- Nieuws Gezondheidszorg –
Patiënt
mag stoornis bijna zelf uitkiezen – 6
januari 2005 – BN / De Stem --
Een andere diagnose, opname in een kliniek
of begeleiding in plaats van behandeling. Patiënten en therapeuten doen al het
mogelijke om de bezuinigingen op psychotherapie te ontwijken, omdat voortijdig
stoppen van behandelingen schadelijk is. „Als de regels veranderen, verandert
het spel.“ Niettemin bestaat vrees voor meer zelfmoorden. Op een briefje aan
de verzekeraar staat dat Anneke (niet haar echte naam) een
persoonlijkheidsstoornis heeft. Die heeft ze niet; ze heeft depressieve
klachten. Maar met dit briefje krijgt ze wel een vergoeding voor 25 extra
sessies psychotherapie. Ze kan geen 77 euro per behandeling betalen en ermee
stoppen is ook geen optie. „Dan moeten we twee jaar van mijn leven in een
sessie van drie kwartier doen. Alleen op mijn vijfde is al zovéél gebeurd.“
Haar therapeut loste het probleem op door Anneke voor de verzekering een andere
diagnose te geven. Iemand met andere
klachten een persoonlijkheidsstoornis toeschrijven is een van de manieren
waarop psychotherapeuten de bezuinigingen omzeilen. Sinds 1 januari 2004 is het
aantal behandelingen dat vergoed wordt al beperkt tot dertig per persoon; sinds
oktober tot vijfentwintig of vijftig. Voorheen kon iedere patiënt negentig
sessies krijgen. Voor tachtig procent van de patiënten zijn 25 gesprekken met
een therapeut voldoende, schat Dick Bouman, voorzitter van de Nederlandse
Vereniging van Vrijgevestigde Psychotherapeuten (NVVP). Vijftien tot twintig
procent heeft echter meer nodig, vaak ook meer dan vijftig sessies. Als ze
de behandeling zelf niet kunnen betalen, zouden ze ermee moeten stoppen. „Als
de regels veranderen, verandert het spel“, zegt Bouman. „Mensen worden nu eerder
overgeheveld naar een psychiatrisch ziekenhuis. Of hun problemen worden niet
behandeld.“ „Ik selecteer ook scherper“, zegt Bouman, die een praktijk in Den
Haag heeft. Patiënten die een lange
behandeling nodig hebben, adviseert hij naar een GGZ-instelling te gaan, hoewel
ze daar na slechte ervaringen soms juist niet meer heen willen. Instellingen
bevestigen dat de toestroom van patiënten met moeilijk behandelbare klachten
toeneemt. Patiënten van wie gevreesd wordt dat ze zelfmoord plegen als de behandeling
stopt, krijgen sessies onder de noemer ‘begeleiding’. De gesprekken duren
korter en de instelling legt erop toe. „Op termijn is dit niet vol te houden,“
waarschuwt Paul Spronken, voorzitter van de Raad van Bestuur van GGZ Brabant.
„Wij moeten ook steeds commerciëler gaan werken.“ Ook psychotherapeutische
centra waar mensen kunnen worden opgenomen of in dagbehandeling kunnen, melden
een toename sinds afgelopen najaar. Psychotherapeut
Marleen van Asperen Vervenne uit Amsterdam pakt een aantal patiëntendossiers
van mensen die getroffen worden door de bezuiniging. Een jongen die niet naar
school wil. Een echtpaar met drie kinderen dat elkaar voortdurend vernedert.
Een Marokkaanse jongeman die ‘kapseisde’ na een verbroken relatie en jarenlange
vernederingen door zijn vader. Meerdere gevallen van seksueel misbruik. „Dit
soort dingen vergen soms jaren werk en geduld; je moet vastigheid met iemand
opbouwen.“ Om mensen ‘binnenboord’ te houden probeert Van Asperen Vervenne de
behandelingen te spreiden: twee keer per
maand therapie in plaats van eens per week, of contact houden per e-mail.
„Allemaal lapmiddelen. Het e-mailen kost me elke avond bijna een uur.
Onbezoldigd.“ De therapeute is ervan overtuigd dat de bezuiniging de overheid
op den duur geld kost. „Klachten die nu blijven zitten, komen vaak terug als
lichamelijke klachten. Of mensen worden langdurig depressief.“ De gevolgen
kunnen ernstig zijn, meent hoogleraar
persoonlijkheidsstoornissen Roel Verheul. „Ik verwacht een stijging in het gebruik van antidepressiva en meer
suïcides.“ Constance Tiemens mocht haar persoonlijkheidsstoornis bij wijze
van spreken zelf uitzoeken. Het is niet de hoofdstoornis waarvoor ze behandeld
wordt op het centrum intensieve behandeling van Parnassia, de instelling voor geestelijke gezondheidszorg in
Zuid-Holland. Om te genezen van haar ‘complexe psychische stoornis’ heeft
ze naar schatting vier tot vijf jaar therapie nodig. De vijftig sessies die
volledig worden vergoed, zijn genoeg voor ongeveer één jaar. Voorlopig is ze
‘gered’. De instelling heeft een uitzondering gemaakt voor patiënten van haar
afdeling. Ook bij haar gaat de behandeling door onder de noemer ‘begeleiding’.
Andere patiënten hebben minder mazzel. Ze moeten naar een andere locatie,
krijgen hulp van een sociaal werker in plaats van een therapeut of moeten
helemaal stoppen. Tiemens vreest dat haar op termijn toch hetzelfde lot treft.
„Als cliënt ben je overgeleverd aan de willekeur van instellingen die
oplossingen bedenken.“
KNMG
lanceert Richtlijn voor online arts-patiënt contacten - Online contact
onder voorwaarden mogelijk
– 6
januari 2005 – KNMG -- Steeds vaker gebruiken artsen in hun praktijk online communicatiemiddelen, zoals e-mail
en chat. Tot voor kort bestonden hiervoor geen richtlijnen. De KNMG heeft een richtlijn opgesteld die
aangeeft onder welke voorwaarden verantwoorde online arts-patiëntcontacten
kunnen plaatsvinden.
De KNMG-richtlijn gaat in op alle online
contacten tussen arts en patiënt waarbij de arts:
Kenmerkend voor dergelijke online contacten
is dat er geen mogelijkheid is de patiënt lichamelijk te onderzoeken. Niet alle
situaties lenen zich daarom voor een online contact. Vaak zal immers
lichamelijk onderzoek nodig zijn voordat de arts een diagnose kan stellen.
Spoedeisende zaken lenen zich doorgaans ook niet goed voor een online
consultatie. Een probleem van andere orde is hoe arts en patiënt zich kunnen
identificeren. Nu is dit nog niet goed mogelijk, ICT-mogelijkheden moeten
verder verbeteren. In het belang van de
kwaliteit van de zorg is daarom terughoudendheid geboden bij online contacten.
Het uitgangspunt van de richtlijn is dat online contacten ingebed moeten zijn
in een al bestaande behandelrelatie, dat wil zeggen een relatie waarin arts en
patiënt elkaar kennen, elkaar hebben ontmoet en elkaar zo nodig weer kunnen
ontmoeten. Het is echter niet uit te sluiten dat ook buiten een bestaande
behandelrelatie online contacten mogelijk zijn. De beslissing om online advies
te geven of te behandelen moet elke keer door de arts worden gemaakt. Hij moet
deze keuze kunnen motiveren. Een arts kan besluiten tot online contact met een
patiënt als hij eventuele risico’s heeft
afgewogen en de kwaliteit van zorg voldoende gegarandeerd is. De beslissing
van de arts moet medisch-inhoudelijk
verantwoord zijn. De richtlijn moet worden gezien als een aanvulling op de professionele standaard.
Besluit een arts tot online contact met een patiënt, dan gelden dus ook alle
voorwaarden uit de richtlijn naast de bestaande professionele
zorgvuldigheidsnormen. Dit houdt onder
andere in dat ook van een online consult een dossier bijgehouden moet worden,
de arts een bewaarplicht heeft en dat de arts de overige patiëntenrechten moet
respecteren. De richtlijn is op 1
januari 2005 in werking getreden en is te downloaden
op www.knmg.nl/publicaties.
Onderzoek
medicijnen openbaar -- Farma-industrie akkoord – 6 januari 2005 – NRC – ROTTERDAM - De
grote farmaceutische bedrijven gaan alle
resultaten van geneesmiddelenonderzoeken openbaar maken. Ook als het onderzoek negatief heeft
uitgepakt voor het onderzochte nieuwe geneesmiddel volgt binnen een jaar
openbaarmaking. Iedereen kan binnenkort ook inzage krijgen in lijsten met
nog lopende geneesmiddelenonderzoeken. De openheid is een initiatief van vier federaties van farmaceutische
industrieën, de Japanse, Amerikaanse, Europese en de overkoepelende
International Federation of Pharmaceutical Industries and Associations. De
grootste bedrijven hebben, zei de Europese federatie vanmorgen, ingestemd met
de nieuwe regels. ,,De bedrijfstak erkent dat het goed is voor de
volksgezondheid om gegevens over de klinische experimenten beschikbaar te
stellen aan artsen, patiënten en andere belangstellenden.'' De farmaceutische industrie staat sinds
vorig jaar onder grote druk om onderzoekgegevens openbaar te maken, nadat was
gebleken dat commercieel onwelgevallige onderzoeksresultaten geheim waren
gehouden, met verlies van mensenlevens als gevolg. Veel belangstelling
trokken de eind 2003 en begin 2004 bekend geworden zelfmoorden bij kinderen en
pubers, kort nadat ze een van de moderne, prozac-achtige medicijnen tegen
depressie waren gaan slikken. De gedachten aan zelfmoord waren in enkele
onderzoeken met de antidepressiva bij kinderen wel waargenomen, maar waren niet
zo geadministreerd. Eind september 2004 trok fabrikant Merck de moderne pijnstiller
Vioxx terug van de markt omdat mensen die het middel slikten een grotere
kans hebben om aan een hartaanval te overlijden. De hartproblemen die Vioxx kan
veroorzaken waren al in onderzoeksresultaten zichtbaar, bleek achteraf. Deze
kwesties leidden tot acties in de parlementen van Groot-Brittannië en de
Verenigde Staten, waarbij met scherpere wetgeving wordt gedreigd. De belangrijkste medisch-wetenschappelijke
tijdschriften kondigden vorig najaar aan alleen nog artikelen te zullen
publiceren van medicijnenonderzoek waarvan het protocol van te voren openbaar
was gemaakt. Nefarma, de Nederlandse vereniging van farmaceutische industrie,
heeft al drie jaar een database van in Nederland opgezette onderzoeken naar
geneesmiddelen. ,,Maar die is nog niet openbaar'', zegt een
Nefarma-woordvoerder. De database is eigenlijk opgezet om te kijken hoe lang
het duurt voordat ethische commissies een studieopzet goedkeuren. Goedkeuring
duurt nu gemiddeld honderd dagen. Een nog niet ingevoerde Europese richtlijn
stelt een maximum van zestig dagen.
Pijnstillers schaden dunne
darm -- 5 januari 2005 – De Standaard -- WASHINGTON
(reuters) - Meer dan 70 procent van pijnpatiënten die pijnstillers als ibuprofen langer dan drie maanden aan een stuk
slikken, lopen daarbij schade op aan hun dunne darm, rapporteren Amerikaanse
artsen. Hun studie betekent een nieuwe klap voor reumapatiënten, na vroegere
rapporten dat veelgebruikte pijnstillers van een ander type, de zogeheten
cox-2-remmers, hun risico op hartziekte en beroerte verhogen.
Publicaties
voor hulpverleners die Nederlandse getroffenen zeebeving begeleiden – 4 januari 2005 – Zorgkrant -- Het
Instituut voor Psychotrauma (IvP) in Zaltbommel, het expertisecentrum voor traumaopvang,
is sinds Tweede Kerstdag betrokken bij hulpverleningsactiviteiten voor de
Nederlandse getroffenen in Zuid-Oost Azië. Op de website van het IvP is
informatie te vinden over de psychosociale
hulpverlening bij mogelijke (stress)reacties van getroffenen en hun
familie. Het instituut publiceerde maandag informatie voor huisartsen ten behoeve van de begeleiding van getroffenen en
hun familie. Verder staan op de website verwijzingen naar het Landelijk Kenniscentrum Psychosociale Zorg na Rampen van stichting Impact, gevestigd in het
Academisch Medisch Centrum (AMC) te Amsterdam. Op de website van het Impact
kenniscentrum zijn, na registratie, relevante artikelen te downloaden over de
mogelijke psychosociale gevolgen van rampen en de begeleiding daarbij. Op de
site van het IvP treft u ook informatie aan voor
getroffenen over verwerking en stress-reacties.
Slachtoffers
incest denken dat zíj gek zijn en niemand hetzelfde ervaart – 4 januari 2005 -- Rotterdams Dagblad -- Vrouwen die het slachtoffer zijn van seksueel misbruik vinden het moeilijk daarover te praten.
Vaak zwijgen ze jarenlang over wat hen is aangedaan. Ze schamen zich of zijn
bang dat ze de schuld in de schoenen geschoven krijgen. Soms lopen ze ook tegen
een muur van onbegrip aan. Maar opkroppen is slecht en kan later tot problemen
leiden. Praten biedt steun en daarom begint het algemeen maatschappelijk werk Opmaat dit jaar weer een
praatgroep voor vrouwen met incestervaring. DORDRECHT - ,,Er is voor
slachtoffers van incest moed nodig om over de drempel te stappen en aan de
gespreksgroep mee te doen. Veel mensen vinden het al moeilijk genoeg om bij de
hulpverlening aan te kloppen, laat staan dat ze er met anderen, al zijn het
lotgenoten, over praten. Maar praten helpt, echt!'' Margreet de Jonge van thuiszorgorganisatie Opmaat spreekt uit
ervaring. ,,Ik heb inmiddels acht groepen geleid en er is nog nooit iemand
geweest die achteraf spijt had dat ze heeft deelgenomen.'' De gespreksgroep
moet niet worden gezien als therapie, waarschuwt De Jonge. ,,Nee, eerder als
iets waarbij de deelnemers in de anderen veel zullen erkennen en herkennen. De meeste slachtoffers denken dat zíj gek
zijn en dat niemand anders hetzelfde ervaart. Echter, als ze eenmaal in gesprek
raken met lotgenoten, zien ze dat zij niet de enige zijn. Als je van een ander
ziet dat het diens schuld niet is geweest, dan opent dat ook jouw ogen. Het
geeft je dan inzicht in je eigen situatie en op dat moment dringt het tot je
door dat het niet jouw schuld was dat je bent misbruikt. Het is ook belangrijk
dat de deelnemers van elkaar zien dat het allemaal gewone vrouwen zijn die het
is overkomen.'' Lees verder in het Rotterdams Dagblad van dinsdag 4
januari.
Visuele
bijsluiter voor doven ontwikkeld – 4
januari 2005 – Rijksuniversiteit Groningen - De Wetenschapswinkels van de Rijksuniversiteit Groningen hebben op
verzoek van de dovenhulpverlening
een visuele bijsluiter ontwikkeld. Deze bijsluiter is bedoeld om de geneesmiddelenvoorlichting aan doven met
een verstandelijke handicap te verbeteren. Deze groep doven communiceert
door middel van gebarentaal en kan op zijn hoogst enkele losse woorden lezen.
Dat betekent dat gewone bijsluiters voor hen onbegrijpelijk zijn. De
hulpverleners die goede voorlichting kunnen geven over medicijngebruik,
bijvoorbeeld apotheekmedewerkers, beheersen meestal geen gebarentaal. Het
gevolg is dat doven met een verstandelijke handicap vaak niet de informatie
krijgen, waar ze wettelijk recht op hebben. Dit leidt regelmatig tot verkeerd
gebruik van medicijnen en een gebrek aan motivatie om de geneesmiddelen in te
nemen. De wetenschapswinkels
Geneesmiddelen en Taal, Cultuur en Communicatie hebben daarom in een
gezamenlijk project een visuele bijsluiter ontwikkeld. De belangrijkste
elementen uit de schriftelijke bijsluiter worden daarin verbeeld, zoals waarom
je het geneesmiddel krijgt, hoe je het moet innemen en wat eventuele
bijwerkingen zijn. Ook is er een doseringsschema toegevoegd. Deze bijsluiter is
getest en daaruit bleek dat het zelfs voor anti-psychotica en anti-depressiva
mogelijk was om begrijpelijk te verbeelden wat het geneesmiddel doet. Ook
andere groepen kunnen in een later stadium baat hebben bij de visuele
bijsluiter, zoals verstandelijk
gehandicapten, functioneel analfabeten en laagopgeleide anderstaligen. De
visuele bijsluiter bestaat uit een stramien en afbeeldingen die getest zijn op
het begrip van de doelgroep. Daardoor is voor elke patiënt afzonderlijk een
visuele bijsluiter samen te stellen. Het aantal afbeeldingen is momenteel nog
beperkt, maar er wordt gezocht naar mogelijkheden om dit uit te breiden. Voor
hulpverleners die professioneel te maken hebben met geneesmiddelenvoorlichting
aan deze groep komt het materiaal binnenkort beschikbaar via een CD-rom met een handleiding. De
cd-rom is te bestellen via de website. Op de site staan ook voorbeelden van de
visuele bijsluiter.
Titel: Mogelijkheden voor een visuele bijsluiter,
een onderzoek naar de verbetering van geneesmiddelenvoorlichting aan vroegdoven
- Auteur: Saskia Visser - Uitgave: Wetenschapswinkel Taal, Cultuur en Communicatie - Bestellen: www.rug.nl/wewi/deWetenschapswinkels/talen/publicaties
- Informatie: Saskia Visser,
Wetenschapswinkel Taal, Cultuur en Communicatie, tel. (050)363 52 71, tawi@let.rug.nl
Symposium
over kindermishandeling – 2
januari 2005 -- Johannes Wier Stichting / Nieuwsbank -- Op 21 april 2005 vindt in Tilburg een
symposium plaats over kindermishandeling, georganiseerd onder auspicien van de KNMG afd Midden Brabant. Naast
diagnostische aspecten wordt aandacht besteed aan hoe om te gaan met
(vermoedens van) kindermishandeling in de verschillende disciplines en de
aarzeling bij het bespreekbaar maken ervan; de verschillende netwerken en
protocollen; de rol van het AMK; en juridische aspecten. Plaats: Tilburg,
Concertzaal. Tijd: 13.30-17.00 uur.
Orthopedisch
chirurg door tuchtcollege gewaarschuwd – 1
januari 2005 – Red. MdH – Het
Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam heeft op 28
december 2004 een waarschuwing aan
de orthopedisch chirurg B. opgelegd
(zaaknummer 03/180). Van de drie klagers zijn ter zitting op 2 november 2004
twee klagers verschenen. Klagers verwijten de arts nalatig te zijn geweest door
pas na vier en een half uur naar het ziekenhuis te zijn gekomen ondanks het
feit dat de dienstdoende arts-assistent die een spoedoperatie nodig achtte hem
herhaaldelijk had verzocht zelf naar de patiënte, een dame in de 90, te gaan
kijken. Tevens klaagde de familie erover door de arts onheus te zijn bejegend
en met verbaal geweld te woord te zijn gestaan. Verweerder betwist dat een
spoedoperatie nodig zou zijn geweest. Hij geeft aan dat de communicatie met de
arts-assistent niet optimaal verliep en heeft binnen het ziekenhuis stappen
ondernomen zodat de opvang van fractuurpatiënten in de toekomst gestroomlijnder
kan worden georganiseerd en assistenten intensiever zullen worden begeleid.
Over de bejegeningklacht merkte hij op dat het te loven is als men beledigende
opmerkingen van patiënten naast zich neer kan leggen. Hij zelf echter zou ook
de volgende keer weer op dezelfde wijze reageren. De familie zou hem gedreigd
hebben zoveel mogelijk klachten tegen hem in te dienen waardoor hij geïrriteerd
raakte. Het oordeel van het tuchtcollege houdt in dat de orthopedisch chirurg
als achterwacht verantwoordelijk was en de problemen voorkomen hadden kunnen
worden indien hij zelf meteen naar het ziekenhuis was gekomen. De arts-assistent
was volgens de Wet BIG zelfs niet
bevoegd de door de arts opgedragen handelingen bij de patiënte te verrichten.
Doordat de arts onjuist heeft gehandeld werd aan de patiënte optimale
behandeling onthouden. Het college acht ook het tweede klachtonderdeel gegrond
aangezien van een hulpverlener verwacht mag worden dat hij indien hij zich
onheus bejegend voelt door een patiënt of diens naasten, in staat is om
deëscalerend op te treden c.q. te volstaan met een zakelijke terechtwijzing. De
in het geheel door het tuchtcollege gegrond verklaarde klacht waarvoor aan de
orthopedisch chirurg een waarschuwing werd opgelegd, werd door het college aan
het tijdschrift Medisch Contact voor
publicatie aangeboden en zal in de
Nederlandse Staatscourant worden bekendgemaakt. De patiënte overleed in
augustus 2003, enkele dagen na de doorgevoerde operatie. Het college bestond
uit de leden-artsen Lyppens, Vogelenzang en van Vliet en uit de leden-juristen
de Vries (voorzitter), Bartels en de secretaris Coert. Dit
nieuwsbericht heeft onze redactie op 3 januari 2005 als persbericht aan Nieuwsbank, een interactief Nederlands
persbureau, verzonden.
Belastende
gegevens over gevaren Prozac teruggevonden – 31 december 2004 -- Telegraaf -- LONDEN - Het Britse medische tijdschrift British Medical Journal (BMJ) zegt
vertrouwelijke documenten in handen te hebben gekregen die het antidepressivum
Prozac in verband lijken te brengen met gewelddadigheid en suïcidaliteit. Dat
meldde de BBC vrijdag. De documenten behoren toe aan het Amerikaanse farmaceutische bedrijf Eli Lilly, de producent van
Prozac. Ze raakten ruim tien jaar geleden zoek toen ze moesten dienen als
bewijsmateriaal in een rechtszaak in verband met een achtvoudige moord in de
Verenigde Staten in 1989. De 47-jarige
Joseph Wesbecker, die leed aan depressieve klachten en net een maand Prozac
slikte, schoot acht mensen dood en verwondde er twaalf. Vervolgens sloeg hij de
hand aan zichzelf. De nabestaanden sleepten vijf jaar later Eli Lilly voor de rechter,
omdat hij onder invloed van Prozac zou hebben gehandeld. Omdat de belastende
documenten verdwenen waren, won Eli Lilly de zaak. Het gebruikte die
overwinning om het publiek voor te houden dat een onafhankelijke rechter had
vastgesteld dat Prozac veilig is. Later moest het bedrijf echter toegeven dat
het in het geheim een schikking had getroffen met de eisers. Een rechter
verklaarde daarop het vonnis in Eli Lilly's voordeel nietig. BMJ heeft de
documenten, die handelen over een onderzoek in opdracht van Eli Lilly naar de
effecten van Prozac, overgedragen aan de Amerikaanse instantie die waakt over
de veiligheid van medicijnen, de FDA.
Een woordvoerder van de FDA noemt de onderzoeksgegevens "zeer
belangrijk". Volgens de woordvoerder was Eli Lilly, als het inderdaad de
uitvoerder of opdrachtgever was van het onderzoek, verplicht de uitkomst te
melden aan de FDA of te publiceren. In plaats daarvan blijft het bedrijf
volhouden dat Prozac een veilig medicijn is dat miljoenen mensen heeft
geholpen. Prozac is een van de meestgebruikte antidepressiva. Meer dan vijftig
miljoen mensen wereldwijd hebben het voorgeschreven gekregen. Toen de VS en
sommige Europese landen in 2003 het gebruik van antidepressiva door jongeren
aan banden legden, omdat zij bij hen zelfmoordneigingen kunnen veroorzaken,
werd voor Prozac een uitzondering gemaakt. Het werd gezien als het enige
antidepressivum waarvan de voordelen opwegen tegen de nadelige bijwerkingen.
Eindeloos
bevallingsdrama en de ouders vechten zich kapot tegen het onrecht -- Arts
blundert, baby sterft – 29 december 2004
– Algemeen Dagblad -- Een kind krijgen is een ingrijpende en bijzondere
gebeurtenis. Als daarin iets fout gaat, is dat op zichzelf al een traumatische
ervaring. Vooral als de fout niet nodig was geweest en de arts vervolgens doet
of alles in orde is. Het gevolg: een lange slepende letselschadezaak. De zon
schijnt op 26 mei 2001. Niet alleen letterlijk, want het gezin Rocholl voelt
zich bevoorrecht. Natascha staat op het punt te bevallen van haar tweede kindje.
Aan zowel de arts-assistent J. Keunen
als aan het ziekenhuis is een reactie gevraagd. Keunen, inmiddels werkzaam in
Canada, verwijst naar het ziekenhuis. Woordvoerder
Ingrid de Jong van het Academisch Ziekenhuis Maastricht (AZM): ,,Wat ik
kwijt wil is dat we het allereerst vreselijk vinden wat de familie is
overkomen. Op grond van de feiten zijn we in augustus 2003 gekomen tot het
erkennen van aansprakelijkheid. Inmiddels ligt er een claim voor shockschade.
Die wijzen wij af. De rechter moet hier verder over oordelen omdat het al met
al toch een juridisch vraagstuk blijft.'' Het blijkt dat noch de arts, noch het
ziekenhuis ooit excuses heeft aangeboden aan de familie. Op de vraag of vanuit
het ziekenhuis de bereidheid bestaat de zaak zo snel mogelijk af te wikkelen om
de familie zo min mogelijk schade te berokkenen, kan De Jong geen antwoord
geven: ,,Dat is een zaak van de rechter.'' Als er sprake is van medisch letsel,
is het allereerst zaak het ziekenhuis of de behandelaar aansprakelijk te
stellen. Is een arts in dienst van een ziekenhuis, dan is het ziekenhuis in
eerste instantie verantwoordelijk. Het ziekenhuis laat deze zaken afhandelen
door de verzekeraar. Erkent deze de aansprakelijkheid, dan wordt de zaak
meestal doorgeschoven naar een schadebedrijf dat samen met de gedupeerde (of
zijn advocaat) moet vaststellen hoe hoog het uit te keren bedrag moet zijn. De
materiële schade is meestal niet het probleem. Wel de shockschade. Er bestaat
een verschil tussen 'verdriet' en 'shockschade'. In het laatste geval moet vast
komen te staan dat er sprake is van een trauma, ofwel een geestelijk letsel.
Als de rechtbank shockschade in medische zaken toewijst, is dit een primeur.
Het ziekenhuis (of de verzekeraar) zal zeker proberen via hoger beroep deze
uitspraak terug te laten draaien. ,,De eerste keer ben ik gewoon thuis bevallen
en dat ging prima'', vertelt ze. ,,De tweede zwangerschap verliep helemaal
volgens het boekje en ik voelde me super. De bevalling vlotte alleen niet en de
harttonen van mijn kindje werden onregelmatiger, waarop de verloskundige mij
door verwees naar het Academisch Ziekenhuis in Maastricht.'' Zij en haar man
René hadden al van de verloskundige gehoord dat het mogelijk een keizersnede
zou worden. Dat vonden ze geen probleem. In het ziekenhuis werd eerst een
echografie gemaakt waarop niet te zien was of de navelstreng om het nekje van
het kindje zat. Natascha werd aan een apparaat gelegd dat de hartslag van het
kindje registreerde. Ook daarop werd vastgesteld dat die onregelmatig was. De arts
J. Keunen - die later een assistent bleek te zijn - liet nog de mogelijkheid
voor een keizersnede vallen. Vervolgens was daar geen sprake meer van.
Gedurende 3,5 uur volgde de arts zijn eigen plan. Hij brak de vliezen en zag
dat het kindje in het vruchtwater had gepoept. Een terugvallende hartslag in
combinatie met meconiumhoudend vruchtwater is over het algemeen een directe
indicatie voor een keizersnede. Keunen besloot te handelen alsof de navelstreng
om het nekje zat, terwijl daar - behalve zijn eigen rapport - geen enkel bewijs
voor lag. Hij diende extra vloeistof in de baarmoeder toe, zodat de vermeende
boosdoener - de navelstreng - wat ruimte zou krijgen. De vloeistof bracht hij
op kamertemperatuur (20 graden), terwijl die op lichaamstermperatuur (37
graden) hoort te zijn. Natascha krijgt ook nog weeënremmers toegediend, die ze
op grond van de informatie die bij de intake in het ziekenhuis had gegeven,
nooit had mogen krijgen. ,,Daarna ging het slechter. Ik was zeker één uur
alleen met René en ons zoontje Niels die toen vier jaar oud was. De oppas voor
Niels was nog onderweg en daarom was hij meegegaan naar het ziekenhuis. René is
uiteindelijk de arts gaan roepen.'' Onderzoeken volgden en René moest met Niels
naar buiten. De hartslag van moeder was wel te vinden. Die van het kindje niet.
Natascha: ,,Even later kreeg ik van de arts te horen dat hij helaas had moeten
vaststellen dat het kindje was overleden. En weg was hij.'' Een verpleegkundige
bracht René de schokkende boodschap. Kleine Niels hoorde alles. Hij was later,
vertellen zijn ouders, volledig van de kaart. Gelukkig kwam zijn oppas en kon
hij weg.
Wat daarop volgt, is een soort nachtmerrie.
Natascha moet nog altijd bevallen van haar dode kindje: ,,Dat gaat dus niet! Je
doet een bevalling samen met je levende kindje. Een dood kindje geeft niet mee,
doet niets. ,,Het duurde nog eens zes uur. Ik heb een behoorlijke hoeveelheid
morfine gekregen en was gewoon stoned en in shock. Afschuwelijk was het. Vanuit
de arts of verpleging kwam niet veel medeleven. We kregen niets te drinken,
niets te eten, helemaal niets.'' Bartolomeus, zoals ze hem hadden genoemd, kwam
puntgaaf ter wereld. René zag dat er helemaal geen navelstreng om zijn nekje
had gezeten. Waarschijnlijk heeft de combinatie van de te langzame bevalling en
alle acties van de arts geleid tot zijn overlijden. René: ,,Ook zoiets: in het
ziekenhuis werden we meteen geconfronteerd met formulieren voor een begrafenis
of crematie. Er werd gehamerd op een snelle beslissing, meteen nadat hij eruit
kwam.'' Het echtpaar wilde niets, alleen maar weg van het ziekenhuis, naar
huis. Een taxi was niet geregeld en kwam na herhaalde verzoeken evenmin. Een
pizzabezorger die toevallig een bestelling van het ziekenhuis kwam afleveren,
bracht uit medeleven het echtpaar thuis. ,,Het is heel moeilijk te omschrijven
wat er door je heen gaat. In eerste instantie had ik nog geen verwijten, alleen
maar pijn. Je verwacht niet thuis te komen zonder kindje. In plaats van een
mooie kraamtijd, moesten we de crematie regelen.'' Het gezin draaide op de
automatische piloot. Het verdriet was en is te groot voor iedereen. Niels
begreep er niets van dat er geen broertje was. René en Natascha hadden nog een
gesprek met arts-assistent Keunen. Er komt geen excuus, geen enkele sympathieke
blijk van medeleven over zijn lippen, zeggen ze. Hij vraagt alleen of ze een
volgende bevalling weer bij hem willen doen. Ze wilden de zaak eigenlijk laten
rusten en zo snel mogelijk proberen weer zwanger te worden. In november van dat
jaar volgt er een miskraam. Half 2002 is Natascha weer zwanger en verloopt
alles naar wens. Bij de verloskundige in Groningen - waar het gezin inmiddels
woont - komt de dood van Bartholomeus weer ter sprake. ,,De verloskundige wilde graag het verslag van het ziekenhuis hebben.
Wij ondernamen actie om het dossier los te krijgen. Ondanks herhaalde
telefoontjes en brieven en toezeggingen kregen we niets. Uiteindelijk hebben we
een advocaat in moeten schakelen en zij kreeg het wel voor elkaar.'' De inhoud
is verbijsterend. Alle normale procedures bij een dergelijke bevalling zijn
niet gevolgd. Het te koude water dat is toegediend, de slechte echo waarop
niets te zien was, de weeënremmers die Natascha - vanwege een gemelde
hartaandoening bij haar oudste zoon en de kans daarop bij Bartolomeus - nooit
had mogen krijgen. Fout op fout op fout. Het is voldoende voor het echtpaar
om de zaak niet te laten rusten. Hun advocaat,
mr. Marion L. Stroink, stelt begin augustus 2003 het Academisch Ziekenhuis
Maastricht aansprakelijk. Al binnen drie weken ligt er een antwoord: het
ziekenhuis erkent de aansprakelijkheid. Natascha: ,,Het is bijna een wonder hoe
snel dit is verlopen. We haalden opgelucht adem omdat we hadden gehoord dat
juist dat proces zo lang zou kunnen duren. Het was dus helder dat er grove
fouten zijn gemaakt. De afwikkeling zou ook wel snel gaan, dachten we. Juist
dat sleept nog altijd voort.'' Het ziekenhuis heeft een schadebedrijf
ingeschakeld dat de hoogte van het uit te keren bedrag moet vaststellen. De
familie: ,,Elk bedrag dat wij opvoeren, doet het schadebedrijf af als 'te
hoog', 'niet realistisch' en 'niet van bewijzen voorzien.'' ,,Het aantal
familieleden (22) dat uit Duitsland overkwam voor de crematie werd in twijfel
getrokken. Onze shockschade - zoals een
klinisch vastgesteld post traumatisch stress syndroom bij beiden - wordt van
tafel geveegd. De diagnose zou niet objectief zijn, hoewel een erkende
psychiater die stelde.'' Advocaat Stroink van het echtpaar is hierover een
aparte gerechtelijke procedure begonnen bij de rechtbank in Maastricht. De
brieven van het schadebedrijf getuigen niet van een fijngevoeligheid voor deze
zaak. ,,Wat een einde van alle ellende moest worden, is het begin gebleken'',
zeggen Natascha en René. ,,We functioneren nauwelijks nog. Elke keer als er een
brief binnenkomt van het schadebedrijf worden we herinnerd aan die
afschuwelijke dag. We willen graag de draad weer oppakken, maar het gaat
niet.''
Financieel zit het echtpaar aan de grond
omdat Natascha haar werkzaamheden als freelance vertaler niet naar behoren kan
uitvoeren. René die allang een atelier had willen beginnen, komt daar niet toe.
Hij zit nu zonder werk: ,,Het inkomensverlies wordt zo alleen nog groter en
groter. Nog los van de schade die wij als gezin oplopen.'' Natascha kan er met
haar pet niet bij: ,,Dit mag toch gewoon niet gebeuren? Je mag mensen die al
zo'n groot verlies hebben geleden, psychische klachten hebben en er ook nog
eens financieel aan onderdoor gaan, niet zo maar op deze manier blijven
dwarszitten? ,,Het vreemde vind ik dat je zowel financieel als geestelijk in
staat moet zijn deze rechtsgang vol te houden. Met andere woorden: je moet én
een opleiding hebben gehad én geld hebben. Heb je een van beiden niet, dan kun
je geen recht halen. Zo simpel ligt het.'' Voor de familie is er geen keuze: ,,Voor ons is er geen weg terug. We hebben
de arts-assistent Keunen ook voor het Regionaal Medisch Tuchtcollege gedaagd.
Bartolomeus krijgen we er niet mee terug. We willen alleen gerechtigheid. Doen
we het niet voor onszelf, dan toch wel voor alle mensen die dit niet op kunnen
brengen.''
Ross:
Jeugdzorg moet bij twijfel eerder ingrijpen – 28 december 2004 – Telegraaf -- DEN HAAG
- Bij twijfel of een kind ergens wel veilig is, moet de Jeugdzorg eerder durven
ingrijpen. Het belang van het kind moet daarbij centraal staan. " Dat
vraagt natuurlijk om een beetje durf", zei staatssecretaris Ross (VWS) dinsdag in het Radio 1-Journaal. Ze ging daarmee in op de gang van zaken rond het
meisje Savanna uit Alphen aan den Rijn,
dat in september dood werd gevonden in de kofferbak van een auto. Haar moeder
en de vriend van deze vrouw worden ervan verdacht het meisje te hebben
mishandeld tot ze dood was. Het gezin zou al jaren problemen hebben gehad
zonder dat de hulpverlening ingreep.
Patiënt
geeft loper terug aan tbs-kliniek – 27
december 2004 – Telegraaf -- EINDHOVEN - Een patiënt van de tbs-kliniek van de GGZ Eindhoven heeft maandag
een gestolen loper-sleutel ingeleverd bij de leiding van de zorgeenheid. De
diefstal van de sleutel werd op 13 december binnen dezelfde zorgeenheid ontdekt
en leidde tot gevoelens van onveiligheid en onrust onder het personeel van de
tbs-kliniek. J. Huisman, de eerste
geneeskundige van de tbs-instelling, zei maandagmiddag dat de loper naar
alle waarschijnlijkheid de hele tijd binnen de wooneenheid is gebleven, waar de
loper half december verdween. De patiënt die de sleutel maandag inleverde,
verblijft in deze wooneenheid, en is voor zover bekend niet weggeweest.
Desondanks valt niet uit te sluiten dat er, mogelijk in het illegale circuit,
een kopie is gemaakt van de gecertificeerde sleutel. De belangenorganisatie van het personeel NU'91 liet donderdag al
weten dat ze verbijsterd is dat de directie de sleutels in de kliniek niet
direct heeft laten vervangen, toen op 13 december duidelijk werd dat de loper
kwijt was. De directie heeft wel maatregelen genomen die de vrijheid van alle
patiënten beperkten. Zij liet weten dat een aantal sloten wordt vervangen. Die
nieuwe sloten zouden op 1 februari moeten zijn geplaatst. NU'91 vindt dat
onacceptabel en stelt dat alle sloten onmiddellijk moeten worden vervangen.
Over het vervangen van de sloten in de instelling werden maandag geen nadere
mededelingen gedaan. "De na 13 december 2004 genomen maatregelen blijven,
waar dat in het belang van de veiligheid van patiënten en medewerkers is
aangewezen, van kracht", luidt het commentaar van de instelling. De loper
raakte zoek, nadat een medewerker een sleutelbos was verloren. Toen die werd
teruggevonden, miste de loper-sleutel. "De patiënt heeft gezegd dat hij de
bos heeft gevonden op een kast in de wooneenheid", zei Huisman namens de
tbs-kliniek. Huisman zei dat nader onderzoek moet uitwijzen hoe een en ander
heeft kunnen gebeuren. NU'91 heeft de
ministers van Justitie en Volksgezondheid geïnformeerd en hun gevraagd de
directie van de tbs-kliniek in Eindhoven dwingende maatregelen op te leggen.
Onderzoek
naar seksueel misbruik -- 27 december 2004 – Noordhollands Dagblad
– PURMEREND - Een verstandelijk
gehandicapt kind dat gebruikmaakt van het
Purmerendse logeerhuis Cornelia van de Prinsenstichting, is vermoedelijk
seksueel misbruikt. De politie
Zaanstreek-Waterland is door de Prinsenstichting ingeschakeld om het
misbruik dat in de eerste week van december moet hebben plaatsgevonden, te
onderzoeken. Behalve van diverse voorzieningen bij de Prinsenstichting, maakt
het kind dat jonger is dan twaalf jaar gebruik van een kinderdagverblijf in
Zaandam en het gehandicaptenvervoer in Zaanstreek-Waterland. Bovendien woont
het slachtoffer thuis, met uitzondering van de weekenden en vakanties. Het is
onbekend waar het seksueel misbruik heeft plaatsgevonden. De Prinsenstichting wil
de exacte leeftijd van het kind niet bekendmaken uit oogpunt van privacy. Om
dezelfde reden laat ze in het midden of het om een jongen of een meisje gaat.
Nadat een stevig vermoeden rees dat het kind seksueel is misbruikt, heeft de
Prinsenstichting onmiddellijk extra personeel ingezet voor professionele
hulpverlening aan ouders van kinderen die logeerhuis Cornelia gebruiken en voor
extra veiligheidsmaatregelen. Zo is er voortaan een 'wakkere nachtdienst' in
het logeerhuis. De Prinsenstichting sluit niet uit dat de dader een insluiper
is geweest, al is het allerminst zeker dat het misbruik bij één van de
voorzieningen van de stichting heeft plaatsgevonden.
Verpleegster
Jolanda niets te verwijten – 24 december 2004 – Algemeen Dagblad
– De verpleegkundige die verantwoordelijk is voor het aansluiten van een lege
zuustoffles op de later overleden Jolanda
Venema, is geen nalatigheid te verwijten. Dit heeft het Medisch Tuchtcollege in Groningen bepaald, zo meldt rtv Noord.
De verpleegkundige gebruikte in 1999 een lege zuurstoffles waardoor Jolanda
onwel werd. Volgens het Tuchtcollege heeft de verpleegkundige meteen ingegrepen
toen ze zich haar fout realiseerde. Jolanda Venema kreeg eind jaren 80
landelijke bekendheid, omdat ze soms naakt werd vastgebonden in een tehuis in Assen.
Onrust
in tbs-kliniek na vermissing loper -- 24
december 2004 -- Brabants Dagblad --
EINDHOVEN - De verdwijning van een zogenoemde loper-sleutel leidt in tbs-kliniek GGZ Eindhoven tot veel
onrust en gevoel van onveiligheid onder het personeel. Dat stelde de beroepsorganisatie NU’91 gisteren.
Mogelijk beschikt een van de patiënten over de sleutel. Toch laat de directie
het na om ’afdoende maatregelen’ te nemen, concludeert NU’91. De directie heeft
inmiddels wel vrijheidsbeperkende maatregelen opgelegd aan alle patiënten en
aangegeven dat een aantal sloten wordt vervangen. „Door de onrust op de
afdeling neemt het agressieve gedrag van cliënten toe“, meent Nu’91. Inmiddels
heeft de beroepsorganisatie de ministers
van Justitie en Volksgezondheid gevraagd de directie van de tbs-kliniek
dwingende maatregelen op te leggen.
Gynaecoloog
'treft geen blaam' in taartschep-affaire – 24 december 2004 – Dagblad De Limburger -- MAASTRICHT - Het regionaal tuchtcollege in Eindhoven
heeft gynaecoloog professor J. de H. van
het academisch ziekenhuis Maastricht (azM) ten onrechte een waarschuwing
gegeven voor een fout tijdens de operatie van mevrouw M. Maes op 2 maart 1998. De H. kan niet verantwoordelijk
worden gehouden voor het achterblijven van een 32 centimeter lang,
roestvrijstalen operatie-instrument ('taartschep') in de buik van de vrouw. Dat
oordeelt het Centraal Tuchtcollege voor
de Gezondheidszorg in Den Haag in het hoger beroep dat De H. had
aangetekend. Het Haagse tuchtcollege heeft de klacht van de vrouw uit
Maastricht tegen De H. ongegrond verklaard en de waarschuwing geschrapt. De
52-jarige Maastrichtse reageert teleurgesteld. ,,Het instrument is blijven
zitten, dat is duidelijk. Het is heel onbevredigend dat daar niemand
verantwoordelijk voor wordt gesteld. Waar ik als patiënt mijn recht moet halen,
is onduidelijk'', zegt Maes. In een korte reactie stelt de raad van bestuur van
het azM dat een ,,dergelijke procedure voor alle betrokkenen uiteraard erg
vervelend blijft''. Verder heeft het ziekenhuisbestuur niets toe te voegen aan
de uitspraak, zegt een woordvoerster. De H. had de leiding over de operatie op
2 maart 1998 waarbij de taartschep in de buik van Maes achterbleef. De fout
werd een week na de operatie ontdekt toen de Maastrichtse met heftige pijn in
de buik terugkeerde in het ziekenhuis. De taartschep werd toen meteen operatief
verwijderd. De fout werd daarna ook erkend, De H. bood Maes zijn excuses aan en
de patiënte kreeg 5500 euro schadevergoeding. De Maastrichtse besloot in 2002
alsnog naar het regionaal tuchtcollege in Eindhoven te stappen. Tijdens de
zitting in Eindhoven betoogde De H. dat het achterblijven van
operatie-instrumenten onder meer wordt tegengegaan door deze voor en na een
operatie te tellen en te wegen. Bij de operatie van Maes is die procedure niet
goed uitgevoerd, maar volgens De H. was dat de verantwoordelijkheid van een
verpleegkundige. Het regionaal tuchtcollege gaf De H. daarin gelijk, maar
oordeelde tegelijkertijd dat hij een instrument zo groot als de taartschep bij
de inspectie van de buik had moeten signaleren. De H. kreeg zodoende een
waarschuwing. De specialist ging bij het centraal tuchtcollege in beroep en
schakelde als getuige-deskundige de gynaecoloog
professor J. Trimbos uit Leiden in. Tijdens de zitting in Den Haag heeft
Trimbos volgens het centraal tuchtcollege ,,aannemelijk'' gemaakt dat de
taartschep is gebruikt tijdens het hechten van de buik. Omdat De H. als
opleider het sluiten van de buik had overgelaten aan een ervaren
arts-assistente, kan de fout hem dus niet worden aangerekend, redeneert het
centraal tuchtcollege. Daarbij merkt het tuchtcollege op dat de
tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid van een opleider voor een arts-assistent
afneemt, naarmate de opleiding vordert. De arts-assistente die de buik van Maes
hechtte, was bijna klaar met haar opleiding tot gynaecoloog. Tegelijkertijd
benadrukt het college dat nu niet mag worden geconcludeerd dat de
arts-assistente tuchtrechtelijk gezien een fout heeft gemaakt.
Nieuwe
brochure over ethiek in verzorging en verpleging – 23 december 2004 – Zorgkrant -- Er is
een nieuwe
brochure van CNV Publieke Zaak verschenen over ethiek in de verzorging
en verpleging getiteld: ‘Zorg en ethiek gaan hand in hand’. De brochure is
samengesteld door de commissie Ethiek
van CNV Verzorging en Verpleging. Doel van de brochure is verzorgenden en
verpleegkundigen te informeren en ook enthousiast te maken voor ethische
aspecten in het werk. Daarnaast richt de brochure zich op managers en opleiders
in de zorg. In de brochure staan voorbeelden van ethische vraagstukken waar
werknemers in de zorg mee te maken kunnen krijgen.
Icare
neemt Interapy over: Thuiszorgorganisatie gaat in on line psychologie – 23 december 2004 – zibb.nl -- MEPPEL - Thuiszorgorganisatie Icare heeft een
meerderheidsbelang genomen in Interapy,
dat psychologische behandelingen via internet aanbiedt. Interapy biedt op dit
moment internetbehandelingen voor stress
door een schokkende ervaring, burn-out en depressie. Voor andere
psychologische behandelingen zijn protocollen in de maak. Extra impuls: De
directeur van Interapy, Pieter van Hoogstraten, is blij met de overname.
“Opname in een grote organisatie als Icare betekent versterking van de stabiliteit
van Interapy en daarmee continuïteit van ons aanbod aan behandelingen. Het
geeft bovendien een extra impuls aan de uitbreiding van onze portfolio.” Heel
Nederland: Hoewel Icare vooral actief is in het noorden van Nederland, blijven
de diensten van Interapy beschikbaar voor cliënten uit heel Nederland.
Steun voor mensen met kerstdepressie – 22 december 2004 – red. MdH / Algemeen Dagblad -- Hulp voor mensen die kerst allerminst als een feest ervaren. De stichting
Pandora, een organisatie die zich sterk maakt voor mensen met
psychische problemen, opent dit jaar ook tijdens de kerst haar telefonische
hulplijn, te bereiken op: 0900 – 612 09
09. De depressielijn is van maandag tot en met donderdag van 19.00 tot
21.00 uur te bereiken onder het eerder genoemde nummer. De kosten bedragen 10
cent per minuut. Op 24, 25 en 26 december kunt u van 12.00 tot 21.00 uur
bellen.
Crisismanager
voor Tilburgs verpleeghuis – 22
december 2004 – TILBURG / DEN BOSCH - Verplegings-
en verzorgingshuis Sint Josephzorg in Tilburg krijgt een crisismanager. De
manager moet orde op zaken stellen bij het huis. Dit maakte een woordvoerder
van de provincie Noord-Brabant woensdag bekend. Dinsdag werd duidelijk dat Sint
Josephzorg door de Inspectie voor de
Gezondheidszorg onder verscherpt toezicht is gesteld, omdat de zorg er
onder de maat is. Het verzorgingshuis kampt met grote financiële problemen en
een hoog ziekteverzuim. De inspectie eist dat de problemen zo snel mogelijk
worden opgelost. Gedeputeerde R. Augusteijn (Zorg- en Ouderenbeleid) heeft
bemiddeld bij de aanstelling van de manager. De landelijke instelling van zorginstellingen Arcares zal de manager
leveren. Dit moet op zo kort mogelijke termijn gebeuren.
Tilburgs
verpleeghuis onder toezicht gesteld – 21
december 2004 – Telegraaf -- TILBURG/DEN HAAG - De Inspectie voor de Gezondheidszorg
stelt verpleeg- en verzorgingshuis Sint
Josephzorg in Tilburg onder verscherpt toezicht. De verzorging van bewoners
van het huis is volgens de toezichthouder onder de maat. Het verzorgingshuis
moet voor half januari orde op zaken stellen. Volgens de inspectie is er door
een hoog ziekteverzuim te weinig personeel. Daardoor worden cliënten pas laat
uit bed gehaald en moeten ze soms douchebeurten overslaan. De medische zorg is
volgens de woordvoerder wel op niveau. Het bestuur van het huis stelde de
inspectie zelf op de hoogte van de problemen. Het verzorgingshuis heeft
financiële problemen. Sint Josephzorg maakt deel uit van het Zorgcentrum Tilburg Zuid.
'De
dwarse psychiater' – 21 december 2004 – VARA -- Door veel
collega’s wordt hij niet bepaald op handen gedragen. Veel patiënten spreken met
lof over hem, maar hij is, op z’n zachtst gezegd, omstreden. En bij het Medisch
Tuchtcollege is een klacht tegen hem ingediend wegens ‘grensoverschrijdend gedrag’. Hans Polak kreeg de unieke
gelegenheid om psychiater Bram Bakker (1963), én vijf van zijn patiënten, een
jaar lang te volgen. Hij was met de camera ook aanwezig bij de therapeutische
gesprekken. Bakker dein st er overigens ook niet voor terug om zijn mening
kenbaar te maken over diverse maatschappelijke ontwikkelingen. Zo doet hij in
het programma bijvoorbeeld ook uitspraken over Mohamed B., de verdachte van de
moord op Theo van Gogh. Een waarschuwing van de hoofdinspecteur Geestelijke Gezondheidszorg, dat psychiaters die
zich in het openbaar uitlaten over mensen die ze niet hebben ‘gezien’, kunnen
rekenen op tuchtmaatregelen, lijken op Bakker weinig indruk te maken. ‘De dwarse psychiater’ is dinsdag 21
december om 23.05 uur bij de VARA op Nederland 3. Hans Polak: ‘Wat me aan
hem boeit is dat hij op de een of andere manier steeds weer de grenzen van het
vak opzoekt. Zijn standpunten zijn bepaald niet altijd politiek correct, maar
dat maakt het juist extra interessant. Hij zal zich ook niet zo makkelijk
verschuilen achter allerlei vormen van het beroepsgeheim. Hij durft zich
kwetsbaar op te stellen. En hij is niet bang om z’n eigen ijdelheid onder ogen
te zien.’ Cliënten die bij Bram Bakker terecht komen, hebben niet zelden al een
lange weg binnen de psychiatrie achter de rug. Bij de opnamen voor de
documentaire kon worden gefilmd zonder enige beperking. Polak: ‘Daardoor krijg
je als het ware ook minibarretjes van de mensen die door Bakker worden
behandeld. Zo hebben we bijvoorbeeld vanaf de allereerste keer een aantal
sessies gevolgd met een vrouw die lijdt aan een zogenaamde bipolaire stoornis.
Eerder hadden artsen geweigerd haar antidepressiva voor te schrijven uit angst
voor hypomane aanvallen. Volgens Bakker kon dat risico wel worden genomen en nu
is ze weer aan het werk.’ Begin 2003 baarde Bram Bakker veel opzien met ‘Te gek om los te lopen’, een kritisch
boek over de psychiatrie en de organisatie daarvan in Nederland. Eind maart
2004 verscheen ‘Loden last’ – dat hij samen schreef
met de journalist Bram Hulzebos - over de gevolgen die door zelfmoord worden
veroorzaakt en over de mogelijke preventie van zelfmoord. Momenteel werkt
Bakker in deeltijd op de ‘Ursula’, het landelijke kennis- en behandelcentrum voor
eetstoornissen van de Robert-Fleury Stichting in Leidschendam. Daarnaast heeft
hij een kleine (volle) praktijk als vrijgevestigd psychiater in Amsterdam. OVERDRACHT: Patiënten omschrijven Bram
Bakker als een psychiater die écht naar hen luistert en daadwerkelijk bij hun
problemen betrokken is. Aan de zogenaamde ‘therapeutische afstand’ die de
psychiater moet bewaren ten opzichte van zijn cliënten, stoort Bakker zich
weinig of niet. De grote angst voor allerlei vormen van ‘overdracht’ is wat
Bakker betreft meestal onterecht en waar de overdracht wel optreedt is die best
hanteerbaar mits men een beetje alert is. Polak: ‘Bakker stelt zich op het
standpunt dat het juist moet klikken tussen de psychiater en zijn cliënt. Er
moet een vertrouwensband, betrokkenheid kunnen ontstaan. Hij zal dan
bijvoorbeeld ook niet aarzelen om zijn mobiele nummer of emailadres aan een
patiënt te geven als hij vindt dat dat nodig is. Ik was echt onder de indruk
van de manier waarop hij met de mensen omgaat. Hij maakt zich echt druk over
dingen die hen aangaan. Zo aarzelde hij bijvoorbeeld ook niet om zo af en toe,
in zijn vrije tijd, even langs te gaan bij een man die hij behandelde vanwege
een ernstig oorlogstrauma. Gewoon om even te kijken hoe met de man ging. Uit
belangstelling.’ Bram Bakker stelt zich op het standpunt dat binnen de GGZ de
managers teveel de dienst uitmaken. Polak: ‘Daar wil hij het nodige aan
veranderen en je kunt je voorstellen dat velen hem dat niet bepaald in dank
afnemen. Maar het gaat hem wel ter harte. Daarnaast is het ook zo dat hij niet
bang is om toe te geven dat veel vormen van behandeling in de psychiatrie
gebaseerd zijn op intuïtie en natte vinger-werk.’ Na zijn eindexamen in 1982
ging Bram Bakker, in Amsterdam, geneeskunde studeren met maar één doel voor
ogen: hij wilde psychiater worden. Zijn opleiding volgde hij aan de Vrije Universiteit en na zijn
registratie als psychiater (1999) werkte hij een tijd als consultant voor een
aantal farmaceutische bedrijven. In februari 2000 promoveerde Bakker op een onderzoek
naar de uitkomsten van de behandeling
van paniekstoornissen ('hyperventilatie'). Hij werkte als psychiater korte
tijd in Leiden, deed onderzoek in de Verenigde Staten (aan de universiteit van
Yale) en werkte van eind 2000 tot begin 2004 op de psychiatrische afdeling
(PAAZ) van het Sint Lucas Andreas
Ziekenhuis in Amsterdam. Hij publiceerde in bladen als Psychologie
Magazine, Vrij Nederland en Het Parool en voor het Maandblad Geestelijke
volksgezondheid (MGv) schrijft hij recensies, ook over fictie.
Medische
fouten / Ouders willen herhaling voorkomen:
Onderzoek geëist naar rol kinderziekenhuis en inspectie – 21 december 2004 – Trouw -- UTRECHT - De
ouders van baby Charlotte Floor
willen dat minister Hoogervorst een
onderzoek instelt naar de reactie van de
Inspectie voor de Gezondheidszorg op de medische fout die in 2001 leidde
tot de dood van hun kind. De ouders vragen aan Hoogervorst ook de organisatie
van de afdeling kindercardiologie van
het Wilhelmina Kinderziekenhuis (WKZ) door te lichten. Ze vrezen dat een
fout zoals met hun dochter opnieuw kan gebeuren. De inspectie bekijkt of er
reden is voor een intern onderzoek naar de eigen rol in deze zaak. Ook wordt
nagegaan of een onderzoek in het WKZ nodig is. Begin december veroordeelde de
rechtbank in Utrecht een kindercardioloog tot anderhalf jaar cel. Hij mag zes
jaar zijn beroep niet uitoefenen. De rechter achtte hem schuldig aan de dood
van de zes maanden oude baby, bij wie hij zonder noodzaak een levensbedreigende
ingreep uitvoerde. Pas na een beroep op de
Wet openbaarheid van bestuur kregen de ouders een rapport in handen dat het universitair medisch centrum Utrecht
had laten opstellen. Daaruit bleek dat het dodelijke incident mede kon gebeuren
door wanordelijkheden in de organisatie van het ziekenhuis. Medisch
specialisten maakten ruzie en er was geen leiding. De ouders vinden dat het
kinderziekenhuis lange tijd 'geen verantwoorde zorg' heeft geboden. Het WKZ
zelf zegt dat er een reorganisatie is geweest, maar de ouders hebben daarin
geen vertrouwen. Ze wijzen erop dat er al in 1995 ernstige problemen waren in
het ziekenhuis. De ouders vinden het verbazend dat directieleden van het WKZ en
leden van de raad van bestuur van het universitair medisch centrum gewoon zijn
blijven zitten, hoewel zij op de hoogte waren van de problemen op de afdeling
kindercardiologie van het WKZ. De ouders noemen het optreden van de inspectie
'buitengewoon zwak'. Die nam een 'afwachtende houding' aan.
Ministerie
grijpt in bij inspectie – 20 december
2004 – Volkskrant -- AMSTERDAM - Met ingang van deze week
is topambtenaar Nico Oudendijk (55)
aangesteld als crisismanager bij de
Inspectie voor de Gezondheidszorg. Hij krijgt tot 1 april 2005 de tijd om
een einde te maken aan het verziekte werkklimaat en de organisatorische
problemen bij het staatstoezicht. Oudendijk moet rechtstreeks rapporteren aan de hoogste ambtenaar van het ministerie,
secretaris-generaal Roel Bekker en aan inspecteur-generaal Herre Kingma. Oudendijk is momenteel directeur Innovatie,
Beroepen en Ethiek, maar die werkzaamheden legt hij tot april neer. Het is
nog onzeker of hij daarna terugkeert op zijn oude stek, aldus een woordvoerster.
Bij de inspectie rommelt het al geruime tijd. Met de verschijning van een
onderzoeksrapport werd de crisis eind november openbaar. Een commissie onder
voorzitterschap van voormalig vakbondsleider Hans Pont signaleerde dat de
positie van een van de zes
hoofdinspecteurs, Jacques Lucieer van
geestelijke gezondheidszorg, onmogelijk was geworden vanwege klachten over
intimiderend gedrag. Lucieer onderhandelt momenteel over een
afvloeiïngsregeling. Ook zijn er problemen met hoofdinspecteur Josée Hansen van farmacie. Zij houdt er 'een
bureaucratische, wantrouwende manier van leidinggeven' op na, waarover met haar
moet worden gesproken, aldus het rapport. Ook op de baas van de
hoofdinspecteurs, inspecteur-generaal
Herre Kingma, is kritiek. Hij 'maakt door zijn positie, voorkomen en
optreden een aantal van zijn medewerkers onbedoeld kopschuw', concludeert de
commissie. Ook zou hij de neiging hebben om 'de negatieve effecten die zijn
positie, zijn persoonlijkheid en uitstraling kunnen hebben op medewerkers, te
onderschatten'. De onvrede die bij veel medewerkers van de inspectie leeft,
leidde er eerder toe dat er anoniem werd 'gelekt' naar NRC Handelsblad. De
rijksrecherche onderzoekt in opdracht van de ambtelijke top van
Volksgezondheid, wie heeft gelekt. Kingma, die zelf erkent dat hij geen manager
is, kreeg in 2003 een algemeen directeur, in de persoon van Hans ter Steege,
naast zich, maar die is onlangs uit onvrede opgestapt. Voor hem wordt een
andere functie gezocht. Voorlopig neemt Oudendijk waar. Oudendijk (55) heeft al
vaker problemen bij het departement moeten oplossen. Hij is van oorsprong
sociaal pedagoog, werkte in de jeugdzorg en was tot 1991 directeur van het
Mobiele Crisisteam in Amsterdam. Hij was sinds 2000 lange tijd waarnemend
directeur-generaal (dg) voor de volksgezondheid, na het voortijdig vertrek van
de eigenlijke dag.
Infuus
inbrengen voor euthanasie taboe voor verpleegkundigen – 20 december 2004 -- VerpleegkundeNieuws
-- De geleerden waren het er niet over eens, maar de ministers H. Hoogervorst (VWS) en P.H. Donner (Justitie) zijn er
duidelijk over: het inbrengen van een infuus met het doel een euthanaticum toe
te dienen mogen verpleegkundigen niet doen. Dat blijkt uit de antwoorden van de
bewindslieden op Kamervragen van L.
Griffith (VVD). Het Kamerlid stelde de vragen naar aanleiding van het
onderzoek Rol van verpleegkundigen bij medische beslissingen rond het
evenseinde. Uit dat onderzoek bleek onder meer dat verpleegkundigen slecht op
de hoogte zijn van wat zij wel en niet mogen doen als het gaat om euthanasie.
Zo is het toedienen van de dodelijke middelen voor verpleegkundigen taboe: dat
mag alleen een arts. Discussie was er over het inbrengen van het infuus waarmee
de middelen worden ingespoten. Op zich is het inbrengen van een infuus een
handeling die verpleegkundigen (mits bekwaam) zelfstandig mogen uitvoeren, zo
lieten de bewindslieden weten. Maar dat geldt niet als er sprake is van een
infuus voor euthanasie. Beide ministers vinden dat verpleegkundigen alleen
voorbereidende handelingen mogen uitvoeren. Het inbrengen van een infuus zien
zij als uitvoeringshandeling. Het klaarmaken van een infuus is volgens de
minister voorbereidend. Als een verpleegkundige twijfelt of iets wel of niet
mag, moet zij afzien van medewerking, stellen Donner en Hoogervorst. De AVVV vindt dat verpleegkundigen
vanwege de onduidelijkheid helemaal moeten afzien van medewerking aan
euthanasie.
Inspectie
voor de Gezondheidszorg onder toezicht --
Vakbond oneens met ingrijpen – 18
december 2004 -- DEN HAAG - De Inspectie
voor de Gezondheidszorg (IGZ) is onder toezicht geplaatst van de hoogste ambtenaar van het ministerie van
volksgezondheid. De inspectie, belast met toezicht op de kwaliteit van de
gezondheidszorg, verkeert in een crisis na klachten over een vijandig en
vernederend werkklimaat. De
secretaris-generaal van het ministerie, Roel Bekker, heeft gisteren bij IGZ
een crisismanager aangesteld. Deze moet niet alleen rapporteren aan de baas van
IGZ, inspecteur-generaal Herre Kingma, maar ook aan Bekker zelf. Kingma blijft
eindverantwoordelijk, maar de nieuwe manager krijgt de bevoegdheid 'alle
maatregelen te nemen die nodig zijn voor het goed functioneren van IGZ', aldus
een mededeling. Algemeen directeur Hans
ter Steege is uit onvrede opgestapt, melden ingewijden. Ter Steege werd in
2003 door Kingma naar de top van IGZ gehaald. ,,Er wordt gezocht naar een
andere functie'', aldus een woordvoerster. Bij de inspectie is kritiek op
Kingma. De ondernemingsraad verwijt hem dat hij de personeelsproblemen bij IGZ,
die al jaren bestaan, op zijn beloop heeft gelaten. In een gesprek met de OR
heeft Kingma deze week toegegeven dat hij te lang heeft gewacht met
maatregelen, nadat deze zomer uit een arbo-onderzoek bij IGZ was gebleken dat
het arbeidsklimaat op de inspectie als bedreigend en intimiderend wordt
ervaren. Kingma deelde de OR mee dat hij zijn verantwoordelijkheid zal nemen.
Hij zei erbij dat hij niet overweegt om op te stappen. Met het aanstellen van Nico Oudendijk, plaatsvervangend
directeur-generaal volksgezondheid bij het ministerie, komt
secretaris-generaal Bekker tegemoet aan een eis van de OR. Die had in een
gesprek met Bekker aangedrongen op ingrijpen. Kingma noemde het besluit van de
OR om met Bekker te praten voorbarig. Volgens hem zou tussenkomst van Bekker
afbreuk doen 'aan de zelfstandige positie van IGZ', aldus het OR-verslag. De vakbond AbvaKabo is het niet eens
met de aanstelling van Oudendijk. De bond gaat Bekker om opheldering vragen.
Relatiebureau voor
psychiatrische patiënt – 18 december
2004 – Friesch Dagblad -- Leeuwarden – Bij een gewoon datingbureau hebben
psychiatrisch patiënten weinig kans. ,,De andere kandidaten zoeken het perfecte
plaatje en een depressieve partner past daar niet in’’, vertelt Gitty Keizer van de Stichting
Cliëntgestuurde-projecten. De stichting start daarom dinsdag met een relatiebemiddelingsbureau speciaal voor
(ex-)psychiatrische patiënten. Keizer heeft het idee dat het project goed
zal aanslaan. Onder de doelgroep is veel eenzaamheid: ,,Vrienden laten het soms
afweten, mensen komen door hun ziekte de deur bijna niet meer uit of leggen
gewoon moeilijk contact.’’ Een regulier bemiddelingsbureau is meestal
commercieel en daarom erg duur. Keizer gaat voor 36 euro per jaar op zoek naar de perfecte partner. Ze maakt de
koppels op basis van hobby’s en karaktereigenschappen. Daarnaast kunnen de
kinderen ook nog aangeven waar hun voorkeur in partner naar uitgaat, of ze het
belangrijk vinden of die wel of niet rookt of kinderen heeft bijvoorbeeld. De
vrijgezellen moeten ook een foto inleveren. Die krijgt de date niet te zien.
,,We gebruiken de foto’s vooral voor onszelf om de mensen uit elkaar te kunnen
houden.’’ Iedereen met een psychiatrische achtergrond die ouder is dan achttien
jaar kan zich aanmelden. Keizer gokt met name op mensen die de therapie al
achter de rug hebben. ,,Dan is er weer meer ruimte voor een relatie.’’ In de
afgelopen twee weken hebben zich al twaalf mensen aangemeld voor het bureau. Om
snel meer gegadigden te trekken, krijgen ‘zoekenden’ tot 1 mei volgend jaar
korting op het inschrijfgeld. ,,We willen wel wat te kiezen hebben
natuurlijk.’’ Gratis en voor niks krijgen alle kandidaten op hun eerste
afspraakje nog wat goede tips mee, zoals: spreek af op een neutrale plek, wees
eerlijk, en zeg het als je denkt dat het niets wordt. Keizer gaat net zolang
door met zoeken totdat ze voor haar cliënten de ware Jacob of Jacoba heeft
gevonden.
Veel betere
student door selectie -- 18 december
2004 – Volkskrant -- AMSTERDAM - Het
Erasmus Medisch Centrum zegt voor het eerst bewijzen te hebben dat
geselecteerde studenten het duidelijk beter doen dan studiegenoten die door
loting zijn toegelaten. Na twee jaar studie heeft ruim 15 procent van de ingelote studenten zo weinig punten
verzameld dat ze vrijwel zeker zullen afvallen. Van de geselecteerde groep is
dat minder dan 5 procent. Tot nu toe
werd nooit bewezen dat selectie nut heeft, maar prof. Ted Splinter, onderwijsdirecteur van het Erasmus MC, en
onderzoekster Louise Urlings-Strop zeggen het onomstotelijk bewijs te
hebben. Het Erasmus MC selecteert zijn studenten in twee stappen. In de eerste
fase krijgen aspirant-studenten een formulier voorgelegd waarin onder meer
wordt gevraagd naar de motivatie om actief te zijn in de gezondheidszorg, en
naar activiteiten die de scholieren doen naast hun schoolverplichtingen. Dat
kan gaan om uiteenlopende zaken als topsport, muziek of zorgverlening. Op basis
van dit formulier valt de helft van de achthonderd gegadigden af. In de tweede
fase worden de resterende aspirant-studenten drie dagen getest op
studievaardigheden, en worden er 185 geselecteerd. Staatssecretaris Rutte van Onderwijs stelde deze week een lijst op
met studies die de komende twee jaar mogen experimenteren met verhoging van het
collegegeld en/of selectie aan de poort. Sommige instellingen zullen het komend
jaar al tot selectie overgaan, andere in 2006. Geneeskundestudies mochten al langer
een deel van hun studenten selecteren. Dat begon in 2000, naar aanleiding van
de commotie om Meike Vernooy, die ondanks haar eindexamenlijst van gemiddeld
een 9,6 tot drie maal toe werd uitgeloot voor geneeskunde. De Tweede Kamer besloot daarop dat de 'domme loting' die gold voor
numerus fixus-studies, zou worden aangevuld met het recht van universiteiten en
hogescholen zelf studenten te selecteren. Het aandeel te selecteren studenten
is in een paar jaar uitgebreid tot 50 procent, maar de meeste universiteiten
hebben nooit van die mogelijkheid gebruikgemaakt. Zij verwachten niet veel heil
van selectie. De universiteiten van
Utrecht en Leiden waren er wel mee begonnen, maar zijn weer gestopt omdat
selectie niet zou leiden tot betere resultaten. Een veelgehoord bezwaar tegen
selectie aan de poort is dat het zo duur zou zijn. Splinter stelt echter dat de
besparingen vele malen groter zijn. Een student medicijnen kost twintigduizend
euro per jaar. Als dankzij selectie enkele tientallen studenten minder uitvallen,
bespaart dat ettelijke tonnen op jaarbasis.
Omstreden: de dwarse psychiater – 17 december 2004 – Mikro Gids nr. 51 (18
t/m 24 december) – De VARA zendt op dinsdag
21 december a.s. om 22.58 uur op
Nederland 3 de documentaire ‘De
dwarse psychiater’ uit. “Hans Polak
heeft psychiater en schrijver Bram
Bakker een jaar lang met de camera gevolgd voor de documentaire die de VARA
vanavond uitzendt. Hierin zijn gesprekken met patiënten te zien en komen
Bakkers omstreden opvattingen duidelijk naar voren. Zijn boeken ‘Te
gek om los te lopen’ en het samen met Bram Hulzebos geschreven ‘Loden
last’ waren populair bij patiënten en media, maar vielen binnen de
psychiatrie verkeerd. Bakkers opvattingen over deze sector zijn namelijk niet
echt positief te noemen. Lees ook het artikel ‘Schrijvers boek ‘Loden
last’ winnen prijs suïcidepreventie’ van 9 december jl. dat u eveneens op deze
nieuwspagina aantreft.
Hulp
voor seksverslaafde christenman -- 17 december 2004
– AMERSFOORT - Seksverslaafde christenmannen kunnen vanaf 1 januari met
hun problemen terecht bij hulpverleningsinstelling De Driehoek in Amersfoort.
De christeljke instelling begint met de hulpverlening omdat de vraag naar hulp
bij seksverslaving volgens haar toeneemt. Ook komt er een advertentiecampagne
die mannen erop wijst dat de instelling hulp kan bieden. De afgelopen drie jaar
meldden zich ongeveer 15 seksverslaafde mannen. “Veel christenmannen worstelen
in het geheim met deze verslaving” zegt Ferdinand Bijzet, maatschappelijk medewerker
bij De Driehoek. “Het bezoeken van pornografische websites is de hoogst
scorende vorm van seksverslaving.” Christenmannen zijn niet sneller
seksverslaafd dan niet-christenmannen, zegt Bijzet. Wel is het mogelijk dat ze
door hun christelijke achtergrond eerder kampen met schuldgevoelens. De
behandeling bij De Driehoek bestaat uit psychosociale therapie en pastorale
aandacht. “Seksverslaving is voor christenen bijna onoplosbaar zonder God. Vaak
is seks namelijk afgod geworden.”
Kabinet
kiest voor huidig donorregistratiesysteem – 17 december 2004 – Persbericht MinVWS -- Het kabinet heeft vandaag
geconcludeerd dat het beter is om verder in te zetten op een betere benutting
van de mogelijkheden binnen het huidige toestemmingssysteem en nu niet het actief donorregistratiesysteem
(ADR-systeem) in Nederland in te voeren. De aanvullende maatregelen van het
kabinet, waartoe het in juni 2004 al had besloten, om het aantal orgaandonaties
te bevorderen zijn gericht op het aantal registraties, de benadering van de
nabestaanden, het verbeteren van de organisatie van de orgaandonatie en andere
bronnen van donororganen. Dat betekent bijvoorbeeld door opnieuw het
donorformulier bij afgifte van het paspoort onder de aandacht van de
Nederlandse bevolking te brengen en door de inzet van “requestors” bij het
voeren van gesprekken met nabestaanden, om meer dan nu het geval is toestemming
te krijgen voor donatie. Er is een groot tekort aan donororganen. Ruim 1400
mensen staan in Nederland op de wachtlijst voor een donororgaan. Het beleid van
het kabinet is gericht op het terugdringen van dit grote tekort. Op basis van
het onderzoek van het NIVEL
constateert het kabinet dat onvoldoende is vast komen te staan dat het
ADR-systeem tot substantieel meer donororganen zal leiden dan door effectuering
van deze eerdere maatregelen.
Kabinetsplan
terugdringen overlast en verloedering – 17
december 2004 – Persbericht MinVWS -- Het kabinet heeft vandaag het plan voor de aanpak van verloedering
en overlast goedgekeurd. Het plan richt zich op mensen die onevenredig veel
aandacht vragen van politie en andere instanties. Vaak gaat het om mensen met
psychiatrische en verslavingsproblemen of die op straat leven en overlast
veroorzaken. De mensen waar het om gaat lopen vaak in een boog om hulpverlening
heen. Zorgmijders worden ze genoemd. Het kabinet wil vooral de oorzaken
wegnemen, niet alleen hard optreden tegen uitwassen. Het kabinet is van mening
dat ook deze mensen zoveel mogelijk deel moeten nemen aan de samenleving. Door
verbetering van de zorg aan deze groep, wil het kabinet de kwaliteit van leven
verbeteren en overlast verminderen. Zo krijgen de gemeenten vanaf 2006 meer te zeggen over
instellingen voor geestelijke gezondheidszorg die zich richten op mensen die
niet om hulp vragen maar die het wel nodig hebben. Deze instellingen, die nu
door het rijk gesubsidieerd worden, krijgen straks het geld via de gemeenten.
Hierdoor kan de gemeente beter sturen op resultaat. De samenwerking tussen
instanties die zich met deze mensen bezig houden kan volgens het kabinet ook
beter. De gemeente krijgt een sterkere regiefunctie. Onderlinge afspraken over
te behalen resultaten moeten de samenwerking minder vrijblijvend maken. Dat
kunnen ook afspraken zijn met de zorgmijder, in de vorm van een “Doe Normaal
Contract”. Daarnaast moet er veel meer
informatie onderling worden uitgewisseld. In de praktijk aarzelen veel
instanties met uitwisselen van gegevens om privacyredenen, terwijl de
regelgeving rond privacy die uitwisseling niet in de weg staat. Er zal beter
gebruik worden gemaakt van de wet BOPZ, die verplichte opsluiting regelt bij
psychische stoornissen. Eerder was het mogelijk om mensen op te sluiten als ze
een ‘gevaar’ voor zichzelf of anderen waren. De mogelijkheid van verplichte
behandeling binnen een instelling wordt verruimd. Toch benadrukt het kabinet
dat eerst moet worden geprobeerd de persoon hulp te laten accepteren. Eerst
drang en dan pas dwang. In 2005 komt er een nieuwe richtlijn die de term
‘gevaar’ beter omschrijft, zodat daar in sommige gevallen ook ernstig
verslaafden onder kunnen vallen.
Patiënt krijgt celstraf
na bedreigen huisarts -- 17 december 2004 – huisartsvandaag.nl --
Een potje pillen moest hij hebben, en wel direct. Toen echter de
vrouw van een huisarts in Oldenzaal
de patiënt het recept niet kon voorschrijven, dreigde de 31-jarige De J. zijn
dokter ‘overhoop te schieten’. Het medicijn van de politierechter was: drie
maanden celstaf. Patiënt in kwestie zegt zich niets te kunnen herinneren van de
aanklacht van de Oldenzaalse huisarts. De J. (31) zou op 13 en 15 oktober flink
tekeer zijn gegaan in de wachtkamer, toen hij niet de pillen kreeg waar hij om
vroeg. ‘Als jij mij niet kan helpen, kom ik morgen terug om de dokter overhoop
te schieten.’ Twee dagen nadien kwam hij inderdaad terug, met nieuwe
bedreigingen. ‘Ik heb thuis een pistool en jij gaat dood.’ Tijdens de zitting
bij de politierechter zegt hij er zich niets van te kunnen herinneren. Rechter Blomhert tilt zwaar aan de
bedreiging van het huisartsenechtpaar. ‘Het zijn mensen die als taak in het
leven hebben mensen te genezen. De mensen in een overvolle wachtkamer zijn zich
het apezuur geschrokken en ook de kinderen van het huisartsenechtpaar. Ze
hebben een dag later gevraagd aan hun moeder of mama werd doodgeschoten.’ De
31-jarige Oldenzaler krijgt drie maanden gevangenisstraf, en drie maanden
voorwaardelijk en daarnaast moet hij verplicht deelnemen aan een strak
programma van verslavingsinstelling Tactus.
Digitale seksuele voorlichting
in gebarentaal – 16 december 2004
– Zorgkrant -- Een website over seksualiteit, speciaal voor dove en
slechthorende jongeren, vanaf maandag 20
december is deze online. De site voorziet in de behoefte van dove jongeren
aan voor hen toegankelijke informatie over seksualiteit. Daarnaast biedt de
website leerkrachten, ouders en opvoeders de mogelijkheid de seksuele
voorlichting vorm te geven aan de hand van expliciet materiaal in een visuele
taal. Dove jongeren hebben weinig of geen referentiekader als het gaat om
seksualiteit. Er is voor hen geen toegankelijk materiaal voorhanden. Net als
horende jongeren praten ze onderling wel over seks, maar het ontbreekt aan
feitelijke of realistische kennis over seksualiteit. Ouders van dove pubers
willen vaak wel met hun zoon of dochter over seksualiteit praten, maar hebben,
net als ouders van horende kinderen, vaak moeite om het juiste moment en de
juiste toon te vinden. Het is voor ouders van dove kinderen extra lastig dat er
geen voorlichtingsmateriaal voor dove pubers beschikbaar is dat hun boodschap
kan ondersteunen. Daarnaast zien ouders de voorlichting vaak als een taak van
het onderwijs, waar men is opgeleid om met dove jongeren om te gaan. Met de
komst van de website Weetal.nl
kunnen dove en slechthorende jongeren op een voor hen toegankelijke manier
goede informatie krijgen over seksualiteit en relaties. Dove jongeren zijn vaak
goed met de computer, omdat hier de gesproken taal geen dominante rol speelt.
Op Weetal.nl
wordt alle informatie aangeboden in
de Nederlandse gebarentaal, in gesproken Nederlands, in (eenvoudig) geschreven
Nederlands en met behulp van illustraties. De site bevat een naslagwerk met
onderwerpen als je eigen lichaam, voorbehoedsmiddelen en seks. De site heeft
ook een interactief gedeelte, namelijk drie
interactieve stripverhalen over seksualiteit en seksueel misbruik. De
jongeren kunnen zelf het gedrag van de stripfiguren in bepaalde situaties
beïnvloeden. De website is een initiatief van de Rutgers Nisso Groep, FODOK, de
CG-Raad, Viataal en de Koninklijke Effatha Guyot Groep en wordt daarnaast mede
gefinancierd door Stichting Vrienden van Effatha, SKAN Fonds, NSGK, Stichting
Kinderpostzegels Nederland en VSB Fonds.
Belgisch ziekenhuis laat
huisdieren toe – 16 december 2004
– Spits -- BRUSSEL - Patiënten van een Brussels ziekenhuis mogen binnenkort hun
huisdieren meenemen. De zieken knappen vaak op door hun kat of hond even te
knuffelen. Het effect lijkt op de Cliniclowns voor kinderen, aldus het Edith Cavell ziekenhuis in de Brusselse
deelgemeente Ukkel. Het idee komt van de
Belgische prins Laurent. Bij een bezoek zag hij hoe een stervende man
opleefde door het bezoek van zijn hond. De
Prins Laurent Stichting betaalde daarop een apart knuffellokaal voor
patiënten met huisdieren, meldde de krant Het Laatste Nieuws donderdag. Het
zaaltje met gazon en bankje is nu in aanbouw. Het zal rond Pasen klaar zijn.
Het ziekenhuis vreest geen hygiëneproblemen. Alleen gezonde en gevaccineerde
honden en katten zijn welkom. Als de knuffelruimte over twee jaar een succes
blijkt, wil de stichting ze ook in andere ziekenhuizen oprichten.
Advies:
Lijden reden voor euthanasie – 16
december 2004 – Telegraaf -- AMSTERDAM - Onder zeer stricte voorwaarden
mogen artsen hulp bij zelfdoding of euthanasie toepassen bij patiënten die niet
ziek zijn maar 'lijden aan het leven'. Dat stelt de commissie-Dijkhuis in een advies
aan artsenorganisatie KNMG. De commissie staat onder voorzitterschap van emeritus-hoogleraar klinische psychologie
en psychotherapie Jos Dijkhuis. "Lijden wordt te veel aan ziekte
gekoppeld", zo stelt Dijkhuis donderdag in de Volkskrant. " Ook bij
lijden aan het leven kan sprake zijn van ondraaglijkheid en
uitzichteloosheid." De artsenorganisatie vroeg de commissie advies in
verband met de zaak van oud-PvdA-senator
E. Brongersma. In 2002 oordeelde de Hoge Raad de Haarlemse huisarts P. Sutorius schuldig aan hulp bij zelfdoding
van Brongersma in april 1998. De hoogbejaarde oud-senator was niet ongeneeslijk
ziek, maar leed volgens eigen zeggen 'aan het leven'. Op zijn dringende verzoek
hielp Sutorius hem bij zijn zelfdoding door hem een dodelijk drankje te geven.
Volgens de Hoge Raad kan levensmoeheid geen criterium zijn voor hulp bij
zelfdoding als iemand "geen medisch geclassificeerde lichamelijke of
psychische aandoeningen" heeft.
Ziekenhuizen
zijn niet productief – 15 december 2004 – Trouw -- AMSTERDAM
- De kostenexplosie in de zorg heeft de afgelopen jaren nauwelijks geleid tot
een grotere productiviteit. Terwijl ziekenhuizen tussen 2000 en 2003 31 procent
meer uitgaven, hielpen ze slechts 7 procent meer patiënten. Dat blijkt uit een
vergelijkend onderzoek van adviesbureau
Roland Berger onder het merendeel (89) van de Nederlandse ziekenhuizen. Het
bureau keek naar de financiële en operationele kwaliteit van de instellingen,
en niet naar de kwaliteit van de zorg zelf. ,,Dat is nog niet goed te meten'',
aldus onderzoeker Anshu Gupta.
Maatregelen om de kosten omlaag te brengen hebben in de onderzochte jaren niet
geleid tot verbeteringen. Patiënten verblijven steeds korter in het ziekenhuis,
vooral omdat er meer dagbehandelingen zijn. Dat zou moeten leiden tot lagere
kosten, maar daar is geen sprake van: de operatiekosten zijn stabiel gebleven.
Gupta ziet meer mogelijkheden om de kosten omlaag te brengen, bijvoorbeeld door
het professionaliseren van de inkoop. ,,Ziekenhuizen hebben doorgaans veel te veel
verschillende leveranciers, en doen te kleine bestellingen. Dat kan
verbeteren.'' Een andere ontwikkeling is dat de kloof tussen goed en slecht
presterende ziekenhuizen groter wordt. Het aantal ziekenhuizen met een negatief
bedrijfsresultaat steeg tussen 2000 en 2003 van 19 naar 27. Het aantal
ziekenhuizen dat bovengemiddeld scoort steeg ook: van 20 naar 29. Volgens Gupta
worden de verschillen tussen ziekenhuizen groter door de introductie van meer
eigen verantwoordelijkheid in de zorg. Hij denkt echter dat een voortzetting
van die trend ertoe zal leiden dat de gemiddelde kwaliteit van de ziekenhuizen
verbetert, omdat de leiders de achterblijvers zullen inspireren. ,,En als het
lukt om de hele zorg beter te maken, zijn extremen minder zorgelijk.''
Licht-gehandicapt
kind per 1 januari de klos – 15
december 2004 – Trouw -- DEN HAAG - Circa
2400 licht-verstandelijk gehandicapte kinderen kunnen vanaf januari niet
langer worden opgevangen in gespecialiseerde internaten of dagopvang. De
instellingen moeten personeel ontslaan en verliezen 40 procent van hun
cliënten, zegt Dirk Verstegen van het
Landelijk kenniscentrum LVG (licht-verstandelijk gehandicapten). Dezer
dagen spreekt de Kamer over de modernisering van de AWBZ-financiering. De zorg
voor licht-verstandelijk gehandicapten wordt via de AWBZ gefinancierd. Voor het
krijgen van geld werd vooralsnog gekeken naar sociale redzaamheid en
psychiatrische problemen van de kinderen, naast de hoogte van het IQ. Dat IQ
ligt voor alle 7000 kinderen die nu worden opgevangen in de 17
orthopedagogische instellingen tussen de 50 en de 85. Maar vanaf 1 januari
geldt alleen nog het IQ als meetlat, wie een IQ heeft hoger dan 75 komt niet meer
voor AWBZ financiering in aanmerking, besliste staatssecretaris Ross (vws). De
IQ-grenzen zijn volgens haar te veel opgerekt de laatste jaren. Jongeren met
een hoger IQ dan 75 worden niet langer als licht-verstandelijk gehandicapt
gezien en moeten naar de reguliere jeugdhulpverlening. Verstegen voorziet dat
een groep kinderen tussen wal en schip zal vallen, hoewel de staatssecretaris
heeft gezegd dat dit niet mag gebeuren. ,,In de praktijk betekent het dat deze
kinderen nergens terecht kunnen. Want bij jeugdzorg zijn grote tekorten en
wachtlijsten en hebben zij bovendien nog niet de kennis om deze moeilijke groep
op te vangen.'' Ook de Maatschappelijke
Ondernemers groep (MOgroep), de brancheorganisatie voor ondernemers in de
jeugdzorg, noemt de gevolgen van de modernisering 'onaanvaardbaar'. Zij vindt
dat de staatssecretaris de maatregel moet uitstellen tot 2006, zodat komend
jaar met de betrokken partijen bekenen kan worden hoe vermeden wordt dat
kinderen tussen wal en schip vallen. Verhagen vreest ook leegloop van het
personeel van de instellingen voor licht-verstandelijk gehandicapten, nu er
minder jongeren worden doorverwezen. Het orthopedagogisch Zorgcentrum
Amstelmonde kondigde deze week al aan 25 medewerkers te gaan ontslaan.
Stoppen met benzodiazepinen
vraagt om maatwerk – 15 december
2004 -- Zorgkrant -- Het aantal ouderen dat langdurig slaap- en
kalmeringsmiddelen (benzodiazepinen) gebruikt, daalt wel maar blijft hoog. Ook
komen er steeds nieuwe gebruikers bij. Voor sommige patiënten is het gebruik
van deze middelen een moeizame worsteling. Zij hebben meer en andere
ondersteuning nodig om te kunnen stoppen dan de gewoontegebruikers. Huisartsen
verschillen in hun aanpak en sommigen laten het initiatief helemaal aan de
patiënten, terwijl andere huisartsen heel actief zijn in het terugdringen van
het gebruik van slaap- en kalmeringsmiddelen. Dit blijkt uit statistisch
onderzoek bij een groep van bijna 8000 Rotterdamse ouderen (55+), open interviews
met 25 langdurige gebruikers en tien huisartsen. Het onderzoek is uitgevoerd
door het Instituut voor Onderzoek naar
Leefwijzen & Verslaving (IVO) in samenwerking met het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam. De meeste slaap- en
kalmeringsmiddelen die door huisartsen worden voorgeschreven, zoals Librium,
Valium, Seresta, Oxazepam en Temazapam, bevatten benzodiazepinen. Bij dagelijks
gebruik hebben deze middelen een sterk verslavende werking en zijn ze
schadelijk voor de gezondheid. In de medische wereld is dat algemeen bekend,
maar toch blijft het gebruik van deze middelen hoog ,vooral onder ouderen. De
statistische analyse laat zien dat in 1993 ongeveer 7 procent van de ouderen
langdurig en vaak (vijf of meer dagen per week) benzodiazepinen gebruikte. Ruim
de helft van hen is in de periode 1994-1999 minder gaan gebruiken of gestopt.
Maar in diezelfde periode zijn er ook weer nieuwe langdurig frequente
gebruikers bijgekomen: ongeveer 1 procent van de ouderen. Uit de interviews met
25 oudere langdurige gebruikers van benzodiazepinen bleek dat deze grofweg op
twee manieren worden gebruikt. De eerste manier is het gewoontegebruik; deze
mensen nemen dagelijks op een vast tijdstip een vaste dosis zonder er verder
bij na te denken. De tweede manier is het moeizaam worstelende gebruik; deze
mensen wikken en wegen elke dag opnieuw op welk moment en hoeveel zij zullen
slikken. Vaak stellen zij het lang uit, maar nemen zij uiteindelijk toch een
pil. Hun dagelijkse leven wordt in grote mate in beslag genomen door deze worsteling.
Het is van belang dat deze mensen ondersteund worden in het stoppen met het
gebruik. Voor de ouderen die dagelijks worstelen met hun gebruik lijkt daarbij
aanzienlijk meer en andere ondersteuning nodig dan voor degenen die puur uit
gewoonte hun dagelijkse dosis slikken.
Medisch
onderzoek raakt achterop door te veel regels -- 14 december 2004 -- NRC -- ROTTERDAM - Het medisch-wetenschappelijk onderzoek in
Nederland raakt internationaal gezien achterop door een teveel aan
regelgeving. Dat vinden Nederlandse onderzoekers en het Nederlandse publiek.
Beide groepen werden geënquêteerd door onderzoeksbureau
TNS-NIPO. Anderzijds vinden parlementariërs van de drie grootste politieke
partijen dat de regels over dierproeven, genetische manipulatie en onderzoek
met patiënten onverkort nodig zijn. Zij werden ondervraagd door de Amerikaanse Kamer van Koophandel.
Beide enquêtes worden morgen gepresenteerd op het Clingendael Health Forum, georganiseerd door de
farmaciecommissie van de Amerikaanse Chamber of Commerce in Den Haag.
Onderzoeksbureau TNS-NIPO ondervroeg ruim 240 Nederlandse onderzoekers en ruim
1.000 Nederlanders in opdracht van de
Nederlandse Federatie van Medisch Wetenschappelijke Verenigingen (FMWV). De
Chamber of Commerce peilde de mening van Nederlandse Kamerleden en van
Europarlementariërs van de grote Nederlandse partijen. De regelgeving zit de
Nederlandse onderzoekers hoog. Ze zijn gemiddeld een zesde van hun
onderzoektijd bezig met vergaderingen en het invullen van formulieren, blijkt
uit het TNS-NIPO-onderzoek. Bijna alle onderzoekers vinden dat de regelgeving
de afgelopen vijf jaar sterk is toegenomen. Vooral daardoor zijn zij somber
over de toekomst van de kwaliteit van het Nederlandse onderzoek. De
vertragingen worden vooral veroorzaakt door het aanvragen van vergunningen voor
dierproeven, voor het gebruik van lichaamsmateriaal en databestanden met
persoonsgegevens, voor het regelen van onderzoek met patiënten en het toestemming
vragen voor genetische manipulatie van dieren en planten. Nederlandse
parlementariërs van VVD, CDA en PvdA zeiden tegen de American Chamber of
Commerce dat de uitvoering van de regels misschien wat doorgeschoten is, maar
dat medische innovaties er niet door worden belemmerd. Alleen Kamerleden van
het CDA denken dat de regelgeving het medisch-ethisch gevoel van de
onderzoekers tekortdoet. Ook denken zij dat sommige onderzoekers hun heil in
het buitenland zoeken wegens de regels. ,,Duidelijk blijkt dat de
parlementariërs op het ogenblik niet regelen wat het publiek en de onderzoekers
willen'', zegt epidemioloog dr. Jan
Willem Coebergh, voorzitter van de FMWV, de koepel van veertig
beroepsorganisaties van Nederlandse medische onderzoekers. Niet alleen op het
gebied van regelgeving staan de onderzoekers en het publiek tegenover de
overheid. Die geeft prioriteit aan onderzoek naar geneesmiddelen voor weinig
voorkomende ziekten (de zogeheten 'weeskindgeneesmiddelen'), omdat de
farmaceutische industrie daarin niet investeert. Maar daarin staat de overheid
alleen. Terwijl de overheid onderzoek wil naar 'weeskindgeneesmiddelen', willen
de onderzoekers juist subsidie voor onderzoek naar veelvoorkomende chronische
ziekten waarvoor nog geen genezing bestaat, zoals de ziekte van Alzheimer,
diabetes en artrose. Daarna geven zij prioriteit aan onderzoek naar
veelvoorkomende ziekten in ontwikkelingslanden. En pas daarna komen volgens de
onderzoekers de weeskindgeneesmiddelen. Uit de publieksenquête van TNS-NIPO
blijkt dat het algemene publiek dezelfde voorkeuren heeft als de onderzoekers.
Naast de regelgeving en de prioriteitsstelling van het onderzoek maken de
onderzoekers zich zorgen over ontbrekende toekomstperspectieven voor jonge
onderzoekers en over de tegenwerking van de bureaucratie binnen hun eigen
organisatie. Nederlandse onderzoekers zijn enthousiast over hun werk, maar
somber over de situatie in Nederland. Als ze hun leven mochten overdoen, zou
driekwart weer onderzoeker worden, maar meer dan de helft zou dan voor een
carrière in een buitenlands lab kiezen.
Vlaamse
Belgische huisarts op grote hoogte in tevredenheidsonderzoek – 11 december 2004 – huisartsvandaag.nl --
Als het gaat om tevredenheid van de Vlamingen over dienstverlening staat de
huisarts op nummer één. Dit zijn de resultaten van een promotieonderzoek
van Steven van de Walle aan de
KULeuven in de Sociale wetenschappen. Huisartsen leveren goed werk zowel op
menselijk als technisch vlak aldus van der Walle. Zijn doctoraal studie gaat
over het vertrouwen van de burger in de overheid waarbij 6.500 Vlamingen
onderzocht werden. De huisarts scoort met 91,6 procent het best wat betreft de
tevredenheid, ongeacht socio-demografische factoren zoals geslacht, leeftijd,
tewerkstelling en verstedelijking. Volgens van de Walle heeft de Vlaming
respect voor de technische prestaties van de arts, de redder op ogenblikken dat
men zich bijzonder slecht in zijn vel voelt.
Aparte
opvang jeugd met gedragsstoornis – 11 december
2004 – Noord Hollands Dagblad – ALKMAAR - Aparte voorzieningen voor
jongeren met ernstige gedragsstoornissen: daar willen de Noord-Hollandse hulpverlenende instanties naar toe. Niet meer
samen met criminele jongeren opsluiten in jeugdgevangenissen als Doggershoek in
Den Helder, maar gescheiden opvangen en behandelen in een gesloten inrichting.
Concreet wordt gedacht aan voorzieningen in Amsterdam en Heerhugowaard. In
Amsterdam moeten ook zogeheten onder toezicht gestelde jongeren zonder
strafblad, maar met grote sociale aanpassingsproblemen, uit de regio
Zaanstreek/Waterland belanden. Een ondertoezichtstelling wordt opgelegd door de
kinderrechter en beperkt de ouderlijke macht, in combinatie met de benoeming
van een gezinsvoogd die de taak als belangenbehartiger voor het kind overneemt.
Het is dus geen maatregel tegen het kind, maar tegen ouders die als opvoeder
herhaaldelijk en ernstig gefaald hebben. De Noord-Hollandse plannen zijn
gericht op jongens en meisjes in de leeftijd van veertien tot zeventien jaar
die door tal van omstandigheden, zoals mishandeling of verwaarlozing thuis,
ernstige gedragsstoornissen vertonen, soms in combinatie met drugsgebruik,
verslaving of prostitutie. Dergelijke niet-criminele jongeren met zware
problemen komen als ze onder toezicht worden gesteld vaak terecht in
jeugdgevangenissen, temidden van jongeren die wel een misdrijf hebben begaan.
Ze moeten daar wachten tot er plaats is in een behandelcentrum, vaak ver weg
ergens in Gelderland of Overijssel. Het wachten duurt soms wel een jaar. De
laatste jaren groeit het aantal onder toezicht gestelde jongeren dat in
jeugdgevangenissen vastzit snel. In 1998 waren het er landelijk 153. Vorig jaar
was al een aantal van 685 bereikt, van wie 126 uit Noord-Holland. De Nationale Ombudsman heeft onlangs
stevige kritiek geuit op de opsluiting van probleemjongeren bij criminele
jeugdigen. Ook minister Donner en een
meerderheid in de Tweede Kamer vinden dat er een eind aan die situatie moet
komen. Het initiatief in de regio Amsterdam en omgeving dat op deze
ontwikkeling inspeelt heet 'De
Koppeling'. Het plan komt neer op behandeling vanaf de eerste dag. De vijf
groepen van acht (waarvan een groep specifiek voor meisjes) krijgen tegelijk
speciaal onderwijs. Verder voorziet het plan in gespecialiseerde
gezinsbehandeling. Een aanpak als die van De Koppeling is duur. M. Bent, lid van de Raad van Bestuur van
Sac Amstelstad Jeugdzorg - een van de initiatiefnemers van De Koppeling -
noemt een bedrag van 120.000 euro per plaats per jaar. ,,Maar de overheid
betaalt nu ook voor deze jongeren, namelijk voor hun opvang in
jeugdgevangenissen. Bovendien levert de nieuwe aanpak op de langere termijn
enorme kostenbesparingen op. We hebben het over een categorie jongeren die je
zonder adequate behandeling later terug ziet keren in gevangenissen,
psychiatrische inrichtingen en andere behandelcentra, en dan laat ik het leed
en de schade die ze veroorzaken in hun omgeving nog buiten beschouwing.'' Als
de politiek meewerkt zouden de plannen in Amsterdam volgend jaar gerealiseerd
kunnen zijn. In het noordelijk deel van de provincie verkeren de instanties nog
in de overlegfase, vertelt D. de Graaf, directeur zorg van de
jeugdzorginstelling Parlan. De samenwerking tussen Parlan en de Helderse
jeugdinrichting Doggershoek is inmiddels uitgebreid met andere instellingen. Er
wordt gedacht aan nieuwbouw of semi-permanente huisvesting bij jeugdvoorziening
Klaas Groen in Heerhugowaard. Een kant en klaar plan moet voor 1 juli 2005 op
tafel liggen.
Medische
gegevens worden langer bewaard – 11 december
2004 – Het Parool – DEN HAAG – Gegevens van patiënten moeten langer worden
bewaard. Het kabinet heeft gisteren
besloten de wettelijke termijn van 10 tot 15 jaar te verlengen. De Gezondheidsraad had dit geadviseerd,
omdat het voor de behandeling van patiënten en voor hun familieleden belangrijk
is deze informatie veel langer te bewaren. Nu vernietigen veel
gezondheidsinstellingen oude dossiers na tien jaar. Het gaat om een voorlopige
maatregel; later neemt het kabinet een definitief besluit.
Landelijke
regels voor beëindiging leven baby – 11
december 2004 – Het Parool – GRONINGEN – Kinderartsen van de Nederlandse Academische Ziekenhuizen roepen op
tot de oprichting van ‘een nationale commissie’ om tot landelijke regels te komen
voor de levensbeëindiging van pasgeborenen die zo ernstig lijden en ziek zijn
dat ze geen toekomst hebben. Het gaat in heel Nederland om ongeveer vijftien
pasgeborenen per jaar. Initiatiefnemer
Eduard Verhagen benadrukt dat het niet gaat om kinderen met levenskansen.
Nieuwe website: orenomtehoren.nl -- 9 december 2004 -- Nieuwsbrief Doof --
Website voor kinderen over het oor, horen en doof zijn: Deze speciale website
is gemaakt om leerlingen van de
basisschool (bovenbouw) en leerlingen in het voortgezet onderwijs (onderbouw)
kennis te laten maken met het gehoor, slecht horen en doof zijn. Via deze
website krijgen zij de mogelijkheid zelfstandig informatie te vinden en te
gebruiken. Dit kan in de praktijk worden gebracht bij het maken van een
werkstuk of de voorbereiding van een spreekbeurt. De informatie sluit aan bij
de meest gebruikte lesmethoden voor het Natuuronderwijs.
Morning-afterpil zonder recept – 9 december 2004 – Telegraaf -- DEN HAAG - Het was
al aangekondigd, maar in januari is het zover: de morning-afterpil is zonder
doktersrecept te koop. Dat heeft het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen
(CBG) donderdag bekendgemaakt. Het CBG gaf afgelopen zomer al aan geen bezwaar
te hebben tegen verkoop van de pil die na gemeenschap zwangerschap moet
voorkomen. De fabrikant moest wel eerst de bijsluiter aanpassen. Dat is
inmiddels gebeurt, zo meldt het college. De firma Norlevo, die de pil verkoopt,
verwacht deze halverwege januari met de nieuwe bijsluiter op de markt te kunnen
brengen. Of de pil ook buiten de apotheek verkrijgbaar is, is afhankelijk van
Norlevo, zo laat het CBG weten. In principe is dat wel toegestaan. De
morning-afterpil is in omringende landen als Frankrijk en België al langer
zonder doktersrecept verkrijgbaar.
Geestelijke
kan asielzoeker helpen -- Religieuze vluchteling bij ziekte
doorverwijzen – 9 december 2004
– Trouw -- UTRECHT - Godsdienstige vluchtelingen en asielzoekers die ziek zijn,
moeten vaker worden doorverwezen naar geestelijk leiders, zoals de dominee of
de imam. Die kunnen hen, vaak beter dan de reguliere zorg, helpen met
zingevingsvragen waarmee zij veelal kampen. Dat concludeert Pharos, kenniscentrum vluchtelingen en
gezondheid, na onderzoek naar religie, zingeving en gezondheidszorg onder
asielzoekers en vluchtelingen. Het onderzoek wordt vandaag gespresenteerd. ,,We
spraken een jongen uit Rwanda'', vertelt Pharos-onderzoeker
David Engelhard. ,,Een christelijke jongen, die na de genocide van tien
jaar geleden naar Nederland is gevlucht. Hij zat met enorme waarom-vragen.
Waarom is dit gebeurd? En waarom had hij het overleefd? Dat schaadde zijn
geloof. Zijn psychiater in Nederland merkte dat hij met die zingevingsvragen
zat. Hij verwees hem, parallel aan zijn eigen behandelingsplan, door naar een
geestelijk verzorger. Die hielp hem bij het op orde brengen van zijn geloof.''
Pharos ondervroeg bijna 120 gelovige asielzoekers en vluchtelingen over de plek
die hun geloof inneemt in relatie tot hun gezondheid en gezondheidsproblemen.
Volgens Engelhard is er bij veel werkers uit de geestelijke gezondheidszorg
behoefte daar inzicht in te krijgen. Ongeveer de helft van de asielzoekers die
naar Nederland komen, is gelovig. Voor de helft van de vreemdelingen die Pharos
onderzocht, geldt dat het geloof veel belangrijker is geworden sinds het
vertrek uit het herkomstland én sinds ze gezondheidsproblemen hebben. Het
geloof speelt een grote rol in de omgang met die problemen. Eerder bleek al
eens dat de gezondheid van asielzoekers en vluchtelingen sowieso slechter is
dan van de meeste Nederlanders. ,,De verschillen tussen moslims, christenen en
andere gelovigen vielen weg in het onderzoek. Ze beleven hun geloof eigenlijk
allemaal op dezelfde manier. Het gaat om de persoonlijke relatie die zij met
hun God hebben. Ook al ziet de een God als een liefdevolle vader, en de ander
als een strenge leermeester. Ieder mens zijn eigen God.'' Een jonge moslimvrouw
vertelde de onderzoekers: ,,Soms denk ik dat ik geen verblijfsvergunning krijg
doordat ik niet genoeg bid, bijvoorbeeld. Ziek zijn is dan een soort straf voor
me. Hij wil iets duidelijk maken.'' Bijna zestig procent van de onderzoeksgroep
ziet de eigen gezondheidsproblemen als een les van God. ,,Zij zeggen dat ze
door hun ziekte in spiritueel opzicht kunnen groeien, geduld leren opbrengen,
of hun vertrouwen in God vergroten. Aanvaarden dat God de gezondheidsproblemen
heeft gewild, wijst de helft echter af.'' Een van de respondenten: ,,Sinds ik
ziek ben, ben ik continu bezig met de vraag waar mijn ziekte vandaan komt en
waarom het juist mij overkomt. Ik zoek naar antwoorden in de medische
wetenschap, maar ook in de Bijbel en de Koran. Ik heb het antwoord nog niet,
maar kom door het bewust bezig zijn met religie wel al tot bepaalde inzichten
en heb geleerd met mijn ziekte om te gaan.'' Vooral vreemdelingen met
psychische klachten hebben er moeite mee rust en vertrouwen op te brengen voor
het ervaren van aandacht van God, het zoeken van kracht, steun en raad bij God
en het bidden. Engelhard: ,,Op dat moment zou de dominee of de imam hulp kunnen
bieden.''
Europese
waarschuwing tegen anti-depressiva voor kinderen – 9 december 2004 – Telegraaf -- DEN HAAG
- De nieuwe generatie anti-depressiva,
de zogenoemde SSRI's en SNRI's, zijn niet geregistreerd voor depressie en
angststoornissen bij kinderen en adolescenten. Ze moeten in principe ook niet
aan hen worden voorgeschreven, want er is een
verhoogd risico op zelfmoordneigingen, of gedrag dat daar aan gerelateerd
is, zoals vijandigheid. Dat staat in een waarschuwing van het adviescomité van de Europese registratie autoriteit EMEA, die het Nederlandse College ter Beoordeling van
Geneesmiddelen donderdag bekend heeft gemaakt. Volgens de waarschuwing
kunnen de anti-depressiva alleen in uitzonderingsgevallen aan jongeren worden
gegeven. Dan moeten echter zowel de ouders als de artsen de jongeren nauwkeurig
in de gaten houden. Eerder ging al een vergelijkbare waarschuwing uit voor een
medicijn tegen depressies waar de stof paroxetine in zit. SSRI's zijn relatief
nieuwe medicijnen, die de afgelopen jaren steeds vaker ook aan kinderen werden
voorgeschreven. Volgens de cijfers van de
stichting Farmaceutische Kengetallen werden deze middelen door duizenden
kinderen geslikt.
Medische
zorg in gevangenis Bon Futuro onvoldoende – 9
december 2004 – Telegraaf -- WILLEMSTAD - De medische zorg aan
gedetineerden in de Bon Futuro gevangenis
is onvoldoende. Gevangenen moeten soms een week wachten totdat ze een arts te
zien krijgen en voor spoedhulp zijn ze sterk afhankelijk van de beschikbaarheid
en welwillendheid van de bewaarders. Dit constateert de Antilliaanse Inspecteur voor de Gezondheidszorg, T. Braeken. Hij
deed in opdracht van minister Ribeiro
(Justitie) onderzoek naar de vraag of de overleden ex-minister Komproe
tijdens zijn detentieperiode wel voldoende medische zorg heeft gekregen. De
Inspectie concludeert donderdag dat de medische behandeling van Komproe in de
gevangenis beter had gekund. Tegelijk is ze er niet van overtuigd dat de
maagbloedingen en de spoedopname van Komproe in het ziekenhuis voorkomen hadden
kunnen worden door een andere behandeling.
Loonen: leid apothekers op tot
gesprekspartner van de hulpverlening – 9 december 2004 -- Redactie Schizofrenie
Bulletin / Ypsilon – GRONINGEN - De communicatie tussen de zorgverleners moet
worden verbeterd om te voorkomen dat medische hulpverleners langs elkaar heen
blijven werken. De ene dokter weet niet wat de andere doet en vooral: wat de
andere nalaat te doen. De apotheker beschikt over waardevolle informatie over
de voorgeschreven medicijnen van een patient, maar slaagt er niet in deze over
te brengen naar de relevante medische hulpverleners. Apothekers moeten daarom
worden opgeleid om een goede gesprekspartner te kunnen zijn voor de
hulpverlening. Dat pleidooi hield Anton
Loonen gisteren bij zijn oratie ter
gelegenheid van zijn benoeming tot bijzonder hoogleraar Farmacoherapie bij
psychiatrische patienten. Vooral de farmacotherapeutische zorg voor
ambulante patienten is kwetsbaar, waarschuwde Loonen. "Deze patienten
hebben meestal meer behandelaars, die niet van elkaar weten welke medicatie zij
precies aan patienten voorschrijven. Zo onderzochten wij in 2001 het
medicatiegebruik van een kleine groep van tweeentwintig chronische
psychiatrische patienten. Het merendeel van hen, 72 procent, gebruikte
psychiatrische medicatie. Meer dan de helft van hen gebruikte vijf of meer
geneesmiddelen en bijna een kwart gebruikte vier of meer psychofarmaca
gelijktijdig. Bij geen van de patienten
stemden de opgaven van de behandelend psychiater en de huisarts overeen met het
werkelijke gebruik." Wil je dat soort situaties voorkomen, dan is het
opleiden van apothekers nodig, maar niet genoeg. Net zo belangrijk is het dat
de psychiater sterker de verantwoordelijkheid moet nemen voor de algehele
medische conditie van de psychiatrische patient. En ook de politiek moet er
wat aan doen om te voorkomen dat de patiënt tussen wal en schip valt. De
leerstoel die hij nu gaat innemen kan daarbij van nut zijn, denkt Loonen. De
kersverse hoogleraar ziet nog een extra gevaar in de eenwording van Europa. "Zonder
beschermende maatregelen kunnen de mensen met een chronische psychiatrische
ziekte makkelijk tot de grote verliezers gaan behoren. Mede door dit
eenwordingsproces en de prioriteiten die in samenhang daarmee worden gesteld,
is in Nederland sprake van een belangrijke kwaliteitsvermindering van
onderwijs, gezondheidszorg en sociale voorzieningen. Men dient zich te
realiseren dat mensen met een ernstige sociale handicap vaak nauwelijks aan de
negatieve consequenties van deze verschraling kunnen ontsnappen." Voor wie
wil weten waar dit toe kan leiden, zou een werkbezoekje aan een psychiatrische
inrichting in bijvoorbeeld Roemenie leerzaam kunnen zijn, aldus Loonen.
Website
voor dove jongeren – December 2004
– Rutgers Nisso Groep -- Op 20 december wordt een nieuwe website gepresenteerd
over seksualiteit, speciaal voor dove jongeren: www.weetal.nl. De presentatie van de website vindt plaats om
14.00 uur in theater 't Oog in Amsterdam. Door middel van strips, illustraties,
geschreven en gesproken taal en gebarentaal kunnen jongeren op www.weetal.nl informatie krijgen over relaties,
intimiteit en seks. De website is een gezamenlijk initiatief van de Rutgers Nisso Groep, Viataal en Effatha
Guyot Groep.
Schrijvers boek 'LODEN LAST' winnen
prijs suïcidepreventie – 9 december 2004 -- Redactie Schizofrenie Bulletin / Ypsilon & Ivonne van der
Ven Stichting – ROTTERDAM - De Ivonne
van de Ven Prijs 2004 is toegekend aan Bram
Hulzebos en Bram Bakker voor hun boek Loden
Last. De prijs is door de Ivonne van de Ven Stichting ingesteld om
belangrijke bijdragen aan de preventie van zelfmoord te onderscheiden. Het is
de derde keer dat de prijs wordt uitgereikt en wel op 26 januari 2005. De winnaars ontvangen een geldbedrag van 1.750
euro. In het juryrapport wordt Loden Last geprezen als een helder en
overtuigend geschreven pleidooi om het aantal zelfdodingen terug te dringen. In
Loden Last zijn persoonlijke geschiedenissen van nabestaanden opgenomen. Deze
illustreren de noodzaak van een betere hulpverlening aan suicidale personen,
volgens de jury. De muur tussen de hulpverlening, suicidale personen, familie
en vrienden dient te worden geslecht. Loden Last sluit daarmee aan bij het
eerder door de Ivonne van de Ven Stichting genomen initiatief voor een Nationaal Actieplan Suicidepreventie.
De jury, onder voorzitterschap van prof.
Jan Neeleman van het UMC spreekt in haar rapport de bezorgdheid uit dat
slechts 1 inzending vanuit de wetenschappelijke wereld werd ontvangen. "De conclusie lijkt gerechtvaardigd dat in
Nederland meer en beter wetenschappelijk onderzoek moet worden verricht naar
zelfdoding. In tegenstelling tot vele andere landen blijft in Nederland het
aantal zelfmoorden onveranderd hoog (rond 1500 doden per jaar). Alleen op basis
van gedegen onderzoek kan een terugdringing tot stand gebracht worden."
Nurse
to take abortion case to Concourt – 9 december 2004 – iol.co.za
-- The Equality Court might have
dismissed Sister Wilhemien Charles's
case, but she is not giving up. She has vowed to fight all the way to the Constitutional Court, so that
nurses who do not want to take part in abortions should have their religious
beliefs and conscience respected. On Wednesday the Vereeniging Equality Court dismissed Charles's case and referred
the matter to the Labour Court on
the grounds that it didn't have the authority to hear it. The case arose out of
a dispute between Charles and the health authorities in March, when the latter
barred her from working in the Kopanong
Hospital theatre after she had refused to take part in abortion procedures.
She had cited her religious convictions as reasons for her refusal to perform
emergency procedures on women who suffered complications after undergoing
abortions. Charles is a chief professional nurse with special qualifications in
theatre work. The hospital authorities subsequently moved her to another
theatre which does not deal with emergencies arising from abortions. Charles
then resigned and claimed constructive dismissal on the grounds that she had
been discriminated against. The hospital authorities subsequently moved her to
another theatre. Together with Doctors
for Life, an organisation representing more than 1 000 medical
practitioners around the world, she took the matter to the Equality Court,
claiming that her constitutional rights had been violated. They cited the
Gauteng health department, the MEC and the national minister of health as the
defendants in the case. In addition to an order that she be reinstated in her
previous post, the complainants had also asked for an unconditional apology and
an order directing the authorities to stop "unfair discriminatory"
practices at all health institutions. However, the state attorneys representing
the health departments argued that the court had no jurisdiction to hear the
matter and that it should instead be heard in the Labour Court. They also
contended that since the gist of Charles's case was unfair dismissal, the
matter fell within the scope of the Employment Equity Act. Charles's lawyer,
John Smyth, told the court that his client had endured a gross violation of her
rights under the constitution. "We say that was the clearest possible
breach of the equality clause which forbids unfair discrimination on the grounds
of religion, conscience or belief," argued Smyth. However, the court ruled
in favour of the state and referred the case to the Labour Court. This article was originally published on
page 7 of The Mercury on December 09, 2004
SANBS accused of sexual
discrimination -- 9 december 2004 – iol.co.za
-- First it was racial profiling, now the
South African National Blood Service (SANBS) is facing criticism over its
policy of identifying whether donors are engaging in homosexual sex. On
Wednesday the Gay and Lesbian Alliance
complained that it found the SANBS's questionnaire both "offensive and
discriminating". The alliance called on Health Minister Manto Tshabalala-Msimang to include its complaint
when she reviews the service's "racist" policies. According to the
SANBS questionnaire, a donor has to indicate if he has had man-to-man sexual
contact. "Once the donor answers 'yes', the SANBS, as with the case of
blacks and coloureds, then regards a gay donor as 'high risk'," a
statement released by the Alliance said. "That is discrimination. Latest
statistics regard heterosexual women aged 18 to 24 as high risk for
infections." Diane de Coning, Director of Donor services for the SANBS,
said no discussions would be held with the media until after SANBS board
delegates met the department of health on Saturday. This article was originally published on page 2 of The Mercury on
GGz-verpleegkundigen
bezorgd over het aantal separaties -- 8
december 2004 -- Zorgkrant -- De
verpleegkundigen die werkzaam zijn in de geestelijke gezondheidszorg zijn
zeer bezorgd over de uitkomsten van het dinsdag gepubliceerde onderzoek naar
gedwongen separaties. Dit zegt de
Federatie Verpleegkunde Geestelijke Gezondheidszorg (FVGGz) bij monde van
haar voorzitter Grace Herrmann. Met
name de discrepantie tussen het aantal geregistreerde separaties en het werkelijke
aantal baart Herrmann zorgen. Zij pleit daarom voor een gerichte aanpak van de
knelpunten. Ernstig signaal: Het onderzoek naar separatie in de GGz laat zien
dat er het aantal werkelijke separaties in de geestelijke gezondheidszorg veel
groter is dan het aantal dat wordt gemeld aan de Inspectie voor de
Gezondheidszorg. De FVGGz vindt dit een ernstig signaal. Een ingrijpende
dwangmaatregel als separatie mag in de ogen van de FVGGz nooit genomen worden
buiten de wettelijk omschreven kaders. Betere registratie: De FVGGz roept alle
verpleegkundigen in de Geestelijke Gezondheidszorg op om voortaan zorgvuldig te
registreren in geval van separatie. Om beroepsbeoefenaren hiertoe te stimuleren
zal de FVGGz de resultaten van het onderzoek ruim verspreiden onder haar
achterban. Terugdringen separatie: Daarnaast wil de FVGGz een bijdrage leveren
aan een multidisciplinaire discussie rond separatie. Het terugdringen van het
aantal separatiegevallen staat hierbij voor de FVGGz hoog op de agenda. Dit
moet mogelijk zijn door te zoeken naar andere - meer patiëntvriendelijke -
vormen van agressiehantering. Het structureel terugdringen van het aantal
separaties zal geen eenvoudige opgave zijn. Zo zal onderzocht moeten worden of
hiervoor wijzigingen noodzakelijk zijn in de beleidsmatige en organisatorische
context waarbinnen verpleegkundigen hun beroep uitoefenen. Kansen voor de
toekomst: Tegelijkertijd benadrukt Herrmann dat de uitkomsten van het
separatie-onderzoek ook kansen bieden voor de toekomst. "De urgentie van
de separatieproblematiek is opnieuw hoog op de agenda gezet. Dit kan een enorme
stimulans zijn voor de ontwikkeling en implementatie van goede richtlijnen rond
separatie". De FVGGz is de landelijke koepel van vijf beroepsorganisaties
binnen de GGz-verpleegkunde, namelijk de NVPV, NVSPV, STIP, de VCPV en de VSG.
Alle beroepsorganisaties van de FVGGz zijn aangesloten bij de Algemene Vereniging Verpleegkundigen en Verzorgenden (AVVV).
Eerste
prijs voor het beste vrijwilligersproject 2004 – 8 december 2004 – Reformatorisch Dagblad -- Het Gehandicapten Informatie Project
Scholen (GIPS) uit Grevenbricht heeft de eerste prijs voor het beste
vrijwilligersproject 2004 gekregen tijdens de
Internationale Vrijwilligersdag. Tijdens een bijeenkomst dinsdagavond in
Amsterdam ontving het GIPS uit handen van de
Vereniging Nederlandse Organisaties Vrijwilligerswerk (NOV) "Het
Nationale Compliment", ter waarde van 12.500 euro. GIPS heeft als doel de
integratie van vooral de jongere lichamelijke gehandicapten in de samenleving
te bevorderen. Gehandicapte vrijwilligers van GIPS bezoeken scholen en geven
kinderen informatie zodat ze vertrouwd raken met het verschijnsel handicap.
Ongeveer 160 basisscholen nemen deel aan het project. De NOV–jury, onder
leiding van Erica
Terpstra, vindt dat het GIPS „dankzij de
moed en het doorzettingsvermogen van de vrijwilligers is uitgegroeid van een
kleinschalig project tot een professionele
organisatie. GIPS voldoet aan alle criteria van Het Nationale Compliment 2004.
Het kan daarmee een voorbeeld zijn voor andere projecten in Nederland."
Naast Het Nationale Compliment is aan de gemeente Amersfoort Het Gemeente
Compliment uitgereikt omdat het al jaren investeert in Communicatieadviesbureau
Statement
uit Groningen heeft voor de hulp bij het maken van een daklozenkrant Het Lokale
Ondernemers Compliment gekregen en TPG
won met het project Moving the World voor
het World Food Program Het Nationale Ondernemerscompliment.
Verslaafden
hebben vaak ADHD – 8 december 2004
– Telegraaf -- UTRECHT - Verslaafden hebben veel vaker ADHD dan niet-verslaafden.
Bijna een op de vijf junks heeft ook last van deze stoornis, terwijl 1 procent
van de rest van de bevolking aan ADHD lijdt. Dat blijkt uit onderzoek van het Trimbos-instituut onder cliënten
van instellingen voor verslavingszorg. ADHD-patiënten hebben moeite met
concentratie en zijn hyperactief en impulsief. Het Trimbos-Instituut
presenteert donderdag een nieuwe manier om ADHD bij verslaafde drugsgebruikers
op te sporen en te behandelen.
Onderzoek
nepvaccinatie meisje zonder resultaat – 8 december 2004 – Telegraaf -- EINDHOVEN - Het onderzoek naar de
mogelijke nepvaccinatie van een 13-jarige leerlinge van een Eindhovense basisschool,
heeft niets opgeleverd. Een woordvoerder van de politie meldde dit woensdag. De
politie heeft de afgelopen dagen een groot aantal getuigen gehoord. Niemand
heeft echter de vrouw gezien die het kind zou hebben ingespoten. Evenmin heeft
de politie andere aanwijzingen gevonden die het verhaal van het meisje
bevestigen. De gemeente Eindhoven komt woensdagmiddag met een verklaring, aldus
een woordvoerster.
Wetswijziging kan separeren in psychiatrie
verminderen – 7 december 2004
– Volkskrant -- DEN HAAG - Het
kabinet moet de wet veranderen zodat
psychiatrische patiënten eerder, ook tegen hun zin, kunnen worden behandeld.
Als hun situatie onder controle is, hoeven ze minder vaak in de separeercel te
worden gestopt. De Nederlandse
Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) heeft dat dinsdag in een reactie
geschreven op de cijfers over separeerverpleging die deze week bekend werden.
Onderzoek heeft uitgewezen dat patiënten veel vaker in de isolatiecel zitten
dan officieel bekend is bij de Inspectie
voor de Gezondheidszorg. Patiënten brengen geregeld tien dagen in een cel
door, soms veel langer. De Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie wijt dat aan
verouderde wetgeving. Behandelaars hebben volgens de vereniging te weinig
bevoegdheden om tijdig in te grijpen. Volgens de NVvP kunnen psychiaters vaak
pas beginnen met het toedienen van medicijnen als een patiënt al in de
isoleercel zit. 'Wij zeggen: doe dat een week eerder zodat de patiënt rustig
wordt en de situatie niet meer kan escaleren', zegt woordvoerder R. van Veldhuizen van de vereniging. Volgens hem kan
opname in een isoleercel heel bedreigend zijn en grote schade aanrichten.
'Patiënten kunnen er ernstige trauma's aan overhouden, net als bijvoorbeeld
iemand die slachtoffer is geweest van een overval.' Van Veldhuizen zegt dat
veel patiënten instemmen met het gebruik van medicijnen als artsen en
verplegers hier rustig met hen over overleggen. 'Het is helemaal niet zo dat we
patiënten willen platspuiten of zo.' De
Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie wil dat het kabinet en de Tweede Kamer
de wet voor opname van psychiatrische patiënten aanpassen. Omdat dit een lange
weg is, moet het parlement volgens de vereniging besluiten tot invoering van
een noodmaatregel. Die zou binnen enkele maanden dienen in te gaan. De
Federatie Verpleegkunde Geestelijke Gezondheidszorg roept verpleegkundigen op
om voortaan alle gevallen van separatie te registreren. De organisatie pleit
voor ontwikkeling van andere, vriendelijkere, methoden om patiënten tot rust te
brengen. Hierdoor kan het volgens de federatie nodig zijn om de manier van
werken van verpleegkundigen te veranderen.
Nep-GGD'ster
injecteert kind in Eindhoven – 7 december 2004 – Telegraaf -- EINDHOVEN
- De GGD in Zuid-Oost Brabant heeft
de basis- en middelbare scholen in die regio uit voorzorg in een brief
gewaarschuwd voor een onbekende vrouw
die zich uitgeeft als GGD-medewerker. De vrouw zou ongeveer twee weken
geleden een leerlinge van de Eindhovense
basisschool De Tongelaar op school met een onbekende stof hebben geïnjecteerd.
Volgens het meisje gaf de vrouw zich uit als een nieuwe medewerkster van de
GGD. Zij zou het kind twee injecties hebben gegeven tegen een nieuwe, enge
ziekte en vertelde het meisje dat de uitslagen pas over vele jaren bekend
zouden worden, aldus directeur Mestrum
van De Tongelaar. Zowel de politie als directeur Mestrum van de basisschool
zijn terughoudend over het incident, omdat niemand de vrouw heeft gezien.
"Het blijft een raar verhaal, maar een kind dat met dit verhaal komt,
moeten we serieus nemen", aldus Mestrum. Het meisje is inmiddels door
artsen onderzocht, maar die hebben voorzover bekend niets kunnen vinden. De
politie onderzoekt de zaak.
Britse regering wil
verpleegkundigen operaties laten doen -- 7 december 2004 -- LONDEN - De Britse regering is bezig met plannen
die een revolutie in de gezondheidszorg betekenen. Zij wil verpleegkundigen
opleiden voor het zelfstandig uitvoeren van operaties om zo de wachtlijsten
korter te maken. Dat schreef de krant The
Independent maandag. Minister Reid
van Volksgezondheid doet wanhopige pogingen het aantal operaties op te
voeren om zo de belofte van de regering waar te maken dat in 2008 niemand
langer dan achttien weken op een ingreep hoeft te wachten na verwijzing door
een huisarts. Britse artsen zijn woedend. Zij vinden dat dergelijke plannen het
publiek misleiden en de veiligheid van patiënten in gevaar brengen. Voorzitter Paul Miller van de Britse
artsenorganisatie heeft grote twijfels aan de opleiding van twee jaar die
de regering wil voorstellen. Hij zei tegen The Independent dat het momenteel
minimaal twaalf en gemiddeld vijftien tot twintig jaar duurt voor iemand een
gekwalificeerd chirurg is. Zijn collega van de organisatie van orthopedisch
artsen noemde het belachelijk dat een volgens de plannen getrainde
verpleegkundige een operatie zou mogen uitvoeren zonder dat er een echte
chirurg in de buurt is. Verpleegkundigen, fysiotherapeuten en
operatie-assistenten zouden volgens de regering na hun korte opleiding
herniaoperaties, sterilsaties bij mannen en kijkoperaties in gewrichten kunnen
doen. De komende tien jaar zouden vier- tot vijfduizend van deze
'operatiedokters nieuwe stijl' kunnen worden benoemd.
Instituut
brengt tienvoudige in rekening voor fysiotherapie-behandeling – 7 december 2004 -- huisartsvandaag.nl -- Het Jan van Bremen Instituut brengt voor een fysiotherapie-behandeling
het tienvoudige in rekening 464 ipv 42
euro per uur. Op kamervragen gesteld door Kamerlid Schippers over het buitensporige tarief antwoordt minister Hoogervorst dat het inderdaad
mogelijk is door de DBC systematiek
dat er een dergelijk hoog tarief gevraagd kan worden. Dit fysiotherapie tarief
dient dan wel onderdeel uit te maken van het DBC tarief 'Revalidatie-Behandel-Uur (RBU)'. Een RBU kan
alleen in rekening worden gebracht bij aandoeningen die een (specialistische)
multidisciplinaire aanpak vereisen. Daartoe moet een onderbouwd behandelplan
kunnen worden voorgelegd. Het is volgens de minister de taak en het belang van
de zorgverzekeraar om hierop toe te zien. Inmiddels heeft de zorgverzekeraar
een onderzoek ingesteld en daaruit is inmiddels gebleken dat het Jan van Bremen
Instituut naar het oordeel van de zorgverzekeraar correct heeft gedeclareerd.
Volgens kamerlid Schippers is het aan verzekerden echter niet uit te leggen dat
bij pakketversobering een dergelijke situatie kan voorkomen. De minister zelf
kan niet vaststellen of er sprake is van fraude maar neemt geen verdere actie.
LINK: www.janvanbreemen.nl
Agressie
in Twentse instelling verstandelijk gehandicapten – 7 december 2004 – Telegraaf -- HENGELO - Bij
onderzoek in de Twentse instelling
Aveleijn voor verstandelijk gehandicapten blijkt dat veel medewerkers te
maken krijgen met agressie van patiënten. In zeven maanden werden 287
incidenten geregistreerd. Dat liet onderzoeker
prof. E. Nijman van de Radboud Universiteit Nijmegen weten tijdens een symposium dinsdag in Hengelo over
agressie in de zorg. De agressie binnen Aveleijn vond meestal plaats op
gesloten psychiatrische afdelingen. Aanleidingen waren dat de gehandicapten
iets niet mochten van het personeel of iets niet wilden doen. Bij meer dan de
helft van de incidenten schopten of sloegen patiënten medewerkers. Om
conflicten op te lossen werden patiënten naar hun kamer gestuurd of greep de
bedreigde medewerker verbaal in. Staatssecretaris
Ross-van Dorp (Volksgezondheid) prees Aveleijn en de patiënten van de
instelling voor de openheid die zij betrachten over agressie en de wijze waarop
ze samen oplossingen zoeken om die agressie te voorkomen. Op het symposium
waren vertegenwoordigers van alle instellingen voor verstandelijk gehandicapten
uit heel Nederland aanwezig.
Dwang
in zorg vaker toegepast dan verwacht – 6
december 2004 – Telegraaf -- WARNSVELD - Dwang wordt vaker toegepast in
instellingen voor geestelijke gezondheidszorg, dan uit rapportages van de Inspectie voor de Gezondheidszorg
kan worden afgeleid. Dat blijkt uit cijfers die dr. H. Lendemeijer van het kenniscentrum
GGNet in Warnsveld en de
universiteit van Maastricht maandagavond in het televisieprogramma Netwerk
presenteerde. Volgens Lendemeijer bleek dat twaalf instellingen 6500 maal dwang
hadden toegepast, in 80 procent van die gevallen ging het om het separeren van
de patiënt. Vertaald naar landelijke cijfers zou het gaan om 24.000 gevallen
van dwang per jaar en ruim 20.000 plaatsingen in een isoleercel of
afzonderingskamer. Volgens de inspectie zou het gaan om 6600 gevallen van
separeren. Volgens Lendemeijer zitten er mensen bij die tien dagen lang zonder
behandeling opgesloten zitten. "We schamen ons hier best voor", zei directeur A. Vrijlandt van GGNet maandag.
GGNet deed de afgelopen twee jaar mee aan een door Lendemeijer geleid project
om kwaliteitscriteria voor dwang in de zorg in te voeren. Dat het anders kan,
bewijst een project in Tiel waarbij personeel samen met patiënt en familie
kijkt naar mogelijkheden om spanningen te verminderen. Als gevolg daarvan wordt
de separeerruimte veel minder gebruikt.
Speech
"Aanbieding Klachtenrichtlijn Gezondheidszorg aan het `veld'
Bron: Ministerie van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport
Datum: 06-12-2004
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en
Sport
Speech "Aanbieding Klachtenrichtlijn
Gezondheidszorg aan het `veld' " namens de Staatssecretaris mevr. C. Ross van Dorp uitgesproken door Ir. J.I.M. de Goeij, Directeur-Generaal
Volksgezondheid op 2 december 2004 te Driebergen.
1
Waarom staan wij vandaag hier: een korte terugblik Mijnheer de Voorzitter,
Dames en Heren,
Ik constateer dat u met velen gekomen bent.
Dat is een goede zaak, want dat betekent dat u allen meewerkt om de
Klachtenrichtlijn gezondheidszorg verder uit te dragen. Waarom vinden wij het
goed omgaan met klachten zo belangrijk? Ik gebruik met opzet het persoonlijk
voornaamwoord `wij' omdat ik daaronder ook u, vertegenwoordigers van patiënten
en patiëntenorganisaties, van huisartsen, zorginstellingen en zorgverzekeraars
versta. Klachten van patiënten, of in
termen van de wet te spreken, van cliënten, moeten serieus worden genomen.
Hulpverleners moeten niet weglopen voor klachten of een defensieve houding
aannemen. Ze moeten juist kijken wat zij met klachten kunnen doen, zodat
uiteindelijk de kwaliteit van de dienstverlening verbetert. De afgelopen
jaren heeft de overheid samen met het veld via allerlei wetgeving de positie
van de patiënt versterkt. Met als uitgangspunt: het honoreren van de wens van
de patiënt om mondiger en minder afhankelijk te zijn van de hulpverlener. Juist
daardoor is hij in staat zijn persoonlijke verantwoordelijkheid ook binnen de
gezondheidszorg actief gestalte te geven. Duidelijk is dat voor dat versterken
van de positie van de patiënt wetgeving zoals een WGBO een belangrijke functie
vervult. En met het ingewikkelder worden van de `zorg' en van de structuur van
de gezondheidszorg, is het des te belangrijker dat de patiënt een sterke
positie heeft ten opzichte van de dokter, de specialist of het ziekenhuis. Toch
is enige nuance wel op zijn plaats. Wetten en regels vormen een belangrijke
ondersteuning voor veranderingen in de samenleving. De echte verandering moet
komen van mensen die de wet in de praktijk toepassen: de dokter, de
verpleegkundige, de verzorging, het management. Zij moeten de patiënt een meer
centrale plaats in de zorg gunnen.
2. De
betekenis van een goede klachtenregeling
Ik wil ook iets zeggen over de betekenis
van een goede klachtenregeling. We zijn het er allemaal over eens dat er een
goede klachtenregeling moet zijn. Iedereen die niet tevreden is over een
behandeling, moet de mogelijkheid hebben om klacht op een gemakkelijke manier
aan te kaarten bij de hulpverlener. Alleen op die manier zijn eventuele
problemen op te lossen en kan onvrede worden weggenomen. Ik vind dat medici en zorginstellingen elke klacht moeten beschouwen als
een gratis advies. In een goed werkend kwaliteitssysteem inventariseer je
problemen en klachten, om daar iets mee te doen. Dat komt de kwaliteit en de
doelmatigheid van de zorg alleen maar ten goede. De hulpverlener of de
zorgaanbieder moet dan wel op een volwassen manier met klachten omgaan. Niet
boos worden, maar rustig blijven. Je niet laat verleiden om in het defensief te
gaan, maar de klacht serieus nemen etc. Anders gezegd: ga op een volwassen en
professionele manier met klachten om. Volg daarvoor desnoods een opleiding of
een training. Dames en heren, gezondheidszorg is mensenwerk. En waar mensen
werken worden fouten gemaakt. Ook hulpverleners zijn mensen en hebben soms een
slechte dag. Maar je zult die dag maar net patiënt zijn. Bij alle onzekerheid
over je gezondheid, krijg je nog een extra probleem door de wijze waarop de
hulpverlener jou behandelt. Of je maakt iets mee dat zo vervelend is, dat je
wilt voorkómen dat een andere patiënt dat ook overkomt. Toch blijkt dat er bij
cliënten een hoge drempel bestaat om daadwerkelijk een klacht in te dienen. Die
drempel wil de wet verlagen. De wet waarborgt dat een patiënt met zijn klacht
bij de hulpverlener terecht kan en dat die zijn klacht serieus neemt en kijkt
hoe het probleem kan worden opgelost. Een
goede klachtenregeling behoort onlosmakelijk bij klantgerichtheid,
professioneel handelen en kwaliteit van zorg.
3.
Het klachtrecht in de praktijk
De Wet klachtrecht gaat uitsluitend over de
klachtbehandeling door de klachtencommissie, die uitmondt in een uitspraak over
de klacht. Maar zo ver hoeft het helemaal niet te komen, als de hulpverlener in
de fase die daaraan vooraf gaat zorgt voor een goede opvang van en bemiddeling
bij klachten. Dat kan onnodige escalatie voorkomen.
Elke instelling zou daarom een
onafhankelijke bemiddelaar moeten hebben, bijvoorbeeld een
klachtenfunctionaris, bij wie de cliënt terecht kan en die hem met raad en daad
terzijde kan staan. Voorwaarde is wel dat zo'n bemiddelaar in de organisatie
een voldoende onafhankelijke positie heeft. Let wel: het is aan de cliënt om
wel of geen genoegen te nemen met het aanbod van opvang en/of bemiddeling. Als
de cliënt kiest voor formele behandeling van de klacht, dan moet de instelling
dat respecteren.
4. De
klachtenrichtlijn gezondheidszorg
De uitkomsten van de evaluatie van de wet
door ZonMw vormden voor de Commissie Klachtenrichtlijn het vertrekpunt om te
bekijken hoe een goede klachtenregeling eruit zou moeten zien. Maar de commissie
heeft zich niet uitsluitend tot de klachtenregeling beperkt. Er is ook gekeken
naar de klachtopvang en aandacht voor de training van de medewerkers van de
zorgaanbieder hoe met klachten om te gaan. De algemene conclusie van de
Evaluatie in 1999 was dat vanuit het perspectief van de klagers en de
aangeklaagden de wetgever met de Wet klachtrecht in grote lijnen erin geslaagd
is een kwalitatief goede en laagdrempelige klachtenvoorziening te ontwerpen.
Maar er waren ook een paar kritiekpunten.
Ik noem de belangrijkste:
- bijna alle zorgaanbieders hanteren een
klachtenregeling; bij vrijgevestigde beroepsbeoefenaren is dat nog niet altijd
het geval;
- soms worden er in de klachtenregeling
drempels opgeworpen of bepaalde klachten van behandeling uitgesloten;
- soms bevatten de reglementen onvoldoende
waarborgen voor een onpartijdige klachtbehandeling;
- er wordt nog weinig gedaan om met de
informatie uit de klachtbehandeling de kwaliteit te verbeteren;
- veel klagers zijn ontevreden, ook al
worden ze in het gelijk gesteld;
- de meeste klachten worden informeel via
klachtopvang afgedaan en niet door middel van de formele klachtenprocedure;
Deze zomer heeft ZonMw de resultaten gepubliceerd van het onderzoek dat het NIVEL heeft verricht naar het
waarom van de ontevredenheid van klagers. Bijna tweederde van de klachten gaan
over het medisch handelen. De rest gaat over de organisatie van de zorg in het
ziekenhuis. Aan cliënten is ook gevraagd wat zij van de klachtenbehandeling
verwachten. Ook al lijkt er op het eerste gezicht weinig licht te zitten tussen
het beleid van de klachtencommissie en de verwachtingen van de klager, toch
blijkt dat in de praktijk patiënten toch niet zo ervaren. Dus daar zou iets aan
gedaan moeten worden. Daarnaast blijkt
dat veel cliënten ontevreden zijn omdat zij van het ziekenhuis geen bericht
krijgen waaruit blijkt dat er iets met hun klacht gedaan is. Terwijl ze een
klacht hadden ingediend omdat hen iets is overkomen waarvan zij hopen dat dat
niet ook een ander overkomt. Dat is dus één van de belangrijkste lessen uit
deze studie: laat de klager, de klachtencommissie en hulpverlener weten wat er
met de klacht gebeurt. Datzelfde geldt ook voor de hulpverlener: laat zien dat
je er iets van geleerd hebt!
Mijnheer de voorzitter, dames en heren,
Het is opmerkelijk hoe zo'n betrekkelijk
eenvoudige wet, zoveel werk kan opleveren. Maar nog opmerkelijker is dat alle
partijen - patiënten, hulpverleners en instellingen - hebben samengewerkt om
tot de Klachtenrichtlijn te komen. Het resultaat mag er zijn, maar daarmee zijn
we er niet. De Klachtenrichtlijn
gezondheidszorg moet geen dode letter worden, maar een levend instrument
waarvoor iedereen zich verantwoordelijk voelt. Het stelt mij gerust dat ZonMw
ook aan deze fase van verdere implementatie zal bijdragen. Eigenlijk past bij
deze Richtlijn een uitspraak met een knipoog naar het rapport van Rein Willems
inzake patiëntveiligheid: Hier, binnen de instelling, werk je met de
Klachtenrichtlijn Gezondheidszorg, of je werkt hier niet! Ik overhandig
deze Klachtenrichtlijn dan ook graag aan u, mijnheer Van der Kruijs en aan U mijnheer Hollander als
vertegenwoordigers van respectievelijk de patiënt en de zorgverlener.
Ik wens u veel succes met de taak die u
daarmee op u neemt. Ik heb er alle vertrouwen in dat patiënten en hulpverleners
er voor zullen zorgen dat de Klachtwet zal worden gebruikt om de kwaliteit van
de zorg te bewaken en waar nodig te verbeteren en recht te doen aan de positie
van de patiënt in de zorg. Ik dank u voor uw aandacht.
Drang
en dwang in de psychiatrie -- 6
december 2004 – Netwerk.tv – Netwerk, Ma. 6 december 2004, 20.30u: In
Netwerk vanavond aandacht voor de dwangmaatregelen
in de psychiatrie. Voor het eerst is in de praktijk onderzocht hoe vaak
patiënten worden opgenomen in een zogenaamde isoleercel. Een reportage over de
schokkende cijfers. Als we in Nederland niet meer weten wat we aanmoeten met
een psychiatrische patiënt dan sluiten we hem op in een isoleercel, een kale
ruimte waar hij geen kwaad kan aanrichten. Dit wordt separeren genoemd. Voor
veel patiënten is een verblijf in zo’n kale cel een uiterst traumatische
ervaring. Volgens de wettelijke regels, vastgelegd in de wet Bijzondere Opname Psychiatrische Ziekenhuizen (BOPZ), mag
een patiënt alleen worden opgesloten als hij een gevaar is voor zichzelf of
voor zijn omgeving, maar er is in Nederland een praktijk gegroeid waarbij het
gebruik van isoleercel in de psychiatrie vrij gewoon is. In het boek Kwaliteit van zorg bij dwang en
drang in de psychiatrie: Op weg naar
goede praktijken, dat morgen wordt gepresenteerd, staan verschillende
manieren om de dwangmiddelen terug te dringen. Netwerk duikt dieper in een van
deze methodes.
Links: Symposium ‘Dwang en drang in de
psychiatrie’, Anti-iso-site
Persoonlijkheidsstoornis?
Het kan nog bijtrekken! – December 2004
– Psychologie Magazine, 23e jaargang – Narcisten, antisociale
mensen, borderliners: mensen met een persoonlijkheidsstoornis veranderen niet
of nauwelijks. Dat is althans de gangbare opvatting onder psychiaters en
psychologen. De officiële diganose in het psychiatrisch handboek, de DSM-IV,
spreekt over een ‘duurzaam patroon’, en: ‘het persoonlijkheidsprobleem is vroeg
in het leven ontstaan en sindsdien vrijwel onveranderd gebleven’. De Amerikaanse psycholoog Mark Lenzenweger
concludeert nu echter uit een vier jaar lopend onderzoek dat mensen met een
persoonlijkheidsstoornis in de loop der tijd minder symptomen gaan vertonen.
Goed nieuws dus voor de tien procent van de bevolking die aan een dergelijke
stoornis zou lijden. De verbetering is niet te danken aan therapie; waardoor
het wel komt, weet Lenzenweger nog niet. Archives of General Psychiatry, oktober
2004.
Openbare
aanbesteding medicijnen in België – 4
december 2004 – De Telegraaf -- BRUSSEL - De Belgische minister van Volksgezondheid Demotte begint een
experiment met de openbare aanbesteding van medicijnen in de hoop forse
besparingen op het gezondheidsbudget tot stand te brengen. Demotte gaat vier fabrikanten van de anticonceptiepil
vragen een offerte in te dienen. Voor de pil van de producent die de beste
offerte indient, krijgen vrouwen het meeste geld terugbetaald van de overheid.
Voor andere pillen geldt dan een lager terugbetalingstarief. Demotte denkt
daarmee miljoenen euro's te kunnen besparen. Als het experiment met de pil
gunstig werkt, wil de socialistische bewindsman de regeling ook voor andere
medicijnen invoeren, meldden diverse Belgische media zaterdag. Patiënten
krijgen in België doorgaans 75 procent
van de kosten voor medicijnen terugbetaald. Alleen chronisch patiënten
ontvangen vaak een volledige vergoeding. Voor de pil van de producent die de
goedkoopste offerte doet aan de overheid zou Demotte 75 procent willen
teruggeven. Voor anticonceptiepillen van andere producenten zou maar 20 procent
terugbetaald worden. De bewindsman verwacht dat het voor producenten zo
interessant zal zijn om een zeer voordelige offerte in te dienen, dat voor de
overheid ondanks de terugbetaling van 75 procent van de kosten, toch veel geld
te besparen valt. De discussie over de kosten van geneesmiddelen woedt al enige
tijd in België, omdat er dit jaar een overschrijding van het budget voor
volksgezondheid van ruim 240 miljoen euro dreigt. In totaal kost de terubetaling
van medicijnen via de ziekenfondsen de Belgische belastingbetaler 3 miljard
euro per jaar. Alle Vlaamse politieke partijen dringen aan op besparingen,
omdat zij het tegenover hun kiezers steeds moeilijker vol kunnen houden dat
gezondheidszorg in Franstalig België naar verhouding veel meer geld kost dan in
Vlaanderen. Als de Franstalige Demotte niet fors bezuinigt, dreigen de Vlaamse
partijen ermee de gezondheidszorg over te hevelen naar de regionale overheden.
Wallonië zou daardoor niet meer kunnen profiteren van de Vlaamse overschotten.
Vlaamse politici pleiten voor een algemene invoering van het systeem van
openbare aanbesteding, zoals dat ook al bestaat in Nieuw-Zeeland. De
farmaceutische industrie in België, verenigd in de koepelorganisatie Pharma.be,
zegt dat het zogeheten Kiwi-model ertoe kan leiden dat concerns
productiebedrijven voor medicijnen naar het buitenland zullen verplaatsen.
NCRV TOONT
TWEEDE DEEL ONTROEREND PORTRET DETLEF PETRY – 4 december 2004 – Redactie Schizofrenie Bulletin / Ypsilon -- HILVERSUM -
"Respect. Een verademing. Heerlijk! Wat een zegen. Lach op mijn gezicht.
Grote bewondering. Fenomenaal." Zomaar wat koppen van een vloed aan
reacties op het eerste deel van een documentaire over Detlef Petry die zijn te lezen op de website van de filmmakers. In
een tweedelige miniserie schetste de NCRV een portret van de psychiater van Vijverdal, voor wie ook langverblijfpatienten nooit
zijn opgegeven. Op maandag 6 december
2004 volgt het tweede deel in de
serie Dokument. De uitzending begint om ongeveer 23 uur op Nederland 1. Op 7 december om 13.50 uur is de
herhaling. Maar de beide delen zijn na uitzending ook zien op de website www.dokument.nl,
net als de reacties. De Nederlands-Duitse psychiater Detlef Petry werkt al
sinds jaar en dag op de langverblijf-afdeling van Vijverdal. Hij luistert naar
ze en gaat mee in hun gekte. Hij neemt ze mee uit winkelen, viert Sinterklaas
met ze en gaat met ze op zoek naar plekken die hun dierbaar zijn. Voor Petry
staat niet de patient, maar de mens centraal. De deur van zijn kantoor staat
altijd voor
hen open. Zo veel mogelijk probeert hij het gebruik van medicijnen te
voorkomen. Niet de patienten wegstoppen en platspuiten, maar juist op een
gelijkwaardige manier met ze omgaan. Petry emigreerde vijfentwintig jaar
geleden vol idealen naar Nederland. Hij verzette zich tegen het optreden van de
machthebbers en de geringe tolerantie in Duitsland. Voortdurend was hij bezig
met de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog. Waarom werd de oorlog verzwegen en
verdrongen? Waarom wilde men de feiten niet onder ogen zien? Petry's
betrokkenheid met de Tweede Wereldoorlog wordt mede ingegeven door zijn
achtergrond. Zijn vader
was als SS'er in Nederland direct betrokken bij de oorlog. Met zijn emigratie
naar Nederland wilde Petry zijn eigen 'Wiedergutmachung' uitvoeren. Als
Duitser, maar ook als psychiater. De nazi-artsen en psychiaters waren in de
oorlog verantwoordelijk voor de massamoord op tienduizenden psychiatrische
patienten. NCRV Dokument 'Uitbehandeld, maar niet opgegeven' toont de lange
zoektocht van Petry naar de mens achter de chronisch psychiatrische patient.
Amerikanen slikken meer pillen dan ooit – 3 december 2004 – Het Parool -- ATLANTA
- Maar liefst 44% van de Amerikanen slikt pillen, meer dan ooit. Dit
blijkt uit een rapport dat (moet zijn: van, neem ik aan) de Amerikaanse
regering. Een op de zes Amerikanen slikt drie of meer verschillende medicijnen
tegelijk. Met name antidepressiva, medicijnen tegen ontstekingen en
cholesterolverlagers raken steeds populairder.
Goed
omgaan met klachten - Nieuwe richtlijn stimuleert dialoog tussen ‘klager’
en ‘aangeklaagde’ -- 3 december 2004
– Medisch Contact / Artsennet -- Publicatie: Nr. 49 Auteur: S. Smorenburg en J.
Legemaate
SAMENVATTING
Recent onderzoek wijst uit dat de
afhandeling van klachten in ziekenhuizen nog het nodige te wensen overlaat.
Patiënten zijn over die afhandeling vaak niet tevreden.
Een groot aantal organisaties uit de zorg
heeft gezamenlijk de Klachtenrichtlijn Gezondheidszorg opgesteld. De richtlijn
is bedoeld om een laagdrempelige afhandeling van klachten te stimuleren. De
richtlijn handelt niet alleen over de afhandeling van klachten door de
klachtencommissie, maar vraagt ook aandacht voor de aanpak van de zorgverlener
zelf. Aan de orde komt voorts het gebruik van klachten ter verbetering van de
kwaliteit van zorg.
Klachtenafhandeling in ziekenhuizen laat
nog het nodige te wensen over. Organisaties uit de zorg hebben gezamenlijk een
Klachtenrichtlijn Gezondheidszorg opgesteld die is bedoeld om de afhandeling
van klachten laagdrempeliger te maken. Klachten ontstaan door een veelheid aan
factoren: (veronderstelde) fouten, ongecorrigeerde verwachtingen,
misverstanden, niet nakomen van afspraken, gebrekkige communicatie,
interpretatieverschillen over patiëntenrechten, tarieven, bejegening of
organisatie van zorg. Klachten leiden er voor patiënten vaak toe dat hun ziekte
of aandoening nog ingrijpender en belastender wordt. Maar ook voor
zorgverleners hebben klachten een grote impact. Een klacht kan het ergste zijn
wat een arts kan overkomen en beïnvloedt soms zelfs in grote mate zijn verdere
carrière.1 Recent onderzoek van het NIVEL laat bovendien zien dat op de manier
waarop klachten worden afgehandeld nog veel is aan te merken en dat patiënten
die afhandeling vaak als teleurstellend ervaren.2 Dit alles is voldoende reden
om de afhandeling van klachten te verbeteren. In opdracht van ZonMw is in 2002
is een groot aantal organisaties uit diverse zorgsectoren gestart met het maken
van een Klachtenrichtlijn Gezondheidszorg. De projectorganisatie lag in handen
van het Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO, de sectie Gezondheidsrecht
van Universiteit Maastricht en de Stichting Ondersteuning Klachtopvang
Gezondheidszorg (SOKG). De richtlijn is inmiddels gereed en zal vanaf januari
2005 op verschillende manieren (in druk, online) beschikbaar zijn. De nieuwe
richtlijn wil zorgaanbieders handvatten bieden voor het bewerkstelligen van een
passende en patiëntgerichte klachtenafhandeling binnen hun eigen kaders. De
richtlijn besteedt niet alleen aandacht aan klachtenopvang en -behandeling in
engere zin, maar gaat ook uitvoerig in op de omgang met klachten door
zorgverleners zelf en het gebruik van klachten ter verbetering van de kwaliteit
van zorg. Negen ‘proeftuinen’ uit verschillende sectoren van de
ge--zond-heidszorg hebben het afgelopen jaar delen van de richtlijn uitgetest
in de praktijk. De ervaringen en opinies over bruikbaarheid van de richtlijn
zijn door deze proeftuinen teruggekoppeld en meegenomen in de definitieve
versie van de richtlijn. De aanbevelingen in de richtlijn zijn bovendien
geïllustreerd met praktijkvoorbeelden en good practices. Twee van deze
praktijkvoorbeelden gebruiken we in dit artikel als illustratie.
Algemene
uitgangspunten
In discussies over de afhandeling van
klachten in de gezondheidszorg wordt altijd veel aandacht gegeven aan de rol en
de positie van de wettelijk verplichte klachtencommissie. Het NIVEL-onderzoek
laat zien dat dit niet terecht is. Uit dit onderzoek blijkt dat een ziekenhuis
gemiddeld 240 klachten per jaar krijgt, waarvan er ongeveer 18 belanden bij de
klachtencommissie. Het overgrote deel van de klachten wordt dus op andere
manieren afgehandeld, bijvoorbeeld door patiëntenservicebureaus,
klachtenfunctionarissen en patiëntenvertrouwenspersonen. Om die reden beperkt
de Klachtenrichtlijn Gezondheidszorg, anders dan de KNMG-modelregeling klachtenbehandeling
uit 1998, zich niet tot de procedure voor de commissie. De richtlijn gaat
uitvoerig in op de algemene uitgangspunten in het kader van de
klachtenafhandeling (open klimaat rond klachten en fouten, deskundigheid
klachtenbehandelaars, goede informatie voor alle betrokkenen), op de relatie
tussen de klager en persoon over wie wordt geklaagd en op minder formele
manieren om met klachten om te gaan (opvang, bemiddeling). Het uitgangspunt van
de richtlijn is dat voor alle betrokkenen in het traject voorafgaand aan dat
van de klachtencommissie veel winst te behalen valt. Door ernaar te streven dat
klachten in dat traject worden afgehandeld, wordt formalisering van klachten en
verharding van opstellingen voorkomen (zie praktijkvoorbeeld 1) en wordt bovendien
beter tegemoetgekomen aan de wensen en behoeften van patiënten: blijkens
onderzoek zitten die helemaal niet te wachten op formele procedures. Ook
patiënten hebben meestal een voorkeur voor een zo vlot en informeel mogelijke
manier van klachtenafhandeling. De richtlijn bevat tal van handvatten en
suggesties om dat mogelijk te maken. Belandt een klacht eenmaal bij de
klachtencommissie, dan is het van belang de procedure zo zorgvuldig en helder
mogelijk te laten verlopen. Bekend is dat patiënten deze procedure nogal eens
ervaren als afstandelijk en onbevredigend.2 Een mogelijke reden daarvoor kan
zijn dat klachtencommissies in een aantal gevallen kiezen voor schriftelijke
vormen van hoor en wederhoor. Klager en aangeklaagde mogen dan wel reageren op
elkaars stukken, maar zien en spreken
elkaar in het kader van de klachtenbehandeling in beginsel niet. Daardoor wordt
een belangrijke kans gemist om beide partijen weer met elkaar in contact te
brengen. Ook kan schriftelijk hoor en wederhoor ertoe leiden dat de klachtencommissie
geen volledig beeld van de situatie krijgt. Om die reden spreekt de richtlijn
een duidelijke voorkeur uit voor mondelinge hoor en wederhoor, tijdens een
bijeenkomst waarbij alle betrokkenen aanwezig zijn en op elkaars uitlatingen
kunnen reageren. Een ander aspect van de procedure voor de klachten-commissie
wordt gevormd door de termijnen. De Wet klachtrecht cliënten zorgsector (WKCZ)
laat het bepalen van de termijn die de klachtencommissie in acht moet nemen,
over aan de zorgaanbieder. Dit heeft in de praktijk tot aanzienlijke
verschillen geleid. De richtlijn tracht hierin enige harmonisatie te
bewerkstelligen door voor elke sector van de gezondheidszorg wenselijke
termijnen te omschrijven. Voor zieken-huizen bedraagt deze wenselijke termijn
volgens de richtlijn twee maanden.
Fout
toegeven
Het klimaat rond klachten en fouten is
volgens de richtlijn van groot belang. Daarbij gaat het onder meer om het
toegeven van gemaakte fouten en om het zo nodig maken van excuses. Ook hierover
bevat het NIVEL-onderzoek interessante gegevens. 84 procent van de in dit onderzoek geïnterviewde patiënten zegt het
belangrijk te vinden dat fouten worden toegegeven. De weerstand van
aansprakelijkheidsverzekeraars tegen deze openheid achten de NIVEL-onderzoekers
onwenselijk en onjuist, alleen al omdat er bij meer dan 90 procent van de
klachten bij de klachtencommissie geen schadeclaim aan de orde is. De
richtlijn sluit aan bij de bevindingen van het NIVEL-onderzoek door te bepalen
dat in het geval van een fout of complicatie de zorgverlener dit uit zichzelf
met de patiënt dient te bespreken.
Verantwoordelijkheid
nemen
Gezien de impact die een klacht kan hebben
op een zorgverlener, is het belangrijk dat een klacht ook vanuit het
perspectief van de zorgverlener op een bevredigende manier wordt afgehandeld.
Maar al te vaak blijft de klacht echter ‘steken’ bij de schuldvraag: de klacht
is gegrond of ongegrond en daarmee is de kous af. Dit is niet alleen
frustrerend voor de klager die met zijn klacht ‘wil voorkomen dat een ander
hetzelfde overkomt’. Ook voor de aangeklaagde zorgverlener kan dit belemmerend
zijn voor de verwerking van het gebeurde, bijvoorbeeld de fout die hij of zij
heeft begaan. Een andere benadering van klachten, meer gericht op verbetering
van kwaliteit van zorg, verlegt het accent van de schuldvraag van één individu
naar mogelijke gebreken in het zorgsysteem als geheel. Deze benadering is
meestal veel bevredigender voor zowel klager als aangeklaagde zorgverlener. Op
dit moment is echter een kwantitatieve werkwijze bij kwaliteitsverbetering het
meest gebruikelijk: men verzamelt eerst klachten in (jaar)overzichten en weegt
dan pas af of er sprake is van een structurele component. Niet de inhoud van de klacht, maar het aantal klachten geeft de
doorslag bij het besluit over een eventuele noodzaak tot kwaliteitsverbetering.
Nadeel hiervan is dat het te lang duurt eer informatie op de juiste plaats
bekend wordt en betrokkenen hun verantwoordelijkheid (kunnen) nemen. Een
pro-actieve benadering bevordert het voorkómen van klachten en betekent dus
winst in termen van tijd, ergernis, schade en werkplezier. Een dergelijke (meer
kwalitatieve) benadering van elke klacht kan niet beperkt blijven tot de
klachteninstanties. Eenieder die te maken krijgt met klachten (dus ook
zorgverleners en management) heeft hierin een eigen verantwoordelijkheid. De
kunst is om het aantrekkelijk en vanzelfsprekend te maken dat ieder deze
verantwoordelijkheid ook neemt. Dit kan alleen door een klimaat te creëren
waarin de vertaling van klachten naar kwaliteit wordt beloond en het veilig is
om klachten met elkaar te bespreken. De
praktijk wijst uit dat als dit klimaat eenmaal bestaat, het openlijk bespreken
van klachten en fouten zichzelf verder beloont (zie praktijkvoorbeeld 2). De
zorgverlener ervaart de klacht dan meer vanuit het perspectief van
kwaliteitsverbetering, hetgeen de angst voor klachten en onvrede doet
verminderen.
Respect
Door nadrukkelijk uit te gaan van de ingebrachte
praktijk-ervaringen en de uitkomsten van de ‘proeftuinen’ is getracht de
Klachtenrichtlijn Gezondheidszorg zo goed mogelijk op de praktijk af te
stemmen. Immers, de richtlijn moet steun bieden aan al diegenen die een
bijdrage leveren aan de goede omgang met klachten van cliënten. De in de
richtlijn opgenomen aanbevelingen zijn kort en kernachtig geformuleerd, maar
wel voorzien van een uitvoerige toelichting. Deze toelichting kan behulpzaam
zijn bij het implementeren van de aanbevelingen. Te hopen valt dat de richtlijn
in de praktijk een stimulans is bij het bevorderen van de dialoog tussen
‘klager’ en ‘aangeklaagde’. Het streven is dat beiden zich met respect
behandeld weten en dat een klacht wordt gezien als een stimulans om te komen
tot betere zorg.
Correspondentieadres: j.legemaate@fed.knmg.nl.
1.
Trainingen
In het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis bleek
een aantal klachten van patiënten voort te komen uit onwetendheid van
medewerkers over de mogelijkheid tot klagen. Zij gaven soms onvolledige
informatie of verkeerde antwoorden op vragen van patiënten over het indienen
van een klacht. Na inventarisatie bleek dat deze antwoorden waren onder te
verdelen in twee grote categorieën. De eerste categorie betrof de
informatieoverdracht van de medewerker aan de patiënt, de tweede had betrekking
op het door medewerkers niet ingaan op getoonde gevoelens van onbehagen bij
patiënten. Vanuit de idee dat het beter is om klachten op de werkvloer te
voorkomen of op te lossen besloten de klachten-functionarissen een training op
te zetten, bedoeld voor alle medewerkers van het ziekenhuis die
patiëntencontacten hebben: polikliniekassistentes, verzorgenden,
verpleegkundigen, artsen en arts-assistenten. De training wordt op elke
afdeling gegeven en bestaat uit één sessie met twee onderdelen. Tijdens het
eerste onderdeel geven de klachtenfunctionarissen informatie, die zich
uitstrekt tot wetgeving over de WGBO, de Wet BIG, de kopiestatus en de rechten
van de patiënt (zoals het recht op informatie, het klachtrecht conform de WKCZ)
en de klachtenregeling van het ziekenhuis. Het doel hiervan is de medewerkers
goed te informeren over deze zaken, zodat zij deze informatie zelf juist kunnen
overbrengen op de patiënt, indien nodig. Het tweede programmaonderdeel betreft
het ingaan op gevoelens van onbehagen van patiënten door medewerkers met als
doel de medewerkers hierin te trainen. Medewerkers kunnen daarvoor zelf
casussen inbrengen waarbij ze moeite hadden om in te gaan op gevoelens van
patiënten. Door bespreking van deze praktijksituaties wordt geïllustreerd dat
het snel oppikken van onvrede en daar actie op ondernemen, in vele gevallen
leidt tot de oplossing van het probleem op de werkvloer zonder dat het probleem
escaleert en een klacht wordt ingediend bij de klachtenfunctionaris of
klachtencommissie. De medewerkers oefenen de technieken om daar beter mee om te
gaan.
2.
Van klacht naar kwaliteit
In het Medisch Centrum Haaglanden is onder de
titel ‘Van Klacht naar kwaliteit’ een nieuwe werkwijze van start gegaan met als
doel daadwerkelijk iets te doen aan de oorzaak van de klachten. Na een
succesvolle pilot in 2003 wordt sinds januari 2004 van elke klacht de oorzaak
opgespoord en bekeken welke verbetermaatregelen kunnen worden getroffen. Deze
maatregelen worden geëvalueerd, bij positieve evaluatie wordt zorg gedragen
voor voldoende borging van de maatregel. De voortgang van het verbeterproces en
de bereikte resultaten worden geregistreerd en zijn onderwerp van gesprek in
het periodiek overleg tussen decentraal management en de Raad van Bestuur. In
de periode van 1 januari tot 30 september 2004 zijn twintig verbeteringen
gerealiseerd en is in 25 gevallen de klacht besproken in het werkoverleg. Zo
hebben klachten over lange wachttijden op de polikliniek Heelkunde geleid tot
een efficiëntere planning van de spreekuren en het organiseren van een Wondpoli
waardoor de wachttijd is gereduceerd. Klachten over de verpleegkundige
verzorging hebben geleid tot een gezamenlijke visitatie van patiënten door de
unit coördinator en de senior verpleegkundige.Teksten in aanmaningsbrieven zijn
voor betalingen aangepast. De inrichting van de wachtkamers voor de
operatiekamer is verbeterd en er is speelgoed aangeschaft. Binnen de maatschap
gynaecologie worden sinds enkele maanden alle klachten geïnventariseerd en
besproken, zowel in de maatschapsvergadering als in het staf/assistenten
overleg. Dit heeft geleid tot meer openheid naar elkaar en ook naar de
patiënten.
Literatuur
1. Melchior M. De
angst blijft. Medisch Contact 2004; 59 (30/31): 1218-22. 2. Sluis EM et al. De
WKCZ-klachtenbehandeling in ziekenhuizen: verwachtingen en ervaringen van
cliënten. Utrecht, NIVEL/ZonMw, 2004.
Volg de links
Indien u de Klachtenrichtlijn
Gezondheidszorg wilt lezen
of bestellen.
Vooralsnog ben en
blijf ik in functie – 3 december 2004
– Volkskrant -- AMSTERDAM - De
hoofdinspecteur voor geestelijke gezondheidszorg en gehandicaptenzorg, Jacques
Lucieer, ligt zwaar onder vuur na kritiek op zijn functioneren. Per e-mail
antwoordt hij op enkele vragen van de Volkskrant. Een commissie onder leiding van oud-RIVM-bestuurder Hans Pont bracht
een vernietigend rapport uit over de
53-jarige Lucieer. Een van de kritiekpunten is dat hij het personeel zou
intimideren. De kritiek op uw omgang met uw personeel dateert niet van vandaag
of gisteren; u schrijft dat zelf in uw persoonlijke reactie op het rapport.
Bent u nooit eerder op uw manier van optreden aangesproken, door personeel,
klachtencommissie, of door uw superieuren tijdens een functioneringsgesprek?
'Ik beschik over een uitstekende staat van dienst en een bijpassende
waardering. Elke leidinggevende krijgt wel eens kritiek, met name als hij het
voortouw neemt bij ingrijpende reorganisaties of veranderingen in de werkwijze.
Dit is ook niet erg. Kritiek dient niet anoniem te worden geuit. 'Zelf ben ik
eind december 2003 door tussenkomst van de inspectieleiding door de
ondernemingsraad in kennis gesteld van anonieme klachten. Daar is door mij in
januari actie op ondernomen en iedereen is uitgenodigd om over zijn onvrede te
komen spreken, eventueel samen met anderen. 'Het moet buitengewoon worden
betreurd dat drie medewerkers desalniettemin in juli de pers (NRC Handelsblad,
red.) gezocht hebben, terwijl zij zich niet vooraf bij mij gemeld hebben.'
Waarom wilde u eigenlijk niet reageren op de bevindingen van de commissie-Pont?
Het had misschien iets kunnen veranderen? 'Ik had zeker kunnen en willen
reageren op de klachten die bij de comissie-Pont zijn neergelegd, maar niet pas
nadat de conclusies en aanbevelingen reeds waren geformuleerd en waren
doorgesproken met en overgenomen door derden. Dit is een zeer onzorgvuldige
gang van zaken, waaraan ik niet wens mee te werken.' Verhalen over intimiderend
gedrag uwerzijds circuleren breed bij inspectiemedewerkers. Controle van in- en
uitgaande e-mails, mensen die gecontroleerd worden op de duur van hun
lunchpauze, dossiers waarin werd vastgelegd hoe vaak iemand bij een ander op de
kamer kwam, en hoe lang. Kende u die verhalen en zo ja wat deed u daarmee,
behalve boos worden? 'Ik weet niet waar u uw informatie vandaan haalt, mogelijk
uit de NRC van 15 juli. Ik kan u verzekeren dat er geen enkele sprake is of is
geweest van controle op mailverkeer, controle op de duur van de lunchpauze,
vastlegging van gegevens op de kamer van anderen etc. Dit zijn ongecontroleerde
vervelende verhalen, feitelijk te belachelijk voor woorden, waarmee stemming is
gemaakt. Zelfs boos worden heeft bij dergelijke onzin geen zin.' U bent in
onderhandeling over een afvloeiingsregeling, nemen we aan. Of wilt u toch bij
de inspectie blijven werken? 'Ik ben in overleg met de inspecteur-generaal en
de secretaris-generaal van het ministerie van VWS over mijn toekomst. Ik zal
niet op de uitkomst van dit overleg vooruit lopen. Vooralsnog ben en blijf ik
in functie. De maand december ben ik - met uitzondering van enkele lopende
afspraken - echter, mede doordat mijn zomervakantie door deze zaak niet is
doorgegaan, met verlof.'
Inspectie
keurt acties van Twentse artsen goed -- 3 december 2004 -- Tubantia -- ENSCHEDE - De Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft geen bezwaar tegen de
acties die huisartsen in Hengelo, Oldenzaal
en Enschede op dit moment voeren. De acties zorgen er niet voor dat
patiënten gezondheidsrisico’s lopen. Dit staat in een brief van de Inspectie
aan de actiegroep. Minister H.
Hoogervorst (Volksgezondheid) gaf de Inspectie de opdracht om onderzoek te
doen. Hij beschuldigde de actievoerders van onverantwoord gedrag. Huisarts en woordvoerder G. J. van Loenen
is blij met de brief. ‘We krijgen bevestiging dat we goed bezig zijn.’ Ook de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV)
reageert verheugd. De LHV kondigt aan dat door het hele land snel regionale
acties volgen. Binnen enkele weken haken onder meer artsen uit Den Haag en
Nijmegen aan bij hun collega’s uit Twente. Artsen verwijzen patiënten sneller
door als protest tegen bezuinigingen.
Kinderarts
vindt klachten wel leuk – 3 december 2004
– Algemeen Dagblad -- Een nieuwe richtlijn moet zorgen dat ziekenhuizen en
andere instellingen serieuzer en klantvriendelijker omgaan met klachten van
patiënten of hun familie. Eduard
Verhagen, arts en hoofd kindergeneeskunde in het Academisch Ziekenhuis
Groningen, handelt er al naar. Laat maar komen die klachten, zegt de Groningse kinderarts Eduard Verhagen
enthousiast. Waar collega-dokters nogal eens een vermoeide zucht slaken, of
meteen fel in de verdediging schieten, fleurt Verhagen helemaal op bij
klachten. Sterker: hij ziet ze als zijn hobby. Hobby? ,,Behalve medicijnen heb
ik ook rechten gestudeerd. De raakvlakken tussen die twee specialismen zie je
bij veel klachten terug: patiëntenrechten. Inderdaad,
ik vind klachten leuk. Ze bieden kansen het nóg beter te doen.'' Die instelling
leverde Verhagen en zijn team op de Groningse kinderafdeling een hoofdstuk op
in de nieuwe klachtenrichtlijn gezondheidszorg. De samenstellers roemen de
cultuur van openheid, duidelijkheid en betrokkenheid. Medewerkers zijn niet
bang voor klachten en handelen die vaak zo veel mogelijk zelf af. Een
praktijkvoorbeeld van hoe het beter kan. Verhagen pakt de klachtenmap erbij,
een behoorlijk dikke. Mensen klagen nu eenmaal sneller over de zorg rond hun
kinderen, dan over wat hunzelf overkomt, aldus de kinderarts. Verhagens
afdeling schrijft nogal wat medicijnen voor. En dat moet heel zorgvuldig
gebeuren, want het lichaamsgewicht van zijn doelgroep varieert van 500 gram tot
50 kilo. Op een dag zien ouders dat hun kindje drie pillen krijgt, in plaats
van de gebruikelijke twee. Paniek! De ouders maakten zich meteen ontzettend
druk. De betrokken verpleegkundige belt met de dokter. Hij zegt dat het geen
kwaad kan. En dat hij straks nog even langskomt. Maar het is weekeinde en
terwijl de bewuste dokter zich de benen uit het lijf loopt, worden de vader en
moeder bozer en bozer. ,,Zo boos'', herinnert Verhagen zich, ,,dat ze 's avonds
woest het ziekenhuis verlaten: nog steeds geen dokter gezien. De volgende dag
ligt er een nog woestere klaagbrief.'' Verhagen: ,,Ons weerwoord had kunnen
zijn dat het héél druk was, en dat die ene pil extra absoluut geen kwaad kon.
Maar daar schiet je dus niks mee op. Want die mensen hadden gewoon gelijk.
Hebben we ook zonder meer toegegeven, met excuses.'' Maar Verhagens aanpak gaat nog verder. Want zulke klachten worden
uitgebreid in het team besproken. Niet alleen met de betrokken dokter zelf, die
natuurlijk de tijd had moeten nemen om met de ouders te praten. Met constant
overleg over de onvrede die mensen uiten, wil de kinderarts voorkomen dat
collega's krampachtig reageren op klachten. ,,Sommige dokters zijn echt bang
voor klachten. Hebben het idee dat je het wel kunt schudden met een klacht aan
je broek. Waar ik steeds op hamer, is dat fouten tot op zekere hoogte normaal
zijn. Het is belangrijk dat we leren van de missers in onze dienstverlening.
Daar worden wíj beter van en uiteindelijk ook de patiënt.''
Behandeling
klachten wordt klantvriendelijker – Klager
over zorg staat veel sterker -- 2 december 2004 – Algemeen Dagblad --
Mensen die ontevreden zijn over ziekenhuizen, andere zorginstellingen of
individuele behandelaars, kunnen binnenkort rekenen op een veel betere
behandeling van hun klachten. Dat blijkt uit de 'klachtenrichtlijn gezondheidszorg' die vandaag wordt
gepresenteerd. Volgens de richtlijn moeten zorginstellingen serieuzer en
klantvriendelijker omgaan met grieven van patiënten of hun familie. De klager
krijgt een veel sterkere positie. Tot nu toe heeft elke organisatie andere
klachtenprocedures. Die verschillen moeten verdwijnen. Tientallen organisaties
van patiënten en zorgaanbieders hebben de afgelopen jaren aan de richtlijn
gewerkt, onder leiding van de
Maastrichtse hoogleraar gezondheidsrecht mr. dr. F. van Wijmen. Hij noemt
de richtlijn een 'stevige instructie' voor zorginstellingen om klachten
serieuzer te behandelen. ,,We noemen het een richtlijn omdat de zorgsector
allergisch is voor regels. Maar organisaties die er niet naar handelen, hebben
straks een groot probleem.'' De
Inspectie voor de Gezondheidszorg, die ook betrokken was bij de
totstandkoming van de richtlijn, zal de naleving controleren. De afhandeling
van klachten is al jaren een zorgenkindje voor ziekenhuizen en andere
instellingen. Veel procedures zijn sinds 1995 wettelijk vastgelegd, maar tweederde van de klagers is ontevreden over
de manier waarop zorgorganisaties met klachten omgaan. Met de richtlijn
staan patiënten ook juridisch sterker, verwacht de hoogleraar. ,,De richtlijn is geen wet, maar staat wel
bol van aanbevelingen en goede praktijkvoorbeelden uit de sector zelf. Rechters
kunnen eruit opmaken hoe het hoort.'' De richtlijn wordt deze week via de
belangrijkste branche- en beroepsorganisaties verspreid onder duizenden mensen
die beroepsmatig betrokken zijn bij klachten over zorginstellingen. Begin
volgend jaar verschijnt ook een versie voor patiënten en cliënten, zodat zij
precies weten wat zij kunnen verwachten.
Communicatie belangrijkste
onderdeel ziekenhuiszorg – 1
december 2004 – Zorgkrant -- TNS-Nipo
heeft in opdracht van Zorgverzekeraar
VGZ de klanttevredenheid onderzocht van VGZ-verzekerden bij
ziekenhuisopname. Voornaamste conclusie uit het onderzoek is dat communicatie
een wezenlijk onderdeel vormt van de ervaren kwaliteit van zorg. Volgens
TNS-Nipo is op dit onderdeel van de zorgverlening veel winst te boeken. Uit het
onderzoek blijkt dat 8% van de artsen en specialisten een onvoldoende scoort op
gebied van persoonlijke aandacht, 30% een voldoende en 62% ruim voldoende tot
goed. Op het punt 'vakkundigheid' wordt iets beter gescoord. Slechts 4%
behaalde een onvoldoende. Vrouwen en ouderen zijn gemiddeld meer tevreden over
artsen en de informatie die ze gaven, de vakkundigheid en de aandacht. Personen
die met spoed zijn opgenomen zijn minder tevreden dan patiënten bij geplande
opnames. Het eindoordeel over de opname is dat 87% het ziekenhuis waardeert met
een rapportcijfer 6 of hoger; 13 procent geeft een 5 of lager. Dit oordeel
wordt met name gevormd door de informatie bij opname, bij ontslag, en tijdens
de behandeling door artsen en verpleegkundigen. Ook de mate van aandacht van
vooral artsen, is een belangrijke component van het eindoordeel. Het gemiddelde
eindcijfer voor ziekenhuizen is een 7,6. Verbeterpunten: Bij de vraag wat men
zou willen verbeteren bij verpleegkundig personeel en behandelend artsen weet
zo'n 70% niets te noemen. 30% noemt met
name zaken die met communicatie te maken hebben zoals een luisterend oor
bieden, aandacht hebben, vaker langs komen, meer tijd nemen, goed communiceren
en duidelijke informatie verstrekken. Deskundigheid wordt in mindere mate
genoemd als verbeterpunt. TNS-Nipo ondervroeg 244 VGZ-verzekerden tussen 18 en
65 jaar over hun bevindingen tijdens hun ziekenhuisopname. De opname duurde
maximaal 15 dagen. De personen werden in drie gelijke groepen verdeeld:
personen die voor een dagopname in het ziekenhuis waren; personen die 1 tot 5
dagen waren opgenomen en personen die 5 dagen of langer waren opgenomen.
Spel voor verantwoord
alcoholgebruik – 1 december 2004
– Spits -- Met de feestdagen in het vooruitzicht, zal de drank rijkelijk
vloeien. Om een bijdrage te leveren aan verantwoord alcoholgebruik hebben
verschillende organisaties een spel ontwikkeld dat de kennis over
alcoholconsumptie moet vergroten. Het
vragenspel 'Het Drankenkabinet' is een initiatief van alcoholproducent Diageo,
de BOB, 3VO, het ministerie van Verkeer en Waterstaat en STIVA. Het spel wordt
vanaf volgende week tot eind december gratis verstrekt bij aankoop van drie
merken drank bij Gall & Gall.
Openheid over seksualiteit is
dé sleutel - 1 december 2004
– Zetweb / Bosch & Suykerbuyk
trainingscentrum – ‘Seksuele voorlichting:
de kunst van het verstaan’: Seks is genieten
van jezelf, genieten van een ander, genieten van elkaar in lijfelijke zin. Je
moet natuurlijk wel zorgen dat je geen ziekte oploopt, dat je niks doet wat een
ander eigenlijk niet wil en dat je geen ongewenste zwangerschap veroorzaakt.
Maar ook: weten dat je op allerlei manieren seks kunt beleven, dat je niet
overal en altijd seksueel actief kunt zijn en dat je weet waar je eigen grenzen
liggen! Het kan voor mensen met een verstandelijke beperking moeilijk zijn om
dat allemaal te begrijpen. Toch is het belangrijk dat ook zij voorlichting krijgen.
Erik Bosch en Ellen Suykerbuyk, specialisten op dit gebied, vertellen in een
openhartig interview hoe belangrijk seksuele voorlichting is aan mensen met een
verstandelijke beperking. ,,Seksualiteit als iets verrijkends, dat gun je
iedereen. Ieder mens heeft daar recht op, óók mensen met een verstandelijke
beperking,’’ stelt Erik Bosch. Erik Bosch is orthopedagoog. Samen met
seksuologe Ellen Suykerbuyk geeft hij trainingen over bejegening, communicatie,
relatievorming en seksualiteit. Eind vorig jaar gaven zij bij Zuidwester in
Goes een tweedaagse training over het actuele thema ‘seksualiteit en
relatievorming’. De bijeenkomst leverde enthousiaste reacties op; met bewoners
praten over seksualiteit en relaties is blijkbaar lastig. Toch is het hard nodig,
vinden Erik Bosch en Ellen Suykerbuyk. Het tweetal schreef er een informatief,
prettig leesbaar en niets verhullend boek over, getiteld: ‘Seksuele
voorlichting aan mensen met een verstandelijke handicap. De kunst van het
verstaan.’ Het boek biedt begeleiders bruikbare (methodische) kapstokken bij
het geven van seksuele voorlichting. Met hun boek en trainingen hopen zij het
ijs te breken. Want: ‘Openheid over seksualiteit is dé sleutel’, benadrukken
Bosch en Suykerbuyk.
‘Wat is seksualiteit nu eigenlijk?’
Ellen Suykerbuyk: ,,Seksualiteit is een
breed begrip. Er zijn vier aspecten die belangrijk zijn: contact maken,
hechten, intimiteit/geborgenheid en seksualiteit. De lijn van de liefde,
eigenlijk. Seksualiteit is dus niet alleen maar geslachtsgemeenschap. Bij seks
hoort ook aanraken, kussen, kijken, strelen en lekker tegen elkaar aanzitten.
Wanneer je het lijfelijk goed met elkaar hebt, doet dat bovendien ook je psyche
goed. Maar seksualiteit is ook: vrijen met jezelf, met een man of een vrouw.
Hetero en homo kunnen zijn.’’ Erik Bosch: ,,Hoewel het een makkelijke vraag
lijkt, ‘wat is seksualiteit?’ is het tegelijkertijd ook een moeilijke, omdat
mensen zeer verschillend denken over seksualiteit. Dat heeft met een aantal
zaken te maken, bijvoorbeeld met de opvoeding, normen/waarden en
levensbeschouwing. Deze elementen kunnen een grote impact hebben op de ‘kijk’
naar seksualiteit. Wij pleiten altijd voor ruimte voor alle meningen op dat
gebied. Wij leven in een pluriforme samenleving en daarbij kan een levensbeschouwende
insteek bijvoorbeeld heel belangrijk zijn.’’
Praten over seks
Mensen met een verstandelijke beperking
hebben net als ieder mens seksuele gevoelens en zij willen deze gevoelens
uiten. Wanneer zij op zoek zijn naar hun eigen seksuele identiteit hebben zij
veel vragen over seks. Maar, seks is nog steeds een taboe en omgeven door
schaamte, ondanks dat het praten erover de laatste tijd makkelijker gaat dan
vroeger. ,,Het bespreekbaar maken van seksualiteit is een belangrijke eerste
stap naar goede voorlichting. Een uitdaging voor de hulpverlener kan zijn om
het taboe weg te nemen. Cliënten moeten weten dat ze met hun begeleiders kunnen
praten over seks,’’ vindt Ellen Suykerbuyk. Het komt ook vaak voor dat cliënten
vragen over seksualiteit achterwege laten, omdat ze moeilijk met taal uit de
voeten kunnen. In het boek geven de auteurs aan hoe je als begeleider op vragen
of signalen kunt reageren.
Wat valt er voor te lichten?
Ellen Suykerbuyk: ,,Als je gaat kijken naar
de lichamelijke seksuele ontwikkeling die er over het algemeen is - als er geen
specifieke syndromen of neurologische afwijkingen zijn - dan is deze net zo
ontwikkeld als bij mensen zónder een verstandelijke beperking. Onder cliënten
is veel seksuele nood. Het niet kunnen hanteren van seksuele driften resulteert
niet zelden in grensoverschrijdend gedrag (misbruik) en zelfbeschadiging.
Zeventig procent van de mannen met een verstandelijke beperking weten niet goed
hoe ze moeten masturberen (wat kan leiden tot zelfbeschadiging door ondermeer knijpgedrag)
en vrouwen met een verstandelijke beperking komen er op dat punt nóg slechter
vanaf. Seksuele voorlichting betekent voor deze mensen leren hoe ze deze
behoefte, die er bij velen van hen daadwerkelijk is, op een normale manier te
kanaliseren, zodat zij zichzelf niet meer beschadigen. Maar seksuele
voorlichting is méér dan ‘hoe leer je vrijen met elkaar en hoe masturbeer je?’
Voorlichting is ook dat je mensen leert netjes te zijn op hun eigen lichaam,
dat je geen vieze woorden roept door de gang, dat je leert wat hoort en niet
hoort, dat je met een badjas aan over de gang gaat als je naakt bent en dat je
de deur achter je dichtdoet als je op het toilet zit. Wat óók heel belangrijk
bij seksuele voorlichting is, is dat mensen met een verstandelijke beperking
leren eigen grenzen aan te geven. Want heel veel cliënten hebben een
sociaal-emotioneel niveau geringer dan dat van een drie- of vierjarige. Die
vinden het moeilijk om grenzen aan te geven, waardoor zij heel gemakkelijk te
misbruiken zijn. Er is heel veel misbruik in Nederland, zestig procent van de
mensen met een verstandelijke beperking wordt misbruikt. Voorlichting kan
seksueel misbruik voorkomen.’’
De methodiek van de hermeneutische cirkel als hulpmiddel
Het is de kunst seksuele voorlichting altijd
aan te passen aan de belevingswereld en de vragen van de cliënt. In het boek
‘Seksuele voorlichting aan mensen met een verstandelijke handicap’ wordt de
methode van de hermeneutische cirkel geïntroduceerd. Dat is in Nederland een
tamelijk bekende methodiek geworden om vrij snel te onderzoeken welke vragen en
hulpvragen die ene cliënt heeft op het gebied van seksualiteit, intimiteit,
relatievorming en seksuele voorlichting. In de hermeneutische cirkel
onderscheiden de auteurs de lichamelijke, de verstandelijke, de emotionele en
de sociale ontwikkeling én de persoonlijke levensgeschiedenis. Aan de hand van
verschillende praktijkvoorbeelden wordt de methodiek vervolgens uitgewerkt.
Daarbij gaan ze onder meer in op het lichaamsbeeld, normen en waarden, relatievorming
en weerbaarheid, op kanalisatie van seksuele gevoelens en masturbatie. Ook
wordt aandacht besteed aan seksuele variaties, homoseksualiteit, seksualiteit
en autisme, kinderwens en lichaamsbeleving. Ellen Suykerbuyk: ,,Vanuit een
‘holistische mensvisie’ wordt zoveel mogelijk uitgegaan van ‘het totaalbeeld
van de cliënt’. Het gaat om het verhaal van die ene, unieke cliënt. In de
ontmoeting met de cliënt ga je als begeleider op zoek naar seksuele
(hulp)vragen.’’
Ellen Suykerbuyk vervolgt: ,,Heel vaak hoor
je inderdaad van ouders ‘mijn kind heeft geen seksuele gevoelens, vooral niet
voorlichten. En dan probeer ik altijd uit te leggen dat wanneer de lichamelijke
ontwikkeling wel normaal ontwikkelt, het heel belangrijk is te kijken hoe de
cliënt verder functioneert. Want als cliënten verstandelijk veel lager zitten,
gaan ze op een heel andere manier om met het hanteren en de omgang van het
eigen lichaam, dus ook de omgang met de eigen seksualiteit. Je moet kijken: hoe
werkt dat nu bij hem/haar? Hoe functioneert hij/zij lichamelijk? Bijvoorbeeld:
een vrouw met een volwassen seksuele beleving. Cognitief is ze misschien zes
jaar, dat betekent dat ze nog niet een bewuste koppeling kan maken naar haar
eigen seksualiteit. Op sociaal-emotioneel gebied zit ze nog lager, dus dat
betekent dat ze ondersteuning nodig heeft om haar seksuele gevoelens op de
juiste manier te leren hanteren. Als je dat plaatje helder hebt, dan kun je ook
kijken hoe je kan omgaan met seksualiteit en voorlichting. Het kan zijn dat je
bij sommige mensen niet verder komt dan ‘hoe heet alles aan je lichaam?’. Bij
mensen met een ernstige verstandelijke beperking ben je al blij dat ze het
verschil tussen een man en een vrouw kunnen opnoemen. Soms gaat voorlichting
ook maar tot zover.’’
Slapende honden wakker maken?
Erik Bosch: ,,Ik ken een man met een lichte
verstandelijke beperking met een niveau van negen jaar. Hij gaat alleen op de
fiets de stad in; sleutelt een auto in en uit elkaar. Een redzame man die in diverse
instellingen heeft gezeten, maar op diverse plekken is verwijderd wegens
grensoverschrijdend gedrag in de seksuele sfeer. Ik was de eerste begeleider
die op zijn veertigste uitlegde hoe hij moest masturberen. Ik vraag mij af: Hoe
zou het dan zijn met de mensen met een matige, ernstige of diepe verstandelijk
beperking? Iedereen dacht: ‘hij weet wel waar Abraham de mosterd haalt’, maar
dat is niet zo! De uitleg van een begeleider leidde tot regulatie van zijn
problematiek. Daardoor kon hij het beter in banen leiden.’’
Ouders maken zich zorgen over de
geseksualiseerde wereld waarin we nu leven. Niet alleen jongerenbladen, ook
tv-programma’s en websites laten, wat seks betreft, niets onverhuld. Ouders
zijn bevreesd voor de (negatieve) invloed die ervan uitgaat. Bij hen leeft ook
vaak de gedachte ‘het is beter geen slapende honden wakker te maken, want dan
krijgen we problemen in seksueel gedrag’. Ellen Suykerbuyk: ,,In de praktijk
blijkt dus juist dat dit niet zo is! De meeste cliënten vertonen geen problemen
in gedrag na voorlichting. Er zijn natuurlijk cliënten die wij heel bewust
beperkt voorlichten, zo van: deze moet je niet wijzer maken, zoals het nu gaat,
gaat het goed. Maar dat zijn cliënten waarbij van tevoren al duidelijk is dat
er sprake is van seksueel afwijkend gedrag of seksueel probleemgedrag. Dan kies
je er heel bewust voor om aangepaste voorlichting te doen. Kijk je naar mensen
die lager functioneren, pas je ook de voorlichting aan. Je gaat net zo ver als
nodig is, zodat ze in ieder geval voldoende weten om seksueel uit de voeten te
kunnen. In de praktijk betekent dat vaak dat er dan meer accent op seksuele
vorming gelegd wordt: wat mag wel en wat mag niet? Enzovoorts.’’ Erik Bosch:
,,Wat wij vaak horen bij zowel professionele ondersteuners als
ouders/verwanten, dat zij zeggen ‘geen slapende honden wakker maken’. Ik kan je
zeggen dat als je ze niet wakker maakt, dan laat je ze in de kou staan! Het is
eigenlijk een schending van de mensenrechten! Als de ‘hond’ niet wakker wordt,
was de behoefte er klaarblijkelijk niet. Dat is dan duidelijk. Wordt hij wel
wakker, dan blijken het behoeftes te zijn die wij op een professionele manier
moeten ondersteunen. Wanneer wij ze niet ondersteunen, dan kan dat leiden tot
grensoverschrijdend gedrag.
Grenzen, óók voor begeleiders!
Ouders
stellen grenzen, maar ook voor begeleiders zelf zijn er natuurlijk grenzen: hoe
ver ga je met seksuele voorlichting en met lijfelijk contact tussen jou en
bewoners? Mensen met een verstandelijke beperking zijn vaak meer dan anderen
gericht op lichamelijk contact. Dingen die wij als seksueel gericht ervaren,
hoeven dat daarom helemaal niet te zijn. Bij seksuele voorlichting is het
belangrijk dat een begeleider ook zijn eigen grenzen kent. Erik Bosch: ,,Het is
belangrijk dat medewerkers met elkaar van gedachten wisselen over vragen ‘hoe
dicht kom ik bij een cliënt en hoe hanteer ik grenzen? Omdat iedereen zijn
eigen normen en grenzen heeft, zou het goed zijn als er in het team over
seksualiteit gepraat wordt. Het is daarbij de kunst een katalysator te hebben
die de discussie aanzwengelt en het thema ‘open’ maakt. Medewerkers zijn er
vaak heel verlegen mee en het vraagt om ‘kleur bekennen’. En dan kom je ook bij
de vraag ‘wat voor cultuur hebben wij met elkaar?’ én ‘wat voor cultuur máken
wij met elkaar?’ Collega’s moeten van elkaar weten hoe ze over dingen denken en
waar voor ieder grenzen liggen. Fijn trouwens als je je kwetsbaar durft op te
stellen en in een team kunt zeggen ‘ik vind het moeilijk’. Belangrijk is dan
wel dat in dat geval een collega de taak op zich neemt, zodat de vraag van de
cliënt altijd centraal blijft staan!’’
Voorlichting kan seksueel misbruik voorkomen
,,Veel cliënten zijn ideale slachtoffers
van seksueel misbruik’. Het gaat vaak om seksuele contacten vanuit een
ongelijkwaardige machtspositie. De daders zijn vooral andere mensen met een
verstandelijke beperking, mensen uit de thuissituatie van het slachtoffer en in
mindere mate professioneel personeel. Een vierde groep daders wordt gevormd
door mensen uit het dorp enzovoorts (bron: onderzoeksrapport NISSO). Ik zie een
groot verband tussen het geven van een goede seksuele voorlichting – de
positieve kant van seksualiteit – en het opsporen en voorkomen van misbruik.
Want als je goede voorlichting geeft, spoor je misbruik op. Als je het
opspoort, kun je het stoppen. Voorts is het zo dat je binnen de voorlichting de
cliënten leert grenzen aan te geven. Dus naast het opsporen van misbruik kun je
het ook voorkomen. Je geeft cliënten meer begrip. Ellen Suykerbuyk voegt toe:
,,Ouders vinden het over het algemeen fantastisch dat seksuele voorlichting óók
inhoudt dat hun kinderen leren op een adequate manier hun grenzen aan te
geven.’’ Voor degenen die werken met cliënten is het buitengewoon moeilijk om
signalen te interpreteren. Begeleiders kunnen cliënten wél altijd uitleggen:
‘als er iets gebeurt, vertel het dan aan mij’. In het beleidsprotocol binnen
een organisatie moet altijd vermeld staan, wat er wordt gedaan aan preventie
van misbruik én wat moet gebeuren als misbruik wordt geconstateerd of vermoed.
Alles start met visie!
Een organisatie die zijn
verantwoordelijkheid niet neemt en geen heldere visie over seksualiteit en
intimiteit formuleert, kan zich weinig professioneel noemen,’’ stelt Erik
Bosch. ,,De cliënt heeft recht op een door allen gedragen en uitgedragen visie.
In een moderne visie zeggen wij: ‘de mens/de cliënt die aan onze zorg is
toevertrouwd, mag zijn leven leiden op de manier waarop hij/zij dat graag wil
(eigen regie). De cliënt staat altijd centraal.’ Binnen een visie praten over
openheid komt op een positieve manier tegemoet aan dit thema. Positief is al
dat wij de laatste tijd zien dat organisaties in de zorg de cliënt óók op het
gebied van seksualiteit en intimiteit willen ondersteunen (support).’’ Seksuele
voorlichting: een kwestie van ‘gewoon doen’!
Therapie
tegen nachtmerries -- 'Zet de
bedreigende situatie om in een leuke droom' --
30 november 2004 – Algemeen
Dagblad --
Zo'n 400.000 Nederlanders hebben regelmatig
last van nachtmerries. Soms lost dit probleem zich vanzelf op. Maar meestal
zijn die beangstigende dromen een terugkerend verschijnsel. Een speciale
therapie kan aan dit nachtelijke leed een einde maken. Plotseling schiet je
overeind in je bed. Het hart bonkt in je keel, het klamme zweet plakt in je
handen. Je bent weer eens wreed gestoord in je slaap. Onmiddellijk besef je:
het was 'maar' een droom. Of beter gezegd een nachtmerrie. Je grootste angst is
- heel eventjes, maar ook heel hevig - werkelijkheid geworden. Nachtmerries gaan
vaak over hetzelfde: je valt bijvoorbeeld keer op keer van een flatgebouw, je
wordt achtervolgd of je verdrinkt. Ongeveer de helft van alle Nederlanders
heeft wel eens een nachtmerrie. Bij 400.000 Nederlanders komt het verschijnsel
zelfs vaak voor; één keer per week of meer. Vooral kinderen onder de 12 jaar
hebben er veel last van. Bij de meesten verdwijnen nachtmerries automatisch
weer, maar bij sommige kinderen gebeurt dat niet. Ook als volwassenen
ondervinden zij er nog hinder van. Voor sommigen blijven nachtmerries een
levenslang probleem. ,,Deze mensen zijn vaak fantasievoller en neurotischer van
aard dan gemiddeld: ze hebben een videoband in hun hoofd die steeds opnieuw
wordt afgespeeld'', zegt de Utrechtse
klinisch psycholoog Victor Spoormaker, auteur
van het boek ‘Alles over dromen’. ,,Na een stressvolle gebeurtenis kan het
gezond zijn een tijdje nachtmerries te hebben. Dat is een teken van verwerking:
je leert het gebeurde een plek te geven.'' Helaas houden zulke nachtmerries bij
mensen met een posttraumatische stress
stoornis, zoals oorlogsveteranen, dikwijls gedurende een lange periode aan.
Angstbeelden blijven zich opdringen in dezelfde of een andere setting.
Spoormaker: ,,Ze branden zich als het ware in het geheugen. Daardoor treden
nachtmerries nog gemakkelijker op: ze worden een onafhankelijke klacht. Ze
komen los te staan van het eigenlijke trauma.'' Daarmee verliezen deze posttraumatische nachtmerries elke
functie, wat niet wil zeggen dat 'normale' nachtmerries nergens goed voor
kunnen zijn: ,,Als zwangere vrouwen dromen dat hun bevalling een lijdensweg
wordt, valt de echte bevalling meestal mee. Ze zijn van tevoren dan op het
ergste voorbereid. In dat geval hebben nachtmerries dus enig nut.'' Over de
effecten van nachtmerries op de gezondheid is nog niet veel bekend. In de
psychiatrie overheerste lange tijd de gedachte dat nachtmerries niet hoefden te
worden behandeld. Volgens Spoormaker kwam de doorbraak in de jaren 80. Toen
kwam het bewust ('lucide') dromen in de picture en werden ook nachtmerries
langzaam maar zeker onderwerp van grondiger studie. ,,Geleidelijk aan dringt
door dat ze dermate vaak voorkomen dat er sprake is van een probleem. Niet in
de laatste plaats voor de gezondheid: je hebt een verhoogde hartslag, je zweet
en je schrikt wakker uit je nachtrust. Nachtmerries kunnen leiden tot ernstige
slapeloosheid.'' Tot voor kort bestond
er geen speciale behandeling voor nachtmerries, afgezien van slaapmiddelen. Die
zijn echter af te raden omdat je er gemakkelijk verslaafd aan kunt raken. Sterker
nog, langdurig gebruik van slaapmiddelen zou nachtmerries mogelijk zelfs kunnen
veroorzaken. Psychologische behandelingen bestonden al wel langere tijd. Maar
die gaan er vanuit dat niet nachtmerries zelf, maar een onderliggend probleem
moet worden behandeld. Spoormaker ontwikkelde een therapie die de dromer ervan
bewust maakt dat hij heeft gedroomd. Hij geeft tips en adviezen hoe je kunt
leren je dromen beter te onthouden, want de meeste mensen vergeten ze meteen na
het ontwaken. ,,Dat is dus niet handig als je je dromen wilt leren beheersen.
Je moet de beelden terugroepen, bijvoorbeeld door ze op te schrijven, waardoor
je de droom een volgende keer gemakkelijker herkent en onthoudt. Vaak gaat het
om dezelfde thema's en patronen. Uiteindelijk moet je leren om in de droom of
nachtmerrie erachter te komen dat je droomt, dan is het mogelijk om je eigen
droom te sturen. Niets is te gek. Door
lucide te worden in een nachtmerrie, kun je de bedreigende situatie veranderen
in een ontzettend leuke droom.'' De theorie klinkt bijna te simpel om waar te
zijn. Toch kan de lucide dromenmethode effect sorteren: een meerderheid van de
acht proefpersonen slaagde er na de twee uur durende training in het lot in
eigen hand te nemen. Spoormaker: ,,Zelf heb ik lucide dromen sinds mijn
achtste. Als kind werd ik voortdurend achtervolgd: de ene keer door monsters,
de andere keer door criminelen. Totdat ik me een keer in een nachtmerrie bewust
werd van het feit dat ik aan het dromen was en zelf mijn belagers verjoeg om zo
in mijn eerste lucide droom ooit te belanden.''
Aandacht voor vrouwen en meisjes op
Wereld Aids Dag – 30 november 2004
– Actueel.nl -- Aan de vooravond van Wereld
Aids Dag heeft de
Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) dinsdag aandacht gevraagd voor
seropositieve vrouwen en meisjes. Ongeveer 47 procent van de 45 miljoen mensen
in de wereld die zijn besmet met het aids-virus zijn vrouwen en meisjes en het
is van belang om te onderzoeken of zij wel evenredig toegang krijgen tot
medicijnen, stelt de gezondheidsorganisatie van de Verenigde Naties. Meer dan
tweederde van alle seropositieven woont in zwart Afrika, terwijl daar maar 11
procent van de wereldbevolking woont. Vrouwen en meisjes zijn bijzonder
kwetsbaar in dat deel van de wereld, zei de WHO. Velen doen hun eerste seksuele
ervaring op onder dwang. Daarbij is de kans op verwonding van de vagina, en
daarmee besmetting met HIV, extra groot. Onderzoek in Rwanda, Zuid-Afrika en
Tanzania heeft uitgewezen dat het risico
op besmetting bij gedwongen seks driemaal zo groot is als bij ongedwongen seks.
Geweld tegen vrouwen is net als de aids-epidemie een van de belangrijke
problemen waarmee de WHO de strijd heeft aangebonden. Om de strijd tegen beide
te kunnen winnen, zei Joy Phumaphi,
directeur gezondheid en gezin van de WHO, moeten de sociale normen worden
aangepakt die geweld tegen vrouwen toelaten en zelfs aanmoedigen. In
verschillende landen worden initiatieven genomen om extra aandacht te richten
op aids. De Chinese president Hu Jintao verscheen dinsdag op televisie met
aids-patiënten in het You'an-ziekenhuis in Beijing. Hij schudde hen de hand en
praatte een tijdje met een patiënt die in bed lag. ,,Wanneer bent u besmet
geraakt?" en ,,Hoe gaat het met uw kinderen?", vroeg hij. In Ethiopië
liet de vrouw van de premier zich dinsdag in het openbaar testen op HIV. Ze
riep andere Ethiopiërs op haar voorbeeld te volgen. Het willens en wetens
besmetten van de partner moet worden aangemerkt als een misdaad, zei de
premiersvrouw, de 38-jarige Azeb Mesfin. Botswana maakte bekend dat ongeveer
34.500 inwoners van dit land antiretrovirale geneesmiddelen ontvangen, meer dan
in enig ander land. Van hen houdt 86 procent de behandeling vol, waarmee
Botswana naar eigen zeggen heeft aangetoond dat ontwikkelingslanden in staat
zijn hun bevolking de nodige medicijnen te bieden. Botswana, waar 37 procent
van de 1,7 miljoen burgers seropositief is, was het eerste Afrikaanse land dat
gratis behandeling tegen aids beloofde aan zijn bevolking. In januari 2002
werden antiretrovirale medicijnen in de gezondheidszorg geïntroduceerd en nu
zijn er 29 plaatsen in het land waar men voor behandeling terecht kan, zei de
regering.
Meldingen,
consulten en adviezen bij AMK -- 29
november 2004 – De Stentor – De cijfers van het AMK Gelderland tonen van links naar rechts het aantal meldingen, consults en adviezen op de Noordwest -
Veluwe. De procenten vormen het aandeel in het totale aantal gevallen in
Gelderland. Opvallend is dat het aantal meldingen - de ‘zwaarste’ categorie -
dit jaar al hoger is dan in heel 2003. Het aantal adviezen, de minst ernstige
gevallen, is fors lager.
2004
73 (8,6 %) 54 (11,3 %) 132 (7,4 %)
2003
71 (7,3 %) 32 (8,0 %) 151 ( 9,3 %)
De
Oost-Veluwe toont het volgende beeld. Het aantal ‘ernstige’ meldingen’
is lager dan in 2003, maar het jaar is nog niet om. Ook is opvallend dat het
procentuele aandeel in het aantal gevallen in Gelderland lager is dan vorig
jaar. De Noordwest-Veluwe toont wel een procentuele stijging. De AMK zegt geen
verklaring te hebben voor dit verschil.
2004
95 (11,2 %) 60 (12,6 %) 140 (7,8 %)
2003
121 (12,4 %) 47 (11,7 %) 116 (7,2 %)
De verdeling in vormen van
kindermishandeling ziet er voor dit jaar als volgt uit. Het percentage van
vormen van mishandeling is berekend ten opzichte van het totale aantal
gevallen. In de linkertabel de Noordwest-Veluwe, rechts de Oost-Veluwe.
In Gelderland heeft het Adviespunt Meldingen Kindermishandeling (AMK) dit jaar 982
meldingen, 410 consulten en 1.736 adviezen genoteerd. Over heel 2003 werden 855
meldingen geregistreerd, 485 consulten en 1.881 adviezen. De ‘zwaarste’
categorie, de meldingen, vertoont dus een stijging, terwijl de aantallen
consulten en adviezen zijn afgenomen.
Onbegrip
na trauma´s – 29 november
2004 – red. MdH – Op 11 oktober jl. werd in het kader van de Nationale Dag Geestelijke
Volksgezondheid dit jaar aandacht geschonken aan het thema ´Na de schok´. Wij hebben toen ook een link geplaatst
naar de website van het Nationaal Fonds
Geestelijke Volksgezondheid (NFGV), www.nadeschok.nl, om op de mogelijkheid
van deelname aan een enquête over ´onbegrip na trauma´s´ te attenderen. In de december editie van het Psychologie Magazine (23e
jaargang) dat recentelijk verscheen worden de resultaten van de enquête
samengevat: ¨Onbegrip na trauma´s: Mensen die een verkeersongeluk, een brand of
een inbraak hebben meegemaakt, ervaren nogal eens onbegrip uit hun omgeving.
Mensen somden in een onderzoek de volgende klachten op:
Mensen kunnen helpen, zo geven de
slachtoffers aan in het onderzoek, door gewoon met hen te praten. Ze willen
niet dat de omgeving met ze meehuilt, maar ook niet dat er over hun ervaring
wordt heengepraat. En ze hebben graag dat mensen na verloop van tijd nog eens
vragen hoe het gaat. Nationaal Fonds
Geestelijke Volksgezondheid (NFGV) en het Instituut voor Psychotrauma (IVP), www.nadeschok.nl.¨
Het is jammer dat in het artikel van Psychologie Magazine alleen maar
slachtoffers van een verkeersongeluk, een brand of een inbraak genoemd worden.
De enquête was namelijk bedoeld voor iedereen die een schokkende en ingrijpende
gebeurtenis had meegemaakt. Op de eerder genoemde website worden als
voorbeelden van een schokkende en ingrijpende gebeurtenis genoemd: ¨een
inbraak, een overval met geweld, een
aanranding, een auto-ongeluk, het plotseling verlies van een dierbare,
etc.¨ waarmee wordt aangegeven dat o.a. ook seksueel misbruik onder een
schokkende gebeurtenis valt, waaronder GOG door professionals. Wij betreuren
het dan ook zeer dat Psychologie Magazine zich in het artikel over de resulaten
van het onderzoek beperkt tot ´slchtoffers van verkeersongelukken, brand of
inbraak´ en daarmee aan het feit voorbij gaat dat ook slachtoffers van diverse
vormen van seksueel misbruik aan de enquête hebben deelgenomen. Achter het
schokkende trio van ervaringen dat wel genoemd wordt, is men zelfs vergeten een
´enz.´ te plaatsen, en dat waarbij op pagina 9 van het tijdschrift nog heel wat
ruimte beschikbaar was om alle soorten van eenmalig ingrijpende gebeurtenissen
op te noemen die ernstig psychisch leed tot gevolg kunnen hebben. De soorten
onbegrip na trauma waarmee een slachtoffer van GOG door professionals veelal
geconfronteerd wordt, komen dan ook in grote mate overeen met de hierboven
genoemde soorten van onbegrip. Zeer waarschijnlijk zal met name het percentage
voor ´kreeg zelf de schuld van het gebeurde´ voor slachtoffers van GOG hoger
liggen dan de door dit onderzoek vastgestelde percentage van 27%. Slachtoffers
van GOG krijgen namelijk in veel gevallen met de ´blame the victim´ attitude te
maken. Binnenkort zullen wij ook een samenvatting van het net verschenen
artikel ´De anti-traumapil´ (Psychologie
Magazine) publiceren: ´Een verkrachting of ernstig ongeluk laat diepe
sporen na. Een nieuwe pil kan de traumatische herinneringen verzachten. Maar,
moeten we daar wel zo blij mee zijn?´ - ´Traumatische herinneringen laten diepe
sporen na – tenzij het slachtoffer direct na de gebeurtenis een ´vergeetpil´
krijgt. Het
middel propranolol vervaagt traumatische herinneringen en kan
posttraumatisch stress-syndroom voorkomen, blijkt uit recent onderzoek. Maar
kritiek is er ook.´.
NCRV-documentaire
over behandelwijze Vijverdal -- 29 november 2004 -- Redactie
Schizofrenie Bulletin / Ypsilon -- HILVERSUM - Op de afdeling langverblijf van het psychiatrisch ziekenhuis Vijverdal van
Detlef Petry wordt op zeer bijzondere wijze omgegaan met patienten. Op 5
december zorgt patient en hulpsinterklaas Jean-Marie voor een onvergetelijke
pakjesavond. Onder de titel "Uitbehandeld
maar niet opgegeven" brengt de NCRV op maandag 29 novemer
2004 daarom een documentaire over Vijverdal. De uizending in de serie Document begint om 23.05 uur
en duurt drie kwartier. Voor meer
informatie over Schizofrenie Bulletin:http://www.ypsilon.org/bulletin.htm
Vitamines als wapen tegen
misdadigers – 28 november 2004
– Het Laatste Nieuws -- Vergeet meer blauw op straat. Volgens de Observer is er een nieuw wapen in de
strijd tegen de misdaad. Criminelen krijgen binnenkort namelijk
vitamine-supplementen te slikken. Nee, niet om hen fitter en gezonder te maken
maar om hun anti-sociale neigingen te
onderdrukken. Criminologen die verbonden zijn aan het Britse ministerie van Binnenlandse Zaken geloven, net als hun
Amerikaanse collega's, steeds sterker dat er een verband bestaat tussen het
bestrijden van agressieve of te impulsieve neigingen en het toevoegen van
vitamines aan het dagelijks dieet, vooral na een recent Amerikaans wetenschappelijk onderzoek onder jongeren op het
eiland Mauritius waaruit bleek dat degenen die van jongs af aan een
speciaal dieet hadden gekregen zich op latere leeftijd beter gedroegen dan
anderen. Nu gaat men in Londen het woord bij de daad voegen en een proef
uitvoeren onder jonge mensen die misdrijven hebben gepleegd en als (eerste?)
straf gemeenschapsdienst moeten uitvoeren. Zij krijgen van nu af aan een
extra-dieet van vitamines, mineralen en vette zuren, om na te gaan of dat ook
in deze gevallen hun anti-sociale gedrag kan afremmen. Dat plan stuit echter
van meet af aan op protest. Binnen het gevangeniswezen heerst grote scepsis over
het nut ervan, progressieve sociologen vragen zich af of het wel toelaatbaar is
om van criminelen betere mensen te maken door hen via voeding te veranderen en
uit rechtse hoek komt de waarschuwing dat criminelen nu de verantwoordelijkheid
voor hun eigen daden kunnen afschuiven op het feit dat ze als kind een verkeerd
dieet hebben gekregen. Maar uit een eerste, beperkte, proef met vrijwilligers
blijkt dat zij zich na het nuttigen van die voedingssupplementen inderdaad
minder vaak schuldig maakten aan disciplinaire vergrijpen dan vroeger.
Tekort aan ambulanciers
brengt levens in gevaar – 27
november 2004 – Het Laatste Nieuws – BELGIE - Het tekort aan ambulanciers is in
ons land zo groot dat er mogelijk levens in gevaar zijn. In landelijke regio's
moeten brandweerkorpsen uit verderop gelegen gemeenten de interventies
overnemen. Mensen met een hartstilstand lopen dan grote risico's," zegt Filip van de Vijver, voorzitter van de Unie
der Ambulancediensten. "De belangrijke vijfminutengrens om een leven
te redden wordt in veel gevallen niet meer gehaald." De Unie der
Ambulancediensten pleit nu voor een behoorlijk statuut voor de
ambulancier-verpleegkundige.
Verblijf in
longstay uitzichtloos – 26 november
2004 – Volkskrant -- AMSTERDAM - Tbs'ers die zes jaar zonder resultaat in
ten minste twee klinieken zijn behandeld, gaan naar de longstay-afdeling.
Onderzoekers erkennen dat voorzichtigheid is geboden. Psychologen en
psychiaters die ontoerekeningsvatbare patiënten proberen te behandelen, krijgen
nogal eens te maken met gebrek aan motivatie. Daarnaast zijn er patiënten die
iedere vorm van ziekte-inzicht missen, die het delict bagatelliseren of geen
impulscontrole hebben. Soms doen zich tijdens de behandeling ernstige
incidenten voor. Een aantal patiënten weigert medicijnen te nemen. Anderen zijn
verslaafd of agressief, kampen met een blijvende paranoïde waan of hebben geen
geweten. Sommigen fantaseren over het (zeden)delict dat ze hebben gepleegd. Het
is slechts een greep uit de kenmerken van patiënten in tbs-klinieken en
instellingen voor forensische geestelijke gezondheidszorg (ggz) die door hun
behandelaars als 'blijvend gevaarlijk' worden aangemerkt. Het WODC, het wetenschappelijk bureau van het ministerie van Justitie,
deed onderzoek om te achterhalen hoe groot die groep is. Forensisch psychiaters
en psychologen stelden daartoe een lijst op met zeventig risicofactoren die een
indicatie kunnen geven over permanent gevaar van patiënten. De conclusie: 658
patiënten, 40 procent van het totale
aantal, blijft gevaarlijk. Een groot deel van hen hoort thuis in
voorzieningen waar ze langdurig, indien nodig levenslang, kunnen wonen
opgesloten. Dat kan een extreem beveiligde afdeling van een tbs-kliniek zijn,
maar behandelaars vinden hekken, een vijf meter hoge muur en camerabeveiliging
lang niet voor de hele doelgroep noodzakelijk. In de ggz verblijven weliswaar
zeer moeilijk hanteerbare en behandelbare psychiatrische patiënten, maar een
groot deel van hen zou prima terecht kunnen in een iets minder streng
beveiligde voorziening op het instellingsterrein. Waar personeel er vooral op
toeziet dat ze hun medicijnen blijven innemen en geen drank of drugs gebruiken.
De groep onbehandelbare patiënten is zo omvangrijk dat het behandeloptimisme
van weleer voorgoed lijkt verdwenen. In het verleden werden tbs-gestelden soms
eindeloos doorbehandeld in de hoop dat zij zouden veranderen. Tientallen
tbs'ers zitten al langer dan twintig jaar in een kliniek, de langstzittende al
44 jaar. Een behandelplek kost 400 euro per dag. Acht jaar geleden al drong de Tweede Kamer erop aan om voor
uitbehandelde patiënten een aparte, minder kostbare afdeling te creëren. Veldzicht in Balkbrug (20 plaatsen) en de
Pompekliniek in Nijmegen (40 plaatsen) gaven aan die oproep gehoor. Tbs'ers
die zes jaar lang zonder resultaat zijn behandeld, in ten minste twee
klinieken, komen in aanmerking voor de longstay-afdeling. De Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming bracht een
half jaar geleden een kritisch rapport uit over de longstay. Zowel voor het
aantonen als het voorspellen van voortdurend delictgevaar ontbreken
wetenschappelijk gefundeerde criteria, schrijft de Raad. De WODC-onderzoekers
erkennen dat voorzichtigheid is geboden. Er is nog weinig overeenstemming over
hoe 'behandelbaarheid' kan worden getaxeerd, schrijven ze. Het inschatten van
perspectief op langere termijn lijkt daarom nog moeilijker. Zo kunnen patiënten
zich na verloop van tijd soms openstellen voor een behandeling die zij eerder
afwezen, kan therapie in de loop der jaren verbeteren of kan de stoornis van de
patiënt afnemen met diens leeftijd. Advocaten van tbs'ers laten niet na erop te
wijzen hoe stigmatiserend en uitzichtloos een verblijf op een longstay-afdeling
is. En wie eenmaal op zo'n afdeling zit, komt daar moeilijk weg omdat geen
behandeling meer wordt uitgevoerd. Het gevaar
bestaat, schrijft de Raad voor Strafrechtstoepassing, dat patiënten dan
gevaarlijk worden geacht omdát ze op een longstay-afdeling zitten. Uit een
eerder WODC-onderzoek naar het functioneren van de longstay-afdeling van
Veldzicht blijkt dat patiënten redelijk tevreden zijn over hun kamer, hun werk
en hun bestaan. Maar medewerkers van de kliniek spreken over 'een tijdbom'. Zij
vrezen in de toekomst incidenten, als het gebrek aan perspectief sterker tot
patiënten doordringt. Daarom pleiten ze voor meer afwisseling op de afdeling.
Tbs'ers in de longstay zouden iets moeten hebben om naar uit te kijken en op
terug te blikken. Al is het maar af en toe een groepsuitje.
Psychiatrie
getrakteerd op honderden eierwekkers – 26
november 2004 – Red. Schizofrenie Bulletin / Ypsilon -- ROTTERDAM -
"Noem het een verjaardagscadeau. Zie het als signaal. Maar bovenal:
gebruik het als hulpmiddel om de zorg zichtbaar te verbeteren." Met die
woorden stuurt de vereniging Ypsilon tussen
nu en de jaarwisseling honderden
eierwekkers naar werkers in de psychiatrie. De grootste consumentenorganisatie in de Geestelijke Gezondheidszorg
bestaat vandaag 20 jaar. Met de eierwekkers hoopt de vereniging van familieleden van mensen met schizofrenie of een
psychose meer persoonlijke aandacht te krijgen voor de zwaarste groep
patienten. Het idee kwam van Wim Haisma,
een van de deelnemers aan het hulpverlenerscongres dat Ypsilon vorige maand
organiseerde. Daar constateerden 350 verpleegkundigen en andere werkers samen
met Ypsilon dat de psychiatrie weliswaar zijn best doet, maar dat tegelijk de
zorg verhardt. "De tijd die wordt vrijgemaakt voor patientencontact holt
achteruit en maakt steeds meer plaats voor teamoverleg, een niet aflatende stroom
e-mailberichten en het verantwoorden van productiecijfers." Als idee om
het tij te keren kwam Haisma met een eierwekker. "Neem hem mee naar het
teamoverleg. Gaat-ie af, dan is het de hoogste tijd om weer met directe
patientenzorg aan de slag te gaan!". Haisma houdt op verzoek van Ypsilon
de vinger aan de pols: hij gaat een aantal collega-instellingen bezoeken waarna
hij een verhaal schrijft met de titel 'Teamoverleg: de patient wordt er beter
van'. Gaat het werken? "Daar gaan we van uit", reageert Marja Hasert overtuigd. Ooit klopte ze
als 'kind-van' en als 'zus-van' zelf aan bij Ypsilon, nu is ze voor velen het
dagelijkse gezicht van de vereniging als eerstverantwoordelijke voor de
adviesdienst. Samen met collega's en vrijwilligers geeft ze landelijk vijfduizend
persoonlijke adviezen per jaar. Als geen ander weet ze dus waar in de praktijk
de schoen wringt. "En als je nou zelf niet tevreden bent over de aandacht
die je je patienten kunt bieden, dan is zo'n simpele eierwekker toch een
prachtige manier om er concreet wat aan te doen?" De gedecideerdheid
waarmee ze spreekt maakt duidelijk dat Ypsilon na 20 jaar nog niets aan kracht
heeft ingeboet. De cijfers leren hetzelfde. De vereniging, die inmiddels meer
dan 7.500 leden telt, verstuurde door de jaren heen meer dan 150.000
informatiepakketten. Ruim 200.000 mensen per jaar bezoeken de Internetsites en
vragen samen meer dan een half miljoen pagina's op. En het publiek kan elke
week wel een onderwerp in de krant of op tv tegenkomen waaraan Ypsilon heeft
meegewerkt. Hasert: "We blijven opkomen voor de belangen van familieleden
en we blijven de pleitbezorger voor die patienten die niet voor zichzelf kunnen
opkomen. En dat is nodig ook!"
Groot gebrek aan
opvang tbs'ers – 26 november 2004
– Volkskrant -- AMSTERDAM - Er is een groot gebrek aan opvang voor
blijvend gevaarlijke patiënten uit tbs-klinieken
en instellingen voor geestelijke gezondheidszorg (ggz). Van de ruim 1600
patiënten die daar verblijven, blijft volgens schattingen van deskundigen 40
procent gevaarlijk. Dat blijkt uit onderzoek
van het WODC, het wetenschappelijk bureau van het ministerie van Justitie,
dat vandaag naar de Tweede Kamer
wordt gestuurd. Slechts voor deel van gevaarlijke patiënten is plaats: Van de
658 blijvend gevaarlijke patiënten horen er volgens hun behandelaars
tweehonderd thuis op een streng beveiligde longstay-afdeling van een
tbs-kliniek, waar ze langdurig, mogelijk zelfs voorgoed, kunnen verblijven.
Maar op dergelijke longstay-afdelingen zijn nu slechts zestig plaatsen
beschikbaar. Voor nog eens tweehonderd zijn minder streng bewaakte maar wel
langdurige verblijfsplaatsen nodig op het terrein van een ggz-instelling. Die
zijn er nu nog niet. De overige 250 patiënten zouden onder strikt toezicht
kunnen terugkeren in de maatschappij. Justitie wil longstay-afdelingen
bijbouwen en liet daarom in kaart brengen hoeveel delinquenten gevaarlijk
blijven en wat voor beveiliging en zorg zij nodig hebben. Psychiaters en
psychologen uit acht tbs-klinieken en
achttien forensische ggz-instellingen oordeelden over in totaal 1648
patiënten. Van de 1047 tbs'ers worden er 448 blijvend gevaarlijk geacht, van de
601 ggz-patiënten 210. Zowel in tbs-klinieken als in forensische
ggz-instellingen wordt een deel van de dure behandelplaatsen ingenomen door
onbehandelbare patiënten die vanwege het gevaar van het opnieuw plegen van een
delict ook niet meer de maatschappij in kunnen. Zij verstoppen het systeem: zo
wachtten in 2003 169 veroordeelden gemiddeld 229 dagen op plaatsing in een
tbs-kliniek. Ook voor forensische ggz-instellingen bestaan lange wachtlijsten.
Twee tbs-klinieken hebben de afgelopen jaren een speciale verblijfsafdeling
gebouwd waar patiënten niet meer worden behandeld. Dat scheelt de helft van de
kosten. Uit het WODC-onderzoek blijkt dat ruim tweehonderd patiënten,
voornamelijk tbs'ers, naar zo'n afdeling zouden moeten. Het betreft vaak vluchtgevaarlijke zedendelinquenten.
Ook is voor een kleine tweehonderd patiënten, van wie ruim de helft uit de tbs
komt, een verblijfplaats met toezicht bij een ggz-instelling nodig. Relatief veel van die patiënten lijden aan
schizofrenie, weigeren hun medicijnen te nemen en gebruiken alcohol of drugs.
Geen enkele ggz-instelling heeft een
longstay-afdeling. Minister Donner (Justitie) wil daarover overleg met collega
Hoogervorst van Volksgezondheid. Bij de 250 delictgevaarlijke patiënten die
onder streng toezicht terug de maatschappij in kunnen, is hun drank- of
drugsverslaving een belangrijke oorzaak van het delictgevaar. Onder hen zijn
140 tbs'ers.
Toekomst van
GGZ in beeld – 25 november 2004
– Verpleegkundenieuws -- De GGZ-sector gaat proberen
jaarlijks minstens 10 procent van de 24.000 zorgwekkende zorgmijders binnen de
zorg te krijgen, met als einddoel al deze mensen de zorg te bieden die zij
nodig hebben. Dat staat in het
visiedocument 'De Krachten gebundeld. Ambities van de GGZ' van GGZ
Nederland, dat zij op 24 november presenteerde. De sector wil ook het aantal
'veilige bedden' uitbreiden voor patiënten die lijden aan zowel een psychische
stoornis als een ernstige gedragstoornis, bijvoorbeeld jeugdigen die door
gebrek aan goede behandelplekken nu ten onrechte in een jeugd justitiële
inrichting verblijven. GGZ Nederland denkt dat de keuzes zullen leiden tot een
betere zorg voor patiënten. Volgens GGZ
Nederland is investeren in preventie dé manier om de toenemende vraag naar GGZ
af te remmen. Daarom zal de GGZ onder meer kennis overdragen aan alle 8000
huisartsen, 3000 maatschappelijke werkers en 1000 eerstelijn psychologen. Ook
zullen GGZ-hulpverleners gaan werken vanuit de gezondheidscentra in de wijk.
“Het is nog niet duidelijk hoe dat zal worden ingevuld. Dat wordt op instellingsniveau
bepaald”, aldus woordvoerder Marja van
Minnen.
Gebrek
aan medisch personeel dreigt – 25
november 2004 – Het Parool – LONDEN – Een gebrek aan medisch personeel is
een van de meest bedreigende situaties voor de wereldgezondheid van de 21ste
eeuw. Meer dan vier miljoen extra medici zijn nodig. Dat stelt een
medisch onderzoek in The Lancet.
Zorgautoriteit
mag invallen doen – 24 november
2004 – Medisch Contact / Artsennet -- De
nieuwe toezichthouder voor de gezondheidszorg, de Zorgautoriteit, krijgt
vergaande bevoegdheden. Dat staat in de plannen voor de Zorgautoriteit (ZA), waarover de Kamer zich begin volgend jaar
moet buigen. De wet die de bevoegdheden regelt, is voor advies naar de Raad van State gestuurd. De
toezichthouder mag ingrijpen bij machtsconcentratie onder zorgverzekeraars en
zorgaanbieders en bij te hoge prijzen. Ook mag de Zorgautoriteit boetes
uitdelen, contracten aanpassen of een inval doen bij een apotheek of ziekenhuis
dat weigert informatie te overhandigen. Daarnaast gaat de toezichthouder
controleren of de nieuwe basisverzekering tegen ziektekosten goed wordt
uitgevoerd en of zorgverzekeraars zich wel aan bijvoorbeeld de acceptatieplicht
houden. ´De gereedschapskist van de Zorgautoriteit is ruim gevuld´, zegt CTG-voorzitter Frank de Grave. Op 1
januari 2006 moet De Grave zijn tarievencollege CTG hebben omgevormd tot
Zorgautoriteit, die dan officieel van start gaat. Hij kan alleen over de
hoofdlijnen van de wet praten omdat die nog naar de Kamer moet. Maar de
verschillende partijen in de gezondheidszorg hebben al gereageerd op de
plannen. Zorgverzekeraars en
ziekenhuizen hebben kritiek op de vergaande bevoegdheid om zo nodig met de hulp
van de politie administraties in beslag te nemen. Zij vrezen voor aantasting
van de privacy en openbaarmaking van bedrijfsgegevens. ´Je kunt ons
vergelijken met een scheidsrechter die je in een goede positie moet brengen.
Het CTG moet nu vaak informatie weghalen bij partijen die daar helemaal geen
belang bij hebben. Dat maakt het leven niet gemakkelijk. Als wij meer
instrumenten krijgen, gaat daar een stevige
preventieve werking vanuit. Ik onderhandel liever´, zegt De Grave. Het CTG
kan nu vaak niet ingrijpen omdat het te weinig gegevens krijgt. ´Dan wordt het
moeilijk om maatregelen zo te onderbouwen dat ze bij de rechter standhouden. Ik
hoop dat het parlement daar iets aan wil doen´, zegt De Grave. Vorig jaar
wonnen de apothekers een rechtszaak bij het College van Beroep voor het
Bedrijfsleven. Nog steeds weet het CTG niet precies hoe hoog de kortingen en
bonussen zijn die de apothekers ontvangen. Vraagtekens zijn er ook over de hoge
tarieven van orthodontisten. Het beeld is dat de tarieven voor beugels en
andere tandcorrecties veel te hoog zijn. Maar als een beroepsgroep niet
meewerkt aan een maatregel om de eigen tarieven te verlagen, kan het
tarievencollege weinig doen. Ook de Orde
van Medisch Specialisten heeft het CTG niet verteld hoeveel uur per week
een specialist nu precies werkt. De Zorgautoriteit heeft werkafspraken gemaakt
met karteltoezichthouder NMa. ´Zij
doen de fusies in de gezondheidszorg en wij doen de rest´, beschrijft De Grave
het basisprincipe. Daarnaast ondersteunt de NMa de ZA bij het opzetten van de
nieuwe organisatie. Als een huisarts met een zorgverzekeraar moet onderhandelen
die 80% van de verzekerden in de regio als klant heeft, is sprake van
aanmerkelijke marktmacht van die verzekeraar. De Zorgautoriteit is daar beducht
voor. ´In de onderhandelingen moet sprake zijn van een balans. Ik ben de vijand
van alle verstoringen in het onderhandelingsspel. Wij kunnen aanvullende eisen
stellen en vragen hoe prijzen en contracten totstandkomen´, zegt de
CTG-voorzitter. Ook let de toezichthouder op oneerlijke concurrentie. De Zorgautoriteit zal net als de NMa een
meldpunt inrichten waar zorgaanbieders, verzekeraars en andere betrokkenen
klachten kunnen indienen of informatie kunnen inwinnen. Als een ziekenhuis
behandelingen gaat aanbieden onder de kostprijs om nieuwe toetreders te weren,
vindt het de Zorgautoriteit op zijn weg. De toezichthouder heeft aangegeven
extra te gaan letten op kruissubsidiëring bij de ziekenhuizen. Dergelijke
ongewenste subsidiëring kan optreden nu de prijzen van planbare ingrepen
onderhandelbaar worden, terwijl 90% van het ziekenhuis nog op de oude manier
wordt gefinancierd. De toezichthouder
zal onafhankelijker van de minister van Volksgezondheid gaan werken als een
zelfstandig bestuursorgaan. De minister zet de hoofdlijnen uit. Hij bepaalt
in discussie met de Kamer in welke delen van de zorg de prijsvorming vrij
wordt; zoals bij fysiotherapie vanaf 1 januari 2005. De Zorgautoriteit zorgt
voor de uitwerking en bewaakt het proces. De minister kan niet meer ingrijpen in
individuele gevallen.
Psychische
hulp straks via de arbodienst -- Doel: minder verzuim op het werk – 25 november 2004 – Het Financieel
Dagblad -- UTRECHT - Werknemers met psychische klachten kunnen straks bij een telefonische hulplijn van hun arbodienst
terecht. Op die manier moeten ziekteverzuim en WAO-instroom worden
teruggedrongen. Marktleider Arbo Unie
begint vanaf volgend jaar een proef waarbij werknemers van de aangesloten
onderwijsinstellingen terechtkunnen bij zo'n hulpdienst. Directievoorzitter Dick van der Laan van Arbo Unie verwacht een
positief effect op het ziekteverzuim en de WAO-instroom. De telefonische
hulpdienst is volgens hem veel laagdrempeliger dan een gang naar de huisarts.
Daardoor kunnen eventuele problemen eerder worden aangepakt. 'Bovendien is de
huisarts vaak ook niet bereikbaar.' Bij
de hulpdienst kunnen werknemers ook klachten over de werkomstandigheden direct
aankaarten. Naast rugaandoeningen vormen psychische klachten de
belangrijkste reden voor mensen om (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt te raken. Bij een op de drie WAO-gevallen is sprake
van een psychische oorzaak, die veelal samenhangt met problemen op het werk.
De hulplijn biedt werknemers de gelegenheid met een 'counselor' te praten. 'Ook
kunnen we kijken of een verder fysiek gesprek gewenst is, bijvoorbeeld met de
bedrijfspsycholoog', zegt Van der Laan. Mocht de proef in het onderwijs
aanslaan, dan wil Arbo Unie de telefoondienst aan alle aangesloten bedrijven en
instellingen aanbieden. De arbodienst heeft met een omzet van euro 279 mln in
2003 ongeveer een derde van de markt in Nederland in handen. Volgens Van der
Laan moeten arbodiensten zich onder druk van de aanstaande wetgeving
vernieuwen. Vanaf medio 2005 vervalt
naar verwachting de plicht voor bedrijven om een arbodienst in te schakelen.
Zij kunnen dan de wettelijk verplichte arbotaken ook zelf organiseren. Van der
Laan schat in dat arbodiensten hierdoor volgend jaar al minstens 10% van hun omzet
kwijtraken. Ook andere arbodiensten zoeken naar nieuwe vormen van
dienstverlening. Dit najaar werd bekend dat de verzelfstandigde arbobedrijven
van KLM en ABN Amro een samenwerkingsverband hebben afgesloten met het VU
medisch centrum. Daardoor kunnen werknemers zonder tussenkomst van de huisarts
direct naar de specialisten van het VU-ziekenhuis.
Lichttherapie
tijdens het ontbijt – 25 november 2004
– Algemeen Dagblad -- Lichttherapie heeft in korte tijd een behoorlijke vlucht gemaakt.
De winterdip krijgt nu ook een commercieel tintje. De lampenwinkel verkoopt
sinds kort lichttherapieapparaten voor thuis. Als de duisternis het daglicht
overschaduwt, groeit het onbehagen. Wekkers lijken midden in de nacht te
rinkelen. Werknemers komen in het donker op kantoor, om hetzelfde gebouw in
diezelfde duisternis weer te verlaten. Het is niet alleen dineren, maar ook
ontbijten bij kaarslicht. De winterdip,
ruim één miljoen Nederlanders hebben er last van. Dik eenderde daarvan
wordt echt depressief van te weinig daglicht, zo blijkt uit onderzoek. Voor hen
kan de huisarts of psychiater uitkomst bieden. Bij de milde variant biedt
lichttherapie een uitkomst. Enkele keren voor een speciale lamp zitten, zorgt
al voor een vrolijker humeur. Kunstmatig en UV-vrij daglicht laten vallen op
het netvlies, remt de aanmaak van bepaalde stoffen en herstelt het biologisch
ritme. Een lichtbehandeling in het ziekenhuis is niet meer per definitie nodig.
De thuislamp is in opkomst. ,,Philips heeft enkele jaren geleden een lamp voor
thuisgebruik ontwikkeld'', zegt directeur
Toine Schoutens van MediluX, een bedrijf dat is gespecialiseerd in
lichttherapie. ,,Het bedrijfsleven neemt de taak over van de huisarts. Een interessante
ontwikkeling. Al is het raadzaam eerst de dokter te raadplegen, voor je een
thuislamp aanschaft.'' De Lampenier, een speciaalzaak met 80 vestigingen, heeft
inderdaad sinds kort lichttherapie in het assortiment. ,,We hebben de vraag
eerst getest in een paar vestigingen'', zegt directeur Arnoud van Raak. Wegens
succes ligt de door Philips ontwikkelde
Original Bright Light nu in alle winkels. Prijs: 299 euro. Van Raak: ,,Het
kost wat, maar de lamp is handig in gebruik. Je kunt gewoon ontbijten of je
krant lezen. Klanten hebben ons verteld dat ze zich beter voelen.''Ook Cemex, groothandel in medische techniek,
levert sinds vier jaar thuislampen. Hoewel het bedrijf - evenals Philips - geen
verkoopcijfers wil geven, heeft Cemex dit jaar al 50 procent meer lampen
verkocht dan in 2003. ,,Lichttherapie krijgt steeds meer bekendheid. Zo'n lamp
is ook redelijk eenvoudig te gebruiken'', aldus Paul Kuipers van Cemex. Ook de
thuiszorgwinkels verhuren en verkopen lichttherapie voor thuis. ,,We merken
rond deze tijd een piek in de vraag naar lampen'', zegt Sylvia Suvaal van de
Landelijke Vereniging Thuiszorgwinkels.
Lichttherapiespecialist
Toine Schoutens waarschuwt wel voor de niet-geteste versies die sinds kort
opduiken. ,,Ik heb al schoenendozen gezien met een hoop gloeilampen erin. En in
een drogisterij kwam ik een apparaat tegen voor 9,95 euro onder de noemer
lichttherapie. Die zijn niet klinisch getest en kunnen je ogen schaden, doordat
dat licht UV-straling bevat.''
Post-traumatisch
stress syndroom (PTSS): Oorlogsveteranen – Rambo in de polder – 24 november 2004 – red. MdH – Vanavond
om 22.50 uur wordt op Nederland 1 in ´Reporter´ (KRO) de aflevering
´Oorlogsveteranen – Rambo in de polder´ uitgezonden. In de Microgids (nr. 47)
van deze week wordt de uitzending alsvolgt aangekondigd: `Voor sommige
militairen begint de oorlog pas als die al voorbij is. Reporter richt zich een
aantal weken op de veiligheid binnen Nederland. Vandaag aandacht voor
militairen die terugkeren uit oorlogsgebieden, emotionele schade hebben
opgelopen en daardoor een gevaar worden voor onze maatschappij. Zoals
oud-marinier Paul S. die vorig jaar in gevechtstenue zijn ex-vriendin en haar
familie ombracht. Een opmerkelijk gegeven: de oorlog in Vietnam heeft onder
Amerikaanse militairen meer slachtoffers gemaakt door zelfmoord achteraf dan op
het slagveld. Oorlogen eisen vaak pas hun tol als de gevechtshandelingen zijn
gestaakt. Ook Nederlandse militairen krijgen steeds vaker te maken met de
gevolgen van oorlogsvoering. Jarenlang was voor het Nederlandse leger de vijand
ver weg en eigenlijk alleen bekend uit de instructieboekjes. Maar steeds vaker
zijn ze in VN-verband betrokken bij conflicthaarden in de wereld. Doden of
gewonden zijn daarbij nauwelijks gevallen. Psychische aandoeningen achteraf des
te meer. Mart Vogels kent als geestelijk verzorger bij de krijgsmacht de
problematiek van binnenuit. ´Soldaten worden geconfronteerd met
gewelddadigheden die ze op het moment zelf niet kunnen verwerken. Hun militaire
taak vereist immers actie en alertheid om in te grijpen in een bedreigende
situatie. Dat is trouwens een oermechanisme van de mens: eerst jezelf en
anderen in veiligheid brengen. Voor het
verwerken van emoties is op het moment zelf weinig ruimte. De ervaringen worden
als het ware afgescheiden van de gevoelens. Als die twee zaken niet op korte
termijn bij elkaar gebracht worden, dan woekeren die gevoelens onderhuids door
en duiken ze later op in de vorm van concentratiestoornissen, gevoelens van
vervreemding en snel geïrriteerd zijn´. De medische term voor deze psychische
schade ten gevolge van oorlogsgeweld is PTSS, het post-traumatische stress
syndroom. Het is meestal een optelsom van psychische klachten. Volgens
onderzoekers krijgt één op de twintig militairen hiermee te maken. Bij de Nederlandse
legerleiding is er inmiddels volop aandacht voor de PTSS-problematiek.
Voorbij is de tijd dat praten over psychische problemen werd afgedaan als
´sentimentele introspectie´ die niet past bij de cultuur van ´stoere jongens´.
De stoere jongens zelf hebben nogal eens de neiging om trauma´s te negeren en
er niet over te praten. Ze vinden dat ze zich over ingrijpende gebeurtenissen
heen moeten zetten. Juist daarom is het leren herkennen van de symptomen door
de militairen zelf één van de manieren om het probleem aan te pakken.´
Wat is nu de relatie tussen een trauma opgelopen door
oorlog en een trauma opgelopen door seksueel grensoverschrijdend gedrag (GOG)
door professionals? Wetenschappelijke feiten laten zien dat er wel degelijk een
relatie bestaat tussen de gevolgen van beide genoemde oorzaken van ernstige
traumatische gevolgen. De feiten verduidelijken hoe ernstig het trauma is dat
vele slachtoffers van GOG door hulpverleners oplopen. De Duitse
psychotherapeute Monika Becker-Fischer die sinds vele jaren samen met haar
echtgenoot, prof. Gottfried Fischer, een centrum voor psychotraumatologie leidt
en vele slachtoffers van GOG door hulpverleners heeft onderzocht en behandeld,
heeft onderzoek verricht dat antwoorden geeft op de bovenvermelde vraag. In hun
werk ´Sexueller Missbrauch in der Psychotherapie – was tun?:
Orientierungshilfen fuer Therapeuten und interessierte Patienten´ (Asanger,
1996, ISBN 3-89334-258-3) leggen zij het verband tussen de traumatische
gevolgen van foltering c.q. marteling en de gevolgen voor slachtoffers van
grensoverschrijdend gedrag door psychotherapeuten. De auteurs onderzochten de
gevolgen voor slachtoffers van GOG binnen de psychotherapie door middel van
open vragen gericht aan de slachtoffers. De vragen die gesteld werden, luidden:
(1) Welke symptomen
verergerden sinds het GOG door de psychotherapeut (het seksueel GOG werd door
de onderzoekers met de neutrale term ´seksueel contact´ aangegeven om het
oordeel van de cliënten niet te beïnvloeden)
(2) Welke symptomen
werden na het GOG door de psychotherapeut voor het eerst bij de cliënten
geconstateerd?
De resultaten worden door Becker-Fischer & Becker
in drie tabellen samengevat:
(1) Percentueel aandeel
van afzonderlijke klachten binnen de steekproef (er werden 61 cliënten
onderzocht)
(2) IES-skala intrusie
(3) IES-skala
vermijding
De eerste tabel laat zien dat van de 193 genoemde
symptomen die cliënten als ´ingangssymptomen´ noemden 135 symptomen door het
GOG binnen de hulpverlening werden versterkt en dat 134 symptomen door het GOG
erbij zijn gekomen (dus iatrogene c.q. uit het misbruik voortkomende schade).
De ingangssymptomen geven aan dat de steekproef niet noemenswaardig afwijkt van
symptomen die cliënten noemen die een psychotherapie gaan volgen. De 30
symptomen die genoemd werden zijn: afhankelijkheid, ambivalentie, angst,
hypochondrische angst, de angst ´gek´ te worden, problemen op het werk,
relationele problemen, depersonalisatie, depressieve symptomen, derealisatie,
storingen in het beleven en hanteren van grenzen, identiteitsproblematiek,
intrusie, isolatie en eenzaamheid, gevoelens van leegte, wantrouwen, gevoelens
van onmacht, psychosomatische klachten, psychotische reacties,
slaapstoornissen, schuldgevoelens, automutilatie, twijfel aan zichzelf,
stoornissen in het seksueel functioneren, verslavingsproblematiek,
suïcidaliteit, kwetsbaarheid, woede en ´andere problemen´. Versterkt werden
vooral de symptomen angsten, relatieproblemen, symptomen van depressie,
gevoelens van isolatie en eenzaamheid, wantrouwen, psychosomatische klachten, twijfel
aan zichzelf, suïcidaliteit en stoornissen in het seksueel functioneren.
Terwijl de symptomen die versterkt worden wellicht eerder op een niet specifiek
beeld bij GOG lijken te duiden, zouden de symptomen die voor het eerst optreden
door het GOG eerder op een specifiek beeld m.b.t. GOG wijzen. Bij de klachten
waaronder slachtoffers van GOG voor het eerst gaan lijden door het GOG gaat het
o.a. om de symptomen wantrouwen, twijfel aan zichzelf, suïcidaliteit en sterke
neigingen tot somatisatie.
De tabellen 2 en 3 laten een gemiddelde waarde van de
cliënten zien in vergelijking tot twee andere groepen: een groep bestond uit
studenten geneeskunde na hun eerste sectie van een ontzield lichaam. De tweede
groep bestond uit slachtoffers van foltering c.q. marteling. De gemiddelde
waarden van de drie groepen die met elkaar werden vergeleken laten zien dat de
psychische/emotionele belasting van de cliënten/patiënten die het slachtoffer
werden van GOG door een psychotherapeut op het moment van uitvoering van het
onderzoek, veelal dus jaren nadat het GOG heeft plaatsgevonden, nog vrij dicht
in de buurt komt van de psychische belasting die slachtoffers van foltering en
marteling ervaren. Met betrekking tot ´intrusie´ en ´vermijden´ liggen
slachtoffers van GOG gemiddeld slechts 6 punten onder de slachtoffers van
marteling en/of foltering terwijl zij ca. 15 punten boven de studenten
geneeskunde liggen. Sterke overeenkomsten tussen beide soorten slachtoffers
treft men vooral aan op het gebied van de intensiteit van emoties die gevoeld
wordt wanneer het slachtoffer met herinneringen aan de traumatische
gebeurtenissen van het seksueel GOG c.q. marteling wordt geconfronteerd. De
totaalwaarde van tabel 2 (intrusie) geeft voor de groep van studenten
geneeskunde na hun eerste sectie een waarde van 2,5 aan. De groep slachtoffers
van foltering en/of marteling laat een waarde van 28,5 zien. De groep
slachtoffers van GOG binnen de psychotherapie geeft een waarde van 21,14 aan.
De totaalwaarde van tabel 3 (vermijding) geeft voor de groep studenten een
waarde van 4,4, voor de groep slachtoffers van foltering/marteling een waarde
van 18,67 en voor de groep slachtoffers van GOG een waarde van 15,54.
De resultaten tonen aan hoe ernstig de gevolgen van GOG
binnen de psychotherapie (andere vormen van therapie c.q. geestelijke
hulpverlening zullen hier niet ver vanaf staan) voor cliënten zijn. Het feit
dat de psychische en emotionele belasting die door GOG door een hulpverlener
ontstaat zo dicht in de buurt komt van de psychische/emotionele belasting die
door mensen wordt ervaren die de meest gruwelijke folteringen en martelingen
hebben overleefd, moge een bewijs daarvoor zijn dat de schade die GOG binnen de
psychotherapie veroorzaakt buitengewoon ernstig is. Deels heeft dit te maken
met het feit dat mensen die psychotherapeutische hulp zoeken zich al in een
kwetsbare toestand c.q. situatie bevonden. Dit doet echter niets af aan het
feit dat het GOG door een psychotherapeut enorme schade berokkent. Een
psychotherapeut of ander geestelijk hulpverlener dient zich immers ervan bewust
te zijn dat hij/zij met op enig punt of diverse punten kwetsbare mensen werkt
c.q. aan mensen hulp gaat verlenen die op een bepaald moment in hun leven
t.a.v. een of ander kwetsbaar zijn. Het veel gehoorde verweer van advocaten van
plegers van GOG, namelijk dat de cliënt toch niet voor niets in therapie was en
dus toch al beschadigd was en het dus maar de vraag zou zijn welk deel van de
schade wel aan de dader toegerekend kan worden, dient in geen geval ervoor te zorgen
dat de door GOG ontstane schade hierdoor gebagatelliseerd kan worden. Dat
mogelijke primaire traumata zoals b.v. eerder seksueel misbruik ertoe zullen
leiden dat het vervolgtrauma veroorzaakt door de hulpverlener een grote impact
op de cliënt zal hebben, kan de (psycho)therapeut door opgedane beroepsmatige
kennis en ervaring van te voren bedenken. Plegers van GOG dienen zich te allen
tijde ervan bewust te zijn dat hun seksueel uitageren van eigen behoeften
verdere, ernstige en langdurige schade aan hun cliënt zal berokkenen. Het feit
dat de traumatische gevolgen van GOG nogal sterk lijken op de gevolgen die een
slachtoffer van foltering c.q. marteling ondervindt, werd door de publicatie
van Becker-Fischer & Becker dan ook al in 1996 bekend en het mag ondertussen
binnen de betreffende beroepsgroepen evenals bij professionals en instanties
die zich bezighouden met GOG en procedures betreffend o.a. schadevergoeding
voor slachtoffers van GOG dan ook wel als bekend worden verondersteld. Bij interesse kunt u voor persoonlijk
gebruik van de genoemde informatie een kopie van de betreffende pagina´s in het
genoemde werk bij ons opvragen. Bovengenoemde informatie werd door onze
redactie vertaald en/of samengevat.
Kinderen gebruiken meer antidepressiva – 24 november 2004
– Spits -- Kinderen uit Europa en Noord-
en Zuid-Amerika krijgen steeds vaker antidepressiva voorgeschreven. Vooral
in Groot-Brittannië stijgt het gebruik sterk. Dat blijkt uit een overzicht van
gegevens van negen verschillende landen in het decembernummer van Archives of Disease in Childhood. De beschreven
studie van de University of London
maakt gebruik van een internationale database. Daarin rapporteren ruim 10.000
artsen uit Engeland, Frankrijk, Duitsland, Spanje, de Verenigde Staten, Canada,
Argentinë, Brazilië en Mexico periodiek hun voorschrijfgedrag. In alle negen
landen is tussen 2000 en 2002 het aantal recepten voor antidepressiva voor
kinderen gestegen. De grootste stijging
(68 procent) deed zich voor in Groot-Brittannië. De toename was het kleinst in
Duitsland (13 procent). Uit een tweede studie in Archives of Disease in Childhood blijkt dat in Groot-Brittannië
vooral het gebruik van zogeheten serotonineheropnameremmers
(SSRI's) vervijfvoudigde.
Niet
de ziekte, wel de lasten – 24 november 2004 – Algemeen Dagblad
– Bij patiënten met schizofrenie zijn bijna alle cognitieve vaardigheden in
meer of mindere mate gestoord. Geheugen, aandacht en hogere uitvoerende
functies (planning en het bijsturen van gedrag) zijn het meest aangedaan.
Gezonde familieleden van patiënten met schizofrenie blijken dezelfde cognitieve
problemen te vertonen. Dit blijkt uit onderzoek door Margriet Sitskoorn,
neuropsycholoog in het Universitair Medisch Centrum (UMC) in Utrecht. De
stoornissen bij patiënten zijn wel ernstiger van aard dan de problemen bij
familieleden. Maar de geheugen- en concentratieproblemen die bij familieleden
werden geconstateerd, zijn ernstiger dan die bij patiënten die een mild
hersenletsel hebben opgelopen. De bevindingen ondersteunen het idee dat
bepaalde cognitieve stoornissen erfelijk zijn en mogelijk samen met
schizofrenie binnen bepaalde families voorkomen. Meer over de uitkomsten van
het onderzoek in het blad Schizophrenia Research.
Ambulancebroeders
vaak kop van jut – 24 november 2004
– Algemeen Dagblad – AMSTERDAM – Ambulancepersoneel in Amsterdam heeft in drie
maanden tijd vijftig keer te maken gehad met verbaal en lichamelijk geweld. Het
ging daarbij onder meer om uitschelden, slaan, spuwen en schoppen, doorgaans
door patiënten die alcohol of drugs hebben gebruikt. De ambulancedienst heeft
de incidenten bijgehouden op verzoek van de gemeente, na een ernstig incident
vorig jaar december.
Ervaringsverhalen
gezocht -- 23 november 2004
-- Verpleegkundenieuws.nl -- Er is een wedstrijd uitgeschreven voor persoonlijke verhalen over agressieve
bejegening van mensen die in de zorg of dienstverlenende sector werken. Het
initiatief komt van oud-verpleegkundige
Aad Klaassen die nu een advies en trainingsbureau heeft op het gebied van
omgaan met agressie. Volgens Klaassen zijn de ervaringsverhalen interessant omdat
je er van kunt leren. Bovendien kan het politici en beleidsmakers met de neus
op de feiten drukken. Als er genoeg verhalen binnenkomen, wordt er een boek van
gemaakt. De eerste prijs is 250 euro. Verpleegkundigen kunnen hun verhaal
sturen naar kat@kat.nl.
Zie ook: www.kat.nl.
Project om
beroepscompetenties GGZ in kaart te brengen – 23 november 2004 – Zorgkrant -- GGZ Nederland en de HBO-Raad zijn
gezamenlijk een landelijk project gestart om de competenties van de HBO-opgeleide verpleegkundige,
werkzaam in de geestelijke gezondheidszorg, in kaart te brengen. Met het
project 'Ontwikkeling van een differentiatie GGZ voor de hogere
beroepsopleiding tot verpleegkundige', willen GGZ Nederland en de HBO-Raad de
HBO-V beter laten aansluiten op de beroepspraktijk in de geestelijke
gezondheidszorg. Daarvoor moet eerst meer samenhang komen tussen de
verschillende functies. Uitgangspunten daarbij zijn:
Centrum
moet mishandeld kind helpen – 23
november 2004 -- Trouw -- HAARLEM - Kinderartsen, politie en
jeugdhulpverlening moeten nauw gaan samenwerken in 'kinderbeschermcentra' naar Amerikaans model, om zo
kindermishandeling tegen te gaan. Dat bepleit het kind- en jeugdtraumacentrum in Haarlem. Ondanks een melding van
mishandeling worden kinderen soms nog maandenlang misbruikt of geslagen. ,,Door
de trage hulpverlening worden mishandelde kinderen aan hun lot overgelaten'',
zegt de Haarlemse kindertherapeute F.
Lamers. Volgens Lamers komen mishandelde kinderen veel te laat bij de
jeugdhulpverlening terecht. De Bureaus
Jeugdzorg en de Riaggs hebben lange wachtlijsten. Na een melding door een
ouder of een leerkracht duurt het weken voor deskundigen een diagnose stellen.
Pas dan kan de behandeling beginnen. ,,Slechts een deel van de mishandelde
kinderen wordt uiteindelijk behandeld'', zegt Lamers. ,,De rest moet het zelf
maar uitzoeken.'' Het Haarlemse kind- en jeugdtraumacentrum pleit daarom voor
een 'kinderbeschermcentrum' naar Amerikaans model, waar een kinderarts,
politiemedewerkers en jeugdhulpverlening nauw samenwerken en snel maatregelen
nemen om de mishandeling te stoppen. ,,Een multidisciplinaire aanpak, want
mishandelde kinderen kampen met fysieke, psychische en sociale klachten'', aldus
Lamers. In San Diego wordt binnen 48 uur na de melding actie ondernomen om het
kind uit de situatie van mishandeling te halen en de ouders in te lichten.
Mishandelde kinderen worden in Amerika direct door een arts onderzocht, in
Nederland gebeurt dat zelden. Bovendien wordt het kind dezelfde dag nog
ondervraagd door een gespecialiseerde politie-medewerker. Daarna kijken de
Amerikaanse hulpverleners of het kind veilig naar huis kan. ,,Ook de veiligheid
van andere kinderen in het gezin wordt onderzocht'', zegt psychotherapeute Margreet Visser enthousiast. ,,Binnen een paar
dagen komt er een plan van aanpak voor het slachtoffer, de ouder die alarm
slaat en het kind probeert te beschermen, en voor de dader.'' De Nederlandse
politie verhoort kinderen vanaf zes jaar, als het vermoeden van seksueel
misbruik bestaat. Visser: ,,Een getraumatiseerd slachtoffertje geeft misschien
geen coherente antwoorden, maar dat betekent niet dat het kind liegt over wat
er met hem of haar is gebeurd.'' Nauwere
samenwerking tussen politiemensen en hulpverleners van het traumacentrum
voorkomt misverstanden.
Aantijgingen
Smalhout verbazen Bernhard – 20 november
2004 – Het Parool – DEN HAAG – Prins
Bernhard heeft verbaasd gereageerd op de aantijgingen van professor Smalhout die beweert dat de
prins in 1994 het slachtoffer is geweest van een medische misser in het Utrechts Medisch Centrum, waarbij
hij blijvende schade opliep. Prins Bernhard liet via de
Rijksvoorlichtingsdienst weten dat hij de reactie van Smalhout ´onbegrijpelijk
en volstrekt misplaatst vindt´.
Zelfhulp op
internet voor alcoholisten – 20
november 2004 – Volkskrant -- UTRECHT - Probleemdrinkers die via internet
gebruik maken van een zelfhulpprogramma, drinken na een jaar ruim een kwart
minder. Een op de zes drinkt zelfs minder dan het maximumaantal glazen volgens
de richtlijnen voor verantwoord drinken. Dat zijn beduidend betere resultaten
dan tot nu toe gebruikelijk bij programma's tegen overmatig drankgebruik. Dit
blijkt uit een onderzoek dat het
Trimbos-instituut in Utrecht heeft uitgevoerd naar de effectiviteit van
zijn nieuwe internetprogramma
Minderdrinken. Het programma en de resultaten van het onderzoek worden dinsdag
gepresenteerd tijdens het eerste congres
GGZ en Nieuwe Media in Amsterdam. Vanaf dat moment is het programma ook
gratis te gebruiken via de website www.minderdrinken.nl.
Naar schatting 9 procent van de Nederlandse bevolking boven de zestien jaar
behoort tot de probleemdrinkers. Bij hen is geen sprake van verslaving, wel van
overmatig alcoholgebruik. Ze consumeren meer dan 14 (vrouwen) of 21 glazen
(mannen) per week en bezondigen zich ook aan binge drinken, het innemen van
grote hoeveelheiden op één avond (vrouwen meer dan vier, mannen meer dan zes
glazen per keer). Kenmerkend is dat het overgrote deel van deze groep geen hulp
zoekt, terwijl er wel aanleiding voor is omdat ze ook vaak psychosociale
problemen (niet goed functioneren op het werk of thuis, vaker ruzie) of fysieke
ongemakken ondervinden. Het internetprogramma dat het Trimbos-instituut heeft
ontwikkeld in samenwerking met het NIGZ
(Nationaal Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie) en
Jellinek Preventie, biedt een laagdrempelige en vooral anonieme
ondersteuning bij het zelfstandig veranderen van het drinkgedrag. Er werden 268
deelnemers voor het onderzoek geselecteerd die meer dan 42 glazen per week
dronken. Een controlegroep kreeg via internet een brochure, de experimentele
groep volgde het programma Minderdrinken. Na een jaar bleek het gebruik bij de
experimentele groep gedaald tot gemiddeld 28 glazen per week, bij de
controlegroep was dat 33. Bovendien bleek bij de experimentele groep 14,6
procent van de deelnemers onder de richtlijn te zitten, bij de controlegroep
5,6 procent. Ook het bingedrinken was significant afgenomen: bij de
experimentele groep zei 28,7 procent geen grote hoeveelheden in één keer meer
te drinken, bij de controlegroep 13,9 procent. Het programma is één van de
internettoepassingen die recentelijk zijn ontwikkeld voor geestelijke
gezondheidszorg en die in Amsterdam worden besproken.
Advies- en Meldpunt komt
niet altijd in actie – 19 november
2004 – Nederlands Dagblad -- VELP - Bellers naar een Advies en Meldpunt Kindermishandeling moeten er niet op rekenen dat
direct actie wordt ondernomen. ,,Een AMK kan niet in het wilde weg mensen
beschuldigen. Alleen een vermoeden is te vaag.'' Gert van Harten van het AMK begrijpt dat bellers naar het meldpunt
soms niet helemaal gerustgesteld de hoorn neerleggen. ,,Natuurlijk snappen we
dat. De stap om te bellen is al groot en ze verwachten toch wel dat het AMK het
kind direct gaat helpen.'' Deze week is er een mediathemaweek op Nederland Drie
over Geheim Geweld. Doel daarvan is de samenleving wakker te schudden om geheim
geweld, zoals kindermishandeling, te signaleren en aan te pakken. Van Harten
verwacht dat daardoor mensen met een vermoeden eerder naar een AMK zullen
bellen. ,,Dat zien we altijd als er extra aandacht voor dit onderwerp is. Onze
campagne had hetzelfde effect.'' Vorig jaar belden ruim 28.000 mensen met het
AMK; in minder dan 8000 gevallen resulteerde dat in een melding. Bij een
melding neemt het AMK de verantwoordelijkheid op zich om te onderzoeken of er
werkelijk sprake is van kindermishandeling. Het zorgt er zo nodig ook voor dat
het gezin de juiste hulp krijgt. Bij een advies is dat niet het geval. De
beller krijgt te horen hoe hij of zij het gezin het beste kan helpen. ,,Denk
niet dat als je belt naar een AMK je binnen tien minuten klaar bent. Gemiddeld
duurt een gesprek drie kwartier.'' Van Harten benadrukt dat dat heel normaal
is. ,,Allereerst moet de situatie geïnventariseerd worden. We moeten weten wat
er precies aan de hand is en wat de beller zelf al gedaan heeft met het
vermoeden.'' Het AMK legt geen dossier aan, maar bewaart het advies drie
maanden. Als er binnen dat tijdsbestek een volgende beller over hetzelfde gezin
contact opneemt, is de stap naar een melding makkelijker gemaakt. Volgens Van
Harten is zorgvuldigheid heel belangrijk. ,,Straks is er niets aan de hand. Een
incident. Dat gebeurt helaas ook wel eens. Dan staan de hulpverleners opeens
voor de deur, op basis van een anonieme melding. Dat is heel ingrijpend.'' De
medewerker van het AMK stelt allerlei vragen aan de beller. ,,Is er
bijvoorbeeld al geprobeerd met het gezin te praten, zonder gelijk te
beschuldigen? Of met het kind zelf? Waarop zijn de vermoedens eigenlijk
gebaseerd? Wat is er concreet gebeurd?'' Vaak blijkt, volgens Van Harten, dat
de bellers vooral behoefte hebben aan iemand die meedenkt. ,,Bellers kunnen bij
ons hun bezorgdheid uiten en wij geven ze handvatten om ermee om te gaan. We
willen juist dat de samenleving meer verantwoordelijkheid voor elkaar gaat
nemen, dus niet dat hulpverleners zich onnodig met gezinnen gaan bemoeien.''
Vijftig procent van de bellers naar een AMK is een familielid, eem vriend, een
buur of kennis van het gezin. De andere helft bestaat uit beroepskrachten,
zoals een leerkracht op een basisschool. De keuze van het AMK om iets een
melding of een advies te laten zijn, hangt af van de informatie die de beller
geeft. ,,Als de beller zelf niets meer kan doen en duidelijk maakt dat er
dringend hulp nodig is, dan wordt het advies een melding.'' Als het onderzoek,
na een melding, wordt opgestart, zoekt het AMK eerst contact met de
hulpverleningsinstanties. Wat zijn hun ervaringen met het gezin? Ook stuurt het
AMK hulpverleners langs om met het gezin zelf te praten. Voor het gezin blijft
de melder anoniem. ,,Soms zijn de mensen heel boos. Dan willen ze weten wie hun
dat heeft geflikt, dus we gaan heel voorzichtig met hun gegevens om.'' In het
uiterste geval wordt de Raad voor de
Kinderbescherming ingeschakeld. ,,Als de ouders echt helemaal niets willen
en hulp wel nodig is.'' Vorig jaar overleden veertien kinderen over wie gebeld
was naar het AMK, blijkt uit de jaarcijfers. Van Harten betreurt dat, maar legt
uit dat het meldpunt gedaan heeft wat het kon. ,,Het AMK heeft ook zijn
beperkingen. Zonder concrete aanwijzingen kunnen we weinig. We zijn en blijven
afhankelijk van de ogen en oren van onze bellers.''
Aandacht
voor agressie en geweld in de zorg – 19
november 2004 – medischewereld.com -- Agressie en geweld komen helaas ook
in de zorg veelvuldig voor. De uitzending van het wekelijkse televisieprogramma “Visie op zorg” gaat op 21 November 2004 in op de aanpak van
agressie en geweld op de werkvloer in ziekenhuizen en op de wijze waarop je dit
kunt voorkomen. Het project Veiligezorg
wordt toegelicht aan de hand van ervaringen met het project binnen een ziekenhuis
en de rol van de politie hierbij. Wat is er al bereikt op de Spoedeisende Hulp?
Ook de PvdA-politicus Peter van Heemst
vertelt over nut en noodzaak van Veiligezorg. Visie op Zorg: De uitzendingen van RTL 5 zijn bedoeld
voor iedereen die geïnteresseerd is in de sector zorg en welzijn. Per
uitzending worden drie of vier onderwerpen behandeld. Deze informeren de
kijkers over nieuwe inzichten, praktijkervaringen, experimenten en het werk in
de zorg. Andere onderwerpen die zullen worden toegelicht zijn "Gevaarlijke
stoffen", "Werkdruk en psychische belasting", "Fysieke
belasting" en "Verzuim en reïntegratie". Meer informatie http://www.veiligezorg.nl.
Belangrijke
ontwikkelingen op 22 november 2004 bij Verplegingenverzorging.nl -- 19
november 2004 – medischewereld.com --
Vanaf
22 november 2004 is het zover. Dan publiceert Verplegingenverzorging.nl het Gordon Nanda Informatie Centrum (GNIC),
een enorme databank met 111 kant en
klare zorgplannen, verpleegkundige diagnoses van NANDA en actuele informatie
m.b.t. het verpleegkundig proces en verpleegkundige diagnostiek. Ook de Kennisdatabank voor de Zorg (KDBZ)
wordt momenteel gerenoveerd en zal op 22 November goed gevuld en in een sterk
verbeterde versie (zowel qua layout als werkwijze) gepubliceert worden. Deze en
volgende week wordt aan beide mega-projecten de laatste hand gelegd. Zo wordt
er voor de KDBZ een offline dataopslag- en administratiesysteem ontwikkelt en
worden er in het GNIC koppelingen gemaakt met het in januari 2005 uit te komen
Digitaal Zorg Dossier. Vanwege de werkzaamheden die zeer veel tijd en
inspanning kosten zal de website van Verplegingenverzorging.nl tot 22/11 niet
ge-update worden. Ik hoop op uw begrip hiervoor.
Centraal
registratienummer in jeugdzorg – 19
november 2004 – Telegraaf -- DEN HAAG - Jongeren met problemen moeten een
centraal dossier krijgen, zodat bijvoorbeeld scholen, de politie en
voogdij-instellingen van elkaar weten welke hulp een jongere krijgt. Dat is, zo
hebben ingewijden vrijdag bevestigd, een van de aanbevelingen van de Operatie-Jong. De organisatie heeft
in opdracht van het ministerie van
Volksgezondheid onderzocht hoe de jeugdhulpverlening kan worden
gemoderniseerd. De aanbevelingen worden maandag gepresenteerd. Operatie-Jong
staat onder leiding van oud-staatssecretaris
Van Eijck van Financiën. Het is al jaren bekend dat een groot aantal
organisaties hulp verleent aan jongeren zonder dat ze van elkaar weten wie wat
doet. Vaak denken de instellingen van elkaar dat ze hulp leveren, terwijl dat
niet het geval is. Volgens de voorstellen moeten vertrouwenspersonen van de
diverse instellingen de bevoegdheid krijgen het centrale dossier in te zien. De
huidige privacyregels hoeven daarvoor, zo zeggen betrokkenen, niet te worden
aangepast. Elke jongere die in de jeugdhulpverlening verzeilt raakt, zou een
registratienummer moeten krijgen. Het centrale dossier wordt aan dat nummer
gekoppeld.
Inspecteur
Jeugdzorg wil wettelijke meldplicht – 18
november 2004 -- Telegraaf -- DEN
HAAG - De Inspectie Jeugdzorg krijgt
maar twee keer per jaar een melding dat een klantje van de jeugdzorg een niet
natuurlijke dood is gestorven. Jaarlijks overlijden echter ongeveer vijftig
kinderen aan kindermishandeling. Hoofdinspecteur
J. de Vries vindt dit onverteerbaar. Zij pleit daarom voor een wettelijke
meldplicht, zo laat haar woordvoerster donderdag weten. De Vries vindt het
protocol dat staatssecretaris Ross-van
Dorp (Volksgezondheid) volgend jaar wil invoeren niet genoeg. Ze vindt dat
Ross dit wettelijk moet regelen. "De veiligheid van een kind is
heilig", benadrukt De Vries via haar voorlichter. "Als de inspectie
geen meldingen krijgt, kan zij niet nagaan wat er is gebeurd." Ross wil
echter pas overgaan tot een wettelijke plicht, als blijkt dat protocollen niet
werken. Zij heeft daarvoor de steun van een meerderheid in de Tweede Kamer.
Verpleeghuizen gaan
keurmerk invoeren – 18 november
2004 – Volkskrant -- DEN HAAG - Verpleeg- en verzorgingshuizen gaan zelf
een keurmerk invoeren waarin wordt vastgelegd wat goede zorg aan ouderen is. De
wensen van iedere bewoner van een verpleeghuis komen in een zorgplan te staan.
Een nieuwe branchenorm geeft aan hoe vaak een oudere op zijn minst moet
douchen, uit bed gehaald moet worden en mee kan doen aan activiteiten. Branchevereniging Arcares heeft de
uitgangspunten voor het kwaliteitskeurmerk donderdag aan staatssecretaris Ross (Volksgezondheid) overhandigd. Een bewoner
van een verpleeghuis moet zoveel mogelijk zijn eigen leven kunnen blijven
leiden. Ook moet het personeel beter werk gaan leveren. In het najaar van 2005
moeten de eerste instellingen een keurmerk kunnen krijgen na toetsing door een
onafhankelijke partij. De Inspectie voor
de Gezondheidszorg sprak in september van een zorgelijke situatie in de
Nederlandse verpleeghuizen. In bijna 80 procent van de instellingen is de kwaliteit
van de zorg onder de maat, stelde de inspectie vast. De verpleeghuizen moesten
voor het einde van het jaar orde op zaken stellen en plannen opstellen om ook
op de langere duur verantwoorde zorg te kunnen leveren. Staatssecretaris Ross
zei in een reactie op de scherpe kritiek van de inspectie al dat verpleeghuizen
hun zorg op de bewoners af moeten stemmen. Donderdag reageerde ze instemmend op
de branchecode die Arcares gaat ontwikkelen, al zei ze erbij dat de normen die
de branche zichzelf gaat stellen niet veel strenger zijn dan nu gangbare
praktijk in verpleeghuizen. 'Veel instellingen voldoen hier al aan.'
Verpleeghuizen die onder de maat blijven, kunnen in haar ogen rekenen op minder
geld van zorgverzekeraars.
Gronings
onderzoek: hersenscan toont meervoudige persoonlijkheidsstoornis – 17 november 2004 – Groninger Internet Courant -- De
psychiatrische diagnose 'meervoudige persoonlijkheidsstoornis' [red.: oftewel
Dissociatieve Identiteits Stoornis (DIS)] is nog controversieel, maar Simone Reinders laat voor het eerst
zien dat een meervoudige persoonlijkheid op een hersenscan zichtbaar te maken
is. Dat blijkt uit onderzoek van de Groningse onderzoekster aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zo
blijken twee persoonlijkheden van een patiënt verschillende delen van de
hersenen te activeren: wanneer een patiënt met zijn traumatische verleden wordt
geconfronteerd is een ander deel van de hersenen actief dan wanneer hij
niet-traumatische herinneringen ophaalt. De verschillen in geactiveerde
hersendelen blijken te duiden op een verschil in zelfbewustzijn. Naast de
hersenscans laten ook andere metingen verschillen zien tussen de twee
bewustzijnstoestanden: zo zijn onder andere de bloeddruk en de hartslag
afwijkend en geeft de patiënt andere antwoorden op dezelfde vragen. De resultaten van het onderzoek van
Reinders zijn een belangrijke steun in de rug voor patiënten met de stoornis.
Dit vooral omdat de diagnose in de psychiatrische wereld nog omstreden is.
,,Patiënten krijgen nu bevestiging. Ze hebben niet het idee dat ze zich
aanstellen.''
Half
miljoen slachtoffers huiselijk geweld – 16 november 2004 -- DEN HAAG - Ongeveer 500.000 vrouwen, kinderen
en mannen worden jaarlijks in Nederland in eigen huis mishandeld. Dit blijkt
uit dinsdag verschenen cijfers van de 25
politieregio's. De politiekorpsen registreerden van mei tot en met augustus
het aantal gevallen van huiselijk geweld. Omgerekend naar een jaar gaat het om
56.000 incidenten. Onderzoek wijst echter uit dat slechts 12 procent van alle gevallen van huiselijk geweld bij de
politie terecht komt. Het is voor het eerst dat de politie met dergelijke
gedetailleerde informatie over dit onderwerp komt. Ruim 80 procent van de
slachtoffers is vrouw, 18,5 procent is man. Vrouwen zijn grotendeels tussen de
25 en 45 jaar. Bij seksueel geweld zijn vooral kinderen en jongeren het
slachtoffer. Per jaar worden ongeveer 22.000 jongeren slachtoffer van huiselijk
geweld. Volgens de politie is extra aandacht nodig voor deze groep, ook als zij
getuige zijn, omdat zij in de pubertijd op straat in hetzelfde gedrag kunnen
vervallen. Niet alleen geweld en misbruik vallen onder huiselijk geweld. Ook
pesten en treiteren, bijvoorbeeld door het vernielen van eigendommen, en
bedreiging worden ertoe gerekend. De politie zegt dat de cijfers een "niet
te miskennen signaal afgeven over de ernst van dit grote maatschappelijke
probleem." Zij kan dit zelf niet oplossen, hooguit optreden tegen
excessen. De politie ziet een taak voor gemeenten en hulpverlenende instanties,
zeker als er geen strafbare feiten zijn gepleegd. Uit de nu bekende
politiecijfers blijkt dat in slechts 33,6 procent van de gevallen ook een
aangifte volgde. Dat heeft te maken met de afhankelijke positie waarin
slachtoffers vaak zitten of dat aangifte onmogelijk is zoals bij
kindermishandeling. Toch kon de politie in 58 procent van de aangiften een dader
aanhouden. Nu valt nog niet na te gaan in hoeveel gevallen er op een andere
manier, bijvoorbeeld door bemiddeling, aandacht voor het probleem was. Volgend
jaar is deze mogelijkheid er wel.
Pictogenda
2005 – 15 november 2004 – Nieuwsbrief
Bohn Stafleu van Loghum -- Wat is de
Pictogenda? De Pictogenda is een agenda voor mensen die moeite hebben met
lezen, schrijven en/of praten. De tekst is vervangen door pictogrammen: de
zondag is bijvoorbeeld een zonnetje december een kerstboom en de tijden zijn
vervangen door lege klokken waarop je zelf de wijzers kunt tekenen. Achterin de
agenda zijn bovendien meer dan 200 stickerpictogrammen opgenomen die je zelf in
je agenda kunt plakken. Voor wie is de
Pictogenda? De Pictogenda is geschikt voor iedereen die zich moeilijk
verstaanbaar kan maken, moeite heeft met lezen en schrijven en/of
gebeurtenissen in de tijd te overzien. De Pictogenda wordt dan ook al jaren met
veel succes gebruikt door: mensen met een verstandelijke beperking, mensen met
een stoornis in het autistische spectrum, mensen met spraak- en taalproblemen,
doven en slechthorenden, kinderen in het speciaal onderwijs. Pictogenda
Printer: Sommige pictogrammen uit de Pictogenda zijn snel op. Daarom is de
Pictogenda Printer ontwikkeld, een computerprogramma op CD-rom, waarmee je alle
pictogrammen uit de Pictogenda en andere afbeeldingen eenvoudig zelf op
stickervellen kunt printen. De Pictogenda Printer verschijnt, net als de
Pictogenda, ieder jaar in september in een nieuwe versie. Hiermee kun je dan
tot en met december in het jaar erop onbeperkt printen. Lees alles over Pictogenda op www.pictogenda.nl.
Nieuwe
behandeling voor anorexia en boulimia – 15 november 2004 – Telegraaf -- AMSTERDAM - Bij het centrum voor kinder- en
jeugdpsychiatrie van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam gaan
vrijdag de deuren open van een nieuwe afdeling voor jongeren met een
eetstoornis. In het centrum krijgen kinderen een nieuwe behandeling, die in
Zweden bij 75 procent van de patiënten tot volledig herstel leidt. Bij de
meeste, gangbare methoden geneest ongeveer 50 procent. De nieuwe dagbehandeling
heet de Mandometer-methode. Hierbij
leren jongeren met behulp van een aan een computer verbonden weegschaal weer op
normale manier te eten en hun gevoel van verzadiging te herkennen. Verder leren
ze te ontspannen en rusten in warme kamers. Daarnaast wordt aandacht besteed
aan het weer oppakken van school of werk, sociale contacten en een goed
zelfbeeld. De nieuwe afdeling werkt nauw samen met het Emma kinderziekenhuis in het AMC.
Meerderheid
mijdt instanties bij kindermishandeling – 15 november 2004 – Telegraaf -- HILVERSUM - De wetenschap dat
sprake is van kindermishandeling is voor twee van de drie Nederlanders geen
reden om naar naar een officiële instantie te stappen. Vier op de tien
Nederlanders gaan in zo'n geval eerst praten met de ouders van het kind of met
het kind zelf. Dat blijkt uit een maandag gepresenteerde enquête van onderzoeksbureau Interview/NSS in opdracht van de actualiteitenrubriek NOVA. De helft
van de Nederlanders die bij instanties melding maken van kindermishandeling,
vindt dat er niet goed wordt gereageerd door de hulpverlening. De zogeheten
'opvoedkundige tik' valt volgens de helft van de ondervraagde Nederlanders niet
onder de definitie voor kindermishandeling. Een meerderheid vindt dat een
verbod op geweld bij de opvoeding in een wet moet worden vastgelegd.
Kinderrechtenweek van start met
toespraak Hoogervorst – 15 november
2004 – Actueel.nl -- De Kinderrechtenweek
is maandag van start gegaan. In Nemo in
Amsterdam opende minister Hans
Hoogervorst van Volksgezondheid samen met een groep schoolkinderen de week,
die wordt georganiseerd door Unicef.
Hoogervorst hield een toespraak waarin hij uitlegde hoe belangrijk inenting is
voor kinderen. Met de Kinderrechtenweek wil Unicef bereiken dat regeringen meer
aandacht besteden aan de inenting van kinderen. "Op dit moment wordt een
kwart van de kinderen niet ingeënt tegen verschillende ziektes. We willen
regeringen oproepen ook dat laatste stapje te zetten", zegt persvoorlichter Roy van der Ploeg van
Unicef. Hij erkent dat de meeste problemen in Afrikaanse landen liggen.
"Maar we willen ook westerse regeringen aanmoedigen meer geld te besteden
aan inentingen." In Nemo werd ook een brok ijs in stukken geslagen. Midden
in dat brok lag een injectiespuit, die moet symboliseren dat veel kinderen niet
worden ingeënt. Daarnaast wordt ook een internetspel voor 8- tot 12-jarigen
gepresenteerd. "Kinderen moeten in dat spel injecties vervoeren vanuit het
magazijn van Unicef in Kopenhagen naar Mali. Dat moeten de kinderen helemaal
zelf regelen. En al die tijd moeten de injecties gekoeld bewaard worden,"
legt Van der Ploeg uit. De komende week staat verder onder meer een
spreekbeurtenactie op het programma. Op 1200 basisscholen in het hele land
geven kinderen vrijdag een spreekbeurt over de rechten van het kind. Zaterdag
wordt de Kinderrechtenweek afgesloten. Dan is het vijftien jaar geleden dat het VN-verdrag voor de Rechten van het Kind
werd getekend.
Jaarlijks
80.000 kinderen mishandeld – 14
november 2004 – Telegraaf -- HILVERSUM - In Nederland worden naar schatting
jaarlijks 80.000 kinderen mishandeld. Het gaat niet alleen om een pedagogische
tik, maar ook om systematische mishandeling over een langere tijd. Elke week
sterft een kind door kindermishandeling. Om daar aandacht voor te vragen hebben
de publieke omroepen de komende week
uitgeroepen tot de week van de
kindermishandeling. Vanaf zondag zenden de omroepen programma's uit op
radio en televisie waarin zij dit Geheim Geweld van diverse kanten belichten.
Het gaat om de wetgeving die in Nederland nog ontbreekt. Mishandeling is
volgens het wetboek van strafrecht al verboden. Maar minister Donner (CDA) wilde vorig jaar nog geen verbod van het
slaan van kinderen in het burgerlijk wetboek opnemen. Begin dit jaar ging hij
echter overstag. Donner was bereid het burgerlijk wetboek aan te passen. Hij
hoopt hiermee de kans van slagen van rechtszaken om kinderen uit de ouderlijke
macht te ontzetten te verbeteren. Bovendien moet de norm zijn dat slaan niet
hoort. Staatssecretaris Ross-van Dorp
(Jeugdzorg) hoopt dat de wet volgend jaar al aangepast is, zei ze zondag in
het programma Buitenhof. Daarnaast werkt ze aan betere samenwerking van
hulpverleners en een meldcode voor artsen. De staatssecretaris hoopt volgend
jaar een onderzoek te krijgen van de
Rijksuniversiteit in Leiden en de Vrije Universiteit in Amsterdam, waarin
betrouwbaardere cijfers over kindermishandeling naar boven komen dan de huidige
schattingen. Mocht uit dat onderzoek
blijken dat een meldcode niet afdoende is, wil ze kijken naar een meldplicht
voor artsen. In de week van de kindermishandeling komen ook andere aspecten
komen aan bod, zoals de gevolgen van echtscheiding en persoonlijke verhalen van
slachtoffers. Zo vertellen bekende Nederlanders over hun eigen ervaringen met
geweld, seksueel misbruik of andere vormen van kindermishandeling. Geheim Geweld is een initiatief van
programmamakers Har Tortike en Carla Boes. Zij zijn naast hun televisiewerk
actief in de jeugdhulpverlening en zeggen voortdurend geconfronteerd te worden
met onwetendheid over de ernst van het probleem. Met de week van de
kindermishandeling willen ze Nederland wakker schudden.
Waalse
chirurg eerste die systematisch eigen fouten onderzocht – 13 november 2004 – Utrechts Nieuwsblad -- U TRECHT /
LONDEN - Dat veiligheidssystemen in de luchtvaart, de petrochemische en
nucleaire industrie artsen helpen fatale fouten bij de behandeling van
patiënten te voorkomen, is al langer bekend. Het was de Waalse kinderhartchirurg prof dr Marc de Leval die daarover in
1996, als een van de eerste artsen, verslag deed. De topchirurg van het Great Osmond Street Hospital in Londen snapte
er niets van dat in 1993 in korte tijd maar liefst zeven door hem geopereerde
baby’s bij een niet al te moeilijke vaatcorrectie waren overleden. Van de 52
zuigelingen bij wie hij daarvoor dezelfde operatie had uitgevoerd was er
slechts één gestorven. Op onorthodoxe wijze ging De Leval op zoek naar de
mogelijke oorzaken van zijn falen door onder de lichtkrans van onfeilbaarheid
uit te kruipen. De chirurg ontdekte dat hij was achtergebleven bij het
verfijnen van de operatietechnieken. Maar daarmee was slechts de helft van het
aantal missers verklaard. Er moesten nog andere, menselijke factoren zijn
waardoor de levens van de pasgeborenen door zijn handen waren geglipt.
Uiteindelijk vond hij het antwoord hierop in de luchtvaartliteratuur.
Bestudering van zorgvuldig en gedetailleerd gerapporteerde bijna-botsingen in
de lucht en op de grond, leerde hem dat hij door de 52 wel geslaagde operaties
vermoedelijk was misleid. Niemand had ooit gelet op de bijna-missers in de operatiekamer. Die waren niet opgemerkt, laat
staan dat het teruglopen van de chirurgische vaardigheden van De Leval in de
gaten was gehouden.
De chirurg nam meteen maatregelen. Net als
in de cockpit van een vliegtuig of de controlekamer van een kerncentrale voerde
hij een controlesysteem in dat alle verrichtingen in de operatiekamer
nauwkeurig registreerde. Stap voor stap ontdekte hij waar de fouten erin waren
geslopen en hoe door louter geluk 52 patiëntjes de operatie wel hadden overleefd.
Uiteindelijk publiceerde De Leval al zijn bevindingen in maart 1997 in het
vermaarde medisch-wetenschappelijk
tijdschrift The Lancet. Dat maakte
de tongen in medische kringen wereldwijd los en leidde de afgelopen jaren tot
meer onderzoek, conclusies en aanbevelingen om de veiligheid voor patiënten in
ziekenhuizen te verbeteren.
Patiënt ggz
maakt weinig gebruik van second opinion – 12 november 2004 – Zorgkrant -- Uit een pilotstudie, die een aantal
ggz-instellingen een aantal jaar geleden begon rond de een regeling voor een
onafhankelijke second opinion in de ggz, blijkt dat betrekkelijk weinig
patiënten gebruik maken van een second opinion. Dit schrijft GGZ Nederland. Tijdens de pilot konden
patiënten vanuit de ene instelling (zonder extra kosten) gebruik kunnen maken
van hun recht op een second opinion bij een andere instelling. De ggz-instellingen DeltaBouman, Parnassia,
GGZ Drenthe, De Gelderse Roos, PC Nijmegen, De Viersprong en Altrecht
maakten met elkaar afspraken om aan de vraag naar een second opinion te
voldoen. Uit de evaluatie van de pilot blijkt nu dat er relatief weinig gebruik
gemaakt wordt van de regeling, maar dat patiënten het wel erg prettig vinden
dat de regeling er is. Ook blijkt dat er meer van de regeling gebruik wordt
gemaakt als instellingen geografisch niet ver van elkaar liggen.
Stimuleringsprijs
voor aanpak psychische klachten jonge asielzoekers -- 11 november 2004 – Zorgkrant -- Vluchtelingenwerk Midden-Gelderland heeft de ZonMw Stimuleringsprijs 2004 gewonnen met het project ‘Open Windows’. Dit project haalt jonge asielzoekers uit
hun isolement. Aan de prijs is een geldbedrag van 70 duizend euro verbonden. De
omstandigheden waarin deze jongeren verkeren zijn vaak zeer belastend, hetgeen
de kans op psychische problemen vergroot. Zo hebben de jonge asielzoekertjes
vaak weinig contact met leeftijdgenootjes en nemen ze nauwelijks deel aan
activiteiten die voor jongeren zo belangrijk zijn. Bovendien is hun toekomst
onzeker. Het project ‘Open Windows’ biedt deze jongeren de kans weer even jong
te zijn. Tijdens workshops met theatermakers, dansers en muzikanten kunnen ze
hun eigen talenten ontdekken en in contact komen met andere jongeren. Het
project wordt in vier asielzoekerscentra uitgevoerd.
Zes
van de tien verstandelijk gehandicapten misbruikt -- 11
november 2004 – Dagblad van het Noorden -- GRONINGEN / VEENDAM - Zeker zes
van de tien verstandelijk gehandicapten zijn één of meer keren seksueel misbruikt. Het aantal meldingen van
misbruik loopt mede op, doordat deze kwetsbare groep mensen steeds vaker buiten
instellingen woont. Ook seksuele voorlichting laat te wensen over. "We
willen dat gehandicapten zelfstandiger leven, maar daar bereiden we ze niet
goed op voor. We voeden ze niet op tot weerbare burgers. Bang dat ze dan veel
te assertief worden. Zo is dat in Nederland", zegt orthopedagoge Aafke Scharloo. "We houden ze klein en leren ze
niet om 'nee' te zeggen. Anders zouden ze zeker de zorg in Nederland niet meer
accepteren." Scharloo doet veel onderzoek onder verstandelijk
gehandicapten. Zij wordt door politiekorpsen in het hele land ingeschakeld om
vermoedens van seksueel misbruik te onderzoeken. Volgens de orthopedagoge zijn
sommige gehandicapten tijdens hun leven afhankelijk van duizend verschillende
begeleiders, zoals fysiotherapeuten, taxichauffeurs of logopedisten. "Ook
lichamelijk zijn ze daarvan afhankelijk en dat brengt een groot risico met zich
mee. Gehandicapten hebben vaak een negatief zelfbeeld. Als er dan iemand komt
die zegt dat hij of zij aardig en mooi is, gaat de deur open. Vooral als ze
eerst beschermd opgroeien in een instelling en daarna bijvoorbeeld in een
begeleid wonen-project terecht komen. Daar is vervolgens nauwelijks toezicht.
Met alle gevolgen van dien."
Veel doden door
flater ziekenhuis – 11 november 2004 – Volkskrant --
DEN HAAG - Minister Hoogervorst van
Volksgezondheid eist dat ziekenhuizen serieus aan de slag gaan om de
kwaliteit van de zorg voor hun patiënten te verbeteren. Jaarlijks sterven
tussen vijftienhonderd en zesduizend mensen door medische fouten. Volgens Shell-topman Willems, die in opdracht
van Hoogervorst de ziekenhuizen heeft doorgelicht, kan het aantal fouten met 75
procent omlaag. 'De verantwoordelijkheid voor de kwaliteit en de veiligheid van
de zorg is in de meeste ziekenhuizen niet adequaat geregeld', zei Willems
woensdag bij de presentatie van zijn rapport. Naast vermijdbare doden leidt het
gebrekkige veiligheidsbeleid tot onnodige kosten van zo'n vier miljard euro per
jaar. De president-directeur van Shell hekelde de 'gesloten bedrijfscultuur' in
ziekenhuizen als het gaat om het melden en bespreken van fouten. Dat is niet
alleen de schuld van onwillige medisch specialisten, maar ook van de weinig
slagvaardige ziekenhuisdirecties. Alleen dankzij de inzet en betrokkenheid van
het medisch personeel, gaat er nog veel goed. Willems wil dat alle ziekenhuizen
in 2008 beschikken over een gecertificeerd veiligheidsmanagement-systeem.
Daarin is de directie de eindverantwoordelijke, waaraan de maatschappen van
specialisten zich dienen te onderwerpen. Willems pleit voor periodieke
functioneringsgesprekken met de specialisten. Degenen die structureel slecht
presteren moeten ontslagen worden. Hoogervorst omarmde de aanbevelingen. Hij
zal de ziekenhuisdirecties en specialisten aansporen snel afspraken te maken
over een veiligheidsbeleid. Het melden
van fouten zonder strafmaatregelen (blame free) moet daarvan onderdeel zijn. De
verwachting is dat medici hun vergissingen sneller toegeven als dit geen
directe gevolgen heeft. De Inspectie voor de Gezondheidszorg kan
ziekenhuizen straffen die zich niet aan de afspraken houden. Willems verwacht dat
een stevig veiligheidsbeleid een kostenvoordeel van 1 tot 3 miljard oplevert.
'Dat is geen natte vingerwerk maar gebaseerd op onze ervaringen bij Shell.'
Hoogervorst wil tevens dat verzekeraars letten op de veiligheid in ziekenhuizen
bij het afsluiten van een contract. Verzekeraars zijn vanaf 2006 vrij in de
keuze met welk ziekenhuis zij in zee gaan. De Nederlandse Vereniging van
Ziekenhuisen (NVZ) en de Orde van Medisch Specialisten (OMS) kunnen zich vinden
in de aanbevelingen van de Shell-topman.
Orde
enthousiast over rapport veiligheid – 10
november 2004 – Medisch Contact / Artsennet -- De Orde van Medisch Specialisten reageert enthousiast op het rapport ‘Hier werk je veilig, of je
werkt hier niet’ van Shell Nederland. Hoewel de zorg anno 2004 niet
onveilig kan en mag worden genoemd, zijn ook de medisch specialisten zich
bewust van de verbeteringen die mogelijk zijn. Daarom is in 2004, onder meer op
initiatief van de Orde, een groot veiligheidsonderzoek van start gegaan naar de daadwerkelijke iatrogene schade in
Nederland (schade die patiënten door medisch handelen oplopen). De
uitkomsten van dit onderzoek kunnen uitstekend worden gebruikt bij de invulling
van het VeiligheidsManagementSysteem
(VMS), dat in 2008 in alle ziekenhuizen operationeel moet zijn.
Aanbeveling 1 – gecertificeerd
VMS in elk ziekenhuis per 1 januari 2008
De Orde neemt deze aanbeveling graag over,
maar benadrukt dat het van belang is voort te bouwen op bestaande
kwaliteitssystemen (bij voorbeeld van het NIAZ). Het is zaak in de bestaande
systemen snel een veiligheidsparagraaf op te nemen.
Aanbeveling 2 – directie
ziekenhuis is eindverantwoordelijk
Deze aanbeveling ondersteunt medisch specialisten
om naar behoren te functioneren en kan disfunctioneren voorkómen. Met nog te
ontwikkelen eenduidige maatstaven kan worden vastgesteld of een medisch
specialist naar behoren functioneert. Daarnaast zal de directie of Raad van
Bestuur bij de beoordelingsgesprekken gebruik moeten maken van de
kwaliteitssystemen van de beroepsgroep. Uitkomsten van accreditatie (vooral op
proces en structuur) en visitatie (steeds meer inhoudelijk) zullen hiervoor
nadrukkelijk uitgangspunt moeten zijn. Ook een koppeling van de review met de
herregistratie die iedere 5 jaar plaatsvindt, ligt voor de hand.
Aanbeveling 3 – zorgverzekeraars
geven veilige ziekenhuizen voorrang
Deze aanbeveling versterkt de Orde in haar
standpunt dat de zorgverzekeraars bij de DBC-onderhandelingen ook naar de
kwaliteit moeten kijken en niet alleen naar de kosten.
Aanbeveling 4 – overheid
moet daadkracht en verantwoordelijkheid tonen
Ook deze aanbeveling wordt door de Orde
ondersteund, met een kanttekening over de reikwijdte van de facilitering door
VWS: betekent dit alleen mondelinge, of ook daadwerkelijke (financiële)
ondersteuning?
De inspanningen van de overheid via
‘Sneller Beter’ en de resultaten van dit rapport dagen de medisch specialisten
uit om in nauwe samenwerking met de ziekenhuisorganisaties snel tot meetbare
verbetering te komen van de veiligheid van patiënten in ziekenhuizen. Veilige
zorg hoort de norm te zijn, niet een toevallig eindproduct. De Orde bevordert een veilige cultuur
waarin melden vanzelfsprekend is. Een verbeterd geïntegreerd professioneel
kwaliteitssysteem is noodzaak. Niet alleen voor de veiligheid van de patiënten,
maar ook voor een veilige omgeving voor de werkers in de zorg, bezoekers en de
vele andere betrokkenen.
Geen
gelijk voor ouders Anja Kok bij tuchtcollege – 10 november 2004 -- Noord Hollands Dagblad – VOLENDAM - Het medisch tuchtcollege heeft dinsdag
de klacht van de familie Kok tegen de
brandwondencoördinator van het Rode Kruisziekenhuis in Beverwijk afgewezen.
Ida en Evert Kok verloren een half
jaar na de Nieuwjaarsbrand van 2001 in Volendam hun dochter Anja (15) door
medisch falen. De Inspectie voor de
Gezondheidszorg concludeerde eerder dat de zorg in het Utrechts Militair
Hospitaal, Heliomare en het Rode Kruis Ziekenhuis in Beverwijk voor de
vijftienjarige Anja onzorgvuldig is geweest en dat hulpverleners onverantwoordelijke
besluiten hebben genomen. Toch kwam het dinsdag niet tot een veroordeling.
Wel kraakte het college een paar harde noten. Zo had het calamiteitenhospitaal in Utrecht tijdens de ramp in Volendam in
2001 gewoon open moeten gaan. Omdat het geen 'nationale ramp' betrof en wegens
'personeelsgebrek' werden de deuren dicht gehouden. Volgens het medisch tuchtcollege in Amsterdam
is er juist voor rampen als deze' een calamiteitenhospitaal. Anja Kok werd na
de ramp opgenomen in een ziekenhuis in het Belgische Luik. Zoals veel andere
slachtoffers belandde ze - wegens plaatsgebrek - in buitenlandse ziekenhuizen.
Dat in het buitenland plaatsen was volgens het tuchtcollege niet terecht. Het
Calamiteitenhospitaal, gehuisvest in het Universitair Medisch Centrum Utrecht
en gespecialiseerd in rampen, had de slachtoffers kunnen opvangen. Bij
terugkeer naar Nederland bleek Anja Kok een ziekenhuisbesmetting
(mrsa-bacterie) te hebben. Anja belandde in quarantaine en door onzorgvuldige overdracht van medische
gegevens werd een ontstoken hartklep niet onderkend. Daar overleed de
Volendamse aan op 19 juli 2001. Het tuchtcollege plaatst vraagtekens bij het
strenge mrsa-beleid in Nederland dat bijna geen ziekenhuis kan uitvoeren. Als
gevolg daarvan werd er met Anja Kok gezeuld en heeft zij medische behandeling
moeten ontberen die zij gelet op de medische standaard in Nederland had behoren
te krijgen'. Het tuchtcollege uit in dit
verband haar bezorgdheid dat deze gang van zaken zich bij een toekomstige ramp
van deze omvang zal herhalen.'
Stichting voor
het dove en slechthorende kind krijgt revalidatieprijs – 10 november 2004 – Zorgkrant -- Het Nationaal Revalidatie Fonds reikt
elk jaar een prijs uit aan de persoon, organisatie of instelling die zich op
bijzondere wijze heeft ingezet voor mensen met een handicap. Dit jaar is de
prijs voor de Nederlandse Stichting voor
het Dove en Slechthorende Kind (NSDSK). De NSDSK krijgt de prijs vanwege
haar belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van voorzieningen voor dove en
slechthorende kinderen en kinderen met communicatieve problemen. De stichting
voor dove en slechthorende kinderen ondersteunt onderzoek naar en de
ontwikkeling van nieuwe producten die nauw aansluiten bij de behoefte van dove
en slechthorende kinderen en hun ouders. Eén van de speerpunten van de
stichting is de vroegtijdige onderkenning van slechthorendheid en doofheid bij
zeer jonge kinderen. Dit heeft bijvoorbeeld geleid tot een gehoorscreening bij
alle pasgeborenen en de ontwikkeling van het ‘Cochleair Implantaat’, een
bijzonder hoortoestel dat als een prothese in het oor kan worden geplaatst. De
Nationale Revalidatie Prijs bestaat uit een geldbedrag van twaalfduizend euro
en zal op 9 december in Theater Carré te Amsterdam worden uitgereikt.
Stichting Gehandicapte Kind vraagt
aandacht voor Nationale Collecteweek – 10 november 2004 -- De NSGK,
de Nederlandse Stichting voor het Gehandicapte Kind, heeft woensdagavond in
Hoorn een diner georganiseerd. In restaurant de Ridderikhof werd een diner
gehouden dat werd opgeluisterd door muzikanten en kunstenaars. Met het diner
wil de organisatie aandacht besteden aan de
Nationale Collecteweek, die volgende week begint. Tijdens het diner maakten
kunstenaars van galerie Donkersloot drie sculpturen, waarin zij de sfeer van de
avond verwerkten. De kunstwerken worden later dit jaar geveild. De opbrengst
gaat naar een goed doel. In het restaurant zijn 25 gehandicapten werkzaam in
het kader van een horecaproject. Volgens de organisatie van de NSGK hebben zo'n
vijftig tot zestig man het diner bijgewoond, waaronder actrice Tanja Jess en
AZ-voetballer Olaf Lindenbergh.
Korrelatie
bereikbaar tijdens themaweek kindermishandeling – 10 november 2004 -- Korrelatie -- Grotere bereikbaarheid
Korrelatie tijdens themaweek over
kindermishandeling van 14 tot en met 20 november 2004: In de week van 14-20
november organiseren de samenwerkende omroeporganisaties de themaweek over
kindermishandeling op radio, TV en internet. Van 14 tot en met 20 november
besteedt Nederland 3 een week lang aandacht aan kindermishandeling, onder de
noemer Geheim Geweld. Bijna alle
reguliere programma's staan in het teken van fysiek en seksueel geweld tegen
kinderen. Ook Radio 1 en 2, 3FM en 747AM behandelen het onderwerp. Achter de
meeste TV-programma's die aandacht besteden aan het thema wordt direct het
telefoonnummer van Korrelatie afgetiteld, zodat kijkers en luisteraars die op
een of andere manier geraakt zijn door het programma, gelijk kunnen reageren.
Op de site www.geheimgeweld.nl vindt u meer informatie over de themaweek en
ook een overzicht van de programma's die in hun uitzending aandacht besteden
aan het thema. Ieder jaar bellen of mailen honderden mensen over het onderwerp
kindermishandeling. Met name volwassenen bellen of e-mailen hierover. Sommigen
omdat zij in hun verleden mishandeld zijn, anderen omdat zij zich zorgen maken
om een kind in hun omgeving. Uit de gesprekken wordt ondermeer duidelijk dat
mishandeling een enorme impact heeft op het verdere leven. Onder
kindermishandeling verstaan we lichamelijke
en psychische mishandeling, lichamelijke en psychische verwaarlozing en
seksueel misbruik. De gevolgen voor het verdere leven zijn groot. Het
gevoel van eigenwaarde van het kind wordt aangetast en hij verliest ook het
vertrouwen in zichzelf en anderen. Een kind kan geïsoleerd raken en angst
krijgen voor lichamelijk contact. Sommige mensen die contact met Korrelatie
zoeken, zijn in hun jeugd mishandeld en hebben dat niet of ten dele verwerkt.
Een deel van hen heeft al hulp (gehad) en zoekt bijvoorbeeld informatie over andere
mogelijkheden. Soms is het gesprek bedoeld om de gedachten te ordenen en de
boel op een rijtje te zetten. Weer anderen hebben nooit hulp gehad en vragen
zich af welke organisatie hen het beste kan helpen. De medewerkers van
Korrelatie zijn goed geïnformeerd over de verschillende mogelijkheden van
hulpverlening. Afhankelijk van de persoonlijke situatie verwijst Korrelatie
bijvoorbeeld naar het RIAGG,
maatschappelijk werk of Bureau Jeugdzorg. Bij behoefte aan
lotgenotencontact wordt verwezen naar organisaties als de Vereniging Knokkers of Bureau Lotgenotencontact. Andere bellers
hebben het vermoeden -of weten- dat een kind wordt mishandeld. Een mevrouw
vertelde: ‘Ik hoor de buren regelmatig tegen hun kinderen schreeuwen. Nu zit de
jongste van vier weer in de tuin en mag niet naar binnen. Dat is toch
mishandeling?’ De hulpverleners van Korrelatie geven mensen in een dergelijke
situatie het advies om contact op te nemen met het Advies en Meldpunt Kindermishandeling (AMK). Het AMK adviseert
mensen wat zij in een dergelijke situatie kunnen doen. De cijfers van het AMK
liegen er niet om: in het jaar 2003 werden ruim 28.569 meldingen gedaan. Het
vermoeden is dat dit slechts het topje van de ijsberg is. Immers, niet ieder
kind verkeert in de omstandigheid dat de mishandeling gemeld wordt. Een
mishandeld kind vertoont vaak gedragsproblemen en vraagt zo op een negatieve
manier aandacht. Ook psychosomatische klachten, zoals mainpijn, slaap- en
eetstoornissen komen veel voor. Het is enorm belangrijk dat een mishandelende
situatie zo snel mogelijk stopt om de schade voor een kind zo veel mogelijk te
beperken. Dat vraagt om een oplettende houding van volwassenen. Dat geldt zeker
voor mensen die met kinderen werken zoals leerkrachten, trainers en begeleiders
van (sport)verenigingen.
Minder
fouten in ziekenhuizen mogelijk – 10
november 2004 – MinVWS -- Volgens Shell
kan op termijn het aantal incidenten in de ziekenhuizen met 75% omlaag. Op dit moment overlijden nog jaarlijks 1500 tot
6000 mensen onnodig door die incidenten. Over 15 jaar kan dit aantal veel lager
liggen. Minister Hoogervorst
(Volksgezondheid, Welzijn en Sport) is positief over de acties die de heer Willems, president-directeur van
Shell Nederland, aanbeveelt om de patiëntveiligheid in de Nederlandse
ziekenhuizen te vergroten. Willems komt met zijn aanbevelingen in het rapport ‘Hier werk je veilig, of je
werkt hier niet’. Dit rapport is uitgebracht op verzoek van de minister, de
NVZ vereniging van ziekenhuizen en de Orde van Medisch Specialisten in het
kader van het programma Sneller Beter.
De belangrijkste aanbeveling is de invoering van een integraal gecertificeerd
veiligheidsmanagement systeem in de ziekenhuizen in 2008. Met een dergelijk
systeem werken ziekenhuizen systematisch aan het managen en verbeteren van de
kwaliteit en veiligheid. Minister Hoogervorst neemt dit advies over en wil hier
met de ziekenhuizen, de medisch specialisten en andere beroepsgroepen en de Inspectie
Gezondheidszorg concrete afspraken over maken. De minister is zeer verheugd
over het aanbod van de chemische industrie om ziekenhuizen te helpen hun
veiligheidsmanagement te verbeteren. Het
aanpakken van veiligheidsrisico’s vergt een structurele aanpak en een
cultuurverandering in de ziekenhuizen. Willems doet in zijn rapport scherpe
uitlatingen over de gesloten bedrijfscultuur binnen de ziekenhuizen. Minister
Hoogervorst verwacht dat dit rapport een positieve impuls zal geven aan de
noodzakelijke cultuurverandering. De verantwoordelijkheidsverdeling binnen
het ziekenhuis moet helder zijn. Willems stelt vast dat de
eindverantwoordelijkheid bij de directie moet liggen. Hoogervorst deelt die
conclusie en is positief over het advies
om functioneringsgesprekken te houden met medisch specialisten. Dit zal
bijdragen aan het kwaliteitsbewustzijn in de ziekenhuizen. Willems is verder
kritisch over het functioneren van de zogeheten MIP/Fona commissies binnen de ziekenhuizen. Hier moeten fouten en
incidenten worden gemeld. In de praktijk gebeurt dat echter onvoldoende. De
minister wil met betrokken partijen afspraken maken over de wijze waarop
incidenten snel en veilig gemeld kunnen worden. De minister verzoekt tevens de Orde van Medisch Specialisten onderzoek
te doen naar aard, ernst, omvang en kosten van fouten en incidenten en naar de
schade die dat oplevert voor de patiënten. Sneller Beter is een initiatief
van het ministerie van VWS, de NVZ
vereniging van ziekenhuizen en de Orde van Medisch Specialisten met als
doel het vergroten van de doelmatigheid en kwaliteit binnen de curatieve zorg.
Onderdelen van het programma zijn onder andere benchmarking van ziekenhuizen en
huisartsen, de invoering van prestatie indicatoren door de IGZ en het
verspreiden van goede voorbeelden. Een eerder rapport door TPG-directeur Bakker
is verschenen over logistiek in de zorg. Voor meer informatie zie www.snellerbeter.nl.
Promotie psycholoog
Victor Kouratovsky – Recidive incestdaders kan niet worden voorkomen met
alleen gevangenisstraf
-- 9
november 2004 -- Universiteit van
Tilburgm, persbericht -- Kunnen daders van incest worden geholpen met een
therapie of moeten ze maar in de gevangenis worden opgesloten? In zijn
proefschrift gaat Victor Kouratovsky
in op de effectiviteit van therapie en op de recidivekansen van incestplegers. Hij promoveert 19 november aan de
Universiteit van Tilburg op Voorwaardelijk behandeld. Tussen 1989 en 1992
kende Rotterdam het project
Incestdaderbehandeling Rotterdam (IDBR). Het gaf daders van incest de kans
om in plaats van gevangenisstraf een therapie te ondergaan. Alleen volwassenen
die schuldig zijn aan het seksueel misbruik van een kind in een gezinssituatie
konden aan het project deelnemen. In die periode kwamen er 68 mannen in
aanraking met het project. Deze groep is representatief voor een groot en dicht
bevolkt stuk van Nederland. Van hen kwamen er 37 in behandeling en 30 maakten
de behandeling af. De studie van Kouratovsky beschrijft de context van het
project, de onderzoeksgroep, het misbruik en het effect van de behandeling. Ook
stelt hij de recidive over een periode van veertien jaar vast. Kouratovsky
concludeert dat de behandeling van incestdaders, zoals die werd uitgevoerd in
het project IDBR, niet geheel aansloot op de aanwezige problematiek. Met zijn
onderzoek kan hij de effectiviteit van therapie niet bewijzen maar ook niet
ontkrachten. Wel ontdekte hij dat de onderzoeksgroep tot op latere leeftijd
bijzonder risicovol blijft. Een vorm van
dadertherapie blijft daarom een belangrijk onderdeel van de justitiële
benadering om recidiverisico terug te brengen. Daarbij moet worden gerealiseerd
dat dadertherapie een kwestie is van lange adem. Incestdaders worden over het
algemeen gekenmerkt door een chronisch disfunctioneren op diverse
levensgebieden en hebben een aanzienlijke persoonlijkheidspsychopathologie.
Criminaliteit is daarvan een onderdeel. Het seksueel misbruik kan worden
omschreven als grof, ernstig en langdurend en gaat samen met perverse
kenmerken. Bij de aanpak dient
respect voor de dader zelf en voor anderen centraal te staan. Alleen een
bestraffende of vernederende en controlerende aanpak is ongeschikt om recidive
te voorkomen. Om zelfcontrole en zelfrespect te versterken is van belang
dat wordt gewerkt aan stabilisering van de relatie tot het eigen lichaam, van
relaties met anderen en het bevorderen van een morele identiteit. Naast een
duidelijke en snelle bestraffing is voor de langere termijn een langdurige,
individuele en therapeutische behandeling nodig waarop voor onbepaalde tijd kan
worden teruggevallen. Deze therapie moet worden aangeboden naast een
reclasseringsbenadering met mogelijkheden voor ondersteuning op diverse levensgebieden
en een meer superviserende of vinger aan de pols-taak. Drs. Victor Kouratovsky
(Rotterdam, 1957) studeerde ontwikkelingspsychologie aan de Universiteit van
Leiden. In zijn werk heeft hij zich gespecialiseerd in kinderen en adolescenten
met een achtergrond van migratie en vlucht. Dat heeft geresulteerd in
publicaties waaronder Wat is er aan de hand met Jamila? Transculturele
diagnostiek in de Jeugdzorg. Op dit moment is Kouratovsky verbonden aan de afdeling Jeugd van Riagg Rijnmond
Noord-West te Rotterdam.
Hoogervorst
wil onderzoek kwaliteit asielzorg -- Eerder op agenda door
dood asielzoeker – 9 november 2004
– zibb.nl / MinVWS -- DEN HAAG - Minister
Hoogervorst laat de Inspectie voor
de Gezondheidszorg komend jaar onderzoek doen naar de kwaliteit van de
medische zorg aan asielzoekers. Dat schrijft hij in antwoord op kamervragen van
kamerlid Khadija Arib, die eerdere
antwoorden van de minister niet afdoende vond. Het onderzoek naar de kwaliteit
van de organisatie van de Medische Opvang Asielzoekers stond al gepland maar
wordt vervroegd uitgevoerd, nu de Inspectie geconstateerd heeft dat de medische
zorg in het asielzoekerscentrum in Appelscha onder de maat is. In 2002 overleed
een 42-jarige asielzoekster aan borstkanker. Haar Iraanse man deed aangifte van
gebrekkige medische zorg, omdat de klachten van zijn vrouw niet serieus zouden
zijn genomen. In het onderzoek van de Inspectie naar de toegankelijkheid van de
zorg voor asielzoekers wordt ook naar het oordeel van de asielzoekers zelf
gevraagd zoals Arib wil, belooft Hoogervorst. De minister merkt op dat de
afgelopen jaren verschillende onderzoeken uitgevoerd zijn naar de
toegankelijkheid van de eerstelijns- en specialistische zorg voor asielzoekers,
zoals een inspectieonderzoek naar de huisartsenzorg en een onderzoek door
Pharos naar de GGZ-zorg voor asielzoekers. Het VU medisch centrum en NIVEL
presenteren komende maand een epidemiologisch onderzoek naar asielzoekers en
vluchtelingen en hun gezondheid, waarin ook het zorggebruik van asielzoekers in
aan bod komt.
Daling
agressie in ziekenhuizen -- 8 november – Zorgkrant -- Uit de laatste
cijfers van het Ziekenhuis Incidenten
Registratie systeem(ZIR), onderdeel van het project Veiligezorg van de Sectorfondsen Zorg en Welzijn,
blijkt dat de agressie in ziekenhuizen dit jaar met 11 procent is gedaald. In zestien deelnemende ziekenhuizen het
afgelopen jaar 784 incidenten zijn geregistreerd. Dit is een gemiddelde van 4,9
incidenten per maand. Omgerekend naar alle ziekenhuizen in Nederland zijn dit
7644 incidenten in 2004. In 2003 vonden er nog 8500 incidenten plaats. De
incidenten bestaan voor een derde uit bedreigingen en ruim een kwart uit fysiek geweld. Het overgrote deel van de
agressieve uitingen bestaat uit verbaal geweld. Het project Veiligezorg is door
de Sectorfondsen Zorg en Welzijn opgezet om de agressie in de gezondheidszorg
terug te dringen en de arbeidsomstandigheden van personeel te verbeteren.
„Leer gehandicapten
grenzen stellen” – 8 november 2004
– Reformatorisch Dagblad -- GOUDA - „De seksuele weerbaarheid van
verstandelijk gehandicapten moet worden vergroot.” Dat zei drs. H. van der Wal zaterdag in Gouda op de najaarsconferentie van de RMU-sectie Gezondheidszorg en Welzijn Het
Richtsnoer. De beleidsmedewerker van stichting
Siloah wilde wel afrekenen met het beeld dat er in de gehandicaptenzorg
veel wordt afgeknuffeld. „Ook gehandicapten zijn mensen met persoonlijke
gevoelens en grenzen op seksueel gebied. Vanuit de bijbelse identiteit is er de
begrenzing van een huwelijk, dat voor gehandicapten veelal niet in beeld is.”
”In verlegenheid gebracht?” was het thema van de conferentie, waarin de omgang
van zorgvragers met seksualiteit centraal stond. Psychotherapeute en seksuologe in opleiding E. Westeneng ging
tijdens haar lezing in op de bespreekbaarheid van seksualiteit binnen
organisaties. „Binnen een team zijn openheid en vertrouwelijkheid nodig om dit
onderwerp bespreekbaar te maken. Dat vraagt vaardigheden. Scholing van
zorgverleners is daarbij noodzakelijk.” Tijdens de forumdiscussie kwam de
behoefte aan een identiteitsgebonden training voor verstandelijk gehandicapten
naar voren, zodat ook deze groep grenzen leert stellen. Op dit moment geeft
alleen Gemiva, een algemene stichting
voor ondersteuning van gehandicapten, dergelijke trainingen. Van der Wal:
„Identiteitsgebonden training voor deze kwetsbare groep is noodzakelijk.” RMU-sectievoorzitter Joke Prins
beloofde de vijftig aanwezigen te onderzoeken welke mogelijkheden de RMU heeft
om identiteitsgebonden trainingen op te zetten. Ze wil dit in samenspraak met
ouderorganisaties doen.
Meldlijn
voor psychische problemen op het werk – 7 november 2004 – Telegraaf -- DEN HAAG - Leidinggevenden en werknemers
kunnen hun ervaringen met psychische problemen op het werk vanaf maandag een werkweek lang kwijt op een speciale meldlijn. De
meldlijn is opgericht in het kader van de
Week van de Chronisch Zieken door de
Commissie Het Werkend Perspectief. Dit orgaan is ingesteld door de ministeries van Volksgezondheid en
Sociale Zaken om de positie van mensen met een arbeidshandicap te
verbeteren.De commissie heeft door bureau
TNS NIPO een kwantitatief onderzoek laten doen naar psychische problemen en
ziekteverzuim. Hiervoor zijn ongeveer zeshonderd werknemers en zevenhonderd
leidinggevenden ondervraagd. De meldlijn moet een beter inzicht geven in de
problematiek en oplossingen. Volgens leidinggevenden en werknemers leiden
psychische problemen in respectievelijk 87 en 62 procent van de gevallen tot
ziekteverzuim. Ongeveer tweederde van de leidinggevenden denkt dat de
psychische problemen niets met het werk te maken hebben. Tweederde van de
werknemers zegt van wel en wijst een hoge
werkdruk (44 procent), conflicten
met collega's of leidinggevenden (43 procent) of onzekerheid over de eigen baan (25 procent) als oorzaak aan.
Slechts een op de vijf werknemers geeft aan dat de leidinggevenden met hen over
deze problemen hebben gesproken en in 80 procent van de gevallen op initiatief
van de werknemer. Toch zegt ruim viervijfde van de leidinggevenden zelf een
gesprek te zijn aangegaan. Algemeen genomen is 55 procent van de werknemers
tevreden over de wijze waarop er op het werk wordt omgegaan met psychische
problemen. Bij leidinggevenden ligt dat percentage op 90. Het nummer voor de
meldlijn voor werknemers is 0800-0222999 en voor leidinggevenden 023-5101163. Voor de twee meest tot de
verbeelding sprekende positieve ervaringen met psychische problemen op het
werk, wordt een prijs toegekend.
Zwarte
lijst voor criminele zorgverleners – 4
november 2004 – VerpleegkundeNieuws -- De
Verenigde Amstelhuizen in Amsterdam heeft goede ervaringen met een zwarte lijst voor ex-medewerkers die zich in hun werk ernstig hebben
misdragen. De 34 exmedewerkers die op de lijst staan, worden daarover
geïnformeerd en kunnen bezwaar maken, maar dat is tot nu toe niet gebeurd. De
Verenigde Amstelhuizen heeft dertig
locaties, allemaal verpleeg- of verzorgingshuizen. Met de lijst wordt
voorkomen dat medewerkers die op een locatie in de fout gingen, elders weer
vrolijk aan de slag gaan. De meeste mensen zijn ontslagen, een enkeling heeft
zelf ontslag genomen. Als zo’n figuur in een andere instelling dan de
Amstelhuizen solliciteert, kan aan hem of haar toestemming worden gevraagd
referenties na te trekken bij de vorige werkgever. Als dat gebeurt en iemand
staat op de lijst, dan wordt dat vermeld. Tot
nu toe is de Verenigde Amstelhuizen in Amsterdam de enige zorginstelling met
een zwarte lijst. Tijdens een bijeenkomst van de koepel van Amsterdamse
zorginstellingen (SIGRA) over dit onderwerp, werd enthousiast gereageerd op dit
instrument om ongure figuren uit de zorg te weren, zo meldt Lilian van Dam,
HRM-manager van de Amstelhuizen. "Wij
willen transparantie, zodat voor iedereen duidelijk is hoe we omgaan met
dergelijke ex-medewerkers. Dat is beter dan dat er geheime lijstjes circuleren.
Of dat uitzendbureaus codes hanteren om 'slechte' uitzendkrachten te
markeren."
Unieke
verslavingszorg strijkt in Haarlem neer – 6 november 2004 -- HAARLEM - Haarlem heeft de primeur van een
wereldwijd beproefde maar voor Nederland nog unieke vorm van verslavingszorg.
Het zogenoemde Minnesota-model, ook
bekend als het twaalf stappen programma,
wordt met ingang van vandaag gehanteerd door Smith & Jones, een particuliere instelling voor verslavingszorg,
gevestigd aan het Donkere Spaarne 28. In hetzelfde pand, dat getooid wordt
met de naam Slowworld, wordt ook kooksociëteit Epicurious geopend. Het lijkt op
het eerste gezicht misschien een vreemde combinatie maar volgens initiatiefnemers Keith Bakker (43) en Simon
Werkendam (48) sluiten beide bedrijven zeker ideologisch gezien nauw op
elkaar aan. Werkendam kan het heel kort uitleggen: ,,Uitgangspunt is dat veel
mensen uit balans zijn. Met als belangrijkste doelgroep het bedrijfsleven is
het doel van Epicurious dat mensen lerend genieten en genietend leren. Maar je
ziet ook dat veel mensen doorslaan in een vorm van 'genieten' waardoor ze
alleen maar verder uit balans raken. Veel mensen zijn verslaafd aan alcohol en
drugs. Bij ons, in Slowworld, willen we mensen inspireren te zoeken naar
prettig gedoseerd genot, weg van het mateloos graaiend genieten. Vandaar die
link naar de verslavingszorg.'' Keith Bakker is als ervaringsdeskundige in de
verslavingszorg terecht gekomen en heeft inmiddels een uitgebreid
internationaal netwerk. ,,Als medisch directeur hebben we Massimo Riccio, als klinisch psychiater verbonden aan de gerenommeerde
Engelse kliniek The Priory, aangetrokken. In de Nederlandse verslavingszorg
wordt te veel alleen gekeken naar het middel. Bij onze aanpak gaat het om de
hele levensstijl van de cliënt. Stoppen is niet moeilijk. Ik heb iemand zo van
de alcohol of cocaïne af. Het gaat om gestopt blijven. Daar is in de
Nederlandse zorg weinig of geen aandacht voor. Bij ons gaat het erom iemand
naar een goed leven te begeleiden.''
Effectiviteit
van psychologische hulp onduidelijk – 6
november 2004 -- Dagblad van het
Noorden -- GRONINGEN - Behandelingen door psychologen of psychiaters bevallen
de cliënten prima. Maar of de therapie ook echt werkt, is zeer onduidelijk. Dat
blijkt uit verschillende onderzoeken
naar de geestelijke gezondheidszorg in het Noorden. Uit onderzoek onder
cliënten van de GGz Groningen in
Stadskanaal, Winschoten, Delfzijl en Zuidlaren blijkt dat de cliënten over
het algemeen wel tevreden zijn over de behandeling. Ze geven een gemiddeld
rapportcijfer van een 7 voor de hulpverleners en de behandeling. Ze zijn minder
te spreken over de wachttijd, de coördinatie van de zorg en over het onderwerp
'cliënt als burger'. "In het algemeen blijken de cliënten niet te weten of
hun behandeling ook echt helpt", zegt Wia
Huese van de SPC, die het onderzoek samen met de provincie Groningen en de
GGz hield. Ook uit verschillende onderzoeken van de Rijksuniversiteit Groningen blijkt dat de effectiviteit van
psychologische hulpverlening zeer slecht aan te tonen is. Zo is er in Amsterdam
en in het Noorden onderzoek gedaan naar de behandeling van depressies door
huisartsen en behandelingen door de GGz. In de onderzoeken wordt geconcludeerd
dat de behandelingen de laatste jaren sterk zijn verbeterd, maar of ze ook
werkelijk helpen? De effectiviteit van de behandelingen blijkt wetenschappelijk
niet of nauwelijks aan te tonen. Ook valt het op dat veel mensen met een
depressie eerst wel geholpen zijn maar later toch weer terugvallen. Het Rob Giel Onderzoekscentrum van de RUG
houdt 16 november een symposium over het
onderwerp. Vragenlijsten: Het cliëntenonderzoek van de GGz wordt deze
maanden nog voor de GGz in en rond de stad Groningen gehouden. Onder zo'n
achtduizend cliënten zijn 1800 vragenlijsten uitgezet. Uit dergelijke
onderzoeken vorig jaar in Delfzijl, Winschoten, Stadskanaal en Zuidlaren is
vooral Stadskanaal er vrij positief uitgesprongen.
Hoogervorst
doet extra investering in preventie van ongevallen – 5 november 2004 – MinVWS -- Minister Hoogervorst stelt voor de periode 2005-2007 6,8 miljoen
euro extra beschikbaar voor letselpreventie. Dit maakt de bewindspersoon van
VWS minister Hans Hoogervorst maandag 8 november bekend tijdens een werkbezoek
aan Consument en Veiligheid in Amsterdam.
De extra financiering wordt vooral ingezet bij het verder terugdringen van
ernstige ongevallen bij jongeren en ouderen. Een succesvolle aanpak van deze
speerpunten moet naar verwachting leiden tot een reductie met 8% van de
letsels. In 2008 zal dit leiden tot een totale besparing op de medische
behandelkosten van letsels met 65 miljoen euro per jaar. De extra investering
past in het vernieuwde subsidiebeleid van VWS: door gerichte projectsubsidies
wil Hoogervorst effectieve preventiemaatregelen ondersteunen die leiden tot een
gezondere levensverwachting. Het VWS beleid en de uitvoering door Consument en
Veiligheid hebben in de periode 1996-2001 geleid tot sterke dalingen in
ongevalletsels. Zo daalde het percentage ongevallen in de privé-sfeer, dat op
een spoedeisende hulpafdeling (SEH) van een ziekenhuis werd behandeld, in de
periode 1996-2001 met 8%. Terwijl het percentage in de eerste helft van de jaren
negentig nog steeg met 15%. Deze trendbreuk heeft vanaf 2001 in vergelijking
met 1996 al geresulteerd in een jaarlijkse besparing van 40 miljoen euro op de
kosten van medische behandelingen in de gezondheidszorg. De daling van het
aantal ongevallen in de privé-sfeer is het sterkst onder 0-4 jarige kinderen,
waarvoor specifiek campagne is gevoerd: bij valongevallen 10% minder SEH
behandelingen, bij vervoersongevallen 25% en bij vergiftigingen is zelfs sprake
van de helft minder opnamen. Per jaar overlijden in Nederland gemiddeld 5.300
mensen door een ongeval en worden 100.000 mensen opgenomen. Daarnaast zijn
930.000 slachtoffers behandeld op een Spoedeisende Hulpafdeling (SEH) van een
ziekenhuis, met ruim 1 miljard euro aan directe medische behandelkosten. Ongevallen
in de privé-sfeer scoren daarbij met 2.300 doden, 72.000 opnamen en daarnaast
660.000 behandelingen op een SEH van een ziekenhuis het hoogst. Ongevallen in
de privé-sfeer nemen ruim de helft van de directe medische behandelkosten van
alle gevallen voor hun rekening.
Medische
zorg in azc schiet tekort – 4
november 2004 – Trouw – APPELSCHA / DEN HAAG - De medische zorg voor de 500
bewoners van asielzoekerscentrum Appelscha
is niet op peil. De Inspectie voor de
Gezondheidszorg (IGZ) wil dat er binnen zes weken verbeteringen worden
doorgevoerd in het azc. Dit staat in een rapport dat IGZ gisteren uitbracht. De
zorg voor de asielzoekers van het azc is in handen van huisarts Jan de Groot uit Damwoude. Zijn praktijk ligt een halfuur
rijden van het centrum in Appelscha. De Groot draagt naast zijn gewone praktijk
van 3000 patiënten ook de verantwoording voor de medische zorg in het azc Burgum. Volgens de inspectie
laat hij de zorg structureel over aan niet-huisartsen. De Groot ontkent dit en
heeft forse kritiek op het inspectierapport. De inspectie lichtte de kwaliteit
van de medische opvang in Appelscha door na een melding van advocaat Martin de Witte over
tekortkomingen in de toegankelijkheid van de huisartsenzorg in het azc. De
Witte staat de Iraanse asielzoeker Jalal
Mousavi bij, die straf- en tuchtklachten heeft lopen tegen huisartsen en
verpleegkundigen van de medische opvang in het azc. In 2001 overleed Mousavi's
vrouw Farideh Karimi aan de gevolgen van een veel te laat ontdekte borstkanker.
Ze was 42. De verpleegkundigen en huisartsen van het azc dachten dat de vrouw
maagklachten had. De dokters schreven haar pijnstillers en maagzuurremmers
voor. Geen van de artsen schakelde ooit een tolk in. Karimi sprak geen
Nederlands. Huisarts De Groot werd in april, lang na het overlijden van de
vrouw, de vaste huisarts van het azc. De tien dokters uit de directe omgeving
die destijds beurtelings dienst deden in het centrum, wilden de medische opvang
niet langer voor hun rekening nemen. De Groot: ,,Het is niet het leukste en
makkelijkste werk. Maar ik heb er inmiddels negen jaar ervaring in en ik doe
het graag.'' IGZ heeft het handelen van de artsen en verpleegkundigen in de zaak-Karimi niet getoetst, omdat die zaak nog
aanhangig is bij het medisch tuchtcollege en bij justitie in Leeuwarden. De inspectie en het openbaar ministerie
willen het verloop van de tuchtklacht-procedure afwachten. De huidige organisatie
van de medische opvang in Appelscha is niet op orde, oordeelt de inspectie. De
Groot laat de medische zorg in Appelscha over aan enkele
huisartsen-in-opleiding, maar de begeleiding van de aankomende dokters schiet
volgens IGZ tekort. Bovendien heeft De Groot vanuit zijn praktijk in Damwoude
geen zicht op de medische dossiers van de asielzoekers. De Groot zelf bestrijdt
de bevindingen van IGZ. ,,Het rapport is onzin. De verpleegkundigen en de
artsen-in-opleiding kunnen ieder moment van de dag met mij bellen. Ik ben
wekelijks minimaal twaalf uur beschikbaar voor het azc. Dat is voor zo'n kleine
groep patiënten meer dan genoeg.'' Dat zijn praktijk wel erg ver weg ligt van
het azc, is volgens De Groot nooit een probleem gebleken. ,,Het is een situatie
die zich bovendien op veel meer plaatsen voordoet. De azc's liggen nu eenmaal
erg vaak op afgelegen plekken. Het
Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers weet dit ook. Aan de andere kant: ik
ben in die negen jaar nog nooit voor een spoedgeval opgeroepen.'' Advocaat De Witte vindt dat het IGZ-rapport
aanleiding zou moeten zijn om de kwaliteit van de medische opvang in alle azc's
nader te bekijken.
Onderzoek
naar ondersteuningsbehoefte van ouders – 3 november 2004 -- Vandaag start een online onderzoek naar de
ondersteuningsbehoefte van ouders bij het voorlichten van hun kinderen over
seks en alcohol. Het onderzoek, dat gefinancierd wordt door VWS, richt zich op ouders van jongeren in de leeftijd van 10 tot en met
18 jaar. Op de website www.nigz.nl/oudersover worden twee enquêtes aangeboden, één over
seksualiteit en één over alcohol. In februari zijn de resultaten beschikbaar en
ontwikkelt het NIGZ nieuwe interventiemethodes, gericht op ouders. Jongeren
beginnen op steeds jongere leeftijd met het drinken van alcohol en zijn op
steeds jongere leeftijd seksueel actief, zo blijkt uit onderzoek. Om risicovol
gedrag als overmatig drinken en onveilig vrijen tegen te gaan, is het van
belang dat ouders hun kinderen ondersteuning en informatie kunnen geven om
risicogedrag te voorkomen. Voor scholen zijn talloze lespakketten beschikbaar
met als thema alcohol, drugs en seksualiteit. Voor ouders met pubers is er
nauwelijks materiaal. Het NIGZ
(Nationaal Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie) is
gespecialiseerd in het geven van voorlichting over alcoholgebruik en
seksualiteit en wil haar aanbod goed afstemmen op de behoefte van ouders. Dit
onderzoek moet inzicht geven in deze behoefte. De website met de enquêtes is
ontwikkeld in het kader van het
Landelijke Programma Soa/Aids preventie voor Jongeren. Dit Programma is een
samenwerkingsverband tussen Soa Aids
Nederland, het NIGZ en de Rutgers Nisso Groep en wordt gefinancierd door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn
en Sport. De realisatie van de website ligt in handen van het NIGZ.
Verpleegkundige voert soms
euthanasie uit -- 3 november 2004 – Nederlands Dagblad --
DEN HAAG - In ruim twaalf procent van de euthanasiegevallen wordt het dodelijk
middel door een verpleegkundige toegediend, hoewel dat beslist niet is
toegestaan. Dat blijkt uit een onderzoek van het Instituut voor Gezondheidsethiek van de Universiteit van Maastricht,
in opdracht van het ministerie van
Volksgezondheid. De resultaten van het onderzoek naar de rol van
verpleegkundigen bij medische beslissingen rond het levenseinde, zijn gisteren
aangeboden aan staatssecretaris Ross
(Volksgezondheid). De rol van verpleegkundigen bij euthanasie werd niet
eerder onderzocht. De onderzoekers spraken met meer dan 1500 verpleegkundigen
in zieken- en verpleeghuizen en in de thuiszorg, die ervaring hebben met euthanasie
of hulp bij zelfdoding. De onderzoekers van de Universiteit van Maastricht
noemen het aantal gevallen waarin het euthanaticum door een verpleegkundige
wordt toegediend, relatief groot. Een verpleegkundige mag in geen enkel geval
een euthanaticum toedienen, ook niet wanneer een arts daar opdracht voor geeft.
Het gaat immers om niet normaal medisch handelen, dat bovendien strafbaar is in
de zin van de wet. Sommige verpleegkundigen beschouwen het toedienen van een
dodelijk middel als een normale handeling. Volgens de onderzoekers koppelen de
verpleegkundigen hiermee de technische handeling los van het doel ervan,
namelijk het overlijden van de patiënt. De verpleegkundigen zeggen in het
onderzoek erop te vertrouwen dat de arts, mocht die het euthanasiegeval melden,
hun rol buiten beschouwing laat. Zo'n dertien procent van de verpleegkundigen
heeft er overigens geen moeite mee wanneer het toedienen van een euthanaticum
een verpleegkundige taak zou zijn. Rechtspositie: Daarnaast blijkt uit het
onderzoek dat verpleegkundigen in bijna tien procent van de euthanasiegevallen
niet overtuigd zijn dat de arts de zorgvuldigheidseisen heeft nageleefd. In een
kleine drie procent van de gevallen bijvoorbeeld, constateert de
verpleegkundige dat geen tweede onafhankelijk arts is geraadpleegd. Bijna zeventig procent van de
verpleegkundigen weet ook niet wat voor rechtspositie zij hebben bij dit soort
praktijken. Op die manier nemen zij volgens de onderzoekers soms
verantwoordelijkheid in de uitvoering van euthanasie zonder zich de
strafbaarheid daarvan te realiseren. Ook zijn verpleegkundigen over het
algemeen onvoldoende op de hoogte van de richtlijnen die hun instelling op het
gebied van euthanasie en hulp bij zelfdoding heeft. Ook het 'grijze gebied' is
onderzocht. Daarmee wordt het terrein bedoeld, waarbij de pijnbestrijding
zodanig wordt aangepast dat dit de dood bespoedigt. Dit grijze gebied loopt
volgens de onderzoekers nogal uiteen, van 'normale' pijn- en
symptoombestrijding tot en met euthanasie en levensbeëindiging zonder verzoek.
Uit de onderzochte zaken blijkt in 23 procent van de gevallen dat
verpleegkundigen twijfels hadden bij het besluit van de arts het levenseinde te
bespoedigen door middel van pijn- en andere symptoombestrijding. In 27,3
procent van de gevallen waarbij pijn- en symptoombestrijding met de dood als
nevenbedoeling werd toegepast, werd de verpleegkundige door de arts niet
geïnformeerd over het doel ervan. In een kleine negentien procent van de
gevallen was de verpleegkundige of een deel van het verplegend personeel niet
bereid tot het toedienen van de medicatie. De onderzoekers stellen in hun
aanbevelingen dat het belangrijk is dat verpleegkundigen zich beter bewust
worden van hun positie bij levensbeëindigend handelen. Verder moet in de wet
worden vastgelegd, dat een arts verplicht is ook een verpleegkundige te
raadplegen over het al dan niet toepassen van euthanasie. Ook bepleit het Instituut voor Gezondheidsethiek dat
verpleegkundigen worden toegevoegd aan de regionale toetsingscommissies, die achteraf
beoordelen of een arts zorgvuldig handelde. De Algemene Vereniging Verpleegkundigen en Verzorgenden (AVVV)
pleit naar aanleiding van het rapport voor betere informatievoorziening rondom
dit onderwerp en een duidelijker verdeling van verantwoordelijkheden tussen
arts en verpleegkundige. De AVVV vindt dat verpleegkundigen op dit moment
helemaal geen voorbereidende handelingen moeten verrichten. Ook roept de AVVV
artsen op geen voorbereidende of uitvoerende handelingen op te dragen aan
verpleegkundigen. De AVVV benadrukt dat beslissingen over het levenseinde
genomen moeten worden door patiënt en arts. De AVVV pleit er wel voor dat de
arts de betrokken verpleegkundige raadpleegt. ,,De verpleegkundige kan immers
vanuit zijn betrokkenheid bij de patiënt waardevolle informatie leveren.
Daarnaast heeft de beslissing mogelijk gevolgen voor het verzorgend handelen
van de verpleegkundigen.'' Artsenfederatie
KNMG stelt in een reactie dat artsen euthanasie niet moeten overlaten of
delegeren aan verpleegkundigen. De KNMG is verontrust over de mate waarin
verpleegkundigen aangeven betrokken te zijn bij het toedienen van euthanatica.
Medische
fouten: jaarlijks 40.000 sterfgevallen – 2 november 2004 – Snellerbeter.nl -- ‘Patiënten moeten zichzelf
beschermen tegen foutief handelende artsen en (dreigende) medische missers.’
Dat is de boodschap van Stephen
Thornton, directeur van de Britse Health Foundation en voormalig manager binnen het Britse staatszorgstelsel, de National
Health Service (NHS). ‘Neem zelf het initiatief tegen een arts die zijn
handen niet wast bij lichamelijk onderzoek, een zuster die twijfelt over de
juiste injectie of een assistent-geneeskundige die zonder uitleg een pilletje
van onbekende kleur of naam voorschrijft. Onder meer met dat advies denkt
Thornton het aantal sterfgevallen (volgens de organisatie jaarlijks 40.000)
door medische missers drastisch te verminderen (The Guardian, 29 september
2004). De Health Foundation concludeert uit de zogenoemde ‘YouGov poll’, een
steekproef onder 500 senior-NHS-artsen, verpleegkundigen en managers, dat 73% het risico van (dodelijke) schade
onderschat. Nauwelijks de helft van hen heeft nieuwe verplichte
voorschriften ter preventie van fouten in zijn of haar praktijk
geïmplementeerd, zo maakte de Organisatie bekend tijdens de ‘Labour Party
conference’ (28 september 2004). Staatssecretaris
van Volksgezondheid Rosie Winterton geeft, in reactie op de resultaten,
patiënten het advies toch vooral vragen te stellen als zaken niet duidelijk
zijn: ‘De “personalized service” die de NHS nastreeft, biedt ruimte voor dit
soort vragen, zelfs als er niets verkeerd gaat.’ De National Patient Safety Agency herkent zich in de oproep van
Thornton. De Organisatie construeert momenteel een nationaal vertrouwelijk
‘reporting system’ om meer inzicht in de praktijk te krijgen (www.npsa.nhs.uk).
Volgens Thornton is de Britse NHS geen uitzonderingsgeval: de problematiek
speelt wereldwijd. Hij verwelkomt
overheidsinitiatieven ter preventie van foutief medisch handelen en ter
bevordering van patiëntveiligheid. Toch roept hij op tot verdergaande preventie
waarbij ook patiënten betrokken worden om ziekenhuizen veiliger te maken (www.health.org.uk).
Bron:
Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 148 (2004) 43 (23okt.2142)
'Waarde van leven in
ziekenhuizen onder druk' -- 1 november 2004 – Nederlands Dagblad --
AMERSFOORT
- Het principiële uitgangspunt dat het menselijk leven op zichzelf waarde heeft
en dat de mens daar niet vrijelijk over kan beschikken, komt in de ziekenhuizen
steeds meer in het gedrang. Ook in christelijke ziekenhuizen vieren waarden als
individualisme en zelfbeschikking van de patiënt hoogtij. Die kritische analyse
gaf dr. F. van Ittersum, internist en
nefroloog (nierarts) in het VU Medisch
Centrum in Amsterdam, zaterdag tijdens het
symposium 'De waarde van het leven' van het behoudende Contact Rooms-Katholieken. Ook christelijke
ziekenhuizen als het zijne gaan volgens hem niet meer uit van een
richtinggevend gedachtegoed. Hun identiteit is daarvoor te zeer vervaagd. De
macht in ziekenhuizen is volgens Van Ittersum overgenomen door managers, die
hun instelling leiden als een bedrijf. Hun belangrijkste zorg is of ze de
,,productieafspraken'' met de zorgverzekeraars halen en of ze aantrekkelijk
genoeg zijn voor patiënten. ,,Of die tevredenheid tot stand komt door respect
voor het leven, is niet van belang.'' Vooral rond de geboorte en in de
stervensfase komt de waardering voor het leven in het gedrang, betoogde hij.
,,In verwachting raken, in verwachting zijn, bevallen en de eerste stappen op
deze wereld dreigen meer te gaan lijken op een industrieel productieproces, dan
op een opeenvolging die respect en verwondering over het leven oproept'', zei
Van Ittersum. Het idee dat de mens geheel zelfstandig kan uitmaken wat goed en
kwaad is, is volgens de internist een mythe. Ieder mens, dus ook de patiënt,
staat bloot aan de invloed van directe omstanders en de publieke opinie,
vertolkt door de media. Ook het
uitgangspunt dat arts en patiënt een gelijkwaardige relatie hebben, is een
illusie, vindt Van Ittersum. Als arts en verpleegkundigen het niet met de
patiënt eens zijn over diens behandeling, zullen ze volgens hem proberen de
patiënt van hun standpunt te overtuigen. Medisch-ethische
commissies in ziekenhuizen doen volgens Van Ittersum niet veel meer dan
procedures formuleren die ervoor moeten zorgen dat patiënten en artsen aan hun
trekken komen. Een duidelijk medisch-ethisch standpunt op basis van een
levensbeschouwelijk of filosofisch uitgangspunt is er niet bij. ,,In
instellingen met vanouds een christelijke achtergrond is volledig tegemoetkomen
aan alle wensen van een patiënt de nieuwe invulling van christelijke
barmhartigheid geworden.'' Bisschop Eijk
van Groningen benadrukte dat de kerkelijke leer over abortus en euthanasie
,,definitief en onveranderlijk'' is. De manier waarop paus Johannes Paulus II
heeft verkondigd dat ,,het rechtstreeks en vrijwillig doden van een onschuldig
wezen altijd ernstig immoreel is'', komt dicht bij een dogma, zei Eijk, die zich in de Nederlandse
bisschoppenconferentie met medisch-ethische zaken bezighoudt.
'Beoordeel arts
individueel op medische fouten' – 30
oktober 2004 – Volkskrant -- LEIDEN - Medisch specialisten moeten voortaan
individueel worden beoordeeld op hun handelen. Daartoe moet een 'gouden
standaard' worden ontwikkeld. Er bestaat nog geen eenduidige maatstaf waarmee
kan worden vastgesteld of een specialist disfunctioneert. Hiervoor pleitte internist Harry van Hulsteijn, voorzitter
van de kwaliteitscommissie van de Orde van Medische Specialisten, vrijdag
tijdens een symposium over medische
fouten. Tot dusver beoordelen visitatiecommissies, waarin specialisten
zitting hebben, alleen of een maatschap, bestaande uit meerdere collega's, goed
functioneert. Volgens Van Hulsteijn is
er sprake van onderrapportage van fouten of bijna-ongelukken, zowel bij
foutencommissies in het ziekenhuis als bij de inspectie. 'Dat staat haaks op de
eis om volgens de regels van de geneeskunst te handelen. Als in een ziekenhuis een gesloten
bedrijfscultuur heerst, is dat onjuist.' Wel krijgt de Orde jaarlijks
enkele tientallen verzoeken van artsen die willen weten hoe ze een slecht
functionerende collega uit hun maatschap moeten aanpakken. 'Maar er bestaat
geen definitie van disfunctioneren', zegt Van Hulsteijn. 'Gaat het om
onvoldoende medische vakkennis? Of om iemand met een alcoholprobleem?' Om die
reden zal Van Hulsteijn zijn collega's in de Raad Wetenschap, Opleiding en
Kwaliteit van de Orde binnenkort voorstellen een standaard te ontwikkelen die
houvast biedt. Hij verwacht dat die standaard over een jaar of drie in gebruik
kan worden genomen. Het gaat hem er niet om dat een slecht functionerende
specialist onmiddellijk uit de maatschap wordt gezet. Daaraan dienen
waarschuwingen vooraf te gaan en een periode waarin de arts de kans krijgt
beter werk te leveren. Tijdens het symposium 'Heersen de fouten?',
georganiseerd door de stichting Medicus
en Maatschappij, zei Herre Kingma,
inspecteur-generaal voor de gezondheidszorg, dat de conspiracy of silence (de samenzwering van het zwijgen, waarbij
artsen elkaars fouten toedekken) nog steeds bestaat, maar wel minder wordt.
Super procureur-generaal Joan de
Wijkerslooth zei dat het Openbaar
Ministerie vrijwel nooit artsen vervolgt. 'Wij proberen ons te beperken tot
de extremen.'
Uitbreiding
reikwijdte kwaliteitswet zorginstellingen – 29 oktober 2004 – Persbericht MinVWS --
De ministerraad heeft op voorstel
van minister Hoogervorst van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport ingestemd met een uitbreiding van de
reikwijdte van de Kwaliteitswet
zorginstellingen. Deze uitbreiding zorgt ervoor dat er meer duidelijkheid
komt over het gelegitimeerde toezicht van de
Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) op zorgverlening door
privé-klinieken die in het derde compartiment voorbehouden handelingen
(medische handelingen die alleen door een arts mogen worden uitgevoerd)
betreft. De IGZ houdt op basis van de Kwaliteitswet zorginstellingen toezicht
op de kwaliteit en veiligheid van zorg in instellingen. De Inspectie rekent
onder de Kwaliteitswet ook de zorg die wordt verleend in privé-klinieken als
deze zorg bestaat uit voorbehouden handelingen. De ministerraad heeft ermee
ingestemd dat het conceptbesluit voor advies aan de Raad van State zal worden gezonden. De tekst van het besluit
wordt openbaar bij publicatie in het Staatsblad.
Dit persbericht is op 29 oktober 2004 na afloop van de ministerraad uitgebracht
door de Rijksvoorlichtingsdienst RVD.
Meldingscommissies
dragen nauwelijks bij aan patiëntveiligheid -- Een som van misverstanden -- 29 oktober 2004 – Medisch Contact /
Artsennet, publicatie: Nr. 44 - Auteur: J.M.A.H.M.J. de Bekker en H.J. van der
Steeg -- Een bijdrage leveren aan de kwaliteit van de zorg, dat is de
belangrijkste taak van de meldingscommissie
incidenten patiëntenzorg (MIP). Maar door allerlei misverstanden komt die
taak niet uit de verf. Hoog tijd om helderheid te verschaffen.
Vrijwel iedere intramurale zorg-instelling
heeft een meldingscommissie incidenten patiëntenzorg (MIP). Op basis van
meldingen van medewerkers over fouten en incidenten moet de MIP bijdragen aan
kwaliteitsverbetering. Zowel commissieleden zelf als medewerkers zijn echter
vaak niet tevreden over het functioneren van de MIP’s. Hun rol is onduidelijk,
medewerkers merken nauwelijks wat er met hun meldingen wordt gedaan en de
toegevoegde waarde van de MIP wordt betwijfeld. Nadere analyse van de MIP leert
dat er allerlei misverstanden zijn.
Dertig jaar: De toenmalige Nationale Ziekenhuisraad (NZR) formeert in 1970 een commissie ‘Ongevallen en fouten in
ziekeninrichtingen’ die een gedragslijn opstelt hoe te handelen bij een
fout of ongeval met een patiënt.1 Naar aanleiding hiervan adviseert de Landelijke Specialisten Vereniging (LSV)
om in ieder ziekenhuis een permanente FONA2-commissie
in te stellen waar alle fouten, ongevallen en near-accidents worden gemeld.
Vanaf 1974 doen de eerste FONA-commissies hun intrede met als doelstelling
preventie en het verstrekken van informatie aan derden. Veel ziekenhuizen
aarzelen evenwel met het instellen van FONA-commissies omdat er aan het melden
van fouten juridische haken en ogen kleven. Vanaf 1984 wordt elk ziekenhuis
echter verplicht op grond van de Erkenningseisen3 een FONA-commissie (later
MIP) in te stellen. Uit een aantal aspecten van het functioneren van de
30-jarige MIP blijkt dat deze niet goed functioneert en dat er vele
misverstanden zijn. Tijd dus voor verandering met als belangrijke vraag: heeft
de MIP nog wel bestaansrecht?
Legitimering: Het is een misverstand dat de MIP nog
steeds een wettelijke verplichting is. Toen in 1996 de Kwaliteitswet zorginstellingen van kracht werd, vervielen
tegelijkertijd de erkenningeisen voor ziekenhuizen. Deze Kwaliteitswet verplicht
iedere zorg-instelling een kwaliteitssysteem te hanteren voor onder andere het
systematisch registreren van gegevens. Ingevoerde kwaliteitssystemen zijn NIAZ
voor de ziekenhuizen, MIK-V voor de verpleeghuizen, HKZ voor thuiszorg,
apotheken, verzorgingshuizen, enzovoorts. In
deze systemen is doorgaans opgenomen dat er een regeling moet zijn voor het
melden van incidenten. In de praktijk is de MIP een vast onderdeel van die
procedure, maar het instellen ervan is niet wettelijk verplicht.
Toetsen en analyseren: In 1992 is consensus bereikt over de
doelstellingen van de FONA-commissie4:
1. het
toetsen van de zorgkwaliteit in de organisatie aan de hand van het
analyseren van bijna-incidenten en incidenten in de (individuele)
patiëntenzorg;
2. het
doen van aanbevelingen tot preventie aan de daarvoor verantwoordelijken.
Deze formulering is in veel MIP-reglementen terug te vinden; door de begrippen
‘toetsen’ en ‘analyseren’ ziet de MIP het doen van onderzoek naar de toedracht
van incidenten als hun voornaamste taak. Ten onrechte, want daarmee treedt de
MIP in de verantwoordelijkheid van de behandelend arts en van de leidinggevende
van de afdeling. Het behandelteam behoort een feitenonderzoek uit te voeren en
te toetsen. Ook leidinggevenden lijken te denken dat de MIP voor dergelijk
onderzoek is ingesteld. Een misverstand, want de MIP hoort niet thuis op het
individuele patiëntenniveau.
De MIP is een adviescommissie met als doel:
‘een bijdrage te leveren aan verbetering van patiëntveiligheid, op grond van
binnengekomen meldingen, in de vorm van adviezen aan de directie’. Bij
calamiteiten (een ernstig gevolg voor de patiënt, eventueel de dood tot gevolg
hebbend) gelden andere spelregels. Calamiteiten moeten aan de directie worden
gemeld omdat deze de plicht heeft ze aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg
(IGZ) te melden. Deze verplichting wordt
opgenomen in de nieuwe Kwaliteitswet zorginstellingen. De directie kan zelf
een onderzoek instellen of een onderzoekscommissie (niet de MIP!) daartoe
opdracht geven. Omdat iedere calamiteit een specifieke aanpak vereist, behoren
bij een onderzoek naar de ware toedracht van een calamiteit ook aparte
bevoegdheden.
Samenstelling: Aanvankelijk maakten ook directieleden deel uit van de MIP. Dat veranderde echter al snel want het ondermijnt de onafhankelijkheid, werkt drempelverhogend voor het melden en het geeft een belangenconflict omdat de directie geen adviezen aan zichzelf kan geven. Hetzelfde geldt voor leden van het managementteam. De omvang van meldingscommissies varieert sterk, gemiddeld zeven à acht personen, uit verschillende disciplines, met in ziekenhuizen een sterke vertegenwoordiging van artsen. De directie benoemt de leden, met e