- Nieuws GOG Gezondheidszorg
Nederland –
Dossier B.B.
psychiater te Amsterdam
Reactie
redactie MdH op de
door Bram Bakker ingezonden brief aan MC (MC nr. 41, 14
oktober 2005) in reactie op de publicatie ‘Bram Bakker niet in hoger beroep’ van 2
september 2005 (Medisch Contact Publicatie: Nr. 35) – 23 oktober 2005 – Redactie MdH, plaatsing
reactie op de website van MC.
Beste Bram,
Omdat je vragen stelt waarop je tot dusver
nog geen antwoorden lijkt te hebben ontvangen, reageer ik op de door jou
publiekelijk gestelde vragen alhier:
Je vragen luidden: "Waarom het
oorlogszuchtige ‘We houden hem wel goed in de gaten’ in plaats van bijvoorbeeld
‘Wij vertrouwen erop dat Bakker aan deze waarschuwing voldoende heeft’?"
Bram, uit NIETS is gebleken dat een
dergelijk vertrouwen in je gerechtvaardigd zou zijn. In tegendeel. Ter zitting
liet je juist een mate van gebrek aan besef blijken waarvoor men je een veel
ernstiger maatregel dan slechts een waarschuwing had kunnen - en ik vind zelfs
'moeten' - opleggen. E.e.a. zal uit het
zittingsverslag dat ik nog steeds voornemens ben te publiceren, ook blijken
aangezien het een bijna woordelijke weergave is van hetgeen
ter zitting door alle partijen werd gesteld.
Wat is er oorlogszuchtig aan dat de
inspectie je in de gaten houdt? Het is gewoon postpreventief inspectiebeleid.
Door je eigen woorden en gedrag maakte je duidelijk dat dit beleid niet slechts
wenselijk maar zelfs nodig is. Dat zie je zelf uiteraard allemaal anders. De
vraag die je je zou moeten stellen, is juist waarom jij
dat allemaal anders ziet en niet waarom de inspectie ervoor kiest je in de
gaten te houden.
De vragen die je in MC stelde, hadden geen
vragen voor je mogen zijn want de keuze die de inspectie maakte, is simpelweg
het logische gevolg van het besef bij de inspectie dat zich
aan jouw besef helaas e.e.a. volledig heeft
onttrokken. Weinig besef komt overeen met het nemen van een groot risico. Het
is niet de taak van de inspectie om grote risico’s te nemen maar juist om
risico’s zo goed mogelijk te beperken.
Wellicht ziet de inspectie jouw incidenten
als elementen binnen een groter geheel, namelijk een bepaalde structuur? Dat
zou mij geenszins verbazen.
Je stoort je aan de inspectie omdat zij het
genoemde niet persoonlijk aan jou heeft verteld. Hoe zit het dan met jouw
vragen gericht aan de inspectie die je niet direct aan de inspectie stelt maar
in plaats daarvan in MC publiekelijk stelt?
Omdat je je
vragen publiekelijk via MC hebt gesteld en ik meen dat er een simpel antwoord
op je vragen bestaat dat je niet lijkt te kennen, bij dezen dan ook een
publiekelijk antwoord op jouw vragen. Alle vragen die ik jou zou kunnen
stellen, de hele mediacircus die je grotendeels zelf
hebt veroorzaakt en de zitting bij het tuchtcollege die je ZELF over je hebt
afgeroepen, gevolgd hebbend, zal ik aan dit relaas maar niet toevoegen. Gezien
de vragen die je in MC stelde, zou je mijn vragen als moeilijk ervaren.
Wel wil ik nog graag reageren op iets dat
je gisteren avond in ‘Het
Zwarte Schaap’ zei. Je gaf aan dat
je wellicht iets heel anders zou moeten gaan doen. Die opmerking heb ik als
bijzonder hoopgevend ervaren en vooral op die weg, op zoek naar iets dat beter
bij je past, wil ik je veel succes wensen (en dat is welgemeend alvorens je dat
al weer mocht willen ontkennen). Als je in de psychiatrie mocht blijven, dan
zou ik je dringend willen adviseren eens iets over het fenomeen 'overdrachten' te gaan
lezen waarvan je de mogelijke en veelvuldig bestaande intensiteit helaas sterk
bagatelliseert. Alhier o.a. wringt namelijk de
schoen.
M.vr.gr., T. Zondervan,
Lid redactie Misbruik door Hulpverleners
(MdH), www.misbruikdoorhulpverleners.nl
Het zwarte
schaap Bram Bakker – 22 oktober 2005
– Red. MdH – In de
programmaserie 'Het
Zwarte Schaap' zal op zaterdag 22 oktober 2005 (om 21.00 uur te zien bij de
VARA op Nederland 3) de Amsterdamse psychiater Bram Bakker als hoofdgast
verschijnen. Op de website van de VARA wordt de uitzending als volgt
aangekondigd: “Nog niet eens zo lang
geleden was hij een veelbelovende psychiater. Daarna ging het in heel korte
tijd mis en werd van een succesvolle, plotseling een omstreden psychiater. Wat
ging er mis? In deze aflevering van ‘Het Zwarte Schaap’ wordt naar een antwoord
gezocht op de vraag waarom Bram Bakker door (een deel van) zijn vakbroeders is
uitgestoten.” en: “Hij was de veelbelovende psychiater die in
wetenschappelijke publicaties en op congressen toonde dat hij tot grote daden
was voorbestemd. Hij trad veel op in de media, schreef kritische artikelen in
allerlei bladen en werd in korte tijd een bekend
persoon. Plotseling werd hij
ontslagen bij de gerenommeerde psychiatrische afdeling van het Lucas-Andreasziekenhuis en werd hij van een succesvolle,
een omstreden psychiater. Waar lag dat aan? Aan hem, of aan de mores in de
wereld van de psychiatrie? In deze uitzending blijkt dat een eenduidig antwoord
moeilijk is te geven. De kijker krijgt in ieder geval wel een fascinerend beeld
van de roerige wereld van de psychiatrie.” Het programma wordt
gepresenteerd door Inge Diepman. Verder bericht de VARA over Bram Bakker: “Er
zijn er die zeggen dat de teloorgang van Bram Bakker begon toen hij het boek ‘Te gek om los te lopen’ (2003) schreef,
waarin hij de misstanden in de psychiatrie aan de kaak stelde. Bram Bakker
wilde met het boek discussie op gang brengen, maar dat kwam er nauwelijks. Hij
had op de lange tenen van zijn collega’s getrapt en het grote uitsluiten
begon. In 2004 verscheen van zijn hand het boek ‘Loden Last’ dat hij samen met de journalist Bram Hulsebos schreef over het taboe rond zelfmoord en de rol
die de hulpverlening hierbij heeft. Ook dit boek maakte door de harde kritiek
Bram Bakker niet populair onder de vakbroeders. De naam van Bakker was onderwijl bij het grote publiek gevestigd en hij werd op
talloze fora uitgenodigd, zeker ook
omdat in zijn kielzog Rogi Wieg meekwam, de
depressieve schrijver-dichter die na drie zelfmoordpogingen zichzelf hervond
dankzij een therapie bij Bram Bakker. Ook
dat werd niet gewaardeerd, een psychiater die zich publiekelijk afficheert met
een patiënt. En tenslotte was Bram Bakker niet te
beroerd Folkert van der G. en Mabel
Wisse Smit aan een publieke diagnose te onderwerpen. Ogenschijnlijk niet
ernstig, deze diagnostiek op afstand, maar not done in het wereldje van de
psychiaters. In een paar jaar tijd
was Bram Bakker een publieke persoon geworden, geliefd
bij het grote publiek en de media, maar controversieel in eigen kring. En toen kwam de klap. Twee incidenten kregen uitgebreid
aandacht in de media en werden als hoofdoorzaak van ontslag geduid. Daar bleef
het niet bij: het ziekenhuis wendde zich vervolgens ook nog eens tot de
Inspectie voor de Gezondheidszorg. Deze legde de incidenten voor aan het
Medisch Tuchtcollege en Bram Bakker kreeg een waarschuwing. Bram Bakker was zo
niet alleen zijn baan kwijtgeraakt, maar werd nu ook geoormerkt als psychiater
die het niet al te nauw nam met de regels. Bram Bakker zelf spreekt tegen dat
deze incidenten de reden van het conflict zijn en denkt dat het ziekenhuis af
wilde van de kritische lastpak. In de uitzending wordt het subtiele uitsluitingsproces langzaam maar zeker zichtbaar. Niet
minder dan vier psychiaters - Kaspar Mengelberg,
vrij gevestigd als psychiater, Jan Swinkels, hoogleraar en als psychiater werkzaam bij het
AMC, Martin Willems, oud-collega van Bram Bakker bij het Lucasziekenhuis en Marijke
Drost, ex-voorzitter van de beroepscode-commissie
van de Vereniging voor Psychiatrie - geven allemaal hun visie. Verder Rogi Wieg,
de schrijver en ex-patiënt van Bram Bakker die stelt dat hij door hem is gered,
Meinder Inderwisch, niet
alleen een vriend, maar ook schrijver en therapeut en tenslotte
Astrid Theunissen,
journaliste bij HP/deTijd, die in twee grote
artikelen op zeer kritische toon verslag deed van de twee incidenten.
Commentaar red. MdH: Vakgenoten en andere hulpverleners zullen het ook wel
nu niet waarderen dat psychiater Bakker zich opnieuw publiekelijk met patiënten
afficheert. Niet slechts Rogi Wieg was eerder een
patiënt van Bakker en behoort nu tot zijn vriendenkring maar ook Meinder Inderwisch, zo hebben wij
al lang mogen begrijpen. Helaas besteedde het tuchtcollege geen aandacht aan
dit zeer zeker toch wel belangrijke feit. Laatstgenoemde is dan ook ‘dé vriend
onder Bakkers ex-patiënten’ oftewel ‘dé ex-patiënt
onder Bakkers vrienden’ (u merkt het al, door Bakkers buitengewoon gebrekkige
vaardigheden wat betreft het maken van een duidelijke scheiding tussen privé en
professioneel, en tevens onwil in dezen, wordt het al lastig een keuze te maken
bij het omschrijven van bepaalde personen uit zijn omgeving) die Bakker telkens
koos wanneer hij een patiënte met mannelijk schoon in contact wilde brengen.
Bakker probeerde toenmalige vrouwelijke patiënten aan een ex-patiënt te
koppelen. Ondanks alle uitleg die Bakker ooit gaf en ondanks alle moeite die
hij nam m.b.t. het verklaren van de doelen die hij vervolgde met al dit aan
elkaar koppelen van patiënten, lukte het hem niet met een geloofwaardige versie
over de brug te komen. Wij zijn en
blijven dan ook van mening, de hele zaak Bakker gevolgd hebbende en gedurende
enige tijd ook regelmatig contact met de psychiater gehad hebbende, dat hij
niet in staat is en ook niet wil zijn om het professionele te scheiden van zijn
privé-leven. Bakker ontkende dan ook het bestaan en voortbestaan van bijzonder
sterke overdrachtsgevoelens die patiënten gedurende hun therapie voor een
therapeut ontwikkelen, met het gevolg dat hem ook de mogelijke, bijzonder
ernstige gevolgen van dergelijk sterke gevoelens van overdracht niet duidelijk
zijn. Indien hij vasthoudt aan zijn geloof in dezen die tegen alle
wetenschappelijke en ervaringsdeskundige kennis in zaken ‘overdrachtsgevoelens’
ingaat, zal het vermengen van professioneel en privé dan ook in de toekomst
doorgaan, zo zijn wij van mening. Immers, wie niet bereid is te leren of over
de nodige vaardigheden t.a.v. bepaalde leerprocessen niet beschikt, zal blijven
doen wat hem goed lijkt. Bakker is een bijzonder trouwe aanhanger van zijn
eigen geloof dat in zaken overdrachtsproblematiek zeker niet gebaseerd is op
wetenschappelijke kennis en dat ook geenszins aansluit
bij wat men om goede redenen tot duidelijke regels heeft gemaakt binnen de
psychiatrie. Daarnaast is Bakker in bijzonder sterke mate overtuigd van
zichzelf en van zijn denken, doen en laten. Hij werd dan ook niet geoormerkt als psychiater die het niet al te nauw
nam met de regels. Hij oormerkte zichzelf door zijn eigen gedrag. En het
oormerk ‘een psychiater die het niet al te nauw neemt met de regels’ past dan
helaas ook prima bij hem. Als er iets niet samengaat, dan is het wel ‘Bram
Bakker’ en ‘regels’. Regels worden door hem blijkbaar niet gezien als
duidelijke grenzen die omwille van goede redenen door zijn eigen vak werden
opgesteld. Wij hebben de sterke indruk verkregen dat Bakker regels vooral
als een uitdaging ziet. En als regels in zijn ogen en in zijn beleving niet
deugen, meent hij zich er ook niet aan te moeten houden. Het is goed zich af te
vragen of bepaalde regels wel deugen. Het is ook goed daar waar verandering
nodig blijkt, pogingen te ondernemen in richting verandering. Met ‘Te gek om
los te lopen’ heeft Bakker in dit opzicht ook een waardevolle bijdrage
geleverd. Echter, wij verbazen ons erover dat niemand zich openlijk de vraag
stelt (immers, Bakker bediscussieert diagnoses en persoonlijkheden van anderen
ook publiekelijk) hoe het komt dat de psychiater die nu als zwart schaap op de
buis komt zich zo zeer tegen de gevestigde orde verzet. Zal het werkelijk
alleen maar erom gaan dat hij zich stoort aan bepaalde regels en die niet
adequaat acht of zit er meer achter? Wellicht nodigt iets van
‘gevestigde orde’ Bakker simpelweg standaard uit er tegenin te gaan en kan hij
niet anders dan dit dan ook telkens te gaan doen. Is het niet een soort
oerstrijd die hij in en met zichzelf voert en die hij externaliseert
en ten tonele brengt? Vragen die wij
toch heel graag eens genoemd wilden zien. In de hoop dat een
vakgenoot zich uitgenodigd of zelfs geroepen voelt er antwoorden op te gaan
zoeken.
Ingezonden brief naar Medisch Contact door Bram Bakker
in
reactie op de publicatie ‘Bram Bakker niet in hoger beroep’ van 2
september 2005 (Medisch Contact Publicatie: Nr. 35) – 14 oktober 2005 -- Medisch Contact (MC nr. 41, pag. 1649, rubriek
brieven) -- In de rubriek NieuwsReflex
(MC 35/2005: 1379) staat een bericht over de uitkomst van een tuchtzaak tegen
ondergetekende. Het is onduidelijk waarom Medisch Contact hier afwijkt van de
naar mijn mening goede gewoonte om tuchtzaken te bespreken aan de hand van
initialen. Nu draagt het ‘nieuws’ hooguit bij aan een beeld dat rond mijn
persoon in de media is ontstaan. Een beeld dat weinig overeenkomst vertoont met
mijn dagelijkse werk als psychiater in een GGZ-instelling.
In dat werk heb ik er echter wel veel last van. De Inspectie voor de
Gezondheidszorg kan er ook maar geen genoeg van krijgen om mij via media van
commentaar te voorzien. In dat verband storen vooral de laatste regels van het
bericht mij: ‘De inspectie had graag gezien dat Bakker een strengere maatregel
krijgt, maar gaat evenmin in beroep. “We zouden een berisping op zijn plaats
vinden, maar denken dat ook het Centraal Tuchtcollege rekening zal houden met
het ontslag”, aldus een woordvoerder. “We houden hem wel goed in de gaten.”’
Waarom
kan de inspectie mij niet persoonlijk een dergelijke reactie geven? Waarom het
oorlogszuchtige ‘We houden hem wel goed in de gaten’ in plaats van bijvoorbeeld
‘Wij vertrouwen erop dat Bakker aan deze waarschuwing voldoende heeft’? In deze zaak loopt
alles via de media, en dat is niet mijn schuld. In Het Parool moest ik lezen
dat men een tuchtzaak tegen mij zou aanspannen. Een journalist belde me als
eerste met de uitspraak in deze zaak. Maar als ik iemand van
de inspectie uitnodig om op een studiedag over suïcide te spreken, weigert men
vanwege mijn persoon. En men wil ook niet deelnemen aan een
televisieprogramma waarin de hele gang van zaken nog eens wordt geanalyseerd.
En toch maar volhouden dat het ze niet om mij als persoon te doen is.
Amsterdam, 2005
dr. A. Bakker, psychiater
Naschrift redactie
In het artikel over
Bram Bakker is niet gekozen voor initialen omdat het een bericht betreft over
een publiek persoon. Bij het integraal weergeven van een
tuchtzaak gebruikt Medisch Contact overigens geen initialen, maar houden we ons
aan de door de tuchtcolleges geanonimiseerde tekst. Elke naam wordt
hierbij vervangen door een andere letter uit het alfabet."
Bram
Bakker niet in hoger beroep -- 2 september 2005 – Medisch Contact
Publicatie: Nr. 35, Rubriek: NieuwsReflex, pag. 1379
-- Psychiater Bram Bakker gaat niet in hoger beroep tegen de beslissing
van het regionaal tuchtcollege Amsterdam. Dit legde
hem in juli de maatregel van waarschuwing op. Deze week liep de termijn
voor het instellen van een hoger beroep af. De Inspectie voor de
Gezondheidszorg diende op 1 april 2004 bij het Regionaal Tuchtcollege Amsterdam
een klacht in tegen Bakker vanwege twee gevallen van grensoverschrijdend
gedrag. In het eerste geval sprak de psychiater in een horecagelegenheid af
met een patiënte en een vriendin van haar. Hij stelde de patiënte voor aan een
vriend. Later die avond zoende Bakker de vriendin van zijn patiënte, die
daarvan danig in de war raakte. Bakker liet zijn vriend de patiënte naar huis
brengen. De volgende dag smeet zij haar ramen in, met de intentie om met de glas-scherven haar polsen door te snijden. In een tweede
incident gaf Bakker een patiënte het e-mailadres van
dezelfde vriend, omdat beiden geïnteresseerd waren in internetdating.
Uit e-mailcorrespondentie blijkt dat hij haar
stimuleerde een gemaakte afspraak bij zijn vriend in Zeeland door te zetten. Na dit tweede voorval ontsloeg de directie van het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis Bakker en bracht zij de Inspectie op
de hoogte. Deze diende vervolgens de klacht in. Bakker noemt zijn
handelingen ‘onconventionele behandelingsvormen (...) waartoe hij de vrijheid
moet hebben’. Het Regionaal Tuchtcollege Amsterdam vindt echter dat hij zonder
noodzaak in het privé-leven van zijn patiënten is getreden en onvoldoende
afstand heeft bewaard. Uit het vonnis blijkt dat het college een strengere
maatregel te rechtvaardigen vindt, onder meer omdat de Inspectie Bakker al na
het eerste incident ter verantwoording had geroepen. Het heeft het ontslag van
de psychiater echter als een verzachtende omstandigheid aangemerkt. De
Inspectie had graag gezien dat Bakker een strengere maatregel krijgt, maar gaat
evenmin in beroep. ‘We zouden een berisping op zijn plaats vinden, maar denken
dat ook het Centraal Tuchtcollege rekening zal houden met het ontslag’, aldus
een woordvoerder. ‘We houden hem wel goed in de gaten.’ Bram Bakker werkt
momenteel parttime bij een GGZ-instelling en heeft
een eigen praktijk in Amsterdam.
Commentaar red. MdH:
Inhoudelijk: De opmerking ”In een tweede incident gaf Bakker de patiënte het e-mailadres van dezelfde vriend, omdat beiden geïnteresseerd
waren in internetdating” geeft aan dat Medisch
Contact de nodige zorgvuldigheid in acht heeft genomen wat betreft enige research in deze zaak. Het tuchtcollege nam de verklaring
van de psychiater namelijk helaas zomaar over zonder haar te toetsen. De
psychiater stelde eerder dat hij zijn toenmalige patiënte met zijn vriend in
contact zou hebben gebracht omdat beiden een boek over
internetdating wilden schrijven. Cliënte nr. 2, Meltum Punt, heeft echter nooit de bedoeling gehad een boek
over internetdating te schrijven. De psychiater
lijkt dit onjuiste gegeven dan ook alleen maar aangevoerd te hebben om het in
contact brengen van zijn patiënte met een vriend enigszins professioneel te
doen lijken. Het tuchtcollege riep patiënte nr.2 helaas niet als getuige op
waardoor het tuchtcollege e.e.a. te weten had kunnen
komen waardoor het niet was gebeurd dat men diverse opmerkingen van de arts
zomaar voor waar had aangenomen. Het is dan ook jammer dat tuchtcolleges veelal
niet van de kans gebruik maken een gebruiker van de gezondheidszorg te horen.
De cliënte in kwestie had duidelijk aangegeven, zoals bij de inspectie bekend
was, dat zij bereid was van hetgeen zij over de zaak
kon vertellen, ter zitting te getuigen. Het is dus jammer dat het
tuchtcollege geen gebruik maakte van deze kans waardoor e.e.a.
duidelijk had kunnen geworden dat nu voor de collegeleden niet duidelijk kon
worden. Het is dan ook de vraag waarom het tuchtcollege niet alle mogelijkheden
gebruikt om erachter te komen welke stellingen van diverse partijen al dan niet
op waarheid berusten. Het is dan ook opvallend dat tuchtcolleges regelmatig
niet alle kansen benutten om achter de waarheidsvinding te komen en vervolgens
helaas ook regelmatig – en deels zeer ten onrechte – de stellingen van een
professional zomaar voor waar aanneemt. In dezen zou veel zorgvuldiger met
klachten omgegaan kunnen worden hetgeen in het
interesse van het algemeen belang is. Zo had het tuchtcollege o.a. de vraag
beantwoord kunnen zien of het bij ‘de vriend van Bram Bakker’ al dan niet om
een vroegere patiënt van hem ging. Door cliënte nr.2 en/of de vriend in kwestie
te laten getuigen, had men het antwoord op die vraag namelijk kunnen vinden. De
psychiater zelf gaf aan dat die vriend geen vroegere patiënt van hem zou zijn
geweest. Van deze stelling ging men dan helaas ook verder van uit. Cliënte nr.2
echter heeft van de vriend in kwestie zelf te horen gekregen dat hij eerder bij
Bakker in therapie zou zijn geweest (info volgens
pers. communicatie met cliënte nr.2) en dus wel degelijk een patiënt van hem
was geweest. Waarschijnlijk liep het patiëntcontact ook via het SLAZ in
Amsterdam dat men in dezen dus zeer waarschijnlijk ook had kunnen benaderen met
deze vraag. Immers, indien het zo is dat die vriend tevens een ex-patiënt van
Bakker was, is het zo dat dit gegeven een verdere reden was geweest om
onprofessioneel gedrag bij de psychiater te constateren. Met cliënten en
ex-cliënten dient volgens de beroepscode voor psychiaters immers geen andere
dan een behandelrelatie aan te worden gegaan (1) en het in contact brengen van
een cliënte met een ex-cliënt is in termen van professionaliteit eveneens
onaanvaardbaar en laakbaar (2). Een voorbeeld van door het medisch tuchtcollege gemiste kansen. Doordat Medisch Contact
niet overnam dat beiden een boek wilden gaan schrijven en de psychiater hen om
die reden bij elkaar zou hebben gebracht, wat eerder werd gesteld en dus
onjuist is, blijkt het vakblad in tegenstelling tot het tuchtcollege Amsterdam
gelukkig wel de nodige zorgvuldigheid in betracht te hebben genomen.
Niet in hoger beroep: Wat betreft het niet in
hoger beroep gaan door de beklaagde zelf en door de inspectie valt het
navolgende op te merken: Indien de psychiater had besloten in hoger beroep te
gaan, had hij zich nogal belachelijk gemaakt. Voor hem was dit geen serieus te
overwegen optie geweest aangezien hij buitengewoon blij mag zijn met de door
het regionaal tuchtcollege geformuleerde uitspraak,
namelijk een waarschuwing. De hem ter laste gelegde
feiten hadden oplegging van een strengere maatregel met zekerheid
gerechtvaardigd, een mening die ook door de inspectie wordt bevestigt. Wij
vinden het dan ook jammer dat de inspectie niet in hoger beroep ging bij het
Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Den Haag. Het is wel zo
dat ook dat college wellicht/waarschijnlijk rekening had gehouden met het
ontslag van de psychiater in het SLAZ. Echter, alhier dient men zich eigenlijk eens een veel algemenere
vraag te stellen, namelijk: of het wel zinvol en adequaat is hoe tuchtcolleges
met ontslagen bij instellingen omgaan. Het is inderdaad nogal gebruikelijk –
zowel binnen het tuchtrecht als binnen het strafrecht helaas – dat men een
plaatsgevonden ontslag aftrekt van de maatregel die men eigenlijk zou willen
opleggen in een zaak. Ons inziens naar is dit niet
terecht aangezien de instelling deels hele andere overwegingen heeft dan een
tuchtcollege of een strafrechter. De instelling bepaalt aan de hand van
diverse factoren of het voor haar een optie is al dan niet met een professional
verder te willen en kunnen gaan werken. Het SLAZ besloot die
verantwoordelijkheid niet te willen dragen c.q. dat risico niet te willen
lopen. Het besluit van een instelling dient niet mee te wegen bij
rechterlijke besluiten die puur naar de gedragingen van een professional dienen
te kijken en daarover een oordeel dienen te vellen. Indien men aan ‘maatregel-aftrek’ doet, houdt men namelijk uitsluitend
rekening met de beklaagde partij, de enige in het geheel voor wie zo een ‘maatregel-aftrek’ van belang en positief is. Tuchtcolleges
en strafrechters dienen echter niet de belangen van professionals te behartigen
maar zij dienen zich te allen tijde neutraal op te stellen. Het enige belang
dat colleges en rechters dienen te behartigen is het ALGEMEEN BELANG, en in
dezen dus vooral het belang van de gebruikers van de gezondheidszorg, maar ook
het belang van de medische professie(s) in kwestie.
Het is dus jammer dat de inspectie om de genoemde reden regelmatig niet in
hoger beroep gaat ondanks het feit dat zij eigenlijk van mening is dat dit
zinvol, adequaat of zelfs noodzakelijk zou zijn. Veel belangrijker zou het zijn
dat de inspectie dit probleem eens aan gaat kaarten op een hoger niveau alwaar
hiernaar gekeken kan worden. De inspectie is er immers voor zich in te
zetten voor het algemeen belang en zij dient er
toezicht op te houden dat de professionele standaard door beroepsbeoefenaren
gehandhaafd wordt zodat de gebruikers van de gezondheidszorg goed verzorgd en
veilig zullen zijn. Aangezien het om een nogal structureel probleem gaat wat
betreft het ‘maatregel-aftrek’
zou de inspectie eens bij de ministeries voor VWS en justitie moeten
aankloppen, zo zijn wij van mening, om het thema aan te kaarten en om te
bespreken of in dezen veranderingen wenselijk en haalbaar zouden zijn. De
gebruikers van de gezondheidszorg zijn er namelijk niet bij gebaat dat
dergelijk ‘maatregel-aftrek’ plaatsvindt want voor
hen houdt het uiteindelijk in dat zij minder beschermd zullen zijn dan
wenselijk en mogelijk zou zijn. Het genoemde probleem speelde o.a. ook in
de zaak tegen de Amsterdamse psychotherapeut Freek F..
Het ontslag in het AMC was zowel voor het tuchtcollege als voor de strafrechter
een reden om ‘maatregel-aftrek’ toe te passen. Daarnaast
dient er naar een verder element te worden gekeken dat eveneens in de
laatstgenoemde zaak speelde. Strafrechters passen regelmatig ‘maatregel-aftrek’ toe omwille van een al plaatsgevonden
tuchtrechterlijke veroordeling. Tuchtcolleges houden regelmatig in hun oordeel
rekening met een strafrechtelijk vonnis. Door al deze ‘maatregel-aftrek’
praktijken blijkt het algemeen belang helaas geschaad
te worden en aangezien het algemeen belang HET belang is waarmee rekening
gehouden dient te worden, zou het noodzakelijk zijn dat de ministeries en/of de
Tweede Kamer er eens naar gaan kijken. Er zijn mogelijkheden om onprofessioneel
gedrag beter aan te pakken dan tot nu toe het geval is. Waarom maken wij er dan
geen gebruik van?!?? Wanneer slachtoffers de moeite
nemen een klacht in te gaan dienen waardoor er kansen ontstaan dat er betere
zorg en meer veiligheid voor patiënten geboden kan worden, lijkt het ons niets
meer dan terecht dat men deze kans ook gaat gebruiken i.p.v. haar te beperken
door aan ‘maatregel-aftrek’ te gaan doen. Op het moment
dat grensoverschrijdende professionals met een juridische procedure te maken
krijgen, dient de periode van het ‘aftrekken’ dan ook voorbij te zijn.
Masturbatie maakt regelmatig deel uit van de onprofessionele praktijken die
grensoverschrijdende professionals helaas bezigen. Juridische procedures zijn
er niet voor enige vorm van aftrekken verder toe te gaan passen want ‘maatregel-aftrek’ leidt naast het feit dat het niet in het
algemeen belang is ook ertoe dat het slachtoffer in
kwestie zich uiteindelijk niet slechts door eerder fysiek aan haar/hem
opgedrongen aftrekpraktijken misbruikt voelt maar tevens ook nog gaat lijden
onder later toegepaste juridische ‘maatregel-aftrek’.
Een ‘maatregel-aftrek’ is niet slechts schadelijk
voor de gebruikers van de gezondheidszorg en veelal ook voor de professies zelf maar het is in veel gevallen tevens
traumatisch voor het slachtoffer c.q. de slachtoffers in kwestie. Wij achten
‘aftrekken’ dan ook noch medisch noch juridisch verantwoord.
Regionaal Tuchtcollege
Amsterdam publiceert kladversie uitspraak inzake
psychiater Bram Bakker – 30 juli 2005 – Red. MdH – Op de website van het
Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam treft u nu de publicatie van de uitspraak publicatie
van de uitspraak van het medisch tuchtcollege in de
zaak Bram Bakker (zaak nr.: 04 067) aan. De Inspectie voor de
Gezondheidszorg (IGZ) diende op 1 april 2004 een klacht bij het
tuchtcollege in wegens herhaaldelijk grensoverschrijdend gedrag van de
Amsterdamse psychiater Bram Bakker. Hij heeft zich t.a.v. twee vrouwelijke
patiënten grensoverschrijdend gedragen. Het tuchtcollege achtte de klacht
van de inspectie gegrond en waarschuwde de arts. De uitspraak dateert van 19
juli 2005. Helaas heeft het tuchtcollege
NIET de laatste versie van de uitspraak op haar website gepubliceerd maar een
van de kladversies die aan de definitieve versie van de uitspraak zijn
voorafgegaan. De versie die u nu nog onder bovenstaande link aantreft, was dus
zeker niet bedoeld voor publicatie. De kladversie van de uitspraak kunt u herkennen
door de vele opmerkingen die tussen haakjes werden geplaatst. Het gaat dan om
opmerkingen en vragen die een medewerker van het tuchtcollege Amsterdam aan een
collega die aan de uitspraak werkte, mededeelde. Om enkele voorbeeld te geven: Op pagina 3 van de kladversie van
de uitspraak treft u o.a. de navolgende stukken tekst aan:
|
VOORBEELD 1: “De tweede klacht houdt in, zakelijk weergegeven, dat verweerder bij patiënte 2 1 (dat was toch patiënte 1? bij het inspectiegesprek zegde hij toe zijn gedrag aan te passen en bij het dossier van pat.e 2 zou de stapel erbij zitten) de dossierbepalingen van de WGBO onvoldoende heeft nageleefd door de e-mailcontaacten met deze patiënte niet op te nemen in het dossier.” VOORBEELD 2: “5.5 Vooropgesteld wordt dat aan het feit
dat de patiënten zelf niet klagen geen niet de
conclusie kan kan worden verbonden dat zij de
klachten niet onderschrijven. (mij
veel te hinein interpretierig,
kan ook uit positieve overwegingen) op zichzelf niet betekent dat de
patiënten de klacht niet onderschrijven. Om verschillende redenen kan een
patiënt tot het besluit komen het in zijn ogen afkeurenswaardige gedrag van zijn
arts niet aan het oordeel van de tuchtrechter voor te leggen. In de onderhavige zaak is gebleken
dat beide patiënten geen opening van zaken willen over hun persoonlijke
omstandigheden en hun behandeling, terwijl één van de patiënten zelfs haar
naam niet prijs heeft willen geven.anoniem wilde blijven (Story, waarom niet neutraal?) Wat hiervan ook zij, ingevolge artikel 65 van de Wet BIG heeft de Inspectie na
gedane melding een eigen bevoegdheid om een klacht in te dienen.” VOORBEELD 3: “Verweerder is doorgedrongen in de
privé-sfeer van de patiënte en heeft zijn professionele rol van hulpverlener
met die van bemiddelaar in privé-contacten op ontoelaatbare wijze en zonder
enige aannemelijke rechtvaardiging vermengd. Dat verweerder in het gezelschap
van deze patiënte is gaan zoenen met haar vriendin en daardoor evident buiten
zijn rol als hulpverleners is getreden waardoor hij in de ogen van de
patiënte van zijn voetstuk is gevallen (hoe
weten we dat zij dit zo vond, van dat voetstuk en zo ?)
, met alle gevolgen van dien, onderstreept dat hij zijn professionele rol,
die hij dag en nacht, ongeacht de tijd, ook tot ’s avonds laat (maar na middernacht niet meer?)
tegenover zijn patiënten heeft te vervullen, heeft miskend.” Alle drie voorbeelden zijn
afkomstig uit de kladversie van de uitspraak zoals die op o.a. 29 en 30 juli
2005 op de website van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg
Amsterdam stond gepubliceerd: Zaak nr.: 04 067. Op inhoudelijke
incorrectheden zullen wij ingaan na publicatie van de definitieve uitspraak
van het tuchtcollege. |
Het gaat dus om een bijzonder opmerkelijke
publicatie van het tuchtcollege: een rechterlijke uitspraak in een van haar
laatste stadia van ontstaan, oftewel ‘een uitspraak in
ontwikkeling’. Het is naar ons weten niet eerder gebeurd dat een medisch
tuchtcollege eerder publiekelijk inzage heeft gegeven in de
ontstaansgeschiedenis van een tuchtrechtelijke uitspraak. Het zal ook moeilijk
zijn een orgaan te vinden dat over het algemeen nog minder transparant is dan
onze medische tuchtcolleges zijn. Juist omwille van het grote gebrek aan
transparantie bij tuchtcolleges zijn wij dan ook blij dat het tuchtcollege
Amsterdam in dit geval enige inzage heeft gegeven in het totstandkomen van de
tuchtrechtelijke uitspraak inzake de Amsterdamse
psychiater. Moge deze onbedoelde blunder een aanleiding zijn voor medische
tuchtcolleges om in overweging te gaan nemen in de toekomst meer transparantie
te bieden. Wij kozen voor publicatie van het bovenstaande omdat het
doofpotgehalte bij medische tuchtcolleges buitengewoon groot en de mate van
transparantie heel erg klein is. Wij nemen aan dat het tuchtcollege de nu
gepubliceerde versie z.s.m. zal gaan vervangen door de tekst van de definitieve
uitspraak. De gepubliceerde kladversie zullen wij binnenkort apart publiceren
zodat deze bijzondere gebeurtenis niet verloren zal gaan wanneer de website van
het tuchtcollege geüpdate zal worden.
Een deel van het zittingsverslag treft u al op onze pagina LOPENDE TUCHTZAKEN aan. Binnenkort zullen wij ook het nog
resterende deel van het zittingsverslag publiceren.
Waarschuwing voor
psychiater: Tuchtcollege vindt Bram Bakker genoeg gestraft door ontslag na
problemen met patiëntes -- 20 juli
2005 -- Het Parool -- AMSTERDAM - De Amsterdamse psychiater Bram Bakker
is er gisteren bij het regionaal tuchtcollege voor
de gezondheidszorg met een waarschuwing van af gekomen. Bakker was door de
Inspectie voor de Gezondheidszorg aangeklaagd omdat hij de ethische codes
van zijn beroep zou hebben geschonden door in 2003 tot twee keer toe een
patiënte in contact te brengen met een persoonlijke vriend van hem. In beide
gevallen ging dat mis. In het eerste geval, eind mei, liep een ontmoeting in
een café, waar Bakker bij aanwezig was, uit op een crisis waarbij zijn patiënte
zelfmoord wilde plegen. De vrouw was uitgenodigd omdat ze moeite had met
contacten met mannen. Ze was met een vriendin gekomen en raakte volledig
overstuur toen haar psychiater met haar vriendin aan het zoenen ging. De inspectie
gaf Bakker voor deze affaire een waarschuwing. Bij het tweede incident, in
november, ging een patiënte bij die zelfde vriend op bezoek. Ze had diens e-mailadres
gekregen omdat beiden werkten aan een publicatie over internetdating
(*). Ze raakte van slag toen de vriend handtastelijk werd. De inspectie
maakte daarop beide zaken aanhangig. Volgens het tuchtcollege waren zijn
patiënten juist op het gebied van het leggen van relaties uiterst kwetsbaar en
handelde hij tegen de beroepscode door hen in contact te brengen met een
persoonlijke vriend. De eerste keer had Bakker tegenover de inspectie zijn fout
al toegegeven. In het tweede geval had hij zijn patiënte het mailadres van zijn
vriend niet mogen geven. Na de eerste contacten besloot de vrouw de man op te
zoeken. Bakker had haar daarvan af moeten houden, stelt het college. ''Hij had
zich in elk geval met zoveel woorden moeten distantiëren van haar plannen.'' De
psychiater deed echter het tegendeel, blijkt uit e-mailverkeer
met zijn patiënte. 'Hij heeft zich daarbij bediend van dubbelzinnigheden en
persoonlijke opmerkingen die niet passen bij de rol van hulpverlener,' luidt
het oordeel. Het tuchtcollege waardeert Bakkers grote inzet voor zijn patiënten
- ook al overschreed die in deze gevallen de grens - en vindt dat hij met zijn
ontslag bij het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis
voldoende is gestraft. Bakker is blij met de uitspraak. ''Hier had ik op
gehoopt. Wanneer het op een berisping was uitgelopen, was ik waarschijnlijk in
beroep gegaan. Sinds het laatste incident heb ik mij onberispelijk gedragen.''
Commentaar red.
MdH: (*) Een mooie
manier om buitengewoon onprofessioneel handelen toch nog ergens een beetje
professioneel te doen lijken. Helaas is dit niets meer dan de versie van de
psychiater. Zij getuigt wel van fantasie. De ex-cliënte in kwestie heeft nooit
gewerkt aan enige publicatie over internetdating.
Maar goed, het gaat om wat het tuchtcollege aannemelijk acht en het
tuchtcollege blijkt altijd weer bijzonder goed te zijn in het geloven in door
beklaagde collega’s geproduceerde excuses en vertekeningen van de
werkelijkheid. Belangrijker is het op te merken dat ter zitting bleek dat de
psychiater alles behalve goed begreep wat hij eigenlijk fout had gedaan. De
uitspraak zal hem dan ook niet bepaald helpen dit alsnog te kunnen leren
begrijpen. Maar, de volgende keer zou het moeilijk worden om het nog over
incidenten en toevallen te gaan hebben. Dan zal de term ‘structureel’ nog maar
moeilijk te omzeilen zijn. Bakker werd deze keer slechts gewaarschuwd. Aangezien
ook menige hulpverlener die zich seksueel grensoverschrijdend naar patiënten
toe gedraagt slechts gewaarschuwd wordt, moge duidelijk zijn binnen welk kader
deze waarschuwing gezien dient te worden. Bovendien is het een bekend feit dat
medische tuchtcolleges liefst geen of zachte maatregelen opleggen. De opgelegde
maatregel zegt dan ook maar weinig over het aan de zaak ten grondslag liggende,
onprofessionele handelingen. Wij zijn benieuwd of de inspectie de moeite zal
gaan nemen in hoger beroep te gaan. Waarschijnlijk zal dat niet gebeuren want
voor de inspectie doet het er niet zoveel toe of de uitkomst nu een
waarschuwing of een berisping is. De inspectie werd door gegrond verklaring van
haar klacht in het gelijk gesteld. En dit is ook de essentie van de uitspraak:
Bakker heeft de grenzen van zijn professie
overschreden. Het is wel jammer dat de inspectie enkele kansen heeft gemist een
belangrijk feit verder te onderbouwen. Het feit dat Bakker het verschil tussen
professioneel en privé niet goed begrijpt noch belangrijk acht. De simpele
verwijzing naar de website van de
psychiater bijvoorbeeld maakt het gestelde namelijk ook
al duidelijk. Welke professioneel werkende psychiater plaatst immers allemaal
privé foto’s op zijn website?? Deze vraag kent slechts
één antwoord: psychiater Bakker! Bram Bakker op de fiets op de voorpagina van
zijn site, Bram Bakker met zijn kind op schoot in de rubriek ‘De
psychiater’(!). Heeft hij het soms nodig dat collegae en patiënten gaan denken
‘wat een zorgzame, lieve vader!’? Ook hier geen afbakening tussen privé- en
praktijkgebeuren. Een direct en voor een ieder toegankelijk bewijs daarvoor dat
hij onvaardig is dit binnen zijn beroepsgroep bijzonder belangrijke verschil
tussen privé - en professioneel terrein te begrijpen,
aanvaarden en accepteren. ‘De dwarse psychiater’ was in dezen een buitengewoon
toepasselijke titel voor zijn documentaire. Actueel is Bakker’s site ook al
niet want vandaag, op 21 juli 2005, valt er in de rubriek ‘Actueel’ nog steeds te lezen: “Amsterdam, febr. 2005, Groot nieuws!
Geachte bezoekers van deze website. Hartelijk welkom en dank voor uw bezoek.
Het grootste nieuws van de afgelopen weken betrof de geboorte van Luna Elina, onze mooie dochter.
Ze werd op 30 januari 2005 geboren en heeft twee trotse ouders en twee grote
broers, Fimme en Milan.”
Maar, het meest opvallend is natuurlijk alleen al het feit dat hij de geboorte
van zijn dochter, een privé gebeurtenis bij uitstek, op zijn website vermeldt
die hij tevens in professioneel opzicht gebruikt. Een collega psychiater met
een dergelijke website die zo mooi aantoont dat de psychiater in kwestie de
grenzen van zijn vak niet kent noch aanvaardt, zal wel nog niet bestaan. De
website van een professionele hulpverlener ziet er dan ook heel anders uit.
Maar, het niet aanvaarden van de grenzen die de professie
bepaalt, is ook bijzonder kenmerkend voor Bakker. Het is alleen jammer dat hij
juist met zijn onprofessioneel optreden c.q. ruimhartigheid in zaken grenzen,
cliënten aantrekt. Helaas zullen dat regelmatig ook juist degenen zijn voor wie
het duidelijk stellen en handhaven van grenzen bijzonder belangrijk zou zijn.
Wat betreft de
tussenkop ‘In contact brengen met privé-vriend was grote blunder’ in het
Parool: Van een domme fout of blunder kan wel geen sprake zijn wanneer de
professional de ‘tweede blunder’ al begaat alvorens de gevolgen van de eerste,
soortgelijke blunder afgewikkeld zijn. Bovendien bleek uit niets dat Bakker ook
maar enigszins beseft dat zgn. ‘gedragstherapeutische
experimenten’ simpelweg onprofessioneel zijn en niet door de beugel kunnen.
Afgezien daarvan is zijn ‘gedragstherapeutisch experimentje’ niets meer dan schone-schijn-bedrog, een inhoudsloze camouflerende term,
een mooi excuusje waarmee hij het college ervan probeerde te overtuigen dat er
toch nog wel enig professioneel elementje aan zijn
onprofessioneel handelen zat. Helaas… de tweede patiënte, Meltum
Pauline Punt, had namelijk geen enkele behoefte om
binnen een zgn. ‘gedragstherapeutisch experimentje’ te gaan leren hoe contact
te maken en te socialiseren. Dat kan zij namelijk al lang en bijzonder goed.
Het moge duidelijk zijn dat een hoogopgeleide dame die jarenlang zelfstandig in
het buitenland woonde en als journalist/regisseur werkte en nu zelfs als
mediator werkzaam is geen problemen ermee heeft met mensen contact te maken,
niet waar? Dergelijke, deels zeer belangrijke maar voor het tuchtcollege helaas
onduidelijk gebleven punten, hadden belicht en begrepen kunnen worden door de ex-patiënt(en)
tijdens de zitting te gaan horen. Het is dan ook jammer dat het tuchtcollege
regelmatig geen gebruik maakt van diverse mogelijkheden om een en ander helder
te krijgen c.q. uit te sluiten. Het zou namelijk ertoe bijdragen dat men met de
waarheidsvinding dichter bij de realiteit zou komen wat het ultieme doel zou
moeten zijn van een tuchtrechtelijk onderzoek.
Door tijdgebrek was het ons helaas nog niet
mogelijk het ontbrekende gedeelte van het zittingsverslag te gaan publiceren.
Gedurende de aankomende weken zullen nog enkele publicaties volgen, waaronder
de tuchtrechtelijke uitspraak. Het is mogelijk dat wij t.z.t. ook enkele
stukken uit de e-mail correspondentie tussen Bakker en de tweede patiënte
zullen publiceren. Het oordeel van het tuchtcollege 'Hij heeft zich daarbij bediend van
dubbelzinnigheden en persoonlijke opmerkingen die niet passen bij de rol van
hulpverlener' is namelijk mild. De inhoud van de door de psychiater aan de patiënte
verzonden e-mails is voor een psychiater namelijk behoorlijk choquerend.
Lees DE UITSPAAK in deze zaak op de website van
het medisch tuchtcollege.
Psychiater Bram Bakker
heeft spijt: Gênante vertoning, zegt hij bij het tuchtcollege over incidenten
met vrouwelijke patiënten. Ze raakte hierop in een crisis en wilde zelfmoord
plegen -- 24 juni 2005 -- Het Parool --
AMSTERDAM - Zijn de methodes die de
Amsterdamse psychiater Bram Bakker bij twee van zijn patiëntes
heeft toegepast alleen onconventioneel, of heeft hij de ethische codes van zijn
beroep overschreden? Over die vraag boog het
Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg zich gisteren. Volgens de Inspectie voor de Gezondheidszorg
heeft Bakker twee vrouwelijke patiënten in contact gebracht met een
persoonlijke vriend van hem. Daarmee heeft hij zijn privé-leven vermengd met
zijn werk en handelde hij in strijd met de beroepscode van psychiaters.
'Grensoverschrijdend' noemde aanklaagster
Frederike ten Cate de
zaak, die tot een media-affaire is uitgegroeid waarbij over en weer met modder
wordt gegooid. In mei 2003 bracht Bakker één van zijn patiëntes
in contact met zijn vriend die gestalttherapeut is en schrijver van een boek over
seksverslaving. De vrouw leed volgens Bakker aan een gedragsstoornis en
durfde geen contacten met mannen aan te gaan. Om haar te helpen bood hij een
ontmoeting aan met zijn vriend M.
Dat gebeurde 's avonds in een café waar Bakker met M. was. Toen zijn patiënte
binnenkwam was ze volgens de psychiater licht aangeschoten. Zijn patiënte
raakte aan het zoenen met M. De stemming sloeg om toen ze zag hoe Bakker met
haar vriendin aan het zoenen ging. M. bracht haar met de auto naar huis. De
volgende dag raakte de vrouw in crisis en probeerde zelfmoord te plegen. Het
Sint Lucas Andreas Ziekenhuis [moet zijn: ggz instelling Buitenamstel],
waar Bakker destijds werkte, schakelde de inspectie in. Er volgde een pittig gesprek, waarin Bakker toegaf dat hij stom was
geweest en dat het niet opnieuw zou gebeuren. Ook gisteren liet hij weten
het een gênante vertoning te hebben gevonden. Het was volgens hem een ‘gedragstherapeutisch experiment' waar hij niet
bij had horen te zijn. De zaak liep destijds af met een waarschuwing. In
het tweede geval ging het om een patiënte van Bakker die tegen een collega van
hem in het ziekenhuis vertelde dat het niet goed met haar ging nadat ze een
bezoek had gebracht aan M.. Opnieuw schakelde het ziekenhuis
[het Sint Lucas Andreas
Ziekenhuis] de inspectie in. Inmiddels waren de
werkverhoudingen zodanig verstoord dat Bakker vertrok. Volgens de psychiater,
die bekend staat vanwege zijn eigenzinnige behandelmethodes, zou de patiënte
haar ervaringen met internet dating
aan hem hebben verteld. Ze wilde er volgens Bakker een boek over gaan
schrijven. Toen hij daarop vertelde dat zijn vriend M. ook ervaringen had en er
ook over dacht om die te publiceren, zou de vrouw hem om het mailadres van M.
hebben gevraagd. Bakker zegt te zijn geschrokken toen hij hoorde dat ze bij M.
in Zeeland op bezoek wilde. Zijn patiënte kwam overstuur van het bezoek in
Zeeland terug omdat M. handtastelijk zou zijn geworden. Volgens de inspectie lag het initiatief voor het contact met M. opnieuw
bij Bakker. Dat is ook wat de vrouw beweerde. Ze diende overigens geen
klacht tegen hem in. De inspectie baseert zich in haar aanklacht onder andere
op de mailcontacten van de psychiater met zijn patiëntes.
Die bleven, volgens de inspectie, voor een deel buiten het medisch
dossier. Volgens Willemien Kastelein, die Bakker verdedigde,
heeft hij na de eerste affaire zijn mails over de behandeling volgens de
richtlijnen van de artsenorganisatie KNMG aan het dossier toegevoegd. De
inspectie baseert zich op een selectie van de mails die de vrouw heeft
afgestaan. Die zegt alles wat privé is er uit te hebben gehaald. In sommige mails zou Bakker zich intiemer
en vertrouwelijker hebben uitgedrukt dan de verhouding tussen patiënt en arts
rechtvaardigt. Kastelein: "Ze heeft hele mails weggehaald en zo een
foute sfeer gecreëerd. Een sfeer van onbetrouwbaarheid en vuiligheid.” Uitspraak 23 augustus.
Commentaar red. MdH: ‘Psychiater
Bram Bakker heeft spijt’ is volgens het zicht van onze redactie op hetgeen ter zitting is gebleken niet bepaald de
belangrijkste boodschap van een twee uur durende hoorzitting gisteren bij het
Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam. Correct zou zijn ‘psychiater Bram Bakker stelde ter zitting
spijt te hebben’. In het eerste deel van het zittingsverslag
dat wij nog vanavond zullen publiceren, kunt u lezen “De inspectie merkt op dat het opmerkelijk is
dat verweerder het nog nooit erover heeft gehad wat dit allemaal voor zijn
patiënte moet hebben betekend. Hij geeft alleen aan hoe het voor hém is
geweest”. Indien er werkelijk sprake zou zijn van echte spijt, zou de
psychiater zowel ter zitting als ook eerder tegenover de inspectie meer blijk hebben gegeven van gevoelens van spijt. Wat zijn
grensoverschrijdend gedrag naar patiënte 1 toe met haar heeft gedaan en waarom
het nogal zeer begrijpelijk is dat het gebeurde verstrekkende gevolgen voor de
patiënte had, kwam slechts door de
navolgende opmerking van de inspectie aan bod die u volgende week in het 2e
gedeelte van ons zittingsverslag zult aantreffen: “Dit is een dokter die een patiënte naar de kroeg heeft laten komen en
die in ene zoent met de vriendin van zijn patiënte. Patiënte 1 uitte zich
tegenover de inspectie op navolgende wijze: ‘Hij had er moeten zijn voor míj en
niet voor mijn vriendin!’ Dat is verwarrend voor een patiënte”, verzekerde
de inspecteur. Ter afsluiting van de zitting stelde de voorzitter, mr. Holtrop, aan verweerder de navolgende vraag: “Wilt u ter
afsluiting nog iets zeggen?”. Hierop antwoordde psychiater Bakker slechts hetgeen in deel 1 van ons verslag in de derde persoon wordt
weergegeven: “Verweerder merkte op dat de inspectie de zaak tegen hem had
aangespannen omdat het imago van het vak eronder zou lijden. Hij
zou ook nog met de heer Gasman van de inspectie hebben gebeld en zou hem
gevraagd hebben wat er met patiënte 2 zou moeten gebeuren aangezien zij bij het
SLAZ niet meer terecht kon. Hij zou hebben geprobeerd het voor iedereen
zo min mogelijk vervelend gemaakt te hebben maar daar zou men niet op in zijn
gegaan.” Patiënte 1 kwam in zijn laatste
woorden gericht aan het college helemaal niet aan bod. Voor woorden van spijt
die juist op deze plaats van hem mochten worden verwacht, creëerde verweerder
geen ruimte. Wij zullen volgende week ook een commentaar over de hoorzitting publiceren waarin wij o.a. zullen
aangeven welke door verweerder gestelde ‘feiten’ op z’n
minst grote vraagtekens oproepen en uit welke opmerkingen van hem duidelijk
blijkt dat hij nog steeds niet begrijpt waar het eigenlijk om gaat en wat hij
eigenlijk fout heeft gedaan. Daarbij zullen wij de woorden die de psychiater
ter zitting gebruikte, afzetten tegen hetgeen binnen
zijn eigen beroepsgroep en binnen de medische stand in het algemeen als
professioneel en ethisch correct wordt aanschouwd. Het is dan ook zeer de vraag
hoeveel spijt er werkelijk kan zijn als de essentie van het geheel na twee jaar
nog steeds niet tot de psychiater is doorgedrongen.
De klacht van de Inspecteur voor de Gezondheidszorg houdt
onder meer in dat de psychiater grensoverschrijdend heeft gehandeld jegens twee patiënten door zich meer in de privé-sfeer van
deze patiënten te begeven dan in het kader van de hulpverlening noodzakelijk
was. Bovendien heeft hij onvoldoende rekening gehouden welke impact zijn gedrag
zou kunnen hebben op zijn patiënten. Daarnaast heeft hij de e-mail contacten
die hij met een van de patiënten onderhield niet opgenomen in het medisch dossier waardoor dit onvolledig is, aldus klager.
De inspectie zal worden vertegenwoordigd door de inspecteurs Ten Cate-Adema en
Gasman. Aangezien medische tuchtzaken openbaar zijn, kan de zaak tegen de vrij
gevestigde Amsterdamse psychiater, bekend onder de noemer ‘de dwarse
psychiater’, door een ieder die geïnteresseerd is, gevolgd worden. Bakker laat
zich bijstaan door mw. prof. mr. W.R. Kastelein,
bijzonder hoogleraar gezondheidsrecht aan de Katholieke Universiteit te
Nijmegen. Het medisch tuchtcollege bestaat uit de
leden juristen Holtrop, voorzitter en tevens eerste
man bij het tuchtcollege sinds dit jaar, en Bleeker-Hemmes,
secretaris. Daarnaast wordt het college gevormd uit de leden artsen Gualthérie van Weezel,
psychiater/psychotherapeut, Maathuis, gynaecoloog en prof. dr.
de Lange, anesthesioloog.
Uit de stukken over Bakker zou volgens Trouw (31 mei 2005) blijken dat zijn
superieuren in het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis
(SLAZ) zeer bezorgd over zijn privé-contacten met de twee patiëntes
waren. Zo ook de inspectie, die hem na het eerste incident al verweet evident
onprofessioneel gehandeld te hebben. Hij was verder dan noodzakelijk
doorgedrongen tot de privé-sfeer van de patiënte, aldus de inspectie. Bij het
tweede incident was de maat voor de IGZ vol: de directie van het SLAZ diende
weer een klacht in bij de inspectie, wat leidde tot de tuchtzaak die morgen zal
worden voortgezet. Bij navraag of de psychiater in de toekomst nog eens twee patiëntes met een vriend in contact zou brengen, antwoordde
Bakker in maart tegenover Trouw: ,,Die vraag
suggereert een patroon en dat is er niet! Het waren incidenten.''
Maar, zelfs als er geen sprake mocht zijn van een patroon van
grensoverschrijdend gedrag, betreft het een klachtwaardige zaak die een
tuchtrechtelijke maatregel tot gevolg kan hebben. Als ‘dwarse psychiater’,
zoals de nu 42-jarige Bakker genoemd wordt in de door Hans Polak vervaardigde
documentaire die eind december 2004 bij de VARA werd uitgezonden, ligt zijn
mening over wat in professioneel opzicht onder 'grensoverschrijdend gedrag'
begrepen dient te worden niet bepaald op één lijn met de binnen zijn eigen
beroepsgroep gehanteerde opvattingen.
In de beroepscode voor psychiaters wordt een afkoelingsperiode van twee
jaar genoemd voor wat betreft het aangaan van een seksuele relatie met een
ex-patiënt. In de VS handhaven psychiaters zelfs de zo genaamde 'zero tolerance'
omdat gevoelens van overdracht veelal pas na lange tijd en soms helemaal niet
verdwijnen. Het onderhouden van vriendschappelijk en/of sociaal contact met
ex-patiënten wordt binnen de beroepsgroep evenmin gewaardeerd c.q. door velen
zelfs als onprofessioneel en ontoelaatbaar gezien. Vermenging van een
behandelrelatie met en privé relatie leidt tot belangenverstrengeling en roept
bij patiënten in de meeste gevallen verwarring op. Gebrek aan handhaving van
duidelijke grenzen tussen therapie en privé is bijna altijd negatief voor de
patiënt en kan zelfs zeer beschadigend zijn. Daarom dient de grens die de
beroepsgroep duidelijk aangeeft ook gehandhaafd en bewaakt te worden. Immers,
een van de ethische basisprincipes voor artsen luidt 'First, do no harm!' of in het Latijn 'Primum non nocere!'.
De voortzetting van de hoorzitting die op 31 mei jl. werd aangehouden, begint
op donderdag 23 juni a.s. om 14 uur in de Huyzingazaal
van de rechtbank Amsterdam, Parnassusweg 220. Het
college verzocht de inspecteurs de nog ontbrekende en onvolledig ingediende
stukken, te noemen twee brieven, alsnog na te zenden. Tevens was het college
voornemens de volledige e-mail correspondentie tussen verweerder en een van
zijn ex-patiënten bij het Sint Lucas Andreas
Ziekenhuis op te gaan vragen zodat de volledige e-mail correspondentie bij de
beoordeling van de zaak mee zou kunnen worden gewogen.
Onze redactie zal weer een uitgebreid verslag maken van de hoorzitting. Het
zittingsverslag zal enkele dagen nadien op onze website gepubliceerd worden. De
uitspraak van medische tuchtcolleges volgt 6 weken na de zittingsdatum. Wij
zullen de uitspraak te zijner tijd eveneens publiceren.
Meer info over deze tuchtzaak treft u in het DOSSIER
B.B., dat deel uitmaakt van onze nieuwsrubriek, op onze website www.misbruikdoorhulpverleners.nl
aan. Het nieuwsbericht zoals vanmorgen op onze website gepubliceerd,
treft u onder deze link aan.
Voortzetting
medische tuchtzaak: Inspectie tegen de Amsterdamse psychiater B.B. – 22 juni 2005 –
Red. MdH -- Op donderdag
23 juni 2005 zal de medische tuchtzaak tegen de Amsterdamse psychiater Bram Bakker bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam worden
voortgezet die op 31 mei jl. werd aangehouden. De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) Amsterdam diende een
klacht bij het tuchtcollege in wegens twee incidenten die door het Sint Lucas Andreas
Ziekenhuis (SLAZ) en door ggz
instelling Buitenamstel werden gemeld. De klacht
van de Inspecteur voor de Gezondheidszorg houdt onder meer in dat de psychiater
grensoverschrijdend heeft gehandeld jegens twee
patiënten door zich meer in de privé-sfeer van deze patiënten te begeven dan in
het kader van de hulpverlening noodzakelijk was. Bovendien heeft hij
onvoldoende rekening gehouden welke impact zijn gedrag zou kunnen hebben op
zijn patiënten. Daarnaast heeft hij de e-mail contacten die hij met een van de
patiënten onderhield niet opgenomen in het medisch
dossier waardoor dit onvolledig is, aldus klager.
De inspectie zal worden vertegenwoordigd
door de inspecteurs Ten Cate-Adema en
Gasman. Aangezien medische tuchtzaken
openbaar zijn, kan de zaak tegen de vrij gevestigde Amsterdamse psychiater,
bekend onder de noemer ‘de dwarse psychiater’, door een ieder die
geïnteresseerd is, gevolgd worden. Bakker laat zich bijstaan door mw. prof. mr. W.R.
Kastelein, bijzonder hoogleraar gezondheidsrecht aan de Katholieke Universiteit
te Nijmegen. Het medisch tuchtcollege bestaat uit de leden juristen Holtrop,
voorzitter en tevens eerste man bij het tuchtcollege sinds dit jaar, en Bleeker-Hemmes, secretaris. Daarnaast wordt het college
gevormd uit de leden artsen Gualthérie van Weezel,
psychiater/psychotherapeut, Maathuis, gynaecoloog en prof. dr. de Lange,
anesthesioloog.
Tot twee keer toe meende psychiater Bram
Bakker dat een persoonlijke vriend van hem goed zou passen bij een patiënte.
Beide keren liep het uit op een fiasco. De eerste patiënte raakte in een crisis
en ondernam na de ontmoeting met de betreffende vriend M., waarbij Bakker
aanwezig was, een suïcidepoging. De tweede patiënte, Meltum
Punt, liep naar eigen zeggen 'psychische schade' op. Bakker, die veelvuldig met
de tweede patiënte e-mailde, werd bij het Amsterdamse Sint Lucas Andreas Ziekenhuis (SLAZ) ontslagen en werd door de
inspectie met een tuchtzaak geconfronteerd. Uit de e-mailcorrespondentie,
in het bezit van Trouw, blijkt volgens het dagblad hoe familiair en vertrouwelijk Bakker met de tweede patiënte omging. Tevens
blijkt volgens de krant hoe riskant dat was voor hun behandelrelatie die de
patiënte verbrak, en voor zijn reputatie, toen alles bekend werd. Nu kunnen
derden meelezen over het afspraakje dat zij met Bakkers vriend M. had, die in
de e-mails met naam en toenaam wordt genoemd. Te lezen valt onder andere, zo
stelde Trouw op 31 mei jl. in een nieuwsbericht, hoe Bakker het afspraakje
aanmoedigt, schalkse grapjes maakt en zijn patiënte om 'een verslagje'
achteraf verzoekt. Later foetert Bakker tegen haar over zijn leidinggevende in
het SLAZ, en vertelt met naam en toenaam over de
buitenechtelijke relatie van een van zijn collega-psychiaters.
Zijn benadering van een patiënte met
psychische problematiek lijkt wel heel 'onconventioneel', zoals Bakker dit zelf
noemt. Als psychiater werd hij geacht zijn patiënte te helpen bij het te boven
komen van haar psychische problemen. Maar, hij koppelt haar ook aan een
persoonlijke vriend die eerder eveneens bij Bakker in therapie was, mailt met
de patiënte over zijn eigen problemen en stelt voor haar diagnose te veranderen
van de ene in de andere ziekte, die 'gelukkig een veel betere prognose heeft'.
De dokter heeft zich niets aangetrokken van de in de beroepscode voorgeschreven
professionele distantie. De patiënte kan niets verweten worden omdat zij als
hulpvragende ten opzichte van de psychiater in een afhankelijke positie
verkeerde.
Uit de stukken over Bakker zou volgens
Trouw blijken dat zijn superieuren in het SLAZ zeer bezorgd over zijn
privé-contacten met de twee patiëntes waren. Zo ook
de inspectie, die hem na het eerste incident al verweet evident onprofessioneel
gehandeld te hebben. Hij was verder dan noodzakelijk doorgedrongen tot de
privé-sfeer van de patiënte, aldus de inspectie. Bij het tweede incident was de
maat voor de inspectie vol: de directie van het SLAZ diende weer een klacht in
bij de inspectie, wat leidde tot de tuchtzaak die morgen zal worden voortgezet.
Bij navraag of hij in de toekomst nog eens twee patiëntes
met een vriend in contact zou brengen, antwoordde Bakker in maart tegenover
Trouw: ,,Die vraag suggereert een patroon en dat is er
niet! Het waren incidenten.''
Maar, zelfs als er geen sprake zou zijn van
een patroon van grensoverschrijdend gedrag. betreft
het een klachtwaardige zaak die een tuchtrechtelijke maatregel tot gevolg kan
hebben. Al is de psychiater het er zelf niet mee eens dat hij
grensoverschrijdend gedrag gepleegd zou hebben zoals grensoverschrijdend gedrag
door professionals op onze site wordt omschreven, betekent
dat geenszins dat er geen sprake van zou zijn. Als ‘dwarse psychiater’, zoals
de nu 42-jarige Bakker zichzelf noemt in de door Hans Polak vervaardigde documentaire die eind december 2004 bij
de VARA werd uitgezonden, ligt zijn mening over wat in professioneel opzicht
onder grensoverschrijdend gedrag begrepen moet worden niet op een lijn met de
binnen zijn eigen beroepsgroep gehanteerde opvattingen. In de beroepscode voor
psychiaters wordt een afkoelingsperiode van twee jaar genoemd voor wat betreft
het aangaan van een seksuele relatie met een ex-patiënt. Het onderhouden van
vriendschappelijk en/of sociaal contact met ex-patiënten wordt binnen de
beroepsgroep evenmin gewaardeerd. De
voortzetting van de hoorzitting die op 31 mei jl. werd aangehouden, begint op donderdag 23 juni a.s. om 14 uur in de Huyzingazaal
van de rechtbank Amsterdam, Parnassusweg 220. Het college verzocht de inspecteurs de nog
ontbrekende en onvolledig ingediende stukken, te noemen twee brieven, alsnog na
te zenden. Tevens was het college voornemens de volledige e-mail
correspondentie tussen een van de ex-patiënten van verweerder, mw. M. Punt, en
psychiater Bakker bij het Sint Lucas Andreas
Ziekenhuis op te gaan vragen zodat de volledige e-mail correspondentie bij de
beoordeling van de zaak mee zou kunnen worden gewogen. Onze redactie zal weer een uitgebreid verslag maken van de
hoorzitting. Het zittingsverslag zal enkele dagen nadien ook op onze website
gepubliceerd worden. De uitspraak van medische tuchtcolleges volgt altijd 6 weken
na de zittingsdatum en wordt vervolgens omstreeks de eerste week van augustus
verwacht. Wij zullen de uitspraak te zijner tijd aan de betreffende pagina in
onze rubriek LOPENDE TUCHTZAKEN toevoegen. Meer info over deze tuchtzaak treft
u in ons DOSSIER B.B. aan >>
Bram Bakker: beeld en blad – 9 juni 2005 – Volkskrant

Verslag van de medische tuchtzaak
tegen de Amsterdamse psychiater B.B. – 5 juni 2005 – Red. MdH – De
link brengt u naar onze pagina LOPENDE TUCHTZAKEN in de rubriek JURIDISCHE
STAPPEN waar u het verslag van de zitting die op 31 mei 2005 bij het Regionaal
Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam plaatsvond, aantreft. De zaak
werd op 31 mei 2005 aangehouden. Wij
zullen de voortzetting van de zitting eveneens volgen en t.z.t. een uitgebreid
zittingsverslag publiceren.
Aankondiging
voortzetting medische tuchtzaak Bram Bakker – 2 juni 2005 – Red. MdH – De zitting van 31 mei 2005 werd tot zaterdag 9 juli a.s. aangehouden. Het
Regionaal Tuchtcollege Amsterdam is van plan nog vóór 15 juli a.s. weer in
contact te komen met beide partijen. Het college verzocht de inspecteurs van de Inspectie voor de Gezondheidszorg
Amsterdam (IGZ) de nog ontbrekende en onvolledig ingediende stukken nog vóór 15 juli a.s. aan haar toe te
zenden. Tevens zal het college de volledige e-mail correspondentie tussen een
van de ex-patiënten van verweerder, mw. M. Punt, en psychiater Bakker bij het Sint Lucas Andreas
Ziekenhuis (SLAZ) op te gaan vragen zodat de volledige e-mail
correspondentie bij de beoordeling van de zaak kan meewegen.
Tuchtcollege oordeelt over Bram Bakker -- 31 mei 2005 – Trouw -- Vandaag staat
de bekende psychiater Bram Bakker
voor het Medisch Tuchtcollege in
Amsterdam. Bakker zou 'grensoverschrijdend' met patiëntes
zijn omgegaan. Tot twee keer toe dacht psychiater Bram Bakker dat een
persoonlijke vriend van hem goed zou passen bij een patiënte. Beide keren liep
het uit op een fiasco. De eerste patiënte raakte in een crisis na de ontmoeting
met deze vriend M., waarbij Bakker aanwezig was. De tweede liep naar eigen
zeggen 'psychische schade' op en hing de zaak aan de grote klok. Bakker, die
verwoed met deze tweede patiënte e-mailde, kon het niet meer tegenhouden: hij
werd ontslagen bij het Amsterdamse Sint
Lucas Andreas Ziekenhuis (SLAZ) en kreeg een
tuchtzaak aan zijn broek. Uit de e-mailcorrespondentie,
die in bezit is van Trouw, blijkt hoe familiair en vertrouwelijk
Bakker met de tweede patiënte omging. En hoe riskant dat was: voor hun
behandelrelatie, die zij verbrak, en voor zijn reputatie, toen zij alles op
straat gooide. Nu kunnen derden meelezen over de date die zij had met Bakkers
vriend M., die in de e-mails overigens bij zijn voor- en achternaam wordt
genoemd. Te lezen valt hoe Bakker het
afspraakje aanmoedigt, schalkse grapjes maakt en zijn patiënte om 'een verslagje' achteraf verzoekt. Bakker foetert later tegen
haar over zijn baas in het SLAZ, en vertelt over de
buitenechtelijke relatie van een van zijn collega-psychiaters -ook allemaal met
naam en toenaam. Zijn benadering van een patiënte met psychische problemen die
daarvoor hulp zocht, lijkt wel heel 'onconventioneel', zoals Bakker dit zelf
graag noemt. Als psychiater werd hij geacht zijn patiënte te helpen bij het te
boven komen van psychische problematiek. Maar hij koppelt haar ook aan een
persoonlijke vriend, mailt over zijn eigen sores en
stelt voor haar diagnose te veranderen van ziekte A in ziekte B, die 'gelukkig
een veel betere prognose heeft'. De dokter en de patiënte hebben zich niets
aangetrokken van de voorgeschreven 'professionele distantie', waarbij zij
echter is vrijgepleit omdát ze nu eenmaal patiënte was met een hulpvraag -
en wellicht een diagnose die haar gedrag verklaart. Het is de vraag of het
Tuchtcollege ook de dokter zal vrijpleiten. Uit de stukken over Bakker blijken zijn superieuren in het SLAZ zeer
bezorgd over zijn privé-contacten met de twee patiëntes.
Zo ook de inspectie, die hem na de eerste affaire al verweet 'evident
onprofessioneel' gehandeld te hebben. Hij was 'verder dan noodzakelijk
doorgedrongen tot de privé-sfeer' van de patiënte. Bij de tweede affaire was de
maat vol: de directie van het SLAZ diende weer een klacht in bij de inspectie,
wat leidde tot de tuchtzaak van vandaag. Gevraagd of hij in de toekomst nog
eens twee patiëntes met een vriend in contact zou
brengen, antwoordde Bakker in maart tegen Trouw: ,,Die
vraag suggereert een patroon en dat is er niet! Het waren incidenten.''
Maar grensoverschrijdend gedrag als 'patroon' is geen voorwaarde voor een
tuchtzaak -die twee incidenten kunnen er twee te veel zijn, en kunnen genoeg
reden zijn voor een waarschuwing of wellicht zelfs een schorsing door het
Tuchtcollege.
Commentaar red.
MdH: volgt binnenkort…
Aankondiging
zitting tuchtcollege: grensoverschrijdend gedrag door Bram Bakker – mei 2005 –
Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam
DINSDAG 31 mei 2005
KLACHT OVER GOG DOOR PSYCHIATER
14.00
uur
Openbare
terechtzitting in de HUYSINGAZAAL
Aanduiding
van de aard van de zaak:
De klacht van de Inspecteur voor de Gezondheidszorg houdt onder meer in dat de psychiater
grensoverschrijdend heeft gehandeld jegens twee
patiënten door zich meer in de privé-sfeer van deze patiënten te begeven dan in
het kader van de hulpverlening noodzakelijk was. Bovendien heeft hij
onvoldoende rekening gehouden welke impact zijn gedrag zou kunnen hebben op
zijn patiënten. Daarnaast heeft hij de e-mail contacten die hij met een van de
patiënten onderhield niet opgenomen in het medisch
dossier waardoor dit onvolledig is, aldus klager. Verweerder voert gemotiveerd
verweer.
Aankondiging
zitting tuchtcollege: grensoverschrijdend gedrag door Bram Bakker – april 2005 –
Red. MdH
Behandeling van de klacht van de Inspectie voor de Gezondheidszorg
(IGZ) tegen de Amsterdamse psychiater B.B.. De
psychiater zou grensoverschrijdend gedrag naar patiënten hebben vertoond. Hij
werd eerder ontslagen in het ziekenhuis waar hij de leiding over de afdeling
psychiatrie had. Wij danken de beklaagde psychiater ervoor de datum van deze
tuchtzaak aan ons door te hebben gegeven. Dit getuigt naar onze mening van zijn
bereidwilligheid tot transparantie en openheid. Wij zullen deze tuchtzaak volgen en t.z.t.
een uitgebreid verslag van de zitting publiceren.
'Mijn
collega's smullen van deze affaire' -- 3 maart 2005 -- Bram
Bakker heeft een zware week gehad, sinds zijn portret op 25 februari groot op de cover van HP/De Tijd stond. Daaronder
stond: 'Pas op voor Bram Bakker'. Binnenin deed een patiënte, mevrouw Punt,
pagina's lang haar beklag over hem - haar psychiater.
Patiëntes koppelen wordt Bakker noodlottig
Tweemaal ontstond er ophef over psychiater Bram Bakker (41), die door
zijn patiënten-onder wie de schrijver Rogi Wieg vaak uitbundig is
geprezen. Zijn boek 'Te gek om los te lopen' was
een harde aanval op de psychiatrie, die hem door vakbroeders niet in dank werd
afgenomen. Daarnaast zijn er twee 'incidenten' met patiënten, die op straat
liggen sinds het weekblad HP/De Tijd erover schreef. Vorige week werd uit de doeken gedaan hoe hij, in 2003, een patiënte
probeerde te 'koppelen' aan zijn vriend M. Dit draaide uit op een psychische
crisis, en volgens het blad zelfs op een zelfmoordpoging van deze patiënte. De
crisisdienst meldde dit bij de inspectie voor de gezondheidszorg. In de tweede
affaire zou Bakker een andere, met naam genoemde patiënte (Pauline
Punt) met dezelfde vriend M. in contact hebben gebracht. Volgens Punt draaide
dit uit op 'aanranding' en psychische schade bij haar. Ongeveer in dezelfde
tijd vertrok de psychiater met een conflict bij het Sint Lucas Adreas ziekenhuis in Amsterdam, waarbij hem werd verteld
dat het ziekenhuis melding zou maken van de zaak-Punt
bij de inspectie. Het zijn dus collega's
geweest die tot tweemaal toe een klacht hebben ingediend bij de inspectie, niet
de betrokken patiëntes zelf. De twee meldingen zijn
voor de inspectie aanleiding geweest om een tuchtzaak tegen Bakker in gang te
zetten. Die dient in mei. Hij ziet er moe en gespannen uit van de
aantijging dat hij een patiënte in een 'psychisch schadelijke' affaire zou
hebben betrokken (zie kader) en zegt: ,,Ik ken veel
psychiaters die onterechte of niet-bewezen klachten
van patiënten hebben gehad. Maar ik geloof niet dat dit incident zijn weerga
kent wat betreft het publiekelijk klagen van een patiënt over een psychiater.
Dit is natuurlijk een schrikbeeld van veel psychiaters, want je bent heel
kwetsbaar. Stel ik houd praktijk in een gebouw waar verder niemand aanwezig is.
Er komt een mevrouw met een verleden van seksueel misbruik, zij is niet
tevreden over mij, loopt naar buiten en zegt: hij heeft mij onzedelijk betast!
Dan heb je je maar te verdedigen. Er zijn psychiaters
die een bepaald soort patiënten alleen maar met de
deur open spreken, of alleen in bijzijn van derden. Allemaal defensief.''
Maar is het verhaal van deze mevrouw Punt waar of niet?
Afgemeten: ,,Ik
herken mij niet in dat verhaal. Meer kan ik er nu niet over zeggen. Hier is een
mevrouw naar HP/De Tijd gestapt en die daar, zonder kritische vragen, carte blanche krijgt om haar
verhaal te doen, in de wetenschap dat ik een beroepsgeheim heb. Ik kan dus niet
zeggen welke stoornis mevrouw Punt had, en of het contact tussen haar en mijn
vriend M. deel uitmaakte van onze behandelovereenkomst. Als ik er wel iets over
zeg, wordt dat de volgende aanklacht bij het Tuchtcollege. Bovendien gaat haar
verhaal over een behandeling in een ziekenhuis waar ik niet meer werk, met een
dossier waarin ik niet meer kan kijken. Ik kan me dus ook niet verdedigen door
dingen terug te lezen.'' Bram Bakker wil
de ophef rond het verhaal van deze patiënte niet los zien van de ophef rond
zijn kritische boek 'Te gek om los te lopen' (2001). Hij denkt dat hij daarmee
zoveel kwaad bloed heeft gezet onder vakgenoten, dat hij mede daarom voor de
tuchtrechter moet verschijnen. ,,Het is zeer
uitzonderlijk dat een tuchtzaak het gevolg is van klachten van collega's. Ik
lig er sinds mijn boek bij de beroepsgroep helemaal uit, die smult hier van.''
De inspectie schrijft in haar
klaagschrift echter dat de tuchtzaak is aangespannen omdat de psychiater 'bij
herhaling heeft gehandeld in strijd met het belang van een goede uitoefening
van de individuele gezondheidszorg'. Bakker zou grenzen hebben overschreden, is
de klacht. Vurig legt hij uit hoe hij over 'grenzen' denkt. ,,In mijn boek heb ik bepleit, en dat doe ik nog steeds, dat
wij geen hoge schutting plaatsen tussen patiënt en behandelaar, maar bekijken
welke patiënt we iets persoonlijker en welke we iets afstandelijker benaderen.
Ik heb veel succes geboekt met een wat onconventioneler benadering van sommige
mensen. Maar dat kan ook misgaan; daar heb ik ook wel
over verteld. Een jongen bij wie ik de therapie beëindigde per e-mail, deed
daarop een suïcidepoging. Ik heb toen zijn kwetsbaarheid onderschat.''
Hoe ziet uw onconventionele behandeling eruit?
,,Daarbij probeer ik
creatief naar het probleem te kijken. Met minder distantie ja, maar dat is niet
de enige optie. Het advies kan ook zijn: mijd alle hulpverleners en ga nooit
meer naar een GGZ-instelling. Kijk, de ontwikkeling
van de geneeskunde, met wetenschappelijke onderbouwing en protocollen, heeft
veel opgeleverd. Maar voor een deel van de mensen werkt dat niet. Wat dat deel
nodig heeft is geneeskúnst. Een benadering die op de persoon is gericht, maar
ook een product is van de persoon van de behandelaar. Daar rust een taboe op.''
Welke risico's kleven aan die 'geneeskunst'?
,,In het uiterste
geval bega je een blunder die iemand het leven kost, maar dat geldt ook voor
chirurgen en internisten. Dit vak ís riskant. Je zou bijvoorbeeld een patiënt
die fobisch is, kunnen aanmoedigen om die fobie te lijf te gaan door een
bepaalde horde te nemen. Soms is die horde te hoog en worden mensen nog
angstiger. Dan raak je een eind achterop in de behandeling, want je probeert ze
stapje voor stapje steeds meer te laten doen.'' Wat zijn de risico's om als
behandelaar iets van je privé-leven te laten zien? ,,Men
denkt altijd maar dat ik ongelimiteerd over mijn eigen leven vertel. Dat is
helemaal niet waar.'' Spottend: ,,Wat ik wel eens doe,
is antwoord geven op een vraag. Ik probeer een psychiater te zijn die niet
alleen maar vragen stelt, maar die ook antwoord geeft als iemand mij vraagt:
heeft u zelf kinderen. Soms vind ik het belangrijk om te laten weten dat ik een
s ituatie ook heb meegemaakt, dat heet gewoon
empathie.'' Hij zucht, zegt dan nadrukkelijk: ,,Ik ben
nog altijd voor 95 procent een gewone huis-, tuin- en keukenpsychiater.''
En die andere vijf procent?
,,Dat zijn heel
moeilijke mensen bij wie alledaagse methoden niet werken. Het ingewikkelde is
dat ik in de loop der tijd een hele verzameling van zulke patiënten heb
gekregen bij wie de rechttoe rechtaan-benadering niet
heeft gewerkt. Ik kan alleen niet zeggen: ik heb tien van die mensen het leven
gered met een onconventionele behandeling, en er is één
dode gevallen. Dat kun je niet tegen elkaar wegstrepen. Maar patiënten die niet
tevreden zijn, kunnen altijd klagen. Daar zijn de tuchtcolleges voor; als je
daar moet verschijnen als dokter moet je ook niet jammeren.'' Het was volgens zijn collega's die klaagden
bij de inspectie, de tweede keer dat Bakker privé en praktijk te veel
vermengde. Hij heeft al eerder een patiënte in contact gebracht met zijn vriend
M., en hij heeft tijdens een treffen met M. en deze patiënte in een café
gezoend met haar vriendin. Hij zegt erover: ,,Dat was
niet slim, ik had die mevrouw in de privésituatie
niet tegen moeten komen. Het was niet gepland, het was onoplettendheid van mijn
kant, maar het had niet gemoeten. Dat zoenen met die vriendin enzo, dat was natuurlijk ook niet gebeurd als ik daar niet
geweest was. Maar ik had me gewoon niet gerealiseerd dat deze patiënte in dat
café zou opduiken. Stom.''
Toen is uw patiënte in een crisis beland en bij de crisisdienst
terechtgekomen?
,,Ja, en de
crisisdienst heeft dat gemeld aan de Inspectie. Ik heb toen ruimhartig gezegd:
stom, stom, stom. Er is tot op de dag van vandaag echter geen enkel bewijs dat
dit mijn gewoonte zou zijn. Het is wel stom, maar iedereen doet wel eens iets
stoms en dat kun je maar het beste toegeven. Daarom is dat tussen die mevrouw
en mij ook allang opgelost; zij is nog steeds als patiënte bij mij in
behandeling. Het bleef bij een waarschuwing, tot het tweede incident met
mevrouw Punt en mijn vriend M. Toen zei de Inspectie: nu maken we er een tuchtzaak
van.''
Heeft dit alles u veranderd?
,,Nou, je
onbevangenheid raak je zo wel kwijt. En het belangrijkste is misschien dat ik
na die artikelen geleerd heb de media wat meer te wantrouwen.'' Maar bent u ook
veranderd in de uitoefening van het vak, in de omgang met patiënten? ,,Misschien dat ik me nu iets minder snel waag aan de
behandeling van heel moeilijke mensen. Ik krijg regelmatig e-mails van mensen
die wanhopig zijn en mij schrijven wat ze allemaal al
vergeefs geprobeerd hebben. Ik denk dat ik wat terughoudender ben om hen aan te
nemen als patiënt. Dat ik sneller zeg: ik ga dit niet aan.''
En zou u nog eens twee patiëntes met
een persoonlijke vriend in contact brengen?
,,Maar die vraag suggereert
een patroon en dat is er niet! Het waren incidenten.''
Wel incidenten waarvan u kunt leren?
,,Dat
weet ik niet, want een volgend incident kan zijn dat ik iemand behandel voor
depressie terwijl hij een vorm van kanker blijkt te hebben die ik over het
hoofd heb gezien.''
Is dat vergelijkbaar?
,,Ja,
ik denk dat het hier over fouten van dokters gaat. Ik vind dat de dokters in
Nederland, niet alleen de psychiaters, veel te defensief zijn als het gaat over
hun fouten. Ik ben aanspreekbaar op mijn fouten en neem geen houding aan van:
mij valt niets te verwijten. Als zo'n verhaal over je
wordt gepubliceerd, heb je natuurlijk spijt dat je ooit het e-mailadres
van die vriend hebt gegeven. Ik moet mezelf afvragen of ik een inschattingsfout
heb gemaakt, in dat eerste geval en bij het tweede incident. Ik doe dat ook, ik
doe er niet geheimzinnig over. En het antwoord moet wel ja zijn, gezien wat er
vervolgens gebeurd is.''
Bij uw type fouten valt steeds het woord 'grensoverschrijdend'.
Is dat woord van toepassing?
,,Ik
bepleit nu juist dat we dat woord 'grens' flexibel hanteren.''
Is het grensoverschrijdend om een e-mailadres
van een vriend aan een patiënte te geven?
,,Ik heb niet het
initiatief genomen om hen in contact te brengen met elkaar. Ik heb zijn adres
gegeven op haar uitdrukkelijk verzoek.''
En dat is niet grensoverschrijdend?
,,Het
is toch doodzonde als door dit incident geconcludeerd moet worden dat
psychiaters nooit meer e-mailadressen mogen
verstrekken! Dan raken ze nóg verder van de gewone wereld verwijderd. Nog nooit
heeft de beroepsvereniging van psychiaters een richtlijn uitgevaardigd waarin
expliciet staat dat psychiaters op geen enkele manier aan een patiënt
informatie mogen verschaffen die niet direct betrekking heeft op de
behandeling. Als die richtlijn er ooit komt, zal ik me daaraan houden. Of mijn
lidmaatschap van de vereniging opzeggen.'' Er is wel een beroepsethiek die
professionele distantie voorschrijft. Bozig: ,,Ik heb
nooit beweerd dat ik geen enkele distantie heb, of dat distantie slecht is. Ik
beweer wel: kijk kritisch per geval of je bij distantie gebaat bent, of dat je
daar misschien last van hebt, in het belang van de patiënt. Niemand is erbij
gebaat om een afstand te creëren die behandeling alleen maar afremt. Voor
sommige patiënten kan het heel belangrijk zijn dat je persoonlijk bent.''
Ondertussen staat u wel voor het tuchtcollege, in mei.
,,So what? Als je dokter wordt, weet je dat je met het
tuchtcollege te maken kunt krijgen. Daar wordt altijd heel panisch over gedaan,
maar dat moet helemaal niet. Natuurlijk vind ik het uiterst ongelukkig. Ik
blijf het jammer vinden dat het inhoudelijk debat dat
ik heb bepleit in mijn boek, niet op gang is gekomen. Nou ja, dat is dan maar
zo. Bij criticasters van de psychiatrie is dat altijd zo gegaan: kijk naar Jan Foudraine, naar Frank van Ree. Maar ik heb gedaan wat ik
dacht wat moest, en dat blijf ik gewoon maar doen.''
Het
geval Bram Bakker – 25 februari 2005 – HP / De Tijd






'De
dwarse psychiater' – 21 december 2004 – VARA -- Door veel collega’s
wordt hij niet bepaald op handen gedragen. Veel patiënten spreken met lof over
hem, maar hij is, op z’n zachtst gezegd, omstreden. En
bij het Medisch Tuchtcollege is een klacht tegen hem ingediend wegens ‘grensoverschrijdend gedrag’. Hans
Polak kreeg de unieke gelegenheid om psychiater Bram Bakker (1963), én vijf van
zijn patiënten, een jaar lang te volgen. Hij was met de camera ook aanwezig bij
de therapeutische gesprekken. Bakker dein st er overigens ook niet voor terug om zijn mening kenbaar
te maken over diverse maatschappelijke ontwikkelingen. Zo doet hij in het
programma bijvoorbeeld ook uitspraken over Mohamed
B., de verdachte van de moord op Theo van Gogh. Een
waarschuwing van de hoofdinspecteur
Geestelijke Gezondheidszorg, dat psychiaters die zich in het openbaar
uitlaten over mensen die ze niet hebben ‘gezien’, kunnen rekenen op
tuchtmaatregelen, lijken op Bakker weinig indruk te maken. ‘De dwarse psychiater’ is dinsdag 21 december om 23.05 uur bij de VARA
op Nederland 3. Hans Polak: ‘Wat me aan hem boeit is dat hij op de een of
andere manier steeds weer de grenzen van het vak opzoekt. Zijn standpunten zijn
bepaald niet altijd politiek correct, maar dat maakt het juist extra
interessant. Hij zal zich ook niet zo makkelijk
verschuilen achter allerlei vormen van het beroepsgeheim. Hij durft zich
kwetsbaar op te stellen. En hij is niet bang om z’n
eigen ijdelheid onder ogen te zien.’ Cliënten die bij Bram Bakker terecht
komen, hebben niet zelden al een lange weg binnen de psychiatrie achter de rug.
Bij de opnamen voor de documentaire kon worden gefilmd zonder enige beperking.
Polak: ‘Daardoor krijg je als het ware ook minibarretjes van de mensen die door
Bakker worden behandeld. Zo hebben we bijvoorbeeld vanaf de allereerste keer
een aantal sessies gevolgd met een vrouw die lijdt aan een zogenaamde bipolaire
stoornis. Eerder hadden artsen geweigerd haar antidepressiva voor te schrijven
uit angst voor hypomane aanvallen. Volgens Bakker kon
dat risico wel worden genomen en nu is ze weer aan het werk.’ Begin 2003 baarde
Bram Bakker veel opzien met ‘Te gek om
los te lopen’, een kritisch boek over de psychiatrie en de organisatie
daarvan in Nederland. Eind maart 2004 verscheen ‘Loden last’ – dat hij samen schreef
met de journalist Bram Hulzebos - over de gevolgen
die door zelfmoord worden veroorzaakt en over de mogelijke preventie van
zelfmoord. Momenteel werkt Bakker in deeltijd op de ‘Ursula’,
het landelijke kennis- en behandelcentrum voor eetstoornissen van de Robert-Fleury Stichting in Leidschendam.
Daarnaast heeft hij een kleine (volle) praktijk als vrijgevestigd psychiater in
Amsterdam. OVERDRACHT: Patiënten
omschrijven Bram Bakker als een psychiater die écht naar hen luistert en
daadwerkelijk bij hun problemen betrokken is. Aan de zogenaamde ‘therapeutische
afstand’ die de psychiater moet bewaren ten opzichte van zijn cliënten, stoort
Bakker zich weinig of niet. De grote angst voor allerlei vormen van ‘overdracht’
is wat Bakker betreft meestal onterecht en waar de overdracht wel optreedt is die best hanteerbaar mits men een beetje alert
is. Polak: ‘Bakker stelt zich op het standpunt dat het juist moet klikken
tussen de psychiater en zijn cliënt. Er moet een vertrouwensband, betrokkenheid
kunnen ontstaan. Hij zal dan bijvoorbeeld ook niet aarzelen om zijn mobiele
nummer of emailadres aan een patiënt te geven als hij vindt dat dat nodig is. Ik was echt onder de indruk van de manier
waarop hij met de mensen omgaat. Hij maakt zich echt druk over dingen die hen
aangaan. Zo aarzelde hij bijvoorbeeld ook niet om zo af en toe, in zijn vrije
tijd, even langs te gaan bij een man die hij behandelde vanwege een ernstig
oorlogstrauma. Gewoon om even te kijken hoe met de man ging. Uit
belangstelling.’ Bram Bakker stelt zich op het standpunt dat binnen de GGZ de
managers teveel de dienst uitmaken. Polak: ‘Daar wil hij het nodige aan
veranderen en je kunt je voorstellen dat velen hem dat niet bepaald in dank
afnemen. Maar het gaat hem wel ter harte. Daarnaast is het ook zo dat hij niet
bang is om toe te geven dat veel vormen van behandeling in de psychiatrie
gebaseerd zijn op intuïtie en natte vinger-werk.’ Na
zijn eindexamen in 1982 ging Bram Bakker, in Amsterdam, geneeskunde studeren
met maar één doel voor ogen: hij wilde psychiater worden. Zijn opleiding volgde
hij aan de Vrije Universiteit en na
zijn registratie als psychiater (1999) werkte hij een tijd als consultant voor
een aantal farmaceutische bedrijven. In februari 2000 promoveerde Bakker op een
onderzoek naar de uitkomsten van de
behandeling van paniekstoornissen ('hyperventilatie'). Hij werkte als
psychiater korte tijd in Leiden, deed onderzoek in de Verenigde Staten (aan de
universiteit van Yale) en werkte van eind 2000 tot
begin 2004 op de psychiatrische afdeling (PAAZ) van het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis in
Amsterdam. Hij publiceerde in bladen als Psychologie Magazine, Vrij
Nederland en Het Parool en voor het Maandblad Geestelijke volksgezondheid (MGv) schrijft hij recensies, ook over fictie.
Omstreden: de dwarse psychiater – 17 december 2004 – Mikro
Gids nr. 51 (18 t/m 24 december) – De VARA zendt op dinsdag 21 december a.s. om 22.58 uur op Nederland 3 de documentaire
‘De dwarse psychiater’ uit. “Hans
Polak heeft psychiater en schrijver
Bram Bakker een jaar lang met de camera gevolgd voor de documentaire die de
VARA vanavond uitzendt. Hierin zijn gesprekken met patiënten te zien en komen
Bakkers omstreden opvattingen duidelijk naar voren. Zijn boeken ‘Te
gek om los te lopen’ en het samen met Bram Hulzebos geschreven
‘Loden
last’ waren populair bij patiënten en media, maar vielen binnen de
psychiatrie verkeerd. Bakkers opvattingen over deze sector zijn namelijk niet
echt positief te noemen. Lees ook het artikel ‘Schrijvers boek ‘Loden
last’ winnen prijs suïcidepreventie’ van 9 december jl. dat u eveneens op deze
nieuwspagina aantreft.
Schrijvers boek 'LODEN LAST' winnen prijs suïcidepreventie – 9 december 2004 -- Redactie Schizofrenie Bulletin / Ypsilon & Ivonne van der Ven Stichting – ROTTERDAM - De Ivonne van de Ven Prijs 2004 is toegekend aan Bram Hulzebos en Bram Bakker voor hun boek Loden Last. De prijs is door de Ivonne van de Ven Stichting ingesteld om belangrijke bijdragen aan de preventie van zelfmoord te onderscheiden. Het is de derde keer dat de prijs wordt uitgereikt en wel op 26 januari 2005. De winnaars ontvangen een geldbedrag van 1.750 euro. In het juryrapport wordt Loden Last geprezen als een helder en overtuigend geschreven pleidooi om het aantal zelfdodingen terug te dringen. In Loden Last zijn persoonlijke geschiedenissen van nabestaanden opgenomen. Deze illustreren de noodzaak van een betere hulpverlening aan suicidale personen, volgens de jury. De muur tussen de hulpverlening, suicidale personen, familie en vrienden dient te worden geslecht. Loden Last sluit daarmee aan bij het eerder door de Ivonne van de Ven Stichting genomen initiatief voor een Nationaal Actieplan Suicidepreventie. De jury, onder voorzitterschap van prof. Jan Neeleman van het UMC spreekt in haar rapport de bezorgdheid uit dat slechts 1 inzending vanuit de wetenschappelijke wereld werd ontvangen. "De conclusie lijkt gerechtvaardigd dat in Nederland meer en beter wetenschappelijk onderzoek moet worden verricht naar zelfdoding. In tegenstelling tot vele andere landen blijft in Nederland het aantal zelfmoorden onveranderd hoog (rond 1500 doden per jaar). Alleen op basis van gedegen onderzoek kan een terugdringing tot stand gebracht worden."
Het
tweede boek van Bram Bakker: ‘Loden Last: het taboe rond zelfmoord’ (2004)
Het
eerste boek van Bram Bakker: ‘Te gek om los te lopen: misverstanden in de
psychiatrie’ (2003)