- Overdrachtsgevoelens
–
Wat zijn
overdrachtsgevoelens?
Op de ze pagina
treft u informatie aan over overdrachtsgevoelens. Zij spelen een hele belangrijke rol binnen professionele
vertrouwensrelaties. Kennis van het bestaan van overdrachten en het begrijpen
van hun mechanisme in het bijzonder zijn uitermate belangrijk voor een ieder
die op de ene of andere manier in aanraking komt met de problematiek
grensoverschrijdend gedrag (GOG) door professionals. Eigenlijk dient iedereen
die in psychotherapie gaat bij aan het begin van de therapie over het bestaan,
de betekenis en de werking van overdrachten geïnformeerd te worden. Helaas
gebeurt dit slechts bij uitzondering.
Overdrachtsgevoelens hebben niets te maken met verliefdheid
Gevoelens van overdracht zijn in ieder
geval niet te verwarren met gevoelens van verliefdheid. Dit gebeurt helaas
vaak. Dat degene die aan de zorg van een professional is toevertrouwd meent
verliefd te zijn, is niet vreemd. Overdrachtsgevoelens voelen namelijk aan als
een hele sterke verliefdheid, een bijzondere
verliefdheid. Daarom denken cliënten, patiënten en anderen binnen een
professionele vertrouwensrelatie eigenlijk altijd dat zij verliefd zijn. De
hevigheid van de gevoelens is misleidend. Het gebrek aan informatie over het
bestaan van overdrachten zorgt ervoor dat die gevoelens ook niet anders door
een hulpvragende geïnterpreteerd kunnen worden. Confrontatie met sterke
gevoelens van overdracht leidt er over het algemeen toe dat de hulpvragende
meent verliefder te zijn dan zij/hij ooit is geweest. Patiënten, cliënten,
studenten, pupillen of pastoranten weten over het algemeen in eerste instantie
niet dat gevoelens van overdracht bestaan, laat staan wat zij betekenen en wat
het verschil is ten opzichte van gevoelens van verliefdheid. Omdat
overdrachtsgevoelens aanvoelen alsof men verliefd is, spreken hulpvragende dan
ook van verliefdheid en daarom schrijven zij ook meestal liefdesbrieven aan de
professional in kwestie. De hulpvragende kan omwille van gebrek aan informatie
ook alleen maar denken “ik ben verliefd”.
Professionals daarentegen
hebben tijdens hun opleiding geleerd dat overdrachtsgevoelens bestaan, wat zij
betekenen en hoe het mechanisme van overdrachten werkt. Sommige professionals
zijn ondanks hun opleiding helaas niet in staat gevoelens van overdracht te
herkennen. Als zij positieve, romantische en/of erotische gevoelens voor
hulpvragende ontwikkelen, nemen zij vaak ten onrechte aan dat zij verliefd
zijn. Steeds weer valt te constateren dat ook collegae speken over ‘de
verliefdheid’ van een hulpvragende of over ‘de verliefdheid’ van een
professional. Ten onrechte. Een professional dient het bestaan en het
mechanisme van overdrachten te kennen en hij/zij dient zich er ook van bewust
te zijn op het moment dat de gedachte ‘ik ben verliefd’ opkomt. Helaas gebeurt
het ook regelmatig dat instanties die over het algemeen als professioneel
worden gezien, zoals tuchtcolleges, het verschil tussen verliefdheid en
overdrachtsgevoelens niet kennen oftewel niet willen
kennen (voor een voorbeeld in deze zie onze pagina PSEUDO PROFESSIONEEL). Ook
binnen de advocatuur, bij politie en justitie geniet het fenomeen overdrachten
helaas nog maar weinig bekendheid. Dit leidt ertoe dat men veelal denkt
‘zij/hij was toch verliefd, dus wilde het toch zelf, waarom klaagt zij/hij dan
nu?’. Door gebrek van kennis in deze ontstaan veel misverstanden. Door het
bestaan van de verliefdheidsmythe op het gebied van GOG komt menige klacht/zaak
ten onrechte op zwakke pootjes te staan. Een zedenrechercheur treft een
verzameling liefdesbrieven aan en denkt “en mevrouw wil aangifte doen van
ontucht? Ze was toch verliefd!” en is vervolgens niet bereid de aangifte op te
nemen of door te sturen naar het Openbaar Ministerie (OM). Ook gebeurt het dat
officieren van justitie of rechters verblind worden door de zogenaamde
liefdesbrieven van een slachtoffer van GOG. Dit kan ertoe leiden dat het OM een
zaak van ontucht met misbruik van gezag niet voor de rechter wil brengen. Indien
een zaak het tot in de rechtszaal haalt, bestaat nog de kans dat de rechter
niet op de hoogte is van het feit dat het niet om gewone liefdesbrieven gaat en
dat die brieven dus ook niets zeggen m.b.t. ‘instemming van het slachtoffer’.
Bij gebrek aan kennis omtrent overdrachtsgevoelens
en/of bij gebrek van besef van het bestaan van een afhankelijkheidsrelatie (al
gaat het om een volwassen, goed opgeleid en mondig slachtoffer) kan men in
feite bij het lezen van dergelijke ‘liefdesbrieven’ het niet anders dan
concluderen dat men een liefdesbrief voor zich heeft liggen. Vanuit de mythe
‘liefdesbrief’ is het maar een enkele verdere stap naar de volgende
mythologische conclusie, namelijk ‘het seksueel
contact heeft dus met toestemming van de hulpvragende plaatsgevonden’. Een
misconclusie en misverstand. Bij GOG door een professional kan er nooit van uit
worden gegaan dat het seksueel contact met toestemming
plaatsvindt. Binnen een afhankelijkheidsrelatie is simpelweg geen ruimte voor
enige toestemming. Deze opvatting sluit algeheel aan
bij de bestaande wetenschappelijke literatuur.
Gelukkig zijn er ook rechters die wel
kennis hebben van de problematiek GOG en die wel degelijk weten dat de
zogenaamde liefdesbrieven die zij aanschouwen geen liefdesbrieven zijn. Degenen
die vertrouwd zijn met de ins en outs van ontucht met misbruik van gezag weten
dat er bijna in alle gevallen zogenaamde liefdesbrieven gericht van het
slachtoffer aan de dader (en vaak ook vice versa) bestaan. Rechters die er
professioneel mee weten om te gaan zijn dan ook niet onder de indruk van welke
liefdesbrief met welke strekking dan ook. Advocaten van plegers van GOG maken
heel graag gebruik van de zogenaamde liefdesbrieven en willen ermee aantonen
dat het seksueel contact door het slachtoffer gewenst
zou zijn geweest en er dus sprake was van instemming. Rechters die bekend zijn
met de problematiek GOG door professionals bekijken de zogenaamde
liefdesbrieven niet eens maar merken in reactie naar de advocaat van de pleger
op “maar die zijn er toch bijna altijd, wat wilt u daarmee zeggen? Die brieven
betekenen niets” en gaan niet geboeid door de poging van de advocaat van de
pleger deze GOG mythe nieuw leven in te blazen over tot het volgende onderwerp
dat ter discussie staat. De zogenaamde ‘instemming van de hulpvragende’ dient
nooit een punt van discussie te zijn.
Grensoverschrijdend gedrag (GOG) door
professionals heeft veel overeenkomsten
met incest en wordt daarom ook therapeutische
incest genoemd. Door het grote machtsverschil kan dan ook nooit sprake zijn van enige instemming
van de hulpvragende c.q. het slachtoffer. De verantwoordelijkheid ligt te allen tijde en voor 100% bij degene die de grenzen van de professionele relatie
dient te bewaken en te handhaven: de professional. Dit is ook het geval wanneer
de hulpvragende het initiatief heeft genomen voor het seksueel
contact - hetgeen slechts in ca. 20% van de gevallen voorkomt - c.q. wanneer
zij/hij het seksueel contact zogenaamd ‘zelf wilde’.
Met het wel of niet nemen van het initiatief door de hulpvragende dient dan ook
– bij professionele behandeling van zaken – helemaal geen rekening te worden
gehouden. De term ‘verliefdheid’ is in verband met seksueel grensoverschrijdend
gedrag door een professional dan ook altijd misplaatst.
Maar, als gevoelens van
overdracht geen gevoelens van verliefdheid zijn, wat zijn het dan wel?
Er is sprake van overdrachtsgevoelens
wanneer de hulpvragende gevoelens voor een vertrouwenspersoon in het verleden overdraagt
op een professional c.q. vertrouwenspersoon in het heden. Gevoelens voor persoon A die in het verleden werden
gevoeld worden overgedragen op persoon B
in het heden. De gevoelens worden dus helemaal niet voor persoon B gevoeld
en de hulpvragende is dus geenszins verliefd op de
professional in kwestie. Er worden gevoelens die bij een andere
vertrouwenspersoon uit het verleden horen op een vertrouwenspersoon in het
heden overgedragen oftewel
geprojecteerd. Indien een hulpvragende positieve
gevoelens van overdracht voor een hulpverlener ontwikkelt, zeggen die gevoelens
dus ook niets over de gevoelens die de hulpvragende voor de persoon van de
professional heeft maar zij zeggen vooral iets over de rol/functie die de
hulpvragende aan de professional in kwestie toekent. Een professional dient dan
ook nooit in te gaan op gevoelens van positieve overdracht van een hulpvragende
maar hij/zij dient er binnen de therapie mee aan het werk te gaan: Om welke
persoon uit het verleden van de hulpvragende gaat het? Wat betekende die
persoon voor de hulpvragende? Aan de invulling van welke behoeften uit het
verleden probeert de hulpvragende invulling te geven door projectie? Waarom
worden die gevoelens nu door de huidige professional opgeroepen? Etcetera.
Definiëring van de term
‘overdrachtsgevoelens’
In onderstaand kader treft u een definitie
aan van de termen overdracht en tegenoverdracht. De gevoelens van de
hulpvragende worden OVERDRACHTEN genoemd. De gevoelens van de professional
worden TEGENOVERDRACHTEN genoemd.
|
DEFINITIE van overdracht / tegenoverdracht |
|
OVERDRACHTEN noemt men alle gevoelens, wensen en angsten die
degene die zich in de zwakkere/ondergeschikte positie bevindt (kind, cliënt
of patiënt, leerling, pastorant) voor degene voelt aan wiens
zorg zij/hij is toevertrouwd. Het gaat hierbij echter niet om gevoelens die
een hulpvragende voor de vertrouwenspersoon zelf voelt maar om gevoelens die
voor een vertrouwenspersoon in het verleden werden gevoeld en die over worden
gedragen op een vertrouwenspersoon in het heden. Bij overdracht beleeft de
hulpvragende de gevoelens ten opzichte van centrale figuren uit zijn jeugd
dus opnieuw, maar nu worden die gevoelens geprojecteerd op de hulpbiedende
professional in het hier en nu. De professional wordt vereenzelvigd met de
sleutelfiguren uit het verleden. TEGENOVERDRACHTEN zijn alle gevoelens die
een ouder, therapeut of arts, leraar, pastor of predikant op de persoon
overdraagt voor wie zij/hij de zorg draagt. Tegenoverdracht is als het ware een omgekeerde overdracht. De
professional draagt daarbij zijn gevoelens ten opzichte van sleutelfiguren
uit zijn/haar leven over op de hulpvragende. De termen overdracht en tegenoverdracht zijn
afkomstig uit de psychoanalyse. Gevoelens van
overdrachten kunnen zowel positief als
negatief van aard zijn.
|
Voor meer informatie
over het verschijnsel OVERDRACHTEN kunt u het onderstaande artikel lezen.
|
Een artikel van Kris Roose, 1978-2004 |
Op de website van
![]()
treft u een groot aantal artikelen over het fenomeen OVERDRACHTSGEVOELENS aan.
Onderstaand treft u links naar een groot aantal artikelen over OVERDRACHTEN en
TEGENOVERDRACHTEN aan. Het gaat bij deze artikelen overwegend om
wetenschappelijke literatuur (Engelse taal).
Artikelen over het fenomeen OVERDRACHSGEVOELENS
Artikelen over het fenomeen TEGENOVERDRACHTSGEVOELENS
Laatste update:
10 april 2005