-      Lopende tuchtzaken (5) -

Update, 30 juli 2005

 

(5) Tuchtrechtelijke procedure tegen de Amsterdamse psychiater Bram Bakker

 

 

Voor achtergrondinformatie over deze zaak verwijzen wij naar een specifiek voor deze zaak aangelegd dossier in onze nieuwsrubriek NIEUWS GOG GEZONDHEIDSZORG NEDERLAND:

 

DOSSIER B.B.

 

NIEUW!

Uitspraak van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam in de zaak over de Amsterdamse psychiater Bram Bakker (zaaknr.: 04 067). Helaas heeft het tuchtcollege NIET de laatste versie van de uitspraak gepubliceerd maar een van de kladversies die aan de definitieve versie zijn voorafgegaan. Uiteraard was de nu door het tuchtcollege gepubliceerde kladversie niet bestemd voor publicatie. Wij gaan ervan uit dat het tuchtcollege de kladversie a.s. week zal gaan vervangen door de tekst van de definitieve uitspraak. Lees ook het artikel

”Tuchtcollege Adam publiceert kladversie uitspraak i.z. psychiater B.B.” waardoor e.e.a. duidelijker zal gaan worden. (Red. MdH, 30 juli 2005).

 

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

In onderstaand kader treft u het op 21 juli j.l. in het Parool gepubliceerde nieuwsartikel over de tuchtrechtelijke uitspraak in de zaak Bram Bakker aan. De psychiater werd door het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam onlangs gewaarschuwd. Hiermee is vast komen te staan dat het tuchtcollege het met klaagster, de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ), eens is wat betreft het grensoverschrijdend gedrag (GOG) door de Amsterdamse psychiater.

 

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Op donderdag 23 juni j.l. heeft de voortzetting van de hoorzitting van 31 mei jl. tegen de Amsterdamse psychiater Bram Bakker plaatsgevonden. Het gaat om o.a. grensoverschrijdend gedrag van de psychiater naar twee van zijn toenmalige patiënten toe. De tuchtzaak was openbaar en werd door onze redactie gevolgd. Onderstaand treft u het verslag van de door beide partijen voorgedragen pleitnotities aan evenals de reacties van de partijen op de wederpartij. Het verslag van de hele zitting zullen wij a.s. week publiceren. Daarnaast zullen wij apart van het zittingsverslag ook een commentaar op de hele zaak publiceren.

 

In het DOSSIER B.B. treft u ook een nieuwsbericht van het Parool over de hoorzitting van 23 juni 2005 aan. Het nieuwsbericht werd door onze redactie becommentarieerd.

 

 

 

 

 

U I T S P R A A K

 

 

 

Uitspraak (zaaknr. 04 067)

Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam tegen de Amsterdamse psychiater Abraham (Bram) Bakker.

Red. MdH, 29 juli 2005

 

 

Waarschuwing voor psychiater: Tuchtcollege vindt Bram Bakker genoeg gestraft door ontslag na problemen met patiëntes -- 20 juli 2005 -- Het Parool

 

AMSTERDAM - De Amsterdamse psychiater Bram Bakker is er gisteren bij het regionaal tuchtcollege voor de gezondheidszorg met een waarschuwing van af gekomen. Bakker was door de Inspectie voor de Gezondheidszorg aangeklaagd omdat hij de ethische codes van zijn beroep zou hebben geschonden door in 2003 tot twee keer toe een patiënte in contact te brengen met een persoonlijke vriend van hem. In beide gevallen ging dat mis. In het eerste geval, eind mei, liep een ontmoeting in een café, waar Bakker bij aanwezig was, uit op een crisis waarbij zijn patiënte zelfmoord wilde plegen. De vrouw was uitgenodigd omdat ze moeite had met contacten met mannen. Ze was met een vriendin gekomen en raakte volledig overstuur toen haar psychiater met haar vriendin aan het zoenen ging. De inspectie gaf Bakker voor deze affaire een waarschuwing. Bij het tweede incident, in november, ging een patiënte bij die zelfde vriend op bezoek. Ze had diens e-mailadres gekregen omdat beiden werkten aan een publicatie over internetdating (*). Ze raakte van slag toen de vriend handtastelijk werd. De inspectie maakte daarop beide zaken aanhangig. Volgens het tuchtcollege waren zijn patiënten juist op het gebied van het leggen van relaties uiterst kwetsbaar en handelde hij tegen de beroepscode door hen in contact te brengen met een persoonlijke vriend. De eerste keer had Bakker tegenover de inspectie zijn fout al toegegeven. In het tweede geval had hij zijn patiënte het mailadres van zijn vriend niet mogen geven. Na de eerste contacten besloot de vrouw de man op te zoeken. Bakker had haar daarvan af moeten houden, stelt het college. ''Hij had zich in elk geval met zoveel woorden moeten distantiëren van haar plannen.'' De psychiater deed echter het tegendeel, blijkt uit e-mailverkeer met zijn patiënte. 'Hij heeft zich daarbij bediend van dubbelzinnigheden en persoonlijke opmerkingen die niet passen bij de rol van hulpverlener,' luidt het oordeel. Het tuchtcollege waardeert Bakkers grote inzet voor zijn patiënten - ook al overschreed die in deze gevallen de grens - en vindt dat hij met zijn ontslag bij het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis voldoende is gestraft. Bakker is blij met de uitspraak. ''Hier had ik op gehoopt. Wanneer het op een berisping was uitgelopen, was ik waarschijnlijk in beroep gegaan. Sinds het laatste incident heb ik mij onberispelijk gedragen.''

 

 

Commentaar red. MdH

 

(*) Een mooie manier om buitengewoon onprofessioneel handelen toch nog ergens een beetje professioneel te doen lijken. Helaas is dit niets meer dan de versie van de psychiater. Zij getuigt wel van fantasie. De ex-cliënte in kwestie heeft nooit gewerkt aan enige publicatie over internetdating. Maar goed, het gaat om wat het tuchtcollege aannemelijk acht en het tuchtcollege blijkt altijd weer bijzonder goed te zijn in het geloven in door beklaagde collega’s geproduceerde excuses en vertekeningen van de werkelijkheid. Belangrijker is het op te merken dat ter zitting bleek dat de psychiater alles behalve goed begreep wat hij eigenlijk fout had gedaan. De uitspraak zal hem dan ook niet bepaald helpen dit alsnog te kunnen leren begrijpen. Maar, de volgende keer zou het moeilijk worden om het nog over incidenten en toevallen te gaan hebben. Dan zal de term ‘structureel’ nog maar moeilijk te omzeilen zijn. Bakker werd deze keer slechts gewaarschuwd. Aangezien ook menige hulpverlener die zich seksueel grensoverschrijdend naar patiënten toe gedraagt slechts gewaarschuwd wordt, moge duidelijk zijn binnen welk kader deze waarschuwing gezien dient te worden. Bovendien is het een bekend feit dat medische tuchtcolleges liefst geen of zachte maatregelen opleggen. De opgelegde maatregel zegt dan ook maar weinig over het aan de zaak ten grondslag liggende, onprofessionele handelingen. Wij zijn benieuwd of de inspectie de moeite zal gaan nemen in hoger beroep te gaan. Waarschijnlijk zal dat niet gebeuren want voor de inspectie doet het er niet zoveel toe of de uitkomst nu een waarschuwing of een berisping is. De inspectie werd door gegrond verklaring van haar klacht in het gelijk gesteld. En dit is ook de essentie van de uitspraak: Bakker heeft de grenzen van zijn professie overschreden.

 

Het is wel jammer dat de inspectie enkele kansen heeft gemist een belangrijk feit verder te onderbouwen. Het feit dat Bakker het verschil tussen professioneel en privé niet goed begrijpt noch belangrijk acht. De simpele verwijzing naar de website van de psychiater bijvoorbeeld maakt het gestelde namelijk ook al duidelijk. Welke professioneel werkende psychiater plaatst immers allemaal privé foto’s op zijn website?? Deze vraag kent slechts één antwoord: psychiater Bakker! Bram Bakker op de fiets op de voorpagina van zijn site, Bram Bakker met zijn kind op schoot in de rubriek ‘De psychiater’(!). Heeft hij het soms nodig dat collegae en patiënten gaan denken ‘wat een zorgzame, lieve vader!’? Ook hier geen afbakening tussen privé- en praktijkgebeuren. Een direct en voor een ieder toegankelijk bewijs daarvoor dat hij onvaardig is dit binnen zijn beroepsgroep bijzonder belangrijke verschil tussen privé - en professioneel terrein te begrijpen, aanvaarden en accepteren. ‘De dwarse psychiater’ was in dezen een buitengewoon toepasselijke titel voor zijn documentaire. Actueel is Bakker’s site ook al niet want vandaag, op 21 juli 2005, valt er in de rubriek ‘Actueel nog steeds te lezen: “Amsterdam, febr. 2005, Groot nieuws! Geachte bezoekers van deze website. Hartelijk welkom en dank voor uw bezoek. Het grootste nieuws van de afgelopen weken betrof de geboorte van Luna Elina, onze mooie dochter. Ze werd op 30 januari 2005 geboren en heeft twee trotse ouders en twee grote broers, Fimme en Milan.” Maar, het meest opvallend is natuurlijk alleen al het feit dat hij de geboorte van zijn dochter, een privé gebeurtenis bij uitstek, op zijn website vermeldt die hij tevens in professioneel opzicht gebruikt. Een collega psychiater met een dergelijke website die zo mooi aantoont dat de psychiater in kwestie de grenzen van zijn vak niet kent noch aanvaardt, zal wel nog niet bestaan. De website van een professionele hulpverlener ziet er dan ook heel anders uit. Maar, het niet aanvaarden van de grenzen die de professie bepaalt, is ook bijzonder kenmerkend voor Bakker. Het is alleen jammer dat hij juist met zijn onprofessioneel optreden c.q. ruimhartigheid in zaken grenzen, cliënten aantrekt. Helaas zullen dat regelmatig ook juist degenen zijn voor wie het duidelijk stellen en handhaven van grenzen bijzonder belangrijk zou zijn.

 

Helaas geeft de website van Bram Bakker ook geen openheid t.a.v. zijn professioneel handelen. In zijn nieuwsrubriek vermeldt hij uiteraard slechts positieve berichtgevingen t.a.v. zijn persoon en professioneel handelen. Voor het grote aantal publicaties t.a.v. deze zaak en zijn grensoverschrijdend gedrag moeten cliënten die ook daarvan op de hoogte willen komen, uitwijken op andere websites. 

 

Wat betreft de tussenkop ‘In contact brengen met privé-vriend was grote blunder’ in het Parool: Van een domme fout of blunder kan wel geen sprake zijn wanneer de professional de ‘tweede blunder’ al begaat alvorens de gevolgen van de eerste, soortgelijke blunder afgewikkeld zijn. Bovendien bleek uit niets dat Bakker ook maar enigszins beseft dat zgn. ‘gedragstherapeutische experimenten’ simpelweg onprofessioneel zijn en niet door de beugel kunnen. Afgezien daarvan is zijn ‘gedragstherapeutisch experimentje’ niets meer dan schone-schijn-bedrog, een inhoudsloze camouflerende term, een mooi excuusje waarmee hij het college ervan probeerde te overtuigen dat er toch nog wel enig professioneel elementje aan zijn onprofessioneel handelen zat. Helaas… de tweede patiënte, Meltum Pauline Punt, had namelijk geen enkele behoefte om binnen een zgn. ‘gedragstherapeutisch experimentje’ te gaan leren hoe contact te maken en te socialiseren. Dat kan zij namelijk al lang en bijzonder goed. Het moge duidelijk zijn dat een hoogopgeleide dame die jarenlang zelfstandig in het buitenland woonde en als journalist/regisseur werkte en nu zelfs als mediator werkzaam is geen problemen ermee heeft met mensen contact te maken, niet waar? Dergelijke, deels zeer belangrijke maar voor het tuchtcollege helaas onduidelijk gebleven punten, hadden belicht en begrepen kunnen worden door de ex-patiënt(en) tijdens de zitting te gaan horen. Het is dan ook jammer dat het tuchtcollege regelmatig geen gebruik maakt van diverse mogelijkheden om een en ander helder te krijgen c.q. uit te sluiten. Het zou namelijk ertoe bijdragen dat men met de waarheidsvinding dichter bij de realiteit zou komen wat het ultieme doel zou moeten zijn van een tuchtrechtelijk onderzoek.  

 

Door tijdgebrek was het ons helaas nog niet mogelijk het ontbrekende gedeelte van het zittingsverslag te gaan publiceren. Gedurende de aankomende weken zullen nog enkele publicaties volgen, waaronder de tuchtrechtelijke uitspraak. Het is mogelijk dat wij t.z.t. ook enkele stukken uit de e-mail correspondentie tussen Bakker en de tweede patiënte zullen publiceren. Het oordeel van het tuchtcollege 'Hij heeft zich daarbij bediend van dubbelzinnigheden en persoonlijke opmerkingen die niet passen bij de rol van hulpverlener' is namelijk mild. De inhoud van de door de psychiater aan de patiënte verzonden e-mails is voor een psychiater namelijk behoorlijk choquerend.

 Red. MdH, 23 juli 2005

 

 

 

 

 

 

 

Korte beschrijving van deze medische tuchtzaak zoals eerder aangekondigd op de website van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam

 

Datum/tijd: Donderdag 23 juni 2005 (14 uur)

Plaats: Huysingazaal, rechtbank Amsterdam

 

De klacht van de Inspecteur voor de Gezondheidszorg houdt onder meer in dat de psychiater grensoverschrijdend heeft gehandeld jegens twee patiënten door zich meer in de privé-sfeer van deze patiënten te begeven dan in het kader van de hulpverlening noodzakelijk was. Bovendien heeft hij onvoldoende rekening gehouden welke impact zijn gedrag zou kunnen hebben op zijn patiënten. Daarnaast heeft hij de e-mail contacten die hij met een van de patiënten onderhield niet opgenomen in het medisch dossier waardoor dit onvolledig is, aldus klager. Verweerder voert gemotiveerd verweer.

 

 

 

 

Samenstelling van het college

 

 

LEDEN JURISTEN

 

De heer mr.  J.S.W. Holtrop,

Voorzitter

 

Mevrouw mr. R.A. Hopster-Arendsen de Wolff

 

Mevrouw mr. T.H.C. Coert,

Secretaris

 

 

LEDEN ARTSEN

 

De heer L.M. Gualthérie van Weezel,

Psychiater/psychotherapeut

 

De heer dr. J.B. Maathuis,

Gynaecoloog

 

De heer dr. mr. P.H.M.T. Olde-Kalter,

Keel-, neus- en oorarts

 

 

 

 

 

 

 

Algemene informatie over de zitting en de ter zitting aanwezige partijen

 

 

Duur:                   De zitting duurde van ca. 14.15 uur tot ca. 16.15 uur.

Plaats:                 Gerechtsgebouw Amsterdam, Parnassusweg 220, Huysingazaal.

 

Klaagster: Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) Amsterdam, vertegenwoordigd door de inspecteurs:

  • Mw. Ten Cate-Adema (jurist)
  • Dhr. Gasman (?)

 

Verweerder: Dhr. dr. A. Bakker, psychiater (o.a. vrijgevestigd werkzaam te Amsterdam)

Bijgestaan door: mw. prof. mr. W.R. Kastelein (bijzonder hoogleraar gezondheidsrecht Katholieke Universiteit Nijmegen)

 

 

 

Verslag van de openbare terechtzitting op 23 juni 2005 bij het Regionaal Tuchtcollege (RTC) te Amsterdam

 

Weergave pleitaantekeningen & reacties daarop van beide partijen

 

Uit de pleitaantekeningen van klaagster

Voorgedragen door mw. mr. Ten Cate-Adema

 

De eerste opmerking van de inspectie betreft de visie van verweerder op de ontmoeting in de kroeg met patiënte 1, haar vriendin en een vriend van hem. De inspectie gaf aan dat de wederpartij een nieuw element had ingebracht. De door verweerder gearrangeerde date tussen zijn patiënte en zijn vriend noemde hij ter zitting voor het eerst een ‘gedragstherapeutisch experiment’ in het kader van ‘het aangaan van sociaal contact met mannen’. Verder merkte de inspectie op dat de vriend van verweerder slechts gestalt therapeut was en niet over een BIG registratie als psychotherapeut beschikt. Volgens de inspectie zou er sprake zijn van een heel lastig experiment. De inspectie geeft aan dat het niet juist is dat verweerder het voorstel voor een date tussen zijn vriend en patiënte 1 al enkele weken voor de uiteindelijke ontmoeting zou hebben gedaan maar dat verweerder de afspraak op de dag van de ontmoeting had geregeld. Het zou dan ook niet aannemelijk zijn dat verweerder toevallig in de kroeg zou zijn verschenen waar de date zou plaatsvinden aangezien hij de afspraak voor zijn patiënte eerder op dezelfde dag had gemaakt.

 

De inspectie merkt op dat het opmerkelijk is dat verweerder het nog nooit erover heeft gehad wat dit allemaal voor zijn patiënte moet hebben betekend. “Hij geeft alleen aan hoe het voor hém is geweest”. Verder merkt de inspectie op dat verweerder een kamerlid zou hebben bewerkt.

 

De inspectie verwijt verweerder de grenzen van de professie met twee patiënten te hebben overschreden door hen met zijn privé leven in contact te hebben gebracht. Volgens klaagster heeft hij naast art. 47 WET BIG ook de artikelen 2.6. en 2.15 van de beroepscode voor psychiaters geschonden [de artikelen zullen t.z.t. nog gepubliceerd worden]. De psychiater heeft de vrouwelijke patiënten in zijn privé sfeer betrokken en heeft zich onvoldoende gerealiseerd welk gevaar aan degelijke contacten kunnen kleven. Daarnaast zou hij op 4 juli 2003 bij de inspectie hebben aangegeven nooit meer een persoonlijke vriend met een patiënte in contact te zullen brengen. Uit de tweede klacht die de inspectie ontving, bleek dat hij zich niet aan zijn belofte heeft gehouden.

 

De eerste melding betreft het arrangeren van een afspraak tussen patiënte 1 en een vriend van hem in mei 2003. De gebeurtenis leidde tot een crisis bij de desbetreffende patiënte. Zij ondernam een suïcidepoging. De volgende ochtend moest patiënte 1 door de crisisdienst GGZ Buitenamstel behandeld worden. De tweede patiënte raakte ook in crisis. Volgens verweerder was de ontmoeting in de horecagelegenheid toevallig. Hij zou toevallig naar de kroeg zijn gegaan op het moment dat zijn patiënte een afspraak met zijn vriend had die hij had gearrangeerd. In de brief aan de huisarts van patiënte 1 gaf verweerder aan dat zij depressief en suïcidaal zou zijn. Inspectie benadrukte niet over een nacht ijs te zijn gegaan. Pas na melding van het tweede incident door het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis (SLAZ) besloot de inspectie een klacht tegen verweerder in te gaan dienen. 

 

Omstreeks november 2003 ging het door de ontmoeting tussen patiënte 2 en verweerders vriend slecht. Het betrof weer dezelfde vriend van verweerder. De patiënte was overstuur door de ontmoeting waardoor interventie van verweerder nodig was. Ook bij deze patiënte zou sprake zijn geweest van kwetsbaarheid op het relationele vlak. Het uitwisselen van de e-mail adressen van zijn patiënte en zijn vriend gebeurde op verweerders initiatief. Daarom besloot de inspectie ook de e-mail contacten in te gaan brengen.

 

Volgens de inspectie is er sprake van recidive. Zij diende een klacht bij het tuchtcollege in omdat de eerste melding nadat zij met verweerder in gesprek was gegaan niet ertoe leidde dat hij zijn gedrag veranderde. Beide patiënten werden volgens de inspectie in hun behandeling geschaad. Verweerder zou de beperkingen die een behandelcontact met zich mee brengt niet onderkennen. Verder merkte de inspectie op dat het des te belangrijker is de grenzen goed te bewaken indien een hulpverlener door onconventionele behandeling buiten de gebaande paden is getreden.

 

De inspectie handhaaft haar klacht en verzoekt het college om oplegging van een passende maatregel.

 

 

Uit de pleitaantekeningen van verweerder

Voorgedragen door mw. prof. mr. W.R. Kastelein

 

De raadsvrouw van verweerder gaf aan dat men haar cliënt verwijt zich niet aan de professionele standaard te hebben houden. Onconventionele behandelingsmethoden zou verweerder echter slechts bij een kleine groep patiënten toepassen. In reactie op de door de inspectie genoemde artikelen in de beroepscode merkt de advocate op dat de code zelf in oktober 2002 zou zijn ingevoerd. Bij de toelichting op de code zou het echter gaan om een stuk dat pas in mei 2004 werd ingevoerd waarmee zij wilde aangeven dat de toelichting niet van toepassing zou zijn op gebeurtenissen die eerder hebben plaatsgevonden.

 

Verweerder zou in zijn perceptie niet zijn doorgedrongen tot de privé sfeer van zijn patiënten maar liet zijn patiënten toe in zijn eigen privé sfeer. Het doordringen van een patiënte in de privé sfeer van de arts zou niet verwijtbaar zijn. Zijn handelingen zouden niet in strijd met de code zijn omdat een gewone behandeling in de perceptie van verweerder niet voldoende effect zou hebben gehad. Conventionele behandeling zou al niet hebben gewerkt. Verweerder leek het een goed idee om de angst voor mannelijke contacten van patiënte 1 te behandelen door haar een tijdje met zijn vriend door te laten brengen. Het voorstel, zo gaf verweerders raadsvrouw aan, zou al enkele weken voor de feitelijke ontmoeting zijn gedaan en ook uitgebreid zijn besproken. Of het voorstel verstandig was, daarover, zo gaf zij aan, ‘valt te twisten’. Als uitleg daarvoor dat hij een vriend hiervoor gebruikte, noemde men ‘dat experiment kon hij toch niet met een vreemde doen. Wat niet goed liep was dat hij er zelf aanwezig was’.

 

In het tweede geval ging het om dezelfde vriend van verweerder. Het is de vraag of dat relevant is, merkte de raadsvrouw op. “Dat maakt hem niet verantwoordelijk voor wat daarna allemaal is gebeurd”.

 

Tegen de door de inspectie aan het tuchtcollege overlegde e-mails heeft zij tot twee keer aan toe bezwaar gemaakt. Het zou opvallend zijn dat de e-mails niet kloppen. In de e-mail van 28 augustus 2003 (10.15 uur) zou bij de eerste e-mail iets weg zijn gehaald. Verweerder vindt dat eigenaardig.

 

Wat betreft het thema onconventionele psychiatrische behandeling en klachtwaardigheid merkte mr. Kastelein op: “onconventioneel is niet per sé klachtwaardig”.

 

Verder zouden er “diverse e-mails tussenuit zijn gevallen”. Tussen 29 augustus 2003 en 11 september 2003 zitten namelijk twee weken en over die tijd werden geen e-mails ingediend. “Er is met deze e-mails geknoeid”, stelde de raadsvrouw van verweerder. Van 11 september 2003 heeft er een e-mail bij gezeten met het onderwerp ‘reactie: e-mail erdoorheen’. Het e-mail ‘e-mail erdoorheen’ zou echter ontbreken.

 

Patiënte 2 zou door de vriend van haar cliënt zijn aangerand en verkracht. De raadsvrouw merkt op dat het de bedoeling lijkt te zijn haar cliënt in een kwaad daglicht te stellen. “Er ontstaat een negatieve sfeer in de media en rondom de vriend van haar cliënt”. De e-mails zouden aantonen dat er door patiënte 2 mee gemanipuleerd werd. Er zou een sfeer van onbetrouwbaarheid en vuiligheid eromheen gecreëerd zijn. Daarin zou haar cliënt zich dan ook niet in herkennen. Het geeft het idee dat haar cliënt eigenlijk niet deugt.

 

Verder haalde de advocate van verweerder de fysieke mishandeling van patiënte 2 door psychiater Koeleman aan die haar zo zou hebben mishandeld dat er letsel zou zijn ontstaan aan haar kaak. Zoiets zou toch wel heel ongeloofwaardig zijn, evenals de ingebrachte e-mails.

 

Een feitelijk verweer kan door haar cliënt niet worden gevoerd.

 

Ten einde stelde mr. Kastelein de vraag in hoeverre het gedrag van haar cliënt verwerpelijk zou zijn. E-mail contacten binnen bestaande behandelrelaties zijn immers okay volgens de richtlijn van de KNMG die in 2005 werd opgesteld. In de eerste zaak werden de e-mails niet in het dossier bewaard. Volgens haar is het ook de vraag of het allemaal wel in het dossier thuishoort.

 

Bij de e-mails die werden ingediend, gaat het om een selectie, stelde zij verder. “Wij mailen allemaal met cliënten, ook advocaten doen dat.” De e-mails werden nu in het dossier gedaan, dus wat betreft de zorgvuldigheid van haar cliënt zou er niets op aan te merken zijn.

 

Het klopt dat haar cliënt onconventionele behandelingen toepaste. De inspectie daarentegen zou echter spreken van structurele grensoverschrijdendheid.

 

Haar cliënt is zijn baan kwijtgeraakt en hij kwam negatief in de media waarin een eigenaardig beeld van hem wordt geschetst.

 

 

Reactie c.q. repliek klaagster op de pleitaantekeningen van verweerder

Mw. mr. Ten Cate-Adema

 

De inspectie geeft aan dat het de vraag is of het handelen van verweerder professioneel of grensoverschrijdend zou zijn. Verweerders gedrag zou zeker in strijd zijn met art. 47 WET BIG als ook in strijd met de artikelen 215 en 106 (rolverwarring). Hij heeft inbreuk gepleegd op de privé sfeer van zijn patiënten.

 

De inspecteur merkt op dat zij niet gelooft ooit de term ‘structureel’ te hebben gebruikt. Tevens verklaarde zij nooit naar de media te zijn gegaan en dus geen sfeer geschept te hebben zoals verweerder suggereerde.

 

 

Reactie verweerder op de pleitaantekeningen van klaagster

Mw. prof. mr. W.R. Kastelein

 

Verweerders raadsman gaf aan niet gesteld te hebben dat de inspectie iets in de media had gebracht. Verder benadrukte mr. Kastelein nogmaals dat het om twee exceptionele gevallen zou gaan waarbij haar cliënt afweek van zijn gebruikelijke behandelmethode.

 

 

Verweerder werd door de voorzitter van het college in de gelegenheid gesteld om nog een laatste opmerking over de zaak te plaatsen. Verweerder maakt hiervan gebruik.

 

Verweerder merkte op dat de inspectie de zaak tegen hem had aangespannen omdat het imago van het vak eronder zou lijden.

 

Hij zou ook nog met de heer Gasman van de inspectie hebben gebeld en zou hem hebben gevraagd wat er met patiënte 2 zou moeten gebeuren aangezien zijn bij het SLAZ niet meer terecht kon voor behandeling. Hij zou hebben geprobeerd het voor iedereen zo min mogelijk vervelend gemaakt te hebben maar daar zou men niet op in zijn gegaan.

 

De voorzitter sloot de zitting af door aan te geven dat de beslissing in deze zaak op dinsdag 23 augustus 2005 verwacht kan worden. Indien mogelijk zal de beslissing eerder worden genomen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Korte beschrijving van deze medische tuchtzaak zoals eerder aangekondigd op de website van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam

 

Datum/tijd: Dinsdag 31 mei 2005 (14 uur)

Plaats: Huysingazaal, rechtbank Amsterdam

 

De klacht van de Inspecteur voor de Gezondheidszorg houdt onder meer in dat de psychiater grensoverschrijdend heeft gehandeld jegens twee patiënten door zich meer in de privé-sfeer van deze patiënten te begeven dan in het kader van de hulpverlening noodzakelijk was. Bovendien heeft hij onvoldoende rekening gehouden welke impact zijn gedrag zou kunnen hebben op zijn patiënten. Daarnaast heeft hij de e-mail contacten die hij met een van de patiënten onderhield niet opgenomen in het medisch dossier waardoor dit onvolledig is, aldus klager. Verweerder voert gemotiveerd verweer.

 

 

 

 

Samenstelling van het college

 

 

LEDEN JURISTEN

 

De heer mr.  J.S.W. Holtrop,

Voorzitter

 

De heer mr. M. Bleeker-Hemmes,

Secretaris

 

 

LEDEN ARTSEN

 

De heer L.M. Gualthérie van Weezel,

Psychiater/psychotherapeut

 

De heer Dr. J.B. Maathuis,

gynaecoloog

 

De heer prof. dr. J.J. de Lange,

anesthesioloog

 

 

 

 

 

 

Algemene informatie over de zitting en de ter zitting aanwezige partijen

 

 

Duur:                   De zitting duurde van 14 uur tot circa 14.30 uur.

Plaats:                 Gerechtsgebouw Amsterdam, Parnassusweg 220, Huysingazaal.

 

Klaagster: Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) Amsterdam, vertegenwoordigd door de inspecteurs:

  • Mw. Ten Cate-Adema (jurist)
  • Dhr. Gasman (?)

 

Verweerder: Dhr. dr. A. Bakker, psychiater (o.a. vrijgevestigd werkzaam te Amsterdam)

Bijgestaan door: mw. prof. mr. W.R. Kastelein (bijzonder hoogleraar gezondheidsrecht Katholieke Universiteit Nijmegen)

 

 

 

 

Verslag van de openbare terechtzitting op 31 mei 2005 bij het Regionaal Tuchtcollege (RTC) te Amsterdam

 

De klacht

 

Nadat de voorzitter de personalia van beide partijen heeft opgetekend, deelde hij mede dat hem een verzoek had bereikt van verweerder om de zaak, in het belang van verweerder zelf, achter gesloten deuren te gaan behandelen.

 

De inspectie werd in de gelegenheid gesteld op verweerders verzoek in te gaan.

 

Inspecteur Ten Cate merkte op dat het om twee klachtonderdelen gaat betreffend het handelen van verweerder. Ongeacht het feit dat betreffende patiënten zelf geen klacht hebben ingediend is, zou het aan de klacht ten grondslag liggende handelen van verweerder volgens inspectie tuchtwaardig en onprofessioneel zijn. Verweerder vermengde bij herhaling het professionele met elementen uit het privé domein. De inspecteur geeft aan dat het voor haar een lastige afweging is wat betreft de vraag of inspectie door behandeling van de zaak achter gesloten deuren in haar belangen wordt geschaad.

 

De voorzitter deelt na heropening van de zitting aan de partijen mee dat het college het verzoek van de raadsman van verweerder afwijst. Het feit dat medische tuchtzaken openbaar dienen te zijn, acht het tuchtcollege gewichtig genoeg om de zaak niet achter gesloten deuren te gaan behandelen. De voorzitter voegt aan het genomen besluit toe dat verweerder indien hij dat wenselijk acht t.a.v. een bepaald punt waarop hij niet in het openbaar wenst in te gaan, zijn vinger mag opsteken om aan te geven een specifiek element in het geheel achter gesloten deuren te willen behandelen. De voorzitter is van mening dat zodoende aan beide belangen tegemoet kan worden gekomen.

 

De e-mails

 

De raadsman van verweerder geeft aan dat haar cliënt het dossier waarin zich de e-mails van een van de patiënten (M.P.) bevonden niet in zijn bezit heeft. De e-mails bevinden zich in het dossier van het ziekenhuis. Tevens geeft de raadsman van verweerder aan dat het bij de e-mails die het tuchtcollege ter beschikking gesteld heeft gekregen slechts om een selectie gaat. Verder merkt zij op dat iemand in de e-mails zou kunnen hebben gemanipuleerd. Een en ander zorgt volgens mr. Kastelein ervoor dat de e-mails een onevenwichtig beeld van de zaak geven.

 

De voorzitter geeft aan dat de selectie van de e-mails bij verweerder bekend is en hij zodoende kon zien of hij zich herinnert aan hetgeen hij mailde.

 

De raadsman van verweerder merkt op dat onderdelen in het geheel zijn weggelaten. ‘Er is een bericht tussenuit gevallen’. Of het van belang voor verweerder is c.q. of het nadelig voor hem is, kan zij niet zeggen. Zij vraagt zich af waarom er een selectie van e-mails door de inspectie aan het tuchtcollege werd gegeven. Zij had het correct gevonden als de inspectie het hele dossier aan het tuchtcollege had overlegd.

 

Inspecteur Ten Cate antwoordt waarom de inspectie niet de hele mailwisseling aan het college ter beschikking heeft gesteld. De e-mails zijn afkomstig van de patiënte waarover inspectie de tweede melding ontving. Inspectie weet niet of de selectie compleet is. In de e-mails staat veel informatie over derden welke geen directe betrekking heeft op de klacht. Het tuchtcollege mag erover beslissen of kan worden volstaan met de door de inspectie aangeleverde stukken.

 

De zitting wordt gedurende circa 10 minuten geschorst en de collegeleden gaan in beraad over het verzoek van verweerder.

 

De voorzitter geeft aan dat mr. Kastelein in dezen een punt heeft en deelt aan de partijen mede dat het college ook kennis wil nemen van de e-mail wisseling die zich in het bezit van de inspectie bevindt, evenals van de e-mails die zich in het bezit bevinden van het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis (SLAZ). Men zal het ziekenhuis verzoeken het dossier van de patiënte inclusief alle e-mail correspondenties aan het college te overhandigen.

 

Alle informatie omtrent de eerste melding die de inspectie heeft ontvangen zal geanonimiseerd worden om de anonimiteit van de eerste patiënte zoveel mogelijk te beschermen.

 

De zaak wordt aangehouden tot zaterdag 9 juli 2005. Het college streeft ernaar vóór 15 juli a.s. weer met partijen in contact te komen. Het college verzoekt de inspectie de ontbrekende e-mail berichten binnen één week aan het tuchtcollege te zenden. Tevens wijst de voorzitter de inspecteurs erop dat de brief dd. 25 juli 2003 van het hoofd patiëntenzorg van het SLAZ aan verweerder niet compleet is. De voorzitter verzoekt de inspectie de ontbrekende delen van de brief nog na te zenden. Hetzelfde geldt voor een brief van 19 september 2003 die door de inspectie aan de directie van de afdeling patiëntenzorg van het SLAZ werd gezonden.

 

 

Voortzetting van de aangehouden zitting: Rechtbank Amsterdam, Parnassusweg 220. Datum en tijd zullen wij t.z.t. nog bekend maken. Er dient ervan te worden uitgegaan dat de zitting niet, zoals gebruikelijk, op een dinsdag middag zal plaatsvinden. Het is mogelijk dat de zitting op een zaterdag zal worden voortgezet.

 

 


Nota bene: Dit zittingsverslag is afkomstig van de redactie van Misbruik door Hulpverleners (MdH). Verwijzing naar dit verslag is slechts toegestaan met bronvermelding. Verweerder is ervan op de hoogte dat onze redactie de zaak heeft gevolgd en een verslag zou gaan uitbrengen. Het tuchtcollege en klaagster konden hiervan eveneens kennis nemen. Mocht een van de partijen (de collegeleden, de inspecteurs of verweerder) van mening zijn dat het verslag inhoudelijke incorrectheden bevat, gelieve dit per e-mail aan onze redactie kenbaar te maken: info@misbruikdoorhulpverleners.nl 

 

 

 

 

www.misbruikdoorhulpverleners.nl