- Archief: Nieuws GOG Gezondheidszorg Nederland -

 

 

2003

 

 

Het einde van de zwarte balkjes 19 juni 2003 – Trouw (Esther Scholten) – “…Er zijn ook verdachten die zelf de publiciteit zoeken, zoals Theo Finkensieper. Volgens Schaepman worstelden de media toen, wederom eind jaren tachtig, voor het eerst met het gebruik van de initialen. Sommige media bleven de wegens seksueel misbruik veroordeelde psychiater F. noemen, terwijl hij in andere media zelf interviews gaf…”.

 

Nederlandse arts praktiseerde zonder licentie in Calpe, Spanje 16 april 2003 – Vikingposten nummer 14 (een wekelijks verschijnende Scandinavische krant voor de Costa Blanca, Spanje) – “Een Nederlandse arts moest 15.000 euro boete betalen omdat hij in Calpe, Spanje, zonder over de hiervoor nodige licentie te beschikken een praktijk runde. De arts werd al in 1996 in Nederland uit het BIG-register geschrapt. Daar liepen onderzoeken wegens het foutief opmaken van een overlijdensakte evenals voor het voorschrijven van medicijnen. Spaanse autoriteiten hebben zijn praktijk in Calpe gesloten toen zij op de hoogte kwamen van de Nederlandse situatie. Maar de arts ging desondanks door met het behandelen van patiënten. Een bewoner van Calpe die stelde dat de arts in de afgelopen maand zijn echtgenote had bedreigd, attendeerde de politie op de arts en verzocht politie een onderzoek in te stellen ten aanzien van de praktijk van de arts. Ook de Nederlandse politie zal de beschuldiging dat de arts in 1993 in een fraudezaak verwikkeld zou zijn geweest, nader onderzoeken. Toen was hij in de buurt van Rotterdam werkzaam.” Zo bericht de Vikingposten. (Vertaling van het Noorse nieuwsartikel: redactie MdH). 

 

 

Therapeutes hadden relatie met tbs'ers – Vrouw-vrouw misbruik -- 3 november 2003 -- Metro & Utrechts Nieuwsblad -- OOSTRUM –Twee therapeutes van tbs-kliniek De Rooyse Wissel in het Venrayse kerkdorp Oostrum hadden een geheime liefdesrelatie met twee van hun patiënten. Dat bleek uit een intern onderzoek van de kliniek. Een hulpverleenster wacht ontslag, de ander had de kliniek al verlaten voordat de relatie aan het licht kwam. Relaties tussen behandelaars en patiënten zijn strikt verboden.” Zo bericht Metro.

 

Therapeutes hadden relatie met tbs'ers Vrouw-vrouw misbruik -- 1 november 2003 – De Telegraaf – “Twee therapeutes van tbs-kliniek De Rooyse Wissel in het Venrayse kerkdorp Oostrum hadden een geheime liefdesrelatie met twee van hun patiënten. Dat blijkt zaterdag uit een intern onderzoek van de kliniek, zo meldt een woordvoerder van de instelling. Een van de hulpverleensters wacht ontslag, de ander had de kliniek al verlaten voordat de relatie aan het licht kwam. Relaties tussen behandelaars en patiënten zijn strikt verboden, onder meer vanwege het veiligheidsrisico. Volgens de directie van de kliniek zijn voorzover bekend de veiligheid en de voortgang van de behandeling niet in het geding geweest. De directie kwam vorige week achter het bestaan van de verhoudingen. Tijdens het onderzoek naar de eerste liefdesrelatie, die inmiddels was beëindigd, kwam de tweede aan het licht. De therapeute en de patiënt hadden al anderhalf jaar in het diepste geheim een verhouding. Na een intern onderzoek werd de therapeute deze week met de feiten geconfronteerd. Zij gaf die toe en is sindsdien geschorst. De therapeute zal worden ontslagen. Dat weerhoudt de hulpverleenster er echter niet van haar relatie voort te zetten, meldde de directie.” Zo bericht De Telegraaf.

 

Ontucht therapeut niet bestraft

22 oktober 2003

Kronkel – Stadskrant over psyche & psychiatrie

AMSTERDAMDe Amsterdamse psychotherapeut Freek F. werd op 2 september jl. door de strafrechter schuldig bevonden aan ‘ontucht met misbruik van gezag’, maar kreeg geen straf opgelegd. De eis van de Officier van Justitie luidde: vier maanden voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van twee jaar. De eisende partij was niet tevreden met de uitspraak. Volgens de 34-jarige vrouw uit Amstelveen, die zich Jeannette noemt, gaf de rechter blijk van veel begrip voor de therapeut: hij was ontslagen door het AMC, de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) en Jeannette hadden een klacht tegen hem ingediend bij het Regionaal Tuchtcollege (RTC), hij moest weg uit zijn groepspraktijk en leeft tegenwoordig van een WAO-uitkering. Wel gaf hij aan nog ongeveer negen cliënten per week te behandelen. Volgens Jeannette zijn dat er negen te veel en zij wil dat hij een beroepsverbod krijgt: “F. beseft simpelweg niet dat hij schade heeft aangericht. En de kans op herhaling bij grensoverschrijders is hoog; tussen de 30% en 80%”. Maar het RTC heeft F. niet geschorst maar slechts ‘een berisping’ opgelegd. Wel heeft de IGZ vorig jaar in april aan F. gevraagd om – hangende de zaak - zijn werk neer te leggen. Het was trouwens uitzonderlijk dat de IGZ ook een klacht indiende en dat er een spoedprocedure in werking werd gesteld. Over de recidivekans lopen de meningen uiteen. De IGZ, het AMC, de Nederlandse Vereniging van Vrijgevestigde Psychotherapeuten (NVVP) en het Zorgkantoor zitten op dezelfde lijn. F. zelf heeft alleen maar toegegeven dat hij ‘een seksuele relatie met Jeannette had, omdat hij verliefd was’. Dat hij hulp heeft gezocht en een schadevergoeding heeft betaald, bewijst volgens hem dat er geen kans is op herhaling. Meerdere, individuele klachten Volgens Jolijn Beukering, jurist op het gebied van gezondheidszorg bij de Stichting De Ombudsman, is het nogal uitzonderlijk dat de IGZ gelijktijdig met de eerste klager een klacht indient bij het Regionaal Tuchtcollege. Zij vermoedt dat er sprake moet zijn van meerdere, individuele klachten tegen F. Maar volgens een woordvoerder van de IGZ is het gebruikelijk om naast de klagende partij bij het RTC een klacht in te dienen wanneer er kans is op recidive. De IGZ acht schorsing van F. niet opportuun. “Wanneer we een psychotherapeut uit het BIG-register schrappen, kan hij zijn praktijk voortzetten als ‘therapeut’. Dan hebben we helemaal geen middelen om in te grijpen, wanneer dat nodig zou blijken”, aldus de woordvoerder. Feit blijft dat zijn oude groepspraktijk cliënten naar F. blijft doorverwijzen alsof er niets aan de hand is. Ook staat hij nog als psychotherapeut geregistreerd bij de NVVP, die overigens  de RTC uitspraak en de klacht van de IGZ aangreep om het Zorgkantoor te verzoeken F.’s AWBZ contract in te trekken. Dat de eigen beroepsgroep F. niet geschikt acht voor zijn vak, zegt veel over de simpele ‘berisping’ van het Tuchtcollege.” zo bericht Kronkel. [De uitspraak van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag (hoger beroep) kunt u vinden op: www.tuchtcollege-gezondheidszorg.nl – uitspraken van 13 januari 2004 – nr.: 2003.056.]

 

Medewerker thuiszorg verkracht vrouw van 78

22 oktober 2003

AD

SCHIEDAMEen voormalige medewerker van de Thuiszorg Nieuwe Waterweg Noord is vorige week aangehouden door de politie op verdenking van verkrachting van een 78-jarige vrouw. Hij wordt er ook van verdacht een 86-jarige vrouw seksueel te hebben lastig gevallen. Vrijdag werd hij voorgeleid aan de officier van justitie. Op last van de rechter-commissaris zit hij nog vast. De 29-jarige Schiedammer werd in juni ontslagen door de Thuiszorg nadat de 78-jarige vrouw melding had gemaakt van de verkrachting. Het bedrijf onderzocht de klacht en stuurde hem weg. Noch het slachtoffer noch Thuiszorg deed aangifte van de verkrachting. De vrouw besloot alsnog naar de politie te stappen na het zien van het tv-programma Opsporing Verzocht van 6 oktober. Daarin werd de zaak van een 86-jarige stadgenote behandeld. Die was verkracht toen ze op weg naar huis was van de begraafplaats waar haar man begraven ligt. Dat gebeurde op klaarlichte dag. De beschrijving van de dader stemde overeen met die van de man die haar had verkracht dat de 78-jarige vrouw aangifte deed. Ze kon de politie nog zoveel details vertellen over de 29-jarige man dat hij werd aangehouden.

 

Ontucht geen reden praktijk te stoppen

17 september 2003

Amsterdams Stadsblad
AMSTERDAM –
De relatie tussen psychotherapeut en cliënt dient van smetten vrij te zijn. Een 34-jarige Amstelveense ervoer dat niet alle therapeuten hun beroepsethiek serieus nemen. Ze werd anderhalf jaar lang door haar therapeut misbruikt. Tuchtcollege en strafrechter stelden de Amstelveense in het gelijk maar de therapeut mag toch blijven werken. Het kostte mij tijdens de therapieën soms moeite om mij niet door koesterende gevoelens voor dit aantrekkelijke, eenzame en aanhankelijke meisje te laten overspoelen. Ongeveer vijf jaar later kwam ik haar op straat tegen. Het ging haar goed. 'Weet je', verzuchtte zij, 'dat je de enige therapeut was die niet met mij is gaan vrijen'. Dit fragment komt uit een circulaire van de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Jeannette (34) trof een therapeut die minder stevig in zijn schoenen stond, de inmiddels 55-jarige F.F. Een recente scheiding en jeugdtrauma's hadden Jeannette zes jaar geleden zodanig van haar voetstuk gebracht dat ze bij het AMC aanklopte, waar F. werkzaam was. Ze kwam in dagbehandeling. “F. liet merken dat hij mij zag zitten, heeft later ook toegegeven dat hij erotische gevoelens voor mij koesterde. Ik was daar in mijn toestand gevoelig voor,'' vertelt Jeannette. De vakliteratuur spreekt van overdrachtsgevoelens. Een seksuele relatie was er in het AMC nog niet, alleen een broeierige sfeer. Niet op haar gemak ging Jeannette bij de leiding te rade. Die besloot de individuele behandeling door F. stop te zetten, tot woede van de therapeut. Jeannette: ,,Zich van geen kwaad bewust.'' ,,Hoewel ik moeite had met zijn gedrag bleef ik op hem gesteld,'' zegt Jeannette achteraf. Na het AMC kwam ze bij een andere psychotherapeut. Dat beviel niet en dus benaderde ze F. weer, die naast zijn baan in het AMC in een groepspraktijk in Oud-West werkte. ,,Ik heb nog gevraagd 'F., voel je echt niets meer voor mij, want dat zou ik niet willen'. Hij antwoordde ontkennend.'' Jeannette: ,,Dat bleek gejokt. Ik had in die tijd een Noorse vriend, was gelukkig en zou voor een paar weken naar Oslo afreizen. F. ontpopte zich als jaloers, probeerde mij die relatie uit het hoofd te praten. Vlak voordat ik zou vertrekken, ik was toen al ruim een jaar weer bij hem in therapie, nam hij mij in zijn armen. Ik was overdonderd, verward. Ik schreef hem en vroeg hem langs te komen om erover te praten. In plaats van alles uit te praten, ontstond er die avond iets anders. F. bleef. De kater kwam al meteen de volgende ochtend. Het was niet de eerste keer dat hij als therapeut faalde, biechtte hij snikkend op. Hij vertelde ook dat hij als schizoïde gediagnosticeerd was. Was dat de therapeut die ik al die tijd had vertrouwd?'' De therapie werd niet direct beëindigd. Er was nog een half jaar te gaan. ,,F. wilde dat afmaken maar ik wilde stoppen, omdat ik voelde dat relatie en therapie niet samenging.'' Relaties tussen therapeut en cliënten blijken binnen de beroepsgroep gevoelig te liggen. Een collega van F. wil commentaar geven maar niet met zijn naam in de krant: ,,Als therapeut ben je kwetsbaar.'' Psycholoog/psychotherapeut W. is stellig: ,,Tijdens een therapie is het hebben van iets anders dan een behandelrelatie uit den boze, tot minimaal een half jaar na beëindiging. En dat is kort, misschien moet je zeggen: Begin nooit iets met een ex-cliënt.'' W. is lid van de Nederlandse Vereniging van Vrijgevestigde Psychotherapeuten. De beroepscode is op de NVVP-site na te lezen (www.nvvp.nl). W. vindt het gedrag van zijn collega ronduit verwerpelijk: ,,Als therapeut voel ik mij erdoor besmeurd. Afgezien van de enorme schade die het slachtoffer is berokkend, lijdt de hele beroepsgroep onder zulk onprofessioneel handelen. Ons werk valt of staat bij het vertrouwen dat cliënten in ons kunnen stellen. Psychotherapie is geen marktplaats voor het aangaan van relaties, hoe verliefd je ook bent.'' Het kan gebeuren dat je gevoelens voor een cliënt ontwikkelt, of andersom. Door de aard van het werk is het risico levensgroot. Juist daarom ligt het zo precair. Al kruipt een bloedmooie cliënte poedelnaakt op je schoot, dan heb je er nog vanaf te blijven en de situatie direct onder controle te brengen,'' aldus W. Onder controle was de relatie tussen F. en Jeannette geen moment. ,,Ik zat gevangen, emotioneel. Wilde er vanaf maar wist niet hoe. Pas nadat ik het al een keer had uitgemaakt, maar ook weer was bezweken, begon ik hulp te zoeken.'' Jeannette klopte na veel aarzelingen bij het AMC aan. Per slot van rekening was alles daar begonnen. F. werd ontslagen. Jeannette: ,,Voor zover ik weet, heeft meegespeeld dat F. geen enkel schuldbesef toonde.'' Na drie pogingen wist Jeannette zich, na anderhalf jaar, van de relatie te bevrijden. Ze maakte melding van het misbruik bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg, alarmeerde de groepspraktijk en deed aangifte bij de politie. Het onderhouden van een seksuele relatie tussen therapeut en cliënt is niet alleen tegen de beroepsregels maar ook in strijd met het Wetboek van Strafrecht. Bovendien maakt een veroordeling de weg vrij voor het eisen van schadevergoeding. De Inspectie nam Jeannette’s klacht pas na lang aandringen in behandeling: ,,Men leek er niet goed raad mee te weten. Ik was vastbesloten ervoor te zorgen dat F. niemand anders zou kunnen beschadigen, in herhaling zou vallen. De Inspectie is er voor om in zulke gevallen in te grijpen en kan iemand uit zijn ambt zetten.'' Toen de Inspectie uiteindelijk toch actie ondernam, was de conclusie helder. In een schrijven aan het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam stelt de inspecteur mr. F. ten Cate-Adema: 'De Inspectie heeft besloten om, naast een eventuele klacht van de betrokken klaagster, ook zelf een klacht in te dienen (bij het Tuchtcollege, red.) omdat de heer F. - geconfronteerd met de feiten - niet duidelijk blijk gaf de ernst van de situatie in te zien. Bij de Inspectie is daardoor twijfel ontstaan over de vraag of herhaling uitgesloten kan worden'. Het Tuchtcollege deelt de zorg van de Inspectie niet. Na een spoedprocedure 'vanwege de ernst van de klacht' verklaart het college F. schuldig maar acht hem voldoende gestraft. F. mag doorwerken. De rechter komt begin september tot een eensluidend oordeel. Argumentatie: F. verklaarde tegenover het Tuchtcollege dat hij 'onjuist heeft gehandeld'. Hij was overspannen zonder het te merken, en daardoor extra kwetsbaar, aldus zijn verweer. Voorts was sprake van 'wederzijdse diepgewortelde affectieve gevoelens' en hij heeft naar eigen zeggen 'beslist geen misbruik van de situatie gemaakt'. Het blijft bij een berisping. Jeannette: ,,Onbegrijpelijk. Er is zelfs geen psychologisch onderzoek geweest. Waar baseert het Tuchtcollege zich op? Hij heeft nota bene tegenover het college verklaart: ‘Jeannette had meer aandacht nodig en ik ook.’ Dat zegt toch wel wat over zijn mentale staat, nog afgezien van het gruwelijke feit dat hij suggereert dat ik om die relatie heb gevraagd.'' Het Tuchtcollege wil over de zaak niet meer kwijt dan wat in het vonnis staat. Ook op de vraag hoe het ontucht met cliënten doorgaans onderzoekt blijft een antwoord achterwege, hoewel de website van het Tuchtcollege 'maximale openheid' predikt. De woordvoerster: ,,Zo vaak komt ontucht niet voor.'' W.: ,,Onzin. Zo'n vonnis bevestigt het idee, ook mijn idee, dat men elkaar de hand boven het hoofd houdt. Er is veel schroom over dit onderwerp. Het vonnis gaat bovendien voorbij aan de schade die bij het slachtoffer is aangericht. Jaren van therapie door de gootsteen. En wat stelt zo'n berisping voor? Worden verwijzers (artsen, collega therapeuten, red.) gewaarschuwd?'' Dat is niet het geval. Voor zover uitspraken worden gepubliceerd, bijvoorbeeld op internet, gebeurt dat geanonimiseerd. De NVVP vermeldt F. nog steeds op haar website als 'door de overheid geregistreerd psychotherapeut, die dus aan de kwaliteitsnormen voldoet'. De Inspectie legt zich bij de uitspraak van het Tuchtcollege neer. De woordvoerster: ,,Hoger beroep maakt weinig kans. Bovendien, als F. zijn beroep niet meer mag uitoefenen als geregistreerd therapeut hebben we geen zicht meer op hem. Hij hoeft alleen maar het woordje 'psycho' te schrappen en kan als alternatieve therapeut doorgaan. Nu kunnen we hem nog in de gaten houden.'' Hoe, wil de woordvoerster niet zeggen: ,,Want dan weet hij het ook.'' F. weigert commentaar. Telefonisch antwoordt hij: ,,Van de rechter mag ik mijn vak blijven uitoefenen.'' Doet u dat ook? Na enige aarzeling: ,,Daar geef ik geen antwoord op.'' Volgens Jeannette werkt hij verder. ,,Een vriendin kreeg zijn telefoonnummer via de groepspraktijk in Oud-West, zonder waarschuwing.'' Een therapeut van de groepspraktijk stelt dat F. daar al enige tijd niet meer werkt: ,,Hij is in goed overleg vertrokken.'' Over het niet waarschuwen en naar F. doorverwijzen van cliënten: ,,We volgen het Tuchtcollege, en dat verbiedt hem niet door te werken. Of F. nog werkzaam is als therapeut, weet ik trouwens niet.'' Jeannette is ondertussen met een lotgenote, misbruikt door een vrouwelijke therapeut, bezig een website in te richten waar slachtoffers hun hart kunnen luchten, met medeslachtoffers in contact kunnen komen en advies kunnen inwinnen. De site gaat in oktober de lucht in, het adres is nog niet bekend. Zelf zoekt Jeannette (06-137.717.47) ex-cliënten of collega's van F., die haar meer over hem kunnen vertellen en die wellicht haar vrees bevestigen staven dat de kans op herhaling groot is.” zo bericht het Amsterdams Stadsblad.
[De uitspraak van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag (hoger beroep) kunt u vinden op: www.tuchtcollege-gezondheidszorg.nl – uitspraken van 13 januari 2004 – nr.: 2003.056.]

                                                                                                                                                

Tien aangiftes tegen arts in opleiding wegens ontucht -- 13 september 2003 -- RTL Nieuws -- “Tien vrouwen hebben inmiddels een aanklacht ingediend tegen een student geneeskunde (43) wegens ontucht. Dat zegt een woordvoerster van het Reinier de Graaf Gasthuis in Delft. De man is afkomstig uit Irak en wordt ervan verdacht dat hij zich tijdens zijn stage op de afdeling gynaecologie heeft vergrepen aan zes patiënten en vier medewerksters. In juli deden al drie patiënten en vier medewerksters aangifte bij de politie. De directie stelde daarop direct een intern onderzoek in” zo bericht RTL Nieuws.

 

Justitie-onderzoek tegen arts in opleiding

28 juli 2003

ANP

DELFT“Het Openbaar Ministerie (OM) is een onderzoek begonnen tegen een student geneeskunde die tijdens zijn stage in het Reinier de Graaf Gasthuis in Delft ontucht gepleegd zou hebben. Het ziekenhuis maakte dat maandag bekend. Tegen hem deden volgens een woordvoerster tot nu toe zeven mensen aangifte. Het Delftse hospitaal maakte de zaak samen met het Erasmus Medisch Centrum bekend, omdat de verdachte daar zijn opleiding volgde. Hij heeft tot vlak voor de zomer zes weken stage gelopen op de afdeling gynaecologie van het Reinier de Graaf Gasthuis. Zowel medewerkers als patiënten deden aangifte. De verdachte is geschorst van zijn opleiding.” zo bericht het ANP.

 

Voorwaardelijke celstraf voor ontucht met patiënte

23 juli 2003

HILVERSUM - Een 54-jarige Almeerder is dinsdag door de Hilversumse politierechter S. van Merwijk veroordeeld tot twee maanden voorwaardelijke celstraf. Hij werd schuldig bevonden aan het plegen van ontucht met een 83-jarige patiënte van verzorgingstehuis Oudergaard in Kortenhoef. De man pleegde het seksueel misbruik toen hij nachtverpleegkundige was in het verzorgingstehuis. Officier van justitie D. Goudriaan had vier maanden voorwaardelijk geëist. De verpleegkundige bekende de handelingen te hebben gepleegd, maar pas nadat de patiënte over zijn misdragingen aan een andere verpleegkundige had verteld. Verzorgingstehuis Oudergaard ontsloeg de man vervolgens op staande voet en deed aangifte bij de politie en het medisch tuchtcollege. De strafzaak tegen de Almeerder is al een keer eerder door de Hilversumse politierechter behandeld, maar die besloot toen de uitspraak van het medisch tuchtcollege af te wachten. Dit college zette eind vorig jaar de verpleger voor één jaar uit het beroep. De Almeerder zou volgens het medisch tuchtcollege ernstig hebben gefaald in de uitoefening van zijn beroep. Het is niet bekend of de Almeerder in de toekomst van plan is het beroep van verpleegkundige weer op te pakken. Tijdens de zitting van het medisch tuchtcollege in oktober verklaarde de man dat hij wel de verpleging in móet, omdat hij geen andere diploma's heeft en tenslotte zijn gezin moet onderhouden. De Almeerder blijft de komende twee jaar onder toezicht van de reclassering.” zo bericht Bert-Jan Klein. [Zie ook het bericht van 6 december 2002 hieronder.]

 

Opdringerige psychotherapeut berispt voor intiem contact -- 23 juli 2003 – ANP -- GRONINGEN – “Het Regionaal Tuchtcollege in Groningen heeft een psychotherapeut van GGZ Drenthe berispt. Het college is van oordeel dat de hulpverlener zich niet professioneel jegens een vrouwelijke cliënt uit Emmen heeft gedragen. Dat heeft een woordvoerder woensdag laten weten. De vrouw was tussen 1991 en 2000 in behandeling bij de therapeut. Volgens de vrouw heeft de man zich de laatste jaren voortdurend in haar privé leven aan haar opgedrongen. De man zou haar na een intiem etentje op de mond hebben gekust en haar intieme brieven hebben gestuurd. Tijdens therapeutische sessies aan huis fantaseerde de arts over een gezamenlijke vakantie. De man stelde dat zijn daden pasten in zijn therapeutische aanpak. Hij vindt het onrechtvaardig dat tien uur therapie tegen hem worden gebruikt, terwijl hij meer dan zeshonderd uur met de vrouw doorbracht. Volgens de woordvoerder van het college moeten de gevolgen van een berisping voor een therapeut niet worden onderschat. "Zo'n straf gaat vrije beroepsbeoefenaars niet in de koude kleren zitten."”  zo bericht het ANP.

 

Voorwaardelijke celstraf voor ontucht met patiënte -- 23 juli 2003 -- De Gooi -- HILVERSUM - Een 54-jarige Almeerder is dinsdag door de Hilversumse politierechter S. van Merwijk veroordeeld tot twee maanden voorwaardelijke celstraf. Hij werd schuldig bevonden aan het plegen van ontucht met een 83-jarige patiënte van verzorgingstehuis Oudergaard in Kortenhoef. De man pleegde het seksueel misbruik toen hij nachtverpleegkundige was in het verzorgingstehuis. Officier van justitie D. Goudriaan had vier maanden voorwaardelijk geëist. De verpleegkundige bekende de handelingen te hebben gepleegd, maar pas nadat de patiënte over zijn misdragingen aan een andere verpleegkundige had verteld. Verzorgingstehuis Oudergaard ontsloeg de man vervolgens op staande voet en deed aangifte bij de politie en het medisch tuchtcollege. De strafzaak tegen de Almeerder is al een keer eerder door de Hilversumse politierechter behandeld, maar die besloot toen de uitspraak van het medisch tuchtcollege af te wachten. Dit college zette eind vorig jaar de verpleger voor één jaar uit het beroep. De Almeerder zou volgens het medisch tuchtcollege ernstig hebben gefaald in de uitoefening van zijn beroep. Het is niet bekend of de Almeerder in de toekomst van plan is het beroep van verpleegkundige weer op te pakken. Tijdens de zitting van het medisch tuchtcollege in oktober verklaarde de man dat hij wel de verpleging in móet, omdat hij geen andere diploma's heeft en tenslotte zijn gezin moet onderhouden. De Almeerder blijft de komende twee jaar onder toezicht van de reclassering.” zo bericht Bert-Jan Klein.

 

Beroepsverbod en 1,5 jaar cel voor nachtverpleger -- Celstraf voor ontucht met stervende -- 9 februari 2003 – ANP -- “De rechtbank in Amsterdam heeft de verpleegkundige R.S. uit Lelystad veroordeeld tot 18 maanden cel en een beroepsverbod van 3,5 jaar. De rechter achtte bewezen dat de 63-jarige nachtverpleger ontuchtige handelingen heeft gepleegd met een 78-jarige ernstig zieke patiënte. S. verpleegde gedurende een aantal nachten de patiënte die stervende was. Door haar ziekte was de bejaarde vrouw ernstig verzwakt en kon zij zich mondeling niet meer goed uitdrukken. De zaak kwam aan het licht doordat de kamergenote van het slachtoffer de voorvallen naar voren bracht bij de staf van het verpleeghuis in Nieuw-Loosdrecht. De eveneens zieke vrouw had 's nachts dingen gehoord die volgens haar niet in de haak waren, bleek uit haar verklaring. Na enige twijfel, ze wilde de familie van de verdachte niet in verlegenheid brengen, zei het slachtoffer wat de verpleger verscheidene nachten had gedaan.”

 

 

2002

 

 

Verpleger gestraft -- 6 december 2002 -- De Gooi -- KORTENHOEF – “De 53-jarige verpleger die ontucht pleegde met een 83-jarige bewoonster van bejaardentehuis Oudergaard is door het regionaal tuchtcollege voor één jaar uit zijn beroep gezet. In De Gooi van woensdag was dit te lezen in een artikel van Bert-Jan Klein. De verpleger werkte als nachtverpleegkundige, maar is na ontdekking van het seksueel misbruik op staande voet ontslagen. Naast de straf die het tuchtcollege oplegde loopt ook nog een strafzaak. Op grond van deze zaak zal hij zich binnenkort ook voor de rechter moeten verantwoorden.” zo bericht De Gooi.

 

Verpleegkundige vrijgesproken van seksueel misbruik Vrouw-vrouw misbruik -- 20 november 2002 – Zorgportaal – “Een verpleegkundige is door de rechter in Den Bosch vrijgesproken van seksueel misbruik van verstandelijk gehandicapten. De rechter rechtbank achtte niet bewezen de vrouw vier geestelijk gehandicapte bewoners seksueel misbruikt heeft. De verpleegkundige is door vier bewoners, volwassen mannen met een geestelijke leeftijd van 5 tot 7 jaar, beschuldigd van seksueel misbruik. De 29-jarige vrouw ontkent dit.” Zo bericht Zorgportaal.

 

Tien maanden celstraf geëist -- 14 november 2002 – Verpleegkundenieuws -- Tegen een 42-jarige wijkverpleegkundige (v) uit Nieuwegein is tien jaar voorwaardelijk celstraf geëist voor de dood van een zesjarig meisje, dat tijdens een epileptische aanval verdronk in het bad bij de verpleegkundige thuis. Wat het kind bij de verpleegkundige thuis deed, is onduidelijk. Thuiszorgorganisaties noemen het ‘ongebruikelijk’ dat een cliënt wordt meegenomen. Terwijl ze het kindje stond te wassen, moest de vrouw naar het toilet. Ze vroeg haar vijftienjarige dochter even op het meisje te passen. Toen er geen geluid meer uit de badkamer kwam, sloeg de dochter alarm. Reanimatie mocht niet meer baten. Het medisch tuchtcollege schorste de verpleegkundige eerder al voor een jaar.

 

Ontucht met verstandelijk gehandicapten – Vrouw-vrouw misbruik -- 5 november 2002 – Zorgportaal – “Een verpleegkundige wordt verdacht van ontucht met 4 verstandelijk gehandicapten. Door de officier van justitie in Den Bosch is een celstraf van twaalf maanden, waarvan zes voorwaardelijk, geëist. Ook wil hij dat de vrouw vijf jaar lang haar beroep als verpleegkundige niet mag uitoefenen. De verpleegkundige is door vier bewoners, volwassen mannen met een geestelijke leeftijd van 5 tot 7 jaar, beschuldigd van seksueel misbruik.. De 29-jarige vrouw ontkent dit.” Zo bericht Zorgportaal.

 

Ontuchtige huisarts 'knuffelde' slechts 12 september 2002 – De Telegraaf -- DEN HAAG – “Het kussen en strelen van zijn jonge patiëntjes is voor de Rijswijkse huisarts Michaël B. een manier om de kinderen op hun gemak te stellen en een vertrouwensband te creëren. Volgens de 55-jarige dokter werkte dit 'knuffelen' altijd erg goed. Dat het strafbaar is, zei de van ontucht verdachte Rijswijker weinig. "De wetgeving loopt vaak jaren op de ontwikkelingen achter. Euthanasie was tien jaar geleden ook strafbaar, maar gebeurde toch", stelde B. gisteren voor de Haagse rechtbank. Daar hoorde hij drie jaar celstraf tegen zich eisen, waarvan een jaar voorwaardelijk, wegens het plegen van ontucht met zeven patiëntjes en drie kinderen van kennissen. Zijn slachtoffertjes waren ten tijde van het seksueel misbruik tussen de 1,5 en 11 jaar oud. Ook eiste officier van justitie, mr C. Krol dat de Rijswijker uit zijn functie van arts wordt ontzet. Zo vreest zij dat Michaël B. zijn handen ook in de toekomst niet thuis zal kunnen houden. De arts werd in 1985 ook al veroordeeld wegens ontucht met minderjarige jongens en werd tien jaar later door de inspectie op de vingers getikt nadat hij een patiëntje op haar buik en in haar hals had gezoend. De zaak tegen de dokter begon in april van dit jaar te rollen, toen bij de politie een aangifte binnenkwam van een moeder. Haar dochtertje Chayenne zou tijdens het spreekuur in haar bijzijn door B. zijn gestreeld en op de mond zijn gekust. Ook zou de dokter aan een van haar tepels hebben gezogen. Uitspraak 25 september.” Zo bericht Marjolein van der Gaag.

 

Driebergse huisarts wegens ontucht aangehouden -- 5 september 2002 – Stichtse Courant -- Een huisarts uit Driebergen is afgelopen maandag aangehouden op verdenking van het plegen van ontucht met een vrouwelijke patiënt. Volgens de politie zou de ontucht eind april van dit jaar hebben plaatsgevonden. De politie startte een onderzoek nadat het slachtoffer aangifte had gedaan. Dit onderzoek heeft uiteindelijk geleid tot de aanhouding van de huisarts, meldt de politie. Over de aanhouding en de aard van de ontucht is verder geen informatie gegeven. Volgens de politie kunnen in het kader van het onderzoek voorlopig geen mededelingen worden gedaan over deze zaak.

Psychiater vrijgesproken van seksuele intimidatie -- 31 juli 2002 -- De Dordtenaar -- DEN HAAG - “Een vrij gevestigde psychiater uit Dordrecht is gisteren vrijgesproken van seksuele intimidatie en grensoverschrijdend gedrag bij de behandeling van een 47 jarige Dordtse patiënte. Zij had de man aangeklaagd vanwege de seksueel getinte opmerkingen die hij tijdens haar behandeling zou hebben gemaakt en de traumatische manier waarop hij haar behandeling had proberen te beëindigen. Het tuchtcollege oordeelt dat de man niets onoorbaar heeft gedaan en dat alle opmerkingen onderdeel uitmaakten van de behandeling, zoals de psychiater in zijn verdediging had aangevoerd.

'Drempel voor vrouwen met klachten hoger' (vervolg van pagina 1)

DORDRECHT - De Dordtse patiënte die de klacht tegen de vrijgevestigde psychiater heeft ingediend, is zwaar teleurgesteld na de uitspraak van het medisch tuchtcollege in Den Haag. Volgens haar verhoogt de vrijspraak van de psychiater de drempel voor vrouwen om een klacht in te dienen tegen hun behandelaars. De vrouw is in 1999 en 2000 behandeld voor depressies, somberheid en andere psychische klachten. Zij had tijdens de tuchtrechtzaak aangevoerd dat de seksueel getinte opmerkingen uit de lucht kwamen vallen en niets met de behandelingen te maken hadden. De shockerende laatste sessie bij de man noemde ze zelfs 'geestelijke verkrachting'. Terwijl overduidelijk was dat de man haar medisch dossier had vervalst, mocht ze daar geen extra klacht over indienen, omdat ze dat in eerste instantie niet had gedaan. De psychiater was zich van geen kwaad bewust, ontkende alle aantijgingen en noemde de behandeling succesvol. Het tuchtcollege onder voorzitterschap van Mr. P.A. Offers geeft de psychiater gelijk. "Kennelijk horen dat soort opmerkingen dus bij de therapie", reageert de vrouw. "Ik vind het onvoorstelbaar. Als je een eigen praktijk hebt, kun je dus kennelijk gewoon je gang gaan". De psychiater was gisteren niet bereikbaar om te reageren.” Bekijk voor een recente oproep van het slachtoffer ook ons prikbord.

 

Psychiater beschuldigd van seksuele intimidatie --  5 juni 2002 -- De Dordtenaar – DORDRECHT – “Een 47 jarige Dordtse vrouw beschuldigt een vrijgevestigd psychiater uit Dordrecht van seksuele intimidatie tijdens de behandeling van haar psychische klachten. De man moest zich gisteren hiervoor verantwoorden bij het Regionaal Medisch Tuchtcollege in Den Haag. Volgens de vrouw plaatste haar therapeut seksueel getinte opmerkingen tijdens de behandeling en boorde hij haar tijdens een van de laatste sessies de grond in. Na het indienen van de klacht bij het tuchtcollege zou de man ook nog eens haar medisch dossier hebben vervalst. Haar huisarts en nieuwe psychiater ondersteunen de klacht en stellen dat de therapeut een potje maakte van de behandeling. De Dordtse psychiater ontkende gisteren alle aantijgingen. De vrouw zou opmerkingen niet goed begrepen hebben of uit hun verband hebben gerukt. Hoewel de vrouw na zijn behandeling erger getraumatiseerd was en al twee jaar arbeidsongeschikt is, vindt hij de behandeling succesvol.

Dordtse psychiater aangeklaagd voor grensoverschrijdend gedrag (vervolg van pagina 1)

DORDRECHT – “Was de vrijgevestigde Dordtse psychiater zijn nu 47 jarige patiënt in 1999 en 2000 aan het behandelen voor haar psychische klachten of probeerde hij haar met seksueel getinte opmerkingen te versieren? Volgens de vrouw het laatste, volgens de psychiater het eerste. Het Regionaal Medisch Tuchtcollege in den Haag zal eind juli een oordeel vellen over de klacht wegens grensoverschrijdend gedrag. De Dordtse kampte met depressies, verdriet, somberheid en andere psychische klachten. Daarmee kwam ze in 1997 bij de vrijgevestigd psychiater terecht die in december de behandeling beëindigde. De klachten bleven echter en in juni 1999 kwam de vrouw opnieuw onder behandeling. Toen de vrouw steeds meer het gevoel kreeg dat er iets niet klopte, begon ze aantekeningen te maken van rare opmerkingen. Opmerkingen als "ik zou best wel een beetje van u kunnen houden, als vriend dan', 'u bent een vurige vrouw een passionele vrouw, 'vrijen kan heel fijn zijn', 'geniet u van seks'? ''bent u wel eens naakt geschilderd? ''ik wil met een ander naar bed', ik zou zeggen; dan komt u toch hier slapen' of  'dan gebruik je mijn auto toch schat'. In zijn aantekeningen stond nog de zin 'speelt graag met mannen'. Daarmee bedoelde de psychiater dat ze graag mannen manipuleerde. "Ik bedoelde dat niet in seksuele zin", verklaarde hij tegenover het tuchtcollege. Hij ontkende de andere opmerkingen te hebben gemaakt en stelde nadrukkelijk dat hij het nooit over de ongesteldheid van zijn dochters heeft gehad, zoals de vrouw beweerde. Volgens de klaagster zijn de opmerkingen op zich niet grensoverschrijdend en zouden ze in de behandeling kunnen passen, als ze niet zomaar uit de lucht kwamen vallen. "Ik voelde me in mijn integriteit als vrouw aangetast", stelde ze. De medisch specialisten in het tuchtcollege vroegen de man nog of hij misschien de techniek toepaste waarbij therapeuten informatie over zichzelf blootgeven om de spanning en angst bij de patiënt te verminderen. Van die techniek maakte de Dordtenaar echter geen gebruik, zo verklaarde hij. De klacht van de vrouw richt zich ook tegen het gesprek van 5 april 2000, toen hij plotseling een brief aan de huisarts voorlas waarin hij de huisarts vertelde met de behandeling te stoppen. Tijdens dat gesprek vroeg hij de vrouw of ze haar man wel eens had verteld dat ze de moordenaar van haar moeder was en dat ze de moordenaar van haar man was. Hij vertelde haar dat hij haar gedrag als beledigend had ervaren en dat dat door haar opvoeding kwam. Volgens de psychiater wilde hij met de brief een proefballonnetje oplaten om te zien of de behandeling gestaakt kon worden. De harde opmerkingen waren bedoeld om een schokeffect te bereiken. Dat lukte in elk geval. De vrouw voelde zich na dat gesprek 'mentaal verkracht' en bleek bij onderzoek door haar nieuwe psychiater in Breda verder getraumatiseerd dan ooit. Haar uitkeringsinstantie en zorgverzekeraar hebben dat erkend door de 40 behandelingen in Dordrecht als niet gebeurd te beschouwen. De echtgenoot van de vrouw bevestigde gisteren als getuige de reddeloze staat waarin de vrouw na het bewuste gesprek thuiskwam. Na het indienen van de klacht tegen de psychiater en het opvragen van het medisch dossier bleek overduidelijk dat de man daarin veranderingen heeft aangebracht en over eerdere aantekeningen heen heeft geschreven. Voorzitter Mr. P. Offers van het tuchtcollege stond echter niet toe dat er ook nog een klacht wegens vervalsing van het medisch dossier werd ingediend. De vrouw zegt door de behandeling zowel emotionele als materiële schade te hebben geleden. Ze kan al twee jaar niet werken en is volledig arbeidsongeschikt. De psychiater en zijn advocaat blijven volhouden dat de verwijten niet terecht zijn en dat de therapie tot 5 april 2000 succesvol was. De psychiater kon op vragen van het tuchtcollege ook niet aangeven wat er in zijn ogen fout was gegaan. Het tuchtcollege zal op 30 juli uitspraak doen. Als de therapeut schuldig wordt bevonden kan hij een waarschuwing, een berisping, een geldboete, een schorsing of zelfs een ontzegging van de bevoegdheid om zijn beroep uit te oefenen krijgen.” Voor de uitspraak zie het nieuwsartikel van 31 juli 2002.

 

Seksueel misbruik bij verstandelijk gehandicapten – 23 juni 2002 – Rvu, themamaand juni 2002 – “Over seksueel misbruik van mensen met een verstandelijke handicap bestaan vele vermoedens, worden door de één harde uitspraken gedaan die vervolgens door de ander weer worden gerelativeerd. Er zal uitgebreid en degelijk onderzoek moeten worden gedaan om zicht te krijgen op de omvang van seksueel misbruik van verstandelijk gehandicapten. Over zowel daders als slachtoffers is tot nu toe te weinig bekend. Het laatst verschenen wetenschappelijk onderzoek is van 1995. De resultaten zijn schokkend. Maar deskundigen beweren dat de realiteit nog schokkender is. In 1995 werd Nederland opgeschrikt door de resultaten van een onderzoek naar seksueel misbruik bij gehandicapten (W. van Berlo. NISSO, het Nederlands Instituut voor Sociaal Seksuologisch Onderzoek). Voor dit onderzoek zijn geen verstandelijk gehandicapten ondervraagd, maar orthopedagogen, psychologen, groepshoofden, hoofden van gezinsvervangende tehuizen en maatschappelijk werkers. De uitkomst van het onderzoek was, dat 1,2 % van de verstandelijk gehandicapten slachtoffer was geworden van seksueel misbruik en dat bij 1,3 % hiervan een vermoeden bestaat. Vier vijfde van de slachtoffers is vrouw, een vijfde is man. De slachtoffers zijn van alle leeftijden, de grootste groep is tussen de 17 en 30 jaar. Het onderzoek onderscheidt vier typen daders: medebewoners (36%), mensen uit de thuissituatie (33%), personeel (13%). De overige daders (18%) komen uit de nabije omgeving van het slachtoffer. De slachtoffers zijn voornamelijk licht verstandelijk gehandicapt. De vraag is of misbruik bij ernstig verstandelijk gehandicapten niet voorkomt of dat het bij hen niet aan het licht komt. Alle vormen van seksueel misbruik komen voor, in 34% van de gevallen is er sprake van penetratie en in een kwart van de gevallen gaat het om seksuele betastingen. In 29 % van de gevallen heeft het misbruik een of enkele malen plaatsgevonden, bij de rest heeft het misbruik langer geduurd, variërend van enkele weken tot enkele jaren. Risicofactoren die worden genoemd hebben enerzijds te maken met de handicap van het slachtoffer, zoals het onvermogen de situatie goed in te kunnen schatten. Anderzijds met de seksuele behoefte van verstandelijk gehandicapte daders. Daarnaast zijn gebrek aan controle in de instellingen, sociaal-zwakke gezinnen of een combinatie hiervan, een veelgenoemde factor. Het blijkt dat in de meeste gevallen slachtoffers misbruik zelf moeten aangeven. Veel medewerkers zijn nog niet op de hoogte van de signalen van seksueel misbruik. De respondenten zijn vaak door anderen op de hoogte gesteld van het misbruik, met name door groepsleiders. Hoe deze groepsleiders het te weten zijn gekomen is niet bekend. Bijna een vijfde van hen heeft het zelf gesignaleerd. In tweederde van de gevallen is er niet volgens een protocol gehandeld. Over het algemeen probeert men het probleem binnenshuis op te lossen. Instanties als de inspectie, de politie en de kinderbescherming worden vrij weinig ingeschakeld.” Zo bericht Rvu.

 

Patiënt klaagt over 'ondeskundig' personeelslid Van Mesdag – 12 februari 2002 – Groninger Internet Courant – “Een oud-patiënt van de Van Mesdagkliniek in Groningen heeft een reeks klachten ingediend bij het regionaal tuchtcollege over een volgens hem ondeskundig personeelslid. Die zou zonder enige ervaring in de psychiatrie een diagnose van het ziektebeeld van de betrokkene hebben gesteld en op basis daarvan een behandelplan hebben opgesteld. De coördinerend hoofdbehandelaar heeft alleen een studie tot basisarts gevolgd en geen verdere scholing in de psychiatrie of enige andere gedragswetenschap gehad. De klager, W.M. verwijt haar dat ze zich voordoet en optreedt als psychiater en wil dat het tuchtcollege ook de diagnostiek en het behandelplan beoordeelt. Leden van het tuchtcollege reageerden maandag verbaasd toen de aangeklaagde basisarts haar verantwoordelijkheden omschreef. “In mijn functieomschrijving staat dat ik de hoofdbehandelaar ben, dus ik bepaal de diagnose en het behandelbeleid” zei de vrouw. Ze erkende dat zij niet over enige ervaring in de forensische psychiatrie beschikt. Het afdelingshoofd zei wel dat ze haar conclusies eerst voorlegt aan de psychiater, die als haar supervisor optreedt. De man is inmiddels overgeplaatst naar een tbs-kliniek in Utrecht. Volgens hem is daar vastgesteld dat de gewraakte diagnose niet deugde. Het tuchtcollege doet over twee maanden uitspraak in de zaak.” Zo bericht de Groninger Internet Courant.

 

 

2001

'Stem' dwingt therapeut tot seks – december 2001 – Zwolse Courant – ZWOLLE - ´Een psychotherapeut bij de RIAGG in Amersfoort is ontslagen omdat hij onder invloed van een 'stem' een patiënte heeft misbruikt. De medische tuchtrechter in Zwolle heeft de zaak zaterdag behandeld. Het slachtoffer heeft in haar klacht geëist dat de therapeut zijn vak nooit meer mag uitoefenen. De vrouw was bij de 56-jarige therapeut onder behandeling voor een ernstige psychische stoornis. Ze had in een verleden van incest en geestelijke intimidatie een meervoudige persoonlijkheid ontwikkeld. Een van de persoonlijkheden manifesteerde zich met een stem die, aldus de therapeut, tijdens de behandelingen de regie overnam. Dat kon gebeuren doordat hij zwaar overspannen was door de werkdruk bij de RIAGG. Bij de therapeutische sessies gingen kaarsen aan, lag de bijbel op tafel en werd de patiënte op een bank onder hypnose gebracht. De behandelaar riep daarbij uit: 'Satan, wijk uit haar.' Ook werd de vrouw op de mond gezoend. Voorjaar 2000 gingen therapeut en patiënte over tot 'rituele reiniging' door elkaar naakt te wassen en op elkaar te liggen. Uiteindelijk had de behandelaar seks met zijn patiënte in een hotel. Enkele maanden geleden stapte de vrouw, die zich in een 'afhankelijke positie' voelde, naar de politie. Justitie weet nog niet of het tot vervolging komt. De op staande voet ontslagen therapeut zit in de WAO.´ Zo bericht de Zwolse Courant.

 

OM: Nelissen dreef twee vrouwen de dood in 12 december 2001 – De Gelderlander -- AMSTERDAM – “"Hij heeft een klimaat geschapen waarin hij beide dames de dood in heeft gedreven." In die ene zin vatte de Amsterdamse officier van justitie mr. S. Hoogerheide gisteren de werkwijze van de macrobioot Adelbert Nelissen samen. Zij verweet de directeur van het Amsterdamse Kushi-instituut een stuitende onverschilligheid tegenover twee overleden 'slachtoffers', die hij aan hun lot zou hebben overgelaten en voor wie hij geen enkel respect zou hebben getoond. Zware mishandeling, de dood ten gevolge hebbend, wordt Nelissen ten laste gelegd. Door zijn cliënten niet door te verwijzen naar reguliere artsen heeft hij willens en wetens het risico genomen dat zij zouden overlijden. De straf daarvoor dient dertig maanden cel, waarvan tien voorwaardelijk, te zijn, aldus de officier. Op de dagvaarding van de zich macrobiotisch consulent noemende Nelissen waren twee zaken opgenomen met dodelijke afloop, maar volgens de officier waren er veel meer trieste zaken aan justitie voorgelegd. Een deel was echter verjaard, een deel was geseponeerd en in andere zaken was het aandeel van Nelissen te gering geweest. En dus kreeg hij alleen het verwijt dat hij schuld had aan de dood van José Krijnen, de ex-vrouw van het Noord-Hollandse statenlid Roel van Duijn, en aan de dood van de psychologe Theda van der Laan. Beide vrouwen hadden kanker en deelden een afkeer van de reguliere geneeskunst. Beide vrouwen zochten hun heil bij de niet-arts Nelissen, die volgens justitie zijn cliënten zou opdragen weg te blijven bij de reguliere artsen. De verdachte ontkent dat en nogal wat mensen steunen hem in die opstelling. Justitie ziet hem als natuurgenezer en therapeut. In die functie had hij zijn 'patiënten' goede voorlichting moeten geven over de kosten, duur, risico's en de loop van zijn behandeling. Ook had hij moeten samenwerken met andere genezers. Daarin zou Nelissen in gebreke zijn gebleven. Maar deze blijft ontkennen dat hij een genezer is. Hij geeft slechts voedingsadviezen en is leraar in macrobiotiek. Aan de strafzaak kleven volgens Nelissens raadslieden, die pleiten voor vrijspraak, nogal wat juridische haken en ogen. Zo wordt Nelissen het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel verweten. Maar de advocaten vragen zich af of de beide vrouwen dat letsel niet al hadden toen ze bij Nelissen kwamen. De advocaten, B. Ficq en M. van der Werf, stelden bovendien vraagtekens bij de houding van de beide overleden vrouwen. Zij noemden de beide 'slachtoffers' intelligent en uitstekend in staat om hun wil te bepalen. Ze kregen onverwacht steun van de echtgenoot van Theda van der Laan. Volgens hem had zij vlak voor haar dood aan hem verteld dat zij haar eigen keuze had gemaakt en daar nog steeds achter stond. Uitspraak over veertien dagen.” Zo bericht De Gelderlander.

 

Celstraf voor fysiotherapeut na ontucht  -- 28 november 2001 --  Reformatorisch Dagblad -- ’s-HERTOGENBOSCH – “De rechtbank in ’s-Hertogenbosch heeft dinsdag een fysiotherapeut uit Boxtel veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf. Hij mag tevens acht jaar lang zijn beroep niet uitoefenen. De rechtbank acht bewezen dat de man verscheidene patiënten seksueel heeft misbruikt. De zaak tegen de 48-jarige fysiotherapeut kwam begin dit jaar aan het rollen toen zes vrouwelijke patiënten een aanklacht tegen hem hadden ingediend wegens aanranding en verkrachting. De man werd in mei opgepakt en bekende. De fysiotherapeut leidt twee groepspraktijken in Boxtel en Liempde. De misdrijven vonden daar plaats. De slachtoffers, in de leeftijd van 35 tot 55 jaar, werden tussen 1989 en 1996 misbruikt. De man werd in het verleden al eens door de Inspectie voor de Gezondheidszorg berispt nadat een patiënte een soortgelijke klacht tegen hem had ingediend. Destijds leidde dat niet tot strafrechtelijke vervolging. De vrouwen meldden zich eind 2000 en begin dit jaar bij het steunpunt voor slachtoffers van seksueel misbruik Blauwe Maan in Tilburg. Van daaruit deden ze aangifte bij de politie. De rechtbank achtte vier van de zes aanklachten bewezen; seksueel misbruik in sommige gevallen in combinatie met dwang en geweld. Blauwe Maan zei gisteren „niet ontevreden” te zijn over de uitspraak. „Door de opgelegde straf worden de vrouwen erkend in het leed dat hun is aangedaan en de fysiotherapeut kan zich niet meer aan anderen vergrijpen.”” Zo bericht het RD.            

 

Celstraf voor huisarts

Medisch Contact, publicatie: Jaargang 56 nr. 31/32 -- 10 augustus 2001-- sectie: brieven -- Auteur: S. Voskuil en E. Versteegh, huisartsen

“De media berichtten de afgelopen weken over een huisarts die door de rechtbank is veroordeeld wegens ontucht met patiënten en het bezit van kinderporno. Hij kreeg twee jaar celstraf en mag vier jaar zijn beroep niet uitoefenen. Wij verbazen ons erover dat hij na vier jaar weer aan de slag kan en dat hij niet - zoals werd geëist - uit het ambt is gezet. Een arts die patiënten seksueel misbruikt, is niet geschikt voor het beroep van arts. Bovendien is bij zedendelicten de kans op herhaling groot. Patiënten zouden aan een dergelijk risico niet mogen worden blootgesteld. Seksueel misbruik van patiënten zou moeten worden bestraft met ontheffing uit het ambt. Wij vragen ons af wie hierover beslist en wat de KNMG en LHV van de beslissing van de rechtbank vinden.

Heiloo, juni 2001,

S. Voskuil en E. Versteegh, huisartsen

Dit stuk stond gepubliceerd op onze voorpagina, rubriek ‘bijzonder nieuws’. Bijzonder nieuws? Ja! Dat er professionals zijn die een dergelijke, professionele en ethisch correcte attitude erop nahouden, is niet zo uitzonderlijk. Wel is het buitengewoon en bijzonder dat deze huisartsen hun houding in deze ook publiekelijk durfden te verwoorden. In deze houding staat het welzijn van de gebruikers van de gezondheidszorg centraal en de artsen komen werkelijk op voor hun vak en leveren zodoende een positieve bijdrage aan de beeldvorming van de medische stand. Met dank aan de auteurs en geplaatst in de hoop dat dit bericht voor slachtoffers van GOG steunend zal zijn.

20 juni 2004

 

Drie jaar cel voor Osse huisarts19 juni 2001 --  kliknieuws.nl -- DEN BOSCH / OSS - Dinsdagmorgen 19 juni is de 55-jarige Osse huisarts R.W. veroordeeld tot drie jaar cel, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, voor het bezit van een omvangrijke collectie kinderporno (foto’s en videobanden). Daarnaast achtte de rechtbank bewezen dat de huisarts met enkele patiënten èn met enkele pupillen van sportclubs die hij begeleidde ontucht heeft gepleegd. Verder mag de arts vier jaar lang zijn beroep niet uitoefenen. Tegen de man werd twee weken geleden door de officier van justitie vijf jaar celstraf èn uitzetting uit zijn ambt geeist. De zaak kwam aan het rollen door een tip van de Russische justitie. Dit nadat de Ossenaar via internet kinderporno bij Blue Orchid had gekocht, een internationaal opererende bende. 
(Lees ook het bovenstaande artikel van 10 augustus 2001 in Medisch Contact.)

 

 

 

2000

 

'Ik was gesloten en een angsthaas'Trouw -- 25 maart 2000 -- Colet van der Ven -- Het is allemaal zo vanzelfsprekend, leven. Je ademt, je eet, je drinkt, je doet, je denkt. En als alles goed is, ga je daar járen mee door. Ziekte of tegenslag zet soms de zaken op hun kop; zo vanzelfsprekend is het allemaal niet. Maar de mens is veerkrachtig en hervindt zijn ritme. Toch zijn er situatie waar de veerkracht amper nog tegenop kan, een verlies of tekort dat heel het leven stempelt. Maar zelfs dan is er de drang om door te gaan. Met ademen, eten, drinken, doen en denken. Mathilde (42) trok van Zwitserland naar Spanje, naar Egypte, naar Nederland, weer naar Egypte en uiteindelijk opnieuw naar Nederland. En onderwijl raakte ze het spoor bijster. 'Ik ben geboren als jongste van vier in een hugenotenfamilie. Een degelijk, beschaafd, cultureel en intellectueel milieu. Tot mijn tiende heb ik Frans gesproken. Mijn ouders vonden het belangrijk dat we 'de oertaal' kenden. Daarnaast hechtten ze eraan dat we er verzorgd bij liepen en ons netjes en voorkomend gedroegen. We hadden een bepaalde status op te houden. 'Noblesse oblige'. Het was geen warm gezin. Ik herinner me dat ik op mijn tiende van de wip viel, met mijn hoofd op het beton. Ik had een zware hersenschudding, werd naar het ziekenhuis gebracht waar mijn ouders pas na een week op bezoek kwamen. Ik voelde me vreselijk in de steek gelaten, maar over dat soort emoties werd niet gepraat. Dat paste niet in de familiecultuur. Bovendien hadden mijn ouders tijdens de oorlog in het verzet gezeten en al onze zorgen en problemen vielen in het niet bij wat zij hadden doorgemaakt. De eerste zeven jaar van mijn leven woonde ik in Zwitserland. Mijn vader was voor zijn werk uitgezonden naar Genève. Ik hield van dat land, van de bergen en de berglucht. Eendjes voeren op het meer, wandelen in het park met de au pair, skiën in de winter en het voorjaar, heerlijk. Daarna zijn we naar Spanje verhuisd. Die ommekeer was moeilijk. Het klimaat was droog en warm en ik miste de bergen. Op mijn negende verhuisden we opnieuw. Nu naar Nederland. Ik vond het vreselijk. Ik kende alleen de woorden 'ja', 'nee', 'meneer' en 'mevrouw'. Op school werd ik gepest omdat ik de taal niet sprak. Ik reageerde op die pesterijen met mijn vuisten. Mijn vader was in die tijd vaak weken op reis voor zijn werk en als hij thuiskwam was hij moe en kreeg hij ruzie met mijn moeder. Het gezinsleven werd er niet harmonieuzer op. Ik was een gesloten kind en een angsthaas. Altijd bang dat ik het verkeerd deed, dat mensen me niet goed vonden. Ik twijfelde erg aan mezelf. Van nature ben ik spontaan maar dat is behoorlijk de kop ingedrukt. Op mijn dertiende werd mijn vader uitgezonden naar Egypte. Wij, de kinderen, bleven in Nederland en er kwam een vrouw met haar zoontje in huis om voor ons te zorgen. Een kreng van een mens en een rotjoch van een zoontje. Ik voelde me niet happy in hun buurt en ging mijn eigen weg. Ik had een vriendinnetje met wie ik wel eens een bezoekje bracht aan een kraakpand. Daar blowden we wat en luisterden we naar Janis Joplin. Bij een inval door de politie zijn we opgepakt. Ik vertelde een politieagente van de problemen thuis en zij vond dat ik hulp nodig had. Zij bracht me in contact met een psychiater van Zon en Schild waar ik vanaf dat moment wekelijks naar toe ging. Van een echt gesprek was geen sprake, hij moest ieder woord uit me trekken, maar ik vond het prettig dat er iemand een uur per week voor mij was, tijd voor me had. Op een gegeven moment is de vrouw die voor ons zorgde vertrokken, en zijn wij op verschillende adressen ondergebracht. Ik bij de coach van de hockeyclub. Dat contact liep niet zo goed omdat ik me ook daar niet kon uiten. Na een jaar besloot mijn moeder dat het beter was dat ik naar een internaat zou gaan. Vreselijk vond ik het daar. Gelukkig was dat internaat niet meer zo levensvatbaar en werd het een jaar later gesloten waardoor ik terug kon naar dat pleeggezin. Ik pakte de gesprekken met die psychiater weer op. Na een tijd zei hij: ,,Ik denk dat het goed is wanneer je naar je ouders in Egypte gaat want je mist ze te veel.'' Ik ben gegaan. Anderhalf jaar later brak de Jom-Kippoeroorlog uit. Ik werd angstig en gespannen van die constant voorbijrijdende tanks en het onophoudelijke luchtalarm. Kreeg er nachtmerries van, maar kon daarover niet met mijn ouders praten. Het contact tussen ons was nog steeds niet geweldig. Ik had het gevoel dat ze mijn angsten en twijfels niet begrepen en raakte verstrikt in mijn binnenwereld. Om maar niet te voelen wat er van binnen scheef zat stortte ik me op mijn studie. Toen ik na een verlof in Nederland terug moest naar Egypte, verzette alles in mij zich daartegen. Ik nam een dosis valium, zakte op Schiphol in elkaar en ben naar het VU gebracht. Daar hebben ze me ontgift. De psychiater vond het beter wanneer ik naar een therapeutisch centrum zou gaan. Het werd de Viersprong in Halsteren. Al snel had ik door dat ik daar helemaal niet goed zat. Het was een een therapeutisch centrum, jaren zeventig model. Democratische opzet, vrij en structuurloos. Ik kon die vrijheid niet aan. Mijn groepsgenoten blowden, snoven lijm, kraakten parkeermeters, pleegden diefstalletjes en ik deed mee. Op een gegeven moment ben ik met een jongen weggelopen naar Breda en daar hebben we een inbraak gepleegd. We zijn op heterdaad betrapt en ik werd naar de vrouwengevangenis in Rotterdam gestuurd. Daar heb ik een paar weken gezeten. Totaal in de war. Ik at alleen maar hagelslag. Zat uren boven op de kast. Wist dat ik niet terug wilde naar Halsteren. In een helder moment heb ik een brief geschreven aan de kinderrechter dat ik spijt had van wat ik gedaan had en dat ik hulp nodig had. Die brief is in zoverre positief ontvangen dat ik nooit strafrechtelijk ben vervolgd. Maar ik werd wel naar de rijksinrichting voor meisjes in Zetten gestuurd. Ze zeiden: je gaat nu naar mensen toe die je begrijpen. 'Eindelijk!' dacht ik. Maar Zetten was vanaf het begin een grote verschrikking. Ik kwam binnen, was zo gespannen dat ik vroeg om een kalmeringstablet maar ik kreeg niks. Ik moest meteen aan het werk. Fluitjes op ballonnetjes zetten. Ik weigerde en schoof die spullen van me weg. De groepsleiders grepen me daarop bij mijn haar en sleepten me naar de separeer. ,,Nu weet je waar je terechtgekomen bent en hoe we hier mensen behandelen.'' Dat liet aan duidelijkheid weinig te wensen over. Binnen de groep kreeg ik al gauw een leidersfunctie want al kon ik mijn gevoelens slecht verwoorden, ik was wel vlotgebekt als het om andere zaken ging. Ik kon goed opkomen voor de andere meiden en mezelf. Omdat ik behoorlijk in de contramine was, werd ik overgeplaatst naar de gesloten afdeling. Daar praatten ze ons aan dat we slechte mensen waren. We moesten afgebroken worden tot op het bot en dan zouden zij ons weer opbouwen. Als we iets graag wilden zeiden ze nee, als we iets niet wilden zeiden ze 'je moet'. Dat was de strategie. Op zondag ging ik altijd naar de kerk want dan was ik er even uit. Bovendien had ik steun aan de preken. Daar ontmoette ik een meisje dat tegen me zei: ,,Als je hier niet al te verknipt uit wilt komen, moet je precies doen wat ze zeggen.'' Ik heb dat goed in mijn oren geknoopt. Vanaf dat moment sprong ik als ze zeiden 'spring', ging ik liggen als ze zeiden 'lig', ruimde ik op als ze zeiden 'ruim op'. Al mijn gevoelens en emoties hield ik binnen. Op een dag, ik was zwaar verkouden, werd ik naar Finkensieper, de psychiater gestuurd. Ik vond het vreemd dat ik naar de psychiater moest voor een verkoudheid. Op weg naar hem toe werd ik gewaarschuwd door meiden die zeiden: 'zorg maar dat je je slipje aanhoudt'. Dat vond ik zo'n vreemde opmerking. Na het consult begreep ik waar ze op doelden. Ik was verkouden maar hij had me vaginaal onderzocht. Later heeft hij me in de separeer platgespoten en aan alle kanten gepakt en verkracht. Ik heb er niet over durven praten. Ik schaamde me. Blokkeerde volkomen. Inmiddels was ik overgegaan van de arbeidsplaats naar de dorpsschool en ik stortte me volledig op mijn werk. En op Wouter. Hij woonde in Zetten en werd mijn maatje. We bereidden samen de lessen voor, reden paard, wisselden ringetjes uit. Op een vrijdagmiddag spraken we af voor de volgende dag. Zaterdagochtend werd ik gewekt door een van de begeleidsters, met de mededeling dat Wouter zichzelf had opgehangen. Ik kreeg een ontzettende opdonder, was er kapot van. Ik heb een week niets gezegd en daarna gedaan alsof er niks aan de hand was. Het was te zwaar. Na anderhalf jaar, ik had mijn eindexamen mavo gehaald, kon ik weg uit Zetten. Mijn ouders waren inmiddels op advies van de voogdijraad teruggekomen uit Egypte. Het was de bedoeling om weer een gezinsleven op te bouwen, maar ik kwam zo geschuffeld als een konijn uit dat opvoedingsinstituut. Ik was druk en gespannen. Wilde het koste wat kost nu goed doen. Na drie maanden ben ik ingestort. Heb ik een zelfmoordpoging gedaan. Ik wilde niet dood maar ik wist niet wat ik moest met mijn leven. Er volgden drie maanden in Zon en Schild. Daar heb ik opnieuw in mijn polsen gesneden. In plaats van dat ze me omhulden met de liefde waar ik zo'n behoefte aan had, smeten ze me in de separeer. Korte tijd later moest ik voor iets anders opnieuw de separeer in, maar omdat die bezet was bonden ze me vast aan een bed en reden ze me met bed en al in een diepe kast. Daar word je niet vrolijk van. Eenmaal weer thuis schreef ik me in voor een opleiding tot ziekenverzorgster in het Goois kinderziekenhuis. Maar tijdens de eerste maanden van die opleiding begreep ik dat ik nooit voor anderen zou kunnen zorgen als ik niet voor mezelf kon zorgen. Dat was zo'n ontdekking. Ik heb het kinderziekenhuis gelaten voor wat het was en ben naar de Vrije Academie in Den Haag gegaan. Er volgde een gelukkige periode van tekenen, schilderen, studeren -ik haalde de havo en het vwo- sporten en vriendjes. Het leek alsof na de zeven magere jaren de zeven vette jaren waren aangebroken. Ik had weer plezier in mijn leven. De omslag kwam in '89. De publiciteit rond Finkensieper barstte los en alle verdrongen emoties speelden op. Ik herinner me een gesprek met mijn toenmalige vriend waarin ik hem toeschreeuwde: ,,Hier mag je nooit, nooit wat over vragen.'' Niet veel later ging ik naar Japan. Ik was als vrijwilligster betrokken bij de ballonvaart en werd mee uitgezonden. Eenmaal daar wilde ik niet meer terug. Tegelijkertijd besefte ik: ik kan de hele wereld over reizen maar mijn verleden reist altijd met me mee. Ik kan beter stappen ondernemen om met dat verleden af te rekenen. 1 november '89 ben ik naar de marechaussee gegaan waar ik een verklaring heb afgelegd van seksueel misbruik door Finkensieper en toen begon het balletje te rollen. Ik spande een proces aan. Mijn advocaat zei dat het lange tijd zou kunnen duren. Maar ik had ook lange tijd rondgelopen met een geheim, een litteken op mijn ziel, ik ging ervoor. Het proces heeft tien jaar geduurd. Mijn aanklacht was verjaard maar ik heb wel een schadeloosstelling gekregen via het slachtoffer fonds. En Finkensieper werd veroordeeld tot zes jaar. Dat gaf ook genoegdoening. En dan denk je dat het over is en blijkt het niet over. Op een dag, ik zat thuis, had ik het idee dat iemand mij het raam uit wilde duwen. Ik werd bang. Die angst bleef, werd sterker, werd ondraaglijk. Ik ben daarna opgenomen geweest in verschillende klinieken. In die tijd kwam ook 'de terrorist' op de proppen. Een tweede ik die mij opdrachten gaf. Ik moest naar Zwitserland gaan en me op een berg laten doodvriezen. Die stem was er iedere dag, ik tekende alleen nog maar doodsengelen, werd opnieuw suïcidaal. Uiteindelijk ben ik doorverwezen naar de Sinaikliniek waar ze gespecialiseerd zijn in traumabehandeling. Daar heb ik Hans ontmoet. Ook hij had een moeilijk leven achter de rug. Van het jappenkamp tot een oorlogsverleden in Afrika. Tijdens een wandeling in het bos passeerde ik hem bij een bramenstruik. ,,Ze zijn nog te zuur'', zei hij. Dat werd het begin van een niet aflatend gesprek dat na anderhalf jaar -toen hij al uit de kliniek ontslagen was- uitgroeide tot een relatie. Hij heeft me alle tijd en ruimte gegeven. Ik voelde al veel voor hem maar tijdens een weekendje Londen werd ik verliefd op hem. Nu zijn we alweer bijna twee jaar bijzonder gelukkig getrouwd. We wilden graag kinderen maar de arts heeft ons dat, gezien ons beider achtergrond, afgeraden. Een halfjaar geleden kwam er een schaduw over ons geluk. Ik ontdekte dat Hans gokverslaafd was en grote schulden had gemaakt. Het was al jaren aan de gang en ik had het niet gemerkt. Het was een grote schok. Mijn maatschappelijk werkster suggereerde dat ik misschien beter bij hem weg kon gaan maar dat vond ik onzin. Je gaat niet om financiële problemen uit elkaar. Daar moet je samen uitkomen. En dat is gelukt. Ik beheer nu het geld en als hij niet te veel op zak heeft gaat het goed. Bovendien heeft hij nu werk. Voor de toekomst ben ik niet bang. Ik ben een vechter en een doordouwer. En gelukkig heeft mijn gevoel voor humor me zelfs op de donkerste momenten niet in de steek gelaten. Net zomin als mijn vrienden. Die zijn verbazingwekkend genoeg door en in alles gebleven. En ik heb een beschermengel die me door de moeilijkste perioden heen heeft geholpen. Ik leef in het hier en nu. Iedere avond voor we gaan slapen nemen Hans en ik even de dag door. We pikken het bijzonderste moment eruit en met de gedachte aan dat moment slapen we in. Sinds ik Hans ontmoet heb voel ik me gelukkig. Voor het eerst. We leven voor en met elkaar. Mooier is er niet. Meer is er niet.'

 

 

1999

 

Celstraf voor psychotherapeut -- 28 september 1999 -- Kort Nieuws -- HAARLEM - De 57-jarige psychotherapeut Rob van R. uit Uitgeest is gisteren in Haarlem veroordeeld tot acht maanden gevangenisstraf wegens ontucht met twee patiënten. De therapeut mag gedurende vijf jaar zijn beroep niet uitoefenen.

 

Medewerkers Mesdag niet vervolgd, nader onderzoek kwaliteit zorg volgt – Vrouw-vrouw misbruik -- 16 juli 1999 – Persbericht justitie – “Het ministerie van Justitie heeft kennis genomen van de beslissing van het openbaar ministerie om de vier medewerkers van de dr. S. van Mesdagkliniek te Groningen, die werden verdacht van seksuele contacten met patiënten, niet verder te vervolgen. Overigens is er wel aanleiding voor verder nader onderzoek door de Inspectie voor de Gezondheidszorg naar de kwaliteit van de zorg die in de Mesdag wordt verleend. Uit het vandaag afgeronde Rijksrecherche-onderzoek is onvoldoende bewijs naar voren gekomen terzake de verdenking van ontucht van de medewerkers met een aantal patiënten. Het onderzoek van de Rijksrecherche heeft wel twijfels gebracht over de mate van professioneel gedrag van de vier medewerksters. Daarnaast roept een uitgevoerd bestuurlijk Rijksrecherche-onderzoek onder drie afdelingen van de kliniek vragen op over de gang van zaken in de inrichting. Dit richt zich met name op communicatie en organisatorische problemen. De Inspectie voor de Gezondsheidszorg zal nader onderzoek verrichten naar de kwaliteit van de zorg in de Mesdag. De situatie in de dr. S. van Mesdagkliniek is al langer bekend. Naar aanleiding van eerdere incidenten en signalen en rapportages van de Centrale Raad voor de Strafrechtstoepassing zijn er diverse voorzieningen getroffen. Vooruitlopend op de reorganisatie van de divisie waar de problemen zich concentreren zijn er maatregelen genomen en in werking getreden. Medewerkers zijn overgeplaatst en niet voldoende functionerende leidinggevenden zijn van hun functie ontheven. Op dit moment wordt nadrukkelijk geïnvesteerd in de opbouw van nieuwe teams. Voorts is begin januari opdracht gegeven aan een extern bureau een groot 'cultuuronderzoek' te starten. De uitkomsten daarvan worden medio september verwacht. Door de directie van de Mesdag wordt onderkend dat medewerkers en patiënten niet voldoende op de hoogte zijn van de bestaande richtlijnen ten aanzien van veiligheid en omgang met elkaar. De directie heeft aangegeven dat dit absoluut onwenselijk is en dat deze onderwerpen per afdeling aan de orde worden gesteld, waarbij de bestaande regelgeving wordt herbevestigd. Dit proces is inmiddels in gang gezet. Overigens stelt de Rijksrecherche dat er, ondanks de onbekendheid met de inhoud van richtlijnen, grote consensus is onder het personeel en de patiënten omtrent de professionele omgang met elkaar. Ook stelt de directie dat de inhoud van de bestaande richtlijnen en protocollen inhoudelijk niet ter discussie staan. Tevens is er voldoende ervaren personeel en worden nieuwe medewerkers adequaat begeleid na indiensttreding. Er is vastgesteld dat de controle op het binnenvoeren van contrabande aanscherping behoeft. Er is echter bij recente controles op alle afdelingen geen contrabande aangetroffen met uitzondering van een mobiele telefoon. Verder zijn de steeksproefgewijze afdelingscontroles inmiddels opgevoerd. Hoewel het probleem van contrabande binnen de justitiële inrichtingen wordt onderkend, moeten de inspanningen maximaal gericht zijn op het voorkomen van dergelijke onrechtmatigheden. Daarop is in de Mesdag onder meer de controle op bezoekers, medewerkers en TBS-patiënten die terugkeren van verlof verscherpt. Een deel van de problematiek is te herleiden naar de groei van de capaciteit van de Mesdag van 60 naar 181 plaatsen in enkele jaren. Dit heeft de toch al niet geringe druk op het personeel, de zorg en het management extra verhoogd. Daarnaast biedt de Mesdagkliniek zorg aan TBS-patiënten die naar verhouding extra intensieve begeleiding en behandeling vereisen in een zeer beveiligde omgeving. Overigens kan worden gesteld dat de situatie op de afdelingen waar de problemen zich hebben voorgedaan niet representatief is voor de hele kliniek (17 afdelingen en 400 medewerkers).” Zo bericht justitie.

 

Sex tussen personeel en tbs'ers vermoed in Van Mesdagkliniek Vrouw-vrouw misbruik -- 12 april 1999 --  De Telegraaf -- GRONINGEN – “De rijksrecherche stelt een onderzoek in naar het gedrag van vier medewerksters van de Groningse Van Mesdagkliniek, waar uiterst gevaarlijke en geestelijk gestoorde misdadigers worden behandeld. De vier vrouwen worden door de directie van de tbs-inrichting verdacht van seksuele relaties met vier patiënten, een zwaar vergrijp want het is medewerkers ten strengste verboden een intieme relatie met bewoners aan te gaan. Andere gevangenen trokken aan de bel toen zij in de gaten kregen dat hun maatjes op seksueel gebied door de medewerksters werden vertroeteld. Nadat een van de vrouwen op heterdaad werd betrapt deed de directie van de Van Mesdagkliniek aangifte bij justitie. De dames zijn hangende het onderzoek geschorst. De Groningse officier van justitie mr. Annette Bronsvoort sprak zaterdag de verwachting uit dat het nog zeker vier tot zes weken zal duren voordat het rijksrecherche-onderzoek zal zijn afgerond. Al eerder speelden er soortgelijke problemen in de Groningse tbs-kliniek, waar onder andere de beruchte seriemoordenaar Hans van Zon jarenlang werd verpleegd. In 1997 werd een medewerkster ervan verdacht een intieme relatie te hebben met de als uiterst gevaarlijk bekend staande Duitse crimineel Stefan Kröger, die samen met zijn maatje Johannes Van Tamelen op spectaculaire wijze wist te ontvluchten. Met hulp van binnenuit ontsnapte het tweetal via de buizen van de airconditioning uit de zwaar beveiligde kliniek. Uit een onderzoek dat na de ontsnapping werd ingesteld, kon de betrokkenheid van de betreffende medewerkster niet voor honderd procent worden aangetoond.” Zo bericht De Telegraaf.

 

 

1998

 

 

 

 

1997

 

 

ONZEDELIJK -- 9 december 1997 – VK -- De politie in Apeldoorn heeft maandag een 52-jarige beroepsmilitair aangehouden die in zijn vrije tijd als magnetiseur vrouwen onzedelijk heeft betast. Twee vrouwen hebben aangifte gedaan. Hoe groot de praktijk van de paranormale genezer was en hoeveel vrouwen slachtoffer zijn geworden, moet nog blijken.

 

Friese huisarts krijgt voorwaardelijk voor euthanasie 8 april 1997 – RNW Nederlands Nieuws (e-mailnieuws) – “De rechtbank in Leeuwarden heeft de huisarts Sippe Schat veroordeeld tot zes maanden voorwaardelijk celstraf wegens het plegen van euthanasie op een 72-jarige vrouw die aan kanker leed. Tegen de 54-jarige arts was een jaar onvoorwaardelijk geeist wegens moord, omdat de patiënte, volgens Justitie niet uitdrukkelijk om haar eigen dood zou hebben gevraagd. De rechtbank achtte moord echter niet bewezen en vindt het aannemelijk dat de vrouw in haar laatste levensfase de wens had om te sterven. Euthanasie is strafbaar in Nederland, maar strafvervolging blijft uit indien de arts aan een aantal criteria heeft voldaan. Volgens de rechter heeft de omstreden Friese huisarts al deze criteria met voeten getreden. Zo heeft hij nagelaten een tweede arts te raadplegen en vulde hij op de overlijdensakte in dat de vrouw een natuurlijke dood was gestorven. Ook had de patiënte geen schriftelijke wilsverklaring ondertekend.” Zo bericht RNW.

 

Huisarts veroordeld wegens plegen euthanasie 1 april 1997 -- RNW Nederlands Nieuws (e-mailnieuws)

De Amsterdamse rechtbank heeft de huisarts Makdoembaks veroordeeld tot een voorwaardelijke celstraf van 10 maanden. De huisarts had twee jaar geleden euthanasie gepleegd op een 75-jarige kankerpatiente, hoewel hijzelf heeft erkend dat de vrouw niet 'ondraaglijk en uitzichtloos' leed. De rechter oordeelde dat Makdoembaks bovendien ernstig tekortgeschoten was omdat hij geen tweede arts geraadpleegd had. Ook had de huisarts geen zorgvuldig verslag opgemaakt, zoals wettelijk is voorgeschreven. Makdoembaks heeft aangekondigd in hoger beroep te zullen gaan.” Zo bericht RNW.

 

 

 

1995

 

 

EEN OEDIPALE VADERMOORD -- 18 november 1995 – Trouw -- JOOP BOUMA  -- Hans Otto Theodoor (Theo) Finkensieper, ex-kinderpsychiater, is woensdag vrijgelaten na een gevangenisstraf van zes jaar wegens seksueel misbruik van meisjes die opgenomen waren in de jeugdpsychiatrische inrichting De Lingewal in Zetten. Theo Finkensieper heeft gebroken met zijn bezieling: het opvoeden van ernstig ontspoorde pupers. Zijn boeken over psychiatrie heeft hij verkocht. Hij heeft een nieuwe hartstocht, schilderen met olieverf. De jaren van bezinning en reflectie achter gevangenismuren hebben zijn visie op de strafzaak echter niet aangetast: “Ik ben ten onrechte veroordeeld. Maar ik huiver voor de slachtofferrol. Ik wil niet verworden tot een oude, zeurende man die nog maar één gespreksonderwerp heeft: het onrecht dat hem is aangedaan. Daar pas ik voor.” “Het gaat weer van voren af aan beginnen”, zegt hij, een week voor zijn vrijlating. “Ik heb nu eenmaal een naam die niet te verstoppen is. En er zijn te weinig mensen met civiel courage die zeggen: die man heeft vastgezeten, nu moet het afgelopen zijn. Ze hebben al aangekondigd dat ze me bij de poort zullen staan opwachten.” [Grote foto: laantje achter paviljoen De Vluchtheuvel in Zetten. Inzet (links) in grote foto: schilderij van Finkensieper, geschonken aan Sorgdrager bij haar installatie als minister van justitie. Inzet (rechts): schilderij van Finkensieper, getiteld 'Verzoek om strafvermindering'. Kleine foto's: paviljoen in Zetten (boven). Vluchtheuvelkerk (midden). Graf van Karl Otto Finkensieper sr. (onder). De binneplaats van de gevangenis Norgerhaven, schilderij van Finkensieper FOTO'S ROB HUIBERS] Geen spat veranderd. Datzelfde baardje, die beweeglijkheid, dat vlugge praten. 'De Mengele van Zetten', 'Pavlov in de Betuwe'. Verguisd, afgebrand, uitgestoten. De psychiater die niet van zijn pupillen afbleef. Hij ontkent het nog steeds. Maar wil tegelijk de ex-patiënten die aangifte tegen hem deden, niet van liegen betichten. “Ik zeg niet dat ze hun aangiften hebben verzonnen. Maar het is niet gegaan zoals zij zeggen. Het is een net geweest waarin we verstrikt zijn geraakt. Ik noem het een botsing van geheugens, van reconstructies.” We spreken elkaar in het café van de openbare bibliotheek in Almelo. Aan tafeltjes rondom proberen bezoekers flarden van het gesprek op te vangen. Steelse blikken naar die iets gedrongen man, die over zijn gevangenisstraf en over zijn ingewikkelde relatie met zijn geboortedorp Zetten praat op een toon alsof hij het over het weer heeft. Hij is opgeruimd, bij tijden vrolijk, anders dan in de periode van de strafzaak. Het stigma van de ex-delinquent, die zich onzeker en achterdochtig voorbereidt op de terugkeer in een hem vijandig gezinde burgerwereld, krijgt schijnbaar geen vat op Theo Finkensieper. “Ik voel me geen verslagen mens. Ik vind dat ik onterecht gezeten heb, maar ik ben geen slachtoffer. Ik heb iets meegemaakt wat weinig mensen meemaken, maar daar moet ik overheen zien te komen. Ik heb het verteerd, denk ik.” Zeker geen vervelende tijd geweest, daar in strafgevangenis Norgerhaven. “Nou ja, het was wèl een gevangenisstraf. Maar slecht heb ik het er niet gehad, hoewel de straf heel lang duurde. Ik heb geprobeerd mezelf bezig te houden. Ik heb in m'n cel filosofie en kunstgeschiedenis gestudeerd. Elke avond een paragraaf Heidegger gelezen. Ik had een grote vrijheid. 's Ochtends ging de deur van m'n cel open en ik hoefde eigenlijk alleen maar te zorgen dat ik 's avonds op tijd weer op m'n cel was. Het had ook iets prettigs, weten dat als de telefoon ging, dat dat beslist niet voor jou was. Ik hoefde niet eens aan eten en drinken te denken. Alles wordt volgens een vast stramien vóór jou gedaan. Je hebt totaal geen sociale verantwoordelijkheid. Je hebt niks meer, en dat ervoer ik als een bevrijding. Tijdelijk, in ieder geval. Het was een soort monnikenbestaan van lezen en schilderen.” De laatste maanden zat hij in de open inrichting Niendure in Almelo. Na het gesprek rijden we naar zijn gevangenis, een verbouwde villa, veilig ver buiten de bebouwde kom. Hij haalt foto's van zijn schilderijen van zijn kamer. Naïeve werken, warme kleuren. Typisch gevangeniskunst, tralies, binnenplaatsen, verweerde deursloten. Veel gevoel voor de details. Ook figuratieve voorstellingen. Hij laat een foto zien van een schilderij van drie gezichtloze gestaltes in toga, met op de voorgrond een naakte man op handen en knieën. Een rood stempel op het lijf: '6j', zes jaar, de straf die hij uiteindelijk kreeg. Hij stuurde het schilderij op aan Winnie Sorgdrager bij haar installatie als minister van justitie. Tijdens de behandeling van zijn hoger beroep voor het gerechtshof in Arnhem trad Sorgdrager op als procureur-generaal. “Ik heb een aardig briefje van haar teruggehad.” De detentie heeft hem niet geknakt. Zedendelinquenten hebben het zwaar in de bajes, ze zijn een makkelijk doelwit voor mishandeling en intimidatie. Finkensieper wist dat hij nog een extra handicap had: hij was psychiater, geen populair beroep onder gevangenen. Uiteindelijk viel het erg mee. “In de eetzaal stonden ze in het begin wel eens op als ik bij ze aan tafel schoof. 'Ik wil niet met jou aan tafel zitten', werd er dan gezegd. Ik zei dan: 'Dat is prima. Dat is mijn probleem niet. Als je mij niet moet, moet je vooral gaan'.” Tot fysiek geweld is het eigenlijk nooit gekomen. “Ja, als er een nieuwe gevangene kwam, wilde zo iemand wel eens bravoure tonen en gaan schelden. 'Hé Finkensieper, jij bent gek op kleine kutjes, hè'?' Ik liep dan recht op zo'n vent af, beetje dreigend, dan ging ik 'm op het laatste moment straal voorbij. Daarna was het over. Ik heb nooit echt last gehad. Ik zou ook niet bang geweest zijn om te vechten. Dat voelen ze. Zedendelinquenten vertonen vaak een wat angstig gedrag, dat heb ik niet.” Toen hij in Norgerhaven voor het eerst wilde gaan werken in de boekbinderij en drukkerij, brak er een staking uit onder de gedetineerden. Moordenaars, fraudeurs, drugsdealers en verkrachters wensten niet met de ex-psychiater in één ruimte te verblijven. “Een hele toestand is dat geworden. De directie heeft moeten ingrijpen. Zoiets was nooit eerder gebeurd.” Hij merkte nogmaals hoe groot de weerstand was, toen hij in Utrecht wilde meedoen aan een expositie van schilderijen van gedetineerden. Z'n medegevangenen dreigden hun werk terug te trekken. “De directie van Norgerhaven haalde bakzeil. Ze zagen die tentoonstelling liever niet in het honderd lopen. Terwijl me was toegezegd dat ik mee mocht doen.” Kort daarna werd zijn werk, buiten zijn medeweten, ook verwijderd uit het gevangenismuseum in Veenhuizen. “Niemand heeft mij ooit verteld waarom. Ik heb ze voorgesteld kippegaas om mijn schilderijen heen te zetten. Leuk toch, zo van: deze werken horen hier niet thuis. Maar ze moesten daar weg. Later heb ik in Norgerhaven nog een hele gang volgehangen met mijn schilderijen.” Voor sommige gevangenen werd hij vertrouwenspersoon. “Ik heb voor een medegevangene liefdesbrieven geschreven. Later kwam hij dat meisje in de bezoekerszaal aan me voorstellen. Ik heb ook nogal eens gedetineerden bijgestaan voor de beklagcommissie en in negentig procent van de gevallen gescoord.” Maar hij mocht niet meedoen aan de speciale trainingen in sociale vaardigheid die gevangenen aan het eind van hun straf krijgen. Ze vonden dat hij het niet nodig had. Hij voelt zich als een klein kind buitengesloten. “Ze zagen me als een bedreiging.” Sinds juli had hij een baantje bij de gemeente Almelo. Groenvoorzieningen inventariseren. “Ik heb de plantsoenen in kaart gebracht. Werk van niks natuurlijk. Maar wel lekker veel buiten, met dat mooie weer van de afgelopen tijd.” Hij kent na vijf maanden plantsoenendienst feilloos de weg in Almelo. Het is droevig gesteld met het openbaar groen in het Twentse stadje, concludeert hij. Die naam. Finkensieper. Nee, nooit overwogen 'm maar te veranderen. Hij zou dat als verraad zien aan zijn vader. Ook zijn vijf kinderen voelen daar niets voor. Het is destijds misgegaan toen hij op televisie in een praatprogramma bij Paul Witteman verscheen. Hij besloot zijn naam voluit te laten noemen. Niet 'F.' of 'dokter F.'. Hij vond dat 'ie onschuldig was en dat een initiaal juist het tegendeel suggereerde. “Maar na die uitzending is de hele pers me Finkensieper gaan noemen, terwijl je zo'n naam op tv zo weer vergeet, maar als 'ie in alle kranten gedrukt staat, vergeet niemand 'm meer.” Hij heeft geen goed woord over voor de media, die - ook volgens zijn advocaat - de verhalen van de ex-pupillen breed uitmeetten, maar zijn kant van het verhaal negeerden. “Ik ben gewoon voer geweest, emotioneel voer. En ik ben het nòg.” Hij merkt dat de mensen om hem heen verstarren als hij in winkels zijn naam noemt. “Het maakt me niet uit, ik ga er niet geheimzinnig over doen. Ik ga niet fluisteren of zo.” Op zijn tijdelijke werk nam hij gewoon de telefoon op met: 'Finkensieper, Groenvoorzieningen.' “Het heeft ook wel iets makkelijks, mensen moeten meteen hun positie bepalen. Ze krijgen niet de kans op voorhand al te zeggen: met die man wil ik niks te maken hebben.” De naam Finkensieper, onlosmakelijk verbonden met de Heldringstichtingen in Zetten, was voor de gemeente Valburg in 1991 niet langer houdbaar. Op verzoek van drie gezinnen die aan de laan woonden en het stichtingsbestuur werden de bordjes verwijderd. Hij is er nòg verbolgen over. “De laan was genoemd naar mijn vader.” De relatie met Zetten, het dorp waar hij werd geboren, naar de lagere school ging en na zijn studie terugkeerde als kinderpsychiater, houdt hem nu nog het meest bezig. “Ik kan eigenlijk niet meer komen in het dorp waar ik ben opgegroeid. Dat zijn rare dingen, waar ik nog niet klaar mee ben. Het dorp is gespleten, nog steeds. De helft staat aan mijn kant, de andere helft aan de kant van de aangeefsters.”

Achteraf kan hij het moment waarop het volgens hèm fout ging, nauwkeurig bepalen. “In 1985 ben ik behandelend directeur geworden voor de hele inrichting. Dat had ik nooit moeten doen. Ik had gewoon psychiater moeten blijven bij De Lingewal, een afdeling van de Heldringstichtingen. Op een gegeven moment had ik alle touwtjes in handen. Alle macht bij de behandeling van de pupillen was verenigd in één persoon. Ik woonde op het terrein, ik was een soort pater familias, er heerste een gezinssfeer, pupillen kwamen bij ons aan huis. En ik deed alles zelf. Ik nam de besluiten tot isolatie van pupillen, ik stuurde ze door naar andere inrichtingen. Dat roept reacties op. Het was één grote draaikolk, waarin alles verzonk. Dat was niet goed. Ik had moeten opstappen.”

Maar hij bleef. Amper vijf jaar later stond hij voor de strafrechter. “Dat het bestuur van de Heldringstichtingen mij heeft ontslagen, kan ik billijken. Het was immers bekend geworden dat ik buitenechtelijke kinderen had en je kunt je afvragen of je dan nog in zo'n positie naar behoren kunt functioneren. Maar voor een strafrechtelijke vervolging was er geen enkele reden.” De officier van justitie vond van wel. Het is moeilijk de getuigen niet te geloven. Het waren schokkende verhalen, die op tal van punten met elkaar overeenkwamen. “Jazeker, maar ik denk dat als ik zou kunnen vertellen wat mijn verhaal was, dan zou het moeilijk zijn mij niet te geloven. Het strafrecht is te grofmazig, is beslist ongeschikt voor zedenzaken. Dat is aan alle kanten gebleken. En in mijn zaak heeft de rechter zich uitsluitend gebaseerd op de processen-verbaal. Er is geweigerd de aangeefsters op te roepen, of hun dossiers op te vragen. Daarom stappen we ook naar het Europese Hof van Justitie in Straatsburg. We moeten het nu afmaken. Als ik zou stoppen, zouden ze zeggen: hij durft niet meer. Ik vind dat ik geen eerlijk proces heb gehad.” Geen wrok dan? Niets? Hij haalt zijn schouders op. “Hoeveel mensen krijgen de kans iets heel nieuws te beginnen in hun leven? Zetten was zo absorberend. Ik was mijn vader in zijn voetsporen gevolgd. In een gang ergens in een gebouw van de Heldringstichtingen hing dat rijtje portretten van patriarchen die Zetten door de jaren leidden: Heldring, Lammerts van Bueren, mijn vader. Ik was bezig in datzelfde rijtje terecht te komen. Misschien was wat er met mij is gebeurd een hele ingewikkelde oedipale vadermoord. En dan niet alleen op m'n vader, maar op al die regenten. Het was een machtig oedipaal gezelschap, hoor. Daar zijn gekke dingen gebeurd. Ze zijn nu bezig een gesloten inrichting te maken van de voormalige directeurswoning op het terrein. Dat is toch bizar. Ik heb altijd geprobeerd de boel daar open te gooien. Nu komen er hekken en bewakingscamera's. Terwijl opvoeden èn opsluiten onverenigbaar zijn.” Hij heeft vier jaar van binnenuit kunnen zien hoe het Nederlandse gevangeniswezen functioneert. “Wat mij is opgevallen, is dat de economische wetten in de samenleving, binnen gevangenismuren onverkort gelden. Slecht werk wordt het slechtst betaald. Ze leren mensen een vak met het doel dat ze zich straks een plaats kunnen verwerven in de maatschappij, terwijl iedereen weet dat ex-gevangenen die plek nooit zullen krijgen. Ze maken mensen niet duidelijk dat leren om het leren ook heel aardig kan zijn. Het leven achter die muren is zozeer een afspiegeling van de maatschappij, dat het aan veranderingsprocessen niets, niets, oplevert. De gokkers gokken, de snuivers snuiven, de handelaren handelen. Er verandert niets. Er wordt niet gekeken naar wat mensen kunnen.” In Norgerhaven zat Finkensieper op de IBA, de individuele behandeling afdeling. “Een deel van de gedetineerden daar was ex-psychatrisch patiënt. Ik heb daar veel gehad aan mijn studie. Heel wat gesprekken gevoerd met gedetineerden. Ik moest ook vaak psychiatrische rapporten duiden. Daar kwam me in zekere zin m'n inrichtingservaring te pas. Ik wist wat leefgroepen waren, hoe het groepsproces, de groepsdynamiek werkte.” Hij vindt het een grof schandaal hoe er in het gevangeniswezen wordt gesold met de ter beschikking gestelden, gestoorde gevangenen die voor dwangbehandeling in aanmerking komen. “Je zag ze bij ons opknappen, die mensen met TBS. En tegen de tijd dat ze terug moesten naar het huis van bewaring, vanwege de lange, lange wachtlijsten voor TBS-klinieken, zag je ze vervolgens volkomen afknappen. Verschrikkelijk. We hebben petities geschreven naar Den Haag, maar er was geen vinger tussen te krijgen. Ze worden gewoon teruggedonderd.” Kort nadat zijn vonnis onherroepelijk was geworden, rekende hij rigoureus af met de psychiatrie. Het Medisch Tuchtcollege èn de burgerlijke rechter verboden hem zijn vak ooit nog uit te oefenen, omdat hij op grove wijze het vertrouwen in de medische stand had geschonden. “Ach, pijnlijk? Ik heb mijn boekenkast uitgeruimd. Vijfhonderd boeken over psychiatrie, pedagogiek en psychologie verkocht aan De Slegte. Ik kreeg er nog 300 gulden voor, dat viel me mee. Er zat veel tinnef bij. Ik heb alleen het rijtje Freud nog laten staan, maar achteraf heb ik daar nog spijt van ook.”

 

Finkensieper naar het Europese Hof -- 3 november 1995 -- NRC Handelsblad – NIJMEGEN - Th. Finkensieper, de voormalige directeur van de Heldringstichting in Zetten die tot zes jaar is veroordeeld wegens seksueel misbruik en intimidatie van minderjarige meisjes, is naar het Europese Hof gestapt. Hij wil dat het hof uitspreekt dat hij geen eerlijk proces heeft gehad. Dat heeft Finkensiepers raadsman bevestigd.

 

 

 

1999

 

Veroordeelde Finkensieper overleden -- 6 mei 1999 – Reformatorisch Dagblad -- NIJMEGEN – Theo Finkensieper, de psychiater van de Heldringstichtingen in Zetten die in 1992 tot 6 jaar cel werd veroordeeld omdat hij meisjes uit de gesloten inrichting seksueel had misbruikt, is vorige week overleden. Finkensieper was al geruime tijd ziek. Hij heeft tot zijn dood ontkend dat hij schuldig was. De politie pakte de psychiater in 1989 op na klachten over misbruik. Zijn ex-pupil Annie Bijnoord stapte als eerste naar de politie. Zij richtte het Steunpunt Zetten op, waar een stroom klachten over het gedrag van de arts binnenkwam. Uiteindelijk bleven er zeven aanklachten over. De zaak kreeg erg veel publiciteit. Dat kwam onder andere doordat het steunpunt nietsverhullende advertenties tegen de arts plaatste en in zijn woonplaats Nijmegen affiches ophing, waarin Finkensieper de ”Mengele van Zetten” werd genoemd. Bijnoord schreef bovendien een boek. Finkensieper vocht door tot aan de Europese Commissie voor de Rechten van de Mens, omdat hij geen eerlijk proces zou hebben gehad. Hij verloor en kwam 2 jaar geleden na het uitzitten van zijn straf op vrije voeten.

Aanvulling Red. MdH dd. 28 december 2004: Prof. Dr. Willem Albert Wagenaar (1941), hoogleraar experimentele psychologie, trad als getuige-deskundige in de zaak tegen psychiater Finkensieper op. Advocaat mr. Gerard Spong verdedigde de psychiater. In het artikel 'Sex, drugs en rock & roll: sexuele grensoverschrijding in hulpverleningsrelaties' van Rene Stommel (2001) valt te lezen: "... Rond 1995 waren er schokkende casus zoals van de alom gerespecteerde Dik Oudshoorn bijvoorbeeld, die zich suïcideerde nadat was uitgekomen dat hij onzedelijkheid had betracht in relatie tot een minderjarige cliënt, of van de Rekkense psychiater Finkensieper, die het met talloze aan hem toevertrouwde jonge meiden had gedaan...". Lees ook de artikelen van 3 november 1995 en 19 juni 2003 in deze rubriek van ons nieuwsarchief. Daarnaast willen wij verwijzen naar de oproep van Margot op ons prikbord. Margot is een van de slachtoffers van psychiater Finkensieper en zij is op zoek naar andere slachtoffers van de psychiater die in de Lingewal in Zetten werkzaam was .

 

Th. Finkensieper (65) overleden6 mei 1999 – NRC – ROTTERDAM - Voormalig directeur-psychiater drs. H.O.Th. Finkensieper van de Heldring Stichtingen in Zetten is vorige week op 65-jarige leeftijd overleden. Finkensieper werd in 1990 veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf en elf jaar beroepsverbod wegens seksueel misbruik van moeilijk opvoedbare meisjes in de Betuwse inrichting.

 

www.misbruikdoorhulpverleners.nl