- Media: F.F.,
Psychotherapeut -
Laatste update: 9 november
2005
|
E-mail verzonden door Jeannette aan haar ex-psychotherapeut Freek F. Datum: 12 oktober 2001 (1 maand nadat J. zich definitief uit
het misbruik wist los te maken!) Onderwerp: ‘Contactstop’ |
|
Beste Freek., Ik verzoek je vriendelijk
maar toch indringend GEEN contact meer met mij op te nemen - op GEEN enkele
manier. Met jou contact hebben leidt ertoe dat
het met mij niet goed gaat. Dat kan ik voor mijn eigen bestwil niet meer
accepteren. Je hebt meer dan voldoende schade aangericht, daar hoeft niets
meer bij te komen. Mijn aanbod wel een keer met je
toekomstige therapeut te willen praten, neem ik bij dezen terug. De reden
hiervan is dat je maar zelfdestructief bezig blijft en je van goed bedoelde
en juiste adviezen niets aantrekt. I.p.v. een deskundige, op het gebied van
seksueel misbruik gespecialiseerde en met GOG vertrouwde therapeut op te zoeken
zoals ik je tientallen keren heb aangeraden, zoek je een
"ervaringsdeskundige" therapeut op. Aangezien dat het laatste is
waar jij behoefte aan hebt, zoek je het dan verder ook maar zelf uit. Ook zou je er
ooit nog achter komen dat jij een goede daderhulpverlener dringend nodig
hebt en mocht je ooit werkelijk besluiten om "in therapie" te gaan
- waarmee ik bedoel je eigen gedachtewereld en gedragspatronen werkelijk
onder ogen te durven en willen zien, neem ook dan vooral GEEN contact met mij
op want ik ben ook dan niet meer bereid tot een gesprek. Ik hoop dat meneer E. gebaat is met jouw toneelstukken en manipulaties - IK BEN DAT IN
IEDER GEVAL NIET MEER. Als jij denkt dat je mij iets wat manipulatie is kunt
verkopen als iets waar ik baat aan zou kunnen hebben, heb je je vergist. Je zou je moeten schamen om zulke goedkope
acts op te voeren en ook nog te denken dat ik dat niet doorheb. Als ik zin
heb in toneel, ga ik naar een toneelstuk en dan wel naar een waar jij niet
aan meespeelt en iets dat geen tragedie is. Het enige waartoe het leidt met jou
contact te blijven onderhouden, is dat jij misbruik van mij en mijn medeleven
voor jou blijft maken. Indien het je zelf niet zou zijn opgevallen, was je
gisteren aan de telefoon nogal ERG GRENSOVERSCHRIJDEND
bezig. Een "nee" is een "nee" en dan is het niet
passend dat je weer en weer probeert iets dat ik uitdrukkelijk zeg niet te
willen, blijft proberen voor mekaar te krijgen. Je
gedrag is respectloos, manipulatief, narcistisch en bovendien belachelijk. Verder wil ik je erop attenderen dat over
een ONS te praten algeheel misplaatst was. Er is
geen ONS en dat is er ook nooit geweest. Jij hebt een persoonlijkheid waarmee
een WIJ niet te hebben is. Jij kunt er op z'n best
een illusie over hebben en over dromen. Ook wil ik je verzoeken van wat wij
hadden niet in termen van "relatie" te spreken. Wij hadden
geen relationship
maar een exploitationship, [red. 2005: nota bene een Zinkend Schip]. Ik hoop dat jij je aan mijn
uitdrukkelijke wens geen contact meer met jou te willen onderhouden,
zult houden. Doe je dat in welke vorm dan ook niet, zal ik dat
interpreteren als een inbreuk op mijn privacy alsmede
als lastigvallen. Door contact met mij op te nemen, berokken jij mij verdere
schade. Ik zeg dit expliciet zodat duidelijk is dat indien je contact opneemt
je de keuze maakt mij te schaden en dat dus willens en wetens doet. Zoals meneer E. heel goed heeft herkend, heb ik INNERE RUST
nodig. Indien je dat begrijpt, gun je mij die dus ook door mij niet meer
te contacteren. Wat betreft schadeberokkening,
wil ik je ook nog een laatste keer erop attenderen dat jij mij met een iedere
leugen of verdraaiing van de werkelijkheid of het gebeurde, verdere schade
zult berokkenen, mij zult hertraumatiseren. Dat zal ik niet accepteren. Dat
houdt in dat je je met een iedere leugen waarvan ik
op de hoogte kom, zelf schade berokkent. Het is allemaal al erg genoeg als je
niet liegt. Ik wou dat een contactstop met jou niet
nodig was geweest maar het feit dat jij misbruik blijft maken, dat je
manipuleert en alleen maar aan je eigen belangen denkt - en dat ook nog onder
het mom van de mijne doet, maakt dat mij verder
contact met jou niet mogelijk is. Ik wens je het beste toe. Jeannette De
naam ‘Jeannette’ is het pseudoniem dat het
slachtoffer gebruikt. De naam van de ex-therapeut van F. hebben wij i.v.m.
zijn recht op privacy afgekort. Wat betreft de naam van F. houden wij de
eerdere keuze, gemaakt door de media, aan. |
Red. MdH, 9 november 2005
Nummer 22, Oktober
2003
De Amsterdamse psychotherapeut Freek F. werd op 2
september jl. door de strafrechter schuldig bevonden aan ‘ontucht met misbruik
van gezag’, maar kreeg geen straf opgelegd. De eis van de Officier van Justitie
luidde: vier maanden voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van twee
jaar.
De eisende partij was niet
tevreden met de uitspraak. Volgens de 34-jarige vrouw uit Amstelveen, die zich Jeannette noemt, gaf de rechter blijk van veel begrip voor
de therapeut: hij was ontslagen door het AMC, de
Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) en Jeannette
hadden een klacht tegen hem ingediend bij het Regionaal Tuchtcollege (RTC), hij
moest weg uit zijn groepspraktijk en leeft tegenwoordig van een WAO-uitkering.
Wel gaf hij aan nog ongeveer negen cliënten per week te behandelen.
Volgens Jeannette zijn dat er
negen te veel en zij wil dat hij een beroepsverbod krijgt: “F. beseft simpelweg
niet dat hij schade heeft aangericht. En de kans op herhaling bij
grensoverschrijders is hoog; tussen de 30% en 80%”. Maar het RTC heeft F. niet
geschorst maar slechts ‘een berisping’ opgelegd. Wel heeft de IGZ vorig jaar in
april aan F. gevraagd om – hangende de zaak - zijn werk neer te leggen. Het was
trouwens uitzonderlijk dat de IGZ ook een klacht indiende en dat er een
spoedprocedure in werking werd gesteld. Over de recidivekans lopen de meningen
uiteen. De IGZ, het AMC, de
Nederlandse Vereniging van Vrijgevestigde Psychotherapeuten (NVVP) en het
Zorgkantoor zitten op dezelfde lijn. F. zelf heeft alleen maar toegegeven dat
hij ‘een seksuele relatie met Jeannette had, omdat
hij verliefd was’. Dat hij hulp heeft gezocht en een schadevergoeding heeft
betaald, bewijst volgens hem dat er geen kans is op herhaling.
Volgens Jolijn Beukering,
jurist op het gebied van gezondheidszorg bij de Stichting De Ombudsman, is het
nogal uitzonderlijk dat de IGZ gelijktijdig met de eerste klager een klacht
indient bij het Regionaal Tuchtcollege. Zij vermoedt dat er sprake moet zijn
van meerdere, individuele klachten tegen F. Maar volgens een woordvoerder
van de IGZ is het gebruikelijk om naast de klagende partij bij het RTC een
klacht in te dienen wanneer er kans is op recidive. De IGZ acht schorsing van
F. niet opportuun. “Wanneer we een psychotherapeut uit het BIG-register
schrappen, kan hij zijn praktijk voortzetten als ‘therapeut’.
Dan hebben we helemaal geen middelen om in te grijpen, wanneer dat nodig zou
blijken”, aldus de woordvoerder.
Feit blijft dat zijn oude
groepspraktijk cliënten naar F. blijft doorverwijzen alsof er niets aan de hand
is. Ook staat hij nog als psychotherapeut geregistreerd bij de NVVP, die overigens de RTC uitspraak en de klacht van de
IGZ aangreep om het Zorgkantoor te verzoeken F.’s AWBZ contract in te trekken.
Dat de eigen beroepsgroep F. niet geschikt acht voor zijn vak, zegt veel over
de simpele ‘berisping’ van het Tuchtcollege.
Jeannette’s verhaal
Jeannette kwam in de dagkliniek van het
AMC in aanraking met F.. Zij was eind twintig, hij
rond de vijftig. “Een klassiek geval” zegt ze achteraf. Hij zag er goed uit en
leek haar problemen prima aan te voelen. Maar ze wist niet wat ze aan moest met
zijn opmerkingen: dat ‘het goed voor haar zou zijn om net als hij yoga te gaan
doen in De Roos’, dat hij ‘erotische gevoelens voor haar had’ en dat ‘het geen
geheim was’. Ze klopte in paniek en in tranen aan bij drie stafleden. Zonder verdere
uitleg werd de individuele therapie stopgezet. Maar F. bleef Jeannette wel therapie geven in de vorm van
groepsgesprekken. Jeannette: “Dat was juist het
verwarrende voor F. en voor mij. Was de staf consequent geweest, dan had ik
kunnen begrijpen wat er aan de hand was; dat F. een grens had overschreden en
mij had geschaad. Als ik dat toen had beseft, was ik natuurlijk later niet meer
bij hem in therapie gegaan”. F. was boos. Jeannette
was verbaasd en vooral kapot en eenzaam omdat niemand erover wilde praten. De
pijn die ze voelde, was ‘liefdesverdriet’ dacht ze.
Een leugen
Jeannette keerde na de behandeling in de
dagkliniek terug naar haar oude therapeut die meende dat ze nauwelijks
gevorderd was. Het klikte niet meer tussen hen. Jeannette
zocht een andere therapeut en kon terecht bij F., in zijn groepspraktijk. Ze
had het gevoel dat hij haar problematiek begreep, zoals de trauma’s van haar
kille opvoeding. Ook F. had een problematische relatie met zijn moeder gehad. Jeannette liet hem weten dat ze niets meer voor hem voelde
en wilde bevestigd hebben dat zijn ‘gevoel’ de therapie niet in de weg zou
staan. Dat zou geen enkel probleem geven, was zijn antwoord. Een leugen, bleek
kort daarna. Later zei F. dat hij haar toen opnieuw in therapie had genomen ‘om
te zien of hij van haar af kon blijven’.
Pijnlijk
duidelijk bleek dat hij niet verliefd was
Tijdens een van de sessies, waarin ze hem vertelde dat ze
gelukkig was en op vakantie ging naar haar verloofde in Noorwegen, nam hij haar
langdurig in zijn armen. Jeannette besloot dat het
afgelopen moest zijn met de verwarring. Waarom nodigde zij hem vervolgens thuis
uit? Volgens eigen zeggen omdat alles wat er was voorgevallen niet binnen drie
kwartier besproken kon worden. Jeannette wilde er
zeker van zijn dat het probleem was opgelost, voordat ze naar Oslo ging. Ze was
boos dat F. voor de tweede keer zíjn gevoelens op haar bord legde en wilde
daarvoor de therapietijd, die immers voor háár was, niet gebruiken. Die avond
ging F. opnieuw over de schreef; het gesprek was het
begin van een misbruikrelatie die ruim anderhalf jaar zou duren. Jeannette begreep snel dat ze de therapie moest beëindigen,
zelfs onder protest van F. Maar het kostte haar haar
verloofde en nog ruim een jaar om het misbruik te laten stoppen. Uiteindelijk
gaf een tekst van F., die ze toevallig onder ogen kreeg, de doorslag. Pijnlijk
duidelijk bleek dat hij niet verliefd was, maar dat hij haar had misbruikt om
zich op zijn ex te wreken. Jeannette
vocht terug. Via de vrouwenhulpverlening vond ze eindelijk
gehoor en begon ze aan een lange juridische weg vol vijandigheid, tegenwerking
en ongeloof. Het verwerken van alle pijn en verdriet zal nog jaren
duren. Maar ze zet door, om andere cliënten te behoeden voor de valkuilen van
‘verliefde’ therapeuten.
Maria was pas 24 en had een zoontje van 2,5 jaar, toen ze na
een dramatische scheiding bij het RIAGG terechtkwam. Door omstandigheden, plus
een verhuizing naar het zuiden van Nederland, stond ze helemaal alleen. Ze kreeg
een 18 jaar oudere vrouwelijke therapeut die haar vijftien jaar lang
manipuleerde en misbruikte.
Maria beschrijft het raffinement waarmee haar therapeut te
werk ging: “Ze wist dat ik voor de eerste maal verliefd was geweest op een
vrouw en daar niets mee had kunnen doen. Er hing altijd een intense seksuele
sfeer. Ik raakte helemaal verkrampt. Ze staarde me doorlopend aan. We zaten al
na een paar sessies op de grond tegen de verwarming, zogenaamd om de onderlinge
positie gelijkwaardiger te maken. Ze tikte terloops op mijn tepels tijdens
verschillende sessies. Maandenlang dacht ik hierover na en kreeg de verschillen
in handeling, gezicht en houding niet in overeenstemming”. Maria raakte verward
tussen ‘haar fantasie’ en wat haar therapeut deed. “Bij een afscheid drukte
mijn therapeut haar onderlichaam stevig en langdurig tegen het mijne. Pas na een heel lange tijd, nadat ik er 101 keer over
had nagedacht - en er over had gefantaseerd en er boos over was - durfde ik
haar hierover aan te spreken. Ze zei: ‘Wat ik onbewust doe, weet ik ook niet’”.
Maria vertelt dat na een jaar van desoriëntatie, manipulatie
en aanrandingen ‘het andere fysieke contact’ ontstond. In het begin was haar
therapeut ‘nog wel eens lief’ maar toen Maria zich eenmaal gehecht had (dat
moest, want dan kwam ze zogenaamd ‘vrij’) werd ze steeds meer gekweld,
vernederd en mishandeld. Maria kwijnde weg, voelde zich niets meer waard, was
depressief en angstig en verkeerde in een isolement, samen met haar zoontje.
Haar therapeut had verteld dat ze van haar hield, dat ze het fysieke contact
alleen met haar had en dreigde met straf als ze daaraan zou twijfelen.
Het misbruik duurde vijftien maar
in het laatste veranderde alles radicaal. Volgens Maria hoogstwaarschijnlijk
ook omdat psychotherapeuten in 1998 onder de BIG (tuchtwet) gingen vallen. Haar
therapeut verbrak het seksuele contact, ontkende de intieme relatie van 15 jaar
en begon Maria ‘psychologisch te elimineren’.
Maria werd door het RIAGG niet geloofd noch gehoord, het was
haar beleving. Ze werd door het RIAGG
opnieuw vernederd en gekleineerd: “Ik was na 15 jaar van de ene op de andere
dag verbannen. Mijn therapeut wilde geen woord meer met me wisselen. Ook bleek
dat het RIAGG mijn huisarts achter m’n rug om had
ingelicht. In mijn dossier bleek een formulier voor IBS (inbewaringstelling)
klaar te liggen. Volgens mijn therapeut was ik in staat tot forse ‘acting out’ en ik werd bedreigd
met het inschakelen van de politie”. Binnen het reguliere circuit kreeg Maria
geen hulp maar werd ze benaderd als degene die schuldig was aan het misbruik.
Pas na twee jaar vond ze via de bijzondere bijstand een onafhankelijke,
particuliere therapeut. De Inspecteur voor de Gezondheidszorg – die telefonisch steun beloofde bij het indienen van een klacht –
was tijdens het persoonlijke gesprek opeens zijn belofte vergeten.
Maria heeft nog steeds veel last van psychische en
psychosomatische klachten. Ook haar zoon heeft veel schade ondervonden.
Slachtoffers van therapeutische incest kunnen vaak nergens
heen met hun verhaal. Onbegrip, ongeloof of ronduit afwijzing is vaak hun deel.
Of erger nog, ze krijgen de schuld van het misbruik in de schoenen geschoven.
Maria en Jeannette hebben daarom een website
opgericht voor slachtoffers van seksueel misbruik door hulpverleners. Het is
een rustpunt waar lotgenoten hun verhaal kwijt kunnen, respect en (h)erkenning
vinden en elkaar op gelijkwaardig niveau kunnen steunen.
De site is ook een bron van informatie over
grensoverschrijdend gedrag, instellingen, regelgeving en klachtenprocedures.
www.misbruikdoorhulpverleners.nl
Cliënten en hulpverleners zijn niet gelijkwaardig in de
therapeutische relatie. Het is de therapeut die de verantwoordelijkheid
draagt om een passende behandeling te geven en om op juiste wijze met de
cliënt om te gaan. Er bestaan veel mythes over grensoverschrijdend gedrag van
hulpverleners.
·
De professionele relatie eindigt bij het beëindigen van de
therapie. De
overdrachtsgevoelens stoppen niet met het beëindigen van de therapie. Werkelijk
veilig beleid is 'zero
tolerance’.
·
Als je de professionele relatie
eerst beëindigt, is sociaal/seksueel contact oké. Het is niet correct, maar in
dit geval kan de cliënt inderdaad geen klacht meer indienen bij het RTC of bij
de strafrechter.
·
Seks is alleen gemeenschap. Romantische en verleidende conversatie,
omarmen, zoenen of orale seks veroorzaken vaak
dezelfde schade.
·
Cliënt verleidt de therapeut.
·
Cliënt zal wel lijden aan
borderline problematiek.
·
Cliënt heeft zich (zeer)
grensoverschrijdend gedragen.
·
Cliënt was verliefd.
·
De therapeut was verliefd of kampte met situationele problemen (scheiding,
dood dierbare) waarbij mogelijke structurele oorzaken - ernstige psychiatrische
stoornis - niet in overweging worden genomen. Maar in meer dan de helft van de
gevallen is hiervan sprake. Echte verliefdheid komt zelden voor.
·
Cliënt zal het zich wel verbeelden.
· Cliënt wil de hulpverlener iets betaald zetten. Van onterechte aangiften en klachten is slechts in circa 4% van de gevallen sprake.
Wat kun je doen als cliënt om misbruik te voorkomen?
Vóór de therapie
- Informatie inwinnen bij de huisarts en het BIG register (www.bigregister.nl of: 0900-8998225). Een tijdelijk
beroepsverbod wordt in het register vermeld.
- Controleren of de therapeut lid is van
een beroepsvereniging.
Tijdens de therapie
Je moet alert zijn als:
- je eigen intuïtie zegt dat het niet goed
is.
- wanneer de therapeut zichzelf teveel in de therapie inbrengt.
- wanneer de therapie verwarring
veroorzaakt.
- de therapeut je ‘per ongeluk’ op intieme
plekken aanraakt.
- de therapeut je kleineert.
- de therapeut praat over zijn / haar
gevoelens voor jou.
- de therapeut jou beter behandelt dan
andere cliënten.
Neem af en toe een kijkje in je dossier:
de dossiervoering van grensoverschrijdende therapeuten is meestal incompleet en
onprofessioneel.
Typische signalen van dreigende
grensoverschrijdingen zijn: uitloop en/of verplaatsing van de sessie naar het
einde van de dag, verhoging frequentie van de sessies, verlaging tarief.
Wanneer
er een seksuele relatie is aangegaan
De therapeut moet de therapie meteen
stopzetten en zorgen voor vervolg bij een collega.Wanneer
de therapeut dit nalaat, doet de cliënt er het beste aan zelf de therapie te
beëindigen. Vervolgtherapie na grensoverschrijding is moeilijk.
Ben
je slachtoffer van grensoverschrijdend gedrag?
Bel Signaal, Informatie en Klachtenbureau
Gezondheidszorg (IKG), of De Eerste Lijn in Amsterdam. Bij instellingen kan de
PVP (patiëntenvertrouwenspersoon) ingeschakeld worden.
Wil
je een klacht indienen?
Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ).
De Ombudsman (bij klachten over
overheidsinstanties).
Regionaal Tuchtcollega (RTC) (bij klachten
over gz-psychologen, psychotherapeuten, psychiatrisch
verpleegkundigen of psychiaters).
De Beroepsvereniging (bij klachten over
vrijgevestigde therapeuten).
Art. 249/2/3 van het Wetboek van Strafrecht stelt
seksueel grensoverschrijdend gedrag door hulpverleners strafbaar. Bij
zedenambtenaren van politie kan aangifte (of melding) worden gedaan, ook
over niet BIG-geregistreerde of alternatieve
hulpverleners. Er kan een civiele procedure aanhangig gemaakt worden. Deze
zijn vaak langdurig en belastend. Soms zal een schikking worden voorgesteld.
Voor het voeren van een procedure is een advocaat aan te raden.
Rechtshulp:
Nederlandse Orde van
Advocaten, Den Haag, 070 - 335 35 35.
Voor minima: Raad voor Rechtsbijstand, Amsterdam, 020
- 580 59 99.
Algemene informatie: Bureaus voor
Rechtshulp en de Jurofoon.
Op www.misbruikdoorhulpverleners.nl
zijn adressen te vinden van ervaren advocaten op dit gebied.
Lotgenoten:
E-mail supportgroep www.advocateweb.org (Amerikaans) of via www.misbruikdoorhulpverleners.nl (Nederlands).
De échte
bescherming moet door de behandelaar en door de GGZ-instelling
worden gegarandeerd. Instellingen moeten open communiceren en het vaak
heersende stilzwijgen doorbreken.
Sylvia Saakes,
politicoloog, is bezig een boek te schrijven over misbruik door vrouwelijke therapeuten van hun vrouwelijke cliënten en psychologisch geweld binnen dit soort relaties. Ze maakte
zelf een diepgaand traumatische ervaring mee door het misbruik van haar
vrouwelijke therapeut en ontmoette daarna veelal bij toeval andere vrouwen die
soortgelijke situaties hadden meegemaakt. Op grond van de interviews die ze
deze vrouwen afnam, schrijft ze nu een boek.
Sadisme
Saakes: “Als ik mensen voorbeelden geef
van vrouw / vrouw misbruik, dan zijn de reacties heel verschillend. ‘Maar dat
is puur sadisme!’ riep eens iemand uit. ‘De koude rillingen lopen over mijn
rug’ zei een ander. Deze reacties vallen op omdat de persoon in kwestie echt
tot zich liet doordringen wat ik vertelde. Meestal is de reactie anders: men
kijkt weg, weet zich er geen raad mee of kijkt mij onderzoekend aan om te zien
wat er mis is met míj”. Saakes begrijpt dat het
lastig is, om te gaan met de vele voorbeelden die zij uit de praktijk heeft
opgetekend van vrouwelijke therapeuten die erop uit zijn om hun cliënten te
kwetsen, te vernederen en aan hun wil te onderwerpen. “Vrouwelijke therapeuten
die hun vakkennis gebruiken om hun cliënten te gronde te richten, dat is
nauwelijks te bevatten, laat staan te geloven. Niet
alleen voor de buitenwereld, maar ook voor de vrouwen die in therapie gingen.
Juist daarom kon het misbruik ontstaan en bij enkelen van hen zo lang duren.
Wat deze vrouwen overkwam, was zo verwarrend en ging zo sluipend en subtiel,
dat ze dachten dat het met hén te maken had. Logisch, want tenslotte
ga je in therapie om bij jezelf te rade te gaan en je denkt dat die verwarring
erbij hoort. Maar bij veel mensen is het een onbewust patroon: denken dat iets
aan jou ligt, dat jij iets fout hebt gedaan. En precies van dergelijke
onbewuste patronen maken deze therapeuten gebruik, dus van het gebied waarin
zij zijn gespecialiseerd”. In een enkel geval dat Saakes beschrijft, kun je nog vermoeden dat een therapeut
zelf in haar onbewuste deel, in haar tegenoverdracht,
is geschoten. Maar de wijze waarop veel therapeuten te werk gingen, was zo
systematisch en andere voorbeelden zijn zo talrijk, dat van die onschuldige
interpretatie niet veel overblijft.
Vele vormen van
misbruik
“Cliënten kunnen vaak niet herkennen wat er met hen gebeurd
is, omdat ze bij datgene wat hen overkwam niet aan misbruik dachten. Misbruik
wordt als vanzelfsprekend geassocieerd met ‘seksueel’ misbruik, met mannen, met
penetratie en met iets dat duidelijk tegen je wil
gebeurt. Dit maakt dat vrouwen veel zaken die een therapeut met hen uithaalt,
niet herkennen en zichzelf de schuld geven van wat er gebeurt”. In Saakes’ boek blijkt hoeveel andere vormen van misbruik er
bestaan, dat niet alleen seksueel misbruik grote schade toebrengt en ook dat
seksueel misbruik alleen maar kán plaatsvinden omdat de andere vormen van
misbruik een cliënt van haar stuk brengen. Bijvoorbeeld door in te spelen op de
diepste pijn of verlangens van een cliënt.
Saakes heeft een kwalitatieve analyse
gemaakt van recente gevallen van vrouw/vrouw misbruik in Nederland. De
invalshoek is niet dát of hoe váák het voorkomt, maar hóe het gebeurt: welke
verschillen er tussen de gevallen zijn en wat de gevolgen waren voor de ‘overlevenden’.
De term ‘overlevenden’ is gebruikelijk in de Verenigde Staten om slachtoffers
van misbruik aan te duiden, een term die de lading het beste dekt. Ook in Saakes’ geval. Zij had een schokkende ervaring achter de
rug en ging in therapie om daar overheen te komen. Haar therapeut deed niets
minder dan salpeterzuur in de wond wrijven.
De meeste vrouwen die Saakes
interviewde hebben een hoog opleidingsniveau en bovengemiddelde intelligentie.
Ze verkeerden grotendeels in herkenbare situaties: ze waren eenzaam en
verlangden naar liefde en erkenning. Als zij een goede therapeut hadden gehad,
waren ze er snel weer bovenop gekomen. Maar het tegengestelde gebeurde: ze
raakten getraumatiseerd door de therapeut en de ‘hulp’verlening
nadien. De gevolgen: vele jaren WAO of
bijstand, hoge schulden en schuldsanering, dreiging om uit hun huis of uit de
ouderlijke macht over hun kind te worden gezet en bovenal onbeschrijflijk leed.
Sommige vrouwen raakten werkelijk alles kwijt: hun werk of studie,
vriendschappen en zichzelf. De meesten zijn er na
vele jaren nog niet bovenop. “Ook door het proces van secundaire traumatisering
door de hulpverlening erná, is het een wonder dat deze vrouwen het hebben
overleefd”, aldus Saakes.
Saakes heeft haar ervaringen ‘hoe uit
die diepste put te komen’ omgezet in een cursus: ‘Crisis: noodlot of
uitdaging’. Ze heeft ervaren dat de manier waarop zij over het
trauma heen kwam ook anderen steun kan bieden. “Het gaat om meditatie- en
bewustzijnstechnieken, zonder inhoudelijke bemoeienis van een ander. Je leert
jezelf op te vangen en te begrijpen wat een crisis is,
hoe met je diepste emoties om te gaan en deze om te zetten in iets positiefs.
De cursus biedt een alternatief voor ‘praat’therapieën en laat je
ervaren dat je een diepere laag in jezelf hebt, die je door de meest ernstige
crises heen kan helpen”.
Topje van de
ijsberg
Het boek is nog niet af. Saakes
kan voor verschillende invalshoeken kiezen en die keuze maakt ze graag in
overleg met een uitgever. Ze vermoedt dat de gevallen die ze bij toeval op het
spoor kwam, slechts het topje van de ijsberg zijn en dat vrouw/vrouw misbruik
op veel bredere schaal gebeurt dan wordt gedacht. Ze wil haar boek publiceren
om te laten zien dat de geldende opvattingen over misbruik, maar ook de
hulpverlening erna, dringend aanvulling behoeven. Maar ook opdat cliënten door
haar boek eerder herkennen wanneer hun therapeut dingen doet die niet kloppen.
En indien het de lezer zelf is overkomen, kan het boek dienen ter herkenning en
heling, zodat je weet dat je niet de enige bent.
Met haar boek wil Saakes laten zien, dat je er ook
weer uit kunt komen: uit het onnoemelijke trauma
waarbij de meeste cliënten alle geloof en vertrouwen in anderen én in zichzelf
kwijtraakten.
Een Amsterdamse psychotherapeut werd onlangs schuldig gevonden aan het
plegen van ontucht met een cliënte. Ondanks de overtuiging van de Inspectie en
het slachtoffer dat het risico op herhaling groot is, mag hij zijn praktijk
blijven voeren. De Inspectie gooit de handdoek in de ring maar het slachtoffer
zet door. Pagina 5
Ontucht
geen reden praktijk te stoppen
De relatie tussen psychotherapeut en cliënt dient van smetten vrij te zijn. Een 34-jarige Amstelveense ervoer dat niet alle therapeuten hun
beroepsethiek serieus nemen. Ze werd anderhalf jaar lang door haar therapeut
misbruikt. Tuchtcollege en strafrechter stelden de Amstelveense
in het gelijk maar de therapeut mag toch blijven werken.
Het kostte mij
tijdens de therapieën soms moeite om mij niet door koesterende gevoelens voor
dit aantrekkelijke, eenzame en aanhankelijke meisje te laten overspoelen.
Ongeveer vijf jaar later kwam ik haar op straat tegen. Het ging haar goed. 'Weet
je', verzuchtte zij, 'dat je de enige therapeut was die niet met mij is gaan
vrijen'. Dit fragment komt uit een circulaire van de Inspectie voor de
Gezondheidszorg.
Jeannette (34) trof een therapeut die minder stevig
in zijn schoenen stond, de inmiddels 55-jarige
F.F.
Een recente scheiding en jeugdtrauma's hadden Jeannette
zes jaar geleden zodanig van haar voetstuk gebracht dat ze bij het AMC
aanklopte, waar F. werkzaam was.
Ze kwam in dagbehandeling. “F. liet merken dat hij mij zag zitten, heeft later
ook toegegeven dat hij erotische gevoelens voor mij koesterde. Ik was daar in
mijn toestand gevoelig voor,'' vertelt Jeannette. De
vakliteratuur spreekt van overdrachtsgevoelens.
Een seksuele relatie was er in het AMC nog niet, alleen een broeierige sfeer.
Niet op haar gemak ging Jeannette bij de leiding te rade. Die besloot de individuele behandeling door F. stop
te zetten, tot woede van de therapeut. Jeannette: ,,Zich van geen kwaad bewust.''
,,Hoewel ik moeite had met zijn gedrag bleef ik op hem
gesteld,'' zegt Jeannette achteraf. Na het AMC kwam
ze bij een andere psychotherapeut. Dat beviel niet en dus benaderde ze F. weer,
die naast zijn baan in het AMC in een groepspraktijk in Oud-West werkte. ,,Ik heb nog gevraagd 'F., voel je echt niets meer voor mij,
want dat zou ik niet willen'. Hij antwoordde ontkennend.''
Jeannette: ,,Dat bleek
gejokt. Ik had in die tijd een Noorse vriend, was gelukkig en zou voor een paar
weken naar Oslo afreizen. F. ontpopte zich als
jaloers, probeerde mij die relatie uit het hoofd te praten. Vlak voordat ik zou
vertrekken, ik was toen al ruim een jaar weer bij hem in therapie, nam hij mij
in zijn armen. Ik was overdonderd, verward. Ik schreef hem en vroeg hem langs
te komen om erover te praten. In plaats van alles uit te praten, ontstond er
die avond iets anders. F. bleef. De kater kwam al meteen de volgende ochtend.
Het was niet de eerste keer dat hij als therapeut faalde, biechtte hij snikkend
op. Hij vertelde ook dat hij als schizoïde gediagnosticeerd was. Was dat de therapeut
die ik al die tijd had vertrouwd?''
De therapie werd niet direct beëindigd. Er was nog een half jaar te gaan. ,,F. wilde dat afmaken maar ik wilde stoppen, omdat ik
voelde dat relatie en therapie niet samenging.'' Relaties tussen therapeut en
cliënten blijken binnen de beroepsgroep gevoelig te liggen. Een collega van F.
wil commentaar geven maar niet met zijn naam in de krant: ,,Als
therapeut ben je kwetsbaar.''
Psycholoog/psychotherapeut W. is stellig: ,,Tijdens
een therapie is het hebben van iets anders dan een behandelrelatie uit den
boze, tot minimaal een half jaar na beëindiging. En dat is kort, misschien moet
je zeggen: Begin nooit iets met een ex-cliënt.'' W. is lid van de Nederlandse
Vereniging van Vrijgevestigde Psychotherapeuten. De beroepscode is op de NVVP-site na te lezen (www.nvvp.nl).
W. vindt het gedrag van zijn collega ronduit verwerpelijk: ,,Als therapeut voel ik mij erdoor besmeurd. Afgezien van de
enorme schade die het slachtoffer is berokkend, lijdt de hele beroepsgroep
onder zulk onprofessioneel handelen. Ons werk valt of staat bij het vertrouwen
dat cliënten in ons kunnen stellen. Psychotherapie is geen marktplaats voor het
aangaan van relaties, hoe verliefd je ook bent.''
Het kan gebeuren dat je gevoelens voor een cliënt
ontwikkelt, of andersom. Door de aard van het werk is het risico levensgroot.
Juist daarom ligt het zo precair. Al kruipt een bloedmooie
cliënte poedelnaakt op je schoot, dan heb je er nog vanaf te blijven en de
situatie direct onder controle te brengen,'' aldus W.
Onder controle was de relatie tussen F. en Jeannette geen moment. ,,Ik zat
gevangen, emotioneel. Wilde er vanaf maar wist niet hoe. Pas nadat ik het al
een keer had uitgemaakt, maar ook weer was bezweken, begon ik hulp te zoeken.''
Jeannette klopte na veel aarzelingen bij
het AMC aan. Per slot van rekening was alles daar begonnen. F. werd ontslagen. Jeannette: ,,Voor zover ik weet,
heeft meegespeeld dat F. geen enkel schuldbesef toonde.''
Na drie pogingen wist Jeannette zich, na anderhalf
jaar, van de relatie te bevrijden. Ze maakte melding van het misbruik bij de
Inspectie voor de Gezondheidszorg, alarmeerde de groepspraktijk en deed
aangifte bij de politie. Het onderhouden van een seksuele relatie tussen
therapeut en cliënt is niet alleen tegen de beroepsregels maar ook in strijd
met het Wetboek van Strafrecht. Bovendien maakt een veroordeling de weg vrij
voor het eisen van schadevergoeding.
De Inspectie nam Jeannette’s klacht pas na lang
aandringen in behandeling: ,,Men leek er niet goed
raad mee te weten. Ik was vastbesloten ervoor te zorgen dat F. niemand anders
zou kunnen beschadigen, in herhaling zou vallen. De Inspectie is er voor om in
zulke gevallen in te grijpen en kan iemand uit zijn ambt zetten.''
Toen de Inspectie uiteindelijk toch actie ondernam, was de conclusie helder. In
een schrijven aan het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam stelt de inspecteur
mr. F. ten Cate-Adema: 'De Inspectie heeft besloten
om, naast een eventuele klacht van de betrokken klaagster, ook zelf een klacht
in te dienen (bij het Tuchtcollege, red.) omdat de heer F. - geconfronteerd met
de feiten - niet duidelijk blijk gaf de ernst van de situatie in te zien. Bij
de Inspectie is daardoor twijfel ontstaan over de vraag of herhaling uitgesloten
kan worden'.
Het Tuchtcollege deelt de zorg van de Inspectie niet. Na een spoedprocedure
'vanwege de ernst van de klacht' verklaart het college F. schuldig maar acht
hem voldoende gestraft. F. mag doorwerken.
De rechter komt begin september tot een eensluidend oordeel.
Argumentatie: F. verklaarde tegenover het Tuchtcollege dat hij 'onjuist heeft
gehandeld'. Hij was overspannen zonder het te merken, en daardoor extra
kwetsbaar, aldus zijn verweer. Voorts was sprake van 'wederzijdse diepgewortelde
affectieve gevoelens' en hij heeft naar eigen zeggen 'beslist geen misbruik van
de situatie gemaakt'. Het blijft bij een berisping. Jeannette:
,,Onbegrijpelijk. Er is zelfs geen psychologisch
onderzoek geweest. Waar baseert het Tuchtcollege zich op? Hij heeft nota bene
tegenover het college verklaart: ‘Jeannette
had meer aandacht nodig en ik ook.’
Dat zegt toch wel wat over zijn mentale staat, nog afgezien van het gruwelijke
feit dat hij suggereert dat ik om die relatie heb gevraagd.''
Het Tuchtcollege wil over de zaak niet meer kwijt dan wat in het vonnis staat.
Ook op de vraag hoe het ontucht met cliënten doorgaans onderzoekt blijft een
antwoord achterwege, hoewel de website van het Tuchtcollege 'maximale openheid'
predikt. De woordvoerster: ,,Zo vaak komt ontucht niet
voor.''
W.: ,,Onzin. Zo'n vonnis
bevestigt het idee, ook mijn idee, dat men elkaar de hand boven het hoofd
houdt. Er is veel schroom over dit onderwerp. Het vonnis gaat bovendien voorbij
aan de schade die bij het slachtoffer is aangericht. Jaren van therapie door de
gootsteen. En wat stelt zo'n berisping voor? Worden verwijzers (artsen, collega therapeuten, red.)
gewaarschuwd?''
Dat is niet het geval. Voor zover uitspraken worden gepubliceerd, bijvoorbeeld
op internet, gebeurt dat geanonimiseerd. De NVVP
vermeldt F. nog steeds op haar website als 'door de overheid geregistreerd
psychotherapeut, die dus aan de kwaliteitsnormen voldoet'.
De Inspectie legt zich bij de uitspraak van het Tuchtcollege neer. De woordvoerster: ,,Hoger beroep maakt weinig kans. Bovendien, als F. zijn beroep niet meer mag uitoefenen als geregistreerd therapeut hebben we geen zicht meer op hem. Hij hoeft alleen maar het woordje 'psycho' te schrappen en kan als alternatieve therapeut doorgaan. Nu kunnen we hem nog in de gaten houden.'' Hoe, wil de woordvoerster niet zeggen: ,,Want dan weet hij het ook.''
F. weigert commentaar. Telefonisch antwoordt hij: ,,Van
de rechter mag ik mijn vak blijven uitoefenen.'' Doet u dat ook? Na enige
aarzeling: ,,Daar geef ik geen antwoord op.'' Volgens Jeannette werkt hij verder. ,,Een
vriendin kreeg zijn telefoonnummer via de groepspraktijk in Oud-West, zonder
waarschuwing.'' Een therapeut van de groepspraktijk stelt dat F. daar al enige
tijd niet meer werkt: ,,Hij is in goed overleg
vertrokken.'' Over het niet waarschuwen en naar F. doorverwijzen van cliënten: ,,We volgen het Tuchtcollege, en dat verbiedt hem niet door
te werken. Of F. nog werkzaam is als therapeut, weet ik trouwens niet.''
Jeannette is ondertussen met een lotgenote, misbruikt
door een vrouwelijke therapeut, bezig een website in te richten waar
slachtoffers hun hart kunnen luchten, met medeslachtoffers in contact kunnen
komen en advies kunnen inwinnen. De site gaat in oktober de lucht in, het adres
is nog niet bekend. Zelf zoekt Jeannette (06 – 137
717 47) ex-cliënten of collega's van F., die haar meer over hem kunnen
vertellen en die wellicht haar vrees bevestigen staven dat de kans op
herhaling groot is.
Joop Lahaise
Bron: Amsterdams Stadsblad,
woensdag 17 september 2003.
De naam van het slachtoffer is op haar verzoek veranderd.
Seksueel misbruik door Amsterdamse psychotherapeut
Strafzaak inzake ontucht met misbruik van gezag
AMSTERDAM, 20030901 --
Op dinsdag, 2 sept. 2003 om 12.30 uur dient de strafzaak inzake
'ontucht met misbruik van gezag' (art. 249/2/3 sr)
bij de Amsterdamse Rechtbank op de Parnassusweg tegen
de in het centrum van Amsterdam woonachtige en helaas nog steeds werkzame
psycholoog/psychotherapeut F.F..
Het slachtoffer hoopt dat de strafrechter alsnog de verantwoordelijkheid zal
nemen die het Regionaal Tuchtcollege Amsterdam eerder weigerde te nemen t.a.v.
de cliënten van F, de gebruikers van de GGZ in het algemeen
evenals t.a.v. de eigen beroepsgroep.
De heer F.F. (55) was t/m zijn ontslag in augustus
2001 sinds
Inspectie heeft naast het slachtoffer in 2002 een klacht bij het Regionaal
Tuchtcollege te Amsterdam ingediend. Beide klachten werden op dringend verzoek
met spoed behandeld, een procedure die slechts zeer zelden wordt toegekend.
Inspectie klaagt alleen maar over een hulpverlener bij het Tuchtcollege indien
gebruikers van de gezondheidszorg geacht worden in
gevaar te zijn. In april vorig jaar verzocht de IGZ de psychotherapeut dan ook
zijn werk hangende de zaak neer te leggen. F heeft aan dat verzoek geen gehoor
gegeven. Eind 2001 heeft het slachtoffer de groepspraktijk in het centrum van
de stad waarin F werkzaam was geïnformeerd over het seksueel
misbruik en het lopende Inspectie onderzoek omdat hij herhaaldelijk weigerde
zijn collegae over de ernstige situatie te informeren hetgeen zij
onverantwoordelijk achtte. F vertrok uit de groepspraktijk, vestigde zich weer
in een solopraktijk en ging door met het uitoefenen van zijn praktijk.
Zowel Inspectie, AMC en slachtoffer hebben hun zorg t.a.v. de kans op herhaling
bij F goed beargumenteerd en voorzien van veel bewijslast bij het Tuchtcollege
duidelijk kenbaar gemaakt. F laat o.a. tijdens alle procedures telkens weer
blijken dat het hem aan het noodzakelijke besef ontbreekt en profileert zich
continu als slachtoffer. Hij bekende een seksuele relatie met zijn cliënte te
hebben gehad, noemt het seksueel misbruik dat hij
pleegde echter nog steeds verliefdheid. Ondanks vele, harde bewijzen die juist
van het tegenovergestelde getuigen oordeelde het Tuchtcollege met alle onprofessionaliteit van dien dat F verliefd was. Ondanks
het feit dat het oordeel van het Tuchtcollege vooral berust op contra-cluderingen en ondanks het feit dat bij het lezen
van de uitspraak alleen al duidelijk wordt dat het niet om rechtspraak maar om
kromspraak gaat, is een dergelijk oordeel van een 'professionele' instantie
helaas rechtsgeldig. Door een klucht-'collegiale' uitspraak ontvangen zijn
cliënten nog steeds geen professionele zorg en bevinden zij zich volgens het
slachtoffer nog steeds in gevaar ook seksueel misbruikt te worden.
Hulpverleners die kennis hebben genomen van de zaak, die haar al lange tijd
volgen en de stukken hebben aanschouwd begrijpen dan ook niet hoe het mogelijk
is dat het Regionaal Tuchtcollege F de licentie zijn beroep verder te kunnen
uitoefenen niet heeft ontnomen.
De psychotherapeut bevond zich ten tijde van zijn seksuele grensoverschrijding
zoals het slachtoffer van F zelf weet, wekelijks in behandeling bij twee
therapeuten. Zijn cliënte ontving slechts een kwart van die hoeveelheid
'therapie' van F. Alle behandeling van F heeft het seksueel
misbruik echter niet kunnen voorkomen. Het Regionaal Tuchtcollege oordeelde desalniettemin dat bezorgdheid t.a.v. recidiverend gedrag
niet nodig zou zijn aangezien F immers onder behandeling is. Hij ontvangt nu
echter minder therapie dan drie jaar geleden toen hij over de
schreef ging. Tevens wordt uit een stuk van Inspectie duidelijk dat hij
zich in therapie bij een psychiater bevindt die F zelfs nog ondersteunt in zijn
denken het slachtoffer te zijn: "Ook hij legt de verantwoordelijkheid voor
het gebeurde niet bij de therapeut die deze in professionele zin heeft, maar
ook bij het slachtoffer." Er kan dus geenszins
sprake zijn van enige geruststelling wat betreft de therapie die F momenteel
ontvangt. Op de vraag waarom hij denkt niet te zullen
recidiveren antwoordde F in het verleden b.v. "[wegens] de onmogelijkheid
geheimen geheim te houden".
Om wille van o.a. het alhier verwoordde heeft het
slachtoffer de Officier van Justitie en via haar de Strafrechter recentelijk
nogmaals indringend verzocht een beroepsverbod aan F op te leggen alsmede
ervoor te zorgen dat hij in deze adequate, verplichte therapie zal ontvangen.
De hoop is erop gevestigd dat de strafrechter tenminste
zal instemmen met het dringende verzoek van de door F langdurig seksueel
misbruikte ex-cliënte om beklaagde toch nog aan een uitgebreid psychiatrisch/psycho-seksueel onderzoek te onderwerpen alvorens een
oordeel te vellen. Een dergelijk vakkundig onderzoek zou volgens het
slachtoffer duidelijk maken dat de zeer ernstige problematiek die zij in F
moest aantreffen geenszins samengaat met het kunnen
geven van psychotherapie.
Het is nooit de bedoeling van het slachtoffer geweest de dader te straffen. Wat
voor haar centraal staat en waarvoor zij nu al sinds
ca. 2 1/2 jaar opkomt is het welzijn en de veiligheid
van F's cliënten die zich binnen therapie per definitie in een afhankelijke
positie t.a.v. hem bevinden en die zich bovendien in een kwetsbare fase van hun
leven bevinden. Degenen die weten en maar al te goed
begrijpen doen niets. Degenen die dienen te weten hebben geen kans zichzelf te
beschermen. Diverse instanties hebben nagelaten het welzijn van zijn cliënten
en de gebruikers van de GGZ centraal te stellen en hen te beschermen.
Mededeling afkomstig van F aan het slachtoffer omtrent
een eerder ontslag wegens ongeschiktheid in de jaren '70 en een zeer ernstige
diagnose die eveneens rond die tijd gesteld werd hebben instanties niet eens
geverifieerd noch aan F gevraagd of het waar was.
Niet alleen de hoop van het slachtoffer maar ook de hoop van diverse
hulpverleners in binnen- en buitenland die dit geval al sinds geruime tijd
volgen is erop gericht dat het OM en de Rechtbank nu een einde zullen maken aan
deze al veel te lang voortdurende misstand. De vraag of al het tot nu toe
gebeurde en beslotene wel geestelijk gezond is, is
alles behalve overbodig. Het tuchtbesluit is dan ook niet meer dan een klucht-besluit. Collegiaal is het geenszins
want professionele, ethisch correct denkende en handelende hulpverleners heeft
het Regionaal Tuchtcollege met haar oordeel geen dienst bewezen, in tegendeel.
Het slachtoffer is tegen de uitspraak van het Regionaal Tuchtcollege te
Amsterdam uiteraard in hoger beroep gegaan bij het Centraal Tuchtcollege te Den
Haag. De zaak zal worden behandeld op dinsdag, 11 november a.s. om 10.30 uur in
het Paleis van Justitie aan de Prins Clauslaan 60 te
's Gravenhage. Het gaat voornamelijk om de kans op
herhaling en om buitengewone procedurele en inhoudelijke tekortkomingen van de
tuchtprocedure in eerste aanleg. Het is de vraag of art. 6 EVRM (Europees
Verdrag van de Rechten van de Mens) door het Tuchtcollege geschonden is oftewel is het de vraag of de tuchtprocedure in eerste
aanleg voldeed aan de eisen van een eerlijke procedure c.q. 'fair trial'. Het
verzoek aan het Centraal Tuchtcollege luidt zoals ook in eerste instantie
'doorhaling van de inschrijving van F als psychotherapeut in het BIG register'.
Noot voor redacties:
Naam-
en adresgegevens van de inzender van dit persbericht zijn bij Nieuwsbank
bekend. Voor meer informatie kunt u bellen met: 030 - 288 12 86 (Nieuwsbank). Aldaar zal men uw telefoonnummer noteren en aan mij
doorgeven. Ik zal u dan z.s.m. terugbellen.
Een kort interview met het slachtoffer na afloop van de zitting op dinsdag, 2
sept., is desgewenst mogelijk. Een langer interview op een ander moment behoort
tot de mogelijkheden.
Kromspraak strafrechter volgt tuchtklucht op
Cliënten GGZ nog
steeds in gevaar
AMSTERDAM, 2 sept. 2003 -- De
Amsterdamse strafrechter heeft in zake het delict 'ontucht met misbruik van
gezag' oftewel 'seksueel misbruik van een cliënte door
haar psychotherapeut' besloten de Amsterdamse psychotherapeut F.F. (55) wel schuldig te verklaren maar geen straf op te
leggen. De eis van de Officier van Justitie was 4 maanden voorwaardelijke
gevangenisstraf met een proeftijd van 2 jaar. Hoofdreden voor het niet opleggen
van straf: de dader zou al voldoende zijn gestraft.
Zie ook de voorbeschouwing bij deze zaak op www.nieuwsbank.nl/inp/2003/09/02/e006.htm
De Amsterdamse psycholoog-psychotherapeut F.F. die een aan zijn zorg toevertrouwde cliënte gedurende
17 maanden seksueel misbruikte verliet de rechtszaal zonder dat hij enige straf
door de rechter opgelegd had gekregen.
F.F. werd uiteraard schuldig bevonden aan het door
hem gepleegde misdrijf. Hij had ook geen enkele kans het gebeurde te ontkennen.
Helaas bekent hij alleen maar een seksuele relatie met zijn cliënte te hebben
gehad. Twee jaar nadat zijn ex-cliënte de misbruikrelatie had verbroken noemt
hij die nog steeds 'verliefdheid' terwijl op diverse manieren was aangetoond
dat daarvan zeker geen sprake kon zijn.
De rechter gaf aan geen straf op te leggen omdat de psychotherapeut in haar
ogen al voldoende zou zijn gestraft. Er volgde een opsomming van een reeks straffen
die de dader al hebben getroffen: ontslag wegens ongeschiktheid in het AMC, verlies van zijn plek binnen een groepspraktijk,
berisping door het Tuchtcollege, het betalen van een voorschot op
schadevergoeding aan het slachtoffer en, zo merkte zijn advocate op, hij zou
ook erg eronder hebben geleden dat zijn ex-cliënte de seksuele relatie met hem
beëindigde - waarop de rechter begrijpend knikte.
Het verzoek van het slachtoffer om de psychotherapeut alvorens uitspraak te
doen toch nog psychiatrisch te laten onderzoeken werd afgewezen. Een dergelijk onderzoek zou niet nodig zijn aangezien het
Tuchtcollege al eerder had aangegeven dat voor recidive niet gevreesd hoefde te
worden (zie over de tucht-klucht de voorbeschouwing).
Verder baseerde de rechter haar mening dat er geen gevaar voor recidive zou
zijn op een psychiatrisch rapport dat de dader zelf liet opstellen door een
deskundige i.z. stress en burn-out.
Het slachtoffer is van mening dat vernoemd rapport niet professioneel genoemd
kan worden. Volgens het rapport zou met een beetje regressietherapie de kans op
herhaling zelfs nihil zijn.
Het is wetenschappelijk aangetoond dat de recidivekans bij seksueel
grensoverschrijdend gedrag door professionals tussen de 30 en 80% ligt waarbij
bij ernstige stoornis eerder het laatstgenoemde van toepassing is. Het
slachtoffer stelt dat haar bewijsstukken voor recidivegevaar, afkomstig van de
hand van de dader zelf, volledig zijn genegeerd. Dat gebeurde ook al in de
tuchtprocedure.
De rechter zei ter zitting: "De cliënt is altijd kwetsbaarder (dan de
therapeut), wat daar ook van zij in realiteit".
Hiermee gaf zij duidelijk aan zich van de professionele standaard in deze
weinig aan te trekken, aldus het slachtoffer.
Het slachtoffer woonde de zitting bij vanaf de publieke tribune. Zij is erg
teleurgesteld in de uitspraak. "Ik kan niet begrijpen dat F. geen
beroepsverbod gekregen heeft. Volgens mij is de kans dat hij opnieuw
slachtoffers maakt levensgroot. Het is hem gelukt zichzelf als het échte
slachtoffer voor te doen, dat doet pijn. Mijn indruk is dat zowel rechter als
officier zich hebben laten misleiden door het feit dat ik F. tijdens het
misbruik 'liefdesbrieven' zou hebben geschreven. Maar deskundigen in deze zaken
zien zulke brieven niet als liefdesbrieven, gelet op de sterke
afhankelijkheidsrelatie. Als slachtoffer moet je telkens weer constateren dat
verantwoordelijke personen veel te weinig van dit soort relaties afweten en
vooral het fenomeen 'overdrachten' niet op de juiste wijze weten te
interpreteren. De rechter die in het Kort Geding twee maanden geleden oordeelde
wist ermee wel heel goed en correct om te gaan. Hij gaf aan te weten dat dit
soort brieven er altijd zijn, dat zij slechts een teken van overdracht zijn en
het slachtoffer daardoor niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor het
leed dat de professional haar heeft aangedaan. Professioneel gezien doen
dergelijke brieven er helemaal niet toe. Het is uiterst droevig dat nu door
gebrek aan kennis over dit soort zaken bij de rechterlijke macht cliënten van F
nog steeds gevaar lopen hetzelfde mee te maken als ik."
De zaak is nog niet geheel verloren. Er komt nog een
bodemprocedure voor schadevergoeding en in november speelt in Den Haag het hoger beroep op de uitspraak van de tuchtrechter. "Waar
ik veel moeite mee heb is dat de tuchtrechter F. slechts een berisping heeft
opgelegd, o.a. omdat de zaak nog voor de strafrechter moest komen. En nu legt
de strafrechter geen straf op omdat de zaak al door de tuchtrechter is
behandeld", aldus het slachtoffer.
Noot voor redacties:
Dit is
een persbericht van het slachtoffer.
Voor meer informatie 06 -137 717 47