-       Nieuws Gezondheidszorg –

2004

 

Patiënt mag stoornis bijna zelf uitkiezen – 6 januari 2005 – BN /  De Stem -- Een andere diagnose, opname in een kliniek of begeleiding in plaats van behandeling. Patiënten en therapeuten doen al het mogelijke om de bezuinigingen op psychotherapie te ontwijken, omdat voortijdig stoppen van behandelingen schadelijk is. „Als de regels veranderen, verandert het spel.“ Niettemin bestaat vrees voor meer zelfmoorden. Op een briefje aan de verzekeraar staat dat Anneke (niet haar echte naam) een persoonlijkheidsstoornis heeft. Die heeft ze niet; ze heeft depressieve klachten. Maar met dit briefje krijgt ze wel een vergoeding voor 25 extra sessies psychotherapie. Ze kan geen 77 euro per behandeling betalen en ermee stoppen is ook geen optie. „Dan moeten we twee jaar van mijn leven in een sessie van drie kwartier doen. Alleen op mijn vijfde is al zovéél gebeurd.“ Haar therapeut loste het probleem op door Anneke voor de verzekering een andere diagnose te geven. Iemand met andere klachten een persoonlijkheidsstoornis toeschrijven is een van de manieren waarop psychotherapeuten de bezuinigingen omzeilen. Sinds 1 januari 2004 is het aantal behandelingen dat vergoed wordt al beperkt tot dertig per persoon; sinds oktober tot vijfentwintig of vijftig. Voorheen kon iedere patiënt negentig sessies krijgen. Voor tachtig procent van de patiënten zijn 25 gesprekken met een therapeut voldoende, schat Dick Bouman, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Vrijgevestigde Psychotherapeuten (NVVP). Vijftien tot twintig procent heeft echter meer nodig, vaak ook meer dan vijftig sessies. Als ze de behandeling zelf niet kunnen betalen, zouden ze ermee moeten stoppen. „Als de regels veranderen, verandert het spel“, zegt Bouman. „Mensen worden nu eerder overgeheveld naar een psychiatrisch ziekenhuis. Of hun problemen worden niet behandeld.“ „Ik selecteer ook scherper“, zegt Bouman, die een praktijk in Den Haag heeft. Patiënten die een lange behandeling nodig hebben, adviseert hij naar een GGZ-instelling te gaan, hoewel ze daar na slechte ervaringen soms juist niet meer heen willen. Instellingen bevestigen dat de toestroom van patiënten met moeilijk behandelbare klachten toeneemt. Patiënten van wie gevreesd wordt dat ze zelfmoord plegen als de behandeling stopt, krijgen sessies onder de noemer ‘begeleiding’. De gesprekken duren korter en de instelling legt erop toe. „Op termijn is dit niet vol te houden,“ waarschuwt Paul Spronken, voorzitter van de Raad van Bestuur van GGZ Brabant. „Wij moeten ook steeds commerciëler gaan werken.“ Ook psychotherapeutische centra waar mensen kunnen worden opgenomen of in dagbehandeling kunnen, melden een toename sinds afgelopen najaar. Psychotherapeut Marleen van Asperen Vervenne uit Amsterdam pakt een aantal patiëntendossiers van mensen die getroffen worden door de bezuiniging. Een jongen die niet naar school wil. Een echtpaar met drie kinderen dat elkaar voortdurend vernedert. Een Marokkaanse jongeman die ‘kapseisde’ na een verbroken relatie en jarenlange vernederingen door zijn vader. Meerdere gevallen van seksueel misbruik. „Dit soort dingen vergen soms jaren werk en geduld; je moet vastigheid met iemand opbouwen.“ Om mensen ‘binnenboord’ te houden probeert Van Asperen Vervenne de behandelingen te spreiden: twee keer per maand therapie in plaats van eens per week, of contact houden per e-mail. „Allemaal lapmiddelen. Het e-mailen kost me elke avond bijna een uur. Onbezoldigd.“ De therapeute is ervan overtuigd dat de bezuiniging de overheid op den duur geld kost. „Klachten die nu blijven zitten, komen vaak terug als lichamelijke klachten. Of mensen worden langdurig depressief.“ De gevolgen kunnen ernstig zijn, meent hoogleraar persoonlijkheidsstoornissen Roel Verheul. „Ik verwacht een stijging in het gebruik van antidepressiva en meer suïcides.“ Constance Tiemens mocht haar persoonlijkheidsstoornis bij wijze van spreken zelf uitzoeken. Het is niet de hoofdstoornis waarvoor ze behandeld wordt op het centrum intensieve behandeling van Parnassia, de instelling voor geestelijke gezondheidszorg in Zuid-Holland. Om te genezen van haar ‘complexe psychische stoornis’ heeft ze naar schatting vier tot vijf jaar therapie nodig. De vijftig sessies die volledig worden vergoed, zijn genoeg voor ongeveer één jaar. Voorlopig is ze ‘gered’. De instelling heeft een uitzondering gemaakt voor patiënten van haar afdeling. Ook bij haar gaat de behandeling door onder de noemer ‘begeleiding’. Andere patiënten hebben minder mazzel. Ze moeten naar een andere locatie, krijgen hulp van een sociaal werker in plaats van een therapeut of moeten helemaal stoppen. Tiemens vreest dat haar op termijn toch hetzelfde lot treft. „Als cliënt ben je overgeleverd aan de willekeur van instellingen die oplossingen bedenken.“

 

KNMG lanceert Richtlijn voor online arts-patiënt contacten - Online contact onder voorwaarden mogelijk

6 januari 2005 – KNMG -- Steeds vaker gebruiken artsen in hun praktijk online communicatiemiddelen, zoals e-mail en chat. Tot voor kort bestonden hiervoor geen richtlijnen. De KNMG heeft een richtlijn opgesteld die aangeeft onder welke voorwaarden verantwoorde online arts-patiëntcontacten kunnen plaatsvinden.

De KNMG-richtlijn gaat in op alle online contacten tussen arts en patiënt waarbij de arts:

Kenmerkend voor dergelijke online contacten is dat er geen mogelijkheid is de patiënt lichamelijk te onderzoeken. Niet alle situaties lenen zich daarom voor een online contact. Vaak zal immers lichamelijk onderzoek nodig zijn voordat de arts een diagnose kan stellen. Spoedeisende zaken lenen zich doorgaans ook niet goed voor een online consultatie. Een probleem van andere orde is hoe arts en patiënt zich kunnen identificeren. Nu is dit nog niet goed mogelijk, ICT-mogelijkheden moeten verder verbeteren. In het belang van de kwaliteit van de zorg is daarom terughoudendheid geboden bij online contacten. Het uitgangspunt van de richtlijn is dat online contacten ingebed moeten zijn in een al bestaande behandelrelatie, dat wil zeggen een relatie waarin arts en patiënt elkaar kennen, elkaar hebben ontmoet en elkaar zo nodig weer kunnen ontmoeten. Het is echter niet uit te sluiten dat ook buiten een bestaande behandelrelatie online contacten mogelijk zijn. De beslissing om online advies te geven of te behandelen moet elke keer door de arts worden gemaakt. Hij moet deze keuze kunnen motiveren. Een arts kan besluiten tot online contact met een patiënt als hij eventuele risico’s heeft afgewogen en de kwaliteit van zorg voldoende gegarandeerd is. De beslissing van de arts moet medisch-inhoudelijk verantwoord zijn. De richtlijn moet worden gezien als een aanvulling op de professionele standaard. Besluit een arts tot online contact met een patiënt, dan gelden dus ook alle voorwaarden uit de richtlijn naast de bestaande professionele zorgvuldigheidsnormen. Dit houdt onder andere in dat ook van een online consult een dossier bijgehouden moet worden, de arts een bewaarplicht heeft en dat de arts de overige patiëntenrechten moet respecteren. De richtlijn is op 1 januari 2005 in werking getreden en is te downloaden op www.knmg.nl/publicaties.

 

Onderzoek medicijnen openbaar -- Farma-industrie akkoord 6 januari 2005 – NRC – ROTTERDAM - De grote farmaceutische bedrijven gaan alle resultaten van geneesmiddelenonderzoeken openbaar maken. Ook als het onderzoek negatief heeft uitgepakt voor het onderzochte nieuwe geneesmiddel volgt binnen een jaar openbaarmaking. Iedereen kan binnenkort ook inzage krijgen in lijsten met nog lopende geneesmiddelenonderzoeken. De openheid is een initiatief van vier federaties van farmaceutische industrieën, de Japanse, Amerikaanse, Europese en de overkoepelende International Federation of Pharmaceutical Industries and Associations. De grootste bedrijven hebben, zei de Europese federatie vanmorgen, ingestemd met de nieuwe regels. ,,De bedrijfstak erkent dat het goed is voor de volksgezondheid om gegevens over de klinische experimenten beschikbaar te stellen aan artsen, patiënten en andere belangstellenden.'' De farmaceutische industrie staat sinds vorig jaar onder grote druk om onderzoekgegevens openbaar te maken, nadat was gebleken dat commercieel onwelgevallige onderzoeksresultaten geheim waren gehouden, met verlies van mensenlevens als gevolg. Veel belangstelling trokken de eind 2003 en begin 2004 bekend geworden zelfmoorden bij kinderen en pubers, kort nadat ze een van de moderne, prozac-achtige medicijnen tegen depressie waren gaan slikken. De gedachten aan zelfmoord waren in enkele onderzoeken met de antidepressiva bij kinderen wel waargenomen, maar waren niet zo geadministreerd. Eind september 2004 trok fabrikant Merck de moderne pijnstiller Vioxx terug van de markt omdat mensen die het middel slikten een grotere kans hebben om aan een hartaanval te overlijden. De hartproblemen die Vioxx kan veroorzaken waren al in onderzoeksresultaten zichtbaar, bleek achteraf. Deze kwesties leidden tot acties in de parlementen van Groot-Brittannië en de Verenigde Staten, waarbij met scherpere wetgeving wordt gedreigd. De belangrijkste medisch-wetenschappelijke tijdschriften kondigden vorig najaar aan alleen nog artikelen te zullen publiceren van medicijnenonderzoek waarvan het protocol van te voren openbaar was gemaakt. Nefarma, de Nederlandse vereniging van farmaceutische industrie, heeft al drie jaar een database van in Nederland opgezette onderzoeken naar geneesmiddelen. ,,Maar die is nog niet openbaar'', zegt een Nefarma-woordvoerder. De database is eigenlijk opgezet om te kijken hoe lang het duurt voordat ethische commissies een studieopzet goedkeuren. Goedkeuring duurt nu gemiddeld honderd dagen. Een nog niet ingevoerde Europese richtlijn stelt een maximum van zestig dagen.

 

Pijnstillers schaden dunne darm --  5 januari 2005 – De Standaard -- WASHINGTON (reuters) - Meer dan 70 procent van pijnpatiënten die pijnstillers als ibuprofen langer dan drie maanden aan een stuk slikken, lopen daarbij schade op aan hun dunne darm, rapporteren Amerikaanse artsen. Hun studie betekent een nieuwe klap voor reumapatiënten, na vroegere rapporten dat veelgebruikte pijnstillers van een ander type, de zogeheten cox-2-remmers, hun risico op hartziekte en beroerte verhogen.

 

Publicaties voor hulpverleners die Nederlandse getroffenen zeebeving begeleiden 4 januari 2005 – Zorgkrant -- Het Instituut voor Psychotrauma (IvP) in Zaltbommel, het expertisecentrum voor traumaopvang, is sinds Tweede Kerstdag betrokken bij hulpverleningsactiviteiten voor de Nederlandse getroffenen in Zuid-Oost Azië. Op de website van het IvP is informatie te vinden over de psychosociale hulpverlening bij mogelijke (stress)reacties van getroffenen en hun familie. Het instituut publiceerde maandag informatie voor huisartsen ten behoeve van de begeleiding van getroffenen en hun familie. Verder staan op de website verwijzingen naar het Landelijk Kenniscentrum Psychosociale Zorg na Rampen van stichting Impact, gevestigd in het Academisch Medisch Centrum (AMC) te Amsterdam. Op de website van het Impact kenniscentrum zijn, na registratie, relevante artikelen te downloaden over de mogelijke psychosociale gevolgen van rampen en de begeleiding daarbij. Op de site van het IvP treft u ook informatie aan voor getroffenen over verwerking en stress-reacties.

 

Slachtoffers incest denken dat zíj gek zijn en niemand hetzelfde ervaart 4 januari 2005 --  Rotterdams Dagblad -- Vrouwen die het slachtoffer zijn van seksueel misbruik vinden het moeilijk daarover te praten. Vaak zwijgen ze jarenlang over wat hen is aangedaan. Ze schamen zich of zijn bang dat ze de schuld in de schoenen geschoven krijgen. Soms lopen ze ook tegen een muur van onbegrip aan. Maar opkroppen is slecht en kan later tot problemen leiden. Praten biedt steun en daarom begint het algemeen maatschappelijk werk Opmaat dit jaar weer een praatgroep voor vrouwen met incestervaring. DORDRECHT - ,,Er is voor slachtoffers van incest moed nodig om over de drempel te stappen en aan de gespreksgroep mee te doen. Veel mensen vinden het al moeilijk genoeg om bij de hulpverlening aan te kloppen, laat staan dat ze er met anderen, al zijn het lotgenoten, over praten. Maar praten helpt, echt!'' Margreet de Jonge van thuiszorgorganisatie Opmaat spreekt uit ervaring. ,,Ik heb inmiddels acht groepen geleid en er is nog nooit iemand geweest die achteraf spijt had dat ze heeft deelgenomen.'' De gespreksgroep moet niet worden gezien als therapie, waarschuwt De Jonge. ,,Nee, eerder als iets waarbij de deelnemers in de anderen veel zullen erkennen en herkennen. De meeste slachtoffers denken dat zíj gek zijn en dat niemand anders hetzelfde ervaart. Echter, als ze eenmaal in gesprek raken met lotgenoten, zien ze dat zij niet de enige zijn. Als je van een ander ziet dat het diens schuld niet is geweest, dan opent dat ook jouw ogen. Het geeft je dan inzicht in je eigen situatie en op dat moment dringt het tot je door dat het niet jouw schuld was dat je bent misbruikt. Het is ook belangrijk dat de deelnemers van elkaar zien dat het allemaal gewone vrouwen zijn die het is overkomen.'' Lees verder in het Rotterdams Dagblad van dinsdag 4 januari.

 

Visuele bijsluiter voor doven ontwikkeld 4 januari 2005 – Rijksuniversiteit Groningen - De Wetenschapswinkels van de Rijksuniversiteit Groningen hebben op verzoek van de dovenhulpverlening een visuele bijsluiter ontwikkeld. Deze bijsluiter is bedoeld om de geneesmiddelenvoorlichting aan doven met een verstandelijke handicap te verbeteren. Deze groep doven communiceert door middel van gebarentaal en kan op zijn hoogst enkele losse woorden lezen. Dat betekent dat gewone bijsluiters voor hen onbegrijpelijk zijn. De hulpverleners die goede voorlichting kunnen geven over medicijngebruik, bijvoorbeeld apotheekmedewerkers, beheersen meestal geen gebarentaal. Het gevolg is dat doven met een verstandelijke handicap vaak niet de informatie krijgen, waar ze wettelijk recht op hebben. Dit leidt regelmatig tot verkeerd gebruik van medicijnen en een gebrek aan motivatie om de geneesmiddelen in te nemen. De wetenschapswinkels Geneesmiddelen en Taal, Cultuur en Communicatie hebben daarom in een gezamenlijk project een visuele bijsluiter ontwikkeld. De belangrijkste elementen uit de schriftelijke bijsluiter worden daarin verbeeld, zoals waarom je het geneesmiddel krijgt, hoe je het moet innemen en wat eventuele bijwerkingen zijn. Ook is er een doseringsschema toegevoegd. Deze bijsluiter is getest en daaruit bleek dat het zelfs voor anti-psychotica en anti-depressiva mogelijk was om begrijpelijk te verbeelden wat het geneesmiddel doet. Ook andere groepen kunnen in een later stadium baat hebben bij de visuele bijsluiter, zoals verstandelijk gehandicapten, functioneel analfabeten en laagopgeleide anderstaligen. De visuele bijsluiter bestaat uit een stramien en afbeeldingen die getest zijn op het begrip van de doelgroep. Daardoor is voor elke patiënt afzonderlijk een visuele bijsluiter samen te stellen. Het aantal afbeeldingen is momenteel nog beperkt, maar er wordt gezocht naar mogelijkheden om dit uit te breiden. Voor hulpverleners die professioneel te maken hebben met geneesmiddelenvoorlichting aan deze groep komt het materiaal binnenkort beschikbaar via een CD-rom met een handleiding. De cd-rom is te bestellen via de website. Op de site staan ook voorbeelden van de visuele bijsluiter.

Titel:  Mogelijkheden voor een visuele bijsluiter, een onderzoek naar de verbetering van geneesmiddelenvoorlichting aan vroegdoven - Auteur:  Saskia Visser - Uitgave: Wetenschapswinkel Taal, Cultuur en Communicatie - Bestellen: www.rug.nl/wewi/deWetenschapswinkels/talen/publicaties - Informatie: Saskia Visser, Wetenschapswinkel Taal, Cultuur en Communicatie, tel. (050)363 52 71, tawi@let.rug.nl  

 

Symposium over kindermishandeling 2 januari 2005 -- Johannes Wier Stichting / Nieuwsbank -- Op 21 april 2005 vindt in Tilburg een symposium plaats over kindermishandeling, georganiseerd onder auspicien van de KNMG afd Midden Brabant. Naast diagnostische aspecten wordt aandacht besteed aan hoe om te gaan met (vermoedens van) kindermishandeling in de verschillende disciplines en de aarzeling bij het bespreekbaar maken ervan; de verschillende netwerken en protocollen; de rol van het AMK; en juridische aspecten. Plaats: Tilburg, Concertzaal. Tijd: 13.30-17.00 uur.

 

Orthopedisch chirurg door tuchtcollege gewaarschuwd 1 januari 2005 – Red. MdH – Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam heeft op 28 december 2004 een waarschuwing aan de orthopedisch chirurg B. opgelegd (zaaknummer 03/180). Van de drie klagers zijn ter zitting op 2 november 2004 twee klagers verschenen. Klagers verwijten de arts nalatig te zijn geweest door pas na vier en een half uur naar het ziekenhuis te zijn gekomen ondanks het feit dat de dienstdoende arts-assistent die een spoedoperatie nodig achtte hem herhaaldelijk had verzocht zelf naar de patiënte, een dame in de 90, te gaan kijken. Tevens klaagde de familie erover door de arts onheus te zijn bejegend en met verbaal geweld te woord te zijn gestaan. Verweerder betwist dat een spoedoperatie nodig zou zijn geweest. Hij geeft aan dat de communicatie met de arts-assistent niet optimaal verliep en heeft binnen het ziekenhuis stappen ondernomen zodat de opvang van fractuurpatiënten in de toekomst gestroomlijnder kan worden georganiseerd en assistenten intensiever zullen worden begeleid. Over de bejegeningklacht merkte hij op dat het te loven is als men beledigende opmerkingen van patiënten naast zich neer kan leggen. Hij zelf echter zou ook de volgende keer weer op dezelfde wijze reageren. De familie zou hem gedreigd hebben zoveel mogelijk klachten tegen hem in te dienen waardoor hij geïrriteerd raakte. Het oordeel van het tuchtcollege houdt in dat de orthopedisch chirurg als achterwacht verantwoordelijk was en de problemen voorkomen hadden kunnen worden indien hij zelf meteen naar het ziekenhuis was gekomen. De arts-assistent was volgens de Wet BIG zelfs niet bevoegd de door de arts opgedragen handelingen bij de patiënte te verrichten. Doordat de arts onjuist heeft gehandeld werd aan de patiënte optimale behandeling onthouden. Het college acht ook het tweede klachtonderdeel gegrond aangezien van een hulpverlener verwacht mag worden dat hij indien hij zich onheus bejegend voelt door een patiënt of diens naasten, in staat is om deëscalerend op te treden c.q. te volstaan met een zakelijke terechtwijzing. De in het geheel door het tuchtcollege gegrond verklaarde klacht waarvoor aan de orthopedisch chirurg een waarschuwing werd opgelegd, werd door het college aan het tijdschrift Medisch Contact voor publicatie aangeboden en zal in de Nederlandse Staatscourant worden bekendgemaakt. De patiënte overleed in augustus 2003, enkele dagen na de doorgevoerde operatie. Het college bestond uit de leden-artsen Lyppens, Vogelenzang en van Vliet en uit de leden-juristen de Vries (voorzitter), Bartels en de secretaris Coert. Dit nieuwsbericht heeft onze redactie op 3 januari 2005 als persbericht aan Nieuwsbank, een interactief Nederlands persbureau, verzonden.

 

Belastende gegevens over gevaren Prozac teruggevonden 31 december 2004 --  Telegraaf -- LONDEN - Het Britse medische tijdschrift British Medical Journal (BMJ) zegt vertrouwelijke documenten in handen te hebben gekregen die het antidepressivum Prozac in verband lijken te brengen met gewelddadigheid en suïcidaliteit. Dat meldde de BBC vrijdag. De documenten behoren toe aan het Amerikaanse farmaceutische bedrijf Eli Lilly, de producent van Prozac. Ze raakten ruim tien jaar geleden zoek toen ze moesten dienen als bewijsmateriaal in een rechtszaak in verband met een achtvoudige moord in de Verenigde Staten in 1989. De 47-jarige Joseph Wesbecker, die leed aan depressieve klachten en net een maand Prozac slikte, schoot acht mensen dood en verwondde er twaalf. Vervolgens sloeg hij de hand aan zichzelf. De nabestaanden sleepten vijf jaar later Eli Lilly voor de rechter, omdat hij onder invloed van Prozac zou hebben gehandeld. Omdat de belastende documenten verdwenen waren, won Eli Lilly de zaak. Het gebruikte die overwinning om het publiek voor te houden dat een onafhankelijke rechter had vastgesteld dat Prozac veilig is. Later moest het bedrijf echter toegeven dat het in het geheim een schikking had getroffen met de eisers. Een rechter verklaarde daarop het vonnis in Eli Lilly's voordeel nietig. BMJ heeft de documenten, die handelen over een onderzoek in opdracht van Eli Lilly naar de effecten van Prozac, overgedragen aan de Amerikaanse instantie die waakt over de veiligheid van medicijnen, de FDA. Een woordvoerder van de FDA noemt de onderzoeksgegevens "zeer belangrijk". Volgens de woordvoerder was Eli Lilly, als het inderdaad de uitvoerder of opdrachtgever was van het onderzoek, verplicht de uitkomst te melden aan de FDA of te publiceren. In plaats daarvan blijft het bedrijf volhouden dat Prozac een veilig medicijn is dat miljoenen mensen heeft geholpen. Prozac is een van de meestgebruikte antidepressiva. Meer dan vijftig miljoen mensen wereldwijd hebben het voorgeschreven gekregen. Toen de VS en sommige Europese landen in 2003 het gebruik van antidepressiva door jongeren aan banden legden, omdat zij bij hen zelfmoordneigingen kunnen veroorzaken, werd voor Prozac een uitzondering gemaakt. Het werd gezien als het enige antidepressivum waarvan de voordelen opwegen tegen de nadelige bijwerkingen.

 

Eindeloos bevallingsdrama en de ouders vechten zich kapot tegen het onrecht -- Arts blundert, baby sterft29 december 2004 – Algemeen Dagblad -- Een kind krijgen is een ingrijpende en bijzondere gebeurtenis. Als daarin iets fout gaat, is dat op zichzelf al een traumatische ervaring. Vooral als de fout niet nodig was geweest en de arts vervolgens doet of alles in orde is. Het gevolg: een lange slepende letselschadezaak. De zon schijnt op 26 mei 2001. Niet alleen letterlijk, want het gezin Rocholl voelt zich bevoorrecht. Natascha staat op het punt te bevallen van haar tweede kindje. Aan zowel de arts-assistent J. Keunen als aan het ziekenhuis is een reactie gevraagd. Keunen, inmiddels werkzaam in Canada, verwijst naar het ziekenhuis. Woordvoerder Ingrid de Jong van het Academisch Ziekenhuis Maastricht (AZM): ,,Wat ik kwijt wil is dat we het allereerst vreselijk vinden wat de familie is overkomen. Op grond van de feiten zijn we in augustus 2003 gekomen tot het erkennen van aansprakelijkheid. Inmiddels ligt er een claim voor shockschade. Die wijzen wij af. De rechter moet hier verder over oordelen omdat het al met al toch een juridisch vraagstuk blijft.'' Het blijkt dat noch de arts, noch het ziekenhuis ooit excuses heeft aangeboden aan de familie. Op de vraag of vanuit het ziekenhuis de bereidheid bestaat de zaak zo snel mogelijk af te wikkelen om de familie zo min mogelijk schade te berokkenen, kan De Jong geen antwoord geven: ,,Dat is een zaak van de rechter.'' Als er sprake is van medisch letsel, is het allereerst zaak het ziekenhuis of de behandelaar aansprakelijk te stellen. Is een arts in dienst van een ziekenhuis, dan is het ziekenhuis in eerste instantie verantwoordelijk. Het ziekenhuis laat deze zaken afhandelen door de verzekeraar. Erkent deze de aansprakelijkheid, dan wordt de zaak meestal doorgeschoven naar een schadebedrijf dat samen met de gedupeerde (of zijn advocaat) moet vaststellen hoe hoog het uit te keren bedrag moet zijn. De materiële schade is meestal niet het probleem. Wel de shockschade. Er bestaat een verschil tussen 'verdriet' en 'shockschade'. In het laatste geval moet vast komen te staan dat er sprake is van een trauma, ofwel een geestelijk letsel. Als de rechtbank shockschade in medische zaken toewijst, is dit een primeur. Het ziekenhuis (of de verzekeraar) zal zeker proberen via hoger beroep deze uitspraak terug te laten draaien. ,,De eerste keer ben ik gewoon thuis bevallen en dat ging prima'', vertelt ze. ,,De tweede zwangerschap verliep helemaal volgens het boekje en ik voelde me super. De bevalling vlotte alleen niet en de harttonen van mijn kindje werden onregelmatiger, waarop de verloskundige mij door verwees naar het Academisch Ziekenhuis in Maastricht.'' Zij en haar man René hadden al van de verloskundige gehoord dat het mogelijk een keizersnede zou worden. Dat vonden ze geen probleem. In het ziekenhuis werd eerst een echografie gemaakt waarop niet te zien was of de navelstreng om het nekje van het kindje zat. Natascha werd aan een apparaat gelegd dat de hartslag van het kindje registreerde. Ook daarop werd vastgesteld dat die onregelmatig was. De arts J. Keunen - die later een assistent bleek te zijn - liet nog de mogelijkheid voor een keizersnede vallen. Vervolgens was daar geen sprake meer van. Gedurende 3,5 uur volgde de arts zijn eigen plan. Hij brak de vliezen en zag dat het kindje in het vruchtwater had gepoept. Een terugvallende hartslag in combinatie met meconiumhoudend vruchtwater is over het algemeen een directe indicatie voor een keizersnede. Keunen besloot te handelen alsof de navelstreng om het nekje zat, terwijl daar - behalve zijn eigen rapport - geen enkel bewijs voor lag. Hij diende extra vloeistof in de baarmoeder toe, zodat de vermeende boosdoener - de navelstreng - wat ruimte zou krijgen. De vloeistof bracht hij op kamertemperatuur (20 graden), terwijl die op lichaamstermperatuur (37 graden) hoort te zijn. Natascha krijgt ook nog weeënremmers toegediend, die ze op grond van de informatie die bij de intake in het ziekenhuis had gegeven, nooit had mogen krijgen. ,,Daarna ging het slechter. Ik was zeker één uur alleen met René en ons zoontje Niels die toen vier jaar oud was. De oppas voor Niels was nog onderweg en daarom was hij meegegaan naar het ziekenhuis. René is uiteindelijk de arts gaan roepen.'' Onderzoeken volgden en René moest met Niels naar buiten. De hartslag van moeder was wel te vinden. Die van het kindje niet. Natascha: ,,Even later kreeg ik van de arts te horen dat hij helaas had moeten vaststellen dat het kindje was overleden. En weg was hij.'' Een verpleegkundige bracht René de schokkende boodschap. Kleine Niels hoorde alles. Hij was later, vertellen zijn ouders, volledig van de kaart. Gelukkig kwam zijn oppas en kon hij weg.

Wat daarop volgt, is een soort nachtmerrie. Natascha moet nog altijd bevallen van haar dode kindje: ,,Dat gaat dus niet! Je doet een bevalling samen met je levende kindje. Een dood kindje geeft niet mee, doet niets. ,,Het duurde nog eens zes uur. Ik heb een behoorlijke hoeveelheid morfine gekregen en was gewoon stoned en in shock. Afschuwelijk was het. Vanuit de arts of verpleging kwam niet veel medeleven. We kregen niets te drinken, niets te eten, helemaal niets.'' Bartolomeus, zoals ze hem hadden genoemd, kwam puntgaaf ter wereld. René zag dat er helemaal geen navelstreng om zijn nekje had gezeten. Waarschijnlijk heeft de combinatie van de te langzame bevalling en alle acties van de arts geleid tot zijn overlijden. René: ,,Ook zoiets: in het ziekenhuis werden we meteen geconfronteerd met formulieren voor een begrafenis of crematie. Er werd gehamerd op een snelle beslissing, meteen nadat hij eruit kwam.'' Het echtpaar wilde niets, alleen maar weg van het ziekenhuis, naar huis. Een taxi was niet geregeld en kwam na herhaalde verzoeken evenmin. Een pizzabezorger die toevallig een bestelling van het ziekenhuis kwam afleveren, bracht uit medeleven het echtpaar thuis. ,,Het is heel moeilijk te omschrijven wat er door je heen gaat. In eerste instantie had ik nog geen verwijten, alleen maar pijn. Je verwacht niet thuis te komen zonder kindje. In plaats van een mooie kraamtijd, moesten we de crematie regelen.'' Het gezin draaide op de automatische piloot. Het verdriet was en is te groot voor iedereen. Niels begreep er niets van dat er geen broertje was. René en Natascha hadden nog een gesprek met arts-assistent Keunen. Er komt geen excuus, geen enkele sympathieke blijk van medeleven over zijn lippen, zeggen ze. Hij vraagt alleen of ze een volgende bevalling weer bij hem willen doen. Ze wilden de zaak eigenlijk laten rusten en zo snel mogelijk proberen weer zwanger te worden. In november van dat jaar volgt er een miskraam. Half 2002 is Natascha weer zwanger en verloopt alles naar wens. Bij de verloskundige in Groningen - waar het gezin inmiddels woont - komt de dood van Bartholomeus weer ter sprake. ,,De verloskundige wilde graag het verslag van het ziekenhuis hebben. Wij ondernamen actie om het dossier los te krijgen. Ondanks herhaalde telefoontjes en brieven en toezeggingen kregen we niets. Uiteindelijk hebben we een advocaat in moeten schakelen en zij kreeg het wel voor elkaar.'' De inhoud is verbijsterend. Alle normale procedures bij een dergelijke bevalling zijn niet gevolgd. Het te koude water dat is toegediend, de slechte echo waarop niets te zien was, de weeënremmers die Natascha - vanwege een gemelde hartaandoening bij haar oudste zoon en de kans daarop bij Bartolomeus - nooit had mogen krijgen. Fout op fout op fout. Het is voldoende voor het echtpaar om de zaak niet te laten rusten. Hun advocaat, mr. Marion L. Stroink, stelt begin augustus 2003 het Academisch Ziekenhuis Maastricht aansprakelijk. Al binnen drie weken ligt er een antwoord: het ziekenhuis erkent de aansprakelijkheid. Natascha: ,,Het is bijna een wonder hoe snel dit is verlopen. We haalden opgelucht adem omdat we hadden gehoord dat juist dat proces zo lang zou kunnen duren. Het was dus helder dat er grove fouten zijn gemaakt. De afwikkeling zou ook wel snel gaan, dachten we. Juist dat sleept nog altijd voort.'' Het ziekenhuis heeft een schadebedrijf ingeschakeld dat de hoogte van het uit te keren bedrag moet vaststellen. De familie: ,,Elk bedrag dat wij opvoeren, doet het schadebedrijf af als 'te hoog', 'niet realistisch' en 'niet van bewijzen voorzien.'' ,,Het aantal familieleden (22) dat uit Duitsland overkwam voor de crematie werd in twijfel getrokken. Onze shockschade - zoals een klinisch vastgesteld post traumatisch stress syndroom bij beiden - wordt van tafel geveegd. De diagnose zou niet objectief zijn, hoewel een erkende psychiater die stelde.'' Advocaat Stroink van het echtpaar is hierover een aparte gerechtelijke procedure begonnen bij de rechtbank in Maastricht. De brieven van het schadebedrijf getuigen niet van een fijngevoeligheid voor deze zaak. ,,Wat een einde van alle ellende moest worden, is het begin gebleken'', zeggen Natascha en René. ,,We functioneren nauwelijks nog. Elke keer als er een brief binnenkomt van het schadebedrijf worden we herinnerd aan die afschuwelijke dag. We willen graag de draad weer oppakken, maar het gaat niet.''

Financieel zit het echtpaar aan de grond omdat Natascha haar werkzaamheden als freelance vertaler niet naar behoren kan uitvoeren. René die allang een atelier had willen beginnen, komt daar niet toe. Hij zit nu zonder werk: ,,Het inkomensverlies wordt zo alleen nog groter en groter. Nog los van de schade die wij als gezin oplopen.'' Natascha kan er met haar pet niet bij: ,,Dit mag toch gewoon niet gebeuren? Je mag mensen die al zo'n groot verlies hebben geleden, psychische klachten hebben en er ook nog eens financieel aan onderdoor gaan, niet zo maar op deze manier blijven dwarszitten? ,,Het vreemde vind ik dat je zowel financieel als geestelijk in staat moet zijn deze rechtsgang vol te houden. Met andere woorden: je moet én een opleiding hebben gehad én geld hebben. Heb je een van beiden niet, dan kun je geen recht halen. Zo simpel ligt het.'' Voor de familie is er geen keuze: ,,Voor ons is er geen weg terug. We hebben de arts-assistent Keunen ook voor het Regionaal Medisch Tuchtcollege gedaagd. Bartolomeus krijgen we er niet mee terug. We willen alleen gerechtigheid. Doen we het niet voor onszelf, dan toch wel voor alle mensen die dit niet op kunnen brengen.''

 

Ross: Jeugdzorg moet bij twijfel eerder ingrijpen 28 december 2004 – Telegraaf -- DEN HAAG - Bij twijfel of een kind ergens wel veilig is, moet de Jeugdzorg eerder durven ingrijpen. Het belang van het kind moet daarbij centraal staan. " Dat vraagt natuurlijk om een beetje durf", zei staatssecretaris Ross (VWS) dinsdag in het Radio 1-Journaal. Ze ging daarmee in op de gang van zaken rond het meisje Savanna uit Alphen aan den Rijn, dat in september dood werd gevonden in de kofferbak van een auto. Haar moeder en de vriend van deze vrouw worden ervan verdacht het meisje te hebben mishandeld tot ze dood was. Het gezin zou al jaren problemen hebben gehad zonder dat de hulpverlening ingreep.

 

Patiënt geeft loper terug aan tbs-kliniek 27 december 2004 – Telegraaf -- EINDHOVEN - Een patiënt van de tbs-kliniek van de GGZ Eindhoven heeft maandag een gestolen loper-sleutel ingeleverd bij de leiding van de zorgeenheid. De diefstal van de sleutel werd op 13 december binnen dezelfde zorgeenheid ontdekt en leidde tot gevoelens van onveiligheid en onrust onder het personeel van de tbs-kliniek. J. Huisman, de eerste geneeskundige van de tbs-instelling, zei maandagmiddag dat de loper naar alle waarschijnlijkheid de hele tijd binnen de wooneenheid is gebleven, waar de loper half december verdween. De patiënt die de sleutel maandag inleverde, verblijft in deze wooneenheid, en is voor zover bekend niet weggeweest. Desondanks valt niet uit te sluiten dat er, mogelijk in het illegale circuit, een kopie is gemaakt van de gecertificeerde sleutel. De belangenorganisatie van het personeel NU'91 liet donderdag al weten dat ze verbijsterd is dat de directie de sleutels in de kliniek niet direct heeft laten vervangen, toen op 13 december duidelijk werd dat de loper kwijt was. De directie heeft wel maatregelen genomen die de vrijheid van alle patiënten beperkten. Zij liet weten dat een aantal sloten wordt vervangen. Die nieuwe sloten zouden op 1 februari moeten zijn geplaatst. NU'91 vindt dat onacceptabel en stelt dat alle sloten onmiddellijk moeten worden vervangen. Over het vervangen van de sloten in de instelling werden maandag geen nadere mededelingen gedaan. "De na 13 december 2004 genomen maatregelen blijven, waar dat in het belang van de veiligheid van patiënten en medewerkers is aangewezen, van kracht", luidt het commentaar van de instelling. De loper raakte zoek, nadat een medewerker een sleutelbos was verloren. Toen die werd teruggevonden, miste de loper-sleutel. "De patiënt heeft gezegd dat hij de bos heeft gevonden op een kast in de wooneenheid", zei Huisman namens de tbs-kliniek. Huisman zei dat nader onderzoek moet uitwijzen hoe een en ander heeft kunnen gebeuren. NU'91 heeft de ministers van Justitie en Volksgezondheid geïnformeerd en hun gevraagd de directie van de tbs-kliniek in Eindhoven dwingende maatregelen op te leggen.

 

Onderzoek naar seksueel misbruik --  27 december 2004 – Noordhollands Dagblad – PURMEREND - Een verstandelijk gehandicapt kind dat gebruikmaakt van het Purmerendse logeerhuis Cornelia van de Prinsenstichting, is vermoedelijk seksueel misbruikt. De politie Zaanstreek-Waterland is door de Prinsenstichting ingeschakeld om het misbruik dat in de eerste week van december moet hebben plaatsgevonden, te onderzoeken. Behalve van diverse voorzieningen bij de Prinsenstichting, maakt het kind dat jonger is dan twaalf jaar gebruik van een kinderdagverblijf in Zaandam en het gehandicaptenvervoer in Zaanstreek-Waterland. Bovendien woont het slachtoffer thuis, met uitzondering van de weekenden en vakanties. Het is onbekend waar het seksueel misbruik heeft plaatsgevonden. De Prinsenstichting wil de exacte leeftijd van het kind niet bekendmaken uit oogpunt van privacy. Om dezelfde reden laat ze in het midden of het om een jongen of een meisje gaat. Nadat een stevig vermoeden rees dat het kind seksueel is misbruikt, heeft de Prinsenstichting onmiddellijk extra personeel ingezet voor professionele hulpverlening aan ouders van kinderen die logeerhuis Cornelia gebruiken en voor extra veiligheidsmaatregelen. Zo is er voortaan een 'wakkere nachtdienst' in het logeerhuis. De Prinsenstichting sluit niet uit dat de dader een insluiper is geweest, al is het allerminst zeker dat het misbruik bij één van de voorzieningen van de stichting heeft plaatsgevonden.

 

Verpleegster Jolanda niets te verwijten – 24 december 2004 – Algemeen Dagblad – De verpleegkundige die verantwoordelijk is voor het aansluiten van een lege zuustoffles op de later overleden Jolanda Venema, is geen nalatigheid te verwijten. Dit heeft het Medisch Tuchtcollege in Groningen bepaald, zo meldt rtv Noord. De verpleegkundige gebruikte in 1999 een lege zuurstoffles waardoor Jolanda onwel werd. Volgens het Tuchtcollege heeft de verpleegkundige meteen ingegrepen toen ze zich haar fout realiseerde. Jolanda Venema kreeg eind jaren 80 landelijke bekendheid, omdat ze soms naakt werd vastgebonden in een tehuis in Assen.

 

Onrust in tbs-kliniek na vermissing loper -- 24 december 2004 -- Brabants Dagblad --  EINDHOVEN - De verdwijning van een zogenoemde loper-sleutel leidt in tbs-kliniek GGZ Eindhoven tot veel onrust en gevoel van onveiligheid onder het personeel. Dat stelde de beroepsorganisatie NU’91 gisteren. Mogelijk beschikt een van de patiënten over de sleutel. Toch laat de directie het na om ’afdoende maatregelen’ te nemen, concludeert NU’91. De directie heeft inmiddels wel vrijheidsbeperkende maatregelen opgelegd aan alle patiënten en aangegeven dat een aantal sloten wordt vervangen. „Door de onrust op de afdeling neemt het agressieve gedrag van cliënten toe“, meent Nu’91. Inmiddels heeft de beroepsorganisatie de ministers van Justitie en Volksgezondheid gevraagd de directie van de tbs-kliniek dwingende maatregelen op te leggen.

 

Gynaecoloog 'treft geen blaam' in taartschep-affaire 24 december 2004 – Dagblad De Limburger -- MAASTRICHT - Het regionaal tuchtcollege in Eindhoven heeft gynaecoloog professor J. de H. van het academisch ziekenhuis Maastricht (azM) ten onrechte een waarschuwing gegeven voor een fout tijdens de operatie van mevrouw M. Maes op 2 maart 1998. De H. kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor het achterblijven van een 32 centimeter lang, roestvrijstalen operatie-instrument ('taartschep') in de buik van de vrouw. Dat oordeelt het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Den Haag in het hoger beroep dat De H. had aangetekend. Het Haagse tuchtcollege heeft de klacht van de vrouw uit Maastricht tegen De H. ongegrond verklaard en de waarschuwing geschrapt. De 52-jarige Maastrichtse reageert teleurgesteld. ,,Het instrument is blijven zitten, dat is duidelijk. Het is heel onbevredigend dat daar niemand verantwoordelijk voor wordt gesteld. Waar ik als patiënt mijn recht moet halen, is onduidelijk'', zegt Maes. In een korte reactie stelt de raad van bestuur van het azM dat een ,,dergelijke procedure voor alle betrokkenen uiteraard erg vervelend blijft''. Verder heeft het ziekenhuisbestuur niets toe te voegen aan de uitspraak, zegt een woordvoerster. De H. had de leiding over de operatie op 2 maart 1998 waarbij de taartschep in de buik van Maes achterbleef. De fout werd een week na de operatie ontdekt toen de Maastrichtse met heftige pijn in de buik terugkeerde in het ziekenhuis. De taartschep werd toen meteen operatief verwijderd. De fout werd daarna ook erkend, De H. bood Maes zijn excuses aan en de patiënte kreeg 5500 euro schadevergoeding. De Maastrichtse besloot in 2002 alsnog naar het regionaal tuchtcollege in Eindhoven te stappen. Tijdens de zitting in Eindhoven betoogde De H. dat het achterblijven van operatie-instrumenten onder meer wordt tegengegaan door deze voor en na een operatie te tellen en te wegen. Bij de operatie van Maes is die procedure niet goed uitgevoerd, maar volgens De H. was dat de verantwoordelijkheid van een verpleegkundige. Het regionaal tuchtcollege gaf De H. daarin gelijk, maar oordeelde tegelijkertijd dat hij een instrument zo groot als de taartschep bij de inspectie van de buik had moeten signaleren. De H. kreeg zodoende een waarschuwing. De specialist ging bij het centraal tuchtcollege in beroep en schakelde als getuige-deskundige de gynaecoloog professor J. Trimbos uit Leiden in. Tijdens de zitting in Den Haag heeft Trimbos volgens het centraal tuchtcollege ,,aannemelijk'' gemaakt dat de taartschep is gebruikt tijdens het hechten van de buik. Omdat De H. als opleider het sluiten van de buik had overgelaten aan een ervaren arts-assistente, kan de fout hem dus niet worden aangerekend, redeneert het centraal tuchtcollege. Daarbij merkt het tuchtcollege op dat de tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid van een opleider voor een arts-assistent afneemt, naarmate de opleiding vordert. De arts-assistente die de buik van Maes hechtte, was bijna klaar met haar opleiding tot gynaecoloog. Tegelijkertijd benadrukt het college dat nu niet mag worden geconcludeerd dat de arts-assistente tuchtrechtelijk gezien een fout heeft gemaakt.

 

Nieuwe brochure over ethiek in verzorging en verpleging 23 december 2004 – Zorgkrant -- Er is een nieuwe brochure van CNV Publieke Zaak verschenen over ethiek in de verzorging en verpleging getiteld: ‘Zorg en ethiek gaan hand in hand’. De brochure is samengesteld door de commissie Ethiek van CNV Verzorging en Verpleging. Doel van de brochure is verzorgenden en verpleegkundigen te informeren en ook enthousiast te maken voor ethische aspecten in het werk. Daarnaast richt de brochure zich op managers en opleiders in de zorg. In de brochure staan voorbeelden van ethische vraagstukken waar werknemers in de zorg mee te maken kunnen krijgen.

 

Icare neemt Interapy over: Thuiszorgorganisatie gaat in on line psychologie 23 december 2004 – zibb.nl -- MEPPEL - Thuiszorgorganisatie Icare heeft een meerderheidsbelang genomen in Interapy, dat psychologische behandelingen via internet aanbiedt. Interapy biedt op dit moment internetbehandelingen voor stress door een schokkende ervaring, burn-out en depressie. Voor andere psychologische behandelingen zijn protocollen in de maak. Extra impuls: De directeur van Interapy, Pieter van Hoogstraten, is blij met de overname. “Opname in een grote organisatie als Icare betekent versterking van de stabiliteit van Interapy en daarmee continuïteit van ons aanbod aan behandelingen. Het geeft bovendien een extra impuls aan de uitbreiding van onze portfolio.” Heel Nederland: Hoewel Icare vooral actief is in het noorden van Nederland, blijven de diensten van Interapy beschikbaar voor cliënten uit heel Nederland.

 

Steun voor mensen met kerstdepressie 22 december 2004 – red. MdH / Algemeen Dagblad --  Hulp voor mensen die kerst allerminst als een feest ervaren. De stichting Pandora, een organisatie die zich sterk maakt voor mensen met psychische problemen, opent dit jaar ook tijdens de kerst haar telefonische hulplijn, te bereiken op: 0900 – 612 09 09. De depressielijn is van maandag tot en met donderdag van 19.00 tot 21.00 uur te bereiken onder het eerder genoemde nummer. De kosten bedragen 10 cent per minuut. Op 24, 25 en 26 december kunt u van 12.00 tot 21.00 uur bellen.

 

Crisismanager voor Tilburgs verpleeghuis 22 december 2004 – TILBURG / DEN BOSCH - Verplegings- en verzorgingshuis Sint Josephzorg in Tilburg krijgt een crisismanager. De manager moet orde op zaken stellen bij het huis. Dit maakte een woordvoerder van de provincie Noord-Brabant woensdag bekend. Dinsdag werd duidelijk dat Sint Josephzorg door de Inspectie voor de Gezondheidszorg onder verscherpt toezicht is gesteld, omdat de zorg er onder de maat is. Het verzorgingshuis kampt met grote financiële problemen en een hoog ziekteverzuim. De inspectie eist dat de problemen zo snel mogelijk worden opgelost. Gedeputeerde R. Augusteijn (Zorg- en Ouderenbeleid) heeft bemiddeld bij de aanstelling van de manager. De landelijke instelling van zorginstellingen Arcares zal de manager leveren. Dit moet op zo kort mogelijke termijn gebeuren.

 

Tilburgs verpleeghuis onder toezicht gesteld 21 december 2004 – Telegraaf -- TILBURG/DEN HAAG - De Inspectie voor de Gezondheidszorg stelt verpleeg- en verzorgingshuis Sint Josephzorg in Tilburg onder verscherpt toezicht. De verzorging van bewoners van het huis is volgens de toezichthouder onder de maat. Het verzorgingshuis moet voor half januari orde op zaken stellen. Volgens de inspectie is er door een hoog ziekteverzuim te weinig personeel. Daardoor worden cliënten pas laat uit bed gehaald en moeten ze soms douchebeurten overslaan. De medische zorg is volgens de woordvoerder wel op niveau. Het bestuur van het huis stelde de inspectie zelf op de hoogte van de problemen. Het verzorgingshuis heeft financiële problemen. Sint Josephzorg maakt deel uit van het Zorgcentrum Tilburg Zuid.

 

'De dwarse psychiater'  21 december 2004 – VARA -- Door veel collega’s wordt hij niet bepaald op handen gedragen. Veel patiënten spreken met lof over hem, maar hij is, op z’n zachtst gezegd, omstreden. En bij het Medisch Tuchtcollege is een klacht tegen hem ingediend wegens ‘grensoverschrijdend gedrag’. Hans Polak kreeg de unieke gelegenheid om psychiater Bram Bakker (1963), én vijf van zijn patiënten, een jaar lang te volgen. Hij was met de camera ook aanwezig bij de therapeutische gesprekken. Bakker dein st er overigens ook niet voor terug om zijn mening kenbaar te maken over diverse maatschappelijke ontwikkelingen. Zo doet hij in het programma bijvoorbeeld ook uitspraken over Mohamed B., de verdachte van de moord op Theo van Gogh. Een waarschuwing van de hoofdinspecteur Geestelijke Gezondheidszorg, dat psychiaters die zich in het openbaar uitlaten over mensen die ze niet hebben ‘gezien’, kunnen rekenen op tuchtmaatregelen, lijken op Bakker weinig indruk te maken. ‘De dwarse psychiater’ is dinsdag 21 december om 23.05 uur bij de VARA op Nederland 3. Hans Polak: ‘Wat me aan hem boeit is dat hij op de een of andere manier steeds weer de grenzen van het vak opzoekt. Zijn standpunten zijn bepaald niet altijd politiek correct, maar dat maakt het juist extra interessant. Hij zal zich ook niet zo makkelijk verschuilen achter allerlei vormen van het beroepsgeheim. Hij durft zich kwetsbaar op te stellen. En hij is niet bang om z’n eigen ijdelheid onder ogen te zien.’ Cliënten die bij Bram Bakker terecht komen, hebben niet zelden al een lange weg binnen de psychiatrie achter de rug. Bij de opnamen voor de documentaire kon worden gefilmd zonder enige beperking. Polak: ‘Daardoor krijg je als het ware ook minibarretjes van de mensen die door Bakker worden behandeld. Zo hebben we bijvoorbeeld vanaf de allereerste keer een aantal sessies gevolgd met een vrouw die lijdt aan een zogenaamde bipolaire stoornis. Eerder hadden artsen geweigerd haar antidepressiva voor te schrijven uit angst voor hypomane aanvallen. Volgens Bakker kon dat risico wel worden genomen en nu is ze weer aan het werk.’ Begin 2003 baarde Bram Bakker veel opzien met ‘Te gek om los te lopen’, een kritisch boek over de psychiatrie en de organisatie daarvan in Nederland. Eind maart 2004 verscheen ‘Loden last’ – dat hij samen schreef met de journalist Bram Hulzebos - over de gevolgen die door zelfmoord worden veroorzaakt en over de mogelijke preventie van zelfmoord. Momenteel werkt Bakker in deeltijd op de ‘Ursula’, het landelijke kennis- en behandelcentrum voor eetstoornissen van de Robert-Fleury Stichting in Leidschendam. Daarnaast heeft hij een kleine (volle) praktijk als vrijgevestigd psychiater in Amsterdam. OVERDRACHT: Patiënten omschrijven Bram Bakker als een psychiater die écht naar hen luistert en daadwerkelijk bij hun problemen betrokken is. Aan de zogenaamde ‘therapeutische afstand’ die de psychiater moet bewaren ten opzichte van zijn cliënten, stoort Bakker zich weinig of niet. De grote angst voor allerlei vormen van ‘overdracht’ is wat Bakker betreft meestal onterecht en waar de overdracht wel optreedt is die best hanteerbaar mits men een beetje alert is. Polak: ‘Bakker stelt zich op het standpunt dat het juist moet klikken tussen de psychiater en zijn cliënt. Er moet een vertrouwensband, betrokkenheid kunnen ontstaan. Hij zal dan bijvoorbeeld ook niet aarzelen om zijn mobiele nummer of emailadres aan een patiënt te geven als hij vindt dat dat nodig is. Ik was echt onder de indruk van de manier waarop hij met de mensen omgaat. Hij maakt zich echt druk over dingen die hen aangaan. Zo aarzelde hij bijvoorbeeld ook niet om zo af en toe, in zijn vrije tijd, even langs te gaan bij een man die hij behandelde vanwege een ernstig oorlogstrauma. Gewoon om even te kijken hoe met de man ging. Uit belangstelling.’ Bram Bakker stelt zich op het standpunt dat binnen de GGZ de managers teveel de dienst uitmaken. Polak: ‘Daar wil hij het nodige aan veranderen en je kunt je voorstellen dat velen hem dat niet bepaald in dank afnemen. Maar het gaat hem wel ter harte. Daarnaast is het ook zo dat hij niet bang is om toe te geven dat veel vormen van behandeling in de psychiatrie gebaseerd zijn op intuïtie en natte vinger-werk.’ Na zijn eindexamen in 1982 ging Bram Bakker, in Amsterdam, geneeskunde studeren met maar één doel voor ogen: hij wilde psychiater worden. Zijn opleiding volgde hij aan de Vrije Universiteit en na zijn registratie als psychiater (1999) werkte hij een tijd als consultant voor een aantal farmaceutische bedrijven. In februari 2000 promoveerde Bakker op een onderzoek naar de uitkomsten van de behandeling van paniekstoornissen ('hyperventilatie'). Hij werkte als psychiater korte tijd in Leiden, deed onderzoek in de Verenigde Staten (aan de universiteit van Yale) en werkte van eind 2000 tot begin 2004 op de psychiatrische afdeling (PAAZ) van het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis in Amsterdam. Hij publiceerde in bladen als Psychologie Magazine, Vrij Nederland en Het Parool en voor het Maandblad Geestelijke volksgezondheid (MGv) schrijft hij recensies, ook over fictie.

 

Medische fouten / Ouders willen herhaling voorkomen:  Onderzoek geëist naar rol kinderziekenhuis en inspectie 21 december 2004 – Trouw -- UTRECHT - De ouders van baby Charlotte Floor willen dat minister Hoogervorst een onderzoek instelt naar de reactie van de Inspectie voor de Gezondheidszorg op de medische fout die in 2001 leidde tot de dood van hun kind. De ouders vragen aan Hoogervorst ook de organisatie van de afdeling kindercardiologie van het Wilhelmina Kinderziekenhuis (WKZ) door te lichten. Ze vrezen dat een fout zoals met hun dochter opnieuw kan gebeuren. De inspectie bekijkt of er reden is voor een intern onderzoek naar de eigen rol in deze zaak. Ook wordt nagegaan of een onderzoek in het WKZ nodig is. Begin december veroordeelde de rechtbank in Utrecht een kindercardioloog tot anderhalf jaar cel. Hij mag zes jaar zijn beroep niet uitoefenen. De rechter achtte hem schuldig aan de dood van de zes maanden oude baby, bij wie hij zonder noodzaak een levensbedreigende ingreep uitvoerde. Pas na een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur kregen de ouders een rapport in handen dat het universitair medisch centrum Utrecht had laten opstellen. Daaruit bleek dat het dodelijke incident mede kon gebeuren door wanordelijkheden in de organisatie van het ziekenhuis. Medisch specialisten maakten ruzie en er was geen leiding. De ouders vinden dat het kinderziekenhuis lange tijd 'geen verantwoorde zorg' heeft geboden. Het WKZ zelf zegt dat er een reorganisatie is geweest, maar de ouders hebben daarin geen vertrouwen. Ze wijzen erop dat er al in 1995 ernstige problemen waren in het ziekenhuis. De ouders vinden het verbazend dat directieleden van het WKZ en leden van de raad van bestuur van het universitair medisch centrum gewoon zijn blijven zitten, hoewel zij op de hoogte waren van de problemen op de afdeling kindercardiologie van het WKZ. De ouders noemen het optreden van de inspectie 'buitengewoon zwak'. Die nam een 'afwachtende houding' aan.

 

Ministerie grijpt in bij inspectie 20 december 2004 – Volkskrant -- AMSTERDAM - Met ingang van deze week is topambtenaar Nico Oudendijk (55) aangesteld als crisismanager bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Hij krijgt tot 1 april 2005 de tijd om een einde te maken aan het verziekte werkklimaat en de organisatorische problemen bij het staatstoezicht. Oudendijk moet rechtstreeks rapporteren aan de hoogste ambtenaar van het ministerie, secretaris-generaal Roel Bekker en aan inspecteur-generaal Herre Kingma. Oudendijk is momenteel directeur Innovatie, Beroepen en Ethiek, maar die werkzaamheden legt hij tot april neer. Het is nog onzeker of hij daarna terugkeert op zijn oude stek, aldus een woordvoerster. Bij de inspectie rommelt het al geruime tijd. Met de verschijning van een onderzoeksrapport werd de crisis eind november openbaar. Een commissie onder voorzitterschap van voormalig vakbondsleider Hans Pont signaleerde dat de positie van een van de zes hoofdinspecteurs, Jacques Lucieer van geestelijke gezondheidszorg, onmogelijk was geworden vanwege klachten over intimiderend gedrag. Lucieer onderhandelt momenteel over een afvloeiïngsregeling. Ook zijn er problemen met hoofdinspecteur Josée Hansen van farmacie. Zij houdt er 'een bureaucratische, wantrouwende manier van leidinggeven' op na, waarover met haar moet worden gesproken, aldus het rapport. Ook op de baas van de hoofdinspecteurs, inspecteur-generaal Herre Kingma, is kritiek. Hij 'maakt door zijn positie, voorkomen en optreden een aantal van zijn medewerkers onbedoeld kopschuw', concludeert de commissie. Ook zou hij de neiging hebben om 'de negatieve effecten die zijn positie, zijn persoonlijkheid en uitstraling kunnen hebben op medewerkers, te onderschatten'. De onvrede die bij veel medewerkers van de inspectie leeft, leidde er eerder toe dat er anoniem werd 'gelekt' naar NRC Handelsblad. De rijksrecherche onderzoekt in opdracht van de ambtelijke top van Volksgezondheid, wie heeft gelekt. Kingma, die zelf erkent dat hij geen manager is, kreeg in 2003 een algemeen directeur, in de persoon van Hans ter Steege, naast zich, maar die is onlangs uit onvrede opgestapt. Voor hem wordt een andere functie gezocht. Voorlopig neemt Oudendijk waar. Oudendijk (55) heeft al vaker problemen bij het departement moeten oplossen. Hij is van oorsprong sociaal pedagoog, werkte in de jeugdzorg en was tot 1991 directeur van het Mobiele Crisisteam in Amsterdam. Hij was sinds 2000 lange tijd waarnemend directeur-generaal (dg) voor de volksgezondheid, na het voortijdig vertrek van de eigenlijke dag.

 

Infuus inbrengen voor euthanasie taboe voor verpleegkundigen 20 december 2004 -- VerpleegkundeNieuws -- De geleerden waren het er niet over eens, maar de ministers H. Hoogervorst (VWS) en P.H. Donner (Justitie) zijn er duidelijk over: het inbrengen van een infuus met het doel een euthanaticum toe te dienen mogen verpleegkundigen niet doen. Dat blijkt uit de antwoorden van de bewindslieden op Kamervragen van L. Griffith (VVD). Het Kamerlid stelde de vragen naar aanleiding van het onderzoek Rol van verpleegkundigen bij medische beslissingen rond het evenseinde. Uit dat onderzoek bleek onder meer dat verpleegkundigen slecht op de hoogte zijn van wat zij wel en niet mogen doen als het gaat om euthanasie. Zo is het toedienen van de dodelijke middelen voor verpleegkundigen taboe: dat mag alleen een arts. Discussie was er over het inbrengen van het infuus waarmee de middelen worden ingespoten. Op zich is het inbrengen van een infuus een handeling die verpleegkundigen (mits bekwaam) zelfstandig mogen uitvoeren, zo lieten de bewindslieden weten. Maar dat geldt niet als er sprake is van een infuus voor euthanasie. Beide ministers vinden dat verpleegkundigen alleen voorbereidende handelingen mogen uitvoeren. Het inbrengen van een infuus zien zij als uitvoeringshandeling. Het klaarmaken van een infuus is volgens de minister voorbereidend. Als een verpleegkundige twijfelt of iets wel of niet mag, moet zij afzien van medewerking, stellen Donner en Hoogervorst. De AVVV vindt dat verpleegkundigen vanwege de onduidelijkheid helemaal moeten afzien van medewerking aan euthanasie.  

Geen seks arts met patiënten – 18 december 2004 – Nederlands Dagblad -- DEN HAAG – Artsen mogen onder geen omstandigheid een seksuele relatie hebben met een patiënt. Inspecteur-Generaal voor de gezondheidszorg Herre Kingma heeft alle artsen en andere zorgverleners daar per brief voor gewaarschuwd. ‘Een seksuele relatie tussen patiënt en hulpverlener kan nooit, ook niet als de patiënt daar nadrukkelijk op aanstuurt of zelf om vraagt,’ aldus Kingma in de brief. Bij de brief zit de informatiebrochure ‘Het mag niet, het mag nooit’ waarin wordt gewezen op de regels en wordt uitgelegd hoe artsen seksuele intimiteiten kunnen voorkomen. Volgens de folder heeft vier procent van de gynaecologen wel eens seks gehad met een patiënt. Bij psychologen ligt dat cijfer hoger: vijf tot tien procent van de mannelijke en minder dan één procent van de vrouwelijke psychologen. De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) is verder bezig aan een onderzoek naar seksuele intimidatie door artsen. Ieder jaar ontvangt de inspectie een groot aantal meldingen. Het is een hardnekkig probleem, aldus Kingma in zijn brief. De resultaten van dat onderzoek worden begin komend jaar bekend gemaakt. Volgens een woordvoerder van de IGZ is er geen actuele aanleiding voor het versturen van de brief. ‘De folder is al tien jaar oud, maar we hebben hem onlangs bijgewerkt.’

 

Inspectie voor de Gezondheidszorg onder toezicht -- Vakbond oneens met ingrijpen18 december 2004 -- DEN HAAG - De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) is onder toezicht geplaatst van de hoogste ambtenaar van het ministerie van volksgezondheid. De inspectie, belast met toezicht op de kwaliteit van de gezondheidszorg, verkeert in een crisis na klachten over een vijandig en vernederend werkklimaat. De secretaris-generaal van het ministerie, Roel Bekker, heeft gisteren bij IGZ een crisismanager aangesteld. Deze moet niet alleen rapporteren aan de baas van IGZ, inspecteur-generaal Herre Kingma, maar ook aan Bekker zelf. Kingma blijft eindverantwoordelijk, maar de nieuwe manager krijgt de bevoegdheid 'alle maatregelen te nemen die nodig zijn voor het goed functioneren van IGZ', aldus een mededeling. Algemeen directeur Hans ter Steege is uit onvrede opgestapt, melden ingewijden. Ter Steege werd in 2003 door Kingma naar de top van IGZ gehaald. ,,Er wordt gezocht naar een andere functie'', aldus een woordvoerster. Bij de inspectie is kritiek op Kingma. De ondernemingsraad verwijt hem dat hij de personeelsproblemen bij IGZ, die al jaren bestaan, op zijn beloop heeft gelaten. In een gesprek met de OR heeft Kingma deze week toegegeven dat hij te lang heeft gewacht met maatregelen, nadat deze zomer uit een arbo-onderzoek bij IGZ was gebleken dat het arbeidsklimaat op de inspectie als bedreigend en intimiderend wordt ervaren. Kingma deelde de OR mee dat hij zijn verantwoordelijkheid zal nemen. Hij zei erbij dat hij niet overweegt om op te stappen. Met het aanstellen van Nico Oudendijk, plaatsvervangend directeur-generaal volksgezondheid bij het ministerie, komt secretaris-generaal Bekker tegemoet aan een eis van de OR. Die had in een gesprek met Bekker aangedrongen op ingrijpen. Kingma noemde het besluit van de OR om met Bekker te praten voorbarig. Volgens hem zou tussenkomst van Bekker afbreuk doen 'aan de zelfstandige positie van IGZ', aldus het OR-verslag. De vakbond AbvaKabo is het niet eens met de aanstelling van Oudendijk. De bond gaat Bekker om opheldering vragen.

 

Relatiebureau voor psychiatrische patiënt 18 december 2004 – Friesch Dagblad -- Leeuwarden – Bij een gewoon datingbureau hebben psychiatrisch patiënten weinig kans. ,,De andere kandidaten zoeken het perfecte plaatje en een depressieve partner past daar niet in’’, vertelt Gitty Keizer van de Stichting Cliëntgestuurde-projecten. De stichting start daarom dinsdag met een relatiebemiddelingsbureau speciaal voor (ex-)psychiatrische patiënten. Keizer heeft het idee dat het project goed zal aanslaan. Onder de doelgroep is veel eenzaamheid: ,,Vrienden laten het soms afweten, mensen komen door hun ziekte de deur bijna niet meer uit of leggen gewoon moeilijk contact.’’ Een regulier bemiddelingsbureau is meestal commercieel en daarom erg duur. Keizer gaat voor 36 euro per jaar op zoek naar de perfecte partner. Ze maakt de koppels op basis van hobby’s en karaktereigenschappen. Daarnaast kunnen de kinderen ook nog aangeven waar hun voorkeur in partner naar uitgaat, of ze het belangrijk vinden of die wel of niet rookt of kinderen heeft bijvoorbeeld. De vrijgezellen moeten ook een foto inleveren. Die krijgt de date niet te zien. ,,We gebruiken de foto’s vooral voor onszelf om de mensen uit elkaar te kunnen houden.’’ Iedereen met een psychiatrische achtergrond die ouder is dan achttien jaar kan zich aanmelden. Keizer gokt met name op mensen die de therapie al achter de rug hebben. ,,Dan is er weer meer ruimte voor een relatie.’’ In de afgelopen twee weken hebben zich al twaalf mensen aangemeld voor het bureau. Om snel meer gegadigden te trekken, krijgen ‘zoekenden’ tot 1 mei volgend jaar korting op het inschrijfgeld. ,,We willen wel wat te kiezen hebben natuurlijk.’’ Gratis en voor niks krijgen alle kandidaten op hun eerste afspraakje nog wat goede tips mee, zoals: spreek af op een neutrale plek, wees eerlijk, en zeg het als je denkt dat het niets wordt. Keizer gaat net zolang door met zoeken totdat ze voor haar cliënten de ware Jacob of Jacoba heeft gevonden.

 

Veel betere student door selectie -- 18 december 2004 – Volkskrant -- AMSTERDAM - Het Erasmus Medisch Centrum zegt voor het eerst bewijzen te hebben dat geselecteerde studenten het duidelijk beter doen dan studiegenoten die door loting zijn toegelaten. Na twee jaar studie heeft ruim 15 procent van de ingelote studenten zo weinig punten verzameld dat ze vrijwel zeker zullen afvallen. Van de geselecteerde groep is dat minder dan 5 procent. Tot nu toe werd nooit bewezen dat selectie nut heeft, maar prof. Ted Splinter, onderwijsdirecteur van het Erasmus MC, en onderzoekster Louise Urlings-Strop zeggen het onomstotelijk bewijs te hebben. Het Erasmus MC selecteert zijn studenten in twee stappen. In de eerste fase krijgen aspirant-studenten een formulier voorgelegd waarin onder meer wordt gevraagd naar de motivatie om actief te zijn in de gezondheidszorg, en naar activiteiten die de scholieren doen naast hun schoolverplichtingen. Dat kan gaan om uiteenlopende zaken als topsport, muziek of zorgverlening. Op basis van dit formulier valt de helft van de achthonderd gegadigden af. In de tweede fase worden de resterende aspirant-studenten drie dagen getest op studievaardigheden, en worden er 185 geselecteerd. Staatssecretaris Rutte van Onderwijs stelde deze week een lijst op met studies die de komende twee jaar mogen experimenteren met verhoging van het collegegeld en/of selectie aan de poort. Sommige instellingen zullen het komend jaar al tot selectie overgaan, andere in 2006. Geneeskundestudies mochten al langer een deel van hun studenten selecteren. Dat begon in 2000, naar aanleiding van de commotie om Meike Vernooy, die ondanks haar eindexamenlijst van gemiddeld een 9,6 tot drie maal toe werd uitgeloot voor geneeskunde. De Tweede Kamer besloot daarop dat de 'domme loting' die gold voor numerus fixus-studies, zou worden aangevuld met het recht van universiteiten en hogescholen zelf studenten te selecteren. Het aandeel te selecteren studenten is in een paar jaar uitgebreid tot 50 procent, maar de meeste universiteiten hebben nooit van die mogelijkheid gebruikgemaakt. Zij verwachten niet veel heil van selectie. De universiteiten van Utrecht en Leiden waren er wel mee begonnen, maar zijn weer gestopt omdat selectie niet zou leiden tot betere resultaten. Een veelgehoord bezwaar tegen selectie aan de poort is dat het zo duur zou zijn. Splinter stelt echter dat de besparingen vele malen groter zijn. Een student medicijnen kost twintigduizend euro per jaar. Als dankzij selectie enkele tientallen studenten minder uitvallen, bespaart dat ettelijke tonnen op jaarbasis.

 

Omstreden: de dwarse psychiater 17 december 2004 – Mikro Gids nr. 51 (18 t/m 24 december) – De VARA zendt op dinsdag 21 december a.s. om 22.58 uur op Nederland 3 de documentaire ‘De dwarse psychiater’ uit. “Hans Polak heeft psychiater en schrijver Bram Bakker een jaar lang met de camera gevolgd voor de documentaire die de VARA vanavond uitzendt. Hierin zijn gesprekken met patiënten te zien en komen Bakkers omstreden opvattingen duidelijk naar voren. Zijn boeken ‘Te gek om los te lopen’ en het samen met Bram Hulzebos geschreven ‘Loden last’ waren populair bij patiënten en media, maar vielen binnen de psychiatrie verkeerd. Bakkers opvattingen over deze sector zijn namelijk niet echt positief te noemen. Lees ook het artikel ‘Schrijvers boek ‘Loden last’ winnen prijs suïcidepreventie’ van 9 december jl. dat u eveneens op deze nieuwspagina aantreft.

 

Hulp voor seksverslaafde christenman -- 17 december 2004 – AMERSFOORT - Seksverslaafde christenmannen kunnen vanaf 1 januari met hun problemen terecht bij hulpverleningsinstelling De Driehoek in Amersfoort. De christeljke instelling begint met de hulpverlening omdat de vraag naar hulp bij seksverslaving volgens haar toeneemt. Ook komt er een advertentiecampagne die mannen erop wijst dat de instelling hulp kan bieden. De afgelopen drie jaar meldden zich ongeveer 15 seksverslaafde mannen. “Veel christenmannen worstelen in het geheim met deze verslaving” zegt Ferdinand Bijzet, maatschappelijk medewerker bij De Driehoek. “Het bezoeken van pornografische websites is de hoogst scorende vorm van seksverslaving.” Christenmannen zijn niet sneller seksverslaafd dan niet-christenmannen, zegt Bijzet. Wel is het mogelijk dat ze door hun christelijke achtergrond eerder kampen met schuldgevoelens. De behandeling bij De Driehoek bestaat uit psychosociale therapie en pastorale aandacht. “Seksverslaving is voor christenen bijna onoplosbaar zonder God. Vaak is seks namelijk afgod geworden.”

  

Kabinet kiest voor huidig donorregistratiesysteem 17 december 2004  Persbericht MinVWS -- Het kabinet heeft vandaag geconcludeerd dat het beter is om verder in te zetten op een betere benutting van de mogelijkheden binnen het huidige toestemmingssysteem en nu niet het actief donorregistratiesysteem (ADR-systeem) in Nederland in te voeren. De aanvullende maatregelen van het kabinet, waartoe het in juni 2004 al had besloten, om het aantal orgaandonaties te bevorderen zijn gericht op het aantal registraties, de benadering van de nabestaanden, het verbeteren van de organisatie van de orgaandonatie en andere bronnen van donororganen. Dat betekent bijvoorbeeld door opnieuw het donorformulier bij afgifte van het paspoort onder de aandacht van de Nederlandse bevolking te brengen en door de inzet van “requestors” bij het voeren van gesprekken met nabestaanden, om meer dan nu het geval is toestemming te krijgen voor donatie. Er is een groot tekort aan donororganen. Ruim 1400 mensen staan in Nederland op de wachtlijst voor een donororgaan. Het beleid van het kabinet is gericht op het terugdringen van dit grote tekort. Op basis van het onderzoek van het NIVEL constateert het kabinet dat onvoldoende is vast komen te staan dat het ADR-systeem tot substantieel meer donororganen zal leiden dan door effectuering van deze eerdere maatregelen.

 

Kabinetsplan terugdringen overlast en verloedering 17 december 2004 – Persbericht MinVWS -- Het kabinet heeft vandaag het plan voor de aanpak van verloedering en overlast goedgekeurd. Het plan richt zich op mensen die onevenredig veel aandacht vragen van politie en andere instanties. Vaak gaat het om mensen met psychiatrische en verslavingsproblemen of die op straat leven en overlast veroorzaken. De mensen waar het om gaat lopen vaak in een boog om hulpverlening heen. Zorgmijders worden ze genoemd. Het kabinet wil vooral de oorzaken wegnemen, niet alleen hard optreden tegen uitwassen. Het kabinet is van mening dat ook deze mensen zoveel mogelijk deel moeten nemen aan de samenleving. Door verbetering van de zorg aan deze groep, wil het kabinet de kwaliteit van leven verbeteren en overlast verminderen. Zo krijgen de gemeenten vanaf 2006 meer te zeggen over instellingen voor geestelijke gezondheidszorg die zich richten op mensen die niet om hulp vragen maar die het wel nodig hebben. Deze instellingen, die nu door het rijk gesubsidieerd worden, krijgen straks het geld via de gemeenten. Hierdoor kan de gemeente beter sturen op resultaat. De samenwerking tussen instanties die zich met deze mensen bezig houden kan volgens het kabinet ook beter. De gemeente krijgt een sterkere regiefunctie. Onderlinge afspraken over te behalen resultaten moeten de samenwerking minder vrijblijvend maken. Dat kunnen ook afspraken zijn met de zorgmijder, in de vorm van een “Doe Normaal Contract”. Daarnaast moet er veel meer informatie onderling worden uitgewisseld. In de praktijk aarzelen veel instanties met uitwisselen van gegevens om privacyredenen, terwijl de regelgeving rond privacy die uitwisseling niet in de weg staat. Er zal beter gebruik worden gemaakt van de wet BOPZ, die verplichte opsluiting regelt bij psychische stoornissen. Eerder was het mogelijk om mensen op te sluiten als ze een ‘gevaar’ voor zichzelf of anderen waren. De mogelijkheid van verplichte behandeling binnen een instelling wordt verruimd. Toch benadrukt het kabinet dat eerst moet worden geprobeerd de persoon hulp te laten accepteren. Eerst drang en dan pas dwang. In 2005 komt er een nieuwe richtlijn die de term ‘gevaar’ beter omschrijft, zodat daar in sommige gevallen ook ernstig verslaafden onder kunnen vallen.

 

Patiënt krijgt celstraf na bedreigen huisarts  -- 17 december 2004 – huisartsvandaag.nl -- Een potje pillen moest hij hebben, en wel direct. Toen echter de vrouw van een huisarts in Oldenzaal de patiënt het recept niet kon voorschrijven, dreigde de 31-jarige De J. zijn dokter ‘overhoop te schieten’. Het medicijn van de politierechter was: drie maanden celstaf. Patiënt in kwestie zegt zich niets te kunnen herinneren van de aanklacht van de Oldenzaalse huisarts. De J. (31) zou op 13 en 15 oktober flink tekeer zijn gegaan in de wachtkamer, toen hij niet de pillen kreeg waar hij om vroeg. ‘Als jij mij niet kan helpen, kom ik morgen terug om de dokter overhoop te schieten.’ Twee dagen nadien kwam hij inderdaad terug, met nieuwe bedreigingen. ‘Ik heb thuis een pistool en jij gaat dood.’ Tijdens de zitting bij de politierechter zegt hij er zich niets van te kunnen herinneren. Rechter Blomhert tilt zwaar aan de bedreiging van het huisartsenechtpaar. ‘Het zijn mensen die als taak in het leven hebben mensen te genezen. De mensen in een overvolle wachtkamer zijn zich het apezuur geschrokken en ook de kinderen van het huisartsenechtpaar. Ze hebben een dag later gevraagd aan hun moeder of mama werd doodgeschoten.’ De 31-jarige Oldenzaler krijgt drie maanden gevangenisstraf, en drie maanden voorwaardelijk en daarnaast moet hij verplicht deelnemen aan een strak programma van verslavingsinstelling Tactus.

 

Digitale seksuele voorlichting in gebarentaal 16 december 2004 – Zorgkrant -- Een website over seksualiteit, speciaal voor dove en slechthorende jongeren, vanaf maandag 20 december is deze online. De site voorziet in de behoefte van dove jongeren aan voor hen toegankelijke informatie over seksualiteit. Daarnaast biedt de website leerkrachten, ouders en opvoeders de mogelijkheid de seksuele voorlichting vorm te geven aan de hand van expliciet materiaal in een visuele taal. Dove jongeren hebben weinig of geen referentiekader als het gaat om seksualiteit. Er is voor hen geen toegankelijk materiaal voorhanden. Net als horende jongeren praten ze onderling wel over seks, maar het ontbreekt aan feitelijke of realistische kennis over seksualiteit. Ouders van dove pubers willen vaak wel met hun zoon of dochter over seksualiteit praten, maar hebben, net als ouders van horende kinderen, vaak moeite om het juiste moment en de juiste toon te vinden. Het is voor ouders van dove kinderen extra lastig dat er geen voorlichtingsmateriaal voor dove pubers beschikbaar is dat hun boodschap kan ondersteunen. Daarnaast zien ouders de voorlichting vaak als een taak van het onderwijs, waar men is opgeleid om met dove jongeren om te gaan. Met de komst van de website Weetal.nl kunnen dove en slechthorende jongeren op een voor hen toegankelijke manier goede informatie krijgen over seksualiteit en relaties. Dove jongeren zijn vaak goed met de computer, omdat hier de gesproken taal geen dominante rol speelt. Op Weetal.nl wordt alle informatie aangeboden in de Nederlandse gebarentaal, in gesproken Nederlands, in (eenvoudig) geschreven Nederlands en met behulp van illustraties. De site bevat een naslagwerk met onderwerpen als je eigen lichaam, voorbehoedsmiddelen en seks. De site heeft ook een interactief gedeelte, namelijk drie interactieve stripverhalen over seksualiteit en seksueel misbruik. De jongeren kunnen zelf het gedrag van de stripfiguren in bepaalde situaties beïnvloeden. De website is een initiatief van de Rutgers Nisso Groep, FODOK, de CG-Raad, Viataal en de Koninklijke Effatha Guyot Groep en wordt daarnaast mede gefinancierd door Stichting Vrienden van Effatha, SKAN Fonds, NSGK, Stichting Kinderpostzegels Nederland en VSB Fonds.

 

Belgisch ziekenhuis laat huisdieren toe 16 december 2004 – Spits -- BRUSSEL - Patiënten van een Brussels ziekenhuis mogen binnenkort hun huisdieren meenemen. De zieken knappen vaak op door hun kat of hond even te knuffelen. Het effect lijkt op de Cliniclowns voor kinderen, aldus het Edith Cavell ziekenhuis in de Brusselse deelgemeente Ukkel. Het idee komt van de Belgische prins Laurent. Bij een bezoek zag hij hoe een stervende man opleefde door het bezoek van zijn hond. De Prins Laurent Stichting betaalde daarop een apart knuffellokaal voor patiënten met huisdieren, meldde de krant Het Laatste Nieuws donderdag. Het zaaltje met gazon en bankje is nu in aanbouw. Het zal rond Pasen klaar zijn. Het ziekenhuis vreest geen hygiëneproblemen. Alleen gezonde en gevaccineerde honden en katten zijn welkom. Als de knuffelruimte over twee jaar een succes blijkt, wil de stichting ze ook in andere ziekenhuizen oprichten.

 

Advies: Lijden reden voor euthanasie 16 december 2004 – Telegraaf -- AMSTERDAM - Onder zeer stricte voorwaarden mogen artsen hulp bij zelfdoding of euthanasie toepassen bij patiënten die niet ziek zijn maar 'lijden aan het leven'. Dat stelt de commissie-Dijkhuis in een advies aan artsenorganisatie KNMG. De commissie staat onder voorzitterschap van emeritus-hoogleraar klinische psychologie en psychotherapie Jos Dijkhuis. "Lijden wordt te veel aan ziekte gekoppeld", zo stelt Dijkhuis donderdag in de Volkskrant. " Ook bij lijden aan het leven kan sprake zijn van ondraaglijkheid en uitzichteloosheid." De artsenorganisatie vroeg de commissie advies in verband met de zaak van oud-PvdA-senator E. Brongersma. In 2002 oordeelde de Hoge Raad de Haarlemse huisarts P. Sutorius schuldig aan hulp bij zelfdoding van Brongersma in april 1998. De hoogbejaarde oud-senator was niet ongeneeslijk ziek, maar leed volgens eigen zeggen 'aan het leven'. Op zijn dringende verzoek hielp Sutorius hem bij zijn zelfdoding door hem een dodelijk drankje te geven. Volgens de Hoge Raad kan levensmoeheid geen criterium zijn voor hulp bij zelfdoding als iemand "geen medisch geclassificeerde lichamelijke of psychische aandoeningen" heeft.

 

Ziekenhuizen zijn niet productief – 15 december 2004 – Trouw -- AMSTERDAM - De kostenexplosie in de zorg heeft de afgelopen jaren nauwelijks geleid tot een grotere productiviteit. Terwijl ziekenhuizen tussen 2000 en 2003 31 procent meer uitgaven, hielpen ze slechts 7 procent meer patiënten. Dat blijkt uit een vergelijkend onderzoek van adviesbureau Roland Berger onder het merendeel (89) van de Nederlandse ziekenhuizen. Het bureau keek naar de financiële en operationele kwaliteit van de instellingen, en niet naar de kwaliteit van de zorg zelf. ,,Dat is nog niet goed te meten'', aldus onderzoeker Anshu Gupta. Maatregelen om de kosten omlaag te brengen hebben in de onderzochte jaren niet geleid tot verbeteringen. Patiënten verblijven steeds korter in het ziekenhuis, vooral omdat er meer dagbehandelingen zijn. Dat zou moeten leiden tot lagere kosten, maar daar is geen sprake van: de operatiekosten zijn stabiel gebleven. Gupta ziet meer mogelijkheden om de kosten omlaag te brengen, bijvoorbeeld door het professionaliseren van de inkoop. ,,Ziekenhuizen hebben doorgaans veel te veel verschillende leveranciers, en doen te kleine bestellingen. Dat kan verbeteren.'' Een andere ontwikkeling is dat de kloof tussen goed en slecht presterende ziekenhuizen groter wordt. Het aantal ziekenhuizen met een negatief bedrijfsresultaat steeg tussen 2000 en 2003 van 19 naar 27. Het aantal ziekenhuizen dat bovengemiddeld scoort steeg ook: van 20 naar 29. Volgens Gupta worden de verschillen tussen ziekenhuizen groter door de introductie van meer eigen verantwoordelijkheid in de zorg. Hij denkt echter dat een voortzetting van die trend ertoe zal leiden dat de gemiddelde kwaliteit van de ziekenhuizen verbetert, omdat de leiders de achterblijvers zullen inspireren. ,,En als het lukt om de hele zorg beter te maken, zijn extremen minder zorgelijk.''

 

Licht-gehandicapt kind per 1 januari de klos 15 december 2004 – Trouw -- DEN HAAG - Circa 2400 licht-verstandelijk gehandicapte kinderen kunnen vanaf januari niet langer worden opgevangen in gespecialiseerde internaten of dagopvang. De instellingen moeten personeel ontslaan en verliezen 40 procent van hun cliënten, zegt Dirk Verstegen van het Landelijk kenniscentrum LVG (licht-verstandelijk gehandicapten). Dezer dagen spreekt de Kamer over de modernisering van de AWBZ-financiering. De zorg voor licht-verstandelijk gehandicapten wordt via de AWBZ gefinancierd. Voor het krijgen van geld werd vooralsnog gekeken naar sociale redzaamheid en psychiatrische problemen van de kinderen, naast de hoogte van het IQ. Dat IQ ligt voor alle 7000 kinderen die nu worden opgevangen in de 17 orthopedagogische instellingen tussen de 50 en de 85. Maar vanaf 1 januari geldt alleen nog het IQ als meetlat, wie een IQ heeft hoger dan 75 komt niet meer voor AWBZ financiering in aanmerking, besliste staatssecretaris Ross (vws). De IQ-grenzen zijn volgens haar te veel opgerekt de laatste jaren. Jongeren met een hoger IQ dan 75 worden niet langer als licht-verstandelijk gehandicapt gezien en moeten naar de reguliere jeugdhulpverlening. Verstegen voorziet dat een groep kinderen tussen wal en schip zal vallen, hoewel de staatssecretaris heeft gezegd dat dit niet mag gebeuren. ,,In de praktijk betekent het dat deze kinderen nergens terecht kunnen. Want bij jeugdzorg zijn grote tekorten en wachtlijsten en hebben zij bovendien nog niet de kennis om deze moeilijke groep op te vangen.'' Ook de Maatschappelijke Ondernemers groep (MOgroep), de brancheorganisatie voor ondernemers in de jeugdzorg, noemt de gevolgen van de modernisering 'onaanvaardbaar'. Zij vindt dat de staatssecretaris de maatregel moet uitstellen tot 2006, zodat komend jaar met de betrokken partijen bekenen kan worden hoe vermeden wordt dat kinderen tussen wal en schip vallen. Verhagen vreest ook leegloop van het personeel van de instellingen voor licht-verstandelijk gehandicapten, nu er minder jongeren worden doorverwezen. Het orthopedagogisch Zorgcentrum Amstelmonde kondigde deze week al aan 25 medewerkers te gaan ontslaan.

 

Stoppen met benzodiazepinen vraagt om maatwerk 15 december 2004 -- Zorgkrant -- Het aantal ouderen dat langdurig slaap- en kalmeringsmiddelen (benzodiazepinen) gebruikt, daalt wel maar blijft hoog. Ook komen er steeds nieuwe gebruikers bij. Voor sommige patiënten is het gebruik van deze middelen een moeizame worsteling. Zij hebben meer en andere ondersteuning nodig om te kunnen stoppen dan de gewoontegebruikers. Huisartsen verschillen in hun aanpak en sommigen laten het initiatief helemaal aan de patiënten, terwijl andere huisartsen heel actief zijn in het terugdringen van het gebruik van slaap- en kalmeringsmiddelen. Dit blijkt uit statistisch onderzoek bij een groep van bijna 8000 Rotterdamse ouderen (55+), open interviews met 25 langdurige gebruikers en tien huisartsen. Het onderzoek is uitgevoerd door het Instituut voor Onderzoek naar Leefwijzen & Verslaving (IVO) in samenwerking met het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam. De meeste slaap- en kalmeringsmiddelen die door huisartsen worden voorgeschreven, zoals Librium, Valium, Seresta, Oxazepam en Temazapam, bevatten benzodiazepinen. Bij dagelijks gebruik hebben deze middelen een sterk verslavende werking en zijn ze schadelijk voor de gezondheid. In de medische wereld is dat algemeen bekend, maar toch blijft het gebruik van deze middelen hoog ,vooral onder ouderen. De statistische analyse laat zien dat in 1993 ongeveer 7 procent van de ouderen langdurig en vaak (vijf of meer dagen per week) benzodiazepinen gebruikte. Ruim de helft van hen is in de periode 1994-1999 minder gaan gebruiken of gestopt. Maar in diezelfde periode zijn er ook weer nieuwe langdurig frequente gebruikers bijgekomen: ongeveer 1 procent van de ouderen. Uit de interviews met 25 oudere langdurige gebruikers van benzodiazepinen bleek dat deze grofweg op twee manieren worden gebruikt. De eerste manier is het gewoontegebruik; deze mensen nemen dagelijks op een vast tijdstip een vaste dosis zonder er verder bij na te denken. De tweede manier is het moeizaam worstelende gebruik; deze mensen wikken en wegen elke dag opnieuw op welk moment en hoeveel zij zullen slikken. Vaak stellen zij het lang uit, maar nemen zij uiteindelijk toch een pil. Hun dagelijkse leven wordt in grote mate in beslag genomen door deze worsteling. Het is van belang dat deze mensen ondersteund worden in het stoppen met het gebruik. Voor de ouderen die dagelijks worstelen met hun gebruik lijkt daarbij aanzienlijk meer en andere ondersteuning nodig dan voor degenen die puur uit gewoonte hun dagelijkse dosis slikken.

 

Medisch onderzoek raakt achterop door te veel regels -- 14 december 2004 -- NRC -- ROTTERDAM - Het medisch-wetenschappelijk onderzoek in Nederland raakt internationaal gezien achterop door een teveel aan regelgeving. Dat vinden Nederlandse onderzoekers en het Nederlandse publiek. Beide groepen werden geënquêteerd door onderzoeksbureau TNS-NIPO. Anderzijds vinden parlementariërs van de drie grootste politieke partijen dat de regels over dierproeven, genetische manipulatie en onderzoek met patiënten onverkort nodig zijn. Zij werden ondervraagd door de Amerikaanse Kamer van Koophandel. Beide enquêtes worden morgen gepresenteerd op het Clingendael Health Forum, georganiseerd door de farmaciecommissie van de Amerikaanse Chamber of Commerce in Den Haag. Onderzoeksbureau TNS-NIPO ondervroeg ruim 240 Nederlandse onderzoekers en ruim 1.000 Nederlanders in opdracht van de Nederlandse Federatie van Medisch Wetenschappelijke Verenigingen (FMWV). De Chamber of Commerce peilde de mening van Nederlandse Kamerleden en van Europarlementariërs van de grote Nederlandse partijen. De regelgeving zit de Nederlandse onderzoekers hoog. Ze zijn gemiddeld een zesde van hun onderzoektijd bezig met vergaderingen en het invullen van formulieren, blijkt uit het TNS-NIPO-onderzoek. Bijna alle onderzoekers vinden dat de regelgeving de afgelopen vijf jaar sterk is toegenomen. Vooral daardoor zijn zij somber over de toekomst van de kwaliteit van het Nederlandse onderzoek. De vertragingen worden vooral veroorzaakt door het aanvragen van vergunningen voor dierproeven, voor het gebruik van lichaamsmateriaal en databestanden met persoonsgegevens, voor het regelen van onderzoek met patiënten en het toestemming vragen voor genetische manipulatie van dieren en planten. Nederlandse parlementariërs van VVD, CDA en PvdA zeiden tegen de American Chamber of Commerce dat de uitvoering van de regels misschien wat doorgeschoten is, maar dat medische innovaties er niet door worden belemmerd. Alleen Kamerleden van het CDA denken dat de regelgeving het medisch-ethisch gevoel van de onderzoekers tekortdoet. Ook denken zij dat sommige onderzoekers hun heil in het buitenland zoeken wegens de regels. ,,Duidelijk blijkt dat de parlementariërs op het ogenblik niet regelen wat het publiek en de onderzoekers willen'', zegt epidemioloog dr. Jan Willem Coebergh, voorzitter van de FMWV, de koepel van veertig beroepsorganisaties van Nederlandse medische onderzoekers. Niet alleen op het gebied van regelgeving staan de onderzoekers en het publiek tegenover de overheid. Die geeft prioriteit aan onderzoek naar geneesmiddelen voor weinig voorkomende ziekten (de zogeheten 'weeskindgeneesmiddelen'), omdat de farmaceutische industrie daarin niet investeert. Maar daarin staat de overheid alleen. Terwijl de overheid onderzoek wil naar 'weeskindgeneesmiddelen', willen de onderzoekers juist subsidie voor onderzoek naar veelvoorkomende chronische ziekten waarvoor nog geen genezing bestaat, zoals de ziekte van Alzheimer, diabetes en artrose. Daarna geven zij prioriteit aan onderzoek naar veelvoorkomende ziekten in ontwikkelingslanden. En pas daarna komen volgens de onderzoekers de weeskindgeneesmiddelen. Uit de publieksenquête van TNS-NIPO blijkt dat het algemene publiek dezelfde voorkeuren heeft als de onderzoekers. Naast de regelgeving en de prioriteitsstelling van het onderzoek maken de onderzoekers zich zorgen over ontbrekende toekomstperspectieven voor jonge onderzoekers en over de tegenwerking van de bureaucratie binnen hun eigen organisatie. Nederlandse onderzoekers zijn enthousiast over hun werk, maar somber over de situatie in Nederland. Als ze hun leven mochten overdoen, zou driekwart weer onderzoeker worden, maar meer dan de helft zou dan voor een carrière in een buitenlands lab kiezen.

 

Vlaamse Belgische huisarts op grote hoogte in tevredenheidsonderzoek 11 december 2004 – huisartsvandaag.nl -- Als het gaat om tevredenheid van de Vlamingen over dienstverlening staat de huisarts op nummer één. Dit zijn de resultaten van een promotieonderzoek van Steven van de Walle aan de KULeuven in de Sociale wetenschappen. Huisartsen leveren goed werk zowel op menselijk als technisch vlak aldus van der Walle. Zijn doctoraal studie gaat over het vertrouwen van de burger in de overheid waarbij 6.500 Vlamingen onderzocht werden. De huisarts scoort met 91,6 procent het best wat betreft de tevredenheid, ongeacht socio-demografische factoren zoals geslacht, leeftijd, tewerkstelling en verstedelijking. Volgens van de Walle heeft de Vlaming respect voor de technische prestaties van de arts, de redder op ogenblikken dat men zich bijzonder slecht in zijn vel voelt.

 

Aparte opvang jeugd met gedragsstoornis 11 december 2004 – Noord Hollands Dagblad – ALKMAAR - Aparte voorzieningen voor jongeren met ernstige gedragsstoornissen: daar willen de Noord-Hollandse hulpverlenende instanties naar toe. Niet meer samen met criminele jongeren opsluiten in jeugdgevangenissen als Doggershoek in Den Helder, maar gescheiden opvangen en behandelen in een gesloten inrichting. Concreet wordt gedacht aan voorzieningen in Amsterdam en Heerhugowaard. In Amsterdam moeten ook zogeheten onder toezicht gestelde jongeren zonder strafblad, maar met grote sociale aanpassingsproblemen, uit de regio Zaanstreek/Waterland belanden. Een ondertoezichtstelling wordt opgelegd door de kinderrechter en beperkt de ouderlijke macht, in combinatie met de benoeming van een gezinsvoogd die de taak als belangenbehartiger voor het kind overneemt. Het is dus geen maatregel tegen het kind, maar tegen ouders die als opvoeder herhaaldelijk en ernstig gefaald hebben. De Noord-Hollandse plannen zijn gericht op jongens en meisjes in de leeftijd van veertien tot zeventien jaar die door tal van omstandigheden, zoals mishandeling of verwaarlozing thuis, ernstige gedragsstoornissen vertonen, soms in combinatie met drugsgebruik, verslaving of prostitutie. Dergelijke niet-criminele jongeren met zware problemen komen als ze onder toezicht worden gesteld vaak terecht in jeugdgevangenissen, temidden van jongeren die wel een misdrijf hebben begaan. Ze moeten daar wachten tot er plaats is in een behandelcentrum, vaak ver weg ergens in Gelderland of Overijssel. Het wachten duurt soms wel een jaar. De laatste jaren groeit het aantal onder toezicht gestelde jongeren dat in jeugdgevangenissen vastzit snel. In 1998 waren het er landelijk 153. Vorig jaar was al een aantal van 685 bereikt, van wie 126 uit Noord-Holland. De Nationale Ombudsman heeft onlangs stevige kritiek geuit op de opsluiting van probleemjongeren bij criminele jeugdigen. Ook minister Donner en een meerderheid in de Tweede Kamer vinden dat er een eind aan die situatie moet komen. Het initiatief in de regio Amsterdam en omgeving dat op deze ontwikkeling inspeelt heet 'De Koppeling'. Het plan komt neer op behandeling vanaf de eerste dag. De vijf groepen van acht (waarvan een groep specifiek voor meisjes) krijgen tegelijk speciaal onderwijs. Verder voorziet het plan in gespecialiseerde gezinsbehandeling. Een aanpak als die van De Koppeling is duur. M. Bent, lid van de Raad van Bestuur van Sac Amstelstad Jeugdzorg - een van de initiatiefnemers van De Koppeling - noemt een bedrag van 120.000 euro per plaats per jaar. ,,Maar de overheid betaalt nu ook voor deze jongeren, namelijk voor hun opvang in jeugdgevangenissen. Bovendien levert de nieuwe aanpak op de langere termijn enorme kostenbesparingen op. We hebben het over een categorie jongeren die je zonder adequate behandeling later terug ziet keren in gevangenissen, psychiatrische inrichtingen en andere behandelcentra, en dan laat ik het leed en de schade die ze veroorzaken in hun omgeving nog buiten beschouwing.'' Als de politiek meewerkt zouden de plannen in Amsterdam volgend jaar gerealiseerd kunnen zijn. In het noordelijk deel van de provincie verkeren de instanties nog in de overlegfase, vertelt D. de Graaf, directeur zorg van de jeugdzorginstelling Parlan. De samenwerking tussen Parlan en de Helderse jeugdinrichting Doggershoek is inmiddels uitgebreid met andere instellingen. Er wordt gedacht aan nieuwbouw of semi-permanente huisvesting bij jeugdvoorziening Klaas Groen in Heerhugowaard. Een kant en klaar plan moet voor 1 juli 2005 op tafel liggen.

 

Medische gegevens worden langer bewaard 11 december 2004 – Het Parool – DEN HAAG – Gegevens van patiënten moeten langer worden bewaard. Het kabinet heeft gisteren besloten de wettelijke termijn van 10 tot 15 jaar te verlengen. De Gezondheidsraad had dit geadviseerd, omdat het voor de behandeling van patiënten en voor hun familieleden belangrijk is deze informatie veel langer te bewaren. Nu vernietigen veel gezondheidsinstellingen oude dossiers na tien jaar. Het gaat om een voorlopige maatregel; later neemt het kabinet een definitief besluit.

 

Landelijke regels voor beëindiging leven baby – 11 december 2004 – Het Parool – GRONINGEN – Kinderartsen van de Nederlandse Academische Ziekenhuizen roepen op tot de oprichting van ‘een nationale commissie’ om tot landelijke regels te komen voor de levensbeëindiging van pasgeborenen die zo ernstig lijden en ziek zijn dat ze geen toekomst hebben. Het gaat in heel Nederland om ongeveer vijftien pasgeborenen per jaar. Initiatiefnemer Eduard Verhagen benadrukt dat het niet gaat om kinderen met levenskansen.

 

Nieuwe website: orenomtehoren.nl -- 9 december 2004 -- Nieuwsbrief Doof -- Website voor kinderen over het oor, horen en doof zijn: Deze speciale website is gemaakt om leerlingen van de basisschool (bovenbouw) en leerlingen in het voortgezet onderwijs (onderbouw) kennis te laten maken met het gehoor, slecht horen en doof zijn. Via deze website krijgen zij de mogelijkheid zelfstandig informatie te vinden en te gebruiken. Dit kan in de praktijk worden gebracht bij het maken van een werkstuk of de voorbereiding van een spreekbeurt. De informatie sluit aan bij de meest gebruikte lesmethoden voor het Natuuronderwijs.

 

Morning-afterpil zonder recept 9 december 2004 – Telegraaf -- DEN HAAG - Het was al aangekondigd, maar in januari is het zover: de morning-afterpil is zonder doktersrecept te koop. Dat heeft het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) donderdag bekendgemaakt. Het CBG gaf afgelopen zomer al aan geen bezwaar te hebben tegen verkoop van de pil die na gemeenschap zwangerschap moet voorkomen. De fabrikant moest wel eerst de bijsluiter aanpassen. Dat is inmiddels gebeurt, zo meldt het college. De firma Norlevo, die de pil verkoopt, verwacht deze halverwege januari met de nieuwe bijsluiter op de markt te kunnen brengen. Of de pil ook buiten de apotheek verkrijgbaar is, is afhankelijk van Norlevo, zo laat het CBG weten. In principe is dat wel toegestaan. De morning-afterpil is in omringende landen als Frankrijk en België al langer zonder doktersrecept verkrijgbaar.

 

Geestelijke kan asielzoeker helpen -- Religieuze vluchteling bij ziekte doorverwijzen9 december 2004 – Trouw -- UTRECHT - Godsdienstige vluchtelingen en asielzoekers die ziek zijn, moeten vaker worden doorverwezen naar geestelijk leiders, zoals de dominee of de imam. Die kunnen hen, vaak beter dan de reguliere zorg, helpen met zingevingsvragen waarmee zij veelal kampen. Dat concludeert Pharos, kenniscentrum vluchtelingen en gezondheid, na onderzoek naar religie, zingeving en gezondheidszorg onder asielzoekers en vluchtelingen. Het onderzoek wordt vandaag gespresenteerd. ,,We spraken een jongen uit Rwanda'', vertelt Pharos-onderzoeker David Engelhard. ,,Een christelijke jongen, die na de genocide van tien jaar geleden naar Nederland is gevlucht. Hij zat met enorme waarom-vragen. Waarom is dit gebeurd? En waarom had hij het overleefd? Dat schaadde zijn geloof. Zijn psychiater in Nederland merkte dat hij met die zingevingsvragen zat. Hij verwees hem, parallel aan zijn eigen behandelingsplan, door naar een geestelijk verzorger. Die hielp hem bij het op orde brengen van zijn geloof.'' Pharos ondervroeg bijna 120 gelovige asielzoekers en vluchtelingen over de plek die hun geloof inneemt in relatie tot hun gezondheid en gezondheidsproblemen. Volgens Engelhard is er bij veel werkers uit de geestelijke gezondheidszorg behoefte daar inzicht in te krijgen. Ongeveer de helft van de asielzoekers die naar Nederland komen, is gelovig. Voor de helft van de vreemdelingen die Pharos onderzocht, geldt dat het geloof veel belangrijker is geworden sinds het vertrek uit het herkomstland én sinds ze gezondheidsproblemen hebben. Het geloof speelt een grote rol in de omgang met die problemen. Eerder bleek al eens dat de gezondheid van asielzoekers en vluchtelingen sowieso slechter is dan van de meeste Nederlanders. ,,De verschillen tussen moslims, christenen en andere gelovigen vielen weg in het onderzoek. Ze beleven hun geloof eigenlijk allemaal op dezelfde manier. Het gaat om de persoonlijke relatie die zij met hun God hebben. Ook al ziet de een God als een liefdevolle vader, en de ander als een strenge leermeester. Ieder mens zijn eigen God.'' Een jonge moslimvrouw vertelde de onderzoekers: ,,Soms denk ik dat ik geen verblijfsvergunning krijg doordat ik niet genoeg bid, bijvoorbeeld. Ziek zijn is dan een soort straf voor me. Hij wil iets duidelijk maken.'' Bijna zestig procent van de onderzoeksgroep ziet de eigen gezondheidsproblemen als een les van God. ,,Zij zeggen dat ze door hun ziekte in spiritueel opzicht kunnen groeien, geduld leren opbrengen, of hun vertrouwen in God vergroten. Aanvaarden dat God de gezondheidsproblemen heeft gewild, wijst de helft echter af.'' Een van de respondenten: ,,Sinds ik ziek ben, ben ik continu bezig met de vraag waar mijn ziekte vandaan komt en waarom het juist mij overkomt. Ik zoek naar antwoorden in de medische wetenschap, maar ook in de Bijbel en de Koran. Ik heb het antwoord nog niet, maar kom door het bewust bezig zijn met religie wel al tot bepaalde inzichten en heb geleerd met mijn ziekte om te gaan.'' Vooral vreemdelingen met psychische klachten hebben er moeite mee rust en vertrouwen op te brengen voor het ervaren van aandacht van God, het zoeken van kracht, steun en raad bij God en het bidden. Engelhard: ,,Op dat moment zou de dominee of de imam hulp kunnen bieden.''

 

Europese waarschuwing tegen anti-depressiva voor kinderen 9 december 2004 – Telegraaf -- DEN HAAG - De nieuwe generatie anti-depressiva, de zogenoemde SSRI's en SNRI's, zijn niet geregistreerd voor depressie en angststoornissen bij kinderen en adolescenten. Ze moeten in principe ook niet aan hen worden voorgeschreven, want er is een verhoogd risico op zelfmoordneigingen, of gedrag dat daar aan gerelateerd is, zoals vijandigheid. Dat staat in een waarschuwing van het adviescomité van de Europese registratie autoriteit EMEA, die het Nederlandse College ter Beoordeling van Geneesmiddelen donderdag bekend heeft gemaakt. Volgens de waarschuwing kunnen de anti-depressiva alleen in uitzonderingsgevallen aan jongeren worden gegeven. Dan moeten echter zowel de ouders als de artsen de jongeren nauwkeurig in de gaten houden. Eerder ging al een vergelijkbare waarschuwing uit voor een medicijn tegen depressies waar de stof paroxetine in zit. SSRI's zijn relatief nieuwe medicijnen, die de afgelopen jaren steeds vaker ook aan kinderen werden voorgeschreven. Volgens de cijfers van de stichting Farmaceutische Kengetallen werden deze middelen door duizenden kinderen geslikt.

 

Medische zorg in gevangenis Bon Futuro onvoldoende – 9 december 2004 – Telegraaf -- WILLEMSTAD - De medische zorg aan gedetineerden in de Bon Futuro gevangenis is onvoldoende. Gevangenen moeten soms een week wachten totdat ze een arts te zien krijgen en voor spoedhulp zijn ze sterk afhankelijk van de beschikbaarheid en welwillendheid van de bewaarders. Dit constateert de Antilliaanse Inspecteur voor de Gezondheidszorg, T. Braeken. Hij deed in opdracht van minister Ribeiro (Justitie) onderzoek naar de vraag of de overleden ex-minister Komproe tijdens zijn detentieperiode wel voldoende medische zorg heeft gekregen. De Inspectie concludeert donderdag dat de medische behandeling van Komproe in de gevangenis beter had gekund. Tegelijk is ze er niet van overtuigd dat de maagbloedingen en de spoedopname van Komproe in het ziekenhuis voorkomen hadden kunnen worden door een andere behandeling.

 

Loonen: leid apothekers op tot gesprekspartner van de hulpverlening 9 december 2004 -- Redactie Schizofrenie Bulletin / Ypsilon – GRONINGEN - De communicatie tussen de zorgverleners moet worden verbeterd om te voorkomen dat medische hulpverleners langs elkaar heen blijven werken. De ene dokter weet niet wat de andere doet en vooral: wat de andere nalaat te doen. De apotheker beschikt over waardevolle informatie over de voorgeschreven medicijnen van een patient, maar slaagt er niet in deze over te brengen naar de relevante medische hulpverleners. Apothekers moeten daarom worden opgeleid om een goede gesprekspartner te kunnen zijn voor de hulpverlening. Dat pleidooi hield Anton Loonen gisteren bij zijn oratie ter gelegenheid van zijn benoeming tot bijzonder hoogleraar Farmacoherapie bij psychiatrische patienten. Vooral de farmacotherapeutische zorg voor ambulante patienten is kwetsbaar, waarschuwde Loonen. "Deze patienten hebben meestal meer behandelaars, die niet van elkaar weten welke medicatie zij precies aan patienten voorschrijven. Zo onderzochten wij in 2001 het medicatiegebruik van een kleine groep van tweeentwintig chronische psychiatrische patienten. Het merendeel van hen, 72 procent, gebruikte psychiatrische medicatie. Meer dan de helft van hen gebruikte vijf of meer geneesmiddelen en bijna een kwart gebruikte vier of meer psychofarmaca gelijktijdig. Bij geen van de patienten stemden de opgaven van de behandelend psychiater en de huisarts overeen met het werkelijke gebruik." Wil je dat soort situaties voorkomen, dan is het opleiden van apothekers nodig, maar niet genoeg. Net zo belangrijk is het dat de psychiater sterker de verantwoordelijkheid moet nemen voor de algehele medische conditie van de psychiatrische patient. En ook de politiek moet er wat aan doen om te voorkomen dat de patiënt tussen wal en schip valt. De leerstoel die hij nu gaat innemen kan daarbij van nut zijn, denkt Loonen. De kersverse hoogleraar ziet nog een extra gevaar in de eenwording van Europa. "Zonder beschermende maatregelen kunnen de mensen met een chronische psychiatrische ziekte makkelijk tot de grote verliezers gaan behoren. Mede door dit eenwordingsproces en de prioriteiten die in samenhang daarmee worden gesteld, is in Nederland sprake van een belangrijke kwaliteitsvermindering van onderwijs, gezondheidszorg en sociale voorzieningen. Men dient zich te realiseren dat mensen met een ernstige sociale handicap vaak nauwelijks aan de negatieve consequenties van deze verschraling kunnen ontsnappen." Voor wie wil weten waar dit toe kan leiden, zou een werkbezoekje aan een psychiatrische inrichting in bijvoorbeeld Roemenie leerzaam kunnen zijn, aldus Loonen.
 

Website voor dove jongeren December 2004 – Rutgers Nisso Groep -- Op 20 december wordt een nieuwe website gepresenteerd over seksualiteit, speciaal voor dove jongeren: www.weetal.nl.  De presentatie van de website vindt plaats om 14.00 uur in theater 't Oog in Amsterdam. Door middel van strips, illustraties, geschreven en gesproken taal en gebarentaal kunnen jongeren op www.weetal.nl informatie krijgen over relaties, intimiteit en seks. De website is een gezamenlijk initiatief van de Rutgers Nisso Groep, Viataal en Effatha Guyot Groep.

 

Schrijvers boek 'LODEN LAST' winnen prijs suïcidepreventie  9 december 2004 -- Redactie Schizofrenie Bulletin / Ypsilon & Ivonne van der Ven Stichting – ROTTERDAM - De Ivonne van de Ven Prijs 2004 is toegekend aan Bram Hulzebos en Bram Bakker voor hun boek Loden Last. De prijs is door de Ivonne van de Ven Stichting ingesteld om belangrijke bijdragen aan de preventie van zelfmoord te onderscheiden. Het is de derde keer dat de prijs wordt uitgereikt en wel op 26 januari 2005. De winnaars ontvangen een geldbedrag van 1.750 euro. In het juryrapport wordt Loden Last geprezen als een helder en overtuigend geschreven pleidooi om het aantal zelfdodingen terug te dringen. In Loden Last zijn persoonlijke geschiedenissen van nabestaanden opgenomen. Deze illustreren de noodzaak van een betere hulpverlening aan suicidale personen, volgens de jury. De muur tussen de hulpverlening, suicidale personen, familie en vrienden dient te worden geslecht. Loden Last sluit daarmee aan bij het eerder door de Ivonne van de Ven Stichting genomen initiatief voor een Nationaal Actieplan Suicidepreventie. De jury, onder voorzitterschap van prof. Jan Neeleman van het UMC spreekt in haar rapport de bezorgdheid uit dat slechts 1 inzending vanuit de wetenschappelijke wereld werd ontvangen. "De conclusie lijkt gerechtvaardigd dat in Nederland meer en beter wetenschappelijk onderzoek moet worden verricht naar zelfdoding. In tegenstelling tot vele andere landen blijft in Nederland het aantal zelfmoorden onveranderd hoog (rond 1500 doden per jaar). Alleen op basis van gedegen onderzoek kan een terugdringing tot stand gebracht worden."
 

Nurse to take abortion case to Concourt 9 december 2004 – iol.co.za -- The Equality Court might have dismissed Sister Wilhemien Charles's case, but she is not giving up. She has vowed to fight all the way to the Constitutional Court, so that nurses who do not want to take part in abortions should have their religious beliefs and conscience respected. On Wednesday the Vereeniging Equality Court dismissed Charles's case and referred the matter to the Labour Court on the grounds that it didn't have the authority to hear it. The case arose out of a dispute between Charles and the health authorities in March, when the latter barred her from working in the Kopanong Hospital theatre after she had refused to take part in abortion procedures. She had cited her religious convictions as reasons for her refusal to perform emergency procedures on women who suffered complications after undergoing abortions. Charles is a chief professional nurse with special qualifications in theatre work. The hospital authorities subsequently moved her to another theatre which does not deal with emergencies arising from abortions. Charles then resigned and claimed constructive dismissal on the grounds that she had been discriminated against. The hospital authorities subsequently moved her to another theatre. Together with Doctors for Life, an organisation representing more than 1 000 medical practitioners around the world, she took the matter to the Equality Court, claiming that her constitutional rights had been violated. They cited the Gauteng health department, the MEC and the national minister of health as the defendants in the case. In addition to an order that she be reinstated in her previous post, the complainants had also asked for an unconditional apology and an order directing the authorities to stop "unfair discriminatory" practices at all health institutions. However, the state attorneys representing the health departments argued that the court had no jurisdiction to hear the matter and that it should instead be heard in the Labour Court. They also contended that since the gist of Charles's case was unfair dismissal, the matter fell within the scope of the Employment Equity Act. Charles's lawyer, John Smyth, told the court that his client had endured a gross violation of her rights under the constitution. "We say that was the clearest possible breach of the equality clause which forbids unfair discrimination on the grounds of religion, conscience or belief," argued Smyth. However, the court ruled in favour of the state and referred the case to the Labour Court. This article was originally published on page 7 of The Mercury on December 09, 2004 

 

SANBS accused of sexual discrimination -- 9 december 2004 – iol.co.za -- First it was racial profiling, now the South African National Blood Service (SANBS) is facing criticism over its policy of identifying whether donors are engaging in homosexual sex. On Wednesday the Gay and Lesbian Alliance complained that it found the SANBS's questionnaire both "offensive and discriminating". The alliance called on Health Minister Manto Tshabalala-Msimang to include its complaint when she reviews the service's "racist" policies. According to the SANBS questionnaire, a donor has to indicate if he has had man-to-man sexual contact. "Once the donor answers 'yes', the SANBS, as with the case of blacks and coloureds, then regards a gay donor as 'high risk'," a statement released by the Alliance said. "That is discrimination. Latest statistics regard heterosexual women aged 18 to 24 as high risk for infections." Diane de Coning, Director of Donor services for the SANBS, said no discussions would be held with the media until after SANBS board delegates met the department of health on Saturday. This article was originally published on page 2 of The Mercury on December 09, 2004

 

GGz-verpleegkundigen bezorgd over het aantal separaties -- 8 december 2004 -- Zorgkrant -- De verpleegkundigen die werkzaam zijn in de geestelijke gezondheidszorg zijn zeer bezorgd over de uitkomsten van het dinsdag gepubliceerde onderzoek naar gedwongen separaties. Dit zegt de Federatie Verpleegkunde Geestelijke Gezondheidszorg (FVGGz) bij monde van haar voorzitter Grace Herrmann. Met name de discrepantie tussen het aantal geregistreerde separaties en het werkelijke aantal baart Herrmann zorgen. Zij pleit daarom voor een gerichte aanpak van de knelpunten. Ernstig signaal: Het onderzoek naar separatie in de GGz laat zien dat er het aantal werkelijke separaties in de geestelijke gezondheidszorg veel groter is dan het aantal dat wordt gemeld aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg. De FVGGz vindt dit een ernstig signaal. Een ingrijpende dwangmaatregel als separatie mag in de ogen van de FVGGz nooit genomen worden buiten de wettelijk omschreven kaders. Betere registratie: De FVGGz roept alle verpleegkundigen in de Geestelijke Gezondheidszorg op om voortaan zorgvuldig te registreren in geval van separatie. Om beroepsbeoefenaren hiertoe te stimuleren zal de FVGGz de resultaten van het onderzoek ruim verspreiden onder haar achterban. Terugdringen separatie: Daarnaast wil de FVGGz een bijdrage leveren aan een multidisciplinaire discussie rond separatie. Het terugdringen van het aantal separatiegevallen staat hierbij voor de FVGGz hoog op de agenda. Dit moet mogelijk zijn door te zoeken naar andere - meer patiëntvriendelijke - vormen van agressiehantering. Het structureel terugdringen van het aantal separaties zal geen eenvoudige opgave zijn. Zo zal onderzocht moeten worden of hiervoor wijzigingen noodzakelijk zijn in de beleidsmatige en organisatorische context waarbinnen verpleegkundigen hun beroep uitoefenen. Kansen voor de toekomst: Tegelijkertijd benadrukt Herrmann dat de uitkomsten van het separatie-onderzoek ook kansen bieden voor de toekomst. "De urgentie van de separatieproblematiek is opnieuw hoog op de agenda gezet. Dit kan een enorme stimulans zijn voor de ontwikkeling en implementatie van goede richtlijnen rond separatie". De FVGGz is de landelijke koepel van vijf beroepsorganisaties binnen de GGz-verpleegkunde, namelijk de NVPV, NVSPV, STIP, de VCPV en de VSG. Alle beroepsorganisaties van de FVGGz zijn aangesloten bij de Algemene Vereniging Verpleegkundigen en Verzorgenden (AVVV).

 

Eerste prijs voor het beste vrijwilligersproject 2004 – 8 december 2004 – Reformatorisch Dagblad -- Het Gehandicapten Informatie Project Scholen (GIPS) uit Grevenbricht heeft de eerste prijs voor het beste vrijwilligersproject 2004 gekregen tijdens de Internationale Vrijwilligersdag. Tijdens een bijeenkomst dinsdagavond in Amsterdam ontving het GIPS uit handen van de Vereniging Nederlandse Organisaties Vrijwilligerswerk (NOV) "Het Nationale Compliment", ter waarde van 12.500 euro. GIPS heeft als doel de integratie van vooral de jongere lichamelijke gehandicapten in de samenleving te bevorderen. Gehandicapte vrijwilligers van GIPS bezoeken scholen en geven kinderen informatie zodat ze vertrouwd raken met het verschijnsel handicap. Ongeveer 160 basisscholen nemen deel aan het project. De NOV–jury, onder leiding van Erica

Terpstra, vindt dat het GIPS „dankzij de moed en het doorzettingsvermogen van de vrijwilligers is uitgegroeid van een

kleinschalig project tot een professionele organisatie. GIPS voldoet aan alle criteria van Het Nationale Compliment 2004. Het kan daarmee een voorbeeld zijn voor andere projecten in Nederland." Naast Het Nationale Compliment is aan de gemeente Amersfoort Het Gemeente Compliment uitgereikt omdat het al jaren investeert in Communicatieadviesbureau Statement

uit Groningen heeft voor de hulp bij het maken van een daklozenkrant Het Lokale Ondernemers Compliment gekregen en TPG

won met het project Moving the World voor het World Food Program Het Nationale Ondernemerscompliment.

 

Verslaafden hebben vaak ADHD 8 december 2004 – Telegraaf -- UTRECHT - Verslaafden hebben veel vaker ADHD dan niet-verslaafden. Bijna een op de vijf junks heeft ook last van deze stoornis, terwijl 1 procent van de rest van de bevolking aan ADHD lijdt. Dat blijkt uit onderzoek van het Trimbos-instituut onder cliënten van instellingen voor verslavingszorg. ADHD-patiënten hebben moeite met concentratie en zijn hyperactief en impulsief. Het Trimbos-Instituut presenteert donderdag een nieuwe manier om ADHD bij verslaafde drugsgebruikers op te sporen en te behandelen.

 

Onderzoek nepvaccinatie meisje zonder resultaat 8 december 2004 – Telegraaf -- EINDHOVEN - Het onderzoek naar de mogelijke nepvaccinatie van een 13-jarige leerlinge van een Eindhovense basisschool, heeft niets opgeleverd. Een woordvoerder van de politie meldde dit woensdag. De politie heeft de afgelopen dagen een groot aantal getuigen gehoord. Niemand heeft echter de vrouw gezien die het kind zou hebben ingespoten. Evenmin heeft de politie andere aanwijzingen gevonden die het verhaal van het meisje bevestigen. De gemeente Eindhoven komt woensdagmiddag met een verklaring, aldus een woordvoerster.

 

Wetswijziging kan separeren in psychiatrie verminderen 7 december 2004 – Volkskrant -- DEN HAAG - Het kabinet moet de wet veranderen zodat psychiatrische patiënten eerder, ook tegen hun zin, kunnen worden behandeld. Als hun situatie onder controle is, hoeven ze minder vaak in de separeercel te worden gestopt. De Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) heeft dat dinsdag in een reactie geschreven op de cijfers over separeerverpleging die deze week bekend werden. Onderzoek heeft uitgewezen dat patiënten veel vaker in de isolatiecel zitten dan officieel bekend is bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Patiënten brengen geregeld tien dagen in een cel door, soms veel langer. De Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie wijt dat aan verouderde wetgeving. Behandelaars hebben volgens de vereniging te weinig bevoegdheden om tijdig in te grijpen. Volgens de NVvP kunnen psychiaters vaak pas beginnen met het toedienen van medicijnen als een patiënt al in de isoleercel zit. 'Wij zeggen: doe dat een week eerder zodat de patiënt rustig wordt en de situatie niet meer kan escaleren', zegt woordvoerder R. van Veldhuizen van de vereniging. Volgens hem kan opname in een isoleercel heel bedreigend zijn en grote schade aanrichten. 'Patiënten kunnen er ernstige trauma's aan overhouden, net als bijvoorbeeld iemand die slachtoffer is geweest van een overval.' Van Veldhuizen zegt dat veel patiënten instemmen met het gebruik van medicijnen als artsen en verplegers hier rustig met hen over overleggen. 'Het is helemaal niet zo dat we patiënten willen platspuiten of zo.' De Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie wil dat het kabinet en de Tweede Kamer de wet voor opname van psychiatrische patiënten aanpassen. Omdat dit een lange weg is, moet het parlement volgens de vereniging besluiten tot invoering van een noodmaatregel. Die zou binnen enkele maanden dienen in te gaan. De Federatie Verpleegkunde Geestelijke Gezondheidszorg roept verpleegkundigen op om voortaan alle gevallen van separatie te registreren. De organisatie pleit voor ontwikkeling van andere, vriendelijkere, methoden om patiënten tot rust te brengen. Hierdoor kan het volgens de federatie nodig zijn om de manier van werken van verpleegkundigen te veranderen.

 

Nep-GGD'ster injecteert kind in Eindhoven 7 december 2004 – Telegraaf -- EINDHOVEN - De GGD in Zuid-Oost Brabant heeft de basis- en middelbare scholen in die regio uit voorzorg in een brief gewaarschuwd voor een onbekende vrouw die zich uitgeeft als GGD-medewerker. De vrouw zou ongeveer twee weken geleden een leerlinge van de Eindhovense basisschool De Tongelaar op school met een onbekende stof hebben geïnjecteerd. Volgens het meisje gaf de vrouw zich uit als een nieuwe medewerkster van de GGD. Zij zou het kind twee injecties hebben gegeven tegen een nieuwe, enge ziekte en vertelde het meisje dat de uitslagen pas over vele jaren bekend zouden worden, aldus directeur Mestrum van De Tongelaar. Zowel de politie als directeur Mestrum van de basisschool zijn terughoudend over het incident, omdat niemand de vrouw heeft gezien. "Het blijft een raar verhaal, maar een kind dat met dit verhaal komt, moeten we serieus nemen", aldus Mestrum. Het meisje is inmiddels door artsen onderzocht, maar die hebben voorzover bekend niets kunnen vinden. De politie onderzoekt de zaak.

 

Britse regering wil verpleegkundigen operaties laten doen -- 7 december 2004 -- LONDEN - De Britse regering is bezig met plannen die een revolutie in de gezondheidszorg betekenen. Zij wil verpleegkundigen opleiden voor het zelfstandig uitvoeren van operaties om zo de wachtlijsten korter te maken. Dat schreef de krant The Independent maandag. Minister Reid van Volksgezondheid doet wanhopige pogingen het aantal operaties op te voeren om zo de belofte van de regering waar te maken dat in 2008 niemand langer dan achttien weken op een ingreep hoeft te wachten na verwijzing door een huisarts. Britse artsen zijn woedend. Zij vinden dat dergelijke plannen het publiek misleiden en de veiligheid van patiënten in gevaar brengen. Voorzitter Paul Miller van de Britse artsenorganisatie heeft grote twijfels aan de opleiding van twee jaar die de regering wil voorstellen. Hij zei tegen The Independent dat het momenteel minimaal twaalf en gemiddeld vijftien tot twintig jaar duurt voor iemand een gekwalificeerd chirurg is. Zijn collega van de organisatie van orthopedisch artsen noemde het belachelijk dat een volgens de plannen getrainde verpleegkundige een operatie zou mogen uitvoeren zonder dat er een echte chirurg in de buurt is. Verpleegkundigen, fysiotherapeuten en operatie-assistenten zouden volgens de regering na hun korte opleiding herniaoperaties, sterilsaties bij mannen en kijkoperaties in gewrichten kunnen doen. De komende tien jaar zouden vier- tot vijfduizend van deze 'operatiedokters nieuwe stijl' kunnen worden benoemd.

 

Instituut brengt tienvoudige in rekening voor fysiotherapie-behandeling 7 december 2004 --  huisartsvandaag.nl -- Het Jan van Bremen Instituut brengt voor een fysiotherapie-behandeling het tienvoudige in rekening 464 ipv 42 euro per uur. Op kamervragen gesteld door Kamerlid Schippers over het buitensporige tarief antwoordt minister Hoogervorst dat het inderdaad mogelijk is door de DBC systematiek dat er een dergelijk hoog tarief gevraagd kan worden. Dit fysiotherapie tarief dient dan wel onderdeel uit te maken van het DBC tarief  'Revalidatie-Behandel-Uur (RBU)'. Een RBU kan alleen in rekening worden gebracht bij aandoeningen die een (specialistische) multidisciplinaire aanpak vereisen. Daartoe moet een onderbouwd behandelplan kunnen worden voorgelegd. Het is volgens de minister de taak en het belang van de zorgverzekeraar om hierop toe te zien. Inmiddels heeft de zorgverzekeraar een onderzoek ingesteld en daaruit is inmiddels gebleken dat het Jan van Bremen Instituut naar het oordeel van de zorgverzekeraar correct heeft gedeclareerd. Volgens kamerlid Schippers is het aan verzekerden echter niet uit te leggen dat bij pakketversobering een dergelijke situatie kan voorkomen. De minister zelf kan niet vaststellen of er sprake is van fraude maar neemt geen verdere actie. LINK: www.janvanbreemen.nl

 

Agressie in Twentse instelling verstandelijk gehandicapten 7 december 2004 – Telegraaf -- HENGELO - Bij onderzoek in de Twentse instelling Aveleijn voor verstandelijk gehandicapten blijkt dat veel medewerkers te maken krijgen met agressie van patiënten. In zeven maanden werden 287 incidenten geregistreerd. Dat liet onderzoeker prof. E. Nijman van de Radboud Universiteit Nijmegen weten tijdens een symposium dinsdag in Hengelo over agressie in de zorg. De agressie binnen Aveleijn vond meestal plaats op gesloten psychiatrische afdelingen. Aanleidingen waren dat de gehandicapten iets niet mochten van het personeel of iets niet wilden doen. Bij meer dan de helft van de incidenten schopten of sloegen patiënten medewerkers. Om conflicten op te lossen werden patiënten naar hun kamer gestuurd of greep de bedreigde medewerker verbaal in. Staatssecretaris Ross-van Dorp (Volksgezondheid) prees Aveleijn en de patiënten van de instelling voor de openheid die zij betrachten over agressie en de wijze waarop ze samen oplossingen zoeken om die agressie te voorkomen. Op het symposium waren vertegenwoordigers van alle instellingen voor verstandelijk gehandicapten uit heel Nederland aanwezig.

 

Dwang in zorg vaker toegepast dan verwacht – 6 december 2004 – Telegraaf -- WARNSVELD - Dwang wordt vaker toegepast in instellingen voor geestelijke gezondheidszorg, dan uit rapportages van de Inspectie voor de Gezondheidszorg kan worden afgeleid. Dat blijkt uit cijfers die dr. H. Lendemeijer van het kenniscentrum GGNet in Warnsveld en de universiteit van Maastricht maandagavond in het televisieprogramma Netwerk presenteerde. Volgens Lendemeijer bleek dat twaalf instellingen 6500 maal dwang hadden toegepast, in 80 procent van die gevallen ging het om het separeren van de patiënt. Vertaald naar landelijke cijfers zou het gaan om 24.000 gevallen van dwang per jaar en ruim 20.000 plaatsingen in een isoleercel of afzonderingskamer. Volgens de inspectie zou het gaan om 6600 gevallen van separeren. Volgens Lendemeijer zitten er mensen bij die tien dagen lang zonder behandeling opgesloten zitten. "We schamen ons hier best voor", zei directeur A. Vrijlandt van GGNet maandag. GGNet deed de afgelopen twee jaar mee aan een door Lendemeijer geleid project om kwaliteitscriteria voor dwang in de zorg in te voeren. Dat het anders kan, bewijst een project in Tiel waarbij personeel samen met patiënt en familie kijkt naar mogelijkheden om spanningen te verminderen. Als gevolg daarvan wordt de separeerruimte veel minder gebruikt.

 

Speech "Aanbieding Klachtenrichtlijn Gezondheidszorg aan het `veld'

Bron: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Datum: 06-12-2004  

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Speech "Aanbieding Klachtenrichtlijn Gezondheidszorg aan het `veld' " namens de Staatssecretaris mevr. C. Ross van Dorp uitgesproken door Ir. J.I.M. de Goeij, Directeur-Generaal Volksgezondheid op 2 december 2004 te Driebergen.

 

1 Waarom staan wij vandaag hier: een korte terugblik Mijnheer de Voorzitter, Dames en Heren,

Ik constateer dat u met velen gekomen bent. Dat is een goede zaak, want dat betekent dat u allen meewerkt om de Klachtenrichtlijn gezondheidszorg verder uit te dragen. Waarom vinden wij het goed omgaan met klachten zo belangrijk? Ik gebruik met opzet het persoonlijk voornaamwoord `wij' omdat ik daaronder ook u, vertegenwoordigers van patiënten en patiëntenorganisaties, van huisartsen, zorginstellingen en zorgverzekeraars versta. Klachten van patiënten, of in termen van de wet te spreken, van cliënten, moeten serieus worden genomen. Hulpverleners moeten niet weglopen voor klachten of een defensieve houding aannemen. Ze moeten juist kijken wat zij met klachten kunnen doen, zodat uiteindelijk de kwaliteit van de dienstverlening verbetert. De afgelopen jaren heeft de overheid samen met het veld via allerlei wetgeving de positie van de patiënt versterkt. Met als uitgangspunt: het honoreren van de wens van de patiënt om mondiger en minder afhankelijk te zijn van de hulpverlener. Juist daardoor is hij in staat zijn persoonlijke verantwoordelijkheid ook binnen de gezondheidszorg actief gestalte te geven. Duidelijk is dat voor dat versterken van de positie van de patiënt wetgeving zoals een WGBO een belangrijke functie vervult. En met het ingewikkelder worden van de `zorg' en van de structuur van de gezondheidszorg, is het des te belangrijker dat de patiënt een sterke positie heeft ten opzichte van de dokter, de specialist of het ziekenhuis. Toch is enige nuance wel op zijn plaats. Wetten en regels vormen een belangrijke ondersteuning voor veranderingen in de samenleving. De echte verandering moet komen van mensen die de wet in de praktijk toepassen: de dokter, de verpleegkundige, de verzorging, het management. Zij moeten de patiënt een meer centrale plaats in de zorg gunnen.

 

2. De betekenis van een goede klachtenregeling

Ik wil ook iets zeggen over de betekenis van een goede klachtenregeling. We zijn het er allemaal over eens dat er een goede klachtenregeling moet zijn. Iedereen die niet tevreden is over een behandeling, moet de mogelijkheid hebben om klacht op een gemakkelijke manier aan te kaarten bij de hulpverlener. Alleen op die manier zijn eventuele problemen op te lossen en kan onvrede worden weggenomen. Ik vind dat medici en zorginstellingen elke klacht moeten beschouwen als een gratis advies. In een goed werkend kwaliteitssysteem inventariseer je problemen en klachten, om daar iets mee te doen. Dat komt de kwaliteit en de doelmatigheid van de zorg alleen maar ten goede. De hulpverlener of de zorgaanbieder moet dan wel op een volwassen manier met klachten omgaan. Niet boos worden, maar rustig blijven. Je niet laat verleiden om in het defensief te gaan, maar de klacht serieus nemen etc. Anders gezegd: ga op een volwassen en professionele manier met klachten om. Volg daarvoor desnoods een opleiding of een training. Dames en heren, gezondheidszorg is mensenwerk. En waar mensen werken worden fouten gemaakt. Ook hulpverleners zijn mensen en hebben soms een slechte dag. Maar je zult die dag maar net patiënt zijn. Bij alle onzekerheid over je gezondheid, krijg je nog een extra probleem door de wijze waarop de hulpverlener jou behandelt. Of je maakt iets mee dat zo vervelend is, dat je wilt voorkómen dat een andere patiënt dat ook overkomt. Toch blijkt dat er bij cliënten een hoge drempel bestaat om daadwerkelijk een klacht in te dienen. Die drempel wil de wet verlagen. De wet waarborgt dat een patiënt met zijn klacht bij de hulpverlener terecht kan en dat die zijn klacht serieus neemt en kijkt hoe het probleem kan worden opgelost. Een goede klachtenregeling behoort onlosmakelijk bij klantgerichtheid, professioneel handelen en kwaliteit van zorg.

 

3. Het klachtrecht in de praktijk

De Wet klachtrecht gaat uitsluitend over de klachtbehandeling door de klachtencommissie, die uitmondt in een uitspraak over de klacht. Maar zo ver hoeft het helemaal niet te komen, als de hulpverlener in de fase die daaraan vooraf gaat zorgt voor een goede opvang van en bemiddeling bij klachten. Dat kan onnodige escalatie voorkomen.

Elke instelling zou daarom een onafhankelijke bemiddelaar moeten hebben, bijvoorbeeld een klachtenfunctionaris, bij wie de cliënt terecht kan en die hem met raad en daad terzijde kan staan. Voorwaarde is wel dat zo'n bemiddelaar in de organisatie een voldoende onafhankelijke positie heeft. Let wel: het is aan de cliënt om wel of geen genoegen te nemen met het aanbod van opvang en/of bemiddeling. Als de cliënt kiest voor formele behandeling van de klacht, dan moet de instelling dat respecteren.

 

4. De klachtenrichtlijn gezondheidszorg

De uitkomsten van de evaluatie van de wet door ZonMw vormden voor de Commissie Klachtenrichtlijn het vertrekpunt om te bekijken hoe een goede klachtenregeling eruit zou moeten zien. Maar de commissie heeft zich niet uitsluitend tot de klachtenregeling beperkt. Er is ook gekeken naar de klachtopvang en aandacht voor de training van de medewerkers van de zorgaanbieder hoe met klachten om te gaan. De algemene conclusie van de Evaluatie in 1999 was dat vanuit het perspectief van de klagers en de aangeklaagden de wetgever met de Wet klachtrecht in grote lijnen erin geslaagd is een kwalitatief goede en laagdrempelige klachtenvoorziening te ontwerpen.

Maar er waren ook een paar kritiekpunten. Ik noem de belangrijkste:

- bijna alle zorgaanbieders hanteren een klachtenregeling; bij vrijgevestigde beroepsbeoefenaren is dat nog niet altijd het geval;

- soms worden er in de klachtenregeling drempels opgeworpen of bepaalde klachten van behandeling uitgesloten;

- soms bevatten de reglementen onvoldoende waarborgen voor een onpartijdige klachtbehandeling;

- er wordt nog weinig gedaan om met de informatie uit de klachtbehandeling de kwaliteit te verbeteren;

- veel klagers zijn ontevreden, ook al worden ze in het gelijk gesteld;

- de meeste klachten worden informeel via klachtopvang afgedaan en niet door middel van de formele klachtenprocedure;

 

Deze zomer heeft ZonMw de resultaten gepubliceerd van het onderzoek dat het NIVEL heeft verricht naar het waarom van de ontevredenheid van klagers. Bijna tweederde van de klachten gaan over het medisch handelen. De rest gaat over de organisatie van de zorg in het ziekenhuis. Aan cliënten is ook gevraagd wat zij van de klachtenbehandeling verwachten. Ook al lijkt er op het eerste gezicht weinig licht te zitten tussen het beleid van de klachtencommissie en de verwachtingen van de klager, toch blijkt dat in de praktijk patiënten toch niet zo ervaren. Dus daar zou iets aan gedaan moeten worden. Daarnaast blijkt dat veel cliënten ontevreden zijn omdat zij van het ziekenhuis geen bericht krijgen waaruit blijkt dat er iets met hun klacht gedaan is. Terwijl ze een klacht hadden ingediend omdat hen iets is overkomen waarvan zij hopen dat dat niet ook een ander overkomt. Dat is dus één van de belangrijkste lessen uit deze studie: laat de klager, de klachtencommissie en hulpverlener weten wat er met de klacht gebeurt. Datzelfde geldt ook voor de hulpverlener: laat zien dat je er iets van geleerd hebt!

 

Mijnheer de voorzitter, dames en heren,

Het is opmerkelijk hoe zo'n betrekkelijk eenvoudige wet, zoveel werk kan opleveren. Maar nog opmerkelijker is dat alle partijen - patiënten, hulpverleners en instellingen - hebben samengewerkt om tot de Klachtenrichtlijn te komen. Het resultaat mag er zijn, maar daarmee zijn we er niet. De Klachtenrichtlijn gezondheidszorg moet geen dode letter worden, maar een levend instrument waarvoor iedereen zich verantwoordelijk voelt. Het stelt mij gerust dat ZonMw ook aan deze fase van verdere implementatie zal bijdragen. Eigenlijk past bij deze Richtlijn een uitspraak met een knipoog naar het rapport van Rein Willems inzake patiëntveiligheid: Hier, binnen de instelling, werk je met de Klachtenrichtlijn Gezondheidszorg, of je werkt hier niet! Ik overhandig deze Klachtenrichtlijn dan ook graag aan u, mijnheer Van der Kruijs en aan U mijnheer Hollander als vertegenwoordigers van respectievelijk de patiënt en de zorgverlener.

Ik wens u veel succes met de taak die u daarmee op u neemt. Ik heb er alle vertrouwen in dat patiënten en hulpverleners er voor zullen zorgen dat de Klachtwet zal worden gebruikt om de kwaliteit van de zorg te bewaken en waar nodig te verbeteren en recht te doen aan de positie van de patiënt in de zorg. Ik dank u voor uw aandacht.

 

 

Drang en dwang in de psychiatrie -- 6 december 2004 – Netwerk.tv – Netwerk, Ma. 6 december 2004, 20.30u: In Netwerk vanavond aandacht voor de dwangmaatregelen in de psychiatrie. Voor het eerst is in de praktijk onderzocht hoe vaak patiënten worden opgenomen in een zogenaamde isoleercel. Een reportage over de schokkende cijfers. Als we in Nederland niet meer weten wat we aanmoeten met een psychiatrische patiënt dan sluiten we hem op in een isoleercel, een kale ruimte waar hij geen kwaad kan aanrichten. Dit wordt separeren genoemd. Voor veel patiënten is een verblijf in zo’n kale cel een uiterst traumatische ervaring. Volgens de wettelijke regels, vastgelegd in de wet Bijzondere Opname Psychiatrische Ziekenhuizen (BOPZ), mag een patiënt alleen worden opgesloten als hij een gevaar is voor zichzelf of voor zijn omgeving, maar er is in Nederland een praktijk gegroeid waarbij het gebruik van isoleercel in de psychiatrie vrij gewoon is. In het boek Kwaliteit van zorg bij dwang en drang in de psychiatrie: Op weg naar goede praktijken, dat morgen wordt gepresenteerd, staan verschillende manieren om de dwangmiddelen terug te dringen. Netwerk duikt dieper in een van deze methodes.

Links: Symposium ‘Dwang en drang in de psychiatrie’, Anti-iso-site

 

Persoonlijkheidsstoornis? Het kan nog bijtrekken! December 2004 – Psychologie Magazine, 23e jaargang – Narcisten, antisociale mensen, borderliners: mensen met een persoonlijkheidsstoornis veranderen niet of nauwelijks. Dat is althans de gangbare opvatting onder psychiaters en psychologen. De officiële diganose in het psychiatrisch handboek, de DSM-IV, spreekt over een ‘duurzaam patroon’, en: ‘het persoonlijkheidsprobleem is vroeg in het leven ontstaan en sindsdien vrijwel onveranderd gebleven’. De Amerikaanse psycholoog Mark Lenzenweger concludeert nu echter uit een vier jaar lopend onderzoek dat mensen met een persoonlijkheidsstoornis in de loop der tijd minder symptomen gaan vertonen. Goed nieuws dus voor de tien procent van de bevolking die aan een dergelijke stoornis zou lijden. De verbetering is niet te danken aan therapie; waardoor het wel komt, weet Lenzenweger nog niet. Archives of General Psychiatry, oktober 2004.

 

Openbare aanbesteding medicijnen in België 4 december 2004 – De Telegraaf -- BRUSSEL - De Belgische minister van Volksgezondheid Demotte begint een experiment met de openbare aanbesteding van medicijnen in de hoop forse besparingen op het gezondheidsbudget tot stand te brengen. Demotte gaat vier fabrikanten van de anticonceptiepil vragen een offerte in te dienen. Voor de pil van de producent die de beste offerte indient, krijgen vrouwen het meeste geld terugbetaald van de overheid. Voor andere pillen geldt dan een lager terugbetalingstarief. Demotte denkt daarmee miljoenen euro's te kunnen besparen. Als het experiment met de pil gunstig werkt, wil de socialistische bewindsman de regeling ook voor andere medicijnen invoeren, meldden diverse Belgische media zaterdag. Patiënten krijgen in België doorgaans 75 procent van de kosten voor medicijnen terugbetaald. Alleen chronisch patiënten ontvangen vaak een volledige vergoeding. Voor de pil van de producent die de goedkoopste offerte doet aan de overheid zou Demotte 75 procent willen teruggeven. Voor anticonceptiepillen van andere producenten zou maar 20 procent terugbetaald worden. De bewindsman verwacht dat het voor producenten zo interessant zal zijn om een zeer voordelige offerte in te dienen, dat voor de overheid ondanks de terugbetaling van 75 procent van de kosten, toch veel geld te besparen valt. De discussie over de kosten van geneesmiddelen woedt al enige tijd in België, omdat er dit jaar een overschrijding van het budget voor volksgezondheid van ruim 240 miljoen euro dreigt. In totaal kost de terubetaling van medicijnen via de ziekenfondsen de Belgische belastingbetaler 3 miljard euro per jaar. Alle Vlaamse politieke partijen dringen aan op besparingen, omdat zij het tegenover hun kiezers steeds moeilijker vol kunnen houden dat gezondheidszorg in Franstalig België naar verhouding veel meer geld kost dan in Vlaanderen. Als de Franstalige Demotte niet fors bezuinigt, dreigen de Vlaamse partijen ermee de gezondheidszorg over te hevelen naar de regionale overheden. Wallonië zou daardoor niet meer kunnen profiteren van de Vlaamse overschotten. Vlaamse politici pleiten voor een algemene invoering van het systeem van openbare aanbesteding, zoals dat ook al bestaat in Nieuw-Zeeland. De farmaceutische industrie in België, verenigd in de koepelorganisatie Pharma.be, zegt dat het zogeheten Kiwi-model ertoe kan leiden dat concerns productiebedrijven voor medicijnen naar het buitenland zullen verplaatsen.

 

NCRV TOONT TWEEDE DEEL ONTROEREND PORTRET DETLEF PETRY 4 december 2004Redactie Schizofrenie Bulletin / Ypsilon -- HILVERSUM - "Respect. Een verademing. Heerlijk! Wat een zegen. Lach op mijn gezicht. Grote bewondering. Fenomenaal." Zomaar wat koppen van een vloed aan reacties op het eerste deel van een documentaire over Detlef Petry die zijn te lezen op de website van de filmmakers. In een tweedelige miniserie schetste de NCRV een portret van de psychiater van Vijverdal, voor wie ook langverblijfpatienten nooit zijn opgegeven. Op maandag 6 december 2004 volgt het tweede deel in de serie Dokument. De uitzending begint om ongeveer 23 uur op Nederland 1. Op 7 december om 13.50 uur is de herhaling. Maar de beide delen zijn na uitzending ook zien op de website www.dokument.nl, net als de reacties. De Nederlands-Duitse psychiater Detlef Petry werkt al sinds jaar en dag op de langverblijf-afdeling van Vijverdal. Hij luistert naar ze en gaat mee in hun gekte. Hij neemt ze mee uit winkelen, viert Sinterklaas met ze en gaat met ze op zoek naar plekken die hun dierbaar zijn. Voor Petry staat niet de patient, maar de mens centraal. De deur van zijn kantoor staat altijd voor
hen open. Zo veel mogelijk probeert hij het gebruik van medicijnen te voorkomen. Niet de patienten wegstoppen en platspuiten, maar juist op een gelijkwaardige manier met ze omgaan. Petry emigreerde vijfentwintig jaar geleden vol idealen naar Nederland. Hij verzette zich tegen het optreden van de machthebbers en de geringe tolerantie in Duitsland. Voortdurend was hij bezig met de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog. Waarom werd de oorlog verzwegen en verdrongen? Waarom wilde men de feiten niet onder ogen zien? Petry's betrokkenheid met de Tweede Wereldoorlog wordt mede ingegeven door zijn achtergrond. Zijn vader
was als SS'er in Nederland direct betrokken bij de oorlog. Met zijn emigratie naar Nederland wilde Petry zijn eigen 'Wiedergutmachung' uitvoeren. Als Duitser, maar ook als psychiater. De nazi-artsen en psychiaters waren in de oorlog verantwoordelijk voor de massamoord op tienduizenden psychiatrische patienten. NCRV Dokument 'Uitbehandeld, maar niet opgegeven' toont de lange zoektocht van Petry naar de mens achter de chronisch psychiatrische patient.

Amerikanen slikken meer pillen dan ooit3 december 2004 – Het Parool -- ATLANTA -  Maar liefst 44% van de Amerikanen slikt pillen, meer dan ooit. Dit blijkt uit een rapport dat (moet zijn: van, neem ik aan) de Amerikaanse
regering. Een op de zes Amerikanen slikt drie of meer verschillende medicijnen tegelijk. Met name antidepressiva, medicijnen tegen ontstekingen en cholesterolverlagers raken steeds populairder.

 

Goed omgaan met klachten - Nieuwe richtlijn stimuleert dialoog tussen ‘klager’ en ‘aangeklaagde’ -- 3 december 2004 – Medisch Contact / Artsennet -- Publicatie: Nr. 49 Auteur: S. Smorenburg en J. Legemaate

 

SAMENVATTING

Recent onderzoek wijst uit dat de afhandeling van klachten in ziekenhuizen nog het nodige te wensen overlaat. Patiënten zijn over die afhandeling vaak niet tevreden.

Een groot aantal organisaties uit de zorg heeft gezamenlijk de Klachtenrichtlijn Gezondheidszorg opgesteld. De richtlijn is bedoeld om een laagdrempelige afhandeling van klachten te stimuleren. De richtlijn handelt niet alleen over de afhandeling van klachten door de klachtencommissie, maar vraagt ook aandacht voor de aanpak van de zorgverlener zelf. Aan de orde komt voorts het gebruik van klachten ter verbetering van de kwaliteit van zorg.

 

Klachtenafhandeling in ziekenhuizen laat nog het nodige te wensen over. Organisaties uit de zorg hebben gezamenlijk een Klachtenrichtlijn Gezondheidszorg opgesteld die is bedoeld om de afhandeling van klachten laagdrempeliger te maken. Klachten ontstaan door een veelheid aan factoren: (veronderstelde) fouten, ongecorrigeerde verwachtingen, misverstanden, niet nakomen van afspraken, gebrekkige communicatie, interpretatieverschillen over patiëntenrechten, tarieven, bejegening of organisatie van zorg. Klachten leiden er voor patiënten vaak toe dat hun ziekte of aandoening nog ingrijpender en belastender wordt. Maar ook voor zorgverleners hebben klachten een grote impact. Een klacht kan het ergste zijn wat een arts kan overkomen en beïnvloedt soms zelfs in grote mate zijn verdere carrière.1 Recent onderzoek van het NIVEL laat bovendien zien dat op de manier waarop klachten worden afgehandeld nog veel is aan te merken en dat patiënten die afhandeling vaak als teleurstellend ervaren.2 Dit alles is voldoende reden om de afhandeling van klachten te verbeteren. In opdracht van ZonMw is in 2002 is een groot aantal organisaties uit diverse zorgsectoren gestart met het maken van een Klachtenrichtlijn Gezondheidszorg. De projectorganisatie lag in handen van het Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO, de sectie Gezondheidsrecht van Universiteit Maastricht en de Stichting Ondersteuning Klachtopvang Gezondheidszorg (SOKG). De richtlijn is inmiddels gereed en zal vanaf januari 2005 op verschillende manieren (in druk, online) beschikbaar zijn. De nieuwe richtlijn wil zorgaanbieders handvatten bieden voor het bewerkstelligen van een passende en patiëntgerichte klachtenafhandeling binnen hun eigen kaders. De richtlijn besteedt niet alleen aandacht aan klachtenopvang en -behandeling in engere zin, maar gaat ook uitvoerig in op de omgang met klachten door zorgverleners zelf en het gebruik van klachten ter verbetering van de kwaliteit van zorg. Negen ‘proeftuinen’ uit verschillende sectoren van de ge--zond-heidszorg hebben het afgelopen jaar delen van de richtlijn uitgetest in de praktijk. De ervaringen en opinies over bruikbaarheid van de richtlijn zijn door deze proeftuinen teruggekoppeld en meegenomen in de definitieve versie van de richtlijn. De aanbevelingen in de richtlijn zijn bovendien geïllustreerd met praktijkvoorbeelden en good practices. Twee van deze praktijkvoorbeelden gebruiken we in dit artikel als illustratie.

 

Algemene uitgangspunten

In discussies over de afhandeling van klachten in de gezondheidszorg wordt altijd veel aandacht gegeven aan de rol en de positie van de wettelijk verplichte klachtencommissie. Het NIVEL-onderzoek laat zien dat dit niet terecht is. Uit dit onderzoek blijkt dat een ziekenhuis gemiddeld 240 klachten per jaar krijgt, waarvan er ongeveer 18 belanden bij de klachtencommissie. Het overgrote deel van de klachten wordt dus op andere manieren afgehandeld, bijvoorbeeld door patiëntenservicebureaus, klachtenfunctionarissen en patiëntenvertrouwenspersonen. Om die reden beperkt de Klachtenrichtlijn Gezondheidszorg, anders dan de KNMG-modelregeling klachtenbehandeling uit 1998, zich niet tot de procedure voor de commissie. De richtlijn gaat uitvoerig in op de algemene uitgangspunten in het kader van de klachtenafhandeling (open klimaat rond klachten en fouten, deskundigheid klachtenbehandelaars, goede informatie voor alle betrokkenen), op de relatie tussen de klager en persoon over wie wordt geklaagd en op minder formele manieren om met klachten om te gaan (opvang, bemiddeling). Het uitgangspunt van de richtlijn is dat voor alle betrokkenen in het traject voorafgaand aan dat van de klachtencommissie veel winst te behalen valt. Door ernaar te streven dat klachten in dat traject worden afgehandeld, wordt formalisering van klachten en verharding van opstellingen voorkomen (zie praktijkvoorbeeld 1) en wordt bovendien beter tegemoetgekomen aan de wensen en behoeften van patiënten: blijkens onderzoek zitten die helemaal niet te wachten op formele procedures. Ook patiënten hebben meestal een voorkeur voor een zo vlot en informeel mogelijke manier van klachtenafhandeling. De richtlijn bevat tal van handvatten en suggesties om dat mogelijk te maken. Belandt een klacht eenmaal bij de klachtencommissie, dan is het van belang de procedure zo zorgvuldig en helder mogelijk te laten verlopen. Bekend is dat patiënten deze procedure nogal eens ervaren als afstandelijk en onbevredigend.2 Een mogelijke reden daarvoor kan zijn dat klachtencommissies in een aantal gevallen kiezen voor schriftelijke vormen van hoor en wederhoor. Klager en aangeklaagde mogen dan wel reageren op elkaars stukken,  maar zien en spreken elkaar in het kader van de klachtenbehandeling in beginsel niet. Daardoor wordt een belangrijke kans gemist om beide partijen weer met elkaar in contact te brengen. Ook kan schriftelijk hoor en wederhoor ertoe leiden dat de klachtencommissie geen volledig beeld van de situatie krijgt. Om die reden spreekt de richtlijn een duidelijke voorkeur uit voor mondelinge hoor en wederhoor, tijdens een bijeenkomst waarbij alle betrokkenen aanwezig zijn en op elkaars uitlatingen kunnen reageren. Een ander aspect van de procedure voor de klachten-commissie wordt gevormd door de termijnen. De Wet klachtrecht cliënten zorgsector (WKCZ) laat het bepalen van de termijn die de klachtencommissie in acht moet nemen, over aan de zorgaanbieder. Dit heeft in de praktijk tot aanzienlijke verschillen geleid. De richtlijn tracht hierin enige harmonisatie te bewerkstelligen door voor elke sector van de gezondheidszorg wenselijke termijnen te omschrijven. Voor zieken-huizen bedraagt deze wenselijke termijn volgens de richtlijn twee maanden.

 

Fout toegeven

Het klimaat rond klachten en fouten is volgens de richtlijn van groot belang. Daarbij gaat het onder meer om het toegeven van gemaakte fouten en om het zo nodig maken van excuses. Ook hierover bevat het NIVEL-onderzoek interessante gegevens. 84 procent van de in dit onderzoek geïnterviewde patiënten zegt het belangrijk te vinden dat fouten worden toegegeven. De weerstand van aansprakelijkheidsverzekeraars tegen deze openheid achten de NIVEL-onderzoekers onwenselijk en onjuist, alleen al omdat er bij meer dan 90 procent van de klachten bij de klachtencommissie geen schadeclaim aan de orde is. De richtlijn sluit aan bij de bevindingen van het NIVEL-onderzoek door te bepalen dat in het geval van een fout of complicatie de zorgverlener dit uit zichzelf met de patiënt dient te bespreken.

 

Verantwoordelijkheid nemen

Gezien de impact die een klacht kan hebben op een zorgverlener, is het belangrijk dat een klacht ook vanuit het perspectief van de zorgverlener op een bevredigende manier wordt afgehandeld. Maar al te vaak blijft de klacht echter ‘steken’ bij de schuldvraag: de klacht is gegrond of ongegrond en daarmee is de kous af. Dit is niet alleen frustrerend voor de klager die met zijn klacht ‘wil voorkomen dat een ander hetzelfde overkomt’. Ook voor de aangeklaagde zorgverlener kan dit belemmerend zijn voor de verwerking van het gebeurde, bijvoorbeeld de fout die hij of zij heeft begaan. Een andere benadering van klachten, meer gericht op verbetering van kwaliteit van zorg, verlegt het accent van de schuldvraag van één individu naar mogelijke gebreken in het zorgsysteem als geheel. Deze benadering is meestal veel bevredigender voor zowel klager als aangeklaagde zorgverlener. Op dit moment is echter een kwantitatieve werkwijze bij kwaliteitsverbetering het meest gebruikelijk: men verzamelt eerst klachten in (jaar)overzichten en weegt dan pas af of er sprake is van een structurele component. Niet de inhoud van de klacht, maar het aantal klachten geeft de doorslag bij het besluit over een eventuele noodzaak tot kwaliteitsverbetering. Nadeel hiervan is dat het te lang duurt eer informatie op de juiste plaats bekend wordt en betrokkenen hun verantwoordelijkheid (kunnen) nemen. Een pro-actieve benadering bevordert het voorkómen van klachten en betekent dus winst in termen van tijd, ergernis, schade en werkplezier. Een dergelijke (meer kwalitatieve) benadering van elke klacht kan niet beperkt blijven tot de klachteninstanties. Eenieder die te maken krijgt met klachten (dus ook zorgverleners en management) heeft hierin een eigen verantwoordelijkheid. De kunst is om het aantrekkelijk en vanzelfsprekend te maken dat ieder deze verantwoordelijkheid ook neemt. Dit kan alleen door een klimaat te creëren waarin de vertaling van klachten naar kwaliteit wordt beloond en het veilig is om klachten met elkaar te bespreken. De praktijk wijst uit dat als dit klimaat eenmaal bestaat, het openlijk bespreken van klachten en fouten zichzelf verder beloont (zie praktijkvoorbeeld 2). De zorgverlener ervaart de klacht dan meer vanuit het perspectief van kwaliteitsverbetering, hetgeen de angst voor klachten en onvrede doet verminderen.

 

Respect

Door nadrukkelijk uit te gaan van de ingebrachte praktijk-ervaringen en de uitkomsten van de ‘proeftuinen’ is getracht de Klachtenrichtlijn Gezondheidszorg zo goed mogelijk op de praktijk af te stemmen. Immers, de richtlijn moet steun bieden aan al diegenen die een bijdrage leveren aan de goede omgang met klachten van cliënten. De in de richtlijn opgenomen aanbevelingen zijn kort en kernachtig geformuleerd, maar wel voorzien van een uitvoerige toelichting. Deze toelichting kan behulpzaam zijn bij het implementeren van de aanbevelingen. Te hopen valt dat de richtlijn in de praktijk een stimulans is bij het bevorderen van de dialoog tussen ‘klager’ en ‘aangeklaagde’. Het streven is dat beiden zich met respect behandeld weten en dat een klacht wordt gezien als een stimulans om te komen tot betere zorg.

 

            Correspondentieadres: j.legemaate@fed.knmg.nl.

 

1. Trainingen

In het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis bleek een aantal klachten van patiënten voort te komen uit onwetendheid van medewerkers over de mogelijkheid tot klagen. Zij gaven soms onvolledige informatie of verkeerde antwoorden op vragen van patiënten over het indienen van een klacht. Na inventarisatie bleek dat deze antwoorden waren onder te verdelen in twee grote categorieën. De eerste categorie betrof de informatieoverdracht van de medewerker aan de patiënt, de tweede had betrekking op het door medewerkers niet ingaan op getoonde gevoelens van onbehagen bij patiënten. Vanuit de idee dat het beter is om klachten op de werkvloer te voorkomen of op te lossen besloten de klachten-functionarissen een training op te zetten, bedoeld voor alle medewerkers van het ziekenhuis die patiëntencontacten hebben: polikliniekassistentes, verzorgenden, verpleegkundigen, artsen en arts-assistenten. De training wordt op elke afdeling gegeven en bestaat uit één sessie met twee onderdelen. Tijdens het eerste onderdeel geven de klachtenfunctionarissen informatie, die zich uitstrekt tot wetgeving over de WGBO, de Wet BIG, de kopiestatus en de rechten van de patiënt (zoals het recht op informatie, het klachtrecht conform de WKCZ) en de klachtenregeling van het ziekenhuis. Het doel hiervan is de medewerkers goed te informeren over deze zaken, zodat zij deze informatie zelf juist kunnen overbrengen op de patiënt, indien nodig. Het tweede programmaonderdeel betreft het ingaan op gevoelens van onbehagen van patiënten door medewerkers met als doel de medewerkers hierin te trainen. Medewerkers kunnen daarvoor zelf casussen inbrengen waarbij ze moeite hadden om in te gaan op gevoelens van patiënten. Door bespreking van deze praktijksituaties wordt geïllustreerd dat het snel oppikken van onvrede en daar actie op ondernemen, in vele gevallen leidt tot de oplossing van het probleem op de werkvloer zonder dat het probleem escaleert en een klacht wordt ingediend bij de klachtenfunctionaris of klachtencommissie. De medewerkers oefenen de technieken om daar beter mee om te gaan.

 

2. Van klacht naar kwaliteit

In het Medisch Centrum Haaglanden is onder de titel ‘Van Klacht naar kwaliteit’ een nieuwe werkwijze van start gegaan met als doel daadwerkelijk iets te doen aan de oorzaak van de klachten. Na een succesvolle pilot in 2003 wordt sinds januari 2004 van elke klacht de oorzaak opgespoord en bekeken welke verbetermaatregelen kunnen worden getroffen. Deze maatregelen worden geëvalueerd, bij positieve evaluatie wordt zorg gedragen voor voldoende borging van de maatregel. De voortgang van het verbeterproces en de bereikte resultaten worden geregistreerd en zijn onderwerp van gesprek in het periodiek overleg tussen decentraal management en de Raad van Bestuur. In de periode van 1 januari tot 30 september 2004 zijn twintig verbeteringen gerealiseerd en is in 25 gevallen de klacht besproken in het werkoverleg. Zo hebben klachten over lange wachttijden op de polikliniek Heelkunde geleid tot een efficiëntere planning van de spreekuren en het organiseren van een Wondpoli waardoor de wachttijd is gereduceerd. Klachten over de verpleegkundige verzorging hebben geleid tot een gezamenlijke visitatie van patiënten door de unit coördinator en de senior verpleegkundige.Teksten in aanmaningsbrieven zijn voor betalingen aangepast. De inrichting van de wachtkamers voor de operatiekamer is verbeterd en er is speelgoed aangeschaft. Binnen de maatschap gynaecologie worden sinds enkele maanden alle klachten geïnventariseerd en besproken, zowel in de maatschapsvergadering als in het staf/assistenten overleg. Dit heeft geleid tot meer openheid naar elkaar en ook naar de patiënten.

 

Literatuur

1. Melchior M. De angst blijft. Medisch Contact 2004; 59 (30/31): 1218-22.  2. Sluis EM et al. De WKCZ-klachtenbehandeling in ziekenhuizen: verwachtingen en ervaringen van cliënten. Utrecht, NIVEL/ZonMw, 2004.

Volg de links Indien u de Klachtenrichtlijn Gezondheidszorg wilt lezen of bestellen. 

 

Vooralsnog ben en blijf ik in functie 3 december 2004 – Volkskrant -- AMSTERDAM - De hoofdinspecteur voor geestelijke gezondheidszorg en gehandicaptenzorg, Jacques Lucieer, ligt zwaar onder vuur na kritiek op zijn functioneren. Per e-mail antwoordt hij op enkele vragen van de Volkskrant. Een commissie onder leiding van oud-RIVM-bestuurder Hans Pont bracht een vernietigend rapport uit over de 53-jarige Lucieer. Een van de kritiekpunten is dat hij het personeel zou intimideren. De kritiek op uw omgang met uw personeel dateert niet van vandaag of gisteren; u schrijft dat zelf in uw persoonlijke reactie op het rapport. Bent u nooit eerder op uw manier van optreden aangesproken, door personeel, klachtencommissie, of door uw superieuren tijdens een functioneringsgesprek? 'Ik beschik over een uitstekende staat van dienst en een bijpassende waardering. Elke leidinggevende krijgt wel eens kritiek, met name als hij het voortouw neemt bij ingrijpende reorganisaties of veranderingen in de werkwijze. Dit is ook niet erg. Kritiek dient niet anoniem te worden geuit. 'Zelf ben ik eind december 2003 door tussenkomst van de inspectieleiding door de ondernemingsraad in kennis gesteld van anonieme klachten. Daar is door mij in januari actie op ondernomen en iedereen is uitgenodigd om over zijn onvrede te komen spreken, eventueel samen met anderen. 'Het moet buitengewoon worden betreurd dat drie medewerkers desalniettemin in juli de pers (NRC Handelsblad, red.) gezocht hebben, terwijl zij zich niet vooraf bij mij gemeld hebben.' Waarom wilde u eigenlijk niet reageren op de bevindingen van de commissie-Pont? Het had misschien iets kunnen veranderen? 'Ik had zeker kunnen en willen reageren op de klachten die bij de comissie-Pont zijn neergelegd, maar niet pas nadat de conclusies en aanbevelingen reeds waren geformuleerd en waren doorgesproken met en overgenomen door derden. Dit is een zeer onzorgvuldige gang van zaken, waaraan ik niet wens mee te werken.' Verhalen over intimiderend gedrag uwerzijds circuleren breed bij inspectiemedewerkers. Controle van in- en uitgaande e-mails, mensen die gecontroleerd worden op de duur van hun lunchpauze, dossiers waarin werd vastgelegd hoe vaak iemand bij een ander op de kamer kwam, en hoe lang. Kende u die verhalen en zo ja wat deed u daarmee, behalve boos worden? 'Ik weet niet waar u uw informatie vandaan haalt, mogelijk uit de NRC van 15 juli. Ik kan u verzekeren dat er geen enkele sprake is of is geweest van controle op mailverkeer, controle op de duur van de lunchpauze, vastlegging van gegevens op de kamer van anderen etc. Dit zijn ongecontroleerde vervelende verhalen, feitelijk te belachelijk voor woorden, waarmee stemming is gemaakt. Zelfs boos worden heeft bij dergelijke onzin geen zin.' U bent in onderhandeling over een afvloeiingsregeling, nemen we aan. Of wilt u toch bij de inspectie blijven werken? 'Ik ben in overleg met de inspecteur-generaal en de secretaris-generaal van het ministerie van VWS over mijn toekomst. Ik zal niet op de uitkomst van dit overleg vooruit lopen. Vooralsnog ben en blijf ik in functie. De maand december ben ik - met uitzondering van enkele lopende afspraken - echter, mede doordat mijn zomervakantie door deze zaak niet is doorgegaan, met verlof.'

 

Inspectie keurt acties van Twentse artsen goed -- 3 december 2004 -- Tubantia -- ENSCHEDE - De Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft geen bezwaar tegen de acties die huisartsen in Hengelo, Oldenzaal en Enschede op dit moment voeren. De acties zorgen er niet voor dat patiënten gezondheidsrisico’s lopen. Dit staat in een brief van de Inspectie aan de actiegroep. Minister H. Hoogervorst (Volksgezondheid) gaf de Inspectie de opdracht om onderzoek te doen. Hij beschuldigde de actievoerders van onverantwoord gedrag. Huisarts en woordvoerder G. J. van Loenen is blij met de brief. ‘We krijgen bevestiging dat we goed bezig zijn.’ Ook de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) reageert verheugd. De LHV kondigt aan dat door het hele land snel regionale acties volgen. Binnen enkele weken haken onder meer artsen uit Den Haag en Nijmegen aan bij hun collega’s uit Twente. Artsen verwijzen patiënten sneller door als protest tegen bezuinigingen.

 

Kinderarts vindt klachten wel leuk 3 december 2004 – Algemeen Dagblad -- Een nieuwe richtlijn moet zorgen dat ziekenhuizen en andere instellingen serieuzer en klantvriendelijker omgaan met klachten van patiënten of hun familie. Eduard Verhagen, arts en hoofd kindergeneeskunde in het Academisch Ziekenhuis Groningen, handelt er al naar. Laat maar komen die klachten, zegt de Groningse kinderarts Eduard Verhagen enthousiast. Waar collega-dokters nogal eens een vermoeide zucht slaken, of meteen fel in de verdediging schieten, fleurt Verhagen helemaal op bij klachten. Sterker: hij ziet ze als zijn hobby. Hobby? ,,Behalve medicijnen heb ik ook rechten gestudeerd. De raakvlakken tussen die twee specialismen zie je bij veel klachten terug: patiëntenrechten. Inderdaad, ik vind klachten leuk. Ze bieden kansen het nóg beter te doen.'' Die instelling leverde Verhagen en zijn team op de Groningse kinderafdeling een hoofdstuk op in de nieuwe klachtenrichtlijn gezondheidszorg. De samenstellers roemen de cultuur van openheid, duidelijkheid en betrokkenheid. Medewerkers zijn niet bang voor klachten en handelen die vaak zo veel mogelijk zelf af. Een praktijkvoorbeeld van hoe het beter kan. Verhagen pakt de klachtenmap erbij, een behoorlijk dikke. Mensen klagen nu eenmaal sneller over de zorg rond hun kinderen, dan over wat hunzelf overkomt, aldus de kinderarts. Verhagens afdeling schrijft nogal wat medicijnen voor. En dat moet heel zorgvuldig gebeuren, want het lichaamsgewicht van zijn doelgroep varieert van 500 gram tot 50 kilo. Op een dag zien ouders dat hun kindje drie pillen krijgt, in plaats van de gebruikelijke twee. Paniek! De ouders maakten zich meteen ontzettend druk. De betrokken verpleegkundige belt met de dokter. Hij zegt dat het geen kwaad kan. En dat hij straks nog even langskomt. Maar het is weekeinde en terwijl de bewuste dokter zich de benen uit het lijf loopt, worden de vader en moeder bozer en bozer. ,,Zo boos'', herinnert Verhagen zich, ,,dat ze 's avonds woest het ziekenhuis verlaten: nog steeds geen dokter gezien. De volgende dag ligt er een nog woestere klaagbrief.'' Verhagen: ,,Ons weerwoord had kunnen zijn dat het héél druk was, en dat die ene pil extra absoluut geen kwaad kon. Maar daar schiet je dus niks mee op. Want die mensen hadden gewoon gelijk. Hebben we ook zonder meer toegegeven, met excuses.'' Maar Verhagens aanpak gaat nog verder. Want zulke klachten worden uitgebreid in het team besproken. Niet alleen met de betrokken dokter zelf, die natuurlijk de tijd had moeten nemen om met de ouders te praten. Met constant overleg over de onvrede die mensen uiten, wil de kinderarts voorkomen dat collega's krampachtig reageren op klachten. ,,Sommige dokters zijn echt bang voor klachten. Hebben het idee dat je het wel kunt schudden met een klacht aan je broek. Waar ik steeds op hamer, is dat fouten tot op zekere hoogte normaal zijn. Het is belangrijk dat we leren van de missers in onze dienstverlening. Daar worden wíj beter van en uiteindelijk ook de patiënt.''

 

Behandeling klachten wordt klantvriendelijker – Klager over zorg staat veel sterker -- 2 december 2004 – Algemeen Dagblad -- Mensen die ontevreden zijn over ziekenhuizen, andere zorginstellingen of individuele behandelaars, kunnen binnenkort rekenen op een veel betere behandeling van hun klachten. Dat blijkt uit de 'klachtenrichtlijn gezondheidszorg' die vandaag wordt gepresenteerd. Volgens de richtlijn moeten zorginstellingen serieuzer en klantvriendelijker omgaan met grieven van patiënten of hun familie. De klager krijgt een veel sterkere positie. Tot nu toe heeft elke organisatie andere klachtenprocedures. Die verschillen moeten verdwijnen. Tientallen organisaties van patiënten en zorgaanbieders hebben de afgelopen jaren aan de richtlijn gewerkt, onder leiding van de Maastrichtse hoogleraar gezondheidsrecht mr. dr. F. van Wijmen. Hij noemt de richtlijn een 'stevige instructie' voor zorginstellingen om klachten serieuzer te behandelen. ,,We noemen het een richtlijn omdat de zorgsector allergisch is voor regels. Maar organisaties die er niet naar handelen, hebben straks een groot probleem.'' De Inspectie voor de Gezondheidszorg, die ook betrokken was bij de totstandkoming van de richtlijn, zal de naleving controleren. De afhandeling van klachten is al jaren een zorgenkindje voor ziekenhuizen en andere instellingen. Veel procedures zijn sinds 1995 wettelijk vastgelegd, maar tweederde van de klagers is ontevreden over de manier waarop zorgorganisaties met klachten omgaan. Met de richtlijn staan patiënten ook juridisch sterker, verwacht de hoogleraar. ,,De richtlijn is geen wet, maar staat wel bol van aanbevelingen en goede praktijkvoorbeelden uit de sector zelf. Rechters kunnen eruit opmaken hoe het hoort.'' De richtlijn wordt deze week via de belangrijkste branche- en beroepsorganisaties verspreid onder duizenden mensen die beroepsmatig betrokken zijn bij klachten over zorginstellingen. Begin volgend jaar verschijnt ook een versie voor patiënten en cliënten, zodat zij precies weten wat zij kunnen verwachten.

 

Communicatie belangrijkste onderdeel ziekenhuiszorg 1 december 2004 – Zorgkrant -- TNS-Nipo heeft in opdracht van Zorgverzekeraar VGZ de klanttevredenheid onderzocht van VGZ-verzekerden bij ziekenhuisopname. Voornaamste conclusie uit het onderzoek is dat communicatie een wezenlijk onderdeel vormt van de ervaren kwaliteit van zorg. Volgens TNS-Nipo is op dit onderdeel van de zorgverlening veel winst te boeken. Uit het onderzoek blijkt dat 8% van de artsen en specialisten een onvoldoende scoort op gebied van persoonlijke aandacht, 30% een voldoende en 62% ruim voldoende tot goed. Op het punt 'vakkundigheid' wordt iets beter gescoord. Slechts 4% behaalde een onvoldoende. Vrouwen en ouderen zijn gemiddeld meer tevreden over artsen en de informatie die ze gaven, de vakkundigheid en de aandacht. Personen die met spoed zijn opgenomen zijn minder tevreden dan patiënten bij geplande opnames. Het eindoordeel over de opname is dat 87% het ziekenhuis waardeert met een rapportcijfer 6 of hoger; 13 procent geeft een 5 of lager. Dit oordeel wordt met name gevormd door de informatie bij opname, bij ontslag, en tijdens de behandeling door artsen en verpleegkundigen. Ook de mate van aandacht van vooral artsen, is een belangrijke component van het eindoordeel. Het gemiddelde eindcijfer voor ziekenhuizen is een 7,6. Verbeterpunten: Bij de vraag wat men zou willen verbeteren bij verpleegkundig personeel en behandelend artsen weet zo'n 70% niets te noemen. 30% noemt met name zaken die met communicatie te maken hebben zoals een luisterend oor bieden, aandacht hebben, vaker langs komen, meer tijd nemen, goed communiceren en duidelijke informatie verstrekken. Deskundigheid wordt in mindere mate genoemd als verbeterpunt. TNS-Nipo ondervroeg 244 VGZ-verzekerden tussen 18 en 65 jaar over hun bevindingen tijdens hun ziekenhuisopname. De opname duurde maximaal 15 dagen. De personen werden in drie gelijke groepen verdeeld: personen die voor een dagopname in het ziekenhuis waren; personen die 1 tot 5 dagen waren opgenomen en personen die 5 dagen of langer waren opgenomen.

 

Spel voor verantwoord alcoholgebruik 1 december 2004 – Spits -- Met de feestdagen in het vooruitzicht, zal de drank rijkelijk vloeien. Om een bijdrage te leveren aan verantwoord alcoholgebruik hebben verschillende organisaties een spel ontwikkeld dat de kennis over alcoholconsumptie moet vergroten. Het vragenspel 'Het Drankenkabinet' is een initiatief van alcoholproducent Diageo, de BOB, 3VO, het ministerie van Verkeer en Waterstaat en STIVA. Het spel wordt vanaf volgende week tot eind december gratis verstrekt bij aankoop van drie merken drank bij Gall & Gall.

 

Openheid over seksualiteit is dé sleutel - 1 december 2004Zetweb / Bosch & Suykerbuyk trainingscentrum ‘Seksuele voorlichting: de kunst van het verstaan’: Seks is genieten van jezelf, genieten van een ander, genieten van elkaar in lijfelijke zin. Je moet natuurlijk wel zorgen dat je geen ziekte oploopt, dat je niks doet wat een ander eigenlijk niet wil en dat je geen ongewenste zwangerschap veroorzaakt. Maar ook: weten dat je op allerlei manieren seks kunt beleven, dat je niet overal en altijd seksueel actief kunt zijn en dat je weet waar je eigen grenzen liggen! Het kan voor mensen met een verstandelijke beperking moeilijk zijn om dat allemaal te begrijpen. Toch is het belangrijk dat ook zij voorlichting krijgen. Erik Bosch en Ellen Suykerbuyk, specialisten op dit gebied, vertellen in een openhartig interview hoe belangrijk seksuele voorlichting is aan mensen met een verstandelijke beperking. ,,Seksualiteit als iets verrijkends, dat gun je iedereen. Ieder mens heeft daar recht op, óók mensen met een verstandelijke beperking,’’ stelt Erik Bosch. Erik Bosch is orthopedagoog. Samen met seksuologe Ellen Suykerbuyk geeft hij trainingen over bejegening, communicatie, relatievorming en seksualiteit. Eind vorig jaar gaven zij bij Zuidwester in Goes een tweedaagse training over het actuele thema ‘seksualiteit en relatievorming’. De bijeenkomst leverde enthousiaste reacties op; met bewoners praten over seksualiteit en relaties is blijkbaar lastig. Toch is het hard nodig, vinden Erik Bosch en Ellen Suykerbuyk. Het tweetal schreef er een informatief, prettig leesbaar en niets verhullend boek over, getiteld: ‘Seksuele voorlichting aan mensen met een verstandelijke handicap. De kunst van het verstaan.’ Het boek biedt begeleiders bruikbare (methodische) kapstokken bij het geven van seksuele voorlichting. Met hun boek en trainingen hopen zij het ijs te breken. Want: ‘Openheid over seksualiteit is dé sleutel’, benadrukken Bosch en Suykerbuyk.

‘Wat is seksualiteit nu eigenlijk?’

Ellen Suykerbuyk: ,,Seksualiteit is een breed begrip. Er zijn vier aspecten die belangrijk zijn: contact maken, hechten, intimiteit/geborgenheid en seksualiteit. De lijn van de liefde, eigenlijk. Seksualiteit is dus niet alleen maar geslachtsgemeenschap. Bij seks hoort ook aanraken, kussen, kijken, strelen en lekker tegen elkaar aanzitten. Wanneer je het lijfelijk goed met elkaar hebt, doet dat bovendien ook je psyche goed. Maar seksualiteit is ook: vrijen met jezelf, met een man of een vrouw. Hetero en homo kunnen zijn.’’ Erik Bosch: ,,Hoewel het een makkelijke vraag lijkt, ‘wat is seksualiteit?’ is het tegelijkertijd ook een moeilijke, omdat mensen zeer verschillend denken over seksualiteit. Dat heeft met een aantal zaken te maken, bijvoorbeeld met de opvoeding, normen/waarden en levensbeschouwing. Deze elementen kunnen een grote impact hebben op de ‘kijk’ naar seksualiteit. Wij pleiten altijd voor ruimte voor alle meningen op dat gebied. Wij leven in een pluriforme samenleving en daarbij kan een levensbeschouwende insteek bijvoorbeeld heel belangrijk zijn.’’

Praten over seks

Mensen met een verstandelijke beperking hebben net als ieder mens seksuele gevoelens en zij willen deze gevoelens uiten. Wanneer zij op zoek zijn naar hun eigen seksuele identiteit hebben zij veel vragen over seks. Maar, seks is nog steeds een taboe en omgeven door schaamte, ondanks dat het praten erover de laatste tijd makkelijker gaat dan vroeger. ,,Het bespreekbaar maken van seksualiteit is een belangrijke eerste stap naar goede voorlichting. Een uitdaging voor de hulpverlener kan zijn om het taboe weg te nemen. Cliënten moeten weten dat ze met hun begeleiders kunnen praten over seks,’’ vindt Ellen Suykerbuyk. Het komt ook vaak voor dat cliënten vragen over seksualiteit achterwege laten, omdat ze moeilijk met taal uit de voeten kunnen. In het boek geven de auteurs aan hoe je als begeleider op vragen of signalen kunt reageren.

Wat valt er voor te lichten?

Ellen Suykerbuyk: ,,Als je gaat kijken naar de lichamelijke seksuele ontwikkeling die er over het algemeen is - als er geen specifieke syndromen of neurologische afwijkingen zijn - dan is deze net zo ontwikkeld als bij mensen zónder een verstandelijke beperking. Onder cliënten is veel seksuele nood. Het niet kunnen hanteren van seksuele driften resulteert niet zelden in grensoverschrijdend gedrag (misbruik) en zelfbeschadiging. Zeventig procent van de mannen met een verstandelijke beperking weten niet goed hoe ze moeten masturberen (wat kan leiden tot zelfbeschadiging door ondermeer knijpgedrag) en vrouwen met een verstandelijke beperking komen er op dat punt nóg slechter vanaf. Seksuele voorlichting betekent voor deze mensen leren hoe ze deze behoefte, die er bij velen van hen daadwerkelijk is, op een normale manier te kanaliseren, zodat zij zichzelf niet meer beschadigen. Maar seksuele voorlichting is méér dan ‘hoe leer je vrijen met elkaar en hoe masturbeer je?’ Voorlichting is ook dat je mensen leert netjes te zijn op hun eigen lichaam, dat je geen vieze woorden roept door de gang, dat je leert wat hoort en niet hoort, dat je met een badjas aan over de gang gaat als je naakt bent en dat je de deur achter je dichtdoet als je op het toilet zit. Wat óók heel belangrijk bij seksuele voorlichting is, is dat mensen met een verstandelijke beperking leren eigen grenzen aan te geven. Want heel veel cliënten hebben een sociaal-emotioneel niveau geringer dan dat van een drie- of vierjarige. Die vinden het moeilijk om grenzen aan te geven, waardoor zij heel gemakkelijk te misbruiken zijn. Er is heel veel misbruik in Nederland, zestig procent van de mensen met een verstandelijke beperking wordt misbruikt. Voorlichting kan seksueel misbruik voorkomen.’’

De methodiek van de hermeneutische cirkel als hulpmiddel

Het is de kunst seksuele voorlichting altijd aan te passen aan de belevingswereld en de vragen van de cliënt. In het boek ‘Seksuele voorlichting aan mensen met een verstandelijke handicap’ wordt de methode van de hermeneutische cirkel geïntroduceerd. Dat is in Nederland een tamelijk bekende methodiek geworden om vrij snel te onderzoeken welke vragen en hulpvragen die ene cliënt heeft op het gebied van seksualiteit, intimiteit, relatievorming en seksuele voorlichting. In de hermeneutische cirkel onderscheiden de auteurs de lichamelijke, de verstandelijke, de emotionele en de sociale ontwikkeling én de persoonlijke levensgeschiedenis. Aan de hand van verschillende praktijkvoorbeelden wordt de methodiek vervolgens uitgewerkt. Daarbij gaan ze onder meer in op het lichaamsbeeld, normen en waarden, relatievorming en weerbaarheid, op kanalisatie van seksuele gevoelens en masturbatie. Ook wordt aandacht besteed aan seksuele variaties, homoseksualiteit, seksualiteit en autisme, kinderwens en lichaamsbeleving. Ellen Suykerbuyk: ,,Vanuit een ‘holistische mensvisie’ wordt zoveel mogelijk uitgegaan van ‘het totaalbeeld van de cliënt’. Het gaat om het verhaal van die ene, unieke cliënt. In de ontmoeting met de cliënt ga je als begeleider op zoek naar seksuele (hulp)vragen.’’

Ellen Suykerbuyk vervolgt: ,,Heel vaak hoor je inderdaad van ouders ‘mijn kind heeft geen seksuele gevoelens, vooral niet voorlichten. En dan probeer ik altijd uit te leggen dat wanneer de lichamelijke ontwikkeling wel normaal ontwikkelt, het heel belangrijk is te kijken hoe de cliënt verder functioneert. Want als cliënten verstandelijk veel lager zitten, gaan ze op een heel andere manier om met het hanteren en de omgang van het eigen lichaam, dus ook de omgang met de eigen seksualiteit. Je moet kijken: hoe werkt dat nu bij hem/haar? Hoe functioneert hij/zij lichamelijk? Bijvoorbeeld: een vrouw met een volwassen seksuele beleving. Cognitief is ze misschien zes jaar, dat betekent dat ze nog niet een bewuste koppeling kan maken naar haar eigen seksualiteit. Op sociaal-emotioneel gebied zit ze nog lager, dus dat betekent dat ze ondersteuning nodig heeft om haar seksuele gevoelens op de juiste manier te leren hanteren. Als je dat plaatje helder hebt, dan kun je ook kijken hoe je kan omgaan met seksualiteit en voorlichting. Het kan zijn dat je bij sommige mensen niet verder komt dan ‘hoe heet alles aan je lichaam?’. Bij mensen met een ernstige verstandelijke beperking ben je al blij dat ze het verschil tussen een man en een vrouw kunnen opnoemen. Soms gaat voorlichting ook maar tot zover.’’

Slapende honden wakker maken?

Erik Bosch: ,,Ik ken een man met een lichte verstandelijke beperking met een niveau van negen jaar. Hij gaat alleen op de fiets de stad in; sleutelt een auto in en uit elkaar. Een redzame man die in diverse instellingen heeft gezeten, maar op diverse plekken is verwijderd wegens grensoverschrijdend gedrag in de seksuele sfeer. Ik was de eerste begeleider die op zijn veertigste uitlegde hoe hij moest masturberen. Ik vraag mij af: Hoe zou het dan zijn met de mensen met een matige, ernstige of diepe verstandelijk beperking? Iedereen dacht: ‘hij weet wel waar Abraham de mosterd haalt’, maar dat is niet zo! De uitleg van een begeleider leidde tot regulatie van zijn problematiek. Daardoor kon hij het beter in banen leiden.’’

Ouders maken zich zorgen over de geseksualiseerde wereld waarin we nu leven. Niet alleen jongerenbladen, ook tv-programma’s en websites laten, wat seks betreft, niets onverhuld. Ouders zijn bevreesd voor de (negatieve) invloed die ervan uitgaat. Bij hen leeft ook vaak de gedachte ‘het is beter geen slapende honden wakker te maken, want dan krijgen we problemen in seksueel gedrag’. Ellen Suykerbuyk: ,,In de praktijk blijkt dus juist dat dit niet zo is! De meeste cliënten vertonen geen problemen in gedrag na voorlichting. Er zijn natuurlijk cliënten die wij heel bewust beperkt voorlichten, zo van: deze moet je niet wijzer maken, zoals het nu gaat, gaat het goed. Maar dat zijn cliënten waarbij van tevoren al duidelijk is dat er sprake is van seksueel afwijkend gedrag of seksueel probleemgedrag. Dan kies je er heel bewust voor om aangepaste voorlichting te doen. Kijk je naar mensen die lager functioneren, pas je ook de voorlichting aan. Je gaat net zo ver als nodig is, zodat ze in ieder geval voldoende weten om seksueel uit de voeten te kunnen. In de praktijk betekent dat vaak dat er dan meer accent op seksuele vorming gelegd wordt: wat mag wel en wat mag niet? Enzovoorts.’’ Erik Bosch: ,,Wat wij vaak horen bij zowel professionele ondersteuners als ouders/verwanten, dat zij zeggen ‘geen slapende honden wakker maken’. Ik kan je zeggen dat als je ze niet wakker maakt, dan laat je ze in de kou staan! Het is eigenlijk een schending van de mensenrechten! Als de ‘hond’ niet wakker wordt, was de behoefte er klaarblijkelijk niet. Dat is dan duidelijk. Wordt hij wel wakker, dan blijken het behoeftes te zijn die wij op een professionele manier moeten ondersteunen. Wanneer wij ze niet ondersteunen, dan kan dat leiden tot grensoverschrijdend gedrag.

Grenzen, óók voor begeleiders!

Ouders stellen grenzen, maar ook voor begeleiders zelf zijn er natuurlijk grenzen: hoe ver ga je met seksuele voorlichting en met lijfelijk contact tussen jou en bewoners? Mensen met een verstandelijke beperking zijn vaak meer dan anderen gericht op lichamelijk contact. Dingen die wij als seksueel gericht ervaren, hoeven dat daarom helemaal niet te zijn. Bij seksuele voorlichting is het belangrijk dat een begeleider ook zijn eigen grenzen kent. Erik Bosch: ,,Het is belangrijk dat medewerkers met elkaar van gedachten wisselen over vragen ‘hoe dicht kom ik bij een cliënt en hoe hanteer ik grenzen? Omdat iedereen zijn eigen normen en grenzen heeft, zou het goed zijn als er in het team over seksualiteit gepraat wordt. Het is daarbij de kunst een katalysator te hebben die de discussie aanzwengelt en het thema ‘open’ maakt. Medewerkers zijn er vaak heel verlegen mee en het vraagt om ‘kleur bekennen’. En dan kom je ook bij de vraag ‘wat voor cultuur hebben wij met elkaar?’ én ‘wat voor cultuur máken wij met elkaar?’ Collega’s moeten van elkaar weten hoe ze over dingen denken en waar voor ieder grenzen liggen. Fijn trouwens als je je kwetsbaar durft op te stellen en in een team kunt zeggen ‘ik vind het moeilijk’. Belangrijk is dan wel dat in dat geval een collega de taak op zich neemt, zodat de vraag van de cliënt altijd centraal blijft staan!’’

Voorlichting kan seksueel misbruik voorkomen

,,Veel cliënten zijn ideale slachtoffers van seksueel misbruik’. Het gaat vaak om seksuele contacten vanuit een ongelijkwaardige machtspositie. De daders zijn vooral andere mensen met een verstandelijke beperking, mensen uit de thuissituatie van het slachtoffer en in mindere mate professioneel personeel. Een vierde groep daders wordt gevormd door mensen uit het dorp enzovoorts (bron: onderzoeksrapport NISSO). Ik zie een groot verband tussen het geven van een goede seksuele voorlichting – de positieve kant van seksualiteit – en het opsporen en voorkomen van misbruik. Want als je goede voorlichting geeft, spoor je misbruik op. Als je het opspoort, kun je het stoppen. Voorts is het zo dat je binnen de voorlichting de cliënten leert grenzen aan te geven. Dus naast het opsporen van misbruik kun je het ook voorkomen. Je geeft cliënten meer begrip. Ellen Suykerbuyk voegt toe: ,,Ouders vinden het over het algemeen fantastisch dat seksuele voorlichting óók inhoudt dat hun kinderen leren op een adequate manier hun grenzen aan te geven.’’ Voor degenen die werken met cliënten is het buitengewoon moeilijk om signalen te interpreteren. Begeleiders kunnen cliënten wél altijd uitleggen: ‘als er iets gebeurt, vertel het dan aan mij’. In het beleidsprotocol binnen een organisatie moet altijd vermeld staan, wat er wordt gedaan aan preventie van misbruik én wat moet gebeuren als misbruik wordt geconstateerd of vermoed.

Alles start met visie!

Een organisatie die zijn verantwoordelijkheid niet neemt en geen heldere visie over seksualiteit en intimiteit formuleert, kan zich weinig professioneel noemen,’’ stelt Erik Bosch. ,,De cliënt heeft recht op een door allen gedragen en uitgedragen visie. In een moderne visie zeggen wij: ‘de mens/de cliënt die aan onze zorg is toevertrouwd, mag zijn leven leiden op de manier waarop hij/zij dat graag wil (eigen regie). De cliënt staat altijd centraal.’ Binnen een visie praten over openheid komt op een positieve manier tegemoet aan dit thema. Positief is al dat wij de laatste tijd zien dat organisaties in de zorg de cliënt óók op het gebied van seksualiteit en intimiteit willen ondersteunen (support).’’ Seksuele voorlichting: een kwestie van ‘gewoon doen’!

 

Therapie tegen nachtmerries --  'Zet de bedreigende situatie om in een leuke droom' --  30 november 2004 – Algemeen Dagblad --

Zo'n 400.000 Nederlanders hebben regelmatig last van nachtmerries. Soms lost dit probleem zich vanzelf op. Maar meestal zijn die beangstigende dromen een terugkerend verschijnsel. Een speciale therapie kan aan dit nachtelijke leed een einde maken. Plotseling schiet je overeind in je bed. Het hart bonkt in je keel, het klamme zweet plakt in je handen. Je bent weer eens wreed gestoord in je slaap. Onmiddellijk besef je: het was 'maar' een droom. Of beter gezegd een nachtmerrie. Je grootste angst is - heel eventjes, maar ook heel hevig - werkelijkheid geworden. Nachtmerries gaan vaak over hetzelfde: je valt bijvoorbeeld keer op keer van een flatgebouw, je wordt achtervolgd of je verdrinkt. Ongeveer de helft van alle Nederlanders heeft wel eens een nachtmerrie. Bij 400.000 Nederlanders komt het verschijnsel zelfs vaak voor; één keer per week of meer. Vooral kinderen onder de 12 jaar hebben er veel last van. Bij de meesten verdwijnen nachtmerries automatisch weer, maar bij sommige kinderen gebeurt dat niet. Ook als volwassenen ondervinden zij er nog hinder van. Voor sommigen blijven nachtmerries een levenslang probleem. ,,Deze mensen zijn vaak fantasievoller en neurotischer van aard dan gemiddeld: ze hebben een videoband in hun hoofd die steeds opnieuw wordt afgespeeld'', zegt de Utrechtse klinisch psycholoog Victor Spoormaker, auteur van het boek ‘Alles over dromen’. ,,Na een stressvolle gebeurtenis kan het gezond zijn een tijdje nachtmerries te hebben. Dat is een teken van verwerking: je leert het gebeurde een plek te geven.'' Helaas houden zulke nachtmerries bij mensen met een posttraumatische stress stoornis, zoals oorlogsveteranen, dikwijls gedurende een lange periode aan. Angstbeelden blijven zich opdringen in dezelfde of een andere setting. Spoormaker: ,,Ze branden zich als het ware in het geheugen. Daardoor treden nachtmerries nog gemakkelijker op: ze worden een onafhankelijke klacht. Ze komen los te staan van het eigenlijke trauma.'' Daarmee verliezen deze posttraumatische nachtmerries elke functie, wat niet wil zeggen dat 'normale' nachtmerries nergens goed voor kunnen zijn: ,,Als zwangere vrouwen dromen dat hun bevalling een lijdensweg wordt, valt de echte bevalling meestal mee. Ze zijn van tevoren dan op het ergste voorbereid. In dat geval hebben nachtmerries dus enig nut.'' Over de effecten van nachtmerries op de gezondheid is nog niet veel bekend. In de psychiatrie overheerste lange tijd de gedachte dat nachtmerries niet hoefden te worden behandeld. Volgens Spoormaker kwam de doorbraak in de jaren 80. Toen kwam het bewust ('lucide') dromen in de picture en werden ook nachtmerries langzaam maar zeker onderwerp van grondiger studie. ,,Geleidelijk aan dringt door dat ze dermate vaak voorkomen dat er sprake is van een probleem. Niet in de laatste plaats voor de gezondheid: je hebt een verhoogde hartslag, je zweet en je schrikt wakker uit je nachtrust. Nachtmerries kunnen leiden tot ernstige slapeloosheid.'' Tot voor kort bestond er geen speciale behandeling voor nachtmerries, afgezien van slaapmiddelen. Die zijn echter af te raden omdat je er gemakkelijk verslaafd aan kunt raken. Sterker nog, langdurig gebruik van slaapmiddelen zou nachtmerries mogelijk zelfs kunnen veroorzaken. Psychologische behandelingen bestonden al wel langere tijd. Maar die gaan er vanuit dat niet nachtmerries zelf, maar een onderliggend probleem moet worden behandeld. Spoormaker ontwikkelde een therapie die de dromer ervan bewust maakt dat hij heeft gedroomd. Hij geeft tips en adviezen hoe je kunt leren je dromen beter te onthouden, want de meeste mensen vergeten ze meteen na het ontwaken. ,,Dat is dus niet handig als je je dromen wilt leren beheersen. Je moet de beelden terugroepen, bijvoorbeeld door ze op te schrijven, waardoor je de droom een volgende keer gemakkelijker herkent en onthoudt. Vaak gaat het om dezelfde thema's en patronen. Uiteindelijk moet je leren om in de droom of nachtmerrie erachter te komen dat je droomt, dan is het mogelijk om je eigen droom te sturen. Niets is te gek. Door lucide te worden in een nachtmerrie, kun je de bedreigende situatie veranderen in een ontzettend leuke droom.'' De theorie klinkt bijna te simpel om waar te zijn. Toch kan de lucide dromenmethode effect sorteren: een meerderheid van de acht proefpersonen slaagde er na de twee uur durende training in het lot in eigen hand te nemen. Spoormaker: ,,Zelf heb ik lucide dromen sinds mijn achtste. Als kind werd ik voortdurend achtervolgd: de ene keer door monsters, de andere keer door criminelen. Totdat ik me een keer in een nachtmerrie bewust werd van het feit dat ik aan het dromen was en zelf mijn belagers verjoeg om zo in mijn eerste lucide droom ooit te belanden.''

 

Aandacht voor vrouwen en meisjes op Wereld Aids Dag 30 november 2004 – Actueel.nl -- Aan de vooravond van Wereld Aids Dag heeft de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) dinsdag aandacht gevraagd voor seropositieve vrouwen en meisjes. Ongeveer 47 procent van de 45 miljoen mensen in de wereld die zijn besmet met het aids-virus zijn vrouwen en meisjes en het is van belang om te onderzoeken of zij wel evenredig toegang krijgen tot medicijnen, stelt de gezondheidsorganisatie van de Verenigde Naties. Meer dan tweederde van alle seropositieven woont in zwart Afrika, terwijl daar maar 11 procent van de wereldbevolking woont. Vrouwen en meisjes zijn bijzonder kwetsbaar in dat deel van de wereld, zei de WHO. Velen doen hun eerste seksuele ervaring op onder dwang. Daarbij is de kans op verwonding van de vagina, en daarmee besmetting met HIV, extra groot. Onderzoek in Rwanda, Zuid-Afrika en Tanzania heeft uitgewezen dat het risico op besmetting bij gedwongen seks driemaal zo groot is als bij ongedwongen seks. Geweld tegen vrouwen is net als de aids-epidemie een van de belangrijke problemen waarmee de WHO de strijd heeft aangebonden. Om de strijd tegen beide te kunnen winnen, zei Joy Phumaphi, directeur gezondheid en gezin van de WHO, moeten de sociale normen worden aangepakt die geweld tegen vrouwen toelaten en zelfs aanmoedigen. In verschillende landen worden initiatieven genomen om extra aandacht te richten op aids. De Chinese president Hu Jintao verscheen dinsdag op televisie met aids-patiënten in het You'an-ziekenhuis in Beijing. Hij schudde hen de hand en praatte een tijdje met een patiënt die in bed lag. ,,Wanneer bent u besmet geraakt?" en ,,Hoe gaat het met uw kinderen?", vroeg hij. In Ethiopië liet de vrouw van de premier zich dinsdag in het openbaar testen op HIV. Ze riep andere Ethiopiërs op haar voorbeeld te volgen. Het willens en wetens besmetten van de partner moet worden aangemerkt als een misdaad, zei de premiersvrouw, de 38-jarige Azeb Mesfin. Botswana maakte bekend dat ongeveer 34.500 inwoners van dit land antiretrovirale geneesmiddelen ontvangen, meer dan in enig ander land. Van hen houdt 86 procent de behandeling vol, waarmee Botswana naar eigen zeggen heeft aangetoond dat ontwikkelingslanden in staat zijn hun bevolking de nodige medicijnen te bieden. Botswana, waar 37 procent van de 1,7 miljoen burgers seropositief is, was het eerste Afrikaanse land dat gratis behandeling tegen aids beloofde aan zijn bevolking. In januari 2002 werden antiretrovirale medicijnen in de gezondheidszorg geïntroduceerd en nu zijn er 29 plaatsen in het land waar men voor behandeling terecht kan, zei de regering.

 

Meldingen, consulten en adviezen bij AMK -- 29 november 2004 – De Stentor – De cijfers van het AMK Gelderland tonen van links naar rechts het aantal meldingen, consults en adviezen op de Noordwest - Veluwe. De procenten vormen het aandeel in het totale aantal gevallen in Gelderland. Opvallend is dat het aantal meldingen - de ‘zwaarste’ categorie - dit jaar al hoger is dan in heel 2003. Het aantal adviezen, de minst ernstige gevallen, is fors lager.

2004  73 (8,6 %)  54 (11,3 %)  132 (7,4 %)

2003  71 (7,3 %)  32 (8,0 %)    151 ( 9,3 %)

De Oost-Veluwe toont het volgende beeld. Het aantal ‘ernstige’ meldingen’ is lager dan in 2003, maar het jaar is nog niet om. Ook is opvallend dat het procentuele aandeel in het aantal gevallen in Gelderland lager is dan vorig jaar. De Noordwest-Veluwe toont wel een procentuele stijging. De AMK zegt geen verklaring te hebben voor dit verschil.

2004  95 (11,2 %)    60 (12,6 %)  140 (7,8 %)

2003  121 (12,4 %)  47 (11,7 %)  116 (7,2 %)

De verdeling in vormen van kindermishandeling ziet er voor dit jaar als volgt uit. Het percentage van vormen van mishandeling is berekend ten opzichte van het totale aantal gevallen. In de linkertabel de Noordwest-Veluwe, rechts de Oost-Veluwe.

In Gelderland heeft het Adviespunt Meldingen Kindermishandeling (AMK) dit jaar 982 meldingen, 410 consulten en 1.736 adviezen genoteerd. Over heel 2003 werden 855 meldingen geregistreerd, 485 consulten en 1.881 adviezen. De ‘zwaarste’ categorie, de meldingen, vertoont dus een stijging, terwijl de aantallen consulten en adviezen zijn afgenomen.

 

Onbegrip na trauma´s 29 november 2004 – red. MdH – Op 11 oktober jl. werd in het kader van de Nationale Dag Geestelijke Volksgezondheid dit jaar aandacht geschonken aan het thema ´Na de schok´. Wij hebben toen ook een link geplaatst naar de website van het Nationaal Fonds Geestelijke Volksgezondheid (NFGV), www.nadeschok.nl, om op de mogelijkheid van deelname aan een enquête over ´onbegrip na trauma´s´ te attenderen.  In de december editie van het Psychologie Magazine (23e jaargang) dat recentelijk verscheen worden de resultaten van de enquête samengevat: ¨Onbegrip na trauma´s: Mensen die een verkeersongeluk, een brand of een inbraak hebben meegemaakt, ervaren nogal eens onbegrip uit hun omgeving. Mensen somden in een onderzoek de volgende klachten op:

Mensen kunnen helpen, zo geven de slachtoffers aan in het onderzoek, door gewoon met hen te praten. Ze willen niet dat de omgeving met ze meehuilt, maar ook niet dat er over hun ervaring wordt heengepraat. En ze hebben graag dat mensen na verloop van tijd nog eens vragen hoe het gaat. Nationaal Fonds Geestelijke Volksgezondheid (NFGV) en het Instituut voor Psychotrauma (IVP), www.nadeschok.nl.¨ Het is jammer dat in het artikel van Psychologie Magazine alleen maar slachtoffers van een verkeersongeluk, een brand of een inbraak genoemd worden. De enquête was namelijk bedoeld voor iedereen die een schokkende en ingrijpende gebeurtenis had meegemaakt. Op de eerder genoemde website worden als voorbeelden van een schokkende en ingrijpende gebeurtenis genoemd: ¨een inbraak, een overval met geweld, een aanranding, een auto-ongeluk, het plotseling verlies van een dierbare, etc.¨ waarmee wordt aangegeven dat o.a. ook seksueel misbruik onder een schokkende gebeurtenis valt, waaronder GOG door professionals. Wij betreuren het dan ook zeer dat Psychologie Magazine zich in het artikel over de resulaten van het onderzoek beperkt tot ´slchtoffers van verkeersongelukken, brand of inbraak´ en daarmee aan het feit voorbij gaat dat ook slachtoffers van diverse vormen van seksueel misbruik aan de enquête hebben deelgenomen. Achter het schokkende trio van ervaringen dat wel genoemd wordt, is men zelfs vergeten een ´enz.´ te plaatsen, en dat waarbij op pagina 9 van het tijdschrift nog heel wat ruimte beschikbaar was om alle soorten van eenmalig ingrijpende gebeurtenissen op te noemen die ernstig psychisch leed tot gevolg kunnen hebben. De soorten onbegrip na trauma waarmee een slachtoffer van GOG door professionals veelal geconfronteerd wordt, komen dan ook in grote mate overeen met de hierboven genoemde soorten van onbegrip. Zeer waarschijnlijk zal met name het percentage voor ´kreeg zelf de schuld van het gebeurde´ voor slachtoffers van GOG hoger liggen dan de door dit onderzoek vastgestelde percentage van 27%. Slachtoffers van GOG krijgen namelijk in veel gevallen met de ´blame the victim´ attitude te maken. Binnenkort zullen wij ook een samenvatting van het net verschenen artikel ´De anti-traumapil´ (Psychologie Magazine) publiceren: ´Een verkrachting of ernstig ongeluk laat diepe sporen na. Een nieuwe pil kan de traumatische herinneringen verzachten. Maar, moeten we daar wel zo blij mee zijn?´ - ´Traumatische herinneringen laten diepe sporen na – tenzij het slachtoffer direct na de gebeurtenis een ´vergeetpil´ krijgt. Het middel propranolol vervaagt traumatische herinneringen en kan posttraumatisch stress-syndroom voorkomen, blijkt uit recent onderzoek. Maar kritiek is er ook.´.

 

NCRV-documentaire over behandelwijze Vijverdal --  29 november 2004 -- Redactie Schizofrenie Bulletin / Ypsilon -- HILVERSUM - Op de afdeling langverblijf van het psychiatrisch ziekenhuis Vijverdal van Detlef Petry wordt op zeer bijzondere wijze omgegaan met patienten. Op 5 december zorgt patient en hulpsinterklaas Jean-Marie voor een onvergetelijke pakjesavond. Onder de titel "Uitbehandeld maar niet opgegeven" brengt de NCRV op maandag 29 novemer
2004 daarom een documentaire over Vijverdal. De uizending in de serie Document begint om 23.05 uur en duurt drie kwartier. Voor meer informatie over Schizofrenie Bulletin:http://www.ypsilon.org/bulletin.htm

 

Vitamines als wapen tegen misdadigers 28 november 2004 – Het Laatste Nieuws -- Vergeet meer blauw op straat. Volgens de Observer is er een nieuw wapen in de strijd tegen de misdaad. Criminelen krijgen binnenkort namelijk vitamine-supplementen te slikken. Nee, niet om hen fitter en gezonder te maken maar om hun anti-sociale neigingen te onderdrukken. Criminologen die verbonden zijn aan het Britse ministerie van Binnenlandse Zaken geloven, net als hun Amerikaanse collega's, steeds sterker dat er een verband bestaat tussen het bestrijden van agressieve of te impulsieve neigingen en het toevoegen van vitamines aan het dagelijks dieet, vooral na een recent Amerikaans wetenschappelijk onderzoek onder jongeren op het eiland Mauritius waaruit bleek dat degenen die van jongs af aan een speciaal dieet hadden gekregen zich op latere leeftijd beter gedroegen dan anderen. Nu gaat men in Londen het woord bij de daad voegen en een proef uitvoeren onder jonge mensen die misdrijven hebben gepleegd en als (eerste?) straf gemeenschapsdienst moeten uitvoeren. Zij krijgen van nu af aan een extra-dieet van vitamines, mineralen en vette zuren, om na te gaan of dat ook in deze gevallen hun anti-sociale gedrag kan afremmen. Dat plan stuit echter van meet af aan op protest. Binnen het gevangeniswezen heerst grote scepsis over het nut ervan, progressieve sociologen vragen zich af of het wel toelaatbaar is om van criminelen betere mensen te maken door hen via voeding te veranderen en uit rechtse hoek komt de waarschuwing dat criminelen nu de verantwoordelijkheid voor hun eigen daden kunnen afschuiven op het feit dat ze als kind een verkeerd dieet hebben gekregen. Maar uit een eerste, beperkte, proef met vrijwilligers blijkt dat zij zich na het nuttigen van die voedingssupplementen inderdaad minder vaak schuldig maakten aan disciplinaire vergrijpen dan vroeger.

 

Tekort aan ambulanciers brengt levens in gevaar 27 november 2004 – Het Laatste Nieuws – BELGIE - Het tekort aan ambulanciers is in ons land zo groot dat er mogelijk levens in gevaar zijn. In landelijke regio's moeten brandweerkorpsen uit verderop gelegen gemeenten de interventies overnemen. Mensen met een hartstilstand lopen dan grote risico's," zegt Filip van de Vijver, voorzitter van de Unie der Ambulancediensten. "De belangrijke vijfminutengrens om een leven te redden wordt in veel gevallen niet meer gehaald." De Unie der Ambulancediensten pleit nu voor een behoorlijk statuut voor de ambulancier-verpleegkundige.

 

Verblijf in longstay uitzichtloos 26 november 2004 – Volkskrant -- AMSTERDAM - Tbs'ers die zes jaar zonder resultaat in ten minste twee klinieken zijn behandeld, gaan naar de longstay-afdeling. Onderzoekers erkennen dat voorzichtigheid is geboden. Psychologen en psychiaters die ontoerekeningsvatbare patiënten proberen te behandelen, krijgen nogal eens te maken met gebrek aan motivatie. Daarnaast zijn er patiënten die iedere vorm van ziekte-inzicht missen, die het delict bagatelliseren of geen impulscontrole hebben. Soms doen zich tijdens de behandeling ernstige incidenten voor. Een aantal patiënten weigert medicijnen te nemen. Anderen zijn verslaafd of agressief, kampen met een blijvende paranoïde waan of hebben geen geweten. Sommigen fantaseren over het (zeden)delict dat ze hebben gepleegd. Het is slechts een greep uit de kenmerken van patiënten in tbs-klinieken en instellingen voor forensische geestelijke gezondheidszorg (ggz) die door hun behandelaars als 'blijvend gevaarlijk' worden aangemerkt. Het WODC, het wetenschappelijk bureau van het ministerie van Justitie, deed onderzoek om te achterhalen hoe groot die groep is. Forensisch psychiaters en psychologen stelden daartoe een lijst op met zeventig risicofactoren die een indicatie kunnen geven over permanent gevaar van patiënten. De conclusie: 658 patiënten, 40 procent van het totale aantal, blijft gevaarlijk. Een groot deel van hen hoort thuis in voorzieningen waar ze langdurig, indien nodig levenslang, kunnen wonen opgesloten. Dat kan een extreem beveiligde afdeling van een tbs-kliniek zijn, maar behandelaars vinden hekken, een vijf meter hoge muur en camerabeveiliging lang niet voor de hele doelgroep noodzakelijk. In de ggz verblijven weliswaar zeer moeilijk hanteerbare en behandelbare psychiatrische patiënten, maar een groot deel van hen zou prima terecht kunnen in een iets minder streng beveiligde voorziening op het instellingsterrein. Waar personeel er vooral op toeziet dat ze hun medicijnen blijven innemen en geen drank of drugs gebruiken. De groep onbehandelbare patiënten is zo omvangrijk dat het behandeloptimisme van weleer voorgoed lijkt verdwenen. In het verleden werden tbs-gestelden soms eindeloos doorbehandeld in de hoop dat zij zouden veranderen. Tientallen tbs'ers zitten al langer dan twintig jaar in een kliniek, de langstzittende al 44 jaar. Een behandelplek kost 400 euro per dag. Acht jaar geleden al drong de Tweede Kamer erop aan om voor uitbehandelde patiënten een aparte, minder kostbare afdeling te creëren. Veldzicht in Balkbrug (20 plaatsen) en de Pompekliniek in Nijmegen (40 plaatsen) gaven aan die oproep gehoor. Tbs'ers die zes jaar lang zonder resultaat zijn behandeld, in ten minste twee klinieken, komen in aanmerking voor de longstay-afdeling. De Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming bracht een half jaar geleden een kritisch rapport uit over de longstay. Zowel voor het aantonen als het voorspellen van voortdurend delictgevaar ontbreken wetenschappelijk gefundeerde criteria, schrijft de Raad. De WODC-onderzoekers erkennen dat voorzichtigheid is geboden. Er is nog weinig overeenstemming over hoe 'behandelbaarheid' kan worden getaxeerd, schrijven ze. Het inschatten van perspectief op langere termijn lijkt daarom nog moeilijker. Zo kunnen patiënten zich na verloop van tijd soms openstellen voor een behandeling die zij eerder afwezen, kan therapie in de loop der jaren verbeteren of kan de stoornis van de patiënt afnemen met diens leeftijd. Advocaten van tbs'ers laten niet na erop te wijzen hoe stigmatiserend en uitzichtloos een verblijf op een longstay-afdeling is. En wie eenmaal op zo'n afdeling zit, komt daar moeilijk weg omdat geen behandeling meer wordt uitgevoerd. Het gevaar bestaat, schrijft de Raad voor Strafrechtstoepassing, dat patiënten dan gevaarlijk worden geacht omdát ze op een longstay-afdeling zitten. Uit een eerder WODC-onderzoek naar het functioneren van de longstay-afdeling van Veldzicht blijkt dat patiënten redelijk tevreden zijn over hun kamer, hun werk en hun bestaan. Maar medewerkers van de kliniek spreken over 'een tijdbom'. Zij vrezen in de toekomst incidenten, als het gebrek aan perspectief sterker tot patiënten doordringt. Daarom pleiten ze voor meer afwisseling op de afdeling. Tbs'ers in de longstay zouden iets moeten hebben om naar uit te kijken en op terug te blikken. Al is het maar af en toe een groepsuitje.


Psychiatrie getrakteerd op honderden eierwekkers26 november 2004 – Red. Schizofrenie Bulletin / Ypsilon -- ROTTERDAM - "Noem het een verjaardagscadeau. Zie het als signaal. Maar bovenal: gebruik het als hulpmiddel om de zorg zichtbaar te verbeteren." Met die woorden stuurt de vereniging Ypsilon tussen nu en de jaarwisseling honderden eierwekkers naar werkers in de psychiatrie. De grootste consumentenorganisatie in de Geestelijke Gezondheidszorg bestaat vandaag 20 jaar. Met de eierwekkers hoopt de vereniging van familieleden van mensen met schizofrenie of een psychose meer persoonlijke aandacht te krijgen voor de zwaarste groep patienten. Het idee kwam van Wim Haisma, een van de deelnemers aan het hulpverlenerscongres dat Ypsilon vorige maand organiseerde. Daar constateerden 350 verpleegkundigen en andere werkers samen met Ypsilon dat de psychiatrie weliswaar zijn best doet, maar dat tegelijk de zorg verhardt. "De tijd die wordt vrijgemaakt voor patientencontact holt achteruit en maakt steeds meer plaats voor teamoverleg, een niet aflatende stroom e-mailberichten en het verantwoorden van productiecijfers." Als idee om het tij te keren kwam Haisma met een eierwekker. "Neem hem mee naar het teamoverleg. Gaat-ie af, dan is het de hoogste tijd om weer met directe patientenzorg aan de slag te gaan!". Haisma houdt op verzoek van Ypsilon de vinger aan de pols: hij gaat een aantal collega-instellingen bezoeken waarna hij een verhaal schrijft met de titel 'Teamoverleg: de patient wordt er beter van'. Gaat het werken? "Daar gaan we van uit", reageert Marja Hasert overtuigd. Ooit klopte ze als 'kind-van' en als 'zus-van' zelf aan bij Ypsilon, nu is ze voor velen het dagelijkse gezicht van de vereniging als eerstverantwoordelijke voor de adviesdienst. Samen met collega's en vrijwilligers geeft ze landelijk vijfduizend persoonlijke adviezen per jaar. Als geen ander weet ze dus waar in de praktijk de schoen wringt. "En als je nou zelf niet tevreden bent over de aandacht die je je patienten kunt bieden, dan is zo'n simpele eierwekker toch een prachtige manier om er concreet wat aan te doen?" De gedecideerdheid waarmee ze spreekt maakt duidelijk dat Ypsilon na 20 jaar nog niets aan kracht heeft ingeboet. De cijfers leren hetzelfde. De vereniging, die inmiddels meer dan 7.500 leden telt, verstuurde door de jaren heen meer dan 150.000 informatiepakketten. Ruim 200.000 mensen per jaar bezoeken de Internetsites en vragen samen meer dan een half miljoen pagina's op. En het publiek kan elke week wel een onderwerp in de krant of op tv tegenkomen waaraan Ypsilon heeft meegewerkt. Hasert: "We blijven opkomen voor de belangen van familieleden en we blijven de pleitbezorger voor die patienten die niet voor zichzelf kunnen opkomen. En dat is nodig ook!"

Groot gebrek aan opvang tbs'ers 26 november 2004 – Volkskrant -- AMSTERDAM - Er is een groot gebrek aan opvang voor blijvend gevaarlijke patiënten uit tbs-klinieken en instellingen voor geestelijke gezondheidszorg (ggz). Van de ruim 1600 patiënten die daar verblijven, blijft volgens schattingen van deskundigen 40 procent gevaarlijk. Dat blijkt uit onderzoek van het WODC, het wetenschappelijk bureau van het ministerie van Justitie, dat vandaag naar de Tweede Kamer wordt gestuurd. Slechts voor deel van gevaarlijke patiënten is plaats: Van de 658 blijvend gevaarlijke patiënten horen er volgens hun behandelaars tweehonderd thuis op een streng beveiligde longstay-afdeling van een tbs-kliniek, waar ze langdurig, mogelijk zelfs voorgoed, kunnen verblijven. Maar op dergelijke longstay-afdelingen zijn nu slechts zestig plaatsen beschikbaar. Voor nog eens tweehonderd zijn minder streng bewaakte maar wel langdurige verblijfsplaatsen nodig op het terrein van een ggz-instelling. Die zijn er nu nog niet. De overige 250 patiënten zouden onder strikt toezicht kunnen terugkeren in de maatschappij. Justitie wil longstay-afdelingen bijbouwen en liet daarom in kaart brengen hoeveel delinquenten gevaarlijk blijven en wat voor beveiliging en zorg zij nodig hebben. Psychiaters en psychologen uit acht tbs-klinieken en achttien forensische ggz-instellingen oordeelden over in totaal 1648 patiënten. Van de 1047 tbs'ers worden er 448 blijvend gevaarlijk geacht, van de 601 ggz-patiënten 210. Zowel in tbs-klinieken als in forensische ggz-instellingen wordt een deel van de dure behandelplaatsen ingenomen door onbehandelbare patiënten die vanwege het gevaar van het opnieuw plegen van een delict ook niet meer de maatschappij in kunnen. Zij verstoppen het systeem: zo wachtten in 2003 169 veroordeelden gemiddeld 229 dagen op plaatsing in een tbs-kliniek. Ook voor forensische ggz-instellingen bestaan lange wachtlijsten. Twee tbs-klinieken hebben de afgelopen jaren een speciale verblijfsafdeling gebouwd waar patiënten niet meer worden behandeld. Dat scheelt de helft van de kosten. Uit het WODC-onderzoek blijkt dat ruim tweehonderd patiënten, voornamelijk tbs'ers, naar zo'n afdeling zouden moeten. Het betreft vaak vluchtgevaarlijke zedendelinquenten. Ook is voor een kleine tweehonderd patiënten, van wie ruim de helft uit de tbs komt, een verblijfplaats met toezicht bij een ggz-instelling nodig. Relatief veel van die patiënten lijden aan schizofrenie, weigeren hun medicijnen te nemen en gebruiken alcohol of drugs. Geen enkele ggz-instelling heeft een longstay-afdeling. Minister Donner (Justitie) wil daarover overleg met collega Hoogervorst van Volksgezondheid. Bij de 250 delictgevaarlijke patiënten die onder streng toezicht terug de maatschappij in kunnen, is hun drank- of drugsverslaving een belangrijke oorzaak van het delictgevaar. Onder hen zijn 140 tbs'ers.

 

Toekomst van GGZ in beeld 25 november 2004 – Verpleegkundenieuws -- De GGZ-sector gaat proberen jaarlijks minstens 10 procent van de 24.000 zorgwekkende zorgmijders binnen de zorg te krijgen, met als einddoel al deze mensen de zorg te bieden die zij nodig hebben. Dat staat in het visiedocument 'De Krachten gebundeld. Ambities van de GGZ' van GGZ Nederland, dat zij op 24 november presenteerde. De sector wil ook het aantal 'veilige bedden' uitbreiden voor patiënten die lijden aan zowel een psychische stoornis als een ernstige gedragstoornis, bijvoorbeeld jeugdigen die door gebrek aan goede behandelplekken nu ten onrechte in een jeugd justitiële inrichting verblijven. GGZ Nederland denkt dat de keuzes zullen leiden tot een betere zorg voor patiënten. Volgens GGZ Nederland is investeren in preventie dé manier om de toenemende vraag naar GGZ af te remmen. Daarom zal de GGZ onder meer kennis overdragen aan alle 8000 huisartsen, 3000 maatschappelijke werkers en 1000 eerstelijn psychologen. Ook zullen GGZ-hulpverleners gaan werken vanuit de gezondheidscentra in de wijk. “Het is nog niet duidelijk hoe dat zal worden ingevuld. Dat wordt op instellingsniveau bepaald”, aldus woordvoerder Marja van Minnen.

 

Gebrek aan medisch personeel dreigt25 november 2004 – Het Parool – LONDEN – Een gebrek aan medisch personeel is een van de meest bedreigende situaties voor de wereldgezondheid van de 21ste eeuw. Meer dan vier miljoen extra medici zijn nodig. Dat stelt een medisch onderzoek in The Lancet.


Zorgautoriteit mag invallen doen 24 november 2004 – Medisch Contact / Artsennet -- De nieuwe toezichthouder voor de gezondheidszorg, de Zorgautoriteit, krijgt vergaande bevoegdheden. Dat staat in de plannen voor de Zorgautoriteit (ZA), waarover de Kamer zich begin volgend jaar moet buigen. De wet die de bevoegdheden regelt, is voor advies naar de Raad van State gestuurd. De toezichthouder mag ingrijpen bij machtsconcentratie onder zorgverzekeraars en zorgaanbieders en bij te hoge prijzen. Ook mag de Zorgautoriteit boetes uitdelen, contracten aanpassen of een inval doen bij een apotheek of ziekenhuis dat weigert informatie te overhandigen. Daarnaast gaat de toezichthouder controleren of de nieuwe basisverzekering tegen ziektekosten goed wordt uitgevoerd en of zorgverzekeraars zich wel aan bijvoorbeeld de acceptatieplicht houden. ´De gereedschapskist van de Zorgautoriteit is ruim gevuld´, zegt CTG-voorzitter Frank de Grave. Op 1 januari 2006 moet De Grave zijn tarievencollege CTG hebben omgevormd tot Zorgautoriteit, die dan officieel van start gaat. Hij kan alleen over de hoofdlijnen van de wet praten omdat die nog naar de Kamer moet. Maar de verschillende partijen in de gezondheidszorg hebben al gereageerd op de plannen. Zorgverzekeraars en ziekenhuizen hebben kritiek op de vergaande bevoegdheid om zo nodig met de hulp van de politie administraties in beslag te nemen. Zij vrezen voor aantasting van de privacy en openbaarmaking van bedrijfsgegevens. ´Je kunt ons vergelijken met een scheidsrechter die je in een goede positie moet brengen. Het CTG moet nu vaak informatie weghalen bij partijen die daar helemaal geen belang bij hebben. Dat maakt het leven niet gemakkelijk. Als wij meer instrumenten krijgen, gaat daar een stevige preventieve werking vanuit. Ik onderhandel liever´, zegt De Grave. Het CTG kan nu vaak niet ingrijpen omdat het te weinig gegevens krijgt. ´Dan wordt het moeilijk om maatregelen zo te onderbouwen dat ze bij de rechter standhouden. Ik hoop dat het parlement daar iets aan wil doen´, zegt De Grave. Vorig jaar wonnen de apothekers een rechtszaak bij het College van Beroep voor het Bedrijfsleven. Nog steeds weet het CTG niet precies hoe hoog de kortingen en bonussen zijn die de apothekers ontvangen. Vraagtekens zijn er ook over de hoge tarieven van orthodontisten. Het beeld is dat de tarieven voor beugels en andere tandcorrecties veel te hoog zijn. Maar als een beroepsgroep niet meewerkt aan een maatregel om de eigen tarieven te verlagen, kan het tarievencollege weinig doen. Ook de Orde van Medisch Specialisten heeft het CTG niet verteld hoeveel uur per week een specialist nu precies werkt. De Zorgautoriteit heeft werkafspraken gemaakt met karteltoezichthouder NMa. ´Zij doen de fusies in de gezondheidszorg en wij doen de rest´, beschrijft De Grave het basisprincipe. Daarnaast ondersteunt de NMa de ZA bij het opzetten van de nieuwe organisatie. Als een huisarts met een zorgverzekeraar moet onderhandelen die 80% van de verzekerden in de regio als klant heeft, is sprake van aanmerkelijke marktmacht van die verzekeraar. De Zorgautoriteit is daar beducht voor. ´In de onderhandelingen moet sprake zijn van een balans. Ik ben de vijand van alle verstoringen in het onderhandelingsspel. Wij kunnen aanvullende eisen stellen en vragen hoe prijzen en contracten totstandkomen´, zegt de CTG-voorzitter. Ook let de toezichthouder op oneerlijke concurrentie. De Zorgautoriteit zal net als de NMa een meldpunt inrichten waar zorgaanbieders, verzekeraars en andere betrokkenen klachten kunnen indienen of informatie kunnen inwinnen. Als een ziekenhuis behandelingen gaat aanbieden onder de kostprijs om nieuwe toetreders te weren, vindt het de Zorgautoriteit op zijn weg. De toezichthouder heeft aangegeven extra te gaan letten op kruissubsidiëring bij de ziekenhuizen. Dergelijke ongewenste subsidiëring kan optreden nu de prijzen van planbare ingrepen onderhandelbaar worden, terwijl 90% van het ziekenhuis nog op de oude manier wordt gefinancierd. De toezichthouder zal onafhankelijker van de minister van Volksgezondheid gaan werken als een zelfstandig bestuursorgaan. De minister zet de hoofdlijnen uit. Hij bepaalt in discussie met de Kamer in welke delen van de zorg de prijsvorming vrij wordt; zoals bij fysiotherapie vanaf 1 januari 2005. De Zorgautoriteit zorgt voor de uitwerking en bewaakt het proces. De minister kan niet meer ingrijpen in individuele gevallen.

 

Psychische hulp straks via de arbodienst -- Doel: minder verzuim op het werk25 november 2004 – Het Financieel Dagblad -- UTRECHT - Werknemers met psychische klachten kunnen straks bij een telefonische hulplijn van hun arbodienst terecht. Op die manier moeten ziekteverzuim en WAO-instroom worden teruggedrongen. Marktleider Arbo Unie begint vanaf volgend jaar een proef waarbij werknemers van de aangesloten onderwijsinstellingen terechtkunnen bij zo'n hulpdienst. Directievoorzitter Dick van der Laan van Arbo Unie verwacht een positief effect op het ziekteverzuim en de WAO-instroom. De telefonische hulpdienst is volgens hem veel laagdrempeliger dan een gang naar de huisarts. Daardoor kunnen eventuele problemen eerder worden aangepakt. 'Bovendien is de huisarts vaak ook niet bereikbaar.' Bij de hulpdienst kunnen werknemers ook klachten over de werkomstandigheden direct aankaarten. Naast rugaandoeningen vormen psychische klachten de belangrijkste reden voor mensen om (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt te raken. Bij een op de drie WAO-gevallen is sprake van een psychische oorzaak, die veelal samenhangt met problemen op het werk. De hulplijn biedt werknemers de gelegenheid met een 'counselor' te praten. 'Ook kunnen we kijken of een verder fysiek gesprek gewenst is, bijvoorbeeld met de bedrijfspsycholoog', zegt Van der Laan. Mocht de proef in het onderwijs aanslaan, dan wil Arbo Unie de telefoondienst aan alle aangesloten bedrijven en instellingen aanbieden. De arbodienst heeft met een omzet van euro 279 mln in 2003 ongeveer een derde van de markt in Nederland in handen. Volgens Van der Laan moeten arbodiensten zich onder druk van de aanstaande wetgeving vernieuwen. Vanaf medio 2005 vervalt naar verwachting de plicht voor bedrijven om een arbodienst in te schakelen. Zij kunnen dan de wettelijk verplichte arbotaken ook zelf organiseren. Van der Laan schat in dat arbodiensten hierdoor volgend jaar al minstens 10% van hun omzet kwijtraken. Ook andere arbodiensten zoeken naar nieuwe vormen van dienstverlening. Dit najaar werd bekend dat de verzelfstandigde arbobedrijven van KLM en ABN Amro een samenwerkingsverband hebben afgesloten met het VU medisch centrum. Daardoor kunnen werknemers zonder tussenkomst van de huisarts direct naar de specialisten van het VU-ziekenhuis.

 

Lichttherapie tijdens het ontbijt 25 november 2004 – Algemeen Dagblad -- Lichttherapie heeft in korte tijd een behoorlijke vlucht gemaakt. De winterdip krijgt nu ook een commercieel tintje. De lampenwinkel verkoopt sinds kort lichttherapieapparaten voor thuis. Als de duisternis het daglicht overschaduwt, groeit het onbehagen. Wekkers lijken midden in de nacht te rinkelen. Werknemers komen in het donker op kantoor, om hetzelfde gebouw in diezelfde duisternis weer te verlaten. Het is niet alleen dineren, maar ook ontbijten bij kaarslicht. De winterdip, ruim één miljoen Nederlanders hebben er last van. Dik eenderde daarvan wordt echt depressief van te weinig daglicht, zo blijkt uit onderzoek. Voor hen kan de huisarts of psychiater uitkomst bieden. Bij de milde variant biedt lichttherapie een uitkomst. Enkele keren voor een speciale lamp zitten, zorgt al voor een vrolijker humeur. Kunstmatig en UV-vrij daglicht laten vallen op het netvlies, remt de aanmaak van bepaalde stoffen en herstelt het biologisch ritme. Een lichtbehandeling in het ziekenhuis is niet meer per definitie nodig. De thuislamp is in opkomst. ,,Philips heeft enkele jaren geleden een lamp voor thuisgebruik ontwikkeld'', zegt directeur Toine Schoutens van MediluX, een bedrijf dat is gespecialiseerd in lichttherapie. ,,Het bedrijfsleven neemt de taak over van de huisarts. Een interessante ontwikkeling. Al is het raadzaam eerst de dokter te raadplegen, voor je een thuislamp aanschaft.'' De Lampenier, een speciaalzaak met 80 vestigingen, heeft inderdaad sinds kort lichttherapie in het assortiment. ,,We hebben de vraag eerst getest in een paar vestigingen'', zegt directeur Arnoud van Raak. Wegens succes ligt de door Philips ontwikkelde Original Bright Light nu in alle winkels. Prijs: 299 euro. Van Raak: ,,Het kost wat, maar de lamp is handig in gebruik. Je kunt gewoon ontbijten of je krant lezen. Klanten hebben ons verteld dat ze zich beter voelen.''Ook Cemex, groothandel in medische techniek, levert sinds vier jaar thuislampen. Hoewel het bedrijf - evenals Philips - geen verkoopcijfers wil geven, heeft Cemex dit jaar al 50 procent meer lampen verkocht dan in 2003. ,,Lichttherapie krijgt steeds meer bekendheid. Zo'n lamp is ook redelijk eenvoudig te gebruiken'', aldus Paul Kuipers van Cemex. Ook de thuiszorgwinkels verhuren en verkopen lichttherapie voor thuis. ,,We merken rond deze tijd een piek in de vraag naar lampen'', zegt Sylvia Suvaal van de Landelijke Vereniging Thuiszorgwinkels.

Lichttherapiespecialist Toine Schoutens waarschuwt wel voor de niet-geteste versies die sinds kort opduiken. ,,Ik heb al schoenendozen gezien met een hoop gloeilampen erin. En in een drogisterij kwam ik een apparaat tegen voor 9,95 euro onder de noemer lichttherapie. Die zijn niet klinisch getest en kunnen je ogen schaden, doordat dat licht UV-straling bevat.''

 

Post-traumatisch stress syndroom (PTSS): Oorlogsveteranen – Rambo in de polder   24 november 2004 – red. MdH – Vanavond om 22.50 uur wordt op Nederland 1 in ´Reporter´ (KRO) de aflevering ´Oorlogsveteranen – Rambo in de polder´ uitgezonden. In de Microgids (nr. 47) van deze week wordt de uitzending alsvolgt aangekondigd: `Voor sommige militairen begint de oorlog pas als die al voorbij is. Reporter richt zich een aantal weken op de veiligheid binnen Nederland. Vandaag aandacht voor militairen die terugkeren uit oorlogsgebieden, emotionele schade hebben opgelopen en daardoor een gevaar worden voor onze maatschappij. Zoals oud-marinier Paul S. die vorig jaar in gevechtstenue zijn ex-vriendin en haar familie ombracht. Een opmerkelijk gegeven: de oorlog in Vietnam heeft onder Amerikaanse militairen meer slachtoffers gemaakt door zelfmoord achteraf dan op het slagveld. Oorlogen eisen vaak pas hun tol als de gevechtshandelingen zijn gestaakt. Ook Nederlandse militairen krijgen steeds vaker te maken met de gevolgen van oorlogsvoering. Jarenlang was voor het Nederlandse leger de vijand ver weg en eigenlijk alleen bekend uit de instructieboekjes. Maar steeds vaker zijn ze in VN-verband betrokken bij conflicthaarden in de wereld. Doden of gewonden zijn daarbij nauwelijks gevallen. Psychische aandoeningen achteraf des te meer. Mart Vogels kent als geestelijk verzorger bij de krijgsmacht de problematiek van binnenuit. ´Soldaten worden geconfronteerd met gewelddadigheden die ze op het moment zelf niet kunnen verwerken. Hun militaire taak vereist immers actie en alertheid om in te grijpen in een bedreigende situatie. Dat is trouwens een oermechanisme van de mens: eerst jezelf en anderen in veiligheid brengen. Voor het verwerken van emoties is op het moment zelf weinig ruimte. De ervaringen worden als het ware afgescheiden van de gevoelens. Als die twee zaken niet op korte termijn bij elkaar gebracht worden, dan woekeren die gevoelens onderhuids door en duiken ze later op in de vorm van concentratiestoornissen, gevoelens van vervreemding en snel geïrriteerd zijn´. De medische term voor deze psychische schade ten gevolge van oorlogsgeweld is PTSS, het post-traumatische stress syndroom. Het is meestal een optelsom van psychische klachten. Volgens onderzoekers krijgt één op de twintig militairen hiermee te maken. Bij de Nederlandse legerleiding is er inmiddels volop aandacht voor de PTSS-problematiek. Voorbij is de tijd dat praten over psychische problemen werd afgedaan als ´sentimentele introspectie´ die niet past bij de cultuur van ´stoere jongens´. De stoere jongens zelf hebben nogal eens de neiging om trauma´s te negeren en er niet over te praten. Ze vinden dat ze zich over ingrijpende gebeurtenissen heen moeten zetten. Juist daarom is het leren herkennen van de symptomen door de militairen zelf één van de manieren om het probleem aan te pakken.´

Wat is nu de relatie tussen een trauma opgelopen door oorlog en een trauma opgelopen door seksueel grensoverschrijdend gedrag (GOG) door professionals? Wetenschappelijke feiten laten zien dat er wel degelijk een relatie bestaat tussen de gevolgen van beide genoemde oorzaken van ernstige traumatische gevolgen. De feiten verduidelijken hoe ernstig het trauma is dat vele slachtoffers van GOG door hulpverleners oplopen. De Duitse psychotherapeute Monika Becker-Fischer die sinds vele jaren samen met haar echtgenoot, prof. Gottfried Fischer, een centrum voor psychotraumatologie leidt en vele slachtoffers van GOG door hulpverleners heeft onderzocht en behandeld, heeft onderzoek verricht dat antwoorden geeft op de bovenvermelde vraag. In hun werk ´Sexueller Missbrauch in der Psychotherapie – was tun?: Orientierungshilfen fuer Therapeuten und interessierte Patienten´ (Asanger, 1996, ISBN 3-89334-258-3) leggen zij het verband tussen de traumatische gevolgen van foltering c.q. marteling en de gevolgen voor slachtoffers van grensoverschrijdend gedrag door psychotherapeuten. De auteurs onderzochten de gevolgen voor slachtoffers van GOG binnen de psychotherapie door middel van open vragen gericht aan de slachtoffers. De vragen die gesteld werden, luidden:

(1)     Welke symptomen verergerden sinds het GOG door de psychotherapeut (het seksueel GOG werd door de onderzoekers met de neutrale term ´seksueel contact´ aangegeven om het oordeel van de cliënten niet te beïnvloeden)

(2)     Welke symptomen werden na het GOG door de psychotherapeut voor het eerst bij de cliënten geconstateerd?

De resultaten worden door Becker-Fischer & Becker in drie tabellen samengevat:

(1)     Percentueel aandeel van afzonderlijke klachten binnen de steekproef (er werden 61 cliënten onderzocht)

(2)     IES-skala intrusie

(3)     IES-skala vermijding

De eerste tabel laat zien dat van de 193 genoemde symptomen die cliënten als ´ingangssymptomen´ noemden 135 symptomen door het GOG binnen de hulpverlening werden versterkt en dat 134 symptomen door het GOG erbij zijn gekomen (dus iatrogene c.q. uit het misbruik voortkomende schade). De ingangssymptomen geven aan dat de steekproef niet noemenswaardig afwijkt van symptomen die cliënten noemen die een psychotherapie gaan volgen. De 30 symptomen die genoemd werden zijn: afhankelijkheid, ambivalentie, angst, hypochondrische angst, de angst ´gek´ te worden, problemen op het werk, relationele problemen, depersonalisatie, depressieve symptomen, derealisatie, storingen in het beleven en hanteren van grenzen, identiteitsproblematiek, intrusie, isolatie en eenzaamheid, gevoelens van leegte, wantrouwen, gevoelens van onmacht, psychosomatische klachten, psychotische reacties, slaapstoornissen, schuldgevoelens, automutilatie, twijfel aan zichzelf, stoornissen in het seksueel functioneren, verslavingsproblematiek, suïcidaliteit, kwetsbaarheid, woede en ´andere problemen´. Versterkt werden vooral de symptomen angsten, relatieproblemen, symptomen van depressie, gevoelens van isolatie en eenzaamheid, wantrouwen, psychosomatische klachten, twijfel aan zichzelf, suïcidaliteit en stoornissen in het seksueel functioneren. Terwijl de symptomen die versterkt worden wellicht eerder op een niet specifiek beeld bij GOG lijken te duiden, zouden de symptomen die voor het eerst optreden door het GOG eerder op een specifiek beeld m.b.t. GOG wijzen. Bij de klachten waaronder slachtoffers van GOG voor het eerst gaan lijden door het GOG gaat het o.a. om de symptomen wantrouwen, twijfel aan zichzelf, suïcidaliteit en sterke neigingen tot somatisatie.

 

De tabellen 2 en 3 laten een gemiddelde waarde van de cliënten zien in vergelijking tot twee andere groepen: een groep bestond uit studenten geneeskunde na hun eerste sectie van een ontzield lichaam. De tweede groep bestond uit slachtoffers van foltering c.q. marteling. De gemiddelde waarden van de drie groepen die met elkaar werden vergeleken laten zien dat de psychische/emotionele belasting van de cliënten/patiënten die het slachtoffer werden van GOG door een psychotherapeut op het moment van uitvoering van het onderzoek, veelal dus jaren nadat het GOG heeft plaatsgevonden, nog vrij dicht in de buurt komt van de psychische belasting die slachtoffers van foltering en marteling ervaren. Met betrekking tot ´intrusie´ en ´vermijden´ liggen slachtoffers van GOG gemiddeld slechts 6 punten onder de slachtoffers van marteling en/of foltering terwijl zij ca. 15 punten boven de studenten geneeskunde liggen. Sterke overeenkomsten tussen beide soorten slachtoffers treft men vooral aan op het gebied van de intensiteit van emoties die gevoeld wordt wanneer het slachtoffer met herinneringen aan de traumatische gebeurtenissen van het seksueel GOG c.q. marteling wordt geconfronteerd. De totaalwaarde van tabel 2 (intrusie) geeft voor de groep van studenten geneeskunde na hun eerste sectie een waarde van 2,5 aan. De groep slachtoffers van foltering en/of marteling laat een waarde van 28,5 zien. De groep slachtoffers van GOG binnen de psychotherapie geeft een waarde van 21,14 aan. De totaalwaarde van tabel 3 (vermijding) geeft voor de groep studenten een waarde van 4,4, voor de groep slachtoffers van foltering/marteling een waarde van 18,67 en voor de groep slachtoffers van GOG een waarde van 15,54.

 

De resultaten tonen aan hoe ernstig de gevolgen van GOG binnen de psychotherapie (andere vormen van therapie c.q. geestelijke hulpverlening zullen hier niet ver vanaf staan) voor cliënten zijn. Het feit dat de psychische en emotionele belasting die door GOG door een hulpverlener ontstaat zo dicht in de buurt komt van de psychische/emotionele belasting die door mensen wordt ervaren die de meest gruwelijke folteringen en martelingen hebben overleefd, moge een bewijs daarvoor zijn dat de schade die GOG binnen de psychotherapie veroorzaakt buitengewoon ernstig is. Deels heeft dit te maken met het feit dat mensen die psychotherapeutische hulp zoeken zich al in een kwetsbare toestand c.q. situatie bevonden. Dit doet echter niets af aan het feit dat het GOG door een psychotherapeut enorme schade berokkent. Een psychotherapeut of ander geestelijk hulpverlener dient zich immers ervan bewust te zijn dat hij/zij met op enig punt of diverse punten kwetsbare mensen werkt c.q. aan mensen hulp gaat verlenen die op een bepaald moment in hun leven t.a.v. een of ander kwetsbaar zijn. Het veel gehoorde verweer van advocaten van plegers van GOG, namelijk dat de cliënt toch niet voor niets in therapie was en dus toch al beschadigd was en het dus maar de vraag zou zijn welk deel van de schade wel aan de dader toegerekend kan worden, dient in geen geval ervoor te zorgen dat de door GOG ontstane schade hierdoor gebagatelliseerd kan worden. Dat mogelijke primaire traumata zoals b.v. eerder seksueel misbruik ertoe zullen leiden dat het vervolgtrauma veroorzaakt door de hulpverlener een grote impact op de cliënt zal hebben, kan de (psycho)therapeut door opgedane beroepsmatige kennis en ervaring van te voren bedenken. Plegers van GOG dienen zich te allen tijde ervan bewust te zijn dat hun seksueel uitageren van eigen behoeften verdere, ernstige en langdurige schade aan hun cliënt zal berokkenen. Het feit dat de traumatische gevolgen van GOG nogal sterk lijken op de gevolgen die een slachtoffer van foltering c.q. marteling ondervindt, werd door de publicatie van Becker-Fischer & Becker dan ook al in 1996 bekend en het mag ondertussen binnen de betreffende beroepsgroepen evenals bij professionals en instanties die zich bezighouden met GOG en procedures betreffend o.a. schadevergoeding voor slachtoffers van GOG dan ook wel als bekend worden verondersteld. Bij interesse kunt u voor persoonlijk gebruik van de genoemde informatie een kopie van de betreffende pagina´s in het genoemde werk bij ons opvragen. Bovengenoemde informatie werd door onze redactie vertaald en/of samengevat.

 

Kinderen gebruiken meer antidepressiva 24 november 2004 – Spits -- Kinderen uit Europa en Noord- en Zuid-Amerika krijgen steeds vaker antidepressiva voorgeschreven. Vooral in Groot-Brittannië stijgt het gebruik sterk. Dat blijkt uit een overzicht van gegevens van negen verschillende landen in het decembernummer van Archives of Disease in Childhood. De beschreven studie van de University of London maakt gebruik van een internationale database. Daarin rapporteren ruim 10.000 artsen uit Engeland, Frankrijk, Duitsland, Spanje, de Verenigde Staten, Canada, Argentinë, Brazilië en Mexico periodiek hun voorschrijfgedrag. In alle negen landen is tussen 2000 en 2002 het aantal recepten voor antidepressiva voor kinderen gestegen. De grootste stijging (68 procent) deed zich voor in Groot-Brittannië. De toename was het kleinst in Duitsland (13 procent). Uit een tweede studie in Archives of Disease in Childhood blijkt dat in Groot-Brittannië vooral het gebruik van zogeheten serotonineheropnameremmers (SSRI's) vervijfvoudigde.

 

Niet de ziekte, wel de lasten – 24 november 2004 – Algemeen Dagblad – Bij patiënten met schizofrenie zijn bijna alle cognitieve vaardigheden in meer of mindere mate gestoord. Geheugen, aandacht en hogere uitvoerende functies (planning en het bijsturen van gedrag) zijn het meest aangedaan. Gezonde familieleden van patiënten met schizofrenie blijken dezelfde cognitieve problemen te vertonen. Dit blijkt uit onderzoek door Margriet Sitskoorn, neuropsycholoog in het Universitair Medisch Centrum (UMC) in Utrecht. De stoornissen bij patiënten zijn wel ernstiger van aard dan de problemen bij familieleden. Maar de geheugen- en concentratieproblemen die bij familieleden werden geconstateerd, zijn ernstiger dan die bij patiënten die een mild hersenletsel hebben opgelopen. De bevindingen ondersteunen het idee dat bepaalde cognitieve stoornissen erfelijk zijn en mogelijk samen met schizofrenie binnen bepaalde families voorkomen. Meer over de uitkomsten van het onderzoek in het blad Schizophrenia Research.

 

Ambulancebroeders vaak kop van jut 24 november 2004 – Algemeen Dagblad – AMSTERDAM – Ambulancepersoneel in Amsterdam heeft in drie maanden tijd vijftig keer te maken gehad met verbaal en lichamelijk geweld. Het ging daarbij onder meer om uitschelden, slaan, spuwen en schoppen, doorgaans door patiënten die alcohol of drugs hebben gebruikt. De ambulancedienst heeft de incidenten bijgehouden op verzoek van de gemeente, na een ernstig incident vorig jaar december.

 

Ervaringsverhalen gezocht -- 23 november 2004 -- Verpleegkundenieuws.nl -- Er is een wedstrijd uitgeschreven voor persoonlijke verhalen over agressieve bejegening van mensen die in de zorg of dienstverlenende sector werken. Het initiatief komt van oud-verpleegkundige Aad Klaassen die nu een advies en trainingsbureau heeft op het gebied van omgaan met agressie. Volgens Klaassen zijn de ervaringsverhalen interessant omdat je er van kunt leren. Bovendien kan het politici en beleidsmakers met de neus op de feiten drukken. Als er genoeg verhalen binnenkomen, wordt er een boek van gemaakt. De eerste prijs is 250 euro. Verpleegkundigen kunnen hun verhaal sturen naar kat@kat.nl. Zie ook: www.kat.nl.

 

Project om beroepscompetenties GGZ in kaart te brengen 23 november 2004 – Zorgkrant -- GGZ Nederland en de HBO-Raad zijn gezamenlijk een landelijk project gestart om de competenties van de HBO-opgeleide verpleegkundige, werkzaam in de geestelijke gezondheidszorg, in kaart te brengen. Met het project 'Ontwikkeling van een differentiatie GGZ voor de hogere beroepsopleiding tot verpleegkundige', willen GGZ Nederland en de HBO-Raad de HBO-V beter laten aansluiten op de beroepspraktijk in de geestelijke gezondheidszorg. Daarvoor moet eerst meer samenhang komen tussen de verschillende functies. Uitgangspunten daarbij zijn:

 

Centrum moet mishandeld kind helpen 23 november 2004 -- Trouw -- HAARLEM - Kinderartsen, politie en jeugdhulpverlening moeten nauw gaan samenwerken in 'kinderbeschermcentra' naar Amerikaans model, om zo kindermishandeling tegen te gaan. Dat bepleit het kind- en jeugdtraumacentrum in Haarlem. Ondanks een melding van mishandeling worden kinderen soms nog maandenlang misbruikt of geslagen. ,,Door de trage hulpverlening worden mishandelde kinderen aan hun lot overgelaten'', zegt de Haarlemse kindertherapeute F. Lamers. Volgens Lamers komen mishandelde kinderen veel te laat bij de jeugdhulpverlening terecht. De Bureaus Jeugdzorg en de Riaggs hebben lange wachtlijsten. Na een melding door een ouder of een leerkracht duurt het weken voor deskundigen een diagnose stellen. Pas dan kan de behandeling beginnen. ,,Slechts een deel van de mishandelde kinderen wordt uiteindelijk behandeld'', zegt Lamers. ,,De rest moet het zelf maar uitzoeken.'' Het Haarlemse kind- en jeugdtraumacentrum pleit daarom voor een 'kinderbeschermcentrum' naar Amerikaans model, waar een kinderarts, politiemedewerkers en jeugdhulpverlening nauw samenwerken en snel maatregelen nemen om de mishandeling te stoppen. ,,Een multidisciplinaire aanpak, want mishandelde kinderen kampen met fysieke, psychische en sociale klachten'', aldus Lamers. In San Diego wordt binnen 48 uur na de melding actie ondernomen om het kind uit de situatie van mishandeling te halen en de ouders in te lichten. Mishandelde kinderen worden in Amerika direct door een arts onderzocht, in Nederland gebeurt dat zelden. Bovendien wordt het kind dezelfde dag nog ondervraagd door een gespecialiseerde politie-medewerker. Daarna kijken de Amerikaanse hulpverleners of het kind veilig naar huis kan. ,,Ook de veiligheid van andere kinderen in het gezin wordt onderzocht'', zegt psychotherapeute Margreet Visser enthousiast. ,,Binnen een paar dagen komt er een plan van aanpak voor het slachtoffer, de ouder die alarm slaat en het kind probeert te beschermen, en voor de dader.'' De Nederlandse politie verhoort kinderen vanaf zes jaar, als het vermoeden van seksueel misbruik bestaat. Visser: ,,Een getraumatiseerd slachtoffertje geeft misschien geen coherente antwoorden, maar dat betekent niet dat het kind liegt over wat er met hem of haar is gebeurd.'' Nauwere samenwerking tussen politiemensen en hulpverleners van het traumacentrum voorkomt misverstanden.

 

Aantijgingen Smalhout verbazen Bernhard 20 november 2004 – Het Parool – DEN HAAG – Prins Bernhard heeft verbaasd gereageerd op de aantijgingen van professor Smalhout die beweert dat de prins in 1994 het slachtoffer is geweest van een medische misser in het Utrechts Medisch Centrum, waarbij hij blijvende schade opliep. Prins Bernhard liet via de Rijksvoorlichtingsdienst weten dat hij de reactie van Smalhout ´onbegrijpelijk en volstrekt misplaatst vindt´.

 

Zelfhulp op internet voor alcoholisten 20 november 2004 – Volkskrant -- UTRECHT - Probleemdrinkers die via internet gebruik maken van een zelfhulpprogramma, drinken na een jaar ruim een kwart minder. Een op de zes drinkt zelfs minder dan het maximumaantal glazen volgens de richtlijnen voor verantwoord drinken. Dat zijn beduidend betere resultaten dan tot nu toe gebruikelijk bij programma's tegen overmatig drankgebruik. Dit blijkt uit een onderzoek dat het Trimbos-instituut in Utrecht heeft uitgevoerd naar de effectiviteit van zijn nieuwe internetprogramma Minderdrinken. Het programma en de resultaten van het onderzoek worden dinsdag gepresenteerd tijdens het eerste congres GGZ en Nieuwe Media in Amsterdam. Vanaf dat moment is het programma ook gratis te gebruiken via de website www.minderdrinken.nl. Naar schatting 9 procent van de Nederlandse bevolking boven de zestien jaar behoort tot de probleemdrinkers. Bij hen is geen sprake van verslaving, wel van overmatig alcoholgebruik. Ze consumeren meer dan 14 (vrouwen) of 21 glazen (mannen) per week en bezondigen zich ook aan binge drinken, het innemen van grote hoeveelheiden op één avond (vrouwen meer dan vier, mannen meer dan zes glazen per keer). Kenmerkend is dat het overgrote deel van deze groep geen hulp zoekt, terwijl er wel aanleiding voor is omdat ze ook vaak psychosociale problemen (niet goed functioneren op het werk of thuis, vaker ruzie) of fysieke ongemakken ondervinden. Het internetprogramma dat het Trimbos-instituut heeft ontwikkeld in samenwerking met het NIGZ (Nationaal Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie) en Jellinek Preventie, biedt een laagdrempelige en vooral anonieme ondersteuning bij het zelfstandig veranderen van het drinkgedrag. Er werden 268 deelnemers voor het onderzoek geselecteerd die meer dan 42 glazen per week dronken. Een controlegroep kreeg via internet een brochure, de experimentele groep volgde het programma Minderdrinken. Na een jaar bleek het gebruik bij de experimentele groep gedaald tot gemiddeld 28 glazen per week, bij de controlegroep was dat 33. Bovendien bleek bij de experimentele groep 14,6 procent van de deelnemers onder de richtlijn te zitten, bij de controlegroep 5,6 procent. Ook het bingedrinken was significant afgenomen: bij de experimentele groep zei 28,7 procent geen grote hoeveelheden in één keer meer te drinken, bij de controlegroep 13,9 procent. Het programma is één van de internettoepassingen die recentelijk zijn ontwikkeld voor geestelijke gezondheidszorg en die in Amsterdam worden besproken.

 

Advies- en Meldpunt komt niet altijd in actie 19 november 2004 – Nederlands Dagblad -- VELP - Bellers naar een Advies en Meldpunt Kindermishandeling moeten er niet op rekenen dat direct actie wordt ondernomen. ,,Een AMK kan niet in het wilde weg mensen beschuldigen. Alleen een vermoeden is te vaag.'' Gert van Harten van het AMK begrijpt dat bellers naar het meldpunt soms niet helemaal gerustgesteld de hoorn neerleggen. ,,Natuurlijk snappen we dat. De stap om te bellen is al groot en ze verwachten toch wel dat het AMK het kind direct gaat helpen.'' Deze week is er een mediathemaweek op Nederland Drie over Geheim Geweld. Doel daarvan is de samenleving wakker te schudden om geheim geweld, zoals kindermishandeling, te signaleren en aan te pakken. Van Harten verwacht dat daardoor mensen met een vermoeden eerder naar een AMK zullen bellen. ,,Dat zien we altijd als er extra aandacht voor dit onderwerp is. Onze campagne had hetzelfde effect.'' Vorig jaar belden ruim 28.000 mensen met het AMK; in minder dan 8000 gevallen resulteerde dat in een melding. Bij een melding neemt het AMK de verantwoordelijkheid op zich om te onderzoeken of er werkelijk sprake is van kindermishandeling. Het zorgt er zo nodig ook voor dat het gezin de juiste hulp krijgt. Bij een advies is dat niet het geval. De beller krijgt te horen hoe hij of zij het gezin het beste kan helpen. ,,Denk niet dat als je belt naar een AMK je binnen tien minuten klaar bent. Gemiddeld duurt een gesprek drie kwartier.'' Van Harten benadrukt dat dat heel normaal is. ,,Allereerst moet de situatie geïnventariseerd worden. We moeten weten wat er precies aan de hand is en wat de beller zelf al gedaan heeft met het vermoeden.'' Het AMK legt geen dossier aan, maar bewaart het advies drie maanden. Als er binnen dat tijdsbestek een volgende beller over hetzelfde gezin contact opneemt, is de stap naar een melding makkelijker gemaakt. Volgens Van Harten is zorgvuldigheid heel belangrijk. ,,Straks is er niets aan de hand. Een incident. Dat gebeurt helaas ook wel eens. Dan staan de hulpverleners opeens voor de deur, op basis van een anonieme melding. Dat is heel ingrijpend.'' De medewerker van het AMK stelt allerlei vragen aan de beller. ,,Is er bijvoorbeeld al geprobeerd met het gezin te praten, zonder gelijk te beschuldigen? Of met het kind zelf? Waarop zijn de vermoedens eigenlijk gebaseerd? Wat is er concreet gebeurd?'' Vaak blijkt, volgens Van Harten, dat de bellers vooral behoefte hebben aan iemand die meedenkt. ,,Bellers kunnen bij ons hun bezorgdheid uiten en wij geven ze handvatten om ermee om te gaan. We willen juist dat de samenleving meer verantwoordelijkheid voor elkaar gaat nemen, dus niet dat hulpverleners zich onnodig met gezinnen gaan bemoeien.'' Vijftig procent van de bellers naar een AMK is een familielid, eem vriend, een buur of kennis van het gezin. De andere helft bestaat uit beroepskrachten, zoals een leerkracht op een basisschool. De keuze van het AMK om iets een melding of een advies te laten zijn, hangt af van de informatie die de beller geeft. ,,Als de beller zelf niets meer kan doen en duidelijk maakt dat er dringend hulp nodig is, dan wordt het advies een melding.'' Als het onderzoek, na een melding, wordt opgestart, zoekt het AMK eerst contact met de hulpverleningsinstanties. Wat zijn hun ervaringen met het gezin? Ook stuurt het AMK hulpverleners langs om met het gezin zelf te praten. Voor het gezin blijft de melder anoniem. ,,Soms zijn de mensen heel boos. Dan willen ze weten wie hun dat heeft geflikt, dus we gaan heel voorzichtig met hun gegevens om.'' In het uiterste geval wordt de Raad voor de Kinderbescherming ingeschakeld. ,,Als de ouders echt helemaal niets willen en hulp wel nodig is.'' Vorig jaar overleden veertien kinderen over wie gebeld was naar het AMK, blijkt uit de jaarcijfers. Van Harten betreurt dat, maar legt uit dat het meldpunt gedaan heeft wat het kon. ,,Het AMK heeft ook zijn beperkingen. Zonder concrete aanwijzingen kunnen we weinig. We zijn en blijven afhankelijk van de ogen en oren van onze bellers.''

 

Aandacht voor agressie en geweld in de zorg 19 november 2004 – medischewereld.com -- Agressie en geweld komen helaas ook in de zorg veelvuldig voor. De uitzending van het wekelijkse televisieprogramma “Visie op zorg” gaat op 21 November 2004 in op de aanpak van agressie en geweld op de werkvloer in ziekenhuizen en op de wijze waarop je dit kunt voorkomen. Het project Veiligezorg wordt toegelicht aan de hand van ervaringen met het project binnen een ziekenhuis en de rol van de politie hierbij. Wat is er al bereikt op de Spoedeisende Hulp? Ook de PvdA-politicus Peter van Heemst vertelt over nut en noodzaak van Veiligezorg. Visie op Zorg: De uitzendingen van RTL 5 zijn bedoeld voor iedereen die geïnteresseerd is in de sector zorg en welzijn. Per uitzending worden drie of vier onderwerpen behandeld. Deze informeren de kijkers over nieuwe inzichten, praktijkervaringen, experimenten en het werk in de zorg. Andere onderwerpen die zullen worden toegelicht zijn "Gevaarlijke stoffen", "Werkdruk en psychische belasting", "Fysieke belasting" en "Verzuim en reïntegratie". Meer informatie http://www.veiligezorg.nl.

 

Belangrijke ontwikkelingen op 22 november 2004 bij Verplegingenverzorging.nl --  19 november 2004 – medischewereld.com --

Vanaf 22 november 2004 is het zover. Dan publiceert Verplegingenverzorging.nl het Gordon Nanda Informatie Centrum (GNIC), een enorme databank met 111 kant en klare zorgplannen, verpleegkundige diagnoses van NANDA en actuele informatie m.b.t. het verpleegkundig proces en verpleegkundige diagnostiek. Ook de Kennisdatabank voor de Zorg (KDBZ) wordt momenteel gerenoveerd en zal op 22 November goed gevuld en in een sterk verbeterde versie (zowel qua layout als werkwijze) gepubliceert worden. Deze en volgende week wordt aan beide mega-projecten de laatste hand gelegd. Zo wordt er voor de KDBZ een offline dataopslag- en administratiesysteem ontwikkelt en worden er in het GNIC koppelingen gemaakt met het in januari 2005 uit te komen Digitaal Zorg Dossier. Vanwege de werkzaamheden die zeer veel tijd en inspanning kosten zal de website van Verplegingenverzorging.nl tot 22/11 niet ge-update worden. Ik hoop op uw begrip hiervoor.

 

Centraal registratienummer in jeugdzorg 19 november 2004 – Telegraaf -- DEN HAAG - Jongeren met problemen moeten een centraal dossier krijgen, zodat bijvoorbeeld scholen, de politie en voogdij-instellingen van elkaar weten welke hulp een jongere krijgt. Dat is, zo hebben ingewijden vrijdag bevestigd, een van de aanbevelingen van de Operatie-Jong. De organisatie heeft in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid onderzocht hoe de jeugdhulpverlening kan worden gemoderniseerd. De aanbevelingen worden maandag gepresenteerd. Operatie-Jong staat onder leiding van oud-staatssecretaris Van Eijck van Financiën. Het is al jaren bekend dat een groot aantal organisaties hulp verleent aan jongeren zonder dat ze van elkaar weten wie wat doet. Vaak denken de instellingen van elkaar dat ze hulp leveren, terwijl dat niet het geval is. Volgens de voorstellen moeten vertrouwenspersonen van de diverse instellingen de bevoegdheid krijgen het centrale dossier in te zien. De huidige privacyregels hoeven daarvoor, zo zeggen betrokkenen, niet te worden aangepast. Elke jongere die in de jeugdhulpverlening verzeilt raakt, zou een registratienummer moeten krijgen. Het centrale dossier wordt aan dat nummer gekoppeld.

 

Inspecteur Jeugdzorg wil wettelijke meldplicht 18 november 2004 --  Telegraaf -- DEN HAAG - De Inspectie Jeugdzorg krijgt maar twee keer per jaar een melding dat een klantje van de jeugdzorg een niet natuurlijke dood is gestorven. Jaarlijks overlijden echter ongeveer vijftig kinderen aan kindermishandeling. Hoofdinspecteur J. de Vries vindt dit onverteerbaar. Zij pleit daarom voor een wettelijke meldplicht, zo laat haar woordvoerster donderdag weten. De Vries vindt het protocol dat staatssecretaris Ross-van Dorp (Volksgezondheid) volgend jaar wil invoeren niet genoeg. Ze vindt dat Ross dit wettelijk moet regelen. "De veiligheid van een kind is heilig", benadrukt De Vries via haar voorlichter. "Als de inspectie geen meldingen krijgt, kan zij niet nagaan wat er is gebeurd." Ross wil echter pas overgaan tot een wettelijke plicht, als blijkt dat protocollen niet werken. Zij heeft daarvoor de steun van een meerderheid in de Tweede Kamer.

 

Verpleeghuizen gaan keurmerk invoeren 18 november 2004 – Volkskrant -- DEN HAAG - Verpleeg- en verzorgingshuizen gaan zelf een keurmerk invoeren waarin wordt vastgelegd wat goede zorg aan ouderen is. De wensen van iedere bewoner van een verpleeghuis komen in een zorgplan te staan. Een nieuwe branchenorm geeft aan hoe vaak een oudere op zijn minst moet douchen, uit bed gehaald moet worden en mee kan doen aan activiteiten. Branchevereniging Arcares heeft de uitgangspunten voor het kwaliteitskeurmerk donderdag aan staatssecretaris Ross (Volksgezondheid) overhandigd. Een bewoner van een verpleeghuis moet zoveel mogelijk zijn eigen leven kunnen blijven leiden. Ook moet het personeel beter werk gaan leveren. In het najaar van 2005 moeten de eerste instellingen een keurmerk kunnen krijgen na toetsing door een onafhankelijke partij. De Inspectie voor de Gezondheidszorg sprak in september van een zorgelijke situatie in de Nederlandse verpleeghuizen. In bijna 80 procent van de instellingen is de kwaliteit van de zorg onder de maat, stelde de inspectie vast. De verpleeghuizen moesten voor het einde van het jaar orde op zaken stellen en plannen opstellen om ook op de langere duur verantwoorde zorg te kunnen leveren. Staatssecretaris Ross zei in een reactie op de scherpe kritiek van de inspectie al dat verpleeghuizen hun zorg op de bewoners af moeten stemmen. Donderdag reageerde ze instemmend op de branchecode die Arcares gaat ontwikkelen, al zei ze erbij dat de normen die de branche zichzelf gaat stellen niet veel strenger zijn dan nu gangbare praktijk in verpleeghuizen. 'Veel instellingen voldoen hier al aan.' Verpleeghuizen die onder de maat blijven, kunnen in haar ogen rekenen op minder geld van zorgverzekeraars.

 

Gronings onderzoek: hersenscan toont meervoudige persoonlijkheidsstoornis – 17 november 2004 – Groninger Internet Courant -- De psychiatrische diagnose 'meervoudige persoonlijkheidsstoornis' [red.: oftewel Dissociatieve Identiteits Stoornis (DIS)] is nog controversieel, maar Simone Reinders laat voor het eerst zien dat een meervoudige persoonlijkheid op een hersenscan zichtbaar te maken is. Dat blijkt uit onderzoek van de Groningse onderzoekster aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zo blijken twee persoonlijkheden van een patiënt verschillende delen van de hersenen te activeren: wanneer een patiënt met zijn traumatische verleden wordt geconfronteerd is een ander deel van de hersenen actief dan wanneer hij niet-traumatische herinneringen ophaalt. De verschillen in geactiveerde hersendelen blijken te duiden op een verschil in zelfbewustzijn. Naast de hersenscans laten ook andere metingen verschillen zien tussen de twee bewustzijnstoestanden: zo zijn onder andere de bloeddruk en de hartslag afwijkend en geeft de patiënt andere antwoorden op dezelfde vragen. De resultaten van het onderzoek van Reinders zijn een belangrijke steun in de rug voor patiënten met de stoornis. Dit vooral omdat de diagnose in de psychiatrische wereld nog omstreden is. ,,Patiënten krijgen nu bevestiging. Ze hebben niet het idee dat ze zich aanstellen.''

 

Half miljoen slachtoffers huiselijk geweld 16 november 2004 -- DEN HAAG - Ongeveer 500.000 vrouwen, kinderen en mannen worden jaarlijks in Nederland in eigen huis mishandeld. Dit blijkt uit dinsdag verschenen cijfers van de 25 politieregio's. De politiekorpsen registreerden van mei tot en met augustus het aantal gevallen van huiselijk geweld. Omgerekend naar een jaar gaat het om 56.000 incidenten. Onderzoek wijst echter uit dat slechts 12 procent van alle gevallen van huiselijk geweld bij de politie terecht komt. Het is voor het eerst dat de politie met dergelijke gedetailleerde informatie over dit onderwerp komt. Ruim 80 procent van de slachtoffers is vrouw, 18,5 procent is man. Vrouwen zijn grotendeels tussen de 25 en 45 jaar. Bij seksueel geweld zijn vooral kinderen en jongeren het slachtoffer. Per jaar worden ongeveer 22.000 jongeren slachtoffer van huiselijk geweld. Volgens de politie is extra aandacht nodig voor deze groep, ook als zij getuige zijn, omdat zij in de pubertijd op straat in hetzelfde gedrag kunnen vervallen. Niet alleen geweld en misbruik vallen onder huiselijk geweld. Ook pesten en treiteren, bijvoorbeeld door het vernielen van eigendommen, en bedreiging worden ertoe gerekend. De politie zegt dat de cijfers een "niet te miskennen signaal afgeven over de ernst van dit grote maatschappelijke probleem." Zij kan dit zelf niet oplossen, hooguit optreden tegen excessen. De politie ziet een taak voor gemeenten en hulpverlenende instanties, zeker als er geen strafbare feiten zijn gepleegd. Uit de nu bekende politiecijfers blijkt dat in slechts 33,6 procent van de gevallen ook een aangifte volgde. Dat heeft te maken met de afhankelijke positie waarin slachtoffers vaak zitten of dat aangifte onmogelijk is zoals bij kindermishandeling. Toch kon de politie in 58 procent van de aangiften een dader aanhouden. Nu valt nog niet na te gaan in hoeveel gevallen er op een andere manier, bijvoorbeeld door bemiddeling, aandacht voor het probleem was. Volgend jaar is deze mogelijkheid er wel.

 

Pictogenda 2005 15 november 2004 – Nieuwsbrief Bohn Stafleu van Loghum -- Wat is de Pictogenda? De Pictogenda is een agenda voor mensen die moeite hebben met lezen, schrijven en/of praten. De tekst is vervangen door pictogrammen: de zondag is bijvoorbeeld een zonnetje december een kerstboom en de tijden zijn vervangen door lege klokken waarop je zelf de wijzers kunt tekenen. Achterin de agenda zijn bovendien meer dan 200 stickerpictogrammen opgenomen die je zelf in je agenda kunt plakken. Voor wie is de Pictogenda? De Pictogenda is geschikt voor iedereen die zich moeilijk verstaanbaar kan maken, moeite heeft met lezen en schrijven en/of gebeurtenissen in de tijd te overzien. De Pictogenda wordt dan ook al jaren met veel succes gebruikt door: mensen met een verstandelijke beperking, mensen met een stoornis in het autistische spectrum, mensen met spraak- en taalproblemen, doven en slechthorenden, kinderen in het speciaal onderwijs. Pictogenda Printer: Sommige pictogrammen uit de Pictogenda zijn snel op. Daarom is de Pictogenda Printer ontwikkeld, een computerprogramma op CD-rom, waarmee je alle pictogrammen uit de Pictogenda en andere afbeeldingen eenvoudig zelf op stickervellen kunt printen. De Pictogenda Printer verschijnt, net als de Pictogenda, ieder jaar in september in een nieuwe versie. Hiermee kun je dan tot en met december in het jaar erop onbeperkt printen. Lees alles over Pictogenda op www.pictogenda.nl.

 

Nieuwe behandeling voor anorexia en boulimia 15 november 2004 – Telegraaf -- AMSTERDAM - Bij het centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam gaan vrijdag de deuren open van een nieuwe afdeling voor jongeren met een eetstoornis. In het centrum krijgen kinderen een nieuwe behandeling, die in Zweden bij 75 procent van de patiënten tot volledig herstel leidt. Bij de meeste, gangbare methoden geneest ongeveer 50 procent. De nieuwe dagbehandeling heet de Mandometer-methode. Hierbij leren jongeren met behulp van een aan een computer verbonden weegschaal weer op normale manier te eten en hun gevoel van verzadiging te herkennen. Verder leren ze te ontspannen en rusten in warme kamers. Daarnaast wordt aandacht besteed aan het weer oppakken van school of werk, sociale contacten en een goed zelfbeeld. De nieuwe afdeling werkt nauw samen met het Emma kinderziekenhuis in het AMC.

 

Meerderheid mijdt instanties bij kindermishandeling 15 november 2004 – Telegraaf -- HILVERSUM - De wetenschap dat sprake is van kindermishandeling is voor twee van de drie Nederlanders geen reden om naar naar een officiële instantie te stappen. Vier op de tien Nederlanders gaan in zo'n geval eerst praten met de ouders van het kind of met het kind zelf. Dat blijkt uit een maandag gepresenteerde enquête van onderzoeksbureau Interview/NSS in opdracht van de actualiteitenrubriek NOVA. De helft van de Nederlanders die bij instanties melding maken van kindermishandeling, vindt dat er niet goed wordt gereageerd door de hulpverlening. De zogeheten 'opvoedkundige tik' valt volgens de helft van de ondervraagde Nederlanders niet onder de definitie voor kindermishandeling. Een meerderheid vindt dat een verbod op geweld bij de opvoeding in een wet moet worden vastgelegd.

 

Kinderrechtenweek van start met toespraak Hoogervorst 15 november 2004 – Actueel.nl -- De Kinderrechtenweek is maandag van start gegaan. In Nemo in Amsterdam opende minister Hans Hoogervorst van Volksgezondheid samen met een groep schoolkinderen de week, die wordt georganiseerd door Unicef. Hoogervorst hield een toespraak waarin hij uitlegde hoe belangrijk inenting is voor kinderen. Met de Kinderrechtenweek wil Unicef bereiken dat regeringen meer aandacht besteden aan de inenting van kinderen. "Op dit moment wordt een kwart van de kinderen niet ingeënt tegen verschillende ziektes. We willen regeringen oproepen ook dat laatste stapje te zetten", zegt persvoorlichter Roy van der Ploeg van Unicef. Hij erkent dat de meeste problemen in Afrikaanse landen liggen. "Maar we willen ook westerse regeringen aanmoedigen meer geld te besteden aan inentingen." In Nemo werd ook een brok ijs in stukken geslagen. Midden in dat brok lag een injectiespuit, die moet symboliseren dat veel kinderen niet worden ingeënt. Daarnaast wordt ook een internetspel voor 8- tot 12-jarigen gepresenteerd. "Kinderen moeten in dat spel injecties vervoeren vanuit het magazijn van Unicef in Kopenhagen naar Mali. Dat moeten de kinderen helemaal zelf regelen. En al die tijd moeten de injecties gekoeld bewaard worden," legt Van der Ploeg uit. De komende week staat verder onder meer een spreekbeurtenactie op het programma. Op 1200 basisscholen in het hele land geven kinderen vrijdag een spreekbeurt over de rechten van het kind. Zaterdag wordt de Kinderrechtenweek afgesloten. Dan is het vijftien jaar geleden dat het VN-verdrag voor de Rechten van het Kind werd getekend.

 

Jaarlijks 80.000 kinderen mishandeld 14 november 2004 – Telegraaf -- HILVERSUM - In Nederland worden naar schatting jaarlijks 80.000 kinderen mishandeld. Het gaat niet alleen om een pedagogische tik, maar ook om systematische mishandeling over een langere tijd. Elke week sterft een kind door kindermishandeling. Om daar aandacht voor te vragen hebben de publieke omroepen de komende week uitgeroepen tot de week van de kindermishandeling. Vanaf zondag zenden de omroepen programma's uit op radio en televisie waarin zij dit Geheim Geweld van diverse kanten belichten. Het gaat om de wetgeving die in Nederland nog ontbreekt. Mishandeling is volgens het wetboek van strafrecht al verboden. Maar minister Donner (CDA) wilde vorig jaar nog geen verbod van het slaan van kinderen in het burgerlijk wetboek opnemen. Begin dit jaar ging hij echter overstag. Donner was bereid het burgerlijk wetboek aan te passen. Hij hoopt hiermee de kans van slagen van rechtszaken om kinderen uit de ouderlijke macht te ontzetten te verbeteren. Bovendien moet de norm zijn dat slaan niet hoort. Staatssecretaris Ross-van Dorp (Jeugdzorg) hoopt dat de wet volgend jaar al aangepast is, zei ze zondag in het programma Buitenhof. Daarnaast werkt ze aan betere samenwerking van hulpverleners en een meldcode voor artsen. De staatssecretaris hoopt volgend jaar een onderzoek te krijgen van de Rijksuniversiteit in Leiden en de Vrije Universiteit in Amsterdam, waarin betrouwbaardere cijfers over kindermishandeling naar boven komen dan de huidige schattingen. Mocht uit dat onderzoek blijken dat een meldcode niet afdoende is, wil ze kijken naar een meldplicht voor artsen. In de week van de kindermishandeling komen ook andere aspecten komen aan bod, zoals de gevolgen van echtscheiding en persoonlijke verhalen van slachtoffers. Zo vertellen bekende Nederlanders over hun eigen ervaringen met geweld, seksueel misbruik of andere vormen van kindermishandeling. Geheim Geweld is een initiatief van programmamakers Har Tortike en Carla Boes. Zij zijn naast hun televisiewerk actief in de jeugdhulpverlening en zeggen voortdurend geconfronteerd te worden met onwetendheid over de ernst van het probleem. Met de week van de kindermishandeling willen ze Nederland wakker schudden.

 

Waalse chirurg eerste die systematisch eigen fouten onderzocht – 13 november 2004 – Utrechts Nieuwsblad -- U TRECHT / LONDEN - Dat veiligheidssystemen in de luchtvaart, de petrochemische en nucleaire industrie artsen helpen fatale fouten bij de behandeling van patiënten te voorkomen, is al langer bekend. Het was de Waalse kinderhartchirurg prof dr Marc de Leval die daarover in 1996, als een van de eerste artsen, verslag deed. De topchirurg van het Great Osmond Street Hospital in Londen snapte er niets van dat in 1993 in korte tijd maar liefst zeven door hem geopereerde baby’s bij een niet al te moeilijke vaatcorrectie waren overleden. Van de 52 zuigelingen bij wie hij daarvoor dezelfde operatie had uitgevoerd was er slechts één gestorven. Op onorthodoxe wijze ging De Leval op zoek naar de mogelijke oorzaken van zijn falen door onder de lichtkrans van onfeilbaarheid uit te kruipen. De chirurg ontdekte dat hij was achtergebleven bij het verfijnen van de operatietechnieken. Maar daarmee was slechts de helft van het aantal missers verklaard. Er moesten nog andere, menselijke factoren zijn waardoor de levens van de pasgeborenen door zijn handen waren geglipt. Uiteindelijk vond hij het antwoord hierop in de luchtvaartliteratuur. Bestudering van zorgvuldig en gedetailleerd gerapporteerde bijna-botsingen in de lucht en op de grond, leerde hem dat hij door de 52 wel geslaagde operaties vermoedelijk was misleid. Niemand had ooit gelet op de bijna-missers in de operatiekamer. Die waren niet opgemerkt, laat staan dat het teruglopen van de chirurgische vaardigheden van De Leval in de gaten was gehouden.

De chirurg nam meteen maatregelen. Net als in de cockpit van een vliegtuig of de controlekamer van een kerncentrale voerde hij een controlesysteem in dat alle verrichtingen in de operatiekamer nauwkeurig registreerde. Stap voor stap ontdekte hij waar de fouten erin waren geslopen en hoe door louter geluk 52 patiëntjes de operatie wel hadden overleefd. Uiteindelijk publiceerde De Leval al zijn bevindingen in maart 1997 in het vermaarde medisch-wetenschappelijk tijdschrift The Lancet. Dat maakte de tongen in medische kringen wereldwijd los en leidde de afgelopen jaren tot meer onderzoek, conclusies en aanbevelingen om de veiligheid voor patiënten in ziekenhuizen te verbeteren.

 

Patiënt ggz maakt weinig gebruik van second opinion 12 november 2004 – Zorgkrant -- Uit een pilotstudie, die een aantal ggz-instellingen een aantal jaar geleden begon rond de een regeling voor een onafhankelijke second opinion in de ggz, blijkt dat betrekkelijk weinig patiënten gebruik maken van een second opinion. Dit schrijft GGZ Nederland. Tijdens de pilot konden patiënten vanuit de ene instelling (zonder extra kosten) gebruik kunnen maken van hun recht op een second opinion bij een andere instelling. De ggz-instellingen DeltaBouman, Parnassia, GGZ Drenthe, De Gelderse Roos, PC Nijmegen, De Viersprong en Altrecht maakten met elkaar afspraken om aan de vraag naar een second opinion te voldoen. Uit de evaluatie van de pilot blijkt nu dat er relatief weinig gebruik gemaakt wordt van de regeling, maar dat patiënten het wel erg prettig vinden dat de regeling er is. Ook blijkt dat er meer van de regeling gebruik wordt gemaakt als instellingen geografisch niet ver van elkaar liggen.

 

Stimuleringsprijs voor aanpak psychische klachten jonge asielzoekers -- 11 november 2004 – Zorgkrant -- Vluchtelingenwerk Midden-Gelderland heeft de ZonMw Stimuleringsprijs 2004 gewonnen met het project ‘Open Windows’. Dit project haalt jonge asielzoekers uit hun isolement. Aan de prijs is een geldbedrag van 70 duizend euro verbonden. De omstandigheden waarin deze jongeren verkeren zijn vaak zeer belastend, hetgeen de kans op psychische problemen vergroot. Zo hebben de jonge asielzoekertjes vaak weinig contact met leeftijdgenootjes en nemen ze nauwelijks deel aan activiteiten die voor jongeren zo belangrijk zijn. Bovendien is hun toekomst onzeker. Het project ‘Open Windows’ biedt deze jongeren de kans weer even jong te zijn. Tijdens workshops met theatermakers, dansers en muzikanten kunnen ze hun eigen talenten ontdekken en in contact komen met andere jongeren. Het project wordt in vier asielzoekerscentra uitgevoerd.

 

Zes van de tien verstandelijk gehandicapten misbruikt  -- 11 november 2004 – Dagblad van het Noorden -- GRONINGEN / VEENDAM - Zeker zes van de tien verstandelijk gehandicapten zijn één of meer keren seksueel misbruikt. Het aantal meldingen van misbruik loopt mede op, doordat deze kwetsbare groep mensen steeds vaker buiten instellingen woont. Ook seksuele voorlichting laat te wensen over. "We willen dat gehandicapten zelfstandiger leven, maar daar bereiden we ze niet goed op voor. We voeden ze niet op tot weerbare burgers. Bang dat ze dan veel te assertief worden. Zo is dat in Nederland", zegt orthopedagoge Aafke Scharloo. "We houden ze klein en leren ze niet om 'nee' te zeggen. Anders zouden ze zeker de zorg in Nederland niet meer accepteren." Scharloo doet veel onderzoek onder verstandelijk gehandicapten. Zij wordt door politiekorpsen in het hele land ingeschakeld om vermoedens van seksueel misbruik te onderzoeken. Volgens de orthopedagoge zijn sommige gehandicapten tijdens hun leven afhankelijk van duizend verschillende begeleiders, zoals fysiotherapeuten, taxichauffeurs of logopedisten. "Ook lichamelijk zijn ze daarvan afhankelijk en dat brengt een groot risico met zich mee. Gehandicapten hebben vaak een negatief zelfbeeld. Als er dan iemand komt die zegt dat hij of zij aardig en mooi is, gaat de deur open. Vooral als ze eerst beschermd opgroeien in een instelling en daarna bijvoorbeeld in een begeleid wonen-project terecht komen. Daar is vervolgens nauwelijks toezicht. Met alle gevolgen van dien." 

 

Veel doden door flater ziekenhuis – 11 november 2004 – Volkskrant -- DEN HAAG - Minister Hoogervorst van Volksgezondheid eist dat ziekenhuizen serieus aan de slag gaan om de kwaliteit van de zorg voor hun patiënten te verbeteren. Jaarlijks sterven tussen vijftienhonderd en zesduizend mensen door medische fouten. Volgens Shell-topman Willems, die in opdracht van Hoogervorst de ziekenhuizen heeft doorgelicht, kan het aantal fouten met 75 procent omlaag. 'De verantwoordelijkheid voor de kwaliteit en de veiligheid van de zorg is in de meeste ziekenhuizen niet adequaat geregeld', zei Willems woensdag bij de presentatie van zijn rapport. Naast vermijdbare doden leidt het gebrekkige veiligheidsbeleid tot onnodige kosten van zo'n vier miljard euro per jaar. De president-directeur van Shell hekelde de 'gesloten bedrijfscultuur' in ziekenhuizen als het gaat om het melden en bespreken van fouten. Dat is niet alleen de schuld van onwillige medisch specialisten, maar ook van de weinig slagvaardige ziekenhuisdirecties. Alleen dankzij de inzet en betrokkenheid van het medisch personeel, gaat er nog veel goed. Willems wil dat alle ziekenhuizen in 2008 beschikken over een gecertificeerd veiligheidsmanagement-systeem. Daarin is de directie de eindverantwoordelijke, waaraan de maatschappen van specialisten zich dienen te onderwerpen. Willems pleit voor periodieke functioneringsgesprekken met de specialisten. Degenen die structureel slecht presteren moeten ontslagen worden. Hoogervorst omarmde de aanbevelingen. Hij zal de ziekenhuisdirecties en specialisten aansporen snel afspraken te maken over een veiligheidsbeleid. Het melden van fouten zonder strafmaatregelen (blame free) moet daarvan onderdeel zijn. De verwachting is dat medici hun vergissingen sneller toegeven als dit geen directe gevolgen heeft. De Inspectie voor de Gezondheidszorg kan ziekenhuizen straffen die zich niet aan de afspraken houden. Willems verwacht dat een stevig veiligheidsbeleid een kostenvoordeel van 1 tot 3 miljard oplevert. 'Dat is geen natte vingerwerk maar gebaseerd op onze ervaringen bij Shell.' Hoogervorst wil tevens dat verzekeraars letten op de veiligheid in ziekenhuizen bij het afsluiten van een contract. Verzekeraars zijn vanaf 2006 vrij in de keuze met welk ziekenhuis zij in zee gaan. De Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisen (NVZ) en de Orde van Medisch Specialisten (OMS) kunnen zich vinden in de aanbevelingen van de Shell-topman.

 

Orde enthousiast over rapport veiligheid 10 november 2004 – Medisch Contact / Artsennet -- De Orde van Medisch Specialisten reageert enthousiast op het rapport ‘Hier werk je veilig, of je werkt hier niet’ van Shell Nederland. Hoewel de zorg anno 2004 niet onveilig kan en mag worden genoemd, zijn ook de medisch specialisten zich bewust van de verbeteringen die mogelijk zijn. Daarom is in 2004, onder meer op initiatief van de Orde, een groot veiligheidsonderzoek van start gegaan naar de daadwerkelijke iatrogene schade in Nederland (schade die patiënten door medisch handelen oplopen). De uitkomsten van dit onderzoek kunnen uitstekend worden gebruikt bij de invulling van het VeiligheidsManagementSysteem (VMS), dat in 2008 in alle ziekenhuizen operationeel moet zijn.

Aanbeveling 1 gecertificeerd VMS in elk ziekenhuis per 1 januari 2008

De Orde neemt deze aanbeveling graag over, maar benadrukt dat het van belang is voort te bouwen op bestaande kwaliteitssystemen (bij voorbeeld van het NIAZ). Het is zaak in de bestaande systemen snel een veiligheidsparagraaf op te nemen.

Aanbeveling 2directie ziekenhuis is eindverantwoordelijk

Deze aanbeveling ondersteunt medisch specialisten om naar behoren te functioneren en kan disfunctioneren voorkómen. Met nog te ontwikkelen eenduidige maatstaven kan worden vastgesteld of een medisch specialist naar behoren functioneert. Daarnaast zal de directie of Raad van Bestuur bij de beoordelingsgesprekken gebruik moeten maken van de kwaliteitssystemen van de beroepsgroep. Uitkomsten van accreditatie (vooral op proces en structuur) en visitatie (steeds meer inhoudelijk) zullen hiervoor nadrukkelijk uitgangspunt moeten zijn. Ook een koppeling van de review met de herregistratie die iedere 5 jaar plaatsvindt, ligt voor de hand.

Aanbeveling 3zorgverzekeraars geven veilige ziekenhuizen voorrang

Deze aanbeveling versterkt de Orde in haar standpunt dat de zorgverzekeraars bij de DBC-onderhandelingen ook naar de kwaliteit moeten kijken en niet alleen naar de kosten.

Aanbeveling 4overheid moet daadkracht en verantwoordelijkheid tonen

Ook deze aanbeveling wordt door de Orde ondersteund, met een kanttekening over de reikwijdte van de facilitering door VWS: betekent dit alleen mondelinge, of ook daadwerkelijke (financiële) ondersteuning?

De inspanningen van de overheid via ‘Sneller Beter’ en de resultaten van dit rapport dagen de medisch specialisten uit om in nauwe samenwerking met de ziekenhuisorganisaties snel tot meetbare verbetering te komen van de veiligheid van patiënten in ziekenhuizen. Veilige zorg hoort de norm te zijn, niet een toevallig eindproduct. De Orde bevordert een veilige cultuur waarin melden vanzelfsprekend is. Een verbeterd geïntegreerd professioneel kwaliteitssysteem is noodzaak. Niet alleen voor de veiligheid van de patiënten, maar ook voor een veilige omgeving voor de werkers in de zorg, bezoekers en de vele andere betrokkenen.

 

Geen gelijk voor ouders Anja Kok bij tuchtcollege 10 november 2004 --  Noord Hollands Dagblad – VOLENDAM - Het medisch tuchtcollege heeft dinsdag de klacht van de familie Kok tegen de brandwondencoördinator van het Rode Kruisziekenhuis in Beverwijk afgewezen. Ida en Evert Kok verloren een half jaar na de Nieuwjaarsbrand van 2001 in Volendam hun dochter Anja (15) door medisch falen. De Inspectie voor de Gezondheidszorg concludeerde eerder dat de zorg in het Utrechts Militair Hospitaal, Heliomare en het Rode Kruis Ziekenhuis in Beverwijk voor de vijftienjarige Anja onzorgvuldig is geweest en dat hulpverleners onverantwoordelijke besluiten hebben genomen. Toch kwam het dinsdag niet tot een veroordeling. Wel kraakte het college een paar harde noten. Zo had het calamiteitenhospitaal in Utrecht tijdens de ramp in Volendam in 2001 gewoon open moeten gaan. Omdat het geen 'nationale ramp' betrof en wegens 'personeelsgebrek' werden de deuren dicht gehouden. Volgens het medisch tuchtcollege in Amsterdam is er juist voor rampen als deze' een calamiteitenhospitaal. Anja Kok werd na de ramp opgenomen in een ziekenhuis in het Belgische Luik. Zoals veel andere slachtoffers belandde ze - wegens plaatsgebrek - in buitenlandse ziekenhuizen. Dat in het buitenland plaatsen was volgens het tuchtcollege niet terecht. Het Calamiteitenhospitaal, gehuisvest in het Universitair Medisch Centrum Utrecht en gespecialiseerd in rampen, had de slachtoffers kunnen opvangen. Bij terugkeer naar Nederland bleek Anja Kok een ziekenhuisbesmetting (mrsa-bacterie) te hebben. Anja belandde in quarantaine en door onzorgvuldige overdracht van medische gegevens werd een ontstoken hartklep niet onderkend. Daar overleed de Volendamse aan op 19 juli 2001. Het tuchtcollege plaatst vraagtekens bij het strenge mrsa-beleid in Nederland dat bijna geen ziekenhuis kan uitvoeren. Als gevolg daarvan werd er met Anja Kok gezeuld en heeft zij medische behandeling moeten ontberen die zij gelet op de medische standaard in Nederland had behoren te krijgen'. Het tuchtcollege uit in dit verband haar bezorgdheid dat deze gang van zaken zich bij een toekomstige ramp van deze omvang zal herhalen.'

 

Stichting voor het dove en slechthorende kind krijgt revalidatieprijs 10 november 2004 – Zorgkrant -- Het Nationaal Revalidatie Fonds reikt elk jaar een prijs uit aan de persoon, organisatie of instelling die zich op bijzondere wijze heeft ingezet voor mensen met een handicap. Dit jaar is de prijs voor de Nederlandse Stichting voor het Dove en Slechthorende Kind (NSDSK). De NSDSK krijgt de prijs vanwege haar belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van voorzieningen voor dove en slechthorende kinderen en kinderen met communicatieve problemen. De stichting voor dove en slechthorende kinderen ondersteunt onderzoek naar en de ontwikkeling van nieuwe producten die nauw aansluiten bij de behoefte van dove en slechthorende kinderen en hun ouders. Eén van de speerpunten van de stichting is de vroegtijdige onderkenning van slechthorendheid en doofheid bij zeer jonge kinderen. Dit heeft bijvoorbeeld geleid tot een gehoorscreening bij alle pasgeborenen en de ontwikkeling van het ‘Cochleair Implantaat’, een bijzonder hoortoestel dat als een prothese in het oor kan worden geplaatst. De Nationale Revalidatie Prijs bestaat uit een geldbedrag van twaalfduizend euro en zal op 9 december in Theater Carré te Amsterdam worden uitgereikt.

 

Stichting Gehandicapte Kind vraagt aandacht voor Nationale Collecteweek 10 november 2004 -- De NSGK, de Nederlandse Stichting voor het Gehandicapte Kind, heeft woensdagavond in Hoorn een diner georganiseerd. In restaurant de Ridderikhof werd een diner gehouden dat werd opgeluisterd door muzikanten en kunstenaars. Met het diner wil de organisatie aandacht besteden aan de Nationale Collecteweek, die volgende week begint. Tijdens het diner maakten kunstenaars van galerie Donkersloot drie sculpturen, waarin zij de sfeer van de avond verwerkten. De kunstwerken worden later dit jaar geveild. De opbrengst gaat naar een goed doel. In het restaurant zijn 25 gehandicapten werkzaam in het kader van een horecaproject. Volgens de organisatie van de NSGK hebben zo'n vijftig tot zestig man het diner bijgewoond, waaronder actrice Tanja Jess en AZ-voetballer Olaf Lindenbergh.

 

Korrelatie bereikbaar tijdens themaweek kindermishandeling 10 november 2004 --  Korrelatie -- Grotere bereikbaarheid Korrelatie tijdens themaweek over kindermishandeling van 14 tot en met 20 november 2004: In de week van 14-20 november organiseren de samenwerkende omroeporganisaties de themaweek over kindermishandeling op radio, TV en internet. Van 14 tot en met 20 november besteedt Nederland 3 een week lang aandacht aan kindermishandeling, onder de noemer Geheim Geweld. Bijna alle reguliere programma's staan in het teken van fysiek en seksueel geweld tegen kinderen. Ook Radio 1 en 2, 3FM en 747AM behandelen het onderwerp. Achter de meeste TV-programma's die aandacht besteden aan het thema wordt direct het telefoonnummer van Korrelatie afgetiteld, zodat kijkers en luisteraars die op een of andere manier geraakt zijn door het programma, gelijk kunnen reageren. Op de site www.geheimgeweld.nl  vindt u meer informatie over de themaweek en ook een overzicht van de programma's die in hun uitzending aandacht besteden aan het thema. Ieder jaar bellen of mailen honderden mensen over het onderwerp kindermishandeling. Met name volwassenen bellen of e-mailen hierover. Sommigen omdat zij in hun verleden mishandeld zijn, anderen omdat zij zich zorgen maken om een kind in hun omgeving. Uit de gesprekken wordt ondermeer duidelijk dat mishandeling een enorme impact heeft op het verdere leven. Onder kindermishandeling verstaan we lichamelijke en psychische mishandeling, lichamelijke en psychische verwaarlozing en seksueel misbruik. De gevolgen voor het verdere leven zijn groot. Het gevoel van eigenwaarde van het kind wordt aangetast en hij verliest ook het vertrouwen in zichzelf en anderen. Een kind kan geïsoleerd raken en angst krijgen voor lichamelijk contact. Sommige mensen die contact met Korrelatie zoeken, zijn in hun jeugd mishandeld en hebben dat niet of ten dele verwerkt. Een deel van hen heeft al hulp (gehad) en zoekt bijvoorbeeld informatie over andere mogelijkheden. Soms is het gesprek bedoeld om de gedachten te ordenen en de boel op een rijtje te zetten. Weer anderen hebben nooit hulp gehad en vragen zich af welke organisatie hen het beste kan helpen. De medewerkers van Korrelatie zijn goed geïnformeerd over de verschillende mogelijkheden van hulpverlening. Afhankelijk van de persoonlijke situatie verwijst Korrelatie bijvoorbeeld naar het RIAGG, maatschappelijk werk of Bureau Jeugdzorg. Bij behoefte aan lotgenotencontact wordt verwezen naar organisaties als de Vereniging Knokkers of Bureau Lotgenotencontact. Andere bellers hebben het vermoeden -of weten- dat een kind wordt mishandeld. Een mevrouw vertelde: ‘Ik hoor de buren regelmatig tegen hun kinderen schreeuwen. Nu zit de jongste van vier weer in de tuin en mag niet naar binnen. Dat is toch mishandeling?’ De hulpverleners van Korrelatie geven mensen in een dergelijke situatie het advies om contact op te nemen met het Advies en Meldpunt Kindermishandeling (AMK). Het AMK adviseert mensen wat zij in een dergelijke situatie kunnen doen. De cijfers van het AMK liegen er niet om: in het jaar 2003 werden ruim 28.569 meldingen gedaan. Het vermoeden is dat dit slechts het topje van de ijsberg is. Immers, niet ieder kind verkeert in de omstandigheid dat de mishandeling gemeld wordt. Een mishandeld kind vertoont vaak gedragsproblemen en vraagt zo op een negatieve manier aandacht. Ook psychosomatische klachten, zoals mainpijn, slaap- en eetstoornissen komen veel voor. Het is enorm belangrijk dat een mishandelende situatie zo snel mogelijk stopt om de schade voor een kind zo veel mogelijk te beperken. Dat vraagt om een oplettende houding van volwassenen. Dat geldt zeker voor mensen die met kinderen werken zoals leerkrachten, trainers en begeleiders van (sport)verenigingen.

 

Minder fouten in ziekenhuizen mogelijk 10 november 2004 – MinVWS -- Volgens Shell kan op termijn het aantal incidenten in de ziekenhuizen met 75% omlaag. Op dit moment overlijden nog jaarlijks 1500 tot 6000 mensen onnodig door die incidenten. Over 15 jaar kan dit aantal veel lager liggen. Minister Hoogervorst (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) is positief over de acties die de heer Willems, president-directeur van Shell Nederland, aanbeveelt om de patiëntveiligheid in de Nederlandse ziekenhuizen te vergroten. Willems komt met zijn aanbevelingen in het rapport ‘Hier werk je veilig, of je werkt hier niet’. Dit rapport is uitgebracht op verzoek van de minister, de NVZ vereniging van ziekenhuizen en de Orde van Medisch Specialisten in het kader van het programma Sneller Beter. De belangrijkste aanbeveling is de invoering van een integraal gecertificeerd veiligheidsmanagement systeem in de ziekenhuizen in 2008. Met een dergelijk systeem werken ziekenhuizen systematisch aan het managen en verbeteren van de kwaliteit en veiligheid. Minister Hoogervorst neemt dit advies over en wil hier met de ziekenhuizen, de medisch specialisten en andere beroepsgroepen en de Inspectie Gezondheidszorg concrete afspraken over maken. De minister is zeer verheugd over het aanbod van de chemische industrie om ziekenhuizen te helpen hun veiligheidsmanagement te verbeteren. Het aanpakken van veiligheidsrisico’s vergt een structurele aanpak en een cultuurverandering in de ziekenhuizen. Willems doet in zijn rapport scherpe uitlatingen over de gesloten bedrijfscultuur binnen de ziekenhuizen. Minister Hoogervorst verwacht dat dit rapport een positieve impuls zal geven aan de noodzakelijke cultuurverandering. De verantwoordelijkheidsverdeling binnen het ziekenhuis moet helder zijn. Willems stelt vast dat de eindverantwoordelijkheid bij de directie moet liggen. Hoogervorst deelt die conclusie en is positief over het advies om functioneringsgesprekken te houden met medisch specialisten. Dit zal bijdragen aan het kwaliteitsbewustzijn in de ziekenhuizen. Willems is verder kritisch over het functioneren van de zogeheten MIP/Fona commissies binnen de ziekenhuizen. Hier moeten fouten en incidenten worden gemeld. In de praktijk gebeurt dat echter onvoldoende. De minister wil met betrokken partijen afspraken maken over de wijze waarop incidenten snel en veilig gemeld kunnen worden. De minister verzoekt tevens de Orde van Medisch Specialisten onderzoek te doen naar aard, ernst, omvang en kosten van fouten en incidenten en naar de schade die dat oplevert voor de patiënten. Sneller Beter is een initiatief van het ministerie van VWS, de NVZ vereniging van ziekenhuizen en de Orde van Medisch Specialisten met als doel het vergroten van de doelmatigheid en kwaliteit binnen de curatieve zorg. Onderdelen van het programma zijn onder andere benchmarking van ziekenhuizen en huisartsen, de invoering van prestatie indicatoren door de IGZ en het verspreiden van goede voorbeelden. Een eerder rapport door TPG-directeur Bakker is verschenen over logistiek in de zorg. Voor meer informatie zie www.snellerbeter.nl.

 

Promotie psycholoog Victor Kouratovsky – Recidive incestdaders kan niet worden voorkomen met alleen gevangenisstraf

-- 9 november 2004 --  Universiteit van Tilburgm, persbericht -- Kunnen daders van incest worden geholpen met een therapie of moeten ze maar in de gevangenis worden opgesloten? In zijn proefschrift gaat Victor Kouratovsky in op de effectiviteit van therapie en op de recidivekansen van incestplegers. Hij promoveert 19 november aan de Universiteit van Tilburg op Voorwaardelijk behandeld. Tussen 1989 en 1992 kende Rotterdam het project Incestdaderbehandeling Rotterdam (IDBR). Het gaf daders van incest de kans om in plaats van gevangenisstraf een therapie te ondergaan. Alleen volwassenen die schuldig zijn aan het seksueel misbruik van een kind in een gezinssituatie konden aan het project deelnemen. In die periode kwamen er 68 mannen in aanraking met het project. Deze groep is representatief voor een groot en dicht bevolkt stuk van Nederland. Van hen kwamen er 37 in behandeling en 30 maakten de behandeling af. De studie van Kouratovsky beschrijft de context van het project, de onderzoeksgroep, het misbruik en het effect van de behandeling. Ook stelt hij de recidive over een periode van veertien jaar vast. Kouratovsky concludeert dat de behandeling van incestdaders, zoals die werd uitgevoerd in het project IDBR, niet geheel aansloot op de aanwezige problematiek. Met zijn onderzoek kan hij de effectiviteit van therapie niet bewijzen maar ook niet ontkrachten. Wel ontdekte hij dat de onderzoeksgroep tot op latere leeftijd bijzonder risicovol blijft. Een vorm van dadertherapie blijft daarom een belangrijk onderdeel van de justitiële benadering om recidiverisico terug te brengen. Daarbij moet worden gerealiseerd dat dadertherapie een kwestie is van lange adem. Incestdaders worden over het algemeen gekenmerkt door een chronisch disfunctioneren op diverse levensgebieden en hebben een aanzienlijke persoonlijkheidspsychopathologie. Criminaliteit is daarvan een onderdeel. Het seksueel misbruik kan worden omschreven als grof, ernstig en langdurend en gaat samen met perverse kenmerken. Bij de aanpak dient respect voor de dader zelf en voor anderen centraal te staan. Alleen een bestraffende of vernederende en controlerende aanpak is ongeschikt om recidive te voorkomen. Om zelfcontrole en zelfrespect te versterken is van belang dat wordt gewerkt aan stabilisering van de relatie tot het eigen lichaam, van relaties met anderen en het bevorderen van een morele identiteit. Naast een duidelijke en snelle bestraffing is voor de langere termijn een langdurige, individuele en therapeutische behandeling nodig waarop voor onbepaalde tijd kan worden teruggevallen. Deze therapie moet worden aangeboden naast een reclasseringsbenadering met mogelijkheden voor ondersteuning op diverse levensgebieden en een meer superviserende of vinger aan de pols-taak. Drs. Victor Kouratovsky (Rotterdam, 1957) studeerde ontwikkelingspsychologie aan de Universiteit van Leiden. In zijn werk heeft hij zich gespecialiseerd in kinderen en adolescenten met een achtergrond van migratie en vlucht. Dat heeft geresulteerd in publicaties waaronder Wat is er aan de hand met Jamila? Transculturele diagnostiek in de Jeugdzorg. Op dit moment is Kouratovsky verbonden aan de afdeling Jeugd van Riagg Rijnmond Noord-West te Rotterdam.

 

Hoogervorst wil onderzoek kwaliteit asielzorg -- Eerder op agenda door dood asielzoeker9 november 2004 – zibb.nl / MinVWS -- DEN HAAG - Minister Hoogervorst laat de Inspectie voor de Gezondheidszorg komend jaar onderzoek doen naar de kwaliteit van de medische zorg aan asielzoekers. Dat schrijft hij in antwoord op kamervragen van kamerlid Khadija Arib, die eerdere antwoorden van de minister niet afdoende vond. Het onderzoek naar de kwaliteit van de organisatie van de Medische Opvang Asielzoekers stond al gepland maar wordt vervroegd uitgevoerd, nu de Inspectie geconstateerd heeft dat de medische zorg in het asielzoekerscentrum in Appelscha onder de maat is. In 2002 overleed een 42-jarige asielzoekster aan borstkanker. Haar Iraanse man deed aangifte van gebrekkige medische zorg, omdat de klachten van zijn vrouw niet serieus zouden zijn genomen. In het onderzoek van de Inspectie naar de toegankelijkheid van de zorg voor asielzoekers wordt ook naar het oordeel van de asielzoekers zelf gevraagd zoals Arib wil, belooft Hoogervorst. De minister merkt op dat de afgelopen jaren verschillende onderzoeken uitgevoerd zijn naar de toegankelijkheid van de eerstelijns- en specialistische zorg voor asielzoekers, zoals een inspectieonderzoek naar de huisartsenzorg en een onderzoek door Pharos naar de GGZ-zorg voor asielzoekers. Het VU medisch centrum en NIVEL presenteren komende maand een epidemiologisch onderzoek naar asielzoekers en vluchtelingen en hun gezondheid, waarin ook het zorggebruik van asielzoekers in aan bod komt.

 

Daling agressie in ziekenhuizen  -- 8 november – Zorgkrant -- Uit de laatste cijfers van het Ziekenhuis Incidenten Registratie systeem(ZIR), onderdeel van het project Veiligezorg van de Sectorfondsen Zorg en Welzijn, blijkt dat de agressie in ziekenhuizen dit jaar met 11 procent is gedaald. In zestien deelnemende ziekenhuizen het afgelopen jaar 784 incidenten zijn geregistreerd. Dit is een gemiddelde van 4,9 incidenten per maand. Omgerekend naar alle ziekenhuizen in Nederland zijn dit 7644 incidenten in 2004. In 2003 vonden er nog 8500 incidenten plaats. De incidenten bestaan voor een derde uit bedreigingen en ruim een kwart uit fysiek geweld. Het overgrote deel van de agressieve uitingen bestaat uit verbaal geweld. Het project Veiligezorg is door de Sectorfondsen Zorg en Welzijn opgezet om de agressie in de gezondheidszorg terug te dringen en de arbeidsomstandigheden van personeel te verbeteren.

 

„Leer gehandicapten grenzen stellen” 8 november 2004 – Reformatorisch Dagblad -- GOUDA - „De seksuele weerbaarheid van verstandelijk gehandicapten moet worden vergroot.” Dat zei drs. H. van der Wal zaterdag in Gouda op de najaarsconferentie van de RMU-sectie Gezondheidszorg en Welzijn Het Richtsnoer. De beleidsmedewerker van stichting Siloah wilde wel afrekenen met het beeld dat er in de gehandicaptenzorg veel wordt afgeknuffeld. „Ook gehandicapten zijn mensen met persoonlijke gevoelens en grenzen op seksueel gebied. Vanuit de bijbelse identiteit is er de begrenzing van een huwelijk, dat voor gehandicapten veelal niet in beeld is.” ”In verlegenheid gebracht?” was het thema van de conferentie, waarin de omgang van zorgvragers met seksualiteit centraal stond. Psychotherapeute en seksuologe in opleiding E. Westeneng ging tijdens haar lezing in op de bespreekbaarheid van seksualiteit binnen organisaties. „Binnen een team zijn openheid en vertrouwelijkheid nodig om dit onderwerp bespreekbaar te maken. Dat vraagt vaardigheden. Scholing van zorgverleners is daarbij noodzakelijk.” Tijdens de forumdiscussie kwam de behoefte aan een identiteitsgebonden training voor verstandelijk gehandicapten naar voren, zodat ook deze groep grenzen leert stellen. Op dit moment geeft alleen Gemiva, een algemene stichting voor ondersteuning van gehandicapten, dergelijke trainingen. Van der Wal: „Identiteitsgebonden training voor deze kwetsbare groep is noodzakelijk.” RMU-sectievoorzitter Joke Prins beloofde de vijftig aanwezigen te onderzoeken welke mogelijkheden de RMU heeft om identiteitsgebonden trainingen op te zetten. Ze wil dit in samenspraak met ouderorganisaties doen.

 

Meldlijn voor psychische problemen op het werk 7 november 2004 – Telegraaf -- DEN HAAG - Leidinggevenden en werknemers kunnen hun ervaringen met psychische problemen op het werk vanaf maandag een werkweek lang kwijt op een speciale meldlijn. De meldlijn is opgericht in het kader van de Week van de Chronisch Zieken door de Commissie Het Werkend Perspectief. Dit orgaan is ingesteld door de ministeries van Volksgezondheid en Sociale Zaken om de positie van mensen met een arbeidshandicap te verbeteren.De commissie heeft door bureau TNS NIPO een kwantitatief onderzoek laten doen naar psychische problemen en ziekteverzuim. Hiervoor zijn ongeveer zeshonderd werknemers en zevenhonderd leidinggevenden ondervraagd. De meldlijn moet een beter inzicht geven in de problematiek en oplossingen. Volgens leidinggevenden en werknemers leiden psychische problemen in respectievelijk 87 en 62 procent van de gevallen tot ziekteverzuim. Ongeveer tweederde van de leidinggevenden denkt dat de psychische problemen niets met het werk te maken hebben. Tweederde van de werknemers zegt van wel en wijst een hoge werkdruk (44 procent), conflicten met collega's of leidinggevenden (43 procent) of onzekerheid over de eigen baan (25 procent) als oorzaak aan. Slechts een op de vijf werknemers geeft aan dat de leidinggevenden met hen over deze problemen hebben gesproken en in 80 procent van de gevallen op initiatief van de werknemer. Toch zegt ruim viervijfde van de leidinggevenden zelf een gesprek te zijn aangegaan. Algemeen genomen is 55 procent van de werknemers tevreden over de wijze waarop er op het werk wordt omgegaan met psychische problemen. Bij leidinggevenden ligt dat percentage op 90. Het nummer voor de meldlijn voor werknemers is 0800-0222999 en voor leidinggevenden 023-5101163. Voor de twee meest tot de verbeelding sprekende positieve ervaringen met psychische problemen op het werk, wordt een prijs toegekend.

 

Zwarte lijst voor criminele zorgverleners 4 november 2004 – VerpleegkundeNieuws -- De Verenigde Amstelhuizen in Amsterdam heeft goede ervaringen met een zwarte lijst voor ex-medewerkers die zich in hun werk ernstig hebben misdragen. De 34 exmedewerkers die op de lijst staan, worden daarover geïnformeerd en kunnen bezwaar maken, maar dat is tot nu toe niet gebeurd. De Verenigde Amstelhuizen heeft dertig locaties, allemaal verpleeg- of verzorgingshuizen. Met de lijst wordt voorkomen dat medewerkers die op een locatie in de fout gingen, elders weer vrolijk aan de slag gaan. De meeste mensen zijn ontslagen, een enkeling heeft zelf ontslag genomen. Als zo’n figuur in een andere instelling dan de Amstelhuizen solliciteert, kan aan hem of haar toestemming worden gevraagd referenties na te trekken bij de vorige werkgever. Als dat gebeurt en iemand staat op de lijst, dan wordt dat vermeld. Tot nu toe is de Verenigde Amstelhuizen in Amsterdam de enige zorginstelling met een zwarte lijst. Tijdens een bijeenkomst van de koepel van Amsterdamse zorginstellingen (SIGRA) over dit onderwerp, werd enthousiast gereageerd op dit instrument om ongure figuren uit de zorg te weren, zo meldt Lilian van Dam, HRM-manager van de Amstelhuizen. "Wij willen transparantie, zodat voor iedereen duidelijk is hoe we omgaan met dergelijke ex-medewerkers. Dat is beter dan dat er geheime lijstjes circuleren. Of dat uitzendbureaus codes hanteren om 'slechte' uitzendkrachten te markeren."

 

Unieke verslavingszorg strijkt in Haarlem neer 6 november 2004 -- HAARLEM - Haarlem heeft de primeur van een wereldwijd beproefde maar voor Nederland nog unieke vorm van verslavingszorg. Het zogenoemde Minnesota-model, ook bekend als het twaalf stappen programma, wordt met ingang van vandaag gehanteerd door Smith & Jones, een particuliere instelling voor verslavingszorg, gevestigd aan het Donkere Spaarne 28. In hetzelfde pand, dat getooid wordt met de naam Slowworld, wordt ook kooksociëteit Epicurious geopend. Het lijkt op het eerste gezicht misschien een vreemde combinatie maar volgens initiatiefnemers Keith Bakker (43) en Simon Werkendam (48) sluiten beide bedrijven zeker ideologisch gezien nauw op elkaar aan. Werkendam kan het heel kort uitleggen: ,,Uitgangspunt is dat veel mensen uit balans zijn. Met als belangrijkste doelgroep het bedrijfsleven is het doel van Epicurious dat mensen lerend genieten en genietend leren. Maar je ziet ook dat veel mensen doorslaan in een vorm van 'genieten' waardoor ze alleen maar verder uit balans raken. Veel mensen zijn verslaafd aan alcohol en drugs. Bij ons, in Slowworld, willen we mensen inspireren te zoeken naar prettig gedoseerd genot, weg van het mateloos graaiend genieten. Vandaar die link naar de verslavingszorg.'' Keith Bakker is als ervaringsdeskundige in de verslavingszorg terecht gekomen en heeft inmiddels een uitgebreid internationaal netwerk. ,,Als medisch directeur hebben we Massimo Riccio, als klinisch psychiater verbonden aan de gerenommeerde Engelse kliniek The Priory, aangetrokken. In de Nederlandse verslavingszorg wordt te veel alleen gekeken naar het middel. Bij onze aanpak gaat het om de hele levensstijl van de cliënt. Stoppen is niet moeilijk. Ik heb iemand zo van de alcohol of cocaïne af. Het gaat om gestopt blijven. Daar is in de Nederlandse zorg weinig of geen aandacht voor. Bij ons gaat het erom iemand naar een goed leven te begeleiden.''

 

Effectiviteit van psychologische hulp onduidelijk 6 november 2004 --  Dagblad van het Noorden -- GRONINGEN - Behandelingen door psychologen of psychiaters bevallen de cliënten prima. Maar of de therapie ook echt werkt, is zeer onduidelijk. Dat blijkt uit verschillende onderzoeken naar de geestelijke gezondheidszorg in het Noorden. Uit onderzoek onder cliënten van de GGz Groningen in Stadskanaal, Winschoten, Delfzijl en Zuidlaren blijkt dat de cliënten over het algemeen wel tevreden zijn over de behandeling. Ze geven een gemiddeld rapportcijfer van een 7 voor de hulpverleners en de behandeling. Ze zijn minder te spreken over de wachttijd, de coördinatie van de zorg en over het onderwerp 'cliënt als burger'. "In het algemeen blijken de cliënten niet te weten of hun behandeling ook echt helpt", zegt Wia Huese van de SPC, die het onderzoek samen met de provincie Groningen en de GGz hield. Ook uit verschillende onderzoeken van de Rijksuniversiteit Groningen blijkt dat de effectiviteit van psychologische hulpverlening zeer slecht aan te tonen is. Zo is er in Amsterdam en in het Noorden onderzoek gedaan naar de behandeling van depressies door huisartsen en behandelingen door de GGz. In de onderzoeken wordt geconcludeerd dat de behandelingen de laatste jaren sterk zijn verbeterd, maar of ze ook werkelijk helpen? De effectiviteit van de behandelingen blijkt wetenschappelijk niet of nauwelijks aan te tonen. Ook valt het op dat veel mensen met een depressie eerst wel geholpen zijn maar later toch weer terugvallen. Het Rob Giel Onderzoekscentrum van de RUG houdt 16 november een symposium over het onderwerp. Vragenlijsten: Het cliëntenonderzoek van de GGz wordt deze maanden nog voor de GGz in en rond de stad Groningen gehouden. Onder zo'n achtduizend cliënten zijn 1800 vragenlijsten uitgezet. Uit dergelijke onderzoeken vorig jaar in Delfzijl, Winschoten, Stadskanaal en Zuidlaren is vooral Stadskanaal er vrij positief uitgesprongen. 

 

Hoogervorst doet extra investering in preventie van ongevallen – 5 november 2004 – MinVWS -- Minister Hoogervorst stelt voor de periode 2005-2007 6,8 miljoen euro extra beschikbaar voor letselpreventie. Dit maakt de bewindspersoon van VWS minister Hans Hoogervorst maandag 8 november bekend tijdens een werkbezoek aan Consument en Veiligheid in Amsterdam. De extra financiering wordt vooral ingezet bij het verder terugdringen van ernstige ongevallen bij jongeren en ouderen. Een succesvolle aanpak van deze speerpunten moet naar verwachting leiden tot een reductie met 8% van de letsels. In 2008 zal dit leiden tot een totale besparing op de medische behandelkosten van letsels met 65 miljoen euro per jaar. De extra investering past in het vernieuwde subsidiebeleid van VWS: door gerichte projectsubsidies wil Hoogervorst effectieve preventiemaatregelen ondersteunen die leiden tot een gezondere levensverwachting. Het VWS beleid en de uitvoering door Consument en Veiligheid hebben in de periode 1996-2001 geleid tot sterke dalingen in ongevalletsels. Zo daalde het percentage ongevallen in de privé-sfeer, dat op een spoedeisende hulpafdeling (SEH) van een ziekenhuis werd behandeld, in de periode 1996-2001 met 8%. Terwijl het percentage in de eerste helft van de jaren negentig nog steeg met 15%. Deze trendbreuk heeft vanaf 2001 in vergelijking met 1996 al geresulteerd in een jaarlijkse besparing van 40 miljoen euro op de kosten van medische behandelingen in de gezondheidszorg. De daling van het aantal ongevallen in de privé-sfeer is het sterkst onder 0-4 jarige kinderen, waarvoor specifiek campagne is gevoerd: bij valongevallen 10% minder SEH behandelingen, bij vervoersongevallen 25% en bij vergiftigingen is zelfs sprake van de helft minder opnamen. Per jaar overlijden in Nederland gemiddeld 5.300 mensen door een ongeval en worden 100.000 mensen opgenomen. Daarnaast zijn 930.000 slachtoffers behandeld op een Spoedeisende Hulpafdeling (SEH) van een ziekenhuis, met ruim 1 miljard euro aan directe medische behandelkosten. Ongevallen in de privé-sfeer scoren daarbij met 2.300 doden, 72.000 opnamen en daarnaast 660.000 behandelingen op een SEH van een ziekenhuis het hoogst. Ongevallen in de privé-sfeer nemen ruim de helft van de directe medische behandelkosten van alle gevallen voor hun rekening.

 

Medische zorg in azc schiet tekort 4 november 2004 – Trouw – APPELSCHA / DEN HAAG - De medische zorg voor de 500 bewoners van asielzoekerscentrum Appelscha is niet op peil. De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) wil dat er binnen zes weken verbeteringen worden doorgevoerd in het azc. Dit staat in een rapport dat IGZ gisteren uitbracht. De zorg voor de asielzoekers van het azc is in handen van huisarts Jan de Groot uit Damwoude. Zijn praktijk ligt een halfuur rijden van het centrum in Appelscha. De Groot draagt naast zijn gewone praktijk van 3000 patiënten ook de verantwoording voor de medische zorg in het azc Burgum. Volgens de inspectie laat hij de zorg structureel over aan niet-huisartsen. De Groot ontkent dit en heeft forse kritiek op het inspectierapport. De inspectie lichtte de kwaliteit van de medische opvang in Appelscha door na een melding van advocaat Martin de Witte over tekortkomingen in de toegankelijkheid van de huisartsenzorg in het azc. De Witte staat de Iraanse asielzoeker Jalal Mousavi bij, die straf- en tuchtklachten heeft lopen tegen huisartsen en verpleegkundigen van de medische opvang in het azc. In 2001 overleed Mousavi's vrouw Farideh Karimi aan de gevolgen van een veel te laat ontdekte borstkanker. Ze was 42. De verpleegkundigen en huisartsen van het azc dachten dat de vrouw maagklachten had. De dokters schreven haar pijnstillers en maagzuurremmers voor. Geen van de artsen schakelde ooit een tolk in. Karimi sprak geen Nederlands. Huisarts De Groot werd in april, lang na het overlijden van de vrouw, de vaste huisarts van het azc. De tien dokters uit de directe omgeving die destijds beurtelings dienst deden in het centrum, wilden de medische opvang niet langer voor hun rekening nemen. De Groot: ,,Het is niet het leukste en makkelijkste werk. Maar ik heb er inmiddels negen jaar ervaring in en ik doe het graag.'' IGZ heeft het handelen van de artsen en verpleegkundigen in de zaak-Karimi niet getoetst, omdat die zaak nog aanhangig is bij het medisch tuchtcollege en bij justitie in Leeuwarden. De inspectie en het openbaar ministerie willen het verloop van de tuchtklacht-procedure afwachten. De huidige organisatie van de medische opvang in Appelscha is niet op orde, oordeelt de inspectie. De Groot laat de medische zorg in Appelscha over aan enkele huisartsen-in-opleiding, maar de begeleiding van de aankomende dokters schiet volgens IGZ tekort. Bovendien heeft De Groot vanuit zijn praktijk in Damwoude geen zicht op de medische dossiers van de asielzoekers. De Groot zelf bestrijdt de bevindingen van IGZ. ,,Het rapport is onzin. De verpleegkundigen en de artsen-in-opleiding kunnen ieder moment van de dag met mij bellen. Ik ben wekelijks minimaal twaalf uur beschikbaar voor het azc. Dat is voor zo'n kleine groep patiënten meer dan genoeg.'' Dat zijn praktijk wel erg ver weg ligt van het azc, is volgens De Groot nooit een probleem gebleken. ,,Het is een situatie die zich bovendien op veel meer plaatsen voordoet. De azc's liggen nu eenmaal erg vaak op afgelegen plekken. Het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers weet dit ook. Aan de andere kant: ik ben in die negen jaar nog nooit voor een spoedgeval opgeroepen.'' Advocaat De Witte vindt dat het IGZ-rapport aanleiding zou moeten zijn om de kwaliteit van de medische opvang in alle azc's nader te bekijken.

 

Onderzoek naar ondersteuningsbehoefte van ouders 3 november 2004 -- Vandaag start een online onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte van ouders bij het voorlichten van hun kinderen over seks en alcohol. Het onderzoek, dat gefinancierd wordt door VWS, richt zich op ouders van jongeren in de leeftijd van 10 tot en met 18 jaar. Op de website www.nigz.nl/oudersover  worden twee enquêtes aangeboden, één over seksualiteit en één over alcohol. In februari zijn de resultaten beschikbaar en ontwikkelt het NIGZ nieuwe interventiemethodes, gericht op ouders. Jongeren beginnen op steeds jongere leeftijd met het drinken van alcohol en zijn op steeds jongere leeftijd seksueel actief, zo blijkt uit onderzoek. Om risicovol gedrag als overmatig drinken en onveilig vrijen tegen te gaan, is het van belang dat ouders hun kinderen ondersteuning en informatie kunnen geven om risicogedrag te voorkomen. Voor scholen zijn talloze lespakketten beschikbaar met als thema alcohol, drugs en seksualiteit. Voor ouders met pubers is er nauwelijks materiaal. Het NIGZ (Nationaal Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie) is gespecialiseerd in het geven van voorlichting over alcoholgebruik en seksualiteit en wil haar aanbod goed afstemmen op de behoefte van ouders. Dit onderzoek moet inzicht geven in deze behoefte. De website met de enquêtes is ontwikkeld in het kader van het Landelijke Programma Soa/Aids preventie voor Jongeren. Dit Programma is een samenwerkingsverband tussen Soa Aids Nederland, het NIGZ en de Rutgers Nisso Groep en wordt gefinancierd door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De realisatie van de website ligt in handen van het NIGZ.

 

Verpleegkundige voert soms euthanasie uit --  3 november 2004 – Nederlands Dagblad -- DEN HAAG - In ruim twaalf procent van de euthanasiegevallen wordt het dodelijk middel door een verpleegkundige toegediend, hoewel dat beslist niet is toegestaan. Dat blijkt uit een onderzoek van het Instituut voor Gezondheidsethiek van de Universiteit van Maastricht, in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid. De resultaten van het onderzoek naar de rol van verpleegkundigen bij medische beslissingen rond het levenseinde, zijn gisteren aangeboden aan staatssecretaris Ross (Volksgezondheid). De rol van verpleegkundigen bij euthanasie werd niet eerder onderzocht. De onderzoekers spraken met meer dan 1500 verpleegkundigen in zieken- en verpleeghuizen en in de thuiszorg, die ervaring hebben met euthanasie of hulp bij zelfdoding. De onderzoekers van de Universiteit van Maastricht noemen het aantal gevallen waarin het euthanaticum door een verpleegkundige wordt toegediend, relatief groot. Een verpleegkundige mag in geen enkel geval een euthanaticum toedienen, ook niet wanneer een arts daar opdracht voor geeft. Het gaat immers om niet normaal medisch handelen, dat bovendien strafbaar is in de zin van de wet. Sommige verpleegkundigen beschouwen het toedienen van een dodelijk middel als een normale handeling. Volgens de onderzoekers koppelen de verpleegkundigen hiermee de technische handeling los van het doel ervan, namelijk het overlijden van de patiënt. De verpleegkundigen zeggen in het onderzoek erop te vertrouwen dat de arts, mocht die het euthanasiegeval melden, hun rol buiten beschouwing laat. Zo'n dertien procent van de verpleegkundigen heeft er overigens geen moeite mee wanneer het toedienen van een euthanaticum een verpleegkundige taak zou zijn. Rechtspositie: Daarnaast blijkt uit het onderzoek dat verpleegkundigen in bijna tien procent van de euthanasiegevallen niet overtuigd zijn dat de arts de zorgvuldigheidseisen heeft nageleefd. In een kleine drie procent van de gevallen bijvoorbeeld, constateert de verpleegkundige dat geen tweede onafhankelijk arts is geraadpleegd. Bijna zeventig procent van de verpleegkundigen weet ook niet wat voor rechtspositie zij hebben bij dit soort praktijken. Op die manier nemen zij volgens de onderzoekers soms verantwoordelijkheid in de uitvoering van euthanasie zonder zich de strafbaarheid daarvan te realiseren. Ook zijn verpleegkundigen over het algemeen onvoldoende op de hoogte van de richtlijnen die hun instelling op het gebied van euthanasie en hulp bij zelfdoding heeft. Ook het 'grijze gebied' is onderzocht. Daarmee wordt het terrein bedoeld, waarbij de pijnbestrijding zodanig wordt aangepast dat dit de dood bespoedigt. Dit grijze gebied loopt volgens de onderzoekers nogal uiteen, van 'normale' pijn- en symptoombestrijding tot en met euthanasie en levensbeëindiging zonder verzoek. Uit de onderzochte zaken blijkt in 23 procent van de gevallen dat verpleegkundigen twijfels hadden bij het besluit van de arts het levenseinde te bespoedigen door middel van pijn- en andere symptoombestrijding. In 27,3 procent van de gevallen waarbij pijn- en symptoombestrijding met de dood als nevenbedoeling werd toegepast, werd de verpleegkundige door de arts niet geïnformeerd over het doel ervan. In een kleine negentien procent van de gevallen was de verpleegkundige of een deel van het verplegend personeel niet bereid tot het toedienen van de medicatie. De onderzoekers stellen in hun aanbevelingen dat het belangrijk is dat verpleegkundigen zich beter bewust worden van hun positie bij levensbeëindigend handelen. Verder moet in de wet worden vastgelegd, dat een arts verplicht is ook een verpleegkundige te raadplegen over het al dan niet toepassen van euthanasie. Ook bepleit het Instituut voor Gezondheidsethiek dat verpleegkundigen worden toegevoegd aan de regionale toetsingscommissies, die achteraf beoordelen of een arts zorgvuldig handelde. De Algemene Vereniging Verpleegkundigen en Verzorgenden (AVVV) pleit naar aanleiding van het rapport voor betere informatievoorziening rondom dit onderwerp en een duidelijker verdeling van verantwoordelijkheden tussen arts en verpleegkundige. De AVVV vindt dat verpleegkundigen op dit moment helemaal geen voorbereidende handelingen moeten verrichten. Ook roept de AVVV artsen op geen voorbereidende of uitvoerende handelingen op te dragen aan verpleegkundigen. De AVVV benadrukt dat beslissingen over het levenseinde genomen moeten worden door patiënt en arts. De AVVV pleit er wel voor dat de arts de betrokken verpleegkundige raadpleegt. ,,De verpleegkundige kan immers vanuit zijn betrokkenheid bij de patiënt waardevolle informatie leveren. Daarnaast heeft de beslissing mogelijk gevolgen voor het verzorgend handelen van de verpleegkundigen.'' Artsenfederatie KNMG stelt in een reactie dat artsen euthanasie niet moeten overlaten of delegeren aan verpleegkundigen. De KNMG is verontrust over de mate waarin verpleegkundigen aangeven betrokken te zijn bij het toedienen van euthanatica.

     

Medische fouten: jaarlijks 40.000 sterfgevallen 2 november 2004 – Snellerbeter.nl -- ‘Patiënten moeten zichzelf beschermen tegen foutief handelende artsen en (dreigende) medische missers.’ Dat is de boodschap van Stephen Thornton, directeur van de Britse Health Foundation en voormalig manager binnen het Britse staatszorgstelsel, de National Health Service (NHS). ‘Neem zelf het initiatief tegen een arts die zijn handen niet wast bij lichamelijk onderzoek, een zuster die twijfelt over de juiste injectie of een assistent-geneeskundige die zonder uitleg een pilletje van onbekende kleur of naam voorschrijft. Onder meer met dat advies denkt Thornton het aantal sterfgevallen (volgens de organisatie jaarlijks 40.000) door medische missers drastisch te verminderen (The Guardian, 29 september 2004). De Health Foundation concludeert uit de zogenoemde ‘YouGov poll’, een steekproef onder 500 senior-NHS-artsen, verpleegkundigen en managers, dat 73% het risico van (dodelijke) schade onderschat. Nauwelijks de helft van hen heeft nieuwe verplichte voorschriften ter preventie van fouten in zijn of haar praktijk geïmplementeerd, zo maakte de Organisatie bekend tijdens de ‘Labour Party conference’ (28 september 2004). Staatssecretaris van Volksgezondheid Rosie Winterton geeft, in reactie op de resultaten, patiënten het advies toch vooral vragen te stellen als zaken niet duidelijk zijn: ‘De “personalized service” die de NHS nastreeft, biedt ruimte voor dit soort vragen, zelfs als er niets verkeerd gaat.’ De National Patient Safety Agency herkent zich in de oproep van Thornton. De Organisatie construeert momenteel een nationaal vertrouwelijk ‘reporting system’ om meer inzicht in de praktijk te krijgen (www.npsa.nhs.uk). Volgens Thornton is de Britse NHS geen uitzonderingsgeval: de problematiek speelt wereldwijd. Hij verwelkomt overheidsinitiatieven ter preventie van foutief medisch handelen en ter bevordering van patiëntveiligheid. Toch roept hij op tot verdergaande preventie waarbij ook patiënten betrokken worden om ziekenhuizen veiliger te maken (www.health.org.uk). Bron: Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 148 (2004) 43 (23okt.2142)

 

'Waarde van leven in ziekenhuizen onder druk' --  1 november 2004 – Nederlands Dagblad -- AMERSFOORT - Het principiële uitgangspunt dat het menselijk leven op zichzelf waarde heeft en dat de mens daar niet vrijelijk over kan beschikken, komt in de ziekenhuizen steeds meer in het gedrang. Ook in christelijke ziekenhuizen vieren waarden als individualisme en zelfbeschikking van de patiënt hoogtij. Die kritische analyse gaf dr. F. van Ittersum, internist en nefroloog (nierarts) in het VU Medisch Centrum in Amsterdam, zaterdag tijdens het symposium 'De waarde van het leven' van het behoudende Contact Rooms-Katholieken. Ook christelijke ziekenhuizen als het zijne gaan volgens hem niet meer uit van een richtinggevend gedachtegoed. Hun identiteit is daarvoor te zeer vervaagd. De macht in ziekenhuizen is volgens Van Ittersum overgenomen door managers, die hun instelling leiden als een bedrijf. Hun belangrijkste zorg is of ze de ,,productieafspraken'' met de zorgverzekeraars halen en of ze aantrekkelijk genoeg zijn voor patiënten. ,,Of die tevredenheid tot stand komt door respect voor het leven, is niet van belang.'' Vooral rond de geboorte en in de stervensfase komt de waardering voor het leven in het gedrang, betoogde hij. ,,In verwachting raken, in verwachting zijn, bevallen en de eerste stappen op deze wereld dreigen meer te gaan lijken op een industrieel productieproces, dan op een opeenvolging die respect en verwondering over het leven oproept'', zei Van Ittersum. Het idee dat de mens geheel zelfstandig kan uitmaken wat goed en kwaad is, is volgens de internist een mythe. Ieder mens, dus ook de patiënt, staat bloot aan de invloed van directe omstanders en de publieke opinie, vertolkt door de media. Ook het uitgangspunt dat arts en patiënt een gelijkwaardige relatie hebben, is een illusie, vindt Van Ittersum. Als arts en verpleegkundigen het niet met de patiënt eens zijn over diens behandeling, zullen ze volgens hem proberen de patiënt van hun standpunt te overtuigen. Medisch-ethische commissies in ziekenhuizen doen volgens Van Ittersum niet veel meer dan procedures formuleren die ervoor moeten zorgen dat patiënten en artsen aan hun trekken komen. Een duidelijk medisch-ethisch standpunt op basis van een levensbeschouwelijk of filosofisch uitgangspunt is er niet bij. ,,In instellingen met vanouds een christelijke achtergrond is volledig tegemoetkomen aan alle wensen van een patiënt de nieuwe invulling van christelijke barmhartigheid geworden.'' Bisschop Eijk van Groningen benadrukte dat de kerkelijke leer over abortus en euthanasie ,,definitief en onveranderlijk'' is. De manier waarop paus Johannes Paulus II heeft verkondigd dat ,,het rechtstreeks en vrijwillig doden van een onschuldig wezen altijd ernstig immoreel is'', komt dicht bij een dogma, zei Eijk, die zich in de Nederlandse bisschoppenconferentie met medisch-ethische zaken bezighoudt.

 

'Beoordeel arts individueel op medische fouten' 30 oktober 2004 – Volkskrant -- LEIDEN - Medisch specialisten moeten voortaan individueel worden beoordeeld op hun handelen. Daartoe moet een 'gouden standaard' worden ontwikkeld. Er bestaat nog geen eenduidige maatstaf waarmee kan worden vastgesteld of een specialist disfunctioneert. Hiervoor pleitte internist Harry van Hulsteijn, voorzitter van de kwaliteitscommissie van de Orde van Medische Specialisten, vrijdag tijdens een symposium over medische fouten. Tot dusver beoordelen visitatiecommissies, waarin specialisten zitting hebben, alleen of een maatschap, bestaande uit meerdere collega's, goed functioneert. Volgens Van Hulsteijn is er sprake van onderrapportage van fouten of bijna-ongelukken, zowel bij foutencommissies in het ziekenhuis als bij de inspectie. 'Dat staat haaks op de eis om volgens de regels van de geneeskunst te handelen. Als in een ziekenhuis een gesloten bedrijfscultuur heerst, is dat onjuist.' Wel krijgt de Orde jaarlijks enkele tientallen verzoeken van artsen die willen weten hoe ze een slecht functionerende collega uit hun maatschap moeten aanpakken. 'Maar er bestaat geen definitie van disfunctioneren', zegt Van Hulsteijn. 'Gaat het om onvoldoende medische vakkennis? Of om iemand met een alcoholprobleem?' Om die reden zal Van Hulsteijn zijn collega's in de Raad Wetenschap, Opleiding en Kwaliteit van de Orde binnenkort voorstellen een standaard te ontwikkelen die houvast biedt. Hij verwacht dat die standaard over een jaar of drie in gebruik kan worden genomen. Het gaat hem er niet om dat een slecht functionerende specialist onmiddellijk uit de maatschap wordt gezet. Daaraan dienen waarschuwingen vooraf te gaan en een periode waarin de arts de kans krijgt beter werk te leveren. Tijdens het symposium 'Heersen de fouten?', georganiseerd door de stichting Medicus en Maatschappij, zei Herre Kingma, inspecteur-generaal voor de gezondheidszorg, dat de conspiracy of silence (de samenzwering van het zwijgen, waarbij artsen elkaars fouten toedekken) nog steeds bestaat, maar wel minder wordt. Super procureur-generaal Joan de Wijkerslooth zei dat het Openbaar Ministerie vrijwel nooit artsen vervolgt. 'Wij proberen ons te beperken tot de extremen.'

 

Uitbreiding reikwijdte kwaliteitswet zorginstellingen 29 oktober 2004 – Persbericht MinVWS -- De ministerraad heeft op voorstel van minister Hoogervorst van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ingestemd met een uitbreiding van de reikwijdte van de Kwaliteitswet zorginstellingen. Deze uitbreiding zorgt ervoor dat er meer duidelijkheid komt over het gelegitimeerde toezicht van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) op zorgverlening door privé-klinieken die in het derde compartiment voorbehouden handelingen (medische handelingen die alleen door een arts mogen worden uitgevoerd) betreft. De IGZ houdt op basis van de Kwaliteitswet zorginstellingen toezicht op de kwaliteit en veiligheid van zorg in instellingen. De Inspectie rekent onder de Kwaliteitswet ook de zorg die wordt verleend in privé-klinieken als deze zorg bestaat uit voorbehouden handelingen. De ministerraad heeft ermee ingestemd dat het conceptbesluit voor advies aan de Raad van State zal worden gezonden. De tekst van het besluit wordt openbaar bij publicatie in het Staatsblad. Dit persbericht is op 29 oktober 2004 na afloop van de ministerraad uitgebracht door de Rijksvoorlichtingsdienst RVD.

 

Meldingscommissies dragen nauwelijks bij aan patiëntveiligheid --  Een som van misverstanden -- 29 oktober 2004 – Medisch Contact / Artsennet, publicatie: Nr. 44 - Auteur: J.M.A.H.M.J. de Bekker en H.J. van der Steeg -- Een bijdrage leveren aan de kwaliteit van de zorg, dat is de belangrijkste taak van de meldingscommissie incidenten patiëntenzorg (MIP). Maar door allerlei misverstanden komt die taak niet uit de verf. Hoog tijd om helderheid te verschaffen.

Vrijwel iedere intramurale zorg-instelling heeft een meldingscommissie incidenten patiëntenzorg (MIP). Op basis van meldingen van medewerkers over fouten en incidenten moet de MIP bijdragen aan kwaliteitsverbetering. Zowel commissieleden zelf als medewerkers zijn echter vaak niet tevreden over het functioneren van de MIP’s. Hun rol is onduidelijk, medewerkers merken nauwelijks wat er met hun meldingen wordt gedaan en de toegevoegde waarde van de MIP wordt betwijfeld. Nadere analyse van de MIP leert dat er allerlei misverstanden zijn.

Dertig jaar: De toenmalige Nationale Ziekenhuisraad (NZR) formeert in 1970 een commissie ‘Ongevallen en fouten in ziekeninrichtingen’ die een gedragslijn opstelt hoe te handelen bij een fout of ongeval met een patiënt.1 Naar aanleiding hiervan adviseert de Landelijke Specialisten Vereniging (LSV) om in ieder ziekenhuis een permanente FONA2-commissie in te stellen waar alle fouten, ongevallen en near-accidents worden gemeld. Vanaf 1974 doen de eerste FONA-commissies hun intrede met als doelstelling preventie en het verstrekken van informatie aan derden. Veel ziekenhuizen aarzelen evenwel met het instellen van FONA-commissies omdat er aan het melden van fouten juridische haken en ogen kleven. Vanaf 1984 wordt elk ziekenhuis echter verplicht op grond van de Erkenningseisen3 een FONA-commissie (later MIP) in te stellen. Uit een aantal aspecten van het functioneren van de 30-jarige MIP blijkt dat deze niet goed functioneert en dat er vele misverstanden zijn. Tijd dus voor verandering met als belangrijke vraag: heeft de MIP nog wel bestaansrecht?

Legitimering: Het is een misverstand dat de MIP nog steeds een wettelijke verplichting is. Toen in 1996 de Kwaliteitswet zorginstellingen van kracht werd, vervielen tegelijkertijd de erkenningeisen voor ziekenhuizen. Deze Kwaliteitswet verplicht iedere zorg-instelling een kwaliteitssysteem te hanteren voor onder andere het systematisch registreren van gegevens. Ingevoerde kwaliteitssystemen zijn NIAZ voor de ziekenhuizen, MIK-V voor de verpleeghuizen, HKZ voor thuiszorg, apotheken, verzorgingshuizen, enzovoorts. In deze systemen is doorgaans opgenomen dat er een regeling moet zijn voor het melden van incidenten. In de praktijk is de MIP een vast onderdeel van die procedure, maar het instellen ervan is niet wettelijk verplicht.

Toetsen en analyseren: In 1992 is consensus bereikt over de doelstellingen van de FONA-commissie4:

1. het toetsen van de zorgkwaliteit in de organisatie aan de hand van het analyseren van bijna-incidenten en incidenten in de (individuele) patiëntenzorg;

2. het doen van aanbevelingen tot preventie aan de daarvoor verantwoordelijken. Deze formulering is in veel MIP-reglementen terug te vinden; door de begrippen ‘toetsen’ en ‘analyseren’ ziet de MIP het doen van onderzoek naar de toedracht van incidenten als hun voornaamste taak. Ten onrechte, want daarmee treedt de MIP in de verantwoordelijkheid van de behandelend arts en van de leidinggevende van de afdeling. Het behandelteam behoort een feitenonderzoek uit te voeren en te toetsen. Ook leidinggevenden lijken te denken dat de MIP voor dergelijk onderzoek is ingesteld. Een misverstand, want de MIP hoort niet thuis op het individuele patiëntenniveau.

De MIP is een adviescommissie met als doel: ‘een bijdrage te leveren aan verbetering van patiëntveiligheid, op grond van binnengekomen meldingen, in de vorm van adviezen aan de directie’. Bij calamiteiten (een ernstig gevolg voor de patiënt, eventueel de dood tot gevolg hebbend) gelden andere spelregels. Calamiteiten moeten aan de directie worden gemeld omdat deze de plicht heeft ze aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) te melden. Deze verplichting wordt opgenomen in de nieuwe Kwaliteitswet zorginstellingen. De directie kan zelf een onderzoek instellen of een onderzoekscommissie (niet de MIP!) daartoe opdracht geven. Omdat iedere calamiteit een specifieke aanpak vereist, behoren bij een onderzoek naar de ware toedracht van een calamiteit ook aparte bevoegdheden.

Samenstelling: Aanvankelijk maakten ook directieleden deel uit van de MIP. Dat veranderde echter al snel want het ondermijnt de onafhankelijkheid, werkt drempelverhogend voor het melden en het geeft een belangenconflict omdat de directie geen adviezen aan zichzelf kan geven. Hetzelfde geldt voor leden van het managementteam. De omvang van meldingscommissies varieert sterk, gemiddeld zeven à acht personen, uit verschillende disciplines, met in ziekenhuizen een sterke vertegenwoordiging van artsen. De directie benoemt de leden, met e