN HAAG - Binnen
de jeugdzorg komen nog dit jaar gesloten behandelplaatsen in internaten
beschikbaar, met voorrang voor kinderen tot en met twaalf jaar. Daarmee moet
het opsluiten van gedragsgestoorde, niet-criminele kinderen en jongeren in een
jeugdgevangenis worden teruggedrongen. Dit schrijven minister Donner (Justitie) en staatssecretaris
Ross (Volksgezondheid) in een vertrouwelijk conceptrapport van begin deze maand.
Het definitieve rapport wordt eind deze week openbaar gemaakt. De nieuwe Wet op
de jeugdzorg, die deze maand is ingegaan, wordt aangepast, zodat ,,vrijheidbenemende
en dwangmaatregelen'' ook binnen de jeugdzorg mogelijk worden. Vanuit de
politiek en de maatschappij is kritiek op het 'samenplaatsen' van
niet-criminele en criminele jongeren. Donner en Ross reageren ook op het vorig
jaar juni verschenen rapport een werkgroep die adviseerde een einde te maken
aan het 'samenplaatsen'. In de vijftien justitiële jeugdinrichtingen werd op 1
januari 2003 iets minder dan de helft van de 2.400 plaatsen bezet door kinderen
die een ernstig delict hadden gepleegd. De overige plaatsen werden bezet door
kinderen die geen delict hebben gepleegd, maar die door de kinderrechter onder
toezicht zijn gesteld. Veel niet-criminele kinderen en jongeren (695 in 2003)
worden in een justitiële jeugdinrichting ondergebracht om een crisisperiode te
overbruggen. Zij hebben crisisinterventie nodig, nadere diagnostiek of
behandeling. De bedoeling is dat zij binnen twaalf weken de jeugdinrichting
verlaten. Omdat er binnen de jeugdzorg geen plaats voor hen is, blijven zij in
de praktijk vaak veel langer - in 2003 bleef 60 procent langer dan twaalf
weken. De bewindslieden willen om te beginnen de doorstroom van deze kinderen
bevorderen door, naast het aantal gesloten plaatsen, ook het aantal open
behandelplaatsen in internaten uit te breiden. Ook moeten er meer ambulante
behandelingen komen, waarbij het kind thuis woont en het gehele gezin bij de
therapie wordt betrokken. De bewindslieden noemen in hun conceptrapport geen
termijn waarbinnen alle niet-criminele kinderen buiten de justitiële jeugdinrichting
moeten worden opgevangen en behandeld. Volgens de prognose van de werkgroep
vorig jaar zal het enkele jaren duren voordat de capaciteit voldoende is
uitgebreid. Tot die tijd worden gedragsgestoorde kinderen en jongeren in de
justitiële jeugdinrichtingen ,,zoveel mogelijk gescheiden van de jeugdigen met
een strafrechtelijke titel''.
Paniek
bestrijden via internet – 23
mei 2005 – Algemeen Dagblad -- Hoogleraar Alfred Lange (64) bedacht eind
jaren 90 Interapy, internettherapie voor mensen met psychiatrische stoornissen
via internet. Alfred Lange: ‘Mensen met paniekaanvallen zijn bang voor de
angst.' Sinds kort richt hij zich op paniekstoornissen. Je straatvrees of
panische angst voor de lift bestrijden op internet, het kan sinds kort. De
behandeling van paniekstoornissen bij Interapy verkeert in de testfase. Eerder
al ontwikkelde Alfred Lange, bijzonder hoogleraar relatie- en gezinstherapie in
Amsterdam, programma's om posttraumatische stress, depressies en burnout te
behandelen. Die zijn intussen het experimentele stadium voorbij,
terdege onderzocht en effectief bevonden. Het volgende programma staat ook al
op de rails: de behandeling van eetbuien, ofwel boulimia nervosa. Vindt u het
behandelen van psychiatrische stoornissen per internet een goede ontwikkeling?
,,Het is een goede ontwikkeling, mits de behandelingen zijn gebaseerd op
wetenschappelijk onderzochte procedures en effecten en op voorwaarde dat de
behandelaars werken volgens een goed bevonden protocol. Het voordeel is dat de
behandelaars allemaal dezelfde aanpak hanteren en dat alles wat zij doen te
controleren is.'' Hoe is het voor uzelf om te behandelen via internet in plaats
van face-to-face? ,,Ik behandel niet zelf, ik leid de behandelaars op. Zij
steken er veel energie in en vinden het internetcontact heel positief. Van
patiënten ontvangen we achteraf soms e-mails waarin ze zeggen dat ze het
contact met de behandelaar fantastisch hebben gevonden.'' Aan welke voorwaarden
moet iemand voldoen om zich te kunnen laten behandelen via internet? ,,We
zullen nooit mensen met wanen, psychoses of zelfmoordneigingen behandelen. Ook
behandeling van een levensbedreigende eetstoornis als anorexia via internet
vinden we onverantwoord. Ernstige dwangstoornissen lijken me op dit moment niet
haalbaar, maar je moet nooit 'nooit' zeggen. Twee jaar geleden zei ik nog dat
depressie niet via Interapy te behandelen was. Afgezien daarvan geldt dat
iedereen die met een computer overweg kan, zich kan aanmelden. Gebleken is dat
onze deelnemers hoger zijn opgeleid dan gemiddeld, maar dat is geen vereiste.
Onderzoek laat zien dat het niveau van de opleiding niet bepaalt of iemand baat
heeft bij de behandeling. Het nadenken over en je concentreren op hoe je je
gevoelens en gedachten betekenis kunt geven, zijn het belangrijkst.'' Hoe
behandel je iemand met een paniekstoornis op internet? ,,Alle behandelingen
werken met een stappenplan. Het gaat om een vorm van begeleide zelfhulp. De
patiënt doorloopt een programma en rapporteert daarover aan de behandelaar. Die
levert bij elke stap commentaar. Bij mensen met een paniekstoornis is de
bedoeling dat zij zich ervan bewust worden wanneer ze in paniek raken. Op welk
moment ontstaan de angstige gedachten, op welk punt begin je dingen te
vermijden? Je geeft ze informatie over wat er gebeurt op die momenten en daarna
laat je ze experimenteren met dingen waarvoor ze bang zijn. Om de confrontatie
met angstige situaties te kunnen aangaan, leren mensen te ontspannen,
bijvoorbeeld door met hun buik adem te halen. Dat moeten ze elke dag oefenen.
Daarna krijgen ze opdracht om een de situatie waarvoor ze bang zijn, op te
zoeken. Mensen met paniekaanvallen zijn bang voor de angst. Ze zijn steeds
gericht op lichamelijke sensaties die het begin van een aanval zouden kunnen
betekenen. Daardoor ontstaat juist een aanval, terwijl er medisch gezien niets
aan de hand is. Wij laten ze dit ervaren. Als ze hun ademhaling onder controle
kunnen brengen zo gauw ze de angst voelen, merken ze dat het helemaal niet zo
erg is om een paniekaanval te krijgen. Aan het behandelprogramma voor
paniekstoornissen kunnen overigens nu nog enkele tientallen mensen gratis
meedoen.'' Hoezo 'nu nog'? Wordt behandeling door Interapy niet vergoed? ,,De
behandeling van paniekstoornissen is nu nog gratis omdat het programma in de
testfase verkeert. De andere behandelingen moeten worden betaald. Verzekeraars
gaan daar heel verschillend mee om. Sommige vergoeden het zonder meer, andere
gedeeltelijk of helemaal niet.'' Wat moet een patiënt doen voordat hij met de
behandeling kan beginnen? ,,Deelnemers aan alle behandelprogramma's gaan door
een uitgebreide screening.Daartoe vullen zij een aantal vragenlijsten in. Het
enige papieren contact bestaat uit een ondertekende verklaring van de patiënt
dat hij weet waaraan hij begint en dat hij daarmee akkoord gaat.'' Laten mensen
zich niet weerhouden door al die vragenlijsten? ,,Als het goed is, komen
vragenlijsten ook in behandelingen met face-to-face contact steeds meer voor.
Uit onderzoek is bovendien gebleken dat mensen het prettiger vinden
vragenlijsten op computer in te vullen dan op papier.'' Waarom zegt u 'als het
goed is'? ,,Het besef dat een diagnose stellen aan de hand van systematische
vragenlijsten het beste resultaat geeft, dringt langzaam in de geestelijke
gezondheidszorg door. Interapy loopt daarin voorop. Een aantal instellingen in
de ggz maakt al gebruik van de vragenlijsten van Interapy.'' Hoe zit het met de
resultaten? ,,De effecten van onze behandelingen zijn uitgebreid onderzocht. Op
kortere termijn zijn de resultaten beter dan die bij face-to-face contact. Wij
zoeken naar verklaringen daarvoor. We denken dat we goede protocollen hebben
opgesteld. Onze behandelaars zijn goed getraind in het motiveren van
deelnemers.'' En op langere termijn? ,,Zes weken na het beëindigen van de
behandeling kijken we hoe de patiënten er voor staan. De bedoeling is
natuurlijk dat ze er ook op de langere termijn baat bij hebben. De eerste
behandeling die wij deden, was posttraumatische stress. Daar hebben we na 18
maanden de deelnemers aan de testsessies nog eens gevraagd hoe het met ze ging.
Van terugval was nauwelijks sprake. Bij burnout en depressie zijn we nu bezig
zo'n controlemoment na 18 maanden te introduceren.'' Het risico ligt op de loer
dat mensen de boel beduvelen als een behandelaar de patiënt niet in zijn ogen
kan kijken. ,,Daarvoor hebben wij geen enkele aanwijzing. Een pathologische
leugenaar heeft geen plezier in internetcontact, die wil zijn grote verhalen
vertellen aan een publiek. Ook mensen die proberen voordeel te halen uit een
ziekte, bijvoorbeeld om een uitkering te krijgen, zullen eerder naar een
reguliere instantie gaan. Een enkele keer hebben we meegemaakt dat iemand zich
aanmeldde voor de verkeerde stoornis. Zo was er iemand die zich wilde laten
behandelen voor een depressie, terwijl hij aan een paniekstoornis bleek te
lijden.'' Interapy zal binnenkort
boulimia behandelen. Wat volgt daarna? ,,Na boulimia zullen we ons vermoedelijk
richten op obesitas, mensen met ernstig overgewicht. Ik denk dat we de ervaringen
van de behandeling van boulimia daarbij kunnen gebruiken. Ik denk ook aan
opvoeding, het coachen van ouders bij gedragsproblemen van kinderen. Ook zie ik
mogelijkheden voor de behandeling van relatieproblemen. Dat zal meer tijd
kosten. Je hebt dan immers met twee mensen te maken; dat is wel een stuk
ingewikkelder.''
Één
kennisbank voor gezondheidsbevordering en preventie --
21 januari 2005 -- Zorgkrant - De QUI-databank, een
landelijke databank met projecten en activiteiten op het gebied van
gezondheidsbevordering en preventie, is vandaag officieel
gelanceerd. Acht partners betrokken bij de preventieve zorg, hebben hieraan
gewerkt. Via de kennisdatabank zijn duizenden projecten te raadplegen. De
kennisbank geeft informatie over wie waar in Nederland en op welke wijze
activiteiten uitvoeren op een bepaald thema. Dit inzicht speelt een belangrijke
rol bij bijvoorbeeld het ontwikkelen en opstarten van nieuwe projecten. QUI
maakt het mogelijk door verschillende databanken te zoeken. De
QUI-databank voegt verschillende databanken bijeen: Thuiszorginstellingen,
ziekenhuizen en landelijke voorlichtingsinstellingen voeren projecten en
activiteiten rechtstreeks in via de QUI-databank. Daarnaast kunnen
ook andere professionals in QUI eigen projecten toevoegen en wijzigen. De
Verslavingszorg- en GGZ-instellingen kunnen de eigen projecten invoeren via de
LSP-databank. GGD’en doen dit via de projectenmodule in GGD Kennisnet. De
sportbonden en sportorganisaties voeren hun projecten in via de projectenbank
Sport, Bewegen & Gezondheid van NISB. Het QUI-project is een
samenwerkingsverband tussen het NIGZ, Trimbos-instituut/LSP, GGD Nederland, NISB,
NIZW, VNG, ZonMw en het RIVM. In 2000 spraken de organisaties de
intentie uit om verscheidene, los van elkaar ontwikkelde, databanken met
preventieprojecten samen te voegen tot één databank.
Slechtziende
kinderen lezen beter dan dove -- 21 januari 2005 -- Zorgkrant -- Slechtziende kinderen lezen weliswaar
minder goed dan normaalziende leeftijdgenootjes, maar er zijn ook slechtzienden
die, zij het langzamer, uitstekend kunnen lezen. In tekstbegrip en
spellingvaardigheid doen ze doorgaans nauwelijks onder voor normaalziende
kinderen. Anders is dat bij dove kinderen: Hoewel ook hun ‘technisch’ lezen
gemiddeld nauwelijks verschilt van dat van horende kinderen, heeft driekwart
van de dove kinderen problemen met begrijpend lezen. Doven hebben als gevolg
van hun handicap, maar ook vanwege hun tweetaligheid (gebarentaal en
Nederlandse taal) doorgaans een beperkter woordenschat. Zij hebben vooral
problemen met begrijpend lezen, omdat ze moeite hebben met de betekenis van de
woorden. Woorden waarvan de betekenis met behulp van taal uitgelegd moet worden
zijn voor dove kinderen veel moeilijker te begrijpen dan woorden waarbij taal
niet noodzakelijk is om de betekenis te leren. Eind januari promoveren aan de Radboud
Universiteit Nijmegen twee onderzoekers op lezen met een
handicap. Orthopedagoge
en onderwijskundige Loes Wauters deed onderzoek naar het lezen van dove
kinderen. Ze promoveert op vrijdag 28 januari. Psychologe Marjolein Gompel
onderzocht lezen en spellen van slechtzienden en promoveert op 31 januari.
Zwaardere
straffen voor geweld op buschauffeurs en artsen --
21 januari 2004 – Gazet van Antwerpen
-- De
ministerraad heeft vrijdag ingestemd met een wetsvoorstel dat de
straffen voor geweld op mensen met een beroep "ten dienste van de
gemeenschap" zoals buschauffeurs en artsen, gevoelig verzwaart. Er komt
ook een werkgroep van de overheden die bij de preventie en repressie van zulke
gewelddaden betrokken zijn, zo meldt minister van justitie Laurette Onkelinx.
Het wetsvoorstel heeft betrekking op daders die geweld plegen op mensen met een
beroep "ten dienste van de gemeenschap". Het gaat zowel
om werknemers van openbare vervoersmaatschappijen als postbodes, brandweerlui,
geneesheren, ambulanciers, sociaal assistenten van het OCMW, werknemers uit de
gezondheidszorg, werknemers van de noodhulpdiensten en leerkrachten. Het
wettelijke minimum voor slagen en verwondingen die een tijdelijke
arbeidsongeschiktheid met zich meebrengen, wordt verdubbeld van
twee tot vier maanden en van twee tot vier jaar in geval van permanente
arbeidsongeschiktheid. Voor vrijwillige slagen en verwondingen met de dood tot
gevolg maar zonder het oogmerk om te doden wordt de minimumstraf verhoogd van 5
tot 7 jaar. De verzwarende omstandigheid geldt slechts indien de feiten worden
gepleegd ten aanzien van de personen die in de uitoefening van hun functie
worden geviseerd en die in contact komen met het publiek. De ministerraad
keurde ook de oprichting goed van een interministeriële werkgroep die de
verschillende overheden samenbrengt die betrokken zijn bij de preventie en
repressie van zulke gewelddaden. Ze moeten een actieplan opstellen om dit soort
van geweld beter te bestrijden. In de werkgroep zitten vertegenwoordigers van
de gemeenschappen en gewesten, en de federale ministers van Binnenlandse Zaken,
Sociale Zaken en Volksgezondheid, Maatschappelijke Integratie, Werk en
Justitie.
Artsen
steunen inspectievoorstel 'blamefree melden'-- 20 januari 2005 -- Zorgportaal -- In het
vandaag verschenen rapport 'Staat van de Gezondheidszorg 2004'
pleit de
Inspectie voor de Gezondheidszorg voor het verbeteren van
de patiëntveiligheid, juist ook met betrekking tot het voorschrijven van
medicatie. De inspectie pleit voor landelijke melding en registratie van fouten
respectievelijk een regeling van 'blamefree melden'. Onder bepaalde voorwaarden
steunt deze voorstellen. De KNMG ziet een landelijke
registratie van fouten en incidenten niet als een op zichzelfstaande activiteit.
Eerst en vooral is van belang dat fouten en incidenten worden gemeld en
besproken binnen afdelingen en instellingen. Daar kunnen de zorgverleners het
meeste van leren en kunnen snel verbetermaatregelen worden genomen. De geleerde
lessen kunnen worden gebruikt voor landelijke analyses en vergelijkingen. Een
landelijke registratie is dan het logische sluitstuk van een breder opgezet
systeem. Bij 'blamefree' of 'veilig melden' kan een hulpverlener fouten en
incidenten melden zonder bang te zijn voor sancties van bijvoorbeeld werkgever
of inspectie. Ervaringen
uit andere sectoren (zoals de luchtvaart) wijzen uit dat 'blamefree melden' de
bereidheid om te melden vergroot en een belangrijke bijdrage levert aan de
vergroting van de kwaliteit en de patiëntveiligheid. 'Blamefree melden' mag er
overigens nooit toe leiden dat hulpverleners die ernstige fouten maken
eenvoudig de dans kunnen ontspringen. De inspectie wijst in
haar rapport nadrukkelijk op veiligheidsproblemen bij het voorschrijven van
medicatie. De artsenfederatie vindt dat artsen zich moeten inspannen om veilig
en doelmatig geneesmiddelen voor te schrijven.
Streepjescode
moet handel in Californische lijken voorkomen –
20 januari 2005 – Het Laatste Nieuws
-- De
Universiteit van de Amerikaanse staat Californië eist van zijn
medische faculteiten dat die streepjescodes implanteren in lichamen die
beschikbaar zijn gesteld aan de wetenschap. De maatregel moet voorkomen dat de
universiteit opnieuw te maken krijgt met schandalen over de illegale verkoop
van honderden lijken. Behalve de elektronica die in botten moet worden
geïmplanteerd of eraan vastgemaakt, worden ook camera's in de opslagplaatsen
verplicht. Die moeten registreren wat daar buiten kantoortijd met de lijken
gebeurt. In de afgelopen tien jaar is de universiteit zeker vier keer in
opspraak geraakt door verdwijning van lichamen die ter beschikking van de
wetenschap waren gesteld. Bij het laatste schandaal werd het donorprogramma in
Los Angeles stopgezet en de directeur ontslagen. Hij zou lichaamsdelen illegaal
hebben verkocht aan particuliere onderzoeksinstellingen. Die zaak is nog in
onderzoek.
Voorlezen
goed tegen dislexie – 20 januari 2005
– Algemeen Dagblad – LEIDEN – Ouders die hun peuters en kleuters voorlezen,
verkleinen daarmee het risico dat hun kinderen leesproblemen of dislexie
krijgen. Door het voorlezen ontwikkelen de kinderen van jongs af aan hun
woordenschat en het begrip van zinnen en verhalen. Leren lezen kost de kinderen
dan minder moeite, blijkt uit onderzoek van A. Bos, bijzonder hoogleraar aan de
faculteit der sociale wetenschappen van de Universiteit Leiden.
The
report can be found online at www.minnesotahealthinfo.org
or www.health.state.mn.us.
Betere
opsporing kindermishandeling -- 19 januari 2005 – Algemeen Dagblad – Het
gebruik van een speciaal formulier in ziekenhuizen helpt kindermishandeling op
te sporen. Op het formulier moeten artsen expliciet invullen of het letsel
waarmee een kind op de spoedeisende hulp binnenkomt, overeenkomt met het
verhaal dat ouders of begeleiders over de oorzaak van dat letsel vertellen. In
het Flevoziekenhuis werden in vier maanden 33 meldingen van vermoedelijke
mishandeling gedaan. Voordat het ziekenhuis het formulier gebruikte, werd nooit
melding gedaan van kindermishandeling.
Minder
mensen om psychische klachten in WAO –
19 januari 2005 – Telegraaf -- DEN
HAAG - Het aantal mensen dat door psychische problemen in de WAO terechtkomt,
neemt af. Vooral bij vrouwen is een afname te zien. Dit blijkt uit het rapport 'Een
gebroken been is toch gemakkelijker'
dat de
werkgroep Psychische Problematiek
woensdag in Den Haag heeft gepresenteerd. Per duizend werknemers kwamen in 2001
ruim zeven vrouwen en vier mannen met psychische klachten in de WAO terecht. In
2003 liep dit terug tot vier vrouwen en ongeveer drie mannen per duizend. Professor P. van
Lieshout sprak bij de presentatie van het
rapport van een trendbreuk. Desondanks vormen mensen met psychische klachten
nog steeds 32 procent van het totale aantal werknemers dat in de WAO komt. Maar
in 2001 was dat nog 38 procent, aldus Van Lieshout. Werkgevers en werknemers
praten niet of nauwelijks over problemen thuis of op het werk. Die kunnen
daardoor zulke proporties aannemen dat zij leiden tot verzuim. "Over een
gebroken been is het toch een stuk gemakkelijk praten", aldus de
opstellers van het rapport, dat werd aangeboden aan minister De Geus van
Sociale Zaken. Een betere communicatie kan
ertoe bijdragen het verzuim door dit soort problemen terug te dringen. De Geus
wees erop dat de aanpak van het ziekeverzuim in eerste instantie een taak is
van werkgevers en werknemers samen. Zij moeten in CAO's daarover afspraken
maken, aldus de minister. Als mensen op hun werk iemand kennen die van
psychische klachten is genezen, dan helpt dat. "Het verschijnsel wordt
herkend en bespreekbaar gemaakt" , aldus De Geus. Ook een gebroken geest
kan worden gespalkt, maar loop er niet te lang mee door."
Zorgverzekeraars
kritisch over website – 19 januari 2005 – Telegraaf -- ZEIST - Zorgverzekeraars
Nederland (ZN), de koepeldorganisatie van ziektenkostenverzekeraars, is verbolgen over de website www.kiesbeter.nl die minister Hoogervorst (Volksgezondheid) woensdag opende. Op de site kunnen
consumenten onder meer ziekenfondsverzekeringen vergelijken. Volgens ZN is de
website deels gebaseerd op oude informatie en zijn de prestaties van
zorgverzekeraars niet eerlijk beoordeeld. Dat staat in een brief die de
zorgverzekeraars naar de Consumentenbond
hebben gestuurd. De website, die door het ministerie van Volksgezondheid is
gefinancierd, maakt gebruik van onderzoeksresultaten van de Consumentenbond. De
Consumentenbond is het echter niet eens met de kritiek. In het onderzoek
gebruikte de Consumentenbond onder meer gegevens over de bereikbaarheid en de
klachtenafhandeling van de verzekeraars die dateren uit 2003. Volgens ZN geven
de resultaten daardoor een vertekend beeld. "Die cijfers zijn twee jaar
oud. In die periode kan al veel verbeterd zijn", aldus een woordvoerder
van ZN. Verder vindt ZN dat de bond de scores op bijvoorbeeld keuzevrijheid of
het opzegbeleid baseert op te beperkte informatie. Hierdoor ontstaat een beeld
van de prestaties van de verzekeraars dat niet overeenkomt met de werkelijkheid,
stellen de verzekeraars. De Consumentenbond benadrukt echter dat de oude
cijfers afkomstig zijn van toezichthouder CTZ en die had geen recentere
cijfers. Bovendien komen ze overeen met de resultaten van een
tevredenheidsenquête die de bond zelf onlangs heeft gehouden, stelt een
voorlichter. Verder stelt hij dat de bond in het onderzoek verzekeraars
beoordeeld op punten waarvan consumenten hebben aangegeven dat ze die
belangrijk vinden. De verzekeraars waren daarvan op de hoogte. "Over elke
stap en elk aspect is met de verzekeraars overlegd." De woordvoerder van
de bond doet de reactie van de verzekeraars daarom af als
"koudwatervrees". Met de site is voor het eerst blootgelegd op welke
punten ze goed en slecht presteren. "Dat is even wennen."
Ook
Inspectie Gezondheidzorg onderzoekt hulp Savanna – 18 januari
2005 – Telegraaf -- DEN HAAG - De Inspectie Jeugdzorg
en de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) doen samen onderzoek naar de hulpverlening aan het gezin van de 3-jarige
Savanna. Dit heeft een woordvoerster van de IGZ dinsdag laten weten. De IGZ
kijkt naar de medische kant. De peuter uit Alphen aan den Rijn werd vorig jaar
september dood aangetroffen in de kofferbak van een auto. Justitie verdenkt
haar moeder en de vriend van haar moeder van stelselmatige uithongering en
mishandeling van het meisje. Het gezin was bekend bij de hulpverlening en het
stond onder toezicht van een gezinsvoogd, omdat er al langer problemen waren.
Na de dood van het meisje stelde het bureau Jeugdzorg Noord-Holland-Noord een onderzoek in naar zijn functioneren. Toen dat
klaar was, begon de Inspectie Jeugdzorg haar onderzoek. De IGZ sloot zich
daarbij aan, aldus een woordvoerster van de Inspectie Jeugdzorg. Het onderzoek is
naar verwachting eind deze maand afgerond.
Baby
Meerle raakte klem door kapot bedje: 'Dagverblijf schuldig aan dood baby' – 18 januari
2005 -- Algemeen Dagblad -- De stichting Kinderopvang Rotterdam Noord
(Korn) is volgens justitie schuldig aan
de dood van een half jaar oud meisje dat in augustus 2003 stikte toen zij
bekneld zat in een kapot ledikantje in haar kinderdagverblijf. De stichting
bestrijdt dat en vindt dat groepsleidsters verantwoordelijk zijn. Het Openbaar
Ministerie eiste gisteren voor de rechtbank in Rotterdam dat de stichting 20.000 euro betaalt aan het Liliane Fonds en
Warchild. Baby Meerle Rutten werd op de
bloedhete middag van 11 augustus 2003 te slapen gelegd in een kapot bedje in kinderdagverblijf
Het Kleine Rijk aan de Parklaan in Rotterdam.
Het hekje van het bovenste deel van het stapelledikantje zat aan de onderkant
los waardoor er een speling van 12 centimeter tussen de bedbodem en het hekje
ontstond. In het kwartier dat Meerle zonder begeleiding in de slaapkamer lag,
rolde ze tegen het hekje aan. Ze viel met haar onderlichaam tussen het hek en
de bedbodem en kwam klem te zitten. Haar kin rustte op de bedbodem. Toen zij
door groepsleidster Bianca werd gevonden, was Meerle helemaal slap en zag ze
bleek. Enkele dagen later overleed ze in het ziekenhuis. Officier van
justitie E. Pols wilde de
leidsters van Het Kleine Rijk niet vervolgen, hoewel hij vond dat ze nalatig
hadden gehandeld. Een aantal leidsters en de manager wisten al een paar dagen
dat het bedje kapot was. Ze hadden een reiswieg in het ledikant gelegd om te
voorkomen dat het zou worden gebruikt. Maar toen Meerle naar bed werd gebracht
door een leidster die dat niet wist, was de wieg weg. ,,Iedereen heeft een
beetje schuld. Alle beetjes schuld reken ik toe aan de stichting als geheel'',
zegt Pols. Volgens hem is uiteindelijk Korn verantwoordelijk voor wat er in het
kinderdagverblijf gebeurt. ,,Door de stichting te vervolgen, bevorder je de
zorgzaamheid in de toekomst. Bovendien brengen ouders hun kinderen niet naar
een bepaalde leidster maar naar het kinderdagverblijf'', aldus Pols. Hij vond
dat Korn afspraken had moeten maken over kapot materiaal. ,,Het bed is niet
apart gezet, het matras is er niet uitgehaald. Dit ongeluk had niet hoeven
gebeuren met duidelijke afspraken.'' Ook had de stichting volgens Pols
regelmatig onderhoud moeten plegen op de bedjes, omdat er vaker mankementen aan
de schroeven waren geconstateerd. Na het ongeval met Meerle heeft de fabrikant
van de ledikantjes de constructie op last van de Keuringsdienst van Waren verbeterd.
363 kinderdagverblijven in Nederland gebruiken dit soort bedjes. De stichting
was het niet eens met de lezing van de officier. Zij had de
verantwoordelijkheid voor de kinderen, het materiaal en het gebouw immers
gedelegeerd aan de manager en de groepsleidsters. De directie van Korn was niet
op de hoogte van het kapotte bedje, noch van de afspraak met de reiswieg die de
leidster onderling hadden gemaakt. ,,Er waren wel degelijk afspraken, maar de
leidsters hebben onvoldoende maatregelen genomen'', zegt advocaat S. Hoek van
de stichting Korn. Ze pleitte voor vrijspraak. ,,De gedragingen van leidster
kunnen niet worden toegerekend aan de stichting. Als je dat doet, heeft dat
gevolgen voor de hele branche'', waarschuwde Hoek. De boete van 20.000 euro aan
goede doelen kon Korn moeilijk betalen. Hoek: ,,Uiteraard zijn we voor goede
doelen, maar besef dat een dergelijke gift nadelig is voor de kwaliteit van de
stichting.'' Uitspraak
over twee weken.
Fysiotherapeuten
Eye4Care gaan vrijuit -- 17 januari 2005 -- ANP -- GRONINGEN - Twee
fysiotherapeuten van de kliniek Eye4Care in Harlingen zijn niet buiten hun boekje gegaan bij de
behandeling van terminale patiënten. Dat heeft het Regionaal Medisch Tuchtcollege in
Groningen maandag bepaald. De inmiddels
gesloten kliniek behandelde met omstreden methoden vooral terminale
kankerpatiënten. De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) bracht de zaak bij het tuchtcollege aan, omdat zij
vindt dat de fysiotherapeuten behandelingen uitvoerden zonder de benodigde
kwalificaties. Bij onder meer een zuurstoftherapie zou de gezondheid van
Eye4Care-patiënten zelfs ernstig in gevaar zijn gekomen. Het tuchtcollege
acht de klacht van de IGZ tegen de fysiotherapeuten echter ongegrond. Na een onderzoek door de IGZ besloot de rechtbank in
Leeuwarden in juli vorig jaar dat de
kliniek 32 behandelmethodes niet meer mag uitvoeren. Sinds die uitspraak is de
in 2002 begonnen kliniek vleugellam en zijn alle zeventien medewerkers
ontslagen. Directeur
D. Pathuis en medisch hoofd J. Bos van Eye4Care werden in december vorig jaar beide veroordeeld tot een maand
voorwaardelijke gevangenisstraf en een boete van 500 euro voor de omstreden
behandelingen.
Ouders
bouwen woningen voor schizofreen kind –
17 januari 2005 – Volkskrant --
ALMERE - Ouders
van kinderen met schizofrenie laten
gezamenlijk woonvoorzieningen bouwen. In Almere
wordt volgende maand het eerste complex voor 39 bewoners geopend; In Breda, Den
Bosch en Zeeuws-Vlaanderen komen vergelijkbare initiatieven. Net als in de
gehandicaptensector zijn ook de ouderinitiatieven in de psychiatrie ontstaan
uit onvrede over het huidige zorgaanbod. Schizofrenie openbaart zich pas op
volwassen leeftijd en ouders zeggen dat zij daarom nauwelijks bij de zorg voor
hun kinderen worden betrokken. De bewoners van het Acomplex in Almere worden
ondersteund door 22 personeelsleden die worden betaald uit de AWBZ-verzekering.
De appartementen zijn eigendom van woningcorporatie Ymere, bewoners huren ze of
krijgen het verblijf vergoed vanuit de AWBZ.
Handboek
"Seksualiteitsbeleid? Gewoon doen!" weer voorradig -- Januari 2005 – RNG -- U kunt het handboek
"Seksualiteitsbeleid? Gewoon doen!" weer bestellen via de E-shop op
deze website. Kijk daarvoor in de rubriek 'Materiaal voor voorlichters'. Het
handboek is specifiek bedoeld voor het ontwikkelen van visie en beleid omtrent
seksualiteit in GGZ-instellingen. Lees ook het artikel
‘Handboek voor opstellen seksualiteit-beleid GGZ’
van 30 april 2004 (Zorgkrant) in dezelfde nieuwsrubriek van vorig jaar.
Huisartsen
in opleiding gaan positieve acties voeren – 14 januari 2005 – Zorgkrant
-- De
Landelijke Organisatie Van Aspirant Huisartsen (LOVAH), de landelijke belangen vereniging van huisartsen
in opleiding, gaat tijdens de landelijke actiedag van de huisartsen positieve
acties voeren. De huisartsen in spe gaan die dag visites afleggen bij chronisch
zieke patiënten. Visites die nu al in het gedrang komen door het gebrek aan
tijd. Daarnaast bieden zij tijdens de actiedag op 20 januari, Kamerleden een gratis preventief consult aan.
Daarvoor wordt een tent naast de Tweede Kamer ingericht als spreekkamer.
Volgens de LOVAH komen door de bezuinigingen ook de preventieve en signalerende
taak van huisartsen in het nauw. De aankomende huisartsen zijn, net als veel
andere huisartsen, bezorgd over de toekomst van het vak en daarmee de kwaliteit
van de patiëntenzorg. Zij willen behoud van kwaliteit en verdere modernisering
van de huisartsenzorg.
Moslimvrouw geestelijk verzorger in ziekenhuis
– 14 januari 2005 – Telegraaf
-- DEN HAAG - De moslimvrouw Mualla Kaya werkt sinds 1 januari als geestelijk verzorger in het Medisch
Centrum Haaglanden (MCH). Zij is voorzover bekend de
eerste islamitische vrouw die deze functie in een ziekenhuis bekleedt. Dat
meldde MCH vrijdag. In MCH Westeinde maakt Kaya deel uit van een multireligieus team van rooms-katholieke,
protestantse, hindoeïstische en islamitische geestelijk verzorgers. Nederland kent al wel een vrouwelijke islamitische geestelijk verzorger
die in een gevangenis werkt. Voorzitter C. Pektas-Weber van de islamitische vrouwenorganisatie Al Nisa verwacht dat moslimvrouwen in de toekomst steeds vaker in zulke functies
terecht zullen komen. Daar bestaan volgens haar geen godsdienstige bezwaren
tegen. "Geestelijk verzorgers werken wel vanuit een religieuze bewogenheid
maar zijn geen imams, die veel meer een puur religieuze functie hebben."
Pektas-Weber ziet vrouwen niet snel de rol van voorganger in het gebed voor
gemengde groepen gelovigen in de moskee vervullen. Wel zijn er vrouwen die voor
een groep van uitsluitend seksegenoten voorgaan in het gebed. Zelf doet ze dat
ook. Vrouwen rukken volgens haar wel op in moskeebesturen.
Aangepaste meldplicht klachtencommissies
– 13 januari 2005 – KNMG --
Op 10 december 2004 heeft de
regering bij de Tweede Kamer het wetsvoorstel ingediend dat de impasse rond de
voorgenomen wettelijke meldplicht van klachtencommissies moet doorbreken
(wetsvoorstel 29931). Dit nieuwe wetsvoorstel beperkt de meldplicht ten
opzichte van een eerder wetsvoorstel, maar roept ook nieuwe vragen op. Mede op
grond van kritiek op het eerdere wetsvoorstel 28489 besloot de Eerste Kamer dit
voorstel aan te houden tot de regering via een nieuw wetsvoorstel de meldplicht
heeft afgezwakt. Zodra de Tweede Kamer met het nieuwe voorstel 29931 heeft
ingestemd, zal de Eerste Kamer de wetsvoorstellen 28489 en 29931 gezamenlijk
behandelen. Wetsvoorstel 29931 bevat twee belangrijke inperkingen van de
oorspronkelijke meldingsplicht. De eerste inperking is dat
de meldingsplicht alleen betrekking heeft op een ‘klacht over een ernstige situatie met een structureel
karakter’. Hiermee worden bedoeld: klachten waaruit
een structurele situatie van onverantwoorde zorg blijkt (art. 2a, wetsvoorstel
29931). In de
oorspronkelijke tekst was deze beperking tot structurele kwesties niet
opgenomen. De tweede inperking is dat de meldplicht
alleen geldt in gevallen waarin de zorg-aanbieder die door de klachtencommissie over de
ernstige situatie is geïnformeerd, nalaat daaraan iets te doen. De KNMG blijft ten principale van mening dat aan klachtencommissies
geen wettelijke meldplicht behoort te worden opgelegd. Een meldingsmogelijkheid
volstaat. Maar we kunnen concluderen dat de in wetsvoorstel 29931 opgenomen
meldingsplicht in een aantal opzichten minder problematisch is dan het
oorspronkelijke voorstel. De toelichting bij wetsvoorstel 29931 roept echter
wel een nieuw discussiepunt op. Uit deze toelichting blijkt dat de meldplicht
van de klachtencommissie al geldt op het moment dat de klacht is ontvangen, en
dus voordat de klacht door de commissie is behandeld. Volgens de KNMG is dat
alleen uitvoerbaar als de commissie over de betreffende situatie al eerder een
klacht gegrond heeft verklaard, en op basis van die kennis snel kan concluderen
dat er een structureel probleem is. Meestal zal de commissie op het moment van het indienen van
de klacht nog niet in staat zijn te beoordelen of de klacht een structurele
situatie van onverantwoorde zorg betreft. Juist door de
klacht te behandelen en te beoordelen zal de commissie kunnen ontdekken of er
van zo’n structurele situatie sprake is. Melden ten tijde van het indienen van
de klacht is uit een oogpunt van zorgvuldigheid veelal ook onwenselijk. Een te
snelle en ondoordachte actie van de klachtencommissie kan het vertrouwen van
klager en aangeklaagde schaden en kan leiden tot aansprakelijkheid
(bijvoorbeeld als tijdens de klachtenbehandeling blijkt dat de commissie ten
onrechte eerder een ‘structurele misstand’ had aangenomen en gemeld, met schade
voor de aangeklaagde). Wat dat betreft lijkt de verwachting van de regering dat
een snelle melding geen invloed zal hebben op de latere klachtenbehandeling
niet erg reëel. Daarnaast is wetsvoorstel 29931 volgens de KNMG op een aantal
punten ondoordacht. Hoe komt bijvoorbeeld de klachtencommissie te weten dat de
zorgaanbieder nalaat de structurele situatie te verbeteren? Via de procedure
van art. 2 lid 5 van de Wet klachtrecht, die een termijn noemt voor het geven
van een oordeel door de zorgaanbieder, zal de melding aan de inspectie pas vele
maanden na het indienen van de klacht kunnen plaatsvinden. In het nieuwe
wetsvoorstel ontbreekt verder een bepaling op basis waarvan de naam van de
klager, met diens toestemming, in de melding aan de inspectie kan worden
genoemd. Daarnaast ligt het voor de hand te bepalen dat ook de aangeklaagde
over de melding wordt geïnformeerd. Op deze punten behoeft het voorstel in elk
geval aanvulling. Op 23 februari 2005 organiseert de KNMG een symposium over
het melden van fouten, waar onder meer wetsvoorstel 29931 aan de orde komt. Zie ook www.knmg.nl/symposia
Voorlichting
medische hulpverleners illegalen – 13 januari
2004 – Het Parool – AMSTERDAM – De gemeente gaat hulpverleners beter
voorlichten over medische hulp aan illegalen. Teveel artsen weten niet hoe zij de
kosten van hulp aan illegalen kunnen declareren. Ook zal de gemeente beter
proberen te volgen welke Amsterdamse uitgeprocedeerden buiten hun schuld het
land niet uitgezet kunnen worden. Die mensen krijgen dan alsnog woonruimte
aangeboden om na vertrek uit het uitzetcentrum in hun oude sociale omgeving te
kunnen terugkeren.
Een vent loopt hiermee niet te koop – 13 januari 2005 – De
Gelderlander -- De man als incestslachtoffer is een taboe, merkte de Beusichemse predikant Nico de
Lange. Hij schreef een boek Duister baken. 'Voor mannelijke slachtoffers van incest en seksueel geweld is er
weinig toegankelijk materiaal op dit gebied. Het meest recente is nogal wetenschappelijk
van aard. Voor vrouwen is er vanuit de feministische hoek heel veel over incest
geschreven. De haast radicale keuze voor de vrouw in deze literatuur en - soms
ook - de hulpverlening heeft er mede toe bijgedragen dat de man meestal als dader
wordt afgeschilderd, terwijl er ook jongens de dupe van zijn. Ik geef toe dat
het mede daardoor knap lastig is om de man als slachtoffer te
thematiseren." Nico
de Lange, protestants predikant in Beusichem-Zoelmond, verdiepte zich in het verschijnsel incest en stelde vast dat het voor
jongens en mannen op latere leeftijd een taboe is om er over te beginnen. Lees het hele artikel in onze rubriek NIEUWS GOG KERKEN NEDERLAND.
Project 'Je lieve lijf' – 12 januari 2005 – www.fvo.nl -- De FvO gaat samen met TransAct, het landelijke
expertisecentrum seksespecifieke zorg en seksueel geweld, voorlichtingsmateriaal ontwikkelen rond het thema seksualiteit. Er bestaat al divers materiaal
over seksualiteit, intimiteit en relaties voor mensen met een verstandelijke
handicap. De FvO en TransAct constateerden echter dat er behoefte is aan
voorlichtingsmateriaal met aandacht voor de ontwikkeling van een positief
lichaamsbeeld en een positieve lichaamsbeleving en voor seksuele ontwikkeling
al vanaf de prille jeugd. Ook voor een goede afweging rond anticonceptie en
ouderschap op latere leeftijd is er aanvullend voorlichtingsmateriaal nodig.
Voor het ontwikkelen van dit materiaal werken de FvO en TransAct samen in het
project ‘Je lieve lijf’. Het project is in januari van start gegaan. Dit wordt
mogelijk gemaakt door financiering van de RVVZ (Reserves Voormalige Vrijwillige
Ziekenfondsverzekeringen). Het project wordt ondersteund
door LFB/Onderling
Sterk, VGN en Mee Nederland. Meer informatie: Nicole Houdijk, n.houdijk@fvo.nl.
Groep voor verwerking seksueel misbruik -- 12 januari 2005 -- Heerenveense Courant -- HEERENVEEN - Maatschappelijk Werk Fryslân gaat van start met een groep 'Verwerking van seksueel misbruik.' Er zijn veertien wekelijkse bijeenkomsten op maandagmiddag van 13.30 tot 17.00 uur in Heerenveen.
Geestesziekten zijn Europa's stille moordenaars'
– 12 januari 2005 – Telegraaf
-- BRUSSEL - Elk jaar komen in Europa meer mensen om door zelfmoord dan in het
verkeer. De
gezondheidscommissaris van de Europese Unie, Markos Kyprianou, heeft dat woensdag gezegd bij het begin van een omvangrijke campagne
die het bewustzijn over psychische stoornissen moet vergroten. Ieder jaar plegen ongeveer 58.000
Europeanen zelfmoord, sterven er 50.700 in het verkeer en worden er 5.350
vermoord. "Psychische ziektes zijn net zo ernstig
als kanker", zei Kyprianou. "Toch is er verbazingwekkend weinig
aandacht voor de geestelijke gezondheidszorg." Kyprianou riep Europese
overheden op om psychische
problemen hoger op de agenda te zetten. Hij kondigde aan
dat de Europese
Commissie een beleidsplan voorbereidt dat is bedoeld
om in de hele EU een goede geestelijke gezondheid te promoten.
Amsterdam krijgt nieuw academisch psychiatrisch centrum
-- 11 januari 2005 – Zorgkrant -- Naast het Academisch Medisch Centrum
(AMC) in Amsterdam verrijst een nieuw Academisch Psychiatrisch Centrum (APC). Op 17 januari wordt officieel de eerste paal geslagen. In het centrum
zal een deel van
Psychiatrie AMC/De Meren, een academisch centrum voor volwassenenpsychiatrie,
en van de Bascule, het academisch centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie worden gehuisvest. Het academisch psychiatrisch centrum, eigendom van het
AMC , beslaat een afmeting van twee voetbalvelden, bestaat uit vier gebouwen en
grenst aan de polikliniek van het AMC. Het behandelgebouw wordt vijf bouwlagen
hoog en zal 200 bedden tellen. Het centrum biedt plaats aan zowel cliënten in
24-uurszorg als cliënten in dagbehandeling. Daarnaast krijgt het APC een
polifunctie voor een groot aantal cliënten in ambulante behandeling.
Wijziging etiketten homeopathische middelen
– 11 januari 2005 – MinVWS --
Op sommige homeopathische middelen mag niet langer worden vermeld dat de
werking niet wetenschappelijk bewezen is. Dat is het gevolg van een uitspraak van de Raad van State. Door de uitspraak van de Raad van State mag op de verpakkingen en
etiketten van de
zogenaamde zelfzorghomeopathica (die vrij verkrijgbaar zijn bij apotheker en
drogist) niet langer worden vermeld dat ‘de werking van het
middel niet wetenschappelijk bewezen is’ (de zogenaamde ‘disclaimer’). Dit is
namelijk in strijd met Europese etiketteringsvoorschriften. Minister Hoogervorst vindt dat de consument hierdoor niet meer objectief wordt geïnformeerd.
Ook het College ter
Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) vindt het
ongewenst als de overheid zou bijdragen aan het wekken van de schijn van
werkzaamheid. Uiterlijk
per 30 oktober 2005 moet de nieuwe Geneesmiddelenwet
in werking treden. Hoogervorst wil de regeling dan zodanig aanpassen dat voor
nieuwe zelfzorghomeopathica alleen een aanduiding van de kwaal waartegen het
middel is bedoeld (een ‘claim’) mag worden gevoerd als de werking van dat
middel wetenschappelijk is bewezen. Voor zelfzorghomeopathica die nu in de
handel zijn wil de minister een overgangsregeling treffen. De maatregel geldt
dus niet voor de klassieke, verdunde, homeopathische middelen. Totdat de nieuwe
regeling in werking treedt, beslist het CBG wat er moet gebeuren met
homeopathica waarvan de fabrikant de disclaimertekst wil verwijderen. De
fabrikant staat in zijn recht als hij daarom verzoekt. Maar op het etiket van
die homeopathische geneesmiddelen mag dan niet langer worden aangegeven tegen
welke kwaal het middel is bedoeld.
Wat
deden vrouwen zelf om geweld te keren? –
11 januari 2005 – Volkskrant --
HAARLEM - De Blijf-van-mijn-Lijfhuizen in Nederland zitten overvol. De Volkskrant
koos er domicilie en doet daarvan in acht afleveringen verslag. Aflevering 5:
'Wat deden vrouwen zelf om geweld te keren?' Uithuilen mag in het
Blijf-van-mijn-Lijfhuis, maar daarna komt de spiegel en die is vaak
meedogenloos. 'Vrouwen hebben een aandeel in wat hun overkomt', zegt directeur Jacqueline
Dingemanse. 'Vaak is in het gezin sprake
van een wisselwerking.' Die boodschap is confronterend, beseft groepswerker Ruud
Bosbeek. 'We willen weten wat vrouwen zelf
hebben gedaan om het geweld te keren. Weerbaarheid leren ze door naar zichzelf
te kijken.' In het eerste gesprek na binnenkomst wordt globaal doorgenomen wat
er is voorgevallen en mogen de kinderen vertellen hoe het thuis voor hen was.
De week erna wordt in aparte gesprekken op de details ingegaan en een
hulpverleningsplan opgesteld. Tijdens het wekelijkse overleg van de
gezinsbegeleiders blijkt hoe ver die steun kan reiken. Van hulp bij het
aanvragen van een verblijfsvergunning tot speltherapie voor de kinderen. Het
Blijfhuis onderhoudt contacten met talloze instellingen, van jeugdhulp- tot
schuldhulpverlening. Voor Esther, die nog een celstraf moest uitzitten vanwege
onbetaalde boetes, is zelfs gepoogd in het Blijfhuis elektronisch huisarrest te
regelen. Toen dat niet mogelijk bleek, kon ze tijdelijk bij een ex-bewoonster
logeren. Van Patricia, die twee weken geleden is binnengekomen, wordt een
genogram gemaakt - een soort schema van haar gezin en haar gezin van herkomst -
om te achterhalen waar haar kracht ligt of waar die vroeger lag. Patricia moet
worden geactiveerd, zeggen de begeleiders. Haar kinderen zijn bovendien nogal
claimend, haar zoon van 3 praat slecht. 'Daar is iets misgegaan thuis.' Gezinsbegeleider
Sandra van der Meer gaat
videotraining doen. Voor alle vrouwen geldt dat ze grenzen moeten leren
stellen, zegt Koosje
Kaspers, die in het Blijfhuis assertiviteitstraining geeft. Ze praat met hen onder meer over de
reddersdriehoek; het rollenpatroon waarin ze vast zijn komen te zitten.
Kaspers: 'Vrouwen werpen zich vaak op als redder van de man. Ze denken: als ik
hem help, raakt hij wel van de drank af of stopt hij met de criminaliteit.'
Gebrek aan zelfvertrouwen is een ander gemeenschappelijk probleem. De eerste
vraag die therapeute
Sylvia Mastenbroek donderdagmorgen
tijdens de
training stresshantering stelt, is dan
ook een moeilijke: 'Waar zijn jullie de afgelopen week tevreden over geweest?'
Marijke weet het echt niet. 'Jongens, verzin effe wat voor mij', roept ze tegen
de vrouwen aan tafel. Groepswerker Hennie Stegens roemt haar optimisme, maar Marijke haalt onwennig de schouders op. Na
ontspanningsoefeningen wordt de training afgesloten met een tekenopdracht: 'Wat
wens je jezelf toe voor het komende jaar?' Marijke tegen Astrid: 'Nee, geen
nieuwe man!' Patricia tekent een huis met een geldboom, Astrid een zon, een
hart, een knuist en een bed. En Marijke schetst, na veel zuchten, een flat
zonder deur maar met brievenbus. 'Goede grensbewaking', constateert Stegens
droog. De meeste vrouwen schudden na verloop van tijd de onzekerheid van zich
af. Irina heeft zelf een bezoekregeling met haar ex-man getroffen, Patricia
heeft de regie over haar kinderen terug. Astrid, na elf maanden in het
Blijfhuis: 'Ik ben ook boos op mezelf: waarom heb ik het zo ver laten komen?'
Van de vrouwen in de Blijfhuizen heeft 60 procent eerder in een opvangcentrum
gezeten. Astrid legt het uit: 'Op het laatst denk je dat het aan jezelf ligt.
Mijn man zei: voor jou tien anderen. Ik had de kracht niet hem te verlaten.'
Haar dochter Marit heeft op school een spreekbeurt gehouden over huiselijk
geweld. Gemaakt op de computer van het Blijfhuis. 'We leren kinderen te
ontheimen', zegt directeur Dingemanse. 'We vertellen dat er goede en slechte
geheimen zijn en dat je met een slecht geheim nooit moet blijven rondlopen.'
Marit besloot haar spreekbeurt met: 'Ik weet er zoveel van omdat ik het
allemaal zelf heb meegemaakt.' De hele klas, vertelde haar mentor later, was
diep onder de indruk.
Medische stukken in Leeuwarden op straat
– 11 januari 2005 – Telegraaf
-- LEEUWARDEN - Tien tot twintig ontwerpstukken uit medische dossiers van ziekenhuis
Medisch Centrum Leeuwarden (MCL) zijn letterlijk
op straat komen te liggen. Dat heeft een woordvoerder van het ziekenhuis in de
Friese hoofdstad dinsdag gezegd. De stukken waaiden over de Mr. P.J.
Troelstraweg nadat was begonnen met de sloop van de leegstaande MCL-locatie
Noord. De woordvoerder kan niet verklaren hoe de stukken op straat zijn gekomen
en noemt de zaak erg vervelend. Het ziekenhuis sluit niet uit dat er medische
stukken door mensen zijn meegenomen. Of de patiënten waarop de stukken
betrekking hebben, worden geïnformeerd, is nog niet bekend. Dinsdagochtend is
een team van het ziekenhuis begonnen met het zoeken naar en verzamelen van de
stukken. Volgens het MCL zijn alle patiëntendossiers van het ziekenhuis nog wel
compleet, omdat de stukken die zijn zoekgeraakt concepten zijn.
Nieuwe
brochure verschenen: Brochure
‘Zorg en ethiek gaan hand in hand’ – 10 januari 2005 – Zetweb.nl
– Eind december is er een nieuwe brochure veschenen: ‘Zorg en ethiek
gaan hand in hand’. De commissie ethiek van CNV Verzorging en Verpleging
heeft deze brochure geschreven om verzorgenden en verpleegkundigen te informeren
en enthousiast te maken om aandacht te geven aan de ethische aspecten van hun
werk. Ook richt deze brochure zich op managers en opleiders, die voorwaarden
kunnen scheppen voor het bespreken van ethische aspecten in zorgverlening.
Daarnaast wil de commissie met de brochure stimuleren dat verzorgenden en
verpleegkundigen zichzelf bewust worden van de ethische aspecten van hun werk
en hierover in gesprek gaan. Daarom wordt ook het belang van ethische discussie
op de werkvloer uitgelegd. De brochure beschrijft wat u zelf kunt doen en wat
CNV Verzorging en Verpleging te bieden heeft. Achtereenvolgens wordt uitgelegd
wat we bedoelen als we het hebben over ethiek en wat het belang is van ethische
discussie op de werkvloer. Er wordt beschreven wat de commissie ethiek doet.
Daarna leest u over de mogelijkheden van ondersteuning en extra informatie van
de beroepscode, de website zorgethiek en de ethische bibliotheek. Tot slot kunt
u lezen wat u als zorgverleners zelf kan doen en wat de rol van andere betrokkenen
is bij het bespreken van ethische aspecten van de zorgverlening. Er zijn
verschillende casussen als illustratie gebruikt, herkenbare voorbeelden die u
aan het denken zetten over deze of uw eigen voorbeelden uit de praktijk. De
brochure is gratis. U kunt hem bestellen door een briefkaart of e-mail te
sturen naar:
o.v.v.
brochure ‘Zorg en ethiek gaan hand in hand’
E-mail: postkamer@cnvpubliekezaak.nl
Download, Relevante links: www.zetweb.nl, www.zorgethiek.nl
Ziekenhuizen werken onvoldoende steriel
– 8 januari 2005 –
Telegraaf -- AMERSFOORT - In
60 procent van de Nederlandse ziekenhuizen is onvoldoende gegarandeerd dat
de chirurgische instrumenten steriel zijn. De ziekenhuizen voldoen niet aan de Europese normen en richtlijnen,
aldus onderzoeker en
sterilisatiedeskundige J. van Doornmalen van het bureau KW2 uit Amersfoort. Van Doornmalen voerde zijn onderzoek uit
samen met de (inmiddels overleden) hoogleraar microbiologie Dankert van het
Academisch Medisch Centrum in Amsterdam. Van Doornmalen onderzocht 197
zogeheten stoomsterilisatoren in ziekenhuizen. Deze apparaten moeten medische
instrumenten, na een intensief wasproces, ontdoen van schadelijke
micro-organismen. In 40 procent waren de ziektekiemen ook zeker dood, bij 60
procent was dat niet zeker. Van Doornmalen maakt zich grote zorgen. Hij pleit
voor een betere opleiding van gespecialiseerd personeel en strengere controles
op de normen en richtlijnen. Wel beaamt hij dat niet elk instrument nu
"krioelt van de ziekteverwekkers". Maar wel is volgens Van Doornmalen
voor het eerst wetenschappelijk vastgesteld dat 60 procent van de ziekenhuizen
niet kan garanderen dat de instrumenten steriel zijn. Mei vorig jaar bleek al
dat de sterilisatie van instrumenten voor kijkoperaties problemen kan
opleveren. Sommige instrumenten zijn zo klein dat ze moeilijk zijn schoon te
krijgen, bleek toen uit onderzoek van hoogleraar endoscopische chirurgie J.
Bonjer. Een week later meldde de
Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) dat ziekenhuizen te laks zijn met
het bestrijden van infectieziekten. Als er al een aanpak voor is, wordt die in
de praktijk niet goed genoeg uitgevoerd, liet de inspectie toen weten.
Steeds
meer ADHD-kinderen krijgen pillen voor volwassenen – 8 januari 2005
-- HILVERSUM - Kinderen met ADHD of andere gedragsstoornissen krijgen steeds
vaker medicijnen voorgeschreven die zijn bedoeld voor volwassenen met
psychosen. Bijna 35.000 kinderen slikken zulke middelen, heeft de Stichting
Farmaceutische Kengetallen voor het televisieprogramma NOVA
uitgerekend. Dat meldde NOVA zaterdagavond. Kinderpsychiaters
schrijven antipsychosemiddelen als Risperdal voor aan kinderen met ADHD en
andere gedragsproblemen die onvoldoende baat hebben bij gangbare medicijnen als
Ritalin. Dat geldt voor 8300 kinderen van nul tot tien jaar en 26.400 van elf
tot negentien jaar. In het noorden van het land is het gebruik van zulke
middelen door kinderen in tien jaar verdubbeld, blijkt uit onderzoek van het
Academisch Ziekenhuis Groningen. Medicijnen als Risperdal zijn niet
voor kinderen geregistreerd omdat bij hen onvoldoende onderzoek is gedaan naar
de gevolgen van het gebruik. Als bijwerkingen zijn onder meer ernstig
overgewicht en op lange termijn diabetes bekend. De Inspectie voor de Volksgezondheid
heeft NOVA laten weten dat artsen deze middelen bij kinderen mogen
voorschrijven en dat ze pas kan optreden als een patiënt een klacht indient.
Stichting
Lieve Engeltjes geeft informatiepakket aan huisartsen –
6 januari 2005 – Artsennet / Medisch
Contact - De
Stichting Lieve Engeltjes, een e-mail contactgroep voor mensen die zijn
getroffen door het overlijden van een kind, hoopt door de
huisartsen te voorzien van folders en posters, dat zij lotgenoten vaker zullen
wijzen op de mogelijkheid van lotgenotencontact. Gebleken is dat dit contact
erg belangrijk is voor het verwerkingsproces. Mensen zijn hierdoor eerder in
staat de draad van het dagelijks leven weer op te pakken. Zelfs de terugkeer in
het arbeidsproces kan hierdoor worden versneld. Desondanks worden slechts
weinig mensen door hun huisarts gewezen op de mogelijkheid van
lotgenotencontact. De Stichting Lieve Engeltjes heeft onder de eigen ruim 750
leden onderzocht hoe zij bij LE terecht waren gekomen. Hieruit bleek minder dan
1% van de mensen door de huisarts op het bestaan van LE te zijn gewezen. Dit,
terwijl huisartsen als eerstelijns hulpverleners in nagenoeg alle gevallen in
contact komen met de getroffenen van een overleden kind.
Zij kunnen dan ook een cruciale rol spelen bij de rouwverwerking. Betere
informatieverstrekking speelt daarbij een belangrijke rol. Begin januari
krijgen alle huisartsenpraktijken in Nederland daarom een informatiepakket
toegestuurd bestaande uit een tiental uitdeelfolders en een poster voor in de
wachtkamer. In 2004 is LE gestart met een landelijk project “Voorlichting Huisartsen”.
LE heeft dit initiatief genomen om de naamsbekendheid en de weg naar
lotgenotencontact toegankelijker te maken. LE heeft al eerder haar kennis
gedeeld met professionals in de zorg. Door het dagelijks contact met lotgenoten en
eigen ervaring is LE een bron van kennis en informatie voor mensen die werkzaam
zijn in de zorgsector.LE biedt getroffenen steun zonder financiële voorwaarden
en kent daarom geen contributiesysteem. Bron: Stichting Lieve Engeltjes.
Steun
van cd-rom bij omgang met oorlogstrauma – 6 januari
2005 – Verpleegkundenieuws -- Om verpleegkundigen en verzorgenden te helpen
in de omgang met oorlogsslachtoffers, is er een cd-rom ontwikkeld. Bewoners van
verzorgings- en verpleeghuizen hebben namelijk vaak de Tweede Wereldoorlog of een andere traumatische
gebeurtenis meegemaakt. Juist
op latere leeftijd komt zo’n gebeurtenis in volle hevigheid op mensen af en kan
het van grote invloed zijn op het dagelijks leven. Voor verzorgenden en
verpleegkundigen is het op het eerste gezicht vaak niet duidelijk of en hoe de
ervaringen uit de oorlog impact hebben op de bewoner. Op onverwachte momenten
kunnen bewoners bijvoorbeeld opeens heel bang worden zonder duidelijke reden.
De cd-rom helpt verzorgenden en verpleegkundigen op weg om hier mee om te gaan.
Stichting Informatie- en
coördinatieorgaan Dienstverlening Oorlogsgetroffenen: tel. 030-2343436.
CPA-verpleegkundige
aangeklaagd bij tuchtcollege -- 6 januari 2005 --
Verpleegkundenieuws -- Een
verpleegkundige van de Centrale Post Ambulancedienst (CPA) in Apeldoorn wordt een verkeerde
indicatiestelling en een onduidelijke overdracht aan een huisartsenpost
verweten. Zij is aangeklaagd bij het
Regionaal Tuchtcollege
door de Inspecteur voor de Gezondheidszorg en een weduwnaar. De verpleegkundige
werd in september 2002, toen zij vier maanden bij de CPA werkte, in de centrale
meldkamer gebeld door een man die om een ambulance vroeg voor zijn vrouw wegens
acute pijn op de borst, in polsen en schouders. De verpleegkundige twijfelde
tussen hartklachten en hyperventilatie. Omdat alleen de piketambulance nog ter
plaatse was en omdat het meer dan tien minuten zou duren om die op te roepen,
besloot ze de huisartsenpost te bellen. Ze vroeg alleen aan de
doktersassistente ‘of er misschien een huisarts kon gaan kijken’. Er volgde
geen bezoek, maar de man werd gevraagd met zijn vrouw naar de huisartsenpost te
komen. Daar aangekomen, bleek de dienstdoende huisarts naar een spoedgeval te
zijn. Op advies van de doktersassistente reed de man zelf naar het Lukasziekenhuis. De vrouw overleed onderweg aan een ernstig hartinfarct.
De inspecteur vindt dat de verpleegkundige onvoldoende ervaring had om als
zelfstandig CPA-centraliste te werken. Haar advocate bracht als verdediging in
dat het niet de keus van haar cliënte is geweest om in een hectische omgeving
als een meldkamer te moeten werken en geconfronteerd te worden met het probleem
van een gebrek aan ambulances. De
uitspraak is op 17 februari 2005.
KNMG
lanceert Richtlijn voor online arts-patiënt contacten - Online contact
onder voorwaarden mogelijk
De
KNMG-richtlijn gaat in op alle online contacten tussen arts en patiënt waarbij
de arts:
Onderzoek
medicijnen openbaar -- Farma-industrie akkoord – 6
januari 2005 – NRC – ROTTERDAM - De grote farmaceutische bedrijven gaan alle resultaten van geneesmiddelenonderzoeken openbaar maken. Ook als het onderzoek negatief heeft uitgepakt voor het
onderzochte nieuwe geneesmiddel volgt binnen een jaar openbaarmaking. Iedereen kan binnenkort ook inzage
krijgen in lijsten met nog lopende geneesmiddelenonderzoeken. De openheid is
een initiatief van vier federaties van
farmaceutische industrieën, de Japanse, Amerikaanse, Europese en de
overkoepelende International Federation of Pharmaceutical Industries and
Associations. De grootste
bedrijven hebben, zei de Europese federatie vanmorgen, ingestemd met de nieuwe
regels. ,,De bedrijfstak erkent dat het goed is voor de volksgezondheid om
gegevens over de klinische experimenten beschikbaar te stellen aan artsen,
patiënten en andere belangstellenden.'' De
farmaceutische industrie staat sinds vorig jaar onder grote druk om
onderzoekgegevens openbaar te maken, nadat was gebleken dat commercieel
onwelgevallige onderzoeksresultaten geheim waren gehouden, met verlies van
mensenlevens als gevolg.
Veel belangstelling trokken de eind 2003 en begin 2004 bekend geworden
zelfmoorden bij kinderen en pubers, kort nadat ze een van de moderne,
prozac-achtige medicijnen tegen depressie waren gaan slikken. De gedachten aan
zelfmoord waren in enkele onderzoeken met de antidepressiva bij kinderen wel
waargenomen, maar waren niet zo geadministreerd. Eind september 2004 trok fabrikant Merck de moderne pijnstiller
Vioxx terug van de
markt omdat mensen die het middel slikten een grotere kans hebben om aan een
hartaanval te overlijden. De hartproblemen die Vioxx kan veroorzaken waren al
in onderzoeksresultaten zichtbaar, bleek achteraf. Deze kwesties leidden tot
acties in de parlementen van Groot-Brittannië en de Verenigde Staten, waarbij
met scherpere wetgeving wordt gedreigd. De
belangrijkste medisch-wetenschappelijke tijdschriften kondigden vorig najaar
aan alleen nog artikelen te zullen publiceren van medicijnenonderzoek waarvan
het protocol van te voren openbaar was gemaakt. Nefarma, de Nederlandse
vereniging van farmaceutische industrie, heeft al drie jaar een database van in
Nederland opgezette onderzoeken naar geneesmiddelen. ,,Maar die is nog niet openbaar'',
zegt een Nefarma-woordvoerder. De database is eigenlijk opgezet om te kijken
hoe lang het duurt voordat ethische commissies een studieopzet goedkeuren.
Goedkeuring duurt nu gemiddeld honderd dagen. Een nog niet ingevoerde Europese
richtlijn stelt een maximum van zestig dagen.
Pijnstillers
schaden dunne darm --
5 januari 2005
– De Standaard -- WASHINGTON (reuters) - Meer dan 70
procent van pijnpatiënten die pijnstillers
als ibuprofen langer dan drie maanden
aan een stuk slikken, lopen daarbij schade op aan hun dunne darm, rapporteren
Amerikaanse artsen. Hun studie betekent een nieuwe klap voor reumapatiënten, na
vroegere rapporten dat veelgebruikte pijnstillers van een ander type, de
zogeheten cox-2-remmers, hun risico op hartziekte en beroerte verhogen.
Publicaties
voor hulpverleners die Nederlandse getroffenen zeebeving begeleiden – 4
januari 2005 – Zorgkrant -- Het
Instituut voor Psychotrauma (IvP) in Zaltbommel, het
expertisecentrum voor traumaopvang, is sinds Tweede Kerstdag
betrokken bij hulpverleningsactiviteiten voor de Nederlandse getroffenen in Zuid-Oost
Azië. Op de website van het IvP is informatie te vinden over de psychosociale hulpverlening bij mogelijke (stress)reacties van getroffenen en hun familie. Het
instituut publiceerde maandag informatie
voor huisartsen
ten behoeve van de begeleiding van getroffenen en hun familie. Verder staan op
de website verwijzingen naar het Landelijk
Kenniscentrum Psychosociale Zorg na Rampen van stichting
Impact, gevestigd in het
Academisch Medisch Centrum (AMC) te Amsterdam. Op de website van het Impact
kenniscentrum zijn, na registratie, relevante artikelen te downloaden over de
mogelijke psychosociale gevolgen van rampen en de begeleiding daarbij. Op de site van
het IvP treft u ook informatie
aan voor getroffenen over verwerking en stress-reacties.
Slachtoffers
incest denken dat zíj gek zijn en niemand hetzelfde ervaart – 4
januari 2005 -- Rotterdams Dagblad
-- Vrouwen die het slachtoffer zijn van
seksueel misbruik vinden het moeilijk daarover te praten. Vaak zwijgen ze
jarenlang over wat hen is aangedaan. Ze schamen zich of zijn bang dat ze de
schuld in de schoenen geschoven krijgen. Soms lopen ze ook tegen een muur van
onbegrip aan. Maar opkroppen is slecht en kan later tot problemen leiden. Praten biedt steun en daarom begint het algemeen maatschappelijk werk Opmaat dit jaar weer een praatgroep voor
vrouwen met incestervaring. DORDRECHT - ,,Er is voor slachtoffers van incest
moed nodig om over de drempel te stappen en aan de gespreksgroep mee te doen.
Veel mensen vinden het al moeilijk genoeg om bij de hulpverlening aan te
kloppen, laat staan dat ze er met anderen, al zijn het lotgenoten, over praten.
Maar praten helpt, echt!'' Margreet de
Jonge van thuiszorgorganisatie Opmaat spreekt uit ervaring. ,,Ik heb inmiddels acht groepen
geleid en er is nog nooit iemand geweest die achteraf spijt had dat ze heeft
deelgenomen.'' De gespreksgroep moet niet worden gezien als therapie,
waarschuwt De Jonge. ,,Nee, eerder als iets waarbij de deelnemers in de anderen
veel zullen erkennen en herkennen. De
meeste slachtoffers denken dat zíj gek zijn en dat niemand anders hetzelfde
ervaart. Echter, als ze eenmaal in gesprek raken met lotgenoten, zien ze dat
zij niet de enige zijn. Als je van een ander ziet dat het diens schuld niet is
geweest, dan opent dat ook jouw ogen. Het geeft je dan inzicht in je eigen
situatie en op dat moment dringt het tot je door dat het niet jouw schuld was
dat je bent misbruikt. Het is ook belangrijk dat de deelnemers van elkaar zien dat
het allemaal gewone vrouwen zijn die het is overkomen.'' Lees verder in het Rotterdams
Dagblad van dinsdag 4 januari.
Visuele
bijsluiter voor doven ontwikkeld – 4 januari 2005
– Rijksuniversiteit Groningen - De Wetenschapswinkels van de Rijksuniversiteit Groningen hebben op verzoek van de dovenhulpverlening een visuele bijsluiter ontwikkeld. Deze bijsluiter is
bedoeld om de geneesmiddelenvoorlichting aan doven
met een verstandelijke handicap te verbeteren. Deze groep doven communiceert door middel van
gebarentaal en kan op zijn hoogst enkele losse woorden lezen. Dat betekent dat
gewone bijsluiters voor hen onbegrijpelijk zijn. De hulpverleners die goede voorlichting
kunnen geven over medicijngebruik, bijvoorbeeld apotheekmedewerkers, beheersen
meestal geen gebarentaal. Het gevolg is dat doven met een verstandelijke
handicap vaak niet de informatie krijgen, waar ze wettelijk recht op hebben.
Dit leidt regelmatig tot verkeerd gebruik van medicijnen en een gebrek aan
motivatie om de geneesmiddelen in te nemen. De
wetenschapswinkels Geneesmiddelen en Taal, Cultuur en Communicatie hebben daarom in een gezamenlijk
project een visuele bijsluiter ontwikkeld. De belangrijkste elementen uit de
schriftelijke bijsluiter worden daarin verbeeld, zoals waarom je het
geneesmiddel krijgt, hoe je het moet innemen en wat eventuele bijwerkingen
zijn. Ook is er een doseringsschema toegevoegd. Deze bijsluiter is getest en
daaruit bleek dat het zelfs voor anti-psychotica en anti-depressiva mogelijk
was om begrijpelijk te verbeelden wat het geneesmiddel doet. Ook andere groepen
kunnen in een later stadium baat hebben bij de visuele bijsluiter, zoals verstandelijk gehandicapten, functioneel analfabeten en
laagopgeleide anderstaligen. De visuele bijsluiter bestaat uit een stramien en afbeeldingen die
getest zijn op het begrip van de doelgroep. Daardoor is voor elke patiënt
afzonderlijk een visuele bijsluiter samen te stellen. Het aantal afbeeldingen
is momenteel nog beperkt, maar er wordt gezocht naar mogelijkheden om dit uit
te breiden. Voor hulpverleners die professioneel te maken hebben met
geneesmiddelenvoorlichting aan deze groep komt het materiaal binnenkort
beschikbaar via een CD-rom met een handleiding. De cd-rom is te bestellen via de website. Op de site
staan ook voorbeelden van de visuele bijsluiter.
Symposium
over kindermishandeling – 2 januari 2005 -- Johannes
Wier Stichting / Nieuwsbank -- Op 21 april 2005 vindt in Tilburg een symposium plaats over
kindermishandeling, georganiseerd onder auspicien van de KNMG afd Midden Brabant. Naast diagnostische aspecten wordt aandacht besteed
aan hoe om te gaan met (vermoedens van) kindermishandeling in de verschillende
disciplines en de aarzeling bij het bespreekbaar maken ervan; de verschillende
netwerken en protocollen; de rol van het AMK; en juridische aspecten. Plaats:
Tilburg, Concertzaal. Tijd: 13.30-17.00 uur.
Orthopedisch chirurg door tuchtcollege gewaarschuwd – 1
januari 2005 – Red. MdH – Het Regionaal
Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam heeft op 28 december 2004 een waarschuwing aan de orthopedisch
chirurg B. opgelegd
(zaaknummer 03/180). Van de drie klagers zijn ter zitting op 2 november 2004
twee klagers verschenen. Klagers verwijten de arts nalatig te zijn geweest door
pas na vier en een half uur naar het ziekenhuis te zijn gekomen ondanks het
feit dat de dienstdoende arts-assistent die een spoedoperatie nodig achtte hem
herhaaldelijk had verzocht zelf naar de patiënte, een dame in de 90, te gaan
kijken. Tevens klaagde de familie erover door de arts onheus te zijn bejegend
en met verbaal geweld te woord te zijn gestaan. Verweerder betwist dat een spoedoperatie
nodig zou zijn geweest. Hij geeft aan dat de communicatie met de arts-assistent
niet optimaal verliep en heeft binnen het ziekenhuis stappen ondernomen zodat
de opvang van fractuurpatiënten in de toekomst gestroomlijnder kan worden
georganiseerd en assistenten intensiever zullen worden begeleid. Over de
bejegeningklacht merkte hij op dat het te loven is als men beledigende
opmerkingen van patiënten naast zich neer kan leggen. Hij zelf echter zou ook
de volgende keer weer op dezelfde wijze reageren. De familie zou hem gedreigd
hebben zoveel mogelijk klachten tegen hem in te dienen waardoor hij geïrriteerd
raakte. Het oordeel van het tuchtcollege houdt in dat de orthopedisch chirurg
als achterwacht verantwoordelijk was en de problemen voorkomen hadden kunnen
worden indien hij zelf meteen naar het ziekenhuis was gekomen. De
arts-assistent was volgens de Wet BIG zelfs niet bevoegd de door de arts
opgedragen handelingen bij de patiënte te verrichten. Doordat de arts onjuist
heeft gehandeld werd aan de patiënte optimale behandeling onthouden. Het
college acht ook het tweede klachtonderdeel gegrond aangezien van een
hulpverlener verwacht mag worden dat hij indien hij zich onheus bejegend voelt
door een patiënt of diens naasten, in staat is om deëscalerend op te treden
c.q. te volstaan met een zakelijke terechtwijzing. De in het geheel door het
tuchtcollege gegrond verklaarde klacht waarvoor aan de orthopedisch chirurg een
waarschuwing werd opgelegd, werd door het college aan het tijdschrift Medisch Contact voor publicatie aangeboden en zal in de Nederlandse Staatscourant worden bekendgemaakt. De patiënte overleed in
augustus 2003, enkele dagen na de doorgevoerde operatie. Het college bestond
uit de leden-artsen Lyppens, Vogelenzang en van Vliet en uit de leden-juristen
de Vries (voorzitter), Bartels en de secretaris Coert. Dit
nieuwsbericht heeft onze redactie
op 3 januari 2005 als persbericht aan Nieuwsbank, een
interactief Nederlands persbureau, verzonden.