- Nieuws GOG Gezondheidszorg Nederland –

2005

 

Dossier B.B.

 psychiater te Amsterdam

 

 

Reactie redactie MdH op de door Bram Bakker ingezonden brief aan MC (MC nr. 41, 14 oktober 2005) in reactie op de publicatie ‘Bram Bakker niet in hoger beroep’ van 2 september 2005 (Medisch Contact Publicatie: Nr. 35) – 23 oktober 2005Redactie MdH, plaatsing reactie op de website van MC.

 

Beste Bram,

 

Omdat je vragen stelt waarop je tot dusver nog geen antwoorden lijkt te hebben ontvangen, reageer ik op de door jou publiekelijk gestelde vragen alhier:

 

Je vragen luidden: "Waarom het oorlogszuchtige ‘We houden hem wel goed in de gaten’ in plaats van bijvoorbeeld ‘Wij vertrouwen erop dat Bakker aan deze waarschuwing voldoende heeft’?"

 

Bram, uit NIETS is gebleken dat een dergelijk vertrouwen in je gerechtvaardigd zou zijn. In tegendeel. Ter zitting liet je juist een mate van gebrek aan besef blijken waarvoor men je een veel ernstiger maatregel dan slechts een waarschuwing had kunnen - en ik vind zelfs 'moeten' - opleggen. E.e.a. zal uit het zittingsverslag dat ik nog steeds voornemens ben te publiceren, ook blijken aangezien het een bijna woordelijke weergave is van hetgeen ter zitting door alle partijen werd gesteld.

 

Wat is er oorlogszuchtig aan dat de inspectie je in de gaten houdt? Het is gewoon postpreventief inspectiebeleid. Door je eigen woorden en gedrag maakte je duidelijk dat dit beleid niet slechts wenselijk maar zelfs nodig is. Dat zie je zelf uiteraard allemaal anders. De vraag die je je zou moeten stellen, is juist waarom jij dat allemaal anders ziet en niet waarom de inspectie ervoor kiest je in de gaten te houden.

 

De vragen die je in MC stelde, hadden geen vragen voor je mogen zijn want de keuze die de inspectie maakte, is simpelweg het logische gevolg van het besef bij de inspectie dat zich aan jouw besef helaas e.e.a. volledig heeft onttrokken. Weinig besef komt overeen met het nemen van een groot risico. Het is niet de taak van de inspectie om grote risico’s te nemen maar juist om risico’s zo goed mogelijk te beperken.

 

Wellicht ziet de inspectie jouw incidenten als elementen binnen een groter geheel, namelijk een bepaalde structuur? Dat zou mij geenszins verbazen.

 

Je stoort je aan de inspectie omdat zij het genoemde niet persoonlijk aan jou heeft verteld. Hoe zit het dan met jouw vragen gericht aan de inspectie die je niet direct aan de inspectie stelt maar in plaats daarvan in MC publiekelijk stelt?

Omdat je je vragen publiekelijk via MC hebt gesteld en ik meen dat er een simpel antwoord op je vragen bestaat dat je niet lijkt te kennen, bij dezen dan ook een publiekelijk antwoord op jouw vragen. Alle vragen die ik jou zou kunnen stellen, de hele mediacircus die je grotendeels zelf hebt veroorzaakt en de zitting bij het tuchtcollege die je ZELF over je hebt afgeroepen, gevolgd hebbend, zal ik aan dit relaas maar niet toevoegen. Gezien de vragen die je in MC stelde, zou je mijn vragen als moeilijk ervaren.

 

Wel wil ik nog graag reageren op iets dat je gisteren avond in ‘Het Zwarte Schaap’ zei. Je gaf aan dat je wellicht iets heel anders zou moeten gaan doen. Die opmerking heb ik als bijzonder hoopgevend ervaren en vooral op die weg, op zoek naar iets dat beter bij je past, wil ik je veel succes wensen (en dat is welgemeend alvorens je dat al weer mocht willen ontkennen). Als je in de psychiatrie mocht blijven, dan zou ik je dringend willen adviseren eens iets over het fenomeen 'overdrachten' te gaan lezen waarvan je de mogelijke en veelvuldig bestaande intensiteit helaas sterk bagatelliseert. Alhier o.a. wringt namelijk de schoen. 

 

M.vr.gr., T. Zondervan,

Lid redactie Misbruik door Hulpverleners (MdH), www.misbruikdoorhulpverleners.nl

 

 

Het zwarte schaap Bram Bakker 22 oktober 2005 – Red. MdH – In de programmaserie 'Het Zwarte Schaap' zal op zaterdag 22 oktober 2005 (om 21.00 uur te zien bij de VARA op Nederland 3) de Amsterdamse psychiater Bram Bakker als hoofdgast verschijnen. Op de website van de VARA wordt de uitzending als volgt aangekondigd: “Nog niet eens zo lang geleden was hij een veelbelovende psychiater. Daarna ging het in heel korte tijd mis en werd van een succesvolle, plotseling een omstreden psychiater. Wat ging er mis? In deze aflevering van ‘Het Zwarte Schaap’ wordt naar een antwoord gezocht op de vraag waarom Bram Bakker door (een deel van) zijn vakbroeders is uitgestoten.” en: Hij was de veelbelovende psychiater die in wetenschappelijke publicaties en op congressen toonde dat hij tot grote daden was voorbestemd. Hij trad veel op in de media, schreef kritische artikelen in allerlei bladen en werd in korte tijd een bekend persoon. Plotseling werd hij ontslagen bij de gerenommeerde psychiatrische afdeling van het Lucas-Andreasziekenhuis en werd hij van een succesvolle, een omstreden psychiater. Waar lag dat aan? Aan hem, of aan de mores in de wereld van de psychiatrie? In deze uitzending blijkt dat een eenduidig antwoord moeilijk is te geven. De kijker krijgt in ieder geval wel een fascinerend beeld van de roerige wereld van de psychiatrie.” Het programma wordt gepresenteerd door Inge Diepman. Verder bericht de VARA over Bram Bakker: “Er zijn er die zeggen dat de teloorgang van Bram Bakker begon toen hij het boek Te gek om los te lopen’ (2003) schreef, waarin hij de misstanden in de psychiatrie aan de kaak stelde. Bram Bakker wilde met het boek discussie op gang brengen, maar dat kwam er nauwelijks. Hij had op de lange tenen van zijn collega’s getrapt en het grote uitsluiten begon. In 2004 verscheen van zijn hand het boek ‘Loden Last’ dat hij samen met de journalist Bram Hulsebos schreef over het taboe rond zelfmoord en de rol die de hulpverlening hierbij heeft. Ook dit boek maakte door de harde kritiek Bram Bakker niet populair onder de vakbroeders. De naam van Bakker was onderwijl bij het grote publiek gevestigd en hij werd op talloze fora uitgenodigd, zeker ook omdat in zijn kielzog Rogi Wieg meekwam, de depressieve schrijver-dichter die na drie zelfmoordpogingen zichzelf hervond dankzij een therapie bij Bram Bakker. Ook dat werd niet gewaardeerd, een psychiater die zich publiekelijk afficheert met een patiënt. En tenslotte was Bram Bakker niet te beroerd Folkert van der G. en Mabel Wisse Smit aan een publieke diagnose te onderwerpen. Ogenschijnlijk niet ernstig, deze diagnostiek op afstand, maar not done in het wereldje van de psychiaters. In een paar jaar tijd was Bram Bakker een publieke persoon geworden, geliefd bij het grote publiek en de media, maar controversieel in eigen kring. En toen kwam de klap. Twee incidenten kregen uitgebreid aandacht in de media en werden als hoofdoorzaak van ontslag geduid. Daar bleef het niet bij: het ziekenhuis wendde zich vervolgens ook nog eens tot de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Deze legde de incidenten voor aan het Medisch Tuchtcollege en Bram Bakker kreeg een waarschuwing. Bram Bakker was zo niet alleen zijn baan kwijtgeraakt, maar werd nu ook geoormerkt als psychiater die het niet al te nauw nam met de regels. Bram Bakker zelf spreekt tegen dat deze incidenten de reden van het conflict zijn en denkt dat het ziekenhuis af wilde van de kritische lastpak. In de uitzending wordt het subtiele uitsluitingsproces langzaam maar zeker zichtbaar. Niet minder dan vier psychiaters  - Kaspar Mengelberg, vrij gevestigd als psychiater, Jan Swinkels, hoogleraar en als psychiater werkzaam bij het AMC, Martin Willems, oud-collega van Bram Bakker bij het Lucasziekenhuis en Marijke Drost, ex-voorzitter van de beroepscode-commissie van de Vereniging voor Psychiatrie  - geven allemaal hun visie.  Verder Rogi Wieg, de schrijver en ex-patiënt van Bram Bakker die stelt dat hij door hem is gered, Meinder Inderwisch, niet alleen een vriend, maar ook schrijver en therapeut en tenslotte Astrid Theunissen, journaliste bij HP/deTijd, die in twee grote artikelen op zeer kritische toon verslag deed van de twee incidenten.

Commentaar red. MdH: Vakgenoten en andere hulpverleners zullen het ook wel nu niet waarderen dat psychiater Bakker zich opnieuw publiekelijk met patiënten afficheert. Niet slechts Rogi Wieg was eerder een patiënt van Bakker en behoort nu tot zijn vriendenkring maar ook Meinder Inderwisch, zo hebben wij al lang mogen begrijpen. Helaas besteedde het tuchtcollege geen aandacht aan dit zeer zeker toch wel belangrijke feit. Laatstgenoemde is dan ook ‘dé vriend onder Bakkers ex-patiënten’ oftewel ‘dé ex-patiënt onder Bakkers vrienden’ (u merkt het al, door Bakkers buitengewoon gebrekkige vaardigheden wat betreft het maken van een duidelijke scheiding tussen privé en professioneel, en tevens onwil in dezen, wordt het al lastig een keuze te maken bij het omschrijven van bepaalde personen uit zijn omgeving) die Bakker telkens koos wanneer hij een patiënte met mannelijk schoon in contact wilde brengen. Bakker probeerde toenmalige vrouwelijke patiënten aan een ex-patiënt te koppelen. Ondanks alle uitleg die Bakker ooit gaf en ondanks alle moeite die hij nam m.b.t. het verklaren van de doelen die hij vervolgde met al dit aan elkaar koppelen van patiënten, lukte het hem niet met een geloofwaardige versie over de brug te komen. Wij zijn en blijven dan ook van mening, de hele zaak Bakker gevolgd hebbende en gedurende enige tijd ook regelmatig contact met de psychiater gehad hebbende, dat hij niet in staat is en ook niet wil zijn om het professionele te scheiden van zijn privé-leven. Bakker ontkende dan ook het bestaan en voortbestaan van bijzonder sterke overdrachtsgevoelens die patiënten gedurende hun therapie voor een therapeut ontwikkelen, met het gevolg dat hem ook de mogelijke, bijzonder ernstige gevolgen van dergelijk sterke gevoelens van overdracht niet duidelijk zijn. Indien hij vasthoudt aan zijn geloof in dezen die tegen alle wetenschappelijke en ervaringsdeskundige kennis in zaken ‘overdrachtsgevoelens’ ingaat, zal het vermengen van professioneel en privé dan ook in de toekomst doorgaan, zo zijn wij van mening. Immers, wie niet bereid is te leren of over de nodige vaardigheden t.a.v. bepaalde leerprocessen niet beschikt, zal blijven doen wat hem goed lijkt. Bakker is een bijzonder trouwe aanhanger van zijn eigen geloof dat in zaken overdrachtsproblematiek zeker niet gebaseerd is op wetenschappelijke kennis en dat ook geenszins aansluit bij wat men om goede redenen tot duidelijke regels heeft gemaakt binnen de psychiatrie. Daarnaast is Bakker in bijzonder sterke mate overtuigd van zichzelf en van zijn denken, doen en laten. Hij werd dan ook niet geoormerkt als psychiater die het niet al te nauw nam met de regels. Hij oormerkte zichzelf door zijn eigen gedrag. En het oormerk ‘een psychiater die het niet al te nauw neemt met de regels’ past dan helaas ook prima bij hem. Als er iets niet samengaat, dan is het wel ‘Bram Bakker’ en ‘regels’. Regels worden door hem blijkbaar niet gezien als duidelijke grenzen die omwille van goede redenen door zijn eigen vak werden opgesteld. Wij hebben de sterke indruk verkregen dat Bakker regels vooral als een uitdaging ziet. En als regels in zijn ogen en in zijn beleving niet deugen, meent hij zich er ook niet aan te moeten houden. Het is goed zich af te vragen of bepaalde regels wel deugen. Het is ook goed daar waar verandering nodig blijkt, pogingen te ondernemen in richting verandering. Met ‘Te gek om los te lopen’ heeft Bakker in dit opzicht ook een waardevolle bijdrage geleverd. Echter, wij verbazen ons erover dat niemand zich openlijk de vraag stelt (immers, Bakker bediscussieert diagnoses en persoonlijkheden van anderen ook publiekelijk) hoe het komt dat de psychiater die nu als zwart schaap op de buis komt zich zo zeer tegen de gevestigde orde verzet. Zal het werkelijk alleen maar erom gaan dat hij zich stoort aan bepaalde regels en die niet adequaat acht of zit er meer achter? Wellicht nodigt iets van ‘gevestigde orde’ Bakker simpelweg standaard uit er tegenin te gaan en kan hij niet anders dan dit dan ook telkens te gaan doen. Is het niet een soort oerstrijd die hij in en met zichzelf voert en die hij externaliseert en ten tonele brengt? Vragen die wij toch heel graag eens genoemd wilden zien. In de hoop dat een vakgenoot zich uitgenodigd of zelfs geroepen voelt er antwoorden op te gaan zoeken.

 

 

Ingezonden brief naar Medisch Contact door Bram Bakker in reactie op de publicatie ‘Bram Bakker niet in hoger beroep’ van 2 september 2005 (Medisch Contact Publicatie: Nr. 35) – 14 oktober 2005 -- Medisch Contact (MC nr. 41, pag. 1649, rubriek brieven) -- In de rubriek NieuwsReflex (MC 35/2005: 1379) staat een bericht over de uitkomst van een tuchtzaak tegen ondergetekende. Het is onduidelijk waarom Medisch Contact hier afwijkt van de naar mijn mening goede gewoonte om tuchtzaken te bespreken aan de hand van initialen. Nu draagt het ‘nieuws’ hooguit bij aan een beeld dat rond mijn persoon in de media is ontstaan. Een beeld dat weinig overeenkomst vertoont met mijn dagelijkse werk als psychiater in een GGZ-instelling. In dat werk heb ik er echter wel veel last van. De Inspectie voor de Gezondheidszorg kan er ook maar geen genoeg van krijgen om mij via media van commentaar te voorzien. In dat verband storen vooral de laatste regels van het bericht mij: ‘De inspectie had graag gezien dat Bakker een strengere maatregel krijgt, maar gaat evenmin in beroep. “We zouden een berisping op zijn plaats vinden, maar denken dat ook het Centraal Tuchtcollege rekening zal houden met het ontslag”, aldus een woordvoerder. “We houden hem wel goed in de gaten.

 

Waarom kan de inspectie mij niet persoonlijk een dergelijke reactie geven? Waarom het oorlogszuchtige ‘We houden hem wel goed in de gaten’ in plaats van bijvoorbeeld ‘Wij vertrouwen erop dat Bakker aan deze waarschuwing voldoende heeft’? In deze zaak loopt alles via de media, en dat is niet mijn schuld. In Het Parool moest ik lezen dat men een tuchtzaak tegen mij zou aanspannen. Een journalist belde me als eerste met de uitspraak in deze zaak. Maar als ik iemand van de inspectie uitnodig om op een studiedag over suïcide te spreken, weigert men vanwege mijn persoon. En men wil ook niet deelnemen aan een televisieprogramma waarin de hele gang van zaken nog eens wordt geanalyseerd. En toch maar volhouden dat het ze niet om mij als persoon te doen is.

 

Amsterdam, 2005

dr. A. Bakker, psychiater 

 

Naschrift redactie

In het artikel over Bram Bakker is niet gekozen voor initialen omdat het een bericht betreft over een publiek persoon. Bij het integraal weergeven van een tuchtzaak gebruikt Medisch Contact overigens geen initialen, maar houden we ons aan de door de tuchtcolleges geanonimiseerde tekst. Elke naam wordt hierbij vervangen door een andere letter uit het alfabet."

 

 

 

 

 

Bram Bakker niet in hoger beroep -- 2 september 2005 – Medisch Contact Publicatie: Nr. 35, Rubriek: NieuwsReflex, pag. 1379 -- Psychiater Bram Bakker gaat niet in hoger beroep tegen de beslissing van het regionaal tuchtcollege Amsterdam. Dit legde hem in juli de maatregel van waarschuwing op. Deze week liep de termijn voor het instellen van een hoger beroep af. De Inspectie voor de Gezondheidszorg diende op 1 april 2004 bij het Regionaal Tuchtcollege Amsterdam een klacht in tegen Bakker vanwege twee gevallen van grensoverschrijdend gedrag. In het eerste geval sprak de psychiater in een horecagelegenheid af met een patiënte en een vriendin van haar. Hij stelde de patiënte voor aan een vriend. Later die avond zoende Bakker de vriendin van zijn patiënte, die daarvan danig in de war raakte. Bakker liet zijn vriend de patiënte naar huis brengen. De volgende dag smeet zij haar ramen in, met de intentie om met de glas-scherven haar polsen door te snijden. In een tweede incident gaf Bakker een patiënte het e-mailadres van dezelfde vriend, omdat beiden geïnteresseerd waren in internetdating. Uit e-mailcorrespondentie blijkt dat hij haar stimuleerde een gemaakte afspraak bij zijn vriend in Zeeland door te zetten. Na dit tweede voorval ontsloeg de directie van het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis Bakker en bracht zij de Inspectie op de hoogte. Deze diende vervolgens de klacht in. Bakker noemt zijn handelingen ‘onconventionele behandelingsvormen (...) waartoe hij de vrijheid moet hebben’. Het Regionaal Tuchtcollege Amsterdam vindt echter dat hij zonder noodzaak in het privé-leven van zijn patiënten is getreden en onvoldoende afstand heeft bewaard. Uit het vonnis blijkt dat het college een strengere maatregel te rechtvaardigen vindt, onder meer omdat de Inspectie Bakker al na het eerste incident ter verantwoording had geroepen. Het heeft het ontslag van de psychiater echter als een verzachtende omstandigheid aangemerkt. De Inspectie had graag gezien dat Bakker een strengere maatregel krijgt, maar gaat evenmin in beroep. ‘We zouden een berisping op zijn plaats vinden, maar denken dat ook het Centraal Tuchtcollege rekening zal houden met het ontslag’, aldus een woordvoerder. ‘We houden hem wel goed in de gaten.’ Bram Bakker werkt momenteel parttime bij een GGZ-instelling en heeft een eigen praktijk in Amsterdam.

 

Commentaar red. MdH:

Inhoudelijk: De opmerking ”In een tweede incident gaf Bakker de patiënte het e-mailadres van dezelfde vriend, omdat beiden geïnteresseerd waren in internetdating” geeft aan dat Medisch Contact de nodige zorgvuldigheid in acht heeft genomen wat betreft enige research in deze zaak. Het tuchtcollege nam de verklaring van de psychiater namelijk helaas zomaar over zonder haar te toetsen. De psychiater stelde eerder dat hij zijn toenmalige patiënte met zijn vriend in contact zou hebben gebracht omdat beiden een boek over internetdating wilden schrijven. Cliënte nr. 2, Meltum Punt, heeft echter nooit de bedoeling gehad een boek over internetdating te schrijven. De psychiater lijkt dit onjuiste gegeven dan ook alleen maar aangevoerd te hebben om het in contact brengen van zijn patiënte met een vriend enigszins professioneel te doen lijken. Het tuchtcollege riep patiënte nr.2 helaas niet als getuige op waardoor het tuchtcollege e.e.a. te weten had kunnen komen waardoor het niet was gebeurd dat men diverse opmerkingen van de arts zomaar voor waar had aangenomen. Het is dan ook jammer dat tuchtcolleges veelal niet van de kans gebruik maken een gebruiker van de gezondheidszorg te horen. De cliënte in kwestie had duidelijk aangegeven, zoals bij de inspectie bekend was, dat zij bereid was van hetgeen zij over de zaak kon vertellen, ter zitting te getuigen. Het is dus jammer dat het tuchtcollege geen gebruik maakte van deze kans waardoor e.e.a. duidelijk had kunnen geworden dat nu voor de collegeleden niet duidelijk kon worden. Het is dan ook de vraag waarom het tuchtcollege niet alle mogelijkheden gebruikt om erachter te komen welke stellingen van diverse partijen al dan niet op waarheid berusten. Het is dan ook opvallend dat tuchtcolleges regelmatig niet alle kansen benutten om achter de waarheidsvinding te komen en vervolgens helaas ook regelmatig – en deels zeer ten onrechte – de stellingen van een professional zomaar voor waar aanneemt. In dezen zou veel zorgvuldiger met klachten omgegaan kunnen worden hetgeen in het interesse van het algemeen belang is. Zo had het tuchtcollege o.a. de vraag beantwoord kunnen zien of het bij ‘de vriend van Bram Bakker’ al dan niet om een vroegere patiënt van hem ging. Door cliënte nr.2 en/of de vriend in kwestie te laten getuigen, had men het antwoord op die vraag namelijk kunnen vinden. De psychiater zelf gaf aan dat die vriend geen vroegere patiënt van hem zou zijn geweest. Van deze stelling ging men dan helaas ook verder van uit. Cliënte nr.2 echter heeft van de vriend in kwestie zelf te horen gekregen dat hij eerder bij Bakker in therapie zou zijn geweest (info volgens pers. communicatie met cliënte nr.2) en dus wel degelijk een patiënt van hem was geweest. Waarschijnlijk liep het patiëntcontact ook via het SLAZ in Amsterdam dat men in dezen dus zeer waarschijnlijk ook had kunnen benaderen met deze vraag. Immers, indien het zo is dat die vriend tevens een ex-patiënt van Bakker was, is het zo dat dit gegeven een verdere reden was geweest om onprofessioneel gedrag bij de psychiater te constateren. Met cliënten en ex-cliënten dient volgens de beroepscode voor psychiaters immers geen andere dan een behandelrelatie aan te worden gegaan (1) en het in contact brengen van een cliënte met een ex-cliënt is in termen van professionaliteit eveneens onaanvaardbaar en laakbaar (2). Een voorbeeld van door het medisch tuchtcollege gemiste kansen. Doordat Medisch Contact niet overnam dat beiden een boek wilden gaan schrijven en de psychiater hen om die reden bij elkaar zou hebben gebracht, wat eerder werd gesteld en dus onjuist is, blijkt het vakblad in tegenstelling tot het tuchtcollege Amsterdam gelukkig wel de nodige zorgvuldigheid in betracht te hebben genomen.

 

Niet in hoger beroep: Wat betreft het niet in hoger beroep gaan door de beklaagde zelf en door de inspectie valt het navolgende op te merken: Indien de psychiater had besloten in hoger beroep te gaan, had hij zich nogal belachelijk gemaakt. Voor hem was dit geen serieus te overwegen optie geweest aangezien hij buitengewoon blij mag zijn met de door het regionaal tuchtcollege geformuleerde uitspraak, namelijk een waarschuwing. De hem ter laste gelegde feiten hadden oplegging van een strengere maatregel met zekerheid gerechtvaardigd, een mening die ook door de inspectie wordt bevestigt. Wij vinden het dan ook jammer dat de inspectie niet in hoger beroep ging bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Den Haag. Het is wel zo dat ook dat college wellicht/waarschijnlijk rekening had gehouden met het ontslag van de psychiater in het SLAZ. Echter, alhier dient men zich eigenlijk eens een veel algemenere vraag te stellen, namelijk: of het wel zinvol en adequaat is hoe tuchtcolleges met ontslagen bij instellingen omgaan. Het is inderdaad nogal gebruikelijk – zowel binnen het tuchtrecht als binnen het strafrecht helaas – dat men een plaatsgevonden ontslag aftrekt van de maatregel die men eigenlijk zou willen opleggen in een zaak. Ons inziens naar is dit niet terecht aangezien de instelling deels hele andere overwegingen heeft dan een tuchtcollege of een strafrechter. De instelling bepaalt aan de hand van diverse factoren of het voor haar een optie is al dan niet met een professional verder te willen en kunnen gaan werken. Het SLAZ besloot die verantwoordelijkheid niet te willen dragen c.q. dat risico niet te willen lopen. Het besluit van een instelling dient niet mee te wegen bij rechterlijke besluiten die puur naar de gedragingen van een professional dienen te kijken en daarover een oordeel dienen te vellen. Indien men aan ‘maatregel-aftrek’ doet, houdt men namelijk uitsluitend rekening met de beklaagde partij, de enige in het geheel voor wie zo een ‘maatregel-aftrek’ van belang en positief is. Tuchtcolleges en strafrechters dienen echter niet de belangen van professionals te behartigen maar zij dienen zich te allen tijde neutraal op te stellen. Het enige belang dat colleges en rechters dienen te behartigen is het ALGEMEEN BELANG, en in dezen dus vooral het belang van de gebruikers van de gezondheidszorg, maar ook het belang van de medische professie(s) in kwestie. Het is dus jammer dat de inspectie om de genoemde reden regelmatig niet in hoger beroep gaat ondanks het feit dat zij eigenlijk van mening is dat dit zinvol, adequaat of zelfs noodzakelijk zou zijn. Veel belangrijker zou het zijn dat de inspectie dit probleem eens aan gaat kaarten op een hoger niveau alwaar hiernaar gekeken kan worden. De inspectie is er immers voor zich in te zetten voor het algemeen belang en zij dient er toezicht op te houden dat de professionele standaard door beroepsbeoefenaren gehandhaafd wordt zodat de gebruikers van de gezondheidszorg goed verzorgd en veilig zullen zijn. Aangezien het om een nogal structureel probleem gaat wat betreft hetmaatregel-aftrek’ zou de inspectie eens bij de ministeries voor VWS en justitie moeten aankloppen, zo zijn wij van mening, om het thema aan te kaarten en om te bespreken of in dezen veranderingen wenselijk en haalbaar zouden zijn. De gebruikers van de gezondheidszorg zijn er namelijk niet bij gebaat dat dergelijk ‘maatregel-aftrek’ plaatsvindt want voor hen houdt het uiteindelijk in dat zij minder beschermd zullen zijn dan wenselijk en mogelijk zou zijn. Het genoemde probleem speelde o.a. ook in de zaak tegen de Amsterdamse psychotherapeut Freek F.. Het ontslag in het AMC was zowel voor het tuchtcollege als voor de strafrechter een reden om ‘maatregel-aftrek’ toe te passen. Daarnaast dient er naar een verder element te worden gekeken dat eveneens in de laatstgenoemde zaak speelde. Strafrechters passen regelmatig ‘maatregel-aftrek’ toe omwille van een al plaatsgevonden tuchtrechterlijke veroordeling. Tuchtcolleges houden regelmatig in hun oordeel rekening met een strafrechtelijk vonnis. Door al deze ‘maatregel-aftrek’ praktijken blijkt het algemeen belang helaas geschaad te worden en aangezien het algemeen belang HET belang is waarmee rekening gehouden dient te worden, zou het noodzakelijk zijn dat de ministeries en/of de Tweede Kamer er eens naar gaan kijken. Er zijn mogelijkheden om onprofessioneel gedrag beter aan te pakken dan tot nu toe het geval is. Waarom maken wij er dan geen gebruik van?!?? Wanneer slachtoffers de moeite nemen een klacht in te gaan dienen waardoor er kansen ontstaan dat er betere zorg en meer veiligheid voor patiënten geboden kan worden, lijkt het ons niets meer dan terecht dat men deze kans ook gaat gebruiken i.p.v. haar te beperken door aan ‘maatregel-aftrek’ te gaan doen. Op het moment dat grensoverschrijdende professionals met een juridische procedure te maken krijgen, dient de periode van het ‘aftrekken’ dan ook voorbij te zijn. Masturbatie maakt regelmatig deel uit van de onprofessionele praktijken die grensoverschrijdende professionals helaas bezigen. Juridische procedures zijn er niet voor enige vorm van aftrekken verder toe te gaan passen want ‘maatregel-aftrek’ leidt naast het feit dat het niet in het algemeen belang is ook ertoe dat het slachtoffer in kwestie zich uiteindelijk niet slechts door eerder fysiek aan haar/hem opgedrongen aftrekpraktijken misbruikt voelt maar tevens ook nog gaat lijden onder later toegepaste juridische ‘maatregel-aftrek’. Een ‘maatregel-aftrek’ is niet slechts schadelijk voor de gebruikers van de gezondheidszorg en veelal ook voor de professies zelf maar het is in veel gevallen tevens traumatisch voor het slachtoffer c.q. de slachtoffers in kwestie. Wij achten ‘aftrekken’ dan ook noch medisch noch juridisch verantwoord.

 

 

 

Regionaal Tuchtcollege Amsterdam publiceert kladversie uitspraak inzake psychiater Bram Bakker 30 juli 2005 – Red. MdH – Op de website van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam treft u nu de publicatie van de uitspraak publicatie van de uitspraak van het medisch tuchtcollege in de zaak Bram Bakker (zaak nr.: 04 067) aan. De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) diende op 1 april 2004 een klacht bij het tuchtcollege in wegens herhaaldelijk grensoverschrijdend gedrag van de Amsterdamse psychiater Bram Bakker. Hij heeft zich t.a.v. twee vrouwelijke patiënten grensoverschrijdend gedragen. Het tuchtcollege achtte de klacht van de inspectie gegrond en waarschuwde de arts. De uitspraak dateert van 19 juli 2005. Helaas heeft het tuchtcollege NIET de laatste versie van de uitspraak op haar website gepubliceerd maar een van de kladversies die aan de definitieve versie van de uitspraak zijn voorafgegaan. De versie die u nu nog onder bovenstaande link aantreft, was dus zeker niet bedoeld voor publicatie. De kladversie van de uitspraak kunt u herkennen door de vele opmerkingen die tussen haakjes werden geplaatst. Het gaat dan om opmerkingen en vragen die een medewerker van het tuchtcollege Amsterdam aan een collega die aan de uitspraak werkte, mededeelde. Om enkele voorbeeld te geven: Op pagina 3 van de kladversie van de uitspraak treft u o.a. de navolgende stukken tekst aan:

 

 

VOORBEELD 1: De tweede klacht houdt in, zakelijk weergegeven, dat verweerder bij patiënte 2 1 (dat was toch patiënte 1? bij het inspectiegesprek zegde hij toe zijn gedrag aan te passen en bij het dossier van pat.e 2 zou de stapel erbij zitten) de dossierbepalingen van de WGBO onvoldoende heeft nageleefd door de e-mailcontaacten met deze patiënte niet op te nemen in het dossier.”

VOORBEELD 2: “5.5 Vooropgesteld wordt dat aan het feit dat de patiënten zelf niet klagen geen niet de conclusie kan kan worden verbonden dat zij de klachten niet onderschrijven. (mij veel te hinein interpretierig, kan ook uit positieve overwegingen) op zichzelf niet betekent dat de patiënten de klacht niet onderschrijven. Om verschillende redenen kan een patiënt tot het besluit komen het in zijn ogen afkeurenswaardige gedrag van zijn arts niet aan het oordeel van de tuchtrechter voor te leggen. In de onderhavige zaak is gebleken dat beide patiënten geen opening van zaken willen over hun persoonlijke omstandigheden en hun behandeling, terwijl één van de patiënten zelfs haar naam niet prijs heeft willen geven.anoniem wilde blijven (Story, waarom niet neutraal?) Wat hiervan ook zij, ingevolge artikel 65 van de Wet BIG heeft de Inspectie na gedane melding een eigen bevoegdheid om een klacht in te dienen.”

VOORBEELD 3: “Verweerder is doorgedrongen in de privé-sfeer van de patiënte en heeft zijn professionele rol van hulpverlener met die van bemiddelaar in privé-contacten op ontoelaatbare wijze en zonder enige aannemelijke rechtvaardiging vermengd. Dat verweerder in het gezelschap van deze patiënte is gaan zoenen met haar vriendin en daardoor evident buiten zijn rol als hulpverleners is getreden waardoor hij in de ogen van de patiënte van zijn voetstuk is gevallen (hoe weten we dat zij dit zo vond, van dat voetstuk en zo ?) , met alle gevolgen van dien, onderstreept dat hij zijn professionele rol, die hij dag en nacht, ongeacht de tijd, ook tot ’s avonds laat (maar na middernacht niet meer?) tegenover zijn patiënten heeft te vervullen, heeft miskend.”

 

Alle drie voorbeelden zijn afkomstig uit de kladversie van de uitspraak zoals die op o.a. 29 en 30 juli 2005 op de website van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam stond gepubliceerd:

Zaak nr.: 04 067. Op inhoudelijke incorrectheden zullen wij ingaan na publicatie van de definitieve uitspraak van het tuchtcollege.

 

 

Het gaat dus om een bijzonder opmerkelijke publicatie van het tuchtcollege: een rechterlijke uitspraak in een van haar laatste stadia van ontstaan, oftewel ‘een uitspraak in ontwikkeling’. Het is naar ons weten niet eerder gebeurd dat een medisch tuchtcollege eerder publiekelijk inzage heeft gegeven in de ontstaansgeschiedenis van een tuchtrechtelijke uitspraak. Het zal ook moeilijk zijn een orgaan te vinden dat over het algemeen nog minder transparant is dan onze medische tuchtcolleges zijn. Juist omwille van het grote gebrek aan transparantie bij tuchtcolleges zijn wij dan ook blij dat het tuchtcollege Amsterdam in dit geval enige inzage heeft gegeven in het totstandkomen van de tuchtrechtelijke uitspraak inzake de Amsterdamse psychiater. Moge deze onbedoelde blunder een aanleiding zijn voor medische tuchtcolleges om in overweging te gaan nemen in de toekomst meer transparantie te bieden. Wij kozen voor publicatie van het bovenstaande omdat het doofpotgehalte bij medische tuchtcolleges buitengewoon groot en de mate van transparantie heel erg klein is. Wij nemen aan dat het tuchtcollege de nu gepubliceerde versie z.s.m. zal gaan vervangen door de tekst van de definitieve uitspraak. De gepubliceerde kladversie zullen wij binnenkort apart publiceren zodat deze bijzondere gebeurtenis niet verloren zal gaan wanneer de website van het tuchtcollege geüpdate zal worden.

Een deel van het zittingsverslag treft u al op onze pagina LOPENDE TUCHTZAKEN aan. Binnenkort zullen wij ook het nog resterende deel van het zittingsverslag publiceren.

 

 

Waarschuwing voor psychiater: Tuchtcollege vindt Bram Bakker genoeg gestraft door ontslag na problemen met patiëntes -- 20 juli 2005 -- Het Parool -- AMSTERDAM - De Amsterdamse psychiater Bram Bakker is er gisteren bij het regionaal tuchtcollege voor de gezondheidszorg met een waarschuwing van af gekomen. Bakker was door de Inspectie voor de Gezondheidszorg aangeklaagd omdat hij de ethische codes van zijn beroep zou hebben geschonden door in 2003 tot twee keer toe een patiënte in contact te brengen met een persoonlijke vriend van hem. In beide gevallen ging dat mis. In het eerste geval, eind mei, liep een ontmoeting in een café, waar Bakker bij aanwezig was, uit op een crisis waarbij zijn patiënte zelfmoord wilde plegen. De vrouw was uitgenodigd omdat ze moeite had met contacten met mannen. Ze was met een vriendin gekomen en raakte volledig overstuur toen haar psychiater met haar vriendin aan het zoenen ging. De inspectie gaf Bakker voor deze affaire een waarschuwing. Bij het tweede incident, in november, ging een patiënte bij die zelfde vriend op bezoek. Ze had diens e-mailadres gekregen omdat beiden werkten aan een publicatie over internetdating (*). Ze raakte van slag toen de vriend handtastelijk werd. De inspectie maakte daarop beide zaken aanhangig. Volgens het tuchtcollege waren zijn patiënten juist op het gebied van het leggen van relaties uiterst kwetsbaar en handelde hij tegen de beroepscode door hen in contact te brengen met een persoonlijke vriend. De eerste keer had Bakker tegenover de inspectie zijn fout al toegegeven. In het tweede geval had hij zijn patiënte het mailadres van zijn vriend niet mogen geven. Na de eerste contacten besloot de vrouw de man op te zoeken. Bakker had haar daarvan af moeten houden, stelt het college. ''Hij had zich in elk geval met zoveel woorden moeten distantiëren van haar plannen.'' De psychiater deed echter het tegendeel, blijkt uit e-mailverkeer met zijn patiënte. 'Hij heeft zich daarbij bediend van dubbelzinnigheden en persoonlijke opmerkingen die niet passen bij de rol van hulpverlener,' luidt het oordeel. Het tuchtcollege waardeert Bakkers grote inzet voor zijn patiënten - ook al overschreed die in deze gevallen de grens - en vindt dat hij met zijn ontslag bij het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis voldoende is gestraft. Bakker is blij met de uitspraak. ''Hier had ik op gehoopt. Wanneer het op een berisping was uitgelopen, was ik waarschijnlijk in beroep gegaan. Sinds het laatste incident heb ik mij onberispelijk gedragen.''

Commentaar red. MdH: (*) Een mooie manier om buitengewoon onprofessioneel handelen toch nog ergens een beetje professioneel te doen lijken. Helaas is dit niets meer dan de versie van de psychiater. Zij getuigt wel van fantasie. De ex-cliënte in kwestie heeft nooit gewerkt aan enige publicatie over internetdating. Maar goed, het gaat om wat het tuchtcollege aannemelijk acht en het tuchtcollege blijkt altijd weer bijzonder goed te zijn in het geloven in door beklaagde collega’s geproduceerde excuses en vertekeningen van de werkelijkheid. Belangrijker is het op te merken dat ter zitting bleek dat de psychiater alles behalve goed begreep wat hij eigenlijk fout had gedaan. De uitspraak zal hem dan ook niet bepaald helpen dit alsnog te kunnen leren begrijpen. Maar, de volgende keer zou het moeilijk worden om het nog over incidenten en toevallen te gaan hebben. Dan zal de term ‘structureel’ nog maar moeilijk te omzeilen zijn. Bakker werd deze keer slechts gewaarschuwd. Aangezien ook menige hulpverlener die zich seksueel grensoverschrijdend naar patiënten toe gedraagt slechts gewaarschuwd wordt, moge duidelijk zijn binnen welk kader deze waarschuwing gezien dient te worden. Bovendien is het een bekend feit dat medische tuchtcolleges liefst geen of zachte maatregelen opleggen. De opgelegde maatregel zegt dan ook maar weinig over het aan de zaak ten grondslag liggende, onprofessionele handelingen. Wij zijn benieuwd of de inspectie de moeite zal gaan nemen in hoger beroep te gaan. Waarschijnlijk zal dat niet gebeuren want voor de inspectie doet het er niet zoveel toe of de uitkomst nu een waarschuwing of een berisping is. De inspectie werd door gegrond verklaring van haar klacht in het gelijk gesteld. En dit is ook de essentie van de uitspraak: Bakker heeft de grenzen van zijn professie overschreden. Het is wel jammer dat de inspectie enkele kansen heeft gemist een belangrijk feit verder te onderbouwen. Het feit dat Bakker het verschil tussen professioneel en privé niet goed begrijpt noch belangrijk acht. De simpele verwijzing naar de website van de psychiater bijvoorbeeld maakt het gestelde namelijk ook al duidelijk. Welke professioneel werkende psychiater plaatst immers allemaal privé foto’s op zijn website?? Deze vraag kent slechts één antwoord: psychiater Bakker! Bram Bakker op de fiets op de voorpagina van zijn site, Bram Bakker met zijn kind op schoot in de rubriek ‘De psychiater’(!). Heeft hij het soms nodig dat collegae en patiënten gaan denken ‘wat een zorgzame, lieve vader!’? Ook hier geen afbakening tussen privé- en praktijkgebeuren. Een direct en voor een ieder toegankelijk bewijs daarvoor dat hij onvaardig is dit binnen zijn beroepsgroep bijzonder belangrijke verschil tussen privé - en professioneel terrein te begrijpen, aanvaarden en accepteren. ‘De dwarse psychiater’ was in dezen een buitengewoon toepasselijke titel voor zijn documentaire. Actueel is Bakker’s site ook al niet want vandaag, op 21 juli 2005, valt er in de rubriek ‘Actueel nog steeds te lezen: “Amsterdam, febr. 2005, Groot nieuws! Geachte bezoekers van deze website. Hartelijk welkom en dank voor uw bezoek. Het grootste nieuws van de afgelopen weken betrof de geboorte van Luna Elina, onze mooie dochter. Ze werd op 30 januari 2005 geboren en heeft twee trotse ouders en twee grote broers, Fimme en Milan.” Maar, het meest opvallend is natuurlijk alleen al het feit dat hij de geboorte van zijn dochter, een privé gebeurtenis bij uitstek, op zijn website vermeldt die hij tevens in professioneel opzicht gebruikt. Een collega psychiater met een dergelijke website die zo mooi aantoont dat de psychiater in kwestie de grenzen van zijn vak niet kent noch aanvaardt, zal wel nog niet bestaan. De website van een professionele hulpverlener ziet er dan ook heel anders uit. Maar, het niet aanvaarden van de grenzen die de professie bepaalt, is ook bijzonder kenmerkend voor Bakker. Het is alleen jammer dat hij juist met zijn onprofessioneel optreden c.q. ruimhartigheid in zaken grenzen, cliënten aantrekt. Helaas zullen dat regelmatig ook juist degenen zijn voor wie het duidelijk stellen en handhaven van grenzen bijzonder belangrijk zou zijn.

Wat betreft de tussenkop ‘In contact brengen met privé-vriend was grote blunder’ in het Parool: Van een domme fout of blunder kan wel geen sprake zijn wanneer de professional de ‘tweede blunder’ al begaat alvorens de gevolgen van de eerste, soortgelijke blunder afgewikkeld zijn. Bovendien bleek uit niets dat Bakker ook maar enigszins beseft dat zgn. ‘gedragstherapeutische experimenten’ simpelweg onprofessioneel zijn en niet door de beugel kunnen. Afgezien daarvan is zijn ‘gedragstherapeutisch experimentje’ niets meer dan schone-schijn-bedrog, een inhoudsloze camouflerende term, een mooi excuusje waarmee hij het college ervan probeerde te overtuigen dat er toch nog wel enig professioneel elementje aan zijn onprofessioneel handelen zat. Helaas… de tweede patiënte, Meltum Pauline Punt, had namelijk geen enkele behoefte om binnen een zgn. ‘gedragstherapeutisch experimentje’ te gaan leren hoe contact te maken en te socialiseren. Dat kan zij namelijk al lang en bijzonder goed. Het moge duidelijk zijn dat een hoogopgeleide dame die jarenlang zelfstandig in het buitenland woonde en als journalist/regisseur werkte en nu zelfs als mediator werkzaam is geen problemen ermee heeft met mensen contact te maken, niet waar? Dergelijke, deels zeer belangrijke maar voor het tuchtcollege helaas onduidelijk gebleven punten, hadden belicht en begrepen kunnen worden door de ex-patiënt(en) tijdens de zitting te gaan horen. Het is dan ook jammer dat het tuchtcollege regelmatig geen gebruik maakt van diverse mogelijkheden om een en ander helder te krijgen c.q. uit te sluiten. Het zou namelijk ertoe bijdragen dat men met de waarheidsvinding dichter bij de realiteit zou komen wat het ultieme doel zou moeten zijn van een tuchtrechtelijk onderzoek.  

Door tijdgebrek was het ons helaas nog niet mogelijk het ontbrekende gedeelte van het zittingsverslag te gaan publiceren. Gedurende de aankomende weken zullen nog enkele publicaties volgen, waaronder de tuchtrechtelijke uitspraak. Het is mogelijk dat wij t.z.t. ook enkele stukken uit de e-mail correspondentie tussen Bakker en de tweede patiënte zullen publiceren. Het oordeel van het tuchtcollege 'Hij heeft zich daarbij bediend van dubbelzinnigheden en persoonlijke opmerkingen die niet passen bij de rol van hulpverlener' is namelijk mild. De inhoud van de door de psychiater aan de patiënte verzonden e-mails is voor een psychiater namelijk behoorlijk choquerend.

Lees DE UITSPAAK in deze zaak op de website van het medisch tuchtcollege.  

 

Psychiater Bram Bakker heeft spijt: Gênante vertoning, zegt hij bij het tuchtcollege over incidenten met vrouwelijke patiënten. Ze raakte hierop in een crisis en wilde zelfmoord plegen -- 24 juni 2005  -- Het Parool -- AMSTERDAM - Zijn de methodes die de Amsterdamse psychiater Bram Bakker bij twee van zijn patiëntes heeft toegepast alleen onconventioneel, of heeft hij de ethische codes van zijn beroep overschreden? Over die vraag boog het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg zich gisteren. Volgens de Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft Bakker twee vrouwelijke patiënten in contact gebracht met een persoonlijke vriend van hem. Daarmee heeft hij zijn privé-leven vermengd met zijn werk en handelde hij in strijd met de beroepscode van psychiaters. 'Grensoverschrijdend' noemde aanklaagster Frederike ten Cate de zaak, die tot een media-affaire is uitgegroeid waarbij over en weer met modder wordt gegooid. In mei 2003 bracht Bakker één van zijn patiëntes in contact met zijn vriend die gestalttherapeut is en schrijver van een boek over seksverslaving. De vrouw leed volgens Bakker aan een gedragsstoornis en durfde geen contacten met mannen aan te gaan. Om haar te helpen bood hij een ontmoeting aan met zijn vriend M. Dat gebeurde 's avonds in een café waar Bakker met M. was. Toen zijn patiënte binnenkwam was ze volgens de psychiater licht aangeschoten. Zijn patiënte raakte aan het zoenen met M. De stemming sloeg om toen ze zag hoe Bakker met haar vriendin aan het zoenen ging. M. bracht haar met de auto naar huis. De volgende dag raakte de vrouw in crisis en probeerde zelfmoord te plegen. Het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis [moet zijn: ggz instelling Buitenamstel], waar Bakker destijds werkte, schakelde de inspectie in. Er volgde een pittig gesprek, waarin Bakker toegaf dat hij stom was geweest en dat het niet opnieuw zou gebeuren. Ook gisteren liet hij weten het een gênante vertoning te hebben gevonden. Het was volgens hem een ‘gedragstherapeutisch experiment' waar hij niet bij had horen te zijn. De zaak liep destijds af met een waarschuwing. In het tweede geval ging het om een patiënte van Bakker die tegen een collega van hem in het ziekenhuis vertelde dat het niet goed met haar ging nadat ze een bezoek had gebracht aan M.. Opnieuw schakelde het ziekenhuis [het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis] de inspectie in. Inmiddels waren de werkverhoudingen zodanig verstoord dat Bakker vertrok. Volgens de psychiater, die bekend staat vanwege zijn eigenzinnige behandelmethodes, zou de patiënte haar ervaringen met internet dating aan hem hebben verteld. Ze wilde er volgens Bakker een boek over gaan schrijven. Toen hij daarop vertelde dat zijn vriend M. ook ervaringen had en er ook over dacht om die te publiceren, zou de vrouw hem om het mailadres van M. hebben gevraagd. Bakker zegt te zijn geschrokken toen hij hoorde dat ze bij M. in Zeeland op bezoek wilde. Zijn patiënte kwam overstuur van het bezoek in Zeeland terug omdat M. handtastelijk zou zijn geworden. Volgens de inspectie lag het initiatief voor het contact met M. opnieuw bij Bakker. Dat is ook wat de vrouw beweerde. Ze diende overigens geen klacht tegen hem in. De inspectie baseert zich in haar aanklacht onder andere op de mailcontacten van de psychiater met zijn patiëntes. Die bleven, volgens de inspectie, voor een deel buiten het medisch dossier. Volgens Willemien Kastelein, die Bakker verdedigde, heeft hij na de eerste affaire zijn mails over de behandeling volgens de richtlijnen van de artsenorganisatie KNMG aan het dossier toegevoegd. De inspectie baseert zich op een selectie van de mails die de vrouw heeft afgestaan. Die zegt alles wat privé is er uit te hebben gehaald. In sommige mails zou Bakker zich intiemer en vertrouwelijker hebben uitgedrukt dan de verhouding tussen patiënt en arts rechtvaardigt. Kastelein: "Ze heeft hele mails weggehaald en zo een foute sfeer gecreëerd. Een sfeer van onbetrouwbaarheid en vuiligheid.” Uitspraak 23 augustus.
Commentaar red. MdH:
‘Psychiater Bram Bakker heeft spijt’ is volgens het zicht van onze redactie op hetgeen ter zitting is gebleken niet bepaald de belangrijkste boodschap van een twee uur durende hoorzitting gisteren bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam. Correct zou zijn ‘psychiater Bram Bakker stelde ter zitting spijt te hebben’. In het eerste deel van het zittingsverslag dat wij nog vanavond zullen publiceren, kunt u lezen “De inspectie merkt op dat het opmerkelijk is dat verweerder het nog nooit erover heeft gehad wat dit allemaal voor zijn patiënte moet hebben betekend. Hij geeft alleen aan hoe het voor hém is geweest”. Indien er werkelijk sprake zou zijn van echte spijt, zou de psychiater zowel ter zitting als ook eerder tegenover de inspectie meer blijk hebben gegeven van gevoelens van spijt. Wat zijn grensoverschrijdend gedrag naar patiënte 1 toe met haar heeft gedaan en waarom het nogal zeer begrijpelijk is dat het gebeurde verstrekkende gevolgen voor de patiënte had, kwam slechts door de navolgende opmerking van de inspectie aan bod die u volgende week in het 2e gedeelte van ons zittingsverslag zult aantreffen: “Dit is een dokter die een patiënte naar de kroeg heeft laten komen en die in ene zoent met de vriendin van zijn patiënte. Patiënte 1 uitte zich tegenover de inspectie op navolgende wijze: ‘Hij had er moeten zijn voor míj en niet voor mijn vriendin!’ Dat is verwarrend voor een patiënte”, verzekerde de inspecteur. Ter afsluiting van de zitting stelde de voorzitter, mr. Holtrop, aan verweerder de navolgende vraag: “Wilt u ter afsluiting nog iets zeggen?”. Hierop antwoordde psychiater Bakker slechts hetgeen in deel 1 van ons verslag in de derde persoon wordt weergegeven: “Verweerder merkte op dat de inspectie de zaak tegen hem had aangespannen omdat het imago van het vak eronder zou lijden. Hij zou ook nog met de heer Gasman van de inspectie hebben gebeld en zou hem gevraagd hebben wat er met patiënte 2 zou moeten gebeuren aangezien zij bij het SLAZ niet meer terecht kon. Hij zou hebben geprobeerd het voor iedereen zo min mogelijk vervelend gemaakt te hebben maar daar zou men niet op in zijn gegaan.” Patiënte 1 kwam in zijn laatste woorden gericht aan het college helemaal niet aan bod. Voor woorden van spijt die juist op deze plaats van hem mochten worden verwacht, creëerde verweerder geen ruimte. Wij zullen volgende week ook een commentaar over de hoorzitting publiceren waarin wij o.a. zullen aangeven welke door verweerder gestelde ‘feiten’ op z’n minst grote vraagtekens oproepen en uit welke opmerkingen van hem duidelijk blijkt dat hij nog steeds niet begrijpt waar het eigenlijk om gaat en wat hij eigenlijk fout heeft gedaan. Daarbij zullen wij de woorden die de psychiater ter zitting gebruikte, afzetten tegen hetgeen binnen zijn eigen beroepsgroep en binnen de medische stand in het algemeen als professioneel en ethisch correct wordt aanschouwd. Het is dan ook zeer de vraag hoeveel spijt er werkelijk kan zijn als de essentie van het geheel na twee jaar nog steeds niet tot de psychiater is doorgedrongen.  

 

Medisch-ethische les voor Amsterdamse psychiater B.B.: 'Primum non nocere!' oftewel: Voortzetting hoorzitting Regionaal Medisch Tuchtcollege Amsterdam: Klacht Inspectie tegen Amsterdamse psychiater B.B. wegens grensoverschrijdend gedrag -- 22 juni 2005 – Persbericht red. MdH -- AMSTERDAM - Op donderdag 23 juni 2005 zal de medische tuchtzaak tegen de Amsterdamse psychiater Bram Bakker bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam worden voortgezet die op 31 mei jl. werd aangehouden. De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) Amsterdam diende een klacht bij het tuchtcollege in wegens twee incidenten van grensoverschrijdend gedrag die door een ziekenhuis en een ggz instelling werden gemeld.

De klacht van de Inspecteur voor de Gezondheidszorg houdt onder meer in dat de psychiater grensoverschrijdend heeft gehandeld jegens twee patiënten door zich meer in de privé-sfeer van deze patiënten te begeven dan in het kader van de hulpverlening noodzakelijk was. Bovendien heeft hij onvoldoende rekening gehouden welke impact zijn gedrag zou kunnen hebben op zijn patiënten. Daarnaast heeft hij de e-mail contacten die hij met een van de patiënten onderhield niet opgenomen in het medisch dossier waardoor dit onvolledig is, aldus klager.

De inspectie zal worden vertegenwoordigd door de inspecteurs Ten Cate-Adema en Gasman. Aangezien medische tuchtzaken openbaar zijn, kan de zaak tegen de vrij gevestigde Amsterdamse psychiater, bekend onder de noemer ‘de dwarse psychiater’, door een ieder die geïnteresseerd is, gevolgd worden. Bakker laat zich bijstaan door mw. prof. mr. W.R. Kastelein, bijzonder hoogleraar gezondheidsrecht aan de Katholieke Universiteit te Nijmegen. Het medisch tuchtcollege bestaat uit de leden juristen Holtrop, voorzitter en tevens eerste man bij het tuchtcollege sinds dit jaar, en Bleeker-Hemmes, secretaris. Daarnaast wordt het college gevormd uit de leden artsen Gualthérie van Weezel, psychiater/psychotherapeut, Maathuis, gynaecoloog en prof. dr. de Lange, anesthesioloog.

Uit de stukken over Bakker zou volgens Trouw (31 mei 2005) blijken dat zijn superieuren in het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis (SLAZ) zeer bezorgd over zijn privé-contacten met de twee patiëntes waren. Zo ook de inspectie, die hem na het eerste incident al verweet evident onprofessioneel gehandeld te hebben. Hij was verder dan noodzakelijk doorgedrongen tot de privé-sfeer van de patiënte, aldus de inspectie. Bij het tweede incident was de maat voor de IGZ vol: de directie van het SLAZ diende weer een klacht in bij de inspectie, wat leidde tot de tuchtzaak die morgen zal worden voortgezet. Bij navraag of de psychiater in de toekomst nog eens twee patiëntes met een vriend in contact zou brengen, antwoordde Bakker in maart tegenover Trouw: ,,Die vraag suggereert een patroon en dat is er niet! Het waren incidenten.''

Maar, zelfs als er geen sprake mocht zijn van een patroon van grensoverschrijdend gedrag, betreft het een klachtwaardige zaak die een tuchtrechtelijke maatregel tot gevolg kan hebben. Als ‘dwarse psychiater’, zoals de nu 42-jarige Bakker genoemd wordt in de door Hans Polak vervaardigde documentaire die eind december 2004 bij de VARA werd uitgezonden, ligt zijn mening over wat in professioneel opzicht onder 'grensoverschrijdend gedrag' begrepen dient te worden niet bepaald op één lijn met de binnen zijn eigen beroepsgroep gehanteerde opvattingen.

In de beroepscode voor psychiaters wordt een afkoelingsperiode van twee jaar genoemd voor wat betreft het aangaan van een seksuele relatie met een ex-patiënt. In de VS handhaven psychiaters zelfs de zo genaamde 'zero tolerance' omdat gevoelens van overdracht veelal pas na lange tijd en soms helemaal niet verdwijnen. Het onderhouden van vriendschappelijk en/of sociaal contact met ex-patiënten wordt binnen de beroepsgroep evenmin gewaardeerd c.q. door velen zelfs als onprofessioneel en ontoelaatbaar gezien. Vermenging van een behandelrelatie met en privé relatie leidt tot belangenverstrengeling en roept bij patiënten in de meeste gevallen verwarring op. Gebrek aan handhaving van duidelijke grenzen tussen therapie en privé is bijna altijd negatief voor de patiënt en kan zelfs zeer beschadigend zijn. Daarom dient de grens die de beroepsgroep duidelijk aangeeft ook gehandhaafd en bewaakt te worden. Immers, een van de ethische basisprincipes voor artsen luidt 'First, do no harm!' of in het Latijn 'Primum non nocere!'.

De voortzetting van de hoorzitting die op 31 mei jl. werd aangehouden, begint op donderdag 23 juni a.s. om 14 uur in de Huyzingazaal van de rechtbank Amsterdam, Parnassusweg 220. Het college verzocht de inspecteurs de nog ontbrekende en onvolledig ingediende stukken, te noemen twee brieven, alsnog na te zenden. Tevens was het college voornemens de volledige e-mail correspondentie tussen verweerder en een van zijn ex-patiënten bij het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis op te gaan vragen zodat de volledige e-mail correspondentie bij de beoordeling van de zaak mee zou kunnen worden gewogen.

Onze redactie zal weer een uitgebreid verslag maken van de hoorzitting. Het zittingsverslag zal enkele dagen nadien op onze website gepubliceerd worden. De uitspraak van medische tuchtcolleges volgt 6 weken na de zittingsdatum. Wij zullen de uitspraak te zijner tijd eveneens publiceren.

Meer info over deze tuchtzaak treft u in het DOSSIER B.B., dat deel uitmaakt van onze nieuwsrubriek, op onze website www.misbruikdoorhulpverleners.nl aan. Het nieuwsbericht zoals vanmorgen op onze website gepubliceerd, treft u onder deze link aan.

 

 

Voortzetting medische tuchtzaak: Inspectie tegen de Amsterdamse psychiater B.B. 22 juni 2005 – Red. MdH -- Op donderdag 23 juni 2005 zal de medische tuchtzaak tegen de Amsterdamse psychiater Bram Bakker bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam worden voortgezet die op 31 mei jl. werd aangehouden. De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) Amsterdam diende een klacht bij het tuchtcollege in wegens twee incidenten die door het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis (SLAZ) en door ggz instelling Buitenamstel werden gemeld. De klacht van de Inspecteur voor de Gezondheidszorg houdt onder meer in dat de psychiater grensoverschrijdend heeft gehandeld jegens twee patiënten door zich meer in de privé-sfeer van deze patiënten te begeven dan in het kader van de hulpverlening noodzakelijk was. Bovendien heeft hij onvoldoende rekening gehouden welke impact zijn gedrag zou kunnen hebben op zijn patiënten. Daarnaast heeft hij de e-mail contacten die hij met een van de patiënten onderhield niet opgenomen in het medisch dossier waardoor dit onvolledig is, aldus klager.

 

De inspectie zal worden vertegenwoordigd door de inspecteurs Ten Cate-Adema en Gasman. Aangezien medische tuchtzaken openbaar zijn, kan de zaak tegen de vrij gevestigde Amsterdamse psychiater, bekend onder de noemer ‘de dwarse psychiater’, door een ieder die geïnteresseerd is, gevolgd worden. Bakker laat zich bijstaan door mw. prof. mr. W.R. Kastelein, bijzonder hoogleraar gezondheidsrecht aan de Katholieke Universiteit te Nijmegen. Het medisch tuchtcollege bestaat uit de leden juristen Holtrop, voorzitter en tevens eerste man bij het tuchtcollege sinds dit jaar, en Bleeker-Hemmes, secretaris. Daarnaast wordt het college gevormd uit de leden artsen Gualthérie van Weezel, psychiater/psychotherapeut, Maathuis, gynaecoloog en prof. dr. de Lange, anesthesioloog.

 

Tot twee keer toe meende psychiater Bram Bakker dat een persoonlijke vriend van hem goed zou passen bij een patiënte. Beide keren liep het uit op een fiasco. De eerste patiënte raakte in een crisis en ondernam na de ontmoeting met de betreffende vriend M., waarbij Bakker aanwezig was, een suïcidepoging. De tweede patiënte, Meltum Punt, liep naar eigen zeggen 'psychische schade' op. Bakker, die veelvuldig met de tweede patiënte e-mailde, werd bij het Amsterdamse Sint Lucas Andreas Ziekenhuis (SLAZ) ontslagen en werd door de inspectie met een tuchtzaak geconfronteerd. Uit de e-mailcorrespondentie, in het bezit van Trouw, blijkt volgens het dagblad hoe familiair en vertrouwelijk Bakker met de tweede patiënte omging. Tevens blijkt volgens de krant hoe riskant dat was voor hun behandelrelatie die de patiënte verbrak, en voor zijn reputatie, toen alles bekend werd. Nu kunnen derden meelezen over het afspraakje dat zij met Bakkers vriend M. had, die in de e-mails met naam en toenaam wordt genoemd. Te lezen valt onder andere, zo stelde Trouw op 31 mei jl. in een nieuwsbericht, hoe Bakker het afspraakje aanmoedigt, schalkse grapjes maakt en zijn patiënte om 'een verslagje' achteraf verzoekt. Later foetert Bakker tegen haar over zijn leidinggevende in het SLAZ, en vertelt met naam en toenaam over de buitenechtelijke relatie van een van zijn collega-psychiaters.

 

Zijn benadering van een patiënte met psychische problematiek lijkt wel heel 'onconventioneel', zoals Bakker dit zelf noemt. Als psychiater werd hij geacht zijn patiënte te helpen bij het te boven komen van haar psychische problemen. Maar, hij koppelt haar ook aan een persoonlijke vriend die eerder eveneens bij Bakker in therapie was, mailt met de patiënte over zijn eigen problemen en stelt voor haar diagnose te veranderen van de ene in de andere ziekte, die 'gelukkig een veel betere prognose heeft'. De dokter heeft zich niets aangetrokken van de in de beroepscode voorgeschreven professionele distantie. De patiënte kan niets verweten worden omdat zij als hulpvragende ten opzichte van de psychiater in een afhankelijke positie verkeerde.

 

Uit de stukken over Bakker zou volgens Trouw blijken dat zijn superieuren in het SLAZ zeer bezorgd over zijn privé-contacten met de twee patiëntes waren. Zo ook de inspectie, die hem na het eerste incident al verweet evident onprofessioneel gehandeld te hebben. Hij was verder dan noodzakelijk doorgedrongen tot de privé-sfeer van de patiënte, aldus de inspectie. Bij het tweede incident was de maat voor de inspectie vol: de directie van het SLAZ diende weer een klacht in bij de inspectie, wat leidde tot de tuchtzaak die morgen zal worden voortgezet. Bij navraag of hij in de toekomst nog eens twee patiëntes met een vriend in contact zou brengen, antwoordde Bakker in maart tegenover Trouw: ,,Die vraag suggereert een patroon en dat is er niet! Het waren incidenten.''

 

Maar, zelfs als er geen sprake zou zijn van een patroon van grensoverschrijdend gedrag. betreft het een klachtwaardige zaak die een tuchtrechtelijke maatregel tot gevolg kan hebben. Al is de psychiater het er zelf niet mee eens dat hij grensoverschrijdend gedrag gepleegd zou hebben zoals grensoverschrijdend gedrag door professionals op onze site wordt omschreven, betekent dat geenszins dat er geen sprake van zou zijn. Als ‘dwarse psychiater’, zoals de nu 42-jarige Bakker zichzelf noemt in de door Hans Polak vervaardigde documentaire die eind december 2004 bij de VARA werd uitgezonden, ligt zijn mening over wat in professioneel opzicht onder grensoverschrijdend gedrag begrepen moet worden niet op een lijn met de binnen zijn eigen beroepsgroep gehanteerde opvattingen. In de beroepscode voor psychiaters wordt een afkoelingsperiode van twee jaar genoemd voor wat betreft het aangaan van een seksuele relatie met een ex-patiënt. Het onderhouden van vriendschappelijk en/of sociaal contact met ex-patiënten wordt binnen de beroepsgroep evenmin gewaardeerd. De voortzetting van de hoorzitting die op 31 mei jl. werd aangehouden, begint op donderdag 23 juni a.s. om 14 uur in de Huyzingazaal van de rechtbank Amsterdam, Parnassusweg 220. Het college verzocht de inspecteurs de nog ontbrekende en onvolledig ingediende stukken, te noemen twee brieven, alsnog na te zenden. Tevens was het college voornemens de volledige e-mail correspondentie tussen een van de ex-patiënten van verweerder, mw. M. Punt, en psychiater Bakker bij het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis op te gaan vragen zodat de volledige e-mail correspondentie bij de beoordeling van de zaak mee zou kunnen worden gewogen. Onze redactie zal weer een uitgebreid verslag maken van de hoorzitting. Het zittingsverslag zal enkele dagen nadien ook op onze website gepubliceerd worden. De uitspraak van medische tuchtcolleges volgt altijd 6 weken na de zittingsdatum en wordt vervolgens omstreeks de eerste week van augustus verwacht. Wij zullen de uitspraak te zijner tijd aan de betreffende pagina in onze rubriek LOPENDE TUCHTZAKEN toevoegen. Meer info over deze tuchtzaak treft u in ons DOSSIER B.B. aan >>

 

 

 

Bram Bakker: beeld en blad 9 juni 2005 – Volkskrant

 

 

 

 

Verslag van de medische tuchtzaak tegen de Amsterdamse psychiater B.B. 5 juni 2005 – Red. MdH – De link brengt u naar onze pagina LOPENDE TUCHTZAKEN in de rubriek JURIDISCHE STAPPEN waar u het verslag van de zitting die op 31 mei 2005 bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam plaatsvond, aantreft. De zaak werd op 31 mei 2005 aangehouden. Wij zullen de voortzetting van de zitting eveneens volgen en t.z.t. een uitgebreid zittingsverslag publiceren.

 

 

Aankondiging voortzetting medische tuchtzaak Bram Bakker 2 juni 2005 – Red. MdH – De zitting van 31 mei 2005 werd tot zaterdag 9 juli a.s. aangehouden. Het Regionaal Tuchtcollege Amsterdam is van plan nog vóór 15 juli a.s. weer in contact te komen met beide partijen. Het college verzocht de inspecteurs van de Inspectie voor de Gezondheidszorg Amsterdam (IGZ) de nog ontbrekende en onvolledig ingediende stukken nog vóór 15 juli a.s. aan haar toe te zenden. Tevens zal het college de volledige e-mail correspondentie tussen een van de ex-patiënten van verweerder, mw. M. Punt, en psychiater Bakker bij het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis (SLAZ) op te gaan vragen zodat de volledige e-mail correspondentie bij de beoordeling van de zaak kan meewegen.

 

 

Tuchtcollege oordeelt over Bram Bakker -- 31 mei 2005 – Trouw -- Vandaag staat de bekende psychiater Bram Bakker voor het Medisch Tuchtcollege in Amsterdam. Bakker zou 'grensoverschrijdend' met patiëntes zijn omgegaan. Tot twee keer toe dacht psychiater Bram Bakker dat een persoonlijke vriend van hem goed zou passen bij een patiënte. Beide keren liep het uit op een fiasco. De eerste patiënte raakte in een crisis na de ontmoeting met deze vriend M., waarbij Bakker aanwezig was. De tweede liep naar eigen zeggen 'psychische schade' op en hing de zaak aan de grote klok. Bakker, die verwoed met deze tweede patiënte e-mailde, kon het niet meer tegenhouden: hij werd ontslagen bij het Amsterdamse Sint Lucas Andreas Ziekenhuis (SLAZ) en kreeg een tuchtzaak aan zijn broek. Uit de e-mailcorrespondentie, die in bezit is van Trouw, blijkt hoe familiair en vertrouwelijk Bakker met de tweede patiënte omging. En hoe riskant dat was: voor hun behandelrelatie, die zij verbrak, en voor zijn reputatie, toen zij alles op straat gooide. Nu kunnen derden meelezen over de date die zij had met Bakkers vriend M., die in de e-mails overigens bij zijn voor- en achternaam wordt genoemd. Te lezen valt hoe Bakker het afspraakje aanmoedigt, schalkse grapjes maakt en zijn patiënte om 'een verslagje' achteraf verzoekt. Bakker foetert later tegen haar over zijn baas in het SLAZ, en vertelt over de buitenechtelijke relatie van een van zijn collega-psychiaters -ook allemaal met naam en toenaam. Zijn benadering van een patiënte met psychische problemen die daarvoor hulp zocht, lijkt wel heel 'onconventioneel', zoals Bakker dit zelf graag noemt. Als psychiater werd hij geacht zijn patiënte te helpen bij het te boven komen van psychische problematiek. Maar hij koppelt haar ook aan een persoonlijke vriend, mailt over zijn eigen sores en stelt voor haar diagnose te veranderen van ziekte A in ziekte B, die 'gelukkig een veel betere prognose heeft'. De dokter en de patiënte hebben zich niets aangetrokken van de voorgeschreven 'professionele distantie', waarbij zij echter is vrijgepleit omdát ze nu eenmaal patiënte was met een hulpvraag - en wellicht een diagnose die haar gedrag verklaart. Het is de vraag of het Tuchtcollege ook de dokter zal vrijpleiten. Uit de stukken over Bakker blijken zijn superieuren in het SLAZ zeer bezorgd over zijn privé-contacten met de twee patiëntes. Zo ook de inspectie, die hem na de eerste affaire al verweet 'evident onprofessioneel' gehandeld te hebben. Hij was 'verder dan noodzakelijk doorgedrongen tot de privé-sfeer' van de patiënte. Bij de tweede affaire was de maat vol: de directie van het SLAZ diende weer een klacht in bij de inspectie, wat leidde tot de tuchtzaak van vandaag. Gevraagd of hij in de toekomst nog eens twee patiëntes met een vriend in contact zou brengen, antwoordde Bakker in maart tegen Trouw: ,,Die vraag suggereert een patroon en dat is er niet! Het waren incidenten.'' Maar grensoverschrijdend gedrag als 'patroon' is geen voorwaarde voor een tuchtzaak -die twee incidenten kunnen er twee te veel zijn, en kunnen genoeg reden zijn voor een waarschuwing of wellicht zelfs een schorsing door het Tuchtcollege.

Commentaar red. MdH: volgt binnenkort…

 

 

Aankondiging zitting tuchtcollege: grensoverschrijdend gedrag door Bram Bakker mei 2005 – Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam

DINSDAG 31 mei 2005

KLACHT OVER GOG DOOR PSYCHIATER

14.00 uur

Openbare terechtzitting in de HUYSINGAZAAL

Aanduiding van de aard van de zaak:

De klacht van de Inspecteur voor de Gezondheidszorg houdt onder meer in dat de psychiater grensoverschrijdend heeft gehandeld jegens twee patiënten door zich meer in de privé-sfeer van deze patiënten te begeven dan in het kader van de hulpverlening noodzakelijk was. Bovendien heeft hij onvoldoende rekening gehouden welke impact zijn gedrag zou kunnen hebben op zijn patiënten. Daarnaast heeft hij de e-mail contacten die hij met een van de patiënten onderhield niet opgenomen in het medisch dossier waardoor dit onvolledig is, aldus klager. Verweerder voert gemotiveerd verweer.

 

 

Aankondiging zitting tuchtcollege: grensoverschrijdend gedrag door Bram Bakker april 2005 – Red. MdH

Behandeling van de klacht van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) tegen de Amsterdamse psychiater B.B.. De psychiater zou grensoverschrijdend gedrag naar patiënten hebben vertoond. Hij werd eerder ontslagen in het ziekenhuis waar hij de leiding over de afdeling psychiatrie had. Wij danken de beklaagde psychiater ervoor de datum van deze tuchtzaak aan ons door te hebben gegeven. Dit getuigt naar onze mening van zijn bereidwilligheid tot transparantie en openheid. Wij zullen deze tuchtzaak volgen en t.z.t. een uitgebreid verslag van de zitting publiceren.

 

 

'Mijn collega's smullen van deze affaire'  -- 3 maart 2005 --  Bram Bakker heeft een zware week gehad, sinds zijn portret op 25 februari groot op de cover van HP/De Tijd stond. Daaronder stond: 'Pas op voor Bram Bakker'. Binnenin deed een patiënte, mevrouw Punt, pagina's lang haar beklag over hem - haar psychiater.

Patiëntes koppelen wordt Bakker noodlottig

Tweemaal ontstond er ophef over psychiater Bram Bakker (41), die door zijn patiënten-onder wie de schrijver Rogi Wieg vaak uitbundig is geprezen. Zijn boek 'Te gek om los te lopen' was een harde aanval op de psychiatrie, die hem door vakbroeders niet in dank werd afgenomen. Daarnaast zijn er twee 'incidenten' met patiënten, die op straat liggen sinds het weekblad HP/De Tijd erover schreef. Vorige week werd uit de doeken gedaan hoe hij, in 2003, een patiënte probeerde te 'koppelen' aan zijn vriend M. Dit draaide uit op een psychische crisis, en volgens het blad zelfs op een zelfmoordpoging van deze patiënte. De crisisdienst meldde dit bij de inspectie voor de gezondheidszorg. In de tweede affaire zou Bakker een andere, met naam genoemde patiënte (Pauline Punt) met dezelfde vriend M. in contact hebben gebracht. Volgens Punt draaide dit uit op 'aanranding' en psychische schade bij haar. Ongeveer in dezelfde tijd vertrok de psychiater met een conflict bij het Sint Lucas Adreas ziekenhuis in Amsterdam, waarbij hem werd verteld dat het ziekenhuis melding zou maken van de zaak-Punt bij de inspectie. Het zijn dus collega's geweest die tot tweemaal toe een klacht hebben ingediend bij de inspectie, niet de betrokken patiëntes zelf. De twee meldingen zijn voor de inspectie aanleiding geweest om een tuchtzaak tegen Bakker in gang te zetten. Die dient in mei. Hij ziet er moe en gespannen uit van de aantijging dat hij een patiënte in een 'psychisch schadelijke' affaire zou hebben betrokken (zie kader) en zegt: ,,Ik ken veel psychiaters die onterechte of niet-bewezen klachten van patiënten hebben gehad. Maar ik geloof niet dat dit incident zijn weerga kent wat betreft het publiekelijk klagen van een patiënt over een psychiater. Dit is natuurlijk een schrikbeeld van veel psychiaters, want je bent heel kwetsbaar. Stel ik houd praktijk in een gebouw waar verder niemand aanwezig is. Er komt een mevrouw met een verleden van seksueel misbruik, zij is niet tevreden over mij, loopt naar buiten en zegt: hij heeft mij onzedelijk betast! Dan heb je je maar te verdedigen. Er zijn psychiaters die een bepaald soort patiënten alleen maar met de deur open spreken, of alleen in bijzijn van derden. Allemaal defensief.''

Maar is het verhaal van deze mevrouw Punt waar of niet?

Afgemeten: ,,Ik herken mij niet in dat verhaal. Meer kan ik er nu niet over zeggen. Hier is een mevrouw naar HP/De Tijd gestapt en die daar, zonder kritische vragen, carte blanche krijgt om haar verhaal te doen, in de wetenschap dat ik een beroepsgeheim heb. Ik kan dus niet zeggen welke stoornis mevrouw Punt had, en of het contact tussen haar en mijn vriend M. deel uitmaakte van onze behandelovereenkomst. Als ik er wel iets over zeg, wordt dat de volgende aanklacht bij het Tuchtcollege. Bovendien gaat haar verhaal over een behandeling in een ziekenhuis waar ik niet meer werk, met een dossier waarin ik niet meer kan kijken. Ik kan me dus ook niet verdedigen door dingen terug te lezen.'' Bram Bakker wil de ophef rond het verhaal van deze patiënte niet los zien van de ophef rond zijn kritische boek 'Te gek om los te lopen' (2001). Hij denkt dat hij daarmee zoveel kwaad bloed heeft gezet onder vakgenoten, dat hij mede daarom voor de tuchtrechter moet verschijnen. ,,Het is zeer uitzonderlijk dat een tuchtzaak het gevolg is van klachten van collega's. Ik lig er sinds mijn boek bij de beroepsgroep helemaal uit, die smult hier van.'' De inspectie schrijft in haar klaagschrift echter dat de tuchtzaak is aangespannen omdat de psychiater 'bij herhaling heeft gehandeld in strijd met het belang van een goede uitoefening van de individuele gezondheidszorg'. Bakker zou grenzen hebben overschreden, is de klacht. Vurig legt hij uit hoe hij over 'grenzen' denkt. ,,In mijn boek heb ik bepleit, en dat doe ik nog steeds, dat wij geen hoge schutting plaatsen tussen patiënt en behandelaar, maar bekijken welke patiënt we iets persoonlijker en welke we iets afstandelijker benaderen. Ik heb veel succes geboekt met een wat onconventioneler benadering van sommige mensen. Maar dat kan ook misgaan; daar heb ik ook wel over verteld. Een jongen bij wie ik de therapie beëindigde per e-mail, deed daarop een suïcidepoging. Ik heb toen zijn kwetsbaarheid onderschat.''

Hoe ziet uw onconventionele behandeling eruit?

,,Daarbij probeer ik creatief naar het probleem te kijken. Met minder distantie ja, maar dat is niet de enige optie. Het advies kan ook zijn: mijd alle hulpverleners en ga nooit meer naar een GGZ-instelling. Kijk, de ontwikkeling van de geneeskunde, met wetenschappelijke onderbouwing en protocollen, heeft veel opgeleverd. Maar voor een deel van de mensen werkt dat niet. Wat dat deel nodig heeft is geneeskúnst. Een benadering die op de persoon is gericht, maar ook een product is van de persoon van de behandelaar. Daar rust een taboe op.''

Welke risico's kleven aan die 'geneeskunst'?

,,In het uiterste geval bega je een blunder die iemand het leven kost, maar dat geldt ook voor chirurgen en internisten. Dit vak ís riskant. Je zou bijvoorbeeld een patiënt die fobisch is, kunnen aanmoedigen om die fobie te lijf te gaan door een bepaalde horde te nemen. Soms is die horde te hoog en worden mensen nog angstiger. Dan raak je een eind achterop in de behandeling, want je probeert ze stapje voor stapje steeds meer te laten doen.'' Wat zijn de risico's om als behandelaar iets van je privé-leven te laten zien? ,,Men denkt altijd maar dat ik ongelimiteerd over mijn eigen leven vertel. Dat is helemaal niet waar.'' Spottend: ,,Wat ik wel eens doe, is antwoord geven op een vraag. Ik probeer een psychiater te zijn die niet alleen maar vragen stelt, maar die ook antwoord geeft als iemand mij vraagt: heeft u zelf kinderen. Soms vind ik het belangrijk om te laten weten dat ik een s ituatie ook heb meegemaakt, dat heet gewoon empathie.'' Hij zucht, zegt dan nadrukkelijk: ,,Ik ben nog altijd voor 95 procent een gewone huis-, tuin- en keukenpsychiater.''

En die andere vijf procent?

,,Dat zijn heel moeilijke mensen bij wie alledaagse methoden niet werken. Het ingewikkelde is dat ik in de loop der tijd een hele verzameling van zulke patiënten heb gekregen bij wie de rechttoe rechtaan-benadering niet heeft gewerkt. Ik kan alleen niet zeggen: ik heb tien van die mensen het leven gered met een onconventionele behandeling, en er is één dode gevallen. Dat kun je niet tegen elkaar wegstrepen. Maar patiënten die niet tevreden zijn, kunnen altijd klagen. Daar zijn de tuchtcolleges voor; als je daar moet verschijnen als dokter moet je ook niet jammeren.'' Het was volgens zijn collega's die klaagden bij de inspectie, de tweede keer dat Bakker privé en praktijk te veel vermengde. Hij heeft al eerder een patiënte in contact gebracht met zijn vriend M., en hij heeft tijdens een treffen met M. en deze patiënte in een café gezoend met haar vriendin. Hij zegt erover: ,,Dat was niet slim, ik had die mevrouw in de privésituatie niet tegen moeten komen. Het was niet gepland, het was onoplettendheid van mijn kant, maar het had niet gemoeten. Dat zoenen met die vriendin enzo, dat was natuurlijk ook niet gebeurd als ik daar niet geweest was. Maar ik had me gewoon niet gerealiseerd dat deze patiënte in dat café zou opduiken. Stom.''

Toen is uw patiënte in een crisis beland en bij de crisisdienst terechtgekomen?

,,Ja, en de crisisdienst heeft dat gemeld aan de Inspectie. Ik heb toen ruimhartig gezegd: stom, stom, stom. Er is tot op de dag van vandaag echter geen enkel bewijs dat dit mijn gewoonte zou zijn. Het is wel stom, maar iedereen doet wel eens iets stoms en dat kun je maar het beste toegeven. Daarom is dat tussen die mevrouw en mij ook allang opgelost; zij is nog steeds als patiënte bij mij in behandeling. Het bleef bij een waarschuwing, tot het tweede incident met mevrouw Punt en mijn vriend M. Toen zei de Inspectie: nu maken we er een tuchtzaak van.''

Heeft dit alles u veranderd?

,,Nou, je onbevangenheid raak je zo wel kwijt. En het belangrijkste is misschien dat ik na die artikelen geleerd heb de media wat meer te wantrouwen.'' Maar bent u ook veranderd in de uitoefening van het vak, in de omgang met patiënten? ,,Misschien dat ik me nu iets minder snel waag aan de behandeling van heel moeilijke mensen. Ik krijg regelmatig e-mails van mensen die wanhopig zijn en mij schrijven wat ze allemaal al vergeefs geprobeerd hebben. Ik denk dat ik wat terughoudender ben om hen aan te nemen als patiënt. Dat ik sneller zeg: ik ga dit niet aan.''

En zou u nog eens twee patiëntes met een persoonlijke vriend in contact brengen?

,,Maar die vraag suggereert een patroon en dat is er niet! Het waren incidenten.''

Wel incidenten waarvan u kunt leren?

,,Dat weet ik niet, want een volgend incident kan zijn dat ik iemand behandel voor depressie terwijl hij een vorm van kanker blijkt te hebben die ik over het hoofd heb gezien.''

Is dat vergelijkbaar?

,,Ja, ik denk dat het hier over fouten van dokters gaat. Ik vind dat de dokters in Nederland, niet alleen de psychiaters, veel te defensief zijn als het gaat over hun fouten. Ik ben aanspreekbaar op mijn fouten en neem geen houding aan van: mij valt niets te verwijten. Als zo'n verhaal over je wordt gepubliceerd, heb je natuurlijk spijt dat je ooit het e-mailadres van die vriend hebt gegeven. Ik moet mezelf afvragen of ik een inschattingsfout heb gemaakt, in dat eerste geval en bij het tweede incident. Ik doe dat ook, ik doe er niet geheimzinnig over. En het antwoord moet wel ja zijn, gezien wat er vervolgens gebeurd is.''

Bij uw type fouten valt steeds het woord 'grensoverschrijdend'. Is dat woord van toepassing?

,,Ik bepleit nu juist dat we dat woord 'grens' flexibel hanteren.''

Is het grensoverschrijdend om een e-mailadres van een vriend aan een patiënte te geven?

,,Ik heb niet het initiatief genomen om hen in contact te brengen met elkaar. Ik heb zijn adres gegeven op haar uitdrukkelijk verzoek.''

En dat is niet grensoverschrijdend?

,,Het is toch doodzonde als door dit incident geconcludeerd moet worden dat psychiaters nooit meer e-mailadressen mogen verstrekken! Dan raken ze nóg verder van de gewone wereld verwijderd. Nog nooit heeft de beroepsvereniging van psychiaters een richtlijn uitgevaardigd waarin expliciet staat dat psychiaters op geen enkele manier aan een patiënt informatie mogen verschaffen die niet direct betrekking heeft op de behandeling. Als die richtlijn er ooit komt, zal ik me daaraan houden. Of mijn lidmaatschap van de vereniging opzeggen.'' Er is wel een beroepsethiek die professionele distantie voorschrijft. Bozig: ,,Ik heb nooit beweerd dat ik geen enkele distantie heb, of dat distantie slecht is. Ik beweer wel: kijk kritisch per geval of je bij distantie gebaat bent, of dat je daar misschien last van hebt, in het belang van de patiënt. Niemand is erbij gebaat om een afstand te creëren die behandeling alleen maar afremt. Voor sommige patiënten kan het heel belangrijk zijn dat je persoonlijk bent.''

Ondertussen staat u wel voor het tuchtcollege, in mei.

,,So what? Als je dokter wordt, weet je dat je met het tuchtcollege te maken kunt krijgen. Daar wordt altijd heel panisch over gedaan, maar dat moet helemaal niet. Natuurlijk vind ik het uiterst ongelukkig. Ik blijf het jammer vinden dat het inhoudelijk debat dat ik heb bepleit in mijn boek, niet op gang is gekomen. Nou ja, dat is dan maar zo. Bij criticasters van de psychiatrie is dat altijd zo gegaan: kijk naar Jan Foudraine, naar Frank van Ree. Maar ik heb gedaan wat ik dacht wat moest, en dat blijf ik gewoon maar doen.''

 

 

Het geval Bram Bakker 25 februari 2005 – HP / De Tijd

 

 

 

 

 

 

 

 

 

'De dwarse psychiater'  21 december 2004 – VARA -- Door veel collega’s wordt hij niet bepaald op handen gedragen. Veel patiënten spreken met lof over hem, maar hij is, op z’n zachtst gezegd, omstreden. En bij het Medisch Tuchtcollege is een klacht tegen hem ingediend wegens ‘grensoverschrijdend gedrag’. Hans Polak kreeg de unieke gelegenheid om psychiater Bram Bakker (1963), én vijf van zijn patiënten, een jaar lang te volgen. Hij was met de camera ook aanwezig bij de therapeutische gesprekken. Bakker dein st er overigens ook niet voor terug om zijn mening kenbaar te maken over diverse maatschappelijke ontwikkelingen. Zo doet hij in het programma bijvoorbeeld ook uitspraken over Mohamed B., de verdachte van de moord op Theo van Gogh. Een waarschuwing van de hoofdinspecteur Geestelijke Gezondheidszorg, dat psychiaters die zich in het openbaar uitlaten over mensen die ze niet hebben ‘gezien’, kunnen rekenen op tuchtmaatregelen, lijken op Bakker weinig indruk te maken. ‘De dwarse psychiater’ is dinsdag 21 december om 23.05 uur bij de VARA op Nederland 3. Hans Polak: ‘Wat me aan hem boeit is dat hij op de een of andere manier steeds weer de grenzen van het vak opzoekt. Zijn standpunten zijn bepaald niet altijd politiek correct, maar dat maakt het juist extra interessant. Hij zal zich ook niet zo makkelijk verschuilen achter allerlei vormen van het beroepsgeheim. Hij durft zich kwetsbaar op te stellen. En hij is niet bang om z’n eigen ijdelheid onder ogen te zien.’ Cliënten die bij Bram Bakker terecht komen, hebben niet zelden al een lange weg binnen de psychiatrie achter de rug. Bij de opnamen voor de documentaire kon worden gefilmd zonder enige beperking. Polak: ‘Daardoor krijg je als het ware ook minibarretjes van de mensen die door Bakker worden behandeld. Zo hebben we bijvoorbeeld vanaf de allereerste keer een aantal sessies gevolgd met een vrouw die lijdt aan een zogenaamde bipolaire stoornis. Eerder hadden artsen geweigerd haar antidepressiva voor te schrijven uit angst voor hypomane aanvallen. Volgens Bakker kon dat risico wel worden genomen en nu is ze weer aan het werk.’ Begin 2003 baarde Bram Bakker veel opzien met ‘Te gek om los te lopen’, een kritisch boek over de psychiatrie en de organisatie daarvan in Nederland. Eind maart 2004 verscheen ‘Loden last’ – dat hij samen schreef met de journalist Bram Hulzebos - over de gevolgen die door zelfmoord worden veroorzaakt en over de mogelijke preventie van zelfmoord. Momenteel werkt Bakker in deeltijd op de ‘Ursula’, het landelijke kennis- en behandelcentrum voor eetstoornissen van de Robert-Fleury Stichting in Leidschendam. Daarnaast heeft hij een kleine (volle) praktijk als vrijgevestigd psychiater in Amsterdam. OVERDRACHT: Patiënten omschrijven Bram Bakker als een psychiater die écht naar hen luistert en daadwerkelijk bij hun problemen betrokken is. Aan de zogenaamde ‘therapeutische afstand’ die de psychiater moet bewaren ten opzichte van zijn cliënten, stoort Bakker zich weinig of niet. De grote angst voor allerlei vormen van ‘overdracht’ is wat Bakker betreft meestal onterecht en waar de overdracht wel optreedt is die best hanteerbaar mits men een beetje alert is. Polak: ‘Bakker stelt zich op het standpunt dat het juist moet klikken tussen de psychiater en zijn cliënt. Er moet een vertrouwensband, betrokkenheid kunnen ontstaan. Hij zal dan bijvoorbeeld ook niet aarzelen om zijn mobiele nummer of emailadres aan een patiënt te geven als hij vindt dat dat nodig is. Ik was echt onder de indruk van de manier waarop hij met de mensen omgaat. Hij maakt zich echt druk over dingen die hen aangaan. Zo aarzelde hij bijvoorbeeld ook niet om zo af en toe, in zijn vrije tijd, even langs te gaan bij een man die hij behandelde vanwege een ernstig oorlogstrauma. Gewoon om even te kijken hoe met de man ging. Uit belangstelling.’ Bram Bakker stelt zich op het standpunt dat binnen de GGZ de managers teveel de dienst uitmaken. Polak: ‘Daar wil hij het nodige aan veranderen en je kunt je voorstellen dat velen hem dat niet bepaald in dank afnemen. Maar het gaat hem wel ter harte. Daarnaast is het ook zo dat hij niet bang is om toe te geven dat veel vormen van behandeling in de psychiatrie gebaseerd zijn op intuïtie en natte vinger-werk.’ Na zijn eindexamen in 1982 ging Bram Bakker, in Amsterdam, geneeskunde studeren met maar één doel voor ogen: hij wilde psychiater worden. Zijn opleiding volgde hij aan de Vrije Universiteit en na zijn registratie als psychiater (1999) werkte hij een tijd als consultant voor een aantal farmaceutische bedrijven. In februari 2000 promoveerde Bakker op een onderzoek naar de uitkomsten van de behandeling van paniekstoornissen ('hyperventilatie'). Hij werkte als psychiater korte tijd in Leiden, deed onderzoek in de Verenigde Staten (aan de universiteit van Yale) en werkte van eind 2000 tot begin 2004 op de psychiatrische afdeling (PAAZ) van het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis in Amsterdam. Hij publiceerde in bladen als Psychologie Magazine, Vrij Nederland en Het Parool en voor het Maandblad Geestelijke volksgezondheid (MGv) schrijft hij recensies, ook over fictie.

 

 

Omstreden: de dwarse psychiater 17 december 2004Mikro Gids nr. 51 (18 t/m 24 december) – De VARA zendt op dinsdag 21 december a.s. om 22.58 uur op Nederland 3 de documentaire ‘De dwarse psychiater’ uit. “Hans Polak heeft psychiater en schrijver Bram Bakker een jaar lang met de camera gevolgd voor de documentaire die de VARA vanavond uitzendt. Hierin zijn gesprekken met patiënten te zien en komen Bakkers omstreden opvattingen duidelijk naar voren. Zijn boeken ‘Te gek om los te lopen’ en het samen met Bram Hulzebos geschreven ‘Loden last’ waren populair bij patiënten en media, maar vielen binnen de psychiatrie verkeerd. Bakkers opvattingen over deze sector zijn namelijk niet echt positief te noemen. Lees ook het artikel ‘Schrijvers boek ‘Loden last’ winnen prijs suïcidepreventie’ van 9 december jl. dat u eveneens op deze nieuwspagina aantreft.

 

 

Schrijvers boek 'LODEN LAST' winnen prijs suïcidepreventie  9 december 2004 -- Redactie Schizofrenie Bulletin / Ypsilon & Ivonne van der Ven Stichting – ROTTERDAM - De Ivonne van de Ven Prijs 2004 is toegekend aan Bram Hulzebos en Bram Bakker voor hun boek Loden Last. De prijs is door de Ivonne van de Ven Stichting ingesteld om belangrijke bijdragen aan de preventie van zelfmoord te onderscheiden. Het is de derde keer dat de prijs wordt uitgereikt en wel op 26 januari 2005. De winnaars ontvangen een geldbedrag van 1.750 euro. In het juryrapport wordt Loden Last geprezen als een helder en overtuigend geschreven pleidooi om het aantal zelfdodingen terug te dringen. In Loden Last zijn persoonlijke geschiedenissen van nabestaanden opgenomen. Deze illustreren de noodzaak van een betere hulpverlening aan suicidale personen, volgens de jury. De muur tussen de hulpverlening, suicidale personen, familie en vrienden dient te worden geslecht. Loden Last sluit daarmee aan bij het eerder door de Ivonne van de Ven Stichting genomen initiatief voor een Nationaal Actieplan Suicidepreventie. De jury, onder voorzitterschap van prof. Jan Neeleman van het UMC spreekt in haar rapport de bezorgdheid uit dat slechts 1 inzending vanuit de wetenschappelijke wereld werd ontvangen. "De conclusie lijkt gerechtvaardigd dat in Nederland meer en beter wetenschappelijk onderzoek moet worden verricht naar zelfdoding. In tegenstelling tot vele andere landen blijft in Nederland het aantal zelfmoorden onveranderd hoog (rond 1500 doden per jaar). Alleen op basis van gedegen onderzoek kan een terugdringing tot stand gebracht worden."

 

 

Het tweede boek van Bram Bakker: ‘Loden Last: het taboe rond zelfmoord’ (2004)

 

Het eerste boek van Bram Bakker: ‘Te gek om los te lopen: misverstanden in de psychiatrie’ (2003)

 

 

 

www.misbruikdoorhulpverleners.nl