- Nieuws GOG Gezondheidszorg Nederland –
|
NIEUWS GOG GEZONDHEIDSZORG NEDERLAND 2004 / 2003 en oudere jaren NIEUWS GOG GEZONDHEIDSZORG BUITENLAND 2005 DOSSIER GOG GEZONDHEIDSZORG BELGIE 2005 DOSSIER REGRESSIE- / REINCARNATIETHERAPIE 2005 |
Grensoverschrijdend gedrag door vrouwelijke psychotherapeute – 28 december 2005 – Red. MdH – Op dinsdag 20 december jl. vond in de Rechtbank van Amsterdam een hoorzitting plaats van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam. Het gaat bij deze zaak om non-seksueel grensoverschrijdend gedrag door een vrouwelijke psychotherapeute werkzaam in de omgeving van Amsterdam. Tijdens de behandeling van klaagster ging de therapeute een werkrelatie met de toen aan haar zorg toevertrouwde patiënte aan. Verder houdt de klacht in dat de psychotherapeute zich niet aan haar dossierplicht heeft gehouden. Het laatstgenoemde is geenszins verbazingwekkend aangezien er bij grensoverschrijdend gedrag van professionals bijna altijd sprake is van diverse vormen van gebrekkige professionele zorg en/of onprofessioneel gedrag waarbij het niet of het slechts summier voeren van een dossier een standaard onderdeel betreft. Het tuchtcollege kondigde de zaak aan als een zaak tegen verweerster bestaande uit drie klachten waarvan de inhoud overeenkomsten vertoont. Klagers zijn een ex-patiënte van de betreffende psychotherapeute evenals de Inspectie voor de Gezondheidszorg. De eerste twee zaken werden om 14 uur gezamenlijk ter zitting behandeld, te weten de zaken met kenmerk 05/080 en 04/116P. De zaak met het kenmerk 05/074 werd om 15.30 uur door het college behandeld. Onderstaand treft u de formulering van het tuchtcollege aan voor de drie genoemde klachten:
1e zaak: 05/080:
De door de Inspectie voor de Gezondheidszorg ingediende klacht houdt in dat verweerster door haar handelwijze de grenzen van een professionele relatie heeft overschreden door eveneens een werkgeefster/werkneemster relatie met de patiënte aan te gaan. Voorts wordt verweerster verweten dat zij zich niet heeft gehouden aan de daarvoor geldende richtlijnen door het aannemen van geschenken.
2e zaak: 04/116P:
De patiënte verwijt verweerster -onder andere- dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld door de relatie arts versus patiënt niet strikt gescheiden te houden daar waar zulks wel geboden was. De klacht heeft voorts betrekking op de dossierplicht van verweerster.
3e zaak: 05/074:
Klaagster verwijt verweerster onzorgvuldig medisch en psychotherapeutisch te hebben gehandeld door haar tijdens de behandeling als onbezoldigd medewerkster werkzaamheden te laten verrichten.
De vermelding ‘verweerster voert gemotiveerd verweer’ die het tuchtcollege onder alle klachten plaatst, hebben wij bij het noemen van de klachten weggelaten aangezien het om een standaard formulering gaat die inhoudelijk niets zegt over het al dan niet gemotiveerd voeren van het verweer door de beklaagde partij. Recentelijk bleek dat het tuchtcollege deze vermelding eveneens plaatst bij verweren die geenszins gemotiveerd kunnen worden genoemd. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de zaak met het kenmerk (04/097P waarbij verweerder zich tijdens het gesprek in het kader van het vooronderzoek door niet te verschijnen helmaal niet verweerde en eerder een aanklacht indiende toen het de bedoeling was een verweerschrift in te dienen.
Helaas was het onze redactie op 20 december jl. niet mogelijk bovenstaande tuchtzaak te volgen en een verslag van de zitting te maken. De uitspraak in deze zaak zullen wij t.z.t. publiceren. Zij wordt omstreeks begin februari 2006 verwacht en zal op de website van het tuchtcollege gepubliceerd worden.
Tuchtraad berispt homeopaat -- 24 december 2005
-- Leidsch Dagblad, door: Silvan Schoonhoven -- LEIDEN - Een homeopathisch arts uit Leiden krijgt een
berisping van het Medisch Tuchtcollege in Den Haag omdat hij seksuele grenzen
heeft overschreden. Een patiënte verwijt de arts dat hij haar, terwijl ze in
behandeling was, de liefde heeft verklaard en haar heeft uitgenodigd tot seks.
Ook heeft hij zich ten onrechte uitgegeven als huisarts. Het college geeft de
klaagster op alle punten gelijk. De vrouw heeft een incestverleden en stond al acht jaar bij
de homeopaat onder behandeling voor depressieve klachten en vermoeidheid. De arts heeft in die tijd 'niet de professionele
afstand tot klaagster bewaard die de beroepscode voorschrijft', oordeelt het
Tuchtcollege. Het college gelooft niet dat de arts de relatie verbrak, zoals
hij beweert. Niet alleen de patiënte, ook de Inspectie voor de Gezondheidszorg
(IGZ) diende een tuchtklacht in. De inspectie legt de arts 'onprofessioneel
medisch handelen' ten laste. Volgens de inspectie had de homeopaat moeten
vaststellen dat zijn behandeling niet hielp tegen de klachten van de vrouw toen
die begonnen te verergeren. Hij had haar moeten doorverwijzen naar de huisarts,
maar beperkte de behandeling tot het voeren van gesprekken en het voorschrijven
van homeopathische medicijnen. De arts heeft ook zonder overleg met de huisarts
een regulier medicijn voorgeschreven. In de loop van
de behandeling zocht de homeopaat verdere toenadering tot zijn patiënte, die verliefd op hem werd. Onder druk van de situatie kreeg ze
last van slapeloosheid, migraine, vermoeidheid en concentratieproblemen.
Uiteindelijk belandde ze bij een psychiater, die haar medicijnen voorschreef
tegen de depressie. Daarvan knapte ze op. ,,Doordat de
arts de kwetsbaarheid van patiënte heeft onderschat, de beperkingen van zijn
homeopathische geneeswijze heeft miskend en zijn eigen deskundigheid heeft
overschat, is klaagster tijdige en adequate hulp onthouden'', stelt het
college.
Commentaar red. MdH: Bij de homeopathisch arts gaat het om de Leidse arts D.K. Lees ook het
onderstaande persbericht van 23 december jl. afkomstig van onze redactie.
Tuchtcollege
legt homeopathisch arts berisping op: Leidse arts D.K. veroordeeld voor
seksueel grensoverschrijdend gedrag met patiënte – 23 december 2005
– Persbericht Redactie MdH -- Op 21 december 2005 heeft het Regionaal
Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag uitspraak gedaan inzake klachten betreffend grensoverschrijdend gedrag jegens
een patiënte en onprofessioneel medisch handelen. De tegen de Leidse
homeopathisch arts D.K. ingediende klachten werden gegrond verklaard en de arts
kreeg de maatregel van berisping opgelegd.
Seksuele avances
De patiënte had de arts
aangeklaagd wegens seksuele avances. Het medisch
tuchtcollege stelt hierover: “Vast staat dat de arts niet de professionele
afstand tot klaagster heeft bewaard die de beroepscode voorschrijft” en
verklaart de klacht op dit punt gegrond. Aan de bewering van de arts dat hij de
relatie met de patiënte al geruime tijd tevoren had beëindigd, schonk het
college geen geloof: “Van een beëindiging van de behandelrelatie zoals die
behoort te geschieden is in elk geval geen sprake geweest”.
Onprofessioneel
medisch handelen
Verder legde de patiënte de arts
onprofessioneel medisch handelen ten laste, omdat hij zich had opgeworpen als
behandelaar van haar vermoeidheid en depressieve klachten. Naar het oordeel van
de patiënte had de homeopathisch arts het gebrek aan
effect van zijn behandeling moeten vaststellen en haar moeten terugverwijzen
naar de huisarts. Het college deelt deze mening en acht ook deze klacht
gegrond.
Beslissing:
maatregel van berisping
Samenvattend komt het Regionaal
Tuchtcollege tot de conclusie dat de klacht op alle punten gegrond is en legt
de arts de maatregel van berisping op. Arts en patiënte hebben 6 weken de tijd
om tegen de uitspraak in hoger beroep te gaan.
Aanvullende
informatie:
· Op 19 oktober 2005 kondigden wij de hoorzitting in
bovenstaande tuchtzaak d.m.v. ons persbericht 'Leidse arts beschuldigd van seksueel
grensoverschrijdend gedrag: twee tuchtzaken tegen homeopathisch arts' aan. De
zitting diende op 25 oktober
· Wij zullen de uitspraak z.s.m. integraal gaan publiceren. Op deze pagina treft u al het
klaagschrift en een gedeelte van het pleidooi (zoals ter zitting op 25 oktober
jl. voorgedragen) van de voormalige patiënte aan. Het verweerschrift, de repliek, de dupliek
in deze zaak (2004 0 089), het pleidooi van de inspectie in de zaak 2004 0 167
en een uitgebreid zittingsverslag van onze redactie zullen wij z.s.m.
publiceren.
· De genoemde uitspraak
betreft slechts de zaak die de voormalige patiënte bij het tuchtcollege
aanhangig heeft gemaakt. Over de uitspraak in
de zaak die de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) tegen de arts aanspande, is ons tot dusver nog
niets bekend. U kunt betreffende de zaak van de inspectie (2004 0 167)
desgewenst contact opnemen met de inspecteurs mw. drs. C.W.J. Janssen of met
mw. mr. R.C. van der Veen, IGZ Rijswijk: 070 -372 31 00.
· Mocht u contact op willen
nemen met het Regionaal Tuchtcollege in Den
Haag: Postbus
97831, 2509 GE Den Haag, Tel.: 070 - 350 09 73, Fax: 070 - 350 10 24.
· Voor verdere, algemene informatie, feiten en cijfers over
het onderwerp grensoverschrijdend gedrag (GOG) door hulpverleners verwijzen wij graag naar
onze pagina ‘wetenschappelijke feiten’ op onze website.
Onderstaand treft u ook ons eerder door onze redactie verzonden
persbericht in deze zaak aan: ‘Leidse arts beschuldigd van seksueel
grensoverschrijdend gedrag: twee tuchtzaken tegen homeopathisch arts’
(19 oktober 2005). Toen verscheen een ANP bericht, een artikel in Trouw evenals
een nieuwsbericht op de voorpagina van het Leidsche Dagblad. Alle
nieuwsberichten kunt u op onze website aantreffen. Alle persberichten afkomstig
van onze redactie treft u onder de link MEDIA in ons hoofdmenu aan. Na de link
MEDIA gekozen te hebben, dient u door te klikken naar de pagina WEBSITE IN DE
MEDIA.
Amstelveense psychotherapeut verzet zich tegen toetsing door tuchtrechter: Psychotherapeut aangeklaagd wegens veelvuldig machtsmisbruik -- 12 december 2005 – Persbericht redactie MdH – Op dinsdag 13 december a.s. om 16.15 uur dient een openbare hoorzitting bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam tegen een Amstelveense psycholoog/psychotherapeut. De hulpverlener met dubbele BIG-registratie heeft, volgens klaagster, een in Amstelveen woonachtige ex-cliënte, en tevens een van de oprichtsters van onze website, een bijzonder groot aantal artikelen van zijn beroepscodes evenals artikelen van de Wet BIG*, de Wet GBO** en de strafwet geschonden. Samenvattend gaat het bij deze klacht om ‘divers grensoverschrijdend, onprofessioneel gedrag binnen vervolgtherapie voor seksueel grensoverschrijdend gedrag door een collega tijdens het misbruik’. Het aan deze tuchtzaak ten grondslag liggende feitencomplex was de belangrijkste reden voor oprichting van de website Misbruik door Hulpverleners (MdH) die op 3 oktober 2003 werd gelanceerd en die dagelijks rond 200 bezoekers ontvangt.
Grensoverschrijdend, onprofessioneel gedrag
Het in mei 2004 tegen de psychotherapeut ingediende klaagschrift werd opgevolgd door een omvattende, van steekhoudende bewijsstukken voorziene repliek van klaagster die een aanzienlijk aantal onjuiste stellingen van de psychotherapeut aantoont. Deel uitmakend van de klacht zijn onder meer de navolgende klachtpunten:
· het bieden van een buitengewoon onprofessionele vervolgbehandeling voor hulp i.v.m. seksueel misbruik door zijn collega (meervoudig veroordeeld)***
· het opzettelijk, onterecht uitbrengen van een advies voor psychiatrische opname met het doel het seksueel misbruik door de vorige therapeut te verdoezelen
· het opleggen van een verbod aan de cliënte het ziekenhuis waar haar vorige psychotherapeut werkzaam was over het misbruik te informeren
· het opzettelijk onjuist informeren van de huisarts over de diagnose van de cliënte
· het achteraf creëren van een medisch dossier met volledig onjuiste inhoud
· het misleiden van cliënten en collegae door jarenlange, onterechte vermelding van het lidmaatschap bij een beroepsvereniging
· het plegen van fraude naar de zorgverzekeraar van cliënte toe
· het toepassen van veel verbaal geweld bij het abrupt, eenzijdig verbreken van de behandelrelatie
Verzet psychotherapeut tegen toetsing door het tuchtcollege
Op uitnodiging van klaagster zal ter zitting een collega psychotherapeut verschijnen die voornemens is het college te gaan informeren over problemen t.a.v. de praktijkvoering van de Amstelveense psychotherapeut. De klacht van klaagster staat niet op zichzelf, al lijkt het zo te zijn dat de hulpverlener niet eerder voor het medisch tuchtcollege werd gedaagd. Aan het gesprek in het kader van het vooronderzoek nam verweerder niet deel. De psychotherapeut poogde van begin af aan onder behandeling van deze klacht uit te komen. Hij ontkende dat er ooit een behandelrelatie met klaagster zou hebben bestaan en noemde het circa 5 maanden durende behandelcontact een uitgebreide intakefase die volgens hem niet onder beoordeling door een tuchtcollege zou vallen. Met zijn verzoek aan het tuchtcollege, de tegen hem ingediende klacht onontvankelijk te verklaren, poogde hij aan een uitspraak over zijn professioneel functioneren door de tuchtrechter te ontkomen. De vooronderzoeker, psychiater L. Perquin, oordeelde echter anders en wees op grond van de stukken en het vooronderzoek een rechtszitting aan. In zijn verweer verweerde de psychotherapeut zich niet maar hij ging met name in de aanval door zijn ex-cliënte te presenteren als een buitengewoon gestoorde, onbetrouwbare, leugenachtige vrouw. Tevens dreigde hij al in zijn verweerschrift juridische stappen tegen haar te gaan ondernemen wegens ‘laster, smaad en hetze’. Zijn verweer berust grotendeels op stellingen die hij niet kon onderbouwen. Blijkbaar bezorgd over hetgeen zijn collega als getuige van de ex-cliënte bij het tuchtcollege kan aandragen, verzocht verweerder het college dan ook nog het niet toe te staan dat de collega als getuige ter zitting zal worden gehoord. De ervaring leert dat het slechts zelden voorkomt dat een hulpverlener bereid is voor het tuchtcollege tegen een collega te getuigen. Ook blijkt uit ervaring dat op het moment dat dit wel het geval is, met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid sprake is van ernstige, structurele misstanden binnen de praktijk van een hulpverlener.
*WET BIG: Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg
**WET BGO: Wet inzake de geneeskundige behandelovereenkomst
*** Freek F., psychotherapeut te Amsterdam
Nota bene:
· De stukken die deel uitmaken van deze procedure, te noemen klaagschrift, verweerschrift, repliek en dupliek treft u al op onze website aan: http://www.misbruikdoorhulpverleners.nl/lopendetuchtzaken1psychotherapeutAmstelveen2004.html
· Verdere informatie over deze zaak treft u op onze pagina NIEUW OP DEZE SITE aan: http://www.misbruikdoorhulpverleners.nl/nieuwopdezewebsite.html
· Het college werd als volgt samengesteld: mr. H. van Breda (voorzitter), mr. M. Bleeker-Hemmes (secretaris) & mr. A.N.A. Josephus Jitta als leden juristen en drs. L.M. Gualthérie van Wezel, dr. R. J. Takens en drs. L.J.J. M. Geertjes als leden psychotherapeuten.
· De uitspraak in deze zaak zal omstreeks eind januari 2006 zijn en op de website van het Centraal tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (www.tuchtcollege-gezondheidszorg.nl, kenmerk: 2004/097) evenals op onze website bekend worden gemaakt.
!!! De bovenstaande voor 13 december 2005 aangekondigde hoorzitting moest helaas enkele uren voor begin van de zitting door het tuchtcollege worden afgelast. Dit i.v.m. ziekte van een van de collegeleden. De zitting zal hierdoor zeer waarschijnlijk pas in het nieuwe jaar kunnen plaatsvinden. Zodra een nieuwe zittingsdatum bekend is, zullen wij u erover gaan informeren.
Hoogleraar weigert carrière
te besluiten met berisping – 12 december 2005 – Verpleegkundenieuws
-- Begin januari 2001 vonden twee verpleegkundigen van
het Bethesda ziekenhuis in Hoogeveen dat de dienstdoende kinderarts
onvoldoende adequaat optrad bij een 14-jarig meisje dat doodziek werd
binnengebracht met mogelijk een bacteriologische infectie. Zij verhuisden het
meisje zonder overleg met de arts naar de IC. De patiënt heeft het, mogelijk
dankzij deze actie, zonder complicaties gered. Een van de twee
verpleegkundigen deed naderhand een zogenaamde Fona-melding (interne
klachtprocedure). Dat leidde er uiteindelijk toe dat de Inspectie voor de
Volksgezondheid werd ingelicht, die een tuchtrechtelijke procedure startte
tegen de kinderarts. De arts, die voor de invalbeurt in het Hoogeveense
ziekenhuis vooral als hoogleraar werkte, werd volgens het Groningse regionaal
tuchtcollege slecht ingewerkt, maar draagt daar wel zelf de
verantwoordelijkheid voor. Omdat hij verder slecht communiceerde met de
verpleging en omdat zijn feitelijke zorgverlening tekortschoot –er is te lang
gewacht met het toedienen van antibiotica – berispte het tuchtcollege de arts.
Deze ging in hoger beroep bij het centraal tuchtcollege in Den Haag. Vanwege
een hartaanval begin dit jaar was de hoogleraar volgens zijn advocaat niet in
staat om zelf voor het tuchtcollege in Den Haag te verschijnen. De advocaat
verzekerde dat zijn cliënt nog steeds van mening is dat hij naar beste kunnen
heeft gehandeld en dus geen sanctie verdient. Voor de inspecteur voor de
gezondheidszorg in Groningen, mr. D. Joloemsingh, blijkt alleen al uit het feit
dat de hoogleraar in hoger beroep is gegaan dat hij ‘weinig tot geen kritisch
inzicht heeft in de wijze van zijn functioneren’. Uitspraak tuchtcollege over
een maand of twee.
Seksueel grensoverschrijdend gedrag door begeleidster in jeugdinrichting Harreveld – 11 december 2005 – Redactie MdH – Op 8 december jl. besteedde Netwerk met de uitzending ‘Seksuele misstanden Jeugdinrichting Harreveld’ ook aandacht aan de problematiek ‘seksueel grensoverschrijdend gedrag (GOG) door hulpverleners’. Naast gewenste en ongewenste seksuele intimiteiten die jongeren in de jeugdinrichting ondanks strenge toezicht en observatie met elkaar uitwisselen, berichtte Netwerk ook over een geval van seksueel grensoverschrijdend gedrag dat door een begeleidster met een van de in de instelling verblijvende jongens gepleegd zou zijn. Bureau Jeugdzorg, de voogd van de jongen in kwestie, zo berichtte men, neemt het geval van seksueel grensoverschrijdend gedrag door de begeleidster zeer serieus en wil de zaak tot op de bodem uitgezocht hebben. De directeur van Harreveld, Vincent Maas, merkte op dat het ‘buitengewoon onwaarschijnlijk’ zou zijn dat het om een terechte beschuldiging zou gaan. Er zou een onderzoek naar deze casus hebben plaatsgevonden volgens de jeugdinrichting. Echter, Bureau Jeugdzorg vraagt zich af of er daadwerkelijk een onderzoek in Harreveld werd uitgevoerd. Medewerkers van Netwerk hebben de instelling herhaaldelijk verzocht kennis te mogen nemen van het onderzoeksrapport. De jeugdinrichting echter stond inzage niet toe. Helaas is het feit dat slechts bij grote uitzondering onterechte beschuldigingen in richting van hulpverleners worden geuit, niet alom bekend. Met betrekking tot het thema onterechte beschuldigingen van seksueel misbruik scheert men helaas regelmatig diverse vormen van seksueel GOG ten onrechte over één kam. Het percentage onterechte beschuldigingen bij verkrachting door een vreemde bijvoorbeeld ligt vele malen hoger dan bij seksueel GOG door hulpverleners waarbij men uitgaat van minder dan 1%. Dit komt o.a. daardoor dat het bijzonder moeilijk blijkt te zijn voor slachtoffers om iemand aan wiens zorg men toevertrouwd was of is in verband te brengen met seksueel onaanvaardbaar of zelfs strafbaar gedrag. Cliënten en patiënten voelen zich meestal nog lange tijd nadat een behandelrelatie werd beëindigd verplicht om ‘loyaal’ te moeten zijn t.a.v. de hulpverlener die hen toch immers ook heeft geholpen. Wij zijn dan ook bijzonder blij dat Bureau Jeugdzorg de zaak tot op de bodem uitgezocht wil zien. De kans immers dat de beschuldigingen van de jongen wel waar zijn, is buitengewoon groot en indien de beschuldigingen terecht zijn, dienen de nodige maatregelen genomen te worden om tenminste in de toekomst jongeren die in de jeugdinrichting verblijven te beschermen voor seksueel ontoelaatbaar gedrag door de het betreffende personeelslid dat nu verdacht wordt van het plegen van ontucht met misbruik van gezag.
Na misbruik geschrapt uit BIG-register -- 9 december 2005 – Medisch Contact, Nr. 49, Rubriek: Uitspraak Tuchtcollegem Auteurs: B.V.M. Crul, arts mr. W.P. Rijksen -- In Het Parool van 15 november verweert huisarts en acupuncturist André Coronel (58) uit de Amsterdamse Watergraafsmeer zich in een ongebruikelijk open interview tegen de zwaarst mogelijke tuchtrechtelijke straf die hem is opgelegd, namelijk de doorhaling van zijn inschrijving in het BIG-register. Hij weet van de prins geen kwaad en snapt niet waarom hij uit zijn functie is gezet. Het Regionaal Tuchtcollege schorste hem voor zes maanden voorwaardelijk vanwege grensoverschrijdend seksueel gedrag met meerdere patiënten en ‘bankje spelen’ met andere, psychisch labiele patiënten. In hoger beroep deed het Centraal Tuchtcollege daar echter een forse schep bovenop. Coronel (‘G’) krijgt de zwaarste straf: doorhaling van inschrijving in het BIG-register. Einde oefening dus. Als je het interview leest, zou je kunnen denken dat je te maken hebt met een geslachtofferde collega. Volgens hem ging het slechts om de enige relatie die hij met een patiënt heeft gehad , en dat pas nadat de behandelrelatie was beëindigd (of - Het Parool lezend - toch niet?) Het Centraal Tuchtcollege gaat in onderstaand ingekort vonnis uit van andere feiten, op grond waarvan de conclusie resteert: Coronel is een grote jokkebrok en heeft de artsentitel én kwetsbare patiënten misbruikt. Het ging niet om een ‘een incidentele met de feilbaarheid van de mens verweven ontsporing’, zoals het Centraal Tuchtcollege het zo fraai uitdrukt, maar om contacten met verschillende vrouwen die door hem in hun integriteit als patiënt zijn aangetast. Artsen die hun patiënten voor hun eigen genoegens gebruiken, kunnen we toch missen als kiespijn? Het Centraal Tuchtcollege voor de gezondheidszorg vond in ieder geval van wel.
Jaar cel voor zelfmoordconsulent -- 7 december 2005 -- Algemeen Dagblad -- ALKMAAR - De rechtbank in Alkmaar heeft de 73-jarige J. H. uit Castricum woensdag tot twaalf maanden gevangenisstraf veroordeeld. De voormalig zelfmoordconsulent van Stichting De Einder is schuldig bevonden aan hulp bij zelfdoding van een 25-jarige vrouw. De straf is gelijk aan de eis van het Openbaar Ministerie. Volgens de rechtbank is H. bij zijn adviezen te ver gegaan. Ze nam het hem in het bijzonder kwalijk dat hij de vrouw medicijnen had toegestuurd die, in een juiste combinatie met andere pillen, dodelijk zouden zijn. Tijdens de behandeling van de zaak stelde de rechtbank al dat H. in dit zelfmoordproces ,,een katalysator'' was geweest. De rechtbank zette eerder al grote vraagtekens bij de veronderstelde doodswens van de vrouw. In een niet verzonden brief schreef de vrouw dat ,,het qua timing slecht uitkomt. Alles is nu in een stroomversnelling gekomen, er is geen weg meer terug.'' Zij schreef de brief kort nadat ze van H. de medicijnen had ontvangen. Op 10 november 2003 pleegde zij daadwerkelijk zelfmoord. In het vonnis stelt de rechtbank dat H. niet de aangewezen persoon is om vast te stellen of in dit geval sprake was van ondraaglijk lijden aan het leven. Zijn gedrag ten aanzien van de vrouw noemt de rechtbank ontoelaatbaar. Gelet op de leeftijd van H. vond de rechtbank een voorwaardelijke straf niet zinvol. Zijn verweer dat hij moest worden vrijgesproken, omdat hij niet lijfelijk aanwezig was bij de zelfmoord, werd verworpen. H. heeft nog geen beslissing genomen over een eventueel hoger beroep. H. is sinds september 2004 niet meer werkzaam als consulent voor Stichting De Einder. Stichting De Einder vierde in juni haar 10-jarig bestaan. De stichting wil dat het verbod op hulp bij zelfdoding uit het Wetboek van Strafrecht wordt geschrapt. Er zijn vijftien zelfdodingsconsulenten aan De Einder verbonden.
Maatregel tuchtcollege voor psychotherapeut: doorhaling inschrijving -- 3 december 2005 – Red. MdH -- Afgelopen week heeft het tuchtcollege aan een psychotherapeut de zwaarste maatregel opgelegd: doorhaling van zijn inschrijving in het BIG-register. De voormalig psychiater/psychotherapeut uit het zuiden van het land raakte op 1 november 2004 al zijn licentie als psychiater kwijt. Op 1 december 2005 raakte hij nu ook zijn licentie als psychotherapeut kwijt waarmee hij nu algeheel uit het BIG-register geschrapt kan worden – mits een eventuele behandeling in hoger beroep tot dezelfde uitspraak zal leiden. Om welke redenen de psychiater-psychotherapeut zijn BIG-registraties kwijtraakte, zullen wij t.z.t. nog gaan vermelden. Het gaat in ieder geval om diverse vormen van structureel gebleken onprofessioneel gedrag. De zaak werd door de inspectie bij het tuchtcollege aangedragen. De betreffende hulpverlener maakte velen het leven zuur en diende tegen velen klachten in. Het zijn dan ook niet slechts cliënten en patiënten die door deze uitspraak eindelijk opgelucht adem kunnen halen. Na langdurige weigering in het verleden aan een patiënt zijn dossier ter inzage te geven (waarop iedere patiënt volgens de wet recht heeft) diende de psychiater een zeer grote som schadevergoeding in de vorm van een vastgestelde dwangsom per dag te betalen.
Paranormale genezer F.P. kreeg 4,5 jaar cel voor misbruik patiënten – 30 november 2005 – Red. MdH -- BREDA - De rechtbank in Breda heeft dinsdag de 57-jarige paranormale genezer F.P. uit Breda veroordeeld tot 4,5 jaar gevangenisstraf voor de verkrachting van twee vrouwen en het seksueel misbruiken van twee verdere patiënten. De officier van justitie had zes jaar celstraf geëist, zo berichtte De Telegraaf. Vanaf 1996 tot 2002 bedwelmde hij zijn slachtoffers met o.a. oxazepam, een kalmeringsmiddel. De meestal jonge vrouwen, tussen 17 en 20 jaar oud, dienden aan het begin van een sessie een glas suikerwater te drinken waar P. een 'magische gouden ring' in deed. Na enige tijd vielen de vrouwen dan in slaap. Uit politie onderzoek bleek dat P. een grote hoeveelheid pillen in huis had. De rechtbank oordeelde dat de P. zich op grove wijze misbruik heeft gemaakt van het in hem gestelde vertrouwen door de vrouwen. Tijdens de rechtszitting verklaarde P. dat hij paranormale krachten bezit waarmee hij personen die in de knoop zitten, kan helpen. „Ik probeer de negatieve energie uit mijn patiënten te halen en de positieve te bevorderen. Ik heb niets gedaan wat de vrouwen zelf niet wilde, als ik ze heb aangeraakt, is dat altijd met toestemming gebeurd.” Volgens een psychiatrisch rapport is P. volledig toerekeningsvatbaar.
Celstraf voor genezer na misbruik – 29 november 2005 -- RTLNieuws.nl -- Een paranormaal genezer uit Breda is tot 4,5 jaar celstraf veroordeeld omdat hij twee vrouwelijke patiënten heeft verkracht en er twee heeft misbruikt.
Bedwelmd
De man bedwelmde zijn slachtoffers met slaapmiddelen, die hij in een drankje deed. Nadat de vrouwen in slaap waren gevallen vond het misbruik plaats. De rechter vond dat het vertrouwen van de patiënten op grove wijze is geschaad.
Toestemming
Zelf zegt de man dat hij met zijn paranormale gaven de negatieve energie uit de vrouwen haalde en de positieve stimuleerde. Voor de intimiteiten zouden ze toestemming hebben gegeven.
Commentaar red. MdH: Het gaat om de 57-jarige Bredase magnetiseur c.q. paranormaal genezer F.P..
OM eist jaar cel tegen zelfmoordconsulent J.H. van De Einder -- 23 november 2005 -- Red. MdH -- ALKMAAR - Het Openbaar Ministerie (OM) in Alkmaar heeft woensdag een jaar celstraf geëist tegen de 73-jarige J.H. uit Castricum, zo bericht De Telegraaf. De voormalig zelfmoordconsulent van Stichting De Einder wordt verweten behulpzaam te zijn geweest bij de zelfdoding van een 25-jarige vrouw. H. voerde zijn eigen verdediging en vroeg om vrijspraak. Volgens het OM heeft de verdachte bij zijn hulp aan de overleden vrouw „zichzelf boven de wet gesteld” en „de grenzen van hulp bij zelfdoding overschreden”. H. zelf ontkent daadwerkelijk geholpen te hebben bij de zelfmoord. „Ik was er niet bij aanwezig”. H. correspondeerde met de vrouw via brieven en een enkel telefoongesprek. Hierin vertelde hij haar onder meer over dodelijke combinaties en hoeveelheden van medicijnen. Ook stuurde hij haar daadwerkelijk medicijnen. De vrouw had volgens H. een nadrukkelijke doodswens. Volgens hem wilde ze al zeven jaar dood en had bovendien al twee keer een zelfmoordpoging gedaan. Rechter R. van Zutphen stelde grote vraagtekens bij de werkwijze van de zelfmoordconsulent. Vooral het feit dat hij hulpbehoevenden adviseerde zonder enig persoonlijk contact, kon op weinig begrip van de rechtbank rekenen. „U bent een consulent op papier, u kent de mensen helemaal niet”, aldus Van Zutphen. „U stelt mensen in staat zichzelf van het leven te beroven, zonder enige check.” Ten aanzien van de dood van de 25-jarige vrouw stelde de rechtbank: „U bent een katalysator in het proces geweest.” H. verdedigde zichzelf door te stellen dat hij de vrouw geen doodswens had aangepraat en dat hij niet het eerste contact had gelegd. „Ik had ook de overtuiging dat de vrouw een langdurige en weloverwogen wens had het leven te beëindigen. Ik maak zelfdoding voor mensen niet gemakkelijk, maar Nederland maakt het deze mensen wel erg moeilijk.” De rechtbank twijfelde aan de doodswens van de vrouw. Kort nadat zij de medicijnen van H. had ontvangen, schreef zij meerdere brieven die zij niet verstuurde. Hierin staat onder meer: „Alles is nu in een stroomversnelling gekomen, er is geen weg meer terug. Qua timing komt het slecht uit, ik had gedacht het volgend jaar pas te doen.” H. reageerde hierop met de mededeling dat uit haar afscheidsbrief niets van twijfel bleek. H. is sinds september 2004 niet meer actief als zelfmoordconsulent bij Stichting De Einder. De rechtbank doet uitspraak op 7 december.
Tandarts fraudeerde met geamputeerde vinger – 19 november 2005 – Red. MdH -- DEN BOSCH – Een tandarts uit Gaanderen gaat in hoger beroep tegen zijn straf voor verzekeringsfraude. Volgens de rechtbank heeft de man zijn eigen wijsvinger afgehakt om verzekeringsgeld op te strijken. De rechter legde de tandarts een werkstraf van 240 uur en 25 duizend euro boete op, zo bericht het ANP. Het gaat om de 50-jarige tandarts Leslie K. uit het Gelderse Gaanderen. Voor meer informatie zie ons bericht van 3 november 2005 dat u eveneens op deze nieuwspagina aantreft.
Zegelring hielp bij misbruik patiënten – 15 november 2005 – Algemeen Dagblad, door ORKUN AKINCI -- BREDA - Het erfstuk van zijn vaders broer had onwaarschijnlijke krachten. Wanneer de cliënten van de Bredase magnetiseur P. (57) suikerwater dronken uit het glas met daarin de zegelring van zijn oom Vic, zou de negatieve energie vanzelf uit hun lichaam worden gezogen. Nou, daar hadden de hoofdzakelijk depressieve vrouwen in zijn behandelkamer wel oren naar. Wat zij niet wisten, was dat P. de ring net zo goed om zijn vinger had kunnen houden. Of in de kluis had kunnen laten liggen. De ring was gewoon een ring, maar in het suikerwater zaten spierverslappers en slaapmiddelen die de vrouwen bedwelmden. P. is niet naar de rechtbank gekomen om zich te verweren. In een eerdere zitting kwam hij terug van zijn bekennende verklaring die hij tegenover de politie had gedaan en daarbij blijft het. De vijf vrouwen die aangifte van verkrachting dan wel aanranding hebben gedaan, onder wie zijn stiefkind, zouden dat hebben verzonnen. P.’s advocaat R. van ’t Land blijft erbij dat zijn cliënt de vrouwen slechts wilde helpen. ,,Als hij een keer een borst aanraakte, bood hij direct zijn excuses aan. Er was geen sprake van seksuele behoefte of opwinding. Meneer is al jaren impotent.’’ Officier van justitie H. Donker is niet onder de indruk. Ten eerste gebruikte P. (vergeefs) viagra om zijn seksuele problemen op te lossen, ten tweede gingen zijn handelingen veel verder dan een eenvoudige aanraking. Donker eist zes jaar cel. En de zegelring, die mag wat hem betreft verbeurd worden verklaard.
Aanvulling en commentaar red. MdH:
OM weer in de fout door geen oplegging beroepsverbod: Het gaat om de 57-jarige Bredase magnetiseur c.q. paranormaal genezer F.P.. De alternatieve genezer wordt verdacht van seksueel misbruik van 5 vrouwen (sinds 1996), waaronder drie verkrachtingen en twee aanrandingen, en van het toedienen van slaapmiddelen (Oxazepam en Seresta) aan 13 van zijn vrouwelijke cliënten (17 tot 20 jaar oud), zo bleek uit politieonderzoek (zie eerdere media berichten op deze nieuwspagina). Eerder dit jaar, op 24 juni en 16 september jl. werd de zitting opgeschort omdat de slachtoffers op verzoek van de raadsman van de verdachte opnieuw moesten worden ondervraagd omdat hij aan de geloofwaardigheid van de verklaringen van hen twijfelde. Het is weer opmerkelijk dat het OM de belangrijkste eis die in dit geval gesteld had kunnen en moeten worden, volgens de ons bekend geworden informatie niet heeft gesteld, namelijk oplegging van een definitief beroepsverbod voor de ‘genezer’ die door twee deskundigen zou zijn onderzocht met het resultaat dat de man volledig toerekeningsvatbaar moet worden geacht. Na zijn celstraf kan de machtsmisbruik plegende paranormaal genezer nu immers weer aan de slag waarbij het bekend is dat in dergelijke gevallen van meervoudig misbruik met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid ervan moet worden uitgegaan dat de ‘genezer’ zijn wanpraktijken dan weer voort zal gaan zetten. In het geval van seksueel grensoverschrijdend gedrag (GOG) door hulpverleners dient de in eerste instantie te overwegen strafoplegging het opleggen van een definitief beroepsverbod te zijn, gevolgd door verplichte oplegging van een langdurige, intensieve, op de problematiek gerichte therapie. In plaats daarvan zien wij helaas in de praktijk telkens weer dat officieren van justitie het genoemde noodzakelijke meestal niet eisen en in plaats daarvan een (meestal voorwaardelijke) celstraf eisen. Bij het opleggen van een celstraf wordt de maatschappij gedurende enige tijd beschermd. Aangezien de meeste celstraffen die in zaken van GOG worden opgelegd echter voorwaardelijk zijn, is zelfs van deze bescherming geen sprake. Doordat er in de meeste gevallen helaas geen beroepsverbod wordt opgelegd, worden gebruikers van de gezondheidszorg dan ook in de meeste gevallen niet beschermd voor verder misbuik door een hulpverlener. Het wordt hoog tijd dat het OM zich eens uitgebreider met deze problematiek gaat bezig houden en tot de zonet genoemde conclusie kan komen.
Huisarts uit ambt gezet na seks met minstens twee patiënten – 15 november 2005 – Algemeen Dagblad – AMSTERDAM – Een Amsterdamse huisarts is uit zijn ambt gezet, omdat hij een seksuele relatie had met een van zijn patiëntes. Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg verwierp in hoger beroep de voorwaardelijke schorsing van een halfjaar en verbood de man zijn vak ooit nog uit te oefenen. De man is sinds 27 oktober uit het BIG-register (Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg) geschrapt. De huisarts geeft toe met een patiënte een relatie te hebben gehad, maar de vrouw zou niet bij hem onder medische behandeling zijn geweest. De vrouw consulteerde de huisarts als acupuncturist. De Inspectie kreeg aan het begin van 2005 een klacht binnen van een collega-huisarts die vermoedde dat de man seksuele relaties onderhield met meerdere patiënten. Het Centraal Tuchtcollege acht het bewezen dat de arts er in het geval van twee patiënten seksuele relaties op na hield.
Commentaar red. MdH: Het gaat bij de
ex-arts om de Amsterdammer André Coronel. Het is jammer dat bijzonder
belangrijke feiten veelal verloren gaan in de media. De Inspectie van de
Gezondheidszorg ontving namelijk al jarenlang klachten over de huisarts en het
plegen van seksueel grensoverschrijdend gedrag door de voormalig arts begon
niet slechts gedurende de afgelopen jaren maar tijdens de tuchtzaak in eerste
aanleg bleek de arts al omstreeks 20 jaar geleden begonnen te zijn met het
aangaan van seksuele relaties met patiënten. Een lid van het college zoals samengesteld
door het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Amsterdam stelde de
Coronel ter zitting zelfs de vraag of hij het zo vaak deed dat hij zich niet
meer kan herinneren wanneer hij een relatie met een bepaalde patiënte had
gehad. De arts had namelijk aan het college ter zitting medegedeeld dat hij
zich niet kon herinneren of de relatie met een bepaalde patiënte nu 10 of 20
jaar geleden zou zijn geweest. Lees vooral ook het onderstaande
artikel zoals op 14 november
Huisarts uit ambt gezet wegens seks met patiënte -- 14 november 2005 -- Red. MdH -- AMSTERDAM - Een Amsterdamse huisarts is uit zijn ambt gezet, omdat hij een seksuele relatie had met een van zijn patiëntes, zo bericht De Telegraaf vandaag. Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Den Haag verwierp in hoger beroep de voorwaardelijke schorsing van een halfjaar die het Regionaal Tuchtcollege Amsterdam aan de arts had opgelegd en verbood de man zijn vak ooit nog uit te oefenen. Een woordvoerster van de Inspectie voor de Gezondheidszorg, die het hoger beroep aantekende, bevestigde maandag een bericht in het Parool over deze zaak. De man is sinds 27 oktober uit het het BIG-register (Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg) geschrapt. Hij is naast huisarts ook werkzaam als acupuncturist. De huisarts geeft in de Amsterdamse krant toe met een patiënte een relatie te hebben gehad, maar de vrouw zou toen niet bij hem onder medische behandeling zijn geweest. De vrouw consulteerde de man als acupuncturist.
Commentaar red. MdH: In bovenvermelde
zaak gaat het om de Amsterdamse huisarts en acupuncturist André C,, door de
media (Het Parool) nu voor het eerst ‘A. Coronel’ genoemd. Lees vooral ook het
onderstaande artikel zoals op 14 november
Huisarts uit ambt gezet: ‘Ik had spijt moeten betuigen over relatie met patiënte, maar zij wás geen patiënte’: Tuchtzaak na melding misbruik door een collega – 14 november 2005 – Het Parool -- AMSTERDAM - De Amsterdamse huisarts A. Coronel uit stadsdeel Oost/Watergraafsmeer mag zijn beroep niet meer uitoefenen. Hij is sinds 27 oktober van dit jaar uit het het BIG-register (Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg) geschrapt wegens seksueel grensoverschrijdend gedrag. Begin dit jaar legde het Regionaal Medisch Tuchtcollege de arts al een voorwaardelijke schorsing van een half jaar op. Volgens het tuchtcollege had hij een seksuele relatie gehad met één van zijn patiëntes met psychische problemen. Coronel gaf toe dat hij een relatie met haar had gehad, maar de vrouw zou toen niet bij hem onder behandeling zijn geweest. Het tuchtcollege vond dat hij dat onvoldoende aannemelijk maakte. De Inspectie voor de Gezondheidszorg ging in beroep tegen de uitspraak van het Regionaal Medisch Tuchtcollege. ''Nu ben ik onlangs veroordeeld,'' reageert Coronel. ''Ze vonden dat ik spijt had moeten betuigen. Omdat ik dat niet heb gedaan, mag ik nu mijn beroep niet meer uitoefenen. Maar de vrouw was helemaal geen patiënte van mij. Ze kwam bij mij voor acupunctuur. De relatie was heel kort en is nu alweer voorbij.'' Coronel is overvallen door de uitspraak. Hij is net terug van vakantie en zal zijn patiënten deze week via een brief inlichten. Zijn praktijk wordt gerund door een waarnemer. ''Ik ben er heel verdrietig om. Ik vind het vak heel leuk.'' Coronel is nog wel werkzaam als acupuncturist. De inspectie maakte de zaak aanhangig bij het tuchtcollege en het openbaar ministerie na een melding van een collega-huisarts. Coronel zou seksuele contacten hebben gehad met vier patiënten met psychische problemen. Hij ontkent dat. 'De drie andere vrouwen' hebben geen klacht ingediend. Coronel: ''Er zijn alleen klachten van andere collega's. Zij suggereren dat ik een verhouding met patiëntes had, maar ze hebben dit helemaal niet aannemelijk gemaakt.''
Commentaar red. MdH: Helaas is onze redactie er nog steeds niet aan toe gekomen het zittingsverslag in deze zaak te kunnen publiceren. Het verslag van de zaak in hoger beroep bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag zullen wij proberen nog voor a.s. weekeinde te gaan publiceren. De inhoud van het ter zitting gestelde en gebeurde is namelijk heel interessant, vooral i.v.m. de uitlatingen door de veroordeelde André Coronel, voormalig huisarts te Amsterdam, nu in bovengenoemd nieuwsbericht.
Op dit moment willen wij graag enkele woorden aan alle slachtoffers die seksueel grensoverschrijdend gedrag (GOG) door deze arts hebben ondergaan, richten: van harte gefeliciteerd met deze uitspraak! Wij hopen dan ook dat dit positief nieuws ervoor kan zorgen dat alle slachtoffers (degenen die klaagden door zelf een klacht in te dienen, degenen die hun klacht via hun huisarts bij de inspectie en het tuchtcollege aan hebben gedragen evenals het slachtoffer dat zich nadien nog bij ons en bij de inspectie meldde, evenals de slachtoffers die zich tot nu toe nog niet hebben gemeld maar die eventueel wel bestaan) van de arts er in emotioneel opzicht van zullen profiteren dat het tuchtcollege in deze zaak de dringend nodige stappen heeft ondernomen en hiermee aan heeft gegeven de slachtoffers gehoord te hebben en serieus te nemen en de gepresenteerde feiten erkend te hebben. Zoals wij eerder opmerkten, heeft het college in hoger beroep de zaak ter zitting bijzonder goed behandeld en de uitspraak is dan ook conform de noodzaak in deze, zo zijn wij overtuigd, en tevens in lijn met de attitude en de deskundigheid die het college ter zitting al liet blijken.
Aan André Coronel willen wij graag de navolgende woorden richten: Uw reactie naar Het Parool toe sluit algeheel aan bij de indruk die u al ter zitting bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Amsterdam maakte, gevolgd door de indruk die u ter zitting bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg maakte: u heeft NIETS begrepen en er is geen enkele sprake van enig inzicht of besef. Dat was er niet, dat is er niet en dat zal er, zo zijn wij overtuigd, ook niet meer komen. Het handelen van de inspectie alsmede de uitspraak van het tuchtcollege zien wij dan ook als bevestiging van deze overtuiging. Denkt u nou werkelijk dat het enige waarover men struikelde zou zijn dat u geen spijt heeft noch betuigde? Meneer Coronel, afgezien van het ontbreken van enige spijt t.a.v. de manier waarop u uw beroep gedurende de afgelopen twee decennia uitoefende en waarmee u patiënten en de medische stand bijzonder grote schade heeft berokkend, ontbreekt het nog aan heel veel meer. Het is uiteraard uw eigen keuze zich voor de gek te houden, maar weet dan tenminste dat u de enige zult zijn met enige kennis van deze zaak die durft te stellen dat u uw beroep niet meer mag uitoefenen wegens het ontbreken van spijt. Het mocht inderdaad wel van u verwacht worden dat u spijt heeft van uw wangedragingen maar het ontbreken daarvan is met zekerheid niet de belangrijkste reden daarvoor dat u zich nu geen arts meer mag noemen. Al hetgeen verder ertoe heeft geleid dat u uw licentie bent kwijt geraakt, ziet u niet, hoort u niet, leest u niet, begrijpt u niet. Hierop kan men maar een enkele, zinnige vraag stellen en die luidt ‘hoe is het mogelijk?!’. Uw vertoning op beide zittingen, inhoudende al hetgeen u zowel verbaal als non-verbaal uitte, was meer dan slechts uitermate beschamend en stuitend om aan te moeten horen en mee aan te moeten zien. Dat u het vak heel leuk vond, daar twijfelt niemand aan. Seksueel contact wordt immers door velen als een prettig gebeuren ervaren. Echter, de term ‘medicus’ staat voor iets heel anders en wij zijn dan ook blij dat het tuchtcollege in dezen een heel duidelijk signaal heeft afgegeven door haar uitspraak die het u onmogelijk maakt het beroep van de medicus ook nog in de toekomst voor hele andere doeleinden dan hulpverlening aan patiënten te bieden, te kunnen misbruiken. U geeft aan er verdrietig om te zijn. Tijdens de zittingen bleek, tweemaal gedurende vele uren, GEEN ENKELE emotie uit uw opmerkingen en gedrag. U zat er volledig emotieloos bij, in eerste aanleg zelfs bijzonder ongeïnteresseerd en met een blik en houding van ‘wat doe ik hier eigenlijk? Wat willen ze eigenlijk van mij?’ Onder andere omwille van het ontbreken van het minste geringste betreffend enig besef en inzicht is het dan ook bijzonder goed dat de inspectie ook bij het OM een zaak tegen u heeft aangespannen. Het is dan ook zeer te hopen dat de strafrechter t.z.t. het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in haar oordeel zal gaan opvolgen en u ook als acupuncturist een algeheel en definitief beroepsverbod zal opleggen. Wij zijn dan ook bijzonder blij dat wij een niet onaanzienlijke bijdrage konden leveren aan de door de inspectie tegen u aangespannen procedures. Door ervoor zorg te dragen dat deze zaak bij herhaling media aandacht mocht verkrijgen (Het Parool & het Amsterdams Stadsblad) waardoor verdere meldingen over seksueel grensoverschrijdend gedrag (GOG) de inspectie konden bereiken en waardoor een paar slachtoffers er toch nog voor hebben gekozen hun ervaringen met u via hun huisartsen met de inspectie en het tuchtcollege te willen gaan delen.
De rol van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Amsterdam: Een feit dat menigeen nog niet bekend is en dat nog wel vermeldt dient te worden, is het navolgende: In tegenstelling tot de met betrekking tot alle aspecten lovenswaardige behandeling van deze zaak door het Centraal Tuchtcollege Den Haag, verdient het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam helaas alles behalve lof. In ons streven deze zaak omwille van de bijzondere ernst van de zaak onder de aandacht van de media te brengen, poogde het tuchtcollege Amsterdam namelijk media aandacht voor deze zaak te voorkomen. Het tuchtcollege was namelijk niet bereid de uitspraak in eerste aanleg toegankelijk te maken voor Het Parool. Nadat onze redactie Het Parool op deze zaak had geattendeerd, werd het verzoek van de journaliste destijds namelijk door het tuchtcollege afgewezen. Het tuchtcollege weigerde de uitspraak naar het dagblad te zenden. De publicatie in Het Parool kwam dan ook alleen maar tot stand doordat onze redactie de uitspraak naar het dagblad heeft gefaxt. De redactie van het Amsterdams Stadsblad evenals onze redactie waren aanwezig bij de uitspraak, reden waarom eerder genoemden wel over de uitspraak beschikten. Wij achten het dan ook bijzonder grievend dat het regionaal tuchtcollege weigerde de uitspraak aan Het Parool ter beschikking te stellen. Op het moment dat de uitspraak namelijk op de website van het tuchtcollege wordt gepubliceerd, hetgeen na de uitspraak nog enkele dagen tot weken kan duren, is een uitspraak namelijk voor een nieuwsmedium niet meer interessant. Door de uitspraak op verzoek niet aan Het Parool te zenden, poogde het regionaal tuchtcollege ons inziens naar dan ook te voorkomen dat Het Parool een artikel over deze zaak zou gaan publiceren. Gezien het verdere verloop van deze zaak die met de doorhaling van de inschrijving van de huisarts in het BIG-register eindigde, zal het ook duidelijk zijn dat de ambities van het college in eerste aanleg bijzonder kwalijke gevolgen voor de gebruikers van de gezondheidszorg in de regio hadden kunnen hebben mits Het Parool de uitspraak niet via een omweg had kunnen verkrijgen. Wij hopen dan ook een dergelijk ageren c.q. tegenwerken van het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam in de toekomst niet meer mee te moeten maken. De gebruikers van de gezondheidszorg in Amsterdam en omsteken zitten namelijk niet erop te wachten dat een tuchtcollege andere doelen vervolgt dan degenen die het dient te vervolgen, namelijk: het zo goed mogelijk garanderen van goede zorg en veiligheid voor de gebruikers van de gezondheidszorg. Het is dan ook niet de eerste keer dat het Regionaal Tuchtcollege Amsterdam ageert en/of besluiten neemt die geenszins gepaard gaan met de doelen die het college dient te vervolgen. In deze zaak bleek heel duidelijk hoe belangrijk het is dat zaken betreffend grensoverschrijdend gedrag (GOG) door hulpverleners enige media aandacht verkrijgen. De aandacht die er vanuit de media voor deze zaak is geweest, was van essentieel belang voor het slagen van deze zaak. Mocht blijken dat het tuchtcollege ook in de toekomst pogingen zal ondernemen de media te weerhouden over een zaak betreffend GOG door een hulpverlener te kunnen publiceren, zullen wij een uitgebreide publicatie wijden aan diverse eerdere zaken waarin het tuchtcollege Amsterdam haar rol bijzonder inadequaat en zelfs laakbaar vervulde en zullen wij ons ervoor inzetten dat de betreffende feiten de landelijke media zullen gaan halen. Degenen binnen medische tuchtcolleges wiens doel het is doofpottenpolitiek te bedrijven en die menen dat het beoogde doel van een tuchtrechtelijke procedure zou zijn zoveel mogelijk handen boven het hoofd van een disfunctionerende collega te houden, dienen dan ook plaats te maken voor collegae die bereid zijn zich voor kwalitatief goede zorg en veiligheid voor patiënten en cliënten in te zetten.
Aan alle gebruikers van de alternatieve sector van de gezondheidszorg in Amsterdam en omstreken, met name gericht aan degenen die gebruik maken van de diensten van André Coronel als acupuncturist : Wat betreft de praktijk voor acupunctuur van André Coronel willen wij graag het navolgende opmerken: tot dusver kan de voormalig arts zijn praktijk als acupuncturist helaas nog steeds voortzetten. Patiënten c.q. cliënten die nog onder behandeling van de heer A. Coronel als acupuncturist zijn, willen wij met nadruk aanraden, ondanks het feit dat hij tot nu toe nog werkzaam mag zijn als acupuncturist, zich toch onder behandeling te gaan stellen van een collega-acupuncturist. Het feit dat de voormalig arts slechts voor seksueel misbruik met één van de aan zijn zorg toevertrouwde patiëntes die klaagden, werd veroordeeld, neemt niet weg dat diverse ex-patiënten direct of indirect een getuigenis van seksueel misbruik hebben afgelegd. De ter zitting verschenen patiënten maakten een zeer integere, geloofwaardige indruk, evenals de huisartsen die klachten van verdere patiënten onder belofte aan het tuchtcollege mededeelden. In tegenstelling tot het feit dat A. Coronel zijn voormalige patiënten als psychisch labiel, problematisch en ongeloofwaardig afschilderde, bleek ter zitting juist dat het bij de slachtoffers zeker niet om vrouwen gaat die aan een ernstige psychische stoornis lijden en een of ander uit hun duim zuigen. Zij werden in hun vertrouwen ernstig beschaamd en beschadigd door de nu veroordeelde, voormalig arts. Hun eerdere kwetsbaarheid rechtvaardigde het absoluut niet dat de arts poogde hen als onbetrouwbaar te presenteren. Wat betreft het punt ‘kwetsbaarheid’ en ‘psychische problematiek’, zo leerden wij bij herhaling tijdens de zittingen, zou de heer Coronel er naar onze mening ook goed aan doen vooral naar zichzelf te kijken i.p.v. met zijn vinger naar anderen, zijn ex-patiënten, te wijzen. Het is bekend dat in de gevallen waarbij meerdere slachtoffers zijn gemaakt a) het aantal slachtoffers dat zich meldt slechts een fractie is van het aantal slachtoffers dat daadwerkelijk is ontstaan en b) er geen enkele reden bestaat om in een dergelijk geval aan te nemen dat de grensoverschrijdend gedrag plegende hulpverlener in ene een andere koers zou gaan varen. De ervaringsfeiten leren namelijk dat in dergelijke gevallen zeker verdere slachtoffers zullen gaan ontstaan. Degenen die er zeker van willen zijn binnen een behandelrelatie niet door de genoemde acupuncturist seksueel te zullen worden geïntimideerd of misbruikt, raden wij ten zeerste aan z.s.m. een andere behandelaar te gaan zoeken. En aangezien de heer Coronel veel affiniteit bleek te hebben met financiële transacties, waarmee hij zelfs patiënten lastig viel, zou hij er goed aan doen zich onmiddellijk en algeheel te distantiëren van welk soort hulpverlening aan cliënten dan ook. André Coronel is overigens GEEN lid van de Nederlandse Vereniging voor Acupunctuur (NVA), reden waarom ons advies voor consultatie van deze acupuncturist ook al zonder een geschiedenis van seksueel misbruik als arts tot een negatief advies voor behandeling zou gaan leiden. Dus: ga altijd alleen maar naar een hulpverlener die bij een beroepsorganisatie is aangesloten (1) en ga nooit naar een behandelaar die eerder veroordeeld werd voor seksueel misbruik met patiënten (2). Dit willen wij degenen die ook nu nog bij de acupuncturist André Coronel in behandeling zijn heel graag mee op weg geven. Wij hopen dan ook dat zij op weg zullen gaan, op zoek naar een andere acupuncturist. Meer informatie over deze zaak treft u onder de link JURIDISCHE STAPPEN op de pagina LOPENDE TUCHTZAKEN aan. Binnenkort zullen wij het zittingsverslag in tweede aanleg nog op de navolgende pagina gaan publiceren. E.e.a. dat wij alhier stelden zult u in het zittingsverslag bevestigd zien. Onze excuses dat het verslag door drukte zo lang op zich liet wachten.
Ten einde: Afgezien van de negatieve rol die het Regionaal Tuchtcollege Amsterdam in deze zaak speelde, verdienen alle navolgende personen en/of instanties lof m.b.t. hun inbreng t.a.v. deze zaak:
· De slachtoffers die bereid waren, al dan niet in persoon, te getuigen van het onprofessionele, onethische, voor hen buitengewoon beschadigende gedrag door de voormalig huisarts. Zij hebben door de moeilijke stap te zetten een klacht in te dienen en/of het gebeurde bespreekbaar te maken met hun huisarts en via hem te klagen ervoor gezorgd dat andere patiënten in de toekomst niet meer door de huisarts zullen worden misbruikt.
· De beide Amsterdamse huisartsen die eveneens bereid waren onder belofte een getuigenis af te leggen over een collega met wie zij om hele begrijpelijke redenen al vele jaren grote moeite hadden. Moge de correcte houding, het lef en de daadkracht van deze beide artsen door vele collegae worden overgenomen. Helaas gaat het wat betreft de inzet van deze beide artsen in een zaak van GOG door een collega om gedrag van professionals dat wij helaas slechts zelden mogen aantreffen. Zij verdienen het dan ook dat hun inzet evenals het belang van hun inzet wordt benadrukt.
· Onze dank aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg om in hoger beroep te gaan, inclusief een belangrijke, kritische kanttekening: Echter, ondanks het feit dat deze zaak het beoogde doel heeft bereikt, willen wij de inspectie er toch graag op attenderen dat deze zaak bij uitstek geschikt was geweest om door het College van Medisch Toezicht (CvMT) behandeld te worden, hetgeen overigens voor de meeste zaken betreffend grensoverschrijdend gedrag (GOG) door hulpverleners geldt. Wij zijn zelfs ervan overtuigd dat de zaak aldaar veel meer thuis hoorde dan bij de gewone, medische tuchtcolleges. Zoals in deze zaak bleek, was het Regionaal Tuchtcollege Amsterdam namelijk niet in staat deze zaak naar behoren en goed te behandelen. Gelukkig bleek het college in tweede aanleg haar taak wel degelijk zeer goed te kunnen vervullen. Maar toch, indien het college zoals samengesteld door het Centraal Tuchtcollege te Den Haag niet in staat was geweest zo goed met deze zaak om te kunnen gaan, hadden de gebruikers van de gezondheidszorg hierdoor kunnen gaan lijden. Dat dit een essentieel punt is waarop veel zaken betreffend GOG misgaan en behandelaren ten onrechte en ondanks ernstige problematiek verder werkzaam blijven in hun vak, hebben wij gedurende de afgelopen jaren helaas regelmatig moeten constateren. Veel tuchtzaken inzake GOG zouden veel beter door het CvMT behandeld kunnen worden. Aldaar kan de fysieke en psychische gesteldheid van een beroepsbeoefenaar namelijk meewegen en wordt er dus ook naar de oorzaken van onbehoorlijk/onprofessioneel gedrag gekeken. Aangezien in meer dan 50% van alle zaken betreffend GOG door hulpverleners sprake is van een of meerdere ernstige tot zeer ernstige stoornissen en dan dus niet slechts het onprofessioneel gedrag beoordeeld dient te worden maar ook de vraag beantwoord dient te worden of een beroepsbeoefenaar omwille van zijn/haar psychische en/of fysieke gesteldheid nog wel geacht kan worden zijn/haar vak verder te kunnen beoefenen, zou de keuze voor het CvMT in dit geval de adequatere zijn geweest. Het is dan ook bijzonder jammer om telkens te moeten constateren dat de inspectie van deze mogelijkheid slechts bij grote uitzondering gebruik maakt. Terwijl er in meer dan de helft van de gevallen dus omwille van psychische redenen en/of verslavingsproblematiek reden zou zijn zaken m.b.t. GOG door hulpverleners aan het CvMT voor te leggen, dient de inspectie deze zaken bijzonder zelden bij het CvMT in. Ons verzoek richting de inspectie houdt dan ook in inzake GOG vaker aan deze mogelijkheid te denken en in de gevallen waarbij dit adequaat zou zijn zaken dan ook bij het CvMT aan te gaan dragen. Bij het CvMT kunnen alleen maar zaken in behandeling worden genomen die door de inspectie zelf bij het college worden aangedragen. Afgezien van de adequaatheid in dezen zijn de gewone tuchtcolleges ook behoorlijk overbelast terwijl het CvMT op jaarbasis gemiddeld slechts 2 zaken in behandeling kan nemen en dus ook veel meer capaciteit heeft dan degene waarvan men gebruik maakt. De inspectie blijkt helaas nogal grote moeite ermee te hebben tuchtzaken bij het CvMT aan te gaan dragen terwijl dat geenszins nodig is gezien de ernstige problematiek die men veelvuldig aantreft in seksueel grensoverschrijdend gedrag plegende hulpverleners. Ons dringend verzoek aan de inspectie, en daarbinnen vooral gericht aan de hoofdinspecteur GGZ, is het dan ook om dit thema binnen de inspectie bespreekbaar te gaan maken en over de slogan ‘bij GOG ga je meestal naar het CvMT’ na te gaan denken.
· Onze dank aan het Centraal College voor de Gezondheidszorg te Den Haag: Dit college verdient zowel voor de wijze van behandeling van deze zaak ter zitting evenals voor de uitspraak bijzonder lof. Ondanks het feit dat wij het CvMT het in dezen adequatere tuchtcollege hadden geacht, heeft het Centraal Tuchtcollege buitengewoon goed werk verricht. Ter zitting was er alle tijd om de zaak inhoudelijk goed te kunnen behandelen en alle partijen werden met respect behandeld. Aan het slachtoffer dat haar getuigenis onder belofte publiekelijk aflegde, evenals aan de beide artsen die hun getuigenis eveneens achter open deuren aflegden (hetgeen met zekerheid ook voor het tweede slachtoffer geld dat haar getuigenis achter gesloten deuren aflegde), gaf men de nodige tijd en ruimte die de verklaringen in beslag namen. De vragen die door het college werden gesteld waren bijzonder goed en met de antwoorden werd op een professionele, respectvolle wijze omgegaan. Afgezien van de zaak tegen een Leidse huisarts die recentelijk bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Den Haag diende, was deze zaak van alle GOG zaken die wij tot dusver ooit hebben gevolgd (circa 15 stuks) de tot nu toe op de beste, meest professionele manier behandelde tuchtrechtelijke GOG zaak. Onze dank hiervoor aan de navolgende collegeleden: de leden juristen: dhr. mr. R. A. Torrenga, voorzitter, dhr. mr. H.J. Lutgert, secretaris, dhr. mr. P.J. Wurzer en mw. mr. L.F. Gerritsen-Visser en de leden mw. drs. M.A.P.E. Bulder-van Beers en dhr. drs. B.P.M. Schweitzer, beiden huisarts. Wij hopen dan ook dat wij in de toekomst nog vele zaken op een dergelijke, voorbeeldige manier behandeld zullen mogen zien.
Ex-hoogleraar sleept UM voor de rechter -- 7 november 2005 -- Dagblad De Limburger -- MAASTRICHT - De Vlaamse oud-hoogleraar neuropsychiatrie M. Maes (51) sleept de Universiteit Maastricht (UM) voor de rechter om zijn strafontslag aan te vechten. Ook spant hij wegens 'aantasting van zijn goede naam' een kort geding aan tegen de Vereniging tegen de Kwakzalverij die hem heeft beticht van dubieuze, alternatieve therapieën bij psychiatrische patiënten. Beide zaken dienen deze week bij de rechtbank in Maastricht en Amsterdam. De UM ontsloeg de Vlaamse professor vorig jaar, omdat hij in België drie privé-klinieken runde terwijl hij al maanden niet meer op de universiteit was verschenen vanwege een burn-out. In diezelfde periode verscheen in het tijdschrift van de Vereniging tegen de Kwakzalverij een vernietigend artikel over Maes. Zo beweert Maes psychiatrisch patiënten te kunnen genezen met visoliepreparaten, terwijl daar volgens de vereniging geen enkele wetenschappelijke onderbouwing voor bestaat.
Ambulanceverpleegkundige vrijgesproken -- 3 november 2005 – Verpleegkundenieuws -- De ambulanceverpleegkundige tegen wie tien maanden cel en een werkverbod was geëist wegens nalatig handelen, is vrijgesproken. Hij heeft wel een verkeerde inschatting gemaakt, volgens de rechtbank van Amsterdam. De verpleegkundige werd verweten dat hij een hulpbehoevende verwarde man in de steek heeft gelaten, die als gevolg daarvan is overleden. Volgens de rechtbank heeft de verpleegkundige het psychiatrisch beeld wel goed ingeschat, maar de fysieke gevolgen ervan niet. De man, die aan een cocaïnedelirium is overleden, vertoonde zeer agressief gedrag toen de verpleegkundige hem aantrof. Hierop besloot hij de man op het politiebureau te laten onderzoeken door een psychiater, die nooit is komen opdagen. Volgens de rechtbank had de man, vastgebonden op een brancard, ook op de SEH door een psychiater gezien kunnen worden. Toch kan volgens de rechtbank niet worden gezegd dat de man opzettelijk door de ambulanceverpleegkundige in hulpeloze toestand is achtergelaten op het politiebureau en zijn er ook door anderen fouten gemaakt. Ook vraagt de rechtbank zich af of overlijden als gevolg van een cocaïnedelirium op een SEH wel afgewend had kunnen worden.
Aanvulling red. MdH: Het gaat om de 55-jarige ambulanceverpleegkundige S.D.. Justitie had geëist dat de verpleegkundige nooit meer in de zorgsector zou mogen werken. De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) heeft eveneens een medische tuchtzaak tegen de hulpverlener aangespannen. Voor meer informatie zie het nieuwsbericht van 14 oktober 2005 op deze nieuwspagina.
Verzekeringsbedrog: Werkstraf en boete voor tandarts met geamputeerde vinger – 3 november – MdH – Gisteren berichtte de Telegraaf dat de rechtbank in Zutphen de 50-jarige tandarts Leslie K. uit het Gelderse Gaanderen woensdag heeft veroordeeld tot een werkstraf van 240 uur, een boete van 25.000 euro en een half jaar voorwaardelijke celstraf. Hij hakte in 1999 zijn eigen wijsvinger af om veel verzekeringsgeld op te kunnen strijken. De door hem afgesloten verzekeringspolissen zouden 1,8 miljoen euro in een keer, plus dagelijks 545 euro uitkeren indien er sprake zou zijn van een ongeval en arbeidsongeschiktheid. De tandarts botste op 9 november 1999 tegen een boom in België. Kort daarvoor had hij nog een collega bezocht die onder verdoving een noodvulling had geplaatst. K. werd bewusteloos en met een geamputeerde linkerwijsvinger in zijn auto gevonden en naar een ziekenhuis gebracht. In zijn bloed trof men later een grote hoeveelheid van het verdovend middel lidocane aan. De inwoner van Gaanderen kon zich later niets meer van het ongeluk herinneren. Gezien zijn verwondingen aan de vinger meenden deskundigen dat de man zijn vinger zelf had geamputeerd. Het OM vond dat de arts alles in scène had gezet wat door hem werd ontkend. Hij dacht dat z'n vinger in het sportstuur van de auto was blijven hangen. De rechtbank veroordeelde de man vrijwel conform de eis van de officier van justitie. Slechts de boete viel hoger uit dan geëist. Justitie had om een boete van 15.000 euro gevraagd.
Inspectie klaagt arts aan wegens seksuele avances: Homeopaat zou patiënt een liefdesbrief hebben geschreven -- 24 oktober 2005 – ANP -- DEN HAAG - Een homeopathisch arts uit Leiden moet zich morgen voor het regionaal Tuchtcollege in Den Haag verantwoorden voor seksuele avances die hij gemaakt zou hebben bij een patiënte. De man zou zijn patiënte een liefdesbrief hebben geschreven en gaf aan seks met haar te willen. Klachten: De vrouw stapte eind 2003 naar de Inspectie voor de Gezondheidszorg, die op haar beurt vorig jaar een klacht indiende tegen de arts. Ook de patiënte heeft bij het Regionaal Tuchtcollege een zaak aangespannen tegen de dokter. Beide zaken dienen morgenmiddag. Depressieve klachten: De vrouw had langdurige vermoeidheids- en depressieve klachten. Ze was jarenlang in behandeling bij de Leidse homeopaat. Onder andere gepubliceerd door: Nieuwsredactie Elsevier Gezondheidszorg & op de site nieuws.nl, gebaseerd op het persbericht van MdH zoals verzonden door onze redactie dd. 19 oktober 2005: ‘ Leidse arts beschuldigd van seksueel grensoverschrijdend gedrag’ die u eveneens op deze nieuwspagina aantreft.
Leidse arts beschuldigd van seksuele avances – 20 oktober 2005 – Leidsch Dagblad, door: Silvan Schoonhoven -- LEIDEN - Een homeopathisch arts uit Leiden moet zich volgende week tegenover het Medisch Tuchtcollege in Den Haag verdedigen tegen aanklachten van 'seksueel grensoverschrijdend gedrag'. Een patiënte verwijt de man dat hij haar, terwijl ze in behandeling was, de liefde heeft verklaard en haar heeft uitgenodigd tot seks. De arts zelf ontkent de aantijgingen. Niet alleen de patiënte, ook de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) dient een tuchtklacht in. De inspectie legt de arts 'onprofessioneel medisch handelen' ten laste. Na eigen onderzoek van de inspectie bleek dat de arts geen behandelplan had voor zijn patiënte en dat hij haar huisarts niet op de hoogte hield van de voortgang. De Tuchtraad behandelt dinsdag beide klachten. De vrouw heeft een incestverleden en stond al acht jaar bij de homeopaat onder behandeling voor depressieve klachten en vermoeidheid. In de loop van de behandeling werden de contacten op initiatief van de homeopaat intiemer, verklaart ze. Toen dat in een liefdesverklaring uitmondde en een uitnodiging om seks te hebben, wees ze dat van de hand. Ze kapte het contact niet af, omdat ze probeerde de arts-patiëntverhouding te herstellen. Toen de homeopaat niet stopte met zijn toenaderingspogingen, besloot ze uiteindelijk de inspectie en de tuchtraad in te schakelen. De vrouw zegt dat ze een brief heeft waarin haar arts verklaart dat intieme contacten niet in strijd zijn met het medisch tuchtrecht. Nadat ze de behandeling door de homeopaat had afgebroken, is de vrouw door haar huisarts doorverwezen naar Rivierduinen, een instelling voor geestelijke gezondheidszorg. De behandeling met anti-depressiva had meer succes, zegt ze. De patiënte stelt vast dat ze veel te lang haar vertrouwen heeft gesteld in een behandeling die niet werkte. Mogelijk komt tijdens de zitting ook de vraag op tafel of een homeopathisch arts competent is om een patiënt met depressieve klachten te helpen. Homeopaten liggen, net als andere alternatieve genezers, onder vuur sinds de dood van de actrice Sylvia Millecam. De Inspectie onderzocht de rol van de tientallen alternatieve genezers die zich met de behandeling van Millecam bezighielden. Uiteindelijk overleed ze aan borstkanker. Minister Hoogervorst (volksgezondheid) zei toen dat hij zich niet kon voorstellen dat 'huisartsen die jarenlang een hogere opleiding hebben genoten zich serieus bezighouden met homeopathie'.
Leidse arts beschuldigd van seksueel grensoverschrijdend gedrag -- 19 oktober 2005 – Persbericht Misbruik door Hulpverleners (MdH)
Twee tuchtzaken tegen homeopathisch arts
Op dinsdagmiddag 25 oktober a.s. moet een homeopathisch arts zich tweemaal verantwoorden voor het Regionaal Tuchtcollege te Den Haag. De klachten betreffen grensoverschrijdend gedrag jegens een patiënte en onprofessioneel medisch handelen. Tegen de in Leiden gevestigde arts hebben zowel de patiënte als de Inspectie voor de Volksgezondheid ieder een afzonderlijke tuchtklacht ingediend. Het tuchtcollege heeft besloten deze op dezelfde dag in twee aansluitende zittingen te behandelen. De zitting van de patiënte begint om 15:00 en die voor de inspectie om 16:00.
Seksuele avances
De patiënte was vele jaren bij de homeopathisch arts onder behandeling wegens vermoeidheid en depressieve klachten. Op zijn initiatief ontstonden privé-contacten die steeds intiemer werden. Op een gegeven moment confronteerde hij haar met een liefdesverklaring en uitnodiging tot seks. De patiënte wees deze avances af, maar toen die niet ophielden meldde zij dit aan de Inspectie en diende zij een klacht in bij het tuchtcollege. De inspectie stelde een onderzoek in en zag in de resultaten aanleiding om zelf een tuchtklacht in te dienen.
Onprofessioneel medisch handelen
De patiënte werd na het beëindigen van de behandelrelatie met de homeopathisch arts door haar huisarts doorverwezen naar een instelling voor geestelijke gezondheidszorg. Daar behandelde men haar met succes waardoor haar klachten sterk afnamen. Terugblikkend op haar medisch verleden constateert de patiënte, dat zij veel te lang heeft vertrouwd op een behandelrelatie die niet effectief bleek. In haar onderzoek constateerde de inspectie dat de homeopathisch arts geen duidelijk behandelplan volgde en evenmin de huisarts had ingelicht over de voortgang. Volgens zijn eigen beroepscode en de geldende regels was hij daartoe verplicht. Voor patiënte was dat reden om de arts tevens onprofessioneel medisch handelen ten laste te leggen.
Arts ontkent beschuldigingen
In zijn verdediging ontkent de arts zijn seksuele avances. De patiënte heeft bij haar aanklacht echter een brief gevoegd die de arts haar tijdens hun privé-contacten schreef. Daarin gaf hij uiting aan zijn liefde en beweerde dat dit niet strijdig was met medisch tuchtrecht. De patiënte beschouwt dit als afdoend bewijs voor zijn grensoverschrijdend gedrag. Inzake zijn medisch handelen beweert de arts dat hij de patiënte nooit voor genoemde klachten heeft behandeld. Patiënte heeft haar medisch dossier echter aan de inspectie overhandigd, die in haar onderzoeksrapport het tegendeel vaststelt. Het tuchtcollege zal dus antwoord moeten geven op de vraag of behandeling van dit soort klachten tot de medische competentie van de homeopathisch arts behoorde. Een uitspraak hierover raakt de competentie van homeopathische artsen waarover nu op diverse plaatsen discussie bestaat naar aanleiding van een kritisch artikel in het gezaghebbende medische tijdschrift Lancet.
De arts laat zich bij zijn verdediging bijstaan door prof. mr. Willemien Kastelein, advocaat en bijzonder hoogleraar Gezondheidsrecht te Nijmegen.
Nota bene
Voor verdere, algemene informatie, feiten en cijfers over het onderwerp grensoverschrijdend gedrag (GOG) door hulpverleners verwijzen wij graag naar onze pagina ‘wetenschappelijke feiten’.
De behandeling van deze tuchtzaak vindt plaats in het Paleis van Justitie, Prins Clauslaan 60, Zaal E3, te Den Haag.
Website Misbruik door Hulpverleners (MdH), Postbus 402, 1180 AK Amstelveen, 06 – 137 717 47, www.misbruikdoorhulpverleners.nl,
info@misbruikdoorhulpverleners.nl
Celstraf geëist tegen verpleegkundige / OM: Ambulancemedewerker schuldig aan dood drugsverslaafde -- 14 oktober 2005 – ANP / Nieuwsredactie
Elsevier Gezondheidszorg -- AMSTERDAM - Het Openbaar Ministerie in
Amsterdam heeft vijftien maanden cel, waarvan vijf maanden voorwaardelijk, geëist
tegen een 55-jarige ambulanceverpleegkundige. De man was in
Opzet
Op
19 augustus 2003 had S. D. verzuimd de 33-jarige verslaafde vanuit zijn
woning naar een ziekenhuis te vervoeren. De verpleegkundige liet de man achter
op een politiebureau, waar de man later overleed aan een overdosis cocaïne. De
officier van justitie noemt dit “het opzettelijk achterlaten van een
hulpbehoevende”.
Injectie
Het
slachtoffer werd na gebruik van cocaïne agressief en kreeg een paniekaanval.
Het lukt de politie en de ambulancemedewerkers niet de man rustig te krijgen.
Hij kreeg vervolgens een injectie toegediend, maar medische hulp bleef nodig.
Wachten op psychiater
De dienstdoende huisarts en de psychiatrische crisisdienst wilden echter niet
naar het huis van de man komen. Volgens D. mocht hij de man alleen naar een
ziekenhuis brengen na een beoordeling door een arts. In afwachting van een
psychiater werd de man in een dagverblijf gelegd, waar hij later overleed.
Naar eer en geweten
De verdediging weerspreekt dat er sprake is van opzet en noemt het handelen van
D. “naar eer en geweten” en “met de beste intentie”. Volgens advocaat C.
Wildeman ging haar cliënt uit van een psychisch ziektebeeld en niet van een
overdosis drugs. Met die diagnose zou de verpleegkundige juist hebben
gehandeld.
In strijd met regels
De Inspectie voor de Gezondheidszorg deed onderzoek naar het incident en
keurde de handelswijze van de verpleegkundige af. De Inspectie sprak van
“ernstige afwijking van de gebruikelijke standaard”. Op meerdere momenten
handelde D. in strijd met de regels, oordeelde de inspectie. Zo nam D. geen
contact op met de manager van de ambulancedienst voor overleg. Toch diende de
Inspectie geen klacht in bij het medisch tuchtcollege. Ook de dienstdoende
huisarts had volgens de inspectiedienst fout gehandeld door niet langs te
komen.
Strafvermindering
voor Soester orthopedisch chirurg E.F. in hoger beroep – 14 oktober 2005 – Redactie MdH – Op maandag
10 oktober 2005 deed het Hof van Justitie te Arnhem uitspraak inzake de
40-jarige Soester orthopedisch chirurg E.F. in hoger beroep die op 15
september 2004 door de rechtbank in Utrecht wegens het onzedelijk
betasten van twee minderjarige patiëntes die in een ziekenhuis waren opgenomen
veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een
proeftijd van 2 jaar. Daarnaast legde de rechtbank hem een taakstraf van 240
uur op evenals een geldboete EUR 1.200,- (parketnr.: 16/35 1139 – 03).
Verder was
de rechtbank van oordeel dat reclasseringscontact geïndiceerd is. De officier
van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat verdachte ter zake van de
onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde feiten (aanranding) wordt
veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, geheel
voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar, een werkstraf van 240 uur en
de ontzetting uit het beroep voor drie jaren. – De strafbare feiten werden
in de nacht van 26 mei
Opnieuw cel geëist tegen 'dokter Flappie' -- 11 oktober 2005 -- UTRECHT - Tegen een chirurg is opnieuw drie jaar cel geëist waarvan een half jaar voorwaardelijk wegens ontucht met minderjarigen en het verspreiden van kinderporno. De 32-jarige Utrechter deed zich in een chatbox voor als 'dokter Flappie' en ontmoette zo kinderen. Tijdens de zitting op maandag zeiden een psycholoog en een psychiater dat de kans op herhaling klein is. De uitspraak is over twee weken.
Hupverlener weer vast voor ontucht – 5 oktober 2005 – Het Parool – ZWOLLE – Een 53-jarige medewerker van de Raad voor de Kinderbescherming in Assen wordt verdacht van ontucht met een minderjarige jongen. De man stond in augustus nog voor de rechter voor eenzelfde vergrijp. In september werd hij opnieuw aangehouden, dit keer omdat hij zich vergrepen zou hebben aan een jongen die hulp zou hebben gezocht bij de Kinderbescherming.
Lijfarts Beatrix verdacht van moord -- 4 oktober 2005 – RTL Nieuws -- De lijfarts van koningin Beatrix heeft twee weken in de cel gezeten omdat hij werd verdacht van moord.
Euthanasie
Dat meldt De Telegraaf. Hij zou betrokken zijn bij de moord op een schatrijke weduwe. De 95-jarige vrouw stierf in september 2000 na euthanasie. Justitie denkt dat zij is omgebracht om haar geld te verduisteren.
Morfine
Hoofdverdachte in de zaak is een Haagse chirurg. Die erfde als huisvriend zo'n 3 miljoen euro. Hij zou samen met de koninklijke lijfarts de vrouw hebben omgebracht met morfine. Naast de twee mannen is ook een verpleegkundige aangehouden.
Website Misbruik door Hulpverleners (MdH) bestaat 2 jaar: Website MdH succesvol maar er valt nog een hoop te doen -- 2 oktober 2005 – Persbericht redactie Misbruik door Hulpverleners (MdH) -- De website Misbruik door Hulpverleners (MdH) bestaat op maandag 3 oktober a.s. twee jaar. De site heeft ondertussen meer dan 300 pagina’s informatie over het onderwerp te bieden en wordt dagelijks door gemiddeld 200 geïnteresseerden bezocht. Ten opzichte van 2004 is het dagelijkse bezoekersaantal verviervoudigd. Gedurende de afgelopen 5 maanden hebben per maand gemiddeld 11 slachtoffers van grensoverschrijdend gedrag (GOG) door hulpverleners (*) contact met ons opgenomen. In de meeste gevallen gaat het om seksueel GOG binnen de gezondheidszorg. De website MdH richt zich dan ook vooral op de sector gezondheidszorg en daarbinnen met name op de geestelijke gezondheidszorg (GGZ). De meeste slachtoffers hebben GOG door hulpverleners meegemaakt die binnen de sector GGZ (inclusief de tbs-sector) of binnen de alternatieve sector werkzaam zijn. Regelmatig ontvangen wij ook klachten over GOG door huisartsen en lichaamsgericht werkende therapeuten. Af en toe melden zich ook slachtoffers van GOG door vertrouwenspersonen werkzaam binnen het onderwijs/de sport of de kerken, evenals slachtoffers van GOG op de werkvloer. De meeste slachtoffers die contact met ons zoeken hebben diverse vormen van GOG door een hulpverlener meegemaakt. Seksueel misbruik gaat altijd gepaard met emotioneel/psychisch misbruik en in sommige gevallen is er zelfs sprake van fysieke mishandeling. Hulpverleners die zich schuldig maken aan seksueel misbruik van cliënten en/of patiënten overschrijden hun professionele grenzen veelal in meerdere opzichten. Te denken valt bijvoorbeeld aan het aangaan van een werkrelatie of financiële relatie met cliënten, het manipuleren van medische dossiers en het plegen van fraude.
Positieve resultaten
Gedurende het afgelopen jaar bleek dat onze inspanningen tot dusver diverse positieve gevolgen hebben. Door het verzenden van persberichten en het stimuleren van journalisten over lopende zaken betreffend GOG door hulpverleners te berichten, bleek het mogelijk te zijn meer slachtoffers van dezelfde pleger te kunnen vinden waardoor misstanden binnen de zorg eerder blijken en vervolgens sneller en adequater kunnen worden aangepakt. De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) heeft recentelijk ook kennis kunnen nemen van de positieve gevolgen van onze inspanningen op dit gebied. Hierbij refereren wij aan de resultaten die vorige week tijdens een hoorzitting bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag bleken. Doordat de tuchtzaak tegen een Amsterdamse huisarts [1][1] die ervan wordt beschuldigd diverse patiënten seksueel te hebben misbruikt, door ons toedoen media aandacht kreeg, meldden zich verdere slachtoffers van de arts bij de inspectie waardoor de zaak in hoger beroep nu veel steviger was dan in eerste aanleg. Om veelplegers sneller op te kunnen sporen, beschikt onze site ook over een prikbord. Helaas is het zo dat meer dan de helft van de hulpverleners die over de schreef gaan dit herhaaldelijk of zelfs vaak doen. Daarnaast valt ons steeds vaker op dat cliënten en patiënten onze site regelmatig nog net op tijd vinden c.q. op een moment dat het ergste nog kan worden voorkomen. Een ontwikkeling waarmee wij heel erg blij zijn en die aangeeft dat de site een belangrijke bijdrage aan preventie van grensoverschrijdend gedrag door hulpverleners kan leveren. In verband met de stijgende vraag naar informatie en steun en het feit dat onze werkzaamheden steeds meer vruchten blijken af te werpen, zijn wij van plan binnenkort een verzoek voor subsidie in te gaan dienen. Gedurende de afgelopen twee jaar draaide MdH volledig gebaseerd op vrijwilligerswerk.
Preventie
Uit ervaring blijkt dat er nog veel meer aan preventie gedaan zou kunnen worden. Onze mogelijkheden en middelen zijn echter zeer beperkt. De website MdH richt zich vooral op het verstrekken van informatie (preventie) en het bieden van enige steun aan slachtoffers van GOG door hulpverleners (postpreventief). Zo hebben wij eind 2004 een op o.a. wetenschappelijke feiten gebaseerde, informatieve brochure ontwikkeld waarvan wij ook een Engelse versie hebben gepubliceerd. Begin vorig jaar hebben wij De Warande, een gesloten forum voor slachtoffers van GOG door hulpverleners en andere vertrouwenspersonen, opgericht waardoor slachtoffers herkenning, erkenning en steun bij lotgenoten kunnen vinden. Op onze site hebben wij bijvoorbeeld een checklist voor cliënten evenals een checklist voor hulpverleners gepubliceerd. Uit reacties hebben wij begrepen dat de beide checklists door gebruikers als waardevol werden ervaren. Onze eerste informatiestand (zie foto’s) tijdens het symposium ‘Seksualiteit in de psychiatrie’ in maart 2005, waarmee wij de virtuele omgeving voor het eerst hebben verlaten, werd door de bezoekers van het symposium zeer gewaardeerd. Binnenkort staat een actie gericht op preventie op het programma waarmee wij willen testen welke gevolgen dezelfde actie op landelijk niveau zou hebben. Wij hopen dat ons verzoek m.b.t. subsidie dat wij binnenkort in willen gaan dienen, gehonoreerd zal worden zodat wij onze activiteiten die vooral preventief en postpreventief van aard zijn, kunnen optimaliseren en verder kunnen uitbreiden.
TBS
Door toevoeging van een specifieke tbs-rubriek aan onze website omstreeks juni 2005, melden zich ook steeds vaker slachtoffers van machtsmisbruik binnen tbs-instellingen. Gedurende de afgelopen twee maanden hebben wij dan ook, als bijdrage aan de lopende discussies over de tbs-sector, een drietal publicaties [2][2]
aan deze, o.a. onder de GGZ vallende sector, gewijd. Recentelijk bleek uit een publicatie in het Vlaamse tijdschrift ‘Humo’[3][3] dan ook dat de wegens seksueel misbruik van 7 aan zijn zorg toevertrouwde patiënten aangeklaagde Vlaamse psychiater en gerechtsdeskundige Vincent Martin, gespecialiseerd in de problematiek van zowel slachtoffers als plegers van seksueel misbruik, op het moment dat al een strafrechtelijk onderzoek tegen hem liep, door de Rotterdamse tbs-kliniek De Kijvelanden werd aangenomen. In het op 16 september jl. als herdruk opnieuw verschenen boek ‘ONDER DWANG: leven in een tbs-inrichting’ van Humphrey Ludwig (ervaringsdeskundige) en Rick Blom (journalist) komt o.a. het onderwerp ‘seksueel grensoverschrijdend gedrag door hulpverleners binnen tbs-klinieken’ aan bod. Humphrey onderging tijdens zijn verblijf in de Van Mesdagkliniek omstreeks 1999 seksuele intimidatie door een sociotherapeute die hem vervolgens, om zichzelf vrij te pleiten van de beschuldiging van seksueel misbruik, zelfs nog ten onrechte van het plegen van ernstige delicten beschuldigde. Met toenemende bezorgdheid vermoeden wij dat het probleem binnen de tbs-sector vaker speelt dan binnen de GGZ in het algemeen. Binnen de GGZ, zo neemt men gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek aan, ligt het percentage hulpverleners dat over de schreef gaat (circa 15%) door ontucht met misbruik van gezag met patiënten te plegen ongeveer 5% hoger dan binnen de gezondheidszorg in het algemeen (10%).
Een anekdote uit de dagelijkse praktijk van MdH
Slechts bij uitzondering kloppen hulpverleners bij ons aan die seksueel grensoverschrijdend gedrag met cliënten hebben gepleegd. Medio 2005 ontvingen wij een heel bijzonder bericht van een mannelijke hulpverlener (GGZ). Hij schreef ons: "Ik heb wel zo'n 15 tot 20 mannelijke slachtoffers van seksueel misbruik gemaakt, een zeer heterogene groep." Verbaasd over de openheid van deze hulpverlener bleek even later dat het door deze hulpverlener gestelde heel anders was bedoeld dan hij daadwerkelijk had verwoord. De hulpverlener die ons het bovenstaande mailde, was vergeten een gedeelte van een woord te vermelden. Hij bedoelde niet te zeggen dat hij 15 tot 20 slachtoffers had gemaakt maar dat hij 15 tot 20 slachtoffers had meegemaakt – tijdens behandeling in zijn eigen praktijk. Afgezien daarvan dat wij met grote regelmaat geconfronteerd worden met bijzonder ernstige ervaringen van misbruik van cliënten en patiënten door hulpverleners, wordt het confronterende soms dus ook afgewisseld door een luchtig intermezzo.
Nota bene
Voor verdere, algemene informatie, feiten en cijfers over het onderwerp grensoverschrijdend gedrag (GOG) door hulpverleners verwijzen wij graag naar onze pagina ‘wetenschappelijke feiten’.
(*) Bij het genoemde aantal gaat het slechts om het aantal eerstcontacten. Het aantal contacten per maand met slachtoffers van GOG door hulpverleners ligt uiteraard veel hoger.
Website Misbruik door Hulpverleners (MdH), PB 402, 1180 AK Amstelveen, 06 – 137 717 47, www.misbruikdoorhulpverleners.nl, info@misbruikdoorhulpverleners.nl
IGZ vraagt tuchtcollege opnieuw om beroepsverbod huisarts André C. -- 28 september 2005 – Redactie Misbruik door Hulpverleners (MdH) – Op dinsdag 27 september jl. heeft onze redactie de tuchtzaak in hoger beroep tegen de Amsterdamse huisarts André C. bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag bijgewoond. Naast het bij herhaling plegen van seksueel grensoverschrijdend gedrag was de arts tevens van mening dat het tot zijn takenpakket behoorde een grote som geld voor een patiënte uit een Zwitserse kluis te laten overkomen om het geld vervolgens voor de patiënte te beheren. Het Regionaal Tuchtcollege Amsterdam verklaarde het laatstgenoemde klachtonderdeel eerder ongegrond, ondanks het feit dat de arts de klacht zelf had erkend. Dat er m.b.t. het eerstgenoemde klachtonderdeel sprake was van recidive, erkende het tuchtcollege eveneens niet. Uit evaring moeten wij helaas vaststellen dat het medisch tuchtcollege Amsterdam ook in het verleden al beslissingen nam die geenszins begrijpelijk zijn omdat zij deels zelfs gebaseerd waren op het tegenovergestelde van hetgeen door middel van direct, schriftelijk bewijs werd aangetoond.
Binnen de procedure in eerste aanleg verzocht de inspectie het tuchtcollege al de zwaarste maatregel aan de arts op te leggen. De huisarts werd hiervoor ook al tweemaal door het tuchtcollege veroordeeld. De toen opgelegde maatregelen waren een waarschuwing en een berisping. Ondanks het feit dat de inspectie al jarenlang van zowel patiënten als ook collegae van de huisarts klachten ontving, ondanks eerdere veroordelingen, ondanks het feit dat A.C. niet in staat bleek te leren van eerdere maatregelen en ondanks het feit dat er sprake was van diverse soorten klachten waaronder seksueel grensoverschrijdend gedrag (GOG) naar diverse, o.a. minder valide patiënten, evenals het vermengen van professionele behandelrelaties met relaties van financiële aard. Tevens bleek ter zitting in eerste aanleg dat geen enkele betrokkenheid leefde bij de arts t.a.v. de tegen hem ingediende klachten. Het beeld dat hij ter zitting van zich gaf, kan samengevat worden door te stellen dat hij geestelijk vooral afwezig was en een sterk verwarde indruk maakte. Simpele antwoorden van de collegeleden kon hij niet of slechts met moeite en na diverse malen dezelfde vraag gesteld te krijgen, beantwoorden. Zijn herinneringsvermogen bleek buitengewoon slecht te zijn. Hij wist gewoon niet meer of de seksuele relatie die hij met een bepaalde patiënte was aangegaan tien of twintig jaar geleden heeft bestaan. Diverse opmerkingen en gedragingen ter zitting bij het regionaal tuchtcollege maakten al – zelfs voor een leek – meer dan maar duidelijk dat de huisarts met ernstige problemen kampt.
Dat de arts hangende de zaak niet door de inspectie werd verzocht zijn werkzaamheden neer te leggen, verbaast ons dan ook zeer. Dat het regionaal tuchtcollege niet al in eerste aanleg voor doorhaling van zijn inschrijving bij het BIG-register koos, was stuitend. Verweerder gaf immers op tig manieren te kennen dat hij a) niet in staat was zijn gedragingen te veranderen, samenhangend o.a. met het feit b), namelijk dat tevens bleek dat hij ook niet begreep dat er iets diende te veranderen aan de manier waarop hij in tal van opzichten met patiënten omging. Het gestelde bevestigde de huisarts dan ook op 27 september jl. tijdens de hoorzitting in hoger beroep. De arts noemde zijn seksueel grensoverschrijdend gedrag – een activiteit binnen zijn praktijk, die hij zoals ter zitting in Amsterdam bleek, al sinds ongeveer twee decennia beoefent – ook nu nog steeds ‘empathie tonen voor patiënten’. Dat de arts last heeft van sterke rationele vertekeningen, moge hierdoor duidelijk zijn. Hij gaf aan slechts empathie te tonen voor patiënten zoals hij dat ook tijdens zijn opleiding zou hebben geleerd. Naast het plegen van seksueel misbruik rangschikt de arts ook financieel grensoverschrijdend gedrag onder de noemer ‘empathie tonen voor de patiënt’. Omstreeks 1985, zo werd ter zitting recentelijk gesteld, zou hij een patiënte in financiële moeilijkheden het aanbod hebben gedaan haar pand te willen kopen. Hij bood zijn patiënte toen, blijkbaar de grootst mogelijke empathie tonende die hij bezit, fl. 35.000,- voor het pand terwijl de marktwaarde toen ongeveer het tienvoudige bedroeg. Hierbij dient op te worden gemerkt dat de arts naast zijn ‘medische activiteiten’ ook enige handel bedrijft op het gebied van onroerend goed. De arts weet dus geen onderscheid te maken tussen verschillende zakelijke belangen en kan daarnaast het zakelijke ook niet van het persoonlijke scheiden. Blijkbaar heeft hij de eerste colleges binnen zijn opleiding algeheel gemist en gedurende tientallen jaren ook nooit ingehaald.
Het gebrek aan besef dat ook deze week weer duidelijk werd ter zitting, het gebrek aan betrokkenheid bij het welzijn van zijn patiënten en t.a.v. zijn eigen daden en het gebrek aan inlevingsvermogen waren gewoonweg stuitend. Daarnaast gaf de arts op diverse momenten blijk van een buitengewoon groot gebrek aan sociaal oordeelvermogen. Zo merkte hij o.a. op dat men alleen maar op zijn minpunten focuste terwijl hij een goede arts zou zijn en er ook veel goeds genoemd zou kunnen worden over hem. De huisarts heeft, zo blijkt uit het voorgaande, dus nog niet begrepen dat een klagende partij niet bij een medisch tuchtcollege aanklopt om zijn medisch en/of medisch-ethisch reilen en zeilen door middel van een lofzang aan het college te presenteren maar dat klagers het doel vervolgen hetgeen aan te kaarten dat juist niet goed gaat en dat tuchtcolleges oordelen over tekortkomingen in medisch(-ethisch) handelen van BIG-geregistreerde hulpverleners. Zo duidelijk dit ook voor iedere lezer mag zijn, de arts in kwestie heeft dit simpele, logische feit na ondertussen minimaal drie tuchtrechtelijke procedures bij een regionaal tuchtcollege en een procedure bij het Centraal Tuchtcollege meegemaakt te hebben helaas nog steeds niet begrepen. Wij concluderen daaruit dan ook dat het begrijpen van nog complexere zaken dan het genoemde simpele feit, ver boven het niveau ligt waarop de arts lijkt te kunnen functioneren. De huisarts zat tijdens de hoorzitting in eerste aanleg wereldvreemd bij, gaf wereldvreemde antwoorden aan collegeleden en maakte in het algeheel een bijzonder wereldvreemde indruk.
Het regionaal tuchtcollege Amsterdam schorste de arts op 28 december 2004 voor zes maanden. Helaas legde het tuchtcollege de schorsing slechts voorwaardelijk op waardoor de arts sindsdien in zijn beide praktijken, een huisartsenpraktijk evenals een acupunctuurpraktijk in stadsdeel Watergraafsmeer te Amsterdam, werkzaam kon blijven. Met opluchting mochten wij ter zitting van een van de tegen de arts getuigende collegae vernemen dat de gebruikelijke stroom van patiënten die vanuit de praktijk van A.C. afkomstig zijn sinds eind 2004 verder is toegenomen. Een schrale troost want het tuchtcollege had ervoor kunnen zorgen dat de deuren van zijn praktijk hangende de zaak in hoger beroep gesloten zouden zijn maar heeft deze verantwoordelijkheid helaas niet genomen. Met blijdschap namen wij ter zitting kennis van het feit dat door de publiciteit die, voortkomend uit eerdere inspanningen van onze redactie, ertoe heeft geleid dat verdere gevallen van seksueel GOG met patiënten door deze arts bij de inspectie werden gemeld. In verband hiermee werd vooral de publicatie in Het Parool genoemd waarvoor zich ons redactie in december 2004 had ingezet. Patiënten die eerder geen klacht durfden in te dienen, kozen vooral door de publicatie ervoor hun klacht tijdens de zitting bij het Centraal Tuchtcollege via hun huisarts naar voren te brengen.
De inspectie heeft het college in tweede aanleg opnieuw verzocht de inschrijving van huisarts André C. in het BIG-register door te halen. Door met name de media aandacht die in deze zaak – helaas met moeite – te verkrijgen was, was het mogelijk dat de inspectie ter zitting vier getuigen heeft kunnen oproepen: twee eerdere patiënten van de medicus naar wie hij seksueel grensoverschrijdend gedrag zou hebben vertoond en twee collega huisartsen die beiden getuigden voor elk één van een aantal patiënten die gedurende de afgelopen jaren met klachten over onder andere seksuele intimidatie door hun collega A.C. bij hen hadden aangeklopt. Twee van de vier slachtoffers die de moed opbrachten hun ervaringen met verweerder met het tuchtcollege te delen, lieten zich door hun huisarts vertegenwoordigen omdat zij zelf de confrontatie met hun voormalige huisarts niet aan durfden. Verdere slachtoffers, zo begrepen wij ter zitting, wilden liever helemaal anoniem blijven. Het feit dat slachtoffers niet uit de anonimiteit durfden te komen, twee slachtoffers zich ter zitting lieten vertegenwoordigen door hun huisarts en één van de beide slachtoffers die persoonlijk ter zitting als getuigen verschenen alleen maar durfde te getuigen achter gesloten deuren, geeft ons inziens naar aan dat patiënten van de huisarts die vooral zijn zo genaamd empathisch vermogen ter zitting onderstreepte, heel bang voor hem zijn.
Ondanks het feit dat bij herhaling bleek dat het bij de huisarts aan het minste geringste besef t.a.v. zijn daden ontbreekt, moeten wij uit de feiten die tijdens beide hoorzittingen bleken, concluderen dat hij wel degelijk en zelfs zeer goed heeft begrepen dat de meest aantrekkelijke optie voor zijn grensoverschrijdend gedrag inhoudt zijn seksuele behoeften door jongere patiënten te laten bevredigen terwijl hij ter bevrediging van zijn financiële behoeften een beroep deed op bejaarde patiënten. Met name is ook het feit opvallend dat de arts binnen een kwetsbare groep, namelijk aan zijn zorg toevertrouwde patiënten, zelfs nog de meest kwetsbare groepen voor eigen behoeftebevrediging koos: onder andere minder valide en bejaarde patiënten. Terwijl de arts geen enkel zicht lijkt te hebben op zijn eigen kwetsbaarheid weet hij die van anderen zeer goed aan te voelen en zelfs in sterke mate te misbruiken.
Onder punt 6 van de uitspraak van 28 december 2004 valt o.a. te lezen “Het Regionaal tuchtcollege schorst de inschrijving van verweerder in het register ex artikel 3 van de Wet BIG voor de duur van zes maanden; legt deze maatregel voorwaardelijk op en stelt daarbij de voorwaarde dat tegen verweerder gedurende een proeftijd van twee jaar na het onherroepelijk worden van deze beslissing geen klacht betreffende seksueel grensoverschrijdend gedrag is ingediend die - eventueel na ommekomst van die proeftijd - tot een veroordeling leidt.
Ondertussen heeft zich ook via onze website een verdere ex-patiënte van de huisarts en acupuncturist gemeld. Met de ex-patiënte in kwestie, zo begrepen wij uit correspondentie met het slachtoffer zelf, probeerde de arts eveneens een persoonlijke relatie aan te gaan. De slippery slope was al volop in gang gezet. Hij vroeg de patiënte altijd laat op de dag in zijn praktijk langs te komen. Aldaar liet hij haar wachten totdat de laatste patiënt vertrokken was. Als wachtkamer gebruikte hij de kamer die zich direct naast de behandelkamer bevond waardoor bij gebrek aan voldoende geluidsisolering voor de betreffende patiënte de gesprekken die de arts met andere patiënten voerde, goed te horen waren. Op een dag vroeg de arts haar, aangevende dat dit binnen de professionele behandelrelatie zou vallen, mee uit. Aangezien de afspraak buiten de praktijk van de arts d.m.v. een behandeldoel werd onderbouwd, stemde de patiënte in. Nadat zij een vriend hierover vertelde en die aangaf dat dit niet gebruikelijk was en hij haar afraadde de afspraak door te laten gaan, besloot de patiënte de al gemaakte afspraak af te zeggen. Hierop reageerde de huisarts agressief en d.m.v. stalkingachtig gedrag. Hij belde haar ongeveer tien keer thuis op en heeft woedende reacties op haar antwoordapparaat achtergelaten omdat zij zich niet aan de gemaakte afspraak hield. Weliswaar kon het ergste in dit geval nog door interventie van een vriend worden voorkomen maar het meegemaakte heeft bij de betreffende patiënte natuurlijk sporen achtergelaten. Wat moet je immers van een medische professional denken die zich zo gedraagt? Haar vertrouwen in de medische stand werd uiteraard hierdoor beschadigd en zij was genoodzaakt nogmaals van huisarts te gaan veranderen. Deze klacht heeft omstreeks medio september 2005 ook de inspectie bereikt die wij informeerden. De betreffende ex-patiënte heeft haar klacht zelf bij de inspectie aangedragen. Helaas arriveerde deze klacht te laat om nog in de lopende procedure mee te kunnen worden genomen. Voor het geval dat ook het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Den Haag mocht besluiten de arts niet uit het vak te zetten, zou de binnengekomen klacht dus op een later moment gedurende een verdere tuchtrechtelijke procedure door de inspectie kunnen worden gebruikt. Wij vragen ons af hoeveel slachtoffers de arts gedurende zijn ‘medische carrière’ gemaakt heeft. Aangezien men binnen ter zake deskundige kringen ervan uitgaat dat slechts 4% van alle slachtoffers van GOG door professionals ooit een klacht formuleren, roept de gestelde vraag nogal zorgwekkende gedachten bij ons op. Slachtoffers die zich tot dusver nog niet bij de inspectie en/of ons hebben gemeld, zijn dan ook welkom ook nu en later nog bij ons aan te kloppen. Desgewenst anoniem. Kennis te mogen nemen van hun bestaan alleen al kan een waardevolle bijdrage zijn voor ons als ook voor de inspectie wat betreft het feit dat het helaas veelal om nogal grote aantallen slachtoffers gaat in dergelijke zaken. Een feit dat i.v.m. het doel meer aan preventie in zake GOG te gaan doen heel belangrijk is en ertoe zou kunnen bijdragen dat tuchtcolleges in de toekomst strenger zullen omgaan met gevallen van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Het vinden van een oplossing voor een dergelijk ernstig probleem na pas rond 20 jaar is immers aan de late kant, zo men kunnen stellen.
In verband met het buitengewoon grote gebrek aan besef t.a.v. en inzicht in zijn eigen handelen dat ter zitting opnieuw in diverse opzichten bleek, omwille van het gebrek aan empathie naar zijn ex-patiënten toe en wegens het feit dat verweerder bij herhaling niet erin slaagde uit voorgaande procedures, maatregelen en adviezen te leren, hebben wij besloten voortaan over ‘André C.’ i.p.v. over ‘A.C.’ te berichten.
Tegen het einde van de zitting op 27 september 2005 werd de Amsterdamse huisarts door de voorzitter van het college, mr. Torrenga, een bijzonder opmerkelijke vraag gesteld. De voorzitter stelde deze vraag omdat hij zich (zoals met hem zeer waarschijnlijk menigeen die ter zitting aanwezig was, zo niet iedereen) verbaasde over de invulling die de zich verwerende huisarts gaf aan de hem geboden kans het laatste woord te mogen hebben. De voorzitter gaf aan verwacht te hebben dat de arts wellicht enkele woorden zou wijden aan het feit dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) het tuchtcollege had verzocht de zwaarste maatregel aan de arts op te gaan leggen. Verweerder heeft zijn laatste woorden echter ervoor gebruikt om zijn denken over de vrouwelijke collega die o.a. tegen hem getuigde, publiek te maken. Zij zou hem “haten” en bovendien “pissig op hem zijn”. Het ter zitting gebleken taalgebruik van de arts, zo mag men wel stellen, sloot ook niet helemaal aan bij wat men ‘de medische standaard’ in dezen zou kunnen noemen. Mr. Torrenga reageerde hierop door de navolgende vraag aan de huisarts te stellen: “In hoeverre doen wij de gezondheidszorg geweld aan als wij de wens van de inspectie zouden gaan opvolgen?” Een adequatere vraag had de voorzitter niet kunnen stellen. Het is dan ook jammer dat dergelijke, scherpe en meer dan slechts toepasselijke vragen niet vaker door leden van tuchtcolleges worden gesteld. Immers, hoe ernstig de reden voor het bij elkaar komen ter zitting ook was, en in zaken van grensoverschrijdend gedrag (GOG) natuurlijk ook altijd is, het was goed om de slachtoffers ter zitting ook even een beetje te mogen zien glimlachen. De voorzitter heeft de zaak dan ook bijzonder goed voorgezeten, zijn wij van mening.
Wij zijn er stellig van overtuigd dat deze huisarts zowel aan patiënten als collegae niets positiefs te bieden heeft. Wel bleek uit het in deze zaak naar voren gebrachte dat het dringend nodig is dat gebruikers van de gezondheidszorg zo spoedig mogelijk en zo goed mogelijk tegen deze arts beschermd zullen worden. Diverse collegae hebben de grootste moeite nog met de huisarts samen te willen werken c.q. weigeren dit zelfs al deels. Een van de huisartsen gaf ter zitting aan er zelfs al over nagedacht te hebben haar eigen praktijk te gaan verplaatsen omdat zij bij persoonlijke afwezigheid geenszins wil dat haar patiënten het risico lopen door huisarts A.C. behandeld te worden. Ook bestaat er een lijstje met namen van patiënten die haar uitdrukkelijk hebben verzocht ervoor te zorgen dat zij nooit meer door A.C. behandeld zullen worden. Wij hopen dan ook zeer dat de uitspraak van het Centraal Tuchtcollege die omstreeks 27 november 2005 bekend zal worden, ertoe zal leiden dat zowel patiënten als collegae voortaan geen ellende meer te verduren zullen hebben door deze arts en wij hopen dus dat de wens van de inspectie in tweede aanleg door het medisch tuchtcollege gehonoreerd zal worden.
De vraag die de voorzitter aan de zich verwerende huisarts stelde, mogen de lezers van dit stuk zelf beantwoorden. In hoeverre zou men de gezondheidszorg geweld aandoen door de inschrijving in het BIG-register van deze arts definitief door te halen? Ons antwoord luidt “door zijn licentie niet algeheel en definitief aan hem te ontnemen, zou men de gezondheidszorg ook in de toekomst verder geweld aandoen. Laten wij dus tenminste nu ervoor zorgen dat er een einde aan deze waanzin zal komen.
Helaas gaf de arts al ter zitting aan zijn praktijk als acupuncturist voor te zullen zetten wanneer hij zijn licentie als medische professional mocht verliezen. Wij hopen dan ook dat er voldoende publiciteit aan deze zaak gegeven zal worden opdat ook patiënten die zich omwille van acupunctuur tot hem wenden zo goed mogelijk op de hoogte zullen komen van de praktijken van deze arts. Indien de arts in het genoemde geval niet nog tot het besef mocht komen zijn acupunctuurpraktijk te gaan sluiten, zijn wij dan ook van mening dat de inspectie in dat geval zeker de verantwoordelijkheid heeft de alternatieve hulpverlener dan, hangende een strafrechtelijke procedure, het beoefenen van de acupunctuur en andere hulpverlenende activiteiten onmiddellijk te ontzeggen. De arts kan immers op basis van meerdere strafrechtelijke artikelen bij het OM aangeklaagd worden. Naast het bij herhaling plegen van ontucht met misbruik van gezag (art. 249(2)3 sr.) is door hetgeen bleek aannemelijk geworden dat de arts ervoor zorgde dat een grote som (zeer waarschijnlijk zwart) geld vanuit een Zwitserse kluis naar Nederland kwam. Mits bepaalde met de strafwet niet gepaard gaande activiteiten en gedragingen door de arts ondertussen verjaard mochten zijn, zouden die alsnog ter onderbouwing van nog niet verjaarde delicten kunnen dienen.
Wij achten het bijzonder droevig dat deze wantoestand binnen de Amsterdamse gezondheidszorg, zoals zo vele zaken van deze aard, zo lang kon voortbestaan. Dit ondanks het feit dat collegae, inspectie evenals de huisartsenvereniging er al lange tijd van op de hoogte waren en ondanks het feit dat diverse huisartsen evenals een fysiotherapeut zich al lange tijd ervoor hebben ingezet dat er het nodige kon gebeuren. Wij hopen dan ook dat de inspectie in het algemeen belang al het mogelijke zal gaan doen indien de tuchtrechtelijke weg niet tot de door de inspectie gewenste maatregeloplegging mocht leiden. Binnen een strafrechtelijke procedure zou de arts ook psychologisch/psychiatrisch onderzocht kunnen worden waardoor met grote waarschijnlijkheid nog verdere argumenten kunnen worden aangedragen waarom het in strijd is met het algemeen belang dat A.C. verder enig hulpverlenend vak gaat beoefenen.
De verantwoording voor wat betreft het al dan niet voortduren van deze bijzonder zorgwekkende misstand binnen de gezondheidszorg ligt nu in handen van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. Wij hopen dat de leden van het college, de juristen mr. Torrenga, mr. Wurzer, mr. Gerritsen-Visser, mr. Lutgert en de leden huisartsen Bulder-van Beers en Schweitzer met hun oordeel in deze zaak ervoor zullen zorgen dat men zich voortaan niet meer voor het gedrag van deze medische professional dient te schamen. Verweerder had ons inziens naar meer dan slechts voldoende kansen om ervoor te zorgen het verlies van zijn licentie te voorkomen. Het regionaal tuchtcollege gaf in haar uitspraak duidelijk aan het wenselijk te achten dat de arts zich in supervisie begeeft. Ter zitting op 27 september 2005 is ons hiervan niets gebleken. Ook deze boodschap zal wel weer eens langs hem heen zijn gegaan en door zijn gebrek aan betrokkenheid, besef en inzicht algeheel verloren zijn gegaan. Het is dringend nodig dat men er nu eindelijk voor zorg gaat dragen dat deze misstand niet meer langer kan voortduren. Moge het college zich een voorbeeld nemen aan de beide huisartsen die ter zitting getuigden. Collegialiteit houdt ook in dat men als collega ervoor zorgt dat een collega zichzelf en zijn vak niet belachelijk maakt. Collegialiteit houdt ook in dat men een collega omwille van bezorgdheid over zijn fysieke of geestelijke gesteldheid daarop attendeert en van advies dient. Het zou ons inziens naar bijzonder oncollegiaal naar verweerder zelf evenals naar alle Amsterdamse collegae toe zijn om deze arts nog langer in het vak te houden. Deze man heeft vele jaren met mensen die aan zijn zorg toe waren vertrouwd gespeeld. Laat hem voortaan monopoly spelen. De arts heeft immers zelfs een tweede vak waarop hij zich dan volledig kan toeleggen. Wie weet, wellicht liggen zijn bijzondere vaardigheden op dat gebied. Door panden voor een tiende van de marktwaarde op te willen kopen, zijn wij van mening dat hij op het gebied van het onroerend goed bijzonder goed is en dient hij daarvoor dan ook alle kansen te krijgen. Het gebleken empathisch vermogen van de arts zal door onroerend goed ook veel meer gewaardeerd worden dan door patiënten.
TBS 2005: SEKS, DRUGS & ROCK’N ROLL -- 24 september 2005 – Redactie Misbruik door Hulpverleners (MdH) -- Een bijdrage van onze redactie aan de lopende discussie over ons tbs-systeem. Verzoek aan onze minister van Justitie, mr. Piet Hein Donner m.b.t. bestaande, structurele problemen binnen de tbs-sector. Over seksueel grensoverschrijdend gedrag (GOG) door hulpverleners in tbs-klinieken en problemen rondom het smokkelen en het gebruik van alcohol en drugs in de tbs-sector. Dit in reactie op de momentele problemen in de Groningse Van Mesdagkliniek waar men de afgelopen jaren hard werkte aan verbeteringen nadat de Inspectie voor de Gezondheidszorg in 1999 omwille van het feit dat toen vijf hulpverleensters een relatie met een ter beschikking gestelde patiënt waren aangegaan, een uitgebreid onderzoek had ingesteld. Het momenteel lopende onderzoek i.v.m. het smokkelen van alcohol door een medewerker van de Van Mesdag kliniek maakt helaas duidelijk dat de inspanningen van de afgelopen 6 jaar om verbetering aan te brengen sinds de resultaten van het Rijksrecherche onderzoek bekend werden, weinig hebben opgeleverd. Daarnaast zullen wij enig zicht geven op de problematiek ‘seksueel GOG door hulpverleners binnen tbs klinieken’. Met toenemende bezorgdheid vermoeden wij dat het probleem binnen de tbs-sector vaker speelt dan binnen de GGZ in het algemeen. Binnen de GGZ, zo neemt men gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek aan, ligt het percentage hulpverleners dat over de schreef gaat (circa 15%) door ontucht met misbruik van gezag te plegen met patiënten ongeveer 5% hoger dan binnen de gezondheidszorg in het algemeen (10%). Enkele dagen geleden attendeerden wij de ministers Donner en Hoogervorst al d.m.v. een brief erop dat dit thema dringend aandacht behoeft. Over de cijfers voor seksueel GOG door hulpverleners in tbs klinieken heeft het ministerie van Justitie na drie maanden helaas nog steeds geen openheid gegeven. Wij hebben enkele gegevens geanonimiseerd gepubliceerd waaruit blijkt dat dit thema heel dringend aandacht behoeft. U treft in dit artikel diverse feiten aan die grote vraagtekens plaatsen bij de mate van deskundigheid van in tbs-klinieken werkzaam personeel. Zo blijkt tbs-kliniek De Kijvelanden (Rotterdam) de Vlaamse psychiater Vincent Martin die door 7 vrouwelijke ex-patiënten van seksuele misbruik wordt beschuldigd in dienst te hebben genomen toen hij zijn baan bij het Vlaamse ministerie van Justitie al was kwijtgeraakt i.v.m. de hem ter laste gelegde seksuele delicten. Over de zaak Martin vindt u meer informatie in ons DOSSIER GOG BELGIE dat u via het hoofdmenu kunt bereiken. Lees het hele artikel ‘TBS: seks, drugs & rock’n roll’ in onze rubriek PUBLICATIES MDH die u o.a. kunt bereiken door op de link van de titel van dit stuk te klikken.
Moordverdachten vrijgelaten -- 22 september 2005 -- Algemeen Dagblad -- DEN HAAG - De chirurg die twee weken terug werd opgepakt op verdenking van de moord op de puisant rijke weduwvrouw Sophie Gorter, is op lat van de Haagse rechtbank vrijgelaten. De rechtbank stelde ook de twee medeverdachten van de 65-jarige Rob S., een huiarts en een verpleegkundige, op vrije voeten. Dat is gebeurd tegen de zin van justitie die meteen aankondigde in beroep te zullen gaan tegen dit besluit. De raadkamer vindt dat er onvoldoende ernstige verdenkingen zijn het drietal nog langer in voorlopige hechtenis te houden. De rechtbank nam haar besluit op basis van twee deskundigenrapporten naar de doodsoorzaak van de vrouw. S. en de twee andere mannen zijn twee weken terug opgepakt omdat zij volgens justitie in 2000 tegen de wil van de vrouw euthanasie op haar zouden hebben toegepast door haar vol te plakken met morfinepleisters, dit met het oog op de erfenis. S. erfde na de dood van Gorter haar hele kapitaal van bijna drie miljoen euro. Justitie in Den Haag is 'hooglijk verbaasd' over de vrijlating van het drietal. He medisch tuchtcollege gaf eerder al aan dat het niet zuiver was dat de chirurg de regie over haar stervensproces voerde omdat hij met de vrouw was bevriend en wist dat hij zou erven.
Open brief aan de ministers Donner en Hoogervorst: Seksueel grensoverschrijdend gedrag (GOG)
in tbs klinieken – 18 september 2005 -- Red. Misbruik door
Hulpverleners (MdH) – Op vrijdag 16 september jl. was Humphrey Ludwig,
ervaringsdeskundige TBS en auteur van het op dezelfde dag als tweede druk
verschenen werk ‘Onder dwang: leven in een TBS-inrichting’,
te gast in het programma Barend en van Dorp. Onder andere werden de
kijkers erop geattendeerd dat Ludwigs boek zonet als tweede druk bij uitgeverij
L.J. Veen was verschenen. Ludwig schreef zijn eerste boek samen met Rick Blom
die toen als journalist werkzaam was. Tijdens de uitzending van Barend en van
Dorp kwam het onderwerp dat wij in dit bericht willen belichten, namelijk het
grensoverschrijdend gedrag (GOG) door een sociotherapeute, niet aan bod. Dit
thema komt wel in het werk Onder dwang aan de orde. Het boek is gebaseerd op de
ervaringsdeskundigheid van Humphrey Ludwig die eerder 6 jaar in tbs klinieken
doorbracht. Het boek is echter niet slechts een ervaringsverhaal van een ex-
ter beschikking gestelde patiënt maar in het werk worden ook veelvuldig
officiële documenten geciteerd. Onder andere gaat het hierbij om een onderzoek
van de Rijksrecherche dat in
“Dokter Annet moest de brief op tijd krijgen, zodat ze haar best kon doen om weer op onze afdeling terecht te komen als afdelingspsych, zo was de gedachte. Ik had de brief snel geschreven, omdat ik op dat moment dacht dat er veel van af kon hangen. Er stond in: ‘Middels deze wilde ik Uw aandacht vragen voor het volgende. Sedert medio november 1998, al geruime tijd dus, bevind ik mij in een zeer precaire situatie, die rondom mijn persoon is ontstaan. De situatie aangaande mijzelf en de sociotherapeute Marina M., die ik reeds in september 1998 met U besproken heb, is sinds die tijd al snel uitgelopen op een relatie waarin er van beide kanten gevoelens tot uiting kwamen die verder gingen dan de platonische gevoelens, zoals ik die destijds met U besproken heb. Ik ben in de eerste helft van oktober van dat jaar zover gekomen dat ik daarin ben meegegaan en eraan heb toegegeven. Volgens eigen zeggen van Marina M., bestonden haar gevoelens voor mij al langer, ongeveer een jaar, gaf zij toen aan mij toe. Deze situatie duurde voort tot in november waarbij het overigens niet tot daadwerkelijk seksueel contact kwam, daar ik, gezien zij getrouwd was, daar bezwaren tegen had. Wel heeft zij verscheidene keren aangegeven wel seksueel contact met mij te willen. Er begonnen toen ook spanningen te ontstaan daar zij tevens in de knoop raakte met haar professionaliteit, geen van beiden slaagden we er echter in, hier een pasklare oplossing in te vinden.
Op 12 november gingen wij samen op landelijk verlof naar mijn familie, terwijl daar vlak voor de spanningen al opliepen, hetzij niet per definitie op een negatieve manier. Het verlof verliep, wat mij betreft, aanvankelijk zonder daadwerkelijke problemen, waarbij er ook de nodige intimiteiten werden uitgewisseld. Na enige tijd bij mijn moeder thuis echter, werd Marina plotseling ziek. Zij kreeg hevige buikpijn en baarmoederlijke bloedingen en gaf toe eigenlijk al ziek te zijn geweest voordat wij uit Groningen vertrokken. Ik heb toen gereageerd door haar, tegen haar aanvankelijke wens in, naar het ziekenhuis te brengen. Daar bracht de behandelend arts mij op de hoogte dat ze de situatie gestabiliseerd had maar dat het maar goed was dat ik die beslissing voor Marina had genomen. Terwijl Marina behandeld en onderzocht werd, heb ik ongeveer anderhalf uur onbegeleid rondgelopen in en rondom het ziekenhuis. Alles verliep echter goed en nog eens tweeënhalf uur later reden we met een inmiddels door Marina gebelde collega terug naar Groningen. De volgende dag echter, werd ik op kantoor gesommeerd en aan een kruisverhoor onderworpen, al snel werd mij duidelijk dat Marina ’s ochtends vroeg had opgebeld met het verhaal dat zij zich zodanig bedreigd, zelfs gegijzeld, door mij had gevoeld dat zij daardoor ziek was geworden. Het contact was even ‘weggevallen’ tijdens het verlof en ik had haar een aantal messen laten zien toen zij enige tijd alleen met mij in een kamer was. Ik zei niets aan haar gemerkt te hebben maar gaf toe dat er even een situatie was geweest waarin ik even geen behoefte aan contact met haar had, dit was echter incidenteel, en dat ik haar inderdaad messen had laten zien, maar dat zij er zelf mee had zitten spelen, laat staan dat zij zich bedreigd voelde.
Dit verhaal, zeker gezien in het licht van de relatie tussen ons, kwam voor mij totaal bij verrassing en brak mij. Ik zweeg echter nog steeds over de relatie. Vreemd genoeg werd er geen enkele sanctie of maatregel genomen. Ik ging het weekend erna gewoon met begeleid verlof naar de zitting in Arnhem en ging ook nog steeds met stadsverlof. De week erna ging ik met Edith J. de stad in, die op de hoogte zijnde van de relatie, mij probeerde over te halen om met de hele waarheid naar voren te komen. Ik was echter in een hevig dilemma verwikkeld, daar ik uiteraard nog gevoelens van liefde en loyaliteit naar Marina toe koesterde. Marina was inmiddels, na een kort ziekteverlof, weer gewoon komen werken. Echter, doordat ik met mijn sociale kring binnen de kliniek over mijn problemen was gaan praten, kwam het gerucht op de afdeling terecht dat ik een relatie met Marina had, en heb ik, uit zwakte en omdat ik vrijwel door iedereen die ervan wist onder druk werd gezet, het gerucht bevestigd.
De unanieme analyse onder diegenen die het wisten was namelijk dat Marina mij, om wat voor reden dan ook, in diskrediet had willen brengen en zichzelf in had willen dekken. (…)”
(…). Het is nu al vele weken geleden dat wij een vraag met betrekking tot seksueel grensoverschrijdend gedrag door hulpverleners in tbs klinieken aan de persvoorlichting van het ministerie van Justitie stelden. Na enkele weken te hebben gewacht en bij herhaling navraag te hebben gedaan, mochten wij op 18 augustus 2005 het navolgende antwoord op een door ons gestelde vraag ontvangen: “De Dienst Justitiële Inrichtingen werkt met gedragscodes voor het personeel waarin ook de relatie tot gedetineerden en bewoners wordt behandeld. Over het aantal meldingen van misbruik of vermeend misbruik heb ik tot nu toe geen landelijke cijfers kunnen achterhalen.” Gedurende de afgelopen maand blijkt het nog steeds niet gelukt te zijn om de cijfers m.b.t. grensoverschrijdend gedrag door hulpverleners te achterhalen. Interesseert justitie zich dan zo weinig voor de binnen haar eigen muren door hulpverleners gepleegde strafbare feiten? Is het zo vreemd om ervan uit te gaan dat justitie toch wel over dergelijke cijfers zou moeten beschikken? Men is ondertussen al ongeveer drie maanden bezig te zoeken naar de cijfers betreffend GOG door hulpverleners binnen tbs instellingen. Zullen zij er wel zijn? Boeit het wel iemand op het ministerie dat er onder toezicht van justitie seksuele delicten worden gepleegd binnen tbs klinieken? Is men zich wel bewust van de gevolgen van het gepleegde gresoverschrijdend gedrag voor patiënten, klinieken maar ook in het ergste geval zelfs voor de maatschappij? (…). Lees de hele brief aan de ministers Donner en Hoogervorst in onze rubriek PUBLICATIES MdH die u vanuit de voorpagina kunt bereiken.
Dit bericht zullen wij op 18 september 2005 per post naar de ministers Donner en Hoogervorst zenden, in de hoop dat men zich beraadt en omwille van het welzijn van patiënten en omwille van de veiligheid voor de maatschappij ook eens aandacht zal gaan besteden aan dit vergeten kindje: Grensoverschrijdend gedrag (GOG) door hulpverleners binnen tbs instellingen.
Geraadpleegde literatuur:
Voor publicatie van delen uit het werk van Humphrey Ludwig hebben wij van de auteur toestemming verkregen, waarvoor onze dank aan hem!
Werknemer stichting verdacht van verkrachting -- 15 september 2005 -- GRONINGEN - Een medewerker van gehandicaptenstichting De Zijlen in Hoogezand-Sappemeer wordt verdacht van aanranding en verkrachting van drie verstandelijk gehandicapten. Dat bleek donderdag voor de rechtbank in Groningen, waar de 55-jarige man terecht moest staan. Het misbruik heeft volgens justitie plaatsgevonden tussen 2001 en 2005. Twee slachtoffers werden volgen het Openbaar Ministerie onzedelijk betast, een derde werd verkracht. De 55-jarige verdachte ontkent het misbruik. De zaak is donderdag aangehouden, omdat nog enkele getuigen moeten worden gehoord. Het misbruik zou hebben plaatsgevonden in een woonvoorziening van de stichting in Hoogezand-Sappemeer. Nadat de slachtoffers aangifte deden, is de verdachte op non-actief gesteld. H. de With, voorzitter van de raad van bestuur van De Zijlen, zei donderdag dat de stichting de zaak bewust heeft stilgehouden. "Dit zijn droevige gebeurtenissen, waarmee we niet actief naar buiten komen." Ze wilde niet inhoudelijk op de zaak ingaan. De With benadrukt dat De Zijlen een actief beleid voert om seksueel misbruik te voorkomen. Werknemers moeten een contract tekenen waarin duidelijke regels over de omgang met cliënten zijn vastgelegd. "Dit kan helaas in iedere organisatie gebeuren", aldus de voorzitter. De Zijlen ondersteunt in de provincie Groningen ongeveer duizend mensen met een verstandelijke handicap. De rechtszaak wordt op 18 oktober voortgezet.
Paranormale genezer verdoofde en misbruikte 13 cliënten – 14 september 2005 – Red. MdH – Op vrijdag 16 september a.s. moet de 56-jarige paranormaal genezer F.P. uit Breda opnieuw voor de rechtbank verschijnen. Hij stond in juni van dit jaar terecht voor de rechtbank in Breda. Hij wordt verdacht van het seksueel misbruiken van vijf vrouwen (sinds 1996), en het toedienen van slaapmiddelen aan dertien van zijn vrouwelijke patiënten. De meeste vrouwen waren 17 tot 20 jaar oud. De paranormaal genezer vroeg hen aan het begin van de sessie een glas suikerwater drinken waarin P. een 'magische gouden ring' in deed. Na ongeveer een half uur vielen de vrouwen in slaap. Uit het politieonderzoek bleek dat P. Oxazepam en Seresta in het water had gemengd. P. verklaarde tijdens de rechtszitting dat hij paranormale krachten bezit waarmee hij mensen die in de knoop zitten, kan helpen. ,,Ik probeer de negatieve energie uit mijn patiënten te halen en de positieve te bevorderen. Ik heb niets gedaan wat de vrouwen zelf niet wilde, als ik ze heb aangeraakt is dat altijd met toestemming gebeurd'', aldus de man. De rechtzaak werd na enkele uren opgeschort tot 16 september 2005 omdat de slachtoffers opnieuw ondervraagd moeten worden op verzoek van de raadsman van de verdachte alternatieve genezer. Hij twijfelt aan de geloofwaardigheid van de verklaringen van de cliënten van de ‘hulpverlener’. De informatie in dit nieuwsbericht is afkomstig van het ANP bericht van 24 juni 2005 dat u eveneens op deze nieuwspagina aantreft.
Een paranormale genezer die voor God speelde -- 13 september
2005 -- Eindhovens Dagblad (rubriek: gerechten, door Mariëtte
van Wissen) – Achteraf snapt ze het nog steeds niet. Dat ze zich zo heeft laten
intimideren. Zich zo afhankelijk heeft opgesteld. Drie jaar lang haar verstand
is kwijt geweest. Door één man, een ‘paranormaal genezer’: Ik ging er
eigenlijk naar toe vanwege een dip omdat ik geen werk had’. Via een
achternichtje van haar man, was Els begin 2001 bij hem terecht gekomen. Hij kon
blokkades opheffen door handoplegging. Els wist niet dat ze blokkades had, wilde
alleen van haar dip af. Ze wist ook niet dat de paranormaal genezernet was
veroordeeld tot een werkstraf en een proeftijd van twee jaar voor ontucht met
twee cliënten. En ze wist ook niet dat hij uit de Vereniging voor
Geestelijke en Natuurgeneeswijzen was gezet. Via via kwam ze erachter dat
de paranormaal genezer met meer vrouwen ontucht pleegde. Hij had hen allemaal
wijs gemaakt dat ze seksueel geremd waren en dat ze daarom (gedeeltelijk)
ontkleed behandeld moesten worden. Gezamenlijk stapten ze naar de politie. Bij
een inval daarna werden bij de handoplegger honderd liefdesbrieven van
cliëntes aangetroffen en natuurlijk een hoop naaktfoto’s. 'Het begon er
al mee dat hij wilde dat je een naaktfoto van jezelf maakte en die aan hem gaf.
Anders kon hij je niet behandelen'. Volgens het achternichtje was dat allemaal
heel normaal en noodzakelijk. Al snel moest ook de man van Els in behandeling,
apart van haar, omdat hij anders niet aan Els 'kon werken'. Na vier maanden
'behandeling' kuste de behandelaar Els voor het eerst. En kussen werd
tongzoenen. En daarna moest ze zijn geslachtsdeel vasthouden. 'Dat ben ik niet,
dat is mijn lichaam dat ik ter beschikking stel', zei hij. 'Nee' durfde ze niet
te zeggen. 'Dat durfde niemand die daar kwam', zegt Els. 'Hij was eigenlijk
God. Je deed alles wat hij zei, je werd totaal afhankelijk van hem. Op een
gegeven moment besprak ik alle beslissingen die ik moest nemen eerst met hem.
Achteraf denk ik dat hij het prachtig vond dat hij die duizenden cliënten die
hij gehad heeft, precies kon laten doen wat hij wilde'. Els vertelt dat een van
zijn cliëntes zelfs vanuit Zeeland naar Brabant verhuisde, om dichter bij hem
te kunnen zijn. Volgens de paranormaal genezer zou Els vol zitten met blokkades
en zwarte geesten, 167 geesten maar liefst. Die blokkades en geesten had Els
omdat ze door haar moeilijke jeugd allemaal muren om haar heen had opgebouwd.
Én omdat ze niet genoeg naar hem luisterde waardoor die blokkades doorbroken
konden worden. Dus ging ze nog beter luisteren. Nog meer haar best doen. Zo
moest ze, om alle blokkades op te heffen, achttien maal per week seks hebben
met haar echtgenoot. Dat is nogal wat, zeker als je een peuter hebt
rondlopen. 'Dat haalden we dus niet en dan voelde je je extra rot omdat je niet
aan zijn eisen kon voldoen'. Iedere avond moest het echtpaar via mail een
verslag van de dag opsturen. 'Álles moesten we opschrijven, ook over de seks
natuurlijk'. Om de muren om haar heen af te breken, moest Els ook naar het
achternichtje. Dat zou met een vibrator bij haar alle blokkades in vijf
behandelingen helpen afbreken. 'Ongelooflijk, maar je deed het gewoon'. Het
achternichtje was volgens Els zijn handlanger. We moesten van haar alles doen
wat hij zei. Niet twijfelen, nooit tegenspreken. Alles voor de 'universele
liefde', waar hij het altijd over had. Zij is helemaal idolaat van hem. Nog
steeds'. Intussen ging het bij Els thuis en met Els zelf steeds slechter. 'Ik
was verschrikkelijk onzeker geworden en dacht dat ik alles fout deed. En alles wat
er fout ging, was volgens de paranormaal genezer ook mijn schuld. Alleen maar
mijn schuld'. Haar ogen gingen definitief open toen hij 'van gene zijde' had
door gekregen dat haar moeder haar, in ruil voor geld, als klein kind had laten
misbruiken door verschillende mannen. En dat dat de oorzaak was van al haar
zogenaamde blokkades en 167 zwarte geesten. 'Dat was de limit. Toen was de
behandeling ook snel voorbij. Eindelijk was ik vrij en kon ik weer ademhalen'.
Eén maart dit jaar werd de paranormaal genezer veroordeeld tot twee jaar
gevangenisstraf waarvan een half jaar voorwaardelijk. En vijf jaar lang mag hij
zijn beroep niet uitoefenen. Het achternichtje is met een verrekijker bij de
gevangenis gaan staan. Om een glimp van hem op te kunnen vangen.
De naam Els is gefingeerd.
Commentaar red. MdH incl. aanvullende informatie: Voor meer informatie over zogenaamde ‘hervonden’ c.q. eigenlijk door de therapeut verzonnen herinneringen zoals in bovengenoemd stuk uit de ingeving van de ‘therapeut’ blijkt die aan zijn cliënte probeerde wijs te maken dat haar moeder haar door tig verschillende mannen heeft laten misbruiken, kunt u terecht op de website Traumaversterking. Het gaat in bovengenoemd artikel om de 53-jarige paranormaal genezer B. (de naam van de pleger is bij onze redactie bekend, het GOG door de man werd als melding door ons geregistreerd) uit Waalre. Zie ook het nieuwsbericht van 2 maart 2005 ‘Paranormaal genezer gaat 1,5 jaar in de cel’ dat u eveneens op deze nieuwspagina aantreft. De ‘genezer’ heeft recentelijk ervan afgezien in hoger beroep te gaan. Lees ook de uitspraak in deze zaak: LJN: AS8309, Rechtbank 's-Hertogenbosch, 01/039123/04
Justitie onderzoekt dood rijke Haagse – 10 september 2005 – Telegraaf -- DEN HAAG - Justitie heeft drie mannen opgesloten van wie zij denkt dat ze betrokken zijn geweest bij de dood van de 95-jarige S. Gorter in 2000. Dat heeft een woordvoerster van het Openbaar Ministerie in Den Haag zaterdag bevestigd. Zij wil niet zeggen wie de drie zijn. Twee kranten, het Algemeen Dagblad en de Volkskrant, meldden dat het zou gaan om onder anderen de huisarts M. en de met de vrouw bevriende chirurg S. Deze laatste erfde 2,7 miljoen euro van haar. De familie betwist de rechtmatigheid van die erfenis. De chirurg voerde de regie over de medische begeleiding bij haar stervensproces. Het medisch tuchtcollege heeft eerder al uitgesproken dat dat niet zuiver was omdat hij jarenlang met de vrouw bevriend was en wist dat hij zou erven. De drie zijn voorgeleid aan de rechter-commissaris die hun voorarrest vrijdag met tien dagen heeft verlengd.
‘Aftrekken’: een medisch en juridisch verantwoordde praktijk? – 8 september 2005 – Redactie MdH (deelreactie op het nieuwsbericht over de zaak Bram Bakker in Medisch Contact nr.35) -- Wat betreft het niet in hoger beroep gaan door de beklaagde zelf en door de inspectie valt het navolgende op te merken: Indien de psychiater had besloten in hoger beroep te gaan, had hij zich nogal belachelijk gemaakt. Voor hem was dit geen serieus te overwegen optie geweest aangezien hij buitengewoon blij mag zijn met de door het regionaal tuchtcollege geformuleerde uitspraak, namelijk een waarschuwing. De hem ter laste gelegde feiten hadden oplegging van een strengere maatregel met zekerheid gerechtvaardigd, een mening die ook door de inspectie wordt bevestigt. Wij vinden het dan ook jammer dat de inspectie niet in hoger beroep ging bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Den Haag. Het is wel zo dat ook dat college wellicht/waarschijnlijk rekening had gehouden met het ontslag van de psychiater in het SLAZ. Echter, alhier dient men zich eigenlijk eens een veel algemenere vraag te stellen, namelijk: of het wel zinvol en adequaat is hoe tuchtcolleges met ontslagen bij instellingen omgaan. Het is inderdaad nogal gebruikelijk – zowel binnen het tuchtrecht als binnen het strafrecht helaas – dat men een plaatsgevonden ontslag aftrekt van de maatregel die men eigenlijk zou willen opleggen in een zaak. Ons inziens naar is dit niet terecht aangezien de instelling deels hele andere overwegingen heeft dan een tuchtcollege of een strafrechter. De instelling bepaalt aan de hand van diverse factoren of het voor haar een optie is al dan niet met een professional verder te willen en kunnen gaan werken. Het SLAZ besloot die verantwoordelijkheid niet te willen dragen c.q. dat risico niet te willen lopen. Het besluit van een instelling dient niet mee te wegen bij rechterlijke besluiten die puur naar de gedragingen van een professional dienen te kijken en daarover een oordeel dienen te vellen. Indien men aan ‘maatregel-aftrek’ doet, houdt men namelijk uitsluitend rekening met de beklaagde partij, de enige in het geheel voor wie zo een ‘maatregel-aftrek’ van belang en positief is. Tuchtcolleges en strafrechters dienen echter niet de belangen van professionals te behartigen maar zij dienen zich te allen tijde neutraal op te stellen. Het enige belang dat colleges en rechters dienen te behartigen is het ALGEMEEN BELANG, en in dezen dus vooral het belang van de gebruikers van de gezondheidszorg, maar ook het belang van de medische professie(s) in kwestie. Het is dus jammer dat de inspectie om de genoemde reden regelmatig niet in hoger beroep gaat ondanks het feit dat zij eigenlijk van mening is dat dit zinvol, adequaat of zelfs noodzakelijk zou zijn. Veel belangrijker zou het zijn dat de inspectie dit probleem eens aan gaat kaarten op een hoger niveau alwaar hiernaar gekeken kan worden. De inspectie is er immers voor zich in te zetten voor het algemeen belang en zij dient er toezicht op te houden dat de professionele standaard door beroepsbeoefenaren gehandhaafd wordt zodat de gebruikers van de gezondheidszorg goed verzorgd en veilig zullen zijn. Aangezien het om een nogal structureel probleem gaat wat betreft het ‘maatregel-aftrek’ zou de inspectie eens bij de ministeries voor VWS en justitie moeten aankloppen, zo zijn wij van mening, om het thema aan te kaarten en om te bespreken of in dezen veranderingen wenselijk en haalbaar zouden zijn. De gebruikers van de gezondheidszorg zijn er namelijk niet bij gebaat dat dergelijk ‘maatregel-aftrek’ plaatsvindt want voor hen houdt het uiteindelijk in dat zij minder beschermd zullen zijn dan wenselijk en mogelijk zou zijn. Het genoemde probleem speelde o.a. ook in de zaak tegen de Amsterdamse psychotherapeut Freek F.. Het ontslag in het AMC was zowel voor het tuchtcollege als voor de strafrechter een reden om ‘maatregel-aftrek’ toe te passen. Daarnaast dient er naar een verder element te worden gekeken dat eveneens in de laatstgenoemde zaak speelde. Strafrechters passen regelmatig ‘maatregel-aftrek’ toe omwille van een al plaatsgevonden tuchtrechterlijke veroordeling. Tuchtcolleges houden regelmatig in hun oordeel rekening met een strafrechtelijk vonnis. Door al deze ‘maatregel-aftrek’ praktijken blijkt het algemeen belang helaas geschaad te worden en aangezien het algemeen belang HET belang is waarmee rekening gehouden dient te worden, zou het noodzakelijk zijn dat de ministeries en/of de Tweede Kamer er eens naar gaan kijken. Er zijn mogelijkheden om onprofessioneel gedrag beter aan te pakken dan tot nu toe het geval is. Waarom maken wij er dan geen gebruik van?!?? Wanneer slachtoffers de moeite nemen een klacht in te gaan dienen waardoor er kansen ontstaan dat er betere zorg en meer veiligheid voor patiënten geboden kan worden, lijkt het ons niets meer dan terecht dat men deze kans ook gaat gebruiken i.p.v. haar te beperken door aan ‘maatregel-aftrek’ te gaan doen. Op het moment dat grensoverschrijdende professionals met een juridische procedure te maken krijgen, dient de periode van het ‘aftrekken’ dan ook voorbij te zijn. Masturbatie maakt regelmatig deel uit van de onprofessionele praktijken die grensoverschrijdende professionals helaas bezigen. Juridische procedures zijn er niet voor enige vorm van aftrekken verder toe te gaan passen want ‘maatregel-aftrek’ leidt naast het feit dat het niet in het algemeen belang is ook ertoe dat het slachtoffer in kwestie zich uiteindelijk niet slechts door eerder fysiek aan haar/hem opgedrongen aftrekpraktijken misbruikt voelt maar tevens ook nog gaat lijden onder later toegepaste juridische ‘maatregel-aftrek’. Een ‘maatregel-aftrek’ is niet slechts schadelijk voor de gebruikers van de gezondheidszorg en veelal ook voor de professies zelf maar het is in veel gevallen tevens traumatisch voor het slachtoffer c.q. de slachtoffers in kwestie. Wij achten ‘aftrekken’ dan ook noch medisch noch juridisch verantwoord.
Bram Bakker niet in hoger beroep -- 2 september 2005 – Medisch Contact Publicatie: Nr. 35, Rubriek: NieuwsReflex, pag. 1379 -- Psychiater Bram Bakker gaat niet in hoger beroep tegen de beslissing van het regionaal tuchtcollege Amsterdam. Dit legde hem in juli de maatregel van waarschuwing op. Deze week liep de termijn voor het instellen van een hoger beroep af. De Inspectie voor de Gezondheidszorg diende op 1 april 2004 bij het Regionaal Tuchtcollege Amsterdam een klacht in tegen Bakker vanwege twee gevallen van grensoverschrijdend gedrag. In het eerste geval sprak de psychiater in een horecagelegenheid af met een patiënte en een vriendin van haar. Hij stelde de patiënte voor aan een vriend. Later die avond zoende Bakker de vriendin van zijn patiënte, die daarvan danig in de war raakte. Bakker liet zijn vriend de patiënte naar huis brengen. De volgende dag smeet zij haar ramen in, met de intentie om met de glas-scherven haar polsen door te snijden. In een tweede incident gaf Bakker een patiënte het e-mailadres van dezelfde vriend, omdat beiden geïnteresseerd waren in internetdating. Uit e-mailcorrespondentie blijkt dat hij haar stimuleerde een gemaakte afspraak bij zijn vriend in Zeeland door te zetten. Na dit tweede voorval ontsloeg de directie van het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis Bakker en bracht zij de Inspectie op de hoogte. Deze diende vervolgens de klacht in. Bakker noemt zijn handelingen ‘onconventionele behandelingsvormen (...) waartoe hij de vrijheid moet hebben’. Het Regionaal Tuchtcollege Amsterdam vindt echter dat hij zonder noodzaak in het privé-leven van zijn patiënten is getreden en onvoldoende afstand heeft bewaard. Uit het vonnis blijkt dat het college een strengere maatregel te rechtvaardigen vindt, onder meer omdat de Inspectie Bakker al na het eerste incident ter verantwoording had geroepen. Het heeft het ontslag van de psychiater echter als een verzachtende omstandigheid aangemerkt. De Inspectie had graag gezien dat Bakker een strengere maatregel krijgt, maar gaat evenmin in beroep. ‘We zouden een berisping op zijn plaats vinden, maar denken dat ook het Centraal Tuchtcollege rekening zal houden met het ontslag’, aldus een woordvoerder. ‘We houden hem wel goed in de gaten.’ Bram Bakker werkt momenteel parttime bij een GGZ-instelling en heeft een eigen praktijk in Amsterdam.
Commentaar red. MdH: Inhoudelijk: De opmerking ”In een tweede incident gaf Bakker de patiënte het e-mailadres van dezelfde vriend, omdat beiden geïnteresseerd waren in internetdating” geeft aan dat Medisch Contact de nodige zorgvuldigheid in acht heeft genomen wat betreft enige research in deze zaak. Het tuchtcollege nam de verklaring van de psychiater namelijk helaas zomaar over zonder haar te toetsen. De psychiater stelde eerder dat hij zijn toenmalige patiënte met zijn vriend in contact zou hebben gebracht omdat beiden een boek over internetdating wilden schrijven. Cliënte nr. 2, Meltum Punt, heeft echter nooit de bedoeling gehad een boek over internetdating te schrijven. De psychiater lijkt dit onjuiste gegeven dan ook alleen maar aangevoerd te hebben om het in contact brengen van zijn patiënte met een vriend enigszins professioneel te doen lijken. (…). Lees de complete reactie van onze redactie in ons DOSSIER B.B..
Twee jaar cel voor verpleegkundige -- 18 augustus 2005 -- Verpleegkundenieuws -- Een 61-jarige verpleegkundige uit Oss is vorige week veroordeeld tot twee jaar cel, waarvan acht maanden voorwaardelijk. De man verkrachtte begin dit jaar een 84-jarige vrouw in verpleeghuis Het Zonnelied in Ammerzoden. Het slachtoffer, dat halfzijdig verlamd is en een afasie heeft, kon haar dochter duidelijk maken wat er gebeurd was. Onduidelijk is op welke manier de vrouw verkracht is. Daarom is de straf lager uitgevallen dan was geëist. Het Openbaar Ministerie eiste drie jaar cel. Volgens directeur E. Donders van Verpleeghuis Het Zonnelied is de straf behoorlijk zwaar. “Maar we zijn hier nog erg onder de indruk van de gebeurtenissen”, zegt hij.
Chirurg niet vervolgd voor meenemen weefsel -- 17 augustus 2005 -- Telegraaf -- AMERSFOORT - Een chirurg die eerder dit jaar zonder toestemming van drie patiënten weefsel heeft meegenomen, wordt niet vervolgd. De man is weer aan het werk gegaan. De Inspectie voor Gezondheidszorg begint geen tuchtzaak tegen de arts uit het Meander Medisch Centrum in Amersfoort. Een woordvoerder van ziekenhuis bevestigde woensdag een bericht uit de Amersfoortse Courant. De chirurg had het weefsel meegenomen voor zijn vrouw die er reddingshonden mee trainde. De man had echter geen toestemming van de patiënten en kreeg daarom van het ziekenhuis een officiële waarschuwing. Ook schakelde het ziekenhuis de Inspectie in.
Ziekenhuiswoordvoerder J. Hurkens: "Het officiële rapport van de Inspectie hebben we nog niet ontvangen, maar de conclusie is conform onze verwachting. De man heeft geen wet overtreden en dus is er juridisch geen zaak". Hurkens onderstreepte dat de zorg niet in het geding is geweest. "Maar het is onethisch en onprofessioneel en derhalve ontoelaatbaar. Het is eens en nooit weer." Slechts een "handvol" mensen heeft vragen gesteld, aldus Hurkens. " Maar als er mensen aangeven niet door de man geholpen te willen worden, kan daar rekening mee worden gehouden."
Alternatieve arts Sickesz terecht kwakzalver genoemd -- 5 augustus 2005 – Vereniging tegen de Kwakzalverij via Nieuwsbank.nl / Red. Schizofrenie Bulletin -- ROTTERDAM, 5-8-2005 - De Vereniging tegen de Kwakzalverij staat wel degelijk in haar recht als ze de Haagse alternatieve arts M. Sickesz als kwakzalver betitelt. Dat heeft de Amsterdamse rechtbank gisteren bepaald in een zaak die de alternatieve arts tegen de vereniging had aangespannen. Sickesz (1923) heeft een eigen behandelmethode ontwikkeld, waarmee ze naar eigen zeggen hartziekten en maagzweren, maar ook schizofrenie, autisme en depressies kan genezen middels het 'rechtzetten van wervels'. Zij noemt haar therapie 'orthomanuele geneeskunde' en heeft enkele tientallen artsen opgeleid die deze behandeling ook toepassen. De Vereniging tegen de Kwakzalverij beschouwde deze therapie als kwakzalverij en plaatste Sickesz in 2000 op de zevende plaats van de Lijst van de Grootste Kwakzalvers van de 20ste Eeuw. Terecht, heeft de rechter nu bepaald door Sickesz op alle punten in het ongelijk te stellen. De rechtbank volgde de vereniging in haar neutrale uitleg van de term 'kwakzalver', die wel nutteloosheid impliceert maar niet noodzakelijkerwijs kwade trouw of oplichting. "De plaatsing van Sickesz op de lijst van kwakzalvers is dan ook voldoende gebaseerd op de feiten." Ook plaatsing van de kwakzalverlijst in het boekje 'Genezen is het woord niet' wordt door de rechter niet onrechtmatig geacht. Het Schizofrenie Bulletin is een service van Ypsilon, de vereniging voor familieleden van mensen met schizofrenie of een psychose. Voor meer informatie: http://www.ypsilon.org/schizbul.htm
Celstraf geëist na verkrachting – 30 juli 2005 – Algemeen Dagblad – ARNHEM – Justitie heeft voor de rechtbank in Arnhem 2,5 jaar cel geëist tegen een 61-jarige ex-medewerker van een verpleeghuis in Ammerzoden. De man stond terecht voor de verkrachting van een 84-jarige bewoonster. Hij werkte al 42 jaar in de zorg en zou acht dagen voor het misdrijf met pensioen gaan. Het slachtoffer was eenzijdig verlamd en had een spraakstoornis.
Commentaar red. MdH: Het artikel wekt nogal de indruk dat het zou gaan om een hulpverlener die na 42 jaar onberispelijk gedrag binnen de zorgsector in ene een ernstig zedenmisdrijf heeft gepleegd. Dat is mogelijk maar het is niet zeer waarschijnlijk. De aan de verkrachting ten grondslag liggende feiten wijzen namelijk niet zo zeer in richting van de aanname dat er sprake was van 42 jaar onberispelijk gedrag maar zij roepen eerder de vraag op of het hier wel om het enige, ooit door de verdachte gepleegde zedenmisdrijf, gaat. Met de aan deze verkrachting ten grondslag liggende feiten wordt bedoeld dat het slachtoffer bijzonder weerloos was. Afgezien daarvan dat een aanzienlijk machtsverschil altijd inherent is aan een professionele hulpverleningsrelatie, gaat het in dit specifieke geval om een hoog bejaarde dame die tevens meervoudig gehandicapt is. Het slachtoffer bevond zich dus in een binnen het scenario van ‘grensoverschrijdend gedrag door hulpverleners’ bijzonder kwetsbare positie waarvan de ex-medewerker van het verpleeghuis in Ammerzoden in ernstige mate misbruik maakte. Gezien dit feitencomplex kan men alleen maar hopen dat men ook een kritische blik op de aan de verkrachting van de bejaarde, bijzonder hulpbehoevende dame voorafgaande periode van ruim vier decennia heeft geworpen aangezien de hoge leeftijd en bijzonder grote kwetsbaarheid van het slachtoffer in de meeste gevallen een indicatie daarvoor zouden zijn dat het bij plegers van dergelijke delicten met grote waarschijnlijkheid om veelplegers gaat.
Uitspraak Regionaal Tuchtcollege Amsterdam: psychiater Bram Bakker – 29 juli 2005 – Red. MdH – Op de website van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam treft u nu de publicatie van de uitspraak van het medisch tuchtcollege in de zaak Bram Bakker (zaaknr.: 04 067) aan. De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) diende op 1 april 2004 een klacht bij het tuchtcollege in wegens herhaaldelijk grensoverschrijdend gedrag van de Amsterdamse psychiater. Hij heeft zich t.a.v. twee vrouwelijke patiënten grensoverschrijdend gedragen. Het tuchtcollege achtte de klacht van de inspectie gegrond en waarschuwde de arts. De uitspraak dateert van 19 juli 2005.
Een deel van het zittingsverslag treft u al op onze pagina LOPENDE TUCHTZAKEN aan. Binnenkort zullen wij ook het nog resterende deel van het zittingsverslag publiceren.
Vijf jaar cel voor misbruik in kinderopvang -- 27 juli 2005 – BN De Stem – Seksueel misbruik van vijf gehandicapte jongens en meisjes tussen de 12 en 15 jaar door Jouke M. (57) in de door hem zelf opgerichte ‘kinderdagverblijf’. Hij zou de kinderen therapeutisch behandelen. (…). Volg de link om het hele artikel te kunnen lezen.
Waarschuwing voor psychiater: Tuchtcollege vindt Bram Bakker genoeg gestraft door ontslag na problemen met patiëntes-- 20 juli 2005 -- Het Parool -- AMSTERDAM - De Amsterdamse psychiater Bram Bakker is er gisteren bij het regionaal tuchtcollege voor de gezondheidszorg met een waarschuwing van af gekomen. Bakker was door de Inspectie voor de Gezondheidszorg aangeklaagd omdat hij de ethische codes van zijn beroep zou hebben geschonden door in 2003 tot twee keer toe een patiënte in contact te brengen met een persoonlijke vriend van hem. In beide gevallen ging dat mis... . Inclusief commentaar van onze redactie die de zitting heeft gevolgd.
Arts vrijgesproken van moord -- 19 juli 2005 -- Telegraaf -- DEN BOSCH - Het gerechtshof in Den Bosch heeft de 42-jarige arts P.V. uit Nijmegen dinsdag vrijgesproken voor moord. Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank in Breda van eind vorig jaar. Eerder eiste het Openbaar Ministerie, dat in hoger beroep was gegaan, nog een celstraf van 180 dagen tegen V. waarvan 172 voorwaardelijk. V. diende op 31 mei 2003 als weekendarts een stervende patiënt van het Amphia Ziekenhuis in Oosterhout een combinatie van morfine en geneesmiddelen toe.Het overlijden van de 77-jarige man is daardoor mogelijk versneld. Het Openbaar Ministerie meende dat sprake was van moord. In navolging van de Bredase rechtbank concludeert het hof echter dat V. de middelen toediende met als doel het lijden van de patiënt te verlichten en niet om diens leven te beëindigen. Het hof baseert zich daarbij op de verklaringen van drie deskundigen. Daaraan voegt het hof nog toe dat tijdens de behandeling in hoger beroep niet is komen vast te staan dat de dood van de patiënt het gevolg was van de toediening van de medicijnen. De man was enkele dagen eerder na een herseninfarct opgenomen en had longproblemen. De familie verzocht V. maatregelen te treffen toen de man dreigde te stikken in zijn slijm. Het medisch tuchtcollege oordeelde eerder al dat een klacht van de Inspectie voor de Gezondheidszorg tegen V. ongegrond was. De Inspectie ging in hoger beroep. De zaak wordt in het najaar vervolgd. Lees ook het nieuwsbericht ‘Dit was geen aanklacht tegen mij maar tegen de hele medische beroepsgroep’ van 19 juli 2005 op deze nieuwspagina.
Verpleegkundigen niet schuldig aan dood asielzoekster -- 18 juli 2005 -- Telegraaf -- GRONINGEN - Vier verpleegkundigen die in 2001 werkzaam waren in het asielzoekerscentrum in Appelscha zijn niet nalatig geweest bij het verlenen van medische hulp aan de 42-jarige asielzoekster F. Mousavi. Dat bleek maandag uit een uitspraak van het Regionaal Medisch Tuchtcollege in Groningen. De Iraanse vluchtelinge overleed in november 2002 aan de gevolgen van borstkanker. Volgens de echtgenote van de overleden asielzoekster, die de zaak voor het tuchtcollege bracht, zijn de verpleegkundigen indertijd nalatig geweest. De vrouw kampte vanaf oktober 2001 met pijnklachten in haar borst, maar die werden volgens hem niet serieus genomen. De ziekte werd hierdoor pas in een laat stadium geconstateerd. Volgens het tuchtcollege is echter op geen enkele wijze vast komen te staan dat Mousavi vanwege nalatigheid van de verpleegkundigen is overleden.
Ontuchtverdachte viel al lang op – 16 juli 2005 – Trouw – DEN HAAG – Het gedrag van een 41-jarige van kindermisbruik verdachte man uit Den Haag was al jaren opvallend. Officier van justitie I. Degeling zei gisteren voor de rechtbank in Den Haag dat de voormalige werkgever van de verdachte, kinderopvang 2Samen, hem sinds 2000 diverse keren waarschuwde dat hij niet te lichamelijk moest zijn. Ondanks die waarschuwingen en in 2003 zelfs twee keer een verbod op onnodig lichamelijk contact, is de Hagenaar de fout ingegaan, meent de aanklaagster. Hij heeft volgens haar zeker twee jongetjes en een meisje verkracht en ze verdenkt hem ook van misbruik van een onbekend aantal andere kinderen, bleek tijdens de pro-formazitting. Ook voordat hij als crechemedewerker aan de slag ging, heeft het OM aanwijzingen dat de man ‘grensoverschrijdend gedrag’vertoonde. Begin april hield de politie hem aan, nadat enkele ouders aangifte hadden gedaan. De rechtbank besloot dat hij in hechtenis moet blijven. Hij hoeft niet naar het Pieter Baan Centrum (PBC), hoewel de rechtbank een rapport over zijn persoonlijkheid van belang acht. Een observatie heeft geen zin, omdat de verdachte medewerking weigert.
Medische zorg voor asielzoekers onnodig riskant -- 15 juli 2005 -- Volkskrant -- AMSTERDAM - De medische zorg voor asielzoekers is ‘onnodig risicovol’, schrijft de Inspectie voor de Gezondheidszorg in een vertrouwelijk rapport over de dood van een 22-jarige vrouw in Eindhoven. Tegen een verpleegkundige wordt een tuchtklacht ingediend omdat zij ‘niet professioneel’ heeft gehandeld. Het rapport doet aanbevelingen om herhaling in andere asielcentra te voorkomen. De conclusie van het rapport staat haaks op de visie van de ministers Verdonk (Vreemdelingenzaken) en Hoogervorst (Volksgezondheid). Zij schreven de Tweede Kamer vorige maand dat er niets mis is met de zorg voor asielzoekers, die in handen is van de Medische Opvang Asielzoekers (MOA). ‘De Inspectie voor de Gezondheidszorg houdt toezicht op de kwaliteit van de MOA’, staat in het antwoord op Kamervragen. ‘Ook bij hen zijn geen signalen bekend dat de medische zorg tekortschiet.’ De kritische conclusies van het weken eerder verschenen inspectierapport blijven onvermeld. PvdA-Tweede-Kamerlid Arib wil weten waarom de ministers de Kamer daarover niet hebben geïnformeerd. ‘Het is kwalijk als nu blijkt dat er wel degelijk signalen bij de inspectie zijn dat er iets mis is. Ik wil een debat hierover met de ministers. Zij bagatelliseren het probleem al veel langer.’ De asielzoekster Marisa Bartolomeu stierf in juli vorig jaar in het opvangcentrum Beatrixoord aan een hersenbloeding en een longbloeding, nadat tot driemaal toe niet adequaat was gereageerd door een verpleegkundige en een huisarts. De verpleegkundige had de huisarts moeten consulteren, staat in het rapport. De huisarts wordt niet vervolgd, ook al heeft hij de situatie van de vrouw ‘onvoldoende als levensbedreigend’ ervaren. Bij de inspectie kwamen de afgelopen vijf jaar acht meldingen binnen over slechte zorg aan asielzoekers. In drie gevallen leidde dat tot tuchtrechtelijke vervolging van medisch personeel. Volgende week dient een zaak in Groningen. Er is al langer kritiek op de werkwijze van het MOA. Asielzoekers krijgen slechts via medewerkers van de beveiliging toegang tot huisartsen, staat in het inspectierapport. Ook krijgen zij moeilijk verpleegkundigen te spreken. Dezen kampen als gevolg van te weinig mankracht en personeelswisselingen vaak met een enorme werkdruk. Daarnaast is de samenwerking tussen huisartsen en verpleegkundigen niet goed, aldus de inspectie. Huisartsen zijn bovendien onvoldoende op de hoogte van de procedures in de asielzoekerscentra. Bij calamiteiten weten ze dikwijls niet hoe te handelen en tot wie ze zich moeten wenden. Het is, zegt een woordvoerster van de inspectie, niet de gewoonte rapporten door te sturen naar de betrokken ministeries. ‘Maar ik kan me voorstellen dat voor de beantwoording van de Kamervragen bij ons navraag is gedaan.’ Een woordvoerster van het ministerie van Volksgezondheid vermoedt dat de Kamervragen ‘wat kort door de bocht’ zijn geformuleerd. ‘Ik denk dat de minister heeft bedoeld dat er geen structurele problemen zijn bij de MOA. Dit rapport gaat over een specifiek geval’. Ook volgens Justitie gaan de Kamervragen over ‘het totale pakket van zorg voor asielzoekers, en niet over de zorgverlening aan individuen.’
Jeugdzorg Gelderland erkent fout -- 14 juli 2005 -- Algemeen Dagblad -- Bureau Jeugdzorg Gelderland heeft fouten gemaakt in de zaak van een 6-jarig jongetje uit Winterswijk, dat eind juni waarschijnlijk door zijn geestelijk verwarde moeder is omgebracht. Dat blijkt uit onderzoek van het bureau zelf. Volgens directeur H. Lomans van het bureau is niet voldoende informatie uitgewisseld met de plaatselijke instelling geestelijke gezondheidszorg GGNet. De 47-jarige moeder, die daar onder behandeling stond, zou vrijwillig worden opgenomen in een psychiatrische kliniek. Tijdens die opname zou het kind bij een tante verblijven, maar tot aan de opname verbleef het jongetje gewoon bij zijn moeder. GGNet was van mening dat zij geen direct gevaar opleverde voor haar kind. Het bureau jeugdzorg verwijt zichzelf nu dat zij in die analyse te makkelijk is meegegaan. ,,Wij hadden meer en beter informatie moeten uitwisselen en zelf een conclusie moeten trekken'', zegt directeur Lomans achteraf. Hij vindt dat zijn organisatie erg gespitst was op een oplossing en geen rekening hield met de mogelijke risico's. ,,We hebben onvoldoende rekening gehouden met een 'worst case scenario'.'' Bureau Jeugdzorg Gelderland zal de conclusies uit het onderzoek intern bespreken en de collega's aansporen meer te overleggen. ,,Ook binnen de organisatie moet meer aandacht komen voor coaching, niet in je eentje beslissingen nemen.'' GGNet is eveneens bezig met een intern onderzoek naar aanleiding van de zaak, die door de inspectie Jeugdzorg kritisch wordt gevolgd. Zaken als de dood van het 6-jarige jongetje en de Alphense peuter Savanna hebben Nederland al tot veel discussies geleid over de rol van de jeugdzorg. Savanna kwam na ernstige problemen weer thuis, omdat jeugdzorg Noord-Holland vond dat de moeder weer in staat was om haar op te voeden. Het meisje bezweek uiteindelijk aan ondervoeding en mishandeling door haar moeder. Door de dramatische incidenten wordt bij de instellingen voor jeugdzorg veel sneller ingegrepen dan vroeger en in twijfelgevallen worden kinderen eerder uit huis geplaatst. Dat gebeurde onlangs in Zwijndrecht, waar drie kinderen zelfs midden in de nacht bij hun ouders werden weggehaald uit vrees dat zij gevaar liepen.
Patiënte beschuldigt huisarts van seksueel misbruik -- 13 juli 2005 -- Het Kontakt (editie Leerdam), Dick Aanen – (Publicatie op de website van Het Kontakt volgt binnenkort: http://www.hetkontakt.nl/vhl/)
Advocaat: ‘De arts maakte misbruik van de machtsverhouding. Wij noemen dat artsen zonder grenzen’
Inspecteur voor de Gezondheidszorg: ‘Te weinig bewijs voor tuchtzaak’
LEERDAM - Een inwoonster van de Vijfheerenlanden beschuldigt haar voormalige huisarts van grensoverschrijdend seksueel gedrag. De huisarts ontkent in alle toonaarden. Het contact met de patiënte bestond volgens hem uit niet meer dan een vriendelijke handdruk. De vrouw zegt beter te weten en wil in contact komen met andere slachtoffers. De vrouw heeft het verhaal begin juli verteld aan de redactie van deze krant. Ze realiseert zich terdege wat publicatie van haar verhaal teweeg kan brengen, maar ze heeft wel een innerlijke drang om er na zoveel jaren eindelijk mee naar buiten te komen. Het gebeurde volgens de vrouw, van wie de naam en de woonplaats om privacyredenen niet vermeld worden, allemaal in het eerste halfjaar van 1998. Een jaartje eerder was ze met haar (inmiddels ex-)man naar haar nieuwe woonplaats in het verspreidingsgebied van deze krant verhuisd. Eind 1997 kreeg ze problemen op haar werk en kwam overspannen en zwaar depressief thuis te zitten. Naast de gesprekken die ze voerde met haar psychiater, had ze om de twee weken ook een afspraak met haar huisarts. Ze had baat bij deze therapeutische gesprekken. Aan het eind van de tweede behandeling sloeg de huisarts volgens de vrouw een arm om haar schouder. Dat was allemaal nog heel vertrouwd. Dat veranderde al snel. De contacten werden steeds amicaler, zegt de vrouw. De huisarts zou suggestief seksueel getinte opmerkingen hebben gemaakt. Op zeker moment werd er na afloop van een behandeling langdurig gezoend en streelde de huisarts de patiënte over haar borsten. Tijdens latere ontmoetingen ging het nog verder en uiteindelijk leidde dat tot daadwerkelijke seksuele gemeenschap. De intieme contacten hebben een half jaar geduurd. Pas sinds een paar weken heeft de vrouw de moed opgevat om over deze pijnlijke geschiedenis in haar leven te praten. “Ik heb altijd gedacht dat ik zelf schuldig was. Daar heeft de huisarts ook steeds op gezinspeeld en ik geloofde dat. Dat is ook de reden dat ik destijds geen aangifte heb gedaan bij de politie.” “De huisarts heeft misbruik gemaakt van mijn situatie”, zegt de vrouw. “Ik was destijds helemaal leeg en ik voelde me afhankelijk van de arts. Ik durfde geen eind te maken aan de seksuele contacten, omdat ik bang was dat dan ook de behandeling zou stoppen. En dat wilde ik niet.” Advocaat Martin de Witte behandelt veel gevallen van seksuele contacten tussen huisarts en patiënt. Hij is werkzaam bij SAP Advocaten in Amersfoort en heeft zich ook ontfermd over de zaak van deze vrouw. “Dit soort dingen gebeuren bij vrouwen die heel zwak zijn. Een sterke vrouw geeft zo’n arts gelijk een mep.(1) Maar deze vrouwen zijn een makkelijke prooi. Er is immers sprake van een machtsverhouding tussen de arts en de patiënt en daar maakt de arts misbruik van. Wij noemen dat: artsen zonder grenzen.”
Onderzoek
Uit onderzoek van sexuoloog Peter Leusink (2004) blijkt dat ruim driekwart van de mannelijke huisartsen zich wel eens seksueel aangetrokken voelt tot een patiënt. In ongeveer 3,3 procent van de gevallen heeft dat wel eens geleid tot daadwerkelijke seksuele handelingen. Het merendeel van de mannelijke huisartsen vond die seks prima voor de patiënt. Ook blijkt uit het onderzoek dat de seks zich niet beperkt tot incidenten. “Toch vraag ik me in dit concrete geval af wat de motieven van de vrouw zijn geweest om pas nu met deze beschuldiging naar buiten te komen”, zegt Leusink (2). Jeannette, die zich om privacyredenen alleen met haar voornaam bekendmaakt, is oprichter en beheerder van de website www.misbruikdoorhulpverleners.nl. Zij vindt dat Leusink een vertekend beeld geeft van de werkelijkheid. “Hij heeft alleen de huisartsen geïnterviewd en niet de slachtoffers. Het werkelijke aantal gevallen van grensoverschrijdend gedrag is veel hoger dan de geconstateerde vier procent. De keuze van de onderzoekers om slechts huisartsen te bevragen, zorgde ervoor dat de resultaten een nogal sterk vertekend beeld van de situatie omtrent grensoverschrijdend gedrag en huisartsenpraktijken kunnen opleveren. Het resultaat luidt in feite: ‘3,3 % van de Nederlandse huisartsen geeft toe ooit seksueel contact met een patiënt te hebben gehad’. Uit diverse onderzoeken wereldwijd blijkt dat het percentage grensoverschrijdende hulpverleners gemiddeld bij circa tien procent ligt. Binnen de geestelijke gezondheidszorg ligt het percentage zelfs hoger.” Dat ruim driekwart van de mannelijke huisartsen zich wel eens in seksueel opzicht tot patiënten aangetrokken voelt is volgens Jeannette niet het werkelijke probleem. “Het echte probleem begint daar waar een arts - of andere hulpverlener - een erotische fantasie in actie omzet. Zolang een hulpverlener niet aan zijn/haar erotische gevoelens toegeeft, zich van zijn/haar gevoelens bewust is, en er op een professionele manier mee omgaat, is er niets aan de hand. Kwalijk wordt het wanneer een hulpverlener daadwerkelijk de grenzen van een patiënt overschrijdt. Daarbij gaat het niet alleen om geslachtsgemeenschap maar om alle vormen van seksueel getinte uitingen en gedragingen.” Volgens Jeannette is het een misverstand dat het alleen bij zwakke vrouwen gebeurt. “Er zijn juist veel slachtoffers waarbij de naaste omgeving zegt: ‘hoe kon jou dat nou overkomen? Dat begrijpen we niet.´ Slachtoffers van grensoverschrijdend gedrag zijn juist heel divers. Veelal gaat het zelfs om hele sterke vrouwen. Zwak of sterk doet ook helemaal niet ter zake. Het gebeurt jonge en oude vrouwen en mannen, fysiek sterke en minder sterke, psychisch volkomen gezonde en minder stabiele of zelfs kwetsbare mensen. Het probleem is niet dat de patiënten die het overkomt op zich kwetsbaar zijn. Ze verkeren vaak in een tijdelijke moeilijke situatie en verder is het vooral de aard van de relatie die de patiënt kwetsbaar maakt, die inhoudt dat er te allen tijde een groot verschil van macht speelt binnen een behandelrelatie. Daardoor hoeft juist geen geweld te worden gebruikt om seksueel contact voor elkaar te krijgen.”
Andere huisarts
De patiënte uit de Vijfheerenlanden heeft inmiddels een andere huisarts. Af en toe komt ze haar vorige arts nog wel eens tegen en dat zijn uiterst pijnlijke ontmoetingen, omdat ze het gevoel heeft dat hij haar probeert te intimideren. “Als ik zijn auto zie, dan schrik ik.” Voor het slachtoffer is inmiddels duidelijk dat de huisarts het bij meerdere patiënten heeft gedaan of geprobeerd. Haar nieuwe huisarts heeft tegenover de Inspectie verklaard dat hij meerdere ‘overlopers’ van de arts in zijn praktijk heeft. Ook hebben vier psychiaters, bij wie de vrouw in behandeling is geweest, onafhankelijk van elkaar het verhaal van de vrouw bevestigd. In 1999 sprak het vrouwelijke slachtoffer over haar ervaringen met de inspecteur voor de Gezondheidszorg. Die onderzocht de zaak. De huisarts ontkende glashard. Volgens hem was er alleen maar sprake geweest van een vriendschappelijke handdruk. Meer niet. Inspecteur voor de Gezondheidszorg mevrouw drs. C.W.J. Janssen, die de zaak onderzocht, zegt er destijds te weinig bewijs was voor een tuchtzaak. “Zowel de patiënt als de huisarts zijn gehoord. Op grond van die gesprekken is het voor ons niet mogelijk om een oordeel te vellen. Het staat voor ons niet onomstotelijk vast dat de huisarts het gedaan heeft. En dan is het haar ‘ja’ tegen zijn ‘nee’. We hebben een vergelijkbaar geval, waarbij de patiënte correspondentie kon overleveren. Dat is hier niet het geval. Ik kan me heel goed voorstellen dat dat heel vervelend is voor de patiënte. Maar wij moeten heel zorgvuldig werken en kunnen niet iemand zomaar beschuldigen.” Veel informatie over grensoverschrijdend gedrag door huisartsen is te vinden op de website www.misbruikdoorhulpverleners.nl. Gevallen van grensoverschrijdend (seksueel) gedrag kunnen anoniem gemeld worden aan advocaat Martin de Witte: 033 – 461 30 48.
Commentaar redactie MdH:
Algemeen: Wij verzoeken slachtoffers van grensoverschrijdend gedrag (GOG) door huisartsen, werkzaam in de Vijfheerenlanden, in ieder geval contact met ons op te nemen. Informatie afkomstig van hulpverleners werkzaam in de genoemde regio is uiteraard eveneens welkom. U kunt (anoniem) contact met ons opnemen via: info@misbruikdoorhulpverleners.nl of 06 – 137 717 47.
Inhoudelijk: (1) Op het vertekende beeld dat advocaat Martin de Witte van slachtoffers van GOG door hulpverleners ten onrechte schetst, reageerde Jeannette reeds in het artikel. De opmerking van de advocaat maakt helaas maar al te duidelijk dat hij over uiterst weinig kennis op het gebied van grensoverschrijdend gedrag door hulpverleners beschikt. Opmerkelijk is dat hij afgezien van het feit dat het door hem gestelde onjuist is, met het gestelde ook niet in het belang van zijn cliënte handelde. (2) De door Peter Leusink, huisarts en seksuoloog, geplaatste opmerking “Toch vraag ik me in dit concrete geval af wat de motieven van de vrouw zijn geweest om pas nu met deze beschuldiging naar buiten te komen” is eveneens opmerkelijk. Leusink diende zich deze vraag helemaal niet te stellen. Als professional dient hij het antwoord op zijn eigen vraag namelijk te kennen. Immers is het een bekend feit dat een groot aantal slachtoffers pas na vele jaren de moed en energie kan opbrengen, met het gebeurde naar buiten te komen. Grote hoeveelheden schaamte, onterechte schuldgevoelens en de angst niet geloofd te zullen worden, behoren o.a. tot de belangrijkste redenen voor langdurig zwijgen. In de meeste gevallen drukken plegers van GOG slachtoffers ook op het hart dat zij nooit met iemand over het gebeurde mogen spreken. Soms worden zij zelfs geïntimideerd door opmerkingen zoals ‘niemand zou je ooit geloven’. Als huisarts en seksuoloog dient Leusink op de hoogte te zijn van de bekende feiten. Aangezien hij zelfs onderzoek heeft verricht op het gebied van GOG door huisartsen, is het bijzonder stuitend dat hij door zijn vraag een niveau van deskundigheid laat zien dat zorgwekkend is. Echter, het meest zorgwekkende is niet de vraag maar het doel dat met het stellen van deze vraag wordt vervolgd. Afgezien daarvan dat de motieven voor een laat coming out bij seksueel misbruik binnen afhankelijkheidsrelaties bekend zijn, doen de motieven er eigenlijk helemaal niet toe. Seksueel GOG door hulpverleners wordt door de beroepsgroepen als onprofessioneel en onethisch beschouwd. Volgens art. 249(2)3 gaat het bij het plegen van ‘ontucht met misbruik van gezag’ bovendien om een strafbaar feit. Alleen al het feit dat GOG door hulpverleners binnen het verenigingsrecht, het medisch tuchtrecht en het strafrecht als ontoelaatbaar wordt beschouwd, en het feit dat seksueel GOG door een professional bijna altijd ernstige schade bij het slachtoffer veroorzaakt, zijn gegronde redenen voor een slachtoffer om te gaan praten. Eigenlijk gaat het niet om de door Leusink gestelde vraag, noch gaat het om het verkrijgen van een antwoord op die vraag. Het gaat er in feite om d.m.v. de vraag aan te geven dat men zich afvraagt of de redenen die de keuze van het slachtoffer (mede) hebben bepaald wel ‘door de beugel kunnen’. In duidelijke taal zou zijn vraag kunnen luiden: ”zijn teleurstelling, boosheid, woede en/of wraakzucht niet de redenen daarvoor dat het slachtoffer nu pas met haar verhaal naar buiten komt?” Afgezien daarvan dat dergelijke drijfveren binnen het scenario van GOG eerder uitzonderlijk zijn en de hoofdzakelijke reden voor de meeste slachtoffers simpelweg is dat men anderen wil besparen hetzelfde te moeten ondergaan, zou het er ook verder niet toe doen indien de keuze deels gebaseerd mocht zijn op emoties opgeroepen door het gepleegde misbruik van macht en positie. Wellicht dat Leusink dergelijke, niet terzake doende en allang beantwoordde vragen, in de toekomst dan gewoon direct zou kunnen gaan stellen i.p.v. de eigenlijke bedoelingen achter een vraag te gaan verbergen terwijl het helemaal niet de bedoeling is die vraag te gaan stellen? Maar, nu is het doel van de zinloze vraag die hij stelde dan ook voor iedereen duidelijk. Immers is transparantie binnen de zorg hetgeen waarnaar wij streven.
Lees ook onze reactie op het door Leusink uitgevoerde onderzoek over GOG door huisartsen: ‘Onderzoek seksueel contact huisartsen met patiënten geflatteerd’. Bovenstaand nieuwsbericht werd ook op de startpagina www.incest.pagina.nl gepubliceerd.
Misbruik in kinderopvang -- 9 juli 2005 -- Het Parool -- AMSTERDAM - Een 57-jarige Amsterdammer zit sinds acht maanden vast op verdenking van het seksueel misbruiken van verstandelijk gehandicapte kinderen in een door hem opgericht 'kinderdagverblijf'. Deze Joep M. zou de kinderen - jongens en meisjes tussen de twaalf en vijftien jaar oud - regelmatig hebben betast. Ook heeft hij volgens justitie orale seks met hen gehad en heeft hij sommige slachtoffers met zijn vingers en wellicht ook met zijn penis gepenetreerd. In de aanklacht staan vijf gevallen; vier daarvan betreffen geestelijk zwaar gehandicapte kinderen. M. ontkent. Hij stelt dat hij hen alleen 'therapeutisch' heeft aangeraakt tijdens massages. Door die 'behandelingen' gingen de gehandicapte kinderen zich beter voelen, aldus M. M. huurde, voordat hij eind 2004 werd gearresteerd, sinds enkele maanden een pand op de Nieuwendammerdijk in Noord, dat hij zelf een kinderdagverblijf noemde. Maar omdat hij minder dan vijf kinderen onder zijn hoede had, viel zijn 'opvang' wettelijk gezien niet onder de normen voor een kinderdagverblijf, waardoor hij ook niet aan de daarvoor geldende regels hoefde te voldoen. In de jaren daarvoor deed hij hetzelfde 'werk', maar dan op zijn woonboot. De betrokken kinderen, die soms niet eens konden praten, bleven daar ook wel eens slapen, en lagen dan bloot bij hem in bed. Voor M., een nudist, was dat volslagen normaal. ''Bij mij in bed is iedereen bloot, dat is een standaardregel.'' M. moest zich gisteren verantwoorden voor de rechtbank. Dinsdag gaat de zaak verder. De ouders, die de zorg voor hun kinderen vaak niet alleen aan konden, kwamen bij hem terecht via 'mond-tot-mond reclame'. M. geeft toe dat hij de kinderen betastte, maar dat was niet seksueel en met toestemming van de ouders, meent hij. Hij deed dat tijdens zogeheten 'chakra-massages'. Daarbij draait het om de zeven chakra-punten op het menselijk lichaam. Twee daarvan liggen bij het geslachtsdeel. ''Het is een lichte, nauwelijks voelbare aanraking.'' Volgens M., die geen diploma's heeft die aantonen dat hij een hulpverlener is, heeft hij een 'gave'. Door de massages, waarbij ook de geslachtsdelen werden ingesmeerd met olie, zouden de energiestromen verbeteren. Ouders betaalden voor de 'zorg' via het zogeheten persoonsgebonden budget. Daarmee kan iemand die zorg nodig heeft, zélf een hulpverlener kiezen. M., die ook foto's van blote jonge meisjes in zijn bezit had evenals een wapen en 520 hennepplanten, ontkent iets met pedofilie te maken te hebben. ''Als ik geïnteresseerd was geweest in het betasten van vagina's en borstjes, dan was ik wel naar Afrika gegaan als vrijwilliger. Dan had ik er een half dozijn per dag kunnen pakken.''
Uitdagende verhalen en schetsen -- 8 juli 2005 -- Publicatie: Nr. 27/28, Auteur: Douwe de Vries -- Pagina: 1159 -- Een jaar lang had Douwe de Vries, huisarts in Amsterdam, een vaste plek in de brievenrubriek van Medisch Contact. Deze week verschijnt zijn laatste bijdrage. Hij belicht zijn motieven om deze stukjes te schrijven. Alle verhalen die ik het afgelopen jaar vertelde, ken ik uit eigen ervaring óf ze zijn me verteld door patiënten of collega’s die het zelf meemaakten. Ik vond de verteller betrouwbaar en het verhaal geloofwaardig. ‘Echt gebeurd’ dus allemaal. Uiteraard heb ik wel alles bewerkt en geanonimiseerd, dus er ‘een verhaal’, een schets van gemaakt. Bovendien heb ik geprobeerd te vertellen zonder moraliserende opmerkingen of uitleg. Daardoor provoceerden de verhaaltjes soms en daagden ze uit. Dat was de bedoeling. Eigenlijk ben ik verbaasd dat er niet meer verontwaardigde reacties zijn gekomen op zoveel gedrag dat ‘niet door de beugel kan’. Eigenlijk had ik bij de stukjes een leesopdracht of leesinstructie willen geven: ‘Overkomt dat wat u hier leest u ook wel eens of zou het u kunnen overkomen?’ en ‘Kunt u een primaire reactie geven, voordat u met uw oordeel komt’. De schetsjes zijn namelijk geschreven in het kader van een cursus over dit onderwerp, waarbij de deelnemers reflecteren op een aantal ‘lastige vragen’ met een ethische lading. Houd je als arts privé en persoonlijke kwesties (opvattingen en gevoelens, antipathie en sympathie) verre van je professioneel handelen? Of ben je dokter met hart en ziel, en zijn je patiënten je zorgenkinderen? Bespreken van die vragen levert een verkenning van de grenzen in de arts-patiëntrelatie op. Waar wordt de professionele afstandelijkheid botte onverschilligheid en wanneer wordt toenadering en betrokkenheid ongewenste intimiteit of aanranding?
Het mag nooit
Bedside manners bestaan niet alleen uit een set gedragsregels over hoe je je als arts fatsoenlijk hoort te gedragen. Het gaat om een voortdurende reflectie op het eigen functioneren en handelen. Wanneer collega’s zeggen dat zij nooit in zulke situaties belanden, dan vraag ik me af hoe zij in hun relatie met patiënten emotioneel functioneren. En als collega’s zeggen dat ze dit voortdurend en dagelijks meemaken, vraag ik me af of hun praktijk niet te veel op een horecagelegenheid lijkt. Interessant is na te gaan hoe dit soort situaties en gedrag totstand komt, wat eraan voorafgaat en na te denken over de ethische en psychologische kant van het verhaal. We lezen in Medisch Contact regelmatig over tuchtzaken, waarbij collega’s op het matje zijn geroepen, omdat ze ‘over de schreef’ zijn gegaan. De inspectie heeft bij herhaling een brochure rondgestuurd, waarvan de titel de lading stevig neerzet: ‘het mag niet, het mag nooit’. Het is op zich goed dat artsen duidelijk wordt gemaakt wat de strafrechtelijke en tuchtrechtelijke consequenties kunnen zijn van grensoverschrijdend gedrag en ongewenste intimiteiten.
Prikkelend
Ontspoorde en overmatige betrokkenheid kan schadelijk zijn voor de hulpverlening. Te grote afstandelijkheid ook, daar waar het onverschilligheid wordt of kille ‘wetenschappelijke’ ambachtelijkheid, de patiënt slechts als object van onderzoek gebruikend of als interessant geval (‘de heup op kamer zes’). Problemen ontstaan daar waar mensen de grens en het verschil tussen enerzijds empathie, het tonen van interesse en betrokkenheid, en anderszijds ongepaste seksualisering en erotisering in relaties niet kennen! Het vriendelijk complimenteren van een dame op leeftijd met haar nieuwe kapsel is iets totaal anders dan een jonge dame melden dat ze ‘er lekker uitziet’. Mijns inziens gaat het om al dan niet misbruik maken van macht en overwicht in afhankelijkheidsrelaties. De patiënte die de dokter uitdaagt, de dokter die gezinsleden een behandeling oplegt, de patiënt die de vroedvrouw bedreigt, de dokter of fysiotherapeut die erotisch getinte opmerkingen maakt of lichamelijk onderzoek handtastelijk uitvoert, zijn allemaal ‘grensoverschrijdend’ bezig in een therapeutisch bedoelde (afhankelijkheid)srelatie. Ik heb dat heikele grensgebied prikkelend willen illustreren.
Leuke en schunnige stukjes (Douwe de Vries)
‘Proost, leuke stukjes schrijf je in Medisch Contact, heel herkenbaar’, zegt collega Jaap tijdens de borrel. ‘Schunnige stukjes’, zegt collega Hans. ‘Maak je dat allemaal zelf mee of verzin je het? Ik vind dat je jezelf voor schut zet en de beroepsgroep te schande maakt.’ Jaap antwoordt voor mij dat iedere dokter dit soort dingen ziet en meemaakt, want ‘van de twintig vrouwen die je dagelijks op je spreekuur ziet, zijn er op zijn minst twee of drie begerenswaardig en als je dat niet voelt, ben je blind of van beton.’ ‘Nou’, zegt Hans, ‘ik sluit mijn ogen voor dergelijke verleiding als ik aan het werk ben. Op een feestje zie ik het wel, maar als professional niet, absoluut niet. Bovendien moet je nooit aan affaires met patiënten beginnen, dat geeft stront.’ Hij maakt daarbij een resoluut gebaar met gekruiste handen voor zijn gezicht, waarop een grijns van afschuw verschijnt. ‘Ach, je mag best honger krijgen in de spreekkamer, zegt mijn vrouw altijd, als je maar thuis komt eten. En mooie vrouwen wekken mijn libido op’, voegt Jaap nog eens handenwrijvend en glunderend aan zijn statement toe.
Milde straf voor mishandeling van bewoonster verpleeghuis Amstelveen -- 4 juli 2005 -- Verpleegkundenieuws -- Miso R, voormalig helpende in verpleeghuis het Zonnehuis in Amstelveen, is door de rechtbank veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur en mag twee jaar niet in de zorg werken. Hij kreeg ook een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden. De helpende werd beschuldigd van het zó hardhandig aanpakken van een 82-jarige demente bewoonster in 2002, dat zij haar been brak en aan de complicaties overleed. Tijdens het wassen is het been van de vrouw waarschijnlijk tussen het bedhek gekomen waarna het gebroken is. Bovendien zou Miso R. in 2003 een andere bewoonster een zetje hebben gegeven omdat ze geen incontinentiemateriaal aan wilde, waar ze een ernstige hoofdwond aan over heeft gehouden. Opzet voor het mishandelen is volgens de rechtbank niet bewezen maar wel grovelijk onvoorzichtig, onachtzaam en nalatig handelen. Uit psychiatrisch onderzoek blijkt dat Miso R. zwakbegaafd is en een narcistische persoonlijkheidsstoornis heeft. Hij heeft het niet meewerken van de bewoonster aan de zorg opgevat als een afwijzing en gebrek aan waardering. De selectiecriteria om nieuw personeel aan te nemen, zijn volgens Marjan Sprecher van de Raad van Bestuur van de Zonnehuisgroep, strenger geworden. “Maar een werkgever mag geen negatief getuigschrift afgeven dus het is lastig om iemands arbeidsverleden na te gaan. Miso R. is zelfs na het ontslag bij ons aan de slag gegaan bij een zorginstelling in de buurt”, aldus Sprecher. De Verenigde Amstelhuizen houdt sinds 2004 een zwarte lijst bij van verpleegkundigen en verzorgenden die zich tijdens het werk hebben misdragen. Hiermee wordt voorkomen dat medewerkers die op de ene locatie in de fout gaan, elders aan de slag gaan.
Commentaar red. MdH: Zwakbegaafd plus narcistische persoonlijkheidsstoornis en dan is hij na twee jaar weer welkom binnen de zorgsector? Een buitengewoon vreemd selectiecriterium voor geschiktheid binnen de sector verpleging en verzorging van oude, kwetsbare mensen. Aldus, het is triest dat de rechtbank een hulpverlener met dergelijk ernstige gedragsproblematiek niet definitief heeft verboden ooit nog binnen de zorgsector te mogen gaan werken. De rechter lijkt zich niet te hebben afgevraagd of hij/zij zijn/haar eigen ouders aan de zorg van Miso R. toe zou willen/kunnen/durven vertrouwen… . Zwakbegaafd plus narcistisch lijkt niet bepaald het beste vooruitzicht te bieden voor wat betreft het maken van een goede kans in zake het sorteren van leereffect dat niet slechts wenselijk maar zelfs dringend nodig zou zijn. Over twee jaar terug op de werkvloer zorg, dat baart zorgen, zeker als men de hulpverlener geen verplichte nascholing en therapie heeft opgelegd.
Artsen berispt na miskleun met WAO -- 4 juli 2005 -- Volkskrant -- AMSTERDAM - Twee Amsterdamse keuringsartsen van het UWV zijn door het medisch tuchtcollege berispt over hun werkwijze bij de WAO-herkeuringen. Zij hebben ‘gehandeld in strijd met de goede uitoefening van de individuele gezondheidszorg’. Door het optreden van de artsen werden uitkeringen stopgezet aan drie psychisch volledig arbeidsongeschikte Marokkanen die naar hun vaderland zijn teruggekeerd. Zij werden daar bij wijze van herkeuring door een Marokkaanse algemeen arts onderzocht. Die schakelde een Marokkaanse psychiater in. Samen concludeerden ze dat de Marokkanse WAO'ers in staat moesten worden geacht te kunnen werken. De artsen beschikten echter niet over de dossiers met de ziektegeschiedenissen van de drie. De twee Nederlandse keuringsartsen namen de conclusies van hun Marokkaanse collega's zonder meer over. Dit leidde tot een volledig arbeidsgeschiktheidsverklaring door de Nederlandse artsen, en stopzetting van de uitkering. Daartegen gingen de drie Marokkanen in beroep. Het tuchtcollege spreekt een vernietigend oordeel uit over de werkwijze van de Nederlandse keuringsartsen.
Chirurg handelde ’in strijd met de beroepsethiek’ -- 1 juli 2005 -- Amersfoortse Courant -- AMERSFOORT - Meander Medisch Centrum denkt niet dat van meer patiënten ongevraagd weefsel mee naar huis is genomen. De betrokken chirurg heeft open over de zaak gesproken, zegt Meijers, lid van de raad van bestuur. ,,Ook op de operatiekamer heeft hij verteld waarom hij een heel klein stukje weefsel mee naar huis heeft genomen.’’ Het handelen van de arts noemt het ziekenhuis, bij monde van Meijers, ’onprofessioneel, onzorgvuldig en in strijd met de beroepsethiek’. De raad van bestuur heeft de arts -na gesprekken met juristen en de inspectie voor de volksgezondheid- een officiële waarschuwing gegeven. Dat heeft te maken met verschillende aspecten. Zo is er gehandeld in strijd met de Wet op de Geneeskundig Behandelingsovereenkomst. Er is geen aangifte gedaan bij de politie, omdat geen sprake is van een strafbaar feit. Meijers verwacht dat de chirurg nauwlettend in de gaten wordt gehouden door collega’s en medewerkers. ,,De sociale controle is nu ongelooflijk groot.’’ Meander Medisch Centrum heeft nooit eerder een zaak als deze bij de hand gehad. Meijers is erg geschrokken. ,,Als een week geleden was gevraagd of zoiets bij ons kon gebeuren, had ik geantwoord: absoluut niet. Nu zeg ik nee, maar honderd procent zeker weten doe je het niet.’’
Ook schending beroepsgeheim: Tuchtcollege ziet veel foute artsverklaringen -- 30 juni 2005 -- Eindhovens Dagblad -- EINDHOVEN – Het Regionaal Tuchtcollege (RTC) in Eindhoven en artsenvereniging KNMG signaleert dat artsen onjuiste verklaringen afgeven en het beroepsgeheim schenden. Zij waarschuwen artsen geen geneeskundige verklaring af te geven over eigen patiënten. Uit jaarcijfers over 2004 van het RTC blijkt dat door het afgeven van verklaringen in 20 gevallen het beroepsgeheim werd geschonden en in 22 gevallen een onjuiste verklaring werd afgegeven. Dat is opmerkelijk vindt het RTC. Of het een stijging betreft, is onduidelijk. Volgens voorzitter van het RTC, H. van Griensven, handelt de betreffende arts vaak uit goede bedoelingen. „Het komt nogal eens voor dat een arts te snel handelt vanuit zijn behoefte om mensen te helpen en uit betrokkenheid met de patiënt. Maar het is een valkuil.“ Van Griensven benadrukt dat artsen op deze wijze bij rechtszaken betrokken kunnen raken. Zo gaf een huisarts een geneeskundige verklaring over het kind van een vrouw die met de vader in een procedure over omgangsrecht was verwikkeld. De huisarts schreef onder meer dat het kind zodra het langer bij vader was angstig en opvallend seksueel gedrag vertoonde. Volgens de artsverklaring was het in het belang van het kind dat er voorlopig geen omgangsregeling met de vader is. Achteraf heeft de arts spijt. Het tuchtcollege tikte hem op de vingers.
Chirurg nam weefsel van patiënten mee naar huis – 30 juni 2005 -- Telegraaf -- AMERSFOORT - Een chirurg van het Meander Medisch Centrum in Amersfoort heeft van drie patiënten die hij opereerde weefsel mee naar huis genomen. Hij had geen toestemming van de mensen, bevestigde een woordvoerder van het ziekenhuis donderdag. De vrouw van de arts gebruikte het weefsel, van enkele centimeters groot, voor het trainen van reddingshonden. Volgens de woordvoerder heeft de chirurg een officiële waarschuwing gekregen. "Het is onprofessioneel, onacceptabel en in strijd met de beroepsethiek." Ook de Inspectie voor de Gezondheidszorg is op de hoogte gesteld en doet onderzoek naar de zaak. De trainingshonden worden ingezet na bijvoorbeeld een aardbeving of tsunami om slachtoffers op te sporen. Tijdens de training moeten de honden leren hoe mensenvlees ruikt. Hoe nobel zijn actie misschien ook was, het kan absoluut niet, vindt het ziekenhuis. "Patiënten moeten ons kunnen vertrouwen. De integriteit is in het geding gekomen." Volgens de woordvoerder was het ook onacceptabel geweest als de arts de patiënten wel om toestemming had gevraagd. De chirurg nam borstweefsel en twee stukjes huid in de afgelopen drie maanden mee. Na een operatie wordt normaliter een deel van het weefsel naar het laboratorium gestuurd voor onderzoek en een deel wordt vernietigd. Een van de betrokken patiënten heeft luchtig gereageerd op de zaak, aldus de woordvoerder. De andere worden nog ingelicht. De zaak kwam aan het licht toen de chirurg er open over sprak op de operatiekamer. De Stichting Reddings Honden Werkgroep Westervoort zegt verbaasd te zijn over de werkwijze van de vrouw van de arts. "We trainen al 18 jaar reddingshonden en dat doen we met levende mensen", vertelt voorzitter L. Smit-Jansen.
Therapeut verdacht van misbruik – 25 juni 2005 – BN / De Stem. Dit nieuwsbericht betreft de 56-jarige paranormaal genezer / magnetiseur / hypnotiseur die voor diverse vormen van grensoverschrijdend gedrag, waaronder seksueel van aard, gepleegd met diverse patiënten, voor de strafrechter werd gedaagd. Lees dit nieuwsbericht op deze pagina.
Paranormaal-genezer verdacht van verkrachting – 24 juni 2005 – Omroep Brabant -- BREDA - Een 56-jarige paranormaal-genezer [F.P. uit Breda] zou de afgelopen tien jaar vijf jonge vrouwen in zijn praktijk seksueel hebben misbruikt. Dat bleek vrijdagmorgen bij de eerste behandeling van de rechtszaak in Breda. Ook zou hij dertien andere patiënten medicijnen hebben gegeven die een gevaarlijke uitwerking zouden kunnen hebben. De man wordt ervan verdacht dat hij de patiënten misbruikte nadat hij hen met slaapmiddelen had bedwelmd. Onderzoek heeft uitgewezen dat de verdachte grote hoeveelheden slaapmiddelen in huis had. De zaak is uitgesteld tot 16 september. In de tussentijd wordt onderzocht of nog twee slachtoffers in staat zijn te getuigen.
Lees ook het nieuwsbericht van 25 juni 2005 in BN / De Stem.
Paranormale genezer voor rechter om misbruik vrouwen – 24 juni 2005
– ANP -- BREDA - De 56-jarige F.P. uit Breda stond vrijdag terecht voor
de rechtbank in die stad op verdenking van het seksueel misbruiken vanaf
1996 van vijf vrouwen, en het toedienen van slaapmiddelen aan dertien van zijn
vrouwelijke patiënten. De meestal jonge vrouwen (17-20 jaar) moesten bij het
begin van de sessie een glas suikerwater drinken waarin P. een 'magische gouden
ring' in deed. Na ongeveer een half uur vielen de vrouwen in slaap. Uit het
politieonderzoek bleek dat P. Oxazepam en Seresta in het water deed. P.
verklaarde tijdens de rechtszitting dat hij paranormale krachten bezit waarmee
hij mensen die in de knoop zitten, kan helpen. ,,Ik probeer de negatieve
energie uit mijn patiënten te halen en de positieve te bevorderen. Ik heb niets
gedaan wat de vrouwen zelf niet wilde, als ik ze heb aangeraakt is dat altijd
met toestemming gebeurd'', aldus de man. De rechtzaak werd na enkele uren
opgeschort tot 16 september omdat de slachtoffers opnieuw ondervraagd moeten
worden op verzoek van de raadsman van P. Hij twijfelt aan de geloofwaardigheid
van de verklaringen.
Psychiater Bram Bakker heeft spijt: Gênante vertoning, zegt hij bij het tuchtcollege over incidenten met vrouwelijke patiënten. Ze raakte hierop in een crisis en wilde zelfmoord plegen -- 24 juni 2005 -- Het Parool -- AMSTERDAM - Zijn de methodes die de Amsterdamse psychiater Bram Bakker bij twee van zijn patiëntes heeft toegepast alleen onconventioneel, of heeft hij de ethische codes van zijn beroep overschreden? Over die vraag boog het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg zich gisteren. Volgens de Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft Bakker twee vrouwelijke patiënten in contact gebracht met een persoonlijke vriend van hem. Daarmee heeft hij zijn privé-leven vermengd met zijn werk en handelde hij in strijd met de beroepscode van psychiaters. 'Grensoverschrijdend' noemde aanklaagster Frederike ten Cate de zaak, die tot een media-affaire is uitgegroeid waarbij over en weer met modder wordt gegooid. In mei 2003 bracht Bakker één van zijn patiëntes in contact met zijn vriend die gestalttherapeut is en schrijver van een boek over seksverslaving. (…). Inclusief commentaar van onze redactie.
Procedure ex-verslaafde tegen Jellinek is begonnen -- 24 juni 2005
– Persbericht Smith & Jones -- AMSTERDAM - Vrijdag 24 juni is een procedure
van de Amsterdamse ex-junk Keith Bakker tegen de Jellinek-kliniek van start
gegaan. Er is een verzoekschrift ingediend bij de rechtbank. Bakker verwijt de
Jellinek dat zij tekort is geschoten in de behandeling van verslaafden (artikel
448 WGBO). De ex-verslaafde Keith Bakker is een procedure begonnen tegen de
Jellinek-kliniek voor de problemen die hij tijdens zijn verslaving ondervond
met de Nederlandse verslavingszorg. Een doel van zijn verzoekschriftenprocedure
is om de destijds betrokken hulpverleners als getuigen te horen. (…). Bakker
meent dat de Jellinek-kliniek niet heeft geholpen met het stoppen van zijn
drugsgebruik. Daarentegen hebben zij Bakker stelselmatig verslaafd gehouden aan
methadon. Waarbij hem cruciale informatie is onthouden over de duur, risico's
en de gevolgen van de behandeling met methadon, die in feite alleen neerkomt op
het instandhouden van de verslaving. Methadon is een gevaarlijke stof en
daardoor niet het juiste middel om mensen in Nederland van hun verslaving af te
helpen. Bij schade door gebruik, (bijvoorbeeld verslaving) is de verstrekker
aansprakelijk te stellen. In dit geval dus de Jellinek-kliniek, aldus de
advocaat van Bakker. Bovendien verwijt Bakker dat de Jellinek-kliniek heeft
verzuimd om vanaf het eerste contact alternatieve mogelijkheden voor
behandeling aan te dragen, zoals privé-klinieken in het buitenland en hem daar
naar toe te geleiden. Bakker kwam uiteindelijk zelf van zijn verslaving af door
naar privé-klinieken in het buitenland te gaan. Afgelopen donderdag wijdde Twee
Vandaag een programma aan de verslavingsproblematiek en er staat deze week
een aangrijpende reportage over Bakker in Vrij Nederland. Keith Bakker
is oprichter van Smith & Jones, een vanuit Amsterdam opererend
bedrijf dat verslaafden begeleidt en verwijst naar klinieken in het buitenland.
Klacht tegen medisch adviseur om schending beroepsgeheim -- 23 juni 2005 -- FNV -- Het Bureau Beroepsziekten van de FNV heeft namens een cliënt bij het Medisch Tuchtcollege te Amsterdam een klacht ingediend tegen een medisch adviseur van een verzekeringsmaatschappij. De arts ervan heeft volgens het bureau zijn medisch beroepsgeheim geschonden. Volgens het Bureau Beroepsziekten zou de arts het medisch dossier van een cliënt van haar aan de werkgever hebben doorgespeeld. Dit is in strijd met de Wet beroepen in de gezondheidszorg (BIG) die de bevoegdheden van medici regelt. De patiënt waarvoor Bureau Beroepsziekten het opneemt, lijdt aan de `schildersziekte' OPS, veroorzaakt door het jarenlange gebruik van oplosmiddelen op het werk. De werkgever die daarvoor door de FNV aansprakelijk werd gesteld, gaf de zaak - zoals gebruikelijk - in handen van een verzekeraar. Die schakelde op zijn beurt weer een medisch adviseur in. Deze vroeg bij Bureau Beroepsziekten het medisch dossier van de OPS-patient op, waarop het bureau hem dit toestuurde. Tijdens de procedure over de aansprakelijkheidsstelling overlegde de advocaat van de werkgever tot verbazing van de FNV-advocaten het volledige medische dossier aan de rechtbank. Daarop besloot de FNV een klacht in te dienen tegen de arts. De aanklacht tegen de medisch adviseur van de verzekeraar maakt onderdeel uit van een welbewuste strategie van het FNV Bureau Beroepsziekten. Juist die medische disciplines die een sleutelrol spelen bij aansprakelijkheidsprocedures namens werknemers met een beroepsziekte wil het bureau op de korrel nemen. Zo lopen er nog zaken tegen een arbo-arts en een verzekeringsarts wegen het manipuleren van de feiten.
Voortzetting medische tuchtzaak: Inspectie tegen de Amsterdamse psychiater B.B. – 22 juni 2005 – Red. MdH -- Op donderdag 23 juni 2005 zal de medische tuchtzaak tegen de Amsterdamse psychiater Bram Bakker bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam worden voortgezet die op 31 mei jl. werd aangehouden. De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) Amsterdam diende een klacht bij het tuchtcollege in wegens twee incidenten die door het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis (SLAZ) en door ggz instelling Buitenamstel werden gemeld. De klacht van de Inspecteur voor de Gezondheidszorg houdt onder meer in dat de psychiater grensoverschrijdend heeft gehandeld jegens twee patiënten door zich meer in de privé-sfeer van deze patiënten te begeven dan in het kader van de hulpverlening noodzakelijk was. Bovendien heeft hij onvoldoende rekening gehouden welke impact zijn gedrag zou kunnen hebben op zijn patiënten. Daarnaast heeft hij de e-mail contacten die hij met een van de patiënten onderhield niet opgenomen in het medisch dossier waardoor dit onvolledig is, aldus klager.
De inspectie zal worden vertegenwoordigd door de inspecteurs Ten Cate-Adema en Gasman. Aangezien medische tuchtzaken openbaar zijn, kan de zaak tegen de vrij gevestigde Amsterdamse psychiater, bekend onder de noemer ‘de dwarse psychiater’, door een ieder die geïnteresseerd is, gevolgd worden. Bakker laat zich bijstaan door mw. prof. mr. W.R. Kastelein, bijzonder hoogleraar gezondheidsrecht aan de Katholieke Universiteit te Nijmegen. Het medisch tuchtcollege bestaat uit de leden juristen Holtrop, voorzitter en tevens eerste man bij het tuchtcollege sinds dit jaar, en Bleeker-Hemmes, secretaris. Daarnaast wordt het college gevormd uit de leden artsen Gualthérie van Weezel, psychiater/psychotherapeut, Maathuis, gynaecoloog en prof. dr. de Lange, anesthesioloog.
Tot twee keer toe meende psychiater Bram Bakker dat een persoonlijke vriend van hem goed zou passen bij een patiënte. Beide keren liep het uit op een fiasco. De eerste patiënte raakte in een crisis en ondernam na de ontmoeting met de betreffende vriend M., waarbij Bakker aanwezig was, een suïcidepoging. De tweede patiënte, Meltum Punt, liep naar eigen zeggen 'psychische schade' op. Bakker, die veelvuldig met de tweede patiënte e-mailde, werd bij het Amsterdamse Sint Lucas Andreas Ziekenhuis (SLAZ) ontslagen en werd door de inspectie met een tuchtzaak geconfronteerd. Uit de e-mailcorrespondentie, in het bezit van Trouw, blijkt volgens het dagblad hoe familiair en vertrouwelijk Bakker met de tweede patiënte omging. Tevens blijkt volgens de krant hoe riskant dat was voor hun behandelrelatie die de patiënte verbrak, en voor zijn reputatie, toen alles bekend werd. Nu kunnen derden meelezen over het afspraakje dat zij met Bakkers vriend M. had, die in de e-mails met naam en toenaam wordt genoemd. Te lezen valt onder andere, zo stelde Trouw op 31 mei jl. in een nieuwsbericht, hoe Bakker het afspraakje aanmoedigt, schalkse grapjes maakt en zijn patiënte om 'een verslagje' achteraf verzoekt. Later foetert Bakker tegen haar over zijn leidinggevende in het SLAZ, en vertelt met naam en toenaam over de buitenechtelijke relatie van een van zijn collega-psychiaters.
Zijn benadering van een patiënte met psychische problematiek lijkt wel heel 'onconventioneel', zoals Bakker dit zelf noemt. Als psychiater werd hij geacht zijn patiënte te helpen bij het te boven komen van haar psychische problemen. Maar, hij koppelt haar ook aan een persoonlijke vriend die eerder eveneens bij Bakker in therapie was, mailt met de patiënte over zijn eigen problemen en stelt voor haar diagnose te veranderen van de ene in de andere ziekte, die 'gelukkig een veel betere prognose heeft'. De dokter heeft zich niets aangetrokken van de in de beroepscode voorgeschreven professionele distantie. De patiënte kan niets verweten worden omdat zij als hulpvragende ten opzichte van de psychiater in een afhankelijke positie verkeerde.
Uit de stukken over Bakker zou volgens Trouw blijken dat zijn superieuren in het SLAZ zeer bezorgd over zijn privé-contacten met de twee patiëntes waren. Zo ook de inspectie, die hem na het eerste incident al verweet evident onprofessioneel gehandeld te hebben. Hij was verder dan noodzakelijk doorgedrongen tot de privé-sfeer van de patiënte, aldus de inspectie. Bij het tweede incident was de maat voor de inspectie vol: de directie van het SLAZ diende weer een klacht in bij de inspectie, wat leidde tot de tuchtzaak die morgen zal worden voortgezet. Bij navraag of hij in de toekomst nog eens twee patiëntes met een vriend in contact zou brengen, antwoordde Bakker in maart tegenover Trouw: ,,Die vraag suggereert een patroon en dat is er niet! Het waren incidenten.''
Maar, zelfs als er geen sprake zou zijn van een patroon van grensoverschrijdend gedrag. betreft het een klachtwaardige zaak die een tuchtrechtelijke maatregel tot gevolg kan hebben. Al is de psychiater het er zelf niet mee eens dat hij grensoverschrijdend gedrag gepleegd zou hebben zoals grensoverschrijdend gedrag door professionals op onze site wordt omschreven, betekent dat geenszins dat er geen sprake van zou zijn. Als ‘dwarse psychiater’, zoals de nu 42-jarige Bakker zichzelf noemt in de door Hans Polak vervaardigde documentaire die eind december 2004 bij de VARA werd uitgezonden, ligt zijn mening over wat in professioneel opzicht onder grensoverschrijdend gedrag begrepen moet worden niet op een lijn met de binnen zijn eigen beroepsgroep gehanteerde opvattingen. In de beroepscode voor psychiaters wordt een afkoelingsperiode van twee jaar genoemd voor wat betreft het aangaan van een seksuele relatie met een ex-patiënt. Het onderhouden van vriendschappelijk en/of sociaal contact met ex-patiënten wordt binnen de beroepsgroep evenmin gewaardeerd. De voortzetting van de hoorzitting die op 31 mei jl. werd aangehouden, begint op donderdag 23 juni a.s. om 14 uur in de Huyzingazaal van de rechtbank Amsterdam, Parnassusweg 220. Het college verzocht de inspecteurs de nog ontbrekende en onvolledig ingediende stukken, te noemen twee brieven, alsnog na te zenden. Tevens was het college voornemens de volledige e-mail correspondentie tussen een van de ex-patiënten van verweerder, mw. M. Punt, en psychiater Bakker bij het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis op te gaan vragen zodat de volledige e-mail correspondentie bij de beoordeling van de zaak mee zou kunnen worden gewogen. Onze redactie zal weer een uitgebreid verslag maken van de hoorzitting. Het zittingsverslag zal enkele dagen nadien ook op onze website gepubliceerd worden. De uitspraak van medische tuchtcolleges volgt altijd 6 weken na de zittingsdatum en wordt vervolgens omstreeks de eerste week van augustus verwacht. Wij zullen de uitspraak te zijner tijd aan de betreffende pagina in onze rubriek LOPENDE TUCHTZAKEN toevoegen. Meer info over deze tuchtzaak treft u in ons DOSSIER B.B. aan >>
De zitting van 31 mei 2005 werd tot zaterdag 9 juli a.s. aangehouden. Het Regionaal Tuchtcollege Amsterdam is van plan nog vóór 15 juli a.s. weer in contact te komen met beide partijen. Het college verzocht de inspecteurs van de Inspectie voor de Gezondheidszorg Amsterdam (IGZ) de nog ontbrekende en onvolledig ingediende stukken nog vóór 15 juli a.s. aan haar toe te zenden. Tevens zal het college de volledige e-mail correspondentie tussen een van de ex-patiënten van verweerder, mw. M. Punt, en psychiater Bakker bij het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis (SLAZ) op te gaan vragen zodat de volledige e-mail correspondentie bij de beoordeling van de zaak kan meewegen.
Huisarts geschorst wegens relaties met patiëntes -- 15 juni 2005 -- DEN HAAG - Een Delfste huisarts mag drie maanden zijn vak niet uitoefenen omdat hij relaties had met drie patiëntes. Het Regionaal Medisch Tuchtcollege in Den Haag heeft hem een schorsing opgelegd van een half jaar, waarvan drie maanden voorwaardelijk. Dit heeft een woordvoerster van de Inspectie voor de Gezondheidszorg woensdag gezegd. De Inspectie had de zaak bij het tuchtcollege aangebracht. Volgens de regels dient een arts een behandelrelatie met een patiënt te staken als er diepere gevoelens ontstaan. De drie vrouwen hadden bij de inspectie over de man geklaagd. De inspectie is tevreden met de uitspraak. Lees ook dit artikel, voorzien van een commentaar van onze redactie.
Vonnis macrobioot vernietigd, zaak terug naar hof -- 14 juni 2005 -- Nieuws.nl / Novum - De Hoge Raad heeft dinsdag het vonnis tegen de Amsterdamse macrobioot Adelbert Nelissen vernietigd. Nelissen werd vorig jaar februari door het gerechtshof in Amsterdam veroordeeld tot zes maanden voorwaardelijke celstraf en een boete van tweeduizend euro. Het hof heeft ten onrechte belet dat een getuige antwoord kon geven op een vraag van de verdediging, stelt de Hoge Raad. De zaak wordt nu naar het hof teruggestuurd. Nelissen zou volgens het hof zijn zorgplicht hebben verzuimd, met fatale gevolgen. José Krijnen, vrouw van de Amsterdamse politicus en oud-Provo Roel van Duijn, consulteerde hem omdat zij leed aan baarmoederhalskanker. Nelissen verwees haar niet door naar de reguliere gezondheidszorg, waar een goede kans op genezing was, maar behandelde haar macrobiotisch. Die behandeling baatte niet en Krijnen overleed. De Hoge Raad heeft vooral bezwaar tegen de uitsluiting van enkele getuigenissen door het gerechtshof. Krijnen zou hebben gevreesd dat een operatie haar vrouwelijkheid zou aantasten en dat Van Duijn haar dan zou verlaten. Een getuige die over deze zaak werd gehoord, mocht hierover geen vragen beantwoorden die werden gesteld door de advocate van Nelissen. Omdat het antwoord invloed zou kunnen hebben op het vonnis, was die beslissing volgens de Hoge Raad 'onbegrijpelijk'. Ook andere getuigen hoefden geen antwoord te geven op bepaalde vragen; in sommige gevallen was dat oordeel volgens de Hoge Raad juist, in andere gevallen niet.
Getuigenverhoren hulpverleners AMC – 10 juni 2005 – Redactie MdH – De voortzetting van de getuigenverhoren van diverse (voormalige) hulpverleners van het Academisch Medisch Centrum (AMC) die op 25 januari 2005 werden gehouden, vindt vandaag plaats in de Rechtbank Amsterdam (Parnassusweg 220). De verhoren beginnen om 9.30 uur. De rechtbank heeft de ex-patiënte van het AMC tot dit getuigenverhoor toegelaten teneinde te bewijzen dat:
- Het AMC tekort is geschoten in de uitvoering van de behandelingsovereenkomst en niet heeft gehandeld als een goed hulpverlener en/of onrechtmatig jegens cliënte heeft gehandeld.
- De ex-patiënte als gevolg van het handelen/nalaten van het AMC materiële en immateriële schade heeft geleden en nog zal lijden, doordat het AMC naar aanleiding van haar gevoelens jegens de Amsterdamse psycholoog-psychotherapeut Freek F. en die van de therapeut jegens zijn toenmalige cliënte, niet de nodige maatregelen heeft genomen.
- Het AMC op de hoogte was van de wederzijdse gevoelens van de ex-patiënte en de toen voor het AMC werkzame psychotherapeut jegens elkaar op het moment dat de ex-patiënte in het AMC onder behandeling van F.F. was.
F. was in het verleden o.a. werkzaam voor de dagkliniek van het AMC waar hij in augustus 2001 omwille van de gepleegde ontucht werd ontslagen. Later volgden diverse veroordelingen, waaronder een strafrechtelijke veroordeling wegens ontucht met misbruik van gezag volgens art. 249 (2) 3 Wetboek van Strafrecht. In januari jl. werden drie voormalige hulpverleners van het AMC verhoord waarvan één nog steeds voor het academisch ziekenhuis werkzaam is. Er werden toen twee psychiaters en een ergotherapeute gehoord. Voor dit tweede getuigenverhoor zijn twee verdere psychiaters die nog steeds in dienst zijn van het AMC opnieuw opgeroepen. Zij zijn op 25 januari jl. niet verschenen. Daarnaast werd nu ook de pleger van het grensoverschrijdend gedrag (GOG), Freek .F., opgeroepen. Volgens de ex-patiënte had het seksueel grensoverschrijdend gedrag door de Amsterdamse psychotherapeut F. door het ziekenhuis voorkomen kunnen worden mits het zich ongemakkelijk voelen t.a.v. het bespreekbaar maken van overdrachtsgevoelens bij de staf plaats had gemaakt voor professionaliteit en mits men het belang en het welzijn van de toenmalige patiënte centraal had gesteld. Ondanks haar herhaaldelijke verzoeken het probleem bij diverse stafleden bespreekbaar te maken, waren de hulpverleners niet bereid en/of in staat met het door de collega veroorzaakte probleem correct, professioneel en zorgvuldig om te gaan. De term ‘overdrachtsgevoelens’ is toen binnen de muren van het AMC nooit gevallen. Alle uitleg om die de toenmalige patiënte bij herhaling verzocht, werd haar niet gegeven. Hierdoor werd haar de kans ontnomen te kunnen begrijpen dat F. zich tegenover haar grensoverschrijdend had gedragen en kon zij niet tot het besef komen dat hij zijn belangen voorop had gesteld waardoor haar welzijn niet meer centraal stond. Ook aan de psychotherapeut die toen al op diverse manieren de grenzen van zijn vak had geschonden, werd door de staf niet duidelijk gemaakt dat hij over de schreef was gegaan. Transparantie, communicatie en alertheid die de toenmalige patiënte in deze situatie mocht verwachten, hadden het 17 maanden lang durende seksueel misbruik kunnen voorkomen. De patiënte stelde bij herhaling de juiste vragen waarop de door haar benaderde stafleden niet respondeerden. Men hulde zich in zwijgen en hoopte blijkbaar dat het probleem zich vanzelf zou oplossen. Aangezien de signalen van grensvervaging en grensoverschrijding ondanks attendering door de patiënte niet door de staf werden opgepakt en er niet adequaat mee werd omgegaan, zag het AMC zich in maart 2001 geconfronteerd met een klacht door de ex-patiënte die zich toen nog midden in het misbruik door F. bevond. Omwille van de zorgwekkende geestelijke toestand van de psychotherapeut en haar hieruit voortvloeiende besef dat cliënten in de dagkliniek van het AMC gevaar liepen ook door hem misbruikt te worden, nam zij contact op met de leidinggevende van de dagkliniek. Haar verzoek hield in dat het AMC haar cliënten zou beschermen en aan F. de nodige hulp zou bieden die voor zijn hulpbehoevendheid aanhoudend een beroep op haar deed. De veelvuldige verzoeken van de ex-patiënte om het grensoverschrijdend gedrag door het staflid bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg te melden, werden vele maanden niet door het AMC gehonoreerd. Het ziekenhuis besloot anoniem melding te gaan doen bij de inspectie en zette de melding pas na verloop van maanden en aanhoudende verzoeken door de ex-patiënte om in een melding op naam. Het verzoek van de ex-patiënte een onderzoek in het ziekenhuis in te stellen, werd niet gehonoreerd. Doel van dit verzoek was het erachter te komen welke fouten er gemaakt waren zodat het ziekenhuis ervan zou kunnen leren en het geleerde voor meer en betere preventie ten aanzien van GOG door hulpverleners binnen het AMC gebruikt zou kunnen worden. Het ziekenhuis was helaas niet geïnteresseerd in antwoorden op vragen naar de oorzaken van de gemaakte fouten. Blijkbaar wilde men niet leren van fouten omdat daar het leren over fouten aan vooraf zou moeten gaan. Het AMC ontkent dan ook al jaren en nog steeds dat er fouten zijn gemaakt. De ex-patiënte verzocht de leiding van de dagkliniek vele malen een onderzoek in te stellen naar het gebeurde. De psychiater in kwestie was zelf ook een voorstander van een dergelijk onderzoek dat tot helderheid en meer preventie in de toekomst had kunnen leiden. Iedere keer dat de ex-patiënte weer aan de leidinggevende vroeg of de directie al had ingestemd met het door hem verzochte onderzoek naar de oorzaken van het gebeurde, moest de ex-patiënte vernemen dat het nog niet gelukt was de directie ervan te overtuigen dat het instellen van een onderzoek en het transparant omgaan met de zaak de meest adequate weg in dezen zou zijn. Eén van de beide psychiaters die voor het getuigenverhoor van vandaag werden opgeroepen, gaf recentelijk aan ook deze keer niet voor de rechtbank te zullen verschijnen. Dit is de tweede keer dat de psychiater in kwestie geen gevolg geeft aan de oproep. Aangezien getuigen volgens wettelijke bepalingen verplicht zijn aan een oproep gevolg te geven, kan de betreffende psychiater gedagvaard worden. Desgevraagd gaf de ex-patiënte aan te begrijpen waarom de psychiater moeite heeft met het verschijnen bij de rechtbank. Er bestaan twee versies van een element dat binnen deze zaak essentieel is. De versies van het gebeurde wijken in aanzienlijke mate van elkaar af. Beide versies zijn afkomstig van dezelfde psychiater. De ex-patiënte zei ‘hij zal moeite ermee hebben uit te leggen hoe het mogelijk is dat er van hem twee verschillende versies over hetzelfde feitencomplex bestaan. Hij zal moeten aangeven welke versie de juiste is en waarom hij ervoor koos de eerder vastgelegde geschiedenis in ene te gaan herschrijven. Het lijkt mij moeilijk om dit onder belofte of onder eed aan de rechtbank uit te leggen. Waarschijnlijk hoopt de psychiater dat het probleem vanzelf zal overwaaien. Immers, dit is het beleid dat de staf ook al jaren geleden voerde.’ Op de vraag of het voor haar duidelijk is waarom de psychiater zich niet aan zijn belofte hield en hetgeen niet zo optekende zoals het was gebeurd en ook eerder door hem gesteld, antwoordt de ex-patiënte dat de enige logische verklaring hiervoor zou kunnen zijn dat hij door zijn werkgever onder druk werd gezet en hij zich hierdoor genoodzaakt voelde een versie van het gebeurde te creëren waardoor zijn werkgever geen schade zou ondervinden. Op het moment dat de psychiater versie 2 van het feitencomplex vervaardigde, wist hij niet dat er bewijs was van de eerste versie die hij zelf enkele weken eerder spontaan, direct en oprecht had verwoord. De ex-patiënte beschrijft de psychiater in kwestie als een cliëntvriendelijke, zorgvuldige en op zich eerlijke arts. Het valt voor haar dan ook niet te begrijpen dat hij de oorspronkelijke versie van het gebeurde herschreef: “Hij vond het juist erg toen hij hoorde wat de gevolgen van het toenmalige beleid in het AMC waren en hoopte door op de vragen van mijn advocate schriftelijk te reageren een positieve bijdrage aan het geheel te kunnen leveren. Aan elementen aan die hij zich na vele jaren meteen nogal goed kon herinneren, bleek hij zich enkele weken later in ene niet meer te kunnen herinneren. Vreemd, niet waar? Hoe kun je iets jarenlang weten en je dan enkele weken later plotseling niet meer eraan herinneren? Er zijn twee verklaringen voor het plotselinge vergeten van feiten en gebeurtenissen mogelijk: dementie of opzettelijke, selectieve vergeetachtigheid. De eerstgenoemde optie is buitengewoon onwaarschijnlijk. Waarom zou hij uit zichzelf in ene selectief vergeetachtig worden? Zelf had hij ook geen belang zich niet meer aan bepaalde elementen te kunnen herinneren. De enige partij die belang heeft bij de door hem herschreven geschiedenis gebaseerd op selectieve vergeetachtigheid is zijn werkgever: het AMC.” De directie van het AMC stelde zich volgens de ex-patiënte dan ook van begin af aan alles behalve medewerkend op. Zo duurde het enkele maanden en moesten er diverse pogingen door de advocaat van de ex-patiënte ondernomen worden om een eerste reactie van het ziekenhuis te mogen verkrijgen nadat de raadsman het ziekenhuis aansprakelijk had gesteld. De aansprakelijkheid werd dan ontkend. Met een melding op naam bij de inspectie ging men maandenlang niet akkoord. Een klacht bij het tuchtcollege weigerde men in te dienen. Een onderzoek naar de oorzaak van het misbruik weigerde men in te stellen. In plaats van de nodige transparantie te handhaven die in dergelijke gevallen voor alle partijen de beste oplossing blijkt te zijn, stelde men een langdurig praatverbod in. De psychiater die twee versies van één en hetzelfde feitencomplex creëerde, zou eerder een brief van de advocaat van de ex-patiënte nooit hebben ontvangen. Het lijkt erop dat hij moeite ermee had versie 2 op schrift te zetten en hoopte dat ‘het probleem over zou waaien’. Onlangs deelde hij aan de advocaat van de ex-patiënte mede vandaag niet te zullen verschijnen omdat de aangetekende brief waardoor hij werd opgeroepen hem te laat zou hebben bereikt doordat hij op een verkeerde afdeling terecht zou zijn gekomen. Het dossier dat de advocaat van de ex-patiënte weken geleden bij het AMC heeft opgevraagd, mocht hij tot op heden nog steeds niet in kopie ontvangen. “Daarbij hoefde het dossier alleen maar gekopieerd te worden want het werd al jaren geleden ontdaan van alle persoonlijke aantekeningen van hulpverleners”, aldus de ex-patiënte. Wij hopen volgende week een zittingsverslag c.q. een samenvatting van de getuigenverhoren te kunnen publiceren en zullen dan ook over het vervolg van de eerste getuigenverhoren berichten. Meer informatie over deze zaak treft u onder de link MEDIA in het hoofdmenu aan. Wij verwijzen u naar het persbericht van januari 2005 en naar de pagina F.F., psychotherapeut.
Update in bovengenoemde zaak: Van de drie getuigen die opgeroepen waren is slechts een getuige, een psychiater, verschenen. Het getuigenverhoor duurde van 9.30 uur tot ongeveer 14.30 uur. De nog ontbrekende twee getuigenverhoren zullen waarschijnlijk in september a.s. plaatsvinden. Een zittingsdatum is tot nu toe nog niet bekend.
Bram Bakker: beeld en blad – 9 juni 2005 – Volkskrant – De omstreden psychiater Bram Bakker is hard op weg de Nederlandse Dr. Phil te worden. Althans: wanneer het proefprogramma dat hij binnenkort gaat opnemen een beetje lukt en er een omroep is die het wil uitzenden. Als het allemaal doorgaat, heeft Bakker zijn tv-carrière te danken aan het mediaprogramma De leugen regeert. (…). Lees het hele artikel in het Dossier B.B. dat u via bovenstaande link kunt bereiken.
OM ziet af van beroep tegen Utrechtse huisarts -- 8 juni 2005 -- Telegraaf -- UTRECHT - Het Openbaar Ministerie (OM) heeft het hoger beroep ingetrokken tegen de Utrechtse huisarts B.A., die was aangeklaagd voor de dood van een zestien dagen oude baby. Dat liet de advocaat van de arts woensdag weten. De Afghaanse ouders meldden zich in de nacht van 7 maart 2002 met hun zieke dochter in de huisartsenpost van het Utrechtse ziekenhuis Overvecht. De dienstdoende A. stuurde ze door naar het Universitair Medisch Centrum (UMC) na een kort lichamelijk onderzoek. De ouders, die het Nederlands nauwelijks machtig waren, wisten het UMC op het universiteitsterrein De Uithof in Utrecht echter pas na één uur zoeken te vinden. Voor hun dochter was dat te laat. De baby overleed enige minuten voor aankomst in het UMC.
De rechtbank in Utrecht sprak de vrouwelijke huisarts vorig jaar vrij. Het OM, dat tijdens de rechtszaak vier maanden voorwaardelijk tegen haar had geëist, ging hier echter tegen in beroep. "Voor de huisarts komt hiermee eindelijk een einde aan een zeer slepende procedure", aldus haar advocaat A. van Veghel. "De intrekking van het hoger beroep is een opluchting en een bevestiging dat zij juist heeft gehandeld." Voor de beroepsgroep lijkt de uitspraak volgens de advocaat van groot belang te zijn omdat "het afgewogen oordeel van de rechtbank dat gefundeerde afwegingen naar eer en geweten gemaakt tijdens een behandeling geen strafrechtelijk verwijt kunnen opleveren nu definitief is geworden." De raadsman dient namens zijn cliënt een verzoek tot schadevergoeding in om de kosten voor de advocaat terug te krijgen.
‘Just take her seriously’ -- 6 juni 2005 – Tijdschrift voor Seksuologie (TvS), jaargang 29, nr. 2, juni 2005 – Rede uitgesproken bij het aanvaarden van het ambt van hoogleraar in de Psychosomatische Obstetrie en Gynaecologie aan de Rijksuniversiteit Groningen op dinsdag 25 januari 2005 door Dr. W.C.M. Weijmar Schultz – “Mijnheer de Rector Magnificus, zeer gewaardeerde toehoorders, (...). Een punt van speciale aandacht in ons onderwijs betreft seksueel grensoverschrijdend gedrag. Circa 4% van de mannelijke gynaecologen en KNO-artsen en 1% van de vrouwelijke gynaecologen is dit eens in hun leven overkomen, zo bleek in 1992 uit Groninger onderzoek (36). Recent werden zelfde percentages aangetroffen bij huisartsen (37). Hoewel het percentage grensoverschrijders onder gynaecologen niet anders was als onder KNO-artsen, waren de gynaecologen zich wel veel meer dan de KNO-artsen bewust van het schadelijke effect van dit gedrag voor hun slachtoffers. Overigens vindt men diezelfde 4% terug bij onderzoek onder priesters, tandartsen, juristen, fysiotherapeuten en verpleegkundigen. Kennelijk heeft seksueel grensoverschrijdend gedrag meer te maken met machtsverschil dan met het type hulpverlening of met de aard van het specialisme. Minister Hoogervorst zei desgevraagd in de Volkskrant van 19 april 2004 die 4% een erg hoog getal te vinden en in hetzelfde artikel pleit de KNMG bij monde van woordvoerster Saskia Danse voor 'zero tolerance' (38). Vraag is of daarmee de kous af is. Ervaring leert dat seksueel overschrijdend gedrag niet uit te bannen is ondanks alle sancties die er op staan. Vaak moet ik in dit verband denken aan de woorden van mijn tweede promotor, wijlen prof. Boeke: "Een mens is nooit intelligenter als zijn emoties hem toestaan". Vanuit het oogpunt van onderwijs ontneemt een zerotolerantie beleid studenten de mogelijkheid een adequate attitude te ontwikkelen ten aanzien van hun seksuele gevoelens in het contact met hun patiënten. Van de hulpverlener wordt toenadering met behoud van distantie gevraagd en dat is nu eenmaal per definitie een spanningsveld. Door in onderwijs- en later in praktijksituaties deze gevoelens en emoties als normaal te beschouwen, kunnen ze herkenbaar, bespreekbaar en tegelijkertijd hanteerbaar worden. Het ervaren van seksuele gevoelens en emoties in het dokter-patiënt contact is normaal. Grensoverschrijdend gedrag is een beroepsrisico, net zoals bijvoorbeeld het risico om een infectieziekte op te lopen of een patiënt letsel toe te brengen. Daarbij past weliswaar ‘zero tolerance’, maar beter is het om in de opleidingen nog meer aandacht te besteden aan de preventie van seksueel grensoverschrijdend gedrag. (…).”
Verslag van de medische tuchtzaak tegen de Amsterdamse psychiater B.B. – 5 juni 2005 – Red. MdH – De link brengt u naar onze pagina LOPENDE TUCHTZAKEN in de rubriek JURIDISCHE STAPPEN waar u het verslag van de zitting die op 31 mei 2005 bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam plaatsvond, aantreft. De zaak werd op 31 mei 2005 aangehouden. Wij zullen de voortzetting van de zitting eveneens volgen en t.z.t. een uitgebreid zittingsverslag publiceren.
OM gaat zelfmoordconsulent De Einder vervolgen – 3 juni 2005 – Telegraaf -- ALKMAAR - Het Openbaar Ministerie in Alkmaar gaat de 73-jarige zelfmoordconsulent J.H. uit Castricum vervolgen voor hulp bij zelfdoding. Dat heeft een woordvoerder van het OM vrijdag bevestigd. H., oprichter van Stichting De Einder, hielp eind 2003 een 27-jarige vrouw uit Wervershoof aan medicijnen, waarmee zij zelfmoord kon plegen. Het onderzoek tegen H., die in september 2004 al eens werd opgepakt in deze zaak, is recent afgerond. Volgens het OM vindt de inhoudelijke behandeling van de zaak waarschijnlijk pas na de zomer plaats. Mocht het tot een veroordeling komen, dan wacht H. een celstraf van maximaal drie jaar. Stichting De Einder is een landelijke instelling die mensen adviseert over zelfdoding. De stichting bestond 2 juni 2005 precies tien jaar. Dit jubileum wordt op 18 juni gevierd met een symposium in Ede, waarbij ook oud-minister van Volksgezondheid Borst aanwezig is. Ook H. verzorgt een lezing onder de titel "De angst voor de dood voorbij, rest ons de angst voor de overheid ". Het is niet voor het eerst dat medewerkers van De Einder door justitie worden vervolgd. In 2003 veroordeelde het gerechtshof in Leeuwarden W.M. uit Drenthe tot een jaar gevangenisstraf, waarvan acht maanden voorwaardelijk. Het cassatieverzoek van M. werd door de Hoge Raad verworpen.
Tuchtcollege oordeelt over Bram Bakker – 31 mei 2005 -- Trouw
Celstraf voor therapeut wegens ontucht – 31 mei 2005 – Telegraaf -- HAARLEM - De 59-jarige alternatief genezer R.K. uit Zaandam is dinsdag in Haarlem wegens ontucht met een patiënt veroordeeld tot twaalf maanden cel, waarvan vier maanden voorwaardelijk. Er was vijftien maanden cel waarvan vijf maanden voorwaardelijk tegen hem geëist. De rechtbank acht bewezen dat K. in september in zijn praktijk een 18-jarige patiënt seksueel heeft misbruikt. Volgens de man is hij tijdens een behandeling bevredigd. De therapeut gaf de patiënt Chinese massage en acupunctuur. Volgens K. heeft de man tijdens behandelingen tot tweemaal toe een erectie gekregen, maar is er verder niets gebeurd. De therapeut zou juist hebben aangegeven dat hij met de behandeling wilde stoppen toen hij merkte dat de patiënt seksueel opgewonden raakte. De rechtbank bepaalde tevens dat K. tien maanden celstraf, voorwaardelijk opgelegd in een eerdere, vergelijkbare zaak, alsnog moet uitzitten. Ook moet hij het 18-jarige slachtoffer een schadevergoeding van 750 euro betalen.
Commentaar red. MdH: Lees
ook het artikel ‘Celstraf geëist tegen therapeut om ontucht’ dat op 17 mei
Artsenpaar boos op inspectie – 30 mei 2005 – Amersfoortse Courant – ZWOLLE / VOORTHUIZEN - Een artsenechtpaar uit Voorthuizen is woedend op de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Een inspecteur diende klachten in over de praktijkvoering en de manier waarop de man telefoontjes over een patiënte uit het asielzoekerscentrum (azc) beantwoordde. De zaak is zaterdag behandeld door het Regionaal Tuchtcollege in Zwolle. De asielzoekster was in december 2002 ziek geworden en in die week meermalen door artsen, ook in het ziekenhuis, gezien. Toen de Voorthuizenaar in het weekend door het asielzoekerscentrum werd gebeld over pijnklachten van de vrouw, wilde hij die niet aanhoren, noemde ze psychisch en zei dat er pas na het weekend weer iets zou worden ondernomen. Volgens de inspecteur deed hij dit zonder te overleggen met zijn echtgenote, die huisarts is. Als zodanig was zij supervisor van haar man die als basisarts met haar samenwerkte. Door zelf te beslissen zou de patiënte niet de zorg hebben gekregen waar zij recht op had, aldus de inspectie. De vrouw bleek een geperforeerde dunne darm te hebben, waaraan zij direct na het weekend werd geopereerd. De huisarts heeft zeventien jaar een praktijk, haar man hielp haar. Nieuwe collega’s in Voorthuizen zouden bij de komst van het azc niets hebben gevoeld voor het verlenen van huisartsenzorg daar, en het werd wenselijk geacht dat de bewoners ook een mannelijke arts konden consulteren. Vandaar dat de echtgenoot zich inzette en ook wekelijks een spreekuur draaide. Na de sluiting van het azc in Voorthuizen, medio vorig jaar, werkt hij niet meer in de praktijk mee. Het echtpaar vindt het vreemd dat een andere inspecteur een paar jaar voor het incident met de asielzoekster na gedegen onderzoek te kennen gaf dat er geen bezwaar was tegen het functioneren van de man in de praktijk van zijn echtgenote. De supervisie was geregeld en samen bewaakten zij de bekwaamheid van de man, zo kreeg het paar op schrift. Na het incident met de asielzoekster constateerde de huidige inspecteur na een kort gesprek dat de huisarts nalatig was geweest. Professor Hubben stelde namens het echtpaar dat de inspecteur zijn onderzoeksplicht lichtvaardig heeft opgevat en dat er sprake was van vooringenomenheid. Het verwijt gaat verder; de inspecteur zou suggestieve en insinuerende opmerkingen over wetgeving en veldnormen van de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) hebben geuit, ,,klaarblijkelijk bedoeld om uw college op het verkeerde been te zetten.’’ Mede hierom, maar ook om het feit dat het azc inmiddels gesloten is, zouden de klachten van de inspecteur niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. Uitspraak op 7 juli.
Huisarts beschuldigd van ontucht – 27 mei 2005 – Medisch Contact nr. 21, pag. 904, rubriek: Brieven -- Auteur: K. Kunst met naschrift B.V.M. Crul -- Het is een goede gewoonte van de redactie om regelmatig uitspraken te publiceren van een van de medische tuchtcolleges. Als huisarts heb ik daaruit vaak lering kunnen trekken en als groepsbegeleider in de huisartsenopleiding heb ik de casuïstiek regelmatig gebruikt als het onderwerp ‘fouten maken’ aan de orde was. Voor het bericht ‘Huisarts beschuldigd van ontucht’ (MC 16/2005: 650) kan ik geen enkele waardering opbrengen, integendeel het heeft me verbaasd en geërgerd. Als het zou moeten dienen ter lering en de vermaak dan hoogstens ter leedvermaak. Door het vermelden van de leeftijd, woonplaats en nevenfunctie van deze huisarts is er van anonimiteit geen sprake. (Stelt u zich het bericht eens voor zonder deze toevoegingen ...). Hier wordt een huisarts, die grote verdiensten heeft gehad - en nóg heeft - voor de opleiding van medisch studenten en huisartsen, al vóór de uitspraak van het tuchtcollege aan de schandpaal genageld. Ik acht deze vorm van berichtgeving een blad als Medisch Contact onwaardig. Rotterdam, april 2005, K. Kunst, huisarts in ruste.
Naschrift
Dat de inspectie de klagende partij is bij het tuchtcollege én dat de regionale pers het feit al had gemeld, gaf bij ons de doorslag voor een nieuwsbericht in MC. Achteraf hadden wij zorgvuldiger moeten zijn bij het anonimiseren van de persoonsgegevens. Ben Crul, hoofdredacteur.
Commentaar red. MdH: Huisarts in ruste, K. Kunst uit Rotterdam, neemt GOG plegende collega uit Delft in bescherming -- 28 mei 2005 -- Red. MdH -- Aan de heren Kunst en Crul: Het is toch wel opvallend hoe snel er verzet komt als er ook maar enige transparantie wordt toegepast binnen de gezondheidszorg. Dat u geërgerd bent, meneer Kunst, is begrijpelijk. Alleen is het de vraag of u zich eigenlijk niet over iets anders dient te ergeren dan over de publicatie in Medisch Contact. Zou u zich niet juist moeten ergeren aan een collega die al drie slachtoffers heeft gemaakt onder zijn patiënten? Zou u niet juist geïrriteerd moeten raken van het feit dat deze collega zijn persoonlijke behoeften voorop stelde en daarmee patiënten beschadigde en daarnaast ook zijn vak beschadigt?! Toen hij de artseneed aflegde, heeft hij gezworen degenen die zich tot hem wenden te helpen en niet te beschadigen. Dat hij hen door hen in seksueel opzicht lastig te zijn gevallen heeft beschadigd, is helaas geen punt van discussie. In meer dan 90% van de gevallen ondervindt de patiënt namelijk ernstige gevolgen van het grensoverschrijdend gedrag (GOG) door de arts en het feit dat de drie patiënten een klacht hebben ingediend, duidt daar ook heel sterk op. Heeft u wel enig idee hoe die schade voor het slachtoffer er meestal uitziet? Ik denk van niet. U mag ervan uitgaan dat uw collega daarmee het leven van drie patiënten (en dan hebben wij het nog niet eens over hun directe omgeving) voor vele jaren nogal ernstig en in diverse opzichten heeft verwoest. Dat is namelijk meestal het geval. Jammer genoeg is daarover onder professionals maar weinig bekend. Wekelijks kloppen enkele slachtoffers van grensoverschrijdend gedrag door hulpverleners bij ons aan. Indien u wekelijks onder ogen kreeg wat wij onder ogen krijgen, zou u al heel gauw van mening veranderen.
Uw collega wordt helemaal niet aan de schandpaal genageld. Hij heeft zelf toegegeven met de drie vrouwelijke patiënten een seksuele relatie te hebben gehad. Er is een traditie in westerse samenlevingen ontstaan die ‘shooting the messenger’ genoemd kan worden. Dit houdt in dat men de ‘blame the victim’ - attitude toepast omdat het slachtoffer als boodschapper van het kwaad fungeert door een klacht in te dienen. Zodoende krijgt niet de boosdoener de schuld maar degene die het slecht-nieuws-bericht overbrengt. Meestal is dat het slachtoffer. In dit geval wordt de schuld doorgeschoven naar een ander medium dat ‘ging praten’. Medisch Contact mocht erop vertrouwen dat er iets ernstigs aan de hand is indien inspectie de klacht tegen de arts indient. Onze Inspectie voor de Gezondheidszorg komt namelijk niet meteen in actie als haar een klacht over GOG door een hulpverlener bereikt. Zij klaagt pas bij een tuchtcollege als er a) meerdere slachtoffers zijn of b) naast het seksueel GOG ook andere grenzen van de professie in ernstige mate zijn geschonden. Ook het feit dat de tuchtzaak deels achter gesloten deuren heeft plaatsgevonden, wat nogal uitzonderlijk is, geeft te denken. Het was juist heel waardevol dat Medisch Contact het artikel publiceerde, juist omdat de Delftse huisarts ook nog opleider van studenten huisartsengeneeskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam was. De universiteit heeft hem dan ook terecht op non-actief gezet. Voor ons was het een reden navraag te doen of dat wel was gebeurd en of men wel heeft gekeken of er ook klachten van studenten over de docerende arts binnen zijn gekomen. Hij kent zijn grenzen immers niet, zo mogen wij concluderen aangezien hij – al zelf toegegeven – al driemaal de meest elementaire regel van zijn vak heeft overschreden. Meestal gaat het om een structureel probleem en tref je dan ook GOG aan op andere gebieden en/of in andere vertrouwensfuncties. In uw plaats zou ik maar niet al te gauw voor uw collega opkomen. De kans dat u uw handen zult branden, is helaas groot. Dat hij met drie patiënten een seksuele relatie is aangegaan, is al duidelijk. Hij gaf het zelf al toe. Het is jammer te moeten constateren dat u blijkbaar niet op de hoogte bent wat dit betekent. Bent u er wel eens bij stilgestaan dat uw collega wellicht ernstige problemen heeft? In meer dan de helft van de gevallen namelijk lijdt de professional aan een ernstige psychiatrische problematiek indien hij/zij GOG naar patiënten toe vertoont. Het percentage ligt met zekerheid nog hoger in gevallen waarbij al sprake is van recidive.
Wellicht zou het zinvoller zijn indien u uw steun direct aan uw collega aanbiedt. Hij zal een luisterend oor en een schouderklopje zeker erg waarderen en wellicht zelfs nodig hebben. Of hij het zal waarderen dat er nu weer een vermelding in Medisch Contact is geplaatst door uw interactie, is maar zeer de vraag. Daarnaast moet u er rekening mee houden dat de drie patiënten die een klacht hebben ingediend wellicht niet de enige patiënten zijn met wie uw collega ooit seksueel contact heeft gehad. De meeste slachtoffers durven namelijk niet met het gebeurde naar buiten te treden. Men gaat er namelijk van uit dat dit slechts 4 á 10% doen. Een van de gevallen speelde zich tien jaar geleden al af. Door het aantal slachtoffers dat al naar voren kwam en het feit dat de arts dit gedrag al vele jaren geleden vertoonde, moet u ermee rekening houden dat de kans nogal groot is dat de arts dit gedrag al lange tijd vertoont en dan is het dus alleen maar goed dat er eindelijk aandacht aan wordt besteedt. Wat ik mij afvraag als u al het besluit neemt voor uw collega op te komen: had u er geen kennis van dat uw collega seksuele relaties aanging met patiënten? Meestal is het namelijk al lang bekend onder collegae alvorens ooit ergens een klacht wordt ingediend. De ellende had nou juist voorkomen kunnen worden indien een collega zich er eerder mee had bemoeid, in een fase toen nog een en ander te voorkomen was. Dat was nou collegiaal geweest. Indien u ervan op de hoogte was… had u toen dan maar uw bezorgdheid naar hem toe geuit. Had u dan toen maar tegen hem gezegd professionele hulp te gaan zoeken… dan was menige patiënt wellicht veel ellende bespaard gebleven. Hetzelfde geldt voor de huisarts in kwestie. Als men eerder had ingegrepen, zou hij nu wellicht niet met drie maar ‘slechts’ met een of twee klachten geconfronteerd zijn. In de Haagsche Courant stond vermeld “Volgens de arts zag hij de vrouwen vrijwel nooit meer in de spreekkamer, dus was er volgens hem niet meer echt sprake van een arts-patiënt-relatie.” Allen die uitspraak al geeft aan dat de huisarts in kwestie niet begrijpt waar een professionele behandelrelatie begint en eindigt. Voor een arts van zijn leeftijd en met zijn ervaring is dat een hele droevige constatering. Het doet er niet toe of de betreffende patiënten hem nog maar zelden opzochten. De arts-patiënt relatie blijft immers bestaan, ook al mocht een patiënt de arts jarenlang niet nodig hebben. Of een patiënt nu eens per week op het spreekuur komt of slechts eens per jaar… het verandert niets aan het bestaan van de arts-patiënt relatie.
U spreekt over grote verdiensten die uw collega heeft en had. Tot dusver moet ik concluderen dat hij niet eens in staat zou zijn om aan studenten uit te leggen waar een professionele relatie begint en waar die eindigt. Noemt u dat grote verdiensten? Tevens is hij niet in staat door zijn eigen gedrag het goede voorbeeld te geven. Met minder dan een goed voorbeeld dienen studenten het niet te moeten doen. Als hij de meest elementaire regel van zijn vak zelf al niet respecteert en begrijpt, … ik kan daarbij geen grote verdiensten ontdekken. En al zouden die er zijn, dan nog doen die hier niet ter zake. Het een maakt het ander niet goed namelijk. Hij heeft in ieder geval het leven van drie van zijn patiënten in zeer waarschijnlijk grote mate verwoest door zijn ‘verliefdheden’, zoals hij zijn ontuchtig gedrag zelf bagatelliserend noemt. Al mocht hij het leven van menige patiënt zelfs gered hebben, dan nog heeft hij geen enkel recht het leven van andere patiënten in sterkte mate negatief te beïnvloeden. Hij wist dat het niet mag en wij mogen ervan uitgaan dat hij ook weet hoe groot de schade is die GOG bij patiënten meestal veroorzaakt. Een arts met grote verdiensten kent de vakliteratuur, beschikt over reflectief vermogen en stelt het belang en het welzijn van patiënten centraal.
En aan de hoofdredacteur van MC, Ben Crul: ik vind dat u het bericht terecht heeft geplaatst en het was juist heel waardevol om dat te doen. Bovendien gaat het om een korte en keurige berichtgeving. Van ‘leedvermaak’ en ‘aan de schandpaal nagelen’ is volstrekt geen sprake. Dergelijke opmerkingen zeggen meer over degene die hen plaatst dan over degene die hen krijgt toebedeeld. Medisch Contact heeft voldoende zorgvuldigheid in acht genomen. Het is ook geenszins de taak van een tijdschrift als Medisch Contact om collegae de hand boven het hoofd te houden. De reactie van de heer Kunst op de publicatie zoals ook het feit dat het grensoverschrijdend gedrag van de betreffende huisarts o.a. pas na vele jaren aan het licht kwam, is weer eens een van de vele getuigenissen daarvan dat dergelijke niet acceptabele praktijken, een collega de hand boven het hoofd te houden, ruimschoots voorkomen. Het is zeker niet nodig en al helemaal niet wenselijk dat een tijdschrift hieraan ook nog meedoet. Het is nu juist tijd om de nobele term transparantie eens in de praktijk om te zetten. Tevens is het tijd om de meldingsplicht die sinds november 2003 al voor gehandicapte patiënten bestaat voor alle patiënten in te voeren. Naast gehandicapten en kinderen zijn er namelijk nog tal van andere kwetsbare groepen onder de groep patiënten, zoals allochtonen en patiënten die tijdelijk of langdurig onder psychische problemen lijden. Maar ook patiënten die niet binnen een van de kwetsbaarste groepen vallen, zijn kwetsbaar voor grensoverschrijdend gedrag door een professional, simpelweg omdat de arts-patiënt relatie te allen tijde geen gelijkwaardige relatie is maar een waarbinnen een aanzienlijk machtsverschil speelt. Wij hopen dan ook dat dergelijke berichten ook in de toekomst in MC gepubliceerd zullen worden. Het verschijnen van dergelijke berichten in medische tijdschriften is een hoopgevend teken waarvan bovendien ook een preventieve en/of postpreventieve werking uit kan gaan.
Teneinde valt nog in richting van de heer Kunst op te merken dat hij zijn grieven zomaar, zonder enige onderbouwing, spuit. Ik heb er goed naar gezocht in het geplaatste artikeltje maar op ‘leedvermaak’ of ‘aan de schandpaal nagelen van een collega’ is juist helemaal geen sprake. Ik denk dat het belangrijk is dat u onderscheid gaat maken tussen ratio en emotio en persoonlijk vind ik dan ook dat een niet onderbouwde, emotionele reactie van een collega eerder kans zou moeten maken publicatie in MC onwaardig te zijn dan het stuk dat door uw emotionele uitbarsting juist wordt aangevallen. Ik hoop voor uw collega uit Delft die de grenzen van zijn vak bij herhaling ernstig heeft geschonden dat hij naast deze actie van u ook nog op andere vormen van steun uwerzijds mag rekenen. (TZ)
Bovenstaande reactie hebben wij ook op de website van Medisch Contact geplaatst.
Lees ook het artikel ‘Huisartsen beschuldigd van ontucht’ zoals
op 22 april
Toename aantal meldingen over GOG door hulpverleners bij IGZ 8,2% – 25 mei 2005 – Red. MdH, bron: IGZ – In hoofdstuk 2.8 ‘Aantal meldingen seksuele intimidatie licht gestegen valt te lezen: “Het aantal meldingen van seksuele intimidatie in de gehandicaptenzorg en de geestelijke gezondheidszorg (3) is in 2004 licht gestegen, van 85 naar 92. [een stijging van 8,2%]. Deze cijfers geven waarschijnlijk geen betrouwbaar beeld van de werkelijkheid. De voorgestelde wetswijziging die zorginstellingen verplicht seksuele intimidatie te melden, biedt op termijn meer betrouwbare cijfers. Het aantal meldingen van seksuele intimidatie is de laatste jaren niet afgenomen, ondanks inspanningen van de inspectie, beroepsverenigingen en koepelorganisaties. In 2003 daalde het aantal weliswaar van 100 naar 85, maar deze daling zette niet verder door. De meeste meldingen, 81, zijn afkomstig uit instellingen voor gehandicaptenzorg, waar cliënten kwetsbaar zijn en zich minder goed kunnen verdedigen tegen seksueel misbruik. Het ministerie van VWS heeft de instellingen in 2004 gewezen op hun verantwoordelijkheid om seksuele intimidatie altijd te melden. Zij zijn daartoe nog niet wettelijk verplicht. Met de voorgestelde wijziging van de Kwaliteitswet zorginstellingen komt daar verandering in. Als gevolg van deze wetswijziging zullen instellingen suïcides, ernstige calamiteiten en seksuele intimidaties altijd moeten melden. De inspectie heeft in 2004 onderzoek gedaan naar de maatregelen die instellingen nemen om seksuele intimidatie te voorkomen. De uitkomsten van dit onderzoek worden in 2005 gepubliceerd. De inspectie gaf een herziene versie van de het IGZ-bulletin Het mag niet, het mag nooit uit, om dit onderwerp ook bij hulpverleners extra onder aandacht te brengen. De inspectie heeft haar interne meldingenprocedure aangescherpt. De inspectie publiceert in 2005 het onderzoek naar preventie van seksuele intimidatie. Zij gaat vervolgens bekijken in hoeverre de instellingen de aanbevelingen uit dit rapport in de praktijk brengen.” Uit de tabel die het genoemde hoofdstuk in het jaarbericht van de inspectie begeleidt, kan het navolgende geconcludeerd worden: Van de in totaal 92 meldingen wegens seksuele intimidatie gaat het in 81 gevallen om de gehandicaptenzorg en in 11 gevallen om de geestelijke gezondheidszorg (ggz). In de meeste gevallen gaat het om seksuele intimidatie van patiënten/cliënten onderling (gehandicaptenzorg: 30, ggz: 4). In sommige gevallen (18 / 1) gaat het om seksuele intimidatie door derden. In sommige gevallen (16 / 4) was sprake van ‘seksuele intimidatie’ (4). Onder seksueel grensoverschrijdend gedrag (GOG) van patiënten/cliënten door hulpverleners werden 19 meldingen ontvangen. 17 meldingen betreffen de gehandicaptenzorg en 2 meldingen betreffen de ggz. (pp. 39-42). De tekst behorend bij de tussen haakjes genoemde cijfers (3) en (4) treft u onderaan het onderstaande artikel ‘Jaarbericht Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) 2004: GOG door hulpverleners & medisch tuchtrecht’ van dd. 25 mei 2005 aan. Het jaarbericht 2004 van de IGZ treft u onder bovengenoemde link aan.
Jaarbericht Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) 2004: GOG door hulpverleners & medisch tuchtrecht – 25 mei 2005 – Red. MdH, bron: IGZ – Uit het 75 pagina’s tellende jaarbericht dat door de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) op 20 mei jl. werd gepubliceerd, treft u onderstaand met name enkele delen aan die in verband met de problematiek grensoverschrijdend gedrag (GOG) door hulpverleners relevant zijn. Commentaar van onze redactie treft u [tussen deze haakjes] aan.
Meldingen van incidenten in het algemeen: In het algemeen valt te concluderen dat er sprake is van een stijging van het aantal incidenten dat bij de inspectie wordt gemeld. Behalve de sector farmacie die een daling van het aantal meldingen laat zien, is het aantal meldingen bij de inspectie binnen alle sectoren van de gezondheidszorg toegenomen. Onderstaand treft u een vergelijking aan tussen de meldingen die de inspectie per cluster in 2004 heeft ontvangen en beoordeeld. Meldingen betreffend seksuele intimidatie door hulpverleners zijn hierin verwerkt. Op de eerste plaats treft u het percentage aan dat betrekking heeft op het aantal door de inspectie ontvangen meldingen. Tussen haakjes treft u het percentage aan dat betrekking heeft op het door de IGZ behandelde zaken. Het totaal aantal meldingen van incidenten bij de zorgverlening is over de hele linie van de gezondheidszorg gedurende het afgelopen jaar met 15,8% gestegen (12,8%) (p. 31). Het aantal meldingen en calamiteiten in de curatieve zorg zou volgens inspectie met 20% zijn gestegen (p. 33). [respectievelijk 16,7% (13%), zie onder (1)]. Binnen de sector ‘verpleging, verzorging en thuiszorg’ valt op dat het aantal meldingen van overlijden ten gevolge van organisatorische en toepassingsfouten met 31% daalde terwijl het aantal meldingen waarbij sprake is van overlijden van de cliënt omwille van persoonlijke fouten met ruim 44% is gestegen. Het totaal aantal door de IGZ beoordeelde meldingen binnen de laatstgenoemde zorgsector weerspiegelt een stijging van 1,5% (versus een daling van 7,8%). Wat betreft meldingen op het gebied van medische hulpmiddelen valt in 2004 een stijging van 39,8% (37%) ten opzichte van 2003 te constateren. De meldingen over de sector farmacie zijn met 58,2% (43,5%) gedaald ten opzichte van het voorgaande kalenderjaar. Binnen de sector geestelijke gezondheidszorg/gehandicaptenzorg is het aantal meldingen bij de inspectie met 18,5% (9,2%) toegenomen. Het aantal incidenten gerangschikt onder het kopje ‘suïcides/suïcidepogingen’ (2) is in 2004 met 10,8% (26,8%) gestegen. (De berekeningen zijn gebaseerd op cijfers afkomstig van het jaarbericht IGZ 2003, p. 84 en van het jaarbericht IGZ 2004 p. 31).
In hoofdstuk 2.6 ‘Meldingen en calamiteiten in geestelijke
gezondheidszorg en gehandicaptenzorg’ vermeldt de inspectie: “Ten
opzichte van 2003 is het totaal aantal meldingen in de geestelijke
gezondheidszorg en gehandicaptenzorg toegenomen van 434 naar
In hoofdstuk 2.8 ‘Aantal meldingen seksuele intimidatie licht gestegen valt te lezen: “Het aantal meldingen van seksuele intimidatie in de gehandicaptenzorg en de geestelijke gezondheidszorg (3) is in 2004 licht gestegen, van 85 naar 92. [een stijging van 8,2%]. Deze cijfers geven waarschijnlijk geen betrouwbaar beeld van de werkelijkheid. De voorgestelde wetswijziging die zorginstellingen verplicht seksuele intimidatie te melden, biedt op termijn meer betrouwbare cijfers. Het aantal meldingen van seksuele intimidatie is de laatste jaren niet afgenomen, ondanks inspanningen van de inspectie, beroepsverenigingen en koepelorganisaties. In 2003 daalde het aantal weliswaar van 100 naar 85, maar deze daling zette niet verder door. De meeste meldingen, 81, zijn afkomstig uit instellingen voor gehandicaptenzorg, waar cliënten kwetsbaar zijn en zich minder goed kunnen verdedigen tegen seksueel misbruik. Het ministerie van VWS heeft de instellingen in 2004 gewezen op hun verantwoordelijkheid om seksuele intimidatie altijd te melden. Zij zijn daartoe nog niet wettelijk verplicht. Met de voorgestelde wijziging van de Kwaliteitswet zorginstellingen komt daar verandering in. Als gevolg van deze wetswijziging zullen instellingen suïcides, ernstige calamiteiten en seksuele intimidaties altijd moeten melden. De inspectie heeft in 2004 onderzoek gedaan naar de maatregelen die instellingen nemen om seksuele intimidatie te voorkomen. De uitkomsten van dit onderzoek worden in 2005 gepubliceerd. De inspectie gaf een herziene versie van de het IGZ-bulletin Het mag niet, het mag nooit uit, om dit onderwerp ook bij hulpverleners extra onder aandacht te brengen. De inspectie heeft haar interne meldingenprocedure aangescherpt. De inspectie publiceert in 2005 het onderzoek naar preventie van seksuele intimidatie. Zij gaat vervolgens bekijken in hoeverre de instellingen de aanbevelingen uit dit rapport in de praktijk brengen.” Uit de tabel die het genoemde hoofdstuk in het jaarbericht van de inspectie begeleidt, kan het navolgende geconcludeerd worden: Van de in totaal 92 meldingen wegens seksuele intimidatie gaat het in 81 gevallen om de gehandicaptenzorg en in 11 gevallen om de geestelijke gezondheidszorg (ggz). In de meeste gevallen gaat het om seksuele intimidatie van patiënten/cliënten onderling (gehandicaptenzorg: 30, ggz: 4). In sommige gevallen (18 / 1) gaat het om seksuele intimidatie door derden. In sommige gevallen (16 / 4) was sprake van ‘seksuele intimidatie’ (4). Onder seksueel grensoverschrijdend gedrag (GOG) van patiënten/cliënten door hulpverleners werden 19 meldingen ontvangen. 17 meldingen betreffen de gehandicaptenzorg en 2 meldingen betreffen de ggz. (pp. 39-42).
Onder hoofdstuk 6 ‘Tucht’ schrijft de inspectie: “Het aantal klachten bij tuchtcolleges daalde vorig jaar van 893 naar 842 [een daling van 5,7%]. Deze licht dalende trend is al langer zichtbaar. Ook het aantal klachten dat de tuchtcolleges lieten volgen door een maatregel, daalde verder. Enkele jaren geleden liep 20 procent van de klachten uit op een maatregel. Inmiddels is dit percentage gedaald naar 14. De inspectie kent niet precies de achtergrond van de daling van het aantal klachten”. [Het feit dat een klacht bij een medisch tuchtcollege in het overgrote deel van de gevallen niet tot gegrond verklaring en tot het opleggen van een maatregel leidt, is bij gebruikers van de gezondheidszorg redelijk goed bekend. Dat hulpverleners door tuchtcolleges in veel gevallen met fluwelen handschoenen worden aangeraakt, is eveneens een feit dat nogal brede bekendheid geniet en ook niet moeilijk aan te tonen valt. Daarnaast is ons bekend dat er advocaten zijn die slachtoffers van GOG door hulpverleners aanraden niet bij het tuchtcollege te gaan klagen maar meteen naar de civiele rechter te gaan stappen. Eveneens kwamen wij op de hoogte van het juridisch advies eerst bij de civiele rechter te gaan klagen en bij slagen als het ware ook bij de tuchtrechter een gegrond verklaring af te dwingen. Ook spraken wij in het verleden al een advocaat die zoveel negatieve en onbegrijpelijke ervaringen met medische tuchtcolleges heeft opgedaan dat diegene had besloten nooit meer een cliënt voor een medisch tuchtcollege te willen verdedigen. Daarnaast bleek ook al dat er bij de inspectie zelf onvrede over de behandeling van zaken door medische tuchtcolleges leeft hetgeen onder andere al ertoe heeft geleid dat de inspectie opgeeft i.p.v. juist in beroep te gaan. Zoveel over ‘het niet precies kennen van de achtergrond’. Natuurlijk kent inspectie de achtergronden beter dan zij aangeeft. Wat ons is opgevallen, moet haar immers al lang zijn opgevallen omdat inspectie met veel meer zaken in aanraking komt en kan putten uit jarenlange ervaring. De vraag is helaas niet zo zeer of het bekend is maar of men wil dat het ook publiek wordt. Immers, bepaalde misstanden zouden dan in het zicht komen en vanaf dat moment wordt het moeilijk zich nog te kunnen verschuilen achter ‘niet precies weten’ en vooral ook achter ‘niets in dezen te gaan ondernemen’.] “Het vermoeden dat meer klagers zich direct wenden tot klachtencommissies van instellingen en beroepsbeoefenaren, kan zij niet bevestigen. De inspectie heeft hierover helaas geen overzicht. Met de in 2005 te verwachten wijziging van de Wet klachtrecht cliënten zorgsector (WKCZ) zal dat veranderen. De gestage daling van het percentage klachten dat voor tuchtcolleges aanleiding is tot een maatregel, geeft de inspectie reden tot zorg. De patiënt krijgt hierdoor het idee dat klagen bij een tuchtcollege weinig zin heeft. Dat 86 procent van de klachten wordt afgewezen, heeft echter vooral te maken met het feit dat de klacht niet thuishoort bij een tuchtcollege. In 2004 hebben tuchtcolleges 176 klachten niet ontvankelijk of ongegrond verklaard. [Hier komt de vraag bij ons op of de inspectie een steekproefonderzoek heeft gedaan wat betreft het grote aantal niet ontvankelijk en ongegrond verklaarde klachten. Of gaat de inspectie zonder verder ernaar te kijken ervan uit dat het in alle genoemde gevallen ook werkelijk gaat om klachten die bij een tuchtcollege niet thuishoren? Ervaringen met bepaalde tuchtcolleges geven aan dat de motto ‘vertrouwen is goed, controle is beter’ in verband met sommige tuchtcolleges niet volstaat. Daarom zou handhaving van de motto ‘vertrouwen moet je eerst verdienen, controle is niet slechts wenselijk maar noodzakelijk’ de beter optie zijn.] De inspectie zou graag zien dat klachten eerst worden gewogen, voordat zij worden doorgestuurd naar de tuchtcolleges. Al eerder heeft de inspectie gesuggereerd dat er een soort zeef voor tuchtklachten moet komen. [Bij bepaalde klachten fungeert de Inspectie voor de Gezondheidszorg zelf al jarenlang als zogenaamd zeef in dezen. Uit ervaring blijkt helaas dat juist deze zeef alles behalve goed functioneert. Hierover zullen wij binnenkort door middel van een publicatie extra aandacht besteden.] “Onduidelijk is echter wie deze tijdrovende taak op zich neemt. Toch is het een goede zaak dat klagers er tijdig op worden gewezen dat hun klacht niet thuishoort bij een tuchtcollege. [Hetzelfde geldt helaas ook voor gevallen waarbij de inspectie zelf als klaagster optreedt! Een terechte opmerking van de inspectie dus die echter ook door haar bekeken zou moeten worden wat betreft haar eigen klachten. Hierover binnenkort meer.] Dat komt het vertrouwen in de rechtsgang ten goede. De in 2003 geconstateerde plotselinge stijging van het aantal klachten tegen huisartsen (van 160 naar 218) heeft zich in 2004 niet doorgezet. De inspectie vermoedde een samenhang met de organisatiewijziging in de huisartsenzorg. In 2004 bedroeg het aantal klachten 208. Het aantal gegronde klachten daalde licht naar 10,1 procent. Het aantal klachten dat de inspectie indiende bij tuchtcolleges steeg wel flink, van twintig in 2003 naar ruim veertig. Dit is niet zozeer een gevolg van een verslechterende gezondheidszorg, als wel van een kritischer beleid van de inspectie. De inspectie zet het instrument van de handhaving sneller in dan in voorgaande jaren het geval was. [Wij zijn van mening dat dit een bijzonder wenselijke en ook dringend noodzakelijke ontwikkeling binnen het inspectiebeleid betreft.] Toename van het aantal klachten van inspectie zelf is pas zichtbaar in 2005, vanwege naijlend effect.”
(1) Door vergelijking tussen het aantal meldingen in 2003 (jaarbericht 2003, p. 84) en het aantal meldingen in 2004 (p. 31) komt men bij hantering van het aantal beoordeelde meldingen (862 versus 974) op een stijging van het aantal meldingen van 13% en niet zoals onder punt 2.3 staat vermeld op 20% (p. 33). Het is ons niet duidelijk hoe het verschil van 7% verklaard zou kunnen worden.
(2) Hier komt de vraag op of het nu om suïcides of om zelfmoordpogingen gaat, of om beide fenomenen.
(3) Het wordt niet helemaal duidelijk in het jaarbericht of het bij het aantal van in totaal 19 meldingen betreffend seksuele intimidatie van patiënten/cliënten door hulpverleners om het totaal aantal meldingen betreffend seksueel grensoverschrijdend gedrag door hulpverleners gaat dat de inspectie in 2004 heeft ontvangen. De genoemde 19 meldingen betreffen slechts de sector gehandicaptenzorg/ggz. Zijn er dan vanuit de andere sectoren (verpleging, curatieve zorg, alternatieve sector etc.) geen meldingen over GOG door hulpverleners bij de inspectie binnengekomen of heeft men ervoor gekozen alleen maar de binnen de sector gehandicaptenzorg/ggz binnengekomen meldingen over seksuele intimidatie te noemen? Zo ja, zouden wij graag willen weten, waarom men hiervoor koos.
(4) Diverse pogingen te weten te komen wat onder het kopje ‘seksuele intimidatie’ in tabel 2.8 van het jaarbericht valt, mochten helaas nog niet ertoe leiden een antwoord van de inspectie hierop te kunnen ontvangen. Wat onder ‘seksuele intimidatie’ die niet door hulpverleners, medecliënten of derden wordt gepleegd, valt, is helaas onduidelijk. Wij hopen dat het clusterhoofd gehandicaptenzorg/ggz, mw. van der Graaf, hierop binnenkort een antwoord zal kunnen geven. Wij zullen deze vraag nog vandaag aan haar stellen. Hoe moet het jaarbericht van de inspectie immers door de buitenwereld begrepen kunnen worden indien inspecteurs de door hun eigen organisatie geformuleerde constateringen niet weten te interpreteren? Wij hopen dan ook dat mw. van der Graaf bereid zal zijn het raadsel ‘wat valt onder de subcategorie ‘seksuele intimidatie’ onder het punt ‘seksuele intimiteiten’?’ op te lossen. Aangezien dezelfde terminologie ook al in het jaarbericht van 2003 werd gehandhaafd en dit niet ertoe heeft geleid dat het personeel van de inspectie de door haar organisatie in een publicatie gebruikte terminologie kent, verzoeken wij de inspectie dan ook de subcategorie ‘seksuele intimidatie’ in de komende jaren nader te specificeren zodat dan voor iedereen (de IGZ inclusief) duidelijk zal zijn om welk soort plegers van seksuele intimidatie het bij de genoemde twee getallen binnen de gehandicaptenzorg/ggz gaat.
Notabene: Ondanks de aan het adres van de inspectie gerichte vragen en kritiek waarderen wij het zeer dat de inspectie in 2004 een herziene editie van het bulletin ‘Het mag niet. Het mag nooit’ heeft gepubliceerd. Eveneens waarderen wij het zeer dat de IGZ op 7 juni a.s. een congres organiseert met als thema ‘patiëntveiligheid’. Een dezer dagen zal ons commentaar dat wij op verzoek van een lid van de Tweede Kamer der Staten Generaal op het eerder genoemde IGZ bulletin vervaardigden, in de rubriek PUBLICATIES worden gepubliceerd. Daarnaast zal gedurende de aankomende weken een publicatie door MdH verschijnen die gaat over het ‘alles behalve goed functionerende zeef ‘inspectie’ wat betreft haar keuzes met betrekking tot het indienen van klachten over GOG door hulpverleners bij tuchtcolleges. Indien mw. J. de Graaf (IGZ) op onze vragen zal reageren, zullen wij haar reactie t.z.t. ook in bovenstaand stuk verwerken. Het jaarbericht 2004 van de IGZ treft u onder de eerstgenoemde link binnen dit stuk aan.
Veel GOG door Amsterdamse huisartsen – 25 mei 2005 – Red. MdH -- Gedurende de afgelopen maanden zijn wij met diverse gevallen van seksueel grensoverschrijdend gedrag (GOG) gepaard gaand met andere vormen van GOG door Amsterdamse huisartsen in aanraking gekomen. Een zaak zal naar verwachting nog dit jaar in hoger beroep bij het Centraal Tuchtcollege in Den Haag worden behandeld met als klaagster de Inspectie voor de Gezondheidszorg Amsterdam. Een verdere zaak heeft in april jl. bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg gediend (uitspraak binnenkort). Een derde zaak zal bij het medisch tuchtcollege worden aangedragen. Een vierde geval van seksueel misbruik door een vierde huisarts werkzaam in Amsterdam bereikte ons gisteren. Zonder enig standpunt in te willen nemen wat betreft de zin en/of onzin van de staking van een meerderheid van alle huisartsen gedurende de aankomende dagen, zou men zich toch af kunnen vragen of het niet eens zinvol zou zijn als huisarts goed om zich heen te kijken en van hetgeen men aan grensoverschrijdend gedrag door een collega ter kennis neemt, MELDING te maken bij de inspectie. De sociale controle op ‘collegae’ lijkt niet best te zijn onder huisartsen in Amsterdam, zouden wij voorzichtig willen concluderen. Wilt u als huisarts die het welzijn van zijn patiënten centraal stelt en die de medisch-ethische normen respecteert en hanteert, gelijk gesteld worden aan die ‘collegae’ die seksueel misbruik van patiënten als een soort bijvak beoefenen? Het zou fijn zijn als menige huisarts hiertegen eens in opstand zou komen. Wellicht is het de moeite waard om daarover eens na te gaan denken? Zo niet in het belang van de patiënt, dan tenminste in het belang van uw eigen vak! Bij voorbaat dank!
Warm gevoel – 20 mei 2005 -- Medisch Contact (jaargang 60, nr. 20), Douwe de Vries, huisarts – Ik was altijd erg gespannen en had altijd wel ergens pijn. En ik gebruikte slaappillen en veel pijnstillers. Een vriendin had me het adres van deze therapeut gegeven. Je moet gaan liggen en raakt in een soort trance, alsof je onder hypnose bent. Je wordt heel erg ontspannen met een warm gevoel van binnen. Het is iets fysieks, maar het lijkt ook wel een beetje psychotherapie, want hij laat je veel vertellen. Je voelt je ongelofelijk goed. Het heeft ook wel met zijn stem te maken, die je heel rustig maakt. Het klikte echt. Ik vond het dan ook helemaal niet zo gek dat hij me eens mee uit eten vroeg. Het was gewoon erg gezellig, een gevoel van geborgenheid. We gingen daarna nog eens wat drinken. Ik had helemaal niet het gevoel dat hij me versierde of zo. Het kwam erop neer dat we na een tijdje toch zoiets als een relatie hadden. Tenminste ikzelf ging daarvan uit, want hij bleef regelmatig slapen. Ik was dan ook geschokt toen de vriendin die me zijn adres had gegeven, vertelde dat zij een relatie met hem had. Ik wist niet of ik moest zeggen dat ik dat ook had. Naderhand bleken er wel zeven vrouwen een dergelijke relatie met hem te hebben. Ja, god, dan kijk je er wel wat anders tegenaan. We waren dan wel niet verloofd of zo, maar ik voelde me toch belazerd.
Douwe de Vries, huisarts in Amsterdam, schrijft in de rubriek ‘brieven’ van het vakblad Medisch Contact wekelijks over ervaringen van artsen en patiënten met gewenste en ongewenste intimiteiten.
Commentaar red. MdH: ‘Warm gevoel’?? Gezellig en lekker knus zo veel slachtoffers bij elkaar? Zullen we maar van de beste bedoelingen van de betreffende huisarts uitgaan? … wellicht was hem bekend hoe belangrijk lotgenotencontact voor slachtoffers van GOG door hulpverleners veelal is en heeft hij om die reden meteen ervoor gezorgd dat er een hele reeks slachtoffers van seksueel misbruik door hem ontstaat? Bij de inspectie en/of voor het tuchtcollege riep ook hij zeker ‘ik was ZO verliefd!’? … het is immers zo ongeveer de meest populaire verklaring die grensoverschrijdende hulpverleners aan hun misstappen ten grondslag leggen. Zeker ‘sterke verliefdheid aan de lopende band?’ Wellicht dat het opdoen van ervaring m.b.t. daadwerkelijk lopende band werkzaamheden ervoor zou kunnen zorgen dat menige hulpverlener die het verschil tussen professioneel en laakbaar en het verschil tussen zakelijk en privé niet kent tenminste achteraf nog zou kunnen gaan leren waar de grenzen dienden te liggen? Maar nee, helaas, menig medisch tuchtcollege heeft er weinig erg in en stuurt zelfs de meervoudig seksueel grensoverschrijdende hulpverlener gewoon weer terug in zijn praktijk, niet met een gerust gevoel uiteraard want men weet beter maar ja… je doet gewoon alsof ‘wishful thinking’ echte hoop is… . Met welk gevolg? Dat er in zo een geval zo goed als altijd nog veel meer ‘warm gevoel’ zal gaan ontstaan in die praktijk. Wellicht zijn de instanties die dergelijk gebeuren door inadequate reacties op GOG ondersteunen, van mening dat zij zodoende een positieve bijdrage leveren aan het lotgenotencontact dat zo belangrijk is voor slachtoffers? Laten we ook maar in termen van ‘wishful thinking’ gaan denken en ervan uitgaan dat dit het nobele streven van menige tuchtrechtelijke uitspraak is die niet deugt?
Zorgverzekeraars
vorderen 4,4 miljoen terug -- 20 mei 2005 -- Zorgkrant -- In
2004 hebben zorgverzekeraars ruim 2600 gevallen van fraude met
zorgverzekeringen onderzocht, bijna 40% meer dan in
In therapie met ecstacy: Therapeuten gebruiken partydrug bij behandelingen – 17 mei 2005 – Algemeen Dagblad
Celstraf geëist tegen therapeut om ontucht – 17 mei 2005 – Telegraaf -- HAARLEM - Tegen de 59-jarige alternatief genezer R.K. uit Zaandam is dinsdag voor de rechtbank in Haarlem vijftien maanden celstraf geëist, waarvan vijf maanden voorwaardelijk, wegens ontucht met een patiënt. De therapeut zou ook ruim 1500 euro schadevergoeding moeten betalen aan het vermeende slachtoffer. K. wordt ervan beschuldigd in september vorig jaar een 18-jarige man, die met psychische problemen bij hem onder behandeling was, seksueel te hebben misbruikt. De therapeut ontkent dat. Volgens de verdachte heeft de patiënt tweemaal tijdens een behandeling een erectie gekregen, maar is er verder niets gebeurd. De genezer gaf zijn patiënt Chinese massage en zette acupunctuurnaalden in zijn lies. Volgens K. wilde hij de behandeling stoppen toen hij merkte dat de man seksueel opgewonden raakte. "Je schrikt als iemand een erectie krijgt," zei de verdachte tegen de rechtbank. De Zaandammer is in het verleden al eens eerder veroordeeld voor ontucht met een patiënt. Hij zou daarom extra alert zijn geweest om niet opnieuw de fout in te gaan. Voor officier van justitie Dankmeijer stond echter vast dat K. zich aan zijn patiënt heeft vergrepen. Hij vond dat de therapeut " beroepsmatig misbruik heeft gemaakt van een onzekere jongvolwassene". Advocaat Van Westrenen vond dat de alternatief genezer moet worden vrijgesproken. Volgens hem zijn de belastende verklaringen van de patiënt onbetrouwbaar. De raadsman wees erop dat de man onder behandeling was van diverse hulpverleners en erg labiel was. De patiënt heeft mogelijk aangifte gedaan tegen de therapeut, omdat hij niet voor zijn latente homoseksuele gevoelens durfde uit te komen, aldus Van Westrenen. "Deze man zat enorm met zichzelf in de knoop en heeft de zaak daarom opgeblazen." De uitspraak is 31 mei.
Commentaar red. MdH: Wat betreft de eis van het OM valt op dat men blijkbaar niet weet dat een op zich staande celstraf weinig zin heeft in dergelijke gevallen. Veel belangrijker en tevens essentieel zou het zijn een beroepsverbod aan de therapeut op te leggen. Dit niet om hem geen kans te geven maar a) omdat hij al een eerdere kans niet heeft genomen en b) omdat de kans op recidive in dit geval buitengewoon hoog moet zijn (het ligt bij GOG door professionals al tussen de 33 en 80% en er is al sprake van herhaling), zeker als er geen psychiatrisch onderzoek plaatsvindt, gevolgd door een assessment en rehabilitatieprogramma waarvan bekend is dat de programma’s door een groot aantal plegers van GOG door professionals niet tot tevredenheid kunnen worden doorlopen en uiteindelijk terugkeer in het beroep niet als wenselijk kan worden beschouwd. De vraag is wat het doel van de eis is. Duidelijk is in ieder geval dat de eis zonder verdere maatregelen te nemen (minimaal een langdurige, specifiek op deze problematiek gerichte, verplichte behandeling) niet tot het doel kan leiden dat recidive zo goed mogelijk kan worden voorkomen. Al gaat men van het beste scenario uit, namelijk dat de therapeut wellicht rehabiliteerbaar zou zijn, krijgt hij in detentie niet de mogelijkheden aangereikt die nodig zouden zijn om de kans op recidive in de toekomst te verkleinen. Zonder oplegging van een beroepsverbod gaat de therapeut met waarschijnlijkheid weer door met zijn praktijk met de grote kans dat over enkele jaren weer een nieuwsbericht besteedt zal moeten worden aan zijn manier van praktijkuitoefening. Aangezien slechts een klein percentage slachtoffers ooit ergens melding maakt (uit te gaan valt van maximaal 10%) en er al twee slachtoffers aangifte hebben gedaan, dient men ervan uit te gaan dat de kans nogal heel groot is dat er naast de twee slachtoffers die de moed opbrachten in heden en verleden aangifte te gaan doen nog diverse andere slachtoffers bestaan die geen actie ondernomen hebben. Uit de uitspraak van advocaat Van Westrenen blijkt ondeskundigheid. Indien hij kennis had van het slachtofferschap bij GOG door professionals zou hij namelijk weten dat ‘het opblazen van de zaak’ door een slachtoffer van GOG door professionals slechts bij grote uitzondering voorkomt. Tevens zou hij dan weten dat slachtoffers van GOG in de meeste gevallen juist het tegendeel doe, namelijk minimaliseren. Dit fenomeen treffen wij juist heel vaak aan. De meest ernstige feiten worden door een slachtoffer veelal pas in het zoveelste contact geuit. Sommige zullen bepaalde bijzonder confronterende delen uit schaamte ook op een later moment niet noemen. Bijzonder opmerkelijk is de beredenering van Van Westrenen dat het slachtoffer mogelijk aangifte heeft gedaan omdat hij niet voor zijn homoseksuele geaardheid zou durven uitkomen. Zou het niet veel logischer zijn dat het slachtoffer indien het werkelijk moeite zou hebben met een coming out i.v.m. homoseksualiteit, dan juist geen aangifte zou doen? Immers, als je bang ervoor bent voor je geaardheid uit te komen, doe je dat zeer waarschijnlijk al helemaal niet in verband met seksueel misbruik en door middel van een aangifte die media aandacht tot gevolg kan hebben. Bovendien zou de politie (een mannenwereld bij uitstek) ook niet gauw de eerste keuze voor een homoseksueel geaarde jonge man zijn wat betreft het kiezen van een adres voor zijn coming out. Van Westrenen bewandelt nogal opvallend onlogische cognitieve paden om het slachtoffer in een negatief daglicht te plaatsen. De meeste slachtoffers van GOG, mr. Van Westrenen, doen veelal in de eerste plaats aangifte omdat zij ernstig onder het toegevoegde leed lijden en dit lijden anderen graag willen besparen. Het is ook altijd weer opvallend dat degenen die zich dienen te verdedigen juist aanvallen. Dat gebeurt vooral als er weinig tot niets te verdedigen valt.
Celstraf geëist tegen therapeut wegens ontucht – 17 mei 2005 – Noordhollands Dagblad -- HAARLEM – De 59-jarige alternatief genezer R.K. uit Zaandam is vandaag voor de rechtbank in Haarlem vijftien maanden celstraf geëist, waarvan vijf maanden voorwaardelijk, wegens ontucht met een patiënt. De therapeut zou ook ruim 1500 euro schadevergoeding moeten betalen aan het vermeende slachtoffer. K. wordt ervan beschuldigd in september vorig jaar een 18-jarige man, die met psychische problemen bij hem onder behandeling was, seksueel te hebben misbruikt. De therapeut ontkent dat. Volgens de verdachte heeft de patiënt tweemaal tijdens een behandeling een erectie gekregen, maar is er verder niets gebeurd. Lees ook het artikel ‘Celstraf geëist tegen therapeut om ontucht’ (Telegraaf dd. 17 mei 2005) op deze pagina.
Therapeuten gebruiken xtc -- 17 mei 2005 -- Algemeen Dagblad -- Nederlandse therapeuten maken bij het behandelen van patiënten in het geheim gebruik van de illegale partydrug ecstacy. Mensen met een posttraumatische stressstoornis zouden baat hebben bij ecstacy, ook wel bekend als MDMA. Onder voorwaarde van anonimiteit doet één van de therapeuten vandaag zijn verhaal in het Algemeen Dagblad. Zijn relaas wordt bevestigd door de Amerikaanse instelling MAPS, die ijvert voor toepassing van MDMA als therapiemiddel en XTC-deskundige Arno Adelaars, auteur van het boek Ecstacy. Het Trimbos-instituut voor verslavingsonderzoek is niet op de hoogte van het gebruik van ecstacy door therapeuten. ,,Wel vraag ik me meteen af: Hoe komt zo'n therapeut aan die ecstacy? Hoe weet hij of die wel zuiver is? Als een dergelijk middel op een niet-gecontroleerde wijze wordt toegepast in de beslotenheid van de spreekkamer, denk ik wel dat de patiënt een risico loopt'', zegt woordvoerder Harald Wiegel. Binnenkort zullen wij ook het artikel ‘In therapie met ecstacy’ publiceren zoals vandaag in Diagnose (AD) verschenen. Voor meer informatie over het thema MDMA & ptss: http://mdma.net/therapy/ptsd.html
Artsen hielpen dronken cardioloog om straf te ontlopen -- 14 mei 2005 -- Haarlems Dagblad -- HAARLEM - Een dronken cardioloog uit de gemeente Bloemendaal die in september 's avonds door de politie achter het stuur vandaan werd geplukt, heeft hulp van collega-artsen gekregen om straf te ontlopen. Een forensisch arts die op het politiebureau bloed moest afnemen, probeerde te verhinderen dat het promillage werd vastgesteld. Een neuroloog schreef het OM Haarlem een brief waarin hij de wankele toestand van zijn collega in verband bracht met een 'posttraumatische amnesie'. De specialist beweerde gisteren voor politierechter Flohil dat hij die avond bij een vriend was doorgezakt. Omdat de gastheer net ook naar de wc toog, deed de cardioloog een plas in de tuin. ,,Daar ben ik over een plantenbak gestruikeld. Ik kwam ten val en was helemaal de kluts kwijt.'' ,,Nee, u was stomdronken'', repliceerde de politierechter. Op het politiebureau moest de cardioloog bloed afstaan. De dienstdoende arts herkende de cardioloog en deed alsof hij de naald niet in een ader kreeg. Een agent die regelmatig op de ambulance rijdt en infusen kan aanleggen, had het bedrog door en greep in. De cardioloog bleek ruim drie keer de toegestane hoeveelheid alcohol te hebben gedronken. Weken na het incident kreeg het OM een brief van de echtgenote van de verdachte, die stelde dat haar man die avond thuiskwam met een wond aan het hoofd. Daarna volgde een brief van een neuroloog, die tot de conclusie was gekomen, dat zijn collega bij zijn aanhouding moet hebben geleden aan geheugenverlies ten gevolge van hoofdletsel ('posttraumatische amnesie'). ,,Vreemd, want de agenten die u hebben aangehouden, hebben alleen een schaafwondje gesignaleerd'', merkte officier van justitie Eising op. Zij geloofde niets van het verhaal over de black out. Ook de rechter niet. ,,De val kan een rol hebben gespeeld, maar was het gevolg van het feit dat u te veel op had. Hoe dan ook: foute boel.'' Aangezien de cardioloog niet eerder met justitie in aanraking kwam, kwam hij weg met een milde straf: zeven maanden voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid en een boete van duizend euro. De straf was conform de eis. Het OM Haarlem beziet nog of er stappen worden ondernomen tegen de forensische arts.
Dementerenden onnodig vaak vastgebonden' – 7 mei 2005 – Haagsche Courant -- DEN HAAG - Dementerenden worden te vaak onnodig in hun bewegingsvrijheid beperkt. Zorgaanbieders hebben meestal geen idee hoe vaak in hun organisatie sprake is van vrijheidsbeperking. Dat blijkt uit het proefschrift 'Psychogeriatische patiënt en recht' van de jurist gezondheidsrecht Luuk Arends van de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Volgens de promovendus zou nieuwe wetgeving zorgaanbieders meer moeten prikkelen om inzet van vrijheidsbeperkingen zoveel mogelijk terug te dringen. De meest ingrijpende maatregel bij dementerenden is het vastbinden. Maar ook het omhoog brengen van bedhekken, het toedienen van rustgevende medicatie of het plaatsen in een diepe stoel waar een patiënt niet zelf uit kan komen, beperken de vrijheid. Dergelijke maatregelen maken volgens Arends een grote inbreuk op een van de meest fundamentele rechten van een mens. Vooral personeelstekort in de zorg is reden om dementerende patiënten in hun vrijheid te beperken. Een op de vijf zorgaanbieders maakt daar om die reden gebruik van. Vrijwel alle verpleeghuizen en ziekenhuisafdelingen met dementerenden passen dikwijls vrijheidsbeperkingen toe. Bij zeventig procent van alle verzorgingshuizen en thuiszorginstellingen gebeurt dit regelmatig. De cijfers over vrijheidsbeperkingen worden beaamd door huisartsen met dementiepatiënten in hun praktijk. Arends noemt de cijfers opvallend, omdat het toepassen van vrijheidsbeperkende maatregelen wettelijk slechts is toegestaan aan verpleeg- en verzorgingshuizen met een speciale vergunning. Ook daar ontbreekt het overigens aan voldoende kennis over de aard en omvang. Staatssecretaris Ross van Volksgezondheid kondigde vorig jaar aan de mogelijkheden te willen uitbreiden om de bewegingsvrijheid van dementen te beperken. Alle soorten zorgvoorzieningen, waaronder de thuiszorg zouden die bevoegdheid moeten krijgen.
Fysieke mishandeling door psychiater wegens paniek om medisch dossier – 2 mei 2005 – Red. MdH – In HP/De Tijd van 25 februari 2005 werd in het artikel ‘Het geval Bram Bakker’ door Astrid Theunissen o.a. het navolgende verwoord: “(…) Punt [ex-patiënte van B.B.] moest contact opnemen met het SLAZ [Sint Lucas Andreas Ziekenhuis], was Koerselmans boodschap. Ze belde op, liet zijn eigenaardige benadering van haar huisarts onbesproken en vroeg onmiddellijk naar haar dossier. Punt: “Koerselman zei dat ik het op 3 november om twee uur kon komen ophalen. Eindelijk, opgelost, dacht ik. Maar die middag was ik zijn kamer nog niet binnen of hij begon wéér over de voortzetting van de behandeling. Ik begreep er niets van. Ik had maar liefst op vier manieren laten weten dat ik geen behandeling in het SLAZ meer wilde. Ik kwam mijn dossier halen. Dat wilde Koerselman niet meegeven. Ik mocht het inkijken, en toen ik inderdaad zo’n 200 pagina’s uitgeprinte mails ontdekte, zei ik tegen hem: ‘U kunt mijn dossier houden, maar mijn mails haal ik eruit’. Ik draaide me om en liep naar de deur. Ineens werd ik van achteren aangevallen! Koerselman sloeg zijn armen om mijn nek waardoor mijn kaak dubbel klapte, rukte de stapel mails uit mijn hand en drukte op de noodknop. Vier bewakers stormden zijn kamer binnen en grepen me vast. ‘Gooi haar eruit’ riep Koerselman. ‘Ik wil haar nooit meer zien.’ Bij de uitgang gaf ik bloed op.” Een kaakbloeding, constateerde de afdeling Spoedeisende Hulp van het St. Antonius ziekenhuis in Punts woonplaats Nieuwegein. ‘Tandbreuk / losse tand’, staat in het onderzoeksverslag van 3 november 2003. De wortel van het loszittende restje kies stierf later af. Verder noteerde het Antonius een ‘distorsie’ (verdraaiing) van haar rechterschouder. Diezelfde derde november ging ze in Amsterdam naar een politiebureau om aangifte te doen van mishandeling. Dat kon pas tien dagen later. Haar aangifte is onlangs doorgestuurd naar het Openbaar Ministerie. Niet geheel verwonderlijk verschilt de lezing van Koerselman van Punts versie. In een schriftelijk verslag van de gebeurtenissen op 3 november stelt de hoogleraar psychiatrie dat Punt probeerde haar eigen dossier te ‘ontvreemden’. Volgens Koerselman kon het SLAZ het dossier niet afgeven of vernietigen omdat Punt schriftelijk zou hebben aangekondigd een klacht te zullen indienen tegen het ziekenhuis. (Punt ontkent dat zij een klacht wilde indienen. In tweede instantie zegt Koerselman per telefoon tegenover HP/De Tijd niet meer zeker te weten of er sprake was van een schriftelijke aankondiging van zo’n klacht. Eerder liet Koerselman zich telefonisch een andere reden ontvallen waarom is ‘verhinderd’ dat Punt haar dossier meenam. Daarop komen we later terug.) In een schriftelijke reactie op de beschuldigingen van Punt meldt Koerselman ook: “Met nadruk wordt ontkend dat Punt enig lichamelijk letsel is toegebracht.” In dat geval is dus onduidelijk hoe zij de gebroken tand en de ontwrichte schouder heeft opgelopen die op dezelfde derde november door het Nieuwegeinse ziekenhuis zijn geconstateerd. Koerselman concludeert in ieder geval dat hij en het ziekenhuis ‘correct hebben gehandeld’. Daarin wordt hij gesteund door de directie van het SLAZ, zo blijkt uit brieven van het ziekenhuis aan Punt. Vanaf dat moment was Punt niet alleen in conflict met Bakker, maar ook met het SLAZ. Ook was ze lamgeslagen. Mentaal en fysiek niet in staat te werken, cancelde ze haar [zaken]reis naar Afghanistan. “Ik kon niet verklaren waarom Koerselman me aanviel. Uitgerekend een week nadat hij mijn huisarts met een suïcide-alarm naar mijn kantoor had gestuurd. Diefstal? Onzin. Mij was toegezegd dat ik mijn dossier kon ophalen. Anders was ik nooit naar dat vervloekte SLAZ teruggegaan. Dat wist Koerselman. En dan gaan ze in brieven beweren dat ik het ziekenhuis in een moeilijke situatie heb geplaatst?” (…). Koerselman heeft in een eerder genoemde telefoongesprek met HP/De Tijd bevestigd dat hij de mails nodig had vanwege het conflict met Bakker. Toen noemde hij niet een dreigende klacht van Punt als reden om het dossier vast te houden, maar zei hij: “Uiteraard dacht ik dat het bewijs tegen Bakker zou verdwijnen.” Koerselman heeft Punt ook niet gevraagd of hij de mails mocht gebruiken in zijn conflict met Bakker. In het bewuste telefoongesprek zei hij: “Ik dacht dat Punt onder één hoedje speelde met Bakker.” Dat is dan een tragisch misverstand. Punt: “Had Koerselman open kaart gespeeld, dan had ik hem de belastende mails van Bakker zo gegeven, want mijn vertrouwen in Bakker was ik allang kwijt. Maar ik mocht kennelijk niet weten dat het SLAZ een incident waarbij ik was betrokken, had gemeld bij de Inspectie.” Ze veronderstelt dat het SLAZ daarover zweeg om negatieve publiciteit te verhinderen en om te voorkomen dat zij een schadeclaim zou indienen. (…).” De tuchtzaak die de Inspectie voor de Gezondheidszorg tegen de Amsterdamse psychiater B.B. heeft aangespannen zal op dinsdag 31 mei 2005 (waarschijnlijk om 14 uur) bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam (gebouw van de rechtbank, Parnassusweg 220 te Amsterdam) dienen. Voor meer informatie bekijk onze pagina AANKONDIGINGEN die u vanuit de voorpagina kunt bereiken. Of het Openbaar Ministerie tot vervolging van psychiater Koerselman i.v.m. de door Punt aan hem ten laste gelegde mishandeling zal overgaan, is ons tot nu toe niet bekend. Het gehele artikel in HP/De Tijd bestaat uit 5 pagina’s tekst. Eventueel zullen wij het hele artikel t.z.t. nog publiceren.
Tandarts was weg kwijt in administratie – 23 april 2005 – Noordhollands Dagblad -- JULIANADORP - Tandarts J. E. van Noorderhaven is 'verzopen' in zijn eigen administratieve wanorde. Toen hij in 2002 op declaratiebasis moest gaan werken, realiseerde hij zich dat zijn patiëntenadministratie niet op orde was. Om dat te verhullen tikte E. lukraak declaraties, met willekeurige namen uit zijn bestand. Dit blijkt uit het onderzoek van KPMG naar de vermeende fraude, dat deze krant gisteren kon inzien. De tandarts erkent dat hij fout zat. Het bleef voor hem bij een waarschuwing. De directie van Noorderhaven, zorgcentrum voor verstandelijk gehandicapten, liet de omstandigheden meewegen, zegt advocaat E. Huisman van Noorderhaven. Tot 1 januari 2002 kreeg het centrum een vast bedrag voor de tandartsenzorg en hoefde E. niet te declareren. Omdat het nieuwe systeem pas in de loop van het jaar werd ingevoerd, veranderde de tandarts niets aan zijn werkwijze. Dat brak hem op, toen hij eind juni te horen kreeg dat hij met terugwerkende kracht tot 1 januari zijn behandelingen op papier moest zetten en indienen bij de zorgverzekeraar. ,,Dat kon hij niet, omdat zijn administratie niet goed was bijgehouden'', zegt Huisman. De tandarts probeerde zich er uit te redden door in het wilde weg te declareren, zodat bij Noorderhaven toch geld binnen zou komen voor de tandartsenzorg. ,,Niet handig'', erkent Huisman. ,,Hij had zijn probleem bij de leiding moeten aankaarten.'' E. had hiervoor wel een afspraak gemaakt, maar werd voor deze plaats had op non-actief gesteld omdat tandartsassistente A. Boer zijn creatieve declaratiemanier ontdekte en bij de directie meldde. Omdat E. de intentie had de kwestie te bespreken met de leiding en de declaraties nog niet waren verzonden, werden geen maatregelen genomen. Bovendien blijkt uit het KPMG-rapport de tandarts vindt dat Noorderhaven niet vrijuit gaat. Hij zou bij voorbeeld geen instructies hebben gehad over de nieuwe declaratiemethode. Noorderhaven stuurde uiteindelijk aangepaste declaraties naar Univé. ,,De behandelingen die nog waren te achterhalen, zijn ingediend''; zegt Huisman. Of en hoeveel schade het centrum heeft geleden is niet becijferd. Tandartsassistente Boer, die de zaak aan het rollen bracht, vindt het een beetje een zwak verhaal. ,,De tandarts had toch administratief personeel voor dit soort dingen? En hij wist al lang van die nieuwe methode.'' Boer kreeg de rapportage van KPMG niet te zien, waardoor het wantrouwen bleef. Ook deze krant mocht het rapport niet zien van manager H. Veldt. Had snelle openheid niet veel onduidelijkheid kunnen voorkomen? Huisman: ,,In het rapport staat dat het niet naar buiten mag, daar heeft hij zich aan gehouden. Misschien een beetje te strikt, maar dat is achteraf.'' Lees ook het onderstaande nieuwsbericht.
'Klokkenluiders' moeten laan uit bij Noorderhaven – 23 april 2005 – Noordhollands Dagblad – JULIANADORP - Een tandsteenbehandeling en een vulling voor iemand met een kunstgebit, controles en gaatjes vullen voor diverse patiënten die helemaal niet bij de tandarts kwamen. Op Noorderhaven, het centrum voor verstandelijk gehandicapten in Julianadorp, is door vaste tandarts J.E. geruime tijd gefraudeerd met declaraties. Dat stellen (oud)medewerkers. Hen wacht vanwege deze zaak ontslag. Tandartsassistente A. Boer, die de kwestie aankaartte bij de directie van Noorderhaven, is inmiddels ontslagen vanwege een 'verstoorde werkrelatie'. Haar leidinggevende en een mondhygiëniste, die zich achter Boer opstelden, wacht het zelfde lot, bevestigt 'manager zorgondersteunende diensten' H. Veldt van het centrum desgevraagd. Volgens Veldt is uit onderzoek door bureau KPMG alleen gebleken dat E. de declaratieformulieren, op basis waarvan de zorgverzekeraar de behandelingen vergoedt aan Noorderhaven, niet correct invulde. Omdat er geen sprake zou zijn van laakbaar gedrag is de tandarts nog gewoon aan het werk. E. zelf wil geen reactie geven. 'Klokkenluider' Boer is woedend over de gang van zaken. ,,Wij hebben dit aan de kaak gesteld en staan nu op straat.'' Ze kwam bij toeval achter de praktijken van E., die een reputatie heeft als 'pijntandarts' en twee dagen op Noorderhaven werkt. Daarnaast is hij actief in het Medisch Centrum Alkmaar. Boer: ,,Hij vulde de namen van patiënten in op de declaratiekaart, wij moesten de geboortedata van die mensen opzoeken. Maar er zijn mensen met dezelfde naam. Wie moesten we dan hebben? 'Maakt niets uit', was het antwoord. Dat vond ik vreemd.'' Toen Boer de afsprakenagenda van E. naast de door hem opgestelde declaraties legde vond ze allerlei 'spookbehandelingen' voor willekeurige patiënten. Zo stonden op één dag behandelingen ingevuld voor vijftien patiënten, die geen van allen in de praktijk waren. ,,En dat gebeurde niet één keer, maar zeer regelmatig. Dat is fraude'', stelt Boer, die de directie op de hoogte bracht. Die stelde E. op non-actief en liet het bureau KPMG een onderzoek instellen. Dat concludeerde dat er geen sprake was van zelfverrijking, stelt Veldt. Het geld dat de zorgverzekeraar zou betalen voor de 'spookbehandelingen' zou immers niet in de zakken van E. terecht komen, maar bij Noorderhaven. De declaraties van verscheidene maanden waren bovendien nog niet doorgezonden naar zorgverzekeraar Univé. Tandarts E. mocht daarop weer aan het werk. ,,Maar we hebben wel de controle verscherpt'', zegt Veldt. Hij weigert overigens inzage te geven in het rapport van KPMG.
Huisartsen beschuldigd van ontucht -- 22 april 2005 -- Medisch Contact (jaargang 60 nr. 16), pag. 650 -- Een 60-jarige huisarts uit Delft is door drie vrouwelijke patiënten aangeklaagd wegens ontucht. De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) heeft de zaak onderzocht en een klacht ingediend bij het regionaal medisch tuchtcollege. De klachten dateren volgens de inspectie van twee jaar geleden. In één geval gaat het om een affaire van tien jaar geleden. De klachten zijn volgens een woordvoerster van de IGZ daarna uitvoerig onderzocht. De resultaten daarvan waren van dien aard, dat de zaak wordt voorgelegd aan het tuchtcollege. De huisarts is tevens werkzaam als docent huisartsengeneeskunde aan het Erasmus Medisch Centrum. Hij geeft toe een relatie met de drie vrouwen te hebben gehad. Eén van hen was volgens hem patiënte, de overigen niet. Er zou geen sprake zijn geweest van ontucht.
'Verliefde' arts wist dat hij fout zat met relatie patiënt -- 20 april 2005 -- Haagsche Courant -- DEN HAAG - Stom toevallig kwamen de drie vrouwen erachter dat ze alledrie een seksuele relatie hadden met hun huisarts (60). Terwijl ze alledrie feitelijk nog patiënt van hem waren.Volgens de huisarts, werkzaam in Delft, namen ze wraak op hem door vrienden te stalken met brieven en telefoontjes. Ook verschenen er schunnige cartoons onder zijn ruitenwisser met als onderschrift 'artsen zonder grenzen'. Maar volgens de minnaressen hebben ze, toen ze het van elkaar te weten waren gekomen, niets anders gedaan dan gezamenlijk een klacht indienen bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ). Die bracht de kwestie aan bij het Regionaal Medisch tuchtcollege (RMT) in Den Haag. De huisarts moest zich dinsdag ter zitting verantwoorden. Met drie vrouwen uit zijn praktijk had hij een relatie, terwijl ze patiënt bij hem waren. De vrouwen zeggen dat de arts misbruik maakte van het vertrouwen dat zij in hem stelden. Alledrie waren al ongeveer vijfentwintig jaar bij hem patiënt. Daarnaast vinden ze het laakbaar dat de arts diverse seksuele liasons aanknoopte, maar nooit met hen sprak over de risico's van seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA). Of er daadwerkelijk sprake was van overdracht van SOA's werd op de zitting niet geheel duidelijk. Een deel van de zaak werd achter gesloten deuren behandeld. De huisarts zelf wist dat hij fout zat. Bij twee vrouwen gaf hij aan niet zorgvuldig te hebben gehandeld. "Ik heb hen gezegd dat ik geen huisarts van hen kon zijn, maar heb geen concrete stappen ondernomen. Ik heb hen alleen een andere arts aangeraden, maar dat wilden ze niet. Bij een van de vrouwen heb ik het laten passeren, ik was zo verliefd." Volgens de arts zag hij de vrouwen vrijwel nooit meer in de spreekkamer, dus was er volgens hem niet meer echt sprake van een arts-patiënt-relatie. De inspectie drong ter zitting aan op een 'zware sanctie'. De vrouwen hebben grote emotionele schade opgelopen, stelde inspecteur P. Veeke. De man geeft huisartsengeneeskunde aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam en moet dus als geen ander weten wat de regels zijn, aldus Veeke. "Het maakt niet uit of patiënten toestemmen of zelf aandringen op seksueel contact. Hulpverleners moeten, als er een andere relatie dreigt te ontstaan met een patiënt, maatregelen treffen." Volgens advocate Hamer is haar cliënt deels al gestraft door de wraakacties. Daarnaast heeft hijzelf de huisartsengroep over de zaak ingelicht en is hij in therapie. "Mijn cliënt maakt een rommeltje van zijn privé-leven, maar tuchtrechtelijk zijn slechts een paar aspecten hieruit relevant." De uitspraak is op 14 juni.
Commentaar red. MdH:
Delftse huisarts was slechts ‘een beetje huisarts’ – 21 april 2005 – Redactie MdH -- “Volgens de arts zag hij de vrouwen vrijwel nooit meer in de spreekkamer, dus was er volgens hem niet meer echt sprake van een arts-patiënt-relatie.”… een knappe uitspraak voor een universitair docent huisartsengeneeskunde. De Erasmus Universiteit zal wel dolgelukkig zijn met de publieke, onprofessionele uitspraak van haar docent. Hopelijk stelt de universiteit zich de vraag wat haar studenten huisartsengeneeskunde van betreffende universitaire docent en tevens ‘voorbeeld huisarts’ kunnen leren. Dat het plegen van seksueel grensoverschrijdend gedrag door artsen naar hun patiënten toe voorbeeldig is? Dat je dit gerust ook nog met meerdere patiënten op hetzelfde moment kunt doen? En dit allemaal terwijl studenten juist dienen te leren dat een relatie tussen arts en patiënt te allen tijde onacceptabel is? Hoe moeten studenten leren wat professioneel en ethisch correct is als de hen onderwijzende professional zich dusdanig incorrect gedraagt in medisch ethisch opzicht en alle beroepscodes, de Wet BIG en de strafwet aan zijn laars lapt?’’ Wat een mooie verklaring en excuus toch weer eens van een pleger van GOG.. ‘ik was zo verliefd!’… dat geloven we dan ook allemaal meteen… drie keer verliefd tegelijkertijd… de arts moet wel een heel groot hart hebben! Het is allen maar jammer dat Don Juan kwaliteiten niet onder de wenselijke kwaliteiten van een medische professional vallen en betreffende dus buitengewoon laag scoort op het gebied waarin hij gespecialiseerd dient te zijn: het verlenen van zorg aan patiënten. Maar ja, alhier dient nascholing wel bij les nummer één binnen een opleidingstraject van vele jaren te beginnen: Beste ‘huisarts’: ‘niet meer echt sprake van een arts-patiënt-relatie’ is een vorm van arts-patiënt-relatie die niet bestaat. Je functie is die van arts of zij is dat niet. Je bent patiënt of je bent dat niet. Een beetje arts, een beetje patiënt? Een beetje arts met een beetje gevoel voor verantwoordelijkheid, met een beetje professionaliteit en een beetje feeling voor ethiek, met een klein beetje besef van wat ‘zorg verlenen’ inhoudt en een klein beetje besef hoe beschamend zijn gedrag en uitspraken voor de medische stand zijn,… een beetje arts levert zijn geneeskundige licentie in dit geval vrijwillig in bij het BIG-register en excuseert zich bij zijn beroepsgroep publiekelijk ervoor dat hij helaas maar een beetje arts was!
Nota bene: Telefonische navraag bij een hoogleraar van de afdeling huisartsengeneeskunde van de Erasmus Universiteit in Rotterdam leverde de navolgende informatie op: de huisarts is hangende de procedure niet als docent voor de universiteit werkzaam. Wij informeerden hiernaar omdat het ook voorkomt dat ondanks zeer ernstige beschuldigingen menige professional niet op non-actief wordt gesteld hangende een zaak. Dit zou inhouden dat men accepteert dat een arts die zelf buitengewoon onprofessioneel heeft gehandeld en die zich niets aan lijkt te trekken van de medisch-ethische normen en gedragscode onderwijs geeft aan jonge artsen voor wie hij juist een voorbeeldfunctie dient te vervullen. Wij zijn verheugd dat de universiteit haar verantwoordelijkheid in dezen lijkt te hebben genomen. Op de vraag of men ook rekening heeft gehouden met de mogelijkheid dat de arts en tevens docent zich wellicht ook seksuele grensoverschrijdend naar studenten toe zou kunnen hebben gedragen, ontvingen wij het antwoord dat er geen klachten van studenten over seksueel GOG door de huisarts bekend zijn.
Zorg voor demente bejaarden in tehuis is slecht -- 20 april 2005 -- Volkskrant -- AMSTERDAM - Demente bejaarden in verpleeghuizen zijn aan de willekeur van het personeel overgeleverd. Er is geen garantie dat ze voldoende eten krijgen. Welke medische zorg de patiënten krijgen als ze ernstig ziek worden, hangt af van de verpleeghuisarts die aanwezig is. Het personeel is soms zo wanhopig dat ze lastige bewoners uitschelden, knijpen of bespugen. Dit zegt Anne-Mei The, antropoloog en jurist aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Ze onderzocht het leven van demente bejaarden door twee jaar lang drie dagen per week mee te draaien in een verpleeghuis. Het tehuis, waarvan de naam geheim is, staat volgens de onderzoekster model voor een gemiddeld verpleeghuis in de Randstad. Anne-Mei The vindt dat verpleeghuizen openlijk moeten toegeven dat ze demente bejaarden alleen minimale zorg bieden. ‘Dat schept tenminste helderheid, zodat de familie kan beslissen of ze vader of moeder zelf komen voeren, verschonen of een extra douche-beurt komen geven.’ De onderzoekster is geschrokken van de ontoereikende zorg. Zwaar demente bejaarden krijgen een keer in de drie weken een douche-beurt. Bewoners krijgen hooguit twee stuks fruit per week, doorgaans harde appels die ze niet kunnen eten. Sommige bewoners krijgen een luier, zodat het personeel niet met ze naar de wc hoeft. Een man die met een gezond gebit het verpleeghuis binnenkwam, had heel snel een mond vol zwarte stompjes. De tandarts vond hem te agressief, aldus de Anne-Mei The.
Justitie gaat in hoger beroep tegen nep-tandarts Kwee -- 18 april 2005 -- Het Parool -- AMSTERDAM - Justitie gaat in hoger beroep tegen de vrijlating van de onbevoegde tandarts Hok Tong Kwee uit Buitenveldert. Vrijdag stelde de rechter-commissaris de man op vrije voeten, maar het openbaar ministerie vindt dat hij vast moet blijven zitten tot een eventuele rechtszaak. Drie patiënten hadden aangifte tegen de clandestiene tandarts gedaan vanwege opzettelijke 'zware mishandeling met onomkeerbare gevolgen'. Kwee heeft inmiddels bekend dat hij zijn praktijk heeft voortgezet nadat hij in november 2003 werd geschorst door het Regionaal Medisch Tuchtcollege. Ook het ontnemen van zijn bevoegdheid door het Centraal Medisch Tuchtcollege in augustus 2004 weerhield de man er niet van patiënten te behandelen. Het Medisch Tuchtcollege wilde vanmorgen niet inhoudelijk ingaan op de zaak. Evenmin wilde men zeggen of dit soort zaken in de regio Amsterdam vaker voorkomt. De gebitten van de drie patiënten die tegen Kwee aangifte hadden gedaan, zijn volgens justitie zo aangetast dat implantaten of een kunstgebit nodig zijn. De rechter-commissaris vond vrijdag dat justitie voor zware mishandeling nog onvoldoende bewijzen had aangedragen. De kans dat 'tandarts' Hok Tong Kwee zijn oplichtingspraktijken na zijn voorlopige vrijlating meteen weer zou gaan voortzetten, achtte de rechter-commissaris niet aanwezig.
Commentaar red. MdH: Helaas is het een bekend feit dat de
Inspectie voor de Gezondheidszorg over te weinig mankracht beschikt om het
kleine aantal hulpverleners dat door medische tuchtcolleges wordt geschorst, te
controleren. Hulpverleners die werden geschorst, worden gedurende de tijd van
schorsing zelden door een inspecteur bezocht die gaat controleren of de
betreffende hulpverlener ook daadwerkelijk zijn beroepsmatige activiteiten
heeft gestaakt. Naast gebrek aan tijd en personeel lijkt de inspectie ook wel
eens te kampen met gebrek aan doorzettingsvermogen c.q. zij verzoekt of eist iets
van een hulpverlener maar ziet er dan verder niet op toe dat haar wensen en/of
eisen ook daadwerkelijk worden opgevolgd. Zo verzocht de inspectie Amsterdam de Amsterdamse psychotherapeut F.F. in
Ouders klagen instellingen aan – 18 april 2005 – Algemeen Dagblad -- ZWAMMERDAM – De vereniging Vrienden van de Hooge Burgh beschuldigt zorginstelling De Bruggen ervan miljoenen euro’s aan subsidiegeld niet te gebruiken voor extra activiteiten en zorg van gehandicapten met ernstige gedragsstoornissen. De Bruggen zou het geld gebruiken om financiële tekorten te dekken. De vereniging, bestaande uit ouders van de verstandelijk gehandicapten, heeft een kort geding aangespannen dat donderdag dient in Den Haag. De Bruggen levert diensten aan ongeveer 1800 verstandelijk gehandicapten. De directie van De Bruggen wil niet ingaan op de beschuldigingen, maar bestrijdt dat de zorg onvoldoende zou zijn.
Rechters zijn natuurlijk niet blind: steeds vaker levenslang: beruchte gevallen – 15 april 2005 – Algemeen Dagblad – In de afgelopen 60 jaar zijn 29 mensen veroordeeld tot levenslang, de meeste in de laatste vier jaar. Een aantal beruchte gevallen: Dokter John O., ‘de gifmenger van Berkel’ (1954): De huisarts uit Berkel en Rodenrijs vergiftigde zijn vrouw met cyaankali. Eenmaal in gevangenschap deed hij hetzelfde met zijn celgenoot Arie Lodder. In 1975 kreeg hij gratie, omdat hij terminaal ziek was. Kort daarna overleed hij. Hans van Z., ‘Captain Blood’ (1969) De Utrechter vermoordde een man van 80 en twee vrouwen van 37 en 47. Hij mishandelde zijn slachtoffers met messen en een loden pijp. In 1974 haalde hij opnieuw de publiciteit, toen hij in de observatiekliniek trouwde met zijn groepsleidster aldaar. Van Z. kreeg gratie en overleed in 1998. (…).
Delftse huisarts aangeklaagd door patiënten -- 14 april 2005 -- RTV West -- Delft - Een huisarts uit Delft is door drie vrouwelijke patiënten aangeklaagd wegens ontucht. De klacht is ingediend bij het Regionaal Medisch Tuchtcollege. De zaak dient volgende week dinsdag in het Paleis van Justitie.
De vrouwen, van middelbare leeftijd, hebben de klacht tegen de 60-jarige arts twee jaar geleden al ingediend. In één geval gaat het om een affaire van tien jaar geleden.
Volgens de inspectie heeft de uiteindelijke indiening van de zaak bij het tuchtcollege zo lang geduurd omdat het onderzoek naar de zaak veel tijd in beslag heeft genomen. Zie ook op deze weblog.
Crècheleider ontkent kindermisbruik: Man spreekt van een hetze -- 14 april 2005 -- Haagsche Courant / zibb.nl -- DEN HAAG - De ex-crècheleider van een Haagse vestiging van Kinderopvang 2Samen die wordt verdacht van meerdere gevallen van seksueel misbruik van kleuters, ontkent de aantijgingen tegen hem ten stelligste. Hij vindt dat er sprake is van een hetze. Dat heeft de man via zijn advocaat laten weten. De ex-crècheleider werd begin april gearresteerd op verdenking van het seksueel misbruik van tenminste drie kleuters van het kindercentrum 2Kabouters. Hij zit sindsdien vast en wordt later deze week voorgeleid aan de raadkamer. "De seksuele voorkeur van mijn cliënt gaat absoluut niet uit naar kinderen", aldus de advocaat van de man. "Hij werkt sinds 1993 bij Kinderopvang 2Samen en heeft daarvoor bij een theater met kinderen gewerkt. In twintig jaar heeft hij een goede staat van dienst opgebouwd." Volgens de advocaat is er geen enkel bewijs: "Het is allemaal gebaseerd op geruchten. Ouders hebben elkaar opgehitst. Het is allemaal zeer pijnlijk. Het zijn hele erge beschuldigingen." Aanleiding voor de arrestatie van de man vorige week zondag waren aangiften van de ouders van drie kinderen op de kinderopvang. Zij vermoeden dat de ex-crècheleider hun kinderen seksueel heeft misbruikt. In januari ontsloeg 2Samen de man. Twee weken na het ontslag lichtte de directeur van de stichting de ouders in. Dat zette kwaad bloed bij veel ouders. Tegen de man is in 1998 ook aangifte gedaan wegens een vermoeden van seksueel misbruik. De ex-crècheleider is daarvoor toen uiteindelijk niet vervolgd wegens onvoldoende bewijs.
Het tuchtcollege kondigt de zaak als volgt
op haar website aan: 'Klaagster verwijt de huisarts haar te hebben verkracht en
haar te hebben geïntroduceerd als deelnemer van een zogenoemde
‘piramideonderneming’ terwijl hij wist dat zij psychisch in een labiele
situatie verkeerde. Verweerder voert gemotiveerd verweer.'
(zie: www.tuchtcollege-gezondheidszorg.nl/regionaal_files/amsterdam/rollijst.htm
)
Wij zullen deze tuchtzaak bijwonen en omstreeks 23 april a.s. ons verslag van
de zitting op onze website publiceren. Alle partijen zullen na afloop van de zitting
over onze publicatie geïnformeerd worden. U zult de publicatie van het
zittingsverslag t.z.t. op onze pagina 'Lopende tuchtzaken' onder de link
'Juridische stappen' (menu) aantreffen. De uitspraak zullen wij t.z.t. ook
publiceren.
Op de pagina 'Aankondigingen' van onze site kunt u volgen wanneer welke
medische tuchtzaken bij het Regionaal Tuchtcollege Amsterdam dienen. Het
Regionaal Tuchtcollege Amsterdam bevindt zich in het gebouw van de Rechtbank
Amsterdam, Parnassusweg 220. Medische tuchtzaken zijn over het algemeen
openbaar.
In het geval van tuchtzaken betreffend grensoverschrijdend gedrag (GOG) door
professionals hebben wij helaas moeten constateren dat de behandeling van
klachten door tuchtcolleges niet altijd even professioneel en correct verloopt.
Wij volgen en verslaan medische tuchtzaken dan ook om de kans op verdere
'kluchtcollegiale kromspraken' te verminderen. 'Kluchtcollegiale kromspraken'
noemen wij die tuchtuitspraken waarbij de uitspraak niet gebaseerd is op de aan
de zaak ten grondslag liggende bewijsvoering. Het gebeurt zelfs dat het
tegengestelde in uitspraken wordt geconTRAcludeerd van hetgeen duidelijk werd
aangetoond.
Wij hopen dat de media in de toekomst meer interesse voor medische tuchtzaken
zal tonen. Het bijwonen van tuchtzaken kan ertoe bijdragen dat oordelen van
medische tuchtcolleges in de toekomst professioneler, correcter en
rechtvaardiger zullen zijn, dat zij gebaseerd zullen zijn op feiten en dat
minder informatie in de doofpot zal verdwijnen. Helaas wordt slechts 15% van
alle klachten door medische tuchtcolleges gegrond verklaard. Vooral in het
geval van seksueel grensoverschrijdend gedrag door hulpverleners lijken
beroepsgenoten veel moeite te hebben met het vormen van een professioneel,
correct en rechtvaardig oordeel over een collega. Media aandacht helpt!
De
redactie van de Website Misbruik door Hulpverleners (MdH) -- www.misbruikdoorhulpverleners.nl
-- info@misbruikdoorhulpverleners.nl
-- 06 - 137 717 47 -- Dit persbericht zal door het internet persbureau Nieuwsbank verspreid worden en op www.nieuwsbank.nl gepubliceerd worden.
Hulpverleners
met verslavings- en/of psychiatrische problematiek: reactie van onze
redactie op het artikel ‘Terugvalrisico verslaafde artsen berekend’
zoals verschenen op 1 april
Ex-crèchemedewerker verdacht van ontucht – 4 april 2005 – De Telegraaf -- DEN HAAG - Politie Haaglanden heeft zondagavond een man aangehouden op verdenking van ontucht met kleuters. Een woordvoerder van het Openbaar Ministerie (OM) zei maandag dat het gaat om een voormalig medewerker van een filiaal van kinderopvangcentrum 2Samen in Den Haag. Persoonlijke gegevens van de verdachte gaf het OM niet vrij. Volgens de woordvoerder zijn drie aangiften tegen de ex-crèchemedewerker gedaan. Het onderzoek dat politie en justitie naar aanleiding van die aangiften begonnen, loopt nog.
Hoogervorst vermoedt misbruik fysiotherapeut – 1 april 2005 – De Telegraaf -- DEN HAAG - Minister Hoogervorst van Volksgezondheid sluit niet uit dat huisartsen en fysiotherapeuten patiënten ten onrechte het stempel 'chronisch ziek' opplakken, zodat ze in aanmerking komen voor meer behandelingen voor fysiotherapie. Hoogervorst schrijft dat vrijdag in een brief aan de Tweede Kamer. Sinds bezuinigingen van het kabinet is het aantal behandelingen van fysiotherapeuten aan chronisch zieke patiënten in een jaar tijd met eenderde gestegen. Hoogervorst wil dat de zorgverzekeraars de declaraties van fysiotherapeuten strenger controleren.
Bij de bezuinigingen is voor chronische patiënten een uitzondering gemaakt. Zij krijgen meer bezoeken per jaar aan de fysiotherapeut vergoed dan 'gewone' patiënten.
Gevangenispersoneel onderling zeer agressief – 24 maart 2005 – Het Parool – DEN HAAG – Het personeel van gevangenissen, jeugdinrichtingen en tbs-klinieken gaat zeer agressief met elkaar om. Van de circa 18.000 werknemers voelde 17% procent zich de afgelopen 12 maanden geïntimideerd door collega’s. Bijna één op de tien kreeg ongewenst seksuele aandacht en 3% had te maken met geweld.
Hulpverleners verwijzen voor overdosis medicijnen naar dokteronline.com: Vier zelfmoorden met behulp van website
-- 19 maart 2005 – ROTTERDAM - Ten minste vier mensen hebben zelfmoord gepleegd met een medicijn dat zij bestelden en kochten via de website dokteronline.com. Dat zeggen twee 'suïcideconsulenten' van De Einder die met deze personen over hun zelfdoding spraken. De Einder is een landelijke stichting die mensen met een doodswens bijstaat. Daarnaast kregen nog meer dan tien anderen met zelfmoordplannen van de twee betrokken suïcideconsulenten de site als mogelijkheid genoemd om aan een overdosis medicijnen te komen. Of ook deze mensen in hun opzet geslaagd zijn, is bij de consulenten niet bekend. Dokteronline.com raakte deze week in opspraak toen de Inspectie voor de Gezondheidszorg meldde dat de arts die aan de site verbonden is, de pijnstiller Depronal aan een 44-jarige vrouw uit Gelderland had voorgeschreven. Zij gebruikte dit medicijn om zelfmoord te plegen. De inspectie heeft de betrokken basisarts voor het Medisch Tuchtcollege gedaagd wegens ,,onverantwoorde zorg''. Het openbaar ministerie onderzoekt of er sprake is van strafbare feiten. De arts zei gisteravond ,,zeer verbaasd te zijn'' over de nieuwe gevallen. ,,Moet ik dat weten?'' Overigens is niet bekend in hoeverre deze arts ook de recepten voor de nieuwe gevallen uitschreef. Voor een inhoudelijke reactie verwees hij naar zijn advocaat. Die was niet bereikbaar, evenmin als de oprichter van dokteronline.com. Ook de inspectie kon nog niet inhoudelijk reageren. Uit onderzoek van deze krant blijkt dat de Gelderse vrouw zich liet begeleiden door een suïcideconsulent van De Einder. In de brochure van de stichting, Begeleiding van mensen met een doodswens, staat Depronal genoemd als een van de manieren om zelfmoord te plegen. Het middel valt onder de Opiumwet. Directeur R. Jonquière van de Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie (NVVE) kent dokteronline niet. Hij noemt het ,,verbazingwekkend dat daar gewoon Depronal wordt voorgeschreven. Het wordt regelmatig gebruikt bij zelfdoding en is daarom niet zomaar te krijgen.'' De NVVE, die zelf ook mensen met een doodswens begeleidt, heeft de site ,,niet in de trukendoos zitten''. G. Schellekens, voorzitter van de Stichting Vrijwillig Leven, zegt dat zijn organisatie nooit internetsites aanraadt, omdat ze de kwaliteit ervan niet kan garanderen. Volgens Schellekens is het onwenselijk dat mensen zonder doktersadvies zelf medicijnen slikken ,,omdat je nooit precies weet of en hoe ze werken''. ,,Maar als we zeker weten dat iemand een besluit heeft genomen, dan willen we ze wel vertellen waar ze bepaalde informatie kunnen vinden'', zegt Schellekens. Zowel Schellekens als Jonquière vindt het ,,schandalig'' dat de Nederlandse maatschappij het voor mensen met een doodswens zo moeilijk maakt om zichzelf te doden. Vooral voor psychiatrische patiënten zonder lichamelijke klachten is het bijna onmogelijk aan medicijnen te komen om zelfmoord te plegen.
Vanavond op NOVA (N3, 22:20): Tenminste vier mensen hebben zelfmoord gepleegd met een medicijn dat zij bestelden via www.dokteronline.com. Hulpverleners van stichting De Einder verwijzen voor een overdosis medicijnen zelfs naar de site. Dokteronline.com raakte deze week in opspraak toen NOVA meldde, dat een arts van de site de pijnstiller Depronal aan een 44-jarige vrouw had voorgeschreven. Zij gebruikte dit medicijn om zelfmoord te plegen. Nu blijkt dat nog drie mensen dat hebben gedaan. Vanavond de reactie van artsenfederatie KNMG en in de studio één van de oprichters van De Einder, Jan Hilarius
Seksuele intimidatie -- 18 maart 2005 – Medisch Contact (60e jaargang, nr. 11, p. 465; T. Zondervan, lid red. MdH ) -- Bergsma stelde dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg in de folder over seksuele intimidatie dit thema in een bredere context had moeten plaatsen. Blijkbaar is hij niet op de hoogte van de wetenschappelijke feiten over grensoverschrijdend gedrag.
De wetenschappelijke literatuur leert dat in bijna 80 procent van de gevallen
het initiatief voor seksueel contact tussen hulpverlener en patiënt uitgaat van
de hulpverlener en niet van de hulpvragende (M. Becker-Fischer en G. Fischer,
1996). De auteurs stellen onder andere dat duidelijke seksuele initiatieven van
cliënten uiterst zeldzaam zijn. Nils Freburg (1995) constateerde dat in 95
procent van de gevallen het initiatief van de professional uitgaat. Schoener
die zich in professioneel opzicht al langer dan dertig jaar bijna uitsluitend
met de problematiek rond ‘grensoverschrijdend gedrag (GOG) door professionals’
bezighoudt, geeft aan dat het moeilijk is te bepalen wie het initiatief nam
want: hoe definieer je de eerste stap? Bij ‘de uitdagende patiënt’ die Bergsma
beschrijft, gaat het om een nogal grote uitzondering, terwijl hij dit fenomeen
presenteert alsof het vaak voorkomt. Grensoverschrijdend gedrag heeft weinig te
maken met het uitdagende gedrag van een patiënt. In uitzonderlijke gevallen,
waarbij hiervan sprake is, behoeft de patiënt juist hulp om te kunnen leren dat
intimiteit niet hetzelfde is als seksualiteit. Als er dan seksueel contact
tussen een hulpverlener en cliënt ontstaat, maakt de professional misbruik van
zijn positie en van de kwetsbaarheid van de patiënt. Als een therapeut niet kan
omgaan met een uitdagende patiënt dient hij een groot vraagteken bij zijn
therapeutische vaardigheden te plaatsen.
Er is dus geen enkele reden om de ‘uitdagende patiënt’ centraal te stellen,
zoals prof. Bergsma dit helaas volledig ten onrechte doet. Zijn opmerking ‘Een
uitgekauwd thema, maar kennelijk zijn er redenen om er weer over te beginnen’
kan dan ook alleen maar verbazing oproepen als men zijn kennisniveau in zake
GOG ernaast plaatst. Prof. Bergsma geeft door bovenstaande publicatie namelijk
zelf aan dat het heel droevig gesteld is met de feitenkennis over GOG onder
professionals.
Amstelveen,
februari 2005
T. Zondervan, lid redactie ‘Misbruik door hulpverleners’
Bovenstaand stuk maakt deel uit van ons artikel ‘Nóg minder respect voor de patiënt’ dat wij in februari 2005 als reactie op het opiniestuk van prof. J. Bergsma op onze site publiceerden. Graag nodigen wij u uit ons artikel van 10 februari 2005 op deze pagina te gaan lezen. Onder ons artikel treft u ook verdere informatie aan m.b.t. de gebruikte vakliteratuur waarop onze reactie gebaseerd is. Het opiniestuk van prof. Bergsma, getiteld ‘Seksuele intimidatie te eng opgevat’ (MC, 10 februari 2005, publicatie nr. 06, Pagina: 231), treft u eveneens op deze nieuwspagina aan.
Seksbeluste therapeut krijgt hogere straf -- 18 maart 2005 – OPZIJ (maart 2005 / 33ste jaargang, nr. 3) – De Limburgse alternatief therapeut Emiel H. (63) is in hoger beroep veroordeeld tot vijftien maanden gevangenisstraf, waarvan vijf voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Hij had jarenlang een ‘slavinnengroep’ van vijftien jonge cliëntes, met wie hij veelvuldig seks had, die hij afranselde en geld afhandig maakte. Opzij interviewde in maart 2003 een van hen. De therapeut werd in januari 2003 tot een absurd lage straf veroordeeld: drie maanden, waarvan een voorwaardelijk. Op ontucht binnen een hulpverlenersrelatie staat maximaal zes jaar. Advocate A. van Bon-Moors is tevreden over de nieuwe uitspraak. ‘Een goede straf als ik dat vergelijk met soortgelijke zaken’, aldus Van Bon-Moors. ‘Alle lof voor het Hof. De behandeling was een wereld van verschil met die van de rechtbank Maastricht,die tijdens de zitting de greep op de zaak leek te verliezen’. De officier van justitie wilde aanvankelijk niet in hoger beroep, maar na vragen van Kamerlid Evelien Tonkens van Groen Links aan minister Donner van Justitie, naar aanleiding van de publicatie in OPZIJ, ging hij overstag. H. is in cassatie gegaan. ‘Dat is waarschijnlijk een poging tot uitstel’, aldus de advocate. ‘De feiten zullen daarbij niet opnieuw bekeken worden, alleen de procesgang. Ik verwacht niet dat daar iets nieuws uit zal komen, maar het betekent wel dat H. nog een á twee jaar vrij rondloopt.’ Toch is ook slachtoffer Mariska (een gefingeerde naam) tevreden. ‘Jammer dat hij geen beroepsverbod heeft gekregen, maar gezien zijn leeftijd en de negatieve publiciteit verwacht ik niet dat hij nog veel cliënten zal trekken.
Commentaar red. MdH: Deze uitspraak geeft heel duidelijk aan wat er in juridisch opzicht structureel mis is betreffend de behandeling van strafzaken m.b.t. grensoverschrijdend gedrag (GOG) door hulpverleners. Mr. Bon-Moors slaat de spijker op de kop door te stellen dat een celstraf van tien maanden een goede straf is vergeleken met soortgelijke zaken. De nadruk dient helaas te liggen op ‘vergeleken met soortgelijke zaken’. De maximale straf voor ontucht met misbruik van gezag bedraagt volgens artikel 249 (2) lid 3 zes jaar. Wat is opvallend aan strafrechtelijke uitspraken over GOG door hulpverleners? Het strafmaximum wordt (zo goed als) nooit toegepast. Regelmatig wordt ondanks veroordeling geen straf opgelegd. Soms worden een aantal maanden voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd. Dat een hulpverlener voor ontucht met misbruik van gezag daadwerkelijk enkele maanden in een gevangenis door moet brengen, is nogal uitzonderlijk. In dit geval is er sprake van een zeer ernstige zaak binnen de categorie GOG door hulpverleners. (1) Er is sprake van een groot aantal slachtoffers. (2) Het is duidelijk dat de therapeut meerdere slachtoffers tegelijkertijd maakte. (3) Er is naast ontucht met misbruik van gezag oftewel seksueel misbruik óók sprake van fysiek geweld. (4) Het delictscenario is divers: naast seksueel delinquent gedrag en het gebruik maken van fysiek geweld lijkt de therapeut tevens een economisch delict te hebben gepleegd. (5) Een blik op de beschrijving van de gepleegde daden leert dat hier sprake is van buitengewoon deviant gedrag. De therapeut heeft zijn cliënten naakt aan het plafond opgehangen om hen af te ranselen waarna hij seks met hen had (binnenkort zullen wij het uitgebreide artikel (OPZIJ) uit 2003 publiceren waaruit het gestelde blijkt). (6) De dader ontkent na veroordeling nog steeds de delicten te hebben gepleegd hetgeen een teken daarvoor is dat hij zich niet verantwoordelijk voelt en ook geen verantwoordelijkheid neemt voor zijn wandaden. Er lijkt geen enkel inzicht te zijn. Onder andere om die reden kan er moeilijk van uit worden gegaan dat hij niet zal recidiveren. Wat betreft de kans op recidive waarmee rekening gehouden dient te worden, scoort deze zaak van ontucht met misbruik van gezag binnen de hulpverlening in verhouding nogal hoog. De kans op recidive wordt in dergelijke gevallen op rond 80% geschat (bij aanwezigheid van een ernstige stoornis gaan deskundigen uit van het maximum van ’33 tot 80%’ zoals Tschan b.v. eerder stelde). Wat uit het bovenstaande te begrijpen valt, is: De aard van het vertoonde recidiverend meervoudig delinquente, deviante gedrag van de dader wijst in richting van een (of zelfs meerdere) zeer ernstige psychiatrische en/of psycho-seksuele stoornis(sen). Ondanks het feit dat aangenomen dient te worden dat er sprake is van een of meerdere ernstige stoornissen, ondanks het feite dat de therapeut een groot aantal slachtoffers heeft gemaakt, ondanks de ernst van de aan de zaak ten grondslag liggende feitelijkheden en ondanks het feit dat de dader zich van geen schuld bewust lijkt te zijn, koos men voor oplegging van een uitzonderlijk lage straf, indien men de toebedeelde straf afzet tegen de maximumstraf van zes jaar. Zo komt de vraag op hoeveel meer slachtoffers de therapeut had moeten maken, hoeveel gestoorder zou het vertoonde gedrag moeten zijn etc. zodat de rechterlijke macht over zou zijn gaan tot oplegging van de maximumstraf? Daarnaast is het verbazingwekkend dat de therapeut geen verplichte therapie opgelegd heeft gekregen. Immers, zijn problematiek zal gedurende zijn verblijf in de gevangenis zeker niet vanzelf verdwijnen. Nog wonderbaarlijker is het feit dat er geen beroepsverbod aan de therapeut werd opgelegd hetgeen in feite de meest noodzakelijke en helaas ook enige maatregel geweest zou zijn die ervoor had kunnen zorgen dat de therapeut in de toekomst geen cliënten meer zal misbruiken en mishandelen. Het is niet slechts jammer dat hij geen beroepsverbod gekregen. Het is in feite nogal diep triest. Deze uitspraak is noch in het algemeen belang noch in het belang van de gebruikers van de gezondheidszorg. Wat moet de burger en wat moeten collegae hiervan leren? Dat je als therapeut gerust je cliënten aan het plafond kunt ophangen, hen slaan, seksueel misbruiken en financieel benadelen en desalniettemin je vak gerust verder kunt uitoefenen? Zijn dat de kwaliteitseisen, zorgvuldigheidseisen en ethische normen die de Nederlandse gezondheidszorg aan hulpverleners stelt? En hoe zit het met de geestelijke gesteldheid van de grensoverschrijdende therapeut? Moeten wij ervan leren dat zijn geestesgesteldheid conform de eisen is die de gezondheidszorg aan therapeuten stelt die met meer of minder kwetsbare cliënten werken? ‘Alle lof voor het Hof’? Mr. Bon-Moors merkt terecht op dat deze uitspraak in verhouding nogal goed is. Echter: dient men zich niet eens de vraag te stellen hoe scheef de verhoudingen hier liggen? Is het niet eens tijd om een streep te trekken onder die scheve verhoudingen en artikel 249 (2) lid 3 opnieuw en vanuit een heel ander perspectief te bekijken? De uitspraken die op het gebied van GOG door professionals worden geformuleerd, sluiten geenszins aan bij de noodzaak wat betreft het opleggen van strafrechtelijke maatregelen. De therapeut werkt morgen, overmorgen,… gewoon door. Ooit zal hij een paar maanden achter tralies verdwijnen waarna hij met grote waarschijnlijkheid weer ‘vrolijk’ door zal gaan. Doorgaan met het geven van therapie waarbij er een grote kans is dat dit het plegen van misbruik en mishandeling inhoudt. En al zou dit niet gebeuren, kan de therapeut geacht worden om zijn vak naar behoren uit te oefenen? Aan de grootste behoefte die in dezen bestaat, komt deze uitspraak helaas geenszins tegemoet: veiligheid voor cliënten binnen de gezondheidszorg. De uitspraken van Mariska sieren haar. Echter, dergelijke therapeuten blijven veelal langdurig werkzaam. De praktijk is voor Emiel H. de perfecte manier om ook in de toekomst verder in zijn narcistische, deviante behoeften te voorzien. Die behoeften blijven immers bestaan aangezien niemand het nodig achtte hem verplichte therapie op te leggen. Daarnaast was er in het eerder in OPZIJ verschenen artikel sprake van een soort fanclub van cliënten van de therapeut die achter hem stond en hem steunde… dus ja… helaas zijn er altijd wel cliënten die de realiteit niet onder ogen durven te zien en hetgeen te confronterend is liever blijvend ontkennen. Daarnaast blijven mediaberichten helaas niet al te lang in de geheugens van lezers gegriefd en niet iedereen struikelt over de in de media verschenen berichten. Helaas valt in dit geval geen andere conclusie te trekken dan die dat er verre van het nodige werd ondernomen om enigszins adequaat in te spelen op de postpreventieve noodzaak die dit geval eigenlijk vereist. ‘In verhouding een goede uitspraak’… laten we eens beginnen deze scheve verhoudingen opnieuw te bekijken en laten we beginnen adequatere verhoudingen te scheppen voor de toekomst. Binnenkort zullen wij nog naar de uitspraak van het Hof linken.
Verdachte verkrachting bejaarde vrijgesproken -- 16 maart 2005 – Rotterdams Dagblad -- Schiedam - De 31-jarige Schiedammer die werd verdacht van de verkrachting van een 77-jarige vrouw, is door de Rotterdamse rechtbank vrijgesproken. Tegen de man was tien maanden gevangenisstraf geëist. Volgens het Openbaar Ministerie staat het vast dat de man in zijn hoedanigheid als medewerker van de Thuiszorg Nieuwe Waterweg Noord, de bejaarde Schiedamse zeker twee maal heeft verkracht. Ook zou de verdachte vrouw meerdere malen onzedelijk hebben betast. De man zelf heeft altijd ontkend de hulpbehoevende vrouw ook maar met een vinger te hebben aangeraakt. De rechtbank sprak de verdachte vrij, omdat de in de aanklacht genoemde delicten niet wettig en overtuigend bewezen zijn. Volgens de rechtbank zijn de verklaringen van het slachtoffer onvoldoende concreet en toetsbaar. Het is nog niet bekend of het OM in hoger beroep gaat tegen de vrijspraak. Tijdens de behandeling van de rechtszaak, twee weken geleden, stelde de advocaat van de verdachte dat er fouten waren gemaakt in het juridische proces. Rechercheurs van de Schiedamse politie zouden verzuimd hebben een piket-advocaat te hebben opgeroepen om de man bij te staan. De rechtbank hechtte daar geen belang aan omdat de verdachte geen verklaringen had afgelegd die in zijn nadeel hadden uitgepakt. De advocaat voerde tevens aan dat aan de verklaringen van het slachtoffer moest worden getwijfeld omdat ze licht dementeerde. Als het Openbaar Ministerie niet in hoger beroep gaat en de vrijspraak gehandhaafd blijft, zal door de advocaat bij de staat een schadevergoeding worden gevraagd omdat zijn cliënt onterecht in voorarrest heeft gezeten. Tegen de Thuiszorg, die haar medewerker naar aanleiding van de klacht van de vrouw op staande voet ontsloeg, worden geen stappen ondernomen. ,,De Thuiszorg is een gepasseerd station,'' aldus de advocaat.
Tuchtzaak tegen internetarts -- 16 maart 2005 -- Volkskrant -- AMSTERDAM - De internetdokter van dokteronline.com moet zich voor de tuchtraad verantwoorden. Hij heeft volgens de Inspectie voor de Gezondheidszorg geen verantwoorde zorg geleverd aan een vrouw. De arts schreef de vrouw een recept voor een pijnstiller voor. Later pleegde de vrouw met dit medicijn zelfmoord. Dit heeft de inspectie dinsdag bekendgemaakt in een reactie op een onderzoek van de FIOD/ECD naar de levering van receptmedicijnen op internet. De inspectie had de dokter eind vorig jaar gesommeerd zijn werk te staken, maar had geen juridische mogelijkheden de site te sluiten. Ook twee andere artsen, van wie de inspectie de namen niet wil vrijgeven, moeten hun activiteit op het net staken. Internetconsulten zijn niet strafbaar. Een elektronische raadpleging staat gelijk aan een telefonisch of een persoonlijk gesprek met de dokter. Ook de levering van medicijnen die via internet zijn besteld, is toegestaan. Wel moet een Nederlandstalige bijsluiter worden meegeleverd en moet het medicijn in de originele Nederlandse verpakking worden bezorgd. Ook moet er een recept worden overlegd van een arts. Een verbod op de handel in medicijnen via internet, zoals een meerderheid van de Tweede Kamer wil, zit er niet in. Volgens de woordvoerder van Volksgezondheid wil 'de minister nog niet over een dergelijke maatregel nadenken'. De Tweede Kamer debatteert vandaag over het onderwerp. Juridisch gezien heeft de omstreden arts niets fout gedaan. Het draait de inspectie om het begrip 'verantwoorde zorg'. Begin dit jaar heeft de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG) een richtlijn vastgesteld over online contact tussen arts en patiënt. Het uitgangspunt is dat de internetdokter terughoudend moet zijn. Hij mag de patiënt via internet helpen als er een behandelrelatie bestaat. In andere gevallen moet hij erop letten dat de kwaliteit van de zorg voldoende is gegarandeerd. In alle gevallen moet het handelen medisch-inhoudelijk verantwoord zijn. Dokteronline laat de patiënt een vragenlijst invullen als hij een medicijn wil bestellen. Vervolgens beoordeelt de dokter of het gebruik verantwoord is. De patiënt moet zijn telefoonnummer meesturen. Na goedkeuring van de arts gaat het recept naar een apotheek in Veghel, die het medicijn verstuurt. De inspectie vindt dat de arts van dokteronline medisch onverantwoord heeft gehandeld. Hij schreef Depronal voor, een weinig gebruikte pijnstiller. Bij lichte pijn zijn vrij verkrijgbare medicijnen als ibuprofen net zo goed. Bovendien is het advies voorzichtig te zijn met het voorschrijven van Depronal aan depressieve en/of suïcidale patiënten. Behalve deze tuchtzaak onderzoekt het Openbaar Ministerie in Den Bosch in hoeverre de apotheek in Veghel zich aan de regels heeft gehouden. De woordvoerder van dokteronline.com zegt dat ook een gewone arts misleid kan worden om medicijnen te krijgen voor zelfmoord. Ook met vrij verkrijgbare pijnstillers kan iemand een einde aan zijn leven maken.
Medewerker tehuis bestal bejaarden – 12 maart 2005 – Het Parool – OOSTZAAN – Een 25-jarige werknemer van verzorgingstehuis De Lishof in Oostzaan wordt ervan verdacht ongeveer vierhonderd diefstallen bij bewoners te hebben gepleegd. Hij liep tegen de lamp toen een zoon van een bewoner argwaan kreeg en een camera plaatste.
Seks in de spreekkamer – 11 maart 2005 – planet.nl -- Ruim 4 procent van de mannelijke artsen heeft wel eens seks gehad met een patiënt. Waar komen die lustgevoelens bij arts en patiënt toch vandaan? Lust en liefde in de spreekkamer komen niet alleen in doktersromannetjes voor. In de praktijk heeft iedere arts of hulpverlener vroeg of laat er wel eens mee te maken. Een onderzoek van de seksuoloog P. Leusink aan het Universitair Medisch Centrum St. Radboud in Nijmegen wijst uit dat 1 op de 25 mannelijke en 1 op de 120 vrouwelijke huisartsen wel eens seks heeft gehad met een patiënt. In het buitenland is dat zelfs 1 op 10. Ruim driekwart van de mannelijke en een op de drie vrouwelijke huisartsen voelt zich wel eens seksueel aangetrokken tot een patiënt. Artsen die hun handjes niet kunnen thuishouden, worden door het tuchtcollege op het matje geroepen. Andersom gebeurt het ook dat patiënten heimelijk verliefd worden op hun behandelaar. Het AD vroeg Carolien Roodvoets, psychotherapeute, waar die gevoelens toch vandaan komen. “De dokter is een autoriteit. Macht trekt. Het is iemand van wie je afhankelijk bent, die de oplossing heeft voor jouw probleem. Als de dokter dan ook nog charmant is en de behandeling vergt de nodige aanrakingen... . Op zich zijn gevoelens geen ramp. Zolang er niets mee gebeurt.” Maar intimiteiten tussen arts en patiënt lopen niet zelden uit op een fiasco. De arts zet zijn carrière en goede naam op het spel en de patiënt zit opgescheept met een flinke kater en voelt zich achteraf meestal misbruikt. Roodvoets legt uit dat er vaak toch geen sprake is van echte liefde. “Er komt bij therapie een moment voor dat een patiënt overdrachtsgevoelens ervaart. Verdrongen emoties en onvervulde verlangens uit het verleden komen naar boven. Het verdriet over de vader die je zo hebt gemist, de frustratie over een onbevredigend seksleven, het verlangen naar echte liefde. Die gevoelens worden op de behandelaar geprojecteerd. Die lijkt ineens de ideale mens om al dat gemis in één klap goed te maken.” Volgens de Inspectie voor de Gezondheidszorg en de richtlijnen van artsenorganisatie KNMG valt seks met een patiënt onder geen beding te tolereren. In de ‘Gedragsregels voor artsen’, opgesteld door KNMG staat: ‘De arts dringt niet verder door tot de privé-sfeer van de patiënt dan in het kader van de hulpverlening noodzakelijk is. De arts onthoudt zich van contacten van seksuele aard binnen de hulpverlening. Verbale of lijfelijke intimiteiten zijn niet toegestaan.’ Psychotherapeute Roodvoets denkt niet dat er echte liefde kan bestaan tussen behandelaar en patiënt. “De relatie is gebaseerd op afhankelijkheid en machtsverschil, ook na jaren.”
Commentaar red. MdH: Mooi, het eerder door prof. dr. Michiel Hengeveld gestelde werd in dit artikel niet overgenomen terwijl in dit artikel veel de revu passeert dat in het nieuwsbericht van het AD van 7 maart jl. aan bod kwam. Met dank aan degene die voor deze omissie verantwoordelijk is! Een hoopgevende ontwikkeling die degene wiens onprofessionele opmerkingen in dit artikel werden weggelaten hopelijk eens aan het denken zal zetten.
Friese kinderporno-surfers ontdekt door VS -- 11 maart 2005 -- Leeuwarder Courant -- LEEUWARDEN - Een groot politieonderzoek naar kinderporno in de Verenigde Staten, heeft zestien Friezen voor de rechter gebracht. Een van hen, een 41-jarige man uit Oosterwolde, stond gisteren terecht voor ontucht met kinderen uit het asielcentrum in Appelscha en voor het verzamelen van kinderporno via het internet. Het Amerikaanse onderzoek richtte zich onder meer op creditcardhouders en webmasters. Undercover-agenten zorgden er met creditcardbetalingen voor dat ze op de sites konden komen. Uiteindelijk werden 21 van dit soort kinderpornosites getraceerd. Het onderzoek vertakte zich onder meer naar Nederland, waar een onderzoeksteam via Interpay en American Express circa 1250 twijfelachtige creditcardtransacties opspoorde. Het speurwerk leverde 441 verdachten op.
Verliefd op de dokter: Lust en liefde in de spreekkamer -- 7 maart 2005 -- Algemeen Dagblad -- Vier tot zeven procent van de artsen zegt wel eens seks te hebben gehad met een patiënt. Het aantal verliefdheden in de spreekkamer is waarschijnlijk nog veel groter. Binnenkort moet ze weer worden opgenomen voor een operatie. Vervelend, maar José (58) uit Zoetermeer, verheugt zich wél op het weerzien met haar chirurg. ,,Al heb ik een relatie uit mijn hoofd gezet. Hij is getrouwd. Die ellende wil ik hem gewoon niet aandoen.'' De chirurg staat José bij sinds 2001, toen bij haar darmkanker werd geconstateerd. ,,Hij was er altijd. Hij belde zelfs naar mijn huis. Als hij op de zaal met mij sprak deed hij ook altijd het gordijntje dicht. Daardoor voelde ik me heel speciaal.'' Haar fantasie ging met José op de loop. Ze werd vrijwilliger in het ziekenhuis om bij haar dokter in de buurt te kunnen zijn. ,,Vaak fietste ik rondjes in de buurt van zijn huis, in de hoop dat hij net zijn honden ging uitlaten. Nooit gebeurd natuurlijk. Het is bij een droom gebleven, en dat is maar goed ook.'' Verliefdheid in de spreekkamer. Elke arts of hulpverlener heeft er wel eens mee te maken. Uit onderzoek (Leusink, april 2004) blijkt dat 1 op de 25 mannelijke en 1 op de 120 vrouwelijke huisartsen zelfs seks heeft gehad met een patiënt. Volgens een studie van de Rijksuniversiteit Groningen in 1992 onder KNO-artsen en gynaecologen was dat 4 tot 7 procent. Buitenlandse studies komen uit op 10 procent. Als de behandelaar degene is die over de schreef gaat, eindigt de 'liefde' soms in een geruchtmakende tuchtzaak. ,,Die verhalen uit de krant zijn het topje van de ijsberg'', zegt Carolien Roodvoets, psychotherapeute en schrijfster van het boek 'Het Monsterverbond', over destructieve relaties. ,,Het komt veel vaker voor. We hebben het hier over een beroepsrisico waarvan elke medicus zich ten volle bewust zou moeten zijn.'' Overigens: ook mannen worden verliefd op hun arts of therapeut. Zoals de 52-jarige Luuk Aalders, die naar de fysiotherapeut ging en geholpen werd door de 22-jarige stagiaire. ,,Ze was lief, mooi, ze luisterde. De ideale vrouw. Maar ja, even oud als mijn dochter. Ik wilde me niets in mijn hoofd halen'', vertelt Aalders. ,,Ik probeerde haar niets te laten merken. Maar één keer pakte ze me beet op een manier die een nogal heftige reactie bij mij teweeg bracht, als je begrijpt wat ik bedoel. Ik kreeg het spaans benauwd, want ik was als de dood dat zij iets zou merken. Ik heb haar nooit meer gezien, maar denk nog wel geregeld aan haar. Ze was het zonnetje in mijn leven.'' Waarom worden mensen verliefd op hun behandelaar? Roodvoets: ,,Ga maar na. De dokter is een autoriteit. Macht trekt. Het is iemand van wie je afhankelijk bent, die de oplossing heeft voor jouw probleem. Als de dokter dan ook nog charmant is en de behandeling vergt de nodige aanrakingen... Op zich zijn gevoelens geen ramp. Zolang er niets mee gebeurt.'' Intimiteiten tussen behandelaars en hun patiënten zijn strafbaar, zowel in het tuchtrecht als in het strafrecht. Maar ze zijn aan de orde van de dag. Beide partijen lopen daarbij groot risico. De arts zet zijn carrière en goede naam op het spel, de patiënt zit meestal achteraf met een flinke kater, of erger. ,,Ook al is een vrouw zélf verliefd geworden, toch zal ze zich achteraf misbruikt voelen'', zegt Roodvoets, ,,want het is geen echte liefde.'' Ze legt uit: ,,In vrijwel elke therapie, en vooral bij psychotherapie, komt het moment dat een patiënt overdrachtsgevoelens ervaart. Dat betekent dat verdrongen emoties en onvervulde verlangens uit het verleden naar boven komen. Het verdriet over de vader die je zo hebt gemist, de frustratie over een onbevredigend seksleven, het verlangen naar echte liefde. Die gevoelens worden op de behandelaar geprojecteerd. Die lijkt ineens de ideale mens om al dat gemis in één klap goed te maken.'' Op zich is overdracht een nuttig onderdeel van een therapie, zegt Roodvoets. ,,Het brengt iets aan het licht. Aan de therapeut de taak om daar goed mee om te gaan. Door de verlangens te bespreken, kan de cliënt ze onder ogen zien en rouwen om wat hij of zij niet heeft gekregen.'' Dat lukt dus niet als de behandelaar zich ineens opwerpt als de ideale man, minnaar, vader of moeder. ,,Zoiets noem je tegenoverdracht. De behandelaar raakt in de ban van de gevoelens van zijn cliënt en gaat er op in. Dit is heel schadelijk en zeker een vorm van misbruik.'' Bestaat échte liefde tussen behandelaar en patiënt dan niet? ,,Nee'', zegt Roodvoets. ,,De relatie is gebaseerd op afhankelijkheid en machtsverschil, jaren later ook nog. Ik vind het zéér onwenselijk.'' Michiel Hengeveld, hoogleraar psychiatrie, is het daar niet mee eens: ,,Zo'n opvatting getuigt van een wat naïef beeld van wat échte liefde zou zijn. Ook in echte liefdesrelaties kan zoiets als machtsverschil een rol spelen. Nou èn, zou ik willen vragen.'' Roodvoets vindt het terecht dat artsen of behandelaars na een affaire met een patiënt voor de tucht- of zelfs de strafrechter belanden. ,,De arts is te allen tijde verantwoordelijk voor wat er in de spreekkamer gebeurt. Zelfs als een vrouw zich naakt in zijn armen werpt. Kan de arts zich niet beheersen, dan is het maatschappelijk en juridisch gezien zijn schuld. Hij heeft de taak om de situatie in de hand te houden en de vrouw duidelijk te maken dat wat zij doet niet de bedoeling is. De vrouw heeft wellicht ook schuld, maar zij hoeft alleen verantwoording af te leggen aan zichzelf.'' Hengeveld, hoofd van de afdeling psychiatrie in het Erasmus MC Rotterdam, vindt dat met meer psychologische nuance naar dit soort zaken moet worden gekeken. “Het wordt te snel als dader-slachtofferverhaal uitgelegd.” Waarbij hij één ding duidelijk wil hebben: “Seks tussen artsen of hulpverleners en patiënten mag nooit. Het is bijna altijd schadelijk voor de patiënt. Maar dat wil niet zeggen dat alleen de patiënt het slachtoffer is.”Hengeveld vindt dat meer onderscheid moet worden gemaakt tussen ‘schurken’ en ‘stumperds’. “Schurken , dat zijn die zeldzame artsen en hulpverleners die erop uit zijn, die met meer mensen over de schreef gaan en die vaak ook op meer terreinen de regels overtreden. Die moet je gewoon uit het vak zetten. “Daarnaast heb je de ongelukkige artsen, zo’n man van middelbare leeftijd die één keer een slippertje maakt met een verliefde patiënte. Die zou er met een berisping af moeten komen. Waarbij het er natuurlijk wel vanaf hangt hoe het is gegaan. Nam hij het initiatief of werd hij verleid? Ook in dat laatste geval vind ik overigens niet dat de patiënt verantwoordelijk is.” Uit wetenschappelijk onderzoek komt naar voren dat patiënten die seks met hun arts hebben gehad, vaak psychische problemen hebben doordat ze bijvoorbeeld eerder in hun leven zijn misbruikt. Hengeveld: Soms hebben deze vrouwen door het eerdere misbruik een gedrag ontwikkeld waarbij relaties snel in het seksuele worden getrokken. Er zijn ook vrouwen die een arts ‘klein’ willen krijgen. Zij proberen door verleiding macht uit te oefenen. En dan zijn er de eenzame vrouwen, voor wie de arts een ideale man lijkt. Hij luistert, hij weet raad, hij heeft tijd. En hij heeft status.” Des te belangrijker, vindt Hengeveld, dat artsen hier niet op ingaan en de patiënt zo nodig aan een collega overdragen. “Als vrouwen dergelijk gedrag vertonen, hebben ze hulp nodig. Met ingaan op de avances help je hen niet. Maar het gaat me te ver om daarmee elke arts die zich laat verleiden, als een boeman te zien. Verliefdheid is een mini-psychose. Je kunt deze zaken niet alleen juridisch beoordelen.” Bij de medische en paramedische opleidingen moet veel meer aandacht komen voor de altijd op de loer liggende verliefdheden in de spreekkamer, vinden Hengeveld en Roodvoets. Zodat artsen de alarmbellen op tijd horen rinkelen. Hengeveld: Als je bij een patiënt afwijkt van de normale routine, meer tijd uittrekt dan gebruikelijk, onnodige huisbezoeken aflegt, samen koffie drinkt, dan moet je je afvragen of er bepaalde gevoelens in het spel zijn.” Willibrord Weijmar Schultz, hoogleraar in de psychosomatische gynaecologie en obstetrie, betwijfelt of seks een verliefdheden ooit echt uit de spreekkamer te bannen zijn. “Ik vrees van niet. Maar ik ben wé voor een zero-tolerance-beleid. Zelf ben ik ontzettend blij dat ik meestal co-assistenten bij me heb. Want ook ik heb wel eens meegemaakt dat een patiënte zich dusdanig gedroeg dat ik dacht: dit kan écht niet. Als je er dan alleen voorstaat, kun je wel degelijk in moeilijkheden komen. Door een valse aangifte bijvoorbeeld.” Ook Weijmar Schultz kent tal van voorbeelden van collega’s die de grenzen overschreden. “Zo vaak heb ik gedacht: man, waar ben je mee bezig. Je gooit je goede naam te grabbel, je zet je loopbaan op het spel en je huwelijk. Maar helaas, hoeveel verstandige dingen we hierover ook kunnen zeggen: de mens is nooit intelligenter dan zijn emoties hem toestaan.” Reageren? Diagnose@ad.nl
‘Ik was naïef’
Huisarts Gert (43) uit Rotterdam weet zeker dat hij nooit meer iets met een patiënte zal beginnen. “Ik ben naïef geweest”, zegt hij nu over de liefde die opbloeide tussen hem en de patiënte die haar man verloor. “Ik vond haar altijd een schatje. Toen haar man aan kanker overleed, kwam ik er veel aan huis. Ik probeerde haar te steunen en we praatten veel. Zo is het ontstaan. Doodeng maar mijn gevoelens voor haar waren eerlijk. Zij bleek al veel langer verliefd op mij te zijn geweest. Ze had me er ook wel een beetje ingelokt, met lekkere geurtjes, en door steeds mijn hulp te vragen.” Gert bedong wel dat zij een andere huisarts moest zoeken. Na een jaar liep de liefde spaak. “Het was nooit gelijkwaardig. Ik bleef de hulpverlener. Ze keek tegen me op, leed aan verlatingsangst. Het was een erg beschadigde vrouw.” Toch was het juist dat wat Gert aantrok. “Je bent niet voor niets arts. Als ik iets zie wat kapot is, wil ik het maken. Als ik verdriet zie, wil ik troosten. Het was beter geweest als ik haar arts was gebleven en nooit haar partner was geworden. Nu kan ik niets meer voor haar doen.”
‘Ik vertrouwde hem’
Christine (42) werd behandeld door een homeopathisch arts, voor klachten die samenhingen met haar incestverleden. “Hij wist alles van mij, en ik was dol op hem”, vertelt ze. Op een dag wilde hij Christine vaker zien. Ze maakten af en toe een wandeling, praatten veel. “Ineens wist ik dat ik verliefd op hem was geworden. Hij bleek ook verliefd op mij. Maar we waren allebei getrouwd; ik wilde mijn huwelijk niet op het spel zetten. “Toen mijn man vroeg of ik iets met mijn arts had, heb ik alles verteld. Tot mijn verbazing reageerde hij niet boos, maar zeer bezorgd. Hij was degene die tot de analyse kwam dat ik misbruikt ben. Hij was woedend dat iemand die alles wist van het misbruik in mijn jeugd, die ik vertrouwde, mij dit had aangedaan. Aanvankelijk raakte ik in een enorm loyaliteitsconflict. Het ene moment voelde ik me misbruikt, het andere moment verliefd. Nu is het duidelijk voor mij dat hij uit eigenbelang de grenzen heeft overschreden. Mijn verleden heeft zich herhaald, met hém als dader.”
Ons commentaar op dit artikel zult u hier binnenkort aantreffen.
Huisarts pleegde geen actieve euthanasie – 7 maart 2005 – Telegraaf -- HAAKSBERGEN - De huisarts (56) uit Neede die vrijdag werd aangehouden omdat hij zijn moeder om het leven zou hebben gebracht, heeft geen actieve euthanasie gepleegd. Dat zegt advocaat P.J. Coonen van zijn cliënt, die hangende het onderzoek op vrije voeten is gesteld. Volgens Coonen heeft de huisarts stervensbegeleiding toegepast op zijn moeder. De hoogbejaarde vrouw lag sinds kort in een verpleeghuis in Haaksbergen en verkeerde in de terminale fase. Volgens Coonen heeft de huisarts zijn moeder pijnstillende middelen toegediend om zonder angst en pijn te kunnen sterven. "Het verpleeghuis was op de hoogte en heeft daar schriftelijk mee ingestemd. Sectie op het lichaam moet uitwijzen of de huisarts op een correcte manier de stervensbegeleiding heeft toegepast. Daar bestaan nog twijfels over", weet de advocaat. Coonen vindt dat het Openbaar Ministerie (OM) in Almelo de zaak "enorm heeft opgeblazen". "Door in eerste instantie de suggestie open te houden dat de arts mogelijk actieve euthanasie heeft gepleegd", verklaart hij. "Waarom is de vrouw dan onlangs op verzoek van de familie naar een verpleeghuis gebracht? In dat licht is euthanasie niet logisch. Het is een plicht van de huisarts om terminale patiënten stervensbegeleiding te geven. De arts van de gemeente Haaksbergen kon vrijdag de zaak helemaal niet overzien. Daarom wordt er sectie op de vrouw verricht om te zien of de stervensbegeleiding goed is gebeurd. Dat is alles." Het OM wil verder niet op de zaak ingaan.
Huisarts verdacht van doden moeder – 4 maart 2005 – Telegraaf -- NEEDE - De politie heeft een 56-jarige huisarts uit Neede aangehouden. Het Openbaar Ministerie (OM) verdenkt hem ervan dat hij woensdag een einde aan het leven heeft gemaakt van zijn hoogbejaarde moeder. Dat heeft het Openbaar Ministerie in Almelo vrijdag bekendgemaakt. De verdachte is vrijdag voorgeleid voor de rechter-commissaris in Almelo. Die bepaalde dat de man voorlopig in hechtenis moet blijven. De moeder van de verdachte werd permanent verpleegd in een verpleeghuis in Haaksbergen. De gemeente-arts van Haaksbergen meldde bij de officier van justitie dat de vrouw geen natuurlijke dood was gestorven. Daarop werd haar zoon aangehouden. Volgens een woordvoerder van het OM is het nog niet duidelijk of de huisarts actieve euthanasie heeft gepleegd. Als de moeder haar zoon niet uitdrukkelijk heeft verzocht haar leven te beëindigen, kan hem moord of doodslag ten laste worden gelegd, aldus het OM. Justitie moet de toedracht en het motief van het incident nog onderzoeken.
'Mijn collega's smullen van deze affaire' -- 3 maart 2005 -- Bram Bakker heeft een zware week gehad, sinds zijn portret op 25 februari groot op de cover van HP/De Tijd stond. Daaronder stond: 'Pas op voor Bram Bakker'. Binnenin deed een patiënte, mevrouw Punt, pagina's lang haar beklag over hem - haar psychiater. Volg bovenstaande link om het artikel in ons DOSSIER B.B. te gaan lezen waar u diverse andere nieuwsberichten over de Amsterdamse psychiater Bram Bakker aantreft.
Medewerker Thuiszorg verkrachtte bejaarde: Schiedamse verdachte ontkent in alle toonaarden – 2 maart 2005 – Rotterdams Dagblad -- SCHIEDAM - Een verzonnen verhaal of de waarheid? Dat vroeg de rechtbank zich gisteren hardop af bij de ondervraging van Schiedammer Roland v. O. (31) die wordt verdacht van de verkrachting van een 77-jarige vrouw. Volgens het Openbaar Ministerie (OM) ontkent de man tegen beter weten in. Tegen hem is vijftien maanden cel, waarvan vijf maanden voorwaardelijk geëist. De verdachte werd in oktober 2003 aangehouden in verband met de verkrachting van een bejaarde vrouw, in de zomer van hetzelfde jaar. Het slachtoffer werd enkele maanden eerder na een bezoek aan het graf van haar overleden man in de Slachthuisbuurt op brute wijze misbruikt. Omdat de politie geen spoor van de dader kon vinden, werd het televisieprogramma Opsporing Verzocht ingeschakeld. Aan de hand van het signalement werd de Schiedammer gearresteerd, maar na enige tijd werd vastgesteld dat hij de dader niet kon zijn. Maar daarmee was de kous niet af. Want wat wel duidelijk werd, was dat hij als facilitair medewerker van de Thuiszorg Nieuwe Waterweg Noord zijn boekje behoorlijk te buiten was gegaan. De instelling zette de man op straat naar aanleiding van klachten van een bejaarde, aan reuma lijdende, cliënt over seksueel misbruik. Volgens haar latere aangifte zou ze in haar woning aan het Bachplein enkele malen zijn verkracht en moest ze zich vanaf juni 2002 gedurende ongeveer een jaar seksuele handelingen laten welgevallen. Schoonmaken: De verdachte hield gisteren voor de rechtbank bij hoog en laag vol de vrouw met geen vinger te hebben aangeraakt. Hij kwam één (en later twee) keer per week bij de vrouw over de vloer om schoon te maken. Meer niet. ,,Waarom ze met dit verhaal komt? Ik begrijp het niet. Het gaat mijn fantasie in elk geval te boven,'' reageerde hij. ,,Maar die mevrouw heeft wel mijn leven geruïneerd.'' Voor het OM is de man wel degelijk de verkrachter van de vrouw. Omdat de verklaringen van het slachtoffer zó gedetailleerd en consistent zijn, worden ze door de aanklager als bewijs beschouwd. De advocaat van de verdachte bepleitte juist vrijspraak wegens gebrek aan bewijs. De rechtbank doet over dertien dagen uitspraak.
Paranormaal genezer gaat 1,5 jaar in de cel – 2 maart 2005 – Eindhovens Dagblad – DEN BOSCH – Een paranormaal genezer uit Waalre (53) heeft wegens ontucht met vrouwelijke cliënten 24 maanden celstraf gekregen, waarvan zes voorwaardelijk. Hij kreeg ook een proeftijd van twee jaar en mag vijf jaar lang zijn beroep niet uitoefenen. De man zoende enkele vrouwen, betastte hun intieme delen en liet zich eenmaal bevredigen. Hij praatte de vrouwen aan dat ze seksueel geremd waren, en dat hij ze zou kunnen helpen. Als ze niet mee zouden werken, zou dat tot (nog meer) problemen in de relaties met hun partners kunnen leiden. De man heeft de ontucht bij de rechtbank altijd ontkend. De rechtbank neemt het de genezer zeer kwalijk dat hij het vertrouwen van cliënten die zich afhankelijk van hem voelden, heeft misbruikt en zich niet heeft bekommerd om hun lot. Lees ook de uitspraak: LJN: AS8309, Rechtbank 's-Hertogenbosch, 01/039123/04
Uitspraak paranormaal genezer: Twee jaar cel voor genezer uit Waalre wegens ontucht met
cliënten -- Onvoldoende preventie door niet opleggen van definitief
beroepsverbod -- 2 maart 2005 – Redactie
Misbruik door Hulpverleners (MdH) – AMSTELVEEN - De rechtbank in Den
Bosch heeft haar kans seksueel misbruik door een paranormale genezer
in de toekomst zo goed mogelijk te voorkomen helaas niet genomen. Aan de genezer
(53) uit Waalre werd gisteren door de rechtbank in Den Bosch 24 maanden
celstraf opgelegd, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Tevens kreeg hij een
proeftijd van 2 jaar en mag hij zijn beroep gedurende 5 jaar niet meer
uitoefenen. De eis van de officier van justitie was 36 maanden celstraf,
waarvan 6 maanden voorwaardelijk, 3 jaar proeftijd, een verbod op de
beroepsuitoefening van 5 jaar en verplicht reclasseringscontact.
De Waalrese genezer werd ook vorig jaar al voor ontucht met aan zijn zorg toevertrouwde
cliënten strafrechtelijk veroordeeld. Toen werden een taakstraf en een
geldboete aan hem opgelegd. Tegenover de Bossche rechtbank ontkende hij nu dat
hij vier vrouwelijke cliënten onzedelijk heeft betast. Zijn bekentenis
tegenover de politie had hij weer ingetrokken. De genezer beweerde ter zitting
dat de eerdere bekentenissen op een misverstand berustten: "De beelden in
mijn hoofd had ik verward met seks met mijn eigen vrouw.". Uit een
psychiatrisch onderzoek bleek dat de genezer aan een narcistische
persoonlijkheidsstoornis lijdt en (licht) verminderd toerekeningsvatbaar is
(Eindhovens Dagblad dd. 16 februari jl.).
Ondanks het feit dat de genezer ter zitting aangaf nooit meer als genezer te
zullen gaan werken, kan hij door deze uitspraak op 58-jarige leeftijd weer
doorgaan met zijn praktijk én praktijken. Deze uitspraak kan hem dus niet ervan
weerhouden zijn vak t.z.t. nog jarenlang verder te beoefenen. Het is dan ook
schrijnend dat de rechter in deze zaak geen definitief verbod op de beroepsuitoefening
heeft opgelegd.
Ter zitting bleek dat de man in ernstige mate last heeft van rationele
vertekeningen. Het psychiatrisch rapport geeft aan dat de man aan een ernstige
persoonlijkheidsstoornis lijdt die juist ertoe leidt dat hij te allen tijde
zijn eigen belangen voorop zal stellen waarbij dit juist tot onzedelijk gedrag
met cliënten heeft geleid wiens welzijn hij nu juist centraal diende te
stellen.
Er kan geenszins vanuit worden gegaan dat zijn stoornis gedurende de aankomende
jaren zal verdwijnen, erger nog: de behandeling van een narcistische
persoonlijkheidsstoornis is buitengewoon moeilijk en veelal niet succesvol.
Verplichte behandeling lijkt men niet eens aan hem te hebben opgelegd. Mits de
genezer over 5 jaar besluit zijn vak weer verder uit te gaan oefenen, zullen
zijn cliënten weer een groot risico lopen door hem onzedelijk bestast te
worden. De aard van zijn stoornis en het feit dat hij al minimaal eenmaal
recidiveerde zijn sterke voorspellers in deze. Daarnaast moet ervan worden
uitgegaan dat de kans groot is dat hij al vele cliënten seksueel heeft
geïntimideerd en/of seksueel heeft misbruikt. Slechts een zeer klein percentage
slachtoffers dient immers een klacht in of doet aangifte. Aangezien hiertoe al
vier cliënten hebben besloten, moet gevreesd worden dat het aantal slachtoffers
dat al door zijn praktijken is ontstaan veel hoger ligt.
Het is de vraag waarom rechters met deze feiten niet bekend lijken te zijn en
hoe de rechterlijke macht het kan verantwoorden dat deze 'genezer' over enkele
jaren weer de kans krijgt nieuwe slachtoffers te maken. Gedurende twee jaar
gevangenisstraf had de genezer zich kunnen laten omscholen. Hij gaf al aan
wellicht als kapper te willen gaan werken. Een definitief beroepsverbod plus
het bieden van de kans voor omscholing had ertoe geleid dat hij voortaan 'zijn
perverse behoeften niet meer oplegt aan cliënten' zoals het Eindhovens Dagblad
op 16 februari jl. stelde. Het is de vraag waarom men deze kans niet heeft
gegrepen maar in plaats daarvan de maatschappij opzadelt met een ontuchtbom die
ooit met bijna-zekerheid weer af zal gaan.
Preventie was dringend noodzakelijk en was ook haalbaar. De rechtbank koos
helaas voor minder preventie dan wenselijk en nodig zou zijn in deze. Daarbij
is het zelfs de vraag of in dit geval oplegging van tbs niet de meest adequate
reactie op het recidiverend ontuchtige gedrag van de genezer was geweest.
Het is te begroeten dat men in dit geval tenminste een 5 jaar lang durend
verbod op de beroepsuitoefening heeft opgelegd. Helaas gebeurt dat veel te
weinig bij grensoverschrijdend gedrag (GOG) door hulpverleners. Indien het om
een hulpverlener uit de reguliere gezondheidszorg zou betreffen, had men dit
beroepsverbod met grote waarschijnlijkheid niet opgelegd. Doel van de strafrechtelijke
maatregel in deze dient naar onze mening echter vooral te zijn dat cliënten in
de toekomst beschermd zullen zijn en de kans op herhaling zoveel mogelijk
uitgesloten kan worden. Het is de vraag of het niet verstandiger was geweest
geen celstraf op te leggen en in plaats daarvan voor een definitief
beroepsverbod te kiezen. Dan had men op het gebied van preventie al het nodige
en mogelijke gedaan en het was tevens een voor de maatschappij minder dure
oplossing geweest. In de gevangenis leert de dader immers niets dat hij later
bij zijn mogelijk verdere beroepsuitoefening ten positieve zou kunnen
aanwenden.
Bovenstaand nieuwsbericht hebben wij als persbericht verzonden. Lees ook de uitspraak: LJN: AS8309, Rechtbank 's-Hertogenbosch, 01/039123/04
Ouderenzorgers maken foto's van naakte patiënten -- 1 maart 2005 -- Volkskrant -- BRUNSSUM - Twee medewerkers van zorgcentrum Catharina Daemen in Brunssum hebben met hun mobiele telefoon twee naaktfoto's gemaakt van twee bejaarden. Eén is gemaakt op het toilet, de andere onder de douche. Beide verzorgers is ontslag aangezegd. De directie zegt vandaag aangifte te zullen doen tegen het tweetal. 'Ze hebben het vertrouwen van de bewoners geschaad. Hun privacy is geschonden', aldus directeur Jules Hassink van de Stichting Christelijke Zorgorganisatie, waaronder Catharina Daemen valt. De twee 'compromitterende' afbeeldingen zijn gemaakt in een reeks, die verder vooral foto's van de zaal met meerdere bejaarden bevat. Hassink vermoedt dat de medewerkers de foto's hebben gemaakt om te laten zien wat ze allemaal met hun gsm konden. De foto's zijn inmiddels gewist. Ze zouden niet zijn afgedrukt of verspreid. De gebeurtenissen kwamen aan het licht toen de medewerkers - een mannelijke verzorger in tijdelijke dienst en een vrouwelijke verzorger in vaste dienst - de foto's eind vorige maand aan collega's lieten zien. Die lichtten de directie in. Volgens Hassink zijn onmiddellijk maatregelen genomen. Familieleden van beide bejaarden, van wie één dementerend is, zijn ingelicht. Ook de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) is geïnformeerd. De medewerker in tijdelijke dienst is onmiddellijk ontslagen. De medewerkster in vaste dienst is op non-actief gesteld. Tegen haar loopt een ontslagprocedure. Op 'nadrukkelijk verzoek' van de familieleden werd besloten geen aangifte te doen. 'Ze wilden voorkomen dat de zaak in de publiciteit zou komen. Die wens hebben we gerespecteerd', aldus Hassink. De Inspectie voor de Gezondheidszorg vond dat het zorgcentrum adequaat heeft gehandeld en drong evenmin aan op aangifte. Door een anonieme brief aan de media kwam de zaak een maand later echter alsnog in de publiciteit. Staatssecretaris Ross van Volksgezondheid reageerde dinsdag verontwaardigd. Zij sprak van een schandelijke zaak en wilde weten waarom geen aangifte is gedaan. Het Openbaar Ministerie stelde op eigen initiatief een onderzoek in. Rechercheurs bezochten gisteren het zorgcentrum, waar 59 bejaarden verblijven. Op basis van dit onderzoek kan de officier van justitie besluiten strafrechtelijke vervolging in te stellen. In het zorgcentrum is geschokt gereageerd op de naaktfoto's. Volgens directeur Hassink moeten bewoners zich veilig kunnen voelen in het tehuis, zonder bang te zijn dat er ongevraagd foto's van hen worden gemaakt. De directie gaat ervan uit dat het 'een incident' was en ziet geen reden extra maatregelen te treffen. In het tehuis geldt al een verbod op het gebruik van persoonlijke gsm's.
Aangifte tegen makers naaktfoto's bejaarden – 28 februari 2005 – Volkskrant -- BRUNSSUM/DEN HAAG - Zorginstelling Catharina Daemen in Brunssum gaat alsnog aangifte doen tegen twee medewerkers die een maand geleden naaktfoto's maakten van dementerende bejaarden. Dat heeft E. Hassink, bestuurder van de instelling, maandag gezegd. De gediplomeerde medewerkers lieten de foto's aan collega's zien. Die stapten naar de directie, die daarop een ontslagprocedure in gang zette, maar geen aangifte deed. 'Dat was op dringend verzoek van de families van onze cliënten, uit privacy-overwegingen. We hebben daarover overleg gehad met de cliëntenraad, de ondernemingsraad en de Inspectie voor de Gezondheidszorg.' De officier van justitie is naar aanleiding van de publiciteit een onderzoek begonnen en heeft de instelling verzocht alsnog aangifte te doen. 'We hebben een onderzoek ingesteld om te kijken of er strafbare feiten zijn gepleegd. Het stiekem vervaardigen van afbeeldingen in een woning is strafbaar', aldus persofficier van justitie A. Rogier van het Openbaar Ministerie in Maastricht. Zij sluit aanhoudingen niet uit. Hassink zegt aangifte te doen als hij allebei de families van de bejaarden daarover heeft ingelicht. Een van de families heeft hij de afgelopen dagen nog gesproken en is volgens Hassink nog steeds tegen het doen van aangifte. 'We hebben echter onze eigen verantwoordelijkheid', aldus Hassink. In de zorginstelling wonen 59 mensen. Zij en hun families zijn pas onlangs ingelicht over de zaak. 'Dat bracht een schok te weeg.' De foto's zijn niet op internet verschenen, stelt voorzitter N. Velraeds van de Centrale Cliëntenraad van de Stichting Christelijke Zorg Zuid-Limburg. 'En we hopen dat dat ook niet gebeurt.' De instelling heeft volgens Velraeds geen aangifte van het gebeuren gedaan om onrust te voorkomen. 'We moeten voor alles de rust bewaren', zei hij. Staatssecretaris Ross van Volksgezondheid is woedend en noemt de zaak schandelijk. De Inspectie voor de Gezondheidszorg gaat geen nader onderzoek doen naar het voorval. Volgens een woordvoerder is de inspectie meteen ingelicht en heeft de directie adequaat gehandeld. 'We houden het natuurlijk wel in de gaten', aldus de zegsvrouwe.
Duo ontslagen na fotograferen naakte bejaarden Brunssum -- 26 februari 2005 -- Limburgs Dagblad -- Brunssum - Twee werknemers van verzorgingshuis Catharina Daemen in Brunssum zijn op staande voet ontslagen. Beiden hadden met een mobiele telefoon foto's gemaakt van naakte, demente bejaarden. J. Hassink van de raad van bestuur van de Stichting Christelijke Zorgorganisatie bevestigt dat naar aanleiding van dit naaktfoto-schandaal voor twee medewerkers een ontslagprocedure is opgestart. ,,Ze hebben zich onvoldoende respectvol opgesteld ten opzichte van de cliënten.'' Hassink ontkent dat de bewuste foto's op internet te zien zouden zijn geweest, zoals bronnen binnen het verzorgingshuis beweren. ,,Daar ben ik in elk geval niet van op de hoogte. Ons is bovendien verzekerd dat de foto's zijn vernietigd.'' Omdat de ontslagzaak momenteel onder de kantonrechter is en omwille van de privacy van zijn cliënten, weigert Hassink in detail op de zaak in te gaan. Hij wil wel nog kwijt dat de interne procedures niet zijn aangescherpt. ,,Dat was naar aanleiding van dit voorval niet nodig.'' N. Velraeds, voorzitter van de cliëntenraad, is geschokt door de gebeurtenis.
Het geval Bram Bakker – 25 februari 2005 – HP / De Tijd: Uitgebreid interview met een (ex-)patiënte van de Amsterdamse psychiater Bram Bakker. Volg de link om het interview in ons DOSSIER B.B. te gaan lezen.
Zwijndrechtse ontucht-arts zes jaar cel in -- 25 februari 2005 -- De Dordtenaar.

Omstreden seksueel getinte therapie in Hengelo stopt -- 22 februari 2005 -- HENGELO - De stichting ASR Therapie uit Hengelo stopt met haar omstreden seksueel getinte therapie. Dat heeft ASR aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg schriftelijk meegedeeld, laat een woordvoerder van de inspectie dinsdag weten. De therapie raakte enkele weken geleden in opspraak toen bekend werd dat een van de therapeutes naakt de geslachtsdelen van patiënten masseerde. Naar aanleiding van klachten van patiënten sommeerde de Inspectie voor de Gezondheidszorg ASR met de therapie te stoppen. Een aantal klachten van voormalige patiënten over vermeende onzedelijke handelingen is nog in behandeling. De Inspectie voor de Gezondheidszorg sluit niet uit dat enkele klachten worden voorgelegd aan het Openbaar Ministerie. ASR wil geen commentaar geven.
Commentaar Red. MdH: Voor de afwisseling eens positief nieuws in GOGland. Hopelijk gaat Jan Kamst, uitvinder van de ASR therapie, zich niet ook nog een derde keer erop toeleggen een nieuwe therapievorm te ontwikkelen die gericht is op persoonlijke, seksuele behoeftebevrediging. En dan maar hopen dat de hulpverlening, patiëntenverenigingen en toezichthoudende organen ook eens bij de vraag stil blijven staan hoe het mogelijk was dat een dergelijke ” “therapievorm” ” zich bijna gedurende een kwart eeuw ongestoord heeft kunnen ontwikkelen. De antwoorden zouden immers mogelijkheden kunnen bieden om de ontwikkeling van dergelijke kwakzalverijen in de toekomst eerder aan banden te leggen.
Paranormaal genezer ontkent betasten cliënten: Eis tegen Waalrese verdachte: drie jaar celstraf en verbod om in de gezondheidszorg te werken -- 16 februari 2005 -- Eindhovens Dagblad – DEN BOSCH – Een paranormaal genezer uit Waalre ontkende gisteren bij de Bossche rechtbank dat hij vier vrouwelijke cliënten onzedelijk heeft betast. Tegenover de politie had hij zijn bekentenis weer ingetrokken. De man (53) beweerde gisteren dat de eerdere bekentenissen op een misverstand berustten: “De beelden in mijn hoofd had ik verward met seks met mijn eigen vrouw.” De man zei dat hij daar pas achter kwam, toen hij een tijd na zijn aanhouding weer tot rust was gekomen. De officier van justitie geloofde niets van het verhaal. Zij eiste 36 maanden gevangenisstraf waarvan zes maanden voorwaardelijk, de maximale proeftijd van drie jaar, een verbod om vijf jaar lang als paranormaal genezer of elders in ‘de gezondheidszorg’ te werken, en verplicht reclasseringscontact. Zij nam het de man erg kwalijk dat hij zijn positie van hulpverlener heeft misbruikt. Zij noemde zijn houding ter zitting ‘redelijk schokkend’. “Deze man heeft geen empathie met de aangeefsters en heeft alleen mar last van zelfmedelijden.” VERWERKINGSPROCES: Volgens de officier zou het de slachtoffers enorm geholpen hebben in hun verwerkingsproces, als de man zijn misstappen had toegegeven. De rechtbank beëindigde gisteren de schorsing van de voorlopige hechtenis die bij de vorige zitting op 15 november was ingegaan. De Waalrenaar moest terug naar het Huis van Bewaring, in ieder geval tot de uitspraak over twee weken. De verdachte is onderzocht door een psychiater en psycholoog, die hem (licht) verminderd toerekeningsvatbaar achten. Beiden zijn het erover eens dat de man een narcistische persoonlijkheidsstoornis heeft, geen kritiek kan verdragen en zijn perverse behoeften oplegt aan zijn cliënten. De paranormaal genezer heeft ruim twintig jaar een bloeiende praktijk gehad in Waalre. Hij probeerde met name door handoplegging bepaalde blokkades weg te nemen. Volgens de vrouwen heeft hij daarbij hun borsten, buik en soms kruis betast en met hen getongzoend. De paranormaal genezer wist de vrouwen ervan te overtuigen dat het lichamelijke contact bij de behandeling hoorde. De man kreeg vorig jaar januari voor soortgelijke feiten bij twee cliënten al een boete van in totaal 500 euro, een werkstraf van 60 uur en een week voorwaardelijk. Na die veroordeling kwamen nieuwe aangiftes binnen. Naar aanleiding van de eerste klachten is hij uit de Vereniging voor Geestelijke en Natuurgeneeswijzen gezet. De advocaat van de verdachte, mr. P. Saris, vroeg vrijspraak voor zijn cliënt. “Hij is misschien wel onhandig, dom en soms oneerlijk geweest, maar hij heeft niet strafbaar gehandeld. Mijn cliënt was zo naïef om te denken dat hij iedereen kon helpen. Zijn manier van hulpverlening was meer dan sommige cliënten aankonden.” De paranormaal genezer zei nooit meer zijn beroep te zullen uitoefenen en zich te willen laten omscholen tot kapper. “Maar ja, dan voel ik een hoofd en kan ik toch weer in het lichaam kijken. Ik vraag me af of ik dan m’n mond kan dichthouden als ik zie dat er iets mis is.” Zie ook het nieuwsbericht van 2 maart 2005, afkomstig van onze redactie.
Cel geëist tegen
paranormaal genezer -- 15 februari 2005 -- radioefm.nl -- DEN BOSCH
- Tegen een paranormaal genezer uit Waalre is
vandaag voor de rechtbank in Den Bosch 2,5 jaar cel geëist. De man zou
vier vrouwelijke patiënten onzedelijk hebben betast. Tegen de vrouwen zei hij
dat dat bij de behandeling hoorde. De verdachte ontkent de beschuldigingen. Hij
heeft zijn praktijk inmiddels gesloten. Zie ook het de nieuwsartikelen
‘Paranormaal genezer aangehouden’ van 20 mei
Nóg minder respect voor de patiënt – Reactie op het opiniestuk ‘Seksuele intimidatie te eng opgevat’ (10 februari 2005, Medisch Contact, Publicatie: Nr. 06, Pagina: 231, Auteur: prof. dr. J. Bergsma) – 10 februari 2005 – Redactie Misbruik door Hulpverleners (MdH)
Prof. Bergsma geeft in zijn opiniestuk 'Seksuele intimidatie te eng opgevat' aan van mening te zijn dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) in haar recentelijk verschenen, herziene versie van het bulletin 'Het mag niet, het mag nooit' meer respect voor de patiënt had moeten tonen. Daarbij blijkt dit gemis juist uit het opiniestuk van de auteur.
Het stuk is dan ook voor een gedeelte ook weer eens een prachtig voorbeeld van een opinie van een hooggeleerde professional die blijkbaar niet op de hoogte is van de wetenschappelijke feiten op het gebied van grensoverschrijdend gedrag (GOG) door professionals. Gelukkig maar dat hij zijn eigen stuk een opiniestuk noemt! Dat is een kleine troost. Blijkbaar voelde de auteur al duidelijk aan dat zijn stuk, zij het geschreven onder hooggeleerde titel, niet als professionele bijdrage gezien kan en zou worden.
Het is de vraag hoe het toch komt dat ‘de uitdagende patiënt’ weer eens een prominente plaats krijgt toebedeeld in een stuk over GOG door hulpverleners. Waar komt die ‘uitnodigende, uitdagende, intimiderende patiënt’ nou toch weer vandaan? Uit het helaas nog steeds niet geschreven boekje ‘Mythes over seksueel grensoverschrijdend gedrag (GOG) door hulpverleners’? Bedankt, prof. Bergsma, dat u ons erop attendeert dat publicatie van dit boekje bovenaan de ‘to do’ lijst betreffende GOG zou moeten staan! Prof. Bergsma prefereert het, al maakt hij deel uit van de wetenschappelijke staf van een universiteit, in mythes te geloven i.p.v. zich met de wetenschappelijke feiten die hierover al vele jaren toegankelijk zijn en als bekend mogen worden verondersteld, bezig te houden.
Wat is er op wetenschappelijk gebied over de ‘uitdagende patiënt’ bekend? Laten wij eens kijken naar de initiatiefnemer van seksueel contact binnen hulpverleningsrelaties: de wetenschappelijke literatuur leert dat in bijna 80% van de gevallen (om een Europese bron van onderzoek en wetenschappelijke publicatie te gebruiken en niet weer eens met het verwijt 'This is not America!' geconfronteerd te worden) het initiatief voor seksueel contact tussen hulpverlener en patiënt/cliënt uitgaat van de hulpverlener en NIET, zoals uit mythes bekend is, van de hulpvragende (1). De auteurs stellen o.a. dat duidelijke seksuele initiatieven van cliënten uiterst zeldzaam zijn. Freburg constateerde dat in 95% van de gevallen het initiatief van de professional uitgaat (2). Schoener die zich in professioneel opzicht al langer dan 30 jaar bijna uitsluitend met de problematiek 'grensoverschrijdend gedrag (GOG) door professionals' bezighoudt, geeft aan dat het moeilijk is te bepalen wie het initiatief nam want: hoe definieer je de eerste stap eigenlijk? Bij 'de uitdagende patiënt' die Bergsma beschrijft, gaat het om een nogal grote uitzondering terwijl hij dit fenomeen presenteert alsof het vaak voorkomt. Grensoverschrijdend gedrag heeft heel weinig te maken met het uitdagende gedrag van een patiënt. In uitzonderlijke gevallen waarbij hiervan sprake is, behoeft de patiënt juist hulp om te kunnen leren dat intimiteit niet hetzelfde is als seksualiteit. Indien dan seksueel contact tussen een hulpverlener en zijn/haar cliënt ontstaat, maakt de professional misbruik van zijn positie en van de specifieke kwetsbaarheid van de betreffende patiënt. Als een therapeut niet om kan gaan met een uitdagende patiënt dient hij/zij een groot vraagteken bij zijn/haar therapeutische vaardigheden te plaatsen (5). Er is dus geen enkele reden de ‘uitdagende patiënt’ centraal te stellen zoals prof. Bergsma dit helaas volledig ten onrechte doet. Zijn opmerking "Een uitgekauwd thema, maar kennelijk zijn er redenen om er weer over te beginnen” kan dan ook alleen maar verbazing oproepen als men het niveau van kennis inzake GOG van de auteur ernaast plaatst. Prof. Bergsma geeft door bovenstaande publicatie namelijk zelf aan hoe droevig het onder professionals is gesteld met de feitenkennis t.a.v. GOG door professionals: buitengewoon droevig helaas.
In plaats van ‘de uitdagende patiënt’ in de schijnwerpers te plaatsen, waarmee de auteur juist aangeeft geen tot weinig kennis van zaken te hebben, had hij er veel beter aan gedaan binnen zijn relaas een plekje beschikbaar te stellen voor de hulpbehoevende, helaas veelal gestoorde, zo niet ernstig gestoorde hulpverlener. In meer dan 50% van de gevallen is bij GOG door een professional namelijk sprake van een (zeer) ernstig probleem aan de zijde van de hulpverlener en juist niet aan de zijde van de patiënt/cliënt (3) & (4). Dit onderwerp schittert weer eens, zoals gebruikelijk, door algehele afwezigheid. HET probleem, geachte heer Bergsma, ligt voornamelijk niet bij de patiënt maar bij de hulpverlener die de grens overschrijdt.
Bovendien acht ik het zorgwekkend als een hulpverlener van de inspectie verwacht dat zij met adviezen komt t.a.v. de vraag ‘hoe als hulpverlener om te gaan met patiënten die de hulpverleningsrelatie seksualiseren'?. Hulpverleners die op die vraag nog geen antwoord hebben en er dus niet mee om weten te gaan… ik vraag mij serieus af wat zij in het veld te zoeken hebben. Dergelijke vragen dienen al tijdens de opleidingen beantwoord te zijn en dienen duidelijk te zijn op het moment dat een hulpverlener aan zijn/haar carrière begint. Aangezien prof. Bergsma ook werkzaam is/was aan een universiteit in de VS, zou het wellicht een idee zijn om eens een ‘boundary-training’ te volgen zodat hij zijn collegae later kan berichten wat het antwoord op de door hem alhier gestelde vraag dient te zijn.
Terwijl het thema in het verleden nog nooit die aandacht heeft mogen verkrijgen die het dient te verkrijgen, noemt de auteur het onderwerp ‘GOG door hulpverleners’ een ‘uitgekauwd thema’. Door zijn eigen artikel geeft hij meer dan duidelijk aan dat er kennelijk heel wat redenen zijn om er weer over te beginnen. Hoe meer stukken van dit niveau van professionaliteit verschijnen, hoe duidelijker de noodzaak blijkt te zijn dat het dringend wenselijk is dat er op grootscheepse wijze meer aandacht gaat komen voor dit onderwerp, zodat de wetenschappelijke feiten eens bekendheid krijgen en ooit plaats zullen gaan maken voor alle mythologische 'kennis' die in dezen circuleert en alsmaar weer opnieuw wordt verkondigd. Bovendien: GOG door professionals is een thema bij uitstek, en daarover bestaat ook consensus onder professionals werkzaam op dit specifieke vakgebied, dat voortdurend aandacht behoeft.
Ik ben het met u eens dat de recentelijk verschenen, herziene versie van het IGZ bulletin ‘Het mag niet, het mag nooit’ te simpel, beperkt en niet voldoende professioneel van aard is (zie ons commentaar op het bulletin van de inspectie dat wij op 11 maart 2005 zullen publiceren). Men heeft inderdaad heel wat mogelijkheden onbenut gelaten om het thema op een manier te presenteren die bij zou dragen tot meer kennis, minder mythes en vooral: meer preventie. Alleen, ik moet constateren dat het zeker niets had toegevoegd indien de inspectie bij u had aangeklopt voor advies bij het voorbereiden van haar bulletin. U vraagt zich af waarom de inspectie niet bij universiteiten aanklopte? Mijn antwoord hierop is: WAAR had zij dan moeten aankloppen? Bij u wellicht? Zodat ‘de uitdagende patiënt’ ook in het bulletin van de IGZ volledig ten onrechte een prominente plaats had kunnen verwerven? Op dergelijke, onprofessionele aanvullingen zit werkelijk niemand te wachten. Alvorens weer een opiniestuk te publiceren op het gebied van GOG door hulpverleners zou ik u willen adviseren eerst iets te gaan doen aan uw eigen meningvorming. Wellicht kan het bestuderen van ter zake doende, wetenschappelijke bronnen een bijdrage leveren aan een toekomstige opinie in dezen die meer op feiten en minder op mythologische 'kennis' gebaseerd zal zijn.
Gebruikte literatuur:
(1) Becker-Fischer, M. en G.
Fischer (1996) “Sexueller Missbrauch in der Psychotherapie – was
tun? Orientierungshilfen fuer
Therapeuten und interessierte Patienten”.
(2) Freburg, Nils
(1995) "Restoring the Soul of the church: Healing Congregations Wounded by
Clergy Sexual Misconduct." Collegeville, M.N.: Liturgical
Press.
(3) Gonsiorek, J.C. (ed.) (1995) “Breach of Trust: Sexual Exploitation by Health
Care Professionals and Clergy”.
(4) Schoener, G.R., Hofstee Milgrom, J., Gonsiorek, J.C. et al. (1989) “Psychotherapists’ Sexual Involvement with Clients: Intervention and Prevention”. Minneapolis, Minnesota: WICC (Walk-In Counseling Center).
(5) Schoener, G.R. (2005) Persoonlijke communicatie, e-mail dd. 14 februari 2005.
Dit stuk hebben wij vandaag als reactie op
onderstaand opiniestuk van prof. dr. J. Bergsma in Medisch Contact (nr.
06/2005) aan de redactie van Medisch Contact gezonden, met het verzoek om
publicatie. Een gedeelte van dit stuk zal op vrijdag 18 maart a.s. in
de rubriek ‘Brieven’ van MC nr. 11/2005 worden gepubliceerd.
Het gedeelte dat in MC werd gepubliceerd (vergezeld door een inleidende zin van
de redactie van MC), hebben wij hierboven cursief gemaakt).Bovenstaand artikel
werd op 13 februari
Seksuele intimidatie te eng opgevat -- 10 februari 2005 -- Medisch Contact -- Publicatie: Nr. 06, Pagina: 231 -- - Auteur: J. Bergsma -- Staatstoezicht had in zijn folder over ‘seksuele intimidatie’ dit thema in een bredere context moeten plaatsen. In dit gebied is veel ruimte voor andere - vaak geniepiger, want onzichtbaarder voor de buitenstaander - soorten intermenselijk gebruik en misbruik. Onlangs stuurde het Staatstoezicht op de Volksgezondheid mij een folder over seks en dat het niet mag en dat het nooit mag als het om hulpverleners en cliënten of patiënten gaat. Een uitgekauwd thema, maar kennelijk zijn er redenen om er weer over te beginnen. De onderzoeksresultaten die ter onderbouwing dienen, staan ons nog te wachten, begrijp ik. Als het Staatstoezicht zich met dit aspect van gezondheidszorg wil bezighouden, wordt het dan niet dringend tijd om in een breder verband te kijken naar de ethiek, de gedragscodes, in de relatie tussen hulpverlener en hulpvrager? We hebben enkele universiteiten met voortreffelijke afdelingen op het gebied van gezondheidsvoorlichting, educatie en communicatie. Waarom niet hun advies gevraagd bij de voorbereiding van zo’n werkstukje? Ik ben het er natuurlijk mee eens dat seksueel intimiderend gedrag niet mag. Maar ik denk dat dit soort schoolmeesterachtige teksten over de machtsproblemen van zwakkere broeders en zusters niet veel effect opleveren. Bovendien zijn er nog andere soorten intimiderend gedrag. Het uitgangspunt van het pamflet is veel te smal gericht op één relationeel aspect: seksualiteit. De boodschap irriteert daardoor de meeste hulpverleners bij wie dit probleem nooit een probleem wordt. Bovendien verdwijnt de uitnodigende, uitdagende, intimiderende patiënt daarmee niet. Als hulpverlener zou je moeten kunnen ontdekken wat je met dát probleem moet aanvangen (*). Natuurlijk heeft de patiënt hierin zijn eigen verantwoordelijkheid, maar in de opvattingen over die verantwoordelijkheid zijn grote persoonlijke verschillen. Daar heeft juist de professional onontkoombaar de eindverantwoordelijkheid, niet alleen in het zorgproces, maar ook in de persoonlijke relatie. Respect: Het probleem van de seksuele intimidatie zou in een bredere context moeten worden geplaatst. Dan kan men laten zien hoe je in een hulpverleningsrelatie, van welke aard ook, plaats en inhoud kunt geven aan ‘respect’ voor de patiënt/cliënt/medemens, óók voor de uitdagende, intimiderende patiënt. Dat begint altijd bij respect voor jezelf als hulpverlener en gaat veel verder dan alleen de (fysieke) overtreding van intimiteitsgrenzen. Ruim veertig jaar ervaring in een variatie aan hulpverleningsomstandigheden hebben mij aanmerkelijk vaker van (bewust) respectloos gedrag (van weerszijden) getuige laten zijn dan van seksueel getinte grensoverschrijdingen. Zowel niet-fysieke als fysieke uitingen van seksuele interesse vallen overigens onder de noemer ‘disrespect’. Ethiek in deze context, noem het gedragscodes voor de professional die niet alleen de do’s and don’ts omvatten maar ook het waarom en vooral het hoe, zou moeten gaan over al dan niet verbaal discriminerend-intimiderend gedrag in algemene zin, met name met betrekking tot sekse, geslacht, huidskleur, godsdienst, leeftijd, taalgebruik en bijvoorbeeld zelf gemaakte fouten. Voorbeelden te over op alle fronten. Was er niet onlangs een rapport over het hoge aantal onnodige sterfgevallen in de gezondheidszorg? Ook slordigheid heeft met disrespect te maken! Oudbakken: De boodschap van het Staatstoezicht is te simpel, te beperkt, te weinig professioneel. Het is een gebied waar veel ruimte is voor andere, vaak geniepiger, want onzichtbaarder voor de buitenstaander, soorten intermenselijk gebruik en misbruik. Het ‘niet en nooit’ krijgt dan de sfeer van een oudbakken pedagogisch monorailthema, waarover een aantal mensen zich op afstand zit druk te maken. Er is een snelle toename van allerlei zaken die in hulpverleningsrelaties spelen, waarbij een verschuivende ethiek niet een van de geringste facetten is. Zou het niet goed zijn om vanuit de ervaring dat hulpverleningsrelaties zich ontwikkelen volgens lijnen die (vertraagd) parallel lopen met maatschappelijke processen, dáár duidelijker en meer expliciet aandacht aan te geven? Ook dat is overigens allang geen nieuw idee meer. Door zo beperkt terug te grijpen op een geïsoleerd thema als ‘seksuele intimidatie’ heeft Staatstoezicht helaas een belangrijke mogelijkheid laten liggen. Er zijn grotere, meeromvattende urgenties in deze sfeer die aandacht nodig hebben. Prof. dr. J. Bergsma, emeritus hoogleraar, Universiteit Utrecht en Loyola University Chicago.
Zie ook: http://medischcontact.artsennet.nl/uri/?uri=AMGATE_6059_138_TICH_R147332776426112
Commentaar Red. MdH: Onze reactie op bovenstaand artikel treft u eveneens op deze pagina aan. Wij hebben onze reactie ook aan de redactie van Medisch Contact gezonden en ter publicatie aangeboden. Titel: ‘Nog minder respect voor de patiënt’ van dd. 10 februari 2005, auteur: Red. MdH.
Zaak ‘therapeut’ loopt met sisser af -- 25 januari 2005 -- De Twentsche Courant / Tubantia -- ALMELO/HENGELO - Het knalt in maart 2004 van de voorpagina. ‘Hulpverlener vast voor poging doodslag cliënte’. Nu zit ‘therapeut’ Willem W. van bureau WMSB Sociale Begeleiding voor de Almelose politierechter. En loopt het met een sisser af. Een hetze. Zo noemt advocaat J. Leijendekker van Willem W. (41) uit Varsseveld het optreden van politie en justitie. ‘Mijn cliënt zat 35 dagen vast. Zijn bedrijf is ten gronde gericht.’ W. zit deze maandag tegenover politierechter P. Derks. Dat zegt genoeg. Het Openbaar Ministerie wilde eerder pittige beschuldigingen tegen de Varssevelder aan drie rechters (meervoudige kamer) voorleggen. W. zou zich tijdens een niet erkende therapie in een praktijk aan de Achterhoekse Molenweg in Hengelo hebben misdragen. Lopende het onderzoek voelt het OM dat dat te zwaar is aangezet. WMSB Sociale Begeleiding, met een postadres in Varsseveld, huurt in 2003 ruimte in Hengelo. Daar is daags voor kerst een seminar, met goeroe Willem W..Een Overdinkelse (dan 33) meldt zich met haar dochtertje voor de sessie. Ook haar man, met wie ze om de haverklap ruzie maakt, is present. ‘In therapie’ gaat het mis. Volgens de ‘hulpverlener’ wordt de vrouw hysterisch, onder de ogen van haar kind. In het vuur van de strijd geeft W. haar een klap (‘met de vlakke hand’), een trap in haar achterste en gaat-ie op haar zitten. Hij zou haar bovendien bij de keel hebben gepakt. Kort erna wordt de ‘hulpverlener’ vastgezet, verdacht van zware mishandeling, danwel poging tot doodslag. Een pittige beschuldiging. De politie meent dat de ene aangifte het topje van de ijsberg is. Na ruim een maand komt W. op vrije voeten. Van de zaak blijft nu bitter weinig over voor de Almelose politierechter. Officier van justitie A. Damen kan niet bewijzen dat W. de vrouw inwendig letsel heeft toegebracht, met een trap in de buik. Bewijs ontbreekt. Het OM vraagt hier vrijspraak. De therapeutische pets in het gezicht, zoals andere sessiedeelnemers horen? ‘Hij zegt als een goed therapeut te hebben geslagen, om mevrouw te kalmeren. Maar alleen de medewerkers van de politie, in gevangenissen en in psychiatrische ziekenhuizen mogen dat.’ Damen eist 2500 euro boete, drie maanden voorwaardelijk en 500 euro vergoeding voor de vrouw. Advocaat Leijendekker maakt gehakt van de dagvaarding. Hij vindt dat Willem W. vrijgesproken dient te worden, of niet meer straf dan het al uitgezeten voorarrest verdient. ‘Een tik kan louterend werken bij iemand die hysterisch is’, zegt de raadsman. Rechter Derks vindt maar een deel van de beschuldigingen bewezen: een klap, een trap in de kont, het tegen de grond duwen en bij de hals pakken. Hij wijst erop dat W. niet bevoegd is tikken aan de clièntèle uit te delen. ‘We moeten in onze samenleving agressie en angst niet te snel omzetten in geweld.’ Derks straft mild: omdat W. al 35 dagen zat, blijft het bij 300 euro voorwaardelijke boete. Door de claim van de dame gaat een streep. Die is niet onderbouwd.
Seksueel misbruik in Haags kindercentrum: Ouders woedend op bestuur van 2Samen – 7 februari 2005 – zibb.nl / Haagsche Courant -- DEN HAAG - Ouders van kinderen die een plek in kindercentrum 2Kabouters in Den Haag hebben, zijn woedend over het feit dat er lang vermoedens zijn geweest van seksueel misbruik zonder dat de directie ingreep, aldus de Haagsche Courant. Tegen een ex-medewerker van de crèche loopt een politieonderzoek. De bewuste medewerker is per 1 januari ontslagen, nadat hij in augustus 2004 na een aangifte door een ouder bij de politie op non-actief was gesteld. Een moeder van een destijds driejarig meisje kreeg vermoedens van misbruik nadat haar dochtertje haar tongzoenen gaf. Later gaf het meisje aan dat de man haar pijn had gedaan in haar onderlichaam. De man werkte bij de naschoolse opvang, maar werd ook ingezet als invalkracht bij de baby's en de peuters en op andere locaties van 2Samen. Volgens zeker drie ouders en de oudercommissie van 2Kabouters zijn er tegenover het management herhaaldelijk vermoedens geuit van onzedelijke handelingen door de man sinds de zomer van 2003, toen hij bij 2Kabouters kwam werken. De man viel onder meer op door een 'te intieme omgang' met de kinderen. De ouders zijn vooral verbolgen over het feit dat de man minstens een jaar de hand boven het hoofd is gehouden, terwijl er diverse klachten werden geuit. Het management voerde meerdere gesprekken met de man, waarna werd beloofd dat de man zijn gedrag zou aanpassen. De oudercommissie van 2Kabouters verwijt de directie van 2Samen behalve niet tijdig ingrijpen ook te late communicatie. De oudercommissie zegt aangegeven te hebben dat naar de ouders gecommuniceerd moest worden over de zaak - een advies dat de directie niet opvolgde. Ook Tokin, de gemeentelijke toezichthouder op de kinderopvang en onderdeel van de GGD, is pas rond de afgelopen jaarwisseling op de hoogte gebracht, zegt een woordvoerder van de gemeente Den Haag. De woordvoerder noemt dit 'onverstandig': Over het op non-actief zetten van de medewerker per augustus 2004 is door 2Samen alleen aan de ouders meegedeeld dat hij vanwege 'persoonlijke omstandigheden' is vertrokken. Pas op 13 januari is er door 2Samen een brief naar de ouders gestuurd waarin de directie uit de doeken doet wat er speelt. Directeur Van Ogtrop zegt, gevraagd om een reactie op de slechte communicatie en het late ingrijpen, dat de medewerker niet eerder ontslagen is omdat het 'slechts ging om vermoedens' en er 'onvoldoende aanwijzingen' waren. De fractie van de SP in de Haagse gemeenteraad wil naar aanleiding van de affaire van het college weten wat de bevoegdheden zijn van de Tokin, de gemeentelijke toezichthouder op de kinderopvang. De SP heeft hierover schriftelijke vragen gesteld.
Bron:
Reformatorisch Dagblad -- 4 februari 2005 -- Door Huib de Vries
Ze zag de handen van haar vader voor zich, voelde de paniek die het seksuele
misbruik in haar vroege jeugd veroorzaakte, droomde van orgieën in een kelder.
Totdat ze de schokkende ontdekking deed dat de 'herinneringen' waren verwekt
door een suggestieve therapeute. Als achtjarig meisje vindt Kitty Hendriks
de pornografische boekjes van haar vader, een in Duitsland gestationeerd
beroepsmilitair. Met haar oudere broer imiteert ze wat ze daarin ziet. Als
jonge tiener wordt ze verkracht door de vriend van haar broer, daarna begint
het seksuele misbruik door een buurman. Twintig jaar later volgt de
verkrachting door de Iraakse vriend van een vriendin. Tussendoor heeft ze
losvaste relaties die na verloop van tijd allemaal stranden. Haar geneigdheid
zich te laten misbruiken verklaart de inwoonster van Enschede uit haar jeugd.
"Mijn ouders waren jong getrouwd en kregen snel een aantal kinderen,
zonder zich daar echt verantwoordelijk voor te voelen. De buurman die me
misbruikte, toonde wel aandacht. Daar was ik heel gevoelig voor. Het misbruik
nam ik op de koop toe." Om haar psychische problemen te onderdrukken,
grijpt ze naar verdovende middelen. Zonder het gewenste resultaat. Door een
zelfmoordpoging leert ze de geestelijke gezondheidszorg kennen, maar de
ervaringen daarmee zijn niet bijster positief. De overtuiging dat ze niet goed
in staat is haar grenzen te bewaken, brengt haar uiteindelijk bij een alternatieve
psychotherapeute. Die weet uit haar lichaamshouding op te maken dat ze door
haar vader is misbruikt. Zeer ernstig zelfs. "Terwijl ik me daar niets van
kon herinneren." Aanvankelijk weigert ze de aantijgingen te geloven, maar
geleidelijk komen 'verdrongen' beelden boven. Van seksuele orgieën in de kelder
van het ouderlijk huis, vuige spelletjes met een hond waartoe ze door een tante
wordt gedwongen, geslachtsdelen die in haar mond worden geperst. Beelden die
gepaard gaan met heftige reacties, als paniek, zweten en misselijkheid. Tot
kokhalzen toe. "Als je zulke reacties bij jezelf waarneemt, ga je denken:
'Dan zal het toch wel zo zijn'." Twijfel: De
therapie, de ene week individueel, de andere week met een groep lotgenoten,
neemt haar volledig in beslag. Maatschappelijk zakt ze steeds verder in de
modder. Ze verbreekt het contact met ouders en vrienden, verliest haar werk en
belandt in de WAO. De therapeute ziet daarin de weeën die zijn verbonden aan
het ontdekken van het "innerlijke kind", dat Kitty altijd heeft
genegeerd. Om dat de ruimte te geven, moet ze opschrijven wat ze zich van haar
jeugd herinnert en tekeningen van haar angstvisioenen maken. Diep in het hart
van de ingekapselde cliënte blijft de twijfel knagen, maar als ze onder druk
van de therapeute haar 'herinneringen' met de groep heeft gedeeld, kan ze niet
meer terug. Tot een groepsgenote, volgens de therapeute slachtoffer van ritueel
misbruik, aangeeft niet langer daarin te geloven. Voor Kitty Hendriks is dat
reden om 'Graven in het geheugen, de mythe van de verdrongen herinnering' van de
Amerikaanse geheugenpsychologe Elizabeth Loftus ter hand te nemen. In de
suggestieve therapietechnieken die Loftus op de korrel neemt, herkent ze de
'behandeling' die ze zelf al tweeënhalf jaar ondergaat. Klacht: Als tijdens een 'therapeutische reis'
naar Kreta de echtgenoot van de therapeute met medeweten van zijn vrouw het bed
blijkt te delen met een van de groepsgenoten, is de maat vol. Met twee andere
vrouwen stapt Kitty Hendriks uit de groep. Het drietal dient een klacht in bij de
Inspectie voor de Gezondheidszorg, maar die mist de mogelijkheden om op te
treden tegen niet-geregistreerde therapeuten. Voor Kitty Hendriks is dat reden
om haar ervaringen publiek te maken, op basis van het dagboek dat ze heeft
bijgehouden. Eind 2004 publiceert ze 'Vaag verleden - Hoe ik ging geloven in fictieve
herinneringen'. Om anderen te waarschuwen en om de
bizarre affaire van zich af te schrijven. Begin 2004 opent ze de website www.traumaversterking.nl. Door
haar site komt ze in contact met lotgenoten, die bijval betonen, maar ook met
bezoekers die haar volledig afbranden. "Ik zou zelf in de belangstelling
willen komen en daders van incest een stok in handen geven." De inwoonster
van Enschede laat ruimte voor de mogelijkheid dat herinneringen worden
verdrongen. Maar ze is er tegelijk van overtuigd dat er altijd een lijn naar het
geheugen blijft bestaan. "Ik geloof niet in zaken die volgens een
therapeut zijn gebeurd terwijl bij de patiënt geen enkel lampje gaat branden.
Veel te snel wordt er een verband gelegd tussen afwijkend gedrag en vermeende
traumatische ervaringen. Er zijn zelfs therapeuten die beweren dat het niet
uitmaakt of iets feitelijk wel of niet is gebeurd. Ook het verwerken van een
fictief trauma zou heilzaam zijn. Het trauma staat dan symbool voor andere
ervaringen. Daar heb ik grote moeite mee. Je leeft dan met een beeld van jezelf
dat niet klopt. En mensen krijgen dingen in de schoenen geschoven die ze
helemaal niet hebben gedaan." Aanwinst: Psychotherapeut
drs. Arthur Hegger, staffunctionaris bij Eleos en sinds 1984 betrokken bij
de behandeling van incestslachtoffers, beschouwt de publicatie van Kitty
Hendriks als een aanwinst. Aanvankelijk gaven de hulpverleners van Eleos,
overeenkomstig de toen gangbare opvatting binnen de psychotherapie,
slachtoffers van seksueel misbruik alle ruimte om daarover te vertellen.
"Vanuit de gedachte dat het herbeleven van het trauma een genezende
werking zou hebben. In de loop van de jaren werd duidelijk dat de traumatische
herinneringen, die vaak zeer fragmentarisch en diffuus zijn, een sterk
emotionele component hebben. Die vaak niet onder woorden kan worden gebracht,
maar wel voelbaar is. Vaak werden mensen door het openleggen van het trauma
alleen maar ongelukkiger. Nu is de lijn dat het verwerken van een trauma in een
gestructureerde vorm dient plaats te vinden, waarbij voorop staat dat de
getraumatiseerde persoon in het hier en nu overeind moet blijven. Als je iemand
blindelings uitnodigt zo veel mogelijk over het trauma te vertellen, kun je
grote brokken maken. Je moet rekening houden met de context waarin de
desbetreffende persoon leeft en dat wat iemand aan kan." Wanneer de dader
of vermeende dader het misbruik ontkent, is het voor een therapeut volgens
Hegger vrijwel ondoenlijk om vast te stellen of het feitelijk heeft
plaatsgevonden. "Daarvoor zijn we niet opgeleid. Je mist ook het
wettelijke kader. Vaststellen van een misdrijf is een zaak van politie en
justitie. In het verleden hebben hulpverleners wel geprobeerd om uit het spel
van jonge kinderen met poppen af te leiden of ze misbruikt zijn, maar dat
leidde tot allerlei beschuldigingen die niet bleken te kloppen." Vaststaat
voor Hegger dat herinneringen verdrongen kunnen worden. Tegelijk deelt hij de
visie van Elizabeth Loftus dat herinneringen die in een therapie naar boven
komen, niet naar een objectief beleefde werkelijkheid hoeven te verwijzen.
"Herinneringen worden gekleurd en vervormd door allerlei interpretaties en
aan de herinnering verbonden emoties. Voor de praktijk van de hulpverlening
betekent het dat van hulpverleners een zekere distantie mag worden verwacht. Je
moet al helemaal geen zaken suggereren. Dat is in ethisch en professioneel
opzicht onverantwoord, zeker in een relatie waarin je als deskundige wordt
gezien. Dan roep je heel gemakkelijk fictieve herinneringen op." Een goede
therapeut is voor Hegger 'een betrokken observator' die ook in de verslaggeving
de nodige afstand bewaart. Dus niet: "Mevrouw is seksueel misbruikt".
Zolang de dader niet heeft bekend, moet dat zijn: "Mevrouw zegt dat ze
seksueel misbruik heeft meegemaakt". Een patiënte eiste van mij eens dat
ik haar verhaal onvoorwaardelijk geloofde. Dat gaat mij te ver. Bovendien
versmal je de behandeling dan tot het beoordelen van de waarheidsvraag, terwijl
de therapie primair is bedoeld voor het wegnemen of verminderen van
klachten." Professionaliteit: Volgens
prof. Harald Merkelbach, hoogleraar experimentele psychologie in Maastricht,
moet het verwekken van fictieve herinneringen vooral worden toegeschreven aan
hulpverleners uit het alternatieve circuit. Als het aan Kitty Hendriks ligt,
maakt de overheid het dan ook onmogelijk dat iedere willekeurige Nederlander
zich therapeut kan noemen. Zij bestrijdt echter de opvatting dat professionals
zich niet schuldig maken aan het door haar gesignaleerde kwaad. "Van de
twaalf herroepers met wie ik in contact ben gekomen, waren er zes in
behandeling bij een reguliere psychotherapeut. Dat is dus absoluut geen
garantie voor het voorkomen van fictieve herinneringen. De Werkgroep
Fictieve Herinneringen heeft dezelfde ervaring opgedaan." Voor drs.
Hegger van Eleos is het duidelijk dat het behandelen van mensen met
incestervaringen vraagt om een kader van professionaliteit, waarbinnen
intervisie plaatsvindt. "Solisme is op dit gebied zeer riskant. Ook
pastorale werkers zouden zich daarvan bewust moeten zijn. Mijn ervaring is dat
goedbedoelende counselors vaak veel te intensief op het seksueel misbruik
ingaan. De fout die wij in het begin ook maakten. Daardoor kun je enorm veel
overhoop halen, waardoor je de schade bij de patiënt alleen maar groter maakt.
En mogelijk fictieve herinneringen oproept. Wat dat betreft houdt een boek als
dat van mevrouw Hendriks ons een spiegel voor. Natuurlijk kan het worden
misbruikt door werkelijke daders van incest, maar het foute gebruik heft het
goede gebruik niet op."
Het verhaal van Kitty Hendriks bewijst voor prof. dr. Onno van der Hart hoe complex de behandeling van seksueel getraumatiseerde mensen is. Een algemene hulpverlener moet er niet aan beginnen, laat staan een lekentherapeut. "Het is een zeer complexe materie." In januari 2004 verscheen het rapport 'Omstreden herinneringen', opgesteld door een commissie van de Gezondheidsraad. Daarin werd geconcludeerd dat psychotherapie pseudo-herinneringen kan oproepen. De kans op het ontstaan daarvan neemt volgens het rapport toe bij het gebruik van technieken als hypnose, droominterpretatie en geleide fantasie. Als het aan minister Hoogervorst ligt, worden psychotherapieën voorzien van een 'bijsluiter', waarin op de risico's wordt gewezen. Therapeuten dienen cliënten bovendien te testen op hun ontvankelijkheid voor suggestie, emotionele distantie te bewaren en terughoudend te zijn met methoden die niet worden gedragen door wetenschappelijk onderzoek. Het rapport sluit overigens niet uit dat mensen seksueel misbruik op jonge leeftijd kunnen vergeten, en dat de herinnering eraan door behandeling weer naar boven kan komen. Tot grote ergernis van onder anderen de Amsterdamse rechtspsycholoog prof. Peter van Koppen, die een voorwoord schreef in 'Vaag verleden'. Tegenpool van Van Koppen in de zogenaamde 'Memory war', rond de vraag of traumatische ervaringen uit het geheugen kunnen worden gebannen, is prof. dr. Onno van der Hart, hoogleraar psychopathologie van chronisch traumatisering aan de Universiteit Utrecht. Op basis van de literatuur, onderzoek en het therapeutisch contact met getraumatiseerde personen is Van der Hart ervan overtuigd dat een ernstig psychotrauma vaak geen plaats in het normale autobiografische geheugen krijgt, maar op een ander niveau. "Een sterk zintuiglijk niveau, waar de impressies van wat tijdens het trauma is gezien, gevoeld en geroken worden opgeslagen. Het trauma blijft op de achtergrond als traumatische herinnering aanwezig, maar de betreffende persoon is zich dat slechts tot op zekere hoogte bewust. Soms zelfs helemaal niet. De herinneringen zijn gedissocieerd, ontkoppeld van het alledaagse autobiografische geheugen. Totdat zich een situatie voordoet die op de een of andere manier lijkt op die tijdens het trauma, en als 'trigger' functioneert. Daardoor komen de traumatische herinnering of fragmenten ervan boven. Zelfs spreek ik daarom niet van verdrongen, maar van uitgestelde herinneringen." Voorzichtiger: De scherpe tegenstellingen in de 'memory war' verklaart de Utrechtse hoogleraar uit het verschil in werkwijze tussen geheugendeskundigen en traumadeskundigen. De eerste groep baseert z'n visie met name op geheugenonderzoek onder een doorsnee populatie van de bevolking. Traumadeskundigen gaan veel meer uit van dat wat ze tegenkomen in hun klinische praktijk en de literatuur over ernstig getraumatiseerde personen. "Daarbij functioneert het geheugen op een aantal punten anders dan bij niet-getraumatiseerden." Het rapport 'Omstreden herinneringen' noemt Van der Hart, die zitting had in de commissie van de Gezondheidsraad, "een goed document. Er wordt op het risico van fictieve herinneringen gewezen, terecht, maar het rapport geeft ook aan dat reële herinneringen door krachten binnen en buiten de patiënt kunnen worden ontkend. Die kant had wat mij betreft nog wel wat meer uit de verf mogen komen. Ik denk dat de ontkenning van werkelijk seksueel misbreuk veel vaker voorkomt dan beschuldiging van incest op basis van fictieve herinneringen." Dat neemt niet weg dat de Utrechtse hoogleraar voorzichtiger is geworden. Pleitte hij er aanvankelijk voor de patiënt op diens woord te geloven, nu adviseert hij, zeker in eerste instantie, een houding van "onbevangen neutraliteit. Naar twee kanten. Denk als therapeut niet te snel dat je het trauma in beeld hebt. Er kan sprake zijn van fictieve herinneringen, maar het seksueel misbruik kan ook veel ernstiger zijn geweest dan de patiënt in eerste instantie aangeeft." Nachtmerries: Van der Hart erkent dat heftige psychsiche en fysieke reacties niet per definitie op een werkelijk beleefd trauma hoeven te duiden. "Bekend voorbeeld is een joodse man, geboren in 1947, die nachtmerries had over Auschwitz. Alsof hij de situatie daar zelf herbeleefde. Die herbeleving kwam voort uit wat hij in zijn vroege jeugd door zijn grootvader had horen vertellen. De intensiteit van de herbeleving is dus geen criterium voor het waarheidsgehalte. Wel is het goed om alert te zijn op symptomen die op een psychotrauma kunnen wijzen, zoals zelfbeschadiging, depressie, angst eetproblematiek en verslaving." Is werkelijk sprake van traumatische ervaringen, dan zal de hulpverlener zich volgens de Utrechtse hoogleraar in eerste instantie moeten richten op stabilisatie en symptoomreductie. "Dat kan als consequentie hebben dat je de getraumatiseerde persoon technieken aanleert waarmee hij of zij de traumatische herinneringen op afstand kan houden. Je moet als therapeut niet gefixeerd zijn op het trauma, maar op de getraumatiseerde. Pas in het vervolg van een behandeling kun je er, in overleg met de patiënt, toe komen de traumatische ervaring te gaan integreren, een plaats te geven in de persoonlijkheid. Het behandelen van deze mensen zou wettelijk voorbehouden moeten zijn aan gespecialiseerde professionals. Het is een zeer complexe materie, waarvoor veel kennis en ervaring vereist zijn."
Ontuchttandarts krijgt werkverbod – 4 februari 2005 – De Dordtenaar

OPROEP ALGEMEEN DAGBLAD: Verliefd op uw arts of hulpverlener? – 3 februari 2005 – Algemeen Dagblad -- Was u ooit verliefd op uw dokter, fysiotherapeut of andere hulpverlener? Of bent u dat nog steeds? Laat het ons weten. Voor een artikel in de bijlage Diagnose zijn wij op zoek naar mannen of vrouwen die bovenstaande is overkomen. Het maakt niet uit of de liefde is beantwoord of niet. Meldt het ons onder vermelding van naam en adres per e-mail op diagnose@ad.nl
Woede om zwijgen na mogelijk kindermisbruik – 3 februari 2005 – Haagsche Courant -- DEN HAAG - Ouders van kinderen die een plek in kindercentrum 2Kabouters in Den Haag hebben of hadden, zijn woedend over het feit dat er lange tijd vermoedens zijn geweest van seksueel misbruik zonder dat de directie ingreep. Tegen een medewerker van de crèche loopt een politie-onderzoek. Dit blijkt uit diverse vertrouwelijke brieven en schriftelijke klachten die in het bezit zijn van deze krant. De correspondentie betreft officiële klachten van ouders en brieven van Kinderopvang 2Samen, waar 2Kabouters onder valt. Vanavond is er over deze kwestie een besloten informatiebijeenkomst. Deskundigen van de Gemeentelijke Gezondheidsdienst en het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling vertellen dan over wat 'grensoverschrijdend gedrag' teweeg kan brengen bij kinderen van 0 tot 4 jaar. De bewuste medewerker is per 1 januari ontslagen, nadat hij in augustus 2004 na een aangifte door een ouder bij de politie op non-actief was gesteld. Een moeder van een destijds 3-jarig meisje kreeg vermoedens van misbruik nadat haar dochtertje haar tongzoenen gaf. Later gaf het meisje aan dat de man haar pijn had gedaan in haar onderlichaam. De man werkte bij de naschoolse opvang, maar werd ook ingezet als invalkracht bij de baby's en de peuters en op andere locaties van 2Samen. 2Kabouters aan de Van de Spiegelstraat kent groepen voor baby's, peuters en naschoolse opvang. Directeur Wim van Ogtrop van Kinderopvang 2Samen zegt dat de man is ontslagen om 'het zekere voor het onzekere' te nemen. Uit de stukken blijkt dat het politie-onderzoek bijna is afgerond. Volgens zeker drie ouders en de oudercommissie van 2Kabouters zijn er tegenover het management herhaaldelijk vermoedens geuit van onzedelijke handelingen door de man sinds de zomer van 2003, toen hij bij 2Kabouters kwam werken. De man viel onder meer op door een 'te intieme omgang' met de kinderen.
Met de billen bloot: ASR-therapie leidt tot discussie over grens tussen seks en behandeling -- 29 januari 2005 -- Tubantia/Twentsche Courant, door Femke Nales -- HENGELO - Seks of therapie? Bij ASR-therapie is die scheidslijn dun. Zo dun, dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg klachten onderzoekt van patiënten die wel heel grondig gemasseerd werden. Hengeloër Jan Kamst bedacht de therapie, die - omstreden of niet - nog steeds vergoed wordt. Bij het eerste consultatiebezoek is het meteen raak. Om de Tros-verslaggever van zijn seksuele klachten af te helpen, wordt hij bloot gemasseerd door een blote therapeute. Om 'de energietoevoer te activeren' gaat de behandelend therapeute de geslachtsdelen een grondige massage geven, waarbij een eventuele erectie of zaadlozing geen enkel probleem is. Welkom in de praktijk voor ASR-therapie, waar de werkwijze voor een aantal problemen afkomstig is uit de koker van Willem Reich, een verstoten discipel van Sigmund Freud. Wie weet dat Reich een seksueel revolutionair was, met aandacht voor energie in het algemeen en het orgasme in het bijzonder, zal niet versteld staan van de inhoud van Reichiaanse therapie. Toch werd er na de uitzending verbijsterd, en hier en daar vol afschuw, gereageerd op de ASR-praktijken. De opnamen met de verborgen camera werden niet gemaakt in Hengelo, het centrale ASR-instituut zetelt er wel. Jam Kamst is de man achter de therapie. Hij heeft ASR bedacht, ontwikkeld en doceert in Hengelo nog steeds aan de Academie voor ASR. Sinds 1981 timmert Kamst al aan de weg, door het hele land. De Hengeloër ziet zijn therapeutisch imperium langzaam afbrokkelen. Zelfs de relatie met vrienden, familie en bekenden heeft behoorlijk geleden onder de uitzending van 'Radar', waarin de verslaggever onomwonden stelt dat Kamst net zo goed een bordje met 'bordeel' aan zijn gevel kan hangen. Zijn opleiding tot ASR-therapeut in Hengelo heeft zware klappen gehad, cursisten zijn afgehaakt vanwege de slechte publiciteit en eigenlijk heeft hij helemaal geen behoefte om het verhaal weer op te rakelen, net nu het wat geluwd is. Mensen die het verhaal anders uit willen leggen, kunnen dat altijd doen, zo redeneert hij. Kamst wil erover nadenken. Annet Baars van het secretariaat van de Stichting ASR-therapie sturt niet veel later een brief met daarin de mededeling dat het bestuur heeft besloten niet te willen praten, omdat 'de affaire dusdanig kwetsend is geweest voor betrokkene dat het om gezondheidsredenen beter is van een interview af te zien'. De stichting verwijst naar de uitgave 'ASR verweer en identiteit', een boekwerkje dat is opgesteld nadat de therapie landelijk onder vuur is komen te liggen en is afgeschilderd als 'seksueel getint'. Echt geluwd is de affaire niet. Wat is seksueel en wat is therapeutisch, wat is het verschil en waar ligt de grens? Die vragen zijn niet alleen inzet van een algemene discussie, het is ook de vraag waar de Inspectie voor de Gezondheidszorg zich nu over buigt. Het toezichthoudend orgaan onderzoekt een aantal klachten van patiënten die ASR-therapie hebben gevolgd. Geen stortvloed aan klachten overigens, 'ze zijn op één hand te tellen', volgens woordvoerster Lilian Jansen. 'Er zit één ernstig geval tussen.' Over de exacte toedracht en plaats waar zich dit heeft afgespeeld, kan de inspectie geen mededelingen doen lopende het onderzoek. ASR-therapie werd door twaalf grote zorgverzekeraars vergoed. CZ besloot vlak na de uitzending de vergoeding op te schorten. Amicon laat weten nog steeds te vergoeden, maar wacht ondertussen de uitkomsten van het onderzoek van de inspectie af. 'We hebben ook een boel patiënten die zeggen dat ze baat hebben bij ASR-therapie', aldus een woordvoerder van Amicon. Het bevreemdt het ASR-instituut dat de inspectie, de zorgverzekeraars, de Consumentenbond en zelfs minister Hoogervorst zo geschokt gereageerd hebben. Binnen ASR-kringen is lange tijd een tijdschrift uitgegeven, waarin ook de discussie over het ontkleden van de therapeut in alle hevigheid gewoed heeft. In al die jaren heeft er geen haan naar gekraaid. De inspectie reageert op signalen vanuit de samenleving, zegt Lilian Jansen. Ze heeft er geen verklaring voor dat die signalen nooit eerder gekomen zijn. 'Misschien durven mensen er niet over te praten'. Waar met geen woord over gerept is, is de Natuplus therapie, een afgeleide van ASR. Specialistische Natuplushulp roep je in als je traumatische ervaringen hebt meegemaakt op seksueel terrein, een aanranding bijvoorbeeld of als je onvoldoende initiatief durft te nemen op seksueel terrein door een gebrek aan kennis, inzicht of ervaring. Maar Natuplus-hulp is ook geschikt voor mensen die hun grenzen willen verkennen en wellicht verleggen, en dat om bepaalde redenen niet met de eigen partner willen uitproberen. En als er geen partner is, ook geen probleem; de 'vervangende therapie' is er voor al die mensen die geen partner hebben 'om activiteiten mee te ontplooien’. Docenten van deze therapie? Jan Kamst en Annet Baars, respectievelijk voorzitter en secretaris van het centraal ASR-instituut. Natuplus is, voor zover bekend, geen onderwerp van discussie of onderzoek bij de inspectie. Uit gegevens van de Kamer van Koophandel blijkt dat er een VOF Natuplus gevestigd was op het adres van Kamst. In maart 2002 is die vennootschap onder firma van naam veranderd en heet sindsdien Centraal ASR-instituut. De stichting Natuplus, op naam van Annet Baars in Vorden, is op 19 oktober 2004 opgeheven, exact één dag na de uitzending van Tros-Radar. Als reden is bij de Kamer van Koophandel 'gebrek aan baten' opgegeven. Ook deze Natuplus-therapie, laat Amicon desgevraagd weten, wordt door de zorgverzekeraar vergoed. 'Onder die voorwaarde dat de therapeut is aangesloten bij een beroepsvereniging.'
ASR-therapie: Wat is seksueel en wat is therapeutisch? – 29 januari 2005 -- Tubantia/Twentsche Courant -- De afkorting ASR staat voor Analytische Synthetische Response. De alternatieve therapie behandelt een breed scala aan klachten en problemen. Een behandeling over ‘totale patronen’ - de geslachtsdelen zitten ook in dit ‘totaalpakket’ - komt volgens de Stichting ASR-therapie voor in vier procent van alle behandelingen, zoals bij menstruatieproblemen of een negatief zelfbeeld. Ook bij de nasleep van een aanrandingstrauma kan de methode, waarbij geslachtsorganen gericht aangeraakt worden, effectief zijn. In een 24 pagina’s tellend verweerschrift legt de stichting uit waarom het aanraken, betasten en masseren heilzaam kan zijn. Door het gericht aanraken van geslachtsorganen kunnen bepaalde reacties verminderd of gestopt worden. ‘Voor buitenstaanders kunnen zulke handelingen er ‘seksueel’ uitzien, zonder dat te zijn.’ De ASR-stichting verwijst naar de gynaecoloog die het lichaam van een patiënte binnen komt. Dat ziet er seksueel uit, maar heeft een andere doelstelling. ‘Niet de vinger naar binnen maakt de situatie waarbinnen die handeling plaatsvindt tot een seksuele situatie, dat hangt af van de doelstelling waarmee het gedaan wordt.’ Daar komt bij dat volgens de stichting ‘het meest ik-bereikende-gedeelte’ van het lichaam zich concentreert bij de geslachtsorganen. Als daar problemen zitten, moeten ze ook daar opgelost worden. Een erectie of zaadlozing is daarbij een reactie die ook in de natuur voorkomt. ‘Indien er zichtbaar lijfelijke reacties optreden, wordt ook daaraan nadrukkelijk aandacht besteed als zijnde ‘natuurlijk’.’ Verder benadrukt de stichting dat er geen ‘op-en-neer-massage-bewegingen’ plaatsvinden. De massage bij mannen gaat ‘via een ringgreep met de duim en de vingers om de penis en over de buik eronder’ en ‘met de holle handpalm over de ballen en de penis, over de eikel en na het omklappen van de penis over de achterzijde naar de buik’.
Zorg overweegt beter screening van personeel -- 29 januari 2005 -- IJmuider Courant (Pauline van der Mije) – HAARLEM - Instellingen voor gehandicaptenzorg oerwegen nieuwe medewerkers bij sollicitaties een bewijs van goed gedrag te laten tonen. Tot op heden gebeurt dat niet. De instellingen weten dus niet of personeelsleden een strafblad hebben, bijvoorbeeld vanwege zedenmisdrijven. In het onderwijs is zo’n bewijs, officieel “verklaring omtrent het gedrag” genaamd, wel verplicht. Een bewijs van goed gedrag wordt afgegeven door het ministerie van justitie, dat kan nagaan of een beoogd werknemer ooit is veroordeeld dan wel vervolgd voor een misdrijf dat nooit voor de rechter is geweest. Zelfs politieregisters kunnen worden geraadpleegd. Die gang van zaken is bedoeld om risico’s te vermijden wanneer mensen in hun werk te maken krijgen met bijvoorbeeld vertrouwelijke gegevens of kwetsbare personen. Om die laatste reden is een bewijs van goed gedrag verplicht voor onderwijspersoneel. Instellingen voor verstandelijk gehandicapten, die werken met een bijzonder kwetsbare groep, vragen er vaak niet om. Daardoor kan het gebeuren dat (voormalig) zedendelinquenten in die sector aan het werk komen, zonder dat de werkgever dat weet. Een voormalig basisschoolleraar die vorig jaar in Alkmaar is veroordeeld wegens ontucht en nu in een strafzaak in Haarlem is verwikkeld, heeft tegenwoordig een kantoorfunctie bij een instelling voor verstandelijk gehandicapten. De branche-organisatie Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland adviseert de instellingen niet om een bewijs van goed gedrag te eisen, zegt woordvoerder Erna van Lamoen. “in het verleden gingen de gemeenten daar over, daar viel niet praktisch mee te werken. Elke gemeente ging er anders mee om.
Tuchtzaak tegen arts-assistent – 2 februari 2005 – Zorgkrant -- Voor het Centraal Medisch Tuchtcollege [red. MdH: ‘Regionaal Tuchtcollege’] te Zwolle diende afgelopen zaterdag de tuchtzaak tegen een arts-assistent die in mei 2003 werkzaam was aan de locatie Pasteurlaan te Oosterhout van het Amphia Ziekenhuis, dat schrijft het ziekenhuis op zijn website. De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) heeft de arts-assistent tuchtrechtelijk ter verantwoording geroepen. De inspectie is van mening dat de arts-assistent ten onrechte zonder overleg met de behandelend neuroloog is afgeweken van de ingestelde behandeling. Ook heeft hij daarover volgens de inspectie gebrekkig gecommuniceerd met de verpleegkundigen en verzuimd het dossier in te vullen. Tot slot had hij geen verklaring van natuurlijk overlijden mogen afgeven, aldus de inspectie. Eerder werd de arts-assistent in de strafzaak die eind vorig jaar tegen hem diende door de rechter van de Arrondissementsrechtbank Breda vrijgesproken. De rechter wees de eis van het Openbaar Ministerie dat de verrichtingen van de arts-assistent in de laatste levensfase van een patiënt waren aan te merken als moord, af. Het Tuchtcollege doet op 10 maart uitspraak.
Kinderdagverblijf schuldig aan dood kindje -- 31 januari 2005 -- Volkskrant -- ROTTERDAM - Stichting kinderdagverblijf Rotterdam Noord is verantwoordelijk voor de dood van een meisje van zes maanden in augustus 2003. De rechtbank oordeelde maandag dat de stichting een boete moet betalen van 20.000 euro, waarvan 15.000 euro voorwaardelijk. Het kind kwam in een kapot kinderbedje vast te zitten tussen de bedbodem en de spijlen van het bedje in een vestiging van de stichting aan de Parklaan. Enkele dagen later overleed ze in het ziekenhuis. Officier van justitie E. Pols wilde dat de stichting de boete aan goede doelen zou betalen, maar de rechtbank ging niet mee in dat verzoek. Volgens de rechtbank is het niet haar taak om geld te verdelen over goede doelen. De ouders hadden de rechtbank verzocht het geld over te laten maken naar het Liliane Fonds en Warchild. Zoals gewoonlijk komt de boete nu in de staatskas terecht. Wel vond de rechtbank het van belang dat de stichting een hoge boete krijgt. Dit vanwege de tragische gevolgen en de ernst van het feit. Het voorwaardelijke deel van de boete dient volgens de rechtbank om het vertrouwen in kinderdagverblijven te waarborgen, zodat ouders hun kinderen met een gerust hart achter kunnen laten. Daarnaast is de Rotterdamse stichting geen bedrijf met winstoogmerk. Uiteindelijk zou de boete dan betaald worden door de ouders die gebruik maken van het kinderdagverblijf. Volgens persrechter V. Koster heeft de uitspraak geen gevolgen voor andere kinderdagverblijven. 'Er moet telkens per geval bekeken worden of een rechtspersoon, zoals de stichting nu, aansprakelijk gesteld kan worden.' Justitie besloot tijdens de inhoudelijke behandeling van de zaak de getuigen niet strafrechtelijk te vervolgen voor hun rol. 'Al die stukjes schuld kun je bij elkaar optellen en bij de stichting neerleggen', stelde Pols. 'De ouders zijn hierdoor getroffen, maar de leidsters van het kinderdagverblijf net zozeer. Mede daarom hebben we ervoor gekozen de stichting te vervolgen voor dood door schuld.'
Arts na vrijspraak moord nu voor tuchtrechter – 29 januari 2005 – Telegraaf -- ZWOLLE - De arts, die drie maanden geleden is vrijgesproken van moord op een 77-jarige patiënt, is zaterdag aangeklaagd bij het medisch tuchtcollege in Zwolle. Volgens de Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft P.V. onzorgvuldig gehandeld en moet hij daarom tuchtrechterlijk worden bestraft. Volgens de inspectie was er geen aanleiding om de dosis morfine te verhogen bij de doodzieke patiënt. Ook is zij van mening dat de man niet ondraaglijk leed. De inspecteur vindt dat V. levensbeëindigend heeft gehandeld, dat niet heeft geregistreerd en ook onterecht een verklaring van natuurlijke dood heeft afgegeven. De 77-jarige man was na een hersenbloeding enkele dagen eerder opgenomen in het Amphia ziekenhuis in Oosterhout. Op 31 mei 2003 dreigde hij te stikken in opgehoest slijm. De 42-jarige arts werkte die dag op de eerste hulp en werd geroepen voor hulp. De behandelend neuroloog was niet bereikbaar. Om de patiënt rustig te krijgen diende V. extra morfine toe. Hij vertelde de wakende familieleden, dat dit ook een snellere dood van de man tot gevolg kon hebben. Volgens drie deskundigen op het gebied van pijnbestrijding was dit een volstrekt normale en goede keuze, zo verklaarden ze zaterdag op de zitting. Bij het tuchtcollege werd ook duidelijk dat artsen in heel Nederland bang zijn geworden door het vervolgingsbeleid van het Openbaar Ministerie inzake levensbeëindigend handelen, euthanasie en het grijze gebied. "Elke arts die morfine toedient, kan gearresteerd worden voor moord," klonk het. De inspectie voor de gezondheidszorg wil daarom duidelijkheid van de tuchtrechter over levensbeëindigend handelen. V.'s raadsman vroeg om " niet-ontvankelijkheid" van de inspectie, omdat de arts ondanks de vrijspraak al zeer heeft geleden onder de strafzaak. Daarvan loopt hoger beroep. V. werkt momenteel in een dorpje vlakbij de Noordkaap.
Man vast na jarenlange sekstherapie – 28 januari 2005 – AT5 teletekst – Een 57-jarige therapeut uit Rijswijk is door de politie aangehouden op verdenking van jarenlange ontucht met een nu 26-jarige Amsterdamse vrouw. De vrouw deed aangifte bij de politie van misbruik door een man die haar met NLP (Neuro Linguïstisch Programmeren) behandelde voor concentratieproblemen. De therapie bestond uit (onvrijwillige) seks met de therapeut in hotels. De vrouw verklaarde stelselmatig misbruikt te zijn. De man is vrijdag voorgeleid aan de rechter-commissaris. De Sociale Jeugd- en Zedenpolitie wil weten of de man nog meer slachtoffers heeft gemaakt. Tel.nr.: 020 – 559 25 85.
Therapeut opgepakt na jarenlang misbruik – 28 januari 2005 – Telegraaf -- AMSTERDAM - Justitie en politie hebben dinsdag een 57-jarige therapeut uit Rijswijk aangehouden op verdenking van jarenlang en stelselmatig misbruik van een jonge vrouw. De politie is op zoek naar eventuele andere slachtoffers van de man, zo maakte zij vrijdag bekend. De zaak is in onderzoek bij justitie en politie in Amsterdam, omdat het misbruik zich daar zou hebben voorgedaan. Het 26-jarige slachtoffer heeft onlangs aangifte gedaan bij de Sociale- Jeugd- en Zedenpolitie in de hoofdstad. Volgens een woordvoerder van de politie heeft zij circa zes jaar nodig gehad om de kracht en moed op te brengen om haar vermeende misbruiker aan te geven. Zij was in therapie in verband met onder meer concentratieproblemen. De therapeut gebruikte daarbij het zogeheten neurolinguïstisch programmeren. Uit onderzoek is tot dusver gebleken dat de therapeut na een "zorgvuldige voorbereiding" het vertrouwen van de jonge vrouw wist te winnen, aldus de politie. Dat mondde uit in een bijna onderdanige positie van het slachtoffer. Hij maakte de vrouw wijs dat de seks die zij met hem moest hebben een therapeutisch doel diende. Het misbruik vond onder meer plaats in door de man gehuurde hotelkamers in Amsterdam.
Hulpverleners
getuigen in misbruikzaak – 24 januari 2005 – nieuws.nl /
Novum -- Het Academisch
Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam moet zich dinsdag verdedigen tegen de
aanklacht van aansprakelijkheid voor het seksueel
misbruik van een patiënte. Vijf hulpverleners die bij het ziekenhuis werkten in
de tijd dat de patiënte door een psychotherapeut van het AMC behandeld
werd, zullen als getuigen in de zaak worden verhoord. De vrouw houdt het
ziekenhuis verantwoordelijk voor het leed dat zij door het misbruik ondervond.
De patiënte was in 1997 en
Commentaar red. MdH: Navolgende stelling is helaas niet correct: “Toen deze verbroken werd, beschuldigde de vrouw haar therapeut van misbruik.”. Uit de stelling wordt niet duidelijk dat het de cliënte was die de misbruikrelatie heeft verbroken. Aan haar derde succesvolle poging (september 2001) zijn twee eerdere pogingen vooraf gegaan: al na 4 maanden van de in totaal 17 maanden durende misbruikrelatie evenals een jaar later, in augustus 2001. De beide eerste pogingen mislukten doordat de ex-cliënte toen nog niet sterk genoeg was om de pogingen van de psychotherapeut te weerstaan haar in het misbruik terug te trekken. Met de leidinggevende van de dagkliniek heeft de patiënte in december 2000 voor het eerst contact opgenomen. Toen durfde zij echter nog niet te zeggen wat er aan de hand was. Diverse pogingen mislukten, vooral uit angst dat de psychotherapeut schade zou kunnen ondervinden, uit angst zelf niet geloofd te worden. In maart 2001 vonden de eerste gesprekken met leidinggevenden in het AMC plaats. De situatie was onhoudbaar. Cliënten waren in gevaar, de ‘therapeut’ behoefde dringend hulp en het sterke leunen en steunen op zijn ex-cliënte kon deze niet meer alleen opbrengen. Het besef dat zij werd misbruikt begon omstreeks april/mei 2001 op te komen en vestigde zich – gepaard gaande met veel ambiguïteit – rond de zomermaanden. Zij liet de ex-therapeut al tijdens de laatste maanden van de seksuele relatie weten dat hij haar misbruikte. Het cognitieve losmakingsproces duurde korter dan het emotionele. Het is erg moeilijk te accepteren dat iemand aan wiens zorg men zich heeft toevertrouwd en die men meende volledig te kunnen vertrouwen, misbruik van je maakt. Veelal duurt dit jaren. Het is ook niet juist dat de ex-patiënte het AMC nu pas aansprakelijk stelt. Het AMC werd al circa twee jaar geleden aansprakelijk gesteld maar weigert de aansprakelijkheid te erkennen. Dat de woordvoerder van het AMC niet begrijpt hoe het AMC verantwoordelijk kan worden geacht, is niet verbazingwekkend. Het AMC heeft helaas niet de gewoonte transparant en open te zijn. Geen openheid naar patiënten, geen openheid naar medewerkers,… en voor de woordvoerder betekent dat dan: voorlichting geven vanuit duisternis. Er waren diverse kansen voor het AMC het misbruik te voorkomen. Helaas heeft men geen enkele kans genomen. De kansen die er in post-preventief opzicht waren heeft men zeer waarschijnlijk nog steeds niet genomen. De directie stelde onmiddellijk een zeer langdurig praatverbod voor alle stafleden in. Medewerkers konden niet begrijpen wat er werkelijk was gebeurd, kwamen vast te zitten en leden er deels onder. Degenen die graag wilden weten en leren, ontnam men iedere kans. De directie had er blijkbaar geen belang bij te leren hoe het heeft kunnen gebeuren en interesseerde zich ook niet voor de door de ex-cliënte alsmaar weer verwoorde vraag: hoe gaat u dit in de toekomst voorkomen? Een vraag die men na vier jaar helaas nog steeds niet heeft beantwoord. Slachtoffers verworden simpelweg tot ‘stalkers’ als zij blijven vragen om maatregelen t.a.v. betere preventie… preventie… blijkbaar een overbodige luxe voor het AMC. Een droevige conclusie voor een academisch ziekenhuis in een tijd dat ‘preventie’ met hoofdletters wordt geschreven en men binnen de gezondheidszorg aandacht besteedt aan diverse projecten die juist erop gericht zijn fouten eerder op te sporen en bespreekbaar te maken om in de toekomst zoveel mogelijk fouten te voorkomen. Het is geen Academisch Medisch verantwoorde Conclusie die hieruit te trekken valt. Een goed preventiebeleid is essentieel en vloeit al voort uit het PRIMUM NON NOCERE (in de eerste plaats: berokken een patiënt nooit schade). Nalatigheid m.b.t. preventie sluit niet aan bij het PRIMUM NON NOCERE! Wij nodigen de opgeroepen getuigen dan ook uit in eerste, tweede en laatste instantie hun getuigenverklaringen te toetsen aan dit ethische basisprincipe. Wat goed is voor de (ex)patiënt is bijna altijd ook goed voor de hulpverlener. In dit geval is dat zelfs zeker het geval. Wij wensen alle getuigen dan ook wijsheid en sterkte.
Academisch ziekenhuis kon seksueel misbruik voorkomen: Getuigenverhoor omdat AMC aansprakelijkheid nog steeds niet erkent -- 24 januari 2005 – Persbericht Misbruik door Hulpverleners (MdH) – AMSTELVEEN – Op dinsdag 25 januari a.s. zal in het gebouw van de rechtbank Amsterdam aan de Parnassusweg 220 van 9.30 uur tot 16.30 uur een voorlopig getuigenverhoor plaatsvinden. Er zullen vijf hulpverleners worden verhoord die voor het Academisch Medisch Centrum (AMC) werkzaam zijn en/of waren. Tevens zal de ex-patiënte, die om het getuigenverhoor verzocht, verhoord worden. Zij stelt het AMC aansprakelijk voor geleden schade omdat het ziekenhuis het seksueel grensoverschrijdend gedrag door een psychotherapeut had kunnen voorkomen.
De rechtbank Amsterdam oordeelde op 22 november 2004 dat het door klaagster ingediende verzoekschrift ertoe strekt een voorlopig getuigenverhoor te bevelen. Er zullen vier psychiaters en een ergotherapeut worden verhoord. Vier hulpverleners waren in 1997/1998 werkzaam voor het AMC toen klaagster onder medische behandeling was in de toenmalige dagkliniek van het zorgprogramma stemmingsstoornissen van het psychiatrisch centrum.
De voormalige patiënte stelt dat het academisch ziekenhuis het seksueel grensoverschrijdend gedrag door de Amsterdamse psychotherapeut F.F. had kunnen voorkomen. F. werd in augustus 2001 wegens het onderhouden van een seksuele relatie met de aan zijn zorg toevertrouwde cliënte door het AMC ontslagen. Hangende een spoedprocedure bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam die door de inspectie en klaagster aanhangig werd gemaakt, verzocht de Inspectie voor de Gezondheidszorg de psychotherapeut ‘in ieder geval hangende de procedure’ zijn werkzaamheden te staken. F. trok zich echter niets van dit verzoek aan dat de IGZ o.a. op haar vrees voor recidive baseerde. Zowel een tuchtrechtelijke als een strafrechtelijke veroordeling konden er niet voor zorgen dat cliënten voortaan voor de psychotherapeut beschermd zouden zijn.
Verzoekster verwijt het AMC tekort te zijn geschoten in de aan haar geboden zorg. Zij klopte bij diverse stafleden en een voormalig hulpverlener aan om de door F. naar haar toe geuite erotische gevoelens bespreekbaar te maken. Niemand reageerde. Het taboe dat op grensoverschrijdend gedrag door een collega rust, bleek groter dan diverse pogingen van de patiënte om de toen dringend nodige hulp te verkrijgen. Diverse signalen werden door de staf niet herkend of geïgnoreerd. De nodige maatregelen die verdere escalatie hadden kunnen voorkomen, nam het ziekenhuis niet.
Het AMC betwist ondermeer dat de patiënte
herhaaldelijk melding maakte van het grensoverschrijdend gedrag door F. en
wijst de aansprakelijk voor de door onzorgvuldigheid en nalatigheid geleden
schade af. In plaats van de gemaakte fouten te erkennen, beschuldigt het ziekenhuis
de ex-patiënte, volledig ten onrechte, van misbruik van bevoegdheid en
‘stalking’. Het omkeren van de rollen van slachtoffer en dader is een
voortzetting van de rollenomkeer die al in
Rode Kruis wil af van huurovereenkomst met arts – 21 januari 2005 – De Gelderlander -- ARNHEM - Het Rode Kruis afdeling Arnhem wil af van de huurovereenkomst met een Arnhemse arts. De arts, die eerder zijn bevoegdheid als huisarts kwijtraakte, huurt een deel van het gebouw op de hoek van de Cattepoelseweg en de Beethovenlaan in Arnhem als praktijkruimte. Volgens een woordvoerder van Het Rode Kruis zijn er 'al vanaf 1996 problemen met de arts over het betalen van de huur'. "Soms betaalt hij een half jaar niet. Ongeveer een jaar geleden was voor ons de maat vol en hebben we via een kort geding de rechter gevraagd de huurovereenkomst met de arts te beëindigen." Het Rode Kruis werd toen in het gelijk gesteld. "De arts is daarop in hoger beroep gegaan en dat hebben we verloren. Toen vond de rechter het maatschappelijk belang zwaarder wegen." Omdat het betalen van de huur ook nu nog zeer onregelmatig gebeurt, is voor het Rode Kruis de maat vol. "De arts reageert niet op aanmaningen en daarom zijn we nu een bodemprocedure tegen hem begonnen waarin we de rechter vragen de huurovereenkomst te beëindigen. We zijn het echt zat en willen een betrouwbare huurder, want we hebben als Rode Kruis de inkomsten hard nodig." De arts heeft op dit moment aan al zijn betalingsverplichtingen voldaan. "Zo gaat het telkens. Als hij een dagvaarding van de rechtbank krijgt, betaalt hij snel. Maar zo willen wij niet doorgaan", aldus de woordvoerder van het Rode Kruis. De betreffende arts was gisteren niet voor commentaar bereikbaar. Op zijn praktijkadres verwijst hij via een antwoordapparaat naar 'een van de huisartsen in Arnhem Noord'. De rechtbank doet 14 februari uitspraak.
Tandarts doet beschuldiging van aanranding af als fantasie – 21 januari 2005 – De Dordtenaar

Werkverbod geëist tegen tandarts wegens ontucht – 20 januari 2005 – Telegraaf -- AMSTERDAM - Tegen de 50-jarige Rotterdamse tandarts D.Y. is donderdag bij de rechtbank in Dordrecht een werkverbod van drie jaar en een boete van 5000 euro geëist. De man wordt beschuldigd van ontucht met twee vrouwelijke patiënten. De verdachte zou zich aan de vrouwen hebben vergrepen in de behandelruimte van zijn praktijk in Heinenoord. De tandarts zelf doet de verhalen van de vrouwen af als fabeltjes, maar ook zijn eigen assistente legde een voor hem belastende verklaring af. Volgens haar is de verdachte 'geobsedeerd door seks' en maakt hij regelmatig seksueel getinte opmerkingen. Een voormalige assistente verklaarde om die reden te zijn vertrokken. De tandarts is in België ook al eens voor een soortgelijke zaak veroordeeld. Zijn advocaat, A. Swart, meent dat er onvoldoende direct bewijs is om de man te veroordelen. Daarbij bepleitte hij dat de verdachte al genoeg gestraft is door alle aandacht voor zijn strafzaak in de media. Daardoor zou hij al veel klanten zijn kwijtgeraakt.
Commentaar red. MdH: Een in verhouding ‘redelijke’ uitspraak. MAAR: de tandarts pleegde eerder in België aanranding van de eerbaarheid met geweld. Dit deed hij zowel met minder- als met meerderjarige patiënten. De vraag of er wellicht sprake zou kunnen zijn van pedofiele neigingen bij de arts, zou wellicht geen overbodige zijn. De arts werd in België al eerder strafrechtelijk veroordeeld. Helaas, zo moeten wij constateren, heeft de arts er geen leer uit getrokken. Hij vertrok naar Nederland om aldaar niet alleen zijn praktijk maar ook ‘zijn praktijken’ voort te zetten. De kans op recidive in zo een geval ligt bij 80%, zo niet hoger. Er zullen dus met bijna-zekerheid weer slachtoffers vallen als de tandarts over vijf jaar weer aan het werk gaat. Is er een psychiatrisch onderzoek geweest incl. onderzoek naar de kans op recidive? Grote kans van niet. Dat doet men bij een arts niet gauw helaas. Maar, eveneens belangrijk: wat voor zin heeft zo een schorsing van drie jaar nu eigenlijk in zo een geval? Het is bekend dat een simpel tijdelijk beroepsverbod zonder verplicht opleggen van therapie plus het volgen van nascholing in zo een geval bijna altijd leidt tot recidiverend gedrag. Daar is onderzoek naar gedaan maar blijkbaar was de rechter daar niet van op de hoogte. Dit is geen verwijt aan zijn/haar/hun adres. Het is helaas een structureel probleem betreffend GOG: gebrek aan kennis van feiten. Een tijdelijk beroepsverbod of een schorsing van bepaalde tijd gaat zo goed als altijd mis als er geen andere maatregelen worden genomen. Therapie heeft echter ook pas zin als therapie zou worden aangeboden die nodig is in deze. Therapie, al zou zij op het daderprofiel zijn toegesneden, heeft niet altijd zin. In zo en geval vaak niet. Op het moment dat de tandarts de nodige therapie zou ondergaan – een project van jaren – zou hij niet weten of hij daarna geacht zou kunnen worden zijn beroep weer verder te beoefenen. Dat moet uit een test daarna blijken. De meeste – binnen een scenario als deze – zouden niet eens door de assessment fase heen komen. Ze zouden ongeschikt worden verklaard aan de nodige therapie te kunnen beginnen. In de VS is men hiermee al jaren bezig en er is voldoende over gepubliceerd en die literatuur en onderzoeken zijn toegankelijk – ook voor rechters. Waarom trekt zich hiervan niemand iets aan in ons land? Waarom weten rechters dit niet? Zou de rechter ook zo geoordeeld hebben als hij deze informatie ter beschikking had gehad? En, ter afsluiting: wat zou met een dader afkomstig uit een andere beroepsgroep gebeuren die seksueel misbruik pleegt met vrouwen en kinderen die in herhaling valt? Zou de buschauffeur, de bakker of loodgieter ook zomaar buiten rond blijven lopen? Ik vrees van niet. Rechters lijken TBS minder geschikt te achten voor artsen en andere hulpverleners dan voor leden van andere beroepsgroepen. Wellicht iets om over na te denken want de kans op recidive ligt bij een bakker niet hoger dan bij een arts, bij een arts niet lager dan bij een automonteur. Inspectie heeft grote moeite ermee ernstig gestoorde professionals bij het CvMT (College van Medisch Toezicht) aan te klagen. Waarom? Omdat daar professionals tuchtrechtelijk worden be- en veroordeeld die aan verslavingsproblematiek, aan een ernstige ziekte of stoornis lijden. Het is een ‘not done’ – als het maar ergens te vermijden valt. En men mijdt het waar men maar kan. Hetzelfde geldt voor het strafrecht en dan hebben we het over TBS: een arts in TBS? NOT DONE. Blijkbaar accepteert men liever de bijna-zo-goed-als-zeker-zekerheid dat er nog veel meer slachtoffers zullen ontstaan dan dat men in staat is het confronterende feit te aanschouwen dat artsen ook maar mensen zijn en eveneens als een ieder ander aan een ernstige stoornis kunnen gaan leiden. Artsen zijn geen goden. Het zijn gewone mensen. De wet is voor allen gelijk. Iedereen is gelijk voor de wet. Dat zegt men. Zo zou het moeten zijn. Maar: niet voor artsen helaas, zo blijkt steeds weer, en hier ligt een cruciaal probleem dat nodig aandacht behoeft. De arts – een bijzonder mens? – Neen, een hele gewone. ‘De god in de witte jas’… het is anno 2005… het wordt tijd dat dit soort bijgeloof wordt afgeschaft. En bovendien: we spreken hier over een god in een witte, besmette jas. Als ik een witte jas zou dragen, zou ik er maar voor zorgen dat het om mezelf heen zo wit mogelijk zou blijven en zou ik die collega met recidiverende smetten op zijn jasje heel goed kunnen missen. Daar wil je je toch immers niet mee vergelijken of gelijk zetten?!... een in verhouding ‘redelijke’ uitspraak. Ik heb al veel erger gezien, daarom ‘redelijk’. Maar, het kan nog veel beter. Gelukkig maar kan er verbetering komen in alles dat niet goed gaat. Er is hoop.
Huisarts deelde bed met patiënte – 19 januari 2005 – Amsterdams Stadsblad – WATERGRAAFSMEER – Huisarts en acupuncturist A.C. is eind december door het Regionaal Tuchtcollege voorwaardelijk geschorst. Het tuchtcollege heeft vastgesteld dat C. met tenminste één patiënte een seksuele relatie heeft gehad. De arts houdt praktijk in de Watergraafsmeer.
De klacht tegen C. was ingediend door de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Aanleiding waren meldingen van diverse collegahuisartsen van C. en een psychotherapeut. Zij hadden patiënten van C. op hun spreekuur gekregen die erover klaagden dat zij door C. waren misbruikt. Ook zou sprake zijn geweest van een bijzondere financiële relatie tussen de arts en een oudere patiënte die psychische klachten had.
Volgens de beroepscode én de wet mogen artsen geen seksuele of andere relaties aangaan die niet tot hun deskundigheid behoren. Een seksuele relatie kan de vertrouwensband tussen arts en patiënt ondermijnen en ernstige psychische schade bij de patiënt veroorzaken.
Volgens een van C.’s collega’s ‘maakt hij misbruik van mensen, met name van mensen die psychisch labiel zijn’, zo staat in het verslag van de tuchtzaak. Een andere collega stelt dat het ‘steeds vrouwen betreft die psychische of psychiatrische problemen hebben of verstandelijk minder valide zijn’.
Volgens het tuchtcollege kon echter niet in alle gemelde gevallen afdoende worden aangetoond dat seksueel misbruik werkelijk had plaatsgevonden. Patiënten zijn niet gehoord of wilden niet getuigen, zodat het verkregen bewijs ‘uit de derde hand’ was, namelijk van diverse collegahuisartsen en een psychotherapeut.
Het tuchtcollege heeft de arts daarom een half jaar voorwaardelijk geschorst uit het BIG-register (landelijk beroepsregister voor werkenden in de gezondheidszorg), met een proeftijd van twee jaar.
Woordvoerder F. Seegers van de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) vindt die straf zwaar genoeg: ,,Zo’n uitspraak hakt er doorgaans behoorlijk in. Er is volgens mij maar één stap verder en dat is dat de arts uit het ambt wordt gezet. Bovendien krijgt zo’n zaak aandacht in de pers, met alle gevolgen van dien voor de praktijk van zo’n huisarts."
De LHV ziet in de veroordeling geen aanleiding om C. als lid te schrappen. Seegers: ,,Dubbel straffen voor hetzelfde delict doen we in Nederland niet. Bovendien zijn wij een vakbond, geen rechter. Mocht de arts alsnog zijn BIG-registratie kwijtraken, dan voldoet hij niet meer aan onze eisen en wordt hij automatisch als lid geschrapt."
Tanja Zondervan van de kennis- en lotgenotenwebsite www.misbruikdoorhulpverleners.nl is niet te spreken over de uitspraak en de manier waarop inspectie en tuchtcollege de klacht hebben afgehandeld. ,,De huisartsen die over C. geklaagd hebben, hadden op z’n minst gehoord moeten worden." Zondervan vindt dat het tuchtcollege en de inspectie onvoldoende opkomen voor de belangen van patiënten en de kwaliteit van de zorg.
Aanvulling redactie MdH: De Inspectie voor de Gezondheidszorg had het tuchtcollege nadrukkelijk verzocht de arts zijn bevoegdheid zijn beroep nog verder uit te mogen oefenen, te ontnemen. Ondertussen is ons bekend geworden dat inspectie ervoor gekozen heeft in hoger beroep te gaan tegen de huisarts bij het Centraal Tuchtcollege Den Haag. Indien u kennis heeft van onzorgvuldig, onprofessioneel medisch en/of ethisch verwijtbaar gedrag van de huisarts, verzoeken wij u dringend contact met ons op te nemen. Uw inbreng kan ertoe bijdragen dat er toch nog iets aan deze misstand gedaan kan worden, die, zo bleek ter zitting bij het tuchtcollege, al 2 decennia voortduurt. Voor informatie neem s.v.p. contact met ons op via: info@misbruikdoorhulpverleners.nl of via 06 – 137 717 47. Wij lichten u graag voor over de mogelijkheden in specifieke gevallen. Indien u zelf liever geen contact met de inspectie op wilt nemen – of in deze enige begeleiding zou willen – behoort dat tot de mogelijkheden. Mocht u liever direct met de inspectie contact opnemen: Inspectie voor de Gezondheidszorg Amsterdam: 020 – 58 00 100. Vraag naar de inspecteurs dhr. Van der Plas of mw. Ten Cate-Adema. Een klacht bij inspectie dient u echter schriftelijk in te dienen. Wij willen u hierbij – indien nodig en/of gewenst – graag ondersteunen. Neemt u s.v.p. ook contact met ons op als u al eerder ergens een klacht over de huisarts heeft ingediend (IKG, vrouwencentrum, slachtofferhulp, meldpunten, beroepsvereniging etc.). Bij voorbaat hartelijk dank voor uw medewerking!
NB: De uitspraak van 28 december 2004 van het Regionaal Tuchtcollege Amsterdam (zaak nr. 2003.252) treft u onder de link JURIDISCHE STAPPEN op onze pagina LOPENDE TUCHTZAKEN aan. Daarnaast kunt u de uitspraak ook op de site van het tuchtcollege lezen.
Opnieuw klachten over arts in Arnhem – 18 januari 2005 – De Gelderlander -- ARNHEM/ZWOLLE - De Inspecteur voor de Gezondheidszorg heeft zaterdag aan het Regionaal Tuchtcollege in Zwolle gevraagd om een Arnhemse huisarts definitief uit zijn ambt te zetten. Dit vanwege nieuwe gevallen van seksueel grensoverschrijdend gedrag, dit keer ten opzichte van twee patiënten. Het tuchtcollege behandelde - en honoreerde - in de afgelopen jaren diverse malen klachten tegen deze Arnhemse huisarts. Die betroffen zowel seksueel grensoverschrijdend gedrag als het niet voldoen aan bij- en nascholingsverplichtingen. De arts mocht hierdoor zijn praktijk als huisarts niet meer uitoefenen, zodat hij nu nog alleen basisarts is. Eind 2003 schorste het Zwolse college hem voor een jaar als basisarts, maar hiertegen tekende de Arnhemmer beroep aan en dat loopt nog. Ditmaal luidt het verwijt dat de arts ten opzichte van twee patiënten te ver is gegaan. De een werd gekust en kreeg opmerkingen over haar lichaam te horen; bij de ander pakte hij de handen vast en probeerde haar te kussen. Zaterdag werden de twee vrouwen als getuigen gehoord. Zij legden onder ede verklaringen af over de gebeurtenissen in de spreekkamer. Beiden waren nogal overstuur geweest, vertelden zij. De huisarts zelf ontkent. Inspecteur Vesseur vindt dat er sprake is van 'seksueel geladen, intimiderend gedrag' en zei over de Arnhemse arts: "Hij is gevaarlijk en bedreigend voor patiënten." De inspecteur stelde dat het tuchtcollege de arts na soortgelijke klachten in het verleden al eens heeft aangeraden dat hij 'de uiterste terughoudendheid' ten opzichte van zijn patiënten dient te betrachten, maar dat hij zich hier niets van heeft aangetrokken. "Het is een gedragspatroon dat volstrekt ontoelaatbaar is. Dit mag niet; dit mag nooit." Vesseur ontkende dat hij met een heksenjacht tegen de huisarts bezig is, zoals die zelf meent. "Hij schildert mij af als een gevaar voor de volksgezondheid. Ik ben perplex. Er is niets gebeurd dat een maatregel rechtvaardigt", zei de Arnhemmer over het verzoek van de inspecteur. Op zijn beurt zou de arts inmiddels klachten over de inspecteur - die tevens arts is - hebben ingediend; zowel bij het tuchtcollege als bij Vesseur's hoofdinspecteur. De uitspraak volgt over twee weken.
Aanvulling red. MdH: Op dinsdag 25 januari 2005 werd de uitspraak door het tuchtcollege bekend gemaakt. De inschrijving in het BIG-register van de Arnhemse basisarts die eerder al zijn BIG-registratie wegens o.a. seksueel GOG als huisarts kwijtraakte, werd nu definitief doorgehaald waardoor hij zijn beroep als arts niet meer kan uitoefenen. Lees ook het onderstaande artikel “HVRC mag Arnhemse huisarts niet schorsen” evenals het artikel van 21 januari 2005 met de titel “Rode Kruis wil af van huurovereenkomst met arts”.
HVRC mag Arnhemse huisarts niet schorsen – Datum (2003)?? – Medisch Contact -- De Huisarts- en Verpleeghuisarts Registratie Commissie (HVRC) mag de Arnhemse huisarts H. Kloosterman niet schorsen. De Arnhemse rechtbank bepaalde vandaag dat zijn registratietermijn met een jaar moet worden verlengd tot 24 juni 2003. De HVRC besloot de registratie van Kloosterman niet te verlengen omdat hij de afgelopen vijf jaar slechts 175 van de verplichte 200 punten had gehaald. Vanwege dit tekort werd zijn registratie het afgelopen jaar slechts één jaar in plaats van vijf jaar verlengd. De rechter sprak zich maandag in de voorlopige voorziening (kort geding bij de bestuursrechter) mondeling uit. De zitting, volgens dagblad De Gelderlander bijgewoond door minstens zestig patiënten, was vorige week woensdag. De schriftelijke toelichting hierop volgt later deze week. R. van Huussen, advocaat van Kloosterman, had ter verdediging aangevoerd dat zijn cliënt er niet van op de hoogte was dat het beleid zo streng zou worden nageleefd. Ook had hij op de onevenredigheid gewezen tussen het doel van het beleid en de gevolgen voor zijn cliënt. Kloosterman was eerder in opspraak. Door het Medisch Tuchtcollege werd hij uit zijn ambt gezet omdat hij een relatie had met een patiënt. In hoger beroep werd deze schorsing omgezet in een berisping. Dit voorjaar klaagde hij 36 collega’s aan, omdat ze weigerden hem op te nemen in hun huisartsengroep. Volgens hen lapt Kloosterman afspraken aan zijn laars. Zo weigerde hij zich aan te melden voor de dokterstelefoon. Kloosterman werd in het ongelijk gesteld, maar tekende beroep aan. Volgens zijn advocaat gaf de HVRC aan dat aansluiting bij de hagro een voorwaarde was voor herregistratie. Van Huussen: ‘Maar als aansluiting voor herregistratie niet noodzakelijk is, valt het belang van dit beroep een beetje weg. Hoewel er ook een principiële kant aan de zaak zit.’ R. Linders, die namens de DHV het woord voert in de zaak-Kloosterman, is ‘zeer ongelukkig’ met de uitspraak van de rechter. Volgens hem is al vaak aangegeven dat Kloosterman onvoldoende punten scoorde. Het stoort hem dat ‘de afspraken die samen over nascholing zijn gemaakt, nu worden overruled door de rechter’. Lees ook het artikel ‘Opnieuw klachten over arts in Arnhem’ van 18 januari 2005.
Kinderopvang Sneek weer in opspraak: Ouders melden ‘seksueel grensoverschrijdende handelingen – 19 januari 2005 – zibb.nl / Leeuwarder Courant -- SNEEK - Hedy's Kinderparadijs, de omstreden kinderopvang in Sneek, heeft de activiteiten weer moeten staken. Er zijn klachten binnengekomen van een groep ouders over 'seksueel grensoverschrijdende handelingen'. De advocaat van het paar dat de kinderopvang runt noemt het relaas van deze ouders “een storm in een glas water”. De vergunning van Hedy's Kinderparadijs is ingetrokken, omdat er niet is voldaan aan de voorwaarden waaronder die verstrekt werd. De echtgenoot van de eigenaresse heeft zich volgens de gemeente Sneek - tegen de regels in - toch met het kindercentrum beziggehouden. Hedy's Kinderparadijs vecht de intrekking aan. In oktober 2003 weigerde Sneek een vergunning aan het paar af te geven, vanwege een oude zedenkwestie de echtgenoot in 1994 veroordeeld is. Zijn vrouw vroeg vervolgens individueel een vergunning aan. Die kon Sneek haar niet weigeren. Wel werden er voorwaarden aan verbonden. Henning mag op geen enkele wijze bij het bedrijf betrokken zijn. De gemeente kreeg de afgelopen maanden de indruk dat het paar zich daar niet aan heeft gehouden. Naast de klachten van een groep ouders, bleek dat Henning nog tot voor kort op Fryzo, een internetdatabank voor zorg, welzijn en wonen, als contactpersoon voor het kinderdagverblijf stond. Verder vond de gemeente op de website van het Kinderparadijs teksten waaruit valt op te maken dat Henning zich niet compleet afzijdig houdt.
Fysiotherapeuten Eye4Care gaan vrijuit -- 17 januari 2005 -- ANP -- GRONINGEN - Twee fysiotherapeuten van de kliniek Eye4Care in Harlingen zijn niet buiten hun boekje gegaan bij de behandeling van terminale patiënten. Dat heeft het Regionaal Medisch Tuchtcollege in Groningen maandag bepaald. De inmiddels gesloten kliniek behandelde met omstreden methoden vooral terminale kankerpatiënten. De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) bracht de zaak bij het tuchtcollege aan, omdat zij vindt dat de fysiotherapeuten behandelingen uitvoerden zonder de benodigde kwalificaties. Bij onder meer een zuurstoftherapie zou de gezondheid van Eye4Care-patiënten zelfs ernstig in gevaar zijn gekomen. Het tuchtcollege acht de klacht van de IGZ tegen de fysiotherapeuten echter ongegrond. Na een onderzoek door de IGZ besloot de rechtbank in Leeuwarden in juli vorig jaar dat de kliniek 32 behandelmethodes niet meer mag uitvoeren. Sinds die uitspraak is de in 2002 begonnen kliniek vleugellam en zijn alle zeventien medewerkers ontslagen. Directeur D. Pathuis en medisch hoofd J. Bos van Eye4Care werden in december vorig jaar beide veroordeeld tot een maand voorwaardelijke gevangenisstraf en een boete van 500 euro voor de omstreden behandelingen.
Van ontucht verdachte tandarts voor rechter – 14 januari 2005 – Het Parool – BINNENMAAS – Een 51-jarige tandarts uit Binnenmaas (Hoeksche Waard) moet zich volgende week voor de rechtbank in Dordrecht verantwoorden voor ontucht met ten minste twee vrouwelijke patiënten. In 1998 werd de uit Libanon afkomstige tandarts in België, waar hij toen een praktijk had, al eens veroordeeld tot een half jaar voorwaardelijke gevangenisstraf wegens ‘aanranding van de eerbaarheid met geweld’ bij zowel minderjarige als meerderjarige patiënten.
Inspectie onderzoekt kindercardiologie UMC – 14 januari 2005 – Algemeen Dagblad -- UTRECHT – De Inspectie voor de Gezondheidszorg onderzoekt de kwaliteit van de afdeling cardiologie van ziekenhuis UMC in Utrecht. Dat heeft minister Hoogervorst (Volksgezondheid) geschreven aan de advocaat van de ouders van een in het ziekenhuis overleden baby. Het kind stierf door fouten bij een dotteroperatie in het UMC. De ouders hadden om nader onderzoek gevraagd. Ze vrezen een herhaling. In december veroordeelde de rechtbank in Utrecht een voormalige kindercardioloog van het UMC tot een jaar gevangenisstraf voor dood door schuld. Hij had de fatale ingreep onzorgvuldig en zonder medische noodzaak uitgevoerd. Voor meer informatie over deze zaak kunt u het archief (2004) van dezelfde nieuwsrubriek bekijken.
Seksueel wangedrag: arts geschorst – 5 januari 2005 – BN / De Stem -- AMSTERDAM – Het Regionaal Medisch Tuchtcollege heeft huisarts en acupuncturist A. C. uit Amsterdam een voorwaardelijke schorsing opgelegd van een half jaar wegens onder meer seksueel grensoverschrijdend gedrag. Volgens het tuchtcollege had hij een seksuele relatie met een patiënte uit zijn praktijk die psychische problemen had. C. erkent de relatie, maar zegt dat de vrouw niet meer bij hem onder behandeling was. Het tuchtcollege, dat vorige week uitspraak deed op verzoek van de Inspectie voor de Gezondheidszorg, vindt dat hij dat onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt. De Inspectie maakte de zaak aanhangig na diverse meldingen van collega-huisartsen, een psychotherapeute en de patiënte zelf. C. zou seksuele contacten hebben gehad met in totaal vier patiënten met psychische problemen. De huisarts ontkent. De drie andere vrouwen hebben geen klacht ingediend en de verklaringen die de Inspectie daarover heeft overlegd aan het tuchtcollege, zijn voornamelijk uit derde hand. C., tevens onroerend-goedeigenaar, speelt in een andere kwestie nog een dubieuze rol. Een oudere patiënte met een psychiatrisch verleden vroeg hem haar geld, vermoedelijk circa 50.000 euro, in Nederland opnieuw te beleggen en te beheren. Volgens de klacht die de Inspectie kreeg zou A.C. zich niet aan de afspraak hebben gehouden om de maandelijkse rente aan de patiënte over te maken. Na enkele gesprekken met collega-huisartsen die zijn houding afkeurden, heeft C. geregeld dat een vriend van hem dat deed. Het geld zou nooit op C.’s rekening terecht zijn gekomen.
Commentaar red. MdH: Ter zitting bij het tuchtcollege legde de huisarts uit dat het geld wel op de rekening van een bedrijf (op het gebied van kunst) werd gestort, een bedrijf dat hij samen met een kennis had en/of heeft. Al was het niet C’s privé rekening of rekening van de artsenpraktijk, dan wel de rekening van een ander bedrijf waarvan hij mede-eigenaar was/is. Het is maar net hoe je tegen de term ‘C’s rekening’ aankijkt. NB: De uitspraak van 28 december 2004 van het Regionaal Tuchtcollege Amsterdam (zaak nr. 2003.252) treft u onder de link JURIDISCHE STAPPEN op onze pagina LOPENDE TUCHTZAKEN aan. Daarnaast kunt u de uitspraak ook op de site van het tuchtcollege lezen. De Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft ondertussen besloten in hoger beroep te gaan bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Den Haag. Indien u klachten over huisarts A.C. heeft betreffend seksueel of anderszins grensoverschrijdend, onprofessioneel gedrag kunt u door melding te maken ertoe bijdragen dat de uitspraak in hoger beroep succesvoller zal zijn dan die van het regionaal tuchtcollege. U kunt met ons contact opnemen of zich direct tot de Inspectie voor de Gezondheidszorg Amsterdam wenden: Inspectie voor de Gezondheidszorg Amsterdam: 020 - 580 01 00, inspecteurs: mw. Ten Cate-Adema & dhr. Van der Plas.
Celstraf voor neptandarts – 6 januari 2005 – Telegraaf -- DORDRECHT - De in Spanje woonachtige Nederlander E.K. (49) die zich valselijk uitgaf voor tandarts, is donderdag door de rechtbank in Dordrecht veroordeeld tot anderhalf jaar cel. In praktijken in Veenendaal en Numansdorp verrichtte de mondhygiënist, vanaf eind 2000, ingrijpende medische handelingen die alleen zijn voorbehouden aan tandartsen. Met louter valse tandartsdiploma's op zak ruïneerde de man gebitten en stuurde hij zijn patiënten te hoge rekeningen. Ook kocht hij tandartsgoud en andere benodigdheden in, zonder die ooit te betalen. Een bedrijf in Zeist zou zo voor 60.000 gulden (ruim 27.000 euro) zijn benadeeld. Om zijn praktijk op te sieren, huurde de man bij de Kunstuitleen voor veel geld aan kunst die hij nooit terugbracht en waarvoor hij nooit betaalde. De neptandarts vluchtte uiteindelijk naar Spanje met achterlating van zijn failliete praktijk, een onbekend aantal gedupeerde patiënten en tientallen schuldeisers. Tijdens de behandeling van de strafzaak twee weken geleden was anderhalf jaar cel geëist tegen de verdachte die de zitting overigens niet bijwoonde. De zaak tegen hem werd bij verstek afgedaan.
Ontucht huisarts/acupuncturist: wat de media niet verhaalde – 4 januari 2005 – Red. MdH -- Vandaag verscheen op AT5 een berichtje over de voorwaardelijke schorsing van de Amsterdamse huisarts (Oost/Watergraafsmeer) A.C. (57). In Het Parool verscheen een iets uitgebreider artikel met de titel 'Acupuncturist bestraft'. Helaas werden belangrijke elementen van de zaak niet in de media genoemd. Voor meer informatie over de huisarts, homeopathisch arts en tevens acupuncturist A.C. die twee afzonderlijke praktijken in Oost/Watergraafsmeer voert, verwijzen wij u naar de pagina http://www.misbruikdoorhulpverleners.nl/websiteinmedia.html op het internet. U treft op deze pagina een uitgebreider persbericht aan over deze zaak. Helaas werd uit de berichtgeving in de media niet duidelijk dat het om GEHANDICAPTE PATIENTEN ging die de huisarts had misbruikt. Ter zitting van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam op 2 november 2004 die wij volgenden en hebben verslagen gaf de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) duidelijk aan dat het de huisarts "alleen maar met gehandicapte en oudere patiënten" seksueel grensoverschrijdend gedrag had gepleegd. Al ter zitting werd helaas al duidelijk dat het tuchtcollege niet adequaat wist om te gaan met dit extra aanstootgevende feit. Daarbij is dit feit juist veelzeggend en is het bijzonder kwalijk dat de arts het vertrouwen van bijzonder kwetsbare patiënten heeft geschonden door misbruik van zijn macht/positie te maken. Dat het tuchtcollege dit akelige feit, dat het om gehandicapte patiënten ging, niet in de uitspraak terug zou laten komen, vreesden wij helaas al na de zitting, een terechte zorg zoals nu door de uitspraak ook blijkt. Zoals het tuchtcollege gebruikelijker wijze pleegt te doen, in het bijzonder in gevallen van seksueel grensoverschrijdend gedrag door hulpverleners, toont ook de handhaving van deze zaak alsmede de uitspraak in deze weer eens aan dat het medisch tuchtcollege het als haar taak beschouwt de medische stand 'te beschermen'. Daarbij is het juist de taak van het medische tuchtcollege ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de zorg beschermd wordt en daarmee ook de gebruikers van de gezondheidszorg. Het 'beschermgedrag' van tuchtcolleges beschermt helaas niemand. In het beste geval zorgt het ervoor dat de kwaliteit binnen de beroepsgroep eronder lijdt en in het ergste geval zorgt het voor het ontstaan van verdere slachtoffers en tevens hoge kosten voor de maatschappij. Helaas werd uit de nieuwsberichten ook niet duidelijk hoe ernstig de inspectie deze zaak inschat. Inspectie draagt gevallen van medisch falen/onprofessioneel en/of onethisch gedrag slechts bij uitzondering bij een tuchtcollege aan en dan ook alleen maar indien een hulpverlener het heel bont heeft gemaakt. Over de huisarts A.C. had inspectie al minimaal gedurende drie jaar diverse klachten van o.a. diverse collegae ontvangen. Een geval van seksueel misbruik bleek ter zitting al 20 jaar terug te liggen waaruit duidelijk wordt dat de arts gedurende twee decennia nog niet in staat was te beseffen dat het plegen van seksueel misbruik met patiënten niet wenselijk is. Dit ondanks het feit dat hij al een goede bekende van inspectie was, tweemaal eerder tuchtrechtelijk was veroordeeld en hij in 1988 en 1998, zoals ook weer recentelijk (2004) door een door inspectie aan alle hulpverleners toegezonden bulletin over seksueel grensoverschrijdend gedrag door hulpverleners duidelijk erop werd gewezen dat dergelijk gedrag niet alleen NIET maar zelfs NOOIT mag ('Het mag niet, het mag nooit!' is de titel van het inspectie bulletin uit 1998 en 2004). Inspectie heeft het tuchtcollege ter zitting dan ook indringend en bij herhaling verzocht DE ZWAARSTE MAATREGEL aan de huisarts op te leggen, namelijk dat men hem zijn bevoegdheid zijn beroep verder uit te mogen oefenen definitief ontneemt. Om een dergelijk drastische maatregel durft inspectie slechts bij uitzondering te vragen wat in dit geval dus is gebeurd. Meer informatie over deze zaak treft u op de navolgende internetpagina aan:
http://www.misbruikdoorhulpverleners.nl/lopendetuchtzaken3.html U kunt op deze pagina het gehele zittingsverslag lezen waarbij het om bijna woordelijke verslaglegging gaat. Een deel van de uitspraak treft u ook al op de pagina aan. Binnenkort kunt u de hele uitspraak op deze pagina lezen. Op de pagina http://www.misbruikdoorhulpverleners.nl/nieuwsoverzicht.html treft u vele nieuwsberichten aan over o.a. seksueel grensoverschrijdend gedrag door professionals werkzaam binnen de gezondheidszorg, het onderwijs en de kerken. Binnenkort zullen wij nog een verder nieuwsbericht over bovengenoemde zaak publiceren. Ter zitting gaf de huisarts aan dat hij toen hij met een van de klachten over seksueel misbruik die inspectie heeft verzameld werd geconfronteerd niet meer wist of het seksueel contact met betreffende patiënte 10 of 20 jaar geleden had plaatsgevonden. De vraag van het college, hoe het mogelijk was dat hij zich aan zo een ingrijpende ervaring die toch een indruk achter moest laten niet kon herinneren, kon hij helaas niet beantwoorden. Diverse vragen moesten door collegeleden diverse malen gesteld worden alvorens de arts in staat was te begrijpen wat men van hem wilde weten. Zelfs dan was het antwoorden op simpele vragen niet makkelijk voor hem. De alerte gebruiker van de gezondheidszorg in Amsterdam en omstreken doet er goed aan om er goed over na te denken of zij/hij bij een arts en acupuncturist zoals A.C. in goede handen is. Wij zijn van mening dat iedere gebruiker van de gezondheidszorg recht heeft op kwalitatief goede, veilige zorg en hulpverlening en zijn door de zaak gevolgd te hebben en gedurende 2.5 uur zitting bij het tuchtcollege de reacties van de arts aanschouwd en aangehoord te hebben zonder enige twijfel ervan overtuigd dat geen patiënt een dergelijke huisarts, homeopathisch arts en/of acupuncturist heeft verdiend. Een arts die bij herhaling niet in staat blijkt te zijn patiëntendossiers bij te houden, die het tot zijn medische taken rekent een groot bedrag geld voor een patiënt door een kennis uit een Zwitserse kluis te laten halen (via de autosnelweg en niet via de elektronische snelweg door overboeking van bank tot bank), die simpele vragen over zijn praktijkvoering niet weet te beantwoorden en die seksueel misbruik pleegt met patiënten die aan zijn zorg zijn toevertrouwd, is het naar onze mening niet waard zich arts te mogen noemen. Niet het feit dat deze arts seksueel misbruik pleegde is beschamend voor de medische stand. Wangedrag en seksueel misbruik komt immers in alle beroepsgroepen voor. Beschamend voor de medische stand is het vooral dat degenen die de zorg dienen te bewaken noch jaren geleden noch nu de verantwoordelijkheid naar de gebruikers van de gezondheidszorg evenals naar collegae toe nemen en zich door middel van een adequaat tuchtrechtelijk oordeel duidelijk van het gedrag van een dergelijke 'collega' distantiëren. De artsen en de psychotherapeut die zich werkelijk collegiaal gedragen hebben en zo moedig waren met het oog op voorkoming van verdere ellende bij inspectie te klagen komen helaas, aldus voorlopig, bedrogen uit deze zaak. Ze werden niet serieus genomen door het tuchtcollege. Hun klachten werden simpelweg terzijde geschoven met de opmerking 'het gaat hierbij alleen maar om klachten van derden'. De hulpverleners die bij inspectie klaagden hebben dat met een zeker doel gedaan, namelijk preventie van verder misbruik en bewaking van de kwaliteit van de zorg. Tevens waren er klachten over oncollegialiteit door A.C. en daarover dat hij onbetrouwbaar was bij het vervullen van zijn waarneemdiensten. Sommige collegae wilden volgens inspectie al niet meer met de arts samenwerken. Wij hopen dan ook dat de artsen die werkelijk voor patiënten, de gezondheidszorg en hun vak opkwamen uit deze ervaring niet de les zullen trekken dat het zinloos was een klacht in te dienen. Hun verklaringen kunnen voor het Openbaar Ministerie nog heel waardevol zijn. De zaak is nog niet uitzichtloos, niet als degenen die zich eerder voor kwaliteit binnen de zorg hebben ingezet dit ook verder zullen doen. Onder de link http://www.misbruikdoorhulpverleners.nl/prikbord.html zal binnenkort een oproep in deze zaak verschijnen op die collegae en patiënten van de huisarts kunnen reageren. Of inspectie daadwerkelijk een klacht bij het Openbaar Ministerie heeft ingediend is overigens alles behalve duidelijk. Inspectie ontkende dit afgelopen week en bij het OM was de naam van de arts (nog) niet bekend. 'De zorg, een hele zorg', ... opdat het beter wordt. Met dit doel volgden wij de zaak en hebben wij een persbericht verzonden. Als patiënt dien je erop te kunnen vertrouwen dat een hulpverlener te vertrouwen is en het beste met je voor heeft. Je hebt recht op goede, professionele, veilige zorg. Neem geen genoegen met hulpverlening die dit niet te bieden heeft. Zoals op 4 januari 2005 geplaatst in het forum van AT5 ter aanvulling van de in de media verschenen informatie over deze zaak.
Aanvulling red. MdH: De Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft ondertussen besloten in hoger beroep te gaan bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Den Haag. Indien u klachten over huisarts A.C. heeft betreffend seksueel of anderszins grensoverschrijdend, onprofessioneel gedrag kunt u door melding te maken ertoe bijdragen dat de uitspraak in hoger beroep succesvoller zal zijn dan die van het regionaal tuchtcollege. U kunt met ons contact opnemen of zich direct tot de Inspectie voor de Gezondheidszorg Amsterdam wenden: Inspectie voor de Gezondheidszorg Amsterdam: 020 - 580 01 00, inspecteurs: mw. Ten Cate-Adema & dhr. Van der Plas.
Acupuncturist bestraft – 4 januari 2005 -- Het Parool -- AMSTERDAM - Het Regionaal Medisch Tuchtcollege heeft huisarts en acupuncturist A. C. uit Oost/Watergraafsmeer een voorwaardelijke schorsing van een half jaar opgelegd, onder meer wegens seksueel grensoverschrijdend gedrag. Volgens het tuchtcollege had hij een seksuele relatie met een patiënte van hem met psychische problemen. C. erkent de relatie, maar zegt dat de vrouw toen al niet meer bij hem onder behandeling was. Het tuchtcollege, dat vorige week uitspraak deed op verzoek van de Inspectie voor de Gezondheidszorg, vindt dat hij dat onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt. De proeftijd van de schorsing bedraagt twee jaar. In die periode mag geen nieuwe klacht op dit terrein binnenkomen; anders mag hij zes maanden zijn vak niet uitoefenen. De inspectie maakte de zaak aanhangig bij het tuchtcollege en het openbaar ministerie na meldingen van collega-huisartsen, een psychotherapeute en de patiënte zelf. C. zou seksuele contacten hebben gehad met vier patiënten met psychische problemen. Hij ontkent dat. De drie andere vrouwen hebben geen klacht ingediend en de verklaringen die de inspectie het tuchtcollege heeft voorgelegd, zijn voornamelijk uit derde hand. 'De bekritiseerde handelingen worden hierin niet duidelijk omschreven.' C., tevens onroerendgoed eigenaar, speelt in een andere kwestie ook een dubieuze rol. Een oudere patiënte met een psychiatrisch verleden vroeg hem haar geld, vermoedelijk circa vijftigduizend euro, in Nederland opnieuw te beleggen en te beheren. C. zou zich niet aan de afspraak hebben gehouden de maandelijkse rente aan de patiënte over te maken. Na enkele gesprekken met collega-huisartsen, die zijn houding afkeurden, heeft C. geregeld dat een vriend van hem dat deed. Het geld zou nooit op C.'s rekening terecht zijn gekomen. C. werd ook verweten summiere dossiers over zijn patiënten aan te leggen. Op de zitting toonde hij alleen een kaartenbak uit 1977. Hij is daar al vaker op aangesproken. C. zegt echter over een grote dossierkast te beschikken. De inspectie zou daar niet naar hebben gevraagd. Huisarts C. wilde vandaag niet op de uitspraak van het tuchtcollege reageren.
NB: De uitspraak van 28 december 2004 van het Regionaal Tuchtcollege Amsterdam (zaak nr. 2003.252) treft u onder de link JURIDISCHE STAPPEN op onze pagina LOPENDE TUCHTZAKEN aan. Daarnaast kunt u de uitspraak ook op de site van het tuchtcollege lezen. De Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft ondertussen besloten in hoger beroep te gaan bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Den Haag. Indien u klachten over huisarts A.C. heeft betreffend seksueel of anderszins grensoverschrijdend, onprofessioneel gedrag kunt u door melding te maken ertoe bijdragen dat de uitspraak in hoger beroep succesvoller zal zijn dan die van het regionaal tuchtcollege. U kunt met ons contact opnemen of zich direct tot de Inspectie voor de Gezondheidszorg Amsterdam wenden: Inspectie voor de Gezondheidszorg Amsterdam: 020 - 580 01 00, inspecteurs: mw. Ten Cate-Adema & dhr. Van der Plas.
Arts bestraft na relatie – 4 januari 2005 – Het Parool (voorpagina) – AMSTERDAM – Het Regionaal Medisch Tuchtcollege heeft huisarts en acupuncturist A.C. uit Oost/Watergraafsmeer een half jaar voorwaardelijk geschorst. Volgens het tuchtcollege had hij een seksuele relatie met een patiënt.
Voorwaardelijke schorsing huisarts -- 4 januari 2005 -- AT5 Nieuws – AMSTERDAM - Huisarts en acupuncturist A. C. uit Oost/Watergraafsmeer heeft een voorwaardelijke schorsing van een half jaar opgelegd gekregen wegens seksueel grensoverschrijdend gedrag. Volgens het Regionaal Medisch Tuchtcollege had hij een seksuele relatie met een patiënte van hem die psychische problemen had. C. erkent deze relatie, maar zegt dat de vrouw toen al niet meer bij hem onder behandeling was. C. heeft al een dubieuze reputatie. Hij zou met 3 andere patiënten een seksuele relatie hebben gehad, hij beheerde een geldbedrag van een oudere patiënte en zijn patiëntenarchief is summier.
Amsterdam’s tuchtcollege bedient zich weer van kromspraak: Seksueel misbruik van gehandicapte patiënten door huisarts – 31 december 2004 – Red. MdH -- AMSTELVEEN - Op dinsdag 28 december jl. deed het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam uitspraak in de zaak tegen de Amsterdamse huisarts en tevens homeopathisch arts / acupuncturist A.C. (zaaknummer: 03/252) tegen wie de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) had geklaagd wegens onder andere seksueel misbruik van een aantal gehandicapte patiënten en zeer gebrekkige dossiervoering. Tevens achtte de arts het onder andere adequaat in het kader van de medische zorg voor een patiënte te regelen dat fl. 100 000,- van haar Zwitserse kluis naar Nederland werd overgebracht en bemiddelde hij bij het beheer van patiënte’s vermogen. De arts gaf ter zitting bij het tuchtcollege aan nooit erbij te hebben stilgestaan dat het om vervoer en beheer van zwart geld zou kunnen gaan. Het gaat om een arts die diverse professionele, ethische en deels onder het strafrecht vallende grenzen van zijn vak bij herhaling niet in acht nam. Ter zitting bleek dat de arts die twee praktijken in Amsterdam voert, waarvan één als huisarts en één als homeopathisch arts en acupuncturist, tweemaal eerder door het medisch tuchtcollege werd veroordeeld. De maatregelen die hem toen werden opgelegd waren een waarschuwing en een berisping.
De IGZ heeft gedurende de afgelopen jaren diverse klachten inzake seksueel en anderszins professioneel ernstig grensoverschrijdend gedrag over de huisarts ontvangen. De klachten waren onder andere afkomstig van collega’s. Enkele huisartsen evenals een psychotherapeut hebben hun zorgen omtrent het functioneren van de arts bij inspectie kenbaar gemaakt. Collega’s beklaagden zich ook over het feit dat de arts regelmatig oncollegiaal gedrag vertoonde en onbetrouwbaar bleek bij het vervullen van zijn waarneemdiensten. De inspectie is ernstig bezorgd omdat de arts de neiging heeft in diverse opzichten en bij herhaling grenzen van het betamelijke te overschrijden. Tevens noemde inspectie de arts hardleers. Ter zitting bleek de arts simpele vragen niet te kunnen beantwoorden waardoor diverse vragen meermaals aan hem moesten worden gesteld. Waarom hij zich niet kon herinneren of het seksueel contact met één van de patiëntes 10 of 20 jaar geleden plaatsvond, kon de arts niet aangeven. De verbazing van het college hierover maakte geen indruk op hem. Zijn sociaal oordeelvermogen bleek ter zitting bij herhaling uiterst gebrekkig.
Inspectie diende pas jaren na ontvangst van de eerste klacht over de arts een klacht bij het tuchtcollege in. Dit gebeurde pas eind 2003, omstreeks de datum dat het maken van melding van seksueel misbruik van gehandicapte patiënten door een hulpverlener wettelijk verplicht werd gesteld. Zoals inspectie ook beaamt, is het zeer uitzonderlijk dat een aantal collega’s van de arts melding hebben gemaakt. Dit feit versterkte onder andere de toegenomen bezorgdheid bij inspectie hetgeen ervoor zorgde dat zij bij het tuchtcollege verzocht om oplegging van de zwaarste tuchtmaatregel: oplegging van een beroepsverbod door doorhaling van zijn inschrijving in het BIG-register. Het Regionaal Tuchtcollege Amsterdam verklaarde de door inspectie ingediende klacht slechts deels gegrond. Zelfs het klachtonderdeel betreffend vermenging van zakelijke- en behandelrelatie dat door verweerder volledig werd erkend, verklaarde het college ongegrond. Hierdoor stelt zich de vraag welk soort bewijs nog wel tot gegrond verklaring van een klacht door het tuchtcollege kan leiden als onomstotelijk, direct bewijs afkomstig van verweerder niet eens voldoet. Het tuchtcollege legde de arts slechts een voorwaardelijke schorsing van zes maanden op. De maatregel zal echter alleen maar tot uitvoering worden gebracht indien de arts gedurende de aankomende twee jaar opnieuw seksueel grensoverschrijdend gedrag vertoont dat tot een verdere, vierde, veroordeling zal leiden.
Het oordeel van het tuchtcollege dat bij seksueel grensoverschrijdend gedrag door hulpverleners veelvuldig niet aansluit bij de noodzaak in deze, moet ook in dit geval weer van grote vraagtekens worden voorzien. Ondanks het feit dat inspectie in de afgelopen weken nog een nieuw bulletin met de titel ‘Het mag niet, het mag nooit’ aan alle hulpverleners en gezondheidsinstellingen heeft verzonden waarin zij nadrukkelijk attendeert op het feit dat seksueel contact tussen arts en patiënt nooit kan en mag, lijkt het medisch tuchtcollege zich er niets van aan te trekken. Zelfs in een geval van diverse klachten over seksueel grensoverschrijdend gedrag waarbij diverse collega’s al van ellende bij inspectie aanklopten, kiest het tuchtcollege niet ervoor de gebruikers van de gezondheidszorg te beschermen. Het feit dat de arts steeds seksuele relaties aanging met gehandicapte patiënten die nog minder weerbaar zijn, heeft het college ook niet laten besluiten een einde aan de al jaren bestaande misstand binnen de Amsterdamse gezondheidszorg te maken. Ook het feit dat zelfs collega’s al jarenlang over de huisarts klagen en menigeen niet meer met hem samen wil werken, kon niet ervoor zorgen dat het tuchtcollege een hardere maatregel oplegde. Het is de vraag om welke reden een arts wel uit zijn functie kan worden gezet indien de vele, ernstige feiten die aan deze zaak ten grondslag liggen geen reden zijn een huisartsenpraktijk te sluiten en de kwaliteit van de gezondheidszorg en het welzijn van de gebruikers van de gezondheidszorg voorop worden gesteld. De normen zijn duidelijk. De nodige wet- en regelgeving is er. Het tuchtcollege echter weigert zich er iets van aan te trekken. Zolang er geen toezicht zal worden gehouden op tuchtzaken zullen tuchtcolleges zich ook voortaan van ‘kluchtcollegiale kromspraak’ in plaats van tuchtrechtelijke rechtspraak bedienen.
Wetenschappelijke feiten tonen aan dat grensoverschrijdende hulpverleners in meer dan de helft van de gevallen in herhaling vallen. Meestal ontstaan in die gevallen veel slachtoffers. In een zaak als de onderhavige speelt het tuchtcollege Russisch roulette met de gebruikers van de gezondheidszorg: in 4 van de 5 gevallen zullen verdere slachtoffers ontstaan. Van het bewaken van de kwaliteit en de veiligheid binnen de gezondheidszorg kan hier geen sprake zijn waarbij dit wel een van de taken van de medische tuchtcolleges is. Het welzijn van de gebruikers van de gezondheidszorg wordt onnodig in gevaar gebracht. Van preventie van seksueel misbruik binnen de gezondheidszorg kan geen sprake zijn zolang tuchtcolleges niet de dringend noodzakelijke maatregelen nemen. Hoe groot het probleem seksueel grensoverschrijdend gedrag (GOG) binnen de hulpverlening is, blijkt niet slechts uit wetenschappelijk onderzoek waardoor wereldwijd aangetoond is dat circa 10% van alle hulpverleners seksueel contact met patiënten en/of cliënten onderhoudt. Het veelvuldige voorkomen van deze praktijken die bijna altijd buitengewoon beschadigende en langdurige gevolgen voor het slachtoffer heeft, worden ook weerspiegeld in het feit dat wekelijks gemiddeld twee slachtoffers via onze website www.misbruikdoorhulpverleners.nl contact met ons opnemen. Meer controle en hardere juridische sancties zijn dringend noodzakelijk om dit probleem succesvol aan te pakken.
In de brief die inspecteur-generaal prof.
dr. J.H. Kingma op 30 november jl. aan alle hulpverleners en instellingen zond,
merkt hij op dat het bij het probleem van seksuele intimidatie door
hulpverleners om “een hardnekkig en weerbarstig probleem” gaat dat ondermeer
blijkt uit het aantal meldingen dat inspectie jaarlijks ontvangt. De schrik van
de minister was al groot toen hij op de hoogte kwam van het geflatteerde
onderzoek onder huisartsen dat in april
Notabene: De inspectie kon nog niet zeggen of zij in hoger beroep zal gaan bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag (geïnformeerd dd. 29 december jl. bij inspecteur Van der Plas), noch kon inspectie aangeven of zij de zaak onder de aandacht van het Openbaar Ministerie zal brengen.
Op onze pagina LOPENDE TUCHTZAKEN kunt u het zittingsverslag, ons commentaar op de behandeling ter zitting en een gedeelte van de uitspraak lezen. I.v.m. tijdgebrek was het ons helaas nog niet mogelijk de uitspraak geheel te publiceren. Binnenkort zult u de hele uitspraak op onze site aantreffen. Bovenstaand artikel betreft ons persbericht van 31 december 2004 zoals verzonden aan ANP, GPD en diverse regionale en landelijke kranten.
De Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft ondertussen besloten in hoger beroep te gaan bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Den Haag. Indien u klachten over huisarts A.C. heeft betreffend seksueel of anderszins grensoverschrijdend, onprofessioneel gedrag kunt u door melding te maken ertoe bijdragen dat de uitspraak in hoger beroep succesvoller zal zijn dan die van het regionaal tuchtcollege. U kunt met ons contact opnemen of zich direct tot de Inspectie voor de Gezondheidszorg Amsterdam wenden: Inspectie voor de Gezondheidszorg Amsterdam: 020 - 580 01 00, inspecteurs: mw. Ten Cate-Adema & dhr. Van der Plas.