Grensoverschrijdend
gedrag (GOG) door vrijgevestigde
psychiater (m) uit de regio
Dordrecht (2002)
|
8. Hoe het verder
ging met ‘de min’… |
‘De min (klaagster) en hoe het haar na de medicus verder
ging’..,
een variant
op het artikel ‘De medicus en de min en hoe het verder ging’ van prof. dr. Michiel Hengeveld
|
Brief psychiater aan psychiater
ziekenhuis |
Y…,
psychiater
Onbekendestraat 1
0000 XX Woonplaats
Naam
ziekenhuis
t.a.v.
M , psychiater
Fax…….
Woonplaats,
18-12-2002
Betreft: Mevrouw A., geboortedatum, adres,
woonplaats
Geachte Collega,
Overeenkomstig ons telefonisch overleg doe
ik u hierbij per fax enige relevante
informatie toekomen betreffende bovengenoemde
patiënte, die sinds 18-09-2000 bij mij in behandeling is.
Het
verloop van de behandeling tot nu toe: waar patiënte aanvankelijk, o.a. op
grond van ervaringen met medicatie bij collega X, niet zoveel voelde voor
medicatie, heb ik haar wegens persisterende depressieve symptomatologie op
04-11-2000 ingesteld op Cipramil 20 mg dd, waarvan de dosis na een paar weken
werd opgehoogd tot 30 mg dd.Daarmee bleek haar toestand aanzienlijk te
verbeteren. Nadat patiënte een klacht jegens haar vorige behandelaar
had ingediend bij de klachtencommissie
van de NVVP, werd deze niet in
behandeling genomen (aangezien psychotherapeuten
sinds 1 april 1998, ingevolgde de wet BIG, onder het medisch tuchtrecht vallen),
reden waarom zij zich met haar klacht
tot het Regionaal Medisch Tuchtcollege te Den Haag heeft gewend. Hierdoor liep de spanning bij patiënte aanzienlijk op. Zij ging slechter slapen en was obsessief
met de zaak bezig. In verband met slaapklachten
heb ik haar voor zo nodig, Stilnoct voor de nacht voorgeschreven.
Op een goed moment was de datum van de zitting vastgesteld op 16
oktober 2001. Deze bleek later weer te worden uitgesteld naar 4 juni 2002. De
zaak bleek haar dusdanig obsessief bezig te houden, dat het hoe langer hoe meer
begon te “malen” in haar hoofd.
Om die reden heb ik in maart 2002 Orap 0,5
mg dd. aan de bestaande medicatie toegevoegd, waarmee het wat rustiger werd.
Op 22–6-02, toen de zitting voorbij was, is
de Orapmedicatie op patiëntes eigen verzoek gestaakt.
Eind juli
2002 komt dan de uitspraak van het
MTC [Medisch Tuchtcollege]: de klacht wordt ongegrond verklaard. De beleving
van patiënte blijkt dan te variëren van intens verdriet, verbijstering en woede
tot helemaal niks voelen.
Sindsdien blijkt het dan in de
therapie geleidelijk aan steeds slechter te gaan met patiënte. Haar toestand gaat verder achteruit. Het is chaos
in haar hoofd. De Cipramilmedicatie wordt door mij opgehoogd tot 40 mg dd.
Verder voeg ik bij wijze van augmentatiestrategie Buspiron 2x daags 15 mg aan
de behandeling toe. Dit alles maakt niet
dat haar toestand veel beter
wordt, eerder lijkt er sprake van een
verslechtering.
Tijdens het laatste contact dat ik met
patiënte had, bleek er sprake te zijn van een totale anhedonie, anaesthesie en een onverschilligheid jegens alles,
inclusief de dood(!).
Patiënte
slaapt slecht, eet slecht en het maakt haar allemaal niks meer uit. Dit vormt uiteindelijk voor mij de reden de behandeling uit handen te geven.
Ik vind het niet langer verantwoord om
zo door te gaan en met andere medicamenteuze strategieën te gaan
experimenteren, e.e.a. mede gezien de co-morbiteit en de andere medicatie die
patiënte gebruikt. Tijdens ons overleg leek het meer verantwoord e.e.a. klinisch te doen plaatsvinden.
Hopende u met deze informatie van dienst te
zijn geweest, doch altijd bereid tot nadere (telefonische) toelichting, tekent,
Met collegiale groeten,
Y…, psychiater
|
Brief psychiater ziekenhuis aan
verzekeringsarts USZO |
Naam ziekenhuis
Adres
Plaatsnaam
UWV-USZO
De
heer C., verzekeringsarts
De
heer D, medisch medewerker
Adres
Plaatsnaam
Betreft: mevrouw A.
Geboortedatum
Adres
Woonplaats
Plaatsnaam,
28.04.2004
Geachte collega,
In antwoord op uw verzoek om informatie
betreffende boven genoemde cliënte, bericht ik u het volgende.
Diagnose
volgens DSM IV:
As
I :
300.4, dysthyme stoornis, vroeg begin, 309.81, posttraumatische
stressstoornis, chronisch
As II :
As III :
As IV :
Huidige medische situatie:
Gedurende patiënte’s deelname aan de
dagbehandeling, werd patiënte psychologisch getest. Hieruit kwam naar voren dat
patiënte een emotionele, kwetsbare vrouw is, die goed kan verbaliseren en op
deze manier zich verbazend goed weet aan te passen.
De verwerking
van het voor patiënte zeer traumatische
proces rondom de tuchtrechtzaak, ging gepaard met heftige dissociatieve momenten,
die voor patiënte en haar partner gepaard gingen met gevoelens van onzekerheid
en angst.
Op dit moment zijn de dissociatieve
momenten minder frequent en intens, wel beschrijft patiënte nog altijd
gevoelsarmoede.
Binnen de dagbehandeling bleek patiënte
zeer creatief en op deze wijze heel goed in staat om haar geblokkeerde
gevoelens te uiten. Zij werd in de dagbehandeling gestimuleerd om deze
eigenschappen ook in de thuissituatie verder te ontplooien. Noot redactie MdH: Op onze pagina VISUEEL onder de link CREATIEF
treft u enkele voorbeelden aan van klaagsters creatieve expressies.
Na de dagbehandeling blijft er sprake van een depressieve
stemming … etc.
Huidige
behandeling:
Patiënte
bezoekt de polikliniek voor een steunend, structurerend contact, met een
frequentie van 1 maal per 4 weken. Daarnaast wordt zij medicamenteus
ondersteund. Patiënte gebruikt op dit moment……etc.
Resultaten:
De
resultaten van de behandeling tot op heden zijn beperkt. Echter gezien patiënte's ernstige en langdurige
problematiek, is
het de vraag of er prognostisch meer verwacht kan worden.
Duur
van de behandeling:
Patiënte
zal ongetwijfeld nog zeer langdurig een ondersteunend, structurerend contact
behoeven, ten einde het verdere verloop niet verder te doen verslechteren.
Hopende u hiermee voldoende te hebben
geïnformeerd, teken ik,
Met collegiale hoogachting en vriendelijke
groet,
M…, psychiater
Klaagster sluit
haar stukken af met een illustratie van Jean Lagarrigue, getiteld "La fin de Sigmund Freud".

Illustratie : ‘La fin de Sigmund
Freud’, Jean Lagarrigue (1971)
U heeft nu het einde van de publicatie van
deze tuchtzaak bereikt.
Bedankt voor de genomen moeite en tijd de
gepresenteerde stukken te lezen.
Redactie MdH, 15 februari 2005