- Archief: Nieuws GOG
Gezondheidszorg Nederland -

Het
einde van de zwarte balkjes – 19
juni 2003 – Trouw (Esther Scholten) – “…Er zijn ook verdachten die zelf de
publiciteit zoeken, zoals Theo
Finkensieper. Volgens Schaepman worstelden de media toen, wederom eind
jaren tachtig, voor het eerst met het gebruik van de initialen. Sommige media
bleven de wegens seksueel misbruik veroordeelde psychiater F. noemen, terwijl
hij in andere media zelf interviews gaf…”.
Nederlandse arts praktiseerde zonder
licentie in Calpe, Spanje – 16 april 2003 – Vikingposten nummer 14
(een wekelijks verschijnende Scandinavische krant voor de Costa Blanca, Spanje)
– “Een Nederlandse arts moest 15.000
euro boete betalen omdat hij in Calpe,
Spanje, zonder over de hiervoor nodige licentie te beschikken een praktijk runde.
De arts werd al in
Therapeutes hadden relatie met tbs'ers – Vrouw-vrouw misbruik -- 3 november 2003 -- Metro & Utrechts
Nieuwsblad -- OOSTRUM – “Twee
therapeutes van tbs-kliniek De
Rooyse Wissel in het Venrayse kerkdorp Oostrum hadden een geheime
liefdesrelatie met twee van hun patiënten. Dat bleek uit een intern onderzoek
van de kliniek. Een hulpverleenster wacht ontslag, de ander had de kliniek al
verlaten voordat de relatie aan het licht kwam. Relaties tussen behandelaars en
patiënten zijn strikt verboden.” Zo bericht Metro.
Therapeutes hadden relatie met tbs'ers
– Vrouw-vrouw misbruik -- 1 november 2003 – De Telegraaf – “Twee
therapeutes van tbs-kliniek De Rooyse Wissel in het Venrayse kerkdorp Oostrum hadden een geheime liefdesrelatie
met twee van hun patiënten. Dat blijkt zaterdag uit een intern onderzoek van de
kliniek, zo meldt een woordvoerder van de instelling. Een van de
hulpverleensters wacht ontslag, de ander had de kliniek al verlaten voordat de
relatie aan het licht kwam. Relaties tussen
behandelaars en patiënten zijn strikt verboden, onder meer vanwege het
veiligheidsrisico. Volgens de directie van de kliniek zijn voorzover bekend de veiligheid
en de voortgang van de behandeling niet in het geding geweest. De directie kwam
vorige week achter het bestaan van de verhoudingen. Tijdens
het onderzoek naar de eerste liefdesrelatie, die inmiddels was beëindigd, kwam
de tweede aan het licht. De therapeute en de patiënt hadden al anderhalf jaar
in het diepste geheim een verhouding. Na een intern onderzoek werd de
therapeute deze week met de feiten geconfronteerd. Zij gaf die toe en is
sindsdien geschorst. De therapeute zal worden ontslagen. Dat weerhoudt de
hulpverleenster er echter niet van haar relatie voort te zetten, meldde de
directie.” Zo
bericht De Telegraaf.
22 oktober 2003
Kronkel – Stadskrant over psyche &
psychiatrie
AMSTERDAM
– “De Amsterdamse psychotherapeut Freek F.
werd op 2 september jl. door de strafrechter schuldig bevonden aan ‘ontucht met
misbruik van gezag’, maar kreeg geen straf opgelegd. De eis van de Officier van
Justitie luidde: vier maanden voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd
van twee jaar. De eisende partij was niet tevreden met de uitspraak.
Volgens de 34-jarige vrouw uit Amstelveen, die zich Jeannette noemt, gaf de
rechter blijk van veel begrip voor de therapeut: hij was ontslagen door het
AMC, de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) en Jeannette hadden een klacht
tegen hem ingediend bij het Regionaal Tuchtcollege (RTC), hij moest weg uit
zijn groepspraktijk en leeft tegenwoordig van een WAO-uitkering. Wel gaf
hij aan nog ongeveer negen cliënten per week te behandelen. Volgens Jeannette
zijn dat er negen te veel en zij wil dat hij een beroepsverbod krijgt: “F.
beseft simpelweg niet dat hij schade heeft aangericht. En de kans op herhaling
bij grensoverschrijders is hoog; tussen de 30% en 80%”. Maar het RTC heeft F.
niet geschorst maar slechts ‘een berisping’ opgelegd. Wel heeft de IGZ vorig
jaar in april aan F. gevraagd om – hangende de zaak - zijn werk neer te leggen.
Het was trouwens uitzonderlijk dat de IGZ ook een klacht indiende en dat er een
spoedprocedure in werking werd gesteld. Over de recidivekans lopen de meningen
uiteen. De IGZ, het AMC, de Nederlandse Vereniging van Vrijgevestigde
Psychotherapeuten (NVVP) en het Zorgkantoor zitten op dezelfde lijn. F. zelf
heeft alleen maar toegegeven dat hij ‘een seksuele relatie met Jeannette had,
omdat hij verliefd was’. Dat hij hulp heeft gezocht en een schadevergoeding
heeft betaald, bewijst volgens hem dat er geen kans is op herhaling. Meerdere,
individuele klachten Volgens Jolijn
Beukering, jurist op het gebied van gezondheidszorg bij de Stichting De
Ombudsman, is het nogal uitzonderlijk dat de IGZ gelijktijdig met de eerste
klager een klacht indient bij het Regionaal Tuchtcollege. Zij vermoedt dat er
sprake moet zijn van meerdere, individuele klachten tegen F. Maar volgens
een woordvoerder van de IGZ is het gebruikelijk om naast de klagende partij bij
het RTC een klacht in te dienen wanneer er kans is op recidive. De IGZ acht
schorsing van F. niet opportuun. “Wanneer we een psychotherapeut uit het
BIG-register schrappen, kan hij zijn praktijk voortzetten als ‘therapeut’. Dan
hebben we helemaal geen middelen om in te grijpen, wanneer dat nodig zou
blijken”, aldus de woordvoerder. Feit blijft dat zijn oude groepspraktijk
cliënten naar F. blijft doorverwijzen alsof er niets aan de hand is. Ook staat
hij nog als psychotherapeut geregistreerd bij de NVVP, die overigens de RTC uitspraak en de klacht van de IGZ aangreep
om het Zorgkantoor te verzoeken F.’s AWBZ contract in te trekken. Dat de eigen
beroepsgroep F. niet geschikt acht voor zijn vak, zegt veel over de simpele
‘berisping’ van het Tuchtcollege.” zo bericht Kronkel. [De uitspraak van het Centraal
Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag (hoger beroep) kunt u vinden op: www.tuchtcollege-gezondheidszorg.nl
– uitspraken van 13 januari 2004 – nr.: 2003.056.]
22 oktober 2003
AD
SCHIEDAM – Een
voormalige medewerker van de Thuiszorg Nieuwe Waterweg Noord is vorige week
aangehouden door de politie op verdenking van verkrachting van een 78-jarige
vrouw. Hij wordt er ook van verdacht een 86-jarige vrouw seksueel te hebben
lastig gevallen. Vrijdag werd hij voorgeleid aan de officier van justitie.
Op last van de rechter-commissaris zit hij nog vast. De 29-jarige Schiedammer
werd in juni ontslagen door de Thuiszorg nadat de 78-jarige vrouw melding had
gemaakt van de verkrachting. Het bedrijf onderzocht de klacht en stuurde hem
weg. Noch het slachtoffer noch Thuiszorg deed aangifte van de verkrachting.
De vrouw besloot alsnog naar de politie te stappen na het zien van het
tv-programma Opsporing Verzocht van 6 oktober. Daarin werd de zaak van een
86-jarige stadgenote behandeld. Die was verkracht toen ze op weg naar huis
was van de begraafplaats waar haar man begraven ligt. Dat gebeurde op
klaarlichte dag. De beschrijving van de dader stemde overeen met die van de man
die haar had verkracht dat de 78-jarige vrouw aangifte deed. Ze kon de politie
nog zoveel details vertellen over de 29-jarige man dat hij werd aangehouden.
Ontucht geen reden
praktijk te stoppen
17 september 2003
Amsterdams Stadsblad
AMSTERDAM – “De relatie tussen psychotherapeut en cliënt
dient van smetten vrij te zijn. Een 34-jarige Amstelveense ervoer dat niet alle
therapeuten hun beroepsethiek serieus nemen. Ze werd anderhalf jaar lang door
haar therapeut misbruikt. Tuchtcollege en strafrechter stelden de Amstelveense
in het gelijk maar de therapeut mag toch blijven werken. Het kostte mij tijdens de therapieën
soms moeite om mij niet door koesterende gevoelens voor dit aantrekkelijke,
eenzame en aanhankelijke meisje te laten overspoelen. Ongeveer vijf jaar later
kwam ik haar op straat tegen. Het ging haar goed. 'Weet je', verzuchtte zij,
'dat je de enige therapeut was die niet met mij is gaan vrijen'. Dit fragment
komt uit een circulaire van de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Jeannette
(34) trof een therapeut die minder stevig in zijn schoenen stond, de inmiddels 55-jarige F.F. Een recente scheiding en jeugdtrauma's hadden Jeannette zes
jaar geleden zodanig van haar voetstuk gebracht dat ze bij het AMC aanklopte, waar F. werkzaam was. Ze
kwam in dagbehandeling. “F. liet merken dat hij mij zag zitten, heeft later ook
toegegeven dat hij erotische gevoelens voor mij koesterde. Ik was daar in mijn
toestand gevoelig voor,'' vertelt Jeannette. De vakliteratuur spreekt van
overdrachtsgevoelens. Een seksuele relatie was er in het AMC nog niet, alleen
een broeierige sfeer. Niet op haar gemak ging Jeannette bij de leiding te rade.
Die besloot de individuele behandeling door F. stop te zetten, tot woede van de
therapeut. Jeannette: ,,Zich van geen kwaad bewust.'' ,,Hoewel ik moeite had
met zijn gedrag bleef ik op hem gesteld,'' zegt Jeannette achteraf. Na het AMC
kwam ze bij een andere psychotherapeut. Dat beviel niet en dus benaderde ze F.
weer, die naast zijn baan in het AMC in een groepspraktijk in Oud-West werkte. ,,Ik heb nog gevraagd 'F., voel
je echt niets meer voor mij, want dat zou ik niet willen'. Hij antwoordde
ontkennend.'' Jeannette: ,,Dat bleek gejokt. Ik had in die tijd een Noorse
vriend, was gelukkig en zou voor een paar weken naar Oslo afreizen. F. ontpopte
zich als jaloers, probeerde mij die relatie uit het hoofd te praten. Vlak
voordat ik zou vertrekken, ik was toen al ruim een jaar weer bij hem in
therapie, nam hij mij in zijn armen. Ik was overdonderd, verward. Ik schreef
hem en vroeg hem langs te komen om erover te praten. In plaats van alles uit
te praten, ontstond er die avond iets anders. F. bleef. De kater kwam al meteen
de volgende ochtend. Het was niet de eerste keer dat hij als therapeut faalde,
biechtte hij snikkend op. Hij vertelde
ook dat hij als schizoïde gediagnosticeerd was. Was dat de therapeut die ik
al die tijd had vertrouwd?'' De therapie werd niet direct beëindigd. Er was nog
een half jaar te gaan. ,,F. wilde dat afmaken maar ik wilde stoppen, omdat ik
voelde dat relatie en therapie niet samenging.'' Relaties tussen therapeut
en cliënten blijken binnen de beroepsgroep gevoelig te liggen. Een collega van
F. wil commentaar geven maar niet met zijn naam in de krant: ,,Als therapeut
ben je kwetsbaar.'' Psycholoog/psychotherapeut
W. is stellig: ,,Tijdens een therapie is het hebben van iets anders
dan een behandelrelatie uit den boze, tot minimaal een half jaar na
beëindiging. En dat is kort, misschien moet je zeggen: Begin nooit iets met een
ex-cliënt.'' W. is lid van de Nederlandse Vereniging van Vrijgevestigde
Psychotherapeuten. De beroepscode is op de NVVP-site na te lezen (www.nvvp.nl). W.
vindt het gedrag van zijn collega ronduit verwerpelijk: ,,Als therapeut voel ik
mij erdoor besmeurd. Afgezien van de enorme schade die het slachtoffer is
berokkend, lijdt de hele beroepsgroep onder zulk onprofessioneel handelen. Ons
werk valt of staat bij het vertrouwen dat cliënten in ons kunnen stellen.
Psychotherapie is geen marktplaats voor het aangaan van relaties, hoe verliefd
je ook bent.'' Het kan gebeuren dat je gevoelens voor een cliënt ontwikkelt, of
andersom. Door de aard van het werk is het risico levensgroot. Juist daarom
ligt het zo precair. Al kruipt een bloedmooie cliënte poedelnaakt op je schoot,
dan heb je er nog vanaf te blijven en de situatie direct onder controle te
brengen,'' aldus W. Onder controle was de relatie tussen F. en Jeannette
geen moment. ,,Ik zat gevangen, emotioneel. Wilde er vanaf maar wist niet hoe.
Pas nadat ik het al een keer had uitgemaakt, maar ook weer was bezweken, begon
ik hulp te zoeken.'' Jeannette klopte na veel aarzelingen bij het AMC aan.
Per slot van rekening was alles daar begonnen. F. werd ontslagen. Jeannette:
,,Voor zover ik weet, heeft meegespeeld dat F. geen enkel schuldbesef toonde.''
Na drie pogingen wist Jeannette zich, na anderhalf jaar, van de relatie te
bevrijden. Ze maakte melding van het misbruik bij de Inspectie voor de
Gezondheidszorg, alarmeerde de groepspraktijk en deed aangifte bij de politie.
Het onderhouden van een seksuele relatie tussen therapeut en cliënt is niet
alleen tegen de beroepsregels maar ook in strijd met het Wetboek van
Strafrecht. Bovendien maakt een veroordeling de weg vrij voor het eisen van
schadevergoeding. De Inspectie nam Jeannette’s klacht pas na lang aandringen in
behandeling: ,,Men leek er niet goed raad mee te weten. Ik was vastbesloten
ervoor te zorgen dat F. niemand anders zou kunnen beschadigen, in herhaling zou
vallen. De Inspectie is er voor om in zulke gevallen in te grijpen en kan
iemand uit zijn ambt zetten.'' Toen de Inspectie uiteindelijk toch actie
ondernam, was de conclusie helder. In een schrijven aan het Regionaal
Tuchtcollege te Amsterdam stelt de inspecteur mr. F. ten Cate-Adema: 'De
Inspectie heeft besloten om, naast een eventuele klacht van de betrokken
klaagster, ook zelf een klacht in te dienen (bij het Tuchtcollege, red.) omdat
de heer F. - geconfronteerd met de feiten - niet duidelijk blijk gaf de ernst
van de situatie in te zien. Bij de Inspectie is daardoor twijfel ontstaan over
de vraag of herhaling uitgesloten kan worden'. Het Tuchtcollege deelt de zorg
van de Inspectie niet. Na een spoedprocedure 'vanwege de ernst van de klacht'
verklaart het college F. schuldig maar acht hem voldoende gestraft. F. mag
doorwerken. De rechter komt begin september tot een eensluidend oordeel.
Argumentatie: F. verklaarde tegenover het Tuchtcollege dat hij 'onjuist heeft
gehandeld'. Hij was overspannen zonder het te merken, en daardoor extra kwetsbaar,
aldus zijn verweer. Voorts was sprake van 'wederzijdse diepgewortelde
affectieve gevoelens' en hij heeft naar eigen zeggen 'beslist geen misbruik van
de situatie gemaakt'. Het blijft bij een berisping. Jeannette:
,,Onbegrijpelijk. Er is zelfs geen psychologisch onderzoek geweest. Waar
baseert het Tuchtcollege zich op? Hij heeft nota bene tegenover het college
verklaart: ‘Jeannette had meer aandacht nodig en ik ook.’ Dat zegt toch wel wat over zijn mentale staat, nog
afgezien van het gruwelijke feit dat hij suggereert dat ik om die relatie heb
gevraagd.'' Het Tuchtcollege wil over de zaak niet meer kwijt dan wat in het
vonnis staat. Ook op de vraag hoe het ontucht met cliënten doorgaans onderzoekt
blijft een antwoord achterwege, hoewel de website van het Tuchtcollege
'maximale openheid' predikt. De woordvoerster: ,,Zo vaak komt ontucht niet
voor.'' W.: ,,Onzin. Zo'n vonnis bevestigt het idee, ook mijn idee, dat men
elkaar de hand boven het hoofd houdt. Er is veel schroom over dit onderwerp.
Het vonnis gaat bovendien voorbij aan de schade die bij het slachtoffer is
aangericht. Jaren van therapie door de gootsteen. En wat stelt zo'n berisping
voor? Worden verwijzers (artsen, collega therapeuten, red.) gewaarschuwd?'' Dat
is niet het geval. Voor zover uitspraken worden gepubliceerd, bijvoorbeeld op
internet, gebeurt dat geanonimiseerd. De NVVP vermeldt F. nog steeds op haar
website als 'door de overheid geregistreerd psychotherapeut, die dus aan de
kwaliteitsnormen voldoet'. De Inspectie legt zich bij de uitspraak van het
Tuchtcollege neer. De woordvoerster: ,,Hoger beroep maakt weinig kans.
Bovendien, als F. zijn beroep niet meer mag uitoefenen als geregistreerd
therapeut hebben we geen zicht meer op hem. Hij hoeft alleen maar het woordje
'psycho' te schrappen en kan als alternatieve therapeut doorgaan. Nu kunnen we
hem nog in de gaten houden.'' Hoe, wil de woordvoerster niet zeggen: ,,Want dan
weet hij het ook.'' F. weigert commentaar. Telefonisch antwoordt hij: ,,Van de
rechter mag ik mijn vak blijven uitoefenen.'' Doet u dat ook? Na enige
aarzeling: ,,Daar geef ik geen antwoord op.'' Volgens Jeannette werkt hij
verder. ,,Een vriendin kreeg zijn telefoonnummer via de groepspraktijk in
Oud-West, zonder waarschuwing.'' Een therapeut van de groepspraktijk stelt dat
F. daar al enige tijd niet meer werkt: ,,Hij is in goed overleg vertrokken.''
Over het niet waarschuwen en naar F. doorverwijzen van cliënten: ,,We volgen
het Tuchtcollege, en dat verbiedt hem niet door te werken. Of F. nog werkzaam
is als therapeut, weet ik trouwens niet.'' Jeannette is ondertussen met een
lotgenote, misbruikt door een vrouwelijke therapeut, bezig een website in te
richten waar slachtoffers hun hart kunnen luchten, met medeslachtoffers in
contact kunnen komen en advies kunnen inwinnen. De site gaat in oktober de
lucht in, het adres is nog niet bekend. Zelf zoekt Jeannette (06-137.717.47)
ex-cliënten of collega's van F., die haar meer over hem kunnen vertellen en die
wellicht haar vrees bevestigen staven dat de kans op herhaling groot is.” zo
bericht het Amsterdams Stadsblad. [De uitspraak van het Centraal Tuchtcollege voor de
Gezondheidszorg Den Haag (hoger beroep) kunt u vinden op: www.tuchtcollege-gezondheidszorg.nl
– uitspraken van 13 januari 2004 – nr.: 2003.056.]
Tien aangiftes tegen arts in opleiding wegens ontucht -- 13
september 2003 -- RTL Nieuws -- “Tien vrouwen hebben inmiddels een aanklacht ingediend
tegen een student geneeskunde (43) wegens ontucht. Dat zegt een woordvoerster van het Reinier de Graaf
Gasthuis in Delft. De man is afkomstig uit Irak en wordt ervan verdacht dat hij zich
tijdens zijn stage op de afdeling gynaecologie heeft vergrepen aan zes
patiënten en vier medewerksters. In juli deden al drie patiënten en vier
medewerksters aangifte bij de politie. De directie stelde daarop direct een
intern onderzoek in” zo bericht RTL Nieuws.
Justitie-onderzoek tegen
arts in opleiding
28 juli 2003
ANP
DELFT – “Het
Openbaar Ministerie (OM) is een onderzoek begonnen tegen een student geneeskunde die tijdens zijn
stage in het Reinier de Graaf Gasthuis
in Delft ontucht gepleegd zou hebben. Het ziekenhuis maakte dat maandag
bekend. Tegen hem deden volgens een woordvoerster tot nu toe zeven mensen
aangifte. Het Delftse hospitaal maakte de zaak samen met het Erasmus
Medisch Centrum bekend, omdat de verdachte daar zijn opleiding volgde. Hij
heeft tot vlak voor de zomer zes weken stage gelopen op de afdeling gynaecologie van het Reinier de Graaf Gasthuis. Zowel
medewerkers als patiënten deden aangifte. De verdachte is geschorst van zijn
opleiding.” zo bericht het ANP.
Voorwaardelijke celstraf voor ontucht met patiënte
23 juli 2003
HILVERSUM - Een 54-jarige Almeerder is dinsdag door de Hilversumse politierechter S.
van Merwijk veroordeeld tot twee maanden voorwaardelijke celstraf. Hij werd
schuldig bevonden aan het plegen van ontucht met een 83-jarige patiënte van verzorgingstehuis
Oudergaard in Kortenhoef. De man pleegde het seksueel misbruik toen hij nachtverpleegkundige was in het verzorgingstehuis. Officier van justitie D. Goudriaan had vier maanden
voorwaardelijk geëist. De verpleegkundige bekende de handelingen te hebben
gepleegd, maar pas nadat de patiënte over zijn misdragingen aan een andere
verpleegkundige had verteld. Verzorgingstehuis Oudergaard ontsloeg de man
vervolgens op staande voet en deed aangifte bij de politie en het medisch
tuchtcollege. De strafzaak tegen de Almeerder is al een keer eerder door de
Hilversumse politierechter behandeld, maar die besloot toen de uitspraak van
het medisch tuchtcollege af te wachten. Dit college zette eind vorig jaar de
verpleger voor één jaar uit het beroep. De Almeerder zou volgens het medisch
tuchtcollege ernstig hebben gefaald in de uitoefening van zijn beroep. Het is
niet bekend of de Almeerder in de toekomst van plan is het beroep van
verpleegkundige weer op te pakken. Tijdens de zitting van het medisch
tuchtcollege in oktober verklaarde de man dat hij wel de verpleging in móet,
omdat hij geen andere diploma's heeft en tenslotte zijn gezin moet onderhouden.
De Almeerder blijft de komende twee jaar onder toezicht van de reclassering.” zo bericht Bert-Jan Klein. [Zie ook het bericht van 6 december 2002 hieronder.]
Opdringerige psychotherapeut berispt voor intiem contact -- 23 juli 2003 – ANP -- GRONINGEN – “Het Regionaal
Tuchtcollege in Groningen heeft een psychotherapeut van GGZ Drenthe berispt. Het college is van oordeel dat de
hulpverlener zich niet professioneel jegens een vrouwelijke cliënt
uit Emmen heeft
gedragen. Dat heeft een woordvoerder woensdag laten weten. De vrouw was tussen
1991 en
Voorwaardelijke celstraf voor ontucht met patiënte -- 23 juli 2003 -- De Gooi -- HILVERSUM - Een 54-jarige Almeerder is dinsdag door de Hilversumse
politierechter S. van Merwijk veroordeeld tot twee maanden voorwaardelijke celstraf. Hij werd schuldig
bevonden aan het plegen van ontucht met een 83-jarige patiënte
van verzorgingstehuis Oudergaard in Kortenhoef. De man pleegde het seksueel misbruik toen hij
nachtverpleegkundige was in het verzorgingstehuis. Officier van
justitie D. Goudriaan had vier maanden voorwaardelijk geëist. De verpleegkundige bekende de
handelingen te hebben gepleegd, maar pas nadat de patiënte over zijn misdragingen
aan een andere verpleegkundige had verteld. Verzorgingstehuis Oudergaard
ontsloeg de man vervolgens op staande voet en deed aangifte bij de politie en
het medisch tuchtcollege. De strafzaak tegen de Almeerder is al een keer eerder
door de Hilversumse politierechter behandeld, maar die besloot toen de
uitspraak van het medisch tuchtcollege af te wachten. Dit college zette eind
vorig jaar de verpleger voor één jaar uit het beroep. De Almeerder zou volgens
het medisch tuchtcollege ernstig hebben gefaald in de uitoefening van zijn
beroep. Het is niet bekend of de Almeerder in de toekomst van plan is het
beroep van verpleegkundige weer op te pakken. Tijdens de zitting van het
medisch tuchtcollege in oktober verklaarde de man dat hij wel de verpleging in
móet, omdat hij geen andere diploma's heeft en tenslotte zijn gezin moet
onderhouden. De Almeerder blijft de komende twee jaar onder toezicht van de
reclassering.” zo bericht
Bert-Jan Klein.
Beroepsverbod en 1,5 jaar cel voor
nachtverpleger -- Celstraf voor ontucht met stervende -- 9 februari
2003 – ANP -- “De
rechtbank in Amsterdam heeft de verpleegkundige R.S. uit Lelystad veroordeeld tot 18 maanden cel en een beroepsverbod
van 3,5 jaar. De rechter achtte bewezen dat de 63-jarige
nachtverpleger
ontuchtige handelingen heeft gepleegd met een 78-jarige ernstig
zieke patiënte. S.
verpleegde gedurende een aantal nachten de patiënte die stervende was. Door
haar ziekte was de bejaarde vrouw ernstig verzwakt en kon zij zich mondeling
niet meer goed uitdrukken. De zaak kwam aan het licht doordat de kamergenote
van het slachtoffer de voorvallen naar voren bracht bij de staf van het verpleeghuis in
Nieuw-Loosdrecht. De eveneens zieke vrouw had 's nachts dingen gehoord die volgens haar
niet in de haak waren, bleek uit haar verklaring. Na enige twijfel, ze wilde de
familie van de verdachte niet in verlegenheid brengen, zei het slachtoffer wat
de verpleger verscheidene nachten had gedaan.”

Verpleger gestraft -- 6 december 2002 -- De Gooi -- KORTENHOEF – “De 53-jarige verpleger die ontucht pleegde met een 83-jarige bewoonster van bejaardentehuis Oudergaard is door het
regionaal tuchtcollege voor één jaar uit zijn beroep gezet. In De Gooi van
woensdag was dit te lezen in een artikel van Bert-Jan Klein. De verpleger
werkte als nachtverpleegkundige, maar is na ontdekking van het seksueel
misbruik op staande voet ontslagen. Naast de straf die het tuchtcollege oplegde
loopt ook nog een strafzaak. Op grond van deze zaak zal hij zich binnenkort ook
voor de rechter moeten verantwoorden.” zo bericht De Gooi.
Verpleegkundige
vrijgesproken van seksueel misbruik – Vrouw-vrouw misbruik -- 20 november
2002 – Zorgportaal – “Een verpleegkundige is door de rechter
in Den Bosch vrijgesproken van seksueel misbruik
van verstandelijk gehandicapten. De rechter rechtbank achtte niet bewezen de vrouw
vier geestelijk gehandicapte bewoners seksueel misbruikt heeft. De
verpleegkundige is door vier bewoners, volwassen mannen met een geestelijke
leeftijd van 5 tot 7 jaar, beschuldigd van seksueel misbruik. De 29-jarige
vrouw ontkent dit.” Zo bericht Zorgportaal.
Tien maanden celstraf geëist -- 14
november 2002 – Verpleegkundenieuws -- Tegen een 42-jarige
wijkverpleegkundige (v) uit Nieuwegein is tien jaar voorwaardelijk celstraf geëist voor de
dood van een zesjarig meisje, dat tijdens een
epileptische aanval verdronk in het bad bij de verpleegkundige thuis. Wat het kind bij de verpleegkundige
thuis deed, is onduidelijk. Thuiszorgorganisaties noemen het ‘ongebruikelijk’
dat een cliënt wordt meegenomen. Terwijl ze het kindje stond te wassen, moest de vrouw naar het toilet.
Ze vroeg haar vijftienjarige dochter even op het meisje te passen. Toen er geen
geluid meer uit de badkamer kwam, sloeg de dochter alarm. Reanimatie mocht niet
meer baten. Het medisch tuchtcollege schorste de verpleegkundige
eerder al voor een jaar.
Ontucht met verstandelijk gehandicapten – Vrouw-vrouw misbruik -- 5 november 2002 – Zorgportaal – “Een verpleegkundige wordt verdacht
van ontucht met 4 verstandelijk gehandicapten. Door de officier
van justitie in Den Bosch is een celstraf van twaalf maanden, waarvan zes voorwaardelijk, geëist. Ook
wil hij dat de vrouw vijf jaar lang haar beroep als verpleegkundige niet mag
uitoefenen. De verpleegkundige is door vier bewoners, volwassen mannen met een
geestelijke leeftijd van 5 tot 7 jaar, beschuldigd van seksueel misbruik.. De
29-jarige vrouw ontkent dit.” Zo bericht Zorgportaal.
Ontuchtige
huisarts 'knuffelde' slechts –
12 september 2002 – De Telegraaf -- DEN HAAG – “Het kussen en
strelen van zijn jonge patiëntjes is voor de Rijswijkse
huisarts Michaël B. een manier om de kinderen op hun gemak te stellen en
een vertrouwensband te creëren. Volgens de 55-jarige dokter werkte dit 'knuffelen' altijd erg goed. Dat het
strafbaar is, zei de van ontucht verdachte Rijswijker weinig. "De
wetgeving loopt vaak jaren op de ontwikkelingen achter. Euthanasie was tien
jaar geleden ook strafbaar, maar gebeurde toch", stelde B. gisteren voor de Haagse rechtbank. Daar hoorde hij drie jaar celstraf tegen zich
eisen, waarvan een jaar voorwaardelijk, wegens het plegen van
ontucht met zeven patiëntjes en drie kinderen van kennissen. Zijn slachtoffertjes waren ten tijde van het
seksueel misbruik tussen de 1,5 en 11 jaar oud. Ook eiste officier van
justitie, mr C. Krol dat de Rijswijker uit zijn functie van arts wordt ontzet. Zo vreest zij
dat Michaël B. zijn handen ook in de toekomst niet thuis zal kunnen houden. De arts werd in
1985 ook al veroordeeld wegens ontucht met minderjarige jongens en werd tien
jaar later door de inspectie op de vingers getikt nadat hij een patiëntje op
haar buik en in haar hals had gezoend. De zaak tegen de dokter begon in april van dit jaar
te rollen, toen bij de politie een aangifte binnenkwam van een moeder. Haar dochtertje
Chayenne zou tijdens het spreekuur in haar bijzijn door B. zijn gestreeld en op
de mond zijn gekust. Ook zou de dokter aan een van haar tepels hebben gezogen. Uitspraak 25 september.” Zo bericht Marjolein van der Gaag.
Driebergse huisarts wegens
ontucht aangehouden -- 5 september
2002 – Stichtse Courant -- Een huisarts uit Driebergen is afgelopen maandag
aangehouden op verdenking van het plegen
van ontucht met een vrouwelijke patiënt. Volgens de politie zou de ontucht eind april van dit jaar hebben
plaatsgevonden. De politie startte een onderzoek nadat het slachtoffer aangifte
had gedaan. Dit onderzoek heeft uiteindelijk geleid tot de aanhouding van de
huisarts, meldt de politie. Over de aanhouding en de aard van de ontucht is
verder geen informatie gegeven. Volgens de politie kunnen in het kader van het
onderzoek voorlopig geen mededelingen worden gedaan over deze zaak.
Psychiater vrijgesproken
van seksuele intimidatie -- 31 juli 2002 -- De Dordtenaar -- DEN HAAG - “Een vrij gevestigde psychiater uit Dordrecht is gisteren vrijgesproken
van seksuele intimidatie en grensoverschrijdend gedrag bij de behandeling van
een 47 jarige Dordtse patiënte. Zij
had de man aangeklaagd vanwege de seksueel
getinte opmerkingen die hij tijdens haar behandeling zou hebben gemaakt en
de traumatische manier waarop hij haar
behandeling had proberen te beëindigen. Het tuchtcollege oordeelt dat de man niets onoorbaar heeft gedaan en
dat alle opmerkingen onderdeel
uitmaakten van de behandeling, zoals de psychiater in zijn verdediging had
aangevoerd.
'Drempel voor vrouwen met klachten hoger' (vervolg van
pagina 1)
DORDRECHT - De
Dordtse patiënte die de klacht tegen de vrijgevestigde psychiater heeft
ingediend, is zwaar teleurgesteld na de uitspraak van het medisch tuchtcollege in Den Haag. Volgens haar verhoogt de
vrijspraak van de psychiater de drempel voor vrouwen om een klacht in te dienen
tegen hun behandelaars. De vrouw is in 1999 en 2000 behandeld voor depressies,
somberheid en andere psychische klachten. Zij had tijdens de tuchtrechtzaak
aangevoerd dat de seksueel getinte opmerkingen uit de lucht kwamen vallen en
niets met de behandelingen te maken hadden. De shockerende laatste sessie bij
de man noemde ze zelfs 'geestelijke
verkrachting'. Terwijl overduidelijk was dat de man haar medisch dossier had vervalst, mocht ze
daar geen extra klacht over indienen, omdat ze dat in eerste instantie niet had
gedaan. De psychiater was zich van geen
kwaad bewust, ontkende alle aantijgingen en noemde de behandeling succesvol.
Het tuchtcollege onder voorzitterschap
van Mr. P.A. Offers geeft de psychiater gelijk. "Kennelijk horen dat
soort opmerkingen dus bij de therapie", reageert de vrouw. "Ik vind
het onvoorstelbaar. Als je een eigen praktijk hebt, kun je dus kennelijk gewoon
je gang gaan". De psychiater was gisteren niet bereikbaar om te reageren.”
Bekijk voor een recente oproep van het
slachtoffer ook ons prikbord.
Psychiater beschuldigd van
seksuele intimidatie -- 5 juni 2002 -- De
Dordtenaar – DORDRECHT – “Een 47 jarige
Dordtse vrouw beschuldigt een vrijgevestigd
psychiater uit Dordrecht van seksuele
intimidatie tijdens de behandeling van haar psychische klachten. De man
moest zich gisteren hiervoor verantwoorden bij het Regionaal Medisch Tuchtcollege in Den Haag. Volgens de vrouw
plaatste haar therapeut seksueel getinte opmerkingen tijdens de behandeling en
boorde hij haar tijdens een van de laatste sessies de grond in. Na het indienen
van de klacht bij het tuchtcollege zou de man ook nog eens haar medisch dossier hebben vervalst. Haar huisarts en nieuwe psychiater ondersteunen
de klacht en stellen dat de therapeut een potje maakte van de behandeling.
De Dordtse psychiater ontkende gisteren alle aantijgingen. De vrouw zou
opmerkingen niet goed begrepen hebben of uit hun verband hebben gerukt. Hoewel
de vrouw na zijn behandeling erger getraumatiseerd was en al twee jaar
arbeidsongeschikt is, vindt hij de behandeling succesvol.
Dordtse psychiater aangeklaagd voor
grensoverschrijdend gedrag (vervolg van pagina 1)
DORDRECHT –
“Was de vrijgevestigde Dordtse psychiater zijn nu 47 jarige patiënt in 1999 en 2000 aan het behandelen voor
haar psychische klachten of probeerde hij haar met seksueel getinte opmerkingen
te versieren? Volgens de vrouw het laatste, volgens de psychiater het eerste.
Het Regionaal Medisch Tuchtcollege in
den Haag zal eind juli een oordeel vellen over de klacht wegens grensoverschrijdend gedrag. De Dordtse
kampte met depressies, verdriet, somberheid en andere psychische klachten.
Daarmee kwam ze in 1997 bij de vrijgevestigd psychiater terecht die in december
de behandeling beëindigde. De klachten bleven echter en in juni 1999 kwam de
vrouw opnieuw onder behandeling. Toen de vrouw steeds meer het gevoel kreeg dat
er iets niet klopte, begon ze aantekeningen te maken van rare opmerkingen.
Opmerkingen als "ik zou best
wel een beetje van u kunnen houden, als vriend dan', 'u bent een vurige
vrouw een passionele vrouw, 'vrijen kan heel fijn zijn', 'geniet u van seks'?
''bent u wel eens naakt geschilderd? ''ik wil met een ander naar bed', ik zou
zeggen; dan komt u toch hier slapen' of
'dan gebruik je mijn auto toch schat'. In zijn aantekeningen stond nog de zin 'speelt graag met mannen'.
Daarmee bedoelde de psychiater dat ze graag mannen manipuleerde. "Ik
bedoelde dat niet in seksuele zin", verklaarde hij tegenover het
tuchtcollege. Hij ontkende de andere opmerkingen te hebben gemaakt en stelde
nadrukkelijk dat hij het nooit over de ongesteldheid van zijn dochters heeft
gehad, zoals de vrouw beweerde. Volgens de klaagster zijn de opmerkingen op
zich niet grensoverschrijdend en zouden ze in de behandeling kunnen passen, als
ze niet zomaar uit de lucht kwamen vallen. "Ik voelde me in mijn
integriteit als vrouw aangetast", stelde ze. De medisch specialisten in het tuchtcollege vroegen de man nog of hij
misschien de techniek toepaste waarbij therapeuten informatie over zichzelf
blootgeven om de spanning en angst bij de patiënt te verminderen. Van die
techniek maakte de Dordtenaar echter geen gebruik, zo verklaarde hij. De
klacht van de vrouw richt zich ook tegen het gesprek van 5 april 2000, toen hij
plotseling een brief aan de huisarts voorlas waarin hij de huisarts vertelde
met de behandeling te stoppen. Tijdens dat gesprek vroeg hij de vrouw of ze
haar man wel eens had verteld dat ze de moordenaar van haar moeder was en dat
ze de moordenaar van haar man was. Hij vertelde haar dat hij haar gedrag als
beledigend had ervaren en dat dat door haar opvoeding kwam. Volgens de psychiater wilde hij met de
brief een proefballonnetje oplaten om te zien of de behandeling gestaakt kon
worden. De harde opmerkingen waren bedoeld om een schokeffect te bereiken. Dat
lukte in elk geval. De vrouw voelde zich na dat gesprek 'mentaal verkracht'
en bleek bij onderzoek door haar nieuwe psychiater in Breda verder getraumatiseerd dan ooit. Haar uitkeringsinstantie en zorgverzekeraar
hebben dat erkend door de 40 behandelingen in Dordrecht als niet gebeurd te
beschouwen. De echtgenoot van de vrouw bevestigde gisteren als getuige de
reddeloze staat waarin de vrouw na het bewuste gesprek thuiskwam. Na het
indienen van de klacht tegen de psychiater en het opvragen van het medisch
dossier bleek overduidelijk dat de man daarin veranderingen heeft aangebracht en over eerdere aantekeningen heen
heeft geschreven. Voorzitter Mr. P.
Offers van het tuchtcollege stond echter niet toe dat er ook nog een klacht
wegens vervalsing van het medisch dossier werd ingediend. De vrouw zegt
door de behandeling zowel emotionele als materiële schade te hebben geleden. Ze
kan al twee jaar niet werken en is volledig arbeidsongeschikt. De psychiater en
zijn advocaat blijven volhouden dat de verwijten niet terecht zijn en dat de
therapie tot 5 april 2000 succesvol was. De
psychiater kon op vragen van het tuchtcollege ook niet aangeven wat er in zijn
ogen fout was gegaan. Het tuchtcollege zal op 30 juli uitspraak doen. Als de therapeut schuldig wordt bevonden
kan hij een waarschuwing, een berisping, een geldboete, een schorsing of zelfs
een ontzegging van de bevoegdheid om zijn beroep uit te oefenen krijgen.” Voor de uitspraak zie het nieuwsartikel van 31 juli 2002.
Seksueel misbruik bij verstandelijk gehandicapten – 23 juni 2002 – Rvu, themamaand juni 2002 – “Over seksueel misbruik van mensen met een verstandelijke handicap bestaan vele vermoedens, worden door de één harde uitspraken gedaan die vervolgens door de ander weer worden gerelativeerd. Er zal uitgebreid en degelijk onderzoek moeten worden gedaan om zicht te krijgen op de omvang van seksueel misbruik van verstandelijk gehandicapten. Over zowel daders als slachtoffers is tot nu toe te weinig bekend. Het laatst verschenen wetenschappelijk onderzoek is van 1995. De resultaten zijn schokkend. Maar deskundigen beweren dat de realiteit nog schokkender is. In 1995 werd Nederland opgeschrikt door de resultaten van een onderzoek naar seksueel misbruik bij gehandicapten (W. van Berlo. NISSO, het Nederlands Instituut voor Sociaal Seksuologisch Onderzoek). Voor dit onderzoek zijn geen verstandelijk gehandicapten ondervraagd, maar orthopedagogen, psychologen, groepshoofden, hoofden van gezinsvervangende tehuizen en maatschappelijk werkers. De uitkomst van het onderzoek was, dat 1,2 % van de verstandelijk gehandicapten slachtoffer was geworden van seksueel misbruik en dat bij 1,3 % hiervan een vermoeden bestaat. Vier vijfde van de slachtoffers is vrouw, een vijfde is man. De slachtoffers zijn van alle leeftijden, de grootste groep is tussen de 17 en 30 jaar. Het onderzoek onderscheidt vier typen daders: medebewoners (36%), mensen uit de thuissituatie (33%), personeel (13%). De overige daders (18%) komen uit de nabije omgeving van het slachtoffer. De slachtoffers zijn voornamelijk licht verstandelijk gehandicapt. De vraag is of misbruik bij ernstig verstandelijk gehandicapten niet voorkomt of dat het bij hen niet aan het licht komt. Alle vormen van seksueel misbruik komen voor, in 34% van de gevallen is er sprake van penetratie en in een kwart van de gevallen gaat het om seksuele betastingen. In 29 % van de gevallen heeft het misbruik een of enkele malen plaatsgevonden, bij de rest heeft het misbruik langer geduurd, variërend van enkele weken tot enkele jaren. Risicofactoren die worden genoemd hebben enerzijds te maken met de handicap van het slachtoffer, zoals het onvermogen de situatie goed in te kunnen schatten. Anderzijds met de seksuele behoefte van verstandelijk gehandicapte daders. Daarnaast zijn gebrek aan controle in de instellingen, sociaal-zwakke gezinnen of een combinatie hiervan, een veelgenoemde factor. Het blijkt dat in de meeste gevallen slachtoffers misbruik zelf moeten aangeven. Veel medewerkers zijn nog niet op de hoogte van de signalen van seksueel misbruik. De respondenten zijn vaak door anderen op de hoogte gesteld van het misbruik, met name door groepsleiders. Hoe deze groepsleiders het te weten zijn gekomen is niet bekend. Bijna een vijfde van hen heeft het zelf gesignaleerd. In tweederde van de gevallen is er niet volgens een protocol gehandeld. Over het algemeen probeert men het probleem binnenshuis op te lossen. Instanties als de inspectie, de politie en de kinderbescherming worden vrij weinig ingeschakeld.” Zo bericht Rvu.
Patiënt klaagt over 'ondeskundig'
personeelslid Van Mesdag – 12 februari 2002 – Groninger
Internet Courant – “Een oud-patiënt van de
Van Mesdagkliniek in Groningen heeft een reeks klachten ingediend bij het regionaal
tuchtcollege over een
volgens hem ondeskundig personeelslid. Die zou zonder enige ervaring in de psychiatrie
een diagnose van het ziektebeeld van de betrokkene hebben gesteld en op basis
daarvan een behandelplan hebben opgesteld. De coördinerend
hoofdbehandelaar heeft alleen een studie tot basisarts gevolgd en geen verdere
scholing in de psychiatrie of enige andere gedragswetenschap gehad. De klager, W.M. verwijt haar dat ze zich voordoet en optreedt als
psychiater en wil dat het tuchtcollege ook de diagnostiek en het behandelplan
beoordeelt. Leden van het tuchtcollege reageerden maandag verbaasd toen de
aangeklaagde basisarts haar verantwoordelijkheden omschreef. “In mijn
functieomschrijving staat dat ik de hoofdbehandelaar ben, dus ik bepaal de
diagnose en het behandelbeleid” zei de vrouw. Ze erkende dat zij niet over
enige ervaring in de forensische psychiatrie beschikt. Het afdelingshoofd zei wel dat ze haar
conclusies eerst voorlegt aan de psychiater, die als haar supervisor optreedt.
De man is inmiddels overgeplaatst naar een tbs-kliniek in Utrecht. Volgens hem is daar
vastgesteld dat de gewraakte diagnose niet deugde. Het tuchtcollege doet over twee maanden uitspraak
in de zaak.” Zo bericht
de Groninger Internet Courant.

OM:
Nelissen dreef twee vrouwen de dood in – 12 december 2001 – De Gelderlander -- AMSTERDAM – “"Hij heeft een klimaat geschapen waarin hij beide dames de dood
in heeft gedreven." In die ene zin vatte de Amsterdamse officier van justitie mr. S. Hoogerheide gisteren de
werkwijze van de macrobioot Adelbert
Nelissen samen. Zij verweet de
directeur van het Amsterdamse Kushi-instituut een stuitende
onverschilligheid tegenover twee overleden 'slachtoffers', die hij aan hun lot
zou hebben overgelaten en voor wie hij geen enkel respect zou hebben getoond.
Zware mishandeling, de dood ten gevolge hebbend, wordt Nelissen ten laste
gelegd. Door zijn cliënten niet door te verwijzen naar reguliere artsen heeft
hij willens en wetens het risico genomen dat zij zouden overlijden. De straf
daarvoor dient dertig maanden cel, waarvan tien voorwaardelijk, te zijn, aldus
de officier. Op de dagvaarding van de zich macrobiotisch
consulent noemende Nelissen waren twee zaken opgenomen met dodelijke
afloop, maar volgens de officier waren
er veel meer trieste zaken aan justitie voorgelegd. Een deel was echter
verjaard, een deel was geseponeerd en in andere zaken was het aandeel van
Nelissen te gering geweest. En dus kreeg hij alleen het verwijt dat hij schuld
had aan de dood van José Krijnen, de
ex-vrouw van het Noord-Hollandse statenlid Roel van Duijn, en aan de dood
van de psychologe Theda van der Laan.
Beide vrouwen hadden kanker en deelden een afkeer van de reguliere geneeskunst.
Beide vrouwen zochten hun heil bij de
niet-arts Nelissen, die volgens justitie zijn cliënten zou opdragen weg te
blijven bij de reguliere artsen. De verdachte ontkent dat en nogal wat mensen
steunen hem in die opstelling. Justitie
ziet hem als natuurgenezer en therapeut. In die functie had hij zijn
'patiënten' goede voorlichting moeten geven over de kosten, duur, risico's en
de loop van zijn behandeling. Ook had hij moeten samenwerken met andere
genezers. Daarin zou Nelissen in gebreke zijn gebleven. Maar deze blijft ontkennen dat hij een genezer is. Hij geeft slechts
voedingsadviezen en is leraar in macrobiotiek. Aan de strafzaak kleven
volgens Nelissens raadslieden, die pleiten voor vrijspraak, nogal wat
juridische haken en ogen. Zo wordt Nelissen het toebrengen van zwaar
lichamelijk letsel verweten. Maar de advocaten vragen zich af of de beide
vrouwen dat letsel niet al hadden toen ze bij Nelissen kwamen. De advocaten, B. Ficq en M. van der Werf,
stelden bovendien vraagtekens bij de houding van de beide overleden vrouwen.
Zij noemden de beide 'slachtoffers' intelligent en uitstekend in staat om hun
wil te bepalen. Ze kregen onverwacht steun van de echtgenoot van Theda van der
Laan. Volgens hem had zij vlak voor haar dood aan hem verteld dat zij haar
eigen keuze had gemaakt en daar nog steeds achter stond. Uitspraak over
veertien dagen.” Zo bericht De Gelderlander.
Celstraf voor fysiotherapeut na ontucht -- 28 november 2001 -- Reformatorisch Dagblad -- ’s-HERTOGENBOSCH – “De rechtbank in ’s-Hertogenbosch heeft dinsdag een fysiotherapeut uit Boxtel veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf. Hij mag tevens acht jaar lang zijn beroep niet uitoefenen. De rechtbank acht bewezen dat de man verscheidene patiënten seksueel heeft misbruikt. De zaak tegen de 48-jarige fysiotherapeut kwam begin dit jaar aan het rollen toen zes vrouwelijke patiënten een aanklacht tegen hem hadden ingediend wegens aanranding en verkrachting. De man werd in mei opgepakt en bekende. De fysiotherapeut leidt twee groepspraktijken in Boxtel en Liempde. De misdrijven vonden daar plaats. De slachtoffers, in de leeftijd van 35 tot 55 jaar, werden tussen 1989 en 1996 misbruikt. De man werd in het verleden al eens door de Inspectie voor de Gezondheidszorg berispt nadat een patiënte een soortgelijke klacht tegen hem had ingediend. Destijds leidde dat niet tot strafrechtelijke vervolging. De vrouwen meldden zich eind 2000 en begin dit jaar bij het steunpunt voor slachtoffers van seksueel misbruik Blauwe Maan in Tilburg. Van daaruit deden ze aangifte bij de politie. De rechtbank achtte vier van de zes aanklachten bewezen; seksueel misbruik in sommige gevallen in combinatie met dwang en geweld. Blauwe Maan zei gisteren „niet ontevreden” te zijn over de uitspraak. „Door de opgelegde straf worden de vrouwen erkend in het leed dat hun is aangedaan en de fysiotherapeut kan zich niet meer aan anderen vergrijpen.”” Zo bericht het RD.
Medisch Contact, publicatie: Jaargang 56 nr. 31/32 -- 10 augustus 2001-- sectie: brieven --
Auteur: S. Voskuil en E. Versteegh, huisartsen
“De media berichtten de afgelopen weken over een huisarts die door de
rechtbank is veroordeeld wegens ontucht met patiënten en het bezit van
kinderporno. Hij kreeg twee jaar celstraf en mag vier jaar zijn beroep niet
uitoefenen. Wij verbazen ons erover dat hij na vier jaar weer aan
de slag kan en dat hij niet - zoals werd geëist - uit het ambt is gezet. Een
arts die patiënten seksueel misbruikt, is niet geschikt voor het beroep van
arts. Bovendien is bij zedendelicten de kans op herhaling groot. Patiënten
zouden aan een dergelijk risico niet mogen worden blootgesteld. Seksueel
misbruik van patiënten zou moeten worden bestraft met ontheffing uit het ambt. Wij vragen ons af wie hierover beslist en wat de
KNMG en LHV van de beslissing van de rechtbank vinden.
Heiloo, juni 2001,
S. Voskuil en E. Versteegh, huisartsen
Dit stuk stond gepubliceerd op
onze voorpagina, rubriek ‘bijzonder nieuws’. Bijzonder nieuws? Ja! Dat er
professionals zijn die een dergelijke, professionele en ethisch correcte
attitude erop nahouden, is niet zo uitzonderlijk. Wel is het buitengewoon en
bijzonder dat deze huisartsen hun houding in deze ook publiekelijk durfden te
verwoorden. In deze houding staat het welzijn van de gebruikers van de
gezondheidszorg centraal en de artsen komen werkelijk op voor hun vak en
leveren zodoende een positieve bijdrage aan de beeldvorming van de medische
stand. Met dank aan de auteurs en geplaatst in de hoop dat dit bericht voor
slachtoffers van GOG steunend zal zijn.
20 juni
2004
Drie
jaar cel voor Osse huisarts – 19
juni 2001 -- kliknieuws.nl -- DEN
BOSCH / OSS - Dinsdagmorgen 19 juni is de
55-jarige Osse huisarts R.W. veroordeeld tot drie jaar cel, waarvan 12
maanden voorwaardelijk, voor het bezit van een omvangrijke collectie kinderporno (foto’s en videobanden).
Daarnaast achtte de rechtbank bewezen dat de huisarts met enkele patiënten èn met enkele pupillen van sportclubs die hij
begeleidde ontucht heeft gepleegd. Verder
mag de arts vier jaar lang zijn beroep niet uitoefenen. Tegen de man werd twee weken geleden door
de officier van justitie vijf jaar celstraf èn uitzetting uit zijn ambt geeist.
De zaak kwam aan het rollen door een tip van de Russische justitie. Dit nadat
de Ossenaar via internet kinderporno bij Blue
Orchid had gekocht, een internationaal opererende bende.
(Lees
ook het bovenstaande artikel van 10 augustus

'Ik was gesloten en een angsthaas'
– Trouw -- 25 maart 2000 -- Colet van der Ven -- Het
is allemaal zo vanzelfsprekend, leven. Je ademt, je eet, je drinkt, je doet, je
denkt. En als alles goed is, ga je daar járen mee door. Ziekte of tegenslag zet
soms de zaken op hun kop; zo vanzelfsprekend is het allemaal niet. Maar de mens
is veerkrachtig en hervindt zijn ritme. Toch zijn er situatie waar de
veerkracht amper nog tegenop kan, een verlies of tekort dat heel het leven
stempelt. Maar zelfs dan is er de drang om door te gaan. Met ademen, eten,
drinken, doen en denken. Mathilde (42) trok van Zwitserland naar Spanje, naar Egypte, naar
Nederland, weer naar Egypte en uiteindelijk opnieuw naar Nederland. En
onderwijl raakte ze het spoor bijster. 'Ik ben geboren als jongste van vier in
een hugenotenfamilie. Een degelijk, beschaafd, cultureel en intellectueel
milieu. Tot mijn tiende heb ik Frans gesproken. Mijn ouders vonden het
belangrijk dat we 'de oertaal' kenden. Daarnaast hechtten ze eraan dat we er
verzorgd bij liepen en ons netjes en voorkomend gedroegen. We hadden een
bepaalde status op te houden. 'Noblesse oblige'. Het was geen warm gezin. Ik
herinner me dat ik op mijn tiende van de wip viel, met mijn hoofd op het beton.
Ik had een zware hersenschudding, werd naar het ziekenhuis gebracht waar mijn
ouders pas na een week op bezoek kwamen. Ik voelde me vreselijk in de steek
gelaten, maar over dat soort emoties werd niet gepraat. Dat paste niet in de
familiecultuur. Bovendien hadden mijn ouders tijdens de oorlog in het verzet
gezeten en al onze zorgen en problemen vielen in het niet bij wat zij hadden
doorgemaakt. De eerste zeven jaar van mijn leven woonde ik in Zwitserland. Mijn
vader was voor zijn werk uitgezonden naar Genève. Ik hield van dat land, van de
bergen en de berglucht. Eendjes voeren op het meer, wandelen in het park met de
au pair, skiën in de winter en het voorjaar, heerlijk. Daarna zijn we naar
Spanje verhuisd. Die ommekeer was moeilijk. Het klimaat was droog en warm en ik
miste de bergen. Op mijn negende verhuisden we opnieuw. Nu naar Nederland. Ik
vond het vreselijk. Ik kende alleen de woorden 'ja', 'nee', 'meneer' en
'mevrouw'. Op school werd ik gepest omdat ik de taal niet sprak. Ik reageerde
op die pesterijen met mijn vuisten. Mijn vader was in die tijd vaak weken op
reis voor zijn werk en als hij thuiskwam was hij moe en kreeg hij ruzie met
mijn moeder. Het gezinsleven werd er niet harmonieuzer op. Ik was een gesloten
kind en een angsthaas. Altijd bang dat ik het verkeerd deed, dat mensen me niet
goed vonden. Ik twijfelde erg aan mezelf. Van nature ben ik spontaan maar dat
is behoorlijk de kop ingedrukt. Op mijn dertiende werd mijn vader uitgezonden
naar Egypte. Wij, de kinderen, bleven in Nederland en er kwam een vrouw met
haar zoontje in huis om voor ons te zorgen. Een kreng van een mens en een
rotjoch van een zoontje. Ik voelde me niet happy in hun buurt en ging mijn
eigen weg. Ik had een vriendinnetje met wie ik wel eens een bezoekje bracht aan
een kraakpand. Daar blowden we wat en luisterden we naar Janis Joplin. Bij een
inval door de politie zijn we opgepakt. Ik vertelde een politieagente van de
problemen thuis en zij vond dat ik hulp nodig had. Zij bracht me in contact met
een psychiater van Zon en Schild waar ik vanaf dat moment wekelijks naar toe ging.
Van een echt gesprek was geen sprake, hij moest ieder woord uit me trekken,
maar ik vond het prettig dat er iemand een uur per week voor mij was, tijd voor
me had. Op een gegeven moment is de vrouw die voor ons zorgde vertrokken, en
zijn wij op verschillende adressen ondergebracht. Ik bij de coach van de
hockeyclub. Dat contact liep niet zo goed omdat ik me ook daar niet kon uiten.
Na een jaar besloot mijn moeder dat het beter was dat ik naar een internaat zou
gaan. Vreselijk vond ik het daar. Gelukkig was dat internaat niet meer zo
levensvatbaar en werd het een jaar later gesloten waardoor ik terug kon naar
dat pleeggezin. Ik pakte de gesprekken met die psychiater weer op. Na een tijd
zei hij: ,,Ik denk dat het goed is wanneer je naar je ouders in Egypte gaat
want je mist ze te veel.'' Ik ben gegaan. Anderhalf jaar later brak de
Jom-Kippoeroorlog uit. Ik werd angstig en gespannen van die constant
voorbijrijdende tanks en het onophoudelijke luchtalarm. Kreeg er nachtmerries
van, maar kon daarover niet met mijn ouders praten. Het contact tussen ons was
nog steeds niet geweldig. Ik had het gevoel dat ze mijn angsten en twijfels
niet begrepen en raakte verstrikt in mijn binnenwereld. Om maar niet te voelen
wat er van binnen scheef zat stortte ik me op mijn studie. Toen ik na een
verlof in Nederland terug moest naar Egypte, verzette alles in mij zich
daartegen. Ik nam een dosis valium, zakte op Schiphol in elkaar en ben naar het
VU gebracht. Daar hebben ze me ontgift. De psychiater vond het beter wanneer ik
naar een therapeutisch centrum zou gaan. Het werd de Viersprong in Halsteren. Al
snel had ik door dat ik daar helemaal niet goed zat. Het was een een
therapeutisch centrum, jaren zeventig model. Democratische opzet, vrij en
structuurloos. Ik kon die vrijheid niet aan. Mijn groepsgenoten blowden, snoven
lijm, kraakten parkeermeters, pleegden diefstalletjes en ik deed mee. Op een
gegeven moment ben ik met een jongen weggelopen naar Breda en daar hebben we
een inbraak gepleegd. We zijn op heterdaad betrapt en ik werd naar de
vrouwengevangenis in Rotterdam gestuurd. Daar heb ik een paar weken gezeten.
Totaal in de war. Ik at alleen maar hagelslag. Zat uren boven op de kast. Wist
dat ik niet terug wilde naar Halsteren. In een helder moment heb ik een brief
geschreven aan de kinderrechter dat ik spijt had van wat ik gedaan had en dat
ik hulp nodig had. Die brief is in zoverre positief ontvangen dat ik nooit
strafrechtelijk ben vervolgd. Maar ik werd wel naar de rijksinrichting
voor meisjes in Zetten gestuurd. Ze zeiden: je gaat nu naar mensen toe die je begrijpen.
'Eindelijk!' dacht ik. Maar Zetten was vanaf het begin een grote verschrikking.
Ik kwam binnen, was zo gespannen dat ik vroeg om een kalmeringstablet maar ik
kreeg niks. Ik moest meteen aan het werk. Fluitjes op ballonnetjes zetten. Ik
weigerde en schoof die spullen van me weg. De groepsleiders grepen me daarop
bij mijn haar en sleepten me naar de separeer. ,,Nu weet je waar je
terechtgekomen bent en hoe we hier mensen behandelen.'' Dat liet aan
duidelijkheid weinig te wensen over. Binnen de groep kreeg ik al gauw een
leidersfunctie want al kon ik mijn gevoelens slecht verwoorden, ik was wel
vlotgebekt als het om andere zaken ging. Ik kon goed opkomen voor de andere
meiden en mezelf. Omdat ik behoorlijk in de contramine was, werd ik
overgeplaatst naar de gesloten afdeling. Daar praatten ze ons aan dat we
slechte mensen waren. We moesten afgebroken worden tot op het bot en dan zouden
zij ons weer opbouwen. Als we iets graag wilden zeiden ze nee, als we iets niet
wilden zeiden ze 'je moet'. Dat was de strategie. Op zondag ging ik altijd naar
de kerk want dan was ik er even uit. Bovendien had ik steun aan de preken. Daar
ontmoette ik een meisje dat tegen me zei: ,,Als je hier niet al te verknipt uit
wilt komen, moet je precies doen wat ze zeggen.'' Ik heb dat goed in mijn oren
geknoopt. Vanaf dat moment sprong ik als ze zeiden 'spring', ging ik liggen als
ze zeiden 'lig', ruimde ik op als ze zeiden 'ruim op'. Al mijn gevoelens en
emoties hield ik binnen. Op een dag, ik was zwaar verkouden, werd ik naar Finkensieper, de
psychiater gestuurd. Ik
vond het vreemd dat ik naar de psychiater moest voor een verkoudheid. Op weg naar hem toe
werd ik gewaarschuwd door meiden die zeiden: 'zorg maar dat je je slipje
aanhoudt'. Dat vond ik zo'n vreemde opmerking. Na het consult begreep ik waar
ze op doelden. Ik was verkouden maar hij had me vaginaal onderzocht. Later
heeft hij me in de separeer platgespoten en aan alle kanten gepakt en
verkracht. Ik heb er niet over durven praten. Ik schaamde me. Blokkeerde
volkomen. Inmiddels
was ik overgegaan van de arbeidsplaats naar de dorpsschool en ik stortte me
volledig op mijn werk. En op Wouter. Hij woonde in Zetten en werd mijn maatje.
We bereidden samen de lessen voor, reden paard, wisselden ringetjes uit. Op een
vrijdagmiddag spraken we af voor de volgende dag. Zaterdagochtend werd ik
gewekt door een van de begeleidsters, met de mededeling dat Wouter zichzelf had
opgehangen. Ik kreeg een ontzettende opdonder, was er kapot van. Ik heb een
week niets gezegd en daarna gedaan alsof er niks aan de hand was. Het was te zwaar.
Na anderhalf jaar, ik had mijn eindexamen mavo gehaald, kon ik weg uit Zetten.
Mijn ouders waren inmiddels op advies van de voogdijraad teruggekomen uit
Egypte. Het was de bedoeling om weer een gezinsleven op te bouwen, maar ik kwam
zo geschuffeld als een konijn uit dat opvoedingsinstituut. Ik was druk en
gespannen. Wilde het koste wat kost nu goed doen. Na drie maanden ben
ik ingestort. Heb ik een zelfmoordpoging gedaan. Ik wilde niet dood maar ik
wist niet wat ik moest met mijn leven. Er volgden drie maanden in Zon en
Schild. Daar heb ik opnieuw in mijn polsen gesneden. In plaats van dat ze me
omhulden met de liefde waar ik zo'n behoefte aan had, smeten ze me in de
separeer. Korte tijd later moest ik voor iets anders opnieuw de separeer in,
maar omdat die bezet was bonden ze me vast aan een bed en reden ze me met bed
en al in een diepe kast. Daar word je niet vrolijk van. Eenmaal weer thuis schreef ik me in voor
een opleiding tot ziekenverzorgster in het Goois kinderziekenhuis. Maar tijdens
de eerste maanden van die opleiding begreep ik dat ik nooit voor anderen zou
kunnen zorgen als ik niet voor mezelf kon zorgen. Dat was zo'n ontdekking. Ik
heb het kinderziekenhuis gelaten voor wat het was en ben naar de Vrije Academie
in Den Haag gegaan. Er volgde een gelukkige periode van tekenen, schilderen,
studeren -ik haalde de havo en het vwo- sporten en vriendjes. Het leek alsof na
de zeven magere jaren de zeven vette jaren waren aangebroken. Ik had weer
plezier in mijn leven. De omslag kwam in '89. De publiciteit rond
Finkensieper barstte los en alle verdrongen emoties speelden op. Ik herinner me
een gesprek met mijn toenmalige vriend waarin ik hem toeschreeuwde: ,,Hier mag
je nooit, nooit wat over vragen.'' Niet veel later ging ik naar Japan. Ik was als vrijwilligster
betrokken bij de ballonvaart en werd mee uitgezonden. Eenmaal daar wilde ik
niet meer terug. Tegelijkertijd besefte ik: ik kan de hele wereld over reizen
maar mijn verleden reist altijd met me mee. Ik kan beter stappen ondernemen om
met dat verleden af te rekenen. 1 november '89 ben ik naar de
marechaussee gegaan waar ik een verklaring heb afgelegd van seksueel misbruik
door Finkensieper en toen begon het balletje te rollen. Ik spande een proces
aan. Mijn advocaat zei dat het lange tijd zou kunnen duren. Maar ik had ook
lange tijd rondgelopen met een geheim, een litteken op mijn ziel, ik ging
ervoor. Het proces heeft tien jaar geduurd. Mijn aanklacht was verjaard maar ik
heb wel een schadeloosstelling gekregen via het slachtoffer fonds. En Finkensieper
werd veroordeeld tot zes jaar. Dat gaf ook genoegdoening. En dan denk je dat
het over is en blijkt het niet over. Op een dag, ik zat thuis, had ik het idee dat
iemand mij het raam uit wilde duwen. Ik werd bang. Die angst bleef, werd
sterker, werd ondraaglijk. Ik ben daarna opgenomen geweest in verschillende
klinieken. In die tijd kwam ook 'de terrorist' op de proppen. Een tweede ik die
mij opdrachten gaf. Ik moest naar Zwitserland gaan en me op een berg laten
doodvriezen. Die stem was er iedere dag, ik tekende alleen nog maar
doodsengelen, werd opnieuw suïcidaal. Uiteindelijk ben ik doorverwezen naar de Sinaikliniek
waar ze gespecialiseerd zijn in traumabehandeling. Daar heb ik Hans ontmoet. Ook hij had een moeilijk
leven achter de rug. Van het jappenkamp tot een oorlogsverleden in Afrika.
Tijdens een wandeling in het bos passeerde ik hem bij een bramenstruik. ,,Ze
zijn nog te zuur'', zei hij. Dat werd het begin van een niet aflatend gesprek
dat na anderhalf jaar -toen hij al uit de kliniek ontslagen was- uitgroeide tot
een relatie. Hij heeft me alle tijd en ruimte gegeven. Ik voelde al veel voor
hem maar tijdens een weekendje Londen werd ik verliefd op hem. Nu zijn we
alweer bijna twee jaar bijzonder gelukkig getrouwd. We wilden graag kinderen
maar de arts heeft ons dat, gezien ons beider achtergrond, afgeraden. Een
halfjaar geleden kwam er een schaduw over ons geluk. Ik ontdekte dat Hans
gokverslaafd was en grote schulden had gemaakt. Het was al jaren aan de gang en
ik had het niet gemerkt. Het was een grote schok. Mijn maatschappelijk werkster
suggereerde dat ik misschien beter bij hem weg kon gaan maar dat vond ik onzin.
Je gaat niet om financiële problemen uit elkaar. Daar moet je samen uitkomen.
En dat is gelukt. Ik beheer nu het geld en als hij niet te veel op zak heeft
gaat het goed. Bovendien heeft hij nu werk. Voor de toekomst ben ik niet bang.
Ik ben een vechter en een doordouwer. En gelukkig heeft mijn gevoel voor humor
me zelfs op de donkerste momenten niet in de steek gelaten. Net zomin als mijn
vrienden. Die zijn verbazingwekkend genoeg door en in alles gebleven. En ik heb
een beschermengel die me door de moeilijkste perioden heen heeft geholpen. Ik
leef in het hier en nu. Iedere avond voor we gaan slapen nemen Hans en ik even
de dag door. We pikken het bijzonderste moment eruit en met de gedachte aan dat
moment slapen we in. Sinds ik Hans ontmoet heb voel ik me gelukkig. Voor het
eerst. We leven voor en met elkaar. Mooier is er niet. Meer is er niet.'

Celstraf voor psychotherapeut -- 28 september
1999 -- Kort
Nieuws -- HAARLEM - De 57-jarige psychotherapeut Rob van R. uit Uitgeest is gisteren in Haarlem veroordeeld tot acht maanden
gevangenisstraf wegens ontucht met twee patiënten. De therapeut mag gedurende vijf jaar zijn beroep niet uitoefenen.
Medewerkers Mesdag niet vervolgd, nader
onderzoek kwaliteit zorg volgt – Vrouw-vrouw misbruik -- 16 juli 1999 – Persbericht justitie –
“Het ministerie van Justitie heeft kennis genomen van de
beslissing van het openbaar ministerie om de
vier medewerkers van de dr. S. van Mesdagkliniek te Groningen, die werden verdacht van
seksuele contacten met patiënten, niet verder te vervolgen. Overigens is er wel
aanleiding voor verder nader onderzoek door de Inspectie
voor de Gezondheidszorg naar de kwaliteit van de zorg die in
de Mesdag wordt verleend. Uit het vandaag afgeronde Rijksrecherche-onderzoek is onvoldoende bewijs naar voren
gekomen terzake de verdenking van ontucht van de medewerkers met een aantal
patiënten. Het onderzoek van de Rijksrecherche heeft
wel twijfels gebracht over de mate van professioneel gedrag van de vier
medewerksters. Daarnaast roept een uitgevoerd bestuurlijk Rijksrecherche-onderzoek
onder drie afdelingen van de kliniek vragen op over de gang van zaken in de
inrichting. Dit richt zich met name op communicatie en organisatorische problemen.
De Inspectie voor de Gezondsheidszorg zal nader onderzoek verrichten naar de kwaliteit
van de zorg in de Mesdag. De situatie in de dr. S. van
Mesdagkliniek is al langer bekend. Naar aanleiding van eerdere incidenten en
signalen en rapportages van de Centrale Raad voor de Strafrechtstoepassing zijn
er diverse voorzieningen getroffen. Vooruitlopend op de
reorganisatie van de divisie waar de problemen zich concentreren zijn er
maatregelen genomen en in werking getreden. Medewerkers zijn
overgeplaatst en niet voldoende functionerende leidinggevenden zijn van hun
functie ontheven. Op dit moment wordt nadrukkelijk geïnvesteerd in de opbouw van nieuwe
teams. Voorts is begin januari opdracht gegeven aan een extern bureau een groot
'cultuuronderzoek' te starten. De uitkomsten daarvan
worden medio september verwacht. Door de directie van de Mesdag wordt onderkend
dat medewerkers en patiënten niet voldoende op de hoogte zijn van de bestaande
richtlijnen ten aanzien van veiligheid en omgang met elkaar. De directie heeft
aangegeven dat dit absoluut onwenselijk is en dat deze onderwerpen per afdeling
aan de orde worden gesteld, waarbij de bestaande regelgeving wordt
herbevestigd. Dit proces is inmiddels in gang gezet. Overigens stelt de
Rijksrecherche dat er, ondanks de onbekendheid met de inhoud van richtlijnen,
grote consensus is onder het personeel en de patiënten omtrent de professionele
omgang met elkaar. Ook stelt de directie dat de inhoud van de bestaande
richtlijnen en protocollen inhoudelijk niet ter discussie staan. Tevens is er
voldoende ervaren personeel en worden nieuwe medewerkers adequaat begeleid na
indiensttreding. Er is vastgesteld dat de controle op het binnenvoeren van
contrabande aanscherping behoeft. Er is echter bij recente controles op alle
afdelingen geen contrabande aangetroffen met uitzondering van een mobiele
telefoon. Verder zijn de steeksproefgewijze afdelingscontroles inmiddels
opgevoerd. Hoewel het probleem van contrabande binnen de justitiële
inrichtingen wordt onderkend, moeten de inspanningen maximaal gericht zijn op
het voorkomen van dergelijke onrechtmatigheden. Daarop is in de Mesdag onder
meer de controle op bezoekers, medewerkers en TBS-patiënten die terugkeren van
verlof verscherpt. Een deel van de problematiek
is te herleiden naar de groei van de capaciteit van de Mesdag van 60 naar 181
plaatsen in enkele jaren. Dit heeft de toch al niet geringe druk op het personeel, de zorg en het
management extra verhoogd. Daarnaast biedt de Mesdagkliniek zorg aan
TBS-patiënten die naar verhouding extra intensieve begeleiding en behandeling
vereisen in een zeer beveiligde omgeving. Overigens kan worden gesteld dat de
situatie op de afdelingen waar de problemen zich hebben voorgedaan niet
representatief is voor de hele kliniek (17 afdelingen en 400
medewerkers).” Zo bericht justitie.
Sex tussen personeel en tbs'ers vermoed in
Van Mesdagkliniek – Vrouw-vrouw misbruik -- 12 april 1999 -- De Telegraaf -- GRONINGEN – “De rijksrecherche
stelt
een onderzoek in naar het gedrag van vier medewerksters
van de Groningse Van Mesdagkliniek, waar uiterst gevaarlijke en
geestelijk gestoorde misdadigers worden behandeld. De
vier vrouwen worden door de directie van de tbs-inrichting verdacht van
seksuele relaties met vier patiënten, een zwaar vergrijp want het is
medewerkers ten strengste verboden een intieme relatie met bewoners aan te
gaan.
Andere gevangenen trokken aan de bel toen zij in de gaten kregen dat hun
maatjes op seksueel gebied door de medewerksters werden vertroeteld. Nadat een
van de vrouwen op heterdaad werd betrapt deed de directie van de Van
Mesdagkliniek aangifte bij justitie. De dames zijn hangende het
onderzoek geschorst. De Groningse officier van
justitie mr. Annette Bronsvoort sprak zaterdag de verwachting uit dat het nog zeker
vier tot zes weken zal duren voordat het rijksrecherche-onderzoek zal zijn
afgerond. Al eerder speelden er soortgelijke
problemen in de Groningse tbs-kliniek, waar onder andere de beruchte
seriemoordenaar Hans van Zon jarenlang werd verpleegd. In
1997 werd een medewerkster ervan verdacht een intieme relatie te hebben met de
als uiterst gevaarlijk bekend staande Duitse crimineel Stefan Kröger, die samen met zijn maatje
Johannes Van Tamelen op spectaculaire wijze wist te ontvluchten. Met hulp van
binnenuit ontsnapte het tweetal via de buizen van de airconditioning uit de
zwaar beveiligde kliniek. Uit een onderzoek dat na de ontsnapping werd
ingesteld, kon de betrokkenheid van de betreffende medewerkster niet voor
honderd procent worden aangetoond.” Zo bericht De Telegraaf.


ONZEDELIJK -- 9 december
1997 – VK -- De
politie in Apeldoorn heeft maandag een 52-jarige
beroepsmilitair aangehouden die in zijn vrije tijd als magnetiseur vrouwen onzedelijk heeft betast. Twee vrouwen hebben
aangifte gedaan. Hoe groot de praktijk van de paranormale genezer was en hoeveel vrouwen slachtoffer zijn geworden,
moet nog blijken.
Friese huisarts krijgt voorwaardelijk voor
euthanasie – 8 april 1997 – RNW Nederlands
Nieuws (e-mailnieuws) – “De rechtbank in
Leeuwarden heeft de huisarts Sippe
Schat veroordeeld
tot zes maanden voorwaardelijk celstraf wegens het plegen van
euthanasie op een 72-jarige vrouw die aan kanker leed. Tegen de 54-jarige arts was een jaar onvoorwaardelijk geeist wegens moord,
omdat de patiënte, volgens Justitie niet uitdrukkelijk om haar eigen dood zou
hebben gevraagd. De rechtbank achtte moord echter niet bewezen en vindt het
aannemelijk dat de vrouw in haar laatste levensfase de wens had om te sterven.
Euthanasie is strafbaar in Nederland, maar strafvervolging blijft uit indien de
arts aan een aantal criteria heeft voldaan. Volgens de rechter heeft de omstreden Friese
huisarts al deze
criteria met voeten getreden. Zo heeft hij nagelaten een tweede arts te
raadplegen en vulde hij op de overlijdensakte in dat de vrouw een natuurlijke
dood was gestorven. Ook had de patiënte geen schriftelijke wilsverklaring
ondertekend.” Zo bericht
RNW.
Huisarts veroordeld wegens plegen
euthanasie – 1 april 1997 -- RNW Nederlands Nieuws (e-mailnieuws) –
“De Amsterdamse rechtbank heeft de huisarts
Makdoembaks
veroordeeld tot een voorwaardelijke celstraf van 10 maanden. De huisarts had
twee jaar geleden euthanasie gepleegd op een 75-jarige
kankerpatiente, hoewel
hijzelf heeft erkend dat de vrouw niet 'ondraaglijk en uitzichtloos' leed. De
rechter oordeelde dat Makdoembaks bovendien ernstig tekortgeschoten was omdat
hij geen tweede arts geraadpleegd had. Ook had de huisarts geen zorgvuldig
verslag opgemaakt, zoals wettelijk is voorgeschreven. Makdoembaks heeft
aangekondigd in hoger beroep te zullen gaan.” Zo bericht RNW.

EEN OEDIPALE VADERMOORD -- 18 november 1995 – Trouw -- JOOP BOUMA -- Hans Otto Theodoor
(Theo) Finkensieper, ex-kinderpsychiater, is woensdag vrijgelaten na een gevangenisstraf van
zes jaar wegens seksueel misbruik van meisjes die opgenomen waren in de
jeugdpsychiatrische inrichting De Lingewal in Zetten. Theo Finkensieper heeft gebroken met zijn
bezieling: het opvoeden van ernstig ontspoorde pupers. Zijn boeken over
psychiatrie heeft hij verkocht. Hij heeft een nieuwe hartstocht, schilderen met
olieverf. De jaren van bezinning en reflectie achter gevangenismuren hebben
zijn visie op de strafzaak echter niet aangetast: “Ik ben ten onrechte
veroordeeld. Maar ik huiver voor de slachtofferrol. Ik wil niet verworden tot
een oude, zeurende man die nog maar één gespreksonderwerp heeft: het onrecht
dat hem is aangedaan. Daar pas ik voor.” “Het gaat weer van voren af aan
beginnen”, zegt hij, een week voor zijn vrijlating. “Ik heb nu eenmaal een naam
die niet te verstoppen is. En er zijn te weinig mensen met civiel courage die
zeggen: die man heeft vastgezeten, nu moet het afgelopen zijn. Ze hebben al
aangekondigd dat ze me bij de poort zullen staan opwachten.” [Grote foto:
laantje achter paviljoen De Vluchtheuvel in Zetten. Inzet (links) in grote
foto: schilderij van Finkensieper, geschonken aan Sorgdrager bij haar
installatie als minister van justitie. Inzet (rechts): schilderij van Finkensieper,
getiteld 'Verzoek om strafvermindering'. Kleine foto's: paviljoen in Zetten
(boven). Vluchtheuvelkerk (midden). Graf van Karl Otto Finkensieper sr.
(onder). De binneplaats van de gevangenis Norgerhaven, schilderij van
Finkensieper FOTO'S ROB HUIBERS] Geen spat veranderd. Datzelfde baardje, die
beweeglijkheid, dat vlugge praten. 'De Mengele van Zetten', 'Pavlov in de
Betuwe'. Verguisd, afgebrand, uitgestoten. De psychiater die niet van zijn
pupillen afbleef. Hij ontkent het nog steeds. Maar wil tegelijk de ex-patiënten
die aangifte tegen hem deden, niet van liegen betichten. “Ik zeg niet dat ze
hun aangiften hebben verzonnen. Maar het is niet gegaan zoals zij zeggen. Het
is een net geweest waarin we verstrikt zijn geraakt. Ik noem het een botsing
van geheugens, van reconstructies.” We spreken elkaar in het café van de openbare
bibliotheek in Almelo. Aan tafeltjes rondom proberen bezoekers flarden van het
gesprek op te vangen. Steelse blikken naar die iets gedrongen man, die over
zijn gevangenisstraf en over zijn ingewikkelde relatie met zijn geboortedorp
Zetten praat op een toon alsof hij het over het weer heeft. Hij is opgeruimd,
bij tijden vrolijk, anders dan in de periode van de strafzaak. Het stigma van
de ex-delinquent, die zich onzeker en achterdochtig voorbereidt op de terugkeer
in een hem vijandig gezinde burgerwereld, krijgt schijnbaar geen vat op Theo
Finkensieper. “Ik voel me geen verslagen mens. Ik vind dat ik onterecht gezeten
heb, maar ik ben geen slachtoffer. Ik heb iets meegemaakt wat weinig mensen
meemaken, maar daar moet ik overheen zien te komen. Ik heb het verteerd, denk
ik.” Zeker geen vervelende tijd geweest, daar in strafgevangenis
Norgerhaven. “Nou ja,
het was wèl een gevangenisstraf. Maar slecht heb ik het er niet gehad, hoewel
de straf heel lang duurde. Ik heb geprobeerd mezelf bezig te houden. Ik heb in
m'n cel filosofie en kunstgeschiedenis gestudeerd. Elke avond een paragraaf
Heidegger gelezen. Ik had een grote vrijheid. 's Ochtends ging de deur van m'n
cel open en ik hoefde eigenlijk alleen maar te zorgen dat ik 's avonds op tijd
weer op m'n cel was. Het had ook iets prettigs, weten dat als de telefoon ging,
dat dat beslist niet voor jou was. Ik hoefde niet eens aan eten en drinken te
denken. Alles wordt volgens een vast stramien vóór jou gedaan. Je hebt totaal
geen sociale verantwoordelijkheid. Je hebt niks meer, en dat ervoer ik als een
bevrijding. Tijdelijk, in ieder geval. Het was een soort monnikenbestaan van
lezen en schilderen.” De laatste maanden zat hij in de open inrichting
Niendure in Almelo. Na het gesprek rijden we naar zijn gevangenis, een verbouwde villa,
veilig ver buiten de bebouwde kom. Hij haalt foto's van zijn schilderijen van
zijn kamer. Naïeve werken, warme kleuren. Typisch gevangeniskunst, tralies,
binnenplaatsen, verweerde deursloten. Veel gevoel voor de details. Ook
figuratieve voorstellingen. Hij laat een foto zien van een schilderij van drie
gezichtloze gestaltes in toga, met op de voorgrond een naakte man op handen en
knieën. Een rood stempel op het lijf: '6j', zes jaar, de straf die hij
uiteindelijk kreeg. Hij stuurde het schilderij op aan Winnie Sorgdrager bij
haar installatie als minister van justitie. Tijdens de
behandeling van zijn hoger beroep voor het gerechtshof in Arnhem trad
Sorgdrager op als procureur-generaal. “Ik heb een aardig briefje van haar teruggehad.”
De detentie heeft hem niet geknakt. Zedendelinquenten hebben het zwaar in de
bajes, ze zijn een makkelijk doelwit voor mishandeling en intimidatie.
Finkensieper wist dat hij nog een extra handicap had: hij was psychiater, geen
populair beroep onder gevangenen. Uiteindelijk viel het erg mee. “In de eetzaal
stonden ze in het begin wel eens op als ik bij ze aan tafel schoof. 'Ik wil
niet met jou aan tafel zitten', werd er dan gezegd. Ik zei dan: 'Dat is prima.
Dat is mijn probleem niet. Als je mij niet moet, moet je vooral gaan'.” Tot
fysiek geweld is het eigenlijk nooit gekomen. “Ja, als er een nieuwe gevangene
kwam, wilde zo iemand wel eens bravoure tonen en gaan schelden. 'Hé
Finkensieper, jij bent gek op kleine kutjes, hè'?' Ik liep dan recht op zo'n
vent af, beetje dreigend, dan ging ik 'm op het laatste moment straal voorbij.
Daarna was het over. Ik heb nooit echt last gehad. Ik zou ook niet bang geweest
zijn om te vechten. Dat voelen ze. Zedendelinquenten vertonen vaak een wat
angstig gedrag, dat heb ik niet.” Toen hij in Norgerhaven voor het eerst wilde
gaan werken in de boekbinderij en drukkerij, brak er een staking uit onder de
gedetineerden. Moordenaars, fraudeurs, drugsdealers en verkrachters wensten
niet met de ex-psychiater in één ruimte te verblijven. “Een hele toestand is
dat geworden. De directie heeft moeten ingrijpen. Zoiets was nooit eerder
gebeurd.” Hij merkte nogmaals hoe groot de weerstand was, toen hij in Utrecht
wilde meedoen aan een expositie van schilderijen van gedetineerden. Z'n
medegevangenen dreigden hun werk terug te trekken. “De directie van Norgerhaven
haalde bakzeil. Ze zagen die tentoonstelling liever niet in het honderd lopen.
Terwijl me was toegezegd dat ik mee mocht doen.” Kort daarna werd zijn werk,
buiten zijn medeweten, ook verwijderd uit het gevangenismuseum in Veenhuizen.
“Niemand heeft mij ooit verteld waarom. Ik heb ze voorgesteld kippegaas om mijn
schilderijen heen te zetten. Leuk toch, zo van: deze werken horen hier niet
thuis. Maar ze moesten daar weg. Later heb ik in Norgerhaven nog een hele gang
volgehangen met mijn schilderijen.” Voor sommige gevangenen werd hij
vertrouwenspersoon. “Ik heb voor een medegevangene liefdesbrieven geschreven.
Later kwam hij dat meisje in de bezoekerszaal aan me voorstellen. Ik heb ook
nogal eens gedetineerden bijgestaan voor de beklagcommissie en in negentig
procent van de gevallen gescoord.” Maar hij mocht niet meedoen aan de speciale
trainingen in sociale vaardigheid die gevangenen aan het eind van hun straf
krijgen. Ze vonden dat hij het niet nodig had. Hij voelt zich als een klein
kind buitengesloten. “Ze zagen me als een bedreiging.” Sinds juli had hij
een baantje bij de gemeente Almelo. Groenvoorzieningen inventariseren. “Ik heb de plantsoenen in kaart gebracht. Werk van
niks natuurlijk. Maar wel lekker veel buiten, met dat mooie weer van de
afgelopen tijd.” Hij kent na vijf maanden plantsoenendienst feilloos de weg in
Almelo. Het is droevig gesteld met het openbaar groen in het Twentse stadje,
concludeert hij. Die naam. Finkensieper. Nee, nooit overwogen 'm maar te
veranderen. Hij zou dat als verraad zien aan zijn vader. Ook zijn vijf kinderen
voelen daar niets voor. Het is destijds misgegaan toen hij op televisie in een praatprogramma
bij Paul Witteman verscheen. Hij besloot zijn naam voluit te laten noemen. Niet 'F.' of
'dokter F.'. Hij vond dat 'ie onschuldig was en dat een initiaal juist het
tegendeel suggereerde. “Maar na die uitzending is de hele pers me Finkensieper
gaan noemen, terwijl je zo'n naam op tv zo weer vergeet, maar als 'ie in alle
kranten gedrukt staat, vergeet niemand 'm meer.” Hij heeft geen goed woord over
voor de media, die - ook volgens zijn advocaat - de verhalen van de ex-pupillen
breed uitmeetten, maar zijn kant van het verhaal negeerden. “Ik ben gewoon voer
geweest, emotioneel voer. En ik ben het nòg.” Hij merkt dat de mensen om hem
heen verstarren als hij in winkels zijn naam noemt. “Het maakt me niet uit, ik
ga er niet geheimzinnig over doen. Ik ga niet fluisteren of zo.” Op zijn
tijdelijke werk nam hij gewoon de telefoon op met: 'Finkensieper,
Groenvoorzieningen.' “Het heeft ook wel iets makkelijks, mensen moeten meteen
hun positie bepalen. Ze krijgen niet de kans op voorhand al te zeggen: met die
man wil ik niks te maken hebben.” De naam Finkensieper, onlosmakelijk verbonden
met de Heldringstichtingen in Zetten, was voor de gemeente Valburg in 1991 niet
langer houdbaar. Op verzoek van drie gezinnen die aan de laan woonden en het
stichtingsbestuur werden de bordjes verwijderd. Hij is er nòg verbolgen over.
“De laan was genoemd naar mijn vader.” De relatie met Zetten, het dorp waar hij
werd geboren, naar de lagere school ging en na zijn studie terugkeerde als
kinderpsychiater, houdt hem nu nog het meest bezig. “Ik kan eigenlijk niet meer
komen in het dorp waar ik ben opgegroeid. Dat zijn rare dingen, waar ik nog
niet klaar mee ben. Het dorp is gespleten, nog steeds. De helft staat aan mijn
kant, de andere helft aan de kant van de aangeefsters.”
Achteraf kan hij het moment waarop het volgens hèm fout ging, nauwkeurig
bepalen. “In 1985 ben ik behandelend directeur geworden voor de
hele inrichting. Dat had ik nooit moeten doen. Ik had gewoon psychiater moeten blijven
bij De Lingewal, een afdeling van de Heldringstichtingen. Op een gegeven moment had ik alle
touwtjes in handen. Alle macht bij de behandeling van de pupillen was verenigd
in één persoon. Ik woonde op het terrein, ik was een soort pater familias, er
heerste een gezinssfeer, pupillen kwamen bij ons aan huis. En ik deed alles
zelf. Ik nam de besluiten tot isolatie van pupillen, ik stuurde ze door naar
andere inrichtingen. Dat roept reacties op. Het was één grote draaikolk, waarin
alles verzonk. Dat was niet goed. Ik had moeten opstappen.”
Maar hij bleef. Amper vijf jaar later stond hij voor de strafrechter.
“Dat het bestuur van de Heldringstichtingen mij heeft ontslagen, kan ik billijken. Het was
immers bekend geworden dat ik buitenechtelijke kinderen had en je kunt je
afvragen of je dan nog in zo'n positie naar behoren kunt functioneren. Maar
voor een strafrechtelijke vervolging was er geen enkele reden.” De officier van
justitie vond van wel. Het is moeilijk de getuigen niet te geloven. Het waren
schokkende verhalen, die op tal van punten met elkaar overeenkwamen. “Jazeker,
maar ik denk dat als ik zou kunnen vertellen wat mijn verhaal was, dan zou het
moeilijk zijn mij niet te geloven. Het strafrecht is te grofmazig, is beslist
ongeschikt voor zedenzaken. Dat is aan alle kanten gebleken. En in mijn zaak
heeft de rechter zich uitsluitend gebaseerd op de processen-verbaal. Er is
geweigerd de aangeefsters op te roepen, of hun dossiers op te vragen. Daarom
stappen we ook naar het Europese Hof van Justitie in
Straatsburg. We
moeten het nu afmaken. Als ik zou stoppen, zouden ze zeggen: hij durft niet
meer. Ik vind dat ik geen eerlijk proces heb gehad.” Geen wrok dan? Niets? Hij
haalt zijn schouders op. “Hoeveel mensen krijgen de kans iets heel nieuws te
beginnen in hun leven? Zetten was zo absorberend. Ik was mijn vader in zijn
voetsporen gevolgd. In een gang ergens in een gebouw van de Heldringstichtingen
hing dat rijtje portretten van patriarchen die Zetten door de jaren leidden:
Heldring, Lammerts van Bueren, mijn vader. Ik was bezig in datzelfde rijtje
terecht te komen. Misschien was wat er met mij is gebeurd een hele ingewikkelde
oedipale vadermoord. En dan niet alleen op m'n vader, maar op al die regenten.
Het was een machtig oedipaal gezelschap, hoor. Daar zijn gekke dingen gebeurd.
Ze zijn nu bezig een gesloten inrichting te maken van de voormalige
directeurswoning op het terrein. Dat is toch bizar. Ik heb altijd geprobeerd de
boel daar open te gooien. Nu komen er hekken en bewakingscamera's. Terwijl
opvoeden èn opsluiten onverenigbaar zijn.” Hij heeft vier jaar van binnenuit kunnen zien hoe het Nederlandse
gevangeniswezen functioneert. “Wat mij is opgevallen, is dat de economische
wetten in de samenleving, binnen gevangenismuren onverkort gelden. Slecht werk
wordt het slechtst betaald. Ze leren mensen een vak met het doel dat ze zich
straks een plaats kunnen verwerven in de maatschappij, terwijl iedereen weet
dat ex-gevangenen die plek nooit zullen krijgen. Ze maken mensen niet duidelijk
dat leren om het leren ook heel aardig kan zijn. Het leven achter die muren is
zozeer een afspiegeling van de maatschappij, dat het aan veranderingsprocessen
niets, niets, oplevert. De gokkers gokken, de snuivers snuiven, de handelaren
handelen. Er verandert niets. Er wordt niet gekeken naar wat mensen kunnen.” In
Norgerhaven zat Finkensieper op de IBA, de individuele behandeling
afdeling. “Een deel van
de gedetineerden daar was ex-psychatrisch patiënt. Ik heb daar veel gehad aan
mijn studie. Heel wat gesprekken gevoerd met gedetineerden. Ik moest ook vaak
psychiatrische rapporten duiden. Daar kwam me in zekere zin m'n
inrichtingservaring te pas. Ik wist wat leefgroepen waren, hoe het
groepsproces, de groepsdynamiek werkte.” Hij vindt het een grof schandaal hoe
er in het gevangeniswezen wordt gesold met de ter beschikking gestelden,
gestoorde gevangenen die voor dwangbehandeling in aanmerking komen. “Je zag ze
bij ons opknappen, die mensen met TBS. En tegen de tijd dat ze terug moesten
naar het huis van bewaring, vanwege de lange, lange wachtlijsten voor
TBS-klinieken, zag je ze vervolgens volkomen afknappen. Verschrikkelijk. We
hebben petities geschreven naar Den Haag, maar er was geen vinger tussen te
krijgen. Ze worden gewoon teruggedonderd.” Kort nadat zijn vonnis
onherroepelijk was geworden, rekende hij rigoureus af met de psychiatrie. Het Medisch
Tuchtcollege èn de burgerlijke rechter verboden hem zijn vak ooit nog uit te
oefenen, omdat hij op grove wijze het vertrouwen in de medische stand had
geschonden. “Ach,
pijnlijk? Ik heb mijn boekenkast uitgeruimd. Vijfhonderd boeken over
psychiatrie, pedagogiek en psychologie verkocht aan De Slegte. Ik kreeg er nog
300 gulden voor, dat viel me mee. Er zat veel tinnef bij. Ik heb alleen het
rijtje Freud nog laten staan, maar achteraf heb ik daar nog spijt van ook.”
Finkensieper naar het Europese Hof -- 3 november
1995 -- NRC Handelsblad – NIJMEGEN - Th. Finkensieper,
de voormalige directeur van de Heldringstichting in Zetten die tot zes jaar is veroordeeld wegens seksueel misbruik
en intimidatie van minderjarige meisjes, is naar het Europese Hof gestapt. Hij wil dat het
hof uitspreekt dat hij geen eerlijk proces heeft gehad. Dat heeft Finkensiepers
raadsman bevestigd.

Veroordeelde Finkensieper overleden -- 6 mei 1999 – Reformatorisch Dagblad -- NIJMEGEN – Theo Finkensieper,
de psychiater van de Heldringstichtingen in Zetten die in 1992 tot 6 jaar cel werd veroordeeld omdat
hij meisjes uit de gesloten inrichting seksueel had misbruikt, is vorige week
overleden. Finkensieper was al geruime tijd ziek. Hij heeft tot zijn dood
ontkend dat hij schuldig was. De politie pakte de psychiater in 1989 op na
klachten over misbruik. Zijn ex-pupil Annie Bijnoord stapte als eerste naar de politie. Zij richtte het Steunpunt
Zetten op, waar een
stroom klachten over het gedrag van de arts binnenkwam. Uiteindelijk bleven er zeven aanklachten over. De zaak kreeg erg veel publiciteit. Dat kwam
onder andere doordat het steunpunt nietsverhullende advertenties tegen de arts
plaatste en in zijn woonplaats Nijmegen affiches ophing, waarin Finkensieper de ”Mengele
van Zetten” werd genoemd. Bijnoord schreef bovendien een boek. Finkensieper
vocht door tot aan de Europese Commissie voor de Rechten van de Mens, omdat hij
geen eerlijk proces zou hebben gehad. Hij verloor en kwam 2 jaar geleden na het
uitzitten van zijn straf op vrije voeten.
Aanvulling Red. MdH dd. 28 december 2004: Prof. Dr. Willem Albert Wagenaar (1941), hoogleraar
experimentele psychologie, trad als
getuige-deskundige in de zaak tegen psychiater Finkensieper op.
Advocaat mr. Gerard Spong verdedigde de psychiater.
In het artikel 'Sex,
drugs en rock & roll: sexuele grensoverschrijding in
hulpverleningsrelaties' van Rene Stommel (2001) valt te lezen:
"... Rond 1995 waren er schokkende casus zoals van de alom gerespecteerde
Dik Oudshoorn bijvoorbeeld, die zich suïcideerde nadat was uitgekomen dat hij
onzedelijkheid had betracht in relatie tot een minderjarige cliënt, of van de Rekkense psychiater Finkensieper,
die het met talloze aan hem toevertrouwde jonge meiden had gedaan...". Lees
ook de artikelen van 3 november 1995 en 19 juni
Th.
Finkensieper (65) overleden – 6 mei 1999 –
NRC – ROTTERDAM - Voormalig
directeur-psychiater drs. H.O.Th. Finkensieper van de Heldring Stichtingen in Zetten is vorige week op 65-jarige
leeftijd overleden. Finkensieper werd in 1990 veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf en elf jaar
beroepsverbod wegens seksueel misbruik van moeilijk opvoedbare meisjes in
de Betuwse inrichting.
www.misbruikdoorhulpverleners.nl