Er bestaan veel mythes over seksueel GOG door professionals.
Enkele belangrijke mythes op een rij:
Professionele relatie eindigt met beëindiging therapie: er is meer nodig om een professionele relatie te beëindigen
dan het beëindigen van de therapie. Overdrachtsgevoelens houden niet op te
bestaan met het beëindigen van de professionele relatie. Daarom houden de
meeste beroepsverenigingen en instituten een zgn. ‘wachttijd’ aan die varieert
tussen een half jaar en twee jaar. Maar werkelijk veilig beleid, beleid dat
alle cliënten zou beschermen, biedt helaas alleen maar de zgn. 'zero
tolerance'.
Als je de professionele relatie
eerst beëindigt, is sociaal/seksueel contact o.k.: deze misvatting is veel
voorkomend. In dat geval kan de cliënt geen klacht meer indienen bij een
tuchtcollege en/of aangifte doen bij politie. Uit onderzoek blijkt dat het onderhouden
van seksueel contact met een ex-cliënt meestal even schadelijk is als het
aangaan van een seksuele relatie tijdens therapie. Uiteraard zorgt het
vermengen van twee soorten relaties – de professionele en de seksuele en/of
sociale – dus het onderhouden van een dualistische relatie, nog voor extra
problemen, zoals sterke verwarring, voor de cliënt. Dit geldt tevens voor de
hulpverlener in kwestie.
Seks = geslachtsgemeenschap: een ‘sociale relatie’ veroorzaakt
vaak dezelfde schade omdat seks niet persé
hét element is waar het vooral om draait wat betreft het ontstaan van schade
bij de cliënt. Waar het eigenlijk vooral om gaat is de machtsongelijkheid die
tussen hulpverlener en cliënt per definitie bestaat en het daaruit
voortvloeiende machtsmisbruik. Daarnaast speelt o.a. ook het enorme misbruik
van het vertrouwen dat de cliënt in de hulpverlener stelde – en moest kunnen
stellen – een grote rol. Aan een iedere behandelrelatie zijn de elementen
‘afhankelijkheid’ en ‘vertrouwen’ inherent, reden waarom men ook spreekt van
‘misbruik binnen een afhankelijkheidsrelatie’ en ‘misbruik door een
vertrouwenspersoon’. Veel grensoverschrijdende hulpverleners gebruiken
erotiserende of verleidende lichaamstaal – zoals omarmen, zoenen,
aanraken, strelen en orale seks - maar zeggen dat zij geen seks hebben gehad
‘want er heeft immers geen gemeenschap plaatsgevonden’.
Grensoverschrijdende therapeuten
zijn bijna altijd mannen: het
begrip van wat momenteel nog steeds wordt verstaan onder seksueel misbruik is
veel te beperkt. Dit geldt voornamelijk ook bij seksueel misbruik door een
vrouwelijke therapeut. Als je namelijk voordien geen seksuele ervaring(en) hebt
gehad met vrouwen kan het seksuele misbruik door een vrouwelijke therapeut zeer
verwarrend en diffuus zijn. Ten eerste verwachten de meeste mensen niet dat een
vrouwelijke therapeut seksueel misbruik zou kunnen plegen en als het toch
gebeurt, is het vaak niet direct te herkennen Dit komt door de onbekendheid met
het onderwerp vrouw/vrouw misbruik en door de manier waarop vrouwelijke
therapeuten (seksueel) misbruik kunnen plegen – op een versluierde manier. Zij
doen dat door zich b.v. ‘voor te stellen’ als een soort ‘surrogaat moeder’
(mede in fysieke zin), of door je zogenaamd te helpen bij het verwerken van een
eerder seksueel misbruik door een man. Onder de mom van jouw behoeften gaat het
dan om behoeftebevrediging van de therapeute zelf. Bij vrouw-vrouw misbruik is
het plegen van misbruik b.v. vaak nogal subtiel van aard en worden seksuele
grenzen ook overschreden door niet-fysieke seksualiteit.
De cliënt verleidt de hulpverlener: hierbij dient op te worden
gemerkt dat dit scenario wel degelijk voorkomt in de praktijk. Uit onderzoek
blijkt echter dat het in de meeste gevallen de hulpverlener is die seksueel
contact initieert en/of verleidt. Zelfs in het geval dat het om een
verleidende cliënt gaat, is dit geen steekhoudend argument waarmee de
hulpverlener zijn verantwoordelijkheid op de cliënt kan afwentelen.
Hulpverleners leren tijdens hun opleiding met deze problematiek om te gaan en
dienen daarom ook opgewassen te zijn tegen uitnodigend/verleidend gedrag van
cliënten. Zoals psychotherapeut W. in het artikel in het Amsterdamse Stadsblad
(17 september 2003) stelde, “is de psychotherapie [noch enige andere behandelrelatie
– toevoeging auteur] geen marktplaats voor het aangaan van relaties”. Indien
bij de cliënt gevoelens van “verliefdheid” spelen, dient een psychotherapeut
die juist te gebruiken om via het onderzoeken van de overdrachtsgevoelens
van de cliënt te komen bij problematische gevoelens en gebeurtenissen die te
maken hebben met een ander (vertrouwens)persoon in het verleden en als het ware
slechts op de therapeut overgedragen werden door de cliënt. Om ‘echte
verliefdheid’ gaat het in de meeste gevallen niet. Wat de cliënt als gevoelens
van verliefdheid interpreteert zijn gevoelens van overdracht als ook gevoelens
van o.a. dankbaarheid en loyaliteit.
De cliënt zal wel lijden aan borderline
problematiek: zoals cliënten
veelal ten onrechte in de vergaarbak ‘borderline-stoornis’ terecht komen,
krijgen in het bijzonder cliënten ermee te maken die zijn misbruikt door een
hulpverlener. Deze veronderstelling gaat echter slechts voor een klein gedeelte
van slachtoffers van GOG op die net als andere cliënten onder de meest
uiteenlopende problemen kunnen lijden. Velen lijden onder een Post Traumatische
Stress Stoornis die ontstaan is door het misbruik of daardoor is versterkt of
chronisch is geworden. Slachtoffers van GOG door een hulpverlener kunnen dus
aan alle soorten en maten van stoornissen lijden. Opvallend is het echter dat
de aanvankelijke problematiek niet zelden gering was – te denken valt aan
problemen die voortkomen uit blootstelling aan grote hoeveelheden stress en
pijn zoals b.v. bij een scheiding of het overlijden van een geliefde niet
ongebruikelijk is. De grootste en meeste problemen waarmee een slachtoffer van
GOG na het misbruik kampt zijn iatrogeen van aard hetgeen betekent dat die zijn
ontstaan door het misbruik door de hulpverlener en dus niet eerder aanwezig
waren.
De cliënt heeft zich (zeer) grensoverschrijdend
gedragen: ook dit komt voor. Uit onderzoek en ervaring blijkt echter
duidelijk dat het meestal niet om een cliënt gaat die grensoverschrijdend was
maar dat het gaat om een zeer grensoverschrijdende hulpverlener. Hierbij kan
het gaan om een hulpverlener die de grenzen van zijn beroep niet kent en/of
accepteert en/of de grens tussen zichzelf en de ander niet ziet. Het feit dat
in de meeste gevallen sprake is van een langdurig ‘grooming’ proces of
‘slippery slope’ – het langzame en zeer doelbewust werken richting misbruik – geeft aan dat het
in de meeste gevallen niet om verliefdheid van de hulpverlener gaat. Veelal
gaat het helaas om het bewuste misbruik maken van positie en macht waarbij seks
veelal een soort vervoermiddel is. Nog meer macht door seks. Door seks wederom
nog meer macht over de cliënt.
De cliënt was verliefd: zoals eerder gesteld gaat het zo goed als altijd – zo niet altijd – om
gevoelens van overdracht die door aard en intensiteit lijken op sterke
gevoelens van verliefdheid. Helaas interpreteren hulpverleners dit soort
gevoelens wel eens op een incorrecte wijze, herkennen niet dat het om gevoelens
van overdracht gaat en boeken die vervolgens op de rekening “de cliënt is verliefd
op MIJ”. Zelfs als men dergelijke niet professionele beredeneringen erop
nahoudt en zelfs als men innig mocht geloven in de verliefdheid van de cliënt,
is het nog zo dat het argument “zij/hij was verliefd” of erger nog: “zij/hij
wilde het” in een professionele discussie over seksueel grensoverschrijdend
gedrag/misbruik niets te zoeken heeft. Niemand kiest vrijwillig ervoor seksueel
misbruikt te worden – ook niet door een hulpverlener! Binnen een
afhankelijkheidsrelatie valt helaas ook weinig te kiezen.
Als cliënten een klacht indienen zijn zij kwaad en op wraak uit: helaas gaan veel mensen
van deze al te simplistische beredenering/concludering uit. Ook hier: dit
scenario behoort zeker tot de mogelijkheden. Dit echter klakkeloos aan te nemen
zonder de persoonlijkheid van het betreffende slachtoffer nader te bekijken is
voor degenen onder hen die geenszins uit zijn op wraak, in sterke mate
traumatiserend.
De hulpverlener was verliefd of
kampte met situationele/tijdelijke
problemen: helaas kwam uit onderzoeken maar al te
duidelijk naar voren dat het in meer dan de helft van de gevallen om structurele oorzaken gaat die aan
GOG door de hulpverlener ten grondslag liggen. Hierbij gaat het vaak om (zeer)
ernstige psychische, emotionele en/of psychiatrische stoornis(sen) die niet
zelden met psychoseksuele problematiek gepaard gaan. Echte verliefdheid is veel
meer een mythe, een sprookje waarin veel beroepsbeoefenaren helaas maar al te
graag willen blijven geloven – uit angst de waarheid onder ogen te moeten zien
en op de vlucht voor al teveel confrontatie, schaamte en schuldgevoelens.
Confrontatie met zichzelf, het eigen vak, de beroepsgroep en het slachtoffer.
Echte verliefdheid komt helaas uiterst zelden voor. Helaas is kennis t.a.v.
deze feiten nog steeds niet tot de professies doorgedrongen en blijven
instanties zoals tuchtcolleges zich maar al te graag vastklampen aan sprookjes.
Bij attendering op de feiten in deze reageren zij dan erg vijandig in plaats
daarvan dat zij een open houding aannemen, zich onderzoekend opstellen en meer
willen leren over de werkelijke feitelijkheden die meestal schuilgaan achter
seksueel GOG door hulpverleners.
De cliënt zal het zich wel verbeelden: ook deze mythe
kan in sommige gevallen overeenkomen met de realiteit. Maar ook hier: meestal
is dat niet het geval. Meestal gaat het niet om cliënten die vanwege een diepgewortelde wens
of bloeiende fantasie een verhaal verzinnen over een hulpverlener die seksueel
getinte opmerkingen maakte of hen zelfs seksueel lastig viel.
De cliënt wil de hulpverlener
iets betaald zetten en dient om die reden een klacht in bij een/meerdere
instanties: van
onterechte aangiften en klachten is slechts in circa 4% van alle gevallen sprake.
Dit is een percentage dat ongeloof en twijfel naar het slachtoffer toe niet
rechtvaardigt. Aangezien het in rond 96% van de gevallen gaat om terechte
klachten zou het op zijn plaats zijn als hulpverleners die met seksueel GOG
naar een cliënt door een collega te maken krijgen, de coming out van het
slachtoffer serieus nemen en het verhaal dat zij zullen horen ook geloven.
Tegelijkertijd dient met verdenkingen en klachten uiterst voorzichtig te worden
omgegaan omdat schade die een ten onrechte ‘veroordeelde’ hulpverlener kan
ontstaan niet meer ongedaan kan worden gemaakt en zeer ingrijpend kan zijn.
Deze mythes hebben hun oorsprong
in de foutieve veronderstelling dat beide partijen binnen een behandelrelatie
dezelfde mate van verantwoordelijkheid dragen, gebaseerd op de foutieve aanname
dat er een machtsevenwicht bestaat binnen de professionele relatie. Zodoende ontkent de professional
echter zijn machtsoverwicht gebaseerd op zijn vakkundige kennis evenals zijn
kennis over de leven/de persoonlijkheid/de problematiek van de cliënt – kennis
die vice versa niet aanwezig is. Daarnaast begeeft een hulpvragende zich in
therapie omdat hij/zij een probleem heeft en/of aan bepaalde kwetsbaarheden
en/of onvaardigheden wil werken. Degene die binnen een behandeling centraal
dient te staan is de cliënt. Degene die verantwoordde en professionele zorg
dient te verlenen is de hulpverlener. Diverse verantwoordelijkheden liggen
compleet bij de hulpverlener: hij/zij dient het probleem van de cliënt te
diagnosticeren, een adequaat behandelplan op te stellen, het behandelplan met
de cliënt te bespreken en na tot ‘informed consent’ te zijn gekomen,
met de behandeling te starten. De hulpverlener dient de hulpverlening en het
vooruitgang regelmatig te evalueren en indien nodig aan te passen, de
uitdagingen ten aanzien van grenzen en/of grensoverschrijdingen van de cliënt
in het oog te houden, binnen de hulpverleningsrelatie duidelijke grenzen te
trekken en te handhaven en de behandeling te beëindigen wanneer die niet baat
en de cliënt in een dergelijk geval door te verwijzen aan een collega.
In de hoop dat dit stuk ertoe zal bijdragen dat bestaande
mythes in de loop der tijd zullen verdwijnen, dat ontmythologisering zal
plaatsvinden en er ruimte, aandacht en interesse zal ontstaan voor hetgeen waar
het werkelijk om gaat: de feitencomplexen of nogal complexe feiten. Jeannette.