- Nieuws MdH –
![]()
Laatste update:
26 november 2006
NIEUW: Helaas lukte het
dit jaar door toenemende drukte niet diverse nieuwsrubrieken bij te houden die
u eerder via onze pagina NIEUWSOVERZICHT kon bereiken. De nieuwsberichten uit
2006 betreffend (seksueel) grensoverschrijdend gedrag (GOG) en andere vormen
van machtsmisbruik gepleegd door hulpverleners
werkzaam in de gezondheidszorg, het onderwijs/de sport en binnen de kerken
evenals enig GGZ nieuws en juridisch nieuws, treft u op deze nieuwspagina aan.
Het nieuws op deze pagina is op datum gerangschikt. Voor het actuele GGz nieuws kunt u via bovenstaande link altijd
doorklikken naar de website GGZnieuws.nl.
Daarnaast hebben wij het nieuws betreffend de tbs-sector op een aparte
nieuwspagina bijgehouden: TBS Nieuws. Door het stijgende aantal slachtoffers dat
haar/zijn weg naar MdH vindt, door uitbreiding van onze activiteiten gericht op
meer preventie evenals door advieswerkzaamheden waarmee wij in 2006 zijn
gestart, is het helaas niet meer mogelijk het nieuws zo regelmatig en compleet
bij te houden als dit eerder het geval was.
Vrouwen onder narcose betast door studenten

Een cartoon van de Vlaamse
cartoonist Canary Pete
met wiens toestemming wij
deze cartoon ook op onze voorpagina mochten plaatsen.
Met dank aan de cartoonist!
Medisch Contact (61 nr.
6), 10 februari 2006
Wel smaad, geen laster – 26 november 2006 -- Red. MdH – Op donderdag middag, 23 november
jl., diende een strafzaak wegens smaad/laster (primair) en belediging
(subsidiair) tegen een voormalige
patiënte van een Amsterdamse huisarts bij de Rechtbank te Amsterdam. De rechter sprak de voormalige patiënte
vrij wat betreft de beschudiging laster tegen haar voormalige huisarts gepleegd
te hebben. Echter werd ‘smaad’ wel door de rechter bewezen verklaard. Het
oordeel van de rechter dat ter zitting onmiddellijk publiekelijk werd
uitgesproken, luidde ‘2 weken celstraf, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2
jaar’. Wij zijn tevreden met het oordeel van de rechter dat ons redelijk lijkt.
Van laster is immers slechts sprake wanneer iemand opzettelijk publiekelijk onjuistheden
verspreidt. Dat heeft de voormalige patiënte zeker niet gedaan. Zij is ervan
overtuigd als jong kind door haar tonemalige huisarts te zijn verkracht en
heeft dit feit – helaas op een wijze die de regels van het fatsoen in sterke
mate schenden – op een patiënten/cliënten bedoeld forum op internet bekend
gemaakt. Door haar advocaat werden o.a. stukken van de lopende tuchtrechtelijke
procedure tegen de huisarts ingebracht evenals een verklaring van de voormalig
patiënte, hoe vaak, wanneer en bij welke politiebureaus zij helaas zonder
succes aangifte poogde te doen tegen de huisarts.
Zowel het vinden van begrip, erkenning en
support in de vorm van lotgenotencontact evenals de ondergane frustratie dat
diverse instanties haar klacht alsmaar weer niet in behandeling wilden nemen,
waaronder de politie evenals de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ), hebben
het slachtoffer in de positie gebracht haar klacht op een wijze te uiten die
daarvoor geenszins geschikt is, en tevens strafbaar. Deze publicatie zal op een
later moment nog worden aangevuld aangezien wij van mening zijn dat deze zaak
uitstekend geschikt is om er zoveel mogelijk van te leren. Moge deze uitspraak
die het slachtoffer van seksueel en ander grensoverschrijdend gedrag (GOG) door
een huisarts uiteindelijk binnen een tweede sceario in de positie van dader
plaatste een manend teken zijn en andere slachtoffers ervan weerhouden zomaar
ergens iets te gaan publiceren zonder eerst na te gaan of de inhoud van een
publicatie de privacy van een professional niet schendt en zij zich niet
schuldig maken aan belediging, laster of smaad.
Omwille van het herhaaldelijk weigeren van
de politie de aangifte van de voormalige patiënte op te willen nemen, werd door
haar advocaat, mr. David Rutten, het verzoek bij de Officier van Justitie die
de zaak behandelde, ingediend, ervoor zorg te dragen dat zijn cliënte nu alsnog
in de gelegenheid zal worden gesteld aangifte tegen de arts te mogen doen. Dat
de huisarts binnenkort met een aangifte omwille van ontucht met misbruik van gezag en het drogeren van een minderjarige
patiënte geconfronteerd zal worden, werd hem door de rechter medegedeeld nadat
hij gebruik had gemaakt van zijn kans als slachtoffer tijdens de zitting
gehoord te worden.
Opvallend
aan het getuigenis van de huisarts was dat het sterk afweek van hetgeen men in
dezen zou kunnen verwachten. Het slachtoffer krijgt hierdoor namelijk de kans
aan de rechter persoonlijk kenbaar te maken wat het gepleegde, strafbare feit
met haar/hem gedaan heeft, op welke wijze en hoezeer zij/hij eronder heeft
geleden. De huisarts in kwestie echter vatte in feite slechts hetgeen al in de
aangifte was gesteld, samen, door te stellen dat hij de publicatie als
aanranding van zijn eer en beschadiging van zijn naam heeft ervaren. Hij gaf
niet aan of hij pijnlijke situaties heeft ondergaan doordat hij b.v. erop aan
werd gesproken noch toonde zijn stem enige emotie. Wij hebben deze huisarts,
zoals ook eerder al voor het tuchtcollege, opnieuw als buitengewoon gevoelloos
en koud ervaren. Een gezicht van staal met een emotieloze blik, zou men kunnen
zeggen. Zijn slachtoffergetuigenis heeft ons dan ook geenszins verbaasd. Het
weerspiegelt de aard die al uit tal van geschriften en gedragingen duidelijk
bleek. Zo heeft deze huisarts het voor elkaar gekregen iets te doen dat meer
dan slechts bijzonder uitzonderlijk blijkt te zijn. Nadat zijn voormalige patiënte
een klacht bij het medisch tuchtcollege had ingediend, mocht zij na lange tijd
en veelvuldige verzoeken eindelijk een kopie van haar medisch dossier
ontvangen. Hiervoor rekende de arts dan EUR 146,- terwijl de richtlijn van de KNMG aangeeft dat hij maximaal EUR 4,50 (EUR 22,50
indien meer dan 100 pagina’s) hiervoor in rekening had mogen brengen. De arts gaf aan dat het ook om kosten zou
gaan die hij gemaakt heeft om zich te verweren tegen haar klacht. Hij berekende
dus het schrijven van zijn verweerschrift. Met bijna zekerheid is dit voor
Nederland een primeur. Wat zegt dit over de huisarts in kwestie?... meer dan
voldoende. Het tuchtcollege in eerste aanleg daarentegen struikelde er
geenszins over… .
Op onze
pagina Nieuw op deze site treft u een
publicatie van 29 september 2006 aan met de navolgende titel en ondertitels: ‘Medisch
tuchtrecht: dringend toe aan verandering; De meeste hulpverleners vinden de
tuchtrechter eng – sommigen echter niet… Blindheid en/of onwil van het
tuchtcollege: onprofessioneel of plegers van GOG beschermend’ aan. Onderstaand
treft u een gedeelte van de genoemde publicatie, afkomstig van onze redactie, aan:
“Uiterst uitzonderlijk en
opmerkelijk
Neem
het geval van een hulpverlener die het in zijn/haar hoofd haalt aan de klagende
partij een nota te sturen, daarvoor dat hij/zij tijd heeft moeten vrijmaken om
d.m.v. een verweerschrift ‘op die onzinnige klacht te hebben moeten reageren’. In feite doet het
bedrag er niet eens toe want het is al schandalig als een hulpverlener hiertoe
in staat blijkt te zijn – uiteraard zoals met alles wat hij/zij verder doet ten
zeerste van zichzelf overtuigd. Maar goed, laat het dan ook nog eens een
gezouten en gepeperde nota zijn die de hulpverlener opstuurt voor de verleende ‘service’ de moeite te nemen
op een klacht van een patiënt/cliënt in te gaan.
En het ergste: ondanks het hoge opleidingsniveau van leden van het
tuchtcollege, het veelal grote aantal jaren ervaring in het vak en met het
tuchtrecht en de maatschappelijke voorbeeldfunctie die onder meer leden
juristen van het college als vice-president van een rechtbank hebben … merken
leden van een tuchtcollege dergelijks niet op dat haast niet opvallender zou
kunnen zijn? Lijden zij aan collectieve blindheid? Of willen zij het gewoon
niet zien? Het laatste lijkt helaas de meest plausibele antwoord.
Hoe vaak komt het voor dat een hulpverlener samen met zijn/haar
verweer onmiddellijk een nota stuurt voor het schrijven van een reactie op een
klacht waartoe hij/zij volgens de Wet BIG simpelweg is verplicht? Leden van
tuchtcolleges kunnen correcter wijze niet anders dan hierop antwoorden ‘dit is
uitermate uitzonderlijk’. De meeste zullen het zelfs nog nooit hebben
meegemaakt. Wij hebben Gary Schoener
gevraagd hoe vaak hij dit fenomeen gedurende de afgelopen 30 jaar binnen ca.
3000 gevallen van GOG heeft gezien. Het antwoord (**) luidde ‘Dit is zeer uitzonderlijk. Wij hebben het
slechts één of twee keer meegemaakt’. Nederlandse tuchtcolleges beschikken
met zekerheid nog niet over een dergelijk groot aantal gevallen van seksueel
GOG die door hen werden behandeld. Hoe vaak zal men het dan op tuchtcollegiale
vloer alhier al tegen zijn gekomen? Wellicht nog nooit. Wat betekent het als
een tuchtcollege geconfronteerd wordt met dergelijk uitzonderlijk, opvallend,
voor verbijstering zorgend gedrag door een hulpverlener wordt geconfronteerd en
er niets over opmerkt en er niets mee doet? Dergelijk gedrag dient immers
binnen de procedure mede beoordeeld te worden. Een hulpverlener die het in
zijn/haar hoofd haalt om een nota te sturen omdat hij/zij de moeite heeft
genomen op een klacht te reageren, geeft duidelijk aan dat er iets ernstig mis
is. Het tuchtcollege had erover moeten vallen van verbazing, ongeloof en
verbijstering. Het diende (zich) vragen te stellen en op zoek te gaan naar het
antwoord ‘hoe is DIT mogelijk?’. Een
correct en professioneel werkend college had dit ook gedaan. Zo niet het
tuchtcollege dat met dit buitengewoon aparte en zelden voorkomend verschijnsel
te maken kreeg. Men vroeg niets, men zei niets, men deed gewoon alsof men het
niet heeft gezien. En ondanks het bijzonder uitzonderlijke gedrag dat door de
hulpverlener in kwestie werd vertoond, geloofde men hem bovenal op zijn blauwe
ogen. En dat niet alleen, men ging zelfs verder.
Helaas… zoals het zou horen, zo werkt het tuchtrecht niet.
Uitzonderlijke elementen laat men rusten, men benoemt hen niet. Dat e.e.a. op
ernstig gestoord gedrag wijst en vervolgens op z’n minst vraagtekens zou moeten
oproepen bij leden van het college en dat men op zoek zou moeten gaan naar een
antwoord op vragen die zich zelfs komen opdringen… helaas… wishful thinking .
Dat men de behoefte zou moeten voelen om een uitspraak te doen over hetgeen men
heeft aangetroffen, buitengewoon vreemde gedrag, … nee hoor… daar zit een
tuchtcollege niet mee. Men doet alsof men het niet ziet of alsof men het gewoon
vindt. ‘Geen extra vervelende elementen op de agenda, de klacht is al ernstig
genoeg hoor’, … want ja… het beschreven beestje zorgt er meestal voor dat het
niet om een klacht gaat die zich beperkt maar meestal blijkt het in dat soort
gevallen over de hele linie mis te zijn. Niet nog meer ellende, denkt het
tuchtcollege… i.p.v. dat vreemde gedrag van de hulpverlener te willen begrijpen
en daaruit de nodige conclusies te trekken hetgeen voor leden van het
tuchtcollege gezien hun niveau van opleiding en kennis eigenlijk geen probleem
zou moeten zijn. Wij kunnen het immers ook. Wat is dan wel het probleem…?
Zoveel
over de hulpverlener die een nota zond omdat hij/zij zich moest verweren voor
het tuchtcollege… een bijzonder gevalletje.
Even
terugkomend op de nota die een hulpverlener, nota bene medicus, meteen tesamen
met zijn verweerschrift bij een tuchtcollege indiende…
Hieronder overname van de tekst van de
factuur:
Naam,
adres en telefoonnummer verweerder
Bankrekening
verweerder
Plaats
en datum
NOTA
Betreffende
het verstrekken van informatie en het samenstellen van een dossier over [naam
klager], geb. [geboortedatum klager]
E
148,50
=======
De kosten
van het maken van een kopie van het medisch dossier bedragen EUR 4,50. Dat is
het maximumbedrag dag volgens een KNMG richtlijn voor de kopie van een dossier
met minder dan 100 pagina’s berekend mag worden. Dan blijven er dus EUR 144,- over die de arts berekende voor het
verstrekken van informatie oftewel voor het schrijven van het verweer.
Dat
klinkt naar heel wat pagina’s verweerschrift. Maar, helaas… het gaat maar om één enkele bladzijde verweerschrijft waarvan
ook nog eens een derde in beslag wordt genomen door aanhef, adresgegevens,
ondertekening etc..
Hoe diende de arts zijn nota in? De nota
trof de klagende partij onmiddellijk in opvolging van het verweerschrift aan waarop stukken van het medisch dossier van de klager volgen.
Zoals de stukken door een partij worden ingediend, zo worden zij ook door een
tuchtcollege doorgezonden. De arts
haalde het niet slechts in zijn hoofd om een factuur te gaan maken voor het
zich verdedigen tegen een klacht maar het ontbrak hem ook nog eens aan het
besef dat dit te gek voor woorden is en voegde zijn nota zelfs nog bij het
verweerschrift.
Het enige raadsel in dezen op dit moment:
voor wie was deze nota nu eigenlijk bedoeld? Het is namelijk niet duidelijk of
de arts van mening was dat de klager of het tuchtcollege hem zou moeten betalen
voor de moeite die hij heeft genomen om enige informatie te verstrekken. Het ontbreekt de arts dus al aan de minimale basiskennis wat
betreft correcte facturering. Leren artsen niet dat op een nota o.a. altijd
naam en adres dienen te staan van degene die de nota volgens hem zou moeten
betalen? Kreeg de arts nooit in zijn leven de kans een factuur van een of ander
bedrijf te zien? Wellicht gaat het om een slecht opgeleide en/of wereldvreemde
arts? Wat er ook van zij, is er sprake
van een bijzonder slecht oordeelvermogen en dat is meer dan slechts
zorgwekkend.
Nu dan weer terug naar het tuchtcollege:
Aaangezien
de nota zich direct achter het een enkele pagina tellend verweerschrift bevond,
heeft men de nota dus zeker niet over het hoofd kunnen zien en er zeker goed
nota van genomen. Zoiets zal men nog nooit hebben meegemaakt, dus dat riep
zeker vragen op – die het tuchtcollege echter nooit stelde – maar het koos
ervoor te zwijgen.
Maar hoe zit dat nou met het feit dat uit
de nota niet duidelijk wordt wie haar volgens de arts dient te betalen? Het
tuchtcollege kon niet anders dan zich afvragen ‘is die nota bedoeld voor de
klager of voor ons?’ Wat zal een tuchtcollege er niet van vinden een nota te
krijgen toegezonden van een arts die voor het tuchtcollege wordt gedaagd? Het tuchtcollege is een nogal autoritair orgaan… . Zou zo een
orgaan niet de hik ervan krijgen een nota van een arts te ontvangen omdat hij
de moeite nam op hun verzoek in te gaan op het klaagschrift te reageren? Men
moet gechoqueerd zijn geweest en was dat zeker ook. Toch volgde geen enkele
opmerking over dit geheel door het tuchtcollege. Niet in de stukken, niet ter
zitting en ook niet in de uitspraak. Men deed alsof men dit stuitende gewoon
niet had opgemerkt.
Wat zou
er wel niet gebeuren als een klagende partij een nota aan het tuchtcollege
zond, onder vermelding van ‘betreffend informatie verstrekking d.m.v. het
schrijven van een repliek in reactie op het verweerschrift?’ De wereld zou te
klein zijn. Daarop zou men zeker en
uitgebreid ingaan, en dan wel met grote verontwaardiging. (…).
PS: De
arts zal wel tot het einde aller dagen moeten wachten op voldoening van de
nota. Alleen al omdat niemand duidelijk kan zijn aan wie de nota nu eigenlijk
gericht is. Of bedoelde hij te zeggen ‘het
maakt mij niet uit wie de nota betaalt, klager of het tuchtcollege… als IK maar
een vergoeding ervoor krijg dat ik mij dien te verweren voor het tuchtcollege?’
De klagende partij zal de nota in ieder geval nooit betalen, daarvan mag de
arts verzekerd zijn. En het tuchtcollege zal er wel ook helemaal niets voor
voelen. Deze hoofdloze, te gek voor woorden actie van de arts zal in zijn
boekhouding wel leiden tot het ontstaan van een definitief oninbare debiteur. Het advies in dezen: meteen aan
het einde van het eerste en dus lopende boekjaar afboeken op oninbare
debiteuren, dus per 31 december a.s.. Vernietigd worden mag de nota niet want
zij werd immers verzonden en ging ook nog eens deel uitmaken van een
rechterlijke procedure. Wat zou de arts
er wel van vinden als wij hem nu een nota stuurden voor het uitbrengen van dit
goed bedoelde advies? (…).
Lees ook het artikel ‘Het patiëntje was nog maar 4 jaar
oud…’ van 16 maart 2006 (Red. MdH) dat u eveneens
op deze pagina aantreft. Tevens treft u een publicatie van 28 augustus 2006 over
deze zaak aan op onze paginga
aankondigingen (rechts onderaan van elk informatiekader treft u de datum van
plaatsing aan). Van de zitting werd een uitgebreid verslag door MdH gemaakt.
Informatie
voor instellingen in met name Brabant, Zeeland en omstreken
Op 20 november jl. verloor de 30 jarige, getrouwde verpleegkundige S.
de J. een kort geding tegen zijn voormalige werkgever, het ziekenhuis in Bergen op Zoom, regio Westelijk Noord Brabant. De
verpleegkundige heeft zich schuldig gemaakt aan seksueel grensoverschrijdend gedrag met een aan zijn zorg toevertrouwde
patiënte die hij op de afdeling IC (intensive care) verpleegde. Uit de eis
van de pleger van het GOG alleen al blijkt dat hij maanden na dato nog steeds geen besef heeft van de
ernst van het hem verweten onprofessionele gedrag. Eerder stelde de
verpleegkundige over zijn vak elders op het internet dat zijn vak afwisselend is. Het zou inhouden: “wondverzorging,
begeleiding en nog veel meer.” Deze uiteraard kloppende opmerking over het vak, de verpleegkunde, krijgt
binnen het genoemde kader wel een extra lading. De patiënte die het slachtoffer
werd van het seksueel intimiderende gedrag van deze verpleegkundige heeft er
namelijk last door ondervonden ‘nog veel meer’ te hebben ontvangen… .
Indien hij besefte in welk ernstige
mate hij in zijn zorgplicht naar patiënte tekortschoot en hoe
grensoverschrijdend hij zich heeft gedragen, zou hij niet bij de kantonrechter
hebben gesteld ‘dat hij van mening is dat hem voor wat betreft zijn handelen
als zorgverlener geen enkel verwijt kan worden gemaakt’. Tevens zou hij het
niet in zijn hoofd hebben gehaald van zijn voormalige werkgever te eisen hem
weer in dienst te gaan nemen.
Wij verwijzen S. de J. dan ook graag naar onze pagina Wetenschappelijke feiten over GOG opdat hij de problematiek binnen therapie bespreekbaar kan maken
met zijn behandelaar en kennis kan nemen van e.e.a. omtrent deze problematiek
waarvan hij nu helaas nog steeds geen kennis blijkt te hebben.
De instelling heeft zich uiteraard, zoals
uit de uitspraak ook ondubbelzinnig blijkt, correct gedragen door een
verpleegkundige die op een dusdanige wijze zijn boekje te buiten gaat, op
staande voet te ontslaan. Het zou zelfs
kwalijk en verwijtbaar zijn, zou de instelling het belang van haar patiënten
niet voorop stellen en een bijzonder grote kans van recidive (nota bene 33 á
80%), waarvan bij seksueel GOG door hulpverleners sprake is, niet door ontslag
van de pleger van het GOG uitsluiten. Dan zou de instelling juist kunnen worden
verweten haar zorgplicht niet na te komen.
Omwille van het feit dat de pleger maanden na dato nog steeds niet
in staat is de ernst van het door hem veroorzaakte leed bij de voormalige
patiënte te beseffen en alsnog niet in staat blijkt te zijn de
verantwoordelijkheid voor zijn ernstig falen als hulpverlener te dragen,
inhoudende dat de kans op recidive bij een dergelijk gebrek aan besef bijzonder
hoog is, achten wij het niet slechts uiterst wenselijk maar ook noodzakelijk
andere instellingen waar deze pleger van GOG in het recente verleden heeft
gesolliciteerd en/of in de nabije toekomst zou kunnen gaan solliciteren zo goed
mogelijk op het gebeurde alert te maken. Wij hopen dan ook dat niet nog een
verdere instelling de dupe van dergelijk onprofessioneel gedrag door de
verpleegkundige zal worden en men S. de J. geen kans meer zal bieden in de
toekomst nog met patiënten te mogen werken.
Moge deze
publicatie andere patiënten in de toekomst beschermen en instellingen doen
besluiten de verpleegkundige in kwestie niet in dienst te gaan nemen. Gebrek
aan besef zoals die alleen al uit de in het KG gestelde eisen blijkt, is immers
een sterke voorspeller voor mogelijke recidive. De kans op recidive ligt over
het algemeen tussen de 33 en 80% in dit soort gevallen. Rekening houdende met
het gebleken gebrek aan besef, lijkt het ons wenselijk instellingen op dit
ontslag op staande voet te attenderen om zodoende zichzelf en hun patiënten zo
goed mogelijk te kunnen beschermen. Lees meer over de
uitspraak in kort geding op deze pagina.
Zelfverklaard kinderpornojager Vervloesem
kreeg vijf jaar cel, waarvan twee jaar voorwaardelijk, en 1000 euro boete.
Vervloesem werd schuldig bevonden aan de verkrachting en de schending van de
eerbaarheid van minderjarigen, oplichting, inbreuken op de privacy en het bezit
van kinderporno.
Tussen 1974 en 1996 zou hij negen
minderjarige jongens hebben misbruikt, onder wie zijn halfbroer Vic. De
andere aanklachten gingen over de aanranding en verkrachting van drie jongens
in de zomer van 2005. De rechtbank achtte drie oudere zaken niet bewezen en de
andere zes verjaard. Wel bewezen is volgens de rechtbank dat Vervloesem, op het
moment dat er al een onderzoek tegen hem liep wegens pedofilie, in 2005 drie
jongens heeft misbruikt.
Ook heeft Vervloesem geld van de Werkgroep Morkhoven, waar hij voorzitter van
was, in eigen zak gestoken en kinderporno op het internet verspreid, door
foto’s van misbruikte kinderen op de website van de Werkgroep Morkhoven te
zetten.
Vervloesem zelf heeft de aanklachten altijd ontkend. Volgens hem handelde zijn
halfbroer uit jaloezie en was er sprake van een complot tegen hem.
Al in oktober van dit jaar concludeerde
de gerechtspsychiater dat Vervloesem grensoverschrijdend seksueel gedrag
vertoont en een voorliefde heeft voor jonge jongens. Volgens de
gerechtspsychiater heeft Vervloesem een gestoorde persoonlijkheid en maakt hij
misbruik van zijn machtspositie als zelfverklaarde hulpverlener.
Vervloesem haalde in 1998 als voorman van de Werkgroep Morkhoven het nieuws
door te beweren dat hij een wereldwijd kinderporno-netwerk op het spoor was.
Spil was volgens hem de later door een Belg vermoorde man uit Zandvoort. De
Nederlandse justitie zette veertig rechercheurs op de zaak. De man was een
grote verzamelaar van kinderporno, die hij via het internet met anderen
uitwisselde. Maar van een netwerk was geen sprake. Vervloesems reputatie was
echter gevestigd. Geregeld kwam hij in het nieuws met zijn niet aflatende
kruistocht tegen kinderporno. Eén van zijn vroegere slachtoffers kon het niet
langer aanzien en stapte naar de politie. Hij beweerde dat hij als achtjarig
jongetje door Vervloesem, zijn buurman en vriend van de familie, seksueel was
misbruikt. Meerdere aangiftes volgden. Uiteindelijk beweerden twaalf mannen
door Vervloesem misbruikt te zijn.
Bron: http://www.pzc.nl/internationaal/buitenland/article835205.ece
Wéér Amsterdamse huisarts op
agenda tuchtcollege: seksueel misbruik en stuitend medicatiebeleid - 16 november 2006 – Redactie MdH -- Met
vreugde hebben wij vandaag vernomen dat Het Parool op 15 november jl. een
artikel publiceerde over de medische tuchtzaak tegen een Amsterdamse huisarts
die op dinsdag 14 november jl. voor het RTG te Amsterdam diende. Er werd door
MdH deze keer geen persbericht verzonden om de media, zoals gebruikelijk, op
het dienen van deze zaak te attenderen. Wij zijn dan ook bijzonder blij dat
telefonisch contact met Het Parool en het wijzen op het feit dat de genoemde
tuchtzaak zou gaan dienen ertoe heeft mogen leiden dat Het Parool ervoor zorgde
dat de zaak door een van haar journalisten werd bijgewoond en dat er een
artikel over deze zaak werd gepubliceerd. De zaak werd door MdH uiteraard ook
gevolgd en wij hebben, zoals gebruikelijk, een bijna woordelijk verslag van de
ca. 2 uur durende zitting gemaakt.
Eerder vandaag kondigden wij aan dat het
artikel zoals verschenen in Het Parool, eventueel voorzien van een kort
commentaar, nog vanavond op deze pagina gepubliceerd zal worden. Bij de eerder
genoemde vreugde over de publicatie in de genoemde krant dient echter een
kanttekening te worden geplaatst. Omdat wij het artikel niet zonder die
kanttekening willen plaatsen, zal het geheel pas morgen op deze pagina verschijnen.
De genoemde tuchtzaak mocht zich over
bijzonder veel belangstelling verheugen doordat een aanzienlijk aantal
studenten geneeskunde, zoals wij vermoeden, de zaak omwille van leerdoeleinden
heeft gevolgd. Wij zijn bijzonder blij dat de betreffende opleiding deze keuze
maakte. Het volgen van tuchtzaken betreffend seksueel grensoverschrijdend
gedrag (GOG) door hulpverleners is namelijk bijzonder leerzaam. Het is een
manier van leren in de praktijk die naar onze mening dan ook alle ondersteuning
zou moeten verkrijgen door diverse (para)medische opleidingen. Wij hopen dan
ook dat er steeds meer aandacht en interesse voor het volgen van medische
tuchtzaken bij diverse opleidingen zal ontstaan. Indien er studenten zijn die
de zaak hebben gevolgd en die betreffend
het thema seksueel GOG door hulpverleners en/of het medische tuchtrecht in het
algemeen en/of in relatie tot zaken van GOG door hulpverleners vragen
mochten hebben, zijn zij uiteraard welkom bij ons aan te kloppen. Het opvragen
van het door MdH vervaardigde zittingsverslag behoort eveneens tot de
mogelijkheden.
Wat
betreft de zitting van afgelopen dinsdag dient vooral opgemerkt te worden dat
het slachtoffer zelf een bijzonder goed en sterk eindpleidooi heeft gehouden
hetgeen een compliment verdient.
Huisarts bij tuchtcollege
na relatie met patiënte: Vrouw stelt ook dat sprake was van gedwongen seks – 15 november 2006 – Het Parool, door: Kamilla Leupen – AMSTERDAM – Een Amsterdamse huisarts (nu 62) moest
zich gisteren verantwoorden voor het Regionaal Tuchtcollege omdat hij
tegen de regels in een seksuele relatie onderhield met een patiënte (nu 50).
(…)
Publicatie van dit artikel inclusief enig
commentaar op vrijdag 17 november 2006.
Zondervan richtte een website op omdat ze
uit eigen ervaring weet dat er nauwelijks iets bestaat voor slachtoffers van
hulpverleningsmisbruik. Ze stak haar licht op in Amerika, dat op dit terrein al
veel verder is. Op de site zijn massa’s gegevens te vinden over
grensoverschrijdend gedrag. Verzameld door haarzelf en anderen, in een
vastbesloten poging in ieder geval zoveel mogelijk wetenschappelijke informatie
beschikbaar te krijgen in Nederland. (…).
In een poging het onderwerp bespreekbaar te
maken, hebben GGZ WNB en de Stichting
MdH in oprichting samen een voorlichtingsproject bedacht. Omdat nog te veel
hulpverleners en instellingen ‘de ogen liever dichtdoen’. Het project richt
zich op zowel hulpverleners als patiënten. Voor hen worden brochures gemaakt,
trainingen gegeven en workshops gehouden. (…).
Lees
het hele artikel op deze pagina. Tevens treft u via de
genoemde link meer informatie over ons projectvoorstel t.b.v. de Nationale
Zorgvernieuwingsprijs 2006 aan.
Ontuchtverdachte leraar langer vast -- 15 november 2006 -- Omroep Brabant -- EINDHOVEN - Een Eindhovense leraar die wordt verdacht van ontucht met kinderen, blijft nog zeker dertig dagen vastzitten. Dat heeft de rechtbank in Den Bosch bepaald. Twee 12-jarige meisjes hebben aangifte gedaan tegen de 54-jarige man. De politie onderzoekt nog andere meldingen en ze verwacht meer aangiftes. De verdachte werkt als leraar aan de Jan Nieuwenhuizen School in Eindhoven, een basisschool voor moeilijk lerende kinderen. Het misbruik vond volgens een verklaring van de school plaats buiten schooltijd.
Bron: http://www.omroepbrabant.nl/news.aspx?id=72362
Tandarts in opspraak na slaan kind -- 14 november
2006 -- Omroep Brabant TILBURG
- Een tandarts van een Tilburgse groepspraktijk is in opspraak gekomen omdat
hij tijdens een behandeling een kind een flinke klap heeft gegeven. De moeder van de
12-jarige jongen heeft aangifte gedaan van mishandeling. Haar zoontje zou gewond zijn geraakt. De tandarts, die gespecialiseerd
is in het behandelen van kinderen, geeft toe dat hij het kind een klap heeft
gegeven, maar zegt niet gezien te hebben dat zijn patiëntje gewond was. Het
kind, dat bang voor tandartsen is, raakte tijdens de behandeling hysterisch. In
een opwelling gaf de behandelend tandarts hem een klap in het gezicht. Hij
heeft zijn excuses aangeboden, maar de moeder wil daar niets van weten. De
politie gaat de tandarts verhoren.
Bron: http://www.omroepbrabant.nl/news.aspx?id=72292
Vrijspraak ontucht Drunenaar -- 14
november 2006 – Brabants Dagblad, door Ad Rijken --
Zeeland - Een 50-jarige therapeut uit Drunen is
gisteren vrijgesproken van ontucht met een 9-jarig
autistisch jongetje. De rechtbank in Den Bosch vindt de
aangifte door de moeder en de bevestiging van het misbruik door het jongetje
zelf tijdens een studioverhoor te weinig betrouwbaar om tot een veroordeling te
komen. Tegen
de man was negen maanden voorwaardelijk en 200 uur werkstraf geëist. Bovendien
eiste de officier dat de Drunenaar zichzelf laat behandelen en gedurende de
proeftijd van twee jaar zelf geen behandelingen geeft. De Drunenaar heeft toegegeven dat hij tijdens
massages ter behandeling van het autisme in de buurt van de schaamstreek van
het jongetje is geweest. Maar hij ontkende dat hij het geslachtsdeel van het
jongetje heeft aangeraakt. Volgens de Drunenaar had het jongetje steeds zijn
onderbroek aan en was de moeder altijd bij de behandeling aanwezig.
Psycholoog Vught ontkent
misbruik verslaafde patiënt -- 6 oktober -- Brabants Dagblad -- BREDEA
- „Waanzin! Onjuist. Echt niet waar.“ Met grote stelligheid reageerde een voormalig
psycholoog van Novadic/Kentron gisteren
op de beschuldigingen die ex-patiënten tegen hem hebben geuit. Eén van hen deed
aangifte van seksueel misbruik. „Een
valse aangifte“, volgens zijn advocaat Van der Biezen. De 50-jarige
psycholoog, afkomstig uit Vught, werkte op verschillende
locaties van de Brabantse instelling voor verslavingszorg Novadic/Kentron. Hij zou in 2004 en
Slapen
Volgens de officier van justitie pleit er heel veel tegen de
hulpverlener. Zo ontmoette hij de patiënt die aangifte deed, ook buiten het
werk om. Verder wordt beweerd dat hij wel eens bij cliënten van de
verslavingszorg bleef slapen nadat ze op stap waren geweest. Ook zou hij regelmatig seksueel getint taalgebruik
hebben gebezigd tegenover patiënten. Dat blijkt uit berichten die hij via het
computerprogramma MSN verstuurde naar een oud-cliënt. De 50-jarige psycholoog deed de seksueel getinte
berichtjes af als grapjes. Het stappen met patiënten gebeurde in het kader van
hun resocialisatieproces: ze moesten
leren om weer met alcohol om te gaan. Bij deze avondjes uit waren overigens ook
altijd andere collega’s aanwezig. Over het blijven slapen bij patiënten, zei
hij: „Verslaafden zeggen zo veel.“
Vrijspraak
Advocaat Van der Biezen vroeg vrijspraak. Hij had twee oud-collega’s van
de verdachte als getuige opgeroepen tijdens de rechtszitting. Zij herkenden de
psycholoog niet in de beschuldigingen. De man die aangifte deed, omschreven ze
als snel gekrenkt en rancuneus. Volgens
de advocaat is zijn cliënt een gedreven hulpverlener die twintig jaar lang
heeft geprobeerd om verslaafden op het rechte pad te krijgen. Hij stelde dat er
geen bewijs is voor het misbruik in de bestelbus. Er is hooguit steunbewijs, dat
hij afdeed als ’randgeruis’. Bovendien, zo stelde hij, was het vermeende slachtoffer
geen patiënt meer van de psycholoog toen het misbruik zou hebben
plaatsgevonden. In dat geval
doet het er niet toe wat er is voorgevallen in de bus. Als er geen geweld aan
te pas komt, is seks tussen twee volwassen immers niet strafbaar. Uitspraak over twee
weken.
Bron: http://www.brabantsdagblad.nl/brabant/article714927.ece
Commentaar
Red. MdH: Op zaterdag avond,
7 oktober 2006, kunt u een uitgebreid commentaar van onze redactie op
bovenstaand nieuwsbericht verwachten.
Oproep: Indien de naam van de psycholoog bij u bekend is,
verzoeken wij u i.v.m. postpreventieve doeleinden melding te maken bij MdH. U
kunt dit uiteraard anoniem doen. Tevens hopen wij dat het Brabants Dagblad de
initialen van de psycholoog nog zal publiceren in het kader van een
nieuwsbericht over de uitspraak in deze zaak. In de meeste gevallen is sprake
van meervoudig misbruik. Het is dus van belang dat eventuele verdere
slachtoffers kennis kunnen nemen van de feiten waarvan de psycholoog wordt
beschuldigd. Indien u het slachtoffer kent, zou u dan zo vriendelijk willen
zijn hem van ons bestaan op de hoogte te stellen? Bij voorbaat hartelijk dank!
Eerste reactie bisdom
Roermond op brief MdH i.v.m. ‘ontucht
met misbruik van gezag’ -- 6 oktober 2006 – Red. MdH -- Recentelijk ontvingen
wij een eerste reactie van de vicaris-generaal van het bisdom Roermond, mgr.
dr. H. Schnackers, in reactie op onze brief van 18 september jl. (zie pagina
NIEUW OP DEZE SITE op die u een deel van onze brief gepubliceerd aantreft),
gericht aan bisschop Frans Wiertz betreffend de zaak Joep Haffmans, oud-deken
te Gulpen. In de brief
attendeerden wij de bisschop o.a. op het feit dat oud-deken Joep Haffmans zich
ons inziens naar ook schuldig heeft gemaakt aan het strafbare feit ‘ontucht met misbruik van gezag’ (art.
249.2.3 sr), een
feitencomplex waarover het slachtoffer, ‘Elly’, in tweede instantie en na attendering
hierop door MdH, ook aangifte bij de politie heeft gedaan. ‘Elly’ klopte bij de
oud-deken immers met een hulpvraag bij de voormalige deken aan waardoor sprake
is van een professioneel hulpverleningscontact van waaruit zich dan een
langdurige ‘relatie’ met de oud-deken ontwikkelde.
De reactie van het bisdom dateert van 29 september 2006. Wij verzochten
de bisschop binnen 14 dagen te reageren en zijn bijzonder blij te mogen
constateren dat het eerstcontact goed is verlopen. Daar waar ziekenhuizen en
instellingen i.v.m. klachten een aansprakelijkheidstellingen vaak maanden niets
van zich laten horen, ook wanneer advocaten zich tot hen wenden, aangeven
brieven bij herhaling niet te hebben ontvangen en op deze wijze proberen
slachtoffers van seksueel grensoverschrijdend gedrag (GOG) alle moed te
ontnemen in de hoop dat zij opgeven en het probleem zich zodoende voor de
instelling zelf oplost, stellen wij i.v.m. het bisdom vast dat op tijd en zelfs
snel en correct reageert. Daarbij had het bisdom zelfs pas tegen eind oktober
2006 hoeven reageren want onze brief was per abuis niet gedateerd op 18
september 2006 maar op 18 oktober 2006. Het spreekt voor het bisdom dat men
niet gebruik maakte van het voordeel van een veel latere reactie door de door
ons gemaakte fout. Hieronder de eerste reactie van de vicaris-generaal:
“Uw brief van 18 oktober 2006
(waarschijnlijk 18 september 2006) is in goede orde ontvangen. Deze brief is
aan de bisschop persoonlijk gericht. Omdat de bisschop op dit ogenblik in het
buitenland verblijft, kunnen wij momenteel alleen de ontvangst van uw brief
bevestigen. Hopend U bij deze vooralsnog voldoende geïnformeerd te hebben,
verblijft,
Met vriendelijke groet
en hoogachting,
Mgr. Dr. H. Schnackers
Vicaris-generaal”.
Wij hopen binnenkort een verdere, inhoudelijke reactie van het bisdom op
onze brief te mogen ontvangen en hopen eveneens dat de bisschop alsnog bereid
zal zijn op het verzoek van het slachtoffer, in te gaan en haar een persoonlijk
gesprek zal aanbieden. Voor het slachtoffer zou het immers heel veel betekenen
en gezien het feit de bisschop verantwoordelijk is voor het doen en laten van
een deken achten wij het ook zeer wenselijk, zo niet zelfs zijn plicht, dat de
bisschop op de wens van het slachtoffer hem persoonlijk te mogen spreken, zal
ingaan en de kwestie van ontucht met begrip en het nodige invoelingsvermogen
tegemoet zal treden.
Onderzoek bisdom gekraakt
-- 06
oktober 2006 – Limburgs Dagblad -- Sittard -
Het
onderzoek door het bisdom naar de verduistering van kerkgelden uit de armenkas
door ex-deken Joep Haffmans van Gulpen is niet onafhankelijk. Door het
onderzoek te laten uitvoeren door de oud-econoom die belast was met de controle
op het fonds waaruit Haffmans geld zou hebben weggesluisd, wekt het bisdom de indruk
iets te willen toedekken. Dat zeggen
kerkhistoricus Peter Nissen (professor kerkgeschiedenis aan de Radboud
Universiteit) en de kerkjuristen Ad van der Helm (hoogleraar kerkrecht in
Leuven) en Cor Mennen (docent kerkrecht aan het grootseminarie in Den Bosch). Zij noemen de
handelwijze van het bisdom onverstandig en de aanpak van het onderzoek
amateuristisch. De onderzoeksopdracht is mondeling verstrekt, de wijze van
rapporteren niet vastgelegd. Nog niet vaststaat of de uitkomst openbaar wordt.
Nieuwsbrief
26 PSM Info – 5
oktober 2006 -- Beratungszentrum
Sexuelle Grenzverletzungen in professionellen Beziehungen Institut für
Psychotraumatologie, http://www.bsgp.ch – Over het
collectieve falen van de psychiatrie betreffend traumata c.q. de Post
Traumatische Stress Stoornis (PTSS).
An bestimmte Traditionen zu erinnern, heisst freilich auch,
die zunehmend szientistisch akzentuierte Ethikdiskussion der Gegenwart zu
hinterfragen 1.
Editorial
Dr.
med. Werner Tschan
Von
Zeit zu Zeit quält einen die Frage, wie das wohl früher war – hat sexuelle
Gewalt zu- oder abgenommen?
Hat
Stalking zugenommen? Gab es früher auch so etwas wie häusliche Gewalt? Die
Historie stellt
nach
Johannes Fried eine Art kollektiven “Erfahrungsspeicher” dar. Ziel einer
historischen Reflexion kann
jedoch
nicht sein, überkommene Wertmassstäbe und Sichtweisen kritiklos zu übernehmen.
Brigitte Kerchner
hat zur
Kulturgeschichte des sexuellen Missbrauchs 2 eine aufschlussreiche
Zusammenstellung verfasst.
Kinderlüge
war einst in aller
Munde.
Nun
zeigt ein aktuelles Beispiel von professionellem Fehlverhalten die
moralisch-ethische Dimension brutal
auf: London
will Exekutierte postum begnadigen – so eine Überschrift in der NZZ (Nr. 189,
17.08.2006).
306 britische Soldaten waren im Ersten Weltkrieg wegen
Feigheit vor dem Feinde zum Tode verurteilt und
standesrechtlich erschossen worden. Das Schicksal der
Weltkriegsoldaten hat in UK seit vielen Jahren für
kontroverse Debatten gesorgt – einige Soldaten hatten sich
geweigert – u.a. solche die erst 17 Jahre alt
waren (!) – in die Schützengräben von Nordfrankreich zurück
zu kehren. Im Gegensatz zum Kriegsgericht
von 1916 spricht man den Opfern heute eine „Kriegsneurose“
zu, die durch die traumatischen Erfahrungen
in den Schützengräben entstanden war. Schon 1915 hatte der britische Militärpsychiater Charles Samuel
Myers in einem Beitrag im Lancet den Begriff des
„shell-shock“ (shell=Granate, dt. Kriegsneurose) geprägt 3.
Die Rezeption traumatischer Erlebnisse wurde zumindest im
deutschsprachigen Europa massgeblich durch
die Formulierung der Rentenneurose durch den Psychiater
Bonhoeffer (1926) bestimmt – „das Gesetz ist
die Ursache der
Unfallneurosen“. Nach dieser Auffassung galt: the disorder was caused by
secondary gain
(van der Kolk et al. 1996, p. 51). The Reichversicherungsordnung cemented
this position in
traumatic neurosis
was not to be compensated. Das
psychiatrische Dogma, wonach psychogene
Erkrankungen eine gute Prognose haben (formuliert durch
Jaspers 1913), wurde blind übernommen: this
1 Klaus Bergdolt: Das Gewissen der Medizin. Ärztliche Moral
von der Antike bis heute. C.H. Beck, München, 2004.
2 Brigitte Kerchner: Zur Kulturgeschichte des sexuellen
Missbrauchs. In: U. Finger-Trescher, Heinz Krebs (Hg.): Misshandlung,
Vernachlässigung und sexuelle Gewalt in
Erziehungsverhältnissen. Psychosozial-Verlag,
Giessen 2000, pp. 15-41.
3 Myers C.S.: A
contribution to the study of shell-shock. Lancet, 1915 (January), 316-320.
blind acceptance of
psychiatric dogma meant that a poor outcome must be the result of premorbid
vulnerabilities – eine
Ansicht, die auch heute noch weitverbreitet ist, und sich trotz unzähligen
wissenschaftlichen Publikationen hartnäckig hält.
Ignoranz
prägte damals wie heute den Umgang mit der Frage der traumatischen Erfahrungen
und deren
Auswirkungen
– das Fach Psychiatrie liefert hier einen unrühmlichen Beitrag – dauerte es
doch bis 1980,
bis der
Begriff PTSD (dt.: Posttraumatische Belastungsstörung) als diagnostische
Entität endlich Eingang in
die
psychiatrische Terminologie fand – als hätte es traumatische Erfahrungen nicht
schon gegeben, seit die
Menschheit
existiert. Ignoranz ist heute noch gegenüber der Thematik festzustellen –
insbesondere in
Zusammenhang
mit sexueller Gewalt, vor allem wenn sie im institutionellen Kontext auftritt. Alarmingly,
the
need to ignore the reality of trauma in
people’s lives also pervades medical school departments of
psychiatry, where the response to
increasing levels of traumatization in society has generally been to
ignore 4.
Wer sich einmal die Mühe nimmt, den aktuellen
Gegenstandskatalog (2002) für das Schweizer
Medizinstudium im Hinblick auf diese Fragestellung zu
durchforsten, wird erstaunliches feststellen: die
Auswirkungen traumatischer Erfahrungen auf Psyche und Soma
gelten nicht als Teil des medizinischen
Grundwissens, vergeblich sucht man Begriffe wie PTSD oder
DID als Teil des Lernzielkataloges (immerhin
wurde der Gegenstandskatalog von berufenen Experten der
Schweiz verfasst) – wenn man bestimmten
Dingen keinen Krankheitswert zuschreibt, gibt es sie
nicht. Betroffene haben keine Chance – siehe den
eingangs erwähnten Zusammenhang. Auf dieses kollektive Fehlverhalten eines ganzen Faches hinzuwiesen
hat
insofern etwas tragisches, weil dieser Ignoranz damals wie heute Menschen zum
Opfer fallen.
In psychiatry, each generation seems to
have a need to formulate psychological phenomena in a new
language - ... however, though this
continual reinvention of the psychological wheel may make for
interesting careers, it does not foster a
solid accumulation of knowledge or the development of an effective
treatment
repertoire (Van der Kolk et al. 1996, p.
67).
Klik op de
navolgende link om de nieuwsbrief van Werner Tschan
(psychiater/psychotherapeut) te Basel integraal te kunnen lezen: 26 PSM Info Oktober 2006
(Incl. nieuws over
seksueel GOG door hulpverleners en andere vertrouwenspersonen, boekrecensies,
agenda van evenementen etc.)
Spaanse gynaecoloog
beschuldigd van seksueel misbruik: echtgenote gelooft in zijn onschuld ondanks
tientallen (vermeende) slachtoffers – 5
oktober 2006 – Red. MdH – Afgelopen
maandag werd de in Barcelona werkzame gynaecoloog Sami Y.A. (55) door de
Spaanse politie opgepakt wegens seksueel misbruik met tientallen aan zijn zorg
toevertrouwde patiënten. Het verhoren van zeker dertig patiënten was gisteren
nog niet afgesloten. De gynaecoloog was sinds ongeveer drie jaar werkzaam
in een gezondheidscentrum dat primaire hulp verleent, gevestigd in de Avenida
Río de Janeiro van de Catalaanse hoofdstad. De patiënten klaagden over praktijken en aanrakingen ondergaan door de
medische specialist die niet gebruikelijk zijn tijdens een medisch onderzoek.
De arts zou gynaecologisch onderzoek hebben verricht zonder handschoenen te
dragen. Volgens patiënten stuurde hij zijn assistente tijdens het onderzoek uit
de behandelkamer. Ook merkten slachtoffers op dat de arts zich in verbaal
opzicht inadequate gedroeg. Men acht het mogelijk dat zich nu, nadat de zaak in
de media verscheen, nog meer slachtoffers zullen gaan melden. De echtegenote
van de arts verdedigde gisteren zijn onschuld door op te merken “hij werd het
slachtoffer van een enorme vergissing.” De gynaecoloog zal tot het verschijnen
voor de rechter in hechtenis worden gehouden.
Bronnen:
Spanish
gynaecologist accused of sexual abuse – October 4, 2006 – www.iol.co.za –
http://www.int.iol.co.za/index.php?set_id=1&click_id=3&art_id=qw1159969143387B215
El ginecólogo detenido por abusar de sus pacientes pasará mañana a
disposición judicial -- 04/10/2006 --
Bewoners
stadswijk sporen zelf misbruikte vrouwen op -- 5 oktober 2006 -- Trouw; door
Dorien Pels -- Bewoners van de
Amsterdamse wijk De Baarsjes gaan slachtoffers van huiselijk geweld opsporen.
Omdat die niet weten waar ze hulp kunnen krijgen of er niet om durven vragen.
De vijf ’intermediairs’, allemaal vrouw, zijn buurtbewoners met een groot
netwerk. Een van hen is Fatima (30). „Ik heb contact met vrouwen die hun
huis niet eens uit mogen komen. Ze komen tot de supermarkt en de school van hun
kinderen, maar verder niet.” Via via heeft Fatima gehoord dat hun echtgenoot
vermoedelijk gewelddadig is. „Ik loop dan bijvoorbeeld een stukje mee, naar de
supermarkt, maak een babbeltje.” Fatima – die het werk doet naast haar gewone
baan als accountant – vertelt niet meteen tegen de vrouwen dat ze hulpverlener
is. Ze wil ze niet afschrikken. Ze wil daarom ook niet met haar echte naam in
de krant. „De vrouwen hebben vaak niemand om mee te praten. En zelfs als ze het
aan familie vertellen, zeggen die: het gaat wel over, geef hem de tijd. Ze
willen hun gezin niet stuk maken. En soms gaat het dan weer even goed. Al gauw
zijn ze tien jaar verder.” „Je probeert ze te laten beseffen dat ze beter
verdienen, maar vaak zijn ze het geweld gewend. Ze denken er niet meer over na
hoe zij zich voelen. Of ze zeggen: dit is mijn lot.” Fatima is van Marokkaanse
origine en heeft door haar werk in vrouwencentra
in Amsterdam-West vooral contacten met slachtoffers van dezelfde afkomst.
„Sommige mannen houden hun vrouwen binnen zodat ze onwetend blijven en niet
eens hulp kunnen zoeken. En het zijn echt niet alleen vrouwen van de eerste
generatie hoor, ik heb contact met een Marokkaanse vrouw in zo’n situatie van
wie ik dacht dat ze veel ouder was, zo afgeleefd zag ze eruit. Maar ze was van
mijn leeftijd. Gewoon in Nederland geboren en haar man ook.” Fatima wil graag
benadrukken dat huiselijk geweld geen allochtonenprobleem is. „Het komt in alle
lagen van de bevolking voor en ook autochtone vrouwen zitten vast in die
spiraal.” Ze is sinds november bezig, maar heeft nog geen slachtoffer richting
hulpverlening kunnen masseren. „Ik weet niet wanneer ik stop. Ik wil ze in elk
geval duidelijk hebben gemaakt dat het ook anders kan en ik blijf natuurlijk in
contact, voor als ze zich bedenken.” Ze heeft een aparte mobiele telefoon, waar
de vrouwen haar op kunnen bellen. „Dat doen ze niet als het geweld plaatsvindt,
want dan zou ik de politie waarschuwen, maar soms wel erna. Dat is al een hele
stap vooruit.” Ook als kinderen bij het geweld betrokken raken, grijpen de
vrijwilligers onmiddellijk in. „Ja ik heb dat al moeten doen. Dan neemt de
kinderbescherming de zaak over. Die vrouw heeft mij dat niet in dank
afgenomen.” Ze moet heel voorzichtig zijn, schipperen. „Ik kan de naam krijgen
dat ik die vrouw ben die relaties kapot maakt. Zelfs een slachtoffer kan mij
zwart maken bij haar familie of vrienden, zo graag wil ze geheim houden dat
haar huwelijk slecht is.”
'VRIJSPRAAK JOMANDA IN ZAAK-MILLECAM
ONBEVREDIGEND' -- 4 oktober 2006 -- NOVA --
Aandacht
voor de zaak Sylvia Millecam, nu Jomanda niet door het OM vervolgd zou
worden in de zaak Sylvia Millecam. Menso Westerouen van Meeteren, de
inspecteur voor de gezondheidszorg die de zaak Millecam onderzocht, vindt de beslissing
onbevredigend. Het medium Jomanda, drie alternatieve genezers en een
zouttherapeut worden niet strafrechtelijk vervolgd voor het overlijden van de
actrice Sylvia Millecam. Dat liet justitie gisteren weten.
De actrice overleed in de zomer van 2001
aan borstkanker. Het OM begon in mei 2004 met een uitvoerig onderzoek na
aangifte van de inspecteur voor de gezondheidszorg. De inspectie kwam met een
rapport waarin stond dat Jomanda de actrice had misleid door haar te zeggen dat
ze geen borstkanker had. Meer informatie over
deze zaak
Killer priest
takes his secret to jail -- October 03 2006 – www.iol.co.za,
by: Tania Broughton -- When Hindu priest
Kalimuthu Thangavelu went to jail on Monday to begin serving his 30-year
sentence, he took with him a secret: the reason he throttled the deeply
religious Premla Pillay while she was praying in his Puntan's Hill temple last
month.
Although there was speculation that the attack was sexually motivated, when
Thangavelu, 46, pleaded guilty in the
http://www.int.iol.co.za/index.php?set_id=1&click_id=13&art_id=vn20061003040446399C739776
This article was originally published on page 3
of The Mercury on October 03,
2006
Verdere, recente nieuwsberichten over deze Hindu priester:
Killer priest dubbed 'deceitful' 2006-10-03
Temple murder: Priest gets 30 years 2006-10-02
Temple murder: priest awaits
sentencing 2006-09-30
Sexual
abuses by health-care professionals spur new rules – October 3, 2006 –
Seattle Times: By Michael J. Berens -- Seattle
registered counselor Devlin Crose advised an 11-year-old girl that she could
have sex with anyone she wanted — including him, according to allegations filed
by the state Department of Public Health.
Mercer
Island gynecologist Charles Flake engaged in sexual affairs with three female
patients, a board of professional peers ruled. Snohomish nursing assistant
Jerry Murry coerced a 16-year-old girl into sexual acts, according to state
administrative charges. These are among 60 sexual-misconduct cases the state
has brought so far this year against
Lees ook: “License to harm”: http://seattletimes.nwsource.com/news/local/licensetoharm/
Commentaar red. MdH:
Triest, dat het navolgende a) nu pas schriftelijk en expliciet genoemd wordt en
het b) niet vanzelfsprekend blijkt te zijn voor hulpverleners dat de genoemde
gedragingen absoluut uit den boze zijn:
“Some of the new rules include: patients must be afforded privacy when
undressing; practitioners cannot solicit dates from patients, discuss their own
sexual histories or describe fantasies; and practitioners must wear surgical
gloves during genital exams. Even the definition of a patient has changed to
include any "key party" to health care, such as parents of young
patients. In recent years, some practitioners, facing discipline, argued that
mothers of patients were fair game for sexual pursuits.”
Fractievoorzitter
mogelijk betrokken bij seksueelmisbruik – oktober
2006 – blikopnieuws.nl --
DELFZIJL - De politie van Delfzijl heeft maandag de fractievoorzitter en enige
raadslid van de Partij van het Noorden aangehouden op verdenking van
betrokkenheid van seksueel misbruik van minderjarigen. Dit heeft het Openbaar
Ministerie (OM) bekend gemaakt. De echtgenoot van de vrouw is op 19 september
al aangehouden omdat hij er van verdacht wordt meerdere meisjes seksueel
misbruikt te hebben. Uit verhoren en de vijf aangiftes tegen haar man vermoed
het OM haar betrokkenheid. Zij zal de komende dagen gehoord worden door de
politie om haar precieze rol aan het licht te brengen. Het enige wat het OM
kwijt is dat ze in ieder geval weet heeft gehad van het misbruik. De echtgenoot
van de vrouw is leraar op het Abel Tasmancollege en beide zijn vrijwilliger bij
het zeekadettenkorps in Delfzijl. Bij dit korps zouden in een tijdsbestek van
anderhalf jaar de verkrachtingen hebben plaats gevonden. Bij huiszoeking is een computer aangetroffen met
hierop kinderpo
Sex crimes and the Vatican – 29 september 2006 – Panorama / BBC ONE -- A secret document which sets out a procedure for
dealing with child sex abuse scandals within the Catholic Church is examined by
Panorama.
Crimen Sollicitationis was enforced for
20 years by Cardinal Joseph Ratzinger before he became the Pope. It instructs
bishops on how to deal with allegations of child abuse against priests and has
been seen by few outsiders. Critics say the document has been used to evade
prosecution for sex crimes. Crimen Sollicitationis was written in
Sex crimes and the
Zondag avond, 1 oktober 2006 om 23.15 uur op BBC 1 (duur: 40 minuten)
VIDEO: De documentaire is
zeer de moeite waard om bekeken te worden. Indien u haar mocht hebben gemist,
kunt u haar alsnog via internet bekijken: http://news.bbc.co.uk/1/programmes/panorama/default.stm
Nieuwsbrief
25 PSM Info –
september 2006 -- Beratungszentrum
Sexuelle Grenzverletzungen in professionellen Beziehungen Institut für
Psychotraumatologie, http://www.bsgp.ch -- Trotz aller Bestrebungen und
Präventionskampagnen haben die Verletzungen der sexuellen Integrität nicht
abgenommen.
Editorial
Dr. med. Werner Tschan
Sexuelle Gewalt in all ihren Facetten ist ein Tabubereich.
Der Grund ist wohl nicht weit zu suchen: die Vergewaltigung des eigenen Kindes
durch den Vater; die Vergewaltigung der Patientin durch den Chefarzt und
ähnlichem mehr - es sind Dinge, die im Grunde undenkbar sind - Überzeugungen
und grundlegende Ansichten werden auf den Kopf gestellt - man ist geschockt und
gelähmt. Schweigen ist die Folge – neben
dem Schweigen der Opfer auch das Schweigen all derjenigen, die etwas von der
Brutalität und Unfassbarkeit solcher Taten mitbekommen. Es ist ein
Teufelskreis, weil das Schweigen der Gesellschaft die Opfer zusätzlich
traumatisiert, und sie noch mehr zum schweigen bringt. „Je tabuisierter die
Gewalt ist, desto grösser ist die ethisch-moralische Brisanz einer Aufdeckung,
und desto schwieriger ist es um die gesellschaftliche und wissenschaftliche
Anerkennung bestellt“ (Gast 2002). Die Beschäftigung mit der Thematik
spaltet diejenigen, die damit in Berührung kommen. Folge sind nicht bendende
Kontroversen - es sind stets die gleichen Mechanismen, denen auch schon Freud’s
frühe Einsicht in die Bedeutung sexueller Granzverletzungen für die Ausbildung
psychischer Störungen zum Opfer fiel. Die Spaltung wird verstärkt durch die
unüberwindlich scheinenden Hindernisse zwischen den Fachleuten - alle tendieren
dazu, die Problematik aus der Handlungslogik und Perspektive des eigenen Faches
zu sehen - und übersehen dabei die Bruchstellen, welche umgekehrt erst solche
unüberwindbare Gräben bedingen - und verlieren dabei ob solcher Grabenkämpfe
die Täter aus den Augen - die buchstäblich mitten unter uns sitzen, und sich
damit so gut getarnt wissen. Was soll in diesem Zusammenhang ein Zitat einer
Ärztin bedeuten: „.. ebenso muss der gesellschaftliche Konsens des üblichen
Täterschutzes deutlich sein“? Der sich nach Ansicht von Olbricht überall
zeigt: in der medizinischen Diagnostik, in der Einschätzung bzw. in der
Verleugnung von traumabedingten Phänomenen, in den vielfältigen
Schuldverschiebungen etwa auf die Mütter oder die Opfer selbst, usw. Das
Schweigen rückt einem in die Nähe zur Begünstigung - es ist die beste Waffe der
Täter. Weil den Opfern damit die Unterstützung versagt bleiben, sie noch mehr
isoliert werden, und damit erst recht schweigen. Wenn eine Untersuchung über Gewalterlebnisse von Frauen in der Schweiz
zum Schluss kommt, dass in unserem Land 25% der erwachsenen Frauen sexuelle
Gewalt, und 40% häusliche Gewalt erleben, dann ist damit auch gesagt, dass es
eine stattliche Zahl von Tätern geben muss. Wo sind diese Täter – schweigen wir
alle, wegen einer beschämenden „Mittäterschaft“ als Ausdruck eines kollektiven
„Wegsehens“ und „Nichtwahrhaben-Wollens“ - weil es schlicht too much ist?
Weil einige dieser Täter angesehene Juristen, führende Wirtschaftsfachleute,
Lehrer, Inhaber politischer Ämter, engagierte Chefärzte, u.a.m. sind? Im
letzten PSM Info wurde darauf hingewiesen, dass in der Schweiz jährlich
über 40'000 Kinder sexuell missbraucht werden – eine Zahl die notabene bereits
1992 genannt wurde – und die Zahl der verurteilten Sexualstraftäter bei 330
liegt. Die Fakten sind bekannt. Überlegen Sie selbst, was getan wird?
Om de hele nieuwsbrief te kunnen lezen,
klik op de navolgende link: www.misbruikdoorhulpverleners.nl/PSM
Info 25 2006.pdf
Diverse nieuwsberichten uit de
nieuwsbrief treft u op deze nieuwspagina aan. Het gaat daarbij om
nieuwsberichten van de afgelopen maanden die naar datum werden geplaatst.
Un reseau tel
que ReMed: Initiative judicieuse, bienvenue, nécessaire – il faut mieux aider les confreres en difficulté. Leserbrief von Dr. Jean Martin in der Schw.
Ärztezeitung 2006 ;87:1260 -- Der Verfasser begrüsst die geplante
Schaffung eines Hilfeangebotes ReMed für Ärztinnen und Ärzte in
Schwierigkeiten: «je le dis sur la base d’une expérience de 17 ans dans
la fonction de médecin cantonale durant laquelle ... j’ai ressenti le manque
d’un tel dispositif organisé de soutien aux confrères confrontés à des
difficultés de vie et dans leur pratique». Hersperger M., Peltenburg M. : ReMed: un réseau
d’assistance pour les membres de
Vrouwen
kwetsbaar bij krijgsmacht -- 29 september
2006 -- NRC -- Den Haag - Pesten en
ongewenst seksueel gedrag komen bij de krijgsmacht vaker voor dan bij civiele
organisaties. Op het fregat Tjerk Hiddes heerste een ‘geseksualiseerde
atmosfeer’, waarin ‘seksuele dwang’ een rol speelde. Dit staat in de vandaag
gepubliceerde conclusies van de commissie-Staal. Deze deed in opdracht van
het ministerie van Defensie onderzoek naar aanleiding van incidenten op de
Tjerk Hiddes. De bevindingen over het fregat zijn niet gepubliceerd. Naar
aanleiding van de gesprekken die de commissie met de opvarenden van dit schip
heeft gevoerd, hebben enkele betrokkenen alsnog aangifte van een strafbaar feit
gedaan. In maart kwam het fregat in het nieuws, toen in een tijdschrift van
militaire vakbond AFMP een matroos vertelde dat er een vrouw op het schip was
verkracht. Staal (commissaris van de koningin in Utrecht) zei van het openbaar
ministerie de indruk te hebben gekregen dat ten aanzien van de Tjerk Hiddes een
of meerdere strafzaken zullen volgen. Een cultuur van „niet klagen en stoer
doen” leidt er volgens het rapport toe dat slachtoffers van ongewenst seksueel
gedrag en pesten vaak niet klagen via de daarvoor bestaande kanalen: aangifte
bij de marechaussee, het benaderen van vertrouwenspersonen of klagen bij de
commandant. Nodig is een meer expliciete formulering van de juiste
omgangsvormen en toezicht daarop door leidinggevenden, aldus de commissie. Dit
geldt ook voor alcohol- en drugsmisbruik bij krijgsmachtonderdelen.
Staatssecretaris Van der Knaap (Defensie, CDA) die het rapport in ontvangst
nam, zegde dit toe. Lees verder: achtergrond - De bijl erin
En het Rapport
Commissie Staal
Vierde aangifte in
verkrachtingszaak Delfzijl -- 29 september
2006 -- blikopnieuws.nl -- Delfzijl - Tegen de Delfzijlster Detlef K. is een vierde aangifte van seksueel
misbruik gedaan bij de politie. Dit heeft het Openbaar Ministerie (OM) in
Groningen bekend gemaakt. Dinsdag werd de 45 jarige K. aangehouden omdat er
aangifte was gedaan van seksueel misbruik. Tijdens huiszoeking is op de
computer van K. kinderporno aangetroffen. De aanhouding van de man heeft in
Delfzijl voor veel beroering gezorgd. Naast
zijn werk als docent aan de zeevaartschool in Delzijl, was hij leidinggevende bij
het zeekadettenkorps.
De
eerste drie aangiftes van seksueel misbruik zijn gedaan door leden van het
zeekadettenkorps die ten tijden van het vergrijp minderjarig waren. Het meisje
wat de vierde aangifte tegen K. heeft gedaan is minderjarig. Of zij ook deel
uitmaakt van het zeekadettenkorps wil het OM niet bevestigen.
‘Het patiëntje was nog maar 4 jaar
oud…’ in hoger beroep bij het CTG – 28
september 2006 – Red. MdH – Zaak
2005/146 die in eerste aanleg diende bij het Regionaal Tuchtcollege te
Amsterdam (RTG) is nu in hoger beroep bij het Centraal Tuchtcollege voor de
Gezondheidszorg (CTG) te Den Haag. Enkele dagen voor de zitting in eerste
aanleg bij het RTG klopte klaagster bij MdH aan met het verzoek haar ter
zitting bij te staan. Deze zaak wordt voor klaagster ook in hoger beroep door
MdH behartigd. De aanvullende gronden van het beroepschrift werden op donderdag
21 september jl. door MdH bij het CTG ingediend. Het beroep richt zich tegen
alle door het RTG eerder ongegrond verklaarde klachtpunten. De klacht werd in eerste aanleg algeheel
ongegrond verklaard. Hierover valt in diverse opzichten nogal veel te zeggen.
De zaak is om tal van redenen zeer uitzonderlijk en bijzonder ernstig.
Zolang de tuchtrechtelijke procedure voortduurt, zullen wij geen stukken
publiceren. Hetgeen aan de uitspraak van
zaak 05146 in eerste aanleg onder meer
opvallend was, is dat men de naar voren gebrachte klachten op sommige punten
annemelijk en terecht achtte. Desalniettemin verklaarde het tuchtcollege de
klacht op alle klachtpunten ongegrond, aangevend dat verweerder wel hier en
daar een verwijt kan worden gemaakt maar “dit
nalaten is onder de gegeven omstandigheden niet zo ernstig dat verweerder
daarvan tuchtrechtelijk een verwijt kan worden gemaakt.” Een van de
manieren waarop tuchtcolleges in het belang van de hulpverlener hun best doen
opdat een hulpverlener de dans van een tuchtrechtelijk oordeel ontspringt.
De navolgende opmerking in eerder genoemde uitspraak “Vanaf oktober 2004 werd belastende informatie over verweerder op
internet aangetroffen onder AA en BB.” die het RTG Amsterdam onder leiding van mr. Holtrop nota bene onder het
kopje ‘De feiten’ durfde te plaatsen, is voor één van de genoemde partijen
volstrekt onjuist – en het tuchtcollege kon dit weten en wist het ook. Er
bestond immers geen enkele reden om ook maar aan te nemen dat hetgeen men onder
‘de feiten’ stelde, waar zou kunnen zijn.(!) Hierover later meer. ‘AA’ en ‘BB’ zijn namelijk een post-oordeel
creatie van het genoemde tuchtcollege. Het gaat hierbij om de versie van de
uitspraak zoals die na bevriezing gedurende ca. twee weken weer uit de
vrieskist kwam. Ja, zelfs dat bestaat onder kluchtcollegiale hemel. Ooit
zullen wij vertellen waarom de uitspraak in de vrieskist een metamorfose
onderging. Wat zich in dezen heeft afgespeeld, en waarom, zullen wij t.z.t.
uitleggen. Bij het CTG kreeg de zaak het kenmerk: 2006/175. Waarom er niet ook ‘CC’ staat, is overigens ook een
interessante vraag. Zie verder ook ons nieuwsbericht van 16 maart 2006,
getiteld ‘Het patiëntje was nog maar 4 jaar oud…’. U
treft het bericht eveneens op deze nieuwspagina aan.
Hans M. (37) veroordeeld
voor misbruik jonge meisjes -- 27 september 2006 – Algemeen Dagblad,
door ARD SCHOUTEN -- UTRECHT/HOUTEN - Houtenaar
Hans M. moet twintig maanden de cel in. Daar bovenop krijgt hij een
voorwaardelijke celstraf... van tien maanden. De voormalige Utrechter is door
de Utrechtse rechtbank schuldig bevonden aan het plegen van ontucht met vier
minderjarige meisjes. Hij ging over de schreef in zijn voormalige flat aan
de Washingtondreef in de Utrechtse wijk Overvecht, en in zijn woning aan de
Houtense Blieksloot. De 37-jarige man was verhuisd om te voorkomen dat hij
zichopnieuw aan de meisjes zou vergrijpen, maar op zijn nieuwe woonstek kwamen
de meisjes weer langs voor logeerpartijtjes. De Houtenaar zei in zijn verweer
dat de meisjes bij hun seksuele ontdekkingstocht steeds toenadering zocht, maar
dat relaas kon er bij de rechtbank niet in. De rechtbank liet de veroordeelde
bij het vonnis weten dat hij ’de seksuele handelingen in sommige gevallen liet
gebeuren, maar dat hij verantwoordelijk blijft. Hij zorgde volgens de rechters
voor de sfeer waarin de verregaande seksuele handelingen plaats vonden, en liet
dat jaren gebeuren. Daarbij wierp hij
zich op als een begripvolle hulpverlener, waarbij hij het vertrouwen van de
ouders ernstig heeft misbruikt. De ouders van de slachtoffers zaten veelal in
grote problemen, van één van de meisjes lag bijvoorbeeld haar moeder op
sterven. Twee van de slachtoffers is een schadevergoeding van 4050 euro
toegewezen. Hij kwam met de ouders en kinderen in contact als zij
computerproblemen hadden. Hans M. kalefaterde de computers van zijn flatgenoten
weer op en zocht contact met de kinderen die na schooltijd vaak urenlang bij
hem over de vloer kwamen. Voordat de ontuchtzaak aan de grote klok werd
gehangen waren er al geruchten over de seksuele voorkeur van Hans M., maar toen
werd er geen bewijs gevonden voor enig misbruik.
Brief aan bisschop Frans Wiertz inzake oud-deken
Joep Haffmans: aangifte tegen Haffmans wegens ontucht met misbruik van gezag – 26
september 2006 – Red. MdH --
Aan de bisschop van Roermond
De heer Frans Wiertz persoonlijk
Paradijsstraat 10
6040 AZ Roermond
Betreft: Ontucht met misbruik van gezag (art. 249.2.3 Wetboek van Strafrecht)
door de oud-deken, de heer Joep Haffmans
Amstelveen, 18 oktober 2006
Geachte heer Wiertz,
De reden voor het opnemen van contact met u is het feit dat de heer
Joep Haffmans, oud-deken van Gulpen,
zich schuldig lijkt te hebben gemaakt aan diverse strafbare feiten. Onder meer
lijkt het te gaan om seksueel grensoverschrijdend gedrag (GOG) met een
parochiaan van de gemeente Gulpen die zich met een geloofsprobleem in
vertrouwen tot de deken had gewend. Hierdoor kan gesteld worden dat er sprake
was van een hulpverleningsrelatie waarbinnen te allen tijde sprake is van het
bestaan van een aanzienlijk machtsverschil tussen beide partijen, en dus sprake
is van afhankelijkheid van de hulpzoekende t.o.v. de hulpverlener zoals gesteld
in art.
249.2.3 Wetboek van Strafrecht.
Met vreugde hebben wij onlangs de inhoud van het ANP bericht met de
titel 'Kerk doet aangifte tegen oud-deken Haffmans' van 15 september jl.
ter kennis genomen waarin gesteld wordt dat het nieuwe bestuur van het
armenfonds van het dekenaat Gulpen aangifte heeft gedaan tegen de oud-deken.
Het feit werd, zo begrepen wij uit het nieuwsbericht, door een woordvoerder van
het bisdom Roermond afgelopen vrijdag bevestigd. De aangifte zou zijn gedaan in
overleg met het bisdom dat Haffmans ervan verdenkt 'enorme sommen geld' uit de
armenkas van het dekenaat te hebben ontvreemd. Uw woordvoerder gaf aan dat het
bisdom van mening is dat de oud-deken hiervoor gestraft dient te worden.
Wij zijn
blij te vernemen dat u wat betreft de financiële schade die het dekenaat
Gulpen door de oud-deken heeft geleden nu de nodige verantwoordelijkheid neemt.
Echter, u lijkt nog steeds te ontkennen dat de heer Haffmans ook in
seksueel opzicht zijn boekje ver te buiten is gegaan. Wij zijn van mening dat het slachtoffer, [naam geanonimiseerd] Elly, die haar eerdere
aangiftes ondertussen in augustus jl. aanvulde door de oud-deken ook d.m.v.
aangifte op basis van het strafrechtelijk artikel 249.2.3 bij de politie
verantwoordelijk te stellen voor het plegen van 'ontucht met misbruik van
gezag' met haar, uw ondersteuning verdient.
Wij verzoeken u
dringend omwille van de behoefte en het recht op erkenning van het gebeurde
alsnog in te gaan op de wens van [naam
geanonimiseerd] Elly o.a. hierover persoonlijk met haar in gesprek
te gaan. Slachtoffers van seksueel GOG lijden in sterke mate onder het hen
aangedane en een gesprek met u zou een belangrijk ingrediënt kunnen zijn voor [naam geanonimiseerd] Elly
bij het zo goed mogelijk kunnen verwerken van de opgelopen schade door de
oud-deken. Wij menen dat het als
bisschop uw plicht is al het mogelijke te ondernemen dat ertoe kan bijdragen
dat de ontstane schade door diversen zo goed mogelijk hersteld en verwerkt kan
worden. Ook zijn wij van mening dat het uw plicht is het dekenaat zo goed
mogelijk te informeren over het gebeurde en hoe tegen e.e.a. correcter
wijze aangekeken dient te worden.
Helaas zijn er ook
parochianen die geen kennis hebben van het feit dat [naam geanonimiseerd] Elly zich in een
afhankelijkheidsrelatie tot de oud-deken bevond en zich om die reden slechts
met grote moeite en na lange tijd van hem los kon maken. Zij verdient het
geenszins dat menigeen op haar neerkijkt en zelfs de rollen omkeert en haar de
schuld geeft voor het doen en laten van de heer Haffmans. Wij zijn van mening dat het uw taak is de katholieke gemeenschap erover
te informeren dat het slachtoffer geen blaam treft en dat het algeheel de
verantwoordelijkheid van de oud-deken was geen seksuele relatie met haar aan te
gaan. We hebben het dan niet over de celibataire verplichtingen die hij
aanging door als geestelijke voor de katholieke kerk werkzaam te zijn. Wij
doelen op het feit dat hij het vertrouwen en de geestelijke en fysieke
integriteit van zeker één aan zijn zorg toevertrouwde parochianen in ernstige
mate en langdurig heeft geschonden. Dit kan in zowel in ethisch, moreel evenals
strafrechtelijk opzicht niet anders dan verwerpelijk genoemd worden. Aangezien u en uw bisdom tot nu toe
ondanks verzoek nog geen verantwoordelijkheid in dezen heeft genomen, achten
wij het in het belang van het slachtoffer evenals in het algemeen belang dat u
de verantwoording in dezen alsnog op zich neemt, ook wat betreft de door
de oud-deken uitgesproken bedreiging met de dood t.a.v. het slachtoffer en haar
kinderen.
Tevens willen wij u erop te attenderen dat meer dan 50%
van alle plegers van seksueel grensoverschrijdend gedrag (GOG) binnen
professionele afhankelijkheidsrelaties in herhaling valt….”
(…).Wordt
vervolgd…
Website Misbruik door Hulpverleners (MdH)
Postbus
402
1180 AK
Amstelveen
T: 06 –
137 717 47
E: info@misbruikdoorhulpverleners.nl
cc:
-
Mw. [naam geanonimiseerd] Elly, o.a. slachtoffer van seksueel
grensoverschrijdend gedrag (GOG) door oud-deken Joep Haffmans
- De heer Francoise Bacqué, apostolisch nuntius
- De heer
Henk Langenberg, verslaggever van het Limburgs Dagblad
Lees meer over de
zaak Joep Haffmans op onze pagina NIEUW OP DEZE SITE. Op 27 september 2006
verscheen een uitgebreide publicatie over deze zaak op onze site.
Arib wil een ombudsman voor de zorg -- 16 september 2006 -- Trouw -- Namens haar partij PvdA pleit Kamerlid
Khadija Arib, tevens jurylid van onze scriptieprijs, voor een ombudsman in de
zorg. Volgens Arib zorgt de nieuwe zorgverzekeringswet, die op 1 januari
inging, ervoor dat de overheid zich steeds meer terugtrekt uit de zorgsector en
meer overlaat aan de marktpartijen. Daardoor verzwakt de positie van patiënten,
vindt het Kamerlid.
De
huidige mogelijkheden om klachten af te handelen zijn volgens Arib niet
toereikend. "De Nationale Ombudsman behandelt klachten van burgers
over de overheid. Maar ziekenhuizen zijn private instellingen", zegt zij.
De Inspectie voor de Gezondheidszorg kijkt volgens Arib niet naar individuele
klachten en de interne klachtenprocedure in de zorgsector werkt niet vanwege de
lange, bureaucratische weg die mensen moeten afleggen. De ombudsman voor de
zorg mag van het Kamerlid geen bindende uitspraken doen en geen financiële
tegemoetkomingen regelen. Een nieuw in te stellen geschillencommissie moet dat
volgens Arib doen. Wel geeft de ombudsman advies en verwijst door.
Commentaar
Red. MdH: Wij zijn bijzonder
blij met het door het Kamerlid benoemde probleem. Klachtenprocedures in de
zorgsector werken vaak alleen al niet omdat men cliënten/patiënten soms niet
eens op de hoogte stelt van het bestaan van de klachtencommissie. Klachten
behandeld door de commissie komen terug in de cijfers. Daar ziet men klachten
over seksueel GOG liever niet in opgenomen… . Het gebeurt zelfs dat bij
tussenkomst van/begeleiding door een patiëntenvertrouwenspersoon een klacht van
seksueel GOG door een hulpverlener in een instelling niet bij de
klachtencommissie terechtkomt. Indien ziekenhuizen aansprakelijk worden gesteld
voor medische fouten, b.v. d.m.v. een brief van de advocaat van de beschadigde
patiënt, gebeurt het veelal dat het ziekenhuis simpelweg niet reageer. Veelal verstrijken
er maanden omwille van onwil m.b.t. medwerking door een ‘witte reus’. De
taktiek is bedoeld om de klagende partij te ontmoedingen door te zetten met
haar/zijn klacht.
Het feit dat men
niet eens reageert op een ernstige klacht is voor menig slachtoffer dusdanig
choquerend dat het erdoor als het ware verlamt en/of het als traumatiserend
ervaart. Aangezien de grote emotionele
schade die ziekenhuizen en instellingen op deze wijze aan klagers berokkenen
evenals omwille van het onnodige tijdverlies, zouden ziekenhuizen d.m.v. de wet
eraan gehouden moeten worden binnen een bepaalde tijd, b.v. binnen een termijn
van twee weken, op een aansprakelijkheidstelling te reageren. Alles wat op
het gebied van medische fouten vrijblijvend is en dus niet wettelijk vastligt,
blijkt in de praktijk helaas niet te werken. Zelfs als e.e.a. wettelijk
vastligt, probeert men er nog onderuit te komen. Recentelijk weigerde een
GGZ-instelling b.v. het ontslagverzoek van een patiënte in behandeling te
nemen, ondanks het feit dat zij de verplichting hiertoe hadden. Daarnaast doen
instellingen ook regelmatig moeiljk over het verstrekken van een kopie van een
dossier. Toevallig??! gebeurt het regelmatig dat instellingen belangrijke post
niet ontvangen. Soms gebeurt dat bij herhaling. Dan geeft men aan iets niet te
hebben ontvangen. Dan weer zou de post zijn kwijtgeraakt omdat het op een
andere afdeling is terechtgekomen etc.. Smoesjes
om zich aan hun veranwtoordelijkheid te onttrekken om te reageren op een klacht
zijn er veel. De wetgever dient patiënten voor dit soort onbehoorlijk en extra
beschadigend gedrag dat erop is gericht de klagende partij te choqueren en murw
te maken, te beschermen. ‘Reactie binnen 14 dagen, zo niet, dan maar de
verplichting per dag vertraging een aanzienlijke som t.b.v. de klagende partij
te moeten betalen’. Zodra instellingen met kosten geconfronteerd worden, zullen
zij voor elkaar krijgen wat nu veelal niet lukt. Stel, je klaagt over
seksueel misbruik door een hulpverlener en je ontvangt dan maandenlang geen
reactie en je moet bij herhaling erom bedelen… het moet je maar niet gebeuren.
Helaas gebeurt het wel. De patiënt wiens
belangen te allen tijde centraal dienen te staan en die eerder juist voor
inkomsten van de kliniek zorgde, verwordt op het moment dat hij/zij klaagt tot
de grootste vijand van een kliniek. Van zorgzaam handelen en respect is dan
helaas geen sprake meer – terwijl een instelling ook na ontslag nog enige
verantwoordelijkheid voor het welzijn van een voormalig patiënt draagt. De
klagende patiënt die het verdient serieus te worden genomen en het verdient met
respect en fatsoen te worden behandeld, vindt zichzelf meestal al gauw in een
scenario terug dat omschreven kan worden met de termen: respectloos,
onfatsoenlijk, onprofessioneel en zelfs t/m ernstig beschadigend. Zolang de
patiënt klant is, is hij/zij koning. Zodra hij/zij tot klager verwordt, is
hij/zij de grootste vijand van de instelling die op allerlei manieren
onbehoorlijk behandeld lijkt te mogen worden. Er zijn uiteraard uitzondering. Maar het genoemde gedrag is helaas
eerder de regel dan de uitzondering.
Bram, doe eens gewoon:
dit is ‘te gek om los te lopen’ en bovendien ‘te zot voor woorden’ – 12 augustus 2006 – Red. MdH – Gisteren
voegde de Amsterdamse psychiater Bram
Bakker weer een nieuwsbericht aan de alsmaar groeiende collectie
nieuwsberichten die door hem worden verzonden, toe. Het nieuwsbericht dat
gisteren op www.planet.nl
werd gepubliceerd en tevens met de nieuwsbrief van de site www.ggznieuws.nl werd verzonden,
draagt de titel ‘Bram Bakker sluit
praktijk’. Het bericht begint met de woorden ‘Geachte patiënten, clienten, of hoe u ook
aangesproken wilt worden’,
vervolgt met een opsomming van onprofessioneel gedrag dat de arts vertoont en
zelf beschrijft zoals ‘Soms maak ik een
aantekening, … . De aantekeningen gaan in een mapje, dat ik nauwelijks inkijk.’
en het eindigt met de woorden ‘Voor u,
mijn geliefde patiënten, hoop ik… ‘.
De psychiater sluit zijn nieuwsbericht met de mededeling ‘Ik ga iets anders doen, u hoort nog wel
wat.’ af. Daarmee kondigt hij blijkbaar alvast het volgende nieuwsbericht
aan waarmee hij, zo nemen wij aan, meent het publiek te verblijden. Onze
reactie op het door Bram verzonden artikel treft u in de titel van dit
nieuwsbericht aan. Het is opmerkelijk dat de psychiater het adequaat acht een
handjevol patiënten dat hij in eigen praktijk behandelde (immers: slechts 1 dag
per week, zo blijkt uit zijn bericht) via een pers- c.q. nieuwsbericht te laten
weten dat hij zijn praktijkje gaat sluiten. Uiteraard, al is het bericht aan
zijn handjevol patiënten en niet aan een algemeen publiek gericht, had het
nieuwsbericht een heel ander doel dan zijn eigen patiënten op de hoogte te stellen
van het nieuws uit eigen praktijk. Blijkbaar heeft Bram helemaal niet door dat
hij zich nogal behoorlijk belachelijk maakt. Wat een vertoning voor de
psychiatrie! Triest en beschamend! I.v.m. diverse opmerkingen die de psychiater
zelf maakte, hebben wij het nieuwsbericht dan ook naar de Inspectie voor de
Gezondheidszorg (IGZ) gezonden met het verzoek het stuk aan het dossier Bram
Bakker toe te gaan voegen. Het is jammer dat het tuchtcollege de medicus vorig
jaar niet harder heeft gestraft voor zijn meervoudig grensoverschrijdend gedrag
waarvoor hij door inspectie werd aangeklaagd. Voor Bram was het helaas niet
meer en niet minder dan vergelijkbaar met een gele kaart die voetballers wel
eens krijgen. Daarna ga je gewoon door. Tja, Bram, dat waren zo ongeveer jouw
eigen woorden toen je een tijdje geleden een lezing gaf, niet waar? Wij zijn
van mening dat inspectie en tuchtcollege hiervan ook wel kennis mogen nemen.
Zij hebben immers jouw show/reclamespotje toen gemist. ‘Doe eens gewoon, dan
doe je al gek genoeg’ is de boodschap die wij Bram mee op weg willen geven. Het
nieuwsbericht van Bram Bakker evenals ons uitgebreid commentaar treft u
binnenkort in ons DOSSIER B.B. aan.
Zeker honderd priesters hebben geheime relatie -- 12 augustus 2006 -- De Telegraaf --
RIJSWIJK
- Ruim honderd priesters in Nederland
hebben een geheime relatie. Dat is een schatting van de stichting Magdala, waarbij
ongeveer honderd vrouwen zijn aangesloten die een relatie hebben met een
priester. „Dit aantal blijkt uit een enquête die wij vorig jaar onder onze
leden hebben gehouden”, zei de voorzitter van de stichting zaterdag, Adrie de
Jong-Otte. Zij is ervan overtuigd
dat dit aantal zelfs iets hoger is. Het celibaat staat in Nederland de
laatste tijd onder druk na het recente uittreden van enkele priesters en
pastors omdat zij zich niet meer aan het celibaat wilden houden. De Jong vindt
niet dat het celibaat moet worden afgeschaft. „We vinden wel dat het een vrije
keuze moet zijn. Het celibaat moet geen verplichting zijn”, aldus de
Magdala-voorzitter. De vrouwen in de leeftijd van 35 tot 70 jaar die zijn
aangesloten bij Magdala hebben een seksuele of een affectieve relatie met een
priester. „Zij kloppen bij ons aan omdat ze hun verhaal kwijt willen. Zij komen
vanwege het geheime karakter van de relatie in een isolement terecht, terwijl
je niets liever wilt dan je vrienden en familie vertellen dat je verliefd bent.”
De Jonge spreekt uit eigen ervaring. „Ik ben zelf getrouwd met een priester. We
hadden eerst een geheime relatie, maar dat konden wij niet aan. Mijn man is
uitgetreden en vervolgens zijn we getrouwd.” Zij constateert dat de relatie
tussen een priester en een vrouw in kleine kring steeds meer wordt
geaccepteerd. „Familie, vrienden en ook de gewone kerkgangers zeggen steeds
vaker over de priesters: het zijn toch ook gewone mensen.” Zowel oudere als
jongere priesters onderhouden geheime relaties. De jonge priesters kennen de vrouwen vaak van franciscaner voettochten,
de oudere priester krijgen een intieme band met
vrouwen uit de eigen parochie (*). „De jonge priesters gaan er
radicaler mee om. Zij krijgen vaak in hun priesterschap, net zoals in gewone
relaties, na zeven jaar een relatiedip. Zij komen erachter dat het toch wel een
eenzaam beroep is. Als ze dan in een geheime relatie terechtkomen leidt dat
vaker tot de uittreding. Ik ben blij dat zij dit doen.” Volgens haar wachten de
oudere priesters af tot ze met pensioen gaan. Magdala organiseert een keer per
jaar een gezamenlijke bijeenkomst voor haar leden. Verder functioneert het
stichtingsbestuur als klankbord en kunnen de leden solidariteit bij elkaar
zoeken. „We staan aan de kant van de vrouwen om hen zo uit het isolement te
halen.” http://www.telegraaf.nl/binnenland/48145471/_Zeker_honderd_priesters_hebben_geheime_relatie_.html?pageOffset=2#reacties
Commentaar red. MdH: In reactie op "...de
oudere priester krijgen een intieme band met vrouwen uit de eigen
parochie.": Het is triest dat Stichting Magdala dit feit
benoemt zonder correcter wijze de kanttekening te gaan plaatsen dat zij zich
ervan bewust is dat in dit geval sprake is van seksueel misbruik en priesters
die een relatie met een vrouw uit de eigen parochie aangaan een strafbaar feit
begaan, waarop nota bene t/m 6 jaar gevangenisstraf staat. Of celibaat of niet,
dat doe in dezen dan verder niet ter zake. [Reactie
zoals geplaatst op de website van de Telegraaf dd. 12 augustus 2006.]
Priest pleads
guilty to 47 sex assault charges
-- August 11, 2006 -- ctv.ca -- A … priest pleaded guilty during a court
appearance in Chatham, Ont., … to 47 charges of sexual assault – all against
young girls. Charles Sylvestre, 83, was charged in connection with incidents
that happened across …
1968 and 1980 at St. Ursula’s … parish in
Teacher admits molesting pupils -- August 5, 2006 -- New York Times --
The teacher, Eric N. Olsen, 28, has admitted to molesting 100 to 200 girls at
elementary schools in three
Van pedofilie beschuldigde Amerikaanse prelaat
spoorloos: Verzoek tot uitlevering aan VS ingewilligd -- 5 augustus 2006 -- rknieuws.net, door: Theo
Borgermans -- ROME - Een
Amerikaanse prelaat die een functie heeft in het Vaticaan en beschuldigd wordt
van sexueel misbruik van minderjarigen is uit zijn appartement verdwenen nadat
het Italiaanse Hof van Cassatie het licht op groen heeft gezet voor de
uitlevering van de geestelijke aan de VS. Mgr. Joseph John Henn werd al in 2003
door de Amerikaanse Justitie in beschuldiging gesteld voor seksueel geweld op
meerdere leerlingen van een school in Phoenix (Arizona). De feiten dateren van
eind jaren zeventig, begin jaren tachtig. Henn, die al verscheidene jaren in
Rome woont, werd in juli
http://www.rorate.com/rorate/scripts/nws_art.php?id=28093
Zaak Lucia de B. gerechtelijke dwaling? – 4 augustus 2006 – TweeVandaag -- De zaak Lucia de B., de tot levenslang veroordeelde verpleegster, is
volgens wetenschapsfilosoof Ton Derksen en verpleeghuisarts Metta de Noo een
grote gerechtelijke dwaling. Vandaag hebben zij de zaak voorgelegd aan de
commissie Posthumus II, de commissie die strafzaken bekijkt waarin mogelijk
ernstige fouten zijn gemaakt. Derksen en De Noo bestuurden het dossier van
De B. en schreven er een boek over. Drie weken geleden nog kreeg Lucia de B.
geen strafvermindering van het Amsterdamse hof. Ze moet levenslang vast blijven
zitten. Een gedane zaak zou je zeggen. Echter niet voor Derksen en de Noo. Zij
weigeren zich neer te leggen bij het vonnis en strijden voor heropening van de
zaak.
http://www.tweevandaag.nl/index.php?module=PX_Story&func=view&cid=2&sid=30923
Via bovengenoemde link kunt u de uitzending
binnenkort alsnog bekijken.
'Moord Appie Luchies had voorkomen kunnen worden' – 3 augustus 2006 – TweeVandaag -- De moord
op de 73-jarige Amsterdammer Appie Luchies, door TBS-er Wilhelm S. tijdens zijn
ontsnapping juni vorig jaar, had 'makkelijk' voorkomen kunnen worden. Dat zegt
de ex-vrouw van Wilhelm S.
in TweeVandaag. Henny S. gaf na de ontsnapping van Wilhelm toestemming aan
Justitie om haar vaste telefoon af te luisteren. Een dag later spreekt ze
telefonisch met Wilhelm af in het centrum van Eindhoven. In de McDonalds
drinken ze koffie en praten ruim een uur. Ze gaat ervan uit dat Justitie op de
hoogte is van haar afspraak met Wilhelm. ,,Toen ik weg liep zag ik twee
politiewagens staan en dacht: ze hebben hem. Dat heb ik goed gedaan."
Nadat Wilhelm S. op 14 juni is opgepakt blijkt echter dat Justitie geen tap op
Henny's vaste telefoon heeft geplaatst omdat "dit niet zou leiden tot het
genereren van objectieve informatie van S. op het moment dat hij belt"
(antwoord minister Donner tijdens kamerdebat, juni 2005). In TweeVandaag
vanavond een reconstructie van het leven van TBS-er Wilhelm S, die in totaal
bijna zestien jaar in verschillende TBS-instellingen heeft gezeten. Op 11 juli
dit jaar pleegde hij zelfmoord in gevangenis Demersluis in Amsterdam
http://www.tweevandaag.nl/index.php?module=PX_Story&func=view&cid=2&sid=30919
Indien u deze waardevolle bijdrage gemist
mocht hebben, u kunt de uitzending alsnog via internet bekijken:
video
Op onze pagina DOSSIER W.S., onderdeel van onze tbs
nieuwspagina, zullen wij binnenkort een commentaar op de uitzending van
TweeVandaag plaatsen, een uitzending die wij bijzonder relevant achten. Onttrekking,
moord, zelfmoord en een drama voor een jong gezin hadden op tal van manieren
voorkomen kunnen worden, zo zijn wij al lang overtuigd. Al in al kan deze zaak,
zo menen wij, gerust een meervoudig
justitieel drama genoemd worden. Helaas. Even stilstaan bij het drama is
dan ook bijzonder wenselijk en gepast. Wij zijn dan ook heel blij met de
bijdrage van TweeVandaag. Echter, zoals
ook uit de uitzending blijkt… wat uiteraard te verwachen was want dit is een
standaard justitiële reactie op gemaakte fouten… uiteraard blijft minister
Donner bij zijn eerder gemaakte uitspraken, hoe onlogisch en onwaar die ook
mogen zijn. Bij dezen een herinnering aan de Valentijnskaart die minister
Donner dit jaar van ons mocht ontvangen:
http://www.misbruikdoorhulpverleners.nl/Nieuwsbriefgogfebruari2006nr2valentijn.htm
Gezien de al vaker gebleken onvaardigheid van onze minister om
gemaakte fouten te erkennen en verantwoordelijkheid te nemen, zal zijn
standpunt met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid ook niet meer
wijzigen. Hoe komt het toch… die enorme moeite om fouten te erkennen?
Ondertussen zou toch duidelijk moeten zijn dat het aftreden van een minister
niet gauw aan de orde is. Waar ligt het probleem bij het geven van openheid? Moge het nu heersende gebrek aan moed eens
vervangen worden door een moedige en dringend noodzakelijke zet van het
ministerie van Justitie: erkenning van fouten OM soortgelijke drama’s in de toekomst
OP Z’N MINST TE VOORKOMEN!
Maar het is praten tegen dovemansoren helaas. Het thema ‘fouten in
de tbs’ is een soort heilige koe die niet gemolken mag worden. Het ergste is
niet dat de gemaakte fouten ontkend worden maar dat daaruit volgend verbetering
geen kans kan krijgen. Is de minister zich daarvan wel bewust? Het maken van
fouten is menselijk, het niet erkennen van fouten heeft, zoals bekend,
dramatische gevolgen. Hetgeen wij het
ministerie van Justitie in dezen dus ook het meest kwalijk nemen is het bewust
weigeren verbetering na te streven en op gang te brengen. De fouten zijn
(deels) niet opzettelijk gemaakt, de keuze niet van de gemaakte fouten te
willen leren echter is een goed doordachte, bereknde keuze. Een keuze waardoor
verdere drama’s niet voorkomen kunnen worden, een keuze tegen preventie en
tegen verbetering van de zorg. Dát valt de minister, ons inziens ten zeerste
kwalijk te nemen. Een uitgebreidere reactie treft u binnenkort in het dossier
W.S. aan. Het is verre van alleen maar een moord die voorkomen had kunnen
worden.
'Amicalisering' bevordert pastoraal misbruik -- 19 juli 2006
-- Nederlands Dagblad, door: Gerald
Bruins -- AMERSFOORT - De toename van het aantal
predikanten dat seksueel over de schreef gaat, komt door een grotere openheid
en een 'amicalisering' van de verhoudingen. ,,Ook de dominee is een mens.''Op beschuldiging van grensoverschrijdend seksueel gedrag besloot de
kerkenraad van de Nederlands Gereformeerde Kerk in Emmeloord onlangs haar
predikant te ontheffen uit zijn ambt. De dominee had daar zelf om verzocht.
Niet dat hij daarmee bekende zich seksueel te hebben misdragen tegenover een
vrouwelijk gemeentelid. De dominee achtte de vertrouwensrelatie met de
kerkenraad zo verstoord, dat hij niet verder kon functioneren.
Deze predikant is de zoveelste in een reeks van
dominees die de afgelopen jaren wegens - al dan niet vermeend - ongewenst
seksueel gedrag uit hun ambt zijn gezet.
Opvallend vaak zijn het predikanten uit de kleine,
afgescheiden christelijke kerken (christelijk-gereformeerd,
Nederlands-gereformeerd en vrijgemaakt-gereformeerd). De 'vrijgemaakten' voeren
daarbij de boventoon.
Is hier sprake van een groei en, zo ja, hoe is die te
verklaren? ,,Er heerst een grotere openheid'', zegt R. Schaafsma, voorzitter
van het vrijgemaakt-gereformeerde deputaatschap seksueel misbruik in pastorale
relaties. ,,Het is een feit dat seksueel misbruik in het ambt vaker naar buiten
komt. Het komt meer in het licht. Vroeger - en dan trek ik de grens bij vijftig
jaar geleden - werden zaken van misbruik veel meer met de mantel der liefde
bedekt.''
Meldpunten
Dat diverse kerken deputaatschappen voor misbruik
binnen pastorale relaties instelden en meldpunten opzetten, zegt volgens hem al
genoeg. Binnen de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) is dat sinds 2001 het
Steunpunt tegen Seksueel Misbruik in Pastorale Relaties (SMPR). De
vrijgemaakt-, christelijk- en Nederlands-gereformeerden richtten gezamenlijk
het Meldpunt Seksueel Misbruik in pastorale relaties op.
Opvallend is, aldus Schaafsma, dat er meer zaken van
misbruik aan het licht kwamen nadat het meldpunt in het leven was geroepen.
Dat gebeurde ook in de vroegere Nederlandse Hervormde
Kerk, die in 2004 opging in de Protestantse Kerk in Nederland, zegt ds.
Alexander Veerman. ,,Toen ons meldpunt er kwam, werd de drempel lager om
seksueel laakbaar gedrag van predikant of andere ambtsdragers aan te kaarten.
Wij zagen ook een toename van het aantal gevallen. Die waren er altijd al, maar
mensen durfden niet te klagen. Daarom waardeer ik zo'n meldpunt positief: de
machtelozen hebben zo een middel gekregen om hun stem te verheffen'', aldus de
protestantse predikant uit 't Harde.
Veerman is een van de deskundigen die zijn kerk
adviseert als er klachten van misbruik in pastorale relaties zijn ingediend.
Uit dien hoofde weet hij dat medewerkers van de steunpunten in zijn kerk en de
afgescheiden kerken elkaar ontmoeten bij cursussen. ,,Er vindt een uitwisseling
van ervaringen plaats. Bij de kleine kerken zie je dan dat ze doorpakken als ze
het probleem goed in beeld hebben. Ze durven de consequenties te trekken en
zetten een predikant af. In de Protestantse Kerk duren de procedures veel
langer'', aldus Veerman, die vrijgemaakt-gereformeerd is opgevoed, maar in zijn
studietijd overging naar de Gereformeerde Kerk, die meeging met de fusie tot
PKN.
De toename van het aantal dominees dat seksueel over
de schreef gaat, is ook te wijten aan een verandering van het ambt, voegt Koos
Geerds uit Dalfsen toe. ,,Vroeger stond de dominee op een voetstuk. Dat bracht
afstand en daardoor bescherming met zich. Tegenwoordig zijn de omgangsvormen
een stuk informeler. Gemeenteleden verlangen dat predikanten dicht bij hen
staan. Dat willen zijzelf ook graag. Als je als dominee dan op vertrouwelijke
voet verkeert met een vrouwelijk gemeentelid en je kunt daar niet goed mee
omgaan, kan het uit de hand lopen'', aldus de consultant die dominees
begeleidt.
Daarbij speelt volgens hem mee dat de maatschappij
'verseksualiseert'. ,,We staan letterlijk bloot aan naakt. We zijn maar twee
muisklikken verwijderd van erotische beelden. Ook een predikant is een mens van
vlees en bloed. Net als zijn gemeenteleden.'' Zo beschouwd kun je ook andersom
redeneren, aldus Geerds. ,,Het is een wonder dat er dit jaar nog maar twee dominees
vanwege grensoverschrijdend gedrag tegenover vrouwen uit het ambt zijn
verwijderd.''
Bij de opleiding van predikanten zou er meer aandacht
moeten zijn voor seksueel riskant gedrag binnen pastorale situaties, vindt hij.
,,De predikant is heus niet de enige die vanwege zijn beroep - zo noem ik het
maar even - in een afhankelijkheidsrelatie met een vrouw terechtkomt. Denk maar
aan therapeuten, psychiaters en andere hulpverleners. Van deze beroepsgroepen
kunnen ze leren hoe je met vrouwen moet omgaan. De kennis is aanwezig.''
Hij pleit voor een cursus, waarin de dominee leert
welke technieken hij kan toepassen in pastoraal beladen situaties. ,,Dan denk
ik heel praktisch aan oefeningen. Wat doe je als een vrouw toenadering zoekt?
Hoe kan ik seksuele verleidingen weerstaan? Een dominee moet leren afstand te
houden. Hij moet beseffen dat degene aan wie hij pastoraat verleent, zich
altijd in een afhankelijke positie bevindt.''
http://www.nd.nl/Document.aspx?document=nd_artikel&id=75563
Reports reveal
threats to NHS patients’ safety -- July 19, 2006 -- The Guardian -- The
safety of patients within the NHS came under fresh scrutiny … after evidence
emerged of women being raped in psychiatric wards … The National Patient Safety
Agency said there were at least 19 rapes of mental health patients in England
and more than 100 other improper sexual incidents in psychiatric units over the
last two years, not to speak about 20 cases of consensual sex, 3 unwanted
pregnancies and
allegations of exposure, sexual advances and touching.
“It is particularly shocking that staff are the perpetrators of sexual abuse.”
Mogelijk weer bisdom in VS failliet -- 19 juli 2006 -- Reformatorisch
Dagblad -- MILWAUKEE - Het Amerikaanse bisdom Milwaukee gaat mogelijk -als
vierde- failliet. Aanleiding is een reeks aanklachten wegens seksueel misbruik
tegen enkele geestelijken uit het bisdom.
Dat bericht de Vlaamse nieuwssite
Kerknet.
Het rooms-katholieke bisdom bereikte
met enkele slachtoffers een akkoord over een minnelijke schikking. Dat sluit
een faillissement echter niet uit, aldus Katherine Freberg, een van de
advocaten van de acht slachtoffers. Volgens haar gaat het bisdom in principe
akkoord met een regeling, maar houdt het er tegelijk rekening mee dat het
faillissement moet aanvragen.
Een woordvoerder van het bisdom
Milwaukee geeft aan dat zo’n faillissement bijzonder pijnlijk zou zijn. Het
wordt volgens hem echter pas aangevraagd na uitvoerige raadpleging van de
adviesgroepen van het bisdom.
De oudste gevallen van misbruik
dateren van dertig jaar geleden. Op 8 november start de eerste rechtszaak tegen
twee priesters die tien minderjarigen zouden hebben misbruikt.
Aartsbisschop Timothy M. Dolan
verklaarde tegenover het persagentschap CNS dat zijn bisdom wel eens gedwongen
zou kunnen worden zijn activiteiten aanzienlijk in te krimpen als de
rechtszaken ook daadwerkelijk ernstige financiële gevolgen krijgen. Hij wijst
erop dat al drie andere Amerikaanse bisdommen gedwongen werden het bankroet aan
te vragen.
Twee jaar geleden ging het eerste
bisdom failliet door de hoge kosten van rechtszaken. Het moest miljoenen
uitkeren aan slachtoffers.
Kort nadat een groot aantal gevallen
van seksueel misbruik bekend raakten, voerde 90 procent van de Amerikaanse
bisdommen maatregelen in om seksueel misbruik door geestelijken tegen te gaan.
‘Buiten zichzelf’: een
boek door en over tbs-patiënten – 17
juli 2006 – Red. MdH – Op woensdag 19 juli a.s. verschijnt een nieuw boek over
de tbs. Het boek werd gedeeltelijk door en met name over tbs-patiënten
geschreven. Het werk is vanaf a.s. woensdag verkrijgbaar bij Pompeii
(Pompestichting, Nijmegen) en draagt de titel 'Buiten Zichzelf'. In het boek komen zeven patiënten aan het woord.
Het boek is volgens de uitgever, de kliniek waar de zeven patiënten, zo nemen
wij aan, verblijven, uniek omdat de verhalen door verschillende betrokkenen
worden verteld. Naast de patiënt komen ook familieleden van de tbs-gestelde,
een dominee en een slachtoffer aan het woord. Onderstaand treft u een tweetal
citaten uit het boek aan:
'Ik zat helemaal met mezelf in de knoop. Ik
ben naar mijn zus gegaan, de moeder van mijn neefje. Ik vertrouwde haar.
Huilend heb ik haar verteld wat ik gedaan had. Twee dagen later stond de
politie op de stoep. Er is een hetze ontstaan tegen pedofielen. Ik snap dat.
Seks met kinderen, kleine jongens, dat kan niet, nooit.'
'Soms ben je geneigd het te vergeten, maar
tbs-ers zijn zonder uitzondering beschadigde mensen. Ik ken iemand die als kind
aan een ketting heeft gelegen. Een ander is tegen een muur gegooid toen hij nog
een baby was. Dat worden mensen die niet in staat zijn tot normaal sociaal
gedrag. Daarom kan er ook geen sprake zijn van vertrouwen.'
Het is lovenswaardig dat een tbs-kliniek
dit initiatief heeft genomen en/of ondersteunde. Echter, aangezien het werk
door de kliniek zelf wordt uitgegeven en tbs-klinieken ervoor bekend zijn
bijzonder sterk controlerend te zijn m.b.t. informatie die de klinieken
verlaat, is het uiteraard de vraag in
hoeverre er in een of andere vorm van censuur werd toegepast. Men heeft
immers de sterke neiging hetgeen goed gaat uit te vergroten en hetgeen niet
goed gaat, zo niet te verdoezelen, dan toch zeker in zover mogelijk, te
ontkennen. Dus ja... de aard van het beestje tbs-sector maakt helaas dat deze
kanttekening toch wel zeker geplaatst moet worden. Dat neemt niet weg dat het
bijzonder waardevol is dat tbs-patiënten een kans mochten krijgen hun verhaal
te mogen doen. Al werd er met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid
censuur toegepast, is het boek met zeer zeker de moeite waard gelezen te
worden. Het is dan ook een eerste stap vanuit de sector zelf, ook al zal het
onder strikte toezicht zijn gebeurd, de stemmen van patiënten te laten horen.
Echter, het blijft wenselijk om het patiëntenperspectief in de tbs-sector met
name ook daar te integreren waar de schoen wringt. Patiënten en hun naasten
weten namelijk heel erg goed aan te geven wat niet goed gaat en waarom e.e.a.
niet goed gaat. Zij zouden een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan de
verbetering van het tbs-systeem door ook in dezen regelmatig, m.b.t. tal van
onderwerpen, bijvoorbeeld in de vorm van een anonieme enquête, hun ervaringen
in te mogen brengen.
Het boek is tot dusver als geschreven werk
nog uniek, zoals de kliniek haar eigen werk noemt. Echter, het feit dat verhalen van tbs-gestelden door verschillende
personen worden verteld, is helmaal niet zo uniek. Het sluit bijvoorbeeld nauw
aan bij de wijze waarop wij bezig zijn ons een beeld te vormen van de sector,
namelijk door het integreren van tal van verhalen afkomstig van diverse
bronnen: patiënten, partners, familieleden, hulpverleners, advocaten, diverse
soorten publicaties, en niet te vergeten de eigen ervaringen die wij met de
sector zelf opdoen. En wat valt op bij deze brede basis die ten grondslag ligt
aan onze beeldvorming? Dat tbs-patiënten een bijzonder waardevolle en
betrouwbare bron van informatie kunnen zijn en er veel van geleerd zou kunnen
worden als men hen een stem geeft. Wij
feliciteren de Pompestichting met dit project en zien graag nog vele,
soortgelijke initiatieven vanuit de tbs-sector volgen. Liefst dan echter zonder
enige censuur zoals wij ook geen censuur toepassen op ervaringsverhalen van
patiënten en hun partners.
Wij hebben het werk al bij Pompeii besteld
en zijn heel erg benieuwd naar alle bijdragen die door patiënten en anderen
werden aangedragen.
U kunt het boek tot 19 juli 2006 voor € 12,50 bestellen via: pompeii@pompestichting.nl. Vanaf 19 juli a.s. kost het boek €
15,00 (exclusief verzendkosten).
Bron: GGZ Nijmegen: http://212.79.224.56/site/36/264//m4/310
Geen
beroepsverbod voor Lucia de B. ondanks 7 moorden en 3 moordpogingen: Feiten die niet aan bod
komen: verpleegkundige
seriemoordenaar en andere criminele hulpverleners verzameld in ons
BIG-register… dat de kwaliteit van de
zorg moet garanderen… -- 13 juli
2006 -- Persbericht (korte versie)
AMSTELVEEN - Vandaag deed het
gerechtshof Amsterdam uitspraak in de zaak Lucia de B.. De verpleegkundige
die als grootste seriemoordenaar van Nederland internationale bekendheid
verkreeg, zal ook voortaan in het BIG-register vermeld blijven staan aangezien
het hof vandaag geen beroepsverbod aan de hulpverleenster oplegde die eerder
door het hof in Den Haag schuldig werd bevonden aan het plegen van 7 moorden en
3 pogingen tot moord op aan haar zorg toevertrouwde patiënten. Acht het hof het
dan adequaat dat een seriemoordenaar ook voortaan nog in het BIG-register zal
blijven staan vermeld? Het register dat
werd ingesteld om de kwaliteit van de gezondheidszorg te garanderen… .
(…). Eerder werd aan
Lucia de B. helaas ook al geen beroepsverbod opgelegd, reden waarom zij nog
steeds als verpleegkundige in het BIG-register staat geregistreerd. (…).
Wanneer gebruikers van de gezondheidszorg een bepaalde hulpverlener zonder
bevoegdheidsbeperking in het register aantreffen, gaan zij ervan uit dat zij
erop kunnen vertrouwen dat de betreffende zijn/haar vak professioneel
beoefent.
Helaas wordt het BIG-register door de huidige wet- en regelgeving niet
in staat gesteld beroepsbeoefenaren die ernstige misdrijven hebben gepleegd in
het register door te kunnen halen. Een doorhaling kan slechts geschieden
door oplegging van een beroepsverbod door de strafrechter of door doorhaling van
de inschrijving van een hulpverlener door oplegging van de zwaarste maatregel
door een medisch tuchtcollege. Zowel strafrechters evenals tuchtcolleges
zijn echter zeer terughoudend in het uitspreken van een beroepsverbod. Ook
als een hulpverlener voor het plegen van ernstige, meermaals
gepleegde delicten wordt veroordeeld, is het zeer de vraag of de
strafrechter ook een beroepsverbod oplegt. Voor de gebruikers van de
gezondheidszorg betekent dit dat zij door menige registratie misleid kunnen
worden en ten onrechte vertrouwen schenken aan een BIG-geregistreerde
hulpverlener.
In het geval van Lucia de B. heeft de rechtbank eerder zeer
waarschijnlijk geen beroepsverbod opgelegd omdat pas sinds 31
januari 2006 de kans bestaat om aan een hulpverlener een beroepsverbod
op te leggen indien hij/zij een moord heeft gepleegd. Een fout in de
strafwet maakte dit eerder niet mogelijk. Terwijl het BIG-register tot doel
heeft voor enige kwaliteit binnen de zorg garant te staan,
treffen wij de grootste seriemoordenaar in de Nederlandse
geschiedenis nog steeds in het BIG-register aan. Dat er bij moord op tal van
patiënten geen enkele sprake kan zijn van het verlenen van goede zorg,
spreekt voor zich. Toch maken de momenteel in werking zijnde wetten
en regels het mogelijk dat de verpleegkundige nog steeds zonder
bevoegdheidsbeperking als hulpverleenster in het vak staat
geregistreerd waarin zij tal van patiënten die aan haar zorg waren toevertrouwd
van het leven beroofde.
Aangezien het hof van Amsterdam vandaag geen beroepverbod aan
de verpleegster oplegt, zal zij ook voortaan inclusief al haar moorden en
moordpogingen in het register blijven staan. Alleen de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) kan via het
aanspannen van een tuchtrechtelijke procedure dan nog een doorhaling in het
register behalen. De inspectie gaf eerder echter al duidelijk aan
deze weg niet te willen bewandelen. Helaas weigert de inspectie nogal
regelmatig haar verantwoordelijkheid te nemen wat betreft haar taak de
gebruiker van de gezondheidszorg te beschermen. ‘Levenslang’ houdt niet per sé
levenslang in. Het is immers mogelijk dat een eventueel gratieverzoek van de
verpleegkundige t.z.t. zal worden toegekend. Dan is het mogelijk dat Lucia de
B. terug zal keren in de maatschappij en tevens in de gezondheidszorg. Wij zijn
dan ook van mening dat in dezen geen enkel risico genomen mag worden.
Naast de verpleegkundige Lucia de B. stond onder meer ook de Vlaamse psychiater en voormalig gerechtsdeskundige
Vincent M. uit Sint Niklaas, eerder werkzaam in een tbs-kliniek
als behandelaar van onder meer zedendelinquenten, die in België o.a. werd
veroordeeld voor het plegen van vier verkrachtingen en twee aanrandingen
op aan zijn zorg toevertrouwde patiënten, in ons BIG-register vermeld.
Recentelijk heeft het BIG-register besloten de arts door te halen door bepaalde
handhaving in dezen te verbeteren. Echter, op 5 december a.s. kan de
psychiater zich weer in ons BIG-register registreren en gebruikers
van de gezondheidszorg zullen op geen enkele manier gewaarschuwd worden
dat het bij deze arts om een meervoudige zedendelinquent gaat. Op 30 juni
jl. werd de basisarts Edwin ten W.
uit Nuenen die zijn echtgenote middels doodslag van het leven beroofde tot een
langdurige celstraf veroordeeld. Omwille van het feit dat de rechter geen
beroepsverbod aan de arts heeft opgelegd, blijft ook hij zonder enige
vermelding in het BIG-register staan. Marja
K., eveneens arts, en in het recente verleden veroordeeld
wegens het aanzetten van een ex-patiënt een huurmoordenaar voor haar echtgenoot,
tevens broer van onze Amsterdamse burgemeester, te zoeken, staat eveneens nog
steeds in het BIG-register vermeld en kan na het uitzitten van een relatief
korte celstraf weer als medicus aan de slag. (…).
Sinds januari jl.
kan aan artsen door aanpassing van de strafwet nu een beroepverbod worden
opgelegd indien zij moord of doodslag plegen. De fout die begin dit jaar
nog in de strafwet verweven was, is gelukkig opgelost. Maar, zijn de eerdere
tekortkomingen en de nieuwe mogelijkheden wel bij alle rechters bekend? De
uitspraak in de zaak Lucia de B. roept twijfels in dezen op. (…).
Lucia de B. is en blijft BIG-geregistreerd indien de inspectie niet haar
verantwoordelijkheid neemt en een klacht bij een regionaal tuchtcollege c.q.
bij het College van Medisch Toezicht (CvMT) in zal dienen. Hoe betrouwbaar is
ons BIG-register als het zelfs een plekje heeft voor onze grootste
seriemoordenaar? Wat zegt het nog wel of een hulpverlener al dan niet
BIG-geregistreerd is?
Het antwoord op bepaalde vragen en problemen dient ons inziens bij de
ministeries van VWS en Justitie gezocht te worden. De huidige situatie zoals
door ons d.m.v. een aantal voorbeelden geschetst, vraagt dringend om antwoorden
en oplossingen. Het BIG-register dient in de gelegenheid gesteld te worden haar
taken zoals bedoeld ook daadwerkelijk te kunnen vervullen. Hiervan is op dit
moment helaas geen sprake.
Lees de uitgebreide versie van dit persbericht op onze
pagina Website in de media
Aan de media het verzoek dit probleem onder
de aandacht te brengen,
aan onze politiek het verzoek er zo spoedig
mogelijk iets aan te gaan doen.
Verwijzingen:
Dit persbericht zult u nog vandaag o.a. op de navolgende
pagina op onze website aantreffen: www.misbruikdoorhulpverleners.nl/websiteinmedia.html
Dossier
Lucia de B. op MdH:
Op onze site treft u
diverse eerdere publicaties over de zaak Lucia de B. aan. U kunt hiervoor de
zoekfunctie op onze voorpagina gebruiken.
Binnenkort zullen
wij een Dossier Lucia de B. gaan aanleggen dat u via de navolgende link
zult kunnen bereiken: www.misbruikdoorhulpverleners.nl/NieuwsGOGGezondheidszorgNederlanddossierluciadeb.html
Kerst-/nieuwjaarsactie 2005/2006
MdH:
http://www.misbruikdoorhulpverleners.nl/kerstactiemdh2005.html
BIG-register: www.bigregister.nl, 0900 - 8998225, info@bigregister.nl
De jurist van
het BIG-register kunt u bereiken via: 070 - 340 65 92.
De
uitspraak van het hof van Amsterdam dd. 13 juli 2006:
http://zoeken.rechtspraak.nl/zoeken/dtluitspraak.asp?searchtype=ljn&ljn=AY3864&u_ljn=AY3864
Verdere informatie:
Website Misbruik door
Hulpverleners (MdH), Postbus
402, 1180 AK Amstelveen; 06 – 137 717 47; www.misbruikdoorhulpverleners.nl,
info@misbruikdoorhulpverleners.nl
Krankenschwester
verurteilt – 12 juli 2006 -- BaZ Nr. 160 -- Eine 36-jährige italienische
Krankenschwester ist wegen der Ermordung von 5 betagten Patienten im Jahre 2004
zu 20 Jahren Haft verurteilt worden
Sekundarlehrer
in Regensdorf inhaftiert – 11 juli 2006 -- NZZ Nr. 158 -- Ein Lehrer an der Sekundarschule Regensdorf
wurde aufgrund von sexuellen Handlungen mit einer Schülerin inhaftiert.
Hoger beroep
CTG tegen Amstelveense psycholoog/psychotherapeut: divers, ernstig
grensoverschrijdend gedrag (GOG) – 8 juli 2006 – Red. MdH -- De
zaak waarvan de feiten en gebeurtenissen die eraan ten grondslag liggen de
belangrijkste reden waren voor het ontstaan van MdH…
Een van de oprichters van deze site heeft op 29 juni 2006 om 23.52 uur
per fax haar eerder ingediende beroepschrift bij het Centraal Tuchtcollege voor
de Gezondheidszorg (CTG) te Den Haag aangevuld met de gronden van het beroep.
Het stuk inclusief producties, zo werd ons bevestigd, werd op tijd en in goede
orde door het CTG ontvangen. De procedure is gericht tegen de Amstelveense
psycholoog/psychotherapeut A.G..
In het kort kan over het beroep gesteld worden dat de klagende partij
tegen alle klachtonderdelen die het RTG Amsterdam ongegrond had verklaard, in
beroep is gegaan. Tevens werd het college in tweede aanleg verzocht ook te
oordelen over de klachtonderdelen die door het regionaal tuchtcollege helaas
niet werden beoordeeld.
De klagende partij heeft aan het
college in tweede aanleg ondermeer verzocht, een bepaalde getuige alsnog te
horen. In eerste aanleg wenste het college de getuige niet te horen, ondanks
het feit dat de betreffende ter zitting zelfs aanwezig was. De klagende partij
richtte het verzoek de getuige alsnog te horen nu opnieuw aan het college, deze
keer inclusief uitleg waaruit het belang van het getuigenis nu duidelijk
blijkt. Het gaat bij
de getuige om een collega psychotherapeut van verweerder. Zijn getuigenis kan
wel degelijk iets, en zelfs veel, aan deze specifieke zaak toevoegen. Het
gedrag van verweerder dat omwille van het uitzonderlijke karakter van het
gedrag voor menigeen moeilijk voorstelbaar is, kan daardoor namelijk worden
verklaard, waardoor verbanden die van groot belang zijn, veel duidelijker
worden. Hierdoor wordt de aannemelijkheid van de ingediende klacht naar
onze mening dan ook in het algemeen in aanzienlijke wijze versterkt.
Verder heeft klaagster een nieuw
klachtpunt aangedragen dat voortkomt uit het inadequate gedrag van verweerder
ter zitting. Verweerder beschuldigde klaagster namelijk aan het einde van de
zitting ervan dat zij de eigen bijdrage van zijn facturen nooit zou hebben
betaald. Dit bevestigen ook getuigen. Klaagster had door het late aandragen van
deze beschuldiging geen enkele kans zich tegen deze verdere, door verweerder
geplaatste pertinente onwaarheid, te kunnen verweren. Afgezien daarvan
dat het het handelen en nalaten van professionals is en niet dat van
cliënten dat door medische tuchtcolleges onderzocht en beoordeeld dient te
worden, en het dus in feite algeheel irrelevant is waarvan een
verweerder de klagende partij al dan niet beschuldigt, en of dat al dan niet
terecht is, kon door middel van directe bewijslast die door klaagster
nu werd aangedragen, aangetoond worden dat de beschuldiging van verweerder
ter zitting absoluut onjuist was.
Toen verweerder het college
in eerste aanleg, blijkbaar willens en wetens onjuist informeerde, kon hij al
3,5 jaar kennis hebben van het feit dat alle nota's van klaagster algeheel
waren voldaan. Aangezien
verweerder jaarlijks een jaarrekening dient op te stellen en eventuele
debiteuren hieruit blijken en verweerder klaagster al jarenlang niet meer als
debiteur kon hebben zien staan, concluderen wij uit het gedrag van verweerder
ter zitting het navolgende: verweerder heeft klaagster niet slechts tijdens
haar behandeling maar ook tijdens de procedure in eerste
aanleg opzettelijk verdere schade toegebracht. Het enige doel dat
verweerder met het noemen van deze leugen ter zitting kon hebben gehad, was
het immers om klaagster opzettelijk opnieuw in een kwaad daglicht te stellen.
Volledig ten onrechte, zo blijkt uit de ingediende stukken. Wij zullen de
bewijsstukken, dít gedeelte van de klacht betreffend, t.z.t. publiceren zodat
ook degenen die twijfelen aan het feit dat verweerder in staat is opzettelijke
schade te berokkenen aan (eerder) aan zijn zorg toevertrouwde cliënten, in de
toekomst kunnen weten en niet meer hoeven te twijfelen. Opzettelijke
schadeberokkening van een (ondertussen voormalig) cliënt is wel het meest
ernstige feit dat een hulpverlener verweten zou kunnen worden. Tevens zorgt
juist dit element ervoor dat wij het dringend noodzakelijk achten dat
gebruikers van de gezondheidszorg zo goed mogelijk tegen dergelijk beschadigend
gedrag beschermd zullen zijn. Een hulpverlener dient een cliënt immers nooit
opzettelijk schade te berokkenen, ook niet na afsluiting van het
behandelcontact. Wij stellen dan ook dat verweerder met dit gedrag ter zitting
live aantoonde dat hij in staat is klaagster opzettelijke schade te kunnen en
willen berokkenen. Wij hebben het college daarom ook verzocht in het geheel met
name te letten op het bijzonder kwalijk te nemen element 'opzet'.
Teneinde willen wij u erover
informeren dat wij een brief van een gerenommeerde instelling aan het geheel
hebben toegevoegd. De betreffende instelling heeft klaagster wel
degelijk geloofd toen zij het gebeurde aandroeg omwille van het besef dat
cliënten dringend tegen verweerder dienen te worden beschermd. De instelling in
kwestie heeft al enkele jaren geleden ervoor gekozen zich terughoudend op
te stellen m.b.t. het doorverwijzen van cliënten naar verweerder en deelde dus
de door klaagster aangedragen zorgen m.b.t. de kwaliteit van de zorg die
verweerder te bieden heeft. In tegenstelling tot de algehele
ongegrond verklaring in eerste aanleg, verwijzen ook diverse collega’s in
Amstelveen en omstreken al jaren geen cliënten meer naar verweerder, zo werd
bekend. Niet omwille van de klachten die klaagster in deze zaak aan de orde bracht,
maar omwille van aanhoudende klachten van andere cliënten. Alvorens collega’s ertoe besluiten niet meer naar
een collega door te verwijzen, is er over het algemeen al heel veel gebeurd.
Meestal gaat het dan om een structurele misstand die al jaren voortduurt.
Aangezien het Regionaal Tuchtcollege Amsterdam alle klachten over de
praktijkvoering van verweerder die klaagster niet zelf betreffen, terzijde
legde, zal ook een klacht bij de Inspectie van de Gezondheidszorg (IGZ) volgen.
Dit vooral omdat de voorzitter ter zitting al benadrukte dat het in de eerste
plaats de inspectie is die op de praktijkvoering toeziet.
Ten
onrechte concludeerde het RTG Amsterdam dat tijdens de procedure in eerste
aanleg telkens weer nieuwe, althans anders geformuleerde klachten door
klaagster werden aangedragen. Feit is dat de op 14 mei 2004 bij het RTG
binnengekomen klacht de eerste versie van de klacht, ingediend op 5 november
2002, opvolgde. Het college merkte ter zitting op niets te weten van de
genoemde eerste versie. Bewijslast dienaangaande werd dan ook aan de procedure
toegevoegd zodat het CTG er kennis van kan nemen dat de klacht inderdaad al in
2002 bij het RTG – dat zogenaamd van niets zou weten – werd ingediend. Uit de
inhoud van de toenmalige klacht blijkt dat de klachtpunten bijzonder goed
aansluiten bij de tweede versie van de klacht. Het is bijzonder
triest als men aan een tuchtcollege moet uitleggen dat als bijzonder
traumatisch ervaren gebeurtenissen stap voor stap door een slachtoffer worden
verwerkt en het in de loop der tijd makkelijker wordt e.e.a. met woorden te
benoemen. Dit is zeker het geval wanneer sprake was van grote hoeveelheden
agressie waarmee klaagster werd geconfronteerd door verweerder. Indien e.e.a.
makkelijker was geweest en eerder had gekund, zou klaagster zeker niet tot 2004
hebben gewacht met het verzoek haar klacht in behandeling te nemen. Hoofddoel
was en is immers het beschermen van andere cliënten.
Tenslotte werd de klagende partij pas
tijdens de schriftelijke procedure voor het eerst met bepaalde feiten en
non-feiten geconfronteerd. Feiten die eveneens reden tot klacht waren en dus
ook niet eerder aangedragen konden worden. Zo leerde zij onder meer pas tijdens
de lopende procedure dat de eerder door haar aangeklaagde psychotherapeut F.F.
(inmiddels meervoudig veroordeeld) als pleger van seksueel GOG bij een directe
collega van verweerder in therapie was. Pas tijdens de procedure bleek dus dat
slachtoffer en dader in behandeling te zijn geweest bij therapeuten die
bijzonder nauw met elkaar samenwerkten en intervisiegesprekken met elkaar
voerden. Zowel slachtoffer als dader hadden hiervan geen kennis. Het
tuchtcollege in eerste aanleg oordeelde dat hier niets mis mee zou zijn. Zeer
waarschijnlijk omwille van het feit dat de betreffende collega bij wie F. in
behandeling was bij het RTG Amsterdam werkzaam wordt. Wij hopen dan ook dat het
Centraal Tuchtcollege minder moeite ermee zal hebben dit klachtpunt gegrond te
verklaren en verweerder niet in bescherming zal nemen omwille van het feit dat
een voormalig lid van het RTG Amsterdam zijdelings bij deze klacht betrokken
was. Daarnaast maakte verweerder zich ter zitting in eerste aanleg ten
overstaan van het college blijkbaar schuldig aan smaad en/of laster door
klaagster opzettelijk ervan te beschuldigen de nota’s nog steeds niet te hebben
voldaan. Klaagster hoopt dan ook zeer dat verweerder zich gedurende de hangende
procedure dusdanig zal gaan gedragen dat niet nog meer klachten aan zijn adres
gericht zullen moeten worden. Terwijl verweerder zich volledig ten onrechte als
slachtoffer van een onterechte klachtenregen opstelt waarbij hij zelfs zo ver
gaat om absoluut ongepaste termen als ‘heksenjacht’ te gebruiken, is hij van
begin af aan de agerende partij. Klaagster reageert d.m.v. het formuleren van
klachtpunten slechts op een reeks uiterst onwenselijke, in termen van de Wet
BIG ontoelaatbare gedragingen van verweerder die door verder ontoelaatbaar en
blijkbaar zelfs strafrechtelijk vervolgbaar gedrag steeds weer door hemzelf
worden aangevuld.
Verweerder dient uiterlijk op 28 augustus a.s. op het beroepschrift te reageren. De eerder door het CTG gestelde datum, 31 juli 2006, werd omwille van het verzoek van verweerder hem uitstel te verlenen, na toekenning van het uitstel, een maand opgeschoven.
Dit nieuwsbericht werd pas op vandaag (8 juli 2006) door ons gepubliceerd omdat het mogelijk is dat verweerder de gronden van het beroep pas gisteren per post heeft ontvangen. Om de kans uit te sluiten dat verweerder e.e.a. eerder via MdH dan via de procedurele stukken ter kennis zal nemen, kozen wij dus voor publicatie op zaterdag avond. Telefonische navraag bij het CTG op 4 juli jl. maakte duidelijk dat de stukken op 3 juli jl. naar verweerder werden gezonden. Wij hebben dus rekening gehouden met de mogelijkheid dat de post van het CTG naar verweerders advocaat evenals van de advocaat naar verweerder niet binnen 24 uur zou kunnen worden bezorgd. Om ons ervan te overtuigen dat verweerder niet met vakantie is (dan zou hij het beroepschrift immers niet hebben ontvangen en zou het niet correct zijn dit nieuwsbericht te plaatsen), hebben wij zelfs nog zijn advocaat gebeld om dit na te gaan vragen. Echter, dit was niet het geval. Bovenstaand bericht is een summiere weergave van het beroepschrift en de momentele, procedurele stand van zaken. Wij zijn dan ook van mening e.e.a. in dezen in goede orde, zorgvuldig en rekening houdende met verweerder, te hebben gehandhaafd. Helaas blijkt verweerder - ondanks zijn opleiding tot analyticus - zijn voormalige cliënte dusdanig slecht te kennen dat wij op zaterdag 8 juli 2006 een brief van zijn advocaat ontvingen waarin hij zijn zorgen uit wat betreft ons mogelijker wijze "uit het oog verliezen van de normen van fatsoen" wat betreft publicatie op deze website. Daarbij zou het summier volgen van onze site al duidelijk hebben gemaakt dat wij ons te allen tijde uiteraard keurig aan de normen van fatsoen houden. Het valt dan ook te betreuren dat mr. Wijnberg de normen die hij van plegers gewend lijkt te zijn zomaar op slachtoffers projecteert. Het nieuwsbericht was overigens al dagen geleden klaar voor publicatie en het element waarvan men blijkbaar vreesde dat het genoemd zou kunnen worden in dit nieuwsbericht (waarvan de advocaat van verweerder netjes op de hoogte werd gesteld), hadden wij netjes weggelaten. Het is dan ook bijzonder frappant dat verweerder meent ten overstaan van een tuchtcollege en blijkbaar ook nog met goedkeuring van zijn advocaat zomaar smaad en/of laster te plegen, een strafbaar feit nota bene, tegen een voormalige cliënte (zitting RTG A’dam dd. 31 januari 2006) en juist aan de kant van klaagster dan vreest om enige vorm van gebrek aan fatsoen. Iets meer fatsoen aan de zijde van de pleger zou niet alleen maar verdere klachten voorkomen maar ook ervoor zorgen dat er geen vrees voor gebrek aan fatsoen hoefde te leven t.a.v. klaagster, gebaseerd op projectie.
Lees ook ons artikel ‘Misbruik door Hulpverleners (MdH) in hoger beroep bij Centraal
Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (CTG): Klacht die leidde tot het
ontstaan van MdH ongegrond verklaard door Regionaal Tuchtcollege’ van 29 maart
2006. Via navolgende link kunt u enig zicht op de procedure in eerste
aanleg verkrijgen.
Klacht
over een BIG-geregistreerde gz-psycholoog /
psychotherapeut uit Amstelveen
De uitspraak in
eerste aanleg kunt u via een link in bovengenoemd artikel van maart 2006 lezen.
Hoger beroep
CTG tegen Amstelveense psycholoog/psychotherapeut: divers, ernstig
grensoverschrijdend gedrag (GOG) – 4 juli 2006 – Red. MdH -- De
zaak waarvan de feiten en gebeurtenissen die eraan ten grondslag liggen de
belangrijkste reden waren voor het ontstaan van MdH…
Een van de oprichters van deze site heeft
op 29 juni 2006 om 23.52 uur per fax het eerder ingediende beroepschrift bij het Centraal Tuchtcollege voor de
Gezondheidszorg (CTG) te Den Haag
aangevuld met de gronden van het beroep. Het stuk inclusief producties, zo werd
ons op 30 juni jl. bevestigd, was op tijd en in goede orde door het CTG
ontvangen.
In het kort kan over het beroep gesteld
worden dat de klagende partij tegen alle klachtonderdelen die het Regionaal Tuchtcollege voor de
Gezondheidszorg (RTG) Amsterdam ongegrond had verklaard, in beroep is
gegaan. Tevens werd het college in tweede aanleg verzocht ook te oordelen over
de klachtonderdelen waarover het regionaal tuchtcollege niet had geoordeeld.
Verweerder heeft vier weken de tijd op het beroepschrift te reageren, mits hij
niet zal verzoeken om uitstel.
De aanvulling op bovenstaand, zeer beknopt
nieuwsbericht zal pas op zaterdag 8 juli
Kromme bomen onder tucht-collegiale hemel – 3 juli
2006 (eerste
versie: 24 juni 2006) – Red. MdH, reactie op ‘Geen regeling voor
advocaten in tuchtcolleges’ dat op 23
juni
Wat als eerste in het oog sprong, is het feit dat het bij de genoemde
lid-juristen die als advocaat voor hun eigen tuchtcollege optreden uitsluitend
om advocaten gaat die de hulpverlener vertegenwoordigen. Toeval? Ik denk van
niet. Wat zouden artsen er wel niet van vinden als de klagende partij met een
advocaat aan komt zetten die tevens als lid-jurist voor hetzelfde tuchtcollege
werkzaam is? Op dit punt aan alle hulpverleners die dit stuk lezen het verzoek
hierbij eventjes stil te blijven staan en zich even in te leven in deze
situatie… .
Het feit dat dit probleem zich slechts
eenzijdig voordoet, en dan wel altijd in het eventuele nadeel voor de gebruiker
van de gezondheidszorg, is een verder teken dat aangeeft voor wie en wat onze
medische tuchtcolleges voornamelijk werkzaam zijn. Aldus, in de zaken die
wij volgen, tuchtzaken betreffend seksueel grensoverschrijdend gedrag (GOG)
door hulpverleners, is dat in veel gevallen zo. Neutraliteit en onpartijdigheid
zijn begrippen die als muziek in onze oren klinken maar die helaas in de
praktijk, zeker op dát gebied, slechts zelden mogen worden aangetroffen.
Met betrekking tot het genoemde is enige
nuancering uiteraard wel op z’n plaats. Gelukkig maar is er wel verschil tussen
tuchtcolleges. En het verschil dat ons opvalt als wij kijken naar
professionaliteit, zorgvuldigheid en correctheid waarmee zaken van GOG door
hulpverleners door tuchtcolleges worden behandeld, weerspiegelt zich ook in het
artikel van Mensje Melchior (MC, Nr. 25/2006).
Het beeld dat tot dusver vanuit ons zicht op zaken is ontstaan, houdt in dat 3
van de 7 tuchtcolleges in ons land over het algemeen goed functioneren. Naast
de 5 regionale tuchtcolleges en het Centraal Tuchtcollege in Den Haag betrekken
wij dan ook maar even het veelal vergeten kindje, het College van Medisch
Toezicht (CvMT), erbij. Een tuchtcollege, min of meer in staat van
werkeloosheid terwijl alle andere tuchtcolleges het druk hebben. Waarom
werkeloos? Omdat de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) veel te weinig
zaken bij het CvMT aandraagt. Daarbij zou het gros van alle zaken over seksueel
GOG, zo blijkt al jaren en telkens weer, juist bij het CvMT terecht moeten
komen. Van de eerstgenoemde tuchtcolleges functioneren het regionaal
tuchtcollege in Groningen en het Centraal Tuchtcollege in Den Haag naar onze
mening nogal goed. Helemaal achteraan, ver achterblijvend t.a.v. de zonet
genoemde collega-colleges, als een soort dwaallicht, ... het Amsterdamse RTG.
De kwaliteit van de tuchtcolleges zien wij deels weerspiegeld in de reacties
van de voorzitters van de verschillende colleges. Professionaliteit,
zorgvuldigheid en met name ook correctheid, zo constateren wij, hebben veel te
maken met wie leiding geeft aan een tuchtcollege. Mr. Torrenga, voorzitter van het Centraal Tuchtcollege en mr. Duursma,
voorzitter van het Groningse tuchtcollege zijn de enige in de groep die er heel
erg duidelijk over zijn m.b.t. wat al dan niet wenselijk is en m.b.t. wat kan
en wat niet kan. Beiden verdienen dan ook een groot compliment. En wij
weten dat het geen reclamespotjes zijn die zij voor hun eigen colleges even
voor MC hebben afgedraaid. In tegendeel: deze beide rechters zeggen wat zij
doen en doen wat zij zeggen. Zoals het hoort. Dat verdient bewondering, want
ja... vanzelfsprekend is dat helaas alles behalve op tucht-collegiaal terrein.
"De angst voor partijdigheid is volgens mij onterecht." stelt mr.
Uhlenbroek die tot voor kort een dubbelrol bij het Amsterdamse tuchtcollege
vervulde. De angst is onterecht, dáárover ben ik het zéker mee haar eens. De
feiten zorgen er immers voor dat je nergens bang voor hoeft te zijn in dezen.
Je kunt er namelijk gerust zeker van zijn dat menig lid van een tuchtcollege
niet in staat is zich neutraal op te kunnen stellen. En dit probleem is een
probleem dat nog veel structureler van aard is dan het eerder genoemde
probleem. Dit neemt niet weg dat wij er bijzonder blij mee zijn dat het alhier
besproken probleem de nodige aandacht heeft mogen verkrijgen en dat e.e.a. tot
een paar 'verhuizingen' heeft mogen leiden.
Echter, hoe zit het bijvoorbeeld met mr. E.W.M. Meulemans die als
plaatsvervangend lid-jurist bij het Regionaal Tuchtcollege Amsterdam werkzaam
is en tevens als advocaat en procureur bij Nysingh advocaten en notarissen te
Zwolle werkt? En hoe zit het met mw mr. R.A. Hopster - Arendsen de Wolff
die naast haar functie als lid-jurist voor het RTG Amsterdam werkzaam is bij
het eveneens in Amsterdam gevestigde advocatenkantoor Jonker c.s. Advocaten?
Beide dubbelrollen stonden wel vermeld op de door het tuchtcollege
gepubliceerde ledenlijst maar mr. J.S.W. Holtrop, de voorzitter van het
Amsterdamse tuchtcollege heeft deze beide gevallen blijkbaar niet genoemd
tijdens het interview met Medisch Contact. Gaat het hierbij om 'juridische
functieverhuizingen' waartoe de voorzitter van het Amsterdamse tuchtcollege nog
moet besluiten? Opmerkelijk dat hij slechts één van de drie dubbelrollen aan
zijn eigen college heeft genoemd, niet waar?
In verband met de door MC genoemde, mogelijke belangenverstrengelingen, stelt
zich een verdere vraag: hoe zit het met andere belangenverstrengelingen zoals
met nevenfuncties van leden-juristen van tuchtcolleges die eigenlijk ook niet
samengaan met de werkzaamheden die zij voor het tuchtcollege verrichten? Laten
wij eens naar de diverse functies van coördinerend vice-president bij de
Rechtbank Amsterdam, mr. J.A.J. Peeters,
kijken. Bij het RTG Amsterdam vervult hij de functie van plaatsvervangend
voorzitter. Hoe zit het b.v. met het plaatsvervangend voorzitterschap van mr.
Peeters bij het college van toezicht van het
Nederlands Instituut voor Psychologen (N.I.P.)? Het staat al jaren naast
zijn plaatsvervangend voorzitterschap bij het tuchtcollege en niemand lijkt
zich erom te bekommeren. Er worden nogal eens gz-psychologen en
psychotherapeuten voor het tuchtcollege gedaagd die in veel gevallen een
lidmaatschap bij de beroepsvereniging voor psychologen hebben. Die zaken worden
nogal eens beoordeeld door o.a. mr. Peeters die dus een hoge functie binnen de
genoemde beroepsvereniging bekleedt. Een belangenverstrengeling van
soortgelijke aard valt eveneens aan te treffen als men twee functies van mr. F.M. Pekelharing-de Planque naast
elkaar plaatst. Bij het tuchtcollege in Amsterdam vervult hij de functie van
plaatsvervangend secretaris. Bij het College van Toezicht van het N.I.P. treedt
hij op als secretaris van het college. Prof.dr. R.W. Trijsburg, voor het CTG te Den Haag werkzaam als
lid-psychotherapeut vervult de functie van Voorzitter Raad van Toezicht bij het Nederlands Psychoanalytisch Instituut
(NPI). Psychoanalytici komen dan wel niet in hun hoedanigheid als
analyticus voor de tuchtrechter maar wel in de hoedanigheid van psychiater,
psychotherapeut en gz-psycholoog.
Het zou bijzonder wenselijk zijn als
eens iemand naar de diverse nevenfuncties van leden-juristen en leden-artsen
van tuchtcolleges zou gaan kijken. Een en ander gaat niet goed samen en behoeft
aandacht. De verschillende dubbelrollen van menig lid van het medisch
tuchtcollege zijn een goed voorbeeld daarvoor dat het niet op alle terreinen
even goed is gesteld met ons medisch tuchtrecht. Het is dan ook zeer de
vraag of het terecht zou zijn mr. Offers gelijk te geven met zijn opmerking
"Het speelt te weinig om hier regels voor te maken. We kunnen overal wel
regels voor opstellen, maar dan zien we door de bomen het bos niet meer."
In ieder geval tonen voorbeelden van hetzelfde evenals voorbeelden van
soortgelijke belangenverstrengeling aan dat het probleem toch iets vaker speelt
dan in eerste instantie werd toegegeven. De zorg van mr. Offers dat door
invoering van een paar belangrijke regels het juridische bos ondoorgrondelijk
zou worden, is mijns inziens niet terecht. Belangrijke zaken dienen nu eenmaal
vast te worden gelegd. Zo zijn er b.v. ook helemaal geen regels m.b.t. een
tuchtrechtelijke spoedprocedure die in bijzonder ernstige gevallen door de
inspectie kan worden aangespannen. Een gemis dat in het verleden al ertoe heeft
geleid dat er bijzonder kromme, juridische bomen konden groeien.
Op het gebied van seksueel GOG door
hulpverleners is het gebrek aan feitenkennis en het geloven in mythes die zich
in de loop der tijd helaas hardnekkig hebben gemanifesteerd, het grootste
probleem. Het zorgt ervoor dat zaken niet professioneel, zorgvuldig en correct
behandeld kunnen worden. Het nadeel in dezen ligt helaas altijd aan de
zijde van de klagende partij, het slachtoffer in dit geval. Een van de vele,
onnodige struikelblokken waarmee cliënten/patiënten te maken krijgen wanneer
zij ervoor kiezen een zaak wegens seksueel misbruik aan te spannen. Bij een
groot aantal leden van medische tuchtcolleges ontbreekt het zelfs aan de
basiskennis m.b.t. dit onderwerp, zo blijkt steeds weer. Het ontbreken van de nodige kennis van zaken zou nog niet eens het
ergste zijn. Wat bijzonder erg is, en wat helaas ook steeds weer blijkt, is dat
men in mythes gelooft en die staan veelal haaks op wat de wetenschap en de
ervaringsfeiten hierover te vertellen hebben. En dan wel niet pas sinds
gisteren maar dat is al sinds tientallen jaren zo.
Met dank aan Rudolf Torrenga en Tjeerd Duursma
die precies weten waar zij dienen te staan. Wat ons betreft mogen de beide
heren rechters wel eens een opfriscursus 'correctheid, professionaliteit en zorgvuldigheid'
aan collega-colleges gaan geven. Met name inzake gevallen van
grensoverschrijdend gedrag (GOG) door hulpverleners. Gevallen waarbij de
genoemde kwaliteiten die vanzelfsprekend zouden moeten zijn, nogal eens
bijzonder sterk afwezig zijn. Zaken die confronterend kunnen zijn voor degenen
die hen moeten beoordelen en die zeker niet zijn weggelegd voor collegeleden
die bij de oordeelvorming niet beter weten dan emotio t.a.v. ratio te laten
prevaleren.
Wij sluiten ons dan ook volledig aan bij de woorden van mr. Torrenga en mr.
Duursma: dergelijke dubbelrollen van leden-juristen van een medisch
tuchtcollege zijn uiterst onwenselijk en dit kan écht niet. In de hoop dat er
nog enkele verhuisacties zullen mogen plaatsvinden en in de hoop dat er toch enige
regelgeving zal ontstaan in dezen.
M.b.t. het verifiëren van genoemde nevenfuncties en belangenverstrengelingen
verwijs ik u naar de navolgende pagina op de website van het medisch
tuchtcollege. Helaas worden nog steeds niet alle nevenfuncties van alle leden
van het tuchtcollege genoemd. Door aanvulling van de nog ontbrekende gegevens
zou het lijstje van ongewenste en inacceptabele combinaties van functies dus
nog verder kunnen groeien. Er valt overigens nog véél meer te vertellen over
kromme bomen in de tucht-collegiale boomgaard. Alles op z’n tijd en plaats.
Wordt vervolgd.
Bronnen
van informatie:
Lijst
van alle leden van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg
Amsterdam, incl. nevenfuncties:
http://www.tuchtcollege-gezondheidszorg.nl/regionaal_files/amsterdam/samenstelling.htm
Lijst van alle leden van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den
Haag, incl. nevenfuncties:
http://www.tuchtcollege-gezondheidszorg.nl/naamlijst.htm
Zoekfunctie op de website van de Orde van Advocaten:
http://www.advocatenorde.nl/nova/advocaten2b.nsf/zoek?openform
Dubbelrol mw. mr. R.A. Hopster - Arendsen de Wolff
http://www.advocatenorde.nl/nova/advocaten2b.nsf/vResults?SearchView&Query=FIELD+fldName=hopster*&Count=250&Start=1&SearchMax=0&SearchOrder=4&Ref=0
Dubbelrol mr. E.W.M. Meulemans (RTG A'dam)
http://www.advocatenorde.nl/nova/advocaten2b.nsf/vResults?SearchView&Query=FIELD+fldName=meulemans*&Count=250&Start=1&SearchMax=0&SearchOrder=4&Ref=0
Nota bene: Wij zijn momenteel bezig
alle leden-juristen van alle 7 medische tuchtcolleges te chequen wat betreft de
genoemde dubbelrol met de advocatuur. Wij hebben ondertussen al meer
dubbelrollen aangetroffen dan hierboven vermeld staan. Van de drie tot dusver
nagetrokken tuchtcolleges bleek er slechts één tuchtcollege te bestaan
waarbinnen geen dubbelrollen aan het licht kwamen. Het gaat hierbij om het
College van Medisch Toezicht (CvMT), met als voorzitter, mr. J.J.I. Verburg.
Wij hebben de secretaris van het college, mr. P.C. Römer, over het tot dusver
meest positieve resultaat inzake dubbelrol tuchtcollege/advocatuur
geïnformeerd. Wij zullen de uitkomst van het onderzoekje naar dubbelrollen bij
medische tuchtcolleges binnenkort bekend maken.
Geplaatst op MC: http://medischcontact.artsennet.nl/forum/ppu/62685/parent_id=&recursive=0&page_index=1&focus_thread=62959&zoom_id=62959
(Indien
u niet op Medisch Contact bent geabonneerd, is het mogelijk dat u de
gepubliceerde teksten op de website van MC niet zult kunnen zien. De teksten
treft u echter integraal in deze nieuwsbrief aan.)
Bij dit
nieuwsbericht gaat het om een ractie op het artikel ‘Geen regeling voor advocaten in
tuchtcolleges’ dat op 23 juni
Twaalf jaar cel voor doodslag
Filippijnse – 3 juli 2006 – Red. MdH –
Het ANP berichtte afgelopen week: “De rechtbank in Den Bosch heeft vandaag de
50-jarige arts E. ten W. uit Nuenen voor doodslag op zijn vrouw Fatima Paña conform
de eis van het Openbaar Ministerie veroordeeld tot twaalf jaar cel. De
rechtbank acht bewezen dat de arts zijn Filippijnse vrouw in januari 2001 door
wurging om het leven bracht. Het stoffelijk overschot van Paña werd vorig jaar
gevonden onder een laag beton in de woning van de tweelingbroer van Ten W. De
31-jarige vrouw werd toen al vier jaar vermist. Ten W. beweerde dat ze was
teruggekeerd naar de Filippijnen om een nieuw leven te beginnen. Later
verklaarde hij dat zij zelfmoord had gepleegd, en dat hij haar zelf had
begraven omdat hij geen afstand van haar kon doen. De rechtbank hield bij de
bepaling van de straf rekening met de verminderde
toerekeningsvatbaarheid van Ten W. Een
belangrijk bewijsmiddel is een breukje in het strottenhoofd van Paña dat door
deskundigen met grote waarschijnlijkheid is aangetoond. De rechtbank gaat ervan
uit dat er sprake is van een breuk, en dat deze het gevolg is van een
wurghandeling door de arts. Dat de vrouw zelfmoord pleegde met behulp van een
plastic zak over haar hoofd, vindt de rechtbank ongeloofwaardig. Volgens
getuigen was ze juist opgewekt in de periode voor haar verdwijning. Ze was druk
bezig met de voorbereidingen voor het doopfeest van haar jongste zoontje en het
behalen van haar rijbewijs. Daarnaast is het vrijwel onmogelijk op deze manier
zelfmoord te plegen zonder bewustzijnsdempende middelen te gebruiken, en
daarvan zijn geen restanten gevonden bij sectie op het lichaam. Ten W. is ook
veroordeeld voor het verbergen van het lijk van zijn vrouw. Hij begroef het
eerst in zijn eigen achtertuin en verplaatste het later naar de funderingen van
het huis van zijn tweelingbroer, verderop in de straat. De rechtbank neemt het
hem kwalijk dat hij de nabestaanden jaren in onzekerheid liet over het lot van
Paña. In de zaal reageerden vrienden en familie van het slachtoffer met grote
opluchting op de veroordeling van Ten W.”
Bovengenoemde uitspraak
roept diverse vragen op: Aangezien er sprake is
van verminderde toerekeningsvatbaarheid van de basisarts, komt de vraag op
waarom door de rechtbank geen
tbs-maatregel werd opgelegd. Ten tweede bevreemdt het ons dat er geen beroepsverbod aan de arts werd
opgelegd. Wij zijn momenteel e.e.a. aan het uitzoeken in dezen en zullen dit
nieuwsbericht op een later moment vandaag nog gaan aanvullen. Reden voor het
niet opleggen van een tbs-maatregel zou kunnen zijn dat de Officier van
Justitie die deze zaak bij de rechter aandroeg niet om oplegging van een
tbs-maatregel heeft verzocht. Dan resteert echter de vraag waarom het OM geen tbs-maatregel
tegen de basisarts eiste.
Mutter
der 14-Jähigen: «Polizist leckte ihre Brüste» -- 30 juni 2006 -- 20Minuten Zürich#124 -- Ein 46-jähriger Zürcher Kantonspolizist hat sich auf dem Posten an
einer 14-Jährigen vergangen. Sie war aus einer Wohngruppe ausgerissen. Nach
dem Vorfall wandte sich die junge Frau an eine Opferberatungsstelle und
erstattete Anzeige. Laut der Mutter wurde das Opfer bereits als 8-Jährige durch
ihren Vater vergewaltigt, und ihr erwachsener ehemaliger Freund wurde wegen sexueller
Handlungen mir ihr verurteilt. Die
Mutter kann nicht verstehen, dass der Polizist bereits nach 2 Tagen
Untersuchungshaft wieder auf freiem Fuss ist, während ihre Tochter in einer
geschlossenen Anstalt untergebracht ist.
Broers
De twee 56-jarige
mannen zijn tweelingbroers. Ze stonden jarenlang voor de klas op basisscholen
in Son en Eindhoven, meldt het Openbaar Ministerie. De verdachten verschijnen
op 31 augustus voor de rechter in Den Bosch.
Misbruik
Vier mannen hebben aangifte gedaan. Ze zeggen dat ze tussen 10 en 14 jaar
oud waren toen het misbruik plaatshad. Het OM wil niet zeggen of het gaat om
leerlingen. De slachtoffers zijn inmiddels meerderjarig. Volgens justitie keren
de leraren sowieso niet meer terug in het basisonderwijs.
Ouders
Gisteravond zijn ouders geïnformeerd op de basisschool in Eindhoven waar
één van de verdachten werkte. Vanavond volgt een besloten informatiebijeenkomst
op basisschool De Bloktempel in Son. Uit een brief aan ouders blijkt dat het
misbruik niet op de school heeft plaatsgevonden.
Lees
onderstaand de brief die aan ouders is verstuurd:
Beste ouders en verzorgers,
Soms word je als mens geconfronteerd met zaken, die je hele leven op de kop
lijken te zetten. Wij, het team van de Bloktempel en het bestuur van de SKPO,
willen en kunnen u nu informeren over zo’n situatie, waarmee wij kortgeleden
werden geconfronteerd.
Op 18 mei 2006 werd Jan-Jos Janssen, lid van het managementteam van de SKPO en
verantwoordelijk voor onderwijszaken, geïnformeerd door de Politie, over het
feit dat de heren ...... en ....... waren aangehouden. De Politie deelde mee
dat de twee broers onder verdenking stonden van ontuchtelijke handelingen met
minderjarige jongens.
Op verzoek van de Officier van Justitie hebben wij vervolgens toegezegd, om in
het belang van het onderzoek, nog geen ruchtbaarheid aan deze zaak te zullen
geven. Dit was voor ons geen makkelijke beslissing omdat wij juist ook het snel
informeren van direct betrokkenen (ouders en teamleden) in een dergelijke
serieuze zaak heel erg belangrijk vinden.
Maar wij wilden het algemene belang van een zorgvuldig onderzoek niet verstoren
en hebben ingestemd met een voorlopige informatiestop. Nu hebben wij van de
Officier van Justitie wel toestemming gekregen om u feitelijk op de hoogte te
brengen van de aard en omvang van deze schokkende zaak.
Beiden zijn geruime tijd aan twee van onze scholen verbonden geweest. De heer
...., voormalig leerkracht aan bs. Het Palet in Eindhoven, is inmiddels met
pensioen. De heer ...., sinds augustus 1998 als leerkracht verbonden aan bs. De
Bloktempel, zal niet meer terugkeren in het onderwijs.
Alhoewel het onderzoek zich vooralsnog beperkt tot feiten, die niet op de
Bloktempel hebben plaats gevonden, kan het Openbaar Ministerie nog niets met
zekerheid stellen over de omvang van deze zaak.
Afgaand op deze informatie kunnen wij dan ook stellen dat er naar alle
waarschijnlijkheid niets met uw kinderen zal zijn gebeurd. Wij moeten in deze
nog een slag om de arm houden omdat het onderzoek weliswaar nagenoeg, maar nog
niet helemaal is afgerond.
Die voorlopige constatering heeft voor ons, ondanks de ernst van de zaak, toch
wel voor enige opluchting gezorgd. Als je met zulke zaken wordt geconfronteerd
dan gaan je eerste gedachten natuurlijk uit naar de kinderen. De kinderen
waarvoor u ons de zorg heeft toevertrouwd.
Het zal u duidelijk zijn, dat het gehele schoolteam, net als u, geschokt is
door deze zaak. Als team doen wij er alles aan om de veiligheid van uw kinderen
te waarborgen. Toch gebeuren er soms dingen, die je met de beste wil van de
wereld niet kunt voorkomen. Het feit dat wij met dit soort zaken worden
geconfronteerd, zal ook u, als ouders, verontrusten.
Daarom nodigen wij, ouders die hieraan behoefte hebben, dan ook uit voor een
besloten bijeenkomst op dinsdag 27 juni
Deze flinke schok moeten wij, als schoolteam, achter ons laten. We moeten
verder. Verder met de kinderen, de ouders en het schoolteam, omdat wij een
verantwoordelijke taak hebben uit te voeren. Een opdracht en een zorg, die
geheel in het teken zal blijven staan van de ontwikkeling van uw kinderen in
een veilige schoolomgeving.
Tot slot willen wij nog aangeven, dat wij als school en als SKPO (nog) geen
contact met de media hebben gehad en ook niet zullen hebben, totdat het moment
is gepasseerd dat de direct betrokkenen, namelijk u, de ouders en verzorgers,
op de juiste wijze zullen zijn geïnformeerd. Pas daarna zijn wij bereid om ook
eventueel de media te woord staan.
Jan Jos Janssen, lid Bovenschools Management Team SKPO afd. onderwijszaken Jos
Wijnhoven, directeur bs “De Bloktempel” Willem van den Heuvel, adj.dir. bs “De
Bloktempel”
How Doctors Got
Into the Torture Business – June 27, 2006
– TIMES, by: Andrew Sullivan.– Review of the book ‘Oath Betrayed: Torture, Medical Complicity, and the War on Terror’
(published this week by Random House; ISBN: 140006578X) by medical ethicist professor
Steven Miles, MD.
Andrew Sullivan on
the harrowing new book "Oath Betrayed", in which a
medical ethicist documents how members of his profession got caught up
in the abuse of prisoners.
Soldiers are trained to kill and doctors to heal. At
least that's how we
usually understand those two professions. But wars can often distort
reality, and the war on terrorism has turned into a test case. An
inspiring example is that of Colonel Kelly Faucette, M.D. He recently
wrote about caring for a new patient at the intensive-care unit of the
47th
insurgent, a man who planted hidden roadside bombs to murder civilians
and Faucette's fellow soldiers. Faucette wrote in his local paper:
"Something inside me wants to walk up to this guy ... and just clobber
him." But Faucette didn't. Instead he healed him before sending him to a
jail, and by that act of healing he helped heal
That's the
of
instructions for military interrogations outside the
was that military doctors should be involved in monitoring torture. It
was a fateful decision -- and we learn much more about its consequences
in a new book based on 35,000 pages of government documents obtained
under the Freedom of Information Act. The
book is called Oath Betrayed
(to be published June 27) by medical ethicist Dr. Stephen Miles, and it
is a harrowing documentation of how the military medical profession has
been corrupted by the Bush-Rumsfeld interrogation rules.
One of those rules was that a prisoner's
medical information could be
provided to interrogators to help guide them to the prisoner's
"emotional and physical strengths and weaknesses" (in Rumsfeld's own
words) in the torture process. At an interrogation center called
intelligence officer testified that "every harsh interrogation was
approved by the [commander] and the Medical prior to its execution."
Doctors, in other words, essentially signed off on torture in advance.
And they often didn't inspect the victims afterward. At Abu Ghraib,
according to the Army's surgeon general, only 15% of inmates were
examined for injuries after interrogation.
Some of the medical involvement in torture defies belief. In one of the
few actual logs we have of a high-level interrogation, that of Mohammed
al-Qhatani (first reported in TIME), doctors were present during the
long process of constant sleep deprivation over 55 days, and they
induced hypothermia and the use of threatening dogs, among other
techniques. According to Miles, Medics had to administer three bags of
medical saline to Qhatani -- while he was strapped to a chair -- and
aggressively treat him for hypothermia in the hospital. They then
returned him to his interrogators. Elsewhere in
had a gunshot wound that was left to fester during three days of
interrogation before treatment, and two others were denied antibiotics
for wounds. In
by Miles, "an anesthesiologist repeatedly dropped a 2-lb. bag of
intravenous fluid on a patient; a nurse deliberately delayed giving pain
medication, and medical staff fed pork to Muslim patients." Doctors were
also tasked at Abu Ghraib with "Dietary Manip (monitored by med)," in
other words, using someone's food intake to weaken or manipulate them.
Of the 136 documented deaths of prisoners in detention, Miles found,
medical death certificates were often not issued until months or even
years after the actual deaths. One prisoner's corpse at
kept for two weeks before his family or criminal investigators were
notified. The body was then left at a local hospital with a certificate
attributing death to "sudden brainstem compression." The hospital's
own
autopsy found that the man had died of a massive blow to the head.
Another certificate claimed a 63-year-old prisoner had died of
"cardiovascular disease and a buildup of fluid around his heart."
According to Miles, no mention was made that the old man had been
stripped naked, doused in cold water and kept outside in 40? cold for
three days before cardiac arrest.
Other doctors just looked the other way,
their military duty overruling
the Hippocratic Oath. One at Abu Ghraib intervened to ask guards to stop
beating one prisoner's wounded leg and quit hanging him from an injured
shoulder. He saw it happen three times. He never reported it. In
according to Miles, one medic witnessed guards beating a prisoner and
burning him by dragging him over hot stones. The prisoner was taken to
the hospital, treated and then returned by doctors to his torturers. An
investigation into the incidentwas closed because the medic didn't sign
the medical record and so he couldn't be identified.
After a while, you get numb reading
these stories. They read like
accounts of a South American dictatorship, not an American presidency.
But we learn one thing: once you allow the torture of prisoners for any
reason, as this President did, the cancer spreads. In the end it spreads
to healers as well, and turns them into accomplices to harm.
”Je vraagt je bijna af wie hier het meest dringend een
behandeladvies nodig heeft”… – 27 juni 2006 – Red. MdH -- Onderstaand artikel zoals op 23 juni jl. in
het medische weekblad Medisch Contact verschenen, becommentarieert een tuchtrechtelijke uitspraak van het Regionaal Tuchtcollege voor de
Gezondheidszorg Amsterdam, betreffend een
psychiater aan wiens adres minder dan een jaar daarvoor ook al een
tuchtrechtelijke uitspraak gericht was… . Ben
Crul, hoofdredacteur van Medisch Contact heeft weer eens bijzonder
treffende woorden voor het buitengewoon
onprofessionele gedrag van een collega-arts gevonden: “Ongelofelijk hoe de psychiater
het zonder hoor en wederhoor allemaal bij elkaar verzint. (…). Je vraagt je
bijna af wie hier het meest dringend een behandeladvies nodig heeft. Het
regionaal tuchtcollege hield het bij een waarschuwing.”
Tja… een
tuchtcollege dat haar eigen grenzen niet kent… hoe moet dat ook geacht kunnen
worden op enige, redelijke wijze over de grenzen van anderen en over de grenzen
van het medisch vak te kunnen oordelen? Het is geenszins verwonderlijk dat het Regionaal Tuchtcollege Amsterdam weer
eens extreem mild oordeelde. Jammer, dat de psychiater in kwestie die werkelijk
hulp lijkt te behoeven zodoende verstoken zal blijven van de wellicht nodige
hulpverlening. Maar, het stuk lezende, zult u begrijpen dat er een grote kans
is dat er nog wel meer klachten over deze psychiater bij het tuchtcollege
binnen zullen komen. Het karakter van sommige hulpverleners zorgt er nu eenmaal
voor dat zij als het ware een abonnement bij het tuchtcollege nemen. Nieuwe rondes, nieuwe kansen. Een verder voorbeeld
van de kromme banaan die zich medisch
tuchtrecht noemt… (over dit onderwerp binnenkort meer op onze pagina NIEUW OP DEZE SITE).
Wij zijn van
mening dat de opgelegde maatregel nergens op slaat. Dergelijk vergaand
grensoverschrijdend gedrag van een medische professional verdient geen fluwelen
handschoenen maar een échte maatregel. Terwijl de uitspraak in de eerste zaak
(?) (uitspraak april 2006) die tegen hem liep nog niet bekend was, kreeg het
tuchtcollege al de volgende klacht over deze psychiater binnen. Een en ander
roept beelden op die doen denken aan een psychiater/psychotherapeut uit de
regio Eindhoven die gelukkig na het nemen van een uitgebreid tuchtrechtelijk
abonnement nog niet zo lang geleden dan uiteindelijk uit het vak werd gezet. Het
bordje op zijn deur lokt nu met het opschrift ‘depressie deskundige’ cliënten
aan. Dergelijk onprofessioneel gedrag
zoals in onderstaande uitspraak beschreven, verdient hele duidelijke taal door
een tuchtcollege. Had men de psychiater enkele maanden onvoorwaardelijk
geschorst, was er wellicht enige hoop geweest dat hij eens over zijn eigen doen
en laten na zou gaan denken. En aan deze maatregel had meteen een duidelijke
waarschuwing vastgeplakt kunnen worden: “bij de volgende gegrond verklaarde
klacht, no matter what, volgt
doorhaling in het BIG-register”. Voor sommige verweerders zijn fluwelen
handschoenen niet weggelegd. Het tuchtcollege zou daar toch langzamerhand enig
feeling voor moeten krijgen…?! Hoe is het toch mogelijk dat e.e.a. meer dan
maar duidelijk is en o.a. door Ben Crul bijzonder treffend wordt verwoord ”Je vraagt je bijna af wie hier het meest dringend een
behandeladvies nodig heeft”… maar het tuchtcollege snapt het allemaal niet?...
wil het niet begrijpen! En HIER ligt HET probleem waardoor gebruikers van de
gezondheidszorg alsmaar weer schade oplopen. Omwille van ondeugdelijke,
tuchtrechtelijke uitspraken.
Met
dank aan Medisch Contact voor onderstaande, prachtige bijdrage! Een medisch
vakblad dat ook dan nog durft te spreken wanneer anderen al lang stil gevallen
zijn. Een vakblad waarmee wij ontzettend blij zijn. Rechtlijnig en transparant,
naast professioneel, informatief en boeiend te zijn qua inhoud.
Contra-expertise
zonder onderzoek
Publicatie: Uitspraken 2006
Auteur: B.V.M. Crul, arts
mr W.P. Rijksen
Medisch Contact, nr. 25, 23 juni 2006, pp. 1047-49
Je moet het maar kunnen. En durven… Een als
‘technische kwaliteitsbeoordeling van een rapport’ bedoeld deskundigenbericht
schrijven, dat eigenlijk de trekken vertoont van een contra-expertise. En dat
zonder de patiënte over wie het gaat ooit te hebben gezien en met als enig
basismateriaal de opdrachtbrief van een advocaat en het oude rapport van een
collega-psychiater. Bijzonder, om dan nog als psychiater de suggestie te wekken
dat je een diepdoorwrocht medisch oordeel geeft over de zielenroerselen van de
patiënte. Dat vervolgens de vrouw, die in de clinch ligt met de opdrachtgevende
aansprakelijkheidsverzekeraar over de hoogte van haar schadevergoeding, de
psychiater aanklaagt, mag geen verwondering wekken.
Ongelofelijk hoe de psychiater het
zonder hoor en wederhoor allemaal bij elkaar verzint. Niet onmogelijk dat
hij achteraf toch gelijk blijkt te hebben, maar voor het naar boven takelen van
een juiste diagnose is toch echt heel wat meer nodig. Zeker als de uitkomst
zulke nadelige gevolgen voor een patiënte kan hebben. Na een grote serie
vragen, geeft hij zelf de antwoorden en en passant ook nog een behandeladvies. Je vraagt je bijna af wie hier het meest
dringend een behandeladvies nodig heeft. Het regionaal tuchtcollege hield
het bij een waarschuwing.
Uitspraak Regionaal Tuchtcollege voor
de Gezondheidszorg te Amsterdam d.d. 21 maart 2006
Het college
heeft het volgende overwogen en beslist omtrent de op 17 december 2004
binnengekomen klacht van A, wonende te B, klaagster, tegen C, psychiater,
wonende te D, verweerder.
1. Verloop van de procedure
Het college heeft kennisgenomen van het klaagschrift met bijlagen: het
antwoord, de repliek, de dupliek en de correspondentie betreffende het
vooronderzoek.
De klacht is ter openbare terechtzitting van 24 januari 2006 behandeld.
De partijen waren aanwezig. Klaagster werd bijgestaan door haar echtgenoot E en
verweerder door F, verbonden aan G te H.
2. De feiten
Op grond van de stukken en hetgeen ter terechtzitting heeft plaatsgevonden, kan
van het volgende worden uitgegaan:
Klaagster is in 1989 geopereerd in verband met een cyste aan de rechter
eierstok. Nadat deze was verwijderd en onderzocht, terwijl klaagster nog in de
operatiekamer lag, werd als uitslag gerapporteerd dat sprake was van een
borderline-tumor, waarna klaagster opnieuw is geopereerd en de linker eierstok
en de baarmoeder zijn verwijderd. Uit onderzoek is gebleken dat het om gezond
weefsel ging. De aansprakelijkheidsverzekeraar heeft erkend dat de operateur
zonder toestemming van klaagster de operatie niet had mogen uitvoeren en dat de
operateur aansprakelijk is voor de schade die daardoor is toegebracht.
De psychiater I heeft op 3 juni 1996 omtrent de psychische toestand van
klaagster een rapport uitgebracht. Daarin wordt beschreven dat de waargenomen
verschijnselen van een depressief toestandsbeeld moeten worden beschouwd als
gevolg van de operatie in 1989. Over de omvang van de te vergoeden schade
bestaat een geschil tussen klaagster en de aansprakelijkheidsverzekeraar
waarover voor de rechtbank te H wordt geprocedeerd.
De advocaat van de aansprakelijkheidsverzekeraar heeft verweerder op 28
september 2004 onder meer de volgende vragen voorgelegd:
- Hoe beoordeelt u de wijze waarop I haar onderzoek heeft verricht?
- Bent u van mening dat de conclusies van I worden onderbouwd door het
onderzoek en de stukken waarover I beschikte?
- Hoe waarschijnlijk acht u een causaal verband tussen de operatie in 1989
en de latere psychiatrische problemen?
Verweerder heeft over zijn bevindingen op 7 oktober 2004 een
medisch/psychiatrisch deskundigenbericht uitgebracht, dat door de advocaat van
de aansprakelijkheidsverzekeraar is overgelegd in de procedure.
3. Standpunt van klaagster en de klacht
De klacht houdt zakelijk weergegeven in dat verweerder:
1. kennis heeft genomen van medische gegevens van klaagster zonder daartoe
door klaagster te zijn gemachtigd;
2. een medisch/psychiatrisch deskundigenbericht heeft uitgebracht en een
oordeel over de oorzaak van haar klachten heeft gegeven zonder klaagster te
onderzoeken en zonder klaagster te wijzen op haar blokkeringsrecht;
3. een negatief oordeel heeft gegeven over de rapportage van psychiater I
zonder zich met haar te verstaan;
4. zich heeft bediend van als waarheid gepresenteerde suggesties die
klaagster als grievend en beledigend heeft ervaren.
4. Standpunt van verweerder
Met betrekking tot alle klachtonderdelen is verweerder van mening dat klaagster
niet ontvankelijk is, aangezien de door hem verrichte handelingen niet onder de
werking van de Wet BIG vallen; het betreft een analyse van het rapport van
psychiater I. Verweerder beschikte slechts over de brief van de advocaat waarin
hem de opdracht werd gegeven en het rapport van I.
Subsidiair bestrijdt verweerder dat hij voor het uitbrengen van een
medisch/psychiatrisch deskundigenbericht klaagster had dienen te onderzoeken of
aan haar toestemming had behoren te vragen, aangezien het slechts de bedoeling
was de kwaliteit van het onderzoek van psychiater I te onderzoeken.
5. Overwegingen college
Klaagster is in haar klacht ontvankelijk aangezien, zoals hierna zal worden
overwogen, verweerder in diens medisch/psychiatrisch deskundigenbericht niet
slechts het psychiatrisch rapport van I aan een technische
kwaliteitsbeoordeling heeft onderworpen, maar tevens een oordeel heeft gegeven
over de gezondheidstoestand en psychische gesteldheid van klaagster, buiten het
rapport om, en zelfs een therapie heeft aanbevolen.
- ad 1. en 3.
Dat verweerder kennis heeft genomen van de hem toegezonden rapportage over
klaagster is het gevolg van de behoefte van de aansprakelijkheidsverzekeraar om
het rapport van psychiater I technisch te beoordelen en op zijn kwaliteit te
toetsen. Het maakt geen verschil, of de aansprakelijkheidsverzekeraar deze
toets laat uitvoeren door een interne medisch adviseur of door een externe
deskundige, zoals verweerder. Het is voorts niet aan verweerder te verwijten
dat het rapport dat hem ter beoordeling werd toegezonden niet geanonimiseerd
was. Het is hier niet van belang dat klaagster verweerder niet uitdrukkelijk
gemachtigd heeft tot kennisname van het rapport, aangezien de claim van
klaagster ten opzichte van de aansprakelijkheidsverzekeraar nu eenmaal mee
brengt dat deze verzekeraar nadat het rapport is opgesteld ook bevoegd is om te
laten onderzoeken door een interne of externe medisch adviseur of het rapport
lege artis is opgesteld.
Het uitvoeren van deze technische kwaliteitstoets vereist in beginsel niet dat
verweerder zich had dienen te verstaan met I indien hij zich daartoe had
beperkt en niet tot beoordelingen van en conclusies aangaande klaagster was
gekomen die niet op de inhoud van het rapport van I waren gebaseerd. Het had,
bijvoorbeeld, verweerder vrijgestaan de verzekeraar gelet op inconsistentie in
het rapport te adviseren om een nieuw onderzoek te laten verrichten. Daarvoor
zou het niet noodzakelijk zijn geweest om met I in contact te treden. Ook al is
verweerder in dit geval te ver gegaan met zijn beoordeling van klaagster,
tuchtrechtelijk valt hem niet te verwijten dat hij zich niet heeft verstaan met
I over zijn negatief oordeel omtrent haar rapportage.
Klachtonderdeel 1.en 2. zijn dus ongegrond en dienen dus te worden afgewezen.
- ad 2. en 4:
Uit diverse passages in het deskundigenbericht van verweerder blijkt dat de
grenzen van een kwaliteitstoets in vorenbedoelde zin zijn overschreden en dat
verweerder zich feitelijk met een vorm van onderzoek en rapportage heeft bezig
gehouden, die gaan in de richting van een contra-expertise. Hierna volgen
enkele voorbeelden.
‘Ik acht dit verband (bedoeld wordt:
causaal verband, toevoeging tuchtcollege) met de operatie sec, niet groot.’
Dit (eind)oordeel had niet zonder onderzoek van klaagster uitgesproken
mogen worden door verweerder.
‘De kenmerken van een eventuele
posttraumatische stressstoornis staan nergens. O§ok niet de portee van vroegere
traumatische life events, de ziekte (op het 26ste jaar van ref.) en dood van
moeder (op het 34ste jaar van ref.) aan te laat ontdekte kanker.’
‘Gesteld wordt dat de klachten, welke,
onder 1, genoemd het gevolg zijn van de operatie. Wat wordt bedoeld met de
operatie? Het feit dat de operatie nodig was? Of het uitkomen van haar lang
bestaande en mogelijk verdrongen vrees voor maligniteit? Of het feit dat ook
zij, waar alles in haar ogen voorspoedig ging, werd getroffen door een ziekte,
een vergroot ovarium door een tumor, mogelijk maligne? Raakte zij behept met
emotionele stuwing nu bleek dat haar carrière voor deze ingreep, naar haar
verwachting toch een kleinigheid, onderbroken moest worden en energie niet kon
afvloeien volgens begane paden? Werd nu de dood van moeder door te laat
ontdekte kanker geactiveerd? Welke elementen, en in welke mate, uit de
traumatisch verlopen ontwikkeling vanaf de kindertijd, door de ziekte en dus
afwezigheid emotioneel en pedagogisch, hadden een aandeel in de postoperatief
vastgestelde, neurasthene klachten en beperkte leef- en werkwijze?’
‘De confrontatie met de gynaecologen, zeker
die na 1989, is in de beleving van A van een geheel andere orde dan die met de
psychiater. Om verschillende redenen. De gynaecoloog is berichtgever van slecht
nieuws (the messenger must be killed), van de psychiater verwachtte zij nog
iets te krijgen immaterieel en indirect materieel (zij stamt ook uit
verzekeringskringen).
Juist de gynaecoloog paste niet in haar
levenspatroon, een leefwijze gericht op vermijding en verdringing van vele
emotionele zaken...’
en
‘Het kan zelfs zijn dat onbewust er een
directe weerzin was tegen de gynaecoloog, immers zijn vakgenoten hadden vroeger
moeder niet gered en een mamatumor te laat gezien.’
‘In feite een aanklacht tegen de
buitenwereld die haar niet gaf wat zij later nog wilde.’
en
‘…zij heeft het ook niet getroffen in haar
wording, hierdoor ontstond een zekere obsessie naar status. Degenen die haar
daarbij in de weg stonden, wordt waarschijnlijk diepe haat, weerzin
toegedragen.’
Verweerder stelt in de hierboven aangehaalde passages een traumatische
verlopen ontwikkeling vanaf de kindertijd bij klaagster vast; voorts stelt
verweerder zonder onderzoek van klaagster dat zij een leefwijze gericht op
vermijding en verdringing van allerlei zaken heeft, dat zij behept was met een
obsessie naar status en dat klaagster een haat en weerzin had opgebouwd tegen
gynaecologen, en dat zij de gynaecoloog ter verantwoording roept voor haar
mislukte leven.
Verweerder sluit af met (therapeutische) adviezen: een gerichte psychotherapie
door een therapeut met vaardigheid in de problematiek van klaagster zou zin
kunnen hebben, en opbouw van de conditie heeft een hoge prioriteit:
(fysio)fitness, daarna zelfstandig te vervolgen, minimaal tweemaal per week.
Naar het oordeel van het College zijn de onderdelen 2. en 4. van de klacht
gegrond. Verweerder heeft zich niet beperkt tot een terughoudende en technische
kwaliteitsbeoordeling van de rapportage van psychiater I. Zijn
deskundigenbericht is verderstrekkend. Het heeft het karakter van, of gaat in
de richting van, een contra-expertise. Daarbij heeft verweerder zijn mening
omkleed met bijzonderheden aangaande klaagster, waarvan de relevantie voor zijn
- naar hij kon weten voor de positie van klaagster bepaald ongunstige -
beoordeling van haar onduidelijk is gebleven. Voor een contra-expertise had
verweerder klaagster behoren te onderzoeken en daarvoor toestemming aan haar
behoren te vragen. Dit onderzoek heeft niet plaats gevonden.
Voor de vraag of klaagster een blokkeringsrecht zou hebben gehad, als het
rapport van verweerder aan haar bekend was geworden, wordt het volgende
overwogen. Geconstateerd wordt dat in de ingewikkelde wetgeving op dit terrein,
waarin op diverse onderdelen de gelding van het inzage- en blokkeringsrecht
(opnieuw) is uitgesteld, niet eenduidig is. De KNMG-richtlijnen inzake het omgaan
met medische gegevens gaan er vanuit dat de keurling - waarmee klaagster voor
dit geval te vergelijken is - op grond van de Wet op de Geneeskundige
Behandelingsovereenkomst dit recht onder alle omstandigheden toekomt. Dit valt
vanwege bedoelde uitgestelde werking te betwijfelen. Deze ingewikkeldheid
brengt het college tot het oordeel dat verweerder in elk geval tuchtrechtelijk
er geen verwijt van zou kunnen worden gemaakt dat hij het eventueel bestaande
blokkeringsrecht van klaagster had miskend.
Dit klachtonderdeel wordt dus ongegrond verklaard.
Naar aanleiding van het hierboven overwogene en een eerdere uitspraak van het
College tegen verweerder van 12 april 2005, constateert het College met zorg
dat het voor verweerder kennelijk niet ongewoon is om rapportage van andere
artsen niet met de vereiste voorzichtigheid te beoordelen en daarbij de
belangen van patiënten, over wie gerapporteerd is, niet met de gepaste
zorgvuldigheid in acht te nemen.
De conclusie van het voorgaande is dat de klacht voor de onderdelen 2
gedeeltelijk en 4 geheel gegrond is. Verweerder heeft gehandeld in strijd met
de zorg die hij ingevolge art. 47 lid 1 onder b van de Wet op de Beroepen in de
Individuele Gezondheidszorg jegens klaagster had behoren te betrachten.
De oplegging van na te melden maatregel is daarvoor passend. Het algemeen
belang is ermee gediend dat publicatie zal plaatsvinden.
6. De beslissing
Het Regionaal tuchtcollege
-
waarschuwt verweerder
en bepaalt voorts dat de beslissing ingevolge artikel 71 van de Wet BIG geheel
in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en aan het tijdschrift
Medisch Contact ter bekendmaking zal worden aangeboden.
Aldus gewezen op 24 januari 2006 door: mr. J.S.W. Holtrop, voorzitter, M.F. Van
Brederode-Zwart, K.C.H. Lyppens en L.M. Gualthérie van Weezel, leden-arts, mr.
dr. J.A.C. Bartels, lid-jurist, mr. T.H.C. Coert, secretaris, en in het
openbaar uitgesproken ter terechtzitting van 21 maart 2006 door de voorzitter
in aanwezigheid van de secretaris.
Geen regeling voor advocaten in
tuchtcolleges -- 23 juni 2006 – Medisch Contact, Nr. 25, Rubriek: NieuwsReflex, Pagina: 1020 -- Leden van de
medische tuchtcolleges treden soms voor hun eigen college op als advocaat.
Hoewel zij daarmee de schijn van belangenverstrengeling wekken, komt er
voorlopig geen speciale regelgeving.
In een recente tuchtzaak tegen een huisarts, een psychiater, een internist en
een cardioloog trad hoogleraar gezondheidsrecht Joep Hubben op als advocaat van
de huisarts en cardioloog (MC 23/2006: 948-50). Hij was plaatsvervangend
voorzitter bij het tuchtcollege Zwolle, waar de zaak zou spelen. De klaagster
maakte bezwaar en de zaak werd verplaatst naar het tuchtcollege in Groningen.
Hoewel hij zelf niet vindt dat er sprake is van belangenverstrengeling, heeft
Hubben inmiddels ontslag genomen als plaatsvervangend voorzitter.
Verschillende voorzitters van de tuchtcolleges vinden het geen goede zaak als
een lid-jurist ook als advocaat voor zijn eigen college optreedt. Rudolf
Torrenga, voorzitter van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg,
zegt dat zo’n situatie bij zijn college niet kan voorkomen omdat hij geen
advocaten in het college heeft. ‘Ik zou het ook onwenselijk vinden. De
buitenwereld kan het idee krijgen dat de advocaat en het college twee handen op
één buik zijn.’ Tjeerd Duursma, voorzitter van het Groningse tuchtcollege,
vindt dat het ‘echt niet kan’. Hij noemt het een ijzeren regel dat advocaten en
andere leden van de colleges ‘alle schijn van belangenverstrengeling
vermijden’. Voorzitter van het tuchtcollege Den Haag P.A. Offers sluit zich
daarbij aan. ‘We leven in een wantrouwende tijd en we moeten ervoor zorgen dat
de posities helder zijn. Ik denk dat men in zo’n geval wel onafhankelijk kan
oordelen, maar de schijn kan tegen je werken.’
De voorzitter van het tuchtcollege in Zwolle, A.L. Smit, was al voordat de
klaagster bezwaar aantekende, in gesprek met Hubben. Hij is sinds 2005
voorzitter van het tuchtcollege en vond de dubbelrol onwenselijk. ‘Het is niet
de vraag of zo’n advocaat of het college bevooroordeeld is, want ik denk dat
men wel onafhankelijk kan oordelen. Hubben heeft altijd zuiver gehandeld. Maar
de schijn van belangenverstrengeling kun je in zo’n geval moeilijk wegnemen. Ik
heb hem voorgesteld hier niet meer als advocaat op te treden, maar hij heeft
ervoor gekozen ontslag te nemen. Ik vind dat jammer, want hij had zeer veel
expertise op het gebied van gezondheidsrecht.’
Zwolle is niet het enige college waar advocaten een dergelijke dubbelrol hebben
of hebben gehad. Bij het Tuchtcollege Amsterdam was Helen Uhlenbroek tot voor
kort lid-jurist en verdedigde voor hetzelfde college artsen uit de regio
Amsterdam. ‘Dit heeft in de praktijk nooit tot problemen geleid. Ik heb
bijvoorbeeld nooit met de leden van het college gesproken over zaken waarmee ik
iets te maken had. De angst voor partijdigheid is volgens mij onterecht. De
leden van de colleges denken zelfstandig en onafhankelijk.’ De voorzitter van
Amsterdam heeft Uhlenbroek enkele maanden geleden verzocht naar het tuchtcollege
in Den Haag over te stappen om ‘de schijn van twee handen op één buik te
vermijden’.
In de rechterlijke macht mogen advocaten sinds 1997 niet meer als
plaatsvervangend rechter rechtspreken in het arrondissement waar zij als
advocaat geregistreerd staan. De medische tuchtcolleges hebben echter geen
eenduidige afspraken en de meeste voorzitters van de tuchtcolleges vinden het
ook niet nodig dat die er komen. Voorzitter Smit: ‘Je kunt hier nu eenmaal
verschillend over denken. Ik sluit bijvoorbeeld niet uit dat in Zwolle in de
toekomst weer een advocaat bij het tuchtcollege komt. Dan zou ik er zelf als
voorzitter voor zorgen dat hij niet voor ons college als advocaat optreedt.’
Offers, voorzitter in Den Haag: ‘Het speelt te weinig om hier regels voor te
maken. We kunnen overal wel regels voor opstellen, maar dan zien we door de
bomen het bos niet meer.’ << MM
Lees
ook onze reactie op bovenstaand artikel: ‘Kromme bomen onder tucht-collegiale
hemel’. Het bericht treft u eveneens op deze pagina aan (3 juli 2006). In
verband met de eerste resultaten van een klein onderzoek dat wij in dezen
hebben ingesteld, hebben wij besloten alle leden-juristen van medische
tuchtcolleges na te lopen i.v.m. het
mogelijker wijze vervullen van een dubbelrol. Wij verwachten de uitkomst van
ons onderzoekje nog deze week te kunnen publiceren. Hetgeen tot nu toe bleek
maakt duidelijk dat het zeker zinvol was dit onderzoekje uit te gaan voeren.
According to a search warrant filed in Sacramento Superior Court,
authorities searched the
Detectives found photos, documents and dozens of weapons, including an
anti-tank rocket weapon in his home.
Takasugi has practiced plastic surgery for 14 years at Kaiser Permanente
's
"He did nothing improper," said Quin Denvir, a former federal
public defender. "He did everything according to proper medical standards
and that will all come out."
Takasugi has been arraigned on 10 charges; most are weapons counts.
Denvir said Takasugi is a gun collector and that the weapons all are
registered or harmless.
A sheriff's spokesman Monday said firearms experts still are examining
the cache of exotic weapons and that some are legally registered.
Some, though, have been illegally modified and will probably result in
more weapons charges, said Lt. Scott Jones.
Takasugi, who has posted $1 million bail, faces up to eight years
in prison if convicted of one of the charges he faces -- a felony count of
sexual penetration.
He also is charged with a misdemeanor count of sexual exploitation by a
doctor.
"The Medical Board of California, along with the attorney general's
office, will likely seek an immediate suspension of Dr. Takasugi's medical
license," said Medical Board spokeswoman Candis Cohen. "And, if the
allegations prove true, we will seek to revoke his license."
The court documents filed Monday detail investigations by
Sheriff's investigators said Takasugi used a personal camera on May 2 to
photograph the vaginas of two female patients, one who was getting a skin graft
on a cancerous tumor removed just below her collarbone; the other was getting
breast reduction surgery.
The patient getting the skin graft told investigators Takasugi always
paid "special" attention to her, even offering to deliver
prescriptions to her home.
During her May 2 office visit, Takasugi told the patient he would take
photos of the graft site on her lower body.
When she resisted, he pulled down her underwear and took a dozen photos,
court documents said.
A 22-year-old woman about to undergo breast reduction surgery told
investigators the doctor had her remove her underwear and position herself so
he could photograph her vagina. He then conducted an unwanted pelvic exam.
A third patient told investigators Takasugi wanted to photograph her
vagina and give her a pelvic exam when she came in for breast reduction surgery
in 2003. She dressed and left the office, calling him a "pervert."
Takasugi's former girlfriend told sheriff's investigators the doctor was
"absolutely obsessed" with vaginas. She reported to police in 2003
that he slipped something in her drink at his home, causing her to pass out.
When she awoke several hours later, she said she believed she had been
sexually assaulted and explicitly photographed.
No arrests resulted from the girlfriend's complaint.
Kaiser Permanente officials said Monday in a prepared statement that
Takasugi has been fired.
"We reported Dr. Takasugi to the police after receiving patient
complaints of sexual abuse," the statement said.
Not all of the 40 complaints
against Takasugi are of a sexual nature -- some allude to rudeness, according
to the statement, which did not include details of the complaints. The
complaints were made between September 1999 until August 2005.
Neither Kaiser nor the medical association would give details of the
complaints or provide any context for the number compared with other
physicians.
Hospital officials said they followed the law in disciplining Takasugi
for the nonsexual complaints.
Kaiser investigators told
detectives that Takasugi was "escorted off the property on May 3,"
and voluntarily turned over a memory chip from his camera with photos taken
during the May 2 patient visits.
He did not deny photographing
the two women and provided a "medical explanation" for the photos,
Kaiser investigators told detectives.
Kaiser investigators have
since concluded that the medical reasons were unfounded in one case and are
still investigating the second woman's allegations.
Kaiser's personnel records
seized by detectives show that Takasugi also had three sexual harassment
complaints and one weapons complaint in his personnel file. Kaiser officials
said the hospital took some corrective measures but did not describe the actions
or the outcomes.
Since the allegations about
Takasugi surfaced publicly last week, sheriff's investigators said they've been
contacted by at least 15 other patients with complaints dating back 10 years.
An attorney representing one
of the May 2 patients in a civil suit against the hospital said Monday she has
heard from 20 other patients, one as young as 16, who said they were improperly
photographed. The suit alleges that Takasugi committed sexual battery and
medical negligence.
It also accuses the Permanente
Medical Group and Kaiser Foundation Hospital with negligent supervision of the
doctor and failure to protect and warn its patients.
"He was very imaginative
with his reasons (for the photographs)," said Noel Ferris, the attorney.
Dr. Bruce Cunningham, a professor of plastic surgery at the
In general, Cunningham said, plastic surgeons "would only take pictures of areas