Grensoverschrijdend
gedrag (GOG) door
vrijgevestigde psychiater (m) uit de regio Dordrecht (2002)
|
1.1.
Klaagschrift aan het Regionaal
Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag (incl. toelichting op
gebruikte afkortingen van namen) |
|
Toelichting op gebruikte afkortingen
van namen i.v.m. privacy A. Klaagster X. Verweerder W. Huisarts van klaagster Y. Psychiater (vervolgbehandelaar
klaagster) S. Inspecteur Inspectie voor de Gezondheidszorg B. Gebiedscoördinator van zelfstand
gevestigd psychiaters Mr.K Advocaat verweerder Mr.B Advocaat van klaagster V. Psychologe waar klaagster in 1997 een
aantal gesprekken mee heeft gehad C. Verzekeringsarts E. Adviserend geneeskundige B.W. Medisch medewerker M. Psychiater ziekenhuis |
Klaagschrift
Aan:
Het Regionaal Tuchtcollege Den Haag
Postbus 97831
2509 GE Den Haag
Betreft: grensoverschrijdend gedrag
psychiater
Woonplaats,
29 november 2000
Geacht College,
Bij deze leg ik aan uw college mijn klacht
voor aangaande mijn vroegere behandelaar.
Het betreft de heer X, psychiater te A. Ik
verwijt hem: ernstig grensoverschrijdend gedrag tijdens de 38 psychotherapeutische
gesprekken die ik in de periode 23 juni 1999 tot en met 5 april van dit jaar
met hem heb gevoerd.
Bijgevolg is zijn therapie mislukt,
waardoor behandeling - en hopelijk genezing - van mijn klachten sterk vertraagd
wordt.
In maatschappelijk opzicht heeft dit tevens
zware gevolgen voor mijn arbeidsongeschiktheid.
De kwestie heeft zich als volgt voltrokken.
Anderhalf jaar geleden ben ik bij X in behandeling gekomen wegens
klachten van depressieve aard. Zelf ervoer ik die als langdurige en knagende
gevoelens van onevenwichtigheid en vervreemding, die mij bovendien neerslachtig
maakten.
X diagnosticeerde,
behalve genoemde depressieve klachten, ook veelvuldig voorkomende momenten van
depersonalisatie.
Van meet af aan voelde ik mij gespannen in
’s mans aanwezigheid. Ik heb hem dat ook gemeld. Ook heb ik hem verteld, dat ik
hem op de een of andere manier niet vertrouwde, terwijl ik mij juist heel
veilig moest voelen om tot een goed en werkbaar contact te kunnen komen. Toch
nam hij mij voor zich in met attent optreden.
Tijdens mijn eerste intakegesprek (dd. 23
juni 1999 ) bijvoorbeeld, had ik mijn eigen situatie en gevoelens beschreven
aan de hand van een gedicht van (naam dichter).
X liep daarop prompt
naar boven, om het verzameld werk van de dichter te halen en mij het
desbetreffende gedicht te overleggen. Tijdens de volgende sessie (op 2 juli
1999) overhandigde hij mij een uitgeprinte versie van datzelfde gedicht,
aangezien hij meende dat ik dit werk niet zelf bezat. Dat vond ik attent van
hem. Niet lang daarna, in augustus of september, overhandigde hij mij een
recent krantenknipsel over een onderwerp waarover wij kort tevoren hadden
gesproken. Nogmaals waardeerde ik zijn attentie.
Ook stelde hij herhaaldelijk vast dat hij mij
niet mocht ‘beschadigen’ en beloofde hij mij ‘altijd voor dissociatie te zullen
behoeden’.
Allengs veranderde evenwel de sfeer tussen
mij en X en begonnen ook de
gesprekken van toon te veranderen. ‘Wat is er nu precies aan de hand? ’ heb ik
mij vaak afgevraagd. Ik kon er echter niet precies de vinger opleggen en
verbond er daarom geen conclusies aan. Maar ik voelde mij huiverig worden
tijdens en na elke nieuwe confrontatie met hem. De sfeer in de behandelkamer
werd broeierig. X deed meer en meer
uitspraken zonder context, waarvan ik de betekenis niet kon plaatsen. Steeds
vaker gebeurde het ook dat hij, zonder enige aankondiging of duidelijke
aanleiding, hele monologen begon af te steken, evenals denkbeeldige dialoogjes
waarin hij zelf alle personages vertolkte (zie bijlage).
Onbedoeld raakte ik op mijn hoede. In een
poging greep op de situatie te krijgen, begon ik al snel thuis notities te
maken over al die onbegrijpelijke zaken die tijdens de voorafgaande sessie
waren voorgevallen en die mij begonnen te beklemmen.
Bovendien begon X steeds vaker over zichzelf, zijn dochters en zijn huiselijke
omstandigheden te praten. Hij vertrouwde mij zelfs meer dan eens allerlei
intimiteiten over zichzelf en zijn kinderen toe, zoals de verschillende
slaapplekken in zijn huis en de maandcyclus van zijn dochters.
Daarbij werden zijn uitlatingen almaar
dubbelzinniger. En zo ongepast en indringend, dat ik mij in zijn aanwezigheid
als vrouw bedreigd begon te voelen (zie bijlage).
Merkwaardig waren tegelijkertijd zijn karakteriseringen
van enkele van mijn directe familieleden, hoewel hij ze nooit heeft gezien of
gesproken (zie bijlage).
Het is vaak voorgekomen dat ik al
blokkeerde, zodra ik zijn spreekkamer was binnengestapt.
Menigmaal heb ik ook hardop tegen X opgemerkt: “Er klopt iets niet tussen
ons”.
Ondanks al deze onverkwikkelijke momenten
was ik op de een of andere manier niet in staat afstand tot X te nemen. Ik voelde mij zeer
afhankelijk van hem, zelfs gebonden aan hem en vond het uiterst moeilijk, zo
niet onmogelijk, om hem tegen te spreken of hem anderszins kritisch te
bejegenen.
Ik bleef dan ook behandelingsafspraken met
hem maken, zelfs tegen het advies van mijn tweelingzus in, die mij al meermaals
had aangeraden het contact met X te
verbreken. Maar ik kon dat eenvoudig niet, al begreep ik zelf niet waarom.
Op 5 april jl. ging het op een
verschrikkelijke manier mis. Het was ons 38e behandelingsgesprek. Ik
was amper binnen, toen X mij
volslagen verraste door een kant en klare brief aan mijn huisarts voor te lezen.
Ik begreep daaruit dat mijn behandeling ten einde zou lopen. Enige vorm van
overleg aangaande het staken van mijn behandeling hadden wij echter niet
gevoerd.
Het
in de bijlage (zo goed mogelijk) vastgelegde vervolg van bovengenoemde sessie
was voor mij nog veel onthutsender. Ik raakte mijzelf volledig kwijt. X moet
dit hebben opgemerkt, want halverwege informeerde hij ‘of ik hem nog hoorde’.
Desalniettemin heeft hij mij weg laten gaan, terwijl ik emotioneel volslagen
ontredderd, verward en finaal uit mijn evenwicht gebracht was.
In de
navolgende periode voelde ik mij hevig gekwetst, misbruikt, vernederd, woedend
en verraden - als afval aan de straat gezet. Mijn zelfrespect was ik kwijt en
mijn zelfvertrouwen maakte plaats voor faalangst en een gevoel van totale
machteloosheid.
In deze gemoedstoestand moest ik na - twee
jaar ziekteverzuim - in een nieuwe baan beginnen. Daar had ik vele maanden naar
toe gewerkt. Het is bijna niet nodig om u te melden dat die baan vroegtijdig op
een fiasco is uitgelopen.
Helaas moet ik vaststellen dat na de 38e
sessie al mijn oorspronkelijke klachten zijn teruggekeerd.
Het onzalige verloop van deze laatste
sessie heeft mij pas goed aan het denken gezet. Dat heeft mij tot de conclusie gebracht,
dat er in mijn behandeling van alles is misgegaan.
Een ander gevolg van deze ontspoorde
therapie is, dat ik op zoek moest naar een nieuwe therapeut, om de rampzalige
behandeling te boven te kunnen komen.
Die heb ik inmiddels gevonden. Maar pas als
de huidige ‘herstel’-therapie is afgerond, kan de behandeling van mijn
eigenlijke klachten beginnen.
De aanvang van de therapie waar het
uiteindelijk om begonnen was, is dus met onbepaalde tijd uitgesteld.
Met bovenstaande hoop ik u voldoende
ingelicht te hebben. Voor een verder inzicht in mijn ervaringen met psychiater X, verwijs ik u naar de separate
bijlage. Daarin treft u de notities die ik na afloop van veel sessies gemaakt
heb.
Mijn klacht met betrekking tot de
gedragingen van X heb ik inmiddels
laten registreren bij het Landelijk Registratiepunt Nijmegen dd. 13 september
jl.
Hoogachtend,
Naam afzender (klaagster)
Adres
XXXX AA Woonplaats
Telefoon: 000-0000000
Bijlage: 1
c.c. :
Vrouwengezondheidscentrum Treize, Den Haag
De heer W. huisarts
Dr. Y. , psychiater