Grensoverschrijdend
gedrag (GOG) door
vrijgevestigde psychiater (m) uit de regio Dordrecht (2002)
|
1.3
Brief aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) |
Brief
klaagster aan inspectie
Aan: IGZ
Regio Zuid-West
t.a.v.
Dr. S.
Postbus 5837
2280 HV Rijswijk
Kenmerk:
00-6783/GGZ/TvdS/OT/grensoverschrijdend gedrag
Woonplaats,
8 december 2000
Geachte heer S,
Naar aanleiding van uw brief van 10
november jl. deel ik u het volgende mede.
In uw brief bericht u mij dat ik mijn klacht aangaande de heer X. neer dien te leggen bij een klachtencommissie, want u stelt dat ook vrijgevestigd psychiaters een dergelijke commissie dienen te
hebben.
Reeds op 6 november heb
ik contact opgenomen met het IKG in A. met de vraag of een
dergelijke commissie voor vrijgevestigd psychiaters in A. bestaat. Het antwoord
was ontkennend, misschien dat ik via het landelijk
steunpunt in Utrecht meer informatie kon krijgen. Wederom de telefoon gepakt en
gebeld naar het IKG in Utrecht. Ook
de desbetreffende mevrouw wist niets van het bestaan van een dergelijke
commissie. Ik heb haar verteld dat in de regio
B. wel een klachtencommissie voor
zelfstandig gevestigde psychiaters bestond. Daar had zij nog nooit van
gehoord! Vervolgens ben ik verder gaan telefoneren. De RIAGG, het APZ, diverse instellingen voor de geestelijke
gezondheidszorg, etc. Niemand heeft van een dergelijke commissie gehoord.
Inmiddels moedeloos
geworden, (ook na uw brief! ) toch nog even met het KNMG gebeld. Daar wisten zij mij uiteindelijk een e-mail adres en
telefoonnummer te geven van een zekere heer B., werkzaam in E.
te D. en gebiedscoördinator
van zelfstandig gevestigd psychiaters in de regio A. Desbetreffende
persoon heeft mij op 7 november jl. teruggebeld. Hij meldde mij dat er geen klachtencommissie is in de regio A.
voor ZGP’ers omdat er zegge en schrijven 2
zelfstandig gevestigde psychiaters in de regio zijn. Bovendien was er nog nooit een klacht ingediend tegen een
psychiater. Hij was bereid enige ‘telefoontjes te plegen’ en vroeg mij om
de naam van mijn voormalige behandelaar. Ik heb hem naar
de reden gevraagd en de heer B. zei
mij dat hij van openheid van zaken
hield. (Daar kan ik inkomen).
Wat gebeurt
er vervolgens nadat wij het gesprek beëindigd hebben? Heel juist, u raadt
het al! Direct werd de heer X. geïnformeerd door de heer B. dat er een klacht door ene
mevrouw A. tegen hem zou worden ingediend. Dus nog voordat hij zijn (reguliere)
klachtencommissie had geïnformeerd omtrent mijn klacht
die ik nog nota bene schriftelijk in moest dienen en nog voordat hij
toestemming had van de directeur van de G. R. om een dergelijke uitzonderlijke
klacht door betreffende commissie te laten behandelen.
Op dd. 8 november heb ik vervolgens de heer
B. teruggebeld dat ik liever eerst
de reactie van u af wilde wachten
alvorens ik verder zou gaan met het indienen van mijn klacht. Hij vertelde mij
inderdaad dat hij X. direct had geïnformeerd. Daar
was ik ontstemd over want in een klachtenregeling staat o.a. exact vermeld
wanneer de zorgverlener in kennis wordt gesteld van een klacht. Dat is dus op
het moment dat de klacht schriftelijk is ingediend! Dat het om een ‘ons kent ons’ (de heer X / de heer B.)
verhaal ging werd mij direct al tijdens dat telefoongesprek duidelijk. Mijn
huisarts bevestigde mijn verhaal 2 dagen later dat de heer B. werkzaam was geweest als psychiater in A.
En zo was de cirkel weer rond maar mijn klacht nog steeds niet neergelegd
aangezien ik geen enkel vertrouwen meer had in de heer B. en zijn commissie.
Twee dagen later heb ik mijn klacht neergelegd bij het College van Toezicht van de
Nederlandse Vereniging voor Psychotherapeuten te Utrecht. Op mijn verzoek heb ik de Beroepscode voor psychotherapeuten en een versie voor de cliënt via
hen ontvangen. Daaruit begreep ik dat de
heer X. deze met voeten heeft getreden, echter
dat is niet aan mij om dat te beoordelen
maar de uiteindelijke instantie die
mijn klacht behandelt, nietwaar?
Op 24 november jl. ontving ik een afwijzend bericht van de NVP. Uitsluitend klachten die betrekking hebben op feiten van voor 1 april 1998 werden
in behandeling genomen. Ik werd verwezen naar het Regionaal Medisch Tuchtcollege te Den Haag.
Op dd. 29 november heb ik uiteindelijk mijn
klacht voorgelegd aan voornoemd College.
Een kopie van het antwoord van het College van 5 december jl. treft u
hierbij aan.
Ik vind het anno 2000 uiterst frustrerend om
een klacht neergelegd te krijgen. Ik kan mij voorstellen dat er vrouwen zijn die wellicht nog ernstiger klachten hebben over hun behandelaar dan ik, die na één
tegenvallend resultaat er het bijltje erbij neergooien. Aangezien het mij om erkenning van mijn klacht gaat heb ik
doorgezet, ongeacht wat het resultaat zal zijn van het Regionaal Medisch
Tuchtcollege.
Wat betreft de voortgang van deze zaak zal
ik u op de hoogte houden.
Hoogachtend,
Mevrouw A.
Onbekendestraat 1
0000 XX A.
Telefoon: 000-0000000
Bijlage: 1
c.c. : Vrouwengezondheidscentrum Den Haag Treize
De heer W., huisarts
Dr. Y., psychiater