Het Moeder Teresasyndroom

Het persoonlijke motief in de hulpverlening

Een boekbespreking

 

Wat het ‘Moeder Teresasyndroom ongeveer is - een wetenschappelijke definitie is nog niet voorhanden - laat zich uit de naam verklaren. Even goed had de benaming het ‘Florence Nightingale-’ of  Abbé Pierre-syndroomkunnen zijn, ware het niet dat de Indiase non die zich onvermoeibaar inzette voor de armen en daarvoor de Nobelprijs ontving, het meest en makkelijkst tot de verbeelding spreekt. Achter het decor van hulpvaardigheid, van inzet en naastenliefde, kan bewust of onbewust, maar meestal het laatste, een zoeken naar bevestiging van eigenwaarde schuilgaan. Niet zelden gaat het syndroom ook gepaard met een verslaving aan drank of drugs, eten kopen, seks of schoonmaken, waarachter een gevoeld tekort is verborgen. In veel gevallen zal het Moeder Teresasyndroom niet tot misstanden leiden, maar latent is het gevaar aanwezig dat het door omstandigheden tot een uitbarsting komt. Dat kan zijn in de vorm van plotselinge agressie, maar ook in het zichzelf de verlosser wanen die eigenmachtig beslissingen neemt en die aan zijn of haar zorg toevertrouwde patiënten in het ongeluk kan storten of zelfs de dood injagen. De verdekte en onverdekte ontsporingen waartoe het Moeder Teresasyndroom kan leiden zijn velerlei en worden zowel in kringen van (zieken)verzorgenden, verpleegkundigen als artsen gevonden. Het meest in het oog lopend zijn vanzelfsprekend de grensoverschrijdende handelingen.

 

In haar kortgeleden verschenen boek ‘Het Moeder Teresasyndroom; het persoonlijke motief in de hulpverlening’, noemt Paula Lampe tien gevallen van grensoverschrijdend handelen, die helaas het zichtbare topje van de ijsberg zijn geworden doordat er in de pers aandacht aan is besteed. Ze betreffen onder andere de moord op drie comateuze patiënten, door het injecteren van een overdosis norcuron en pavulon, het loskoppelen van beademingsapparatuur, zelfmoord na de ontdekking van een sexuele relatie door een psychiater die algemeen bekend stond als enthousiast, gedreven en betrokken bij zijn patiënten, de moord op zeven bejaarde vrouwen door iemand die door collega’s de ideale hoofdverpleegkundige werd genoemd, een bevlogen huisarts die 297 doden op zijn naam bracht en uiteindelijk veroordeeld werd voorde moord op vijftien van hen, brandstichting met dodelijke afloop ten einde een heldendaad te kunnen verrichten, mishandeling, ontucht, aanranding en verkrachting door een bezield kinderpsychiater, 39 moorden door vier toegewijde, hardwerkende verpleegkundigen en ten slotte systematische mishandeling  van vijf demente bewoners door een verpleegkundige en twee ziekenverzorgenden.

 

Aan de hand van deze voorbeelden schrijft Paula Lampe, die zelf ruim dertig jaar als verpleegkundige in Nederland, Israël en Canada werkte: ‘Op het eerste gezicht is aan deze kandidaten niets te merken. Integendeel, het gaat in de meeste gevallen om aardige, gedrevenen gewaardeerde collega’s. Maar hoe je het ook wendt of keert, verschillenden misbruikten hun macht. En ongeveer hetzelfde aantal ging flink buiten zijn boekje.’ Ook signaleert Lampe zware vormen van zelfoverschatting die zich uitten in een overdreven vorm van beroepsuitoefening, verslaving, lijden aan depressie, onstabiel gedrag en achteraf geconstateerde psychoses. Zij constateert: ‘Je zouten minste mogen verwachten dat collega’s waarnemen dat de betreffende hulpverlener niet in orde is. Toch blijkt uit de gegevens dat afwijkend gedrag in een aantal gevallen helemaal niet wordt opgemerkt. Nee, ze worden juist bejubeld en bewonderd vanwege huninzet.’ Uitvoerig staat Lampe stil bij de ‘zaak Martha’, de verpleegkundige die in het Verpleeghuis Vliehoven ten minste vier bewoners om het leven bracht. Hoedt u voor hulpverleners die hunkeren naar erkenning, die hun werk doen met het volledig wegcijferen van zichzelf, nooit een dag verzuimen, meetreuren met nabestaanden, hun werk en andermans problemen mee naar huis nemen en door iedereen, zowel hulpbehoevenden als familieleden en collega’s op handen worden gedragen. Er bestaat een gerede kans dat deze ‘gouden’ werknemers, voor wie niets teveel is, ongemerkt lijden aan het ‘Moeder Teresasyndroom’.

 

Uit het TBS-rapport citeert Lampe: ‘Mevrouw is gedurende haar kindertijd slachtoffer geweest van verwaarlozing, misbruik, exploitatie en verlating. Deze beschadiging veroorzaakte een gestoorde levensloop die zich onder andere openbaart in een verslaving aan zorg als strategie om zich te handhaven. Zolang zij niet behandeld wordt, zal zij terugvallen in deze rol. Sterker nog, zij kan het helpen niet laten.’ Martha bleek zich tijdens de zittingen niet te kunnen realiseren dat en waar zij in de fout was gegaan. Zij bleef zichzelf zien als hulpverlener die de juiste beslissing had genomen om het leven van aan haar zorg toevertrouwde patiënten te beëindigen. In case histories geeft Lampe nog tal van voorbeelden van verzorgenden die zwaar over de schreef gaan en waarin het Moeder Teresasyndroom zich openbaart. Een hardwerkende hoofdverpleegkundige, die naast haar fulltime baan in een neurologische kliniek ook in andere ziekenhuizen diensten draaide, blijkt bij doorvragen gokverslaafd te zijn. Een fysiotherapeut blijkt zo zeer aan de drank verslingerd dat behandeling bij een consultatiebureau de enige oplossing is, terwijl een hardwerkende, hooggewaardeerde verpleegkundige, verscholen achter een keukentrapje en de zwabbers, bekent last te hebben van zware angstaanvallen. Het ‘Moeder Teresasyndroom’ van Paula Lampe is geen opwekkende literatuur. Toch moet gewaakt worden voor overdrijving. Gelukkig maakt de auteur zich daar niet schuldig aan. Ze beschrijft de gevallen vanuit een gedegen praktische kennis en memoreert terecht dat het gaat om aandacht trekkende gevallen. De constatering dat in de zorg de kans groot is dat misstanden lang onopgemerkt blijven, is echter ook op z’n plaats. Dit heeft vanzelfsprekend veel te maken met het structurele personeelstekort. Waar weinig mensen verantwoordelijk zijn voor een veelheid van taken die op verschillende momenten en op verschillende plaatsen worden uitgeoefend, kunnen incidenten onopgemerkt blijven. Een ander aspect is dat uiterlijke tekenen vaakniet door de staf - artsen en management -worden opgemerkt doordat het oorzakelijk verband niet direct kan worden vastgesteld. Een blauwe plek kan immers ook zijn veroorzaakt door vallen of stoten? Een bijkomend effect wordt veroorzaakt doordat het management - menselijk gesproken - de hardwerkende, meevoelende, altijd paraat staande verpleegkundige of  verzorger de hand allereerst boven het hoofd zal houden als het vermoeden van misstanden of mishandelingen wordt geuit. Pasklare oplossingen kan ook Paula Lampe niet bieden. De achterflap vermeldt dat het boek geschreven is voor (aspirant)hulpverleners, vrijwilligers, Arbo-artsen, leidinggevenden en hulpvragers die de aan hen gegeven hulp willen toetsen, én voor hen die zich op de één of andere manier betrokken voelen bij dit onderwerp. Met behulp van dit boek kunnen zij die zich herkennen in de verschijnselen van het Moeder Teresasyndroom, met vallen en opstaan leren de weg naar genezing te vinden. Het eerste - de toetsing - is een uitgangspunt dat met name leidinggevenden ernstig mogen nemen. Het zou een goede zaak zijn als landelijk in kaart werd gebracht om hoeveel gevallen het feitelijk gaat en te komen tot een duidelijke definitie van het Moeder Teresasyndroom en de daaraan verbonden gevaren. Het weten waarover we praten zou een goede eerste stap zijn en mogelijk een inleiding tot het nemen van stappen die de gezondheidszorg in het algemeen alleen maar ten goede komen. Dit voorkomt ook dat er een jacht ontstaat op vermeende gevallen van overdreven en daardoor gevaarlijke zorg. Waar de hulpverlening bedreigd wordt door het Moeder Teresasyndroom, loopt het management gevaar zich te verliezen in een heksenjacht. Uiterste waakzaamheid blijft geboden. De verdienste van het werk van Paula Lampe is dat zij een erkend probleem op eenvoudige, heldere wijze onder woorden heeft gebracht en daaraan in haar beschrijving van de ‘zaak Martha’ in elk geval één handvat geeft waar staf en collega’s goed mee uit de voeten kunnen. Men hoede zich voor grensoverschrijdende hulpvaardigheid, betrokkenheid en inzet. Of zoals de officier van justitie aan Martha verweet: “Sterker nog, zij kan het helpen niet laten.” En daar ligt het gevaar op de loer.

 

Paula Lampe: Het Moeder Teresasyndroom -- het persoonlijk motief in de hulpverlening,

Uitgeverij Nelissen. ISBN 90244 16132, EUR 17,50. Ingenaaid, 167 pagina's,verschenen: januari 2002

 

Om diverse recensies te lezen klik HIER.

 

Een interview met Paula Lampe over het Moeder Teresasyndroom i.v.m. Lucia de B..

 

 

www.misbruikdoorhulpverleners.nl